Dubbel woonhuis van architect C.J. Ebing (Guido Gezellestraat 63), gebouwd in 1932 in opdracht van M.W. Lamers (Haps) en W.J.M. Horstink (Nijmegen), Emmalaan 7, 1955 (F88069 RAN)
In 1932 ontwerpt de architect C.J. Ebing Dubbel (Guido Gezellestraat 63) een dubbel woonhuis, Emmalaan 5 en 7. Dit in opdracht van M.W. Lamers (Haps) en W.J.M. Horstink (Nijmegen). Horstink zal zelf op nummer 5 gaan wonen. Lamers is makelaar van beroep en verkoopt nummer 7 aan B. Kistemaker.
Deze pagina verzamelt werken van architect Ebing en zal van tijd tot tijd worden aangevuld. Uitbreiding bij de Firma A.P. Keyser. 1932, Stikke Hezelstraat 42-44 (bij verbouwing) “Uitbreiding bij de Firma A.P. Keyser. De firma A.P. Keyser heeft haar zaak aan de Stikke hezelstraat No. 42-44, genaamd “De Bijenkorf” een belangrijke uitbreiding doen ondergaan, welke…
Merk bij 1948 de weduwe Horstink-Lamers op. Mogelijk/waarschijnlijk waren de aanvragers Horstink en Lamers voor de bouwvergunning familie? Dit is nog niet verder onderzocht.
Emmalaan 7
advertentie 11/2/1933
Op 11-2-1933 plaatst Lamers de advertentie voor het in aanbouw zijnd Heerenhuis gelegen in de Emmastraat
Hieronder staan de gevonden bewoners weergegeven. Een aantal advertenties/krantenartikelen bieden daarbij verdere aanknopingspunten:
B. Kistemaker zal het huis tussen februari en juni 1933 hebben gekocht: Vanaf 3-6-1933 wordt mevrouw Kistemaker op Emmalaan 7 in advertenties van de “R.K. vereniging ter bescherming van meisjes, in Nederland”. (De Gelderlander 3/6/1933)
Diepenbroek, wed. F.B. geb. A.R.J. Vinke, oftewel Anna Regnera Joanna Vinke, weduwe van Ferdinand Bernard Diepenbroek, overlijdt op 23-7-1938 (rouwadvertentie De Gelderlander 23/7/1938)
In ieder geval is er ten aanzien van A.Th.A.K. Lange op 1-4-1939 een advertentie gevonden met Emmalaan 7 als adres (hij blijkt daarbij secretaris van de Nijmeegsche Zwemclub 1921 te zijn) (De Gelderlander 1/4/1939)
Gevonden in Adresboeken:
B. Kistemaker
Hoofd R.K. bijz. school
1934, 1936, 1938
Diepenbroek, wed. F.B. geb. A.R.J. Vinke
1934, 1936, 1938
A.Th.A.K. Lange
Scheik. Ing.
1940
KI.D. de Groot
Reiziger
1948
A.Ph. Krijff
Chemicus
1951, 1955
J.P. Tazelaar
Arb. Analist
1959, 1963
Wed. P.J. van Bortel, geb. A.E. Weijkman
1959, 1963
P.J.H.M. Heijndaal
psycholoog
1968
Familie Krijff
Op het terras achtertuin familie Krijff, van links naar rechts: Luco, Nienke, Jan, ma en pa, 5-8-1955 (foto beschikbaar gesteld door J. Krijff, copyright: J. Krijff)
Jan Krijff stuurde de volgende reactie:
“Vanuit Delft komende heb ik op dit adres gewoond van 1951 tot en met 1956. Dit samen met mijn ouders , broer Luco en zusje Nienke. Mijn vader werkte bij Smit, Transfomatoren. In 1956 zijn wij vertrokken naar Bloemendaal. In Nijmegen zat ik op de freubel school bij Mej Boot op de Oranje Singel. Daarna op de3 Nutschool. In het begin met de tram naar school het laatste jaar met de fiets. Het was een rustig buurtje waar weinig op straat werd gespeeld. Erg veel kan ik mij niet herhinneren maar wel dat soldaten langs kwamen met grote melkbussen met snert. ook weet ik nog dat er geschaatst werd in de haven. Ik ben nog een paar keer teruggeweest in Nijmegen.”
En in een brief: “Wij hebben daar maar een korte periode gewoond en ik kan mij van het interieur niet veel herinneren. Volgens mij was er geen centrale verwarming en weet ik ook niet meer of er een badkamer was.
Een wandeling op de Prinsenlaan, die rechts afbuigt. Op de hoek is Prinsenlaan 18 (huidig nummer) te zien en nog een klein stukje Prinsenlaan 12 rechts daarvan. De weg links is de Patrijsstraat: daar is 1 van de nieuwbouwwoningen te zien (en vaag links daarvan een aantal andere nieuwbouwwoningen), 1955/1956 (Foto beschikbaar gesteld door J. Krijff, copyright J. Krijff)
Er was nagenoeg geen contact met de buren, die naar ik herinner zeer Christelijk waren. Voor mijn vader was Nijmegen na Delft een soort thuis komen. Hij heeft zijn heel HBS tijd in Nijmegen gewoond en is daarna naar Utrecht vertrokken. Mijn moeder was een Arnhemse en vond Nijmegen maar niks. Zij was blij naar Bloemendaal te kunnen gaan.
Verder kan ik mij nog een paar namen van de Nut School (Lagere School) herinneren. Han Meijbergen van de margarine fabriek, Eric Nuver, zoon van de huisarts, Hansje Blokland die zijn vader fruitteler was (appels). De school was gelegen tegenover de winkel die Marklin treinen verkocht waar met Kerst een groot aantal mensen voor de ramen stonden. Wij hebben recent genoten van de documentaire over de Nijmeegse jongens van Lymborch in mijn tijd in Nijmegen nooit van gehoord.”
Klik op onderstaande foto’s voor een vergroting:
Op het terras achtertuin familie Krijff, 5-8-1955 (ter beschikking gesteld door J. Krijff, copyright: J. Krijff)
1956: Mevr. Krijff-Joosten (links) en Mevr Bussemaker-Joosten (rechts); zussen van elkaar (foto beschikbaar gesteld door J. Krijff; Copyright: J. Krijff)
Emmalaan 6: kinderen familie Krijff, zij woonden op Emmalaan 7. Op 6 woonde Mej. van Grondelle, akela bij Keizer Karel Padvinders, 1955 (foto beschikbaar gesteld door J. Krijff; Copyright: J. Krijff)
Emmalaan 5 en 7 (September 2022, Google Streetview) architect Ebing
1954 Mariënburgsestraat 7-9 (oud), Mariënburgsestraat 10 (huidig) Centrum
Mariënburgsestraat 6-14: Van links naar rechts; Het Brillenpaleis, Café De Pool, het Vleespaleis en Duives Manufacturen en Herenmode, 1955 (F30514 RAN)
Vooraf
Voordat het Hotel-Café-Restaurant “De Pool” in 1944 werd verwoest, was het een belangrijke uitgaangsgelegenheid geweest dat zich uitstrekte van de Mariënburg tot Oude Stadsgracht.
Lees hier over de uitbreiding van De Pool in 1926:
Café “De Pool”, dat voor de stadsverwoesting in 1944 op Mariënburg-Oude Stadsgracht zulk een belangrijke plaats in ons stadsleven innam, is thans herbouwd. Niet op precies dezelfde plaats als vroeger, maar wel in dezelfde omgeving. Het staat nu in de Mariënburgsestraat op no. 9, onmiddellijk bij de Burchtstraat, in het hartje van de stad. Het is een mooi punt en daar komt nog bij dat voor de band van ’44 zich op deze plaats ook een café bevond. Het nieuwe café De Pool ziet er allergezelligst uit; het is niet te groot en ook niet te klein, maar juist groot genoeg om te bereiken dat eenieder er zich op zijn gemak en thuis gevoelt. Het architectenbureau Benning, dat deze nieuwbouw ontwierp en de aannnmer J.M. Hendriks, die ze verwezenlijkte, hebben eer van hun werk. Ze hebben aan de stad een gezelligheidselement weten toe te voegen dat temidden van het nuchtere en zakelijke waardoor menig nieuw pand wordt gekenmerkt, een aanwinst is. De betimmering is van de fa. H. de Klerk uit Rotterdam; ze levert een belangrijke bijdrage tot de intimiteit waarover we spraken.
De heer M. van Meteren, de eigenaar van De Pool, drijft de zaak niet zelf meer, zoals vroeger. De heer A.Th. v.d. Donck vervangt hem en wij twijfelen er niet aan of hij zal in de Nieuwe Pool een evengroot succes hebben als de heer van Meteren vroeger had in De Pool op Mariënburg.” (De Gelderlander 6/2/1954)
Architectenbureau Benning
Het gebouw is ontworpen door Architectenbureau Benning. Lees hier verder over dit bureau:
Het architectenbureau D. en P. Benning, later Benning en Fokker, was de voortzetting van het architectenbureau van Oscar Leeuw. Ook dit bureau zal veel winkels voor Vroom en Dreesmann ontwerpen.
In ieder geval komt de Pool nog voor in de Adresboeken van 1963 (huisnummer 8-10). En ook in 1966 en 1968 (nummer 10), hoewel het dan Poolbar wordt genoemd.
In 1947 ontwerpt architect B. Benning de herbouw van de hoek van Heutszstraat – Groesbeeksedwarsweg. Dit pand was bij de bevrijding vernietigd. De bouwtekening heeft hij samen met zijn broer P. Benning ondertekent.
Vooraf
Van Heutszstraat 2, vóór de verwoesting (D12.407241)
Het oorspronkelijke gebouw was ontworpen in 1938. Op 18 februari 1939 vindt de “heropening” plaats (advertentie De Gelderlander 17/2/1939 ).
In de nacht van 28 op 29 september werd het gebouw verwoest door Duitse granaten.
Op de hoek Van Heutszstraat- Groesbeeksedwarsweg sloegen in de nacht van 28 op 29 september Duitse granaten in. Enkele winkels en woonhuizen werden verwoest; links het pand van Drogisterij J.I.M. Elling en rechts de Brood- en Banketbakkerij van de Gebroeders G. en W. Schouten ; op de achtergrond huizen aan de Beethovenstraat, september 1944 (Commissariaat van Politie Nijmegen, Afd. Fotografie via F27438 RAN CC0)
Nieuwbouw van Heutszstraat 2
In het Bouwarchief komen 2 ontwerpen voor, die afwijken wat betreft het grote raam. Momenteel is nog onbekend welk ontwerp het uiteindelijk geworden is:
Van Heutszstraat 2, dossier D12.407241 VERANDEREN GEBOUW (09-09-1947)
Van Heutszstraat 2, D12.407243 vergelijk D12.407241: de ruiten; VERANDEREN GEBOUW (09-09-1947)
“Brood- en Banketbakkerij Fa. Gebr. Schouten
Op de hoek van de Groesbeeksedwarsweg en de v. Heutszstraat is een nieuwe bakkerij en banketbakkerij verrezen, op de plaats waar drie en een half jaar geleden na de bevrijding het oude bedrijf door de oorlog werd verwoest. De fa. Gebr. Schouten is op dit prachtige punt gevestigd. Een mooie moderne bakkerij en een fraaie winkel is tot stand gekomen, waarin behalve het brood en banket een goede sortering chocolade- en suikerwerken aanwezig is. De aannemer de heer J.A. v.d. Hoogen en de architect de heer B. Benning, die dit bedrijf zo aantrekkelijk tot stand brachten, hebben er van hun werk.” (De Gelderlander 14/8/1948)
Bakkerij Gebr. Schouten staat in ieder geval nog in het Adresboek van 1968.
Groesbeeksedwarsweg 263 van Heutszstraat 2, maart 2025 (Google Streetview)
Deze pagina verzamelt reeds gemaakte artikelen over de wijk Altrade. Romeins amfitheater hoek Rembrandtstraat-Mesdagstraat In de buurt van Romeinse legerkampen…
Voorgevel van de St. Jozefkerk, architect Claase (F14567RAN)
De architect B.J. Claase ontwierp de St. Josephkerk (of St. Jozefkerk). De kerk werd gebouwd in 1908-1909 in neo-romaanse stijl, met haar voorgevel naar het nieuwe Keizer Karelplein. Vanaf 1 maart 2004 heet het de Titus Brandsma Gedachteniskerk.
Noodkerk
Voor deze kerk ging een noodkerk vooraf. Oorspronkelijk had architect Nicolaas Molenaar sr. een grote neogotische kerk voor deze locatie ontworpen. Op dat moment was het Keizer Karelplein slechts een aantal jaren oud. Deze kwam er niet, wel een door hem ontworpen kleine noodkerk, gebouwd in 1888. Molenaar was ook de architect van de Igantiuskerk in de Molenstraat uit 1897 (Deze is waarschijnlijk beter bekend als Canisiuskerk, zoals deze vanaf 1925 heette). Claase was voor Molenaar opzichter geweest bij onder andere het Canisius College. In 1907 ontwierp Claase de St. Jozefkerk, welke een bijkerk was voor de St. Ignatius-parochie. De noodkerk werd in 1923 verbouwd tot parochiehuis en staat er eveneens nog steeds. Evenals de Ignatiuskerk was Jozefkerk een Jezuïetenkerk.
Bouw kerk
Jozefkerk met omliggende panden aan het Keizer Karelplantsoen, 1913 (F14443 RAN)
In tegenstelling tot veel kerken die in neogotische stijl gebouwd worden is dit een neo-Romaanse kerk. De Gelderlander refereert dan ook dat dit gebouw aan de “Romaansche bouwvormen aan het Valkhof herinnert’. (De Gelderlander 27/5/1909) . Het artikel vergelijkt de kerk met “Aan het Keizer-Karelplein beurt nu al sinds een paar maanden de nieuwe St.-Jozefkerk, bestemd om het kleine hulpkerkje te vervangen, haar trotschen, met het gulden kruis bekroonden koepel en haar beide voortorens ten hemel, als een zinnebeeld van het oude en nog steeds jeugdige geloof van Karel de Groote. Stichtte de machtige keizer op zijn Valkhof, naar het model van Akens dom de kapel, wier eerbiedwaardig overblijfsel wij nog met piëteit bewaren, thans, meer dan duizend jaren later verrees aan het plein, dat zijn grooten naam draagt, een trotsche tempel, die in zijn Romaansche bouwvormen aan het heiligdom op het Valkhof herinnert.
Gelukkige gedachte van den bouwmeester, waardoor ongezocht zoowel de onveranderlijkheid van he geloof als de machtige kampioen van het geloof wordt gehuldigd.”
Onderaan dit artikel staat een uitgebreid stuk van PGNC naar aanleiding van de opening.
Bezienswaardigheden
Glas-in-loodramen in het koor door Joep Nicolas (1926-1928).
Apostelvenster (1915), oostelijke transept, door Jan Toorop. Op het bovenste venster, een rozetvenster, staat Jezus Christus zittend op een troon. Daaronder 6 vensters met elk 2 apostelen. Een mooie site hierover is die van Paul Verheijen http://www.paulverheijen.nl/toorop-apostelraam.php
Jezuïetenraam, tegenover het apostelvenster, Wilhelm Derix
Het tabernakel door de Utrechtse Edelsmidse Brom (ca. 1930).
Titus Brandsma Gedachteniskerk
In 1985 is Titus Brandsma zalig verklaard. Dan wordt de Titus Brandsma Gedachteniskapel uit 1960, bij het klooster Doddendaal, een centrum van verering.
Na renovatie van de Jozefkerk in 1997 wordt deze cultus overgebracht naar deze kerk. Vanaf 1998 heeft Titus Brandsma hier een kapel. Hierbij is de expositie in de rechterzijbeuk gewijd aan de nagedachtenis van Titus Brandsma en daarbij zijn levensweg en spiritualiteit onder de aandacht brengen.
In 2004 wordt de Jozefkerk hernoemd naar de Titus Brandsma Gedachteniskerk. Daarbij werd het een kerk van de (geschoeide) karmelieten is in plaats van de Jezuïeten.
Rijksmonument
De kerk is een Rijksmonument met als waardering (teven staat hier een uitgebreide beschrijving): “
Architectuurhistorische waarden: de St. Josephkerk is een creatie van de verder vrij onbekende architect B.J. Claase. Van hem zijn in Nijmegen slechts enkele woonhuisontwerpen bekend. In het overwegend door neogotische kerken gedomineerde hart van de stad is deze neoromaanse kerk een uitzondering. De kerk valt op door esthetische kwaliteiten, heeft gave verhoudingen en een bijzondere detaillering in vormgeving en materiaalgebruik. Het exterieur van de kerk is geheel gaaf. De kerk bevat bijzondere onderdelen in het interieur, dat ondanks de wijzigingen van hoge architectuur- en kunsthistorische waarde is.
Hoewel de stad Nijmegen in de late negentiende en vroeg twintigste eeuw een hoge concentratie aan religieuze gebouwen en complexen kende, waaronder kerken, en daar zelfs landelijke bekendheid aan ontleende, is dit aantal inmiddels sterk gedaald. Met name geldt dit de in en direct rond de binnenstad gelegen kerken als gevolg van het bombardement in de Tweede Wereldoorlog. Deze kerk vormt een van de zeer weinige, zeker voor wat betreft het exterieur, gaaf bewaarde kerken rond de binnenstad. Architectuurhistorisch is de toegepaste bouwstijl in Nijmegen eveneens een zeldzaamheid.
Cultuurhistorische waarden: de St. Josephkerk is van grote waarde voor de religieuze en algemene ontwikkeling van de stad Nijmegen en vormt nog een intact en functioneel onderdeel uit deze geschiedenis. Door de situering vormt de kerk een duidelijk herkenbaar en oorspronkelijk onderdeel van de 19de eeuwse stadsuitbreiding.”
– Stedenbouwkundige- en ensemblewaarden: hoewel de situering niet meer geheel gaaf is, de entree is door nieuwbouw ingeklemd en wat achteraf komen te liggen, is de aanleg nog wel aanwezig. De kerk is ondanks die wat afgelegen ligging nog steeds een van de gebouwen die het sterkst de ronde vorm van het plein ondersteunt. De kerk vormt een ensemble met de naastgelegen, tot wijkgebouw omgebouwde, voormalige kapel.
PGNC bij de opening
Luchtfoto van het Keizer Karelplein: onderin links de St. Jozefkerk, in het midden de St. Annastraat en rechts Concertgebouw De Vereeniging; bovenin links de Van Schaeck Mathonsingel, in het midden de Nassausingel en rechts de Bisschop Hamerstraat, 1920-1925 (F58045 RAN)
Het PGNC schrijft naar aanleiding van de opening:
“De nieuwe St. Jozefskerk,
In tegenwoordigheid van vele belangstellengden had hedenmorgen ten 8½ uur de plechtige inzegening plaats van de nieuwe St. Jozefskerk aan ’t Keizer Karelplein, eene hulp- of bijkerk der St. Ignatius-parochie.
De inzegening geschiedde door den Z.Ew. heer G.M.
Bouw kerk Bonnike S.J., pastoor van genoemde parochie, geassisteerd door de verschillende geestelijken der vier parochiekerken. Na afloop werd een plechtige Hoogmis opgedragen door den rector der nieuwe kerk, den Z.Ew. pater P.F.H. van Hooff, geassisteerd door de Eerw. paters Verhoeven en de Greeve S.J. Na de Mis hield pater v. Hooff een treffende toespraak naar aanleiding van Psalm 121, ‘Laetate sum’ (ik ben verheugd) waarin koning David’s vreugdevolle opgang naar den nieuwen tempel van Jeruzalem vermeld wordt. Onmiddellijk hierna werd het Allerheiligste van uit het oude hulpkerkje in plechtige processie, onder het spelen der muziek van de Kath. Gezellenvereeniging, omringd van een dicht opeen gedrongen knielende menigte, naar de nieuwe kerk overgebracht.
Wij laten hier een beknopte beschrijving van de nieuwe kerk, die 1500 bezoekers kan bevatten, volgen:
De kerk is gekeerd met haar voorgevel naar het Keizer Karelplein en met haar zij- en achtergevels naar de van Triest- en Stijn Buijsstraten, terwijl aan de zijde van Trieststraat de sacristiën zijn aangebouwd; het geheel ligt op een vrij en ruim terrein, zoodat het massief bouwwerk in zijn geheel is te overzien.
Het uitwendige van dezen bouw, welke geheel in Romaansche vormen is doorgevoerd, treft door zijn eenvoud, daar zij geheel is uitgevoerd in baksteen met een spaarzame toepassing van natuursteen, waar dit noodig en wenschelijk was.
Verschillende versieringen moeten nog worden aangebracht, zooals beelden in enkele nissen en mozaïek-tableaux boven de hoofdingangen, waarin een beeld zal worden geplaatst van den kerkpatroon, geflankeerd door de Nijmeegsche geloofshelden Petrus Canisius en Bisschop Hamer.
Een forsche massieve koepel rijst vierkant uit het dak op en gaat in achtkantigen vorm over; haar spits is bekroond met een zwaar koper verguld kruis.
Aan den voorgevel bevinden zich twee traptorens, die toegang geven naar het zangkoor, naar de kapwerken en klokkenzolders; de klokken zullen binnenkort worden ingehangen.
Wanneer men de kerk, die ruim voorzien is van ingangen met voorportalen, aan den voorgevel binnentreedt, ontwaart men direct den centraalbouw aan zijn vorm: weinig kolommen, kort en breed, zoodat er in de kerk slechts zes kolommen geplaatst zijn; op vier dezer kolommen is de koepel opgetrokken. De binnenwerksche afmetingen zijn tusschen de transseptgevels 29.50 M. De hoogte der zijbeukgewelven bedraagt 8.40 M., van den hoofdbeuk 16.80 M., van het koepelgewelf 27 M. (de buitenwerksche tot aan den dwarsarm van het kruis 37.85 M.). Inwendig vindt men denzelfden eenvoud en vormen, die men buiten opmerkt, met uitzondering evenwel, dat men voor de hoofdbogen de spitsboog bemerkt; deze is berekend op de groote overspanningen en de daarop rustende zware drukking. De constructiedeelen als van pijlers, pilasters en bogen zijn alle in gelen steen gemetseld, de overige muur- en gewelfvlakken zijn gepleisterd, met het oog op later aan te brengen polychromie. Het priesterkoor is uit den aard der hooge betekenis een weinig rijker door zijn twee hooge omgangen, waarvan de benedenpijlers gepolijst graniet zijn en hier eenige afwisseling is aangebracht door beeldhouwwerken en zandsteen. Verder bevinden zich naast het priesterkoor twee halfronde altaar-kapellen, terwijl bij den voorgevel aan de zijgevels eveneens twee halfronde kapellen zijn aangebouwd, die als devotie-kapellen worden ingericht.
Inwendig blijft de koepel met zijn zacht getemperde glasramen een der attracties van dezen bouw; een aangename lichtverspreiding is verkregen. Het gewelf van dezen koepel is 29M. boven den kerkvloer gelegen.
Onder de sacristiën en de daaraangrenzende altaar-kapel bevinden zich kelders, waarin de toestellen zijn geplaatst voor centrale verwarming en electrisch licht. Deze laatste voldoen aan de hoogst gestelde eischen; de centrale verwarming is aangebracht door den heer Lafeuillade te Brussel, die van ’t electrisch licht door de Allgemeine Elektricitäts Gesellschaft.
De kerk is nog bijna ongemeubileerd, het thans aanwezige weinige meubilair is, behalve stoelen en eenige banken, uit het oude hulpkerkje afkomstig. Wanneer echter meer waardige- in overeenstemming met ’t geheel- er voor in de plaats komen, zal men eerst kunnen zien wat men ook met een eenvoudig romaansch bouwwerk verkrijgen kan.
Architecten van deze kerk- waarvan goedgeslaagde ansichtkaarten in den boekhandel van den heer De Wit te verkrijgen zijn- is de heer B.J. Claase, terwijl de aanneming is geschied door den heer N.J.H. Groenendaal te Breda.
Een woord van lof verdienen de heeren Nuijten en Van der Pluijm, welke respect. als opzichter en uitvoerder fungeerden en onder wier leiding de bouw dezer kerk- waarvan op 6 Mei 1908 door Mgr. Bronsgeest de eerste steen werd gelegd- geheel zonder stoornis of ongelukken is tot stand gebracht.” (PGNC 27/5/1909)
Deze Pagina verzamelt artikelen die reeds over Bottendaal zijn gepubliceerd. Lunet Bottendaal: afvalplaats voor botten? Bottendaal is vernoemd naar een…
In 1931 bouwt architect J. Coumans het pand voor Fotozaak Steenmeyer. Deze fotozaak zat op 89 en liet Lange Hezelstraat 91 afbreken om er een nieuw pand neer te zetten.
Wilhelmus Gerhardus Steenmeyer
Wilhelmus Gerhardus Steenmeyer (1884-1944) vestigde zich in 1919 met zijn gezin op Lange Hezelstraat 89.
Hij was fotograaf en kwam uit een echte fotografenfamilie: zijn vader Adrianus Steenmeijer werkte vanaf 1903 in Groningen en Uithuizen als fotograaf. Wilhelmus en twee andere zonen worden tevens fotograaf. Hiervoor volgens ze de opleiding aan de Academie Minerva.
Aanvankelijk werkte Wilhelmus in Winterswijk als fotograaf. In 1918 ging hij echter failliet. Daarop vertrok hij naar Nijmegen, naar Lange Hezelstraat 89. Hier opende hij op 26 april 1919 de “Electr. Fotografische Ateliers J.A. Steenmeijer & Zonen”.
In 1931 vond de verhuizing plaats van 89 naar 91. Het oude gebouw op nummer 89 werd afgebroken en op nieuwe fundamenten kwam een nieuw woonwinkelhuis, naar ontwerp van architect J. Coumans.
De vestiging verhuisde in 1931 van nummer 89 naar 91. In de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant van 9 juli 1931 staat een berichtje over de opening van de ‘Firma Steenmeyer’ op het adres Lange Hezelstraat 91 Nijmegen: “Dit pand nu werd grondig afgebroken en op nieuwe fundamenten is thans deze moderne winkelzaak verrezen.” De architect was J. Coumans, die vanaf 1925 werkzaam was in Nijmegen.
Aan de achterzijde is een gevelsteen ingemetseld. Hierop staat de naam ‘LENIE’ en daaronder: ‘FEB.’31’. Mogelijk is de steen in februari 1931 ingemetseld bij het begin van de verbouwing. Waarbij Lenie mogelijk verwijst naar Helene Agnes Olga Peters, die op dat moment 28 jaar as. Zij was de tweede echtgenote van Steenmeyer sinds 12 februari 1929.
Ieder zal het met ons eens zijn, dat de nieuwe zaak van de firma Steenmeyer aan de Hezelstraat No. 91 van de firma Steenmeyer zich wel heel gunstig onderscheidt van haar vroegere huisvesting in het daarnaast gelegen pand. Maar voor en aleer de zaak haar tegenwoordige aanzien had, is er dan ook heel wat werk verzet moeten worden. Men weet, dat op No. 91 eertijds een groentenwinkel gevestigd was. Dit pand nu werd grondig afgebroken en op nieuwe fundamenten is thans deze moderne winkelzaak verrezen. Want niet alleen, dat de inrichting geheel naar de nieuwste eischen is, ook alle toestellen, machines e.d. zijn van het modernste fabricaat. De eigenlijke winkel heeft een zeer smaakvol interieur, waarin de donker eiken betimmering stemmig aandoet. Achter den winkel is het kantoor gelegen, terwijl aan de achterzijde van het pand de werkplaatsen zijn ondergebracht, waarin o.a. een electrische droogkast, een vergrootingsinrichting en een enorme spoelbak worden aangetroffen. Boven zijn de ateliers gevestigd. Er is hier een kapkamer met groote spiegels, waar eventueel de finishing touch aan toilet of kapsel kan worden aangebracht, en een aardig ingerichte ontvangkamer. Het eigenlijke atelier is met de nieuwste vindingen toegerust en negen electrische lampen, elk van 1000 kaars, zetten het inwendige in een zee van licht. Wij vestigen er nog de aandacht op, dat door de firma Steenmeyer ook een foto-handel gedreven wordt, waarin alle mogelijke fotografische artikelen ten verkoop worden aangeboden. De nieuwe zaak maakt een keurigen indruk en zal door de cliëntèle wel op prijs worden gesteld. Tenslotte mogen hier nog volgen de namen der firma’s, die aan de totstandkoming haar medewerking verleenden: Aannemer was de firma Van Gemer & Zn.; het glas in lood is afkomstig van de firma Kronenbitter uit Berg-en-Dal, het behang werd geleverd door de “Papiermolen”, het schilderwerk werd verzorgd door de firma Zijlvaart, de electrische installatie werd aangelegd door de firma van Nek, terwijl de firma Smarius voor de stoffeering zorg droeg. De architect, onder wiens leiding de verbouwing geschiedde, de heer J. Coumans, Wilhelminasingel, heeft alle eer van zijn werk.” (PGNC 9/7/1931)
Lange Hezelstraat 91 met op dat moment Luccello Living (februari 2023)
Lange Hezelstraat is sinds 1988 een Gemeentelijk Monument met al tekst bij aanwijzing:
“Winkelpand met bovenwoning. Smal bakstenen pand in drie bouwlagen. Op de begane grond betegelde winkelpui met portiek en ter weerszijden twee etalages met staalconstructie. Op de eerste etage in de gevel uitgewerkt erker-achtig breed raam. Op de tweede etage vier hoge smalle vensters, gescheiden door uitstekende muurdammen. Links en rechts daarvan eveneens een muurdam, de rechter met smeedijzeren vlaggestokhouder. Plat dak. Bouwjaar: ca. 1930. Voor Nijmegen zeer zeldzaam voorbeeld van de moderne, Hollands- georienteerde bouwkunst van tussen de wereldoorlogen. Gaaf bewaard”
Het gebouw van de Nijmeegse Veiling, Marialaan 104, 19/8/1974 (Jan Cloosterman via F29575 RAN CCBYSA)
Rond 18-8-1949 vond de aanbesteding plaats van het eerste gedeelte va een bloemen-, groenten- en fruitveilingcomplex aan de Marialaan plaats. De architect was W.Th. Reynen. De laagste inschrijvers waren Fa. Smulders en Graft te Oisterwijk: f 649.000. Zij verkregen daarmee de opdracht. (Nijmeegsch dagblad, 18-8-1949)
Luchtfoto van de Vogelbuurt in de wijk Wolfskuil : bovenin v.l.n.r. de Marialaan met daarboven de bouw van de Nijmeegse Veiling ; daar onder woningen aan o.a. de Pluvierstraat, de Fuutstraat, de Korhoenstraat, de Patrijsstraat, de Bosduifstraat , de Meerkolstraat en de Roerdompstraat ; rechts onderin een stukje van de Molenweg; daarboven de Tweede Oude Heselaan ; onderin in het midden de Emmalaan en de Prinsenlaan, 1949 (F58504 RAN)
Bij de opening schrijft het Nijmeegsch Dagblad:
“De Nijmeegse veiling in nieuwe uitrusting
Het nieuwe gebouw der Nijmeegse veiling van fruit, groenten en bloemen aan de Marialaan is bijna voltooid. De veiling was meer dan uitgegroeid uit haar oude hallen aan de Arend Noorduynstraat en kan nu tot volle ontplooiing komen op het vier hectare uitgestrekte eigen terrein aan de Marialaan, waar zij over 10.000 vierkante meter overkapping beschikt, waaronder een hal van 6000 m² met twee veilingklokken.
De heer van Reenen uit Den Haag, die de heer M. Prins, voorzitter van het Centraal Bureau van Tuinbouwveilingen in Nederland verving, deelde mede dat de Nijmeegse veiling met haar omzet van f5.000.000 per jaar behoort tot de grootste van de 180 veilingen in Nederland. En deze Nijmeegse veiling, welke f1.000.000 heeft gekost aan opbouw, zal nu Zaterdag 30 September a.s. officieel geopend worden door Z. Exc. Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening de heer S.J. Mansholt.
De heer J.W. Gramser voorzitter van het Veilingbestuur en de heer L. Pijnenburg, directeur van de veiling konden gistermiddag bij de voorbesprekingen over de officiële opening der veiling en de daarmede gepaard gaande, breed opgezette tuinbouwtentoonstelling terecht trots zijn op de vooruitgang der Nijmeegse veiling, welke in 1918 begon in een klein loodsje en sindsdien vijf maal verbouwd en uitgebreid moest worden en thans zó uitgedijd is, dat vier hectare grond nodig was voor de opbouw der nodige loodsen, hallen en kantoren. De aannemers Smulders en Graft te Oisterwijk hebben naar ontwerp van de architect Reijnen dit millioenwerk binnen een jaar uitgevoerd.
Het aanvoergebied van de Nijmeegse veiling is zeer groot. Uit 50 dorpen van de Betuwe, het Rijk van Nijmegen, de Duffelt, Maas en Waal, en het Land van Cuyk worden de producten aangevoerd. Het getal der aanvoerders loopt in de 5000! De heer L. Pijnenborg sinds 1931 administrateur en sinds 1938 directeur, telt gemiddeld 2500 aanvoerders per week op de veiling.
In allerlei toonaarden werd gistermiddag de Nijmeegse veiling bezongen. De burgemeester mr. Hustinx schetste het interne belang van de veiling voor telers en handel, maar wees tegelijk op de voordelen voor Nijmegen als groeiende stad, welke door de veiling weder bemiddelaar kan zijn tussen stad en platteland. Het contact tussen Nijmegen en Betuwe en vooral Noord-Oost Brabant, dat voor de oorlog sterk op Nijmegen was georiënteerd, wordt door de veiling versterkt en hernieuwd. Vooral als Nijmegen aan de aanvoerders steeds meer comfort kan aanbieden.
Ook voor de telers gaat de zich voortdurend uitbreidende veiling hoe langer hoe meer betekenen. Het gemeentebestuur ziet zeer goed het belang der veiling in, ook in verband met eventuële verplaatsing van de cultuurgronden van Zuid-West- naar Oost-Nijmegen in de Ooy, in verband met de steeds toenemende woningbouw in de richting van Hees-Neerbosch met zijn kwekerijen. De heer van Reenen uit Den Haag wees op de economische betekenis der veilingen, als instellingen van kwekers zelf. In 1949 werd via het Centraal Bureau van de Tuinbouwveilingen omgezet voor een totaal van 329.205,951 gulden.
120.000 personen vinden er hun bestaan in.
De agrarische sector leverde in 1949 f327.000.000 op, daarvan kwam 26 pCt voor rekening van de Tuinbouw. Nijmegen was met zijn omzet van f5.000.000 één der grootste van de 180 veilingen. De huidige uitbreiding is dan ook zeer begrijpelijk en belooft nog meer voor de toekomst.
De Rijkstuinbouwconsulent ir. J.H.M. van Stuivenberg te Kesteren sprak over de tuinbouwvoorlichtingsdienst in dit gebied en welke op de a.s. tuinbouwtentoonstelling in de Nijmeegse veiling in woord en beeld zijn nut- en noodzakelijkheid nog duidelijker zal demonstreren. Nederland verstaat de kunst de wetenschap in de tuinbouw in de practijk tot volle ontplooiïng te brengen, Nijmegen was in dit opzicht een uitstekende medewerker, tot eigen voordeel en in het algemeen belang.
De heer Pijnenborg dankte de sprekers op hartelijke wijze en verheugde zich over de prettige samenwerking en zegde voor de toekomst van de zijde der Nijmeegse veiling nog meer samenwerking toe. Geprezen werd de hoofd-assistent de heer Smit uit Weurt voor de medewerking en de uitmuntende werking van de proeftuin te Lent, waarvoor de gemeente Nijmegen ook zijn subsidie schonk. Steeds zal de bedoeling blijven het beste kwaliteitsproduct te brengen tegen de laagst mogelijke kostprijs.” (Nijmeegsch dagblad, 16-9-1950)
Het Veilinggebouw van de Nijmeegse Veiling tijdens een veiling, Marialaan 104, 1951 (GN5213 RAN)
“Min. Mansholt opende de nieuwe veilinggebouwen
Hele tuinbouwwereld uit de omgeving te Nijmegen
Onder zeer grote belangstelling uit vakkringen heeft de minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening, de heer S.L. Mansholt, Zaterdagmiddag de officiële opening verricht van de nieuwe gebouwen der Nijmeegse Veiling aan de Marialaan en van de grote tuinbouwtentoonstelling. Daarvóór had in de bestuurskamer de onthulling plaats van de drie muurschilderijen, die door de handel, de Kring van de Tuinbouwbond en het personeel van de veiling waren aangeboden, en hadden bestuur en directie op de receptie in de met tientallen fraaie bloemenmanden versierde hal van het hoofdgebouw een uur lang de handen moeten drukken van hen, die bij de officiële opening van hun belangstelling getuigden en hier in de gelegenheid waren persoonlijk hun gelukwensen aan te bieden.
Reeds lang voordat het tijdstip van de opening aangebroken was, waren velen de door de buurtbewoners versierde route naar de nieuwe veilinggebouwen gepasseerd en hadden zij de smaakvol door de Nijmeegse hoveniers aangelegde tuin betreden om vervolgens getuige te zijn van de onthulling der muurschilderingen in de bestuurskamer, onderscheidenlijk voorstellende moeder aarde, herfst en winter en lente en zomer, die daar Wim van Woerkom waren aangebracht, en van het door de aanvoerders aangeboden meubilair.
Bij deze gelegenheid werd het woord gevoerd door de heer H. Donkelaar uit Werkendam namens de kopers, door de heer H. de Bruin namens de Kring van de Tuinbouwbond, door de heer W. Fontein namens het veiling-personeel en door de heer J. Blokland uit Hees namens de aanvoerders. Na de receptie, die hierop volgde begaven de talrijke belangstellenden zich voor het bijwonen van de openingsplechtigheid naar de grote veilinghal, waar zij een plaatsje vonden op de stoelen, die daar vóór ’t podium, waarop de bestuurstafel was geplaatst, waren neergezet. Onder de aanwezigen bevonden zich de Comissaris der Koningin in de provincie Gelderland, jhr. C.G.C. Quarles van Ufford, Ged. Staten van Gelderland, B. en W. van Nijmegen burgemeesters en andere vertegenwoordigers van diverse gemeenten uit het werkgebied van de Nijmeegse Veiling, afgevaardigden van veilingbesturen uit Nederland en België, vertegenwoordigers van tuinbouw- en handelsorganisaties en vele autoriteiten op tuinbouwgebied.
Nadat minister Mansholt om half drie was gearriveerd, werden de aanwezigen door de heer G. W. Moonen, lid van ’t veilingbestuur, verwelkomd. Het woord was hierna aan de heer J.W. Gramser, voorzitter van het veilingbestuur, die in een historisch overzicht om uiteenzetting gaf van de ontwikkeling van de veiling. Hij verklaarde voorts, dat de veiling thans commercieel in goede omstandigheden verkeert en vestigde er de aandacht op dat tot de afnemers niet alleen de kleinhandel maar ook de groothandel, de exporteurs en de industrie behoren. Verder herinnerde de heer Gramser aan de moeilijkheden, waarmee men op de oude veiling had te kampen, alsmede aan de omzetting van de N.V. in ’n coöperatie, die nu circa 5000 aanvoerders telt. Dat de Nijmeegse Veling in hoofdzaak een fruitveiling is, blijkt wel uit het feit, dat aanvoer van fruit in ’49 75pCt. Van de totale aanvoer bedroeg, zo tekende hij aan. Tenslotte richtte de heer Gramser een woord van dank tot de architect, de heer Reijnen, en de aannemers Smulders en Graft uit Oosterbeek voor de wijze waarop zij het bouwproject hebben uitgevoerd, tot het gemeentebestuur voor de in deze verleende medewerking tot de architecten Beunder en Doggenaar voor de wijze waarop zij de tuinbouwtentoonstelling tot ’n smaakvol geheel hebben weten op te bouwen, tot de schenkers van de muurschilderingen en het meubilair, tot prijsinzenders en de standhouders en tot de directeur, de heer L. Pijnenborg voor diens onvermoeide activiteit.
Minister Mansholt: zeer binnenkort een plan voor de landbouw
Minister Mansholt, die hierna aan het woord kwam, begon met vast te stellen dat de drang naar vooruitgang, die als resultaat van gestadige groei de laatste jaren in het gehele gebied van de grote rivieren te constateren valt, bij de bezichtiging van de nieuwe veilinggebouwen sterk naar voern treedt. Hij memoreerde voorts hoe de veiling sinds de oprichting van de N.V. vijfmaal “uit haar jasje is gegroeid”, doch thans eindelijk in staat is geweest zich een “degelijk pak aan te meten, dat ruimte laat voor een toename in omvang”. Wat de toekomst betreft achtte hij geen absolute waarborgen zeker. Het enige wat we kunnen doen is het bedrijf zo goed mogelijk uit te rusten, alsdus de minister. In de eerste plaats richtte hij deze woorden tot de kwekers Hij gaf hen daarom de raad, zoveel mogelijk van voorlichting en onderwijs te profiteren. Het is verheugend, zo vervolgde hij, dat er op dit gebied de laatste jaren zo’n grote vooruitgang valt te constateren.
Ten aanzien van de verpakking en de afzetmethoden valt er echter nog veel te verbeteren. Producten van goede kwaliteit, en de juiste wijze aangeboden, zullen altijd een afzetgebied vinden, ook in moeilijke jaren. Een regelmatige prijsontwikkeling moedigt voorts de consumptie aan, hetgeen niet alleen voor de consument, maar ook voor de tuinbouw en de handel van groot belang is. Een volledige stabiliteit in de prijsontwikkeling zal echter wel nooit te bereiken zijn, maar een goede bewaring waarborgt toch een regelmatige voorziening en tevreden consumenten. In verband met de grote investeringen in het tuinbouwbedrijf, die ten enenmale een groot risico meebrengen, achtte de minister het van evident belang op een regelmatige export te kunnen steunen. Hoewel er ook het laatste jaar weer een aanzienlijke toename van de export viel waar te nemen, bestaat er toch reden van bezorgdheid, aldus de minister. Het oude protectionisme steekt n.l. de kop weer op. De hierdoor ontstane beperkingen veroorzaken een terugkeer naar een niveau, dat onaanvaardbaar is. De regering schenkt alle aandacht aan een werkelijke economische samenwerking, die evenwel onmogelijk is zonder integratie van de land- en tuinbouw. Gelukkig is er in deze tijd een sterker streven naar samenwerking waar te nemen. De minister herinnerde hierbij aan het plan-Schuman en het plan-Stikker. Nederland zal zeer binnenkort in staat zijn een plan voor de landbouw bekend te maken. Tenslotte zeide de heer Mansholt het houden van een tuinbouwtentoonstelling als een bijzonder gelukkige gedachte te beschouwen, die er toe leidt, dat het publiek een indruk krijgt van hetgeen waartoe de tuinbouw in staat is. Hij sprak de hoop uit, dat de veiling zich in de toekomst op dezelfde wijze zal ontplooien als in het verleden is geschied en verklaarde de veiling en de tentoonstelling voor geopende.
Toespraak van de burgemeester
Burgemeester Ch. Hustinx, die vervolgens het woord voerde, heeft nogmaals de aandacht gevestigd op de uitbreiding van de stad en het daarmee samenhangende probleem van de verdringing van de tuinbouw uit het Westen. In dit verband achtte hij het mogelijk een gelukkig verschijnsel, dat de tuinbouwgronden in Hees minder geschikt zijn bevonden. Als mogelijkheid van vervanging van deze gronden noemde hij verplaatsing van de tuinbouw naar de Ooij. Voorts sprak de burgemeester als zijn stellige verwachting uit, dat met de uitbreiding van de stad ook de veiling in belang zal toenemen. Namens het gemeentebestuur richtte hij tenslotte een woord van dank aan hen, die onder leiding van het bestuur de nieuwe veiling hebben gebouwd. De heer Pijnenborg wenste hij in het bijzonder geluk met de bereikte resultaten.
Hierna werd nog gesproken door de heren M. Prins, voorzitter van het Centraal Bureau Tuinbouwveilingen in Nederland, W.M. Driessen, voorzitter van het Bedrijfschap voor Tuinbouwproducten en van het Bedrijfschap voor Groente en Fruit, dr. A.J. Verhage, voorzitter van het Bedrijfschap voor Sierteelt producten, en R. Mol, voorzitter van de Groothandel Groente en Fruit, waarop de minister Mansholt de toegang tot de tentoonstelling openstelde door het doorknippen van een lint met een speciaal voor deze gelegenheid vervaardigde, met druiventrosjes bewerkte schaar, die hem door Annie Pijnenburg werd aangeboden.” Vervolgens wordt ingegaan op de tentoonstelling (Nijmeegsch dagblad, 2-10-1950)
Sloop
De afbraak van het veilinggebouw van de Nijmeegse Veiling ; hier zouden in 1980 huizen gebouwd worden aan de Zwaluwstraat, Marialaan 104 Biezen, 6/1/1976 (Jan Cloosterman via F29578 RAN CCBYSA)
“In de jaren zestig ontstaat het streven naar grotere veilingen.” (MijnGelderland) Net als bij de melkfabrieken speelde de zogenaamde ruimtelijke schaalvergroting. Voorheen hadden veel plaatsen een eigen veiling (en melkfabriek). Dergelijke verse producten waren slechts beperkt houdbaar en moesten dus dicht bij hun markt zijn. Door nieuwe vervoersmethoden en koeling was die noodzaak steeds minder nodig. Deze ontwikkeling leidde tot schaalvergroting. (EigentijdsNijmegen)
De veilingen van Elst, Nijmegen en Ressen gaan samenwerken in de Veiling Vereniging ’70, waarbij bij Ressen een nieuw veilinggebouw moet worden gebouwd. Wanneer ook de veiling Huissen aansluit, besluit men een groot veilinggebouw op de grens van Angeren, Huissen en Bemmel neer te zetten. De eerste steen wordt in 1973 gelegd en op 8 november 1974 gaat de veiling open.
Op de locatie van de gesloopte veiling kwam de Zwaluwstraat.
Luchtfoto van de bouw van woningen aan de Zwaluwstraat, op het terrein van de voormalige veiling : onderin de Marialaan, links de Koekoekstraat en de Kievitstraat, linksboven de Voorstadslaan en bovenin de Sperwerstraat ; rechtsboven het terrein van de Nijmeegse IJzergieterij en een stukje van de Krayenhofflaan, 1979-1908 (Fotopersbureau Gelderland via F58510 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)
W.Th. Reynen ontwierp veel sociale huurwoningprojecten voor de Woningvereeniging Nijmegen. Daarnaast komen we hem regelmatig tegen als ontwerper van woon-winkelpanden…
In januari 1937 besteedt Okhuysen de verbouwing van “fabriek en magazijnen aan de Burghardt v.d. Berghstraat No. 112 en 114 tot parochiehuis van het Sint Canisius-Ziekenhuis. P. Horssen verkrijgt de aanbesteding op basis van de laagste inschrijving (De Gelderlander 21/1/1937). Hierbij wordt de voormalige fabriek en kantoor van de N.V. De Vreeze Industrie- en Handelsonderneming…
Cooperatieve Verbruikersvereeniging Burghartdt van den Berghstraat Bottendaal (januari 2026)
Broodbakkerij “De Toekomst”
1902 Burghardt van den Berghstraat, Bottendaal
Op 3 juli besteedt M.E. Veugelers het “bouwen van een winkelhuis met twee bovenwoningen, bakkerij en magazijnen aan de Burghardt van den Berghstraat te Nijmegen” aan namens de Coöperatieve Broodbakkerij en Verbruiksverereeniging “De Toekomst” (PGNC 23/6/1901).
“Het nieuwe gebouw van de Coöperatieve broodbakkerij en verbruiksvereeniging “De Toekomst”
Dank zij de vriendelijkheid van den voorzitter der coöperatieve broodbakkerij en verbruiksvereeniging der spoorwegbeambten, “De Toekomst” genaamd, den heer J.L. Raau, waren wij heden in de gelegenheid het nieuwe gebouw eens te bezichtigen.
Zooals men weet, had deze vereeniging reeds een bakkerij aan den Graafschen weg. Door den grooten bloei der vereeniging- zij telt thans niet minder dan 400 leden en nog steeds neemt het aantal toe- kon deze niet meer aan de eischen voldoen en moest worden omgezien naar een grootere. Een geschikt terrein daarvoor werd gevonden in de Burghardt van den Berghstraat, en dank zij den bekwamen architect, den heer E. Veugelers en den ijverigen aannemer, den heer Joh. Buskens, beiden alhier, is het geheel naar de eischen des tijds ingerichte gebouw bijna gereed. Maakt het gebouw van buiten reeds een grootschen indruk met zijn groote, fraaie winkelramen, waarboven prijken de woorden: coöperatieve broodbakkerij en verbruiksvereeniging “De Toekomst” het inwendige houdt daarmee gelijken tred.
In den winkel zijn aan weerskanten toonbanken geplaatst, de eene voor den verkoop van brood, de andere voor dien van kruidenierswaren. Alles is hier in den modernen stijl, zooals overigens het geheele gebouw, hetgeen niet weinig de sierlijkheid verhoogt.
Onze gids bracht ons door een gang naar verschillende lokaliteiten voor de berging der waren. Hier is op uitstekende wijze gezorgd voor frissche lucht, zoodat de waren niet zoo gauw aan bederf onderhevig zijn. Ook de kelders, die wij bezichtigden, munten uit door frischheid.
Dan werden we gebracht in een gezellig kamertje, bestemd voor vergaderingen.
In de broodbakkerij gekomen, viel een oog direct op twee kolossale ovens, heeteluchtovens, zooals onze gids ons zeide. Deze zijn van geheel nieuwe inventie en werkelijk zeer practisch. Teneinde er gemakkelijk in te kunnen zien is aan elk dezer een automatisch gaspitje aangebracht, hetwelk bij openschuiving van het deurtje een goed licht werpt in den oven.
Over de geheele oppervlakte van den vloer van een dezer ovens komt het woord “Toekomst” zooveel malen voor, dat elk brood hiervan is voorzien.
In de bovenverdieping bevinden zich een aantal bergplaatsen en de meelzolder. Deze biedt een groote ruimte aan voor de berging van meel, waarvoor ook op uitstekende wijze is zorg gedragen. Het ligt hier toch op een cementvloer en is door de ligging van den zolder gevrijwaard tegen het zonlicht. Practisch is ook de inrichting der valluiken, waardoor het meel in de bakkerij wordt geworpen en dus niet naar beneden gedragen behoeft te worden.
Ten slotte zij nog vermeld, dat ook goed voor personeel is gezorgd.
Het geheel is zeer practisch en doelmatig ingericht en een kijkje overwaard, waarvoor Zondag en Maandag a.s. de gelegenheid wordt geboden.“ (PGNC 13/2/1902)
De winkels en magazijnen van de “Toekomst”, de coöp. Broodbakkerij en verbruiksvereeniging aan de Burghard van den Berghstraat zijn alweder uitgebreid. Er kwam ruimte te kort!
Een manufactuur-, ijzer-, glas- en aardewerkhandel zou aan de bakkerij- en kruideniers- en vleeschhandel toegevoegd woden, en dat daarvoor plaats moest gemaakt worden, begreep het bestuur en men ging bouwen.
Er verrees dan ook een glansnieuwe winkel, met fonkelnieuwe bergkamers naast de oude en alles werd op breeden voet ingericht, en bij al het werk werd gedacht aan gerieflijkheid, hygiëne en degelijkheid. En zoo verkreeg men een nieuwe winkel, die mag gezien worden en den architect den heer M.E. Veugelers alle eer aandoet. Helwit is alles wat men ziet in den ruimen frisschen winkel geheel met tegels afgezet en langs de muren van een 40-tal flinke laden en bakken voorzien, die elk 1 H.L. waren kunnen bevatten.
De nieuwe winkel wordt geheel ingericht voor den verkoop van kruidenierswaren, vleesch, brood etc.; beide winkels worden bovendien met elkaar verbonden, zoodat men een flink geheel zal krijgen. Naast den winkel heeft men nieuwe directie-, wacht- en personeelskamers gekregen, terwijl de berglokalen ook veel verruimd zijn, zoo is men daarbij een frissche kelder van 90 M² rijker geworden.
Alles is brandvrij gebouwd en boven en beneden zijn de vloeren van beton gemaakt. De nieuwe zaak wordt geheel electrisch verlicht. De uitvoerder van het werk is de aannemer Tiemstra.
De geheele nieuwe inrichting geeft den indruk van soliditeit en spreekt van opgewekt leven der geheele coöperatie de “Toekomst”, die een goede toekomst tegengaat.
Op het oogenblik zijn er bij de “Toekomst” 48 man in dienst, aan wie gemiddeld per week f430 loon wordt uitgekeerd.
De hoofdleiding bij deze coöp. Verbruiksvereeniging gaat uit van den heer H. Poppema, bij wien de teugels van bestuur in uitstekende handen blijken te zijn.
Maandag wordt het nieuwe magazijn officiëel geopend.” (De Gelderlander 19/2/1911)
Burghardt van den Berghstraat 3
De woning staat op de hoek van de Burghardt van den Berghstraat en de Stijn Buysstraat. “Het pand is in 1895 gebouwd naar ontwerp van de timmerman/architect H.M. Hendriks in neorenaissancestijl. De grond voor de aanleg van de Burghardt van den Berghstraat, waaraan het pand met de hoofdentree is gesitueerd, is op 10 juli 1889 aangekocht.” (Rijksmonumenten)
Rijksmonument
Het pand + het hekwerk is Rijksmonument met de volgende waardering (tevens staat hier een uitgebreide beschrijving): “
Van architectuurhistorische waarde als goed en gaaf bewaard voorbeeld van een herenhuis met ornamentiek beïnvloed door de neorenaissance. Het pand valt op door hoogwaardige esthetische kwaliteiten, zoals het geavanceerde materiaalgebruik en de rijke ornamentiek. Karakteristiek zijn onder meer de ornamentiek in de gevels en de onderdelen in het interieur. Er is sprake van een ensemblewerking als onderdeel van de bebouwing langs zowel de Burghardt van den Berghstraat als de Stijn Buysstraat, waarbinnen het pand behoort tot de omstreeks 1900 gangbare herenhuizen, welke samen met de oudere en latere typen en stijlen goed de ontwikkeling van de bouw van herenhuizen weergeven.
Van stedebouwkundige waarde door de zeer prominente situering op de hoek van de Burghardt van den Berghstraat en de Stijn Buysstraat. Deze wegen bezitten nog een in vrij gave staat bewaard gebleven bestand aan historische huizen, die een aantrekkelijk en waardevol straatbeeld vormen. De hoekbebouwing met torentje is karakteristiek voor de uitbreidingswijken in dit gedeelte van Nijmegen.
Van cultuurhistorische waarde als herkenbaar element uit een maatschappelijke ontwikkeling. Het pand is gebouwd als huisvesting voor de nieuwe en kapitaalkrachtige stedelijke elite, die zich bij voorkeur vestigde in kapitale herenhuizen in de nieuw aangelegde straten rond de oude stad; een stadsuitbreiding die met het verwijderen van de vestingwerken aan het eind van de 19de eeuw mogelijk was geworden”
van Dulckenstraat 49/Burghardt van den Berghstraat 17 en 19
De grond voor het gebouw was op 10 juli 1889 gekocht.
“Het blok is in 1897 gebouwd in neorenaissancestijl.” (Rijksmonumenten)
Het pand op de hoek van de van Dulckenstraat en de Burghardt van den Berghstraat is een Rijksmoment. Met als waardering (tevens staat hier een uitgebreide beschrijving): ”
In één keer gebouwd blok met woonhuis, beneden- en bovenwoning en smeedijzeren hekwerk uit 1897 in neorenaissancestijl.
– Van architectuurhistorische waarde als goed en gaaf bewaard voorbeeld van een blok herenhuizen met ornamentiek beïnvloed door de neorenaissance. Het blok valt op door hoogwaardige esthetische kwaliteiten, zoals het geavanceerde materiaalgebruik en de rijke ornamentiek. Karakteristiek zijn onder meer de stucornamenten in de voorgevel en de onderdelen in het interieur. Er is sprake van een ensemblewerking als onderdeel van de bebouwing langs de Burghardt van den Berghstraat en de Van Dulckenstraat, waarbinnen het blok behoort tot de omstreeks 1900 gangbare herenhuizen, welke samen met de oudere en latere typen en stijlen goed de ontwikkeling van de bouw van herenhuizen weergeven.
– Van stedebouwkundige waarde door de situering aan de Burghardt van den Berghstraat en de Van Dulckenstraat. Deze wegen bezitten nog een in vrij gave staat bewaard gebleven bestand aan historische huizen, die een aantrekkelijk en waardevol straatbeeld vormen.
– Van cultuurhistorische waarde als herkenbaar element uit een maatschappelijke ontwikkeling. Het blok is gebouwd als huisvesting voor de nieuwe en kapitaalkrachtige stedelijke elite, die zich bij voorkeur vestigde in kapitale herenhuizen in de nieuw aangelegde straten rond de oude stad; een stadsuitbreiding die met het verwijderen van de vestingwerken aan het eind van de 19de eeuw mogelijk was geworden.”
Vanaf de Grote Markt (met links de Waag) in de richting van de Smidstraat; op de voorgrond het pand van Antiquariaat Bernard Israël, Kannenmarkt, 1960 (Jan Cloosterman via F14395 RAN CCBYSA)
Deze pagina verzamelt reeds verschenen artikelen over de Kannenmarkt.
De naam Kannenmarkt
De naam Kannemerckt komt al in 1410 voor: “Oudtijds verkocht men in deze straat kannen. Toen het glas nog duur was, werden algemeen stenen kannen gebruikt. Kroes en kan waren een veel gevraagd artikel. Vooral de kooplieden uit Keulen dreven handel in dit aardewerk. Reeds in de 15e eeuw werd hun te Nijmegen een vaste marktplaats gegeven.” (Teunissen 1933, zoals weergegeven in het Straatnamenregister)
Kannenmarkt 2/Achter de Hoofdwacht 6
Kannenmarkt 2-10 (juli 2026)
Kannenmarkt 2/Achter de Hoofdwacht 6 is een Rijksmonument met als omschrijving:
“Gepleisterd huis, in oorsprong 16e eeuw, met in de zijgevel aan Achter de Hoofdwacht een tandfries en sierankers.”
Gevonden gebruikers, waaronder Bakkerij Mulders
Blik in de Achter de Hoofdwacht, het smalle straatje dat de Smidstraat met de Grote Markt verbindt; links het pand van de brood en banketbakker Mulders aan de Kannenmarkt 2, Achter de Hoofdwacht, 1950-1955 (F94221)
Hieronder staan de gevonden gebruikers weergegeven. Vóór bakkerij Mulders dient er nog wel een slag om de arm te worden gehouden vanwege eventuele hernummeringen.
De eerstgevonden vermelding van A. Mulders is het Adresboek van 1901. De laatste van 1940. Naast andere familieleden is J.A.M. Mulders, bakker, gevonden in de Adresboeken van 1926 t/m 1951/\.
Op 4 december 1944 overlijdt mevrouw Mulders-Rehé, de vrouw van bakker Mulders aan een granaatinslag als gevolg van Duitse beschietingen. “De bewoners zaten opgesloten in de kelder. Mevrouw Mulders-Rehé werd zwaar gewond afgevoerd naar het ziekenhuis waar zij de volgende dag overleed.” (https://www.oorlogsdodennijmegen.nl/gebeurtenis/c1f8b2b1-4ac0-4860-a08a-6f9c13a7921f)
Advertentie inventaris Jan Mulders Kannenmarkt 2 (De Gelderlander 10/11/1954)
In 1954 staat de inventaris van Jan Mulders te koop.
Een foto uit 1971 van vóór de renovatie is tevens te zien op F14375 RAN.
De zijgevel van Kannenmarkt nr. 2 (links); langs Achter de Hoofdwacht 8 – 4, voor de restauratie, 8/8/1966 (Gerrit Berends via F92382 RAN CCBYSA)
Na de renovatie zat er fotograaf W.A.M. Valenteijn, “die inmiddels is opgevolgd door de damesmodezaak Mariken”, volgens het bijschrift KN13402-11 RAN, een foto uit 1981.
Tegenwoordig (juli 2026) zit er alweer jarenlang goudsmid Ronald Reijnen.
Kannenmarkt 2 detail (juli 2026)
Kannenmarkt 4
“Het vlakbij gelegen pand Kannenmarkt 4, dat in de 19de eeuw is verbouwd tot woon- en winkelpand (gave winkelpui), heeft een laat-15de-eeuwse kern. Het interieur bevat onder meer een samengestelde balklaag met consoles.” (https://www.dbnl.org/tekst/sten009monu05_01/sten009monu05_01_0157.php)
Op 1 februari 1904 opent de Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij met een bestelkantoor en een reiskantoor op Kannenmarkt No. 6. Hiervoor had de verbouwing plaats gevonden,
“PAND met twee verdiepingen en schilddak met dakkapellen, derde kwart 19e eeuw.
Kelder met tongewelf, 16e of 17e eeuw.
Houten winkelpui derde kwart 19e eeuw met gesneden versieringen; voorts gepleisterde lijstgevels met verdiepte pilasters en consoles en stuckuiven XIXc.”
Rond 1875 zat hier een winkel voor goud en zilver. (Foto F63987 RAN gedateerd 1970)
Vanaf de Grote Markt (met links de Waag) in de richting van de Smidstraat; op de voorgrond het pand van Antiquariaat Bernard Israël, Kannenmarkt, 1960 (Jan Cloosterman via F14395 RAN CCBYSA)
Kunsthandel H. Teunissen
Sinds 1970 was Kunsthandel van H.Teunissen er gevestigd. (Foto F63987 RAN gedateerd 1970)
Op een foto F14378 RAN uit 1975 is het: “nummer 2 (geheel rechts op de hoek met Achter de Hoofdwacht) met de zaak van de fotograaf W.A.M. Valenteijn, Suske en Wiske kinderkleding, galerie de Hollandse Spoorweg en kunsthandel en lijstenmakerij Teunissen”.
Down Town
Marleen de Kort had al 5 jaar Bairro Alto op Kannenmarkt 6/8 gehad. “Meneer Teunissen, eigenaar van de toen nog lijstenmakerij kwam Marleen persoonlijk opzoeken om te vertellen dat zijn plekje vrij kwam. Hij had een goede buur gehad aan Bairro Alto en gunde ze het nieuws als eerste. Marleen hoefde niet lang na te denken en een paar maanden later verschenen de letters “Down Town” op de deur.” (https://www.intonijmegen.com/blijf-op-de-hoogte/verhaal/marleen-de-kort-down-town)
Kannenmarkt 16 (juli 2026)
H.B. Brunninkhuis op de Kannenmarkt
Harmanna Bernardina Brunninkhuis (20-5-1863 Ootmarsum – 26-3-1934 Nijmegen(?)) komt op 16 november 1894 naar de Kannenmarkt 5. Zij is dan afkomstig uit Leeuwarden. Als beroep staat “winkelierster”. Op een later tijdstip is dit doorgehaald en vervangend door manufacturen. (Bevolkingsregister 1890).
Harmanna is dochter van Johannes Antonius Brunninkhuis (15-4-1827 Oostmarsum, timmerman en winkelier) en Janna (Johanna) ter Braak (16-12-1830 Rijssen) https://heemhuis-ootmarsum.nl/register/2832/ en https://heemhuis-ootmarsum.nl/stamkaart/1226/. In het Bevolkingsregister van Ootmarsum blijken zij 7 dochters (waarin 1 jong overleden) te hebben. Althans, dit zijn de dochters die in het Bevolkingsregister 1860, 1870 en 1880 zijn gevonden.
Een daarvan is, naast Harmanna, Elisabeth Hendrika (7-1-1868), die wij ook in Nijmegen gaan tegenkomen.
Harmanna vertrekt van 3 augustus 1876 tot 1 november 1878 tijdelijk naar Losser. Op 13 juni 1887 vertrekt ze naar ’s-Gravenhage.
Manufacturen
In het Bevolkingsregister 1900 is het “winkelierster in manufacturen” op Kannenmarkt 15.
In het Adresboek 1895 komt H.B. Brunninkhuis, dan nog als winkelierster voor op Kannenmarkt 5. Vanaf 1896 is het “in manufacturen” en daarna ook nog in 1901, 1902, 1903, 1907.
Advertenties Brunninkhuis Kannenmarkt 5 en Meijer en Josephy, Kannenmarkt 15 (De Gelderlander 10/7/1898)
Hoewel uitputtend onderzocht, zijn er een aantal advertenties gevonden waarbij Brunninkhuis, Karrenmarkt 5 en Meijer & Josephy, Karrenmarkt 15 onder elkaar een advertentie hebben geplaatst.
Haar zus Elisabeth Henrika Brunninkhuis s op 13 april 1893 getrouwd met Carl Joseph Meijer, weduwnaar van A.M. Josephy (advertentie aankondiging ondertrouw De Gelderlander 28/3/1893) i
In het Adresboek 1908 komt Brunnninkhuis voor op Kannenmarkt 15. Daarna komt Brunninkhuis voor in 1909, 1910-1911 op nummer 15.
Verhuizing Molenstraat
Advertentie aankondiging verhuizing Brunninkhuis naar Molenstraat 88 (PGNC 27/1/1912)
Leest hier verder voor het vervolg van Brunninkhuis in de Molenstraat:
Etalage van de winkel in behangselpapieren en gros en detail met personeel en eigenaar H.J. Tielemans voor de winkel, Kannenmarkt 11 (oud adres), 1897-1899 (F15187 RAN)
“Een nieuwe winkel.
De heer H. Tielemans, die voor dezen zijn behangerij en stoffeerdeij in de Paulstraat had, heeft deze overgeplaatst naar het perceel Kannenmarkt No. 11, waar hij hedenavond opent. Op keurige wijze heeft de heer Tielemans zijn eerste étalage in gereedheid gebracht. Wij zagen daarin hedenmorgen prachtige bontwerken, een stuk fraaie gobelin, een opgezette kangoeroe, etc. Vanavond zal de étalage met kunstlicht, zonder twijfel veel effect maken.” (PGNC 25/11/1906)
In ieder geval komt H.J. Tielemans voor als behanger in de Adresboeken van 1908, 1909, 1910-1911, 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1916.
Kannenmarkt 17
In 1730 staat Jan Sanders van Well op dit adres en daarvóór Cornelis de Hoge.
In 1783 Fijt van Eldik. In 1790 “de helt Engelbert van Eldik en zijne moeder de Wed. Geb. van Sinderen). Daarna de Gezusters Engelbert van Eldik.
In 1814 G.B. van Eldik. Hij “verbond daar aankoop van een perceel in de Vijfringengas D305, dat tot stal gemaakt werd, dit perceel met zijn huis aan de Kannenmarkt.”
De firma werd later voortgezet door de heer Metz, waarbij de naam van Eldik blijft behouden. Metz bewoonde villa Leeuwenstein in Hees. N.J. Metz komt in het Adresboek van 1878-1881 voor als firma E.R. van Eldik, In ijzerwaren, fabrikant van dozen, Kannenmarkt D. 12 (de N. is een zetfout). Op 15-7-1881 krijgt Metz vergunning tot “het verbouwen van zijn huis aan de Kannemarkt.” (Gemeenteverslag 1881). M.J. Metz is Menso Johannes Metz (Rhenen, 11/8/1817, Koopman).
Metz en daarna Steffelaar op de Kannenmarkt (Bevolkingsregister 1880)
Daarna nemen W.H. en L.C. Steffelaar het bedrjif over. (De Gelderlander 2/12/1908) Op 2 augustus 1882 komt Henricus Willebrordus Steffelaar (Amsterdam, 5/8/1842, Koopman) met zijn familie op dit adres. Ze zijn dan afkomstig uit Schiedam. L.C. is Leonard Cornelis Steffelaar (Amersfoort, 22/5/1868), zijn zoon.
H.W. en L.C Steffelaar komen voor in het Adresboek 1899.
In het Adresboek 1902 is het naast L.C. de weduwe H.W. Steffelaar, geboren G.M.A. v. Beek. Weduwe van Beek lijkt daarna niet meer terug te komen: tot en met het Adresboek 1910-1911 is het alleen L.C. Steffelaar, koopman, met de firma E.B. van Eldik.
April 1926 opent Bloemenmagazijn door G. van Groningen. Daarvoor zat er de ijzerwarenzaak van de firma van Eldik. Half september 1926 lijkt van Groningen alweer te vertrekken naar Groote Markt 29. Groote Markt 29 was het pand naast Kannenmarkt 17, de plaats waar nu Kannenmarkt 19 t/m 23 ligt. (https://www.noviomagus.nl/h1.php?p=OudNijmegen/156/1559.html)
In 1914 ontwierp Estourgie samen met zijn broer Henri de villa Saxon Holme voor F.H. Hague. Frank Howard Hague was de accountant van Jurgens Margarinefabriek. Frans Jurgens had in 1912 door Estourgie Huize Heyendaal laten ontwerpen. Saxon Holme was het tweede ontwerp van Estourgie in Nijmegen.
Vanwege de ingestorte woningmarkt voor middenklassewoningen na de Eerste Wereldoorlog, kregen woningcorporaties steun van het Rijk voor de bouw van dergelijke woningen. Op 8-8-1919 werd de Woningbouwvereniging Zonnewijk opgericht. Deze liet 30 woningen bouwen aan de Javastraat, Celebesstraat en Baliplein, naar ontwerp van architect A.H. van Wamelen uit Hilversum.
Veel niet-buurtbewoners zullen nog steeds voorbij lopen aan een van de meest verscholen groene plekken van Nijmegen: het Javabosje. Het ligt tussen de Javastraaat, Fransestraat, St.-Annastraat en Archipelstraat in, met als enige ingang aan de Javastraat: het paadje tussen nummer 66 en 80. Hoewel niet erg groot, is het een schitterende plek om bij een…
De volledige is Petrus Johannes van den Hooff. In het Adresboek 1910-1911 komt P.J. v.d. Hooff voor als “timmerman en aannemer” op Pontanusstraat 42.
De jaren daarvóór komt hij in de Adresboeken geregeld op een ander adres voor, steeds als “timmerman en aannemer”:
1905: De Ruijterstraat 121
1907: Zg. Seegerstraat 9
1908 en 1909: Graafsche Dwarsstraat 63
In Adresboeken 1912-1913 en 1913-1914 is het “bouwkundige en aannemer”, hij heeft dan nummer 44 als adres.
Advertentie verhuizing P.J. v.d. Hooff naar Javastraat 19a (PGNC 22/2/1914)
En in het Adresboek 1914-1915 en 1915-1916 komt hij voor op Javastraat 19a. Waarschijnlijk is dat het hoekhuis welke een zij-ingang heeft aan de tegenwoordige Timorstraat 11; in ieder geval is de huidige Javastraat 19 de overkant van de Timorstraat.
In 1916 heeft v.d. Hooff weer een ander adres: van Goorstraat 5 in 1 van de Adresboeken, Grootestraat 5 in een ander. In 1918 is het van Goorstraat 5. En vervolgens komen we v.d. Hooff in de Adresboeken tegen als:
1920: Weurtsche weg 30, als bouwkundige en aannemer
1922 als bouwkundige en aannemer, vanaf 1924 alleen aannemer, 1926 en 1928: Groesbeeksche weg 242, als bouwkundige en aannemer
1932: Groesbeekscheweg 210; als aannemer
1934, 1938, 1940: Reestraat 28, als bouwkundige en taxateur; in 1940 staat ook P.J. v.d. Hooff Jr, Reestraat 28 in het Adresboek
Plan vier Heerenhuizen a/d Javastraat Nijmegen Gemeente Hatert Sectie A no 4387-4388-4389 en 4390, eigenaar en bouwkundige P.J. van den Hooft(?), Pontanusstr 44, datum tekening 15-9-1911 (D12.382336)
Javastraat 27 – 35
Javastraat vanaf hoek Celebesstraat: op de voorgrond Celebesstraat 16 en daarna 27-35 (maart 2026)
Op bovenstaande foto is allereerst de Celebesstraat te zien en daarna Javastraat 27- 35. De 5 woningen zijn van bouwkundige en aanvrager Firma G. Tiemstra en Zonen, met als datum van bouwdossier maart 1920.
Ontwerp voor den bouw van vijf Heerenhuizen aan de Javastraat te Nijmegen, Bouwkundige en aanvrager Firma G. Tiemstra en Zonen, Javastraat 27 – 35 datum bouwdossier 23-3-1920 (D12.386186)
Celebesstraat 16/Javastraat 37
Plan voor het bouwen van een Winkelhuis met Bovenwoning aan de Javastraat hoek Celebesstraat, N.V. Aannemersbedrijf v/h. G. Tiemstra & Zonen, datum tekening februari 1925 (D12.389341)
Het hoekpand behoort niet tot dit plan. Ook dit gebouw is echter van de hand van Tiemstra, dan onder de naam N.V. Aannemersbedrijf v/h. G. Tiemstra en Zonen uit 1925. Het is gebouwd in opdracht van J. v. Riet (PGNC 16/2/1925), die er zijn winkel in vleeswaren zal openen.
De winkel zat op de hoek. Daarnaast zat aan de kant van de Javastraat de woonkamer met daarachter de salon, en aan de kant van de Celebesstraat de entree naar de bovenwoning en keuken. Met daarachter een portaal met trap naar de slaapkamer van de benedenwoning op de eerste verdieping.
Op de eerste verdieping is daarnaast de salon, woonkamer en keuken van de bovenwoning.
Op de tweede verdieping heeft elke woning nog een aantal slaapkamers.
Winkel Jan van Riet.
De kruidenierswinkel van A.F.C. Ros op de hoek Javastraat en Celebesstraat. Anno 2026 is het pand een woonhuis met voortuin, Javastraat 37, 7/1962 (Nico Grijpink via F92054 RAN CCBYSA)
“Een nieuwe zaak.
Hedenmiddag wordt in het nieuw gebouwde perceel Javastraat 37 hoek Celebesstraat door den heer J. van Riet een zaak geopend in fijne vleeschwaren, comestibles, kruidenierswaren, wijnen en limonades. De winkel ziet er uit- zoowel als inwendig keurig uit. De firma Tiemstra en Zonen heeft het pand gebouwd en daarop, gelijk met al haar bouwwerken het geval is, den stempel van degelijkheid en schoonheid gedrukt. De inrichting van den winkel beantwoordt geheel aan de eischen, die heden ten dage aan een dergelijke zaak worden gesteld. Er is een groote voorraad van artikelen, alle van eerste-klasse firma’s en de moderne toestellen, die op de toonbank staan, een weegschaal en vleesch-snijmachine (van Berkels patent en wel de nieuwste constructie) bevestigen den goeden indruk, dien de bezoeker ongetwijfeld van dezen nieuwen winkel krijgt.” (PGNC 8/8/1925)
Advertentie J. van Riet, Javastraat 37 (De Gelderlander 4/11/1926)
Advertentie J. van Riet, Javastraat 37 (De Gelderlander 4/11/1926)
Vervolg
Er is nog niet uitputtend onderzocht wat het vervolg is geweest. In ieder zijn onderstaande vermeldingen gevonden.
In een advertentie voor Ten Cate’s Five o’clock tea is het “G. v. ’t Joff, v.h. v. Riet, Javastraat 37” De Gelderlander 9/11/1929.
Advertentie verhuizing H. Schilt & Zn naar Javastraat 37 (PGNC 24/12/1930)
Advertentie opening H. Schilt, Javastraat 37 (PGNC 24/12/1930)
Vervolgens is H. Schilt gevonden: de verhuizing van H. Schilt & Zn., aannemer en de opening van de winkel van H. Schilt in 1930. Het is nog onduidelijk of dit dezelfde H. Schilt is en of met de opening van de winkel hij al dan niet gestopt is als aannemer.
Komt daarna van Riet weer terug? In De Gelderlander 15/12/1934 en PGNC 5/1/1935 komt J. van Riet terug als een van de adresseen waar Wennex schoonmaakproducten te verkrijgen zijn. Rond begin september heeft J. van Riet en zijn gezin zeer weer gevestigd op nummer 37. Het gezine is dan afkomstig uit Gouda. (PGNC 7/9/1935)
Rond begin juli 1936 verhuist J. de Haas-van Wijhe en gezin van Javastraat 37 naar Cheribon (PGNC 4/7/1936).
G. van Schijndel en gezin, stoffeerder en gezin vestigt zich rond begin januari 1938 (PGNC 8/1/1938). Ze zijn dan afkomstig uit Tilburg. M.E.G.F. v. Schijndel en gezin vertrekt rond begin januari 1941 naar Tilburg. (De Gelderlander 4/1/1941)
In De Gelderlander 27/11/1944 is een advertentei van Peters-Gerrits Groenten en Fruithandel gevonden. In De Gelderlander 14/2/1949 is een advertentie gevonden waarbij de Firma Peters-Gerrits “Vonk’s Diepvries Groenten en Fruit” verkoopt.
In 1955 vraagt levensmiddelenbedrijf A. Ros een winkeljuffrouw (De Gelderlander 31/5/1955).
De Dr. Veegerkliniek in de villa Saxon Holme, ontworpen in 1914 door de broers Charles en Henri Estourgie i.o.v. F.H. Hague, 1965-1970 (Fotopersbureau Gelderland auteursrechthouder J.F.M. Trum via F11468 RAN CCBYSA)
In 1914 ontwierp Estourgie samen met zijn broer Henri de villa Saxon Holme voor F.H. Hague. Frank Howard Hague was de accountant van Jurgens Margarinefabriek. Frans Jurgens had in 1912 door Estourgie Huize Heyendaal laten ontwerpen. Saxon Holme was het tweede ontwerp van Estourgie in Nijmegen.
Bovendien zou dit pand later de “buurman” van Estourgie worden: Estourgie verhuist in 1921 Villa de Plecht op Javastraat 106.
Charles Marie Francois Henri Estourgie (23 juni 1884 Amsterdam, 26 augustus 1950 Nijmegen) Charles Marie François Henri Estourgie (Amsterdam, 23…
Veeger klinkiek
“Kinderkliniek Universiteit te Nijmegen geopend
Voorlopig onder beheer van St. Canisius-ziekenhuis
(Van onze correspondent)
De Katholieke I Universiteit van Nijmegen is Maandagmiddag haar eigen kinderkliniek rijk geworden, want het nieuwe instituut blijft voorlopig nog wel onder beheer van het Canisiusziekenhuis, maar het toch bedoeld als onderdeel van het complex instellingen ten behoeve van de nieuwe medische faculteit. De kliniek is ondergebracht in het voormalige herenhuis Saxonhome, op de hoek van de Javastraat en de Archipelstraat; zij draagt de naam van de onlangs overleden dr. Veeger, oud-voorzitter o.m. van het Wit-Gele Kruis; zij staat onder directie van dr. C. J. A. Backx, beschikt over tien verpleegsters en biedt plaats aan veertig patiëntjes. De officiële opening geschiedde, nadat rector C Kaal bet gebouw had ingezegend, door de voorzitter van de St. Radboudstichting, mgr. dr. R. Post, die de leiding van de kliniek voorlopig — tot aan de dag, waarop de St Radboudstichting die zelf over kan nemen — aan het St. Canisiusziekenhuis overdroeg. Prof. dr. W. Duynstee C.ss.R, waarnemend voorzitter van het college van regenten van het St. Canisiusziekenhuis, gewaagde van de erkentelijkheid van dat college voor het vertrouwen, dat de St Radboudstichting in zijn beheer stelde; hij zag in de samenwerking, zoals die is tot stand gekomen, het streven van dr. Veeger, die daar altijd voor geijverd heeft, verwerkelijkt. Dr. J. Enneking, de directeur van het St. Canisiusziekenhuis, aanvaardde tenslotte dankbaar de hem toevertrouwde dagelijkse leiding van de dr. Veegerklinlek, en droeg haar vol vertrouwen weer over aan dr. Backx.
Er was voor deze officiële plechtigheid veel belangstelling van officiële persoonlijkheden, hoogleraren, curatoren, studenten. Onder hen werden opgemerkt de inspecteur van de Volksgezondheid in Gelderland, dr. Weebers, en wethouder N. Windt, die het gemeentebestuur van Nijmegen vertegenwoordigde.” (De tijd : dagblad voor Nederland, 23-4-1952)
Over Villa Saxon Holme is al veel geschreven, daarom hier een aantal verwijzingen:
Javastraat 104a, Noviomagus: veel informatie over de geschiedenis van dit pand