Het huidige adres is Oude Haven 54. Vóór de oorlog hadden Observantenstraat 20 en Oude Haven 54 de adressen Oude Haven 56-58 (bron: Noviomagus.nl).
Paars?
Tegenwoordig is het gebouw paars. Wanneer we naar de foto F27358 uit 1975 kijken, zien we dat het gebouw op dat moment rood is geschilderd. Ik weet niet of de huidige paarse kleur bewust is gekozen, of dat het te maken heeft met chemische processen binnen verf: rode verf kan naar verloop van tijd vervagen naar paars. Dit kan gebeuren doordat de rode verf gemengd is met andere kleuren zoals blauw. Rode pigmenten breken eerder af, zodat naar verloop van tijd paars ontstaat.
Electrisch Lasbedrijf
Op de foto uit 1975 hieronder staat op het pand Electr.Lasbed (Electrische Lasbedrijf). Zie voor herinneringen aan deze en de andere panden in het rijtje Noviomagus.nl.
Panden (onder andere van de Ruiter) gelegen tussen de Papengas en de Observantenstraat, 1975 (Evert F. van der Grinten via F27358 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: RAN)
Gemeentelijk Monument
Het pand is een gemeentelijk monument met als tekst bij aanwijzing:
“Woonhuis. Bakstenen pand in drie bouwlagen, met schilddak en pannen. De nok is evenwijdig aan de straat. Het pand is drie-assig, doch de met gestucte blokken gedecoreerde begane grond-etage zet zich rechts voort als een muur van een naastgelegen plaats met poort. Vensters op de etages zijn licht getoogd; T-vensters. Kroonlijst met consoles en cartouches. Bouwjaar: circa 1870-1880. Groot laat-negentiende-eeuws woonpand van belang voor het rivierfront.”
Een beetje tropen in de binnentuin: palmboom en sneeuw (januari 2026)
Je loopt er zo aan voorbij en het is klein. Dit is echter een leuk plekje, om even bij een wandeling door de Benedenstad onder het poortje bij Begijnenstraat 13 door te wandelen. Is het de palmboom die het ‘m doet?
In 1983/1984 werd het Citycomplex gebouwd tussen de Ganzenheuvel en Smidstraat. Op een soort binnenterrein kwam de omgevingsvormgeving van Christiaan Paul Damsté.
“Helderheid in de vorm van licht is een belangrijk thema in het werk van deze kunstenaar. na overleg met de omwonenden heeft Damsté besloten een kunstwerk te realiseren, waarmee het pleintje beleefd kan worden als speelruimte voor kinderen en als ontmoetingsruimte voor anderen.” (Kunstbus) Hij maakte een witte granieten schijf met een diameter van 3 meter. Deze schijf kreeg een reliëfstructuur, waardoor het op een plaatjeszwam lijkt. In de as van deze schijf staat een zwarte granieten paal, welke op een soort trap lijkt.
Christiaan Paul Damsté
Damsté is geboren in 1944 in Arnhem. Hij is naast beeldhouwer schilder en etser. Ook maakt hij reliëfs, assemblages en collages.
Hij studeerde van 1962-1967 aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Arnhem. Daar kreeg hij les van Jurjen de Haan, Peter Struycken en Henk Peeters. Ook studeerde hij in 1967-1969 aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Bosch de opleiding vrij schilderen en grafiek. Van 1969-1970 volgde hij de opleiding aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Gent.
Naast kunstenaar was Damsté docent aan verschillende instellingen, in ieder geval in de periode 1969-1989
In 1966 ontving hij de Grafiekprijs van Ommen
Werk
KOS: “Het oeuvre van Damsté lijkt op het eerste gezicht uit uiteenlopend en divers werk te bestaan. Toch is er een samenhang te ontdekken. De kunstenaar laat zich namelijk vooral inspireren door landschap, geologie en architectuur. Daarbij is in zijn werk bijna altijd de wens tot ‘ordening en structuur’ terug te vinden.”
Een ander werk in Nijmegen van Damsté is de sculptuur aan de Hobbemastraat/Ruysdaelstraat uit 1988.
De Begijnenstraat is een mooie, oude straat die Lange Hezelstraat met de Waalkade verbindt. Opvallende monumenten zijn het oude weeshuis en de oude gereformeerde kerk. Daarnaast heeft nog een aantal prachtige, andere oude panden, waaronder een voormalig postkantoor.
De Begijnenstraat is een van de straten in de Benedenstad waar nog relatief veel panden bewaard zijn gebleven, onder andere van de sloop van onbewoonbaar verklaarde woningen in de jaren 70, die plaats maakten voor de nieuwbouw.
Deze pagina verzamelt artikelen over de Begijnenstraat en zal van tijd tot tijd worden aangevuld.
Begijnengas/Begijnenstraat
Volgens het Straatnamenregister is de eerste vermelding van de Begijnenstraat in 1345: “”1345(…): platea Beghinarum” (Gorissen 1956, p. 99))” en “”15e eeuw: Begijnengas en ook Begijnenstraat. De naam is ontleend aan het begijnhof, ook Groesbeekhuis genoemd, dat sedert 1563 in gebruik is als weeshuis.” (Teunissen 1933)”
Binnentuin Begijnenstraat (april 2024)
Loop bij de de onderdoorgang bij huisnummers 13/15 even naar binnen voor het mooie binnenplaatsje.
Begijnenstraat 1 en Lange Hezelstraat 22
Lange Hezelstraat 22 hoek Begijnenstraat (1 maart 2026)
Het gebouw op de hoek van Begijnenstraat en Lange Hezelstraat is een Gemeentelijke Monument.
Hoekpand van baksteen, drie bouwlagen, plat dak. WInkelingang in de afgeschuinde hoek, geflankeerd door etalages met geschilderde natuurstenen pilasters.
Boven de deur een overhoeks geplaatste polygone erker met een balkon op de tweede etage. Gevel aan de Hezelstraat is één assig; aan de Begijnenstraat heeft de gevel drie assen. Gemetseld in geometrische patronen, met uistekende schoorsteen aan de Begijnenstraat.
Bouwjaar: ca. 1925-1930
Voor Nijmegen zeldzaam voorbeeld van bouwkunst in de smaak van de “Amsterdamse School”. Goed bewaard.”
Begijnenstraat 3-5
Het gebouw is sinds 1988 een Gemeentelijk Monument:
“Bedrijfspand met bovenwoning
Door samentrekken van twee smalle panden ontstaan pand in twee bouwlagen. Gevel van baksteen met op de etage vier rechthoekige vensters. Op de begane grond gewijzigde pui met tweemaal een groep van een dubbel etalagevenster en rechts daarvan een deur. Plat dak met pannengedekt schild aan de straatzijde met daarin twee rechthoekige dakkapellen.
Gevel geschilderd.
Bouwtijd ca. 1870-1880.
Zeer klein bedrijfspand met bovenwoning van harmonische verhoudingen, van belang als onderdeel van het straatbeeld.”
Begijnenstraat 21-23: “Louis XV stijl” (november 2024)
Het gebouw is een Rijksmonument. Formele tekst van het besluit tot aanwijzing: “Pand onder schilddak en met gepleisterde gevel onder rechte kroonlijst. Dubbele deur met hardstenen bovenlijst, gedragen door gesneden Lodewijk XV-consoles. Omlijsting van het bovenvenster in weelderig gesneden Lodewijk XV-vormen. In het bovenlicht gesneden Lodewijk XV-middenstijl.”
Protestants-Kinderen weeshuis
Begijnenstraat 25 – 29
Oud Burger Weeshuis (april 2024)
De geschiedenis van het weeshuis staat op de eigen website van de Stichting Beide Weeshuizen. En zie ook Monumenten in Nederland: Gelderland vanaf pagina 248.
Regentenkamer
Op de foto hieronder staat de Regentenkamer weergegeven. Tijdens de rondleiding op Open Monumentendag 2024 werd onder andere verteld over de Stichting Beide Weeshuizen en de restauratie van de Regentenkamer.
Een van de onderdelen was het behang, welke een fabriek in Frankrijk in 2018 had gemaakt naar oud ontwerp. Dit is tegenwoordig een geëigende methode voor restauraties, wanneer oude onderdelen als behang aan vervanging toe zijn.
Bij de restauratie zou het houtwerk eigenlijk terug moeten worden gebracht naar donker eikenhout. Dat zagen de huidige gebruikers echter niet zitten, want dat zou betekenen dat ze vanaf dat moment in een donkere zaal zouden moeten vergaderen. Vandaar dat overeen gekomen werd om het houtwerk een lichtgroene kleur te laten behouden.
Daarnaast staat er in de kamer wat “keukengerei”. Zoals werd verteld, is dIt een toevoeging van de huidige gebruikers, die op het moment dat er ruimte moest worden ingekrompen, er in de regentenkamer wat items hadden neergezet, die ze belangrijk/mooi vonden. De “heren regenten”, want het waren toendertijd alleen mannen, zouden zelf nooit hebben willen vergaderen tussen al dat “vrouwenspul”.
Een afbeelding van het Protestants Kinderen Weeshuis met het voorplein, Begijnenstraat 29 (huidig adres), 1850 ( Reproductie van litho van C.C.A. Last. via GN3328 RAN)
Het gebouw is een Rijksmonument. Formele tekst van het besluit tot aanwijzing:
“Nr 25-27: Twee vermoedelijk nog 16e eeuwse panden onder een hoog schilddak, gemoderniseerd in het eerste kwart 19e eeuw met houten kroonlijsten, gesneden deuren en schuiframen in de vensters.
29: Laat-middeleeuwse panden, L-vormig om een binnenplaats gelegen en gedekt door hoge schilddaken. In de vleugel langs de Begijnenstraat een bakstenen fries van spitsboogjes. De gevels aan de binnenplaats hebben gemetselde pilasters van de kolossale orde, begane-grondvensters met gebogen en verdiepingsvensters met driehoekige frontons. Rijk behandeld natuurstenen poortje. De gevelarchitectuur in 1644 uitgevoerd door Salomon de Bray te Haarlem.
Inwendig ondermeer 16e eeuwse en latere sleutelstukken, een regentenkamer met Lodewijk XV-stucplafond, lambrizering, deuren en dessus-de portes. Schouw, 1760. Kelder met graatgewelven. Toegangspoort aan de Begijnenstraat. Bakstenen poort met fronton, geflankeerd door gebeeldhouwde korven met fruit. Aan weerszijden beelden van weeskinderen (1618-1644).
Aan de achterzijde bakstenen toegangspoort met geblokte pilaster: hoofdgestel en opzetstuk met fronton en rolwerkzijstukken, waarschijnlijk 1638, afkomstig van het Roomsch Katholyk Weeshuis aan de Doddendaal en hier herplaatst bij de restauratie van het Protestants Weeshuis, 1959.”
Begijnenstraat 33
Begijnenstraat 33 is sinds 1978 een Rijksmonument met als omschrijving:
“Gepleisterd HOEKPAND met verdieping en omlopend schilddak.
Het pand dateert uit de 16e eeuw en heeft vorkankers. In de meeste vensters zesruitsschuiframen.
Aan de zijde van de Oude Koningstraat een dubbele deur met panelen en bovenlicht, midden 19e eeuw.”
“Het Weeshuis”, gedicht van Twan Niesten, Begijnenstraat (november 2025)
Voormalig postkantoor
Begijnenstraat 8-10
Het voormalige postkantoor (links), Begijnenstraat 8-10 (november 2024)
Het gebouw op Begijnenstraat 8-10 is oorspronkelijk gebouwd als postkantoor in 1890. Hiervan was C. Eijsvogel de architect.
Het is sinds 1988 een gemeentelijk monument met als aanwijzing: “Karakteristiek kantoorpand uit het eind van de 19e eeuw in gotiserende neo-renaissance trant. Mede van belang in de straatwand.”
Oude postkantoor Begijnenstraat (april 2024)
Begijnenstraat 16
Begijnenstraat 16 en 16a (november 2025)
Een mooie foto van vóór de restauratie, gedateerd op 1970 is te zien op F12499 RAN.
Gevonden gebruikers
Met een slag om de arm, aangezien er mogelijk hernummeringen zijn geweest:
De tot nu toe eerstgevonden vermelding van Begijnenstraat 16 is van Th.B. Schamp, smid. Hij staat in ieder geval in de Adresboeken van 1926, 1932, 1934, 1936, 1938, 1948, 1951 op dit adres. In 1948 staat ook mej. J.Th. Schamp op dit adres.
Ook komt Wed. N.J. Gillissen, geboren A.J. Selbach voor op Begijnenstraat 16 in de Adresboeken 1934, 1936, 1938, 1940, 1948, 1951, 1955. Mogelijk betreft dit een van de bovenwoningen of een inwonend persoon.
In De Gelderlander 28/4/1951 staat “Het pakhuis met erf en twee afzonderlijke bovenwoningen a.d. Begijnenstrat 16, 16a en 16 b te Nijmegen, groot 1.04 A op f5700 (strijkgeld f150,-)” te koop.
In het Adresboek van 1932 komt Wed. E.C. Bertels, geboren C. Opsomers en Mej. G.C. Bertels, naaister voor op nummer 16b. De “Mejuffrouw de Wed.” Christina Bertels geb. Opsomers overlijdt op 6-4-1934 in de leeftijd van 82 jaar (De Gelderlander 6/4/1934)
Ook gevonden zijn:
H.W. van Megen, voerman (Adresboek 1959)
J.M. Schoppema, schilder op 16b (1963)
Rijksmonument
Begijnenstraat 16 is sinds 1973 een Rijksmonument, met als omschrijving:
“Pand met gepleisterde lijstgevel, gedateerd 1838. Getoogde inrijpoort,vensters met geprofileerde houten omlijstingen en boven de houten kroonlijst attiekverdieping.”
Begijnenstraat 18
Begijnenstraat 18 (november 2025)
Begijnenstraat 18 is een Gemeentelijk monument. Met als tekst bij aanwijzing:
“Gemeentelijke Monument: “Woonhuis.
Geheel gepleisterd bakstenen pand in twee bouwlagen met pannengedekt hoog schilddak en een nok, evenwijdig aan de straat. Gevel met drie assen, gescheiden en begrensd door vier over de etages doorlopende vlakke pilasters met kussenvormig basement zonder kapiteel. Geprofileerde kroonlijst. Ingang in de rechteras, bestaande uit deur met getoogd bovenvenster verbonden met een raam. In de getoogde hoge vensters acht-ruiten.
Bouwjaar: ca. 1820. Goed geproportioneerd pand van belang in de straatwand”
Voor de restauratie van de panden de nrs.: 16 – 18, aan de Begijnenstraat.
Eind jaren zeventig van de vorige eeuw werden een groot aantal onbewoonbaar verklaarde woningen in de benedenstad gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw. Een aantal panden, zoals op de foto, konden gespaard blijven en werden gerestaureerd, Begijnenstraat 18, 1979 (Gemeente Nijmegen via KN11151-38 RAN CC0)
Op Begijnenstraat 20 staat de voormalig gereformeerde kerk van Nijmegen. Daarna was het jarenlang een bedrijfsruimte: als amandelfabriek, fietsverhuur, timmerfabriek en snookercentrum. Vanaf 1999 is het een woning. Het gebouw is een gemeentelijk monument.
De achtergevel van het pand aan de Begijnenstraat, gezien vanaf de Lompenkramersgas; gebouwd als Gereformeerde Kerk in 1887 en als kerk in gebruik geweest tot 1912; rechts op de achtergrond het Protestants Weeshuis, december 1980 (Frans Hermans via F24979 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)
De gemeente Nijmegen gaf in 1973 een aantal kunstenaars de opdracht om een verkeerspaaltje te ontwerpen. Oscar Goedhart was met Peter van Locht en Giuseppe Roverso de eerste kunstenaar.
Bij Begijnenstraat 24 hangt een reliëf, waarvan onduidelijk is, wat hiervan de betekenis is.
Gevelsteen Hendrik Peters
Begijnenstraat 30
De gevelsteen op de oude plaats Begijnenstraat 30: Gevelsteen in de vorm van de bovenkant van een bierton ; de drietand was in de 17e eeuw het huismerk van de bierbrouwer Hendrik Peters, 1950 (F12501 RAN)
Op de gevelsteen op Begijnenstraat 30 is het merkteken van brouwer Hendrik Peters te zien. Vóór de sloop hing dit merkteken boven een pakhuis, welke adres Begijnenstraat 20 had. Peters had in de jaren 30 en 40 van de 17e eeuw zijn brouwerij in de Begijnenstraat.
Naast de bovenstaande foto, is een afbeelding van het oorspronkelijke pakhuis, gedateeerd 1975-1980, te zien op F20188.
Formele tekst van het besluit tot aanwijzing: “Onderdeel van rijtje boven- en benedenwoningen en werkplaats. Bakstenen pand in twee bouwlagen met geschilderde banden. Benedenetage met vijf smalle assen en rechts een brede werkplaatsdeur; op de etage zes assen. Ramen en deuren met rechte bovenkozijnen waarboven flauw gewelfde bogen met blokken. Geprofileerde lijst tussen de etages; vlakke kroonlijst. Plat dak met schild aan de straat.
Bouwjaar: ca. 1890-1895.
Zeer eenvoudige volkswoningen, karakteristiek voor het eind van de eeuw en van belang in de straatwand.”
Begijnenstraat 46- 48, Lange Brouwerstraat 2
Begijnenstraat 46 – 48, hoek Lange Brouwerstraat (augustus 2025)
Gemeentelijk Monument
Het pand op de hoek Begijnenstraat/Lange Brouwerstraat is een Gemeentelijk Monument met als tekst bij het besluit tot aanwijzing:
“Bedrijfspand met bovenwoning, op straathoek. Op de hoek bouwdeel van twee lagen met afgeschuinde hoek en topgevel. Aan de Begijnenstraat aansluitend deel van twee lagen; aan de Lange Brouwerstraat van één laag. Baksteen met gestucte banden; pannengedekte dakschilden aan de straatzijde. Aan de Begijnenstraat vensters en deuren met rechthoekige kozijnen met getoogde bovendorpel en gestucte sluitsteen, op de begane grond; op de verdieping rechthoekige kozijnen met rechte strekken en gestucte sluitstenen. Vlakke kroonlijst. Op de hoek: overhoekse magazijningang met daarboven driezijdige gemetselde erker op consoles met leien dak. Daarboven trapgevel met gestucte banden en afdekking; venster met T-kozijn. Aansluitende gevel Brouwerstraat met blindvensters en één raam linksboven. Aansluitende lage gedeelte met korte vensters en grote dakkapel. Bouwjaar: ca. 1885-1890. Interessante vermenging van woon- en bedrijfsgebouwen in één schilderachtig complex met unieke hoekoplossing. Van groot belang door de ligging.”
Wat groeit er?
Planten Begijnenstraat (november 2024)
In ieder geval hebben de bewoners dit jaar bijzondere planten in de plantenbakken: volgens Google is dit paarse boerenkool; in de zomer verbouwden ze er onder andere mais.
Het popje van Basta
Het popje van Basta (november 2024)
Het popje van Basta geeft bij de Lange Hezelstraat aan dat de kringloopwinkel Basta open is. Hier zijn ook mooie oude boeken over de geschiedenis van Nijmegen te koop, waarbij een deel van de opbrengst naar Noviomagus gaat.
Wat-er-is, beeld van Marcel Ruygrok, Ganzenheuvel (maart 2024)
Waarschijnlijk is de Ganzenheuvel tegenwoordig meer bekend van het pleintje, dan de weg die daar achter loopt. Toch dankt het plein juist haar naam aan deze weg: in ieder geval komt de Ganseheuvel als naam voor in 1410: “Aan deze straat is een plaatsje gelegen, dat vroeger Palmboom genoemd werd, naar een aanzienlijk huis, later logement (1629 tot omstreeks 1825). In 1629 kocht Gerard Palmerts het huis, dat tot 1715 in het bezit van zijn familie bleef.” (Teunissen 1933)
In de jaren 50 werden de panden in de driehoek van de Ganzenheuvel, de Lange Hezelstraat en ’t Heuveltje afgebroken. Daarop besloot de gemeente in 1954 deze nieuwe openbare ruimte tevens Ganzenheuvel te noemen.
Anno 2025 is het pleintje met haar terrassen een belangrijke plek voor de horeca.
Deze pagina verzamelt reeds verschenen berichten over de Ganzenheuvel.
In de Plooi
2024 Sander Dolstra en Maurice Broekhoff
De plooijeren, muurschildering Sander Dolstra en Maurice Broekhoff (oktober 2025)
In 2024 maakten Sander Dolstra en Maurice Broekhoff een van de Waalpaintings. Hierop zijn de zogenaamde Plooierijen verbeeld. Links staat schipper Willem Vonck afgebeeld, rechts burgemeester Willem Roukens.
Wat-er-is, beeld van Marcel Ruygrok, Ganzenheuvel (maart 2024)
“Dit kunstwerk bestaat uit een watertafel, waarvan de poten zijn gevormd uit de letters WAT ER IS. Dit is een combinatie van letters, waarmee je verschillende woorden en zelfs zinnen kunt vormen (‘water is’, ‘wat er is’, ‘wat is er’, ‘is er wat’).”
“De watertafel en de putten zijn uitgevoerd in gebronsd messing. De kunstenaar geeft de voorkeur aan dit materiaal, omdat het onder invloed van verschillende weersomstandigheden telkens een ander karakter vertoont.”
2 Putten
Bij deze Wat Er Is horen ook 2 putten: op deze plekken zijn resten gevonden van 2 historische waterputten gevonden bij de herinrichting van het plein. (Marcel Ruygrok)
Op een van de putten staat: “Cedo Nulli”, oftewel: ik wijk voor niets/niemand. De Romeinen gebruikten deze spreuk om indringers angst aan te jagen. Daarbij verwijst de spreuk naar het Romeinse verleden. “Maar tegelijkertijd beschrijft deze spreuk ook een typische eigenschap van water: water zoekt zijn eigen weg en gaat zijn eigen gang.”
Afkoppeling regenwater
Met dit kunstwerk wordt tevens aandacht gegeven aan het afkoppelen van regenwater, net als de Bedriegertjes bij het Koningsplein en de Cascade aan de Stikke Hezelstraat. Dit afkoppelen was een van de speerpunten van het Nijmeegse Waterplan. Bij de Grote Markt wordt het regenwater uit de omgeving opgevangen en wordt door deze cascade verplaatst, waarbij de watertafel van Wat Er Is het eindpunt is.
Vrouwen in Verzet
Vrouwen in Verzet, Ganzenheuvel (oktober 2024)
De muurschildering laat het belang van de vrouwen in het verzet zien door middel van 3 verzetstrijdsters:
In deze Waalpainting staan drie Nijmeegse verzetsvrouwen centraal:
Priemstraat 1 De eerstgevonden advertentie is in januari 1894 (PGNC 14/1/1894), waarin G.H. van der Wedde een verkooppunt van thee is van P. Mackenzie uit Rotterdam. Afgaande op de advertentie voor de verkoop van het pand in 1903 is de Priemstraat 1 in 1898 “geheel nieuw…” gebouwd. 1897/1898 Verbouwing of nieuwbouw In 1897/1898 vindt een…
Links de Ganzenheuvel. Rechts daarvan sigarenwinkel La Rosa Habanera, RAN dateert deze foto op 1900 (maar zal een benadering zijn), Noviomagus op 1906 (RAN D236)
Pakhuis (anno 1889) aan de zuidkant van de straat, inmiddels vervangen door nieuwbouw”, Oude Haven 4-6 (Van der Grinten, RAN F79165)
In 1920 vestigt Turmac zich in Nederland. Hun hoofdkantoor komt in Arnhem (hoewel deze in 1922 verhuist naar Amsterdam) en hun fabriek in Zevenaar. In Nijmegen vestigen zij een tabak opslagplaats, aan de Oude Haven nummer 4.
Zij hebben in 1920 22 volwassen werknemers. In hun bedrijf zijn er 2 electriciteits motoren, samen goed voor 6 PK (Gemeenteverslag 1920). Daarnaast krijgt Turmac in april 1921 een hinderwetvergunning voor het plaatsen van een goederenlift, voor de locatie Oude Haven 4/6 (In het Gemeenteverslag 1921 Waalplein 4/6 genoemd, Sectie C, No. 5101.
Personeelsadvertentie Turmac voor “Flinke Loopjongen”, Oude Haven 4 (De Gelderlander 2/1/1931)
Wanneer Turmac de Drija fabriek in 1932 huurt, blijkt dat zij op dat moment tevens een vestiging huurt op Oude Haven nummer 20. Deze, en andere gehuurde panden, worden afgestoten. De Oude Haven 4, eigendom van Turmac zelf, blijft fungeren als opslagplaats (PGNC 19/12/1932).
Waarschijnlijk vindt in 1937 de overplaatsing toch plaats: “Wij vernamen, dat wegens reorganisatie van het bedrijf, een groot deel der “lagers” en expeditie overgaat naar Zevenaar, waar “de magazijnen zijn uitgebreid. Deze overplaatsing komt voor de Turmac economischer uit. Veel personeel kreeg hier ter stede reeds ontslag.” (De Gelderlander 27/4/1937). Deze gaat waarschijnlijk in 1940 weer open: “De Turmac had in vroeger jaren zijn groote magazijnen aan den Graafschen weg naast de Nijmeegse Veiling. Toen werden de magazijnen grootendeels naar Zevenaar overgeplaatst. Thans is er van de Turkish Macedonian Tab. Co. N.V. weder een depot geopend aan de Oude Haven No. 4. (De Gelderlander 25/5/1940).
Ik (RE) heb in het adres Oude Haven in ieder geval gevonden in de adresboeken voor: 1928, 1932, 1934, 1936 en 1938.
Het Adresboek 1930 heb ik tot nu toe uberhaupt nog niet gevonden. De Oude Haven komt niet voor in de Adresboeken van 1940.
Advertentie opening depot Turmac op Oude Haven
(De Gelderlander 24/5/1940)
“De Turkish Macedonian Tobacco Company, de voormalige Turmac-fabriek, rechts de Bottelstraat”, 1978 (Theo Hendriks via RAN F27357); waarschijnlijkt betreft dit nummer 20
Hoewel van Schevichaven de figuur beschrijft als een figuur met de “stijfheid van den stokvisch, is het pand de Zeemeermin uit eind 18e eeuw een Rijksmonument. In ieder geval hebben er in de 20ste eeuw jarenlang smederijen in het pand gezeten. Na een grondige restauratie in de jaren 80 is het pand verbouwd tot appartementen.
Je loopt er zo aan voorbij en het is klein. Dit is echter een leuk plekje, om even bij een wandeling door de Benedenstad onder het poortje bij Begijnenstraat 13 door te wandelen. Is het de palmboom die het ‘m doet?
In 1983/1984 werd het Citycomplex gebouwd tussen de Ganzenheuvel en Smidstraat. Op een soort binnenterrein kwam de omgevingsvormgeving van Christiaan Paul Damsté.
De Begijnenstraat is een mooie, oude straat die Lange Hezelstraat met de Waalkade verbindt. Opvallende monumenten zijn het oude weeshuis en de oude gereformeerde kerk. Daarnaast heeft nog een aantal prachtige, andere oude panden, waaronder een voormalig postkantoor.
Waarschijnlijk is de Ganzenheuvel tegenwoordig meer bekend van het pleintje, dan de weg die daar achter loopt. Toch dankt het plein juist haar naam aan deze weg.
Op de Klokkenberg werd in 1844 een lagere school geopend, met daarbij de eerste Christelijke Normaalschool (voorloper van de lerarenopleiding). De straat bestaat pas sinds de jaren 80, toen het complex van de Klokkenberg werd gesloopt en er woningen voor in de plaats kwamen.
Op de Korenmarkt zaten de nodige horecagelegenheden, waarvan het Hof van Brabant mogelijk de bekendste was. Na verloop van tijd was er een terras, met een prachtig uitzicht op de Waal. En er waren kegelwedstrijden, rond 1900 zeer populair.
Op de hoek van de Priemstraat en de Lage Markt is een beeldje van een Olifant te zien. Een herinnerg aan de tijd dat hier een winkel in koloniale waren zat. Het beeld is overigens niet het origineel: deze is van hout en te vinden in de collectie van het Valkhof museum. In 1979 maakte…
In 1858/1859 laat Franciscus Johannes (Frans) Hallo Bat-Ouwe-Zate bouwen, welke al binnen 7 maanden gereed is. In de volksmond krijgt het al gauw de naam “Kasteel Hallo”. Hij zal er zelf maar een korte periode wonen. Het kasteel werd vervolgens vooral bekend door de geliefde “Zusters van Hallo”.
In 1987 maakte de beeldhouwer Klaus van de Locht de afsluitpaal “Habakuk” als grenswachter die is opgesteld tussen de sacrale ruimte van het hooggelegen kerkhof en de profane wereld daaronder.
In de Kloosterstraat hangt een mini-museum over de kaaisjouwers. Gerrit Pijman (Die in 2023 77 jaar is) hangt elke ochtend deze foto’s op en haalt ze ’s avonds er weer af
Blik op het Cellenbroederenhuis de Ellendige en Gevoegde Broederschappen, één van de oudste panden van de stad. In de vleugel met de trapgevel ligt de regentenkamer waar de regenten van deze in 1591 door Prins Maurits gefundeerde instelling van Weldadigheid maandelijks vergaderen, 1900-1925 (dr. Jan Brinkhoff via D17 RAN CC0)
Dit prachtige stukje Nijmegen ligt wat verscholen, met de Ridderstraat als de enige ingang. Met de Ottengas is het een oud stuk Nijmegen, dat de Tweede Wereldoorlog heeft overleefd, vol van gemeentelijke en rijksmonumenten. Toch zullen veel Nijmegenaren het ook kennen van de (vroegere) uitgaangsgelegenheden.
Op 1 februari 1904 opent de Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij met een bestelkantoor en een reiskantoor op Kannenmarkt No. 6. Hiervoor had de verbouwing plaats gevonden,
Al jarenlang hangt in de Pepergas een bordje met foto en onderschrift dat in Pepergas 22 een smederij was gevestigd. Ik was benieuwd wat er over deze smederij was te vinden.
Korenmarkt, en tekening van Koster, op de achtergrond de St.-Stevenskerk, 1770 (Evert F. van der Grinten via F78336 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
Waar vroeger parkeerplaatsen waren, is het tegenwoordig in de zomermaanden gezellig picknicken op de Korenmarkt. Het was een van de projecten Groene Allure.
Op 4 mei 1995 vindt de onthulling van het Joods Monument plaats, een werk van Paul de Swaaf. Daarbij werd het plein hernoemd naar Kitty de Wijzeplaats: als eerbetoon aan alle omgekomen Joden kreeg het de naam van een hen. In 2015 vond de onthulling plaats van 7 plaquettes, met de namen van alle 449…
Omdat in 1983 Karl Marx 100 jaar is overleden, besluit de gemeente Nijmegen een plaquette op te hangen waar het “ouderlijke huis” van de moeder van Karl Marx heeft gestaan. Henriëtte Presburg heeft hier echter slechts 6 jaar gewoond: zij was geboren in de Nonnenstraat.
1887 Klokkenberg Bij de opening 6 Mei schrijft het PGNC: “… De Christelijke normaalschool werd in 1846 in het vorige gebouw op den Klokkenberg geopend, terwijl met den bouw van de nieuwe school, naar de plannen van den heer J.W. Michielsen alhier, in 1886 werd begonnen door den aannemer, den heer Buskens. Voor den fraaien…
Achterkant Commenderie St Jan bij avond (januari 2021)
De Commanderie van Sint Jan was een van de eerste stenen gebouwen van Nijmegen en is tevens een van de oudste bestaande gebouwen. Het vindt haar oorsprong in 1196, toen het gebouwd werd op een heuvel. Aanvankelijk was het een hospitaal en een gastverblijf voor pelgrims, gesticht door graaf Alardus, burggraaf van Nijmegen, en zijn vrouw Uda.
Johanniter Orde
In 1214 verkreeg de Johanniter Orde het gebouw, waarbij het een klooster werd. Het werd tevens een “commenderij”: “een door een landscommandeur of commandeur bestuurde afdeling, of een bezitting, van een ridderorde” (wikipedia).
1591
In 1576 werden Spaanse soldaten in de Commanderie ingekwartierd.
Ook nadat de protestanten in 1591 de macht in Nijmegen hadden overgenomen, bleef de Commanderie in katholieke handen. De Johannieters beriepen zich op hun aparte status: op Malta hadden ze hun eigen staat. Oftewel een neutrale mogendheid, waar de protestanten geen zeggenschap over hadden. (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis)
Na de dood van de laatste commandeur in 1636 (of 1638) werd de Commanderie door de stad Nijmegen genaast. Dit ondanks protest van de Johnnieters. Het vonnis van het Hof van Gelre was in het voordeel van de stad. Dit was het laatste nog katholieke pand in Nijmegen geweest. De kapel, die inmiddels ook als vleeshal was gebruikt, werd afgebroken.
1644 Waalse kerk
Vanaf 1644 houdt de Waalse kerk haar diensten in de grote zaal van de Commanderie. Vanwege deze Waalse gmeente is de naam “Franseplaats” afkomstig.
1655 Illustre school
Rond 1655 wordt het gebouw echter “Illustre school”, welke later de Kwartierlijke Academie van Nijmegen zou worden. De Waalse kerk verhuisde naar de Regulierenkerk in de Molenstraat.
De academie begon met 3 hoogleraren: filosofie; wijsbegeerte en theologie; rechten. Later kwamen hier ook geneeskunst, geschiedenis en welsprekendheid bij.
1672 Franse bezetting en Waalse kerk
Na de inval van Frankrijk, werden in de Commanderie Franse soldaten gelegerd. Ook kwam de Waalse kerk er weer terug. Zij zou hier met enkelee onderbrekingen tot het bombardement hier haar kerk hebben.
1944 Bombardement
Tijdens het bombardement van 22 februari 1944 raakte ook de Commanderie zwaar beschadigd. De Waalse gemeente was vanaf 1910 eigenaar van de Commanderie geweest. Zij, noch de gemeente, had geld voor restauratie. In 1958 had de gemeente het plan te slopen vanwege het “Vijfheuvelenplan”, een plan voor de renovatie van de verkrotte Benedenstad.
1952 Het Wijnhuis
Intussen had in 1952 J.T. van Weel, een Nijmeegse antiquair, het pand van de Waalse gemeente gekocht. Hij laat het gebouw restaureren en “romantisch” verbouwen tot een drukbezochte horecagelegenheid “Het Wijnhuis”.
Toen de sloopplannen van 1958 bekend werden, tekende hij protest aan. Daarbij had hij steun van een actiegroep. Daarop besloot de gemeenteraad het Vijfheuvelenplan goed te keuren, met uitzondering van de Commanderie. Daarop begon de gemeente onderhandeling met de Rijksdienst voor Monumentenzorg over restauratie.
Ook had het gebouw een klein openluchttheater. Dat was echter niet levensvatbaar; er is slechts 1 grote opvoering geweest in 1962. Een half jaar daarvoor had van Weel de Commanderie verkocht aan de universiteit. Deze wilde er een sociëteit voor studentenvereniging Roland vestigen, maar het werd echter een studentencafé.
1969 Monument, verbouwing en Gemeentemuseum
In 1969 viel het pand onder Stichting Monumentenzorg. De fantasiestukken werden afgebroken en het gebouw werd grotendeels opnieuw gebouwd. De plannen hiervan waren ontworpen door G.M. Leeuwenberg. In augustus 1971 besluit de gemeente er het Gemeentemuseum te vestigen. In 1974 is de verbouwing gereed en opent het Gemeentemuseum haar deuren. Dat zou het tot 1998 blijven; het Gemeentemuseum en de Museum Kam zouden in het Valkhofmuseum gaan samenvloeien.
Stadsbrouwerij De Hemel
Hierna kwam Stadsbrouwerij De Hemel in het pand. In de loop der tijd zouden meerdere horecazaken erbij komen.
Panden aan de westzijde van de Grotestraat met een Brood- en Banketbakkerij (huisnummer 45) (dit pand werd vroeger De Drie Vijzels genoemd), Grotestraat 43-45-47-49, 1935 (Fotopersbureau Gelderland via F65417 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)
Advertentie verkoop de Drie Vijzels (PGNC 27/1/1895)
Het Anker/Dobbelmann
Lange Brouwersstraat
Een van de bekendste fabrieken die Nijmegen heeft voortgebracht is Dobbelmann. Haar oorsprong ligt in de Lange Brouwersstraat, wanneer Johann Peter Dobbelmann in 1845 zeepfabriek het Anker koopt. Het Anker was daarbij het het eerste bedrijf Nijmegen geweest met een stoomketel. Al gauw daarna neemt zijn zoon Theodoor de fabriek over. In 1895 ontstond een grote brand, die de fabriek verwoestte. Daarop vestigde Dobbelmann zich in Bottendaal en werd het een van de belangrijkste zeepfabrieken van Nederland.
Lange Brouwerstraat 2
Een aantal verwaarloosde panden ; links onderaan de hoek met de Begijnenstraat ; op de achtergrond rechtdoor de Oude Koningstraat, 8/1978 (Theo Hendriks via F29342 RAN CC0)
Een aantal verwaarloosde panden in de Benedenstad heeft de sloop overleefd, waaronder enkele in de Lange Brouwerstraat. Op nummer 2 bevindt zich in 1978 Drukkerij “De Waalstad”. Let ook op de prachtige deur van 2B (Tegenwoordig nummers 6 en 8); deze deur bestaat nog steeds.
Gemeentelijk Monument
Deur Lange Brouwerstraat (augustus 2025)
Lange Brouwerstraat 4, 6 en 8 is een Gemeentelijk Monument met als formele tekst bij het besluit tot aanwijzing:
“Woningen. Oorspronkelijk winkel / woonhuis van twee lagen. Gevel van baksteen met gestucte banden. Op de begane grond vernieuwde houten pui met links de deur van het bovenhuis. De bovenetage heeft drie assen waarin T-vensters met daarboven gemetselde ontlastingsbogen met natuurstenen sluitsteen. Gootlijst met consoles. Platdak met pannengedekt schild en in het midden een dakkapel met houten pilaters, vlakke bovenlijst en wangen. Bouwjaar: ca 1895-1900. Van belang als voorbeeld van de straatbebouwing en als onderdeel van, samenhangend bewaard gebleven, oude bebouwing van dit deel van de benedenstad.”
Lange Brouwerstraat 8 6 4 en 2 (augustus 2025)
Glashuis/Sint Jacobskapel
Tekening van de Kapel van het St. Jacobsgasthuis (het huidige Glashuis), 12/8/1895 (GN1589 RAN)
De Sint-Jacobskapel of Glashuis werd in de 15de eeuw gebouwd als onderdeel van het St. Jacobsgasthuis. Het is een bakstenen gebouw met driezijdige koorsluiting. Na het Beleg van Nijmegen in 1591 verloor de kapel de geloofsfunctie. Hendrick Heuck had er tot 1655 een glasblazerij die in 1670 failliet ging. Daarna deed de kapel dienst als school, opslagruimte, koeienstal, weeshuis en woning. In 1965 werd de kapel gerestaureerd door ingenieur J. G. Deur. Hierna werd het weer een gebedsruimte en in 1998 verdween de religieuze functie opnieuw en sindsdien is het gebouw onder meer in gebruik voor exposities en huwelijken. Daarnaast vervult de kapel een rol als ontmoetingsplek voor pelgrims (met name de pelgrimage naar Santiago de Compostella).” (Bijschrift KN13129-25 RAN, een foto uit 1956).”
Tijdens het bombardement van 22 februari 1944 raakte de kapel beschadigd. Na de oorlog ontwierp ir. Deur de restauratie, welke na zijn overlijden werd voortgezet door ir. Poederoijen. Na het gereedkomen van de restauratie zegende deken van Dijk de kapel in als Sinte Geertruidkapel. Later is de naam veranderd naar de Sint Jacobskapel. (Bijschrift F93761, foto uit 1964)
Moeder met Kind, Pépé Gregoire
1982 Ganzenheuvel, tegenwoordig Papengas bij het Glashuis
Moeder en kind, beeld van Pépé Gregoire: Onthulling van het beeldje van Haskoning door burgemeester F. Hermsen, 29 juni 1982. Bij de herinrichting van de Ganzenheuvel is het verplaatst naar de Papengas, bij het Glashuis (Peter Wiegerinck via F61292 RAN CCBYSA)
Pierre Paul “Pépé” Grégoire (Teteringen, 3 november 1950) is een Nederlandse beeldhouwer.
Hij studeerde van 1968-1974 aan de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam. In 1974 won hij de Buys van Hultenprijs en in 1985 de Jan Hamdorffprijs. Hij maakt vooral grote werken in de openbare ruimte (2 tot 8 meter hoog). Bovendien maakte hij in opdracht een aantal bronsportretten.
De meeste Nijmegenaren zullen het gebouw op Ganzenheuvel 71 kennen als het befaamde Spijshuis Uylenspieghel. Ook vóór dit restaurant waren er verschillende horeca-gelegenheden geweest.
Café Vink
Café Billard A.W. Vink van de familie Vink-van Roozendaal. Rechts voor de pui de vier kinderen uit het gezin, Johannes Hendrikus (Jo) en Antonius Wilhelmus (Toon), Hendrina Anna (Rika) en Anna Wilhelmina (Annie) en drie vriendinnetjes van de familie Winkels, Ganzenheuvel 71, 8/1934-9/1934 (F39218 RAN)Groepsfoto van de familie Vink voor Café A.W. Vink. In het midden, zonder hoed, eigenaar/uitbater Antonius Wilhelmus (Toon) Vink (28/06/1898 – 07/06/1968), Ganzenheuvel 71, 1929-1931 (F39215 RAN)
Zie ook de foto F39238 RAN uit 1959-1960: dan is het “Café A.W. Vink / Vink’s Dancing van de familie Vink-van Roozendaal. De dancing is tot dan de enige in de stad.” Merk op dat op de bovengevel ook “Café “De Oude Stad”” staat geschilderd.
Op foto GN10680 RAN komt Prins Carnaval Nico (Grijpink) in 1957 langs dancing Vink.
Rond 1965 is het Bar Dancing Blue Bell, zie foto F86411 RAN. En rond 1920 Bar Bodego La Colina (zie F63999 RAN)
Spijshuis Uylenspieghel
De in aanbouw zijnde Cityschool. Rechtsboven het Spijshuis Uylenspieghel aan de Ganzenheuvel 71, 1979 (Wim Michels via ZN36171 RAN CC0)
Het restaurent opende in 1975. Vanwege de corona-periode werd het restaurant in 2020 gesloten. De tekst op haar site vertelt:
“Na 45 jaar vol strijdlust, goede zin en fantastische inzet van iedereen, moeten wij bekend maken dat de Corona-periode van ons gewonnen heeft. Wij geloven er niet in dat we zodra de eerste versoepelende maatregelen van kracht zullen zijn, we weer een winstgevend bedrijf kunnen worden.
Dit heeft ons doen besluiten om onze deuren blijvend te sluiten.
Wij zijn blij te kunnen mededelen dat er geen benadeelde leveranciers achterblijven.
Wij willen al onze trouwe gasten van de afgelopen 45 jaar van harte bedanken.”
Onder St. Steven
Smidstraat 31
Onder St Steven, Smidstraat 31 (augustus 2025)Omgevingsvormgeving Christiaan Paul Damsté, Achter de Smidstraat, 1983 (juni 2024)Omgevingsvormgeving, Christiaan Paul Damste, Achter de Smidstraat, 1983 (juni 2024)
Priemstraat 3-5
Priemstraat 3-5 (augustus 2025)
Priemstraat 3- 21, 1966 (G.Th. Delemarre via 101938 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed CCBYSA 3.0)
Priemstraat 13
Priemstraat 13 (augustus 2025)
Dille & Kamille
Begin jaren 70 vestigt zich Dille & Kamille op de Priemstraat. Het is dan een van de 5 eerste vestiging van de keten, die in 1974 in Utrecht is opgericht. “Sinds die tijd willen we mensen inspireren om bewust, onthaast en duurzaam te leven in harmonie met elkaar, onze omgeving en de natuur. En daarom kiezen we al bijna 50 jaar voor dingen die ertoe doen!” (Dille & Kamille) Rond 1979 is deze vestiging echter gesloten. In 2014 komt Dille & Kamille terug naar Nijmegen, dan op de Lange Hezelstraat.
Op Facebook staat een mooie foto uit 1970 en veel herinneringen. Daarbij wordt het jaartal 1974 genoemd als waar iemand de eerste baan had bij Dille & Kamille. (Ook 1972 wordt genoemd, maar uit de website van Dille & Kamille blijkt de winkel in Utrecht in 1974 te zijn begonnen).
Zie ook de foto F67949 RAN. Deze is gedateerd op 1966-1970, maar dit zal een abuis zijn.
Weetjewel en Bar Cali
Na Dille & Kamille zat hier zo’n 40 jaar restaurant Weetjewel.
Priemstraat 11-13 is een Gemeentelijk Momument met als tekst bij het besluit tot aanwijzing:
“Bedrijfspand met bovenwoning. Geheel gepleisterd bakstenen pand in drie bouwlagen, drie-assig, met pannengedekt schilddak. Op de eerste etage hoge rechthoekige vensters met ze ruiten; op de tweede bijna vierkante ramen met vier ruiten. Gladde geprofileerde kroonlijst. De benedenetage heeft een hoge houten pui bestaande uit twee deuren met bovenlicht, waartussen een etalagevenster met bovenlicht. De pui bestaat uit bewerkte pilasters met boven de deuren gebogen frieslijsten met consoles. Boven de etalage een kroonlijst onderbroken door een uitvoerig ornamentaal fronton. Bouwtijd: tweede kwart 19e eeuw; pui circa 1880-1885 Zeer karakteristiek pand met waardevolle pui.”
Priemstaat 13 (augustus 2025)
Priemstraat 19-21
Rijksmonument met als omschrijving: Linker- en Rechter helft “van een in de 18e eeuw overlangs in twee woningen gesplitst, breed, onderkelderd, laat-gotisch huis (XVI A) met insteek, verdieping en verdiep, moer- en kinderbalklagen ten dele voorzien van sleutelstukken met peerkraalprofiel en hoge eiken kap – drie jukspanten voorzien van gezaagde telmerken – gedekt met Hollandse pannen en aan de voorzijde met wolfeind en achter tegen gepleisterde tuitgevel. Deze rechter helft heeft een verhoogde, gepleisterde en met lijst afgesloten voorgevel met een hoge 19e eeuwse winkelpui, twee 6-ruits schuifvensters op de verdieping en een 9-ruits schuifvenster op zolderhoogte. In de achtergevel een vijftal vensters.”
Rijksmonument
Priemstraat 19-21 Is een Rijksmonument met als omschrijving voor nummer 19:
“Linker helft van een in de 18e eeuw overlangs in twee woningen gesplitst, breed, onderkelderd, laat-gotisch huis (XVI A) met insteek, verdieping en verdiep, moer- en kinderbalklagen ten dele voorzien van sleutelstukken met peerkraalprofiel en hoge eiken kap – drie jukspanten voorzien van gezaagde telmerken – gedekt met Hollandse pannen en aan de voorzijde met wolfeind en achter tegen gepleisterde tuitgevel. Deze linker helft heeft een verhoogde, gebosseerd gepleisterde en met lijst afgesloten voorgevel met hoge 19e eeuwse winkelpui, twee schuifvensters op de verdieping en een schuifvenster op zolderhoogte. In de achtergevel een keldertoegang, twee deuropeningen en vier vensters.”
Ansichtkaart
Straatbeeld, omstreeks de eeuwwisseling, gezien vanaf de Lage Markt in de richting van de Ganzenheuvel. Op de achtergrond Likeurstokerij en Distilleerderij van Rijssenbeek & Nass aan de Smidstraat en de toren van de St. Stevenskerk, rechts vooraan, op de hoek, de kruidenierswinkel ‘In den Olifant’, 1898-1902 (F89834 RAN)
Priemstraat met historische foto (augustus 2025)
Vlakbij Priemstraat 19-21 hangt 2019 een vergroting van een gerestaureerde ansichtkaart uit 1900. Zie het artikel in de Gelderlander hierover.
Priemstraat 53- 55
Priemstraat 53 – 55 (augustus 2025)
Rijksmonument
Priemstraat 53 – 55 is een Rijksmonument met als omschrijving:
“Laat-middeleeuws PAND, waarvan de geveltop met in- en uitzwenkende contouren uit de 18e eeuw dagtekent.
Aan de achterzijde een gepleisterde puntgevel.
Onder het huis een tweebeukige kelder met graatgewelven op bakstenen ronde pijlers.
Moer- en kinderbalken met gesneden laat-gotische sleutelstukken.
Spiltrap achter in het huis.”
Priemstraat 57
Rijksmonument
Het gebouw is een Rijksmonument met als omschrijving:
“Pand met verdieping en hoog zadeldak, waarschijnlijk 17e eeuw. Lijstgevel van vroeg-19e eeuws karakter.”
Hotel Ariëns
De oostzijde van de Priemstraat met in het midden Hotel Ariëns , gezien in de richting van de Lage Markt, 1890-1895 (F31925 RAN)
Lage Markt 40
De melk- en zuivelwinkel van E.A. Mack (nr. 40) links, in het midden de Priemstraat, geheel rechts het Jezuiëtenhuis oftewel de Hof van Xanten, Lage Markt 36-46, 1959 (Gemeente Nijmegen afd. Reprografie via F19042 RAN CC0)
Rijksmonument Jezuïetenhuis Het Hof van Xanten wordt ook wel het “Jezuïetenhuis” genoemd, vernoemd naar de schuilkerk die hier lang gevestigd was. Na de Reductie van Nijmegen bleven vooral de Jezuïeten actief. “Vanaf 1616 waren er structureel twee missionarissen namens de orde in Nijmegen aanwezig. De eerste missionaris die gezonden werd en die we dus als…
Smederij tussen het Hof van Xanten (het Jezuïetenhuis) en de Vinkegas, Lage Markt, 1925-1930 (F66506 RAN)
Lage Markt, maart 2025 (Google Streetview)
Het meest linkse gebouw op de foto van ongeveer 1925-1930 naast het poortje is het Hof van Xanten. Op de huidige foto is de situatie in maart 2025, waarbij op deze plaats woningen zijn gebouwen.
Lage Markt 59/Waalkade 11
(voorheen Lage Markt 55)
Lage Markt 59 (augustus 2025)
Cartouche met chronogram
Cartouche Lage Markt 59 (augustus 2025)
Op de cartouche staat de tekst “paX et qVIes VsqVe qVaqVe hVIC DoMVI”. Dit is een zogenaamd jaardicht of chronogram. Een chonogram bestaat uit 1 of meer versregels, of een korte spreuk, waarin de letters M, D, C, L, X, U, V, W, I en Y als Romeinse cijfers beschouwd, bij samentelling een bepaald jaartal voorstellen. (wikipedia, met tevens meer achtergrond van een jaardicht).
De vertaling luidt: “Vrede en rust te allen tijde voor dit huis”, waarbij tevens het jaar 1648 wordt gevormd. Zoals Dorsoduro aangeeft, is deze tekst mogelijk ingegeven door de Vrede van Münster.
Rijksmonument
Een aantal panden voor de restauratie, Lage Markt 55-61, 1975 (Frans Kup via F19554 RAN CCBYSA)
Het gebouw is een Rijksmonument met als omschrijving:
“Pand met in de verminkte en gepleisterde voorgevel een gevelsteen met cartouche (1648) en drie sierankers. Het schilddak wordt aan de Waalkade afgesloten door een gevel met gezwenkte top.”
Gevelsteen
Lage Markt 70 – 88
Gevelsteen, Lage Markt 70 – 88 (augustus 2025)
Deze spreuk is vooral door het “Adagia” van Erasmus beroemd geworden. Daarin beschrijft hij “Ne Iupiter quidem omnibus placet” (Adagia 2.7.55).
Oftewel: “Zelfs Jupiter kan het niet iedereen naar de zin maken”; wat vrij vertaald betekent: Je kunt het niet iedereen naar de zin maken.
Deze Latijnse spreuk is uiteindelijk gebaseerd op een Oud-Griekse spreuk van Theognis in zijn Sententiis. In het Engels: `Theognis among his moral maxims: ‘For Jove himself may not content us all, / Whether he holds rain back or lets it fall.’` “Οὐ δὲ γὰρ ὁ Ζεὺς Οὔθ’ ὕων πάντας ἀνδάνει οὐτ’ ἀνέχων.” Ik spreek geen Latijn noch Oud Grieks. Wel is in het oud Grieks `Zeus´ te herkennen, terwijl in de Engelse vertaling Jove, oftewel Jupiter, wordt genoemd. Opvallend is in ieder geval wel, dat de verwijzing naar regen door Erasmus wordt weggelaten. Zie ook https://alt.language.latin.narkive.com/5EDY7kBC/ne-iuppiter-quidem-omnibus-placet, waarin de volledige context van Theognis in het engels staat.
Zoals Dorsoduro ook aangeeft, komt de tekst ook voor in Baudartius Afbeeldinghe, ende beschrijvinghe van alle de veld-slagen, belegeringen en ghevallen in de Nederlanden, geduerende d’oorloghe teghens den coningh van Spaengien (1559-1614) uit 1615:
`Ne Iovem quidem omnibus unquam placuisse, dat Iupiter selve noyt allen menschen en heeft behaeght. Derhalven het oock geen vvonder is, dat ick ende mijns gelijcke van de berisp-gierige vvorden geoordeelt, ende het alle man niet te passe en konnen maken. Ick en hebbe (dat versekere ick u) niemant`
1645
Op de gevelsteen staat tevens het jaar 1645 genoemd. Zoals Dorsoduro al aangeeft, moet de gevelsteen in ieder geval ooit zijn opgeknapt. Daarbij is niet met zekerheid te zeggen waar de 1645 naar verwijst en in welk jaar de gevelsteen is ingemetseld.
“Op 21 november 1986 werd hier de laatste hand gelegd aan de sociale woningbouw in de Benedenstad door: F.J. Hermsen Burgemeester van Nijmegen, H. Houthuys, J. van de Ing, H. Jansen, P. Mays, A. Weijers en W. Weijers leden van het Buurtkomitee Benedenstad. F.S.H. Crouwers en Maartje Busser, Bewoners.”
Deze gevelsteen zal de vervanger zijn van een oorspronkelijke, welke in 1987 al beschadigd was. In 1988 waren nog meer handen kapot. Zie ook F60951 RAN, met burgemeester Hermsen.
Een mooie foto van deze appartementen aan de Vosstraat uit 1986 is F94014 RAN.
Gevelsteen Vosstraat
Gevelsteen Vos, Vosstraat (augustus 2025)
De gevelsteen van een rode vos in de Vosstraat is oorspronkelijk afkomstig uit een pakhuis, dat in 1639 voor Anthonis Vos gekocht werd, onderdeel van het St. JacobsGasthuis. Het gebouw werd in de jaren 70 afgebroken. Bij de nieuwbouw van 1986 werd het herplaatst. (KN14255-30 RAN). Het RAN noemt als jaar van de sloop 1974; Hendriks (1987, via het Straatnamenregister): “”Door sloop van dit pand in 1977, is het straatje niet duidelijk meer herkenbaar.””
Vosstraat
Ook de Vosstraat is naar Anthonis Vos vernoemd: “”1706: Vossegasken. De wijnkoper Anthonis Vos, burgemeester in 1655 en 1658, kocht in 1639 een deel van het vroegere St. Nicolaas gasthuis en richtte dit tot een pakhuis in. Het gebouw kreeg den naam: Vossepakhuis. Dit gebouw bestaat nog; naast den ingang is in de muur een steen gemetseld waarin een vos gebeiteld is. Zie het R.V. van 1900, blz. 41. P. 1839: Achter de Vischmarkt.” (Teunissen 1933 zoals weergegeven in het Straatnamenregister)
Vosstraat (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, CC BY-SA 4.0 , via Wikimedia Commons)
Moeder Gods als beschermster van de schippers, Hans Truijen
1966 Vleeshouwerstraat
Moeder Gods als beschermster van de schippers, Vleeshouwerstraat (augustus 2025)
Moeder Gods als beschermster van de schippers is een kunstwerk van Hans Truijen (1928-2005). Dit mozaïek is geplaatst in Vleeshouwerstraat, vlak bij de trappen van het Groene Balkon. Links is Maria als Moeder Gods met Jezus. Rechts staat Sint Olof afgebeeld. Hij was in de 15e eeuw in Nijmegen de patroonheilige van schippers. Het Nijmeegse Antependium uit 1494 heeft als inspiratiebron voor dit kunstwerk gediend. Voor een uitgebreide beschrijving:
Deze gevelsteen slaat op Arnold Kelffken. In het jaar 1729 was hij voor het eerst burgemeester. Oorspronkelijk was de steen ingemetseld in de kademuur van de Oude Haven, naar aanleiding van het herstel daarvan. De Oude Haven werd in 1881-1884 gedempt. De gevelsteen werd ingemetseld aan de Gedeputeerdenplaats. In 1986 kreeg het zijn huidige plaats (KN14254-29 RAN en Facebook).
“Zij roepen ons die deftige familie voor den geest, van scheepenen en burgemeesters, naar wie ons Bosch (ten onrechte) genoemd is, en welke zoo treurig eindigde in 1745 met Mr. Arnold Kelfken, een gederailleerd heerschap, die niets naliet dan een slechten naam en schulden.” (Het Schependom van Nijmegen in woord en beeld 1912, p. 37, van Schevichaven, overgenomen uit argusvlinder)
De Kolonialen: Waalkazerne en Valkhofkazerne
Een eenheid van de Koloniale Reserve op het terrein van de Waalkazerne. Van 1891 tot en met 1911 bevonden zich twee kazernes in de binnenstad: de Waalkazerne en de Valkhofkazerne. In 1911 werd een grote kazerne geopend in Nijmegen-Oost, Oude Haven, 1900-1905 (F1650 RAN)
Na mogelijk binnen Korten tijd slooping zal plaats hebben van de oude Kanonnierskazerne aan den Lindenberg, genaamd de Valkhof-kazerne, en dit gebouw zal moeten plaatsmaken voor een op te richten politiegebouw, is ‘t, dunkt mij, niet onaardig, eens in herinnering te brengen wat daar ter plaatse eerst gestaan heeft.
Eeuwen lang woonde daar een familie Singendonck, die er meerdere eigendommen had en door aankoop zoo vergrootte dat het een zeer uitgestrekt bezit was, waardoor haar erf bij ’t Valkhof, aan den Lindenberg, aan het ‘Bezembindersgasje en ook aan de Duivengas en Strikstraat uitkwam.
Van een groot gedeelte van dit zeer groot erf met groot heerenhuis werd de gemeente Nijmegen eigenares door aankoop in 1823 van de Dourari1ere S.M. Singendonck van Dieden om er eene kazerne te bouwen. Eerst in 1826 schijnt die kazerne gebouwd te zijn, omreden op den 12 Juni van dat jaar de verkoop plaats had van de aanzienlijke partij afbraak van het huis, te voren bewoond door wijlen den weledelgeboren heer Singendonck van Dieden.
Deze afbraak bestond volgens de advertentie uit het volgende:
Ongeveer 50 moderne schuiframen met luiken, groote en kleine glasruiten en hardsteenen drempels. Eene royale wagenschothouten Slingertrap, 8 1a 10 marmeren schoorsteenmantels; onderscheidene portes brisées en andere deuren van Wagenschot; ruim 20 stuks kozijnen met paneeldeuren.
Eene groote partij Lambriseeringen, 8 onderscheidende behangsels voor zalen, waaronder twee bij uitnemendheid, schoone Turkschgeborduurde en een van kostelijke groene Trijp welke alle nog in de zalen te zien zijn; ruim 100 stuks witte marmeren vloerstenen; groot 60 N. Duimen in het vierkant; 7000 1a 800 stuks witte en blaauwe vloersteenen; groot 80 Ned. Duimen in het vierkant; buitengewoon schoongeschilderde schoorsteen en plafonstukken; drie regenbakspompen, onderscheidene ijzeren haardplaten, een ijzeren hek, lang 17 ellen; het inwendigen van een paardenstel voor 7 paarden enz. enz.
Alle deze voorwerpen bevinden zich nog in goeden staat in het voormeld gebouw, op de Duivengas, van achteren uitkomende aan de Lindenberg te Nijmegen.”
De bouw van bovenvermelde kazerne werd op Dinsdag 30 Mei 1826 in het Raadhuis deze stad aanbesteed als: het vertimmeren van een huis en daartoe gehorende gebouwen tot een caserne voor 400 manschappen.
Het moet dus één der aanzienlijkst en inwendig wel één der fraaiste gebouwen der stad geweest zijn, en het is zeer te betreuren dat toen zulke gebouwen, wegens te weinig ruimte tusschen de vestingmuren, om een kazerne te bouwen, moesten worden opgeruimd. C.A. Neyboer.” (PG)NC 11/4/1913)
Ridderstraat 8: gevelsteen Ex Invidia et Favore
Gevelsteen Ridderstraat (augustus 2025)
“De wapensteen met alliantiewapen van de families (Johan Michiel) Roukens en (Agneta Jannetta) Verspijck met de tekst: “Ex Invidia et Favore 1751”. Vertaling: “Als gevolg van haat en begunstiging”). De gevelsteen is tegenwoordig ingemetseld in een pand aan de Ridderstraat (op de plek van het voormalige Hof van Batenburg, het woonhuis van Roukens-Verspijck)” (Bijschrift F32019 RAN)
Vanuit het noordwesten kijken we naar twee gebouwen die vermoedelijk in de 19e eeuw zijn gebouwd. In het linker pand met balkon en poortgebouw bevond zich op enig moment Hotel Palace Royal. Het hotel had enige weken Sir Walter Scott te gast die er ook stierf. Tussen ongeveer 1914 en 1920 zaten er gemeentelijke instanties. Het gebouw rechts ernaast stond op het perceel van het vroegere karakteristieke Hof van Batenburg, tussen circa 1865 en 1898 zat hier een meisjesschool. Het pand is in de tweede helft van de twintigste eeuw gesloopt. De zware omlijsting van de voordeur bestaande uit een architraaf, sokkels en vlakke pilasters is toen verplaatst naar het gebouw op Sint Anthoniusplaats 1. Het rechterpand, wat helaas nauwelijks te zien is, had het voorkomen van een pakhuis, 1890-1919 (F93291 RAN)
Het is niet met zekerheid te zeggen waar het jaartal en deze tekst op slaat, noch het jaartal waarin de gevelsteen gemaakt is. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat de gevelsteen jaren na “1751” is opgehangen. Een aantal mogelijke verklaringen:
De aanslag op het huis van Johan Michel Roukens, deze lijkt het meest genoemd, zie hieronder
De “begunstiging”: heeft er in 1751 een specifieke “begunstiging”/een specifiek moment om stil te staan bij “Als gevolg van haat en begunstiging” plaats gevonden? Of is de “1751” een algehele terugblik op de gehele afgelopen periode? Bijzonder lijkt mij, dat Roukens munten laat slaan waarop 1747 expliciet is vermeld. Dus: waarom het jaartal 1751?
Een relatie met Mr. Theodorus Leonardus Roukens? Hij is geboren in 1751 (28 Januari 1751) en ongehuwd overleden op 26 mei 1782
1747: “Aanslag” op Roukens
“Gedenkpenning van de mislukte aanslag op het huis Hof van Batenburg van Johan Michiel Roukens in 1747. Verblijfplaats : het gemeentemuseum.”, 1747 (Dr. Jan Brinkhoff via D585 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)
Een veelgebruikte mogelijke verklaring is de “aanslag” op Roukens: Johan Michel Roukens werd eind 1747 belaagd door een groep prinsgezinden. Hij zou, al dan niet terecht, tegen de benoeming van stadhouder Willem Karel Friso (Willem IV) tot erfstadhouder zijn geweest, met de daaraan verbonden machtsuitbreiding (Teunissen 1937, die overigens het jaar 1749 noemt, zoals vermeld in Straatnamenregister)
Daarbij was zijn vrouw Agneta Jannetta Verspijck pas bevallen van hun zoon Arent Anthony Roukens (geboren op 29 oktober 1747).
De binnenplaats van het Hof van Batenburg met onder de blinde pui de wapensteen met het alliantiewapen van de families (Johan Michiel) Roukens en (Agneta Jannetta) Verspijck, met de tekst : Ex Invidia et Favore 1751 ( vertaling : Als gevolg van haat en begunstiging). Tegenwoordig is de gevelsteen ingemetseld in een pand aan de Ridderstraat , op de plek van het Hof van Batenburg, het woonhuis van Roukens-Verspijck, Ridderstraat, 1961 (dr. Jan Brinkhoff via D583 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)
Biografisch Woordenboek Mr. Johan Michiel Roukens
Het Biografisch Woordenboek uit 1790 beschrijft hoe een groep inmiddels al begonnen is met de plundering -intussen had de wieg ternauwernood de baby Arent Anthony beschermd tegen een gegooide steen- totdat een groep gewapende burgers en een storm erger weet te voorkomen; andere bronnen als Berghpedia, de hierboven genoemde Teunissen en Noviomagus noemen alleen de storm, de groep gewapende burgers niet. Zoals de Jong al aangeeft, betreft het niet het jaar 1848, maar 1847:
“Roukens, (Mr. Johan Michiel) een der grootste Regtsgeleerden van zijnen tijd, en boezemvriend van den vermaarden AmderdamCchen Advokaat Hermanus van Noordkerk. Hij was gebooren op den zesentwintigsten Januarij des Jaars 1702. De haat, waar mede zijn Geslagt was belaaden, hadde hem, in zijne eerde kindsheid, bijkans het leeven gekost. Om het onnozel wigt te behouden, in eene dreigende opschudding, in het Vaderlijk huis ontdaan, bergde men hetzelve, leggende in zijne Wieg, over den muur van den Tuin, in het huis van den Heere Baron van Randwyok. De gronden der Taalkenniste, vooral van het Latijn, leide de Jonge Johan Michiel, onder den vermaarden Nijmeegschen Rektor Cannegieter. In de Regtsgeleerdheid genoot hij, te Leiden, het onderwijs van de beroemde Hoogleeraaren Gerard Noodt, Vitriarius en anderen. Naa zijne bevordering tot Meester in dc Regtsgeleerdheid, keerde hij weder na zijne Geboortestad. Welhaast ondervondt hij het genoegen, dat hem een Ampt wierdt opgedraagen, in vergoedinge der nadoelen en schaden, welke zijn Vader hadt geleeden. In den Jaare 1745 verkreeg hij zitting in den Raad. In het volgende jaar ontving hij last, van wegen het Gewest, om de veertienduizend-man Hanoversche Hulptroepen door het Kwartier te geleiden. Nog hooger eere genoot hij, in den Jaare 1748, wanneer hij, van wegen de Stad Nijmegen, wierdt benoemd, om zijne Doorluchtige Hoogheid , den tegenwoordigen Erfstadhouder, Willem den V, over den Doop te houden. Aangaande een Regent, dus, met eere en aanzien bekleed, zou men verwagt hebben, dat het onrustig Jaar 1748 niet ten zijnen nadeele zou gewerkt hebben. Dit gebeurde evenwel. De Heer Roukens was een der zeven Regenten, onder de twaalf, welke van hunne Regeegeeringsposten verlaaten wierden. Het onstuimig gemeen was hier mede niet voldaan; men dreigde zijn Huis met plondering, en den dood aan al wat ‘er binnen leefde, ’s Mans Echtgenoote lag thans in het kraambedde, en was slegts drie dagen geleeden verlost. Het woest gepeupel, voor het Huis vergaderd, de Voordeur, met geweld, geopend hebbende, streeft straks na binnen, en werpt een hagelbui van steenen door de glazen der Kraamkamer: zodat eenigen nedervielen op de Wieg, in welke het Kraamkind lag. Gelukkig lag dit met het hoofdeneinde na die zijde, van welke de steenen vloogen, en wierdt aldus door den Kap der Wieg beschut. Intusschen vondt men, in het Voorhuis, eenige manden met Wijn, Het gulzig te lijve slaan van deezen deedt de plonderwoede nog meer ontsteeken. Aan het verbrijzelen van Meubelen en Huisgeraaden, die voor de hand stonden, zijnen zat bekoomen hebbende, maakte men de toebereidzels om tot in de Kraamkamer door te dringen. Ter goeder uure wierdt zulks belet door eenige welgezinde gewapende Burgers, die den plonder- en moordzieken hoop verdreeven; welke, daarenboven, van schrik bevangen wierdt door eenen spoedig opkoomenden stormwind: zodat niemand zich op straat durfde waagen, uit vreeze voor het instorten van schoorfteenen en nedervallende Dakpannen.
De Heer ]ohan Michiel Roukens was grondig ervaren in de kennis van de algemeene en bijzondere Regten; verscheiden Verhandelingen kunnen hier van getuigenis draagen, onder andere die Over den Dijkbrief van de Ooy. Daarenboven bezat hij eenen poëetischen geest, en verpoosde, bij wijlen, zijnen gewoonen letterarbeid, door het zamenftellen van Latijnsghe of Nederduitfche Vaerzen. Hij overleedt op den tienden April des Jaars 1772, zijnde getrouwd geweest met Agneta Jeannetta Verspyck, dogter van Leonard Verspyck, Ontvanger Generaal des Nijmeegschen Kwartiers, en van Vrouwe Huberta ingenoel, dogter vanden Burgemeester Johan Ingenoel en van Johanna Rebbers, gebooren den dertigsten November des Jaars 1705 en gestorven op den achtentwintigsten Maij des Jaars 1787. Twee Zoonen zijn uit dit huwelijk naagebleeven; Arent Anthony Roukens en Theodorus Leonard Roukens.
Vaderlandsch woordenboek; oorspronklyk verzameld door Jacobus Kok, Twee-en-twintigste(-negen-en-twintigste) deel. K-M (-V), VYF-EN-TWINTIGSTE DEEL, 1790, bladzijde 197 en 198 (met overzetting via Delpher, de ſ is vervangen door een s); deze tekst is ook te vinden op DBNL.
Ook komt dit verhaal voor in: Biographisch woordenboek der Nederlanden, bevattende levensbeschrijvingen van zoodanige personen, die zich op eenigerlei wijze in ons vaderland hebben vermaard gemaakt, Uitgegeven onder hoofdredactie van Dr. G. D. J.Schotel, Tiende deel.1878
Ook van Schevichaven schrijft in zijn Penschetsen (deel 10, 1898) uitgebreid over de aanslag. Ook hij noemt de plundering niet: “ijn lezing van dezen aanslag op het huis van Roukens wijkt aanmerkelijk af van hetgeen dienaangaande vermeld wordt in het artikel “J. M. Roukens” in het Biographisch Woordenboek van Van der Aa. Zoo erg als het daar wordt voorgesteld, is het niet toegegaan. Ware dat het geval geweest, dan zouden de volgens dat relaas gepleegde euveldaden zeer zeker niet voorbij gegaan zijn in de Zedige Aanmerkingen op de gebeurtenissen dier dagen, bij Hendrik Heymans in het volgende jaar hier ter stede in het licht gegeven. Hoewel dit pamflet vloeide uit de pen van een aanhanger der magistraatspartij, is daar evenwel geen sprake van gewelddadigheden in het huis gepleegd. Daarenboven, waren de plunderaars reeds in huis geweest, dan zou er geen reden bestaan hebben om te vluchten voor den stortregen en den storm. Zij hadden zich den tijd aangenaam kunnen korten in den wijnkelder en elders, totdat de bui uitgewoed zou zijn.”
Zie ook foto F32118 RAN, gedateerd 1960: Het ‘Hof van Batenburg’ op de hoek met de Eiermarkt, vóór de afbraak in het voorjaar van 1962
Ottengas
Het gezicht op de Ottengas, vanuit de kruising met de Muchterstraat , met (links) de keermuur van De Klokkenberg, gezien in de richting van de rivier de Waal, een schilderij gemaakt door Hendrik Johannes (Jan Hendrik) Weissenbruch (30 november 1824 – 14 maart 1903), 1850 (Gemeentemuseum Nijmegen via F46474 RAN)
“De naar de Waal aflopende Ottengas is het laatst overgebleven karakteristieke straatje van de benedenstad. Aan de westzijde staat een mogelijk laat-middeleeuwse bakstenen muur met steunberen. Het vermoedelijk in de kern 16de-eeuwse pand Ottengas 15 heeft in het midden een trapgevel met ezelsruggen.” (Monumenten in Gelderland)
Ottengas: Het gezicht vanaf de Eiermarkt, in de richting van de Vleeshouwerstraat; links staat architect v.d. Kloot bij de keermuur, 1950 (F31506 RAN)rechts van de muur Ottengas, links daarvan Klokkenberg en links de Muchterstraat (augustus 2025)
Ottengas 29
Ottengas 29 is sinds 1973 een Rijksmonument met als omschrijving:
“Pand met verdieping en zadeldak. Voorgevel met rechte kroonlijst, 18e eeuw, en vensters met kleine roedenverdeling. Links een trapgevel. Gerestaureerd 1961-’63.”
Zie voor een foto uit 1975 van Ottengas 29-31 F31477 RAN: In 1974 gerestaureerde panden in 18e eeuwse aanpassing, gezien vanaf het Groene Balkon in de richting van de Eiermarkt
Het pand is een Gemeentelijk Monument met als formele tekst bij het besluit tot aanwijzing:
“Winkel met woning. Geheel gepleisterd bakstenen pand van vier bouwlagen met afgeplat zadeldak dat pannen schilden heeft aan de zijkanten. De benedenpui en eerste etage, die het karakter heeft van een insteek zijn in de gevelbehandeling samengevoegd: de kozijnen van de drie assen lopen in elkaar over. De huisingang bevindt zich rechts; die van de winkel in het midden. Op de tweede en derde etage twee vensters met lichtgetoogde bovendorpel; boven lager dan daaronder. De afdekkende kroonlijst op de rechte gevel is verdwenen. Ook de zijgevel aan de Ottengas is gepleisterd. Aan de voorzijde ervan zijn onregelmatig geplaatste openingen van drie bouwlagen; meer naar het noorden van vier bouwlagen, waarvan de onderste op kelderniveau. Bouwtijd: 17de eeuw; gevel gewijzigd tweede of derde kwart negentiende eeuw. Een van de weinige bewaard gebleven grote zeventiende-eeuwse panden in de stad. Van groot belang voor de hoek Ridderstraat-Ottengas.”
Ridderstraat 13 is een Rijksmonument met als omschrijving: “PAND, waarvan de lijstgevel een gebeeldhouwde Lodewijk XV-omlijsting van het venster boven de deur heeft. Inwendig: stucplafonds, 18e eeuw.”
Op de Gemeentelijke Monumentenlijst staat de volgende aanvulling vermeld: “stucplafonds zijn verloren gegaan door vernieling en brandstichting”
Ridderstraat 15
Het pand rechts naast nummer 13 is een Gemeentelijk Monument, met als formele tekst bij het besluit tot aanwijzing:
“Woonhuis. Geheel gepleisterd bakstenen pand van drie bouwlagen, met pannengedekt zadeldak. Benedenpui drie-assig met links de ingangspartij en rechts twee vensters, alle met getoogde bovendorpel en geprofileerde omlijsting. De pui is afgesloten met een geprofileerde lijst. Het gedeelte daarboven is twHeee-assig en wordt links en rechts omlijst met blokken van stuc. Op de eerste etage hoge vensters met afgeronde bovenhoeken; op de tweede lage rechthoekige vensters. De oorspronkelijke kroonlijst is verdwenen. Bouwtijd: begin 19de eeuw, gewijzigd 3de kwart 19de eeuw. Pand van goede verhoudingen, van belang als ondersteuning van het naastgelegen monument.”
De Radbouduniversiteit schonk deze muurschildering ter gelegenheid van haar 100-jarig bestaan. Daarvoor koos ze deze locatie: de plek waar de universiteitsbibliotheek had gezeten. Het werk is gemaakt door Sacha di Maio en Eduardo Pérez González uit Millingen aan de Rijn.
“In 1923 kocht de Radboudstichting een allegaartje van samengevoegde gebouwen aan gelegen op de Snijders-, Platenmakers- en Muchterstraat. In dit complex werd op 7 januari de universiteitsbibliotheek geopend. Door het bombardement op 22 februari 1944 is het complex zwaar beschadigd maar het nieuw gebouwde boekendepot overleefde het bombardement. In 1967 verhuist de bibliotheek naar de campus, waarna in 1973 de sloop volgt. In de hal van de hoofdingang troont het door mgr. A.F. Diepen (bisschop van ‘s-Hertogenbosch) ter gelegenheid van de plechtige inzegening van het gebouw geschonken Mariabeeld , de Sedes Sapientiae (Zetel der Wijsheid)” (Bijschrift F32852 RAN)
Blik op de universiteitsbibliotheek, Snijderstraat, 1955 (F67305 RAN)
Het nieuw gebouwde boekendepot overleeft de oorlog.
De universiteit had in 1945 de Villa Stella Maris gekocht om te dienen als instituutsgebouw. Hier kwam in 1947 ook de leeszaal van de bibliotheek, “boekentransport per bakfiets tussen depot in de Snijderstraat en de leeszaal” (GN12220 RAN, een foto van de leeszaal aan de Van Schaeck Mathonsingel uit 1952)
In 1967 verhuist de bibliotheek naar de campus. In 1973 volgt de sloop van het pand (Bijschrift F9521 RAN, een foto van de tijdschriftenzaal uit 1925).
Eiermarkt: Omgevingsvormgeving
Eiermarkt: vergroening en Omgevingsvormgeving (augustus 2025)
Vooraf
Gezicht in westelijke richting vanaf de Ridderstraat naar de Muchterstraat (met rechts de Ottengas en links de Snijderstraat) ; rechts het (nog bestaande) pand Muchterstraat 57-59 (uit 1865). Links van het midden is de spoorbrug zichtbaar, 11/1980 (Ber van Haren via KN13205-58 RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)Bij opgravingen door het ROB kwamen 2 parallelle grachten uit de laat Romeinse tijd aan het licht, de buitenste verdedigingswerken van de 4e eeuwse versterking op het Valkhof. In de linker bovenhoek en rechts onder zijn resten van laat-middeleeuwse huizen te zien, Eiermarkt, 13/2/1981 (Ber van Haren via ZN34506 – B RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)
Omgevingsvormgeving
Paul van der Hoek ontwierp in 1984 op het plein voor de garage Eiermarkt een 6 betonnen kolommen. Ze staan in 3 groepjes van 2 bij elkaar, waarbij 1 van de kolommen gedraaid is voor een speels effect. De kolommen zijn even hoog, waarbij ze op het eind trapsgewijs toelopen.
Vóór de parkeerplaats staat een muur, die bedoeld is om de parkeergarage af te scheiden van de buurt. Wel moest deze muur opvallen. Daarom werd kunstenaar Johan Goedhart gevraagd. Deze ontwierp de muur, betegeld met geglazuurde baksteen. Zowel van der Hoek als Goedhart maken onderdeel uit van de zogenaamde Arnhemse school.
Vergroening
In 2023 zijn De Ridderstraat en de Eiermarkt vergroend: daarvóór was het een versteende omgeving. Daarvoor zijn stukken bestrating vervangen door groen en zijn er een aantal bomen geplant.
Joris Ivens Monument op Joris Ivens plein (juli 2023)
Het Joris Ivensplein is vernoemd naar de filmmaker Joris Ivens, met op het plein het Joris Ivens monument . Vroeger lag hier Parkzicht/restaurant Terminus. Een plaquette herinnert aan het overlijden van de verzetsstrijder Jan van Hoof. (De directe omgeving) van het plein staat ook bekend om de prositutie.
Het Joris Ivensplein is vernoemd naar de filmmaker Joris Ivens (George Henri Anton (Joris) Ivens (Nijmegen, 18 november 1898 – Parijs, 28 juni 1989).
Vooraf: Korenbeurs en Veemarkthallen/Parkzicht en Terminus
Het pleintje links met het ijzeren beeld met een ‘uitgeknipte’ cirkel is het Joris Ivensplein. Het plein is in de jaren 80 ontworpen.
Nadat de stadswallen werden gesloopt, kwam er een markt in het gebied tussen wat nu Kronenburgerpark is en de Oude Haven. Om het onderscheid te maken met de Grote Markt, werd deze markt in 1881 de Nieuwe Markt genoemd. Vanaf 1882 stond hier het gebouw van de Korenbeurs, welke in 1923 werd gesloten.
Op deze plaats kwamen de Veemarkthallen, die in 1939 geopend werden. Op de plek waar het Joris Ivensplein ligt, lag het voorgebouw van de Veemarkthallen, met onder andere de graanbeurs en een café-restaurant onder de naam Parkzicht. Veel Nijmegenaren zullen het gebouw nog kennen als restaurant Terminus, vernoemd naar tramremise. Lees het artikel over de Veemarkthallen en haar vervolg:
Cafe Restaurant Terminus, met op de achtergrond de Veemarkthallen, gezien vanuit de Parkweg. Gebouwd in 1938. Rechts de Nieuwe Markt, 1938 (F19205 RAN)
Waar nu het Joris Ivens plein ligt, lag vroeger het gebouw dat veel Nijmegenaren nog het best zullen kennen als café restaurant Terminus. Oorspronkelijk heette het Parkzicht en was het gebouwd als gebouw voor de veemarkthallen, die daarachter lagen en waar de straatnaam “Veemarkt” nog aan herinnerd.
Plaquette Jan van Hoof Ivensplein (september 2024)
Jan van Hoof (07-08-1922 en gesneuveld op 19-09-1944). Hij raakte betrokken bij het studentenverzet. Als lid van de Geheime Dienst Nederland maakte hij voor Market Garden maandenlang tekeningen van de omgeving van de Waalbrug, waaronder de locatie van de explosieven.
“Redder der Waalbrug”(?)
Mijn Gelderland: “Er is geen hard bewijs, maar men gaat ervan uit dat Van Hoof op 18 september explosieven onschadelijk maakte die aan de Waalbrug waren aangebracht door de Duitsers. Volgens het rapport, uitgebracht in 1951 door een commissie, ingesteld door het Ministerie van Oorlog, was een deel van de springladingen nog intact toen de Britten de brug innamen. Niettemin gaf men Van Hoof het voordeel van de twijfel, omdat de Duitsers wel degelijk springladingen hadden hersteld na sabotage, echter hij kan volgens het oordeel van deze commissie niet als redder van de brug worden aangemerkt. Tevens vermoedde de commissie dat de Duitsers de brug niet wilden vernielen, omdat ze deze nodig hadden voor een eventueel tegenoffensief”
Overlijden bij Nieuwe Markt
Op 19 september geeft Jan van Hoof tekeningen af over Duitse versterkingen bij de Waalbrug. Hij vertrekt die middag met een Britse verkenningswagen van de Royal Engineers om hen door de binnenstad te gidsen. Op de Nieuwe Markt wordt wagen, waarin lance-sergeant W.T. Berry en guardsman A. Shaw zitten, in brand geschoten. Jan van Hoof wordt van de wagen geslingerd. Daarop wordt hij door de Duitsers mishandeld en om het leven gebracht.
Zie voor het verhaal van Jan van Hoof wikipedia (tevens bron) en het uitgebreide artikel op Noviomagus.
Het bijschrift bij GN10006 vertelt dat Jan van Hoof 4 keer is begraven:
een noodgraf in het Kronenburgerpark
op Rustoord,
een herbegrafenis met militaire eer op de R.K. Begraafplaats Daalseweg
in 1971: na ruiming van een gedeelte van deze begraafplaats, op de gemeentelijke begraafplaats Vredehof aan de Weg door Jonkerbosch.
Zoals onder andere Noviomagus vertelt, is de steen een aantal malen verplaatst. Daarbij is in de loop der jaren de oorspronkelijke plaquette vervangen door een identieke nieuwe.
In een artikel van de Gelderlander uit 2017 vertelt een ooggetuige dat hij Jan van Hoof heeft zien sterven. De tegel ligt net op de verkeerde plek.
Onthulling gedenkteken voor Jan van Hoof op de Nieuwe Markt voor Terminus en Veemarkthallen. Tekst op de gedenksteen: ‘Hier viel Jan van Hoof Redder der Waalbrug 19-9-1944’. Rechts op de foto Vader van Hoof, verder v.r.n.l. zijn echtgenote (in witte overjas), twee dochters en een zoon, 1945, (F71036 RAN)
Prostitutie
In 1970 begon de prostitutie aan de Nieuwe Markt en de Lange Hezelstraat (Het vrije volk: democratisch-socialistisch dagblad, 6-8-1971); waarschijnlijk wordt met de Lange Hezelstraat het stuk bedoeld dat tegenover het huidige Joris Ivensplein ligt. Daarvoor waren een aantal huizen opgekocht. “Grootste trekpleister is het groene en rode neonlicht dat soms drie prostituées tegelijk verlicht achter een groot raam van een huis, dat vroeger meisjesstudenten onderdak verschafte.” Vooral op de zomeravonden is het ’s avond druk, wanneer vrouwen op de stoep staan. In 1971 is de vraag voor hoe lang, aangezien in de reconstructieplannen van de Benedenstad de Nieuwe Markt zal moeten verdwijnen.
Bovendien was vanaf de jaren 70 de tippelzone in het Kronenburgerpark. In de loop van de jaren 80 veranderde dit, doordat prostituanten in hun auto bleven zitten en een rondje gingen rijden van Stieltjesstraat, Vredestraat en Kronenburgersingel.
In 1983 wordt bekend dat de prostitutie zal moeten verdwijnen, omdat deze bij de renovatie van de Benedenstad middenin een woonwijk is terecht gekomen. De nieuwe locatie zal nu de Nieuwe Marktstraat worden, waar 50 prostituees zullen komen te werken. Dit tot ontsteltenis van de school die aan dezelfde straat ligt. (De Telegraaf, 30-6-1983)
De exploitanten spannen ondertussen een kort geding aan, omdat “ten oosten van de Nieuwe Markt in de Nijmeegse Benedenstad een woonerf met een parkeervergunningensysteem is aangelegd”. (Het Parool, 10-1-1984)
Welke straat hiermee precies bedoeld wordt, is nog niet geheel duidelijk: de Gravendal/Karthuizerhof of het afsluiten van het noordelijk gedeelte van de Nieuwe Markt? In ieder geval kunnen klanten geen rondje meer rijden. En wanneer “ze tenslotte toch een keus hebben gemaakt, vinden ze bij terugkomst van hun bezoek een bon op de voorruit.” Uiteindelijk wordt de huidige locatie aan de Nieuwe Markt de enige locatie waar nog raamprostitutie is toegestaan. Het aantal kamers is intussen sterk verminderd: waar het er voorheen 70, in 2018 zijn er nog maar 14 kamers. (De Gelderlander)
Nadat de tippelzone in de Stieltjesstraat en Vredestraat heeft gezeten, komt er in 1993 een afwerkplek in de Nieuwe Marktstraat. In 2000 komt hier de tippelzone. Het doel van de loods is het beperken van overlast en het zorg bieden aan prostituees.
Joris Ivensplein
Het plein wat op dat moment in aanleg is, word vernoemd naar Joris Ivens. De gemeenteraad van Nijmegen neemt in een bijzondere vergadering op 4-10-1988 het officiële besluit, in aanwezigheid van Ivens zelf en zijn vrouw Marceline Loridan. Wel komt Ivens in juni 1989, nog voor het plein in gebruik is.
In 1990 maakte Bas Maters het monument voor de filmmaker Joris Ivensplein op het Joris Ivensplein. Het lijkt alsof het ronde gat is uitgesneden en aan luik is vastgemaakt. Dat heeft te maken met dat Ivens een filmmaker was: het verwijst naar het oog van een camera. Het openstaande gat onderaan kan als een deur…
Joris Ivensplein met op voorgrond eethuis/café en op achtergrond Joris Ivens monument, september 2023
Ook staat er op het plein een horecapaviljoen met een groot overhangend dak, oorspronkelijk een chinees. Dit is ontworpen door Bas Maters en de architect J. Wienbelt en geopend in 1993.
Het Joris Ivensplein nu
Vooral ’s avonds is er regelmatig sprake van overlast van straatprostitutie, alcohol- en drugsoverlast, rondscheurende auto’s en hangjongeren.
Inmiddels heeft de gemeente een aantal maatregelen genomen als het plaatsen van camera’s met meer mogelijkheden, het inzetten van coaches en jongeren die ingezet worden als “sleutelfiguren”. Bewoners maken een wekelijkse wandeling door het Kronenburgerpark en het Joris Ivensplein.
Daarbij heeft de gemeente de twee horecazaken gesloten, omdat deze een grote rol speelden in het aantrekken van overlastgevers. In juli 2024 heeft de gemeente het paviljoen gekocht. Dan is nog niet duidelijk wat ermee gaat gebeuren: sloop of eerst een tijdelijke invulling (De Gelderlander)
Nimmarama
Nimmarama op Joris Ivensplein (juli 2025)
In juli 2025 is het project Nimmarama in het paviljoen geopend “Nimmarama laat Nijmegen zien door de ogen van haar eigen inwoners. Iedereen mag meedoen – van amateurfotograaf tot professional. Nimmarama projecteert oprechte beelden, van vroeger en van vandaag, en laat zo zien hoe Nijmegenaren de stad echt beleven.”. Zie hun website: https://www.nimmarama.nl/
Het pand van F.J. van Pelt, oliën en vetten (nr. 47), gezien vanaf de Priemstraat. Links naar de Oude Haven, 1952 (Fotopersbureau Gelderland via F19047 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
Op de Lage Markt 47 zijn alweer jarenlang horeca zaken gevestigd. In dit pand heeft vele jaren de Firma F.J. van Pelt gezeten, welke machine-onderdelen, gas en lasbenodigheden verkocht. Het bedrijf werd echter in 1785 opgericht als apotheek.
Advertentie Emser pastilles, verkrijgbaar bij F.J. van Pelt (PGNC 8/2/1871)
F.J. van Pelt werd in 1785 als apotheek opgericht. “In die tijd verkocht Van Pelt ook al oliën en vetten, drijfriemen, appendages, carbid, teerproducten, pakkingen en rubber.” (Turntech)
Ferdinand Jan vn Pelt, apotheker, op Lage Markt D No. 18, Bevolkingregister 1880
Welke F.J. dit is, is mij (RE) nog onbekend. Wel is er een Ferdinand Jan van Pelt op Nijmegen D224 Lage Markt in het Bevolkingsregister van 1820. Of dit het huidige Lage Markt 47 is, is mij eveneens niet bekend. Van Pelt is “apothecar” van beroep en 24 jaar oud. Ook is er in het Bevolkingsregister van 1880 een Ferdinand Jan van Pelt, geboren op 29-8-1815 met als beroep “Apotheker”, dan op Lage Markt D. Nr. 18. Hier heeft het “blauwe potlood” op een later tijdstip in de Aanmerkingen “47” geschreven.
In ieder geval is het in een advertentie in De Gelderlander 12/2/1897 Firma F.J. van Pelt.
Op 28-1-1908 krijgt Firma T.J. van Pelt, vergunning voor het ”oprichten van eene door gaskracht gedreven inrichting voor het bereiden van verf en het maken van specerijen in het perceel aan de Lage Markt No. 47, Kadastraal bekend Nijmegen, Sectie C, No. 5878”. (PGNC 4/2/1908)
Drogisterij Firma F.J. van Pelt
Advertentie Firma F.J. van Pelt, Lage Markt No. 47 en K. Hezelstraat No. 21 (De Gelderlander 26/11/1911)
De Firma F.J. van Pelt plaatst in De Gelderlander 26/11/1911 een advertentie. In ieder geval is het op dat moment een drogist. Met naast de Lage Markt No. 47 de K. Hezelstraat No. 21 als adres.
In ieder geval lijkt rond 1912 alleen de naam Firma F.J. van Pelt naar de familie van Pelt te verwijzen: dan staat W.A. v. Koolwijk, Drogist op dit adres, in ieder geval tot en met Adresboek 1920. Daarnaast komt Firma F.J. van Pelt voor op Stikke Hezelstraat 28.
Wilhelm Antoon van Koolwijk
W.A. v. Koolwijk betreft Wilhelm (soms Wilhelmus) Antoon van Koolwijk (17-4–1877 Ewijk). Hij is de zoon van Henricus van Koolwijk Hendrikzoon (1826 Ewijk – 26-7-1899) en Hendrica Bonaventura Hubertina van Pelt (14-7-1841 Nijmegen – 1922). Zijn vader was van 1879-1898 burgemeester van Koolwijk en daarnaast rentmeester van Doddendaal. Van Koolwijk en van Pelt zouden 6 kinderen krijgen (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis; overlijdensadvertentie van Koolwijk De Gelderlander 27/9/1899). (Hoewel nog niet verder onderzocht welke familieleden van Koolwijks het exact betreft, zullen de van Koolwijks die in het Bevolkingsregister in 1880 bij de van Pelts voorkomen waarschijnlijk geen “dienstbode” zijn uit armoede).
Zijn moeder komt als weduwe tijdelijk inwonen: van 21-11-1917 wanneer ze afkomstig is uit Appeltern, tot 25-2-1918 wanneer ze verhuist naar Elisabeth’s Rustoord in Grave. Zij zal in 1922 komen te overlijden.
In het Bevolkingsregister komt hij van Koolwijk voor met als beroep “drogist”. Het adres is L. Hezelstraat 113, welke op een later tijdstip (1-1-1921) is doorgehaald en vervangen door v. Oldenbarneveldtstraat 24. Van Koolwijk is getrouwd met Louis Francisca Johanna Terwindt (29-4-1877 Pannerden)
Het particulier adres van van Koolwijk is volgens de Adresboeken tot 1916 Kerkstraat 80, daarna tot 1920 Oldenbarneveldtstraat 24; waarschijnlijk is een verhuizing naar de Kerkstraat niet in het Bevolkingsregister doorgekomen.
Drogisterij
Een mooie, oude pui van een winkel die onder andere Persil verkoopt. Het pand bestaat anno 2022 nog maar de houten pui is verdwenen. Links zien we nog een deel van de winkel van van Pelt die op reclame-uitingen zijn winkel de aanduiding meegaf: “Drogerij, specerijen en verfwaren”, Lage Markt 49 -53, 1915- 1925 (F19020 RAN)
Ook in De Gelderlander 24/4/1920 is het nog een drogisterij op dezelfde 2 adressen, wanneer het Van Pelt’s Haarwater aanprijst: “Geen grijze haren meer!”
In het Adresboek 1914-1915 staan meerdere advertenties van de Nijmeegsche Oliehandel “WEKA”, firma F.J. van Pelt, Lage Markt 47. Onder andere:
Collingspatentas-olie
Drijfriemen, Kernleder, Chroomleder, Kameelhaar, Balata en Katoen
Machinepakking “Asbest”, Gummi- en Klingerith-plaat, enz.
Centrifuge-oliën
Consistentvet, Wagenvet, Vaseline, Leder- en Hoefsmeer
Diverse Auto-oliën
Diverse Russische machine-oliën
Rond 1922 is er mogelijk “iets” gebeurd:
Dan komt op de Lage Markt de Nijmeegsche Oliehandel “WEKA” Firma F.J. van Pelt voor (1922); en tevens als “drijfriemenfabriek” (in ieder geval van 1922- 1938). Daarnaast Machine-onderdeelen-depôt N.V. G. Dikkers & Co., Hengelo (1928, 1932) en Machinekamer-behoeften (1932, 1947)
Op Stikke Hezelstraat 30 is vanaf 1922 J.H.L.H. van Pelt, apotheker te vinden. Wat de relatie tot van Koolwijk of de Firma is, is niet bekend.
advertentie Dikkers afsluiters Firma van Pelt (De Gelderlander 17/11/1928)
Op de opslagplaats is op F19020 nog te lezen: “Auto-oliën”. Waarschijnlijk staat er op de gevel een verwijzing naar: “Machine-onderdeelen-depôt N.V. G. Dikkers & Co., Hengelo. Fa. F.J. v. Pelt, Lage Markt” (Adresboek 1928).
De laatste tot nu toe gevonden vermelding van de Lage Markt als (tevens) een “drogerij” is in Adresboek 1924. Echter: Firma F.J. v. Pelt komt met een advertentie voor “Glansverf” zowel voor op Lage Markt No. 47 als Korte Hezelstraat 28 in De Gelderlander 16/7/1927.
In 1948 en 1966 komt de Firma voor als lasbenodigdheden en gasverkoper.
Gas
De opslagplaats van de firma F.J. van Pelt, Lage Markt 49, 1955 (F19561 RAN)
Het binnenplaatsje van de Oliehandel Van Pelt , met de verborgen St. Antonispoort, Lage Markt, 1960 (Fotopersbureau Gelderland via F19044 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
“Gevestigd aan de Lage Markt 47 in Nijmegen werden rond 1930 de eerste gasflessen verkocht met o.a. zuurstof van Hoek’s Oxigenium en Shell Propaan gasflessen. Later kwamen daar andere technische en medische gassen bij.” (Turntech)
Een foto “Firma van der Pelt (zaak in butagas flessen)” uit 1970 is te zien op F63939 RAN
Naam
Omschrijving
Adres
Gevonden Adresboeken
F.J. van Pelt
Apotheker
Lage Markt, 18
1887
W.A. v. Koolwijk
Drogist, firma F.J. van Pelt
Lage Markt 47, part. Adres: Kerkstraat 80, Hees; ook onder “Drogerijen en ververijen”
1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916
Firma F.J. van Pelt
Lage Markt 47 en Stikke Hezelstraat 28
1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1916
W.A. v. Koolwijk
Drogist, firma F. J. van Pelt
Lage Markt 47, part. Adres. V. Oldenbarneveldstraat 24
1916, 1920
Firma F.J. van Pelt
Drogerijen
Lage markt 47
1922, 1924
Nijmeegsche Oliehandel “WEKA” Firma F.J. van Pelt
Importeurs en Fabrikanten van Machine Oliën en Vetten -Machinepakking en Appendage
Lage Markt
1922
J.H.L.H. van Pelt
Apotheker
Stikke Hezelstraat 30
1922, 1924, 1930, 1932
Fa. F.J. v. Pelt
Drijfriemenfabriek; 1928: (Chroom en Kern)
Lage markt 47
1926, 1928 (ook 47a), 1932, 1934, 1936, 1938
Fa. F.J. v. Pelt
Machine-onderdeelen-depôt N.V. G. Dikkers & Co., Hengelo
Lage Markt
1928, 1932
Fa. F.J. v. Pelt
Machinekamer-behoeften
Lage Markt 47
1932, 1947
Firma F.J. van Pelt
Lasbenodigdheden Zuurstof-Gas-Carbid Reduceerventielen Slangen; 1966: Specialisten op Lasgebied, Hoofddepot: Shell-Propagas-Zuurstof en Gas
Lage Markt 47
1948, 1966
Verhuizing
“Van Pelt verhuisde in 1974 naar de Hogelandseweg 3 te Nijmegen waar het gassenassortiment fors uitgebreid kon worden. Van Pelt was in de jaren erna Hoekloos gasdealer. Hoekloos werd overgenomen door Linde Gas en vanaf dat moment was Van Pelt Gas verkooppunt van Linde Gas.
In 2010 werd de firma overgenomen door H. Post Nijmegen en verhuisde naar de Hogelandseweg 25 in Nijmegen. Op de Hogelandsweg 25 heeft van Pelt in 2011 een nieuw gasdepot geopend met meer ruimte voor de technische gassen. Daarnaast kreeg het een eigen propaan gasvulstation zodat eigen gasflessen ge- en hervuld konden worden.”
Per 1-1-2024 is Van Pelt Gas overgenomen door TurnTech BV. (Turntech)
Vervolg: horeca de Firma en Ultimo
Het vervolg is nog niet uitputtende onderzocht. Wel hebben er na de verhuizing van van Pelt een aantal horeca zaken in het pand gezeten. Een bekende was de “Firma”, die hier vanaf 2012 zat. De eigenaar was Bas Hoebink. “We pionierden, serveerden kleine gerechtjes om samen te delen, dat was nieuw voor Nijmegen.” In 2019 geeft hij aan dat hij met deze zaak zal stoppen (De Gelderlander, met een mooi interview).
Dan wordt de zaak overgenomen door zijn broer Pepijn, die hier Ultimo Restaurant & Wijnbar vestigt. Deze horeca zaak bestaat nog steeds (juli 2025).
Rijksmonument
Achterzijde van woningen en bedrijfspanden aan de Lage Markt met links Touwslagerij Reijnen, gezien vanaf de kade. Op de voorgrond de vroegere Waalwal met de opslag van vaten met afgewerkte olie van de firma van Pelt, 1955 (Jeroen van Lith via D975 RAN CC0 vens Auteursrechthouder)
Lage Markt 47 is een Rijksmonument met als omschrijving:
“Pand met twee verdiepingen en schilddak, dat aan de achterzijde aansluit tegen een puntgevel. In de gepleisterde muren vorkankers. 17e eeuw. Achterhuis onder schilddak aan de Waalkade.”
Het gezicht in de richting van de Priemstraat, en naar de panden van C.A.P. Ivens, fotograaf en H.A. Tesser, drogist, links de Lange Brouwerstraat, 1895 (GN2708 – A RAN)
Priemstraat 1
Advertentie: G.H. van der Wedde een verkooppunt van thee is van P. Mackenzie uit Rotterdam
De eerstgevonden advertentie is in januari 1894 (PGNC 14/1/1894), waarin G.H. van der Wedde een verkooppunt van thee is van P. Mackenzie uit Rotterdam.
Afgaande op de advertentie voor de verkoop van het pand in 1903 is de Priemstraat 1 in 1898 “geheel nieuw…” gebouwd.
1897/1898 Verbouwing of nieuwbouw
Ontwerp voor het verbouwen van perceel ? hoek Ganzenheuvel en Priemstraat, datum dossier 1-1-1897 (D12.377702)
In 1897/1898 vindt een verbouwing/nieuwbouw van het perceel plaats.
Een aantal winkels
Opening Koek- en Banketbakkerij L.M.J. van Os, Priemstraat 1 (De Gelderlander 9/4/1898)
Rond 1900 volgen een aantal winkels elkaar snel op:
“Mijn ongekende room-tompoucen. Fijne Haagsche Beschuitjes. De van ouds gerenommeerd Nijmeegsche moppen. Ook voorhanden The Windsor Fruits Bisquits” (PGNC 1/4/1899)
Gas-gloeikousjes en -branders bij S.M. Roosknek, Priemstraat 1 (De Gelderlander 18/11/1900)
Theod. Hogenboom Magazijn “De Concurrent” – “Het goedkoopst magazijn in fronts, boorden, manchetten, dassen, zeepen, eau de cologne, etc. etc. Depôt van Mey’s stoffwäsche of papieren boorden” PGNC 22/6/1902
Te koop
In 1903 staan de huizen te koop, welke op 19 augustus en 2 september 1903 geveild zullen worden:
“Twee naar de eischen des tijds in 1898 geheel nieuw, zeer solied gebouwde en gerieflijk ingerichte Winkelhuizen onder één dak met Erf, op den hoek Ganzenheuvel-Priemstraat, gemerkt Nos. 73 en 1, samen groot 86 centiaren, met gevelbreedten van 8.80M. en 9.55M., bevattende elk keurigen, ook nog voor werkplaats geschikten Kelder, ruimen Winkel, Kantoorkamer, Keuken, 4 Kamers, Zolder, Gas- en Waterleiding enz. Verhuurd het Winkelhuis Priemstraat 1 aan den heer Th.W. Hoogenboom tot 1 mei 1905 voor f625 ’s jaars en het Winkelhuis Ganzenheuvel 73 aan den heer P.J. Tromp to 1 Mei 1909 voor f550 ’s jaars. Te veilen in massa en in 2 perceelen als: Perceel een: Het Winkelhuis met Erf Priemstraat 1 groot 44 centiaren; Perceel twee: het Winkelhuis met Erf Ganzenheuvel 73 groot 42 centiaren.” (PGNC 9/8/1903)
Deze huizen zijn in 1906 weer te koop. Het huis aan de Priemstraat heeft daarbij een Heeteluchtoven. Ganzenheuvel no. 73 is nog aan P.J. Tromp verhuurd, over Priemstraat 1 wordt geen melding van verhuur gemaakt. (PGNC 24/6/1906).
Sigarenmagazijn van A. v. Dormolen
Sigarenmagazijn van A. v. Dormolen, Priemstraat 1 (PGNC 6/12/1910)
In ieder geval is het in december 1910 een Sigarenmagazijn van A. v. Dormolen. Een aantal advertenties:
“Nog steeds verkrijgbaar tot 31 Dec. aangebroken 10-Rittenboekjes 1e, 2e en 3e Klasse Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Zij die nog Boekjes hebben, worden beleefd verzocht ze spoedig in te wisselen…” (PGNC 6/12/1910)
Loten te koop van de ‘Vereeniging “Vreemdelingen-Verkeer” Leeuwarden’; hoofdprijs is een motorsloep (PGNC 28/9/1916)
G. Jonker
In 1922 is een advertentie gevonden waarbij G. Jonker aansluiting van de telefoon heeft gekregen: “G. Jonker, Groothandel in Tabak, Sigaretten en Sigaren”. (PGNC 14/1/1922) In ieder geval heeft hij eind 1931 dit sigarenmagazijn nog. (Nieuwjaarsgroet PGNC 31/12/1931)
In PGNC 20/6/1922 staat een geboorte-advertentie voor Aris, zoon van G.Jonker en M. Jonker-Veerman.
Eind 1931 wenst G. Jonker zijn vrienden en begunstigers nog een gelukkig nieuwjaar (PGNC 31/12/1931).
H.B. de Kok
H.B. de Kok plaatst In februari 1934 een advertentie dat hij zijn zaak heeft verplaatst naar Priemstraat 1: “Onze zaak is verplaatst maar wij blijven U hooge prijzen betalen voor overtollig Huisraad en net gedragen Kleeding”. (De Gelderlander 6/2/1934)
In de loop der jaren verschijnen meerdere advertenties voor de “2de Hands Goederenhandel”, onder andere nog in PGNC 7/3/1942.
In de volgende gevonden advertentie is H.B. de Kok “Taxateur en Afslager”: “Antiek. In- en Verkoop. Tevens het beste adres voor het opruimen van geheele of gedeeltelijke Inboedels” (De Gelderlander 17/1/1946). Daarbij zijn bovendien een aantal aankondigingen voor veilingen gevonden, in ieder geval: Inboedelveiling (De Gelderlander 10/7/1948, De Gelderlander 16/4/1949) en erfhuis (De Gelderlander 17/10/1953)
De laatste door mij (RE) gevonden advertentie is op dit moment: “Wij kopen tegen hoge prijzen al uw overtollige meubelen, antiquiteiten, schilderijen, kristal, enz.” in De Gelderlander 31/10/1956.
Vanuit de Smidstraat naar het hoekpand aan de Priemstraat – Lange Brouwerstraat. In het hoekpand bevond zich het benedenstadhuis, 2/1982 (Ber van Haren via KN13493-3 RAN CC0)
In de jaren 80 is hier het Benedenstadshuis gevestigd. Dan zit hier ook de wetswinkel van de Bond van kamerhuurders: “… En als je moeilijkheden hebt met je huisbaas, of andere problemen of vragen over je huurcontract, huurverlaging, etc….” (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/8/1980)
Zie voor meer informatie en herinneringen aan de Priemstraat 1 ook Noviomagus.
In 1910-1911: Winkelbediende; in 1932: grossier en winkel in tabak en sigaren
1910-1911, 1920, 1922, 1926, 1932
H.B.
De Kok
Koopman; in 1948: koopman 2e hands goed.; in 1955: erkend veilinghouder, beëdigd taxateur
1934, 1936, 1938, 1940, 1948
J.
Quis
Rang. NS
1959
J.
Heida
1959, 1963, 1971
K.
Louter
Koopman
1959, 1963, 1968
A.
Fagel
Los werkman
1963
Ganzenheuvel 73
C.A.P. Ivens
Advertentie C.A.P. Ivens (PGNC 22/3/1894)
In maart 1894 kondigt C.A.P. Ivens aan dat hij zijn Fototechnisch Bureau per 1 mei zal verhuizen naar 73 Ganzenheuvel. Daarna volgen nog meerdere advertenties.
In PGNC 27/2/1896 is er nog een advertentie gevonden van “Het Nederlandsch Fototechnisch Bureau”, C.A.P. Ivens.
advertentie Capi (PGNC 15/5/1924)
Meubelmagazijn P.J. Tromp
Bij haar 30-jarig bestaan vermeldt Capi (C.A.P. Ivens & Co) in haar advertentie dat ze 30 jaar geleden op Ganzenheuvel 73 waren begonnen. “25 jaar geleden” -dus rond 1899- verhuisde Ivens naar de Van Berchenstraat ( PGNC 15/5/1924)
In december 1899 is de nieuwjaarsgroet afkomstig van P.J. Tromp, Meubelmagazijn (De Gelderlander 31/12/1899). Tromp zal hier jarenlang zijn meubelzaak hebben: in ieder geval is er een advertentie gevonden in De Gelderlander 29/11/1928, bijna 30 jaar later.
Advertentie P.J. Tromp voor 2e vestiging (De Gelderlander 25/9/1922)
In 1922 heeft hij een 2e adres: Augustijnenstraat 6 (De Gelderlander 25/9/1922)
Gez. Koenders
Advertentie Gez. Koenders (De Gelderlander 25/1/1930)
De Gezusters Koenders blijken in januari 1930 hun winkel te hebben op Ganzenheuvel 73 met een advertentie voor schorten. Ook verkopen ze “hemden broeken onderjurken, kousen, sokken, enz.” (De Gelderlander 25/1/1930)
In 1934 is ze een depot voor de ververij en chemisch wasserij (oftewel stomerij) “de Pauw” (PGNC 26/2/1934)
A. v. Kol
Advertentie A. v. Kol (De Gelderlander 27/12/1947)
Eind december 1947 is Groenten-, Fruit- en Aardappelhandel A. van Kol weer aangesloten op het oude telefoonnummer. (De Gelderlander 27/12/1947)
In ieder geval komt hij nog voor in 1953: Een gevonden advertentie is in De Gelderlander 22/5/1953 van de gezamenlijke winkeliers in Aardappelen, Groente en Fruit.