St. Canisiussingel 23, 25 en 27, hoek Prins Hendrikstraat (september 2026)
#Nijmegen, Geen categorie

St Canisiussingel

St. Canisiussingel 23, 25 en 27, hoek Prins Hendrikstraat (september 2026)
St. Canisiussingel 23, 25 en 27, hoek Prins Hendrikstraat (september 2026)

Deze pagina verzamelt artikelen over de St. Canisiussingel.

Flat hoek St. Canisiussingel – Mr. Franckenstraat Hunnerberg, zijde Mr. Franckenstraat (augustus 2026)

Flat hoek Mr Franckenstraat – St Canisiussingel

1956 Hoek Meester Franckenstraat – Canisiussingel RAN: “Appartementengebouw op de hoek met de Mr. Franckenstraat, gezien vanaf de Canisiussingel. Het droeg de nieuwe bouwopvattingen van de vroege jaren vijftig uit: ruim en open naar licht en lucht. Op de achtergrond links is een van de 2 Sterflats aan de Barbarossastraat in aanbouw.” In maart 1956…

Lees verder
St. Canisiussingel 23, 25 en 27, hoek Prins Hendrikstraat (september 2026)

St Canisiussingel 23 25 en 27

De panden St. Canisiussingel 23, 25 en 27 zijn gebouwd door Gebroeders Haspels (Bestemmingsplan Nijmegen Centrum – Binnenstad – 8). Vaag is op bouwtekening D12.379331, links naast Bemerkingen, nog de handtekening van Haspels te zien. Bij de rioolaanleg D12.379650 is de handtekening Haspels duidelijk leesbaar.

Lees verder
Monumentale villa mogelijk ontworpen door L.H. Verbrugge en gebouwd in de jaren 1890/91 op de hoek (verlengde) St. Jorisstraat Canisiussingel (rechts); in 1896 werd het adres mr. Franckenstraat 2. Op 9 november opent, na een omvangrijke verbouwing onder andere een aanbouw links van het pand, H.E Span de banketbakkerij “Keizer Karel” met lunchroom en terras in het ronde gedeelte. In 1933 vestigt zich in de aanbouw een filiaal van bloemensalon “Corona” in de Bisschop Hamerstraat. Tijdens de bevrijding van de stad wordt het pand en de naastliggende huizen verwoest, Mr. Franckenstraat 2 Hunnerberg, 1895-1900 (F5503 RAN)

Banketbakkerij annex Lunchroom Keizer Karel

1917 Franckenstraat 2 (verwoest) Banketbakkerij annex Lunchroom Keizer Karel Banketbakkerij “Keizer Karel”. In het perceel Franckenstraat 2 opent morgen de heer H.E. Span zijn Banketbakkerij “Keizer Karel”, tot dusver gevestigd in de Molenstraat, waar de winkel als filiaal blijft. Het omvangrijk heerenhuis heeft een belangrijke verbouwing ondergaan. Door aanbouw van een vleugel is een keurig…

Lees verder
St. Canisisussingel 1 (augustus 2026)

St. Canisiussingel 1: van Villa Rust tot bank

De meeste mensen zullen Canisiussingel 1 kennen als de Mauritskliniek of de Slavenburg’s Bank/Credit Lyonnais Bank. Het pand is echter gebouwd als villa. Een van de eerste bewoners -zo niet de eerste- was A.J. Pluijm, een graanfactor uit Rotterdam. Hij noemde zijn woning “Villa Rust”.

Lees verder

Hoek Canisiussingel/Berg en Dalseweg 1 (oud)

Internaat voor ongevalspatiënten; later werd hier Hotel Pays Bas gevestigd, Berg en Dalseweg 1 Hunnerberg, 1920 (Uitg. La Rivière & Voorhoeve (LRV), Zwolle via F12656 RAN)
Internaat voor ongevalspatiënten; later werd hier Hotel Pays Bas gevestigd, Berg en Dalseweg 1 Hunnerberg, 1920 (Uitg. La Rivière & Voorhoeve (LRV), Zwolle via F12656 RAN)

Geschiedenis van Hotel-Restaurant Pays Bas

In 1934 opende A.J. Mermans zijn Hotel-restaurant “Pays-Bas” aan de Batavierenweg, wat een bekende gelegenheid voor bijeenkomsten werd. Tijdens Market Garden raakte het beschadigd. In 1951 volgde nieuwbouw. In 1989 is het pand gesloopt, om plaats te maken voor appartementen.

St. Canisiussingel 16

Villa Elisabeth, St. Canisiussingel 16, 1930 (F17510 RAN)
Villa Elisabeth, St. Canisiussingel 16, 1930 (F17510 RAN)
Een besneeuwde St. Canisiussingel richting Oranjesingel met arrenslee voor de herenhuizen met de huisnummers 32 en volgende, rond 1920 (F15926 RAN)
Een besneeuwde St. Canisiussingel richting Oranjesingel met arrenslee voor de herenhuizen met de huisnummers 32 en volgende, rond 1920 (F15926 RAN)
Flat hoek St. Canisiussingel - Mr. Franckenstraat Hunnerberg, zijde Mr. Franckenstraat (augustus 2026)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Flat hoek Mr Franckenstraat – St Canisiussingel

1956 Hoek Meester Franckenstraat – Canisiussingel

Flat hoek St. Canisiussingel -  Mr. Franckenstraat Hunnerberg, zijde Mr. Franckenstraat (augustus 2026)
Flat hoek St. Canisiussingel – Mr. Franckenstraat Hunnerberg, zijde Mr. Franckenstraat (augustus 2026)

RAN: “Appartementengebouw op de hoek met de Mr. Franckenstraat, gezien vanaf de Canisiussingel. Het droeg de nieuwe bouwopvattingen van de vroege jaren vijftig uit: ruim en open naar licht en lucht. Op de achtergrond links is een van de 2 Sterflats aan de Barbarossastraat in aanbouw.”

In maart 1956 wordt het flatgebouw aan de Mr. Franckenstraat geopend. Dit flatgebouw met 7 woonlagen heeft 8 vijf- en 22 vier-kamerflats en is 23 a 25meter hoog. Daarnaast is er ruimte voor 3 kantoren en 9 garages. Het lage gedeelte heeft 4 verdiepingen. De toren heeft een berging op de begane grond, het lage gedeelte kelders. Op het moment van de opening zijn alle woningen al verhuurd.

Flat Mr. Franckenstraat, 1957 (Jeroen van Lith via D1056 RAN tevens Auteursrechthouder)
Flat Mr. Franckenstraat, 1957 (Jeroen van Lith via D1056 RAN tevens Auteursrechthouder)

De aannemer was de bouwcombinatie Lemmens-Kwaaitaal-Hollink en Waals uit Rotterdam.  De opdrachtgever was Progress, het pensioenfonds van Unilever. “Sinds de oorlog belegt men gaarne in vaste goederen.” (Nijmeegsch Dagblad, 8-2-1955) Zij wordt in Nijmegen vertegenwoordigd door makelaars Strijbosch en Thunnissen. Dit makelaarskantoor had het pensioenfonds en de gemeente met elkaar in contact gebracht.

Begin februari steekt burgemeester Hustinx de “eerste spade” in de grond. Deze flat is op dat moment de hoogste die Nijmegen zal krijgen. Overigens niet voor lang: bij de oplevering van deze flat is al bekend dat de flats aan de Batavierenweg zullen worden gebouwd en daarnaast de sterflat op de Hatertse Hei. “Ondanks de hevige vorst is de laagbouw in dit reusachtige gebouw in tien en halve maand tot stand gekomen.”

Flat Meester Franckenstraat Canisiussingel, augustus 2023 (Google Streetview)
Flat Meester Franckenstraat Canisiussingel, augustus 2023 (Google Streetview)

Behalve dat het gebouw op een van de mooiste plekken van Nijmegen staat, is de flat van binnen als buiten luxueus. De toren heeft een lift. Alle woningen hebben centrale verwarming en een badkamer. De woningen met 4- of 5- kamers hebben een ijskast. Ook de afwerking van buiten is luxueus. De huurprijzen liggen tussen de 65 en 135 gulden.

“De burgemeester die hierna het woord nam, zeide dat dit flatgebouw een belangrijke aanwinst voor Nijmegen is. Nijmegen is een woonstad welke door haar ligging een bijzonder karakter heeft. Toen de initiatiefnemers tot de bouw, de makelaars Strijbosch-Thunnissen, met dit plan bij het gemeentebestuur kwamen, was de aanvankelijke wrevel tegen woonflats op dit punt als spoedig overwonnen, aldus spr. Hij had grote waardering voor de architect van dit imposante bouwwerk, dat zo gelukkig is gesitueerd, passend in dit deel van de stad bij de toegang uit het noorden.” (De Gelderlander 16/3/1956) “Nijmegen zal op de ingeslagen weg voortgaan met particuliere aannemers in te schakelen in de bouw van de betere woningen, zo zei de burgemeester” (De Vrije Zeeuw, 19-3-1956)

Architect Nefkens

De architect van deze flat is Harry Nefkens. Leest hier meer over deze architect:

Harry Nefkens

Harry Nefkens is de architect van een aantal markante gebouwen in Nijmegen, zoals de sterflats. Aanvankelijk is hij vooral bekend als architect van de wederopbouw, vooral in Rotterdam. In de jaren 70 was hij architect van bedrijfspanden en kantoren en actief als projectontwikkelaar. Dat laatste bracht hem in de Quote500.

Lees verder

(Overige) Bronnen

Flat hoek St Canisiussingel Mr Franckenstraat Hunnerberg St Canisiuszijde augustus 2026
Flat hoek St. Canisiussingel – Mr. Franckenstraat Hunnerberg, St. Canisiuszijde (augustus 2026)

Nijmeegsch dagblad, 8-2-1955

Het Parool, 17-3-1956

Ingang flat hoek St. Canisiussingel -  Mr. Franckenstraat Hunnerberg (augustus 2026)
Ingang flat hoek St. Canisiussingel – Mr. Franckenstraat Hunnerberg (augustus 2026)

Hunnerberg

De Hunnerberg is een wijk en stuwwal aan de oever van de Waal in Nijmegen. Deze positie van een lage…

Harry Nefkens

Harry Nefkens is de architect van een aantal markante gebouwen in Nijmegen, zoals de sterflats. Aanvankelijk is hij vooral bekend…

St. Canisiussingel 23, 25 en 27, hoek Prins Hendrikstraat (september 2026)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

St Canisiussingel 23 25 en 27

St. Canisiussingel 23, 25 en 27, hoek Prins Hendrikstraat (september 2026)
St. Canisiussingel 23, 25 en 27, hoek Prins Hendrikstraat (september 2026)

De panden St. Canisiussingel 23, 25 en 27 zijn gebouwd door Gebroeders Haspels (Bestemmingsplan Nijmegen Centrum – Binnenstad – 8). Vaag is op bouwtekening D12.379331, links naast Bemerkingen, nog de handtekening van Haspels te zien. Bij de rioolaanleg D12.379650 is de handtekening Haspels duidelijk leesbaar.

Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379333)
Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel zijde, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379333)
Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), gevel Prins Hendrikstraat, datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379333)
Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), gevel Prins Hendrikstraat, datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379333)

3 verschillende woningen

Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), indeling begane grond, datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379331)
Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), indeling begane grond, datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379331)

D12.379331 laat de indeling zien, waarvan hier de plattegrond van de begane grond staat weergegeven. Daarbij valt op, dat de indeling van de 3 huizen aanzienlijk verschillend is.

Allereerst de plaatsing van de salon, huiskamer en serre:

De linker woning heeft de salon middenin. Met rechts de serre en daarachter de huiskamer, welke doorloopt in de eetkamer.

Het middelste huis heeft de huiskamer juist aan de voorkant, met daar achter de salon en daar de serre weer achter.

Rechts -maar deze grenst aan de Prins Hendrikstraat- heeft voor de serre, dan de huiskamer, dan de salon.

Daarnaast is opvallend dat het middelste huis een “kantoor” heeft en het rechterhuis een “spreekkamer”. Bij het linker huis is alleen sprake van een woonfunctie.

Wed. A.S. Cohen, geboren Drukker

Afgaande op de verkoop door de erven, waren de panden eigendom van de Weduwe A.S. Cohen, geboren Drukker.

Op 5 september 1906 verkopen Cornelis Karel en Dirk Jan Haspels (de firma Gebroeders Haspels), bouwkundigen en koopmannen aan Abraham Salomon Cohen, koopman een perceel bouwterrein: “liggende op den hoek van den Sint Canisius Singel en de Prins Hendrik Straat te Nijmegen, bekend op den legger der Kadastrale gemeente Nijmegen, Sectie B noordwesterlijk deel van Nummer 3567 ter grootte van ongeveer tien aren twintig centiaren, door gemelden vennootschap in eigendom verkregen ten gevolge van koop van de gemeente Nijmegen blijkens acte op dertig december negentienhonderd.” Cohen betaalt 9180 gulden. Het is nog niet bekend of het dit perceel betreft of een naburig perceel. Daarnaast valt in deze, als het daadwerkelijk om perceel van nummers 23, 25 en 27 of één daarvan gaat, op dat de Gebr. Haspels een bouwterrein in plaats van een woning verkopen.

In mei 1909 blijkt Wed. A. Cohen, Canisiussingel 27 naar Den Haag te vertrekken, Laan N.-O.-Indië 64. (PGNC 23/5/1909)

1912 Te koop

In 1912 staan St. Canisiussingel 23, 25 en 27 te koop. De eigenaren blijken dan de erven van Mevr. de Wed. A.S. Cohen, geboren Drukker te zijn.

Alle drie woningen zijn op dat moment verhuurd:

  • perceel 1, nummer 27, aan dr. F.A.M. Lemaire
  • perceel 2, nummer 25, aan M. Prakke
  • perceel 3, nummer 23, aan dr. J. Schouten

Vervolgens is een aankondiging van de veiling en verkoop gevonden in 1917 (PGNC 3/11/1917).

Dan zullen de woningen namens A.A. van der Borg geveild worden.

Op dat moment zijn de woningen verhuurd aan:

  • WelEd.Z.Gel. Heer Dr. Lemaire, nummer 27
  • W. van Doesburg, nummer 25
  • J. Nauta Andreae, nummer 23

Gevonden gebruikers

Canisiussingel 23

In 1912-1913, 1913-1914 is het Dr. J. Schouten

In 1914-1915 staat het mogelijk leeg.

In 1915-1916 Prins H.J.E. de Bourbon.

In 1918, 1920 I. Nauta Andreae-PermentierCanisiussingel 27 > ook in 1912 klopt het adres

In 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1918, 1920 is het Dr. F.A.M. Lamaire. In 1914-1915 heeft iemand de a doorgehaald: het moet Lemaire zijn.

Canisiussingel 25

In 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916 is het M. Prakke

In 1918, 1920 W. van Doesburg

Canisiussingel 27

In mei 1909 blijkt Wed. A. Cohen, Canisiussingel 27 naar Den Haag te vertrekken, Laan N.-O.-Indië 64. (PGNC 23/5/1909)

F.A.M. Lemaire

F.A.M. Lemaire op een foto van de Gemeenteraad, 1910 (Detail F65766 RAN)
F.A.M. Lemaire op een foto van de Gemeenteraad, 1910 (Detail F65766 RAN)

In ieder geval Adresboek 1908, 1909 Kronenburgersingel 31.

Franciscus Antonius Maria Lemaire (Nijmegen, 10-12-1866) komt in het Bevolkingsregister 1910 voor op Kronenburgersingel 31. Zijn beroep is moeilijk leesbaar: “…. Doctor en Arts” en ook het beroep dat er op een later tijdstip is bijgeschreven is onduidelijk: “geneesk. … D”. Hij is op 10 december 1900 afkomstig uit Zevenbergen. Op 28 september 1920 vertrekt hij naar Dordrecht. Op een later tijdstip is erbij geschreven dat hij op 2 februari 1921 naar Indië is vertrokken.

Opvallend daarbij is, dat Lemaire dus tot nu toe niet in het Bevolkingsregister op St. Canisiussingel 27 is gevonden.

Lemaire is getrouwd met Bartholomea Elisabeth Maria Josephina Lombarts (Loon op Zand, 5-12-1865). Zij vestigt zich op 30 maart 1908 vanuit Loon op Zand en vertrekt op 7 mei 1917 naar een plaats die moeilijk leesbaar is. Schoonzus Anna Nicolasine(?) Henrica Josepha Lombarts woont tussen 16 oktober 1917(?) en 28 september 1920 in. Zij komt dan en vertrekt weer naar Loon op Zand. Zoals gezegd: het is onduidelijk of dit steeds het adres Kronenburgersingel betreft, of dat Lemaire is vergeten zijn adres op de St. Canisiussingel door te geven.

Hij was in ieder geval in ieder geval in 1910 lid van de Gemeenteraad.

In Adresboek 1910-1911 komt hij voor op “Canisiussingel”, dus zonder nummer vermeld. Wel een telefoonnummer: 775.

In 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1918, 1920 is het Dr. F.A.M. Lamaire. In 1914-1915 heeft iemand de a doorgehaald: het moet Lemaire zijn.

Hunnerberg

De Hunnerberg is een wijk en stuwwal aan de oever van de Waal in Nijmegen. Deze positie van een lage…

Gebroeders Haspels, aannemers/architecten

De Gebroeders Haspels waren aannemers/architecten. Wij zullen ze vooral gaan tegenkomen in de stadsuitbreiding van eind 19e/begin 20ste eeuw en…

St. Canisiussingel van Gebr Haspels

De Canisiussingel 19H is in 1902 gebouwd door het aannemersbedrijf Gebr. Haspels. Let vooral op het prachtige houtwerk.

St Canisiussingel 19 H (oktober 2024)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

St. Canisiussingel van Gebr Haspels

St Canisiussingel 19 H (oktober 2024)
St Canisiussingel 19 H (oktober 2024)

De Canisiussingel 19H is in 1902 gebouwd door het aannemersbedrijf Gebr. Haspels. Let vooral op het prachtige houtwerk.

Hoewel het gebouw een eenheid lijkt te vormen, is het nog niet zeker of deze ook oorspronkelijk als dusdanig is gebouwd. Daarnaast lijkt er sprake te zijn van een aantal hernummeringen.

Dit artikel verzamelt de tot nu toe gevonden bevindingen.

Canisiussingel 15: eerstgevonden bewoners

De eerstgevonden vermelding op Canisiussingel 15 is weduwe Steinweg, geboren J.M.J. Lauffs: Adresboeken 1899, 1901, 1902

Evenals in 1905, 1907, 1908, 1909, 1910-1911, 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1916

In 1914, 1915-1916 en 1916 komt ook J.M. Smits voor.

In 1918 is het alleen Wed. Mr. M.A. v. Roggen.

In 1920 lijkt de woning leeg te staan; maar mogelijk is het dan onderdeel van een naastgelegen adres.

In 1924 komen M.J.A.M. Schretlen en Mej. MC.A. Schretlen voor.

St. Canisiussingel 15: Villa op eersten stand

St. Canisiussingel 15 te koop (PGNC 27/9/1930)
St. Canisiussingel 15 te koop (PGNC 27/9/1930)

In juli 1930 is St. Canisiussingel 15 te koop. Ook hier geldt: het is niet geheel zeker of het daadwerkelijk “ons” pand betreft of dat het vanwege hernummeringen gaat om een ander pand.

In PGNC 7/10/1930 blijkt dat de toeslag van het pand is ingetrokken, omdat het gebouw onderhands is verkocht.

R.K. Gildenhuis Benvenuto: St. Canisussingel 15-17?

Het RAN geeft als omschrijving: "De villa St. Canisiussingel 15-17, waar in de jaren '30 het R.K. Gildenhuis Benvenuto was gevestigd onder leiding van de Zusters van Onze Lieve Vrouw van Tegelen, een pension voor dames", 1939 (F86867 RAN)
Het RAN geeft als omschrijving: “De villa St. Canisiussingel 15-17, waar in de jaren ’30 het R.K. Gildenhuis Benvenuto was gevestigd onder leiding van de Zusters van Onze Lieve Vrouw van Tegelen, een pension voor dames”, 1939 (F86867 RAN)

Op een foto uit 1939 is het pand te zien, waarbij dan R.K. Gildenhuis Benvenuto hier gehuisvest is. Het RAN geeft echter huisnummers 15 en 17. Waarschijnlijk heeft er in de loop der tijd een of meerdere hernummeringen plaatsgevonden.

Vanaf 1934 zijn het waarschijnlijk gebruikers van het E.K. Huis:

  • Mej. J.A. Wollenberg, kantoorbediende P.T.T., 1934
  • Mej. M.J.C.P. Koster, costumière, 1934
  • Mej. M.A. Barns, kantoorbed., 1938, 1940
  • Mej. A.M. Mulder, verpleegster, 1938, 1940
  • Mej. J.C.M.E. v. Nieuwstadt, 1940
  • T. v.d. Vleugel, geb. v.d. Hoogen, 1940

Op nummer 17 komen meer namen voor dan op nummer 15, zie hieronder. Of de adressen een andere functie hadden, is nog niet bekend.

Dienst Publieke Werken en Volkshuisvesting

In 1951 zit Dienst Publieke Werken en Volkshuisvesting op dit adres. Wel is deze afdeling in het Adresboek 1951 gevonden op nummer 17.

In Adresboek 1955 staat Dienst Publieke Werken en Volkshuisvesting op nummer 15.

F20241 RAN toont een foto uit 1982 van het gebouw wanneer de dienst Publieke Werken en Volkshuisvesting hier gevestigd is. Het RAN geeft daarbij St. Canisiussingel 19 als adres.

In 1963 komt ook weduwe J.J.H. Bodewes, geboren M.G.C. Wilkens voor.

St. Canisiussingel 17: Eerstgevonden gebruikers

1899, 1901, 1902, 1903, 1905, 1908 komt H.A.G. Baronesse v. Randwijck geb. Böhtlingk voor

In 1907 staat het mogelijk leeg of is het onderdeel van een ander adres.

In 1909, 1910-1911 komt H.A.H. Bijvoet voor.

Jurgens, Huize “De Koepel”, Canisiussingel 17

In 1913-1914 Max.G.A. Jurgens, „Huize de Koepel”

In 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1918, 1920 M.G.A. Jurgens.

In 1922 staat er achter M.G.A. Jurgens “steenfabrikant”.

Merk op dat op nummer 21 ook Jurgens woont.

In 1914-1915 naast M.G.A. Jurgens ook Wed. Mr. J.M. Smits

Bodewes: Canisiussingel 17

In 1926 komt Bodewes voor:

  • Mej. F.H.J.L. Bodewes
  • Mej. G.F.M. Bodewes
  • H.H. Bodewes, scheepsbouwer
  • Mej. H.M.L.J. Bodewes
  • Mej. Th.G. Bodewes

E.K. Huis

Zoals gezegd is R.K. Gildenhuis Benvenuto (waarschijnlijk) zowel gevestigd op nummer 15 als 17.

In 1932, 1934 is het het E.K. Huis. De directeur woont op Groenestraat 231.

In 1934, 1936 is Groenestraat 231 het adres voor de dir. E.K. en K.J.V.

In 1936, 1938 als R.K. Gildenhuis Benvenuto

In die jaren staan veel vrouwen in het Adresboek:

  • Mej. H.C.A.A. Maas, 1932
  • Mej. A. Hoogsteder, directrice, 1934 (maar ook wordt voor de directeur weer verwezen naar Groenestraat 231)
  • G.M. Kolvenbach, onderwijzeres, 1938, 1940
  • Mej. H.A.M. Poppe, 1938, 1940
  • Wed. S.C.M. Soer, geb C.J.M. Beuns, 1938
  • Mej. A.M.A. Braham, onderwijzeres, 1940
  • Wed. Th.J. Bordens, geb. Stierhout, 1940
  • Wed. E. Broeke, geb. Bosboom, 1940
  • Mej. P.G. Franken, 1940
  • Mej. A.E. Hasemann, 1940
  • Wed. J. Hoogenbosch, geb. Schoth, 1940
  • Mej. A.C. ten Horn, 1940
  • Mej. H.N. ten Horn, 1940
  • Mej. B.M. en Mej. M.A.G. Jagers, 1940
  • Mevr. W.H. Jansen, geb. Rikkers, 1940
  • Mej. L.M. Schipvaart, 1940
  • Wed. L.F.M. v. Waesbergh(e), geb. J.M.C. Mutsaerts, 1940, 1948

Dan komen ook nog een aantal andere personen voor. Mogelijk wordt het huisnummer gebruikt voor meerdere ingangen/ruimtes binnen het pand:

  • A.B. Scholten, bode-concierge G.W., 1951, 1955: dit klinkt als een inwonende bode-concierge voor Gemeentwerken. De onderstaande Scholtens zullen dan familieleden zijn:
  • Mej. E.G.A. Scholten, Inpakster wasserij, 1951, 1955
  • G.A.J. Scholten, arb. schoenfabriek, 1951, 1955
  • A.J.H. Scholten, metaaldraaier, 1955
  • A. Boenk 1968

St. Canisiussingel 19H

St. Canisiussingel 19H is een Stadsdeelobject (overigens geen verdere omschrijving) van de 19e eeuwse stadsuitbreiding.

Mogelijk betreft 19H een hernummering: wanneer hier in 2014 Dé Woonnotaris.nl gevestigd is, heeft zij een bord met 19C hangen. Bij het hekwerk staat tevens een bord Poelmann van den Broek Advocaten (zie foto Google Streetview hieronder). Op de foto’s van juli 2016 zijn deze bedrijven nog aanwezig, op die van juli 2017 niet meer.

Hernummering?

In oktober 2024 is 19C onderdeel van het linker pand 19A t/m C.

De wijziging van het Bestemmingsplan rond 2013: “St. Canisiussingel 21 is (samen met nr. 19h) in 1902 gebouwd door het aannemersbedrijf Gebr. Haspels. Ook door de Gebr. Haspels gebouwd zijn de panden St. Canisiussingel 23, (25) 27, 32 (1910), 36 (1908) en Oranjesingel 39 (1911).”

Sint Canisiussingel 19H, in 2014 19C, juli 2014 (Google Streetview)
Sint Canisiussingel 19H, in 2014 19C, juli 2014 (Google Streetview)
detail St. Canisiussingel 19H (oktober 2024)
detail St. Canisiussingel 19H (oktober 2024)
detail St. Canisiussingel 19H (oktober 2024)
detail St. Canisiussingel 19H (oktober 2024)

Gebroeders Haspels, aannemers/architecten

De Gebroeders Haspels waren aannemers/architecten. Wij zullen ze vooral gaan tegenkomen in de stadsuitbreiding van eind 19e/begin 20ste eeuw en aan de St. Annastraat.

Hunnerberg

De Hunnerberg is een wijk en stuwwal aan de oever van de Waal in Nijmegen. Deze positie van een lage heuvel aan de Waal maakt de ligging zeer strategisch, net als het Kops Plateau. Daarvan getuigen vondsten van twee Romeinse legerkampen (zogenaamde castra). Het Fort Sterreschans bleek gebouwd te zijn op resten van het legerkamp…

St. Canisiussingel 1: van Villa Rust tot bank

De meeste mensen zullen Canisiussingel 1 kennen als de Mauritskliniek of de Slavenburg’s Bank/Credit Lyonnais Bank. Het pand is echter gebouwd als villa. Een van de eerste bewoners -zo niet de eerste- was A.J. Pluijm, een graanfactor uit Rotterdam. Hij noemde zijn woning “Villa Rust”.

Monumentale villa mogelijk ontworpen door L.H. Verbrugge en gebouwd in de jaren 1890/91 op de hoek (verlengde) St. Jorisstraat Canisiussingel (rechts); in 1896 werd het adres mr. Franckenstraat 2. Op 9 november opent, na een omvangrijke verbouwing onder andere een aanbouw links van het pand, H.E Span de banketbakkerij "Keizer Karel" met lunchroom en terras in het ronde gedeelte. In 1933 vestigt zich in de aanbouw een filiaal van bloemensalon "Corona" in de Bisschop Hamerstraat. Tijdens de bevrijding van de stad wordt het pand en de naastliggende huizen verwoest, Mr. Franckenstraat 2 Hunnerberg, 1895-1900 (F5503 RAN)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Banketbakkerij annex Lunchroom Keizer Karel

1917 Franckenstraat 2 (verwoest)

Monumentale villa mogelijk ontworpen door L.H. Verbrugge en gebouwd in de jaren 1890/91 op de hoek (verlengde) St. Jorisstraat Canisiussingel (rechts); in 1896 werd het adres mr. Franckenstraat 2. Op 9 november opent, na een omvangrijke verbouwing onder andere een aanbouw links van het pand, H.E Span de banketbakkerij "Keizer Karel" met lunchroom en terras in het ronde gedeelte. In 1933 vestigt zich in de aanbouw een filiaal van bloemensalon "Corona" in de Bisschop Hamerstraat. Tijdens de bevrijding van de stad wordt het pand en de naastliggende huizen verwoest, Mr. Franckenstraat 2 Hunnerberg, 1895-1900 (F5503 RAN)
Monumentale villa mogelijk ontworpen door L.H. Verbrugge en gebouwd in de jaren 1890/91 op de hoek (verlengde) St. Jorisstraat Canisiussingel (rechts); in 1896 werd het adres mr. Franckenstraat 2. Op 9 november opent, na een omvangrijke verbouwing onder andere een aanbouw links van het pand, H.E Span de banketbakkerij “Keizer Karel” met lunchroom en terras in het ronde gedeelte. In 1933 vestigt zich in de aanbouw een filiaal van bloemensalon “Corona” in de Bisschop Hamerstraat. Tijdens de bevrijding van de stad wordt het pand en de naastliggende huizen verwoest, Mr. Franckenstraat 2 Hunnerberg, 1895-1900 (F5503 RAN)

Banketbakkerij annex Lunchroom Keizer Karel

Banketbakkerij “Keizer Karel”.

In het perceel Franckenstraat 2 opent morgen de heer H.E. Span zijn Banketbakkerij “Keizer Karel”, tot dusver gevestigd in de Molenstraat, waar de winkel als filiaal blijft. Het omvangrijk heerenhuis heeft een belangrijke verbouwing ondergaan. Door aanbouw van een vleugel is een keurig ingerichte winkel verkregen, waarachter een flink kantoor. De ruime suite met groote veranda en uitzicht op het Hunerpark wordt lunchroom; de bezoekers zullen hier een prettig zitje hebben. De banketbakkerij beantwoordt, evenals de genoemde onderdeelen van de zaak, aan alle eischen, welke de tegenwoordige tijd stelt; zij is royaal van afmetingen en van de nieuwste, door elektriciteit gedreven, werktuigen voorzien. De verbouwing is uitgevoerd door den heer G.H. Ditters, aannemer alhier. Het schilderwerk is verricht door de firma van der Wagt en voor de electrische installatie heeft de firma Reuser-van Alphen gezorgd.” (PGNC 9/11/1917)

Hunnerberg

De Hunnerberg is een wijk en stuwwal aan de oever van de Waal in Nijmegen. Deze positie van een lage…

St. Canisisussingel 1 (augustus 2026)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

St. Canisiussingel 1: van Villa Rust tot bank

St. Canisisussingel 1 (augustus 2026)
St. Canisisussingel 1 (augustus 2026)

De meeste mensen zullen Canisiussingel 1 kennen als de Mauritskliniek of de Slavenburg’s Bank/Credit Lyonnais Bank. Het pand is echter gebouwd als villa. Een van de eerste bewoners -zo niet de eerste- was A.J. Pluijm, een graanfactor uit Rotterdam. Hij noemde zijn woning “Villa Rust”.

De bouw van St. Canisiussingel 1

Op de bouwtekening van het huidige Canisiussingel 1 staan de handtekeningen van H.A. Thunnissen?, bouwkundige en P. Roovers. Op het 2e vel staat 1897.

Vooraan bevinden zich de serre met daar achter de salon en een terras met daar achter de huiskamer. De keuken bevindt zich achter de salon. Naast de keuken hal/gang met trap. In het verlengde van de hal is de vestibule, die naar buiten wat uitloopt en een eigen trap en ingang heeft. Achter de vestibule en een deel van de gang ligt een spreekkamer. (D12.377730 Datum bouwdossier 1-1-1897)

Roovers heeft de grond op 10 februari 1897 gekocht en de 15e overgeschreven. (Inventarisnummer 137, Archiefnummer 442, Aktenummer 3716)

Op 1 mei 1899 verkoopt Petrus Roovers, rentenier aan Adrianus Johannes Pluijm, rentenier, “Een villa te Nijmegen aan de Canisiussingel gelegen, bestaande uit huis en erf met tuin, op den perceelsgewijzen kadastralen legger van Nijmegen bekend in Sectie B nummero 2473 groot negen aren negen en tachtig centiaren.”

Petrus Roovers

Petrus Roovers

Peturs Roovers (Gorinchem, 7-9-1843) komt op 4 augustus 1896 vanuit Rotterdam naar Nijmegen. Zijn adres is dan Berg en Dalsche weg 56. Op een later tijdstip is dit adres doorgehaald en vervangen door Nassausingel 3. (Bevolkingsregister 1890)

Roovers is getrouwd met Johanna Antonia Smits (Rotterdam, 5-12-1845).

Op het adres komen dan de volgende kinderen voor, allen geboren te Rotterdam:

  • Huberdina Francina Maria (2-1-1873)
  • Maria Hendrika Antonia (15-7-1881)
  • Anna Maria Cornelia (18-2-1877)
  • Antonius Christianus Maria (10-7-1875), op een later tijdstip is hier “tabakshandelaar” als beroep toegevoegd; hij zal verhuizen naar het Bevolkingsregister “deel A4 folo 303 (oud)”
  • Petrus Antonius Maria (5-3-1880)
  • Johannus Maria Antonius (18-10-1870)

Adrianus Johannes Pluijm

Adrianus Johannes Pluijm (Bevolkingsregister 1890 NTB.679_33105_190)
Adrianus Johannes Pluijm (Bevolkingsregister 1890 NTB.679_33105_190)

Op 9 maart 1899 schrijft Adrianus Johannes Pluijm (Rotterdam, 11-2-1844) zich in bij de gemeente Nijmegen op Canisiussingel 1. Hij is dan afkomstig uit Rotterdam en heeft als beroep “graanfactor”. Hij is getrouwd met Elisabeth Anna Bakker (Rotterdam, 17-7-1845).

Rotterdam

Adrianus is op 11 februari 1844 geboren te Rotterdam. Zijn vader Johannes Jacobus Pluym is dan 31 jaar en “koekbakker”. Zijn moeder is Aletta Antonetta van Pinxteren en “zonder beroep” (Geboorteacte Archief Rotterdam en https://www.openarchieven.nl/srt:e1cd1aea-058b-9cb2-97a1-b4303f6c2f29)

Hij is met Elisabeth Anna Bakker getrouwd op 13 juni 1872.

Ook bij zijn huwelijk was hij “graanfactor”. Ook zijn vader Johannes Jacobus Pluijm is dan graanfac. (Burgerlijke Stand Rotterdam, huwelijksakten, Rotterdam, archive 999-06, inventory number 1872C, 13-06-1872, Nadere toegang op het huwelijks- en echtscheidingsregister van de gemeente Rotterdam, record number 1872.518, folio c76v)

De eerstgevonden vermelding in een Adresboek is dat van 1899, dan is zijn beroep “graanhandelaar”. In het Adresboek 1901 wordt Canisiussingel 1 voor het eerst villa “rust” genoemd. En vervolgens in 1902, 1903, 1905, 1908, 1909 en 1910.

Villa Rust: Graanfactor of graanhandelaar; actief of niet?

Op het koopcontract staat Pluijm als “rentenier”.

In het Bevolkingsregister 1890 staat als beroep “graanfactor”, terwijl in het Adresboek graanhandelaar staat. Een factoor “in de graanhandel iemand die zich belast met de zorg en het verschieten van graan; dan spreekt men van graanfactor.” (http://www.beroepenvantoen.nl/Oude-beroepen-F.html). Een graanfactor is, hoewel het tegenwoordig nog bestaat, een “oud” beroep. In tegenstelling tot een graanhandelaar werkt een factor niet voor eigen rekening, maar als tussenpersoon. Ons Amsterdam noemt bijvoorbeeld over de factor Jan Philip Korthals Altes: “De graanfactors coördineerden als hun vertegenwoordigers de gang van zaken tijdens het lossen en wegen van het graan. Ze stonden borg voor een correcte weging en waren verantwoordelijk voor het nemen van monsters om de kwaliteit te controleren. Ook regelden ze een zo vlot mogelijke overslag van het graan van zeeschip naar binnenschepen. Het was een lucratieve functie, gezien de rijkdom die Jan Philip Korthals Altes ermee verwierf.” (https://onsamsterdam.nl/artikelen/stichter-van-graanburcht-aan-het-ij)

Hoewel nog niet uitputtend onderzocht, zijn er geen activiteiten van Pluijm gevonden, noch in Nijmegen, maar ook nog niet in Rotterdam of elders. Nadelig daarbij is, dat de naam Pluijm waarschijnlijk veel manieren kan worden geschreven (in ieder geval Pluym).

Maar ook: Pluijm is 55 jaar als hij naar Nijmegen komt. Willem Ruyters in een mail (6 september 2026): Pluijm verhuist om gezondheidsredenen op circa 50-jarige leeftijd naar Nijmegen (De Gelderlander, 12-6-1922), vandaar dat hij waarschijnlijk de villa de naam “Rust” geeft.

In 1912 en 1913-1914 staat dan als beroep “graanfactor”. Ook in 1914-1915, 1915-1916, 1916 komt hij voor, maar dan zonder beroep. Wel staat hij onder het kopje “graanhandelaren”. De laatst gevonden vermelding is in 1920.

In het Bevolkingsregister van 1910 staat aanvankelijk als beroep “graanhandelaar” en als adres “Canisiussingel 1”. Op 1-1-1921 zijn beide doorgestreept en vervangen door “zonder” en als adres Kerkstraat Hees 80.

Spijskokerij en Drager erekruis

Ter gelegenheid van zijn 50-jarige bruiloft krijgt Pluijm in juni 1922 het erekruis in goud “pro Eclesia et Pontifice”.

“De medaille wordt uitgereikt aan katholieke gelovigen die ten minste 45 jaar oud zijn en zich gedurende ten minste 25 jaar verdienstelijk hebben gemaakt voor het katholieke geloof of de Kerk, of die zich gedurende ten minste 25 jaar verdienstelijk hebben gemaakt. Het is het hoogste ereteken dat een leek kan ontvangen van de paus.” (wikipedia)

In Rotterdam had hij “trouwe hulp” als kerkmeester in Rotterdam geboden, vooral bij de bouw van de nieuwe bijkerk aan de Provenierssingel aldaar. In Nijmegen was hij meer dan 20 jaar lid geweest van de St. Vincentiusvereeniging, in het bijzonder als voorzitter van de afdeling spijskokerij. (De Gelderlander, 12-6-1922)

In ieder geval is Pluijm in 1905 en 1907 president van het onderdeel “spijskokerij” van de Sint-Vincentiusvereeniging in Nijmegen. (Onze Pius-Almanak voor het jaar des Heeren …, jrg 6, 1905)

Kerkstraat 80

In het Adresboek 1922 komt Pluijm voor op Kerkstraat 80. Evenals 1924, 1926 en 1928.

Pluym overlijdt op 91-jarige leeftijd op 4 juli 1935.

Uit de overlijdensadvertentie blijkt hij lid te zijn geweest van de 3e Orde van den H. Dominicus. Dit is -en tevens sinds 1999 de nieuwe naam- de Dominicaanse Lekengemeenschap. https://kro-ncrv.nl/katholiek/encyclopedie/d/dominicanen

Jacques Kneppers

De volgende gevonden gebruiker van Canisiussingel 1 is J.J.A. “Jacques” Kneppers. Hij komt voor in het Adresboek 1922. Waarschijnlijk heeft hij daar slechts enkele jaren gewoond:

  • Op 29 november 1922 overlijdt zijn vrouw Henriette Maria Stephane Kneppers – Van Aernsbergen (PGNC 30/11/1922)
  • In PGNC 17/1/1923 verschijnt het verzoek van Jacques Kneppers zich bij hem te melden, wanneer iemand nog iets te vorderen heeft, wat op zijn aanstaande vertrek duidt.

In 1926 is het pand volgens het Adresboek onbewoond.

Menalda van Schouwenburg

In de Adresboeken 1932, 1934, 1936, 1938, 1940 komt H. Menalda van Schouwenburg, directeur van de Ned. Verbandwattenfabriek op dit adres voor.

Lees hier over de Verbandwattenfabriek:

Bij een huwelijksaankondiging van de van de dochters blijkt de familie Menalda van Schouwenburg in ieder geval in juli 1946 nog op de Canisiussingel te wonen (Nijmeegsch dagblad, 29-7-1946)

Na de oorlog

Tussen 1940 en 1963 zijn tot nu toe slechts beperkte gegevens gevonden:

  • Het adres van Mevr. Brandsma-Berssenbrugge, penningmeesteresse bij de St. Elisabethsvereniging
  • N.V. Gruno en Adek Rijwielfabrieken vragen een steno-typiste (“kennis van moderne talen is gewenst”) (De Gelderlander 1/6/1951)

A. Lammers, arts

Advertentie verhuizing A. Lammers, arts (Nijmeegsch dagblad, 16-4-1960)
Advertentie verhuizing A. Lammers, arts (Nijmeegsch dagblad, 16-4-1960)

In de Adresboeken 1963, 1966, 1968, 1971 komt A. Lammers voor, arts. Hij komt tevens voor onder de kopjes van “uroloog” en “nier- en blaasziekten”

Slavenburg’s Bank N.V.

Advertentie vestiging Slavenburg's Bank in Nijmegen (De Telegraaf, 4-11-1969)
Advertentie vestiging Slavenburg’s Bank in Nijmegen (De Telegraaf, 4-11-1969)

In het Adresboek 1971 komen zowel Lammers als de Slavenburg’s Bank N.V. voor. Mogelijk betreft dit nog een dubbeling.

In 1983 werd Slavenburg, met op dat moment 90 kantoren, Credit Lyonnais Bank (Algemeen Dagblad, 5-7-1983).

Rond 1972 komt op St. Canisiussingel 1 tegelijkertijd nog een aantal jaren Macom Systems N.V. voor, adviseurs management- en computersytemen. (De Telegraaf, 10-6-1972). Deze gaat echter in januari 1976 failliet (De Volkskrant, 17-1-1976)

Vervolg

Er is nog niet uitgebreid onderzocht wat het vervolg is geweest.

De laatste jaren was het een vestiging van de Mauritskliniek, een centrum voor dermatologie en spataderen. In ieder geval zat dit centrum er in juli 2014 al (Google Streetview). In november 2023 is deze kliniek verhuisd naar St. Canisiussingel 19e (https://www.instagram.com/reel/CzLl_FIvhdW/). Vanaf dat moment lijkt het pand te huur te staan (september 2026).

De Zeemeermin (juni 2024)
#Nijmegen, Benedenstad, Gebouw van de dag

De Zeemeermin: Rijksmonument uit de 18e eeuw Oude Haven

Oude Haven 104

De Zeemeermin (juni 2024)
De Zeemeermin (juni 2024)

Hoewel van Schevichaven haar beschrijft als een figuur met de “stijfheid van den stokvisch”, is het pand de Zeemeermin uit eind 18e eeuw een Rijksmonument. In ieder geval hebben er in de 20ste eeuw jarenlang smederijen in het pand gezeten. Na een grondige restauratie in de jaren 80 is het pand verbouwd tot appartementen.

De Zeemeermin is gebouwd eind 18e eeuw en is een Rijksmonument. De Rijksmonumentenlijst geeft als omschrijving: “Monumentaal rechthoekig pand van parterre met drie verdiepingen en schilddak. Bakstenen lijstgevel, derde kwart 18e eeuw, met rond het middenvenster van de eerste verdieping een rijke versiering in Lodewijk XV-vormen. Vensters met getoogde raamkozijnen en zesruitsschuiframen.”

Van Schevichaven schrijft over de Zeemeermin: “In een prot. Van 25 april 1617 wordt het huis de Mermyn opgegeven als staande “op de Legemerckt, op den hoeck naest St Stevensportgen”.  Een ander huis dat dien naam droeg in 1774, is waarschijnlijk datzelfde gebouw dat thans nog een meermin in het snijwerk van den gevel vertoont, een figuur dat meer de stijfheid van den stokvisch, dan het slappe, buigzame op de rollende golven dartelende lichaam van de zeenimf voor den geest roept. De erfgenamen van den rijken brouwer Dirk van Brummelen verkochten dit huis 15 Jan. 1774 voor 4110 gld. aan Steven Scheers. Op 3 Nov. 1796 werd het met annex koetshuis, voor 3700 gl. Gekocht door den mr. bakker W. van Roggen.” (Oud-Nijmegen’s straten, markten, pleinen, open ruimten en wandelplaatsen, 1896)

Abonneren

Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.

Hoefsmederij Verplanke

Het pand de Zeemeermin met smederij Verplanke, 1920-1930 (GN5590 RAN) Oude Haven 106- 108
Het pand de Zeemeermin met smederij Verplanke, 1920-1930 (GN5590 RAN)

In de 20ste eeuw heeft er jarenlang een smederij in het pand gezeten.

Rond 1918 is P.C. (of P.Ch.) Verplanke begonnen met zijn smederij aan de Lage Markt: hij doet dan een nieuwjaarsgroet met adres Lage Markt 24 (De Gelderlander 31/12/1918). In het Adresboek 1920 komt er een smederij Verplanken (dus met een “n”) voor op nummer 24, waarbij P.Ch. Verplanke en Wed. J. Verplanke woont op nummer 24a, samen met W.A.P.F.L. v. Hedel (Adresboek 1920). Dit geldt ook voor het Adresboek 1922, hoewel Wed. J. Verplanke er dan niet meer woont.

Rond 4-8-1922 verkrijgt hij een hinderwetvergunning tot het oprichten van eene smederij in het perceel Lage Markt 14, kad. bekend gemeente Nijmegen, sectie C, No. 3882” (PGNC 8/8/1922). Het is nog onbekend wat de relatie is tussen nummer 14 (of 12, wat zijn adres is, zie hieronder) en nummer 24.

Het was overigens niet de eerste smederij van Verplanke: in PGNC 19/11/1914 adverteert P.Ch. Verplanke, Hoefsmederij Hertogstr. 66 dat hij “Wegens militieverplichtingen van af 21 dezer tot nader aankondinging gesloten” is.

Rond 11-4-1924 krijgen A.J. Roes en P.Ch. Verplanke een vergunning tot “het uitbreiden van hunne smederij in het perceel Lagemarkt No. 24, kad. bekend gemeente Nijmegen, Sectie C. No. 5153 (PGNC 14/4/1924).

In het Adresboeken 1924, 1926 en 1928 komt P.C. Verplanke voor op nummer 12, terwijl de smederij huisnummer 24 heeft. Nu woont A.J. Roes op nummer 24a.

Idem voor 1932, dan komt A. J. Roes echter niet meer voor op nummer 24a.

Hoefsmid A.J. Roes

Wel komt A.J. Roes in de jaren 30 voor als smid: eind December 1931, 1932 en 1933 plaatst “A.J. Roes -Smederij” een nieuwjaarsadvertentie (De Gelderlander 31/12/1931, 31/12/1932 en 30/12/1933).

In 1934 adverteert hij naast “Rijks Gediplomeerd Hoefsmid” als “Autog. Metaalbewerking (speciaal Aluminium)” en “Constructiewerken” (onder andere De Gelderlander 25/5/1934).

In De Gelderlander 20/6/1940 wordt een smidsknecht gevraagd.

Hoefsmid Gebr. Valk

Het pand van hoefsmid gebroeders Valk gezien vanaf de Waalkade, voorheen de Hoefsmederij P. Chr. Verplanke (adres toentertijd Lage Markt 12-14), links de St. Stevenstoren, 1970 (Frans Kup via F314661 RAN CCBYSA)
Het pand van hoefsmid gebroeders Valk gezien vanaf de Waalkade, voorheen de Hoefsmederij P. Chr. Verplanke (adres toentertijd Lage Markt 12-14), links de St. Stevenstoren, 1970 (Frans Kup via F314661 RAN CCBYSA)

Een mooie foto uit 1956 van de smid aan het werk is te vinden op ZN35263, gewoon op straat. Een andere mooie foto is F87838 uit begin jaren 60. De Gebroeders Valk waren Jan en Koos Valk, op de foto is waarschijnlijk een van de broers als smid aan het werk te zien: F94063 RAN.

Op het bord boven de ingang staat:

Op het bord is te lezen: Gebr. Valk Gedipl. Hoefsmid

Autog. Lasbedrijf v/h P.C(h?). Verplanke

(foto F87838 RAN)

Restauratie

Gezien vanaf de Waalkade in zuidelijke richting zien we uiterst links de achtergevel van de panden aan de Waalkade 3 en 4, in nummer 4 is tegenwoordig Galerie Marzee gevestigd; rechts daarnaast de nieuwbouw aan de Oude Haven 110-120; daar weer naast het monumentale patriciërshuis genaamd 'De Zeemeermin' aan de Oude Haven 104 - 108A vóór de restauratie/herbouw in 1983; Rechts daarnaast op nr. 102 een eveneens gerestaureerd pand met vroeg 19e eeuwse bakstenen halsgevel, het pand zelf is rond 1639 gebouwd, 1980-1981 (Gemeente Nijmegen via KN11514-60 RAN CC0)
Gezien vanaf de Waalkade in zuidelijke richting zien we uiterst links de achtergevel van de panden aan de Waalkade 3 en 4, in nummer 4 is tegenwoordig Galerie Marzee gevestigd; rechts daarnaast de nieuwbouw aan de Oude Haven 110-120; daar weer naast het monumentale patriciërshuis genaamd ‘De Zeemeermin’ aan de Oude Haven 104 – 108A vóór de restauratie/herbouw in 1983; Rechts daarnaast op nr. 102 een eveneens gerestaureerd pand met vroeg 19e eeuwse bakstenen halsgevel, het pand zelf is rond 1639 gebouwd, 1980-1981 (Gemeente Nijmegen via KN11514-60 RAN CC0)

In de jaren 80 is het pand gerenoveerd. Daarbij zijn de deuren van de werkplaats vervangen door 2 ramen en is de ingangspartij weer centraal in het midden. Tegenwoordig zijn er appartementen in het pand gevestigd.

Architectuur der natuur, Peter van der Locht, Waalkade

In 1980/1981 werd aan de Waalkade, tussen de Grotestraat en Nieuwe Markt, een nieuwe waterkeringmuur gebouwd. Daarbij werd aan een aantal kunstenaars gevraagd een object te ontwerpen. Peter van de Locht maakte daarop “Architectuur der natuur”, een van de zuilen die hij in deze periode maakte.

Ravenberg Taveerne, van Hendrikus Merkus (Rechts op de foto), 1910 (P.A. Geurts Boek- en Kunstdrukkerij, Nijmegen via F72294 RAN)
#Nijmegen, Beek, Gebouw van de dag

Ravenberg-Taveerne en Hendrikus Merkus

Ravenberg Taveerne, van Hendrikus Merkus (Rechts op de foto), 1910 (P.A. Geurts Boek- en Kunstdrukkerij, Nijmegen via F72294 RAN)
Ravenberg Taveerne, van Hendrikus Merkus (Rechts op de foto), 1910 (P.A. Geurts Boek- en Kunstdrukkerij, Nijmegen via F72294 RAN)

Rond 1900 was Beek populair bij welgestelden, niet alleen als woonplek maar ook als bestemming om te wandelen en van het landschap te genieten. Op de Ravenberg werd vanaf 1901 het Villapark Van Heutzpark aangelegd, met onder meer de Ravenberg-Taveerne, beheerd door Hendrikus Merkus. Later groeide deze plek bovendien uit tot een van de eerste campings van Nederland.

“Rond een e-vormig stratenpatroon waren vijf vrijstaande villa’s en een uitspanning gepland. Het betreft de uitspanning met de naam Ravenberg-Taveerne en de villa’s Zonneheuvel (De Ravenberg 2), Welgelegen (De Ravenberg 7), Bijou (De Ravenberg 58) en Kastanjeoord (De Ravenberg 14), alsmede de villa aan De Ravenberg 8. Vanaf een centraal gelegen uitkijkpunt konden potentiële kopers de percelen overzien en het uitzicht bewonderen. De bouw van de panden vond plaats in enkele jaren vanaf 1901” (https://monumentenlandschap.nl/wp-content/uploads/2019/04/Nieuwsbrief-41-febr-2011.pdf)

De Ravenberg-Taveerne was eigendom van baron Van Randwijck. Dit gebouw bestond uit een woongedeelte voor de landgoedbeheerder en zijn gezin, een verblijf voor de baron en zijn gasten en een café met terras.

Op de bovenstaande is rechts het opschrift “Ravenberg-Taveerne” te lezen. Boven een van de ingangen lijkt het wapenschild van Van Randwijck te hangen. In ieder geval komt het qua vorm overeen: “Wapen: in zilver een roode leeuw; en een uitgeschulpt rood schildomboordsel….” (https://www.genealogieonline.nl/west-europese-adel/I102684.php) Wat op de foto opvalt, is dat de vorm van het schild ondersteboven lijkt te zijn.

Daarnaast vallen de 3 ingangen op: Mogelijkde taveerne, het vertrek voor de baron en de woning van de opzichter?

In veel bronnen wordt genoemd dat de Taveerne rond 1901-1905 is gebouwd. Hoewel ik geen bouwkundige ben, heeft het voor mij een boerderij-achtig karakter met een uitsteeksel van de Taveerne. Dat roept bij mij de vraag op of het daadwerkelijk om nieuwbouw gaat, of een verbouwing. Op dit moment heb ik de bouwtekening nog niet gezien, of andere bron gevonden die dat bevestigt.

Op onderstaande foto noemt het RAN het jaartal 1898 – 1902, deze tijdsaanduiding zal vooral als indicatie zijn bedoeld.

Hendrikus/Hendricus Merkus

RAN: Hoogste punt van de Ravenberg met de gelijknamige uitspanning en theeschenkerij de 'Ravenberg-Taverne' van H. Merkus, 1898-1902 (J.B.L. Wildenbeest Uitgever, Nijmegen via F89517 RAN)
RAN: Hoogste punt van de Ravenberg met de gelijknamige uitspanning en theeschenkerij de ‘Ravenberg-Taverne’ van H. Merkus, 1898-1902 (J.B.L. Wildenbeest Uitgever, Nijmegen via F89517 RAN)

Vaak wordt de Ravenberg Taverne de Taverne van H. Merkus genoemd. Dit betreft Hendrikus/Hendricus Merkus.

Op https://oudbeek.nl/forum.php?content=topic&onderwerp=8&topic=561 zijn mooie foto’s van Merkus en de familie te vinden (en daarnaast veel andere foto’s van oud Beek).

Hij trouwt op 16 mei 1889 met Maria Alphonsia Lelieveld (Ubbergen, 18-5-1869 – Ubbergen, 21-4-1936)

Ze krijgen de volgende kinderen, waarvan een aantal op zeer jonge leeftijd overlijdt:

  • Johannes Ludovicus, Beek (Ubbergen), 16-2-1890 –  overl. na 1918
  • Johanna Wilhelmina Davida, Beek (Ubbergen), 12-9-1891 – overl. na 1915
  • Maria Louisa, Ubbergen, 15-10-1893 – Nijmegen, 6-7-1937
  • Theodora Gerarda, Beek (Ubbergen), 14-12-1894 – Beek (Ubbergen) 24-5-1895
  • Theodorus Gerardus, Beek (Ubbergen), 10-4-1896 – Beek (Ubbergen) 19-10-1898
  • Antonetta Johanna, Beek (Ubbergen), 5-12-1897 – overl. na 1919
  • Bertha Everdina, Beek (Ubbergen), 8-3-1899, overl. Beek (Ubbergen) 2-5-1900
  • Wilhelmina Hendrika, Beek (Ubbergen), 16-3-1900
  • Ludovicus Hendrikus, Beek (Ubbergen), 27-5-1905
  • Everdina Johanna, Beek (Ubbergen), 11-3-1907 – Beek (Ubbergen), 4-5-1907
  • Everdina Gerarda Josephina, Beek (Ubbergen), 3-3-1911
  • Adriana Johanna, geb. ca. 1915 – Ubbergen, 3-6-1960

(https://www.hjmwijers.nl/le-04.htm en https://www.openarchieven.nl/gld:ECEAC599-A1F8-43FF-93BA-93D65AF2BE04)

Bij de geboorte van Ludovicus Hendrikus Merkus op 27 mei 1905 is hij “polderopzichter” van beroep.

https://www.openarchieven.nl/gld:AF66424E-8BCA-46F1-A010-018F99B002C0

Bij de geboorte van dochter Everdina Gerarda Josephina Merkus, geboren op 3 maart 1911 en  dochter Adriana Johanna Merkus op 4 december 1914  is hij “waardsman” van beroep

https://www.openarchieven.nl/gld:F1A81C86-3414-4117-A046-E47BB559A958 https://www.openarchieven.nl/gld:009098B1-D7FE-4839-A705-116BD5593BD8

Eveneens bij het huwelijk van zijn dochter Antonetta Johanna Merkus op 4 maart 1919 https://www.openarchieven.nl/gld:018475A7-4EBC-444F-9BB9-9A77ED429936

aankondiging 25-jarig huwelijk Merkus en Lelieveld (PGNC, 10-5-1914)
aankondiging 25-jarig huwelijk Merkus en Lelieveld (PGNC, 10-5-1914)

Gevonden adressen

De eerste tot nut toe gevonden vermelding van Bierhuishouder Hendrikus Merkus is in het Adresboek van 1903 en 1905, op “Ravenberg taverne 25”.

De jaren daarvoor is er wel een H. Merkus op de Ravenberg gevonden, met regelmatig een ander huisnummer:

  • 1899, arbeider, Ravenberg 18a (en Th.J. Merkus, arbeider op nummer 18b)
  • 1901, arbeider, Ravenberg 25

Of dit dezelfde Merkus is en of het hernummeringen betreft, is nog niet bekend.

Advertentie waarin H. Merkus aanwijzer is (PGNC 10/9/1905)
Advertentie waarin H. Merkus aanwijzer is (PGNC 10/9/1905)

In mei 1914 vieren H. Merkus en M. Merkus-Lelieveld hun 25-jarig huwelijksfeest, waarvoor ze een bedankadvertentie plaatsen. (PGNC 31/5/1914)

In 1907 is het bierhuishouder, dan op “Ravenberg taverne 30”

In de Adresboeken 1908, 1909, 1910-1911, 1912-1913 en 1920 is H. Merkus “bierhuishouder en polderopzichter, Beek ravenberg taverne 32”. Dus weer een nieuw nummer. In de jaren 1913-1914 is alleen het adres gevonden, zonder dat er op die plaats een beroep vermeld staat.

In 1914-1915 en 1916 is het bierhuishouder en polderopzichter op nummer 32. Dan staat ook E. Merkus, “arbeider, Beek, Ravenberg, “Taverne” 32” op dit adres.

In 1922 staan zowel H.Merkus eveneens bierhuishouder en polderopzichter als E. Merkus, arbeider vermeld, maar nu op nummer 33.

Op 11 juli 1923 overlijdt Hendrikus Merkus op 68-jarige leeftijd (De Gelderlander 12/7/1923).

In 1928 komt de Weduwe H. Merkus, geboren Lelieveld als bierhuishoudster voor op nummer 33.

Op https://www.wmg-groesbeek.nl/milieujournaal/Milieujournaal190.pdf wordt dit gebouw de boswachterswoning genoemd. Uit bovenstaande opsomming blijkt, dat bij Hendrikus in ieder geval nog niet expliciet het woord “boswachter” is gevonden. Dit kan natuurlijk naast bierhuishouder, polderopzichter en “aanwijzer” nóg een andere functie van hem zijn geweest.

In ieder geval was Theo Merkus met zijn vrouw Twanny de laatste beheerder van de camping in 1979 (zie hieronder). Dat artikel noemt, dat zowel zijn vader als grootvader boswachters waren geweest, toen nog in dienst van Van Randwijck. Dat kan tevens betekenen dat een of meedere functies van Hendrikus samenvielen met “boswachter” of dat deze term er “later” (abusievelijk) is toegevoegd.

Waarschijnlijk was Theo de zoon van Johannes Ludovicus Merkus en Geertruida Adriana Eberg, waarbij Hendrikus de vader van Johannes Ludovicus was. (https://www.genealogieonline.nl/genealogie-familie-beker/I1300.php, https://www.genealogieonline.nl/genealogie-familie-beker/I1299.php en https://www.genealogieonline.nl/genealogie-familie-beker/I1299.php)

Op Oudbeek.nl en staat een foto van boswachter “Jo Merkus kapte in 1946 een kastanjeboom die de oorlog niet heeft overleefd. Deze boom stond waarschijnlijk in de boomgaard op de Ravenberg. In de boom zit zoon Theo die zijn vader zou opvolgen als boswachter.” (www.oudbeek.nl en https://www.wmg-groesbeek.nl/milieujournaal/Milieujournaal190.pdf)

Oorlog, brand en Geldersch Landschap

In 1941 kocht Stichting Geldersch Landschap de Heerlijkheid Beek van Van Randwijck. De taveerne ging echter verloren in de winter van 1944-1945, toen het afbrandde. Mogelijk doordat geallieerde soldaten bij het eten klaar maken even niet zaten op te letten. (https://monumentenlandschap.nl/wp-content/uploads/2019/04/Nieuwsbrief-58-juni-2015.pdf)

Boswachterswoning

1950, Ravenberg 20

Op de plaats kwam de “boswachterswoning”, De Ravenberg 20. “Architectenbureau G. Feenstra ontwierp het in 1950 in de stijl van de Delftse School. Volgens de architecten van de Delftse School lag schoonheid juist in eenvoud en was een goede harmonie tussen massa, ruimte en lichtval belangrijk. Architectuur moest “nederig” zijn en vooral niet opvallen en er werd veelal gebruik gemaakt van traditionele elementen, zonder dat in een gebouw letterlijk een historische situatie gekopieerd werd. De stijl is vlak voor de tweede wereldoorlog en in de wederopbouwperiode veel toegepast.” https://monumentenlandschap.nl/wp-content/uploads/2019/04/Nieuwsbrief-42-mei-2011.pdf

De vensters hebben luiken in de kleuren van de stichting Het Geldersch Landschap.

Het gebouw is een gemeentelijk monument.

Kampeerplaats/Camping

Zie voor foto’s: https://oudbeek.nl/forum.php?content=topic&onderwerp=8&topic=561

Vanaf de jaren 20 werd er op de Ravenberg gekampeerd en was daarmee een van de eerste campings van Nederland. https://www.wmg-groesbeek.nl/milieujournaal/Milieujournaal190.pdf

Dit artikel vertelt verder, dat de tenten aanvankelijk op de terrassen tussen de kastanjes stonden. Het waren vooral de meer welgestelde mensen uit het westen die kwamen. Met de trein, waarbij de uitrusting met van Gend & Loos werd verstuurd. De camping was voor de boswachter een welkome aanvulling op zijn inkomen.

De camping, dan met 40 plaatsen, is tot 1979 in gebruik geweest: Het Algemeen Dagblad van 27-4-1979 schrijft dat in september dan de poorten definitief dicht zullen gaan. Ook schrijft het artikel dat een andere camping “De Uilenburg” in Berg en Dal met 100 plaatsen zal gaan sluiten.

Beheervisie Heerlijkheid Beek 2018-2019 schrijft: “De voormalige camping op de Ravenberg werd vanaf de verwerving t/m 1984 door de boswachter en zijn vrouw geëxploiteerd en heeft daarom historische waarde voor GLK.” (Beheervisie Heerlijkheid Beek 2018-2019, Geldersch Landschap & Kastelen) Het is nog niet duidelijk waarom hier het jaartal 1984 wordt genoemd, terwijl het krantenartikel uit 1979 vermeldt dat de camping dat jaar zal sluiten.

Stuwwal Beek Berg en Dal

De Stuwwal bij Beek en Berg en Dal is een van de redenen dat het Rijk van Nijmegen zich ook…

Patersbosje (augustus 2026)
#Nijmegen, Groen in Nijmegen

Patersbosje

Hunnerberg

Patersbosje (augustus 2026)
Patersbosje (augustus 2026)

Het Patersbosje ligt in de wijk Hunnerberg, schuin achter het Canisiuscollege: tussen de Pater Blommaertlaan, Pater Leijdekkersstraat en het lindelaantje aan de Nicolaas Molenaarstraat. Rond 1910 werd in de voormalige kloostertuin van de paters Jezuïeten het Patersbos aangelegd.

Lange tijd was het terrein onderdeel van het afgesloten domein van de Jezuïeten. In 1991 kwam het Patersbos in bezit van de gemeente Nijmegen en werd het openbaar toegankelijk. Tegenwoordig is het een waardevolle groene plek voor de wijk, zowel vanuit het oogpunt van recreatie als natuur.

Het terrein bestond uit een tuin- en een bosgedeelte en was niet toegankelijk voor de leerlingen van het college. Het was met hoge hekken afgesloten, zo blijkt uit de Wijkkrant Nijmegen-Oost uit 1994.

Plannen voor het Canisius-terrein

	Vogelvluchtopname van het Sint Canisiuscollege en wat later het Patersbosje zou gaan heten ; aan de Berg en Dalseweg zijn nog onbebouwde terreinen (rechtsonder) ; links in het midden Museum Kam aan de Eleonorastraat (later Museum Kamstraat) ; bovenin de sportvelden van het college aan de Ubbergseveldweg en de Praetoriumstraat, 1930-1931 (KLM Aerocarto via F12698 RAN)
Vogelvluchtopname van het Sint Canisiuscollege met rechts bovenin het Patersbosje; aan de Berg en Dalseweg zijn nog onbebouwde terreinen (rechtsonder) ; links in het midden Museum Kam aan de Eleonorastraat (later Museum Kamstraat) ; bovenin de sportvelden van het college aan de Ubbergseveldweg en de Praetoriumstraat, 1930-1931 (KLM Aerocarto via F12698 RAN)

Het Canisius College is gebouwd in 1898-1900 voor de Jezuïeten naar ontwerp van Nicolaas Molenaar.

Van het oorspronkelijke Canisiuscomplex is veel verdwenen. De hoofdvleugel aan de Berg en Dalseweg bleef behouden, evenals het patersbos en het externaatgebouw uit 1930 van architect Charles Estourgie.(https://kennis.cultureelerfgoed.nl/images/rce/2/21/RCE_advies_174832_Berg_en_Dalseweg_81B_6522BC_Nijmegen_46805-Canisius_College.pdf)

In ieder geval zijn er in december 1979 al plannen voor het Canisius-terrein. Zowel het gebouw zelf als het terrein zijn onderwerp van discussie tussen gemeente en bewoners. Zo wil de gemeente  mogelijk alleen de voorgevel van het college houden. Terwijl een initiatiefgroep van bewoners, die tevens een enquete houdt, een groter deel van het gebouw wil behouden. Ook wil de iniatiefgroep graag het sportveld behouden. Beide wensen komen ook met een zeer ruime meerderheid naar voren uit de enquete. Op 19 december zal de gemeenteraad beslissen. Over het Patersbosje is juist geen discussie: zowel de gemeente als de bewoners willen dat het bosje behouden blijft. (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/12/1979)

Op 2 februari 1987 is er een inspraakavond in Café Trianon: de gemeente heeft de grond van het Canisus College bestemd voor woningbouw. De Sint Willibrordstichting, een stichting van de Orde van de Jezuïeten, heeft een projectontwikkelaar en een aannemer in arm genomen. Op haar terrein moeten vanaf 1988 200 woningen gebouwd. Wel zal het Patersbosje blijven bestaan, welke door de gemeente zal worden beheerd. (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/2/1987)

Natuur

Patersbosje poeltje (augustus 2026)
Patersbosje poeltje (augustus 2026)

Het bosje werd ontworpen in landschapsstijl en kent nog altijd een parkachtige sfeer, met oude bomen, bijzondere planten en veel voorjaarsbloeiers. “Passend bij het tijdsbeeld werd het groengebiedje ontworpen in de landschapsstijl. De vele exotische boom-, struik- en plantensoorten herinneren aan de tijd waarin paters die terugkwamen uit missie planten meenamen.” https://www.intonijmegen.com/locaties/3277099055/patersbos

Ook in 1996 “valt dat verschil nauwelijks meer op. Wat je wel direct opmerkt is de grote variatie in begroeiing.” In het Patersbos staan minstens 35 soorten bomen. Een groot deel daarvan is al meer dan honderd jaar oud. Vooral rond het grasveld in het lager gelegen deel is het tuingedeelte nog herkenbaar.

Er zijn veel verschillende soorten planten en vogels te zien. Vooral in het voorjaar bloeien er veel bloemen, onder andere is -in ieder geval in 1996- het wettelijk beschermde voorjaarshelmbloem te zien. Door de grote variatie aan boom- en struiksoorten is het bosje ook belangrijk vanwege de aanwezigheid van vogels, vlinders en eekhoorns.

Midden in het bosje ligt een kleine kunstmatige poel, die samen met het omliggende groen leefgebied vormt voor verschillende amfibieën, waaronder salamanders.

Opening voor publiek

Patersbosje (augustus 2026)
Patersbosje (augustus 2026)

In 1991 kwam het Patersbos in gemeentelijk bezit en op de sportvelden kwam nieuwbouw. Een van de redenen om het bos te behouden was voor de groenvoorziening voor deze nieuwe wijkbewoners.

De feitelijke openstelling voor het publiek volgde enkele jaren later; volgens de Wijkkrant Nijmegen-Oost was het bosje vanaf april 1995 voor publiek toegankelijk.(Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/4/1996) Waarschijnlijk in 1995 officieel, want het artikel uit 1994 noemt al dat het “ineens open is”.

In 1996 zijn er al “gebruikssporen” te zien: bordjes bij bomen zijn beschadigd, er zijn kuilen gegraven door de jeugd en het Mariakapelletje is beschadigd. (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/4/1996)

Vooral sinds de lockdowns tijdens de corona periode is het bosje ontdekt door wandelaars. Niet alleen met positieve gevolgen: mensen namen hele planten mee, waaronder de gele hondstand. Daarop besloot Jac. Splinter een prijsvraag voor een slagzin uit te schrijven waarmee mensen werden opgeroepen de planten met rust te laten. Zie voor een leuk artikel uit 2021: https://nijmegen-oost.nl/uitgelicht/slagzinwedstrijd-tegen-plantenroof-in-patersbosje

Beheer

Patersbosje vlechtwerk (augustus 2026)
Patersbosje vlechtwerk (augustus 2026)

Net als andere stadsbosjes wordt het onderhoud gepleegd door bewoners, die de Werkgroep Patersbos gevormd hebben. Daarbij krijgt ze een bijdrage van de gemeente. Door het intensieve beheer is het bos erg belangrijk voor de biodiversiteit van Nijmegen. “Het beheer richt zich op duurzame instandhouding van het bosje, de recreatieve en ecologische waarde voor de ruime omgeving en de historische waarde ervan.” (Beheervisie Stadsbosjes Gemeente Nijmegen, Buiting Advies.

Vanwege de historische aanleg en het grote aantal bijzondere uitheemse soorten geldt in het Patersbos niet de algemene richtlijn dat 80 procent van de beplanting uit inheemse soorten moet bestaan. Wel wordt bij het uitvallen van oude bomen gekeken naar de aanplant van nieuwe, inheemse bomen.

2 keer per jaar pleegt de Werkgroep samen met de bewoners uit de buurt klein onderhoud aan het bos, zoals snoeien en schoonmaken van de poel. Een mooie brochure is te vinden op: https://www.tegastin.nl/inc/media/content/downloads/inhoud/content/Patersbos.pdf (tevens bron)

Literair baken

Patersbosje: Hier begint een nieuw leven (augustus 2026)
Patersbosje: Hier begint een nieuw leven (augustus 2026)

“Incipit Vita Nova” is Latijn voor ” Hier begint een nieuw leven”. Dit is het opschrift van het boek Vita Nuova van Dante Alighieri. https://nl.wikipedia.org/wiki/Vita_nuova: “In het begin van het boek van mijn herinnering, waar nog maar weinig te lezen valt, staat een opschrift: Incipit Vita Nova. Onder dat opschrift vind ik vele dingen opgetekend, en daaronder de woorden die ik in dit kleine boek wil overnemen — niet alles, maar tenminste hun wezen.” https://athenaeumscheltema.nl/BookApi/GetSample?guid=54c2663e-a8f1-4739-8c11-f5b77f66c825

Het boek begint met een ontmoeting, hoe Dante op 9-jarige leeftijd Beatrice ziet wanneer hij negen is. Achteraf kijkt Dante terug op zijn herinnering in de vorm van het boek, met het opschrift: “Hier begint een nieuw leven”. Achteraf begrijpt Dante, dat zijn leven een andere betekenis had gekregen vanaf het moment dat hij Beatrice zag. Voor Dante wordt Beatrice iemand die hem geestelijk verandert en verheft. Let wel: het gaat om een “hoofse liefde”. Zelfs na haar dood blijft deze ontwikkeling doorgaan en Dante belooft over haar te schrijven op een manier die hij nog nooit over een vrouw heeft geschreven (vaak wordt de Goddelijke Komedie als inlossing van die belofte gezien).

Er is nog niet gevonden waarom juist deze tekst als Literair Baken is gevonden. Mogelijk omdat het bos een tweede, nieuw leven heeft gekregen zonder haar “eerste” leven te verliezen: ooit was het bos onderdeel van de besloten wereld van de Jezuïeten. Nu is het een openbare plek voor de bewoners van Nijmegen-Oost. Tegelijkertijd herinneren de oude bomen, de aanleg en de bijzondere beplanting nog altijd aan het verleden. Een plek die opnieuw is gaan leven, maar haar verleden met zich meedraagt.

In 2024 droeg tijdens de Nacht van de Ommetjes Harry van de Vijfeijke zijn gedicht “Patersbos 2018” voor. (https://denachtvandeommetjes.nl/verslag-ommetje-oost-2024/) Het gedicht zelf staat te lezen in de brochure van de Werkgroep.

Overige bron: https://www.gutenberg.org/files/28029/28029-h/28029-h.htm

Patersbosje stomp (augustus 2026)
Patersbosje stomp (augustus 2026)
Patersbosje pad (augustus 2026)
Patersbosje pad (augustus 2026)

Hunnerberg

De Hunnerberg is een wijk en stuwwal aan de oever van de Waal in Nijmegen. Deze positie van een lage…

Museum Kam

1922, Eleonorastraat (Nu: Museum Kamstraat 45) Hunnerberg Gerard Marius Kam (1836-1922) Gerard Marius Kam was oorspronkelijk een Rotterdamse ondernemer, medeoprichter…

Javabosje

Veel niet-buurtbewoners zullen nog steeds voorbij lopen aan een van de meest verscholen groene plekken van Nijmegen: het Javabosje. Het…

Berg en Dalseweg 54-56 Nijmegen architect mogelijk L.H. Verbrugge Bouwjaar circa 1890 (augustus 2026)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Berg en Dalseweg 54-56 en op zoek naar Verbrugge

Berg en Dalseweg 54-56 Nijmegen architect mogelijk L.H. Verbrugge Bouwjaar circa1890 (augustus 2026)
Berg en Dalseweg 54-56 Nijmegen architect mogelijk L.H. Verbrugge Bouwjaar circa1890 (augustus 2026)

Aan de Berg en Dalseweg 54-56 staat een statig gebouw van eind 19e eeuw, een Rijksmonument. Wie het ontwerp heeft gemaakt, is vooralsnog onbekend. Wel wordt soms architect L.H. Verbrugge genoemd als ontwerper. Maar was hij dat ook? Het begin van een zoektocht, zonder nog een eenduidig antwoord te krijgen.

“Dubbel HERENHUIS met eenvoudig TUINHEK gebouwd ca. 1890 met een decoratieve gevel in neoclassicistische stijl waarin invloeden van zeventiende-eeuwse Engelse architectuur in de trant van het palladianisme en Inigo Jones herkenbaar zijn (vgl. Lindsey House, Londen). In 1891 werd huis nr. 54 aangekocht door de Lutherse gemeente als pastorie.” (Rijksmonumenten). Bovendien is opvallend dat het gebouw 1 groot huis lijkt te zijn, terwijl het ook oorspronkelijk gebouwd is als 2 huizen.

Palladianisme en Inigo Jones?

Het “Palladianisme” is een van de stijlen binnen de bouwstijlen van het zogenaamde classicisme en vernoemt naar de Italiaanse architect Andrea Palladio (1508–1580), die in Venetië werkte. Deze architect greep terug op de oudheid. Deze stijl zou zich van de 17e eeuw tot eind 18e eeuw blijven ontwikkelen.

Inigo Jones was de architect die het classicisme in Engeland introduceerde. “Inigo Jones (Londen, 15 juli 1573 – aldaar, 21 juni 1652) wordt gezien als de eerste belangrijke architect in Engeland in de vroegmoderne tijd en de eerste die de Vitruviaanse regels van verhoudingen en symmetrie in zijn gebouwen toepaste. Hij was de eerste die de klassieke architectuur van Rome en de Italiaanse Renaissance in Engeland introduceerde.” (wikipedia). Hij was daarbij sterk door beïnvloed door Palladio.

Wijkkrant Nijmegen-Oost vergelijkt in 1990 het gebouw aan de Berg en Dalseweg vooral met het Banquet House in Whitehall (Londen) van Jones.

Hoewel ik geen expert, lijkt het Banquet House in ieder geval aanzienlijk meer op het gebouw aan de Berg en Dalseweg dan het Lindsey House. Daarnaast noemt Rijksmonumenten palladianisme en Jones “invloeden” bij een gevel in “neclassistische stijl”. Het is mij niet bekend of de architect zich rechtstreeks heeft laten inspireren op de “originele” bronnen, of Nederlandse (of zelfs Nijmeegse) voorbeelden, of een combinatie van beide.

Stucwerk

De ornamenten bestaan niet uit natuursteen, maar uit stucwerk: daaronder bevindt zich baksteen. Dit was aanmerkelijk goedkoper, maar gaf toch een mooi resultaat (Noviomagus.nl, met veel foto’s)

L.H. Verbrugge, de architect?

Wikimedia noemt als architect meester-timmerman L.H. Verbrugge. Andere bronnen, zoals Rijksmonumenten, noemen de architect “onbekend”. Ook de Nacht van Ommetjes noemt de architect onbekend. Daarnaast is de term “meester-timmerman” nog niet terug gevonden in bronnen als Adresboeken en het Bevolkingsregister: daar wordt Verbrugge over het algemeen “architect” genoemd.

Louis Henri Verbrugge is geboren op 12 mei 1864 in Amsterdam.

Detail Militieregister, hij blijkt een plaatsvervanger te hebben. (Archief Amsterdam, 
Militieregisters, archiefnummer 5182, inventarisnummer 4329) https://archief.amsterdam/indexen/deeds/98533458-153e-56a3-e053-b784100ade19
Detail Militieregister, hij blijkt een plaatsvervanger te hebben. (Archief Amsterdam,
Militieregisters, archiefnummer 5182, inventarisnummer 4329)

Op 7 november 1886 vertrekt Verbrugge uit Amsterdam, Brouwerstraat binnen nr 7, alleen -althans, zijn moeder en zijn broers en zus blijven achter, naar Arnhem.  (Bevolkingsregister Amsterdam BRB00074000166)

In het Bevolkingsregister 1880 van Nijmegen komt hij al tijdelijk voor als niet-verwante inwoner bij Simon Johannes Meijn (13-4-1851, Rotterdam), bouwkundig tekenaar op Hees E N.52. Louis Henri is dan op 11 mei 1887 afkomstig uit Amsterdam, waar hij op 12 maart 1888 weer naar toe vertrekt. Verbrugge is dan opzichter.

In het Bevolkingsregister van Amsterdam staat dat hij op 27 maart 1888 weer terugkomt naar Amsterdam. Hij heeft dan als beroep “opzichter”. Een goede maand later, 5 mei 1888 vertrekt hij met zijn moeder en zus Elisabeth Louisa (waarschijnlijk is hier de z vervangen) Therese Jeannette naar Nijmegen (Bevolkingsregister Amsterdam BRB00074000166)

Op 7 mei 1888 -dus een paar maanden nadat hij vertrokken was- komt Louis Henri weer in Nijmegen te wonen. Het hoofd van het gezin is zijn moeder, de weduwe van J. Verbrugge, Elisabeth Louise Therese Minnigh (8 mei 1839 Amsterdam). Ze zijn dan afkomstig uit Amsterdam en gaan op de Spaarbankstraat 16 wonen. Ook zus/dochter Elisabeth Louise Therese Jeannette (11-7-1870, Amsterdam) komt mee. Het gezin behoort tot de Waalse gemeente. Het “blauwe potlood” heeft het geboortejaar van Elisabeth veranderd van 1834 naar 1839 en als beroep van Louis Henri architect gezet.

In het Bevolkingsregister van 1890 wordt de Spaarbankstraat A23 doorgehaald en vervangen door Berg en D. weg 14.

Louis Henri staat vermeld als architect. Broer/zoon Henri Louis Leonard (20-8-1866, Amsterdam) zal de komende jaren steeds tijdelijk inwonen:

  • Van 15-5-1891 afkomstig van Valburg en op 22-5-1891 vertrekkend naar Anna-Paulowna
  • Van 22-2-1893 afkomstig uit Anna-Paulowna en op  6-12-1893 vertrekkend naar Bussum, hij is dan landbouwer
  • Van 4-3-1898 afkomstig uit Bussum en op 11 mei 1901 weer vertrekkend naar Bussum, geloof Nederlands Hervormd) (Bevolkingsregister 1890)

Overigens is in december 1890 is Verbrugge commissaris bij de Vereeniging tot gezellig ijsvermaak. In een bericht in PGNC 30/12/1890 is zijn adres Berg-en-Dalschen weg 105.

In het Bevolkingsregister 1900 komt Louis Henri als architect. Het gezin komt dan voor op de Berg en Dalseweg. Het is onduidelijk of er sprake is geweest van verhuizingen of nummerwijzigingen: aanvankelijk staat er 14, welke is doorgehaald en vervangen door 60. Op een later tijdstip is 60 vervangen door 62. Later is er met potlood A48.250 bijgeschreven.

In het Bevolkingsregister 1910 komen ze voor op Berg e Dalsche weg 62?: de 6 is duidelijk leesbaar, over het tweede cijfer is op een later tijdstip, 1/1 1921, een grote 0 gezet met een A erachter -dus 60A. Aanvankelijk staat er bij Louis Henri als beroep architect. Dit is later doorgestreept en vervangen door “zonder”. Ook is op een ander tijdstip bij Elisabeth de s vervangen door een z en haar geboortejaar 1839 gewijzigd in 1835. (En Jeanette krijgt dan een tweede “n”.)

Bouwvergunningen L.H. Verbrugge

Tot nu toe ben ik 3 bouwvergunningen tegengekomen waar Verbrugge wordt genoemd. Waarschijnlijk vreemd, wanneer Verbrugge de daadwerkelijke architect zou zijn, er tot nu slechts enkele werken gevonden zijn, waarbij Verbrugge genoemd wordt (dit betekent niet dat hij de architect is):

  • In 1888 wordt aan L.H. Verbrugge en S.J. Meijn vergunning verleend tot het bouwen van 3 huizen aan de Berg en Dalseweg
  • In 1889 wordt aan L.H. Verbrugge vergunning verleend tot het bouwen van 2 huizen aan de Berg en Dalseweg
  • In 1891 wordt aan L.H. Verbrugge vergunning verleend tot het bouwen van 1 villa aan de St. Canisiussingel

(Verleende bouw- en hinderwetvergunningen tussen 1850 – 1900, Hans Giesbertz)

Opvallend daarbij is de vergunning uit 1888 voor de bouwvergunning van 3 huizen aan de Berg en Dalseweg: die staat op naam van L.H. Verbrugge én S.J. Meijn. Dat is waarschijnlijk dezelfde Simon Johannes Meijn bij wie Verbrugge kort daarvoor inwoonde en die in het bevolkingsregister als bouwkundig tekenaar wordt vermeld. Daarmee is er een concrete aanwijzing dat de twee al vóór 1890 samen bij bouwprojecten betrokken waren. Van Meijn worden overigens in die tijd wel krantenberichten over zijn ontwerpen gevonden.

Daarnaast is de onderstaande advertentie uit 1892 gevonden:

Advertentie L.H. Verbrugge voor een Villa met Tuin (Algemeen Handelsblad, 4-2-1892)
Advertentie L.H. Verbrugge voor een Villa met Tuin (Algemeen Handelsblad, 4-2-1892)

Villa Rust

Monumentale villa mogelijk ontworpen door L.H. Verbrugge en gebouwd in de jaren 1890/91 op de hoek (verlengde) St. Jorisstraat Canisiussingel (rechts); in 1896 werd het adres mr. Franckenstraat 2. Op 9 november opent, na een omvangrijke verbouwing onder andere een aanbouw links van het pand, H.E Span de banketbakkerij "Keizer Karel" met lunchroom en terras in het ronde gedeelte. In 1933 vestigt zich in de aanbouw een filiaal van bloemensalon "Corona" in de Bisschop Hamerstraat. Tijdens de bevrijding van de stad wordt het pand en de naastliggende huizen verwoest, Mr. Franckenstraat 2 Hunnerberg, 1895-1900 (F5503 RAN)
Monumentale villa mogelijk ontworpen door L.H. Verbrugge en gebouwd in de jaren 1890/91 op de hoek (verlengde) St. Jorisstraat Canisiussingel (rechts); in 1896 werd het adres mr. Franckenstraat 2. Op 9 november opent, na een omvangrijke verbouwing onder andere een aanbouw links van het pand, H.E Span de banketbakkerij “Keizer Karel” met lunchroom en terras in het ronde gedeelte. In 1933 vestigt zich in de aanbouw een filiaal van bloemensalon “Corona” in de Bisschop Hamerstraat. Tijdens de bevrijding van de stad wordt het pand en de naastliggende huizen verwoest, Mr. Franckenstraat 2 Hunnerberg, 1895-1900 (F5503 RAN)

Het RAN noemt onder ander bij bovenstaande foto F5503 dat de architect “waarschijnlijk” L.H. Verbrugge is; hier vervangen door “mogelijk”. Ook hier is de originele bouwtekening nog niet gevonden/ingezien. De villa stond op de hoek van (verlengde) St. Jorisstraat Canisiussingel (rechts); in 1896 werd het adres mr. Franckenstraat 2 (foto GN1480 – B RAN)

Op sommige vermeldingen wordt deze villa ten onrechte “Villa Rust” genoemd: Villa Rust is de villa op het huidige adres St. Canisiussingel 1. Deze villa komt vanaf 1901 in de adresboeken voor: ““Pluym verhuist om gezondheidsredenen op circa 50-jarige leeftijd naar Nijmegen, vandaar “Rust”.” (Willem Ruyters in een mail 6 september 2026)

Op 18 augustus 1891 koopt Verbrugge een perceel bouwgrond van de gemeente, “op den hoek van den Canisiussingel en de Sint Jorisstraat, op den Kadastralen legger der gemeente Nijmegen, bekend in Sectie B Numero 1729, als erf, groot zeven aren.” Een van de voorwaarden daarbij is dat er voor mei 1892 een woonhuis is gebouwd, zonder blinde muren aan de kant van de Canisiussingel en de Sint Jorisstraat” (Inventarisnummer 75, Archiefnummer 450, Aktenummer 3184).

Vervolgens sluit Verbrugge een lening af bij Joseph Kirchner op 19 augustus 1891 met dit bouwterrein als onderpand. (Inventarisnummer 75, Archiefnummer 450, Aktenummer 3187).

Daarbij wordt in 1891 aan L.H. Verbrugge vergunning verleend tot het bouwen van 1 villa aan de St. Caniussingel.

Verbrugge lijkt betrokken te zijn bij de bouw, maar het is niet zeker of hij de architect is. En daarnaast: wordt met deze woning de “villa van Verbrugge” bedoeld in het volgende artikel: “Het voorstel van B. en W. om aan de heeren D. J. en C. C. Haspels alhier te verkoopen eene oppervlakte bouwterrein aan de St. Jorisstraat, gedeelte van het kadastraal perceel Nijmegen, Sectie B no. 1728, gelegen tusschen de villa van den heer Verbrugge en den Straalmansweg, voor f 6.50 per centiare, onder de volgende voorwaarden…”: oftewel aan de huidige mr. Franckenstraat” (Gemeenteverslag 1894). Echter: de villa van Verbrugge kan juist ook aan de andere kant staan: in het Bevolkingsregister en Adresboeken staan steeds adressen van de Berg en Dalseweg.

Gevonden adressen Verbrugge

Hieronder staan de adressen van Verbrugge en zijn familie weergegeven volgens de adresboeken. Daarbij is het steeds Berg en Dalseweg, maar met veel verschillende nummers. Het is nog niet bekend welke veranderingen daadwerkelijke verhuizingen en welke hernummeringen van het adres betreft.D

Dat maakt het vooralsnog ook lastig te bepalen welk gebouw bij welk adres hoort. In ieder geval is wél duidelijk dat er met meerdere panden aan de Berg en Dalseweg een relatie is met Verbrugge. Welke rol hij daarbij heeft gehad -architect, ontwikkelaar, eigenaar en/of bewoner-, is nog niet bekend.

Wed. J. Verbrugge, geb. Ee. La. The. Min(n)igh, zonder beroep, Berg en Dalsche weg 405 (1892, 1893, 1895)

Dan is er een inbraak bij de weduwe: “Dinsdag nacht is te Nijmegen tijdens de afwezigheid van de bewoners ingebroken in de villa op den hoek van den Canisiussingel en Sint-Jorisstraat en bewoond door de wede. Verbrugge. De dief had zich door het stuk slaan van een glasruit toegang tot die woning verschaft en aldaar ontvreemd: 1 koperen wekkerklok, 2 parasols, 1 parapluie, 3 japonnen, 8 mantels, 2 rokken, 2 blouses, 1 pantalon en 1 huissleutel. De politie werd met het gebeurde in kennis gesteld en ’s morgens om 9½ mocht het de rechercheurs Mensen en Heijnekamp gelukken, den dief in het bezit van de gestolen voorwerpen in eene slaapstede in de Zwanengas alhier aan te houden. Het was zekere J.S., oud 26 jaren en Duitscher.” (De Gelderlander 7/10/1894)

In 1896 is het Berg en Dalsche weg 15; in 1898 nummer 16.

In 1901 is het nummer 14. Vanaf 1901 komt ook L.H. Verbrugge, architect op dit adres voor. Idem in 1902.

In 1903 is het weer nummer 16.

En in 1905 en 1907 60a.

In 1908 is het nu nummer 62. Evenals in 1910-1911, 1912-1913

Vervolgens is in 1913-1914 nummer 58.

Maar in 1914-1915 weer 60a.

Evenals in 1915-1916 en in 1916.

In 1922 wordt voor dat jaar alleen de weduwe gevonden.

Echter: in 1924 staat ook L.H. weer op het adres, dan staat er geen beroep vermeldt. Ook komt Mej. E.L.Th.J. voor.

In 1926 is het nummer 60. Dan komt naast de 3 hierboven genoemden ook H.L.L. voor. Idem voor 1928.

In 1932, 1934 en 1936 komen de 3 “kinderen” voor op 60a; de weduwe niet meer. In 1948 en 1951 komen mej. E.L.T.J. en H.L.L. nog voor, dan op nummer 60. In 1955 komt geen van allen op de Berg en Dalseweg voor.

Verkoop nummer 62 en 62a

Augustus 1920 verkoopt Elisabeth Louisa Thérèse Minnigh, weduwe van Johannes Verbrugge “een beneden en bovenhuis aan den Berg en Dalschenweg 62 en 62a, Kadastraal bekend gemeente Hatert, sectie A, nummer 913, groot twee aren, twee en zeventig centiaren als huis en erf”. De grond is op 14 mei 1888 gekocht, het huis door stichting. De koper is Johan Wilhelm Hoffmann (Architect). (Inventarisnummer 89, Archiefnummer 560, Aktenummer 3624).

Warme deken

Een interview met de bewoonster van nummer 56, Janine Lenne uit 2019 is te lezen op https://www.gelderlander.nl/nijmegen/dit-huis-voelt-als-een-warme-deken~a88ee76e/ . Ze noemt het huis als een warme deken. “”,We hebben het huis in 1999 gekocht. De vorige eigenaar was een alleenstaande man die hier op kamers had gezeten tot zijn hospita overleed en hij het huis kocht.””.

Rijksmonument

Het gebouw Berg en Dalseweg 54-56 is een Rijksmonument. Met als waardering (tevens staat hier een uitgebreide beschrijving): “

  • Van architectuurhistorische waarde als een gaaf en zeldzaam voorbeeld in in- en exterieur van een stedelijk woonhuis uit het einde van de negentiende eeuw. De voorgevel valt op door een opmerkelijke combinatie van rijke ornamentiek in stucwerk en muurwerk in gele verblendsteen, die invloeden van het palladianisme, in het bijzonder Inigo Jones verraden.
  • Het pand is van stedebouwkundige waarde als markant onderdeel van de straatwand van een van de uitvalswegen van Nijmegen, waarvan de karakteristieke bebouwing van herenhuizen is ontstaan in het laatste kwart van de negentiende eeuw. Het pand speelt een beeldbepalende rol vanwege de uitzonderlijke bewerking van de gevel. Het pand heeft ensemblewaarde in relatie met de belendende panden aan het Mariaplein, dat door de aanwezigheid van een grote verscheidenheid aan gevels, een staalkaart vormt van stijlen rond de eeuwwisseling.”

Inmiddels is duidelijk dat Louis Henri Verbrugge bij meerdere panden op de Berg en Dalseweg betrokken lijkt te zijn geweest. Welke rol hij daarbij precies had – architect, ontwikkelaar, eigenaar en/of bewoner – is nog niet duidelijk. Opvallend is dat er vooralsnog nauwelijks gegevens over zijn eventuele ontwerpen zijn gevonden, zoals contracten, aanbestedingen of originele ontwerpen. Dat roept de vraag op welke omvang zijn zelfstandige architectenpraktijk in Nijmegen daadwerkelijk heeft gehad. Hopelijk zal een vervolg daar wat meer uitsluitsel over geven.

(Overige Bronnen en verder lezen)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Palladianisme

https://nl.wikipedia.org/wiki/Inigo_Jones

Voor meer uitleg over deze stromingen:

https://en.wikipedia.org/wiki/Palladian_architecture

https://en.wikipedia.org/wiki/Inigo_Jones

https://nl.wikipedia.org/wiki/Neoclassicistische_architectuur