St. Canisiussingel 23, 25 en 27, hoek Prins Hendrikstraat (september 2026)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

St Canisiussingel 23 25 en 27

St. Canisiussingel 23, 25 en 27, hoek Prins Hendrikstraat (september 2026)
St. Canisiussingel 23, 25 en 27, hoek Prins Hendrikstraat (september 2026)

De panden St. Canisiussingel 23, 25 en 27 zijn gebouwd door Gebroeders Haspels (Bestemmingsplan Nijmegen Centrum – Binnenstad – 8). Vaag is op bouwtekening D12.379331, links naast Bemerkingen, nog de handtekening van Haspels te zien. Bij de rioolaanleg D12.379650 is de handtekening Haspels duidelijk leesbaar.

Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379333)
Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel zijde, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379333)
Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), gevel Prins Hendrikstraat, datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379333)
Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), gevel Prins Hendrikstraat, datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379333)

3 verschillende woningen

Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), indeling begane grond, datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379331)
Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), indeling begane grond, datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379331)

D12.379331 laat de indeling zien, waarvan hier de plattegrond van de begane grond staat weergegeven. Daarbij valt op, dat de indeling van de 3 huizen aanzienlijk verschillend is.

Allereerst de plaatsing van de salon, huiskamer en serre:

De linker woning heeft de salon middenin. Met rechts de serre en daarachter de huiskamer, welke doorloopt in de eetkamer.

Het middelste huis heeft de huiskamer juist aan de voorkant, met daar achter de salon en daar de serre weer achter.

Rechts -maar deze grenst aan de Prins Hendrikstraat- heeft voor de serre, dan de huiskamer, dan de salon.

Daarnaast is opvallend dat het middelste huis een “kantoor” heeft en het rechterhuis een “spreekkamer”. Bij het linker huis is alleen sprake van een woonfunctie.

Wed. A.S. Cohen, geboren Drukker

Afgaande op de verkoop door de erven, waren de panden eigendom van de Weduwe A.S. Cohen, geboren Drukker.

Op 5 september 1906 verkopen Cornelis Karel en Dirk Jan Haspels (de firma Gebroeders Haspels), bouwkundigen en koopmannen aan Abraham Salomon Cohen, koopman een perceel bouwterrein: “liggende op den hoek van den Sint Canisius Singel en de Prins Hendrik Straat te Nijmegen, bekend op den legger der Kadastrale gemeente Nijmegen, Sectie B noordwesterlijk deel van Nummer 3567 ter grootte van ongeveer tien aren twintig centiaren, door gemelden vennootschap in eigendom verkregen ten gevolge van koop van de gemeente Nijmegen blijkens acte op dertig december negentienhonderd.” Cohen betaalt 9180 gulden. Het is nog niet bekend of het dit perceel betreft of een naburig perceel. Daarnaast valt in deze, als het daadwerkelijk om perceel van nummers 23, 25 en 27 of één daarvan gaat, op dat de Gebr. Haspels een bouwterrein in plaats van een woning verkopen.

In mei 1909 blijkt Wed. A. Cohen, Canisiussingel 27 naar Den Haag te vertrekken, Laan N.-O.-Indië 64. (PGNC 23/5/1909)

1912 Te koop

In 1912 staan St. Canisiussingel 23, 25 en 27 te koop. De eigenaren blijken dan de erven van Mevr. de Wed. A.S. Cohen, geboren Drukker te zijn.

Alle drie woningen zijn op dat moment verhuurd:

  • perceel 1, nummer 27, aan dr. F.A.M. Lemaire
  • perceel 2, nummer 25, aan M. Prakke
  • perceel 3, nummer 23, aan dr. J. Schouten

Vervolgens is een aankondiging van de veiling en verkoop gevonden in 1917 (PGNC 3/11/1917).

Dan zullen de woningen namens A.A. van der Borg geveild worden.

Op dat moment zijn de woningen verhuurd aan:

  • WelEd.Z.Gel. Heer Dr. Lemaire, nummer 27
  • W. van Doesburg, nummer 25
  • J. Nauta Andreae, nummer 23

Gevonden gebruikers

Canisiussingel 23

In 1912-1913, 1913-1914 is het Dr. J. Schouten

In 1914-1915 staat het mogelijk leeg.

In 1915-1916 Prins H.J.E. de Bourbon.

In 1918, 1920 I. Nauta Andreae-PermentierCanisiussingel 27 > ook in 1912 klopt het adres

In 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1918, 1920 is het Dr. F.A.M. Lamaire. In 1914-1915 heeft iemand de a doorgehaald: het moet Lemaire zijn.

Canisiussingel 25

In 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916 is het M. Prakke

In 1918, 1920 W. van Doesburg

Canisiussingel 27

In mei 1909 blijkt Wed. A. Cohen, Canisiussingel 27 naar Den Haag te vertrekken, Laan N.-O.-Indië 64. (PGNC 23/5/1909)

F.A.M. Lemaire

F.A.M. Lemaire op een foto van de Gemeenteraad, 1910 (Detail F65766 RAN)
F.A.M. Lemaire op een foto van de Gemeenteraad, 1910 (Detail F65766 RAN)

In ieder geval Adresboek 1908, 1909 Kronenburgersingel 31.

Franciscus Antonius Maria Lemaire (Nijmegen, 10-12-1866) komt in het Bevolkingsregister 1910 voor op Kronenburgersingel 31. Zijn beroep is moeilijk leesbaar: “…. Doctor en Arts” en ook het beroep dat er op een later tijdstip is bijgeschreven is onduidelijk: “geneesk. … D”. Hij is op 10 december 1900 afkomstig uit Zevenbergen. Op 28 september 1920 vertrekt hij naar Dordrecht. Op een later tijdstip is erbij geschreven dat hij op 2 februari 1921 naar Indië is vertrokken.

Opvallend daarbij is, dat Lemaire dus tot nu toe niet in het Bevolkingsregister op St. Canisiussingel 27 is gevonden.

Lemaire is getrouwd met Bartholomea Elisabeth Maria Josephina Lombarts (Loon op Zand, 5-12-1865). Zij vestigt zich op 30 maart 1908 vanuit Loon op Zand en vertrekt op 7 mei 1917 naar een plaats die moeilijk leesbaar is. Schoonzus Anna Nicolasine(?) Henrica Josepha Lombarts woont tussen 16 oktober 1917(?) en 28 september 1920 in. Zij komt dan en vertrekt weer naar Loon op Zand. Zoals gezegd: het is onduidelijk of dit steeds het adres Kronenburgersingel betreft, of dat Lemaire is vergeten zijn adres op de St. Canisiussingel door te geven.

Hij was in ieder geval in ieder geval in 1910 lid van de Gemeenteraad.

In Adresboek 1910-1911 komt hij voor op “Canisiussingel”, dus zonder nummer vermeld. Wel een telefoonnummer: 775.

In 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1918, 1920 is het Dr. F.A.M. Lamaire. In 1914-1915 heeft iemand de a doorgehaald: het moet Lemaire zijn.

Hunnerberg

De Hunnerberg is een wijk en stuwwal aan de oever van de Waal in Nijmegen. Deze positie van een lage…

Gebroeders Haspels, aannemers/architecten

De Gebroeders Haspels waren aannemers/architecten. Wij zullen ze vooral gaan tegenkomen in de stadsuitbreiding van eind 19e/begin 20ste eeuw en…

St. Canisiussingel van Gebr Haspels

De Canisiussingel 19H is in 1902 gebouwd door het aannemersbedrijf Gebr. Haspels. Let vooral op het prachtige houtwerk.

St Canisiussingel 19 H (oktober 2024)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

St. Canisiussingel van Gebr Haspels

St Canisiussingel 19 H (oktober 2024)
St Canisiussingel 19 H (oktober 2024)

De Canisiussingel 19H is in 1902 gebouwd door het aannemersbedrijf Gebr. Haspels. Let vooral op het prachtige houtwerk.

Hoewel het gebouw een eenheid lijkt te vormen, is het nog niet zeker of deze ook oorspronkelijk als dusdanig is gebouwd. Daarnaast lijkt er sprake te zijn van een aantal hernummeringen.

Dit artikel verzamelt de tot nu toe gevonden bevindingen.

Canisiussingel 15: eerstgevonden bewoners

De eerstgevonden vermelding op Canisiussingel 15 is weduwe Steinweg, geboren J.M.J. Lauffs: Adresboeken 1899, 1901, 1902

Evenals in 1905, 1907, 1908, 1909, 1910-1911, 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1916

In 1914, 1915-1916 en 1916 komt ook J.M. Smits voor.

In 1918 is het alleen Wed. Mr. M.A. v. Roggen.

In 1920 lijkt de woning leeg te staan; maar mogelijk is het dan onderdeel van een naastgelegen adres.

In 1924 komen M.J.A.M. Schretlen en Mej. MC.A. Schretlen voor.

St. Canisiussingel 15: Villa op eersten stand

St. Canisiussingel 15 te koop (PGNC 27/9/1930)
St. Canisiussingel 15 te koop (PGNC 27/9/1930)

In juli 1930 is St. Canisiussingel 15 te koop. Ook hier geldt: het is niet geheel zeker of het daadwerkelijk “ons” pand betreft of dat het vanwege hernummeringen gaat om een ander pand.

In PGNC 7/10/1930 blijkt dat de toeslag van het pand is ingetrokken, omdat het gebouw onderhands is verkocht.

R.K. Gildenhuis Benvenuto: St. Canisussingel 15-17?

Het RAN geeft als omschrijving: "De villa St. Canisiussingel 15-17, waar in de jaren '30 het R.K. Gildenhuis Benvenuto was gevestigd onder leiding van de Zusters van Onze Lieve Vrouw van Tegelen, een pension voor dames", 1939 (F86867 RAN)
Het RAN geeft als omschrijving: “De villa St. Canisiussingel 15-17, waar in de jaren ’30 het R.K. Gildenhuis Benvenuto was gevestigd onder leiding van de Zusters van Onze Lieve Vrouw van Tegelen, een pension voor dames”, 1939 (F86867 RAN)

Op een foto uit 1939 is het pand te zien, waarbij dan R.K. Gildenhuis Benvenuto hier gehuisvest is. Het RAN geeft echter huisnummers 15 en 17. Waarschijnlijk heeft er in de loop der tijd een of meerdere hernummeringen plaatsgevonden.

Vanaf 1934 zijn het waarschijnlijk gebruikers van het E.K. Huis:

  • Mej. J.A. Wollenberg, kantoorbediende P.T.T., 1934
  • Mej. M.J.C.P. Koster, costumière, 1934
  • Mej. M.A. Barns, kantoorbed., 1938, 1940
  • Mej. A.M. Mulder, verpleegster, 1938, 1940
  • Mej. J.C.M.E. v. Nieuwstadt, 1940
  • T. v.d. Vleugel, geb. v.d. Hoogen, 1940

Op nummer 17 komen meer namen voor dan op nummer 15, zie hieronder. Of de adressen een andere functie hadden, is nog niet bekend.

Dienst Publieke Werken en Volkshuisvesting

In 1951 zit Dienst Publieke Werken en Volkshuisvesting op dit adres. Wel is deze afdeling in het Adresboek 1951 gevonden op nummer 17.

In Adresboek 1955 staat Dienst Publieke Werken en Volkshuisvesting op nummer 15.

F20241 RAN toont een foto uit 1982 van het gebouw wanneer de dienst Publieke Werken en Volkshuisvesting hier gevestigd is. Het RAN geeft daarbij St. Canisiussingel 19 als adres.

In 1963 komt ook weduwe J.J.H. Bodewes, geboren M.G.C. Wilkens voor.

St. Canisiussingel 17: Eerstgevonden gebruikers

1899, 1901, 1902, 1903, 1905, 1908 komt H.A.G. Baronesse v. Randwijck geb. Böhtlingk voor

In 1907 staat het mogelijk leeg of is het onderdeel van een ander adres.

In 1909, 1910-1911 komt H.A.H. Bijvoet voor.

Jurgens, Huize “De Koepel”, Canisiussingel 17

In 1913-1914 Max.G.A. Jurgens, „Huize de Koepel”

In 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1918, 1920 M.G.A. Jurgens.

In 1922 staat er achter M.G.A. Jurgens “steenfabrikant”.

Merk op dat op nummer 21 ook Jurgens woont.

In 1914-1915 naast M.G.A. Jurgens ook Wed. Mr. J.M. Smits

Bodewes: Canisiussingel 17

In 1926 komt Bodewes voor:

  • Mej. F.H.J.L. Bodewes
  • Mej. G.F.M. Bodewes
  • H.H. Bodewes, scheepsbouwer
  • Mej. H.M.L.J. Bodewes
  • Mej. Th.G. Bodewes

E.K. Huis

Zoals gezegd is R.K. Gildenhuis Benvenuto (waarschijnlijk) zowel gevestigd op nummer 15 als 17.

In 1932, 1934 is het het E.K. Huis. De directeur woont op Groenestraat 231.

In 1934, 1936 is Groenestraat 231 het adres voor de dir. E.K. en K.J.V.

In 1936, 1938 als R.K. Gildenhuis Benvenuto

In die jaren staan veel vrouwen in het Adresboek:

  • Mej. H.C.A.A. Maas, 1932
  • Mej. A. Hoogsteder, directrice, 1934 (maar ook wordt voor de directeur weer verwezen naar Groenestraat 231)
  • G.M. Kolvenbach, onderwijzeres, 1938, 1940
  • Mej. H.A.M. Poppe, 1938, 1940
  • Wed. S.C.M. Soer, geb C.J.M. Beuns, 1938
  • Mej. A.M.A. Braham, onderwijzeres, 1940
  • Wed. Th.J. Bordens, geb. Stierhout, 1940
  • Wed. E. Broeke, geb. Bosboom, 1940
  • Mej. P.G. Franken, 1940
  • Mej. A.E. Hasemann, 1940
  • Wed. J. Hoogenbosch, geb. Schoth, 1940
  • Mej. A.C. ten Horn, 1940
  • Mej. H.N. ten Horn, 1940
  • Mej. B.M. en Mej. M.A.G. Jagers, 1940
  • Mevr. W.H. Jansen, geb. Rikkers, 1940
  • Mej. L.M. Schipvaart, 1940
  • Wed. L.F.M. v. Waesbergh(e), geb. J.M.C. Mutsaerts, 1940, 1948

Dan komen ook nog een aantal andere personen voor. Mogelijk wordt het huisnummer gebruikt voor meerdere ingangen/ruimtes binnen het pand:

  • A.B. Scholten, bode-concierge G.W., 1951, 1955: dit klinkt als een inwonende bode-concierge voor Gemeentwerken. De onderstaande Scholtens zullen dan familieleden zijn:
  • Mej. E.G.A. Scholten, Inpakster wasserij, 1951, 1955
  • G.A.J. Scholten, arb. schoenfabriek, 1951, 1955
  • A.J.H. Scholten, metaaldraaier, 1955
  • A. Boenk 1968

St. Canisiussingel 19H

St. Canisiussingel 19H is een Stadsdeelobject (overigens geen verdere omschrijving) van de 19e eeuwse stadsuitbreiding.

Mogelijk betreft 19H een hernummering: wanneer hier in 2014 Dé Woonnotaris.nl gevestigd is, heeft zij een bord met 19C hangen. Bij het hekwerk staat tevens een bord Poelmann van den Broek Advocaten (zie foto Google Streetview hieronder). Op de foto’s van juli 2016 zijn deze bedrijven nog aanwezig, op die van juli 2017 niet meer.

Hernummering?

In oktober 2024 is 19C onderdeel van het linker pand 19A t/m C.

De wijziging van het Bestemmingsplan rond 2013: “St. Canisiussingel 21 is (samen met nr. 19h) in 1902 gebouwd door het aannemersbedrijf Gebr. Haspels. Ook door de Gebr. Haspels gebouwd zijn de panden St. Canisiussingel 23, (25) 27, 32 (1910), 36 (1908) en Oranjesingel 39 (1911).”

Sint Canisiussingel 19H, in 2014 19C, juli 2014 (Google Streetview)
Sint Canisiussingel 19H, in 2014 19C, juli 2014 (Google Streetview)
detail St. Canisiussingel 19H (oktober 2024)
detail St. Canisiussingel 19H (oktober 2024)
detail St. Canisiussingel 19H (oktober 2024)
detail St. Canisiussingel 19H (oktober 2024)

Gebroeders Haspels, aannemers/architecten

De Gebroeders Haspels waren aannemers/architecten. Wij zullen ze vooral gaan tegenkomen in de stadsuitbreiding van eind 19e/begin 20ste eeuw en aan de St. Annastraat.

Hunnerberg

De Hunnerberg is een wijk en stuwwal aan de oever van de Waal in Nijmegen. Deze positie van een lage heuvel aan de Waal maakt de ligging zeer strategisch, net als het Kops Plateau. Daarvan getuigen vondsten van twee Romeinse legerkampen (zogenaamde castra). Het Fort Sterreschans bleek gebouwd te zijn op resten van het legerkamp…

St. Canisiussingel 1: van Villa Rust tot bank

De meeste mensen zullen Canisiussingel 1 kennen als de Mauritskliniek of de Slavenburg’s Bank/Credit Lyonnais Bank. Het pand is echter gebouwd als villa. Een van de eerste bewoners -zo niet de eerste- was A.J. Pluijm, een graanfactor uit Rotterdam. Hij noemde zijn woning “Villa Rust”.

Monumentale villa mogelijk ontworpen door L.H. Verbrugge en gebouwd in de jaren 1890/91 op de hoek (verlengde) St. Jorisstraat Canisiussingel (rechts); in 1896 werd het adres mr. Franckenstraat 2. Op 9 november opent, na een omvangrijke verbouwing onder andere een aanbouw links van het pand, H.E Span de banketbakkerij "Keizer Karel" met lunchroom en terras in het ronde gedeelte. In 1933 vestigt zich in de aanbouw een filiaal van bloemensalon "Corona" in de Bisschop Hamerstraat. Tijdens de bevrijding van de stad wordt het pand en de naastliggende huizen verwoest, Mr. Franckenstraat 2 Hunnerberg, 1895-1900 (F5503 RAN)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Banketbakkerij annex Lunchroom Keizer Karel

1917 Franckenstraat 2 (verwoest)

Monumentale villa mogelijk ontworpen door L.H. Verbrugge en gebouwd in de jaren 1890/91 op de hoek (verlengde) St. Jorisstraat Canisiussingel (rechts); in 1896 werd het adres mr. Franckenstraat 2. Op 9 november opent, na een omvangrijke verbouwing onder andere een aanbouw links van het pand, H.E Span de banketbakkerij "Keizer Karel" met lunchroom en terras in het ronde gedeelte. In 1933 vestigt zich in de aanbouw een filiaal van bloemensalon "Corona" in de Bisschop Hamerstraat. Tijdens de bevrijding van de stad wordt het pand en de naastliggende huizen verwoest, Mr. Franckenstraat 2 Hunnerberg, 1895-1900 (F5503 RAN)
Monumentale villa mogelijk ontworpen door L.H. Verbrugge en gebouwd in de jaren 1890/91 op de hoek (verlengde) St. Jorisstraat Canisiussingel (rechts); in 1896 werd het adres mr. Franckenstraat 2. Op 9 november opent, na een omvangrijke verbouwing onder andere een aanbouw links van het pand, H.E Span de banketbakkerij “Keizer Karel” met lunchroom en terras in het ronde gedeelte. In 1933 vestigt zich in de aanbouw een filiaal van bloemensalon “Corona” in de Bisschop Hamerstraat. Tijdens de bevrijding van de stad wordt het pand en de naastliggende huizen verwoest, Mr. Franckenstraat 2 Hunnerberg, 1895-1900 (F5503 RAN)

Banketbakkerij annex Lunchroom Keizer Karel

Banketbakkerij “Keizer Karel”.

In het perceel Franckenstraat 2 opent morgen de heer H.E. Span zijn Banketbakkerij “Keizer Karel”, tot dusver gevestigd in de Molenstraat, waar de winkel als filiaal blijft. Het omvangrijk heerenhuis heeft een belangrijke verbouwing ondergaan. Door aanbouw van een vleugel is een keurig ingerichte winkel verkregen, waarachter een flink kantoor. De ruime suite met groote veranda en uitzicht op het Hunerpark wordt lunchroom; de bezoekers zullen hier een prettig zitje hebben. De banketbakkerij beantwoordt, evenals de genoemde onderdeelen van de zaak, aan alle eischen, welke de tegenwoordige tijd stelt; zij is royaal van afmetingen en van de nieuwste, door elektriciteit gedreven, werktuigen voorzien. De verbouwing is uitgevoerd door den heer G.H. Ditters, aannemer alhier. Het schilderwerk is verricht door de firma van der Wagt en voor de electrische installatie heeft de firma Reuser-van Alphen gezorgd.” (PGNC 9/11/1917)

Hunnerberg

De Hunnerberg is een wijk en stuwwal aan de oever van de Waal in Nijmegen. Deze positie van een lage…

St. Canisisussingel 1 (augustus 2026)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

St. Canisiussingel 1: van Villa Rust tot bank

St. Canisisussingel 1 (augustus 2026)
St. Canisisussingel 1 (augustus 2026)

De meeste mensen zullen Canisiussingel 1 kennen als de Mauritskliniek of de Slavenburg’s Bank/Credit Lyonnais Bank. Het pand is echter gebouwd als villa. Een van de eerste bewoners -zo niet de eerste- was A.J. Pluijm, een graanfactor uit Rotterdam. Hij noemde zijn woning “Villa Rust”.

De bouw van St. Canisiussingel 1

Op de bouwtekening van het huidige Canisiussingel 1 staan de handtekeningen van H.A. Thunnissen?, bouwkundige en P. Roovers. Op het 2e vel staat 1897.

Vooraan bevinden zich de serre met daar achter de salon en een terras met daar achter de huiskamer. De keuken bevindt zich achter de salon. Naast de keuken hal/gang met trap. In het verlengde van de hal is de vestibule, die naar buiten wat uitloopt en een eigen trap en ingang heeft. Achter de vestibule en een deel van de gang ligt een spreekkamer. (D12.377730 Datum bouwdossier 1-1-1897)

Roovers heeft de grond op 10 februari 1897 gekocht en de 15e overgeschreven. (Inventarisnummer 137, Archiefnummer 442, Aktenummer 3716)

Op 1 mei 1899 verkoopt Petrus Roovers, rentenier aan Adrianus Johannes Pluijm, rentenier, “Een villa te Nijmegen aan de Canisiussingel gelegen, bestaande uit huis en erf met tuin, op den perceelsgewijzen kadastralen legger van Nijmegen bekend in Sectie B nummero 2473 groot negen aren negen en tachtig centiaren.”

Petrus Roovers

Petrus Roovers

Peturs Roovers (Gorinchem, 7-9-1843) komt op 4 augustus 1896 vanuit Rotterdam naar Nijmegen. Zijn adres is dan Berg en Dalsche weg 56. Op een later tijdstip is dit adres doorgehaald en vervangen door Nassausingel 3. (Bevolkingsregister 1890)

Roovers is getrouwd met Johanna Antonia Smits (Rotterdam, 5-12-1845).

Op het adres komen dan de volgende kinderen voor, allen geboren te Rotterdam:

  • Huberdina Francina Maria (2-1-1873)
  • Maria Hendrika Antonia (15-7-1881)
  • Anna Maria Cornelia (18-2-1877)
  • Antonius Christianus Maria (10-7-1875), op een later tijdstip is hier “tabakshandelaar” als beroep toegevoegd; hij zal verhuizen naar het Bevolkingsregister “deel A4 folo 303 (oud)”
  • Petrus Antonius Maria (5-3-1880)
  • Johannus Maria Antonius (18-10-1870)

Adrianus Johannes Pluijm

Adrianus Johannes Pluijm (Bevolkingsregister 1890 NTB.679_33105_190)
Adrianus Johannes Pluijm (Bevolkingsregister 1890 NTB.679_33105_190)

Op 9 maart 1899 schrijft Adrianus Johannes Pluijm (Rotterdam, 11-2-1844) zich in bij de gemeente Nijmegen op Canisiussingel 1. Hij is dan afkomstig uit Rotterdam en heeft als beroep “graanfactor”. Hij is getrouwd met Elisabeth Anna Bakker (Rotterdam, 17-7-1845).

Rotterdam

Adrianus is op 11 februari 1844 geboren te Rotterdam. Zijn vader Johannes Jacobus Pluym is dan 31 jaar en “koekbakker”. Zijn moeder is Aletta Antonetta van Pinxteren en “zonder beroep” (Geboorteacte Archief Rotterdam en https://www.openarchieven.nl/srt:e1cd1aea-058b-9cb2-97a1-b4303f6c2f29)

Hij is met Elisabeth Anna Bakker getrouwd op 13 juni 1872.

Ook bij zijn huwelijk was hij “graanfactor”. Ook zijn vader Johannes Jacobus Pluijm is dan graanfac. (Burgerlijke Stand Rotterdam, huwelijksakten, Rotterdam, archive 999-06, inventory number 1872C, 13-06-1872, Nadere toegang op het huwelijks- en echtscheidingsregister van de gemeente Rotterdam, record number 1872.518, folio c76v)

De eerstgevonden vermelding in een Adresboek is dat van 1899, dan is zijn beroep “graanhandelaar”. In het Adresboek 1901 wordt Canisiussingel 1 voor het eerst villa “rust” genoemd. En vervolgens in 1902, 1903, 1905, 1908, 1909 en 1910.

Villa Rust: Graanfactor of graanhandelaar; actief of niet?

Op het koopcontract staat Pluijm als “rentenier”.

In het Bevolkingsregister 1890 staat als beroep “graanfactor”, terwijl in het Adresboek graanhandelaar staat. Een factoor “in de graanhandel iemand die zich belast met de zorg en het verschieten van graan; dan spreekt men van graanfactor.” (http://www.beroepenvantoen.nl/Oude-beroepen-F.html). Een graanfactor is, hoewel het tegenwoordig nog bestaat, een “oud” beroep. In tegenstelling tot een graanhandelaar werkt een factor niet voor eigen rekening, maar als tussenpersoon. Ons Amsterdam noemt bijvoorbeeld over de factor Jan Philip Korthals Altes: “De graanfactors coördineerden als hun vertegenwoordigers de gang van zaken tijdens het lossen en wegen van het graan. Ze stonden borg voor een correcte weging en waren verantwoordelijk voor het nemen van monsters om de kwaliteit te controleren. Ook regelden ze een zo vlot mogelijke overslag van het graan van zeeschip naar binnenschepen. Het was een lucratieve functie, gezien de rijkdom die Jan Philip Korthals Altes ermee verwierf.” (https://onsamsterdam.nl/artikelen/stichter-van-graanburcht-aan-het-ij)

Hoewel nog niet uitputtend onderzocht, zijn er geen activiteiten van Pluijm gevonden, noch in Nijmegen, maar ook nog niet in Rotterdam of elders. Nadelig daarbij is, dat de naam Pluijm waarschijnlijk veel manieren kan worden geschreven (in ieder geval Pluym).

Maar ook: Pluijm is 55 jaar als hij naar Nijmegen komt. Willem Ruyters in een mail (6 september 2026): Pluijm verhuist om gezondheidsredenen op circa 50-jarige leeftijd naar Nijmegen (De Gelderlander, 12-6-1922), vandaar dat hij waarschijnlijk de villa de naam “Rust” geeft.

In 1912 en 1913-1914 staat dan als beroep “graanfactor”. Ook in 1914-1915, 1915-1916, 1916 komt hij voor, maar dan zonder beroep. Wel staat hij onder het kopje “graanhandelaren”. De laatst gevonden vermelding is in 1920.

In het Bevolkingsregister van 1910 staat aanvankelijk als beroep “graanhandelaar” en als adres “Canisiussingel 1”. Op 1-1-1921 zijn beide doorgestreept en vervangen door “zonder” en als adres Kerkstraat Hees 80.

Spijskokerij en Drager erekruis

Ter gelegenheid van zijn 50-jarige bruiloft krijgt Pluijm in juni 1922 het erekruis in goud “pro Eclesia et Pontifice”.

“De medaille wordt uitgereikt aan katholieke gelovigen die ten minste 45 jaar oud zijn en zich gedurende ten minste 25 jaar verdienstelijk hebben gemaakt voor het katholieke geloof of de Kerk, of die zich gedurende ten minste 25 jaar verdienstelijk hebben gemaakt. Het is het hoogste ereteken dat een leek kan ontvangen van de paus.” (wikipedia)

In Rotterdam had hij “trouwe hulp” als kerkmeester in Rotterdam geboden, vooral bij de bouw van de nieuwe bijkerk aan de Provenierssingel aldaar. In Nijmegen was hij meer dan 20 jaar lid geweest van de St. Vincentiusvereeniging, in het bijzonder als voorzitter van de afdeling spijskokerij. (De Gelderlander, 12-6-1922)

In ieder geval is Pluijm in 1905 en 1907 president van het onderdeel “spijskokerij” van de Sint-Vincentiusvereeniging in Nijmegen. (Onze Pius-Almanak voor het jaar des Heeren …, jrg 6, 1905)

Kerkstraat 80

In het Adresboek 1922 komt Pluijm voor op Kerkstraat 80. Evenals 1924, 1926 en 1928.

Pluym overlijdt op 91-jarige leeftijd op 4 juli 1935.

Uit de overlijdensadvertentie blijkt hij lid te zijn geweest van de 3e Orde van den H. Dominicus. Dit is -en tevens sinds 1999 de nieuwe naam- de Dominicaanse Lekengemeenschap. https://kro-ncrv.nl/katholiek/encyclopedie/d/dominicanen

Jacques Kneppers

De volgende gevonden gebruiker van Canisiussingel 1 is J.J.A. “Jacques” Kneppers. Hij komt voor in het Adresboek 1922. Waarschijnlijk heeft hij daar slechts enkele jaren gewoond:

  • Op 29 november 1922 overlijdt zijn vrouw Henriette Maria Stephane Kneppers – Van Aernsbergen (PGNC 30/11/1922)
  • In PGNC 17/1/1923 verschijnt het verzoek van Jacques Kneppers zich bij hem te melden, wanneer iemand nog iets te vorderen heeft, wat op zijn aanstaande vertrek duidt.

In 1926 is het pand volgens het Adresboek onbewoond.

Menalda van Schouwenburg

In de Adresboeken 1932, 1934, 1936, 1938, 1940 komt H. Menalda van Schouwenburg, directeur van de Ned. Verbandwattenfabriek op dit adres voor.

Lees hier over de Verbandwattenfabriek:

Bij een huwelijksaankondiging van de van de dochters blijkt de familie Menalda van Schouwenburg in ieder geval in juli 1946 nog op de Canisiussingel te wonen (Nijmeegsch dagblad, 29-7-1946)

Na de oorlog

Tussen 1940 en 1963 zijn tot nu toe slechts beperkte gegevens gevonden:

  • Het adres van Mevr. Brandsma-Berssenbrugge, penningmeesteresse bij de St. Elisabethsvereniging
  • N.V. Gruno en Adek Rijwielfabrieken vragen een steno-typiste (“kennis van moderne talen is gewenst”) (De Gelderlander 1/6/1951)

A. Lammers, arts

Advertentie verhuizing A. Lammers, arts (Nijmeegsch dagblad, 16-4-1960)
Advertentie verhuizing A. Lammers, arts (Nijmeegsch dagblad, 16-4-1960)

In de Adresboeken 1963, 1966, 1968, 1971 komt A. Lammers voor, arts. Hij komt tevens voor onder de kopjes van “uroloog” en “nier- en blaasziekten”

Slavenburg’s Bank N.V.

Advertentie vestiging Slavenburg's Bank in Nijmegen (De Telegraaf, 4-11-1969)
Advertentie vestiging Slavenburg’s Bank in Nijmegen (De Telegraaf, 4-11-1969)

In het Adresboek 1971 komen zowel Lammers als de Slavenburg’s Bank N.V. voor. Mogelijk betreft dit nog een dubbeling.

In 1983 werd Slavenburg, met op dat moment 90 kantoren, Credit Lyonnais Bank (Algemeen Dagblad, 5-7-1983).

Rond 1972 komt op St. Canisiussingel 1 tegelijkertijd nog een aantal jaren Macom Systems N.V. voor, adviseurs management- en computersytemen. (De Telegraaf, 10-6-1972). Deze gaat echter in januari 1976 failliet (De Volkskrant, 17-1-1976)

Vervolg

Er is nog niet uitgebreid onderzocht wat het vervolg is geweest.

De laatste jaren was het een vestiging van de Mauritskliniek, een centrum voor dermatologie en spataderen. In ieder geval zat dit centrum er in juli 2014 al (Google Streetview). In november 2023 is deze kliniek verhuisd naar St. Canisiussingel 19e (https://www.instagram.com/reel/CzLl_FIvhdW/). Vanaf dat moment lijkt het pand te huur te staan (september 2026).

De Zeemeermin (juni 2024)
#Nijmegen, Benedenstad, Gebouw van de dag

De Zeemeermin: Rijksmonument uit de 18e eeuw Oude Haven

Oude Haven 104

De Zeemeermin (juni 2024)
De Zeemeermin (juni 2024)

Hoewel van Schevichaven haar beschrijft als een figuur met de “stijfheid van den stokvisch”, is het pand de Zeemeermin uit eind 18e eeuw een Rijksmonument. In ieder geval hebben er in de 20ste eeuw jarenlang smederijen in het pand gezeten. Na een grondige restauratie in de jaren 80 is het pand verbouwd tot appartementen.

De Zeemeermin is gebouwd eind 18e eeuw en is een Rijksmonument. De Rijksmonumentenlijst geeft als omschrijving: “Monumentaal rechthoekig pand van parterre met drie verdiepingen en schilddak. Bakstenen lijstgevel, derde kwart 18e eeuw, met rond het middenvenster van de eerste verdieping een rijke versiering in Lodewijk XV-vormen. Vensters met getoogde raamkozijnen en zesruitsschuiframen.”

Van Schevichaven schrijft over de Zeemeermin: “In een prot. Van 25 april 1617 wordt het huis de Mermyn opgegeven als staande “op de Legemerckt, op den hoeck naest St Stevensportgen”.  Een ander huis dat dien naam droeg in 1774, is waarschijnlijk datzelfde gebouw dat thans nog een meermin in het snijwerk van den gevel vertoont, een figuur dat meer de stijfheid van den stokvisch, dan het slappe, buigzame op de rollende golven dartelende lichaam van de zeenimf voor den geest roept. De erfgenamen van den rijken brouwer Dirk van Brummelen verkochten dit huis 15 Jan. 1774 voor 4110 gld. aan Steven Scheers. Op 3 Nov. 1796 werd het met annex koetshuis, voor 3700 gl. Gekocht door den mr. bakker W. van Roggen.” (Oud-Nijmegen’s straten, markten, pleinen, open ruimten en wandelplaatsen, 1896)

Abonneren

Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.

Hoefsmederij Verplanke

Het pand de Zeemeermin met smederij Verplanke, 1920-1930 (GN5590 RAN) Oude Haven 106- 108
Het pand de Zeemeermin met smederij Verplanke, 1920-1930 (GN5590 RAN)

In de 20ste eeuw heeft er jarenlang een smederij in het pand gezeten.

Rond 1918 is P.C. (of P.Ch.) Verplanke begonnen met zijn smederij aan de Lage Markt: hij doet dan een nieuwjaarsgroet met adres Lage Markt 24 (De Gelderlander 31/12/1918). In het Adresboek 1920 komt er een smederij Verplanken (dus met een “n”) voor op nummer 24, waarbij P.Ch. Verplanke en Wed. J. Verplanke woont op nummer 24a, samen met W.A.P.F.L. v. Hedel (Adresboek 1920). Dit geldt ook voor het Adresboek 1922, hoewel Wed. J. Verplanke er dan niet meer woont.

Rond 4-8-1922 verkrijgt hij een hinderwetvergunning tot het oprichten van eene smederij in het perceel Lage Markt 14, kad. bekend gemeente Nijmegen, sectie C, No. 3882” (PGNC 8/8/1922). Het is nog onbekend wat de relatie is tussen nummer 14 (of 12, wat zijn adres is, zie hieronder) en nummer 24.

Het was overigens niet de eerste smederij van Verplanke: in PGNC 19/11/1914 adverteert P.Ch. Verplanke, Hoefsmederij Hertogstr. 66 dat hij “Wegens militieverplichtingen van af 21 dezer tot nader aankondinging gesloten” is.

Rond 11-4-1924 krijgen A.J. Roes en P.Ch. Verplanke een vergunning tot “het uitbreiden van hunne smederij in het perceel Lagemarkt No. 24, kad. bekend gemeente Nijmegen, Sectie C. No. 5153 (PGNC 14/4/1924).

In het Adresboeken 1924, 1926 en 1928 komt P.C. Verplanke voor op nummer 12, terwijl de smederij huisnummer 24 heeft. Nu woont A.J. Roes op nummer 24a.

Idem voor 1932, dan komt A. J. Roes echter niet meer voor op nummer 24a.

Hoefsmid A.J. Roes

Wel komt A.J. Roes in de jaren 30 voor als smid: eind December 1931, 1932 en 1933 plaatst “A.J. Roes -Smederij” een nieuwjaarsadvertentie (De Gelderlander 31/12/1931, 31/12/1932 en 30/12/1933).

In 1934 adverteert hij naast “Rijks Gediplomeerd Hoefsmid” als “Autog. Metaalbewerking (speciaal Aluminium)” en “Constructiewerken” (onder andere De Gelderlander 25/5/1934).

In De Gelderlander 20/6/1940 wordt een smidsknecht gevraagd.

Hoefsmid Gebr. Valk

Het pand van hoefsmid gebroeders Valk gezien vanaf de Waalkade, voorheen de Hoefsmederij P. Chr. Verplanke (adres toentertijd Lage Markt 12-14), links de St. Stevenstoren, 1970 (Frans Kup via F314661 RAN CCBYSA)
Het pand van hoefsmid gebroeders Valk gezien vanaf de Waalkade, voorheen de Hoefsmederij P. Chr. Verplanke (adres toentertijd Lage Markt 12-14), links de St. Stevenstoren, 1970 (Frans Kup via F314661 RAN CCBYSA)

Een mooie foto uit 1956 van de smid aan het werk is te vinden op ZN35263, gewoon op straat. Een andere mooie foto is F87838 uit begin jaren 60. De Gebroeders Valk waren Jan en Koos Valk, op de foto is waarschijnlijk een van de broers als smid aan het werk te zien: F94063 RAN.

Op het bord boven de ingang staat:

Op het bord is te lezen: Gebr. Valk Gedipl. Hoefsmid

Autog. Lasbedrijf v/h P.C(h?). Verplanke

(foto F87838 RAN)

Restauratie

Gezien vanaf de Waalkade in zuidelijke richting zien we uiterst links de achtergevel van de panden aan de Waalkade 3 en 4, in nummer 4 is tegenwoordig Galerie Marzee gevestigd; rechts daarnaast de nieuwbouw aan de Oude Haven 110-120; daar weer naast het monumentale patriciërshuis genaamd 'De Zeemeermin' aan de Oude Haven 104 - 108A vóór de restauratie/herbouw in 1983; Rechts daarnaast op nr. 102 een eveneens gerestaureerd pand met vroeg 19e eeuwse bakstenen halsgevel, het pand zelf is rond 1639 gebouwd, 1980-1981 (Gemeente Nijmegen via KN11514-60 RAN CC0)
Gezien vanaf de Waalkade in zuidelijke richting zien we uiterst links de achtergevel van de panden aan de Waalkade 3 en 4, in nummer 4 is tegenwoordig Galerie Marzee gevestigd; rechts daarnaast de nieuwbouw aan de Oude Haven 110-120; daar weer naast het monumentale patriciërshuis genaamd ‘De Zeemeermin’ aan de Oude Haven 104 – 108A vóór de restauratie/herbouw in 1983; Rechts daarnaast op nr. 102 een eveneens gerestaureerd pand met vroeg 19e eeuwse bakstenen halsgevel, het pand zelf is rond 1639 gebouwd, 1980-1981 (Gemeente Nijmegen via KN11514-60 RAN CC0)

In de jaren 80 is het pand gerenoveerd. Daarbij zijn de deuren van de werkplaats vervangen door 2 ramen en is de ingangspartij weer centraal in het midden. Tegenwoordig zijn er appartementen in het pand gevestigd.

Architectuur der natuur, Peter van der Locht, Waalkade

In 1980/1981 werd aan de Waalkade, tussen de Grotestraat en Nieuwe Markt, een nieuwe waterkeringmuur gebouwd. Daarbij werd aan een aantal kunstenaars gevraagd een object te ontwerpen. Peter van de Locht maakte daarop “Architectuur der natuur”, een van de zuilen die hij in deze periode maakte.

Berg en Dalseweg 54-56 Nijmegen architect mogelijk L.H. Verbrugge Bouwjaar circa 1890 (augustus 2026)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Berg en Dalseweg 54-56 en op zoek naar Verbrugge

Berg en Dalseweg 54-56 Nijmegen architect mogelijk L.H. Verbrugge Bouwjaar circa1890 (augustus 2026)
Berg en Dalseweg 54-56 Nijmegen architect mogelijk L.H. Verbrugge Bouwjaar circa1890 (augustus 2026)

Aan de Berg en Dalseweg 54-56 staat een statig gebouw van eind 19e eeuw, een Rijksmonument. Wie het ontwerp heeft gemaakt, is vooralsnog onbekend. Wel wordt soms architect L.H. Verbrugge genoemd als ontwerper. Maar was hij dat ook? Het begin van een zoektocht, zonder nog een eenduidig antwoord te krijgen.

“Dubbel HERENHUIS met eenvoudig TUINHEK gebouwd ca. 1890 met een decoratieve gevel in neoclassicistische stijl waarin invloeden van zeventiende-eeuwse Engelse architectuur in de trant van het palladianisme en Inigo Jones herkenbaar zijn (vgl. Lindsey House, Londen). In 1891 werd huis nr. 54 aangekocht door de Lutherse gemeente als pastorie.” (Rijksmonumenten). Bovendien is opvallend dat het gebouw 1 groot huis lijkt te zijn, terwijl het ook oorspronkelijk gebouwd is als 2 huizen.

Palladianisme en Inigo Jones?

Het “Palladianisme” is een van de stijlen binnen de bouwstijlen van het zogenaamde classicisme en vernoemt naar de Italiaanse architect Andrea Palladio (1508–1580), die in Venetië werkte. Deze architect greep terug op de oudheid. Deze stijl zou zich van de 17e eeuw tot eind 18e eeuw blijven ontwikkelen.

Inigo Jones was de architect die het classicisme in Engeland introduceerde. “Inigo Jones (Londen, 15 juli 1573 – aldaar, 21 juni 1652) wordt gezien als de eerste belangrijke architect in Engeland in de vroegmoderne tijd en de eerste die de Vitruviaanse regels van verhoudingen en symmetrie in zijn gebouwen toepaste. Hij was de eerste die de klassieke architectuur van Rome en de Italiaanse Renaissance in Engeland introduceerde.” (wikipedia). Hij was daarbij sterk door beïnvloed door Palladio.

Wijkkrant Nijmegen-Oost vergelijkt in 1990 het gebouw aan de Berg en Dalseweg vooral met het Banquet House in Whitehall (Londen) van Jones.

Hoewel ik geen expert, lijkt het Banquet House in ieder geval aanzienlijk meer op het gebouw aan de Berg en Dalseweg dan het Lindsey House. Daarnaast noemt Rijksmonumenten palladianisme en Jones “invloeden” bij een gevel in “neclassistische stijl”. Het is mij niet bekend of de architect zich rechtstreeks heeft laten inspireren op de “originele” bronnen, of Nederlandse (of zelfs Nijmeegse) voorbeelden, of een combinatie van beide.

Stucwerk

De ornamenten bestaan niet uit natuursteen, maar uit stucwerk: daaronder bevindt zich baksteen. Dit was aanmerkelijk goedkoper, maar gaf toch een mooi resultaat (Noviomagus.nl, met veel foto’s)

L.H. Verbrugge, de architect?

Wikimedia noemt als architect meester-timmerman L.H. Verbrugge. Andere bronnen, zoals Rijksmonumenten, noemen de architect “onbekend”. Ook de Nacht van Ommetjes noemt de architect onbekend. Daarnaast is de term “meester-timmerman” nog niet terug gevonden in bronnen als Adresboeken en het Bevolkingsregister: daar wordt Verbrugge over het algemeen “architect” genoemd.

Louis Henri Verbrugge is geboren op 12 mei 1864 in Amsterdam.

Detail Militieregister, hij blijkt een plaatsvervanger te hebben. (Archief Amsterdam, 
Militieregisters, archiefnummer 5182, inventarisnummer 4329) https://archief.amsterdam/indexen/deeds/98533458-153e-56a3-e053-b784100ade19
Detail Militieregister, hij blijkt een plaatsvervanger te hebben. (Archief Amsterdam,
Militieregisters, archiefnummer 5182, inventarisnummer 4329)

Op 7 november 1886 vertrekt Verbrugge uit Amsterdam, Brouwerstraat binnen nr 7, alleen -althans, zijn moeder en zijn broers en zus blijven achter, naar Arnhem.  (Bevolkingsregister Amsterdam BRB00074000166)

In het Bevolkingsregister 1880 van Nijmegen komt hij al tijdelijk voor als niet-verwante inwoner bij Simon Johannes Meijn (13-4-1851, Rotterdam), bouwkundig tekenaar op Hees E N.52. Louis Henri is dan op 11 mei 1887 afkomstig uit Amsterdam, waar hij op 12 maart 1888 weer naar toe vertrekt. Verbrugge is dan opzichter.

In het Bevolkingsregister van Amsterdam staat dat hij op 27 maart 1888 weer terugkomt naar Amsterdam. Hij heeft dan als beroep “opzichter”. Een goede maand later, 5 mei 1888 vertrekt hij met zijn moeder en zus Elisabeth Louisa (waarschijnlijk is hier de z vervangen) Therese Jeannette naar Nijmegen (Bevolkingsregister Amsterdam BRB00074000166)

Op 7 mei 1888 -dus een paar maanden nadat hij vertrokken was- komt Louis Henri weer in Nijmegen te wonen. Het hoofd van het gezin is zijn moeder, de weduwe van J. Verbrugge, Elisabeth Louise Therese Minnigh (8 mei 1839 Amsterdam). Ze zijn dan afkomstig uit Amsterdam en gaan op de Spaarbankstraat 16 wonen. Ook zus/dochter Elisabeth Louise Therese Jeannette (11-7-1870, Amsterdam) komt mee. Het gezin behoort tot de Waalse gemeente. Het “blauwe potlood” heeft het geboortejaar van Elisabeth veranderd van 1834 naar 1839 en als beroep van Louis Henri architect gezet.

In het Bevolkingsregister van 1890 wordt de Spaarbankstraat A23 doorgehaald en vervangen door Berg en D. weg 14.

Louis Henri staat vermeld als architect. Broer/zoon Henri Louis Leonard (20-8-1866, Amsterdam) zal de komende jaren steeds tijdelijk inwonen:

  • Van 15-5-1891 afkomstig van Valburg en op 22-5-1891 vertrekkend naar Anna-Paulowna
  • Van 22-2-1893 afkomstig uit Anna-Paulowna en op  6-12-1893 vertrekkend naar Bussum, hij is dan landbouwer
  • Van 4-3-1898 afkomstig uit Bussum en op 11 mei 1901 weer vertrekkend naar Bussum, geloof Nederlands Hervormd) (Bevolkingsregister 1890)

Overigens is in december 1890 is Verbrugge commissaris bij de Vereeniging tot gezellig ijsvermaak. In een bericht in PGNC 30/12/1890 is zijn adres Berg-en-Dalschen weg 105.

In het Bevolkingsregister 1900 komt Louis Henri als architect. Het gezin komt dan voor op de Berg en Dalseweg. Het is onduidelijk of er sprake is geweest van verhuizingen of nummerwijzigingen: aanvankelijk staat er 14, welke is doorgehaald en vervangen door 60. Op een later tijdstip is 60 vervangen door 62. Later is er met potlood A48.250 bijgeschreven.

In het Bevolkingsregister 1910 komen ze voor op Berg e Dalsche weg 62?: de 6 is duidelijk leesbaar, over het tweede cijfer is op een later tijdstip, 1/1 1921, een grote 0 gezet met een A erachter -dus 60A. Aanvankelijk staat er bij Louis Henri als beroep architect. Dit is later doorgestreept en vervangen door “zonder”. Ook is op een ander tijdstip bij Elisabeth de s vervangen door een z en haar geboortejaar 1839 gewijzigd in 1835. (En Jeanette krijgt dan een tweede “n”.)

Bouwvergunningen L.H. Verbrugge

Tot nu toe ben ik 3 bouwvergunningen tegengekomen waar Verbrugge wordt genoemd. Waarschijnlijk vreemd, wanneer Verbrugge de daadwerkelijke architect zou zijn, er tot nu slechts enkele werken gevonden zijn, waarbij Verbrugge genoemd wordt (dit betekent niet dat hij de architect is):

  • In 1888 wordt aan L.H. Verbrugge en S.J. Meijn vergunning verleend tot het bouwen van 3 huizen aan de Berg en Dalseweg
  • In 1889 wordt aan L.H. Verbrugge vergunning verleend tot het bouwen van 2 huizen aan de Berg en Dalseweg
  • In 1891 wordt aan L.H. Verbrugge vergunning verleend tot het bouwen van 1 villa aan de St. Canisiussingel

(Verleende bouw- en hinderwetvergunningen tussen 1850 – 1900, Hans Giesbertz)

Opvallend daarbij is de vergunning uit 1888 voor de bouwvergunning van 3 huizen aan de Berg en Dalseweg: die staat op naam van L.H. Verbrugge én S.J. Meijn. Dat is waarschijnlijk dezelfde Simon Johannes Meijn bij wie Verbrugge kort daarvoor inwoonde en die in het bevolkingsregister als bouwkundig tekenaar wordt vermeld. Daarmee is er een concrete aanwijzing dat de twee al vóór 1890 samen bij bouwprojecten betrokken waren. Van Meijn worden overigens in die tijd wel krantenberichten over zijn ontwerpen gevonden.

Daarnaast is de onderstaande advertentie uit 1892 gevonden:

Advertentie L.H. Verbrugge voor een Villa met Tuin (Algemeen Handelsblad, 4-2-1892)
Advertentie L.H. Verbrugge voor een Villa met Tuin (Algemeen Handelsblad, 4-2-1892)

Villa Rust

Monumentale villa mogelijk ontworpen door L.H. Verbrugge en gebouwd in de jaren 1890/91 op de hoek (verlengde) St. Jorisstraat Canisiussingel (rechts); in 1896 werd het adres mr. Franckenstraat 2. Op 9 november opent, na een omvangrijke verbouwing onder andere een aanbouw links van het pand, H.E Span de banketbakkerij "Keizer Karel" met lunchroom en terras in het ronde gedeelte. In 1933 vestigt zich in de aanbouw een filiaal van bloemensalon "Corona" in de Bisschop Hamerstraat. Tijdens de bevrijding van de stad wordt het pand en de naastliggende huizen verwoest, Mr. Franckenstraat 2 Hunnerberg, 1895-1900 (F5503 RAN)
Monumentale villa mogelijk ontworpen door L.H. Verbrugge en gebouwd in de jaren 1890/91 op de hoek (verlengde) St. Jorisstraat Canisiussingel (rechts); in 1896 werd het adres mr. Franckenstraat 2. Op 9 november opent, na een omvangrijke verbouwing onder andere een aanbouw links van het pand, H.E Span de banketbakkerij “Keizer Karel” met lunchroom en terras in het ronde gedeelte. In 1933 vestigt zich in de aanbouw een filiaal van bloemensalon “Corona” in de Bisschop Hamerstraat. Tijdens de bevrijding van de stad wordt het pand en de naastliggende huizen verwoest, Mr. Franckenstraat 2 Hunnerberg, 1895-1900 (F5503 RAN)

Het RAN noemt onder ander bij bovenstaande foto F5503 dat de architect “waarschijnlijk” L.H. Verbrugge is; hier vervangen door “mogelijk”. Ook hier is de originele bouwtekening nog niet gevonden/ingezien. De villa stond op de hoek van (verlengde) St. Jorisstraat Canisiussingel (rechts); in 1896 werd het adres mr. Franckenstraat 2 (foto GN1480 – B RAN)

Op sommige vermeldingen wordt deze villa ten onrechte “Villa Rust” genoemd: Villa Rust is de villa op het huidige adres St. Canisiussingel 1. Deze villa komt vanaf 1901 in de adresboeken voor: ““Pluym verhuist om gezondheidsredenen op circa 50-jarige leeftijd naar Nijmegen, vandaar “Rust”.” (Willem Ruyters in een mail 6 september 2026)

Op 18 augustus 1891 koopt Verbrugge een perceel bouwgrond van de gemeente, “op den hoek van den Canisiussingel en de Sint Jorisstraat, op den Kadastralen legger der gemeente Nijmegen, bekend in Sectie B Numero 1729, als erf, groot zeven aren.” Een van de voorwaarden daarbij is dat er voor mei 1892 een woonhuis is gebouwd, zonder blinde muren aan de kant van de Canisiussingel en de Sint Jorisstraat” (Inventarisnummer 75, Archiefnummer 450, Aktenummer 3184).

Vervolgens sluit Verbrugge een lening af bij Joseph Kirchner op 19 augustus 1891 met dit bouwterrein als onderpand. (Inventarisnummer 75, Archiefnummer 450, Aktenummer 3187).

Daarbij wordt in 1891 aan L.H. Verbrugge vergunning verleend tot het bouwen van 1 villa aan de St. Caniussingel.

Verbrugge lijkt betrokken te zijn bij de bouw, maar het is niet zeker of hij de architect is. En daarnaast: wordt met deze woning de “villa van Verbrugge” bedoeld in het volgende artikel: “Het voorstel van B. en W. om aan de heeren D. J. en C. C. Haspels alhier te verkoopen eene oppervlakte bouwterrein aan de St. Jorisstraat, gedeelte van het kadastraal perceel Nijmegen, Sectie B no. 1728, gelegen tusschen de villa van den heer Verbrugge en den Straalmansweg, voor f 6.50 per centiare, onder de volgende voorwaarden…”: oftewel aan de huidige mr. Franckenstraat” (Gemeenteverslag 1894). Echter: de villa van Verbrugge kan juist ook aan de andere kant staan: in het Bevolkingsregister en Adresboeken staan steeds adressen van de Berg en Dalseweg.

Gevonden adressen Verbrugge

Hieronder staan de adressen van Verbrugge en zijn familie weergegeven volgens de adresboeken. Daarbij is het steeds Berg en Dalseweg, maar met veel verschillende nummers. Het is nog niet bekend welke veranderingen daadwerkelijke verhuizingen en welke hernummeringen van het adres betreft.D

Dat maakt het vooralsnog ook lastig te bepalen welk gebouw bij welk adres hoort. In ieder geval is wél duidelijk dat er met meerdere panden aan de Berg en Dalseweg een relatie is met Verbrugge. Welke rol hij daarbij heeft gehad -architect, ontwikkelaar, eigenaar en/of bewoner-, is nog niet bekend.

Wed. J. Verbrugge, geb. Ee. La. The. Min(n)igh, zonder beroep, Berg en Dalsche weg 405 (1892, 1893, 1895)

Dan is er een inbraak bij de weduwe: “Dinsdag nacht is te Nijmegen tijdens de afwezigheid van de bewoners ingebroken in de villa op den hoek van den Canisiussingel en Sint-Jorisstraat en bewoond door de wede. Verbrugge. De dief had zich door het stuk slaan van een glasruit toegang tot die woning verschaft en aldaar ontvreemd: 1 koperen wekkerklok, 2 parasols, 1 parapluie, 3 japonnen, 8 mantels, 2 rokken, 2 blouses, 1 pantalon en 1 huissleutel. De politie werd met het gebeurde in kennis gesteld en ’s morgens om 9½ mocht het de rechercheurs Mensen en Heijnekamp gelukken, den dief in het bezit van de gestolen voorwerpen in eene slaapstede in de Zwanengas alhier aan te houden. Het was zekere J.S., oud 26 jaren en Duitscher.” (De Gelderlander 7/10/1894)

In 1896 is het Berg en Dalsche weg 15; in 1898 nummer 16.

In 1901 is het nummer 14. Vanaf 1901 komt ook L.H. Verbrugge, architect op dit adres voor. Idem in 1902.

In 1903 is het weer nummer 16.

En in 1905 en 1907 60a.

In 1908 is het nu nummer 62. Evenals in 1910-1911, 1912-1913

Vervolgens is in 1913-1914 nummer 58.

Maar in 1914-1915 weer 60a.

Evenals in 1915-1916 en in 1916.

In 1922 wordt voor dat jaar alleen de weduwe gevonden.

Echter: in 1924 staat ook L.H. weer op het adres, dan staat er geen beroep vermeldt. Ook komt Mej. E.L.Th.J. voor.

In 1926 is het nummer 60. Dan komt naast de 3 hierboven genoemden ook H.L.L. voor. Idem voor 1928.

In 1932, 1934 en 1936 komen de 3 “kinderen” voor op 60a; de weduwe niet meer. In 1948 en 1951 komen mej. E.L.T.J. en H.L.L. nog voor, dan op nummer 60. In 1955 komt geen van allen op de Berg en Dalseweg voor.

Verkoop nummer 62 en 62a

Augustus 1920 verkoopt Elisabeth Louisa Thérèse Minnigh, weduwe van Johannes Verbrugge “een beneden en bovenhuis aan den Berg en Dalschenweg 62 en 62a, Kadastraal bekend gemeente Hatert, sectie A, nummer 913, groot twee aren, twee en zeventig centiaren als huis en erf”. De grond is op 14 mei 1888 gekocht, het huis door stichting. De koper is Johan Wilhelm Hoffmann (Architect). (Inventarisnummer 89, Archiefnummer 560, Aktenummer 3624).

Warme deken

Een interview met de bewoonster van nummer 56, Janine Lenne uit 2019 is te lezen op https://www.gelderlander.nl/nijmegen/dit-huis-voelt-als-een-warme-deken~a88ee76e/ . Ze noemt het huis als een warme deken. “”,We hebben het huis in 1999 gekocht. De vorige eigenaar was een alleenstaande man die hier op kamers had gezeten tot zijn hospita overleed en hij het huis kocht.””.

Rijksmonument

Het gebouw Berg en Dalseweg 54-56 is een Rijksmonument. Met als waardering (tevens staat hier een uitgebreide beschrijving): “

  • Van architectuurhistorische waarde als een gaaf en zeldzaam voorbeeld in in- en exterieur van een stedelijk woonhuis uit het einde van de negentiende eeuw. De voorgevel valt op door een opmerkelijke combinatie van rijke ornamentiek in stucwerk en muurwerk in gele verblendsteen, die invloeden van het palladianisme, in het bijzonder Inigo Jones verraden.
  • Het pand is van stedebouwkundige waarde als markant onderdeel van de straatwand van een van de uitvalswegen van Nijmegen, waarvan de karakteristieke bebouwing van herenhuizen is ontstaan in het laatste kwart van de negentiende eeuw. Het pand speelt een beeldbepalende rol vanwege de uitzonderlijke bewerking van de gevel. Het pand heeft ensemblewaarde in relatie met de belendende panden aan het Mariaplein, dat door de aanwezigheid van een grote verscheidenheid aan gevels, een staalkaart vormt van stijlen rond de eeuwwisseling.”

Inmiddels is duidelijk dat Louis Henri Verbrugge bij meerdere panden op de Berg en Dalseweg betrokken lijkt te zijn geweest. Welke rol hij daarbij precies had – architect, ontwikkelaar, eigenaar en/of bewoner – is nog niet duidelijk. Opvallend is dat er vooralsnog nauwelijks gegevens over zijn eventuele ontwerpen zijn gevonden, zoals contracten, aanbestedingen of originele ontwerpen. Dat roept de vraag op welke omvang zijn zelfstandige architectenpraktijk in Nijmegen daadwerkelijk heeft gehad. Hopelijk zal een vervolg daar wat meer uitsluitsel over geven.

(Overige Bronnen en verder lezen)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Palladianisme

https://nl.wikipedia.org/wiki/Inigo_Jones

Voor meer uitleg over deze stromingen:

https://en.wikipedia.org/wiki/Palladian_architecture

https://en.wikipedia.org/wiki/Inigo_Jones

https://nl.wikipedia.org/wiki/Neoclassicistische_architectuur

Bergansiusstraat 1: Fraai hoekpand in ensemble van oorspronkelijke arbeiderswoningen hoek Bergansiusstraat- Daalseweg. Metselwerkversieringen in twee kleuren en glas-in-lood vensterdelen. In dit pand zit aan de voorkant de eerste steen uit 1909, toen de Bergansiusstraat werd opgeleverd, 2007 (Nico van Hoorn via DF2130 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

25 woningen Berganiusstraat

Berganiusstraat, 1910 Hengstdal

Bergansiusstraat 1: Fraai hoekpand in ensemble van oorspronkelijke arbeiderswoningen hoek Bergansiusstraat- Daalseweg. Metselwerkversieringen in twee kleuren en glas-in-lood vensterdelen. In dit pand zit aan de voorkant de eerste steen uit 1909, toen de Bergansiusstraat werd opgeleverd, 2007 (Nico van Hoorn via DF2130 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)
Bergansiusstraat 1: Fraai hoekpand in ensemble van oorspronkelijke arbeiderswoningen hoek Bergansiusstraat- Daalseweg. Metselwerkversieringen in twee kleuren en glas-in-lood vensterdelen. In dit pand zit aan de voorkant de eerste steen uit 1909, toen de Bergansiusstraat werd opgeleverd, 2007 (Nico van Hoorn via DF2130 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)

R.K. Coöperatieve Werklieden-Bouwvereeniging.

Een eenvoudige maar echt Roomsche plechtigheid gisternamiddag alhier plaats.

De 25 nieuwe woningen n.l. door de R.K. Coöperatieve Werklieden-Bouwvereeniging aan de Berganiusstraat alhier gebouwd, werden door den Z. Ew. pater N. van Hassel O.P., geestelijk adviseur der vereeniging, in tegenwoordigheid van heeren commissarissen, den architect en de leden, ingezegend.

In juli 1909 werd door de R.K. Coöperatieve Werkliedenbouwvereniging toestemming gevraagd voor de bouw van 23 volkswoningen tussen de Van 't Santstraat en de Daalseweg en 2 woningen bovenaan de straat op de hoek aan de Daalseweg in Nijmegen-Oost; deze foto is waarschijnlijk gemaakt bij de 'officiële' opening van de Bergansiusstraat, 1910 (F66361 RAN) Hengstdal
In juli 1909 werd door de R.K. Coöperatieve Werkliedenbouwvereniging toestemming gevraagd voor de bouw van 23 volkswoningen tussen de Van ’t Santstraat en de Daalseweg en 2 woningen bovenaan de straat op de hoek aan de Daalseweg in Nijmegen-Oost; deze foto is waarschijnlijk gemaakt bij de ‘officiële’ opening van de Bergansiusstraat, 1910 (F66361 RAN)

Vooraf werd door den voorzitter, den heer W. de Vries, een woord van hulde en dank gebracht aan den adviseur, aan wiens voorlichting en aanmoediging het vooral te danken is dat deze reeks van doelmatige, geheel naar den eisch des tijds ingerichte werkmanswoningen in een betrekkelijk kort tijdsverloop tot stand kwam.

Daarna had de plechtige inzegening van iedere woning afzonderlijk plaats. Na afloop hiervan richtte de Z.eerw. pater van Hassel het woord tot de leden om hen vooral te wijzen op de groote betekenis, in geestelijken en stoffelijken zin, der heilige handeling, zooeven door hem verricht, en hen geluk te wenschen met het onschatbare voorrecht in ’t bezit te zijn van een gezonde, prettige huisvesting, die zoozeer het godsdienstig familieleven ten goede komt.

Spr. eindigde met den wensch, dat de bewoners, in onderlinge liefde en hulpvaardigheid een reeks van jaren van deze woningen mogen genieten.

Namens heeren commissarissen bracht de heer Jacques Kneppers een woord van lof aan den architect, den heer J.C. Hermans, en de aannemers, de heeren W.R. (?) Coenders en J. Hopman, voor de zaakkundige wijze, waarop zij hun taak hebben verricht.

Verdienen de leden een woord van lof voor hun eendrachtige samenwerking en doorzettingsvermogen, niet minder de bouwmeesters voor de, aan winstbejag vreemd zijnde uitvoering van hun werk, waarvan spr. hoopt dat allen nog lang de zegenrijkste vruchten moegen inoogsten. De straat, aan beide zijden waarvan de reeds betrokken woningen zijn gebouwd, was rijk met nationale en pauselijke vlaggen versierd.

Bergansiusstraat 11-13:Geveldetails van oorspronkelijke arbeiderswoningen. Fraai versierd metselwerk in twee kleuren en glas-in-lood vensterdelen, 2007 (Nico van Hoorn via DF2129 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)
Bergansiusstraat 11-13:Geveldetails van oorspronkelijke arbeiderswoningen. Fraai versierd metselwerk in twee kleuren en glas-in-lood vensterdelen, 2007 (Nico van Hoorn via DF2129 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)

De woningen, waarvan de eerste steen werd gelegd den 18en September van ’t vorig jaar, zijn allen aan den voorkant voorzien van een tuintje en aan de achterzijde van een flink stuk moesgrond, en voldoen aan de hoogste eischen die men aan gezonde en gemakkelijke werkmanswoningen stellen kan.

Zij zijn berekende naar eene huurwaarde van f2.50 per week, vrij van alle lasten, en worden binnen een niet al te lang tijdsverloop het eigendom der leden.

Zoo ooit, dan is door het tot stand komen van deze uitsluitend katholieke straat een degelijk stuk katholieke sociale actie uitgevoerd.” (De Gelderlander 10/5/1910)

Architect Hermans

Het ontwerp was afkomstig van architect J.C. Hermans:

J.C. Hermans, architect

J.C. Hermans lijkt vooral bekend te zijn vanwege zijn ontwerpen voor de Woningvereniging Nijmegen. Niet ten onterechte, daar alleen al vanwege de aantallen zijn ontwerpen een beeldbepalend karakter voor een aantal wijken in Nijmegen hebben. Daarnaast komen wij hem regelmatig tegen bij het bouwen van katholieke gebouwen als scholen.

Bij het 12,5 jarig bestaan

Bergansiusstraat 5-7-9: Straatbeeld met woningen, gebouwd in 1909 in opdracht van de R.K. Coöp. Werklieden Bouwvereeniging, 1944-1946 (F87405 RAN)
Bergansiusstraat 5-7-9: Straatbeeld met woningen, gebouwd in 1909 in opdracht van de R.K. Coöp. Werklieden Bouwvereeniging, 1944-1946 (F87405 RAN)

R.K. Coöper. Werklieden Bouwvereeniging

De vaderlandsche driekleur wapperde zondag van de vier hoeken der Bergansiusstraat.

Op hoogst bescheiden, maar treffende wijze vierden de leden van bovengenoemde vereeniging het 12½-jarig bestaan hunner coöperatie.

Des morgens werd in de O.L.Vr. kerk aan den Berg-en-Dalschen weg ter intentie der vereeniging een H. Mis, waaronder H. Communie, opgedragen, die door alle leden en hunne huisgenooten werd bijgewoond.

Gisteravond had in St. Jozefshof een ledenvergadering plaats, die een eenigzins feestelijk karakter droeg en die werd bijgewoond door den geestelijken adviseur, den weleerw. pater Kock O.P., den commissaris, den heer H.H. de Haan en den oud-commissaris, den heer Jacq. Kneppers.

Bergansiusstraat 1: Fraai hoekpand in ensemble van oorspronkelijke arbeiderswoningen hoek Bergansiusstraat- Daalseweg. Metselwerkversieringen in twee kleuren en glas-in-lood vensterdelen. In dit pand zit aan de voorkant de eerste steen uit 1909, toen de Bergansiusstraat werd opgeleverd, 2007 (Nico van Hoorn via DF2130 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)
Bergansiusstraat 1: Fraai hoekpand in ensemble van oorspronkelijke arbeiderswoningen hoek Bergansiusstraat- Daalseweg. Metselwerkversieringen in twee kleuren en glas-in-lood vensterdelen. In dit pand zit aan de voorkant de eerste steen uit 1909, toen de Bergansiusstraat werd opgeleverd, 2007 (Nico van Hoorn via DF2130 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)

De voorzitter, de heer W. de Vries, opende de vergadering met den christengroet en een kort welkomstwoord en bracht- na de voorlezing der notulen van de vorige ledenvergadering door den heer C. Jansen- een uitvoerig verslag uit over de wordingsgeschiedenis der vereeniging en de gebeurtenissen, door haar in ‘t 12½-jarig tijdperk doorleefd. Wij ontleenen hieraan de volgende bijzonderheden:

Op initiatief van de heer W. de Vries en Th. Rutten, destijds resp. voorzitter en 2e voorzitter van den Nijm. R.-K. Volksbond, werd op 2 Febr. 1906 in de Gildekamer van ’t Bondsgebouw een vergadering gehouden, waaraan 20 mannen deelnamen. Nadat door den heer de Vries gewezen was op de Encycliek “Rerum Novarum”, waarin werd aangedrongen op een aan hygiënische en zedelijke eischen beantwoordende woning voor den werkman, die in hoofdzaak langs coöperatieven weg te verkrijgen was, werd de R.-K. Coöp. Werklieden-Bouwvereeniging opgericht onder het voorloopig bestuur van de heer M.D. Jansen, A. Derksen en W. Huting. Op 11 April d.a.v. werd een difinitief bestuur gekozen, n.l. de heer W. de Vries, voorzitter; W. Huting, secr. En A. Derksen, penningmeester, en de contributie vastgesteld op 10 ct. per week.

Op 10 Mei werden de eerste commissarissen gekozen, de heeren sweesaard, Th. Rutten en M.D. Jansen en het ledental gebracht op 40.

Veel financieele moeilijkheden, waarin zelfs het R.-K. karakter der vereeniging in gevaar kwam, moesten overwonnen worden, maar dank zij het doorzettingsvermogen, vooral van den voorzitter en zijn raadsman, den heer Van Term(?), destijds hoofdredacteur van “De Gelderlander”,  werd rees op 10 Mei 1907 de Koninklijke goedkeuring op de statuten verkregen.

Op 6 Sept. d.a.v. werd de heer C. Jansen tot secretaris gekozen, die evenals de voorzitter tot op heden nog in functie is, terwijl in de vergadering van 9 Aug. de weleerw. pater Van Hassel O.P. als geestelijk adviseur werd geïnstalleerd.

Dank zij de tusschenkomst van deze verkreeg de vereeniging op 15 Dec. als commissarissen de heeren H.H. de Haan, Jacq. Kneppers en Aloy. Jansen.

Het verslag wijdt aan dit drietal, evanals aan den oud-adviseur een warm woord van dank voor den grooten daadwerkelijken steun aan de vereeniging betoond.

Ondanks het bedanken van vele leden- die den moed verloren- zette de wakkere voorzitter met zijn medebestuurders de actie voort, met het gevolg dat reeds in de vergadering van 22 Dec. 1907 een bestuursvoorstel tot aankoop van grond aan de Bergansiusstraat werd aangenomen.

Door den bouwkundigen, den heer Hermans, werden de plannen voor een complex van degelijke en aan alle eischen van comfort en hygiëne beantwoordende werkmanswoningen ontworpen en door de leden goedgekeurd.

Spoedig kwamen deze woningen door den aannemer, den heer Coenders, onder toezicht van den secretaris, den heer C. Jansen, tot stand en werden in het beging van September 1908 op eenigzins feestelijke wijze, in tegenwoordigheid van de heeren commissarissen Jacq. Kneppers, H.H. de Haan en eenige belangstellenden, de eerste steen gelegd.

Reeds in Januari 1909 werd de eerste blok bewoond en op 8 Mei d.a.v. al de woningen door den geestelijken adviseur plechtig ingewijd, waarbij alle commissarissen, ’t bestuur en de leden met hunne huisgenooten tegenwoordig waren.

Het verslag vermeld verder de verschillende gebeurtenissen in de vereeniging, o.m. het in 1916 uittreden uit de Vereeniging van de commissarissen, de heeren Jacq. Kneppers en Aloys Jansen, deze laatste door sterfgeval, het toetreden van twee nieuwe commissarissen, de heeren mr. Poort en Smits en de installatie van een nieuwen geestel. adviseur, den WelEerw. pater Kock O.P., als opvolger van pater Hassel O.P., die naar Utrecht was vertrokken.

Het verslag werd onder applaus vastgesteld.

Door den geestelijken adviseur werd vervolgens gewezen op de groote betekenis van dit vereenigingsfeest, en werd hulde gebracht aan de oprichters, die getoond hebben een vèrziende blik in de toekomst te hebben en den leden geluk gewenscht met het bezit van hun frissche, gezonde en doelmatige eigen woning, in dezen tijd van woningnood van onschatbare waarde.” Hierna volgt een verslag van enkele andere toespraken (De Gelderlander 11/11/1919)

Een foto van deze straat en meer gegevens over haar bewoners is te vinden op Noviomagus.nl https://www.noviomagus.nl/h1.php?p=OudNijmegen/058/cwdata/0574-Scannen0001.html

1925 Ontbinding RK Koop Werklieden Bouwvereeniging

In februari 1925 (“J.L. Zondag”) wordt de R.K. Koöp. Werklieden-Bouwvereeniging ontbonden. De heer de Vries is dan voorzitter. In zijn overzicht van de werkzaamheden van de vereeniging noemt hij speciaal de heer H.H. de Haan, op dat moment een der commissarissen van de vereniging. En de heer Leen, accountant, die de financiën verzorgde.

Voor de ontbindingsvergadering is er een Heilige Mis en daarna een gezellig samenzijn. “Hiermede heeft de vereeniging hare taak beeindigd en zijn deze arbeiders in het bezit gekomen eener gezonde woning in een fraai gedeelte der nieuwe stad.” (De Gelderlander 16/2/1925)

J.C. Hermans, architect

J.C. Hermans lijkt vooral bekend te zijn vanwege zijn ontwerpen voor de Woningvereniging Nijmegen. Niet ten onterechte, daar alleen al…

Hengstdal

De wijk Hengstdal is een van de wijken in Nijmegen-Oost. De grenzen zijn de Groesbeekseweg, welke de wijk westelijk scheidt…

Museum Kam, Museum Kamstraat Hunnerberg (augustus 2026)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Museum Kam

1922, Eleonorastraat (Nu: Museum Kamstraat 45) Hunnerberg

Museum Kam, Museum Kamstraat Hunnerberg (augustus 2026)
Museum Kam, Museum Kamstraat Hunnerberg (augustus 2026)

Gerard Marius Kam (1836-1922)

Gerard Marius Kam was oorspronkelijk een Rotterdamse ondernemer, medeoprichter van de staalhandel Gebroeders Kam. Kam verzette zich tegen annexatie van Delfshaven bij Rotterdam. Vanaf 1 januari 1886, het moment dat de annexatie plaats vond, werd hij gemeenteraadslid van Rotterdam tot 1897.

En ” in 1897 om gezondheidsredenen uit de zaken trad en zich hier vestigde in de villa “Erica” aan den Berg-en-Dalschen weg. Op het terrein tegenover zijn villa, nu ingenomen door de bloemisterij van de firma Smith, en op een gedeelte waarvan het mooie Museumgebouw is verrezen, werd bij het graven een Romeinsch potje gevonden, dat aan den heer Kam werd aangeboden. Dat potje is de grondslag geworden voor de, nu wellicht, grootste verzameling van Romeinsche en Middeleeuwsche oudheden.” (PGNC 15/5/1922, het artikel hieronder)

Gerard Marius Kam ( 29 juni 1836 - 27 december 1922) amateur-archeoloog, datering 1915-1920 (Daniels, M 1782-2000 via RAN F84526)
Gerard Marius Kam ( 29 juni 1836 – 27 december 1922) amateur-archeoloog, datering 1915-1920 (Daniels, M 1782-2000 via RAN F84526)

Als amateur-archeoloog verzamelt hij veel materiaal, wat hij aanvankelijk in zijn koetshuis tentoonstelt. Overigens had het Gemeentemuseum ook een archeologische collectie, welke in 1938 naar het museum Kam is gegaan.

In 1905 (PGNC 15/5/1922) of 1908 (HvdNG) besluit hij bij zijn overlijden zijn archeologische collectie te schenken aan de staat. Hij wil dat zijn collectie in Nijmegen zal blijven: dus niet dat deze verplaatst zal worden naar het Museum voor Oudheden in Leiden. Het Gemeentemuseum van Nijmegen, dan in de Mariënnburgkapel, vindt hij ongeschikt.

Daarop besluit hij in 1919 om zelf een museum te bouwen aan de Eleonorastraat en om zijn collectie aan het Rijk te schenken. Op voorwaarde dat het Rijk zijn collecte beheert, welke daar zal blijven. De naam van het museum is Rijksmuseum Kam. Het museum gaat in mei 1922 open, iets meer dan een half jaar later overlijdt Kam.

Bij de opening van Museum Kam in 1922

De vlag in top ter gelegenheid van de opening van het Museum Kam, 17/5/1922 (RAN F87279)
De vlag in top ter gelegenheid van de opening van het Museum Kam, 17/5/1922 (RAN F87279)

Museum-Kam.

Nijmegen is een belangrijke instelling rijker geworden, het Museum-Kam, dat aan de Eleonorastraat is gebouwd naar de plannen en onder leiding van onzen kunstzinnigen stadgenoot, den architect Oscar Leeuw. Het trekt betrekkelijk weinig de aandacht: het staat niet aan een hoofd- of druk bewandelden verkeersweg en velen zullen misschien weinig voelen voor de voorwerpen, die er in tentoongesteld worden, al vertegenwoordigen zij met het gebouw, waarin zij geborgen zijn, een enorm kapitaal; al hebben zij de belangstelling van geschied- en oudheidkundigen; al is die verzameling het product van benijdbaren levensherfst van den schenker; en al leggen zij een stilzwijgend getuigenis af van wat liefhebberij en toewijding kunnen voortbrengen.

Nu Woensdag 17 Mei door den minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, in tegenwoordigheid van vele autoriteiten, het Museum zal geopend worden en het een aantrekkelijkheid te meer zal zijn voor onze stad, vooral voor hen, die beseffen, hoeveel die schijnbaar haast waardelooze dingen ons vertellen kunnen van oudheid en middeleeuwen, willen wij onze stadgenooten er mee in kennis brengen. Groote bekendheid er mee en met de uitgebreide verzamelingen, die er in gehuisvest zullen worden, durven wij niet veronderstellen. Als de heer Detering zijn tonnen gouds beschikbaar stelt om “Het Straatje van Vermeer” te koopen en het meesterwerk aan den staat aan te bieden, dan wordt die vrijgevigheid- en zeer te recht- geroemd en alle bladen maken er melding van. Maar ongelijk minder ophef wordt er gemaakt van wat de heer Kam aan rijk en gemeente schonk, een geschenk, waarvan de waarde wel niet in een nauwkeurig opgegeven aantal guldens wordt opgegeven, maar dat toch ook verscheidende tonnen gouds vertegenwoordigt. Men ziet, wij spreken eers maar van de financieele zijde der zaak: tegenwoordig wordt daar meer dan ooit op gelet en veel wordt gewaardeerd naar het geld, dat er mee gemoeid was, met voorbijzien van de aesthetische of de ethische of de economische waarde.

De heer Kam is een bekend ingezetene van onze stad; ieder kent den pienteren ouden heer, vol belangstelling voor alles, wat er te Nijmegen te doen is op het gebied van kunst en wetenschap, ondanks zijn 86 jaren. De belangstelling kenmerkte hem al, toen hij in 1897 om gezondheidsredenen uit de zaken trad en zich hier vestigde in de villa “Erica” aan den Berg-en-Dalschen weg. Op het terrein tegenover zijn villa, nu ingenomen door de bloemisterij van de firma Smith, en op een gedeelte waarvan het mooie Museumgebouw is verrezen, werd bij het graven een Romeinsch potje gevonden, dat aan den heer Kam werd aangeboden. Dat potje is de grondslag geworden voor de, nu wellicht, grootste verzameling van Romeinsche en Middeleeuwsche oudheden. Want bij de vele ondernomen grondwerken in en om onze gemeente, kwamen allerlei voorwerpen aan het licht, die daar eeuwen hadden gelegen en sitlle getuigen waren van het leven, dat eens in den Romeinschen tijd hier geleefd was. De aanleg van buizennetten voor gas- en waterleiding en rioleering, het bouwen van woningen in de zich uitbreidende stad, het planten van boomen, alles leverde merkwaardigheden op, en toen men eenmaal wist, welke schatten- zelfs potscherven hebben voor den oudheidkundige waarde- aan het licht kwamen. Toen werden er opzettelijke ontgravingen ondernomen en werd hetgeen uit de Waal werd opgebaggerd aan een nauwkeurige onderzoek onderworpen. En veel, heel veel van het gevondene verhuisde naar de tot hulpmuseum ingerichte stalling achter de villa “Erica”, die weldra te klein bleek om alles ten toon te stellen zóó als de belangstellenden dat wenschten, te meer, doordat ook door aankoop elders de verzamelingen aangroeiden.

Romeinse wolk boven ingang Museum Kam (augustus 2026)
Romeinse wolk boven ingang Museum Kam (augustus 2026)

In 1908 deed de heer Kam een beslissenden stap. Hij vermaakte in geval van overlijden aan het rijk zijn geheele uitgebreide verzameling om daardoor te bewerken, dat zij ongeschonden zou blijven voortbestaan, want de verzamelaar, de echte, die hetgeen hij verzamelt lief krijgt, beschouwt dat als een dierbaar familielid.

Het was echter hoogstwaarschijnlijk, dat de collectiën, wanneer eenmaal het rijk er de volle beschikking over zou hebben, naar Leiden zouden worden overgebracht. Gebeurde dat, dan was het te voorzien, dat men daar, bij gebrek aan ruimte, wel de belangrijkste stukken in het museum van oudheden zou plaatsen maar dat de minder belangwekkende en de duplicaten ergens in den meest letterlijken zin zouden worden opgeborgen. Er was dus onzekerheid omtrent het voortbestaan van de verzameling als zoodanig en bovendien alles zou vervoerd worden ver van Nijmegen, in welks omgeving de meeste stukken waren gevonden en met welks oude geschiedenis zij verband hielden.

Zoo rijpte bij den heer Kam een plan, dat zijn beslag kreeg op 25 Juni 1919, een notarieele acte gepasseerd werd, waarbij de heer Kam zich verbond een museum te doen bouwen op eigen kosten en dat kosteloos aan het rijk af te staan, dat verder het beheer zou doen voeren onder leiding van een door de regeering te benoemen directeur.

Dat dit besluit door de regeering gewaardeerd werd, is op de meest ondubbelzinnige wijze gebleken.

Tot directeur werd benoemd de heer Dr. M.A. Evelein, die ook op ons in de gelegenheid stelde het museum voor de officieel opening te bezichtigen.

Nu staat het nieuwe Museum daar aan de Eleonorastraat op een terrein, waaruit behalve dat allereerste potje nog menig stuk is opgedolven, een terrein, waar 20 eeuwen geleden Romeinsche legioenen de wacht hielden aan de uiterste grens van het wereldrijk en in welks onmiddelijke nabijheid het 10e legioen kampeerde, dat de opstandige Batavieren opnieuw tot onderwerping had gebracht.

Het is een monumentaal gebouw, een modelmuseum waarvoor, zooals wij reeds zeiden, de heer Oscar Leeuw de plannen ontwierp en waarvan hij den bouw leidde. Het uitwendige ziet er vrij modern uit, behoudens aanduidingen van de bestemming. Zoo dragen de beide afgeknotte torens ter weerzijde van den ingang een muurkroon naar Romeinsch motief en sterk vergroote reproducties van munten, met de revers, uit den tijd van Nero en Vespasianus. In het bovenlicht van de deur ziet men de wolvin, die Romulus en Remus volgens de mythe zoogde en daarboven de bekende initialen S.P.Q.R. (Senatua Populusque Romae). De ingang is verder geflankeerd door Romeinsche adelaars.

De centrale hal met de bordestrap naar de galerij met op de achtergrond de Buste van de oprichter Gerard Marius Kam, gemaakt door August Falise in 1922 en daar achter de wandschildering van het Forum Romanum, geschilderd door Huib Luns in 1922, 1925 (RAN F30435)
De centrale hal met de bordestrap naar de galerij met op de achtergrond de Buste van de oprichter Gerard Marius Kam, gemaakt door August Falise in 1922 en daar achter de wandschildering van het Forum Romanum, geschilderd door Huib Luns in 1922, 1925 (RAN F30435)

De deur, die toegang geeft tot het gebouw, is hoogst bescheiden. Zij geeft allereerst toegang tot een portaal, waarin de portiersloge en de vestiaire. Uit die voorportaal echter treedt men in de groote hal, het atrium, van 13 bij 15½ M., die opstijgt over de beide verdiepingen. Rondom die hal bevinden zich 5 ineenloopende zalen, waarin een groot gedeelte van de verzamelde voorwerpen in eenvoudige maar uiterst doelmatige vitrines en kasten wordt tentoongesteld. Tegenover den ingang naar ’t einde er hal leidt een monumentale trap naar de gaanderijen van de verdieping, waar weer vitrines en kasten met oudheden aandacht vragen. Kasten en vitrines zijn overal zoo geplaatst, dat zij de vrije rondwandeling niet belemmeren en steeds het noodige licht opvangen, dat door het bovenlicht van de hal en door de ruime vensters van de verdieping binnenstroomt.

Boven de zooeven bedoelde trap is een afbeelding geschilderd, van de hand van den heer Huib Luns, van het Forum van Rome en is een plaats uitgespaard voor iets, dat voor ’t oogenblik nog een verrassing moet blijven.

Rondom de hal zijn namen aangebracht van de Romeinsche heerschers, uit wier tijd de voorwerpen stammen: Julius Caesar, Octavinus Augustus, Tiberius Claudius Nero, Claudius I, Claudias Nero, Domitianus, Trajanus, Probus, Constantinus I, Flavius Claudis, Julianus II, Flavius Honrius.

Boven de deuren van verschillende zalen zijn ook de namen van de meest bekende pottenbakkers geplaatst.

Onder de trap heeft men toegang tot een achterzaal, die wel lager ligt door niveau-verschil, maar toch niet is wat men noemt een sousterrein. Daar hebben de grootere voorwerpen,, zooals sarcophagen e.d.g. een plaats. Ter eene zijde van deze zaal is de werkkamer van den Directeur gelegen met bijkamers o.a. voor fotografie; ter andere zijde liggen de kelders met de inrichting voor een brandvrije centrale verwarming.

De naast het gebouw gelegen portiersgebouw heeft geen toegang tot het gebouw; zij is er door een pergula aan verbonden.

Medaillon rechts, Museum Kam (augustus 2026)
Medaillon rechts, Museum Kam (augustus 2026)

De belichting is, zooals wij reeds opmerkten, uitstekend. Het meeste licht is bovenlicht; alleen de achterzaal heeft zijlicht omdat er gerekend is op mogelijke optrekking van dat gedeelte, die zóó kan plaats hebben, dat het bouwwerk als geheel daardoor geen schade lijdt.

Wat de plaatsing der vitrines aangaat, die staan beneden tusschen die pilaren, die den bouw schragen, en zijn dus van beide zijden toegankelijk. Vitrines zijn er ook boven op de balustrade en daar staan verder de kasten, die ook boven van glazen dakplaten zijn voorzien en niet door uitwendige versierselen ondoematig worden.

Het gebouw, zooals het daar staat is een monument in meer dan één opzicht; een gedenkteeken voor de oude geschiedenis van de omgeving onzer stad; een gedenkteeken voor den heer Kam en het werk, waaraan hij latere levensjaren wijdde; een gedenksteen ook voor den ontwerper, die er trouwens al twee had: in de Vereeniging en in de Synagoge.” (PGNC 15/5/1922)

Beeld roofvogel, Museum Kam (augustus 2026)
Beeld roofvogel, Museum Kam (augustus 2026)

Architect Oscar Leeuw

De architect van Museum Kam was Oscar Leeuw. Lees hier over deze architect:

Oscar Leeuw, architect

Oscar Leeuw is een van de belangrijkste architecten van Nijmegen. Bekende werken van hem zijn onder de synagoge, museum Kam en de Nijmeegse Bankvereeniging Van Engelenburg & Schippers.

Tweede Wereldoorlog

In de Tweede Wereldoorlog raakte het gebouw beschadigd, zodat het pas in 1951 weer open kon gaan.

Het Valkhof en studiecentrum

In 1987 nam provincie Gelderland het beheer en werd het in plaats van Rijksmuseum G.M. Kam het Provinciaal Museum G.M. Kam.

In 1998 volgde een fusie met het gemeentelijk museum Commandarie van Sint-Jan tot Museum Het Valkhof. Het Valkhof kwam in de nieuwbouw van het Kelfkensbos. Daarbij werd Museum Kam een archeologisch studiecentrum. De statutaire naam van Museum het Valkhof werd overigens in 2008 gewijzigd in Stichting Museum Het Valkhof-Kam. Dit naar aanleiding van een jarenlange procedure van de erfgenamen van Kam. Sinds november 2008 heet het “Gelders Archeologisch Centrum Museum G.M. Kam”.

Verbouwing

Tussen 2020 en 2022 vond een grote verbouwing plaats, waarbij de heropening in december 2022 is. Tijdens de bebouwing is het gebouw zo veel mogelijk hersteld naar de oude staat, maar tevens voldoet het aan moderne eisen als toegankelijkheid.

Rijksmonument

Hek Museum Kam (augustus 2026)
Hek Museum Kam (augustus 2026)

Het gebouw is net als het hekwerk en conciërgewoning Museum Kamstraat 47 sinds 2002 een Rijksmonument met als waardering:

  • “Van stedenbouwkundige waarde vanwege de markante ligging in de Museum Kamstraat.
  • Van ensemblewaarde als functioneel onderdeel van het Museum Kamcomplex.
  • Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een in de loop van de 19de eeuw ontstane culturele en typologische ontwikkeling nl. het voor publiek openstellen van privé-collecties en het onstaan van het museum als bouwopgave in het algemeen. Het museum is van cultuurhistorische belang als bijzondere uitdrukking van een cultureel-maatschappelijke ontwikkeling nl. de belangstelling van Nijmegen voor haar Romeinse verleden en de identiteit die de stad daaraan ontleent.”

(Overige) Bronnen en verder lezen

Linker toren Museum Kam (augustus 2026)
Linker toren Museum Kam (augustus 2026)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Museum_Kam

https://web.archive.org/web/20180411111454/https://www.museumhetvalkhof.nl/gac/over-het-gac.html

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Museum_G.M._Kam

Oscar Leeuw, architect

Oscar Leeuw is een van de belangrijkste architecten van Nijmegen. Bekende werken van hem zijn onder de synagoge, museum Kam…

Hunnerberg

De Hunnerberg is een wijk en stuwwal aan de oever van de Waal in Nijmegen. Deze positie van een lage…

Synagoge, architect Oscar Leeuw

De oude synagoge aan de Nonnenstraat was voor de Joods gemeenschap van Nijmegen te klein geworden. Daarop vindt nieuwbouw plaats…

voormalig hotel pension Buitenlust Schependomlaan Hees uit 1903, architect Willem Hoffmann
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Hotel-Pension ‘Buitenlust’ architect Willem Hoffmann

1903 Oud adres: Dorpstraat 71, Huidig: Schependomlaan 71 Hees

Huidig Buitenlust Hees, augustus 2023
Huidig Buitenlust Hees, augustus 2023

In 1903 laten de eigenaressen Delgijer en van Swelm hun café-restaurant “Buitenlust” herbouwen tot Hotel-pension met café “Buitenlust”. Architect Hoffmann ontwerpt een gebouw, dat “met zijn overhangende daken, balkons op alle verdiepingen en ruime veranda enigzins denken aan een groot Zwitsers chalet”.

De tot nu eerstgevonden advertentie, van voor de verbouwing, is uit juni 1901, waarbij de Fanfare “Ons Genoegen” Hees en Neerborsch een concert zal geven. De ondertekening is met Delgijer van Swelm. Ook in juli zal de fanfare optreden. (PGNC 23/6/1901 en PGNC 17/7/1901)

Ook in 1902 vinden er concerten plaats, nu zijn er 2 aankondigingen gevonden van de Muziekvereniging uit Kleef, onder leiding van de heer L. Haase/Haaze (De Gelderlander 14/6/1902, PGNC 16/8/1902)

PGNC 18/5/1902

In januari 1903 is begonnen met de afbraak: “Afbraak te koop van het Café “Buitenlust” te Hees”. Dan zijn er roode pannen, ramen, deuren, enz. te koop (De Gelderlander 11/1/1903)

Bij de opening in 1903

Advertentie Buitenlust (PGNC 19/5/1907)
Advertentie Buitenlust (PGNC 19/5/1907)

De Gelderlander bij de opening in juni 1903:

Hotel-Pension “Buitenlust”.

Verheugt onze stad zich in toenemende uitbreiding, ook de omliggende dorpen deelen in de vooruitgang. Inzonderheid het vreemdelingenbezoek komt aan Nijmegens omgeving ten goede. Telkens ziet men dan ook nieuwe hotels en pensions verrijzen tot herberging dergenen, die in den zomertijd eenige weeken of maanden in deze mooie en gezonde streek willen doorbrengen.

Zoo is thans te Hees het van ouds bekende café “Buitenluist” herschapen in een kapitaal hotel-pension met café, dat door zijn sierlijk uiterlijk een wezenlijk sieraad vormt voor het fraaie dorp.

De bouwkundige W. Hoffmann alhier, die het ontwerp leverde en de aannemer, de heer A. Hendriks, die het uitvoerde, hebben beiden eer van hun werk. Het levendig, opgewekt, in modernen bouwtrant opgetrokken gebouw doet met zijn overhangende daken, balkons op alle verdiepingen en ruime veranda eenigszins denken aan een groot Zwitsersch chalet en ziet er aan alle zuiden even uitlokkend uit.

De inwendige inrichting is nog niet volkomen gereed, maar de ondernemende eigenaressen, de dames Delgijer en Van Swelms, stellen zich voor de zalen en kamers keurig te meubelen. Wat er gereed is, toont dat zij voor geen moeite of opofferingen terugschrikken om haar inrichting volkomen aan de strengste eischen te doen beantwoorden. De ruime koffiekamer, die met drie openschuivende deuren toegang geeft tot den grooten speeltuin, is reeds geheel in orde. Een mooi groot buffet, biljart, spiegels, gekleurde vensters enz. geven ze een heel vrolijk aanzien.

Wij twijfelen niet of hedenavond, als wanneer het vernieuwde “Buitenlust” voor de bezoekers geopend wordt, zullen velen daar eens een kijkje willen nemen of er anders morgen eens heen wandelen. Te meer daar de consumptie van ouds een goeden naam heeft.

Voor gezinnen met kinderen is de speeltuin, voorzien van schommel, wip, draaimolen, turnwerktuigen enz., een hoogst aangename ontspanningsplaats. Het moet op zomersche achtermiddagen heelijk zijn daar ‘en famille’ thee te drinken.

Maar niet alleen voor bewoners van Hees en Nijmegen zal “Buitenlust” voortaan een groote aantrekkelijkheid vormen, ook aan vreemde bezoekers zal het er niet ontbreken. Veertien ruime kamers, meest op balkons uitkomende, geven gelegenheid een respectabel aantal logé’s te bergen; de groote zaal beneden is hoogst gezellig voor de gezamenlijke maaltijden; van uit de breede hooge ramen heeft men er van alle zijden een verrukkelijk gezicht.

Verder is het hotel voorzien van alle gemakken, als badkamer, nieuwe closetinrichtingen, telephoon enz., zoodat men er de genoegens van het buitenleven vereenigd vindt met het gerief van de stad.

Bij de toeneming van het vreemdelingenbezoek in onze omstreken twijfelen wij niet of het nieuwe hotel-pension “Buitenlust” zal steeds logé’s in overvloed hebben.” (De Gelderlander 7/6/1903)

Architect Willem Hoffmann

Lees hier verder over architect Hoffmann:

Willem Hoffmann, architect

Architect Hoffmann is vooral bekend vanwege zijn villa’s. Zijn grootste werk is mogelijk ’t Slotje van de Baron. Ook de…

Kermis

Kermis in hotel Buitenlust met Bal champêtre (PGNC 19/8/1906)
Kermis in hotel Buitenlust met Bal champêtre (PGNC 19/8/1906)

In september 1903 is er nog een Soirée Literaire. (PGNC 10/9/1903)

Naast locatie voor aanbestedingen en veilingen, -maar vooralsnog niet van concerten- wordt er in ieder geval jaarlijks een bericht gevonden over de kermis van Hees. Buitenlust lijkt daarbij samen met Hotel Heeslust de voornaamste plaatsen zijn, vooral vanwege haar tuin: Buitenlust houdt die jaren een “bal champêtre” op de maandagen en dinsdagen, oftewel een dansfeest in de openlucht.

In ieder geval zijn de jaren 1907, 1908, 1911 en 1912 gevonden, maar waarschijnlijk betreft het alle jaren (PGNC 19/8/1907, PGNC 16/8/1908, PGNC 20/8/1911, PGNC 18/8/1912).

Waarbij er ’s zondags er een concert is (PGNC 16/8/1908, PGNC 20/8/1911, PGNC 18/8/1912

Ook vinden we in die jaren “de bekende firma Koppen” met haar poffertjestent. (PGNC 16/8/1908, PGNC 20/8/1909, PGNC 20/8/1911)

Helaas vindt in 1919 tijdens de kermis een dodelijke steekpartij plaats (PGNC 20/8/1919)

Gevonden Adressen

In 1903, 1905 (dan nog geen adres gevonden), 1907 (dat jaar alleen “Hotel en Pension “Buitenlust” gevonden), 1908, 1909 als Hotel en Pension Buitenlust van H.E. Delgijer op Dorpstraat 181.  Opvallend daarbij is, dat de advertenties worden ondertekend met Delgijer van Swelm en in het Adresboek H.E. Delgijer staat vermeld.

In het Adresboek 1910-1911 is het Dorpstraat 71 geworden.

In de Adresboeken 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915 is het Hotel “Buitenlust”, Delgijer v. Swelm.

In 1915-1916, 1916 Hotel “Buitenlust”, Brouwer.

Verbouwing 1920

Hotel "Buitenlust", foto gedateerd 1920 (RAN F33232) Hees architect Hoffmann
Hotel “Buitenlust”, foto gedateerd 1920 (RAN F33232)

In 1920 vindt een verbouwing plaats “van een woning voor den Heer P.A. Offerman”, zie D12.386283. Het lijkt daarbij vooral een interne verbouwing te betreffen, waarbij de zaal is omgebouwd tot woning.

De bovenstaande foto is waarschijnlijk vóór deze verbouwing genomen: op de foto staat de serre nog doorgetrokken, terwijl bij de verbouwing een nieuwe ingang is gemaakt.

Verkoop 1929

Aankondiging veiling Villa Buitenlust (PGNC 15/6/1929 geknipt, deel 1)
Aankondiging veiling Villa Buitenlust (PGNC 15/6/1929 geknipt, deel 1)
Aankondiging veiling Villa Buitenlust (PGNC 15/6/1929 geknipt, deel 2)
Aankondiging veiling Villa Buitenlust (PGNC 15/6/1929 geknipt, deel 2)
Aankondiging veiling Villa Buitenlust (PGNC 15/6/1929 geknipt, deel 3)
Aankondiging veiling Villa Buitenlust (PGNC 15/6/1929 geknipt, deel 3)

in juni 1929 staat de veiling van de Villa Buitenlust aangekondigd. Dan heeft het de adressen Dorpstraat 73 en 75. (PGNC 15/6/1929) De koper is L.J.F. v. Sambeek uit St. Anthonis voor een bedrag van f15.100. (PGNC 12/7/1929)

Mogelijk is het toeval, maar rond dezelfde tijd vindt ook de veiling van 3 middenstandwoningen nummers 67, 69 en 71 plaats. (PGNC 29/6/1929)

Oorlog

In de oorlog zaten 4 mannen ondergedoken om te ontkomen aan de Arbeitseinsatz: Henk en Albert Peters, Toon Engelaar en Jan Abbing. Daarvoor hadden ze een afgescheiden gedeelte gemaakt (Hees bij Nijmegen, met foto’s en verhaal).

Op 19 april 1945 wordt de dochter van H. Peters en J. Peters-van Sambeek geboren (De Gelderlander 21/4/1945).

Schependomlaan

De Schependomlaan is een van de straten die het oude dorp Hees vormde. Het meest herkenbare gebouw is de Petruskerk.…

Willem Hoffmann, architect

Architect Hoffmann is vooral bekend vanwege zijn villa’s. Zijn grootste werk is mogelijk ’t Slotje van de Baron. Ook de…

Historie van Hotel Heeslust

Waar tegenwoordig woningen staan, aan de Korte Bredestraat tegenover de kerk, was jarenlang een belangrijk middelpunt van het dorpsleven van…

Prinsenlaan 26 in kerstsfeer (januari 2023)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Prinsenlaan 26

Prinsenlaan 26 in kerstsfeer (januari 2023)
Prinsenlaan 26 in kerstsfeer (januari 2023)

In Nijmegen is Jan Dullaart waarschijnlijk het meest bekend door het ontwerp van de Spoorbuurt. Hij lijkt echter vooral regionale bekendheid te hebben in Hilversum/’t Gooi vanwege zijn ontwerp van landhuizen en villa’s aldaar. Ook in Nijmegen ontwierp hij in ieder geval 1 villa: die aan Prinsenlaan 26.

Dullaart was tevens aanwezig bij de oprichtingsvergadering van de Gemeenschap (Zie ook het boek De Gemeenschap 1920-2019. Gezichtsbepalende woningbouw in Nijmegen, van Spoorbuurt naar Nijmegen-Noord van D. Jacobs uit 2020.

Omdat de Gemeenschap een woningbouwvereniging voor en door het spoorpersoneel was, zal het geen toeval zijn dat de bewoner H. Sipman ambtenaar bij de N.S. is. Ik heb overigens tot nu toe echter nog niet gevonden of  Sipman zelf een rol had bij deze vereniging.

Stijl

Wikipedia schrijft over de stijl van de landuizen: “Deze huizen zijn meestal een combinatie van Amsterdamse School en Engelse landschapsstijl met vakkundig vormgegeven detaillering en materiaalgebruik en vaak het gebruik van rietgekapte daken. Hun daken zijn vaak grillig van vorm en glooiend vormgegeven.”

Gevonden bewoners: H. Sipman

Prinsenlaan 26: Klein Landhuis te Nijmegen, architect Jan Dullaart, Hilversum, juli 1923 (D12.388097)
Prinsenlaan 26: Klein Landhuis te Nijmegen, architect Jan Dullaart, Hilversum, juli 1923 (D12.388097)

Als eerste bewoner is H. Sipman gevonden. Het is nog niet bekend of hij ook de daadwerkelijke opdrachtgever is. Wat de relatie precies is geweest, maar het zal niet toevallig zijn geweest, dat Sipman werkzaam is bij de N.S..

H. Sipman, ambtenaar N.S. komt op Prinsenlaan 26 voor in de Adresboeken 1924, 1926, 1928

In de Adresboeken 1932, 1934, 1936, 1938, 1940 is hij “chef-commies N. Sp.”

Ook in 1948, 1951, 1955, 1959 woont H. Sipman er nog, dan is er echter geen beroep vermeld.

In 1951 staat ook P. Stol, onderwijzer vermeld.

In 1963 staat mw. M. van den Berg, onderwijzeres op dit adres en in de Adresboeken 1966, 1968, 1971 arts H. Wernik.

Jan Dullaart

Jan Dullaart (Linschoten, 26 november 1891 – Hilversum 7 juni 1957)

Er is al veel geschreven over het werk van Dullaart in Hilversum, waar al een aantal mooie sites over bestaan. Zie daarvoor vooral de gebruikte bronnen.

Jeugd en opleiding

Hij werd geboren in Linschoten. Zijn ouders waren Jan Dullaart en Lijntje Visser. (https://www.geheugenvanbaarn.nl/kijken/beeldbank?view=foto&id=5240, https://www.openarchieven.nl/nha:EF139F87-BC76-4D86-9EFF-2D8FA6900F72). Daarbij was Lijntje de 2de vrouw van zijn vader. Zijn ouders sterven echter al jong: Lijntje op 3 maart 1895 https://www.openarchieven.nl/hua:96E838A7-6A7E-4731-AFF0-FCA8C041171D en zijn vader op 7 januari 1897 (Boedelscheiding 26-8-1897) https://www.openarchieven.nl/rel:eedae98c-612d-f38e-0b8e-37eba34b0019. Bij de boedelscheiding staat Pieter Adrianus Kruithof, schilder te Linschoten als voogd en Leendert Dullaart, timmerman te Utrecht, als toeziend voogd over de minderjarigen.

https://items.amsterdamse-school.nl/details/persons/976 noemt dat Jan werd opgevoed door een oudere broer, Nol.

Dullaart volgde van 1906-1909 tekenlessen aan de vaktekenschool in Woerden. “Aanvankelijk werkte hij samen met deze broer en later als opzichter tekenaar bij verschillende architecten en aannemers, waaronder de oude Brinkman in Rotterdam. “ (https://items.amsterdamse-school.nl/details/persons/976) Het is nog niet bekend met welke jaren het “aanvankelijk” is bedoeld.

Hij zal op 7 september 1920 op 28-jarige leeftijd trouwen met Catharina Geertrui van der Smit, geboren te Hilversum en dan 28 jaar oud. https://www.openarchieven.nl/nha:EF139F87-BC76-4D86-9EFF-2D8FA6900F72. Ze zullen 4 kinderen krijgen. Het gezin gaat wonen op Trompenbergerweg 37. (https://steengoedhilversum.nl/jan-dullaart/)

“Timmerman” in Amsterdam

Op 13 januari 1912 gaat hij in Amsterdam wonen. Hij is dan afkomstig uit Linschoten en zijn beroep is “timmerman”. Aanvankelijk woont hij in bij Baas, A.F. Rustenburgstraat 266 en vanaf 10 mei bij Weduwe Welckey (?), Ger. Doustraat 3 c II. Op 26 mei 1914 vertrekt hij naar Nijmegen. (Stadsarchief Amsterdam te Amsterdam, Deel: 156, Periode: 1930, Amsterdam, archief 5416, inventaris­num­mer 156 https://www.openarchieven.nl/saa:b0846c0d-6eaf-4ad8-9967-63bbc46badbc)

Nijmeegse jaren

Ook voor de Gemeenschap blijkt hij al bekend te zijn met Nijmegen: hij heeft er zelfs een aantal jaren daarvoor gewoond. Helaas is nog niet bekend waar hij zijn functie als “bouwkundige” heeft uitgevoerd. In ieder geval heb ik nog geen vermeldingen in kranten van hem gevonden; mogelijk/waarschijnlijk werkte hij op dat moment nog niet zelfstandig.

Van 26 mei 1914 tot en met 9 maart 1916 woont hij in Nijmegen, op Parkweg 76. Van beroep is hij bouwkundige. Hij is dan afkomstig uit Amsterdam en bij “waarheen vertrokken” staat slechts “ambtshalve”. Met onder aanmerkingen: “16 feb. 17 duplicaat afgegeven op Hilversum, Asterstr. 44”. (Bevolkingsregister 1910). https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=2311704956&nav_id=1-1&index=0. In het Adresboek 1914-1915 komt P. en J. Dullaart voor op 76, evenals B. v. der Mee. Ook komt J. Dullaart op nummer 76 in een ander Adresboek 1914-1915 en tevens 1915-1916.

In 1914 slaagt hij voor het examen Boekhouden en Handelscorrespondentie voor de praktijk. Dan is hij “van Nijmegen”. (De courant, 7-12-1914)

Architectura et Amicitia

In 1916 werd hij lid van het architectengenootschap Architectura et Amicitia waar hij in contact kwam met de jonge generatie architecten van de Amsterdamse School. (https://items.amsterdamse-school.nl/details/persons/976)

In november 1917 wordt Dullaart, bouwkundig tekenaar te Hilversum, voorgesteld als een van de “Gewone Leden voorgesteld de navolgende Buitenleden” (Architectura; orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia, jrg 25, 1917, no. 47, 24-11-1917)

Raadhuis Linschoten

In 1917 krijgt hij opdracht tot het ontwerpen van een nieuw gemeentehuis in zijn geboorteplaats, waar hij ook de regie voerde over de bouw. “ Enige jaren daarna vestigde hij zich in Hilversum, waar hij een kantoor opende aan de Javalaan.” (wikipedia)

Heerlen

Advertentie Jan Dullaart in Heerlen (Limburgsch dagblad, 23-8-1919)
Advertentie Jan Dullaart in Heerlen (Limburgsch dagblad, 23-8-1919)

In ieder geval is Dullaart eind december 1918 gevestigd in Heerlen, waarbij hij een nieuwsjaarsgroet doet. Zijn adres is dan Oranje Nassaustraat 20 (Limburgsch dagblad, 31-12-1918). Rond 1919 verschillende advertenties van de architect Jan Dullaart.

Waarschijnlijk is hij bij Pieter Dullaart gaan wonen (wat gezien de acte van scheiding in 1897 zijn broer zal zijn). Pieter heeft in 1917 de firma P. Dullaart, een schildersbedrijf. Aanvankelijk op Oranje Nassaustraat 28, later op 20 (wat mogelijk een hernummering is). https://historischcentrumlimburg.nl/bronnen/archieven/archieven-heerlen?mivast=1540&mizig=982&miadt=62&miview=ldt&milang=nl&mizk_alle=Dullaart Merk daarbij op dat wij ook in Nijmegen in 1914-1915 al een P. Dullaart tegenkwamen.

Het is nog onbekend of de vestiging in Heerlen op dat moment zijn enige vestiging was of dat hij besloten had in Limburg alleen te adverteren met zijn kantoor in Heerlen. In mei 1920 is er wel een advertentie gevonden, waarbij “Architect en Ingenieursbureau Jan Dullaart” zowel een adres in Hilversum als Heerlen heeft. (Limburgsch dagblad, 22-5-1920)

In 1919 is hij lid van de commissie voor de étalageversiering ter ere van het “groote Nationale Feest”: Koninginnedag 1919, welke op 31 augustus zal plaatsvinden, het eerste sinds 1913. (Limburger koerier, 23-8-1919)

https://steengoedhilversum.nl/jan-dullaart/ noemt: “Hij houdt op maar liefst twee plaatsen kantoor, in Hilversum op de Javalaan 13, en in Heerlen op de Vlotlaan”. Hoewel het eigenlijke document nog niet is ingezien, noemt 236-Z Historisch Centrum Limburg https://historischcentrumlimburg.nl/bronnen/archieven/archieven-heerlen?mivast=1540&mizig=210&miadt=62&miview=inv2&milang=nl&mizk_alle=Dullaart&micode=016 de toekenning van een premie aan P. Dullaart voor de bouw van een woning in 1921/1922: waarschijnlijk hetzelfde adres als het bureau van Jan?

“In Heerlen wordt overigens nog steeds een door hem ontworpen huis door familie bewoond. Ondanks dat hij zo veel en zo hard werkt, heeft hij altijd tijd voor zijn kinderen, hij is een uiterst aardige en aimabele man, gedreven en eigenwijs, maar ook lief en zorgzaam.” (steengoedhilversum).

Advertentie Jan Dullaart in Hilversum en Heerlen (Limburgsch dagblad, 22-5-1920)
Advertentie Jan Dullaart in Hilversum en Heerlen (Limburgsch dagblad, 22-5-1920)

Woningcomplexen

Zoals gezegd lijkt Dullaart vooral bekendheid te genieten als ontwerper van villa’s en landhuizen. Een van de vragen waarom dit artikel is geschreven, was waarom juist een Hilversumse architect voor de bouw van de Spoorbuurt werd gekozen.

Dé reden is nog niet gevonden. Wel is opvallend dat Dullaart al aanwezig is bij de oprichtingsvergadering van de Gemeenschap. Het is niet vreemd dat een architect betrokken is bij de oprichting (al was het alleen maar dat er immers woningen gebouwd moeten worden). Wel lijkt het dat door de aanwezigheid bij de oprichtingsvergadering er al een connectie bestond van vóór de oprichting. We hebben al gezien dat Dullaart een aantal in Nijmegen actief was geweest als “bouwkundige”, dus mogelijk kenden mensen hem nog.

Dullaart zou sowieso nog een aantal andere woningbouwcomplexen ontwerpen. Waaronder de Middenstandsbouwvereeniging van Heerlen en van Woerden: beiden in 1920. Daarbij speelde Dullaart in beide gevallen een rol in de oprichting; in ieder geval daarna realiseerde hij ook nog een aantal woningbouwcomplexen:

  • In februari 1920 is hij een van de oprichters van de “Middenstandsbouwvereeniging te Heerlen”: Dullaart wordt secretaris van het voorlopig bestuur. Het doel van de vereniging is het “met behulp van Rijk en Gemeente, het doen bouwen van goed inrichte Midddenstandswoningen, op nader door B. en W. aan te wijzen bouwplaatsen.”  (Limburgsch dagblad, 23-2-1920)
  • In juni 1920 wordt de “Middenstandsbouwvereeniging Woerden” opgericht. Het doel is te komen tot de bouw van een 25-tal woningen. “Verschillende tecchnische punten werden uitgevoerig toegelicht door den architect Jan Dullaart, uit Hilversum. (Utrechtsche courant, 15-6-1920)
  • Rond 16 september (“vanmorgen” 1925 vindt de eerstesteenlegging plaats van de “Eendracht”: een complex van 253 woningen aan de Van Duylstraat in Rotterdam van 253 woningen. De Eendracht is een bouwvereniging van spoorwegpersoneel. (Rotterdamsch nieuwsblad, 16-9-1925)
  • Het 6e complex van de Utrechtsche Woningstichting: blok van 67 woningen aan de Noordzeestraat, Grevelingestraat, Dongestraat en Walstraat. Het stichting heeft dan al 5 complexen in de omgeving van de Rijnstraat. Op 27 januari 1931 zal de aanbesteding plaats vinden. (De standaard,23-1-1931) De aanbesteding wordt gegund aan de aannemers H.D. Slagmolen en A. van Rossum te Utrecht voor f189.950. (Het bouwbedrijf; maandblad voor bouwkunde, techniek en handel, jrg 8, 1931, no. 8, 3-4-1931)

Gooisch Grondbezit

In 1928 richt hij samen met E.G. van der Smit, een makelaar uit Hilversum, het “Gooisch Grondbezit” te Hilversum. (Algemeen Handelsblad, 30-3-1928) https://items.amsterdamse-school.nl/details/persons/976: “Samen met zijn zwager, E.G. van der Smit ontwikkelde Dullaart verschillende huizenprojecten, onder meer in Hilversum. Ook richtten zij de nv Gooisch Grondbezit op. Van der Smit trad op als assuradeur, makelaar en geldschieter; Dullaart als architect. Zo verzekerde hij zich op een handige manier van werk.”

Oorlog

In de Tweede Wereldoorlog wordt de woning aan de Trompenbergerweg gevorderd door Generaal Blaskowitz van de Wehrmacht. Het gezin vertrekt dan naar Javalaan 13, waar hij eerder kantoor hield in de tuin. Ze zullen daar tot einde van de oorlog blijven wonen.

Witte Kruis

Een andere organisatie waarvoor Dullaart actief is geweest, is het Witte Kruis. Een aantal werken staan hieronder weergegeven.

In november 1941 wordt Dullaart tot hoofdbestuurslid van de Noordhollandsche Vereeniging “Het Witte Kruis” (Haarlem’s Dagblad , 8-11-1941)

Na de Tweede Wereldoorlog

Ook werkte Dullaart aan de wederopbouw. Hij ontwierp onder andere gezinswoningen aan de Moerbeilaan in Hilversum in 1950 en 1951, het Witte-Kruisgebouw te Amstelveen in 1955. En in 1957 flatgebouw Corversbos te Hilversum voor alleenstaande werkende vrouwen, in de volksmond “de hunkerbunker” genoemd.

Gevonden werken

  • “Gedeeltelijk amoveeren en het ter plaatse weder opbouwen en verbouwen van een Mode Magazijn aan de Voorstraat te Woerden” voor rekening van N.V. Nederland v.h. D. Engel Jr., aanbesteding 15 augustus 1919; architect Jan Dullaart, Hilversum (De standaard, 6-8-1919)
  • Villa Weisterbeek, Herstraat 53 te Horst, 1921, voor textielfabrikant J. Rutten (https://www.watertorens.eu/pdf/limburg%20sten009monu08_01.pdf)
  • Winkel-woonhuis, ‘s-Gravelandseweg 10 Hilversum
  • Schoutenstraat 21, Hilversum, 1922-1928
  • Lutherse kerk, Bergweg 6, Hilversum, 1923
  • Villa Bergshof (nu kantoor IKON), Bergweg 16, Hilversum, 1923
  • Sophialaan Hilversum, 1923-1927
  • Dubbel woonhuis, Javalaan 4-4a, Hilversum, 1924 (Wendingen)
  • Winkel-woonhuis, Kerkstraat 98, Hilversum, 1924, Drogist De Vries (Opdrachtgever) (Wikipedia en Wendingen)
  • Villa, Albertus Perkstraat 68, Hilversum, 1925 (tgooi)
  • Villa de Kameel, Celebeslaan 47, Hilversum, 1926, rijksmonument, Jac. van den Bergen (Opdrachtgever) (Wikipedia en Wendingen; tgooi noemt Insulindelaan 19)
  • Villa de Bult/ Benvenuta, Bussumergrintweg 40, Hilversum, 1928, rijksmonument (wikipedia en tgooi)
  • Brug over Nagtglassloot, Paulus Potterlaan, Naarden, 1928, gemeentemonument (wikipedia en tgooi)
  • Villa, ‘s-Gravelandseweg 91, Hilversum, 1929
  • Dubbele villa Rembrandtlaan 16, Naarden, 1931
  • Villa Butterfly, ‘s-Gravelandseweg 91, Hilversum, 1931
  • Julianakerk, rond 1931 (De standaard,23-1-1931)
  • 7 herenhuizen, “achter de nieuwe Ned. Herv. Julianakerk aan de Rijnlaan, hoek Hunzestraat…. alle met het front aan de Merwedekade, de beide Hoekpanden aan de Hunzestraat en de Zijldiepstraat”, opdrachtgever aannemer P. v.d. Poll Utrecht (De standaard, 23-1-1931)
  • Dubbele Villa, ‘s-Gravelandseweg 89a en 89b, Hilversum, 1934
  • Dubbele Villa, ‘s-Gravelandseweg 89c, Hilversum, bekend geworden als woonhuis van Pieter Menten, Laan van Vogelenzang 1, Hilversum, 1939 (wikipedia en tgooi)
  • Witte Kruis gebouw Hilversum (Amersfoortsch Dagblad / De Eemlander | 1933)
  • Plan voor Witte Kruis gebouw (onduidelijk of het doorgang heeft gevonden en welk gebouw dit betreft: mogelijk die van Egmond aan Zee, maar mogelijk een ander binnen Noord-Holland) (Noord-Hollandsch Dagblad : ons blad | 1-11-1936)

Kijk vooral ook op https://hilversum2.clubs.nl/nieuws/detail/2020984_architect-jan-dullaart-1891-1957-linschoten-hilversum?utm_source=chatgpt.com met een grote inventarisatie van zijn werk in Hilversum met foto’s en bouwtekeningen.

Overig

In 1931 is Dullaart een van de oprichters  van de vereniging Werkmeesters-Teekenplank  binnen de Vrijmetselarij. Hij is dan “Bouwmeester” en behoort bij de “Gooische Broederschap” (Maçonniek tijdschrift, jrg 22, 1931-1932, 01-01-1931)

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Jan_Dullaart

https://items.amsterdamse-school.nl/details/persons/976

https://www.tgooi.info/regio/architecten_werken.php#dullaart

https://www.dudokarchitectuurcentrum.nl/wp-content/uploads/Folder-Open-Monumentendag-2019.pdf

https://items.amsterdamse-school.nl/details/objects/434

Prinsenlaan

Deze pagina verzamelt reeds verschenen artikelen over de Prinsenlaan. De naam Prinsenlaan Op 5 maart 1904 stelt de Gemeenteraad een…

Villapark Hees

1902 “Villapark onder Hees. Wij hebben indertijd reeds gesproken van het villapark, dat onder leiding van den architect den heer…