De Gemeentelijke Hogere Burgerschool (HBS) met links de Stieltjesstraat, 1900 (F19580 RAN)
De Hogere Burgerschool is in 1899 ontworpen door de stadsarchitect Weve. Het pand is gesloopt en vervangen door appartementen.
Vooraf:
1863: een nieuw schooltype
Het schooltype van de Hogere Burgerschool werd in 1863 ingevoerd bij de eerste wet voor middelbaar onderwijs onder de regering Thorbecke. In de huidige vorm is het vergelijkbaar met havo/atheneum. Deze opleiding kwam naast het gymnasium, dat reeds bestond. In de zesde klas van de lagere school moesten leerlingen een toelatingsexamen doen, om toegelaten te worden tot hbs, gymnasium of lyceum.
De hbs was bedoeld voor degenen, die geen wetenschappelijke opleiding wilden volgen, maar wel een brede algemene ontwikkeling en maatschappelijk nuttige kennis wilden opdoen. Zodat ze voorbereid werden op “hogere” functies binnen handel en industrie. De vakken bestonden uit boekhouden, handelskennis, moderne talen, alsmede wis-, natuur- en scheikunde (zoals Huis van de Nijmeegse Geschiedenis aangeeft: feitelijk een “B-pakket”). De hbs was aanvankelijk alleen bestemd voor jongens. Vanaf 1871 mochten meisjes worden toegelaten, maar zij hadden vooraf wel toestemming van de minister nodig. Aanvankelijk duurde de opleiding 3 jaar (bij een aantal bijzonder scholen bij uitzondering 5 jaar).
1865: besluit HBS in Nijmegen
Het voormalige nonnenklooster “Bethlehem”, sinds 4 september 1865 in gebruik als de Hogere Burgerschool (HBS); de versierde ingang t.g.v. het 25 – jarig jubileum van directeur de Hartog, mei 1890 (F27437 RAN)
Daarop besloot de Gemeenteraad op 17 februari 1865 tot verordening voor de middelbare scholen te Nijmegen. Daarbij kwamen er een hogere burgerschool (hbs) met een driejarige cursus en een burgeravondschool. Ze waren beide werden gevestigd in Huize Bethlehem, een voormalig klooster en weeshuis op de Hessenberg.
Groei aantal leerlingen en slechte huisvesting
De Burgeravondschool had in 1881 26 leerlingen en 10 leraren, terwijl de hbs 58 leerlingen en 14 leraren had. Vanaf 1867 duurde de hbs 5 in plaats van 3 jaar. Zoals wikipedia over de landelijke trend aangeeft: “Anders dan verwacht werd vooral de vijfjarige hbs een succes, de driejarige hbs werd grotendeels verdrongen door de mulo, waar in vier jaar dezelfde stof onderwezen werd. Bovendien gaf het overgangsbewijs naar de vierde klas van de vijfjarige hbs dezelfde rechten als het eindexamen driejarige.”
Vooral tussen 1880 en 1895 groeide de hbs sterk. In 1900 zou de school 190 leerlingen tellen. De gemeenteraad besloot vanwege deze grote toename en de slechte huisvesting in 1896 tot nieuwbouw van de Gemeentelijke Hogere Burgerschool.
De Hogere Burgerschool van architect Weve
Toegangspoort van de Gemeentelijke Hogere Burgerschool (HBS)
, 1975 (Evert F. van der Grinten via F78594 RAN CCBYSA)
In 1899 opent de nieuwe Hoogere Burgerschool op de Kronenburgersingel. De Gelderlander schrijft daarover:
“Het monumentale gebouw der nieuwe hoogere burgerschool, dat zich als een wezenlijk sieraad onzer gemeente aan den Kronenburgersingel verheft, zal nu eerlang in gebruik worden genomen. A.s. Vrijdag zal het worden bezichtigd door burgemeester en wethouders, alsmede de leden van de gemeenteraad, terwijl het Zaterdag en Zondag daarop ter bezichtiging zal worden opengesteld voor ouders, voogden en verzorgers van leerlingen zoowel van de burgerschool als van de burgeravondschool.
Maandag worden in het gebouw reeds examens afgenomen en Dinsdag worden de leerlingen verwacht, wien er hun plaatsen moeten aangewezen worden.
Het zal voor hen een kolossale verandering en verbetering zijn, in aanmerking genomen de gebrekkige localiteit, waarmee men zich in het thans verlaten gebouw heeft moeten behelpen. Hier overal ruime, lichte lokalen, breede gangen; overal openen de hooge vensters op frisch geboomte en blauwe lucht, terwijl geen stadsgewoel de voor het onderwijs gevorderde stilte stoort.
Het trotsche gebouw, waarvan wij eerlang een in bijzonderheden afdalende beschrijving hopen te geven, mag in zijn soort een model-inrichting genoemd worden, zooals er maar weinige in het land worden aangetroffen. Het verwondert ons dan ook niet, dat, toen onlangs de groote bouwmeester Cuypers onze stad bezocht, hij onzen stads-architect zijn bijzondere voldoening betuigde over deze zijn jongste schepping. De heer Weve toch is niet alleen een bouwmeester die fraaie lijnen en sierlijke vormen zoekt: vóór alles is het hem om de practische doelmatigheid te doen; hij behoort tot de rationeele school, die van het beginsel uitgaat dat het vormen- en lijnenschoon in hoofdzaak niets anders behoort te zijn dan geidealiseerde doelmatigheid.” (De Gelderlander 27/8/1899)
Vervolg
De Gemeentelijke Hogere Burgerschool (HBS) op de hoek met de Stieltjesstraat, 1907 (F19576 RAN)
Vanaf 1906 was de toelating vrij: ook meisjes mochten zonder dat ze vooraf van de minister nodig hadden naar de hbs. In 1917 kreeg de hbs de erkenning dat het als voorbereiding mocht dienen als toelating voor de universiteit.
HBS-B
In 1924 werd de hbs in de landelijke regelgeving hernoemd tot hbs-b. Daarnaast kwam een nieuw type hbs, de hbs-a welke een opvolger was van de Handelsschool. Op de hbs-a lag de nadruk op economische vakken en moderne talen. De splitsing tussen a en b vond daarbij plaats vanaf het 4e studiejaar. In Nijmegen kwam in 1937 een hbs-a, ter vervanging van de Middelbare en Hogere Handelsschool.
Vervolg
Gemeentelijke Hogere Burgerschool (HBS) (anno 1897/1899), links de Stieltjesstraat, 1970-1975 (Evert F. van der Grinten via F79159 RAN CCBYSA)
Vanaf 1906 was de toelating vrij: ook meisjes mochten zonder dat ze vooraf van de minister nodig hadden naar de hbs. In 1917 kreeg de hbs de erkenning dat het als voorbereiding mocht dienen als toelating voor de universiteit.
In 1924 werd de hbs in de landelijke regelgeving hernoemd tot hbs-b. Daarnaast kwam een nieuw type hbs, de hbs-a welke een opvolger was van de Handelsschool. Op de hbs-a lag de nadruk op economische vakken en moderne talen. De splitsing tussen a en b vond daarbij plaats vanaf het 4e studiejaar. In Nijmegen kwam in 1937 een hbs-a, ter vervanging van de Middelbare en Hogere Handelsschool.
De hbs-b zou tot 1968 -toen dit schooltype in de Wet op het Voortgezet Onderwijs (de Mammoetwet) werd vervangen door havo en atheneum- in dit gebouw blijven; de laatste leerlingen slaagden in in 1972. In 1968 wordt de school onderdeel van de Stedelijke Scholengemeenschap Nijmegen (SSgN), afdeling atheneum. In 1980 vertrekt de school, samen met alle 5 locaties van de SSgN, naar 1 locatie naar de nieuwbouw in de Lamastraat. De verlaten school wordt gekraakt, waarop het vervolgens afbrandde. Vervolgens is het gesloopt en vervangen door de huidige appartementen.
(Overige) Bronnen en verder lezen
https://www.ssgn.nl/Onze-school: de eigen site van de school. Hier staan tevens 4 leuke magazines, uitgegeven ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van de school
1927 Ziekerstraat 132 Hoek Ziekerstraat/Tweede Walstraat Centrum
Ziekerstraat 130-132, Tweede Walstraat 40
voorheen bakkerij de Postduif, architect Arntz, september 2023
Nadat bakker Sanders 20 jaar zijn zaak op de Zeigelbaan had gehad, laat hij een nieuwe bakkerij bouwen op de hoek van de Ziekerstraat en Tweede Walstraat. Daar laat hij architect Arntz een bakkerij met remise, twee winkelhuizen en vier bovenwoningen ontwerpen.
Een van de winkelhuizen gebruikt hij zelf. Hij noemt zijn zaak “De Postduif”, naar de postvlucht van luitenant Koppen. Daarnaast bevond de bakkerij zich in de buurt van het postkantoor. In januari 1946 neemt van der Krabben de bakkerij over van de weduwe van bakker Sanders. Zolang het een bakkerij gewest is, heeft deze altijd “De Postduif” geheten. Tegenwoordig (september 2023) zit hier boetiek de Kameleon.
De eerstgevonden vermelding van H.A. Sanders op Zeigelbaan 45a is in het Adresboek van 1909.
Advertentie opening bakkerij de Postduif (1-12-1927)
De Postduif van luitenant Koppen
Nu willen wij natuurlijk ook weten wat die postvlucht van Koppen wel niet was. De Postduif was het eerste driemotorige vliegtuig welke op en neer van Nederland naar Nederlands Indië was gevlogen. Daarbij was het de eerste officiële postvlucht naar Indië, waarvoor het 17,5 kilo post overbracht. De heenvlucht begon op 1 oktober en duurde 9 dagen. De terugvlucht duurde 10 dagen, waarbij het toestel 28 oktober weer in Nederland aankwam. (https://www.dbnl.org/tekst/_nee003193401_01/_nee003193401_01_0041.php)
Electrische Brood-, Beschuit- en Banketbakkerij “De Postduif”
Het PGNC schrijft bij de opening in 1927
Rechts Bakkerij de Postduif; Gezien vanuit de Van Schevichavenstraat. Rechts de Van Broeckhuysenstraat. Links van het midden de Tweede Walstraat, architect Arntz, datering 1938-1940 (F2567 RAN)
“De Ziekerstraat, en wel in het bijzonder het hoogste gedeelte, ondergaat den laatsten tijd eene moderniseering, welke het aanzien van deze straat steeds verbetert. Verschillende panden zijn herbouwd en thans is ook op den hoek van de Ziekerstraat en de Tweede Walstraat een complex gebouwen verrezen, welke bepaald een verfraaiing van dit stadsgedeelte hebben gebracht. Het zijn twee winkelhuizen in de Ziekerstraat en vier bovenwoningen, waarvan een aan deze straat en drie aan de Walstraat.
In het hoekperceel is hedenochtend geopend de Electrische Brood-, Beschuit en Banketbakkerij van den heer H.A. Sanders, welke totdusver gedurende twintig jaren aan de Zeigelbaan 51 is gevestigd geweest. Ter herinnering aan de vlucht van luitenant Koppen naar Indië en terug heeft de eigenaar zijn nieuwe zaak “De Postduif” gedoopt, een naam, mede toepasselijk door de nabijheid van het Postkantoor. De architect van het complex, de heer G.J. Arntz, die op dit bouwwerk trotsch mag zijn, heeft aan het voornaamste perceel den winkel en bakkerij “De Postduif”, veel zorg besteed. Hij heeft met de beschikbare ruimte gewoekerd en een zaak tot stand gebracht, waarbij het fraaie en het praktische hand in hand gaan. Het gebouw is in hoofdzaak opgetrokken in gele klinkers met een plint van Zweedsch graniet. Een ronde erker boven den hoofdingang doet het goed in den voorgevel en biedt uitzicht tot op den Mariënburg. De winkel ziet er van binnen vroolijk uit en beantwoordt aan de hoogste eischen van hygiëne, zooals het in een moderne bakkerszaak behoort. Er is veel glas in lood en zonneglas in de ramen, de muren zijn betegeld en de vloer eveneens. Zachte kleuren doen het oog aangenaam aan. Achter den winkel in een vertrek, dat tevens als kantoor dienst doet, staat een electrische roggebrood-snijmachine. De bakkerij is ruim en frisch. Licht en lucht kunnen vrij binnenstroomen. Een derde gedeelte van de bakkerij wordt ingenomen door een prachtige heete-luchtoven. Moderne apparaten, waaronder twee electrische mengmachines, completeeren de inrichting van deze mooie bakkerij. Daarachter is een remise voor de broodwagens met uitgang in de Walstraat gelegen.
Advertentie De Postduif in PGNC 6/4/1928
Het geheel maakt een uitstekenden indruk en de Ziekerstraat is met “De Postduif” een mooie zaak rijker geworden.
De volgende firma’s hebben tot volle tevredenheid van den heer Sanders aan den bouw meegewerkt aannemer H. Seegers, schilder F. v. Doorn, electrische installatie Beukering en Co., stucadoor W. Rokers, sanitair W. Engelaar, glas in lood E. v. Bilderbeek, tegels v.d. Venne en van der Sluys, heete-luchtovens H.P. den Boer, Dordrecht; glasplafond v. Beekum, Hilversum.” (PGNC 3/12/1927)
Bouwtekening Plan tot het bouwen van een bakkerij, een remise, twee winkelhuizen, vier bovenwoningen op een terrein hoek Ziekerstraat en Tweede Walstraat Nijmegen, architect Arntz, 25-3-1927 (Detail D12.391403)
Van der Krabben
Overdracht De Postduif aan J.B.A. v.d. Krabben, De Gelderlander 3/1/1946
In januari plaatst de weduwe van Sanders een advertentie dat zij de bakkerij overdraagt aan de heer J.B.A. van der Krabben. Hij hoopt daarbij op 5 januari open te kunnen gaan.
“De Postduif” staat bij veel Nijmegenaren vooral bekend als bakkerij van de familie Krabben.
Boetiek
Tegenwoordig zit hier kledingboetiek de Kameleon. Op haar site: “De voormalige bakkerij ‘De Postduif’ is verbouwd tot een eerlijke boetiek. Er is gekozen voor onbewerkte materialen zoals: douglas hout, blauwstaal, koper, baksteen en beton. De winkel heeft in het oog springende elementen zoals de geel geglazuurde stenen aan de buitenzijde, een koperen balie, de grote houten kastenwand en de glazen vloer.” (https://kameleonnijmegen.nl/winkel)
2 recht, 2 rond
Let ook eens op de gebouwen op deze kruising, die met z’n vieren een mooi geheel vormen: schuin tegenover is er eveneens een pand -de Papaver- met een ronde hoek. Terwijl de andere 2 panden juist een scherpe hoek hebben.
Architect Claase ontwerpt in 1911 een drukkerij en een aantal beneden- en bovenwoningen voor de Gebroeders Janssen in de Pijkestraat. Hierna volgen enkele verbouwingen en uitbreidingen naar ontwerp van Claase en Estourgie. In 1968 verhuist de drukkerij. Daarna is het vooral bekend als atelierruimte. Rond 2015 vond een verbouwing naar appartementen plaats.
Ontwerp architect Claase
Op 10 november 1911 krijgen de broers W. en A.J. Janssen uit Lent vergunning tot het oprichten van een “door elektriciteit gedreven drukkerij aan de Pikkegas No. 7a kadastraal bekend Nijmegen, sectie C, Nos. 5930 en 5931. (De Gelderlander 12/11/1911). Het betreft 2 electro motoren van in total 3 Pk. (PGNC 27/9/1911)
Op 7 augustus 1911 zal aanbesteding plaats vinden van “Het bouwen van Beneden- en Bovenwoningen met daarachter gelegen Drukkerij, Kantoor en Werkplaatsen op een terrein aan de Pikkegas.B.J. Claase is de architect. (PGNC 30/7/1911)
De drukkerij: Plan voor het bouwen van een boekdrukkerij met vier beneden en vijf bovenwoningen aan de Pikkegas te Nijmegen op een terrein kadastraal Sectie C Nos 5930 5931 6098 voor de heeren Gebr W en A J Janssen te Lent, Nijmegen, Juli 1911 (D12.382454)De woningen: Plan voor het bouwen van een boekdrukkerij met vier beneden en vijf bovenwoningen aan de Pikkegas te Nijmegen op een terrein kadastraal Sectie C Nos 5930 5931 6098 voor de heeren Gebr W en A J Janssen te Lent, Nijmegen, Juli 1911 (D12.382454)
Op 25-11-911 staat een advertentie dat Gebr. Janssen hun drukkerij hebben verplaatst naar de Pikkegas. (PGNC 25/11/1911). Een advertentie uit januari 1912 noemt als adres Pikkegas 27. PGNC 28/1/1912). In januari hebben ze daarbij ook een binderij ingericht. (PGNC 4/1/1914)
Vergroting en verbouwing Claase
Op 6-6-1914 vindt in opdracht van de Gebr. Janssen aanbesteding plaats van het “vergrooten en verbouwen van hun Drukkerij en Binderij aan de Pikkegas No. 27” door architect B.J. Claase (PGNC 31/5/1914).
Plan voor uitbreiding der drukkerij voor de heeren Gebroeders W. en A.J. Janssen, Mei 1914 (D12.382456)
Op 27 februari 1917 krijgen de Gebr. Janssen vergunning tot het uitbreiden van hun drukkerij in perceel Sectie C, No. 6163. (PGNC 1/3/1917). Deze bouwtekening heb ik vooralsnog niet gevonden.
Architect Bernardus Joannes Claase (Rotterdam, 14 september 1862 – Nijmegen, 29 januari 1919). Zijn bekendste werk is de St.Jozefkerk aan het Keizer Karelplein (tegenwoordig Titus Brandsma Gedachteniskerk).
Verbouwing en uitbreiding door Architect Estourgie
Op 12-9-1933 krijgt de “Firma Gebr. Janssen, alhier, en hare rechtverkrijgenden” vergunning tot het uitbreiden van de door elektriciteit gedreven zetterij, drukkerij en binderij in het perceel Pijkestraat 27, Sectie C, no. 6814. (PGNC 15/9/1933). Afgaande op de inventaris weergave van Estourgie heeft architect Estourgie deze uitbreiding ontworpen en tevens een uitbreiding in 1925. Bij de beschrijving inventarisnummer 140 staat:
“Pykestraat 27 (Pikkegas), Bouw van een arbeiderswoning; veranderen en uitbreiden magazijnen en werkplaats. Bouw van een kantoor; uitbreiding drukkerij Opdrachtgever A.J. Janssen”, periode 1925 en 1933″. Estourgie ontwierp daarnaast de verbouwing van Pijkestraat 1, eveneens voor de Gebroeders Janssen.
40 jarig bestaan
40 jarig bestaan van Drukkerij Gebr. Janssen, november 1951 (GN44259 RAN)
In 1951 bestaat de drukkerij 40 jaar. “Al die tijd staat de heer A.J. Janssen aan het hoofd van zijn bedrijf, waarin twaalf personeelsleden werken, die al meer dan dertig jaar in zijn zaak werken. De laatste jaren is de heer Ph. Janssen zijn vader behulpzaam in de leiding.” (De Gelderlander 27/10/1951). In 1955 viert de boekdrukker Joh. Popping dat hij 40 jaar bij Drukkerij Gebr. Janssen in dienst is. Daarbij zijn“…het aantal 40-jarige en zilveren jubilarissen niet meer op vingers van twee handen te tellen.” (De Gelderlander 19/7/1955). In 1956 is C.L. Meuleman de 5e waarbij het veertigjarige dienstjubileum wordt herdacht (De Gelderlander 29/9/1956).
Verhuizing
Op 29-8-1968 verhuist de drukkerij, Drukkerij Gebr. Janssen N.V. , naar Energieweg 40 (toelichting bij foto F51520 Opening van Drukkerij Gebr.Janssen N.V., links burgemeester De Graaf en rechts directeur Flip Janssen.)
Michelotti, ateliers en verbouwing
Pijkestraat gezien vanaf de Hessenberg (rechts) in de richting van de Lange Hezelstraat met op nummer 27 de Firma Michelotti, 1976 (Evert F. van der Grinten via F78973 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
Michelotti
Of Michelotti meteen de volgende gebruiker was, is niet bekend. Wel komt hij voor bij de aanvragen voor hinderwetvergunningen in 1970 en 1971 met een fabriek voor vervaardiging van kunstnijverheids- en souvenirartikelen. (Inventarisnummers 3452 en Verwijzing van het RAN; de vergunning zelf is nog niet ingezien).
In het Adresboek 1971 komt Michelotti en Zn. onder de kop “Souvenirart.fabr.” voor op Biezenstraat 42.
Daarnaast is er een verwijzing naar een aanvraag voor een hinderwetvergunning in 1978 gevonden Fabriek voor vervaardiging van kunstnijverheids- en souvenirartikelen voor de Roggeweg 18 en 20. (Inventarisnummer 7328). Of dit een verhuizing was of uitbreiding is niet bekend.
In ieder geval zal Pijkestraat 27 vaak de naam “Michelottipand” hebben.
Ateliers
Pijkestraat 9 t/m 27, juli 2019 (Google Streetview)
Rond 2014 is het complex al meer dan 30 jaar in gebruik als atelierruimte.
Dan worden de sloopplannen bekend: de atelierruimtes zullen plaats moeten maken voor nieuwbouw. De kunstenaars richten samen met bewoners een lobby op om het complex te behouden als industrieel en cultureel erfgoed. Daarvoor maken ze deze film: https://edvanteeseling.wordpress.com/2014/06/09/ateliercomplex-pijkestraat-27/
In oktober 2015 moeten de kunstenaars echter het pand verlaten, zodat een projectontwikkelaar het complex kan verbouwen tot appartementen. Dit was een onderdeel van 1 groot project waar naast deze drukkerij ook het oude Belgische Consulaat en de Kruittoren onder viel.
Ed van Teeseling was vanaf het begin een van de gebruikers, tot aan zijn overlijden in 2008. Op 24 en 25 oktober van dat jaar nemen de kunstenaars Gerard Koek, Geert-Jan van Oostende, Nur Tarim, Dirk Roodenburg en Philo Welten afscheid van het pand met een verkooptentoonstelling. Zij kunnen hun atelier vestigen de voormalige Montessori-school aan de Berg en Dalseweg. Bijzonder: voor het gebouw staat een beeld “Roeiende Jongens” dat van Teeseling in 1959 had gemaakt voor deze school.
Rond 2015 heeft hier een grote verbouwing in appartementen plaats gevonden. Het renoveren van de Kruittoren viel uiteindelijk echter buiten de renovatie door Hermon Heritage.
St. Canisiussingel 23, 25 en 27, hoek Prins Hendrikstraat (september 2026)
De panden St. Canisiussingel 23, 25 en 27 zijn gebouwd door Gebroeders Haspels (Bestemmingsplan Nijmegen Centrum – Binnenstad – 8). Vaag is op bouwtekening D12.379331, links naast Bemerkingen, nog de handtekening van Haspels te zien. Bij de rioolaanleg D12.379650 is de handtekening Haspels duidelijk leesbaar.
Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel zijde, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379333)Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), gevel Prins Hendrikstraat, datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379333)
3 verschillende woningen
Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), indeling begane grond, datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379331)
D12.379331 laat de indeling zien, waarvan hier de plattegrond van de begane grond staat weergegeven. Daarbij valt op, dat de indeling van de 3 huizen aanzienlijk verschillend is.
Allereerst de plaatsing van de salon, huiskamer en serre:
De linker woning heeft de salon middenin. Met rechts de serre en daarachter de huiskamer, welke doorloopt in de eetkamer.
Het middelste huis heeft de huiskamer juist aan de voorkant, met daar achter de salon en daar de serre weer achter.
Rechts -maar deze grenst aan de Prins Hendrikstraat- heeft voor de serre, dan de huiskamer, dan de salon.
Daarnaast is opvallend dat het middelste huis een “kantoor” heeft en het rechterhuis een “spreekkamer”. Bij het linker huis is alleen sprake van een woonfunctie.
Wed. A.S. Cohen, geboren Drukker
Afgaande op de verkoop door de erven, waren de panden eigendom van de Weduwe A.S. Cohen, geboren Drukker.
Op 5 september 1906 verkopen Cornelis Karel en Dirk Jan Haspels (de firma Gebroeders Haspels), bouwkundigen en koopmannen aan Abraham Salomon Cohen, koopman een perceel bouwterrein: “liggende op den hoek van den Sint Canisius Singel en de Prins Hendrik Straat te Nijmegen, bekend op den legger der Kadastrale gemeente Nijmegen, Sectie B noordwesterlijk deel van Nummer 3567 ter grootte van ongeveer tien aren twintig centiaren, door gemelden vennootschap in eigendom verkregen ten gevolge van koop van de gemeente Nijmegen blijkens acte op dertig december negentienhonderd.” Cohen betaalt 9180 gulden. Het is nog niet bekend of het dit perceel betreft of een naburig perceel. Daarnaast valt in deze, als het daadwerkelijk om perceel van nummers 23, 25 en 27 of één daarvan gaat, op dat de Gebr. Haspels een bouwterrein in plaats van een woning verkopen.
In mei 1909 blijkt Wed. A. Cohen, Canisiussingel 27 naar Den Haag te vertrekken, Laan N.-O.-Indië 64. (PGNC 23/5/1909)
1912 Te koop
In 1912 staan St. Canisiussingel 23, 25 en 27 te koop. De eigenaren blijken dan de erven van Mevr. de Wed. A.S. Cohen, geboren Drukker te zijn.
Alle drie woningen zijn op dat moment verhuurd:
perceel 1, nummer 27, aan dr. F.A.M. Lemaire
perceel 2, nummer 25, aan M. Prakke
perceel 3, nummer 23, aan dr. J. Schouten
Vervolgens is een aankondiging van de veiling en verkoop gevonden in 1917 (PGNC 3/11/1917).
Dan zullen de woningen namens A.A. van der Borg geveild worden.
Op dat moment zijn de woningen verhuurd aan:
WelEd.Z.Gel. Heer Dr. Lemaire, nummer 27
W. van Doesburg, nummer 25
J. Nauta Andreae, nummer 23
Gevonden gebruikers
Canisiussingel 23
In 1912-1913, 1913-1914 is het Dr. J. Schouten
In 1914-1915 staat het mogelijk leeg.
In 1915-1916 Prins H.J.E. de Bourbon.
In 1918, 1920 I. Nauta Andreae-PermentierCanisiussingel 27 > ook in 1912 klopt het adres
In 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1918, 1920 is het Dr. F.A.M. Lamaire. In 1914-1915 heeft iemand de a doorgehaald: het moet Lemaire zijn.
Canisiussingel 25
In 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916 is het M. Prakke
In 1918, 1920 W. van Doesburg
Canisiussingel 27
In mei 1909 blijkt Wed. A. Cohen, Canisiussingel 27 naar Den Haag te vertrekken, Laan N.-O.-Indië 64. (PGNC 23/5/1909)
F.A.M. Lemaire
F.A.M. Lemaire op een foto van de Gemeenteraad, 1910 (Detail F65766 RAN)
In ieder geval Adresboek 1908, 1909 Kronenburgersingel 31.
Franciscus Antonius Maria Lemaire (Nijmegen, 10-12-1866) komt in het Bevolkingsregister 1910 voor op Kronenburgersingel 31. Zijn beroep is moeilijk leesbaar: “…. Doctor en Arts” en ook het beroep dat er op een later tijdstip is bijgeschreven is onduidelijk: “geneesk. … D”. Hij is op 10 december 1900 afkomstig uit Zevenbergen. Op 28 september 1920 vertrekt hij naar Dordrecht. Op een later tijdstip is erbij geschreven dat hij op 2 februari 1921 naar Indië is vertrokken.
Opvallend daarbij is, dat Lemaire dus tot nu toe niet in het Bevolkingsregister op St. Canisiussingel 27 is gevonden.
Lemaire is getrouwd met Bartholomea Elisabeth Maria Josephina Lombarts (Loon op Zand, 5-12-1865). Zij vestigt zich op 30 maart 1908 vanuit Loon op Zand en vertrekt op 7 mei 1917 naar een plaats die moeilijk leesbaar is. Schoonzus Anna Nicolasine(?) Henrica Josepha Lombarts woont tussen 16 oktober 1917(?) en 28 september 1920 in. Zij komt dan en vertrekt weer naar Loon op Zand. Zoals gezegd: het is onduidelijk of dit steeds het adres Kronenburgersingel betreft, of dat Lemaire is vergeten zijn adres op de St. Canisiussingel door te geven.
Hij was in ieder geval in ieder geval in 1910 lid van de Gemeenteraad.
In Adresboek 1910-1911 komt hij voor op “Canisiussingel”, dus zonder nummer vermeld. Wel een telefoonnummer: 775.
In 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1918, 1920 is het Dr. F.A.M. Lamaire. In 1914-1915 heeft iemand de a doorgehaald: het moet Lemaire zijn.
De Canisiussingel 19H is in 1902 gebouwd door het aannemersbedrijf Gebr. Haspels. Let vooral op het prachtige houtwerk.
Hoewel het gebouw een eenheid lijkt te vormen, is het nog niet zeker of deze ook oorspronkelijk als dusdanig is gebouwd. Daarnaast lijkt er sprake te zijn van een aantal hernummeringen.
Dit artikel verzamelt de tot nu toe gevonden bevindingen.
Canisiussingel 15: eerstgevonden bewoners
De eerstgevonden vermelding op Canisiussingel 15 is weduwe Steinweg, geboren J.M.J. Lauffs: Adresboeken 1899, 1901, 1902
In 1914, 1915-1916 en 1916 komt ook J.M. Smits voor.
In 1918 is het alleen Wed. Mr. M.A. v. Roggen.
In 1920 lijkt de woning leeg te staan; maar mogelijk is het dan onderdeel van een naastgelegen adres.
In 1924 komen M.J.A.M. Schretlen en Mej. MC.A. Schretlen voor.
St. Canisiussingel 15: Villa op eersten stand
St. Canisiussingel 15 te koop (PGNC 27/9/1930)
In juli 1930 is St. Canisiussingel 15 te koop. Ook hier geldt: het is niet geheel zeker of het daadwerkelijk “ons” pand betreft of dat het vanwege hernummeringen gaat om een ander pand.
In PGNC 7/10/1930 blijkt dat de toeslag van het pand is ingetrokken, omdat het gebouw onderhands is verkocht.
R.K. Gildenhuis Benvenuto: St. Canisussingel 15-17?
Het RAN geeft als omschrijving: “De villa St. Canisiussingel 15-17, waar in de jaren ’30 het R.K. Gildenhuis Benvenuto was gevestigd onder leiding van de Zusters van Onze Lieve Vrouw van Tegelen, een pension voor dames”, 1939 (F86867 RAN)
Op een foto uit 1939 is het pand te zien, waarbij dan R.K. Gildenhuis Benvenuto hier gehuisvest is. Het RAN geeft echter huisnummers 15 en 17. Waarschijnlijk heeft er in de loop der tijd een of meerdere hernummeringen plaatsgevonden.
Vanaf 1934 zijn het waarschijnlijk gebruikers van het E.K. Huis:
Mej. J.A. Wollenberg, kantoorbediende P.T.T., 1934
Mej. M.J.C.P. Koster, costumière, 1934
Mej. M.A. Barns, kantoorbed., 1938, 1940
Mej. A.M. Mulder, verpleegster, 1938, 1940
Mej. J.C.M.E. v. Nieuwstadt, 1940
T. v.d. Vleugel, geb. v.d. Hoogen, 1940
Op nummer 17 komen meer namen voor dan op nummer 15, zie hieronder. Of de adressen een andere functie hadden, is nog niet bekend.
Dienst Publieke Werken en Volkshuisvesting
In 1951 zit Dienst Publieke Werken en Volkshuisvesting op dit adres. Wel is deze afdeling in het Adresboek 1951 gevonden op nummer 17.
In Adresboek 1955 staat Dienst Publieke Werken en Volkshuisvesting op nummer 15.
F20241 RAN toont een foto uit 1982 van het gebouw wanneer de dienst Publieke Werken en Volkshuisvesting hier gevestigd is. Het RAN geeft daarbij St. Canisiussingel 19 als adres.
In 1963 komt ook weduwe J.J.H. Bodewes, geboren M.G.C. Wilkens voor.
St. Canisiussingel 17: Eerstgevonden gebruikers
1899, 1901, 1902, 1903, 1905, 1908 komt H.A.G. Baronesse v. Randwijck geb. Böhtlingk voor
In 1907 staat het mogelijk leeg of is het onderdeel van een ander adres.
In 1909, 1910-1911 komt H.A.H. Bijvoet voor.
Jurgens, Huize “De Koepel”, Canisiussingel 17
In 1913-1914 Max.G.A. Jurgens, „Huize de Koepel”
In 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1918, 1920 M.G.A. Jurgens.
In 1922 staat er achter M.G.A. Jurgens “steenfabrikant”.
Merk op dat op nummer 21 ook Jurgens woont.
In 1914-1915 naast M.G.A. Jurgens ook Wed. Mr. J.M. Smits
Bodewes: Canisiussingel 17
In 1926 komt Bodewes voor:
Mej. F.H.J.L. Bodewes
Mej. G.F.M. Bodewes
H.H. Bodewes, scheepsbouwer
Mej. H.M.L.J. Bodewes
Mej. Th.G. Bodewes
E.K. Huis
Zoals gezegd is R.K. Gildenhuis Benvenuto (waarschijnlijk) zowel gevestigd op nummer 15 als 17.
In 1932, 1934 is het het E.K. Huis. De directeur woont op Groenestraat 231.
In 1934, 1936 is Groenestraat 231 het adres voor de dir. E.K. en K.J.V.
In 1936, 1938 als R.K. Gildenhuis Benvenuto
In die jaren staan veel vrouwen in het Adresboek:
Mej. H.C.A.A. Maas, 1932
Mej. A. Hoogsteder, directrice, 1934 (maar ook wordt voor de directeur weer verwezen naar Groenestraat 231)
G.M. Kolvenbach, onderwijzeres, 1938, 1940
Mej. H.A.M. Poppe, 1938, 1940
Wed. S.C.M. Soer, geb C.J.M. Beuns, 1938
Mej. A.M.A. Braham, onderwijzeres, 1940
Wed. Th.J. Bordens, geb. Stierhout, 1940
Wed. E. Broeke, geb. Bosboom, 1940
Mej. P.G. Franken, 1940
Mej. A.E. Hasemann, 1940
Wed. J. Hoogenbosch, geb. Schoth, 1940
Mej. A.C. ten Horn, 1940
Mej. H.N. ten Horn, 1940
Mej. B.M. en Mej. M.A.G. Jagers, 1940
Mevr. W.H. Jansen, geb. Rikkers, 1940
Mej. L.M. Schipvaart, 1940
Wed. L.F.M. v. Waesbergh(e), geb. J.M.C. Mutsaerts, 1940, 1948
Dan komen ook nog een aantal andere personen voor. Mogelijk wordt het huisnummer gebruikt voor meerdere ingangen/ruimtes binnen het pand:
A.B. Scholten, bode-concierge G.W., 1951, 1955: dit klinkt als een inwonende bode-concierge voor Gemeentwerken. De onderstaande Scholtens zullen dan familieleden zijn:
St. Canisiussingel 19H is een Stadsdeelobject (overigens geen verdere omschrijving) van de 19e eeuwse stadsuitbreiding.
Mogelijk betreft 19H een hernummering: wanneer hier in 2014 Dé Woonnotaris.nl gevestigd is, heeft zij een bord met 19C hangen. Bij het hekwerk staat tevens een bord Poelmann van den Broek Advocaten (zie foto Google Streetview hieronder). Op de foto’s van juli 2016 zijn deze bedrijven nog aanwezig, op die van juli 2017 niet meer.
Hernummering?
In oktober 2024 is 19C onderdeel van het linker pand 19A t/m C.
De wijziging van het Bestemmingsplan rond 2013: “St. Canisiussingel 21 is (samen met nr. 19h) in 1902 gebouwd door het aannemersbedrijf Gebr. Haspels. Ook door de Gebr. Haspels gebouwd zijn de panden St. Canisiussingel 23, (25) 27, 32 (1910), 36 (1908) en Oranjesingel 39 (1911).”
Sint Canisiussingel 19H, in 2014 19C, juli 2014 (Google Streetview)
De Gebroeders Haspels waren aannemers/architecten. Wij zullen ze vooral gaan tegenkomen in de stadsuitbreiding van eind 19e/begin 20ste eeuw en aan de St. Annastraat.
De Hunnerberg is een wijk en stuwwal aan de oever van de Waal in Nijmegen. Deze positie van een lage heuvel aan de Waal maakt de ligging zeer strategisch, net als het Kops Plateau. Daarvan getuigen vondsten van twee Romeinse legerkampen (zogenaamde castra). Het Fort Sterreschans bleek gebouwd te zijn op resten van het legerkamp…
De meeste mensen zullen Canisiussingel 1 kennen als de Mauritskliniek of de Slavenburg’s Bank/Credit Lyonnais Bank. Het pand is echter gebouwd als villa. Een van de eerste bewoners -zo niet de eerste- was A.J. Pluijm, een graanfactor uit Rotterdam. Hij noemde zijn woning “Villa Rust”.
Monumentale villa mogelijk ontworpen door L.H. Verbrugge en gebouwd in de jaren 1890/91 op de hoek (verlengde) St. Jorisstraat Canisiussingel (rechts); in 1896 werd het adres mr. Franckenstraat 2. Op 9 november opent, na een omvangrijke verbouwing onder andere een aanbouw links van het pand, H.E Span de banketbakkerij “Keizer Karel” met lunchroom en terras in het ronde gedeelte. In 1933 vestigt zich in de aanbouw een filiaal van bloemensalon “Corona” in de Bisschop Hamerstraat. Tijdens de bevrijding van de stad wordt het pand en de naastliggende huizen verwoest, Mr. Franckenstraat 2 Hunnerberg, 1895-1900 (F5503 RAN)
Banketbakkerij annex Lunchroom Keizer Karel
Banketbakkerij “Keizer Karel”.
In het perceel Franckenstraat 2 opent morgen de heer H.E. Span zijn Banketbakkerij “Keizer Karel”, tot dusver gevestigd in de Molenstraat, waar de winkel als filiaal blijft. Het omvangrijk heerenhuis heeft een belangrijke verbouwing ondergaan. Door aanbouw van een vleugel is een keurig ingerichte winkel verkregen, waarachter een flink kantoor. De ruime suite met groote veranda en uitzicht op het Hunerpark wordt lunchroom; de bezoekers zullen hier een prettig zitje hebben. De banketbakkerij beantwoordt, evenals de genoemde onderdeelen van de zaak, aan alle eischen, welke de tegenwoordige tijd stelt; zij is royaal van afmetingen en van de nieuwste, door elektriciteit gedreven, werktuigen voorzien. De verbouwing is uitgevoerd door den heer G.H. Ditters, aannemer alhier. Het schilderwerk is verricht door de firma van der Wagt en voor de electrische installatie heeft de firma Reuser-van Alphen gezorgd.” (PGNC 9/11/1917)
De meeste mensen zullen Canisiussingel 1 kennen als de Mauritskliniek of de Slavenburg’s Bank/Credit Lyonnais Bank. Het pand is echter gebouwd als villa. Een van de eerste bewoners -zo niet de eerste- was A.J. Pluijm, een graanfactor uit Rotterdam. Hij noemde zijn woning “Villa Rust”.
De bouw van St. Canisiussingel 1
Op de bouwtekening van het huidige Canisiussingel 1 staan de handtekeningen van H.A. Thunnissen?, bouwkundige en P. Roovers. Op het 2e vel staat 1897.
Vooraan bevinden zich de serre met daar achter de salon en een terras met daar achter de huiskamer. De keuken bevindt zich achter de salon. Naast de keuken hal/gang met trap. In het verlengde van de hal is de vestibule, die naar buiten wat uitloopt en een eigen trap en ingang heeft. Achter de vestibule en een deel van de gang ligt een spreekkamer. (D12.377730 Datum bouwdossier 1-1-1897)
Roovers heeft de grond op 10 februari 1897 gekocht en de 15e overgeschreven. (Inventarisnummer 137, Archiefnummer 442, Aktenummer 3716)
Op 1 mei 1899 verkoopt Petrus Roovers, rentenier aan Adrianus Johannes Pluijm, rentenier, “Een villa te Nijmegen aan de Canisiussingel gelegen, bestaande uit huis en erf met tuin, op den perceelsgewijzen kadastralen legger van Nijmegen bekend in Sectie B nummero 2473 groot negen aren negen en tachtig centiaren.”
Petrus Roovers
Petrus Roovers
Peturs Roovers (Gorinchem, 7-9-1843) komt op 4 augustus 1896 vanuit Rotterdam naar Nijmegen. Zijn adres is dan Berg en Dalsche weg 56. Op een later tijdstip is dit adres doorgehaald en vervangen door Nassausingel 3. (Bevolkingsregister 1890)
Roovers is getrouwd met Johanna Antonia Smits (Rotterdam, 5-12-1845).
Op het adres komen dan de volgende kinderen voor, allen geboren te Rotterdam:
Huberdina Francina Maria (2-1-1873)
Maria Hendrika Antonia (15-7-1881)
Anna Maria Cornelia (18-2-1877)
Antonius Christianus Maria (10-7-1875), op een later tijdstip is hier “tabakshandelaar” als beroep toegevoegd; hij zal verhuizen naar het Bevolkingsregister “deel A4 folo 303 (oud)”
Petrus Antonius Maria (5-3-1880)
Johannus Maria Antonius (18-10-1870)
Adrianus Johannes Pluijm
Adrianus Johannes Pluijm (Bevolkingsregister 1890 NTB.679_33105_190)
Op 9 maart 1899 schrijft Adrianus Johannes Pluijm (Rotterdam, 11-2-1844) zich in bij de gemeente Nijmegen op Canisiussingel 1. Hij is dan afkomstig uit Rotterdam en heeft als beroep “graanfactor”. Hij is getrouwd met Elisabeth Anna Bakker (Rotterdam, 17-7-1845).
Hij is met Elisabeth Anna Bakker getrouwd op 13 juni 1872.
Ook bij zijn huwelijk was hij “graanfactor”. Ook zijn vader Johannes Jacobus Pluijm is dan graanfac. (Burgerlijke Stand Rotterdam, huwelijksakten, Rotterdam, archive 999-06, inventory number 1872C, 13-06-1872, Nadere toegang op het huwelijks- en echtscheidingsregister van de gemeente Rotterdam, record number 1872.518, folio c76v)
De eerstgevonden vermelding in een Adresboek is dat van 1899, dan is zijn beroep “graanhandelaar”. In het Adresboek 1901 wordt Canisiussingel 1 voor het eerst villa “rust” genoemd. En vervolgens in 1902, 1903, 1905, 1908, 1909 en 1910.
Villa Rust: Graanfactor of graanhandelaar; actief of niet?
Op het koopcontract staat Pluijm als “rentenier”.
In het Bevolkingsregister 1890 staat als beroep “graanfactor”, terwijl in het Adresboek graanhandelaar staat. Een factoor “in de graanhandel iemand die zich belast met de zorg en het verschieten van graan; dan spreekt men van graanfactor.” (http://www.beroepenvantoen.nl/Oude-beroepen-F.html). Een graanfactor is, hoewel het tegenwoordig nog bestaat, een “oud” beroep. In tegenstelling tot een graanhandelaar werkt een factor niet voor eigen rekening, maar als tussenpersoon. Ons Amsterdam noemt bijvoorbeeld over de factor Jan Philip Korthals Altes: “De graanfactors coördineerden als hun vertegenwoordigers de gang van zaken tijdens het lossen en wegen van het graan. Ze stonden borg voor een correcte weging en waren verantwoordelijk voor het nemen van monsters om de kwaliteit te controleren. Ook regelden ze een zo vlot mogelijke overslag van het graan van zeeschip naar binnenschepen. Het was een lucratieve functie, gezien de rijkdom die Jan Philip Korthals Altes ermee verwierf.” (https://onsamsterdam.nl/artikelen/stichter-van-graanburcht-aan-het-ij)
Hoewel nog niet uitputtend onderzocht, zijn er geen activiteiten van Pluijm gevonden, noch in Nijmegen, maar ook nog niet in Rotterdam of elders. Nadelig daarbij is, dat de naam Pluijm waarschijnlijk veel manieren kan worden geschreven (in ieder geval Pluym).
Maar ook: Pluijm is 55 jaar als hij naar Nijmegen komt. Willem Ruyters in een mail (6 september 2026): Pluijm verhuist om gezondheidsredenen op circa 50-jarige leeftijd naar Nijmegen (De Gelderlander, 12-6-1922), vandaar dat hij waarschijnlijk de villa de naam “Rust” geeft.
In 1912 en 1913-1914 staat dan als beroep “graanfactor”. Ook in 1914-1915, 1915-1916, 1916 komt hij voor, maar dan zonder beroep. Wel staat hij onder het kopje “graanhandelaren”. De laatst gevonden vermelding is in 1920.
In het Bevolkingsregister van 1910 staat aanvankelijk als beroep “graanhandelaar” en als adres “Canisiussingel 1”. Op 1-1-1921 zijn beide doorgestreept en vervangen door “zonder” en als adres Kerkstraat Hees 80.
Spijskokerij en Drager erekruis
Ter gelegenheid van zijn 50-jarige bruiloft krijgt Pluijm in juni 1922 het erekruis in goud “pro Eclesia et Pontifice”.
“De medaille wordt uitgereikt aan katholieke gelovigen die ten minste 45 jaar oud zijn en zich gedurende ten minste 25 jaar verdienstelijk hebben gemaakt voor het katholieke geloof of de Kerk, of die zich gedurende ten minste 25 jaar verdienstelijk hebben gemaakt. Het is het hoogste ereteken dat een leek kan ontvangen van de paus.” (wikipedia)
In Rotterdam had hij “trouwe hulp” als kerkmeester in Rotterdam geboden, vooral bij de bouw van de nieuwe bijkerk aan de Provenierssingel aldaar. In Nijmegen was hij meer dan 20 jaar lid geweest van de St. Vincentiusvereeniging, in het bijzonder als voorzitter van de afdeling spijskokerij. (De Gelderlander, 12-6-1922)
In ieder geval is Pluijm in 1905 en 1907 president van het onderdeel “spijskokerij” van de Sint-Vincentiusvereeniging in Nijmegen. (Onze Pius-Almanak voor het jaar des Heeren …, jrg 6, 1905)
Kerkstraat 80
In het Adresboek 1922 komt Pluijm voor op Kerkstraat 80. Evenals 1924, 1926 en 1928.
Pluym overlijdt op 91-jarige leeftijd op 4 juli 1935.
Uit de overlijdensadvertentie blijkt hij lid te zijn geweest van de 3e Orde van den H. Dominicus. Dit is -en tevens sinds 1999 de nieuwe naam- de Dominicaanse Lekengemeenschap. https://kro-ncrv.nl/katholiek/encyclopedie/d/dominicanen
Jacques Kneppers
De volgende gevonden gebruiker van Canisiussingel 1 is J.J.A. “Jacques” Kneppers. Hij komt voor in het Adresboek 1922. Waarschijnlijk heeft hij daar slechts enkele jaren gewoond:
Op 29 november 1922 overlijdt zijn vrouw Henriette Maria Stephane Kneppers – Van Aernsbergen (PGNC 30/11/1922)
In PGNC 17/1/1923 verschijnt het verzoek van Jacques Kneppers zich bij hem te melden, wanneer iemand nog iets te vorderen heeft, wat op zijn aanstaande vertrek duidt.
In 1926 is het pand volgens het Adresboek onbewoond.
Menalda van Schouwenburg
24 juli 1935: De heer H. Menalda van Schouwenburg uit Nijmegen, ook deelnemer in 1909, 1910 en 1911, passeert Wijchen op de tweede dag van de 25e Vierdaagse. (Fotobureau Gazandam, Arnhem via F40617 RAN Auteursrechthouder: KNBLO-NL)
In 1930 is nog een vermelding gevonden op Graadt van Roggenstraat 8. (PGNC 17/3/1930)
In de Adresboeken 1932, 1934, 1936, 1938, 1940 komt H. Menalda van Schouwenburg, directeur van de Ned. Verbandwattenfabriek voor op de St. Canisiussingel.
Bij een huwelijksaankondiging van de van de dochters blijkt de familie Menalda van Schouwenburg in ieder geval in juli 1946 nog op de Canisiussingel te wonen (Nijmeegsch dagblad, 29-7-1946)
Na de oorlog
Tussen 1940 en 1963 zijn tot nu toe slechts beperkte gegevens gevonden:
Het adres van Mevr. Brandsma-Berssenbrugge, penningmeesteresse bij de St. Elisabethsvereniging
N.V. Gruno en Adek Rijwielfabrieken vragen een steno-typiste (“kennis van moderne talen is gewenst”) (De Gelderlander 1/6/1951)
A. Lammers, arts
Advertentie verhuizing A. Lammers, arts (Nijmeegsch dagblad, 16-4-1960)
In de Adresboeken 1963, 1966, 1968, 1971 komt A. Lammers voor, arts. Hij komt tevens voor onder de kopjes van “uroloog” en “nier- en blaasziekten”
Slavenburg’s Bank N.V.
Advertentie vestiging Slavenburg’s Bank in Nijmegen (De Telegraaf, 4-11-1969)
In het Adresboek 1971 komen zowel Lammers als de Slavenburg’s Bank N.V. voor. Mogelijk betreft dit nog een dubbeling.
In 1983 werd Slavenburg, met op dat moment 90 kantoren, Credit Lyonnais Bank (Algemeen Dagblad, 5-7-1983).
Rond 1972 komt op St. Canisiussingel 1 tegelijkertijd nog een aantal jaren Macom Systems N.V. voor, adviseurs management- en computersytemen. (De Telegraaf, 10-6-1972). Deze gaat echter in januari 1976 failliet (De Volkskrant, 17-1-1976)
Vervolg
Er is nog niet uitgebreid onderzocht wat het vervolg is geweest.
De laatste jaren was het een vestiging van de Mauritskliniek, een centrum voor dermatologie en spataderen. In ieder geval zat dit centrum er in juli 2014 al (Google Streetview). In november 2023 is deze kliniek verhuisd naar St. Canisiussingel 19e (https://www.instagram.com/reel/CzLl_FIvhdW/). Vanaf dat moment lijkt het pand te huur te staan (september 2026).
Hoewel van Schevichaven haar beschrijft als een figuur met de “stijfheid van den stokvisch”, is het pand de Zeemeermin uit eind 18e eeuw een Rijksmonument. In ieder geval hebben er in de 20ste eeuw jarenlang smederijen in het pand gezeten. Na een grondige restauratie in de jaren 80 is het pand verbouwd tot appartementen.
De Zeemeermin is gebouwd eind 18e eeuw en is een Rijksmonument. De Rijksmonumentenlijst geeft als omschrijving: “Monumentaal rechthoekig pand van parterre met drie verdiepingen en schilddak. Bakstenen lijstgevel, derde kwart 18e eeuw, met rond het middenvenster van de eerste verdieping een rijke versiering in Lodewijk XV-vormen. Vensters met getoogde raamkozijnen en zesruitsschuiframen.”
Van Schevichaven schrijft over de Zeemeermin: “In een prot. Van 25 april 1617 wordt het huis de Mermyn opgegeven als staande “op de Legemerckt, op den hoeck naest St Stevensportgen”. Een ander huis dat dien naam droeg in 1774, is waarschijnlijk datzelfde gebouw dat thans nog een meermin in het snijwerk van den gevel vertoont, een figuur dat meer de stijfheid van den stokvisch, dan het slappe, buigzame op de rollende golven dartelende lichaam van de zeenimf voor den geest roept. De erfgenamen van den rijken brouwer Dirk van Brummelen verkochten dit huis 15 Jan. 1774 voor 4110 gld. aan Steven Scheers. Op 3 Nov. 1796 werd het met annex koetshuis, voor 3700 gl. Gekocht door den mr. bakker W. van Roggen.” (Oud-Nijmegen’s straten, markten, pleinen, open ruimten en wandelplaatsen, 1896)
Abonneren
Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.
Hoefsmederij Verplanke
Het pand de Zeemeermin met smederij Verplanke, 1920-1930 (GN5590 RAN)
In de 20ste eeuw heeft er jarenlang een smederij in het pand gezeten.
Rond 1918 is P.C. (of P.Ch.) Verplanke begonnen met zijn smederij aan de Lage Markt: hij doet dan een nieuwjaarsgroet met adres Lage Markt 24 (De Gelderlander 31/12/1918). In het Adresboek 1920 komt er een smederij Verplanken (dus met een “n”) voor op nummer 24, waarbij P.Ch. Verplanke en Wed. J. Verplanke woont op nummer 24a, samen met W.A.P.F.L. v. Hedel (Adresboek 1920). Dit geldt ook voor het Adresboek 1922, hoewel Wed. J. Verplanke er dan niet meer woont.
Rond 4-8-1922 verkrijgt hij een hinderwetvergunning tot het oprichten van eene smederij in het perceel Lage Markt 14, kad. bekend gemeente Nijmegen, sectie C, No. 3882” (PGNC 8/8/1922). Het is nog onbekend wat de relatie is tussen nummer 14 (of 12, wat zijn adres is, zie hieronder) en nummer 24.
Het was overigens niet de eerste smederij van Verplanke: in PGNC 19/11/1914 adverteert P.Ch. Verplanke, Hoefsmederij Hertogstr. 66 dat hij “Wegens militieverplichtingen van af 21 dezer tot nader aankondinging gesloten” is.
Rond 11-4-1924 krijgen A.J. Roes en P.Ch. Verplanke een vergunning tot “het uitbreiden van hunne smederij in het perceel Lagemarkt No. 24, kad. bekend gemeente Nijmegen, Sectie C. No. 5153 (PGNC 14/4/1924).
In het Adresboeken 1924, 1926 en 1928 komt P.C. Verplanke voor op nummer 12, terwijl de smederij huisnummer 24 heeft. Nu woont A.J. Roes op nummer 24a.
Idem voor 1932, dan komt A. J. Roes echter niet meer voor op nummer 24a.
Hoefsmid A.J. Roes
Wel komt A.J. Roes in de jaren 30 voor als smid: eind December 1931, 1932 en 1933 plaatst “A.J. Roes -Smederij” een nieuwjaarsadvertentie (De Gelderlander 31/12/1931, 31/12/1932 en 30/12/1933).
In 1934 adverteert hij naast “Rijks Gediplomeerd Hoefsmid” als “Autog. Metaalbewerking (speciaal Aluminium)” en “Constructiewerken” (onder andere De Gelderlander 25/5/1934).
In De Gelderlander 20/6/1940 wordt een smidsknecht gevraagd.
Hoefsmid Gebr. Valk
Het pand van hoefsmid gebroeders Valk gezien vanaf de Waalkade, voorheen de Hoefsmederij P. Chr. Verplanke (adres toentertijd Lage Markt 12-14), links de St. Stevenstoren, 1970 (Frans Kup via F314661 RAN CCBYSA)
Een mooie foto uit 1956 van de smid aan het werk is te vinden op ZN35263, gewoon op straat. Een andere mooie foto is F87838 uit begin jaren 60. De Gebroeders Valk waren Jan en Koos Valk, op de foto is waarschijnlijk een van de broers als smid aan het werk te zien: F94063 RAN.
Op het bord boven de ingang staat:
Op het bord is te lezen: Gebr. Valk Gedipl. Hoefsmid
Gezien vanaf de Waalkade in zuidelijke richting zien we uiterst links de achtergevel van de panden aan de Waalkade 3 en 4, in nummer 4 is tegenwoordig Galerie Marzee gevestigd; rechts daarnaast de nieuwbouw aan de Oude Haven 110-120; daar weer naast het monumentale patriciërshuis genaamd ‘De Zeemeermin’ aan de Oude Haven 104 – 108A vóór de restauratie/herbouw in 1983; Rechts daarnaast op nr. 102 een eveneens gerestaureerd pand met vroeg 19e eeuwse bakstenen halsgevel, het pand zelf is rond 1639 gebouwd, 1980-1981 (Gemeente Nijmegen via KN11514-60 RAN CC0)
In de jaren 80 is het pand gerenoveerd. Daarbij zijn de deuren van de werkplaats vervangen door 2 ramen en is de ingangspartij weer centraal in het midden. Tegenwoordig zijn er appartementen in het pand gevestigd.
In 1980/1981 werd aan de Waalkade, tussen de Grotestraat en Nieuwe Markt, een nieuwe waterkeringmuur gebouwd. Daarbij werd aan een aantal kunstenaars gevraagd een object te ontwerpen. Peter van de Locht maakte daarop “Architectuur der natuur”, een van de zuilen die hij in deze periode maakte.
Berg en Dalseweg 54-56 Nijmegen architect mogelijk L.H. Verbrugge Bouwjaar circa1890 (augustus 2026)
Aan de Berg en Dalseweg 54-56 staat een statig gebouw van eind 19e eeuw, een Rijksmonument. Wie het ontwerp heeft gemaakt, is vooralsnog onbekend. Wel wordt soms architect L.H. Verbrugge genoemd als ontwerper. Maar was hij dat ook? Het begin van een zoektocht, zonder nog een eenduidig antwoord te krijgen.
“Dubbel HERENHUIS met eenvoudig TUINHEK gebouwd ca. 1890 met een decoratieve gevel in neoclassicistische stijl waarin invloeden van zeventiende-eeuwse Engelse architectuur in de trant van het palladianisme en Inigo Jones herkenbaar zijn (vgl. Lindsey House, Londen). In 1891 werd huis nr. 54 aangekocht door de Lutherse gemeente als pastorie.” (Rijksmonumenten). Bovendien is opvallend dat het gebouw 1 groot huis lijkt te zijn, terwijl het ook oorspronkelijk gebouwd is als 2 huizen.
Palladianisme en Inigo Jones?
Het “Palladianisme” is een van de stijlen binnen de bouwstijlen van het zogenaamde classicisme en vernoemt naar de Italiaanse architect Andrea Palladio (1508–1580), die in Venetië werkte. Deze architect greep terug op de oudheid. Deze stijl zou zich van de 17e eeuw tot eind 18e eeuw blijven ontwikkelen.
Inigo Jones was de architect die het classicisme in Engeland introduceerde. “Inigo Jones (Londen, 15 juli 1573 – aldaar, 21 juni 1652) wordt gezien als de eerste belangrijke architect in Engeland in de vroegmoderne tijd en de eerste die de Vitruviaanse regels van verhoudingen en symmetrie in zijn gebouwen toepaste. Hij was de eerste die de klassieke architectuur van Rome en de Italiaanse Renaissance in Engeland introduceerde.” (wikipedia). Hij was daarbij sterk door beïnvloed door Palladio.
Wijkkrant Nijmegen-Oost vergelijkt in 1990 het gebouw aan de Berg en Dalseweg vooral met het Banquet House in Whitehall (Londen) van Jones.
Hoewel ik geen expert, lijkt het Banquet House in ieder geval aanzienlijk meer op het gebouw aan de Berg en Dalseweg dan het Lindsey House. Daarnaast noemt Rijksmonumenten palladianisme en Jones “invloeden” bij een gevel in “neclassistische stijl”. Het is mij niet bekend of de architect zich rechtstreeks heeft laten inspireren op de “originele” bronnen, of Nederlandse (of zelfs Nijmeegse) voorbeelden, of een combinatie van beide.
Stucwerk
De ornamenten bestaan niet uit natuursteen, maar uit stucwerk: daaronder bevindt zich baksteen. Dit was aanmerkelijk goedkoper, maar gaf toch een mooi resultaat (Noviomagus.nl, met veel foto’s)
L.H. Verbrugge, de architect?
Wikimedia noemt als architect meester-timmerman L.H. Verbrugge. Andere bronnen, zoals Rijksmonumenten, noemen de architect “onbekend”. Ook de Nacht van Ommetjes noemt de architect onbekend. Daarnaast is de term “meester-timmerman” nog niet terug gevonden in bronnen als Adresboeken en het Bevolkingsregister: daar wordt Verbrugge over het algemeen “architect” genoemd.
Louis Henri Verbrugge is geboren op 12 mei 1864 in Amsterdam.
Detail Militieregister, hij blijkt een plaatsvervanger te hebben. (Archief Amsterdam, Militieregisters, archiefnummer 5182, inventarisnummer 4329)
Op 7 november 1886 vertrekt Verbrugge uit Amsterdam, Brouwerstraat binnen nr 7, alleen -althans, zijn moeder en zijn broers en zus blijven achter, naar Arnhem. (Bevolkingsregister Amsterdam BRB00074000166)
In het Bevolkingsregister 1880 van Nijmegen komt hij al tijdelijk voor als niet-verwante inwoner bij Simon Johannes Meijn (13-4-1851, Rotterdam), bouwkundig tekenaar op Hees E N.52. Louis Henri is dan op 11 mei 1887 afkomstig uit Amsterdam, waar hij op 12 maart 1888 weer naar toe vertrekt. Verbrugge is dan opzichter.
In het Bevolkingsregister van Amsterdam staat dat hij op 27 maart 1888 weer terugkomt naar Amsterdam. Hij heeft dan als beroep “opzichter”. Een goede maand later, 5 mei 1888 vertrekt hij met zijn moeder en zus Elisabeth Louisa (waarschijnlijk is hier de z vervangen) Therese Jeannette naar Nijmegen (Bevolkingsregister Amsterdam BRB00074000166)
Op 7 mei 1888 -dus een paar maanden nadat hij vertrokken was- komt Louis Henri weer in Nijmegen te wonen. Het hoofd van het gezin is zijn moeder, de weduwe van J. Verbrugge, Elisabeth Louise Therese Minnigh (8 mei 1839 Amsterdam). Ze zijn dan afkomstig uit Amsterdam en gaan op de Spaarbankstraat 16 wonen. Ook zus/dochter Elisabeth Louise Therese Jeannette (11-7-1870, Amsterdam) komt mee. Het gezin behoort tot de Waalse gemeente. Het “blauwe potlood” heeft het geboortejaar van Elisabeth veranderd van 1834 naar 1839 en als beroep van Louis Henri architect gezet.
In het Bevolkingsregister van 1890 wordt de Spaarbankstraat A23 doorgehaald en vervangen door Berg en D. weg 14.
Louis Henri staat vermeld als architect. Broer/zoon Henri Louis Leonard (20-8-1866, Amsterdam) zal de komende jaren steeds tijdelijk inwonen:
Van 15-5-1891 afkomstig van Valburg en op 22-5-1891 vertrekkend naar Anna-Paulowna
Van 22-2-1893 afkomstig uit Anna-Paulowna en op 6-12-1893 vertrekkend naar Bussum, hij is dan landbouwer
Van 4-3-1898 afkomstig uit Bussum en op 11 mei 1901 weer vertrekkend naar Bussum, geloof Nederlands Hervormd) (Bevolkingsregister 1890)
Overigens is in december 1890 is Verbrugge commissaris bij de Vereeniging tot gezellig ijsvermaak. In een bericht in PGNC 30/12/1890 is zijn adres Berg-en-Dalschen weg 105.
In het Bevolkingsregister 1900 komt Louis Henri als architect. Het gezin komt dan voor op de Berg en Dalseweg. Het is onduidelijk of er sprake is geweest van verhuizingen of nummerwijzigingen: aanvankelijk staat er 14, welke is doorgehaald en vervangen door 60. Op een later tijdstip is 60 vervangen door 62. Later is er met potlood A48.250 bijgeschreven.
In het Bevolkingsregister 1910 komen ze voor op Berg e Dalsche weg 62?: de 6 is duidelijk leesbaar, over het tweede cijfer is op een later tijdstip, 1/1 1921, een grote 0 gezet met een A erachter -dus 60A. Aanvankelijk staat er bij Louis Henri als beroep architect. Dit is later doorgestreept en vervangen door “zonder”. Ook is op een ander tijdstip bij Elisabeth de s vervangen door een z en haar geboortejaar 1839 gewijzigd in 1835. (En Jeanette krijgt dan een tweede “n”.)
Bouwvergunningen L.H. Verbrugge
Tot nu toe ben ik 3 bouwvergunningen tegengekomen waar Verbrugge wordt genoemd. Waarschijnlijk vreemd, wanneer Verbrugge de daadwerkelijke architect zou zijn, er tot nu slechts enkele werken gevonden zijn, waarbij Verbrugge genoemd wordt (dit betekent niet dat hij de architect is):
In 1888 wordt aan L.H. Verbrugge en S.J. Meijn vergunning verleend tot het bouwen van 3 huizen aan de Berg en Dalseweg
In 1889 wordt aan L.H. Verbrugge vergunning verleend tot het bouwen van 2 huizen aan de Berg en Dalseweg
In 1891 wordt aan L.H. Verbrugge vergunning verleend tot het bouwen van 1 villa aan de St. Canisiussingel
Opvallend daarbij is de vergunning uit 1888 voor de bouwvergunning van 3 huizen aan de Berg en Dalseweg: die staat op naam van L.H. Verbrugge én S.J. Meijn. Dat is waarschijnlijk dezelfde Simon Johannes Meijn bij wie Verbrugge kort daarvoor inwoonde en die in het bevolkingsregister als bouwkundig tekenaar wordt vermeld. Daarmee is er een concrete aanwijzing dat de twee al vóór 1890 samen bij bouwprojecten betrokken waren. Van Meijn worden overigens in die tijd wel krantenberichten over zijn ontwerpen gevonden.
Daarnaast is de onderstaande advertentie uit 1892 gevonden:
Advertentie L.H. Verbrugge voor een Villa met Tuin (Algemeen Handelsblad, 4-2-1892)
Villa Rust
Monumentale villa mogelijk ontworpen door L.H. Verbrugge en gebouwd in de jaren 1890/91 op de hoek (verlengde) St. Jorisstraat Canisiussingel (rechts); in 1896 werd het adres mr. Franckenstraat 2. Op 9 november opent, na een omvangrijke verbouwing onder andere een aanbouw links van het pand, H.E Span de banketbakkerij “Keizer Karel” met lunchroom en terras in het ronde gedeelte. In 1933 vestigt zich in de aanbouw een filiaal van bloemensalon “Corona” in de Bisschop Hamerstraat. Tijdens de bevrijding van de stad wordt het pand en de naastliggende huizen verwoest, Mr. Franckenstraat 2 Hunnerberg, 1895-1900 (F5503 RAN)
Het RAN noemt onder ander bij bovenstaande foto F5503 dat de architect “waarschijnlijk” L.H. Verbrugge is; hier vervangen door “mogelijk”. Ook hier is de originele bouwtekening nog niet gevonden/ingezien. De villa stond op de hoek van (verlengde) St. Jorisstraat Canisiussingel (rechts); in 1896 werd het adres mr. Franckenstraat 2 (foto GN1480 – B RAN)
Op sommige vermeldingen wordt deze villa ten onrechte “Villa Rust” genoemd: Villa Rust is de villa op het huidige adres St. Canisiussingel 1. Deze villa komt vanaf 1901 in de adresboeken voor: ““Pluym verhuist om gezondheidsredenen op circa 50-jarige leeftijd naar Nijmegen, vandaar “Rust”.” (Willem Ruyters in een mail 6 september 2026)
Op 18 augustus 1891 koopt Verbrugge een perceel bouwgrond van de gemeente, “op den hoek van den Canisiussingel en de Sint Jorisstraat, op den Kadastralen legger der gemeente Nijmegen, bekend in Sectie B Numero 1729, als erf, groot zeven aren.” Een van de voorwaarden daarbij is dat er voor mei 1892 een woonhuis is gebouwd, zonder blinde muren aan de kant van de Canisiussingel en de Sint Jorisstraat” (Inventarisnummer 75, Archiefnummer 450, Aktenummer 3184).
Vervolgens sluit Verbrugge een lening af bij Joseph Kirchner op 19 augustus 1891 met dit bouwterrein als onderpand. (Inventarisnummer 75, Archiefnummer 450, Aktenummer 3187).
Daarbij wordt in 1891 aan L.H. Verbrugge vergunning verleend tot het bouwen van 1 villa aan de St. Caniussingel.
Verbrugge lijkt betrokken te zijn bij de bouw, maar het is niet zeker of hij de architect is. En daarnaast: wordt met deze woning de “villa van Verbrugge” bedoeld in het volgende artikel: “Het voorstel van B. en W. om aan de heeren D. J. en C. C. Haspels alhier te verkoopen eene oppervlakte bouwterrein aan de St. Jorisstraat, gedeelte van het kadastraal perceel Nijmegen, Sectie B no. 1728, gelegen tusschen de villa van den heer Verbrugge en den Straalmansweg, voor f 6.50 per centiare, onder de volgende voorwaarden…”: oftewel aan de huidige mr. Franckenstraat” (Gemeenteverslag 1894). Echter: de villa van Verbrugge kan juist ook aan de andere kant staan: in het Bevolkingsregister en Adresboeken staan steeds adressen van de Berg en Dalseweg.
Gevonden adressen Verbrugge
Hieronder staan de adressen van Verbrugge en zijn familie weergegeven volgens de adresboeken. Daarbij is het steeds Berg en Dalseweg, maar met veel verschillende nummers. Het is nog niet bekend welke veranderingen daadwerkelijke verhuizingen en welke hernummeringen van het adres betreft.D
Dat maakt het vooralsnog ook lastig te bepalen welk gebouw bij welk adres hoort. In ieder geval is wél duidelijk dat er met meerdere panden aan de Berg en Dalseweg een relatie is met Verbrugge. Welke rol hij daarbij heeft gehad -architect, ontwikkelaar, eigenaar en/of bewoner-, is nog niet bekend.
Wed. J. Verbrugge, geb. Ee. La. The. Min(n)igh, zonder beroep, Berg en Dalsche weg 405 (1892, 1893, 1895)
Dan is er een inbraak bij de weduwe: “Dinsdag nacht is te Nijmegen tijdens de afwezigheid van de bewoners ingebroken in de villa op den hoek van den Canisiussingel en Sint-Jorisstraat en bewoond door de wede. Verbrugge. De dief had zich door het stuk slaan van een glasruit toegang tot die woning verschaft en aldaar ontvreemd: 1 koperen wekkerklok, 2 parasols, 1 parapluie, 3 japonnen, 8 mantels, 2 rokken, 2 blouses, 1 pantalon en 1 huissleutel. De politie werd met het gebeurde in kennis gesteld en ’s morgens om 9½ mocht het de rechercheurs Mensen en Heijnekamp gelukken, den dief in het bezit van de gestolen voorwerpen in eene slaapstede in de Zwanengas alhier aan te houden. Het was zekere J.S., oud 26 jaren en Duitscher.” (De Gelderlander 7/10/1894)
In 1896 is het Berg en Dalsche weg 15; in 1898 nummer 16.
In 1901 is het nummer 14. Vanaf 1901 komt ook L.H. Verbrugge, architect op dit adres voor. Idem in 1902.
In 1903 is het weer nummer 16.
En in 1905 en 1907 60a.
In 1908 is het nu nummer 62. Evenals in 1910-1911, 1912-1913
Vervolgens is in 1913-1914 nummer 58.
Maar in 1914-1915 weer 60a.
Evenals in 1915-1916 en in 1916.
In 1922 wordt voor dat jaar alleen de weduwe gevonden.
Echter: in 1924 staat ook L.H. weer op het adres, dan staat er geen beroep vermeldt. Ook komt Mej. E.L.Th.J. voor.
In 1926 is het nummer 60. Dan komt naast de 3 hierboven genoemden ook H.L.L. voor. Idem voor 1928.
In 1932, 1934 en 1936 komen de 3 “kinderen” voor op 60a; de weduwe niet meer. In 1948 en 1951 komen mej. E.L.T.J. en H.L.L. nog voor, dan op nummer 60. In 1955 komt geen van allen op de Berg en Dalseweg voor.
Verkoop nummer 62 en 62a
Augustus 1920 verkoopt Elisabeth Louisa Thérèse Minnigh, weduwe van Johannes Verbrugge “een beneden en bovenhuis aan den Berg en Dalschenweg 62 en 62a, Kadastraal bekend gemeente Hatert, sectie A, nummer 913, groot twee aren, twee en zeventig centiaren als huis en erf”. De grond is op 14 mei 1888 gekocht, het huis door stichting. De koper is Johan Wilhelm Hoffmann (Architect). (Inventarisnummer 89, Archiefnummer 560, Aktenummer 3624).
Warme deken
Een interview met de bewoonster van nummer 56, Janine Lenne uit 2019 is te lezen op https://www.gelderlander.nl/nijmegen/dit-huis-voelt-als-een-warme-deken~a88ee76e/ . Ze noemt het huis als een warme deken. “”,We hebben het huis in 1999 gekocht. De vorige eigenaar was een alleenstaande man die hier op kamers had gezeten tot zijn hospita overleed en hij het huis kocht.””.
Rijksmonument
Het gebouw Berg en Dalseweg 54-56 is een Rijksmonument. Met als waardering (tevens staat hier een uitgebreide beschrijving): “
Van architectuurhistorische waarde als een gaaf en zeldzaam voorbeeld in in- en exterieur van een stedelijk woonhuis uit het einde van de negentiende eeuw. De voorgevel valt op door een opmerkelijke combinatie van rijke ornamentiek in stucwerk en muurwerk in gele verblendsteen, die invloeden van het palladianisme, in het bijzonder Inigo Jones verraden.
Het pand is van stedebouwkundige waarde als markant onderdeel van de straatwand van een van de uitvalswegen van Nijmegen, waarvan de karakteristieke bebouwing van herenhuizen is ontstaan in het laatste kwart van de negentiende eeuw. Het pand speelt een beeldbepalende rol vanwege de uitzonderlijke bewerking van de gevel. Het pand heeft ensemblewaarde in relatie met de belendende panden aan het Mariaplein, dat door de aanwezigheid van een grote verscheidenheid aan gevels, een staalkaart vormt van stijlen rond de eeuwwisseling.”
Inmiddels is duidelijk dat Louis Henri Verbrugge bij meerdere panden op de Berg en Dalseweg betrokken lijkt te zijn geweest. Welke rol hij daarbij precies had – architect, ontwikkelaar, eigenaar en/of bewoner – is nog niet duidelijk. Opvallend is dat er vooralsnog nauwelijks gegevens over zijn eventuele ontwerpen zijn gevonden, zoals contracten, aanbestedingen of originele ontwerpen. Dat roept de vraag op welke omvang zijn zelfstandige architectenpraktijk in Nijmegen daadwerkelijk heeft gehad. Hopelijk zal een vervolg daar wat meer uitsluitsel over geven.
Bergansiusstraat 1: Fraai hoekpand in ensemble van oorspronkelijke arbeiderswoningen hoek Bergansiusstraat- Daalseweg. Metselwerkversieringen in twee kleuren en glas-in-lood vensterdelen. In dit pand zit aan de voorkant de eerste steen uit 1909, toen de Bergansiusstraat werd opgeleverd, 2007 (Nico van Hoorn via DF2130 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)
“R.K. Coöperatieve Werklieden-Bouwvereeniging.
Een eenvoudige maar echt Roomsche plechtigheid gisternamiddag alhier plaats.
De 25 nieuwe woningen n.l. door de R.K. Coöperatieve Werklieden-Bouwvereeniging aan de Berganiusstraat alhier gebouwd, werden door den Z. Ew. pater N. van Hassel O.P., geestelijk adviseur der vereeniging, in tegenwoordigheid van heeren commissarissen, den architect en de leden, ingezegend.
In juli 1909 werd door de R.K. Coöperatieve Werkliedenbouwvereniging toestemming gevraagd voor de bouw van 23 volkswoningen tussen de Van ’t Santstraat en de Daalseweg en 2 woningen bovenaan de straat op de hoek aan de Daalseweg in Nijmegen-Oost; deze foto is waarschijnlijk gemaakt bij de ‘officiële’ opening van de Bergansiusstraat, 1910 (F66361 RAN)
Vooraf werd door den voorzitter, den heer W. de Vries, een woord van hulde en dank gebracht aan den adviseur, aan wiens voorlichting en aanmoediging het vooral te danken is dat deze reeks van doelmatige, geheel naar den eisch des tijds ingerichte werkmanswoningen in een betrekkelijk kort tijdsverloop tot stand kwam.
Daarna had de plechtige inzegening van iedere woning afzonderlijk plaats. Na afloop hiervan richtte de Z.eerw. pater van Hassel het woord tot de leden om hen vooral te wijzen op de groote betekenis, in geestelijken en stoffelijken zin, der heilige handeling, zooeven door hem verricht, en hen geluk te wenschen met het onschatbare voorrecht in ’t bezit te zijn van een gezonde, prettige huisvesting, die zoozeer het godsdienstig familieleven ten goede komt.
Spr. eindigde met den wensch, dat de bewoners, in onderlinge liefde en hulpvaardigheid een reeks van jaren van deze woningen mogen genieten.
Namens heeren commissarissen bracht de heer Jacques Kneppers een woord van lof aan den architect, den heer J.C. Hermans, en de aannemers, de heeren W.R. (?) Coenders en J. Hopman, voor de zaakkundige wijze, waarop zij hun taak hebben verricht.
Verdienen de leden een woord van lof voor hun eendrachtige samenwerking en doorzettingsvermogen, niet minder de bouwmeesters voor de, aan winstbejag vreemd zijnde uitvoering van hun werk, waarvan spr. hoopt dat allen nog lang de zegenrijkste vruchten moegen inoogsten. De straat, aan beide zijden waarvan de reeds betrokken woningen zijn gebouwd, was rijk met nationale en pauselijke vlaggen versierd.
Bergansiusstraat 11-13:Geveldetails van oorspronkelijke arbeiderswoningen. Fraai versierd metselwerk in twee kleuren en glas-in-lood vensterdelen, 2007 (Nico van Hoorn via DF2129 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)
De woningen, waarvan de eerste steen werd gelegd den 18en September van ’t vorig jaar, zijn allen aan den voorkant voorzien van een tuintje en aan de achterzijde van een flink stuk moesgrond, en voldoen aan de hoogste eischen die men aan gezonde en gemakkelijke werkmanswoningen stellen kan.
Zij zijn berekende naar eene huurwaarde van f2.50 per week, vrij van alle lasten, en worden binnen een niet al te lang tijdsverloop het eigendom der leden.
Zoo ooit, dan is door het tot stand komen van deze uitsluitend katholieke straat een degelijk stuk katholieke sociale actie uitgevoerd.” (De Gelderlander 10/5/1910)
Architect Hermans
Het ontwerp was afkomstig van architect J.C. Hermans:
J.C. Hermans lijkt vooral bekend te zijn vanwege zijn ontwerpen voor de Woningvereniging Nijmegen. Niet ten onterechte, daar alleen al vanwege de aantallen zijn ontwerpen een beeldbepalend karakter voor een aantal wijken in Nijmegen hebben. Daarnaast komen wij hem regelmatig tegen bij het bouwen van katholieke gebouwen als scholen.
Bij het 12,5 jarig bestaan
Bergansiusstraat 5-7-9: Straatbeeld met woningen, gebouwd in 1909 in opdracht van de R.K. Coöp. Werklieden Bouwvereeniging, 1944-1946 (F87405 RAN)
“R.K. Coöper. Werklieden Bouwvereeniging
De vaderlandsche driekleur wapperde zondag van de vier hoeken der Bergansiusstraat.
Op hoogst bescheiden, maar treffende wijze vierden de leden van bovengenoemde vereeniging het 12½-jarig bestaan hunner coöperatie.
Des morgens werd in de O.L.Vr. kerk aan den Berg-en-Dalschen weg ter intentie der vereeniging een H. Mis, waaronder H. Communie, opgedragen, die door alle leden en hunne huisgenooten werd bijgewoond.
Gisteravond had in St. Jozefshof een ledenvergadering plaats, die een eenigzins feestelijk karakter droeg en die werd bijgewoond door den geestelijken adviseur, den weleerw. pater Kock O.P., den commissaris, den heer H.H. de Haan en den oud-commissaris, den heer Jacq. Kneppers.
Bergansiusstraat 1: Fraai hoekpand in ensemble van oorspronkelijke arbeiderswoningen hoek Bergansiusstraat- Daalseweg. Metselwerkversieringen in twee kleuren en glas-in-lood vensterdelen. In dit pand zit aan de voorkant de eerste steen uit 1909, toen de Bergansiusstraat werd opgeleverd, 2007 (Nico van Hoorn via DF2130 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)
De voorzitter, de heer W. de Vries, opende de vergadering met den christengroet en een kort welkomstwoord en bracht- na de voorlezing der notulen van de vorige ledenvergadering door den heer C. Jansen- een uitvoerig verslag uit over de wordingsgeschiedenis der vereeniging en de gebeurtenissen, door haar in ‘t 12½-jarig tijdperk doorleefd. Wij ontleenen hieraan de volgende bijzonderheden:
Op initiatief van de heer W. de Vries en Th. Rutten, destijds resp. voorzitter en 2e voorzitter van den Nijm. R.-K. Volksbond, werd op 2 Febr. 1906 in de Gildekamer van ’t Bondsgebouw een vergadering gehouden, waaraan 20 mannen deelnamen. Nadat door den heer de Vries gewezen was op de Encycliek “Rerum Novarum”, waarin werd aangedrongen op een aan hygiënische en zedelijke eischen beantwoordende woning voor den werkman, die in hoofdzaak langs coöperatieven weg te verkrijgen was, werd de R.-K. Coöp. Werklieden-Bouwvereeniging opgericht onder het voorloopig bestuur van de heer M.D. Jansen, A. Derksen en W. Huting. Op 11 April d.a.v. werd een difinitief bestuur gekozen, n.l. de heer W. de Vries, voorzitter; W. Huting, secr. En A. Derksen, penningmeester, en de contributie vastgesteld op 10 ct. per week.
Op 10 Mei werden de eerste commissarissen gekozen, de heeren sweesaard, Th. Rutten en M.D. Jansen en het ledental gebracht op 40.
Veel financieele moeilijkheden, waarin zelfs het R.-K. karakter der vereeniging in gevaar kwam, moesten overwonnen worden, maar dank zij het doorzettingsvermogen, vooral van den voorzitter en zijn raadsman, den heer Van Term(?), destijds hoofdredacteur van “De Gelderlander”, werd rees op 10 Mei 1907 de Koninklijke goedkeuring op de statuten verkregen.
Op 6 Sept. d.a.v. werd de heer C. Jansen tot secretaris gekozen, die evenals de voorzitter tot op heden nog in functie is, terwijl in de vergadering van 9 Aug. de weleerw. pater Van Hassel O.P. als geestelijk adviseur werd geïnstalleerd.
Dank zij de tusschenkomst van deze verkreeg de vereeniging op 15 Dec. als commissarissen de heeren H.H. de Haan, Jacq. Kneppers en Aloy. Jansen.
Het verslag wijdt aan dit drietal, evanals aan den oud-adviseur een warm woord van dank voor den grooten daadwerkelijken steun aan de vereeniging betoond.
Ondanks het bedanken van vele leden- die den moed verloren- zette de wakkere voorzitter met zijn medebestuurders de actie voort, met het gevolg dat reeds in de vergadering van 22 Dec. 1907 een bestuursvoorstel tot aankoop van grond aan de Bergansiusstraat werd aangenomen.
Door den bouwkundigen, den heer Hermans, werden de plannen voor een complex van degelijke en aan alle eischen van comfort en hygiëne beantwoordende werkmanswoningen ontworpen en door de leden goedgekeurd.
Spoedig kwamen deze woningen door den aannemer, den heer Coenders, onder toezicht van den secretaris, den heer C. Jansen, tot stand en werden in het beging van September 1908 op eenigzins feestelijke wijze, in tegenwoordigheid van de heeren commissarissen Jacq. Kneppers, H.H. de Haan en eenige belangstellenden, de eerste steen gelegd.
Reeds in Januari 1909 werd de eerste blok bewoond en op 8 Mei d.a.v. al de woningen door den geestelijken adviseur plechtig ingewijd, waarbij alle commissarissen, ’t bestuur en de leden met hunne huisgenooten tegenwoordig waren.
Het verslag vermeld verder de verschillende gebeurtenissen in de vereeniging, o.m. het in 1916 uittreden uit de Vereeniging van de commissarissen, de heeren Jacq. Kneppers en Aloys Jansen, deze laatste door sterfgeval, het toetreden van twee nieuwe commissarissen, de heeren mr. Poort en Smits en de installatie van een nieuwen geestel. adviseur, den WelEerw. pater Kock O.P., als opvolger van pater Hassel O.P., die naar Utrecht was vertrokken.
Het verslag werd onder applaus vastgesteld.
Door den geestelijken adviseur werd vervolgens gewezen op de groote betekenis van dit vereenigingsfeest, en werd hulde gebracht aan de oprichters, die getoond hebben een vèrziende blik in de toekomst te hebben en den leden geluk gewenscht met het bezit van hun frissche, gezonde en doelmatige eigen woning, in dezen tijd van woningnood van onschatbare waarde.” Hierna volgt een verslag van enkele andere toespraken (De Gelderlander 11/11/1919)
In februari 1925 (“J.L. Zondag”) wordt de R.K. Koöp. Werklieden-Bouwvereeniging ontbonden. De heer de Vries is dan voorzitter. In zijn overzicht van de werkzaamheden van de vereeniging noemt hij speciaal de heer H.H. de Haan, op dat moment een der commissarissen van de vereniging. En de heer Leen, accountant, die de financiën verzorgde.
Voor de ontbindingsvergadering is er een Heilige Mis en daarna een gezellig samenzijn. “Hiermede heeft de vereeniging hare taak beeindigd en zijn deze arbeiders in het bezit gekomen eener gezonde woning in een fraai gedeelte der nieuwe stad.” (De Gelderlander 16/2/1925)