Het parochiehuis “Pius Convict”, achter het parochiehuis de Kerk van de H. Antonius van Padua, foto 1935-1940 (GN5861 RAN)
De architecten Meerman en van der Pijll ontwierpen het Parochiehuis in de Van Slichtenhorststraat in 1935. Het behoorde bij de Kerk van de H. Antonius van Padua. Het gebouw bestaat uit een hoofdgebouw en een grote toneel-, film-, vergader- of conversatiezaal.
De Gelderlander in mei 1935:
“De Katholieke Jeugdbeweging: R.K. Parochiehuis Groesbeekscheweg een modelinrichting
“In de Parochie van St. Antonius van Padua aan den Groesbeekschenweg is iets nieuws in wording, wat van groote betekeenis zal zijn voor de toekomst.
Sinds eenigen tijd wordt er achter de kerk aan de Van Slichtenhorststraat gewerkt en gebouwd. Niets meer of minder dan een volgens de eischen des tijds ingericht R.K. Parochiehuis, een modelinrichting, bestemd voor de vele en uitgebreide nooden van het huidige R.K. Parochieele Jeugdwerk, bestemd voor allerlei vergaderingen en bijeenkomsten die, wil het Katholieke leven eener Parochie op pijl blijven ja nog tot hooger bloei komen, tenminste van tijd tot tijd noodzakelijk zijn.
Zooals gezegd, wordt dit gebouw een modelinrichting, waar het geheel en het interieur in het bijzonder mede zullen werken tot het scheppen van een echt Katholieke sfeer, waar, in dezen tijd van vijandelijke aanvallen op datgene, wat ons dierbaar is, met vereende krachten zal worden gewerkt aan de toekomst van onzen Katholieke jeugd.
Het Parochiehuis zal aan den straatwand door zijn juiste verhoudingen en door de met zorg gekozen materialen en detailleering een cachet geven, rustig en voornaam, onder de schaduw der kerk. Hiermede verdwijnt dus tevens den eenigzins rommeligen aanblik van het minder mooie groote hek aan de Van Slichtenhorststraatzijde.
Het gebouw, bestaande uit een hoofdgebouw en de groote tooneel-, film-, vergader- of conversatiezaal, wordt opgetrokken in fraaie dunne oranjekleurige steen of donker basement.
Toneeluitvoering in het Parochiehuis van de operette ‘Repelsteeltje’, samengesteld uit bekende melodieën door Johanna Veth en gespeeld (en gezongen) door de jeugdige actrices van de Katholieke Jonge Meisjes (KJM), februari 1937 (De Gelderlander 11/02/1937, p. 9 via F23422 RAN)
Deze groote zaal, met zijn speciaal ontworpen kapconstructie, plaats biedende aan ongeveer 300 personen, wordt van binnen geheel opgetrokken in geel-kleurigen baksteen op plint van verglaasen wijnrooden steen, welke met de in dito kleur toe te passen naadlooze vloerbedekking een harmonisch geheel zal vormen. Behalve een flinke tooneelruimte komen er ruime kleedkamers en flinke bergruimten onder zaal en tooneel.
In het hoofdgebouw zijn de grootere en kleinere practisch ontworpen groepskamers en vergaderzalen geprojecteerd en voorts de ruime zalen voor de te beoefenen handenarbeid, toiletgelegenheden, e.d.
Hallen, trappen, bordessen e.d. worden zeer ruim gehouden en geheel in gewapend beton uitgevoerd. De wanden zijn ook hier wederom in verglaase steen opgetrokken. Buitenramen en deuren, voorzien van panieksluitingen, en binnenkozijnen worden in staal uitgevoerd, zoodat hier bij het ontwerpen bijzondere zorg is besteed met het oog op eventueel brandgevaar.
Op de eerste verdieping van het hoofdgebouw en uitkomende in de achterwand van de groote zaal is een filmcabine geprojecteerd, eveneens in gewapend beton, voorzien van de noodige veiligheidsmaatregelen.
Onder het hoofdgebouw zijn de diverse kelders voor verwarming, fietsenstalling e.d.
Bij het toepassen der materialen voor het interieur is er steeds rekening mee gehouden, dat door de jeugd zoo weinig mogelijk beschadigd kan worden.
De voortreffelijk Geestelijke leider en Directeur van het Parochieele jeugdwerk, Kapelaan J. Verhoeven, die voor dit jeugdwerk buitengewoon veel opoffert, vindt hier voor zijn jongens een buitengewoon home.
Het Kerkbestuur van de St. Antoniusparochie, welke het parochieel tekort had begrepen, komt zware financieele lasten van dezen nieuwbouw voor haar rekening te nemen, zoodat zij voor dit fraaie bouwwerk, in deze kommervolle tijden, geen beroep heeft gedaan op de toch zoo dikwijls gevraagde milddadigheid harer parochianen. Voor hen, namens onze jeugd, een eresaluut!
Voor de installatie en stoffeering wordt van de parochianen echter een klein offer gevraagd, dat zij, gezien het goede voorbeeld van het Kerkbestuur, zeer zeker spontaan zullen geven en mede als antwoord op de fraaie brochure “Wij bouwen voor U”, welke de eminente Directeur van het jeugdwerk afgeloopen week en komende week aan alle parochianen deed of doet toekomen.
Rest ons nog te vermelden, dat de aannemersfirma J.A. Hofman en Zonen het werk uitvoert onder leiding en naar ontwerp van het Architecten-bureau B.J. Meerman en J. v.d. Pijll, Driehuizerweg 80, alhier, die zoowel in practisch al artistiek opzicht de vele moeilijkheden hebben opgelost in verband met het beschikbare terrein. Over enkele maanden zal dus de St. Antoniusparochie een geslaagd bouwwerk rijker zijn.
Een goede daad!” (De Gelderlander 2/5/1935)
Parochiehuis
Agenda Parochiehuis H. Antonius (De Gelderlander 28/3/1936)
Agenda Parochiehuis St. Antonius (De Gelderlander 21/7/1936)
Om een beeld te geven van de activiteiten staat hierboven de aankondigingen van twee willekeurige weken weergegeven.
“Een parochiehuis is een gebouw dat fungeerde als gemeenschapshuis voor rooms-katholieke parochianen. Het parochiehuis bezat gewoonlijk een ruimte met toneel, waar vergaderingen, lezingen, bijeenkomsten en feesten werden gehouden en voorstellingen werden gegeven. Ook waren er wel kleinere ruimten, bijvoorbeeld voor de jeugd, waarin zich tafels voor tafelvoetbal, tafeltennis en eventueel een biljart bevonden. Verder was er vaak een inpandige kapel. Ook veel rooms-katholieke verenigingen maakten gebruik van het parochiehuis” (wikipedia, tevens bron van de paragraaf).
Na de invoering van de vrijheid voor godsdienst in 1848 ging de Katholieke kerken niet alleen kerken, maar ook parochiehuizen bouwen. Begin 20ste eeuw riepen bisschoppen op om patronaten te bouwen, vooral gericht op de jeugd. Daardoor was er vaak geen geld voor een parochiehuis.
Eind jaren 20 waren de patronaten minder belangrijk geworden, zodat de aandacht weer verlegd werd naar parochiehuizen. Vooral in de jaren 30 zijn veel parochiehuizen gebouwd.
Voormalig RK Parochiehuis Van Slichtenhorststraat 81 (december 2024)
Het gebouw op Koninginnelaan 1 was tot in de jaren 80 in gebruik als politiepost. Daarvoor was het een veldwachterswoning. Het wordt in de volksmond het “Witte Huus” genoemd.
Veldwachterswoning
Het gebouw op de Koninginnelaan heeft decennia dienst gedaan als politiepost. Het pand is oorspronkelijk in 1900 gebouwd als veldwachterswoning. Deze was gebouw door J.C. Kropman voor f4.334. Op dat moment waren er in standplaats “Hees”, waar de Koninginnelaan onder viel, 2 veldwachters actief. In de Adresboeken over 1901 en 1902 is J. Arens gevonden als gemeentelijke veldwachter.
Jacobus Arens blijkt in ieder geval in 1896 in dienst te zijn als agent 3e klasse, samen met Dirk Pettinga. Het is mij nog niet bekend of Arens werkte op de post van de Graafseweg of reeds in de Koninginnelaan; Arens komt in het Adresboek van 1899 voor op nummer Koninginnelaan 2b.
Politiepost
In 1905 besluit de gemeente de veldwachterswoning te verbouwen tot politiepost. Omdat er in het gebied slechts enkele landbouwers en arbeidersgezinnen woonden, kon geruime tijd met 2 veldwachters volstaan worden. De bevolking was echter sterk gegroeid: “de laatste 10 jaar” (tot 1905) was de bevolking gegroeid met 14.000 personen. Daardoor was er behoefte aan uitbreiding. De post zou met 2 hoofdagenten, 2 agenten 1e klasse, 2 agenten 2e klasse en 6 agenten 3e klasse uitgebreid moeten worden. De gemeente neemt het besluit tot de verbouwing en uitbreiding in mei 1905. Uit het PGNC van 14/3/1906 blijkt dat de nieuwe politiepost “gisteren” is geopend.
Vervolg
In 1949 vond een grote verbouwing plaats. Tot in ieder geval in de jaren 80 zat er in dit pand een politiepost, totdat ze naar de 2e Oude Heselaan verhuisde.
In ieder geval is de oefenruimte voor het gebruik van handvuurwapens in 2015 nog in gebruik als schietbaan schietsportverenigingen Willem Tell en SV de Vriendenkring.
Wijkfabriek
Sinds oktober 2017 zit hier de Wijkfabriek: “De Wijkfabriek is een belangrijke plek in de Wolfskuil. Hier kunnen wijkbewoners bijpraten, leuke dingen doen en winkelen. Ze kunnen er cultuursnuiven en muziek maken, gezelligheid en een luisterend oor vinden. Ook kunnen ze er samenkomen, vieren en vergaderen.” De officiële was in april 2018, zie voor het artikel en foto’s: https://dewester.info/opening-wijkfabriek/
Dames- en Heerenkapsalon W.C.G. Münchau. Interieur. Op de achtergrond, rechts, leerling-(toneel)kapper/grimeur Jo (Johannes Jacobus) Heisen (14/06/1915 – 14/07/1992), 1934 (F87402 RAN)
Architect de Haas maakte het ontwerp voor de Dames- en Heerenkapsalon W.C.G. Münchau op Houtstraat 10 in 1934. Tijdens het bombardement van 1944 werd de kapsalon verwoest.
Vooraf
Hieronder staat het artikel van de Gelderlander bij de opening van 1934 weergegeven. Daarbij noemt ze al de goudsmid Flemminks op Houtstraat 8. De goudsmid zal op 1 februari 1922 sluiten (De Gelderlander 23/1/1922).
In maart 1923 opent chocoladewinkel Atranta. Er is nog niet onderzocht hoe lang deze winkel er gezeten heeft; bij de opening van 1934 wordt alleen K.O.F.A. nog verder genoemd op dit adres.
Advertentie Uitverkoop juwelier Flemminks (De Gelderlander 18/11/1921)
Advertentie opening chocoladewinkel Atranta (De Gelderlander 8/3/1922)
“De Houtstraat.
Salon W. Munchau.
Het pand Houtstraat No. 8 en 10- aan den ingang van dit belangrijke binnenstadswinkelkwartier gelegen- heeft een heele verandering ondergaan. Het oude pand, vroeger bewoond door den goudsmid Flemminks, daarna ingericht tot onderdeel der K.O.F.A.-magazijnen, is nu geheel verbouwd.
Onder leiding van den heer G.J. de Haas, is de verbouwing binnen den tijd van een maand uitgevoerd door den aannemer W.F. de Haas. Het ging vooral om den onderpui. De bouwkundige wist door een granieten architraaf, in blauw-groen, een rustige afscheiding te krijgen tusschen de moderne winkelpui en andere bovenverdieping.
Hier is nu een dubbel winkelpand ontstaan, waarvan het hoofdpand thans in gebruik is bij den heer W. Munchau, die hier een modern-ingerichte dames- en heerensalon exploiteert.
De winkel ziet er coquet uit met zijn donkeren kast en opstanden van eikenhout.
De onderpui, waarvan de voet gedekt is met lichtgrijze majollicategels, is bijna geheel van glas. De ruime vensters zijn gevat in bronzen stijlen, terwijl een fijn genuanceerd glas-in-lood de etalage afdekt.
Beneden is bij de winkel, waarbij de heerensalon aansluit- een gezellig, rustig interieur.
Op de eerste verdieping is de damessalon gevestigd met vijf cabines, alles van elkander gescheiden door nikkelen staanders, waarvan stemmig-kleurige gordijnen neerhangen. De kaptafels van blank, geaderd marmer, werden geplaatst door de firma H.P. Euwens.
Verschillende firma’s werkten mede tot voltooiing van dit pand. Het schilderwerk werd uitgevoerd door de firma G.D. Scheers en Zonen, de electrische lichtvoorziening werd verzorgd door de firma Jansen. De firma Bilderbeek leverde het artistiek verzorgde glas in lood.
Het kleinere, knusse winkelpand, in den geest gebouwd van het pand-Munchau, staat vooreerst nog leeg.
Door deze snel en sierlijk uitgevoerde verbouwing is de ingang van de Houtstraat, welke juist aan het boveneinde wel eenige opfrissching noodig had, niet weinig verlevendigd.
Ontegenzeggelijk kan er aan de Houtstraat nog veel verbeterd worden- tot grotere welstand der winkelzaken. Het ondereinde heeft den laatsten tijd veel aan levendigheid gewonnen.
De Zeigelbaan heeft daarvan een sprekend voorbeeld gegeven.” (De Gelderlander 2/5/1934)
Het PGNC schrijft bij de opening:
“Kapsalon W. Münchau.
De heer W. Münchau opent heden in het perceel Houtstraat 10 zijn nieuwe dames- en heeren kapsalon, die zeer aantrekkelijk is ingericht. De etalage met tegels, bronzen omlijsting ziet er modern uit, het interieur bevestigd den goeden indruk. De damessalon telt 5 cabines, terwijl ook in de heerensalon bediening in overvloed is. Het pand werd in een maand tijds geheel verbouwd onder leiding van den heer G.J.X. de Haas, die wel voldoening van zijn werk mag hebben. De electrische installatie leverde de fa. Jansen, het glas in lood de fa. Ed. Bilderbeek, het schilderswerk de fa. G. Scheers en Zn., de kapitels de fa. Euwens, de eikenhouten etalage en de opstanden de fa. v. Brakel en Dereks.” (PGNC 2/5/1934)
Walther/Walter Münchau
Walther/Walter Münchau is op 19-12-1893 geboren te Crefeld (Duitlsand). Wanneer hij zich op 19-4-1919 in Nijmegen vestigt, is hij afkomstig van Cleve. Zijn geloof is RK, zijn beroep “kapper”. (Dienstbodenregister 1910). Zijn huizing is De Ruijterstraat 191 (later vervangen door 6).
In 1927 opent Munchau zijn kapperssalon op Houtstraat no. 23. (De Gelderlander 7/10/1927)
In 1934 verplaatste hij zijn zaak van Houtstraat 23 naar Houtstraat 8—10 (en De Gelderlander 9/10/1928, De Gelderlander 31/12/1928)
Naast de reguliere dames- en herkenkapper was hij de “Toneelkapper” (oa De Gelderlander 25/11/1927)
Verhuizing naar Houtstraat 24
Heropening Munchau op Houtstraat 24 (De Gelderlander 1/5/1940)
In 1940 verhuist Munchau naar Houtstraat 24:
“Heropening Dames- en Heeren-Kapsolon Münchau
Het pand Houtstraat 24 is geheel verbouwd en in deze nieuwe omgeving heropende hedenmiddag de Fa. Münchau haar dames- en heerenkapsalon. Men staat verrast over de groote verandering in korten tijd hier aangebracht. De winkel is geheel, naar de laatste eischen die men kan stellen aan een kapsalon, modern verbouwd. Een zeer mooie puit trekt reeds van buiten af de aandacht. De beide salons zijn door een mooie betimmering van elkaar gescheiden. De damessalon bevat verschillende cabines, voorzien van de nieuwe toestellen op permanent-gebied. De heer Münchau heeft zich ook bekendheid verworven door het “haarwerk”, dat niet anders dan door jarenlange ervaring als vakman verkregen wordt. Als toneelkapper is de firma reeds jaren bij verschillende tooneeluitvoeringen de rechterhand.” (PGNC 1/5/1940)
Bijschrift RAN: De door het bombardement van 22 februari 1944 weggevaagde Houtstraat; links de kapel van het Carmelklooster en rechts de wandreclame van W. Münchau toneelkapper die zijn zaak dreef op Houtstraat 10, hoek Jodengas, 22/2/1944-3/1944 (F75427 RAN)
“Na het bombardement op Nijmegen eisen enkele inwoners met de Duitse nationaliteit een vervangende woonruimte. De kapper Münchau, die zijn huurhuis met kapsalon op de Houtstraat verloor, gaat met veel noten op zijn zang naar de Ortskommandant. Ook de Kreisleiter van de NSDAP, Lenzholz,43 zet zich daarvoor in. In overleg met de Judensachbearbeiter Bühe van de Aussenstelle in Arnhem wordt besloten aan dit gezin het huis op de In de Betouwstraat toe te wijzen. De leider van de Politieke Dienst van de gemeentepolitie, Marinus Verstappen, besluit dan om een aantal wat toen zo lelijk heette ‘gemengd gehuwde’ mannen op te pakken op 8 maart 1944. Dit werd gedaan door iemand met een paniekverhaal te laten aanbellen en zo de mannen naar buiten te lokken en hen vervolgens op te pakken vanwege overtreding van de regels van de avondklok.44 Op de In de Betouwstraat werd Levie Frankenhuis wel opgepakt, maar Raphaël Israël weet via de achterdeur te ontsnappen. Hij wordt door de garagehouder Johannes Evers iets later naar een onderduikadres in Zutphen gebracht.45 De achtergebleven gezinnen Frankenhuis en Israël moeten het pand verlaten en gaan naar de St. Annastraat” (https://www.oorloginnijmegen.nl/images/PDF/Stolpersteine%20-%20Stephanusstraat%20151%20en%20Oude%20Groenewoudseweg%20262%20Pels%20v0600.pdf)
In mei 1945 is Ph. De Rooder, aangesteld door de Militaire Commissaris District Nijmegen, beheerder van het vermogen van onder andere Munchau. (De Gelderlander 31/5/1945)
1951 Houtstraat 43-47 Centrum In 1950 ontwerpen de architecten Blanksma en IJsebrands een café-restaurant met bovenwoningen. Uit een andere bouwtekening…
1933 landhuis aan de Driehuizerweg 502-Scheidingsweg 2-4 Brakkenstein
Bouw dubbel en vrijstaand woonhuis a/d Scheidings en Driehuizerweg te Nijmegen voor den Weled. Heer J. Princen te Nijmegen D12.399351
In 1933 ontwerpen architecten Meerman en van der Pijll een vrijstaand woonhuis aan de Driehuizerweg 502 en een dubbel woonhuis aan de Scheidingsweg 2 en 4. Opdrachtgever was de aannemer J.W. Princen, die zelf in de vrijstaande woning gaat wonen.
In de krant komen we hem een aantal maal tegen: hij biedt woningen te huur of te koop aan (en wil aan de Celebesstraat een stuk grond kopen voor de bouw van 2 woonhuizen (De Gelderlander 31/1/1934)
De Gelderlander 19/5/1934
Meerman en van der Pijll
De architecten waren Meerman en van der Pijll. Lees hier verder over deze architecten:
Architectenbureau Meerman en van der Pijll is waarschijnlijk het bekendst vanwege hun ontwerp voor Auto Palace. Daarnaast ontwierpen zij onder andere de Radiocentrale en het Parochiehuis voor de Antonius van Padua parochie
Josephus Wilhelmus Princen is op 7 maart 1890 geboren te Hatert. Zijn ouders zijn Josephus Princen, 38 jaar en kuiper van beroep en Geertruida Angenieta van Wezel, zonder beroep.
Van 18-10-1917 tot 1-2-1918 woont hij in ieder geval in Asten. Hij is dan afkomstig uit Nijmegen en vertrekt naar Velsen. Dan is hij timmerman van beroep.
Hij is 2 keer getrouwd:
Vroukje van der Meij (geboren te Ameland, dan 27 jaar) op 23 november 1921
Maria Tenbusch (geboren in Gladbeck, dan 36 jaar) op 21 augustus 1930; haar naam staat op het bidprentje bij het overlijden van Princen; Princen is dan aannemer van beroep
In de Adresboeken van 1926, 1928 heeft Princen Willemsweg 36 als adres. Zijn beroep is dan timmerman.
Bij de aankondiging van de ondertrouw is Princen aannemer van beroep (PGNC 9/8/1930)
In de Adresboeken 1934, 1936, 1938 heeft Princen, aannemer, Driehuizerweg 502 als adres. In de week van 3 tot en met 9 maart 1939 vertrekt het gezin naar Weert. (PGNC 11/3/1939)
Hij overlijdt op 5 maart 1969 te Weert.
Huidige situatie
Driehuizerweg 502 (september 2022 Google Streetview)Scheidingsweg 2-4 met rechts Driehuizerweg 502 (september 2022 Google Streetview)
Huize “Boschoord”; een zenuwinrichting, gerund door mevr. J.W.H. Nienhuijs- Andriessen, echtgenote van J.W.F. Nienhuijs., foto gedateerd 1910 (F13804 RAN)
Op deze pagina staat de bewoningsgeschiedenis weergegeven van Huize “Boschoord”, tegenwoordig St. Annastraat 294.
Het gebouw had als aanvankelijk adres St. Anna 222. Waarschijnlijk is het slechts enkele jaren een zenuwinrichting geweest. Het pand is mogelijk gebouwd in 1888 (IndeBuurt, 13 juli 2019, bij een bespreking van de te koop staande woningen op Funda).
Vóór Boschoord
De op dit moment eerstgevonden vermelding van St. Anna 222 is het Bevolkingsregister van 1890. Het is onbekend of zij de eerste bewoners zijn.
Op 18-11-1891 schrijven zich 3 personen in op dit adres:
Henrij Linke (13-12-1862 Aken), “hoofd” en rentenier
Emma Eisendrath (20-9-1854 Dorsten), “vrouw”
Emma Julia Victoria van Aerde (2-9-1884 Londen)
En op 18-2-1892:
Amalia de Vries (28-7-1876 Gennep)
Het is moeilijk leesbaar waar ze dan van afkomstig zijn; op 20-4-1892 vertrekken alle 4 personen naar Ottersum. Uit een hypotheekacte van 1894 (Inventarisnr 130, Archiefnr 454, Actenr 249) blijkt Linke Heinrich te worden genoemd. Emma Eisendrath was voordat ze met Linke trouwde echtgenote van Charles Petrus Victor van Aerde. Emma is de dochter uit dit huwelijk (zie Ottersum.info, die tevens een foto van haar heeft gepubliceerd).
Gevonden adressen 1893 t/m 1899
In de Adresboeken zijn de volgende vermeldingen gevonden op St. Anna 222. Zijn Emma van Aerde en Amalia de Vries teruggekeerd nadat ze in april 1892 waren uitgeschreven? Daarbij is opvallend dat Ottersum.info noemt dat Emma van Aerde op 26-12-1895 is overleden en dat zij in het familiegraf van Linke is bijgezet. Betreft het een andere E.J.V. van Aerde of een fout in het Adresboek?
E.J.V. van Aerde, zonder beroep: 1893, 1895,1896, 1898
Aa. d. Vries, z.b.: 1895, 1896, 1898
F.W.G. Stech, z.b.: 1896, 1898
Baron K.G.C.J. v. Lijnden: 1899
Zenuwinrichting Boschoord
De achterzijde van Huize “Bosch-Oord”, 1910 (F32332 RAN)
Johanna Wilhelmina Henriette Andriessen (Eibergen 23-8-1860 – Groenlo 5-11-1946)
De eerste gevonden vermelding van Andriessen of Nienhuijs is Zr. Andriessen, St. Anna 222, die telefoonnummer 615 krijgt (PGNC 9/6/1901)
In het adresboek van 1902 komt zowel J.H.W. Andriessen ziekenverpleging als J.W.F. Nienhuis voor. Daarnaast staat op het adres tevens J.A. v. Veen, verpleegster.
Wanneer Jan Willem Frederik Nienhuijs (Amsterdam 27-6-1866 Groenlo 23-4-1944) en Johanna Wilhelmina Henriette Andriessen de huwelijkse voorwaarden overeenkomen op 25/2/1903, is Andriessen al directrice van een inrichting voor zenuwzieken. Beiden wonen dan in St. Anna. (Inventartisnr 89, Archiefnr 449, Aktenr 2341). Ze trouwen op 26 februari 1903 in Nijmegen. Het beroep van Andriessen is dan hoofdverpleegster en Nienhuijs is zonder beroep.
In het adresboek 1903 is Andriessen “Nienhuis-Andriessen (Mevr)” geworden. Achter haar adres staat nu “zenuwinrichting Boschoord”. Tevens staan Ph. de Jong, S. Scherpbier en H.W. Starckenborg von/van Jutting op dit adres. J.W.F. Nienhuis heeft St Anna 226a als adres.
In 1905 idem, alleen is S. Scherpbier vervangen door C.W. Broers. Dit was tevens de laatste vermelding in het adresboek van Nienhuis en/of Andriessen op dit adres. Tevens lijkt dit het laatste Adresboek te zijn met St. Annastraat 222, dus waarschijnlijk heeft er een hernummering naar St. Annastraat 294 plaats gevonden.
Advertentie; Wiardi Beckman is consuleerend geneesheer PGNC 4/3/1903
In de advertentie hierboven gaat het om de bekende zenuwarts en psychiater Jacob Wiardi Beckman. Hij blijkt in 1904 zelf sanatorium “Berkenoord” te hebben opgezet. (Bovendien is hij de vader van Herman Wiardi Beckman, de bekende politicus/verzetsstrijder)
Uit het Gemeenteverslag over 1905 blijkt dat de Inrichting Boschoord te St. Anna is opgeheven.
In het Bevolkingsregister 1900 komt Jan Willem Fredrik Nienhuijs, , zonder beroep heeft dan als adres St. Anna 226. Als aantekening staat er “van blad 88”. Hij is getrouwd met Johanna Wilhelmina Henriette Andriessen (Eibergen 23-8-1860). Als aantekening staat er “van a/29 bl 56”. Zij vertrekken op 10 april 1905 naar Arnhem.
Enkele weken staat nicht Machteld Johanna Arnolda van Heerde (Winterswijk 5-6-1885) geregistreerd: van 18 januari tot 3 februari 1905. Zij is dan afkomstig uit Hillegom, waar naartoe zij tevens weer vertrekt.
PGNC 12/4/1905 advertentie vertrek Nienhuijs en Andriessen (p.p.c. (pour prendre congé): om afscheid te nemen)
Vervolgens komen Nienhuijs en Andriessen weer terug naar Nijmegen (Bevolkingsregister 1910) op Berg en Dalscheweg 214 (1/1 ’21 is er “/216” toegevoegd): zij zijn op 13 maart 1916 afkomstig uit Arnhem. Niënhuijs is zonder beroep, Andriessen “houdt inrichting voor zenuwlijders” als beroep.
In het Adresboek 1916 komt J.W.F. Nienhuijs voor op Berg en Dalscheweg 214 en Mevr. J.W.H. Nienhuijs geb. Andriessen, ziekenverpleging, voor op Berg en Dalscheweg 214 en 216.
Vervolg
St. Annastraat 294 huidig (Google Streetview)
Er is nog niet uitputtend onderzocht wat het vervolg is geweest.
Hieronder staan de gevonden gebruikers van St. Annastraat 294 weergegeven:
Gustav Adolph Trebert is op 2-12-1841 geboren in Utrecht. Hij komt op 28-10-1905 vanuit Lochem naar St. Anna 224, waarbij dit cijfer op een later tijdstip is doorgehaald en vervangen door “Straat 294”. Hij is getrouwd met Arendina Adriana Kerrebijn (28-12-1856 Bajong, Indië). Ze hebben een dochter Emilie Hendrika (28-7-1889 Nijmegen). Hun dochter trouwt en vertrekt op 17-9-1913 naar Arnhem (Bevolkingsregister 1910).
Architect Metzelaar bouwde het kantongerecht aan de Oranjesingel in 1905-1906 in opdracht van het Ministerie van Justitie.
Het gebouw is opgetrokken in “sobere neorenaissance-stijl”.
Aanvankelijk was er een inpandige conciergewoning, welke later bij de rechtbank getrokken is.
Willem Cornelis Metzelaar
Willem Cornelis Metzelaar (Rotterdam, 9 augustus 1849 – Den Haag, 18 augustus 1918) is in 1902 benoemd tot Hoofdingenieur voor de gevangenissen en rechtsgebouwen. Daarvoor was hij assistent van zijn vader Johan Frederik Metzelaar (1818-1897), die eveneens Hoofdingenieur was geweest. Metzelaar heeft veel instellingen ontworpen, waaronder bijna 30 kantongerechten: het nieuwe Wetboek van Strafrecht was in 1881 ingevoerd. Tot 1914 leidde dit in Nederland tot veel bouwactiviteiten, waarbij de Metzelaars de architecten waren. Het kantongerecht van Nijmegen lijkt sterk op dat van Helmond (1905-1906). Daarnaast lijkt het op de rechtbank van Oirschot (1905-1906).
In Nijmegen ontwierp Metzelaar Tuchtschool de Hunnerberg.
Voormalig Kantongerecht Helmond (Rosemoon via Wikipedia CC BY-SA 3.0)
Voormalig Kantongerecht Oirschot (Rosemoon via Wikipedia CC BY-SA 3.0)
Een nieuw kantongerecht
Het kantongerecht werd in 1838 in Nederland ingevoerd. Dit was het laagste niveau van de rechtspraak. Kantons bestonden al vanaf 1811, de Franse tijd, dan nog het gebied voor een vredesrechter. Vanaf 1838 werd de functie van vredesrechter vervangen door de kantonrechter en ook de kantons werden opnieuw ingedeeld.
Vóór de nieuwe rechtbank was het kantongerecht, net als in andere plaatsen, ondergebracht in het raadhuis. Het artikel van het PGNC over de opening van de rechtbank noemt 2 redenen voor de bouw van een eigen rechtbank:
Ook de gemeenteadministratie was uitgebreid
De eigen behoefte van de Rechtbank (waarbij de omvang en kwaliteit van de zaken een eigen gebouw rechtvaardigde)
Oranjesingel: op de hoek de Rechtbank met links daarvan Van Schevichavenstraat, datering foto 1909-1911 (Firma J.F. Kloosterman via F89829 RAN)
Op de site van Rijksmonumenten (tevens bron van dit artikel) staat een uitgebreide beschrijving van het uiterlijk. Het PGNC geeft een beschrijving van de binnenkant: “Het is in twee groote deelen te splitsen: de beneden-verdieping, waar de inspectie en registratie der domeinen enz. zijn ondergebracht, en de eerste etage, waarheen een koninklijke trap leidt. De fraai ingerichte rechtszaal vormt uit den aard het hoofdvertrek, voorts heeft men de flinke, eenvoudig doch degelijk uitgevoerde getuigenkamer, de griffie, de bureaux van den kantonrechter en van den griffier.” Tussen de vensters boven de ingang staat “Kantongerecht” weergegeven.
Status vanaf 2002
In 2002 vond de afschaffing van het kantongerecht als zelfstandige rechtbank plaats. Daarbij werd Nijmegen zittingsplaats voor de sector kantongerecht van de rechtbank Arnhem (Wikipedia). In 2001-2002 vond renovatie en uitbreiding van het gebouw plaats.
Het gebouw van het Kantongerecht; (Rechtbank Gelderland), foto gedateerd 1935 (F29104 RAN)
Het nieuwe Kantongerechtsgebouw aan den Oranjesingel hoek van Schevichavenstrat is heden op plechtige wijze in gebruik gesteld. Omstreeks 12 uur vereenigden zich in de zittingszaal van het nieuwe gebouw de verschillende autoriteiten en verdere genoodigden. Achter de tafel hadden plaats genomen de Kantonrechter mr. A.H.M. van Berckel, de vertegenwoordigers van Z.Exc. den minister van Justitie mr. C. Loosjes, referendaris en chef der vierde afdeeling van het departement van Justitie, en de heer W.C. Metzelaar, hoofdingenieur voor de gevangenissen en rechtsgebouwen, verder de ambtenaar van het Openbaar Ministerie mr. Bouman en de griffier jhr. Mr. F.E. von Weiler tot Poelwijk. Voorts waren tegenwoordig alle leden van het College van Burg. en Weth. Van Nijmegen, de Kantonrechters-plaatsvervanger mrs. Bijleveld, Phaff en van der Goes, de adcocaten, notarissen, deurwaarders bij het Kantongerecht en overige belangstellenden.
Mr. Loosjes voerde het eerst het woord en bracht in herinnering de wordingsgeschiedenis van het nieuwe gebouw. Hij herinnerde aan den ouden toestand in het Stadhuis, waar Gemeente en Rechterlijke Macht een huis bewoonden, iets wat een halve eeuw geleden weinig bezwaarlijk was, maar wat thans niet dan met grote moeilijkheden gepaard ging. Tweeërlei, aldus de spreker, was de drang geweest om het Nijmeegsch Kantongerecht in een nieuw en eigen gebouw te huisvesten, eenerzijds de steeds toenemende uitbreiding der gemeente-administratie, anderzijds de wenschelijkheid voor de Rijksrechtspraak naar eigen Rijkswoning. En warme hulde bracht spr. aan het initiatief en de medewerking in dezen van den Kantonrechter mr. van Berckel. Spr. releveerde hoe het eigenaardig was, dat het Kantongerecht, na de samenwerking met de Gemeente-administratie, thans met een tak der Rijks-administratie werd ondergebracht, waar in het nieuwe gebouw èn de registratie en domeinen èn het Kantongerecht zouden zijn gehuisvest, aldus een band leggende tusschen ’s Rijks Financiën en ’s Rijks Justitie.
Aan het einde van zijn rede gekomen zijnde, stelde spreker de zorg voor het nieuwe huis en alles wat daarbij hoorde in handen van mr. van Berckel, die zich steeds in het Nijmeegsch Kantongerecht als een voortreffelijk huisvader had betoond. Daarna verklaarde spr. namens de Regeering het nieuwe gebouw ingebruikgesteld ten behoeve van het Kantongerecht-Nijmegen.
Mr. van Berckel, Kantonrechter, nam alsnu het woord om dank uit te spreken allereerst aan H.M. de Koningin, volgens onze constitutioneele wetgeving allereerst de stichtster van het nieuwe gebouw, verder aan den oud-minister Loeff en minister van Raalte, aan mr. Loosjes en den heer Metzelaar voor hunne toewijding in dezen, aan het Gemeentebestuur van Nijmegen, dat een zoo groote medewerking aan den dag had gelegd, aan allen verder, die het hunne hadden bijgedragen om te komen tot het nieuwe gebouw, zoozeer gewenscht, noodig en door de leden van het Kantongerecht met groote vreugde begroet, niet het minst aan den griffier mr. von Weiler tot Poelwijk, op wiens spr. hoofdzakelijk het initiatief in dezen wenschte over te brengen.
Spr. schetste hoe het ten Stadhuize gehuisvest zijn van de Gemeente en de rechtspraak in het kanton Nijmegen steeds, ondanks het verouderde van den toestand, naar volle bevrediging was geweest van beide gehuisvesten, in welk verband spr. een bijzonder woord van dank richtte tot Nijmegen’s voortreffeljken burgemeester, den heer F.M.A. van Schaeck Mathon.
Noodig was de nieuwe toestand zeer zeker en spr. was verblijd dat thans het kantongerecht in eigen woning was ondergebracht. Want werkelijk, voor een kantongerecht als dat van Nijmegen, dat, hoewel het slechts tweede-klasse is, desniettegenstaande de negende plaats onder de kantongerechten in Nederland inneemt en in afgedane burgelijke en strafzaken tal van eerste klasse kantongerechten overvleugelt, mocht een eigen huis wel noodzakelijk geacht worden.
En thans aanvaardde spr. dan gaarne de zorgen over zijn nieuwe woning, waarin hij met alle kracht zou trachten een goed huisvader zijn.
Hiermede was de officieele plechtigheid ten einde.
Het nieuwe gebouw, geleden op de grens van oude en nieuwe stad en zeer zeker op een der fraaiste punten der gemeente opgetrokken, kan zonder voorbehoud geroemd worden voor de praktischen inrichting, de keurige afwerking der verschillende vertrekken. Het is in twee groote deelen te splitsen: de beneden-verdieping, waar de inspectie en registratie der domeinen enz. zijn ondergebracht, en de eerste etage, waarheen een koninklijke trap leidt. De fraai ingerichte rechtszaal vormt uit den aard het hoofdvertrek, voorts heeft men de flinke, eenvoudig doch degelijk uitgevoerde getuigenkamer, de griffie, de bureaux van den kantonrechter en van den griffier.
Zeer zeker kan het nieuwe gebouw, dat hedenmorgen is in gebruik gesteld, een sieraad voor Nijmegen genoemd worden; onze stad mag zich in het bezit ervan verheugen, en het kan niet anders, of het zal voor de belangen van de rechtspraak binnen ons kanton allerzins bevorderlijk zijn.” (PGNC 16/1/1907)
Bronnen en meer lezen:
Rijksmonumenten Deze geeft een uitgebreide omschrijving van het uiterlijk en wat de redenen van de monumentstatus zijn
Klooster en kweekschool voor meisjes, architect Joseph Seelen (Uit Katholieke Illustratie via RAN F9292)
Op 1 mei 1923 vond de inwijding plaats van het klooster en kweekschool voor meisjes aan de Groesbeekseweg plaats. Dit klooster en deze school was van de orde Filles de la Sagesse (Dochters der Wijsheid). Het was een orde die oorspronkelijk afkomstig uit Frankrijk. Vanwege religieuze moeilijkheden aldaar was Nijmegen een van de plaatsen waar deze zusters zich vestigden, in de Lange Hezelstraat. Een jaar na de opening in 1923 vond uitbreiding plaats met een meisjesschool voor L.O. en M.U.L.O.
Op het einde van dit artikel staat een uitgebreid verslag van de opening op 1-5-1923 weergegeven.
Uitbreiding
Rond 3 september 1923 vindt de aanbesteding van “de bouw van een Klooster en Kapel aan de Groesbeekschen weg voor de Congregatie der Eerwaarde Zusters ‘Filles de la Sagesse’ te Nijmegen plaats. Deze is onderhands opgedragen aan de firma Hofman & Arts, voor het bedrag van f 197.290,-.
Daarnaast is de bouw van een Lagere en U.L.O.-school aan den Groesbeeschen weg eveneens opgedragen aan de firma Hofman & Arts, die met f 55.6700,- de laagste inschrijving hadden. (PGNC 3/9/1923).
Ook hier is Jos. Seelen de architect.
Jozef Seelen
Dat de Filles de la Sagesse bij Jozef Seelen (18-10-1871 Venlo -16-10-1951 Heerlen) uitkwam, is niet vreemd: Schimmert, de hoofdvestiging van deze orde in Nederland, ligt op ongeveer 15 kilometer van Heerlen.
Jozeph Seelen werd in 1900 de eerste gemeente-architect van Heerlen. Bovendien had hij zijn eigen bureau. Op 1913 stopte hij als gemeente architect. Heerlen vertelt: ““Seelen had goede contacten met verscheidene religieuze ordes in Heerlen die hem de nodige opdrachten bezorgden. In deze tijd heeft hij ook veel projecten buiten de gemeente- en provinciegrenzen gerealiseerd. Hij bleef altijd gevestigd in Heerlen. Volgens de nazaten van Seelen nam zijn oudste zoon Henk regelmatig het schrijfwerk op de tekeningen voor zijn rekening omdat hij een prachtig handschrift had. Samen ging hij met zijn zoon Henk Seelen op de fiets naar de werklocaties, ook ver buiten Heerlen. Henk noteerde daar de aanwijzingen van zijn vader bij de werktekeningen. Daarna kon dit verder verwerkt worden in het kantoor.”
De gebouwen zijn een Gemeentelijk monument met als tekst bij aanwijzing (tevens staat hier een uitgebreide beschrijving:
sGroesebeekseweg 152 / Heyendaalseweg 2
“Het schoolgebouw is hoofdzakelijk van belang om haar zorgvuldig gelede, monumentale, aaneengesloten gevels onder steile leigedekte kappen aan de Groesbeekseweg en Heyendaalseweg. Een belangrijke kwaliteit van het gebouw vormt voorts haar stedebouwkundige situering, op de hoek van beide genoemde straten. Het gebouw vormt een goed voorbeeld van een meer monumentaal, aan de rand van de 19e-eeuwse schil gelegen schoolgebouw, opgetrokken in de strengere vormentaal van de late jaren twintig.”
Groesbeekseweg 146
“Het schoolgebouw is hoofdzakelijk van belang om haar zorgvuldig gelede, verspringende gevels onder steile leigedekte kappen aan de Groesbeekseweg. Het gebouw vormt tezamen met het schoolgebouw aan de Groesbeekseweg 152 een architectonische en stedebouwkundige eenheid. Het gebouw vormt een goed voorbeeld van een meer monumentaal, aan de rand van de 19e-eeuwse schil gelegen schoolgebouw, opgetrokken in de strengere vormentaal van de late jaren twintig.”
Vervolg
Er is nog niet uitgebreid onderzocht wat het vervolg is geweest.
De (m)ulo verhuise in 1960 naar de Archipelstraat, de Sedes Sapientiae. Daarbij was het onderwijstype mulo vervangen door de mavo. En in 1971 als invididueel vormend onderwijs (ivo) -mavo. Tot dan toe was het een school voor alleen meisjes, vanaf dat moment konden ook jongens ook deze school bezoeken.
Begin jaren 60 vertrokken de zusters uit het klooster. In 1971 kwamen hier de brugklassen van de nieuw opgerichte Scholengemeenschap Nijmegen-Oost. Ook kwam er een school voor verpleegkundigen en was het in gebruik door de Hogeschool Arnhem-Nijmegen.
In 2014 ontstond een grote brand. Als gevolg daarvan werd de kapel en een deel van bijgebouwen in 2017 gesloopt. Het hoofdgebouw werd verbouwd tot appartementen. In januari 2017 schrijft de Gelderlander dat Groesbeekseweg 146 verbouwd zal worden tot appartementen. Dan zit Vrije School Meander in het gebouw, die naar de Celebesstraat zal verhuizen. Op dat moment is verbouwing al aan de gang van de voormalige school voor verpleegkundigen tot een wooncomplex met stadswoningen.
In juni 2026 staat Groesbeekseweg 146 2 dagen te koop met een vraagprijs van 900.000 euro. “Aan de karakteristieke Groesbeekseweg in het geliefde Nijmegen-Oost en aan en de rand van de Indische Buurt bevindt zich deze indrukwekkende monumentale woning, gerealiseerd in een voormalig schoolgebouw uit 1924. Achter de markante gevel schuilt een woonbeleving van uitzonderlijk niveau: een stijlvol en hoogwaardig afgewerkt woonhuis verdeeld over vijf woonlagen, waar architectuur, licht, ruimte en luxe naadloos samenkomen.” Zie voor foto’s: https://www.funda.nl/detail/koop/verkocht/nijmegen/huis-groesbeekseweg-146/44491812 (link juli 2026)
Bij de opening in 1923
“Heden werd de nieuwe R.K. Kweekschool plechtig ingewijd door den hoogeerw. heer Deken C.A. Van Son.
Deze feestdag voor de Eerw. Zusters Dochters der Wijsheid, wird begonnen met God.
Om negen uur droeg de hoogeerw. heer Deken C.A. van Son een plechtige H. Mis op aan het hoofdaltaar der St. Antoniuskerk aan den Groesbeekschen weg. De eerw. Zusters en de leerlingen der R.K. Meisjeskweekschool woonden met talrijke andere belangstellenden het H. Misoffer bij, waaronder de gregoriaansche misgezangen door de jong dames-kweekelingen op stichtende wijze gezongen werden.
Omstreeks tien uur vingen de plechtige inzegeningen van het kweekschoolgebouw door den hoogeerw. heer Deken aan, die geassisteerd werd door den zeereerw. pater Preller(?) O.P., rector van de eerw. Zusters Dochters der Wijsheid.
Tijdens deze plechtige inzegening volgde een stoet van zusters en kweekelingen de officianten.
In de groote studiezaal hadden zich intusschen de genoodigden vereenigd, die zoo groot in aantal waren dat zij de ruime zaal grootendeels vulden.
Onder de aanwezigen merkten wij zoowel geestelijke als burgelijke autoriteiten, en wel bijna alle zeereerw. heeren Pastoors van de parochies der stad, de zeereerw. heer Goortz uit ’s-Bosch, inspecteur van het Bijzonder Onderwijs en vertegenwoordiger van Z.D.H. Mgr. Arn. Diepen, de zeereerw. paters Dominicanen Kothmann O.P., prior en Tummers O.P., en de heeren mr. Troyen, rijksinspecteur J.O., ds. W.F. Smits, distr. Schoolopz. L.O., H. Vrancken, wethouder van onderwijs, W.H. Peters, dir. Rijkskweekschool. Seelen, architect van de R.K. Kweekschool, enz.
De hoogeerw. heer Denken C.A. van Son, opende de rij van sprekers en verklaarde de H. Mis van dank vanmorgen opgedragen en de plechtige inwijding thans verricht te hebben, om daardoor een hoog bewijs van waardeering te geven voor het vele en goede werk door de eerw. Zusters Dochters der Wijsheid, hier ter stede verricht in het belang van het bijzonder onderwijs.
Jaren lang hebben deze al in stilte en verborgen gewerkte in haar eenvoudig onderwijshuis aan de Lange Hezelstraat. Het was noodzakelijk dat de eerw. Zusters uitzagen naar nieuwe gebouwen, welke meer beantwoordden aan de nieuwe eischen des tijds aan onderwijsinrichtingen gesteld. Men wachtte het gunstige tijdstip af en hierop kwam nu dit mooie onderwijsgebouw tot stand, dat getuigt van durf en ondernemingszin en een eereplaats zal innemen onder de tempels der wetenschap welke de universiteitsstad Nijmegen bezit.
PGNC 2/2/1922
In voortdurend vertrouwen op God bleef men voortgaan op den ingeslagen weg- en dat vertrouwen is niet ijdel voor hen, die werken voor Gods eer.
Spr. vermaande de eerw. zusters op God te blijven vertrouwen, opdat het haar gegeven mocht zijn nog vele jaren zich met den zelfden ijver en even groote opoffering te mogen blijven toeleggen op de hooge taak: van vorming van katholieke leerkrachten voor de jeugd.
De hoogeerw. heer Deken wees op de verantwoordelijke maar tevens heerlijke taak, welke er ligt in de vorming van leeraressen, en welk een ontzaggelijke kracht ten goede er uitgaat van onderwijzeressen, die den leerlingen goed voorgaan en de leerlingen, vooral ook in deugd opvoeden.
Naast de vergankelijke wetenschappen wordt hun immers ook ’t hoogste doel geleerd: op aarde God te dienen en hiernamaals eeuwig gelukkig te kunnen zijn.
Spr. sprak den wensch uit, dat het werk der eerw. zusters steeds voorspoedig zou gedijen, en op haar arbeid immer zou mogen rusten de sympathie der menschen- opdat haar zegenrijk werk zou mogen voortgaan tot in lengte van jaren en tallooze meisjes hier gevormd zouden mogen worden tot uitstekende onderwijzeressen, die haar beste krachten zouden geven aan het onderwijs der katholieke en de kinderen opvoeden tot sieraden der maatschappij.
Mr. Trijen, inspecteur l.o., verklaarde gaarne naar Nijmegen te zijn gekomen, om hier bij deze plechtige opening van de nieuwe bijz. kweekschool blijken van belangstelling te kunnen geven.
Terecht is voor deze plechtige inwijding gekozen den dag van één Mei: het symbool van ontwikkeling, van nieuw leven, nieuwe bloei, van durf, moed en zelfvertrouwen en vertrouwen in den toekomst.
Het bestuur van deze kweekschool, die het werk klein begon, heeft het voortgezet en nu voltooid- en gaf blijk van groot vertrouwen en goed doorzicht.
Spr. verheugde zich er over, dat tevens door de gelijkstelling van het Bijzonder en het Openbaar Onderwijs ook door stichting mogelijk was geworden- al zijn ook hier alle financieele moeilijkheden niet opgeheven.
Maar in volle Gods vertrouwen werd dit stichtingswerk gedaan, indachtig de woorden van de psalmist: ‘Indien de Heer het huis niet bouwt, dan werken degenen, die het huis gebouwd hebben, tevergeefs”.
Moge dan deze kweekschool welke in een ruim, doelmatig schoon gebouw, een schitterende toekomst tegemoet gaan, moge het aantal leerlingen steeds toenemen onder de uitstekende leiding van de docenten, welke zich wijden aan de wetenschappelijke vorming en godsdienstige opvoeding van de leerlingen.
Spr. wees op de mooie roeping van onderwijzers- en hoopte, dat de leerlingen steeds indachtig zouden blijven de geest van offervaardigheid, hulpvaardigheid, welke haar docenten bezielde.
Moge deze geest spreken uit de geheele instelling en moge deze rijk en nuttig werken voor het nageslacht.
Dee zeereerw. heer Rector Goortz uit Den Bosch, inspecteur van het Bijz. Onderwijs, achtte het een aangename taak zijn gelukwenschen bij die der vorige sprekers te mogen voegen. Deze dag is dan een ware jubeldag voor de stichting. Wanneer men van nabij weet, wat de inspanning en zorg het kost een kweekschool op te richen, in stand te houden en tot bloei te brengen, dan begrijpt men nog meer de beteekenis van een dag als deze.
Spr. betuigt zijn hooge waardering voor het werken en streven van de E. Z. Dochters der Wijsheid, die nog juist op tijd haar kweekschool in wezen hadden weten te brengen. Daartoe behoorde energie en doorzicht- Spr. zou de zusters, naast dochters van de Wijsheid, ook dochters van de Kracht en van de Voorzienigheid willen noemen. Zij zijn de zusters van den durf en de daad- en mogen thans op dezen dag verheugd zijn.
Haar werk werd ook rijkelijk gezegend door God, die zich in edelmoedigheid nimmer laat overtreffen.
Als inspecteur van het bijzonder onderwijs wees spr. er op, dat er thans in het bisdom Den Bosch vele kweekscholen zijn voor onderwijzeressen. En hij stelde zich de vraag of deze, de dertiende in de rij, wel noodig was? Was er inderdaad behoefte aan? De practijk bewees haar bestaansrecht. Voornamelijk waar het hier betrof een externaat, waaraan voor Nijmegen en omstreken groote behoefte bleek te bestaan. Katholiek Nijmegen kan de eerw. zusters dan ook dankbaar zijn. Vele leerlingen uit Nijmegen en omgeving ondervinden thans niet de moeilijkheden, welke er gelegen zijn in het bezoeken van een internaat.
Als vertegenwoordiger van Mgr. Arn. Diepen, die reeds de eerw. zusters blijken van zijn gelukwensch had doen toekomen verklaarde spr. nog uitdrukkelijk de eerw. zusters namens Mgr. te moeten huldigen bij de totstandkoming van deezen nieuwe kweekschoolbouw. Mgr. had onder diens vroegere inspectie reeds ondervonden, welk nuttig werk de eerw. zusters stichtten onder de kinderen uit het Bossche diocees en hoe de eerw. zusters tegemoetkomend waren geweest toen werd verzocht mede te voorzien in het tekort aan opleidingsonderricht voor toekomstige katholieke onderwijzers in ons bisdom.
De eerw. Zusters warden toen direct bereid gevonden eenige parallelklassen in te richten voor jongenskweekscholen.
Namens Mgr. Arn. Diepen bracht spr. daarvoor de zusters nog oprechten dank.
Spr. wees vervolgens op de groote betekenis van de katholieke leekenonderwijzeres op de opvoeding van de rijpere vrouwelijke jeugd op de Mulo-scholen en herinnerde aan practische voorbeelden, hoe het stichtende voorbeeld van de leekenonderwijzeres nog van groote opvoedende kracht bleek voor de leerlingen. De echt godsdienstige opleiding der leerlingen kan door de dame-onderwijzeres zoo herlijk bevorderd worden. Spr. hoopt dan ook dat van deze R.K. Kweekschool voor onderwijzeressen vele uitstekende onderwijskrachten zouden komen ten dienste van ons bijzonder onderwijs.
De heer H. Vrancken, wethouder van onderwijs, sprak woorden van waardeering namens het gemeentebestuur, dat in de opening van deze nieuwe kweekschool een teeken van toenemende bloei van het onderwijs in deze gemeente zag.
Spr. herinnerde nog eens aan de school aan de Lange Hezelstraat met de primitieve inrichting en middelen en vergeleek daarmede het grootsche gebouw, voor welks oprichting te dezer stede het gemeentebestuur dankbaar is.
Spr. hoopte, dat de nieuwe groote uitbreidingsplannen in de naaste toekomst ook verwezenlijkt zouden woren en wenschte de instelling den grootst mogelijken bloei en groei toe.
De eerw. pater A. H. Preller O.P. dankte namens de eerw. Zusters voor alle woorden van waardering en hulde, door geestelijke en wereldlijke autoriteiten aan haar instelling gewijd.
Spreker wees op het ijveren en streven der Zusters, die inderdaad Zusters van de Voorzienigheid zouden genoemd mogen worden, om tot deze huidige uitbreiding van de kweekschool te komen. De Voorzienigheid heeft ten slotte ook hier alles ten goede geleid.
De eerw. Zusters kwamen jaren geleden naar Nijmegen en namen een Bijzondere Bewaarschool op zich- een school welke eenigzins achteruitgaand was.
Het aantal leerlingen breidde zich steeds uit en in 1920 kwam men tot de instelling van de Kweekschool, dank zij niet weinig den sympathieken steun van den heer ds. Smits, den districts-schoolopziener.
Naast God hebben de eerw. Zusters dan ook veel aan den heer Smits te danken voor de totstandkoming van deze kweekschool.
Volgens dankte pater Preller den hoogeerw. heer Deken, die als president van het St. Josefsschoolbestuur zozeer ijvert voor het bijzonder onderwijs, de zeereerw. heer Goortz, wien spreker tegelijk verzocht den welgemeenden dank over te brengen aan Mgr. Arn. Diepen.
Spr. dankte den Rijksinspecteur van het L.O. den distr.-schoolopziener, den wethouder Vrancken en verdere leden van het college van B. en W. in wier welwillende belangstelling spreker de nieuwe R.K. Kweekschool voortdurend aanbeval. Spr. dankte de ouders der leerlingen en rekende op voortdurende samenwerking tusschen de bestuurderen en docenten der kweekschool.
Spr. dankte de oud-leerlingen der school voor haar belangstelling en wees er op dat er in Nijmegen wel bijna geen bijzondere Katholieke meisjesschool zal zijn, waar niet een of meerdere onderwijzeressen oud-leerlingen dezer R.K. kweekschool als doccalen (?) werkzaam zouden zijn.
Spr. dankt ten slotte allen die belangstelling getoond hadden.
Het H. Hart-beeld werde door den eerw. Pater Preller O.P. plechtig geintromiseerd.
Een beschrijving der school volgt morgen.” (De Gelderlander 1/5/1923)
De Maria Geboortekerk is in opdracht van de Dominicanen gebouwd. Dit gebeurde in 3 fases:
1893-1894: een hulpkerk
1900-1901: vergroting met het huidige middenschip en zijbeuken
1921: vervanging hulpkerk door een transept, koor met zijkapellen en een sacristie. Daarnaast een nieuwe voorgevel met traptorens.
Zowel van het hulpkerkje als de vergroting van 1900-1901 was Johannes Kaijser (1842-1917) de architect. De derde fase werd gebouwd door zijn zoon.
Dit stuk gaat vooral over de bouw van 1900-1901. Daarbij was deze kerk bedoeld als ‘tussenkerk’. De vergroting moet de hoofdbeuk of het zogenaamde langschip gaan vormen van de definitieve kerk. Dan zal er een transept met priesterkoor gebouwd worden. Daarnaast zal de voorgevel nog “versterkt” moeten worden, met een toren van 14M. breedte en 80M. hoogte.
Deze verbouwing vond uiteindelijk plaats in 1921, door de zoon van Kaijser. De toren is er echter niet gekomen.
1894: Hulpkerk
De achterzijde van de Maria Geboortekerk, 1894 (F87883 RAN)
De eerste bouwfase begint in 1892. De stadswallen waren inmiddels gesloopt. Op dat moment werd nog geen grote groei van Nijmegen-oost verwacht en daarom werd een kleine hulpkerk geacht voldoende te zijn.
Over de inzegening van 1894 schrijft de Gelderlander:
“De Inzegening der Bijkerk van Onze Lieve Vrouw te Nijmegen
Sinds geruimen tijd trekt de nieuwe bijkerk der Sint-Dominicusparochie de aandacht der talrijke wandelaars, die in deze zeldzaam schoone dagen langs het Hunerpark en de Singels genieten van de frissche lentelucht en het heerlijk natuurtafereel, dat zich dagelijks verder voor hun oog ontrolt. Inderdaad, het kerkgebouw is zulk een aandacht dubbel waard. Deels schilderachtig tusschen het groen verscholen, verheft het zijne hoogstijgende lijnen en streeft met een sierlijk, slank torentje ten hemel. Vooral van den Kerkhofweg gezien is de aanblik verrassend en bewijst, hoe dankbaar de XIV eeuwsche gothiek, in nationale grondstof uitgevoerd, zich leent voor onze kerkgebouwen. Het gedeelte, dat thans is afgeleverd, bestaat uit een achthoekig priesterkoor, twee achthoekig gesloten transepten en twee travées van de groote beuk. Eventueel kan dit middenschip met nog vijf travées worden verlengd en daarbij gesloten met een rijken voorgevel, door twee traptorens geflankeerd; de kerk zal den eene lengte hebben van 48 meters.
Treedt men het gebouw binnen, dan ontwaart men terstond, dat de decoratie zeer constructief is opgevat. Alle constructieve elementen, zooals colonnetten, pilasters, bogen, enz. zijn in schoonen baksteen gemetseld en gevoegd; terwijl de vlakken, welke geene constructieve functie hebben, witgepleisterd zijn. Dit rood en wit, gevoegd bij het zachtgroene licht, dat door het kathedraalglas naar binnenstroomt, geeft aan het geheel eene aangename, als het ware, kerkelijke tint. Het gewelf verheft zich tot eene hoogte van 15 meters, maar schijnt door de witte schildering nog hooger te streven; slechts enkele motieven daarvan zijn voorloopig sober in kleuren georneerd. Ieder bezoeker zal instemmen, dat de architect Kaiser uit Maastricht in de opvatting en uitvoering van zijn plan uitstekend geslaagd is, en tevens de nauwkeurige afwerking roemen van den heer W. van der Waarden, die als aannemer hier weder getoond heeft, waartoe Nijmegen in staat is.
Volgens afkondiging had hedenmorgen ten 9 ure de plechtige inzegening plaats van het nieuwe bedehuis; de plechtigheid werd verricht door den Weleerw. Pater A.P. van der Geest, pastoor der parochie, daarin bijgestaan door de geestelijken des kloosters. Tegen 10 ure zag men langs verschillende dreven de geloovigen samenkomen om het eerste H. Misoffer in het nieuwe heiligdom bij te wonen. De herder der parochie celebreerde, geassisteerd door de beide kapelaans, de Weleerw. Paters S. Grapel en H. van E.p. Na het Evangelie hield de Zeereerw. Pater J.V. de Groot, prior des kloosters, eene treffende toespraak tot de vergaderd menigte. Naar aanleiding van de woorden des psalms: In donum Domini ibinus, Wij zullen ingaan in het Huis des Heeren, verklaarde de gewijde redenaar, wat de Kerk is voor de Katholieken: zij is de woonstede Gods, zij is de zetel der zegeningen Gods. In weinige krachtige trekken schetste hij de verhevenheid van het Huis Gods tijdens het Oude Testament, om vervolgens langs Bethlehem en Nazareth te wijzen op den tempel van het Nieuwe Testament, die vooral hare grootheid ontleent aan het onbloedig Offer daar opgedragen, aan de tegenwoordigheid van Christus in het H. Sacrament. Dit verklaart de ware grootheid onzer christentempels, hetzij deze verborgen zijn in de catacomben, verscholen in schuren en zolders, of als heerlijke, prachtvolle kathedralen met hemelhooge spits luide aan de wereld verkonden den Emmanuel, den God met ons. Hierna zette de gevierde spreker uit een, dat de kerk de zetel is der zegeningen Gods, omdat de Verlosser der wereld, de Bron der genade, daar woont in de H. Eucheraristie, omdat de H.H. Sacramenten daar worden toegediend, omdat de mensch daar licht vindt in de duisternis, vrede in de onrust des gemoeds. Hartelijk wenschte hij den pastoor en de geloovigen geluk met dit nieuwe Huis Gods en bracht den edelmoedigen weldoeners zijn innigen dank. – Zooals men weet, is de bijkerk gebouwd van de giften, welke het katholiek Nijmegen vóór twee jaren, bij het zesde eeuwfeest van het Predikheeren-klooster, aan de Paters heeft aangeboden. Der kerk herinnert dus tevens aan den band, welke zes eeuwen van arbeid en strijd tusschen de kloosterlingen van Sint Dominicus en Nijmegen’s burgerij gelegd hebben.” (De Gelderlander 14/4/1894)
1900-1901: vergroting met het huidige middenschip en zijbeuken in Lancet Style
Achterkant Maria Geboortekerk (door Havang (nl) – Eigen werk via Wiki commons CC0)
De bevolking groeide echter harder dan verwacht. Daarop werd besloten een groot middenschip te bouwen.
Waar zijn zoon Jules Kaijser met het voorportaal refereert naar de Franse vroeggotiek (reliwiki), lijkt Johannes Kaijser te refereren naar een vroegere periode: zoals in het krantenartikel staat weergegeven, is het gebouw geïnspireerd op de “lancet style”. Deze komt vooral voor in Engeland? Deze vorm is goed te zien aan de achterkant van het gebouw. De lancet style houdt in dat gebruik wordt gemaakt van spitsbogen en een verhoogde, slanke vensters, zonder maaswerk (joostdevree).
1901 Hulpkerk voor de Parochie van de H. Dominicus (D12.377927)
De Gelderlander schrijft bij de opening in 1901 een artikel, waarin het Onze-lieve-Vrouwekerk wordt genoemd:
“De Onze-lieve-Vrouwekerk te Nijmegen.
Tot niet geringe vreugde der katholieken die zich buiten de St.-Jorispoort gevestigd hebben, breekt weldra de langverbeide dag aan, waarop de nieuwe kerk haar deuren voor de geloovigen ontsluiten zal. Menigeen zal bij het binnentreden des heiligdoms verwonderd staan over het verrassend effect, dat de verbinding van den eersten bouw thans tot presbyterium bestemd, met het nieuwe gedeelte teweeg brengt. Er moest hier een niet te onderschatten moeilijkheid worden overwonnen, doch het vindingrijk genie van den bekwamen bouwmeester, den heer J. Kaiser, heeft glansrijk gezegevierd.
Schenken wij echter onze opmerkzaamheid den nieuwen aanbouw, die de hoofdbeuk of het zoogenaamde langschip zal vormen der definitieve kerk. Het plan immers bestaat om later een transept met priesterkoor, van grooter verhouding dan het thans bestaande, te bouwen en den voorgevel te versterken en te verfraaien met een toren van 14M. breedte en 80M. hoogte. Het nieuwe gedeelte is in zuiver dertiende-eeuwschen stijl (style Lancet) opgetrokken, in materialen grootendeels aan den vaderlandschen bodem ontleend. Vandaar is de kleurige baksteen, der roem onzer Waal-oevers, in allerlei verscheidenheid, op de meest sprekende punten gebezigd. Voor de handhaving van dit echt rationeel en traditioneel beginsel, kan men den architect niet anders dan lof toezwaaien.
Twee rijen slanke kolommen met sierlijke kapiteelen dragen het 10M. breede middenschip, dat krachtig omhoog streeft en zich ter hoogte van 22M., in stoute bogen, welft. De zijbeuken trekken de aandacht door hunne ruimte, welke vooral verkregen werd door de conterforten naar binnen te plaatsen. Deze laatste, als pilasters behandeld, breken tevens de muurvlakten, verhoogen door hunne rijke profileering het perspectief en bekoren het oog door hun wisselend spel van lijnen. Om de polychromie, die in zoovele kerken zwaar tegen de vochtigheid te kampen heeft, tot een klein gebied te beperken, d.w.z. gevoegd; slechts de gewelfvlakken zijn wit gepleisterd. Overigens is er, vooral buiten, niet naar versiering gezocht; de constructieve deelen van den bouw vormen de voornaamste ornamentatie. Blijkbaar is de architect van het denkbeeld uitgegaan, om een kerk te bouwen, die door soliede constructie, duurzame materialen en sobere versiering in de naaste toekomst geen zorg voor onderhoud of herstelling mag geven.
Met dit doel voor oogen is hij er tevens in geslaagd aan het geheele gebouw een werkelijk monumentaal karakter te geven.
Den heeren Gielen en Van der Pluim, de wakkere aannemers, wier namen reeds te Nijmegen gevestigd zijn, komt voor de uitvoering alle lof toe.
Moge het ondernemend Kerkbestuur der Sint-Dominicusparochie door de liefdadigheid der geloovigen weldra in staat gesteld worden om den bouw te voltooien; dit zal voorzeker de wensch en de bede zijn van alle geloovigen, die zich morgen (Vrijdag) naar de Onze-Lieve-Vrouwekerk zullen begeven, wanneer het heiligdom door den zeereerw. Pastoor A.P. van der Geest plechtig wordt ingezegend.
Jaren 20: Parochiekerk en verbouwing Jules Kaijser
Begin jaren 20 wordt de hulpkerk een zelfstandige parochiekerk. “Dat was ook het moment dat de kerk niet meer als een ‘buitenpost’ werd gezien, maar een volwaardige functie kreeg, van doopsels en huwelijken tot begrafenissen.” (Nijmegen-Oost.nl)
De zoon van Johannes Kaijser, Jules, bouwt een koor met dwarsschip. En daarnaast krijgt de kerk een nieuwe façade met twee traptorentjes. Daarbij sluit hij zijn stijl aan bij dat van zijn vader. Bovendien wordt een parochiehuis gebouwd, waar onder andere de verkennerij bij elkaar kwam.
Maria Geboortekerk en Onze-Lieve-Vrouwekerk
Maria-Geboorte is het feest van de geboorte van de Moeder van Christus, Maria. De feestdag is op 8 september: op deze dag zou de wijding van de kerk bij het vermoedelijke geboortehuis van Maria hebben plaatsgevonden. De eerste vermeldingen van dit feest zijn in de 6e eeuw.
De Maria Geboortekerk en Onze-Lieve Vrouwegeboortekerk verwijzen naar hetzelfde feest. Maria-Geboorte is de officiële naam. En Onze Lieve Vrouwe is een andere naam voor Maria. In meerdere plaatsen is een kerk vernoemd naar een van beide namen, zie de lijst op wikipedia.
Vooralsnog weet ik (RE) nog niet waarom de kerk in het artikel uit 1901 Onze-Lieve-Vrouwekerk (dus zonder “geboorte” wordt genoemd: waarschijnlijk is het een verkorte aanduiding.
(Overige) Bronnen en verder lezen over Maria-Geboorte
Er is nog niet uitgebreid onderzocht wat het vervolg is geweest. In de jaren 80 dreigde sloop van de kerk. Nijmegen-Oost.nl heeft een mooi artikel geschreven in 2006 naar aanleiding van het 80-jarige bestaan (tevens gebruikt als bron voor dit artikel): “In de jaren 80 stond ?ie nog op de nominatie om gesloopt te worden, maar de Maria Geboortekerk aan de Berg en Dalse weg oogt nu meer dan springlevend. En bij de tijd, met internetpagina en e-mail. Ook al staat de kerkgemeenschap duidelijk in het heden, men wil graag een blik in het verleden werpen.”
Tegenwoordig (juli 2026) maakt de kerk onderdeel uit van de Stefanus parochie, welke 7 kerken telt. De kerk noemt op haar eigen site: “30 jaar geleden ontstaan uit een kerkgemeenschap met een tiental kerkgangers komen er nu elke dag rond 25 en elk weekend rond 200 mensen van alle leeftijden bij elkaar – en het aantal groeit elke week. God houdt van de mensen en is hen nabij. Dat is de boodschap die ons draagt, die ons verbindt en die we willen uitdragen naar anderen.” Via een livestream zijn de vieringen te volgen.
Rijksmonument
Glas-in-lood ramen Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Beeld Dominicus Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Beeld Albertus Magnus door Jac Maris, 1948 Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Zowel de kerk als de pastorie zijn een Rijksmonument, met als waardering (tevens staat hier een uitgebreide beschrijving):
“1. een PAROCHIEKERK toegewijd aan “Maria Geboorte”, en
2. een PASTORIE met HEK.
Waardering
Rooms-katholiek parochiecomplex uit het eerste kwart van de 20ste eeuw, bestaande uit een PAROCHIEKERK en een PASTORIE met HEK.
Van architectuurhistorische waarde als goed voorbeeld van een historisch gegroeid parochiecomplex, waarbij voor de in fases tot stand gekomen kerk uit 1900-1924 steeds de neogotiek is gehanteerd en voor de pastorie uit 1930-1931 een meer eigentijdse bouwtrant met invloeden van de Amsterdamse School en de Art Deco. Beide complex-onderdelen zijn van belang wegens de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp, de zorgvuldige detaillering en de nagenoeg gave interieurs.
Van stedebouwkundige waarde als essentieel en markant gesitueerd onderdeel van de zogenaamde “19de eeuwse gordel” van Nijmegen, dat bovendien door de hoge ligging op een stuwwal van bijzondere waarde is voor het stadssilhouet.
Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een geestelijke ontwikkeling, in casu het rooms-katholieke bewustzijn en klimaat in Nijmegen in het algemeen en de vorming van nieuwe parochies in de stadsuitleg in het bijzonder.”
Mariabeeld van Albert Meertens
Een Mariabeeld , geplaatst op het pleintje voor de Maria Geboortekerk, gemaakt in 1949 door Albert Meertens (14-12-1904 – 30-11-1971) uit Berg en Dal ; op de gevel van de kerk links het beeld Dominicus uit 1923 en rechts Albertus Magnus , gemaakt in 1948 door Jac Maris, 1949 (GN5272 RAN)
Beeld bij Maria Geboortekerk (september 2024)
Jezus zonder hand (oktober 2024)
Sokkel Mariabeeld voor Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Inscriptie “aan Pastoor Dickmann 15 aug 1908-1948” (oktober 2024)
Sokkel Mariabeeld voor Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Pastorie
Lees hier over de in de jaren 30 gebouwde pastorie:
Pastorie van de Maria Geboorterkerk, augustus 2023 (Google Streetview)
Deze pagina verzamelt reeds gemaakte artikelen over de wijk Altrade. Romeins amfitheater hoek Rembrandtstraat-Mesdagstraat In de buurt van Romeinse legerkampen…
Plan tot het verbouwen van een woonhuis tot winkelhuis van een perceel gelegen aan de Weurtscheweg Kad. Bekend Gem. Neerbosch Sectie A No 808, Eigenaar J.P. Jansen, datum bouwdossier 7-10-1924 (D12.389161)
Weurtseweg 83-85 is aanvankelijk gebouwd als beneden- en bovenwoning. In 1924 vindt echter de verbouwing van de benedenverdieping tot winkelhuis plaats. Tegenwoordig is dit echter weer verbouwd tot woongedeelte.
Wanneer de Weurtseweg 83-85 is gebouwd, is nog niet bekend. Dan bestaat het gebouw uit een beneden- en bovenwoning (83 respectievelijk 85).
In ieder geval vindt in 1913 de aanleg van de riolering plaats. Dan is de eigenaar J.P. Jansen (D12.384512) en de bouwkundige J.H. van Benthem
Op Weurtseweg 83 komt echter (ook) jarenlang Jansen of Janssen voor:
A.A. Janssen (als “’t Witte Paard”) De Gelderlander, De Gelderlander 7/11/1924, 21/1/1925
1924 Verbouwing tot winkelhuis
Indeling Plan tot het verbouwen van een woonhuis tot winkelhuis van een perceel gelegen aan de Weurtscheweg Kad. Bekend Gem. Neerbosch Sectie A No 808, Eigenaar J.P. Jansen (?), datum bouwdossier 7-10-1924 (D12.389161)
In 1924 volgt de verbouwing tot winkelhuis. Dan is J.P Jansen nog steeds de eigenaar; de handtekening van de bouwkundige is moeilijk leesbaar. Hierbij wordt de voorkamer en een deel van de gang verbouwd naar een winkel. De 2 ramen aan de voorkant wordt 1 groot raam.
Advertentie opening Kruidenierszaak ’t Witte Paard van A.A. Jansen, Weurtseweg (De Gelderlander 7/11/1924)
Advertentie “In ’t Witte Paard”, Weurtseweg (De Gelderlander 4/12/1924)
In november 1924 volgt de opening van Kruidenierswinkel “’t Witte Paard” van A.A. Jansen, soms ook met 2 s-en geschreven. Ook in 21/1/1925 komt nog een advertentie voor.
G. Rebel
In het Adresboek 1928 komt op de Weurtsche weg 83 G. Rebel voor, met als beroep “schilder”. Gerbert Rebel, schilder. Hij wordt in 1928 failliet verklaard (PGNC 10/4/1928). Of de “schilder” G. Rebel dezelfde is als degene die een kaashandel begint (of mogelijk een familielid, bijvoorbeeld vader-zoon), is nog niet bekend. In 1929 verhuist “De Hollandsche Kaasboer” van G. Rebel naar Bloemerstraat 84.
In het Adresboek van 1928 staat, wanneer G. Rebel voor komt op nummer 83, J.P. Jansen op nummer 85 (oftewel de bovenwoning).
(Het is mogelijk dat Rebel juist in de tussengelegen jaren hier zijn kaashandel heeft gehad. Een moeilijkheid is dat Jansen soms geschreven wordt met 1 of 2 ss’en. En zo komt er ook een C. van Willigen, bedrijfsleider, voor op nummer 83 in het Adresboek 1922.)
In ieder geval zal “De Hollandsche Kaasboer” van G. Rebel in 1929 verhuizen naar de Bloemerstraat 84.
Advertentie De Hollandsche Kaasboer G. Rebel opening Bloemerstraat 84 (De Gelderlander 8/1/1929)
A. Janssen
Daarna worden er weer meldingen in Adresboeken en advertenties van Jans(s)en voor.
Onder andere in een nieuwjaarswens A. Janssen van “’t Kaashuis” in De Gelderlander 31/12/1931, De Gelderlander 31/12/1932.
Ook zijn er meldingen gevonden in De Gelderlander 15/12/1934, PGNC 5/1/1935, PGNC 31/12/1936, melkslijter (Adresboek 1932, 1934, 1936, 1938). Ook na de Tweede Wereldoorlog komt A. Janssen voor: in de Adresboeken 1948, 1951, 1955 als melkslijter-winkelieder levensmiddelen; als winkelier in 1959 en 1963 en onder de kop “Levensmiddelen” in 1966.
Vervolg
Weurtseweg 83-85, augustus 2023 (Google Streetview)
Wanneer de winkel opgehouden heeft te bestaan, is nog niet bekend. Na de oorlog zijn in ieder geval de volgende gebruikers gevonden (dus ook ten tijde van Janssen):
Mw. B. Cornelissen 1959
Mw. H.F.M. Mooren, dienstbode 1963
H.M.T. Pols 1971
Tegenwoordig (juli 2025) is ook het benedengedeelte weer een woning.
Een grote woning met schuur, architect Ibes, foto 1987 (Bertus van As via F13825 RAN CC-BY-SA)
Woonhuis (‘Germina’) met schuur en hekwerken werden gebouwd in 1936. Kippenhandelaar De Vries uit Beek-Ubbergen vroeg architect W.S. Ibes voor het ontwerp. Op 18-8-1936 besteedt W.S. Ibes het bouwen van een landhuis met schuur aan de Breedestraat aan (De Gelderlander 13/8/1936). De aannemers waren H.P. Tax, Willems en Van de Hoge.
G.M. de Vries
G. de Vries en gezin, koopman verhuizen in de week van 8 tot en met 14 januari naar de Breedestraat 100. Hun vorige adres was Ubbergen B 56. (De Gelderlander 20/1/1937)
G.M. de Vries wordt nog in Adresboek 1951 gevonden:
In het Adresboek 1940 is hij “kippenhandelaar” op Breedestraat 100
In 1948 en 1951 “veehouder” op Bredestraat 100.
Mej. W. de Vries is in 1948, 1951, 1955 gevonden en in 1959 is het “mw.”
In 1948 komt ook 1948 mej. J.A. van Os voor. En in 1959 mw. C.M.T. van Ooijen.
Architect Ibes
De architect was W.S. Ibes. Lees hier over deze architect:
OVER Architect W.S. Ibes Melkinrichting en Stoomzuivelfabriek “Neerlandia” 1924, Stockumstraat 1 “Melkinrichting en Stoomzuivelfabriek “Neerlandia”. De Melkinrichting en Stoomzuivelfabriek ”Neerlandia”…
Gemeentelijk Monument
Het woonhuis met schuur en hekwerk is een gemeentelijk monument. Op haar site staat een uitgebreide omschrijving. Als waardering:
“Architectuurhistorische criteria Het WOONHUIS MET SCHUUR EN HEKWERK aan de Bredestraat is, voor wat betreft exterieur en interieur, een goed bewaard gebleven voorbeeld van een woonhuis gebouwd in een traditionalistische bouwstijl. Het huis bezit meerdere waardevolle interieurelementen waaronder terrazzovloeren in de vestibule, de gang en de keuken, fraaie schouwen in de woonkamer en de slaapkamer en plafonds van triplex met latten in geometrische patronen. Als zodanig heeft het woonhuis architectuurhistorische waarde.
Stedenbouwkundige criteria Het WOONHUIS MET SCHUUR EN HEKWERK, vormt een belangrijk en beeldbepalend onderdeel van de historisch gegroeide reeks van woonhuizen, boerderijen en villa’s aan de Bredestraat in Hees. Het woonhuis, de schuur en het hek hebben een ensemblewaarde ten opzichte van elkaar. Als zodanig heeft het ensemble stedenbouwkundige waarde.
Cultuurhistorische criteria HET ENSEMBLE is een goed voorbeeld van woonhuis met bedrijf aan huis dat is geliëerd aan de agrarische sector. Het geeft een representatief beeld van hoe welgestelden woonden en werkten in Hees in de jaren dertig van de twintigste eeuw. Als zodanig heeft het ensemble cultuurhistorische waarde.”
Woonhuis (‘Germina’) met schuur en hekwerken werden gebouwd in 1936. In dat jaar gaf kippenhandelaar De Vries uit Beek-Ubbergen aan architect W.S. Ibes opdracht het geheel te ontwerpen. Aannemers waren H.P. Tax, Willems en Van de Hoge, 2013 (Henk van Gaal via DF3459 RAN CC0)
OVER Architect W.S. Ibes Melkinrichting en Stoomzuivelfabriek “Neerlandia” 1924, Stockumstraat 1 “Melkinrichting en Stoomzuivelfabriek “Neerlandia”. De Melkinrichting en Stoomzuivelfabriek ”Neerlandia”…