1927 Ziekerstraat 132 Hoek Ziekerstraat/Tweede Walstraat Centrum
Ziekerstraat 130-132, Tweede Walstraat 40
voorheen bakkerij de Postduif, architect Arntz, september 2023
Nadat bakker Sanders 20 jaar zijn zaak op de Zeigelbaan had gehad, laat hij een nieuwe bakkerij bouwen op de hoek van de Ziekerstraat en Tweede Walstraat. Daar laat hij architect Arntz een bakkerij met remise, twee winkelhuizen en vier bovenwoningen ontwerpen.
Een van de winkelhuizen gebruikt hij zelf. Hij noemt zijn zaak “De Postduif”, naar de postvlucht van luitenant Koppen. Daarnaast bevond de bakkerij zich in de buurt van het postkantoor. In januari 1946 neemt van der Krabben de bakkerij over van de weduwe van bakker Sanders. Zolang het een bakkerij gewest is, heeft deze altijd “De Postduif” geheten. Tegenwoordig (september 2023) zit hier boetiek de Kameleon.
De eerstgevonden vermelding van H.A. Sanders op Zeigelbaan 45a is in het Adresboek van 1909.
Advertentie opening bakkerij de Postduif (1-12-1927)
De Postduif van luitenant Koppen
Nu willen wij natuurlijk ook weten wat die postvlucht van Koppen wel niet was. De Postduif was het eerste driemotorige vliegtuig welke op en neer van Nederland naar Nederlands Indië was gevlogen. Daarbij was het de eerste officiële postvlucht naar Indië, waarvoor het 17,5 kilo post overbracht. De heenvlucht begon op 1 oktober en duurde 9 dagen. De terugvlucht duurde 10 dagen, waarbij het toestel 28 oktober weer in Nederland aankwam. (https://www.dbnl.org/tekst/_nee003193401_01/_nee003193401_01_0041.php)
Electrische Brood-, Beschuit- en Banketbakkerij “De Postduif”
Het PGNC schrijft bij de opening in 1927
Rechts Bakkerij de Postduif; Gezien vanuit de Van Schevichavenstraat. Rechts de Van Broeckhuysenstraat. Links van het midden de Tweede Walstraat, architect Arntz, datering 1938-1940 (F2567 RAN)
“De Ziekerstraat, en wel in het bijzonder het hoogste gedeelte, ondergaat den laatsten tijd eene moderniseering, welke het aanzien van deze straat steeds verbetert. Verschillende panden zijn herbouwd en thans is ook op den hoek van de Ziekerstraat en de Tweede Walstraat een complex gebouwen verrezen, welke bepaald een verfraaiing van dit stadsgedeelte hebben gebracht. Het zijn twee winkelhuizen in de Ziekerstraat en vier bovenwoningen, waarvan een aan deze straat en drie aan de Walstraat.
In het hoekperceel is hedenochtend geopend de Electrische Brood-, Beschuit en Banketbakkerij van den heer H.A. Sanders, welke totdusver gedurende twintig jaren aan de Zeigelbaan 51 is gevestigd geweest. Ter herinnering aan de vlucht van luitenant Koppen naar Indië en terug heeft de eigenaar zijn nieuwe zaak “De Postduif” gedoopt, een naam, mede toepasselijk door de nabijheid van het Postkantoor. De architect van het complex, de heer G.J. Arntz, die op dit bouwwerk trotsch mag zijn, heeft aan het voornaamste perceel den winkel en bakkerij “De Postduif”, veel zorg besteed. Hij heeft met de beschikbare ruimte gewoekerd en een zaak tot stand gebracht, waarbij het fraaie en het praktische hand in hand gaan. Het gebouw is in hoofdzaak opgetrokken in gele klinkers met een plint van Zweedsch graniet. Een ronde erker boven den hoofdingang doet het goed in den voorgevel en biedt uitzicht tot op den Mariënburg. De winkel ziet er van binnen vroolijk uit en beantwoordt aan de hoogste eischen van hygiëne, zooals het in een moderne bakkerszaak behoort. Er is veel glas in lood en zonneglas in de ramen, de muren zijn betegeld en de vloer eveneens. Zachte kleuren doen het oog aangenaam aan. Achter den winkel in een vertrek, dat tevens als kantoor dienst doet, staat een electrische roggebrood-snijmachine. De bakkerij is ruim en frisch. Licht en lucht kunnen vrij binnenstroomen. Een derde gedeelte van de bakkerij wordt ingenomen door een prachtige heete-luchtoven. Moderne apparaten, waaronder twee electrische mengmachines, completeeren de inrichting van deze mooie bakkerij. Daarachter is een remise voor de broodwagens met uitgang in de Walstraat gelegen.
Advertentie De Postduif in PGNC 6/4/1928
Het geheel maakt een uitstekenden indruk en de Ziekerstraat is met “De Postduif” een mooie zaak rijker geworden.
De volgende firma’s hebben tot volle tevredenheid van den heer Sanders aan den bouw meegewerkt aannemer H. Seegers, schilder F. v. Doorn, electrische installatie Beukering en Co., stucadoor W. Rokers, sanitair W. Engelaar, glas in lood E. v. Bilderbeek, tegels v.d. Venne en van der Sluys, heete-luchtovens H.P. den Boer, Dordrecht; glasplafond v. Beekum, Hilversum.” (PGNC 3/12/1927)
Bouwtekening Plan tot het bouwen van een bakkerij, een remise, twee winkelhuizen, vier bovenwoningen op een terrein hoek Ziekerstraat en Tweede Walstraat Nijmegen, architect Arntz, 25-3-1927 (Detail D12.391403)
Van der Krabben
Overdracht De Postduif aan J.B.A. v.d. Krabben, De Gelderlander 3/1/1946
In januari plaatst de weduwe van Sanders een advertentie dat zij de bakkerij overdraagt aan de heer J.B.A. van der Krabben. Hij hoopt daarbij op 5 januari open te kunnen gaan.
“De Postduif” staat bij veel Nijmegenaren vooral bekend als bakkerij van de familie Krabben.
Boetiek
Tegenwoordig zit hier kledingboetiek de Kameleon. Op haar site: “De voormalige bakkerij ‘De Postduif’ is verbouwd tot een eerlijke boetiek. Er is gekozen voor onbewerkte materialen zoals: douglas hout, blauwstaal, koper, baksteen en beton. De winkel heeft in het oog springende elementen zoals de geel geglazuurde stenen aan de buitenzijde, een koperen balie, de grote houten kastenwand en de glazen vloer.” (https://kameleonnijmegen.nl/winkel)
2 recht, 2 rond
Let ook eens op de gebouwen op deze kruising, die met z’n vieren een mooi geheel vormen: schuin tegenover is er eveneens een pand -de Papaver- met een ronde hoek. Terwijl de andere 2 panden juist een scherpe hoek hebben.
Vanaf 1879 had de Gemeente Nijmegen de “bank ter leening” in eigen beheer genomen. De gemeentelijke bank bestond echter al langer: vanaf 1596 werd deze door de stad verpacht. In de negentiende eeuw ontstond opnieuw discussie of de bank verpacht moest blijven of dat de gemeente haar in eigen beheer moest nemen.
Dit, om tegenhanger te zijn voor de particuliere pandjeshuizen. Want dat de bank van leening: het armere deel van de bevolking kon hun bezit bijvoorbeeld meubels, kleding, huisraad of sieraden belenen, om zo geld in handen te krijgen voor noodzakelijk levensonderhoud. Onder de particuliere pandjeshuizen waren grote uitwassen, onder andere door woekerrentes. Het doel van de gemeentelijk Bank van Lening was dan ook het verstrekken van leningen met lage rente aan armen tegen onderpand van roerende goederen.
Eenigheid
De gemeentelijke Bank van Leening had oorspronkelijk in de Eenigheid gezeten, een niet meer bestaande steeg. “In 1886 waren meer dan 46000 panden verstrekt en een systematische berging van de goederen werd noodzakelijk omdat de vele kleding direct onder het pannendak gestapeld moest worden. Het goud dat men in onderpand gaf, lag in rieten manden op de vloer. De schade door verrotting was aanzienlijk en in 1888 werd een nieuw pand geopend aan de Pijkestraat dat door stadsarchitect J. Weve was ontworpen. ” https://www.noviomagus.nl/h1.php?p=Gastredactie/Backus/KV.htm Op deze pagina staat een uitgebreid over de Bank van Leening.t
Keuze Hessenberg
Het gebouw kwam op de Hessenberg op de plaats waar de cellenbroederen hadden gezeten; voor de sloop was het gebouw op dat moment de bewaarplaats voor krankzinnigen. Daarvóór was er in de gemeenteraad een discussie vooraf gegaan of de Hessenberg wel een goede locatie was: was het bijvoorbeeld brandveilig en was de straat niet te smal? En was het wenselijk om het gebouw zonder verdieping te bouwen? Een van de locaties die werd overwogen was daarbij de Nieuwe Marktstraat. (PGNC 27/2/1889,
In 1888 kocht de gemeente het perceel op de Hessenberg.
Gemeente-architect Weve wordt gevraagd het ontwerp voor de Bank te maken. 9 juli 1889 zal de aanbesteding plaatsvinden van: “het bouwen van een Bank van Leening met Directeurswoning, aan de Pikkegas aldaar.” (De Gelderlander 23/6/1889) De bouw vond vervolgens plaats in 1889-1890.
Baksteengotiek
Voormalige Bank van Lening, hoek Pijkestraat Hessenberg (september 2026)
“Weve had zich laten inspireren door de Nederrijnse baksteengotiek, wat vooral blijkt uit het robuuste voorkomen van het pand, met zware muren met steunberen, diep liggende vensters, een forse spitsboog boven de hoofdingang en de uitkragende erkers aan weerszijden hiervan. Tijdens de bouw moest het ontwerp vanwege geldgebrek worden aangepast. Zo vervielen de geplande trapgeveltjes boven de hoofdingang. Aan het metselwerk besteedde Weve veel aandacht, let bijvoorbeeld op de fries vlak onder de daklijst, het siermetselwerk met verschillende kleuren baksteen en de geprofileerde bakstenen rond vensters en deuren. Het langgerekte gebouw bestond uit vier delen: de hoofdingang op de hoek Pijkestraat-Hessenberg gaf toegang tot een vestibule met loketten, waar de taxatie en uitbetaling van de beleensom plaatsvonden. Daarachter lag het 40 meter diepe magazijn, waarin oorspronkelijk ijzeren stellages stonden die tot dakhoogte reikten. In 1909 werd hier een verdiepingsvloer aangebracht. Nog verder naar achteren lag de verkoopzaal, die via een aparte ingang aan de Pijkestraat toegankelijk was. Het achterste deel van het pand, dat doorloopt tot aan de Lange Hezelstraat, was de beheerderswoning, bewoond door de directeur van de bank. Ook dit gedeelte was toegankelijk via de Pijkestraat, zodat in de fraaie trapgevel aan de Lange Hezelstraat een deur ontbreekt.” (https://www.noviomagus.nl/Vrij/BankLening/BankLeningCat.html)
In 1913 werd een bijbank geopend aan de Waldeck Pyrmontsingel, eveneens naar ontwerp van Weve, maar werd in 1932 weer opgeheven.
Architect Weve
Het ontwerp van de Bank van Lening was afkomstig van architect Weve. Lees hier meer over deze architect:
Weve was een architect en ingenieur. Hij was stadsarchitect en directeur Gemeentewerken van Nijmegen. Hij ontwierp onder andere 17 scholen, waaronder de Ambachtsschool en het Stedelijk Gymasium. Daarnaast de Bank van Lening, het Spoorwegmonument, de begraafplaatsen aan de Daalseweg (waar hij begraven ligt) en de Graafseweg en het wachthuisje voor de electrische tram.
In 1908 vindt er een verbouwing plaats: de ingang op de hoek van de Pijkestraat en Hessenberg wordt vervangen over minder opvallende ingang. Mogelijk is dit moment waarop de ingang is dichtgemetseld, zoals op de foto uit 1947 hieronder is te zien. En daarnaast krijgt het aparte ruimte voor mensen die zich niet onder de “gewonen lommerdbezoekers” willen bevinden. Daarnaast laat onderstaand artikel mooi zien hoe de Bank van Leening in zijn werk ging:
“Zooals men weet, heeft het gebouw der stedelijke Bank van Leening een verbouwing ondergaan, die indertijd aan den her Lamers, aannemer te Ubbergen, werd opgedragen. Thans is die verbouwing zoo goed als voltooid en blijkt dat daardoor hoogst doelmatige verbeeteringen zijn verkregen. Vooreerst is de ingang die vroeger op den hoek van Pikkegas en Hessenberg was en dus tamelijk in het oog liep, thans verplaatst naar het laatsgenoemde gasje. Daardoor wordt dengenen, die bij den treurigen gang naar den lommerd, liefst niet gezien willen worden, zooveel mogelijk een pijnlijke beschaming gespaard.
Om dezelfde kiesche beweegreden is ook, onmiddellijk bij den ingang, een vertrekje ingericht, waar bezoekers, die maar zelden en enkel door den uitersten nood gedreven, van de Bank van Leening gebruik maken en toch dus niet gaarne onder de gewonen lommerdbezoekers zien gerangschikt, afzonderlijk kunnen geholpen worden. Terecht is men hierbij van het denkbeeld uitgegaan, dat het eergevoel der beleeners zooveel doenlijk behoort gespaard te worden. Er zijn er ongelukkig maar al te velen, bij wie dat eergevoel geheel is afgestompt, zoodat zij zich niet geneeren, week aan week hun pakje naar den lommerd te brengen, terwijl zij met eenig overleg daar best van buiten zouden kunnen.
In het belang echter van degenen, voor wie de instelling eigenlijk is bestemd, namelijk dezulken die in tijdelijke geldverlegenheid onmiddellijk geholpen moeten worden, behoort het den beleeners in ’t algemeen zoo gemakkelijk mogelijk te worden gemaakt, opdat zij niet in de verzoeking gebracht worden, bij de particuliere pandjeshuizen aan te kloppen, waar hun misschien dadelijk wel iets meer op hun pand gegeven wordt, maar waar zij een buitensporig hooge rente moeten betalen en vaak nog aan erger ongerechtigheden blootstaan.Dank aan de nieuwe doelmatige inrichting kan thans ieder onmiddellijk geholpen worden. Door een tourniquet komen de beleeners elk afzonderlijk voor het loket, waar het pand door de beambten in ontvangst wordt genomen. Is het daar, na taxatie door den schatter, ingeschreven, dan reikt de klerk die hiermee belast is, het beleenbriefje, waarvan een duplicaat aan het pand gehecht is, door een loket over aan den directeur, wiens kantoor onmiddellijk aan het klerkenkantoor grenst, zoodat hij op alles toezicht kan houden, en de directeur betaalt den beleener, weer door een loket, het door hem toegekende bedrag uit.
Ook bij het lossen der panden zal het in ’t vervolg eenvoudiger en vlugger gaan dan tot dusver. Vroeger b.v. was de goud- en zilverkamer gelegen boven in het gebouw en moest de directeur, die daartoe alleen toegang heeft, zijn kantoor verlaten om het verlangde pand te gaan halen, hetgeen op oogenblikken van druk bezoek haast ondoenlijk was en in elk geval tot hinderlijk heen-en-weer-geloop en vertraging aanleiding gaf. Nu is de goud- en zilverkamer beneden aangebracht in de onmiddelijke nabijheid van het directeurskantoor, zoodat hij de panden vlak bij de hand heeft. Behalve door de zware ijzeren spijlen buiten in de vensters, is deze kamer ook aan de binnenzijde door gepantserde vensterblinden en deuren voldoende beveiligd, terwijl de inhoud bovendien tegen inbraak verzekerd wordt.
Op het oogenblik zijn de beleende gouden en zilveren voorwerpen nog in de oude kamer geborgen. Het zijn voor het meerendeel horloges en kleine sieraden, de nederige schatten van den arme, waarvan hij zich, misschien uit broodgebrek, tijdelijk moeten ontdoen, in de hoop ze weer spoedig te kunnen terughalen.
Maar er zijn ook kostbare oude familiestukken onder, die een droeve geschiedenis van achteruitgang en kommer verhalen; stukken, die jaar in jaar uit blijven staan, zonder dat de beleener in staat is ze te lossen, terwijl hij maar trouw de rente blijft betalen, altijd hopend het dierbare pand, misschien een erfstuk van vader of moeder, nog eens terug te kunnen halen.
Het is een treurig gezicht, in de twee groote boven elkaar gelegen magazijnen, die nu behoorlijk afgestukadoord worden, wat de zindelijkheid en netheid zeer zal bevorderen, de duizenden andere panden, zoaals kleeren, beddegoed, naaimachines, klokken, wekkers, fietsen en allerlei voorwerpen, waarop maar een paar kwartjes te krijgen is, te zien opgestapeld en opgehangen.
Geregeld komen er zoo tusschen de honderd en honderd vijftig per dag binnen. Een groot deel daarvan is zoogenaamd weekgoed, Zondagskleeren, die ’s Maandagsmorgens worden gebracht om ’s Zaterdagsavonds weer te worden gehaald en daarom dan ook maar beneden, waar anders de ingepakte panden bewaard worden, voor de hand worden gehangen.
Des Zaterdagsavond is het letterlijk een stormloop van beleeners, die tegen Zondag hun goede spulletjes terug willen hebben; en is de bank andere avonden van zessen tot negenen geopend, op den laatsten dag van de week moet ze soms wel tot één uur ’s nachts openblijven, om de aanvragers aan hun Zondagspak te helpen.
Worden die panden ’s Zaterdags niet gehaald, dan verhuizen ze naar boven om in den zomer de winterkleeren en in den winter de zomerkleeren gezelschap te houden, die daar heele seizoen logeeren. Al dien tijd worden ze door den magazijnhouder netjes in orde gehouden, van tijd tot tijd afgestoft en van uitslag gereinigd, zoodat, als er de eigenaar om komt, hij ze in goeden staat terugvindt.
Er zijn anders schamele plunjes onder, zoodat men zich afvraagt wat de menschen wel aan ’t lijf moeten overhouden, wanneer ze zulke afleggertjes, als overtollige weelde, naar den lommerd brengen.
En dan het beddegoed! Te moeten denken, dat er arme stumpers zijn, die tot zelfs het bed van onder het lijf moeten gaan verpanden!
Naar de ijverige directeur, de heer F.B. Nieuwaard, ons meedeelde, neemt het gebruik der stedelijke Bank van Leening toe. In zekeren zin is dit een gunstig verschijnsel, in zoover men er uit mag opmaken, dat de beleeners zich minder door de particuliere pandjeshuizen laten beetnemen. De waarschuwingen daartegen, in den laatsten tijd door de pers geuit, zijn blijkbaar niet vruchteloos geweest; men geeft nu blijkbaar de voorkeur aan den “grooten lommerd”.
Terecht! Deze toch is er in ’t belang den beleener, niet ten voordeele van den in-pand-nemer. Dank aan den aarbeid der indertijd benoemde commissie voor de reorganisatie, dank aan den tegenwoordigen directeur, die zijn taak blijkt te begrijpen, is het sociaal karakter der instelling in den laatsten tijd meer en meer tot zijn recht gekomen.
We wezen in den aanhef al op een paar verbeteringen, door de verbouwing mogelijk geworden – de meer verscholen ingang en het afzonderlijk kamertje-. Stippen wij nog aan dat ten gerieve der beleeners ook de uren verzet zijn. Was de bank, behalve van ’s morgens achten tot twaalven, in den namiddags van drieën tot vijven geopend, thans is er, in plaats van ’s middags, des avonds van zessen tot negenen gelegenheid tot het inbrengen van panden, wat den kleinen man veel beter schikt. Daarbij worden tegenwoordig geen adminstratiekosten meer in rekening gebracht. Een verbetering is verder, dat nu ook op pensioenafspraken geleend kan worden. En wat ons vooral een goede maatregel dunkt is dat de aflossing in tien termijnen kan geschieden, zoodat b.v. en beleeningsom van een rijksdaalder kan worden afgedaan met tienmaal achtereenvolgens een kwartje te brengen.
Daardoor wordt telkens het staangeld verminderd; den beleener wordt het lossen van het pand vergemakkelijkt en hij leert sparen.
Mochten alle beleeners de kunst van sparen leeren, er zou waarschijnlijk minder gebruik van de bank hoeven gemaakt te worden.
Maar in elk geval zal ze altijd noodig zijn in het belang van degenen, die door tijdelijk geldgebrek in moeilijkheid zijn en die, zonder de gemeentelijke instelling, meedoogenloos naar de pandjeshuizen zouden worden gedreven. Hopen wij, dat dezulken niet zullen wachten tot zij door schade wijze zijn gworden met hun toevlucht te nemen tot den “grooten lommerd”, die er alleen is in hùn belang.” De Gelderlander 18/7/1908)
Gemeentelijk Monument
Bank van Lening, architect Weve, 1889-1890 (foto oktober 2022)
Het gebouw is een Gemeentelijk Monument met als formele tekst bij aanwijzing:
“Atelierruimte. Als Bank van Lening gebouwd bakstenen complex in twee bouwlagen, op een straathoek, op hellend terrein gelegen. Het complex bestaat uit een veelhoekige hoekpartij met schilddak, waarin een dichtgemetselde ingang onder een gotiserende wimberg op de hoek. Links en rechts smalle traveeën als overgang naar de bredere gevels aan de twee straten. Vervolgens twee brede gevelmassa’s met verticale indeling door middel van steunberen. Als beëindiging van het gebouw links en rechts een als hoekpaviljoen werkend bouwdeel. De gevels zijn geheel van baksteen, in verschillende kleuren. Alle openingen zijn omlijst door profielen van gekleurde baksteen. Bouwjaar: 1889-1890. Architect: J.J. Weve.”
Ook Lange Hezelstraat, gelegen tussen 59 en 63, niet genummerd als zijnde de “Zijgevel van de Bank van Lening (Hessenberg 1 en Pijkestraat 2-4-6)”:
“Zijgevel van de Bank van Lening (Hessenberg 1 en Pijkestraat 2-4-6) Hoge bakstenen topgevel van twee bouwlagen, zonder ingang. Op de begane grond is een driedelig venster onder een segmentboog. Op de scheiding van de etages is een tandlijst aangebracht met daarboven twee smalle ramen. Daarboven bevindt zich een rijkere frieslijst waarop de topgevel aanzet. Deze heeft de vorm van een trapgevel met zeven afgeschuinde trappen met elk een spaarboog. In de zo gevormde zeven hoge nissen bevinden zich drie smalle raampjes. Bouwjaar: 1889 Architect: J.J. Weve Zeer karakteristieke gevel. Zeldzaam voorbeeld van baksteen-architectuur naar het model van de laatmiddeleeuwse Nederrijnse huizenbouw.”
Na de Tweede Wereldoorlog
De voormalige bank van lening op de hoek Hessenberg (rechts) en Pijkestraat (links), een fraai voorbeeld van de neo baksteen gotiek, één van de weinige overgebleven openbare gebouwen van de stadsarchitect J.J. Weve gebouwd 1889-1890, augustus 1947 (F93728 RAN)
Waarschijnlijk wordt het gebouw tijdens de Tweede Oorlog tevens gebruikt voor de opslag van radio’s: in ieder geval worden eigenaars in De Gelderlander 2/2/1945 verzocht ze (alsnog) af te halen.
In 1947 besluit de gemeenteraad tot de oprichting van de een kredietbank. Feitelijk opnieuw: al in de 1939 had de gemeente besloten tot de oprichting hiervan. Een commissie had in 1938 al geadviseerd om de bank van lening om te zetten in een gemeentelijke volkskredietbank. (PGNC 18/10/1938). In oktober 1939 blijkt dat de gemeente al heeft besloten tot de oprichting van de volkscredietbank en dat het wacht op de goedkeuring van de Gedeputeerde Staten. (PGNC 13/10/1939)
Door de Tweede Wereldoorlog was de invoering hiervan opgeschort. In 1947 stellen B & W de opheffing van de Bank van Lening en de invoering van de Volkscredietbank alsnog voor: een pandjeshuis was niet meer van deze tijd. En daarnaast maakte de Bank van Lening verlies:
Jaar
Verlies
1939
4.472
1943
13.358
1946
18.710
(De Gelderlander 10/12/1947) Op 1 januari 1949 begon de Gemeentelijke Volkscredietbank en daarbij werd de Bank van Lening opgeheven.
Stadsbank van Lening: een van de laatste verkopingen? (De Gelderlander 2/7/1949)
In ieder geval komt de Gemeentelijke Volkscredietbank in het Adresboek 1951 voor op Groesbeekseweg 27.
“De Sociale Werkvoorziening start in Nijmegen vóórdat een wettelijke regeling tot stand komt. In 1948 wordt op initiatief van het gemeentebestuur en onder verantwoordelijkheid van de Gemeentelijke Dienst voor Sociale Zaken begonnen met een sociale werkplaats voor mannen in de voormalige Bank van Lening aan de Pijkestraat.” (https://huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Sociale_Werkvoorziening)
De periode tussen de opheffing van de Bank van Lening en de oprichting van de ateliers is nog niet volledig onderzocht.
Ateliers
In 1974 kwam bovenruimte in gebruik voor oorspronkelijk tijdelijk bedoelde ateliers. Sloop dreigde, maar een kunstenaarsactie voorkwam dit. In 1988 volgde restauratie.
Daarbij noemt het bijschrift bij foto F93728 RAN, waarschijnlijk op het moment van digitaliseren van de foto: “nu ateliers en woningen van kunstenaars met de naam Elba, een “wijkplaats voor verbeelding”.
Tegenwoordig is het gebouw Hessenberg 1 in beheer van SLAK Ateliers. Hierin zijn 8 ateliers gevestigd. Ook Pijkestraat 4,5,6,7a worden beheerd door SLAK.
De Canisiussingel 19H is in 1902 gebouwd door het aannemersbedrijf Gebr. Haspels. Let vooral op het prachtige houtwerk.
Hoewel het gebouw een eenheid lijkt te vormen, is het nog niet zeker of deze ook oorspronkelijk als dusdanig is gebouwd. Daarnaast lijkt er sprake te zijn van een aantal hernummeringen.
Dit artikel verzamelt de tot nu toe gevonden bevindingen.
Canisiussingel 15: eerstgevonden bewoners
De eerstgevonden vermelding op Canisiussingel 15 is weduwe Steinweg, geboren J.M.J. Lauffs: Adresboeken 1899, 1901, 1902
In 1914, 1915-1916 en 1916 komt ook J.M. Smits voor.
In 1918 is het alleen Wed. Mr. M.A. v. Roggen.
In 1920 lijkt de woning leeg te staan; maar mogelijk is het dan onderdeel van een naastgelegen adres.
In 1924 komen M.J.A.M. Schretlen en Mej. MC.A. Schretlen voor.
St. Canisiussingel 15: Villa op eersten stand
St. Canisiussingel 15 te koop (PGNC 27/9/1930)
In juli 1930 is St. Canisiussingel 15 te koop. Ook hier geldt: het is niet geheel zeker of het daadwerkelijk “ons” pand betreft of dat het vanwege hernummeringen gaat om een ander pand.
In PGNC 7/10/1930 blijkt dat de toeslag van het pand is ingetrokken, omdat het gebouw onderhands is verkocht.
R.K. Gildenhuis Benvenuto: St. Canisussingel 15-17?
Het RAN geeft als omschrijving: “De villa St. Canisiussingel 15-17, waar in de jaren ’30 het R.K. Gildenhuis Benvenuto was gevestigd onder leiding van de Zusters van Onze Lieve Vrouw van Tegelen, een pension voor dames”, 1939 (F86867 RAN)
Op een foto uit 1939 is het pand te zien, waarbij dan R.K. Gildenhuis Benvenuto hier gehuisvest is. Het RAN geeft echter huisnummers 15 en 17. Waarschijnlijk heeft er in de loop der tijd een of meerdere hernummeringen plaatsgevonden.
Vanaf 1934 zijn het waarschijnlijk gebruikers van het E.K. Huis:
Mej. J.A. Wollenberg, kantoorbediende P.T.T., 1934
Mej. M.J.C.P. Koster, costumière, 1934
Mej. M.A. Barns, kantoorbed., 1938, 1940
Mej. A.M. Mulder, verpleegster, 1938, 1940
Mej. J.C.M.E. v. Nieuwstadt, 1940
T. v.d. Vleugel, geb. v.d. Hoogen, 1940
Op nummer 17 komen meer namen voor dan op nummer 15, zie hieronder. Of de adressen een andere functie hadden, is nog niet bekend.
Dienst Publieke Werken en Volkshuisvesting
In 1951 zit Dienst Publieke Werken en Volkshuisvesting op dit adres. Wel is deze afdeling in het Adresboek 1951 gevonden op nummer 17.
In Adresboek 1955 staat Dienst Publieke Werken en Volkshuisvesting op nummer 15.
F20241 RAN toont een foto uit 1982 van het gebouw wanneer de dienst Publieke Werken en Volkshuisvesting hier gevestigd is. Het RAN geeft daarbij St. Canisiussingel 19 als adres.
In 1963 komt ook weduwe J.J.H. Bodewes, geboren M.G.C. Wilkens voor.
St. Canisiussingel 17: Eerstgevonden gebruikers
1899, 1901, 1902, 1903, 1905, 1908 komt H.A.G. Baronesse v. Randwijck geb. Böhtlingk voor
In 1907 staat het mogelijk leeg of is het onderdeel van een ander adres.
In 1909, 1910-1911 komt H.A.H. Bijvoet voor.
Jurgens, Huize “De Koepel”, Canisiussingel 17
In 1913-1914 Max.G.A. Jurgens, „Huize de Koepel”
In 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1918, 1920 M.G.A. Jurgens.
In 1922 staat er achter M.G.A. Jurgens “steenfabrikant”.
Merk op dat op nummer 21 ook Jurgens woont.
In 1914-1915 naast M.G.A. Jurgens ook Wed. Mr. J.M. Smits
Bodewes: Canisiussingel 17
In 1926 komt Bodewes voor:
Mej. F.H.J.L. Bodewes
Mej. G.F.M. Bodewes
H.H. Bodewes, scheepsbouwer
Mej. H.M.L.J. Bodewes
Mej. Th.G. Bodewes
E.K. Huis
Zoals gezegd is R.K. Gildenhuis Benvenuto (waarschijnlijk) zowel gevestigd op nummer 15 als 17.
In 1932, 1934 is het het E.K. Huis. De directeur woont op Groenestraat 231.
In 1934, 1936 is Groenestraat 231 het adres voor de dir. E.K. en K.J.V.
In 1936, 1938 als R.K. Gildenhuis Benvenuto
In die jaren staan veel vrouwen in het Adresboek:
Mej. H.C.A.A. Maas, 1932
Mej. A. Hoogsteder, directrice, 1934 (maar ook wordt voor de directeur weer verwezen naar Groenestraat 231)
G.M. Kolvenbach, onderwijzeres, 1938, 1940
Mej. H.A.M. Poppe, 1938, 1940
Wed. S.C.M. Soer, geb C.J.M. Beuns, 1938
Mej. A.M.A. Braham, onderwijzeres, 1940
Wed. Th.J. Bordens, geb. Stierhout, 1940
Wed. E. Broeke, geb. Bosboom, 1940
Mej. P.G. Franken, 1940
Mej. A.E. Hasemann, 1940
Wed. J. Hoogenbosch, geb. Schoth, 1940
Mej. A.C. ten Horn, 1940
Mej. H.N. ten Horn, 1940
Mej. B.M. en Mej. M.A.G. Jagers, 1940
Mevr. W.H. Jansen, geb. Rikkers, 1940
Mej. L.M. Schipvaart, 1940
Wed. L.F.M. v. Waesbergh(e), geb. J.M.C. Mutsaerts, 1940, 1948
Dan komen ook nog een aantal andere personen voor. Mogelijk wordt het huisnummer gebruikt voor meerdere ingangen/ruimtes binnen het pand:
A.B. Scholten, bode-concierge G.W., 1951, 1955: dit klinkt als een inwonende bode-concierge voor Gemeentwerken. De onderstaande Scholtens zullen dan familieleden zijn:
St. Canisiussingel 19H is een Stadsdeelobject (overigens geen verdere omschrijving) van de 19e eeuwse stadsuitbreiding.
Mogelijk betreft 19H een hernummering: wanneer hier in 2014 Dé Woonnotaris.nl gevestigd is, heeft zij een bord met 19C hangen. Bij het hekwerk staat tevens een bord Poelmann van den Broek Advocaten (zie foto Google Streetview hieronder). Op de foto’s van juli 2016 zijn deze bedrijven nog aanwezig, op die van juli 2017 niet meer.
Hernummering?
In oktober 2024 is 19C onderdeel van het linker pand 19A t/m C.
De wijziging van het Bestemmingsplan rond 2013: “St. Canisiussingel 21 is (samen met nr. 19h) in 1902 gebouwd door het aannemersbedrijf Gebr. Haspels. Ook door de Gebr. Haspels gebouwd zijn de panden St. Canisiussingel 23, (25) 27, 32 (1910), 36 (1908) en Oranjesingel 39 (1911).”
Sint Canisiussingel 19H, in 2014 19C, juli 2014 (Google Streetview)
De Gebroeders Haspels waren aannemers/architecten. Wij zullen ze vooral gaan tegenkomen in de stadsuitbreiding van eind 19e/begin 20ste eeuw en aan de St. Annastraat.
De Hunnerberg is een wijk en stuwwal aan de oever van de Waal in Nijmegen. Deze positie van een lage heuvel aan de Waal maakt de ligging zeer strategisch, net als het Kops Plateau. Daarvan getuigen vondsten van twee Romeinse legerkampen (zogenaamde castra). Het Fort Sterreschans bleek gebouwd te zijn op resten van het legerkamp…
De meeste mensen zullen Canisiussingel 1 kennen als de Mauritskliniek of de Slavenburg’s Bank/Credit Lyonnais Bank. Het pand is echter gebouwd als villa. Een van de eerste bewoners -zo niet de eerste- was A.J. Pluijm, een graanfactor uit Rotterdam. Hij noemde zijn woning “Villa Rust”.
De meeste mensen zullen Canisiussingel 1 kennen als de Mauritskliniek of de Slavenburg’s Bank/Credit Lyonnais Bank. Het pand is echter gebouwd als villa. Een van de eerste bewoners -zo niet de eerste- was A.J. Pluijm, een graanfactor uit Rotterdam. Hij noemde zijn woning “Villa Rust”.
De bouw van St. Canisiussingel 1
Op de bouwtekening van het huidige Canisiussingel 1 staan de handtekeningen van H.A. Thunnissen?, bouwkundige en P. Roovers. Op het 2e vel staat 1897.
Vooraan bevinden zich de serre met daar achter de salon en een terras met daar achter de huiskamer. De keuken bevindt zich achter de salon. Naast de keuken hal/gang met trap. In het verlengde van de hal is de vestibule, die naar buiten wat uitloopt en een eigen trap en ingang heeft. Achter de vestibule en een deel van de gang ligt een spreekkamer. (D12.377730 Datum bouwdossier 1-1-1897)
Roovers heeft de grond op 10 februari 1897 gekocht en de 15e overgeschreven. (Inventarisnummer 137, Archiefnummer 442, Aktenummer 3716)
Op 1 mei 1899 verkoopt Petrus Roovers, rentenier aan Adrianus Johannes Pluijm, rentenier, “Een villa te Nijmegen aan de Canisiussingel gelegen, bestaande uit huis en erf met tuin, op den perceelsgewijzen kadastralen legger van Nijmegen bekend in Sectie B nummero 2473 groot negen aren negen en tachtig centiaren.”
Petrus Roovers
Petrus Roovers
Peturs Roovers (Gorinchem, 7-9-1843) komt op 4 augustus 1896 vanuit Rotterdam naar Nijmegen. Zijn adres is dan Berg en Dalsche weg 56. Op een later tijdstip is dit adres doorgehaald en vervangen door Nassausingel 3. (Bevolkingsregister 1890)
Roovers is getrouwd met Johanna Antonia Smits (Rotterdam, 5-12-1845).
Op het adres komen dan de volgende kinderen voor, allen geboren te Rotterdam:
Huberdina Francina Maria (2-1-1873)
Maria Hendrika Antonia (15-7-1881)
Anna Maria Cornelia (18-2-1877)
Antonius Christianus Maria (10-7-1875), op een later tijdstip is hier “tabakshandelaar” als beroep toegevoegd; hij zal verhuizen naar het Bevolkingsregister “deel A4 folo 303 (oud)”
Petrus Antonius Maria (5-3-1880)
Johannus Maria Antonius (18-10-1870)
Adrianus Johannes Pluijm
Adrianus Johannes Pluijm (Bevolkingsregister 1890 NTB.679_33105_190)
Op 9 maart 1899 schrijft Adrianus Johannes Pluijm (Rotterdam, 11-2-1844) zich in bij de gemeente Nijmegen op Canisiussingel 1. Hij is dan afkomstig uit Rotterdam en heeft als beroep “graanfactor”. Hij is getrouwd met Elisabeth Anna Bakker (Rotterdam, 17-7-1845).
Hij is met Elisabeth Anna Bakker getrouwd op 13 juni 1872.
Ook bij zijn huwelijk was hij “graanfactor”. Ook zijn vader Johannes Jacobus Pluijm is dan graanfac. (Burgerlijke Stand Rotterdam, huwelijksakten, Rotterdam, archive 999-06, inventory number 1872C, 13-06-1872, Nadere toegang op het huwelijks- en echtscheidingsregister van de gemeente Rotterdam, record number 1872.518, folio c76v)
De eerstgevonden vermelding in een Adresboek is dat van 1899, dan is zijn beroep “graanhandelaar”. In het Adresboek 1901 wordt Canisiussingel 1 voor het eerst villa “rust” genoemd. En vervolgens in 1902, 1903, 1905, 1908, 1909 en 1910.
Villa Rust: Graanfactor of graanhandelaar; actief of niet?
Op het koopcontract staat Pluijm als “rentenier”.
In het Bevolkingsregister 1890 staat als beroep “graanfactor”, terwijl in het Adresboek graanhandelaar staat. Een factoor “in de graanhandel iemand die zich belast met de zorg en het verschieten van graan; dan spreekt men van graanfactor.” (http://www.beroepenvantoen.nl/Oude-beroepen-F.html). Een graanfactor is, hoewel het tegenwoordig nog bestaat, een “oud” beroep. In tegenstelling tot een graanhandelaar werkt een factor niet voor eigen rekening, maar als tussenpersoon. Ons Amsterdam noemt bijvoorbeeld over de factor Jan Philip Korthals Altes: “De graanfactors coördineerden als hun vertegenwoordigers de gang van zaken tijdens het lossen en wegen van het graan. Ze stonden borg voor een correcte weging en waren verantwoordelijk voor het nemen van monsters om de kwaliteit te controleren. Ook regelden ze een zo vlot mogelijke overslag van het graan van zeeschip naar binnenschepen. Het was een lucratieve functie, gezien de rijkdom die Jan Philip Korthals Altes ermee verwierf.” (https://onsamsterdam.nl/artikelen/stichter-van-graanburcht-aan-het-ij)
Hoewel nog niet uitputtend onderzocht, zijn er geen activiteiten van Pluijm gevonden, noch in Nijmegen, maar ook nog niet in Rotterdam of elders. Nadelig daarbij is, dat de naam Pluijm waarschijnlijk veel manieren kan worden geschreven (in ieder geval Pluym).
Maar ook: Pluijm is 55 jaar als hij naar Nijmegen komt. Willem Ruyters in een mail (6 september 2026): Pluijm verhuist om gezondheidsredenen op circa 50-jarige leeftijd naar Nijmegen (De Gelderlander, 12-6-1922), vandaar dat hij waarschijnlijk de villa de naam “Rust” geeft.
In 1912 en 1913-1914 staat dan als beroep “graanfactor”. Ook in 1914-1915, 1915-1916, 1916 komt hij voor, maar dan zonder beroep. Wel staat hij onder het kopje “graanhandelaren”. De laatst gevonden vermelding is in 1920.
In het Bevolkingsregister van 1910 staat aanvankelijk als beroep “graanhandelaar” en als adres “Canisiussingel 1”. Op 1-1-1921 zijn beide doorgestreept en vervangen door “zonder” en als adres Kerkstraat Hees 80.
Spijskokerij en Drager erekruis
Ter gelegenheid van zijn 50-jarige bruiloft krijgt Pluijm in juni 1922 het erekruis in goud “pro Eclesia et Pontifice”.
“De medaille wordt uitgereikt aan katholieke gelovigen die ten minste 45 jaar oud zijn en zich gedurende ten minste 25 jaar verdienstelijk hebben gemaakt voor het katholieke geloof of de Kerk, of die zich gedurende ten minste 25 jaar verdienstelijk hebben gemaakt. Het is het hoogste ereteken dat een leek kan ontvangen van de paus.” (wikipedia)
In Rotterdam had hij “trouwe hulp” als kerkmeester in Rotterdam geboden, vooral bij de bouw van de nieuwe bijkerk aan de Provenierssingel aldaar. In Nijmegen was hij meer dan 20 jaar lid geweest van de St. Vincentiusvereeniging, in het bijzonder als voorzitter van de afdeling spijskokerij. (De Gelderlander, 12-6-1922)
In ieder geval is Pluijm in 1905 en 1907 president van het onderdeel “spijskokerij” van de Sint-Vincentiusvereeniging in Nijmegen. (Onze Pius-Almanak voor het jaar des Heeren …, jrg 6, 1905)
Kerkstraat 80
In het Adresboek 1922 komt Pluijm voor op Kerkstraat 80. Evenals 1924, 1926 en 1928.
Pluym overlijdt op 91-jarige leeftijd op 4 juli 1935.
Uit de overlijdensadvertentie blijkt hij lid te zijn geweest van de 3e Orde van den H. Dominicus. Dit is -en tevens sinds 1999 de nieuwe naam- de Dominicaanse Lekengemeenschap. https://kro-ncrv.nl/katholiek/encyclopedie/d/dominicanen
Jacques Kneppers
De volgende gevonden gebruiker van Canisiussingel 1 is J.J.A. “Jacques” Kneppers. Hij komt voor in het Adresboek 1922. Waarschijnlijk heeft hij daar slechts enkele jaren gewoond:
Op 29 november 1922 overlijdt zijn vrouw Henriette Maria Stephane Kneppers – Van Aernsbergen (PGNC 30/11/1922)
In PGNC 17/1/1923 verschijnt het verzoek van Jacques Kneppers zich bij hem te melden, wanneer iemand nog iets te vorderen heeft, wat op zijn aanstaande vertrek duidt.
In 1926 is het pand volgens het Adresboek onbewoond.
Menalda van Schouwenburg
24 juli 1935: De heer H. Menalda van Schouwenburg uit Nijmegen, ook deelnemer in 1909, 1910 en 1911, passeert Wijchen op de tweede dag van de 25e Vierdaagse. (Fotobureau Gazandam, Arnhem via F40617 RAN Auteursrechthouder: KNBLO-NL)
In 1930 is nog een vermelding gevonden op Graadt van Roggenstraat 8. (PGNC 17/3/1930)
In de Adresboeken 1932, 1934, 1936, 1938, 1940 komt H. Menalda van Schouwenburg, directeur van de Ned. Verbandwattenfabriek voor op de St. Canisiussingel.
Bij een huwelijksaankondiging van de van de dochters blijkt de familie Menalda van Schouwenburg in ieder geval in juli 1946 nog op de Canisiussingel te wonen (Nijmeegsch dagblad, 29-7-1946)
Na de oorlog
Tussen 1940 en 1963 zijn tot nu toe slechts beperkte gegevens gevonden:
Het adres van Mevr. Brandsma-Berssenbrugge, penningmeesteresse bij de St. Elisabethsvereniging
N.V. Gruno en Adek Rijwielfabrieken vragen een steno-typiste (“kennis van moderne talen is gewenst”) (De Gelderlander 1/6/1951)
A. Lammers, arts
Advertentie verhuizing A. Lammers, arts (Nijmeegsch dagblad, 16-4-1960)
In de Adresboeken 1963, 1966, 1968, 1971 komt A. Lammers voor, arts. Hij komt tevens voor onder de kopjes van “uroloog” en “nier- en blaasziekten”
Slavenburg’s Bank N.V.
Advertentie vestiging Slavenburg’s Bank in Nijmegen (De Telegraaf, 4-11-1969)
In het Adresboek 1971 komen zowel Lammers als de Slavenburg’s Bank N.V. voor. Mogelijk betreft dit nog een dubbeling.
In 1983 werd Slavenburg, met op dat moment 90 kantoren, Credit Lyonnais Bank (Algemeen Dagblad, 5-7-1983).
Rond 1972 komt op St. Canisiussingel 1 tegelijkertijd nog een aantal jaren Macom Systems N.V. voor, adviseurs management- en computersytemen. (De Telegraaf, 10-6-1972). Deze gaat echter in januari 1976 failliet (De Volkskrant, 17-1-1976)
Vervolg
Er is nog niet uitgebreid onderzocht wat het vervolg is geweest.
De laatste jaren was het een vestiging van de Mauritskliniek, een centrum voor dermatologie en spataderen. In ieder geval zat dit centrum er in juli 2014 al (Google Streetview). In november 2023 is deze kliniek verhuisd naar St. Canisiussingel 19e (https://www.instagram.com/reel/CzLl_FIvhdW/). Vanaf dat moment lijkt het pand te huur te staan (september 2026).
Vroeger Kofa , in augustus 2023 Nelson en Rituals Architect van Veen 1952 1954
Kofa-Miltenburg herbouwde ongeveer op dezelfde plaats in de Broerstraat, waar het oude bedrijf had gezeten welke tijdens het bombardement van 1944 was verwoest. Architect van Veen ontwierp het pand met een sobere voorgevel en diepe en lichte etalages.
Vooraf: verhuizing Broerstraat en verwoesting in 1944
Het getroffen pand van Miltenburg (Kofa) de nrs. 50 tot 54, aan de Broerstraat, maart 1944 (GN3820 RAN)
In 1933 had Kofa de 2 zaken samengetrokken op de Broerstraat.
“DE KOFA-MAGAZIJNEN.
In aansluiting op ons bericht van gisteren kunnen wij nog melden, dat de Kofa-magazijnen volledig geconcentreerd zullen worden in het groote pand, waarin thans de zaak in de Broerstraat gevestigd is. 15 Maart a.s. heeft de volledige samenvoeging van de Kofa-zaken der firma Miltenburg In het perceel Broerstraat plaats. In het nummer van hedenavond kondigt Kofa de groote balans-uitverkoop aan, waarnaar wij onze lezers extra verwijzen.” (PGNC, 14-1-1933) In haar oude pand van Molenstraat 70 komt het dames-modemagazijn van J.A. Hattink. (PGNC, 13-01-1933)
De andere winkel van Miltenburg zat op de Houtstraat 15. In ieder geval heeft het heerenmodemagazijn “Kofa”, van den heer H.C.A. Miltenburg in februari 1931 grote waterschade vanwege een brand op de 2e etage bij de familie van Aalten. (PGNC 28/2/1931) Of deze winkel vrijwel meteen naar de Broerstraat is verhuisd, of dat de twee winkels min of meer tegelijkertijd zijn verhuisd, is nog niet bekend.
Advertentie overplaatsing Kofa Miltenburg naar de Broerstraat (PGNC, 24-3-1933)
De winkel van Kofa Miltenburg werd op Broersstraat 50 -54 werd tijdens het bombardement van februari 1944 verwoest.
In de Betouwstraat 52 werd een tijdelijke winkel geopend.
Bij de opening
De Gelderlanders schrijft bij de opening in november 1952:
“Bijna gouden Miltenburg terug in de Broerstraat
Toen Herman Miltenburg in 1903 de zaak van Altstadt in de Houtstraat kocht, heeft hij niet kunnen dromen, dat het door hem gestichte bedrijf een vlucht zou nemen als desondanks het geval is geweest. Morgen- bijna vijftig jaar later- openen zijn zonen, die intussen een familie-N.V. gesticht hebben, in de Broerstraat een winkelpand, dat een belangrijke aanwinst voor de stad genoemd mag worden. Kofa-Miltenburg herbouwde ongeveer op dezelfde plaats, waar het bedrijf op die zwarte 22e Februari 1944 des middags in een ruïne herschapen werd. Acht en half jaar nadien staat er de nieuwbouw, fors, modern, maar net niet té streng zakelijk.
N.V. Manufacturenhandel v/h H. Miltenburg Dir. H.H.S. Miltenburg, Borneostraat 22… Herbouw van een bedrijfsruimte aan de Broerstraat, project 444, April 1951, Achitectenbureau G. van Veen en W. Braam (D12.413512)
Architect van Veen ontwierp het pand, een sobere voorgevel, diepe en lichte etalages, een prachtige serie verkoopruimtes, kantoren en magazijnen en… expansiemogelijkheden. Berntsen en Braam realiseerden die plannen, en, voor zover ons lekenoog daarover oordelen kan, op de bedende degelijke manier. Voor de indeling van de verkoopruimtes werd advies gevraagd aan architect Vermolen en de Haagse firma Ratté droeg er zorg voor dat die adviezen werkelijkheid werden. Door al deze samenwerking werd Nijmegen een grootbedrijf rijker, dat er in alle opzichten zijn mag. In het royale souterrain werd de afdeling tapijten en zeilen ondergebracht, benevens de aanverwante artikelen. Alles is even overzichtelijk en dat vergemakkelijkt het kopen.
Kunstmatig daglicht zorgt er voor dat de koper zich niet in de kleur vergissen kan en datzelfde is ook het geval op de parterre, waar de manufacturen zijn ondergebracht. Toonbanken kent Miltenburg niet meer, slechts toontafels. Alle vakken zijn zo ingericht, dat de klant in een oogopslag zien kan wat er voor keus is en zij (of hij) het slechts voor het aanwijzen heeft. Heel de winkelinventaris is mobiel en kan dus geranschikt worden naar behoefte. Een speciale afdeling echter is ingericht voor corsetten en wat dies meer zij en voor het babygoed.
De heren-afdeling is (de praktijk ried dat aan) vlak bij de deur. Op de 1e etage zijn aan de achterzijde de kantoren- glazen wanden- en aan de straatkant is de zeer licht en ruime afdeling voor bedden en kleinmeubelen. Daarboven is dan nog een behoorlijke portie bedrijfsruimte.
Op de dag precies acht jaar na de ramp werd de eerste steen gemetseld in de funderingen. Aan de vooravond van het gouden feest begint Kofa-Miltenburg opnieuw. Opnieuw? Neen, het bedrijf bouwt voort op een traditie en een goodwill, waarvan wijlen Herman Miltenburg de grondlegger is geweest, een goodwill, die een halve eeuw gehandhaafd bleef. Het moge nog lang zo zijn.” (De Gelderlander 20/11/1952)
Het tot nu toe gevonden werk van architect G. van Veen bestaat vooral uit winkels uit de wederopbouwperiode en daarnaast uit kerkelijke instelingen (kerken, scholen) uit vooral de jaren 50.
Vervolg
Een pagina grote advertentie kondigt de opening van de Gruyter aan, Nijmeegsch dagblad 13-11-1958
In 1958 “vermoedelijk in de zomer” wordt Kofa Miltenburg opgeheven. In mei is bekend dat de Gruyter, die op dat moment op nummer 62 haar winkel heeft, naar dit pand zal verhuizen (Nijmeegsch Dagblad, 3-5-1958). Op 14 november opent ze haar winkel.
De Gruyter verlaat op 29-3-1975 dit pand (zie het plakkaat op foto F15255 RAN)
Parkdwarsstraat 20 en 22, maart 2025 (Google Streetview)
De twee paardenhoofden en de koets op Parkdwarsstraat 20-22 waren aanleiding om eens te onderzoeken wat de functie van dit gebouw is geweest. Kort antwoord: Ja, er heeft voor de oorlog een koetsier op nummer 22 gezeten. Echter: deze beelden lijken pas ná de Tweede Wereldoorlog opgehangen.
Paardenhoofden Parkdwarsstraat 20 en 22, maart 2025 (Google Streetview)
Koets Parkdwarsstraat 20 en 22, maart 2025 (Google Streetview)
Aan de gevel prijken 2 paardenhoofden en boven de bedrijfsingang een koets.
De door het bombardement van 22 februari 1944 zwaar getroffen Parkdwarsstraat nadat het puin geruimd is, 22/2/1944-1/4/1944 (F87364 RAN)
Detail F87364 RAN
In 1944 lijken deze paardenhoofden en de koets er in ieder geval niet te hangen.
Wel komen deze beelden in ieder geval voor op een foto uit 1991 F30231 RAN. Dan zijn de panden nog niet gepleisterd en is ook het beeld van de koets gekleurd.
Rob Esser op Noviomagus.nl merkt op dat er in de loop der tijd sprake is geweest van hernummeringen: “In de periode 1896-1910 had het pand huisnummer 14-16. In het adresboek van 1910-1911 staat nummer 14 vermeld als koetshuis. In de periode 1912-1918 staat nummer 20 in de adresboeken vermeld als Koetshuis. In het adresboek van 1920 is dat vervangen door Bergplaats.”
Hieronder zijn de tot nu toe gevonden gebruikers van Parkwarsstraat 22 weergegeven; van Parkdwarsstraat 20 zijn op dit moment nog geen gegevens gevonden. In ieder geval hebben op nummer 22 (en het oude adres 16) – waarschijnlijk- een voerman en koetsiers gewoond. En daarbij: De nummers 20 en 22 hoeven niet noodzakelijkerwijs dezelfde gebruiker te hebben: het woongedeelte en het bedrijfsgedeelte kunnen bijvoorbeeld afzonderlijk verhuurd zijn geweest.
Overigens hoeft dit gebruik nog steeds de aanwezigheid van de paardenkoppen en de koets niet te verklaren: iemand kan ze van een ander adres hebben vervangen. Zo lijken er bij een eerste blik ook op andere adressen van de Parkdwarsstraat koetsiers/slepers/voermannen te hebben gewoond. Of iemand vond het gewoon een mooie versiering.
Parkdwarsstraat 22
Woonkaart 1920 Parkdwarsstraat 22
Parkdwarsstraat 16
Naam
Beroep
Adresboek
Opmerking
Th. Kluis
Voerman
1896
G.M.Th. Hermsen
Timmerman
1899, 1901, 1902
W.A. Witkamp
Metselaar
1902
F.P.J. Kwakkernaat
Machinist
1902
J. v. Leth
1903, 1905, 1907
M. de Bruijn
Magazijnknecht
1909
M. de Bruijn
Koetsier
1910-1911, 1912-1913
Zoals Rob Essers aangeeft, heeft er in/rond 1910 een hernummering plaats gevonden waarbij het oude huisnummer 16 vervangen is door het (huidige) nummer 22. Wanneer dat precies het geval is geweest, weet ik niet. Ook de adresboeken bieden vooralsnog geen duidelijke uitkomst: mogelijk had de koetsier M. de Bruijn het “nieuwe” huisnummer 16, ook al komt een M. de Bruijn ook in 1909 voor.
Aan de andere kant -zie hieronder- lijkt Hoogenboom zowel voor- als na 1910 voor te komen op nummer 22.
Parkdwarsstraat 22
Advertentie Koetspaard van E. Kool, Parkdwarsstraat 22 (De Gelderlander 4/11/1913)
Naam
Beroep
Adresboek
J. Hoogenboom
Timmerman
1908, 1909
H. Hoogenboom
Timmerman
1910-1911, 1912, 1912-1913
Dezelfde als in 1909 nummer 7?
J. Hoogenboom
Timmerman
22 c: 1910-1911, 1912, 1912-1913
Dezelfde als hierboven?
Th.H. Emmerik
Timmerman
1909 (a!), 1910-1911
P.H. Verbeeten
Kleermaker
1908, 1909
H. Rietbergen
Geb. E.C. Muskens
22a: 1912-1913
E. Kool
Koetsier
1913-1914
H. Knoops
steenhouwer
1914-1915
J.P. Raijmann
In 1920 (indien dezelfde): huisschilder
1915-1916, 1916, 1920, 1926
J.G. Raijmann
Machinist
1920
H.J. van Kooi
Glasblazer
1928
J.W. van Kooi
Fabrieksarbeider
1928
L.H. van Kooi
Schilder
1928
Mej. M.J.W. v. Kooi
Fabrieksarbeider
1928
W. v. Kooi
Koopman
1928
L.J. v. Echteld
Opperman
1932, 1934, 1936, 1940
Th. v. Rossum
Rev. Banksteller. Rond 1 oktober 1932, hij is afkomstig uit Zutphun
PGNC 1/10/1932
H.W. Herr
Contr. Heck; Hij is in september 1933 hier gevestigd en dan afkomstig uit Arnhem
Rechts van Dijk en Witte, Grote Markt gezien in de richting van de Korte Burchtstraat, gedateerd 1895-1903 (D149 RAN)
Vestiging Van Dijk en Witte in Nijmegen: een grootmazijn en een sieraad rijker
1892 architect Scheltema
In 1892 opent het Arnhemse Van Dijk en Witte een vestiging van haar herenkledingzaak in Nijmegen. De architect was P.H. Scheltema.
Vooraf: Arnhem
Van Dijk en Witte was rond 1869 in Arnhem opgericht, althans: in 1917 blijkt zij 38 jaar te bestaan (PGNC 13/9/1917).
In ieder geval bestaat de vennootschap vanaf 22 mei 1888. Dan richten Herman Cornelis van Dijk, Particulier en wonende te Rotterdam met Theodor Heinrich Hermann Witte, Particulier, wonende te Utrecht de vennootschap van Dijk en Witte op. Zij heeft tot doel: “de confectie in gemaakte Heerenklederen en den handel in die goederen en in Lakens en Bueskins en alles wat verder daartoe behoort” op. De vennootschap wordt gevestigd in Arnhem. (Nederlandsche staatscourant, 6-7-1881) Een van beide oprichters was Theodor Heinrich Witte (1855-1918) (Oud-Arnhem op https://www.facebook.com/arnhem.nostalgischnederland/posts/arnhem-zijpendaalseweg-1930vandaag-heeft-oud-arnhem-weer-een-zoekfoto-voor-julli/3658030360900603/)
Vervolgens zal op 11 december 1883 hun 2e vestiging, nu in Groningen aan de Stoeldraaiergas, worden aanbesteed. (Nieuwe Groninger courant, 7-12-1883).
In latere advertenties verschijnt de naam van H.C. van Dijk in het groot, met daarnaast Firma Van Dijk en Witte. Dit lijkt rond 1888 te zijn begonnen. In april 1883 staat de opheffingsadvertentie met een finale uitverkoop. (Nieuwe Groninger courant, 2-4-1893)
Wanneer de firma 60 bestaat blijkt dat Witte “na het vertrek van den heer H. van Dijk naar Groningen alleen firmant bleef.” (Arnhemsche courant,15-9-1941)
De aanbesteding
De aanbesteding leverde “algemeene paniek onder de aannemers” op: Grandjean & Theunissen waren de laagste inschrijvers. De aanbesteding werd echter gegund aan N. van Eck, die vroeger met Scheltema een bedrijf had gevormd (De Gelderlander 25/3/1892). Zijn inschrijving was f800 hoger op een begroting van rond de f14000.-. Daarop vond een ingezonden briefwisseling plaats (in ieder geval PGNC 24/3/1892, De Gelderlander 25/3/1892, PGNC 1/4/1892, PGNC 7/4/1892)
Bij de Opening
“Onze stad is weder een groot magazijn en de Markt weder een sieraad rijker. De firma Van Dijk en Witte, die ook te Arnhem in de Rijnstraat gevestigd is, heeft namelijk Zaterdag ll. haar magazijn van heeren- en jongeheeren-kleedingstukken geopend. De meer dan ruime voorraad voorhanden goederen in alle prijzen zal de keuze voor een ieder gemakkelijk maken, terwijl de uitstalling achter de vier enorme spiegelruiten een denkbeeld geeft van de de groote verscheidenheid der in het magazijn te vinden kleedingstukken.
Bij avond bij de schitterende gasverlichting maakt het magazijn inzonderheid een uitmuntenden indruk.
Het ruime winkelhuis werd gebouwd volgens de plannen van den heer P.H. Scheltema, architect alhier, en in enkele maanden daargesteld door den aannemer N. van Eck. Beiden komt lof toe voor hunnen arbeid.” (PGNC 20/9/1892)
Architect Scheltema
Petrus Herman Scheltema (Den Haag 2 februari 1856 – Voorburg 13 augustus 1923) was een Nederlands architect en redacteur van bouwkundig tijdschrift De Opmerker.
Hij was een zoon van luitenant-kolonel Nicolaas Scheltema. In november 1886 behaalde hij de akte rechtlijnig tekenen en perspectief. Hij had onder andere een betrekking bij een ziekenhuis. (wikipedia). Hij trouwde op 21 september 1887 trouwde met Casimira Albrechtina Wilhelmina Arendsen Hein te Nijmegen. Ze kregen drie kinderen.
Op 22 juni 1887 gaan Nicolaas van Eck, aannemer en Petrus Herman Scheltema, architect, beiden te Nijmegen, een vennootschap aan tot het “uitoefenen van de beroepen van Architect, Aannemer, Timmerman, Metselaar en daarmede verwante zaken, onder de firma Van Eck en Scheltema”. (PGNC 3/7/1887) Op 18 december 1890 willen zij “Het bouwen van een Landhuis op een terrein te Groesbeek” aanbesteden. (PGNC 7/12/1890)
Op 1 februari 1892 wordt de vennootschap weer ontbonden. N. van Eck gaat verder als aannemer op de Ziekenstraat no. 50 (kantoor) en 2de Walstraat 115 (werkplaats). Scheltema ls architect, op St. Annalaan 13 en zijn bureauu op 2de Walstraat 113. (PGNC 2/2/1892)
Op 16 maart 1892 wil hij “Het sloopen van een bestaand gebouw en ter plaatse bouwen van een Winkelhuis met Bovenhuizen aan de Groote Markt te Nijmegen” aanbesteden. (PGNC 6/3/1892)
Rond augustus 1893 wordt Scheltema, te Nijmegen, benoemd tot tijdelijk opzichter bij de dienst gemeentewerken in ‘s -Gravenhage. (De Gelderlander 13/8/1893)
In januari 1901 wordt hij benoemd tot directeur en redacteur van het architectuur- en bouwtijdschrift De Opmerker. Bij het splitsen van deze functie werd Scheltema van 1912 tot 1919 alleen redacteur van dit tijdschrift.
In 1907 werd hij benoemd tot hoofdopzichter van de Koninklijke paleizen.
Verbouwing 1929
In 1930 waren Vroom & Dreesmann (midden) en Bahlmann (rechts) nog 2 afzonderlijke zaken. Enkele jaren later zal Bahlmann bij Vroom & Dreesmann worden gevoegd. Foto: Nijmegen 700 jaar stad werd groots gevierd: in de hele stad werden gebouwen feestelijk geïllumineerd, zoals het gebouw van Vroom en Dreesmann in het midden, links van Dijk en Witte en rechts Bahlmann. De verlichting was een initiatief van de Nijmeegse Erkende Installateurs Vereniging en werd uitgevoerd door de firma’s Beukering en Alewijnse, 25/8/1930-30/8/1930 (GN11829 RAN)
In ieder geval is er een verbouwing in 1929 gevonden:
“Verbouwing Van Dijk en Witte.
De firma van Dijk en Witte kleedingmagazijn, heeft haar winkel aan de Groote Markt een moderniseering doen ondergaan die veroorzaakt werd door de eischen welke gesteld worden aan een firma die met haar tijd wenscht mee te gaan en het vertrouwen van het publiek waardig wenscht te blijven.
Genoemde firma mag aanspraak maken op een reputatie van degelijkheid en zoo is dus ook de verandering die zich aan het gebouw voltrok in orde, m.a.w. de verandering is een groote verbetering en is tevens een bewijs dat fraaiheid niet door nut in gedrang behoeft te komen. Er is een nieuwe sierlijke pui gekomen, een gevel van teakhout, nieuwe, ruime étalages, een portiek, en verlichting die door een nieuw soort reflector, welks zeer goed schijnt te voldoen, gediend wordt.
De architect is W.J. Eich en zoon, Arnhem. De aannemer G. Kuiper, Arnhem. De binnen-betimmering Th.A. Wissing, aannemer Nijmegen. De verlichting A.J. Peters, electricien, Nijmegen. Steenhouwer A. Rengers en Zoon, Nijmegen.” (PGNC 16/3/1929)
Sloop en nieuwbouw
Het door het bombardement van 22 februari 1944 totaal verwoeste pand van Vroom en Dreesmann (rechts) met op de achtergrond de restanten van de St. Augustinuskerk; links de schoenenzaak van de gebroeders Raemakers en de herenmodezaak van Van Dijk en Witte, 22/2/1944-30/6/1944 (GN11080 RAN)
Het gebouw van Van Dijk en Witte blijft bij het bombardement van 1944. Vanwege de nieubouwplannen van Nijmegen zal het toch gesloopt worden: De Gelderlander schrijft op 24/10/1952 dat Van Dijk en Witte naar het Marienburg vertrekken. Zij zullen zich daar vestigen in het gebouw “waar thans een dancing is gevestigd”.
Op 6 november zal de aanbesteding plaats vinden van het van gemeentewege slopen van opstallen funderingen van het perceel “Van Dijk en Witte” aan de Grote Markt nummer 8.
Lees hier verder over nieuwbouw van Van Dijk en Witte op de Broerstraat:
De bouw van de herenkledingzaak van Dijk en Witte zorgde voor de voltooiing van de oostzijde van de wederopbouw van de Broerstraat. Het nieuwe pand staat (nagenoeg) op de plek waar het vooroorlogse pand heeft gestaan. In 1892 begon van Dijk en Witte een confectiemagazijn op de Grote Markt 8. Na de Tweede Wereldoorlog was…
De panden van Cafétaria Centrum Expresse; de Schoenhandel Holland; Fotohandel Verwey; de Parfumeriezaak Albers, en een gedeelte van Boekhandel Kloosterman, 1952 (Commissariaat van Politie, Afd. Fotografie via F31792 RAN)
In 1952 komt het pand van parfumerie Albers gereed. De architect hiervan was Rodenburg. Het pand van Albers aan de Houtstraat was verwoest als gevolg van het bombardement van februari 1944. Het pand welke zij vervolgens aan de Burchtstraat had betrokken ging in september 1944 in vlammen op.
Bouw van een winkelpand aan het Centrumplein te Nijmegen voor de heer J.E. Albers te Hees, stempel datum ingekomen 1 maart 1950, architect Rodenburg. (D12.412466). Het betreft het rechtse pad. De 3 panden ernaast zijn eveneens van Rodenburg. Op D12.412464 staat een kruis over deze 3 panden. Daar staat ook 2 bovenwoningen in de titel toegevoegd.
De Gelderlander in maart 1952 naar aanleiding van de opening:
“Nieuw zakenleven aan het Plein 1944:
Parfumerie J.E. Albers
De laatste winkel in het nieuwe complex winkels aan het Plein 1944, aansluitend aan boekhandel Kloosterman, is gistermiddag in gebruik genomen. De heer J.E. Albers heeft er zijn zaak in parfumerieën en bijouterieën in gevestigd en zij vond daarmede eveneens eindelijk haar definitieve bestemming. De zaak van de heer Albers werd op 22 Februari 1944 aan de Houtstraat vernield. Zij werd verplaatst naar de Burchtstraat, maar werd daar op 17 September een prooi der vlammen. Na de bevrijding werd onderdak gevonden in een der noodwinkels aan het Mariënburg en van daar kwam de zaak naar ’t Plein 1944, waar ze gistermiddag onder grote belangstelling geopend werd.
Plein 1944 146 Parfumerie Albers nu Ici Paris
Wethouder Duives kwam namens het gemeentebestuur de gelukwensen aan de familie Albers aanbieden en vertelde ons, dat hij zeer verheugd was over de vorderingen, welke thans met de bouwerij in het stadscentrum worden gemaakt; iedere week een nieuwe zaak de deuren open, daar komt het eigenlijk toch op neer. En de wethouder vond dit lang geen gek resultaat.
Ook deze zaak is een schepping van architect Rodenburg, die een welhaast ideale indeling maakte van deze verkoopruimte, waarin artikelen van wel zeer uiteenlopende aard tesaam gebracht worden. Het eerste gedeelte van de winkel kan men n.l. vergelijken met een soort hall, waarvan aan de ene kant de parfumerie-afdeling is en aan de andere kant de bijouterieen uitgestald worden. Al het houtwerk is uitgevoerd in licht eikenhout, de muurvitrines zijn indirect verlicht en voor de bijouterieënafdeling hebben deze vitrines nog ene crème achtergrond gekregen. Met de coloriet-vloer is hier een bijzonder fraai geheel geschapen, waarin de dames (maar ook de heren!) zich wel thuis zullen voelen.
Het aannemersbedrijf Molenaar voerde ook deze bouw uit. Er waren zeer veel bloemstukken.“
(De Gelderlander 29/3/1952)
Let ook op de balkons in trapeze vorm (augustus 2023)
Architect Rodenburg
Het ontwerp was afkomstig van architect Rodenburg. Lees hier verder over deze architect:
Architect Rodenburg lijkt vooral veel wederopbouw van winkels en nieuwbouw van wooncomplexen te hebben ontworpen.
Vervolg: overname door ICI Paris
In 2017 gaat de winkel verder onder de keten ICI Paris. Uit het artikelen van de Gelderlander, 21-3-2017 blijkt dat de winkel al een aantal jaren is overgenomen door AS Watson Group, welke tevens eigenaar is van ICI Paris. Rond november 2024 sloot deze locatie van ICI Paris.
Daarvoor in de plaats komt Geldmaat, waar mensen kunnen pinnen en geld kunnen storten. Geldmaat zit in juli 2026 nog steeds in het pand.
Het nieuwe pand van de Dameskledingzaak “Maison de Nouveautés”, aan de Broerstraat 40, met rechts “het Witte Huis” in 1955 (VN21292 RAN)
De herenkledingzaak het “Witte Huis” was in september 1944 in brand gestoken. Na een aantal tussenstops heropent de winkel in de Broerstraat haar nieuwe zaak. Hierbij was het ontwerp afkomstig van architect Rodenburg.
RAN heeft op haar site een foto uit 1954: daarbij lijkt het dat het pand in de loop der jaren van de buitenkant gezien geen grote verbouwingen heeft gekend, alleen de begane grond is wat aangepast. Daarnaast is te zien dat het links nog niet is gebouwd.
In 1949 heropent het Witte Huis aan de Van Broeckhuysenstraat 32, nadat haar winkel in september 1944 was verwoest. Het ontwerp was afkomstig van architect Kuipers. Het Witte Huis zou slechts enkele jaren op deze locatie zitten, om vervolgens te verhuizen naar de Broerstraat.
De Gelderlander schrijft over de opening:
“Het “Witte Huis” herrees in de drukke Broerstraat
De etalages van “Het Witte Huis” aan de Broerstraat 32, ter gelegenheid van de opening van dit nieuwe pand; 1953 (GN3849 RAN)
Elke rechtgeaarde Nijmegenaar weet zich van vele jaren her “Het Witte Huis” te herinneren, het herenkledingmagazijn, dat lange jaren in de Augustijnenstraat en later op de Hoek Augustijnenstr.-Houtstraat was gevestigd. Vergissen we ons niet dan is het bijna tachtig jaar geleden dat Het Witte Huis werd opgericht. In 1942 werd het naar de Burchtstraat overgeplaatst en daar ging het in 1944 gedurende de Septemberdagen in vlammen op. Energiek van aanpak als de leiders van het “Witte Huis” uiteraard zijn, gingen ze niet bij de pakken neerzitten In het klein werd de zaak op de hoek van Welderenstraat-Arksteestraat voortgezet. Enkele jaren daarna werd het Witte Huis op groter schaal in de van Broeckhuysenstraat heropend. Wie zou denken dat hiermede de eindpaal in de wedloop naar voormalige krachtsontplooiing was bereikt, rekende buiten de waard. Ook deze voorziening was een tijdelijke. Het slotbedrijf van deze omzwerving na de stadsramp speelt zich af in de meer drukke Broerstr, op een van de mooiste punten.
Broerstraat 32, oorspronkelijk het Witte Huis, detail balkons, juli 2019 (Google Streetview)
En als men deze herbouw aanschouwt zal men ’t met ons eens zijn dat dit ‘n “happy end” is, Het Witte Huis en de stad Nijmegen, waarmee het is vergroeid, hebben elkaar “hervonden”. Gelukkig voor beide, want zoals met vele verwoeste zaken het geval is, kunnen ze elkaar niet missen. We mogen het als een gunstig teken voor de heropbloei in de binnenstad zien dat ondernemende zakenlieden hier een fraai winkelpand hebben doen zetten, dat zelfs de hoofdstad van ons land eer zou aandoen. En in dit gebouw zijn merkwaardige vindingen in toepassing gebracht. In een gedeelte van de étalages kunnen de ruiten worden uitgenomen. De portiek, waarin zich deze étalages bevinden, kan worden verwarmd, zodat de bezoekers van de zaak de indruk hebben zich in de winkel te bevinden. De deur welke tot de zaak toegang geeft, kan door middel van ’n vernuftig mechanisme in de diepte verdwijnen. Dit bedrijf is dus, in de geest van de politiek van “Het Witte Huis” sterk elastisch.
Architect R.G. Rodenburg en het Aann. Bedrijf Tiemstra en Zn., beiden te Nijmegen, hebben eer van hun werk. De fa. J. Reijers te Nijmegen droeg zorg voor de smaakvolle binnenbetimmering.
De heren H.F. van Emmerik en H.A. Hermsen, die de leiding in de zaak in Nijmegen voeren, hebben gistermorgen vóór de opening, tezamen met de heer J. Roose uit Rotterdam, de Directeur van Het Witte Huis de heer J. van Emden verwelkomd en hem namens het personeel een Phoenix in brons als symbool van het geslaagde herstel na de verwoesting van de zaak aangeboden. Bij de opening vertegenwoordigde wethouder W. Beukema het gemeentebestuur en tientallen prachtige bloemstukken getuigden van de sympathie van velen.” (De Gelderlander 27/3/1953)
Architect Rodenburg lijkt vooral veel wederopbouw van winkels en nieuwbouw van wooncomplexen te hebben ontworpen.
Vervolg
Broerstraat 32 gebouwd als Witte Huis, in juli 2019 Vila (Google Streetview)
Er is nog niet volledig onderzocht wat het vervolg is geweest.
In ieder geval heeft er in 2018 een verkoop plaats gevonden. Bestseller Wholesale Benelux blijkt dan huurder van de winkel te zijn, met als gebruiker Vila Clothes. Op de eerste verdieping woont dan een huurder, de tweede en derde zijn vrij van huur.(Property.nl)
Op 6-4-2023 verleent de gemeente vergunning tot het verbouwen van de bovenwoning tot 6 appartementen. (Gemeenteblad van Nijmegen)
Broerstraat 32 gebouwd als Witte Huis, augustus 2023
De Broerstraat is de belangrijkste winkelstraat van Nijmegen. Het dankt haar naam aan de middeleeuwse Dominicuskerk, oftewel de Broer- of Broederenkerk. Rond 1900 werd de Broerstraat een van de belangrijkste winkelstraten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de straat vrijwel volledig verwoest.
Voormalig Peek en Cloppenburg, architect Heldoorn. Nu H&M (juli 2023)
Architect Heldoorn ontwierp het pand voor Peek en Cloppenborg in 1951. De bouw verliep in “Amerikaans tempo”: in 164 werkdagen. Het wordt gezien als een van de parels van de Wederopbouw in Nijmegen.
Gerardus Albertus Heldoorn (Huizum, 31 mei 1899 – Leeuwarden, 2 oktober 1965) ontwierp voor Peek en Cloppenburg en C&A meerdere panden.
De Gelderlander schreef in 1951 over de opening:
“Peek en Cloppenburg in een Amerikaans tempo herbouwd: voortreffelijk staal van architectuur
De vlaggen mogen vandaag wel wapperen in de binnenstad, want er is met de voltooiing van het gebouw van Peek en Cloppenburg op de Burchtstraat, hoek Grotestraat, een belangrijke mijlpaal bereikt. Dit grootse stijlvolle zakenpaleis van architect G. van Heldoorn, vormt een waardige afsluiting van de Markt en een glorieus entree van de Burchtstraat, waar ook het historische raadhuis met zijn onvolprezen architectuur zich alweer aan de steigers ontworstelt. Dat deze nieuwe nieuwbouw, die ook interieur van voortreffelijke schoonheid is, een belangrijk aantrekkingspunt voor de omgeving vormt, is vanzelfsprekend.
Nadat vanmorgen deze feestdag voor allen, die aan het bedrijf van Peek en Cloppenburg verbonden zijn, met een H. Mis in de Molenstraatkerk was begonnen, had om half twaalf de opening voor genodigden plaats. Hierbij verrichtte pastoor Chr. Hanckx S.J. de inzeging.
Het was een van de directeuren van Peek en Cloppenburg, Drs. E. Bartel, die de aanwezigen welkom heette en zijn vreugde uitsprak over het resultaat, dat in prettige samenwerking is bereikt. Spr. releveerde de voorgeschiedenis van de bouw, waarover in 1950 met de gemeente het eerste gesprek was gevoerd. Op 28 Juni van vorig jaar had de aanbesteding plaats. Het aannemersbedrijf van Rossum uit Den Haag pakte het werk op energieke wijze aan en wist de grote moeilijkheden, zoals de stagnatie door vorstperiode en de obstakels van een oude gang, die zeven meter onder de grond werd ontdekt, succesvol te overwinnen.
Aan het besluit om voor Pasen te openen kon zodoende, dank zij de volle toewijdig van allen, de hand worden gehouden. Voor P. en C. was het wel nodig om hieraan vast te houden, omdat de noodtoestand in ’t noodpand met de dag erger werd en omdat het seizoen onder de huidige omstandigheden al in Januari is begonnen. Dank bracht spreker aan de aannemer de fa. van Rossum, die het onmogelijke mogelijk heeft gemaakt, aan de uitvoerders, onderaannemers en hun medewerkers.
Hulde bracht spreker aan het architectenbureau Heldoorn, dat dank zij de volledige toewijding van alle medewerkers, van wie het uiterste werd gevergd, de bouw op deze voortreffelijke wijze tot stand wist te brengen. Bijzondere waardering had spr. voor de heer A. Starrenburg, de bedrijfsleider in Nijmegen en aan allen, die onder hem enorm hard hebben gewerkt.
De president-commissaris van Peek en Cloppenburg, de heer A. Cloppenburg bracht hierna dank aan de bouwers van dit nieuwe pand. Hij deed dit uit naam van de commissarissen en aandeelhouders en betrok in zijn waardering ook de Nijmeegse burgemeester. Zich tot de heer Starrenburg richtend zei spreker: door de toestand gedwongen moest P. en C. in Nijmegen weer klein beginnen. Maar nu kan met enthousiasme worden voortgewerkt. Moge Gods zegen op alle medewerkers rusten, die onder uw energieke leiding dit alles tot een goed resultaat hebt gebracht.
Het woord was vervolgens aan Burgemeester Hustinx, die complimenteerde en er zijn vreugde over uitsprak dat de omgeving van de Markt weer tot een van de essentiële bedrijfscentra van de stad ging behoren en nu dank zij ook de inspanningen van de Nijmeegse arbeiders deze bouw in ongekend snel tempo was voltooid. Pastoor Chr. Hanckx S.J. sprak een woord van gelukwens. De heer A. Starrenburg, de bedrijfsleider dankte namens het personeel de directie, die gelegenheid had geboden om binnen vijf jaar deze daad van grote betekenis te stellen. Spr. bood enkele ramen aan, in zandstraalbewerking, waarop de wapens van de steden waar P. en C. zaken heeft zijn uitgebeeld. Architect G. van Heldoorn dankte alle medewerkers voor wie hij de grootste hoogachting toonde. In honderd vier en zestig werkdagen is de bouw tot stand gekomen. Dit was mogelijk geweest dank zij de prettige onderlinge samenwerking. De heer Kingsma van de Aannemersfirma van Rossum dankte tenslotte de directie van P. en C. en alle medewerkers.” (De Gelderlander 16/3/1951)
Advertentie Peek en Cloppenburg voor de opening (De Gelderlander 15/3/1951)
Gemeentelijke Monument
Het pand is een Gemeentelijk Monument met als waardering:
“Het pand Burchtstraat 1 is van cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van de herrijzenis van het commerciële hart van Nijmegen na de verwoestingen aan het einde van deTweede Wereldoorlog. In z’n monumentale opzet, feestelijke bekroning en vernieuwende typologie getuigt het gebouw van het optimistische geloof in de toekomst dat zo kenmerkend is voor de wederopbouwperiode. Het winkelpand is voor Nijmegen van architectuurhistorisch belang als redelijk gaaf en herkenbaar voorbeeld van een vroeg-naoorlogs modemagazijn in traditionalistische bouwstijl met referenties aan een Italiaans palazzo. Als zodanig is het een representatief voorbeeld van het werk van architect G.A. Heldoorn die in deze periode ook het modemagazijn voor Voss op de hoek van de Ziekerstraat en de Broerstraat bouwde. De ontwerpkwaliteiten komen vooral tot uitdrukking in het gevarieerde en ambachtelijke materiaalgebruik cq. ornamentiek, zoals de hoekkettingen, de erkers, de wapenschilden, het siermetselwerk en het smeedwerk. De combinatie van baksteen, natuursteen en smeedijzer geven het pand een degelijke uitstraling. De erkers en de wapenschilden geven het pand iets huiselijks. Kleding kopen is hier in vertrouwde handen, zo luidt de ‘versteende’ boodschap. Door het laten terugspringen van de bovenste bouwlaag en het laten ‘zweven’ van het geknikte schaaldak is een speelse afsluiting verkregen van het massieve hoofdvolume. Het gebouw is van grote stedenbouwkundige waarde vanwege de zeer markante situering aan de kruising van historische hoofdroutes waarlangs Nijmegen zich eeuwenlang heeft ontwikkeld. Het vormt samen met het naastgelegen modehuis op nummer 3 een beeldbepalend element op de kop van de Burchtstraat als tegenhanger van het stadhuis aan de overzijde. Ook vanaf de Grote Markt is het een beeldbepalend element. Het gebouw is bovendien een essentieel onderdeel van een aaneengesloten en op samenhangende wijze tot stand gekomen wederopbouwensemble dat als beschermd stadsbeeld van grote cultuurhistorische waarde is als belangrijk en hoopvol ijkmoment in de Nijmeegse stadsgeschiedenis.”
Heldoorn, Gerardus Albertus (Huizum 31-5-1899 – Leeuwarden 2-10-1965).
Gerardus Albertus Heldoorn weder op 31 mei 1899 geboren in Huizum, Wijk D, nummer 92. Zijn ouders waren Hendericus Heldoorn, eigenaar van een sigaernwinkel, en Jetske Terpstra.
“In 1925 keerde Gerardus Albertus Heldoorn (1899-1965) na 15 jaar vanuit Amsterdam terug in Leeuwarden. Met een afgeronde studie aan de M.T.S. werd hij als bouwkundige aangesteld bij het architectenbureau van Jelle Gros (1879-1932). In het jaar van zijn huwelijk met Catharina H. IJsbrandy 1928, ging Heldoorn een volledig partnerschap aan en werd het Architectenbureau “Gros en Heldoorn” opgericht. Het bureau hield kantoor aan het Raadhuisplein 21. Na het overlijden van Gros in 1932 vestigde Heldoorn zich als zelfstandige en verplaatste het kantoor naar zijn nieuwe woonadres Molenstraat 38 (1932-1949), later Westersingel 24 (1949-heden). Na Heldoorns overlijden in 1965 werd het Bureau verkocht aan architect Masselink.” (https://www.archieven.nl/nl/zoeken?mivast=0&mizig=210&miadt=76&miview=inv2&milang=nl&micode=1455&minr=773952)
1938 gevel, Kerkbrink Hilversum, gesloopt: Modehuis P. van den Brul “Heldoorn ontwierp de glazen entree en de etalages in de vorm van een halve cirkel. Opvallend is de gestucte kroonlijst boven de groten stalen vensters in okergeel metselwerk, voorzien van schaduwvoegen. Het pand werd in 1985 gesloopt om ruimte te maken voor een nieuw winkelwooncomplex met een ondergrondse parkeergarage.” https://www.dudokarchitectuurcentrum.nl/andere-werken/modehuis-p-van-den-brul/
1951, Heliconweg Leeuwarden: drie blokken met etagewoningen
1951, Heliconweg Leeuwarden: herenhuizen met doorlopende balkons op erkerreeksen en etagewoningen aan weerzijden van de Heliconweg????
1953, Terschelling: gemeentehuis in Delftse School-Stijl
“Ontwierp in Leeuwarden in modernistische stijl horlogerie Nieuwestad 33 en o.a. zakelijk expressionistische villa’s”
Leeuwarden, “om de woonhuizen van Piet de Vries heen bouwde gemeentearchitect Justus Zuidema in de jaren dertig nog meer woningen. om de delistraat en de Sumatrastraat heen zijn dubbele woningen gebouwd op grotere kavels naar een ontwerp van G.a. heldoorn.” https://stichtingpietdevries.nl/docs/piet-de-vries.pdf
Breestraat 175 Leiden: winkelpui
Botermarkt 8 Leiden: winkelpui
(Overige) Bronnen en verder lezen over architect Heldoorn