Winkelpanden (o.a. Disco-Bar Juicy Lucy, Technica en Foto Modern) met bovenwoningen, 1977-1980 (J.H. ten Have via F39116 RAN CCBYSA, Auteursrechthouder Hans en Tijs ten Have)
Aan de Van Welderenstraat 103 vinden de loop der jaren een aantal verbouwingen plaats, allen uitgevoerd door (Architectenbureau) J.D.A. Okhuysen.
De eerste bouwtekening die voor komt in het bouwdossier is de aanleg van de riolering in 1916 (D12.385199). Dan heeft het pand de aanduiding perceel No 77, Kad. Sectie B. No. 872).
De eerste verbouwing is de aanbouw van een keuken rond 1935 (Datum bouwdossier 601201935, D12.402047), dan heeft het pand al het adres van Welderenstraat 103. De architect is J.D.A. Okhuysen, die alle verbouwingen vanaf dat moment zal tekenen. Ook omdat het ontwerp spreekt van “kamers”, heeft de begane grond waarschijnlijk op dat moment nog een woonfunctie.
Verbouwing 1937
Rond 1937 vindt er een aanbouw van een serre aan de achterkant plaats (datum bouwdossier 1-10-1937, D12.403662). De begane grond bestaat dan inmiddels? uit “kantoor” en “salon”.
Daarbij valt onderstaand krantenbericht op, waarbij het in 1937 gaat om een verbouwing tot Bloemenmagazijn, in plaats van kantoor. Pas bij de bouwtekening uit 1945 gaat het om een verbouwing van kantoor tot winkel:
“Verbouwing Bloemenmagazijn Vermeulen
In aansluiting van het bericht van gisterenavond, inzake bovengenoemd Bloemenmagazijn, kunnen wij nog mededeelen dat deze verbouwing, repect. nieuwbouw, uitgevoerd werd onder architectuur van Architect Okhuysen, v. Welderenstraat 103 alhier, de aannemer was de heer Molenaar, Piet Heinstraat en het schilderwerk werd uitgevoerd door den heer Schaafsma, Graafscheweg, alhier.” (De Gelderlander 15/10/1937)
1957/1958: Verbouwing tot winkel
Bestaand: Verbouwing Kantoor tot Winkel, architect J.D.A. Okhuysen, datum tekening 29-10-1945 (D12.406925)
Verbouwing Kantoor tot Winkel, architect J.D.A. Okhuysen, datum tekening 29-10-1945 (D12.406925)
Verbouwing Kantoor tot Winkel, architect J.D.A. Okhuysen, datum tekening 29-10-1945 (D12.406925) Datum bouwdossier 28-5-1946
Rond 1957-1958 ontwerpt Okhuysen de uitbreiding aan de achterkant met een showroom met daarnaast een magazijn, waar voorheen een buitenruimte was. Daarbij lijken er een aantal wijzigingen in het ontwerp te zijn geweest:
Datum bouwdossier 18-12-1957, D12.429303: hierbij is alleen sprake van kleinere uitbouw met een magazijn
Datum bouwdossier 18-12-1957, D12.429304: hierbij is zowel sprake van een uitbouw met showroom als een magazijn
Datum bouwdossier 14-5-1958, D12.432094: nog hetzelfde ontwerp voor de achterkant als D12.429304 -dus mogelijk nog niet uitgevoerd- en nu is er een verdieping van het portiek aan de voorkant.
Plan tot het aanbouwen van een Showroom aan het perceel gelegen aan de v. Welderenstr, Arch. Bur. J.D.A. Okhuysen, datum bouwdossier 14-5-1958 (D12.432094).
Verbouwing 1997
Ook in 1997 vindt er nog verbouwing plaats aan voorgevel (D12.651976). De linker etalagekast is vervangen door de entree naar de bovenwoning, waarbij bovendien de etalage links van de ingang wat verlengd is, waarbij hij nu schuin afloopt. Ook hier tekende Architectenbureau J.D.A. Okhuysen voor het ontwerp.
Deze pagina verzamelt reeds verschenen artikelen over de Van Schaeck Mathonsingel.
Stadsuitleg
Uitleg van de stad: Nijmegen in 1888 ( KPD-16 detail Bottendaal)
Na afbraak van de vestingwerken wordt er rond het centrum een ring van singels gepland. Aan deze singels komen grote woningen voor rijke inwoners te liggen. Op de kaart van 1888 is te zien hoe het Keizer Karelplein het centrum is waar de radiale wegen van Nijmegen op uit komen. De St. Annastraat en de Graafseweg bestaan al eeuwen. Nieuw is onder andere de groene singel van de Stationsweg, de huidige van Schaeck Mathonsingel.
De Stationsweg was de breedste van deze wegen: de afstand tussen de huizen bedroeg 70 meter. Daarnaast werden alleen vrijstaande villa’s gebouwd, waarvan een aantal op een later moment andere functies kregen. Daarbij kwam er in het midden een 20 meter lange groenstrook.
Maar ook: in ieder geval vinden er in ieder geval nog in 1889, 1891 en 1896 een verpachting plaats van het terrein “tusschen de Graafschestraat, Stationsweg en Van Diemerbroekstraat”. (PGNC 28/4/1889, PGNC 10/5/1891 en PGNC 26/4/1896)
Burgemeester Van Schaeck Mathon Singel
Beeld van de Stationsweg (vanaf 1923 Van Schaeck Mathonsingel), gezien in de richting van het station, met in het midden het plantsoen met de fontein, ontworpen en uitgevoerd in terracotta in 1915 door beeldhouwer en keramist Willem Coenraad Brouwer (Leiden, 19/10/1877 – Zoeterwoude, 23/05/1933), 1917-1919 (Jacob Krapohl via F91530 RAN)
Vanaf 1923 vindt een naamverandering plaats: aanvankelijk Burgemeester Van Schaeck Mathon Singel. En vanaf 1950 zonder “Burgemeester”. De naamswijziging vond plaats vanwege het 25-jarig jubileum dat Van Schaeck Mathon burgemeester was. Op 15 december 1923 vindt de viering daarvan plaats (PGNC 12/12/1923)
Market Garden
Bij de gevechten rondom Market Garden staken de Duitsers de gebouwen aan de zuidzijde in brand. Hier kwamen de flatgebouwen voor in de plaats.
In 1915 schonk het Straalmansfonds een fontein voor het plantsoen aan de de Van Schaeck Mathonsingel en in 1916 twee bloemenschalen. Bij de vernieuwing van het park in 2002 bleek de fontein niet meer te redden. Daarvoor in de plaats kwam de fontein met de glazen koepel. De twee schalen konden nog wel worden gerestaureerd.…
De voor- en zuidgevel van Hotel Esplanade; geopend in december 1949, 1/1950 (Commissariaat van Politie Afd. Fotografie via F32520 RAN CC0).
Het architectenbureau ‘De Jongh, Taen & Nix’ maakte het ontwerp voor het samenvoegen van 2 villa’s aan de Van Schaeck Mathonsingel tot Hotel Esplanade. De opening van dit hotel vond in 1950 plaats.
Chinees-Indisch restaurant “Fong-Shou”
Na het faillissement van het Leupen Concern werd het gebouw in 1975 verkocht. Hierbij was Onroerend Goed en Assurantiekantoor Jetten en Sieverding de koper. Chinees-Indisch restaurant ‘Fong-Shou’ werd in juni 1976 geopend en veel Nijmegenaren zullen het gebouw vooral als dit restaurant herkennen. Op een gegeven moment is het restaurant naar Ewijk verhuisd, waar het in 2014 nog steeds bestaat. De bovenverdiepingen waren verhuurd aan studenten.
Brand en sloop
In 2008 brak er brand uit; op dat moment stond het pand al leeg. De restanten werden gesloopt, waarna de plek jarenlang gebruikt werd om fietsen te stallen.
De Van Schaeck Mathonsingel 10 is oorspronkelijk gebouwd als villa. Sinds de jaren 20 was het pand eigendom van de Katholieke Universiteit Nijmegen, die het voor onderwijsdoeleinden gebruikte.
Diogenes
Veel Nijmegenaren zullen het echter kennen als “Diogenes”, de studentenvereniging die er vanaf de jaren 50 zat. Deze vereniging was opgericht om een alternatief te bieden “De vereniging werd in de jaren vijftig opgericht als alternatief “voor de traditionele sociëteit-cultuur. Mede door Diogenes ‘verlinkst’ het studentenleven en komt dichterbij de burger te staan.” (https://www.nieuwsuitnijmegen.nl/Nieuws/1291/Nijmegen-Toen-en-Nu.html) The Police, The Cure, Herman Brood en Frank Boeijen hebben er opgetreden. Ook zal Diogenes bij veel Nijmegenaren bekend zijn van de late uurtjes, waar zij (min of meer) een monopoliepositie in de nachthoreca. “Maar tijden veranderen, door veranderingen van patronen in het studentenleven en versoepeling van de sluitingstijden van de reguliere horeca, moet Diogenes door financiële problemen in 2005 haar deuren sluiten.”
In 2005 ging Diogenes faillet. Daarop gaat vanaf 2006 het pand verder als “Villa van Schaeck”, waar verschillende studentenverenigingen zijn gehuisvest.
Links het kantoorpand van de N.V. Levensverzekeringsmij. Vitalis en de N.V. Verzekeringsmij. Fiducia (het voormalige woonhuis van S. van Zwanenberg) (adres van Schaeck Mathonsingel 2) (en een elektrische tram van tramlijn 1 (van St. Anna naar Hengstdal en v.v.), 1936-1940 (RAN)
Villa Stella Maris, architect Semmelink
De in 1888 in neo-renaissance stijl gebouwde villa naar een ontwerp van de Nijmeegse architect Dirk Semmelink. In 1924 werd de villa aangekocht door de zusters van Onze Lieve Vrouw van Amersfoort die er een pension voor meisjesstudenten onder de naam Stella Maris in vestigden. In 1945 kocht de Katholieke Universiteit het gebouw als noodlocatie voor in de oorlog verwoeste instituutsgebouwen en in 1947 werd het tevens leeszaal van de bibliotheek (boekentransport per bakfiets tussen depot in de Snijdersstraat en de leeszaal); in 1985 brandde de villa tot de grond toe af, 1950 (F32382 RAN)
De ruïne van het Psychologisch Instituut van de universiteit op de hoek met de Van Schaeck Mathonsingel dat tijdens de periode dat Nijmegen frontstad was, totaal werd verwoest, 9/1944-3/1945 (Anna Huybers via F52144 RAN)
Ook het pand op de hoek van de Van Schaeck Mathonsingel en de Vondelstraat werd verwoest. Bij de wederopbouw werd verbinding met de Vondelstraat verbroken.
Villa familie Abram van den Bergh-Knurr
Chaletachtig Landhuis, dat tot 1942 bewoond is geweest door de familie Abram van den Bergh-Knurr, directeur Bergoss Oss, 1930 (F21628 RAN)
Oorlog en wederopbouw
Van Schaeck Mathonsingel, gezien vanaf het Keizer Karelplein in de richting van het NS-Station, 1939 (ZN24460 RAN)
Op bovenstaande foto is de Van Schaeck Mathonsingel in 1939 te zien. In de Tweede Wereldoorlog werden de villa’s links (de zuidzijde) verwoest.
Het eerste pand links op de foto is Burgemeester Van Schaeck Mathonsingel 5: Villa Hollyden. In 1899 hadden A.W. Weissmann en P.H. van Niftrik vergunning verkregen voor het bouwen van een huis aan de Stationsweg. Voor meer informatie over dit pand en architect Weismann: Noviomagus.nl (tevens bron).
In 1918 kunnen mensen zich aanmelden voor de Cursus in Liturgie bij Mevrouw Jurgens-Prinsen op Stationsweg 5 (De Gelderlander 23/9/1918)
De Barmhartige Samaritaan
1949 Van Schaeck Mathonsingel 12 Centrum
‘De barmhartige Samaritaan’, reliëf van Pieter d’Hont (1917-1997) uit 1949. Op de voormalige diaconie van de Ned. Herv. Gemeente. Tekst: Doe Gij Desgelijks. Op de bronzen plaquette staat: Ter herinnering aan de hulp van de Ned. Herv. gemeenten Haarlem, Bloemendaal, Heemstede, Haarlem-Noord en Bennebroek, in de oprichting van dit gebouw. 7 Juli 1949 Ned. Herv. Gemeente, 1990-2000 (Martine Ridderbos via F24695 RAN CCBYSA)
“Haarlem hielp Nijmegen.
In de bevrijdingsdagen van Nijmegen in 1944 gingen bij de verwoesting van de Nijmeegse binnenstad ook de kapitale gebouwen van de NHG aan de Oude Stadsgracht in vlammen op.
Dat was een zwaar verlies, dat voor een groot deel hersteld werd door de NHG gemeenten van Haarlem, Bloemendaal, Heemstede, Schoten en Bennekom die de belangrijke som van f300.000 bijeen brachten voor de door hen geadopteerde NHG-gemeente Nijmegen Stad en Land.
De Nijmeegse NHG kon dank zij wijlen notaris Nieuwenhuis, voorzitter van de Diaconie, beslag leggen op een grote villa aan de Burgemeester van Schaeck Mathonsingel, welke na de restauratie kon worden ingericht tot centraal gebouw van de NHG Stad en Land.
Donderdagmorgen werd dit fraaie en officieel in gebruik genomen. Dat ging gepaard met enige feestelijkheden.
Ds. J. van Dijk Djz., sprak als voorzitter van de Kerkeraad het wijdingsgebed. De heer G.J. Jansen, voorzitter van de Diaconie, herinnerde aan het verlies der vroegere gebouwen aan de Oude Stadsgracht, en dankte Haarlem en ommelanden voor de gulle giften van drie ton aan de Diaconie en Kerkeraad.
Mr. Beets uit Haarlem onthulde vervolgens de gedenksteen in de hall van het gebouw. De beeldhouwer Pieter D’Hont heeft daar in relief een prachtige afbeelding gemaakt van de Barmhartige Samaritaan, het blijk van dankbaar Nijmegen aan Haarlem en Ommelanden. Mr. Beest aanvaardde deze gedenksteen namens het adoptiecomité.
….” (Provinciale Noord-Brabantsche courant Het huisgezin, 12-07-1949)
Flats van Schaeck Mathonsingel, architect ten Have
Appartementen aan de Van Schaeck Mathonsingel, architect J.H. ten Have. Gezien in de richting van het Keizer Karelplein, 1960-1965 (Uitg. A.A. van der Borg, Nijmegen via F32513 RAN CCBYSA)
“Een begin is gemaakt met het grondwerk voor de bouw van vijftig flats aan de Van Schaeck Mathonsingel waarover wij onlangs schreven. De Vondelstraat is definitief afgesloten en vrijwel het gehel terrein aan het Stationsplein en de Raad van Arbeid is afgepaald door de bouw van vijf blokken flatwoningen: drie kleine en twee grote woningcomplexen. Aan het Stationsplein blijft dan nog één perceel grond over dat gereserveerd is voor hotelbouw. De drie kleine flatgebouwen worden opgetrokken in drie bouwlagen. Ze zullen ongeveer zeven meter van de weg af liggen, zodat een flink gazon kan worden aangelegd. De twee andere blokken bestaan uit vier bouwlagen. In het bouwplan van architect J. ten Have liggen deze complexen iets teruggetrokken, waardoor hier een voorgazon van twaalf meter kan worden aangelegd. Tussen de verschillende flatgebouwen zal telkens een vrije ruimte van acht meter worden uitgespaard. De flats, die worden gebouwd in opdracht van het Mijnwerkers Pensioenfonds te Heerlen, krijgen in totaal vier en zestig garages, waarvan er twee en dertig vrijstaand achter de woningen zijn gepland en twee en dertig worden ondergebracht in de verschillende souterrains. Daar er meer garages dan flats komen, zal er gelegenheid zijn afzonderlijk voor autostalling te huren. De voorgevels van de huizen worden opgetrokken in grijs-rode baksteen, die wordt afgezet met lichte banden. Verwacht wordt dat de bouw volgend voorjaar zal zijn voltooid.” (Nijmeegsch dagblad, 11-04-1957, met foto werkzaamheden)
Herinrichting
In 2011/2012 wordt de straat opnieuw ingericht. Daarbij werd het plantsoen drastisch veranderd. Onder de singel kwam een parkeergarage voor 680 auto’s. Voor de aanleg van deze garage moesten wel de oude bomen worden gekapt. In oktober 2010 krijgt de gemeente toestemming voor het kappen van 84 bomen (54 haagbeuken en 30 paardenkastanjes).
Daarvoor in de plaats kwamen 112 lindes met een vergelijkbare stamomtrek van 30 centimeter. Deze zijn dusdanig gekweekt dat de wortels horizontaal groeien, zodat zij geen belemmering vormen voor de garage.
In juni 2011 is het diepste punt van de bouw van de parkeergarage bereikt: 8 meter. Wanneer de parkeergarage in 2012 opengaat, vervalt de parkeergelegenheid op de Nassausingel, die op haar beurt weer opnieuw is ingericht.
Reeds verschenen artikelen
Hotel “Victoria”, verwoest bij het bombardement van 22 februari 1944, 1930 (F32629 RAN)
In 1924 ontwerpt architect Charles Estourgie de verbouwing van Hotel Café-Restaurant Victoria. Een aantal verbouwingen zullen volgen, totdat het in 1944 tijdens het bombardement wordt verwoest.
Het Hotel Keizer Karel is als uitbreiding van een villa gebouwd in 1893, tussen de toenmalige Graafsche Straat (nu Graafseweg) en Stationsstraat (nu Van Schaeck Mathonsingel). De aanleiding was de oprichting van een Kneipp Instituut, vooral (kortstondig) beroemd door haar warm- en koud water opgietingen. Architecten waren Knoops en Maurits.
De gebombardeerde zaak van P. de Gruyter & Zn, gezien in de richting van de Grote Markt, 1944 (GN3819 RAN)
“P. de Gruijter & Zoon
Morgen wordt in de Broerstraat No. 62 de nieuwe winkel van de N.V.P. de Gruyter geopend.
Na verbouwing van het vroegere pand heeft men thans een modern winkelpand gekregen, dat de massa… En dat is toch allereerst de bedoeling van de moderne winkelbedrijven.
De architect der firma, de heer Wildschut, heeft voor het De Gruyter-bedrijf een voorname pui en nog attractioneeler interieur geschapen, dat tegelijk doelmatig en decoratief is.
De pui, in forsche lijn gehouden, is aantrekkelijk tegelijk en voert oogenblikkelijk den voorbijganger door de twee breede en schitterende vitrines welke tegelijk een schitterenden doorkijk geven op het interieur, dat er prachtig verzorgd uitziet.
Men kent de stijl der De Gruyter-winkels, waarvan men er tientallen door heel het land aantreft.
Maar iedere nieuwe winkel- mits deze op stand staat- is alweer sierlijker en fijner ingericcht dan de voorganger.
De bouwmeesters der De Gruyter-winkels verstaan de kunst met kleuren en lijnen te werken, en zoo noodig tegenstellingen te scheppen, welke aandacht vragen.
Zoo is de bovenrand van den winkel ingenomen door illustratieve voorstellingen van binnen- en buitenlandsche gebruiken in de gezinnen, waar de huiselijkheid den boventoon voert bij de thee of bij de koffie. Men bewondert oud-vaderlandsche winkelbedrijven en moderne bedrijven. Deze folkloristische beelden, veervaardigd op de plateelbakkerij Zuid-Holland vormen een rijke randversiering boven de zakelijkheid van den modernen winkel.
Boven de winkelvakken, waarin de verschillende artikelen worden bewaard, zijn sierlijke lichtbakken geplaatst, welke bij avond rood of wit aangeven de artikelen, welke in dat bepaalde vak geborgen zijn.
In tegenstelling met vroeger zijn de winkelbakken niet meer van hout maar van staal vervaardigd, welke geheel uitneembaar zijn.
De winkelinrichting, welke uit koper, staal, marmer en glazuursteen is opgetrokken is geheel ingesteld op de uiterste zindelijkheid en op behoud van de kwaliteiten der artikelen. Zoo wordt de bekende De Gruyter’s koffie in haar beste hoedanigheden en variëteiten uit luchtdichte silo’s verkocht, waardoor het heerlijke aroma volkomen behouden blijft.
De margarine wordt in ijskasten bewaard.
Vanuit eigen fabrieken in ’s Hertogenbosch worden dagelijks De Gruyter’s koffie, thee, cacao en grutterswaren naar de filialen verzonden, echter niet dan na een zorgvuldige controle in proeflokaal en laboratorium.
De winkel welke een aanwinst is voor de Broerstraat als bedrijfsstraat, is een der fraaiste winkels van het land, dat volgens een propagandistisch lichtbeeld in den winkel, bijna in iedere stad zijn De Gruyter’s winkels heeft.
Bij de opening van de nieuwe zaak bij de firma De Gruyter biedt zij haar cliëntѐle bijzondere attracties. Wij verwijzen daarvoor naar de advertentie in dit blad.
In het bijzonder moet nog vermeld worden de cassa, die in De Gruyter’s winkel zoo’n voorname rol speelt. Deze cassa immers geeft aan de huisvrouw de waardevolle 10% bons. Voor elke f10 van deze bons ontvangt de klant f1 terug.
De verbouwing van het nieuwe pand is uitgevoerd door de Nijmeegsche aannemersfirma Kloosterman & Detmers. De lichtinstallatie is aangebracht door het electronische bureau J. van Kleef.
De bovenverdieping van het kapitale pand in de Broerstraat No. 62 is niet veel veranderd. De groote kamers zijn ingericht tot berglokalen van de verpakte artikelen. Het sousterrain wordt deels ingenomen als opslagplaats van losse goederen in balen.
De firma De Gruyter heeft hier ter stede nog zaken op het Mariaplein en aan de St. Annastraat en een verzendkantoor in de Pontanusstraat.” (De Gelderlander 18/9/1935)
De gebombardeerde zaak van P. de Gruyter & Zn, gezien in de richting van de Grote Markt, 1944 (GN3819 RAN)
Noodwinkel
De Mariënburg in de richting van de Lange Koningstraat, links het Arsenaalgebouw, rechts de noodwinkel van de Gruyter, 1950 (F29844 RAN)
Herbouw De Gruyter in de Broerstraat, architect Wilschut
1950 Broerstraat 62
“Nieuwe glorie in de Broerstraat
P. de Gruyter en Zn. geopend
Weer een nieuwe winkel geopend. De uitwerking van dit bericht wordt steeds minder. Bijna iedere dag kunnen wij melding maken van een herrezen pand, van een stukje Nijmegen, dat in nieuwe luister is verschenen. Gisteren werd in de Broerstraat het nieuwe filiaal van de firma P. de Gruyter & Zn geopend op de plek waar het oude werd verwoest.
Ook deze firma verloor tijdens het bombardement van Februari 1944 haar winkel. Het werd geruïneerd door de brand die veroorzaakt werd door het bombardement. Na de oorlog richtte men een noodfiliaal op Mariënburg op. Toen echter in Februari van dit jaar de gemeentelijke goedkeuring kwam om te bouwen, ging men zo snel als maar enigszins mogelijk aan de gang. Met het gevolg dat- en ongeveer een half jaar later- het prachtige nieuwe pand staan aan wat straks ongetwijfeld de Kalverstraat van Nijmegen zal worden. De fa. Hiemstra ondervond tijdens het bouwen geen moeilijkheden zo verklaarde men ons. De materialen waren aanwezig en alleen de kelder veroorzaakte enige vertraging, doordat men drie meter dieper moest graven dan men aanvankelijk had gedacht. Dat De Gruyter er vaart achter zet blijkt uit het feit, dat Maandag reeds wordt begonnen met de bouw van een nieuw filiaal, het zevende, aan de Voorstadslaan hoek Biezenstr.
Het door architect T. Wilschut uit Den Bosch gemaakte ontwerp mag er zijn, zowel bezien uit zakelijke overwegingen als uit een oogpunt van interieur-verzorging. De winkel is uitgevoerd in notenhout, marmer en plateel. De marmeren toonbanken zijn van een nieuwe uitvoering, die haar doeltreffendheid in de praktijk wel zal bewijzen. Zij bestaan n.l. uit drie trappen, als wij dat zo mogen noemen. De koper vindt vooraan de toonbank een brede richel, waarop hij een boodschappentas kan plaatsen, dan volgt een verhoging met biskwie-bakken en daarachter de ruimte voor de verkoopsters, om de waar in te pakken. De wanden zijn versierd met Oud-Hollandse prenten, die op plateel zijn uitgevoerd. Beneden de winkel is een ruime droge en hygiënische opslagkelder met een losbak naar de achteruitgang, die uitkomt op de achterweg, bereikbaar door de grote achterpoort in het pand van Kloosterman. Boven de winkel zijn twee ruime flats, zodat ook weer de nodige woonruimte is gewonnen. Een nieuwe aanwinst voor de Broerstraat, voor Nijmegen, die zich langzaam maar zeker hersteld van oude wonden en krachtig de toekomst tegemoet treedt.” (Nijmeegsch dagblad, 29-9-1950)
In 1954 opent het 25ste filiaal van Het Zuivelhuis op Broerstraat 48. Haar winkel, eveneens in de Broerstraat, was tijdens het bombardement van 1944 verwoest. Het ontwerp was van Architectenbureau van der Meijden en Klaver uit Elst.
Vooraf: opening 1938 in de Broerstraat
Advertentie opening Het Zuivelhuis op Broerstraat 48, PGNC 13/1/1938
De eerste winkel in Nijmegen wordt geopend in januari 1938 op Broerstraat 48.
Zij heeft dan al een filiaal aan de “Rijnstraat en Steenstr.” (De Gelderlander 19/1/1938). In haar bedank-advertentie voor de opening van de Nijmeegse winkel: “Evenals in Arnhem zullen wij steeds het beste van het beste op het gebied van Volvette Boerenkaas blijven verkoopen voor den laagst mogelijken prijs.” (De Gelderlander 19/1/1938)
“Het Zuivelhuis.
Speciaal-zaken voor de artikelen boter, kaas en eieren waren hier nog niet.
Het was door den eigenaar van het Vrijdag jl. geopende zuivelhuis, Broerstraat 48, Nijmegen, wel goed gezien in onze stad zoo’n speciaalhuis te stichten.
In slechts enkele dagen was dit winkelpand in een kaaspaleis herschapen, waarbij vooral het interieur in smetteloos wit het artikel zuivel in hygiënische behandeling aanmerkelijk doet stijgen.
Er is daar een enorme voorraad kaas aanwezig terwijl wat kwaliteit betreft de jarenlange ervaring van den ondernemer op dit gebied wel aan de koopers borg staat dat zij het beste ontvangen.
Dan zij de goed opgezette reclame was er terstond groote belangstelling, waar men zich in Arnhem ook altijd verheugen mag.
Wij twijfelen dan ook niet aan het succes van den ondernemer.
In Arnhem is het Zuivelhuis gevestigd Rijnstraat 70A en Steenstraat 85 B.“ (De Gelderlander 22/1/1938)
Tijdens het bombardement van 22 februari 1944 wordt ook dit pand in Broerstraat verwoest.
Noodwinkels?
Advertentie Het Zuivelhuis (De Gelderlander 16/2/1950)
In februari 1950 heeft Het Zuivelhuis haar (nood)winkels op de 2e Walstraat No. 165 en Kelfkensbos 23. (De Gelderlander 16/2/1950)
Mogelijk betreft “Het Zuivelhuis” in de advertentie voor de nieuwjaarsgroet in De Gelderlander 31/12/1949 een tijdelijke noodwinkel van Het Zuivelhuis.
1951: Opening winkels Burchtstraat en Lange Hezelstraat
De Gelderlander 28/2/1951
In februari volgt de aankondiging dat op 1 maart 1951 de winkels op Burchtstraat 8 en Lange Hezelstraat 86 zullen worden geopend. Daarbij wordt de heer v. Hezewijk bedankt “die zo bereidwillig was zijn nieuwe pand voorlopig aan ons af te staan.”
Men verwacht dan het pand in de Broerstraat in 1951 of 1952 te kunnen openen.
1954 Opening Het Zuivelhuis, Broerstraat 41
De etalage van een van de vestigingen van het Zuivelhuis, Broerstraat 41, 1955 (GN43579 RAN)
Het document “Bestek en Voorwaarden” (D12.413479) zijn de bladen met handgeschreven berekeningen gedateerd op Arnhem, februari 1953, Architectenbureau v.d. Meijden en Klaver. De opdrachtgever is de heer J. v.d. Bas te Oosterbeek. Op het voorblad staat daarbij A.J. v.d. Meijden, Architect B.N.A., Julianplein 64, Arnhem.
Plan voor herbouw Winkel en woning a.d. Broerstraat J.v.d Bas te Nijmegen, Architectenbureau vd Meijden/Klaver Elst (Gld), datum tekening december 1951 (D12.413484)
Vrijwel de gehele grond bestaat uit de winkel. Aan de voorkant is er een terugliggende entree, met in het midden een vierkante etalage. Op deze etalage staat het opschrift van de winkel.
Advertentie opening Het Zuivel Broerstraat (De Gelderlander 24/2/1954)
Bij de opening Het Zuivelhuis
Het Zuivelhuis bij de opening van het nieuwe pand aan de Broerstraat, Broerstraat 41, 1954 (GN3856 RAN)
Wanneer Het Zuivelhuis in 1954 opengaat, schrijft de Gelderlander:
“Het Zuivelhuis in Broerstraat heropend
In de Broerstraat, op no. 41 is hedenmiddag Het Zuivelhuis heropend, nadat het tien jaar geleden, bij de ramp van 22 Februari in dezelfde straat was vernield. Voor de eigenaar de heer J. van der Bas was dit een bijzonder prettige gebeurtenis, omdat in het prachtige nieuwe winkelpand in de Broerstraat thans zijn vijf en twintigste filiaal in ons land is gevestigd. In de zeer korte tijd van vijftien jaar heeft de heer van der Bas het verstaan om door grote energie en voortreffelijke zakenkennis een bedrijf op te bouwen in tal van plaatsen van ons land, maar vooral in het Zuiden, zijn vertakkingen heeft. In Nijmegen zijn u drie filialen van Het Zuivelhuis gevestigd. Dat in de Broerstraat, dat met een persoonlijk woord van de eigenaar-opzichter werd geopend, mag als een staal van eerste klas moderne winkelinrichting worden beschouwd. Van de nieuwste vindingen werd een dankbaar gebruik gemaakt om van de twintig meter diepe winkel een echte verkoopwinkel te maken. Opvallend is de verlichting, volgens een geheel nieuw systeem. Ze is rustig en vol sfeer. Ook de betimmering is volgens een geheel nieuw procedé; hierdoor komen vooral de speciale afdelingen tot haar recht. Merkwaardig is de optische weegschaal, waardoor het gewicht uiterst nauwkeurig valt af te lezen, terwijl de verkoopster zelf niet hoeft te rekenen om de prijs te bepalen. De toonbanken zijn op de verkoop en demonstratie van de artikelen ingericht en een koeltoonbank zorgt dat de etenswaren fris blijven.
Onder leiding van architect van der Meijden uit Arnhem kwam dit mooi winkelpand, een aanwinst voor de Broerstraat, tot stand. Het werd gebouwd door de aannemer van der Sluis te Nijmegen.
Tal van bloemstukken getuigden van veler sympathie bij de herbouw van Het Zuivelhuis dat bij de opening aan de heer M.C. Nieuwenhuizen, de exploitant van dit vijf en twintigste filiaal, werd overgedragen.” (De Gelderlander 25/2/1954)
Gezicht op de oostzijde van de Broerstraat, met o.a. de winkelpanden van (v.r.n.l.) Schoenhandel Van Haren, Juwelier Van Hout Ververgaard, Zaadhandel Lahey-Fliervoet, Het Zuivelhuis, kledingzaak Het Jaegerhuis, Stoffenhandel Hommen en Co, Juwelier Jac van Baal , Herenmodezaak J.S. Meuwsen en Warenhuis Firma A.A. van der Borg, 1955 (GN3872 RAN)
In het Adresboek 1955 komt Nieuwenhuizen, filiaalhouder, voor op nummer 4
Momenteel (maart 2026) zit Ramses in het pand.
Vervolg Het Zuivelhuis
Advertentie aankondiging opening Het Zuivelhuis Groenestraat (De Gelderlander 2/6/1954)
Er is nog niet uitgebreid onderzocht wat het vervolg van Het Zuivelhuis is geweest.
In 1954 zal de vierde vestiging volgen, op Groenestraat 178. Daarna wordt ergens in 1954/1955 wordt daarnaast de vestiging Kapiteelpad (Paul Krügerstraat) geopend (De Gelderlander 7/12/1955).
Van der Meijden en Klaver
Balkon Broerstraat 41 (maart 2026)
Het architectenbureau van de Meijden en Klaver komt voor in een essay over architect Campman: “De eerste ervaring met bouwen doet Campman op als hij in 1945 en 1946 meehelpt met de bouw van een watertoren in Tiel. Tijdens zijn opleiding in Tilburg werkt Campman bij verschillende architectenbureaus om praktijkervaring op te doen. Hij begint bij Van der Meijden en Klaver in Arnhem. Een bureau dat zich voornamelijk bezig houdt met woning- en landhuisbouw.” https://zoeken.nieuweinstituut.nl/nl/personen/detail/cde0e8b0-e36c-55e1-979f-e7e9f9501522
In 1951 komt het Architectenbureau v.d. Meijer & Klaver voor op de Aamstestraat 16a in Elst bij een personeelsadvertentie voor een “direct gevraagd: ervaren Bouwkundig Tekenaar vlot detailleren vereist.” (De Gelderlander 26/4/1951)
Gevonden aanbestedingen
Wanneer
Wat
Waar
Omschrijving
Bron
1952
Winkel-Woonhuis
Dorpsstraat, Elst
Het bouwen van een Winkel-Woonhuis aan de Dorpsstr. te Elst (G)
De Gelderlander 26/4/1952
1952
Woonhuis
Schoolstraat, Lent
Het bouwen van een Woonhuis aan de Schoolstraat te Lent
De Gelderlander 26/4/1952
Woningen
Lent
Het bouwen van 20 woningen te Lent, waarvan 11 stuks voor de Protestantse Woningbouwvereniging “Beter wonen zij ons doel” te Elst (Gld.) en 9 stuks voor de R.K. Woningbouwvereniging “St. Jozef” te Elst (Gld.)
De Gelderlander 17/9/1952
A.J. van der Meijden
Van architect A.J. van der Meijden zijn inmiddels een aantal andere werken gevonden. Hierbij dient een slag om de arm te worden gehouden, omdat het eventueel om meerdere architecten met dezelfde naam kan gaan:
1924, Villa Yamas, ‘s-Gravelandseweg 172, Hilversum
“De villa werd in 1924 gebouwd op een perceel dat behoorde tot de tuin van nummer 178. De opdrachtgever was Marius Spoon en de architect A.J. van der Meijden. Spoon was in 1873 in Oudenhoorn geboren en getrouwd met de drie jaar jongere Helena Catharina Kluit uit Den Briel.”https://www.dudokarchitectuurcentrum.nl/andere-werken/villa-yamas/ (met foto)
“Deze ansichtkaart heeft een verkeerd onderschrift, niet Aluminiumweg maar het is de Waltersingel. Het zijn drie portiekflats à 18 woningen. Ze zijn gebouwd in 1955-1956 in opdracht van Wabo BV uit Gouda. Architect was A.J. van der Meijden uit Arnhem. (Foto: Coll. B. Meester)” https://www.oud-apeldoorn.nl/straten-a-z/a/aluminiumweg.html (met foto)
“Deze stempel met woningen van architect Van der Meijden heeft een aantal kenmerken die exemplarisch zijn voor de zogeheten Delftse school-architectuur in de jaren vijftig: ruimtelijkheid en symboliek. De schuin uit de gevel komende balkons vormen een nadrukkelijk ruimtelijk element en bieden tegelijkertijd letterlijk ‘uitstekend’ zicht. De entrees zijn met een omlijsting en stoepjes vormgegeven om de overgang van de buitenwereld naar de ‘veilige’ binnenwereld aan te geven.
De opzet van deze stempel met de karakteristieke architectuur en de openbare ruimte met een groen verkeersplein en groene binnentuinen is opvallend gaaf gebleven. (Op de kunststofpuien na, maar die vormen geen bezwaar voor de selectie). Aanvullend op de stempel ontwerpt architect Van der Meijden ook twee identieke blokken met een kleine winkelstripje (nog in gebruik) aan de Ruygenhoeklaan, hier zijn originele bronzen winkelpuien uit de bouwtijd nog aanwezig.
Rond 1932 heeft W. Scholte-Derks de winkel van H. Brunninkhuis op de Molenstraat 23 overgenomen. Een van haar specialiteiten is het Jaeger ondergoed. Een verbouwing van ’t Jaegerhuis volgt in 1940, waarvan Okhuysen de architect was. Nadat de winkel tijdens het bombardement was verwoest, volgt uiteindelijk in 1952 de herbouw aan de Broerstraat. Ook hier leverde Okhuysen het ontwerp.
Vooraf
In PGNC 20/9/1929 is nog een advertentie van Bruninkhuis zelf gevonden, waarin ook met Jaeger ondergoed wordt geadverteerd. Jaeger is een soort gebreid, wollen ondergoed.
Brunninkhuis zat vanaf 1912 op dit adres. Lees hier hier artikel over de opening en de verbouwing door van den Boogaard:
In ieder geval komt de naam ’t Jaegerhuis voor in een advertentie in De Gelderlander 21/10/1933 voor (als afgiftepunt voor stomerij/ververij “Het Firmament”).
De Molenstraat , gezien in zuidelijke richting , met links ’t Jaegerhuis Damesmode en daarnaast de (oude) Petrus Canisiuskerk , de pastorie en het Oud Burger Gasthuis, 1934-1944 -afgaande op de verbouwing is de foto van na 1940 (GN5431 RAN)
“Het Jaegerhuis: Ingrijpende moderniseering
De firma W. Scholte-Derks, die bovengenoemde zaak in tricotages sinds jaren gevestigd heeft aan de Molenstraat 23, naast de kerk, heeft haar pand verbouwd en uitgebreid. De geheel gemoderniseerde winkel is hedennamiddag geopend. De verbouwing is geschied onder architectuur van bouwbureau Ockhuizen en is uitgevoerd door het aannemersbedrijf De Groot. Het moderne interieur vormt met de pui een mooi geheel. De eiken betimmering, die aan weerszijden de zaak verfraait, wordt afgewisseld door geslepen glazen kasten, waarin sjaals, fijne zakdoeken, corsages, handschoenen, enz. op smaakvolle wijze zijn geëtaleerd. Ook het glas in loodwerk, geleverd door de firma Ockhuizen is op kunstige manier aangebracht en in lichte kleuren gehouden; het brengt warmte aan het geheel. Het schilderwerk van de firma Tesser past zich goed bij deze moderne zaak aan en geeft haar cachet. Het Jaegerhuis is er zeer op vooruit gegaan.” (PGNC 18/12/1940)
‘t Jaegerhuis plaatst in 1941 de nodige kleine advertenties voor kousen reparatie, zoals in PGNC 25/8/1941. Ook in de jaren daarna, in de noodwinkel op de Bisschop Hamerstraat (onder ander De Gelderlander 28/1/1952) en de nieuwe winkel in de Broerstraat (onder andere De Gelderlander 8/11/1952), zal ze regelmatig met kousen-reparatie adverteren.
Tijdens het bombardement van februari 1944 werd ook dit pand verwoest.
Noodwinkel
De etalage van de noodwinkel van W. Scholte – Derks: “het Jaegerhuis”, Bisschop Hamerstraat 23, 1950 (GN3558 RAN)
Afgaande op het nieuwbouwartikel uit 1952, heeft ’t Jaegerhuis daarna haar winkel gehad op het Mariënburgplein. Hierover zijn nog geen verdere gegevens gevonden. Wél een aankondiging “Wij zijn weer geopend!” in De Gelderlander 15/11/1944. Dan is haar adres van 9.30-12.00 Oranjesingel 36 en na 12.00 Bisschop Hamerstraat 3 (De Gelderlander 15/11/1944).
Uiteindelijk zal de ’t Jaegerhuis een van de noodwinkels op de Bisschop Hamerstraat betrekken, zie de bovenstaande foto.
Let op de foto op het 4-Daagse doek. In 1953 heeft ’t Jaegerhuis ook de alleenverkoop van het St. Steven-doek: “In opdracht van “’Jaegerhuis”, vervaardigd op Neêrlands beste weefgetouwen, een bij uitstek geschikt aandenken voor u en uw kennissen. De St. Steven-doek zal evenals onze bekende 4-daagse doek bestemd zijn om de faam van Nijmegen vér uit te dragen.” (De Gelderlander 6/7/1953)
1952 Nieuwbouw Broerstraat
Broerstraat 37-39
Het Jaegerhuis, de etalages van het nieuw gebouwde pand aan de Broerstraat 37; 1952 (GN3835 RAN)
In het weekend van 1952 (“gisteren”, Nijmeegsch dagblad, 7-11-1952) gingen 3 winkels in de Broerstraat open. Een van de winkels was ’t Jaegerhuis, de andere 2 Bakkerij Strik en de Society Shop. Het Nijmeegsch Dagblad:
“In de morgenuren werd op de nummers 37-39 geopend “’t Jaegerhuis”, dat zich heeft gevestigd in een fraai pand, door de architect J.D.A. Okuijsen en de aannemer De Groot gebouwd. Er is een zeer fraaie winkelruimte geschapen, met daarachter paskamers en kantoor, waarin de meubelfabrikant Wageningen een smaakvolle betimmering aanbracht. In een der wanden trekt de bijzondere aandacht het prachtige gebrandschilderde raam dat door de kinderen van de heer en mevrouw Scholte-Derks gistermorgen ter gelegenheid van de opening van de zaak werd aangeboden. Het is vervaardigd door pater de Visser van de Van Eyck-academie uit Maastricht. Vanzelfsprekend werden bij de opening vele hartelijke woorden gesproken, onder meer door wethouder Beukema namens het gemeentebestuur. Deze roemde de spirit en de geestkracht welke nodig waren om deze herbouw tot stand te brengen nadat ’t Jaegerhuis tot tweemaal toe (eert op de Molenstraat, daarna op het Mariënburgplein) werd getroffen.”
Het Jaegerhuis aan de Broerstraat 37, in verband met de opening van het nieuwe pand; 1952 (GN3842 RAN)
In 1956 houdt zij 2 dagen een modeshow van bad- en strandmode (De Gelderlander 12/5/1956).
In ieder geval komt ’t Jaegerhuis nog voor in het Adresboek 1971.
Vervolg
Broerstraat 39 (maart 2026)
In ieder geval zit in maart 2026 het Italiaanse lingerie bedrijf Intimissimi in de winkel.
Daarvoor was het een Levi’s winkel, welke in februari 2024 te huur is (Oozo.nl). Levi’s zelf zat er vanaf ongeveer 2016/2017 (aanvraag omgevingsvergunning en Noviomagus.nl) en daarvoor Invito.
Zie voor foto’s en een verder artikel Noviomagus.nl.
Het Quack-monument is vernoemd naar Quack was van 1902 tot 1919 wethouder van de gemeente. Bij zijn overlijden liet hij een legaat na aan de gemeente, op voorwaarde dat Nijmegen een fontein vernoemd naar hem en zijn zus zou oprichten. Het ontwerp was van Architect W. Bijlard.
Arnoldus Burchard Adolphus (“Adolf”) Quack
Adolf Quack als gemeenteraadslid 1910 (detail F65766 RAN)
De bovenstaande foto is een detail van F65766 RAN, een foto met de leden van Gemeenteraad Nijmegen.
Arnoldus Burchard Adolphus Quack (Nijmegen, 6 april 1842 – Nijmegen, 11 november 1920)
Maria (Marie) Christina (Nijmegen, 6 april 1842 – Nijmegen, 15 maart 1905)
Adolf Quack en Maria Christina waren tweelingen, geboren in een dan al welgestelde familie. Zij werden in 1842 geboren op Huis Hoogenhuizen te Sint Anna. Jij zal ongehuwd blijven en altijd met zijn zus samen blijven wonen. Aanvankelijk op Hoogenhuizen, later op Villa Hundisburg bij de Batavierenweg.
Quack was ondernemer en had onder andere een groot grindbaggerbedrijf.
Hij wordt in 1889 lid van de gemeenteraad; van 1902 tot 1919 was hij wethouder.
Zoals voorgangers ook voor hem hadden gedaan, wilde hij iets nalaten ter verfraaiing van Nijmegen.
Ontwerp
Het ontwerp was van architect Willem Bijlard; er werd gekozen voor “den meest rationeelen weg: ze gaven den Adj. Directeur van Gemeentewerken, tot wiens werkkring het behoud van het stedelijk schoon behoort, de opdracht een ontwerp te maken. (De Gelderlander 2/2/1925)
Het is de vorm van een obelisk in art-decostijl. Het heeft 4 fonteinen. Een daarbij aan elke zijde onderaan een klok en bovenaan een lantaarn. Wikipedia: “In de jaren 1920 en 1930 deden ontwerpers inspiratie op uit de meest uiteenlopende exotische culturen. Naast de ‘art nègre’ (Afrikaanse kunst), de Maya- en Azteken-cultuur, Polynesië en Sumatra was dat voornamelijk de Egyptische beschaving van de farao’s. De directe aanleiding voor de Egypte-rage was de spectaculairste archeologische vondst van de eeuw: de ontdekking van het graf van Toetanchamon in 1922”.
De Spoorstraat gezien naar het westen richting het NS-Station, met op de voorgrond het Marie-Adolffontein (in de volksmond bekend als het Quackmonument), gemaakt in 1925 door Willem Bijlard (Brinkhoff, J.M.G.M. 1920-1986 via D606 RAN)
Krantenartikel 1926
“De Maria-Adolf Fontein
Ontwerp van Architect W. Bijlard.
De voorgeschiedenis zal onen lezers bekend zijn: De heer A.B.A. Quack, oud-wethouder der gemeente Nijmegen, liet bij zijn overlijden een legaat na tot stichting eener monumentale fontein op een der pleinen onzer stad. Na heel veel moeilijkheden over de opvatting der bedoelingen van den erflater hakte het gemeentebestuur den knoop logisch door met de besluiten: dat het een fontein moest worden en geen beeldhouwwerk, waaruit water spuit. Daarbij werd als plaats aangewezen het vijfvoudig wegenkruispunt aan het einde der Spoorstraat, én ontwerp én uitvoering opgedragen aan den heer W. Bijlard.
Zoo’n opdracht is gauw gegeven en zoo’n plaats is gauw aangewezen, maar voor ’t eerste moet men een kunstenaar hebben en voor ’t laatste moet men rekening houden met de moeilijkheden, die uit zoo’n keuze voor den ontwerper groeien, en die soms zijn fantasie in een ijzeren keurslijf wringen, altijd tot groote schade van het schoon dat in een totaal vrije uiting tot stand zou komen.
In een ander blad is destijds op heldere wijze aangetoond, waarom de obeliskvorm gekozen, waarom als materiaal Zweedsch graniet gebruikt zou worden. Wij hadden niet de gelegenheid toen de maquette te zien, die onbegrijpelijk genoeg eerst nu geëxposeerd wordt, ofschoon een dergelijk stuk werk waarachtig niet onder de korenmaat behoefte gezet te worden.
Wij behoeven hier dus niet verder op in tegaan, maar wel meenen we in verband met den eisch van den schenker: het stichten eener monumentale fontein; en de door het gemeentebestuur aangewezen plaats te moeten wijzen op de bijna onoverkomenlijke moeilijkheid, waaraan men den ontwerper ketende. Hier kan nooit een flink spuitende fontein geplaatst worden, om de eenvoudige reden, dat op dit drukke verkeersplein zonder omringend plantsoen, een bruischende waterstraal bij den minsten wind den voorbijgangers een nat pak zou bezorgen; afgezien nog van de ongelukken, die schrikkende paarden zouden veroorzaken bij het onverwacht neerkletteren van het verstuivende water.
De vorm der watergeving lag dus door de opdracht al geheel aan banden, en de uitweg, dien de heer Bylaard gevonden heeft is zóó geniaal, zoo oorspronkelijk, dat hij zich hierdoor alleen reeds stempelt tot een kunstenaar.
De lastgeving spreekt van een monumentale fontein en in ieder monument moet spreken het “hic sto”; het materiaal moest dus “iets” beter zijn dan het zoogenaamde moderne fonteinensemble op den Schaeck Mathonsingel, waar onlangs heele stukken verweerd en verbrokkeld bij lagen, en dat nu reeds de gammelheid zijner constructie vertoont als een melaatsche Molokayer. Gelukkig, want men moest wel euneuch van kunst zijn om deze karakterlooze uitspatting op monumentaal gebied een welgemeend lang leven toe te wenschen.’
Thans nu de steigers en schuttingen gaandeweg rond het werk van Bylard verdwijnen, pakt ons al dadelijk de geweldig sprekende eenheid in zen arbeid. Wie zijn oogen kan gebruiken en dit ook doen wil, ziet terstond de ééne hand, die het schiep; de indeeling van het grondplan, de natuurlijk daaruit groeiende opstand, de bronzen versieringen, de bekroning, alles ontspringt aan ééne eerlijke fantasie.
Die eenheid in onderdeelen maakt de middeleeuwsche monumenten van bouwkunst zoo waardig, zoo rustig, zoo sterk sprekend en karaktervol. De bouwmeesters beheerschten toen de geheele stof, ziedaar de oorzaak.
De bovengenomede moeilijkheid der watergeving is hier opgelost door een niet al te grooten waterstraal te laten ontspringen aan vier verlichte glazen zuilen, die op zich zelf in vorm en lijn zuiver ontwassen aan het geheel, en die met hun gegolfde transparante zijvlakken het afvloeiende water metamorphoseeren tot een respectabele hoeveelheid. Dat water vloeit terug in vier schelpvormige bekkens, wier grondvorm men terugvindt in de opalen lichtwerpers der bekroning. Deze bekken zijn een kunstwerk van handarbeid in granito, door den heer L.S. d’Agnolo, granietwerker alhier, ter plaatse gemaakt.
Daar, waar de ronde vorm van den voet overgaat in den vierkanten zuilvorm, zijn de wijzerplaten aangebracht, vastgehouden door een bronzen band. Dit bronswerk is zooe subtiel van ontwerp en schitterend van uitvoering, dat het een waar meesterstuk is.
De gedachte aan het eeuwig wentelend rad van den tijd is niet vreemd aan het ontwerp dezer wijzerplaat, die vastgehouden wordt door de schakels, van een breeden keten met oriëntatiemedaillions. De verlichting dezer wijzerplaten is zeer mystieken verhoogt zoo eigenaardig den glans van het meesterlijke bronswerk, dat wij geneigd zouden zijn, dit een gelukkig toeval te noemen: ware het niet, dat het geheele monument het aanzien draagt en een artistiek verantwoordelijkheidsgevoel. De heer P.G. Duchateau te Rotterdam en de gebrs. Arens, edelsmeden alhier, leverden dezen metaalarbeid en kunnen trotsch zijn op dit kunstwerk.
Merkwaardig is de behakking van het voetstuk onder de klokken; daar is onder den beitel van een eenvoudigen steenhouwer, den heer H. Litjes, werkzaam bij de firma Tournay en Zn., de rossige steen geworden tot een tapijt met inscripties en vlakversieringen zonder dat het materiaal verkracht is, en toch volkomen de kennelijke bedoeling van den ontwerper werd bereikt; een overgang te krijgen tusschen den druk bewerkten klokkenband en den onbewerkten steen.
De opstand van het geheel doet aan als een obelisk doordat de kantlijnen naar boven zich verbreeden; meteen is door dit architectonisch handigheidje vermeden, dat de zuil naar boven zwakker werd en over zijn diagonalen scheeve aspecten gaf, wat al weer door de plaatsing op een vijfsprong bijna niet te vermijden scheen.
De grondgedachte van alle versiering, die de heer Bylard aanbrengt, waar hij als kunstzinnig architect zijn stempel opdrukt is, zou ik zeggen, de zich rondende lijn in ontelbare variaties zonder ergens in passerkunst te vervallen. De soepel golvende lijnen vindt men terug in de geledingen, waaruit de zuil is opgetrokken, en spelend naderen ze elkaar in de bekroning der massale afdekking. Even edel als de klokkenband is de versiering en bouw der bronzen lichtdragers, die al hun licht gelukkig, door nauwkeurig berekenden reflectoren naar beneden werpen.
Wie maar een oogenblik de geweldige brokken steen bekijkt waaruit de zuil is opgetrokken (ik scat ze op 4 à 5 ton) zal moeten toegeven, dat de technische ambtenaar G. de Bruin en de heer L. Hirdes, die met de opstelling belast waren hun hoogste verantwoordelijken arbeid schitterend hebben volbracht, hierin terzijde gestaan door de practisch zeer ervaren vaklieden de heeren Moolenaar en v. Rosmalen.
Voor vele bouwkunstenaars schijnt er tegenwoordig maar één grondwet te bestaan: n.l. het naar voren brengen van andere lijnen, verhoudingen en kleuren, gepaard met het bruut negeeren van alle begrip van logische constructie. Deze richting demonstreert gaandeweg grooter armoede aan aesthetische beginselen en componeert luk-raak rhapsodieën zonder eenigen samenhang. De treurige gevolgen deezer architectuur, waarin ieder broekje, dat zijn eerste schootsvel nog niet versleet mag roepen “anch io sone pittore”! zullen op de komende tijden al heel spoedig drukken en ons eerste nageslacht zal deze werken bestempelen als producten van ongare geesten, voor wie architectuur en soliditeit heterogene zaken waren!
Bylard heeft zeker niet te kort gedaan aan den modernen geest der nieuwe lijn, hij is waar gebleven overal, waar iedere constructie is een weloverwogen onderwerp van studie en tegelijk een uiting van subtielen smaak. Nijmegen is straks een merkwaardige kunstvolle versiering rijker, die den ontwerper nog eeuwen zal loven, omdat waarachtige kunst is van alle tijden. En een waarachtig kunstenaar is Willem Bijlard, die duidelijk een kind van zijn tijd blijkt, maar wiens eigen weg rust op een ondergrond van diepgaande studie, rijpe en rijke ervaring en bovenal eerlijken kunstzin. A.Kr.” (PGNC 20/5/1926)
Afgebroken
Tijdens de oorlog waren de glazen gedeeltes en de klokken vernield. In 1958 werd de fontein afgebroken om ruimte te maken voor het verkeer. Wel werden veel onderdelen van de fontein opgeslagen. In 1994 vond het initiatief plaats om de fontein op dezelfde plaats weer op te bouwen en in 2000 vond de herbouw plaats. Sinds 2008 heet het plein het Quackplein.
Fallus
Veel mensen zien in het monument een fallus. Bij de Wereldaidsdag van 2004 werd er een “condoom” overheen getrokken.
Willem Bijlard
Willem Herman Petrus Bijlard (Utrecht, 6 april 1875 – Nijmegen, 10 augustus 1940) was een architect. Som wordt zijn naam als Bylard geschreven. In Nijmegen werd hij adjunct-directeur gemeentewerken en stadsarchitect. Het Quack-monument lijkt zijn enige monumentale werk te zijn.
Jeugd en opleiding
Bijlard was de zoon van banketbakker Hermanus Gerardus Bijlard (1843 – 1923) en Catharina Maria Pompe (1847 – 1914). Hij volgde een opleiding bij architect Willem Herman Petrus Bijlard (Utrecht, 6 april 1875 – Nijmegen, 10 augustus 1940) was een Nederlandse architect.
Benoeming Adjunct-directeur van Gemeenterwerken
Hij vertrok in 1910 naar Nijmegen: op 8 augustus 1910 stemt de gemeenteraad over de benoeming tot adjunct-directeur van Gemeentewerken (De Gelderlander 7/8/1910).
Daarvóór had op verzoek van W. van der Waarden uitstel van de stemming plaatsgevonden: naast Bijlard staan -op basis van de initialen- niemand minder dan W.M. Dudok te Uithoorn en G. Diehl te ’s-Gravenhage op de lijst. (PGNC 14/7/1910). Hij zegt dat er “o.a. een bij uitstek theoretisch en practisch candidaat op de aanbeveling staat. Nu dient onderzocht, wat hier het best is, vooral in verband om de benoemde langer hier te kunnen houden”. (Deze personen worden niet bij naam genoemd). Dat laatste lijkt een belangrijke overweging te zijn; in de bepaling ook staat dat de nieuwe adjunct-directeur vijf jaar lang zal moeten blijven. Echter zijn er stemmen die vinden dat iemand die van “buiten” komt, sowieso 2 jaar nodig zal hebben om zich in te werken; een periode van 5 jaar is dan vrij kort. Aan de andere kant zijn er stemmen dat als ze een goed persoon willen hebben, verwacht mag worden dat deze carrière zal willen maken, zodat niet verwacht kan worden dat hij voor altijd zal blijven (PGNC 17/7/1910 en PGNC 19/7/1910).
Daarnaast is er de vraag of de nieuwe adjunct vervanger van de directeur zal zijn of dat hij een deel van het bureauwerk overneemt.
Op 8 augustus vindt dus de stemming plaats: Bijlard krijgt 13 stemmen ten opzichte van Dudok 9. In oktober 1910 vestigt hij zich in Nijmegen, hij is afkomstig uit Utrecht, Spaenstraat 15. (PGNC 22/11/1910)
Nevenactiviteiten
Naast het zijn werkzaamheden als adjunct-directeur, waarbij hij geregeld aanwezig is bij openingen van gebouwen, verschijnt Bijlard regelmatig in kranten als lid van een aantal comité’s. Zonder naar volledigheid te streven:
Nijmeegsche Kunstkring “In Consten Een”
In 1920 was Bijlard verkozen tot bestuurslid van de Nijmeegsche Kunstkring “In Consten Een” (De Gelderlander 24/2/1921 en PGNC 24/2/1921). In ieder geval is hij in 1922 secretaris. (PGNC 19/3/1923). Ook in 1928 is hij nog secretaris, wanneer I.C.E. zich beijvert voor een Toorop-tentoonstelling naar aanleiding van het overlijden van deze kunstenaar. (De Gelderlander 23/5/1928). En tevens in 1932 (1e) secretaris (De Gelderlander 8/12/1932).
Bestuurslid Door Eendracht Sterk (D.E.S.)
In 1930 is Bylard bestuurslid van “Door Eendracht Sterk” of kortweg D.E.S. Voor de Oranjefeesten verzorcht hij het ontwerp om van de vluchthaven aan de Lindenberg een zwemwedstrijdbaan te maken “welke zelfs op een Olympisch zwemfeest geen slechten indruk zou maken.” (De Gelderlander 20/8/1930). In 1936 wordt hij genoemd een van de “trouwe leiders” die “maar steeds de middelen weet te vinden om nog een vuurwerk te geven” op het Bijleveldterrein. (De Gelderlander 1/9/1936)
Overig?
In 1931 is Bijlard lid van het “Comité voor Huisvlijt”. Zijn adres is dan Berg en Dalscheweg 14 (De Gelderlander 9/11/1931).
In 1933 maakt hij het ontwerp voor het inrichten van de Grote Markt voor het opvoeren van de openluchtvoorstelling Marieken van Nieumeghen, waarbij hij Comité-lid is. (De Gelderlander 25/7/1933)
Ontwerp voor de Midwinter kermis in de Vereeniging (De Gelderlander 23/12/1937)
Ontwerp voor de Optocht Katholiekendag (De Gelderlander 12/7/1938); in dit artikel wordt tevens verwezen dat hij “destijds” de optocht voor het eeuwfeest tot het verkrijgen van stadsrechten had ontworpen.
25-jarig jubileum
De Gelderlander kondigt zijn 25-jarig jubileum op 1 september 1935 aan als: “De heer W.H.P. Bijlard is een der meest verdienstelijke ambtenaren der gemeente Nijmegen, die zich ook buiten zijn dagelijkschen werkkring, waaraan hij al zijn kunde en krachten gaf, ook nog wijdt aan verenigingen van algemeen belang.” (De Gelderlander 14/8/1935)
Voortzetting architectenbureau van Eduard Cuypers door broer
De broer van Bijlard, Henricus Joannes Antonius (1889 – 1947), heeft samen met Klazienis Van Geijn (1876 – 1956) het architectenbureau van Eduard Cuypers voortgezet. Toen kreeg het de naam ‘Eduard Cuypers Amsterdam’ en verhuisden van de Jan Luijkenstraat 2 naar de Beethovenstraat 59.
Het Kolpinghuis is gebouwd als verenigingsgebouw voor de Katholieke Gezellenvereeniging, ook wel St. Jozef Gezellenvereniging genoemd. De architect was Pierre…
Het Kolpinghuis (Katholieke Gezellen Vereeniging) gezien in de richting van de Bloemerstraat, 1930 (F32559 RAN)
Het Kolpinghuis is gebouwd als verenigingsgebouw voor de Katholieke Gezellenvereeniging, ook wel St. Jozef Gezellenvereniging genoemd. De architect was Pierre Cuypers. Doordat de vereniging hard groeide, was het gebouw al gauw te klein. In 1890 ontwierp architect A. van de Boogaard de verbouwing, waarbij het gebouw fors werd uitgebreid. Daarna volgden meerdere verbouwingen.
Het pand van de Katholieke Gezellenvereeniging (de St. Josephshof, later het Kolpinghuis) is in 1882 ontworpen door P.J.H.(Pierre) Cuypers ; gezien vanuit de Nassausingel ; links de Van Berchenstraat, Smetiusstraat, 1882 (F68520 RAN)
Het Kolpinghuis is gebouwd als verenigingsgebouw voor de Katholieke Gezellenvereeniging, ook wel St. Jozef Gezellenvereniging genoemd. De architect was Pierre Cuypers.
Mei 1881 inwijding
Jozef in de steigers (maart 2026)
In mei 1881 vond de inwijding plaats van de Jozefshof plaats., hoewel het gebouw nog niet volledig was afgewerkt.
Hieronder de tekst, die echter moeilijk leesbaar was. Tussen aanhalingstekens staat de vermoedelijke, ontbrekende tekst:
“Jozefshof
(…) is Jozefshof, het gebouw (van de Ge)zellen-Vereeniging ingewijd. Ofschoon (het niet) geheel afgewerkt, spreekt het reeds dui(delijk ee)n eenvoudig, ernstig woord in gevelvorm (…). Voor de geheele voltooiing zullen (wij on)ze lezers niet met den vinger wijzen (op d)e sierlijke lijnen, het natuurlijk kleuren(spel de)r oud hollandsche baksteenen, de opwek(kende) tinten en verven, het doelmatige van (het bou)wplan enz. Later zullen wij de gele(genheid) vinden, te beschrijven wat de stift van (…) aan Nijmegen geschonken heeft.
(…) het dak wapperde de vaderlandsche drie(kleur,…) de zaal, smaakvol met vlaggen, groen (… bloemen) getooid, had naast het beeld van (de be)schermheilige, de beeltenis van den Paus (en van) onzen Koning. Toepasselijke kernspreu(ken …) schilden met de stedelijke kleuren de (…) der steden van Nederland die de Ge(zellen-)Vereeniging bezitten, het geheel met met (den Paus)elijke en Oranjekleuren, dit alles drukte (…) feestelijkheid uit van het samenzijn.
(…)eerstelingen onder de gezellen die zich (uit deze?) stad naar de voorschriften der Gods(dienst to)t brave, kundige, werkzame ambachts(lieden en) tot nuttige burgers willen ontwikkelen, (… eer)waarde geestelijken zoo van elders als (van hie)r, tal van eereleden en belangstellenden (…)e ruime zaal.
(De opr)ichter van onzen Jozefshof, de Eerw. (Hoc)tin, sprak hij zijne openingsrede een har(telijk wel)komstwoord tot allen, stapte bescheiden over (…)legging van alles, zijn eigen werk, heen, om (…)ren voor te stellen, die uit den aard der (…)n het groote doel, verbeteren, vere(delen? va)n den werkmansstand, dien steun der (maatsch)appij, in den weg staan.
(…)dit groote doel aan aller belangstelling (kan worde)n aanbevolen, ging hij onder psalm(…)ot het naar kerkelijke ritus ingezegenen (van het) gebouw over. Hierna trad de centrale (…) der Vereeniging in Nederland, de Eerw. (heer van) Nispen op, die na gelukwenschen (van het t)ot stand brengen der edele stichting (… st)ad, oorsprong, doel en werking der (…)Vereeniging uiteenzette.
(…) iemand over eene zaak spreekt, die (vanuit?) het bloed, in de ziel gedrongen om (…) te leven en te sterven, zoo sprak hij (over de?) geliefde vereeniging.
… Kolping, den eenvoudigen, deugdzamen (…)ersgezel en priester, Gods leiding (…)vader der Gezellen-Vereening, hare (geschieden)is en bloei in Duitschland, in gansch (…) America, schetste hij in breeden (…)r toch zoo met feiten en (?…), om van het dagelijksch leven en streven van den ambachtsstand licht en schaduw te doen zien, en het hooge nut der vereeniging aan te toonen.
Zucht naar genieten, bandeloosheid onder den naam van vrij zijn, aanmatiging van oordeel over hetgeen men niet kent noch kan kennen- deze drie kankersoorten onzer hedendaagschen maatschappij, voortwoekerend onder alle klassen en niet het minst onder den ambachtsstand, waren zijn tweede doel.
Dat de Goddelijke openbaring tegen hoogmoed en genotzucht onderwerping en zelfbeheersching voorschrijft, en uit het opvolgen hiervan onder godsdienstzin, ijver en spaarzaamheid, het waarachtig geluk van den werkman en zijn gezin ontspruit- werd helder door den Eerw. spreker betoogd.
Als verslaggevers leggen wij onze pen neder, maar wij doen het niet voor onze medeburgers tot het helpen bereiken van het doel der Jozefsstichting te hebben aangespoord.
Jozefbeeld. Onder de plaquette van de Katholieke Gezellenvereeniging zijn nog de letters Jozefshof te lezen, Kolpinghuis (januari 2026)
De werkman vormt een zeer voornaam deel der maatschappij. Met zijne verbastering en verdierlijking, waarvan wij, helaas, vaak de bewijzen voor oogen zien, daalt zijn eervolle stand en bederft de maatschappij;met zijn verbeterin, zijne veredeling stijgt zijn welvaart en geluk, schenkt hij aan de maatschappij een machtige steun. Het geluk der samenleving en een harer voornaamste onderdeelen dient ieder die het kan ter harte te nemen.
Deze vereeniging in haar streven te helpen, hare werking niet alleen zedelijk maar ook met geldelijke offers te steunen, bevelen wij ernstig aan den goeden zin van onzen lezers.” (De Gelderlander 18/5/1881)
Plaquette Kolpinghuis 1882 (maart 2026)
Kolpingvereniging
De Nijmeegse afdeling van deze vereniging was op 25 maart 1880 opgericht. Aan de gevel kwam een groot beeld van Sint Jozef en het gebouw werd St-Josephshof genoemd.
Avondtekenschool
Vlak na de oprichting van de Gezellenvereeniging werd een avondtekenschool opgericht in de Sint Josephshof.
1890 Verbouwing en vergroting
Het pand van de Katholieke Gezellenvereeniging (de St. Josephshof, later het Kolpinghuis) is in 1882 ontworpen door P.J.H.(Pierre) Cuypers. De uitbreiding is in 1890 gerealiseerd door architect A.v.d. Boogaard. Gezien vanuit de Spoorstraat. Links de Van Berchenstraat, in het midden de Gezellen-Vereniging en rechts de Smetiusstraat. Links op de achtergrond de Augustinuskerk, 1890 (Collectie Brinkhoff, J.M.G.M. 1920-1986 via RAN D429)
Doordat de vereniging hard groeide, was het gebouw al gauw te klein. In 1890 ontwierp architect A. van de Boogaard de verbouwing, waarbij het gebouw fors werd uitgebreid.
1925 Verbouwing Estourgie
Het Kolpinghuis (Katholieke Gezellen Vereeniging) gezien in de richting van de Bloemerstraat, 1930 (F32559 RAN)
“De verbouw van St. Jozefshof.
Zooals wij reeds meldden, is de verbouw gereed gekomen van het home der Nijmeegsche Kolpingszonen, het vanouds bekende St. Jozefshof aan de Smetiusstraat, dat Zondag a.s. in gebruik genomen en plechtig zal ingezegend worden.
En wij kunnen er dadelijk bijvoegen: de indruk dien wij van het hernieuwde Gezellenhuis gekregen hebben, is een zeer gunstige.
De aannemersfirma Hofman en Arts heeft onder deskundige leiding van den heer Charles Estourgie- die eveneens de plannen ontwierp- met dezen verbouw metterdaad getoond een vooraanstaande plaats in de rij der Nijmeegsche bouwwereld. Het geheel ziet er keurig uit en maakt een voornamen indruk.
Boven den ingang van het gebouw prijkt in forsche letters: R.K. Gezellenvereeniging, waarachter electrische verlichting is aangebracht. Nu kan tenminste de vreemdeling weten, die vroeger zich tevergeefs afvroeg wat dat toch voor een gebouw was, dat hier de Stichting van Vader Kolping haar tenten heeft opgeslagen.
Breede toegangsdeuren brengen den bezoeker in een ruime vestibule, waar tevens een loket is aangebracht ten dienste van uitvoeringen. Tevens kan men van hieruit de bestuurskamer bereiken.
Vanuit de vestibule treedt men eveneens door ferme deuren in de hal, die een grootschen indruk maakt. Hier vindt men een garderobe enz.
Links hiervan betreedt men de groote en ruime konversatiezaal, die een juweeltje mag genoemd worden op dat gebied. De Nijmeegsche kleuren, rood en zwart, die in de geheele zaal domineeren, maken een gezelligen indruk, die nog verhoogd wordt door de frisch-groen geschilderde stoelen en tafeltjes. Het buffet is in den rechterhoek der zaal aangebracht.
Breede ramen geven uitzicht naar alle kanten, waardoor tevens voor lucht en licht in ruime mate is zorg gedragen. De plaats onder de bibliotheek is op gelukkige wijze weggewerkt: twee kamers, één voor den Praeses en een bestuurskamer vullen dit deel van de vroegere konversatiezaal. De biljarts hebben hun plaats gevonden in het midden der zaal. De bibliotheek is op dezelfde plaats gebleven, doch de ingang is nu verlegd boven aan de eerste trap, die naar de toneelzaal voert.
Op zij van de konversatiezaal is een kleine zaal aangebracht, die heel keurig en gezellig is ingericht. Deze is waarschijnlijk ten dienste van kleine vergaderingen e.d.
Beide zalen zijn bedekt met een kostbaar zeil. Naar gemompeld werd is dit een gift van een der hoofdbestuursleden, waarvan meerderen een gift voor dezen verbouw moeten hebben geschonken.
Naar wij zeiden, ziet het geheel er keurig uit. Het borstbeeld van den eersten Praeses en stichter der Nijmeegsche K.G.V., den WelEerw. heer L.E. Hoetin, heeft een eereplaats gevonden op den schoorsteen, waarboven in gulden letteren is aangebracht de gezellengroet: “God Zegene het Eerzame Handwerk”.
Verschillende beelden en emblemen vinden rondom, zoowel in hal als zaal, een plaats. Het H. Hartbeeld troont natuurlijk op de mooiste plaats.
De aannemersfirma Hofman en Arts werd kranig terzijde gestaan door den heer van Roessel, die het schilderwerk verzorgde, de firma Vroom en Dreesmann, de firma Beukering en Co., elektriciens, de heer Friebel, die het lood- en zinkwerk, de firma Daniëls, de Bruijn en v.d. Waarden, die het stukadoorswerk verrichtte en den heer J. Krijnen, die het behangerswerk op zich nam.
Met trots mogen de diverse besturen getuigen, dat hun werken niet tevergeefs is geweest en met blijdschap moge er wel eens aan herinnerd worden dat de ongehuwde en gehuwde gezellen hun kontributie vrijwillig belangrijk verhoogden om den verbouw mogelijk te maken. Vooral voor den volijverigen Praese zal het een genoegdoening zijn: om dezen verbouw door te voeren heeft hij hard gewerkt; dit was steeds zijn hartewensch. Doch ook het hoofdbestuur, dat de algemeene leiding in de K.G.V. met den Praeses heeft, mag dankbaar opzien naar hetgeen door hen met veel moeite en opoffering bereikt is.
Met waardeering mogen dan ook naast den naam van den Praeses, den ZeerEerw. Pater H.M. v.d. Hulst S.J. genoemd worden de namen der hoofdbestuursleden de heeren Kloppenburg, W. v.d. Waarden, Dreesmann, dr. Slotboom, St. Arntz en Prof. v.d. Heijden.
In de konversatiezaal bleef ons oog hangen aan een teekening: de nieuwe hoofdingang van St. Jozefhof aan de Spoorstraat. Zoo gauw als er geldmiddelen zijn, kan hier pas aan gedacht worden. Moge zulk een gift spoedig inkomen!
Het kan, dunkt ons, geen kwaad, van deze gelegenheid gebruik te maken om onze stadgenooten aan te sporen, die nog geen eerelid van de K.G.V. zijn, dit nu te worden. Men doet daarmee een zeer goed werk: men steunt daarmede het pogen om onze arbeiders op te voeden naar den wensch van Dr. Schaepman tot mannen met een rotsvast geloof en kennis, twee zaken, die onontbeerlijk zijn om den arbeidersstand steeds hooger op te voeren tot heil van de arbeiders zelve en tot zegen van Kerk en Maatschappij.
Op de moderniseering van de toneelzaal hopen wij nog nader terug te komen.
Morgen vermelden we het officieel programma voor a.s. Zondag.” (De Gelderlander 17/2/1925)
1949 Dr. Poels
Vanaf de jaren dertig probeerde de vereniging een katholieke ambachtsschool op te richten. In 1938 wilde de gemeenteraad hiervoor subsidie verstrekken. Uiteindelijk zou het tot 15 september 1949 duren voordat de school Dr. Poels opende in de Sint Josephshof, “waar een leerling kon worden opgeleid tot een ‘zedelijk-godsdienstig hoogstaand werkman met verantwoordelijkheidsgevoel…’ (Gedenkboek Kolpingvereniging; Tromp 37-39; Stamkot 37-38).” (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis)
In 1957 zal zij verhuizen naar de Goffertweg 20. Tegenwoordig, na een aantal fusies, heet de school Het Rijks.
Ontmoetingshuis
Het Kolpinghuis bleef in de jaren 50 en 60 ontmoetingshuis voor buitenschoolse activiteiten voor kinderen, zoals balletles. In de twintigste eeuw zijn er nog enkele kleinschalige verbouwingen en uitbreidingen doorgevoerd.
Afname ledentaantal Kolpingvereniging en opheffing
Het Kolpinghuis, Smetiusstraat 1 (gezien vanaf de Nassausingel), 1968 (Evert F. van der Grinten via F78750 RAN CCBYSA RAN, tevens Auteursrechthouder)
Na de Tweede Wereldoorlog neemt landelijk het ledenaantal van de Kolpingvereniging sterk af, waarbij ze zich uiteindeindelijk opheft. Alleen in Nijmegen blijft de Kolpingvereniging bestaan. Het Kolpinghuis wordt een zalencentrum, welke ook de vereniging nog gebruikte.
2015 Verkoop
In 2015 wordt het Kolpinghuis verkocht aan projectontwikkelaar Ton Hendriks???. Eind september 2020 sloot het centrum. De vereniging verplaatste haar activiteiten naar de Ontmoetingskerk in Dukenburg. Daarna staat het gebouw leeg. Midden 2023 kondigt Hendriks aan om hier een gezondheidscentrum en appartementen te willen realiseren, waarvoor een procedure is gestart.
Aandachtspand
Kolpinghuis oude gedeelte tijdens verbouwing (januari 2026)
Kolpinghuis, januari 2026 is een grote verbouwing aan de gang. Ter ere van het 125-jarig bestaan van NEC is er een spandoek opgehangen (januari 2026)Wapen op Kolpinghuis (januari 2026)
De oude synagoge aan de Nonnenstraat was voor de Joods gemeenschap van Nijmegen te klein geworden. Daarop vindt nieuwbouw plaats aan de Gerard Noodtstraat, waarvan Oscar Leeuw de architect was. De nieuwe synagoge wordt in 1913 ingewijd. Na een restauratie in 1978-1979 werd de oude synagoge in de Nonnenstraat weer in gebruik genomen. Daarop zat…
Garage Jansen Ederveen : Pand ontworpen als garage in 1907 door Willem Hoffmann i.o.v. de Firma Tasche & Co. Automobielen en Motoren., 1972, (Evert F. van der Grinten via RAN F78567)
In 1907 ontwerpt architect Hoffmann het bekende gebouw van garage Tasche aan de Gerard Noodtstraat. Deze garage was een uitbreiding van de garage die hij in 1906 had ontworpen en aan de van der Brugghenstraat staat.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het pand van Roghmans op de Zeigelbaan verwoest. Op 15-11-1949 vindt aanbesteding plaats van “Het bouwen van een werkplaats met twee etage woningen op een terrein gelegen aan de Gerardt Noodtstraat te Nijmegen, benevens het bouwen van ’n Azijnmakerij op een terrein gelegen aan de Derde Walstraat te Nijmegen”. Het…
Op Gerard Noodtstraat 3-9 zat in de jaren 60 het gebouw van de Bouw & Houtbond van het N.K.V. Rechts het Unitas gebouw. Ook wel het werklozencentrum genoemd (F28969 RAN, een foto uit 1960-1965)
Keizer Karelschool voor openbare U.L.O./MAVO van de Stedelijke Scholengemeenschap/Vrouwenschool
Gerard Noodtstraat 15-17-19, gesloopt
De Mavo School gezien in de richting van het Hertogplein, 1970-1975 (Jan Cloosterman via F28963 RAN CCBYSA)
Op bovenstaande foto staat de voormalige Openbare school voor U.L.O. weergegeven, Gerard Noodtstraat 15-17-19. Het gebouw is oorspronkelijk gebouwd in 1916.
In de jaren ’60 de Keizer Karelschool voor openbare U.L.O. en in de jaren ’70 de MAVO van de Stedelijke Scholengemeenschap. (Bijschrift F28963 RAN).
In 1976 werd het leegstaande gebouw feitelijk al gekraakt door de stichting Blijf Van Mijn Lijf. Toen de stichting uiteindelijk een pand door de gemeente kreeg toegewezen, besloten een aantal vrouwen toch in de voormalige school te blijven.
Aanvankelijk werd de enorme ruimte gebruikt voor acties en vergaderingen. Daarna wordt het een woonwerkpand met woonruimtes en ruimtes voor verschillende activiteiten. Een van deze activiteiten is een opvangplek van Het Blijf Van Mijn Lijf Huis. Langzamerhand veranderde de naam in Vrouwenschool. (Bijschrift F93561 RAN, een foto uit 1983-1993). Bijschrift F28963 RAN noemt dat tussen 1981 en 1991 de Vrouwenschool hier gezeten heeft. (Bijschrift F28963 RAN).
In 1987 wordt de Stichting Vrouwenschool opgericht, met als doel het gebouw te behouden als woonwerkpand. Het gemeente heeft echter het plan het gebouw te slopen om appartementen op deze locatie te bouwen.
Wel vindt de gemeente het initiatief van de Vrouwenschool belangrijk en biedt aan mee te werken aan legalisering. Daarvoor wordt het Dominicanessenklooster aan de Dominicanenstraat aangemerkt, welke daarvoor verbouwd zal worden. De Vrouwenschool zet haar activiteiten tijdelijk voort in een oud klooster aan de Wolfkuilseweg. (Lees over de Vrouwenschool en het vervolg op de Dominicanenstraat hun eigen site en op https://regenboogroutes.nl/Vrouwenschool-Nijmegen.html, beide sites tevens bron)
In 1993 is het pand gesloopt om plaats te maken voor Hunnerstaete.
Van Gameren en Mastenbroek konden hun project Hunnerstaete in 1996 realiseren aan de Gerard Noodtstraat. Een van de meeste opvallende kenmerken is het parkeerdek, dat zich bovenop het gebouw bevindt.
De straat is vernoemd naar Gerard Noodt, “een van de beroemdste mannen uit de geschiedenis van Nijmegen. Als internationaal bekend jurist bepleitte hij gewetensvrijheid voor iedereen. Voor die tijd een heel modern en radicaal standpunt.” Hij is een van de vensters in het canon van Nijmeegse geschiedenis. (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis)
De oude synagoge aan de Nonnenstraat was voor de Joods gemeenschap van Nijmegen te klein geworden. Daarop vindt nieuwbouw plaats aan de Gerard Noodtstraat, waarvan Oscar Leeuw de architect was. De nieuwe synagoge wordt in 1913 ingewijd. Na een restauratie in 1978-1979 werd de oude synagoge in de Nonnenstraat weer in gebruik genomen. Daarop zat vanaf 1980 jarenlang het Natuurmuseum in dit pand.
In mei 1912 besteedt Oscar Leeuw het bouwen van “een synagoge, schoollokalen, bovenwoningen met andere annexen” aan. Hierbij is A.J. Smits met f33.733 de laagste inschrijver (De Gelderlander 19/5/1912).
Uiterlijk
De ingangstoren heeft de gelijkenis van een grote thorarol. In de gevel is veel symboliek verwerkt, bijvoorbeeld de twee tabletten met de 10 geboden. Een beschrijving wordt ook hieronder, “Bij de opening”, gegeven.
Daarbij is in en in de gevel is veel symboliek verwerkt. “Boven de ingang, waar nu ‘Natuurmuseum’ geschreven staat, stond ooit een Hebreeuwse tekst, verdeeld over twee regels. Het gaat om Psalm 19:15…: “Laten de woorden van mijn mond u behagen, de overpeinzingen van mijn hart u bekoren, Eeuwige”. De letters van de onderste regel bij elkaar opgeteld leveren 673, het joodse jaar 5673. Dat komt overeen met 1913 en is het jaar waarin de synagoge werd ingewijd.” (Wikipedia; in het krantenartikel vertaald als: “Moge U, o Eeuwige, welgevallig zijn de redenen van mijn mond en de overdenking van mijn hart”).
De gebedszaal is naar Jeruzalem gericht.
Stijl
Synagoge, vooraanzicht Gerard Noodstraat, foto gedateerd 1915-1920 (Joh. Gijpink via RAN F28981)
Biografisch Woordenboek Gelderland: “Dit evenwel zonder dat het aspect van vernieuwing geheel en al verdween. De synagoge aan de Gerard Noodtstraat (1912) is vooral van dat laatste een voorbeeld. Hoewel het indrukwekkende interieur met zijn galerijen en geschilderde muurdecoratie nu verdwenen is, krijgt men door de ornamentiek aan de voorgevel nog een indruk van het zoeken naar nieuwe siervormen, die niet gebaseerd zijn op historische voorbeelden noch op de inmiddels tot het verleden behorende Jugendstil.”
Wikipedia: “Naast art deco is ook eclecticisme te herkennen.”
Bij de opening
Bij de opening schrijft het PGNC:
“De Nieuwe Synagoge.
Morgen is het voor onze Israëlitische stadgenooten een belangrijke dag. Dan toch zal de nieuwe Synagoge, gesticht aan de Gerard Noodstraat alhier, op plechtige wijze worden ingewijd door den Opperrabijn in het ressort Gelderland, den Z.Eerw. heer L. Wagenaar.
Reeds lang bestond te dezer sted behoefte aan een nieuwe Synagoge. Het oude gebouw, waarvan in Augustus 1906 het honderd vijftigjarig bestaan feestelijk werd herdacht, en dat dus thans 157 dienstjaren telt, gelegen in de steeds meer en meer in verval gerakende Nonnenstraat, was met de daaraan verbonden slecht ingerichte lokalen niet meer in overeenstemming met de eischen van het zeer opgewekte leven der Israëlitische gemeente alhier. En toen het aantal Israëlitische Nijmegenaren toenam, achtte men het oogenblik gekomen, om naar een nieuw gebouw uit te zien. Dat was geen gemakkelijke taak. Doch met algemeene medewerking van de leden der gemeente, onder wie er gelukkig velen waren, die met groote mildheid tot de oplossing der financieele zijde van het vraagstuk wilden medewerken, kon aan dezen lievelingscwens worden voldaan. En zoo ontstond dan ter genoemde plaatse het in- en uitwendig sierlijke en aardige kerkgebouw, met daaraan verbonden leer- en vergaderlokalen, badinrichting, woningen voor den leeraar en den koster, waarheen morgen- nadat op plechtige wijze afscheid zal zijn genomen van de oude Synagoge- de Wetrollen zullen worden overgebracht, om daar opnieuw, naar wij hopen, tot in lengte van dagen het middelpunt te zijn van het Israëlitisch godsdienstige leven te Nijmegen.
Het kerkbestuur en zij, die dit in zijn taak bijstonden, hadden de gelukkige gedachte zich voor den bouw te wenden tot onzen stadgenoot, den heer Oscar Leeuw, die met zijn veelzijdige kennis een fraai kerkgebouw wist te scheppen. De bekwame architect heeft zich bij zijne modern opgevatte architectuur laten inspireren door de oude kunst van Judea, waarvan weliswaar weinige overblijfselen bestaan, doch waaromtrent toch uit oude beschrijvingen licht te verkrijgen was. De buiten-architectuur van het hoofdgebouw der Joodsche cultuur, den Tempel van Jeruzalem, was zeer eenvoudig, terwijl het intérieur rijk versierd en van de edelste materialen uitgevoerd was. Die versieringen waren uitsluitend ontleend aan het plantenrijk en aan geometrische vormen, daar menschelijke afbeeldingen ten strengste verboden waren. En dit systeem heeft de heer Leeuw ook bij den bouw van de nieuwe Nijmeegsche Synagoge doorgevoerd.
De gevel is van streng sobere vormen, opgetrokken in het materiaal van het land- den baksteen- met een matige ornamentatie. Evenals aan deze Tempel van Salomon bestaat deze uit den palmboom van Judea; de granaat-appel, die door zijn groot aantal zaadjes de krachtige vermenigvuldiging van het leven symboliseert, en het schild van David, de zeshoekige ster. Boven den ingang zijn in den tympaan in het Hebreeuwsch gegrift de woorden van Psalm 19 vers 15, welke vertaald luiden: “Moge U, o Eeuwige, welgevallig zijn de redenen van mijn mond en de overdenking van mijn hart”. Twee zware hardsteenen voetstukken zijn aan weerszijden van den ingang aangebracht, om daarop zoo mogelijk later te plaatsen de reconstructied der bekende bronzen kolommen “Jakoun” en “Bo’az”, welke eenmal den toegang tot den tempel van Salomon sierden.
Door de dubbele toegangsdeuren betreedt men de vestibule, die 4.50 bij 4.50 Meter oppervlakte heeft met een terrazzovloer, waarin het schild van David is aangebracht en die met een kruisgewelf is overdekt. Daarin bevindt zich links de toegang tot de mannen-garderobe, rechts die tot de vrouwengaanderij en in het front de toegang tot de kerk.
Interieur synagoge Gerard Noodstraat, architect Oscar Leeuw 1913
De kerk zelf, groot 11 bij 17 M. en hoog 12 M., heeft op den beganen grond 150 zitplaatsen voor de mannen en op de gaanderijen 110 zitplaatsen voor de vrouwen; zij is volgens de voorschriften naar Jeruzalem gericht en niet naar het Oosten, zooals de algemeene is. Het intérieur met zijn hoofdlijnen in gevoegden baksteen, terwijl de wanden en het tongewelf gepleisterd zijn, is er geheel op berekend om later beschilderd te worden. De hoofdonderdelen der kerk, de Byma en de H. Arke, zijn geheel voltooid, zooals dat de bezoeker zich reeds nu een denkbeeld kan vormen, welk aspect het inwendige van de kerk zal krijgen, indien alles is afgewerkt, wat nu nog niet het geval is.
De H. Arke is tegenover den ingang der kerk is zeer rijk geornamenteerd met dezelfde symbolen als hierboven genoemd; marmeren trappen geven toegang tot het verhoogde gedeelte. Achter den donkerblauwen, rijk met goud borduursel georneerden voorhang bvinden zich de deuren, waarachter de Wetsrollen geborgen zijn. Op de latei der deuren komt voor in ’t Hebreeuwsch de spreuk: “Weet voor wie gij staat”. In de tympaanvulling daarboven bevinden zich de Tafelen der Wet, omring door een gouden stralen krans een een spiraalvormig relief-ornament van gestyleerde palmbladeren. In de randboog der H. Arke is de “Eeuwige Lamp” geplaatst, welke ter nagedachtenis der overledenen brandt.
De groote ramen in de voor- en achtergevels zijn vervaardigd van glas in lood met psalmmotieven.
Bij avond zal de Kerk schitterend verlicht worden door twee groote kronen, die uit het tongewelf afhangen. Acht cirkel-vormige kronen, geplaatst op de palen der gaanderij, ieder met zeven lichtpunten (het gewijde getal) en vele wandarmen, zijn regelmatig over de ruime zaal verdeeld.
De H. Arke, de geborduurde voorhang en de koperen lampen zijn geschenken van leden der Israëlitische Gemeente alhier.
Al moet op den duur de afwerking nog volgen, toch maakt het kerkgebouw reeds nu een verheven indruk. Waarlijk, wij zeiden niet te veel toen wij hierboven den bouwmeester prezen. Zoowel het gheel als de onderdeelen getuigen van zijn uitgebreide kennis, zijn onvermoeid streven en zijn gekuischten smaak. Ook met dit werk, waarmen men zeggen kan dat dit ging boven de eischen die in den regel aan een architect gesteld worden, heeft de heer Oscar Leeuw zijn goeden naam hoog gehouden.
De naast de Synagoge gelegen bijgebouwen maken uiterlijk een zeer rustig effect. Zij verstoren den machitgen indruk van den fraaien kerkgevel niet en hun inwendige indeeling is practisch gedacht en goed uitgevoerd.
De Israëlitische Gemeente mag met haar nieuwe kerkgebouw geluk gewenscht worden. Als morgen de inwijding plaats heeft in tegenwoordigheid van kerkelijke en burgelijke autoriteiten, zal zij daarover zeker de meest vleiende beoordeelingen vernemen.
De gebouwen werden einde Mei 1912 aangenomen door den heer A.J. Smits Jr. alhier, voor de som van f33.733. Deze aannemer legt eer in met zijn werk; het is goed en ook met bekwamen spoed uitgevoerd, hoewel er nooit op den Zaterdag, den Sabbath der Israëlieten, de gewerkt werd.
De Byma met Bestuursbank en podium werden geleverd door den heer Maurits Drukker, firma Drukker en Cohen, en uitgevoerd neer een ontwerp van diens bekwamen medewerker, den heer J.R.L. Samson; het decoratiewerk der H. Arke is verricht door den heer J.H. Kaak; de koperen lampen der gaanderij en de wandarmen zijn geleverd door de firma L.A. Moll alhier. De koperen hangkronen zijn van de firma Wiener en Co. te Amsterdam. De geborduurde voorhang is van den heer J. Goudsmit te ’s Gravenhage, terwijl de verdere schilderwerken door den heer Arts, de installatie van het electrisch licht door de firma Tasche en Co., het zandsteenwerk door de firma Spamer en Smits, de warmwaterverzorging voor de baden door de firma Weijers en Co., allen alhier, werden geleverd. Het glas in lood is van de fabriek Kronenbitter, te Berg-en-Dal, afkomstig.” (PGNC 11/4/1913)
Tweede Wereldoorlog
In de Tweede Wereldoorlog gebruikten de Duitsers het gebouw als opslagruimte, onder andere voor geconfisqueerde radiotoestellen. De wandschilderingen zijn vernield en de Davidsster werd uit de gebrandschilderde ramen geslagen.
Verkoop Synagoge
Na de oorlog was het gebouw te groot voor de Joodse gemeenschap, welke door de vervolging gedecimeerd was. Daarop betrok de gemeenschap de naastgelegen school als synagoge. Het pand van de Nieuwe Synagoge werd verkocht aan de gemeente Nijmegen. De gemeenschap zal in 2000 de oude Synagoge aan de Nonnenstraat weer gaan betrekken.
Het gebouw van de Nieuwe Synagoge diende het tijdelijk als opslagruimte en daarna als gebedshuis voor het Apostolisch Genootschap.
Natuurmuseum Nijmegen
Vanaf 1978 zat er jarenlang het Natuurmuseum Nijmegen. In juni 2014 fuseerde het Natuurmuseum met museum De Stratemakerstoren tot Stichting De Bastei. Daarop sloot het museum in oktober 2017, waarbij het in januari 2018 verder ging in de Statemakerstoren. Vervolgens ging museum De Bastei in 20218 open.
Vanaf maart 2023 zit er een sportschool in het gebouw.
De Mariënburgkapel gezien vanuit de Mariënburgsestraat, in de richting van de Houtmarkt; links het bankgebouw van de Geldersche Credietvereeniging en op de achtergrond het Arsenaal, 1926-1930 (F29583 RAN)
Jarenlang zat op de Mariënburg de NMB/ING Bank. Op deze locatie zat een eeuw lang een bank, te beginnen met de Geldersche Credietvereeniging. Het gebouw was een ontwerp van architect Jo Limburg.
In 1904 had architect Knoops het pand voor de Geldersche Credietvereeniging ontworpen in de Paulstraat no. 35.
In 1918 verhuisde de bank naar de nieuwbouw op de Mariënburg. Vanaf dat moment zal er een eeuwlang een financiële instelling zitten, zij het met verbouwingen en nieuwbouw.
Of het de Eerste Wereldoorlogsschaarste is, waardoor Jo Limburg zijn ontwerp moet aanpassen, of dat PGNC moet wennen aan de rationele stijl op het moment dat zij over de opening in 1918 schrijft, is mij nog niet bekend. In ieder geval beschrijft zij de bank daarbij als volgt:
“De Geldersche Credietvereeniging.
Het Agentschap van de Geldersche Credietvereeniging alhier is heden overgebracht naar het nieuwe gebouw aan Marienburg 83. Het is een monumentale bouw, die ontworpen werd door den heer J. Limburg, architect-ingenieur te ’s Gravenhage.
De gevel, opgetrokken in handvorm baksteen, bewerkt naar ouden aard, heeft- wij kunnen het niet verzwijgen- bij de Nijmegenaars voortdurend critiek uitgelokt. Hij wijkt in menig opzicht af van wat men gewend is te zien Laten wij aanstonds opmerken, dat de bouwmeester in deze geheel abnormale tijden niet heeft kunnen beschikken over de materialen die hij zich daarvoor gedacht en gewenscht had willen verwerken, door baksteen vervangen worden, waardoor in het bijzonder de balcons der eerste etage een ander aanzien hebben gekregen, dan in het oorspronkelijke ontwerp het geval was. De daaraan uitkomende openslaande deuren blijven nu voor de helft voor het oog van den voorbijganger verborgen, wat een eigenaardigen indruk maakt. Ook de terugspringende tweede etage, die schuil schijnt te gaan achter zwaar verguld hekwerk en gedrukt wordt door een massief geprofileerden dakrand, kan onze bewondering niet wekken. Intusschen, de bekenden bouwmeester zal er wel reden voor hebben gehad om ’t zóó te doen en niet anders, en wij leeken hebben ons daarbij neer te leggen. Er bestaat een steeds toenemend streven in de bouwwereld, om te breken met het conventioneele, om andere vormen te scheppen en nieuwe banen te betreden. Dit gebouw draagt daar ongetwijfeld de sporen van. Wat wij heden niet begrijpen, zal misschien door een na ons komend geslacht moogelijk worden gewaardeerd.
Bovenstaande is dan ook niet te beschouwen als een afbreekende critiek- veel meer als uiting van den indruk dien deze gevel reeds lang op ons en velen met ons heeft gemaakt.
Geldersche Crediet Vereeniging, architect J. Limburg, Marienburg, 1925-1930 (F29728 RAN)
Treedt men door de eikenhouten hoofddeur het gebouw binnen, dan bereikt men door een met vooruitstekende hoeken smaller toeloopende entrée, geheel in ingevoegden baksteen met versiering van zwart marmer bewerkt, langs eenige trappen het binnengedeelte van het Bankgebouw. Een draaideur van moderne constructie wentelt op de meest aangename wijze den bezoeker naar binnen en dadelijk wordt het nog aangenaam getroffen door de groote in lichte kleur gehouden lokaliteit, die behalve van de zijramen aan het plein een profusie van licht ontvangt door in de zoldering aangebrachte galstegels, en werkelijk een imposanten indruk maakt.
De zoldering wordt gedragen door oordeelkundig aangebrachte pilasters van rechthoekigen vorm, welker juiste verdeeling over de ruimte opvalt en die op natuurlijke wijze tot de verschillende afscheidingen meewerken.
Aan de zijde van het plein bevindt zich over de geheele lengte van het gebouw de afdeeling voor het personeel, eindigende in een procuratiehouderskamer, welke afdeeling is gescheiden van de voor het publiek bestemde ruimten door een teakhouten balustrade op zwart marmeren voet, waarop sierlijk gesmeed ijzeren hekwerk is aangebracht, waarin de loketopeningen zijn gespaard. Met schilden zijn boven die openingen de verschillende afdeelingen aangegeven.
Aan de zijde van het plein bevindt zich over de geheele lengte van het gebouw de afdeeling voor het personeel, eindigende in een procuratiehouderskamer, welke afdeeling is gescheiden van de voor het publiek bestemde ruimten door een teakhouten balustrade op zwart marmeren voet, waarop sierlijk gesmeed ijzeren hekwerk is aangebracht, waarin de loketopstellingen zijn gespaard. Met schilden zijn boven die openingen de verschillende afbeeldingen aangegeven.
Na de drie eerste loketten- wij zouden zeggen “de loketten bestemd voor den gaanden en komenden man”- komt men door een in denzelfden trant behandelde en met spiegelglas gevulde afscheiding, die zich verderop nog een herhaalt, in eene voor het publiek bestemde ruimte, een soort hall, die naar rechts, waar de trap zich bevindt, uitspringt en als wachtkamer dient. Zij grenst weder aan loketten en is deftig gemeubeld. Van hieruit bereikt men het smaakvol ingerichte vertrek van de directie met annex een wachtkamer en de ruime vergaderzaal, welker vensters aan de zuidzijde van het gebouw uitkomen.
Aan die zijde van de hall voert een gemakkelijke, in marmer uitgevoerde, trap naar het benedenhuis, waarin de Safe, het archief en verschillende andere dienstvertrekken gevestigd zijn. De Safe is van zeer ruime afmetingen en staat geheel vrij in het gebouw; de zware kluisdeur, die natuurlijk afkomstig is van de bekende Lips-fabriek te Dordrecht, is van de allernieuwste constructie en biedt de meest volkomen afsluiting. Naast de Safe heeft men nog een speciale brandkelder voor de Bank zelf, waarin eene inrichting is aangebracht, die ’t mogelijk maakt in de Safe te komen, als de kluisdeur door omstandigheden eens niet geopend zou kunnen worden. Dat alles blijkt zóó massief en tevens zóó vertrouwenwekkend, dat ’t een gevoel van rust moet geven aan hen, die hier hun bezit ter bewaring zullen deponeeren. In het sousterrain is ook eene ruime fietsbergplaats, die door een afzonderlijken toegang naast den hoofdingang te bereiken is en tevens- zij het zonder speciale garantie- ten dienste van het publiek is. De concierge kan van uit zijn vertrek hierop het oog houden.
Dat het gebouw tevens voorzien is van alles, wat in een modern kantoor thuis behoort, behoeft zeker niet speciaal te worden gereveleerd. Centrale verwarming, gecombineerd met ventilatie; sierlijke electrische verlichting; telefooncellen en een telefoon-centrale; ingebouwde brandkluizen voor den dagdienst; een lift waarmee de boeken en geldswaarden, na afloop van den kantoortijd, naar de veilige bewaarplaats beneden worden getransporteerd en vice versa; in den muur aangebrachte en door een deurtje afgesloten waschgelegenheden in de kantoorlokalen; practische kleedingbergplaatsen voor ’t personeel, kortom, alles wordt hier gevonden wat den arbeid kan vergemakkelijken en veraangenamen.
De meubileering van het geheele gebouw is stijlvol en rustig en de kleuren van verf en behang in privékantoor en vergaderzaal getuigen van gekuischten smaak. Ook het teakhout, dat overal verwerkt is, wekt tot een rustig-voornamen indruk van het geheele gebouw mede.
Aan alle vrienden van de Geldersche Credietvereeniging zal morgen, Zondag, de gelegenheid worden gegeven het gebouw, dat Maandagmorgen in gebruik genomen wordt, te bezichtigen. Wij zijn er van overtuigd, dat zij ons waardeerend oordeel zullen onderschrijven en ’t met ons eens zullen zijn, dat Nijmegen er een gebouw bij kreeg, dat gezien mag worden en waarin, naar wij hopen, de zaken van deze krachtige en in den lande hoog aangeschreven Bankinstelling bij voortduring mogen prospereeren.
Den algemeen geachten Agent der Geldersche Credietvereeniging alhier, den heer C.P. Nap, naast wien thans bij de uitbreiding der zaken de heer Mr. A.Tj. Reitsma als sub-agent zal optreden, wenschen wij gaarne geluk met zijn prachtige nieuwe kantoren.
Met den bouw werd in Januari 1917 een aanvang gemaakt. Vele waren de teleurstellingen, die tengevolge van den huidigen toestand werden ondervonden, doch met steeds nieuwen moed werden ze overwonnen. Allen, die er aan meêwerkten, leggen eer in met hun werk, dat onder leiding van den bekwamen opzichter, den heer H. Kool, allengs werd tot het grootsche geheel, dat nu gereed staat om betrokken te worden.
Wij laten hier de namen der medewerkers volgen:
Aannemer de heer M.C. Konings te Nijmegen; Uitvoerder de heer P. Bollweg, alhier; Lood- en Zinkwerk de heer Aug. Arts, alhier; Stucadoorwerk de heer Chr.J. Clemens; Gas, Waterleiding en Sanitaire Artikelen Firma J. Jacobs & Zn., alhier; Hardsteen en Marmerwerk de heer H. Tourney, alhier; Centrale Verwarming Firma W.J. Stokvis, Kon. Fabriek van Metaalwerken, Arnhem; Electrische Installatie, Bellen en Huistelefoon Firma L.A. Moll, alhier; Kluisdeuren en Safe-inrichting Firma Lips te Dordrecht; Kunstsmeedwerk en Verlichtingsornamenten Firma Winkelman en v.d. Bijl, Amsterdam; Schilderwerk de heer W.A. Teeuwissen alhier; Meubileering, Gordijnen en Tapijten Firma Wed. W.J. Stemker Köster, alhier; Kantoormeubelen N.V. Blikman en Sartorius, Amsterdam.” (PGNC 21/9/1918)
Vervolg
Er is nog niet volledig onderzocht wat het vervolg is geweest.
In de jaren 30 is de rentabiliteit voor de Geldersche Credietvereeniging als geheel (dus niet specifiek voor de Nijmeegse vestiging) sterk verslechterd. 1935 is vooral niet gunstig geweest vanwege van de vermindering van provisie, vooral op effecten; en daarnaast op koersverlies. Desondanks wordt overigens besloten om vrijwel de gehele winst uit te keren (PGNC 12/3/1936); er is sprake van f 406.000 winst op een kapitaal van f 14 miljoen.
Deze marge wordt onvoldoende geacht. Enerzijds om de nodige afschrijvingen op gebouwen en andere vaste activa te doen. Wel heeft de bank de jaren daarvoor afgeschreven, maar nog onvoldoende om de huidige waarde daadwerkelijk te weerspiegelen.
Maar vooral omdat er intussen sprake van concentratievorming bij banken. De Geldersche Crediet Vereeniging is, maar zal ook in de toekomst niet krachtig genoeg zijn om daadwerkelijk te kunnen concurreren met de grote banken. Daardoor staat niet alleen de winstgevendheid onder druk. Maar ook de mogelijkheid om voldoende kapitaal op te bouwen, om klanten de zekerheid van een stabiele bank te kunnen bieden.
De Nederlandsche Handel-Maatschappij (NHM) heeft interesse in een fusie/overname: aandeelhouders van de Geldersche Credietvereeniging kunnen hun aandelen inwisselen: f 1500,- voor f 1000,- aandelen Nederlandsche Handel-Maatschappij. Daarop wordt in 1936 besloten tot deze fusie/overname.
Voor de NHM was de Geldersche Credietvereeniging het eerste kantoor voor de opbouw van haar kantorennet. Tot dan toe was er slechts een hoofdkantoor in Amsterdam geweest met bijkantoren in Rotterdam en Den Haag. Sowieso hadden haar activiteiten vóór de jaren 20 vooral bestaan uit handel en transport, voornamelijk met Nederlands-Indië en Suriname.
September 1944: Forse beschadiging
Gezicht op het pand van de Kamer van Koophandel (rechts) , het verwoeste pand van de Assurantiemaatschappij De Nederlanden van 1845 (links) en het bankgebouw van de Geldersche Credietvereeniging (midden), 9/1944-12/1944 (F14518)
Op 23 september 1944 treft een Duitse granaat een Brits munitietransport, waarop een explosie volgde. Het pand De Nederlanden werd verwoest en dat van de Nederlandsche Handel-Maatschappij raakte zwaar beschadigd: let ook op de stutpalen op de foto.
Advertentie Nederlandsche Handelsmaatschappij: opgave inhoud kluizen (De Gelderlander 4/12/1944)
Na de oorlog
De Algemene Bank Nederland aan het Mariënburg, 3/12/1966 (Fotopersbureau Gelderland via F21368 RAN Auteursrechthouder J.F.M Trum)
Na de oorlog zou de NHM haar kantorennet fors uitbreiden.
Advertentie Nederlandsche Handel-Maatschappij: weer dagelijks open (De Gelderlander 27/2/1945)
In ieder geval is de NHM in februari 1945 weer “dagelijks geopend”. Zie ook de foto GN6761 RAN uit 1957, waar boven de marktkraam de NHM te zien is. Afgaande op de deze foto’s, heeft de bank haar tweede verdieping verloren.
In 1964 fuseert NHM nationaal met de Twentsche Bank tot de Algemene Bank Nederland (ABN).
NMB/ING
ING bank, Mariënburg, mei 2016 (Google Streetview)
In 1970 is de bank verbouwd tot NMB (F29837 RAN). Deze bank was afkomstig van de Van Welderenstraat.
Vanaf dat moment zal de NMB en de opvolger ING hier jarenlang zitten.
Nova Marien
In 2006 vindt nieuwbouw plaats in het kader van het project Nova Marien plaats: de voormalige Kamer van Koophandel -een monument- blijft behouden, de rest wordt gesloopt en vervangen door nieuwbouw.
De nieuwbouw bestaat daarbij uit 20 koopappartementen, met op de begane grond een “commerciële functie”, fietsenkelder en parkeergarage. De gevel van de voormalige Kamer van Koophandel wordt gerestaureerd en de begane grond verbouwd tot “commerciële functie” op de begane grond en 2 koopappartementen.
De opdrachtgever van het project was BtB (Built to Build) uit Den Bosch, de architect Soeters uit Amsterdam.
Afgaande op Google Streetview zit ING hier in ieder geval nog tot juli 2019, in september 2022 echter niet meer. Dan zit Harbor Gym er, die er momenteel (december 2024) nog steeds zit.
Architect Joseph Limburg
Joseph (Jo) Limburg (Den Haag, 2 december 1864 – aldaar, 3 maart 1945) was een Nederlandse ingenieur en architect. Limburg was een zoon van de joodse winkelier in manufacturen Levy Joseph Limburg (1825-1907) en Hester van Raalte (1831-1911). Hij trouwde in 1903 met de kunstenares Marie Constance Antoinette Clant van der Mijll (1864-1945).
Limburg volgde de opleiding aan de Polytechnische School in Delft, waar hij in 1888 afstudeerde.
Bouwstijl
“Zijn ontwerpen waren aanvankelijk neoclassicistisch van aard. In zijn latere werk zijn invloeden van onder meer Hendrik Petrus Berlage en Rudolf Steiner zichtbaar. Hij kan als architect worden gerekend tot de Nieuwe Haagse School.” (wikipedia) Merk overigens op dat het pand dat Limburg ontwerpt voor de Geldersche Crediet Vereeniging naast een pand komt te staan, dat door Berlage in 1912 was ontworpen:
In 1905 krijgt hij de eerste opdracht van de Geldersche Credietvereeniging: een bank in Maastricht (Rijksmonument). Dit gebouw is nu bekend als Huis met de Pelikaan. Ook ontwierp hij filialen in Groningen en Heerlen.
Prins Hendrikkazerne
In Nijmegen had hij in 1909-1912 de Prins Hendrikkazerne voor de Koloniale Reserve ontworpen. Deze kazerne is gebouwd in de stijl van het rationalisme en is een Rijksmonument. Wanneer Limburg in 1939 75 jaar is geworden, besteedt De Gelderlander 1/12/1939 een klein artikel over hem. In dat artikel wordt “een bankgebouw te Nijmegen” en “het ziekenhuis der koloniale reserve te Nijmegen” genoemd. Wikipedia noemt de Prins Hendrikkazerne: het is mij tot nu toe onbekend of Limburg de hele kazerne heeft ontworpen inclusief ziekenhuis, of alleen het ziekenhuis daarvan.
Overige functies
Limburg had een aantal nevenfuncties, onder andere:
Lid van Puchri Studio
Lid van de Commissie tot behartiging der vakbelangen van den architect van de Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst
Lid van de Commissie Regelen en Tabel voor de Volkswoningbouw
Overlijden
In 1939 woonde Limburg in Den Haag.
Als Joden moesten Jo Limburg en zijn vrouw tijdens de oorlog onderduiken. Waarschijnlijk zijn ze omgekomen bij een bombardement in 1945, waarbij ook hun onderduikadres in Haagse wijk Bezuidenhout getroffen werd.
Bouwwerken van Jo Limburg
Hieronder wordt het werk van Jo Limburg verzameld: