Het gebouw van de Nijmeegse Veiling, Marialaan 104, 19/8/1974 (Jan Cloosterman via F29575 RAN CCBYSA)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Veilinggebouw

Marialaan 104, 1950

Het gebouw van de Nijmeegse Veiling, Marialaan 104, 19/8/1974 (Jan Cloosterman via F29575 RAN CCBYSA)
Het gebouw van de Nijmeegse Veiling, Marialaan 104, 19/8/1974 (Jan Cloosterman via F29575 RAN CCBYSA)

Rond 18-8-1949 vond de aanbesteding plaats van het eerste gedeelte va een bloemen-, groenten- en fruitveilingcomplex aan de Marialaan plaats. De architect was W.Th. Reynen. De laagste inschrijvers waren Fa. Smulders en Graft te Oisterwijk: f 649.000. Zij verkregen daarmee de opdracht. (Nijmeegsch dagblad, 18-8-1949)

Architect W.Th. Reynen

Lees hier over architect Reynen:

Bij de opening

Luchtfoto van de Vogelbuurt in de wijk Wolfskuil : bovenin v.l.n.r. de Marialaan met daarboven de bouw van de Nijmeegse Veiling ; daar onder woningen aan o.a. de Pluvierstraat, de Fuutstraat, de Korhoenstraat, de Patrijsstraat, de Bosduifstraat , de Meerkolstraat en de Roerdompstraat ; rechts onderin een stukje van de Molenweg; daarboven de Tweede Oude Heselaan ; onderin in het midden de Emmalaan en de Prinsenlaan, 1949 (F58504 RAN)
Luchtfoto van de Vogelbuurt in de wijk Wolfskuil : bovenin v.l.n.r. de Marialaan met daarboven de bouw van de Nijmeegse Veiling ; daar onder woningen aan o.a. de Pluvierstraat, de Fuutstraat, de Korhoenstraat, de Patrijsstraat, de Bosduifstraat , de Meerkolstraat en de Roerdompstraat ; rechts onderin een stukje van de Molenweg; daarboven de Tweede Oude Heselaan ; onderin in het midden de Emmalaan en de Prinsenlaan, 1949 (F58504 RAN)

Bij de opening schrijft het Nijmeegsch Dagblad:

De Nijmeegse veiling in nieuwe uitrusting

Het nieuwe gebouw der Nijmeegse veiling van fruit, groenten en bloemen aan de Marialaan is bijna voltooid. De veiling was meer dan uitgegroeid uit haar oude hallen aan de Arend Noorduynstraat en kan nu tot volle ontplooiing komen op het vier hectare uitgestrekte eigen terrein aan de Marialaan, waar zij over 10.000 vierkante meter overkapping beschikt, waaronder een hal van 6000 m² met twee veilingklokken.

De heer van Reenen uit Den Haag, die de heer M. Prins, voorzitter van het Centraal Bureau van Tuinbouwveilingen in Nederland verving, deelde mede dat de Nijmeegse veiling met haar omzet van f5.000.000 per jaar behoort tot de grootste van de 180 veilingen in Nederland. En deze Nijmeegse veiling, welke f1.000.000 heeft gekost aan opbouw, zal nu Zaterdag 30 September a.s. officieel geopend worden door Z. Exc. Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening de heer S.J. Mansholt.

De heer J.W. Gramser voorzitter van het Veilingbestuur en de heer L. Pijnenburg, directeur van de veiling konden gistermiddag bij de voorbesprekingen over de officiële opening der veiling en de daarmede gepaard gaande, breed opgezette tuinbouwtentoonstelling terecht trots zijn op de vooruitgang der Nijmeegse veiling, welke in 1918 begon in een klein loodsje en sindsdien vijf maal verbouwd en uitgebreid moest worden en thans zó uitgedijd is, dat vier hectare grond nodig was voor de opbouw der nodige loodsen, hallen en kantoren. De aannemers Smulders en Graft te Oisterwijk hebben naar ontwerp van de architect Reijnen dit millioenwerk binnen een jaar uitgevoerd.

Het aanvoergebied van de Nijmeegse veiling is zeer groot. Uit 50 dorpen van de Betuwe, het Rijk van Nijmegen, de Duffelt, Maas en Waal, en het Land van Cuyk worden de producten aangevoerd. Het getal der aanvoerders loopt in de 5000! De heer L. Pijnenborg sinds 1931 administrateur en sinds 1938 directeur, telt gemiddeld 2500 aanvoerders per week op de veiling.

In allerlei toonaarden werd gistermiddag de Nijmeegse veiling bezongen. De burgemeester mr. Hustinx schetste het interne belang van de veiling voor telers en handel, maar wees tegelijk op de voordelen voor Nijmegen als groeiende stad, welke door de veiling weder bemiddelaar kan zijn tussen stad en platteland. Het contact tussen Nijmegen en Betuwe en vooral Noord-Oost Brabant, dat voor de oorlog sterk op Nijmegen was georiënteerd, wordt door de veiling versterkt en hernieuwd. Vooral als Nijmegen aan de aanvoerders steeds meer comfort kan aanbieden.

Ook voor de telers gaat de zich voortdurend uitbreidende veiling hoe langer hoe meer betekenen. Het gemeentebestuur ziet zeer goed het belang der veiling in, ook in verband met eventuële verplaatsing van de cultuurgronden van Zuid-West- naar Oost-Nijmegen in de Ooy, in verband met de steeds toenemende woningbouw in de richting van Hees-Neerbosch met zijn kwekerijen. De heer van Reenen uit Den Haag wees op de economische betekenis der veilingen, als instellingen van kwekers zelf. In 1949 werd via het Centraal Bureau van de Tuinbouwveilingen omgezet voor een totaal van 329.205,951 gulden.

120.000 personen vinden er hun bestaan in.

De agrarische sector leverde in 1949 f327.000.000 op, daarvan kwam 26 pCt voor rekening van de Tuinbouw. Nijmegen was met zijn omzet van f5.000.000 één der grootste van de 180 veilingen. De huidige uitbreiding is dan ook zeer begrijpelijk en belooft nog meer voor de toekomst.

De Rijkstuinbouwconsulent ir. J.H.M. van Stuivenberg te Kesteren sprak over de tuinbouwvoorlichtingsdienst in dit gebied en welke op de a.s. tuinbouwtentoonstelling in de Nijmeegse veiling in woord en beeld zijn nut- en noodzakelijkheid nog duidelijker zal demonstreren. Nederland verstaat de kunst de wetenschap in de tuinbouw in de practijk tot volle ontplooiïng te brengen, Nijmegen was in dit opzicht een uitstekende medewerker, tot eigen voordeel en in het algemeen belang.

De heer Pijnenborg dankte de sprekers op hartelijke wijze en verheugde zich over de prettige samenwerking en zegde voor de toekomst van de zijde der Nijmeegse veiling nog meer samenwerking toe. Geprezen werd de hoofd-assistent de heer Smit uit Weurt voor de medewerking en de uitmuntende werking van de proeftuin te Lent, waarvoor de gemeente Nijmegen ook zijn subsidie schonk. Steeds zal de bedoeling blijven het beste kwaliteitsproduct te brengen tegen de laagst mogelijke kostprijs.” (Nijmeegsch dagblad, 16-9-1950)

Het Veilinggebouw van de Nijmeegse Veiling tijdens een veiling, Marialaan 104, 1951 (GN5213 RAN)
Het Veilinggebouw van de Nijmeegse Veiling tijdens een veiling, Marialaan 104, 1951 (GN5213 RAN)

Min. Mansholt opende de nieuwe veilinggebouwen

Hele tuinbouwwereld uit de omgeving te Nijmegen

Onder zeer grote belangstelling uit vakkringen heeft de minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening, de heer  S.L. Mansholt, Zaterdagmiddag de officiële opening verricht van de nieuwe gebouwen der Nijmeegse Veiling aan de Marialaan en van de grote tuinbouwtentoonstelling. Daarvóór had in de bestuurskamer de onthulling plaats van de drie muurschilderijen, die door de handel, de Kring van de Tuinbouwbond en het personeel van de veiling waren aangeboden, en hadden bestuur en directie op de receptie in de met tientallen fraaie bloemenmanden versierde hal van het hoofdgebouw een uur lang de handen moeten drukken van hen, die bij de officiële opening van hun belangstelling getuigden en hier in de gelegenheid waren persoonlijk hun gelukwensen aan te bieden.

Reeds lang voordat het tijdstip van de opening aangebroken was, waren velen de door de buurtbewoners versierde route naar de nieuwe veilinggebouwen gepasseerd en hadden zij de smaakvol door de Nijmeegse hoveniers aangelegde tuin betreden om vervolgens getuige te zijn van de onthulling der muurschilderingen in de bestuurskamer, onderscheidenlijk voorstellende moeder aarde, herfst en winter en lente en zomer, die daar Wim van Woerkom waren aangebracht, en van het door de aanvoerders aangeboden meubilair. 

Bij deze gelegenheid werd het woord gevoerd door de heer H. Donkelaar uit Werkendam namens de kopers, door de heer H. de Bruin namens de Kring van de Tuinbouwbond, door de heer W. Fontein namens het veiling-personeel en door de heer J. Blokland uit Hees namens de aanvoerders. Na de receptie, die hierop volgde begaven de talrijke belangstellenden zich voor het bijwonen van de openingsplechtigheid naar de grote veilinghal, waar zij een plaatsje vonden op de stoelen, die daar vóór ’t podium, waarop de bestuurstafel was geplaatst, waren neergezet. Onder de aanwezigen bevonden zich de Comissaris der Koningin in de provincie Gelderland, jhr. C.G.C. Quarles van Ufford, Ged. Staten van Gelderland, B. en W. van Nijmegen burgemeesters en andere vertegenwoordigers van diverse gemeenten uit het werkgebied van de Nijmeegse Veiling, afgevaardigden van veilingbesturen uit Nederland en België, vertegenwoordigers van tuinbouw- en handelsorganisaties en vele autoriteiten op tuinbouwgebied.

Nadat minister Mansholt om half drie was gearriveerd, werden de aanwezigen door de heer G. W. Moonen, lid van ’t veilingbestuur, verwelkomd. Het woord was hierna aan de heer J.W. Gramser, voorzitter van het veilingbestuur, die in een historisch overzicht om uiteenzetting  gaf van de ontwikkeling van de veiling. Hij verklaarde voorts, dat de veiling thans commercieel in goede omstandigheden verkeert en vestigde er de aandacht op dat tot de afnemers niet alleen de kleinhandel maar ook de groothandel, de exporteurs en de industrie behoren. Verder herinnerde de heer Gramser aan de moeilijkheden, waarmee men op de oude veiling had te kampen, alsmede aan de omzetting van de  N.V. in ’n coöperatie, die nu circa 5000 aanvoerders telt. Dat de Nijmeegse Veling in hoofdzaak een fruitveiling is, blijkt wel uit het feit, dat aanvoer van fruit in ’49 75pCt. Van de totale aanvoer bedroeg, zo tekende hij aan. Tenslotte richtte de heer Gramser een woord van dank tot de architect, de heer Reijnen, en de aannemers Smulders en Graft uit Oosterbeek voor de wijze waarop zij het bouwproject hebben uitgevoerd, tot het gemeentebestuur voor de in deze verleende medewerking tot de architecten Beunder en Doggenaar voor de wijze waarop zij de tuinbouwtentoonstelling tot ’n smaakvol geheel hebben weten op te bouwen, tot de schenkers van de muurschilderingen en het meubilair, tot prijsinzenders en de standhouders en tot de directeur, de heer L. Pijnenborg voor diens onvermoeide activiteit.

Minister Mansholt: zeer binnenkort een plan voor de landbouw

Minister Mansholt, die hierna aan het woord kwam, begon met vast te stellen dat de drang naar vooruitgang, die als resultaat van gestadige groei de laatste jaren in het gehele gebied van de grote rivieren te constateren valt, bij de bezichtiging van de nieuwe veilinggebouwen sterk naar voern treedt. Hij memoreerde voorts hoe de veiling sinds de oprichting van de N.V. vijfmaal “uit haar jasje is gegroeid”, doch thans eindelijk in staat is geweest zich een “degelijk pak aan te meten, dat ruimte laat voor een toename in omvang”. Wat de toekomst betreft achtte hij geen absolute waarborgen zeker. Het enige wat we kunnen doen is het bedrijf zo goed mogelijk uit te rusten, alsdus de minister. In de eerste plaats richtte hij deze woorden tot de kwekers Hij gaf hen daarom de raad, zoveel mogelijk van voorlichting en onderwijs te profiteren. Het is verheugend, zo vervolgde hij, dat er op dit gebied de laatste jaren zo’n grote vooruitgang valt te constateren.

Ten aanzien van de verpakking en de afzetmethoden valt er echter nog veel te verbeteren. Producten van goede kwaliteit, en de juiste wijze aangeboden, zullen altijd een afzetgebied vinden, ook in moeilijke jaren. Een regelmatige prijsontwikkeling moedigt voorts de consumptie aan, hetgeen niet alleen voor de consument, maar ook voor de tuinbouw en de handel van groot belang is. Een volledige stabiliteit in de prijsontwikkeling zal echter wel nooit te bereiken zijn, maar een goede bewaring waarborgt toch een regelmatige voorziening en tevreden consumenten. In verband met de grote investeringen in het tuinbouwbedrijf, die ten enenmale een groot risico meebrengen, achtte de minister het van evident belang op een regelmatige export te kunnen steunen. Hoewel er ook het laatste jaar weer een aanzienlijke toename van de export viel waar te nemen, bestaat er toch reden van bezorgdheid, aldus de minister. Het oude protectionisme steekt n.l. de kop weer op. De hierdoor ontstane beperkingen veroorzaken een terugkeer naar een niveau, dat onaanvaardbaar is. De regering schenkt alle aandacht aan een werkelijke economische samenwerking, die evenwel onmogelijk is zonder integratie van de land- en tuinbouw. Gelukkig is er in deze tijd een sterker streven naar samenwerking waar te nemen. De minister herinnerde hierbij aan het plan-Schuman en het plan-Stikker. Nederland zal zeer binnenkort in staat zijn een plan voor de landbouw bekend te maken. Tenslotte zeide de heer Mansholt het houden van een tuinbouwtentoonstelling als een bijzonder gelukkige gedachte te beschouwen, die er toe leidt, dat het publiek een indruk krijgt van hetgeen waartoe de tuinbouw in staat is. Hij sprak de hoop uit, dat de veiling zich in de toekomst op dezelfde wijze zal ontplooien als in het verleden is geschied en verklaarde de veiling en de tentoonstelling voor geopende.

Toespraak van de burgemeester

Burgemeester Ch. Hustinx, die vervolgens het woord voerde, heeft nogmaals de aandacht gevestigd op de uitbreiding van de stad en het daarmee samenhangende probleem van de verdringing van de tuinbouw uit het Westen. In dit verband achtte hij het mogelijk een gelukkig verschijnsel, dat de tuinbouwgronden in Hees minder geschikt zijn bevonden. Als mogelijkheid van vervanging van deze gronden noemde hij verplaatsing van de tuinbouw naar de Ooij. Voorts sprak de burgemeester als zijn stellige verwachting uit, dat met de uitbreiding van de stad ook de veiling in belang zal toenemen. Namens het gemeentebestuur richtte hij tenslotte een woord van dank aan hen, die onder leiding van het bestuur de nieuwe veiling hebben gebouwd. De heer Pijnenborg wenste hij in het bijzonder geluk met de bereikte resultaten.

Hierna werd nog gesproken door de heren M. Prins, voorzitter van het Centraal Bureau Tuinbouwveilingen in Nederland, W.M. Driessen, voorzitter van het Bedrijfschap voor Tuinbouwproducten en van het Bedrijfschap voor Groente en Fruit, dr. A.J. Verhage, voorzitter van het Bedrijfschap voor Sierteelt producten, en R. Mol, voorzitter van de Groothandel Groente en Fruit, waarop de minister Mansholt de toegang tot de tentoonstelling openstelde door het doorknippen van een lint met een speciaal voor deze gelegenheid vervaardigde, met druiventrosjes bewerkte schaar, die hem door Annie Pijnenburg werd aangeboden.” Vervolgens wordt ingegaan op de tentoonstelling (Nijmeegsch dagblad, 2-10-1950)

De afbraak van het veilinggebouw van de Nijmeegse Veiling ; hier zouden in 1980 huizen gebouwd worden aan de Zwaluwstraat, Marialaan 104 Biezen, 6/1/1976 (Jan Cloosterman via 	F29578 RAN CCBYSA)
De afbraak van het veilinggebouw van de Nijmeegse Veiling ; hier zouden in 1980 huizen gebouwd worden aan de Zwaluwstraat, Marialaan 104 Biezen, 6/1/1976 (Jan Cloosterman via F29578 RAN CCBYSA)

Biezen/Waterkwartier

Hoewel Biezen de officiële naam is, noemen veel Nijmegenaren de wijk het Waterkwartier. Het is een van oudst bewoonde gedeelten…

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.