Een vrachtwagen (merk Ford) van de N.V. de Haan & Van Benthem, Rembrandtstraat, 1925 (F53732 RAN)
Vooraf: Serena Gloeilampenfabriek
Het pand was in 1915 gebouwd als de Serena Gloeilampenfabriek. (PGNC 1/1/1916)
In juni 1915 blijken de statuten van de N.V. “Serena” Metaal-Gloeilampenfabriek (“De Heldere” Metaal-Gloeilampenfabriek) te zijn goedgekeurd. Het doel is het “behalen van winst door het vervaardigen van en handeldrijven in electrische gloeilampen en aanverwante artikelen, zoomede alles wat in de ruimsten zin tot dezen tak van bedrijf kan worden gerekend of met de electrotechniek in verband staat.
Het kapitaal der vennootschap bedraagt f250.000, verdeeld in 250 aandelen van f1000, waarvan door oprichters zijn genomen en volgestort 50 aandeelen”. De overige aandelen moeten binnen 10 jaar zijn volgestort. (De Gelderlander 6/6/1915)
Er zijn een aantal personeeladvertenties gevonden:
In PGNC 29/8/1919 Nette meisjes van 18-22 gevraagd. Het adres is dan Rembrandtstraat 60.
In De Gelderlander 27/11/1920 een Juffrouw voor de Loonadministratie
De Gelderlander 14/10/1922 eenige nette meisjes
Een levensbeschrijving van van Benthem staat op: https://www.noviomagus.nl/h1.php?p=var274.htm en dan vooral het bidprentje. Het bidprentje vertelt tevens dat Serena wegens patentmoeilijkheden in 1924 werd stilgelegd.
Showroom Ford
“Showroom Ford-automobielen.
De Showroom van de firma de Haan en van Benthem, de officieele Ford-importeurs hier ter stede, wordt hedenmiddag geopend. Zij is een aanwinst voor de Rembrandtstraat, waar de ruime garages en werkplaatsen gevestigd zijn. Naar het ontwerp van den heer Reijnen, architect te dezer stede, is een fraaie uitbouw tot stand gebracht, welke zich op welgeslaagde wijze aanpast bij den vroegere gloeilampen-fabriek, die ruimte, licht en lucht in overvloed bood voor hare nieuwe bestemming.
De showroom is als het ware een vitrine van groote afmetingen. De enorme spiegelruiten stellen de voorbijgangers in staat de geëxposeerde automobielen van drie kanten te bezichtigen. Toen wij er heden een kijkje namen zagen wij, in een smaakvolle entourage van planten en bloemen, een gesloten “Lincoln”, den schitterenden S-cylinder, die al het comfort heeft van een eerste klasse luxe wagen. De voortreffelijke eigenschappen van zijne motor zijn overbekend. Verder stond er een keur van meer bekende producten der Ford-fabriek: een elegante coupé (gesloten two-seater), het wagentje voor doktoren, zakenmenschen enz., een Ford-Touring (open 5 persoons-auto) een bestel-chassis.
De keurige afwerking van de Showroom valt te roemen. De firma Hofman en Arts, die het werk heeft uitgevoerd, de heer C. Burgers (Grootestraat), die het schilder- en de heer Peters (v. Rosendaelstraat), die het stucadoorwerk heeft verricht, leggen er alle eer in.
De garage zal, wanneer de thans nog niet in gebruik genomen tweede helft van de voormalige fabriek er bij getrokken zal zijn, een oppervlakte hebben van 2000M², terwijl bij de fabriek nog eenzelfde oppervlakte grond ligt. De accomedatie, waarover de firma De Haas en Van Benthem beschikt, is dus van dien aard, dat het bedrijf zich wat de ruimte betreft schier onbegrensd kan ontwikkelen.
Een aardige reclame.
De firma De Haas en Van Benthem, Rembrandtstraat, de officieele Ford-importeurs te dezer stede, zullen Zondag 16 Augustus, ter gelegenheid van de opening der Nationale Voedings- en Huishoudtentoonstelling, een bruidspaar, Kloris en Roosje met de bruiloftsgasten in een aantal Ford-auto’s feestelijk door de stad rijden om hen naar De Vereeniging te brengen, waar de bruidstoet de Tentoonstelling zal bezoeken. De gasten komen met een versierde extra-pont van de overzijde, aan de Waalkade aan, waar de stoet begint.
Nadere bijzonderheden over den te volgen weg- o.a. langs het Stadhuis- zullen tijdig bekend gemaakt worden.” (PGNC 9/8/1924)
W.Th. Reynen ontwierp veel sociale huurwoningprojecten voor de Woningvereeniging Nijmegen. Daarnaast komen we hem regelmatig tegen als ontwerper van woon-winkelpanden…
Deze pagina verzamelt reeds gemaakte artikelen over de wijk Altrade. Romeins amfitheater hoek Rembrandtstraat-Mesdagstraat In de buurt van Romeinse legerkampen…
Voormalig Klooster Dominicanessen, Dominicanenstraat 6 (september 2024)
Een eeuw lang stonden er drie grote panden van de Dominicanessen naast elkaar aan de Dominicanenstraat: scholen en een klooster. Het onderwijs werd gegeven door de Congregatie van de Dominicanessen van de H. Catharina van Siëna (ook bekend als de Dominicanessen van Voorschoten).
In 1895 worden de Dominicanessen van de H. Catharina van Siëna gevraagd les te geven.
Bewaarschool
Vanaf de Berg en Dalseweg in de richting van de Daalseweg. Rechts de St. Canisius MAVO in het voormalige St. Vincentiusklooster, dat later plaats maakte voor het appartementencomplex de Dominicaan, 1987 (Anton van Roekel via F67261 RAN CCBYSA)
Het begon met een bewaarschool.
De bouw van bewaarscholen met bovenwoning op een terrein aan de Kerklaan werd op 13 augustus 1895 namens het bestuur van het klooster der Eerw. Zusters Dominicanessen in Voorschoten, aanbesteed. Hiervan was W. van Aalst uit ’s-Hertogenbosch (waarschijnlijk) de architect, omdat bij hem de inlichtingen te verkrijgen zijn. (De Gelderlander 1/8/1895)
Daarbij wordt de Dominicanenstraat, welke pas sinds 22 februari 1896 zo heet, nog “Kerklaan” genoemd. “Vervallen naam van een gedeeltelijk nog bestaand smal straatje achter de R.K. kerk aan den Berg en Dalscheweg en de scholen der zusters Dominicanessen aan de Dominicanenstraat. Vroeger verbond dit straatje den Daalscheweg met de Dominicanenstraat.” (Teunissen 1933 zoals weergegeven in het Straatnamenregister) https://gaypnt.home.xs4all.nl/straatnamen/K.html
“Nijmegen, 1 April.
Gister was het voor de Eerw. Zusters Dominicanessen, die van af den 15e April haar vaste woonplaats binnen Nijmegen hebben gevestigd, een blijde en heugelijke dag. Het gold de inwijding en opening der nieuw gestichte school aan de Dominicanenstraa. Ten 9½ uur droeg de Zeer Eerw. heer A.P. v.d. Geest, Pastoor der St. Dominicus-Kerk, geassisteerd door de E.E. Paters B. Mohrmann en Th. Vermeulen, eene plechtige H. Mis op in de kerk van Onze Lieve Vrouw aan den Berg en Dalsche weg, om Gods rijkste en overvloedige weldaden af te smeeken over haar, die ook hier het heil der jeugd met algeheele toewijding gaan behartigen. Nadat de H. Mis geëindigd en de “Veni Creator” aangeheven was, had de plechtige inwijding plaats van het nieuwe schoolgebouw, hetwelk vooral uitmunt door zijne ruime en gerieflijke lokalen. Moge op deze nieuwe ondernemening der Dominicanessen, welke nu reeds de schoonste verwachtingen schijnt te overtreffen, Gods zegen ruimschoots nederdalen; moge zij steeds meer en meer in bloei toenemen, opdat Nijmegens burgers getuigen mogen zijn dierzelfde vruchten, welke andere plaatsen in ons land van de opoffering en toewijding dier Eerw. Zusters reeds zoo overvloedig hebben ingeoost.” (De Gelderlander 22/4/1896)
Wilhelmus Theodorus van Aalst (Geertruidenberg, 5 februari 1856 – ‘s-Hertogenbosch, 11 november 1927) was een Nederlands architect.
Hij was de zoon van Johannes Henricus van Aalst (1818-1861), een broodbakker, en van Maria Catharina Reniers (1823-1860). Ze zouden beiden jonge te komen, waardoor Willem op zijn vijfde weeskind was.
Als jonge bouwkundige woonde hij in verschillende plaatsen in Noord-Brabant. In ieder geval: Helmond, Uden, Strijp, in 1887 de eerste keer in ’s-Hertogenbosch en in maart 1888 in Veldhoven. In maart 1888 vestigde hij zich in ’s-Hertogenbosch.
Hij trouwde op 20 oktober 1892 met Louisa Maria Martina van Grinsven (26-9 1867). Zij zullen 5 kinderen krijgen, waarvan er 2 als baby overlijden (na 8 en 13 maanden).
Architect W.Th. van Aalst
Waarschijnlijk was architect W.Th. van Aalst de architect.
Wilhelmus Theodorus van Aalst (Geertruidenberg, 5 februari 1856 – ‘s-Hertogenbosch, 11 november 1927) was een Nederlands architect.
Hij was de zoon van Johannes Henricus van Aalst (1818-1861), een broodbakker, en van Maria Catharina Reniers (1823-1860). Ze zouden beiden jonge te komen, waardoor Willem op zijn vijfde weeskind was.
Als jonge bouwkundige woonde hij in verschillende plaatsen in Noord-Brabant. In ieder geval: Helmond, Uden, Strijp, in 1887 de eerste keer in ’s-Hertogenbosch en in maart 1888 in Veldhoven. In maart 1888 vestigde hij zich in ’s-Hertogenbosch.
Hij trouwde op 20 oktober 1892 met Louisa Maria Martina van Grinsven (26-9 1867). Zij zullen 5 kinderen krijgen, waarvan er 2 als baby overlijden (na 8 en 13 maanden).
Werk
Hij bouwde veel kerken, pastorieën, scholen en woningen. De Bossche Encyclopedie over zijn kerkgebouwen: “het zijn nagenoeg allemaal driebeukige neogotische kruisbasilieken.”
Van Halteren
Van 1920 tot 1925 associeert hij zich met architect Johannes J.M. van Halteren (Amsterdam 1893 – ´s-Hertogenbosch 1973). Van Halteren kwam naar Den Bosch en werd later de huisarchitect van de congregatie van de Zusters van de Choorstraat. In 1925 werd de compagnonschap tussen beide bouwmeesters verbroken. Van Halteren ontwierp in Nijmegen de Piushove.
Tot nu toe Gevonden werken
1887 Aloysiusgesticht (Bossche Encyclopedie)
Fraterhuis, Cuyk (Bossche Encyclopedie)
1889 bijdrage aan de St. Clemenskerk; vergroting koor in 1900, Hulsel (Bossche Encyclopedie)
1890-1916 – “Verscheidene gebouwen voor congregatie Zusters van Liefde, Tilburg (samen met L. Goyaerts)”
Advertentie opening school Sint-Catharina-gesticht Dominicanenstraat (De Gelderlander 23/9/1897)
“Sinds verleden jaar de bewaarscholen der Eerw. Zusters Dominicanessen in de Dominicanenstraat geopend werden, mag deze inrichting zich in zulk een bloei verheugen, dat thans ook gelegenheid voor lager onderwijs zal worden gegeven. Den 1sten October a.s. zal de leerschool een aanvang nemen. Daar het onderwijs dezer Congregatie te Amsterdam, Rotterdam en elders bij bevoegde autoriteiten hoog staat aangeschreven, twijfelen wij niet, of ook hier zal haar onderwijs worden gewaardeerd en vruchten dragen. Dat het geheel beantwoorden zal aan de billijke eischen des tijds; door degelijkheid, practischen zin en godsdienstigheid zal uitmunten, behoeft geen betoog. Het katholieke Nijmegen zij daarom gelukgewenscht met deze belangrijke versterking van het godsdienstig leven, want een godsdienstige jeugd is de grondslag voor een godsdienstige maatschappij.
Binnen korten tijd zal, naar wij met genoegen vernemen, aan deze inrichting een normaalcursus voor hoofakten en vreemde talen verbonden worden.” (De Gelderlander 22/9/1897)
School voor Minvermogenden
Op 2 juni 1899 vindt de inwijding plaats van de school voor minvermogenden. Het PGNC 3/6/1899 noemt het de St. Catharinaschool: “Dit ruime, geheel naar de eischen des tijds ingerichte schoolgebouw voor meisjes, is de tweede inrichting voor onderwijs, door de Eerw. Zusters Dominicanessen, sedert hare vestiging te dezer stede gesticht.”
De Gelderlander plaatst een uitgebreid artikel:
“Men herinnert zich dat in Februari van het vorig jaar, onder hooge goedkeuring van mgr. Van de Ven, onder krachtige aanmoediging van den hoogeerw. heer Deken en met toestemming van de zeereerw. heeren pastoors der stad, een beroep werd gedaan op de liefdadigheid der Nijmeegsche Katholieken in het belang van een op te richten school voor minvermogende kinderen in het nieuwe stadsgedeelte bij de Berg-en-Dalsche straat.
De offervaardigheid van het katholieke Nijmegen heeft zich alweer niet onbetuigd gelaten. En het bewijs daarvan mogen wij zien in het fraaie schoolgebouw, met ruime en helder verlichte klaslokalen, dat niet ver van de reeds bestaande scholen der eerw. zusters Dominicanessen thans aan de Dominicanenstraat verrezen is.
Den 2den Juni had de plechtige inwijding plaats van het nieuwe schoolgebouw, waarvoor zoo menig ingezetene zijn penninkske geofferd heeft; maar waarvoor toch nog heel wat zal moeten geofferd worden, wil het geheel voldoen aan de behoeften der zich steeds uitbreidende buitenwijk. Want, gelijk de eerw. zusters in haar circulaire zeiden, zijn het voornamelijk de minvermogenden, in deze buitenwijk zoo ruimschoots vertegenwoordigd, die haar hulp het meest behoeven.
Des morgens om negen uur werd in de bijkerk aan de Berg-en-Dalsche straat, door den zeereerw. pastoor Van der Geest de H. Mis opgedragen om God te bedanken voor de verkregen uitkomsten en Zijn zegen over de nieuwe school af te smeeken. Onder de H. Mis, opgeluisterd door Latijnsche gezangen van eenige eerw. paters, sprak de pastoor een stichtend woord. De kerk prijkte nog in den schoonen bloemendos van den feestdag van het H. Sacrament. Tusschen het groen ontwaarde men het beeldje van het Kindje Jezus, dat zegenend zijn handje naar de kinderen uitstrekte. Deze waren in het middelpad gezeten en zongen vóór en na de Mis een toepasselijk liedje.
Na de Mis begaf de zeereerw. pastoor zich in priestergewaad, door het processiekruis voorafgegaan en begeleid van fraters, die kaarsen en wierookvat droegen, naar het gebouw. De stoet, die hem volgde, bestond uit eenige paters, de kinderen, de zusters, weldoeners en belangstellenden. Na de inwijding namen de 40 kleinen plaats in het voor haar bestemde lokaal en werden daar getrakteerd.
Thans hebben de zusters haar lang gewenscht doel bereikt en mogen zij haar deuren openen voor elken stand der maatschappij. Zij bezitten thans leer- en bewaarscholen niet alleen voor kinderen uit den gegoeden en den burgerstand, maar ook die der minvermogenden. Op de eerstbedoelde school kunnen de kinderen alles leeren, wat aan hun stand voegt n.l. de vreemde talen, piano, teekenen, schilderen enz. Reeds een twaalftal kinderen bezoeken die leerschool en het laat zich aanzien, dat bij de voortreffelijkheid van het onderwijs, dit aantal spoedig zal aangroeien. In het geheel ontvangen thans meer dan 300 kinderen onderricht van de eerw. zusters Domincanessen.
Eén wensch blijft nu den zusters nog over, n.l. tusschen de beide schoolgebouwen een eenvoudig klooster te laten verrijzen.
Thans moeten zij zich met eenige ledige schoollokalen behelpen; doch neemt het aantal kinderen toe, dan zijn zij genoodzaakt in de nabijheid een of ander huis te betrekken, dat toch zeker minder geschikt zal zijn om een 17-tal zusters, wier aantal naar onevenredigheid der leerlingen toeneemt, te huisvesten. De beproefde offervaardigheid der Nijmeegsche katholieken zal haar echter ongetwijfeld wel steunen in haar pogen tot stichting van een eigen huis.” (De Gelderlander 4/6/1899)
Klooster Dominicanessen
1904 Dominicanenstraat 6
Het St. Vincentiusklooster (1904) en de scholen van de Zusters Dominicanessen, 1929-1931 (Uitg. Brinio via F28168 RAN)
Dan volgt ook het gewenste klooster. Het ontwerp van het klooster en om de bestaande school te vergroten is afkomstig van bouwkundige Wijnandus Johannes Hermanus van der Waarden. De bouwtekening is van 12 september 1903. De vergunnin wordt op 22 december 1903 verleend.
vergroten is op 22 december 1903 verleend.
“Inwijding van het Dominicanessen klooster aan de Dominicanenstraat.
Een mooi en krachtig bewijs van den vooruitgang van het katholiek onderwijs in onze stad levert ongetwijfeld de voorspoedige ontwikkeling der Zusterschool in de Dominicanenstraat. Voor ongeveer acht jaren op kleine schaal begonnen, is zij thans een der uitgebreidste inrichtingen van dien aard in onze stad.
Achtereenvolgens verrezen in de Dominicanenstraat twee kolossale schoolgebouwen, en daartusschen is thans een werkelijk prachtig woonhuis of klooster opgetrokken voor de eerw. Zusters, die zich tot dusver met enkele lokalen in het schoolgebouw behielpen. De gestadige uitbreiding van het getal leerlingen, dat thans al over de 800 bedraagt, waarvan een groote 500 minvermogenden, maakte het noodig dat ook die lokalen voor het onderwijs in gebruik werden genomen, en thans is daarom voor de eerw. Zusters een afzonderlijk woonhuis gesticht, dat aan beide zijden met de schoolgebouwen verbonden is.
Met zijn breeden en hoogen gevel, door gekleurden en verglaasden steen verlevendigd, heeft het gebouw aan de straat een hoogst vriendelijk voorkomen. Binnengetreden, krijgt men dadelijk den indruk van groote ruimte en uitgestrektheid: die grootte van het gebouw behoeft echter niet te verwonderen, als men bedenkt, dat het op het oogenblik al 37 zusters moet herbergen. Het is gebouwd voor een groote veertig: er zijn ten minste 43 slaapcellen.
Gelijkvloers bevat het gebouw rechts van den ingang een ontvangkamer met suite voor de eerw. Zusters en links een drietal spreekkamers.
Daarachter zijn gelegen een ruime recreatiekamer, een naai- of werkkamer en een keuken met bijkeuken. Het uitgestrekte sousterrein bevat den refter, die door een lift tot het aflaten der spijzen met de daarboven gelegen keuken verbonden is, een studiezaal die evenals de refter met uitzicht op den tuin en aan de straatzijde ruime kelders.
Op de eerste verdieping heeft men de fraaie kapel, een ziekenkamer en de reeds genoemde slaapcellen, voor welker ventilatie op hoogst doelmatige wijze is gezorgd, daar zij alle met de vensters uitkomen op een open binnenplaats.
Het kolossale gebouw doet zoowel om de doelmatige inrichting en verdeeling, als om de keurige afwerking bijzondere eer aan den bouwmeester en uitvoerder, den heer W.J.H. van der Waarden, terwijl ook de opzichter, onder wiens leiding de verschillende werkzaamheden werden uitgevoerd, de heer J.J. de Groot, met lof verdient vermeld te worden. Bij het doorwandelen van het gebouw treft overal de bijzonder mooie lichtverdeeling; overal, tot zelfs in de gangen en in het sousterrein is het even helder. In de zalen en vertrekken zijn de vloeren van gewast Amerikaansch grenenhout; in de portalen en gangen liggen meest mooie Italiaansche terrazzo-vloeren, geleverd door den heer Joh. van der Waarden. Als uitvoerder van het schilderwerk mag met eere genoemd worden de heer J.A. Aalbers, terwijl de heer J. Rief op voortreffelijke wijze voor het stukadoorwerk zorgde.
Hedenmorgen om halfacht werd het gebouw plechtig ingewijd door den zeereerw. Pater Provinciaal der Domincanessen, L. Theissling, waarna door Zijneerw. een plechtige H. Mis werd opgedragen aan het rijk met bloemen versierde altaar der kapel…” (De Gelderlander 22/11/1904) Daarna vervolgt het artikel met een verdere beschrijving van de plechtigheid.
OVER Wijnandus Johannes Hermanus van der Waarden (Nijmegen, 15 november 1860 – Nijmegen, 25 september 1930) Wijnandus Johannes Hermanus van…
Vincentius Ferrerius
Boven de ingang van het klooster staat het beeld van Sint Vincentius Ferrerius.
Wikipedia: ”Vincent Ferrer, OP (Valencia, 23 januari 1350 – Vannes, 5 april 1419) was een Spaanse dominicaanse theoloog en missionaris die bekend stond om zijn preken en zijn inspanningen om het christendom te verspreiden tijdens de late Middeleeuwen. Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste predikers van zijn tijdperk en had een grote invloed op de katholieke kerk in Europa.”https://nl.wikipedia.org/wiki/Vincent_Ferrer “Hij studeerde theologie en werd al snel bekend om zijn scherpe intellect en zijn vermogen om complexe theologische concepten op een toegankelijke manier uit te leggen.” Hij reisde door verschillende landen van Europa om te preken, “Hij stond bekend om zijn charisma en zijn vermogen om grote menigten te boeien met zijn preken. Ferrer wordt vaak herinnerd vanwege zijn inzet voor de armen en de zieken, en zijn ijver voor het bekeren van niet-christenen tot het christendom.” www.wijkcomiteoost.nl/klooster-en-school-dominicanenstraat/: “Vincentius moest dus een voorbeeld zijn om in elke omstandigheid de katholieke beginselen uit te dragen.”
In Nederland is waarschijnlijk vooral bekend geworden door de komst van de Franse Dominicanen naar Rijckholt in 1882. Zij introduceerden en stimuleerden zijn devotie.
Boek en bazuin: prediking Laatste Oordeel
Vincentius preekte in opdracht van de tegenpaus in Avignon vooral over de aankondiging van het Laatste Oordeel. Later zou Vincentius overigens de paus in Rome steunen. Als boeteprediker -en zoals hij regelmatig wordt afgebeeld met deze tekst in een lint boven zijn hoofd- is zijn kernboodschap dan ook Openbaring 14:7: “Vrees God en geef Hem eer, want het uur van zijn oordeel is gekomen.” Een oproep tot bekering nu het nog kan.
Het beeld toont hem ook met zijn attributen: een boek en bazuin. De bazuin is een symbool van de aankondiging van het Laatste Oordeel.
In de Openbaring 8-11 blazen 7 engelen op een bazuin, waarbij bij de eerste 6 steeds een ramp volgt. De 7e kondigt de voltooiing van Gods koningschap aan. Vanwege zijn bevlogenheid en succes wordt hij in beeltenissen ook wel geïdentificeerd met deze engelen, als zou hij zelf op de bazuin blazen.
Daarnaast toont hij een boek. Afgaande op de inzoom van Noviomagus lijkt er Sapientiar Domini te staan, waarbij het waarschijnlijk gaat om Sapientiam Domini: “De Wijsheid van de Heer”.
Zoals Rob Essers op Noviomagus opmerkt, staat op de bouwtekening een heilige met een staf getekend. Waarom dit is, is niet bekend: mogelijk wilde Van der Waarden slechts aangeven dat daar een heiligenbeeld geplaatst zou worden.
(Overige) Bronnen over Vincentius Ferrerius en verder lezen
De heer J.A. Peeman, fabrikant van minerale wateren, handelaar in wijnen en gedistilleerd en hoofdagent van de Amstel-Bierbrouwerij, opent morgen in het perceel Hatertsche weg no. 162 een nieuwe zaak, zijnde zijn eerste filiaal-slijterij. Zooals men weet is het hoofdkantoor van deze firma gevestigd aan den Weldeck Pyrmontsingel no. 6.
Naar het ontwerp van den heer J.J.M. Jetten, architect alhier, die zich op loffelijke wijze van zijn opdracht heeft gekweten, heeft de heer Peeman aan den Hatertschen weg een dubbel pand met bovenwoningen doen bouwen. Het geheel maakt een keurigen indruk. Er zit in het gebouw een goede symetrie. Dank zij de medewerking, ondervonden van het Gemeentebestuur en den directeur van het Bouw- en Woningtoezicht, den heer H. Rauch, staat het pand rechthoekig aan den weg en heeft een flink, betegeld voorpleintje, dat aan weerszijden door een stevig hek wordt begrensd.
De nieuwe zaak is naar de eischen van deze tijd gebouwd. De tapperij is ruim, goed verlicht en praktisch ingericht. Daarachter bevindt zich een ruim kantoor, beneden een frissche kelder, waarin de dranken op de juiste temperatuur kunnen worden gehouden.
Het andere gedeelte van het dubbele pand is een café, dat geheel afgescheiden van de zaken der firma Peeman zal worden geëxploiteerd en binnenkort geopend wordt.
De bovenwoningen van beide perceelen hebben aparte opgangen, mooie kamers, en zijn van alle gemakken voorzien. Het werk is uitgevoerd
Café-Restaurant Hotel Royal van de Wed. E.W. Poos-Aengenent (adres Prins Hendrikstraat 40-42) met de stalhouderij op de Waldeck Pyrmontsingel 4 (links), foto gedateerd 1925 (F15997 RAN)
In 1925 opent op de hoek van de Prins Hendrikstraat en de Waldeck Pyrmontsingel Café-Restaurant Royal van de weduwe E.W. Poos-Aengenent. De architect was J. Jetten. Hiervoor had op deze plek de stalhouderij gezeten, welke functie ook dan nog wordt vervuld. In de Tweede Wereldoorlog wordt het gebouw verwoest.
“Café-Restaurant “Royal”.
Heden zal de opening plaats vinden van het café-restaurant “Royal”, dat verrezen is in de Prins Hendrikstraat op den hoek van den Waldeck Pyrmontsingel. Gedurende vele jaren was daar, gelijk men weet, de stalhouderij van de firma Poos gevestigd. Deze blijft bestaan, maar door een praktische verbouwing heeft men ruimte vrij gekregen voor een flink, modern café, dat een sieraad is voor deze omgeving. Inwendig is het 95 vierk. M. groot; het bevat een groot, sierlijk buffet, een biljart en leestafel, terwijl men door het aanbrengen van z.g. boxen langs den wand de gezelligheid, die er nu al is, nog hoopt te verhoogen. De ramen, met bovenvensters van fraai gebrand glas in lood, kunnen worden omlaag geschoven, waardoor des zomers het 100 vierk. M. groote terras als ’t ware één geheel wordt met het café.
Daar achter, met uitgang in de Prins Hendrikstraat, is thans het koetshuis gelegen, waar men nog alle ruimte heeft voor het onderbrengen van de rijtuigen der stalhouderij. De stal, die kleiner geworden is, grenst daar aan.
Ter zijde van het café zal in de Prins Hendrikstraat een winkelhuis worden gebouwd. Wanneer dit voltooid zal zijn komen wij er nog wel nader op terug.
Dit belangrijke bouwwerk is in eigen beheer uitgevoerd naar de plannen van den heer J. Jetten, architect alhier, die daarme veel eer inlegt. Het schilderwerk is verricht door den heer Th. Delgeijer, het glas in lood geleverd door den heer Leenders te Berg en Dal.” (PGNC 3/10/1925)
Weduwe P.J. Poos
In 1912, 1913-1914, 1914, 1915 en 1916 komt Wed. P.J. Poos, geb. P.A. Vierboom, stalhouder voor op Prins Hendrikstraat 42. (In 1940 woont zij op Molenstraat 121); daarbij lijkt het waarschijnlijk dat het bedrijf de stalhouderij “Firma P.J. Poos, Waldeck Pyrmontsingel 42” betreft (eveneens in deze adresboeken).
Daarnaast wordt op Glashuis 4 in het adresboek 1914 L. Poos, koetsier, gevonden.
In 1920 komt de stalhouderij Firma P.J. Poos voor op Prins Hendrikstraat 42. In de tot nu toe gevonden adresboek komt in 1932, 1934, 1936 en 1938 “Poos Wed. J., geb. E.W. Aengenent, café-restaurant “Royal” op Prins Hendrikstraat 42, stalhouderij Waldeck Pyrmontsingel 4″ voor.
In 1940 woont Wed. J. Poos, geboren Aengenent al op van Heutzstraat 6. Volgens het Adresboek 1959 woont mw J.C. Poos daar nog steeds.
Drie chauffeurs van garagebedrijf Poos die opgesteld staan voor hun wagens. Van links naar rechts: onbekend, de heer Poos en de heer Pijpers. Rechts het Café-Restaurant Hotel Royal van de Wed. E.W. Poos- Aengenent (op de hoek van de Prins Hendrikstraat 40-42), Waldeck Pyrmontsingel 4 Altrade, 1936 (F15996 RAN)
J.P.G. Poos
J.P.G. Poos, stal- en garagehouder komt in ieder geval in 1934 op Prins Hendrikstraat 38 en daarna in de Adressboeken 1936, 1938 en 1940 op nummer 26. (In 1932 komt hij nog niet voor). Uit het straatnamenregister van Rob Essers wordt duidelijk dat het een hernummering betreft en dat Prins Hendrikstraat 26 in september 1944 tijdens oorlogshandelingen is verwoest.
Zoals hierboven te lezen, komt J.P.G. Poos vervolgens voor op de Heutszstraat 6.
In ieder geval komt J. Poos, Prins Hendrikstraat 20 nog in het Adresboek van 1966 voor.
Boven de ingang naar het Glashuis, tussen Lange Hezelstraat 58 en 60 is een houten bord te zijn. Deze is inmiddels weer wat vergaan en vaag zijn er nog letters op te vinden. Wat is er over dit bord te vinden?
Hoek Prins Hendrikstraat Waldeck Pyrmontsingel, maart 2025 (Google Streetview)
Altrade Deze pagina verzamelt reeds gepubliceerde artikelen over de Waldeck Pyrmontsingel De naam Waldeck Pyrmontsingel De naam Waldeck Pyrmontsingel herinnert…
In 1925 vestigen de Augustijnen zich in het nieuwe klooster aan de Graafseweg. Zij waren daarmee na 100 jaar weer terug in Nijmegen. Het ontwerp van het klooster was van architect Kayser.
Inwijding Augustijnerklooster te Nijmegen
Op 26 november 1925 werd het klooster van de orde van de Augustijnen plechtig ingewijd. Het klooster werd ontworpen door de hoofdzakelijk in Limburg werkende architect ir. Jules Kayser (02-10-1879 Venlo – 20-10-1963 Venlo). Het klooster werd echter nooit volledig afgebouwd, Graafseweg 274, 1930 (F11728 RAN)
“Onze Nijmeegsche correspondent bericht: Donderdagmorgen werd te Nijmegen het nieuwe klooster der E.E. P.P. Augustijnen plechtig ingezegend. Om half elf droeg Mgr. C. A. van Son, Deken van Nijmegen, in de openbare kapel der Augustijnen aan den Graafschen weg een plechtige H. Mis op.
Na de H. Mis verrichtte de Hoogeerw. heer Deken van Nijmegen, namens Z.D.H. Mgr. Am. Diepen, de plechtige inwijding van het klooster, tevens theologisch studiehuis der E.E. P.P. Augustijnen, die hun theologisch studiehuis met het oog op de R.K. Universiteit van Utrecht naar Nijmegen hadden overgebracht.
Na afloop van deze plechtigheid heeft Mgr. van Son de Paters Augustijnen, die zich weder in Nijmegen komen vestigen, in huldigende woorden toegesproken.
De hoogeerw. Provinciaal Pater van Rijn, dankte, waarna wethouder W. v. d. Waarden de Paters huldigde namens het Nijmeegsche Gemeentebestuur.
In den namiddag van het inwijdingsfeest hielden de E.E. P.P. Augustijnen in hun nieuw, statig, doch sober kloosterhuis receptie. Velen maakten hiervan gebruik om het klooster binnen en buiten in oogenschouw te nemen.
Het klooster is opgetrokken in modernen bouwtrant van een sobere lijn, staat aan den Graafschen weg in een rustige omgeving, nabij den Wolfskuilschenweg.
De architect-ingenieur, de heer Kayser, uit Venlo, ontwierp den bouw en deed voor de men uitwendige stemmige versiering van den kloosterbouw een dankbaar gebruik maken van de Nederlandsche baksteen, welke, in rijke nuanceering gebruikt, een frisschen indruk maakt.
Beeld H. Joannes di So. Facundo boven ingang Augustijner klooster, Graafseweg (november 2024)
De tuin van het klooster, in allen eenvoud aangelegd, verlevendigt den ingang. Bij de hoofdpoort verheft zich het gestyleerde beeld van den H. Joannes di So. Facundo, de heilige van het Sacrament, fraai stijlvol uitgevoerd beeld van den Roermondschen kunstenaar Thiessen.
Als om den kloosterhof, liggen de verschillende afdeelingen en de kapel geprojecteerd, en om den tuin loopen breede, in stemmigen kleurtoon gehouden wandel- of bidgangen.
Links van de kloostergang bevindt zich de tijdelijke huiskapel, later geheel in te richten tot studiebibliotheek, welke nu reeds bijkans geheel uit Utrecht naar het Nijmeegsche klooster is overgebracht.
Daarnaast is de recreatiezaal voor de Zeer Eerw. Paters, die het uitzicht hebben op het omringende bosch. De achtergevel wordt ingenomen door de refter met daaraan grenzende keuken.
Op de eerste verdieping bevinden zich aan de voorzijde de kamer voor den HoogEerw. Pater Provinciaal en van den tegenwoordigen procurator van het Nijmeegsche klooster, de ZeerEerw. Pater Th. v. d. Vloodt.
Op deze verdieping zijn verder de zitkamers voor de ZeerEerw. Paters en de kamers voor de Eerw. Broeders.
De tweede verdieping, ook weer als in carré gelegd om den kloostertuin, is geheel bestemd voor professorium. Hier verblijven de fraters theologen.
Het klooster der E.E. P.P. Augustijnen is thans bewoond door vier Pater Professoren, drie Paters-theologanten, elf fraters-theologanten en vijf Eerw. Broeders.” (De Tijd: godsdienstig-staatkundig dagblad, 26-11-1925)
Ingang Augustijner klooster (november 2024)
Augustijnen na 100 jaar terug in Nijmegen
De komst van Augustijnen betekende een terugkeer naar Nijmegen na 100 jaar afwezigheid. De Gelderlander beschrijft in 1950 bij het 25-jarig bestaan de geschiedenis van de Augustijnen in Nijmegen:
“De Augustijnen in Nijmegen
Bijna twee honderd jaar bedienden zij de kerk in het stadscentrum
Toen 25 jaar geleden de paters Augustijnen hun nieuwe klooster aan de Graafseweg betrokken, keerden zij na een onderbreking van ruim honderd jaar terug naar Nijmegen. De herinnering aan hun vroegere verblijf en werkzaamheden leefde nog voort in de St. Augustinuskerk, gelegen in de Augustijnenstraat.
Deze prachtige kerk van Cuijpers is helaas door het oorlogsgeweld vernield, en ook de Augustijnenstraat is bijna niet meer te onderkennen. Doch op het terrein waar omstreeks 1866 deze straat was aangelegd als een min of meer rechtstreekse verbinding tussen de Houtstraat en de Grote Markt, stond voordien de kerk welke de Augustijnen bijna 200 jaar hebben bediend.
In 1818 vertrok de laatste Augustijn die hier werkzaam was, Pater J.J. Smeijers, naar Emmerich, waarschijnlijk wegens de inmenging van het burgerlijk gezag in kerkelijke zaken waarmee hij zich niet verenigen kon, zodat hij het voor zijn geweten onverantwoordelijk achtte nog langer zijn functie te blijven uitoefenen.
De zielzorg in de St. Augustinuskerk werd sedertdien door de seculiere geestelijkheid waargenomen en daarna voortgezet door de Paters Carmelieten.
Het was dus een terugkeer naar Nijmegen, een heropnemen van een oude traditie, toen de Augustijnen zich in het najaar van 1925 weer in de Keizer Karelstad kwamen vestigen.
In korte trekken willen wij hier thans de geschiedenis van de Augustijnen in Nijmegen schilderen.
Na onderbreking van bijna een eeuw hervatten zij vóór vijf en twintig jaar hun werkzaamheid in ons midden
Maar kort daarop brak de grote oorlog van 1672 uit, en de bezetting van Nijmegen (1672-1674) door de Franse legers bracht voor de katholieken althans dit gelukkig gevolg mee, dat zij de St. Stephanuskerk weer in gebruik konden nemen. De missionarissen oefenden er gezamenlijk de zielzorg uit, terwijl de Augustijnen tevens arbeidden onder de Franse soldaten.
In 1674 moesten de vreemde troepen echter snel terugtrekken, en zo ontviel de St. Stephanus weer aan de katholieken en moesten zij terug naar hun verborgen schuilkerkjes.
Het kerkhuis in de Bagijnengas was, zoals gezegd, verloren gegaan en de Augustijnen stonden voor de taak hun statie weer van de grond af op te bouwen.
P. Henricus Canisius- uit de familie d’Hondt- nam samen met p. Mathias Agolla de heroprichting hiervan in 1674 ter hand, en na zeer vele en grote moeilijkheden te hebben overwonnen, konden zij in Juli van datzelfde jaar reeds heimelijk een voorlopige kapel openen, die was ingericht op een van de zolders van de bierbrouwerij van Severinus Hagens, “wonende in de Eselstraat”, zoals zij schreven. De woning en bierbrouwerij van Severinus Hagens, “De Son” geheten, waren gelegen in de Hezelstraat; als men van de Grote Markt komt, was het aan de linkerkant het tweede pand voorbij de Pijkestraat, toendertijd nog Pikkegas geheten.
Pater Agolla had zich echter voorgenomen zo spoedig mogelijk verbetering aan te brengen in de voorlopige oplossing van deze zolderkerk en hij slaagde daarin dank zij de medewerking van een zekere Joanna van der Straeten- een klopje-, door wie tussenkomst bij het volgende jaar de beschikking kreeg over een huis tussen de Houtstraat en de Markt, dat goed als kerkhuis kon worden ingericht, zij het met grote onkosten. Enkele jaren later- in 1683- werd dit huis tegen een aanzienlijke som van haar overgenomen.
Vijfentwintig jaren lang heeft p. Agolla de Nijmeegse statie bediend, waarna hij zich in het klooster te Maastricht terugtrok. Daar gaf hij nog enige bundels preken en meditaties uit, o.a. “Zedelijke Sermoonen op de Sondagen”, “Sermoonen op de Feestdagen” en “Den lijdendenden Jesus”, en op het titelblad vermeldde hij met een zekere trots “25 jaeren gewesene zendelingh in de zendinghe te Nijmegen”.
Het was een harde werker, deze p. Agolla, die er metterdaad in geslaagd is zijn statie tot grote bloei en zijn katholieken tot een vurig geloofsleven te brengen, en dan ook reeds spoedig de hulp van een assistent nodig had. Een van dezen, een zekere p. Thomas Debbaut, kon omstreeks 1676 met voldoening schrijven aan de Vice-praefect van de Augustijnenmissie: “Godt lof, t’sedert wij t’saemen zijn geweest is onse gemeijnte een groot deel aangewassen inder voegen dat wij nu in 2 diensten lichtelijck duijsent persoonen dienen”. Nog uit verschillende andere gegevens valt de bloei der statie op te maken. En waarschijnlijk is het ook aan de betekenis van deze statie voor de katholieken van Nijmegen te danken dat P. Agollo’s opvolger P. Guilelmus Lonchin zin van 1704-1724 het dekenaat van Nijmegen- dat zich over de stad en de omliggend dorpen uitstrekte van Groesbeek tot Dreumel toe- zag toevertrouwd. Later was ook nog P. Augustinus Libens van 1741-1743 deken.
Toch heeft deze statie ook in de 18e eeuw haar moeilijkheden gekend, maar over het algemeen genomen is er een blijvende vooruitgang waar te nemen. Toen dan ook in 1789 een nieuwe kerk gebouwd moest worden, omdat het oude kerkhuis volkomen versleten en bouwvallig was, zag P. Guilelmus van der Stocken zich genoodzaakt een groter en ruimer kerkgebouw te zetten. En opnieuw had een uitbreiding plaats in 1833 onder deken Triebels totdat een vijftigtal jaren later het majestueuze bouwwerk van Cuijpers verrees om het telkens vergrote kerkje te vervangen.
Tot 1818 zijn de Augustijnen werkzaam geweest in de Nijmeegse St. Augustinus. In 1925 keerden zij terug naar Nijmegen,- weliswaar niet in de oude stadskern die zo veel herinneringen aan hun vorig verblijf bewaarde, maar in het zich uitbreidende westelijke stadsdeel- om er hun theologische studies op te bouwen in de schaduw van de jonge Nijmeegse Alma Mater. E.F.” (De Gelderlander 24/11/1950)
Schoolgebouw van de Nijmeegse School Vereniging, een neutrale school voor lager en uitgebreid lager onderwijs, ontworpen door de Nijmeegse architect Willem Hofmann; op 5 september 1931 geopend. Nu de Sint Joris school voor VMBO en is het adres Heijendaalseweg, Heyendaalseweg 45 Galgenveld, datering foto 1931-1955 (GN9487 RAN)
In 1931 wordt de nieuwe school van de Nijmeegsche Schoolvereeniging aan de Driehuizerweg (tegenwoordig Heyendaalseweg) 45 geopend. Het gebouw van aan de van der Brugghenstraat was te klein geworden en voldeed niet meer. De architect was Willem Hoffmann, die ook al een aantal verbouwingen aan de school in de van der Brugghenstraat had verzorgd.
“Nijmeegsche Schoolvereeniging.
Opening nieuwe school aan den Driehuizerweg.
Zaterdagmiddag is het nieuwe schoolgebouw van de Nijmeegsche Schoolvereeniging aan den Driehuizerweg No. 45 geopend.
Heden is de school in gebruik genomen.
Dat is een heele overgang uit het verouderde gebouw aan de Van den Brugghenstraat naar deze modelschool aan den rand van bebouwd Nijmegen – dit is als uit een oud stadshuis naar een riante villa.
Het schoolbestuur blijkt gelukkig te zijn in de keuze van den architect, den heer Willem Hofmann, een architect met bijzondere talenten en met kijk op wat practisch en tegelijk schoon is.
De school is rustig gelegen aan een belangrijkenmaar toch secundaire verkeersweg.
Men liet de klassen als in halven cirkel leggen om een ruime binnenplaats (…onleesbaar) open afsluting vormt tusschen straat en school.
De school rijst nu forsch en toch niet log op als aan een binnenplein en mag, wat bouw, en indeeling betreft, wedijveren met de fraaiste hier ter stede, ja, van het land.
Overal hebben licht en lucht vrijen toegang- het trappenhuis met breede verbinding tusschen het gelijkvloersche en de eerste verdieping, leidt als de zon tegemoet; vrij en frank straalt het daglicht door de hooge bordesvensters van zach getint, oolijk en flauwtjes gekleurd in glas en lood.
De schoollokalen zijn ruim en vrij gebouwd- met alle ramen naar binnen of buitenplaats.
De schilder was met den architect gelukkig in de keuze van kleuren: donkergroen en getemperd rood, niet te somber, ook niet te uitbundig.
Er werd bij de openingsredevoeringen voortdurend gesproken van sfeer- inderdaad heeft de knappe architect Willem Hoffmann hier een bouw ontworpen, welke in- en uitwendig de harmonie en kleur en lijn schiep, welke de sfeer bevordert.” Daarna volgt een beschrijving van de opening en de toespraken.
Architect Hoffmann is vooral bekend vanwege zijn villa’s. Zijn grootste werk is mogelijk ’t Slotje van de Baron. Ook de uitbreiding/verbouwing van het Wilhelminaziekenhuis is een groot werk. Daarnaast komen wij hem regelmatig tegen in de nieuwbouw of verbouw van horeca en winkels. Veel van zijn ontwerpen bevatten jugendstil- en art-nouveau-elementen.
Vervolg
Een uitgebreid verhaal over de Nijmeegsche Schoolvereeniging is te lezen op:
Het zusterwoonhuis Saint Louis van de zusters van Jezus, Maria en Jozef. In 1948 ontworpen door Charles Estourgie met in het ingangsgebouw enige leslokalen, in de zijvleugel de refter en studiezaal; de kapel bevindt zich op de eerste verdieping. In de gevel aan de voorzijde rechts bevindt zich het reliëf ‘Saint Louis als ridder van Christus’ van de beeldhouwer Ed van Teeseling. Het gebouw is een rijksmonument en nu in gebruik als kinderdagverblijf en kamerverhuurbedrijf. Bijleveldsingel 153, 1952 (GN9712 RAN)
Augustus 1950 opent de Mariaschool aan de Bijleveldsingel. Een school voor meisjes onder leiding van de Zusters van J.M.J., vaak ook die van “Saint Louis” genoemd. Het was een vervanging van de school op de Oude Stadsgracht, welke tijdens bombardement van 1944 was verwoest. Het ontwerp van de school was de “de laatste schepping” van architect Estourgie.
Bij de Opening
“Laatste schepping van architect Estourgie: Pastoor Hanckx zegent nieuwe Mariaschool aan de Wedren in
“Zusters met oudste papieren kregen de zwaarste klappen”
“De oudste papieren, de zwaarste klappen”, zo zei de Eerw. Pastoor Hanckx van de Molenstraat-parochie het, toen hij de nieuwe school van de Zusters van J.M.J. aan de Wedren had ingezegend. Bijna honderdvijfentwintig jaar werken deze Zusters, vaak beter bekend als die van “Saint Louis”, nu reeds voor de zegenrijke opvoeding van vele, zeer vele meisjes. De oudste papieren dus en ook de zwaarste klappen. Maar waarom daarvan de tragische gedeelten nog eens opgehaald, wanneer daar weer is een schoolgebouw, dat klinkt als een klok? De vreugde daarvan werd vertolkt door Pastoor Hanckx, Wethouder Duives, Hoofdinspecteur Stoopman en vele anderen.
In lange rijen hadden de meisjes zich vanmorgen om 10 uur achter de school opgesteld, onder hen vele bruidjes. En niet te lang behoefden ze te wachten op Pastoor Hanckx om diens inzet van het “Veni creator” te vervolgen. Diepzinnig werd deze inzegening en indrukwekkend, omdat niets was nagelaten om er al de stijl aan te geven, die bij deze gelegenheid passend was. En ge had moeten zien, hoe al die meiskes daarin opgegeaan zijn, een tikkeltje onwennig met zoveel autoriteiten om zich heen, een tikkeltje nieuwsgierig naar “wat zou ons bankje nu wel worden” en méér dan een tikkeltje onder de indruk van zoveel plechtigheid.
Niet de zusters kozen…
“De Oude Stadsgracht 28 herleeft,” zei Moeder-Overste ons. Maar zij zal toch zeker met weemoed aan dat pand hebben teruggedacht en daarvan liet ook Pastoor Hanckx blijken, nu deze nieuwe Maria-school op het uiterste puntje van zijn Parochie staat. Hij releveerde het vele werk door de Zusters verzet, o.a. in de dagen, dat nog geheel zonder subsidie moest worden gewerkt. Op 22 Februari ’44 kwam er die allergrootste tegenslag en wat toen volgde, werd een lijdensweg van vijf lang jaren. ’t Liefst zouden de Zusters weer op de oude plaats zijn begonnen, maar dit bleek onmogelijk te zijn. Met nadruk wees Pastoor Hanckx er op, dat NIET de Zusters van J.M.J. de Wedren gekozen hebben, al werd deze plaats tenslotte dankbaar aanvaard. Nimmer echter wilden de Zusters de stad van de fraaie Wedren beroven.
Bij elk nieuw gebouw…
Wethouder Duives voelde zich als een kat in een vreemd pakhuis, nu hij zijn collega van Onderwijs, die met vacantie was, moest vervangen. Maar er was verheugenis voor hem. Bij elk nieuw gebouw in de stad verheugt hij zich immer. In dit geval is het initiatief van de Zusters uitgegaan en ook dat deed Wethouder Duives genoegen, mede door particulier initiatief a.h.w. gedrongen wordt de wederopbouw te stimuleren. Spreker wees er op, hoe de Zusters in allerlei hoeken en gaten moesten worden ondergebracht voor het geven van les. Op deze dag werd dat anders, al bleven er dan nog wat hoekjes en gaatjes over. Maar wat dat betreft, beloofde Wethouder Duives alle medewerking.
Hoofdinspecteur Stoopman releveerde, hoe men aanvankelijk heeft moeten zoeken naar kelders, garages en gebouwen, die op instorten stonden. En ook hij wees er op hoe de traditie de Zusters zozeer aan de Oude Stadsgracht had doen hechten. In elk geval stond er nu een school, die er in vele opzichten mocht zijn, waar bovendien Montessori-onderwijs gegeven werd op DE MEEST ORTHODOXE WIJZE!
Muurreliëf St. Louis door Ed van Teeseling, Bijleveldsingel 153 (oktober 2025)
En anderen die spraken…
Bij afwezigheid van de Hoogeerw. Deken van Dijck was het de heer Bol, die namens de Kath. Schoolvereniging de Zusters complimenteerde. In het bijzonder dankte hij de Zusters voor haar welwillendheid met “hoeken en gaten” langere tijd dan nodig was genoegen te nemen en we omwille van de Kath. Ambachtsschool. Een zoon van wijlen architect met de schepping van deze school zijn levenswerk afsloot, memoreerde de prettige verstandhouding tussen zijn vader en de Zusters bij de totstandkoming van het fraaie gebouw. De heer v. Dijk van de St. Jozefschool kwam als a.s. buurman naar voren. Hij betreurde het, dat er voor hem geen speelgelegenheid kon komen door de bouw van school en klooster, maar was er zeker van, dat de samenwerking straks prettig zou zijn, wanneer er moeilijkheden kwamen. Immers, jongens geven hun speelterrein niet zo gemakkelijk prijs, wanneer ze daar opeens meisjes op hun weg vinden. En tenslotte was daar dan de Moeder Overste zelf, die allen dankte, die bij de totstandkoming van de school hadden meegewerkt.
Een rondgang in de lokalen heeft ons ervan overtuigd, dat Nijmegen een prachtig schoolgebouw rijker is geworden, waar in het kader van de onderwijsvernieuwing veel zegenrijk werk verzet kan worden. Op 5 September zullen de meisjes er hun eerste lessen krijgen. Zij zullen hun nieuwe omgeving stellig op prijs stellen. En waar in de paedagogie geldt, dat uiterlijke factoren de innerlijke vooraf gaan, daar is door deze school reeds les gegeven voordat de Zusters catechismus, taal-, lees- of rekenboek hebben opengeslagen.”(De Gelderlander 31/8/1950)
Bijleveldsingel, architect Estourgie, maart 2025 (Google Streetview)
Een luchtfoto van de Papierfabriek “Gelderland” ; P.S. op dit terrein tussen de Oude Weurtseweg (boven) , de Krayenhofflaan (rechtsboven) , de Voorstadslaan (rechts onderin) en de Eerste Oude Heselaan (links onderin) worden in 1985 woningen gebouwd aan de Aalscholverplaats , de Meerkoetplaats , de Reigerplaats , de Uiverplaats en de Waterhoenplaats. Geheel rechts onderin woningen aan de Kop van de Weurtseweg, Voorstadslaan, 1932 (F58411 RAN)
In 1908 besloten de studievrienden Selleger en Hoyer samen met Kortschilgen een papierfabriek te beginnen. Ze kozen daarbij voor Nijmegen vanwege de goede spoor-, water- en scheepvaartverbindingen. De fabriek kwam op de hoek van de Voorstadslaan en Krayenhofflaan. Deze was tot 1963 in gebruik, waarna het zich in een nieuwe fabriek aan de Ambachtsweg vestigde. Nadat het gebouw 13 jaar leeg had gestaan, ging het gebouw in 1976 in vlammen op.
Oprichting Papierfabriek Gelderland
Ernst Selleger, Carol Hoyer en J.P. Kortschilgen richtten de Papierfabriek Gelderland aan de Voorstadslaan op, welke in 1908 in productie ging. Het idee was echter ontstaan in Maastricht: Selleger en Hoyer waren twee oude studievrienden die elkaar toevallig in 1907 bij de kapper tegenkwamen. Daar ontstond het idee om samen met Kortschilgen een papierfabriek te beginnen. Selleger was een Zwitser die in Delft had gestudeerd. Hij is erg belangrijk geweest voor de Nederlandse papierindustrie vanwege zijn onderzoek naar papiervezels.
Ze kozen voor Nijmegen vanwege de goede spoor-, water- en scheepvaartverbindingen. Hun merk was de Ibis, omdat deze vogel tussen het papyrusriet leeft. Het logo komt overigens terug in de muurschildering die onlangs op de doorgang naar de Uiverplaats is aangebracht. In 1910, 1922 en 1929 kwam er in die jaren een extra papiermachine. Kortschilgen overleed in 1921, waarna zijn zoon Heinrich H.L. Kortschilgen hem zou opvolgen. Heinrich zou tot 1948 aan de fabriek verbonden blijven.
Daarna kwamen er moeilijke jaren vanwege de crisis in de jaren 30 en de Tweede Wereldoorlog.
Fabriek aan Maas-Waalkanaal
In 1955 werd een tweede fabriek geopend aan de Ambachtsweg, aan het Maas-Waalkanaal; in 1956 en 1962 nam de fabriek een 5e en 6e machine in gebruik. Daarnaast begon Gelderland in 1958 twee fabrieken in Indonesië, welke in 1963 echter werden genationaliseerd.
Einde Papierfabriek Voorstadslaan
Papierfabriek Gelderland fuseerde in 1963 met Papierfabriek Tielens: de nieuwe naam werd Gelderland-Tielens Papierfabrieken. In 1971 kwam een 7e papiermachine. Daarbij werd de productie met de 4 oude machines aan de Voorstadslaan stopgezet. Er werd in 1976 3 keer brand gesticht; de 3e brand zorgde ervoor dat de fabriek tot de grond toe afbrandde.
Meer over deze fabriek met een foto van de brand in 1976 is te lezen in de Gelderlander.
Vervolg
In 1970 was er sprake van een groot verlies:
De markt was verslechterd: internationaal was er sprake van een structurele overproductie
Voor de bouw van de nieuwe fabriek was een grote lening op de kapitaalmarkt nodig geweest
De papiermachine werd te laat geleverd en had in het begin veel problemen
Gebreken in de bedrijfsorganisatie en de leiding
Er volgde een reorganisatie. Dit leverde echter te weinig resultaat op en daarop werd het bedrijf overgenomen door Koninklijke Nederlandsche Papierfabriek N.V. uit Maastricht. In 1978 werd de naam veranderd in Koninklijke Nederlandsche Papierfabrieken N.V., vestiging Nijmegen en weer later KNP Nijmegen B.V.. De productie nam wel weer toe; echter niet genoeg zodat de 6e machine moest worden stopgezet.
Doordat ze in 1993 een belang had genomen in het Oostenrijkse bedrijf Leykam-Murztaler ontstond KNP-Leykam. Een nieuwe fusie volgde, met Bührmann-Tetterode en handelshuis VRG (Van Reekum-Gepacy Papier. De nieuwe naam was KNP-BT. Dit bedrijf werd in 1997 overgenomen door Sappi, waarbij Papierfabriek Gelderland verder ging als Sappi Nijmegen. Op haar beurt werd Sappi in 2008 overgenomen door het Amerikaanse Innoviopapers. In 2015 ging het bedrijf failliet.
Nieuwbouw
Op het terrein van de Papierfabriek kwam nieuwbouw. Wel is de directeurswoning op de hoek van de Voorstadslaan-Krayenhofflaan blijven staan (zie hieronder).
Een mooie luchtfoto van de nieuwbouw is te vinden op F58423 RAN.
Mural Uiverplaats
Muurschildering Uiverplaats
Dosa (Sander Dolstra) en Moris (Maurice Broekhoff, 1971 Amsterdam) maakten in maart 2024 in de doorgang tussen de Voorstadslaan en Uiverplaats 2 murals: een met een ooievaar (uiver) en aan de andere kant een reiger. De laatste verwijst naar de Reigerplaats. De papierblaadjes verwijzen naar de papierfabriek. Op deze blaadjes is een ibis te zien: een verwijzing naar het logo van de betreffende fabriek. (Bronnen: instagram en LinkedIn).
Deze pagina verzamelt reeds verschenen artikelen over de Krayenhofflaan. Villa Salomonski 1883 (Hoek Krayenhofflaan Voorstadslaan) gesloopt rond 1974 Op 15-5-1883…
De Nimbus is met haar hoogte van 76 meter de hoogste woontoren van Nijmegen. Alleen de Erasmustoren en de FiftyTwoDegrees zijn nog hoger. Het gebouw heeft 23 verdiepingen.
Starters en Tijdelijke contracten
Woningcorporatie Talis is hiervan de opdrachtgever en eigenaar. Het gebouw bestaat uit 116 appartementen.
Daarbij was de woontoren vooral ingegeven om starters woonruimte te kunnen bieden: starters die moeilijk een passende en betaalbare woonruimte kunnen vinden, omdat zij onvoldoende jaren staan ingeschreven. Ook sluit de ligging tussen het station en centrum en de indeling van 1 of 2 slaapkamers goed aan bij deze doelgroep.
Huurders van 76 appartementen kregen alleen tijdelijke contracten van 5 jaar aangeboden. Deze woningen waren bedoeld voor jongeren tot en met 27 jaar.
De “Wet Doorstroming Huurmarkt”, die op 22-12-20215 werd voorgesteld in de Tweede Kamer, maakte het mogelijk om jongeren van 18 tot en met 27 jaar een tijdelijk contract aan te bieden voor maximaal 5 jaar. Met deze beoogde wetgeving was Talis vanaf november 2015 begonnen met de verhuur.
Daarmee was Talis de eerste woningcorporatie die in Nijmegen experimenteerde met dergelijke tijdelijke contracten.
Daarbij was de gedachte van Talis dat iemand na die 5 jaar vaak toe is aan een andere woning, doordat zijn leefsituatie of woonbehoefte inmiddels is veranderd; veel jongeren zullen in die 5 jaar meer zijn gaan verdienen, zodat zij in staat zijn buiten de sociale sector een woning te vinden. Hierdoor blijft het aanbod flexibel en komen er vakere woningen vrij voor starters.
Bij de plannen zou de huurprijs onder de 600 euro moeten komen te liggen. November 2015 “Woensdag werd echter bekend dat de minimum huurprijs 600 euro zal zijn, exclusief servicekosten, met een inkomensgrens van 22 duizend euro.” (https://ans-online.nl/nieuws/nijmegen/huur-nimbus-duurder-dan-aangekondigd/)
Spoedgevallen
Daarnaast is er bij 20 appartementen sprake van tijdelijke contracten van 1 jaar voor spoedgevallen: deze woningen worden verloot aan spoedzoekers die onvoldoende wachttijd hebben. Aanvankelijk was het idee van Talis de termijn van 2 jaar te hanteren; de hierboven genoemde “Wet Doorstroming Huurmarkt” zou echter uitgaan van maximaal 1 jaar.
Eind 2016 maakten een 15 bewoners bezwaar tegen de termijn van 1 jaar: “Volgens hen zou de nieuwe wet Doorstroming Huurmarkt namelijk alleen een huurcontract toestaan van minimaal twee jaar.” (https://www.gelderlander.nl/nijmegen/huurders-nimbus-mogen-toch-blijven~a503b2d8/). Daarop zette Talis de contracten om naar een periode van 5 jaar.
Zorg
Tot slot zijn er 20 zorgwoningen, die verhuurd worden aan zorgpartijen. Bekijk hier de site van Talis voor de Nimbus via Archiveweb.
Radar en financiële crisis
Nimbus staat op de locatie van het GBA (het Gewestelijk Arbeidsbureau Nijmegen). Dit gebouw was in 1968 geopend. In 2004 kocht Talis het op dat moment leegstaande pand, sloop volgde het jaar daarop.
Daarna lag het terrein 10 jaar braak. Voor deze plek werden vanaf 2004 verschillende plannen voor hoogbouw ontwikkeld en Hoogte Twee Architecten, die het uiteindelijke ontwerp leverde, was vanaf 2007 betrokken.
Eerdere plannen werden echter afgewezen, omdat het hoge gebouw de radar van vliegbasis Volkel zou hinderen. In 2012 was de radartechniek verbeterd, zodat van deze belemmering geen sprake meer hoefde te zijn.
Daarbij was er economische crisis, waardoor de plannen een aantal jaren werden uitgesteld. Uiteindelijk is het gebouw met een derde minder budget gerealiseerd. In 2014 begon de bouw. Op 1 december vond de eerste steenlegging plaats. Voor foto’s hiervan zie NieuwsuitNijmegen.
Ontwerp
De woontoren is een ontwerp van Hoogte Twee Architecten (H²A). Martin Paul Neys, de architect, wilde een gebouw vormgeven van een slanke toren die de skyline versterkt. En aan de andere kant juist de straatwand versterkt.
Stationsdistrict en stadssilhouet
De toren maakt onderdeel uit van het Stationsdistrict: een gebied waar gemeente Nijmegen op dat moment de komende jaren hoogbouw wil (en zal) realiseren. Bij het ontwerp voor hoogbouw is ook van belang, dat de Stevenskerk de blikvanger van de binnenstad en Nijmegen in het algemeen is. Hoogbouw moet op dusdanige afstand staan, dat dit beeld niet wordt verstoord. En aan de andere kant, dat het gebouw de skyline van Nijmegen juist versterkt. Daarbij verwijst Architectenweb dat architect Martin-Paul Neys is uitgegaan van het ‘Antwerpse model’.
H²A: “Onze uitgebreide studie van het stadssilhouet resulteerde in een fiere, slanke toren met vier woningen per etage, waarbij de toren naar boven toe verjongt. De top van de toren is afgeschuind, wat hem tot een karakteristieke aanwinst voor de skyline van Nijmegen maakt.”
En in een artikel op Architectenweb: “Hoogte Twee onderzocht op dertig plaatsen in en om de stad hoe het silhouet van de stad uitpakt en hoe Nimbus hier in zou passen. “We kwamen tot de slotsom dat de woontoren ver genoeg van de Stevenstoren komt om flink de hoogte in te kunnen. Dat moet ook, anders krijg je in het stationskwartier teveel gebouwen van ongeveer gelijke hoogte. Dan slibt het beeld dicht, van een afstand gezien is dynamiek veel interessanter”, zegt Neys.”
Omgeving
Daarnaast was juist de relatie van het gebouw tot haar directe omgeving een belangrijk uitgangspunt: hoe is het gebouw van dichtbij en welke relatie heeft het met Stationsplein en de naastgelegen gebouwen? Aan de Spoorstraat is er een groene, begroeid veranda.
Daarnaast speelt het licht een belangrijke rol. “De baksteen heeft een textuur en sortering die maakt dat bij elke lichtval een andere nuance naar voren komt. Het plaatmateriaal op de oost en westgevel kleurt mee met de lucht en zal zacht-glanzend het licht van de opkomende en ondergaande zon opvangen.” (https://h2a.studio/archief/nimbus/)
Voor de bouw zijn rode en antraciet gekleurde bakstenen gebruikt. De antraciete bakstenen, in waalformaat, zijn afkomstig van een originele vlamoven uit Bemmel bij Nijmegen. De basis van deze baksteen is onder andere klei uit de Waal.
Duurzaamheid
Nimbus is duurzaam en energiezuinig gebouwd. Zo wekken 155 zonnepanelen van het gebouw de energie op voor de liften en de verlichting. Ook zijn er hergebruikte materialen verwerkt.
De woontoren werd op 1-4-2016 officieel in gebruik genomen, waarbij de toren vanaf half maart al werd bewoond.
Verpaupering
Juli 2020 kopt de Gelderlander: “Nijmeegse ‘startersflat’ Nimbus verpaupert, Talis overweegt oudere huurders” … Afvaldumping in de gangen, vernielingen, vervuilde liften en daklozen die in de hal slapen. Verhuurder Talis zegt er alles aan te doen. Maar gaat ook onderzoeken of de samenstelling van de huurders aangepast moet worden.” Daarnaast hebben bewoners op sommige verdiepingen last van geluidsoverlast en is vervuiling van de gemeenschappelijke ruimtes en bij vuilcontainers.
Talis neemt extra maatregelen voor beheerd, zoals extra controles door de wijkbeheerder. Daarbij overweegt ze om ook andere groepen toe te laten. Talis in hetzelfde artikel “Waarmee niet gezegd is dat overlast alleen van jonge mensen komt.” Vanaf september 2020 verviel voor de onderste 5 verdiepingen de leeftijdsgrens en de maximale woonduur.
Deze pagina verzamelt artikelen over de Vondelstraat.
De Vondelstraat
Uitleg van de stad: Nijmegen in 1888 ( KPD-16 detail Bottendaal)
Ligging
Op de kaart uit 1888 is de Vondelstraat al ingetekend, dan nog zonder naam. Daarbij loopt deze straat nog door toot aan de Van Schaeck Mathonsingel (dan Stationsweg). Het gedeelte tussen deze straat en de van Oldenbarneveltstraat (dan Bottendaal). De noordkant (het blok Vondelstraat, Stationsweg, Graafsche straat en Bottendaal) is dan bebouwd, de rest nog niet.
Naam Vondelstraat
De gemeenteraad bespreekt op 22 februari 1896 een dertigtal namen voor straten. Zij gaan niet akkoord met de door B&W voorgestelde naam Van den Havestraat, maar volgen het advies van de Commissie Berends op. Aan de zuidzijde van Bottendaal (de huidige van Oldenbarneveltstraat) krijgt het de naam Vondelstraat. Aan de noordzijde van Bottendaal, richting de huidige van Schaeck Mathonsingel, de naam van Oldenbarneveldstraat.
Op 27 oktober 1906 krijgt ook de zuidzijde de naam Vondelstraat.
Op de kaart is tevens te zien dat de (huidige) Vondelstraat oorspronkelijk doorliep tot de (huidige) van Schaeck Mathonsingel. Deze verbinding werd verbroken bij de wederopbouw, toen de appartementen werden gebouwd.
De ruïne van het Psychologisch Instituut van de universiteit op de hoek met de Van Schaeck Mathonsingel dat tijdens de periode dat Nijmegen frontstad was, totaal werd verwoest, 9/1944-3/1945 (Anna Huybers via F52144 RAN)
Zoals gezegd liep de Vondelstraat oorspronkelijk tot aan de Van Schaeck Mathonsingel. Ook het pand op de hoek van de Van Schaeck Mathonsingel en de Vondelstraat werd tijdens het bombardement van 1944 verwoest. Bij de wederopbouw werd verbinding met de Vondelstraat verbroken.
Vondelstraat 9-11
Rengers
Een foto van Limonadefabriek Rengers uit begin jaren 70 is te zien op F44476 RAN.
Een foto waarop de heer Rengers op 2 september 1977 het koopcontract ondertekend voor de verkoop is te zien op F44481 RAN.
Moskee
Moskee Vondelstraat (mei 2026)
Op 1 december 1976 schrijft de Gelderlander dat de kans groot is dat de oude limonadefabriek door het Moskee-comité gehuurd of gekocht zal worden om te dienen als moskee. “Het pand is voor dit doel uitermate geschikt.”
Op dat moment zijn er 1600/”naar schatting 2.000” moslims in Nijmegen. Tot dan toe vonden religieuze bijeenkomsten steeds op een andere huurlocatie plaats. Vaak moest uitgeweken worden naar de ontmoetingsruimte van de Stichting Bijstand Buitenlandse Werknemers, die voor een religieus samenkomen niet geschikt was.
De fabriek is dusdanig gemakkelijk geschikt te maken, dat dan aanstaande donderdag al het Schapenfeest in de toekomstige moskee kan worden gevierd.
Alle collectes in de Boskapel tijdens de Advent en Kerstnacht zullen voor de moskee bestemd worden. Pater van den Berg “riep alle christen-gemeenten van de stad op in de Kerstnacht een grote inzameling voor datzelfde doel te houden onder het motto “Er was geen plaats voor hem…” Zoals bekend staat de nijmeegse Raad van Kerken volledig achter de werkzaamheden van de Moskee-werkgroep.” (01/12/1976)
Een goede week later gaat de huur van de fabriek als proefperiode voor een half jaar in. Daarna zal worden besloten of het gebouw definitief wordt aangekocht. (10/12/1976)
De moskee krijgt naast de eigenlijke limonadefabriek ook de beschikking over de bijbehorende administratieruimte en woonhuis.
Vondelstraat 22-26
Vondelstraat 22, 24 en 26, augustus 2023 (Google Streetview)
Op de bouwtekening van Vondelstraat 22-26 staat “De uitvoerder A. Koster Ziekenstraat 61” (de huidige Ziekerstraat). Bij de handtekening van de burgemeester en secretaris staat de datum van 4-10-1901. In ieder geval komt A. Koster op de Ziekenstraat 61 voor als “timmerman” in de Adresboeken 1896 tot en met 1903.
Bouwtekening Vondelstraat 22-26, bij de handtekening van de burgemeester staat 4-10-1901 (D12.378252)
Kokke
Chris Kokke was voor 1900 al begonnen met het produceren van kaarsen. In 1897 of 1898 is hij verhuisd naar de Bottendaal nr. 13 (nu: van Oldenbarneveltstraat 13). Vervolgens is hij in 1902 gaan wonen op Vondelstraat 22, 24 en 26.
Op 16 mei 1903 bevalt Hendrina M.A. Kokke-Koster van een dochter. Dan is het “Kaarsenfabriek “St. Antonius””. (De Gelderlander 17/5/1903)
“Nummer 22 was een klein fabriekspand gelegen achter de boven en benedenwoning genummerd 24 en 26. Met regelmaat werd personeel gevraagd, de zaak floreerde. De Chemische Fabriek “De Bijenraat” is door Chris Kokke opgericht in juli 1914 en was op het zelfde adres gevestigd als Kerkwaskaarsenfabriek St. Antonius aan de Vondelstraat 22. Later is voor De Bijenraat ook het woonhuis Vondelstraat 24 in gebruik genomen, de familie Kokke zelf woonde toen op Vondelstraat 26, het bovenhuis. In 1918 of begin 1919 is de productie van Chemische Fabriek “De Bijenraat” zowel als Kerkwaskaarsenfabriek St. Antonius verhuisd naar de Graafseweg 59.” (Noviomagus)
Advertentie schoenreparaties F. Verschuur Vondelstraat 22-26 (De Gelderlander 1/3/1919)
Op nummer 22 zal Francincus Verschuur zijn schoenenfabriek beginnen, die uiteindelijk zal uitgroeien tot de bekende Robinson schoenfabrieken.
November 1919 krijgt F. Verschuur een hinderwetvergunning voor “het oprichten van eene door elektriciteit gedreven inrichting tot het vervaardigen van schoenen en laarzen in de perceelen Vondelstraat 22 en 34, kad bekend gemeente Nijmegen, sectie B. no. 3094 (ged.) en 3227 (ged.)” (PGNC 15/11/1919)] Deze vergunning was in augustus al aangevraagd, maar in oktober nog verdaagd omdat het benodigde onderzoek nog niet is afgerond. (De Gelderlander 29/8/1919 en PGNC 11/10/1919)
In 1921 wordt op de schoenfabriek twee meisjes van 15 of 16 jaar gevraagd. (De Gelderlander 28/6/1921).
Franciscus Verschuur (1885 Heesch (bij Oss)) was in 1916 naar Nijmegen gekomen. Zijn vader had een schoenmakerij in Heesch. Voordat Verschuur zich met zijn familie in Nijmegen 1916 was hij arbeider geweest bij schoenfabriek Hoffmann in Kleef. In Nijmegen was hij thuis begonnen met het maken van kinderenschoenen. Het is mij nog niet bekend of dit al de Vondelstraat was of niet.
In juni 1922 krijgt Verschuur nog een hinderwetvergunning voor “het oprichten van eene door elektriciteit gedreven inrichting voor het vervaardigen van schoenen en laarzen”. (PGNC 13/6/1922) Het is nog niet duidelijk hoe deze vergunning zich verhoudt tot de reeds bestaande vergunning.
Frans Verschuur zelf komt in het Adresboek 1920 nog voor op Vondelstraat 26 als schoenfabrikant.
In Adresboek 1924 komt hij nog voor op nummer 26, waarbij nummer 24 nog “Schoenenfabriek” is. Verschuur is dan “schoenfabrikant”.
In het Adresboek 1932 komt F. Verschuur, schoenfabrikant voor op Groesbeekscheweg 249a.
Vervolg nummer 22: aantal bedrijven
Daarna lijken er een aantal bedrijven op Vondelstraat 22 te zijn gekomen, die langere of kortere daar gezeten hebben. Hoewel nog niet gestreefd naar volledigheid, zijn de volgende namen gevonden:
Electrische Meubelfabriek Theunissen & Hermens
Advertentie Electrische Meubelfabriek Theunissen & Hermens (De Gelderlander 17/7/1924)
In juli 1924 is het Electrische Meubelfabriek Theunissen & Hermens. (De Gelderlander 17/7/1924)
De advertentie De Gelderlander 25/10/1924 schrijft daarbij dat Vondelstraat 22 de (ingang poort) is.
In ieder geval is er nog een advertentie in PGNC 22/5/1926 gevonden.
Een aantal andere meldingen
Firma Piebenga & Schekman, electro-technisch installatie bureau en reparatie inrichting komt op dit adres voor in 1928.
Februari 1935 krijgt J.D. van Ingen telefoonaansluiting op Vondelstraat 22 (PGNC 23/2/1935)
Oktober 1942 heeft W.H.A. Verwey & Zn. “Groothandel in alle soorten kaas” zijn pakhuis en kantoor verhuisd van Driehuizerweg 336 naar Vondelstraat 22 (PGNC 31/10/1942).
Drukkerij van Breda
In augustus 1945 vraagt Drukkerij van Breda een “bekwaam 2e klas Drukker”. (De Gelderlander 22/8/1945) Ook in het Adresboek 1966 komt deze drukkerij nog voor.
Vondelstraat 34
Tasche
Op 21 maart 1902 krijgt H.A. Tasche een hinderwetvergunning voor “het oprichten van eene door gaskrachtwerktuig gedreven inrichting voor galvanische metaalbedekking in het perceel aan de Vondelstraat, kadaster Nijmegen, Sectie B, No. 2951 (PGNC 27/3/1902).
1904 bouwkundige Joh vd Akker Afgaande op het bouwdossier, is de Vondelstraat 37 tot en met 43 gebouwd in 1904. Het is niet duidelijk hoe de bouwtekening precies moet worden gelezen. Er staat “eigenaars G. v.d. Akker en daaronder Joh. v.d. Akker bouwkundige”. Waarschijnlijk betreft dan G. v.d. Akker als eigenaar en Joh. v.d. Akker…
“HERENHUIS met TUINHEK, gebouwd in 1904 in Overgangsarchitectuur door de bouwkundige H.G. Burgers (*1875) in opdracht van papierfabrikant Schut. Het pand bezit invloeden van het Rationalisme door de in hardsteen uitgevoerde detailleringen als zuilen en aanzetstenen en ter plaatse van de verdiepingsvloer van de bel-etage, in een verder in baksteen opgetrokken gevel. Genoemde onderdelen geven in natuursteen hun belang in de constructie weer. In het interieur bepalen diverse Art Nouveau-elementen de vormgeving. De achtergevel is louter als sluitende gevel uitgevoerd en toont aan dat de voorgevel het aanzien naar buiten was.” (Rijksmonumenten)
Noviomagus noemt daarbij, dat de bouwkundige Hermanus Gradus Burgers ontwierp onder toezicht van het architectenbureau van Van der Pluijm en Gielen. Het werd gebouwd door aannemer Thunissen. (https://www.noviomagus.nl/Monumenten/monument_0187.html, met een uitgebreide beschrijving)
– Van architectuurhistorisch belang als voorbeeld van een goed en gaaf bewaard woonhuis in Overgangsarchitectuur waarbij vernieuwende elementen vanuit het Rationalisme duidelijk herkenbaar zijn. Het interieur vertoont Art Nouveau-invloeden en heeft unieke onderdelen als een fraai vormgegeven haardnis. Het tuinhek legt in materiaalgebruik (baksteen en hardsteen) en boogvormen een relatie met de voorgevel van het pand.
– Van stedenbouwkundig belang als onderdeel van de aaneengesloten oostelijke gevelwand van de Vondelstraat in de laat 19de-eeuwse en vroeg 20ste-eeuwse stadsuitleg die na de afbraak van de vestingwerken tot stand is gekomen.
– Van cultuurhistorisch belang als voorbeeld van een directeurswoning uitgevoerd in een stijl die verschillende, voor die tijd moderne invloeden vanuit de bouwkunst toont.”
Rond 1911-1912: Klinkum Meulenberg’s Parapluiefabriek
Op 21 juli 1911 krijgt N.V. Klinkum-Meulenberg’s Parapluiefabriek een bouwvergunning” voor het bouwen van een dubbel woonhuis en een daarachter gelegen fabrieksgebouw. Het adres van het dubbele woonhuis was Graafscheweg 106-108 (sinds 26 juni 1923: nummer 100-102). Het adres van de fabriek is Vondelstraat 79.” Op 1 oktober 1912 wordt van Klinkum failliet verklaard.
In het adresboek 1914-1915 komt M. Gerritzen met privé adres voor op Graafsche weg 108, fabriek Vondelstraat 79.
(Bijna) Gemeentelijk monument
Vondelstraat 79 staat op de lijst om gemeentelijk monument te worden. Daarbij is de planning om vanaf 2024 het proces daartoe te starten. (Planning bescherming nieuwe monumenten)
Linssen
In PGNC 22/10/1901 staat de aanbesteding van “Het bouwen van een beneden- en bovenhuis aan de Vondelstraat, voor rekening Ger. Linssen” door Wijnandus Johannes Hermanus van der Waarden. Het is nog onduidelijk welk adres dit betreft.