De Gemeentelijke Hogere Burgerschool (HBS) met links de Stieltjesstraat, 1900 (F19580 RAN) architect Weve
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Hogere Burgerschool architect Weve

1899, Kronenburgersingel 53, gesloopt

De Gemeentelijke Hogere Burgerschool (HBS) met links de Stieltjesstraat, 1900 (F19580 RAN) architect Weve
De Gemeentelijke Hogere Burgerschool (HBS) met links de Stieltjesstraat, 1900 (F19580 RAN)

De Hogere Burgerschool is in 1899 ontworpen door de stadsarchitect Weve. Het pand is gesloopt en vervangen door appartementen.

Vooraf:

1863: een nieuw schooltype

Het schooltype van de Hogere Burgerschool werd in 1863 ingevoerd bij de eerste wet voor middelbaar onderwijs onder de regering Thorbecke. In de huidige vorm is het vergelijkbaar met havo/atheneum. Deze opleiding kwam naast het gymnasium, dat reeds bestond. In de zesde klas van de lagere school moesten leerlingen een toelatingsexamen doen, om toegelaten te worden tot hbs, gymnasium of lyceum.

De hbs was bedoeld voor degenen, die geen wetenschappelijke opleiding wilden volgen, maar wel een brede algemene ontwikkeling en maatschappelijk nuttige kennis wilden opdoen. Zodat ze voorbereid werden op “hogere” functies binnen handel en industrie. De vakken bestonden uit boekhouden, handelskennis, moderne talen, alsmede wis-, natuur- en scheikunde (zoals Huis van de Nijmeegse Geschiedenis aangeeft: feitelijk een “B-pakket”). De hbs was aanvankelijk alleen bestemd voor jongens. Vanaf 1871 mochten meisjes worden toegelaten, maar zij hadden vooraf wel toestemming van de minister nodig. Aanvankelijk duurde de opleiding 3 jaar (bij een aantal bijzonder scholen bij uitzondering 5 jaar).

1865: besluit HBS in Nijmegen

Het voormalige nonnenklooster "Bethlehem", sinds 4 september 1865 in gebruik als de Hogere Burgerschool (HBS); de versierde ingang t.g.v. het 25 - jarig jubileum van directeur de Hartog, mei 1890 (F27437 RAN)
Het voormalige nonnenklooster “Bethlehem”, sinds 4 september 1865 in gebruik als de Hogere Burgerschool (HBS); de versierde ingang t.g.v. het 25 – jarig jubileum van directeur de Hartog, mei 1890 (F27437 RAN)

Daarop besloot de Gemeenteraad op 17 februari 1865 tot verordening voor de middelbare scholen te Nijmegen. Daarbij kwamen er een hogere burgerschool (hbs) met een driejarige cursus en een burgeravondschool. Ze waren beide werden gevestigd in Huize Bethlehem, een voormalig klooster en weeshuis op de Hessenberg.

Groei aantal leerlingen en slechte huisvesting

De Burgeravondschool had in 1881 26 leerlingen en 10 leraren, terwijl de hbs 58 leerlingen en 14 leraren had. Vanaf 1867 duurde de hbs 5 in plaats van 3 jaar. Zoals wikipedia over de landelijke trend aangeeft: “Anders dan verwacht werd vooral de vijfjarige hbs een succes, de driejarige hbs werd grotendeels verdrongen door de mulo, waar in vier jaar dezelfde stof onderwezen werd. Bovendien gaf het overgangsbewijs naar de vierde klas van de vijfjarige hbs dezelfde rechten als het eindexamen driejarige.”

Vooral tussen 1880 en 1895 groeide de hbs sterk. In 1900 zou de school 190 leerlingen tellen. De gemeenteraad besloot vanwege deze grote toename en de slechte huisvesting in 1896 tot nieuwbouw van de Gemeentelijke Hogere Burgerschool.

De Hogere Burgerschool van architect Weve

Toegangspoort van de Gemeentelijke Hogere Burgerschool (HBS) (architect Ir. Jan Jacob Weve (1898), 1975 (Evert F. van der Grinten via F78594 RAN CCBYSA)
Toegangspoort van de Gemeentelijke Hogere Burgerschool (HBS) , 1975 (Evert F. van der Grinten via F78594 RAN CCBYSA)

In 1899 opent de nieuwe Hoogere Burgerschool op de Kronenburgersingel. De Gelderlander schrijft daarover:

“Het monumentale gebouw der nieuwe hoogere burgerschool, dat zich als een wezenlijk sieraad onzer gemeente aan den Kronenburgersingel verheft, zal nu eerlang in gebruik worden genomen. A.s. Vrijdag zal het worden bezichtigd door burgemeester en wethouders, alsmede de leden van de gemeenteraad, terwijl het Zaterdag en Zondag daarop ter bezichtiging zal worden opengesteld voor  ouders, voogden en verzorgers van leerlingen zoowel van de burgerschool als van de burgeravondschool.

Maandag worden in het gebouw reeds examens afgenomen en Dinsdag worden de leerlingen verwacht, wien er hun plaatsen moeten aangewezen worden.

Het zal voor hen een kolossale verandering en verbetering zijn, in aanmerking genomen de gebrekkige localiteit, waarmee men zich in het thans verlaten gebouw heeft moeten behelpen. Hier overal ruime, lichte lokalen, breede gangen; overal openen de hooge vensters op frisch geboomte en blauwe lucht, terwijl geen stadsgewoel de voor het onderwijs gevorderde stilte stoort.

Het trotsche gebouw, waarvan wij eerlang een in bijzonderheden afdalende beschrijving hopen te geven, mag in zijn soort een model-inrichting genoemd worden, zooals er maar weinige in het land worden aangetroffen. Het verwondert ons dan ook niet, dat, toen onlangs de groote bouwmeester Cuypers onze stad bezocht, hij onzen stads-architect zijn bijzondere voldoening betuigde over deze zijn jongste schepping. De heer Weve toch is niet alleen een bouwmeester die fraaie lijnen en sierlijke vormen zoekt: vóór alles is het hem om de practische doelmatigheid te doen; hij behoort tot de rationeele school, die van het beginsel uitgaat dat het vormen- en lijnenschoon in hoofdzaak niets anders behoort te zijn dan geidealiseerde doelmatigheid.”  (De Gelderlander 27/8/1899)

Vervolg

De Gemeentelijke Hogere Burgerschool (HBS) op de hoek met de Stieltjesstraat, 1907 (F19576 RAN)
De Gemeentelijke Hogere Burgerschool (HBS) op de hoek met de Stieltjesstraat, 1907 (F19576 RAN)

Vanaf 1906 was de toelating vrij: ook meisjes mochten zonder dat ze vooraf van de minister nodig hadden naar de hbs. In 1917 kreeg de hbs de erkenning dat het als voorbereiding mocht dienen als toelating voor de universiteit.

HBS-B

In 1924 werd de hbs in de landelijke regelgeving hernoemd tot hbs-b. Daarnaast kwam een nieuw type hbs, de hbs-a welke een opvolger was van de Handelsschool. Op de hbs-a lag de nadruk op economische vakken en moderne talen. De splitsing tussen a en b vond daarbij plaats vanaf het 4e studiejaar. In Nijmegen kwam in 1937 een hbs-a, ter vervanging van de Middelbare en Hogere Handelsschool.

Vervolg

Gemeentelijke Hogere Burgerschool (HBS) (anno 1897/1899), links de Stieltjesstraat, 1970-1975 (Evert F. van der Grinten via F79159 RAN CCBYSA)
Gemeentelijke Hogere Burgerschool (HBS) (anno 1897/1899), links de Stieltjesstraat, 1970-1975 (Evert F. van der Grinten via F79159 RAN CCBYSA)

Vanaf 1906 was de toelating vrij: ook meisjes mochten zonder dat ze vooraf van de minister nodig hadden naar de hbs. In 1917 kreeg de hbs de erkenning dat het als voorbereiding mocht dienen als toelating voor de universiteit.

In 1924 werd de hbs in de landelijke regelgeving hernoemd tot hbs-b. Daarnaast kwam een nieuw type hbs, de hbs-a welke een opvolger was van de Handelsschool. Op de hbs-a lag de nadruk op economische vakken en moderne talen. De splitsing tussen a en b vond daarbij plaats vanaf het 4e studiejaar. In Nijmegen kwam in 1937 een hbs-a, ter vervanging van de Middelbare en Hogere Handelsschool.

De hbs-b zou tot 1968 -toen dit schooltype in de Wet op het Voortgezet Onderwijs (de Mammoetwet) werd vervangen door havo en atheneum- in dit gebouw blijven; de laatste leerlingen slaagden in in 1972. In 1968 wordt de school onderdeel van de Stedelijke Scholengemeenschap Nijmegen (SSgN), afdeling atheneum. In 1980 vertrekt de school, samen met alle 5 locaties van de SSgN, naar 1 locatie naar de nieuwbouw in de Lamastraat. De verlaten school wordt gekraakt, waarop het vervolgens afbrandde. Vervolgens is het gesloopt en vervangen door de huidige appartementen.

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://www.ssgn.nl/Onze-school: de eigen site van de school. Hier staan tevens 4 leuke magazines, uitgegeven ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van de school

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Gemeentelijke_Hogere_Burger_School_(HBS)_Nijmegen

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Gemeentelijke_Hogere_Burgerschool-B

https://nl.wikipedia.org/wiki/Hogereburgerschool

https://www.ssgn.nl/Portals/697/docs/Onze%20school/ssgn%20mag%201.pdf?ver=2020-02-04-095554-310

Weve architect

Weve was een architect en ingenieur. Hij was stadsarchitect en directeur Gemeentewerken van Nijmegen. Hij ontwierp onder andere 17 scholen,…

Stedelijk Gymnasium Architect Weve

In 1880 ontwerpt architect Weve het Stedelijk Gymnasium aan de Kronenburgersingel, welke in 1881 gereed komt. Het gymnasium zal hier…

Winkelhuis Scheerder architect Weve

Architect Weve ontwierp het magazijn van Parfumeriën en de nieuw ingerichte Salon de coiffure voor de heer Scheerder op de…

Het pand van de firma H. van Hulsteijn, Lange Hezelstraat 45-47, ongeveer 1930 (F19200 RAN)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

Lange Hezelstraat 45 en 47

Het pand van de firma H. van Hulsteijn, Lange Hezelstraat 45-47, ongeveer 1930 (F19200 RAN)
Het pand van de firma H. van Hulsteijn, Lange Hezelstraat 45-47, ongeveer 1930 (F19200 RAN)

Op Lange Hezelstraat 45 en 47 zit inmiddels alweer jarenlang Simon Lévelt. Waar nummer 47 al voor 1900 een winkel is, lijkt nummer 45 tot in jaren 20 een woonhuis te zijn geweest.

Marikenmagazine: “De geschiedenis van Lange Hezelstraat 47 gaat terug tot de vijftiende eeuw. Op dit perceel stonden toen twee smalle panden en een achterhuis. Er waren en er zijn nog steeds vier geschakelde kelders. De oudste kelder bij dit achterhuis dateert ook uit de vijftiende eeuw. Kenmerkend hiervoor zijn het zuivere tongewelf en het bakstenen metselwerk. In de zeventiende eeuw worden de twee panden tot één pand samengevoegd (foto 3). In 1926 wordt de gehele begane grondverdieping in gebruik genomen door twee afzonderlijke winkels, waarbij de negentiende eeuwse winkelpui plaats maakte voor een Art Deco-winkelpui over de gehele breedte van het pand (foto 13). In 1928 worden beide winkels tot één winkelruimte samengevoegd. De winkelpui wordt opnieuw gewijzigd. Door al die aanpassingen en wijzigingen kon het gebeuren dat de huidige winkel een “soort doos” is, die als het ware in de hoge ruimte op de begane grond is geschoven. Tussen deze doos en de vloer van de eerste verdieping is ongeveer één meter loze ruimte.”

Van Hulsteijn

Het pand van de firma H. van Hulsteijn, Handel in Kruidenierswaren, Lange Hezelstraat 47, 1895 (F19155 RAN)
Het pand van de firma H. van Hulsteijn, Handel in Kruidenierswaren, Lange Hezelstraat 47, 1895 (F19155 RAN)

Marikenmagazine: “In de winkel(s) op de begane grond zaten vanaf 1869 kruidenier van Hulsteijn.”

 Op 4 augustus 1876 krijgt J.W. van Hulsteijn vergunning tot verbouwing van zijn huis aan de Hezelstraat, wijk B nr. 61, waarbij de hard-stenen lambrisering 10 cm. vóór de gevel wordt gebracht.

Daarnaast krijgt H. van Hulsteijn in 1877 vergunningen tot de verbouwing van zijn pakhuis aan de Hessenberg, wijk B nr. 61:

  • Op 21 augustus 1877 tot het verbouwen van zijn pakhuis
  • Op 9 november 1877 tot het maken van een uitstekende balk voor zijn pakhuis aan de Hessenberg, wijk B nr. 61, tot het ophalen van goederen.
Advertentie Melianthe, onder andere te koop bij H. van Hulsteijn. (De Gelderlander 29/4/1898)
Advertentie Melianthe, onder andere te koop bij H. van Hulsteijn. (De Gelderlander 29/4/1898)

https://kwartiervannijmegen.nl/files/Nijmegen%20bouwvergunningen%201850-1900.pdf

In de Adresboeken 1896, 1899, 1901 komt H. van Hulsteijn voor, “in kruidenierswaren tabak en sigaren”.

Ook komt “Ong A Swie (G) in 1902 voor.

H. van Hulsteijn Jr.

Advertentie van Hulsteijn Jr. (De Gelderlander 22/11/1904)
Advertentie van Hulsteijn Jr. (De Gelderlander 22/11/1904)

In augustus 1904 komt H. van Hulsteijn Jr. voor, in een krantenartikel over de roomwafeltjes die hij “in den handel brengt”. (PGNC 7/8/1904)

In 1905, 1907, 1909, 1910, 1912-1913 is het H. van Hultsteijn Jr., kruidenier in koffie, thee, margarine, boter, kaas en eieren. H. van Hulsteijn senior komt in 1905. In 1907 op Weurtsche weg 16 en in 1908, 1909, 1910, 1912-1913 op Lange Hezelstraat 47.

In september 1904 beschrijft de Gelderlander hoe van Hulsteijn jr. zijn gevel heeft versierd ter ere van Koninginnedag: slingers van sparregroen, met in het midden een W. En in de winkelramen te midden van “weelderig groen en oranje gebloemte zijn oranjekleurige blikken en pakjes gerangschikt.” Daarbij biedt hij tevens klanten prentbriefkaarten van Wilhelmina en de prins aan, met op de achterkant een “wafellied”. (De Gelderlander 1/9/1904)

 Hij is tevens een van de 3 adressen waar de “A.B.C. Reisgids”, bewerkt voor Nijmegen, twee keer per jaar te verkrijgen is. (PGNC 5/10/1904)

In 1927 is van Hulsteijn Jr. een van de winkels die meedoet met de campagne van de Gouda kaarsenfabriek, door in de winkelramen brandende kaarsen te hebben. (PGNC 17/3/1927)

In 1908, 1909 komt ook J.F. v. Hulsteijn, gepensioneerd militair voor op nummer 47. Ook in 1913-1914, 1914-1915 maar dan staat er geen beroep vermeld.

In 1913-1914 staat A. van Hulsteijn in het adresboek onder de kop “Handel in Boter en Kaas, Vischhandel”, maar onder “Kruideniers en Grutters” en “Thee en Koffie” als H. van Hulsteijn. Mogelijk is de “A.” een zetfout. Ook in het reguliere gedeelte van het adresboek staat H. van Hulteijn, sr. Opvallend daarbij is de “sr.”: het is nog niet bekend of de oude senior de zaak weer heeft overgenomen of dat de “Jr.” intussen zelf “Sr.” is geworden. Ook in 1914-1915 is het “Sr.”

In 1914-1915 komt ook Mej. G.J. v. Hulsteijn, part. Verpleegster, voor. In 1915-1916 is er bij haar geen beroep vermeld.

In 1915-1916 is het “Firma H. van Hulsteijn, Kruidenierswaren en Comestibles. Doet vragen en bezorgen in en om Nijmegen.” Dan komt de Weduwe H. van Hulsteijn, geboren J. Costermans, in koloniale waren, voor.

Ook J.F. Hulsteijn komt voor, “fa. van Hulsteijn”. Of dit dezelfde J.F. is als degene in de Adresboeken van voorgaande jaren, is nog niet bekend.

In het Adresboek 1916 is het onder verschillende kopjes “J.H.” of “J.F.”

Verbouwing 1923: niet doorgegaan?

Een plan tot een verbouwing rond 1923 van Lange Hezelstraat 45 lijkt niet te zijn doorgegaan: bouwtekening D12.387468 is het plan van E. van Broeckhuijsen, waarbij het voorste gedeelte, een kamer aan de Lange Hezelstraat, verbouwd wordt tot winkel. Echter: de bouwtekening van 1926 toont als “bestaande toestand” dezelfde tekening als de bestaande toestand van 1923 en niet haar nieuwe, geplande toestand.

Echter: rond deze tijd lijkt, aan de Adresboeken te zien (zie hieronder) Lange Hezelstraat wél zakelijk in gebruik te zijn, mogelijk met “Cuba Overal” als eerste winkel. Maar mogeliijk was hier geen expliciete verbouwing voor nodig.

Verbouwing bouwtekening 1926

Plan v/h verbouwen v/e Winkelhuis staande aan de Lange Hezelstraat No 45 en 47 te Nijmegen, architect H.A. Pothoven, Amersfoort, juli 1926 (D12.390074)
Plan v/h verbouwen v/e Winkelhuis staande aan de Lange Hezelstraat No 45 en 47 te Nijmegen, architect H.A. Pothoven, Amersfoort, juli 1926 (D12.390074)

Rond 1926 -de datum van de bouwtekening- worden de panden van 45 en 47 bij elkaar getrokken. Daarbij komt de ingang in het midden te liggen. Het ontwerp is van architect H.A. Pothoven uit Amersfoort..

Lange Hezelstraat 45

En Lange Hezelstraat 45? Dit adres lijkt daarvóór nog jarenlang een woonhuis te zijn geweest:

Advertentie verhuizing van der Maas (PGNC 5/8/1894)
Advertentie verhuizing van der Maas (PGNC 5/8/1894)

De eerstgevonden vermelding op Lange Hezelstraat 45 is tot nu toe Henri F. van der Maas, Méc, Dentiste en Mejuffrouw H. van der Maas, Costumière, die een advertentie hebben geplaatst dat zij vanaf de Nieuwe Markt naar Lange Hezelstraat 45 zijn verhuisd. (PGNC 5/8/1894)

In Adresboeken 1896 en 1898 komt Dr. G.F. Hartman voor, leraar aan het gymnasium.

Vervolgens in 1899, 1901, 1902 G. Schoppema, reiziger. En in 1903 de weduwe G. Schoppema, geboren A.M. Cosman.

Van Hulsteijn

Advertentie bovenhuis te huur (PGNC 8/6/1905)
Advertentie bovenhuis te huur (PGNC 8/6/1905)

In het Adresboek 1905 komt H. van Hulsteijn senior. Tevens is de advertentie van PGNC 8/6/1905, waarin en mooi bovenhuis te huur staat: waarschijnlijk wordt hier daadwerkelijk de Lange Hezelstraat 45 mee bedoeld.

Dan in 1907, 1908 J.J. Bras, koopman. En in 1909 de weduwe J.B.H. Karpesteijn, geboren M. Roods.

In 1910-1911 en 1912-1913 komt weduwe P. v.d. Giesse, geboren W. Rietveld voor. En daarnaast A. Terwiel, kantoorbediende.

In de jaren daarna komen meerdere personen voor:

  • In 1914-1915 en 1915-1916 is het F. Guiking, agent van politie.
  • W. A. v.d. Veen, geb. K. Haas in 1914-1915 en 1915-1916, 1916
  • J.A. de Vos, bouwkundige in 1914-1915, 1915-1916, 1916
  • G.H.M. Bordon, kantoorbediende 1915-1916, 1916
  • H. Kesner, geboren P. v.d. Veen in 1916

In PGNC 25/6/1918 verschijnt het bericht dat de 25-jarige rangeerder E. van Veen een ernstig ongeluk heeft gehad: bij het rangeren van een goederentrein werd hij door deze trein gegrepen en overreden. Het linkerbeen weer tot aan de heup afgereden, de rechtervoet en -hand verbrijzeld. “Hedenmiddag was de toestand van den man zeer bedenkelijk.”

Cuba Overal

Advertentie Cuba Overal (PGNC 15/4/1924)
Advertentie Cuba Overal (PGNC 15/4/1924)

In april 1924 verschijnt het bericht dat de sigarenwinkel “Cuba Overal” (vernoemd naar haar merk) van St. Jorisstraat 26 voorlopig is overgebracht naar de Lange Hezelstraat 45. (PGNC 15/4/1924) Wel is dan al de nieuwjaarsgroet in De Gelderlander 31/12/1923 verschenen.

Het is nog onbekend in hoeverre de onderstaande personen verband houden met deze winkel:

In Adresboek 1922 komt H.J. van Houtert, sigarensorteerder voor. En daarnaast G.F.P. Antes, O.I. (Oost Indisch) ambtenaar

In 1924 en 1926 Hoorweg:

  • Mej. H.M.A. Hoorweg
  • J.C. Hoorweg Sr., winkelier
  • J.C. Hoorweg Jr.

Rouwadvertentie 1928

In juni 1928 verschijnt een rouwadvertentie voor Antonie Willem Johannes Melms, weduwnaar van Jeanne Elize Regnier, op 75-jarige leeftijd overleden. Het opgegeven is dan Lange Hezelstraat 45.

Als ondertekenaars staan voor Nijmegen: J.E.M. van Hulsteijn-Melms en J.F. van Hulsteijn als eerste 2. Dan volgt in Hilversum A.M. Mems en J.M Melms-Bruijn en tot slot Nijmegen, J. van Hulsteijn. (De Gelderlander 2/6/1928)

Schipperheijn

Advertentie Schipperheijn (PGNC 12/9/1932)
Advertentie Schipperheijn (PGNC 12/9/1932)

In september 1932 kondigt de Firma C.E. Schipperheijn & Zn. dat het timmerbedrijf op dezelfde wijze als voorheen wordt voortgezet. (PGNC 12/9/1932) Carel Everhardus Schipperheijn is overleden: op 26 september 1932 plaatst de weduwe Schipperheijn en kinderen een advertentie om iedereen te bedanken voor de ontvangen deelneming. (PGNC 26/9/1932)

In het Adresboek 1932 komt de familie Schipperheijn voor als:

  • C.E. Schipperheijn, timmerman
  • C.M. Schipperheijn, timmerman
  • Mej. F.L.M. Schipperheijn
  • J. en J.W. Schipperheijn, timmerman

In 1934 is alleen Mej. F.L.M. Schipperheijn nog op dit adres gevonden. In 1932 komt ook H. Kolk, “glas- en verfw., borstelwerk, enz.” voor.

In De Gelderlander 27/3/1935 is Lange Hezelstraat het contactadres voor de rouwadvertentie van Hendrik Koopman, op 57-jarige leeftijd overleden. De ondertekenaars zijn weduwe Koopman-van Weene en Truus Koopman.

In het Adresboek 1940 is C.J.F. Leenders, winkelbediende gevonden.

In 1955 H.W. Roelofs, kermis exploitant.

En in 1963 G. Ventevogel, los arbeider.

Het pand van de firma H. van Hulsteijn, Lange Hezelstraat 45-47, ongeveer 1930 (F19200 RAN)
Het pand van de firma H. van Hulsteijn, Lange Hezelstraat 45-47, ongeveer 1930 (F19200 RAN)

Jamin

In/rond 1928 vestigt Jamin zich in de winkel. Jamin heeft in ieder geval dan al een winkel op de Broerstraat 13. In augustus 1929 heeft de firma C. Jamin inmiddels haar 200ste filiaal, waarvoor ze een affiche heeft laten ontwerpen.

In de eerste week van oktober 1931 vestigen de Gezusters Beurskens, filiaalhoudsters, zich op nummer 47. Zij zijn dan afkomstig uit Eindhoven. (PGNC 10/10/1931) Ze vetrekken echter een aantal maanden later weer terug naar Eindhoven. (PGNC 23/1/1932).

In Adresboek 1932 en 1934 komt Weduwe J.J. Kremers, geboren A.M. Rademacker, filiaalhoudster Jamin op nummer 47 voor. Rond juli 1934 vertrekt Weduwe A. Kremers-Rademacker en gezin naar Nieuwenhage vanuit nummer 47.( PGNC 7/7/1934)

Een week daarna staat Weduwe J. Roelofs-Arens en gezin, filiaalhoudster onder degenen die zich in Nijmegen gevestigd hebben. Het gezin is dan afkomstig van Velp en vestigt zich op nummer 47. (PGNC 14/7/1934) In het Adresboek 1936 komt zij voor als Weduwe J.J. Roelofs, geboren C.C. Arens.

Een foto uit 1962 is te zien op F46289 RAN. https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=246102&nav_id=3-1&index=0

Volgens het Adresboek 1971 heeft Jamin op dat moment 7 winkels in Nijmegen.

Vervolg

Vanaf 1979 de winkel van Rinus en Diny Jansen, Charley’s mannenmode gevestigd. Sinds 2008 is er de winkel in koffie en thee van Simon Lévelt. (Marikenmagazine)

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://www.marikenmagazine.nl/wp-content/uploads/2023/04/Mariken-2023-2.pdf : een mooi artikel over dit pand, met veel herinneringen.

Voormalige Bank van Lening (september 2026)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

Bank van Lening

1889, Hessenberg 1, Pijkestraat 4-6

Voormalige Bank van Lening (september 2026)
Voormalige Bank van Lening (september 2026)

Vanaf 1879 had de Gemeente Nijmegen de “bank ter leening” in eigen beheer genomen. De gemeentelijke bank bestond echter al langer: vanaf 1596 werd deze door de stad verpacht. In de negentiende eeuw ontstond opnieuw discussie of de bank verpacht moest blijven of dat de gemeente haar in eigen beheer moest nemen.

Dit, om tegenhanger te zijn voor de particuliere pandjeshuizen. Want dat de bank van leening: het armere deel van de bevolking kon hun bezit bijvoorbeeld meubels, kleding, huisraad of sieraden belenen, om zo geld in handen te krijgen voor noodzakelijk levensonderhoud. Onder de particuliere pandjeshuizen waren grote uitwassen, onder andere door woekerrentes. Het doel van de gemeentelijk Bank van Lening was dan ook het verstrekken van leningen met lage rente aan armen tegen onderpand van roerende goederen.

Eenigheid

De gemeentelijke Bank van Leening had oorspronkelijk in de Eenigheid gezeten, een niet meer bestaande steeg. “In 1886 waren meer dan 46000 panden verstrekt en een systematische berging van de goederen werd noodzakelijk omdat de vele kleding direct onder het pannendak gestapeld moest worden. Het goud dat men in onderpand gaf, lag in rieten manden op de vloer. De schade door verrotting was aanzienlijk en in 1888 werd een nieuw pand geopend aan de Pijkestraat dat door stadsarchitect J. Weve was ontworpen. ” https://www.noviomagus.nl/h1.php?p=Gastredactie/Backus/KV.htm Op deze pagina staat een uitgebreid over de Bank van Leening.t

Keuze Hessenberg

Het gebouw kwam op de Hessenberg op de plaats waar de cellenbroederen hadden gezeten; voor de sloop was het gebouw op dat moment de bewaarplaats voor krankzinnigen. Daarvóór was er in de gemeenteraad een discussie vooraf gegaan of de Hessenberg wel een goede locatie was: was het bijvoorbeeld brandveilig en was de straat niet te smal? En was het wenselijk om het gebouw zonder verdieping te bouwen? Een van de locaties die werd overwogen was daarbij de Nieuwe Marktstraat. (PGNC 27/2/1889,

In 1888 kocht de gemeente het perceel op de Hessenberg.

Gemeente-architect Weve wordt gevraagd het ontwerp voor de Bank te maken. 9 juli 1889 zal de aanbesteding plaatsvinden van: “het bouwen van een Bank van Leening met Directeurswoning, aan de Pikkegas aldaar.” (De Gelderlander 23/6/1889) De bouw vond vervolgens plaats in 1889-1890.

Baksteengotiek

Voormalige Bank van Lening, hoek Pijkestraat Hessenberg (september 2026)
Voormalige Bank van Lening, hoek Pijkestraat Hessenberg (september 2026)

“Weve had zich laten inspireren door de Nederrijnse baksteengotiek, wat vooral blijkt uit het robuuste voorkomen van het pand, met zware muren met steunberen, diep liggende vensters, een forse spitsboog boven de hoofdingang en de uitkragende erkers aan weerszijden hiervan. Tijdens de bouw moest het ontwerp vanwege geldgebrek worden aangepast. Zo vervielen de geplande trapgeveltjes boven de hoofdingang. Aan het metselwerk besteedde Weve veel aandacht, let bijvoorbeeld op de fries vlak onder de daklijst, het siermetselwerk met verschillende kleuren baksteen en de geprofileerde bakstenen rond vensters en deuren.
Het langgerekte gebouw bestond uit vier delen: de hoofdingang op de hoek Pijkestraat-Hessenberg gaf toegang tot een vestibule met loketten, waar de taxatie en uitbetaling van de beleensom plaatsvonden. Daarachter lag het 40 meter diepe magazijn, waarin oorspronkelijk ijzeren stellages stonden die tot dakhoogte reikten. In 1909 werd hier een verdiepingsvloer aangebracht. Nog verder naar achteren lag de verkoopzaal, die via een aparte ingang aan de Pijkestraat toegankelijk was. Het achterste deel van het pand, dat doorloopt tot aan de Lange Hezelstraat, was de beheerderswoning, bewoond door de directeur van de bank. Ook dit gedeelte was toegankelijk via de Pijkestraat, zodat in de fraaie trapgevel aan de Lange Hezelstraat een deur ontbreekt.” (https://www.noviomagus.nl/Vrij/BankLening/BankLeningCat.html)

In 1913 werd een bijbank geopend aan de Waldeck Pyrmontsingel, eveneens naar ontwerp van Weve, maar werd in 1932 weer opgeheven.

Architect Weve

Het ontwerp van de Bank van Lening was afkomstig van architect Weve. Lees hier meer over deze architect:

Weve architect

Weve was een architect en ingenieur. Hij was stadsarchitect en directeur Gemeentewerken van Nijmegen. Hij ontwierp onder andere 17 scholen, waaronder de Ambachtsschool en het Stedelijk Gymasium. Daarnaast de Bank van Lening, het Spoorwegmonument, de begraafplaatsen aan de Daalseweg (waar hij begraven ligt) en de Graafseweg en het wachthuisje voor de electrische tram.

Lees verder

1908 Verbouwing

In 1908 vindt er een verbouwing plaats: de ingang op de hoek van de Pijkestraat en Hessenberg wordt vervangen over minder opvallende ingang. Mogelijk is dit moment waarop de ingang is dichtgemetseld, zoals op de foto uit 1947 hieronder is te zien. En daarnaast krijgt het aparte ruimte voor mensen die zich niet onder de “gewonen lommerdbezoekers” willen bevinden. Daarnaast laat onderstaand artikel mooi zien hoe de Bank van Leening in zijn werk ging:

“Zooals men weet, heeft het gebouw der stedelijke Bank van Leening een verbouwing ondergaan, die indertijd aan den her Lamers, aannemer te Ubbergen, werd opgedragen. Thans is die verbouwing zoo goed als voltooid en blijkt dat daardoor hoogst doelmatige verbeeteringen zijn verkregen. Vooreerst is de ingang die vroeger op den hoek van Pikkegas en Hessenberg was en dus tamelijk in het oog liep, thans verplaatst naar het laatsgenoemde gasje. Daardoor wordt dengenen, die bij den treurigen gang naar den lommerd, liefst niet gezien willen worden, zooveel mogelijk een pijnlijke beschaming gespaard.

Om dezelfde kiesche beweegreden is ook, onmiddellijk bij den ingang, een vertrekje ingericht, waar bezoekers, die maar zelden en enkel door den uitersten nood gedreven, van de Bank van Leening gebruik maken en toch dus niet gaarne onder de gewonen lommerdbezoekers zien gerangschikt, afzonderlijk kunnen geholpen worden. Terecht is men hierbij van het denkbeeld uitgegaan, dat het eergevoel der beleeners zooveel doenlijk behoort gespaard te worden. Er zijn er ongelukkig maar al te velen, bij wie dat eergevoel geheel is afgestompt, zoodat zij zich niet geneeren, week aan week hun pakje naar den lommerd te brengen, terwijl zij met eenig overleg daar best van buiten zouden kunnen.

In het belang echter van degenen, voor wie de instelling eigenlijk is bestemd, namelijk dezulken die in tijdelijke geldverlegenheid onmiddellijk geholpen moeten worden, behoort het den beleeners in ’t algemeen zoo gemakkelijk mogelijk te worden gemaakt, opdat zij niet in de verzoeking gebracht worden, bij de particuliere pandjeshuizen aan te kloppen, waar hun misschien dadelijk wel iets meer op hun pand gegeven wordt, maar waar zij een buitensporig hooge rente moeten betalen en vaak nog aan erger ongerechtigheden blootstaan.Dank aan de nieuwe doelmatige inrichting kan thans ieder onmiddellijk geholpen worden. Door een tourniquet komen de beleeners elk afzonderlijk voor het loket, waar het pand door de beambten in ontvangst wordt genomen. Is het daar, na taxatie door den schatter, ingeschreven, dan reikt de klerk die hiermee belast is, het beleenbriefje, waarvan een duplicaat aan het pand gehecht is, door een loket over aan den directeur, wiens kantoor onmiddellijk aan het klerkenkantoor grenst, zoodat hij op alles toezicht kan houden, en de directeur betaalt den beleener, weer door een loket, het door hem toegekende bedrag uit.

Ook bij het lossen der panden zal het in ’t vervolg eenvoudiger en vlugger gaan dan tot dusver. Vroeger b.v. was de goud- en zilverkamer gelegen boven in het gebouw en moest de directeur, die daartoe alleen toegang heeft, zijn kantoor verlaten om het verlangde pand te gaan halen, hetgeen op oogenblikken van druk bezoek haast ondoenlijk was en in elk geval tot hinderlijk heen-en-weer-geloop en vertraging aanleiding gaf. Nu is de goud- en zilverkamer beneden aangebracht in de onmiddelijke nabijheid van het directeurskantoor, zoodat hij de panden vlak bij de hand heeft. Behalve door de zware ijzeren spijlen buiten in de vensters, is deze kamer ook aan de binnenzijde door gepantserde vensterblinden en deuren voldoende beveiligd, terwijl de inhoud bovendien tegen inbraak verzekerd wordt.

Op het oogenblik zijn de beleende gouden en zilveren voorwerpen nog in de oude kamer geborgen. Het zijn voor het meerendeel horloges en kleine sieraden, de nederige schatten van den arme, waarvan hij zich, misschien uit broodgebrek, tijdelijk moeten ontdoen, in de hoop ze weer spoedig te kunnen terughalen.

Maar er zijn ook kostbare oude familiestukken onder, die een droeve geschiedenis van achteruitgang en kommer verhalen; stukken, die jaar in jaar uit blijven staan, zonder dat de beleener in staat is ze te lossen, terwijl hij maar trouw de rente blijft betalen, altijd hopend het dierbare pand, misschien een erfstuk van vader of moeder, nog eens terug te kunnen halen.

Het is een treurig gezicht, in de twee groote boven elkaar gelegen magazijnen, die nu behoorlijk afgestukadoord worden, wat de zindelijkheid en netheid zeer zal bevorderen, de duizenden andere panden, zoaals kleeren, beddegoed, naaimachines, klokken, wekkers, fietsen en allerlei voorwerpen, waarop maar een paar kwartjes te krijgen is, te zien opgestapeld en opgehangen.

Geregeld komen er zoo tusschen de honderd en honderd vijftig per dag binnen. Een groot deel daarvan is zoogenaamd weekgoed, Zondagskleeren, die ’s Maandagsmorgens worden gebracht om ’s Zaterdagsavonds weer te worden gehaald en daarom dan ook maar beneden, waar anders de ingepakte panden bewaard worden, voor de hand worden gehangen.

Des Zaterdagsavond is het letterlijk een stormloop van beleeners, die tegen Zondag hun goede spulletjes terug willen hebben; en is de bank andere avonden van zessen tot negenen geopend, op den laatsten dag van de week moet ze soms wel tot één uur ’s nachts openblijven, om de aanvragers aan hun Zondagspak te helpen.

Worden die panden ’s Zaterdags niet gehaald, dan verhuizen ze naar boven om in den zomer de winterkleeren en in den winter de zomerkleeren gezelschap te houden, die daar heele seizoen logeeren. Al dien tijd worden ze door den magazijnhouder netjes in orde gehouden, van tijd tot tijd afgestoft en van uitslag gereinigd, zoodat, als er de eigenaar om komt, hij ze in goeden staat terugvindt.

Er zijn anders schamele plunjes onder, zoodat men zich afvraagt wat de menschen wel aan ’t lijf moeten overhouden, wanneer ze zulke afleggertjes, als overtollige weelde, naar den lommerd brengen.

En dan het beddegoed! Te moeten denken, dat er arme stumpers zijn, die tot zelfs het bed van onder het lijf moeten gaan verpanden!

Naar de ijverige directeur, de heer F.B. Nieuwaard, ons meedeelde, neemt het gebruik der stedelijke Bank van Leening toe. In zekeren zin is dit een gunstig verschijnsel, in zoover men er uit mag opmaken, dat de beleeners zich minder door de particuliere pandjeshuizen laten beetnemen. De waarschuwingen daartegen, in den laatsten tijd door de pers geuit, zijn blijkbaar niet vruchteloos geweest; men geeft nu blijkbaar de voorkeur aan den “grooten lommerd”.

Terecht! Deze toch is er in ’t belang den beleener, niet ten voordeele van den in-pand-nemer. Dank aan den aarbeid der indertijd benoemde commissie voor de reorganisatie, dank aan den tegenwoordigen directeur, die zijn taak blijkt te begrijpen, is het sociaal karakter der instelling in den laatsten tijd meer en meer tot zijn recht gekomen.

We wezen in den aanhef al op een paar verbeteringen, door de verbouwing mogelijk geworden – de meer verscholen ingang en het afzonderlijk kamertje-. Stippen wij nog aan dat ten gerieve der beleeners ook de uren verzet zijn. Was de bank, behalve van ’s morgens achten tot twaalven, in den namiddags van drieën tot vijven geopend, thans is er, in plaats van ’s middags, des avonds van zessen tot negenen gelegenheid tot het inbrengen van panden, wat den kleinen man veel beter schikt. Daarbij worden tegenwoordig geen adminstratiekosten meer in rekening gebracht. Een verbetering is verder, dat nu ook op pensioenafspraken geleend kan worden. En wat ons vooral een goede maatregel dunkt is dat de aflossing in tien termijnen kan geschieden, zoodat b.v. en beleeningsom van een rijksdaalder kan worden afgedaan met tienmaal achtereenvolgens een kwartje te brengen.

Daardoor wordt telkens het staangeld verminderd; den beleener wordt het lossen van het pand vergemakkelijkt en hij leert sparen.

Mochten alle beleeners de kunst van sparen leeren, er zou waarschijnlijk minder gebruik van de bank hoeven gemaakt te worden.

Maar in elk geval zal ze altijd noodig zijn in het belang van degenen, die door tijdelijk geldgebrek in moeilijkheid zijn en die, zonder de gemeentelijke instelling, meedoogenloos naar de pandjeshuizen zouden worden gedreven. Hopen wij, dat dezulken niet zullen wachten tot zij door schade wijze zijn gworden met hun toevlucht te nemen tot den “grooten lommerd”, die er alleen is in hùn belang.” De Gelderlander 18/7/1908)

Gemeentelijk Monument

Bank van Lening, architect Weve, 1889-1890 (foto oktober 2022)
Bank van Lening, architect Weve, 1889-1890 (foto oktober 2022)

Het gebouw is een Gemeentelijk Monument met als formele tekst bij aanwijzing:

“Atelierruimte.
Als Bank van Lening gebouwd bakstenen complex in twee bouwlagen, op een straathoek, op hellend terrein gelegen. Het complex bestaat uit een veelhoekige hoekpartij met schilddak, waarin een dichtgemetselde ingang onder een gotiserende wimberg op de hoek. Links en rechts smalle traveeën als overgang naar de bredere gevels aan de twee straten. Vervolgens twee brede gevelmassa’s met verticale indeling door middel van steunberen. Als beëindiging van het gebouw links en rechts een als hoekpaviljoen werkend bouwdeel.
De gevels zijn geheel van baksteen, in verschillende kleuren. Alle openingen zijn omlijst door profielen van gekleurde baksteen.
Bouwjaar: 1889-1890.
Architect: J.J. Weve.”

Ook Lange Hezelstraat, gelegen tussen 59 en 63, niet genummerd als zijnde de “Zijgevel van de Bank van Lening (Hessenberg 1 en Pijkestraat 2-4-6)”:

“Zijgevel van de Bank van Lening (Hessenberg 1 en Pijkestraat 2-4-6)
Hoge bakstenen topgevel van twee bouwlagen, zonder ingang. Op de begane grond is een driedelig venster onder een segmentboog. Op de scheiding van de etages is een tandlijst aangebracht met daarboven twee smalle ramen. Daarboven bevindt zich een rijkere frieslijst waarop de topgevel aanzet. Deze heeft de vorm van een trapgevel met zeven afgeschuinde trappen met elk een spaarboog.
In de zo gevormde zeven hoge nissen bevinden zich drie smalle raampjes.
Bouwjaar: 1889
Architect: J.J. Weve
Zeer karakteristieke gevel. Zeldzaam voorbeeld van baksteen-architectuur naar het model van de
laatmiddeleeuwse Nederrijnse huizenbouw.”

Na de Tweede Wereldoorlog

De voormalige bank van lening op de hoek Hessenberg (rechts) en Pijkestraat (links), een fraai voorbeeld van de neo baksteen gotiek, één van de weinige overgebleven openbare gebouwen van de stadsarchitect J.J. Weve gebouwd 1889-1890, augustus 1947 (F93728 RAN)
De voormalige bank van lening op de hoek Hessenberg (rechts) en Pijkestraat (links), een fraai voorbeeld van de neo baksteen gotiek, één van de weinige overgebleven openbare gebouwen van de stadsarchitect J.J. Weve gebouwd 1889-1890, augustus 1947 (F93728 RAN)

Waarschijnlijk wordt het gebouw tijdens de Tweede Oorlog tevens gebruikt voor de opslag van radio’s: in ieder geval worden eigenaars in De Gelderlander 2/2/1945 verzocht ze (alsnog) af te halen.

In 1947 besluit de gemeenteraad tot de oprichting van de een kredietbank. Feitelijk opnieuw: al in de 1939 had de gemeente besloten tot de oprichting hiervan. Een commissie had in 1938 al geadviseerd om de bank van lening om te zetten in een gemeentelijke volkskredietbank. (PGNC 18/10/1938). In oktober 1939 blijkt dat de gemeente al heeft besloten tot de oprichting van de volkscredietbank en dat het wacht op de goedkeuring van de Gedeputeerde Staten. (PGNC 13/10/1939)

Door de Tweede Wereldoorlog was de invoering hiervan opgeschort. In 1947 stellen B & W de opheffing van de Bank van Lening en de invoering van de Volkscredietbank alsnog voor: een pandjeshuis was niet meer van deze tijd. En daarnaast maakte de Bank van Lening verlies:

JaarVerlies
19394.472
194313.358
194618.710

(De Gelderlander 10/12/1947) Op 1 januari 1949 begon de Gemeentelijke Volkscredietbank en daarbij werd de Bank van Lening opgeheven.

Stadsbank van Lening: een van de laatste verkopingen? (De Gelderlander 2/7/1949)
Stadsbank van Lening: een van de laatste verkopingen? (De Gelderlander 2/7/1949)

In ieder geval komt de Gemeentelijke Volkscredietbank in het Adresboek 1951 voor op Groesbeekseweg 27.

“De Sociale Werkvoorziening start in Nijmegen vóórdat een wettelijke regeling tot stand komt. In 1948 wordt op initiatief van het gemeentebestuur en onder verantwoordelijkheid van de Gemeentelijke Dienst voor Sociale Zaken begonnen met een sociale werkplaats voor mannen in de voormalige Bank van Lening aan de Pijkestraat.” (https://huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Sociale_Werkvoorziening)

De periode tussen de opheffing van de Bank van Lening en de oprichting van de ateliers is nog niet volledig onderzocht.

Ateliers

In 1974 kwam bovenruimte in gebruik voor oorspronkelijk tijdelijk bedoelde ateliers. Sloop dreigde, maar een kunstenaarsactie voorkwam dit. In 1988 volgde restauratie.

Daarbij noemt het bijschrift bij foto F93728 RAN, waarschijnlijk op het moment van digitaliseren van de foto: “nu ateliers en woningen van kunstenaars met de naam Elba, een “wijkplaats voor verbeelding”.

Tegenwoordig is het gebouw Hessenberg 1 in beheer van SLAK Ateliers. Hierin zijn 8 ateliers gevestigd. Ook Pijkestraat 4,5,6,7a worden beheerd door SLAK.

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=2383209581

https://huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Bank_van_Lening_Gemeente_Nijmegen

https://huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Sociale_Werkvoorziening

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/De_broederschap_der_cellenbroeders

https://www.noviomagus.nl/h1.php?p=Gastredactie/Backus/KV.htm

https://www.noviomagus.nl/Vrij/BankLening/BankLeningCat.html

Weve architect

Weve was een architect en ingenieur. Hij was stadsarchitect en directeur Gemeentewerken van Nijmegen. Hij ontwierp onder andere 17 scholen,…

Pijkestraat 27 (september 2026)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Pijkestraat woningen en drukkerij architect Claase

1911 Pijkestraat 9 t/m 27

Pijkestraat 27 (september 2026)
Pijkestraat 27 (september 2026)

Architect Claase ontwerpt in 1911 een drukkerij en een aantal beneden- en bovenwoningen voor de Gebroeders Janssen in de Pijkestraat. Hierna volgen enkele verbouwingen en uitbreidingen naar ontwerp van Claase en Estourgie. In 1968 verhuist de drukkerij. Daarna is het vooral bekend als atelierruimte. Rond 2015 vond een verbouwing naar appartementen plaats.

Ontwerp architect Claase

Op 10 november 1911 krijgen de broers W. en A.J. Janssen uit Lent vergunning tot het oprichten van een “door elektriciteit gedreven drukkerij aan de Pikkegas No. 7a kadastraal bekend Nijmegen, sectie C, Nos. 5930 en 5931. (De Gelderlander 12/11/1911). Het betreft 2 electro motoren van in total 3 Pk. (PGNC 27/9/1911)

Op 7 augustus 1911 zal aanbesteding plaats vinden van “Het bouwen van Beneden- en Bovenwoningen met daarachter gelegen Drukkerij, Kantoor en Werkplaatsen op een terrein aan de Pikkegas.B.J. Claase is de architect. (PGNC 30/7/1911)

De drukkerij: Plan voor het bouwen van een boekdrukkerij met vier beneden en vijf bovenwoningen aan de Pikkegas te Nijmegen op een terrein kadastraal Sectie C Nos 5930 5931 6098 voor de heeren Gebr W en A J Janssen te Lent, Nijmegen, Juli 1911 (D12.382454)
De drukkerij: Plan voor het bouwen van een boekdrukkerij met vier beneden en vijf bovenwoningen aan de Pikkegas te Nijmegen op een terrein kadastraal Sectie C Nos 5930 5931 6098 voor de heeren Gebr W en A J Janssen te Lent, Nijmegen, Juli 1911 (D12.382454)
De woningen: Plan voor het bouwen van een boekdrukkerij met vier beneden en vijf bovenwoningen aan de Pikkegas te Nijmegen op een terrein kadastraal Sectie C Nos 5930 5931 6098 voor de heeren Gebr W en A J Janssen te Lent, Nijmegen, Juli 1911 (D12.382454)
De woningen: Plan voor het bouwen van een boekdrukkerij met vier beneden en vijf bovenwoningen aan de Pikkegas te Nijmegen op een terrein kadastraal Sectie C Nos 5930 5931 6098 voor de heeren Gebr W en A J Janssen te Lent, Nijmegen, Juli 1911 (D12.382454)

Op 25-11-911 staat een advertentie dat Gebr. Janssen hun drukkerij hebben verplaatst naar de Pikkegas. (PGNC 25/11/1911). Een advertentie uit januari 1912 noemt als adres Pikkegas 27. PGNC 28/1/1912). In januari hebben ze daarbij ook een binderij ingericht. (PGNC 4/1/1914)

Vergroting en verbouwing Claase

Op 6-6-1914 vindt in opdracht van de Gebr. Janssen aanbesteding plaats van het “vergrooten en verbouwen van hun Drukkerij en Binderij aan de Pikkegas No. 27” door architect B.J. Claase (PGNC 31/5/1914).

Plan voor uitbreiding der drukkerij voor de heeren Gebroeders W. en A.J. Janssen, Mei 1914 (D12.382456)
Plan voor uitbreiding der drukkerij voor de heeren Gebroeders W. en A.J. Janssen, Mei 1914 (D12.382456)

Op 27 februari 1917 krijgen de Gebr. Janssen vergunning tot het uitbreiden van hun drukkerij in perceel Sectie C, No. 6163. (PGNC 1/3/1917). Deze bouwtekening heb ik vooralsnog niet gevonden.

Architect B.J.C. Claase

Lees hier over architect Claase:

B.J.C. Claase, architect van de Jozefkerk

Architect Bernardus Joannes Claase (Rotterdam, 14 september 1862 – Nijmegen, 29 januari 1919). Zijn bekendste werk is de St.Jozefkerk aan het Keizer Karelplein (tegenwoordig Titus Brandsma Gedachteniskerk).

Lees verder

Verbouwing en uitbreiding door Architect Estourgie

Op 12-9-1933 krijgt de “Firma Gebr. Janssen, alhier, en hare rechtverkrijgenden” vergunning tot het uitbreiden van de door elektriciteit gedreven zetterij, drukkerij en binderij in het perceel Pijkestraat 27, Sectie C, no. 6814. (PGNC 15/9/1933). Afgaande op de inventaris weergave van Estourgie heeft architect Estourgie deze uitbreiding ontworpen en tevens een uitbreiding in 1925. Bij de beschrijving inventarisnummer 140 staat:

“Pykestraat 27 (Pikkegas), Bouw van een arbeiderswoning; veranderen en uitbreiden magazijnen en werkplaats. Bouw van een kantoor; uitbreiding drukkerij
Opdrachtgever A.J. Janssen”, periode 1925 en 1933″. Estourgie ontwierp daarnaast de verbouwing van Pijkestraat 1, eveneens voor de Gebroeders Janssen.

40 jarig bestaan

40 jarig bestaan van Drukkerij Gebr. Janssen, november 1951 (GN44259 RAN)
40 jarig bestaan van Drukkerij Gebr. Janssen, november 1951 (GN44259 RAN)

In 1951 bestaat de drukkerij 40 jaar. “Al die tijd staat de heer A.J. Janssen aan het hoofd van zijn bedrijf, waarin twaalf personeelsleden werken, die al meer dan dertig jaar in zijn zaak werken. De laatste jaren is de heer Ph. Janssen zijn vader behulpzaam in de leiding.” (De Gelderlander 27/10/1951). In 1955 viert de boekdrukker Joh. Popping dat hij 40 jaar bij Drukkerij Gebr. Janssen in dienst is. Daarbij zijn“…het aantal 40-jarige en zilveren jubilarissen niet meer op vingers van twee handen te tellen.” (De Gelderlander 19/7/1955). In 1956 is C.L. Meuleman de 5e waarbij het veertigjarige dienstjubileum wordt herdacht (De Gelderlander 29/9/1956).

Verhuizing

Op 29-8-1968 verhuist de drukkerij, Drukkerij Gebr. Janssen N.V. , naar Energieweg 40 (toelichting bij foto F51520 Opening van Drukkerij Gebr.Janssen N.V., links burgemeester De Graaf en rechts directeur Flip Janssen.)

Michelotti, ateliers en verbouwing

Pijkestraat gezien vanaf de Hessenberg (rechts) in de richting van de Lange Hezelstraat met op nummer 27 de Firma Michelotti, 1976 (Evert F. van der Grinten via F78973 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
Pijkestraat gezien vanaf de Hessenberg (rechts) in de richting van de Lange Hezelstraat met op nummer 27 de Firma Michelotti, 1976 (Evert F. van der Grinten via F78973 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)

Michelotti

Of Michelotti meteen de volgende gebruiker was, is niet bekend. Wel komt hij voor bij de aanvragen voor hinderwetvergunningen in 1970 en 1971 met een fabriek voor vervaardiging van kunstnijverheids- en souvenirartikelen. (Inventarisnummers 3452 en Verwijzing van het RAN; de vergunning zelf is nog niet ingezien).

In het Adresboek 1971 komt Michelotti en Zn. onder de kop “Souvenirart.fabr.” voor op Biezenstraat 42.

Daarnaast is er een verwijzing naar een aanvraag voor een hinderwetvergunning in 1978 gevonden Fabriek voor vervaardiging van kunstnijverheids- en souvenirartikelen voor de Roggeweg 18 en 20. (Inventarisnummer 7328). Of dit een verhuizing was of uitbreiding is niet bekend.

In ieder geval zal Pijkestraat 27 vaak de naam “Michelottipand” hebben.

Ateliers

Pijkestraat 9 t/m 27, juli 2019 (Google Streetview)
Pijkestraat 9 t/m 27, juli 2019 (Google Streetview)

Rond 2014 is het complex al meer dan 30 jaar in gebruik als atelierruimte.

Dan worden de sloopplannen bekend: de atelierruimtes zullen plaats moeten maken voor nieuwbouw. De kunstenaars richten samen met bewoners een lobby op om het complex te behouden als industrieel en cultureel erfgoed. Daarvoor maken ze deze film: https://edvanteeseling.wordpress.com/2014/06/09/ateliercomplex-pijkestraat-27/

In oktober 2015 moeten de kunstenaars echter het pand verlaten, zodat een projectontwikkelaar het complex kan verbouwen tot appartementen. Dit was een onderdeel van 1 groot project waar naast deze drukkerij ook het oude Belgische Consulaat en de Kruittoren onder viel.

Ed van Teeseling was vanaf het begin een van de gebruikers, tot aan zijn overlijden in 2008. Op 24 en 25 oktober van dat jaar nemen de kunstenaars Gerard Koek, Geert-Jan van Oostende, Nur Tarim, Dirk
Roodenburg en Philo Welten afscheid van het pand met een verkooptentoonstelling. Zij kunnen hun atelier vestigen de voormalige Montessori-school aan de Berg en Dalseweg. Bijzonder: voor het gebouw staat een beeld “Roeiende Jongens” dat van Teeseling in 1959 had gemaakt voor deze school.

Appartementen

Rond 2015 heeft hier een grote verbouwing in appartementen plaats gevonden. Het renoveren van de Kruittoren viel uiteindelijk echter buiten de renovatie door Hermon Heritage.

Zie de site voor dit project:

En de oplevering in 2018:

(Overige) Bronnen en verder lezen

De Straat van de Week, https://www.marikenmagazine.nl/wp-content/uploads/2018/05/2015_6_december.pdf

B.J.C. Claase, architect van de Jozefkerk

Architect Bernardus Joannes Claase (Rotterdam, 14 september 1862 – Nijmegen, 29 januari 1919). Zijn bekendste werk is de St.Jozefkerk aan…

Het Wilhelmina Ziekenhuis, 1910 (F288561) Claas Noorduijnstraat 5 architect Semmelink
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Protestants Ziekenhuis/Wilhelmina Ziekenhuis

Geopend 1895 Spaarbankstraat (Claas Noorduijnstraat) Hunnerberg

Het Wilhelmina Ziekenhuis, 1910 (F288561) Claas Noorduijnstraat 5 architect Semmelink
Het Wilhelmina Ziekenhuis, 1910 (F288561)

In 1895 opent aan wat dan nog de Spaarbankstraat heet het protestantse Wilhelmina-Ziekenhuis. Het hospitaaltje op de Jodenberg was te klein en voldeed niet meer. Net als het hospitaal op de Jodenberg kwam de nieuwbouw vooral tot stand met liefdesgaven: grond, geldelijke giften, materialen en belangeloze werkzaamheden. Een centrale figuur was dokter Claas Noorduijn, naar wie de straat werd vernoemd.

Vooraf: een hospitaal op de Jodenberg

Op 5 september 1850 werd in een huis aan de Jodenberg de eerste patiënt opgenomen in het protestantse hospitaaltje. Er was plaats voor twintig patiënten.

In het midden van de 19e eeuw bestonden nog niet de ziekenhuizen zoals wij die tegenwoordig kennen. Meestal vond de zorg voor zieken plaats door familieleden, al dan niet geholpen door een chirurgijn of arts.

In 1848/1849 richtten een aantal leden van de Diaconie van de Nederlandse Hervormde Gemeente een Vereeniging tot Patronaat over de Armen op, een toevluchtsoord “‘voor die ongelukkige zieken, die in hun eigen woningen van licht en lucht van ligging en deksel en voedsel, in één woord van het onontbeerlijkste waren verstoken’” (‘Vaarwel lief ziekenhuis’ zoals weergegeven op https://www.cwz.nl/over-cwz/organisatie/historie) Daarbij kwam al snel een commissie met als doel om een ziekenhuis te stichten.

Opvallend daarbij is dat “Eerst is er nog sprake van de komst van een algemeen ziekenhuis waar iedereen terecht kan, welk geloof je ook hebt. Maar dat plan blijkt te hoog gegrepen. Na een hoop geruzie binnen de besturen besluiten de protestanten en katholieken afzonderlijk een ziekenhuis voor de eigen gelovigen op te richten.” (https://web.archive.org/web/20250905221605/https://www.cwz.nl/over-cwz/175-jaar-cwz/weetjes-over-de-historie-van-cwz/1850-protestants-ziekenhuis-opent-in-nijmegen/)

Op 5 september 1850 kwam de eerste patiënt naar het Protestantsch Ziekenhuis op de Jodenberg. Er is plaats voor 20 patiënten. Dr. Claas Noorduijn wordt de geneesheer-directeur. Het ziekenhuis bleek echter al snel te klein.

1888/1889 Oprichting Vereeniging Het Protestantsch Ziekenhuis te Nijmegen

“In 1888 werd besloten een nieuw en groter protestants ziekenhuis aan de Spaarbankstraat te bouwen. Daarbij werd ook de Vereeniging ‘Het Protestantsch Ziekenhuis te Nijmegen’ formeel georganiseerd”, met als doel een nieuw, groter ziekenhuis te bouwen, in de eerste plaats voor de in Nijmegen wonend protestanten. (Wikipedia noemt 1889; CWZ 1888: mogelijk/waarschijnlijk baseert Wikipedia zich op het Koninklijk Besluit tot goedkeuring, 1888 op de oprichting zelf)

Het doel was “Het oprichten en instandhouden van een ziekeninrichting, waar ongeveer 45 personen terecht konden en waar, ‘(met uitzondering van krankzinnigen en epileptici) behoeftigen wier opneming door het Burgerlijk Armbestuur gevraagd wordt’, werden opgenomen. ‘Bovendien worden (zonder eenige formaliteit) opgenomen, personen, die onverwachts en onverwijld hulp behoeven. (…) Een geneesheer houdt zijn spreekuur, voornamelijk als oogenpolikliniek, in het ziekenhuis; behoeftigen kunnen hem kosteloos hier raadplegen.

De geneesmiddelen zijn geheel kosteloos en begrepen in het abonnement dat de vereeniging met het Burgerlijk Armbestuur heeft aangegaan (f. 2400 jaarlijks voor ten minste 9 bedden). Versterkende middelen worden niet afzonderlijk berekend. (…)

Uitzending van verpleegzusters wordt aangevraagd aan de directrice. Dag- of nachtverpleging kan kosteloos worden verleend.’ (Blankenberg)” (https://resources.huygens.knaw.nl/armenzorg/gids/vereniging/3659771502)

De bouw werd grotendeels mogelijk gemaakt door giften. Daarnaast werden grond, materialen en werkzaamheden geschonken.”

Door de schenking van een stuk grond en doordat er voldoende geld was ingezameld, werd de daadwerkelijke bouw aan de Spaarbankstraat (de huidige Dr. Claas Noorduijnstraat) mogelijk. Alleen al aan geldelijke giften en renteloze leningen, maar ook door allerlei activiteiten als voorstellingen en bazaars, was bij de opening ongeveer 73.000 gulden ontvangen. Een van de schenkingen was afkomstig van het Koninklijk huis. Behalve geld, werden er giften in nature en werkzaamheden gedaan.

1895 Opening

Op de achtergrond het Wilhelmina Ziekenhuis; Vanuit de Mr. Franckenstraat, in de richting van het Wilhelmina Ziekenhuis en de Dr. Claas Noorduijnstraat, 1900-1905 (F32159 RAN) architect Semmelink
Op de achtergrond het Wilhelmina Ziekenhuis; Vanuit de Mr. Franckenstraat, in de richting van het Wilhelmina Ziekenhuis en de Dr. Claas Noorduijnstraat, 1900-1905 (F32159 RAN) architect Semmelink

Op 4 april 1894 vond de eerstesteenlegging plaats aan de Spaarbankstraat (F52399 RAN).

Op 7 mei 1895 ging het ziekenhuis open. 10 dagen later, op 17 mei, kwam Koningin-regentes Emma op bezoek met prinses Wilhelmina. Op die dag maakt het bestuur bekend dat het ziekenhuis voortaan naar Wilhelmina gaat heten.

Bij de opening houdt P.H. Noorduijn een toespraak, zoals weergegeven in PGNC 8/5/1895:

“De plechtige opening van het Nieuwe Protestantsche Ziekenhuis.

Hedenmiddag ten drie uren had in tegenwoordigheid van een beperkt aantal genoodigden- onder wie wij o.a. de Besturen van ’t Protestantsche Ziekenhuis en de Bouwfonds-Commissie, HH. Doctoren en HH. Predikanten en vele dames opmerkten- de plechtige overdracht plaats van het nieuwe gebouw, door de Bouwfonds-Commissie aan de Vereeniging het Protestantsche Ziekenhuis te Nijmegen.

De groote corridors op de eerste étage waren in een tijdelijke feestzaal herschapen, waar voor de genoodigden zitplaatsen waren gereserveerd. Een zangkoor van ruim 50 dames, onder leiding van den heer H. de Vries, luisterde de plechtigheid op.

Toen allen, zoo goed als de beschikbare ruimte het toeliet, gezeten waren, sprak de heer P.H. Noorduijn, Voorzitter der Bouwfonds-Commissie de volgende rede uit:

Mijne Heeren en Dames!

Bij de overdracht van dit gebouw aan het Bestuur van het Protest. Ziekenhuis rust op mij als Voorzitter van de Bouwfonds-commissie de taak, om u het eerst toe te spreken. Ware dit niet het geval, zeker zou ik mij dit niet aanmatigen; maar toch streelt het mij, bij zoo’n heerlijk werk als dit het woord te mogen voeren, want het geldt hier toch een gebouw, geheel aan de lijdende menschheid gewijd en uitsluitend door liefdegaven tot stand gebracht.

Met een enkel woord zal ik u mededeelen waaruit de liefdegaven bestonden.

De eerste gift (het was in het voorjaar van 1891) betrof den grond, waarop dit gebouw verrezen is, groot ruim 8000 M² en vertegenwoordigende een zeer belangrijke waarde.

De muur, staande op de grens aan de oostzijde, werd door een belangstellende cadeau gegeven, eveneens de vier bliksemafleiders, waarmede het gebouw voorzien is en zooveel kleinere zaken meer, te veel om te noemen.

De plannen voor den aanleg van den tuin werden belangeloos door den heer Rosseels uit Leuven verstrekt, terwijl met de uitvoering zich belastten: eerst de heer Hofkamp, thans stadsarchitect te Leeuwarden, en vervolgens de heer Gerretsen, bloemist te Hees. Beide deze heeren, die met hart en ziel en met kennis van zaken het werk hebben geleid, deden dit ook al weder geheel belangeloos.

Kinderzaal Wilhelmina Ziekenhuis, 1910 (Foto Grijpink via F68617 RAN CCBYSA) Semmelink Claas Noorduijnstraat
Kinderzaal Wilhelmina Ziekenhuis, 1910 (Foto Grijpink via F68617 RAN CCBYSA)

Aan giften in geld werden ontvangen omstreeks f73.000. Een belangrijk bedrag, doch nog niet voldoende, want er is nog een tekort van ongeveer f3000. Het juiste cijfer is op dit oogenblik niet op te geven.

Waar de Commissie op zoo velerlei gebied werd bijgestaan, kon het niet anders of voor haar werd het een genot het voorgenomen werk uit te kunnen volvoeren.

Is zij aan al degenen, die op deze wijze hulp boden, grooten dank schuldig, niet minder is zij dit aan den heer Semmelink, den ontwerper van het gebouw. Van hem heeft het toch grootendeels afgehangen dat een Ziekenhuis is daargesteld, dat aan alle redelijke eischen van den tegenwoordigen tijd voldoet. En hoe hij daarin is geslaagd, hebben zij zich kunnen overtuigen, die reeds een kijkje namen. Deskundigen, die het gebouw zagen, roemden het allen ten zeerste, en leeken, die nu en dan eens kwamen zien, vonden de inrichting en de vroolijke ligging zóó heerlijk, dat de meesten riepen: “als men hier ziek komt, moet men wel beter worden!”

En wat een tijd heeft Semmelink er aan besteed! Dat kunnen echter alleen beoordeelen degenen, die telkens met hem samen kwamen om de plannen te bespreken.

Het Wilhelmina Ziekenhuis, 1910 (F288561) Claas Noorduijnstraat 5 architect Semmelink
Het Wilhelmina Ziekenhuis, 1910 (F288561)

Hartelijk breng ik U, Semmelink, dan ook den dank toe van al de leden van Commissie en Bestuur, doch zeker ook van alle belangstellenden in dit Ziekenhuis! De aannemers, de heeren van Eek en Wijers, mogen hier ook niet vergeten worden. Flink werd door hen de bouw aangepakt, zoodanig, dat op het bepaalde tijdstip de oplevering kon plaats hebben. Wij zijn overtuigd, dat het werk ook degelijk en goed is uitgevoerd, en dat deze heeren dus daarvoor dank verdienen.”… en verder. (PGNC 8/5/1895)

Claas Noorduijn

Dr. Claas Noorduijn en zijn echtgenote Johanna Ruperta Drijfhout van Hooff op zijn 80-ste verjaardag in het trapportaal van het Wilhelmina Ziekenhuis, onder het toen zo juist onthulde portret van hemzelf, 1903 (F84827 RAN)
Dr. Claas Noorduijn en zijn echtgenote Johanna Ruperta Drijfhout van Hooff op zijn 80-ste verjaardag in het trapportaal van het Wilhelmina Ziekenhuis, onder het toen zo juist onthulde portret van hemzelf, 1903 (F84827 RAN)

Claas Noorduijn (Nijmegen, 14-7-1823 – Nijmegen, 30-6-1916) was daarbij de geneesheer-directeur.

Hij was de oudste zoon van dr. Jan Matthijs Noorduijn (1795-1863) en een neef van Arend Noorduijn (1803-1896). Noorduijn was op 12 september 1846 gepromoveerd.  Na een studiereis door Oostenrijk, Duitsland en Frankrijk nam hij in 1848 de dokterspraktijk van zijn vader over.

In 1913 zou ter gelegenheid van zijn 90ste verjaardag de Spaarbankstraat vernoemd worden naar zijn naam “”die zich voor de gemeente steeds zoo verdienstelijk heeft gemaakt, waarbij zijn praktijk onder de armen zeker niet mag worden vergeten”.” (quote weergegeven op https://nl.wikipedia.org/wiki/Claas_Noorduijn)

Noorduijn ligt begraven op Rustoord.

Architect Semmelink

De architect van het ziekenhuis was Derk Semmelink. Lees hier meer over deze architect:

Derk Semmelink, architect

Architect Semmelink begon als leerling bij de Arnhemse architecten van Gendt en Nieraad. Een aantal werken van hem zijn Hotel-café Bellevue, villa Maris, het Luthers Kerkje, het Wilhelminaziekenhuis, Bahlmann en schoolgebouw van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen

Lees verder

Eerste jaren

Hoewel het ziekenhuis in de eerste plaats voor protestantse patiënten was bedoeld, bestond in 1896-1897 ongeveer een kwart van de patiënten uit rooms-katholieken, naast enkele joodse patiënten.”Vandaar: “Het ziekenhuis staat open voor alle godsdienstleeraren, wier bezoek door zieken gewenscht wordt.”” (Huygens)

Het Huygens Instituut geeft ook een overzicht van de inkomsten en uitgaven, overgenomen uit Tijdschrift voor armenzorg 1e jrg. (1900)

In 1899:

Inkomsten Uitgaven 
Bijdragen Burgerlijk Armenbestuur3.600Personeel2.512
Renten829Huishouding7.778
Verpleeggelden6.265Geneesmiddelen1.837
Contributie2.884Brandstoffen2.091
Legaten en giften10.250Gebouwen en meubilair2.957
Buitengewone ontvangsten773Drukwerk5.340
  Afschrijving nadeelig saldo van 18981.863
Inkomsten24.600Uitgaven23.477

Oftewel een positief saldo van f. 1.123.

Schijnbaar kwamen er in 1899 nog veel giften binnen, welke de grootste inkomstenbron is. En afgaande op de “afschrijving nadeelig saldo van 1898” was er in dat jaar sprake van verlies geweest.

In 1900 zou de bijdrage van het Armenbestuur eveneens f3.600 worden. Dat jaar komen f8.247 aan verpleeggelden binnen. De huishoudelijke uitgaven zijn dan f8.111.

1921 Uitbreiding met rechtervleugel

In 1918 koopt het Wilhelminaziekenhuis een stuk grond van de gemeente aan de Barbarossastraat. SWDan volgt een grote verbouwing met een grote zijvleugel aan de rechterzijde van het hoofdgebouw. Nu biedt het ziekenhuis plaats voor 100 bedden. Naast de directrice en adjunct-directrice werken er nu 26 verpleegsters, 3 juffrouwen in de huishouding en een portier.

Dde verbouwing van 1920/1921 bracht onder andere een betere operatiekamer, een kraamkamer, een moderne röntgeninrichting, een lift, verbeterde hygiëne en brandveiligheid. Vloeren en wanden werden zo uitgevoerd, dat stofophoping werd beperkt.

De architect van deze en volgende uitbreidingen was Willem Hoffmann. Lees hier verder over deze architect en zijn verbouwingen:

Willem Hoffmann, architect

Architect Hoffmann is vooral bekend vanwege zijn villa’s. Zijn grootste werk is mogelijk ’t Slotje van de Baron. Ook de uitbreiding/verbouwing van het Wilhelminaziekenhuis is een groot werk. Daarnaast komen wij hem regelmatig tegen in de nieuwbouw of verbouw van horeca en winkels. Veel van zijn ontwerpen bevatten jugendstil- en art-nouveau-elementen.

Lees verder

1930 Uitbreiding met linkervleugel

In 1930 volgt er een uitbreiding met een linkervleugel, welke op 29 augustus 1930 opengaat. Door deze verbouwing was er 62.000 gulden aan donaties binnengekomen.

Margriet Paviljoen

In 1967 kwam het Margriet Paviljoen eveneens in het pand, later Verpleeghuis Margriet genoemd.

Fusie

Het Wilhelminaziekenhuis bleef tot 1974 als zelfstandig ziekenhuis bestaan. Daarna vond een fusie plaats met het katholieke Canisiusziekenhuis tot de Stichting Nijmeegs Interconfessioneel Ziekenhuis Canisius-Wilhelmina. In 1977 verhuisden de medewerkers van het Wilhelminaziekenhuis naar de locatie van het Canisiusziekenhuis aan de Sint Annastraat. Het oude gebouw aan de Dr. Claas Noorduijnstraat werd vervolgens gebruikt als Verpleeghuis Margriet. In 1992 verhuisde het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis naar de nieuwbouw aan de Weg door Jonkerbos.

Vervolg en sloop

Nieuwbouw op voormalig terrein Wilhelmina Ziekenhuis, Claas Noorduijnstraat Hunnerberg (september 2026)
Nieuwbouw op voormalig terrein Wilhelmina Ziekenhuis, Claas Noorduijnstraat Hunnerberg (september 2026)

Na de fusie kwam het gebouw in gebruik door het Margriet Paviljoen, later het Verpleeghuis Margriet genoemd.

Het pand is ondanks protesten van de buurt gesloopt; in 2014 vond op het vrijgekomen terrein archeologisch onderzoek plaats.

In de plaats kwam een woonlocatie, onder andere voor mensen met speciale zorgbehoeftes.

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Wilhelminaziekenhuis_(Nijmegen)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Claas_Noorduijn

https://www.cwz.nl/over-cwz/organisatie/historie

Uitgave: Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten, Zeist 2008, Onderzoek en tekst: Gelders Genootschap https://www.planviewer.nl/imro/files/NL.IMRO.0268.BP7000-VG01/tb_NL.IMRO.0268.BP7000-VG01_2.pdf

https://resources.huygens.knaw.nl/armenzorg/gids/vereniging/3659771502

https://gaypnt.mijnweb.site/straatnamen/D.html#Dr.%20Claas%20Noorduijnstraat

https://www.intonijmegen.com/blijf-op-de-hoogte/verhaal/canon-van-nijmegen-gezonder-leven-verbetering-van-hygiene-en-medische-zorg

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/28_Gezonder_leven

https://nl.wikipedia.org/wiki/Canisius-Wilhelmina_Ziekenhuis

https://web.archive.org/web/20250905221605/https://www.cwz.nl/over-cwz/175-jaar-cwz/weetjes-over-de-historie-van-cwz/1850-protestants-ziekenhuis-opent-in-nijmegen/

Hunnerberg

De Hunnerberg is een wijk en stuwwal aan de oever van de Waal in Nijmegen. Deze positie van een lage…

Derk Semmelink, architect

Architect Semmelink begon als leerling bij de Arnhemse architecten van Gendt en Nieraad. Een aantal werken van hem zijn Hotel-café…

Canisius ziekenhuis

In 1926 zou het nieuwe R.-K. Canisius Ziekenhuis aan de (huidige) St. Annastraat en Groenestraat worden geopend. In 1920 plaatst…

Flat hoek St. Canisiussingel - Mr. Franckenstraat Hunnerberg, zijde Mr. Franckenstraat (augustus 2026)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Flat hoek Mr Franckenstraat – St Canisiussingel

1956 Hoek Meester Franckenstraat – Canisiussingel

Flat hoek St. Canisiussingel -  Mr. Franckenstraat Hunnerberg, zijde Mr. Franckenstraat (augustus 2026)
Flat hoek St. Canisiussingel – Mr. Franckenstraat Hunnerberg, zijde Mr. Franckenstraat (augustus 2026)

RAN: “Appartementengebouw op de hoek met de Mr. Franckenstraat, gezien vanaf de Canisiussingel. Het droeg de nieuwe bouwopvattingen van de vroege jaren vijftig uit: ruim en open naar licht en lucht. Op de achtergrond links is een van de 2 Sterflats aan de Barbarossastraat in aanbouw.”

In maart 1956 wordt het flatgebouw aan de Mr. Franckenstraat geopend. Dit flatgebouw met 7 woonlagen heeft 8 vijf- en 22 vier-kamerflats en is 23 a 25meter hoog. Daarnaast is er ruimte voor 3 kantoren en 9 garages. Het lage gedeelte heeft 4 verdiepingen. De toren heeft een berging op de begane grond, het lage gedeelte kelders. Op het moment van de opening zijn alle woningen al verhuurd.

Flat Mr. Franckenstraat, 1957 (Jeroen van Lith via D1056 RAN tevens Auteursrechthouder)
Flat Mr. Franckenstraat, 1957 (Jeroen van Lith via D1056 RAN tevens Auteursrechthouder)

De aannemer was de bouwcombinatie Lemmens-Kwaaitaal-Hollink en Waals uit Rotterdam.  De opdrachtgever was Progress, het pensioenfonds van Unilever. “Sinds de oorlog belegt men gaarne in vaste goederen.” (Nijmeegsch Dagblad, 8-2-1955) Zij wordt in Nijmegen vertegenwoordigd door makelaars Strijbosch en Thunnissen. Dit makelaarskantoor had het pensioenfonds en de gemeente met elkaar in contact gebracht.

Begin februari steekt burgemeester Hustinx de “eerste spade” in de grond. Deze flat is op dat moment de hoogste die Nijmegen zal krijgen. Overigens niet voor lang: bij de oplevering van deze flat is al bekend dat de flats aan de Batavierenweg zullen worden gebouwd en daarnaast de sterflat op de Hatertse Hei. “Ondanks de hevige vorst is de laagbouw in dit reusachtige gebouw in tien en halve maand tot stand gekomen.”

Flat Meester Franckenstraat Canisiussingel, augustus 2023 (Google Streetview)
Flat Meester Franckenstraat Canisiussingel, augustus 2023 (Google Streetview)

Behalve dat het gebouw op een van de mooiste plekken van Nijmegen staat, is de flat van binnen als buiten luxueus. De toren heeft een lift. Alle woningen hebben centrale verwarming en een badkamer. De woningen met 4- of 5- kamers hebben een ijskast. Ook de afwerking van buiten is luxueus. De huurprijzen liggen tussen de 65 en 135 gulden.

“De burgemeester die hierna het woord nam, zeide dat dit flatgebouw een belangrijke aanwinst voor Nijmegen is. Nijmegen is een woonstad welke door haar ligging een bijzonder karakter heeft. Toen de initiatiefnemers tot de bouw, de makelaars Strijbosch-Thunnissen, met dit plan bij het gemeentebestuur kwamen, was de aanvankelijke wrevel tegen woonflats op dit punt als spoedig overwonnen, aldus spr. Hij had grote waardering voor de architect van dit imposante bouwwerk, dat zo gelukkig is gesitueerd, passend in dit deel van de stad bij de toegang uit het noorden.” (De Gelderlander 16/3/1956) “Nijmegen zal op de ingeslagen weg voortgaan met particuliere aannemers in te schakelen in de bouw van de betere woningen, zo zei de burgemeester” (De Vrije Zeeuw, 19-3-1956)

Architect Nefkens

De architect van deze flat is Harry Nefkens. Leest hier meer over deze architect:

Harry Nefkens

Harry Nefkens is de architect van een aantal markante gebouwen in Nijmegen, zoals de sterflats. Aanvankelijk is hij vooral bekend als architect van de wederopbouw, vooral in Rotterdam. In de jaren 70 was hij architect van bedrijfspanden en kantoren en actief als projectontwikkelaar. Dat laatste bracht hem in de Quote500.

Lees verder

(Overige) Bronnen

Flat hoek St Canisiussingel Mr Franckenstraat Hunnerberg St Canisiuszijde augustus 2026
Flat hoek St. Canisiussingel – Mr. Franckenstraat Hunnerberg, St. Canisiuszijde (augustus 2026)

Nijmeegsch dagblad, 8-2-1955

Het Parool, 17-3-1956

Ingang flat hoek St. Canisiussingel -  Mr. Franckenstraat Hunnerberg (augustus 2026)
Ingang flat hoek St. Canisiussingel – Mr. Franckenstraat Hunnerberg (augustus 2026)

Hunnerberg

De Hunnerberg is een wijk en stuwwal aan de oever van de Waal in Nijmegen. Deze positie van een lage…

Harry Nefkens

Harry Nefkens is de architect van een aantal markante gebouwen in Nijmegen, zoals de sterflats. Aanvankelijk is hij vooral bekend…

St. Canisiussingel 23, 25 en 27, hoek Prins Hendrikstraat (september 2026)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

St Canisiussingel 23 25 en 27

St. Canisiussingel 23, 25 en 27, hoek Prins Hendrikstraat (september 2026)
St. Canisiussingel 23, 25 en 27, hoek Prins Hendrikstraat (september 2026)

De panden St. Canisiussingel 23, 25 en 27 zijn gebouwd door Gebroeders Haspels (Bestemmingsplan Nijmegen Centrum – Binnenstad – 8). Vaag is op bouwtekening D12.379331, links naast Bemerkingen, nog de handtekening van Haspels te zien. Bij de rioolaanleg D12.379650 is de handtekening Haspels duidelijk leesbaar.

Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379333)
Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel zijde, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379333)
Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), gevel Prins Hendrikstraat, datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379333)
Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), gevel Prins Hendrikstraat, datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379333)

3 verschillende woningen

Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), indeling begane grond, datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379331)
Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), indeling begane grond, datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379331)

D12.379331 laat de indeling zien, waarvan hier de plattegrond van de begane grond staat weergegeven. Daarbij valt op, dat de indeling van de 3 huizen aanzienlijk verschillend is.

Allereerst de plaatsing van de salon, huiskamer en serre:

De linker woning heeft de salon middenin. Met rechts de serre en daarachter de huiskamer, welke doorloopt in de eetkamer.

Het middelste huis heeft de huiskamer juist aan de voorkant, met daar achter de salon en daar de serre weer achter.

Rechts -maar deze grenst aan de Prins Hendrikstraat- heeft voor de serre, dan de huiskamer, dan de salon.

Daarnaast is opvallend dat het middelste huis een “kantoor” heeft en het rechterhuis een “spreekkamer”. Bij het linker huis is alleen sprake van een woonfunctie.

Wed. A.S. Cohen, geboren Drukker

Afgaande op de verkoop door de erven, waren de panden eigendom van de Weduwe A.S. Cohen, geboren Drukker.

Op 5 september 1906 verkopen Cornelis Karel en Dirk Jan Haspels (de firma Gebroeders Haspels), bouwkundigen en koopmannen aan Abraham Salomon Cohen, koopman een perceel bouwterrein: “liggende op den hoek van den Sint Canisius Singel en de Prins Hendrik Straat te Nijmegen, bekend op den legger der Kadastrale gemeente Nijmegen, Sectie B noordwesterlijk deel van Nummer 3567 ter grootte van ongeveer tien aren twintig centiaren, door gemelden vennootschap in eigendom verkregen ten gevolge van koop van de gemeente Nijmegen blijkens acte op dertig december negentienhonderd.” Cohen betaalt 9180 gulden. Het is nog niet bekend of het dit perceel betreft of een naburig perceel. Daarnaast valt in deze, als het daadwerkelijk om perceel van nummers 23, 25 en 27 of één daarvan gaat, op dat de Gebr. Haspels een bouwterrein in plaats van een woning verkopen.

In mei 1909 blijkt Wed. A. Cohen, Canisiussingel 27 naar Den Haag te vertrekken, Laan N.-O.-Indië 64. (PGNC 23/5/1909)

1912 Te koop

In 1912 staan St. Canisiussingel 23, 25 en 27 te koop. De eigenaren blijken dan de erven van Mevr. de Wed. A.S. Cohen, geboren Drukker te zijn.

Alle drie woningen zijn op dat moment verhuurd:

  • perceel 1, nummer 27, aan dr. F.A.M. Lemaire
  • perceel 2, nummer 25, aan M. Prakke
  • perceel 3, nummer 23, aan dr. J. Schouten

Vervolgens is een aankondiging van de veiling en verkoop gevonden in 1917 (PGNC 3/11/1917).

Dan zullen de woningen namens A.A. van der Borg geveild worden.

Op dat moment zijn de woningen verhuurd aan:

  • WelEd.Z.Gel. Heer Dr. Lemaire, nummer 27
  • W. van Doesburg, nummer 25
  • J. Nauta Andreae, nummer 23

Gevonden gebruikers

Canisiussingel 23

In 1912-1913, 1913-1914 is het Dr. J. Schouten

In 1914-1915 staat het mogelijk leeg.

In 1915-1916 Prins H.J.E. de Bourbon.

In 1918, 1920 I. Nauta Andreae-PermentierCanisiussingel 27 > ook in 1912 klopt het adres

In 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1918, 1920 is het Dr. F.A.M. Lamaire. In 1914-1915 heeft iemand de a doorgehaald: het moet Lemaire zijn.

Canisiussingel 25

In 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916 is het M. Prakke

In 1918, 1920 W. van Doesburg

Canisiussingel 27

In mei 1909 blijkt Wed. A. Cohen, Canisiussingel 27 naar Den Haag te vertrekken, Laan N.-O.-Indië 64. (PGNC 23/5/1909)

F.A.M. Lemaire

F.A.M. Lemaire op een foto van de Gemeenteraad, 1910 (Detail F65766 RAN)
F.A.M. Lemaire op een foto van de Gemeenteraad, 1910 (Detail F65766 RAN)

In ieder geval Adresboek 1908, 1909 Kronenburgersingel 31.

Franciscus Antonius Maria Lemaire (Nijmegen, 10-12-1866) komt in het Bevolkingsregister 1910 voor op Kronenburgersingel 31. Zijn beroep is moeilijk leesbaar: “…. Doctor en Arts” en ook het beroep dat er op een later tijdstip is bijgeschreven is onduidelijk: “geneesk. … D”. Hij is op 10 december 1900 afkomstig uit Zevenbergen. Op 28 september 1920 vertrekt hij naar Dordrecht. Op een later tijdstip is erbij geschreven dat hij op 2 februari 1921 naar Indië is vertrokken.

Opvallend daarbij is, dat Lemaire dus tot nu toe niet in het Bevolkingsregister op St. Canisiussingel 27 is gevonden.

Lemaire is getrouwd met Bartholomea Elisabeth Maria Josephina Lombarts (Loon op Zand, 5-12-1865). Zij vestigt zich op 30 maart 1908 vanuit Loon op Zand en vertrekt op 7 mei 1917 naar een plaats die moeilijk leesbaar is. Schoonzus Anna Nicolasine(?) Henrica Josepha Lombarts woont tussen 16 oktober 1917(?) en 28 september 1920 in. Zij komt dan en vertrekt weer naar Loon op Zand. Zoals gezegd: het is onduidelijk of dit steeds het adres Kronenburgersingel betreft, of dat Lemaire is vergeten zijn adres op de St. Canisiussingel door te geven.

Hij was in ieder geval in ieder geval in 1910 lid van de Gemeenteraad.

In Adresboek 1910-1911 komt hij voor op “Canisiussingel”, dus zonder nummer vermeld. Wel een telefoonnummer: 775.

In 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1918, 1920 is het Dr. F.A.M. Lamaire. In 1914-1915 heeft iemand de a doorgehaald: het moet Lemaire zijn.

Hunnerberg

De Hunnerberg is een wijk en stuwwal aan de oever van de Waal in Nijmegen. Deze positie van een lage…

Gebroeders Haspels, aannemers/architecten

De Gebroeders Haspels waren aannemers/architecten. Wij zullen ze vooral gaan tegenkomen in de stadsuitbreiding van eind 19e/begin 20ste eeuw en…

St. Canisiussingel van Gebr Haspels

De Canisiussingel 19H is in 1902 gebouwd door het aannemersbedrijf Gebr. Haspels. Let vooral op het prachtige houtwerk.

Monumentale villa mogelijk ontworpen door L.H. Verbrugge en gebouwd in de jaren 1890/91 op de hoek (verlengde) St. Jorisstraat Canisiussingel (rechts); in 1896 werd het adres mr. Franckenstraat 2. Op 9 november opent, na een omvangrijke verbouwing onder andere een aanbouw links van het pand, H.E Span de banketbakkerij "Keizer Karel" met lunchroom en terras in het ronde gedeelte. In 1933 vestigt zich in de aanbouw een filiaal van bloemensalon "Corona" in de Bisschop Hamerstraat. Tijdens de bevrijding van de stad wordt het pand en de naastliggende huizen verwoest, Mr. Franckenstraat 2 Hunnerberg, 1895-1900 (F5503 RAN)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Banketbakkerij annex Lunchroom Keizer Karel

1917 Franckenstraat 2 (verwoest)

Monumentale villa mogelijk ontworpen door L.H. Verbrugge en gebouwd in de jaren 1890/91 op de hoek (verlengde) St. Jorisstraat Canisiussingel (rechts); in 1896 werd het adres mr. Franckenstraat 2. Op 9 november opent, na een omvangrijke verbouwing onder andere een aanbouw links van het pand, H.E Span de banketbakkerij "Keizer Karel" met lunchroom en terras in het ronde gedeelte. In 1933 vestigt zich in de aanbouw een filiaal van bloemensalon "Corona" in de Bisschop Hamerstraat. Tijdens de bevrijding van de stad wordt het pand en de naastliggende huizen verwoest, Mr. Franckenstraat 2 Hunnerberg, 1895-1900 (F5503 RAN)
Monumentale villa mogelijk ontworpen door L.H. Verbrugge en gebouwd in de jaren 1890/91 op de hoek (verlengde) St. Jorisstraat Canisiussingel (rechts); in 1896 werd het adres mr. Franckenstraat 2. Op 9 november opent, na een omvangrijke verbouwing onder andere een aanbouw links van het pand, H.E Span de banketbakkerij “Keizer Karel” met lunchroom en terras in het ronde gedeelte. In 1933 vestigt zich in de aanbouw een filiaal van bloemensalon “Corona” in de Bisschop Hamerstraat. Tijdens de bevrijding van de stad wordt het pand en de naastliggende huizen verwoest, Mr. Franckenstraat 2 Hunnerberg, 1895-1900 (F5503 RAN)

Banketbakkerij annex Lunchroom Keizer Karel

Banketbakkerij “Keizer Karel”.

In het perceel Franckenstraat 2 opent morgen de heer H.E. Span zijn Banketbakkerij “Keizer Karel”, tot dusver gevestigd in de Molenstraat, waar de winkel als filiaal blijft. Het omvangrijk heerenhuis heeft een belangrijke verbouwing ondergaan. Door aanbouw van een vleugel is een keurig ingerichte winkel verkregen, waarachter een flink kantoor. De ruime suite met groote veranda en uitzicht op het Hunerpark wordt lunchroom; de bezoekers zullen hier een prettig zitje hebben. De banketbakkerij beantwoordt, evenals de genoemde onderdeelen van de zaak, aan alle eischen, welke de tegenwoordige tijd stelt; zij is royaal van afmetingen en van de nieuwste, door elektriciteit gedreven, werktuigen voorzien. De verbouwing is uitgevoerd door den heer G.H. Ditters, aannemer alhier. Het schilderwerk is verricht door de firma van der Wagt en voor de electrische installatie heeft de firma Reuser-van Alphen gezorgd.” (PGNC 9/11/1917)

Hunnerberg

De Hunnerberg is een wijk en stuwwal aan de oever van de Waal in Nijmegen. Deze positie van een lage…

St. Canisisussingel 1 (augustus 2026)
#Nijmegen, Gebouw van de dag, Centrum

St. Canisiussingel 1: van Villa Rust tot bank

St. Canisisussingel 1 (augustus 2026)
St. Canisisussingel 1 (augustus 2026)

De meeste mensen zullen Canisiussingel 1 kennen als de Mauritskliniek of de Slavenburg’s Bank/Credit Lyonnais Bank. Het pand is echter gebouwd als villa. Een van de eerste bewoners -zo niet de eerste- was A.J. Pluijm, een graanfactor uit Rotterdam. Hij noemde zijn woning “Villa Rust”.

De bouw van St. Canisiussingel 1

Op de bouwtekening van het huidige Canisiussingel 1 staan de handtekeningen van H.A. Thunnissen?, bouwkundige en P. Roovers. Op het 2e vel staat 1897.

Vooraan bevinden zich de serre met daar achter de salon en een terras met daar achter de huiskamer. De keuken bevindt zich achter de salon. Naast de keuken hal/gang met trap. In het verlengde van de hal is de vestibule, die naar buiten wat uitloopt en een eigen trap en ingang heeft. Achter de vestibule en een deel van de gang ligt een spreekkamer. (D12.377730 Datum bouwdossier 1-1-1897)

Roovers heeft de grond op 10 februari 1897 gekocht en de 15e overgeschreven. (Inventarisnummer 137, Archiefnummer 442, Aktenummer 3716)

Op 1 mei 1899 verkoopt Petrus Roovers, rentenier aan Adrianus Johannes Pluijm, rentenier, “Een villa te Nijmegen aan de Canisiussingel gelegen, bestaande uit huis en erf met tuin, op den perceelsgewijzen kadastralen legger van Nijmegen bekend in Sectie B nummero 2473 groot negen aren negen en tachtig centiaren.”

Petrus Roovers

Petrus Roovers

Peturs Roovers (Gorinchem, 7-9-1843) komt op 4 augustus 1896 vanuit Rotterdam naar Nijmegen. Zijn adres is dan Berg en Dalsche weg 56. Op een later tijdstip is dit adres doorgehaald en vervangen door Nassausingel 3. (Bevolkingsregister 1890)

Roovers is getrouwd met Johanna Antonia Smits (Rotterdam, 5-12-1845).

Op het adres komen dan de volgende kinderen voor, allen geboren te Rotterdam:

  • Huberdina Francina Maria (2-1-1873)
  • Maria Hendrika Antonia (15-7-1881)
  • Anna Maria Cornelia (18-2-1877)
  • Antonius Christianus Maria (10-7-1875), op een later tijdstip is hier “tabakshandelaar” als beroep toegevoegd; hij zal verhuizen naar het Bevolkingsregister “deel A4 folo 303 (oud)”
  • Petrus Antonius Maria (5-3-1880)
  • Johannus Maria Antonius (18-10-1870)

Adrianus Johannes Pluijm

Adrianus Johannes Pluijm (Bevolkingsregister 1890 NTB.679_33105_190)
Adrianus Johannes Pluijm (Bevolkingsregister 1890 NTB.679_33105_190)

Op 9 maart 1899 schrijft Adrianus Johannes Pluijm (Rotterdam, 11-2-1844) zich in bij de gemeente Nijmegen op Canisiussingel 1. Hij is dan afkomstig uit Rotterdam en heeft als beroep “graanfactor”. Hij is getrouwd met Elisabeth Anna Bakker (Rotterdam, 17-7-1845).

Rotterdam

Adrianus is op 11 februari 1844 geboren te Rotterdam. Zijn vader Johannes Jacobus Pluym is dan 31 jaar en “koekbakker”. Zijn moeder is Aletta Antonetta van Pinxteren en “zonder beroep” (Geboorteacte Archief Rotterdam en https://www.openarchieven.nl/srt:e1cd1aea-058b-9cb2-97a1-b4303f6c2f29)

Hij is met Elisabeth Anna Bakker getrouwd op 13 juni 1872.

Ook bij zijn huwelijk was hij “graanfactor”. Ook zijn vader Johannes Jacobus Pluijm is dan graanfac. (Burgerlijke Stand Rotterdam, huwelijksakten, Rotterdam, archive 999-06, inventory number 1872C, 13-06-1872, Nadere toegang op het huwelijks- en echtscheidingsregister van de gemeente Rotterdam, record number 1872.518, folio c76v)

De eerstgevonden vermelding in een Adresboek is dat van 1899, dan is zijn beroep “graanhandelaar”. In het Adresboek 1901 wordt Canisiussingel 1 voor het eerst villa “rust” genoemd. En vervolgens in 1902, 1903, 1905, 1908, 1909 en 1910.

Villa Rust: Graanfactor of graanhandelaar; actief of niet?

Op het koopcontract staat Pluijm als “rentenier”.

In het Bevolkingsregister 1890 staat als beroep “graanfactor”, terwijl in het Adresboek graanhandelaar staat. Een factoor “in de graanhandel iemand die zich belast met de zorg en het verschieten van graan; dan spreekt men van graanfactor.” (http://www.beroepenvantoen.nl/Oude-beroepen-F.html). Een graanfactor is, hoewel het tegenwoordig nog bestaat, een “oud” beroep. In tegenstelling tot een graanhandelaar werkt een factor niet voor eigen rekening, maar als tussenpersoon. Ons Amsterdam noemt bijvoorbeeld over de factor Jan Philip Korthals Altes: “De graanfactors coördineerden als hun vertegenwoordigers de gang van zaken tijdens het lossen en wegen van het graan. Ze stonden borg voor een correcte weging en waren verantwoordelijk voor het nemen van monsters om de kwaliteit te controleren. Ook regelden ze een zo vlot mogelijke overslag van het graan van zeeschip naar binnenschepen. Het was een lucratieve functie, gezien de rijkdom die Jan Philip Korthals Altes ermee verwierf.” (https://onsamsterdam.nl/artikelen/stichter-van-graanburcht-aan-het-ij)

Hoewel nog niet uitputtend onderzocht, zijn er geen activiteiten van Pluijm gevonden, noch in Nijmegen, maar ook nog niet in Rotterdam of elders. Nadelig daarbij is, dat de naam Pluijm waarschijnlijk veel manieren kan worden geschreven (in ieder geval Pluym).

Maar ook: Pluijm is 55 jaar als hij naar Nijmegen komt. Willem Ruyters in een mail (6 september 2026): Pluijm verhuist om gezondheidsredenen op circa 50-jarige leeftijd naar Nijmegen (De Gelderlander, 12-6-1922), vandaar dat hij waarschijnlijk de villa de naam “Rust” geeft.

In 1912 en 1913-1914 staat dan als beroep “graanfactor”. Ook in 1914-1915, 1915-1916, 1916 komt hij voor, maar dan zonder beroep. Wel staat hij onder het kopje “graanhandelaren”. De laatst gevonden vermelding is in 1920.

In het Bevolkingsregister van 1910 staat aanvankelijk als beroep “graanhandelaar” en als adres “Canisiussingel 1”. Op 1-1-1921 zijn beide doorgestreept en vervangen door “zonder” en als adres Kerkstraat Hees 80.

Spijskokerij en Drager erekruis

Ter gelegenheid van zijn 50-jarige bruiloft krijgt Pluijm in juni 1922 het erekruis in goud “pro Eclesia et Pontifice”.

“De medaille wordt uitgereikt aan katholieke gelovigen die ten minste 45 jaar oud zijn en zich gedurende ten minste 25 jaar verdienstelijk hebben gemaakt voor het katholieke geloof of de Kerk, of die zich gedurende ten minste 25 jaar verdienstelijk hebben gemaakt. Het is het hoogste ereteken dat een leek kan ontvangen van de paus.” (wikipedia)

In Rotterdam had hij “trouwe hulp” als kerkmeester in Rotterdam geboden, vooral bij de bouw van de nieuwe bijkerk aan de Provenierssingel aldaar. In Nijmegen was hij meer dan 20 jaar lid geweest van de St. Vincentiusvereeniging, in het bijzonder als voorzitter van de afdeling spijskokerij. (De Gelderlander, 12-6-1922)

In ieder geval is Pluijm in 1905 en 1907 president van het onderdeel “spijskokerij” van de Sint-Vincentiusvereeniging in Nijmegen. (Onze Pius-Almanak voor het jaar des Heeren …, jrg 6, 1905)

Kerkstraat 80

In het Adresboek 1922 komt Pluijm voor op Kerkstraat 80. Evenals 1924, 1926 en 1928.

Pluym overlijdt op 91-jarige leeftijd op 4 juli 1935.

Uit de overlijdensadvertentie blijkt hij lid te zijn geweest van de 3e Orde van den H. Dominicus. Dit is -en tevens sinds 1999 de nieuwe naam- de Dominicaanse Lekengemeenschap. https://kro-ncrv.nl/katholiek/encyclopedie/d/dominicanen

Jacques Kneppers

De volgende gevonden gebruiker van Canisiussingel 1 is J.J.A. “Jacques” Kneppers. Hij komt voor in het Adresboek 1922. Waarschijnlijk heeft hij daar slechts enkele jaren gewoond:

  • Op 29 november 1922 overlijdt zijn vrouw Henriette Maria Stephane Kneppers – Van Aernsbergen (PGNC 30/11/1922)
  • In PGNC 17/1/1923 verschijnt het verzoek van Jacques Kneppers zich bij hem te melden, wanneer iemand nog iets te vorderen heeft, wat op zijn aanstaande vertrek duidt.

In 1926 is het pand volgens het Adresboek onbewoond.

Menalda van Schouwenburg

24 juli 1935: De heer H. Menalda van Schouwenburg uit Nijmegen, ook deelnemer in 1909, 1910 en 1911, passeert Wijchen op de tweede dag van de 25e Vierdaagse. (Fotobureau Gazandam, Arnhem via F40617 RAN Auteursrechthouder: KNBLO-NL)
24 juli 1935: De heer H. Menalda van Schouwenburg uit Nijmegen, ook deelnemer in 1909, 1910 en 1911, passeert Wijchen op de tweede dag van de 25e Vierdaagse. (Fotobureau Gazandam, Arnhem via F40617 RAN Auteursrechthouder: KNBLO-NL)

In 1930 is nog een vermelding gevonden op Graadt van Roggenstraat 8. (PGNC 17/3/1930)

In de Adresboeken 1932, 1934, 1936, 1938, 1940 komt H. Menalda van Schouwenburg, directeur van de Ned. Verbandwattenfabriek voor op de St. Canisiussingel.

Lees hier over de Verbandwattenfabriek:

Bij een huwelijksaankondiging van de van de dochters blijkt de familie Menalda van Schouwenburg in ieder geval in juli 1946 nog op de Canisiussingel te wonen (Nijmeegsch dagblad, 29-7-1946)

Na de oorlog

Tussen 1940 en 1963 zijn tot nu toe slechts beperkte gegevens gevonden:

  • Het adres van Mevr. Brandsma-Berssenbrugge, penningmeesteresse bij de St. Elisabethsvereniging
  • N.V. Gruno en Adek Rijwielfabrieken vragen een steno-typiste (“kennis van moderne talen is gewenst”) (De Gelderlander 1/6/1951)

A. Lammers, arts

Advertentie verhuizing A. Lammers, arts (Nijmeegsch dagblad, 16-4-1960)
Advertentie verhuizing A. Lammers, arts (Nijmeegsch dagblad, 16-4-1960)

In de Adresboeken 1963, 1966, 1968, 1971 komt A. Lammers voor, arts. Hij komt tevens voor onder de kopjes van “uroloog” en “nier- en blaasziekten”

Slavenburg’s Bank N.V.

Advertentie vestiging Slavenburg's Bank in Nijmegen (De Telegraaf, 4-11-1969)
Advertentie vestiging Slavenburg’s Bank in Nijmegen (De Telegraaf, 4-11-1969)

In het Adresboek 1971 komen zowel Lammers als de Slavenburg’s Bank N.V. voor. Mogelijk betreft dit nog een dubbeling.

In 1983 werd Slavenburg, met op dat moment 90 kantoren, Credit Lyonnais Bank (Algemeen Dagblad, 5-7-1983).

Rond 1972 komt op St. Canisiussingel 1 tegelijkertijd nog een aantal jaren Macom Systems N.V. voor, adviseurs management- en computersytemen. (De Telegraaf, 10-6-1972). Deze gaat echter in januari 1976 failliet (De Volkskrant, 17-1-1976)

Vervolg

Er is nog niet uitgebreid onderzocht wat het vervolg is geweest.

De laatste jaren was het een vestiging van de Mauritskliniek, een centrum voor dermatologie en spataderen. In ieder geval zat dit centrum er in juli 2014 al (Google Streetview). In november 2023 is deze kliniek verhuisd naar St. Canisiussingel 19e (https://www.instagram.com/reel/CzLl_FIvhdW/). Vanaf dat moment lijkt het pand te huur te staan (september 2026).

Berg en Dalseweg 54-56 Nijmegen architect mogelijk L.H. Verbrugge Bouwjaar circa 1890 (augustus 2026)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Berg en Dalseweg 54-56 en op zoek naar Verbrugge

Berg en Dalseweg 54-56 Nijmegen architect mogelijk L.H. Verbrugge Bouwjaar circa1890 (augustus 2026)
Berg en Dalseweg 54-56 Nijmegen architect mogelijk L.H. Verbrugge Bouwjaar circa1890 (augustus 2026)

Aan de Berg en Dalseweg 54-56 staat een statig gebouw van eind 19e eeuw, een Rijksmonument. Wie het ontwerp heeft gemaakt, is vooralsnog onbekend. Wel wordt soms architect L.H. Verbrugge genoemd als ontwerper. Maar was hij dat ook? Het begin van een zoektocht, zonder nog een eenduidig antwoord te krijgen.

“Dubbel HERENHUIS met eenvoudig TUINHEK gebouwd ca. 1890 met een decoratieve gevel in neoclassicistische stijl waarin invloeden van zeventiende-eeuwse Engelse architectuur in de trant van het palladianisme en Inigo Jones herkenbaar zijn (vgl. Lindsey House, Londen). In 1891 werd huis nr. 54 aangekocht door de Lutherse gemeente als pastorie.” (Rijksmonumenten). Bovendien is opvallend dat het gebouw 1 groot huis lijkt te zijn, terwijl het ook oorspronkelijk gebouwd is als 2 huizen.

Palladianisme en Inigo Jones?

Het “Palladianisme” is een van de stijlen binnen de bouwstijlen van het zogenaamde classicisme en vernoemt naar de Italiaanse architect Andrea Palladio (1508–1580), die in Venetië werkte. Deze architect greep terug op de oudheid. Deze stijl zou zich van de 17e eeuw tot eind 18e eeuw blijven ontwikkelen.

Inigo Jones was de architect die het classicisme in Engeland introduceerde. “Inigo Jones (Londen, 15 juli 1573 – aldaar, 21 juni 1652) wordt gezien als de eerste belangrijke architect in Engeland in de vroegmoderne tijd en de eerste die de Vitruviaanse regels van verhoudingen en symmetrie in zijn gebouwen toepaste. Hij was de eerste die de klassieke architectuur van Rome en de Italiaanse Renaissance in Engeland introduceerde.” (wikipedia). Hij was daarbij sterk door beïnvloed door Palladio.

Wijkkrant Nijmegen-Oost vergelijkt in 1990 het gebouw aan de Berg en Dalseweg vooral met het Banquet House in Whitehall (Londen) van Jones.

Hoewel ik geen expert, lijkt het Banquet House in ieder geval aanzienlijk meer op het gebouw aan de Berg en Dalseweg dan het Lindsey House. Daarnaast noemt Rijksmonumenten palladianisme en Jones “invloeden” bij een gevel in “neclassistische stijl”. Het is mij niet bekend of de architect zich rechtstreeks heeft laten inspireren op de “originele” bronnen, of Nederlandse (of zelfs Nijmeegse) voorbeelden, of een combinatie van beide.

Stucwerk

De ornamenten bestaan niet uit natuursteen, maar uit stucwerk: daaronder bevindt zich baksteen. Dit was aanmerkelijk goedkoper, maar gaf toch een mooi resultaat (Noviomagus.nl, met veel foto’s)

L.H. Verbrugge, de architect?

Wikimedia noemt als architect meester-timmerman L.H. Verbrugge. Andere bronnen, zoals Rijksmonumenten, noemen de architect “onbekend”. Ook de Nacht van Ommetjes noemt de architect onbekend. Daarnaast is de term “meester-timmerman” nog niet terug gevonden in bronnen als Adresboeken en het Bevolkingsregister: daar wordt Verbrugge over het algemeen “architect” genoemd.

Louis Henri Verbrugge is geboren op 12 mei 1864 in Amsterdam.

Detail Militieregister, hij blijkt een plaatsvervanger te hebben. (Archief Amsterdam, 
Militieregisters, archiefnummer 5182, inventarisnummer 4329) https://archief.amsterdam/indexen/deeds/98533458-153e-56a3-e053-b784100ade19
Detail Militieregister, hij blijkt een plaatsvervanger te hebben. (Archief Amsterdam,
Militieregisters, archiefnummer 5182, inventarisnummer 4329)

Op 7 november 1886 vertrekt Verbrugge uit Amsterdam, Brouwerstraat binnen nr 7, alleen -althans, zijn moeder en zijn broers en zus blijven achter, naar Arnhem.  (Bevolkingsregister Amsterdam BRB00074000166)

In het Bevolkingsregister 1880 van Nijmegen komt hij al tijdelijk voor als niet-verwante inwoner bij Simon Johannes Meijn (13-4-1851, Rotterdam), bouwkundig tekenaar op Hees E N.52. Louis Henri is dan op 11 mei 1887 afkomstig uit Amsterdam, waar hij op 12 maart 1888 weer naar toe vertrekt. Verbrugge is dan opzichter.

In het Bevolkingsregister van Amsterdam staat dat hij op 27 maart 1888 weer terugkomt naar Amsterdam. Hij heeft dan als beroep “opzichter”. Een goede maand later, 5 mei 1888 vertrekt hij met zijn moeder en zus Elisabeth Louisa (waarschijnlijk is hier de z vervangen) Therese Jeannette naar Nijmegen (Bevolkingsregister Amsterdam BRB00074000166)

Op 7 mei 1888 -dus een paar maanden nadat hij vertrokken was- komt Louis Henri weer in Nijmegen te wonen. Het hoofd van het gezin is zijn moeder, de weduwe van J. Verbrugge, Elisabeth Louise Therese Minnigh (8 mei 1839 Amsterdam). Ze zijn dan afkomstig uit Amsterdam en gaan op de Spaarbankstraat 16 wonen. Ook zus/dochter Elisabeth Louise Therese Jeannette (11-7-1870, Amsterdam) komt mee. Het gezin behoort tot de Waalse gemeente. Het “blauwe potlood” heeft het geboortejaar van Elisabeth veranderd van 1834 naar 1839 en als beroep van Louis Henri architect gezet.

In het Bevolkingsregister van 1890 wordt de Spaarbankstraat A23 doorgehaald en vervangen door Berg en D. weg 14.

Louis Henri staat vermeld als architect. Broer/zoon Henri Louis Leonard (20-8-1866, Amsterdam) zal de komende jaren steeds tijdelijk inwonen:

  • Van 15-5-1891 afkomstig van Valburg en op 22-5-1891 vertrekkend naar Anna-Paulowna
  • Van 22-2-1893 afkomstig uit Anna-Paulowna en op  6-12-1893 vertrekkend naar Bussum, hij is dan landbouwer
  • Van 4-3-1898 afkomstig uit Bussum en op 11 mei 1901 weer vertrekkend naar Bussum, geloof Nederlands Hervormd) (Bevolkingsregister 1890)

Overigens is in december 1890 is Verbrugge commissaris bij de Vereeniging tot gezellig ijsvermaak. In een bericht in PGNC 30/12/1890 is zijn adres Berg-en-Dalschen weg 105.

In het Bevolkingsregister 1900 komt Louis Henri als architect. Het gezin komt dan voor op de Berg en Dalseweg. Het is onduidelijk of er sprake is geweest van verhuizingen of nummerwijzigingen: aanvankelijk staat er 14, welke is doorgehaald en vervangen door 60. Op een later tijdstip is 60 vervangen door 62. Later is er met potlood A48.250 bijgeschreven.

In het Bevolkingsregister 1910 komen ze voor op Berg e Dalsche weg 62?: de 6 is duidelijk leesbaar, over het tweede cijfer is op een later tijdstip, 1/1 1921, een grote 0 gezet met een A erachter -dus 60A. Aanvankelijk staat er bij Louis Henri als beroep architect. Dit is later doorgestreept en vervangen door “zonder”. Ook is op een ander tijdstip bij Elisabeth de s vervangen door een z en haar geboortejaar 1839 gewijzigd in 1835. (En Jeanette krijgt dan een tweede “n”.)

Bouwvergunningen L.H. Verbrugge

Tot nu toe ben ik 3 bouwvergunningen tegengekomen waar Verbrugge wordt genoemd. Waarschijnlijk vreemd, wanneer Verbrugge de daadwerkelijke architect zou zijn, er tot nu slechts enkele werken gevonden zijn, waarbij Verbrugge genoemd wordt (dit betekent niet dat hij de architect is):

  • In 1888 wordt aan L.H. Verbrugge en S.J. Meijn vergunning verleend tot het bouwen van 3 huizen aan de Berg en Dalseweg
  • In 1889 wordt aan L.H. Verbrugge vergunning verleend tot het bouwen van 2 huizen aan de Berg en Dalseweg
  • In 1891 wordt aan L.H. Verbrugge vergunning verleend tot het bouwen van 1 villa aan de St. Canisiussingel

(Verleende bouw- en hinderwetvergunningen tussen 1850 – 1900, Hans Giesbertz)

Opvallend daarbij is de vergunning uit 1888 voor de bouwvergunning van 3 huizen aan de Berg en Dalseweg: die staat op naam van L.H. Verbrugge én S.J. Meijn. Dat is waarschijnlijk dezelfde Simon Johannes Meijn bij wie Verbrugge kort daarvoor inwoonde en die in het bevolkingsregister als bouwkundig tekenaar wordt vermeld. Daarmee is er een concrete aanwijzing dat de twee al vóór 1890 samen bij bouwprojecten betrokken waren. Van Meijn worden overigens in die tijd wel krantenberichten over zijn ontwerpen gevonden.

Daarnaast is de onderstaande advertentie uit 1892 gevonden:

Advertentie L.H. Verbrugge voor een Villa met Tuin (Algemeen Handelsblad, 4-2-1892)
Advertentie L.H. Verbrugge voor een Villa met Tuin (Algemeen Handelsblad, 4-2-1892)

Villa Rust

Monumentale villa mogelijk ontworpen door L.H. Verbrugge en gebouwd in de jaren 1890/91 op de hoek (verlengde) St. Jorisstraat Canisiussingel (rechts); in 1896 werd het adres mr. Franckenstraat 2. Op 9 november opent, na een omvangrijke verbouwing onder andere een aanbouw links van het pand, H.E Span de banketbakkerij "Keizer Karel" met lunchroom en terras in het ronde gedeelte. In 1933 vestigt zich in de aanbouw een filiaal van bloemensalon "Corona" in de Bisschop Hamerstraat. Tijdens de bevrijding van de stad wordt het pand en de naastliggende huizen verwoest, Mr. Franckenstraat 2 Hunnerberg, 1895-1900 (F5503 RAN)
Monumentale villa mogelijk ontworpen door L.H. Verbrugge en gebouwd in de jaren 1890/91 op de hoek (verlengde) St. Jorisstraat Canisiussingel (rechts); in 1896 werd het adres mr. Franckenstraat 2. Op 9 november opent, na een omvangrijke verbouwing onder andere een aanbouw links van het pand, H.E Span de banketbakkerij “Keizer Karel” met lunchroom en terras in het ronde gedeelte. In 1933 vestigt zich in de aanbouw een filiaal van bloemensalon “Corona” in de Bisschop Hamerstraat. Tijdens de bevrijding van de stad wordt het pand en de naastliggende huizen verwoest, Mr. Franckenstraat 2 Hunnerberg, 1895-1900 (F5503 RAN)

Het RAN noemt onder ander bij bovenstaande foto F5503 dat de architect “waarschijnlijk” L.H. Verbrugge is; hier vervangen door “mogelijk”. Ook hier is de originele bouwtekening nog niet gevonden/ingezien. De villa stond op de hoek van (verlengde) St. Jorisstraat Canisiussingel (rechts); in 1896 werd het adres mr. Franckenstraat 2 (foto GN1480 – B RAN)

Op sommige vermeldingen wordt deze villa ten onrechte “Villa Rust” genoemd: Villa Rust is de villa op het huidige adres St. Canisiussingel 1. Deze villa komt vanaf 1901 in de adresboeken voor: ““Pluym verhuist om gezondheidsredenen op circa 50-jarige leeftijd naar Nijmegen, vandaar “Rust”.” (Willem Ruyters in een mail 6 september 2026)

Op 18 augustus 1891 koopt Verbrugge een perceel bouwgrond van de gemeente, “op den hoek van den Canisiussingel en de Sint Jorisstraat, op den Kadastralen legger der gemeente Nijmegen, bekend in Sectie B Numero 1729, als erf, groot zeven aren.” Een van de voorwaarden daarbij is dat er voor mei 1892 een woonhuis is gebouwd, zonder blinde muren aan de kant van de Canisiussingel en de Sint Jorisstraat” (Inventarisnummer 75, Archiefnummer 450, Aktenummer 3184).

Vervolgens sluit Verbrugge een lening af bij Joseph Kirchner op 19 augustus 1891 met dit bouwterrein als onderpand. (Inventarisnummer 75, Archiefnummer 450, Aktenummer 3187).

Daarbij wordt in 1891 aan L.H. Verbrugge vergunning verleend tot het bouwen van 1 villa aan de St. Caniussingel.

Verbrugge lijkt betrokken te zijn bij de bouw, maar het is niet zeker of hij de architect is. En daarnaast: wordt met deze woning de “villa van Verbrugge” bedoeld in het volgende artikel: “Het voorstel van B. en W. om aan de heeren D. J. en C. C. Haspels alhier te verkoopen eene oppervlakte bouwterrein aan de St. Jorisstraat, gedeelte van het kadastraal perceel Nijmegen, Sectie B no. 1728, gelegen tusschen de villa van den heer Verbrugge en den Straalmansweg, voor f 6.50 per centiare, onder de volgende voorwaarden…”: oftewel aan de huidige mr. Franckenstraat” (Gemeenteverslag 1894). Echter: de villa van Verbrugge kan juist ook aan de andere kant staan: in het Bevolkingsregister en Adresboeken staan steeds adressen van de Berg en Dalseweg.

Gevonden adressen Verbrugge

Hieronder staan de adressen van Verbrugge en zijn familie weergegeven volgens de adresboeken. Daarbij is het steeds Berg en Dalseweg, maar met veel verschillende nummers. Het is nog niet bekend welke veranderingen daadwerkelijke verhuizingen en welke hernummeringen van het adres betreft.D

Dat maakt het vooralsnog ook lastig te bepalen welk gebouw bij welk adres hoort. In ieder geval is wél duidelijk dat er met meerdere panden aan de Berg en Dalseweg een relatie is met Verbrugge. Welke rol hij daarbij heeft gehad -architect, ontwikkelaar, eigenaar en/of bewoner-, is nog niet bekend.

Wed. J. Verbrugge, geb. Ee. La. The. Min(n)igh, zonder beroep, Berg en Dalsche weg 405 (1892, 1893, 1895)

Dan is er een inbraak bij de weduwe: “Dinsdag nacht is te Nijmegen tijdens de afwezigheid van de bewoners ingebroken in de villa op den hoek van den Canisiussingel en Sint-Jorisstraat en bewoond door de wede. Verbrugge. De dief had zich door het stuk slaan van een glasruit toegang tot die woning verschaft en aldaar ontvreemd: 1 koperen wekkerklok, 2 parasols, 1 parapluie, 3 japonnen, 8 mantels, 2 rokken, 2 blouses, 1 pantalon en 1 huissleutel. De politie werd met het gebeurde in kennis gesteld en ’s morgens om 9½ mocht het de rechercheurs Mensen en Heijnekamp gelukken, den dief in het bezit van de gestolen voorwerpen in eene slaapstede in de Zwanengas alhier aan te houden. Het was zekere J.S., oud 26 jaren en Duitscher.” (De Gelderlander 7/10/1894)

In 1896 is het Berg en Dalsche weg 15; in 1898 nummer 16.

In 1901 is het nummer 14. Vanaf 1901 komt ook L.H. Verbrugge, architect op dit adres voor. Idem in 1902.

In 1903 is het weer nummer 16.

En in 1905 en 1907 60a.

In 1908 is het nu nummer 62. Evenals in 1910-1911, 1912-1913

Vervolgens is in 1913-1914 nummer 58.

Maar in 1914-1915 weer 60a.

Evenals in 1915-1916 en in 1916.

In 1922 wordt voor dat jaar alleen de weduwe gevonden.

Echter: in 1924 staat ook L.H. weer op het adres, dan staat er geen beroep vermeldt. Ook komt Mej. E.L.Th.J. voor.

In 1926 is het nummer 60. Dan komt naast de 3 hierboven genoemden ook H.L.L. voor. Idem voor 1928.

In 1932, 1934 en 1936 komen de 3 “kinderen” voor op 60a; de weduwe niet meer. In 1948 en 1951 komen mej. E.L.T.J. en H.L.L. nog voor, dan op nummer 60. In 1955 komt geen van allen op de Berg en Dalseweg voor.

Verkoop nummer 62 en 62a

Augustus 1920 verkoopt Elisabeth Louisa Thérèse Minnigh, weduwe van Johannes Verbrugge “een beneden en bovenhuis aan den Berg en Dalschenweg 62 en 62a, Kadastraal bekend gemeente Hatert, sectie A, nummer 913, groot twee aren, twee en zeventig centiaren als huis en erf”. De grond is op 14 mei 1888 gekocht, het huis door stichting. De koper is Johan Wilhelm Hoffmann (Architect). (Inventarisnummer 89, Archiefnummer 560, Aktenummer 3624).

Warme deken

Een interview met de bewoonster van nummer 56, Janine Lenne uit 2019 is te lezen op https://www.gelderlander.nl/nijmegen/dit-huis-voelt-als-een-warme-deken~a88ee76e/ . Ze noemt het huis als een warme deken. “”,We hebben het huis in 1999 gekocht. De vorige eigenaar was een alleenstaande man die hier op kamers had gezeten tot zijn hospita overleed en hij het huis kocht.””.

Rijksmonument

Het gebouw Berg en Dalseweg 54-56 is een Rijksmonument. Met als waardering (tevens staat hier een uitgebreide beschrijving): “

  • Van architectuurhistorische waarde als een gaaf en zeldzaam voorbeeld in in- en exterieur van een stedelijk woonhuis uit het einde van de negentiende eeuw. De voorgevel valt op door een opmerkelijke combinatie van rijke ornamentiek in stucwerk en muurwerk in gele verblendsteen, die invloeden van het palladianisme, in het bijzonder Inigo Jones verraden.
  • Het pand is van stedebouwkundige waarde als markant onderdeel van de straatwand van een van de uitvalswegen van Nijmegen, waarvan de karakteristieke bebouwing van herenhuizen is ontstaan in het laatste kwart van de negentiende eeuw. Het pand speelt een beeldbepalende rol vanwege de uitzonderlijke bewerking van de gevel. Het pand heeft ensemblewaarde in relatie met de belendende panden aan het Mariaplein, dat door de aanwezigheid van een grote verscheidenheid aan gevels, een staalkaart vormt van stijlen rond de eeuwwisseling.”

Inmiddels is duidelijk dat Louis Henri Verbrugge bij meerdere panden op de Berg en Dalseweg betrokken lijkt te zijn geweest. Welke rol hij daarbij precies had – architect, ontwikkelaar, eigenaar en/of bewoner – is nog niet duidelijk. Opvallend is dat er vooralsnog nauwelijks gegevens over zijn eventuele ontwerpen zijn gevonden, zoals contracten, aanbestedingen of originele ontwerpen. Dat roept de vraag op welke omvang zijn zelfstandige architectenpraktijk in Nijmegen daadwerkelijk heeft gehad. Hopelijk zal een vervolg daar wat meer uitsluitsel over geven.

(Overige Bronnen en verder lezen)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Palladianisme

https://nl.wikipedia.org/wiki/Inigo_Jones

Voor meer uitleg over deze stromingen:

https://en.wikipedia.org/wiki/Palladian_architecture

https://en.wikipedia.org/wiki/Inigo_Jones

https://nl.wikipedia.org/wiki/Neoclassicistische_architectuur