Een vrachtwagen (merk Ford) van de N.V. de Haan & Van Benthem, Rembrandtstraat, 1925 (F53732 RAN)
Vooraf: Serena Gloeilampenfabriek
Het pand was in 1915 gebouwd als de Serena Gloeilampenfabriek. (PGNC 1/1/1916)
In juni 1915 blijken de statuten van de N.V. “Serena” Metaal-Gloeilampenfabriek (“De Heldere” Metaal-Gloeilampenfabriek) te zijn goedgekeurd. Het doel is het “behalen van winst door het vervaardigen van en handeldrijven in electrische gloeilampen en aanverwante artikelen, zoomede alles wat in de ruimsten zin tot dezen tak van bedrijf kan worden gerekend of met de electrotechniek in verband staat.
Het kapitaal der vennootschap bedraagt f250.000, verdeeld in 250 aandelen van f1000, waarvan door oprichters zijn genomen en volgestort 50 aandeelen”. De overige aandelen moeten binnen 10 jaar zijn volgestort. (De Gelderlander 6/6/1915)
Er zijn een aantal personeeladvertenties gevonden:
In PGNC 29/8/1919 Nette meisjes van 18-22 gevraagd. Het adres is dan Rembrandtstraat 60.
In De Gelderlander 27/11/1920 een Juffrouw voor de Loonadministratie
De Gelderlander 14/10/1922 eenige nette meisjes
Een levensbeschrijving van van Benthem staat op: https://www.noviomagus.nl/h1.php?p=var274.htm en dan vooral het bidprentje. Het bidprentje vertelt tevens dat Serena wegens patentmoeilijkheden in 1924 werd stilgelegd.
Showroom Ford
“Showroom Ford-automobielen.
De Showroom van de firma de Haan en van Benthem, de officieele Ford-importeurs hier ter stede, wordt hedenmiddag geopend. Zij is een aanwinst voor de Rembrandtstraat, waar de ruime garages en werkplaatsen gevestigd zijn. Naar het ontwerp van den heer Reijnen, architect te dezer stede, is een fraaie uitbouw tot stand gebracht, welke zich op welgeslaagde wijze aanpast bij den vroegere gloeilampen-fabriek, die ruimte, licht en lucht in overvloed bood voor hare nieuwe bestemming.
De showroom is als het ware een vitrine van groote afmetingen. De enorme spiegelruiten stellen de voorbijgangers in staat de geëxposeerde automobielen van drie kanten te bezichtigen. Toen wij er heden een kijkje namen zagen wij, in een smaakvolle entourage van planten en bloemen, een gesloten “Lincoln”, den schitterenden S-cylinder, die al het comfort heeft van een eerste klasse luxe wagen. De voortreffelijke eigenschappen van zijne motor zijn overbekend. Verder stond er een keur van meer bekende producten der Ford-fabriek: een elegante coupé (gesloten two-seater), het wagentje voor doktoren, zakenmenschen enz., een Ford-Touring (open 5 persoons-auto) een bestel-chassis.
De keurige afwerking van de Showroom valt te roemen. De firma Hofman en Arts, die het werk heeft uitgevoerd, de heer C. Burgers (Grootestraat), die het schilder- en de heer Peters (v. Rosendaelstraat), die het stucadoorwerk heeft verricht, leggen er alle eer in.
De garage zal, wanneer de thans nog niet in gebruik genomen tweede helft van de voormalige fabriek er bij getrokken zal zijn, een oppervlakte hebben van 2000M², terwijl bij de fabriek nog eenzelfde oppervlakte grond ligt. De accomedatie, waarover de firma De Haas en Van Benthem beschikt, is dus van dien aard, dat het bedrijf zich wat de ruimte betreft schier onbegrensd kan ontwikkelen.
Een aardige reclame.
De firma De Haas en Van Benthem, Rembrandtstraat, de officieele Ford-importeurs te dezer stede, zullen Zondag 16 Augustus, ter gelegenheid van de opening der Nationale Voedings- en Huishoudtentoonstelling, een bruidspaar, Kloris en Roosje met de bruiloftsgasten in een aantal Ford-auto’s feestelijk door de stad rijden om hen naar De Vereeniging te brengen, waar de bruidstoet de Tentoonstelling zal bezoeken. De gasten komen met een versierde extra-pont van de overzijde, aan de Waalkade aan, waar de stoet begint.
Nadere bijzonderheden over den te volgen weg- o.a. langs het Stadhuis- zullen tijdig bekend gemaakt worden.” (PGNC 9/8/1924)
W.Th. Reynen ontwierp veel sociale huurwoningprojecten voor de Woningvereeniging Nijmegen. Daarnaast komen we hem regelmatig tegen als ontwerper van woon-winkelpanden…
Deze pagina verzamelt reeds gemaakte artikelen over de wijk Altrade. Romeins amfitheater hoek Rembrandtstraat-Mesdagstraat In de buurt van Romeinse legerkampen…
In 1921 begint Bouwvereeniging Huis en Hof met de bouw van 31 woningen aan de Rembrandtstraat en Heydenrijckstraat. Hiervan is Charles Estourgie de architect. Bijzonder is, dat deze vereniging daarna 100 jaar blijft bestaan, ook al betreft het maar 31 woningen.
Aanvankelijk loopt de verhuur nog niet soepel: de huurprijzen zijn relatief hoog. Zowel organisatorisch als financieel is het lastig om daadwerkelijk als woningcorporatie te fungeren. In 2023 wordt de volgende constructie bedacht: Woonwaarts neemt Huis en Hof over, WBVG heeft met Woonwaarts een exploitatieoverenekomst en faciliteert het zelfbestuur van de bewoners.
Oprichting en bouw
De Bouwvereniging Huis en Hof was op 8 maart 1915 opgericht aan de Erlecomseweg 16 te Erlecom, “ten huize van de woning van de voorzitter” (Jaarverslag 1920)
Rond 18 maart 1921 (‘heden’) vindt de aanbesteding van de bouw van 31 middenstandswoningen aan de Heijdenrijck- en Rembrandtstraat te Nijmegen. De opdrachtgever is de Bouwvereeniging “Huis en Hof”, de architect is Charles Estourgie.
Op 29 september 1920 stelde de gemeente Nijmegen zich borg voor de lening bij de Rijkspostspaarbank van f163.500. (De Gelderlander 11/2/1925 ) “Naderhand heeft de gemeente f61.500 geleend”. Het is nog niet bekend of dit het bedrag is van 1922 zoals hieronder staat weergegeven, of dat vóór 1922 er nog geen lening is geweest. In ieder geval was ook deze twee lening bedoeld tot dekking van de bouwkosten.
Met f308.660 is de Gebrs. A. en W. Vervoort uit Oss de laagste inschrijver (De Gelderlander 18/3/1921); het is nog niet bekend of dit bedrijf uiteindelijk de gunning krijgt.
In april 1922 verzoekt het bestuur van de bouwvereniging om een rentedragend voorschot voor de bouw aan de gemeente. (PGNC 29/4/1922).
In 1925 stemt de gemeenteraad in met het verzoek tot een nieuwe lening van f217.400. (De Gelderlander 11/2/1925). De huren zijn relatief hoog: f650, f625 en f600; “Thans zijn verschillende woningen niet verhuurd, zoodat de vereeniging binnen kort niet in staat zal zijn hare verplichtingen te voldoen.” Daarbij zal de gemeente bespreken hoe de huur met f75 verlaagd zou kunnen worden. Een mogelijkheid is dat Huis en Hof de resterende hoofdsom van 153.500 aflost aan de Rijkspostspaarbank en de f60.280 aan de gemeente (en daarnaast f3.080 aan bouwkosten). De gemeente zal hiervoor een lening verstrekken, die 40 jaar zal lopen. Of dit voorstel door is gegaan is nog niet bekend: “Wordt in gesloten zitting behandeld.”
In het midden van het complex (Rembrandtstraat 19 en 21) is een cartouche aangebracht van Huis en Hof.
Vervolg
Huis en Hof heeft daarna nooit meer andere woningen gebouwd. Wel was ze een officiële woningcorporatie, een toegelaten instelling.
De Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/9/1993 schrijft dat de huizen “nog niet zo lang geleden zijn gerestaureerd.
Volgens het Jaarverslag over 2020: “De kwaliteit van het woningbezit is goed. Er wordt regelmatig onderhoud gepleegd.” Vanaf mei 2019 kon de renovatie van buitenkozijnen plaatsvinden dankzij een subsidie van Stichting Volksbelang van 1895.
De moeilijkheden van een kleine organisatie
Wel blijken uit het Visitatierapport over 2015-12018 en de terugblik in het Jaarverslag 2020 de moeilijkheden voor Huis en Hof. Zo is het moeilijk om een positieve kasstroom te realiseren. De WSW had Huis en Hof in bijzonder beheer geplaatst: nadat de laatste lening met de WSW borging was afgelost, was Huis en Hof en 2018 bij dit orgaan uitgeschreven.
Daarnaast was het voor de organisatie moeilijk om aan regelgeving te voldoen en om uberhaupt aan bestuur zoals van een woningcorporatie mag worden verwacht: benoemingen, communicatie naar huurders, vastlegging. Er werd niet voldaan aan het op tijd inleveren van stukken. In het Huurderszelfbestuur leek het individueel belang belangrijker te zijn dan geen gezamenlijk belang. De aanpassing van de Woningwet in 2015 zorgde voor een nog strakkere regelgeving voor een corporatie.
In 2015 had Huis en Hof daarop al besloten om met 2 corporaties in gesprek te gaan over overname of het verkrijgen van aanvullende financiering. Deze gesprekken liepen op niets uit en het bestuur besloot zelf daarom eerst “orde op zaken te stellen: “Dat is eind 2018 het geval: de financiën zijn op orde, de governance van de vereniging voldoet aan alle wettelijke vereisten en aan de Governance Code en er is sprake van een planning op het vereiste onderhoud, van een ingevoerd risicomanagementsysteem en van een verantwoorde spreiding in het onderhoudsbeleid. Kortom, de vereniging functioneert zoals het hoort. Het bestuur en de raad van commissarissen verdienen in de ogen van de visitatiecommissie een groot compliment voor de wijze waarop zij de afgelopen jaren hun taken en verantwoordelijkheden hebben waar gemaakt. Hun maatschappelijke gedrevenheid is zeer te waarderen.” https://visitaties.nl/data/files/iEK2jiZcLs9FIwgZ8xdt/L0420%20Bouwvereniging%20Huis%20en%20Hof%20visitatierapport%202020.pdf#page=10. Het volledige rapport is te vinden op: https://visitaties.nl/visitatierapporten/bouwvereniging-huis-en-hof-nijmegen
Met 31 woningen was het voortbestaan moeilijk, daarbij gingen de woningen niet mee met hun tijd: de woningen hadden onderhoud nodig en moesten de woningen energiezuiniger worden. Daarvoor ontbraken de financiële mogelijkheden.
Het Jaarsverslag over 2020 https://irp.cdn-website.com/4f5d3e14/files/uploaded/20210405%20Jaarverslag%202020.pdf: “Daarnaast is het verdere herstel voortgezet van de bestuurlijke en technisch financiële positie van bouwvereniging Huis & Hof. Dit met het doel om vast te stellen of Bouwvereniging Huis en Hof op langere termijn voldoende levensvatbaar is om haar volkshuisvestingstaak te vervullen.
In januari 2020 is het eerste visitatierapport in het bestaan van de vereniging gepubliceerd.Met name op het gebied van communicatie, met stakeholders als gemeente en collega corporaties, als met de eigen huurders geeft het rapport handvatten tot verbetering.
Bouwvereniging Huis & Hof heeft een helder doel voor ogen: dan wel een zelfstandige organisatie met een duurzame governance, een solide financiële positie, een vastgoedportefeuille die op termijn de eisen van energiebesparing en duurzaamheid aankan en een inspirerende basis in de vereniging.
Maar als deze doelen niet te verwezenlijken zijn – en dat moet blijken in het voorjaar 2022 – zal de vereniging (vergaande) samenwerking zoeken met een collega-corporatie”. Door corona was er echter tijd verloren om met de genoemde doelstellingen aan de slag te gaan.
Fusie met Woonwaarts en WBVG
In 2023 benaderden Huis en Hof een aantal woningcorporaties voor een fusie door middel van een overname, waarbij Woonwaarts en WBVG zich meldden. Na een fusieproces met deze 3 partijen werd Huis en Hof omgezet naar een stichting, welke eind 2024 fuseerde met Woonwaarts.
De bewoners gingen met WBVG aan de slag hoe de bewoners zouden kunnen komen tot zelfbeheer van de woningen. WBVG werkt vaker met collectieve woonvormen in zelfbeheer. Daarbij vormden de bewoners een woongemeenschap. Daarbij pakt zij onder andere het proces tot verhuur op wanneer er een bewoner vertrekt. Woonwaarts sloot een exploitatieovereenkomst met WBVG. WBVG faciliteert het zelfbeheer van de bewoners; Woonwaarts zal komende jaren de woningen verbeteren en verduurzamen.
Kortom, er moest nodig verduurzaamd worden. Tel daar de administratie en verantwoordingslast bij op en er kon geen andere conclusie getrokken worden dan dat Huis en Hof geen toekomst meer had in de oude vorm. Er moest iets veranderen. Naarmate de verandering dichterbij kwam, was er sprake van een groeiende gemeenschapsvorming. Meerdere bewoners zetten zich in voor het behouden ontwikkeling van de eigen community. Met een fusie in het vooruitzicht leek het hen een goede optie om de WBVG te polsen en te trachten een verantwoorde vorm van zelfbeheer te ontwikkelen. In een boeiend proces met vele workshops hebben de Bewonersvereniging Huis en Hof en de WBVG samen een zelfbeheerplan ontwikkeld waarmee de zeggenschap van de bewoners voor tientallen jaren is gewaarborgd.
Gemeentelijke Monument
Het is een Gemeentelijk Monument, met als tekst bij aanwijzing:
Reeks eengezinswoningen van baksteen in twee bouwlagen, gegroepeerd tot een bouwmassa bestaande uit een terugliggend middengedeelte met daarin een middenrisaliet en twee ver uitstekende hoekpaviljoens. In het middengedeelte links en rechts drie woningen van een bouwlaag met grote bakstenen dakkapel; twee-assig. In de middenrisaliet twee woningen, symmetrisch gegroepeerd rond een boven afgeknotte bakstenen topgevel waarachter een derde bouwlaag. In het midden ornament-cartouche van gebakken steen met “Huis en Hof” (naam woningbouwvereniging). De beide hoekpaviljoens met ieder zes woningen, waarvan de ingangen zich bevinden in twee voorgebouwde portieken met balkons. Boven de tweede bouwlaag bevinden zich, corresponderend aan de portieken twee afgeknotte topgevels waarachter een derde bouwlaag.
Het complex heeft pannengedekte zadeldaken over de lagere delen; middenrisaliet en hoekpaviljoens hebben geknikte schilddaken.
…
Goed voorbeeld van vroege volkswoningbouw; betrekkelijk gaaf bewaard en stedebouwkundig van belang.”
Voormalig Klooster Dominicanessen, Dominicanenstraat 6 (september 2024)
Een eeuw lang stonden er drie grote panden van de Dominicanessen naast elkaar aan de Dominicanenstraat: scholen en een klooster. Het onderwijs werd gegeven door de Congregatie van de Dominicanessen van de H. Catharina van Siëna (ook bekend als de Dominicanessen van Voorschoten).
In 1895 worden de Dominicanessen van de H. Catharina van Siëna gevraagd les te geven.
Bewaarschool
Vanaf de Berg en Dalseweg in de richting van de Daalseweg. Rechts de St. Canisius MAVO in het voormalige St. Vincentiusklooster, dat later plaats maakte voor het appartementencomplex de Dominicaan, 1987 (Anton van Roekel via F67261 RAN CCBYSA)
Het begon met een bewaarschool.
De bouw van bewaarscholen met bovenwoning op een terrein aan de Kerklaan werd op 13 augustus 1895 namens het bestuur van het klooster der Eerw. Zusters Dominicanessen in Voorschoten, aanbesteed. Hiervan was W. van Aalst uit ’s-Hertogenbosch (waarschijnlijk) de architect, omdat bij hem de inlichtingen te verkrijgen zijn. (De Gelderlander 1/8/1895)
Daarbij wordt de Dominicanenstraat, welke pas sinds 22 februari 1896 zo heet, nog “Kerklaan” genoemd. “Vervallen naam van een gedeeltelijk nog bestaand smal straatje achter de R.K. kerk aan den Berg en Dalscheweg en de scholen der zusters Dominicanessen aan de Dominicanenstraat. Vroeger verbond dit straatje den Daalscheweg met de Dominicanenstraat.” (Teunissen 1933 zoals weergegeven in het Straatnamenregister) https://gaypnt.home.xs4all.nl/straatnamen/K.html
“Nijmegen, 1 April.
Gister was het voor de Eerw. Zusters Dominicanessen, die van af den 15e April haar vaste woonplaats binnen Nijmegen hebben gevestigd, een blijde en heugelijke dag. Het gold de inwijding en opening der nieuw gestichte school aan de Dominicanenstraa. Ten 9½ uur droeg de Zeer Eerw. heer A.P. v.d. Geest, Pastoor der St. Dominicus-Kerk, geassisteerd door de E.E. Paters B. Mohrmann en Th. Vermeulen, eene plechtige H. Mis op in de kerk van Onze Lieve Vrouw aan den Berg en Dalsche weg, om Gods rijkste en overvloedige weldaden af te smeeken over haar, die ook hier het heil der jeugd met algeheele toewijding gaan behartigen. Nadat de H. Mis geëindigd en de “Veni Creator” aangeheven was, had de plechtige inwijding plaats van het nieuwe schoolgebouw, hetwelk vooral uitmunt door zijne ruime en gerieflijke lokalen. Moge op deze nieuwe ondernemening der Dominicanessen, welke nu reeds de schoonste verwachtingen schijnt te overtreffen, Gods zegen ruimschoots nederdalen; moge zij steeds meer en meer in bloei toenemen, opdat Nijmegens burgers getuigen mogen zijn dierzelfde vruchten, welke andere plaatsen in ons land van de opoffering en toewijding dier Eerw. Zusters reeds zoo overvloedig hebben ingeoost.” (De Gelderlander 22/4/1896)
Wilhelmus Theodorus van Aalst (Geertruidenberg, 5 februari 1856 – ‘s-Hertogenbosch, 11 november 1927) was een Nederlands architect.
Hij was de zoon van Johannes Henricus van Aalst (1818-1861), een broodbakker, en van Maria Catharina Reniers (1823-1860). Ze zouden beiden jonge te komen, waardoor Willem op zijn vijfde weeskind was.
Als jonge bouwkundige woonde hij in verschillende plaatsen in Noord-Brabant. In ieder geval: Helmond, Uden, Strijp, in 1887 de eerste keer in ’s-Hertogenbosch en in maart 1888 in Veldhoven. In maart 1888 vestigde hij zich in ’s-Hertogenbosch.
Hij trouwde op 20 oktober 1892 met Louisa Maria Martina van Grinsven (26-9 1867). Zij zullen 5 kinderen krijgen, waarvan er 2 als baby overlijden (na 8 en 13 maanden).
Architect W.Th. van Aalst
Waarschijnlijk was architect W.Th. van Aalst de architect.
Wilhelmus Theodorus van Aalst (Geertruidenberg, 5 februari 1856 – ‘s-Hertogenbosch, 11 november 1927) was een Nederlands architect.
Hij was de zoon van Johannes Henricus van Aalst (1818-1861), een broodbakker, en van Maria Catharina Reniers (1823-1860). Ze zouden beiden jonge te komen, waardoor Willem op zijn vijfde weeskind was.
Als jonge bouwkundige woonde hij in verschillende plaatsen in Noord-Brabant. In ieder geval: Helmond, Uden, Strijp, in 1887 de eerste keer in ’s-Hertogenbosch en in maart 1888 in Veldhoven. In maart 1888 vestigde hij zich in ’s-Hertogenbosch.
Hij trouwde op 20 oktober 1892 met Louisa Maria Martina van Grinsven (26-9 1867). Zij zullen 5 kinderen krijgen, waarvan er 2 als baby overlijden (na 8 en 13 maanden).
Werk
Hij bouwde veel kerken, pastorieën, scholen en woningen. De Bossche Encyclopedie over zijn kerkgebouwen: “het zijn nagenoeg allemaal driebeukige neogotische kruisbasilieken.”
Van Halteren
Van 1920 tot 1925 associeert hij zich met architect Johannes J.M. van Halteren (Amsterdam 1893 – ´s-Hertogenbosch 1973). Van Halteren kwam naar Den Bosch en werd later de huisarchitect van de congregatie van de Zusters van de Choorstraat. In 1925 werd de compagnonschap tussen beide bouwmeesters verbroken. Van Halteren ontwierp in Nijmegen de Piushove.
Tot nu toe Gevonden werken
1887 Aloysiusgesticht (Bossche Encyclopedie)
Fraterhuis, Cuyk (Bossche Encyclopedie)
1889 bijdrage aan de St. Clemenskerk; vergroting koor in 1900, Hulsel (Bossche Encyclopedie)
1890-1916 – “Verscheidene gebouwen voor congregatie Zusters van Liefde, Tilburg (samen met L. Goyaerts)”
Advertentie opening school Sint-Catharina-gesticht Dominicanenstraat (De Gelderlander 23/9/1897)
“Sinds verleden jaar de bewaarscholen der Eerw. Zusters Dominicanessen in de Dominicanenstraat geopend werden, mag deze inrichting zich in zulk een bloei verheugen, dat thans ook gelegenheid voor lager onderwijs zal worden gegeven. Den 1sten October a.s. zal de leerschool een aanvang nemen. Daar het onderwijs dezer Congregatie te Amsterdam, Rotterdam en elders bij bevoegde autoriteiten hoog staat aangeschreven, twijfelen wij niet, of ook hier zal haar onderwijs worden gewaardeerd en vruchten dragen. Dat het geheel beantwoorden zal aan de billijke eischen des tijds; door degelijkheid, practischen zin en godsdienstigheid zal uitmunten, behoeft geen betoog. Het katholieke Nijmegen zij daarom gelukgewenscht met deze belangrijke versterking van het godsdienstig leven, want een godsdienstige jeugd is de grondslag voor een godsdienstige maatschappij.
Binnen korten tijd zal, naar wij met genoegen vernemen, aan deze inrichting een normaalcursus voor hoofakten en vreemde talen verbonden worden.” (De Gelderlander 22/9/1897)
School voor Minvermogenden
Op 2 juni 1899 vindt de inwijding plaats van de school voor minvermogenden. Het PGNC 3/6/1899 noemt het de St. Catharinaschool: “Dit ruime, geheel naar de eischen des tijds ingerichte schoolgebouw voor meisjes, is de tweede inrichting voor onderwijs, door de Eerw. Zusters Dominicanessen, sedert hare vestiging te dezer stede gesticht.”
De Gelderlander plaatst een uitgebreid artikel:
“Men herinnert zich dat in Februari van het vorig jaar, onder hooge goedkeuring van mgr. Van de Ven, onder krachtige aanmoediging van den hoogeerw. heer Deken en met toestemming van de zeereerw. heeren pastoors der stad, een beroep werd gedaan op de liefdadigheid der Nijmeegsche Katholieken in het belang van een op te richten school voor minvermogende kinderen in het nieuwe stadsgedeelte bij de Berg-en-Dalsche straat.
De offervaardigheid van het katholieke Nijmegen heeft zich alweer niet onbetuigd gelaten. En het bewijs daarvan mogen wij zien in het fraaie schoolgebouw, met ruime en helder verlichte klaslokalen, dat niet ver van de reeds bestaande scholen der eerw. zusters Dominicanessen thans aan de Dominicanenstraat verrezen is.
Den 2den Juni had de plechtige inwijding plaats van het nieuwe schoolgebouw, waarvoor zoo menig ingezetene zijn penninkske geofferd heeft; maar waarvoor toch nog heel wat zal moeten geofferd worden, wil het geheel voldoen aan de behoeften der zich steeds uitbreidende buitenwijk. Want, gelijk de eerw. zusters in haar circulaire zeiden, zijn het voornamelijk de minvermogenden, in deze buitenwijk zoo ruimschoots vertegenwoordigd, die haar hulp het meest behoeven.
Des morgens om negen uur werd in de bijkerk aan de Berg-en-Dalsche straat, door den zeereerw. pastoor Van der Geest de H. Mis opgedragen om God te bedanken voor de verkregen uitkomsten en Zijn zegen over de nieuwe school af te smeeken. Onder de H. Mis, opgeluisterd door Latijnsche gezangen van eenige eerw. paters, sprak de pastoor een stichtend woord. De kerk prijkte nog in den schoonen bloemendos van den feestdag van het H. Sacrament. Tusschen het groen ontwaarde men het beeldje van het Kindje Jezus, dat zegenend zijn handje naar de kinderen uitstrekte. Deze waren in het middelpad gezeten en zongen vóór en na de Mis een toepasselijk liedje.
Na de Mis begaf de zeereerw. pastoor zich in priestergewaad, door het processiekruis voorafgegaan en begeleid van fraters, die kaarsen en wierookvat droegen, naar het gebouw. De stoet, die hem volgde, bestond uit eenige paters, de kinderen, de zusters, weldoeners en belangstellenden. Na de inwijding namen de 40 kleinen plaats in het voor haar bestemde lokaal en werden daar getrakteerd.
Thans hebben de zusters haar lang gewenscht doel bereikt en mogen zij haar deuren openen voor elken stand der maatschappij. Zij bezitten thans leer- en bewaarscholen niet alleen voor kinderen uit den gegoeden en den burgerstand, maar ook die der minvermogenden. Op de eerstbedoelde school kunnen de kinderen alles leeren, wat aan hun stand voegt n.l. de vreemde talen, piano, teekenen, schilderen enz. Reeds een twaalftal kinderen bezoeken die leerschool en het laat zich aanzien, dat bij de voortreffelijkheid van het onderwijs, dit aantal spoedig zal aangroeien. In het geheel ontvangen thans meer dan 300 kinderen onderricht van de eerw. zusters Domincanessen.
Eén wensch blijft nu den zusters nog over, n.l. tusschen de beide schoolgebouwen een eenvoudig klooster te laten verrijzen.
Thans moeten zij zich met eenige ledige schoollokalen behelpen; doch neemt het aantal kinderen toe, dan zijn zij genoodzaakt in de nabijheid een of ander huis te betrekken, dat toch zeker minder geschikt zal zijn om een 17-tal zusters, wier aantal naar onevenredigheid der leerlingen toeneemt, te huisvesten. De beproefde offervaardigheid der Nijmeegsche katholieken zal haar echter ongetwijfeld wel steunen in haar pogen tot stichting van een eigen huis.” (De Gelderlander 4/6/1899)
Klooster Dominicanessen
1904 Dominicanenstraat 6
Het St. Vincentiusklooster (1904) en de scholen van de Zusters Dominicanessen, 1929-1931 (Uitg. Brinio via F28168 RAN)
Dan volgt ook het gewenste klooster. Het ontwerp van het klooster en om de bestaande school te vergroten is afkomstig van bouwkundige Wijnandus Johannes Hermanus van der Waarden. De bouwtekening is van 12 september 1903. De vergunnin wordt op 22 december 1903 verleend.
vergroten is op 22 december 1903 verleend.
“Inwijding van het Dominicanessen klooster aan de Dominicanenstraat.
Een mooi en krachtig bewijs van den vooruitgang van het katholiek onderwijs in onze stad levert ongetwijfeld de voorspoedige ontwikkeling der Zusterschool in de Dominicanenstraat. Voor ongeveer acht jaren op kleine schaal begonnen, is zij thans een der uitgebreidste inrichtingen van dien aard in onze stad.
Achtereenvolgens verrezen in de Dominicanenstraat twee kolossale schoolgebouwen, en daartusschen is thans een werkelijk prachtig woonhuis of klooster opgetrokken voor de eerw. Zusters, die zich tot dusver met enkele lokalen in het schoolgebouw behielpen. De gestadige uitbreiding van het getal leerlingen, dat thans al over de 800 bedraagt, waarvan een groote 500 minvermogenden, maakte het noodig dat ook die lokalen voor het onderwijs in gebruik werden genomen, en thans is daarom voor de eerw. Zusters een afzonderlijk woonhuis gesticht, dat aan beide zijden met de schoolgebouwen verbonden is.
Met zijn breeden en hoogen gevel, door gekleurden en verglaasden steen verlevendigd, heeft het gebouw aan de straat een hoogst vriendelijk voorkomen. Binnengetreden, krijgt men dadelijk den indruk van groote ruimte en uitgestrektheid: die grootte van het gebouw behoeft echter niet te verwonderen, als men bedenkt, dat het op het oogenblik al 37 zusters moet herbergen. Het is gebouwd voor een groote veertig: er zijn ten minste 43 slaapcellen.
Gelijkvloers bevat het gebouw rechts van den ingang een ontvangkamer met suite voor de eerw. Zusters en links een drietal spreekkamers.
Daarachter zijn gelegen een ruime recreatiekamer, een naai- of werkkamer en een keuken met bijkeuken. Het uitgestrekte sousterrein bevat den refter, die door een lift tot het aflaten der spijzen met de daarboven gelegen keuken verbonden is, een studiezaal die evenals de refter met uitzicht op den tuin en aan de straatzijde ruime kelders.
Op de eerste verdieping heeft men de fraaie kapel, een ziekenkamer en de reeds genoemde slaapcellen, voor welker ventilatie op hoogst doelmatige wijze is gezorgd, daar zij alle met de vensters uitkomen op een open binnenplaats.
Het kolossale gebouw doet zoowel om de doelmatige inrichting en verdeeling, als om de keurige afwerking bijzondere eer aan den bouwmeester en uitvoerder, den heer W.J.H. van der Waarden, terwijl ook de opzichter, onder wiens leiding de verschillende werkzaamheden werden uitgevoerd, de heer J.J. de Groot, met lof verdient vermeld te worden. Bij het doorwandelen van het gebouw treft overal de bijzonder mooie lichtverdeeling; overal, tot zelfs in de gangen en in het sousterrein is het even helder. In de zalen en vertrekken zijn de vloeren van gewast Amerikaansch grenenhout; in de portalen en gangen liggen meest mooie Italiaansche terrazzo-vloeren, geleverd door den heer Joh. van der Waarden. Als uitvoerder van het schilderwerk mag met eere genoemd worden de heer J.A. Aalbers, terwijl de heer J. Rief op voortreffelijke wijze voor het stukadoorwerk zorgde.
Hedenmorgen om halfacht werd het gebouw plechtig ingewijd door den zeereerw. Pater Provinciaal der Domincanessen, L. Theissling, waarna door Zijneerw. een plechtige H. Mis werd opgedragen aan het rijk met bloemen versierde altaar der kapel…” (De Gelderlander 22/11/1904) Daarna vervolgt het artikel met een verdere beschrijving van de plechtigheid.
OVER Wijnandus Johannes Hermanus van der Waarden (Nijmegen, 15 november 1860 – Nijmegen, 25 september 1930) Wijnandus Johannes Hermanus van…
Vincentius Ferrerius
Boven de ingang van het klooster staat het beeld van Sint Vincentius Ferrerius.
Wikipedia: ”Vincent Ferrer, OP (Valencia, 23 januari 1350 – Vannes, 5 april 1419) was een Spaanse dominicaanse theoloog en missionaris die bekend stond om zijn preken en zijn inspanningen om het christendom te verspreiden tijdens de late Middeleeuwen. Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste predikers van zijn tijdperk en had een grote invloed op de katholieke kerk in Europa.”https://nl.wikipedia.org/wiki/Vincent_Ferrer “Hij studeerde theologie en werd al snel bekend om zijn scherpe intellect en zijn vermogen om complexe theologische concepten op een toegankelijke manier uit te leggen.” Hij reisde door verschillende landen van Europa om te preken, “Hij stond bekend om zijn charisma en zijn vermogen om grote menigten te boeien met zijn preken. Ferrer wordt vaak herinnerd vanwege zijn inzet voor de armen en de zieken, en zijn ijver voor het bekeren van niet-christenen tot het christendom.” www.wijkcomiteoost.nl/klooster-en-school-dominicanenstraat/: “Vincentius moest dus een voorbeeld zijn om in elke omstandigheid de katholieke beginselen uit te dragen.”
In Nederland is waarschijnlijk vooral bekend geworden door de komst van de Franse Dominicanen naar Rijckholt in 1882. Zij introduceerden en stimuleerden zijn devotie.
Boek en bazuin: prediking Laatste Oordeel
Vincentius preekte in opdracht van de tegenpaus in Avignon vooral over de aankondiging van het Laatste Oordeel. Later zou Vincentius overigens de paus in Rome steunen. Als boeteprediker -en zoals hij regelmatig wordt afgebeeld met deze tekst in een lint boven zijn hoofd- is zijn kernboodschap dan ook Openbaring 14:7: “Vrees God en geef Hem eer, want het uur van zijn oordeel is gekomen.” Een oproep tot bekering nu het nog kan.
Het beeld toont hem ook met zijn attributen: een boek en bazuin. De bazuin is een symbool van de aankondiging van het Laatste Oordeel.
In de Openbaring 8-11 blazen 7 engelen op een bazuin, waarbij bij de eerste 6 steeds een ramp volgt. De 7e kondigt de voltooiing van Gods koningschap aan. Vanwege zijn bevlogenheid en succes wordt hij in beeltenissen ook wel geïdentificeerd met deze engelen, als zou hij zelf op de bazuin blazen.
Daarnaast toont hij een boek. Afgaande op de inzoom van Noviomagus lijkt er Sapientiar Domini te staan, waarbij het waarschijnlijk gaat om Sapientiam Domini: “De Wijsheid van de Heer”.
Zoals Rob Essers op Noviomagus opmerkt, staat op de bouwtekening een heilige met een staf getekend. Waarom dit is, is niet bekend: mogelijk wilde Van der Waarden slechts aangeven dat daar een heiligenbeeld geplaatst zou worden.
(Overige) Bronnen over Vincentius Ferrerius en verder lezen
De heer J.A. Peeman, fabrikant van minerale wateren, handelaar in wijnen en gedistilleerd en hoofdagent van de Amstel-Bierbrouwerij, opent morgen in het perceel Hatertsche weg no. 162 een nieuwe zaak, zijnde zijn eerste filiaal-slijterij. Zooals men weet is het hoofdkantoor van deze firma gevestigd aan den Weldeck Pyrmontsingel no. 6.
Naar het ontwerp van den heer J.J.M. Jetten, architect alhier, die zich op loffelijke wijze van zijn opdracht heeft gekweten, heeft de heer Peeman aan den Hatertschen weg een dubbel pand met bovenwoningen doen bouwen. Het geheel maakt een keurigen indruk. Er zit in het gebouw een goede symetrie. Dank zij de medewerking, ondervonden van het Gemeentebestuur en den directeur van het Bouw- en Woningtoezicht, den heer H. Rauch, staat het pand rechthoekig aan den weg en heeft een flink, betegeld voorpleintje, dat aan weerszijden door een stevig hek wordt begrensd.
De nieuwe zaak is naar de eischen van deze tijd gebouwd. De tapperij is ruim, goed verlicht en praktisch ingericht. Daarachter bevindt zich een ruim kantoor, beneden een frissche kelder, waarin de dranken op de juiste temperatuur kunnen worden gehouden.
Het andere gedeelte van het dubbele pand is een café, dat geheel afgescheiden van de zaken der firma Peeman zal worden geëxploiteerd en binnenkort geopend wordt.
De bovenwoningen van beide perceelen hebben aparte opgangen, mooie kamers, en zijn van alle gemakken voorzien. Het werk is uitgevoerd
Café-Restaurant Hotel Royal van de Wed. E.W. Poos-Aengenent (adres Prins Hendrikstraat 40-42) met de stalhouderij op de Waldeck Pyrmontsingel 4 (links), foto gedateerd 1925 (F15997 RAN)
In 1925 opent op de hoek van de Prins Hendrikstraat en de Waldeck Pyrmontsingel Café-Restaurant Royal van de weduwe E.W. Poos-Aengenent. De architect was J. Jetten. Hiervoor had op deze plek de stalhouderij gezeten, welke functie ook dan nog wordt vervuld. In de Tweede Wereldoorlog wordt het gebouw verwoest.
“Café-Restaurant “Royal”.
Heden zal de opening plaats vinden van het café-restaurant “Royal”, dat verrezen is in de Prins Hendrikstraat op den hoek van den Waldeck Pyrmontsingel. Gedurende vele jaren was daar, gelijk men weet, de stalhouderij van de firma Poos gevestigd. Deze blijft bestaan, maar door een praktische verbouwing heeft men ruimte vrij gekregen voor een flink, modern café, dat een sieraad is voor deze omgeving. Inwendig is het 95 vierk. M. groot; het bevat een groot, sierlijk buffet, een biljart en leestafel, terwijl men door het aanbrengen van z.g. boxen langs den wand de gezelligheid, die er nu al is, nog hoopt te verhoogen. De ramen, met bovenvensters van fraai gebrand glas in lood, kunnen worden omlaag geschoven, waardoor des zomers het 100 vierk. M. groote terras als ’t ware één geheel wordt met het café.
Daar achter, met uitgang in de Prins Hendrikstraat, is thans het koetshuis gelegen, waar men nog alle ruimte heeft voor het onderbrengen van de rijtuigen der stalhouderij. De stal, die kleiner geworden is, grenst daar aan.
Ter zijde van het café zal in de Prins Hendrikstraat een winkelhuis worden gebouwd. Wanneer dit voltooid zal zijn komen wij er nog wel nader op terug.
Dit belangrijke bouwwerk is in eigen beheer uitgevoerd naar de plannen van den heer J. Jetten, architect alhier, die daarme veel eer inlegt. Het schilderwerk is verricht door den heer Th. Delgeijer, het glas in lood geleverd door den heer Leenders te Berg en Dal.” (PGNC 3/10/1925)
Weduwe P.J. Poos
In 1912, 1913-1914, 1914, 1915 en 1916 komt Wed. P.J. Poos, geb. P.A. Vierboom, stalhouder voor op Prins Hendrikstraat 42. (In 1940 woont zij op Molenstraat 121); daarbij lijkt het waarschijnlijk dat het bedrijf de stalhouderij “Firma P.J. Poos, Waldeck Pyrmontsingel 42” betreft (eveneens in deze adresboeken).
Daarnaast wordt op Glashuis 4 in het adresboek 1914 L. Poos, koetsier, gevonden.
In 1920 komt de stalhouderij Firma P.J. Poos voor op Prins Hendrikstraat 42. In de tot nu toe gevonden adresboek komt in 1932, 1934, 1936 en 1938 “Poos Wed. J., geb. E.W. Aengenent, café-restaurant “Royal” op Prins Hendrikstraat 42, stalhouderij Waldeck Pyrmontsingel 4″ voor.
In 1940 woont Wed. J. Poos, geboren Aengenent al op van Heutzstraat 6. Volgens het Adresboek 1959 woont mw J.C. Poos daar nog steeds.
Drie chauffeurs van garagebedrijf Poos die opgesteld staan voor hun wagens. Van links naar rechts: onbekend, de heer Poos en de heer Pijpers. Rechts het Café-Restaurant Hotel Royal van de Wed. E.W. Poos- Aengenent (op de hoek van de Prins Hendrikstraat 40-42), Waldeck Pyrmontsingel 4 Altrade, 1936 (F15996 RAN)
J.P.G. Poos
J.P.G. Poos, stal- en garagehouder komt in ieder geval in 1934 op Prins Hendrikstraat 38 en daarna in de Adressboeken 1936, 1938 en 1940 op nummer 26. (In 1932 komt hij nog niet voor). Uit het straatnamenregister van Rob Essers wordt duidelijk dat het een hernummering betreft en dat Prins Hendrikstraat 26 in september 1944 tijdens oorlogshandelingen is verwoest.
Zoals hierboven te lezen, komt J.P.G. Poos vervolgens voor op de Heutszstraat 6.
In ieder geval komt J. Poos, Prins Hendrikstraat 20 nog in het Adresboek van 1966 voor.
Boven de ingang naar het Glashuis, tussen Lange Hezelstraat 58 en 60 is een houten bord te zijn. Deze is inmiddels weer wat vergaan en vaag zijn er nog letters op te vinden. Wat is er over dit bord te vinden?
Hoek Prins Hendrikstraat Waldeck Pyrmontsingel, maart 2025 (Google Streetview)
Altrade Deze pagina verzamelt reeds gepubliceerde artikelen over de Waldeck Pyrmontsingel De naam Waldeck Pyrmontsingel De naam Waldeck Pyrmontsingel herinnert…
St. Josephschool, later gesloopt ; op deze plek is in 1983 een appartementencomplex gebouwd, Bijleveldsingel 52-60, 9/1981 (F86325 RAN CC0)
In 1921 vindt de aanbesteding plaats van de nieuwe St. Josephschool op de hoek van de Bijleveldsingel en Hendrik Hoogersstraat. Deze wordt in 1922 ingezegend. Het ontwerp is afkomstig van architect Zoetmulder.
Een foto van de school uit 1974 is te zien op F32743 RAN, wanneer het Keizer Karelschool heet.
Architect Zoetmulder
De ontwerp van het gebouw is afkomstig van architect Zoetmulder:
Architect H.M. Zoetmulder ontwierp veel gebouwen in Nijmegen en daarbuiten. Hij ontwierp onder andere winkels en religieuze gebouwen. Bekende gebouwen zijn onder andere het Klooster en Studiehuis Fransiscanen, De NIMCO en de verbouwing van Kantoorboekhandel Biessels.
Aanbesteding
Op 4-2-1921 zal “Onder R.K. Georganiseerde aannemers worden aanbesteed:” Het bouwen van een schoolgebouw met gymnastiek-lokaal e.a. (De Gelderlander 28/1/1921)
Artikel Inzegening der St. Josefschool
“Inzegening der St. Josefschool.
Gistermorgen vond de plechtige inzegening plaats van de St. Josephschool aan den Bijleveldsingel en de Hendrik Hoogersstraat. Ten 10 ure nam de plechtigheid een aanvang. De gymnastiekzaal was voor de gelegenheid in een feestzaal herschapen, dank aan de goede zorgen van het hoofd der school de heer Peltres(?) en zijn onderwijzer.
Het beeld van het H. Hart geplaatst op een verheven troon prijkte tusschen palmen en een schakeering van de fijnste planten en bloemen, azelia’s tulpen, seringen, enz., dit alles als een spontane uiting van liefde voor ons aller Koning Jezus.
Nadat de 150 leerlingen, waarvan in de 1e rij elf koorknapen de 1e strofe van het lied aan U o Koning der eeuwen hadden gezongen, verrichte de hoogeerw. heer Deken alllereerst de zegening om het schoolgebouw, waarna de inzegening van de verschillende lokalen plaats vond.
Teruggekeerd in de feestzaal werd, nadat het kruisbeeld was opgehangen, de 2e strofe gezongen en richtte de hoogeerw. heer Deken het woord tot de leerlingen “zijn dierbare jongens”, wees er op dat na de verrichte Lithurgische handeling nu het hoofdmoment was gekomen n.l. de Intronisatie van het H. Hart, herinnerde aan de woorden van den Goddelijken Zaligmaker, dat de vossen wel hunne holen hebben maar de Zoon des menschen niet eens een steen om zijn moede hoofd neder te leggen, hoe hierna Palm-Zondag gevolgd is, de feestelijke intocht in Jerusalem en hoe allen Hem als Koning huldigende, uitriepen: “Gezegend zij Hij die komt in den naam des Heeren”, dat nu wij Hem niet persoonlijk in ons midden hebben, wij Hem komen huldigen in zijn beeltenis. Hem ons hart aanbieden als rustplaats, door flinke leerlingen en brave christenen te worden, door goed ter harte te nemen, de wijze lessen der ouders, van de leemeesters, maar vooral ook van de geestelijke leiders en deze lessen te volgen, dan zal Koning Jezus den steun zijn in dit leven en een eeuwig geluk het deel voor de toekomst.
Hierna werd het 1e couplet gezongen “Hulde aan het H. Hart”, waarop zich de 11 koorknapen om het versierde beeld van het H. Hart plaatsten en de hoogeerw. heer Deken de plechtige opdracht deed aan het H. Hart plaatsten en de hoogeerw. heer Deken de plechtige opdracht deed aan het H. Hart. Nat het Salve Regina en de opdracht aan Maria werd het 2e couplet van het lied gezongen. Hiermede waren de kerkelijke plechtigheden geëindigd. Alsnu richtte de hoogeerw. heer Deken namens het schoolbestuur het woord tot den weled.gestr. heer dr. Smits, inspecteur en de heer Goossens, schoolopziener (schoolopz. Verheyen had kennis gegeven tot zijn spijt niet aanwezig te kunnen zijn). Spreker wees op de eer voor het bestuur, deze plechtigheid met hunne vertegenwoordigheid versierd te zien, stelde er prijs op te verklaren, dat er steeds een aangenamen toon was tusschen den inspecteur en het bestuur, wat voornamelijk te danken was aan de voorkomendheid, welwillendheid en toegeeflijkheid van den inspecteur, die steeds getoond heeft het bizonder onderwijs een goed hart toe te dragen. Spreker brengt Z.EdG. hiervoor namens het bestuur hartelijk dank en hoopt dat in de toekomst diezelfde aangename samenwerking moge blijven bestaan, tot welzijn van het onderwijs.
Ook bracht de hoogeerw. heer Deken hulde aan B. en W., vertegenwoordigd door den weth. Van onderwijs, voor hun tegenwoordigheid, dankte ook voor de steeds ondervonden welwillende medewerking en drukte den wensch uit dat die ook in de toekomst mocht blijven voortduren. Daarna bracht spreke een woord van dank aan ’t hoofd der school en wees den onderwijzers op hun gewichtig ambt, de vorming der jeugd tot nuttige leden der maatschappij en als goede christenen tot leden van Gods Kerk. Spreker beval het welzijn der school in hun handen. Broeder Overste werd dank gebracht voor zijn tegenwoordigheid; ofschoon nauwelijks hersteld, wilde hij toch blijk geven van zijne waardeering, hoewel deze school niet direct onder zijn bestuur staat. Ten laatste meende spreker een woord ook van dank te moeten brengen aan den architect en aannemer, mede aanwezig, voor de schoone architectuur van het gebouw hier gesticht, aan de bouw-commissie voor de vele moeiten en zorgen hieraan gewijd, om te eindigen met een opwekking voor zijn dierbare jongens.
Hierna nam de inspecteur van het L.O. het woord, bracht dank voor de vereerende uitnoodiging die hem zeer aangenaam was, prees het zeer doelmatige, monumentale gebouw dat getuigenis aflegde voor den bloei van het R.K. bijzonder onderwijs, noemde dit monumentale gebouw het eerste na de nieuwe L.O.-wet hier in gebruik genomen, een gebouw van pacificatie. Neen deze wet is geen wet van verdeeldhied zooals velen beweren; vrees voor verdeeldheid bestaat niet. Wel zijn er verschillende richtingen, maar evenals een leger uit verschillende wapens bestaat en deze onderling wel verschil kunnen hebben, zoo hebben allen ten slotte één doel en allen strijden gezamenlijk voor hun koningin, voor hun vaderland.
Zoo strijden ook wij allen geloovende in God, hoe verschillend in richting ook, voor het eene doel onzen Koning Jezus. Allen strijden wij tegen het ongeloof, de zonde, de wereld, om ons aan het einde van den weg bij Jezus te ontmoeten. Spreker dankte de hoogeerw. heer Deken voor de woorden persoonlijk tot hem gericht ook namens het bestuur en zeide zijn welwillende medewerking voor de toekomst toe. Spreker eindigde zijn rede met een waardeerend woord van opwekking tot het onderwijzend personeel.
De wethouder van onderwijs, de heer Vrancken, dankte namens B. en W. voor de vereerende uitnoodiging. Nog niet zoo heel lang geleden had hij de inzeegening bijgewoond van de nieuwe school aan het Mariënburgplein en woonde nu weer de inzegening van dit majestueuze gebouw bij. Een gebouw dat getuigde van den wakkeren durf van het schoolbestuur. Wanneer een gezin een bijzonder groote zegen ten deel valt, dan zien de ouders met zorg de toekomst tegemoet, maar niet zoodra is de telg er of alle zorg is vergeten en hij is niet minder welkom dan de anderendern, wordt zoo mogelijk nog met grooter vreugde begroet. Zoo is het ook met Burgemeester en Wethouders, de uitvoerders van finantiën. Met zorg en kommer zien zij op tegen de talrijke scholen die nog moeten verrijzen, doch nu deze school er is, nu verheugen zij zich er over, omdat zij weten dat hier den grondslag gelegd wordt voor de vorming van degelijke menschen voor de toekomst. Spreker brengt ook in herinnering de goede verstandhouding en vertrouwt dat deze steeds zal blijven bestaan.
Na een slotwoord van den hoogeerw. voorzitter was ook hiermede het officiëele gedeelte geëindigd. Allen waren overtuigd dat met de oprichting van deze school een goed werk voor de toekomst was tot stand gebracht.
De leerlingen werden op een versnapering onthaald.
Het gebouw is een sieraad voor de Bijleveldsingel en Hendrik Hogerstraat, en bevat behalve 12 schoollokalen en gymnastiekzaal welke alle uitmunten door ruimte, licht en hygiënische inrichting, directie en dokterskamer, ruime gangen en hal en doet den architect, den heer Zoetmulder en den heeren Baars en Zn. alle eer aan.
Het gebouw is voorzien van centrale verwarming, terwijl ruime overdekt en open speelplaatsen er aan verbonden zijn.” (De Gelderlander 12/1/1922)
Architect H.M. Zoetmulder ontwierp veel gebouwen in Nijmegen en daarbuiten. Hij ontwierp onder andere winkels en religieuze gebouwen. Bekende gebouwen…
In 1925 vestigen de Augustijnen zich in het nieuwe klooster aan de Graafseweg. Zij waren daarmee na 100 jaar weer terug in Nijmegen. Het ontwerp van het klooster was van architect Kayser.
Inwijding Augustijnerklooster te Nijmegen
Op 26 november 1925 werd het klooster van de orde van de Augustijnen plechtig ingewijd. Het klooster werd ontworpen door de hoofdzakelijk in Limburg werkende architect ir. Jules Kayser (02-10-1879 Venlo – 20-10-1963 Venlo). Het klooster werd echter nooit volledig afgebouwd, Graafseweg 274, 1930 (F11728 RAN)
“Onze Nijmeegsche correspondent bericht: Donderdagmorgen werd te Nijmegen het nieuwe klooster der E.E. P.P. Augustijnen plechtig ingezegend. Om half elf droeg Mgr. C. A. van Son, Deken van Nijmegen, in de openbare kapel der Augustijnen aan den Graafschen weg een plechtige H. Mis op.
Na de H. Mis verrichtte de Hoogeerw. heer Deken van Nijmegen, namens Z.D.H. Mgr. Am. Diepen, de plechtige inwijding van het klooster, tevens theologisch studiehuis der E.E. P.P. Augustijnen, die hun theologisch studiehuis met het oog op de R.K. Universiteit van Utrecht naar Nijmegen hadden overgebracht.
Na afloop van deze plechtigheid heeft Mgr. van Son de Paters Augustijnen, die zich weder in Nijmegen komen vestigen, in huldigende woorden toegesproken.
De hoogeerw. Provinciaal Pater van Rijn, dankte, waarna wethouder W. v. d. Waarden de Paters huldigde namens het Nijmeegsche Gemeentebestuur.
In den namiddag van het inwijdingsfeest hielden de E.E. P.P. Augustijnen in hun nieuw, statig, doch sober kloosterhuis receptie. Velen maakten hiervan gebruik om het klooster binnen en buiten in oogenschouw te nemen.
Het klooster is opgetrokken in modernen bouwtrant van een sobere lijn, staat aan den Graafschen weg in een rustige omgeving, nabij den Wolfskuilschenweg.
De architect-ingenieur, de heer Kayser, uit Venlo, ontwierp den bouw en deed voor de men uitwendige stemmige versiering van den kloosterbouw een dankbaar gebruik maken van de Nederlandsche baksteen, welke, in rijke nuanceering gebruikt, een frisschen indruk maakt.
Beeld H. Joannes di So. Facundo boven ingang Augustijner klooster, Graafseweg (november 2024)
De tuin van het klooster, in allen eenvoud aangelegd, verlevendigt den ingang. Bij de hoofdpoort verheft zich het gestyleerde beeld van den H. Joannes di So. Facundo, de heilige van het Sacrament, fraai stijlvol uitgevoerd beeld van den Roermondschen kunstenaar Thiessen.
Als om den kloosterhof, liggen de verschillende afdeelingen en de kapel geprojecteerd, en om den tuin loopen breede, in stemmigen kleurtoon gehouden wandel- of bidgangen.
Links van de kloostergang bevindt zich de tijdelijke huiskapel, later geheel in te richten tot studiebibliotheek, welke nu reeds bijkans geheel uit Utrecht naar het Nijmeegsche klooster is overgebracht.
Daarnaast is de recreatiezaal voor de Zeer Eerw. Paters, die het uitzicht hebben op het omringende bosch. De achtergevel wordt ingenomen door de refter met daaraan grenzende keuken.
Op de eerste verdieping bevinden zich aan de voorzijde de kamer voor den HoogEerw. Pater Provinciaal en van den tegenwoordigen procurator van het Nijmeegsche klooster, de ZeerEerw. Pater Th. v. d. Vloodt.
Op deze verdieping zijn verder de zitkamers voor de ZeerEerw. Paters en de kamers voor de Eerw. Broeders.
De tweede verdieping, ook weer als in carré gelegd om den kloostertuin, is geheel bestemd voor professorium. Hier verblijven de fraters theologen.
Het klooster der E.E. P.P. Augustijnen is thans bewoond door vier Pater Professoren, drie Paters-theologanten, elf fraters-theologanten en vijf Eerw. Broeders.” (De Tijd: godsdienstig-staatkundig dagblad, 26-11-1925)
Ingang Augustijner klooster (november 2024)
Augustijnen na 100 jaar terug in Nijmegen
De komst van Augustijnen betekende een terugkeer naar Nijmegen na 100 jaar afwezigheid. De Gelderlander beschrijft in 1950 bij het 25-jarig bestaan de geschiedenis van de Augustijnen in Nijmegen:
“De Augustijnen in Nijmegen
Bijna twee honderd jaar bedienden zij de kerk in het stadscentrum
Toen 25 jaar geleden de paters Augustijnen hun nieuwe klooster aan de Graafseweg betrokken, keerden zij na een onderbreking van ruim honderd jaar terug naar Nijmegen. De herinnering aan hun vroegere verblijf en werkzaamheden leefde nog voort in de St. Augustinuskerk, gelegen in de Augustijnenstraat.
Deze prachtige kerk van Cuijpers is helaas door het oorlogsgeweld vernield, en ook de Augustijnenstraat is bijna niet meer te onderkennen. Doch op het terrein waar omstreeks 1866 deze straat was aangelegd als een min of meer rechtstreekse verbinding tussen de Houtstraat en de Grote Markt, stond voordien de kerk welke de Augustijnen bijna 200 jaar hebben bediend.
In 1818 vertrok de laatste Augustijn die hier werkzaam was, Pater J.J. Smeijers, naar Emmerich, waarschijnlijk wegens de inmenging van het burgerlijk gezag in kerkelijke zaken waarmee hij zich niet verenigen kon, zodat hij het voor zijn geweten onverantwoordelijk achtte nog langer zijn functie te blijven uitoefenen.
De zielzorg in de St. Augustinuskerk werd sedertdien door de seculiere geestelijkheid waargenomen en daarna voortgezet door de Paters Carmelieten.
Het was dus een terugkeer naar Nijmegen, een heropnemen van een oude traditie, toen de Augustijnen zich in het najaar van 1925 weer in de Keizer Karelstad kwamen vestigen.
In korte trekken willen wij hier thans de geschiedenis van de Augustijnen in Nijmegen schilderen.
Na onderbreking van bijna een eeuw hervatten zij vóór vijf en twintig jaar hun werkzaamheid in ons midden
Maar kort daarop brak de grote oorlog van 1672 uit, en de bezetting van Nijmegen (1672-1674) door de Franse legers bracht voor de katholieken althans dit gelukkig gevolg mee, dat zij de St. Stephanuskerk weer in gebruik konden nemen. De missionarissen oefenden er gezamenlijk de zielzorg uit, terwijl de Augustijnen tevens arbeidden onder de Franse soldaten.
In 1674 moesten de vreemde troepen echter snel terugtrekken, en zo ontviel de St. Stephanus weer aan de katholieken en moesten zij terug naar hun verborgen schuilkerkjes.
Het kerkhuis in de Bagijnengas was, zoals gezegd, verloren gegaan en de Augustijnen stonden voor de taak hun statie weer van de grond af op te bouwen.
P. Henricus Canisius- uit de familie d’Hondt- nam samen met p. Mathias Agolla de heroprichting hiervan in 1674 ter hand, en na zeer vele en grote moeilijkheden te hebben overwonnen, konden zij in Juli van datzelfde jaar reeds heimelijk een voorlopige kapel openen, die was ingericht op een van de zolders van de bierbrouwerij van Severinus Hagens, “wonende in de Eselstraat”, zoals zij schreven. De woning en bierbrouwerij van Severinus Hagens, “De Son” geheten, waren gelegen in de Hezelstraat; als men van de Grote Markt komt, was het aan de linkerkant het tweede pand voorbij de Pijkestraat, toendertijd nog Pikkegas geheten.
Pater Agolla had zich echter voorgenomen zo spoedig mogelijk verbetering aan te brengen in de voorlopige oplossing van deze zolderkerk en hij slaagde daarin dank zij de medewerking van een zekere Joanna van der Straeten- een klopje-, door wie tussenkomst bij het volgende jaar de beschikking kreeg over een huis tussen de Houtstraat en de Markt, dat goed als kerkhuis kon worden ingericht, zij het met grote onkosten. Enkele jaren later- in 1683- werd dit huis tegen een aanzienlijke som van haar overgenomen.
Vijfentwintig jaren lang heeft p. Agolla de Nijmeegse statie bediend, waarna hij zich in het klooster te Maastricht terugtrok. Daar gaf hij nog enige bundels preken en meditaties uit, o.a. “Zedelijke Sermoonen op de Sondagen”, “Sermoonen op de Feestdagen” en “Den lijdendenden Jesus”, en op het titelblad vermeldde hij met een zekere trots “25 jaeren gewesene zendelingh in de zendinghe te Nijmegen”.
Het was een harde werker, deze p. Agolla, die er metterdaad in geslaagd is zijn statie tot grote bloei en zijn katholieken tot een vurig geloofsleven te brengen, en dan ook reeds spoedig de hulp van een assistent nodig had. Een van dezen, een zekere p. Thomas Debbaut, kon omstreeks 1676 met voldoening schrijven aan de Vice-praefect van de Augustijnenmissie: “Godt lof, t’sedert wij t’saemen zijn geweest is onse gemeijnte een groot deel aangewassen inder voegen dat wij nu in 2 diensten lichtelijck duijsent persoonen dienen”. Nog uit verschillende andere gegevens valt de bloei der statie op te maken. En waarschijnlijk is het ook aan de betekenis van deze statie voor de katholieken van Nijmegen te danken dat P. Agollo’s opvolger P. Guilelmus Lonchin zin van 1704-1724 het dekenaat van Nijmegen- dat zich over de stad en de omliggend dorpen uitstrekte van Groesbeek tot Dreumel toe- zag toevertrouwd. Later was ook nog P. Augustinus Libens van 1741-1743 deken.
Toch heeft deze statie ook in de 18e eeuw haar moeilijkheden gekend, maar over het algemeen genomen is er een blijvende vooruitgang waar te nemen. Toen dan ook in 1789 een nieuwe kerk gebouwd moest worden, omdat het oude kerkhuis volkomen versleten en bouwvallig was, zag P. Guilelmus van der Stocken zich genoodzaakt een groter en ruimer kerkgebouw te zetten. En opnieuw had een uitbreiding plaats in 1833 onder deken Triebels totdat een vijftigtal jaren later het majestueuze bouwwerk van Cuijpers verrees om het telkens vergrote kerkje te vervangen.
Tot 1818 zijn de Augustijnen werkzaam geweest in de Nijmeegse St. Augustinus. In 1925 keerden zij terug naar Nijmegen,- weliswaar niet in de oude stadskern die zo veel herinneringen aan hun vorig verblijf bewaarde, maar in het zich uitbreidende westelijke stadsdeel- om er hun theologische studies op te bouwen in de schaduw van de jonge Nijmeegse Alma Mater. E.F.” (De Gelderlander 24/11/1950)
Schoolgebouw van de Nijmeegse School Vereniging, een neutrale school voor lager en uitgebreid lager onderwijs, ontworpen door de Nijmeegse architect Willem Hofmann; op 5 september 1931 geopend. Nu de Sint Joris school voor VMBO en is het adres Heijendaalseweg, Heyendaalseweg 45 Galgenveld, datering foto 1931-1955 (GN9487 RAN)
In 1931 wordt de nieuwe school van de Nijmeegsche Schoolvereeniging aan de Driehuizerweg (tegenwoordig Heyendaalseweg) 45 geopend. Het gebouw van aan de van der Brugghenstraat was te klein geworden en voldeed niet meer. De architect was Willem Hoffmann, die ook al een aantal verbouwingen aan de school in de van der Brugghenstraat had verzorgd.
“Nijmeegsche Schoolvereeniging.
Opening nieuwe school aan den Driehuizerweg.
Zaterdagmiddag is het nieuwe schoolgebouw van de Nijmeegsche Schoolvereeniging aan den Driehuizerweg No. 45 geopend.
Heden is de school in gebruik genomen.
Dat is een heele overgang uit het verouderde gebouw aan de Van den Brugghenstraat naar deze modelschool aan den rand van bebouwd Nijmegen – dit is als uit een oud stadshuis naar een riante villa.
Het schoolbestuur blijkt gelukkig te zijn in de keuze van den architect, den heer Willem Hofmann, een architect met bijzondere talenten en met kijk op wat practisch en tegelijk schoon is.
De school is rustig gelegen aan een belangrijkenmaar toch secundaire verkeersweg.
Men liet de klassen als in halven cirkel leggen om een ruime binnenplaats (…onleesbaar) open afsluting vormt tusschen straat en school.
De school rijst nu forsch en toch niet log op als aan een binnenplein en mag, wat bouw, en indeeling betreft, wedijveren met de fraaiste hier ter stede, ja, van het land.
Overal hebben licht en lucht vrijen toegang- het trappenhuis met breede verbinding tusschen het gelijkvloersche en de eerste verdieping, leidt als de zon tegemoet; vrij en frank straalt het daglicht door de hooge bordesvensters van zach getint, oolijk en flauwtjes gekleurd in glas en lood.
De schoollokalen zijn ruim en vrij gebouwd- met alle ramen naar binnen of buitenplaats.
De schilder was met den architect gelukkig in de keuze van kleuren: donkergroen en getemperd rood, niet te somber, ook niet te uitbundig.
Er werd bij de openingsredevoeringen voortdurend gesproken van sfeer- inderdaad heeft de knappe architect Willem Hoffmann hier een bouw ontworpen, welke in- en uitwendig de harmonie en kleur en lijn schiep, welke de sfeer bevordert.” Daarna volgt een beschrijving van de opening en de toespraken.
Architect Hoffmann is vooral bekend vanwege zijn villa’s. Zijn grootste werk is mogelijk ’t Slotje van de Baron. Ook de uitbreiding/verbouwing van het Wilhelminaziekenhuis is een groot werk. Daarnaast komen wij hem regelmatig tegen in de nieuwbouw of verbouw van horeca en winkels. Veel van zijn ontwerpen bevatten jugendstil- en art-nouveau-elementen.
Vervolg
Een uitgebreid verhaal over de Nijmeegsche Schoolvereeniging is te lezen op:
Het zusterwoonhuis Saint Louis van de zusters van Jezus, Maria en Jozef. In 1948 ontworpen door Charles Estourgie met in het ingangsgebouw enige leslokalen, in de zijvleugel de refter en studiezaal; de kapel bevindt zich op de eerste verdieping. In de gevel aan de voorzijde rechts bevindt zich het reliëf ‘Saint Louis als ridder van Christus’ van de beeldhouwer Ed van Teeseling. Het gebouw is een rijksmonument en nu in gebruik als kinderdagverblijf en kamerverhuurbedrijf. Bijleveldsingel 153, 1952 (GN9712 RAN)
Augustus 1950 opent de Mariaschool aan de Bijleveldsingel. Een school voor meisjes onder leiding van de Zusters van J.M.J., vaak ook die van “Saint Louis” genoemd. Het was een vervanging van de school op de Oude Stadsgracht, welke tijdens bombardement van 1944 was verwoest. Het ontwerp van de school was de “de laatste schepping” van architect Estourgie.
Bij de Opening
“Laatste schepping van architect Estourgie: Pastoor Hanckx zegent nieuwe Mariaschool aan de Wedren in
“Zusters met oudste papieren kregen de zwaarste klappen”
“De oudste papieren, de zwaarste klappen”, zo zei de Eerw. Pastoor Hanckx van de Molenstraat-parochie het, toen hij de nieuwe school van de Zusters van J.M.J. aan de Wedren had ingezegend. Bijna honderdvijfentwintig jaar werken deze Zusters, vaak beter bekend als die van “Saint Louis”, nu reeds voor de zegenrijke opvoeding van vele, zeer vele meisjes. De oudste papieren dus en ook de zwaarste klappen. Maar waarom daarvan de tragische gedeelten nog eens opgehaald, wanneer daar weer is een schoolgebouw, dat klinkt als een klok? De vreugde daarvan werd vertolkt door Pastoor Hanckx, Wethouder Duives, Hoofdinspecteur Stoopman en vele anderen.
In lange rijen hadden de meisjes zich vanmorgen om 10 uur achter de school opgesteld, onder hen vele bruidjes. En niet te lang behoefden ze te wachten op Pastoor Hanckx om diens inzet van het “Veni creator” te vervolgen. Diepzinnig werd deze inzegening en indrukwekkend, omdat niets was nagelaten om er al de stijl aan te geven, die bij deze gelegenheid passend was. En ge had moeten zien, hoe al die meiskes daarin opgegeaan zijn, een tikkeltje onwennig met zoveel autoriteiten om zich heen, een tikkeltje nieuwsgierig naar “wat zou ons bankje nu wel worden” en méér dan een tikkeltje onder de indruk van zoveel plechtigheid.
Niet de zusters kozen…
“De Oude Stadsgracht 28 herleeft,” zei Moeder-Overste ons. Maar zij zal toch zeker met weemoed aan dat pand hebben teruggedacht en daarvan liet ook Pastoor Hanckx blijken, nu deze nieuwe Maria-school op het uiterste puntje van zijn Parochie staat. Hij releveerde het vele werk door de Zusters verzet, o.a. in de dagen, dat nog geheel zonder subsidie moest worden gewerkt. Op 22 Februari ’44 kwam er die allergrootste tegenslag en wat toen volgde, werd een lijdensweg van vijf lang jaren. ’t Liefst zouden de Zusters weer op de oude plaats zijn begonnen, maar dit bleek onmogelijk te zijn. Met nadruk wees Pastoor Hanckx er op, dat NIET de Zusters van J.M.J. de Wedren gekozen hebben, al werd deze plaats tenslotte dankbaar aanvaard. Nimmer echter wilden de Zusters de stad van de fraaie Wedren beroven.
Bij elk nieuw gebouw…
Wethouder Duives voelde zich als een kat in een vreemd pakhuis, nu hij zijn collega van Onderwijs, die met vacantie was, moest vervangen. Maar er was verheugenis voor hem. Bij elk nieuw gebouw in de stad verheugt hij zich immer. In dit geval is het initiatief van de Zusters uitgegaan en ook dat deed Wethouder Duives genoegen, mede door particulier initiatief a.h.w. gedrongen wordt de wederopbouw te stimuleren. Spreker wees er op, hoe de Zusters in allerlei hoeken en gaten moesten worden ondergebracht voor het geven van les. Op deze dag werd dat anders, al bleven er dan nog wat hoekjes en gaatjes over. Maar wat dat betreft, beloofde Wethouder Duives alle medewerking.
Hoofdinspecteur Stoopman releveerde, hoe men aanvankelijk heeft moeten zoeken naar kelders, garages en gebouwen, die op instorten stonden. En ook hij wees er op hoe de traditie de Zusters zozeer aan de Oude Stadsgracht had doen hechten. In elk geval stond er nu een school, die er in vele opzichten mocht zijn, waar bovendien Montessori-onderwijs gegeven werd op DE MEEST ORTHODOXE WIJZE!
Muurreliëf St. Louis door Ed van Teeseling, Bijleveldsingel 153 (oktober 2025)
En anderen die spraken…
Bij afwezigheid van de Hoogeerw. Deken van Dijck was het de heer Bol, die namens de Kath. Schoolvereniging de Zusters complimenteerde. In het bijzonder dankte hij de Zusters voor haar welwillendheid met “hoeken en gaten” langere tijd dan nodig was genoegen te nemen en we omwille van de Kath. Ambachtsschool. Een zoon van wijlen architect met de schepping van deze school zijn levenswerk afsloot, memoreerde de prettige verstandhouding tussen zijn vader en de Zusters bij de totstandkoming van het fraaie gebouw. De heer v. Dijk van de St. Jozefschool kwam als a.s. buurman naar voren. Hij betreurde het, dat er voor hem geen speelgelegenheid kon komen door de bouw van school en klooster, maar was er zeker van, dat de samenwerking straks prettig zou zijn, wanneer er moeilijkheden kwamen. Immers, jongens geven hun speelterrein niet zo gemakkelijk prijs, wanneer ze daar opeens meisjes op hun weg vinden. En tenslotte was daar dan de Moeder Overste zelf, die allen dankte, die bij de totstandkoming van de school hadden meegewerkt.
Een rondgang in de lokalen heeft ons ervan overtuigd, dat Nijmegen een prachtig schoolgebouw rijker is geworden, waar in het kader van de onderwijsvernieuwing veel zegenrijk werk verzet kan worden. Op 5 September zullen de meisjes er hun eerste lessen krijgen. Zij zullen hun nieuwe omgeving stellig op prijs stellen. En waar in de paedagogie geldt, dat uiterlijke factoren de innerlijke vooraf gaan, daar is door deze school reeds les gegeven voordat de Zusters catechismus, taal-, lees- of rekenboek hebben opengeslagen.”(De Gelderlander 31/8/1950)
Bijleveldsingel, architect Estourgie, maart 2025 (Google Streetview)
Kap en wieken, boven de bomen uit, van de Looimolen. Links van de molen de kap van het Klooster van de Congregatie Broeders van de H. Aloysius van Gonzaga, gevestigd in de voormalige Villa de Wolfskuyl (van 1932 tot 1942 het klooster van de Zusters Kanunnikessen van het Heilig Graf), Graafseweg 232, 1935 (GN1903 RAN)
Het pand is in 1913 gebouwd als Villa de Wolfskuyl. Hiervan was C. de Groot uit Hilversum de architect. “De Groot liet zich bij dit ontwerp inspireren door invloeden uit de Engelse en Duitse landhuisarchitectuur.” (Rijksmonumenten) De eerste steen werd op 17 april 1913 gelegd door W.H. Hoijer.
Woning papierfabrikant Hoijer
Bevolkingsregister 1910 familie Hoijer Graafseweg (Archiefnummer 679, Inventarisnummer 33411)
Carel Wiillem Jan Hoijer (’s Hertogenbosch, 26-5-1878, Nijmegen 12-3-1929) is op 23-8-1906 te Renkum getrouwd met Anna Wierdsma (Rotterdam, 19-3-1881). Zijn vader is Theodoor Hoijer, bij het trouwen van Carel “postdirecteur” en zijn moeder Cornelia Saint Martin. (openarchieven).
Als datum vestiging in de gemeente staat 2-5-1908, waarbij het gezin vanuit Rotterdam afkomstig is. Hij begon in 1908 samen met de heren Selleger en Kortschilgen de Papierfabriek Gelderland en dit zal de reden geweest zijn dat hij naar Nijmegen is gekomen. Als beroep staat in het Bevolkingsregister van 1910 “Papierfabriek Bestuurder”. In het Bevolkingsregister 1900 staat aanvankelijk “scheikundig ingenieur”, welke later vervangen is door “Papierfabrikant”.
Als adres staat in het Bevolkingsregister 1900 en 1910 Wolfskuil 193, op een later tijdstip (1-1-21) is dit in het Bevolkingsregister van 1910 vervangen door Graafsche weg 232: dit betreft een hernoeming/hernummering.
Hun kinderen zijn:
Anna, 23-6-1907 te Rotterdam
Willem Hubertus, 27-10-1908 te Nijmegen
Carel, 11-9-1910 Nijmegen; hij overlijdt echter al op 28-12-1910
Cato, 28-12-1911 Hees
Cornelie?, 28-4-1915 Hees
Neef Theodoor Boudewijn Franciscus verblijft in 1917 korte tijd bij het gezin.
Personeelsadvertentie van mevrouw Hoijer (PGNC 14/9/1916)
In 1908 besloten de studievrienden Selleger en Hoyer samen met Kortschilgen een papierfabriek te beginnen. Ze kozen daarbij voor Nijmegen vanwege de goede spoor-, water- en scheepvaartverbindingen. De fabriek kwam op de hoek van de Voorstadslaan en Krayenhofflaan. Uiteindelijk zou het gebouw in 1976 in vlammen opgaan.
Cornelis de Groot Jzn, vaak Cor genoemd, was een architect die vooral in Hilversum zijn sporen heeft nagelaten. Hij is geboren in 1875 of 1876 (Dudok noemt 1875, Wendingen noemt 14-2-1876). Hij was getrouwd met Geertje Werner (Leiden, ongeveer 1873). In 1924 hadden zij 4 kinderen:
Hendrik Pieter, bijna? 20 jaar
Abraham Jan Werner ,18
Gerda Maria, 15
Jan Cornelis, 13
Hij was zoon van Jan de Groot (Jzn is Janszoon) en Gerretje van Dompselaar. Jan was samen met zijn broers Hendrik en Cornelis eigenaar van de Bouwmaatschappij Hilversum. Deze bouwmaatschappij ontwikkelden daar onder andere de omgeving van de Torenlaan, waarbij de ontwerpen van villa’s vooral afkomstig waren van Jan en Cornelis (dus de oom van Cor).
Loopbaan
Cor was van 1902 tot 1936 architect. Hij won aan het begin van zijn loopbaan de zilveren medaille en 50 gulden voor zijn ontwerp ‘Plan Arbeiderswoningen’. Deze prijsvraag was uitgeschreven door de Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst te Amsterdam.
Een van zijn ontwerpen was Villa Zonnehof, ’s-Gravenlandseweg 145 in Hilversum, zijn eigen woning. Hij zou hier tot mei 1931 blijven wonen, waarna hij verhuisde naar de Albertus Perkstraat.
Inzegening van de kapel van Villa De Wolfskuyl door de bisschop van Den-Bosch, Mgr. A.F. Diepen. De kapel is ontworpen door Charles Estourgie en bevindt zich naast het klooster van de Zusters Kanunnikessen van het Heilig Graf, Graafseweg 232, 16/10/1933 (F65305 RAN)
Tussen 1933 en 1941 was het gebouw in gebruik door de Kanunnikessen van het Heilig Graf. Architect Charles Estourgie ontwierp rond 1935 een kapel tegen de linker zijgevel.
De Zusters Kanunnikessen van het H. Graf waren in 1923, het jaar waarin de universiteit in Nijmegen was gesticht, naar Casa Nova in de Heilig Landstichting gekomen vanuit Turnhout.
In 1933 kwamen zij naar “de Wolfskuyl”. Dit werd een tehuis voor studie en gebed. Daarnaast konden jonge meisjes hier “hoogere vorming” krijgen. Het huis kreeg de naam ‘Huize Maria Immaculata’. Een uitgebreid artikel over deze orde staat op https://www.titusbrandsmateksten.nl/kanunnikessen-van-het-h-graf/, tevens bron.
Artikel inzegening 1933
“Hooger Instituut voor Meisjes “Maria Immaculata”.
Bij gelegenheid van het tweede lustrum der R.K. Universiteit heeft gistermiddag de opening en plechtige inzeging plaats gehad van het Hooger Instituut voor Meisjes “Maria Immaculata” te Nijmegen, dat door de dames-kanunnikessen van het H. Graf in nauw verband met de universiteit is opgericht. Het instituut, dat een internaat voor meisjes uit de betere standen bedoelt te zijn, heeft een zelfstandig karakter, maar zijn opleiding sluit nauw aan bij het universitaire milieu, in het bijzonder met de theologisch-maatschappelijke afdeeling der R.K. Universiteit. Het wil daardoor voor meisjes, die een algemeen oriënteerende geestesontwikkeling, verdieping van levensbeschouwing en innerlijke gemoedsvorming zoeken, zonder zich voor een bepaald beroep te willen voorbereiden, de mogelijkheid scheppen van een opleiding, die tegelijk universitair is en tegemoet kom aan de eischen van vrouwelijkheid en gemoedsbevrediging. De cursus van het instituut, welker lessen deels aan de universiteit, deels in het gebouw zelf worden gegeven, duurt 3 jaren en valt samen met die van het universiteitsjaar. Het instituut is geïnstalleerd in de groote, moderne villa “De Wolfskuill” aan den Graafscheweg.
De plechtige inwijding van het instituut geschiedde gisteren door mgr. Diepen, bisschop van ‘s -Hertogenbosch.” (PGNC 17/10/1933)
Broeders van Oudenbosch
Achterkant villa Wolfskuyl, Florapark (februari 2023)
In 1948 kwamen de broeders van Oudenbosch. Voordat ze de Wolfskuil betrekken, wordt er eerst verbouwd. Daarbij lijken de broeders ondergebracht te zijn bij andere kloosters. Het huisorgaan van de congregatie in 1949: “Eindelijk is men begonnen aan de verbouwing van ’de Wolfskuil. Overste Marcus hoopt binnenkort een kamer in het huis te betrekken. Dan is hij tenminste dichter bij zijn onderdanen als thans het geval is. Br. Bosco en Br Bertinus vierden op 10 October hun tweejarig bestaan als Karolingers en als gast der Augustijnen. Als ooit een feit in stilte herdacht werd, was het dit wel.” (Ons leven; mededelingen voor de Broeders van de Congregatie van de H. Aloysius, jrg 3, 1949, no. 7, 01-11-1949).
De architect van de verbouwing was de heer Sturm, de aannemer de heer Bakx.
Op 19 maart 1950 vond de inzegening plaats. “Ons huis staat onder bescherming van Moeder Maria onder de titel: ,,Sedes Sapientiae ”. De roepnaam blijft: „De Wolfskuil”, vanwege de traditie en de lugubere charme die om dit woord hangt.” (Ons leven; mededelingen voor de Broeders van de Congregatie van de H. Aloysius, jrg 3, 1950, no. 12, 01-04-1950)
De broeders zouden er tot 1989 blijven.
De Broeders van Oudenbosch
De Broeders van Oudenbosch worden ook wel de Broeders van de H. Aloysius Gonzaga of de Broeders van Saint-Louis genoemd. Deze congregatie was in 1840 opgericht, , waarbij in 1866 het jongensinternaat Saint-Louis in Oudenbosch in gebruik was genomen.
Historische Kring Laren: “De werkzaamheden van de congregatie zijn altijd voornamelijk gericht geweest op het geven van onderwijs aan de jeugd. De katholieke beweging zag het onderwijs als een middel waaraan veel geestelijke en maatschappelijke invloed kon worden ontleend. Bovendien was het niet een taak van de kerk en een opdracht van Christus om alle volkeren te onderwijzen?”
Vervolg
Er is nog niet uitgebreid onderzocht wat het vervolg is geweest.
Tegenwoodig is de villa in gebruik als praktijkruimte voor De MondzorgVilla. Op haar site staan een aantal foto’s van moderne behandelkamers in het oude interieur. Een leuk interview is te lezen op: NijmegenBusiness
Een deel van de tuin is onderdeel van het Florapark.
Het Kloosterpark in de jaren dertig toen in villa De Wolfskuyl het Instituut Maria Immaculata gevestigd was (van 1932 tot 1942 het klooster van de Zusters Kanunnikessen van het Heilig Graf); links de Looimolen, Graafseweg 232, 1935 (F65307 RAN)
Het gebouw is een Rijksmonument met als waardering:
VILLA uit 1913, ontworpen door architect C. de Groot onder invloed van de Engelse en Duitse landhuisarchitectuur en rond 1935 voorzien van een KAPEL door Ch. Estourgie.
– Van architectuurhistorische waarde als goed en gaaf bewaard voorbeeld van een grote villa, ontworpen aan één van de uitvalswegen van Nijmegen. De villa is zowel wat betreft exterieur als wat betreft het interieur gaaf bewaard gebleven en is gebouwd in een bouwstijl die onder invloed stond van de landhuisarchitectuur in Engeland en Duitsland. Opvallend is het zeer rijk gedetailleerde baksteenwerk en de forse kap met overstek. Het gaaf bewaard gebleven interieur versterkt de architectuurhistorische waarde. De in stijl aangebouwde kapel geeft tevens een cultuurhistorische meerwaarde. Zowel het woonhuis als de kapel vertolken een representatieve rol binnen het oeuvre van architecten C. de Groot en Ch. Estourgie.
– Van stedenbouwkundige waarde als oorspronkelijk onderdeel van de bebouwing aan deze uitvalsweg van Nijmegen en vanwege de opvallende situering in een parkachtige open omgeving, bekend onder de naam Wolfskuyl.
– Van cultuurhistorische waarde vanwege de aan het pand zichtbare functiewisseling die rond 1935 heeft plaats gevonden toen het in gebruik werd genomen als kloostergebouw voor de Kanunnikessen van het Heilig Graf. Hiermee verwijst het gebouw naar het rijke kloosterleven dat Nijmegen in die tijd kenmerkte. Tevens cultuurhistorische waarde als oorspronkelijke huisvesting voor een nieuwe en kapitaalkrachtige stedelijke elite, die zich bij voorkeur vestigde in kapitale herenhuizen in nieuw aangelegde straten rond de oude stad.”
Plaquette in reliëf op de voorgevel van Villa de Wolfskuyl, Graafseweg 232a, 2010 (Henk van Gaal via DF946 RAN CC0)