Architect Claase ontwerpt in 1911 een drukkerij en een aantal beneden- en bovenwoningen voor de Gebroeders Janssen in de Pijkestraat. Hierna volgen enkele verbouwingen en uitbreidingen naar ontwerp van Claase en Estourgie. In 1968 verhuist de drukkerij. Daarna is het vooral bekend als atelierruimte. Rond 2015 vond een verbouwing naar appartementen plaats.
Ontwerp architect Claase
Op 10 november 1911 krijgen de broers W. en A.J. Janssen uit Lent vergunning tot het oprichten van een “door elektriciteit gedreven drukkerij aan de Pikkegas No. 7a kadastraal bekend Nijmegen, sectie C, Nos. 5930 en 5931. (De Gelderlander 12/11/1911). Het betreft 2 electro motoren van in total 3 Pk. (PGNC 27/9/1911)
Op 7 augustus 1911 zal aanbesteding plaats vinden van “Het bouwen van Beneden- en Bovenwoningen met daarachter gelegen Drukkerij, Kantoor en Werkplaatsen op een terrein aan de Pikkegas.B.J. Claase is de architect. (PGNC 30/7/1911)
De drukkerij: Plan voor het bouwen van een boekdrukkerij met vier beneden en vijf bovenwoningen aan de Pikkegas te Nijmegen op een terrein kadastraal Sectie C Nos 5930 5931 6098 voor de heeren Gebr W en A J Janssen te Lent, Nijmegen, Juli 1911 (D12.382454)De woningen: Plan voor het bouwen van een boekdrukkerij met vier beneden en vijf bovenwoningen aan de Pikkegas te Nijmegen op een terrein kadastraal Sectie C Nos 5930 5931 6098 voor de heeren Gebr W en A J Janssen te Lent, Nijmegen, Juli 1911 (D12.382454)
Op 25-11-911 staat een advertentie dat Gebr. Janssen hun drukkerij hebben verplaatst naar de Pikkegas. (PGNC 25/11/1911). Een advertentie uit januari 1912 noemt als adres Pikkegas 27. PGNC 28/1/1912). In januari hebben ze daarbij ook een binderij ingericht. (PGNC 4/1/1914)
Vergroting en verbouwing Claase
Op 6-6-1914 vindt in opdracht van de Gebr. Janssen aanbesteding plaats van het “vergrooten en verbouwen van hun Drukkerij en Binderij aan de Pikkegas No. 27” door architect B.J. Claase (PGNC 31/5/1914).
Plan voor uitbreiding der drukkerij voor de heeren Gebroeders W. en A.J. Janssen, Mei 1914 (D12.382456)
Op 27 februari 1917 krijgen de Gebr. Janssen vergunning tot het uitbreiden van hun drukkerij in perceel Sectie C, No. 6163. (PGNC 1/3/1917). Deze bouwtekening heb ik vooralsnog niet gevonden.
Architect Bernardus Joannes Claase (Rotterdam, 14 september 1862 – Nijmegen, 29 januari 1919). Zijn bekendste werk is de St.Jozefkerk aan het Keizer Karelplein (tegenwoordig Titus Brandsma Gedachteniskerk).
Verbouwing en uitbreiding door Architect Estourgie
Op 12-9-1933 krijgt de “Firma Gebr. Janssen, alhier, en hare rechtverkrijgenden” vergunning tot het uitbreiden van de door elektriciteit gedreven zetterij, drukkerij en binderij in het perceel Pijkestraat 27, Sectie C, no. 6814. (PGNC 15/9/1933). Afgaande op de inventaris weergave van Estourgie heeft architect Estourgie deze uitbreiding ontworpen en tevens een uitbreiding in 1925. Bij de beschrijving inventarisnummer 140 staat:
“Pykestraat 27 (Pikkegas), Bouw van een arbeiderswoning; veranderen en uitbreiden magazijnen en werkplaats. Bouw van een kantoor; uitbreiding drukkerij Opdrachtgever A.J. Janssen”, periode 1925 en 1933″. Estourgie ontwierp daarnaast de verbouwing van Pijkestraat 1, eveneens voor de Gebroeders Janssen.
40 jarig bestaan
40 jarig bestaan van Drukkerij Gebr. Janssen, november 1951 (GN44259 RAN)
In 1951 bestaat de drukkerij 40 jaar. “Al die tijd staat de heer A.J. Janssen aan het hoofd van zijn bedrijf, waarin twaalf personeelsleden werken, die al meer dan dertig jaar in zijn zaak werken. De laatste jaren is de heer Ph. Janssen zijn vader behulpzaam in de leiding.” (De Gelderlander 27/10/1951). In 1955 viert de boekdrukker Joh. Popping dat hij 40 jaar bij Drukkerij Gebr. Janssen in dienst is. Daarbij zijn“…het aantal 40-jarige en zilveren jubilarissen niet meer op vingers van twee handen te tellen.” (De Gelderlander 19/7/1955). In 1956 is C.L. Meuleman de 5e waarbij het veertigjarige dienstjubileum wordt herdacht (De Gelderlander 29/9/1956).
Verhuizing
Op 29-8-1968 verhuist de drukkerij, Drukkerij Gebr. Janssen N.V. , naar Energieweg 40 (toelichting bij foto F51520 Opening van Drukkerij Gebr.Janssen N.V., links burgemeester De Graaf en rechts directeur Flip Janssen.)
Michelotti, ateliers en verbouwing
Pijkestraat gezien vanaf de Hessenberg (rechts) in de richting van de Lange Hezelstraat met op nummer 27 de Firma Michelotti, 1976 (Evert F. van der Grinten via F78973 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
Michelotti
Of Michelotti meteen de volgende gebruiker was, is niet bekend. Wel komt hij voor bij de aanvragen voor hinderwetvergunningen in 1970 en 1971 met een fabriek voor vervaardiging van kunstnijverheids- en souvenirartikelen. (Inventarisnummers 3452 en Verwijzing van het RAN; de vergunning zelf is nog niet ingezien).
In het Adresboek 1971 komt Michelotti en Zn. onder de kop “Souvenirart.fabr.” voor op Biezenstraat 42.
Daarnaast is er een verwijzing naar een aanvraag voor een hinderwetvergunning in 1978 gevonden Fabriek voor vervaardiging van kunstnijverheids- en souvenirartikelen voor de Roggeweg 18 en 20. (Inventarisnummer 7328). Of dit een verhuizing was of uitbreiding is niet bekend.
In ieder geval zal Pijkestraat 27 vaak de naam “Michelottipand” hebben.
Ateliers
Pijkestraat 9 t/m 27, juli 2019 (Google Streetview)
Rond 2014 is het complex al meer dan 30 jaar in gebruik als atelierruimte.
Dan worden de sloopplannen bekend: de atelierruimtes zullen plaats moeten maken voor nieuwbouw. De kunstenaars richten samen met bewoners een lobby op om het complex te behouden als industrieel en cultureel erfgoed. Daarvoor maken ze deze film: https://edvanteeseling.wordpress.com/2014/06/09/ateliercomplex-pijkestraat-27/
In oktober 2015 moeten de kunstenaars echter het pand verlaten, zodat een projectontwikkelaar het complex kan verbouwen tot appartementen. Dit was een onderdeel van 1 groot project waar naast deze drukkerij ook het oude Belgische Consulaat en de Kruittoren onder viel.
Ed van Teeseling was vanaf het begin een van de gebruikers, tot aan zijn overlijden in 2008. Op 24 en 25 oktober van dat jaar nemen de kunstenaars Gerard Koek, Geert-Jan van Oostende, Nur Tarim, Dirk Roodenburg en Philo Welten afscheid van het pand met een verkooptentoonstelling. Zij kunnen hun atelier vestigen de voormalige Montessori-school aan de Berg en Dalseweg. Bijzonder: voor het gebouw staat een beeld “Roeiende Jongens” dat van Teeseling in 1959 had gemaakt voor deze school.
Rond 2015 heeft hier een grote verbouwing in appartementen plaats gevonden. Het renoveren van de Kruittoren viel uiteindelijk echter buiten de renovatie door Hermon Heritage.
Vanuit de Graadt van Roggenstraat in de richting van de Barbarossastraat, 1900 (F32303 RAN)
Deze pagina verzamelt artikelen over de Graadt van Roggenstraat en zal van tijd tot tijd worden aangevuld.
Graadt van Roggenstraat 4
In augustus 1897 krijgt H. Piek telefoon, nummer 568. (PGNC 22/8/1897)
In juni vestigt J.W. Hoeffelman zich op dit adres. Hij is arts, uitsluitend voor huid-, blaas- en nierziekten, zijn praktijk aan huis. (PGNC 22/6/1904). Hij komt voor in de Adresboeken 1905, 1907, 1908, 1909 en 1910-1911.
In augustus 1912 betrekt een andere het pand: A. van Grinsven, kinder-arts. (PGNC 30/8/1912)
In PGNC 1/6/1918 vraagt Mevrouw van Kuyk een dienstbode. Het is nog niet bekend om welke mevrouw van Kuyk dit gaat en of er een relatie is met gevonden adressen van van Kuijk op de Mr. Franckenstraat: zijn er verhuizingen geweest? Of hernummeringen, of dat het (hoek) huis meerdere adressen heeft: 1 hoek de Graadt van Roggenstraat, de andere hoek de Franckenstraat?
In de Adresboekn 1924, 1926, 1928 staan Mej. C.I.C, M.J.A. en P.Th.J. Hoogenbosch op dit adres en daarnaast een afzonderlijke vermelding van J. Hoogenbosch. Op De Gelderlander 5/10/1928 is er in ieder geval nog een vermelding van (Maria) Hoogenbosch, die in ondertrouw is gegaan.
De volgende vermelding is in juni 1931van Hs. Zwikker, die in ondertrouw is gegaan met Nellie Swanborn. Hun toekomstig adres is de Graadt van Roggenstraat. H. Zwikker, assistent accountant, komt vervolgens voor in de Adresboeken 1932, 1934, 1936, 1938.
Graadt van Roggenstraat 6
Van Aernsbergen:
In november 1900 krijgt M. van Aernsbergen telefoon. (PGNC 25/11/1900)
Mevrouw van Aernsbergen vraagt een R.K. Dienstbode (PGNC 8/2/1903)
Mej. B. Jordaan en wed. F.J. Jordaan, geboren E.W. Dikkers staan in de Adresboeken 1922, 1924, 1926
In Adresboek 1924 komt ook Mej. W.A Meijerink voor.
In 1926 komt Wed. F.J. Jordaan, geboren E.W. Dikkers voor.
In 1928 Mej. J.F.J. Delfos.
In PGNC 5/10/1929 vraagt mevrouw Polak een 2e Meisje, “v.g.g.v. hoog loon” en in PGNC 25/6/1930 een “flink degelijk Meisje, goed k. koeken en werken en v.g.g.v.”
G. Valdorf, verpleegster komt in maart 1931 op nummer 6 te wonen. Ze is dan afkomstig van Wetter, Duitsland. (PGNC 21/3/1931)
Wed. G. Bolk, geboren C.J. Overbeck en G.J.A. Bolk komen in 1936.
In 1938 en 1940 komen mej. C.A.M. Bloemen en mej. M.L.A. Bloemen voor.
Daarnaast in 1940 mej. M. Meijer, boekhoudster.
Op 26 januari 1947 zullen De Heer en Mevrouw Duynstee-van Hijst “ontvangen”. (De Gelderlander 25/1/1947)
F.J.F.M. Duijnstee, hoogleraar staatsrecht, komt voor in de Adresboeken 1948, 1951, 1955.
In 1968 is Graadt van Roggenstraat 6 het adres voor het Secretariaat Nijmeegse Studenten.
Graadt van Roggenstraat 8
In april 1903 vraagt de Automobiel-Import-Maatschappij een correspondent – franse taal noodzakelijk. (PGNC 19/4/1903)
In maart 1904 vraagt mevrouw Aertnijs een R.K. dienstbode. (PGNC 15/3/1904) In november 1905 vraagt zij een R.K. Keukenmeid, die zindelijk en bekwaam is. (PGNC 17/9/1905).
In juli 1907 komt J.M. Noorduijn voor als voorzitter van de commissie voor Herstellings- en Vacantie-kolonies (onderafdeling van het Groene Kruis). (PGNC 5/7/1907). Ook in maart 1911 is hij voorzitter van deze commissie. (PGNC 1/3/1911)
Menalda van Schouwenburg
In Adresboek 1922, 1924 en 1926 komt H. Menalda van Schouwenburg voor, directeur van de Nederlandse Verbandwattenfabriek.
Mevrouw Menalda van Schouwenburg plaatst in de jaren regelmatig een personeelsadvertentie. Gevoden zijn:
Een bekwame dienstbode (PGNC 17/12/1921)
Een nette dienstbode (PGNC 8/5/1922)
Een nette dienstbode (PGNC 5/9/1925)
Een net 2de meisje (PGNC 19/9/1927)
Een flinke dienstbode (PGNC 24/10/1928)
Een flinke dienstbode (PGNC 17/3/1930)
Vanaf 1932 komt Menalda van Schouwenburg voor op Canisiussingel 1.
In de Adresboeken 1932 en 1934 komt Weduwe C.A. Brenninkmeyer, geboren G.H.M. Karremans voor.
In maart 1935 verschijnt het bericht dat Wed. C Brenninkmeijer, zonder beroep, zich gevestigd heeft op nummer 8. Zij is dan afkomstig van Amsterdam. Of dit een ander persoon betreft of dat de weduwe tijdelijk is verhuisd, is niet bekend. (PGNC 2/3/1935)
In Adresboek 1934 komt Mej. A.M.G. Visser voor.
In 1948 J.G. van Limpt, directeur Batava Margarinefabriek.
In 1948 komt mej. G.P.J. Wannet voor.
In 1948 en 1951 komt J.L.M. Rutten, vertegenwoordiger, voor.
In De Gelderlander 19/5/1956 komt W. Pieterse voor (De Gelderlander 19/5/1956). In het Adresboek 1959 als ambt. RKU bibliotheek.
Graadt van Roggenstraat 10
Het tot nu toe eerst gevonden adres is van A.H. Bosman in de Adresboeken 1898 en 1899.
In De Gelderlander 11/11/1900 heeft “Firma C.M. Seret en Co., W.C. van Dusseldorp, Steenfabrikanten” telefoon gekregen, nummer 749.
In PGNC 4/1/1902 vraagt mevrouw Dusseldorp een burgerdochter.
In de Adresboeken 1907 en 1908 komt P.B.H. v. Groin Soeters voor.
En in Adresboek 1912 A.MG. Wreesmann, wijnhandelaar.
Mej. Fortuijn Drooglever komen we in PGNC 31/12/1920 en ieder geval een aantal andere advertenties daarna tegen als lid van de Werkverschaffing. (PGNC 31/12/1920)
Mej. M.A.G. Smits komt in de Adresboeken 1928, 1932, 1934, 1936, 1938, 1940 voor op nummer 10.
Mej. M.L.H. Spits, hulp in de huishouding komt in 1940 ook voor.
Hermsen en Heijsen
Mevr. Hermsen vraagt in De Gelderlander 14/6/1948 een net R.K. meisje. Weduwe A.A. Hermsen is gevonden in het Adresboek 1951.
In de Adresboeken 1948, 1951 en 1955 komt W.J. Heijsen, kellner voor. In de Adresboeken 1959 en 1963 komt W.J. Heijen vervolgens voor op Graafsewg 364 als hotelhouder. Dit is het café-restaurant Welgelegen.
Paul Broekman op Noviomagus.nl, 20-04-2016: “Ik heb ook herinneringen aan restaurant annex hotel Welgelegen. Als klein kind ben ik daar met mijn moeder in de jaren vijftig wel eens op visite geweest. M’n moeder was een vriendin van Annie Hermsen, die getrouwd was met Wim Heijsen. In mijn geheugen had het hotel een heel klein speeltuintje. Ik herinner me nog dat Annie het altijd erg druk had. Ik weet wel dat ik er zomers een glaasje limonade kreeg of een ijsje. Van mijn oudere broer hoorde ik dat Annie en Wim, voordat zij zich omstreeks 1954 vestigden aan de Graafseweg in de Graadt van Roggenstraat hebben gewoond en daar ook al een hotel runden.”
Wat de relatie is tussen Annie Hermsen en de weduwe A.A. Hermsen is nog niet bekend. Was het dezelfde persoon of een familielid? Ook al komt de naam Hermsen vaker voor in Nijmegen, het zal waarschijnlijk geen toeval zijn een Hermsen en Heijsen op hetzelfde adres voorkomen. Het is mij nog niet bekend of en welk hotel zij voor Welgelegen hebben gehad.
In het Adresboek 1955 komt G.W.J.M. van Vuuren, caféhouder voor.
En in 1963 mw. H.J.E. Schäeffer, assistent accountant.
Ook komt M. Vink dat jaar op nummer 10 voor.
In 1968 woont Mej. J. Schhaareman hoofdleidster op dit adres.
Graadt van Roggenstraat 12
Adresboek 1902 is de tot nu toe eerstgevonden vermelding van Graadt van Roggenstraat 12: weduwe E. Heijning, geboren H.J.S. le Jolle.
In 1905, 1907, 1908 staat J.J. v. Deinse, pensionhouder op dit adres.
En in 1910-1911 een pensionhoudster: W.J. Hesselt van Dinter.
In november vestigt Mr. F.E. Mathon, commies-redacteur zich hier. Hij is dan afkomstig uit Den Haag. (PGNC 21/12/1915). In de Adresboeken 1915-1916, 1916 staat hij als commies redacteur ter gemeente secretarie.
In PGNC 21/2/1918 staat reserve 1e luitenant F.A.Zetteler als correpondent voor de “Vereeniging van Verlofofficieren”.
Dan staat in PGNC 3/12/1918 Mr. S.M.S. Reitsma, advocaat-procureur op dit adres.
Advertentie G. Noorduijn, arts (PGNC 20/11/1920)
Rond 20 november 1920 verhuist G. Noorduijn, arts, naar nummer 12 (PGNC 20/11/1920). In de loop der jaren zijn een aantal personeelsadvertenties van mevrouw Noorduijn gevonden:
Een keuken-werkmeisje per 1 november PGNC 16/9/1921
En in PGNC 27/12/1921 een keuken-werkmeisje tegen 1 februari.
In PGNC 20/2/1922 een Waschvrouw (dan mevrouw Noorduijn-Noorduijn)
In PGNC 22/3/1923 een Keuken-Werkmeisje
Dr. G. Noorduijn, geneesheer, komt voor in de Adresboeken 1922, 1924, 1928, met zijn spreekuur aan huis.
In 1934, 1936, 1938, 1940 staat A. Marcus op dit adres.
Aankondiging hervatting praktijk Groenestein (De Gelderlander 4/11/1946)
In november 1946 geeft tandheelkundige C.H. Groenestein aan dat hij zijn praktijk weer heeft hervat. (De Gelderlander 4/11/1946)
In de Adresboeken 1948, 1951, 1955 komen voor:
C.H. Groenenstein, tandheelkundige
C.Th. Groenestein, corrector Nijm. dagblad
Mej. H. Groenenstein, huishoudkundige en in 1955 tandarts-assistente
In 1955 komt ook mej. Chr.P. Louvet, hulp in de huishouding voor.
C.H. Groenenstein komt zelf nog voor in Adresboek 1959. Daarnaast staat hij onder kop “Tandtechnische inrichtingen en -Laboratoria” in 1966, 1968.
Graadt van Roggenstraat 14
In april 1910 vraagt mevrouw de van der Schueren een tweede meid. (De Gelderlander 3/4/1910)
In 1911 komt J.C.J. Romswinkel vanuit Rotterdam naar Graadt van Roggenstraat 14. (PGNC 17/9/1911)
J.C.J. Romswinckel, gepensioneerd kapitein der mariniers komt voor onder de “2 aanbeveling” van de “overig ingezetenen” bij de voordracht tot leden van de Commissie Toezicht op het Lager Onderwijs. (PGNC 19/1/1921)
En in april 1921 kotm J.C.J. Romwinckel voor als secretaris van het Bestuur der Vereeniging Ambachtsonderwijs. (PGNC 26/4/1921)
In 1922 vraagt mevrouw Romswinckel-van Dijk een Noodhulp. (PGNC 24/6/1922)
En in juli 1928 een diensbode. (PGNC 12/7/1928)
In het Adresboek 1932 komt J.G. Bursch, pianohandelaar voor.
En Jhr. W.J. de jonge in die van 1934, 1938, 1940.
Graadt van Roggenstraat 16
Bouw van 3 woonhuizen, Gebr. Haspels, datum bouwdossier 1-1-1897
In 1899 en 1901 wordt de weduwe R. Terpstra geboren J.L.A. Nijhoff gevonden op Graadt van Roggenstraat 16.
J.C. Fortuijn-Droogleever is in 1918 lid van de Werkverschaffing. (PGNC 19/11/1918)
J.C. Fortuijn-Droogleever staat in het Adresboek 1920.
In 1924 komen mej. A.Th. en mej. J.C. Fortuijn-Drooglever en in 1926 alleen mej. J.C.
In 1924 en 1926 is mej. E. de Boer gevonden.
En in 1926 en 1928 mej. N.A.M. Barbas, lerares huishoudschool.
In 1931 wordt de heer J.G. van Heijst gekozen tot secretaris van de afdeling Nijmegen van het Roode Kruis. (PGNC 4/11/1931)
In 1932 en 1934 komt A.H.D.W. Stecker, monteur op nummer 16 voor.
En in 1934 tevens mej. C.M. van Huls en daarnaast A.A. Vlasveld.
In 1940 J.A. Leppink, gemeenteontvangr.
In mei 1946 kondigen de heer een mevrouw van Ditzhuijzen- de Stoppelaar Blijdesteijn de geboorte van hun dochter Mirjam aan. (De Gelderlander 20/5/1946)
Weduwe A.M. Temmerman, geboren M.J.C. van Grinsven, komt in het Adresboek 1948 voor.
Graadt van Roggenstraat 16, 18 en 20 (van rechts naar links), maart 2025 (Google Streetview)
Graadt van Roggenstraat 18
Graadt van Roggenstraat 18 komt in ieder geval in 1903 voor: het is het adres van de secretaris van de Theosofische Vereniging (Theo. Vereen.). Dan zijn er kaarten te verkrijgen voor een voordracht over theosofie door Dr. J.J. Hallo (PGNC 1/2/1903)
In oktober 1906 verzoekt Th. Bleckmann om zich te melden vóór 12 oktober wanneer iemand nog wat te vorderen heeft. (PGNC 5/10/1906)
In februari 1910 vraagt Mevrouw C.H. Backer om een net en flink tweede meisje. (PGNC 23/2/1910)
In de loop der jaren zullen nog een aantal volgen, waaronder:
Keukenmeid (De Gelderlander 19/9/1912)
Tweede meisje (De Gelderlander 17/9/1915)
Tweede meisje (PGNC 15/2/1916)
In PGNC 13/11/1919 kondigt C.H. Backer de verhuizing naar de Reinoldstraat 3 aan.
In januari 1926 vraagt mevrouw Duys een flinke dienstbode. (PGNC 9/1/1926) en in PGNC 2/3/1927 een degelijke dienstbode. L.W. Duys komt voor in het Adresboek 1928.
In het Adresboeken 1926 en 1928 komt Mej. H. de Graaf voor. En bovendien Mej. L. v.d. Zwaag.
In september 1929 komen de heer en mevrouw Halberstadt-Tramburg voor. (PGNC 25/9/1929). In de Adresboeken 1932 en 1934 komt H.A.C. Halberstadt voor als inspecteur Nederlandse Spoorwegen (insp. N. Sp.)
In 1934 staat tevens Weduwe A.G.H. v. Genderen Stort, geboren C.E. Austermühle op dit adres.
In Adresboek 1938 A.I. de Stoppelaar Blijdesteijn. Hij wordt in 1938 voorgedragen als 1 van de 3 kandidaten voor de positie voor regent van de beide weeshuizen, maar verliest (PGNC 1/6/1938)
In september 1949 is majoor F.G. van Ditzhuyzen gerepatrieerd vanuit Nederlands-Indië. (De Gelderlander 5/10/1949). In Adresboek 1951 staat echtg. F.G. van Ditzhuijzen, geboren N. de Stoppelaar Blijdesteijn. Ook A.I. de Stoppelaar Blijdesteijn komt nog voor in het Adresboek 1951.
In 1959 staat mw. A.E.M. Franken, laborante op dit adres.
Graadt van Roggenstraat 20
De tot nu eerstgevonden vermelding van Graadt van Roggenstraat 20 is wanneer mevrouw André de la Porte een keukmeid vraagt in september 1903. (PGNC 19/9/1903)
Mej. C. André de la Porte komen we een maand later tegen, die les gaat geven in boetseren en beeldhouwen in hout. (PGNC 15/10/1903)
Advertentie vestiging M.R. Wakkers, Arts (PGNC 5/10/1907)
In oktober 1907 vestigt dokter W.M.R. Wakkers zich op dit adres, met een spreekuur aan huis. (PGNC 5/10/1907)
De tot nu toe enige vermelding daarna is van 1920, wanneer en R.K. dienstbode wordt gevraagd. (De Gelderlander 3/1/1920)
In de Adresboeken 1932, 1936 en 1940 is Dr. F.J.Th. Rutten gevonden. In 1932 is hij buitengewoon, daarna gewoon hoogleraar.
F.J.Th. Rutten komt bovendien voor als penningmeester van de R.K. Montessori-Stichting in in ieder geval 1938 en 1940.
Ook wordt onder het kopje hoogleraren Th. Rutten genoemd. Of het 2 verschillende personen zijn is onbekend, aangezien Th. Rutten niet voorkomt in het reguliere gedeelte van het adresboek. In De Gelderlander 18/8/1939 kondigen de heer en mevrouw Th. Rutten-Leen de geboorte van hun dochter Hildegard aan. (De Gelderlander 18/8/1939)
In Adresboeken 1948 en 1951 komt G.M. Albers, assistent Gemeentelijke Belastingen, voor.
En in 1955 J.B.M. Wennekes, vertegenwoordiger. In 1963 J. Eigeman, werktuigkundig ingenieur.
De op dit moment eerstgevonden vermelding is in maart 1900, wanneer een tweede meid wordt gevraagd. (PGNC 1/3/1900).
14 december 1900 wordt een zoon geboren van meneer en mevrouw Maurits Drukker-Traub. (PGNC 16/12/1900)
In juni 1902 is er een inboedel te koop: “nog kort gebruikte, nette, geheel complete inboedel, door onverwacht vertrek naar Indië. Desverkiezend met de huur van ’t huis.” (PGNC 12/6/1902)
In de Adresboeken 1907, 1909, 1910-1911, 1912-1913, 1915-1916 komen S.M.E. en C.M. d. Tombe voor. In februari betuigen de Dames de Tombe en J.E. Janssen dank “voor de vele bewijzen van belangstelling op 1 Febr.” (PGNC 6/2/1912). In 1922, 1926 komt mej. S.M.E. des Tombe voor.
Ook mej. P. v.d. Zwaag komt in Adresboek 1926 voor.
Op 1 september 1931 hervat pianolerares (staatsdiploma) Lieske Wegelin haar lessen, nieuwe leerlingen kunnen zich aanmelden. (PGNC 31/8/1931)
In 1940 woont Dr. J.H.A. Berssenbrugge, “rustend arts”, op dit adres. Ook komt hij voor in 1951, 1955, maar dan als “arts”.
In 1948 en 1951 komt weduwe P.J. Brabers, geboren A.C. Hockers voor.
Graadt van Roggenstraat 24
De tot nu toe eerstgevonden vermelding van Graadt van Roggenstraat 24 is een personeelsadvertentie voor een dienstbode. (PGNC 15/5/1900)
Ook in PGNC 18/1/1903 wordt een dienstbode gevraagd.
PGNC 10/12/1923
In het Adresboek 1926 en 1928 komt F.W. Koop, koopman voor.
In 1938 en 1940 E.J.W.M. Vemer, leraar Middelbaar Onderwijs lichamelijke oefening, heilgymnastiek en massage.
In 1959 mw. H.G.M. van Heijster. In 1963 ook, dan is haar beroep hulp in de huishouding.
Graadt van Roggenstraat 26
In 1926 en 1928 staat Mej. A. Koning op Graadt van Roggenstraat 26. In 1926 tevens Mej. W.H. Koning en daarnaast Wed. I.J.H. d Bruijn en ook H. van Wissing, loodgieter.
Gr. Frohwein komt voor in 1940.
In 1948 woont Dr. F.J.M. de Waele, hoogleraar in geschiedenis en staatsinstellingen der Grieken en Romeinen, klassieke archeologie, nieuw-Grieks er. Eveneens in 1948, 1951, 1955, 1963 en in 1971 is hij emeritus hoogleraar.
De eerstgevonden vermelding op de Graadt van Roggenstraat 28 is C. Ettij in Adresboek 1899 en vervolgens in 1901 en 1902.
In augustus 1908 vestigt de Weduwe J. v. Deinse-Deinse vanuit Apeldoorn op dit adres. (PGNC 13/9/1908)
In Adresboek 1909 komt J.J. v. Deinse, pensionhouder voor.
In het Adresboek 1922 komt Jos. van Gendt als secretaris-rentmeester in het College van Regenten van Het Cellenbroederenhuis, de Ellendige en andere gevoegde Broederschappen voor.
N.V. Spaarbank voor Katholiek Nederland
Advertentie N.V. Spaarbank voor Katholiek Nederland (De Gelderlander 9/9/1922)
De bank belegt geld in de bouw van kerken en scholen in eigendom van het bisdom. Ook noemt de advertentie van september 1922 “steun aan de Missiën en de R.K. Universiteit.” (De Gelderlander 9/9/1922)
“De lening op 10 oktober 1923 voor het Bisschop Hamerhuis ging uit van de Spaarbank voor Katholiek Nederland, gevestigd op de Graadt van Roggenstraat 28 in Nijmegen, onder vermelding van stipte geheimhouding (?), grote overwaarde en rente ruim verzekerd. De Hypothecaire Goud-obligatieleening van fl. 650.000,- ten behoeve van de R.K. Parochie van den H. Antonius van Padua in Bekescsaba (Hongarije) werd op 1 juli 1929 in Nijmegen uitgezet in obligaties van fl. 100,- per stuk met een rente van 8%. “ https://nijmegen-oost.nl/berichten/een-historische-buurtwandeling-door-nijmegen-oost-20-kerken-en-kapitaal
In september 1926: “Naar wij uit goede bron vernemen, is de Nationale Spaar- en Emissiebank, thans gevestigd Graadt van Roggenstraat 28 alhier, door aankoop eigenaar geworden van het pand Spoorstraat 14 (voormalig kantoorgebouw der E.R.K.), waarin zij hare kantoren zal vestigen.” (PGNC 18/9/1926)
In het Adresboek 1926 staat het als “Nationale Spaarbank. Spaarbank voor Katholiek Nederland.” “Opgericht 1921. St.Crt. 7 Sept. 1922 No. 174.” (
In Adresboek 1940 komt weduwe N. Fels, geboren van Hoften op dit adres voor.
In augustus 1956 vraagt Terwindt een zelfstandige werkster. (De Gelderlander 27/8/1956)
Graadt van Roggenstraat 30
Aankodiging verkoop Graadt van Roggenstraat 30 (PGNC 20/5/1900)
Graadt van Roggenstraat in de richting van de mr. Franckenstraat, Hunnerberg, 1900 (uitgever J.H. Schaefer, Amsterdam via F32302 RAN)
Graadt van Roggenstraat in de richting van de Barbarossastraat; rechts de Mr. Franckenstraat, Hunnerberg, 1902 (F2886 RAN)
Huize Belvoir (de villa van Anton Jurgens), ook wel genoemd “De Botterfloot”, verwoest in september 1944, bij de bevrijding van Nijmegen en de strijd om de Waalbrug, Hunnerberg,1935-9/1944 (Fotopersbureau Gelderland via F39680 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum
Zie voor een foto uit 1957 F13815 RAN https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=288067&nav_id=12-1&index=0 Daar is de woning nieuw gebouwd. De Graadt van Roggenstraat is aan de rechterkant nog bebouwd, het terrein linksboven tussen Batavierenweg en Barbarossastraat nog niet. Hier zouden Hotel Belvoir, de Sterflats en het Estelgebouw komen.
In 1895 opent aan wat dan nog de Spaarbankstraat heet het protestantse Wilhelmina-Ziekenhuis. Het hospitaaltje op de Jodenberg was te klein en voldeed niet meer. Net als het hospitaal op de Jodenberg kwam de nieuwbouw vooral tot stand met liefdesgaven: grond, geldelijke giften, materialen en belangeloze werkzaamheden. Een centrale figuur was dokter Claas Noorduijn, naar wie de straat werd vernoemd.
Vooraf: een hospitaal op de Jodenberg
Op 5 september 1850 werd in een huis aan de Jodenberg de eerste patiënt opgenomen in het protestantse hospitaaltje. Er was plaats voor twintig patiënten.
In het midden van de 19e eeuw bestonden nog niet de ziekenhuizen zoals wij die tegenwoordig kennen. Meestal vond de zorg voor zieken plaats door familieleden, al dan niet geholpen door een chirurgijn of arts.
In 1848/1849 richtten een aantal leden van de Diaconie van de Nederlandse Hervormde Gemeente een Vereeniging tot Patronaat over de Armen op, een toevluchtsoord “‘voor die ongelukkige zieken, die in hun eigen woningen van licht en lucht van ligging en deksel en voedsel, in één woord van het onontbeerlijkste waren verstoken’” (‘Vaarwel lief ziekenhuis’ zoals weergegeven op https://www.cwz.nl/over-cwz/organisatie/historie) Daarbij kwam al snel een commissie met als doel om een ziekenhuis te stichten.
Op 5 september 1850 kwam de eerste patiënt naar het Protestantsch Ziekenhuis op de Jodenberg. Er is plaats voor 20 patiënten. Dr. Claas Noorduijn wordt de geneesheer-directeur. Het ziekenhuis bleek echter al snel te klein.
1888/1889 Oprichting Vereeniging Het Protestantsch Ziekenhuis te Nijmegen
“In 1888 werd besloten een nieuw en groter protestants ziekenhuis aan de Spaarbankstraat te bouwen. Daarbij werd ook de Vereeniging ‘Het Protestantsch Ziekenhuis te Nijmegen’ formeel georganiseerd”, met als doel een nieuw, groter ziekenhuis te bouwen, in de eerste plaats voor de in Nijmegen wonend protestanten. (Wikipedia noemt 1889; CWZ 1888: mogelijk/waarschijnlijk baseert Wikipedia zich op het Koninklijk Besluit tot goedkeuring, 1888 op de oprichting zelf)
Het doel was “Het oprichten en instandhouden van een ziekeninrichting, waar ongeveer 45 personen terecht konden en waar, ‘(met uitzondering van krankzinnigen en epileptici) behoeftigen wier opneming door het Burgerlijk Armbestuur gevraagd wordt’, werden opgenomen. ‘Bovendien worden (zonder eenige formaliteit) opgenomen, personen, die onverwachts en onverwijld hulp behoeven. (…) Een geneesheer houdt zijn spreekuur, voornamelijk als oogenpolikliniek, in het ziekenhuis; behoeftigen kunnen hem kosteloos hier raadplegen.
De geneesmiddelen zijn geheel kosteloos en begrepen in het abonnement dat de vereeniging met het Burgerlijk Armbestuur heeft aangegaan (f. 2400 jaarlijks voor ten minste 9 bedden). Versterkende middelen worden niet afzonderlijk berekend. (…)
De bouw werd grotendeels mogelijk gemaakt door giften. Daarnaast werden grond, materialen en werkzaamheden geschonken.”
Door de schenking van een stuk grond en doordat er voldoende geld was ingezameld, werd de daadwerkelijke bouw aan de Spaarbankstraat (de huidige Dr. Claas Noorduijnstraat) mogelijk. Alleen al aan geldelijke giften en renteloze leningen, maar ook door allerlei activiteiten als voorstellingen en bazaars, was bij de opening ongeveer 73.000 guldenontvangen. Een van de schenkingen was afkomstig van het Koninklijk huis. Behalve geld, werden er giften in nature en werkzaamheden gedaan.
1895 Opening
Op de achtergrond het Wilhelmina Ziekenhuis; Vanuit de Mr. Franckenstraat, in de richting van het Wilhelmina Ziekenhuis en de Dr. Claas Noorduijnstraat, 1900-1905 (F32159 RAN) architect Semmelink
Op 4 april 1894 vond de eerstesteenlegging plaats aan de Spaarbankstraat (F52399 RAN).
Op 7 mei 1895 ging het ziekenhuis open. 10 dagen later, op 17 mei, kwam Koningin-regentes Emma op bezoek met prinses Wilhelmina. Op die dag maakt het bestuur bekend dat het ziekenhuis voortaan naar Wilhelmina gaat heten.
Bij de opening houdt P.H. Noorduijn een toespraak, zoals weergegeven in PGNC 8/5/1895:
“De plechtige opening van het Nieuwe Protestantsche Ziekenhuis.
Hedenmiddag ten drie uren had in tegenwoordigheid van een beperkt aantal genoodigden- onder wie wij o.a. de Besturen van ’t Protestantsche Ziekenhuis en de Bouwfonds-Commissie, HH. Doctoren en HH. Predikanten en vele dames opmerkten- de plechtige overdracht plaats van het nieuwe gebouw, door de Bouwfonds-Commissie aan de Vereeniging het Protestantsche Ziekenhuis te Nijmegen.
De groote corridors op de eerste étage waren in een tijdelijke feestzaal herschapen, waar voor de genoodigden zitplaatsen waren gereserveerd. Een zangkoor van ruim 50 dames, onder leiding van den heer H. de Vries, luisterde de plechtigheid op.
Toen allen, zoo goed als de beschikbare ruimte het toeliet, gezeten waren, sprak de heer P.H. Noorduijn, Voorzitter der Bouwfonds-Commissie de volgende rede uit:
Mijne Heeren en Dames!
Bij de overdracht van dit gebouw aan het Bestuur van het Protest. Ziekenhuis rust op mij als Voorzitter van de Bouwfonds-commissie de taak, om u het eerst toe te spreken. Ware dit niet het geval, zeker zou ik mij dit niet aanmatigen; maar toch streelt het mij, bij zoo’n heerlijk werk als dit het woord te mogen voeren, want het geldt hier toch een gebouw, geheel aan de lijdende menschheid gewijd en uitsluitend door liefdegaven tot stand gebracht.
Met een enkel woord zal ik u mededeelen waaruit de liefdegaven bestonden.
De eerste gift (het was in het voorjaar van 1891) betrof den grond, waarop dit gebouw verrezen is, groot ruim 8000 M² en vertegenwoordigende een zeer belangrijke waarde.
De muur, staande op de grens aan de oostzijde, werd door een belangstellende cadeau gegeven, eveneens de vier bliksemafleiders, waarmede het gebouw voorzien is en zooveel kleinere zaken meer, te veel om te noemen.
De plannen voor den aanleg van den tuin werden belangeloos door den heer Rosseels uit Leuven verstrekt, terwijl met de uitvoering zich belastten: eerst de heer Hofkamp, thans stadsarchitect te Leeuwarden, en vervolgens de heer Gerretsen, bloemist te Hees. Beide deze heeren, die met hart en ziel en met kennis van zaken het werk hebben geleid, deden dit ook al weder geheel belangeloos.
Kinderzaal Wilhelmina Ziekenhuis, 1910 (Foto Grijpink via F68617 RAN CCBYSA)
Aan giften in geld werden ontvangen omstreeks f73.000. Een belangrijk bedrag, doch nog niet voldoende, want er is nog een tekort van ongeveer f3000. Het juiste cijfer is op dit oogenblik niet op te geven.
Waar de Commissie op zoo velerlei gebied werd bijgestaan, kon het niet anders of voor haar werd het een genot het voorgenomen werk uit te kunnen volvoeren.
Is zij aan al degenen, die op deze wijze hulp boden, grooten dank schuldig, niet minder is zij dit aan den heer Semmelink, den ontwerper van het gebouw. Van hem heeft het toch grootendeels afgehangen dat een Ziekenhuis is daargesteld, dat aan alle redelijke eischen van den tegenwoordigen tijd voldoet. En hoe hij daarin is geslaagd, hebben zij zich kunnen overtuigen, die reeds een kijkje namen. Deskundigen, die het gebouw zagen, roemden het allen ten zeerste, en leeken, die nu en dan eens kwamen zien, vonden de inrichting en de vroolijke ligging zóó heerlijk, dat de meesten riepen: “als men hier ziek komt, moet men wel beter worden!”
En wat een tijd heeft Semmelink er aan besteed! Dat kunnen echter alleen beoordeelen degenen, die telkens met hem samen kwamen om de plannen te bespreken.
Het Wilhelmina Ziekenhuis, 1910 (F288561)
Hartelijk breng ik U, Semmelink, dan ook den dank toe van al de leden van Commissie en Bestuur, doch zeker ook van alle belangstellenden in dit Ziekenhuis! De aannemers, de heeren van Eek en Wijers, mogen hier ook niet vergeten worden. Flink werd door hen de bouw aangepakt, zoodanig, dat op het bepaalde tijdstip de oplevering kon plaats hebben. Wij zijn overtuigd, dat het werk ook degelijk en goed is uitgevoerd, en dat deze heeren dus daarvoor dank verdienen.”… en verder. (PGNC 8/5/1895)
Claas Noorduijn
Dr. Claas Noorduijn en zijn echtgenote Johanna Ruperta Drijfhout van Hooff op zijn 80-ste verjaardag in het trapportaal van het Wilhelmina Ziekenhuis, onder het toen zo juist onthulde portret van hemzelf, 1903 (F84827 RAN)
Claas Noorduijn (Nijmegen, 14-7-1823 – Nijmegen, 30-6-1916) was daarbij de geneesheer-directeur.
Hij was de oudste zoon van dr. Jan Matthijs Noorduijn (1795-1863) en een neef van Arend Noorduijn (1803-1896). Noorduijn was op 12 september 1846 gepromoveerd. Na een studiereis door Oostenrijk, Duitsland en Frankrijk nam hij in 1848 de dokterspraktijk van zijn vader over.
In 1913 zou ter gelegenheid van zijn 90ste verjaardag de Spaarbankstraat vernoemd worden naar zijn naam “”die zich voor de gemeente steeds zoo verdienstelijk heeft gemaakt, waarbij zijn praktijk onder de armen zeker niet mag worden vergeten”.” (quote weergegeven op https://nl.wikipedia.org/wiki/Claas_Noorduijn)
Noorduijn ligt begraven op Rustoord.
Architect Semmelink
De architect van het ziekenhuis was Derk Semmelink. Lees hier meer over deze architect:
Architect Semmelink begon als leerling bij de Arnhemse architecten van Gendt en Nieraad. Een aantal werken van hem zijn Hotel-café Bellevue, villa Maris, het Luthers Kerkje, het Wilhelminaziekenhuis, Bahlmann en schoolgebouw van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen
Hoewel het ziekenhuis in de eerste plaats voor protestantse patiënten was bedoeld, bestond in 1896-1897 ongeveer een kwart van de patiënten uit rooms-katholieken, naast enkele joodse patiënten.”Vandaar: “Het ziekenhuis staat open voor alle godsdienstleeraren, wier bezoek door zieken gewenscht wordt.”” (Huygens)
Het Huygens Instituut geeft ook een overzicht van de inkomsten en uitgaven, overgenomen uit Tijdschrift voor armenzorg 1e jrg. (1900)
In 1899:
Inkomsten
Uitgaven
Bijdragen Burgerlijk Armenbestuur
3.600
Personeel
2.512
Renten
829
Huishouding
7.778
Verpleeggelden
6.265
Geneesmiddelen
1.837
Contributie
2.884
Brandstoffen
2.091
Legaten en giften
10.250
Gebouwen en meubilair
2.957
Buitengewone ontvangsten
773
Drukwerk
5.340
Afschrijving nadeelig saldo van 1898
1.863
Inkomsten
24.600
Uitgaven
23.477
Oftewel een positief saldo van f. 1.123.
Schijnbaar kwamen er in 1899 nog veel giften binnen, welke de grootste inkomstenbron is. En afgaande op de “afschrijving nadeelig saldo van 1898” was er in dat jaar sprake van verlies geweest.
In 1900 zou de bijdrage van het Armenbestuur eveneens f3.600 worden. Dat jaar komen f8.247 aan verpleeggelden binnen. De huishoudelijke uitgaven zijn dan f8.111.
1921 Uitbreiding met rechtervleugel
In 1918 koopt het Wilhelminaziekenhuis een stuk grond van de gemeente aan de Barbarossastraat. SWDan volgt een grote verbouwing met een grote zijvleugel aan de rechterzijde van het hoofdgebouw. Nu biedt het ziekenhuis plaats voor 100 bedden. Naast de directrice en adjunct-directrice werken er nu 26 verpleegsters, 3 juffrouwen in de huishouding en een portier.
Dde verbouwing van 1920/1921 bracht onder andere een betere operatiekamer, een kraamkamer, een moderne röntgeninrichting, een lift, verbeterde hygiëne en brandveiligheid. Vloeren en wanden werden zo uitgevoerd, dat stofophoping werd beperkt.
De architect van deze en volgende uitbreidingen was Willem Hoffmann. Lees hier verder over deze architect en zijn verbouwingen:
Architect Hoffmann is vooral bekend vanwege zijn villa’s. Zijn grootste werk is mogelijk ’t Slotje van de Baron. Ook de uitbreiding/verbouwing van het Wilhelminaziekenhuis is een groot werk. Daarnaast komen wij hem regelmatig tegen in de nieuwbouw of verbouw van horeca en winkels. Veel van zijn ontwerpen bevatten jugendstil- en art-nouveau-elementen.
In 1930 volgt er een uitbreiding met een linkervleugel, welke op 29 augustus 1930 opengaat. Door deze verbouwing was er 62.000 gulden aan donaties binnengekomen.
Margriet Paviljoen
In 1967 kwam het Margriet Paviljoen eveneens in het pand, later Verpleeghuis Margriet genoemd.
Fusie
Het Wilhelminaziekenhuis bleef tot 1974 als zelfstandig ziekenhuis bestaan. Daarna vond een fusie plaats met het katholieke Canisiusziekenhuis tot de Stichting Nijmeegs Interconfessioneel Ziekenhuis Canisius-Wilhelmina. In 1977 verhuisden de medewerkers van het Wilhelminaziekenhuis naar de locatie van het Canisiusziekenhuis aan de Sint Annastraat. Het oude gebouw aan de Dr. Claas Noorduijnstraat werd vervolgens gebruikt als Verpleeghuis Margriet. In 1992 verhuisde het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis naar de nieuwbouw aan de Weg door Jonkerbos.
Licht Gewelf bij avond, Tamar Frank, Aalscholverplaats, augustus 2023
Bewoners ervaarden overlast bij de doorgang bij de Aalscholverplaats. Zij wilden met een kunstwerk de sfeer onder de poort verbeteren en tevens een mooie verbinding tussen de Voorstadslaan en het plein creëren. Tamar Frank maakt kunstwerken waarin licht de ervaring van ruimte doet veranderen. Voor de Aalscholverplaats maakte ze Licht Gewelf.
Het kunstwerk bestaat uit lichtbuizen die langzaam van kleur veranderen. Met de verlichting heb je het gevoel dat je onder een boog doorgaat, terwijl het plafond rechthoekig is. Frank heeft met haar lichtlijnen de boogvorm willen benadrukken. Deze betonnen bogen waren al onderdeel van het gebouw.
Frank ziet graag dat de kijker het werk op eigen initiatief ‘ontdekt’. “Hoe langer je blijft kijken en je laat bewegen door het werk, des te meer je zult zien en ervaren.” (KOS). In het interview met NHnieuws over haar werk: “Met mijn kunst probeer ik mensen ook op een andere manier naar hun omgeving te laten kijken. En daarbij is verwondering belangrijk.”
Aanleiding
Licht Gewelf, Tamara Frank, Aalscholverplaats, augustus 2023
De Aalscholverplaats is een wat afgelegen terrein en het poortje en het plein werd (en ik meen wordt) daarom gebruikt voor overlast veroorzakende activiteiten, mede gerelateerd als ‘overloopgebied’ van het centrum. De bewoners benaderden de gemeente met het verzoek voor een kunstwerk. Zij wilden met het kunstwerk de sfeer onder de poort verbeteren en tegelijkertijd daarmee een mooie verbinding tussen de Voorstadslaan en het plein creëren.
Door zowel de poort als het pleintje een nieuwe aankleding te geven, hoopten zij dat het negatieve gedrag zou worden beperkt of zelfs helemaal zou verdwijnen. “Hoewel kunst op zich geen oplossing biedt voor het probleem, kan het wel de sfeer c.q. beleving van de ruimte beïnvloeden.” (Omarmen)
Het kunstwerk is eigendom van de Gemeente Nijmegen.
Tamar Frank
Licht Gewelf, Tamar Frank Aalscholverplaats, augustus 2023
Tamar Frank (Amsterdam, 1974) is geboren in Blaricum. Als kind verhuisde ze met haar ouders naar Ibiza. Ze studeerde in 1997 af aan de Academie voor Beeldende Kunst in Maastricht. Daarbij was haar richting Monumentale Vormgeving. Anno 2022 heeft ze haar atelier in Blaricum. Zij maakt vooral werken met licht, zowel nationaal als internationaal.
Haar werk is meer dan een object: de inkleuring van het werk verandert de beleving van de ruimte en gaat op die manier een directe relatie met de toeschouwer aan. In een interview met het NHNieuws: “Het gaat mij erom wat licht met een ruimte doet, hoe het een ruimte beinvloedt en dat je als kijker de ruimte anders gaat ervaren.” Zij maakt zowel permanente als tijdelijke werken.
Het licht kan zowel dag- als kunstlicht zijn. Frank concentreert zich op specifieke elementen van een locatie, en met haar installatie reageert zij op deze ruimte/locatie. Met kleine ingrepen vestigt zij de aandacht op iets wat er al is, waarbij het een nieuwe focus krijgt. Haar werken zijn dus sterk locatiegebonden.
Haar opdrachtgevers zijn vooral overheidsinstanties en de bedrijvensector (bijvoorbeeld projectontwikkelaars).
Aantal gevonden werken:
“Heartbeat”, bij Station Hilversum
Kunstwerk bij Passage bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Den Haag
Lichtkunstwerk op twee wolkenkrabbers van West Pender Place, Vancouver, Canada, 2011 of 2013
Textielkunstevenementen zoals ‘Lost in Lace’ in het Birmingham Museum en ‘Triennale Internationale des Arts Textiles en Outaouais’ in Axeneo7 in Gatineau
1956 Hoek Meester Franckenstraat – Canisiussingel RAN: “Appartementengebouw op de hoek met de Mr. Franckenstraat, gezien vanaf de Canisiussingel. Het droeg de nieuwe bouwopvattingen van de vroege jaren vijftig uit: ruim en open naar licht en lucht. Op de achtergrond links is een van de 2 Sterflats aan de Barbarossastraat in aanbouw.” In maart 1956…
De panden St. Canisiussingel 23, 25 en 27 zijn gebouwd door Gebroeders Haspels (Bestemmingsplan Nijmegen Centrum – Binnenstad – 8). Vaag is op bouwtekening D12.379331, links naast Bemerkingen, nog de handtekening van Haspels te zien. Bij de rioolaanleg D12.379650 is de handtekening Haspels duidelijk leesbaar.
Monumentale villa mogelijk ontworpen door L.H. Verbrugge en gebouwd in de jaren 1890/91 op de hoek (verlengde) St. Jorisstraat Canisiussingel (rechts); in 1896 werd het adres mr. Franckenstraat 2. Op 9 november opent, na een omvangrijke verbouwing onder andere een aanbouw links van het pand, H.E Span de banketbakkerij “Keizer Karel” met lunchroom en terras in het ronde gedeelte. In 1933 vestigt zich in de aanbouw een filiaal van bloemensalon “Corona” in de Bisschop Hamerstraat. Tijdens de bevrijding van de stad wordt het pand en de naastliggende huizen verwoest, Mr. Franckenstraat 2 Hunnerberg, 1895-1900 (F5503 RAN)
1917 Franckenstraat 2 (verwoest) Banketbakkerij annex Lunchroom Keizer Karel Banketbakkerij “Keizer Karel”. In het perceel Franckenstraat 2 opent morgen de heer H.E. Span zijn Banketbakkerij “Keizer Karel”, tot dusver gevestigd in de Molenstraat, waar de winkel als filiaal blijft. Het omvangrijk heerenhuis heeft een belangrijke verbouwing ondergaan. Door aanbouw van een vleugel is een keurig…
De meeste mensen zullen Canisiussingel 1 kennen als de Mauritskliniek of de Slavenburg’s Bank/Credit Lyonnais Bank. Het pand is echter gebouwd als villa. Een van de eerste bewoners -zo niet de eerste- was A.J. Pluijm, een graanfactor uit Rotterdam. Hij noemde zijn woning “Villa Rust”.
Internaat voor ongevalspatiënten; later werd hier Hotel Pays Bas gevestigd, Berg en Dalseweg 1 Hunnerberg, 1920 (Uitg. La Rivière & Voorhoeve (LRV), Zwolle via F12656 RAN)
In 1934 opende A.J. Mermans zijn Hotel-restaurant “Pays-Bas” aan de Batavierenweg, wat een bekende gelegenheid voor bijeenkomsten werd. Tijdens Market Garden raakte het beschadigd. In 1951 volgde nieuwbouw. In 1989 is het pand gesloopt, om plaats te maken voor appartementen.
St. Canisiussingel 16
Villa Elisabeth, St. Canisiussingel 16, 1930 (F17510 RAN)
Een besneeuwde St. Canisiussingel richting Oranjesingel met arrenslee voor de herenhuizen met de huisnummers 32 en volgende, rond 1920 (F15926 RAN)
Flat hoek St. Canisiussingel – Mr. Franckenstraat Hunnerberg, zijde Mr. Franckenstraat (augustus 2026)
RAN: “Appartementengebouw op de hoek met de Mr. Franckenstraat, gezien vanaf de Canisiussingel. Het droeg de nieuwe bouwopvattingen van de vroege jaren vijftig uit: ruim en open naar licht en lucht. Op de achtergrond links is een van de 2 Sterflats aan de Barbarossastraat in aanbouw.”
In maart 1956 wordt het flatgebouw aan de Mr. Franckenstraat geopend. Dit flatgebouw met 7 woonlagen heeft 8 vijf- en 22 vier-kamerflats en is 23 a 25meter hoog. Daarnaast is er ruimte voor 3 kantoren en 9 garages. Het lage gedeelte heeft 4 verdiepingen. De toren heeft een berging op de begane grond, het lage gedeelte kelders. Op het moment van de opening zijn alle woningen al verhuurd.
Flat Mr. Franckenstraat, 1957 (Jeroen van Lith via D1056 RAN tevens Auteursrechthouder)
De aannemer was de bouwcombinatie Lemmens-Kwaaitaal-Hollink en Waals uit Rotterdam. De opdrachtgever was Progress, het pensioenfonds van Unilever. “Sinds de oorlog belegt men gaarne in vaste goederen.” (Nijmeegsch Dagblad, 8-2-1955) Zij wordt in Nijmegen vertegenwoordigd door makelaars Strijbosch en Thunnissen. Dit makelaarskantoor had het pensioenfonds en de gemeente met elkaar in contact gebracht.
Begin februari steekt burgemeester Hustinx de “eerste spade” in de grond. Deze flat is op dat moment de hoogste die Nijmegen zal krijgen. Overigens niet voor lang: bij de oplevering van deze flat is al bekend dat de flats aan de Batavierenweg zullen worden gebouwd en daarnaast de sterflat op de Hatertse Hei. “Ondanks de hevige vorst is de laagbouw in dit reusachtige gebouw in tien en halve maand tot stand gekomen.”
Flat Meester Franckenstraat Canisiussingel, augustus 2023 (Google Streetview)
Behalve dat het gebouw op een van de mooiste plekken van Nijmegen staat, is de flat van binnen als buiten luxueus. De toren heeft een lift. Alle woningen hebben centrale verwarming en een badkamer. De woningen met 4- of 5- kamers hebben een ijskast. Ook de afwerking van buiten is luxueus. De huurprijzen liggen tussen de 65 en 135 gulden.
“De burgemeester die hierna het woord nam, zeide dat dit flatgebouw een belangrijke aanwinst voor Nijmegen is. Nijmegen is een woonstad welke door haar ligging een bijzonder karakter heeft. Toen de initiatiefnemers tot de bouw, de makelaars Strijbosch-Thunnissen, met dit plan bij het gemeentebestuur kwamen, was de aanvankelijke wrevel tegen woonflats op dit punt als spoedig overwonnen, aldus spr. Hij had grote waardering voor de architect van dit imposante bouwwerk, dat zo gelukkig is gesitueerd, passend in dit deel van de stad bij de toegang uit het noorden.” (De Gelderlander 16/3/1956) “Nijmegen zal op de ingeslagen weg voortgaan met particuliere aannemers in te schakelen in de bouw van de betere woningen, zo zei de burgemeester” (De Vrije Zeeuw, 19-3-1956)
Architect Nefkens
De architect van deze flat is Harry Nefkens. Leest hier meer over deze architect:
Harry Nefkens is de architect van een aantal markante gebouwen in Nijmegen, zoals de sterflats. Aanvankelijk is hij vooral bekend als architect van de wederopbouw, vooral in Rotterdam. In de jaren 70 was hij architect van bedrijfspanden en kantoren en actief als projectontwikkelaar. Dat laatste bracht hem in de Quote500.
St. Canisiussingel 23, 25 en 27, hoek Prins Hendrikstraat (september 2026)
De panden St. Canisiussingel 23, 25 en 27 zijn gebouwd door Gebroeders Haspels (Bestemmingsplan Nijmegen Centrum – Binnenstad – 8). Vaag is op bouwtekening D12.379331, links naast Bemerkingen, nog de handtekening van Haspels te zien. Bij de rioolaanleg D12.379650 is de handtekening Haspels duidelijk leesbaar.
Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel zijde, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379333)Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), gevel Prins Hendrikstraat, datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379333)
3 verschillende woningen
Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), indeling begane grond, datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379331)
D12.379331 laat de indeling zien, waarvan hier de plattegrond van de begane grond staat weergegeven. Daarbij valt op, dat de indeling van de 3 huizen aanzienlijk verschillend is.
Allereerst de plaatsing van de salon, huiskamer en serre:
De linker woning heeft de salon middenin. Met rechts de serre en daarachter de huiskamer, welke doorloopt in de eetkamer.
Het middelste huis heeft de huiskamer juist aan de voorkant, met daar achter de salon en daar de serre weer achter.
Rechts -maar deze grenst aan de Prins Hendrikstraat- heeft voor de serre, dan de huiskamer, dan de salon.
Daarnaast is opvallend dat het middelste huis een “kantoor” heeft en het rechterhuis een “spreekkamer”. Bij het linker huis is alleen sprake van een woonfunctie.
Wed. A.S. Cohen, geboren Drukker
Afgaande op de verkoop door de erven, waren de panden eigendom van de Weduwe A.S. Cohen, geboren Drukker.
Op 5 september 1906 verkopen Cornelis Karel en Dirk Jan Haspels (de firma Gebroeders Haspels), bouwkundigen en koopmannen aan Abraham Salomon Cohen, koopman een perceel bouwterrein: “liggende op den hoek van den Sint Canisius Singel en de Prins Hendrik Straat te Nijmegen, bekend op den legger der Kadastrale gemeente Nijmegen, Sectie B noordwesterlijk deel van Nummer 3567 ter grootte van ongeveer tien aren twintig centiaren, door gemelden vennootschap in eigendom verkregen ten gevolge van koop van de gemeente Nijmegen blijkens acte op dertig december negentienhonderd.” Cohen betaalt 9180 gulden. Het is nog niet bekend of het dit perceel betreft of een naburig perceel. Daarnaast valt in deze, als het daadwerkelijk om perceel van nummers 23, 25 en 27 of één daarvan gaat, op dat de Gebr. Haspels een bouwterrein in plaats van een woning verkopen.
In mei 1909 blijkt Wed. A. Cohen, Canisiussingel 27 naar Den Haag te vertrekken, Laan N.-O.-Indië 64. (PGNC 23/5/1909)
1912 Te koop
In 1912 staan St. Canisiussingel 23, 25 en 27 te koop. De eigenaren blijken dan de erven van Mevr. de Wed. A.S. Cohen, geboren Drukker te zijn.
Alle drie woningen zijn op dat moment verhuurd:
perceel 1, nummer 27, aan dr. F.A.M. Lemaire
perceel 2, nummer 25, aan M. Prakke
perceel 3, nummer 23, aan dr. J. Schouten
Vervolgens is een aankondiging van de veiling en verkoop gevonden in 1917 (PGNC 3/11/1917).
Dan zullen de woningen namens A.A. van der Borg geveild worden.
Op dat moment zijn de woningen verhuurd aan:
WelEd.Z.Gel. Heer Dr. Lemaire, nummer 27
W. van Doesburg, nummer 25
J. Nauta Andreae, nummer 23
Gevonden gebruikers
Canisiussingel 23
In 1912-1913, 1913-1914 is het Dr. J. Schouten
In 1914-1915 staat het mogelijk leeg.
In 1915-1916 Prins H.J.E. de Bourbon.
In 1918, 1920 I. Nauta Andreae-PermentierCanisiussingel 27 > ook in 1912 klopt het adres
In 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1918, 1920 is het Dr. F.A.M. Lamaire. In 1914-1915 heeft iemand de a doorgehaald: het moet Lemaire zijn.
Canisiussingel 25
In 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916 is het M. Prakke
In 1918, 1920 W. van Doesburg
Canisiussingel 27
In mei 1909 blijkt Wed. A. Cohen, Canisiussingel 27 naar Den Haag te vertrekken, Laan N.-O.-Indië 64. (PGNC 23/5/1909)
F.A.M. Lemaire
F.A.M. Lemaire op een foto van de Gemeenteraad, 1910 (Detail F65766 RAN)
In ieder geval Adresboek 1908, 1909 Kronenburgersingel 31.
Franciscus Antonius Maria Lemaire (Nijmegen, 10-12-1866) komt in het Bevolkingsregister 1910 voor op Kronenburgersingel 31. Zijn beroep is moeilijk leesbaar: “…. Doctor en Arts” en ook het beroep dat er op een later tijdstip is bijgeschreven is onduidelijk: “geneesk. … D”. Hij is op 10 december 1900 afkomstig uit Zevenbergen. Op 28 september 1920 vertrekt hij naar Dordrecht. Op een later tijdstip is erbij geschreven dat hij op 2 februari 1921 naar Indië is vertrokken.
Opvallend daarbij is, dat Lemaire dus tot nu toe niet in het Bevolkingsregister op St. Canisiussingel 27 is gevonden.
Lemaire is getrouwd met Bartholomea Elisabeth Maria Josephina Lombarts (Loon op Zand, 5-12-1865). Zij vestigt zich op 30 maart 1908 vanuit Loon op Zand en vertrekt op 7 mei 1917 naar een plaats die moeilijk leesbaar is. Schoonzus Anna Nicolasine(?) Henrica Josepha Lombarts woont tussen 16 oktober 1917(?) en 28 september 1920 in. Zij komt dan en vertrekt weer naar Loon op Zand. Zoals gezegd: het is onduidelijk of dit steeds het adres Kronenburgersingel betreft, of dat Lemaire is vergeten zijn adres op de St. Canisiussingel door te geven.
Hij was in ieder geval in ieder geval in 1910 lid van de Gemeenteraad.
In Adresboek 1910-1911 komt hij voor op “Canisiussingel”, dus zonder nummer vermeld. Wel een telefoonnummer: 775.
In 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1918, 1920 is het Dr. F.A.M. Lamaire. In 1914-1915 heeft iemand de a doorgehaald: het moet Lemaire zijn.
De Canisiussingel 19H is in 1902 gebouwd door het aannemersbedrijf Gebr. Haspels. Let vooral op het prachtige houtwerk.
Hoewel het gebouw een eenheid lijkt te vormen, is het nog niet zeker of deze ook oorspronkelijk als dusdanig is gebouwd. Daarnaast lijkt er sprake te zijn van een aantal hernummeringen.
Dit artikel verzamelt de tot nu toe gevonden bevindingen.
Canisiussingel 15: eerstgevonden bewoners
De eerstgevonden vermelding op Canisiussingel 15 is weduwe Steinweg, geboren J.M.J. Lauffs: Adresboeken 1899, 1901, 1902
In 1914, 1915-1916 en 1916 komt ook J.M. Smits voor.
In 1918 is het alleen Wed. Mr. M.A. v. Roggen.
In 1920 lijkt de woning leeg te staan; maar mogelijk is het dan onderdeel van een naastgelegen adres.
In 1924 komen M.J.A.M. Schretlen en Mej. MC.A. Schretlen voor.
St. Canisiussingel 15: Villa op eersten stand
St. Canisiussingel 15 te koop (PGNC 27/9/1930)
In juli 1930 is St. Canisiussingel 15 te koop. Ook hier geldt: het is niet geheel zeker of het daadwerkelijk “ons” pand betreft of dat het vanwege hernummeringen gaat om een ander pand.
In PGNC 7/10/1930 blijkt dat de toeslag van het pand is ingetrokken, omdat het gebouw onderhands is verkocht.
R.K. Gildenhuis Benvenuto: St. Canisussingel 15-17?
Het RAN geeft als omschrijving: “De villa St. Canisiussingel 15-17, waar in de jaren ’30 het R.K. Gildenhuis Benvenuto was gevestigd onder leiding van de Zusters van Onze Lieve Vrouw van Tegelen, een pension voor dames”, 1939 (F86867 RAN)
Op een foto uit 1939 is het pand te zien, waarbij dan R.K. Gildenhuis Benvenuto hier gehuisvest is. Het RAN geeft echter huisnummers 15 en 17. Waarschijnlijk heeft er in de loop der tijd een of meerdere hernummeringen plaatsgevonden.
Vanaf 1934 zijn het waarschijnlijk gebruikers van het E.K. Huis:
Mej. J.A. Wollenberg, kantoorbediende P.T.T., 1934
Mej. M.J.C.P. Koster, costumière, 1934
Mej. M.A. Barns, kantoorbed., 1938, 1940
Mej. A.M. Mulder, verpleegster, 1938, 1940
Mej. J.C.M.E. v. Nieuwstadt, 1940
T. v.d. Vleugel, geb. v.d. Hoogen, 1940
Op nummer 17 komen meer namen voor dan op nummer 15, zie hieronder. Of de adressen een andere functie hadden, is nog niet bekend.
Dienst Publieke Werken en Volkshuisvesting
In 1951 zit Dienst Publieke Werken en Volkshuisvesting op dit adres. Wel is deze afdeling in het Adresboek 1951 gevonden op nummer 17.
In Adresboek 1955 staat Dienst Publieke Werken en Volkshuisvesting op nummer 15.
F20241 RAN toont een foto uit 1982 van het gebouw wanneer de dienst Publieke Werken en Volkshuisvesting hier gevestigd is. Het RAN geeft daarbij St. Canisiussingel 19 als adres.
In 1963 komt ook weduwe J.J.H. Bodewes, geboren M.G.C. Wilkens voor.
St. Canisiussingel 17: Eerstgevonden gebruikers
1899, 1901, 1902, 1903, 1905, 1908 komt H.A.G. Baronesse v. Randwijck geb. Böhtlingk voor
In 1907 staat het mogelijk leeg of is het onderdeel van een ander adres.
In 1909, 1910-1911 komt H.A.H. Bijvoet voor.
Jurgens, Huize “De Koepel”, Canisiussingel 17
In 1913-1914 Max.G.A. Jurgens, „Huize de Koepel”
In 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1918, 1920 M.G.A. Jurgens.
In 1922 staat er achter M.G.A. Jurgens “steenfabrikant”.
Merk op dat op nummer 21 ook Jurgens woont.
In 1914-1915 naast M.G.A. Jurgens ook Wed. Mr. J.M. Smits
Bodewes: Canisiussingel 17
In 1926 komt Bodewes voor:
Mej. F.H.J.L. Bodewes
Mej. G.F.M. Bodewes
H.H. Bodewes, scheepsbouwer
Mej. H.M.L.J. Bodewes
Mej. Th.G. Bodewes
E.K. Huis
Zoals gezegd is R.K. Gildenhuis Benvenuto (waarschijnlijk) zowel gevestigd op nummer 15 als 17.
In 1932, 1934 is het het E.K. Huis. De directeur woont op Groenestraat 231.
In 1934, 1936 is Groenestraat 231 het adres voor de dir. E.K. en K.J.V.
In 1936, 1938 als R.K. Gildenhuis Benvenuto
In die jaren staan veel vrouwen in het Adresboek:
Mej. H.C.A.A. Maas, 1932
Mej. A. Hoogsteder, directrice, 1934 (maar ook wordt voor de directeur weer verwezen naar Groenestraat 231)
G.M. Kolvenbach, onderwijzeres, 1938, 1940
Mej. H.A.M. Poppe, 1938, 1940
Wed. S.C.M. Soer, geb C.J.M. Beuns, 1938
Mej. A.M.A. Braham, onderwijzeres, 1940
Wed. Th.J. Bordens, geb. Stierhout, 1940
Wed. E. Broeke, geb. Bosboom, 1940
Mej. P.G. Franken, 1940
Mej. A.E. Hasemann, 1940
Wed. J. Hoogenbosch, geb. Schoth, 1940
Mej. A.C. ten Horn, 1940
Mej. H.N. ten Horn, 1940
Mej. B.M. en Mej. M.A.G. Jagers, 1940
Mevr. W.H. Jansen, geb. Rikkers, 1940
Mej. L.M. Schipvaart, 1940
Wed. L.F.M. v. Waesbergh(e), geb. J.M.C. Mutsaerts, 1940, 1948
Dan komen ook nog een aantal andere personen voor. Mogelijk wordt het huisnummer gebruikt voor meerdere ingangen/ruimtes binnen het pand:
A.B. Scholten, bode-concierge G.W., 1951, 1955: dit klinkt als een inwonende bode-concierge voor Gemeentwerken. De onderstaande Scholtens zullen dan familieleden zijn:
St. Canisiussingel 19H is een Stadsdeelobject (overigens geen verdere omschrijving) van de 19e eeuwse stadsuitbreiding.
Mogelijk betreft 19H een hernummering: wanneer hier in 2014 Dé Woonnotaris.nl gevestigd is, heeft zij een bord met 19C hangen. Bij het hekwerk staat tevens een bord Poelmann van den Broek Advocaten (zie foto Google Streetview hieronder). Op de foto’s van juli 2016 zijn deze bedrijven nog aanwezig, op die van juli 2017 niet meer.
Hernummering?
In oktober 2024 is 19C onderdeel van het linker pand 19A t/m C.
De wijziging van het Bestemmingsplan rond 2013: “St. Canisiussingel 21 is (samen met nr. 19h) in 1902 gebouwd door het aannemersbedrijf Gebr. Haspels. Ook door de Gebr. Haspels gebouwd zijn de panden St. Canisiussingel 23, (25) 27, 32 (1910), 36 (1908) en Oranjesingel 39 (1911).”
Sint Canisiussingel 19H, in 2014 19C, juli 2014 (Google Streetview)
De Gebroeders Haspels waren aannemers/architecten. Wij zullen ze vooral gaan tegenkomen in de stadsuitbreiding van eind 19e/begin 20ste eeuw en aan de St. Annastraat.
De Hunnerberg is een wijk en stuwwal aan de oever van de Waal in Nijmegen. Deze positie van een lage heuvel aan de Waal maakt de ligging zeer strategisch, net als het Kops Plateau. Daarvan getuigen vondsten van twee Romeinse legerkampen (zogenaamde castra). Het Fort Sterreschans bleek gebouwd te zijn op resten van het legerkamp…
De meeste mensen zullen Canisiussingel 1 kennen als de Mauritskliniek of de Slavenburg’s Bank/Credit Lyonnais Bank. Het pand is echter gebouwd als villa. Een van de eerste bewoners -zo niet de eerste- was A.J. Pluijm, een graanfactor uit Rotterdam. Hij noemde zijn woning “Villa Rust”.
Monumentale villa mogelijk ontworpen door L.H. Verbrugge en gebouwd in de jaren 1890/91 op de hoek (verlengde) St. Jorisstraat Canisiussingel (rechts); in 1896 werd het adres mr. Franckenstraat 2. Op 9 november opent, na een omvangrijke verbouwing onder andere een aanbouw links van het pand, H.E Span de banketbakkerij “Keizer Karel” met lunchroom en terras in het ronde gedeelte. In 1933 vestigt zich in de aanbouw een filiaal van bloemensalon “Corona” in de Bisschop Hamerstraat. Tijdens de bevrijding van de stad wordt het pand en de naastliggende huizen verwoest, Mr. Franckenstraat 2 Hunnerberg, 1895-1900 (F5503 RAN)
Banketbakkerij annex Lunchroom Keizer Karel
Banketbakkerij “Keizer Karel”.
In het perceel Franckenstraat 2 opent morgen de heer H.E. Span zijn Banketbakkerij “Keizer Karel”, tot dusver gevestigd in de Molenstraat, waar de winkel als filiaal blijft. Het omvangrijk heerenhuis heeft een belangrijke verbouwing ondergaan. Door aanbouw van een vleugel is een keurig ingerichte winkel verkregen, waarachter een flink kantoor. De ruime suite met groote veranda en uitzicht op het Hunerpark wordt lunchroom; de bezoekers zullen hier een prettig zitje hebben. De banketbakkerij beantwoordt, evenals de genoemde onderdeelen van de zaak, aan alle eischen, welke de tegenwoordige tijd stelt; zij is royaal van afmetingen en van de nieuwste, door elektriciteit gedreven, werktuigen voorzien. De verbouwing is uitgevoerd door den heer G.H. Ditters, aannemer alhier. Het schilderwerk is verricht door de firma van der Wagt en voor de electrische installatie heeft de firma Reuser-van Alphen gezorgd.” (PGNC 9/11/1917)
De meeste mensen zullen Canisiussingel 1 kennen als de Mauritskliniek of de Slavenburg’s Bank/Credit Lyonnais Bank. Het pand is echter gebouwd als villa. Een van de eerste bewoners -zo niet de eerste- was A.J. Pluijm, een graanfactor uit Rotterdam. Hij noemde zijn woning “Villa Rust”.
De bouw van St. Canisiussingel 1
Op de bouwtekening van het huidige Canisiussingel 1 staan de handtekeningen van H.A. Thunnissen?, bouwkundige en P. Roovers. Op het 2e vel staat 1897.
Vooraan bevinden zich de serre met daar achter de salon en een terras met daar achter de huiskamer. De keuken bevindt zich achter de salon. Naast de keuken hal/gang met trap. In het verlengde van de hal is de vestibule, die naar buiten wat uitloopt en een eigen trap en ingang heeft. Achter de vestibule en een deel van de gang ligt een spreekkamer. (D12.377730 Datum bouwdossier 1-1-1897)
Roovers heeft de grond op 10 februari 1897 gekocht en de 15e overgeschreven. (Inventarisnummer 137, Archiefnummer 442, Aktenummer 3716)
Op 1 mei 1899 verkoopt Petrus Roovers, rentenier aan Adrianus Johannes Pluijm, rentenier, “Een villa te Nijmegen aan de Canisiussingel gelegen, bestaande uit huis en erf met tuin, op den perceelsgewijzen kadastralen legger van Nijmegen bekend in Sectie B nummero 2473 groot negen aren negen en tachtig centiaren.”
Petrus Roovers
Petrus Roovers
Peturs Roovers (Gorinchem, 7-9-1843) komt op 4 augustus 1896 vanuit Rotterdam naar Nijmegen. Zijn adres is dan Berg en Dalsche weg 56. Op een later tijdstip is dit adres doorgehaald en vervangen door Nassausingel 3. (Bevolkingsregister 1890)
Roovers is getrouwd met Johanna Antonia Smits (Rotterdam, 5-12-1845).
Op het adres komen dan de volgende kinderen voor, allen geboren te Rotterdam:
Huberdina Francina Maria (2-1-1873)
Maria Hendrika Antonia (15-7-1881)
Anna Maria Cornelia (18-2-1877)
Antonius Christianus Maria (10-7-1875), op een later tijdstip is hier “tabakshandelaar” als beroep toegevoegd; hij zal verhuizen naar het Bevolkingsregister “deel A4 folo 303 (oud)”
Petrus Antonius Maria (5-3-1880)
Johannus Maria Antonius (18-10-1870)
Adrianus Johannes Pluijm
Adrianus Johannes Pluijm (Bevolkingsregister 1890 NTB.679_33105_190)
Op 9 maart 1899 schrijft Adrianus Johannes Pluijm (Rotterdam, 11-2-1844) zich in bij de gemeente Nijmegen op Canisiussingel 1. Hij is dan afkomstig uit Rotterdam en heeft als beroep “graanfactor”. Hij is getrouwd met Elisabeth Anna Bakker (Rotterdam, 17-7-1845).
Hij is met Elisabeth Anna Bakker getrouwd op 13 juni 1872.
Ook bij zijn huwelijk was hij “graanfactor”. Ook zijn vader Johannes Jacobus Pluijm is dan graanfac. (Burgerlijke Stand Rotterdam, huwelijksakten, Rotterdam, archive 999-06, inventory number 1872C, 13-06-1872, Nadere toegang op het huwelijks- en echtscheidingsregister van de gemeente Rotterdam, record number 1872.518, folio c76v)
De eerstgevonden vermelding in een Adresboek is dat van 1899, dan is zijn beroep “graanhandelaar”. In het Adresboek 1901 wordt Canisiussingel 1 voor het eerst villa “rust” genoemd. En vervolgens in 1902, 1903, 1905, 1908, 1909 en 1910.
Villa Rust: Graanfactor of graanhandelaar; actief of niet?
Op het koopcontract staat Pluijm als “rentenier”.
In het Bevolkingsregister 1890 staat als beroep “graanfactor”, terwijl in het Adresboek graanhandelaar staat. Een factoor “in de graanhandel iemand die zich belast met de zorg en het verschieten van graan; dan spreekt men van graanfactor.” (http://www.beroepenvantoen.nl/Oude-beroepen-F.html). Een graanfactor is, hoewel het tegenwoordig nog bestaat, een “oud” beroep. In tegenstelling tot een graanhandelaar werkt een factor niet voor eigen rekening, maar als tussenpersoon. Ons Amsterdam noemt bijvoorbeeld over de factor Jan Philip Korthals Altes: “De graanfactors coördineerden als hun vertegenwoordigers de gang van zaken tijdens het lossen en wegen van het graan. Ze stonden borg voor een correcte weging en waren verantwoordelijk voor het nemen van monsters om de kwaliteit te controleren. Ook regelden ze een zo vlot mogelijke overslag van het graan van zeeschip naar binnenschepen. Het was een lucratieve functie, gezien de rijkdom die Jan Philip Korthals Altes ermee verwierf.” (https://onsamsterdam.nl/artikelen/stichter-van-graanburcht-aan-het-ij)
Hoewel nog niet uitputtend onderzocht, zijn er geen activiteiten van Pluijm gevonden, noch in Nijmegen, maar ook nog niet in Rotterdam of elders. Nadelig daarbij is, dat de naam Pluijm waarschijnlijk veel manieren kan worden geschreven (in ieder geval Pluym).
Maar ook: Pluijm is 55 jaar als hij naar Nijmegen komt. Willem Ruyters in een mail (6 september 2026): Pluijm verhuist om gezondheidsredenen op circa 50-jarige leeftijd naar Nijmegen (De Gelderlander, 12-6-1922), vandaar dat hij waarschijnlijk de villa de naam “Rust” geeft.
In 1912 en 1913-1914 staat dan als beroep “graanfactor”. Ook in 1914-1915, 1915-1916, 1916 komt hij voor, maar dan zonder beroep. Wel staat hij onder het kopje “graanhandelaren”. De laatst gevonden vermelding is in 1920.
In het Bevolkingsregister van 1910 staat aanvankelijk als beroep “graanhandelaar” en als adres “Canisiussingel 1”. Op 1-1-1921 zijn beide doorgestreept en vervangen door “zonder” en als adres Kerkstraat Hees 80.
Spijskokerij en Drager erekruis
Ter gelegenheid van zijn 50-jarige bruiloft krijgt Pluijm in juni 1922 het erekruis in goud “pro Eclesia et Pontifice”.
“De medaille wordt uitgereikt aan katholieke gelovigen die ten minste 45 jaar oud zijn en zich gedurende ten minste 25 jaar verdienstelijk hebben gemaakt voor het katholieke geloof of de Kerk, of die zich gedurende ten minste 25 jaar verdienstelijk hebben gemaakt. Het is het hoogste ereteken dat een leek kan ontvangen van de paus.” (wikipedia)
In Rotterdam had hij “trouwe hulp” als kerkmeester in Rotterdam geboden, vooral bij de bouw van de nieuwe bijkerk aan de Provenierssingel aldaar. In Nijmegen was hij meer dan 20 jaar lid geweest van de St. Vincentiusvereeniging, in het bijzonder als voorzitter van de afdeling spijskokerij. (De Gelderlander, 12-6-1922)
In ieder geval is Pluijm in 1905 en 1907 president van het onderdeel “spijskokerij” van de Sint-Vincentiusvereeniging in Nijmegen. (Onze Pius-Almanak voor het jaar des Heeren …, jrg 6, 1905)
Kerkstraat 80
In het Adresboek 1922 komt Pluijm voor op Kerkstraat 80. Evenals 1924, 1926 en 1928.
Pluym overlijdt op 91-jarige leeftijd op 4 juli 1935.
Uit de overlijdensadvertentie blijkt hij lid te zijn geweest van de 3e Orde van den H. Dominicus. Dit is -en tevens sinds 1999 de nieuwe naam- de Dominicaanse Lekengemeenschap. https://kro-ncrv.nl/katholiek/encyclopedie/d/dominicanen
Jacques Kneppers
De volgende gevonden gebruiker van Canisiussingel 1 is J.J.A. “Jacques” Kneppers. Hij komt voor in het Adresboek 1922. Waarschijnlijk heeft hij daar slechts enkele jaren gewoond:
Op 29 november 1922 overlijdt zijn vrouw Henriette Maria Stephane Kneppers – Van Aernsbergen (PGNC 30/11/1922)
In PGNC 17/1/1923 verschijnt het verzoek van Jacques Kneppers zich bij hem te melden, wanneer iemand nog iets te vorderen heeft, wat op zijn aanstaande vertrek duidt.
In 1926 is het pand volgens het Adresboek onbewoond.
Menalda van Schouwenburg
24 juli 1935: De heer H. Menalda van Schouwenburg uit Nijmegen, ook deelnemer in 1909, 1910 en 1911, passeert Wijchen op de tweede dag van de 25e Vierdaagse. (Fotobureau Gazandam, Arnhem via F40617 RAN Auteursrechthouder: KNBLO-NL)
In 1930 is nog een vermelding gevonden op Graadt van Roggenstraat 8. (PGNC 17/3/1930)
In de Adresboeken 1932, 1934, 1936, 1938, 1940 komt H. Menalda van Schouwenburg, directeur van de Ned. Verbandwattenfabriek voor op de St. Canisiussingel.
Bij een huwelijksaankondiging van de van de dochters blijkt de familie Menalda van Schouwenburg in ieder geval in juli 1946 nog op de Canisiussingel te wonen (Nijmeegsch dagblad, 29-7-1946)
Na de oorlog
Tussen 1940 en 1963 zijn tot nu toe slechts beperkte gegevens gevonden:
Het adres van Mevr. Brandsma-Berssenbrugge, penningmeesteresse bij de St. Elisabethsvereniging
N.V. Gruno en Adek Rijwielfabrieken vragen een steno-typiste (“kennis van moderne talen is gewenst”) (De Gelderlander 1/6/1951)
A. Lammers, arts
Advertentie verhuizing A. Lammers, arts (Nijmeegsch dagblad, 16-4-1960)
In de Adresboeken 1963, 1966, 1968, 1971 komt A. Lammers voor, arts. Hij komt tevens voor onder de kopjes van “uroloog” en “nier- en blaasziekten”
Slavenburg’s Bank N.V.
Advertentie vestiging Slavenburg’s Bank in Nijmegen (De Telegraaf, 4-11-1969)
In het Adresboek 1971 komen zowel Lammers als de Slavenburg’s Bank N.V. voor. Mogelijk betreft dit nog een dubbeling.
In 1983 werd Slavenburg, met op dat moment 90 kantoren, Credit Lyonnais Bank (Algemeen Dagblad, 5-7-1983).
Rond 1972 komt op St. Canisiussingel 1 tegelijkertijd nog een aantal jaren Macom Systems N.V. voor, adviseurs management- en computersytemen. (De Telegraaf, 10-6-1972). Deze gaat echter in januari 1976 failliet (De Volkskrant, 17-1-1976)
Vervolg
Er is nog niet uitgebreid onderzocht wat het vervolg is geweest.
De laatste jaren was het een vestiging van de Mauritskliniek, een centrum voor dermatologie en spataderen. In ieder geval zat dit centrum er in juli 2014 al (Google Streetview). In november 2023 is deze kliniek verhuisd naar St. Canisiussingel 19e (https://www.instagram.com/reel/CzLl_FIvhdW/). Vanaf dat moment lijkt het pand te huur te staan (september 2026).