Hotel “Victoria”, verwoest bij het bombardement van 22 februari 1944, 1930 (F32629 RAN)
In 1924 ontwerpt architect Charles Estourgie de verbouwing van Hotel Café-Restaurant Victoria. Een aantal verbouwingen zullen volgen, totdat het in 1944 tijdens het bombardement wordt verwoest.
“Hotel Café-Restaurant “Victoria”.
Sinds eenige dagen is in exploitatie het Hotel “Victoria”, gelegen aan den Burgemeester van Schaeck Mathon-singel, tegenover het Station. En hedenavond zal ook het daarbij aangebouwde café-restaurant in gebruik worden genomen. De eigenaar, de heer Th. Drevers, heeft èn wat ligging èn wat de geschiktheid van de voormalige patricische behuizing voor hoteldoeleinden betreft, een goeden kijk op de zaak gehad. Ons althans lijkt het punt uitermate geschikt, terwijl het hotel, wat inrichting betreft, in één woord keurig is. Men krijgt den indruk een eerste rangs hotel te betreden en die indruk wordt in de fraaie logeerkamers met vaste waschtafels (warm en koud water) volkomen bevestigd. Toch is het de bedoeling van den heer Drevers om zijn zaak als een prima z.g. reizigershotel te exploteeren. Aan een dergelijk hotel in de onmiddellijke nabijheid van het station was, naar zijn meening, behoefte en wij gelooven, dat hij inderdaad niet verkeerd heeft gezien.
Van buiten af gezien doet het gebouw, zooals het na zijn uitbreiding nu geworden is, wel eenigzins eigenaardig aan. De heer Ch. Estourgie, niet de eerste de beste onder de bouwmeesters, heeft zich van zijn opdracht om het oude hoofdgebouw te voorzien van een nieuwe entrée en daarnaast een modern café te doen verrijzen, zoo goed mogelijk gekweten. Een zeker anachronisme kon nochtans niet vermeden worden en wie eenigen kijk heeft op architectuur zal met welgevallen het hoofd beurtelings links en rechts wenden, doch bij het aanschouwen van het gebouw, zooals het nu geworden is, in zijn geheel stellig het hoofd schudden.
Wat Hotel Café-Restaurant “Victoria” echter aan uitwendige schoonheid mist, wordt van binnen ruimschoots vergoed. Daar is allereerst de stijlvolle hal van het gebouw, waarin groen het Leitmotiv in ’t fraaie kleurenspel is. Een bronzen beeld staat op de betegelde balustrade van de trap, die achter in deze hal leidt naar het sous-terrain. Een goed afsluitende telefooncel zoekt men niet tevergeefs en het daartegenover gelegen pendant is de cel voor den portier.
Flinke deuren met glas-in-lood vensters geven ter rechterzijde toegang tot het hotel en ter linkerzijde tot het café-restaurant.
Wat het hotel betreft zullen wij den lezer eene opsomming van de groote en kleine vertrekken besparen. Maar even moesten wij toch stilstaan bij de eetzaal en de conversatiezaal met hare prachtige plafonds, meesterstukken van stucadoors- en schilderkunst, en hare schitterende interieurs in stijlen Louis XV en XVI. Op de mooie hotelkamers van het hotel dat geheel voorzien is van stroomend water en vaste waschtafels, op de eerste etage zelfs met warm en koud water, hebben wij reeds gewezen. Aparte vermelding verdient voorts de badkamer, waarin door Herman van der Waarden, Graafscheweg, het nieuwste geyser-systeem is aangebracht, de Gaggenaure Druck-automaat, waarbij het gas onder het waterreservoir wordt ontstoken resp. afgedraaid door het openen, resp. sluiten van de waterkraan aan het bad, terwijl het gas ook automatisch wordt uitgedraaid wanneer het water een zekere temperatuur heeft bereikt. Het is een schitterend geyser-systeem, dat de grootste waarborgen voor veiligheid biedt. Het gebouw- ’t behoeft nauwelijks gezegd- is voorts centraal verwarmd en men vindt er al datgene wat een goed, hedendaagsch hotel behoort te bieden.
Het café-restaurant, alhoewel vandaag in gebruik genomen, is nog niet voltooid, wat de inrichting betreft. Uit hetgeen echter wel af is blijkt, dat het een mooi, licht en vroolijk café belooft te worden, waar de bezoekers een prettig zitje zullen hebben, des zomers ook op het terras aan den singel. Hierbij worde opgemerkt, dat zich ook voor het hotel een flink terras bevindt.
In het sous-terrain is onder meer de bierkelder en een vergaderzaal. Links van het café leidt een gang naar een overdekte bewaarplaats voor rijwielen. Bezoekers, die met hun auto naar Hotel “Victoria” komen, vinden in de van Oldenbarneveldtstraat een aparte auto-garage met vier boxen. Ook in dit opzicht is dus rekening gehouden met de eischen van dezen tijd. Het café is één verdieping van het hotel met twee etages boven den thans verrezen aanbouw. Een mooie tuin omgeeft ten slotte het geheele pand.
De heer Drevers is gedurende de laatste jaren, als familielid van de eigenaresse, gérant geweest van Hotel “Pays Bas” te Utrecht en het behoeft dus niet te worden gezegd, dat geen geheim van het hotelbedrijf hem vreemd is. Hij belooft zijn bezoekers een prettig tijdelijk tehuis, waarheen zij gaarne zullen terugkeeren. De volgende firma’s hebben aan den bouw medegewerkt: Uitvoering: G.H. Ditters, aannemer; schildwerk: A. de Vries; electrisch licht, centrale verwarming, warm- en koudwater-installatie: Jos. Kwakkernaat; badinstallatie: Herman v.d. Waarden; vaste waschtafels: Herman v.d. Waarden en Nannings; glas-in-lood: Bilderbeek; meubileering: Meubelmagazijn “Modern”, fa. Franck, Molenstraat.” (PGNC 27/9/1924)
Vervolg
Aankondiging veiling Hotel Victoria (De Gelderlander 24/10/1925)
In november 1925 blijkt het hotel te koop te staan.
In 1926 is er een aanvraag voor uitbreiden van Hotel Victoria, Van Schaeck Mathonsingel 15. De architect is C. Verbeeten. (Archiefnummer 1335, Inventarisnummer 12785). Of deze verbouwing is doorgegaan is niet bekend.
Wel is er een aankondiging van het “Hotel Victoria van den heer van der Heijden aan het Stationsplein” gevonden voor een vergroting. Daarvan is Offermans de architect. “De bedoeling is, nog een verdieping boven op het kapitale gebouw te zetten.” Het werk is gegund aan N.V. Aannemersbedrijf voorheen Tiemstra en Zn., alhier, voor f15.700. (De Gelderlander 3/11/1926)
De verbouwing is in ieder geval in mei 1927 gereed: dan vindt in de nieuwe bovenzaal een clubavond met prijsuitreiking plaats, van de motorclub M.C.N.O.. Daarbij wordt aangekondigd dat de heer v.d. Heijden, de eigenaar van het hotel, jaarlijks een nieuwe wisselbeker heeft uitgeloofd. (PGNC 30/5/1927)
Het hotel komt in het Adresboek 1928 nog voor onder dezelfde naam.
Hotel Café Restaurant ‘Victoria’ van hotelier Hubertus (Bart) van der Heijden, op de hoek Stationsplein/Burgemeester van Schaeck Mathonsingel, na de uitbreiding van 1927. Het hotel werd bij het bombardement op 22 februari 1944, mogelijk ten gevolge van een gaslek, geheel door brand verwoest. Na de oorlog werd het, op kleinere schaal, onder dezelfde naam als café restaurant herbouwd, Van Schaeck Mathonsingel, 1928-1930 (Brainich & Leusink (Brainich en Leusink) via F32236 RAN)
Adresboek 1928: Hotel Victoria
1944 Verwoest
Het Victoriahotel op de hoek van de Van Schaeck Mathonsingel, het Stationsplein en de Van Oldenbarneveltstraat werd getroffen door het bombardement (22 februari 1944) en brandde helemaal uit, Stationsplein, 22/2/1944-15/3/1944 (GN1129-A RAN)
Ook het hotel werd tijdens het bombardement op 22 februari 1944 getroffen. Daarbij brandde het helemaal uit, mogelijk als gevolg van een gaslek.
Winkelpanden (o.a. Disco-Bar Juicy Lucy, Technica en Foto Modern) met bovenwoningen, 1977-1980 (J.H. ten Have via F39116 RAN CCBYSA, Auteursrechthouder Hans en Tijs ten Have)
Aan de Van Welderenstraat 103 vinden de loop der jaren een aantal verbouwingen plaats, allen uitgevoerd door (Architectenbureau) J.D.A. Okhuysen.
De eerste bouwtekening die voor komt in het bouwdossier is de aanleg van de riolering in 1916 (D12.385199). Dan heeft het pand de aanduiding perceel No 77, Kad. Sectie B. No. 872).
De eerste verbouwing is de aanbouw van een keuken rond 1935 (Datum bouwdossier 601201935, D12.402047), dan heeft het pand al het adres van Welderenstraat 103. De architect is J.D.A. Okhuysen, die alle verbouwingen vanaf dat moment zal tekenen. Ook omdat het ontwerp spreekt van “kamers”, heeft de begane grond waarschijnlijk op dat moment nog een woonfunctie.
Verbouwing 1937
Rond 1937 vindt er een aanbouw van een serre aan de achterkant plaats (datum bouwdossier 1-10-1937, D12.403662). De begane grond bestaat dan inmiddels? uit “kantoor” en “salon”.
Daarbij valt onderstaand krantenbericht op, waarbij het in 1937 gaat om een verbouwing tot Bloemenmagazijn, in plaats van kantoor. Pas bij de bouwtekening uit 1945 gaat het om een verbouwing van kantoor tot winkel:
“Verbouwing Bloemenmagazijn Vermeulen
In aansluiting van het bericht van gisterenavond, inzake bovengenoemd Bloemenmagazijn, kunnen wij nog mededeelen dat deze verbouwing, repect. nieuwbouw, uitgevoerd werd onder architectuur van Architect Okhuysen, v. Welderenstraat 103 alhier, de aannemer was de heer Molenaar, Piet Heinstraat en het schilderwerk werd uitgevoerd door den heer Schaafsma, Graafscheweg, alhier.” (De Gelderlander 15/10/1937)
1957/1958: Verbouwing tot winkel
Bestaand: Verbouwing Kantoor tot Winkel, architect J.D.A. Okhuysen, datum tekening 29-10-1945 (D12.406925)
Verbouwing Kantoor tot Winkel, architect J.D.A. Okhuysen, datum tekening 29-10-1945 (D12.406925)
Verbouwing Kantoor tot Winkel, architect J.D.A. Okhuysen, datum tekening 29-10-1945 (D12.406925) Datum bouwdossier 28-5-1946
Rond 1957-1958 ontwerpt Okhuysen de uitbreiding aan de achterkant met een showroom met daarnaast een magazijn, waar voorheen een buitenruimte was. Daarbij lijken er een aantal wijzigingen in het ontwerp te zijn geweest:
Datum bouwdossier 18-12-1957, D12.429303: hierbij is alleen sprake van kleinere uitbouw met een magazijn
Datum bouwdossier 18-12-1957, D12.429304: hierbij is zowel sprake van een uitbouw met showroom als een magazijn
Datum bouwdossier 14-5-1958, D12.432094: nog hetzelfde ontwerp voor de achterkant als D12.429304 -dus mogelijk nog niet uitgevoerd- en nu is er een verdieping van het portiek aan de voorkant.
Plan tot het aanbouwen van een Showroom aan het perceel gelegen aan de v. Welderenstr, Arch. Bur. J.D.A. Okhuysen, datum bouwdossier 14-5-1958 (D12.432094).
Verbouwing 1997
Ook in 1997 vindt er nog verbouwing plaats aan voorgevel (D12.651976). De linker etalagekast is vervangen door de entree naar de bovenwoning, waarbij bovendien de etalage links van de ingang wat verlengd is, waarbij hij nu schuin afloopt. Ook hier tekende Architectenbureau J.D.A. Okhuysen voor het ontwerp.
Deze pagina verzamelt reeds verschenen artikelen over de Van Schaeck Mathonsingel.
Stadsuitleg
Uitleg van de stad: Nijmegen in 1888 ( KPD-16 detail Bottendaal)
Na afbraak van de vestingwerken wordt er rond het centrum een ring van singels gepland. Aan deze singels komen grote woningen voor rijke inwoners te liggen. Op de kaart van 1888 is te zien hoe het Keizer Karelplein het centrum is waar de radiale wegen van Nijmegen op uit komen. De St. Annastraat en de Graafseweg bestaan al eeuwen. Nieuw is onder andere de groene singel van de Stationsweg, de huidige van Schaeck Mathonsingel.
De Stationsweg was de breedste van deze wegen: de afstand tussen de huizen bedroeg 70 meter. Daarnaast werden alleen vrijstaande villa’s gebouwd, waarvan een aantal op een later moment andere functies kregen. Daarbij kwam er in het midden een 20 meter lange groenstrook.
Maar ook: in ieder geval vinden er in ieder geval nog in 1889, 1891 en 1896 een verpachting plaats van het terrein “tusschen de Graafschestraat, Stationsweg en Van Diemerbroekstraat”. (PGNC 28/4/1889, PGNC 10/5/1891 en PGNC 26/4/1896)
Burgemeester Van Schaeck Mathon Singel
Beeld van de Stationsweg (vanaf 1923 Van Schaeck Mathonsingel), gezien in de richting van het station, met in het midden het plantsoen met de fontein, ontworpen en uitgevoerd in terracotta in 1915 door beeldhouwer en keramist Willem Coenraad Brouwer (Leiden, 19/10/1877 – Zoeterwoude, 23/05/1933), 1917-1919 (Jacob Krapohl via F91530 RAN)
Vanaf 1923 vindt een naamverandering plaats: aanvankelijk Burgemeester Van Schaeck Mathon Singel. En vanaf 1950 zonder “Burgemeester”. De naamswijziging vond plaats vanwege het 25-jarig jubileum dat Van Schaeck Mathon burgemeester was. Op 15 december 1923 vindt de viering daarvan plaats (PGNC 12/12/1923)
Market Garden
Bij de gevechten rondom Market Garden staken de Duitsers de gebouwen aan de zuidzijde in brand. Hier kwamen de flatgebouwen voor in de plaats.
In 1915 schonk het Straalmansfonds een fontein voor het plantsoen aan de de Van Schaeck Mathonsingel en in 1916 twee bloemenschalen. Bij de vernieuwing van het park in 2002 bleek de fontein niet meer te redden. Daarvoor in de plaats kwam de fontein met de glazen koepel. De twee schalen konden nog wel worden gerestaureerd.…
De voor- en zuidgevel van Hotel Esplanade; geopend in december 1949, 1/1950 (Commissariaat van Politie Afd. Fotografie via F32520 RAN CC0).
Het architectenbureau ‘De Jongh, Taen & Nix’ maakte het ontwerp voor het samenvoegen van 2 villa’s aan de Van Schaeck Mathonsingel tot Hotel Esplanade. De opening van dit hotel vond in 1950 plaats.
Chinees-Indisch restaurant “Fong-Shou”
Na het faillissement van het Leupen Concern werd het gebouw in 1975 verkocht. Hierbij was Onroerend Goed en Assurantiekantoor Jetten en Sieverding de koper. Chinees-Indisch restaurant ‘Fong-Shou’ werd in juni 1976 geopend en veel Nijmegenaren zullen het gebouw vooral als dit restaurant herkennen. Op een gegeven moment is het restaurant naar Ewijk verhuisd, waar het in 2014 nog steeds bestaat. De bovenverdiepingen waren verhuurd aan studenten.
Brand en sloop
In 2008 brak er brand uit; op dat moment stond het pand al leeg. De restanten werden gesloopt, waarna de plek jarenlang gebruikt werd om fietsen te stallen.
De Van Schaeck Mathonsingel 10 is oorspronkelijk gebouwd als villa. Sinds de jaren 20 was het pand eigendom van de Katholieke Universiteit Nijmegen, die het voor onderwijsdoeleinden gebruikte.
Diogenes
Veel Nijmegenaren zullen het echter kennen als “Diogenes”, de studentenvereniging die er vanaf de jaren 50 zat. Deze vereniging was opgericht om een alternatief te bieden “De vereniging werd in de jaren vijftig opgericht als alternatief “voor de traditionele sociëteit-cultuur. Mede door Diogenes ‘verlinkst’ het studentenleven en komt dichterbij de burger te staan.” (https://www.nieuwsuitnijmegen.nl/Nieuws/1291/Nijmegen-Toen-en-Nu.html) The Police, The Cure, Herman Brood en Frank Boeijen hebben er opgetreden. Ook zal Diogenes bij veel Nijmegenaren bekend zijn van de late uurtjes, waar zij (min of meer) een monopoliepositie in de nachthoreca. “Maar tijden veranderen, door veranderingen van patronen in het studentenleven en versoepeling van de sluitingstijden van de reguliere horeca, moet Diogenes door financiële problemen in 2005 haar deuren sluiten.”
In 2005 ging Diogenes faillet. Daarop gaat vanaf 2006 het pand verder als “Villa van Schaeck”, waar verschillende studentenverenigingen zijn gehuisvest.
Links het kantoorpand van de N.V. Levensverzekeringsmij. Vitalis en de N.V. Verzekeringsmij. Fiducia (het voormalige woonhuis van S. van Zwanenberg) (adres van Schaeck Mathonsingel 2) (en een elektrische tram van tramlijn 1 (van St. Anna naar Hengstdal en v.v.), 1936-1940 (RAN)
Villa Stella Maris, architect Semmelink
De in 1888 in neo-renaissance stijl gebouwde villa naar een ontwerp van de Nijmeegse architect Dirk Semmelink. In 1924 werd de villa aangekocht door de zusters van Onze Lieve Vrouw van Amersfoort die er een pension voor meisjesstudenten onder de naam Stella Maris in vestigden. In 1945 kocht de Katholieke Universiteit het gebouw als noodlocatie voor in de oorlog verwoeste instituutsgebouwen en in 1947 werd het tevens leeszaal van de bibliotheek (boekentransport per bakfiets tussen depot in de Snijdersstraat en de leeszaal); in 1985 brandde de villa tot de grond toe af, 1950 (F32382 RAN)
De ruïne van het Psychologisch Instituut van de universiteit op de hoek met de Van Schaeck Mathonsingel dat tijdens de periode dat Nijmegen frontstad was, totaal werd verwoest, 9/1944-3/1945 (Anna Huybers via F52144 RAN)
Ook het pand op de hoek van de Van Schaeck Mathonsingel en de Vondelstraat werd verwoest. Bij de wederopbouw werd verbinding met de Vondelstraat verbroken.
Villa familie Abram van den Bergh-Knurr
Chaletachtig Landhuis, dat tot 1942 bewoond is geweest door de familie Abram van den Bergh-Knurr, directeur Bergoss Oss, 1930 (F21628 RAN)
Oorlog en wederopbouw
Van Schaeck Mathonsingel, gezien vanaf het Keizer Karelplein in de richting van het NS-Station, 1939 (ZN24460 RAN)
Op bovenstaande foto is de Van Schaeck Mathonsingel in 1939 te zien. In de Tweede Wereldoorlog werden de villa’s links (de zuidzijde) verwoest.
Het eerste pand links op de foto is Burgemeester Van Schaeck Mathonsingel 5: Villa Hollyden. In 1899 hadden A.W. Weissmann en P.H. van Niftrik vergunning verkregen voor het bouwen van een huis aan de Stationsweg. Voor meer informatie over dit pand en architect Weismann: Noviomagus.nl (tevens bron).
In 1918 kunnen mensen zich aanmelden voor de Cursus in Liturgie bij Mevrouw Jurgens-Prinsen op Stationsweg 5 (De Gelderlander 23/9/1918)
De Barmhartige Samaritaan
1949 Van Schaeck Mathonsingel 12 Centrum
‘De barmhartige Samaritaan’, reliëf van Pieter d’Hont (1917-1997) uit 1949. Op de voormalige diaconie van de Ned. Herv. Gemeente. Tekst: Doe Gij Desgelijks. Op de bronzen plaquette staat: Ter herinnering aan de hulp van de Ned. Herv. gemeenten Haarlem, Bloemendaal, Heemstede, Haarlem-Noord en Bennebroek, in de oprichting van dit gebouw. 7 Juli 1949 Ned. Herv. Gemeente, 1990-2000 (Martine Ridderbos via F24695 RAN CCBYSA)
“Haarlem hielp Nijmegen.
In de bevrijdingsdagen van Nijmegen in 1944 gingen bij de verwoesting van de Nijmeegse binnenstad ook de kapitale gebouwen van de NHG aan de Oude Stadsgracht in vlammen op.
Dat was een zwaar verlies, dat voor een groot deel hersteld werd door de NHG gemeenten van Haarlem, Bloemendaal, Heemstede, Schoten en Bennekom die de belangrijke som van f300.000 bijeen brachten voor de door hen geadopteerde NHG-gemeente Nijmegen Stad en Land.
De Nijmeegse NHG kon dank zij wijlen notaris Nieuwenhuis, voorzitter van de Diaconie, beslag leggen op een grote villa aan de Burgemeester van Schaeck Mathonsingel, welke na de restauratie kon worden ingericht tot centraal gebouw van de NHG Stad en Land.
Donderdagmorgen werd dit fraaie en officieel in gebruik genomen. Dat ging gepaard met enige feestelijkheden.
Ds. J. van Dijk Djz., sprak als voorzitter van de Kerkeraad het wijdingsgebed. De heer G.J. Jansen, voorzitter van de Diaconie, herinnerde aan het verlies der vroegere gebouwen aan de Oude Stadsgracht, en dankte Haarlem en ommelanden voor de gulle giften van drie ton aan de Diaconie en Kerkeraad.
Mr. Beets uit Haarlem onthulde vervolgens de gedenksteen in de hall van het gebouw. De beeldhouwer Pieter D’Hont heeft daar in relief een prachtige afbeelding gemaakt van de Barmhartige Samaritaan, het blijk van dankbaar Nijmegen aan Haarlem en Ommelanden. Mr. Beest aanvaardde deze gedenksteen namens het adoptiecomité.
….” (Provinciale Noord-Brabantsche courant Het huisgezin, 12-07-1949)
Flats van Schaeck Mathonsingel, architect ten Have
Appartementen aan de Van Schaeck Mathonsingel, architect J.H. ten Have. Gezien in de richting van het Keizer Karelplein, 1960-1965 (Uitg. A.A. van der Borg, Nijmegen via F32513 RAN CCBYSA)
“Een begin is gemaakt met het grondwerk voor de bouw van vijftig flats aan de Van Schaeck Mathonsingel waarover wij onlangs schreven. De Vondelstraat is definitief afgesloten en vrijwel het gehel terrein aan het Stationsplein en de Raad van Arbeid is afgepaald door de bouw van vijf blokken flatwoningen: drie kleine en twee grote woningcomplexen. Aan het Stationsplein blijft dan nog één perceel grond over dat gereserveerd is voor hotelbouw. De drie kleine flatgebouwen worden opgetrokken in drie bouwlagen. Ze zullen ongeveer zeven meter van de weg af liggen, zodat een flink gazon kan worden aangelegd. De twee andere blokken bestaan uit vier bouwlagen. In het bouwplan van architect J. ten Have liggen deze complexen iets teruggetrokken, waardoor hier een voorgazon van twaalf meter kan worden aangelegd. Tussen de verschillende flatgebouwen zal telkens een vrije ruimte van acht meter worden uitgespaard. De flats, die worden gebouwd in opdracht van het Mijnwerkers Pensioenfonds te Heerlen, krijgen in totaal vier en zestig garages, waarvan er twee en dertig vrijstaand achter de woningen zijn gepland en twee en dertig worden ondergebracht in de verschillende souterrains. Daar er meer garages dan flats komen, zal er gelegenheid zijn afzonderlijk voor autostalling te huren. De voorgevels van de huizen worden opgetrokken in grijs-rode baksteen, die wordt afgezet met lichte banden. Verwacht wordt dat de bouw volgend voorjaar zal zijn voltooid.” (Nijmeegsch dagblad, 11-04-1957, met foto werkzaamheden)
Herinrichting
In 2011/2012 wordt de straat opnieuw ingericht. Daarbij werd het plantsoen drastisch veranderd. Onder de singel kwam een parkeergarage voor 680 auto’s. Voor de aanleg van deze garage moesten wel de oude bomen worden gekapt. In oktober 2010 krijgt de gemeente toestemming voor het kappen van 84 bomen (54 haagbeuken en 30 paardenkastanjes).
Daarvoor in de plaats kwamen 112 lindes met een vergelijkbare stamomtrek van 30 centimeter. Deze zijn dusdanig gekweekt dat de wortels horizontaal groeien, zodat zij geen belemmering vormen voor de garage.
In juni 2011 is het diepste punt van de bouw van de parkeergarage bereikt: 8 meter. Wanneer de parkeergarage in 2012 opengaat, vervalt de parkeergelegenheid op de Nassausingel, die op haar beurt weer opnieuw is ingericht.
Reeds verschenen artikelen
Hotel “Victoria”, verwoest bij het bombardement van 22 februari 1944, 1930 (F32629 RAN)
In 1924 ontwerpt architect Charles Estourgie de verbouwing van Hotel Café-Restaurant Victoria. Een aantal verbouwingen zullen volgen, totdat het in 1944 tijdens het bombardement wordt verwoest.
Het Hotel Keizer Karel is als uitbreiding van een villa gebouwd in 1893, tussen de toenmalige Graafsche Straat (nu Graafseweg) en Stationsstraat (nu Van Schaeck Mathonsingel). De aanleiding was de oprichting van een Kneipp Instituut, vooral (kortstondig) beroemd door haar warm- en koud water opgietingen. Architecten waren Knoops en Maurits.
De gebombardeerde zaak van P. de Gruyter & Zn, gezien in de richting van de Grote Markt, 1944 (GN3819 RAN)
“P. de Gruijter & Zoon
Morgen wordt in de Broerstraat No. 62 de nieuwe winkel van de N.V.P. de Gruyter geopend.
Na verbouwing van het vroegere pand heeft men thans een modern winkelpand gekregen, dat de massa… En dat is toch allereerst de bedoeling van de moderne winkelbedrijven.
De architect der firma, de heer Wildschut, heeft voor het De Gruyter-bedrijf een voorname pui en nog attractioneeler interieur geschapen, dat tegelijk doelmatig en decoratief is.
De pui, in forsche lijn gehouden, is aantrekkelijk tegelijk en voert oogenblikkelijk den voorbijganger door de twee breede en schitterende vitrines welke tegelijk een schitterenden doorkijk geven op het interieur, dat er prachtig verzorgd uitziet.
Men kent de stijl der De Gruyter-winkels, waarvan men er tientallen door heel het land aantreft.
Maar iedere nieuwe winkel- mits deze op stand staat- is alweer sierlijker en fijner ingericcht dan de voorganger.
De bouwmeesters der De Gruyter-winkels verstaan de kunst met kleuren en lijnen te werken, en zoo noodig tegenstellingen te scheppen, welke aandacht vragen.
Zoo is de bovenrand van den winkel ingenomen door illustratieve voorstellingen van binnen- en buitenlandsche gebruiken in de gezinnen, waar de huiselijkheid den boventoon voert bij de thee of bij de koffie. Men bewondert oud-vaderlandsche winkelbedrijven en moderne bedrijven. Deze folkloristische beelden, veervaardigd op de plateelbakkerij Zuid-Holland vormen een rijke randversiering boven de zakelijkheid van den modernen winkel.
Boven de winkelvakken, waarin de verschillende artikelen worden bewaard, zijn sierlijke lichtbakken geplaatst, welke bij avond rood of wit aangeven de artikelen, welke in dat bepaalde vak geborgen zijn.
In tegenstelling met vroeger zijn de winkelbakken niet meer van hout maar van staal vervaardigd, welke geheel uitneembaar zijn.
De winkelinrichting, welke uit koper, staal, marmer en glazuursteen is opgetrokken is geheel ingesteld op de uiterste zindelijkheid en op behoud van de kwaliteiten der artikelen. Zoo wordt de bekende De Gruyter’s koffie in haar beste hoedanigheden en variëteiten uit luchtdichte silo’s verkocht, waardoor het heerlijke aroma volkomen behouden blijft.
De margarine wordt in ijskasten bewaard.
Vanuit eigen fabrieken in ’s Hertogenbosch worden dagelijks De Gruyter’s koffie, thee, cacao en grutterswaren naar de filialen verzonden, echter niet dan na een zorgvuldige controle in proeflokaal en laboratorium.
De winkel welke een aanwinst is voor de Broerstraat als bedrijfsstraat, is een der fraaiste winkels van het land, dat volgens een propagandistisch lichtbeeld in den winkel, bijna in iedere stad zijn De Gruyter’s winkels heeft.
Bij de opening van de nieuwe zaak bij de firma De Gruyter biedt zij haar cliëntѐle bijzondere attracties. Wij verwijzen daarvoor naar de advertentie in dit blad.
In het bijzonder moet nog vermeld worden de cassa, die in De Gruyter’s winkel zoo’n voorname rol speelt. Deze cassa immers geeft aan de huisvrouw de waardevolle 10% bons. Voor elke f10 van deze bons ontvangt de klant f1 terug.
De verbouwing van het nieuwe pand is uitgevoerd door de Nijmeegsche aannemersfirma Kloosterman & Detmers. De lichtinstallatie is aangebracht door het electronische bureau J. van Kleef.
De bovenverdieping van het kapitale pand in de Broerstraat No. 62 is niet veel veranderd. De groote kamers zijn ingericht tot berglokalen van de verpakte artikelen. Het sousterrain wordt deels ingenomen als opslagplaats van losse goederen in balen.
De firma De Gruyter heeft hier ter stede nog zaken op het Mariaplein en aan de St. Annastraat en een verzendkantoor in de Pontanusstraat.” (De Gelderlander 18/9/1935)
De gebombardeerde zaak van P. de Gruyter & Zn, gezien in de richting van de Grote Markt, 1944 (GN3819 RAN)
Noodwinkel
De Mariënburg in de richting van de Lange Koningstraat, links het Arsenaalgebouw, rechts de noodwinkel van de Gruyter, 1950 (F29844 RAN)
Herbouw De Gruyter in de Broerstraat, architect Wilschut
1950 Broerstraat 62
“Nieuwe glorie in de Broerstraat
P. de Gruyter en Zn. geopend
Weer een nieuwe winkel geopend. De uitwerking van dit bericht wordt steeds minder. Bijna iedere dag kunnen wij melding maken van een herrezen pand, van een stukje Nijmegen, dat in nieuwe luister is verschenen. Gisteren werd in de Broerstraat het nieuwe filiaal van de firma P. de Gruyter & Zn geopend op de plek waar het oude werd verwoest.
Ook deze firma verloor tijdens het bombardement van Februari 1944 haar winkel. Het werd geruïneerd door de brand die veroorzaakt werd door het bombardement. Na de oorlog richtte men een noodfiliaal op Mariënburg op. Toen echter in Februari van dit jaar de gemeentelijke goedkeuring kwam om te bouwen, ging men zo snel als maar enigszins mogelijk aan de gang. Met het gevolg dat- en ongeveer een half jaar later- het prachtige nieuwe pand staan aan wat straks ongetwijfeld de Kalverstraat van Nijmegen zal worden. De fa. Hiemstra ondervond tijdens het bouwen geen moeilijkheden zo verklaarde men ons. De materialen waren aanwezig en alleen de kelder veroorzaakte enige vertraging, doordat men drie meter dieper moest graven dan men aanvankelijk had gedacht. Dat De Gruyter er vaart achter zet blijkt uit het feit, dat Maandag reeds wordt begonnen met de bouw van een nieuw filiaal, het zevende, aan de Voorstadslaan hoek Biezenstr.
Het door architect T. Wilschut uit Den Bosch gemaakte ontwerp mag er zijn, zowel bezien uit zakelijke overwegingen als uit een oogpunt van interieur-verzorging. De winkel is uitgevoerd in notenhout, marmer en plateel. De marmeren toonbanken zijn van een nieuwe uitvoering, die haar doeltreffendheid in de praktijk wel zal bewijzen. Zij bestaan n.l. uit drie trappen, als wij dat zo mogen noemen. De koper vindt vooraan de toonbank een brede richel, waarop hij een boodschappentas kan plaatsen, dan volgt een verhoging met biskwie-bakken en daarachter de ruimte voor de verkoopsters, om de waar in te pakken. De wanden zijn versierd met Oud-Hollandse prenten, die op plateel zijn uitgevoerd. Beneden de winkel is een ruime droge en hygiënische opslagkelder met een losbak naar de achteruitgang, die uitkomt op de achterweg, bereikbaar door de grote achterpoort in het pand van Kloosterman. Boven de winkel zijn twee ruime flats, zodat ook weer de nodige woonruimte is gewonnen. Een nieuwe aanwinst voor de Broerstraat, voor Nijmegen, die zich langzaam maar zeker hersteld van oude wonden en krachtig de toekomst tegemoet treedt.” (Nijmeegsch dagblad, 29-9-1950)
In 1954 opent het 25ste filiaal van Het Zuivelhuis op Broerstraat 48. Haar winkel, eveneens in de Broerstraat, was tijdens het bombardement van 1944 verwoest. Het ontwerp was van Architectenbureau van der Meijden en Klaver uit Elst.
Vooraf: opening 1938 in de Broerstraat
Advertentie opening Het Zuivelhuis op Broerstraat 48, PGNC 13/1/1938
De eerste winkel in Nijmegen wordt geopend in januari 1938 op Broerstraat 48.
Zij heeft dan al een filiaal aan de “Rijnstraat en Steenstr.” (De Gelderlander 19/1/1938). In haar bedank-advertentie voor de opening van de Nijmeegse winkel: “Evenals in Arnhem zullen wij steeds het beste van het beste op het gebied van Volvette Boerenkaas blijven verkoopen voor den laagst mogelijken prijs.” (De Gelderlander 19/1/1938)
“Het Zuivelhuis.
Speciaal-zaken voor de artikelen boter, kaas en eieren waren hier nog niet.
Het was door den eigenaar van het Vrijdag jl. geopende zuivelhuis, Broerstraat 48, Nijmegen, wel goed gezien in onze stad zoo’n speciaalhuis te stichten.
In slechts enkele dagen was dit winkelpand in een kaaspaleis herschapen, waarbij vooral het interieur in smetteloos wit het artikel zuivel in hygiënische behandeling aanmerkelijk doet stijgen.
Er is daar een enorme voorraad kaas aanwezig terwijl wat kwaliteit betreft de jarenlange ervaring van den ondernemer op dit gebied wel aan de koopers borg staat dat zij het beste ontvangen.
Dan zij de goed opgezette reclame was er terstond groote belangstelling, waar men zich in Arnhem ook altijd verheugen mag.
Wij twijfelen dan ook niet aan het succes van den ondernemer.
In Arnhem is het Zuivelhuis gevestigd Rijnstraat 70A en Steenstraat 85 B.“ (De Gelderlander 22/1/1938)
Tijdens het bombardement van 22 februari 1944 wordt ook dit pand in Broerstraat verwoest.
Noodwinkels?
Advertentie Het Zuivelhuis (De Gelderlander 16/2/1950)
In februari 1950 heeft Het Zuivelhuis haar (nood)winkels op de 2e Walstraat No. 165 en Kelfkensbos 23. (De Gelderlander 16/2/1950)
Mogelijk betreft “Het Zuivelhuis” in de advertentie voor de nieuwjaarsgroet in De Gelderlander 31/12/1949 een tijdelijke noodwinkel van Het Zuivelhuis.
1951: Opening winkels Burchtstraat en Lange Hezelstraat
De Gelderlander 28/2/1951
In februari volgt de aankondiging dat op 1 maart 1951 de winkels op Burchtstraat 8 en Lange Hezelstraat 86 zullen worden geopend. Daarbij wordt de heer v. Hezewijk bedankt “die zo bereidwillig was zijn nieuwe pand voorlopig aan ons af te staan.”
Men verwacht dan het pand in de Broerstraat in 1951 of 1952 te kunnen openen.
1954 Opening Het Zuivelhuis, Broerstraat 41
De etalage van een van de vestigingen van het Zuivelhuis, Broerstraat 41, 1955 (GN43579 RAN)
Het document “Bestek en Voorwaarden” (D12.413479) zijn de bladen met handgeschreven berekeningen gedateerd op Arnhem, februari 1953, Architectenbureau v.d. Meijden en Klaver. De opdrachtgever is de heer J. v.d. Bas te Oosterbeek. Op het voorblad staat daarbij A.J. v.d. Meijden, Architect B.N.A., Julianplein 64, Arnhem.
Plan voor herbouw Winkel en woning a.d. Broerstraat J.v.d Bas te Nijmegen, Architectenbureau vd Meijden/Klaver Elst (Gld), datum tekening december 1951 (D12.413484)
Vrijwel de gehele grond bestaat uit de winkel. Aan de voorkant is er een terugliggende entree, met in het midden een vierkante etalage. Op deze etalage staat het opschrift van de winkel.
Advertentie opening Het Zuivel Broerstraat (De Gelderlander 24/2/1954)
Bij de opening Het Zuivelhuis
Het Zuivelhuis bij de opening van het nieuwe pand aan de Broerstraat, Broerstraat 41, 1954 (GN3856 RAN)
Wanneer Het Zuivelhuis in 1954 opengaat, schrijft de Gelderlander:
“Het Zuivelhuis in Broerstraat heropend
In de Broerstraat, op no. 41 is hedenmiddag Het Zuivelhuis heropend, nadat het tien jaar geleden, bij de ramp van 22 Februari in dezelfde straat was vernield. Voor de eigenaar de heer J. van der Bas was dit een bijzonder prettige gebeurtenis, omdat in het prachtige nieuwe winkelpand in de Broerstraat thans zijn vijf en twintigste filiaal in ons land is gevestigd. In de zeer korte tijd van vijftien jaar heeft de heer van der Bas het verstaan om door grote energie en voortreffelijke zakenkennis een bedrijf op te bouwen in tal van plaatsen van ons land, maar vooral in het Zuiden, zijn vertakkingen heeft. In Nijmegen zijn u drie filialen van Het Zuivelhuis gevestigd. Dat in de Broerstraat, dat met een persoonlijk woord van de eigenaar-opzichter werd geopend, mag als een staal van eerste klas moderne winkelinrichting worden beschouwd. Van de nieuwste vindingen werd een dankbaar gebruik gemaakt om van de twintig meter diepe winkel een echte verkoopwinkel te maken. Opvallend is de verlichting, volgens een geheel nieuw systeem. Ze is rustig en vol sfeer. Ook de betimmering is volgens een geheel nieuw procedé; hierdoor komen vooral de speciale afdelingen tot haar recht. Merkwaardig is de optische weegschaal, waardoor het gewicht uiterst nauwkeurig valt af te lezen, terwijl de verkoopster zelf niet hoeft te rekenen om de prijs te bepalen. De toonbanken zijn op de verkoop en demonstratie van de artikelen ingericht en een koeltoonbank zorgt dat de etenswaren fris blijven.
Onder leiding van architect van der Meijden uit Arnhem kwam dit mooi winkelpand, een aanwinst voor de Broerstraat, tot stand. Het werd gebouwd door de aannemer van der Sluis te Nijmegen.
Tal van bloemstukken getuigden van veler sympathie bij de herbouw van Het Zuivelhuis dat bij de opening aan de heer M.C. Nieuwenhuizen, de exploitant van dit vijf en twintigste filiaal, werd overgedragen.” (De Gelderlander 25/2/1954)
Gezicht op de oostzijde van de Broerstraat, met o.a. de winkelpanden van (v.r.n.l.) Schoenhandel Van Haren, Juwelier Van Hout Ververgaard, Zaadhandel Lahey-Fliervoet, Het Zuivelhuis, kledingzaak Het Jaegerhuis, Stoffenhandel Hommen en Co, Juwelier Jac van Baal , Herenmodezaak J.S. Meuwsen en Warenhuis Firma A.A. van der Borg, 1955 (GN3872 RAN)
In het Adresboek 1955 komt Nieuwenhuizen, filiaalhouder, voor op nummer 4
Momenteel (maart 2026) zit Ramses in het pand.
Vervolg Het Zuivelhuis
Advertentie aankondiging opening Het Zuivelhuis Groenestraat (De Gelderlander 2/6/1954)
Er is nog niet uitgebreid onderzocht wat het vervolg van Het Zuivelhuis is geweest.
In 1954 zal de vierde vestiging volgen, op Groenestraat 178. Daarna wordt ergens in 1954/1955 wordt daarnaast de vestiging Kapiteelpad (Paul Krügerstraat) geopend (De Gelderlander 7/12/1955).
Van der Meijden en Klaver
Balkon Broerstraat 41 (maart 2026)
Het architectenbureau van de Meijden en Klaver komt voor in een essay over architect Campman: “De eerste ervaring met bouwen doet Campman op als hij in 1945 en 1946 meehelpt met de bouw van een watertoren in Tiel. Tijdens zijn opleiding in Tilburg werkt Campman bij verschillende architectenbureaus om praktijkervaring op te doen. Hij begint bij Van der Meijden en Klaver in Arnhem. Een bureau dat zich voornamelijk bezig houdt met woning- en landhuisbouw.” https://zoeken.nieuweinstituut.nl/nl/personen/detail/cde0e8b0-e36c-55e1-979f-e7e9f9501522
In 1951 komt het Architectenbureau v.d. Meijer & Klaver voor op de Aamstestraat 16a in Elst bij een personeelsadvertentie voor een “direct gevraagd: ervaren Bouwkundig Tekenaar vlot detailleren vereist.” (De Gelderlander 26/4/1951)
Gevonden aanbestedingen
Wanneer
Wat
Waar
Omschrijving
Bron
1952
Winkel-Woonhuis
Dorpsstraat, Elst
Het bouwen van een Winkel-Woonhuis aan de Dorpsstr. te Elst (G)
De Gelderlander 26/4/1952
1952
Woonhuis
Schoolstraat, Lent
Het bouwen van een Woonhuis aan de Schoolstraat te Lent
De Gelderlander 26/4/1952
Woningen
Lent
Het bouwen van 20 woningen te Lent, waarvan 11 stuks voor de Protestantse Woningbouwvereniging “Beter wonen zij ons doel” te Elst (Gld.) en 9 stuks voor de R.K. Woningbouwvereniging “St. Jozef” te Elst (Gld.)
De Gelderlander 17/9/1952
A.J. van der Meijden
Van architect A.J. van der Meijden zijn inmiddels een aantal andere werken gevonden. Hierbij dient een slag om de arm te worden gehouden, omdat het eventueel om meerdere architecten met dezelfde naam kan gaan:
1924, Villa Yamas, ‘s-Gravelandseweg 172, Hilversum
“De villa werd in 1924 gebouwd op een perceel dat behoorde tot de tuin van nummer 178. De opdrachtgever was Marius Spoon en de architect A.J. van der Meijden. Spoon was in 1873 in Oudenhoorn geboren en getrouwd met de drie jaar jongere Helena Catharina Kluit uit Den Briel.”https://www.dudokarchitectuurcentrum.nl/andere-werken/villa-yamas/ (met foto)
“Deze ansichtkaart heeft een verkeerd onderschrift, niet Aluminiumweg maar het is de Waltersingel. Het zijn drie portiekflats à 18 woningen. Ze zijn gebouwd in 1955-1956 in opdracht van Wabo BV uit Gouda. Architect was A.J. van der Meijden uit Arnhem. (Foto: Coll. B. Meester)” https://www.oud-apeldoorn.nl/straten-a-z/a/aluminiumweg.html (met foto)
“Deze stempel met woningen van architect Van der Meijden heeft een aantal kenmerken die exemplarisch zijn voor de zogeheten Delftse school-architectuur in de jaren vijftig: ruimtelijkheid en symboliek. De schuin uit de gevel komende balkons vormen een nadrukkelijk ruimtelijk element en bieden tegelijkertijd letterlijk ‘uitstekend’ zicht. De entrees zijn met een omlijsting en stoepjes vormgegeven om de overgang van de buitenwereld naar de ‘veilige’ binnenwereld aan te geven.
De opzet van deze stempel met de karakteristieke architectuur en de openbare ruimte met een groen verkeersplein en groene binnentuinen is opvallend gaaf gebleven. (Op de kunststofpuien na, maar die vormen geen bezwaar voor de selectie). Aanvullend op de stempel ontwerpt architect Van der Meijden ook twee identieke blokken met een kleine winkelstripje (nog in gebruik) aan de Ruygenhoeklaan, hier zijn originele bronzen winkelpuien uit de bouwtijd nog aanwezig.
Rond 1932 heeft W. Scholte-Derks de winkel van H. Brunninkhuis op de Molenstraat 23 overgenomen. Een van haar specialiteiten is het Jaeger ondergoed. Een verbouwing van ’t Jaegerhuis volgt in 1940, waarvan Okhuysen de architect was. Nadat de winkel tijdens het bombardement was verwoest, volgt uiteindelijk in 1952 de herbouw aan de Broerstraat. Ook hier leverde Okhuysen het ontwerp.
Vooraf
In PGNC 20/9/1929 is nog een advertentie van Bruninkhuis zelf gevonden, waarin ook met Jaeger ondergoed wordt geadverteerd. Jaeger is een soort gebreid, wollen ondergoed.
Brunninkhuis zat vanaf 1912 op dit adres. Lees hier hier artikel over de opening en de verbouwing door van den Boogaard:
In ieder geval komt de naam ’t Jaegerhuis voor in een advertentie in De Gelderlander 21/10/1933 voor (als afgiftepunt voor stomerij/ververij “Het Firmament”).
De Molenstraat , gezien in zuidelijke richting , met links ’t Jaegerhuis Damesmode en daarnaast de (oude) Petrus Canisiuskerk , de pastorie en het Oud Burger Gasthuis, 1934-1944 -afgaande op de verbouwing is de foto van na 1940 (GN5431 RAN)
“Het Jaegerhuis: Ingrijpende moderniseering
De firma W. Scholte-Derks, die bovengenoemde zaak in tricotages sinds jaren gevestigd heeft aan de Molenstraat 23, naast de kerk, heeft haar pand verbouwd en uitgebreid. De geheel gemoderniseerde winkel is hedennamiddag geopend. De verbouwing is geschied onder architectuur van bouwbureau Ockhuizen en is uitgevoerd door het aannemersbedrijf De Groot. Het moderne interieur vormt met de pui een mooi geheel. De eiken betimmering, die aan weerszijden de zaak verfraait, wordt afgewisseld door geslepen glazen kasten, waarin sjaals, fijne zakdoeken, corsages, handschoenen, enz. op smaakvolle wijze zijn geëtaleerd. Ook het glas in loodwerk, geleverd door de firma Ockhuizen is op kunstige manier aangebracht en in lichte kleuren gehouden; het brengt warmte aan het geheel. Het schilderwerk van de firma Tesser past zich goed bij deze moderne zaak aan en geeft haar cachet. Het Jaegerhuis is er zeer op vooruit gegaan.” (PGNC 18/12/1940)
‘t Jaegerhuis plaatst in 1941 de nodige kleine advertenties voor kousen reparatie, zoals in PGNC 25/8/1941. Ook in de jaren daarna, in de noodwinkel op de Bisschop Hamerstraat (onder ander De Gelderlander 28/1/1952) en de nieuwe winkel in de Broerstraat (onder andere De Gelderlander 8/11/1952), zal ze regelmatig met kousen-reparatie adverteren.
Tijdens het bombardement van februari 1944 werd ook dit pand verwoest.
Noodwinkel
De etalage van de noodwinkel van W. Scholte – Derks: “het Jaegerhuis”, Bisschop Hamerstraat 23, 1950 (GN3558 RAN)
Afgaande op het nieuwbouwartikel uit 1952, heeft ’t Jaegerhuis daarna haar winkel gehad op het Mariënburgplein. Hierover zijn nog geen verdere gegevens gevonden. Wél een aankondiging “Wij zijn weer geopend!” in De Gelderlander 15/11/1944. Dan is haar adres van 9.30-12.00 Oranjesingel 36 en na 12.00 Bisschop Hamerstraat 3 (De Gelderlander 15/11/1944).
Uiteindelijk zal de ’t Jaegerhuis een van de noodwinkels op de Bisschop Hamerstraat betrekken, zie de bovenstaande foto.
Let op de foto op het 4-Daagse doek. In 1953 heeft ’t Jaegerhuis ook de alleenverkoop van het St. Steven-doek: “In opdracht van “’Jaegerhuis”, vervaardigd op Neêrlands beste weefgetouwen, een bij uitstek geschikt aandenken voor u en uw kennissen. De St. Steven-doek zal evenals onze bekende 4-daagse doek bestemd zijn om de faam van Nijmegen vér uit te dragen.” (De Gelderlander 6/7/1953)
1952 Nieuwbouw Broerstraat
Broerstraat 37-39
Het Jaegerhuis, de etalages van het nieuw gebouwde pand aan de Broerstraat 37; 1952 (GN3835 RAN)
In het weekend van 1952 (“gisteren”, Nijmeegsch dagblad, 7-11-1952) gingen 3 winkels in de Broerstraat open. Een van de winkels was ’t Jaegerhuis, de andere 2 Bakkerij Strik en de Society Shop. Het Nijmeegsch Dagblad:
“In de morgenuren werd op de nummers 37-39 geopend “’t Jaegerhuis”, dat zich heeft gevestigd in een fraai pand, door de architect J.D.A. Okuijsen en de aannemer De Groot gebouwd. Er is een zeer fraaie winkelruimte geschapen, met daarachter paskamers en kantoor, waarin de meubelfabrikant Wageningen een smaakvolle betimmering aanbracht. In een der wanden trekt de bijzondere aandacht het prachtige gebrandschilderde raam dat door de kinderen van de heer en mevrouw Scholte-Derks gistermorgen ter gelegenheid van de opening van de zaak werd aangeboden. Het is vervaardigd door pater de Visser van de Van Eyck-academie uit Maastricht. Vanzelfsprekend werden bij de opening vele hartelijke woorden gesproken, onder meer door wethouder Beukema namens het gemeentebestuur. Deze roemde de spirit en de geestkracht welke nodig waren om deze herbouw tot stand te brengen nadat ’t Jaegerhuis tot tweemaal toe (eert op de Molenstraat, daarna op het Mariënburgplein) werd getroffen.”
Het Jaegerhuis aan de Broerstraat 37, in verband met de opening van het nieuwe pand; 1952 (GN3842 RAN)
In 1956 houdt zij 2 dagen een modeshow van bad- en strandmode (De Gelderlander 12/5/1956).
In ieder geval komt ’t Jaegerhuis nog voor in het Adresboek 1971.
Vervolg
Broerstraat 39 (maart 2026)
In ieder geval zit in maart 2026 het Italiaanse lingerie bedrijf Intimissimi in de winkel.
Daarvoor was het een Levi’s winkel, welke in februari 2024 te huur is (Oozo.nl). Levi’s zelf zat er vanaf ongeveer 2016/2017 (aanvraag omgevingsvergunning en Noviomagus.nl) en daarvoor Invito.
Zie voor foto’s en een verder artikel Noviomagus.nl.
Het Kolpinghuis (Katholieke Gezellen Vereeniging) gezien in de richting van de Bloemerstraat, 1930 (F32559 RAN)
Het Kolpinghuis is gebouwd als verenigingsgebouw voor de Katholieke Gezellenvereeniging, ook wel St. Jozef Gezellenvereniging genoemd. De architect was Pierre Cuypers. Doordat de vereniging hard groeide, was het gebouw al gauw te klein. In 1890 ontwierp architect A. van de Boogaard de verbouwing, waarbij het gebouw fors werd uitgebreid. Daarna volgden meerdere verbouwingen.
Het pand van de Katholieke Gezellenvereeniging (de St. Josephshof, later het Kolpinghuis) is in 1882 ontworpen door P.J.H.(Pierre) Cuypers ; gezien vanuit de Nassausingel ; links de Van Berchenstraat, Smetiusstraat, 1882 (F68520 RAN)
Het Kolpinghuis is gebouwd als verenigingsgebouw voor de Katholieke Gezellenvereeniging, ook wel St. Jozef Gezellenvereniging genoemd. De architect was Pierre Cuypers.
Mei 1881 inwijding
Jozef in de steigers (maart 2026)
In mei 1881 vond de inwijding plaats van de Jozefshof plaats., hoewel het gebouw nog niet volledig was afgewerkt.
Hieronder de tekst, die echter moeilijk leesbaar was. Tussen aanhalingstekens staat de vermoedelijke, ontbrekende tekst:
“Jozefshof
(…) is Jozefshof, het gebouw (van de Ge)zellen-Vereeniging ingewijd. Ofschoon (het niet) geheel afgewerkt, spreekt het reeds dui(delijk ee)n eenvoudig, ernstig woord in gevelvorm (…). Voor de geheele voltooiing zullen (wij on)ze lezers niet met den vinger wijzen (op d)e sierlijke lijnen, het natuurlijk kleuren(spel de)r oud hollandsche baksteenen, de opwek(kende) tinten en verven, het doelmatige van (het bou)wplan enz. Later zullen wij de gele(genheid) vinden, te beschrijven wat de stift van (…) aan Nijmegen geschonken heeft.
(…) het dak wapperde de vaderlandsche drie(kleur,…) de zaal, smaakvol met vlaggen, groen (… bloemen) getooid, had naast het beeld van (de be)schermheilige, de beeltenis van den Paus (en van) onzen Koning. Toepasselijke kernspreu(ken …) schilden met de stedelijke kleuren de (…) der steden van Nederland die de Ge(zellen-)Vereeniging bezitten, het geheel met met (den Paus)elijke en Oranjekleuren, dit alles drukte (…) feestelijkheid uit van het samenzijn.
(…)eerstelingen onder de gezellen die zich (uit deze?) stad naar de voorschriften der Gods(dienst to)t brave, kundige, werkzame ambachts(lieden en) tot nuttige burgers willen ontwikkelen, (… eer)waarde geestelijken zoo van elders als (van hie)r, tal van eereleden en belangstellenden (…)e ruime zaal.
(De opr)ichter van onzen Jozefshof, de Eerw. (Hoc)tin, sprak hij zijne openingsrede een har(telijk wel)komstwoord tot allen, stapte bescheiden over (…)legging van alles, zijn eigen werk, heen, om (…)ren voor te stellen, die uit den aard der (…)n het groote doel, verbeteren, vere(delen? va)n den werkmansstand, dien steun der (maatsch)appij, in den weg staan.
(…)dit groote doel aan aller belangstelling (kan worde)n aanbevolen, ging hij onder psalm(…)ot het naar kerkelijke ritus ingezegenen (van het) gebouw over. Hierna trad de centrale (…) der Vereeniging in Nederland, de Eerw. (heer van) Nispen op, die na gelukwenschen (van het t)ot stand brengen der edele stichting (… st)ad, oorsprong, doel en werking der (…)Vereeniging uiteenzette.
(…) iemand over eene zaak spreekt, die (vanuit?) het bloed, in de ziel gedrongen om (…) te leven en te sterven, zoo sprak hij (over de?) geliefde vereeniging.
… Kolping, den eenvoudigen, deugdzamen (…)ersgezel en priester, Gods leiding (…)vader der Gezellen-Vereening, hare (geschieden)is en bloei in Duitschland, in gansch (…) America, schetste hij in breeden (…)r toch zoo met feiten en (?…), om van het dagelijksch leven en streven van den ambachtsstand licht en schaduw te doen zien, en het hooge nut der vereeniging aan te toonen.
Zucht naar genieten, bandeloosheid onder den naam van vrij zijn, aanmatiging van oordeel over hetgeen men niet kent noch kan kennen- deze drie kankersoorten onzer hedendaagschen maatschappij, voortwoekerend onder alle klassen en niet het minst onder den ambachtsstand, waren zijn tweede doel.
Dat de Goddelijke openbaring tegen hoogmoed en genotzucht onderwerping en zelfbeheersching voorschrijft, en uit het opvolgen hiervan onder godsdienstzin, ijver en spaarzaamheid, het waarachtig geluk van den werkman en zijn gezin ontspruit- werd helder door den Eerw. spreker betoogd.
Als verslaggevers leggen wij onze pen neder, maar wij doen het niet voor onze medeburgers tot het helpen bereiken van het doel der Jozefsstichting te hebben aangespoord.
Jozefbeeld. Onder de plaquette van de Katholieke Gezellenvereeniging zijn nog de letters Jozefshof te lezen, Kolpinghuis (januari 2026)
De werkman vormt een zeer voornaam deel der maatschappij. Met zijne verbastering en verdierlijking, waarvan wij, helaas, vaak de bewijzen voor oogen zien, daalt zijn eervolle stand en bederft de maatschappij;met zijn verbeterin, zijne veredeling stijgt zijn welvaart en geluk, schenkt hij aan de maatschappij een machtige steun. Het geluk der samenleving en een harer voornaamste onderdeelen dient ieder die het kan ter harte te nemen.
Deze vereeniging in haar streven te helpen, hare werking niet alleen zedelijk maar ook met geldelijke offers te steunen, bevelen wij ernstig aan den goeden zin van onzen lezers.” (De Gelderlander 18/5/1881)
Plaquette Kolpinghuis 1882 (maart 2026)
Kolpingvereniging
De Nijmeegse afdeling van deze vereniging was op 25 maart 1880 opgericht. Aan de gevel kwam een groot beeld van Sint Jozef en het gebouw werd St-Josephshof genoemd.
Avondtekenschool
Vlak na de oprichting van de Gezellenvereeniging werd een avondtekenschool opgericht in de Sint Josephshof.
1890 Verbouwing en vergroting
Het pand van de Katholieke Gezellenvereeniging (de St. Josephshof, later het Kolpinghuis) is in 1882 ontworpen door P.J.H.(Pierre) Cuypers. De uitbreiding is in 1890 gerealiseerd door architect A.v.d. Boogaard. Gezien vanuit de Spoorstraat. Links de Van Berchenstraat, in het midden de Gezellen-Vereniging en rechts de Smetiusstraat. Links op de achtergrond de Augustinuskerk, 1890 (Collectie Brinkhoff, J.M.G.M. 1920-1986 via RAN D429)
Doordat de vereniging hard groeide, was het gebouw al gauw te klein. In 1890 ontwierp architect A. van de Boogaard de verbouwing, waarbij het gebouw fors werd uitgebreid.
1925 Verbouwing Estourgie
Het Kolpinghuis (Katholieke Gezellen Vereeniging) gezien in de richting van de Bloemerstraat, 1930 (F32559 RAN)
“De verbouw van St. Jozefshof.
Zooals wij reeds meldden, is de verbouw gereed gekomen van het home der Nijmeegsche Kolpingszonen, het vanouds bekende St. Jozefshof aan de Smetiusstraat, dat Zondag a.s. in gebruik genomen en plechtig zal ingezegend worden.
En wij kunnen er dadelijk bijvoegen: de indruk dien wij van het hernieuwde Gezellenhuis gekregen hebben, is een zeer gunstige.
De aannemersfirma Hofman en Arts heeft onder deskundige leiding van den heer Charles Estourgie- die eveneens de plannen ontwierp- met dezen verbouw metterdaad getoond een vooraanstaande plaats in de rij der Nijmeegsche bouwwereld. Het geheel ziet er keurig uit en maakt een voornamen indruk.
Boven den ingang van het gebouw prijkt in forsche letters: R.K. Gezellenvereeniging, waarachter electrische verlichting is aangebracht. Nu kan tenminste de vreemdeling weten, die vroeger zich tevergeefs afvroeg wat dat toch voor een gebouw was, dat hier de Stichting van Vader Kolping haar tenten heeft opgeslagen.
Breede toegangsdeuren brengen den bezoeker in een ruime vestibule, waar tevens een loket is aangebracht ten dienste van uitvoeringen. Tevens kan men van hieruit de bestuurskamer bereiken.
Vanuit de vestibule treedt men eveneens door ferme deuren in de hal, die een grootschen indruk maakt. Hier vindt men een garderobe enz.
Links hiervan betreedt men de groote en ruime konversatiezaal, die een juweeltje mag genoemd worden op dat gebied. De Nijmeegsche kleuren, rood en zwart, die in de geheele zaal domineeren, maken een gezelligen indruk, die nog verhoogd wordt door de frisch-groen geschilderde stoelen en tafeltjes. Het buffet is in den rechterhoek der zaal aangebracht.
Breede ramen geven uitzicht naar alle kanten, waardoor tevens voor lucht en licht in ruime mate is zorg gedragen. De plaats onder de bibliotheek is op gelukkige wijze weggewerkt: twee kamers, één voor den Praeses en een bestuurskamer vullen dit deel van de vroegere konversatiezaal. De biljarts hebben hun plaats gevonden in het midden der zaal. De bibliotheek is op dezelfde plaats gebleven, doch de ingang is nu verlegd boven aan de eerste trap, die naar de toneelzaal voert.
Op zij van de konversatiezaal is een kleine zaal aangebracht, die heel keurig en gezellig is ingericht. Deze is waarschijnlijk ten dienste van kleine vergaderingen e.d.
Beide zalen zijn bedekt met een kostbaar zeil. Naar gemompeld werd is dit een gift van een der hoofdbestuursleden, waarvan meerderen een gift voor dezen verbouw moeten hebben geschonken.
Naar wij zeiden, ziet het geheel er keurig uit. Het borstbeeld van den eersten Praeses en stichter der Nijmeegsche K.G.V., den WelEerw. heer L.E. Hoetin, heeft een eereplaats gevonden op den schoorsteen, waarboven in gulden letteren is aangebracht de gezellengroet: “God Zegene het Eerzame Handwerk”.
Verschillende beelden en emblemen vinden rondom, zoowel in hal als zaal, een plaats. Het H. Hartbeeld troont natuurlijk op de mooiste plaats.
De aannemersfirma Hofman en Arts werd kranig terzijde gestaan door den heer van Roessel, die het schilderwerk verzorgde, de firma Vroom en Dreesmann, de firma Beukering en Co., elektriciens, de heer Friebel, die het lood- en zinkwerk, de firma Daniëls, de Bruijn en v.d. Waarden, die het stukadoorswerk verrichtte en den heer J. Krijnen, die het behangerswerk op zich nam.
Met trots mogen de diverse besturen getuigen, dat hun werken niet tevergeefs is geweest en met blijdschap moge er wel eens aan herinnerd worden dat de ongehuwde en gehuwde gezellen hun kontributie vrijwillig belangrijk verhoogden om den verbouw mogelijk te maken. Vooral voor den volijverigen Praese zal het een genoegdoening zijn: om dezen verbouw door te voeren heeft hij hard gewerkt; dit was steeds zijn hartewensch. Doch ook het hoofdbestuur, dat de algemeene leiding in de K.G.V. met den Praeses heeft, mag dankbaar opzien naar hetgeen door hen met veel moeite en opoffering bereikt is.
Met waardeering mogen dan ook naast den naam van den Praeses, den ZeerEerw. Pater H.M. v.d. Hulst S.J. genoemd worden de namen der hoofdbestuursleden de heeren Kloppenburg, W. v.d. Waarden, Dreesmann, dr. Slotboom, St. Arntz en Prof. v.d. Heijden.
In de konversatiezaal bleef ons oog hangen aan een teekening: de nieuwe hoofdingang van St. Jozefhof aan de Spoorstraat. Zoo gauw als er geldmiddelen zijn, kan hier pas aan gedacht worden. Moge zulk een gift spoedig inkomen!
Het kan, dunkt ons, geen kwaad, van deze gelegenheid gebruik te maken om onze stadgenooten aan te sporen, die nog geen eerelid van de K.G.V. zijn, dit nu te worden. Men doet daarmee een zeer goed werk: men steunt daarmede het pogen om onze arbeiders op te voeden naar den wensch van Dr. Schaepman tot mannen met een rotsvast geloof en kennis, twee zaken, die onontbeerlijk zijn om den arbeidersstand steeds hooger op te voeren tot heil van de arbeiders zelve en tot zegen van Kerk en Maatschappij.
Op de moderniseering van de toneelzaal hopen wij nog nader terug te komen.
Morgen vermelden we het officieel programma voor a.s. Zondag.” (De Gelderlander 17/2/1925)
1949 Dr. Poels
Vanaf de jaren dertig probeerde de vereniging een katholieke ambachtsschool op te richten. In 1938 wilde de gemeenteraad hiervoor subsidie verstrekken. Uiteindelijk zou het tot 15 september 1949 duren voordat de school Dr. Poels opende in de Sint Josephshof, “waar een leerling kon worden opgeleid tot een ‘zedelijk-godsdienstig hoogstaand werkman met verantwoordelijkheidsgevoel…’ (Gedenkboek Kolpingvereniging; Tromp 37-39; Stamkot 37-38).” (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis)
In 1957 zal zij verhuizen naar de Goffertweg 20. Tegenwoordig, na een aantal fusies, heet de school Het Rijks.
Ontmoetingshuis
Het Kolpinghuis bleef in de jaren 50 en 60 ontmoetingshuis voor buitenschoolse activiteiten voor kinderen, zoals balletles. In de twintigste eeuw zijn er nog enkele kleinschalige verbouwingen en uitbreidingen doorgevoerd.
Afname ledentaantal Kolpingvereniging en opheffing
Het Kolpinghuis, Smetiusstraat 1 (gezien vanaf de Nassausingel), 1968 (Evert F. van der Grinten via F78750 RAN CCBYSA RAN, tevens Auteursrechthouder)
Na de Tweede Wereldoorlog neemt landelijk het ledenaantal van de Kolpingvereniging sterk af, waarbij ze zich uiteindeindelijk opheft. Alleen in Nijmegen blijft de Kolpingvereniging bestaan. Het Kolpinghuis wordt een zalencentrum, welke ook de vereniging nog gebruikte.
2015 Verkoop
In 2015 wordt het Kolpinghuis verkocht aan projectontwikkelaar Ton Hendriks???. Eind september 2020 sloot het centrum. De vereniging verplaatste haar activiteiten naar de Ontmoetingskerk in Dukenburg. Daarna staat het gebouw leeg. Midden 2023 kondigt Hendriks aan om hier een gezondheidscentrum en appartementen te willen realiseren, waarvoor een procedure is gestart.
Aandachtspand
Kolpinghuis oude gedeelte tijdens verbouwing (januari 2026)
Kolpinghuis, januari 2026 is een grote verbouwing aan de gang. Ter ere van het 125-jarig bestaan van NEC is er een spandoek opgehangen (januari 2026)Wapen op Kolpinghuis (januari 2026)
Het Kronenburgerpark is vooral mooi vanwege een van de weinige restanten van de vestingmuur die heel Nijmegen ooit omsloot. Vooral de Kruittoren torent hoog boven de omgeving uit. Daarnaast maakt onder de hoogteverschillen het pand erg aantrekkelijk. Het is een van de plekken waar Nijmegenaren tijdens mooi weer op het gras gaan zitten.
Het park heeft ook een keerzijde: vooral in de jaren ’80 straatprostitutie, bekend geworden van het liedje van Frank Boeijen. Vooral een aantal jaren geleden was het ook plek van drugsoverlast.
Bij de sloop van de vestingmuren
Herfst in het Kronenburgerpark (oktober 2024)
Hoewel Bert Brouwer op de plaats van het Kronenburgerpark een park had voorzien, was dit niet de voornaamste reden voor aanleg. De commissie voor de uitleg van de stad merkte, dat Nijmegen door de sloop van de vestingwerken ineens een overvloed aan bouwterreinen had. De plek van het huidige Kronenburgerpark was daarbij niet de meest gunstige: hier zouden eerst grote grondverplaatsingen moeten worden uitgevoerd om de grond meer gelijk te maken voordat het geschikt zou zijn voor bouwterrein. Daardoor kwam het plan om hier een park aan te leggen meer in zicht. Daarbij speelden een aantal andere factoren.
Kronenburgertoren en muren
Het voltooide Kronenburgerpark met in het midden de Kronenburgertoren en links de Spoorbrug, Wilhelm Ivens,1885 (F56819 RAN)
Een van deze factoren was de Kronenburgertoren en de relatief hoge walmuur. De commissie hoopte dat beiden zouden verdwijnen. De wallen, muren en torens waren eigendom van het Rijk geweest. Alle terreinen droeg het Rijk over aan de gemeente, behalve de Kruittoren. Overigens is het toevallig dat deze stadsmuur naast het stukje muur in het Hunnerpark de enige echt middeleeuwse muren waren.
Bouwmeester Cuypers was door het Rijk aangesteld als Rijksadviseur voor monumenten. Hij vond het belangrijk dat de kruittoren en de muur behouden zouden blijven. Uiteindelijk werd er overeenstemming bereikt: de muur werd iets verlaagd, maar niet zoveel als de commissie eigenlijk gewild had: de commissie wilde achter de muur de Parkweg aanleggen.
Toen het Rijk merkte, dat de gemeente akkoord zou gaan met het behoud van de walmuur, werd besloten de omgeving van de Kronenburgertoren over te dragen aan de gemeente. Om de toren te beschermen, bleef deze eigendom van het Rijk (Regelgeving over Monumentenzorg bestond in die tijd nog niet). In 1883 mocht de gemeente de toren huren voor het stallen van tuingereedschap voor f1,- per jaar. In ieder tot zover ik heb kunnen nagaan, is er in ieder geval tot in de jaren 50 jaarlijks 1 gulden betaald. De Kruittoren is ook nu nog (september 2023) eigendom van het Rijk.
Toen Nijmegen haar vestingstatus verloor, was het blij dat ze nu eindelijk lucht kon krijgen door haar vestingwerken te slopen. De Kruittoren of Kronenburgtoren is samen met de rest van de muur met torens in het Kronenburgerpark een van de weinige overblijfselen van de middeleeuwse verdedigingwerken. Het was vooral van Rijkswege dat de toren en…
Het rondeel de Roomse Voet is een verdedigingswerk dat samen met de muur en twee andere torens een van de weinige overblijfselen is van de stadsmuur van Nijmegen. Het is onderdeel van het Kronenburgerpark. Tegenwoordig is de toren bij gelegenheid opengesteld.
De St. Jacobstoren is in de 16e eeuw gebouwd, het meeste zuidelijke restant van de stadsmuur. Daarop stond de St. Jacobsmolen, die de bijnaam Sans Souci kreeg vanwege het conflict tussen de gemeente en de molenaar. Het torentje uit de jaren 70 is een herinnering aan deze molen.
Plan voor de aanleg van het Kronenburgerpark
Schaalaanduiding en schaalstok onder links van het midden
Linksboven buiten het kader de vermelding: Bijlage 10 Januari 1881 No.: 113, Kw, Liévin Rosseels, 1881 (KPU-290 RAN)
Een aantal architecten hebben een plan voor het park ontworpen, waaronder Cuypers zelf.
Het uiteindelijke plan is afkomstig van de gebroeders Rosseels. De gemeente kwam met de Belgische broers Rosseels in contact via Brender à Brandis. Hij was betrokken bij de uitleg van de stad en bovendien de gemeente-architect van Maastricht. Een van de broers stierf in 1881, hij was vooral verantwoordelijk voor het ontwerp van het nieuwe park. De andere broer Liévin Rosseels, voerde het plan uit en zou daarna meerdere parken ontwerpen, waaronder het Hunnerpark en het Keizer Karelplantsoen. Het plan werd op 24 december 1880 aanvaard, met goedkeuring van zowel Cuypers als de commissie. Het plan was begroot op f15000,-, maar kwam op f25000,- uit.
Merk daarbij op dat in het bovenstaande plan de St.-Jacobstoren en de wal tussen de Roomsche Voet en de St.-Jacobstoren ontbreekt. Ook eindigt het park ter hoogte van de St. Jacobstoren, de heuvel waarop de Leeuw staat. Het achterliggende gedeelte is in 1887 aangelegd
Heuvel en stijl
Kronenburgerpark met Roomsche Voet en heuvel met de Leeuw van Leeuw, maart 2021
Rosseels kon bij zijn ontwerp dankbaar gebruik maken van het al aanwezige heuvelachtige terrein. Op de kop lag het Bastion Pesthuis, dat moest verdwijnen. De grondwerkzaamheden bestonden vooral uit het graven van de vijver en het meer geleidelijk maken van de hellingen.
Daarnaast werden er 4700 bomen aangeplant: doordat voorheen het terrein vóór de wallen/muren vrij moesten zijn vanwege het schootsveld, was deze omgeving nu een kale vlakte.
Sleetje rijden in Kronenburgerpark (januari 2026)
Engelse Landschapsstijl
Het park is ingericht in de zogenaamde Engelse Landschapsstijl. Wikipedia: “Het concept leunt op een voorstelling van romantische, parkachtige landschappen met verrassende doorkijkjes, gestalte gegeven door de aanleg van grasvelden, liefst op heuvelachtig terrein, omgeven en afgewisseld met boomgroepen. Ook water vormt een belangrijk onderdeel van deze populaire vorm van landschapsaanleg. Er worden vaak kunstmatige meertjes aangelegd. Veel mensen vinden de Engelse tuin natuurlijker overkomen. In werkelijkheid groeien er vaak veel exoten, zoals coniferen.”
Grot
grot en waterval Kronenburgerpark, Wilhelm Ivens, 1895 (F65800 RAN)
Het idee voor een grot ontstond tijdens de aanleg van het park. Rosseels deed in februari 1882 een voorstel hiervoor. Probleem hierbij was, dat de bovenlaag van het park hier inmiddels klaar was. Daarop groeven mijnwerkers een gang vanaf de Kronenburgersingel.
Op de heuvel in het Kronenburgerpark staat een trots standbeeld van een leeuw. De makers zijn vader en zoon Henri Leeuw; de overeenkomst in naam is puur toeval. Het beeld is geschenk van de Verfraaiingsvereniging.
De Kruittoren wordt gedeeltelijk omsloten door een vijver. Hierin staat een fontein en is een eilandje aangelegd. In de vernauwing van de vijver is een bruggetje geplaatst.
Vijver Kronenburgerpark (april 2025)
Rijksmonument
Het Kronenburgerpark is een Rijksmonument:
Vijver en Kruittoren Kronenburgerpark vanaf Roomsche Voet, maart 2021
“Waardering
– Van historische waarde voor de Nederlandse tuin- en landschapsarchitectuur als goed voorbeeld van een stadspark uit het laatste kwart van de 19de eeuw in Engelse landschapsstijl. De parkaanleg ontleent haar kwaliteiten aan het behoud van bestaande karakteristieken van de voormalige vestingwerken (hoogteverschillen, historische muur met torens als romantisch element) en aan de toevoeging van nieuwe elementen (gevarieerde en bijzondere beplanting, waterval met kunstmatige grot en vijver).
– Van stedenbouwkundige waarde vanwege de markante ligging op de voormalige vestingwerken tussen de historische binnenstad en de zogenaamde 19de -eeuwse gordel. Het Kronenburgerpark vormt een essentieel onderdeel van het stedenbouwkundig concept van de Nijmeegse 19de -eeuwse uitleg. Door de markante situering vormt het park een belangrijk geledings- en verbindingselement in het stedenbouwkundig weefsel. Tevens geeft het park uitdrukking aan de wens van de gemeente om van Nijmegen een ruime en groene stad te maken; ruimtegebrek was na het slechten van de wallen verleden tijd.
– Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een sociaal-maatschappelijke en stedelijke ontwikkeling, in casu het ontstaan van een visie op de stad die schoon, gezond en mooi dient te zijn; het in de stedelijke structuur opnemen van parken als verfraaiing en stedelijke voorziening.”
Verslag wandeling
De heer F. Hubscher , schrijvend over een wandeling in Nijmegen en omgeving in het “Dagblad van Zuid-Holland” is in 1893 meer onder de indruk van de bloemen dan de Kruittoren in het park: “onze wandeling voortzettende, zijn wij het lustoord Kronenburgerpark genaderd en ontdekten wij rondom heerlijke bloemen, waarvan de geur ons verkwikte. Wij zien beplante heuveltjes, vijvers met eenden, beekjes met zilverblank water, waarin de geschubde goudkleurige bewoners lustig rondzwemmen, rotsen en grotwerken.
In een van de grotten dalen wij af en nemen daar even plaats op een der van rotswerken vervaardigde rustbanken, om den schoonen waterval en de springende fonteinen meer van nabij te zien. De grot verlatende, richten wij onze blikken naar den eenvoudigen kruittoren en wandelen dan naar..” (De Gelderlander 31/5/1893)
Uitbreiding
In 1887 vond uitbreiding van het park plaats: oorspronkelijk liep het tot en met het perk waar de leeuw staat. In 1887 wist de gemeente eindelijk de St. Jacobsmolen te kopen. Daarmee kwam tevens het terrein vrij te liggen welke voorheen voor de opgang van de molen in gebruik was.
Hier was de aanleg veel strakker dan het lagergelegen deel. Ook dit deel is door Rosseels ontworpen. Hij had hier minder mogelijkheden, omdat er minder grote hoogteverschillen waren.
Naam
Oorspronkelijk had het park geen naam. Gedacht werd aan de naam Westerpark, waarbij het Hunnerpark het Oosterpark zou zijn gaan heten. Geleidelijk aan raakte de naam Kronenburgerpark in gebruik, vanwege de plaats die de Kronenburgertoren inneemt in het park.
Wat honden kunnen aanrichten
De naam Kronenburgerpark is in juni 1882 officieel vastgesteld. De aanleiding waren benodigde wijzigingen in de politieverordening, bijvoorbeeld de bepaling dat kinderen onder 10 jaar niet zonder begeleiding mochten zijn. Daarin spreekt het voorstel van “aanleg bij den Kronenburgertoren”. Vooral het verbod op het loslopen van honden, die grote schade kunnen aanrichten aan het plantsoen, is problematisch: voor een strafbepaling is de aanduiding “aanleg rond de Kronenburgertoren” niet specifiek genoeg. Daarop is het beter de naam Kronenburgerpark te noemen. Echter: deze en een aantal andere namen waren nog niet officieel vastgesteld, omdat B en W “door bizondere omstandigheden werden verhinderd”. Om eventuele overtredingen succesvol voor de rechtbank te kunnen laten verschijnen, is een naam nodig: anders zal de rechter elke overtreding in het Kronenburgerpark kunnen afwijzen, omdat hij geen Kronenburgerpark kent. Daarop besluit de Gemeenteraad de naam Kronenburgerpark officieel vast te stellen. (PGNC 3/6/1882 en PGNC 20/6/1882).
Rob Essers in de Straatnamengids: “Deze naam was bij de algemeene herziening der straatnamen bij R.B. van 9 Juli 1924 vergeten. Het verzuim is thans [14 maart 1939 /RE] hersteld. De naam is door B. en W. nu vastgesteld. Het Kronenburgerpark is ingesloten door achtereenvolgens aan elkander sluitende deelen van den Kronenburgersingel – Lange Hezelstraat – Parkweg en van Berchenstraat. De naam geldt niet voor de in dat terrein gelegen particuliere eigendommen.” (Dienstarchief G.A.N., nr. 195:29)
Kronenburgpark
Veel Nederlanders kennen het Kronenburgerpark vanwege het lied “Kronenburgpark” van Frank Boeijen. Zonder “-er”, omdat dat minder in het ritme paste. In het kader van de 20ste Zomerfeesten (nu Vierdaagsefeesten) gaf hij in 1989 een legendarisch concert in dit park.
In de buurt van de viszaak in het Kronenburgerpark staat een stenen bank met vissen afgebeeld. Het is een van de nestorbanken in Nijmegen: als eerbetoon en ontmoetingsplek voor ouderen.
Bij haar overlijden liet Annie Hellewaard een grote erfenis na op voorwaarde dat deze besteed zou worden aan “goede doelen die bij het gedachtegoed van de familie pasten: de persoonlijke ontwikkeling van vrouwen in de zorgsector, kinderfeesten en een groenproject in de openbare ruimte waar haar naam blijvend aan verbonden zou worden”. Daarop werd een deel van de erfenis gebruikt voor het opknappen van het Kronenburgerpark in 2003-2005 (Gemeente Nijmegen, met een heel artikel over Annie Hellewaard).
Waar ligt Kronenburgerpark?
Bronnen
Kronenburgerpark in herfstzon (november 2024)
Kronenburgerpark gaat zijn vijfenzeventigste verjaardag vieren: juweel aan Nijmeegse Keizerskroon, A. Delahaye, De Gelderlander 24/9/1955
De oude synagoge aan de Nonnenstraat was voor de Joods gemeenschap van Nijmegen te klein geworden. Daarop vindt nieuwbouw plaats aan de Gerard Noodtstraat, waarvan Oscar Leeuw de architect was. De nieuwe synagoge wordt in 1913 ingewijd. Na een restauratie in 1978-1979 werd de oude synagoge in de Nonnenstraat weer in gebruik genomen. Daarop zat…
Garage Jansen Ederveen : Pand ontworpen als garage in 1907 door Willem Hoffmann i.o.v. de Firma Tasche & Co. Automobielen en Motoren., 1972, (Evert F. van der Grinten via RAN F78567)
In 1907 ontwerpt architect Hoffmann het bekende gebouw van garage Tasche aan de Gerard Noodtstraat. Deze garage was een uitbreiding van de garage die hij in 1906 had ontworpen en aan de van der Brugghenstraat staat.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het pand van Roghmans op de Zeigelbaan verwoest. Op 15-11-1949 vindt aanbesteding plaats van “Het bouwen van een werkplaats met twee etage woningen op een terrein gelegen aan de Gerardt Noodtstraat te Nijmegen, benevens het bouwen van ’n Azijnmakerij op een terrein gelegen aan de Derde Walstraat te Nijmegen”. Het…
Op Gerard Noodtstraat 3-9 zat in de jaren 60 het gebouw van de Bouw & Houtbond van het N.K.V. Rechts het Unitas gebouw. Ook wel het werklozencentrum genoemd (F28969 RAN, een foto uit 1960-1965)
Keizer Karelschool voor openbare U.L.O./MAVO van de Stedelijke Scholengemeenschap/Vrouwenschool
Gerard Noodtstraat 15-17-19, gesloopt
De Mavo School gezien in de richting van het Hertogplein, 1970-1975 (Jan Cloosterman via F28963 RAN CCBYSA)
Op bovenstaande foto staat de voormalige Openbare school voor U.L.O. weergegeven, Gerard Noodtstraat 15-17-19. Het gebouw is oorspronkelijk gebouwd in 1916.
In de jaren ’60 de Keizer Karelschool voor openbare U.L.O. en in de jaren ’70 de MAVO van de Stedelijke Scholengemeenschap. (Bijschrift F28963 RAN).
In 1976 werd het leegstaande gebouw feitelijk al gekraakt door de stichting Blijf Van Mijn Lijf. Toen de stichting uiteindelijk een pand door de gemeente kreeg toegewezen, besloten een aantal vrouwen toch in de voormalige school te blijven.
Aanvankelijk werd de enorme ruimte gebruikt voor acties en vergaderingen. Daarna wordt het een woonwerkpand met woonruimtes en ruimtes voor verschillende activiteiten. Een van deze activiteiten is een opvangplek van Het Blijf Van Mijn Lijf Huis. Langzamerhand veranderde de naam in Vrouwenschool. (Bijschrift F93561 RAN, een foto uit 1983-1993). Bijschrift F28963 RAN noemt dat tussen 1981 en 1991 de Vrouwenschool hier gezeten heeft. (Bijschrift F28963 RAN).
In 1987 wordt de Stichting Vrouwenschool opgericht, met als doel het gebouw te behouden als woonwerkpand. Het gemeente heeft echter het plan het gebouw te slopen om appartementen op deze locatie te bouwen.
Wel vindt de gemeente het initiatief van de Vrouwenschool belangrijk en biedt aan mee te werken aan legalisering. Daarvoor wordt het Dominicanessenklooster aan de Dominicanenstraat aangemerkt, welke daarvoor verbouwd zal worden. De Vrouwenschool zet haar activiteiten tijdelijk voort in een oud klooster aan de Wolfkuilseweg. (Lees over de Vrouwenschool en het vervolg op de Dominicanenstraat hun eigen site en op https://regenboogroutes.nl/Vrouwenschool-Nijmegen.html, beide sites tevens bron)
In 1993 is het pand gesloopt om plaats te maken voor Hunnerstaete.
Van Gameren en Mastenbroek konden hun project Hunnerstaete in 1996 realiseren aan de Gerard Noodtstraat. Een van de meeste opvallende kenmerken is het parkeerdek, dat zich bovenop het gebouw bevindt.
De straat is vernoemd naar Gerard Noodt, “een van de beroemdste mannen uit de geschiedenis van Nijmegen. Als internationaal bekend jurist bepleitte hij gewetensvrijheid voor iedereen. Voor die tijd een heel modern en radicaal standpunt.” Hij is een van de vensters in het canon van Nijmeegse geschiedenis. (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis)
De oude synagoge aan de Nonnenstraat was voor de Joods gemeenschap van Nijmegen te klein geworden. Daarop vindt nieuwbouw plaats aan de Gerard Noodtstraat, waarvan Oscar Leeuw de architect was. De nieuwe synagoge wordt in 1913 ingewijd. Na een restauratie in 1978-1979 werd de oude synagoge in de Nonnenstraat weer in gebruik genomen. Daarop zat vanaf 1980 jarenlang het Natuurmuseum in dit pand.
In mei 1912 besteedt Oscar Leeuw het bouwen van “een synagoge, schoollokalen, bovenwoningen met andere annexen” aan. Hierbij is A.J. Smits met f33.733 de laagste inschrijver (De Gelderlander 19/5/1912).
Uiterlijk
De ingangstoren heeft de gelijkenis van een grote thorarol. In de gevel is veel symboliek verwerkt, bijvoorbeeld de twee tabletten met de 10 geboden. Een beschrijving wordt ook hieronder, “Bij de opening”, gegeven.
Daarbij is in en in de gevel is veel symboliek verwerkt. “Boven de ingang, waar nu ‘Natuurmuseum’ geschreven staat, stond ooit een Hebreeuwse tekst, verdeeld over twee regels. Het gaat om Psalm 19:15…: “Laten de woorden van mijn mond u behagen, de overpeinzingen van mijn hart u bekoren, Eeuwige”. De letters van de onderste regel bij elkaar opgeteld leveren 673, het joodse jaar 5673. Dat komt overeen met 1913 en is het jaar waarin de synagoge werd ingewijd.” (Wikipedia; in het krantenartikel vertaald als: “Moge U, o Eeuwige, welgevallig zijn de redenen van mijn mond en de overdenking van mijn hart”).
De gebedszaal is naar Jeruzalem gericht.
Stijl
Synagoge, vooraanzicht Gerard Noodstraat, foto gedateerd 1915-1920 (Joh. Gijpink via RAN F28981)
Biografisch Woordenboek Gelderland: “Dit evenwel zonder dat het aspect van vernieuwing geheel en al verdween. De synagoge aan de Gerard Noodtstraat (1912) is vooral van dat laatste een voorbeeld. Hoewel het indrukwekkende interieur met zijn galerijen en geschilderde muurdecoratie nu verdwenen is, krijgt men door de ornamentiek aan de voorgevel nog een indruk van het zoeken naar nieuwe siervormen, die niet gebaseerd zijn op historische voorbeelden noch op de inmiddels tot het verleden behorende Jugendstil.”
Wikipedia: “Naast art deco is ook eclecticisme te herkennen.”
Bij de opening
Bij de opening schrijft het PGNC:
“De Nieuwe Synagoge.
Morgen is het voor onze Israëlitische stadgenooten een belangrijke dag. Dan toch zal de nieuwe Synagoge, gesticht aan de Gerard Noodstraat alhier, op plechtige wijze worden ingewijd door den Opperrabijn in het ressort Gelderland, den Z.Eerw. heer L. Wagenaar.
Reeds lang bestond te dezer sted behoefte aan een nieuwe Synagoge. Het oude gebouw, waarvan in Augustus 1906 het honderd vijftigjarig bestaan feestelijk werd herdacht, en dat dus thans 157 dienstjaren telt, gelegen in de steeds meer en meer in verval gerakende Nonnenstraat, was met de daaraan verbonden slecht ingerichte lokalen niet meer in overeenstemming met de eischen van het zeer opgewekte leven der Israëlitische gemeente alhier. En toen het aantal Israëlitische Nijmegenaren toenam, achtte men het oogenblik gekomen, om naar een nieuw gebouw uit te zien. Dat was geen gemakkelijke taak. Doch met algemeene medewerking van de leden der gemeente, onder wie er gelukkig velen waren, die met groote mildheid tot de oplossing der financieele zijde van het vraagstuk wilden medewerken, kon aan dezen lievelingscwens worden voldaan. En zoo ontstond dan ter genoemde plaatse het in- en uitwendig sierlijke en aardige kerkgebouw, met daaraan verbonden leer- en vergaderlokalen, badinrichting, woningen voor den leeraar en den koster, waarheen morgen- nadat op plechtige wijze afscheid zal zijn genomen van de oude Synagoge- de Wetrollen zullen worden overgebracht, om daar opnieuw, naar wij hopen, tot in lengte van dagen het middelpunt te zijn van het Israëlitisch godsdienstige leven te Nijmegen.
Het kerkbestuur en zij, die dit in zijn taak bijstonden, hadden de gelukkige gedachte zich voor den bouw te wenden tot onzen stadgenoot, den heer Oscar Leeuw, die met zijn veelzijdige kennis een fraai kerkgebouw wist te scheppen. De bekwame architect heeft zich bij zijne modern opgevatte architectuur laten inspireren door de oude kunst van Judea, waarvan weliswaar weinige overblijfselen bestaan, doch waaromtrent toch uit oude beschrijvingen licht te verkrijgen was. De buiten-architectuur van het hoofdgebouw der Joodsche cultuur, den Tempel van Jeruzalem, was zeer eenvoudig, terwijl het intérieur rijk versierd en van de edelste materialen uitgevoerd was. Die versieringen waren uitsluitend ontleend aan het plantenrijk en aan geometrische vormen, daar menschelijke afbeeldingen ten strengste verboden waren. En dit systeem heeft de heer Leeuw ook bij den bouw van de nieuwe Nijmeegsche Synagoge doorgevoerd.
De gevel is van streng sobere vormen, opgetrokken in het materiaal van het land- den baksteen- met een matige ornamentatie. Evenals aan deze Tempel van Salomon bestaat deze uit den palmboom van Judea; de granaat-appel, die door zijn groot aantal zaadjes de krachtige vermenigvuldiging van het leven symboliseert, en het schild van David, de zeshoekige ster. Boven den ingang zijn in den tympaan in het Hebreeuwsch gegrift de woorden van Psalm 19 vers 15, welke vertaald luiden: “Moge U, o Eeuwige, welgevallig zijn de redenen van mijn mond en de overdenking van mijn hart”. Twee zware hardsteenen voetstukken zijn aan weerszijden van den ingang aangebracht, om daarop zoo mogelijk later te plaatsen de reconstructied der bekende bronzen kolommen “Jakoun” en “Bo’az”, welke eenmal den toegang tot den tempel van Salomon sierden.
Door de dubbele toegangsdeuren betreedt men de vestibule, die 4.50 bij 4.50 Meter oppervlakte heeft met een terrazzovloer, waarin het schild van David is aangebracht en die met een kruisgewelf is overdekt. Daarin bevindt zich links de toegang tot de mannen-garderobe, rechts die tot de vrouwengaanderij en in het front de toegang tot de kerk.
Interieur synagoge Gerard Noodstraat, architect Oscar Leeuw 1913
De kerk zelf, groot 11 bij 17 M. en hoog 12 M., heeft op den beganen grond 150 zitplaatsen voor de mannen en op de gaanderijen 110 zitplaatsen voor de vrouwen; zij is volgens de voorschriften naar Jeruzalem gericht en niet naar het Oosten, zooals de algemeene is. Het intérieur met zijn hoofdlijnen in gevoegden baksteen, terwijl de wanden en het tongewelf gepleisterd zijn, is er geheel op berekend om later beschilderd te worden. De hoofdonderdelen der kerk, de Byma en de H. Arke, zijn geheel voltooid, zooals dat de bezoeker zich reeds nu een denkbeeld kan vormen, welk aspect het inwendige van de kerk zal krijgen, indien alles is afgewerkt, wat nu nog niet het geval is.
De H. Arke is tegenover den ingang der kerk is zeer rijk geornamenteerd met dezelfde symbolen als hierboven genoemd; marmeren trappen geven toegang tot het verhoogde gedeelte. Achter den donkerblauwen, rijk met goud borduursel georneerden voorhang bvinden zich de deuren, waarachter de Wetsrollen geborgen zijn. Op de latei der deuren komt voor in ’t Hebreeuwsch de spreuk: “Weet voor wie gij staat”. In de tympaanvulling daarboven bevinden zich de Tafelen der Wet, omring door een gouden stralen krans een een spiraalvormig relief-ornament van gestyleerde palmbladeren. In de randboog der H. Arke is de “Eeuwige Lamp” geplaatst, welke ter nagedachtenis der overledenen brandt.
De groote ramen in de voor- en achtergevels zijn vervaardigd van glas in lood met psalmmotieven.
Bij avond zal de Kerk schitterend verlicht worden door twee groote kronen, die uit het tongewelf afhangen. Acht cirkel-vormige kronen, geplaatst op de palen der gaanderij, ieder met zeven lichtpunten (het gewijde getal) en vele wandarmen, zijn regelmatig over de ruime zaal verdeeld.
De H. Arke, de geborduurde voorhang en de koperen lampen zijn geschenken van leden der Israëlitische Gemeente alhier.
Al moet op den duur de afwerking nog volgen, toch maakt het kerkgebouw reeds nu een verheven indruk. Waarlijk, wij zeiden niet te veel toen wij hierboven den bouwmeester prezen. Zoowel het gheel als de onderdeelen getuigen van zijn uitgebreide kennis, zijn onvermoeid streven en zijn gekuischten smaak. Ook met dit werk, waarmen men zeggen kan dat dit ging boven de eischen die in den regel aan een architect gesteld worden, heeft de heer Oscar Leeuw zijn goeden naam hoog gehouden.
De naast de Synagoge gelegen bijgebouwen maken uiterlijk een zeer rustig effect. Zij verstoren den machitgen indruk van den fraaien kerkgevel niet en hun inwendige indeeling is practisch gedacht en goed uitgevoerd.
De Israëlitische Gemeente mag met haar nieuwe kerkgebouw geluk gewenscht worden. Als morgen de inwijding plaats heeft in tegenwoordigheid van kerkelijke en burgelijke autoriteiten, zal zij daarover zeker de meest vleiende beoordeelingen vernemen.
De gebouwen werden einde Mei 1912 aangenomen door den heer A.J. Smits Jr. alhier, voor de som van f33.733. Deze aannemer legt eer in met zijn werk; het is goed en ook met bekwamen spoed uitgevoerd, hoewel er nooit op den Zaterdag, den Sabbath der Israëlieten, de gewerkt werd.
De Byma met Bestuursbank en podium werden geleverd door den heer Maurits Drukker, firma Drukker en Cohen, en uitgevoerd neer een ontwerp van diens bekwamen medewerker, den heer J.R.L. Samson; het decoratiewerk der H. Arke is verricht door den heer J.H. Kaak; de koperen lampen der gaanderij en de wandarmen zijn geleverd door de firma L.A. Moll alhier. De koperen hangkronen zijn van de firma Wiener en Co. te Amsterdam. De geborduurde voorhang is van den heer J. Goudsmit te ’s Gravenhage, terwijl de verdere schilderwerken door den heer Arts, de installatie van het electrisch licht door de firma Tasche en Co., het zandsteenwerk door de firma Spamer en Smits, de warmwaterverzorging voor de baden door de firma Weijers en Co., allen alhier, werden geleverd. Het glas in lood is van de fabriek Kronenbitter, te Berg-en-Dal, afkomstig.” (PGNC 11/4/1913)
Tweede Wereldoorlog
In de Tweede Wereldoorlog gebruikten de Duitsers het gebouw als opslagruimte, onder andere voor geconfisqueerde radiotoestellen. De wandschilderingen zijn vernield en de Davidsster werd uit de gebrandschilderde ramen geslagen.
Verkoop Synagoge
Na de oorlog was het gebouw te groot voor de Joodse gemeenschap, welke door de vervolging gedecimeerd was. Daarop betrok de gemeenschap de naastgelegen school als synagoge. Het pand van de Nieuwe Synagoge werd verkocht aan de gemeente Nijmegen. De gemeenschap zal in 2000 de oude Synagoge aan de Nonnenstraat weer gaan betrekken.
Het gebouw van de Nieuwe Synagoge diende het tijdelijk als opslagruimte en daarna als gebedshuis voor het Apostolisch Genootschap.
Natuurmuseum Nijmegen
Vanaf 1978 zat er jarenlang het Natuurmuseum Nijmegen. In juni 2014 fuseerde het Natuurmuseum met museum De Stratemakerstoren tot Stichting De Bastei. Daarop sloot het museum in oktober 2017, waarbij het in januari 2018 verder ging in de Statemakerstoren. Vervolgens ging museum De Bastei in 20218 open.
Vanaf maart 2023 zit er een sportschool in het gebouw.