Oude Mariaschool/ de Buut in 1994, 10/9/1994, Hans Giesbertz via D1724_18_04-24 RAN CC0)
In 1956 opent de katholieke Mariaschool op de Hugo de Grootstraaat, naar een ontwerp van architect Goddijn. Na een naamswijziging in Trajanusschool en bovendien een aantal fusies, werd het basisschool de Buut. Na sloop werd in 2016 een nieuw gebouw op deze locatie in gebruik genomen.
In 1955 wordt bekend dat er een nieuwe school komt aan de Hugo de Grootstraat. Voor die tijd bestuurden de Broeders van Maastricht (oftewel Broeders van de Congregatie van de Onbevlekte Ontvangenis) drie scholen op een complex aan het Kelfkensbos en Hertogstraat. Dit complex was zwaar beschadigd uit de oorlog gekomen. Daarnaast had dit complex een steeds groeiend aantal leerlingen moeten opvangen.
Een nieuwe school in de Mariaparochie
Daarbij was er nu, in plaats van concentratie, de voorkeur voor een zo groot mogelijke spreiding. Onder andere om daarmee te voorkomen dat kinderen vier keer per dag een drukke verkeersweg moeten oversteken. Voor haar nieuwe school koos de Stichting Sint Josephscholen voor een locatie in het gebied van de Mariaparochie, waar op dat moment nog geen katholieke jongensschool bestond. De naam van de school was gauw gekozen: het grootste deel van de jongens zouden uit de Mariaparochie komen.
Het ontwerp van Mariaschool door architect Goddijn
De Gelderlander 13/7/1955: “Op dit terrein heeft de Nijmeegse architect Bert W.A. Goddijn… een bijzonder fraai gebouw ontworpen, een achtklassige halschool, uiteraard volkomen gebaseerd op en aansluiten aan de modernste onderwijsbegrippen.”
De school komt vrij te staan, met daaromheen een tuin. Aan de zijde van de Christelijke school komt een speelplaats. De voorzijde van de school bestaat uit 8 klaslokalen, verdeeld over 2 verdiepingen. 1 daarvan is bestemd voor natuurkunde en 1 voor een gesplitste klas. Achter de school komt een hal van 17 bij 9 meter. Deze krijgt een klein podium, waarop schooluitvoeringen kunnen worden gegeven.
De toegangen en de inrichting van de school is er op de gericht om zo veel mogelijk opeenhoping van leerlingen te voorkomen. Naast de grote deuren van de hal, zowel aan de voor- als achterkant, krijgt de school twee ingangen aan de achterkant en twee aan de zijkant. Daarbij sluiten de ingangen die voor de verdieping zijn bestemd meteen aan op de trappen.
Op de bovenverdieping komen daarnaast 2 leermiddelenkamers, een kamer voor het schoolhoofd, een personeelskamer en een voor de schoolarts. In het sousterrain komt een fietsenstalling en een stookruimte.
Wel blijkt bij de aanbesteding de kosten hoger uit te vallen dan verwacht, vanwege gestegen loon- en materiaalkosten. In augustus 1955 wordt met de bouw begonnen.
De inzegening van de school vindt begin juni 1956 plaats. De school heeft dan plaats voor 384 leerlingen. De Gelderlander krijgt bijna weer zin om naar school te gaan als ze de inrichting van de klassen ziet: “Venetian blinds laten het licht op verschillende wijzen door, terwijl de kleurschakeringen op de muren het geheel een ruime en frisse aanblik geven.” (De Gelderlander 4/6/1956)
Mariaschool wordt Traianusschool
Concentratieschool
In 1974 was een Turkse leerkracht begonnen met het geven van lessen in Turkse taal en cultuur. In 1975 werd de school een zogenaamde “concentratieschool”. Hierdoor kon de school ook gebruik maken van door het Rijk beschikbaar gestelde middelen. Het doel van deze scholen was Turkse leerlingen Nederlands te leren en te integreren in het reguliere onderwijs, met behoud van hun eigen cultuur. Dit betekent dat de school 2 extra leerlingen heeft gekregen: 1 om de Turkse leerlingen Nederlands te leren en 1 om ze in het Turks les te geven, ook over Turkije en haar gebruiken. De verwachting is (dan nog) dat veel van deze kinderen naar verloop van tijd weer naar Turkije zullen terugkeren. Daarom krijgen ze lessen over Turkije, om te voorkomen dat ze zich een vreemde in dit land zullen voelen, wanneer ze weer naar Turkije zijn teruggegaan. (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/3/1977 en 1/3/1983)
Traianusschool
In 1979 besluit het schoolbestuur om de Mariaschool te hernoemen in Traianusschool. De oude naam doet geen recht meer aan de getalsverhouding binnen de school, waar inmiddels leerlingen van verschillende nationaliteiten les krijgen. Aangezien de school dicht bij het Traianusplein staat, is voor deze naam gekozen. Daarnaast is de naam Trajanus gekozen om verbondenheid met de wijk aan te geven. (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/6/1979)
Fusie met Montessorischool
Op 1 augustus 1980 fuseert de Traianusschool met de Montessorischool aan de Dominicanenstraat, waarbij de naam Traianusschool gehandhaafd blijft.
Aan de Hugo de Grootstraat krijgen 160 leerlingen onderwijs, waarbij er gekozen kan worden tussen Montessori- en “normaal” klassikaal onderwijs. Deze school heeft 8 klassen. De Dominicanenstraat wordt een “Dependance”: hier komt een aantal groepen Turkse kinderen die nog onvoldoende Nederlands kunnen om het reguliere onderwijs te kunnen volgen. Zij worden op basis van hun Nederlands ingedeeld in groepen, met als doel ze door te laten stromen naar een “reguliere” groep wanneer ze inmiddels voldoende Nederlands kunnen.
Ook de kleuterschool blijft voorlopig in de Dominicanenstraat (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/6/1980)
Kresj Nijntje Pluis
In 1983 verhuist de “kresj” “Nijntje Pluis” van de Domicanenstraat naar het sousterrain van de Trajanusschool (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/7/1983)
Fusie Traianus- en Regenboogschool tot de Buut
Lagere school “De Buut”, 1988 (Henk Rullmann via F18412 RAN CCBYSA)
Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/2/1984 schrijft dat op 1 augustus 1984 de Traianusschool met de Regenboog, welke op de Waldeck Pyrmontsingel 40 staat, zal gaan fuseren. “Door het samengaan van beide scholen blijft er in dit stadsdeel een gewone lagere school bestaan.” Waarschijnlijk vindt de uiteindelijke fusie plaats op 12-8-1985.
De crèche Nijntje Pluis en de kleuterschool van Traianus blijft in het oude gebouw.
Daarnaast zijn hier de lokalen voor de anderstalige leerlingen die zich voorbereiden op de eerste klas, drie parallelklassen (het 4e, 5e en 6e jaar) en daarnaast de Montessoripgroep van leerlingen voor het 5e en 6e jaar. De Regenboog krijgt de leerlingen van het 1ste t/m 6e jaar. Daar blijven tevens 2 anderstalige leerkrachten, 3 vakleerkrachten (bewegingsonderwijs en handwerken) en 2 remedial teachers werken. Het leerlingenaantal per leerjaar is klein en er zijn geen combinatieklassen. (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/5/1984)
De peuterspeelzaal en de kleuterschool van de Regenboog blijven op het oude adres gehuisvest.
Verbouwing
Tijdens de zomervakantie wordt de school verbouwd: het krijgt zowel binnen als buiten een opknapbeurt. Daarnaast krijgt de begane grond een groot speellokaal. De hal zal gebruikt gaan worden als aula en bovendien als expositieruimte voor het werk van kinderen. Daarnaast krijgt het een zithoek waar ouders elkaar kunnen ontmoeten. Ook daarvoor had de Trajanusschool overigens al veel aandacht voor de ontmoeting tussen gehad door het organiseren van zogenaamde koffie-ochtenden. Kinderen kunnen eventueel ’s middags overblijven, hiervoor is ruimte en begeleiding gereserveerd.
Openbare school
Daarbij wordt de school een openbare basisschool. Daardoor is ze niet langer meer gebonden aan één geloofsrichting (in dit geval de katholieke). Zij is daarmee de eerste openbare school van Nijmegen.
Directeur Hoedemaker in een interview met Wijkkrant Oost: “Wij hebben hier zowel leerlingen met een katholieke-, protestant/christelijke-, als wel islamitische achtergrond, maar ook leerlingen waarvan de ouders geen geloof hebben”. Daarnaast wordt het schoolbestuur (feitelijk) gevormd door de Gemeenteraad. Daarnaast is de school niet gehouden aan 1 schoolsysteem. ((Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/6/1985)
Wanneer in 2000 de school 15 jaar bestaat schrijft de Wijkkrant: “De school startte in 1985 als eerste openbare school in Nijmegen-Oost met 42 leerlingen. Inmiddels zijn dat er 330 op de Hugo de Grootstraat en op de dependance aan de Molukkenstraat nog eens 220 leerlingen. De Buut is een bijzondere school. Zij is ontstaan op initiatief van en met veel inspanning door een aantal ouders uit de buurt. Zij vonden dat er een openbare school in Nijmegen-Oost moet komen, want in Nijmegen was er een grote behoefte aan openbaar basisonderwijs.” (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/10/2000)
Basisschool
Naast het feit dat de school nu een openbare school is, zal de school ook voor het eerste jaar beginnen als “basisschool” – op landelijk niveau zijn de kleuterschool en lagere school nu samengebracht tot de basisschool. (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/6/1985)
Soort “leefgemeenschap”
“Die betrokkenheid van de ouders met de school is tot op de dag van vandaag nog altijd volop aanwezig. Ze werken mee aan alleerlei activiteiten waardoor er naast het leren allerlei extra dingen gedaan kunnen worden. Hierdoor is de school uitgegroeid tot een soort leefgemeenschap en is de “afstand” tussen thuis en school minder groot. De kinderen voelen zich dan ook thuis op hun school vanwege de sfeer. Wat ondermeer wordt gekenmerkt door het feit dat bijna alle kinderen tussen de middag overblijven.” (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/10/2000).
De eigen tuin is een van de dingen waar de school trots op is. Hier wordt les over de natuur gegeven. En elke klas heeft een eigen stukje grond om te verbouwen. Wel is er bij het 15-jarig bestaan een zorg, dat het aangrenzende speeltuintje gaat verdwijnen in verband met de uitbreiding van het naastgelegen verpleeghuis.
Sloop en nieuwbouw
De Buut, Hugo de Grootstraat, augustus 2023 (Google Streetview)
De school werd gesloopt en in 2016 werd een nieuwe school op deze plaats geopend. De schoolgebouwen op de beide locaties van de Buut waren verouderd en moeilijk aan te passen aan de moderne eisen. Daarbij wilde de school een kindercentrum met basisschool, kinderopvang en buitenschoolse opvang realiseren, dat past bij een dynamisch onderwijs landschap. (schooldomein)
eind jaren 50 Palembangstraat 1 /Molukkenstraat Galgenveld
De Nutsschool, gezien vanuit de Archipelstraat, architect F.M. Oswald, 1991 (Ton Opsteegh via F28255 RAN CC-BY-SA)
Voorgeschiedenis
Het oude gebouw van de Nutsschool voldeed niet meer. Daarop besluit de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen tot de bouw van een nieuwe school. De verwachting is dat deze 1 september 1955 gereed zal zijn. Het zal echter langer hebben geduurd dan verwacht, want op 20 juli 1957 kopt het Nijmeegsch Dagblad: “Nieuwe Nutsschool zal nu spoedig kunnen verrijzen”
Wat de reden was van uitstel is mij (RE) vooralsnog niet bekend. Ten tijde van het artikel van 1954? Was de grond nog niet aangekocht. Wel heeft het bestuur het huidige terrein op het oog. Bovendien wil het de oude school aan de Hertogstraat pas verkopen op het moment dat de nieuwe school gereed is. Oswald moest bij zijn ontwerp rekening houden met de zeer langgerekte afmetingen van het terrein.
Bouw in 1957
De uitbouw van de vleugel, rechts de school, links de gymzaal. Op de voorgrond ‘Zuil’, kunstwerk uit 1988 van Peter van de Locht (Rees Dld, 1946) voor de Nutsschool, 1988 (Martine Ridderbos via F24615 RAN CC-BY_SA)
Wel is het gebouw dat uiteindelijk in 1957 gebouwd wordt aanmerkelijk minder ambitieus dan de plannen. Afgaande op de 2 artikelen uit 1954 en 1957, hoewel ik de bouwtekeningen niet heb gezien.
Het ontwerp van de school is een zogenaamde portiekschool. Daarbij lijkt het grondplan voor de lokalen niet veranderd en daadwerkelijk uitgevoerd te zijn. De school bestaat uit 4 lokalen, met daarbovenop nog eens 4 lokalen. Deze liggen in de lengte naast elkaar. De ruimtes zijn vanaf buiten bereikbaar, zodat er geen gang langs de klaslokalen nodig is. Hiervoor zijn de deuren in een portiek geplaatst, waarin naast een trappenhuis zich de toiletten en garderobes bevinden. Het voordeel hiervan is dat van beide kanten licht het lokaal binnenkomt.
Op de kop is een uitbouw geplaatst voor de spreekkamer van het schoolhoofd. Daarboven bevindt zich het handenarbeidlokaal.
Aan de kant van de Palembangstraat is een korte vleugel aangebouwd, zodat het gebouw een L-vorm krijgt. De begane grond kan dienst doen als schoolhal en begin van het trappenhuis. Waarbij boven ruimte is voor een keukentje en toiletten.
De aannemer voor de bouw is Tiemstra.
Plannen 1954 en 1957
De plannen voor 1954 en 1957 gingen aanzienlijk verder dan wat uiteindelijk gerealiseerd is. Hierbij ga ik af op 2 krantenartikelen, zonder de bouwtekeningen te hebben gezien. Bovendien weet ik niet, of de beschrijvingen in 1954 en 1957 hetzelfde ontwerp betreft of 2 verschillende ontwerpen.
In de plannen van 1954 lijkt het te gaan om een daadwerkelijk hoofdgebouw: op de benedenverdieping is er de kamer voor het hoofd van de school, twee bestuurskamers, een portiersloge. En daarnaast 2 kleedkamers voor het gymnastieklokaal. Op de bovenverdieping is het handenarbeidlokaal en kan een bibliotheek worden ingericht. Rechts is het gymnastiekgebouw gepland.
Zoals gezegd lijkt een daadwerkelijk hoofdgebouw nooit gerealiseerd. Het gymnastieklokaal is pas in 1985 gebouwd.
In 1954 zijn daarnaast vóór de linkervleugel zijn 2 losstaande paviljoens van elk 2 klaslokalen gepland, waarbij het eerste paviljoen daadwerkelijk zal worden gebouwd, althans volgens het ontwerp. Daarnaast is in 1954 voor het hoofdgebouw een aula gepland. Deze zou plaats bieden voor 350 personen en gebruikt kunnen worden voor toneel. Aan de rechter voorzijde is een kleuterschooltje gepland met een achtkantige speelzaal.
Ook de plannen van 1957 gingen verder, echter aanzienlijk minder ambitieus: op termijn zou de vleugel uitgebouwd worden voor kleedlokalen. Daar bovenop zou een ruimte voor schoolbijeenkomsten en eventueel toneeluitvoeringen komen. Ook moet op termijn een gymnastieklokaal komen. Daarnaast heeft de Stichting ook dan plannen voor een kleuterschool op het terrein.
Bij de opening
“Vele cadeaus bij opening van nieuwe Nutsschool Gelukwensen voor bestuur architect en aannemer
Het was eigenlijk ’n plechtige, officiële gebeurtenis waarvoor zaterdagochtend het bestuur van de Nutsschool vele belangstellenden bijeen had geroepen: de opening van een prachtig, gloednieuw schoolgebouw aan de Archipelstraat. Veeleer echter maakte deze samenkomst de indruk een gezellige familiereünie te zijn, waarop alle genodigden zich reeds lang te voren hadden verheugd. Op deze dag mocht blijken dat weliswaar voor „het Nut” in korte tijd enorm veel veranderd en verbeterd is, doch dat bij alle vernieuwingen de goede, hartelijke sfeer die traditioneel bij de Nutsschool behoort, ongewijzigd is gebleven. Speciaal de talrijk opgekomen oud-leerlingen, van wie velen thans vooraanstaande posities in den lande innemen, hebben dat met waardering ervaren.
Mooi en doelmatig gebouw
De genodigden werden in het handenarbeidlokaal verwelkomd door de Voorzitter -de heer E. F. Zaalberg van Zeist. Met gepaste trots maakte hij er melding van dat in de Nutsschool — afgezien van de vakantie — reeds 138 jaar aan één stuk onderwijs wordt gegeven. Gedurende 70 jaar was de school gehuisvest aan het ‘Hertogplein vooral na de oorlog werd het duidelijk dat vernieuwing noodzakelijk was. Pas in 1954 gelukte het dit bouwplan op de urgentielijst geplaatst te krijgen. Het is de bedoeling geweest een geheel nieuw Nutscomplex te stichten. Toen dit al te bezwaarlijk bleek te zijn, werd op voorstel van de heer F. Verschuur besloten tot afzonderlijke vestiging van de kleuterschool en de lagere school. Gehoopt wordt, dat over niet al te lange tijd toestemming wordt verkregen om het nu geopende gebouw uit te breiden met een gymnastieklokaal en een schoolzaal. Bijzonder erkentelijk toonde de heer Zaalberg van Zeist zich jegens de architect ir. F. M. Oswald en het aannemerbedrijf N.V. Tiemstra, speciaal de heer G. J. Tiemstra, die zich met bijzondere zorg hebben ingespannen de belangen van het Nut en een school hebben afgeleverd die aan alle verlangens ruimschoots voldoet. In zijn dankwoord betrok de voorzitter ook de beeldhouwer Charles Hammes en de leerlingen die onder leiding van de heer J. Derks een mooie vlakversiering ontwierpen.
Eerste „vervanging”
Wethouder mr. J. J. de Haas prees J J de bouw en de inrichting van de school, waarbij hij opmerkte dat een kind zeer gevoelig is voor sfeer. Vooral hieraan is bij de stichting van het gebouw ruime aandacht besteed. Er wordt in het land geklaagd over een ontstellende achterstand op het gebied van het onderwijs, aldus de wethouder. Dat met name in Nijmegen sinds 1953 toch wel het een en ander tot stand is gebracht blijkt uit het volgende overzicht: drie scholen voor v.g. l.o., 5 scholen voor Ulo, 3 scholen voor blo, vier kleuterscholen en 17 scholen voor lager onderwijs. Voorts zijn vier scholen in aanbouw, twee zijn er juist aanbesteed en dan liggen nog plannen gereed voor tien andere scholen. Inmiddels is een nieuwe fase ingetreden: de vervanging van oude schoolgebouwen door nieuwe. Het Nut heeft hiervan het eerst kunnen profiteren. De wethouder bracht hulde aan de heren Oswald en Tiemstra, die een van de schoonste en doelmatigste schoolgebouwen van deze stad hebben gesticht-Met de wens dat „Het Nut” in nieuwe omgeving dezelfde goede reputatie zal behouden als steeds het geval was aan het Hertogplein, verklaarde mr. De Haas het gebouw voor geopend. Vele sprekers boden hierna hun gelukwensen aan. De heer C. Varkevisser sprak namens De Spaarbank te Nijmegen en bood een bakoven over het handenarbeidlokaal aan. De heer G. J. Tiemstra, zelf oud-leerllng van het Nut, verheugde er zich over dat zijn bedrijf dit gebouw tot stand had mogen brengen. Als blijvende herinnering bood hij een fraai schilderij van de kunstschilder Hermans aan.
Grote gemeenschap
De heer L. Kiestra, die de Bond van Bijzondere Neutrale Scholen vertegenwoordigde, ging in een gloedvol betoog nader in op de grote waarden van deze vorm van onderwijs. Men heeft zich afgevraagd, hoe vele ouders er toe konden komen hun kinderen te sturen naar ’n totaal verouderd schoolgebouw als dat aan het Hertogplein. Spreker somde daar drie redenen voor op: „Het Nut” heeft In Nijmegen een zekere traditie; het bezoeken van deze school behoorde vaak tot de goede opvoeding. Want ook al was het gebouw vervallen: „Het Nut” behield een uitstekende naam. Belangrijk Is vooral steeds geweest, dat deze school gedragen wordt door een gemeenschap van ouders, oud-leerlingen en geïnteresseerden, die er veel voor over hebben dit instituut in stand te houden en die hiervoor ijveren op een wijze die de overheid — ook al zou ze dat willen — niet kan overtreffen. Vooral deze voortdurende interesse van een grote gemeenschap, schept ’n sfeer die men op een school van de overheid moet missen. Er wordt voortdurend naar gestreefd de kinderen naast kennis een zo veelzijdig mogelijke ontwikkeling bij te brengen. Dit gebeurt in een geest van grote verdraagzaamheid, waarbij kinderen betrokken zijn van alle levensrichtingen. Het bijzonder neutraal onderwijs levert hiermee een belangrijke bijdrage aan de vorming van de Nederlandse staatsburger, aldus de heer Kiestra.
Gelukwensen
Woorden van gelukwens werden hierna nog gesproken door de rector van het Stedelijk Gymnasium dr. N. Prins, mr. L. Keyzer namens de HBS en de heer C. Burki namens de Nijmeegse schoolvereniging en de schoolvereniging „De Leerschool”, waarbij hij sprak over de betekenis van het contactorgaan voor neutraal bijzonder onderwijs te Nijmegen. De heer Charles Hammes betuigde namens de vrije academie voor Beeldende Kunsten zijn dank voor de gastvrije huisvesting die „Het Nut” de academie heeft verstrekt en bood een sierpot aan. De rector van het Nijmeegs Lyceum de heer M. Bunt getuigde als laatste spreker met waardering van de goede contacten tussen het Nut en het Lyceum. De heer Zaalberg van Zeist dankte de sprekers afzonderlijk en richtte zich hierbij ook tot de heer Maurits J. Drukker, die als oud-leerling de historische schoolbel heeft gekocht die behoorde bij het oude gebouw en na restauratie de bel voor de nieuwe school heeft aangeboden.
Nog meer gaven
Ineen speciale samenkomst van oudleerlingen en ouders werd later op de ochtend door de heer D. van Aalst ’n projectie-apparaat aangeboden. Dit geschenk werd onthuld door dr. L. Ramondt. ’s Ochtends was door de tegenwoordige leerlingen een fonteintje aangeboden ter verfraaiing van ’t schoolplein. Van de gelegenheid om het gebouw en de geschenken te bezichtigen, werd inde middaguren door zeer vele ouders en belangstellenden gebruik gemaakt.” (Nijmeegsch dagblad, 6-7-1959)
Waardering
Juni 2016; in juli 2014 waren de lage bijgebouwtjes er nog niet, in augustus 2018 zijn deze verdwenen. Google Streetview
“Het gebouw is van groot cultuurhistorisch belang vanwege de belevings- en herinneringswaarde voor grote groepen kinderen die hier zijn gevormd en NUTS onderwijs hebben genoten. Daarnaast is het van belang als herinnering aan de verzuilde vroeg-naoorlogse samenleving met eigen voorzieningen voor elke (geloofs)overtuiging en als toonbeeld van de verzorgingsstaat in opbouw waarin voorzieningen voor basisonderwijs gelijke tred moesten houden met de ongekende groei van de bevolking en sterke uitbreiding van de stad. Het gebouw is van architectuurhistorisch belang als goed en herkenbaar voorbeeld van een portiekschool, uitgevoerd in een vrij uitzonderlijke en goeddeels gaaf behouden frivole shake handsarchitectuur van architect Oswald.
Het gebouw is van stedenbouwkundig belang vanwege de ligging binnen het beschermd stadsbeeld Indische buurt. Het stedenbouwkundige ruimtebeeld in de Molukkenstraat is sterk: twee jaren vijftig portiekgebouwen met omhaagde voortuinen aan weerszijden van de straat. Teleurstellend is de stedenbouwkundige uitwerking en het ruimtebeeld aan de doorgaande Archipelstraat en aan de veelsprong met plantsoen in de Borneostraat. Op deze stedenbouwkundig markante plekken zijn alleen blinde kopgevels en een rommelig inkijkje op het desolate speelterrein. Enkel vanuit het gebouw en de bezonning beredeneerd is de oplossing met blinde kopgevels begrijpelijk, maar vanuit de stedenbouwkundige context bezien schiet het ontwerp hier tekort. Vermoedelijk is dit ook de reden waarom de Nutsschool geen status heeft gekregen binnen het beschermd stadsbeeld.”
Juni 2016: laatste Google Streetview van de Blauwe Buut als school
Vervolg: appartementen
September 2022, Google Streetview
De school heeft tot 1997 dienstgedaan als Nutsschool. Daarna fuseerde het met Basisschool de Buut en heette het de Blauwe Buut. Deze school heeft tot 2016 bestaan.
Sloop gymzaal, behoud school
Aanvankelijk waren er plannen om zowel de gymzaal als de school te slopen. De gymzaal werd gesloopt, maar de buurt wist de sloop van de school te voorkomen. De school wordt verbouwd tot een aantal van deze appartementen. Daarbij kreeg de buurt deels haar zin: wel behoud van de school, maar ze was tegen de bouw van sociale huurwoningen. Het tweede blok appartementen is georiënteerd op de Archipelstraat.
Daarbij krijgen de appartementen een gemeenschappelijke tuin. Een soort gesloten binnenhof voor parkeren en groen door de beide gebouwen, de fietsenstalling en de naast het complex liggende Archipelhof.
Op de hoek van de Palembangstraat komen 3 vrijesectorwoningen.
Appartementen
Nieuwe Buut, hoek Archipelstraat Molukkenstraat (maart 2026)
De school is verbouwd tot 16 appartementen. Een deel van de portieken is bij de lokalen getrokken. Ze zijn verbouwd tot het toilet en bergingen. In de verbouwde lokalen zelf bevinden zich de woonkamer, keuken en twee slaapkamers.
Bovendien kwamen 8 nieuwbouw appartementen in houtskeletbouw. “Daarnaast is een tweelaagse uitbreiding in houtskeletbouw gerealiseerd met 8 appartementen, waarbij het gevelontwerp een hedendaagse interpretatie geeft aan het oorspronkelijke ontwerp door de ritmiek van de gevelopeningen en een stripstalen balustrade.” (https://www.architectuurcentrumnijmegen.nl/single-post/molukkenstraat)
De opening vond plaats in mei 2024, opdrachtgever was Woningcorporatie Woonwaarts. Zie voor het project de website van opZoom.
“Architectenbureau opZoom is de architect van deze transformatie. Door de huidige portieken in het schoolgebouw bij de lokalen te trekken en de trapopgangen te verwijderen, ontstaat een nieuwe ontsluitingstructuur. Deze ontsluiting maakt het mogelijke alle appartementen vanuit één stijgpunt te bereiken. De te realiseren galerij wordt extra breed uitgevoerd zodat deze tevens dienst kan doen als buitenruimte aan de appartementen op de verdieping. Het gevelontwerp voor de nieuwbouw borduurt voort op de shake handsarchitectuur van het bestaande schoolgebouw en geeft hier een hedendaagse interpretatie aan.” (https://www.hendriksbouwenontwikkeling.nl/projectoverzicht/molukkenstraat/)
Broerstraat met Molenstraatkerk in feeststemming (november 2025)
De Broerstraat is de belangrijkste winkelstraat van Nijmegen.Het dankt haar naam aan de middeleeuwse Dominicuskerk, oftewel de Broer- of Broederenkerk. Rond 1900 werd de Broerstraat een van de belangrijkste winkelstraten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de straat vrijwel volledig verwoest. In de jaren 50 vond de wederopbouw plaats.
Op deze pagina staan de reeds verschenen blogs weergegeven die over de Broerstraat in heden en verleden gaan. Eerst een korte geschiedenis.
Voor de oorlog
Dominicuskerk
Broerstraat met Dominicuskerk/Broederenkerk, ongeveer 1900-1910 (Uitg. A.A. van der Borg via F18091 RAN CCBYSA)
De Broerstraat is vernoemd naar de Predikbroeders, oftewel de Dominicanen.
6 Dominicanen kregen in 1293 de beschikking over een kapel van Tilman Werenbertsz, heer van Ubbergen, aan de tegenwoordige Broerstraat. Rond 1373 lieten zij een kerk, de Broer-/Broederen- of Sint Dominicuskerk bouwen.
Van katholiek naar protestants en weer katholiek
Sinds 1579 -de Tachtigjarige Oorlog- was de kerk voornamelijk protestants. In 1794 vatte de kerk vlam door de beschieting door de Fransen, waarbij de toren instortte. Uiteindelijk gaf koning Lodewijk Napoleon Bonaparte de kerk in 1808 weer terug aan de katholieken en kwam ze bij de Dominicanen terug. In 1810 kon er voor het eerst weer een katholieke dienst worden gehouden. Tussen 1830 en 1833 vond een restauratie plaats, waarbij de kerk in 1833 opnieuw werd ingewijd.
Neogotiek
Van 1864 tot 1885 werd de St. Dominicuskerk hersteld en uitgebreid in neogotische stijl. In 1866 kreeg de kerk een uitbreiding in de vorm van een zijbeuk, zodat het een driebeukige kerk werd. In 1877 volgde een gedeeltelijke vernieuwing van de gewelven. In 1885 kreeg de kerk een nieuwe voorgevel met haar karakteristieke toren. De architect was P.J.H. Cuypers.
Verwoesting
De kerk en het naastgelegen klooster raakte gedeeltelijk verwoest tijdens de gevechten rond Market Garden.
De Dominicanessen besloten om in de nieuwbouw van de wijk Galgenveld een nieuw kerkgebouw met parochiecomplex (pastorie, school en parochiehuis) te bouwen. Ook was er een klooster voorzien, die echter niet is gerealiseerd.
De kerk en het klooster zouden nog 6 jaar als ruïne blijven bestaan. Er was herstel mogelijk. Toch werd er in 1950 besloten tot sloop, welke in 1951 daadwerkelijk plaats vond.
Het Sint Canisiushotel annex restaurant en café dat op 28 september 1904 geopend werd. Het gebouw gebouwd op de fundamenten van het uit de middeleeuwen stammende geboortehuis van Petrus Canisius was een spraakmakend ontwerp van Oscar Leeuw; zijn broer Henri maakte de wandschilderingen in het gebouw. Door het bombardement van 22 februari 1944 ging dit prachtige pand verloren, Broerstraat 36 (oud) 28/9/1904 (GN11374 RAN)
Op de hoek met de toenmalige Beynumgas stond het geboortehuis van Petrus Canisius.
Winkelstraat
Broerstraat gezien vanuit de Korte Molenstraat; rechts de Gruitberg, 1900 (Vivat Amsterdam via F15084 RAN)
Na de afbraak van de stadsmuren werd de Broerstraat samen met de Burchtstraat de belangrijkste winkelstraat. Deze liep wat kronkelig en het betrof veelal kleinere, locale winkels. Bij de kruising met de Burchtstraat was er sprake van een vernauwing.
Oorlog
De Broerstraat is een van de straten die tijdens de oorlog het zwaarst getroffen is door het bombardement van februari 1944 en daarnaast door de gevechten rond Market Garden in september 1944. De kerk raakte beschadigd. Er werd besloten deze niet opnieuw op te bouwen, maar een nieuwe Dominicuskerk naar de wijk Galgenveld te verplaatsen.
Bij de wederopbouw is de straat iets verbreed, om deze beter geschikt te maken voor auto. Wel is het vooroorlogse, iets gebogen verloop van de straat aangehouden. Veel bedrijven zijn (vrijwel) op dezelfde teruggekeerd als van voor de oorlog, hoewel een aantal percelen zijn samengevoegd. Bij het wederopbouwplan maakt de straat onderdeel uit van het commerciële hart van het plan: de winkelloop Broerstraat – Burchtstraat en Plein 1944.
De voorgevels van de straat zijn volledig gesloten, op de doorgang van ‘t Kerkegasje na. De gedachte hierachter was dat de bevoorrading van de winkels vanuit de achterkant, die uitkomen op expeditiehoven, zouden plaatsvinden. Zo zou het winkelend publiek geen hinder ondervinden van de bevoorrading.
Verscheidenheid en eenheid in wederopbouwarchitectuur
De supervisor, W.J. Gerretsen pakte de panden pandsgewijs aan, waarbij steeds verschillende architecten betrokken waren. Daardoor zijn er verschillen in kleuren, vormen en materiaal. Door rekening te houden met het ritme en de continuïteit van de gevelwand, ontstaat er wel een soort eenheid. De detaillering is vaak te vinden in toevoegingen als mozaïeken, reliëfs en balkons. De stijl van de panden varieert van traditionalistisch tot modernistisch tot een mengvorm daarvan. Veruit de grootste in de Broerstraat is de voormalige Vroom en Dreesmann. Daarnaast zijn de er grote winkels op de hoek met Plein 1944.
Broerstraat belangrijkste winkelstraat
De Broerstraat werd de belangrijkste winkelstraat van Nijmegen. In de jaren 60 werd de Broerstraat de eerste straat van het centrum die voor auto’s werd afgesloten. Aanvankelijk kwamen er volop vitrines en bloembakken midden in de straat te staan. Een mooie foto is te vinden op Noviomagus.
In het Centrum 2000 plan bleef de Broerstraat haar belangrijke rol houden: de aanleg van de Marikenstraat had als doel om bij het winkelen een vierkant te kunnen lopen van Broerstraat, Burchtstraat en dan terug via het Koningsplein.
De laatste jaren is er in zijn algemeenheid een grotere waardering voor de wederopbouwarchitectuur. In de loop der jaren is aanvankelijk veel is vertimmerd, zodat veel van de oorspronkelijk open architectuur verloren is gegaan. Mijn persoonlijke indruk is dat de huidige winkeliers de laatste jaren juist weer meer naar de openheid van het oorspronkelijke werk lijken te streven.
Broerstraat Vooraf: parfumerie-kraam L.F. Vosveld van Boeckholt heeft in oktober 1880 en 1881 -waarschijnlijk tijdens de najaarskermis- zijn standplaats van…
Zaadhandel Lahey en Fliervoet architect van Veen en Braam
Gezien vanuit de Molenstraat ,links Boekhandel Kloosterman, rechts schoenenwinkel Van Haren op de hoek met de Pauwelstraat en daarachter Zaadhandel Lahey & Fliervoet, Broerstraat, 23/10/1950 (F12976 RAN)
“Zaadhandel Lahey en Fliervoet in Broerstaat herbouwd
Binnenkort is het alweer twee jaar geleden dat de eerste pionier in de Broerstraat, de fa. van der Borg, zijn bouw gedeeltelijk voltooid zag. Goed voorbeeld deed goed volgen en al moest de pionier dan ook geruime tijd een eilandbetaan leiden, thans mag wel worden gezegd dat het hek gelukkig van de dam is en het ene pand na het andere weer successievelijk in de Nijmeegse Kalverstraat wordt opgericht.
De zaadhandel van de firma Lahey en Fliervoet, vóór de stadsbrand in de Houtstraat gevestigd, is gistermiddag in de Broerstraat no. 45 heropend. In een fraai modern pand dat onder het architectenbureau van Veen en Braam te Nijmegen tot stand kwam, en door het aannemersbedrijf van Gebr. Sutmuller, eveneens alhier, werd uitgevoerd.
Opvallend is de verzorgde stijl van dit winkelpand, dat zijn plaats in deze omgeving met ere inneemt.
De pui bestaat uit een combinatie van vert de Suède marmer met Java teakhout en doet, evenals de winkel met zijn rustige verlichting en mooie betimmering warm aan. Achter de ruime winkel bevindt zich het kantoor en een apart pakhuis voor fijn tuinzaad. De pakhuisruimte voor het bewaren van de zaden in uitgebreide sortering is beneden, in de kelderruimte, waar de centrale verwarming speciaal voor lage temperaturen is ingericht.
Het was niet zonder reden dat de mede-firmant de heer Chr. Lahey gistermiddag bij de opening van de nieuwe zaak, waarin tal van bloemstukken prijkten, een waarderend woord sprak tot de architect, de aannemer en tot allen die aan de bouw hebben meegewerkt.” (De Gelderlander 28/10/1950)
Verbouwing Neijboer, architect Verburgh
1891 Broerstraat 29-31 (bij opening)
“Wijst de voortdurende uitbreiding onzer buitenwijken, waar steeds nieuwe sierlijke villa’s en practisch ingerichte woonhuizen verrijzen, op de snelle toeneming der bevolking, niet minder geven de vele nieuwe magazijnen en vooral de verbouwing van een aantal reeds lang bestaande winkelhuizen het bewijs van den bloei en den vooruitgang onzer stad, waardoor tegenwoordig eene wandeling in de hoofdstraten vooral bij avond voor velen een groote aantrekkelijkheid heeft. Bijna dagelijks kan men b.v. in de Burchtstraat, de Broerstraat, de Hezelstraat, op de Markt enz. nieuwe of meer naar de eischen des tijds ingerichte magazijnen waarnemen, die van de vindingrijkheid en ondernemingsgeest onze neringdoende ingezetenen getuigen. Zoo werd weder gisteren avond door den heer F.J.S.H. Neijboer, Broerstraat 39 en 31, zijn door den heer C. Verburgh Jr. alhier tot een dubbel winkelhuis verbouwde van ouds gunstig bekende Heeren-Kleedingmagazijn op nieuw geopend. De eene zijde behoudt hare vroegere bestemming, terwijl de andere zijde tot Heeren Hoeden-Magazijn is ingericht. De sierlijke etalage met de prachtige verlichting trekken de aandacht van elken voorbijganger. Vooral in het Hoeden-Magazijn zijn de nieuwste modellen in alle genres te zien. Ongetwijfeld zal de heer Neijboer zich bij zijne nieuwe inrichting in een toenemend debiet mogen verheugen.” (PGNC 1/11/1891)
Chicago-Bioscope
1912 Broerstraat 40 (verwoest)
Zaal van de medio 1912 geopende en door het bombardement van 22 februari 1944 verwoeste bioscoop Chicago, Broerstraat 40, 1912-22/2/1944 (GN11189 RAN)
“Chicago-Bioscope.
Wij hebben wederom niets dan goeds te melden over de filmseries welke den bezoekers van de steeds gezellig gevulde zaal der Chicago-Bioscope worden geboden. “De Voddenraper van Parijs” was het driedeelig hoofdnummer van het programma van Vrijdag en Zaterdag. Spel, enscenering en opname waren perfect.
Een kleurenopname van Eclair van de bekende Willy was allerleukst terwijl de extra van Selig “de Stuurman der Bessie Harder” een prachtfilm was. Ook de overige nummers “deden” het goed.
Zondag en gisteren zagen we “Tersicore” een drie-acter, waarin de Spaansche danseres Tersicore eerst de liefde verstoort eener prinses doch later de verloofden weer tot elkaar brengt. Een tweedeelige Engelsch-Indische opname “de Wijze Olifant” gaf bewonderenswaardig werk te zien. “Tuilerieën van Parijs”, “Jong-Italië”, “Léonce” enz. waren verder alle uitstekende beelden.
Heden gaat ook een nieuw programma tot en met Dinsdag. Als hoofdnummer “Zigeuner’s Minnestrijd”, een film in meerdere deelen en waarin een groot stierengevecht moet voorkomen: De roep over deze film is uitmuntend, zoodat we iets moois verwachten mogen. Ook het overige programma pakt door aantrekkelijke titels.
De verbouwing nadert haar voltooiing. Men heeft reeds het bijzondere projectiedoek van de schutting verwijdert om het op het tooneel te monteeren en behelpt zich thans op een soort wit doek. Het beeld is wel iets minder helder voor een nauwkeurig opmerker, doch Vrijdag a.s. zal reeds de geheele schutting verdwenen zijn. Het euvel is dus van voorbijgaanden aard, als het al een euvel zijn mocht. Op de verbouwing komen wij nader terug.” (PGNC 24/9/1913)
Het interieur in de Chicago Bioscoop, Broerstraat, 1932 (F15285)
De projector met bijbehorende apparatuur van het Chicago Theater, Broerstraat, 1942 (GN11241 RAN)
Tijdens het bombardement werd ook de Chicago Bioscoop verwoest. Bij de wederopbouw werd de Carolus Bioscoop haar opvolger:
Het was lange tijd een van de trotste gebouwen van Nijmegen: de Carolus Bioscoop. Geopend in 1954, was het een van de belangrijkste voorbeelden van de Nijmeegse wederopbouw. De architect was Henri van Vreeswijk, bekend om zijn akoestische kennis.
Maison de Nouveauté’s
Verbouwing Maison de Nouveauté’s (De Gelderlander 20/3/1930)
“Uitbreiding Maison de Nouveauté’s
De modern winkelpuien maken een straat aantrekkelijker, voor het koopend en wandelend publiek.
En waar drukte is, is handel.
Om nu aan die aantrekkelijkheid mede te werken heeft Maison de Nouveauté’s haar pand aan de Broerstraat 12 van een geheel gemoderniseerden voorgevel voorzien. De styleering van de enkele meters dieper geworden entree verhoogt den modernen aanblik der Broerstraat, waar reeds verschillende architekten van naam hun ideeën tot uiting brachten. Bij dezen verbouw is weelderig met kathedraal glas gewerkt, het aspekt van den winkel werd hierdoor niet geschaad. Een diffuus, doch helder door Zeiss-lampen verkregen licht verhoogt vooral des avonds de aantrekkelijkheid der etalages, die wat ekspositie aangaat op artistiek peil staan. De symmetrische lijn der etalages brengt voornaamheid in den bouw en zal de dames imponeeren.
Voile en zijden stoffen, waarvan Maison de Nouveauté’s een pracht-kollektie in voorraad houdt, zijn hier de specialité’s van het huis.” (De Gelderlander 20/3/1930)
Magazijn Meuwese van Gerve architect van Gils
1919, Broerstraat 64
Overname Gebr Hamer door Meuwese van Gerve, Broerstraat 64 (PGNC 24/3/1919)
“Magazijn Meuwese- van Gerve.
Hedenavond heeft de opening plaats van het magazijn der N.V. Industrie- en Handels-Maatschappij M. Meuwese-van Gerve, dat gevestigd is in het pand waarin jaren lang de Gebr. Hamer hun zaak in koloniale- en grutterswaren hebben gedreven. Is er in den aard van het bedrijf dus weinig gewijzigd, al heeft het een groote uitbreiding verkregen doordat veel meer andere artikelen worden verkocht- in zijn uiterlijk herinnert niets aan de vroegere zaak. Het pand is geheel verbouwd en het winkelhuis doet denken aan de zoo vaak reeds gememoreerde Phoenix die, uit haar asch verrezen, door een ieder met bewondering wordt aangestaard.
Het is dan ook een juweeltje, zoowel uit- en inwendig, het nieuwe magazijn van de firma Meuwese-van Gerven. Uit alles spreekt het streven van deze maatschappij om het nuttige en het artistieke hand naar hand te doen gaan. Door het fraaie interieur der zaak zoowel als door de keurige verpakkingen en reclame-artikelen waarmede de firma naar buiten spreekt, ontwikkelt zij ongetwijfeld den schoonheidszin van het publiek. Daarbij zal dit aanstonds waardeeren, dat er nog een andere factor is, die met de genoemde samengaat: de bevordering van zindelijkheid en hygiëne. Want met één oogopslag constateert de bezoeker, dat in dezen winkel met zijn rijkdom van marmer, tegels, wit-cement muren, vloeren van ingelegde steen, koper, zink en glas verontreiniging van de waren haast eene onmogelijkheid is en deze dan ook op de beste wijze worden verzorgd.
Het lijkt ons onnoodig tot in bijzonderheden te wijzen op al hetgeen op dezen winkel zijn stempel van artisticiteit drukt. Wie er binnentreedt ontwaart onmiddellijk, dat hier een kunstenaar het ontwerp heeft geleverd. Niemand minder dan de dezer dagen overleden beroemde architect Jac. van Gils is dan ook bouwmeester van de winkels der firma Meuwese-van Gerve, waarvan deze nieuwe wel spoedig door velen zal worden bewonderd.
En wat betreft de groote verscheidenheid van artikelen, welke in deze zaak voorhanden zijn, een blik op eene advertentie elders in dit nummer geeft antwoord op alle vragen te dien aanzien.
Voor de Broerstraat is het nieuwe magazijn stellig een aanwinst.” (PGNC 25/10/1919).
In 1919 is er een verbouwing, waarbij de winkel tijdelijk is gevestigd in Houtstraat 2.
In het Julianapark staan een aantal prachtige, oude bomen en daarnaast veel moderne beelden. Oorspronkelijk lag hier Fort Kijk in de Pot en daarna een begraafplaats. Van deze begraafplaats resteert alleen een deel van de Protestantse graven.
Aangezien het grenst aan de Wedren en zelf deels gebruikt wordt tijdens de Vierdaagse, verwijst een deel van de beelden naar dit wandelevenement.
Julianapark aan de Prins Hendrikstraat met veel oude bomen en moderne sculpturen
Vooraf: van Lunetten tot Begraafplaats
De uitstulping linksboven zijn de lunetten Kyk in de Pot met daarachterSteene Kruys: Vesting Nijmegen in NIMEGUE/ G.Brakel ; del 1714 ; [rechtsonder in kader] / Ville forte dans la province | de Gueldre, avec les nouvelles |Fortifications | de Monsieur Coehoorn, 1714 (KPA-II-21 RAN)
Het park bevindt op de begraafplaats van de Stenenkruisstraat. Voordat hier een begraafplaats werd aangelegd, was het eeuwenlang de locatie van Fort Kijk in de Pot: de uitstulping linksboven op de kaart geeft de lunet Kijk in de Pot aan, met daarachter de lunet Steenen Kruys. Alleen de straatnamen herinneren nog aan deze forten.
Betekenis “Kijk in de Pot”
Deze lunetten waren rond 1700 aangelegd onder leiding van Menno van Coehoorn. De naam “Kijk in de pot”, of het verwant met namen als “Kijk in de Köken” zijn in meerdere plaatsen bekend voor een fort dat diende als uitzichtspunt om te zien of er een vijand aankwam. Deze lag zo hoog, dat men als het ware in de pot of keuken van de vijand zou kunnen kijken. Ook Deventer (16e eeuw) en Bergen op Zoom kenden een Kijk in de Pot. Waarbij die van Bergen op Zoom eveneens is aangelegd door van Coehoorn. Ook Banda, Tallinn, Danzig en Magdeburg hebben een fort met een dergelijke naam.
Verbouwing tot fort
Het omgebouwde Fort kijk in de Pot, 1862-1890 (GN10965 RAN)
Tussen 1861 en 1862 werden de lunetten verbouwd tot Fort Kijk in de Pot als onderdeel van de 19e eeuwse verdedigingsring. Hiervan was P.L. Teeuwissen de aannemer.
Dit fort heeft slechts 20 a 30 jaar bestaan: in De wikipedia over Altrade noemt 1880 als het jaar van sloop, die over het Julianapark noemt 1894.
Alleen de straatnaam herinnert nog aan het fort.
Begraafplaats
Begraafplaats Prins Bernhardstraat (maart 2024)
Daarna kwam de locatie in gebruik als Algemene begraafplaats. Deze begraafplaats aan de Stenenkruisstraat was de eerste buiten de wallen.
In de 19e eeuw kwam het verbod om doden binnen de stadsmuren te begraven. Allereerst vanaf 1810, na de inlijving van het Koninkrijk Holland bij het Franse Keizerrijk, mochten doden niet meer binnen de stadsmuren worden begraven. Daarop besluit het stadsbestuur p 13 november 1810 om een algemene begraafplaats aan te leggen buiten de Hertogsteegpoort, wat de later de Stenenkruisstraat is. Dit terrein was onderdeel van de vestinggronden dat in 1808 door Lodewijk Napoleon aan de stad had gegeven. De eerste begrafenis op deze nieuwe plek vond op 20 mei 1811 plaats. (in Pardisum https://stichtinginparadisum.nl/begraafplaatsen/stenenkruisstraat/).
Ook de wet uit 1829 – de Fransens waren immers weer vertrokken- bepaalt dat steden met meer dan 1.000 inwoners hun begraafplaats buiten de wallen moet hebben. Wanneer men precies gestopt is om overledenen (ook?) op het Stevenskerkhof te begraven, is mij niet bekend: 1810, 1829 of mogelijk zelfs 1869 (de Begraafwet). In ieder geval werden in de loop van de 19e eeuw de graven rond de kerk werden geruimd, waarbij beenderen werden overgebracht naar de Stenenkruisstraat.
Van links naar rechts een afzonderlijke locaties voor Joden, Protestanten en Rooms-Katholieken.
Plattegrond van de Algemene Begraafplaats aan de Stenenkruisstraat: van links naar rechts het Joodse, Protestantse en Rooms-Katholieke deel, 1900 (F33595 RAN)
Van buiten naar binnen bebouwde kom
Begraafplaats Prins Bernhardsttraat (maart 2024)
In eerste instantie lag de begraafplaats daadwerkelijk buiten de bebouwde kom. Het grensde daarbij aan de Wedren. Nijmegen groeide en om het kerkhof wel volop gebouwd. In 1905 werd de begraafplaats gesloten, waarop het daarna in verval raakte.
In 1925 vond de ruiming plaats van het noordelijk deel en in 1926 van het zuidelijk deel. Het middelste, protestante, deel bleef gehandhaafd. Hier lagen veel welgestelde Nijmegenaren. Rondom deze begraafplaats werd een hek geplaatst. Daarnaast zijn er nog 2 zerken in het Julianapark.
Op 20 mei 1926 vond de opening van het park plaats, hoewel de daadwerkelijke aanleg nog feitelijk moest beginnen: in 1927 het noordelijk deel en in 1928 het zuidelijk deel. Daarbij werd het park vernoemd naar de (toenmalige) prinses Juliana.
Tijdens de Tweede Oorlog was de officiële naam “Centrumpark”.
Vervolg park
In de jaren 50 moest een deel van het park in het noordoosten plaats maken voor de Doopsgezinde kerk. Een deel van het park is in gebruik als hondenuitlaatplaats, speeltuin en skatepark.
Beelden in het Julianapark
In het park zijn veel beelden te zien, waarvan een deel verwijst naar de Vierdaagse. Een deel van het park wordt dan gebruikt als onderdeel van het start- en finishterrein en een fietsenstalling.
Vanwege de 50e Vierdaagse werd een beeld geplaatst naar ontwerp van Vera Tummers-van Hasselt. Het stelt een jongen (de start) en meisje (de finish) voor, waarbij het meisje bloemen in haar handen heeft.
Deze plaquette is een gedenksteen voor de Vierdaagse van 2006. Niet alleen voor de 2 overleden wandelaars, “voor ‘allen die tijdens of ten gevolge van deelname aan de Vierdaagse’ gestorven zijn” Het ligt sinds 2007 in de buurt van de Wedren, bij het beeld van het Vierdaagsemonument.
Het planten van de Beatrixboom ter ere van de geboorte van de prinses. Het meisje met de schop op de rug gezien is Riet Vogelsang. Op de achtergrond de Van Gentstraat, 1/2/1938 (Fotopersbureau Gelderland via GN15491 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
Het Julianapark kent een aantal bijzondere bomen:
Julianaboom, een witte paardekastanje in verband met de troonbestijging van Juliana, 1948
Beatrixboom, ter gelegenheid van haar 12,5 jubileum als koningin, 1993
Het planten van de Julianaboom in het Julianapark, 4-9-1948 (GN4966 RAN)Julianapark met Vierdaagsebeeld (oktober 2025)Bordje bij boom Julianapark (oktober 2025)Julianapark in de herfst (oktober 2025)Park/ hondenuitlaatplaats bij Julianapark, aan de overkant van de Prins Bernhardstraat (maart 2026)
Voormalige Daniëlskerk architect L.J. de Bruijn, huidige situatie (maart 2023)
De Maria ten Hemelopnemings kerk, ook wel Daniëlskerk genoemd, is ontworpen door de architect Lambert (L.A.J.) de Bruijn. Het is het enige kerkgebouw in de functionalistische stijl van Nijmegen. Het deed van 1962 tot 1999 dienst als kerk.
Daarna volgde een omvangrijke verbouwing als vestiging voor de Driestroom: een thuis voor gehandicapte jongeren die zoveel mogelijk zelfstandig kunnen leven. Daarnaast een kinderdagverblijf en dagbesteding voor moeilijk lerende kinderen. Het woongedeelte werd in 2019 opgeheven en is momenteel gebruik als noodopvang voor Oekraïense vluchtelingen.
De kerk
Straatbeeld, beginjaren zestig met links de pas voltooide Maria ten Hemelopnemingkerk (architect L.A.J. de Bruijn) en de kruising met de Boksdoornstraat (links) en Kaaplandstraat (rechts). Op het einde van de straat, achteraan, de witte boerderij van de familie Cornelissen en de links naastgelegen (donkere) van de familie Van de Water, 24/7/1962 (Fotopersbureau de Gelderlander F20107 RAN auteursrechthouder J.F.M. Trum CC-BY-SA)
Lambert de Bruijn ontwerpt in 1959 de kerk Maria ten Hemelopneming, die vooral bekend is als Daniëlskerk in de wijk Heseveld. Het komt te liggen aan een plein met een wekelijkse markt. De architect was toen nog deels werkzaam bij het architectenbureau Benning en Fokker uit Nijmegen.
De parochie Maria ten Hemelopneming was in 1956 opgericht. Zij was daarbij een afscheiding van de St. Antonius Abtparochie van Neerbosch: de kerk aan de Dennenstraat begon te klein te worden voor het aantal gelovigen. Aanvankelijk werd in 1956 een noodkerk gesticht, welke zich aan de Kaaplandstraat bevond. Een afbeelding hiervan is bij het RAN weergegeven.
De Bruijn in een interview in 1997: “Dat kun je je nu moeilijk meer voorstellen, maar de parochie was in die beginjaren een bloeiende gemeenschap met ontzettend actief jeugdwerk en verschillende koren. De bouwpastoor zag de bui toen al hangen. Ik kreeg opdracht om een kerk met duizend zitplaatsen te ontwerpen. Hij zei: “Maak er maar zevenhonderd van, het kerkbezoek gaat teruglopen”. Het bisdom wilde echter 1.000 plaatsen.
De aanbesteding van de kerk vond plaats op 9-5-1961. Op 29-9-1962 kon de kerk worden ingewijd. Het is daarmee het laatst gebouwde grote naoorlogse kerk in het bisdom Den Bosch. De kerk zou tot 1999 in gebruik blijven.
Functionalistisch
Voor de kerk zijn moderne materialen gebruikt als staal, beton, glas en aluminium. Allereerst valt de gevel op: een ronde vorm, opgebouwd uit betonnen prefab platen met glasstroken. Daartussen zijn 3 betonnen banden aangebracht. In de onderste strook waren een aantal van de in totaal zestien kruiswegstaties aangebracht.
De ronding wordt afgesloten door twee zijwanden, die bestaan uit schoon metselwerk. Ook de toren is in staal opgetrokken.
Naast de kerk zijn een sacristie en pastorie gebouwd.
Het is het enige kerkgebouw van Nijmegen in de zogenaamde “functionalistische” stijl.
In de functionalistische stijl gaat het om de gedachte dat bij het ontwerp gericht moet zijn op de functie van het gebouw. De vorm, hoe het gebouw er uit ziet, volgt deze functie: “form follows function”. Bij een kerk staat de dienst centraal. De priester en het altaar moeten daarom goed zichtbaar. Daarom koos de Bruijn voor een ronde vorm, waarbij kerkgangers maximaal 15 meter van het altaar zaten. De vloer liep licht op en er waren geen pilaren, die het zicht konden belemmeren.
Het functionalisme komt daarnaast tot uiting in:
De beperkte versiering
De kolommen van de constructie zijn in de kerkzaal zichtbaar. Wel zijn de stalen stalen
liggers met daarop de dakvloer aan oog onttrokken door een schrotenplafond.
Staalconstructie
Een opvallend kenmerk van de kerk is dat het dak een staalconstructie heeft. Waar na de oorlog staal volop werd gebruikt voor de muren, is een stalen constructie voor het dak zeldzaam.
Kruiswegstaties
De kruiswegstaties zijn gemaakt door de kunstenaar Ted Felen. Een van de afbeeldingen is hier te zien.
Architect de Bruijn
Lambert de Bruijn is geboren op Nijmegen 23-6-1921. Hij overlijdt op 4-9-2010 te Beek-Ubbergen. Hij was getrouwd met Joanna Ruijs. In De Gelderlander 22/6/1945 kondigen ze de verloving aan (Joanna is dan geschreven als Johan).
De laatste jaren woonde hij in Ooij. Hij overlijdt in verpleeghuis Kalorama, waar hij al enige tijd verbleef. Zijn initialen zijn L.A.J., hoewel op het bidprentje alleen Lambert staat vermeld. Bij zijn overlijden schrijft Henk Baron (met foto van Lambert de Bruijn): “Dit weekend (4 september) is de architect Lambert de Bruijn uit Ooij overleden. Dhr. de Bruijn woonde, samen met zijn vrouw sinds een aantal jaren in Ooij. Ze waren erg betrokken bij de bevolking en het Ooijse verenigingsleven.”
Op dit moment is het enige andere gevonden werk de zuidvleugel van Augustijnendreef 15 te Eindhoven 1995-1996.
Van dreiging sloop naar Monumentenstatus
Sloop dreigt
Eind jaren 90 kondigt het bisdom Den Bosch aan dat ze de kerk wil slopen: het aantal kerkgangers is terug gelopen en daarmee is tevens het onderhoud niet meer betaalbaar. Vanuit projectontwikkelaars was er interesse om hier duurdere koopwoningen neer te zetten. Het schrikbeeld daarbij was “Vissers in de kerk”: de meubelzaak die in de jaren 70 de Heilig Hartkerk in de Krayenhofflaan zou betrekken. Dan liever sloop, volgens het bisdom. En ook volgens architect de Bruijn, die de kerk graag behouden ziet voor een maatschappelijke functie: “Ik zou graag zien dat de kerk behouden blijft, maar niet tot elke prijs.”
Protest
Vanuit een aantal kanten kwam protest. De dochter van L.A.J. de Bruijn weet samen met omwonenden de sloop van de kerk te voorkomen. Ook de Historische Vereniging Numaga en de Bond Heemschut overtuigden de gemeente dat er geen sloopvergunning voor het pand mocht komen. Bij veel buurtbewoners ligt de kerk na aan het hart. En het gebouw is de enige kerk in de functionalistische stijl.
Aanwijzing monument
Daarop wijst de gemeente de kerk in 1999 aan als gemeentelijk monument, waarmee de sloop is afgewend. Feitelijk is dit bijzonder, aangezien een gebouw pas na 50 jaar de status van monument kan krijgen.
Driestroom
Vanaf 2007 betrekt de Driestroom het gebouw. Vanaf moment heet het gebouw de Daniël.
De Driestroom is al gauw geïnteresseerd om hier een vestiging te openen. Deze stichting heeft als doel ondersteuning te bieden aan mensen met een verstandelijke beperking in de regio Arnhem-Nijmegen.
Daarop kreeg de kerk een nieuwe bestemming voor een maatschappelijke functie. Daarbij is de grote kerkzaal, die plaats had voor 1000 personen, verkleind. Er komt een thuis voor gehandicapte jongeren die zo veel mogelijk zelfstandig kunnen leven. Daarnaast een kinderdagverblijf en kinderdagbesteding voor moeilijk lerende kinderen. De grote centrale hal kan gebruikt worden voor buurtactiviteiten.
Portaal was bereid onrendabel te investeren. Daarnaast werd het project werd financieel mogelijk door op het terrein van kerk 14 koopwoningen te bouwen. Tevens droeg Portaal bij aan de verbouwing van de binnenruimte, omdat deze een buurtfunctie zou krijgen. Ook werden er sponsors gevonden, waaronder Volksbelang.
Verbouwing 2007
Voordat Portaal het gebouw van het bisdom overneemt, laat ze door K3 Architecten onderzoeken of een verbouwing naar een gebouw voor jonge gehandicapten. Portaal had eerder samengewerkt met K3 Architecten bij de verbouwing van de Onze Lieve Vrouwekerk in Arnhem. Hiervoor had het bureau de Heuvelinkprijs gewonnen. Portaal kocht het pand in 2001 aan.
De verbouwing werd verzorgd door Peter Koelewijn, K3 Architectuur BV en stedenbouw.
Om het pand geschikt te maken voor haar nieuwe functie, zijn veel aanpassingen nodig. Daarbij is het religieuze karakter niet altijd meer herkenbaar:
Er is een tussenverdieping gebouwd, om voldoende appartementen te kunnen bouwen
De gemeentelijke monumentencommissie wilde het aanzien van de gevel met prefab betonelementen behouden. Hierdoor mochten er geen zonweringen komen en moest een goed binnenklimaat op een andere manier worden geregeld. Dat is niet helemaal gelukt: in de zomer werd het te heet. In 2010 werden zonweringen aangebracht, waarbij Volksbelang een van de sponsors was.
De centrale ruimte moest behouden blijven. Daardoor is er een dagverblijf buiten de kerk gebouwd, op het terrein waar vroeger de pastorie en sacristie lag.
De monumentencommissie had ook als wens om de stopverfkozijnen te behouden. Dit was echter niet mogelijk en de gemeente gaat akkoord dat deze vervangen worden.
Tot slot blijkt een lift nodig: hoewel bij de planvoorbereiding was uitgegaan kinderen met lichtere handicaps, blijkt dat een deel van de gebruikers grote lichamelijke beperkingen hebben.
Ook de oorspronkelijke architect de Bruijn was tevreden over de nieuwe functie van de kerk en de benodigde aanpassingen.
Beëindig bewoning
Het huurcontract tussen Portaal en de Driestroom beëindigt in 2019. De Driestroom besluit het contract niet te willen verlengen. In de nieuwe locatie zullen de bewoners niet meer bij elkaar kunnen wonen, ook al wonen ze al lang samen in de Daniël. Dit tot verdriet van de bewoners en ouders. In een interview met Omroep Gelderlander: “Directeur Van Gestel geeft toe dat de cliënten al erg lang bij elkaar wonen. ‘Maar als we kijken naar het alledaags geluk in de toekomst denken we echt dat ze met hun specifieke zorgbehoefte beter af zijn op een plek die daar beter op ingericht is.’”.
Wel blijft een deel van het gebouw onderdeel van de opvang van de Driestroom.
Noodopvang Oekraïners
In 2022 komt de oude kerk deels in gebruik als noodopvang voor 100 Oekraïners. Op dat moment is het woongedeelte in gebruik door tijdelijke bewoners, om kraak te voorkomen.
Gemeentelijk Monument
De kerk is sinds 1999 een gemeentelijk monument. De argumentatie hiervoor:
“Goed voorbeeld van een parochiekerk uit de laatste periode van de wederopbouw met een bijzondere plattegrond, een duidelijk architectonisch concept en een moderne uitstraling. Als zodanig is het een goed voorbeeld van bouwstijl en bouwtype en een stedenbouwkundig ijkpunt voor zijn omgeving. De kerk is gaaf bewaard gebleven en van bovenregionaal belang.”
Bronnen
Kerkkappen in Nederland 1800-1970, Ronald Stenvert, 2013
Burchtstraat; het pand met Primera en daarnaast zijn door architect Treur ontworpen (augustus 2025)
Architect G.B. Treur ontwerpt voor de dames- en kinderenhoedenwinkel J. van den Hoven de eerste winkel die in de Burchtstraat is gebouwd. Momenteel zit hier de Primera.
Vooraf: Houtstraat
De etalage van de Dameshoedenzaak J. van den Hoven-Folman, Houtstraat 84-86, 1936 (F14671 RAN)
Het bombardement van februari 1944 verwoeste de winkel voor dames- en kinderhoeden van J. van Hoven in de Houtstraat. De jaren daarop zit hij in noodwinkels.
Voorbereiding en eerstesteenlegging
In 1949 wordt begonnen met de voorbereiding van de nieuwbouw: architect G.B. Treur tekent in november het ontwerp voor de winkel van J. van Hoven, de onderdoorgang van de Burchtstraat en 2 bovenwoningen (zie het detail van de bouwtekening D12.410290 hieronder).
Plan voor winkel met bovenwoningen voor de Fa. J. v/d Hoven a/d Burcht, architect G.B. Treur, datum tekening 9-11-1949 (D12.410290)
De eerste steenlegging vond plaats op 32-12-1949 door mevrouw B. van den Hoven-Folman. De versierde steen werd daarbij uitgereikt door de aannemer H. Moed (beschrijving bij F53737 RAN )
1950: opening
In mei 1950 vindt de opening plaats: “Het eerste winkelhuis in de Burchtstraat, dat na de oorlogsramp weer werd herbouwd is dat van de fa. J. van den Hoven, dames- en kinderhoedenmagazijn. Het is een gelukkig begin, waardoor het stadsbeeld in de omgeving van het stadhuis aanmerkelijk is gewijzigd en verfraaid. Van de zijde, van het gemeentebestuur bestond dan ook voor deze gebeurtenis, gedachtig het gezegde “beter een goede buur dan een verre vriend” veel belangstelling. Moge deze fraaie winkelbouw, die onder architect G.B. Treur en aannemer H. Moed uit Bemmel tot stand kwam, spoedig door meerdere in deze omgeving worden gevolgd.” (De Gelderlander 27/5/1950)
In 1992 stond het carillon aan de overkant van de straat; Augustijnenstraat gezien vanaf Plein 1944, links de Houtstraat, 1992 (Toon Opsteegh via F6118 RAN CCBYSA)
Tankstation van FINA, 18-9-1981 (Ber van Haren via KN13406-24 RAN) van Diemerbroeckstraat Bottendaal architect van Ravesteyn
Veel mensen weten dat van Ravesteyn de architect is van het na-oorlogse station van Nijmegen. Hij ontwierp echter ook het inmiddels gesloopte postkantoor aan het Stationsplein. Maar ook benzinetation voor Fina, dat aan de andere zijde van het station lag. Dit gebouw was een van 24 na-oorlogse pompstations die van Ravesteyn voor Fina heeft ontworpen.
Van Ravesteyn
Op 13-8-1953 besteedt S. van Ravesteyn “het maken van een benzine-station met smeerstation aan de van Diemerbroeckstraat te Nijmegen aan”. De opdrachtgever is de N.V. Purfina Nederland uit Den Haag. (De Gelderlander 20/7/1953)
Fina en van Ravesteyn
Het eerste ontwerp van Van Ravesteyn voor Fina was het demontabele station in Ede uit 1935. Het eerste naoorlogse benzinestation was ter hoogte van Zwammerdam (nu Reeuwijk) langs de Rijksweg 12. Dit was tevens de eerste benzinepomp langs een rijksweg in Nederland.
Tussen1948 en 1964 ontwierp Van Ravesteyn 24 benzinestations voor de N.V. Petroleum Maatschappij Fina. Zij hadden allen een vrijwel eigen uiterlijk: “Hij was tegen het volledig standaardiseren, omdat elke situatie toch weer verschillen biedt. “Het benzinestation kon, met de daarbij behorende weg en de auto’s daarop, het landschap tot een nieuw karakter en een nieuwe schoonheid brengen.”. (http://www.grootveld.net/tankstat/historie.htm). Van zijn 24 ontwerpen is alleen het gebouw aan de Apeldoornseweg in Arnhem overgebleven, En verder over deze 24 ontwerpen: Voor wat betreft de architektuur werd de voorkeur gegeven aan gepleisterde gebouwen met ijle, schuin oplopende luifels. Men kwam tot de konklusie dat aanpassing aan de omgeving meestal tot niets leidde. Voor het eerst werd het benzinestation als autonoom bouwtype opgevat, met een eigen verschijningsvorm.”
Blikvangers
De oliemaatschappijen Purfina, maar ook Esso en Shell kozen er na de Tweede Wereldoorlog voor om de opdracht voor het ontwerpen van een benzinestation te geven aan een gerenommeerd architect. Naast van Ravesteyn voor Perfina waren dit Dudok voor Esso en Staal voor Shell. Zo wilden zij zich verzekeren van architectonische blikvangers.
Enerzijds om de aandacht van de automobilist te trekken: de zogenaamde “stopping power” van een station, om juist bij hen te komen te tanken. Anderzijds werd een gerenommeerd architect gekozen om de kans op aanvaarding door een Schoonheidscommissie te vergroten, die het ontwerp van een benzinestation moest goedkeuren. Veel commissies waren kritisch op de ontwerpen, die streefden naar een zo opvallend mogelijk station.
Petrofina
De Petrofina (Compagnie Financière Belge des Pétroles) was een Belgische oliemaatschappij. Zij is opgericht in 1920 in Antwerpen en had als doel om de Duitse oliebronnen, die in de Eerste Wereldoorlog waren verkregen, te controleren. De olieproducten werden in België, Afrika en Europa onder de naam Fina (tot 1960 ook: Purfina) verkocht. In 1999 werd Petrofina onderdeel van Total.
Deze Pagina verzamelt artikelen die reeds over Bottendaal zijn gepubliceerd. Lunet Bottendaal: afvalplaats voor botten? Bottendaal is vernoemd naar een…
Deze pagina verzamelt reeds verschenen artikelen over de Kannenmarkt. De naam Kannenmarkt De naam Kannemerckt komt al in 1410 voor: “Oudtijds verkocht men in deze straat kannen. Toen het glas nog duur was, werden algemeen stenen kannen gebruikt. Kroes en kan waren een veel gevraagd artikel. Vooral de kooplieden uit Keulen dreven handel in dit…
Je loopt er zo aan voorbij en het is klein. Dit is echter een leuk plekje, om even bij een wandeling door de Benedenstad onder het poortje bij Begijnenstraat 13 door te wandelen. Is het de palmboom die het ‘m doet?
In 1983/1984 werd het Citycomplex gebouwd tussen de Ganzenheuvel en Smidstraat. Op een soort binnenterrein kwam de omgevingsvormgeving van Christiaan Paul Damsté.
De Begijnenstraat is een mooie, oude straat die Lange Hezelstraat met de Waalkade verbindt. Opvallende monumenten zijn het oude weeshuis en de oude gereformeerde kerk. Daarnaast heeft nog een aantal prachtige, andere oude panden, waaronder een voormalig postkantoor.
Waarschijnlijk is de Ganzenheuvel tegenwoordig meer bekend van het pleintje, dan de weg die daar achter loopt. Toch dankt het plein juist haar naam aan deze weg.
In 1920 vestigt Turmac zich in Nederland. Hun hoofdkantoor komt in Arnhem (hoewel deze in 1922 verhuist naar Amsterdam) en hun fabriek in Zevenaar. In Nijmegen vestigen zij een tabak opslagplaats, aan de Oude Haven nummer 4.
Het gezicht in de richting van de Priemstraat, en naar de panden van C.A.P. Ivens, fotograaf en H.A. Tesser, drogist, links de Lange Brouwerstraat, 1895 (GN2708 – A RAN)
Priemstraat 1 De eerstgevonden advertentie is in januari 1894 (PGNC 14/1/1894), waarin G.H. van der Wedde een verkooppunt van thee is van P. Mackenzie uit Rotterdam. Afgaande op de advertentie voor de verkoop van het pand in 1903 is de Priemstraat 1 in 1898 “geheel nieuw…” gebouwd. 1897/1898 Verbouwing of nieuwbouw In 1897/1898 vindt een…
Op de Klokkenberg werd in 1844 een lagere school geopend, met daarbij de eerste Christelijke Normaalschool (voorloper van de lerarenopleiding). De straat bestaat pas sinds de jaren 80, toen het complex van de Klokkenberg werd gesloopt en er woningen voor in de plaats kwamen.
Op de Korenmarkt zaten de nodige horecagelegenheden, waarvan het Hof van Brabant mogelijk de bekendste was. Na verloop van tijd was er een terras, met een prachtig uitzicht op de Waal. En er waren kegelwedstrijden, rond 1900 zeer populair.
Op de hoek van de Priemstraat en de Lage Markt is een beeldje van een Olifant te zien. Een herinnerg aan de tijd dat hier een winkel in koloniale waren zat. Het beeld is overigens niet het origineel: deze is van hout en te vinden in de collectie van het Valkhof museum. In 1979 maakte…
In 1858/1859 laat Franciscus Johannes (Frans) Hallo Bat-Ouwe-Zate bouwen, welke al binnen 7 maanden gereed is. In de volksmond krijgt het al gauw de naam “Kasteel Hallo”. Hij zal er zelf maar een korte periode wonen. Het kasteel werd vervolgens vooral bekend door de geliefde “Zusters van Hallo”.
Het huis aan Steenstraat 2 staat bekend als het “Brouwershuis”. Hoewel op de voorgevel het jaar 1621 staat, is het gebouw ouder: In ieder geval bestaat uit het pand al in de 16e eeuw
Op Begijnenstraat 20 staat de voormalig gereformeerde kerk van Nijmegen. Daarna was het jarenlang een bedrijfsruimte: als amandelfabriek, fietsverhuur, timmerfabriek en snookercentrum. Vanaf 1999 is het een woning. Het gebouw is een gemeentelijk monument.
In 1987 maakte de beeldhouwer Klaus van de Locht de afsluitpaal “Habakuk” als grenswachter die is opgesteld tussen de sacrale ruimte van het hooggelegen kerkhof en de profane wereld daaronder.
In de Kloosterstraat hangt een mini-museum over de kaaisjouwers. Gerrit Pijman (Die in 2023 77 jaar is) hangt elke ochtend deze foto’s op en haalt ze ’s avonds er weer af
Blik op het Cellenbroederenhuis de Ellendige en Gevoegde Broederschappen, één van de oudste panden van de stad. In de vleugel met de trapgevel ligt de regentenkamer waar de regenten van deze in 1591 door Prins Maurits gefundeerde instelling van Weldadigheid maandelijks vergaderen, 1900-1925 (dr. Jan Brinkhoff via D17 RAN CC0)
Dit prachtige stukje Nijmegen ligt wat verscholen, met de Ridderstraat als de enige ingang. Met de Ottengas is het een oud stuk Nijmegen, dat de Tweede Wereldoorlog heeft overleefd, vol van gemeentelijke en rijksmonumenten. Toch zullen veel Nijmegenaren het ook kennen van de (vroegere) uitgaangsgelegenheden.
Op 1 februari 1904 opent de Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij met een bestelkantoor en een reiskantoor op Kannenmarkt No. 6. Hiervoor had de verbouwing plaats gevonden,
Al jarenlang hangt in de Pepergas een bordje met foto en onderschrift dat in Pepergas 22 een smederij was gevestigd. Ik was benieuwd wat er over deze smederij was te vinden.
Korenmarkt, en tekening van Koster, op de achtergrond de St.-Stevenskerk, 1770 (Evert F. van der Grinten via F78336 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
Waar vroeger parkeerplaatsen waren, is het tegenwoordig in de zomermaanden gezellig picknicken op de Korenmarkt. Het was een van de projecten Groene Allure.
Op 4 mei 1995 vindt de onthulling van het Joods Monument plaats, een werk van Paul de Swaaf. Daarbij werd het plein hernoemd naar Kitty de Wijzeplaats: als eerbetoon aan alle omgekomen Joden kreeg het de naam van een hen. In 2015 vond de onthulling plaats van 7 plaquettes, met de namen van alle 449…
De gemeente Nijmegen gaf in 1973 een aantal kunstenaars de opdracht om een verkeerspaaltje te ontwerpen. Oscar Goedhart was met Peter van Locht en Giuseppe Roverso de eerste kunstenaar.
Omdat in 1983 Karl Marx 100 jaar is overleden, besluit de gemeente Nijmegen een plaquette op te hangen waar het “ouderlijke huis” van de moeder van Karl Marx heeft gestaan. Henriëtte Presburg heeft hier echter slechts 6 jaar gewoond: zij was geboren in de Nonnenstraat.
1887 Klokkenberg Bij de opening 6 Mei schrijft het PGNC: “… De Christelijke normaalschool werd in 1846 in het vorige gebouw op den Klokkenberg geopend, terwijl met den bouw van de nieuwe school, naar de plannen van den heer J.W. Michielsen alhier, in 1886 werd begonnen door den aannemer, den heer Buskens. Voor den fraaien…
Achterkant Commenderie St Jan bij avond (januari 2021)
De Commanderie van Sint Jan was een van de eerste stenen gebouwen van Nijmegen en is tevens een van de oudste bestaande gebouwen. Het vindt haar oorsprong in 1196, toen het gebouwd werd op een heuvel. Aanvankelijk was het een hospitaal en een gastverblijf voor pelgrims, gesticht door graaf Alardus, burggraaf van Nijmegen, en zijn vrouw Uda.
Johanniter Orde
In 1214 verkreeg de Johanniter Orde het gebouw, waarbij het een klooster werd. Het werd tevens een “commenderij”: “een door een landscommandeur of commandeur bestuurde afdeling, of een bezitting, van een ridderorde” (wikipedia).
1591
In 1576 werden Spaanse soldaten in de Commanderie ingekwartierd.
Ook nadat de protestanten in 1591 de macht in Nijmegen hadden overgenomen, bleef de Commanderie in katholieke handen. De Johannieters beriepen zich op hun aparte status: op Malta hadden ze hun eigen staat. Oftewel een neutrale mogendheid, waar de protestanten geen zeggenschap over hadden. (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis)
Na de dood van de laatste commandeur in 1636 (of 1638) werd de Commanderie door de stad Nijmegen genaast. Dit ondanks protest van de Johnnieters. Het vonnis van het Hof van Gelre was in het voordeel van de stad. Dit was het laatste nog katholieke pand in Nijmegen geweest. De kapel, die inmiddels ook als vleeshal was gebruikt, werd afgebroken.
1644 Waalse kerk
Vanaf 1644 houdt de Waalse kerk haar diensten in de grote zaal van de Commanderie. Vanwege deze Waalse gmeente is de naam “Franseplaats” afkomstig.
1655 Illustre school
Rond 1655 wordt het gebouw echter “Illustre school”, welke later de Kwartierlijke Academie van Nijmegen zou worden. De Waalse kerk verhuisde naar de Regulierenkerk in de Molenstraat.
De academie begon met 3 hoogleraren: filosofie; wijsbegeerte en theologie; rechten. Later kwamen hier ook geneeskunst, geschiedenis en welsprekendheid bij.
1672 Franse bezetting en Waalse kerk
Na de inval van Frankrijk, werden in de Commanderie Franse soldaten gelegerd. Ook kwam de Waalse kerk er weer terug. Zij zou hier met enkelee onderbrekingen tot het bombardement hier haar kerk hebben.
1944 Bombardement
Tijdens het bombardement van 22 februari 1944 raakte ook de Commanderie zwaar beschadigd. De Waalse gemeente was vanaf 1910 eigenaar van de Commanderie geweest. Zij, noch de gemeente, had geld voor restauratie. In 1958 had de gemeente het plan te slopen vanwege het “Vijfheuvelenplan”, een plan voor de renovatie van de verkrotte Benedenstad.
1952 Het Wijnhuis
Intussen had in 1952 J.T. van Weel, een Nijmeegse antiquair, het pand van de Waalse gemeente gekocht. Hij laat het gebouw restaureren en “romantisch” verbouwen tot een drukbezochte horecagelegenheid “Het Wijnhuis”.
Toen de sloopplannen van 1958 bekend werden, tekende hij protest aan. Daarbij had hij steun van een actiegroep. Daarop besloot de gemeenteraad het Vijfheuvelenplan goed te keuren, met uitzondering van de Commanderie. Daarop begon de gemeente onderhandeling met de Rijksdienst voor Monumentenzorg over restauratie.
Ook had het gebouw een klein openluchttheater. Dat was echter niet levensvatbaar; er is slechts 1 grote opvoering geweest in 1962. Een half jaar daarvoor had van Weel de Commanderie verkocht aan de universiteit. Deze wilde er een sociëteit voor studentenvereniging Roland vestigen, maar het werd echter een studentencafé.
1969 Monument, verbouwing en Gemeentemuseum
In 1969 viel het pand onder Stichting Monumentenzorg. De fantasiestukken werden afgebroken en het gebouw werd grotendeels opnieuw gebouwd. De plannen hiervan waren ontworpen door G.M. Leeuwenberg. In augustus 1971 besluit de gemeente er het Gemeentemuseum te vestigen. In 1974 is de verbouwing gereed en opent het Gemeentemuseum haar deuren. Dat zou het tot 1998 blijven; het Gemeentemuseum en de Museum Kam zouden in het Valkhofmuseum gaan samenvloeien.
Stadsbrouwerij De Hemel
Hierna kwam Stadsbrouwerij De Hemel in het pand. In de loop der tijd zouden meerdere horecazaken erbij komen.
Panden aan de westzijde van de Grotestraat met een Brood- en Banketbakkerij (huisnummer 45) (dit pand werd vroeger De Drie Vijzels genoemd), Grotestraat 43-45-47-49, 1935 (Fotopersbureau Gelderland via F65417 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)
Advertentie verkoop de Drie Vijzels (PGNC 27/1/1895)
Het Anker/Dobbelmann
Lange Brouwersstraat
Een van de bekendste fabrieken die Nijmegen heeft voortgebracht is Dobbelmann. Haar oorsprong ligt in de Lange Brouwersstraat, wanneer Johann Peter Dobbelmann in 1845 zeepfabriek het Anker koopt. Het Anker was daarbij het het eerste bedrijf Nijmegen geweest met een stoomketel. Al gauw daarna neemt zijn zoon Theodoor de fabriek over. In 1895 ontstond een grote brand, die de fabriek verwoestte. Daarop vestigde Dobbelmann zich in Bottendaal en werd het een van de belangrijkste zeepfabrieken van Nederland.
Lange Brouwerstraat 2
Een aantal verwaarloosde panden ; links onderaan de hoek met de Begijnenstraat ; op de achtergrond rechtdoor de Oude Koningstraat, 8/1978 (Theo Hendriks via F29342 RAN CC0)
Een aantal verwaarloosde panden in de Benedenstad heeft de sloop overleefd, waaronder enkele in de Lange Brouwerstraat. Op nummer 2 bevindt zich in 1978 Drukkerij “De Waalstad”. Let ook op de prachtige deur van 2B (Tegenwoordig nummers 6 en 8); deze deur bestaat nog steeds.
Gemeentelijk Monument
Deur Lange Brouwerstraat (augustus 2025)
Lange Brouwerstraat 4, 6 en 8 is een Gemeentelijk Monument met als formele tekst bij het besluit tot aanwijzing:
“Woningen. Oorspronkelijk winkel / woonhuis van twee lagen. Gevel van baksteen met gestucte banden. Op de begane grond vernieuwde houten pui met links de deur van het bovenhuis. De bovenetage heeft drie assen waarin T-vensters met daarboven gemetselde ontlastingsbogen met natuurstenen sluitsteen. Gootlijst met consoles. Platdak met pannengedekt schild en in het midden een dakkapel met houten pilaters, vlakke bovenlijst en wangen. Bouwjaar: ca 1895-1900. Van belang als voorbeeld van de straatbebouwing en als onderdeel van, samenhangend bewaard gebleven, oude bebouwing van dit deel van de benedenstad.”
Lange Brouwerstraat 8 6 4 en 2 (augustus 2025)
Glashuis/Sint Jacobskapel
Tekening van de Kapel van het St. Jacobsgasthuis (het huidige Glashuis), 12/8/1895 (GN1589 RAN)
De Sint-Jacobskapel of Glashuis werd in de 15de eeuw gebouwd als onderdeel van het St. Jacobsgasthuis. Het is een bakstenen gebouw met driezijdige koorsluiting. Na het Beleg van Nijmegen in 1591 verloor de kapel de geloofsfunctie. Hendrick Heuck had er tot 1655 een glasblazerij die in 1670 failliet ging. Daarna deed de kapel dienst als school, opslagruimte, koeienstal, weeshuis en woning. In 1965 werd de kapel gerestaureerd door ingenieur J. G. Deur. Hierna werd het weer een gebedsruimte en in 1998 verdween de religieuze functie opnieuw en sindsdien is het gebouw onder meer in gebruik voor exposities en huwelijken. Daarnaast vervult de kapel een rol als ontmoetingsplek voor pelgrims (met name de pelgrimage naar Santiago de Compostella).” (Bijschrift KN13129-25 RAN, een foto uit 1956).”
Tijdens het bombardement van 22 februari 1944 raakte de kapel beschadigd. Na de oorlog ontwierp ir. Deur de restauratie, welke na zijn overlijden werd voortgezet door ir. Poederoijen. Na het gereedkomen van de restauratie zegende deken van Dijk de kapel in als Sinte Geertruidkapel. Later is de naam veranderd naar de Sint Jacobskapel. (Bijschrift F93761, foto uit 1964)
Moeder met Kind, Pépé Gregoire
1982 Ganzenheuvel, tegenwoordig Papengas bij het Glashuis
Moeder en kind, beeld van Pépé Gregoire: Onthulling van het beeldje van Haskoning door burgemeester F. Hermsen, 29 juni 1982. Bij de herinrichting van de Ganzenheuvel is het verplaatst naar de Papengas, bij het Glashuis (Peter Wiegerinck via F61292 RAN CCBYSA)
Pierre Paul “Pépé” Grégoire (Teteringen, 3 november 1950) is een Nederlandse beeldhouwer.
Hij studeerde van 1968-1974 aan de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam. In 1974 won hij de Buys van Hultenprijs en in 1985 de Jan Hamdorffprijs. Hij maakt vooral grote werken in de openbare ruimte (2 tot 8 meter hoog). Bovendien maakte hij in opdracht een aantal bronsportretten.
De meeste Nijmegenaren zullen het gebouw op Ganzenheuvel 71 kennen als het befaamde Spijshuis Uylenspieghel. Ook vóór dit restaurant waren er verschillende horeca-gelegenheden geweest.
Café Vink
Café Billard A.W. Vink van de familie Vink-van Roozendaal. Rechts voor de pui de vier kinderen uit het gezin, Johannes Hendrikus (Jo) en Antonius Wilhelmus (Toon), Hendrina Anna (Rika) en Anna Wilhelmina (Annie) en drie vriendinnetjes van de familie Winkels, Ganzenheuvel 71, 8/1934-9/1934 (F39218 RAN)Groepsfoto van de familie Vink voor Café A.W. Vink. In het midden, zonder hoed, eigenaar/uitbater Antonius Wilhelmus (Toon) Vink (28/06/1898 – 07/06/1968), Ganzenheuvel 71, 1929-1931 (F39215 RAN)
Zie ook de foto F39238 RAN uit 1959-1960: dan is het “Café A.W. Vink / Vink’s Dancing van de familie Vink-van Roozendaal. De dancing is tot dan de enige in de stad.” Merk op dat op de bovengevel ook “Café “De Oude Stad”” staat geschilderd.
Op foto GN10680 RAN komt Prins Carnaval Nico (Grijpink) in 1957 langs dancing Vink.
Rond 1965 is het Bar Dancing Blue Bell, zie foto F86411 RAN. En rond 1920 Bar Bodego La Colina (zie F63999 RAN)
Spijshuis Uylenspieghel
De in aanbouw zijnde Cityschool. Rechtsboven het Spijshuis Uylenspieghel aan de Ganzenheuvel 71, 1979 (Wim Michels via ZN36171 RAN CC0)
Het restaurent opende in 1975. Vanwege de corona-periode werd het restaurant in 2020 gesloten. De tekst op haar site vertelt:
“Na 45 jaar vol strijdlust, goede zin en fantastische inzet van iedereen, moeten wij bekend maken dat de Corona-periode van ons gewonnen heeft. Wij geloven er niet in dat we zodra de eerste versoepelende maatregelen van kracht zullen zijn, we weer een winstgevend bedrijf kunnen worden.
Dit heeft ons doen besluiten om onze deuren blijvend te sluiten.
Wij zijn blij te kunnen mededelen dat er geen benadeelde leveranciers achterblijven.
Wij willen al onze trouwe gasten van de afgelopen 45 jaar van harte bedanken.”
Onder St. Steven
Smidstraat 31
Onder St Steven, Smidstraat 31 (augustus 2025)Omgevingsvormgeving Christiaan Paul Damsté, Achter de Smidstraat, 1983 (juni 2024)Omgevingsvormgeving, Christiaan Paul Damste, Achter de Smidstraat, 1983 (juni 2024)
Priemstraat 3-5
Priemstraat 3-5 (augustus 2025)
Priemstraat 3- 21, 1966 (G.Th. Delemarre via 101938 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed CCBYSA 3.0)
Priemstraat 13
Priemstraat 13 (augustus 2025)
Dille & Kamille
Begin jaren 70 vestigt zich Dille & Kamille op de Priemstraat. Het is dan een van de 5 eerste vestiging van de keten, die in 1974 in Utrecht is opgericht. “Sinds die tijd willen we mensen inspireren om bewust, onthaast en duurzaam te leven in harmonie met elkaar, onze omgeving en de natuur. En daarom kiezen we al bijna 50 jaar voor dingen die ertoe doen!” (Dille & Kamille) Rond 1979 is deze vestiging echter gesloten. In 2014 komt Dille & Kamille terug naar Nijmegen, dan op de Lange Hezelstraat.
Op Facebook staat een mooie foto uit 1970 en veel herinneringen. Daarbij wordt het jaartal 1974 genoemd als waar iemand de eerste baan had bij Dille & Kamille. (Ook 1972 wordt genoemd, maar uit de website van Dille & Kamille blijkt de winkel in Utrecht in 1974 te zijn begonnen).
Zie ook de foto F67949 RAN. Deze is gedateerd op 1966-1970, maar dit zal een abuis zijn.
Weetjewel en Bar Cali
Na Dille & Kamille zat hier zo’n 40 jaar restaurant Weetjewel.
Priemstraat 11-13 is een Gemeentelijk Momument met als tekst bij het besluit tot aanwijzing:
“Bedrijfspand met bovenwoning. Geheel gepleisterd bakstenen pand in drie bouwlagen, drie-assig, met pannengedekt schilddak. Op de eerste etage hoge rechthoekige vensters met ze ruiten; op de tweede bijna vierkante ramen met vier ruiten. Gladde geprofileerde kroonlijst. De benedenetage heeft een hoge houten pui bestaande uit twee deuren met bovenlicht, waartussen een etalagevenster met bovenlicht. De pui bestaat uit bewerkte pilasters met boven de deuren gebogen frieslijsten met consoles. Boven de etalage een kroonlijst onderbroken door een uitvoerig ornamentaal fronton. Bouwtijd: tweede kwart 19e eeuw; pui circa 1880-1885 Zeer karakteristiek pand met waardevolle pui.”
Priemstaat 13 (augustus 2025)
Priemstraat 19-21
Rijksmonument met als omschrijving: Linker- en Rechter helft “van een in de 18e eeuw overlangs in twee woningen gesplitst, breed, onderkelderd, laat-gotisch huis (XVI A) met insteek, verdieping en verdiep, moer- en kinderbalklagen ten dele voorzien van sleutelstukken met peerkraalprofiel en hoge eiken kap – drie jukspanten voorzien van gezaagde telmerken – gedekt met Hollandse pannen en aan de voorzijde met wolfeind en achter tegen gepleisterde tuitgevel. Deze rechter helft heeft een verhoogde, gepleisterde en met lijst afgesloten voorgevel met een hoge 19e eeuwse winkelpui, twee 6-ruits schuifvensters op de verdieping en een 9-ruits schuifvenster op zolderhoogte. In de achtergevel een vijftal vensters.”
Rijksmonument
Priemstraat 19-21 Is een Rijksmonument met als omschrijving voor nummer 19:
“Linker helft van een in de 18e eeuw overlangs in twee woningen gesplitst, breed, onderkelderd, laat-gotisch huis (XVI A) met insteek, verdieping en verdiep, moer- en kinderbalklagen ten dele voorzien van sleutelstukken met peerkraalprofiel en hoge eiken kap – drie jukspanten voorzien van gezaagde telmerken – gedekt met Hollandse pannen en aan de voorzijde met wolfeind en achter tegen gepleisterde tuitgevel. Deze linker helft heeft een verhoogde, gebosseerd gepleisterde en met lijst afgesloten voorgevel met hoge 19e eeuwse winkelpui, twee schuifvensters op de verdieping en een schuifvenster op zolderhoogte. In de achtergevel een keldertoegang, twee deuropeningen en vier vensters.”
Ansichtkaart
Straatbeeld, omstreeks de eeuwwisseling, gezien vanaf de Lage Markt in de richting van de Ganzenheuvel. Op de achtergrond Likeurstokerij en Distilleerderij van Rijssenbeek & Nass aan de Smidstraat en de toren van de St. Stevenskerk, rechts vooraan, op de hoek, de kruidenierswinkel ‘In den Olifant’, 1898-1902 (F89834 RAN)
Priemstraat met historische foto (augustus 2025)
Vlakbij Priemstraat 19-21 hangt 2019 een vergroting van een gerestaureerde ansichtkaart uit 1900. Zie het artikel in de Gelderlander hierover.
Priemstraat 53- 55
Priemstraat 53 – 55 (augustus 2025)
Rijksmonument
Priemstraat 53 – 55 is een Rijksmonument met als omschrijving:
“Laat-middeleeuws PAND, waarvan de geveltop met in- en uitzwenkende contouren uit de 18e eeuw dagtekent.
Aan de achterzijde een gepleisterde puntgevel.
Onder het huis een tweebeukige kelder met graatgewelven op bakstenen ronde pijlers.
Moer- en kinderbalken met gesneden laat-gotische sleutelstukken.
Spiltrap achter in het huis.”
Priemstraat 57
Rijksmonument
Het gebouw is een Rijksmonument met als omschrijving:
“Pand met verdieping en hoog zadeldak, waarschijnlijk 17e eeuw. Lijstgevel van vroeg-19e eeuws karakter.”
Hotel Ariëns
De oostzijde van de Priemstraat met in het midden Hotel Ariëns , gezien in de richting van de Lage Markt, 1890-1895 (F31925 RAN)
Lage Markt 40
De melk- en zuivelwinkel van E.A. Mack (nr. 40) links, in het midden de Priemstraat, geheel rechts het Jezuiëtenhuis oftewel de Hof van Xanten, Lage Markt 36-46, 1959 (Gemeente Nijmegen afd. Reprografie via F19042 RAN CC0)
Rijksmonument Jezuïetenhuis Het Hof van Xanten wordt ook wel het “Jezuïetenhuis” genoemd, vernoemd naar de schuilkerk die hier lang gevestigd was. Na de Reductie van Nijmegen bleven vooral de Jezuïeten actief. “Vanaf 1616 waren er structureel twee missionarissen namens de orde in Nijmegen aanwezig. De eerste missionaris die gezonden werd en die we dus als…
Smederij tussen het Hof van Xanten (het Jezuïetenhuis) en de Vinkegas, Lage Markt, 1925-1930 (F66506 RAN)
Lage Markt, maart 2025 (Google Streetview)
Het meest linkse gebouw op de foto van ongeveer 1925-1930 naast het poortje is het Hof van Xanten. Op de huidige foto is de situatie in maart 2025, waarbij op deze plaats woningen zijn gebouwen.
Lage Markt 59/Waalkade 11
(voorheen Lage Markt 55)
Lage Markt 59 (augustus 2025)
Cartouche met chronogram
Cartouche Lage Markt 59 (augustus 2025)
Op de cartouche staat de tekst “paX et qVIes VsqVe qVaqVe hVIC DoMVI”. Dit is een zogenaamd jaardicht of chronogram. Een chonogram bestaat uit 1 of meer versregels, of een korte spreuk, waarin de letters M, D, C, L, X, U, V, W, I en Y als Romeinse cijfers beschouwd, bij samentelling een bepaald jaartal voorstellen. (wikipedia, met tevens meer achtergrond van een jaardicht).
De vertaling luidt: “Vrede en rust te allen tijde voor dit huis”, waarbij tevens het jaar 1648 wordt gevormd. Zoals Dorsoduro aangeeft, is deze tekst mogelijk ingegeven door de Vrede van Münster.
Rijksmonument
Een aantal panden voor de restauratie, Lage Markt 55-61, 1975 (Frans Kup via F19554 RAN CCBYSA)
Het gebouw is een Rijksmonument met als omschrijving:
“Pand met in de verminkte en gepleisterde voorgevel een gevelsteen met cartouche (1648) en drie sierankers. Het schilddak wordt aan de Waalkade afgesloten door een gevel met gezwenkte top.”
Gevelsteen
Lage Markt 70 – 88
Gevelsteen, Lage Markt 70 – 88 (augustus 2025)
Deze spreuk is vooral door het “Adagia” van Erasmus beroemd geworden. Daarin beschrijft hij “Ne Iupiter quidem omnibus placet” (Adagia 2.7.55).
Oftewel: “Zelfs Jupiter kan het niet iedereen naar de zin maken”; wat vrij vertaald betekent: Je kunt het niet iedereen naar de zin maken.
Deze Latijnse spreuk is uiteindelijk gebaseerd op een Oud-Griekse spreuk van Theognis in zijn Sententiis. In het Engels: `Theognis among his moral maxims: ‘For Jove himself may not content us all, / Whether he holds rain back or lets it fall.’` “Οὐ δὲ γὰρ ὁ Ζεὺς Οὔθ’ ὕων πάντας ἀνδάνει οὐτ’ ἀνέχων.” Ik spreek geen Latijn noch Oud Grieks. Wel is in het oud Grieks `Zeus´ te herkennen, terwijl in de Engelse vertaling Jove, oftewel Jupiter, wordt genoemd. Opvallend is in ieder geval wel, dat de verwijzing naar regen door Erasmus wordt weggelaten. Zie ook https://alt.language.latin.narkive.com/5EDY7kBC/ne-iuppiter-quidem-omnibus-placet, waarin de volledige context van Theognis in het engels staat.
Zoals Dorsoduro ook aangeeft, komt de tekst ook voor in Baudartius Afbeeldinghe, ende beschrijvinghe van alle de veld-slagen, belegeringen en ghevallen in de Nederlanden, geduerende d’oorloghe teghens den coningh van Spaengien (1559-1614) uit 1615:
`Ne Iovem quidem omnibus unquam placuisse, dat Iupiter selve noyt allen menschen en heeft behaeght. Derhalven het oock geen vvonder is, dat ick ende mijns gelijcke van de berisp-gierige vvorden geoordeelt, ende het alle man niet te passe en konnen maken. Ick en hebbe (dat versekere ick u) niemant`
1645
Op de gevelsteen staat tevens het jaar 1645 genoemd. Zoals Dorsoduro al aangeeft, moet de gevelsteen in ieder geval ooit zijn opgeknapt. Daarbij is niet met zekerheid te zeggen waar de 1645 naar verwijst en in welk jaar de gevelsteen is ingemetseld.
“Op 21 november 1986 werd hier de laatste hand gelegd aan de sociale woningbouw in de Benedenstad door: F.J. Hermsen Burgemeester van Nijmegen, H. Houthuys, J. van de Ing, H. Jansen, P. Mays, A. Weijers en W. Weijers leden van het Buurtkomitee Benedenstad. F.S.H. Crouwers en Maartje Busser, Bewoners.”
Deze gevelsteen zal de vervanger zijn van een oorspronkelijke, welke in 1987 al beschadigd was. In 1988 waren nog meer handen kapot. Zie ook F60951 RAN, met burgemeester Hermsen.
Een mooie foto van deze appartementen aan de Vosstraat uit 1986 is F94014 RAN.
Gevelsteen Vosstraat
Gevelsteen Vos, Vosstraat (augustus 2025)
De gevelsteen van een rode vos in de Vosstraat is oorspronkelijk afkomstig uit een pakhuis, dat in 1639 voor Anthonis Vos gekocht werd, onderdeel van het St. JacobsGasthuis. Het gebouw werd in de jaren 70 afgebroken. Bij de nieuwbouw van 1986 werd het herplaatst. (KN14255-30 RAN). Het RAN noemt als jaar van de sloop 1974; Hendriks (1987, via het Straatnamenregister): “”Door sloop van dit pand in 1977, is het straatje niet duidelijk meer herkenbaar.””
Vosstraat
Ook de Vosstraat is naar Anthonis Vos vernoemd: “”1706: Vossegasken. De wijnkoper Anthonis Vos, burgemeester in 1655 en 1658, kocht in 1639 een deel van het vroegere St. Nicolaas gasthuis en richtte dit tot een pakhuis in. Het gebouw kreeg den naam: Vossepakhuis. Dit gebouw bestaat nog; naast den ingang is in de muur een steen gemetseld waarin een vos gebeiteld is. Zie het R.V. van 1900, blz. 41. P. 1839: Achter de Vischmarkt.” (Teunissen 1933 zoals weergegeven in het Straatnamenregister)
Vosstraat (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, CC BY-SA 4.0 , via Wikimedia Commons)
Moeder Gods als beschermster van de schippers, Hans Truijen
1966 Vleeshouwerstraat
Moeder Gods als beschermster van de schippers, Vleeshouwerstraat (augustus 2025)
Moeder Gods als beschermster van de schippers is een kunstwerk van Hans Truijen (1928-2005). Dit mozaïek is geplaatst in Vleeshouwerstraat, vlak bij de trappen van het Groene Balkon. Links is Maria als Moeder Gods met Jezus. Rechts staat Sint Olof afgebeeld. Hij was in de 15e eeuw in Nijmegen de patroonheilige van schippers. Het Nijmeegse Antependium uit 1494 heeft als inspiratiebron voor dit kunstwerk gediend. Voor een uitgebreide beschrijving:
Deze gevelsteen slaat op Arnold Kelffken. In het jaar 1729 was hij voor het eerst burgemeester. Oorspronkelijk was de steen ingemetseld in de kademuur van de Oude Haven, naar aanleiding van het herstel daarvan. De Oude Haven werd in 1881-1884 gedempt. De gevelsteen werd ingemetseld aan de Gedeputeerdenplaats. In 1986 kreeg het zijn huidige plaats (KN14254-29 RAN en Facebook).
“Zij roepen ons die deftige familie voor den geest, van scheepenen en burgemeesters, naar wie ons Bosch (ten onrechte) genoemd is, en welke zoo treurig eindigde in 1745 met Mr. Arnold Kelfken, een gederailleerd heerschap, die niets naliet dan een slechten naam en schulden.” (Het Schependom van Nijmegen in woord en beeld 1912, p. 37, van Schevichaven, overgenomen uit argusvlinder)
De Kolonialen: Waalkazerne en Valkhofkazerne
Een eenheid van de Koloniale Reserve op het terrein van de Waalkazerne. Van 1891 tot en met 1911 bevonden zich twee kazernes in de binnenstad: de Waalkazerne en de Valkhofkazerne. In 1911 werd een grote kazerne geopend in Nijmegen-Oost, Oude Haven, 1900-1905 (F1650 RAN)
Na mogelijk binnen Korten tijd slooping zal plaats hebben van de oude Kanonnierskazerne aan den Lindenberg, genaamd de Valkhof-kazerne, en dit gebouw zal moeten plaatsmaken voor een op te richten politiegebouw, is ‘t, dunkt mij, niet onaardig, eens in herinnering te brengen wat daar ter plaatse eerst gestaan heeft.
Eeuwen lang woonde daar een familie Singendonck, die er meerdere eigendommen had en door aankoop zoo vergrootte dat het een zeer uitgestrekt bezit was, waardoor haar erf bij ’t Valkhof, aan den Lindenberg, aan het ‘Bezembindersgasje en ook aan de Duivengas en Strikstraat uitkwam.
Van een groot gedeelte van dit zeer groot erf met groot heerenhuis werd de gemeente Nijmegen eigenares door aankoop in 1823 van de Dourari1ere S.M. Singendonck van Dieden om er eene kazerne te bouwen. Eerst in 1826 schijnt die kazerne gebouwd te zijn, omreden op den 12 Juni van dat jaar de verkoop plaats had van de aanzienlijke partij afbraak van het huis, te voren bewoond door wijlen den weledelgeboren heer Singendonck van Dieden.
Deze afbraak bestond volgens de advertentie uit het volgende:
Ongeveer 50 moderne schuiframen met luiken, groote en kleine glasruiten en hardsteenen drempels. Eene royale wagenschothouten Slingertrap, 8 1a 10 marmeren schoorsteenmantels; onderscheidene portes brisées en andere deuren van Wagenschot; ruim 20 stuks kozijnen met paneeldeuren.
Eene groote partij Lambriseeringen, 8 onderscheidende behangsels voor zalen, waaronder twee bij uitnemendheid, schoone Turkschgeborduurde en een van kostelijke groene Trijp welke alle nog in de zalen te zien zijn; ruim 100 stuks witte marmeren vloerstenen; groot 60 N. Duimen in het vierkant; 7000 1a 800 stuks witte en blaauwe vloersteenen; groot 80 Ned. Duimen in het vierkant; buitengewoon schoongeschilderde schoorsteen en plafonstukken; drie regenbakspompen, onderscheidene ijzeren haardplaten, een ijzeren hek, lang 17 ellen; het inwendigen van een paardenstel voor 7 paarden enz. enz.
Alle deze voorwerpen bevinden zich nog in goeden staat in het voormeld gebouw, op de Duivengas, van achteren uitkomende aan de Lindenberg te Nijmegen.”
De bouw van bovenvermelde kazerne werd op Dinsdag 30 Mei 1826 in het Raadhuis deze stad aanbesteed als: het vertimmeren van een huis en daartoe gehorende gebouwen tot een caserne voor 400 manschappen.
Het moet dus één der aanzienlijkst en inwendig wel één der fraaiste gebouwen der stad geweest zijn, en het is zeer te betreuren dat toen zulke gebouwen, wegens te weinig ruimte tusschen de vestingmuren, om een kazerne te bouwen, moesten worden opgeruimd. C.A. Neyboer.” (PG)NC 11/4/1913)
Ridderstraat 8: gevelsteen Ex Invidia et Favore
Gevelsteen Ridderstraat (augustus 2025)
“De wapensteen met alliantiewapen van de families (Johan Michiel) Roukens en (Agneta Jannetta) Verspijck met de tekst: “Ex Invidia et Favore 1751”. Vertaling: “Als gevolg van haat en begunstiging”). De gevelsteen is tegenwoordig ingemetseld in een pand aan de Ridderstraat (op de plek van het voormalige Hof van Batenburg, het woonhuis van Roukens-Verspijck)” (Bijschrift F32019 RAN)
Vanuit het noordwesten kijken we naar twee gebouwen die vermoedelijk in de 19e eeuw zijn gebouwd. In het linker pand met balkon en poortgebouw bevond zich op enig moment Hotel Palace Royal. Het hotel had enige weken Sir Walter Scott te gast die er ook stierf. Tussen ongeveer 1914 en 1920 zaten er gemeentelijke instanties. Het gebouw rechts ernaast stond op het perceel van het vroegere karakteristieke Hof van Batenburg, tussen circa 1865 en 1898 zat hier een meisjesschool. Het pand is in de tweede helft van de twintigste eeuw gesloopt. De zware omlijsting van de voordeur bestaande uit een architraaf, sokkels en vlakke pilasters is toen verplaatst naar het gebouw op Sint Anthoniusplaats 1. Het rechterpand, wat helaas nauwelijks te zien is, had het voorkomen van een pakhuis, 1890-1919 (F93291 RAN)
Het is niet met zekerheid te zeggen waar het jaartal en deze tekst op slaat, noch het jaartal waarin de gevelsteen gemaakt is. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat de gevelsteen jaren na “1751” is opgehangen. Een aantal mogelijke verklaringen:
De aanslag op het huis van Johan Michel Roukens, deze lijkt het meest genoemd, zie hieronder
De “begunstiging”: heeft er in 1751 een specifieke “begunstiging”/een specifiek moment om stil te staan bij “Als gevolg van haat en begunstiging” plaats gevonden? Of is de “1751” een algehele terugblik op de gehele afgelopen periode? Bijzonder lijkt mij, dat Roukens munten laat slaan waarop 1747 expliciet is vermeld. Dus: waarom het jaartal 1751?
Een relatie met Mr. Theodorus Leonardus Roukens? Hij is geboren in 1751 (28 Januari 1751) en ongehuwd overleden op 26 mei 1782
1747: “Aanslag” op Roukens
“Gedenkpenning van de mislukte aanslag op het huis Hof van Batenburg van Johan Michiel Roukens in 1747. Verblijfplaats : het gemeentemuseum.”, 1747 (Dr. Jan Brinkhoff via D585 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)
Een veelgebruikte mogelijke verklaring is de “aanslag” op Roukens: Johan Michel Roukens werd eind 1747 belaagd door een groep prinsgezinden. Hij zou, al dan niet terecht, tegen de benoeming van stadhouder Willem Karel Friso (Willem IV) tot erfstadhouder zijn geweest, met de daaraan verbonden machtsuitbreiding (Teunissen 1937, die overigens het jaar 1749 noemt, zoals vermeld in Straatnamenregister)
Daarbij was zijn vrouw Agneta Jannetta Verspijck pas bevallen van hun zoon Arent Anthony Roukens (geboren op 29 oktober 1747).
De binnenplaats van het Hof van Batenburg met onder de blinde pui de wapensteen met het alliantiewapen van de families (Johan Michiel) Roukens en (Agneta Jannetta) Verspijck, met de tekst : Ex Invidia et Favore 1751 ( vertaling : Als gevolg van haat en begunstiging). Tegenwoordig is de gevelsteen ingemetseld in een pand aan de Ridderstraat , op de plek van het Hof van Batenburg, het woonhuis van Roukens-Verspijck, Ridderstraat, 1961 (dr. Jan Brinkhoff via D583 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)
Biografisch Woordenboek Mr. Johan Michiel Roukens
Het Biografisch Woordenboek uit 1790 beschrijft hoe een groep inmiddels al begonnen is met de plundering -intussen had de wieg ternauwernood de baby Arent Anthony beschermd tegen een gegooide steen- totdat een groep gewapende burgers en een storm erger weet te voorkomen; andere bronnen als Berghpedia, de hierboven genoemde Teunissen en Noviomagus noemen alleen de storm, de groep gewapende burgers niet. Zoals de Jong al aangeeft, betreft het niet het jaar 1848, maar 1847:
“Roukens, (Mr. Johan Michiel) een der grootste Regtsgeleerden van zijnen tijd, en boezemvriend van den vermaarden AmderdamCchen Advokaat Hermanus van Noordkerk. Hij was gebooren op den zesentwintigsten Januarij des Jaars 1702. De haat, waar mede zijn Geslagt was belaaden, hadde hem, in zijne eerde kindsheid, bijkans het leeven gekost. Om het onnozel wigt te behouden, in eene dreigende opschudding, in het Vaderlijk huis ontdaan, bergde men hetzelve, leggende in zijne Wieg, over den muur van den Tuin, in het huis van den Heere Baron van Randwyok. De gronden der Taalkenniste, vooral van het Latijn, leide de Jonge Johan Michiel, onder den vermaarden Nijmeegschen Rektor Cannegieter. In de Regtsgeleerdheid genoot hij, te Leiden, het onderwijs van de beroemde Hoogleeraaren Gerard Noodt, Vitriarius en anderen. Naa zijne bevordering tot Meester in dc Regtsgeleerdheid, keerde hij weder na zijne Geboortestad. Welhaast ondervondt hij het genoegen, dat hem een Ampt wierdt opgedraagen, in vergoedinge der nadoelen en schaden, welke zijn Vader hadt geleeden. In den Jaare 1745 verkreeg hij zitting in den Raad. In het volgende jaar ontving hij last, van wegen het Gewest, om de veertienduizend-man Hanoversche Hulptroepen door het Kwartier te geleiden. Nog hooger eere genoot hij, in den Jaare 1748, wanneer hij, van wegen de Stad Nijmegen, wierdt benoemd, om zijne Doorluchtige Hoogheid , den tegenwoordigen Erfstadhouder, Willem den V, over den Doop te houden. Aangaande een Regent, dus, met eere en aanzien bekleed, zou men verwagt hebben, dat het onrustig Jaar 1748 niet ten zijnen nadeele zou gewerkt hebben. Dit gebeurde evenwel. De Heer Roukens was een der zeven Regenten, onder de twaalf, welke van hunne Regeegeeringsposten verlaaten wierden. Het onstuimig gemeen was hier mede niet voldaan; men dreigde zijn Huis met plondering, en den dood aan al wat ‘er binnen leefde, ’s Mans Echtgenoote lag thans in het kraambedde, en was slegts drie dagen geleeden verlost. Het woest gepeupel, voor het Huis vergaderd, de Voordeur, met geweld, geopend hebbende, streeft straks na binnen, en werpt een hagelbui van steenen door de glazen der Kraamkamer: zodat eenigen nedervielen op de Wieg, in welke het Kraamkind lag. Gelukkig lag dit met het hoofdeneinde na die zijde, van welke de steenen vloogen, en wierdt aldus door den Kap der Wieg beschut. Intusschen vondt men, in het Voorhuis, eenige manden met Wijn, Het gulzig te lijve slaan van deezen deedt de plonderwoede nog meer ontsteeken. Aan het verbrijzelen van Meubelen en Huisgeraaden, die voor de hand stonden, zijnen zat bekoomen hebbende, maakte men de toebereidzels om tot in de Kraamkamer door te dringen. Ter goeder uure wierdt zulks belet door eenige welgezinde gewapende Burgers, die den plonder- en moordzieken hoop verdreeven; welke, daarenboven, van schrik bevangen wierdt door eenen spoedig opkoomenden stormwind: zodat niemand zich op straat durfde waagen, uit vreeze voor het instorten van schoorfteenen en nedervallende Dakpannen.
De Heer ]ohan Michiel Roukens was grondig ervaren in de kennis van de algemeene en bijzondere Regten; verscheiden Verhandelingen kunnen hier van getuigenis draagen, onder andere die Over den Dijkbrief van de Ooy. Daarenboven bezat hij eenen poëetischen geest, en verpoosde, bij wijlen, zijnen gewoonen letterarbeid, door het zamenftellen van Latijnsghe of Nederduitfche Vaerzen. Hij overleedt op den tienden April des Jaars 1772, zijnde getrouwd geweest met Agneta Jeannetta Verspyck, dogter van Leonard Verspyck, Ontvanger Generaal des Nijmeegschen Kwartiers, en van Vrouwe Huberta ingenoel, dogter vanden Burgemeester Johan Ingenoel en van Johanna Rebbers, gebooren den dertigsten November des Jaars 1705 en gestorven op den achtentwintigsten Maij des Jaars 1787. Twee Zoonen zijn uit dit huwelijk naagebleeven; Arent Anthony Roukens en Theodorus Leonard Roukens.
Vaderlandsch woordenboek; oorspronklyk verzameld door Jacobus Kok, Twee-en-twintigste(-negen-en-twintigste) deel. K-M (-V), VYF-EN-TWINTIGSTE DEEL, 1790, bladzijde 197 en 198 (met overzetting via Delpher, de ſ is vervangen door een s); deze tekst is ook te vinden op DBNL.
Ook komt dit verhaal voor in: Biographisch woordenboek der Nederlanden, bevattende levensbeschrijvingen van zoodanige personen, die zich op eenigerlei wijze in ons vaderland hebben vermaard gemaakt, Uitgegeven onder hoofdredactie van Dr. G. D. J.Schotel, Tiende deel.1878
Ook van Schevichaven schrijft in zijn Penschetsen (deel 10, 1898) uitgebreid over de aanslag. Ook hij noemt de plundering niet: “ijn lezing van dezen aanslag op het huis van Roukens wijkt aanmerkelijk af van hetgeen dienaangaande vermeld wordt in het artikel “J. M. Roukens” in het Biographisch Woordenboek van Van der Aa. Zoo erg als het daar wordt voorgesteld, is het niet toegegaan. Ware dat het geval geweest, dan zouden de volgens dat relaas gepleegde euveldaden zeer zeker niet voorbij gegaan zijn in de Zedige Aanmerkingen op de gebeurtenissen dier dagen, bij Hendrik Heymans in het volgende jaar hier ter stede in het licht gegeven. Hoewel dit pamflet vloeide uit de pen van een aanhanger der magistraatspartij, is daar evenwel geen sprake van gewelddadigheden in het huis gepleegd. Daarenboven, waren de plunderaars reeds in huis geweest, dan zou er geen reden bestaan hebben om te vluchten voor den stortregen en den storm. Zij hadden zich den tijd aangenaam kunnen korten in den wijnkelder en elders, totdat de bui uitgewoed zou zijn.”
Zie ook foto F32118 RAN, gedateerd 1960: Het ‘Hof van Batenburg’ op de hoek met de Eiermarkt, vóór de afbraak in het voorjaar van 1962
Ottengas
Het gezicht op de Ottengas, vanuit de kruising met de Muchterstraat , met (links) de keermuur van De Klokkenberg, gezien in de richting van de rivier de Waal, een schilderij gemaakt door Hendrik Johannes (Jan Hendrik) Weissenbruch (30 november 1824 – 14 maart 1903), 1850 (Gemeentemuseum Nijmegen via F46474 RAN)
“De naar de Waal aflopende Ottengas is het laatst overgebleven karakteristieke straatje van de benedenstad. Aan de westzijde staat een mogelijk laat-middeleeuwse bakstenen muur met steunberen. Het vermoedelijk in de kern 16de-eeuwse pand Ottengas 15 heeft in het midden een trapgevel met ezelsruggen.” (Monumenten in Gelderland)
Ottengas: Het gezicht vanaf de Eiermarkt, in de richting van de Vleeshouwerstraat; links staat architect v.d. Kloot bij de keermuur, 1950 (F31506 RAN)rechts van de muur Ottengas, links daarvan Klokkenberg en links de Muchterstraat (augustus 2025)
Ottengas 29
Ottengas 29 is sinds 1973 een Rijksmonument met als omschrijving:
“Pand met verdieping en zadeldak. Voorgevel met rechte kroonlijst, 18e eeuw, en vensters met kleine roedenverdeling. Links een trapgevel. Gerestaureerd 1961-’63.”
Zie voor een foto uit 1975 van Ottengas 29-31 F31477 RAN: In 1974 gerestaureerde panden in 18e eeuwse aanpassing, gezien vanaf het Groene Balkon in de richting van de Eiermarkt
Het pand is een Gemeentelijk Monument met als formele tekst bij het besluit tot aanwijzing:
“Winkel met woning. Geheel gepleisterd bakstenen pand van vier bouwlagen met afgeplat zadeldak dat pannen schilden heeft aan de zijkanten. De benedenpui en eerste etage, die het karakter heeft van een insteek zijn in de gevelbehandeling samengevoegd: de kozijnen van de drie assen lopen in elkaar over. De huisingang bevindt zich rechts; die van de winkel in het midden. Op de tweede en derde etage twee vensters met lichtgetoogde bovendorpel; boven lager dan daaronder. De afdekkende kroonlijst op de rechte gevel is verdwenen. Ook de zijgevel aan de Ottengas is gepleisterd. Aan de voorzijde ervan zijn onregelmatig geplaatste openingen van drie bouwlagen; meer naar het noorden van vier bouwlagen, waarvan de onderste op kelderniveau. Bouwtijd: 17de eeuw; gevel gewijzigd tweede of derde kwart negentiende eeuw. Een van de weinige bewaard gebleven grote zeventiende-eeuwse panden in de stad. Van groot belang voor de hoek Ridderstraat-Ottengas.”
Ridderstraat 13 is een Rijksmonument met als omschrijving: “PAND, waarvan de lijstgevel een gebeeldhouwde Lodewijk XV-omlijsting van het venster boven de deur heeft. Inwendig: stucplafonds, 18e eeuw.”
Op de Gemeentelijke Monumentenlijst staat de volgende aanvulling vermeld: “stucplafonds zijn verloren gegaan door vernieling en brandstichting”
Ridderstraat 15
Het pand rechts naast nummer 13 is een Gemeentelijk Monument, met als formele tekst bij het besluit tot aanwijzing:
“Woonhuis. Geheel gepleisterd bakstenen pand van drie bouwlagen, met pannengedekt zadeldak. Benedenpui drie-assig met links de ingangspartij en rechts twee vensters, alle met getoogde bovendorpel en geprofileerde omlijsting. De pui is afgesloten met een geprofileerde lijst. Het gedeelte daarboven is twHeee-assig en wordt links en rechts omlijst met blokken van stuc. Op de eerste etage hoge vensters met afgeronde bovenhoeken; op de tweede lage rechthoekige vensters. De oorspronkelijke kroonlijst is verdwenen. Bouwtijd: begin 19de eeuw, gewijzigd 3de kwart 19de eeuw. Pand van goede verhoudingen, van belang als ondersteuning van het naastgelegen monument.”
De Radbouduniversiteit schonk deze muurschildering ter gelegenheid van haar 100-jarig bestaan. Daarvoor koos ze deze locatie: de plek waar de universiteitsbibliotheek had gezeten. Het werk is gemaakt door Sacha di Maio en Eduardo Pérez González uit Millingen aan de Rijn.
“In 1923 kocht de Radboudstichting een allegaartje van samengevoegde gebouwen aan gelegen op de Snijders-, Platenmakers- en Muchterstraat. In dit complex werd op 7 januari de universiteitsbibliotheek geopend. Door het bombardement op 22 februari 1944 is het complex zwaar beschadigd maar het nieuw gebouwde boekendepot overleefde het bombardement. In 1967 verhuist de bibliotheek naar de campus, waarna in 1973 de sloop volgt. In de hal van de hoofdingang troont het door mgr. A.F. Diepen (bisschop van ‘s-Hertogenbosch) ter gelegenheid van de plechtige inzegening van het gebouw geschonken Mariabeeld , de Sedes Sapientiae (Zetel der Wijsheid)” (Bijschrift F32852 RAN)
Blik op de universiteitsbibliotheek, Snijderstraat, 1955 (F67305 RAN)
Het nieuw gebouwde boekendepot overleeft de oorlog.
De universiteit had in 1945 de Villa Stella Maris gekocht om te dienen als instituutsgebouw. Hier kwam in 1947 ook de leeszaal van de bibliotheek, “boekentransport per bakfiets tussen depot in de Snijderstraat en de leeszaal” (GN12220 RAN, een foto van de leeszaal aan de Van Schaeck Mathonsingel uit 1952)
In 1967 verhuist de bibliotheek naar de campus. In 1973 volgt de sloop van het pand (Bijschrift F9521 RAN, een foto van de tijdschriftenzaal uit 1925).
Eiermarkt: Omgevingsvormgeving
Eiermarkt: vergroening en Omgevingsvormgeving (augustus 2025)
Vooraf
Gezicht in westelijke richting vanaf de Ridderstraat naar de Muchterstraat (met rechts de Ottengas en links de Snijderstraat) ; rechts het (nog bestaande) pand Muchterstraat 57-59 (uit 1865). Links van het midden is de spoorbrug zichtbaar, 11/1980 (Ber van Haren via KN13205-58 RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)Bij opgravingen door het ROB kwamen 2 parallelle grachten uit de laat Romeinse tijd aan het licht, de buitenste verdedigingswerken van de 4e eeuwse versterking op het Valkhof. In de linker bovenhoek en rechts onder zijn resten van laat-middeleeuwse huizen te zien, Eiermarkt, 13/2/1981 (Ber van Haren via ZN34506 – B RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)
Omgevingsvormgeving
Paul van der Hoek ontwierp in 1984 op het plein voor de garage Eiermarkt een 6 betonnen kolommen. Ze staan in 3 groepjes van 2 bij elkaar, waarbij 1 van de kolommen gedraaid is voor een speels effect. De kolommen zijn even hoog, waarbij ze op het eind trapsgewijs toelopen.
Vóór de parkeerplaats staat een muur, die bedoeld is om de parkeergarage af te scheiden van de buurt. Wel moest deze muur opvallen. Daarom werd kunstenaar Johan Goedhart gevraagd. Deze ontwierp de muur, betegeld met geglazuurde baksteen. Zowel van der Hoek als Goedhart maken onderdeel uit van de zogenaamde Arnhemse school.
Vergroening
In 2023 zijn De Ridderstraat en de Eiermarkt vergroend: daarvóór was het een versteende omgeving. Daarvoor zijn stukken bestrating vervangen door groen en zijn er een aantal bomen geplant.
1957-1958 Parkdwarsstraat 9-53, 32-118, Doddendaal 5-35, Achter de Valburg 2-4
Bejaardenhuis Doddendaal, 24 november 1986 (Ber van Haren via KN14220-27 RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)
Het RAN heeft nog een aantal foto’s uit 1963, waaronder deze.
Het bejaardencentrum Doddendaal is in 1957-1958 ontworpen door A. Evers en G.J.M. Sarlemijn. Het complex ging in oktober 1959 open. Daarbij ging het om een verzorgingstehuis en 38 ouderenwoningen. Tijdens het bombardement van 1944 was de Parkdwarsstraat zwaar getroffen. Op deze kale plek wilde Woningbouwvereniging Nijmegen een bejaardentehuis bouwen, die aansloot bij de behoeften van ouderen van de binnenstad.
Brandgrens Bombardement Tweede Wereldoorlog Doddendaal (juli 2023)
Nieuwbouw
Op dat moment waren er 2 nieuwbouwprojecten voor bejaardencentra. Doddendaal richtte zich op bewoners van de binnenstad. Het bouwproject van Kolping in Brakkenstein richtte zich op de rest van de stad.
Bejaardenhuis Huize Doddendaal, datering foto december 1959
(Fotopersbureau de Gelderlander, Auteursrecht J.F.M. Trum via F55634 RAN CC-BY-SA)
Het complex bestaat uit een verzorgingstehuis en appartementen. Het verzorgingstehuis (“pensiontehuis”) bestaat uit 55 éénpersoonskamers en 4 kamers voor echtparen.
De opzet was, dat de bewoners van de 38 flatjes zoveel mogelijk met eigen middelen moeten rondkomen. Waarbij ze zo min mogelijk gebruik maken van instellingen als Maatschappelijk Hulpbetoon. Een van de factoren die een rol bij de plaatsbepaling heeft gespeeld, was om het contact met de getrouwde kinderen, die regelmatig in het centrum komen voor bijvoorbeeld boodschappen, te bewaren. Het was het eerste bejaardencentrum in Nijmegen dat gefinancierd werd op basis van Woningfinanciering. De exploitatie komt in handen van een aparte stichting. ( Nijmeegsch dagblad 16-7-1954)
Evers en Sarlemijn
Evers en Sarlemijn was een architectenbureau in Amsterdam van de A. Evers (1914-1997, Amsterdam) en G.J.M. Sarlemijn (1909-1993, Amsterdam). Het bureau bouwde tussen 1941 en 1981 vele kerken, scholen en woningen in een tiental steden. “Vooral in de jaren vijftig en zestig werden vele bouwwerken gerealiseerd in de in katholieke kring gangbare behoudende stijl van de Bossche School”.
De architecten zijn in Nijmegen vooral bekend om de Afrika- en Bouwmeesterbuurt. Deze bouwden zij tussen 1952 en 1957. Zie voor een beschrijving en een lijst van werken:
Bejaardenwoningen aan de Parkdwarsstraat 21 t/m 47, 1986 (Ber van Haren via KN14220-28 RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)
De gebouwen zijn ontworpen in de stijl van de zogenaamde Bossche School. Deze is gebaseerd op Dom Hans Van der Laan, een Benedictijner monnik. Na de Tweede Wereldoorlog gaven Dom Hans Van der Laan, Nico van der Laan en ir C. Pouderoyen hierover een architectuurcursus in Den Bosch.
Kort gezegd komt deze neer op de juiste verhoudingen der delen. Hierbij speelt de verhouding 3:4 een belangrijke rol, die verder is uitgewerkt tot een zogenaamd plastisch getal 1:0,755.
De stijl is een zogenaamde de traditionalistische stijl.
Jaren 80 en verder
Voormalige appartementen van bejaardencentrum Doddendaal met binnentuin, juli 2023
In de jaren tachtig lagen er plannen om het complex te slopen: deze was sterk verouderd. Om sloop te voorkomen vond een grote verbouwing plaats. In 1986 kreeg het dan ook de benaming Huize Nieuw Doddendaal.
In 2013 bleek dat het complex niet meer voldeed om in de toekomst ouderen de zorg te kunnen bieden die zij nodig hebben. Portaal liet het complex renoveren. Sinds 2017 zit hier “Wonen met Perspectief”. Zij biedt tijdelijk woonruimte aan cliënten van Pluryn en de RIBW.
Gemeentelijk Monument
Monument Van der Wagt Doddendaal (juli 2023)
Het gebouw is een Gemeentelijk monument. Bij de argumentatie: “Architectuurhistorisch van hoge waarde vanwege de kwaliteit van het ontwerp, de redelijk gave staat, als voorbeeld van traditionalistische, vroege Bossche Schoolarchitectuur van het belangrijke bureau A. Evers & G.J.M. Sarlemijn. Het complex heeft een robuuste, eenvoudige en evenwichtige uitstraling en kent een precieze detaillering. Er is sprake van grote herkenbaarheid door steeds terugkerende maatverhoudingen en architectonische elementen. De aandacht voor overgangselementen tussen binnen en buiten in het ontwerp is van architectuurhistorische waarde. Onder de bescherming behoren dan ook de entreetrappen met hekwerk, de privetuintjes met scheidingsheggen, de openbare, gemeenschappelijke binnentuin van de seniorenwoningen met een grasveld met beplanting, het voetpad om het grasveld, het prieel, diverse keermuurtjes. Wat betreft de buitenruimte van het verzorgingstehuis is de keermuur parallel aan de eetkamer van waarde. Inwendig waarde vanwege de organisatie van besloten, individuele ruimten, verkeersruimten en de aandacht voor gemeenschappelijke ruimten.
Het complex heeft stedenbouwkundige waarde met het tegenoverliggende voormalige Carmelietenklooster: omvang, overeenkomsten in bouwstijl en -vorm met openbare hoven zijn beeldbepalend voor de wederopgebouwde Doddendaal. Het complex heeft vanwege zijn katholieke achtergrond en functie van pensiontehuis een historische relatie met het karmelietenklooster en de RK instellingen rond Doddendaal. Cultuurhistorische waarde als uiting van de naoorlogse verzorgingsstaat en de zorg voor bejaarden.”
Bronnen
Het oude bejaardencentrum Doddendaal (foto juli 2023)
In 1951 kregen Evers en Sarlemijn van Woningvereniging “Nijmegen” opdracht om een bebouwingsplan voor een gedeelte van Heseveld te ontwerpen. De Bothastraat en de Wetstraat maken onderdeel uit van het eerste complex. Het eerste wat in de straten opvalt zijn de witgeschilderde woningen.
In 1949 ontwerpen de architecten Deur en Pouderoyen het klooster en een kerk voor de Karmelieten. Deze komen mei 1951 gereed, hoewel de toren wat later wordt geplaatst.
Een aantal jaren voordat het gebouw gesloopt werd, had het de titel “lelijkste gebouw van Nijmegen” gekregen. In de loop der jaren was het pand steeds meer vervallen en was het een “rotte kies” geworden. En dat, terwijl er de Luxor bioscoop in 1955 als een fris uitziend pand begon.