Vanuit de Graadt van Roggenstraat in de richting van de Barbarossastraat, 1900 (F32303 RAN) Hunnerberg
#Nijmegen

Graadt van Roggenstraat

Hunnerberg

Vanuit de Graadt van Roggenstraat in de richting van de Barbarossastraat, 1900 (F32303 RAN) Hunnerberg
Vanuit de Graadt van Roggenstraat in de richting van de Barbarossastraat, 1900 (F32303 RAN)

Deze pagina verzamelt artikelen over de Graadt van Roggenstraat en zal van tijd tot tijd worden aangevuld.

Graadt van Roggenstraat 4

In augustus 1897 krijgt H. Piek telefoon, nummer 568. (PGNC 22/8/1897)

In juni vestigt J.W. Hoeffelman zich op dit adres. Hij is arts, uitsluitend voor huid-, blaas- en nierziekten, zijn praktijk aan huis. (PGNC 22/6/1904). Hij komt voor in de Adresboeken 1905, 1907, 1908, 1909 en 1910-1911.

In augustus 1912 betrekt een andere het pand: A. van Grinsven, kinder-arts. (PGNC 30/8/1912)

In PGNC 1/6/1918 vraagt Mevrouw van Kuyk een dienstbode. Het is nog niet bekend om welke mevrouw van Kuyk dit gaat en of er een relatie is met gevonden adressen van van Kuijk op de Mr. Franckenstraat: zijn er verhuizingen geweest? Of hernummeringen, of dat het (hoek) huis meerdere adressen heeft: 1 hoek de Graadt van Roggenstraat, de andere hoek de Franckenstraat?

In de Adresboekn 1924, 1926, 1928 staan Mej. C.I.C, M.J.A. en P.Th.J. Hoogenbosch op dit adres en daarnaast een afzonderlijke vermelding van J. Hoogenbosch. Op De Gelderlander 5/10/1928 is er in ieder geval nog een vermelding van (Maria) Hoogenbosch, die in ondertrouw is gegaan.

De volgende vermelding is in juni 1931van Hs. Zwikker, die in ondertrouw is gegaan met Nellie Swanborn. Hun toekomstig adres is de Graadt van Roggenstraat. H. Zwikker, assistent accountant, komt vervolgens voor in de Adresboeken 1932, 1934, 1936, 1938.

Graadt van Roggenstraat 6

Van Aernsbergen:

  • In november 1900 krijgt M. van Aernsbergen telefoon. (PGNC 25/11/1900)
  • Mevrouw van Aernsbergen vraagt een R.K. Dienstbode (PGNC 8/2/1903)

Mej. B. Jordaan en wed. F.J. Jordaan, geboren E.W. Dikkers staan in de Adresboeken 1922, 1924, 1926

In Adresboek 1924 komt ook Mej. W.A Meijerink voor.

In 1926 komt Wed. F.J. Jordaan, geboren E.W. Dikkers voor.

In 1928 Mej. J.F.J. Delfos.

In PGNC 5/10/1929 vraagt mevrouw Polak een 2e Meisje, “v.g.g.v. hoog loon” en in PGNC 25/6/1930 een “flink degelijk Meisje, goed k. koeken en werken en v.g.g.v.”

G. Valdorf, verpleegster komt in maart 1931 op nummer 6 te wonen. Ze is dan afkomstig van Wetter, Duitsland. (PGNC 21/3/1931)

Wed. G. Bolk, geboren C.J. Overbeck en G.J.A. Bolk komen in 1936.

In 1938 en 1940 komen mej. C.A.M. Bloemen en mej. M.L.A. Bloemen voor.

Daarnaast in 1940 mej. M. Meijer, boekhoudster.

Op 26 januari 1947 zullen De Heer en Mevrouw Duynstee-van Hijst “ontvangen”. (De Gelderlander 25/1/1947)

F.J.F.M. Duijnstee, hoogleraar staatsrecht, komt voor in de Adresboeken 1948, 1951, 1955.

In 1968 is Graadt van Roggenstraat 6 het adres voor het Secretariaat Nijmeegse Studenten.

Graadt van Roggenstraat 8

In april 1903 vraagt de Automobiel-Import-Maatschappij een correspondent – franse taal noodzakelijk. (PGNC 19/4/1903)

In maart 1904 vraagt mevrouw Aertnijs een R.K. dienstbode. (PGNC 15/3/1904) In november 1905 vraagt zij een R.K. Keukenmeid, die zindelijk en bekwaam is. (PGNC 17/9/1905).

In juli 1907 komt J.M. Noorduijn voor als voorzitter van de commissie voor Herstellings- en Vacantie-kolonies (onderafdeling van het Groene Kruis). (PGNC 5/7/1907). Ook in maart 1911 is hij voorzitter van deze commissie. (PGNC 1/3/1911)

Menalda van Schouwenburg

In Adresboek 1922, 1924 en 1926 komt H. Menalda van Schouwenburg voor, directeur van de Nederlandse Verbandwattenfabriek.

Mevrouw Menalda van Schouwenburg plaatst in de jaren regelmatig een personeelsadvertentie. Gevoden zijn:

  • Een bekwame dienstbode (PGNC 17/12/1921)
  • Een nette dienstbode (PGNC 8/5/1922)
  • Een nette dienstbode (PGNC 5/9/1925)
  • Een net 2de meisje (PGNC 19/9/1927)
  • Een flinke dienstbode (PGNC 24/10/1928)
  • Een flinke dienstbode (PGNC 17/3/1930)

Vanaf 1932 komt Menalda van Schouwenburg voor op Canisiussingel 1.

Weduwe C.A. Brenninkmeyer, geboren G.H.M. Karremans

In de Adresboeken 1932 en 1934 komt Weduwe C.A. Brenninkmeyer, geboren G.H.M. Karremans voor.

In maart 1935 verschijnt het bericht dat Wed. C Brenninkmeijer, zonder beroep, zich gevestigd heeft op nummer 8. Zij is dan afkomstig van Amsterdam. Of dit een ander persoon betreft of dat de weduwe tijdelijk is verhuisd, is niet bekend. (PGNC 2/3/1935)

In Adresboek 1934 komt Mej. A.M.G. Visser voor.

In 1948 J.G. van Limpt, directeur Batava Margarinefabriek.

In 1948 komt mej. G.P.J. Wannet voor.

In 1948 en 1951 komt J.L.M. Rutten, vertegenwoordiger, voor.

In De Gelderlander 19/5/1956 komt W. Pieterse voor (De Gelderlander 19/5/1956). In het Adresboek 1959 als ambt. RKU bibliotheek.

Graadt van Roggenstraat 10

Het tot nu toe eerst gevonden adres is van A.H. Bosman in de Adresboeken 1898 en 1899.

In De Gelderlander 11/11/1900 heeft “Firma C.M. Seret en Co., W.C. van Dusseldorp, Steenfabrikanten” telefoon gekregen, nummer 749.

In PGNC 4/1/1902 vraagt mevrouw Dusseldorp een burgerdochter.

In de Adresboeken 1907 en 1908 komt P.B.H. v. Groin Soeters voor.

En in Adresboek 1912 A.MG. Wreesmann, wijnhandelaar.

Mej. Fortuijn Drooglever komen we in PGNC 31/12/1920 en ieder geval een aantal andere advertenties daarna tegen als lid van de Werkverschaffing. (PGNC 31/12/1920)

Mej. M.A.G. Smits komt in de Adresboeken 1928, 1932, 1934, 1936, 1938, 1940 voor op nummer 10.

Mej. M.L.H. Spits, hulp in de huishouding komt in 1940 ook voor.

Hermsen en Heijsen

Mevr. Hermsen vraagt in De Gelderlander 14/6/1948 een net R.K. meisje. Weduwe A.A. Hermsen is gevonden in het Adresboek 1951.

In de Adresboeken 1948, 1951 en 1955 komt W.J. Heijsen, kellner voor. In de Adresboeken 1959 en 1963 komt W.J. Heijen vervolgens voor op Graafsewg 364 als hotelhouder. Dit is het café-restaurant Welgelegen.

Paul Broekman op Noviomagus.nl, 20-04-2016: “Ik heb ook herinneringen aan restaurant annex hotel Welgelegen. Als klein kind ben ik daar met mijn moeder in de jaren vijftig wel eens op visite geweest. M’n moeder was een vriendin van Annie Hermsen, die getrouwd was met Wim Heijsen. In mijn geheugen had het hotel een heel klein speeltuintje. Ik herinner me nog dat Annie het altijd erg druk had. Ik weet wel dat ik er zomers een glaasje limonade kreeg of een ijsje.
Van mijn oudere broer hoorde ik dat Annie en Wim, voordat zij zich omstreeks 1954 vestigden aan de Graafseweg in de Graadt van Roggenstraat hebben gewoond en daar ook al een hotel runden.”

Wat de relatie is tussen Annie Hermsen en de weduwe A.A. Hermsen is nog niet bekend. Was het dezelfde persoon of een familielid? Ook al komt de naam Hermsen vaker voor in Nijmegen, het zal waarschijnlijk geen toeval zijn een Hermsen en Heijsen op hetzelfde adres voorkomen. Het is mij nog niet bekend of en welk hotel zij voor Welgelegen hebben gehad.

In het Adresboek 1955 komt G.W.J.M. van Vuuren, caféhouder voor.

En in 1963 mw. H.J.E. Schäeffer, assistent accountant.

Ook komt M. Vink dat jaar op nummer 10 voor.

In 1968 woont Mej. J. Schhaareman hoofdleidster op dit adres.

Graadt van Roggenstraat 12

Adresboek 1902 is de tot nu toe eerstgevonden vermelding van Graadt van Roggenstraat 12: weduwe E. Heijning, geboren H.J.S. le Jolle.

In 1905, 1907, 1908 staat J.J. v. Deinse, pensionhouder op dit adres.

En in 1910-1911 een pensionhoudster: W.J. Hesselt van Dinter.

In november vestigt Mr. F.E. Mathon, commies-redacteur zich hier. Hij is dan afkomstig uit Den Haag. (PGNC 21/12/1915). In de Adresboeken 1915-1916, 1916 staat hij als commies redacteur ter gemeente secretarie.

In PGNC 21/2/1918 staat reserve 1e luitenant F.A.Zetteler als correpondent voor de “Vereeniging van Verlofofficieren”.

Dan staat in PGNC 3/12/1918 Mr. S.M.S. Reitsma, advocaat-procureur op dit adres.

Advertentie G. Noorduijn, arts (PGNC 20/11/1920)
Advertentie G. Noorduijn, arts (PGNC 20/11/1920)

Rond 20 november 1920 verhuist G. Noorduijn, arts, naar nummer 12 (PGNC 20/11/1920). In de loop der jaren zijn een aantal personeelsadvertenties van mevrouw Noorduijn gevonden:

  • Een keuken-werkmeisje per 1 november PGNC 16/9/1921
  • En in PGNC 27/12/1921 een keuken-werkmeisje tegen 1 februari.
  • In PGNC 20/2/1922 een Waschvrouw (dan mevrouw Noorduijn-Noorduijn)
  • In PGNC 22/3/1923 een Keuken-Werkmeisje

Dr. G. Noorduijn, geneesheer, komt voor in de Adresboeken 1922, 1924, 1928, met zijn spreekuur aan huis.

In 1934, 1936, 1938, 1940 staat A. Marcus op dit adres.

Aankondiging hervatting praktijk Groenestein (De Gelderlander 4/11/1946)
Aankondiging hervatting praktijk Groenestein (De Gelderlander 4/11/1946)

In november 1946 geeft tandheelkundige C.H. Groenestein aan dat hij zijn praktijk weer heeft hervat. (De Gelderlander 4/11/1946)

In de Adresboeken 1948, 1951, 1955 komen voor:

  • C.H. Groenenstein, tandheelkundige
  • C.Th. Groenestein, corrector Nijm. dagblad
  • Mej. H. Groenenstein, huishoudkundige en in 1955 tandarts-assistente

In 1955 komt ook mej. Chr.P. Louvet, hulp in de huishouding voor.

C.H. Groenenstein komt zelf nog voor in Adresboek 1959. Daarnaast staat hij onder kop “Tandtechnische inrichtingen en -Laboratoria” in 1966, 1968.

Graadt van Roggenstraat 14

In april 1910 vraagt mevrouw de van der Schueren een tweede meid. (De Gelderlander 3/4/1910)

In 1911 komt J.C.J. Romswinkel vanuit Rotterdam naar Graadt van Roggenstraat 14. (PGNC 17/9/1911)

J.C.J. Romswinckel, gepensioneerd kapitein der mariniers komt voor onder de “2 aanbeveling” van de “overig ingezetenen” bij de voordracht tot leden van de Commissie Toezicht op het Lager Onderwijs. (PGNC 19/1/1921)

En in april 1921 kotm J.C.J. Romwinckel voor als secretaris van het Bestuur der Vereeniging Ambachtsonderwijs. (PGNC 26/4/1921)

In 1922 vraagt mevrouw Romswinckel-van Dijk een Noodhulp. (PGNC 24/6/1922)

En in juli 1928 een diensbode. (PGNC 12/7/1928)

In het Adresboek 1932 komt J.G. Bursch, pianohandelaar voor.

En Jhr. W.J. de jonge in die van 1934, 1938, 1940.

Graadt van Roggenstraat 16

Bouw van 3 woonhuizen, Gebr. Haspels, datum bouwdossier 1-1-1897
Bouw van 3 woonhuizen, Gebr. Haspels, datum bouwdossier 1-1-1897

In 1899 en 1901 wordt de weduwe R. Terpstra geboren J.L.A. Nijhoff gevonden op Graadt van Roggenstraat 16.

J.C. Fortuijn-Droogleever is in 1918 lid van de Werkverschaffing. (PGNC 19/11/1918)

J.C. Fortuijn-Droogleever staat in het Adresboek 1920.

In 1924 komen mej. A.Th. en mej. J.C. Fortuijn-Drooglever en in 1926 alleen mej. J.C.

In 1924 en 1926 is mej. E. de Boer gevonden.

En in 1926 en 1928 mej. N.A.M. Barbas, lerares huishoudschool.

In 1931 wordt de heer J.G. van Heijst gekozen tot secretaris van de afdeling Nijmegen van het Roode Kruis. (PGNC 4/11/1931)

In 1932 en 1934 komt A.H.D.W. Stecker, monteur op nummer 16 voor.

En in 1934 tevens mej. C.M. van Huls en daarnaast A.A. Vlasveld.

In 1940 J.A. Leppink, gemeenteontvangr.

In mei 1946 kondigen de heer een mevrouw van Ditzhuijzen- de Stoppelaar Blijdesteijn de geboorte van hun dochter Mirjam aan. (De Gelderlander 20/5/1946)

Weduwe A.M. Temmerman, geboren M.J.C. van Grinsven, komt in het Adresboek 1948 voor.

Graadt van Roggenstraat 16, 18 en 20 (van rechts naar links), maart 2025 (Google Streetview)
Graadt van Roggenstraat 16, 18 en 20 (van rechts naar links), maart 2025 (Google Streetview)

Graadt van Roggenstraat 18

Graadt van Roggenstraat 18 komt in ieder geval in 1903 voor: het is het adres van de secretaris van de Theosofische Vereniging (Theo. Vereen.). Dan zijn er kaarten te verkrijgen voor een voordracht over theosofie door Dr. J.J. Hallo (PGNC 1/2/1903)

In oktober 1906 verzoekt Th. Bleckmann om zich te melden vóór 12 oktober wanneer iemand nog wat te vorderen heeft. (PGNC 5/10/1906)

In februari 1910 vraagt Mevrouw C.H. Backer om een net en flink tweede meisje. (PGNC 23/2/1910)

In de loop der jaren zullen nog een aantal volgen, waaronder:

  • Keukenmeid (De Gelderlander 19/9/1912)
  • Tweede meisje (De Gelderlander 17/9/1915)
  • Tweede meisje (PGNC 15/2/1916)

In PGNC 13/11/1919 kondigt C.H. Backer de verhuizing naar de Reinoldstraat 3 aan.

In januari 1926 vraagt mevrouw Duys een flinke dienstbode. (PGNC 9/1/1926) en in PGNC 2/3/1927 een degelijke dienstbode. L.W. Duys komt voor in het Adresboek 1928.

In het Adresboeken 1926 en 1928 komt Mej. H. de Graaf voor. En bovendien Mej. L. v.d. Zwaag.

In september 1929 komen de heer en mevrouw Halberstadt-Tramburg voor. (PGNC 25/9/1929). In de Adresboeken 1932 en 1934 komt H.A.C. Halberstadt voor als inspecteur Nederlandse Spoorwegen (insp. N. Sp.)

In 1934 staat tevens Weduwe A.G.H. v. Genderen Stort, geboren C.E. Austermühle op dit adres.

In Adresboek 1938 A.I. de Stoppelaar Blijdesteijn. Hij wordt in 1938 voorgedragen als 1 van de 3 kandidaten voor de positie voor regent van de beide weeshuizen, maar verliest (PGNC 1/6/1938)

In september 1949 is majoor F.G. van Ditzhuyzen gerepatrieerd vanuit Nederlands-Indië. (De Gelderlander 5/10/1949). In Adresboek 1951 staat echtg. F.G. van Ditzhuijzen, geboren N. de Stoppelaar Blijdesteijn. Ook A.I. de Stoppelaar Blijdesteijn komt nog voor in het Adresboek 1951.

In 1959 staat mw. A.E.M. Franken, laborante op dit adres.

Graadt van Roggenstraat 20

De tot nu eerstgevonden vermelding van Graadt van Roggenstraat 20 is wanneer mevrouw André de la Porte een keukmeid vraagt in september 1903. (PGNC 19/9/1903)

Mej. C. André de la Porte komen we een maand later tegen, die les gaat geven in boetseren en beeldhouwen in hout. (PGNC 15/10/1903)

Advertentie vestiging M.R. Wakkers, Arts (PGNC 5/10/1907)
Advertentie vestiging M.R. Wakkers, Arts (PGNC 5/10/1907)

In oktober 1907 vestigt dokter W.M.R. Wakkers zich op dit adres, met een spreekuur aan huis. (PGNC 5/10/1907)

De tot nu toe enige vermelding daarna is van 1920, wanneer en R.K. dienstbode wordt gevraagd. (De Gelderlander 3/1/1920)

In de Adresboeken 1932, 1936 en 1940 is Dr. F.J.Th. Rutten gevonden. In 1932 is hij buitengewoon, daarna gewoon hoogleraar.

F.J.Th. Rutten komt bovendien voor als penningmeester van de R.K. Montessori-Stichting in in ieder geval  1938 en 1940.

Ook wordt onder het kopje hoogleraren Th. Rutten genoemd. Of het 2 verschillende personen zijn is onbekend, aangezien Th. Rutten niet voorkomt in het reguliere gedeelte van het adresboek. In De Gelderlander 18/8/1939 kondigen de heer en mevrouw Th. Rutten-Leen de geboorte van hun dochter Hildegard aan. (De Gelderlander 18/8/1939)

In Adresboeken 1948 en 1951 komt G.M. Albers, assistent Gemeentelijke Belastingen, voor.

En in 1955 J.B.M. Wennekes, vertegenwoordiger. In 1963 J. Eigeman, werktuigkundig ingenieur.

Graadt van Roggenstraat 22

Zie voor Wegelin ook: https://www.noviomagus.nl/h1.php?p=Prikbord/prikbord-item.php?t=10129?

De op dit moment eerstgevonden vermelding is in maart 1900, wanneer een tweede meid wordt gevraagd. (PGNC 1/3/1900).

14 december 1900 wordt een zoon geboren van meneer en mevrouw Maurits Drukker-Traub. (PGNC 16/12/1900)

In juni 1902 is er een inboedel te koop: “nog kort gebruikte, nette, geheel complete inboedel, door onverwacht vertrek naar Indië. Desverkiezend met de huur van ’t huis.” (PGNC 12/6/1902)

In de Adresboeken 1907, 1909, 1910-1911, 1912-1913, 1915-1916 komen S.M.E. en C.M. d. Tombe voor. In februari betuigen de Dames de Tombe en J.E. Janssen dank “voor de vele bewijzen van belangstelling op 1 Febr.” (PGNC 6/2/1912). In 1922, 1926 komt mej. S.M.E. des Tombe voor.

Ook mej. P. v.d. Zwaag komt in Adresboek 1926 voor.

Rouwadvertentie Els Wegelin-Bonebakker (PGNC 24/12/1929)
Rouwadvertentie Els Wegelin-Bonebakker (PGNC 24/12/1929)

Op 27 december 1929 overlijdt Els Wegelin-Bonebakker. Op 1 september 1931 hervat pianolerares (staatsdiploma) Lieske Wegelin haar lessen, nieuwe leerlingen kunnen zich aanmelden. (PGNC 31/8/1931)

In 1940 woont Dr. J.H.A. Berssenbrugge, “rustend arts”, op dit adres. Ook komt hij voor in 1951, 1955, maar dan als “arts”.

In 1948 en 1951 komt weduwe P.J. Brabers, geboren A.C. Hockers voor.

Graadt van Roggenstraat 24

De tot nu toe eerstgevonden vermelding van Graadt van Roggenstraat 24 is een personeelsadvertentie voor een dienstbode.  (PGNC 15/5/1900)

Ook in PGNC 18/1/1903 wordt een dienstbode gevraagd.

PGNC 10/12/1923

In het Adresboek 1926 en 1928 komt F.W. Koop, koopman voor.

In 1938 en 1940 E.J.W.M. Vemer, leraar Middelbaar Onderwijs lichamelijke oefening, heilgymnastiek en massage.

In 1959 mw. H.G.M. van Heijster. In 1963 ook, dan is haar beroep hulp in de huishouding.

Graadt van Roggenstraat 26

In 1926 en 1928 staat Mej. A. Koning op Graadt van Roggenstraat 26. In 1926 tevens Mej. W.H. Koning  en daarnaast Wed. I.J.H. d Bruijn en ook H. van Wissing, loodgieter.

Gr. Frohwein komt voor in 1940.

In 1948 woont Dr. F.J.M. de Waele, hoogleraar in geschiedenis en staatsinstellingen der Grieken en Romeinen, klassieke archeologie, nieuw-Grieks er. Eveneens in 1948, 1951, 1955, 1963 en in 1971 is hij emeritus hoogleraar.

Van hem zijn veel foto’s bij het RAN te vinden waaronder een foto uit 1959: GN43719 https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=342259&nav_id=9-1&index=26, waarbij hij met een aantal Griekse paters en zusters aan de voordeur staat.

Graadt van Roggenstraat 28

De eerstgevonden vermelding op de Graadt van Roggenstraat 28 is C. Ettij in Adresboek 1899 en vervolgens in 1901 en 1902.

In augustus 1908 vestigt de Weduwe J. v. Deinse-Deinse vanuit Apeldoorn op dit adres. (PGNC 13/9/1908)

In Adresboek 1909 komt J.J. v. Deinse, pensionhouder voor.

In het Adresboek 1922 komt Jos. van Gendt als secretaris-rentmeester in het College van Regenten van Het Cellenbroederenhuis, de Ellendige en andere gevoegde Broederschappen voor.

N.V. Spaarbank voor Katholiek Nederland

Advertentie N.V. Spaarbank voor Katholiek Nederland (De Gelderlander 9/9/1922)
Advertentie N.V. Spaarbank voor Katholiek Nederland (De Gelderlander 9/9/1922)

De bank belegt geld in de bouw van kerken en scholen in eigendom van het bisdom. Ook noemt de advertentie van september 1922 “steun aan de Missiën en de R.K. Universiteit.” (De Gelderlander 9/9/1922)

“De lening op 10 oktober 1923 voor het Bisschop Hamerhuis ging uit van de Spaarbank voor Katholiek Nederland, gevestigd op de Graadt van Roggenstraat 28 in Nijmegen, onder vermelding van stipte geheimhouding (?), grote overwaarde en rente ruim verzekerd. De Hypothecaire Goud-obligatieleening van fl. 650.000,- ten behoeve van de R.K. Parochie van den H. Antonius van Padua in Bekescsaba (Hongarije) werd op 1 juli 1929 in Nijmegen uitgezet in obligaties van fl. 100,- per stuk met een rente van 8%. “ https://nijmegen-oost.nl/berichten/een-historische-buurtwandeling-door-nijmegen-oost-20-kerken-en-kapitaal

In september 1926: “Naar wij uit goede bron vernemen, is de Nationale Spaar- en Emissiebank, thans gevestigd Graadt van Roggenstraat 28 alhier, door aankoop eigenaar geworden van het pand Spoorstraat 14 (voormalig kantoorgebouw der E.R.K.), waarin zij hare kantoren zal vestigen.” (PGNC 18/9/1926)

In het Adresboek 1926 staat het als “Nationale Spaarbank. Spaarbank voor Katholiek Nederland.” “Opgericht 1921. St.Crt. 7 Sept. 1922 No. 174.” (

In Adresboek 1940 komt weduwe N. Fels, geboren van Hoften op dit adres voor.

In augustus 1956 vraagt Terwindt een zelfstandige werkster.  (De Gelderlander 27/8/1956)

Graadt van Roggenstraat 30

Aankodiging verkoop Graadt van Roggenstraat 30 (PGNC 20/5/1900)
Aankodiging verkoop Graadt van Roggenstraat 30 (PGNC 20/5/1900)

Graadt van Roggenstraat in de richting van de mr. Franckenstraat, Hunnerberg, 1900 (uitgever J.H. Schaefer, Amsterdam via F32302 RAN)
Graadt van Roggenstraat in de richting van de mr. Franckenstraat, Hunnerberg, 1900 (uitgever J.H. Schaefer, Amsterdam via F32302 RAN)
Graadt van Roggenstraat in de richting van de Barbarossastraat; rechts de Mr. Franckenstraat, Hunnerberg, 1902 (F2886 RAN)
Graadt van Roggenstraat in de richting van de Barbarossastraat; rechts de Mr. Franckenstraat, Hunnerberg, 1902 (F2886 RAN)
Huize Belvoir (de villa van Anton Jurgens), ook wel genoemd "De Botterfloot", verwoest in september 1944, bij de bevrijding van Nijmegen en de strijd om de Waalbrug, Hunnerberg,1935-9/1944 (Fotopersbureau Gelderland via F39680 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum
Huize Belvoir (de villa van Anton Jurgens), ook wel genoemd “De Botterfloot”, verwoest in september 1944, bij de bevrijding van Nijmegen en de strijd om de Waalbrug, Hunnerberg,1935-9/1944 (Fotopersbureau Gelderland via F39680 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum

Mr. Franckenstraat 1 (Het huidige gebouw)

Op de hoek van de Mr. Franckenstraat en het fietspad van/naar de Graadt van Roggenstraat is in de jaren een nieuw pand gebouwd: naast een woning zit/zat hier het Vincent de Paul center https://avpnijmegen.nl/activiteiten/vincent-de-paul-center.html Op haar eigen, actuele site staat geen adres: https://vincentdepaulcenter.nl/

Zie voor een foto uit 1957 F13815 RAN https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=288067&nav_id=12-1&index=0 Daar is de woning nieuw gebouwd. De Graadt van Roggenstraat is aan de rechterkant nog bebouwd, het terrein linksboven tussen Batavierenweg en Barbarossastraat nog niet. Hier zouden Hotel Belvoir, de Sterflats en het Estelgebouw komen.

Het Wilhelmina Ziekenhuis, 1910 (F288561) Claas Noorduijnstraat 5 architect Semmelink
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Protestants Ziekenhuis/Wilhelmina Ziekenhuis

Geopend 1895 Spaarbankstraat (Claas Noorduijnstraat) Hunnerberg

Het Wilhelmina Ziekenhuis, 1910 (F288561) Claas Noorduijnstraat 5 architect Semmelink
Het Wilhelmina Ziekenhuis, 1910 (F288561)

In 1895 opent aan wat dan nog de Spaarbankstraat heet het protestantse Wilhelmina-Ziekenhuis. Het hospitaaltje op de Jodenberg was te klein en voldeed niet meer. Net als het hospitaal op de Jodenberg kwam de nieuwbouw vooral tot stand met liefdesgaven: grond, geldelijke giften, materialen en belangeloze werkzaamheden. Een centrale figuur was dokter Claas Noorduijn, naar wie de straat werd vernoemd.

Vooraf: een hospitaal op de Jodenberg

Op 5 september 1850 werd in een huis aan de Jodenberg de eerste patiënt opgenomen in het protestantse hospitaaltje. Er was plaats voor twintig patiënten.

In het midden van de 19e eeuw bestonden nog niet de ziekenhuizen zoals wij die tegenwoordig kennen. Meestal vond de zorg voor zieken plaats door familieleden, al dan niet geholpen door een chirurgijn of arts.

In 1848/1849 richtten een aantal leden van de Diaconie van de Nederlandse Hervormde Gemeente een Vereeniging tot Patronaat over de Armen op, een toevluchtsoord “‘voor die ongelukkige zieken, die in hun eigen woningen van licht en lucht van ligging en deksel en voedsel, in één woord van het onontbeerlijkste waren verstoken’” (‘Vaarwel lief ziekenhuis’ zoals weergegeven op https://www.cwz.nl/over-cwz/organisatie/historie) Daarbij kwam al snel een commissie met als doel om een ziekenhuis te stichten.

Opvallend daarbij is dat “Eerst is er nog sprake van de komst van een algemeen ziekenhuis waar iedereen terecht kan, welk geloof je ook hebt. Maar dat plan blijkt te hoog gegrepen. Na een hoop geruzie binnen de besturen besluiten de protestanten en katholieken afzonderlijk een ziekenhuis voor de eigen gelovigen op te richten.” (https://web.archive.org/web/20250905221605/https://www.cwz.nl/over-cwz/175-jaar-cwz/weetjes-over-de-historie-van-cwz/1850-protestants-ziekenhuis-opent-in-nijmegen/)

Op 5 september 1850 kwam de eerste patiënt naar het Protestantsch Ziekenhuis op de Jodenberg. Er is plaats voor 20 patiënten. Dr. Claas Noorduijn wordt de geneesheer-directeur. Het ziekenhuis bleek echter al snel te klein.

1888/1889 Oprichting Vereeniging Het Protestantsch Ziekenhuis te Nijmegen

“In 1888 werd besloten een nieuw en groter protestants ziekenhuis aan de Spaarbankstraat te bouwen. Daarbij werd ook de Vereeniging ‘Het Protestantsch Ziekenhuis te Nijmegen’ formeel georganiseerd”, met als doel een nieuw, groter ziekenhuis te bouwen, in de eerste plaats voor de in Nijmegen wonend protestanten. (Wikipedia noemt 1889; CWZ 1888: mogelijk/waarschijnlijk baseert Wikipedia zich op het Koninklijk Besluit tot goedkeuring, 1888 op de oprichting zelf)

Het doel was “Het oprichten en instandhouden van een ziekeninrichting, waar ongeveer 45 personen terecht konden en waar, ‘(met uitzondering van krankzinnigen en epileptici) behoeftigen wier opneming door het Burgerlijk Armbestuur gevraagd wordt’, werden opgenomen. ‘Bovendien worden (zonder eenige formaliteit) opgenomen, personen, die onverwachts en onverwijld hulp behoeven. (…) Een geneesheer houdt zijn spreekuur, voornamelijk als oogenpolikliniek, in het ziekenhuis; behoeftigen kunnen hem kosteloos hier raadplegen.

De geneesmiddelen zijn geheel kosteloos en begrepen in het abonnement dat de vereeniging met het Burgerlijk Armbestuur heeft aangegaan (f. 2400 jaarlijks voor ten minste 9 bedden). Versterkende middelen worden niet afzonderlijk berekend. (…)

Uitzending van verpleegzusters wordt aangevraagd aan de directrice. Dag- of nachtverpleging kan kosteloos worden verleend.’ (Blankenberg)” (https://resources.huygens.knaw.nl/armenzorg/gids/vereniging/3659771502)

De bouw werd grotendeels mogelijk gemaakt door giften. Daarnaast werden grond, materialen en werkzaamheden geschonken.”

Door de schenking van een stuk grond en doordat er voldoende geld was ingezameld, werd de daadwerkelijke bouw aan de Spaarbankstraat (de huidige Dr. Claas Noorduijnstraat) mogelijk. Alleen al aan geldelijke giften en renteloze leningen, maar ook door allerlei activiteiten als voorstellingen en bazaars, was bij de opening ongeveer 73.000 gulden ontvangen. Een van de schenkingen was afkomstig van het Koninklijk huis. Behalve geld, werden er giften in nature en werkzaamheden gedaan.

1895 Opening

Op de achtergrond het Wilhelmina Ziekenhuis; Vanuit de Mr. Franckenstraat, in de richting van het Wilhelmina Ziekenhuis en de Dr. Claas Noorduijnstraat, 1900-1905 (F32159 RAN) architect Semmelink
Op de achtergrond het Wilhelmina Ziekenhuis; Vanuit de Mr. Franckenstraat, in de richting van het Wilhelmina Ziekenhuis en de Dr. Claas Noorduijnstraat, 1900-1905 (F32159 RAN) architect Semmelink

Op 4 april 1894 vond de eerstesteenlegging plaats aan de Spaarbankstraat (F52399 RAN).

Op 7 mei 1895 ging het ziekenhuis open. 10 dagen later, op 17 mei, kwam Koningin-regentes Emma op bezoek met prinses Wilhelmina. Op die dag maakt het bestuur bekend dat het ziekenhuis voortaan naar Wilhelmina gaat heten.

Bij de opening houdt P.H. Noorduijn een toespraak, zoals weergegeven in PGNC 8/5/1895:

“De plechtige opening van het Nieuwe Protestantsche Ziekenhuis.

Hedenmiddag ten drie uren had in tegenwoordigheid van een beperkt aantal genoodigden- onder wie wij o.a. de Besturen van ’t Protestantsche Ziekenhuis en de Bouwfonds-Commissie, HH. Doctoren en HH. Predikanten en vele dames opmerkten- de plechtige overdracht plaats van het nieuwe gebouw, door de Bouwfonds-Commissie aan de Vereeniging het Protestantsche Ziekenhuis te Nijmegen.

De groote corridors op de eerste étage waren in een tijdelijke feestzaal herschapen, waar voor de genoodigden zitplaatsen waren gereserveerd. Een zangkoor van ruim 50 dames, onder leiding van den heer H. de Vries, luisterde de plechtigheid op.

Toen allen, zoo goed als de beschikbare ruimte het toeliet, gezeten waren, sprak de heer P.H. Noorduijn, Voorzitter der Bouwfonds-Commissie de volgende rede uit:

Mijne Heeren en Dames!

Bij de overdracht van dit gebouw aan het Bestuur van het Protest. Ziekenhuis rust op mij als Voorzitter van de Bouwfonds-commissie de taak, om u het eerst toe te spreken. Ware dit niet het geval, zeker zou ik mij dit niet aanmatigen; maar toch streelt het mij, bij zoo’n heerlijk werk als dit het woord te mogen voeren, want het geldt hier toch een gebouw, geheel aan de lijdende menschheid gewijd en uitsluitend door liefdegaven tot stand gebracht.

Met een enkel woord zal ik u mededeelen waaruit de liefdegaven bestonden.

De eerste gift (het was in het voorjaar van 1891) betrof den grond, waarop dit gebouw verrezen is, groot ruim 8000 M² en vertegenwoordigende een zeer belangrijke waarde.

De muur, staande op de grens aan de oostzijde, werd door een belangstellende cadeau gegeven, eveneens de vier bliksemafleiders, waarmede het gebouw voorzien is en zooveel kleinere zaken meer, te veel om te noemen.

De plannen voor den aanleg van den tuin werden belangeloos door den heer Rosseels uit Leuven verstrekt, terwijl met de uitvoering zich belastten: eerst de heer Hofkamp, thans stadsarchitect te Leeuwarden, en vervolgens de heer Gerretsen, bloemist te Hees. Beide deze heeren, die met hart en ziel en met kennis van zaken het werk hebben geleid, deden dit ook al weder geheel belangeloos.

Kinderzaal Wilhelmina Ziekenhuis, 1910 (Foto Grijpink via F68617 RAN CCBYSA) Semmelink Claas Noorduijnstraat
Kinderzaal Wilhelmina Ziekenhuis, 1910 (Foto Grijpink via F68617 RAN CCBYSA)

Aan giften in geld werden ontvangen omstreeks f73.000. Een belangrijk bedrag, doch nog niet voldoende, want er is nog een tekort van ongeveer f3000. Het juiste cijfer is op dit oogenblik niet op te geven.

Waar de Commissie op zoo velerlei gebied werd bijgestaan, kon het niet anders of voor haar werd het een genot het voorgenomen werk uit te kunnen volvoeren.

Is zij aan al degenen, die op deze wijze hulp boden, grooten dank schuldig, niet minder is zij dit aan den heer Semmelink, den ontwerper van het gebouw. Van hem heeft het toch grootendeels afgehangen dat een Ziekenhuis is daargesteld, dat aan alle redelijke eischen van den tegenwoordigen tijd voldoet. En hoe hij daarin is geslaagd, hebben zij zich kunnen overtuigen, die reeds een kijkje namen. Deskundigen, die het gebouw zagen, roemden het allen ten zeerste, en leeken, die nu en dan eens kwamen zien, vonden de inrichting en de vroolijke ligging zóó heerlijk, dat de meesten riepen: “als men hier ziek komt, moet men wel beter worden!”

En wat een tijd heeft Semmelink er aan besteed! Dat kunnen echter alleen beoordeelen degenen, die telkens met hem samen kwamen om de plannen te bespreken.

Het Wilhelmina Ziekenhuis, 1910 (F288561) Claas Noorduijnstraat 5 architect Semmelink
Het Wilhelmina Ziekenhuis, 1910 (F288561)

Hartelijk breng ik U, Semmelink, dan ook den dank toe van al de leden van Commissie en Bestuur, doch zeker ook van alle belangstellenden in dit Ziekenhuis! De aannemers, de heeren van Eek en Wijers, mogen hier ook niet vergeten worden. Flink werd door hen de bouw aangepakt, zoodanig, dat op het bepaalde tijdstip de oplevering kon plaats hebben. Wij zijn overtuigd, dat het werk ook degelijk en goed is uitgevoerd, en dat deze heeren dus daarvoor dank verdienen.”… en verder. (PGNC 8/5/1895)

Claas Noorduijn

Dr. Claas Noorduijn en zijn echtgenote Johanna Ruperta Drijfhout van Hooff op zijn 80-ste verjaardag in het trapportaal van het Wilhelmina Ziekenhuis, onder het toen zo juist onthulde portret van hemzelf, 1903 (F84827 RAN)
Dr. Claas Noorduijn en zijn echtgenote Johanna Ruperta Drijfhout van Hooff op zijn 80-ste verjaardag in het trapportaal van het Wilhelmina Ziekenhuis, onder het toen zo juist onthulde portret van hemzelf, 1903 (F84827 RAN)

Claas Noorduijn (Nijmegen, 14-7-1823 – Nijmegen, 30-6-1916) was daarbij de geneesheer-directeur.

Hij was de oudste zoon van dr. Jan Matthijs Noorduijn (1795-1863) en een neef van Arend Noorduijn (1803-1896). Noorduijn was op 12 september 1846 gepromoveerd.  Na een studiereis door Oostenrijk, Duitsland en Frankrijk nam hij in 1848 de dokterspraktijk van zijn vader over.

In 1913 zou ter gelegenheid van zijn 90ste verjaardag de Spaarbankstraat vernoemd worden naar zijn naam “”die zich voor de gemeente steeds zoo verdienstelijk heeft gemaakt, waarbij zijn praktijk onder de armen zeker niet mag worden vergeten”.” (quote weergegeven op https://nl.wikipedia.org/wiki/Claas_Noorduijn)

Noorduijn ligt begraven op Rustoord.

Architect Semmelink

De architect van het ziekenhuis was Derk Semmelink. Lees hier meer over deze architect:

Derk Semmelink, architect

Architect Semmelink begon als leerling bij de Arnhemse architecten van Gendt en Nieraad. Een aantal werken van hem zijn Hotel-café Bellevue, villa Maris, het Luthers Kerkje, het Wilhelminaziekenhuis, Bahlmann en schoolgebouw van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen

Lees verder

Eerste jaren

Hoewel het ziekenhuis in de eerste plaats voor protestantse patiënten was bedoeld, bestond in 1896-1897 ongeveer een kwart van de patiënten uit rooms-katholieken, naast enkele joodse patiënten.”Vandaar: “Het ziekenhuis staat open voor alle godsdienstleeraren, wier bezoek door zieken gewenscht wordt.”” (Huygens)

Het Huygens Instituut geeft ook een overzicht van de inkomsten en uitgaven, overgenomen uit Tijdschrift voor armenzorg 1e jrg. (1900)

In 1899:

Inkomsten Uitgaven 
Bijdragen Burgerlijk Armenbestuur3.600Personeel2.512
Renten829Huishouding7.778
Verpleeggelden6.265Geneesmiddelen1.837
Contributie2.884Brandstoffen2.091
Legaten en giften10.250Gebouwen en meubilair2.957
Buitengewone ontvangsten773Drukwerk5.340
  Afschrijving nadeelig saldo van 18981.863
Inkomsten24.600Uitgaven23.477

Oftewel een positief saldo van f. 1.123.

Schijnbaar kwamen er in 1899 nog veel giften binnen, welke de grootste inkomstenbron is. En afgaande op de “afschrijving nadeelig saldo van 1898” was er in dat jaar sprake van verlies geweest.

In 1900 zou de bijdrage van het Armenbestuur eveneens f3.600 worden. Dat jaar komen f8.247 aan verpleeggelden binnen. De huishoudelijke uitgaven zijn dan f8.111.

1921 Uitbreiding met rechtervleugel

In 1918 koopt het Wilhelminaziekenhuis een stuk grond van de gemeente aan de Barbarossastraat. SWDan volgt een grote verbouwing met een grote zijvleugel aan de rechterzijde van het hoofdgebouw. Nu biedt het ziekenhuis plaats voor 100 bedden. Naast de directrice en adjunct-directrice werken er nu 26 verpleegsters, 3 juffrouwen in de huishouding en een portier.

Dde verbouwing van 1920/1921 bracht onder andere een betere operatiekamer, een kraamkamer, een moderne röntgeninrichting, een lift, verbeterde hygiëne en brandveiligheid. Vloeren en wanden werden zo uitgevoerd, dat stofophoping werd beperkt.

De architect van deze en volgende uitbreidingen was Willem Hoffmann. Lees hier verder over deze architect en zijn verbouwingen:

Willem Hoffmann, architect

Architect Hoffmann is vooral bekend vanwege zijn villa’s. Zijn grootste werk is mogelijk ’t Slotje van de Baron. Ook de uitbreiding/verbouwing van het Wilhelminaziekenhuis is een groot werk. Daarnaast komen wij hem regelmatig tegen in de nieuwbouw of verbouw van horeca en winkels. Veel van zijn ontwerpen bevatten jugendstil- en art-nouveau-elementen.

Lees verder

1930 Uitbreiding met linkervleugel

In 1930 volgt er een uitbreiding met een linkervleugel, welke op 29 augustus 1930 opengaat. Door deze verbouwing was er 62.000 gulden aan donaties binnengekomen.

Margriet Paviljoen

In 1967 kwam het Margriet Paviljoen eveneens in het pand, later Verpleeghuis Margriet genoemd.

Fusie

Het Wilhelminaziekenhuis bleef tot 1974 als zelfstandig ziekenhuis bestaan. Daarna vond een fusie plaats met het katholieke Canisiusziekenhuis tot de Stichting Nijmeegs Interconfessioneel Ziekenhuis Canisius-Wilhelmina. In 1977 verhuisden de medewerkers van het Wilhelminaziekenhuis naar de locatie van het Canisiusziekenhuis aan de Sint Annastraat. Het oude gebouw aan de Dr. Claas Noorduijnstraat werd vervolgens gebruikt als Verpleeghuis Margriet. In 1992 verhuisde het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis naar de nieuwbouw aan de Weg door Jonkerbos.

Vervolg en sloop

Nieuwbouw op voormalig terrein Wilhelmina Ziekenhuis, Claas Noorduijnstraat Hunnerberg (september 2026)
Nieuwbouw op voormalig terrein Wilhelmina Ziekenhuis, Claas Noorduijnstraat Hunnerberg (september 2026)

Na de fusie kwam het gebouw in gebruik door het Margriet Paviljoen, later het Verpleeghuis Margriet genoemd.

Het pand is ondanks protesten van de buurt gesloopt; in 2014 vond op het vrijgekomen terrein archeologisch onderzoek plaats.

In de plaats kwam een woonlocatie, onder andere voor mensen met speciale zorgbehoeftes.

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Wilhelminaziekenhuis_(Nijmegen)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Claas_Noorduijn

https://www.cwz.nl/over-cwz/organisatie/historie

Uitgave: Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten, Zeist 2008, Onderzoek en tekst: Gelders Genootschap https://www.planviewer.nl/imro/files/NL.IMRO.0268.BP7000-VG01/tb_NL.IMRO.0268.BP7000-VG01_2.pdf

https://resources.huygens.knaw.nl/armenzorg/gids/vereniging/3659771502

https://gaypnt.mijnweb.site/straatnamen/D.html#Dr.%20Claas%20Noorduijnstraat

https://www.intonijmegen.com/blijf-op-de-hoogte/verhaal/canon-van-nijmegen-gezonder-leven-verbetering-van-hygiene-en-medische-zorg

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/28_Gezonder_leven

https://nl.wikipedia.org/wiki/Canisius-Wilhelmina_Ziekenhuis

https://web.archive.org/web/20250905221605/https://www.cwz.nl/over-cwz/175-jaar-cwz/weetjes-over-de-historie-van-cwz/1850-protestants-ziekenhuis-opent-in-nijmegen/

Hunnerberg

De Hunnerberg is een wijk en stuwwal aan de oever van de Waal in Nijmegen. Deze positie van een lage…

Derk Semmelink, architect

Architect Semmelink begon als leerling bij de Arnhemse architecten van Gendt en Nieraad. Een aantal werken van hem zijn Hotel-café…

Canisius ziekenhuis

In 1926 zou het nieuwe R.-K. Canisius Ziekenhuis aan de (huidige) St. Annastraat en Groenestraat worden geopend. In 1920 plaatst…

St. Canisiussingel 23, 25 en 27, hoek Prins Hendrikstraat (september 2026)
#Nijmegen, Geen categorie

St Canisiussingel

St. Canisiussingel 23, 25 en 27, hoek Prins Hendrikstraat (september 2026)
St. Canisiussingel 23, 25 en 27, hoek Prins Hendrikstraat (september 2026)

Deze pagina verzamelt artikelen over de St. Canisiussingel.

Flat hoek St. Canisiussingel – Mr. Franckenstraat Hunnerberg, zijde Mr. Franckenstraat (augustus 2026)

Flat hoek Mr Franckenstraat – St Canisiussingel

1956 Hoek Meester Franckenstraat – Canisiussingel RAN: “Appartementengebouw op de hoek met de Mr. Franckenstraat, gezien vanaf de Canisiussingel. Het droeg de nieuwe bouwopvattingen van de vroege jaren vijftig uit: ruim en open naar licht en lucht. Op de achtergrond links is een van de 2 Sterflats aan de Barbarossastraat in aanbouw.” In maart 1956…

Lees verder
St. Canisiussingel 23, 25 en 27, hoek Prins Hendrikstraat (september 2026)

St Canisiussingel 23 25 en 27

De panden St. Canisiussingel 23, 25 en 27 zijn gebouwd door Gebroeders Haspels (Bestemmingsplan Nijmegen Centrum – Binnenstad – 8). Vaag is op bouwtekening D12.379331, links naast Bemerkingen, nog de handtekening van Haspels te zien. Bij de rioolaanleg D12.379650 is de handtekening Haspels duidelijk leesbaar.

Lees verder
Monumentale villa mogelijk ontworpen door L.H. Verbrugge en gebouwd in de jaren 1890/91 op de hoek (verlengde) St. Jorisstraat Canisiussingel (rechts); in 1896 werd het adres mr. Franckenstraat 2. Op 9 november opent, na een omvangrijke verbouwing onder andere een aanbouw links van het pand, H.E Span de banketbakkerij “Keizer Karel” met lunchroom en terras in het ronde gedeelte. In 1933 vestigt zich in de aanbouw een filiaal van bloemensalon “Corona” in de Bisschop Hamerstraat. Tijdens de bevrijding van de stad wordt het pand en de naastliggende huizen verwoest, Mr. Franckenstraat 2 Hunnerberg, 1895-1900 (F5503 RAN)

Banketbakkerij annex Lunchroom Keizer Karel

1917 Franckenstraat 2 (verwoest) Banketbakkerij annex Lunchroom Keizer Karel Banketbakkerij “Keizer Karel”. In het perceel Franckenstraat 2 opent morgen de heer H.E. Span zijn Banketbakkerij “Keizer Karel”, tot dusver gevestigd in de Molenstraat, waar de winkel als filiaal blijft. Het omvangrijk heerenhuis heeft een belangrijke verbouwing ondergaan. Door aanbouw van een vleugel is een keurig…

Lees verder
St. Canisisussingel 1 (augustus 2026)

St. Canisiussingel 1: van Villa Rust tot bank

De meeste mensen zullen Canisiussingel 1 kennen als de Mauritskliniek of de Slavenburg’s Bank/Credit Lyonnais Bank. Het pand is echter gebouwd als villa. Een van de eerste bewoners -zo niet de eerste- was A.J. Pluijm, een graanfactor uit Rotterdam. Hij noemde zijn woning “Villa Rust”.

Lees verder

Hoek Canisiussingel/Berg en Dalseweg 1 (oud)

Internaat voor ongevalspatiënten; later werd hier Hotel Pays Bas gevestigd, Berg en Dalseweg 1 Hunnerberg, 1920 (Uitg. La Rivière & Voorhoeve (LRV), Zwolle via F12656 RAN)
Internaat voor ongevalspatiënten; later werd hier Hotel Pays Bas gevestigd, Berg en Dalseweg 1 Hunnerberg, 1920 (Uitg. La Rivière & Voorhoeve (LRV), Zwolle via F12656 RAN)

Geschiedenis van Hotel-Restaurant Pays Bas

In 1934 opende A.J. Mermans zijn Hotel-restaurant “Pays-Bas” aan de Batavierenweg, wat een bekende gelegenheid voor bijeenkomsten werd. Tijdens Market Garden raakte het beschadigd. In 1951 volgde nieuwbouw. In 1989 is het pand gesloopt, om plaats te maken voor appartementen.

St. Canisiussingel 16

Villa Elisabeth, St. Canisiussingel 16, 1930 (F17510 RAN)
Villa Elisabeth, St. Canisiussingel 16, 1930 (F17510 RAN)
Een besneeuwde St. Canisiussingel richting Oranjesingel met arrenslee voor de herenhuizen met de huisnummers 32 en volgende, rond 1920 (F15926 RAN)
Een besneeuwde St. Canisiussingel richting Oranjesingel met arrenslee voor de herenhuizen met de huisnummers 32 en volgende, rond 1920 (F15926 RAN)
Flat hoek St. Canisiussingel - Mr. Franckenstraat Hunnerberg, zijde Mr. Franckenstraat (augustus 2026)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Flat hoek Mr Franckenstraat – St Canisiussingel

1956 Hoek Meester Franckenstraat – Canisiussingel

Flat hoek St. Canisiussingel -  Mr. Franckenstraat Hunnerberg, zijde Mr. Franckenstraat (augustus 2026)
Flat hoek St. Canisiussingel – Mr. Franckenstraat Hunnerberg, zijde Mr. Franckenstraat (augustus 2026)

RAN: “Appartementengebouw op de hoek met de Mr. Franckenstraat, gezien vanaf de Canisiussingel. Het droeg de nieuwe bouwopvattingen van de vroege jaren vijftig uit: ruim en open naar licht en lucht. Op de achtergrond links is een van de 2 Sterflats aan de Barbarossastraat in aanbouw.”

In maart 1956 wordt het flatgebouw aan de Mr. Franckenstraat geopend. Dit flatgebouw met 7 woonlagen heeft 8 vijf- en 22 vier-kamerflats en is 23 a 25meter hoog. Daarnaast is er ruimte voor 3 kantoren en 9 garages. Het lage gedeelte heeft 4 verdiepingen. De toren heeft een berging op de begane grond, het lage gedeelte kelders. Op het moment van de opening zijn alle woningen al verhuurd.

Flat Mr. Franckenstraat, 1957 (Jeroen van Lith via D1056 RAN tevens Auteursrechthouder)
Flat Mr. Franckenstraat, 1957 (Jeroen van Lith via D1056 RAN tevens Auteursrechthouder)

De aannemer was de bouwcombinatie Lemmens-Kwaaitaal-Hollink en Waals uit Rotterdam.  De opdrachtgever was Progress, het pensioenfonds van Unilever. “Sinds de oorlog belegt men gaarne in vaste goederen.” (Nijmeegsch Dagblad, 8-2-1955) Zij wordt in Nijmegen vertegenwoordigd door makelaars Strijbosch en Thunnissen. Dit makelaarskantoor had het pensioenfonds en de gemeente met elkaar in contact gebracht.

Begin februari steekt burgemeester Hustinx de “eerste spade” in de grond. Deze flat is op dat moment de hoogste die Nijmegen zal krijgen. Overigens niet voor lang: bij de oplevering van deze flat is al bekend dat de flats aan de Batavierenweg zullen worden gebouwd en daarnaast de sterflat op de Hatertse Hei. “Ondanks de hevige vorst is de laagbouw in dit reusachtige gebouw in tien en halve maand tot stand gekomen.”

Flat Meester Franckenstraat Canisiussingel, augustus 2023 (Google Streetview)
Flat Meester Franckenstraat Canisiussingel, augustus 2023 (Google Streetview)

Behalve dat het gebouw op een van de mooiste plekken van Nijmegen staat, is de flat van binnen als buiten luxueus. De toren heeft een lift. Alle woningen hebben centrale verwarming en een badkamer. De woningen met 4- of 5- kamers hebben een ijskast. Ook de afwerking van buiten is luxueus. De huurprijzen liggen tussen de 65 en 135 gulden.

“De burgemeester die hierna het woord nam, zeide dat dit flatgebouw een belangrijke aanwinst voor Nijmegen is. Nijmegen is een woonstad welke door haar ligging een bijzonder karakter heeft. Toen de initiatiefnemers tot de bouw, de makelaars Strijbosch-Thunnissen, met dit plan bij het gemeentebestuur kwamen, was de aanvankelijke wrevel tegen woonflats op dit punt als spoedig overwonnen, aldus spr. Hij had grote waardering voor de architect van dit imposante bouwwerk, dat zo gelukkig is gesitueerd, passend in dit deel van de stad bij de toegang uit het noorden.” (De Gelderlander 16/3/1956) “Nijmegen zal op de ingeslagen weg voortgaan met particuliere aannemers in te schakelen in de bouw van de betere woningen, zo zei de burgemeester” (De Vrije Zeeuw, 19-3-1956)

Architect Nefkens

De architect van deze flat is Harry Nefkens. Leest hier meer over deze architect:

Harry Nefkens

Harry Nefkens is de architect van een aantal markante gebouwen in Nijmegen, zoals de sterflats. Aanvankelijk is hij vooral bekend als architect van de wederopbouw, vooral in Rotterdam. In de jaren 70 was hij architect van bedrijfspanden en kantoren en actief als projectontwikkelaar. Dat laatste bracht hem in de Quote500.

Lees verder

(Overige) Bronnen

Flat hoek St Canisiussingel Mr Franckenstraat Hunnerberg St Canisiuszijde augustus 2026
Flat hoek St. Canisiussingel – Mr. Franckenstraat Hunnerberg, St. Canisiuszijde (augustus 2026)

Nijmeegsch dagblad, 8-2-1955

Het Parool, 17-3-1956

Ingang flat hoek St. Canisiussingel -  Mr. Franckenstraat Hunnerberg (augustus 2026)
Ingang flat hoek St. Canisiussingel – Mr. Franckenstraat Hunnerberg (augustus 2026)

Hunnerberg

De Hunnerberg is een wijk en stuwwal aan de oever van de Waal in Nijmegen. Deze positie van een lage…

Harry Nefkens

Harry Nefkens is de architect van een aantal markante gebouwen in Nijmegen, zoals de sterflats. Aanvankelijk is hij vooral bekend…

St. Canisiussingel 23, 25 en 27, hoek Prins Hendrikstraat (september 2026)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

St Canisiussingel 23 25 en 27

St. Canisiussingel 23, 25 en 27, hoek Prins Hendrikstraat (september 2026)
St. Canisiussingel 23, 25 en 27, hoek Prins Hendrikstraat (september 2026)

De panden St. Canisiussingel 23, 25 en 27 zijn gebouwd door Gebroeders Haspels (Bestemmingsplan Nijmegen Centrum – Binnenstad – 8). Vaag is op bouwtekening D12.379331, links naast Bemerkingen, nog de handtekening van Haspels te zien. Bij de rioolaanleg D12.379650 is de handtekening Haspels duidelijk leesbaar.

Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379333)
Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel zijde, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379333)
Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), gevel Prins Hendrikstraat, datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379333)
Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), gevel Prins Hendrikstraat, datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379333)

3 verschillende woningen

Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), indeling begane grond, datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379331)
Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), indeling begane grond, datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379331)

D12.379331 laat de indeling zien, waarvan hier de plattegrond van de begane grond staat weergegeven. Daarbij valt op, dat de indeling van de 3 huizen aanzienlijk verschillend is.

Allereerst de plaatsing van de salon, huiskamer en serre:

De linker woning heeft de salon middenin. Met rechts de serre en daarachter de huiskamer, welke doorloopt in de eetkamer.

Het middelste huis heeft de huiskamer juist aan de voorkant, met daar achter de salon en daar de serre weer achter.

Rechts -maar deze grenst aan de Prins Hendrikstraat- heeft voor de serre, dan de huiskamer, dan de salon.

Daarnaast is opvallend dat het middelste huis een “kantoor” heeft en het rechterhuis een “spreekkamer”. Bij het linker huis is alleen sprake van een woonfunctie.

Wed. A.S. Cohen, geboren Drukker

Afgaande op de verkoop door de erven, waren de panden eigendom van de Weduwe A.S. Cohen, geboren Drukker.

Op 5 september 1906 verkopen Cornelis Karel en Dirk Jan Haspels (de firma Gebroeders Haspels), bouwkundigen en koopmannen aan Abraham Salomon Cohen, koopman een perceel bouwterrein: “liggende op den hoek van den Sint Canisius Singel en de Prins Hendrik Straat te Nijmegen, bekend op den legger der Kadastrale gemeente Nijmegen, Sectie B noordwesterlijk deel van Nummer 3567 ter grootte van ongeveer tien aren twintig centiaren, door gemelden vennootschap in eigendom verkregen ten gevolge van koop van de gemeente Nijmegen blijkens acte op dertig december negentienhonderd.” Cohen betaalt 9180 gulden. Het is nog niet bekend of het dit perceel betreft of een naburig perceel. Daarnaast valt in deze, als het daadwerkelijk om perceel van nummers 23, 25 en 27 of één daarvan gaat, op dat de Gebr. Haspels een bouwterrein in plaats van een woning verkopen.

In mei 1909 blijkt Wed. A. Cohen, Canisiussingel 27 naar Den Haag te vertrekken, Laan N.-O.-Indië 64. (PGNC 23/5/1909)

1912 Te koop

In 1912 staan St. Canisiussingel 23, 25 en 27 te koop. De eigenaren blijken dan de erven van Mevr. de Wed. A.S. Cohen, geboren Drukker te zijn.

Alle drie woningen zijn op dat moment verhuurd:

  • perceel 1, nummer 27, aan dr. F.A.M. Lemaire
  • perceel 2, nummer 25, aan M. Prakke
  • perceel 3, nummer 23, aan dr. J. Schouten

Vervolgens is een aankondiging van de veiling en verkoop gevonden in 1917 (PGNC 3/11/1917).

Dan zullen de woningen namens A.A. van der Borg geveild worden.

Op dat moment zijn de woningen verhuurd aan:

  • WelEd.Z.Gel. Heer Dr. Lemaire, nummer 27
  • W. van Doesburg, nummer 25
  • J. Nauta Andreae, nummer 23

Gevonden gebruikers

Canisiussingel 23

In 1912-1913, 1913-1914 is het Dr. J. Schouten

In 1914-1915 staat het mogelijk leeg.

In 1915-1916 Prins H.J.E. de Bourbon.

In 1918, 1920 I. Nauta Andreae-PermentierCanisiussingel 27 > ook in 1912 klopt het adres

In 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1918, 1920 is het Dr. F.A.M. Lamaire. In 1914-1915 heeft iemand de a doorgehaald: het moet Lemaire zijn.

Canisiussingel 25

In 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916 is het M. Prakke

In 1918, 1920 W. van Doesburg

Canisiussingel 27

In mei 1909 blijkt Wed. A. Cohen, Canisiussingel 27 naar Den Haag te vertrekken, Laan N.-O.-Indië 64. (PGNC 23/5/1909)

F.A.M. Lemaire

F.A.M. Lemaire op een foto van de Gemeenteraad, 1910 (Detail F65766 RAN)
F.A.M. Lemaire op een foto van de Gemeenteraad, 1910 (Detail F65766 RAN)

In ieder geval Adresboek 1908, 1909 Kronenburgersingel 31.

Franciscus Antonius Maria Lemaire (Nijmegen, 10-12-1866) komt in het Bevolkingsregister 1910 voor op Kronenburgersingel 31. Zijn beroep is moeilijk leesbaar: “…. Doctor en Arts” en ook het beroep dat er op een later tijdstip is bijgeschreven is onduidelijk: “geneesk. … D”. Hij is op 10 december 1900 afkomstig uit Zevenbergen. Op 28 september 1920 vertrekt hij naar Dordrecht. Op een later tijdstip is erbij geschreven dat hij op 2 februari 1921 naar Indië is vertrokken.

Opvallend daarbij is, dat Lemaire dus tot nu toe niet in het Bevolkingsregister op St. Canisiussingel 27 is gevonden.

Lemaire is getrouwd met Bartholomea Elisabeth Maria Josephina Lombarts (Loon op Zand, 5-12-1865). Zij vestigt zich op 30 maart 1908 vanuit Loon op Zand en vertrekt op 7 mei 1917 naar een plaats die moeilijk leesbaar is. Schoonzus Anna Nicolasine(?) Henrica Josepha Lombarts woont tussen 16 oktober 1917(?) en 28 september 1920 in. Zij komt dan en vertrekt weer naar Loon op Zand. Zoals gezegd: het is onduidelijk of dit steeds het adres Kronenburgersingel betreft, of dat Lemaire is vergeten zijn adres op de St. Canisiussingel door te geven.

Hij was in ieder geval in ieder geval in 1910 lid van de Gemeenteraad.

In Adresboek 1910-1911 komt hij voor op “Canisiussingel”, dus zonder nummer vermeld. Wel een telefoonnummer: 775.

In 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1918, 1920 is het Dr. F.A.M. Lamaire. In 1914-1915 heeft iemand de a doorgehaald: het moet Lemaire zijn.

Hunnerberg

De Hunnerberg is een wijk en stuwwal aan de oever van de Waal in Nijmegen. Deze positie van een lage…

Gebroeders Haspels, aannemers/architecten

De Gebroeders Haspels waren aannemers/architecten. Wij zullen ze vooral gaan tegenkomen in de stadsuitbreiding van eind 19e/begin 20ste eeuw en…

St. Canisiussingel van Gebr Haspels

De Canisiussingel 19H is in 1902 gebouwd door het aannemersbedrijf Gebr. Haspels. Let vooral op het prachtige houtwerk.

Monumentale villa mogelijk ontworpen door L.H. Verbrugge en gebouwd in de jaren 1890/91 op de hoek (verlengde) St. Jorisstraat Canisiussingel (rechts); in 1896 werd het adres mr. Franckenstraat 2. Op 9 november opent, na een omvangrijke verbouwing onder andere een aanbouw links van het pand, H.E Span de banketbakkerij "Keizer Karel" met lunchroom en terras in het ronde gedeelte. In 1933 vestigt zich in de aanbouw een filiaal van bloemensalon "Corona" in de Bisschop Hamerstraat. Tijdens de bevrijding van de stad wordt het pand en de naastliggende huizen verwoest, Mr. Franckenstraat 2 Hunnerberg, 1895-1900 (F5503 RAN)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Banketbakkerij annex Lunchroom Keizer Karel

1917 Franckenstraat 2 (verwoest)

Monumentale villa mogelijk ontworpen door L.H. Verbrugge en gebouwd in de jaren 1890/91 op de hoek (verlengde) St. Jorisstraat Canisiussingel (rechts); in 1896 werd het adres mr. Franckenstraat 2. Op 9 november opent, na een omvangrijke verbouwing onder andere een aanbouw links van het pand, H.E Span de banketbakkerij "Keizer Karel" met lunchroom en terras in het ronde gedeelte. In 1933 vestigt zich in de aanbouw een filiaal van bloemensalon "Corona" in de Bisschop Hamerstraat. Tijdens de bevrijding van de stad wordt het pand en de naastliggende huizen verwoest, Mr. Franckenstraat 2 Hunnerberg, 1895-1900 (F5503 RAN)
Monumentale villa mogelijk ontworpen door L.H. Verbrugge en gebouwd in de jaren 1890/91 op de hoek (verlengde) St. Jorisstraat Canisiussingel (rechts); in 1896 werd het adres mr. Franckenstraat 2. Op 9 november opent, na een omvangrijke verbouwing onder andere een aanbouw links van het pand, H.E Span de banketbakkerij “Keizer Karel” met lunchroom en terras in het ronde gedeelte. In 1933 vestigt zich in de aanbouw een filiaal van bloemensalon “Corona” in de Bisschop Hamerstraat. Tijdens de bevrijding van de stad wordt het pand en de naastliggende huizen verwoest, Mr. Franckenstraat 2 Hunnerberg, 1895-1900 (F5503 RAN)

Banketbakkerij annex Lunchroom Keizer Karel

Banketbakkerij “Keizer Karel”.

In het perceel Franckenstraat 2 opent morgen de heer H.E. Span zijn Banketbakkerij “Keizer Karel”, tot dusver gevestigd in de Molenstraat, waar de winkel als filiaal blijft. Het omvangrijk heerenhuis heeft een belangrijke verbouwing ondergaan. Door aanbouw van een vleugel is een keurig ingerichte winkel verkregen, waarachter een flink kantoor. De ruime suite met groote veranda en uitzicht op het Hunerpark wordt lunchroom; de bezoekers zullen hier een prettig zitje hebben. De banketbakkerij beantwoordt, evenals de genoemde onderdeelen van de zaak, aan alle eischen, welke de tegenwoordige tijd stelt; zij is royaal van afmetingen en van de nieuwste, door elektriciteit gedreven, werktuigen voorzien. De verbouwing is uitgevoerd door den heer G.H. Ditters, aannemer alhier. Het schilderwerk is verricht door de firma van der Wagt en voor de electrische installatie heeft de firma Reuser-van Alphen gezorgd.” (PGNC 9/11/1917)

Hunnerberg

De Hunnerberg is een wijk en stuwwal aan de oever van de Waal in Nijmegen. Deze positie van een lage…

Patersbosje (augustus 2026)
#Nijmegen, Groen in Nijmegen

Patersbosje

Hunnerberg

Patersbosje (augustus 2026)
Patersbosje (augustus 2026)

Het Patersbosje ligt in de wijk Hunnerberg, schuin achter het Canisiuscollege: tussen de Pater Blommaertlaan, Pater Leijdekkersstraat en het lindelaantje aan de Nicolaas Molenaarstraat. Rond 1910 werd in de voormalige kloostertuin van de paters Jezuïeten het Patersbos aangelegd.

Lange tijd was het terrein onderdeel van het afgesloten domein van de Jezuïeten. In 1991 kwam het Patersbos in bezit van de gemeente Nijmegen en werd het openbaar toegankelijk. Tegenwoordig is het een waardevolle groene plek voor de wijk, zowel vanuit het oogpunt van recreatie als natuur.

Het terrein bestond uit een tuin- en een bosgedeelte en was niet toegankelijk voor de leerlingen van het college. Het was met hoge hekken afgesloten, zo blijkt uit de Wijkkrant Nijmegen-Oost uit 1994.

Plannen voor het Canisius-terrein

	Vogelvluchtopname van het Sint Canisiuscollege en wat later het Patersbosje zou gaan heten ; aan de Berg en Dalseweg zijn nog onbebouwde terreinen (rechtsonder) ; links in het midden Museum Kam aan de Eleonorastraat (later Museum Kamstraat) ; bovenin de sportvelden van het college aan de Ubbergseveldweg en de Praetoriumstraat, 1930-1931 (KLM Aerocarto via F12698 RAN)
Vogelvluchtopname van het Sint Canisiuscollege met rechts bovenin het Patersbosje; aan de Berg en Dalseweg zijn nog onbebouwde terreinen (rechtsonder) ; links in het midden Museum Kam aan de Eleonorastraat (later Museum Kamstraat) ; bovenin de sportvelden van het college aan de Ubbergseveldweg en de Praetoriumstraat, 1930-1931 (KLM Aerocarto via F12698 RAN)

Het Canisius College is gebouwd in 1898-1900 voor de Jezuïeten naar ontwerp van Nicolaas Molenaar.

Van het oorspronkelijke Canisiuscomplex is veel verdwenen. De hoofdvleugel aan de Berg en Dalseweg bleef behouden, evenals het patersbos en het externaatgebouw uit 1930 van architect Charles Estourgie.(https://kennis.cultureelerfgoed.nl/images/rce/2/21/RCE_advies_174832_Berg_en_Dalseweg_81B_6522BC_Nijmegen_46805-Canisius_College.pdf)

In ieder geval zijn er in december 1979 al plannen voor het Canisius-terrein. Zowel het gebouw zelf als het terrein zijn onderwerp van discussie tussen gemeente en bewoners. Zo wil de gemeente  mogelijk alleen de voorgevel van het college houden. Terwijl een initiatiefgroep van bewoners, die tevens een enquete houdt, een groter deel van het gebouw wil behouden. Ook wil de iniatiefgroep graag het sportveld behouden. Beide wensen komen ook met een zeer ruime meerderheid naar voren uit de enquete. Op 19 december zal de gemeenteraad beslissen. Over het Patersbosje is juist geen discussie: zowel de gemeente als de bewoners willen dat het bosje behouden blijft. (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/12/1979)

Op 2 februari 1987 is er een inspraakavond in Café Trianon: de gemeente heeft de grond van het Canisus College bestemd voor woningbouw. De Sint Willibrordstichting, een stichting van de Orde van de Jezuïeten, heeft een projectontwikkelaar en een aannemer in arm genomen. Op haar terrein moeten vanaf 1988 200 woningen gebouwd. Wel zal het Patersbosje blijven bestaan, welke door de gemeente zal worden beheerd. (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/2/1987)

Natuur

Patersbosje poeltje (augustus 2026)
Patersbosje poeltje (augustus 2026)

Het bosje werd ontworpen in landschapsstijl en kent nog altijd een parkachtige sfeer, met oude bomen, bijzondere planten en veel voorjaarsbloeiers. “Passend bij het tijdsbeeld werd het groengebiedje ontworpen in de landschapsstijl. De vele exotische boom-, struik- en plantensoorten herinneren aan de tijd waarin paters die terugkwamen uit missie planten meenamen.” https://www.intonijmegen.com/locaties/3277099055/patersbos

Ook in 1996 “valt dat verschil nauwelijks meer op. Wat je wel direct opmerkt is de grote variatie in begroeiing.” In het Patersbos staan minstens 35 soorten bomen. Een groot deel daarvan is al meer dan honderd jaar oud. Vooral rond het grasveld in het lager gelegen deel is het tuingedeelte nog herkenbaar.

Er zijn veel verschillende soorten planten en vogels te zien. Vooral in het voorjaar bloeien er veel bloemen, onder andere is -in ieder geval in 1996- het wettelijk beschermde voorjaarshelmbloem te zien. Door de grote variatie aan boom- en struiksoorten is het bosje ook belangrijk vanwege de aanwezigheid van vogels, vlinders en eekhoorns.

Midden in het bosje ligt een kleine kunstmatige poel, die samen met het omliggende groen leefgebied vormt voor verschillende amfibieën, waaronder salamanders.

Opening voor publiek

Patersbosje (augustus 2026)
Patersbosje (augustus 2026)

In 1991 kwam het Patersbos in gemeentelijk bezit en op de sportvelden kwam nieuwbouw. Een van de redenen om het bos te behouden was voor de groenvoorziening voor deze nieuwe wijkbewoners.

De feitelijke openstelling voor het publiek volgde enkele jaren later; volgens de Wijkkrant Nijmegen-Oost was het bosje vanaf april 1995 voor publiek toegankelijk.(Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/4/1996) Waarschijnlijk in 1995 officieel, want het artikel uit 1994 noemt al dat het “ineens open is”.

In 1996 zijn er al “gebruikssporen” te zien: bordjes bij bomen zijn beschadigd, er zijn kuilen gegraven door de jeugd en het Mariakapelletje is beschadigd. (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/4/1996)

Vooral sinds de lockdowns tijdens de corona periode is het bosje ontdekt door wandelaars. Niet alleen met positieve gevolgen: mensen namen hele planten mee, waaronder de gele hondstand. Daarop besloot Jac. Splinter een prijsvraag voor een slagzin uit te schrijven waarmee mensen werden opgeroepen de planten met rust te laten. Zie voor een leuk artikel uit 2021: https://nijmegen-oost.nl/uitgelicht/slagzinwedstrijd-tegen-plantenroof-in-patersbosje

Beheer

Patersbosje vlechtwerk (augustus 2026)
Patersbosje vlechtwerk (augustus 2026)

Net als andere stadsbosjes wordt het onderhoud gepleegd door bewoners, die de Werkgroep Patersbos gevormd hebben. Daarbij krijgt ze een bijdrage van de gemeente. Door het intensieve beheer is het bos erg belangrijk voor de biodiversiteit van Nijmegen. “Het beheer richt zich op duurzame instandhouding van het bosje, de recreatieve en ecologische waarde voor de ruime omgeving en de historische waarde ervan.” (Beheervisie Stadsbosjes Gemeente Nijmegen, Buiting Advies.

Vanwege de historische aanleg en het grote aantal bijzondere uitheemse soorten geldt in het Patersbos niet de algemene richtlijn dat 80 procent van de beplanting uit inheemse soorten moet bestaan. Wel wordt bij het uitvallen van oude bomen gekeken naar de aanplant van nieuwe, inheemse bomen.

2 keer per jaar pleegt de Werkgroep samen met de bewoners uit de buurt klein onderhoud aan het bos, zoals snoeien en schoonmaken van de poel. Een mooie brochure is te vinden op: https://www.tegastin.nl/inc/media/content/downloads/inhoud/content/Patersbos.pdf (tevens bron)

Literair baken

Patersbosje: Hier begint een nieuw leven (augustus 2026)
Patersbosje: Hier begint een nieuw leven (augustus 2026)

“Incipit Vita Nova” is Latijn voor ” Hier begint een nieuw leven”. Dit is het opschrift van het boek Vita Nuova van Dante Alighieri. https://nl.wikipedia.org/wiki/Vita_nuova: “In het begin van het boek van mijn herinnering, waar nog maar weinig te lezen valt, staat een opschrift: Incipit Vita Nova. Onder dat opschrift vind ik vele dingen opgetekend, en daaronder de woorden die ik in dit kleine boek wil overnemen — niet alles, maar tenminste hun wezen.” https://athenaeumscheltema.nl/BookApi/GetSample?guid=54c2663e-a8f1-4739-8c11-f5b77f66c825

Het boek begint met een ontmoeting, hoe Dante op 9-jarige leeftijd Beatrice ziet wanneer hij negen is. Achteraf kijkt Dante terug op zijn herinnering in de vorm van het boek, met het opschrift: “Hier begint een nieuw leven”. Achteraf begrijpt Dante, dat zijn leven een andere betekenis had gekregen vanaf het moment dat hij Beatrice zag. Voor Dante wordt Beatrice iemand die hem geestelijk verandert en verheft. Let wel: het gaat om een “hoofse liefde”. Zelfs na haar dood blijft deze ontwikkeling doorgaan en Dante belooft over haar te schrijven op een manier die hij nog nooit over een vrouw heeft geschreven (vaak wordt de Goddelijke Komedie als inlossing van die belofte gezien).

Er is nog niet gevonden waarom juist deze tekst als Literair Baken is gevonden. Mogelijk omdat het bos een tweede, nieuw leven heeft gekregen zonder haar “eerste” leven te verliezen: ooit was het bos onderdeel van de besloten wereld van de Jezuïeten. Nu is het een openbare plek voor de bewoners van Nijmegen-Oost. Tegelijkertijd herinneren de oude bomen, de aanleg en de bijzondere beplanting nog altijd aan het verleden. Een plek die opnieuw is gaan leven, maar haar verleden met zich meedraagt.

In 2024 droeg tijdens de Nacht van de Ommetjes Harry van de Vijfeijke zijn gedicht “Patersbos 2018” voor. (https://denachtvandeommetjes.nl/verslag-ommetje-oost-2024/) Het gedicht zelf staat te lezen in de brochure van de Werkgroep.

Overige bron: https://www.gutenberg.org/files/28029/28029-h/28029-h.htm

Patersbosje stomp (augustus 2026)
Patersbosje stomp (augustus 2026)
Patersbosje pad (augustus 2026)
Patersbosje pad (augustus 2026)

Hunnerberg

De Hunnerberg is een wijk en stuwwal aan de oever van de Waal in Nijmegen. Deze positie van een lage…

Museum Kam

1922, Eleonorastraat (Nu: Museum Kamstraat 45) Hunnerberg Gerard Marius Kam (1836-1922) Gerard Marius Kam was oorspronkelijk een Rotterdamse ondernemer, medeoprichter…

Javabosje

Veel niet-buurtbewoners zullen nog steeds voorbij lopen aan een van de meest verscholen groene plekken van Nijmegen: het Javabosje. Het…

Jan van Goyenstraat 17 Hunnerberg, 1930 (F18250 RAN)
#Nijmegen

Jan van Goyenstraat

Hunnerberg

Jan van Goyenstraat 17 Hunnerberg, 1930 (F18250 RAN)
Jan van Goyenstraat 17 Hunnerberg, 1930 (F18250 RAN)

Deze pagina verzamelt berichten over de Jan van Goyenstraat

Broodbakkerij Hunnerberg, architect W. Hoffmann

hoek der Van Rosendaelstraat en Jan van Goyenstraat, 1902

“Broodbakkerij ‘Hunnerberg’.

De gestadige uitbreiding der stad doet in de nieuwe wijken voortdurend behoefte ontstaan aan gelegenheden om zich van het noodige voor het dagelijksch levensonderhoud te voorzien.

Een flinke broodbakkerij is al een van de eerschte vereischten voor een volkrijke buurt en zoo kan het ons niet verwonderen, dat op den hoek der Van Rosendaelstraat en Jan van Goyenstraat zulk een inrichting is verrezen, die aan alle eischen voldoet.

Het is een kolossaal en fraai pand, dat hier, volgens de plannen van den architect den heer W. Hoffmann, door den aannemer den heer H.C. van Thienen is opgetrokken, terwijl de schilder, de heer P.J. Lamers aan het houtwerk een net en sierlijk aanzien heeft weten te geven.

De eigenlijk bakkerij, aan de achterzijde gelegen, is naar de laatste eischen des tijds ingericht en voorzien van een doelmatige heeteluchtoven, geleverd door den heer P.Th. Caners te Ravestein. Daarboven is de meelzolder gelegen, met cementen vloer, vanwaar het meel door middel van een koker in de bakkerij afdaalt. Ruime rijskamer, bergplaatsen enz. voltooien de inrichting der bakkerij.

Een ruime en fraaie winkel biedt gelegenheid, de producten der bakkerij uit te stallen en te koop te bieden.

Hedenavond wordt blijkens achterstaande advertentie die winkel, genaamd ‘Hunnerberg’, door den heer Alb. Verhoeven geopend.

Niet alleen is er allerhande brood en gebak, maar zijn er ook kruidenierswaren van allerlei aard te bekomen, hetgeen een groot gerief is voor deze ontwikkelende buurt. Aan toeloop zal het er dan ook zeker niet ontbreken.” (De Gelderlander 18/4/1902)

Winkel Melk en aanverwante artikelen Jacobs, architect van Eldik

1937 Jan van Goyenstraat 14 Hunnerberg

“Opening nieuwe zaak

Morgen, 1 April opent de heer Th. Jacobs zijn nieuwe zaak, in melk en aanverwante artikelen, aan de Jan van Goyenstraat No. 14.

Zooals men weet, was dit bedrijf eerst aan den overkant van de straat gevestigd.

Na verbouwing van het pand op No. 14, liet de heer Jacobs deze zaak op moderne en hoogst smaakvolle wijze inrichten. Aan de Verkade’s artikelen werd een speciale afdeeling gewijd.

Bij een bezoek aan deze zaak treft het interieur, waarin de orgineele toonbank van marmer, de fraai betegelde wanden en de verchroomde opstanden aan het geheel nog een bijzonder cachet verleenen. Een zaak waarop deze vooruitstrevende zakenman trotsch kan zijn.

De volgende firma’s werkten aan de voltooiing mede:

Architect was de heer Jos van Eldik; Aannemer was de bouwkundige v. Haren; Het schilderwerk werd uitgevoerd door den heer van Roesel; Het marmerwerk door den heer van Leeuwen; De verchroomde opstanden zijn geleverd door de firma Gebr. van Campen; De lichtinstallatie door den heer v.d. Zand.

Wij verwijzen naar de advertentie in dit blad.“ (De Gelderlander 31/3/1937)

Jan van Goyenstraat 16, zelfde als 14?

Sigarenzaak Th. Jacobs, Jan van Goyenstraat 16 Hunnerberg, 1957 (F92053 RAN CC0)
Sigarenzaak Th. Jacobs, Jan van Goyenstraat 16 Hunnerberg, 1957 (F92053 RAN CC0)

Herbouw Boven en Benedenhuis, architect Okhuysen

Jan van Goyenstraat 27 en 29, 1947

Tekening gedateerd 17-4-1947 (detail D12.407456), Jan van Goyenstraat 27 en 29, 1947 architect Okhuysen
Tekening gedateerd 17-4-1947 (detail D12.407456)

Plan voor de bouw van 1 Boven- en Benedenwoning a/d Jan Goyenstraat v/rek v. J. de Waal

Huidig (september 2022, Google Streetview)

Hieronder staat een foto weergegeven uit 1933. Okhuysen heeft de erker met balkon laten terug komen. Daarnaast komen de bogen boven de ramen laten terugin de vorm van een gemetselde boog. Ook de boog met ramen boven de voordeur is in zijn ontwerp opgenomen, in de vorm van 2 ramen.

De oneven zijde van de Jan van Goyenstraat. Boven- en benedenwoningen vóór de verwoesting door de gevechten in september 1944. De huizen werden in de jaren 1954/55 herbouwd naar een ontwerp van de architect J.D.A. Okhuijsen; RAN noemt Jan van Goyenstraat 33: onduidelijk is of ze het oude of nieuwe huisnummer bedoelt. Het nieuwe huisnummer 33 is ontworpen door A, v.d. Kloot (F39264 RAN)
De oneven zijde van de Jan van Goyenstraat. Boven- en benedenwoningen vóór de verwoesting door de gevechten in september 1944. De huizen werden in de jaren 1954/55 herbouwd naar een ontwerp van de architect J.D.A. Okhuijsen; RAN noemt Jan van Goyenstraat 33: onduidelijk is of ze het oude of nieuwe huisnummer bedoelt. Het nieuwe huisnummer 33 is ontworpen door A, v.d. Kloot (F39264 RAN)

Herbouwen beneden en bovenwoning, architect Okhuysen

Jan van Goyenstraat 23 en 25, 1949

Plan voor de bouw van 1 boven en benedenwoning aan de Jan v. Goyenstraat v. rek. van de Weled. Heer G.J. Kuiperij

Detail D12.409286, Plan voor de bouw van 1 boven en benedenwoning aan de Jan v. Goyenstraat v. rek. van de Weled. Heer G.J. Kuiperij architect Okhuysen
Detail D12.409286
Huidig (september 2022, Google Streetview). De eerste woning met twee deuren zijn de nummers 23 en 25. Daarnaast 27 en 29, zie hierboven
Huidig (september 2022, Google Streetview). De eerste woning met twee deuren zijn de nummers 23 en 25. Daarnaast 27 en 29, zie hierboven

Woonhuizen, architect van der Kloot

Jan van Goyenstraat (31, 33, 39, 41), 1955

Plan voor de Bouw van 2 x 2 woningen aan de Jan van Goyenstraat te Nijmegen voor Fa. Gebr. Dekkers, Tooropstraat 21, Nijmegen, datum tekening: juli 1954, arch. A. van der Kloot b.n.a. (D12.422657)
Plan voor de Bouw van 2 x 2 woningen aan de Jan van Goyenstraat te Nijmegen voor Fa. Gebr. Dekkers, Tooropstraat 21, Nijmegen, datum tekening: juli 1954, arch. A. van der Kloot b.n.a. (D12.422657)

Afgaande op de bouwtekening hierboven, laat Fa. Gebr. Dekkers, een aannemingsbedrijf, de woningen Jan van Goyen 31-33 en 39-41 herbouwen. Het ontwerp van de tekening is uit juli 1954. Opvalllend daarbij is, dat de woningen worden ingepast in reeds bestaande huizen.

Tijdens Market Garden in september 1944 waren deze woningen tijdens de gevechten verloren gegaan.

In 1947 werden de linker woningen nummers 27-29 herbouwd naar ontwerp van J.D.A. Okhuysen voor rekening van J. de Waal (evenenals 23-25 uit 1949 voor rekening van de heer Kuiperij).

Ook de nummers 35-37 waren inmiddels herbouwd. Ik (RE) heb nog niet de architect kunnen achterhalen. Wel lijken de woningen een grote overeenkomst te hebben met de nummers 27-29, waardoor J.D.A. Okhuysen de architect zou kunnen zijn.

Het hoekpand aan de Museum Kamstraat heeft de oorlog wel overleefd en dateert uit 1926.

De woningen rechts met openstaande ramen zijn nummers 39-41, de woningen in het midden 31-33, augustus 2023 (Google Streetview)
De woningen rechts met openstaande ramen zijn nummers 39-41, de woningen in het midden 31-33, augustus 2023 (Google Streetview)
Een winkel op de hoek met de Hugo de Grootstraat (rechts), 1930 (F6303 RAN)
Een winkel op de hoek met de Hugo de Grootstraat (rechts), 1930 (F6303 RAN)

Jan van Goyenstraat 17

Jan van Goyenstraat 17 Hunnerberg, 1930 (F18250 RAN)
Jan van Goyenstraat 17 Hunnerberg, 1930 (F18250 RAN)

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://nijmegen-oost.nl/uitgelicht/alleen-de-kapsalon-bleef : voor veel beschrijvingen over vooral verdwenen winkels

https://nijmegen-oost.nl/berichten/bakker-kruidenier-drogist-en-melkhandelaar-verdwenen-zijn-ze-allemaal-deel-2-over-de-jan-van-goyenstraat-de-even-kant: : voor veel beschrijvingen over vooral verdwenen winkels

Berg en Dalseweg met Huygensflat, maart 1982 (Ber van Haren via KN13512-19 RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Huygensflat

1974/1975 Berg en Dalseweg 133-181 en Huygensweg 16-52 Hunnerberg

Berg en Dalseweg met Huygensflat, maart 1982 (Ber van Haren via KN13512-19 RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)
Berg en Dalseweg met Huygensflat, maart 1982 (Ber van Haren via KN13512-19 RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)

De Huygensflat in Nijmegen werd in 1974–1975 gerealiseerd op de plek van twee negentiende-eeuwse villa’s. Dit artikel onderzoekt de geschiedenis van de locatie, de sloop en nieuwbouw. En de manier waarop de flat in de verkoop werd gepresenteerd: niet als serviceflat of bejaardenhuis, maar als een riante, comfortabele en zelfstandige koopwoning, waarbij vitale ouderen wel nadrukkelijk als doelgroep werden aangesproken. Daarmee is de Huygensflat interessant als voorbeeld van veranderende ideeën over wonen en ouder worden in de jaren zeventig.

Residence Huygensflat was een project van de NV Mij. Stadhouderslaan en Bouwkundig Aannemersbedrijf J.M.H. Hendriks. De makelaar is Hestia b.v. (de heer F. Hendriks)

Vooraf: sloop 2 villa’s

Villa Anna, gebouwd in 1898, samen met Berg en Dalseweg 131, Berg en Dalseweg 129, 1970 (Nico Grijpink via F7536 RAN CCBYSA)
Villa Anna, gebouwd in 1898, samen met Berg en Dalseweg 131, Berg en Dalseweg 129, 1970 (Nico Grijpink via F7536 RAN CCBYSA)

De Huygensflat staat op de locatie waar daarvoor 2 villa’s stonden. Berg en Dalseweg 129 en 131. Op de bovenstaande foto is nummer 129 te zien, op F12553 RAN staan beide villa’s afgebeeld.

Deze villa’s waren in 1898 gebouwd. “In 1916 gekocht door Ch.C.van Zijll de Jong voor de vestiging van de Stichting Thera Posa (opvanghuis voor gerepatrieerde Nederlanders).” (Reactie op foto F12553 RAN). Daarbij is 1916 hoogstwaarschijnlijk een schrijffout en moet dat 1961 zijn: juist in die tijd speelde de terugkeer uit Indonesië.

Berg en Dalseweg 129 Villa Anny

Wanneer Thera-Posa Berg en Dalseweg 129, Villa Anny heeft gekocht, is nog niet bekend. In 1939 wordt de “villa Anny, met erf en tuin aan den Berg en Dalscheweg No. 129, te Nijmegen, kad. groot 23.88 A., voor f11.200, aan den Heer C. Diepenbrock” verkocht. (De Gelderlander 8/12/1939)

In De Gelderlander 1/5/1940 wordt een “Flink Meisje” gevraagd voor het Pension “Villa Anny”. En in De Gelderlander 23/5/1940 heeft het nog “eenige Kamers disponibel in verschillende prijzen. Groote tuin, lighal” Opdrachtg. Is Mej. M. Jansen. In ieder geval in 1941 worden er kamers voor het pension aangeboden.

In De Gelderlander 23/7/1949 en De Gelderlander 5/11/1949 wordt het Hotel Villa Anny genoemd, in het kader van een receptie voor een huwelijksfeest. Ook in De Gelderlander 31/1/1951 wordt het hotel genoemd, bij de vermissing van een hond.

In De Gelderlander 1/2/1954 staat de aankondiging dat in maart 1954 de heropening van het pension plaatsvindt, ondertekend door H. v.d. Spek en A. Baars-Miltenburg.

Berg en Dalseweg 131

Personeelsadvertentie waarbij zowel Berg en Dalseweg 129 als 131 wordt genoemd (De Volkskrant, 19-3-1966)
Personeelsadvertentie waarbij zowel Berg en Dalseweg 129 als 131 wordt genoemd (De Volkskrant, 19-3-1966)

In het Algemeen Dagblad 24-7-1965 zoekt Thera-Posa een ervaren kookster voor haar Kindertehuis Lunenberg te Herpen. Daarbij is het adres van de stichting de Berg en Dalseweg 131. Thera-Posa had het pand in Herpen in 1964 aangekocht om een “tehuis voor de jeugd, die aan de zelfkant van de maatschappij dreigt te geraken, openen. De stichting, die in Nijmegen reeds een op dezelfde leest geschoeid tehuis exploiteert,…” (De Volkskrant, 15-2-1964). Het is mij nog niet bekend of met dit tehuis in Nijmegen nummer 129, 131 of nog een andere locatie wordt bedoeld. In het artikel over de koop van Herpen schrijft het wierookwijwaterenworstenbrood.nl: “Het kloostergebouw werd in 1964 gekocht door C. van Zijll-de Jongh, die uit Indonesië was teruggekeerd en in Nijmegen drie huizen had voor gerepatrieerde gezinnen. Hij was voorzitter van de stichting Thera-Posa en wilde mede naar aanleiding van de spijtoptanten, die uit Indonesië waren teruggekeerd, een gezinsvervangend kindertehuis stichten.”

In 1966 worden in ieder geval beide adressen genoemd bij de stichting. Nummer 129 wordt dan “ons huis” genoemd. (De Volkskrant, 19-3-1966)

Maatschappij Stadhouderslaan

In 1973 koopt Maatschappij Stadhouderslaan te Den Haag deze villa’s van de Stichting Thera Posa en laat vervolgens de villa’s afbreken om de Huygensflat te bouwen.

Vóór de bouw vindt echter archeologisch onderzoek plaats, wat veel inzichten in de Romeinse tijd van deze plek oplevert. Zie hiervoor het rapport van het RMO.

“Residence Huygensflat, ’t is een hele stap. Maar misschien wel de beste die u kunt doen.”

De advertentie in De Telegraaf, 25-10-1975 toont een foto van een vitaal ouder echtpaar, aan de wandel met een hond. In 1975 was ”Residence Huygensflat, ’t is een hele stap. Maar misschien wel de beste die u kunt doen.”

Nijmegen wordt aangeprezen vanwege haar natuurlijke omgeving, het bruisende culturele leven en een streek om tot rust te kunnen en te ontspannen. De Residence ligt zowel gunstig ten opzichte van zowel de natuur als het centrum. Daarnaast zijn er uitstekende verbindingen met heel Nederland.

“Uw huidige woning daar bent u zeker aan gehecht. Dat is ook begrijpelijk na al die jaren.

Toch zou u onderhand best wat makkelijker, overzichtelijker, comfortabeler willen wonen.

Hiervoor hebben wij een plezierig voorstel. En bovendien helpen wij u met raad en daad bij de verkoop van uw huis.”

De advertentie noemt de Residence een “fraai gebouw door de verspringende gevellijn met rode baksteen en het speelse hoogteverschil, variërend van 5 tot 7 hoog.” Er zijn 5 verschillende woningtypen, waarvan 3 met open haard. Alle woningen hebben ruime woonbalkons. De woonkamers zijn 42 tot 54 m². Daarbij zijn er 2 of 3 slaapkamers, royale keukens en ruime bergingsmogelijkheden. Er zijn 3 liften en mechanische ventilatie.“

“Voor zo’n riante behuizing, voor déze ligging zijn de koopsommen bepaald laag”: de woningen kosten tussen de 149.600 tot 174.500.

Makkelijker, overzichtelijker, comfortabeler

Links de Huygensflat (op de hoek met de Berg en Dalseweg) en rechts de woning aan de Huygensweg 14, 1982 (Ber van Haren via KN13514-22 RAN CC0 Auteursrechthouder: gemeente Nijmegen)
Links de Huygensflat (op de hoek met de Berg en Dalseweg) en rechts de woning aan de Huygensweg 14, 1982 (Ber van Haren via KN13514-22 RAN CC0 Auteursrechthouder: gemeente Nijmegen)

De advertentie noemt als mogelijke verhuisreden dat mensen “makkelijker, overzichtelijker en comfortabeler” kunnen wonen. Wat daarbij lijkt op te vallen, is dat de flats vooral bedoeld zijn voor ouderen die nog geheel zelfstandig kunnen en willen blijven wonen: Zo is er een royale keuken. En -hoewel het niet in de advertentie wordt genoemd- zijn er achter de flat ruime parkeerplaatsen. De ligging wordt aangeprezen door juist allerlei mogelijkheden om er op uit te gaan. Een opmerking over “zorg dichtbij” of “gezellige, gezamenlijke activiteiten” ontbreken. Met een naam als Residence lijken de woningen vooral verkocht te worden als een “volgende stap” in plaats van “ouderenwoning”..

Wat de locatie ook bijzonder maakt, is dat het op een van de hoogste punten van de Berg en Dalseweg ligt, waarbij de bewoners op hoogste verdiepingen ook anno 2024 een fantastisch uitzicht hebben (https://nijmegen-oost.nl/lokale-media/oktober-2024/4897).

De Huygensflat kwam tot stand in een periode waarin de Nederlandse ouderenzorg en ouderenhuisvesting ingrijpend veranderden. In de jaren 60 begonnen bejaardenhuizen er populair te worden. Vooral eind jaren ’60 werden alternatieven als de serviceflats en andere zelfstandige woonvormen steeds populairder. Wat daarbij meespeelde, was dat er groep van wat meer kapitaalkrachtige ouderen kwamen, die een dergelijke (al dan niet commerciële) flat kon betalen, groeter was geworden. Begin jaren ’70 is echter ook een omslagpunt waarbij het streven van de overheid gericht is op het zo lang mogelijk thuis wonen. In 1975 is er een bouwstop voor verzorgingstehuizen.

In hoeverre deze ontwikkelingen een rol hebben gespeeld bij de keuze van de Ontwikkelingsmaatschappij, is mij niet bekend. Wel kan deze ontwikkeling hebben meegespeeld bij de gedachteontwikkeling, waarbij er vervolgens een andere afslag is genomen. (Gebruikte bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Geschiedenis_van_de_ouderenzorg_in_Nederland)

Hoogbouw

De flat lijkt goed te passen in de volgende omschrijving: “De hoogbouwflats uit de jaren zeventig werden op gestandaardiseerde wijze gebouwd en waren daardoor redelijk goedkoop. De flats zijn ruim opgezet en hebben verschillende hoogtes. Ze staan vaak in een groene omgeving en sluiten de wijk visueel af. De flats hebben een betonnen draagstructuur en gemetselde gevels. Door het bouwsysteem kunnen de binnenwanden makkelijk verplaatst of weggehaald worden. De afzonderlijke appartementen in de flat hebben grote ramen van enkel glas in houten of aluminium kozijnen. Balkons en galerij steunen op betonnen consoles. Op de begane grond zijn vaak bergingen en garages te vinden. De hoogbouwflats werden in de zeventiger jaren opgeleverd met een centraal verwarmingssysteem.” (http://langerthuisineigenhuis.com/woningtypes/hoogbouwflat-jaren-70/)

Koopprijs

Huygensflat, maart 2025 (Google Streetview)
Huygensflat, maart 2025 (Google Streetview)

Juist voor deze periode is het moeilijk de prijs van de woningen te vergelijken: tussen 1975 en 1978 verdubbelde de gemiddelde koopprijs in Nederland: van ongeveer 100.000 (€ 45.378) in 1975 naar 200.000 gulden (€ 90.756).

https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/de-nederlandse-economie/2022/achtergrond-bij-de-huizenprijsstijgingen-vanaf-2013/2-de-ontwikkeling-van-de-huizenprijzen

Het modaal inkomen was in 1975 € 10.437 euro en in 1978 € 13.613

https://nl.wikipedia.org/wiki/Modaal_inkomen

 1975 1978 
 Guldensin EuroGuldensin Euro
Gemiddelde huizenprijs100.00045.000200.00091.000
Modaal inkomen 10.437 13.613

Echter: op basis van deze bedragen en bijvoorbeeld de grootte van de woonkamer, het noemen van het culturele leven, lijken deze appartementen vooral bedoeld te zijn voor de ouderen met in ieder geval een wat hoger inkomen (die vervolgens het appartement kunnen betalen vanuit de verkoop van hun huis of opgebouwd vermogen).

Bewoners anno nu

Op Nijmegen-oost vertelt een bewoner hoe het is om er in 2020 te wonen:

https://nijmegen-oost.nl/uitgelicht/comfortabel-thuis-onderschat-die-ouderen-niet-ze-kunnen-veel-zelf

En een artikel uit 2024: “Wellicht herinneren zij dat alles binnen nog een bruine uitstraling had. En er alleen oudere mensen woonden. Dat is allang niet meer zo. Alle algemene ruimte hebben een facelift gekregen en door de lichte kleuren ziet het er stukken aantrekkelijker uit.” Naast ouderen wonen er ook bijvoorbeeld een jong gezin, studenten die een appartement delen. (https://nijmegen-oost.nl/lokale-media/oktober-2024/4897)

Huygensflat, maart 2025 (Google Streetview)
Huygensflat, maart 2025 (Google Streetview)

(Overige) Bronnen en verder lezen

Voor een meer uitvoerige analyse over de ontwikkeling van ouderenhuisvesting:

https://nieuweinstituut.nl/projects/ouderenhuisvesting/de-serviceflat

https://pure.tudelft.nl/ws/portalfiles/portal/41067024/1998_BSL_Voordt_jarentachtig.pdf

Berg en Dalseweg

De Berg en Dalseweg is de belangrijkste uitvalweg van Nijmegen-Oost. Opvallend daarbij is, dat hij -vanaf het centrum- steeds steiler…

Museum Kam, Museum Kamstraat Hunnerberg (augustus 2026)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Museum Kam

1922, Eleonorastraat (Nu: Museum Kamstraat 45) Hunnerberg

Museum Kam, Museum Kamstraat Hunnerberg (augustus 2026)
Museum Kam, Museum Kamstraat Hunnerberg (augustus 2026)

Gerard Marius Kam (1836-1922)

Gerard Marius Kam was oorspronkelijk een Rotterdamse ondernemer, medeoprichter van de staalhandel Gebroeders Kam. Kam verzette zich tegen annexatie van Delfshaven bij Rotterdam. Vanaf 1 januari 1886, het moment dat de annexatie plaats vond, werd hij gemeenteraadslid van Rotterdam tot 1897.

En ” in 1897 om gezondheidsredenen uit de zaken trad en zich hier vestigde in de villa “Erica” aan den Berg-en-Dalschen weg. Op het terrein tegenover zijn villa, nu ingenomen door de bloemisterij van de firma Smith, en op een gedeelte waarvan het mooie Museumgebouw is verrezen, werd bij het graven een Romeinsch potje gevonden, dat aan den heer Kam werd aangeboden. Dat potje is de grondslag geworden voor de, nu wellicht, grootste verzameling van Romeinsche en Middeleeuwsche oudheden.” (PGNC 15/5/1922, het artikel hieronder)

Gerard Marius Kam ( 29 juni 1836 - 27 december 1922) amateur-archeoloog, datering 1915-1920 (Daniels, M 1782-2000 via RAN F84526)
Gerard Marius Kam ( 29 juni 1836 – 27 december 1922) amateur-archeoloog, datering 1915-1920 (Daniels, M 1782-2000 via RAN F84526)

Als amateur-archeoloog verzamelt hij veel materiaal, wat hij aanvankelijk in zijn koetshuis tentoonstelt. Overigens had het Gemeentemuseum ook een archeologische collectie, welke in 1938 naar het museum Kam is gegaan.

In 1905 (PGNC 15/5/1922) of 1908 (HvdNG) besluit hij bij zijn overlijden zijn archeologische collectie te schenken aan de staat. Hij wil dat zijn collectie in Nijmegen zal blijven: dus niet dat deze verplaatst zal worden naar het Museum voor Oudheden in Leiden. Het Gemeentemuseum van Nijmegen, dan in de Mariënnburgkapel, vindt hij ongeschikt.

Daarop besluit hij in 1919 om zelf een museum te bouwen aan de Eleonorastraat en om zijn collectie aan het Rijk te schenken. Op voorwaarde dat het Rijk zijn collecte beheert, welke daar zal blijven. De naam van het museum is Rijksmuseum Kam. Het museum gaat in mei 1922 open, iets meer dan een half jaar later overlijdt Kam.

Bij de opening van Museum Kam in 1922

De vlag in top ter gelegenheid van de opening van het Museum Kam, 17/5/1922 (RAN F87279)
De vlag in top ter gelegenheid van de opening van het Museum Kam, 17/5/1922 (RAN F87279)

“Museum-Kam.

Nijmegen is een belangrijke instelling rijker geworden, het Museum-Kam, dat aan de Eleonorastraat is gebouwd naar de plannen en onder leiding van onzen kunstzinnigen stadgenoot, den architect Oscar Leeuw. Het trekt betrekkelijk weinig de aandacht: het staat niet aan een hoofd- of druk bewandelden verkeersweg en velen zullen misschien weinig voelen voor de voorwerpen, die er in tentoongesteld worden, al vertegenwoordigen zij met het gebouw, waarin zij geborgen zijn, een enorm kapitaal; al hebben zij de belangstelling van geschied- en oudheidkundigen; al is die verzameling het product van benijdbaren levensherfst van den schenker; en al leggen zij een stilzwijgend getuigenis af van wat liefhebberij en toewijding kunnen voortbrengen.

Nu Woensdag 17 Mei door den minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, in tegenwoordigheid van vele autoriteiten, het Museum zal geopend worden en het een aantrekkelijkheid te meer zal zijn voor onze stad, vooral voor hen, die beseffen, hoeveel die schijnbaar haast waardelooze dingen ons vertellen kunnen van oudheid en middeleeuwen, willen wij onze stadgenooten er mee in kennis brengen. Groote bekendheid er mee en met de uitgebreide verzamelingen, die er in gehuisvest zullen worden, durven wij niet veronderstellen. Als de heer Detering zijn tonnen gouds beschikbaar stelt om “Het Straatje van Vermeer” te koopen en het meesterwerk aan den staat aan te bieden, dan wordt die vrijgevigheid- en zeer te recht- geroemd en alle bladen maken er melding van. Maar ongelijk minder ophef wordt er gemaakt van wat de heer Kam aan rijk en gemeente schonk, een geschenk, waarvan de waarde wel niet in een nauwkeurig opgegeven aantal guldens wordt opgegeven, maar dat toch ook verscheidende tonnen gouds vertegenwoordigt. Men ziet, wij spreken eers maar van de financieele zijde der zaak: tegenwoordig wordt daar meer dan ooit op gelet en veel wordt gewaardeerd naar het geld, dat er mee gemoeid was, met voorbijzien van de aesthetische of de ethische of de economische waarde.

De heer Kam is een bekend ingezetene van onze stad; ieder kent den pienteren ouden heer, vol belangstelling voor alles, wat er te Nijmegen te doen is op het gebied van kunst en wetenschap, ondanks zijn 86 jaren. De belangstelling kenmerkte hem al, toen hij in 1897 om gezondheidsredenen uit de zaken trad en zich hier vestigde in de villa “Erica” aan den Berg-en-Dalschen weg. Op het terrein tegenover zijn villa, nu ingenomen door de bloemisterij van de firma Smith, en op een gedeelte waarvan het mooie Museumgebouw is verrezen, werd bij het graven een Romeinsch potje gevonden, dat aan den heer Kam werd aangeboden. Dat potje is de grondslag geworden voor de, nu wellicht, grootste verzameling van Romeinsche en Middeleeuwsche oudheden. Want bij de vele ondernomen grondwerken in en om onze gemeente, kwamen allerlei voorwerpen aan het licht, die daar eeuwen hadden gelegen en sitlle getuigen waren van het leven, dat eens in den Romeinschen tijd hier geleefd was. De aanleg van buizennetten voor gas- en waterleiding en rioleering, het bouwen van woningen in de zich uitbreidende stad, het planten van boomen, alles leverde merkwaardigheden op, en toen men eenmaal wist, welke schatten- zelfs potscherven hebben voor den oudheidkundige waarde- aan het licht kwamen. Toen werden er opzettelijke ontgravingen ondernomen en werd hetgeen uit de Waal werd opgebaggerd aan een nauwkeurige onderzoek onderworpen. En veel, heel veel van het gevondene verhuisde naar de tot hulpmuseum ingerichte stalling achter de villa “Erica”, die weldra te klein bleek om alles ten toon te stellen zóó als de belangstellenden dat wenschten, te meer, doordat ook door aankoop elders de verzamelingen aangroeiden.

Romeinse wolk boven ingang Museum Kam (augustus 2026)
Romeinse wolk boven ingang Museum Kam (augustus 2026)

In 1908 deed de heer Kam een beslissenden stap. Hij vermaakte in geval van overlijden aan het rijk zijn geheele uitgebreide verzameling om daardoor te bewerken, dat zij ongeschonden zou blijven voortbestaan, want de verzamelaar, de echte, die hetgeen hij verzamelt lief krijgt, beschouwt dat als een dierbaar familielid.

Het was echter hoogstwaarschijnlijk, dat de collectiën, wanneer eenmaal het rijk er de volle beschikking over zou hebben, naar Leiden zouden worden overgebracht. Gebeurde dat, dan was het te voorzien, dat men daar, bij gebrek aan ruimte, wel de belangrijkste stukken in het museum van oudheden zou plaatsen maar dat de minder belangwekkende en de duplicaten ergens in den meest letterlijken zin zouden worden opgeborgen. Er was dus onzekerheid omtrent het voortbestaan van de verzameling als zoodanig en bovendien alles zou vervoerd worden ver van Nijmegen, in welks omgeving de meeste stukken waren gevonden en met welks oude geschiedenis zij verband hielden.

Zoo rijpte bij den heer Kam een plan, dat zijn beslag kreeg op 25 Juni 1919, een notarieele acte gepasseerd werd, waarbij de heer Kam zich verbond een museum te doen bouwen op eigen kosten en dat kosteloos aan het rijk af te staan, dat verder het beheer zou doen voeren onder leiding van een door de regeering te benoemen directeur.

Dat dit besluit door de regeering gewaardeerd werd, is op de meest ondubbelzinnige wijze gebleken.

Tot directeur werd benoemd de heer Dr. M.A. Evelein, die ook op ons in de gelegenheid stelde het museum voor de officieel opening te bezichtigen.

Nu staat het nieuwe Museum daar aan de Eleonorastraat op een terrein, waaruit behalve dat allereerste potje nog menig stuk is opgedolven, een terrein, waar 20 eeuwen geleden Romeinsche legioenen de wacht hielden aan de uiterste grens van het wereldrijk en in welks onmiddelijke nabijheid het 10e legioen kampeerde, dat de opstandige Batavieren opnieuw tot onderwerping had gebracht.

Het is een monumentaal gebouw, een modelmuseum waarvoor, zooals wij reeds zeiden, de heer Oscar Leeuw de plannen ontwierp en waarvan hij den bouw leidde. Het uitwendige ziet er vrij modern uit, behoudens aanduidingen van de bestemming. Zoo dragen de beide afgeknotte torens ter weerzijde van den ingang een muurkroon naar Romeinsch motief en sterk vergroote reproducties van munten, met de revers, uit den tijd van Nero en Vespasianus. In het bovenlicht van de deur ziet men de wolvin, die Romulus en Remus volgens de mythe zoogde en daarboven de bekende initialen S.P.Q.R. (Senatua Populusque Romae). De ingang is verder geflankeerd door Romeinsche adelaars.

De centrale hal met de bordestrap naar de galerij met op de achtergrond de Buste van de oprichter Gerard Marius Kam, gemaakt door August Falise in 1922 en daar achter de wandschildering van het Forum Romanum, geschilderd door Huib Luns in 1922, 1925 (RAN F30435)
De centrale hal met de bordestrap naar de galerij met op de achtergrond de Buste van de oprichter Gerard Marius Kam, gemaakt door August Falise in 1922 en daar achter de wandschildering van het Forum Romanum, geschilderd door Huib Luns in 1922, 1925 (RAN F30435)

De deur, die toegang geeft tot het gebouw, is hoogst bescheiden. Zij geeft allereerst toegang tot een portaal, waarin de portiersloge en de vestiaire. Uit die voorportaal echter treedt men in de groote hal, het atrium, van 13 bij 15½ M., die opstijgt over de beide verdiepingen. Rondom die hal bevinden zich 5 ineenloopende zalen, waarin een groot gedeelte van de verzamelde voorwerpen in eenvoudige maar uiterst doelmatige vitrines en kasten wordt tentoongesteld. Tegenover den ingang naar ’t einde er hal leidt een monumentale trap naar de gaanderijen van de verdieping, waar weer vitrines en kasten met oudheden aandacht vragen. Kasten en vitrines zijn overal zoo geplaatst, dat zij de vrije rondwandeling niet belemmeren en steeds het noodige licht opvangen, dat door het bovenlicht van de hal en door de ruime vensters van de verdieping binnenstroomt.

Boven de zooeven bedoelde trap is een afbeelding geschilderd, van de hand van den heer Huib Luns, van het Forum van Rome en is een plaats uitgespaard voor iets, dat voor ’t oogenblik nog een verrassing moet blijven.

Rondom de hal zijn namen aangebracht van de Romeinsche heerschers, uit wier tijd de voorwerpen stammen: Julius Caesar, Octavinus Augustus, Tiberius Claudius Nero, Claudius I, Claudias Nero, Domitianus, Trajanus, Probus, Constantinus I, Flavius Claudis, Julianus II, Flavius Honrius.

Boven de deuren van verschillende zalen zijn ook de namen van de meest bekende pottenbakkers geplaatst.

Onder de trap heeft men toegang tot een achterzaal, die wel lager ligt door niveau-verschil, maar toch niet is wat men noemt een sousterrein. Daar hebben de grootere voorwerpen,, zooals sarcophagen e.d.g. een plaats. Ter eene zijde van deze zaal is de werkkamer van den Directeur gelegen met bijkamers o.a. voor fotografie; ter andere zijde liggen de kelders met de inrichting voor een brandvrije centrale verwarming.

De naast het gebouw gelegen portiersgebouw heeft geen toegang tot het gebouw; zij is er door een pergula aan verbonden.

Medaillon rechts, Museum Kam (augustus 2026)
Medaillon rechts, Museum Kam (augustus 2026)

De belichting is, zooals wij reeds opmerkten, uitstekend. Het meeste licht is bovenlicht; alleen de achterzaal heeft zijlicht omdat er gerekend is op mogelijke optrekking van dat gedeelte, die zóó kan plaats hebben, dat het bouwwerk als geheel daardoor geen schade lijdt.

Wat de plaatsing der vitrines aangaat, die staan beneden tusschen die pilaren, die den bouw schragen, en zijn dus van beide zijden toegankelijk. Vitrines zijn er ook boven op de balustrade en daar staan verder de kasten, die ook boven van glazen dakplaten zijn voorzien en niet door uitwendige versierselen ondoematig worden.

Het gebouw, zooals het daar staat is een monument in meer dan één opzicht; een gedenkteeken voor de oude geschiedenis van de omgeving onzer stad; een gedenkteeken voor den heer Kam en het werk, waaraan hij latere levensjaren wijdde; een gedenksteen ook voor den ontwerper, die er trouwens al twee had: in de Vereeniging en in de Synagoge.” (PGNC 15/5/1922)

Beeld roofvogel, Museum Kam (augustus 2026)
Beeld roofvogel, Museum Kam (augustus 2026)

Architect Oscar Leeuw

De architect van Museum Kam was Oscar Leeuw. Lees hier over deze architect:

Oscar Leeuw, architect

Oscar Leeuw is een van de belangrijkste architecten van Nijmegen. Bekende werken van hem zijn onder de synagoge, museum Kam en de Nijmeegse Bankvereeniging Van Engelenburg & Schippers.

Tweede Wereldoorlog

In de Tweede Wereldoorlog raakte het gebouw beschadigd, zodat het pas in 1951 weer open kon gaan.

Het Valkhof en studiecentrum

In 1987 nam provincie Gelderland het beheer en werd het in plaats van Rijksmuseum G.M. Kam het Provinciaal Museum G.M. Kam.

In 1998 volgde een fusie met het gemeentelijk museum Commandarie van Sint-Jan tot Museum Het Valkhof. Het Valkhof kwam in de nieuwbouw van het Kelfkensbos. Daarbij werd Museum Kam een archeologisch studiecentrum. De statutaire naam van Museum het Valkhof werd overigens in 2008 gewijzigd in Stichting Museum Het Valkhof-Kam. Dit naar aanleiding van een jarenlange procedure van de erfgenamen van Kam. Sinds november 2008 heet het “Gelders Archeologisch Centrum Museum G.M. Kam”.

Verbouwing

Tussen 2020 en 2022 vond een grote verbouwing plaats, waarbij de heropening in december 2022 is. Tijdens de bebouwing is het gebouw zo veel mogelijk hersteld naar de oude staat, maar tevens voldoet het aan moderne eisen als toegankelijkheid.

Rijksmonument

Hek Museum Kam (augustus 2026)
Hek Museum Kam (augustus 2026)

Het gebouw is net als het hekwerk en conciërgewoning Museum Kamstraat 47 sinds 2002 een Rijksmonument met als waardering:

  • “Van stedenbouwkundige waarde vanwege de markante ligging in de Museum Kamstraat.
  • Van ensemblewaarde als functioneel onderdeel van het Museum Kamcomplex.
  • Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een in de loop van de 19de eeuw ontstane culturele en typologische ontwikkeling nl. het voor publiek openstellen van privé-collecties en het onstaan van het museum als bouwopgave in het algemeen. Het museum is van cultuurhistorische belang als bijzondere uitdrukking van een cultureel-maatschappelijke ontwikkeling nl. de belangstelling van Nijmegen voor haar Romeinse verleden en de identiteit die de stad daaraan ontleent.”

(Overige) Bronnen en verder lezen

Linker toren Museum Kam (augustus 2026)
Linker toren Museum Kam (augustus 2026)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Museum_Kam

https://web.archive.org/web/20180411111454/https://www.museumhetvalkhof.nl/gac/over-het-gac.html

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Museum_G.M._Kam

Oscar Leeuw, architect

Oscar Leeuw is een van de belangrijkste architecten van Nijmegen. Bekende werken van hem zijn onder de synagoge, museum Kam…

Hunnerberg

De Hunnerberg is een wijk en stuwwal aan de oever van de Waal in Nijmegen. Deze positie van een lage…

Synagoge, architect Oscar Leeuw

De oude synagoge aan de Nonnenstraat was voor de Joods gemeenschap van Nijmegen te klein geworden. Daarop vindt nieuwbouw plaats…