Het Wilhelmina Ziekenhuis, 1910 (F288561) Claas Noorduijnstraat 5 architect Semmelink
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Protestants Ziekenhuis/Wilhelmina Ziekenhuis

Geopend 1895 Spaarbankstraat (Claas Noorduijnstraat) Hunnerberg

Het Wilhelmina Ziekenhuis, 1910 (F288561) Claas Noorduijnstraat 5 architect Semmelink
Het Wilhelmina Ziekenhuis, 1910 (F288561)

In 1895 opent aan wat dan nog de Spaarbankstraat heet het protestantse Wilhelmina-Ziekenhuis. Het hospitaaltje op de Jodenberg was te klein en voldeed niet meer. Net als het hospitaal op de Jodenberg kwam de nieuwbouw vooral tot stand met liefdesgaven: grond, geldelijke giften, materialen en belangeloze werkzaamheden. Een centrale figuur was dokter Claas Noorduijn, naar wie de straat werd vernoemd.

Vooraf: een hospitaal op de Jodenberg

Op 5 september 1850 werd in een huis aan de Jodenberg de eerste patiënt opgenomen in het protestantse hospitaaltje. Er was plaats voor twintig patiënten.

In het midden van de 19e eeuw bestonden nog niet de ziekenhuizen zoals wij die tegenwoordig kennen. Meestal vond de zorg voor zieken plaats door familieleden, al dan niet geholpen door een chirurgijn of arts.

In 1848/1849 richtten een aantal leden van de Diaconie van de Nederlandse Hervormde Gemeente een Vereeniging tot Patronaat over de Armen op, een toevluchtsoord “‘voor die ongelukkige zieken, die in hun eigen woningen van licht en lucht van ligging en deksel en voedsel, in één woord van het onontbeerlijkste waren verstoken’” (‘Vaarwel lief ziekenhuis’ zoals weergegeven op https://www.cwz.nl/over-cwz/organisatie/historie) Daarbij kwam al snel een commissie met als doel om een ziekenhuis te stichten.

Opvallend daarbij is dat “Eerst is er nog sprake van de komst van een algemeen ziekenhuis waar iedereen terecht kan, welk geloof je ook hebt. Maar dat plan blijkt te hoog gegrepen. Na een hoop geruzie binnen de besturen besluiten de protestanten en katholieken afzonderlijk een ziekenhuis voor de eigen gelovigen op te richten.” (https://web.archive.org/web/20250905221605/https://www.cwz.nl/over-cwz/175-jaar-cwz/weetjes-over-de-historie-van-cwz/1850-protestants-ziekenhuis-opent-in-nijmegen/)

Op 5 september 1850 kwam de eerste patiënt naar het Protestantsch Ziekenhuis op de Jodenberg. Er is plaats voor 20 patiënten. Dr. Claas Noorduijn wordt de geneesheer-directeur. Het ziekenhuis bleek echter al snel te klein.

1888/1889 Oprichting Vereeniging Het Protestantsch Ziekenhuis te Nijmegen

“In 1888 werd besloten een nieuw en groter protestants ziekenhuis aan de Spaarbankstraat te bouwen. Daarbij werd ook de Vereeniging ‘Het Protestantsch Ziekenhuis te Nijmegen’ formeel georganiseerd”, met als doel een nieuw, groter ziekenhuis te bouwen, in de eerste plaats voor de in Nijmegen wonend protestanten. (Wikipedia noemt 1889; CWZ 1888: mogelijk/waarschijnlijk baseert Wikipedia zich op het Koninklijk Besluit tot goedkeuring, 1888 op de oprichting zelf)

Het doel was “Het oprichten en instandhouden van een ziekeninrichting, waar ongeveer 45 personen terecht konden en waar, ‘(met uitzondering van krankzinnigen en epileptici) behoeftigen wier opneming door het Burgerlijk Armbestuur gevraagd wordt’, werden opgenomen. ‘Bovendien worden (zonder eenige formaliteit) opgenomen, personen, die onverwachts en onverwijld hulp behoeven. (…) Een geneesheer houdt zijn spreekuur, voornamelijk als oogenpolikliniek, in het ziekenhuis; behoeftigen kunnen hem kosteloos hier raadplegen.

De geneesmiddelen zijn geheel kosteloos en begrepen in het abonnement dat de vereeniging met het Burgerlijk Armbestuur heeft aangegaan (f. 2400 jaarlijks voor ten minste 9 bedden). Versterkende middelen worden niet afzonderlijk berekend. (…)

Uitzending van verpleegzusters wordt aangevraagd aan de directrice. Dag- of nachtverpleging kan kosteloos worden verleend.’ (Blankenberg)” (https://resources.huygens.knaw.nl/armenzorg/gids/vereniging/3659771502)

De bouw werd grotendeels mogelijk gemaakt door giften. Daarnaast werden grond, materialen en werkzaamheden geschonken.”

Door de schenking van een stuk grond en doordat er voldoende geld was ingezameld, werd de daadwerkelijke bouw aan de Spaarbankstraat (de huidige Dr. Claas Noorduijnstraat) mogelijk. Alleen al aan geldelijke giften en renteloze leningen, maar ook door allerlei activiteiten als voorstellingen en bazaars, was bij de opening ongeveer 73.000 gulden ontvangen. Een van de schenkingen was afkomstig van het Koninklijk huis. Behalve geld, werden er giften in nature en werkzaamheden gedaan.

1895 Opening

Op de achtergrond het Wilhelmina Ziekenhuis; Vanuit de Mr. Franckenstraat, in de richting van het Wilhelmina Ziekenhuis en de Dr. Claas Noorduijnstraat, 1900-1905 (F32159 RAN) architect Semmelink
Op de achtergrond het Wilhelmina Ziekenhuis; Vanuit de Mr. Franckenstraat, in de richting van het Wilhelmina Ziekenhuis en de Dr. Claas Noorduijnstraat, 1900-1905 (F32159 RAN) architect Semmelink

Op 4 april 1894 vond de eerstesteenlegging plaats aan de Spaarbankstraat (F52399 RAN).

Op 7 mei 1895 ging het ziekenhuis open. 10 dagen later, op 17 mei, kwam Koningin-regentes Emma op bezoek met prinses Wilhelmina. Op die dag maakt het bestuur bekend dat het ziekenhuis voortaan naar Wilhelmina gaat heten.

Bij de opening houdt P.H. Noorduijn een toespraak, zoals weergegeven in PGNC 8/5/1895:

De plechtige opening van het Nieuwe Protestantsche Ziekenhuis.

Hedenmiddag ten drie uren had in tegenwoordigheid van een beperkt aantal genoodigden- onder wie wij o.a. de Besturen van ’t Protestantsche Ziekenhuis en de Bouwfonds-Commissie, HH. Doctoren en HH. Predikanten en vele dames opmerkten- de plechtige overdracht plaats van het nieuwe gebouw, door de Bouwfonds-Commissie aan de Vereeniging het Protestantsche Ziekenhuis te Nijmegen.

De groote corridors op de eerste étage waren in een tijdelijke feestzaal herschapen, waar voor de genoodigden zitplaatsen waren gereserveerd. Een zangkoor van ruim 50 dames, onder leiding van den heer H. de Vries, luisterde de plechtigheid op.

Toen allen, zoo goed als de beschikbare ruimte het toeliet, gezeten waren, sprak de heer P.H. Noorduijn, Voorzitter der Bouwfonds-Commissie de volgende rede uit:

Mijne Heeren en Dames!

Bij de overdracht van dit gebouw aan het Bestuur van het Protest. Ziekenhuis rust op mij als Voorzitter van de Bouwfonds-commissie de taak, om u het eerst toe te spreken. Ware dit niet het geval, zeker zou ik mij dit niet aanmatigen; maar toch streelt het mij, bij zoo’n heerlijk werk als dit het woord te mogen voeren, want het geldt hier toch een gebouw, geheel aan de lijdende menschheid gewijd en uitsluitend door liefdegaven tot stand gebracht.

Met een enkel woord zal ik u mededeelen waaruit de liefdegaven bestonden.

De eerste gift (het was in het voorjaar van 1891) betrof den grond, waarop dit gebouw verrezen is, groot ruim 8000 M² en vertegenwoordigende een zeer belangrijke waarde.

De muur, staande op de grens aan de oostzijde, werd door een belangstellende cadeau gegeven, eveneens de vier bliksemafleiders, waarmede het gebouw voorzien is en zooveel kleinere zaken meer, te veel om te noemen.

De plannen voor den aanleg van den tuin werden belangeloos door den heer Rosseels uit Leuven verstrekt, terwijl met de uitvoering zich belastten: eerst de heer Hofkamp, thans stadsarchitect te Leeuwarden, en vervolgens de heer Gerretsen, bloemist te Hees. Beide deze heeren, die met hart en ziel en met kennis van zaken het werk hebben geleid, deden dit ook al weder geheel belangeloos.

Kinderzaal Wilhelmina Ziekenhuis, 1910 (Foto Grijpink via F68617 RAN CCBYSA) Semmelink Claas Noorduijnstraat
Kinderzaal Wilhelmina Ziekenhuis, 1910 (Foto Grijpink via F68617 RAN CCBYSA)

Aan giften in geld werden ontvangen omstreeks f73.000. Een belangrijk bedrag, doch nog niet voldoende, want er is nog een tekort van ongeveer f3000. Het juiste cijfer is op dit oogenblik niet op te geven.

Waar de Commissie op zoo velerlei gebied werd bijgestaan, kon het niet anders of voor haar werd het een genot het voorgenomen werk uit te kunnen volvoeren.

Is zij aan al degenen, die op deze wijze hulp boden, grooten dank schuldig, niet minder is zij dit aan den heer Semmelink, den ontwerper van het gebouw. Van hem heeft het toch grootendeels afgehangen dat een Ziekenhuis is daargesteld, dat aan alle redelijke eischen van den tegenwoordigen tijd voldoet. En hoe hij daarin is geslaagd, hebben zij zich kunnen overtuigen, die reeds een kijkje namen. Deskundigen, die het gebouw zagen, roemden het allen ten zeerste, en leeken, die nu en dan eens kwamen zien, vonden de inrichting en de vroolijke ligging zóó heerlijk, dat de meesten riepen: “als men hier ziek komt, moet men wel beter worden!”

En wat een tijd heeft Semmelink er aan besteed! Dat kunnen echter alleen beoordeelen degenen, die telkens met hem samen kwamen om de plannen te bespreken.

Het Wilhelmina Ziekenhuis, 1910 (F288561) Claas Noorduijnstraat 5 architect Semmelink
Het Wilhelmina Ziekenhuis, 1910 (F288561)

Hartelijk breng ik U, Semmelink, dan ook den dank toe van al de leden van Commissie en Bestuur, doch zeker ook van alle belangstellenden in dit Ziekenhuis! De aannemers, de heeren van Eek en Wijers, mogen hier ook niet vergeten worden. Flink werd door hen de bouw aangepakt, zoodanig, dat op het bepaalde tijdstip de oplevering kon plaats hebben. Wij zijn overtuigd, dat het werk ook degelijk en goed is uitgevoerd, en dat deze heeren dus daarvoor dank verdienen.”… en verder. (PGNC 8/5/1895)

Claas Noorduijn

Dr. Claas Noorduijn en zijn echtgenote Johanna Ruperta Drijfhout van Hooff op zijn 80-ste verjaardag in het trapportaal van het Wilhelmina Ziekenhuis, onder het toen zo juist onthulde portret van hemzelf, 1903 (F84827 RAN)
Dr. Claas Noorduijn en zijn echtgenote Johanna Ruperta Drijfhout van Hooff op zijn 80-ste verjaardag in het trapportaal van het Wilhelmina Ziekenhuis, onder het toen zo juist onthulde portret van hemzelf, 1903 (F84827 RAN)

Claas Noorduijn (Nijmegen, 14-7-1823 – Nijmegen, 30-6-1916) was daarbij de geneesheer-directeur.

Hij was de oudste zoon van dr. Jan Matthijs Noorduijn (1795-1863) en een neef van Arend Noorduijn (1803-1896). Noorduijn was op 12 september 1846 gepromoveerd.  Na een studiereis door Oostenrijk, Duitsland en Frankrijk nam hij in 1848 de dokterspraktijk van zijn vader over.

In 1913 zou ter gelegenheid van zijn 90ste verjaardag de Spaarbankstraat vernoemd worden naar zijn naam “”die zich voor de gemeente steeds zoo verdienstelijk heeft gemaakt, waarbij zijn praktijk onder de armen zeker niet mag worden vergeten”.” (quote weergegeven op https://nl.wikipedia.org/wiki/Claas_Noorduijn)

Noorduijn ligt begraven op Rustoord.

Architect Semmelink

De architect van het ziekenhuis was Derk Semmelink. Lees hier meer over deze architect:

Derk Semmelink, architect

Architect Semmelink begon als leerling bij de Arnhemse architecten van Gendt en Nieraad. Een aantal werken van hem zijn Hotel-café Bellevue, villa Maris, het Luthers Kerkje, het Wilhelminaziekenhuis, Bahlmann en schoolgebouw van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen

Lees verder

Eerste jaren

Hoewel het ziekenhuis in de eerste plaats voor protestantse patiënten was bedoeld, bestond in 1896-1897 ongeveer een kwart van de patiënten uit rooms-katholieken, naast enkele joodse patiënten.”Vandaar: “Het ziekenhuis staat open voor alle godsdienstleeraren, wier bezoek door zieken gewenscht wordt.”” (Huygens)

Het Huygens Instituut geeft ook een overzicht van de inkomsten en uitgaven, overgenomen uit Tijdschrift voor armenzorg 1e jrg. (1900)

In 1899:

Inkomsten Uitgaven 
Bijdragen Burgerlijk Armenbestuur3.600Personeel2.512
Renten829Huishouding7.778
Verpleeggelden6.265Geneesmiddelen1.837
Contributie2.884Brandstoffen2.091
Legaten en giften10.250Gebouwen en meubilair2.957
Buitengewone ontvangsten773Drukwerk5.340
  Afschrijving nadeelig saldo van 18981.863
Inkomsten24.600Uitgaven23.477

Oftewel een positief saldo van f. 1.123.

Schijnbaar kwamen er in 1899 nog veel giften binnen, welke de grootste inkomstenbron is. En afgaande op de “afschrijving nadeelig saldo van 1898” was er in dat jaar sprake van verlies geweest.

In 1900 zou de bijdrage van het Armenbestuur eveneens f3.600 worden. Dat jaar komen f8.247 aan verpleeggelden binnen. De huishoudelijke uitgaven zijn dan f8.111.

1921 Uitbreiding met rechtervleugel

In 1918 koopt het Wilhelminaziekenhuis een stuk grond van de gemeente aan de Barbarossastraat. SWDan volgt een grote verbouwing met een grote zijvleugel aan de rechterzijde van het hoofdgebouw. Nu biedt het ziekenhuis plaats voor 100 bedden. Naast de directrice en adjunct-directrice werken er nu 26 verpleegsters, 3 juffrouwen in de huishouding en een portier.

Dde verbouwing van 1920/1921 bracht onder andere een betere operatiekamer, een kraamkamer, een moderne röntgeninrichting, een lift, verbeterde hygiëne en brandveiligheid. Vloeren en wanden werden zo uitgevoerd, dat stofophoping werd beperkt.

De architect van deze en volgende uitbreidingen was Willem Hoffmann. Lees hier verder over deze architect en zijn verbouwingen:

Willem Hoffmann, architect

Architect Hoffmann is vooral bekend vanwege zijn villa’s. Zijn grootste werk is mogelijk ’t Slotje van de Baron. Ook de uitbreiding/verbouwing van het Wilhelminaziekenhuis is een groot werk. Daarnaast komen wij hem regelmatig tegen in de nieuwbouw of verbouw van horeca en winkels. Veel van zijn ontwerpen bevatten jugendstil- en art-nouveau-elementen.

Lees verder

1930 Uitbreiding met linkervleugel

In 1930 volgt er een uitbreiding met een linkervleugel, welke op 29 augustus 1930 opengaat. Door deze verbouwing was er 62.000 gulden aan donaties binnengekomen.

Margriet Paviljoen

In 1967 kwam het Margriet Paviljoen eveneens in het pand, later Verpleeghuis Margriet genoemd.

Fusie

Het Wilhelminaziekenhuis bleef tot 1974 als zelfstandig ziekenhuis bestaan. Daarna vond een fusie plaats met het katholieke Canisiusziekenhuis tot de Stichting Nijmeegs Interconfessioneel Ziekenhuis Canisius-Wilhelmina. In 1977 verhuisden de medewerkers van het Wilhelminaziekenhuis naar de locatie van het Canisiusziekenhuis aan de Sint Annastraat. Het oude gebouw aan de Dr. Claas Noorduijnstraat werd vervolgens gebruikt als Verpleeghuis Margriet. In 1992 verhuisde het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis naar de nieuwbouw aan de Weg door Jonkerbos.

Vervolg en sloop

Nieuwbouw op voormalig terrein Wilhelmina Ziekenhuis, Claas Noorduijnstraat Hunnerberg (september 2026)
Nieuwbouw op voormalig terrein Wilhelmina Ziekenhuis, Claas Noorduijnstraat Hunnerberg (september 2026)

Na de fusie kwam het gebouw in gebruik door het Margriet Paviljoen, later het Verpleeghuis Margriet genoemd.

Het pand is ondanks protesten van de buurt gesloopt; in 2014 vond op het vrijgekomen terrein archeologisch onderzoek plaats.

In de plaats kwam een woonlocatie, onder andere voor mensen met speciale zorgbehoeftes.

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Wilhelminaziekenhuis_(Nijmegen)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Claas_Noorduijn

https://www.cwz.nl/over-cwz/organisatie/historie

Uitgave: Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten, Zeist 2008, Onderzoek en tekst: Gelders Genootschap https://www.planviewer.nl/imro/files/NL.IMRO.0268.BP7000-VG01/tb_NL.IMRO.0268.BP7000-VG01_2.pdf

https://resources.huygens.knaw.nl/armenzorg/gids/vereniging/3659771502

https://gaypnt.mijnweb.site/straatnamen/D.html#Dr.%20Claas%20Noorduijnstraat

https://www.intonijmegen.com/blijf-op-de-hoogte/verhaal/canon-van-nijmegen-gezonder-leven-verbetering-van-hygiene-en-medische-zorg

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/28_Gezonder_leven

https://nl.wikipedia.org/wiki/Canisius-Wilhelmina_Ziekenhuis

https://web.archive.org/web/20250905221605/https://www.cwz.nl/over-cwz/175-jaar-cwz/weetjes-over-de-historie-van-cwz/1850-protestants-ziekenhuis-opent-in-nijmegen/

Hunnerberg

De Hunnerberg is een wijk en stuwwal aan de oever van de Waal in Nijmegen. Deze positie van een lage…

Derk Semmelink, architect

Architect Semmelink begon als leerling bij de Arnhemse architecten van Gendt en Nieraad. Een aantal werken van hem zijn Hotel-café…

Canisius ziekenhuis

In 1926 zou het nieuwe R.-K. Canisius Ziekenhuis aan de (huidige) St. Annastraat en Groenestraat worden geopend. In 1920 plaatst…

St. Canisiussingel 23, 25 en 27, hoek Prins Hendrikstraat (september 2026)
#Nijmegen, Geen categorie

St Canisiussingel

St. Canisiussingel 23, 25 en 27, hoek Prins Hendrikstraat (september 2026)
St. Canisiussingel 23, 25 en 27, hoek Prins Hendrikstraat (september 2026)

Deze pagina verzamelt artikelen over de St. Canisiussingel.

Flat hoek St. Canisiussingel – Mr. Franckenstraat Hunnerberg, zijde Mr. Franckenstraat (augustus 2026)

Flat hoek Mr Franckenstraat – St Canisiussingel

1956 Hoek Meester Franckenstraat – Canisiussingel RAN: “Appartementengebouw op de hoek met de Mr. Franckenstraat, gezien vanaf de Canisiussingel. Het droeg de nieuwe bouwopvattingen van de vroege jaren vijftig uit: ruim en open naar licht en lucht. Op de achtergrond links is een van de 2 Sterflats aan de Barbarossastraat in aanbouw.” In maart 1956…

Lees verder
St. Canisiussingel 23, 25 en 27, hoek Prins Hendrikstraat (september 2026)

St Canisiussingel 23 25 en 27

De panden St. Canisiussingel 23, 25 en 27 zijn gebouwd door Gebroeders Haspels (Bestemmingsplan Nijmegen Centrum – Binnenstad – 8). Vaag is op bouwtekening D12.379331, links naast Bemerkingen, nog de handtekening van Haspels te zien. Bij de rioolaanleg D12.379650 is de handtekening Haspels duidelijk leesbaar.

Lees verder
Monumentale villa mogelijk ontworpen door L.H. Verbrugge en gebouwd in de jaren 1890/91 op de hoek (verlengde) St. Jorisstraat Canisiussingel (rechts); in 1896 werd het adres mr. Franckenstraat 2. Op 9 november opent, na een omvangrijke verbouwing onder andere een aanbouw links van het pand, H.E Span de banketbakkerij “Keizer Karel” met lunchroom en terras in het ronde gedeelte. In 1933 vestigt zich in de aanbouw een filiaal van bloemensalon “Corona” in de Bisschop Hamerstraat. Tijdens de bevrijding van de stad wordt het pand en de naastliggende huizen verwoest, Mr. Franckenstraat 2 Hunnerberg, 1895-1900 (F5503 RAN)

Banketbakkerij annex Lunchroom Keizer Karel

1917 Franckenstraat 2 (verwoest) Banketbakkerij annex Lunchroom Keizer Karel Banketbakkerij “Keizer Karel”. In het perceel Franckenstraat 2 opent morgen de heer H.E. Span zijn Banketbakkerij “Keizer Karel”, tot dusver gevestigd in de Molenstraat, waar de winkel als filiaal blijft. Het omvangrijk heerenhuis heeft een belangrijke verbouwing ondergaan. Door aanbouw van een vleugel is een keurig…

Lees verder
St. Canisisussingel 1 (augustus 2026)

St. Canisiussingel 1: van Villa Rust tot bank

De meeste mensen zullen Canisiussingel 1 kennen als de Mauritskliniek of de Slavenburg’s Bank/Credit Lyonnais Bank. Het pand is echter gebouwd als villa. Een van de eerste bewoners -zo niet de eerste- was A.J. Pluijm, een graanfactor uit Rotterdam. Hij noemde zijn woning “Villa Rust”.

Lees verder

Hoek Canisiussingel/Berg en Dalseweg 1 (oud)

Internaat voor ongevalspatiënten; later werd hier Hotel Pays Bas gevestigd, Berg en Dalseweg 1 Hunnerberg, 1920 (Uitg. La Rivière & Voorhoeve (LRV), Zwolle via F12656 RAN)
Internaat voor ongevalspatiënten; later werd hier Hotel Pays Bas gevestigd, Berg en Dalseweg 1 Hunnerberg, 1920 (Uitg. La Rivière & Voorhoeve (LRV), Zwolle via F12656 RAN)

Geschiedenis van Hotel-Restaurant Pays Bas

In 1934 opende A.J. Mermans zijn Hotel-restaurant “Pays-Bas” aan de Batavierenweg, wat een bekende gelegenheid voor bijeenkomsten werd. Tijdens Market Garden raakte het beschadigd. In 1951 volgde nieuwbouw. In 1989 is het pand gesloopt, om plaats te maken voor appartementen.

St. Canisiussingel 16

Villa Elisabeth, St. Canisiussingel 16, 1930 (F17510 RAN)
Villa Elisabeth, St. Canisiussingel 16, 1930 (F17510 RAN)
Een besneeuwde St. Canisiussingel richting Oranjesingel met arrenslee voor de herenhuizen met de huisnummers 32 en volgende, rond 1920 (F15926 RAN)
Een besneeuwde St. Canisiussingel richting Oranjesingel met arrenslee voor de herenhuizen met de huisnummers 32 en volgende, rond 1920 (F15926 RAN)
Flat hoek St. Canisiussingel - Mr. Franckenstraat Hunnerberg, zijde Mr. Franckenstraat (augustus 2026)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Flat hoek Mr Franckenstraat – St Canisiussingel

1956 Hoek Meester Franckenstraat – Canisiussingel

Flat hoek St. Canisiussingel -  Mr. Franckenstraat Hunnerberg, zijde Mr. Franckenstraat (augustus 2026)
Flat hoek St. Canisiussingel – Mr. Franckenstraat Hunnerberg, zijde Mr. Franckenstraat (augustus 2026)

RAN: “Appartementengebouw op de hoek met de Mr. Franckenstraat, gezien vanaf de Canisiussingel. Het droeg de nieuwe bouwopvattingen van de vroege jaren vijftig uit: ruim en open naar licht en lucht. Op de achtergrond links is een van de 2 Sterflats aan de Barbarossastraat in aanbouw.”

In maart 1956 wordt het flatgebouw aan de Mr. Franckenstraat geopend. Dit flatgebouw met 7 woonlagen heeft 8 vijf- en 22 vier-kamerflats en is 23 a 25meter hoog. Daarnaast is er ruimte voor 3 kantoren en 9 garages. Het lage gedeelte heeft 4 verdiepingen. De toren heeft een berging op de begane grond, het lage gedeelte kelders. Op het moment van de opening zijn alle woningen al verhuurd.

Flat Mr. Franckenstraat, 1957 (Jeroen van Lith via D1056 RAN tevens Auteursrechthouder)
Flat Mr. Franckenstraat, 1957 (Jeroen van Lith via D1056 RAN tevens Auteursrechthouder)

De aannemer was de bouwcombinatie Lemmens-Kwaaitaal-Hollink en Waals uit Rotterdam.  De opdrachtgever was Progress, het pensioenfonds van Unilever. “Sinds de oorlog belegt men gaarne in vaste goederen.” (Nijmeegsch Dagblad, 8-2-1955) Zij wordt in Nijmegen vertegenwoordigd door makelaars Strijbosch en Thunnissen. Dit makelaarskantoor had het pensioenfonds en de gemeente met elkaar in contact gebracht.

Begin februari steekt burgemeester Hustinx de “eerste spade” in de grond. Deze flat is op dat moment de hoogste die Nijmegen zal krijgen. Overigens niet voor lang: bij de oplevering van deze flat is al bekend dat de flats aan de Batavierenweg zullen worden gebouwd en daarnaast de sterflat op de Hatertse Hei. “Ondanks de hevige vorst is de laagbouw in dit reusachtige gebouw in tien en halve maand tot stand gekomen.”

Flat Meester Franckenstraat Canisiussingel, augustus 2023 (Google Streetview)
Flat Meester Franckenstraat Canisiussingel, augustus 2023 (Google Streetview)

Behalve dat het gebouw op een van de mooiste plekken van Nijmegen staat, is de flat van binnen als buiten luxueus. De toren heeft een lift. Alle woningen hebben centrale verwarming en een badkamer. De woningen met 4- of 5- kamers hebben een ijskast. Ook de afwerking van buiten is luxueus. De huurprijzen liggen tussen de 65 en 135 gulden.

“De burgemeester die hierna het woord nam, zeide dat dit flatgebouw een belangrijke aanwinst voor Nijmegen is. Nijmegen is een woonstad welke door haar ligging een bijzonder karakter heeft. Toen de initiatiefnemers tot de bouw, de makelaars Strijbosch-Thunnissen, met dit plan bij het gemeentebestuur kwamen, was de aanvankelijke wrevel tegen woonflats op dit punt als spoedig overwonnen, aldus spr. Hij had grote waardering voor de architect van dit imposante bouwwerk, dat zo gelukkig is gesitueerd, passend in dit deel van de stad bij de toegang uit het noorden.” (De Gelderlander 16/3/1956) “Nijmegen zal op de ingeslagen weg voortgaan met particuliere aannemers in te schakelen in de bouw van de betere woningen, zo zei de burgemeester” (De Vrije Zeeuw, 19-3-1956)

Architect Nefkens

De architect van deze flat is Harry Nefkens. Leest hier meer over deze architect:

Harry Nefkens

Harry Nefkens is de architect van een aantal markante gebouwen in Nijmegen, zoals de sterflats. Aanvankelijk is hij vooral bekend als architect van de wederopbouw, vooral in Rotterdam. In de jaren 70 was hij architect van bedrijfspanden en kantoren en actief als projectontwikkelaar. Dat laatste bracht hem in de Quote500.

Lees verder

(Overige) Bronnen

Flat hoek St Canisiussingel Mr Franckenstraat Hunnerberg St Canisiuszijde augustus 2026
Flat hoek St. Canisiussingel – Mr. Franckenstraat Hunnerberg, St. Canisiuszijde (augustus 2026)

Nijmeegsch dagblad, 8-2-1955

Het Parool, 17-3-1956

Ingang flat hoek St. Canisiussingel -  Mr. Franckenstraat Hunnerberg (augustus 2026)
Ingang flat hoek St. Canisiussingel – Mr. Franckenstraat Hunnerberg (augustus 2026)

Hunnerberg

De Hunnerberg is een wijk en stuwwal aan de oever van de Waal in Nijmegen. Deze positie van een lage…

Harry Nefkens

Harry Nefkens is de architect van een aantal markante gebouwen in Nijmegen, zoals de sterflats. Aanvankelijk is hij vooral bekend…

St. Canisiussingel 23, 25 en 27, hoek Prins Hendrikstraat (september 2026)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

St Canisiussingel 23 25 en 27

St. Canisiussingel 23, 25 en 27, hoek Prins Hendrikstraat (september 2026)
St. Canisiussingel 23, 25 en 27, hoek Prins Hendrikstraat (september 2026)

De panden St. Canisiussingel 23, 25 en 27 zijn gebouwd door Gebroeders Haspels (Bestemmingsplan Nijmegen Centrum – Binnenstad – 8). Vaag is op bouwtekening D12.379331, links naast Bemerkingen, nog de handtekening van Haspels te zien. Bij de rioolaanleg D12.379650 is de handtekening Haspels duidelijk leesbaar.

Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379333)
Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel zijde, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379333)
Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), gevel Prins Hendrikstraat, datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379333)
Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), gevel Prins Hendrikstraat, datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379333)

3 verschillende woningen

Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), indeling begane grond, datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379331)
Bouw 3 woonhuizen, St. Canisiussingel 23 25 en 27 (huidig), indeling begane grond, datum bouwdossier 7-8-1906 (D12.379331)

D12.379331 laat de indeling zien, waarvan hier de plattegrond van de begane grond staat weergegeven. Daarbij valt op, dat de indeling van de 3 huizen aanzienlijk verschillend is.

Allereerst de plaatsing van de salon, huiskamer en serre:

De linker woning heeft de salon middenin. Met rechts de serre en daarachter de huiskamer, welke doorloopt in de eetkamer.

Het middelste huis heeft de huiskamer juist aan de voorkant, met daar achter de salon en daar de serre weer achter.

Rechts -maar deze grenst aan de Prins Hendrikstraat- heeft voor de serre, dan de huiskamer, dan de salon.

Daarnaast is opvallend dat het middelste huis een “kantoor” heeft en het rechterhuis een “spreekkamer”. Bij het linker huis is alleen sprake van een woonfunctie.

Wed. A.S. Cohen, geboren Drukker

Afgaande op de verkoop door de erven, waren de panden eigendom van de Weduwe A.S. Cohen, geboren Drukker.

Op 5 september 1906 verkopen Cornelis Karel en Dirk Jan Haspels (de firma Gebroeders Haspels), bouwkundigen en koopmannen aan Abraham Salomon Cohen, koopman een perceel bouwterrein: “liggende op den hoek van den Sint Canisius Singel en de Prins Hendrik Straat te Nijmegen, bekend op den legger der Kadastrale gemeente Nijmegen, Sectie B noordwesterlijk deel van Nummer 3567 ter grootte van ongeveer tien aren twintig centiaren, door gemelden vennootschap in eigendom verkregen ten gevolge van koop van de gemeente Nijmegen blijkens acte op dertig december negentienhonderd.” Cohen betaalt 9180 gulden. Het is nog niet bekend of het dit perceel betreft of een naburig perceel. Daarnaast valt in deze, als het daadwerkelijk om perceel van nummers 23, 25 en 27 of één daarvan gaat, op dat de Gebr. Haspels een bouwterrein in plaats van een woning verkopen.

In mei 1909 blijkt Wed. A. Cohen, Canisiussingel 27 naar Den Haag te vertrekken, Laan N.-O.-Indië 64. (PGNC 23/5/1909)

1912 Te koop

In 1912 staan St. Canisiussingel 23, 25 en 27 te koop. De eigenaren blijken dan de erven van Mevr. de Wed. A.S. Cohen, geboren Drukker te zijn.

Alle drie woningen zijn op dat moment verhuurd:

  • perceel 1, nummer 27, aan dr. F.A.M. Lemaire
  • perceel 2, nummer 25, aan M. Prakke
  • perceel 3, nummer 23, aan dr. J. Schouten

Vervolgens is een aankondiging van de veiling en verkoop gevonden in 1917 (PGNC 3/11/1917).

Dan zullen de woningen namens A.A. van der Borg geveild worden.

Op dat moment zijn de woningen verhuurd aan:

  • WelEd.Z.Gel. Heer Dr. Lemaire, nummer 27
  • W. van Doesburg, nummer 25
  • J. Nauta Andreae, nummer 23

Gevonden gebruikers

Canisiussingel 23

In 1912-1913, 1913-1914 is het Dr. J. Schouten

In 1914-1915 staat het mogelijk leeg.

In 1915-1916 Prins H.J.E. de Bourbon.

In 1918, 1920 I. Nauta Andreae-PermentierCanisiussingel 27 > ook in 1912 klopt het adres

In 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1918, 1920 is het Dr. F.A.M. Lamaire. In 1914-1915 heeft iemand de a doorgehaald: het moet Lemaire zijn.

Canisiussingel 25

In 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916 is het M. Prakke

In 1918, 1920 W. van Doesburg

Canisiussingel 27

In mei 1909 blijkt Wed. A. Cohen, Canisiussingel 27 naar Den Haag te vertrekken, Laan N.-O.-Indië 64. (PGNC 23/5/1909)

F.A.M. Lemaire

F.A.M. Lemaire op een foto van de Gemeenteraad, 1910 (Detail F65766 RAN)
F.A.M. Lemaire op een foto van de Gemeenteraad, 1910 (Detail F65766 RAN)

In ieder geval Adresboek 1908, 1909 Kronenburgersingel 31.

Franciscus Antonius Maria Lemaire (Nijmegen, 10-12-1866) komt in het Bevolkingsregister 1910 voor op Kronenburgersingel 31. Zijn beroep is moeilijk leesbaar: “…. Doctor en Arts” en ook het beroep dat er op een later tijdstip is bijgeschreven is onduidelijk: “geneesk. … D”. Hij is op 10 december 1900 afkomstig uit Zevenbergen. Op 28 september 1920 vertrekt hij naar Dordrecht. Op een later tijdstip is erbij geschreven dat hij op 2 februari 1921 naar Indië is vertrokken.

Opvallend daarbij is, dat Lemaire dus tot nu toe niet in het Bevolkingsregister op St. Canisiussingel 27 is gevonden.

Lemaire is getrouwd met Bartholomea Elisabeth Maria Josephina Lombarts (Loon op Zand, 5-12-1865). Zij vestigt zich op 30 maart 1908 vanuit Loon op Zand en vertrekt op 7 mei 1917 naar een plaats die moeilijk leesbaar is. Schoonzus Anna Nicolasine(?) Henrica Josepha Lombarts woont tussen 16 oktober 1917(?) en 28 september 1920 in. Zij komt dan en vertrekt weer naar Loon op Zand. Zoals gezegd: het is onduidelijk of dit steeds het adres Kronenburgersingel betreft, of dat Lemaire is vergeten zijn adres op de St. Canisiussingel door te geven.

Hij was in ieder geval in ieder geval in 1910 lid van de Gemeenteraad.

In Adresboek 1910-1911 komt hij voor op “Canisiussingel”, dus zonder nummer vermeld. Wel een telefoonnummer: 775.

In 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1918, 1920 is het Dr. F.A.M. Lamaire. In 1914-1915 heeft iemand de a doorgehaald: het moet Lemaire zijn.

Hunnerberg

De Hunnerberg is een wijk en stuwwal aan de oever van de Waal in Nijmegen. Deze positie van een lage…

Gebroeders Haspels, aannemers/architecten

De Gebroeders Haspels waren aannemers/architecten. Wij zullen ze vooral gaan tegenkomen in de stadsuitbreiding van eind 19e/begin 20ste eeuw en…

St. Canisiussingel van Gebr Haspels

De Canisiussingel 19H is in 1902 gebouwd door het aannemersbedrijf Gebr. Haspels. Let vooral op het prachtige houtwerk.

Monumentale villa mogelijk ontworpen door L.H. Verbrugge en gebouwd in de jaren 1890/91 op de hoek (verlengde) St. Jorisstraat Canisiussingel (rechts); in 1896 werd het adres mr. Franckenstraat 2. Op 9 november opent, na een omvangrijke verbouwing onder andere een aanbouw links van het pand, H.E Span de banketbakkerij "Keizer Karel" met lunchroom en terras in het ronde gedeelte. In 1933 vestigt zich in de aanbouw een filiaal van bloemensalon "Corona" in de Bisschop Hamerstraat. Tijdens de bevrijding van de stad wordt het pand en de naastliggende huizen verwoest, Mr. Franckenstraat 2 Hunnerberg, 1895-1900 (F5503 RAN)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Banketbakkerij annex Lunchroom Keizer Karel

1917 Franckenstraat 2 (verwoest)

Monumentale villa mogelijk ontworpen door L.H. Verbrugge en gebouwd in de jaren 1890/91 op de hoek (verlengde) St. Jorisstraat Canisiussingel (rechts); in 1896 werd het adres mr. Franckenstraat 2. Op 9 november opent, na een omvangrijke verbouwing onder andere een aanbouw links van het pand, H.E Span de banketbakkerij "Keizer Karel" met lunchroom en terras in het ronde gedeelte. In 1933 vestigt zich in de aanbouw een filiaal van bloemensalon "Corona" in de Bisschop Hamerstraat. Tijdens de bevrijding van de stad wordt het pand en de naastliggende huizen verwoest, Mr. Franckenstraat 2 Hunnerberg, 1895-1900 (F5503 RAN)
Monumentale villa mogelijk ontworpen door L.H. Verbrugge en gebouwd in de jaren 1890/91 op de hoek (verlengde) St. Jorisstraat Canisiussingel (rechts); in 1896 werd het adres mr. Franckenstraat 2. Op 9 november opent, na een omvangrijke verbouwing onder andere een aanbouw links van het pand, H.E Span de banketbakkerij “Keizer Karel” met lunchroom en terras in het ronde gedeelte. In 1933 vestigt zich in de aanbouw een filiaal van bloemensalon “Corona” in de Bisschop Hamerstraat. Tijdens de bevrijding van de stad wordt het pand en de naastliggende huizen verwoest, Mr. Franckenstraat 2 Hunnerberg, 1895-1900 (F5503 RAN)

Banketbakkerij annex Lunchroom Keizer Karel

Banketbakkerij “Keizer Karel”.

In het perceel Franckenstraat 2 opent morgen de heer H.E. Span zijn Banketbakkerij “Keizer Karel”, tot dusver gevestigd in de Molenstraat, waar de winkel als filiaal blijft. Het omvangrijk heerenhuis heeft een belangrijke verbouwing ondergaan. Door aanbouw van een vleugel is een keurig ingerichte winkel verkregen, waarachter een flink kantoor. De ruime suite met groote veranda en uitzicht op het Hunerpark wordt lunchroom; de bezoekers zullen hier een prettig zitje hebben. De banketbakkerij beantwoordt, evenals de genoemde onderdeelen van de zaak, aan alle eischen, welke de tegenwoordige tijd stelt; zij is royaal van afmetingen en van de nieuwste, door elektriciteit gedreven, werktuigen voorzien. De verbouwing is uitgevoerd door den heer G.H. Ditters, aannemer alhier. Het schilderwerk is verricht door de firma van der Wagt en voor de electrische installatie heeft de firma Reuser-van Alphen gezorgd.” (PGNC 9/11/1917)

Hunnerberg

De Hunnerberg is een wijk en stuwwal aan de oever van de Waal in Nijmegen. Deze positie van een lage…

Patersbosje (augustus 2026)
#Nijmegen, Groen in Nijmegen

Patersbosje

Hunnerberg

Patersbosje (augustus 2026)
Patersbosje (augustus 2026)

Het Patersbosje ligt in de wijk Hunnerberg, schuin achter het Canisiuscollege: tussen de Pater Blommaertlaan, Pater Leijdekkersstraat en het lindelaantje aan de Nicolaas Molenaarstraat. Rond 1910 werd in de voormalige kloostertuin van de paters Jezuïeten het Patersbos aangelegd.

Lange tijd was het terrein onderdeel van het afgesloten domein van de Jezuïeten. In 1991 kwam het Patersbos in bezit van de gemeente Nijmegen en werd het openbaar toegankelijk. Tegenwoordig is het een waardevolle groene plek voor de wijk, zowel vanuit het oogpunt van recreatie als natuur.

Het terrein bestond uit een tuin- en een bosgedeelte en was niet toegankelijk voor de leerlingen van het college. Het was met hoge hekken afgesloten, zo blijkt uit de Wijkkrant Nijmegen-Oost uit 1994.

Plannen voor het Canisius-terrein

	Vogelvluchtopname van het Sint Canisiuscollege en wat later het Patersbosje zou gaan heten ; aan de Berg en Dalseweg zijn nog onbebouwde terreinen (rechtsonder) ; links in het midden Museum Kam aan de Eleonorastraat (later Museum Kamstraat) ; bovenin de sportvelden van het college aan de Ubbergseveldweg en de Praetoriumstraat, 1930-1931 (KLM Aerocarto via F12698 RAN)
Vogelvluchtopname van het Sint Canisiuscollege met rechts bovenin het Patersbosje; aan de Berg en Dalseweg zijn nog onbebouwde terreinen (rechtsonder) ; links in het midden Museum Kam aan de Eleonorastraat (later Museum Kamstraat) ; bovenin de sportvelden van het college aan de Ubbergseveldweg en de Praetoriumstraat, 1930-1931 (KLM Aerocarto via F12698 RAN)

Het Canisius College is gebouwd in 1898-1900 voor de Jezuïeten naar ontwerp van Nicolaas Molenaar.

Van het oorspronkelijke Canisiuscomplex is veel verdwenen. De hoofdvleugel aan de Berg en Dalseweg bleef behouden, evenals het patersbos en het externaatgebouw uit 1930 van architect Charles Estourgie.(https://kennis.cultureelerfgoed.nl/images/rce/2/21/RCE_advies_174832_Berg_en_Dalseweg_81B_6522BC_Nijmegen_46805-Canisius_College.pdf)

In ieder geval zijn er in december 1979 al plannen voor het Canisius-terrein. Zowel het gebouw zelf als het terrein zijn onderwerp van discussie tussen gemeente en bewoners. Zo wil de gemeente  mogelijk alleen de voorgevel van het college houden. Terwijl een initiatiefgroep van bewoners, die tevens een enquete houdt, een groter deel van het gebouw wil behouden. Ook wil de iniatiefgroep graag het sportveld behouden. Beide wensen komen ook met een zeer ruime meerderheid naar voren uit de enquete. Op 19 december zal de gemeenteraad beslissen. Over het Patersbosje is juist geen discussie: zowel de gemeente als de bewoners willen dat het bosje behouden blijft. (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/12/1979)

Op 2 februari 1987 is er een inspraakavond in Café Trianon: de gemeente heeft de grond van het Canisus College bestemd voor woningbouw. De Sint Willibrordstichting, een stichting van de Orde van de Jezuïeten, heeft een projectontwikkelaar en een aannemer in arm genomen. Op haar terrein moeten vanaf 1988 200 woningen gebouwd. Wel zal het Patersbosje blijven bestaan, welke door de gemeente zal worden beheerd. (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/2/1987)

Natuur

Patersbosje poeltje (augustus 2026)
Patersbosje poeltje (augustus 2026)

Het bosje werd ontworpen in landschapsstijl en kent nog altijd een parkachtige sfeer, met oude bomen, bijzondere planten en veel voorjaarsbloeiers. “Passend bij het tijdsbeeld werd het groengebiedje ontworpen in de landschapsstijl. De vele exotische boom-, struik- en plantensoorten herinneren aan de tijd waarin paters die terugkwamen uit missie planten meenamen.” https://www.intonijmegen.com/locaties/3277099055/patersbos

Ook in 1996 “valt dat verschil nauwelijks meer op. Wat je wel direct opmerkt is de grote variatie in begroeiing.” In het Patersbos staan minstens 35 soorten bomen. Een groot deel daarvan is al meer dan honderd jaar oud. Vooral rond het grasveld in het lager gelegen deel is het tuingedeelte nog herkenbaar.

Er zijn veel verschillende soorten planten en vogels te zien. Vooral in het voorjaar bloeien er veel bloemen, onder andere is -in ieder geval in 1996- het wettelijk beschermde voorjaarshelmbloem te zien. Door de grote variatie aan boom- en struiksoorten is het bosje ook belangrijk vanwege de aanwezigheid van vogels, vlinders en eekhoorns.

Midden in het bosje ligt een kleine kunstmatige poel, die samen met het omliggende groen leefgebied vormt voor verschillende amfibieën, waaronder salamanders.

Opening voor publiek

Patersbosje (augustus 2026)
Patersbosje (augustus 2026)

In 1991 kwam het Patersbos in gemeentelijk bezit en op de sportvelden kwam nieuwbouw. Een van de redenen om het bos te behouden was voor de groenvoorziening voor deze nieuwe wijkbewoners.

De feitelijke openstelling voor het publiek volgde enkele jaren later; volgens de Wijkkrant Nijmegen-Oost was het bosje vanaf april 1995 voor publiek toegankelijk.(Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/4/1996) Waarschijnlijk in 1995 officieel, want het artikel uit 1994 noemt al dat het “ineens open is”.

In 1996 zijn er al “gebruikssporen” te zien: bordjes bij bomen zijn beschadigd, er zijn kuilen gegraven door de jeugd en het Mariakapelletje is beschadigd. (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/4/1996)

Vooral sinds de lockdowns tijdens de corona periode is het bosje ontdekt door wandelaars. Niet alleen met positieve gevolgen: mensen namen hele planten mee, waaronder de gele hondstand. Daarop besloot Jac. Splinter een prijsvraag voor een slagzin uit te schrijven waarmee mensen werden opgeroepen de planten met rust te laten. Zie voor een leuk artikel uit 2021: https://nijmegen-oost.nl/uitgelicht/slagzinwedstrijd-tegen-plantenroof-in-patersbosje

Beheer

Patersbosje vlechtwerk (augustus 2026)
Patersbosje vlechtwerk (augustus 2026)

Net als andere stadsbosjes wordt het onderhoud gepleegd door bewoners, die de Werkgroep Patersbos gevormd hebben. Daarbij krijgt ze een bijdrage van de gemeente. Door het intensieve beheer is het bos erg belangrijk voor de biodiversiteit van Nijmegen. “Het beheer richt zich op duurzame instandhouding van het bosje, de recreatieve en ecologische waarde voor de ruime omgeving en de historische waarde ervan.” (Beheervisie Stadsbosjes Gemeente Nijmegen, Buiting Advies.

Vanwege de historische aanleg en het grote aantal bijzondere uitheemse soorten geldt in het Patersbos niet de algemene richtlijn dat 80 procent van de beplanting uit inheemse soorten moet bestaan. Wel wordt bij het uitvallen van oude bomen gekeken naar de aanplant van nieuwe, inheemse bomen.

2 keer per jaar pleegt de Werkgroep samen met de bewoners uit de buurt klein onderhoud aan het bos, zoals snoeien en schoonmaken van de poel. Een mooie brochure is te vinden op: https://www.tegastin.nl/inc/media/content/downloads/inhoud/content/Patersbos.pdf (tevens bron)

Literair baken

Patersbosje: Hier begint een nieuw leven (augustus 2026)
Patersbosje: Hier begint een nieuw leven (augustus 2026)

“Incipit Vita Nova” is Latijn voor ” Hier begint een nieuw leven”. Dit is het opschrift van het boek Vita Nuova van Dante Alighieri. https://nl.wikipedia.org/wiki/Vita_nuova: “In het begin van het boek van mijn herinnering, waar nog maar weinig te lezen valt, staat een opschrift: Incipit Vita Nova. Onder dat opschrift vind ik vele dingen opgetekend, en daaronder de woorden die ik in dit kleine boek wil overnemen — niet alles, maar tenminste hun wezen.” https://athenaeumscheltema.nl/BookApi/GetSample?guid=54c2663e-a8f1-4739-8c11-f5b77f66c825

Het boek begint met een ontmoeting, hoe Dante op 9-jarige leeftijd Beatrice ziet wanneer hij negen is. Achteraf kijkt Dante terug op zijn herinnering in de vorm van het boek, met het opschrift: “Hier begint een nieuw leven”. Achteraf begrijpt Dante, dat zijn leven een andere betekenis had gekregen vanaf het moment dat hij Beatrice zag. Voor Dante wordt Beatrice iemand die hem geestelijk verandert en verheft. Let wel: het gaat om een “hoofse liefde”. Zelfs na haar dood blijft deze ontwikkeling doorgaan en Dante belooft over haar te schrijven op een manier die hij nog nooit over een vrouw heeft geschreven (vaak wordt de Goddelijke Komedie als inlossing van die belofte gezien).

Er is nog niet gevonden waarom juist deze tekst als Literair Baken is gevonden. Mogelijk omdat het bos een tweede, nieuw leven heeft gekregen zonder haar “eerste” leven te verliezen: ooit was het bos onderdeel van de besloten wereld van de Jezuïeten. Nu is het een openbare plek voor de bewoners van Nijmegen-Oost. Tegelijkertijd herinneren de oude bomen, de aanleg en de bijzondere beplanting nog altijd aan het verleden. Een plek die opnieuw is gaan leven, maar haar verleden met zich meedraagt.

In 2024 droeg tijdens de Nacht van de Ommetjes Harry van de Vijfeijke zijn gedicht “Patersbos 2018” voor. (https://denachtvandeommetjes.nl/verslag-ommetje-oost-2024/) Het gedicht zelf staat te lezen in de brochure van de Werkgroep.

Overige bron: https://www.gutenberg.org/files/28029/28029-h/28029-h.htm

Patersbosje stomp (augustus 2026)
Patersbosje stomp (augustus 2026)
Patersbosje pad (augustus 2026)
Patersbosje pad (augustus 2026)

Hunnerberg

De Hunnerberg is een wijk en stuwwal aan de oever van de Waal in Nijmegen. Deze positie van een lage…

Museum Kam

1922, Eleonorastraat (Nu: Museum Kamstraat 45) Hunnerberg Gerard Marius Kam (1836-1922) Gerard Marius Kam was oorspronkelijk een Rotterdamse ondernemer, medeoprichter…

Javabosje

Veel niet-buurtbewoners zullen nog steeds voorbij lopen aan een van de meest verscholen groene plekken van Nijmegen: het Javabosje. Het…

Jan van Goyenstraat 17 Hunnerberg, 1930 (F18250 RAN)
#Nijmegen

Jan van Goyenstraat

Hunnerberg

Jan van Goyenstraat 17 Hunnerberg, 1930 (F18250 RAN)
Jan van Goyenstraat 17 Hunnerberg, 1930 (F18250 RAN)

Deze pagina verzamelt berichten over de Jan van Goyenstraat

Broodbakkerij Hunnerberg, architect W. Hoffmann

hoek der Van Rosendaelstraat en Jan van Goyenstraat, 1902

“Broodbakkerij ‘Hunnerberg’.

De gestadige uitbreiding der stad doet in de nieuwe wijken voortdurend behoefte ontstaan aan gelegenheden om zich van het noodige voor het dagelijksch levensonderhoud te voorzien.

Een flinke broodbakkerij is al een van de eerschte vereischten voor een volkrijke buurt en zoo kan het ons niet verwonderen, dat op den hoek der Van Rosendaelstraat en Jan van Goyenstraat zulk een inrichting is verrezen, die aan alle eischen voldoet.

Het is een kolossaal en fraai pand, dat hier, volgens de plannen van den architect den heer W. Hoffmann, door den aannemer den heer H.C. van Thienen is opgetrokken, terwijl de schilder, de heer P.J. Lamers aan het houtwerk een net en sierlijk aanzien heeft weten te geven.

De eigenlijk bakkerij, aan de achterzijde gelegen, is naar de laatste eischen des tijds ingericht en voorzien van een doelmatige heeteluchtoven, geleverd door den heer P.Th. Caners te Ravestein. Daarboven is de meelzolder gelegen, met cementen vloer, vanwaar het meel door middel van een koker in de bakkerij afdaalt. Ruime rijskamer, bergplaatsen enz. voltooien de inrichting der bakkerij.

Een ruime en fraaie winkel biedt gelegenheid, de producten der bakkerij uit te stallen en te koop te bieden.

Hedenavond wordt blijkens achterstaande advertentie die winkel, genaamd ‘Hunnerberg’, door den heer Alb. Verhoeven geopend.

Niet alleen is er allerhande brood en gebak, maar zijn er ook kruidenierswaren van allerlei aard te bekomen, hetgeen een groot gerief is voor deze ontwikkelende buurt. Aan toeloop zal het er dan ook zeker niet ontbreken.” (De Gelderlander 18/4/1902)

Winkel Melk en aanverwante artikelen Jacobs, architect van Eldik

1937 Jan van Goyenstraat 14 Hunnerberg

Opening nieuwe zaak

Morgen, 1 April opent de heer Th. Jacobs zijn nieuwe zaak, in melk en aanverwante artikelen, aan de Jan van Goyenstraat No. 14.

Zooals men weet, was dit bedrijf eerst aan den overkant van de straat gevestigd.

Na verbouwing van het pand op No. 14, liet de heer Jacobs deze zaak op moderne en hoogst smaakvolle wijze inrichten. Aan de Verkade’s artikelen werd een speciale afdeeling gewijd.

Bij een bezoek aan deze zaak treft het interieur, waarin de orgineele toonbank van marmer, de fraai betegelde wanden en de verchroomde opstanden aan het geheel nog een bijzonder cachet verleenen. Een zaak waarop deze vooruitstrevende zakenman trotsch kan zijn.

De volgende firma’s werkten aan de voltooiing mede:

Architect was de heer Jos van Eldik; Aannemer was de bouwkundige v. Haren; Het schilderwerk werd uitgevoerd door den heer van Roesel; Het marmerwerk door den heer van Leeuwen; De verchroomde opstanden zijn geleverd door de firma Gebr. van Campen; De lichtinstallatie door den heer v.d. Zand.

Wij verwijzen naar de advertentie in dit blad.“ (De Gelderlander 31/3/1937)

Jan van Goyenstraat 16, zelfde als 14?

Sigarenzaak Th. Jacobs, Jan van Goyenstraat 16 Hunnerberg, 1957 (F92053 RAN CC0)
Sigarenzaak Th. Jacobs, Jan van Goyenstraat 16 Hunnerberg, 1957 (F92053 RAN CC0)

Herbouw Boven en Benedenhuis, architect Okhuysen

Jan van Goyenstraat 27 en 29, 1947

Tekening gedateerd 17-4-1947 (detail D12.407456), Jan van Goyenstraat 27 en 29, 1947 architect Okhuysen
Tekening gedateerd 17-4-1947 (detail D12.407456)

Plan voor de bouw van 1 Boven- en Benedenwoning a/d Jan Goyenstraat v/rek v. J. de Waal

Huidig (september 2022, Google Streetview)

Hieronder staat een foto weergegeven uit 1933. Okhuysen heeft de erker met balkon laten terug komen. Daarnaast komen de bogen boven de ramen laten terugin de vorm van een gemetselde boog. Ook de boog met ramen boven de voordeur is in zijn ontwerp opgenomen, in de vorm van 2 ramen.

De oneven zijde van de Jan van Goyenstraat. Boven- en benedenwoningen vóór de verwoesting door de gevechten in september 1944. De huizen werden in de jaren 1954/55 herbouwd naar een ontwerp van de architect J.D.A. Okhuijsen; RAN noemt Jan van Goyenstraat 33: onduidelijk is of ze het oude of nieuwe huisnummer bedoelt. Het nieuwe huisnummer 33 is ontworpen door A, v.d. Kloot (F39264 RAN)
De oneven zijde van de Jan van Goyenstraat. Boven- en benedenwoningen vóór de verwoesting door de gevechten in september 1944. De huizen werden in de jaren 1954/55 herbouwd naar een ontwerp van de architect J.D.A. Okhuijsen; RAN noemt Jan van Goyenstraat 33: onduidelijk is of ze het oude of nieuwe huisnummer bedoelt. Het nieuwe huisnummer 33 is ontworpen door A, v.d. Kloot (F39264 RAN)

Herbouwen beneden en bovenwoning, architect Okhuysen

Jan van Goyenstraat 23 en 25, 1949

Plan voor de bouw van 1 boven en benedenwoning aan de Jan v. Goyenstraat v. rek. van de Weled. Heer G.J. Kuiperij

Detail D12.409286, Plan voor de bouw van 1 boven en benedenwoning aan de Jan v. Goyenstraat v. rek. van de Weled. Heer G.J. Kuiperij architect Okhuysen
Detail D12.409286
Huidig (september 2022, Google Streetview). De eerste woning met twee deuren zijn de nummers 23 en 25. Daarnaast 27 en 29, zie hierboven
Huidig (september 2022, Google Streetview). De eerste woning met twee deuren zijn de nummers 23 en 25. Daarnaast 27 en 29, zie hierboven

Woonhuizen, architect van der Kloot

Jan van Goyenstraat (31, 33, 39, 41), 1955

Plan voor de Bouw van 2 x 2 woningen aan de Jan van Goyenstraat te Nijmegen voor Fa. Gebr. Dekkers, Tooropstraat 21, Nijmegen, datum tekening: juli 1954, arch. A. van der Kloot b.n.a. (D12.422657)
Plan voor de Bouw van 2 x 2 woningen aan de Jan van Goyenstraat te Nijmegen voor Fa. Gebr. Dekkers, Tooropstraat 21, Nijmegen, datum tekening: juli 1954, arch. A. van der Kloot b.n.a. (D12.422657)

Afgaande op de bouwtekening hierboven, laat Fa. Gebr. Dekkers, een aannemingsbedrijf, de woningen Jan van Goyen 31-33 en 39-41 herbouwen. Het ontwerp van de tekening is uit juli 1954. Opvalllend daarbij is, dat de woningen worden ingepast in reeds bestaande huizen.

Tijdens Market Garden in september 1944 waren deze woningen tijdens de gevechten verloren gegaan.

In 1947 werden de linker woningen nummers 27-29 herbouwd naar ontwerp van J.D.A. Okhuysen voor rekening van J. de Waal (evenenals 23-25 uit 1949 voor rekening van de heer Kuiperij).

Ook de nummers 35-37 waren inmiddels herbouwd. Ik (RE) heb nog niet de architect kunnen achterhalen. Wel lijken de woningen een grote overeenkomst te hebben met de nummers 27-29, waardoor J.D.A. Okhuysen de architect zou kunnen zijn.

Het hoekpand aan de Museum Kamstraat heeft de oorlog wel overleefd en dateert uit 1926.

De woningen rechts met openstaande ramen zijn nummers 39-41, de woningen in het midden 31-33, augustus 2023 (Google Streetview)
De woningen rechts met openstaande ramen zijn nummers 39-41, de woningen in het midden 31-33, augustus 2023 (Google Streetview)
Een winkel op de hoek met de Hugo de Grootstraat (rechts), 1930 (F6303 RAN)
Een winkel op de hoek met de Hugo de Grootstraat (rechts), 1930 (F6303 RAN)

Jan van Goyenstraat 17

Jan van Goyenstraat 17 Hunnerberg, 1930 (F18250 RAN)
Jan van Goyenstraat 17 Hunnerberg, 1930 (F18250 RAN)

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://nijmegen-oost.nl/uitgelicht/alleen-de-kapsalon-bleef : voor veel beschrijvingen over vooral verdwenen winkels

https://nijmegen-oost.nl/berichten/bakker-kruidenier-drogist-en-melkhandelaar-verdwenen-zijn-ze-allemaal-deel-2-over-de-jan-van-goyenstraat-de-even-kant: : voor veel beschrijvingen over vooral verdwenen winkels

Berg en Dalseweg met Huygensflat, maart 1982 (Ber van Haren via KN13512-19 RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Huygensflat

1974/1975 Berg en Dalseweg 133-181 en Huygensweg 16-52 Hunnerberg

Berg en Dalseweg met Huygensflat, maart 1982 (Ber van Haren via KN13512-19 RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)
Berg en Dalseweg met Huygensflat, maart 1982 (Ber van Haren via KN13512-19 RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)

De Huygensflat in Nijmegen werd in 1974–1975 gerealiseerd op de plek van twee negentiende-eeuwse villa’s. Dit artikel onderzoekt de geschiedenis van de locatie, de sloop en nieuwbouw. En de manier waarop de flat in de verkoop werd gepresenteerd: niet als serviceflat of bejaardenhuis, maar als een riante, comfortabele en zelfstandige koopwoning, waarbij vitale ouderen wel nadrukkelijk als doelgroep werden aangesproken. Daarmee is de Huygensflat interessant als voorbeeld van veranderende ideeën over wonen en ouder worden in de jaren zeventig.

Residence Huygensflat was een project van de NV Mij. Stadhouderslaan en Bouwkundig Aannemersbedrijf J.M.H. Hendriks. De makelaar is Hestia b.v. (de heer F. Hendriks)

Vooraf: sloop 2 villa’s

Villa Anna, gebouwd in 1898, samen met Berg en Dalseweg 131, Berg en Dalseweg 129, 1970 (Nico Grijpink via F7536 RAN CCBYSA)
Villa Anna, gebouwd in 1898, samen met Berg en Dalseweg 131, Berg en Dalseweg 129, 1970 (Nico Grijpink via F7536 RAN CCBYSA)

De Huygensflat staat op de locatie waar daarvoor 2 villa’s stonden. Berg en Dalseweg 129 en 131. Op de bovenstaande foto is nummer 129 te zien, op F12553 RAN staan beide villa’s afgebeeld.

Deze villa’s waren in 1898 gebouwd. “In 1916 gekocht door Ch.C.van Zijll de Jong voor de vestiging van de Stichting Thera Posa (opvanghuis voor gerepatrieerde Nederlanders).” (Reactie op foto F12553 RAN). Daarbij is 1916 hoogstwaarschijnlijk een schrijffout en moet dat 1961 zijn: juist in die tijd speelde de terugkeer uit Indonesië.

Berg en Dalseweg 129 Villa Anny

Wanneer Thera-Posa Berg en Dalseweg 129, Villa Anny heeft gekocht, is nog niet bekend. In 1939 wordt de “villa Anny, met erf en tuin aan den Berg en Dalscheweg No. 129, te Nijmegen, kad. groot 23.88 A., voor f11.200, aan den Heer C. Diepenbrock” verkocht. (De Gelderlander 8/12/1939)

In De Gelderlander 1/5/1940 wordt een “Flink Meisje” gevraagd voor het Pension “Villa Anny”. En in De Gelderlander 23/5/1940 heeft het nog “eenige Kamers disponibel in verschillende prijzen. Groote tuin, lighal” Opdrachtg. Is Mej. M. Jansen. In ieder geval in 1941 worden er kamers voor het pension aangeboden.

In De Gelderlander 23/7/1949 en De Gelderlander 5/11/1949 wordt het Hotel Villa Anny genoemd, in het kader van een receptie voor een huwelijksfeest. Ook in De Gelderlander 31/1/1951 wordt het hotel genoemd, bij de vermissing van een hond.

In De Gelderlander 1/2/1954 staat de aankondiging dat in maart 1954 de heropening van het pension plaatsvindt, ondertekend door H. v.d. Spek en A. Baars-Miltenburg.

Berg en Dalseweg 131

Personeelsadvertentie waarbij zowel Berg en Dalseweg 129 als 131 wordt genoemd (De Volkskrant, 19-3-1966)
Personeelsadvertentie waarbij zowel Berg en Dalseweg 129 als 131 wordt genoemd (De Volkskrant, 19-3-1966)

In het Algemeen Dagblad 24-7-1965 zoekt Thera-Posa een ervaren kookster voor haar Kindertehuis Lunenberg te Herpen. Daarbij is het adres van de stichting de Berg en Dalseweg 131. Thera-Posa had het pand in Herpen in 1964 aangekocht om een “tehuis voor de jeugd, die aan de zelfkant van de maatschappij dreigt te geraken, openen. De stichting, die in Nijmegen reeds een op dezelfde leest geschoeid tehuis exploiteert,…” (De Volkskrant, 15-2-1964). Het is mij nog niet bekend of met dit tehuis in Nijmegen nummer 129, 131 of nog een andere locatie wordt bedoeld. In het artikel over de koop van Herpen schrijft het wierookwijwaterenworstenbrood.nl: “Het kloostergebouw werd in 1964 gekocht door C. van Zijll-de Jongh, die uit Indonesië was teruggekeerd en in Nijmegen drie huizen had voor gerepatrieerde gezinnen. Hij was voorzitter van de stichting Thera-Posa en wilde mede naar aanleiding van de spijtoptanten, die uit Indonesië waren teruggekeerd, een gezinsvervangend kindertehuis stichten.”

In 1966 worden in ieder geval beide adressen genoemd bij de stichting. Nummer 129 wordt dan “ons huis” genoemd. (De Volkskrant, 19-3-1966)

Maatschappij Stadhouderslaan

In 1973 koopt Maatschappij Stadhouderslaan te Den Haag deze villa’s van de Stichting Thera Posa en laat vervolgens de villa’s afbreken om de Huygensflat te bouwen.

Vóór de bouw vindt echter archeologisch onderzoek plaats, wat veel inzichten in de Romeinse tijd van deze plek oplevert. Zie hiervoor het rapport van het RMO.

“Residence Huygensflat, ’t is een hele stap. Maar misschien wel de beste die u kunt doen.”

De advertentie in De Telegraaf, 25-10-1975 toont een foto van een vitaal ouder echtpaar, aan de wandel met een hond. In 1975 was ”Residence Huygensflat, ’t is een hele stap. Maar misschien wel de beste die u kunt doen.”

Nijmegen wordt aangeprezen vanwege haar natuurlijke omgeving, het bruisende culturele leven en een streek om tot rust te kunnen en te ontspannen. De Residence ligt zowel gunstig ten opzichte van zowel de natuur als het centrum. Daarnaast zijn er uitstekende verbindingen met heel Nederland.

“Uw huidige woning daar bent u zeker aan gehecht. Dat is ook begrijpelijk na al die jaren.

Toch zou u onderhand best wat makkelijker, overzichtelijker, comfortabeler willen wonen.

Hiervoor hebben wij een plezierig voorstel. En bovendien helpen wij u met raad en daad bij de verkoop van uw huis.”

De advertentie noemt de Residence een “fraai gebouw door de verspringende gevellijn met rode baksteen en het speelse hoogteverschil, variërend van 5 tot 7 hoog.” Er zijn 5 verschillende woningtypen, waarvan 3 met open haard. Alle woningen hebben ruime woonbalkons. De woonkamers zijn 42 tot 54 m². Daarbij zijn er 2 of 3 slaapkamers, royale keukens en ruime bergingsmogelijkheden. Er zijn 3 liften en mechanische ventilatie.“

“Voor zo’n riante behuizing, voor déze ligging zijn de koopsommen bepaald laag”: de woningen kosten tussen de 149.600 tot 174.500.

Makkelijker, overzichtelijker, comfortabeler

Links de Huygensflat (op de hoek met de Berg en Dalseweg) en rechts de woning aan de Huygensweg 14, 1982 (Ber van Haren via KN13514-22 RAN CC0 Auteursrechthouder: gemeente Nijmegen)
Links de Huygensflat (op de hoek met de Berg en Dalseweg) en rechts de woning aan de Huygensweg 14, 1982 (Ber van Haren via KN13514-22 RAN CC0 Auteursrechthouder: gemeente Nijmegen)

De advertentie noemt als mogelijke verhuisreden dat mensen “makkelijker, overzichtelijker en comfortabeler” kunnen wonen. Wat daarbij lijkt op te vallen, is dat de flats vooral bedoeld zijn voor ouderen die nog geheel zelfstandig kunnen en willen blijven wonen: Zo is er een royale keuken. En -hoewel het niet in de advertentie wordt genoemd- zijn er achter de flat ruime parkeerplaatsen. De ligging wordt aangeprezen door juist allerlei mogelijkheden om er op uit te gaan. Een opmerking over “zorg dichtbij” of “gezellige, gezamenlijke activiteiten” ontbreken. Met een naam als Residence lijken de woningen vooral verkocht te worden als een “volgende stap” in plaats van “ouderenwoning”..

Wat de locatie ook bijzonder maakt, is dat het op een van de hoogste punten van de Berg en Dalseweg ligt, waarbij de bewoners op hoogste verdiepingen ook anno 2024 een fantastisch uitzicht hebben (https://nijmegen-oost.nl/lokale-media/oktober-2024/4897).

De Huygensflat kwam tot stand in een periode waarin de Nederlandse ouderenzorg en ouderenhuisvesting ingrijpend veranderden. In de jaren 60 begonnen bejaardenhuizen er populair te worden. Vooral eind jaren ’60 werden alternatieven als de serviceflats en andere zelfstandige woonvormen steeds populairder. Wat daarbij meespeelde, was dat er groep van wat meer kapitaalkrachtige ouderen kwamen, die een dergelijke (al dan niet commerciële) flat kon betalen, groeter was geworden. Begin jaren ’70 is echter ook een omslagpunt waarbij het streven van de overheid gericht is op het zo lang mogelijk thuis wonen. In 1975 is er een bouwstop voor verzorgingstehuizen.

In hoeverre deze ontwikkelingen een rol hebben gespeeld bij de keuze van de Ontwikkelingsmaatschappij, is mij niet bekend. Wel kan deze ontwikkeling hebben meegespeeld bij de gedachteontwikkeling, waarbij er vervolgens een andere afslag is genomen. (Gebruikte bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Geschiedenis_van_de_ouderenzorg_in_Nederland)

Hoogbouw

De flat lijkt goed te passen in de volgende omschrijving: “De hoogbouwflats uit de jaren zeventig werden op gestandaardiseerde wijze gebouwd en waren daardoor redelijk goedkoop. De flats zijn ruim opgezet en hebben verschillende hoogtes. Ze staan vaak in een groene omgeving en sluiten de wijk visueel af. De flats hebben een betonnen draagstructuur en gemetselde gevels. Door het bouwsysteem kunnen de binnenwanden makkelijk verplaatst of weggehaald worden. De afzonderlijke appartementen in de flat hebben grote ramen van enkel glas in houten of aluminium kozijnen. Balkons en galerij steunen op betonnen consoles. Op de begane grond zijn vaak bergingen en garages te vinden. De hoogbouwflats werden in de zeventiger jaren opgeleverd met een centraal verwarmingssysteem.” (http://langerthuisineigenhuis.com/woningtypes/hoogbouwflat-jaren-70/)

Koopprijs

Huygensflat, maart 2025 (Google Streetview)
Huygensflat, maart 2025 (Google Streetview)

Juist voor deze periode is het moeilijk de prijs van de woningen te vergelijken: tussen 1975 en 1978 verdubbelde de gemiddelde koopprijs in Nederland: van ongeveer 100.000 (€ 45.378) in 1975 naar 200.000 gulden (€ 90.756).

https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/de-nederlandse-economie/2022/achtergrond-bij-de-huizenprijsstijgingen-vanaf-2013/2-de-ontwikkeling-van-de-huizenprijzen

Het modaal inkomen was in 1975 € 10.437 euro en in 1978 € 13.613

https://nl.wikipedia.org/wiki/Modaal_inkomen

 1975 1978 
 Guldensin EuroGuldensin Euro
Gemiddelde huizenprijs100.00045.000200.00091.000
Modaal inkomen 10.437 13.613

Echter: op basis van deze bedragen en bijvoorbeeld de grootte van de woonkamer, het noemen van het culturele leven, lijken deze appartementen vooral bedoeld te zijn voor de ouderen met in ieder geval een wat hoger inkomen (die vervolgens het appartement kunnen betalen vanuit de verkoop van hun huis of opgebouwd vermogen).

Bewoners anno nu

Op Nijmegen-oost vertelt een bewoner hoe het is om er in 2020 te wonen:

https://nijmegen-oost.nl/uitgelicht/comfortabel-thuis-onderschat-die-ouderen-niet-ze-kunnen-veel-zelf

En een artikel uit 2024: “Wellicht herinneren zij dat alles binnen nog een bruine uitstraling had. En er alleen oudere mensen woonden. Dat is allang niet meer zo. Alle algemene ruimte hebben een facelift gekregen en door de lichte kleuren ziet het er stukken aantrekkelijker uit.” Naast ouderen wonen er ook bijvoorbeeld een jong gezin, studenten die een appartement delen. (https://nijmegen-oost.nl/lokale-media/oktober-2024/4897)

Huygensflat, maart 2025 (Google Streetview)
Huygensflat, maart 2025 (Google Streetview)

(Overige) Bronnen en verder lezen

Voor een meer uitvoerige analyse over de ontwikkeling van ouderenhuisvesting:

https://nieuweinstituut.nl/projects/ouderenhuisvesting/de-serviceflat

https://pure.tudelft.nl/ws/portalfiles/portal/41067024/1998_BSL_Voordt_jarentachtig.pdf

Berg en Dalseweg

De Berg en Dalseweg is de belangrijkste uitvalweg van Nijmegen-Oost. Opvallend daarbij is, dat hij -vanaf het centrum- steeds steiler…

Museum Kam, Museum Kamstraat Hunnerberg (augustus 2026)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Museum Kam

1922, Eleonorastraat (Nu: Museum Kamstraat 45) Hunnerberg

Museum Kam, Museum Kamstraat Hunnerberg (augustus 2026)
Museum Kam, Museum Kamstraat Hunnerberg (augustus 2026)

Gerard Marius Kam (1836-1922)

Gerard Marius Kam was oorspronkelijk een Rotterdamse ondernemer, medeoprichter van de staalhandel Gebroeders Kam. Kam verzette zich tegen annexatie van Delfshaven bij Rotterdam. Vanaf 1 januari 1886, het moment dat de annexatie plaats vond, werd hij gemeenteraadslid van Rotterdam tot 1897.

En ” in 1897 om gezondheidsredenen uit de zaken trad en zich hier vestigde in de villa “Erica” aan den Berg-en-Dalschen weg. Op het terrein tegenover zijn villa, nu ingenomen door de bloemisterij van de firma Smith, en op een gedeelte waarvan het mooie Museumgebouw is verrezen, werd bij het graven een Romeinsch potje gevonden, dat aan den heer Kam werd aangeboden. Dat potje is de grondslag geworden voor de, nu wellicht, grootste verzameling van Romeinsche en Middeleeuwsche oudheden.” (PGNC 15/5/1922, het artikel hieronder)

Gerard Marius Kam ( 29 juni 1836 - 27 december 1922) amateur-archeoloog, datering 1915-1920 (Daniels, M 1782-2000 via RAN F84526)
Gerard Marius Kam ( 29 juni 1836 – 27 december 1922) amateur-archeoloog, datering 1915-1920 (Daniels, M 1782-2000 via RAN F84526)

Als amateur-archeoloog verzamelt hij veel materiaal, wat hij aanvankelijk in zijn koetshuis tentoonstelt. Overigens had het Gemeentemuseum ook een archeologische collectie, welke in 1938 naar het museum Kam is gegaan.

In 1905 (PGNC 15/5/1922) of 1908 (HvdNG) besluit hij bij zijn overlijden zijn archeologische collectie te schenken aan de staat. Hij wil dat zijn collectie in Nijmegen zal blijven: dus niet dat deze verplaatst zal worden naar het Museum voor Oudheden in Leiden. Het Gemeentemuseum van Nijmegen, dan in de Mariënnburgkapel, vindt hij ongeschikt.

Daarop besluit hij in 1919 om zelf een museum te bouwen aan de Eleonorastraat en om zijn collectie aan het Rijk te schenken. Op voorwaarde dat het Rijk zijn collecte beheert, welke daar zal blijven. De naam van het museum is Rijksmuseum Kam. Het museum gaat in mei 1922 open, iets meer dan een half jaar later overlijdt Kam.

Bij de opening van Museum Kam in 1922

De vlag in top ter gelegenheid van de opening van het Museum Kam, 17/5/1922 (RAN F87279)
De vlag in top ter gelegenheid van de opening van het Museum Kam, 17/5/1922 (RAN F87279)

Museum-Kam.

Nijmegen is een belangrijke instelling rijker geworden, het Museum-Kam, dat aan de Eleonorastraat is gebouwd naar de plannen en onder leiding van onzen kunstzinnigen stadgenoot, den architect Oscar Leeuw. Het trekt betrekkelijk weinig de aandacht: het staat niet aan een hoofd- of druk bewandelden verkeersweg en velen zullen misschien weinig voelen voor de voorwerpen, die er in tentoongesteld worden, al vertegenwoordigen zij met het gebouw, waarin zij geborgen zijn, een enorm kapitaal; al hebben zij de belangstelling van geschied- en oudheidkundigen; al is die verzameling het product van benijdbaren levensherfst van den schenker; en al leggen zij een stilzwijgend getuigenis af van wat liefhebberij en toewijding kunnen voortbrengen.

Nu Woensdag 17 Mei door den minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, in tegenwoordigheid van vele autoriteiten, het Museum zal geopend worden en het een aantrekkelijkheid te meer zal zijn voor onze stad, vooral voor hen, die beseffen, hoeveel die schijnbaar haast waardelooze dingen ons vertellen kunnen van oudheid en middeleeuwen, willen wij onze stadgenooten er mee in kennis brengen. Groote bekendheid er mee en met de uitgebreide verzamelingen, die er in gehuisvest zullen worden, durven wij niet veronderstellen. Als de heer Detering zijn tonnen gouds beschikbaar stelt om “Het Straatje van Vermeer” te koopen en het meesterwerk aan den staat aan te bieden, dan wordt die vrijgevigheid- en zeer te recht- geroemd en alle bladen maken er melding van. Maar ongelijk minder ophef wordt er gemaakt van wat de heer Kam aan rijk en gemeente schonk, een geschenk, waarvan de waarde wel niet in een nauwkeurig opgegeven aantal guldens wordt opgegeven, maar dat toch ook verscheidende tonnen gouds vertegenwoordigt. Men ziet, wij spreken eers maar van de financieele zijde der zaak: tegenwoordig wordt daar meer dan ooit op gelet en veel wordt gewaardeerd naar het geld, dat er mee gemoeid was, met voorbijzien van de aesthetische of de ethische of de economische waarde.

De heer Kam is een bekend ingezetene van onze stad; ieder kent den pienteren ouden heer, vol belangstelling voor alles, wat er te Nijmegen te doen is op het gebied van kunst en wetenschap, ondanks zijn 86 jaren. De belangstelling kenmerkte hem al, toen hij in 1897 om gezondheidsredenen uit de zaken trad en zich hier vestigde in de villa “Erica” aan den Berg-en-Dalschen weg. Op het terrein tegenover zijn villa, nu ingenomen door de bloemisterij van de firma Smith, en op een gedeelte waarvan het mooie Museumgebouw is verrezen, werd bij het graven een Romeinsch potje gevonden, dat aan den heer Kam werd aangeboden. Dat potje is de grondslag geworden voor de, nu wellicht, grootste verzameling van Romeinsche en Middeleeuwsche oudheden. Want bij de vele ondernomen grondwerken in en om onze gemeente, kwamen allerlei voorwerpen aan het licht, die daar eeuwen hadden gelegen en sitlle getuigen waren van het leven, dat eens in den Romeinschen tijd hier geleefd was. De aanleg van buizennetten voor gas- en waterleiding en rioleering, het bouwen van woningen in de zich uitbreidende stad, het planten van boomen, alles leverde merkwaardigheden op, en toen men eenmaal wist, welke schatten- zelfs potscherven hebben voor den oudheidkundige waarde- aan het licht kwamen. Toen werden er opzettelijke ontgravingen ondernomen en werd hetgeen uit de Waal werd opgebaggerd aan een nauwkeurige onderzoek onderworpen. En veel, heel veel van het gevondene verhuisde naar de tot hulpmuseum ingerichte stalling achter de villa “Erica”, die weldra te klein bleek om alles ten toon te stellen zóó als de belangstellenden dat wenschten, te meer, doordat ook door aankoop elders de verzamelingen aangroeiden.

Romeinse wolk boven ingang Museum Kam (augustus 2026)
Romeinse wolk boven ingang Museum Kam (augustus 2026)

In 1908 deed de heer Kam een beslissenden stap. Hij vermaakte in geval van overlijden aan het rijk zijn geheele uitgebreide verzameling om daardoor te bewerken, dat zij ongeschonden zou blijven voortbestaan, want de verzamelaar, de echte, die hetgeen hij verzamelt lief krijgt, beschouwt dat als een dierbaar familielid.

Het was echter hoogstwaarschijnlijk, dat de collectiën, wanneer eenmaal het rijk er de volle beschikking over zou hebben, naar Leiden zouden worden overgebracht. Gebeurde dat, dan was het te voorzien, dat men daar, bij gebrek aan ruimte, wel de belangrijkste stukken in het museum van oudheden zou plaatsen maar dat de minder belangwekkende en de duplicaten ergens in den meest letterlijken zin zouden worden opgeborgen. Er was dus onzekerheid omtrent het voortbestaan van de verzameling als zoodanig en bovendien alles zou vervoerd worden ver van Nijmegen, in welks omgeving de meeste stukken waren gevonden en met welks oude geschiedenis zij verband hielden.

Zoo rijpte bij den heer Kam een plan, dat zijn beslag kreeg op 25 Juni 1919, een notarieele acte gepasseerd werd, waarbij de heer Kam zich verbond een museum te doen bouwen op eigen kosten en dat kosteloos aan het rijk af te staan, dat verder het beheer zou doen voeren onder leiding van een door de regeering te benoemen directeur.

Dat dit besluit door de regeering gewaardeerd werd, is op de meest ondubbelzinnige wijze gebleken.

Tot directeur werd benoemd de heer Dr. M.A. Evelein, die ook op ons in de gelegenheid stelde het museum voor de officieel opening te bezichtigen.

Nu staat het nieuwe Museum daar aan de Eleonorastraat op een terrein, waaruit behalve dat allereerste potje nog menig stuk is opgedolven, een terrein, waar 20 eeuwen geleden Romeinsche legioenen de wacht hielden aan de uiterste grens van het wereldrijk en in welks onmiddelijke nabijheid het 10e legioen kampeerde, dat de opstandige Batavieren opnieuw tot onderwerping had gebracht.

Het is een monumentaal gebouw, een modelmuseum waarvoor, zooals wij reeds zeiden, de heer Oscar Leeuw de plannen ontwierp en waarvan hij den bouw leidde. Het uitwendige ziet er vrij modern uit, behoudens aanduidingen van de bestemming. Zoo dragen de beide afgeknotte torens ter weerzijde van den ingang een muurkroon naar Romeinsch motief en sterk vergroote reproducties van munten, met de revers, uit den tijd van Nero en Vespasianus. In het bovenlicht van de deur ziet men de wolvin, die Romulus en Remus volgens de mythe zoogde en daarboven de bekende initialen S.P.Q.R. (Senatua Populusque Romae). De ingang is verder geflankeerd door Romeinsche adelaars.

De centrale hal met de bordestrap naar de galerij met op de achtergrond de Buste van de oprichter Gerard Marius Kam, gemaakt door August Falise in 1922 en daar achter de wandschildering van het Forum Romanum, geschilderd door Huib Luns in 1922, 1925 (RAN F30435)
De centrale hal met de bordestrap naar de galerij met op de achtergrond de Buste van de oprichter Gerard Marius Kam, gemaakt door August Falise in 1922 en daar achter de wandschildering van het Forum Romanum, geschilderd door Huib Luns in 1922, 1925 (RAN F30435)

De deur, die toegang geeft tot het gebouw, is hoogst bescheiden. Zij geeft allereerst toegang tot een portaal, waarin de portiersloge en de vestiaire. Uit die voorportaal echter treedt men in de groote hal, het atrium, van 13 bij 15½ M., die opstijgt over de beide verdiepingen. Rondom die hal bevinden zich 5 ineenloopende zalen, waarin een groot gedeelte van de verzamelde voorwerpen in eenvoudige maar uiterst doelmatige vitrines en kasten wordt tentoongesteld. Tegenover den ingang naar ’t einde er hal leidt een monumentale trap naar de gaanderijen van de verdieping, waar weer vitrines en kasten met oudheden aandacht vragen. Kasten en vitrines zijn overal zoo geplaatst, dat zij de vrije rondwandeling niet belemmeren en steeds het noodige licht opvangen, dat door het bovenlicht van de hal en door de ruime vensters van de verdieping binnenstroomt.

Boven de zooeven bedoelde trap is een afbeelding geschilderd, van de hand van den heer Huib Luns, van het Forum van Rome en is een plaats uitgespaard voor iets, dat voor ’t oogenblik nog een verrassing moet blijven.

Rondom de hal zijn namen aangebracht van de Romeinsche heerschers, uit wier tijd de voorwerpen stammen: Julius Caesar, Octavinus Augustus, Tiberius Claudius Nero, Claudius I, Claudias Nero, Domitianus, Trajanus, Probus, Constantinus I, Flavius Claudis, Julianus II, Flavius Honrius.

Boven de deuren van verschillende zalen zijn ook de namen van de meest bekende pottenbakkers geplaatst.

Onder de trap heeft men toegang tot een achterzaal, die wel lager ligt door niveau-verschil, maar toch niet is wat men noemt een sousterrein. Daar hebben de grootere voorwerpen,, zooals sarcophagen e.d.g. een plaats. Ter eene zijde van deze zaal is de werkkamer van den Directeur gelegen met bijkamers o.a. voor fotografie; ter andere zijde liggen de kelders met de inrichting voor een brandvrije centrale verwarming.

De naast het gebouw gelegen portiersgebouw heeft geen toegang tot het gebouw; zij is er door een pergula aan verbonden.

Medaillon rechts, Museum Kam (augustus 2026)
Medaillon rechts, Museum Kam (augustus 2026)

De belichting is, zooals wij reeds opmerkten, uitstekend. Het meeste licht is bovenlicht; alleen de achterzaal heeft zijlicht omdat er gerekend is op mogelijke optrekking van dat gedeelte, die zóó kan plaats hebben, dat het bouwwerk als geheel daardoor geen schade lijdt.

Wat de plaatsing der vitrines aangaat, die staan beneden tusschen die pilaren, die den bouw schragen, en zijn dus van beide zijden toegankelijk. Vitrines zijn er ook boven op de balustrade en daar staan verder de kasten, die ook boven van glazen dakplaten zijn voorzien en niet door uitwendige versierselen ondoematig worden.

Het gebouw, zooals het daar staat is een monument in meer dan één opzicht; een gedenkteeken voor de oude geschiedenis van de omgeving onzer stad; een gedenkteeken voor den heer Kam en het werk, waaraan hij latere levensjaren wijdde; een gedenksteen ook voor den ontwerper, die er trouwens al twee had: in de Vereeniging en in de Synagoge.” (PGNC 15/5/1922)

Beeld roofvogel, Museum Kam (augustus 2026)
Beeld roofvogel, Museum Kam (augustus 2026)

Architect Oscar Leeuw

De architect van Museum Kam was Oscar Leeuw. Lees hier over deze architect:

Oscar Leeuw, architect

Oscar Leeuw is een van de belangrijkste architecten van Nijmegen. Bekende werken van hem zijn onder de synagoge, museum Kam en de Nijmeegse Bankvereeniging Van Engelenburg & Schippers.

Tweede Wereldoorlog

In de Tweede Wereldoorlog raakte het gebouw beschadigd, zodat het pas in 1951 weer open kon gaan.

Het Valkhof en studiecentrum

In 1987 nam provincie Gelderland het beheer en werd het in plaats van Rijksmuseum G.M. Kam het Provinciaal Museum G.M. Kam.

In 1998 volgde een fusie met het gemeentelijk museum Commandarie van Sint-Jan tot Museum Het Valkhof. Het Valkhof kwam in de nieuwbouw van het Kelfkensbos. Daarbij werd Museum Kam een archeologisch studiecentrum. De statutaire naam van Museum het Valkhof werd overigens in 2008 gewijzigd in Stichting Museum Het Valkhof-Kam. Dit naar aanleiding van een jarenlange procedure van de erfgenamen van Kam. Sinds november 2008 heet het “Gelders Archeologisch Centrum Museum G.M. Kam”.

Verbouwing

Tussen 2020 en 2022 vond een grote verbouwing plaats, waarbij de heropening in december 2022 is. Tijdens de bebouwing is het gebouw zo veel mogelijk hersteld naar de oude staat, maar tevens voldoet het aan moderne eisen als toegankelijkheid.

Rijksmonument

Hek Museum Kam (augustus 2026)
Hek Museum Kam (augustus 2026)

Het gebouw is net als het hekwerk en conciërgewoning Museum Kamstraat 47 sinds 2002 een Rijksmonument met als waardering:

  • “Van stedenbouwkundige waarde vanwege de markante ligging in de Museum Kamstraat.
  • Van ensemblewaarde als functioneel onderdeel van het Museum Kamcomplex.
  • Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een in de loop van de 19de eeuw ontstane culturele en typologische ontwikkeling nl. het voor publiek openstellen van privé-collecties en het onstaan van het museum als bouwopgave in het algemeen. Het museum is van cultuurhistorische belang als bijzondere uitdrukking van een cultureel-maatschappelijke ontwikkeling nl. de belangstelling van Nijmegen voor haar Romeinse verleden en de identiteit die de stad daaraan ontleent.”

(Overige) Bronnen en verder lezen

Linker toren Museum Kam (augustus 2026)
Linker toren Museum Kam (augustus 2026)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Museum_Kam

https://web.archive.org/web/20180411111454/https://www.museumhetvalkhof.nl/gac/over-het-gac.html

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Museum_G.M._Kam

Oscar Leeuw, architect

Oscar Leeuw is een van de belangrijkste architecten van Nijmegen. Bekende werken van hem zijn onder de synagoge, museum Kam…

Hunnerberg

De Hunnerberg is een wijk en stuwwal aan de oever van de Waal in Nijmegen. Deze positie van een lage…

Synagoge, architect Oscar Leeuw

De oude synagoge aan de Nonnenstraat was voor de Joods gemeenschap van Nijmegen te klein geworden. Daarop vindt nieuwbouw plaats…

Maria Geboorte Kerk Berg en Dalseweg 42 architect Kaiser Kaijser Monument
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Maria Geboortekerk: Geschiedenis en Architectuur

Berg en Dalseweg 42 Altrade

Maria Geboortekerk (september 2024)
Maria Geboortekerk (september 2024)

De Maria Geboortekerk is in opdracht van de Dominicanen gebouwd. Dit gebeurde in 3 fases:

  • 1893-1894: een hulpkerk
  • 1900-1901: vergroting met het huidige middenschip en zijbeuken
  • 1921: vervanging hulpkerk door een transept, koor met zijkapellen en een sacristie. Daarnaast een nieuwe voorgevel met traptorens.

Zowel van het hulpkerkje als de vergroting van 1900-1901 was Johannes Kaijser (1842-1917) de architect. De derde fase werd gebouwd door zijn zoon.

Dit stuk gaat vooral over de bouw van 1900-1901. Daarbij was deze kerk bedoeld als ‘tussenkerk’. De vergroting moet de hoofdbeuk of het zogenaamde langschip gaan vormen van de definitieve kerk. Dan zal er een transept met priesterkoor gebouwd worden. Daarnaast zal de voorgevel nog “versterkt” moeten worden, met een toren van 14M. breedte en 80M. hoogte.

Deze verbouwing vond uiteindelijk plaats in 1921, door de zoon van Kaijser. De toren is er echter niet gekomen.

1894: Hulpkerk

De achterzijde van de Maria Geboortekerk, 1894 (F87883 RAN)
De achterzijde van de Maria Geboortekerk, 1894 (F87883 RAN)

De eerste bouwfase begint in 1892. De stadswallen waren inmiddels gesloopt. Op dat moment werd nog geen grote groei van Nijmegen-oost verwacht en daarom werd een kleine hulpkerk geacht voldoende te zijn.

Over de inzegening van 1894 schrijft de Gelderlander:

De Inzegening der Bijkerk van Onze Lieve Vrouw te Nijmegen

Sinds geruimen tijd trekt de nieuwe bijkerk der Sint-Dominicusparochie de aandacht der talrijke wandelaars, die in deze zeldzaam schoone dagen langs het Hunerpark en de Singels genieten van de frissche lentelucht en het heerlijk natuurtafereel, dat zich dagelijks verder voor hun oog ontrolt. Inderdaad, het kerkgebouw is zulk een aandacht dubbel waard. Deels schilderachtig tusschen het groen verscholen, verheft het zijne hoogstijgende lijnen en streeft met een sierlijk, slank torentje ten hemel. Vooral van den Kerkhofweg gezien is de aanblik verrassend en bewijst, hoe dankbaar de XIV eeuwsche gothiek, in nationale grondstof uitgevoerd, zich leent voor onze kerkgebouwen. Het gedeelte, dat thans is afgeleverd, bestaat uit een achthoekig priesterkoor, twee achthoekig gesloten transepten en twee travées van de groote beuk. Eventueel kan dit middenschip met nog vijf travées worden verlengd en daarbij gesloten met een rijken voorgevel, door twee traptorens geflankeerd; de kerk zal den eene lengte hebben van 48 meters.

Treedt men het gebouw binnen, dan ontwaart men terstond, dat de decoratie zeer constructief is opgevat. Alle constructieve elementen, zooals colonnetten, pilasters, bogen, enz. zijn in schoonen baksteen gemetseld en gevoegd; terwijl de vlakken, welke geene constructieve functie hebben, witgepleisterd zijn. Dit rood en wit, gevoegd bij het zachtgroene licht, dat door het kathedraalglas naar binnenstroomt, geeft aan het geheel eene aangename, als het ware, kerkelijke tint. Het gewelf verheft zich tot eene hoogte van 15 meters, maar schijnt door de witte schildering nog hooger te streven; slechts enkele motieven daarvan zijn voorloopig sober in kleuren georneerd. Ieder bezoeker zal instemmen, dat de architect Kaiser uit Maastricht in de opvatting en uitvoering van zijn plan uitstekend geslaagd is, en tevens de nauwkeurige afwerking roemen van den heer W. van der Waarden, die als aannemer hier weder getoond heeft, waartoe Nijmegen in staat is.

Volgens afkondiging had hedenmorgen ten 9 ure de plechtige inzegening plaats van het nieuwe bedehuis; de plechtigheid werd verricht door den Weleerw. Pater A.P. van der Geest, pastoor der parochie, daarin bijgestaan door de geestelijken des kloosters. Tegen 10 ure zag men langs verschillende dreven de geloovigen samenkomen om het eerste H. Misoffer in het nieuwe heiligdom bij te wonen. De herder der parochie celebreerde, geassisteerd door de beide kapelaans, de Weleerw. Paters S. Grapel en H. van E.p. Na het Evangelie hield de Zeereerw. Pater J.V. de Groot, prior des kloosters, eene treffende toespraak tot de vergaderd menigte. Naar aanleiding van de woorden des psalms: In donum Domini ibinus, Wij zullen ingaan in het Huis des Heeren, verklaarde de gewijde redenaar, wat de Kerk is voor de Katholieken: zij is de woonstede Gods, zij is de zetel der zegeningen Gods. In weinige krachtige trekken schetste hij de verhevenheid van het Huis Gods tijdens het Oude Testament, om vervolgens langs Bethlehem en Nazareth te wijzen op den tempel van het Nieuwe Testament, die vooral hare grootheid ontleent aan het onbloedig Offer daar opgedragen, aan de tegenwoordigheid van Christus in het H. Sacrament. Dit verklaart de ware grootheid onzer christentempels, hetzij deze verborgen zijn in de catacomben, verscholen in schuren en zolders, of als heerlijke, prachtvolle kathedralen met hemelhooge spits luide aan de wereld verkonden den Emmanuel, den God met ons. Hierna zette de gevierde spreker uit een, dat de kerk de zetel is der zegeningen Gods, omdat de Verlosser der wereld, de Bron der genade, daar woont in de H. Eucheraristie, omdat de H.H. Sacramenten daar worden toegediend, omdat de mensch daar licht vindt in de duisternis, vrede in de onrust des gemoeds. Hartelijk wenschte hij den pastoor en de geloovigen geluk met dit nieuwe Huis Gods en bracht den edelmoedigen weldoeners zijn innigen dank. – Zooals men weet, is de bijkerk gebouwd van de giften, welke het katholiek Nijmegen vóór twee jaren, bij het zesde eeuwfeest van het Predikheeren-klooster, aan de Paters heeft aangeboden. Der kerk herinnert dus tevens aan den band, welke zes eeuwen van arbeid en strijd tusschen de kloosterlingen van Sint Dominicus en Nijmegen’s burgerij gelegd hebben.” (De Gelderlander 14/4/1894)

1900-1901: vergroting met het huidige middenschip en zijbeuken in Lancet Style

Achterkant Maria Geboortekerk (door Havang (nl) - Eigen werk via Wiki commons CC0)
Achterkant Maria Geboortekerk (door Havang (nl) – Eigen werk via Wiki commons CC0)

De bevolking groeide echter harder dan verwacht. Daarop werd besloten een groot middenschip te bouwen.

Waar zijn zoon Jules Kaijser met het voorportaal refereert naar de Franse vroeggotiek (reliwiki), lijkt Johannes Kaijser te refereren naar een vroegere periode: zoals in het krantenartikel staat weergegeven, is het gebouw geïnspireerd op de “lancet style”. Deze komt vooral voor in Engeland? Deze vorm is goed te zien aan de achterkant van het gebouw. De lancet style houdt in dat gebruik wordt gemaakt van spitsbogen en een verhoogde, slanke vensters, zonder maaswerk (joostdevree).

1901 Hulpkerk voor de Parochie van de H. Dominicus (D12.377927) Achitect Kaiser/ Kaijser
1901 Hulpkerk voor de Parochie van de H. Dominicus (D12.377927)

De Gelderlander schrijft bij de opening in 1901 een artikel, waarin het Onze-lieve-Vrouwekerk wordt genoemd:

De Onze-lieve-Vrouwekerk te Nijmegen.

Tot niet geringe vreugde der katholieken die zich buiten de St.-Jorispoort gevestigd hebben, breekt weldra de langverbeide dag aan, waarop de nieuwe kerk haar deuren voor de geloovigen ontsluiten zal. Menigeen zal bij het binnentreden des heiligdoms verwonderd staan over het verrassend effect, dat de verbinding van den eersten bouw thans tot presbyterium bestemd, met het nieuwe gedeelte teweeg brengt. Er moest hier een niet te onderschatten moeilijkheid worden overwonnen, doch het vindingrijk genie van den bekwamen bouwmeester, den heer J. Kaiser, heeft glansrijk gezegevierd.

Schenken wij echter onze opmerkzaamheid den nieuwen aanbouw, die de hoofdbeuk of het zoogenaamde langschip zal vormen der definitieve kerk. Het plan immers bestaat om later een transept met priesterkoor, van grooter verhouding dan het thans bestaande, te bouwen en den voorgevel te versterken en te verfraaien met een toren van 14M. breedte en 80M. hoogte. Het nieuwe gedeelte is in zuiver dertiende-eeuwschen stijl (style Lancet) opgetrokken, in materialen grootendeels aan den vaderlandschen bodem ontleend. Vandaar is de kleurige baksteen, der roem onzer Waal-oevers, in allerlei verscheidenheid, op de meest sprekende punten gebezigd. Voor de handhaving van dit echt rationeel en traditioneel beginsel, kan men den architect niet anders dan lof toezwaaien.

Twee rijen slanke kolommen met sierlijke kapiteelen dragen het 10M. breede middenschip, dat krachtig omhoog streeft en zich ter hoogte van 22M., in stoute bogen, welft. De zijbeuken trekken de aandacht door hunne ruimte, welke vooral verkregen werd door de conterforten naar binnen te plaatsen. Deze laatste, als pilasters behandeld, breken tevens de muurvlakten, verhoogen door hunne rijke profileering het perspectief en bekoren het oog door hun wisselend spel van lijnen. Om de polychromie, die in zoovele kerken zwaar tegen de vochtigheid te kampen heeft, tot een klein gebied te beperken, d.w.z. gevoegd; slechts de gewelfvlakken zijn wit gepleisterd. Overigens is er, vooral buiten, niet naar versiering gezocht; de constructieve deelen van den bouw vormen de voornaamste ornamentatie. Blijkbaar is de architect van het denkbeeld uitgegaan, om een kerk te bouwen, die door soliede constructie, duurzame materialen en sobere versiering in de naaste toekomst geen zorg voor onderhoud of herstelling mag geven.

Met dit doel voor oogen is hij er tevens in geslaagd aan het geheele gebouw een werkelijk monumentaal karakter te geven.

Den heeren Gielen en Van der Pluim, de wakkere aannemers, wier namen reeds te Nijmegen gevestigd zijn, komt voor de uitvoering alle lof toe.

Moge het ondernemend Kerkbestuur der Sint-Dominicusparochie door de liefdadigheid der geloovigen weldra in staat gesteld worden om den bouw te voltooien; dit zal voorzeker de wensch en de bede zijn van alle geloovigen, die zich morgen (Vrijdag) naar de Onze-Lieve-Vrouwekerk zullen begeven, wanneer het heiligdom door den zeereerw. Pastoor A.P. van der Geest plechtig wordt ingezegend.

Jaren 20: Parochiekerk en verbouwing Jules Kaijser

Begin jaren 20 wordt de hulpkerk een zelfstandige parochiekerk. “Dat was ook het moment dat de kerk niet meer als een ‘buitenpost’ werd gezien, maar een volwaardige functie kreeg, van doopsels en huwelijken tot begrafenissen.” (Nijmegen-Oost.nl)

De zoon van Johannes Kaijser, Jules, bouwt een koor met dwarsschip. En daarnaast krijgt de kerk een nieuwe façade met twee traptorentjes. Daarbij sluit hij zijn stijl aan bij dat van zijn vader. Bovendien wordt een parochiehuis gebouwd, waar onder andere de verkennerij bij elkaar kwam.

Maria Geboortekerk en Onze-Lieve-Vrouwekerk

Maria-Geboorte is het feest van de geboorte van de Moeder van Christus, Maria. De feestdag is op 8 september: op deze dag zou de wijding van de kerk bij het vermoedelijke geboortehuis van Maria hebben plaatsgevonden. De eerste vermeldingen van dit feest zijn in de 6e eeuw.

De Maria Geboortekerk en Onze-Lieve Vrouwegeboortekerk verwijzen naar hetzelfde feest. Maria-Geboorte is de officiële naam. En Onze Lieve Vrouwe is een andere naam voor Maria. In meerdere plaatsen is een kerk vernoemd naar een van beide namen, zie de lijst op wikipedia.

Vooralsnog weet ik (RE) nog niet waarom de kerk in het artikel uit 1901 Onze-Lieve-Vrouwekerk (dus zonder “geboorte” wordt genoemd: waarschijnlijk is het een verkorte aanduiding.

(Overige) Bronnen en verder lezen over Maria-Geboorte

https://nl.wikipedia.org/wiki/Maria-Geboorte

https://kro-ncrv.nl/katholiek/encyclopedie/m/maria-geboorte

Vervolg

Er is nog niet uitgebreid onderzocht wat het vervolg is geweest. In de jaren 80 dreigde sloop van de kerk.
Nijmegen-Oost.nl heeft een mooi artikel geschreven in 2006 naar aanleiding van het 80-jarige bestaan (tevens gebruikt als bron voor dit artikel): “In de jaren 80 stond ?ie nog op de nominatie om gesloopt te worden, maar de Maria Geboortekerk aan de Berg en Dalse weg oogt nu meer dan springlevend. En bij de tijd, met internetpagina en e-mail. Ook al staat de kerkgemeenschap duidelijk in het heden, men wil graag een blik in het verleden werpen.”

Tegenwoordig (juli 2026) maakt de kerk onderdeel uit van de Stefanus parochie, welke 7 kerken telt. De kerk noemt op haar eigen site: “30 jaar geleden ontstaan uit een kerkgemeenschap met een tiental kerkgangers komen er nu elke dag rond 25 en elk weekend rond 200 mensen van alle leeftijden bij elkaar – en het aantal groeit elke week. God houdt van de mensen en is hen nabij. Dat is de boodschap die ons draagt, die ons verbindt en die we willen uitdragen naar anderen.” Via een livestream zijn de vieringen te volgen.

Rijksmonument

Glas-in-lood ramen Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Glas-in-lood ramen Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Beeld Dominicus Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Beeld Dominicus Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Beeld Albertus Magnus door Jac Maris, 1948 Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Beeld Albertus Magnus door Jac Maris, 1948 Maria Geboortekerk (oktober 2024)

Zowel de kerk als de pastorie zijn een Rijksmonument, met als waardering (tevens staat hier een uitgebreide beschrijving):

“1. een PAROCHIEKERK toegewijd aan “Maria Geboorte”, en

2. een PASTORIE met HEK.

Waardering

Rooms-katholiek parochiecomplex uit het eerste kwart van de 20ste eeuw, bestaande uit een PAROCHIEKERK en een PASTORIE met HEK.

  • Van architectuurhistorische waarde als goed voorbeeld van een historisch gegroeid parochiecomplex, waarbij voor de in fases tot stand gekomen kerk uit 1900-1924 steeds de neogotiek is gehanteerd en voor de pastorie uit 1930-1931 een meer eigentijdse bouwtrant met invloeden van de Amsterdamse School en de Art Deco. Beide complex-onderdelen zijn van belang wegens de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp, de zorgvuldige detaillering en de nagenoeg gave interieurs.
  • Van stedebouwkundige waarde als essentieel en markant gesitueerd onderdeel van de zogenaamde “19de eeuwse gordel” van Nijmegen, dat bovendien door de hoge ligging op een stuwwal van bijzondere waarde is voor het stadssilhouet.
  • Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een geestelijke ontwikkeling, in casu het rooms-katholieke bewustzijn en klimaat in Nijmegen in het algemeen en de vorming van nieuwe parochies in de stadsuitleg in het bijzonder.”

Mariabeeld van Albert Meertens

Een Mariabeeld , geplaatst op het pleintje voor de Maria Geboortekerk, gemaakt in 1949 door Albert Meertens (14-12-1904 - 30-11-1971) uit Berg en Dal ; op de gevel van de kerk links het beeld Dominicus uit 1923 en rechts Albertus Magnus , gemaakt in 1948 door Jac Maris, 1949 (GN5272 RAN)
Een Mariabeeld , geplaatst op het pleintje voor de Maria Geboortekerk, gemaakt in 1949 door Albert Meertens (14-12-1904 – 30-11-1971) uit Berg en Dal ; op de gevel van de kerk links het beeld Dominicus uit 1923 en rechts Albertus Magnus , gemaakt in 1948 door Jac Maris, 1949 (GN5272 RAN)
Beeld bij Maria Geboortekerk (september 2024)
Beeld bij Maria Geboortekerk (september 2024)
Jezus zonder hand (oktober 2024)
Jezus zonder hand (oktober 2024)
Sokkel Mariabeeld voor Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Sokkel Mariabeeld voor Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Inscriptie "aan Pastoor Dickmann 15 aug 1908-1948" (oktober 2024)
Inscriptie “aan Pastoor Dickmann 15 aug 1908-1948” (oktober 2024)
Sokkel Mariabeeld voor Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Sokkel Mariabeeld voor Maria Geboortekerk (oktober 2024)

Pastorie

Lees hier over de in de jaren 30 gebouwde pastorie:

Bronnen

https://stefanus.nl/mariageboorte: de eigen site van de Maria Geboortekerk

Maria Geboortekerk, wikipedia

https://nijmegen-oost.nl/uitgelicht/80-jarige-maria-geboortekerk-nog-steeds-midden-in-de-samenleving

Joost de Vree:

lancetboog

gotiek

Altrade

Deze pagina verzamelt reeds gemaakte artikelen over de wijk Altrade. Romeins amfitheater hoek Rembrandtstraat-Mesdagstraat In de buurt van Romeinse legerkampen…

Albert Meertens, beeldhouwer

Albert Meertens

is vooral bekend als beeldhouwer, waarbij Mariabeelden, Heilig Hartbeelden en oorlogsmonumenten een belangrijk deel van zijn werk uitmaakt.

Dominicanenstraat

Deze pagina verzamelt de artikelen die over de Dominicanenstraat zijn verschenen. Wanneer in september 1896 de Gemeenteraad discussieert over de…