De St. Stephanuskerk met rechts de pastorie : ontworpen in 1922 door Pierre Cuypers Jr. ; 1e steenlegging op 29-11-1922 ; consecratie door Mgr. A.F. Diepen op 19-11-1923, Berrg en Dalseweg 205 Hunnerberg, 25/8/1987 (Ber van Haren via ZN35770 – C RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)
In 1922 werd begonnen met de bouw en de kerk werd op 19-11-1923 ingewijd.
De kerk is gewijd aan de heilige Stefanus, martelaar en patroonheilige van Nijmegen. “Het gebouw in neo-Byzantijnse stijl werd door Pierre Cuypers jr. ontworpen.” (wikipedia) Kenmerkend aan het gebouw zijn de twaalfhoekige “vieringkoepel” en het front met de twee torens.
November 1922: Eerste Steenlegging
November 1922 (“Heden”, De Gelderlander 29/11/1922) vond de eerste steenlegging plaats voor de kerk van St. Stephanusparochie, “welke zich uitstrekt van Berg en Dalschen weg naar Hengstdal en tot de H. Landstichting.”
De nieuwe kerk is een bijzonder moment voor katholiek Nijmegen, aangezien zij haar kerk vernoemd naar de patroonheilige -de Stevenskerk- tijdens de reformatie protestants was geworden.
“Nijmegen krijgt zijn kerk weer, welke steeds herinnert aan den patroonheilige der stad; in nieuwe omgeving van nieuw Nijmegen, gaat oude Nijmeegsche roem in Roomsche sfeer herleven.
Gezien in dit licht kreeg deze plechtige eerste steenlegging nog hoogere beteekenis als voor het Katholiek Nijmegen, dat zich steeds innerlijk en uiterlijk sterk uitbreidt.” (De Gelderlander 29/11/1922)
November 1923 Inwijding
Op 19-11-1923 volgt de inwijding. Ïn het PGNC 19/11/1923 staat hierover een uitvoerig verslag, met als afsluiting: “De fraaie kerk- die wat stijl betreft veel overeenkomst heeft met de kerk op de H. Landstichting- is gebouwd naar de plannen van den architect Pierre Cuypers en voorziet in dit volksrijke stadsgedeelte in een groote behoefte.”
Glas-in-lood ramen
De oorspronkelijke glas-in-lood ramen waren gemaakt door Joep Nicolas. Deze zijn echter door een granaatinslag in de Tweede Wereldoorlog verloren gegaan.
De huidige glas-in-lood ramen zijn gemaakt door Joan Collette. Hij maakte bovendien de mozaïeken in de apsis, het Maria-altaar en het Joseph-Altaar.
De St. Stephanuskerk; de absis met een gedeelte van een mozaïek, voorstellende het leven van de H. Stephanus (o.a. de steniging en de kroning in de hemel) in de periode 1935-1940 vervaardigd door Joan Collette, Berg en Dalseweg, 1939 (F12588 RAN)
Daarnaast is van hem een kruisweg: deze is bij de sloop van het Canisius ziekenhuis in 1992 verplaatst naar de Sint-Stephanuskerk.
Beeld heilige Stefanus, Albert Termote
Een beeld van brons, voorstellende de H. Stephanus, staande in het plantsoen voor de St. Stephanuskerk, vervaardigd door Albert Termote in 1951. Rechts het schoolgebouw van Mater Dei (uit 1930), Berg en Dalseweg, 1975 (Frans Kup via F12613 RAN CCBYSA)
Voor de kerk staat sinds 1951 een standbeeld van de heilige Stefanus, gemaakt door Albert Termote.
1993 Fusie met Christus Koningparochie
In 1993 vond de fusie plaats met de Christus Koningparochie. Daarbij werd de Christus Koningkerk gesloopt. De doopvont en een aantal beelden van Jac. Maris werden verplaatst naar de Sint-Stephanuskerk.
In mei 2017 bericht Omroep Gelderland dat de kerk en de pastorie voor 1,3 miljoen euro is aangekocht door Ingenieursbureau Spierings Orthopaedics https://www.spierings.biz/, gespecialiseerd in chirurgische implantaten.
“Om de kerk voor sloop te behoeden is besloten om deze te herbestemmen tot kantoorgebouw. Dit tot de verbeelding sprekende gebouw zal in de toekomst als huisvesting gaan dienen voor ca. 2000 m2 kantoorruimte.” Daarbij krijgt het 6 vloerlagen met kantoorruimte. Daarbij blijft het gedeelte van het altaar met rondom de mozaïeken op alle verdiepingen open. “Start bouw: 2021” (https://www.studiodewit.nl/projecten/herbestemming-kerk-nijmegen/, met tevens mooie ontwerptekeningen)
Een beetje tropen in de binnentuin: palmboom en sneeuw (januari 2026)
Je loopt er zo aan voorbij en het is klein. Dit is echter een leuk plekje, om even bij een wandeling door de Benedenstad onder het poortje bij Begijnenstraat 13 door te wandelen. Is het de palmboom die het ‘m doet?
Het pand op Prins Hendrikstraat 7 is in 1905-1906 gebouwd als openbare school voor Uitgebreid Lager Onderwijs (U.L.O.) door stadsarchitect Weve. Rijksmonumenten omschrijft het gebouw als “de stijl van het rationalisme met invloeden van de Art Nouveau in de ornamentering.” Een van deze ornamenten is het opschrift “OPENBARE-SCHOOL / No2 / VOOR – 1906 – U.L.O.” Het is een van de laatste van de 17 scholen die Weve heeft gebouwd.
(M.) U.L.O.
De U.L.O of M.U.L.O. betekent (Meer) uitgebreid lager onderwijs. Dit schooltype was in 1857 ontstaan en was een vervolg op de lagere school. Sinds 1920 werd dit schooltype bij wet U.L.O. genoemd, maar veel scholen bleven zichzelf M.U.L.O. noemen. Dit schooltype heeft bestaan tot de invoering van de Mammoetwet in 1968, waarbij de M.U.L.O een van de schooltypes was dat werd omgezet naar de mavo, wat weer later het vmbo is geworden.
Bij de opening
U.L.O. Tegeltableau Prins Hendrikstraat 7 Augustus 2021 (Google Streetview)
Het PGNC schrijft bij de opening in 1906:
“De school aan den Bijleveldsingel.
Zorg voor het kind! Dat is het wachtwoord geworden. En niet het minst spiegelt zich dat af in de scholen en het onderwijs.
“Schoolpaleizen” heeft men spottend gezegd. Zeker si, dat de tegenwoordige scholen, ook die waarbij de eenvoud op den voorgrond stond, paleizen mochten heeten in vergelijking met de meer dan een voudige ruimten, waarin in vroeger jaren een aantal kinderen werden opgeborgen en waar “meester” oud werd door of ondanks de beruchte “onschuldige asempjes” der even onschuldige kinderen. Hokken waren het in vroeger dagen, waar de ventilatie ontbrak of hoogst onvolkomen was; waar de verwarming alles te wenschen overliet; waar de lucht verpest werd onder de vereenigde werking van de menschelijke ademhaling en de uitwaseming der vaak natte kleeren, die in het kleerlokaal werden opgehangen en die bezwangerd waren met allerlei kwalijk riekende geuren.
“Schoolpaleizen”, zei men spottend; maar was degene, die het woord op de lippen nam, wel overtuigd van de waarheid: “Voor het kind is het beste nog niet goed genoeg”. Zet het kind in een vriendelijke omgeving en ge voedt op zonder schijnbaar op de opvoeding in te werken. Leer het kind respect voor het gebouw, dat hij binnentreedt en ge leert het eerbied te hebben voor eigen huis of althans te trachten ook dat vriendelijk te helpen maken. Het leeren gaat in een aangename omgeving gemakkelijker dan in een lokaliteit, die neerdrukt. Licht, lucht en schoone vormen zijn de eerste voorwaarden voor opgewektheid en zucht naar orde.
Het doet den bezoeker weldadig aan eene inrichting binnen te treden, als aan de Bijleveldsingel is verrezen. “Je zou zelf weer lust krijgen om school te gaan,” zei een der werklieden, die er bezig was.
Reeds meermalen hadden we met welgevallen een blik geslagen op het uitwendige. Het geheel is een monumentaal gebouw, goed gedacht door den kundigen directeur van gemeentewerken, den heer Weve, flink uitgevoerd door den aannemer, den heer H. Bartels, opgegroeid onder toezicht van den opzichter, den heer Th.A. Middendorp. “Goed gedacht” zeiden we: een flink gebouw zich aanpassende aan de eerste-klasse omgeving, waarin het werd gesticht, met een front, een gevel aan twee straten, die uit architectonisch oogpunt schoon mag heeten, een kunstwerk.
Den heer Weve zal het misschien weinig treffen, dat een leek deze lofspraak uit, welnu, deskundigen, vakmannen, spraken evenzeer met lof over de inrichting als bouwwerk en dat zal hem niet onververschillig zijn.
Hoog verheft zich het gebouw aan de grens van wat nu nog de groote vlakte van ’t exercitieveld is, trotsch zal ’t er staan, als eenmaal de omgeving bebouwd is, en de breede wegen en straten in de naaste omgeving zijn een waarborg, dat het schoone geheel niet weggemoffeld zal worden.
Wij waren in de gelegenheid ook het inwendige te bezien. Twaalf ruime, frissche, lichte leerlokalen, zes beneden, zes boven; elk tweetal door een flinke ruimte gescheiden van een ander paar vertrekken en deze twee onderling verbonden of gescheiden door schuifdeuren; vier dezer lokalen telkens langs den Daalschen weg, twee langs den Bijleveldsingel. Tusschen de twee en de vier bevinden zich flinke ruimten, ter plaatse van de half torenvormige uitbouwsels, voor de berging van kleedingstukken. Het viertal aan den Daalschen weg wordt beneden door een gang, boven door de kamer voor het Hoofd der school in twee tweetallen verdeeld.
Een breede gemakkelijke steenen trap leidt van de beneden- naar de bovenverdieping, en er is gezorgd, dat de leuningen niet in een onbewaakt oogenblik gebruikt kunnen worden om er langs af te glijden. Aan den achterkant beneden is een groot ruim lokaal voor gymnastiek (vrije- en ordeoefeningen) met een keurig net geschilderd plafond in zachte tinten. Verder heeft het Hoofd der School in den toegang tot zijn lokaal drie groote ruime kasten en aan het einde der bovengang is een ruimte, bestemd tot magazijn van leer- en hulpmiddelen.
Urinoirs en bestekamers zijn in groot aantal aanwezig, eenvoudig maar netjes en praktisch ingericht, zoodat ook daar de kinderen niet aan toezicht behoeven onttrokken te zijn; hier een daar zijn fonteintjes en waterleidingkranen aangebracht.
De speelplaats ziet er op dit oogenblik nog wat onooglijk uit; ’t kan niet anders; maar één zaak is nu al te constateeren: de flinke overdekte speelplaats naar de zijde van de daarnaast gelegen bewaarschool. Bijzonder groot, dunkt ons evenwel de overige ruimte op de speelplaats niet, vooral niet, als daarvan nog hier of daar een plekje werd afgenomen om als schooltuintje dienst te doen, iets, dat bij zulk een modern ingerichte school eigenlijk niet mocht ontbreken. Maar- er blijft altijd iets te wenschen over.
Alles ziet er degelijk uit, overal dringt de frissche lucht door. “Geen raam, dat niet open kan”, zei de werkman van zooeven. Of het nu wel zoo erg is, durven wij niet zeggen. Maar frisch is het er en ruim en helder en licht. Bovendien zijn overal nog luchtkokers aangebracht.
De verwarming zal geschieden door kachels, welker warmte tevens voor den rechtstreekschen toevoer van zuivere lucht zal zorgen, die door de kachel verwarmd in de lokalen zal stroomen: m.a.w. in elk lokaal een pompstation voor frissche lucht, ook in den kouden wintertijd.
Wij noemden den school een monumentaal gebouw; een monument zal zij ook zijn voor ontwerper en bouwmeester. Moge zij de plaats worden, waar een goed deel van ’t toekomstig Nijmeegsch geslacht, meer bepaaldelijk de Middenstand, die zoo zeer verdient gesteund te worden, de kracht en de kennis zal opdoen, die hem in staat zal stellen het hoofd te bieden aan den steeds moeilijker wordenden strijd om ’t bestaan en den bloei van onze stad te bevorderen. Dan zullen de kosten aan de school besteed een kapitaal blijken, dat hooge rente opbrengt”. ( PGNC 11/5/1906)
Rijksmonument
Zowel het schoolgebouw als hek zijn Rijksmonument. Waardering”
– Van architectuurhistorische waarde als typologisch goed voorbeeld van een schoolgebouw uit het begin van de twintigste eeuw van het gangtype. Het object is gaaf bewaard gebleven qua gevelindeling, detaillering en in iets minder mate wat betreft de interieurindeling (sommige hoekjes zijn dichtgezet om extra kamers te verkrijgen) en hoofdvorm (kleine wijzigingen, toevoegingen aan de achterzijde). Het object is, als een voorbeeld van een schoolgebouw in de stijl van het rationalisme met invloeden van de Art Nouveau, van belang voor het oeuvre van de Nijmeegse stadsarchitect J.J. Weve. Na de sloop van meerdere belangrijke schoolgebouwen van zijn hand, is dit object van groot belang voor diens oeuvre. – Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van de als stadsgezicht beschermde 19de eeuwse gordel van Nijmegen, waarin het schoolgebouw als markant hoekpand een beeldbepalende rol speelt.
– Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een sociaal-culturele ontwikkeling, in casu het op peil brengen van de openbare onderwijsvoorzieningen in Nijmegen èn de in deze tijd gangbare pedagogische opvatting dat het schoolgebouw een aansprekende omgeving moest vormen voor de leerlingen.”
Voormalige U.L.O. Prins Hendrikstraat 7 als PH 7, Augustus 2021 (Google Streetview)
In 1907 is de gymzaal verhoogd. Daarnaast hebben tussen 1917 en 1968 meerdere vergrotingen van het gebouw plaatsgevonden.
Tot en met 2005 is het gebouw in gebruik geweest als school:
1906 – 1946: Uitgebreid Lager Onderwijs.
1941 – 1944: Duitse School.
1946 – 1975: Maarten Trompschool.
1975 – 1981: in gebruik als MAVO.
1981 – 2005: Sint Jorisschool
In 1946 werd de ‘Openbare school voor Gewoon Lager Onderwijs nr. 2’ gesticht. Deze school was bedoeld voor moeilijk lerende kinderen. Aan het eind van de jaren 50 besluit de gemeente af te stappen van nummering van scholen. Vanaf het schooljaar 1958-1959 is het Maarten Trompschool. Vanaf ongeveer 1970 zet een daling van het leerlingaantal in en daarop wordt de school op 1 augustus 1975 opgeheven.
In 2007 is het gebouw een bedrijfsverzamelgebouw geworden, welke in ieder geval in 2014 PH 7 heette en waarop op dat moment 10 organisaties gehuisvest waren, onder andere: de Circusschool, Theater Grote Broer, Colourfull City en Music Meeting.
Vanaf ongeveer september 2022 werd het plan voor de verbouwing van het gebouw opgesteld, zodat het kan dienen als noodopvang voor 130 Oekraïense vluchtingen, waarvoor 32 worden gebouwd.
Deze pagina verzamelt reeds gemaakte artikelen over de wijk Altrade. Romeins amfitheater hoek Rembrandtstraat-Mesdagstraat In de buurt van Romeinse legerkampen…
Groesbeekseweg 1,3,5, links de Sloetstraat, 2010 (Henk van Gaal via DF918 RAN CC0)
De Groesbeekseweg is een belangrijke weg voor Nijmegen. Hieraan staan vele grote gebouwen, waaronder scholen, een kerk, twee kazernes. De weg loopt vanaf de St. Annastraat tot de d’Almarasweg en Sophiaweg. Dit is tevens de gemeentegrens met gemeente Berg en Dal (vroeger Groesbeek). De weg vervolgt dan als de Nijmeegsebaan.
Bijzondere gebouwen zijn onder andere:
• de Antonius van Paduakerk uit 1917
• het gebouw van het vroegere klooster Mariënbosch, op de hoek met de Sophiaweg
• de Vrije School Meander
• Café Groenewoud, op de hoek met de Postweg
• de Rooms Katholieke Kweekschool van de Congregatie Zusters Filles de la Sagesse
• de Krayenhoffkazerne en Snijderskazerne, op de hoek met de Gelderselaan en aan de rand van De Limos
• Villa Oud-Mariënboom, nr. 428
• het vroegere klooster- en schoolcomplex van de Filles de la Sagesse (afgebrand op 1 januari 2014, later gerestaureerd)
De naam Groesbeekseweg
De Groesbeekseweg is de scheiding tussen Galgenveld en Groenewoud met Altrade en Hengstdal. En verderop met Kwakkenberg.
De naam Groesbeekscheweg is in 1904 door de Gemeenteraad vastgesteld. Daarvoor was de weg opgedeeld in Groesbeekschestraat en een Groesbeekschelaan (en varianten op deze namen).
De eerst gevonden vermeldingi in het Straatnamenregister https://gaypnt.home.xs4all.nl/straatnamen/G.html#Groesbeekseweg is “Wegh Na Gronsbeek” (Kiers 1751). In 1822 komt hij voor als de Weg van Groesbeek naar Nijmegen – en vice versa. Op de Wegenlegger 1858 is het de Weg van Nijmegen naar Groesbeek genaamd de Grooteweg
Deze pagina verzamelt reeds verschenen over de Groesbeekseweg
Hoek St. Annastraat/Groesbeekseweg vanaf het Keizer Karelplein, 1885 (Gerard Korfmacher via F11947 RAN)Begin Groesbeekseweg vanaf St. Annastraat, oktober 2024 (Google Streetview)
Klooster en kweekschool voor meisjes, architect Joseph Seelen (Uit Katholieke Illustratie via RAN F9292)
Op 1 mei 1923 vond de inwijding plaats van het klooster en kweekschool voor meisjes aan de Groesbeekseweg plaats. Dit klooster en deze school was van de orde Filles de la Sagesse (Dochters der Wijsheid). Het was een orde die oorspronkelijk afkomstig uit Frankrijk. Vanwege religieuze moeilijkheden aldaar was Nijmegen een van de plaatsen waar…
Verpleeghuis / bejaardenhuis Huize ‘Sint Anna’ (Sint Annagesticht of Annastichting) van de Zusters Dochters van Maria en Jozef uit ‘s-Hertogenbosch (Zusters van de Choorstraat), gebouwd tussen 1925 en 1928 naar ontwerp van de Nijmeegse architect François Joseph Oscar Leeuw (Roermond, 28 juli 1866 – Nijmegen, 16 februari 1944). Het pand werd in 1972 gesloopt voor de bouw van verpleeghuis ‘Joachim en Anna’, 1928-1929 (G.C. Richelle via F91439 RAN)
Oscar Leeuw ontwierp het Bejaardenoord “St. Anna” in 1926. Daarbij vond in juli 1926 de aanbesteding plaats namens het R.K. Parochiaal Armbestuur onder “R.K. georganiseerde aannemers”. (PGNC 23/6/1926)
De Antonius van Paduakerk aan de Groetsbeekseweg is in 1916-1917 gebouwd. De architect was Jos. Margry. De kerk is gebouwd in neogotische stijl, waarbij de toren van 50 meter in het ontwep nooit is gebouwd. Door geldgebrek werd gekozen het budget te besteden aan de bouw van de parochiehuis.
Het Marïenbosch is een restant van het sterrenbos dat in het midden van de 19e is aangelegd. Toen hoorde het nog bij de gemeente Groesbeek. Dit bos bestond oorspronkelijk uit 10 lanen met beuken. Hier zijn er nog 5 van over. Deze komen bij elkaar bij een ronde heuvel. (Overige) Bronnen en verder lezen https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Sterrenbossen_in_en_om_Nijmegen#Mari%C3%ABnbosch…
In 1899 wordt de Kweekschool voor onderwijzeressen gebouwd. Architect en aannemer is Nicolaas van Eck. Rond 1936 is het gebouw in gebruik door de R.K. Kweekschool afdeling Onderwijzers. In 1958 wordt het gebouw tot 1983 een bibliotheek.
Ditmar Jansen, eigenaar van het goed lopende hotel Mariënboom (tegenwoordig Oud-Mariënboom) laat in 1910-1911 een nieuw, groter pand bouwen als hotel-pension Mariënburg. De architect was Jan Baanders (Sr.), die later van invloed zou zijn op de Amsterdamse School. Nadat het jaren een hotel is geweest, was het onder andere in gebruik voor gerepatrieerde Indië-gangers en de…
1899 Kook- en Huishoudschool, Groesbeekseweg 15 Galgenveld In januari 1899 gaat de kook- en huishoudschool aan de Groesbeeksche straat open. Het ontwerp was van architect Semmelink. In 1893 hadden een aantal vooraanstaande Nijmeegse vrouwen het initiatief genomen tot de oprichting van een kookschool. Dit naar aanleiding van een lezing van freule Jeltje de Bosch Kemper.…
Groesbeekseweg 1,3,5, links de Sloetstraat, 2010 (Henk van Gaal via DF918 RAN CC0)
Deze panden zijn een Rijksmonument, “Alleen van Groesbeekseweg 1 is met zekerheid te melden, dat dit is gebouwd door architect Anthonie Wijers (ook Weijers) E. Jzn. in 1895.”
“Aaneengesloten rij van vijf Herenhuizen met hekwerken, gebouwd rond 1895.
Van cultuurhistorisch belang als herkenbaar element uit een maatschappelijke ontwikkeling. De panden zijn gebouwd als huisvesting voor de nieuwe en kapitaalkrachtige stedelijke elite, die zich bij voorkeur vestigde in kapitale herenhuizen aan de grote uitvalswegen rond de oude stad; een uitleg die met het verwijderen van de vestingwerken aan het einde van de 19de eeuw mogelijk was geworden.
Van architectuurhistorisch belang als goed en redelijk gaaf voorbeeld van een laat 19de-eeuws woonblok in neo-renaissancestijl. De zorgvuldig vormgegeven voorgevels zijn van een evenwichtig ontwerp en bieden in de onderdelen een staalkaart van de neo-renaissance vormentaal.
Van stedenbouwkundig belang vanwege zijn ligging aan de Groesbeekseweg, een van de uitvalswegen van Nijmegen binnen het beschermd stadsgezicht.”
Groesbeekseweg 11
Bouw woonhuis, Groesbeekseweg 11, datum bouwdossier 1-1-1897 (D12.377717)
Groesbeekseweg 13
Groesbeekseweg 13 Bouw Woonhuis datum dossier 10-8-1897 (D12.377718)
De bouwtekening van Groesbeekseweg 13 van 10 augustus 1897 is ondertekend door A. Wijers.
Groesbeekseweg 13, maart 2025 (Google Streetview)
Hoek Groesbeekseweg Pontanusstraat
Op de hoek Pontanusstraat 2, met daarachter 14 t/m 24, waarbij nr 24 het eerste huis rechts van Pontanusstraat 2 is, foto gedateerd 1900 (F17246 RAN)
Hoek Groesbeekseweg Pontanusstraat, maart 2025 (Google Streetview)
Villa in 1907 gebouwd in opdracht van de heer J.F. Staleman, agent van de Rijksverzekeringsbank, naar een ontwerp van de architect Willem Hoffmann, als onderdeel van Villapark Groenewoud, datering foto 1920, Groesbeekseweg 212 (RAN F28758)
Dit is tevens de woning van geweest van burgemeester Th. de Graaf. Zie voor een foto van 19 juni 1968 F21469.
Café “Groenewoud” uit 1763, Groesbeekseweg 227, 1904 (F1833 RAN)
Robinson Schoenfabriek
De Schoenfabriek van Robinson, Groesbeekseweg, 1930-1933 (Foto Grijpink via F58965 RAN CCCBYSA)
Aan de Groesbeekseweg stond de schoenfabriek Robinson. Bovenstaande foto toont de fabriek die in 1933/1934 afbrandde, waarna hij weer werd herbouwd.
Nieuwbouw van de Robinson Schoenfabriek, afgebroken in 1986 om plaats te maken voor woningbouw in de zg. Verzetsstrijdersbuurt of Robinsonbuurt, 1960 (Foto Grijpink via F58975 RAN CCBYSA)
Villandry; deze villa, in neoclassicistische stijl, is in opdracht van Charles Blanckenhagen tussen 1902-1903 gebouwd. Tot 1909 woonde hij er zelf met zijn gezin, daarna werd het een herstellingsoord voor spoor- en trampersoneel. Maar in WO II, vanaf november 1944 diende het als noodziekenhuis en op het einde van deze oorlog als opvangplaats voor evacués en daklozen. Vervolgens werd het tot 1988 weer een herstellingsoord om daarna, na een verbouwing in gebruik genomen te worden als appartementencomplex, Groesbeekseweg Kwakkenberg, 1903-1925 (F93437 RAN)
Huize Mariënbosch in aanbouw. Op de achtergrond de Cenakelkerk in de Heilig Landstichting. Marienbosch was een voormalig klooster en meisjespensionaat. Het gebouw werd in opdracht van de Zusters van Jezus, Maria en Jozef ontworpen door Charles Estourgie en kwam gereed in 1924. Bouwstijl: Art Deco met elementen van de Amsterdamse School. In 2010 waren er plannen om studenten in het voormalige klooster te huisvesten. De renovatie werd in mei 2015 voltooid en het klooster biedt nu huisvesting aan 347 studenten (RAN)
Klooster en meisjespensionaat ‘Mariënbosch’, ontworpen door Charles Estourgie in 1923 voor de Zusters van J.M.J. Zicht op de achtervleugel (links) met op de begane grond de keukens en op de 2 etages de nieuwe refter, de handwerkzaal en slaapzaal met chambrettes ; het kloostergedeelte in de noordvleugel (rechts) met op de begane grond de (voormalige) refter , de recreatiezaal van de zusters en kantoortjes , op de 1e etage de linnenkamer, logeerkamers en de studiekamer voor de leerkrachten en op de 2e etage de slaapzaal met chambrettes voor de zusters ; in het midden de noordoosthoek (uit 1930) met o.a. de conversatiezaal voor de interne leerlingen op de 1e etage
Huize Mariënbosch in aanbouw (RAN)
Huize Marienbosch, Achter- en noordvleugel (RAN)
Klooster Redemptoristen/Nebo
Klooster Redemptoristen; Nebo, Groesbeekseweg, 1920 (F67247 RAN)
Architect Rodenburg ontwierp in 1947/1948 de woningen aan de Atjehstraat en Delistraat in de wijk Galgenveld.
Bouwplan 104 woningen aan de Delistraat, Opdrachtgever is W.F.H. Meijer, Datum tekening 25-10-1947, gewijzigd 4-2-48 (D12.408160)
Opvallend: hier wordt 104 woningen genoemd, terwijl op andere tekening 82. (Blokken III, IV en V zijn 82 woningen -> I en ll betreft waarschijnlijk de overkant van de straat)
Een blokje nieuw gebouwde huizen aan de Archipelstraat tussen de Atjehstraat (links niet zichtbaar) en (op de achtergrond) rechts de Delistraat, Galgenveld, 19/7/1950 (Joh. Grijpink via F69276 CCBYSA)
“Beide architecten konden toen nog niet bevroeden, dat korte tijd later, na de ravage van de laatste oorlogsjaren, de kwalitatieve ambities aanzienlijk zouden worden teruggeschroefd. In de eerste jaren van de wederopbouw stonden bouweconomie en woningnood noodgedwongen boven aan de agenda. Dat blijkt uit de complexen die architect R.D. Rodenburg realiseerde in 1948 aan de Delistraat en de Atjehstraat, in plaats van de door Meerman en Van der Pijll geschetste bebouwing. Rodenburg realiseerde een complex portiek-etagewoningen van twee lagen met kap. Dit voor die tijd nieuwe type werd architectonisch gearticuleerd door hoge en transparante entreepuien toe te passen, waardoor de portieken zich lijken te openen naar de openbare ruimte. De grote lengte van de bouwblokken trachtte Rodenburg op te delen door een zaagtandsge-wijze verspringing van de rooilijn, die tevens samenvalt met een hoogtesprong. Daarnaast zijn de verspringingen gearticuleerd door ter plaatse een bijzondere kopgevel toe te passen: een rechthoekig gevelvlak, voorzien van een topgevel in de vorm van een klein fronton” (Indische buurt Galgenveld – Nijmegen Atlas beschermd stadsbeeld, Rein Geurtsen & partners, januari 2014)
Het gezicht op de nieuwe gebouwde huizen in het woonblok tussen Delistraat – Atjehstraat – Archipelstraat, Galgenveld, 1952 (GN3802 RAN)Ingang Delistraat 64 en 66, september 2022 (Google Streetview)Delistraat, vanaf kop Archipelstraat gezien, september 2022 (Google Streetview)Atjehstraat 47 t/m 53, september 2022 (Google Streetview)Atjehstraat vanaf Archipelstraat, september 2022 (Google Streetview)Medanstraat 2 en 4, September 2022 (Google Streetview)Bouwplan 82 woningen aan de Delistraat, datum tekening 25-10-1947, gewijzigd 4-2-1948, D12.408163Transformatorruimte t/b van wooncomplex Delistraat (D12.408161)Bouwplan 82 woningen aan de Delistraat, D12.408162
De oude synagoge aan de Nonnenstraat was voor de Joods gemeenschap van Nijmegen te klein geworden. Daarop vindt nieuwbouw plaats aan de Gerard Noodtstraat, waarvan Oscar Leeuw de architect was. De nieuwe synagoge wordt in 1913 ingewijd. Na een restauratie in 1978-1979 werd de oude synagoge in de Nonnenstraat weer in gebruik genomen. Daarop zat…
Garage Jansen Ederveen : Pand ontworpen als garage in 1907 door Willem Hoffmann i.o.v. de Firma Tasche & Co. Automobielen en Motoren., 1972, (Evert F. van der Grinten via RAN F78567)
In 1907 ontwerpt architect Hoffmann het bekende gebouw van garage Tasche aan de Gerard Noodtstraat. Deze garage was een uitbreiding van de garage die hij in 1906 had ontworpen en aan de van der Brugghenstraat staat.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het pand van Roghmans op de Zeigelbaan verwoest. Op 15-11-1949 vindt aanbesteding plaats van “Het bouwen van een werkplaats met twee etage woningen op een terrein gelegen aan de Gerardt Noodtstraat te Nijmegen, benevens het bouwen van ’n Azijnmakerij op een terrein gelegen aan de Derde Walstraat te Nijmegen”. Het…
Op Gerard Noodtstraat 3-9 zat in de jaren 60 het gebouw van de Bouw & Houtbond van het N.K.V. Rechts het Unitas gebouw. Ook wel het werklozencentrum genoemd (F28969 RAN, een foto uit 1960-1965)
Keizer Karelschool voor openbare U.L.O./MAVO van de Stedelijke Scholengemeenschap/Vrouwenschool
Gerard Noodtstraat 15-17-19, gesloopt
De Mavo School gezien in de richting van het Hertogplein, 1970-1975 (Jan Cloosterman via F28963 RAN CCBYSA)
Op bovenstaande foto staat de voormalige Openbare school voor U.L.O. weergegeven, Gerard Noodtstraat 15-17-19. Het gebouw is oorspronkelijk gebouwd in 1916.
In de jaren ’60 de Keizer Karelschool voor openbare U.L.O. en in de jaren ’70 de MAVO van de Stedelijke Scholengemeenschap. (Bijschrift F28963 RAN).
In 1976 werd het leegstaande gebouw feitelijk al gekraakt door de stichting Blijf Van Mijn Lijf. Toen de stichting uiteindelijk een pand door de gemeente kreeg toegewezen, besloten een aantal vrouwen toch in de voormalige school te blijven.
Aanvankelijk werd de enorme ruimte gebruikt voor acties en vergaderingen. Daarna wordt het een woonwerkpand met woonruimtes en ruimtes voor verschillende activiteiten. Een van deze activiteiten is een opvangplek van Het Blijf Van Mijn Lijf Huis. Langzamerhand veranderde de naam in Vrouwenschool. (Bijschrift F93561 RAN, een foto uit 1983-1993). Bijschrift F28963 RAN noemt dat tussen 1981 en 1991 de Vrouwenschool hier gezeten heeft. (Bijschrift F28963 RAN).
In 1987 wordt de Stichting Vrouwenschool opgericht, met als doel het gebouw te behouden als woonwerkpand. Het gemeente heeft echter het plan het gebouw te slopen om appartementen op deze locatie te bouwen.
Wel vindt de gemeente het initiatief van de Vrouwenschool belangrijk en biedt aan mee te werken aan legalisering. Daarvoor wordt het Dominicanessenklooster aan de Dominicanenstraat aangemerkt, welke daarvoor verbouwd zal worden. De Vrouwenschool zet haar activiteiten tijdelijk voort in een oud klooster aan de Wolfkuilseweg. (Lees over de Vrouwenschool en het vervolg op de Dominicanenstraat hun eigen site en op https://regenboogroutes.nl/Vrouwenschool-Nijmegen.html, beide sites tevens bron)
In 1993 is het pand gesloopt om plaats te maken voor Hunnerstaete.
Van Gameren en Mastenbroek konden hun project Hunnerstaete in 1996 realiseren aan de Gerard Noodtstraat. Een van de meeste opvallende kenmerken is het parkeerdek, dat zich bovenop het gebouw bevindt.
De straat is vernoemd naar Gerard Noodt, “een van de beroemdste mannen uit de geschiedenis van Nijmegen. Als internationaal bekend jurist bepleitte hij gewetensvrijheid voor iedereen. Voor die tijd een heel modern en radicaal standpunt.” Hij is een van de vensters in het canon van Nijmeegse geschiedenis. (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis)
Biezenstraat 57 is in 1917 gebouwd als voor de Firma F.H. Benda & Zonen, een “borstel- en zeeftenfabriek”. In ieder geval was het tot 1955 nog in gebruik bij Benda.
In juni 2023 was de verbouwing aan de gang van de Biezenstraat 57. Voorheen was dit gebouw samen met het linkergedeelte (zie foto onder, met rolluik, welke intussen verbouwd zijn tot woningen) een echt gebruiksgebouw.
Situatie 2017 (foto Google Streetview)
Dit was aanleiding om na te gaan wat de functie van het gebouw aanvankelijk is geweest. Dit is een eerste onderzoek; zo zijn een aantal gevonden contracten bijvoorbeeld nog niet onderzocht.
Het gebouw van de Biezenstraat dateert uit 1917. Het is gebouwd voor de Firma F.H. Benda & Zonen, een borstel- en zeeftenfabriek. De jaren daarna volgenden een aantal uitbreidingen. Het bedrijf was reeds gevestigd op de Smidstraat.
Op 30 maart 1917 krijgt Benda de vergunning ten behoeve van een inrichting voor het vervaardigen van borstels en zeeften, in het perceel Smidstraat No. 21, kadastraal bekend, gemeente Nijmegen, Sectie C., Nos. 2345 en 4209 (Gemeenteverslag 1917). Waarschijnlijk heeft het bijna een jaar geduurd voordat Benda deze vergunning kreeg: op 2-6-1916 heeft de gemeente de beslissing voor het verstrekken van een hinderwetvergunning verdaagd, omdat het onderzoek ten behoeve van deze aanvraag nog niet was afgerond. (De Gelderlander 4/6/1916)
Bouw Borstelfabriek Biezenstraat
In datzelfde jaar (2-10-1917) krijgt Benda vergunning tot het oprichten van “eene door elektriciteit gedreven inrichting voor het vervaardigen van houtwerk ten behoeve van borstels en zeeften, in een in aanbouw zijnd gebouw aan de Biezenstraat, kadastraal bekend Neerbosch, Sectie A.n no 1325 (PGNC 3/10/1917, waarschijnlijk moet dit 1315 zijn).
Gevonden uitbreidingen:
Op 16-6-1919 krijgt hij vergunning 16 Mei aan F. H. Benda, ten behoeve van zijn door elektriciteit gedreven borstelfabriek in het perceel Biezenstraat 57, kadastraal bekend: Gemeente Neerbosch, Sectie A, No.. 1351.(Gemeenteverslag 1919)
23 september 1924: uitbreiden van hare door electricteit gedreven inrichting voor het vervaardigen van borstelhouten, zeeftenranden en het zagen van boomen (De Gelderlander 25/9/1924)
31-8-1928: vergunning tot het uitbreiden van hare door elektriciteit gedreven inrichting voor het machinaal bewerken van hout in het perceel Bizenstraat No. 57, kad. bekend gemeente Neerbosch, Sectie A, no. 1597 (!) (De Gelderlander 5/9/1928)
In ieder geval in de eerste jaren staat in de adresboeken alleen het adres van de Smidstraat; in advertenties staan wel beide adressen.
Rond april 1922 overlijdt Ferdinandus Hubertus Benda. (PGNC 15/4/1922). Uit het Adresboek van 1922 blijkt dat F.H. Benda Jr. inmiddels bedrijfsleider is. Beiden hebben in dat adresboek het adres van de Smidstraat. Ook in het adresboek van 1926 komt Benda als bedrijfsleider voor op de Smidstraat. Wel staat als adres van de Houtfabriek en Houtzagerij de Biezenstraat.
Nieuwjaarsdvertentie Firma F.H. Benda & Zonen, Borstel- en Houtwarenfabriek, Houtzagerij Houthandel (De Gelderlander 31/12/1931)
In de nieuwjaarsadvertentie van 1931 is het: “Electr. Borstel- en Houtwarenfabrieken, Houtzagerij Houthandel”
De op dit moment laatst gevonden vermelding is het Adresboek 1940: “Benda & Zn., firma F.H., houtz. En houthandel, Biezenstraat 57 en Voorstadslaan 88”. Daarbij heeft “F.H. Benda, Houthandel”, het adres Voorstadslaan 88.
In het Adresboek 1948, 1951 en 1955 is op Biezenstraat 57 het Pakhuis “Benda”. Het adres van F. H. Benda, Houthandel is de Voorstadslaan 88. In 1959 woont de Weduwe van F.H. Benda op Burchtstraat 88 en komt er geen “Benda” meer voor op Biezenstraat 57.
De oude synagoge aan de Nonnenstraat was voor de Joods gemeenschap van Nijmegen te klein geworden. Daarop vindt nieuwbouw plaats aan de Gerard Noodtstraat, waarvan Oscar Leeuw de architect was. De nieuwe synagoge wordt in 1913 ingewijd. Na een restauratie in 1978-1979 werd de oude synagoge in de Nonnenstraat weer in gebruik genomen. Daarop zat vanaf 1980 jarenlang het Natuurmuseum in dit pand.
In mei 1912 besteedt Oscar Leeuw het bouwen van “een synagoge, schoollokalen, bovenwoningen met andere annexen” aan. Hierbij is A.J. Smits met f33.733 de laagste inschrijver (De Gelderlander 19/5/1912).
Uiterlijk
De ingangstoren heeft de gelijkenis van een grote thorarol. In de gevel is veel symboliek verwerkt, bijvoorbeeld de twee tabletten met de 10 geboden. Een beschrijving wordt ook hieronder, “Bij de opening”, gegeven.
Daarbij is in en in de gevel is veel symboliek verwerkt. “Boven de ingang, waar nu ‘Natuurmuseum’ geschreven staat, stond ooit een Hebreeuwse tekst, verdeeld over twee regels. Het gaat om Psalm 19:15…: “Laten de woorden van mijn mond u behagen, de overpeinzingen van mijn hart u bekoren, Eeuwige”. De letters van de onderste regel bij elkaar opgeteld leveren 673, het joodse jaar 5673. Dat komt overeen met 1913 en is het jaar waarin de synagoge werd ingewijd.” (Wikipedia; in het krantenartikel vertaald als: “Moge U, o Eeuwige, welgevallig zijn de redenen van mijn mond en de overdenking van mijn hart”).
De gebedszaal is naar Jeruzalem gericht.
Stijl
Synagoge, vooraanzicht Gerard Noodstraat, foto gedateerd 1915-1920 (Joh. Gijpink via RAN F28981)
Biografisch Woordenboek Gelderland: “Dit evenwel zonder dat het aspect van vernieuwing geheel en al verdween. De synagoge aan de Gerard Noodtstraat (1912) is vooral van dat laatste een voorbeeld. Hoewel het indrukwekkende interieur met zijn galerijen en geschilderde muurdecoratie nu verdwenen is, krijgt men door de ornamentiek aan de voorgevel nog een indruk van het zoeken naar nieuwe siervormen, die niet gebaseerd zijn op historische voorbeelden noch op de inmiddels tot het verleden behorende Jugendstil.”
Wikipedia: “Naast art deco is ook eclecticisme te herkennen.”
Bij de opening
Bij de opening schrijft het PGNC:
“De Nieuwe Synagoge.
Morgen is het voor onze Israëlitische stadgenooten een belangrijke dag. Dan toch zal de nieuwe Synagoge, gesticht aan de Gerard Noodstraat alhier, op plechtige wijze worden ingewijd door den Opperrabijn in het ressort Gelderland, den Z.Eerw. heer L. Wagenaar.
Reeds lang bestond te dezer sted behoefte aan een nieuwe Synagoge. Het oude gebouw, waarvan in Augustus 1906 het honderd vijftigjarig bestaan feestelijk werd herdacht, en dat dus thans 157 dienstjaren telt, gelegen in de steeds meer en meer in verval gerakende Nonnenstraat, was met de daaraan verbonden slecht ingerichte lokalen niet meer in overeenstemming met de eischen van het zeer opgewekte leven der Israëlitische gemeente alhier. En toen het aantal Israëlitische Nijmegenaren toenam, achtte men het oogenblik gekomen, om naar een nieuw gebouw uit te zien. Dat was geen gemakkelijke taak. Doch met algemeene medewerking van de leden der gemeente, onder wie er gelukkig velen waren, die met groote mildheid tot de oplossing der financieele zijde van het vraagstuk wilden medewerken, kon aan dezen lievelingscwens worden voldaan. En zoo ontstond dan ter genoemde plaatse het in- en uitwendig sierlijke en aardige kerkgebouw, met daaraan verbonden leer- en vergaderlokalen, badinrichting, woningen voor den leeraar en den koster, waarheen morgen- nadat op plechtige wijze afscheid zal zijn genomen van de oude Synagoge- de Wetrollen zullen worden overgebracht, om daar opnieuw, naar wij hopen, tot in lengte van dagen het middelpunt te zijn van het Israëlitisch godsdienstige leven te Nijmegen.
Het kerkbestuur en zij, die dit in zijn taak bijstonden, hadden de gelukkige gedachte zich voor den bouw te wenden tot onzen stadgenoot, den heer Oscar Leeuw, die met zijn veelzijdige kennis een fraai kerkgebouw wist te scheppen. De bekwame architect heeft zich bij zijne modern opgevatte architectuur laten inspireren door de oude kunst van Judea, waarvan weliswaar weinige overblijfselen bestaan, doch waaromtrent toch uit oude beschrijvingen licht te verkrijgen was. De buiten-architectuur van het hoofdgebouw der Joodsche cultuur, den Tempel van Jeruzalem, was zeer eenvoudig, terwijl het intérieur rijk versierd en van de edelste materialen uitgevoerd was. Die versieringen waren uitsluitend ontleend aan het plantenrijk en aan geometrische vormen, daar menschelijke afbeeldingen ten strengste verboden waren. En dit systeem heeft de heer Leeuw ook bij den bouw van de nieuwe Nijmeegsche Synagoge doorgevoerd.
De gevel is van streng sobere vormen, opgetrokken in het materiaal van het land- den baksteen- met een matige ornamentatie. Evenals aan deze Tempel van Salomon bestaat deze uit den palmboom van Judea; de granaat-appel, die door zijn groot aantal zaadjes de krachtige vermenigvuldiging van het leven symboliseert, en het schild van David, de zeshoekige ster. Boven den ingang zijn in den tympaan in het Hebreeuwsch gegrift de woorden van Psalm 19 vers 15, welke vertaald luiden: “Moge U, o Eeuwige, welgevallig zijn de redenen van mijn mond en de overdenking van mijn hart”. Twee zware hardsteenen voetstukken zijn aan weerszijden van den ingang aangebracht, om daarop zoo mogelijk later te plaatsen de reconstructied der bekende bronzen kolommen “Jakoun” en “Bo’az”, welke eenmal den toegang tot den tempel van Salomon sierden.
Door de dubbele toegangsdeuren betreedt men de vestibule, die 4.50 bij 4.50 Meter oppervlakte heeft met een terrazzovloer, waarin het schild van David is aangebracht en die met een kruisgewelf is overdekt. Daarin bevindt zich links de toegang tot de mannen-garderobe, rechts die tot de vrouwengaanderij en in het front de toegang tot de kerk.
Interieur synagoge Gerard Noodstraat, architect Oscar Leeuw 1913
De kerk zelf, groot 11 bij 17 M. en hoog 12 M., heeft op den beganen grond 150 zitplaatsen voor de mannen en op de gaanderijen 110 zitplaatsen voor de vrouwen; zij is volgens de voorschriften naar Jeruzalem gericht en niet naar het Oosten, zooals de algemeene is. Het intérieur met zijn hoofdlijnen in gevoegden baksteen, terwijl de wanden en het tongewelf gepleisterd zijn, is er geheel op berekend om later beschilderd te worden. De hoofdonderdelen der kerk, de Byma en de H. Arke, zijn geheel voltooid, zooals dat de bezoeker zich reeds nu een denkbeeld kan vormen, welk aspect het inwendige van de kerk zal krijgen, indien alles is afgewerkt, wat nu nog niet het geval is.
De H. Arke is tegenover den ingang der kerk is zeer rijk geornamenteerd met dezelfde symbolen als hierboven genoemd; marmeren trappen geven toegang tot het verhoogde gedeelte. Achter den donkerblauwen, rijk met goud borduursel georneerden voorhang bvinden zich de deuren, waarachter de Wetsrollen geborgen zijn. Op de latei der deuren komt voor in ’t Hebreeuwsch de spreuk: “Weet voor wie gij staat”. In de tympaanvulling daarboven bevinden zich de Tafelen der Wet, omring door een gouden stralen krans een een spiraalvormig relief-ornament van gestyleerde palmbladeren. In de randboog der H. Arke is de “Eeuwige Lamp” geplaatst, welke ter nagedachtenis der overledenen brandt.
De groote ramen in de voor- en achtergevels zijn vervaardigd van glas in lood met psalmmotieven.
Bij avond zal de Kerk schitterend verlicht worden door twee groote kronen, die uit het tongewelf afhangen. Acht cirkel-vormige kronen, geplaatst op de palen der gaanderij, ieder met zeven lichtpunten (het gewijde getal) en vele wandarmen, zijn regelmatig over de ruime zaal verdeeld.
De H. Arke, de geborduurde voorhang en de koperen lampen zijn geschenken van leden der Israëlitische Gemeente alhier.
Al moet op den duur de afwerking nog volgen, toch maakt het kerkgebouw reeds nu een verheven indruk. Waarlijk, wij zeiden niet te veel toen wij hierboven den bouwmeester prezen. Zoowel het gheel als de onderdeelen getuigen van zijn uitgebreide kennis, zijn onvermoeid streven en zijn gekuischten smaak. Ook met dit werk, waarmen men zeggen kan dat dit ging boven de eischen die in den regel aan een architect gesteld worden, heeft de heer Oscar Leeuw zijn goeden naam hoog gehouden.
De naast de Synagoge gelegen bijgebouwen maken uiterlijk een zeer rustig effect. Zij verstoren den machitgen indruk van den fraaien kerkgevel niet en hun inwendige indeeling is practisch gedacht en goed uitgevoerd.
De Israëlitische Gemeente mag met haar nieuwe kerkgebouw geluk gewenscht worden. Als morgen de inwijding plaats heeft in tegenwoordigheid van kerkelijke en burgelijke autoriteiten, zal zij daarover zeker de meest vleiende beoordeelingen vernemen.
De gebouwen werden einde Mei 1912 aangenomen door den heer A.J. Smits Jr. alhier, voor de som van f33.733. Deze aannemer legt eer in met zijn werk; het is goed en ook met bekwamen spoed uitgevoerd, hoewel er nooit op den Zaterdag, den Sabbath der Israëlieten, de gewerkt werd.
De Byma met Bestuursbank en podium werden geleverd door den heer Maurits Drukker, firma Drukker en Cohen, en uitgevoerd neer een ontwerp van diens bekwamen medewerker, den heer J.R.L. Samson; het decoratiewerk der H. Arke is verricht door den heer J.H. Kaak; de koperen lampen der gaanderij en de wandarmen zijn geleverd door de firma L.A. Moll alhier. De koperen hangkronen zijn van de firma Wiener en Co. te Amsterdam. De geborduurde voorhang is van den heer J. Goudsmit te ’s Gravenhage, terwijl de verdere schilderwerken door den heer Arts, de installatie van het electrisch licht door de firma Tasche en Co., het zandsteenwerk door de firma Spamer en Smits, de warmwaterverzorging voor de baden door de firma Weijers en Co., allen alhier, werden geleverd. Het glas in lood is van de fabriek Kronenbitter, te Berg-en-Dal, afkomstig.” (PGNC 11/4/1913)
Tweede Wereldoorlog
In de Tweede Wereldoorlog gebruikten de Duitsers het gebouw als opslagruimte, onder andere voor geconfisqueerde radiotoestellen. De wandschilderingen zijn vernield en de Davidsster werd uit de gebrandschilderde ramen geslagen.
Verkoop Synagoge
Na de oorlog was het gebouw te groot voor de Joodse gemeenschap, welke door de vervolging gedecimeerd was. Daarop betrok de gemeenschap de naastgelegen school als synagoge. Het pand van de Nieuwe Synagoge werd verkocht aan de gemeente Nijmegen. De gemeenschap zal in 2000 de oude Synagoge aan de Nonnenstraat weer gaan betrekken.
Het gebouw van de Nieuwe Synagoge diende het tijdelijk als opslagruimte en daarna als gebedshuis voor het Apostolisch Genootschap.
Natuurmuseum Nijmegen
Vanaf 1978 zat er jarenlang het Natuurmuseum Nijmegen. In juni 2014 fuseerde het Natuurmuseum met museum De Stratemakerstoren tot Stichting De Bastei. Daarop sloot het museum in oktober 2017, waarbij het in januari 2018 verder ging in de Statemakerstoren. Vervolgens ging museum De Bastei in 20218 open.
Vanaf maart 2023 zit er een sportschool in het gebouw.
De Mariënburgkapel gezien vanuit de Mariënburgsestraat, in de richting van de Houtmarkt; links het bankgebouw van de Geldersche Credietvereeniging en op de achtergrond het Arsenaal, 1926-1930 (F29583 RAN)
Jarenlang zat op de Mariënburg de NMB/ING Bank. Op deze locatie zat een eeuw lang een bank, te beginnen met de Geldersche Credietvereeniging. Het gebouw was een ontwerp van architect Jo Limburg.
In 1904 had architect Knoops het pand voor de Geldersche Credietvereeniging ontworpen in de Paulstraat no. 35.
In 1918 verhuisde de bank naar de nieuwbouw op de Mariënburg. Vanaf dat moment zal er een eeuwlang een financiële instelling zitten, zij het met verbouwingen en nieuwbouw.
Of het de Eerste Wereldoorlogsschaarste is, waardoor Jo Limburg zijn ontwerp moet aanpassen, of dat PGNC moet wennen aan de rationele stijl op het moment dat zij over de opening in 1918 schrijft, is mij nog niet bekend. In ieder geval beschrijft zij de bank daarbij als volgt:
“De Geldersche Credietvereeniging.
Het Agentschap van de Geldersche Credietvereeniging alhier is heden overgebracht naar het nieuwe gebouw aan Marienburg 83. Het is een monumentale bouw, die ontworpen werd door den heer J. Limburg, architect-ingenieur te ’s Gravenhage.
De gevel, opgetrokken in handvorm baksteen, bewerkt naar ouden aard, heeft- wij kunnen het niet verzwijgen- bij de Nijmegenaars voortdurend critiek uitgelokt. Hij wijkt in menig opzicht af van wat men gewend is te zien Laten wij aanstonds opmerken, dat de bouwmeester in deze geheel abnormale tijden niet heeft kunnen beschikken over de materialen die hij zich daarvoor gedacht en gewenscht had willen verwerken, door baksteen vervangen worden, waardoor in het bijzonder de balcons der eerste etage een ander aanzien hebben gekregen, dan in het oorspronkelijke ontwerp het geval was. De daaraan uitkomende openslaande deuren blijven nu voor de helft voor het oog van den voorbijganger verborgen, wat een eigenaardigen indruk maakt. Ook de terugspringende tweede etage, die schuil schijnt te gaan achter zwaar verguld hekwerk en gedrukt wordt door een massief geprofileerden dakrand, kan onze bewondering niet wekken. Intusschen, de bekenden bouwmeester zal er wel reden voor hebben gehad om ’t zóó te doen en niet anders, en wij leeken hebben ons daarbij neer te leggen. Er bestaat een steeds toenemend streven in de bouwwereld, om te breken met het conventioneele, om andere vormen te scheppen en nieuwe banen te betreden. Dit gebouw draagt daar ongetwijfeld de sporen van. Wat wij heden niet begrijpen, zal misschien door een na ons komend geslacht moogelijk worden gewaardeerd.
Bovenstaande is dan ook niet te beschouwen als een afbreekende critiek- veel meer als uiting van den indruk dien deze gevel reeds lang op ons en velen met ons heeft gemaakt.
Geldersche Crediet Vereeniging, architect J. Limburg, Marienburg, 1925-1930 (F29728 RAN)
Treedt men door de eikenhouten hoofddeur het gebouw binnen, dan bereikt men door een met vooruitstekende hoeken smaller toeloopende entrée, geheel in ingevoegden baksteen met versiering van zwart marmer bewerkt, langs eenige trappen het binnengedeelte van het Bankgebouw. Een draaideur van moderne constructie wentelt op de meest aangename wijze den bezoeker naar binnen en dadelijk wordt het nog aangenaam getroffen door de groote in lichte kleur gehouden lokaliteit, die behalve van de zijramen aan het plein een profusie van licht ontvangt door in de zoldering aangebrachte galstegels, en werkelijk een imposanten indruk maakt.
De zoldering wordt gedragen door oordeelkundig aangebrachte pilasters van rechthoekigen vorm, welker juiste verdeeling over de ruimte opvalt en die op natuurlijke wijze tot de verschillende afscheidingen meewerken.
Aan de zijde van het plein bevindt zich over de geheele lengte van het gebouw de afdeeling voor het personeel, eindigende in een procuratiehouderskamer, welke afdeeling is gescheiden van de voor het publiek bestemde ruimten door een teakhouten balustrade op zwart marmeren voet, waarop sierlijk gesmeed ijzeren hekwerk is aangebracht, waarin de loketopeningen zijn gespaard. Met schilden zijn boven die openingen de verschillende afdeelingen aangegeven.
Aan de zijde van het plein bevindt zich over de geheele lengte van het gebouw de afdeeling voor het personeel, eindigende in een procuratiehouderskamer, welke afdeeling is gescheiden van de voor het publiek bestemde ruimten door een teakhouten balustrade op zwart marmeren voet, waarop sierlijk gesmeed ijzeren hekwerk is aangebracht, waarin de loketopstellingen zijn gespaard. Met schilden zijn boven die openingen de verschillende afbeeldingen aangegeven.
Na de drie eerste loketten- wij zouden zeggen “de loketten bestemd voor den gaanden en komenden man”- komt men door een in denzelfden trant behandelde en met spiegelglas gevulde afscheiding, die zich verderop nog een herhaalt, in eene voor het publiek bestemde ruimte, een soort hall, die naar rechts, waar de trap zich bevindt, uitspringt en als wachtkamer dient. Zij grenst weder aan loketten en is deftig gemeubeld. Van hieruit bereikt men het smaakvol ingerichte vertrek van de directie met annex een wachtkamer en de ruime vergaderzaal, welker vensters aan de zuidzijde van het gebouw uitkomen.
Aan die zijde van de hall voert een gemakkelijke, in marmer uitgevoerde, trap naar het benedenhuis, waarin de Safe, het archief en verschillende andere dienstvertrekken gevestigd zijn. De Safe is van zeer ruime afmetingen en staat geheel vrij in het gebouw; de zware kluisdeur, die natuurlijk afkomstig is van de bekende Lips-fabriek te Dordrecht, is van de allernieuwste constructie en biedt de meest volkomen afsluiting. Naast de Safe heeft men nog een speciale brandkelder voor de Bank zelf, waarin eene inrichting is aangebracht, die ’t mogelijk maakt in de Safe te komen, als de kluisdeur door omstandigheden eens niet geopend zou kunnen worden. Dat alles blijkt zóó massief en tevens zóó vertrouwenwekkend, dat ’t een gevoel van rust moet geven aan hen, die hier hun bezit ter bewaring zullen deponeeren. In het sousterrain is ook eene ruime fietsbergplaats, die door een afzonderlijken toegang naast den hoofdingang te bereiken is en tevens- zij het zonder speciale garantie- ten dienste van het publiek is. De concierge kan van uit zijn vertrek hierop het oog houden.
Dat het gebouw tevens voorzien is van alles, wat in een modern kantoor thuis behoort, behoeft zeker niet speciaal te worden gereveleerd. Centrale verwarming, gecombineerd met ventilatie; sierlijke electrische verlichting; telefooncellen en een telefoon-centrale; ingebouwde brandkluizen voor den dagdienst; een lift waarmee de boeken en geldswaarden, na afloop van den kantoortijd, naar de veilige bewaarplaats beneden worden getransporteerd en vice versa; in den muur aangebrachte en door een deurtje afgesloten waschgelegenheden in de kantoorlokalen; practische kleedingbergplaatsen voor ’t personeel, kortom, alles wordt hier gevonden wat den arbeid kan vergemakkelijken en veraangenamen.
De meubileering van het geheele gebouw is stijlvol en rustig en de kleuren van verf en behang in privékantoor en vergaderzaal getuigen van gekuischten smaak. Ook het teakhout, dat overal verwerkt is, wekt tot een rustig-voornamen indruk van het geheele gebouw mede.
Aan alle vrienden van de Geldersche Credietvereeniging zal morgen, Zondag, de gelegenheid worden gegeven het gebouw, dat Maandagmorgen in gebruik genomen wordt, te bezichtigen. Wij zijn er van overtuigd, dat zij ons waardeerend oordeel zullen onderschrijven en ’t met ons eens zullen zijn, dat Nijmegen er een gebouw bij kreeg, dat gezien mag worden en waarin, naar wij hopen, de zaken van deze krachtige en in den lande hoog aangeschreven Bankinstelling bij voortduring mogen prospereeren.
Den algemeen geachten Agent der Geldersche Credietvereeniging alhier, den heer C.P. Nap, naast wien thans bij de uitbreiding der zaken de heer Mr. A.Tj. Reitsma als sub-agent zal optreden, wenschen wij gaarne geluk met zijn prachtige nieuwe kantoren.
Met den bouw werd in Januari 1917 een aanvang gemaakt. Vele waren de teleurstellingen, die tengevolge van den huidigen toestand werden ondervonden, doch met steeds nieuwen moed werden ze overwonnen. Allen, die er aan meêwerkten, leggen eer in met hun werk, dat onder leiding van den bekwamen opzichter, den heer H. Kool, allengs werd tot het grootsche geheel, dat nu gereed staat om betrokken te worden.
Wij laten hier de namen der medewerkers volgen:
Aannemer de heer M.C. Konings te Nijmegen; Uitvoerder de heer P. Bollweg, alhier; Lood- en Zinkwerk de heer Aug. Arts, alhier; Stucadoorwerk de heer Chr.J. Clemens; Gas, Waterleiding en Sanitaire Artikelen Firma J. Jacobs & Zn., alhier; Hardsteen en Marmerwerk de heer H. Tourney, alhier; Centrale Verwarming Firma W.J. Stokvis, Kon. Fabriek van Metaalwerken, Arnhem; Electrische Installatie, Bellen en Huistelefoon Firma L.A. Moll, alhier; Kluisdeuren en Safe-inrichting Firma Lips te Dordrecht; Kunstsmeedwerk en Verlichtingsornamenten Firma Winkelman en v.d. Bijl, Amsterdam; Schilderwerk de heer W.A. Teeuwissen alhier; Meubileering, Gordijnen en Tapijten Firma Wed. W.J. Stemker Köster, alhier; Kantoormeubelen N.V. Blikman en Sartorius, Amsterdam.” (PGNC 21/9/1918)
Vervolg
Er is nog niet volledig onderzocht wat het vervolg is geweest.
In de jaren 30 is de rentabiliteit voor de Geldersche Credietvereeniging als geheel (dus niet specifiek voor de Nijmeegse vestiging) sterk verslechterd. 1935 is vooral niet gunstig geweest vanwege van de vermindering van provisie, vooral op effecten; en daarnaast op koersverlies. Desondanks wordt overigens besloten om vrijwel de gehele winst uit te keren (PGNC 12/3/1936); er is sprake van f 406.000 winst op een kapitaal van f 14 miljoen.
Deze marge wordt onvoldoende geacht. Enerzijds om de nodige afschrijvingen op gebouwen en andere vaste activa te doen. Wel heeft de bank de jaren daarvoor afgeschreven, maar nog onvoldoende om de huidige waarde daadwerkelijk te weerspiegelen.
Maar vooral omdat er intussen sprake van concentratievorming bij banken. De Geldersche Crediet Vereeniging is, maar zal ook in de toekomst niet krachtig genoeg zijn om daadwerkelijk te kunnen concurreren met de grote banken. Daardoor staat niet alleen de winstgevendheid onder druk. Maar ook de mogelijkheid om voldoende kapitaal op te bouwen, om klanten de zekerheid van een stabiele bank te kunnen bieden.
De Nederlandsche Handel-Maatschappij (NHM) heeft interesse in een fusie/overname: aandeelhouders van de Geldersche Credietvereeniging kunnen hun aandelen inwisselen: f 1500,- voor f 1000,- aandelen Nederlandsche Handel-Maatschappij. Daarop wordt in 1936 besloten tot deze fusie/overname.
Voor de NHM was de Geldersche Credietvereeniging het eerste kantoor voor de opbouw van haar kantorennet. Tot dan toe was er slechts een hoofdkantoor in Amsterdam geweest met bijkantoren in Rotterdam en Den Haag. Sowieso hadden haar activiteiten vóór de jaren 20 vooral bestaan uit handel en transport, voornamelijk met Nederlands-Indië en Suriname.
September 1944: Forse beschadiging
Gezicht op het pand van de Kamer van Koophandel (rechts) , het verwoeste pand van de Assurantiemaatschappij De Nederlanden van 1845 (links) en het bankgebouw van de Geldersche Credietvereeniging (midden), 9/1944-12/1944 (F14518)
Op 23 september 1944 treft een Duitse granaat een Brits munitietransport, waarop een explosie volgde. Het pand De Nederlanden werd verwoest en dat van de Nederlandsche Handel-Maatschappij raakte zwaar beschadigd: let ook op de stutpalen op de foto.
Advertentie Nederlandsche Handelsmaatschappij: opgave inhoud kluizen (De Gelderlander 4/12/1944)
Na de oorlog
De Algemene Bank Nederland aan het Mariënburg, 3/12/1966 (Fotopersbureau Gelderland via F21368 RAN Auteursrechthouder J.F.M Trum)
Na de oorlog zou de NHM haar kantorennet fors uitbreiden.
Advertentie Nederlandsche Handel-Maatschappij: weer dagelijks open (De Gelderlander 27/2/1945)
In ieder geval is de NHM in februari 1945 weer “dagelijks geopend”. Zie ook de foto GN6761 RAN uit 1957, waar boven de marktkraam de NHM te zien is. Afgaande op de deze foto’s, heeft de bank haar tweede verdieping verloren.
In 1964 fuseert NHM nationaal met de Twentsche Bank tot de Algemene Bank Nederland (ABN).
NMB/ING
ING bank, Mariënburg, mei 2016 (Google Streetview)
In 1970 is de bank verbouwd tot NMB (F29837 RAN). Deze bank was afkomstig van de Van Welderenstraat.
Vanaf dat moment zal de NMB en de opvolger ING hier jarenlang zitten.
Nova Marien
In 2006 vindt nieuwbouw plaats in het kader van het project Nova Marien plaats: de voormalige Kamer van Koophandel -een monument- blijft behouden, de rest wordt gesloopt en vervangen door nieuwbouw.
De nieuwbouw bestaat daarbij uit 20 koopappartementen, met op de begane grond een “commerciële functie”, fietsenkelder en parkeergarage. De gevel van de voormalige Kamer van Koophandel wordt gerestaureerd en de begane grond verbouwd tot “commerciële functie” op de begane grond en 2 koopappartementen.
De opdrachtgever van het project was BtB (Built to Build) uit Den Bosch, de architect Soeters uit Amsterdam.
Afgaande op Google Streetview zit ING hier in ieder geval nog tot juli 2019, in september 2022 echter niet meer. Dan zit Harbor Gym er, die er momenteel (december 2024) nog steeds zit.
Architect Joseph Limburg
Joseph (Jo) Limburg (Den Haag, 2 december 1864 – aldaar, 3 maart 1945) was een Nederlandse ingenieur en architect. Limburg was een zoon van de joodse winkelier in manufacturen Levy Joseph Limburg (1825-1907) en Hester van Raalte (1831-1911). Hij trouwde in 1903 met de kunstenares Marie Constance Antoinette Clant van der Mijll (1864-1945).
Limburg volgde de opleiding aan de Polytechnische School in Delft, waar hij in 1888 afstudeerde.
Bouwstijl
“Zijn ontwerpen waren aanvankelijk neoclassicistisch van aard. In zijn latere werk zijn invloeden van onder meer Hendrik Petrus Berlage en Rudolf Steiner zichtbaar. Hij kan als architect worden gerekend tot de Nieuwe Haagse School.” (wikipedia) Merk overigens op dat het pand dat Limburg ontwerpt voor de Geldersche Crediet Vereeniging naast een pand komt te staan, dat door Berlage in 1912 was ontworpen:
In 1905 krijgt hij de eerste opdracht van de Geldersche Credietvereeniging: een bank in Maastricht (Rijksmonument). Dit gebouw is nu bekend als Huis met de Pelikaan. Ook ontwierp hij filialen in Groningen en Heerlen.
Prins Hendrikkazerne
In Nijmegen had hij in 1909-1912 de Prins Hendrikkazerne voor de Koloniale Reserve ontworpen. Deze kazerne is gebouwd in de stijl van het rationalisme en is een Rijksmonument. Wanneer Limburg in 1939 75 jaar is geworden, besteedt De Gelderlander 1/12/1939 een klein artikel over hem. In dat artikel wordt “een bankgebouw te Nijmegen” en “het ziekenhuis der koloniale reserve te Nijmegen” genoemd. Wikipedia noemt de Prins Hendrikkazerne: het is mij tot nu toe onbekend of Limburg de hele kazerne heeft ontworpen inclusief ziekenhuis, of alleen het ziekenhuis daarvan.
Overige functies
Limburg had een aantal nevenfuncties, onder andere:
Lid van Puchri Studio
Lid van de Commissie tot behartiging der vakbelangen van den architect van de Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst
Lid van de Commissie Regelen en Tabel voor de Volkswoningbouw
Overlijden
In 1939 woonde Limburg in Den Haag.
Als Joden moesten Jo Limburg en zijn vrouw tijdens de oorlog onderduiken. Waarschijnlijk zijn ze omgekomen bij een bombardement in 1945, waarbij ook hun onderduikadres in Haagse wijk Bezuidenhout getroffen werd.
Bouwwerken van Jo Limburg
Hieronder wordt het werk van Jo Limburg verzameld:
1951, Gerard Noodtstraat 52-54 en Derde Walstraat 91-93
Gerard Noodtstraat 48-56, het linker pand is Roghmans, 1951 (Commissariaat van Politie Nijmegen, Afd. Fotografie via F28974 CC0)
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het pand van Roghmans op de Zeigelbaan verwoest. Op 15-11-1949 vindt aanbesteding plaats van “Het bouwen van een werkplaats met twee etage woningen op een terrein gelegen aan de Gerardt Noodtstraat te Nijmegen, benevens het bouwen van ’n Azijnmakerij op een terrein gelegen aan de Derde Walstraat te Nijmegen”. Het ontwerp is van Architectenbureau D. en P. Benning, Graafseweg No. 60. (De Gelderlander 5/11/1949).
Het is mij (RE) overigens niet bekend of Roghmans eind jaren 40 in bedrijf was op dat ze wachtten op nieuwbouw.
Voor de herbouw is Roghmans een van de 13 bedrijven die in 1949 van de gemeente een financiele tegemoetkoming heeft gekregen. De totale pot bedroeg 1,5 miljoen gulden, bedoeld voor de wederopbouw van het centrum. (De Gelderlander 12/1/1950). In augustus bespreekt de Gemeenteraad van de toewijzing van gronden,onder andere aan Roghmans. Ik heb de bespreking nog niet gevonden en weet dus niet over welke toewijzing dit gaat (een definitieve? Een uitbreiding?); in ieder geval vond aanbesteding plaats in 1949 (De Gelderlander 26/8/1950)
In De Gelderlander 20/1/1951 blijkt dat Roghmans aan het bouwen is.
De Gelderlander 5/8/1953
De door mij eerst gevonden advertentie. De Conservenfabriek staat in 3e Walstraat 91-93.
Gerard Noodtstraat 52, 54 en 56 (Bron Google Streetview)
Hoewel de bouwtekening (dossier 18-01-1950) nog niet is gevonden/bekeken zal het gehele pand waarschijnlijk bestaan uit de huidige nummers 52, 54 en 56. (De begane grond met blauwe verf is nummer 52 (of 54?), met witte verf 56. Dat blijkt niet alleen uit de bouw, maar ook uit de verbouwing in 1955: verbouwing pand Rogmans t.b.v. garage Egbers a.d. Gerard Noodtstraat te Nijmegen. Wijziging voorgevelpui in de bestaande betonconstructie (D12.421963).
Adresboeken
In het adresboek 1951 komt M.A.J.M. Roghmans voor op nummer 52. De nummers 54 en 56 zijn ‘in aanbouw’.
In 1955 staat Roghmans op nummer 52. Nummer 54 is ‘onbewoond’, 56 is ‘kantoor’.
Ook in 1959 staat Roghmans op nummer 52. Nummer 54 is dan M.G. v. Dijck, wed. Th. Peters en 56 verkoopkantoor en magazijn. Nummer 58 is “garage en magazijn”
Echter, in Algemeen adresboek voor de stad Nijmegen en omliggende dorpen 1959 staat A.M.C. Roghmans, “fabr. conserven” op nummer 52. M.A.J.M. fabr. tafelzuren staat eveneens op nummer 52.
In 1963 staan bij de weergave op straat J.M.A. en A.M.C. Roghmans op adres Antiloopstraat (respectievelijk nr 91 en 93). Daarbij staat in de weergave op naam zij beiden als bedrijfsleider. M.A.J.M. fabrikant staat op Gerard Noodtstraat 52. Idem voor 1966. Onder “Tafelzuren” staat het adres Weurtseweg 238
Weurtseweg 238
De Gelderlander 12/7/1955
Toen het bedrijf moest worden uitgebreid, werd het pand verkocht aan garagebedrijf Egbers. Op een later tijdstip komt hier Osnabrugge met huishoudelijke apparatuur in.
Op 15-12-1954 bespreekt de Gemeenteraad het voorstel tot verkoop aan grond aan de Weurtseweg (Roghmans). (De Gelderlander 11/12/1954).
Het bedrijf komt in een van de nieuwe bedrijfshallen die aan deze straat worden gebouwd, Weurtseweg 238. De eerste door mij gevonden (personeels) advertentie is in juli 1955. In 1954 kwamen de broers Roghmans bij hun vader in het bedrijf; vanaf 1972 vormde zij de directie.
In 1987 zou het bedrijf sluiten. Een mooi artikel (tevens bron) staat in de Wester van februari 2021.