Café-Restaurant Hotel Royal van de Wed. E.W. Poos-Aengenent (adres Prins Hendrikstraat 40-42) met de stalhouderij op de Waldeck Pyrmontsingel 4 (links), foto gedateerd 1925 (F15997 RAN)
In 1925 opent op de hoek van de Prins Hendrikstraat en de Waldeck Pyrmontsingel Café-Restaurant Royal van de weduwe E.W. Poos-Aengenent. De architect was J. Jetten. Hiervoor had op deze plek de stalhouderij gezeten, welke functie ook dan nog wordt vervuld. In de Tweede Wereldoorlog wordt het gebouw verwoest.
“Café-Restaurant “Royal”.
Heden zal de opening plaats vinden van het café-restaurant “Royal”, dat verrezen is in de Prins Hendrikstraat op den hoek van den Waldeck Pyrmontsingel. Gedurende vele jaren was daar, gelijk men weet, de stalhouderij van de firma Poos gevestigd. Deze blijft bestaan, maar door een praktische verbouwing heeft men ruimte vrij gekregen voor een flink, modern café, dat een sieraad is voor deze omgeving. Inwendig is het 95 vierk. M. groot; het bevat een groot, sierlijk buffet, een biljart en leestafel, terwijl men door het aanbrengen van z.g. boxen langs den wand de gezelligheid, die er nu al is, nog hoopt te verhoogen. De ramen, met bovenvensters van fraai gebrand glas in lood, kunnen worden omlaag geschoven, waardoor des zomers het 100 vierk. M. groote terras als ’t ware één geheel wordt met het café.
Daar achter, met uitgang in de Prins Hendrikstraat, is thans het koetshuis gelegen, waar men nog alle ruimte heeft voor het onderbrengen van de rijtuigen der stalhouderij. De stal, die kleiner geworden is, grenst daar aan.
Ter zijde van het café zal in de Prins Hendrikstraat een winkelhuis worden gebouwd. Wanneer dit voltooid zal zijn komen wij er nog wel nader op terug.
Dit belangrijke bouwwerk is in eigen beheer uitgevoerd naar de plannen van den heer J. Jetten, architect alhier, die daarme veel eer inlegt. Het schilderwerk is verricht door den heer Th. Delgeijer, het glas in lood geleverd door den heer Leenders te Berg en Dal.” (PGNC 3/10/1925)
Weduwe P.J. Poos
In 1912, 1913-1914, 1914, 1915 en 1916 komt Wed. P.J. Poos, geb. P.A. Vierboom, stalhouder voor op Prins Hendrikstraat 42. (In 1940 woont zij op Molenstraat 121); daarbij lijkt het waarschijnlijk dat het bedrijf de stalhouderij “Firma P.J. Poos, Waldeck Pyrmontsingel 42” betreft (eveneens in deze adresboeken).
Daarnaast wordt op Glashuis 4 in het adresboek 1914 L. Poos, koetsier, gevonden.
In 1920 komt de stalhouderij Firma P.J. Poos voor op Prins Hendrikstraat 42. In de tot nu toe gevonden adresboek komt in 1932, 1934, 1936 en 1938 “Poos Wed. J., geb. E.W. Aengenent, café-restaurant “Royal” op Prins Hendrikstraat 42, stalhouderij Waldeck Pyrmontsingel 4″ voor.
In 1940 woont Wed. J. Poos, geboren Aengenent al op van Heutzstraat 6. Volgens het Adresboek 1959 woont mw J.C. Poos daar nog steeds.
Drie chauffeurs van garagebedrijf Poos die opgesteld staan voor hun wagens. Van links naar rechts: onbekend, de heer Poos en de heer Pijpers. Rechts het Café-Restaurant Hotel Royal van de Wed. E.W. Poos- Aengenent (op de hoek van de Prins Hendrikstraat 40-42), Waldeck Pyrmontsingel 4 Altrade, 1936 (F15996 RAN)
J.P.G. Poos
J.P.G. Poos, stal- en garagehouder komt in ieder geval in 1934 op Prins Hendrikstraat 38 en daarna in de Adressboeken 1936, 1938 en 1940 op nummer 26. (In 1932 komt hij nog niet voor). Uit het straatnamenregister van Rob Essers wordt duidelijk dat het een hernummering betreft en dat Prins Hendrikstraat 26 in september 1944 tijdens oorlogshandelingen is verwoest.
Zoals hierboven te lezen, komt J.P.G. Poos vervolgens voor op de Heutszstraat 6.
In ieder geval komt J. Poos, Prins Hendrikstraat 20 nog in het Adresboek van 1966 voor.
Boven de ingang naar het Glashuis, tussen Lange Hezelstraat 58 en 60 is een houten bord te zijn. Deze is inmiddels weer wat vergaan en vaag zijn er nog letters op te vinden. Wat is er over dit bord te vinden?
Hoek Prins Hendrikstraat Waldeck Pyrmontsingel, maart 2025 (Google Streetview)
Altrade Deze pagina verzamelt reeds gepubliceerde artikelen over de Waldeck Pyrmontsingel De naam Waldeck Pyrmontsingel De naam Waldeck Pyrmontsingel herinnert…
Het pand op Prins Hendrikstraat 7 is in 1905-1906 gebouwd als openbare school voor Uitgebreid Lager Onderwijs (U.L.O.) door stadsarchitect Weve. Rijksmonumenten omschrijft het gebouw als “de stijl van het rationalisme met invloeden van de Art Nouveau in de ornamentering.” Een van deze ornamenten is het opschrift “OPENBARE-SCHOOL / No2 / VOOR – 1906 – U.L.O.” Het is een van de laatste van de 17 scholen die Weve heeft gebouwd.
(M.) U.L.O.
De U.L.O of M.U.L.O. betekent (Meer) uitgebreid lager onderwijs. Dit schooltype was in 1857 ontstaan en was een vervolg op de lagere school. Sinds 1920 werd dit schooltype bij wet U.L.O. genoemd, maar veel scholen bleven zichzelf M.U.L.O. noemen. Dit schooltype heeft bestaan tot de invoering van de Mammoetwet in 1968, waarbij de M.U.L.O een van de schooltypes was dat werd omgezet naar de mavo, wat weer later het vmbo is geworden.
Bij de opening
U.L.O. Tegeltableau Prins Hendrikstraat 7 Augustus 2021 (Google Streetview)
Het PGNC schrijft bij de opening in 1906:
“De school aan den Bijleveldsingel.
Zorg voor het kind! Dat is het wachtwoord geworden. En niet het minst spiegelt zich dat af in de scholen en het onderwijs.
“Schoolpaleizen” heeft men spottend gezegd. Zeker si, dat de tegenwoordige scholen, ook die waarbij de eenvoud op den voorgrond stond, paleizen mochten heeten in vergelijking met de meer dan een voudige ruimten, waarin in vroeger jaren een aantal kinderen werden opgeborgen en waar “meester” oud werd door of ondanks de beruchte “onschuldige asempjes” der even onschuldige kinderen. Hokken waren het in vroeger dagen, waar de ventilatie ontbrak of hoogst onvolkomen was; waar de verwarming alles te wenschen overliet; waar de lucht verpest werd onder de vereenigde werking van de menschelijke ademhaling en de uitwaseming der vaak natte kleeren, die in het kleerlokaal werden opgehangen en die bezwangerd waren met allerlei kwalijk riekende geuren.
“Schoolpaleizen”, zei men spottend; maar was degene, die het woord op de lippen nam, wel overtuigd van de waarheid: “Voor het kind is het beste nog niet goed genoeg”. Zet het kind in een vriendelijke omgeving en ge voedt op zonder schijnbaar op de opvoeding in te werken. Leer het kind respect voor het gebouw, dat hij binnentreedt en ge leert het eerbied te hebben voor eigen huis of althans te trachten ook dat vriendelijk te helpen maken. Het leeren gaat in een aangename omgeving gemakkelijker dan in een lokaliteit, die neerdrukt. Licht, lucht en schoone vormen zijn de eerste voorwaarden voor opgewektheid en zucht naar orde.
Het doet den bezoeker weldadig aan eene inrichting binnen te treden, als aan de Bijleveldsingel is verrezen. “Je zou zelf weer lust krijgen om school te gaan,” zei een der werklieden, die er bezig was.
Reeds meermalen hadden we met welgevallen een blik geslagen op het uitwendige. Het geheel is een monumentaal gebouw, goed gedacht door den kundigen directeur van gemeentewerken, den heer Weve, flink uitgevoerd door den aannemer, den heer H. Bartels, opgegroeid onder toezicht van den opzichter, den heer Th.A. Middendorp. “Goed gedacht” zeiden we: een flink gebouw zich aanpassende aan de eerste-klasse omgeving, waarin het werd gesticht, met een front, een gevel aan twee straten, die uit architectonisch oogpunt schoon mag heeten, een kunstwerk.
Den heer Weve zal het misschien weinig treffen, dat een leek deze lofspraak uit, welnu, deskundigen, vakmannen, spraken evenzeer met lof over de inrichting als bouwwerk en dat zal hem niet onververschillig zijn.
Hoog verheft zich het gebouw aan de grens van wat nu nog de groote vlakte van ’t exercitieveld is, trotsch zal ’t er staan, als eenmaal de omgeving bebouwd is, en de breede wegen en straten in de naaste omgeving zijn een waarborg, dat het schoone geheel niet weggemoffeld zal worden.
Wij waren in de gelegenheid ook het inwendige te bezien. Twaalf ruime, frissche, lichte leerlokalen, zes beneden, zes boven; elk tweetal door een flinke ruimte gescheiden van een ander paar vertrekken en deze twee onderling verbonden of gescheiden door schuifdeuren; vier dezer lokalen telkens langs den Daalschen weg, twee langs den Bijleveldsingel. Tusschen de twee en de vier bevinden zich flinke ruimten, ter plaatse van de half torenvormige uitbouwsels, voor de berging van kleedingstukken. Het viertal aan den Daalschen weg wordt beneden door een gang, boven door de kamer voor het Hoofd der school in twee tweetallen verdeeld.
Een breede gemakkelijke steenen trap leidt van de beneden- naar de bovenverdieping, en er is gezorgd, dat de leuningen niet in een onbewaakt oogenblik gebruikt kunnen worden om er langs af te glijden. Aan den achterkant beneden is een groot ruim lokaal voor gymnastiek (vrije- en ordeoefeningen) met een keurig net geschilderd plafond in zachte tinten. Verder heeft het Hoofd der School in den toegang tot zijn lokaal drie groote ruime kasten en aan het einde der bovengang is een ruimte, bestemd tot magazijn van leer- en hulpmiddelen.
Urinoirs en bestekamers zijn in groot aantal aanwezig, eenvoudig maar netjes en praktisch ingericht, zoodat ook daar de kinderen niet aan toezicht behoeven onttrokken te zijn; hier een daar zijn fonteintjes en waterleidingkranen aangebracht.
De speelplaats ziet er op dit oogenblik nog wat onooglijk uit; ’t kan niet anders; maar één zaak is nu al te constateeren: de flinke overdekte speelplaats naar de zijde van de daarnaast gelegen bewaarschool. Bijzonder groot, dunkt ons evenwel de overige ruimte op de speelplaats niet, vooral niet, als daarvan nog hier of daar een plekje werd afgenomen om als schooltuintje dienst te doen, iets, dat bij zulk een modern ingerichte school eigenlijk niet mocht ontbreken. Maar- er blijft altijd iets te wenschen over.
Alles ziet er degelijk uit, overal dringt de frissche lucht door. “Geen raam, dat niet open kan”, zei de werkman van zooeven. Of het nu wel zoo erg is, durven wij niet zeggen. Maar frisch is het er en ruim en helder en licht. Bovendien zijn overal nog luchtkokers aangebracht.
De verwarming zal geschieden door kachels, welker warmte tevens voor den rechtstreekschen toevoer van zuivere lucht zal zorgen, die door de kachel verwarmd in de lokalen zal stroomen: m.a.w. in elk lokaal een pompstation voor frissche lucht, ook in den kouden wintertijd.
Wij noemden den school een monumentaal gebouw; een monument zal zij ook zijn voor ontwerper en bouwmeester. Moge zij de plaats worden, waar een goed deel van ’t toekomstig Nijmeegsch geslacht, meer bepaaldelijk de Middenstand, die zoo zeer verdient gesteund te worden, de kracht en de kennis zal opdoen, die hem in staat zal stellen het hoofd te bieden aan den steeds moeilijker wordenden strijd om ’t bestaan en den bloei van onze stad te bevorderen. Dan zullen de kosten aan de school besteed een kapitaal blijken, dat hooge rente opbrengt”. ( PGNC 11/5/1906)
Rijksmonument
Zowel het schoolgebouw als hek zijn Rijksmonument. Waardering”
– Van architectuurhistorische waarde als typologisch goed voorbeeld van een schoolgebouw uit het begin van de twintigste eeuw van het gangtype. Het object is gaaf bewaard gebleven qua gevelindeling, detaillering en in iets minder mate wat betreft de interieurindeling (sommige hoekjes zijn dichtgezet om extra kamers te verkrijgen) en hoofdvorm (kleine wijzigingen, toevoegingen aan de achterzijde). Het object is, als een voorbeeld van een schoolgebouw in de stijl van het rationalisme met invloeden van de Art Nouveau, van belang voor het oeuvre van de Nijmeegse stadsarchitect J.J. Weve. Na de sloop van meerdere belangrijke schoolgebouwen van zijn hand, is dit object van groot belang voor diens oeuvre. – Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van de als stadsgezicht beschermde 19de eeuwse gordel van Nijmegen, waarin het schoolgebouw als markant hoekpand een beeldbepalende rol speelt.
– Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een sociaal-culturele ontwikkeling, in casu het op peil brengen van de openbare onderwijsvoorzieningen in Nijmegen èn de in deze tijd gangbare pedagogische opvatting dat het schoolgebouw een aansprekende omgeving moest vormen voor de leerlingen.”
Voormalige U.L.O. Prins Hendrikstraat 7 als PH 7, Augustus 2021 (Google Streetview)
In 1907 is de gymzaal verhoogd. Daarnaast hebben tussen 1917 en 1968 meerdere vergrotingen van het gebouw plaatsgevonden.
Tot en met 2005 is het gebouw in gebruik geweest als school:
1906 – 1946: Uitgebreid Lager Onderwijs.
1941 – 1944: Duitse School.
1946 – 1975: Maarten Trompschool.
1975 – 1981: in gebruik als MAVO.
1981 – 2005: Sint Jorisschool
In 1946 werd de ‘Openbare school voor Gewoon Lager Onderwijs nr. 2’ gesticht. Deze school was bedoeld voor moeilijk lerende kinderen. Aan het eind van de jaren 50 besluit de gemeente af te stappen van nummering van scholen. Vanaf het schooljaar 1958-1959 is het Maarten Trompschool. Vanaf ongeveer 1970 zet een daling van het leerlingaantal in en daarop wordt de school op 1 augustus 1975 opgeheven.
In 2007 is het gebouw een bedrijfsverzamelgebouw geworden, welke in ieder geval in 2014 PH 7 heette en waarop op dat moment 10 organisaties gehuisvest waren, onder andere: de Circusschool, Theater Grote Broer, Colourfull City en Music Meeting.
Vanaf ongeveer september 2022 werd het plan voor de verbouwing van het gebouw opgesteld, zodat het kan dienen als noodopvang voor 130 Oekraïense vluchtingen, waarvoor 32 worden gebouwd.
Deze pagina verzamelt reeds gemaakte artikelen over de wijk Altrade. Romeins amfitheater hoek Rembrandtstraat-Mesdagstraat In de buurt van Romeinse legerkampen…
De Lutherse Kerk, oorspronkelijk gebouwd als evangelisatiegebouw ; rechts woningen aan de Jacob Canisstraat op de hoek met de Daalseweg, RAN dateert deze foto op 1890-1900, mogelijk van latere datum (F5501 RAN)
In 1898 bouwt architect Semmelink een evangelisatiegebouw en bewaarschool aan de Prins Hendrikstraat. In 1924 wordt het verbouwd tot Lutherse kerk, waarbij het in 1929 een toren krijgt.Bijzonder zijn het orgel uit de 18e eeuw en de kansel uit 1671.
1898 Vergaderlokaal met Bewaarschool en Concierge woning
Ontwerp voor het bouwen van een Vergaderlokaal met Bewaarschool en Concierge woning op een terrein aan de Jacob Canisstraat hoek Renbaan te Nijmegen, architect D. Semmelink, datum zegel op bouwtekening 31-8-1896 (D12.377690)
Ontwerp voor het bouwen van een Vergaderlokaal met Bewaarschool en Concierge woning op een terrein aan de Jacob Canisstraat hoek Renbaan te Nijmegen, architect D. Semmelink,
datum zegel op bouwtekening 31-8-1896 (D12.377690)
In 1896 ontwerpt Dirk Semmelink een Vergaderlokaal met Bewaarschool en Concierge woning ontwerpen. Het gebouw bestaat uit een galerij/vestibule aan de voorkant met aan beide zijden portalen. Daarachter – het brede gedeelte- bevindt zich de eigenlijke vergaderzaal met een groot podium. Daarachter weer een aanbouw, met rechts van het podium een “wachtkamer voor den spreker”. Deze wachtkamer is bereikbaar via een “entree”, de zij-ingang zoals die tegenwoordig ook nog te zien is. Rechts van de entree is een spreekkamer. Dan is er een corridor en vervolgens 2 schoollokalen.
“Alhier is opgericht eene vereeniging, genaamd Daalscheweg, welke ten doel heeft de bevordering van alle godsdienstige, zedelijke en maatschappelijke belangen door evangelisatie, het houden van voordrachten, het oprichten en instandhouden van scholen en het verstrekken van goede woningen aan zwakken en bejaarden.
Haar werkkring bepaalt zich in het bijzonder tot de omgeving van den Daalschenweg, waar tal van arbeidersgezinnen gehuisvest zijn en de vereeniging een flink gebouw heeft ingericht tot bewaarschool en voor het houden van godsdienstoefeningen. Het bestuur bestaat uit de heeren A. Pijnacker Hordijk, E.A.G. van Hoogenhuyze, predikanten, dr. J. Haspels, allen wonende te Nijmegen, dr. D.P. Chantepie de la Saussaye, hoogleeraar te Amsterdam, en jhr. mr. C.C.G. de Pesters, te Groesbeek.” (De Gelderlander 1/2/1898)
RAN dateert de foto bovenaan op 1890-1900. Mogelijk is deze van wat latere datum, aangezien er een links een aanbouw lijkt te staan, die pas vanaf 1904 (zie hieronder) is gebouwd. Mogelijk betreft het echter een ander gebouw, dat inmiddels was gesloopt.
1904 Uitbreiding Bewaarschool
Plan tot verbouwing v/d Bewaarschool a/d Daalscheweg, datum dossier 31-5-1904 (D12.378759)
Plan tot verbouwing v/d Bewaarschool a/d Daalscheweg, datum dossier 31-5-1904 (D12.378759)
In 1904 (afgaande op de bouwtekening) wordt de Bewaarschool vergroot met een aanbouw aan de linkerzijde.
Deze bestaat uit een een schoollokaal en een niet gespeficieerd lokaal. Daarnaast krijgt het een spreekkamer, een privaat en gang en twee waranda’s.
De architect is onleesbaar.
In 1909 wordt een nog een urinoir aan de school bijgebouwd; in 1909 en 1912 vindt aanleg van de riolering plaats (Bouwdossier). Vóór de verbouwing van 1924 is het lokaal zonder opschrift in gebruik als speelzaal, evenals het “nieuw schoollokaal”. De “spreekkamer” is een “lokaal” geworden. De linker waranda is een overdekte speelplaats; de rechter waranda lijkt dan te ontbreken.
1924 Verbouwing tot Lutherse kerk
Evangelisch lutherse kerk; de kerk werd gebouwd zonder toren maar ter gelegenheid van het 5 jarig bestaan van het gebouw werd de dakruiter verwijderd en een toren toegevoegd, foto gedateerd 1924-1228 (F18507 RAN)
Aanleiding: wens vergroting
In 1924 gaat het gebouw, na een verbouwing, over naar de Evangelisch Lutherse Gemeente. Zij had daarvoor vanaf 1670 in de kerk van het Sint Nicolaas Gasthuis in de Grotestraat gezeten. In de loop der tijd was de kerk een aantal malen vergroot, de laatste keer in 1911. Vanwege het groeiend aantal leden van de Lutherse kerk was zij op zoek gegaan naar een nieuw gebouw. Dat vond zij in het evangelisatielokaal. (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/2/1990). Voor deze nieuwe kerkbouw was sinds 1914 een Kerkbouwfonds opgericht (PGNC 30/9/1939).
Hoewel nog niet verder onderzocht, lijkt de aanleiding voor deze nieuwbouw van het nieuwe evangelisatiegebouw te zijn dat de Hervormde Kerk niet langer evangelisatie-bijeenkomsten in de “Harmonie” kon geven. In 1923 was besloten dat er een nieuw evangelisatie-gebouw moest komen, waarvan de nieuwbouw aan de Bijleveldsingel in 1924 gereed kwam (PGNC 6/3/1924). Daarbij is tevens besloten om het evangelisatiegebouw aan de Prins Hendrikstraat af te stoten/te verkopen aan de Lutherse Kerk.
De verbouwing
De bouwtekening geeft verbouwing tot de Lutherse Kerk weer.
De vergaderzaal is verbouwd tot Kerkzaal. Het gedeelte van onder andere het podium, de spreekkamer en de open plaats is verbouwd tot 1 groot Doophuis. De oorspronkelijke spreekkamer is nu “Kerkkamer” geworden.
De linkerzijde wordt wat verbouwd door de verplaatsing van de privaten, de bergplaats, waar daarvóór de open speelplaats komt.
De inwijding van de Lutherse Kerk
Bij de inwijding schrijft het PGNC eerst over de afgelopen 25 jaar, om vervolgens de overgang naar de Lutherse kerk te beschrijven: “…meer dan 25 jaren was het gebouw een door velen gewaardeerd evangelisatielokaal, waarin de heer Douma al dien tijd, naar men ons verzekerde “met trouw” arbeidde. Behoorende tot de bezittingen der “Vereeniging Daalsche weg” – in 1898 door Jonkvrouwe J.M. de Pesters gesticht- werd, door de totstandkoming der groote kerkzaal aan den Bijleveldsingel deze evangelisatiepost opgeheven en hebben de omstandigheden er toe geleid, dat dit gedeelte der eigendommen van voornoemde Vereeniging op geschikte wijze kon overgaan aan de Luthersche gemeente alhier.
En nu is het evangelisatie-lokaal van eertijds, geworden het kerkgebouw van thans, onder de bekwame leiding van den heer H. Rauch, die uit piëteit voor de zaak, welke het gold, met ongemeene, belangelooze toewijding als architect is opgetreden, en een harmonisch interieur tot stand gebracht, dat zoowel het godsdienstig gevoel als den schoonheidszin bevredigt. Het is een gelukkige vereeniging van wat was en van wat kwam, een geheel, practisch ingericht en van een stemmenden, waardigen vorm.
“Een vaste burcht is onze God” boven hoofdingang Lutherse kerk (oktober 2024)
De beginregel van het Lutherlied, aan het oude Kerkgebouw in de Duitsche taal rond den ingangsboog indertijd aangebracht, prijkt ook hier weer in hardsteen, maar thans in het Nederlandsch boven den hoofdtoegang. In het portaal zelf vindt men terug den Duitschen tekst uit de oude Kerk overgebracht: “Selig sind, die Gottes Wort hören und bewahren” en den gedenksteen met oorkonde tot herinnering aan de herstelling der oude Kerk in 1877; een tweede gedenksteen herinnert aan de ingebruikneming der nieuwe Kerk op 28 September 1924.
Door de verbouwing kreeg het oude evangelisatielokaal meer den klassieken basiliekvorm, waardoor evenals door het aanbrengen van twee zij-galerijen, aan plaatsruimte aanzienlijk gewonnen werd, zoodat thans ongeveer 300 zitplaatsen beschikbaar zijn.
Boven het ingangsportaal bevindt zich het orgel uit de oude kerk van het jaar 1727, in- en uitwendig keurig gerestaureerd en aan den muur daartegenover de Kansel reeds sedert 1671 blijkens een daarop staand jaartal in kunstig kunstsmeewerk bij de gemeente in gebruik. Vóór den Kansel staat de altaartafel, waarop een verlaten wit marmeren kruis en twee kandelaars; links en rechts van de altaar- verhooging bevinden zich de kerkeraadsbanken en aan de rechterzijde de toegang tot de consistoriekamer.
Het licht valt ruimschoots binnen, door de vensters, die er waren of zijn aangebracht, en waarvan er een in gekleurd glas het Luther-wapen vertoont en een ander het zegel der Luthersche gemeente van Nijmegen.
In de beide nissen ter weerszijden van den boog, die altaar-ruimte en schip der kerk scheidt,- den triomfboog der oude basilieken- hebben de beide gedenkborden aan het Lutherfeest van 1883 een plaats gevonden. Op de vóórzijde van genoemden boog is in harmonische kleuren een symbolische versiering van olijftakken en bladeren aangebracht, terwijl boven den preekstoel korenranken en wijntrossen en de schelp en de duif de beide Sacramenten der Protestantsche Christenheid symboliseerden en waarop het Bijbelwoord prijkt: “Ik ben met ulieden al de dagen”.
Het geheel maakt een rustigen, voornamen indruk en doet den bouwmeesters alle eer aan, en niet minder den artistieken adviseur, den heer van Vucht Tijssen, kunstschilder te Neerbosch, die de symbolische versieringen ontwierp en de stemmige kleuren-combinatie van het geheele interieur aangaf.
Tenslotte vermelden wij nog, dat de verbouwing is uitgevoerd door de N.V. Bouwbedrijf “Uniter” te Oosterbeek. Het schilderwerk is verricht door de firma W.C. Hofman en Zoon, de electrische installatie is geschied door den heer Dirksen.” (PGNC 29/9/1924, welke vervolgens de inwijdingsplechtigheid beschrijft)
Hermanus Rauch
De architect van de verbouwing was Hermanus Rauch (24-11-1876 Amsterdam), die zelf eveneens tot de Lutherse kerk behoorde. Daarnaast was hij, nadat hij daarvoor hoofdopzichter was geweest, directeur van Bouw- en Woningtoezicht (en tevens hoofd brandweer). Ook woonde hij vlak tegenover de kerk: op Prins Hendrikstraat 4.
Bron: Bevolkingsregister 1910, Adresboeken 1920, 1924 en 1926)
Verwijzingen
In het bovenstaande krantenartikel staan een aantal verwijzingen naar opschriften. Wat zijn daarvan de oorspronkelijke bronnen?
“Een vaste burcht is onze God”: Beginregel van het Lutherlied, gebaseerd op Psalm 46 (Zie verder Eclesia via digibron voor een verdere uitleg/overdenking)
“Selig sind, die Gottes Wort hören und bewahren”: Lucas 11: 28
Het artikel spreekt over een orgel uit 1727. In 1726 (waarover de meeste gevonden artikelen spreken/ 1727 maakt Matthijs van Deventer een klein orgel voor de Lutherse kerk aan de Grotestraat, welke dan het vroegst bekende werk van hem zou zijn.
Rond 1756/1758 vindt een vergroting van de kerk aan Grotestraat plaats. Hiervoor maakt Matthijs van Deventer een groter orgel voor op de 2e galerij. Het is daarbij onduidelijk of hij (onderdelen) van het oude orgel al dan niet heeft hergebruikt (zie orgelnieuws en orgelsite, tevens belangrijke bronnen van deze paragraaf).
In 1781 vindt een groot herstel plaats door A.F.G. Heyneman. Hij vernieuwt daarbij het pijp- en regeerwerk en hij plaatst nieuwe tinnen frontpijpen. Heyneman behoorde zelf ook tot de Lutherse kerk. In de loop der jaren vinden nog andere vernieuwingen plaats.
Bij de verhuizing van de Lutherse kerk naar de Prins Hendrikstraat, verhuist het oorlog mee. In 1940 vindt een grote verbouwing plaats door G. van Leeuwen, door er onder andere een twee klaviers-orgel van te maken.
In 1997 stelde Hans van Nieuwkoop een restauratieplan op, waarin de situatie van 1781 zoveel mogelijk zou worden hersteld. Uiteindelijk was in 2008 de financiering rond, zodat Henk van Eeken de restauratie kon uitvoeren. De kerk is vanwege het orgel een Rijksmonument.
Kansel
Ook de kansel uit 1671 wordt in 1924 overgeplaatst. Deze is nog steeds in de kerk aanwezig. Ook de kansel is een Rijksmonument.
1929: Toren en klok
Gezien vanuit de Waldeck Pyrmontsingel in de richting van de Berg en Dalseweg ; links een gedeelte van de Lutherse Kerk op de hoek met de Prins Hendrikstraat (links), 1930 (F21616 RAN)
In 1929 krijgt de kerk bij haar 5-jarig bestaan een toren, waarin de uit 1623 gegoten klok wordt gehangen:
“Ter gelegenheid van het 5-jarig bestaan der nieuwe Luthersche kerk aan de Prins Hendrikstraat, hoek Jacob Canisstraat, zal morgen, Zondag 29 September, de nieuw gebouwde toren worden ingewijd en de daarin gehangen klok worden geluid. Deze klok is uit den jaren 1623 en gegoten door een der beroemde Akensche klokkengieters Peter van Trier. In de oude Luthersche kerk in de Grootestraat vervulde zij 2½ eeuw de bescheiden rol om met het uurwerk in den gevel den tijd aan de bewoners der Grootestraat en omgeving te melden; luiden mocht ze niet – dat was den Lutherschen door de Gereformeerden verboden. Op ’t eind der 19e eeuw, toen de verhoudingen anders waren geworden, maakte de laatste der Duitsche predikanten, Pastor Garschagen, er een luidklok van- wat ze 30 jaren bleef; daarna zweeg ze 20 jaren. Thans zal ze zich opnieuw doen hooren in den toren der nieuwe kerk.
De toren-inwijding van de Lutherse Kerk, 1929 (F71194 RAN)
Buiten den toren is voor deze feestelijke plechtigheid de Protestantische Kerkelijke vlag uitgehangen, de eerste in ons Nederland- in Duitschland reeds bekend-, uitdrukkende de éénheidsgedachte van het Prostetantisme: een licht lila kruis op witten grond, geschenk van een aantal jonge leden. Ds. Scharten hoopt, na vele weken van ongesteldheid, de godsdienstoefening, die om 10 uur aanvangt, weer te leiden.” (PGNC 28/9/1929)
Er is nog niet uitvoerig onderzocht wat het vervolg is geweest.
Oorlog
Tijdens het bombardement op 22 februari 1944 zijn ongeveer 40 lutheranen omgekomen. Bij de gevechten rond Market Garden werd de kerk getroffen door een granaat. Hierdoor werden de ramen van de kerk vernieuwd, kwam er een gat in de westmuur en veroorzaakte een groot gat in het dak.
De Evangelisch-Lutherse Gemeente Haarlem schonk nieuwe, de huidige, ramen in kader van de actie Nederlandsch Volksherstel. In deze ramen zijn de Lutherroos, het zegel van de Evangelisch-Lutherse Gemeente Nijmegen en het wapen van Haarlem te zien. In de oorlog zijn de luidklokken gevorderd. Na de oorlog kreeg de kerk een nieuwe klok als schenking van Noorse lutheranen.
Sinds 2004 zijn in Nederland de Nederlands Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden samengegaan in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Ook de Waalse Kerk behoort daartoe. (wikipedia)
In 2021 heeft de kerk vanwege financiële problemen “5 jaar geleden” aansluiting gezocht bij de Evangelisch Lutherse Gemeente Zuid-Nederland. Zij kent naast Nijmegen de kerkgemeenschappen Heerlen, Heusden en Eindhoven met in totaal 550 leden. In 2021 kent de “kern” Nijmegen 165 leden.
In 2021 heeft de Evangelisch Lutherse Gemeente het plan om de kerk in Nijmegen te verkopen. Daarvoor is een geïnteresseerde koper, Eric van Bronswijk, gevonden. Een aantal leden wil de kerk zelf kopen en heeft daarvoor de Stichting Lutherse Kerk Nijmegen opgericht. Daarvoor is dat dat moment reeds een ton bij elkaar gebracht en zijn ze van een hypotheek verzekerd. Ook is er een exploitatieplan aangebracht. En, in stijl, timmert de stichting haar bezwaren op de deur van de Lutherse Kerk. Van Bronswijk zou een ton meer hebben geboden. Hij wil de kerk opknappen en verhuren, waarbij de Lutherse Kerk nog 10 jaar van de kerk gebruik mag maken voor haar zondagsdiensten. (De Gelderlander 21-5-2021, Trouw 21-5-2021 en Trouw 31-5=2021)
De verkoop is waarschijnlijk afgeketst: in mei 2023 heeft de Evangelisch Lutherse Gemeente Zuid-Nederland nog steeds het voornemen om de kerk te verkopen.
Op 28 september 2024 bestond de kerk aan de Prins Hendrikstraat 100 jaar.