Pijkestraat 1 verbouwing Estourgie
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Pijkestraat 1, monument van architect Estourgie

Pijkestraat 1 verbouwing Estourgie
Pijkestraat 1 verbouwing Estourgie (oktober 2022)

In 1936 is dit pand grondig verbouwd naar een ontwerp van Charles Estourgie. Een gedeelte van de bouwtekening staat hier onder “Ontwerp voor een garage, bovenwoning & Magazijnen voor de Frima Gebr Janssen”. Daarbij wordt gesproken van een “Drukkerij verbouwing”. De datering van onderstaande tekening is van april 1936; in het bouwdossier staat een tekening van een andere voorgevel, “behoort bij de bouwvergunning-aanvrage dd 19 juni 1935”.

De Gebroeders Janssen “hadden meerdere panden in de Pijkestraat in bezit als pakhuis/magazijn. Achter deze huizen, tegenwoordig Pijkestraat 27, lag Drukkerij Gebr. Janssen.” (Gemeentelijke Monumentenlijst, met uitgebreide beschrijving van het pand)

Gedeelte Bouwtekening verbouwing 1935

Afgaande op de bouwvergunning aanvraag is het gebouw in 1913 vernieuwd naar een ontwerp van J.C. Hermans. Op dat moment heette de straat nog Pikkegas (in 1926 veranderd naar Pijkestraat). In de adresboeken 1912-1913 t/m 1915-1916 staat als omschrijving ‘pakhuis’, en daarnaast in ieder geval ook in 1922, 1924, 1932, 1934.

Het is mij nog onbekend of het een verbouwing betreft of dat naar het ontwerp van Estourgie een geheel nieuw gebouw is neergezet.

Andere gebruikers:

Advertentie Bestelhuis Pijkestraat blijft geopend (De Gelderlander 2/3/1953)
Advertentie Bestelhuis Pijkestraat blijft geopend (De Gelderlander 2/3/1953)
Advertentie Bestelhuis de Klok naar Regulierstraat 66 (De Gelderlander 2/3/1953)
Advertentie Bestelhuis de Klok naar Regulierstraat 66 (De Gelderlander 2/3/1953)

Of en hoe lang de Gebroeders Janssen zelf gebruik hebben gemaakt van het pand is nog niet bekend.

Al in 1938 komt op dit adres de expediteur J.M. Linders voor. Hij komt daarna nog voor in de adresboeken tot 1955. Wel verschijnen er in De Gelderlander 2/3/1953 2 advertenties, op dezelfde pagina:

  • Bestelhuis Pijkestraat blijft, nu ten name van J.M. Linders
  • Bestelhuis de Klok is verhuisd naar Regulierstraat 66

In De Gelderlander 22/2/1954 staat een advertentie dat op dit adres het Bestelcentrum Centrum zich heeft gevestigd.

NaamOmschrijvingAdresboek
A.L.A. Mulderslager1916
J.M. Lindersexpediteur1938, 1940, 1948, 1955
F.G. Lindersbehangersknecht1938
Bestelhuis ‘De Klok’expediteur1948
H.P. van der Braakmachinebankwerker1959
A..J. van der Velden, geb. Vos1968
Advertentie Bestelhuis Centrum naar Pijkestraat 1 (De Gelderlander 22/2/1954)
Advertentie Bestelhuis Centrum naar Pijkestraat 1 (De Gelderlander 22/2/1954)

Gemeentelijk Monument

Het gebouw is een Gemeentelijk Monument met als waardering:
“Het pand is van architectuurhistorische waarde als gaaf voorbeeld van een magazijn met woongedeelte en garage uit de twintigste eeuw in expressionistische stijl. Verder is het van belang als voorbeeld van het oeuvre van de Nijmeegse landelijk bekende architect Charles Estourgie.

Het pand is van stedenbouwkundige waarde vanwege zijn opvallende positie bovenaan de Pijkestraat, met degevelopening ten behoeve van de garage-ingang. Tegelijkertijd voegt het pand zich goed in de schaal van de straatwand, mede vanwege de behouden historische perceelsgrenzen. Als woonhuis met bedrijfsgedeelte toont het pand de ontwikkeling van de middenstand aan de rand van het stadscentrum in de periode tussen de twee Wereldoorlogen. Dat verleent het pand cultuurhistorische
waarde.”

Bronvermelding

https://app4.nijmegen.nl/DGD2/BouwArchief/Documenten/0268200000029055?zaakDossierId=B12.009552

https://app4.nijmegen.nl/DGD2/BouwArchief/Documenten/0268200000029055?zaakDossierId=B12.003014

https://gaypnt.home.xs4all.nl/straatnamen/P.html

https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=3-1&index=7&imgid=2098732066&id=2096997753

https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=3-1&index=9&imgid=2099057923&id=2096998486

Charles Estourgie en Charles Estourgie Jr

Charles Marie Francois Henri Estourgie (23 juni 1884 Amsterdam, 26 augustus 1950 Nijmegen) Charles Marie François Henri Estourgie (Amsterdam, 23…

De Gouden Engel van Teeseling

Op de hoek van de Parkweg en Pijkestraat staat het beeld van de Gouden Engel. Beeldhouwer Fred van Teeseling liet…

Het fraaie pand van het melkhuis van B.J. Wildenbeest in art-decostijl ontworpen door Oscar Leeuw. Het pand overleefde de oorlog niet: het werd door de terugtrekkende Duitsers in brand gestoken, St. Jorisstraat 1, 1899 - 1900 (F17705 RAN)
Gebouw van de dag

Melkerij Lent

Kelfkensbosch 18 (Kelfkensbos 18), 1899

Het fraaie pand van het melkhuis van B.J. Wildenbeest in art-decostijl ontworpen door Oscar Leeuw. Het pand overleefde de oorlog niet: het werd door de terugtrekkende Duitsers in brand gestoken, St. Jorisstraat 1, 1899 - 1900 (F17705 RAN)
Het fraaie pand van het melkhuis van B.J. Wildenbeest in art-decostijl ontworpen door Oscar Leeuw. Het pand overleefde de oorlog niet: het werd door de terugtrekkende Duitsers in brand gestoken, St. Jorisstraat 1, 1899 – 1900 (F17705 RAN)

In 1899 opent Wildenbeest een stoomzuivelfabriek en melksalon: de Melkerij Lent. Vooral de salon krijgt veel aandacht, zowel vanuit het publiek als vanuit de architecturale wereld. Dit gebouw is ontworpen door de architect Oscar Leeuw, waarbij zijn broer Henri Leeuw voor decoratieve elementen zorgde. Het gebouw viel op door zijn opmerkelijke architectuur en de vele en felle kleuren.

Voorgeschiedenis

Uit een gevonden advertentie uit 1890 blijkt, dat er op dat moment de “Melkerij Lent” van Wildenbeest al bestond, die in PGNC 4/5/1890 spreekt over “een uitbreiding”.

Advertentie PGNC 4/5/1890

Oorspronkelijk is het een melkhandel in de buurt van “Het Witte Huis” in Lent van Wildenbeest. (Historische Kring Bemmel, 2002). Het is mij onbekend welke Wildenbeest dit precies betreft: senior, de houder van het bekende logement Lent of zijn zoon, die Melkerij Lent in Nijmegen zal openen.

In 1895 opent Bernardus Johannes Wildenbeest een drankhandel in de Lange Hezelstraat. Daarna opent hij in dezelfde straat een melkfabriek: Melkerij Lent.

In 1899 opent Wildenbeest een stoomzuivelfabriek en melksalon. Vooral het laatste trekt veel aandacht. Dit gebouw is ontworpen door de architect Oscar Leeuw, waarbij zijn broer Henri Leeuw voor decoratieve elementen zorgde. Het gebouw viel op door zijn opmerkelijke architectuur en de vele en felle kleuren.

Aandacht

Melkerij Lent 1899 van B. Wildenbeest, architect was Oscar Leeuw
Melkerij Lent, op 8 november 1899 door Bernardus Johannes Wildenbeest (zoon van de eigenaar van Hotel Lent) geopende melkinrichting in een door Oscar Leeuw ontworpen pand op de hoek met het Kelfkensbosch. Uiterst rechts nog net zichtbaar het klooster van de broeders van Maastricht, 1915-1930 (RAN GN2885)

Het gebouw kreeg veel aandacht door de opmerkelijke architectuur met veel kleuren. Niet alleen van publiek, maar ook van de architectuurwereld. Deze publiciteit was natuurlijk goed voor de omzet van de Melkerij. (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis).

De Gelderlander 8/11/1899 noemt dat de gevierde bouwmeester Jos. Cuypers“er zijn bijzondere ingenomenheid mee betuigde en verzocht het “Melkhuis” zoowel uit- als inwendig te mogen doen photographeeren, ten behoeve van het weekblad de “Architect”. Het Bouwkundig Weekblad plaatst een afbeelding (Het Vaderland 10-12-1901)

Daarbij was er ook internationale aandacht: “Ten bewijze dat de arbeid onzer ijverige Nijmeegsche bouwmeesters ook in het buitenland de aandacht trekt, achten wij het niet zonder belang, mee te deelen dat twee buitenlandsche tijdschriften L’art décoratif en Die Kunst bijna gelijktijdg uitvoerige afbeeldingen geven van het “Melkhuis” van den heer Wildenbeest op het Kelfensbosch.” (De Gelderlander 8/7/1900) Afgaande op dit artikel, blijkt L’art décoratif vooral het gebruik van de bouwkundige en sierende mogelijkheden van baksteen te behandelen. Die Kunst heeft het vooral over de inwendige versiering met gebeitst hout en decoratieve panelen, die “zij hooglijk prijst”.

Bij de opening

	Detail van het fraaie pand van het melkhuis van B.J. Wildenbeest in art-decostijl ontworpen door Oscar Leeuw. Het pand overleefde de oorlog niet: het werd door de terugtrekkende Duitsers in brand gestoken, St. Jorisstraat 1/Kelfkensbos 1899-1900 (F17706 RAN)
Detail van het fraaie pand van het melkhuis van B.J. Wildenbeest in art-decostijl ontworpen door Oscar Leeuw. Het pand overleefde de oorlog niet: het werd door de terugtrekkende Duitsers in brand gestoken, St. Jorisstraat 1, 1899-1900 (F17706 RAN)

Zowel het PGNC als de Gelderlander schrijven een uitgebreid artikel bij de opening. Hieronder staat die van het PGNC 8/11/1899 weergegeven:

“De “Melkinrichting Lent” van den heer B. Wildenbeest alhier heeft heden haar nieuwe gebouw aan het Kelfkensbosch voor het publiek geopend. Wat heeft het langen tijd achter een schutting verborgen de nieuwsgierigheid der voorbijgangers gaande gemaakt en, toen de gevel eenmaal vrijkwam, de attentie getrokken! Wij weten, dat niet ieder een bewonderaar is van dezen stijl- maar het is eene eigenaardigheid van de menschen dat alles wat afwijkt van het gewone, niet aanstonds aller onverdeelde sympathie heeft. En toch, in deze schilderachtige omgeving doet dit fleurige, kleurige huisje met zijn eenigzins landelijk karakter een zeer aardig effect. Straks- als de nog ietwat helle kleuren door zon en regen wat zullen zijn verbleekt- en het geheel zich wat minder scherp zal afteekenen tegen het overwegend grijze der omliggende panden, zal het een sieraad van het Kelfkensbosch worden. Ook de vorm geeft eene zekere aantrekkelijkheid aan het geheel en legt een gunstig getuigenis af van de vindingrijkheid en fantasie van den architect den heer Oscar Leeuw.

interieur van het melkrestaurant,1898-1899 (reproductie uit Dekorative Kunst III, Fotoarchief Prof. dr. E.F. van der Grinten via RAN F79057) Architect Oscar Leeuw met medewerking Henri Leeuw
interieur van het melkrestaurant,1898-1899 (reproductie uit Dekorative Kunst III, Fotoarchief Prof. dr. E.F. van der Grinten via RAN F79057) Architect Oscar Leeuw met medewerking Henri Leeuw

Is aan het uitwendige van dit gebouwtje veel zorg besteed- het interieur werd er niet door verontachtzaamd. Het beneden-gedeelte, dat ingericht is als melksalon, is een bezoek overwaard. In de eerste plaats heeft men er een zitje, zóó mooi, dat wij- n’en déplaise de geheelonthouders- het bijna jammer vinden dat dezen melksalon niet tevens een Bodega is. Maar ook alles wat men hier ziet doet het oog aangenaam aan. Het lokaal is betimmerd met een in verschillende kleuren gebeitste hooge lambrizeering, en ornamenteel beschilderd. Daar boven, in een streng gestyleerde omlijsting een Weiland met koeien, als wandschilden behandeld door den heer H. Leeuw Jr., wier talent wij hier niet speciaal behoeven te roemen. Ook hij ontwierp het overige ornamenteele schilderwerk, o.a. voor het plafond, dat met smaak en talent is uitgevoerd door den heer F.D. Teeuwissen, mr. schilder alhier. Het ameublement is in denzelfden stijl gehouden, eveneens van gebeitst hout en vervaardigd door de heeren Reichold en Put.

Een werk als dit behoort niet tot de gewone, doch vereischt bijzondere zaakkennis en groote toewiijding van den aannemer. Daaraan heeft het den heer L. v. Benthem blijkbaar niet ontbroken en hem komt daarvoor zeker alle lof toe.

Ten slotte vermelden wij nog, dat de fraaie hardsteen van den gevel geleverd is door de firma Euwens alhier.

De Gelderlander 1/9/1899

De melksalon van den heer Wildenbeest zal, wij zijn er zeker van, vele bezoekers trekken, doch dat is het doel harer stichting niet alléén. Zij is als het ware de étiquette van wat daarachter ligt: de melkinrichting. Ook die is geheel naar de eischen des tijds ingericht. Men verwachte ons geene uitvoerige beschrijving van het pasteuriseeren der melk, waardoor ze voor het gebruik geheel onschadelijk wordt gemaakt. Wij meenen te volstaan, dat hier alle nieuwste machinerieën voorhanden zijn en de melk, de flesschen en alles wat tot dit bedrijf behoort, met echt Hollandsche zindelijkheid worden behandeld. Dr. Heijer heeft hier voor het geregeld bacteriologisch onderzoek der melk een goed ingericht laboratorium te zijner beschikking. Ook trekt hier eene fraaie kleine stoommachine met omkleeden ketel zeer de aandacht, te meer omdat zij te dezer stede bij de firma T.H. Wiegerink en Co. vervaardigd is.

Kelfkensbos gezien richting St.Jorisstraat. Met links op de achtergrond Melkerij Lent met melksalon. Rechts de afslag naar de Hertogstraat, 1911 (Dr. Jan Brinkhoff via D323 RAN)
Kelfkensbos gezien richting St.Jorisstraat. Met links op de achtergrond Melkerij Lent met melksalon. Rechts de afslag naar de Hertogstraat, 1911 (Dr. Jan Brinkhoff via D323 RAN)

De inrichting van den heer Wildenbeest is thans geheel op de hoogte van den tijd en omdat goede en gezonde melk van zóóveel belang is voor de gezondheid van kinderen en zwakken, houde men ons ten goede, dat wij uitvoeriger dan gewoonlijk een particuliere onderneming onder onze nieuwsberichten behandelden. Wie er nog meer van wil weten, bezoeke zelf den heer Wildenbeest, die gaarne bereid is belangstellenden zijne interessante inrichting te laten zien.” (PGNC 8/11/1899)

Vervolg

Advertentie Melkerij Lent PGNC 29/6/1927
Advertentie Melkerij Lent (PGNC 29/6/1927)

Zie voor een verdere geschiedenis van Melkerij Lent https://nl.wikipedia.org/wiki/Melkerij_Lent

In ieder geval is het pand aan de St. Jorisstraat in 1927 nog de “Winkel” van de Coöp. Nijm. Melkrinrichting Melkerij “Lent”. wikipedia “18 december 1928 was de laatste dag dat melk verkocht werd in de melksalon van de Melkerij Lent aan het Kelfkensbos (St. Jorisstraat).”

In september 1944 werd het pand door terugtrekkende Duitse troepen in brand gestoken.

Oscar Leeuw, architect

Oscar Leeuw is een van de belangrijkste architecten van Nijmegen. Bekende werken van hem zijn onder de synagoge, museum Kam…

Kelfkensbos

Het Kelfkensbos is vernoemd naar het Kalverbosch; kelfke is Nijmeegs voor kalf. Onder het plein bevindt zich een parkeergarage. Het…

Badhuis Koolemans Beijnenstraat Daalseweg. Badhuis geopend in 1928 architectuur Dienst Gemeentewerken Nijmegen exploitatie door Woningvereeniging Nijmegen
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Badhuis Koolemans Beijnenstraat Daalseweg

1928, Daalseweg 262, Altrade Dienst Gemeentewerken, Rijksmonument

Voormalige Badhuis, Daalseweg 262 hoek Koolemans Beynenstraat (september 2024)
Voormalige Badhuis, Daalseweg 262 hoek Koolemans Beynenstraat (september 2024)

Het badhuis aan de Koolemans Beynenstraat / Daalseweg was het vierde badhuis van Nijmegen. Deze ging open in juli 1928. Het ontwerp was afkomstig van de Dienst Gemeentewerken. Woningvereniging Nijmegen voerde daarvan de exploitatie. In 1985 sloot het badhuis en werd het verbouwd tot theater.

Vanaf ongeveer 1900 onstonden in Nederland badhuizen: hier konden mensen tegen een (geringe) vergoeding een bad of “stortbad” (een soort douche) nemen. In deze periode was er meer aandacht gekomen voor het belang van hygiëne, gezondheid en levensstijl. De meeste badhuizen werden gebouwd in wijken met arbeiderswoningen, die meestal waren gebouwd zonder sanitair. De wekelijkse wasbeurt vond dan meestal plaats in een wasteil, waarbij een gezin zich achter elkaar in hetzelfde water waste en waarbij het water steeds een beetje grijzer werd.

Badhuis voor nieuwe woonwijk en Spoorbuurt

Het badhuis aan de Koolemans Beynenstraat / Daalseweg was het vierde badhuis van Nijmegen welke in juli 1928 open ging. Tussen 1926 en 1930 ontstond in deze buurt een nieuwe woonwijk. Het badhuis was dan ook bedoeld voor de bewoners van deze nieuwe wijk en voor die van de Spoorbuurt, welke in 1925 gereed was gekomen.

Het gebouw was symmetrisch opgezet, met een gescheiden mannen- en vrouwenvleugel. Daarnaast had het een beheerderswoning op de bovenverdieping van het voorgebouw.

Het ontwerp was afkomstig van de Dienst Gemeentewerken, in een stijl met invloeden van de Amsterdamse School. Woningvereniging Nijmegen voerde daarvan de exploitatie. Naast onderstaande is een omschrijving te vinden op de Rijksmonumentenlijst.

Bij de opening in 1928

Badhuis Koolemans Beijnenstraat Daalseweg. Badhuis geopend in 1928 architectuur Dienst Gemeentewerken Nijmegen exploitatie door Woningvereeniging Nijmegen
Badhuis Koolemans Beijnenstraat Daalseweg. Badhuis geopend in 1928 architectuur Dienst Gemeentewerken Nijmegen exploitatie door Woningvereeniging Nijmegen

De Gelderlander schrijft bij de opening:

Het badhuis aan de Koolemans Beynenstraat – hoek Daalscheweg.

De inrichting.

Op een kruispunt van wegen werd het vierde, openbare badhuis gebouwd.

Het mocht niet te veel uit den band der omgeving springen, te midden van de nieuwstad van middenstandswoningbouw en volkshuisvesting der woningbouwcomplexen van Sant- en Koolemans Beijnenstraat.

Er spreekt zekers welstand uit dezen geheelen woonwijk en deze ligt ook in het nieuwe badhuis uitgedrukt.

Aan het pleintje komt de sobere, breed den hoek afdekkende voorgevel goed voor. Geen onnoodige tooi, maar sobere lijn siert den effen gevel, waarin alleen het gesmeed ijzeren opschrift van badhuis, dat bij avond op bijzondere wijze kan verlicht worden, op de bijzondere bestemming van dat gebouw wijst. Groen omringt den bouw en boomen zullen het achterhuis na verloop van tijd deels aan het oog onttrekken.

Binnen speelde gerief en hygiëne de hoofdrol.

Wat aan andere badhuizen te verbeteren viel is hier gebeurd.

De praktijk was hier een uitstekende raadgeefster.

Na binnenkomst door hoofdtoegang komt men in een kleine hall, vanwaar men dadelijk het controle-kantoortje van den badmeester nadert- deze geeft hier ook de baddoeken uit, welke hij in voorraad heeft,  in een kamertje vlak naast de controle.

Mocht het druk loopen en dus alle beschikbare badgelegenheden bezet, dan vinden de bezoekenden ieder voor hun afdeeling twee prettig ingerichte wachtkamers- zalen zullen wij maar niet zeggen, wijl de ruimten daarvoor te gezellig zijn en toch modern geïnstalleerd.

Hier valt al dadelijk op, dat de bouwmeesters ook gezocht hebben naar harmonie en kleuren, naast die in lijn.

Van donkerrood en leiblauw en groen loopen de kleuren over in rose en lichtblauw en wit. In de vloerbedekking tot lambrizeering en verdere muurbedekking vindt met dezelfde kleurentoon.

En het is werkelijk een fraaie verbetering dat men hier de muren niet betegeld heeft, maar voorzien van rose en blauwige terrazzo wanden, op duurzame wijze smaakvol en vakkundig uitgevoerd door de Nijmeegsche Terrazzowerken Union, van den heer d’Agnolo.

Dan krijgt men de kern van het gebouw: de badhallen.

Het is een frissche, ruime zaal, met licht dak en zonneglas, dat het daglicht in vollen glans doorlaat.

Beide afdeelingen, zoo voor dames als heeren, zijn op gelijke wijze geïnstalleerd.

De badcellen zijn -geheel van elkaar gescheiden, met tot de afdekking doorgetrokken wanden, zijn hygiënisch en tegelijk voor het gemak der badenden ingericht en natuurlijk voorzien van warm- en koudwaterleiding en verder van het gerief, dat men in een model ingerichte volksbadkamer mag verwachten.

De douches zijn af- en steeds goed verwarmd, wijl in iedere afdeeling een kleine radiator der centrale verwarming is aangebracht. Voor zeepbakjes, kleerenkapstok, spiegeltjes, bankje, electrisch licht, doelmatige celafsluiting en waterafvoer, voor tijdklokken, voor alles is uitstekend gezorgd. En wat een heele verbetering mag genoemd worden, is dit, dat de damp niet in de cellen blijft hangen, maar onmiddellijk kan wegtrekken langs de tochtramen in het glazen dak. Deze ramen kunnen van binnen de badhallen heel makkelijk even geopend worden als dat noodig blijkt te zijn.

In de badkamers zijn hier de kuipbaden geheel in granito ingebouwd- wat voor de schoonmaak zeer bevorderlijk is.

De lichtkap is afgezet met celo-tex- een Amerikaansche product van riet- dat geen vocht aanneemt en voorkomt, dat de zoldering er onooglijk gaat uitzien.

De electrische lichtleiding is waterdicht- kan dus niet gaan roesten.

Eenige hygiënisch ingerichte W.C.’s zijn aangebracht.

In het sousterrein, ruim en luchtig, staat de centrale verwarming; twee verwarmingsketels van groot vermogen staan er opgesteld en daarnaast liggen twee groote bowls voor de watervoorziening. Het systeem van stoomverwarming wordt hier toegepast. Bovendien is het badhuis voorzien van eigen waschinrichting voor de benoodigde badhanddoeken, waarvoor een doelmatige electrische waschinstallatie is aangeschaft.

Hoe ingewikkeld het buizennet in een goed geoutilleerde badinrichting is, kan men hier eens goed waarnemen. Dit technische onderdeel, dat van veel beteekenis is, bleek volkomen in orde. Hier in den kelder kan de koud- en warmwater toe- en afvoer geheel genormaliseerd worden. In den kelder is ook de groote kolenbergplaats.

De badhuisbouwmeesters in onze stad houden van nieuwigheden en zoeken steeds het betere en zullen ook in de toekomst niet stilstaan, wanneer er correcties aan badhuizen kunnen worden aangebracht.

Dit vierde badhuis is alweer doelmatiger en prettiger ingericht dan de vorige- ook in dit opzicht toont Nijmegen vooruitgang en een voorbeeld te zijn voor andere plaatsen in soberen, practischen, degelijken bouw.

De directie van Gemeentewerken heeft eer van haar ontwerp, dat vakkundig is uitgevoerd door de Nijmeegsche aannemersfirma W.H. Hoes.

De warm- en koudwaterinstallatie benevens centrale verwarming is aangelegd door de N.V.G.W. Leentvaar’s metaalhandel, St. Annastraat. Het stucadoorwerk werd verzorgd door de firma C.J. Clemens, de electrische installatiedoor de firma H.W. Gest; het verfwerk door de firma H.J. Vrijaldenhoven; het lood- en zinkwerk door de firma W. Engelaar en het gesmeed hekwerk door de firma Gebrs. Jansen.

Om het badhuis ontwierp de afdeeling gemeente-plantsoenen een frissche groen- en plantversiering.

De Woningvereeniging Nijmegen, waaraan door het gemeentebestuur de exploitatie van dit model-badhuis werd overgedragen, zal ongetwijfeld de vele gebruikers van dit badhuis weten te gerieven.

De heer G.M. Bregonje is portier van dit badhuis, dat in een behoefte voorziet.

Heden en morgen is de badinrichting kosteloos te bezichtigen. Maandag wordt zij geopend.” (De Gelderlander 7/7/1928)

Tarieven

Tarieven Badhuis (PGNC 7/7/1928)

In juli 1928 plaatsen “Eenige bewoners, candidaat-baders” een ingezonden brief dat de prijzen van het badhuis te hoog zijn: “Een stortabad à f 0,15 en een kuipbad à f 0,30 is toch wel wat erg aan den hoogen kant, als men tenminste niet alleen voor zich zelf heeft te zorgen en er de weelde op na durft te houden van een middalmatig gezin om van een groot gezien nog niet te spreken. Een gezin van 5 personen zou nu aan ’t badhuis moeten uitgeven b.v. 3 stort + 2 kuipbaden = f 1,05 per week.” Daarbij lijken de goedkope dagen niet aan te sluiten bij de gebruikers: “De 1e helft der week toch is bestemd voor hen voor wie ’t bezwaarlijk is dan te baden, terwijl de 2e helft is gereserveerd voor hun die evengoed in ’t begin der week van ’t badhuis gebruik kunnen maken. Het waarom zullen wij niet nader uiteen behoeven te zetten.” (PGNC 9/7/1928)

In 1930: “In het badhuis aan de Kolemans-Beijnenstraat is in het afgeloopen jaar het gebruik der baden zoowel voor volwassenen als voor kinderen wederom belangrijk toegenomen. Het exploitatie-tekort bedroeg f 2.957,45 (PGNC 25/8/1931)

In het jaar 1931 was het gebruik van het badhuis aan de Koolemans Beijnenstraat wat verminderd, terwijl de overige juist qua bezoekersaantal waren gegroeid. Daarnaast steeg het exploitatie-tekort van f 2.057, 45 in 1930 naar f 3.006,40 in 1931. (Overigens kampten alle badhuizen met een tekort.) (PGNC 25/8/1932)

In 1935 is het bezoek ten opzichte van het jaar ervoor met 2.000 afgenomen. (PGNC 15/1/1936). Op 4-4-1936 worden de tarieven verlaagd, waarbij een 5 dagen per week een stortbad 7,5 cent kost. Eind 1936 blijkt dat “… zoowel wat het meerdere bezoek als wat het verkrijgen van betere financieele resultaten betreft, niet aan de gestelde verwachting beantwoordt.” “Nu het badhuis aan de Nieuwe Markstraat is gelsoten, ligt het in de verwachting dat de terugslag, welke het badhuis aan de Koolemans Beynenstraat ondervond door de vestiging van het Sportfondsenbad, niet verder op het financiele resultaat van invloed zal zijn, daar speciaal de Vrijdagen en Zaterdagen zich weer in een druk bezoek aan dit badhuis mogen verheugen.” (De Gelderlander 14/12/1937)

Abonneren

Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.

De laatste jaren van het Badhuis

Begin jaren 80 is het Badhuisvolgens de Wijkkrant een “van de meest geheimzinnige gebouwen in Oost”. De meeste mensen hebben inmiddels een douche of bad. Het eigendom is nog steeds in handen van de gemeente, waarbij woningbouwvereniging “Nijmegen” het pand beheert.

In mei 1981 is het badhuis het enige in Nijmegen dat nog open is. Dan is het badhuis alleen nog op zaterdag open, waar ongeveer 50 mensen een douche of bad komen nemen: “Bezoekers zijn zowel jongeren, gastarbeiders als ouderen uit de buurt, die thuis nog geen douche of bad hebben.” Het beheer is in handen door een “aantal jongeren, die boven het badhuis wonen en de zaak schoonhouden.” En douche kost 70 cent, een (lig)bad 1 gulden. Een stukje zeep 30 cent. De directeur van woningbouwvereniging Nijmegen, de heer Lieber, is dan al voor sluiting en herbestemming: het gebouw wordt te weinig gebruikt en de (energie) kosten zijn erg hoog. Het zou beter zijn om mensen te laten douchen in het Sportfondsenbad. (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/5/1981)

Het artikel “Zaterdag – Dus in Bad” van Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/7/1982 geeft een mooie inkijk in de laatste dagen van het badhuis aan de Daalseweg: nog steeds is zaterdag de “topdag”: het is dan namelijk de enige dag dat het badhuis nog open is. Daarbij ben je direct aan de beurt. “Toch is het aantal bezoekers ook weer niet zo laag dat het aan te bevelen is om het badhuis te sluiten.”

Op dat moment is er het idee om de 8 uur dat het badhuis op zaterdag open is te verlagen naar 4 uur en de andere 4 uur gebruiken om een avond in de week open te gaan. Zo kunnen studenten ’s avonds na het sporten het badhuis bezoeken. De Woningvereniging is positief over het voorstel en wachten op het antwoord van de gemeente. “Omdat de Woningvereniging gelijk voorstelde het badhuis aan de Tulpstraat te sluiten en daardoor echt wel een duit in het zakje doet om de verliezen zo klein mogelijk te laten zijn vond ze dat wel gek. Ze hebben daarom het badhuis aan de Tulpstraat maar gesloten.” De Wijkkrant ziet het somber in: Nijmegen is op dat moment “plat zak”. “En dat houdt ook voor het badhuis een risico in. Ook het badhuis is één van die vele Nijmeegse instellingen die hopen het laatst aan de beurt te zijn.” (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/7/1982)

1985: Sluiting Badhuis en verbouwing tot theater

Voormalige Badhuis, Koolemans Beijnestraat (september 2024)

In 1985 werd het badhuis gesloten. Daarop verbouwden E.A. Hulstein en P. van Hontem tussen 1987 en 1988 het pand tot theater. Het exterieur bleef vrijwel geheel intact. De feitelijke badruimte werd verbouwd tot theaterzaal. De beheerderswoning werd het kantoor van het theater. Het dak van glasplaten van het achterste gedeelte kreeg een zinken dak.

Tussen 2002 en 2022 kwam Jeugdtheater Kwatta in het pand. In 2023 nam Theatergroep de Horde het pand in een gebruik: zij ontwikkelt en vertoont jeugdpodiumkunsten.

Rijksmonument

Het gebouw is sinds 2002 een Rijksmonument, met als waardering:

  • “Van architectuurhistorische waarde als een goed en vrij gaaf voorbeeld van een groot badhuis in een stijl die invloeden vertoont van de Amsterdamse School. Het badhuis heeft esthetische kwaliteiten in het ontwerp zoals goede verhoudingen en een bijzonder materiaalgebruik en ornamentering. Het badhuis heeft bovendien architectuurhistorische waarde omdat het als bouwtype zeldzaam is geworden.
  • Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van een in dezelfde periode tot stand gekomen woonwijk en vanwege de markante ligging op een wigvormig terrein aan een plein waar vijf wegen samenkomen.
  • Van cultuurhistorische waarde vanwege de bestemming, welke verbonden is met een historische ontwikkeling nl. het van gemeentewege oprichten van openbare badhuizen in uitbreidingswijken.”

Altrade

Deze pagina verzamelt reeds gemaakte artikelen over de wijk Altrade. Romeins amfitheater hoek Rembrandtstraat-Mesdagstraat In de buurt van Romeinse legerkampen…

Badhuis Maasplein

Het Badhuis is gebouwd in opdracht van Woningvereeniging Nijmegen, naar een ontwerp van de architect J.C. Hermans (1921-22). Daarbij was…

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Badhuis_(Nijmegen)

Rijksmonumentenlijst

https://nl.wikipedia.org/wiki/Badhuis

Links het Centraalgebouw van Christelijke Belangen, op de hoek van de Hendrik Hoogersstraat, 1923 (Uitg. J.H. Schaefer via F15812 RAN)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Kerkzaal Bijleveldsingel

1923-1924 Bijleveldsingel 44 (huidig)

Links het Centraalgebouw van Christelijke Belangen, op de hoek van de Hendrik Hoogersstraat, 1923 (Uitg. J.H. Schaefer via F15812 RAN)
Links het Centraalgebouw van Christelijke Belangen, op de hoek van de Hendrik Hoogersstraat, 1923
(Uitg. J.H. Schaefer via F15812 RAN)

Veel Nijmegenaren zullen dit gebouw kennen als de plaats waar ze hun eerste danspassen hebben geoefend bij Danscentrum Vermeulen. Daarvoor was het gebouw in gebruik bij het Jeugdhuis de Wedren. Oorspronkelijk is het pand echter gebouwd als “Kerkzaal” van de Nederlandse Hervormde Kerk.

Het gebouw bestaat uit een grote zaal voor predikdiensten en grote vergaderingen. En daarnaast kleinere lokalen voor verenigingen en is er ene woning voor de godsdienstonderwijzer.

De eerste-steenlegging

Eerste steen hoek Bijleveldsingel (oktober 2025)
Eerste steen hoek Bijleveldsingel (oktober 2025)

In januari 1923 besluit heeft het bestuur van de Vereeniging voor Evangeliatie “in samenwerking met een daartoe opgericht comité uit de Ned. Herv. Gemeente alhier besloten grond aan te koopen voor een te stichten kerkzaal aan den Bijleveldsingel. Het plan is deze zaal nog dit jaar te bouwen.” (PGNC 30/1/1923)

De “eerste-steenlegging” vond daadwerkelijk dat jaar plaats: op 12 September 1923. Daarbij werd een gedenksteen geplaatst door een dochtertje van ds. Posthumus Meijjes en een zoontje van ds. van Selms.

Bij deze plechtigheid namen een aantal personen het woord, onder andere: “de heer van Valkenburg, ds. Couvée, die indertijd den stoot had gegeven voor de oprichting van het dit gebouw, ds. Posthumus Meijjes als wijkpredikant en ds. van Selms als voorzitter der Evangelisatie-vereeniging.” (PGNC 13/9/1923)

Bij de opening

De Kerkzaal aan den Bijleveldsingel.

Aan den Bijleveldsingel, hoek Hendrik Hoogersstraat, is verrezen een Kerkzaal van de Vereeniging voor Evangelisatie alhier. Het gebouw ligt daar op een fraai punt en zal, wanneer het uitwendig geheel voltooid zal zijn, daar wel een vriendelijken indruk maken. Inwendig is men met den bouw gereed gekomen en Vrijdagavond a.s zal de opening plaats hebben met een feestelijk samenzijn, waarin ds. Couvée en ds. van Selms het woord zullen voeren en een zangkoor zich zal doen hooren. De eerste godsdienstoefening wordt a.s. Zondag om 10 uur geleid door ds. Pothumus Meyjes; het zal, gelijk alle kerkdiensten, in het nieuw gebouw te houden, zijn een Lithurgische dienst.

De totstandkoming van deze Kerkzaal en de wijze waarop zij, met enorme offervaardigheid van velen, is geschied, is een verheugende uiting van protestantsch leven in onze stad. Zij is de bekroning van het streven, sinds vele jaren, van de Vereeniging voor Evangelisatie naar een eigen centraal gebouw. Bij den penningmeester, den heer Haspels, kwam op een inderdaad goeden dag een gift van f 2,50 binnen “voor een nieuwe Kerkzaal” en dit was feitelijk het begin van het grootse werk, dat met vereende krachten en met zoo verblijdend resultaat tot het einddoel heeft geleid. Nadien werd het bestuur geregeld verheugd met vrijwillige giften voor genoemd doel. Toen in 1908 de godsdienstoefeningen niet meer, zooals voordien het gebruik was, konden plaats vinden in de Harmoniezaal, werd besloten tot stichting van een eigen Kerkzaa. Van dat ogenblik af vermeerderden de bijdragen: ze beliepen van 1908-1920 f 1200 en in 1920, nadat de magere oorlogsjaren achter den rug waren, alleen f 12.000. Thans is het totaal der vrijwillige giften gestegen tot f 55.000, zoodat nog slechts een bedrag van f 25.000, verkregen door een 4 pct. Obligatieleening, noodig was om de kosten van den bouw, verwarming en meubileering, zijnde f 80.000, bijeen te krijgen.

Er werd een commissie benoemd, bestaande uit de heeren D.J. Haspels, J.J. Kok en D. Monshouwer, die de plannen voor het te stichten gebouw ontwierp en toezicht hield op den bouw, welke op zeer te loven wijze is verricht door den heer W.J.G. Knoops, aannemer alhier, die zich ’t vertrouwen, door de commissie in hem gesteld, in alle opzichten heeft waardig gemaakt. De eerste steen-legging geschiedde op 12 September 1923 door Harry Posthumus Meyes en Karel van Selms en thans is de Kerkzaal gereed voor hare bestemming, de versterking van het protestantsch geloofsleven te Nijmegen.

Wie door den hoofdingang op den hoek van den Bijleveldsingel en de Hendrik Hoogerstraat het gebouw binnentreedt, wordt in de royale vestibule reeds dadelijk getroffen door de frisschen tinten, den overvloed van licht en de gerieflijken, welke deze “Kerkzaal” zoo gunstig onderscheiden van de meesten kerken van ouden datum. Men vindt er o.a. garderobes en toiletten. In de zaal zelve wordt die prettige indruk nog versterkt. Wat den bezoeker het eerst opvalt is het woord uit Genesis 32: 26 “Ik zal u niet laten gaan, tenzij dat gij mij zegent”, dat in fraaie letters boven het spreekgestoelte is aangebracht. En tegelijkertijd komt een gevoel van warmte over hem door het kleurige en gezellige van ’t interieur met de tegel-lambrizeering, het mooie schilderwerk, glas-in-lood vensters en al hetgeen verder er toe bijdraagt dat hier binnentreedt zich aanstonds thuis en op zijn gemak gevoelt.

De Kerkzaal bestaat uit een hoofd- en twee nevenzalen, die evenwel kunnen worden vereenigd tot één groote zaal, welke dan 900 personen kan bevatten. Van elke plaats af heeft men uitzicht op het spreekgestoelte, waarboven de orgel- en koor-galerij gelegen is. Aan de overzijde van het spreekgestoelte bevindt zich, boven den ingang van de zaal, eene tribune, plaats biedende voor nog 40 personen. Het spreekgestoelte kan naar behoefte worden vergroot. Voorts is eene inrichting aangebracht voor het projecteeren van lichtbeelden.

Boven elken vleugel van de Kerkzaal zijn op de eerste verdieping twee zalen voor vergaderingen e.d. aangebracht, die eveneens tot één groote zaal kunnen worden samengevoegd. Een dezer vier zalen zal doorloopend in gebruik zijn bij de Chr. Jongemannen-Vereeniging. De toegang naar de boven-zalen zoomede naar de woning van den Evangelist, den heer J.C. van Gaalen, uit Gasselt, is in de vestibule.

De tweede toegangsdeur tot het gebouw is aan den rechterkant op den Bijleveldsingel. Hierdoor komt men in een bergplaats voor rijwielen, vervolgens in de leskamer voor het houden van catechisatie en, na een tuintje te zijn overgewandeld, in de achter het spreekgestoelte gelegen kamer voor het bestuur, waar de opgangen zijn naar dit gestoelte, de orgel- en zanggalerij en de daaraan verbonden Koorkamer met ruimte voor 40 zangers.

In het sousterrain bevinden zich een brandvrije archiefkamer, een kelder en de meters voor de gasverwarming. In alle zalen zijn n.l. groote gaskachels geplaatst, daar deze wijze van verwarming het voordeeligste werd bevonden en ook doeltreffender bleek te zijn dan centrale verwarming in verband met de behoefte om in elke lokaal apart te kunnen stoken. Onder den vloer van de groote zaal is er ruimte voor het opbergen van stoelen op de manier als dit in “De Vereeniging” onder het amphitheater geschiedt.

Bij den bouw is gerekend op een minimum van onderhoud. Er zit aan de ramen geen stukje hout, de drempels en trappen zijn van graniet, kortom, behoudens de vloeren en de verf op de muren kan men zeggen, dat het gebouw menschelijkerwijs gesproken niet te verslijten is. Het geheel getuigt dan ook van den praktischen zin van de ontwerpers van het bouwplan, die daarbij toch op zeer gelukkige wijze hebben voldaan aan de eischen van aesthetica.

Ook bij de godsdienstoefeningen zal in dit gebouw worden gebroken met de zoo vaak bekritiseerde wijze van collecteeren, in vrijwel alle kerken thans nog in zwang. Er zal n.l. worden gecollecteerd met een klein zakje, dat de kerkganger zelf doorgeeft aan die naast hem zit. Tenslotte vermelden wij nog, dat de volgende firma’s aan den bouw hebben medegewerkt: schilderwerk firma Frowein en Mom, electrische verlichting fa. L.A. Moll, verwarmingsinrichting fa.. Leentvaar, hardsteen fa. Godschalk, gebrand glas fa. Bilderbeek. Zij allen hebben keurig werk geleverd.” (PGNC 6/3/1924)

Vervolg

Hoek Bijleveldsingel, tegenwoordig Danscentrum Vermeulen (oktober 2025)
Hoek Bijleveldsingel, tegenwoordig Danscentrum Vermeulen (oktober 2025)

Een mooie foto van binnen uit 1959 is te zien op GN9729 RAN: “Zondagsschool in het Centraalgebouw voor Christelijke Belangen, in dit gebouw waar ook catechisatie werd gegeven, was ook de jeugdsoos Tetra gevestigd en had het Christelijk Nederlands Jongerenverbond er zijn vaste stek. Het gebouw werd ook wel jeugdhuis de Wedren genoemd. Nu in gebruik als danscentrum Vermeulen”

Een foto uit 1981 als Jeugdhuis de Wedren is te zien op F20141 RAN.

Dubbel woonhuis van architect C.J. Ebing (Guido Gezellestraat 63), gebouwd in 1932 in opdracht van M.W. Lamers (Haps) en W.J.M. Horstink (Nijmegen), Emmalaan 7, 1955 (F88069 RAN)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Emmalaan 5 en 7, architect Ebing

1932

Dubbel woonhuis van architect C.J. Ebing (Guido Gezellestraat 63), gebouwd in 1932 in opdracht van M.W. Lamers (Haps) en W.J.M. Horstink (Nijmegen), Emmalaan 7, 1955 (F88069 RAN)
Dubbel woonhuis van architect C.J. Ebing (Guido Gezellestraat 63), gebouwd in 1932 in opdracht van M.W. Lamers (Haps) en W.J.M. Horstink (Nijmegen), Emmalaan 7, 1955 (F88069 RAN)

In 1932 ontwerpt de architect C.J. Ebing Dubbel (Guido Gezellestraat 63) een dubbel woonhuis, Emmalaan 5 en 7. Dit in opdracht van M.W. Lamers (Haps) en W.J.M. Horstink (Nijmegen). Horstink zal zelf op nummer 5 gaan wonen. Lamers is makelaar van beroep en verkoopt nummer 7 aan B. Kistemaker.

Bij het RAN is hier een foto uit 1955.

Plan v/e dubbel landhuis a/d Emmalaan te Nijmegen Kad bek Neerbosch B3650, datum tekening 12-5-1932 (D12.398217 Detail)
Plan v/e dubbel landhuis a/d Emmalaan te Nijmegen Kad bek Neerbosch B3650, datum tekening 12-5-1932 (D12.398217 Detail)

Emmalaan 5

NaamBeroepAdresboeken
W.J.M. HorstinkOnderwijzer1934, 1936, 1938, 1940
Wed. Th.E.A. Horstink geb. M. Hermsen 1936, 1938
Wed. M.W. Lamers, geb. J.J. Thijssen 1948, 1951, 1955
Horstink, wed. F.Th.J. geb. M.J.H. Lamers 1948, 1951, 1955, 1959, 1963, 1966, 1968
J.R.A. Lamers 1959
M.W.I.M. Horstink 1966
Gevonden namen en jaartallen in Adresboeken

Merk bij 1948 de weduwe Horstink-Lamers op. Mogelijk/waarschijnlijk waren de aanvragers Horstink en Lamers voor de bouwvergunning familie? Dit is nog niet verder onderzocht.

Emmalaan 7

Op 11-2-1933 plaatst Lamers de advertentie voor het in aanbouw zijnd Heerenhuis gelegen in de Emmastraat

advertentie 11/2/1933

Op 11-2-1933 plaatst Lamers de advertentie voor het in aanbouw zijnd Heerenhuis gelegen in de Emmastraat

Hieronder staan de gevonden bewoners weergegeven. Een aantal advertenties/krantenartikelen bieden daarbij verdere aanknopingspunten:

B. Kistemaker zal het huis tussen februari en juni 1933 hebben gekocht: Vanaf 3-6-1933 wordt mevrouw Kistemaker op Emmalaan 7 in advertenties van de “R.K. vereniging ter bescherming van meisjes, in Nederland”. (De Gelderlander 3/6/1933)

Diepenbroek, wed. F.B. geb. A.R.J. Vinke, oftewel Anna Regnera Joanna Vinke, weduwe van Ferdinand Bernard Diepenbroek, overlijdt op 23-7-1938 (rouwadvertentie De Gelderlander 23/7/1938)

In ieder geval is er ten aanzien van A.Th.A.K. Lange op 1-4-1939 een advertentie gevonden met Emmalaan 7 als adres (hij blijkt daarbij secretaris van de Nijmeegsche Zwemclub 1921 te zijn) (De Gelderlander 1/4/1939)

Gevonden in Adresboeken:

B. KistemakerHoofd R.K. bijz. school1934, 1936, 1938
Diepenbroek, wed. F.B. geb. A.R.J. Vinke 1934, 1936, 1938
A.Th.A.K. LangeScheik. Ing.1940
KI.D. de GrootReiziger1948
A.Ph. KrijffChemicus1951, 1955
J.P. TazelaarArb. Analist1959, 1963
Wed. P.J. van Bortel, geb. A.E. Weijkman 1959, 1963
P.J.H.M. Heijndaalpsycholoog1968


Familie Krijff

Op het terras achtertuin familie Krijff, van links naar rechts: Luco, Nienke, Jan, ma en pa, 5-8-1955 (foto beschikbaar gesteld door J. Krijff, copyright: J. Krijff)
Op het terras achtertuin familie Krijff, van links naar rechts: Luco, Nienke, Jan, ma en pa, 5-8-1955 (foto beschikbaar gesteld door J. Krijff, copyright: J. Krijff)

Jan Krijff stuurde de volgende reactie:

“Vanuit Delft komende heb ik op dit adres gewoond van 1951 tot en met 1956. Dit samen met mijn ouders , broer Luco en zusje Nienke. Mijn vader werkte bij Smit, Transfomatoren. In 1956 zijn wij vertrokken naar Bloemendaal. In Nijmegen zat ik op de freubel school bij Mej Boot op de Oranje Singel. Daarna op de3 Nutschool. In het begin met de tram naar school het laatste jaar met de fiets. Het was een rustig buurtje waar weinig op straat werd gespeeld. Erg veel kan ik mij niet herhinneren maar wel dat soldaten langs kwamen met grote melkbussen met snert. ook weet ik nog dat er geschaatst werd in de haven. Ik ben nog een paar keer teruggeweest in Nijmegen.”

En in een brief: “Wij hebben daar maar een korte periode gewoond en ik kan mij van het interieur niet veel herinneren. Volgens mij was er geen centrale verwarming en weet ik ook niet meer of er een badkamer was.

Een wandeling op de Prinsenlaan, die rechts afbuigt. Op de hoek is Prinsenlaan 18 (huidig nummer) te zien en nog een klein stukje Prinsenlaan 12 rechts daarvan. De weg links is de Patrijsstraat: daar is 1 van de nieuwbouwwoningen te zien (en vaag links daarvan een aantal andere nieuwbouwwoningen), 1955/1956; Foto beschikbaar gesteld door J. Krijff, copyright J. Krijff
Een wandeling op de Prinsenlaan, die rechts afbuigt. Op de hoek is Prinsenlaan 18 (huidig nummer) te zien en nog een klein stukje Prinsenlaan 12 rechts daarvan. De weg links is de Patrijsstraat: daar is 1 van de nieuwbouwwoningen te zien (en vaag links daarvan een aantal andere nieuwbouwwoningen), 1955/1956
(Foto beschikbaar gesteld door J. Krijff, copyright J. Krijff)

Er was nagenoeg geen contact met de buren, die naar ik herinner zeer Christelijk waren. Voor mijn vader was Nijmegen na Delft een soort thuis komen. Hij heeft zijn heel HBS tijd in Nijmegen gewoond en is daarna naar Utrecht vertrokken. Mijn moeder was een Arnhemse en vond Nijmegen maar niks. Zij was blij naar Bloemendaal te kunnen gaan.

Verder kan ik mij nog een paar namen van de Nut School (Lagere School) herinneren. Han Meijbergen van de margarine fabriek, Eric Nuver, zoon van de huisarts, Hansje Blokland die zijn vader fruitteler was (appels). De school was gelegen tegenover de winkel die Marklin treinen verkocht waar met Kerst een groot aantal mensen voor de ramen stonden. Wij hebben recent genoten van de documentaire over de Nijmeegse jongens van Lymborch in mijn tijd in Nijmegen nooit van gehoord.”

Klik op onderstaande foto’s voor een vergroting:

Achtertuin familie Krijff Emmalaan 7: grootvader Jan Joosten met kleinkinderen Krijff, 1955/1956 (ter beschikking gesteld door J. Krijff; copyright: J. Krijff)
Op het terras achtertuin familie Krijff, 5-8-1955 (ter beschikking gesteld door J. Krijff, copyright: J. Krijff)
1956: Mevr. Krijff-Joosten (links) en Mevr Bussemaker-Joosten (rechts); zussen van elkaar (ter beschikking gesteld door J. Krijff; Copyright: J. Krijff)
1956: Mevr. Krijff-Joosten (links) en Mevr Bussemaker-Joosten (rechts); zussen van elkaar (foto beschikbaar gesteld door J. Krijff; Copyright: J. Krijff)
Emmalaan 6: kinderen familie Krijff, zij woonden op Emmalaan 7. Op 6 woonde Mej. van Grondelle, akela bij Keizer Karel Padvinders, 1955 (foto beschikbaar gesteld door J. Krijff; Copyright: J. Krijff)
Emmalaan 6: kinderen familie Krijff, zij woonden op Emmalaan 7. Op 6 woonde Mej. van Grondelle, akela bij Keizer Karel Padvinders, 1955 (foto beschikbaar gesteld door J. Krijff; Copyright: J. Krijff)
Emmalaan 5 en 7 (September 2022, Google Streetview) architect Ebing
Emmalaan 5 en 7 (September 2022, Google Streetview) architect Ebing
Dubbel woonhuis van architect C.J. Ebing (Guido Gezellestraat 63), gebouwd in 1932 in opdracht van M.W. Lamers (Haps) en W.J.M. Horstink (Nijmegen), Emmalaan 7, 1955 (F88069 RAN)

Herinneringen aan Emmalaan 5 en 7?

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Emmalaan 9

Waarschijnlijk is de bouw van dit dubbel woonhuis de eerste bouwactiviteit nadat Villa Rica uit 1904, welke de laatste van…

Dickmann's Parapluiefabriek, van Oldenbarneveltstraat (het linker pand dat nog juist te zien is) (Evert F. van der Grinten via F78502 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Dickmann’s Parapluiefabriek

Dickmann's Parapluiefabriek, van Oldenbarneveltstraat (het linker pand dat nog juist te zien is) (Evert F. van der Grinten via F78502 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
Dickmann’s Parapluiefabriek, van Oldenbarneveltstraat (het linker pand dat nog juist te zien is) (Evert F. van der Grinten via F78502 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
Een tekening van een terrein aan de Bottendaal, verkocht aan F.W. Dickmann, van Oldenbarneveltstraat, 	1/1/1890-31/12/1890 (KPU-454 RAN)
Een tekening van een terrein aan de Bottendaal, verkocht aan F.W. Dickmann, van Oldenbarneveltstraat, 1/1/1890-31/12/1890 (KPU-454 RAN)
Advertentie Parapluiefabriek "Bottendaal" (De Gelderlander 22/3/1898)
Advertentie Parapluiefabriek “Bottendaal” (De Gelderlander 22/3/1898)

28-2-1889 vindt de aanbesteding plaats van “Het bouwen van een Woonhuis met afzonderlijke Parapluiefabriek op een terrein gelegen aan den Bottendaal aldaar. Een en ander voor rekening van den heer F.W. Dickmann. De architect is J.J. Weve. (De Gelderlander 10/2/1889). In november 1889 krijgt Dickmann telefoon (nummer 131, De Gelderlander 3/11/1889)

In de personeelsadvertentie van PGNC 27/9/1891 -voor een “Jongmensch van nette familie”, oftewel een leerling voor magazijn en kantoor- is het Dickmann-Schnitzler, Parapluiefabriek. Zij hebben een winkel op de Broerstraat No. 61.

In 1894 mogen zij zich Hofleverancier noemen (advertentie De Gelderlander 22/11/1894)

Parapluiefabriek Bottendaal van Dickmann-Schnitzler (PGNC 4/12/1892)
Parapluiefabriek Bottendaal van Dickmann-Schnitzler (PGNC 4/12/1892)

In maart 1909 vraagt Dickmann een hinderwetvergunning aan voor het plaatsen van electro-motoren in het perceel aan de Bottendaal No. 71, kadastraal bekend Nijmegen sectie B, No. 3774 (PGNC 20/3/1909), die ze op 20-4 verkrijgt (PGNC 25/4/1909).

Uitbreiding percelen Gerritzen

Koopacte van Oldenbarneveldtstraat Gerritzen door Dickmann, 1912 (Archiefnr 442, Inventarisnr 242, Actenr 6981)
Koopacte van Oldenbarneveldtstraat Gerritzen door Dickmann, 1912 (Archiefnr 442, Inventarisnr 242, Actenr 6981)

Parapluie-fabriek Dickmann-Schnitzler.

De parapluiefabriek der firma Dickmann-Schnitzler aan de van Oldenbarneveldtstraat heeft dezer dagen 40 jaren bestaan. Dit jubileum is gisteren herdacht door een uitstapje van het personeel onder geleide van den directeur, den heer F.W. Dickmann, met de electr. tram naar Kleef, waarbij zeer veel genoten is en het personeel een aangenamen dag heeft gehad.

De fabriek is opgericht door wijlen den heer F.W. Dickmann, den vader van den tegenwoordigen eigenaar, eveneens F.W. Schitzler genaamd. De parapluies worden niet alleen voor ons land gefabriceerd, doch de firma exporteert naar Oos- en West-Indië en andere vreemde gewesten. De zaak neem dan ook steeds in omvang toe en nadat in de laatste jaren de fabriek vergroot was, konden de vleugels niet verder worden uitgeslagen, omdat de fabriek ingebouwd was. Dit jaar evenwel werd de heer Dickmann, door aankoop, eigenaar van de rijwielfabriek, eveneens gelegen aan de van Oldenbarneveldtstraat en toebehoorende aan den heer M. Gerritzen. Dat pand grenst gedeeltelijk aan de fabriek der firma Dickmann-Schnitzler en door een der muren uit te breken heeft men reeds een paar lokalen in gebruik kunnen nemen. Dit alles is een bewijs, dat deze tak der nijverheid hier te Nijmegen steeds vooruitgaat. De verhouding tusschen het personeel en den patroon is van bijzonder goeden aard. Ook bovengenoemd feesttochtje heeft daarvan getuigenis afgelegd. Verschillende onder hen zijn reeds circa 25 jaar aldaar in betrekking.” (PGNC 22/8/1912)

In 1914:

“…Wat de productie onzer artikelen betreft, zoo deelt de firma Dickmann-Schnitzler mede, konden de eerste 7 maanden , “normaal” worden genoemd, ofschoon parasols hoe langer hoe minder worden verkocht.

Met het uitbreken van den oorlog kwam plotseling verandering: in de laatste 5 maanden stond de uitvoer naar overzeesche landen bijna geheel stil.

De verkoop in het binnenland had in de eerste maanden van den oorlog veel te lijden en verminderde belangrijk; mede ook tengevolge van het droge weder was er toen weinig behoefte aan parapluies.

Doordat er in het laatst van het jaar meer regen viel, kwam er wel verandering in voor het bedrijf gunstige richting, maar niet in die mate, dat de eenmaal geleden schade werd ingehaald.

Vermindering van personeel had niet plaats, dan tengevolge van de mobilisatie. Nieuw personeel werd niet aangenomen, wat andere jaren in den herfst, het regenseizoen, wel het geval was.

Ook de machines dezer fabriek worden door electrische kracht in beweging gebracht.” (Gemeenteverslag 1914)

Bij het 50-jarig jubileum

Parapluiefabriek Dickmann-Schnitzler.

1872 – 16 mei – 1922.

Dinsdag 16 Mei a.s. herdenkt de firma Dickmann-Schnitzler, parapluiefabriek, van Oldenbarneveldtstraat 63a, alhier, haar 50-jarig bestaan. De firma werd in 1872 opgericht door den heer F.W. Dickmann Sr., die op 6 Mei 1907 overleed en in Nijmeegsche handelskringen zeer gezien was, hetgeen gebleken was uit zijne benoeming tot voorzitter van de Kamer van Koophandel en Fabrieken en van de Nijmeegsche Handelsvereeniging.

Na het overlijden van den oprichter ging de zaak over in handen van diens zoon, den heer F.W. Dickmann Jr., die thans de eenige firmant is.

De fabriek, welke oorspronkelijk gevestigd was in de Broerstraat, werd in 1889 overgebracht naar de van Oldenbarneveldtstraat, waarna in 1912 uitbreiding volgde door aankoop van een complex gebouwen onmiddellijk grenzende aan de bestaande fabriek, zoodat de gezamenlijke ruimten thans eene oppervlakte van circa 2000M2 beslaan.

Behalve dat de firma Dickmann-Schnitzler hier te lande met haar gerenommeerd fabricaat een belangrijk afzetgebied heeft, vinden haar producten hun weg over nagenoeg de geheele wereld.

De firma heeft zich van hare oprichting af steeds in een krachtigen bloei mogen verheugen, al zijn ook haar de gevolgen van den oorlog niet bespaard gebleven.

Aan tal van Nijmeegsche gezinnen heeft de firma Dickmann-Schnitzler in den loop der jaren een arbeidsveld opgeleverd en naar ons van de zijde van het personeel wordt medegedeeld, is de verhouding tusschen directie en personeel steeds van bijzonder goede aard geweest. De firma kan dan ook wijzen op een groot aantal employés dat reeds meer dan 25 jaar bij haar in betrekking is of is geweest.

Moge de firma Dickmann-Schnitzler hare belangrijke plaats in de rij der Nijmeegsche industrieele ondernemingen nog lange jaren met eere blijven innenmen.

Naar wij vernemen zal het gouden jubileum op Dinsdag 16 Mei a.s. feestelijk worden herdacht en zal derwegen de zaak op dien dag den geheelen dag gesloten zijn, in verband waarmede wij nog verwijzen naar de advertentie, welke elders in dit blad voorkomt.” (PGNC 13/5/1922)

Bottendaal

Deze Pagina verzamelt artikelen die reeds over Bottendaal zijn gepubliceerd. Lunet Bottendaal: afvalplaats voor botten? Bottendaal is vernoemd naar een…

Weve architect

Weve was een architect en ingenieur. Hij was stadsarchitect en directeur Gemeentewerken van Nijmegen. Hij ontwierp onder andere 17 scholen,…

Het voormalige St. Jozefklooster, Kerkstraat 65. In 1930 gebouwd naar ontwerp van architect Deur op het terrein van villa Andelshof voor de Priesters van het H. Hart. Hees Nijmegen
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Studiehuis St Jozef

1930, Kerkstraat 65-67, Gemeentelijk monument

Het voormalige St. Jozefklooster, Kerkstraat. In 1930 gebouwd naar ontwerp van architect Deur op het terrein van villa Andelshof voor de Priesters van het H. Hart.

Het voormalige St. Jozefklooster, Kerkstraat is oorspronkelijk gebouwd als Studiehuis voor de Priesters van het H. Hart. Het is In 1930 gebouwd naar ontwerp van architect Deur op het terrein van villa Andelshof. Rond 1970 is van het studiehuis een bejaardenoord voor kloosterlingen gemaakt, waarbij het de naam St. Jozefklooster kreeg.

Op 14-9-1929 vond de aanbesteding plaats. De laagste inschrijver, C.H.M. Arts te Nijmegen was de laagste inschrijver (f264.800). (PGNC 16/9/1929)

Priesters van het H. Hart

Leon Dehon

De oprichter van de Priesters van het H. Hart, oorspronkelijk Oblaten van het Hart van Jezus, was Leon Dehon (La Capelle, 14 maart 1843 — Brussel, 12 augustus 1925).

“De congregatie van de Priesters van het H. Hart werd in 1878 gesticht door kanunnik Leon Dehon, een man, die er een carrière en vermogen voor over had zijn roeping te volgen en die het klooster boven kerkelijke ereambten verkoos. “Jammer; hij had kardinaal kunnen worden”, aldus uitte er een Frans priester-socioloog zijn spijt over, dat Pater J.L. Dehon ooit zijn H.  Geloften had afgelegd. Een geleerde, zo mag hij gerust heten om zijn verschillende doctoraten, en toch toont hij zich soms oppervlakkig; innige vroomheid kenmerkte zijn leven, maar het hield hem niet terug van vergaderlokalen en verstrooiende reizen. Hij reisde de hele wereld rond; publiceerde daarbij boeken en artikelen; was paedagoog. Een veelzijdig iemand met honderd interessen, maar tenslotte slechts een enkel levensbelang: de vestiging van het Rijk van het H. Hart. Daar ligt het eenheidgevende princiep van dit overvolle leven. Uit dit ideaal kwamen ook zijn stichtingsplannen voort.” (De Gelderlander 25/5/1950)

Nederlandse provincie

In 1911 werd de afzonderlijke Nederlandse provincie van de Priesters van het H. Hart opgericht. In 1912 vond de oprichting van het Groot-Seminarie in Liesbosch plaats. Deze locatie is al gauw te klein. In 1922 werd als noodoplossing nog een vleugel aangebouwd. Daarom besloot de orde tot de oprichting van een 2e Groot Seminarie.

Nijmegen had daarbij de voorkeur: een klooster daar zou tevens woongelegenheid geven aan paters die aan de universiteit hun opleiding kregen. De aanbiedingen die de orde kreeg, voldeden echter niet. Daarom betrok de “Hoogeerwaarde Pater Provinciaal toch met enige universiteits-studenten een huis aan de “Berg-en-Dalseweg, vlakbij de St. Stephanuskerk. Achteraf lijkt het, alsof hij niet langer heeft willen wachten, al was niet alles naar wens”

Villa Andelshof

Villa Andelshof. Vóór 1930: deze foto is nog zonder het studiehuis, maar met het mooie park (F21623 RAN)
Villa Andelshof. Vóór 1930: deze foto is nog zonder het studiehuis, maar met het mooie park (F21623 RAN)

De kans kwam toen In 1928 mevrouw Rijckevorsel-van Kessel-Bonnike de villa Andelshof met grond en bijbehorende gebouwen wilde verkopen. Aanvankelijk betrokken de paters, broeders en theologiestudenten de villa en het koetshuis. Deze villa was rond 1885 gebouwd, het koetshuis rond 1889. Vooral het park moet erg mooi zijn geweest: “Oudere bewoners van Hees, die het oorspronkelijke “Andelshof” gekend hebben roemen er nog over. Trouwens, de kopers zelf wisten het te waarderen: zo drong een van hen er bij zijn eerste bezoek in het pasgekochte huis op aan, dat de nieuwe bouw, die gezet moest worden, zover mogelijk van de straat af zou komen: het park moet intact blijven.” Op grond van technische bezwaren heeft men deze raad niet opgevolgd: in het park werd grondig gerooid en einde 1929 begon men met de bouw van het tegenwoordige huis, dat op de villa aansloot.” (De Gelderlander 25/5/1950)

Het nieuwe Studiehuis

Het Studiehuis St. Jozef, rechts Huize Andelshof (van 1927 tot 1944 het klooster van de Priesters van het Heilig Hart van Jezus), 1935 (F18910 RAN)
Het Studiehuis St. Jozef, rechts Huize Andelshof (van 1927 tot 1944 het klooster van de Priesters van het Heilig Hart van Jezus), 1935 (F18910 RAN)

Priesters van het H. Hart.

… Dit missiehuis, dat gebouwd is naar de plannen van onzen stadgenoot den heer Ir. J.G. Deur, is reeds eenige maanden uitwendig voltooid, en is bestemd voor studiehuis (theologie) der E.E.P.P. priesters van het H. Hart (Liesbosch-Princenhage). De toekomstige missionarissen voltooien hier hun laatste studies voor het priesterschap. Deze missie congregatie heeft haar juvenaten te Bergen op Zoom en te Bakel bij Helmond- dat laatste studiehuis is toegewijd aan Christus-Koning.

Het nieuw missie-studiehuis te Hees is gebouwd op het vroegere goed Andelshof van de familie van Rijckevorsel van Kessel “ (De Gelderlander 24/2/1931)

“Na een jaar konden de theologie-studenten met hun paters professoren het nieuwe klooster betrekken, en liep dus het aantal bewoners van het Groot-Seminarie te Liesbosch naar wens in voldoende mate terug. De zes jaren hogere studie, die de toekomstige priester moet maken, waren voortaan zo gesplitst, dat de tweejarige philosophie-cursus en het eerste jaar theologie in Lieshout gevolgd werden en de resterende drie jaar in Nijmegen.

Hier ontleende het oude “Andelshof” voortaan zijn sfeer en karakter van regelmaat van het Scholasticaatsleven. Een leven, dat door de buitenstaander gewaardeerd mag worden naar wandelende fraters of een feestelijk klinkende bel, maar dat voor de insider is opgebouwd uit een harmonisch geheel van gebed, studie en ontspanning, totaal ingesteld op het feitelijk berieken van het bestreefde doel: het H. Priesterschap.” (De Gelderlander 25/5/1950)”

Oorlog

Het door wegtrekkende Duitsers in brand gestoken Huize Andelshof rechts, en links het Studiehuis St. Jozef, van de Priesters van het Heilig Hart van Jezus, 1944 (F19110 RAN)
Het door wegtrekkende Duitsers in brand gestoken Huize Andelshof rechts, en links het Studiehuis St. Jozef, van de Priesters van het Heilig Hart van Jezus, 1944 (F19110 RAN)
Het door wegtrekkende Duitsers in brand gestoken Huize Andelshof rechts, en links het Studiehuis St. Jozef, van de Priesters van het Heilig Hart van Jezus, 1944 (F19110 RAN) Het door wegtrekkende Duitsers in brand gestoken Huize Andelshof rechts, en links het Studiehuis St. Jozef, van de Priesters van het Heilig Hart van Jezus, 1944 (F19110 RAN)

In 1942 vorderden de Duitsers het studiehuis, inclusief inventaris. De paters ging verder met haar opleiding in 5 “fililiaal-huizen”, meestal uitgewoonde villa’s. Toen de Duitsers zich in september 1944 terugtrokken, staken zij het hoofdgebouw en de villa in brand. Het hoofdgebouw kon behouden blijven, de villa niet. De inventaris was door de Duitsers meegenomen.

Na de bevrijding was het studiehuis gevorderderd door Engelse en Canadese militairen. “…Veel goeds is er niet van te zeggen. Het gebouw is sinds de bevrijding meer uitgewoond dan anders in een zeer groot aantal jaren.” (De Gelderlander 11/7/1945)

Herstel

Na de oorlog begon de congregatie met het herstel. Daarbij werd tevens besloten een nieuwe kapel te laten bouwen: er was behoefte aan een grotere kapel, zodat plechtige gelegenheden beter kon worden opgeluisterd. Daarnaast kon de oude kapel worden ingericht als woonruimte. Deze kapel uit 1950 is eveneens van de hand van architect Deur (Architectenbureau Ir. Deur- Ir. Pouderoyen).

St. Jozefklooster

Door ontkerkelijking daalde het aantal studenten en kloosterlingen. Daarop besloot de congregatie rond 1970 om van het studiehuis een bejaardenoord voor kloosterlingen te maken. Deze was bestemd voor de Priesters van het Heilig Hart en voor de Zusters van de H. Carolus Borromeus. De naam werd veranderd in St. Jozefklooster.

Verder

Het in renovatie zijnde Klooster van de Priesters van het Heilig Hart van Jezus, voorheen het Studiehuis St. Jozef. Hier een gedeelte van de achterzijde, rechts is zichtbaar de nieuwbouw van het Klooster, 1987 (foto Anton van Roekel, CC-BY-SA via F18913 RAN)
Het in renovatie zijnde Klooster van de Priesters van het Heilig Hart van Jezus, voorheen het Studiehuis St. Jozef. Hier een gedeelte van de achterzijde, rechts is zichtbaar de nieuwbouw van het Klooster, 1987 (foto Anton van Roekel, CC-BY-SA via F18913 RAN)

Het koetshuis is vanaf 1968 in gebruik als peuterspeelzaal. Aanvankelijk als de Kleuterhof, later als de Vlindertuin.

De renovatie eind jaren 80 werd uitgevoerd door Pouderoyen, de opvolger van architectenbureau Deur-Pouderoyen. Daarbij vond herindeling van het hoofdgebouw plaats en werd de interieurafwerking vernieuwd. De kapel uit de jaren 50 is in 1986 gesloopt . Hier staan nu een gebouw met kapelruimte en ontvangstzaal en daarnaast een aantal wooneenheden.

De kapel van Studiehuis St. Jozef, 1935 (F50619 RAN)
De kapel van Studiehuis St. Jozef, 1935 (F50619 RAN)
Duitse militair op wacht voor wachthuisje voor studiehuis St. Jozef, 1942 (F56079 RAN)
Duitse militair op wacht voor wachthuisje voor studiehuis St. Jozef, 1942 (F56079 RAN)

Bronnen en meer lezen:

Kapel studiehuis “St. Jozef” te Hees wordt geconsacreerd, De Gelderlander 25/5/1950

Ambitiedocument St. Jozefklooster 21 september 2021


Historie van Hotel Heeslust

Waar tegenwoordig woningen staan, aan de Korte Bredestraat tegenover de kerk, was jarenlang een belangrijk middelpunt van het dorpsleven van…

Stieltjesstraat 16-18 (april 2025)
#Nijmegen, Centrum

Stieltjesstraat

Stieltjesstraat 16-18 (april 2025)
Stieltjesstraat 16-18 (april 2025)

Deze pagina verzamelt reeds verschenen over de Stieltjesstraat.

Belastingkantoor

Rond 1972, Stieltjesstraat 2

	Links het (voormalige) postkantoor, rechts van het Belastingkantoor het (voormalige) Arbeidsbureau en het Kolpinghuis, Architect J.H. ten Have, Stieltjesstraat 2, 1973-1975 (F39129 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: Hans en Tijs ten Have)
Links het (voormalige) postkantoor, rechts van het Belastingkantoor het (voormalige) Arbeidsbureau en het Kolpinghuis, Architect J.H. ten Have, Stieltjesstraat 2, 1973-1975 (F39129 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: Hans en Tijs ten Have)

Het voormalige Belastingkantoor heeft 9 etages. “Het object dateert uit 1972 en is in 1995 voor de laatste maal gerenoveerd.” (https://www.biedboek.nl/gebouw/nijmegen/stieltjesstraat-2/cKx1Wvme?img=0). Het is gebouwd in de stijl van het “Brutalisme”.

Trouw kondigt in 1970 de bouw aan en noemt dan de architecten F.M. Oswald en J.H. ten Have. De opdrachtgever is de Rijksgebouwendienst. De aannemer is N.V. Aannemingsbedrijf v.h. G. Tiemstra en Zonen. Verwacht wordt dat de bouwkosten, inclusief technische installaties, acht miljoen gulden zullen bedragen en dat de bouw midden 1973 gereed is. (Trouw,29-06-1970 )

2016 COA

Halverwege 2016 wordt het gebouw ingericht als tijdelijke locatie voor de noodopvang van asielzoekers (het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA)). Dan zal er 2 jaar lang plaats zijn voor de tijdelijke opvang van maximaal 500 asielzoekers. Daarbij is de gemeente van plan het pand geschikt te maken voor ruimte voor maximaal 150 mensen met een verblijfsvergunning.

2019 Binder en asielzoekerscentrum

Vervolgens wordt het pand inderdaad aangepast door Talis, in samenwerking met de gemeente. In de hoogbouw zijn 117 onzelfstandige woonruimtes. 60% is bedoeld voor zogenaamde spoedzoekers: bijvoorbeeld mensen die gescheiden zijn, op straat zijn komen te staan of die na hun studie hun studentenflat moesten verlaten. De andere 40% is bestemd voor mensen met een “ondersteuningsvraag”: bijvoorbeeld mensen die uit maatschappelijke opvang komen en statushouders. Het gebouw kan 9 jaar op deze manier worden gebruikt.

De laagbouw wordt verhuurd als asielzoekerscentrum, waar plaats is voor 120 personen.

Bron en zie verder:

Lelijkste gebouw van Nijmegen 2024

In 2024 werd het pand uitgeroepen tot het lelijkste gebouw van Nijmegen.

https://www.gelderlander.nl/nijmegen/dit-is-het-lelijkste-gebouw-van-nijmegen-is-het-nog-te-redden-van-de-sloopkogel~a6b06d5a/

2025: Koop door Gemeente Nijmegen: slopen of opknappen?

Eind juni/begin juli 2025 koopt de Gemeente Nijmegen het gebouw van het Rijksvastgoedbedrijf. De gemeente had veel interesse om het pand te kopen vanwege de plannen voor de herinrichting van de omgeving van het station.

De definitieve koop zal in september van 2025 plaatsvinden; tot en met september 2027 zullen de huidige huurcontracten nog doorlopen.

Noël Vergunst, de Nijmeegse wethouder van Ruimtelijke Ordening, noemt in de Gelderlander twee opties: ,,Kopen en slopen, en op de lege plek een nieuwe woontoren bouwen van zo’n 70 meter hoog, ongeveer hetzelfde formaat als de Nimbus-toren en het nieuwe Metterswane. Of anders grondig renoveren en duurzaam maken, en de uitstraling aan de buitenkant flink verbeteren.”

Oude Belastingkantoor ingepakt met NEC sjalen (mei 2026)
Oude Belastingkantoor ingepakt met NEC sjalen (mei 2026)

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://www.biedboek.nl/gebouw/nijmegen/stieltjesstraat-2/cKx1Wvme?img=0

https://www.gelderlander.nl/nijmegen/nijmegen-koopt-belastingkantoor-weg-vrij-voor-sloop-en-nieuwbouw~a8d14f82/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F

https://www.gelderlander.nl/nijmegen-e-o/voormalig-belastingkantoor-weer-helemaal-bewoond-binder-en-asielzoekers-vullen-ieder-een-deel~acc64b1a/

https://www.gelderlander.nl/nijmegen/dit-is-het-lelijkste-gebouw-van-nijmegen-is-het-nog-te-redden-van-de-sloopkogel~a6b06d5a/

Gasfabriek en doortrekken Stieltjesstraat

Nadat de Gasfabriek was gesloopt, werd de Stieltjesstraat doorgetrokken naar de Stationsstraat. Een mooie foto uit 1960 van dit deel van de Stieltjesstraat is te zien op GN8205 RAN.

Hoek Vredestraat – Stieltjesstraat

Hoek Vredestraat - Stieltjesstraat (april 2025)
Hoek Vredestraat – Stieltjesstraat (april 2025)

Op de hoek van de Stieltjesstraat en Vredestraat (vroeger Vredestraat en Nieuwe Marktstraat) staat de villa die bewoond werd door de directeuren van de gasfabriek en waterleiding respectievelijk W.F. Payens en C.L. Philips. Het pand in 1905 is ontworpen door Jan Jacob Weve (Bijschriften F90778 en F22206 RAN)

Eind jaren 50 was de firma Adriaan van der Kuip in medische instrumenten er gevestigd. Deze had ook vestigingen in Utrecht en Alkmaar.

Hoek Stieltjesstraat-Vredestraat (april 2025)
Hoek Stieltjesstraat-Vredestraat (april 2025)

Blik vanaf de gashouder op de markante (nog bestaande) villa hoek Vredestraat en de Nieuwe Marktstraat; nu ligt de villa op de hoek met de Stieltjesstraat. De villa werd bewoond door de directeuren van de gasfabriek en waterleiding respectievelijk W.F. Payens en C.L. Philips. Eind jaren 50 was er gevestigd de firma Adriaan van der Kuip in medische instrumenten met ook vestigingen in Utrecht en Alkmaar. De foto toont ook nog een fraai beeld van het door het bombardement verwoeste stadsgedeelte tussen Kolpinghuis links boven en de Nieuwe Marktstraat rechts schuin weglopend, 1910-1920 (F90778 RAN)
Blik vanaf de gashouder op de markante (nog bestaande) villa hoek Vredestraat en de Nieuwe Marktstraat; nu ligt de villa op de hoek met de Stieltjesstraat. De villa werd bewoond door de directeuren van de gasfabriek en waterleiding respectievelijk W.F. Payens en C.L. Philips. Eind jaren 50 was er gevestigd de firma Adriaan van der Kuip in medische instrumenten met ook vestigingen in Utrecht en Alkmaar. De foto toont ook nog een fraai beeld van het door het bombardement verwoeste stadsgedeelte tussen Kolpinghuis links boven en de Nieuwe Marktstraat rechts schuin weglopend, 1910-1920 (F90778 RAN)

Willibrordusschool

Nijmeegse School MEAO (ca. 1893), voorheen de St. Willibrordusschool, Stieltjesstraat, 1970 (Evert F. van der Grinten via F78775 RAN CCBYSA)
Nijmeegse School MEAO (ca. 1893), voorheen de St. Willibrordusschool, Stieltjesstraat, 1970 (Evert F. van der Grinten via F78775 RAN CCBYSA)

“De voormalige Sint Willibrordusschool, gesloopt in oktober 1989 ten behoeve van de nieuwbouw van 148 etagewoningen. In het pand waren, naast de kapel van de Russisch-Byzantijnse gemeenschap, in de laatste jaren voor de afbraak, kunstenaarsateliers van de stichting DAK gevestigd” (Bijschrift F38493 RAN)

Zie ook het artikel op Noviomagus.nl en Noviomagus.nl.

Stieltjesstraat 12-14

Drukkerij Bloembergen Santee, Stieltjesstraat 12-10, 1925 (F33992 RAN)
Drukkerij Bloembergen Santee, Stieltjesstraat 12-10, 1925 (F33992 RAN)

Gebouwd rond 1900-1910

Het pand is een Gemeentelijk Monument met als waardering: “Karakteristieke gevel in nieuwe-stijl vormen, van belang in de straatwand.”

Advertentie Drukkerij Bloembergen Santee & Co, dan nog Stieltjesstraat 14 (De Gelderlander 25/1/1917)
Advertentie Drukkerij Bloembergen Santee & Co, dan nog Stieltjesstraat 14 (De Gelderlander 25/1/1917)

Stieltjesstraat 16-18

Stieltjesstraat 16-18 (april 2025)
Stieltjesstraat 16-18 (april 2025)

Drukkerij Bloembergen Santee & Co

Drukkerij Bloembergen Santee, Stieltjesstraat 12-20, 1925 (F33991 RAN)
Drukkerij Bloembergen Santee, Stieltjesstraat 12-20, 1925 (F33991 RAN)

In september 1912 verhuist firma Bloembergen Santee & Co naar de Stieltjesstraat. Tussen 1938 en 1942 verhuist ze van nummer 14 naar nummer 18.

In het adresboek van 1968  is D.H. Kuiken de eigenaar. Het bedrijf werd rond 1975 veranderd naar een besloten vennootschap.

Rond 1981 verhuisde ze naar de Ambachtsweg. Meer over deze drukkerij op Huis van de Nijmeegse Geschiedenis (tevens bron).

Gevonden gebruikers Stieltjesstraat 16

Johan Broek

De Gelderlander 25/2/1906

In PGNC 12/6/1907 vraagt Mevrouw Broek-Landré een nette dienstbode (“die uitstekend koken en netjes werken kan. Mutsje dragen vereischte”).

In de advertentie van de Gelderlander 16/6/1907 heeft Johan Broek ook een inrichting in Den Haag (Houtweg 15).

Johan Broek en Jeanne Broek-Landré lijken in ieder geval in 1912 een gezamenlijke praktijk te hebben: in de adresboeken staan ze als: “leeraren in solozang en spraakgebreken.” Ook komen ze in 1913-1914 voor onder de kop “Muziekonderwijs’.

In oktober 1916 komt zeer tijdelijk de Marie Sophie Fromberg, Weduwe van George Nicolas inwonen. Zij is dan afkomstig uit Haarlem. Zij overlijdt op 16-4-1920 op 82-jarige leeftijd (PGNC 15/10/1916 en Adresboek 1916, PGNC 17/4/1920).

Rond 1914 is het Mej. J.A.S. Landré, muziekleraares of  “Mevrouw Jeanne Landré”. Waarschijnlijk betreft het de dochter van Broek en Broek-Landré (maar mogelijk mevrouw Broek-Landré zelf). In ieder geval komt ze nog in 1940 in het Adresboek en op PGNC 20/7/1940.

PGNC 14/2/1922

Gevonden gebruikers Stieltjesstraat 16

NaamOmschrijvingAdresAdresboekOpmerking
J. den BreejenIn grind en ballast; Verhuisd van Waalkade No. 38 (PGNC 13/4/1901)Stieltjesstraat 161901 (waarschijnlijk dezelfde als J.D.) 
T. de Breejen van den BoutIn brandstoffen 1901 
H.G. BurgersTeekenaar 1902, 1903, 1905 
J.F.C.W. (Johan) Broekleeraar in solozang en spraakgebreken; In ieder geval advertentie De Gelderlander 25/2/1906 1907, 1908, 1909, 1912-1913   
Mej. J.A.S. LandréMuziekleerares 1914-1915, 1915-1916, 1916, 1932, 1934, 1936, 1938, 1940 
J.W. Wijnandsoverste der mariniers uit Velsen (PGNC 26/4/1919)     
Th.E. Monroijzonder beroep, verhuist naar Rotterdam (PGNC 21/1/1939)   
E. MonroijBoekdrukker 1940 
J.F. MonrooijBoekdrukker 1940 
L. van HaalenWagenbestuurder gem. tram 1948, 1951. 1955, 1959, 1963 
 Administratie en Belastingsadviesbureau M.H. van Halen (De Gelderlander 20/3/1952)   

Gevonden gebruikers Stieltjesstraat 18

NaamOmschrijvingAdresAdresboekOpmerking
Wed. Dr. D.C. NijhoffGeb F. PiekemaStieltjesstraat 181903, 1905 
Guido AnselmiLeeraar in het Italiaansch, verhuisd van Stijnbuisstraat 76 De Gelderlander 20/12/1905   
C.A. Steurassuradeur 1908, 1909, 1910-1911 
P. Servaas Smits  Inspecteur en agent Haagsche Assurantie Compagnie voor Brand enz. Van 1805, per 1 mei van St. Annastraat 103 PGNC 10/4/1908, 1908, 1909 
P.C. GugelotNaar Haarlem PGNC 16/11/1909   
W.F. PaijensGasfitter; op 1912-1913 koopman   Op 17-9-1911 Marie Paijens-Donders bevallen van een zoon; op 5-12-1914 eveneens van een zoon (PGNC 8/12/1914); Op 6-7-1917       1910-1911, PGNC 19/9/1911 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915   
A. Bongaards Th. Bongaards-PetersNette Naaimeisjes en leerlingen  gevraagd, Robes et Manteaux; geboorte Everardus Johannes (PGNC 7/9/1917), die na 3 maanden overlijdt (PGNC 3/11/1917)(Th. Bongaards, Adresboek 1916: Stieltjesstraat 18a)De Gelderlander 9/3/1916 
A. BongaardsKantoorbediende 1922, 1924, 1926 
W.P. BoerboomMatroos 1922 
     
Mej. E.J.M. Lieshout  1928, 1932 
G.F.A. v. Lieshouthandelsreiziger 1928, 1932 
H.A.F. v. Lieshout banketbakkerbanketbakker 1928 
Mej. J.E.M. v. Lieshout1928: Kantoorbediende; 1932: onderwijzeres 1928, 1932 
H. v. Lieshout (zelfde als H.A.F.?)Kok, vanuit Arnhem PGNC 24/9/1932 
Mej. C.A.M. v. Lieshout  1932 
Bakovenbouw “Noviomagum” ook De Genestetlaan 53 (De Gelderlander 30/12/1933); Rond november 1934 verplaatst naar St. Jacobslaan 380 (De Gelderlander 17/11/1934)     
F.J.M. Savi  1934 
B.J. ErkensAannemer-timmerman, naar Johannesburg (PGNC 13/6/1936) 1936 
A.J. ErkensKantoorbediende 1936 
A.W. Erkens en gezinNaar Johannesburg De Gelderlander 23/2/1938 
A.C.A. v. HoutKoopman 1938 
Drukkerij Bloembergen Santee & Co.  PGNC 28/12/1940, 1968, 1971 

Gebruikers Stieltjesstraat 20

Advertentie Mevr. Jeanne Landré (PGNC 22/11/1938)
Advertentie Mevr. Jeanne Landré (PGNC 22/11/1938)

Jarenlang woonde muzieklerares Jeanne Landré op Stieltjesstraat 20 “Leerares zang declamatie, talen).

In ieder geval is er nog een advertentie in De Gelderlander 18/2/1948 gevonden. Op De Gelderlander 14/6/1952 plaatst ze een advertentie voor de vinder van “een mij toebehorend groot zwart boek bevattende Franse liederen, de meeste uit de vorige eeuw.” (De Gelderlander 14/6/1952)

Landré overlijdt op 31-7-1952 op 84-jarige leeftijd (De Gelderlander 1/8/1952)

NaamOmschrijvingAdresAdresboekOpmerking
Wed. L.A. de la HaijzeGeb van MarleStieltjesstraat 201899, 1901 
K. DuffhausFirma C W D, magazijn en kantoor Stieltjesstraat 20 en 22, part adres Kronenburgersingel 25 1909 
C.J.H.B.F. DuffhaussFirma C.W., magazijn en kantoor Stieltjesstraat 20 en 22, part. Adres Kronenburgersingel 25 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1916   
Wed. H. v.d. SteenGeb. A.J.J. van Vugt 1922 
A.A.J. van VugtReiziger 1926 
H.M.H. ScheenKoopman 1932 
J.A.W. Storij  1932, 1934, 1936, 1938 
H.M.H. ScheenKoopman 1934, 1938, 1940 
D.H.Th. ScheenKantoorbediende 1938, 1940 
Mej. J.C. Callaars  1948, 1951 
Mevr. J.A.S. LandréMuzieklerares 1951 
W.J. TheunissenDirecteur drukkerij 1955, 1959, 1963 
W.H. Theunissen  1963 

Gemeentelijk Monument

Stieltjesstraat 16/18/20 is een Gemeentelijk Monument met als waardering: “Karakteristiek pand in sobere nieuw-stijl vormen, van belang in de straatwand.”

Stieltjesstraat 22-24

Bouwjaar: 1901

Het gebouw is een Gemeentelijk Monument met als waardering: “Zeer karakteristiek pand in nieuwe-stijl vormen met rijke decoratie. Van belang in de straatwand.”

Stieltjesstraat 26-28

Gebouwd rond 1900

Het pand is een Gemeentelijk Monument met als waardering: “Karakteristiek pand in nieuwe-stijl vormen, van fraaie verhoudingen. Van groot belang in de straatwand.”

Stieltjesstraat 22-24, 2013 (Henk van Gaal via DF4269 RAN CC0)

Stieltjesstraat 22-24

In oktober 1901 verkoopt de firma Van der Pluijm en Gielen te Rotterdam aan J.H. Meulenberg. Dit betreft de huidige Stieltjesstraat 22 en 24.

Lees verder
Stieltjesstraat 30, september 2013 (Havang(nl), CC0, via Wikimedia Commons)

Stieltjesstraat 30

Op 10 mei 1897 verkoopt de gemeente Nijmegen een strook bouwterrein aan de Stieltjesstraat, te bebouwen met 1 woonhuis, het huidige Stieltjesstraat 30

Lees verder
De Gemeentelijke Hogere Burgerschool (HBS) met links de Stieltjesstraat, 1900 (F19580 RAN)

Hogere Burgerschool architect Weve

De Hogere Burgerschool is in 1899 ontworpen door de stadsarchitect Weve. Het pand is gesloopt en vervangen door appartementen.

Lees verder
Vredestraat gezien vanaf het Belastingkantoor. Rechts de Kronenburgersingel en het Kronenburgerpark; linksboven de St. Willibrordusschool aan de Stieltjesstraat, 12/10/1977 (Theo Hendriks via F1432 RAN CC0)
Vredestraat gezien vanaf het Belastingkantoor. Rechts de Kronenburgersingel en het Kronenburgerpark; linksboven de St. Willibrordusschool aan de Stieltjesstraat, 12/10/1977 (Theo Hendriks via F1432 RAN CC0)
In 1915 nam de afdeling Nijmegen van de Nederlandse Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde het initiatief tot oprichting van een winterschool voor jonge tuinders. In 1920 werd deze Rijks Winter Tuinbouwschool in gebruik genomen. Het gebouw werd in de jaren zeventig van de vorige eeuw afgebroken, Voorstadslaan 327, afgbroken, 1920-1930 (GN9490 RAN)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Tuinbouw-Winterschool, later Rijks Middelbare Tuinbouwschool architect Weve

1920 Voorstadslaan 327 – afgebroken, Hees

In 1915 nam de afdeling Nijmegen van de Nederlandse Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde het initiatief tot oprichting van een winterschool voor jonge tuinders. In 1920 werd deze Rijks Winter Tuinbouwschool in gebruik genomen. Het gebouw werd in de jaren zeventig van de vorige eeuw afgebroken, Voorstadslaan 327, afgbroken, 1920-1930 (GN9490 RAN)
In 1915 nam de afdeling Nijmegen van de Nederlandse Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde het initiatief tot oprichting van een winterschool voor jonge tuinders. In 1920 werd deze Rijks Winter Tuinbouwschool in gebruik genomen. Het gebouw werd in de jaren zeventig van de vorige eeuw afgebroken, Voorstadslaan 327, afgbroken, 1920-1930 (GN9490 RAN)

“Tuinbouw-Winterschool.

Men kan een inrichting van algemeen nut, b.v. een school, waaraan behoefte is gevoeld en waarvan het onderwijs velen den weg zal wijzen naar hun plaats in de maatschappijk, op verschillende wijzen openen. De nuchterste is, dat men in den besloten kring van leeraren, leerlingen en schooltoezicht letterlijk de deur opent en haar direct daarna weer potdicht sluit; dat men dan de wijsheidskraan opendraait en… dan is de zaak in orde. Het groote publiek zal wel bemerken, dat de machine draait.

Men kan ook anders doen en in zijn vreugde, dat er iets tot stand is gekomen, waarnaar al lang verlangend werd uitgezien en dat een zegen voor velen zal zijn, het publiek, welks belang hier behartigd zal worden deelgenoot maken van zijn voldoening over het bereikte.

De eerste weg is, meenen wij, gevolgd bij de opening der Handelsdagschool, maar de Commissie van Toezicht en de Directeur van de Rijks-Tuinbouwwinterschool aan de Voorstadslaan onder Heers, hebben aan de laatstbedoelde methode voorkeur gegeven.

Wij althans werden uitgenoodigd tot “bijwoning der officiëele overdracht van de Tuinbouw-Winterschool te Nijmegen door de Gemeente aan het Rijk”.

Met graagte hebben wij aan die uitnoodiging voldaan, omdat wij overtuigd zijn van het groote belang van deze nieuwe inrichting voor een streek, waarin de tuinbouw in al zijn onderdeelen telkens meer beoefenaars vindt en een welvaartsbron belooft te worden voor honderden in deze gemeente en haar wijden omtrek.

De plechtigheid, die gisteren plaats had, was in den grond der zaak niet de opening der school als inrichting van onderwijs. Immers de lessen zijn reeds in 1919 begonnen, maar werden, zoolang de school, het gebouw, niet gereed was, gegeven in een lokaal van de Kweekschool voor Onderwijzers.

Nu echter de nieuwe school aan de Voorstadslaan gereed is, moest de overdracht van het door de gemeente opgerichte gebouw met de daarbij behoordende 2 H.A. tuingrond aan het Rijk worden overgedragen en het was de wensch van den Minister van L., N. en H., dat dit met zekere plechtigheid gebeurde.

Een uitgezocht gezelschap kwam dan ook op het aangegeven uur in de school bijeen: de Directeur-Generaal van Landbouw, de heer v. Heek, als vertegenwoordiger van den Minister; de Commissaris der Koningin in Gelderland met leden van Gedeputeerde Staten; de Burgemeester en Wethouders van Nijmegen met den Secretaris en eenige raadsleden; de Inspecteur van het Landbouwonderwijs, Dr. v.d. Zande; Directeur en leeraren van de school; de Commissie van Toezicht, waarvan echter de voorzitter buitenlands was; vertegenwoordigers van de Vereeniging Proef- en Schooltuin en van de Verschillende takken van tuinbouw uit dezen omtrek; en een groot aantal genoodigden die geacht werden de nieuwe inrichting een goed hart toe te dragen.

Na een vriendelijk en hartelijk welkomstwoord van den heer J.A.H. Steinweg, secretaris van de Commissie van Toezicht, die bij afwezigheid van den voorzitter, den heer K. de Jong Mzn., de genoodigden ontving, voerde allereerst de Burgemeester van Nijmegen het woord. Spr. gaf in ’t kort een overzicht van de besprekingen en onderhandelingen, die aan de aanwijzing van Nijmegen als plaats van vestiging eener Rijkstuinbouwwinterschool en de oprichting van het nu voltooide gebouw zijn voorafgegaan en getuigde daarbij van de groote belangstelling van B. en W. en van den Gemeenteraad voor een inrichting als deze, die, naar spr. hoopte, veel zal kunnen bijdragen tot de ontwikkeling van het tuinbouwbedrijf, dat in deze gemeente en haar omtrek reeds zulk een vlucht heeft genomen. Spr. verzekerde, dat al het mogelijke was gedaan om het gebouw aan het doel der oprichting te doen beantwoorden, waartoe de Wethouder v.d. Waarden en de Directeur van Gemeentewerken verschillende plaatsen hadden bezocht. Het resultaat van dat onderzoek is neergelegd in tekening en bestek van den heer Weve en de uitvoering daarvan is opgedragen aan den heer Offermans als aannemer. Spr. verzocht den heer Directeur-Generaal van Landbouw als vertegenwoodiger der Regeering het gebouw over te nemen, dat de gemeente in bruikleen aanbiedt.

Gaarne voldoet de heer Van Hoek aan dit verzoek namens den Minister van L., N. en H. waar de wetenschappelijke grondslagen zullen worden gelegd voor een verbeterde beoefening dezen tak van nijverheid. In den oorlogstijd hebben land- en tuinbouw evenals vele andere takken van bestaan geleden en de toekomst is nog verre van helder. Om vergrooting en verbetering der productie te verkrijgen en oude afzetgebieden te herwinnen en nieuwe daarbij te verwerven, is groote inspanning noodig en moet er hard gewerkt worden. De reeds lang bestaande Wintertuinbouwcursussen hebben al veel goeds gedaan, maar wat de toekomstige bedrijfsleiders noodig hebben, konden deze niet geven. De Nijmeegsche afdeeling van de Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde heeft dat ingezien. Zij heeft aangeklopt bij de gemeente Nijmegen en daar een open oor gevonden, want ook zij besefte het belang van een Middelbare onderwijsinrichting op tuinbouwgebied, en de gemeente vond op haar beurt gehoor bij den Minister. Sedert de school te Tiel tot een Landbouwschool was veranderd hadden alleen de beide Hollanden tuinbouwwinterscholen en bij uitbreiding van dat aantal, was Nijmegen de aangewezen plaats. De kweekers hadden het bedrijf reeds door eigen kracht op een hoog peil gebracht en de ontwikkeling van den tuinbouw in dezen omtrek was heel sterk. Had de omtrek van Nijmegen in 1895 reeds 4500 H.A. voor fruitteelt in gebruik, in 1919 was dat gestegen tot 6900 H.A., terwijl zoo goed als overal onderplanting was ingevoerd. In 1895 werd voor de groenteteelt zoo goed als geen plat glas gebruikt; in 1906 besloeg het platte glas een oppervlakte van 45100 vierk. Meter en in 1912 (het laatste jaar waarvan officiciëele cijfers bekend zijn) besloeg het platte glas 95200 vierk. Meters; zeker is het na dien tijd nog toegenomen. Wat de bloemisterij aangaat kan deze streek met Aalsmeer en Boskoop wedijveren, al heeft ook elk van deze drie centra zijn bijzondere cultures. Uit alles blijkt, dat een middelbare tuinbouwschool hier op haar plaats is.

In 1919 is de school begonnen in de Kweekschool voor Onderwijzers. Aanvankelijk werd alleen aandacht geschonken aan fruitteelt, groenteteelt en bloemisterij, maar toen bij de Regeering gewezen werd op het belang van onderwijs in bloembinden en -schikken en tuinarchitectuur werd er besloten deze vakken aan het programma van deze school als proef toe te voegen en zoo is Nijmegen de eerste plaats, waar daarin onderwijs wordt gegeven. Van groot belang voor de school en voor de omgeving is de proef- en schooltuin, die onder toezicht staat van de Vereeniging “Proef- en Schooltuin voor Nijmegen en Omstreken”. Die tuin, waarvoor de gemeente 2 H.A. beschikbaar stelde, is allereerst schooltuin voor de leerlingen, verder het terrein voor practische werkzaamheid en zoo ook leerschool voor de kweekers, ten slotte is hij een gelegenheid voor het nemen van proeven met minder bekende gewassen, nieuwe behandelingswijzen en onderzoekingen of eenig gewas hier gedijt. Natuurlijk werkt zulk een tuin met verlies, het Rijk zal door subsidie het tekort helpen aanvullen en het is te verwachten, dat ook de Provincie, die reeds van haar belangstelling getuigde, ook hierin niet zal achterblijven: het geldt hier ook een provinciaal belang.

Achtereenvolgens brengt spr. aan de gemeente Nijmegen voor de offers, die zij bracht en de ruime opvatting van het belang der school; aan den bouwmeester voor de plannen voor het gebouw en de uitwerking daarvan; aan de Commissie van Toezicht, waarvan velen in andere functie reeds zooveel deden en van wie nog zooveel verwacht wordt; aan de Vereeniging Proef- en Schooltuin en vooral aan haar Voorzitter, den heer K. de Jong Mzn. Spr. richt nog een woord tot den Inspecteur van het Landbouwonderwijs, den heer van der Zande, tot Directeur en leeraren en tot de leerlingen. Met de beste wenschen voor den bloei der school en haar zegenrijke werking, aanvaardt spr. het nieuwe gebouw.

De Commissaris der Koningin in Gelderland, Jhr. Mr. v. Citters, verzekert de aanwezigen van de groote belangstelling van het provinciaal bestuur in deze school, getuige o.a. de aanwezigheid van heeren Gedeputeerde Staten. Spr. is overtuigd, dat dit en gelukkige dag moest zijn voor den heer Directeur-Generaal van Landbouw, voor de gemeente Nijmegen, maar vooral ook voor den Burgemeester van Nijmegen, onder wiens veeljarig bestuur al zóóveel goeds tot stand is gekomen, dat Nijmegen een bijzondere plaats inneemt onder de steden van ons vaderland. Wel doorleeft de tuinbouw een moeilijken tijd en er is wat optimisme noodig om aan de moeilijkheden het hoofd te kunnen bieden, want de tuinbouw moet leven van export en de export vindt overal hinderpalen. Er is heel wat zorg noodig om den tuinbouw op de been te houden en dat kan naar sprekers meening geschieden, als land- en tuinbouw elkaar steunen en samenwerken. Spr. besluit met de hoop, dat de nieuwe onderwijsinrichting een goeden naam zal krijgen en houden, maar vooral, dat de leerlingen dien naam zullen steunen. Als het een eer wordt te zijn opgeleid aan deze school, dan zal dat een zegen zijn voor Nijmegen en voor het heele gewest.

De heer Valeton, secretaris van de Tuinbouwraad, getuigt van zijn belangstelling voor hetgeen hier bereikt is. Spr. weet, dat de geschiedenis van den tuinbouw, hier vooral, is een aaneenschakeling van pogen en proberen; ondanks tegenslagen heeft men ’t hier niet opgegeven; deze omtrek telt stoere werkers en mannen van volharding en spr. vertrouwt, dat de praktische tuinbouwers dankbaar zullen zijn, dat deze inrichting hier is verrezen en dat zij het hunne zullen doen om Directeur en leeraaren en daardoor de school te steunen, die ook voor hen een steun kan zijn.

Namens de afdeeling Nijmegen van de Maatschappij van Tuinbouw en Plantkunde spreekt de heer Lodder. Spr. gaat de voorgeschiedenis van de oprichting na en memoreert, dat reeds in 1915 door den heer Monhemius het denkbeeld van de oprichting eener school als deze werd opgeworpen; hoe een Commissie uit de afdeeling, bestaande uit de heer Monhemius, Leenders en spr., met den heer v.d. Veen (nu Directeur) en met het gemeentebestuur van Nijmegen overlegde en hoe van alle zijden het denkbeeeld met ingenomenheid werd begroet. Spr. brengt dank en hulde aan allen, die tot de oprichting hebben meegewerkt en uit de beste wenschen voor de school en haar personeel.

De heer R. v.d. Veen, Directeur der School en Rijkstuinbouwconsulent voor het zuidelijk gedeelte van ons land, wijst op de verschillende vormen van tuinbouwondewij: het hooger onderwijs van Wageningen, het lagere van de wintercursussen en het tusschenliggende middelbare, dat nu ook hier gegeven staat te worden. De wintercursussen zijn al een kleine 20 jaar oud en hebben veel nut gesticht, maar voor patroons, bedrijfsleiders en buitenlandsche handelaren is meer noodig dan zulk een cursus kan geven. De Middelbare School bepaalt zich niet tot avondlessen, maar geeft het onderwijs overdag en breidt de lijst van onderwijsvakken uit. Maar dat onderwijs regelt zich naar de streek, waar de school gevestigd is; zoo staat te Aalsmeer de bloemisterij, te Lisse de bloembollenteelt, te Boskoop de boomkweekerij voorop. Hier echter kan de zaak veelzijdiger worden opgevat, dank zij de veelvuldigheid der onderdeelen van het tuinbouwvak. Want den streek is een belangrijk centrum, waar fruitteelt en groenteteelt extensief en intensief worden beoefend ook naar de meest moderne methoden. Spr. brengt op zijn beurt hulde aan allen, die tot de totstandkoming der school hebben meegewerkt, vooral ook aan het gemeentebestuur van Nijmegen en geeft ook namen de leeraren de verzekering, dat allen, die aan de school verbonden zijn, het hunne zullen doen om haar tot bloei te brengen.

De plechtigheid was hiermee ten einde en namens den heer K. de Jong Mzn. Bood de heer Steinweg den genoodigden den eerewijn aan, waarna de Directeur de aanwezigen uitnoodigde tot een rondwandeling door de school en over de terreinen.

Het gebouw mag er zijn; de lokalen zien er keurig uit, de inrichting er van bewijst dat er advies is gegeven door mannen van de praktijk. Voorloopig is er zeker ruimte genoeg, maar mocht, zooals ook wij hopen, de toeloop van leerlingen sterker, zeer sterk zelfs, worden, dan zou het kunnen zijn, dat de behoefte werd gevoeld aan een ruimer lokaal dat- om een dik woord te gebruiken- als aula dienst zou kunnen doen. De ontvangst van gisterenmiddag had plaats in de met planten getooide hal.

In den tuin keur van planten en kruiden en bloemen en struiken en platte bakken en een ruime flinke kweekkas voor druiven, perziken en wat de tijd en de cultuur eischen.

Voor volledigheid vermelden wij ten slotte nog, dat de bouw plaats had onder leiding van den heer Offermans; dat voor de centrale verwarming en ventilatie werd gezorgd door P.H. Lamers te Hees; voor het schilderwerk door B. Fooy te Hees; voor de electrische installatie door P. Megens te Nijmegen; voor het stucadoorswerk door Otten te Nijmegen en dat de keurig afgewerkte schoolbanken werden geleverd door de fabriek van schoolbanken van den heer Kooymans te Wijchen.” (PGNC 6/10/1920)

Park Leeuwenstein

Het Park Leeuwenstein was vroeger de tuin van Villa Leeuwenstein. Het lijkt wat verborgen te liggen door de bebouwing van de Marialaan en de Bosduifstraat. Dat het park mogelijk wat onbekend is, is onterecht: er staan veel verschillende bomen, waaronder bijzondere soorten.

Koetshuis Park Leeuwenstein

De woning is oorspronkelijk in 1864 gebouwd als koetshuis door de familie Metz-van Holst.

Hotel du Soleil Graafseweg 31-35 Nijmegen rond 1903
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Van Grand Hotel du Soleil tot Belastingkantoor

1903-1919, Graafsche straat no 31-41 (Nu Graafseweg 31-35)

Het Grandhotel "Du Soleil", geopend in 1903. Het RAN dateert deze foto tussen 1903-1919. Op basis van de onderstaande krantenartikelen moet deze foto van voor de verbouwing van Oscar Leeuw in het voorjaar van 1906 zijn, omdat er nog geen veranda te zien is (zie foto hieronder) (RAN F17404)
Het Grandhotel “Du Soleil”, geopend in 1903. Het RAN dateert deze foto tussen 1903-1919. Op basis van de onderstaande krantenartikelen moet deze foto van voor de verbouwing van Oscar Leeuw in het voorjaar van 1906 zijn, omdat er nog geen veranda te zien is (zie foto hieronder) (RAN F17404)

J.F. Steenmetzer maakt in 1903 van 6 herenhuizen aan de huidige Graafseweg een groots hotel, waarbij de inrichting is geïnspireerd op het “American Hôtel”. Hiervoor leverde architect Haspels Jr. het ontwerp. Een grote verbouwing volgde al in 1906 naar ontwerp van Oscar Leeuw. Vanaf 1923 is het in gebruik als belastingkantoor en na een verbouwing in 2013 zijn hier appartementen gevestigd.

Juni 1903 blijkt J.F. Steenmetzer 6 herenhuizen aan de Graafsche straat nummers 31-41 te hebben gekocht om er een groot, eerste rangshotel van te maken. Daarvoor worden de huizen doorgebroken. De nummers 31 en 33 voorlopig nog niet, aangezien deze nog zijn verhuurd. Het hotel zal 60 kamers bevatten. De inrichting zal geïnspireerd worden op dat van het “American Hôtel” te Amsterdam. Men hoopt in augustus te openen, wat ook daadwerkelijk lukt (De Gelderlander 26/6/1903). Hiervoor had architect Haspels Jr. het ontwerp geleverd.

Verbouwing Haspels Jr. tot hotel

In 1903 opent Hotel du Soleil:

“Grand Hôtel du Soleil.

Het is een waarschijnlijk door de behoefte geboren verschijnsel, dat het aantal hôtels in onze stad zich steeds uitbreidt en- niettegenstaande de verschillende ruime, fraaie en geheel moderne inrichtingen op dit gebied in de oude en nieuwe stad- nog ondernemende mannen het durven bestaan, haar aantal weder met een nieuw hôtel te vermeerderen, dat gezien mag worden. Wij hebben hier het oog op het Grand Hôtel du Soleil aan de Graafsche straat no. 31-41 dat morgen geopend wordt.

Zij, die de uitbreiding van onze stad gevolgd hebben, zullen weten, dat het door wijlen den heer Haspels Sr. aan de Graafsche straat gebouwde blok heerenhuizen tot de eerste nieuwerwetsche woningen in de buitenwijken behooren. Dit geheele blok nu kwam in handen van één eigenaar, die op zeer ingenieuse wijze, door den heer Haspels Jr., bouwkundige alhier, uit een viertal daarvan één groot hôtel-pension deed worden, dat inwendig althans een prachtig geheel vormt. Het uiterlijk is weinig veranderd, hoewel een breede ingang, waarheen een flinke oprijweg leidt, toch doet zien, dat men hier niet meer dan gewone woonhuizen te doen heeft.

Door de breede deuren binnengekomen, ziet men allereerst een ruime entree van wit marmer, waarop links de ontvangkamer, met daarachter een kleine eetzaal, rechts de groote vroolijke eetzaal, waaraan weder een kleinere dito grenst, uitkomen. Een zeer breede, monumentale trap voert van hieruit naar de bovenverdiepingen. Maar eerst zien wij nog eenige, aan de groote eetzaal aansluitende vertrekken, die meer speciaal geschikt zijn voor pensiongasten, omdat zij, als het ware afgesloten van het geheel, verhuurd kunnen worden en gezellige appartementen vormen.

Boven op de eerste en tweede etage vindt men keurige salons en ruime slaapkamers, deels uitziende op de straat, deels op de achtertuinen, alle zeer modern gemeubeld en ingericht. Aan de andere zijde van de breede corridors leidt weder een trap naar beneden, wat ook zeer in het belang der veiligheid is. Op elke etage is een welingericht badkamer.

De meubileering van de hierboven genoemde zalen in het parterre-gedeelte is natuurlijk ook geheel aan de eischen van den tegenwoordigen tijd.

In het sousterrain bevinden zich de keuken, van grooten omvang en met een zeer practisch reuzen-fornuis, de provisiekamer, wijn- en likeurkelders, kortom alles wat tot een hôtel van den eersten rang behoort. Een lift onderhoudt de communicatie tusschen de onderwereld en het parterre. Fornuis en verdere keukeninrichting worden geleverd door de heeren Thijssen en van Haaren, firma Carel van Rosendael alhier.” (PGNC 23/8/1903)

Verbouwing Oscar Leeuw

1906, Graafsche straat

Hotel du Soleil Graafseweg 31-35 Nijmegen rond 1903
Hotel du Soleil Graafseweg 31-35 Nijmegen rond 1903

“Grand Hôtel du Soleil.

Nu verschillende feesten weer tal van bezoekers naar onze stad lokken- kegelwedstrijden in de “Vereeniging”, begroeting der automobilisten vandaag, het sportfeest morgen en de landbouwfeesten in het verschiet- ligt het voor de hand dat de Nijmeegsche hôtelhouders hun beste beentje vooruitzetten om de gasten naar behooren te kunnen ontvangen en herbergen.

Spraken wij gisteren van de omvangrijke toebereidselen in het hôtel “Keizer Karel” met hoet oog op de ontvangst der automobilisten, ook het “Grand Hôtel du Soleil” aan de Graafsche straat wacht een zestigtal gasten ter gelegenheid der verschillende feesten.

Dank aan de uitbreiding van het vreemdelingenverkeer in deze stad heeft dit nieuwe hôtel in den korten tijd van zijn bestaan een hooge vlucht genomen en is thans opnieuw aanmerkelijk uitgebreid.

Werd in het voorjaar de lange voorgevel, onder leiding van den architect den heer Oscar leeuw geheel gemoderniseerd, van een veertig meter lange sierlijke veranda voorzien en met de wapenschilden der onderscheiden landen versierd, thans is naar ontwerp van denzelfden bouwkundige, door den aannemer den heer Konings een groote feestzaal met tooneel aangebouwd.

Op verzoek van den ijverigen directeur-gérant den heer Jos. Jergen, de ons de omvangrijke inrichtig rondleidde, waarbij wij telkens de indruk kregen met een degelijk vakman te doen te hebben, namen wij er gisteren een kijkje.

De zaal van bijzonder gelukkige verhoudingen, op het oogenblik fijn afgestukadoord door den heer Is. Van Haaren, zal later beschilderd worden; maar biedt zooals ze nu is, in haar smettelooze blankheid, met haar keurigen parketvloer, de breede op den tuin uitziende ramen met draperieën, geleverd door de firma Bahlmann, de spiegels aan weerszijden van het tooneel, waarop met de driekleur getooid het beeld van H.M. de Koningin prijkt, de rijke koperen kroonluchters en niet het minst de feestelijk gedekte en met levend groen gesierde tafel een hoogst vriendelijken aanblik.

Wij vernemen dat in deze zaal het groote diner bij gelegenheid der Landbouwfeesten, van circa 250 couverts zal gehouden worden. De zaal biedt plaats voor 300 couverts en zal zich ook uitstekend leenen voor kamermuziek, lezingen, tooneeluitvoeringen enz.

Nog werd onze opmerkzaamheid gevestigd op de ruime gelegenheid tot garage van automobielen, die alweer is vergroot. De breede toegang, de practische reparatiekuil, de gladde tegelvloer en vooral de flinke ruimte maken ze bijzonder doelmatig.” (De Gelderlander 22/7/1906)

Overigens zat Oscar Leeuw in het organisatie van bovengenoemde Landbouwfeesten, in de Commissie voor de Gebouwen.

Op 24 juli 1906 vindt door deze Commissie aanbesteding plaats van: “het leveren der benoodigde Tenten, omheiningen, standen voor Paarden, Rundvee, Schapen en Varkens op terreinen aan de Gerard Noodtstraat , Hunnerpark en Kelfkensbosch.” (PGNC 21/7/1906)

Plan tot het aanbouwen van een Feestzaal en een Garage door Oscar Leeuw: de feestzaal , tekening 8 mei, bouwdossier gedateerd 12-6-1906 (D12.379267)
Plan tot het aanbouwen van een Feestzaal en een Garage door Oscar Leeuw: de feestzaal , tekening 8 mei, bouwdossier gedateerd 12-6-1906 (D12.379267)
Plan tot het aanbouwen van een Feestzaal en een Garage door Oscar Leeuw: de garage, bouwdossier gedateerd 12-6-1906  (D12.379266)
Plan tot het aanbouwen van een Feestzaal en een Garage door Oscar Leeuw: de garage, bouwdossier gedateerd 12-6-1906  (D12.379266)

N.V. en (voorgenomen) verbouwing

In 1910 heeft eigenaar Steenmetzer plannen tot verdere uitbreiding.

Om de verbouwing en vergroting te kunnen financieren, heeft Steenmetzer de zaak omgevormd naar een N.V.. Men kan zich voor aandelen inschrijven bij Firma Lamar & Vos.

Het plan is om het gebouw met een verdieping te verhogen. Daarnaast zal op de hoek met de Stijn Buijsstraat een “bodega” en café-restaurant worden aangebouwd. En aan de achterzijde van het hotel is een grote schouwburg- concertzaal gepland, met de hoofdingang aan de rechterzijde.

“Zooals wij reeds, zeiden, zal een en ander en vooral de schouwburgzaal in een lang gevoelde behoefte voorzien, want een ieder zal het met ons eens zijn, dat de thans bestaande schouwburg niet thuis behoort in een stad als Nijmegen, die bezig is zich met haar nieuwe wijken te verjongen en in een fraai kleed te steken.” (PGNC 6/7/1910)

In hoeverre de uitgifte van aandelen succesvol is geweest en of de verbouwing is gerealiseerd, is nog niet bekend. In ieder geval wordt er in december 1910 begonnen met het afbreken van de huisjes van “Het Begin”. Deze liggen achter Hotel du Soleil en waren vlak na de ontmanteling van de wallen gebouwd. “Het vrijkomende terrein zal voorloopig voor een groot gedeelte als sport-terrein worden ingericht, terwijl een kleiner gedeelte daarvan dienen zal tot uitbreiding van de bestaande feestzaal met eene tooneel-inrichting, die zeer goed bij deze keurige zaal zal passen.” (PGNC 15/12/1910)

In PGNC 21/3/1912 blijkt dat dat de N.V. “Grand Hotel du Soleil” ontslag heeft verleend aan Steenmetzer als directeur. J. Fuchs is daarbij benoemd tot waarnemend directeur. Begin mei 1912 koopt Steenmetzer het pand van Societeit Burgerlust voor f34.900 (PGNC 3/5/1912 en PGNC 4/5/1912)

Hotel "Du Soleil"; een reproductie, Graafseweg 35-41 Bottendaal, 1920 (F17387 RAN)
Hotel “Du Soleil”; een reproductie, Graafseweg 35-41, 1920 (F17387 RAN)
Het interieur in de eetzaal in het Hotel "Du Soleil"; een reproductie, , Graafseweg 35-41 Bottendaal, 1920 (F17378 RAN)
Het interieur in de eetzaal in het Hotel “Du Soleil”; een reproductie, , Graafseweg 35-41, 1920 (F17378 RAN)
Entree Hotel du Soleil  Graafseweg 35-41 Bottendaal, 1920 (F17384 RAN)
Entree Hotel du Soleil Graafseweg 35-41 Bottendaal, 1920 (F17384 RAN)
Slaapkamer Hotel du Soleil, Graafseweg 35-41 Bottendaal, 1920 (F17381 RAN)
Slaapkamer Hotel du Soleil, Graafseweg 35-41, 1920 (F17381 RAN)
In mei 1919 staat Hotel Du Soleil te koop (PGNC 10/5/1919)
In mei 1919 staat Hotel Du Soleil te koop (PGNC 10/5/1919)

Op 22-5-1919 houdt de N.V. Grand Hotel “Du Soleil” een aandeelhoudersvergadering in “Burgerlust” met als “punt van behandeling: Verkoop van het Hotel”. (PGNC 9/5/1919)s

Eind mei 1919 staat het Hotel Du Soleil vervolgens te koop (PGNC 10/5/1919)

Belastingkantoor

PGNC 21/4/1923
PGNC 21/4/1923

In 1922/1923 vindt de verbouwing tot Belastingkantoor plaats.

Plan tot inrichting van perceel Graafsche weg 31-35 te Nijmegen tot Belastingkantoren,
Bouwdossier D12.387126 gedateerd op 21-12-1922
Plan tot inrichting van perceel Graafsche weg 31-35 te Nijmegen tot Belastingkantoren, Bouwdossier D12.387126 gedateerd op 21-12-1922

Het nieuwe gebouw van ’s Rijks Dir. Belastingen.

Gistermiddag hebben wij het nieuwe gebouw van ’s Rijks directe belastingen, invoerrechten en accijnzen aan den Graafsen weg, dat de vorige week gedeeltelijk in gebruik is genomen, bezichtigd. Ons verzoek daartoe was door den Inspecteur der Dir. Bel. 2e afd., den heer L.A. Alting Mees, met voorkomendheid ingewilligd niet alleen, maar hij had bovendien de vriendelijkheid, ons na een inleidend woord omtrent de voorgeschiedenis van de vestiging der belasting-administratie in dit pand, door het geheele gebouw rond te leiden.

Men weet, dat het vroegere hotel “Du Soleil” na zijn mobiliasatie-bestmming was overgegaan aan de firma Jurgens, die het evenwel sinds eenigen tijd voor haar bedrijf niet meer noodig had. De belasting-autoritieiten alhier waren sinds lang zoekende naar een gebouw, geschikt voor huisvesting van de Directe Belastingen, Invoerrechten en Accijnzen. Verschillende aanbiedingen waren, als zijnde te duur, van de hand gewezen, terwijl in dezen tijd aan het bouwen van een nieuw pand niet kon worden gedacht, temeer omdat de dienst der Rijksgebouwen op waarlijk loffelijke wijze de grootst mogelijke zuinigheid nastreeft en daarbij zeer kaufännisch wordt beheerd. En zoo was de beruchte “Kamer no. 6” in de Ridderstraat nog steeds een bron van ergernis voor personeel en publiek, toen het Rijk- op het juiste tijdstip dienaangaande geadviseerd en ter zijde gestaaan door de heeren Van Eerde en Alting Mees, Inspecteurs der Dir.Bel. alhier (eerstgenoemde is sindsdien afgetreden)- er in slaagde op zeer gunstige verkoopsvoorwaarden het vroegere Hotel “Du Soleil” in handen te krijgen. Wanneer de bouwmeester indertijd had kunnen voorzien welke bestemming het hotel in later jaren zou krijgen, dan had hij zijn ontwerp niet beter kunnen maken. Want het gebouw bleek als geknipt voor de huisvesting van de belastingen en een rondwandeling heeft ons daarvan gistermiddag overtuigd. Gold het de beschrijving van een nieuw gebouw, dan zouden wij den architect de welverdiende hulde kunnen brengen voor de logische indeeling van het geheel; voor de voor de voortreffelijke wijze waarop hij het vraagstuk van “licht en lucht” had opgelost; voor de degelijkheid gepaard aan schoonheid, welke van beneden tot boven, van voor tot achter den bezoeker opvalt; voor het aanbrengen van centrale verwarming en electrisch licht, kortom van al datgene wat in een modern kantoorgebouw dient tot gerief van hen, die daar werken en hun den arbeid veraangenaamd, ergo beter doet zijn dan in een ouderwetsche en primitieve omgeving.

Van de drie ingengen van het gebouw is de linksche bestemd voor het publiek, dat belasting komt betalen en “Kamer no. 6” niet meer zal herkennen. Het is de voormalige danszaal van het hotel, waar op den parketvloer wel menig amoureus gesprek zal hebben plaats gehad. Hier vindt het publiek een zaal zoo mooi wat betreft ruimte, licht, lucht en inrichting der loketten, dat de tijd niet verre meer zal zijn dat de Nijmegenaars met plezier hun belastingen gaan betalen. Op het oogenblik zijn de aanslagen nog zóó hoog, dat zelfs de mooie zaal niet in staat is den pil te vergulden. Ook het personeel heeft alle reden om van eene verbetering te spreken. Het moet evenwel voor den mensch niet oged zijn in eene al zijn verlangens bevedigd te zien en zoo blijft er voor dat personeel nog wel wat te wenschen. Het Rijk toch heeft nu wel een mooi huis, maar moet nog bewijzen dit ook te kunnen bewonen. En bij veel lof mag de blaam niet achterwege blijven: wat wij in deze prachtige zaal “Kamer no. 6” aan meubileering zagen, grenst aan het ongelooflijke. Het was een rommeltje, misschien voor den uitdrager nog niet goed genoeg. Wat de firma Jurgens bij het gebouw heeft verkocht: linoleums, gordijnen, electrische lampen, huistelefoon is alles first class, maar wat het Rijk zelf heeft meegebracht, dient zoo spoedig mogelijk te worden vervangen.

Aan de hier genoemde groote zaal grenzen ter eene zijde het kantoor van den Ontvanger der Directe Belastingen, den heer F.E. Vreede, een archiefkamer en een vergaderzaaltje. Ter andere zijde bieden het voormalige tooneel en de vertrekken, die daarmede annex waren, gelegenheid tot inrichting van de kantoren van den Ontvanger der Invoerrechten en Accijnzen, Jhr. W.J. de Jonge, die momenteel aan de St. Anthoniusplaats ook verre van ideaal gehuisvest is.

Eveneens gelijkvloers, in de rechter helft van het gebouw, zijn de kantoren ondergebracht van den Inspecteur (den heer P. v.d. Mark) en den Ontvanger (den heer A. Bloemarts) der Registratie en Domeinen met klerken- en wachtkamers. (De kantoren van dezen dienst aan den Oranjesingel zullen worden betrokken door den Ingenieur van den Waterstraat, thans St. Annastraat; in het vroegere gebouw van de Inspectie der Dir. Belastingen aan de St. Annastraat is de Inspectie van het L.O. gevestigd.)

Een breede trap leidt naar de eerste étage, waar zich de kantoren bevinden van de Inspectie der Directe Belastingen; ter eene zijde van de gang de ruime klerken-zalen resp. van de 1e en de 2e adeeling met in het midden een wachtkamer; ter andere zijde de gezellige kamers van de inspecteurs in beid afdeelingen, t.w. 1e afd. de heer J. Andreas (benoemd met ingang van 1 Mei a.s. plaatsverv. Op het oogenblik de heer Meijerink) en 2e afd. de heer L.A. Alting Mees.

Op de tweede verdieping zijn 5 reserve-kamers voor personeel van de Inspectie en 5 archief-kamers.

Ter rechterzijde van het gebouw is de woning van den concierge gelegen. De daaraan grenzende vroegere garage is een prachtige bergplaats geworden voor de ambtenaren der invoerrechten en accijnzen aangehaalde goederen; hier is ook de ingang voor de leden van het personeel, die een fiets bij zich hebben en voor wie de voormalige kegelbaan is ingericht voor 84 rijwielen; langs de diensttrap zijn zij dan in een oogwenk in het gebouw. Hier, in het sous-terrain, zijn voorts de kantoren van de kommiezen voor den stadsdienst, een leslokaal voor de kommiezen van den velddienst, archief-kamers en een inrichting voor het afstoken van gesistilleerd.

Uit het voorgaande blijkt wel, dat de dienst der Directe Belastingen, Invoerrechtne en Accijnzen thans gehuisvest is in een gebouw, dat als zoodanig aan alle eischen beantwoordt. Wanneer nu ook de inrichting van enkele lokalen zal zijn gemoderniseerd, zullen de inspecteurs en ontvangers, hiervoor genoemd, en hun ijverig personeel, alle reden hebben om de plaats gehad hebbende verandering een groote verbetering te noemen. Voor het publiek is dit nu reeds het geval.” (PGNC 17/4/1923)

Meubelzaak en woninginrichting Wals en links Garage Terwindt & Hekking Mestrom en op de achtergrond voormalig Hotel du Soleil, Graafseweg Bottendaal, 1958 (F86415 RAN CC0)
Meubelzaak en woninginrichting Wals en links Garage Terwindt & Hekking Mestrom en op de achtergrond voormalig Hotel du Soleil, Graafseweg Bottendaal, 1958 (F86415 RAN CC0)

Hierna volgen een aantal andere verbouwingen. In 2013 vond de verbouwing naar appartementen plaats.

Graafseweg voormalig Hotel du Soleil en Belastingkantoor"(januari 2026)
Graafseweg voormalig Hotel du Soleil en Belastingkantoor”(januari 2026)

Meer lezen

Meer over dit pand valt te lezen op Noviomagus:

https://www.noviomagus.nl/Varia/Soleil/Soleil.html

https://www.noviomagus.nl/Particulier/Cat/cwdata/050-DSCN0239_edited.html

https://www.noviomagus.nl/Gastredactie/Klomp/Graafseweg31-35.html