Voormalige Augustinus klooster, Graafseweg (november 2024)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Augustinus klooster

1925 Graafseweg 274

Voormalige Augustinus klooster, Graafseweg (november 2024)
Voormalige Augustinus klooster, Graafseweg (november 2024)

In 1925 vestigen de Augustijnen zich in het nieuwe klooster aan de Graafseweg. Zij waren daarmee na 100 jaar weer terug in Nijmegen. Het ontwerp van het klooster was van architect Kayser.

Inwijding Augustijnerklooster te Nijmegen

Op 26 november 1925 werd het klooster van de orde van de Augustijnen plechtig ingewijd. Het klooster werd ontworpen door de hoofdzakelijk in Limburg werkende architect ir. Jules Kayser (02-10-1879 Venlo - 20-10-1963 Venlo). Het klooster werd echter nooit volledig afgebouwd, Graafseweg 274, 1930 (F11728 RAN)
Op 26 november 1925 werd het klooster van de orde van de Augustijnen plechtig ingewijd. Het klooster werd ontworpen door de hoofdzakelijk in Limburg werkende architect ir. Jules Kayser (02-10-1879 Venlo – 20-10-1963 Venlo). Het klooster werd echter nooit volledig afgebouwd, Graafseweg 274, 1930 (F11728 RAN)

“Onze Nijmeegsche correspondent bericht: Donderdagmorgen werd te Nijmegen het nieuwe klooster der E.E. P.P. Augustijnen plechtig ingezegend. Om half elf droeg Mgr. C. A. van Son, Deken van Nijmegen, in de openbare kapel der Augustijnen aan den Graafschen weg een plechtige H. Mis op.

Na de H. Mis verrichtte de Hoogeerw. heer Deken van Nijmegen, namens Z.D.H. Mgr. Am. Diepen, de plechtige inwijding van het klooster, tevens theologisch studiehuis der E.E. P.P. Augustijnen, die hun theologisch studiehuis met het oog op de R.K. Universiteit van Utrecht naar Nijmegen hadden overgebracht.

Na afloop van deze plechtigheid heeft Mgr. van Son de Paters Augustijnen, die zich weder in Nijmegen komen vestigen, in huldigende woorden toegesproken.

De hoogeerw. Provinciaal  Pater van Rijn, dankte, waarna wethouder W. v. d. Waarden de Paters huldigde namens het Nijmeegsche Gemeentebestuur.

In den namiddag van het inwijdingsfeest hielden de E.E. P.P. Augustijnen in hun nieuw, statig, doch sober kloosterhuis receptie. Velen maakten hiervan gebruik om het klooster binnen en buiten in oogenschouw te nemen.

Het klooster is opgetrokken in modernen bouwtrant van een sobere lijn, staat aan den Graafschen weg in een rustige omgeving, nabij den Wolfskuilschenweg.

De architect-ingenieur, de heer Kayser, uit Venlo, ontwierp den bouw en deed voor de men uitwendige stemmige versiering van den kloosterbouw een dankbaar gebruik maken van de Nederlandsche baksteen, welke, in rijke nuanceering gebruikt, een frisschen indruk maakt.

Beeld H. Joannes di So. Facundo boven ingang Augustijner klooster, Graafseweg (november 2024)
Beeld H. Joannes di So. Facundo boven ingang Augustijner klooster, Graafseweg (november 2024)

De tuin van het klooster, in allen eenvoud aangelegd, verlevendigt den ingang. Bij de hoofdpoort verheft zich het gestyleerde beeld van den H. Joannes di So. Facundo, de heilige van het Sacrament, fraai stijlvol uitgevoerd beeld van den Roermondschen kunstenaar Thiessen.

Als om den kloosterhof, liggen de verschillende afdeelingen en de kapel geprojecteerd, en om den tuin loopen breede, in stemmigen kleurtoon gehouden wandel- of bidgangen.

Links van de kloostergang bevindt zich de tijdelijke huiskapel, later geheel in te richten tot studiebibliotheek, welke nu reeds bijkans geheel uit Utrecht naar het Nijmeegsche klooster is overgebracht.

Daarnaast is de recreatiezaal voor de Zeer Eerw. Paters, die het uitzicht hebben op het omringende bosch. De achtergevel wordt ingenomen door de refter met daaraan grenzende keuken.

Op de eerste verdieping bevinden zich aan de voorzijde de kamer voor den HoogEerw. Pater Provinciaal en van den tegenwoordigen procurator van het Nijmeegsche klooster, de ZeerEerw. Pater Th. v. d. Vloodt.

Op deze verdieping zijn verder de zitkamers voor de ZeerEerw. Paters en de kamers voor de Eerw. Broeders.

De tweede verdieping, ook weer als in carré gelegd om den kloostertuin, is geheel bestemd voor professorium. Hier verblijven de fraters theologen.

Het klooster der E.E. P.P. Augustijnen is thans bewoond door vier Pater Professoren, drie Paters-theologanten, elf fraters-theologanten en vijf Eerw. Broeders.” (De Tijd: godsdienstig-staatkundig dagblad, 26-11-1925)

Ingang Augustijner klooster (november 2024)
Ingang Augustijner klooster (november 2024)

Augustijnen na 100 jaar terug in Nijmegen

De komst van Augustijnen betekende een terugkeer naar Nijmegen na 100 jaar afwezigheid. De Gelderlander beschrijft in 1950 bij het 25-jarig bestaan de geschiedenis van de Augustijnen in Nijmegen:

De Augustijnen in Nijmegen

Bijna twee honderd jaar bedienden zij de kerk in het stadscentrum

Toen 25 jaar geleden de paters Augustijnen hun nieuwe klooster aan de Graafseweg betrokken, keerden zij na een onderbreking van ruim honderd jaar terug naar Nijmegen. De herinnering aan hun vroegere verblijf en werkzaamheden leefde nog voort in de St. Augustinuskerk, gelegen in de Augustijnenstraat.

Deze prachtige kerk van Cuijpers is helaas door het oorlogsgeweld vernield, en ook de Augustijnenstraat is bijna niet meer te onderkennen. Doch op het terrein waar omstreeks 1866 deze straat was aangelegd als een min of meer rechtstreekse verbinding tussen de Houtstraat en de Grote Markt, stond voordien de kerk welke de Augustijnen bijna 200 jaar hebben bediend.

In 1818 vertrok de laatste Augustijn die hier werkzaam was, Pater J.J. Smeijers, naar Emmerich, waarschijnlijk wegens de inmenging van het burgerlijk gezag in kerkelijke zaken waarmee hij zich niet verenigen kon, zodat hij het voor zijn geweten onverantwoordelijk achtte nog langer zijn functie te blijven uitoefenen.

De zielzorg in de St. Augustinuskerk werd sedertdien door de seculiere geestelijkheid waargenomen en daarna voortgezet door de Paters Carmelieten.

Het was dus een terugkeer naar Nijmegen, een heropnemen van een oude traditie, toen de Augustijnen zich in het najaar van 1925 weer in de Keizer Karelstad kwamen vestigen.

In korte trekken willen wij hier thans de geschiedenis van de Augustijnen in Nijmegen schilderen.

Na onderbreking van bijna een eeuw hervatten zij vóór vijf en twintig jaar hun werkzaamheid in ons midden

Maar kort daarop brak de grote oorlog van 1672 uit, en de bezetting van Nijmegen (1672-1674) door de Franse legers bracht voor de katholieken althans dit gelukkig gevolg mee, dat zij de St. Stephanuskerk weer in gebruik konden nemen. De missionarissen oefenden er gezamenlijk de zielzorg uit, terwijl de Augustijnen tevens arbeidden onder de Franse soldaten.

In 1674 moesten de vreemde troepen echter snel terugtrekken, en zo ontviel de St. Stephanus weer aan de katholieken en moesten zij terug naar hun verborgen schuilkerkjes.

Het kerkhuis in de Bagijnengas was, zoals gezegd, verloren gegaan en de Augustijnen stonden voor de taak hun statie weer van de grond af op te bouwen.

P. Henricus Canisius- uit de familie d’Hondt- nam samen met p. Mathias Agolla de heroprichting hiervan in 1674 ter hand, en na zeer vele en grote moeilijkheden te hebben overwonnen, konden zij in Juli van datzelfde jaar reeds heimelijk een voorlopige kapel openen, die was ingericht op een van de zolders van de bierbrouwerij van Severinus Hagens, “wonende in de Eselstraat”, zoals zij schreven. De woning en bierbrouwerij van Severinus Hagens, “De Son” geheten, waren gelegen in de Hezelstraat; als men van de Grote Markt komt, was het aan de linkerkant het tweede pand voorbij de Pijkestraat, toendertijd nog Pikkegas geheten.

Pater Agolla had zich echter voorgenomen zo spoedig mogelijk verbetering aan te brengen in de voorlopige oplossing van deze zolderkerk en hij slaagde daarin dank zij de medewerking van een zekere Joanna van der Straeten- een klopje-, door wie tussenkomst bij het volgende jaar de beschikking kreeg over een huis tussen de Houtstraat en de Markt, dat goed als kerkhuis kon worden ingericht, zij het met grote onkosten. Enkele jaren later- in 1683- werd dit huis tegen een aanzienlijke som van haar overgenomen.

Vijfentwintig jaren lang heeft p. Agolla de Nijmeegse statie bediend, waarna hij zich in het klooster te Maastricht terugtrok. Daar gaf hij nog enige bundels preken en meditaties uit, o.a. “Zedelijke Sermoonen op de Sondagen”, “Sermoonen op de Feestdagen” en “Den lijdendenden Jesus”, en op het titelblad vermeldde hij met een zekere trots “25 jaeren gewesene zendelingh in de zendinghe te Nijmegen”.

Het was een harde werker, deze p. Agolla, die er metterdaad in geslaagd is zijn statie tot grote bloei en zijn katholieken tot een vurig geloofsleven te brengen, en dan ook reeds spoedig de hulp van een assistent nodig had. Een van dezen, een zekere p. Thomas Debbaut, kon omstreeks 1676 met voldoening schrijven aan de Vice-praefect van de Augustijnenmissie: “Godt lof, t’sedert wij t’saemen zijn geweest is onse gemeijnte een groot deel aangewassen inder voegen dat wij nu in 2 diensten lichtelijck duijsent persoonen dienen”. Nog uit verschillende andere gegevens valt de bloei der statie op te maken. En waarschijnlijk is het ook aan de betekenis van deze statie voor de katholieken van Nijmegen te danken dat P. Agollo’s opvolger P. Guilelmus Lonchin zin van 1704-1724 het dekenaat van Nijmegen- dat zich over de stad en de omliggend dorpen uitstrekte van Groesbeek tot Dreumel toe- zag toevertrouwd. Later was ook nog P. Augustinus Libens van 1741-1743 deken.

Toch heeft deze statie ook in de 18e eeuw haar moeilijkheden gekend, maar over het algemeen genomen is er een blijvende vooruitgang waar te nemen. Toen dan ook in 1789 een nieuwe kerk gebouwd moest worden, omdat het oude kerkhuis volkomen versleten en bouwvallig was, zag P. Guilelmus van der Stocken zich genoodzaakt een groter en ruimer kerkgebouw te zetten. En opnieuw had een uitbreiding plaats in 1833 onder deken Triebels totdat een vijftigtal jaren later het majestueuze bouwwerk van Cuijpers verrees om het telkens vergrote kerkje te vervangen.

Tot 1818 zijn de Augustijnen werkzaam geweest in de Nijmeegse St. Augustinus. In 1925 keerden zij terug naar Nijmegen,- weliswaar niet in de oude stadskern die zo veel herinneringen aan hun vorig verblijf bewaarde, maar in het zich uitbreidende westelijke stadsdeel- om er hun theologische studies op te bouwen in de schaduw van de jonge Nijmeegse Alma Mater. E.F.” (De Gelderlander 24/11/1950)

Graafseweg

De Graafseweg is een van de drukste wegen van Nijmegen. Hij loopt van het Keizer Karelplein tot aan de Graafsebrug.…

Augustijnenbosje

Het Augustijnenbos is vernoemd naar de orde der Augustijnen. Zij kochten in 1923 het terrein tussen de Geldersche roomboterfabriek en…

St. Augustinuskerk architect Cuypers

In 1884 wordt de St. Augustinuskerk ingewijd. Deze is gebouwd naar een ontwerp van architect Cuypers. In zijn ontwerp heeft…

Kap en wieken, boven de bomen uit, van de Looimolen. Links van de molen de kap van het Klooster van de Congregatie Broeders van de H. Aloysius van Gonzaga, gevestigd in de voormalige Villa de Wolfskuyl (van 1932 tot 1942 het klooster van de Zusters Kanunnikessen van het Heilig Graf), Graafseweg 232, 1935 (GN1903 RAN) Wolfskuil
#Arnhem, Gebouw van de dag

Villa de Wolfskuyl

1913 Graafseweg 232 Wolfskuil

Kap en wieken, boven de bomen uit, van de Looimolen. Links van de molen de kap van het Klooster van de Congregatie Broeders van de H. Aloysius van Gonzaga, gevestigd in de voormalige Villa de Wolfskuyl (van 1932 tot 1942 het klooster van de Zusters Kanunnikessen van het Heilig Graf), Graafseweg 232, 1935 (GN1903 RAN) Wolfskuil
Kap en wieken, boven de bomen uit, van de Looimolen. Links van de molen de kap van het Klooster van de Congregatie Broeders van de H. Aloysius van Gonzaga, gevestigd in de voormalige Villa de Wolfskuyl (van 1932 tot 1942 het klooster van de Zusters Kanunnikessen van het Heilig Graf), Graafseweg 232, 1935 (GN1903 RAN)

Het pand is in 1913 gebouwd als Villa de Wolfskuyl. Hiervan was C. de Groot uit Hilversum de architect. “De Groot liet zich bij dit ontwerp inspireren door invloeden uit de Engelse en Duitse landhuisarchitectuur.” (Rijksmonumenten) De eerste steen werd op 17 april 1913 gelegd door W.H. Hoijer.

Woning papierfabrikant Hoijer

Bevolkingsregister 1910 familie Hoijer Graafseweg (Archiefnummer 679, Inventarisnummer 33411)
Bevolkingsregister 1910 familie Hoijer Graafseweg (Archiefnummer 679, Inventarisnummer 33411)

Carel Wiillem Jan Hoijer (’s Hertogenbosch, 26-5-1878, Nijmegen 12-3-1929) is op 23-8-1906 te Renkum getrouwd met Anna Wierdsma (Rotterdam, 19-3-1881). Zijn vader is Theodoor Hoijer, bij het trouwen van Carel “postdirecteur” en zijn moeder Cornelia Saint Martin. (openarchieven).

Als datum vestiging in de gemeente staat 2-5-1908, waarbij het gezin vanuit Rotterdam afkomstig is. Hij begon in 1908 samen met de heren Selleger en Kortschilgen de Papierfabriek Gelderland en dit zal de reden geweest zijn dat hij naar Nijmegen is gekomen. Als beroep staat in het Bevolkingsregister van 1910 “Papierfabriek Bestuurder”.  In het Bevolkingsregister 1900 staat aanvankelijk “scheikundig ingenieur”, welke later vervangen is door “Papierfabrikant”.

Als adres staat in het Bevolkingsregister 1900 en 1910 Wolfskuil 193, op een later tijdstip (1-1-21) is dit in het Bevolkingsregister van 1910 vervangen door Graafsche weg 232: dit betreft een hernoeming/hernummering.

Hun kinderen zijn:

  • Anna, 23-6-1907 te Rotterdam
  • Willem Hubertus, 27-10-1908 te Nijmegen
  • Carel, 11-9-1910 Nijmegen; hij overlijdt echter al op 28-12-1910
  • Cato, 28-12-1911 Hees
  • Cornelie?, 28-4-1915 Hees
  • Neef Theodoor Boudewijn Franciscus verblijft in 1917 korte tijd bij het gezin.
Personeelsadvertentie van mevrouw Hoijer (PGNC 14/9/1916)
Personeelsadvertentie van mevrouw Hoijer (PGNC 14/9/1916)

Papierfabriek Gelderland

Lees hier verder over Papierfabriek Gelderand:

Papierfabriek Gelderland

In 1908 besloten de studievrienden Selleger en Hoyer samen met Kortschilgen een papierfabriek te beginnen. Ze kozen daarbij voor Nijmegen vanwege de goede spoor-, water- en scheepvaartverbindingen. De fabriek kwam op de hoek van de Voorstadslaan en Krayenhofflaan. Uiteindelijk zou het gebouw in 1976 in vlammen opgaan.

Lees verder

Architect Cornelis “Cor” de Groot Jzn

Cornelis de Groot Jzn. (1875 of 1876 -1944)

Cornelis de Groot Jzn, vaak Cor genoemd, was een architect die vooral in Hilversum zijn sporen heeft nagelaten. Hij is geboren in 1875 of 1876 (Dudok noemt 1875, Wendingen noemt 14-2-1876). Hij was getrouwd met Geertje Werner (Leiden, ongeveer 1873). In 1924 hadden zij 4 kinderen:

  • Hendrik Pieter, bijna? 20 jaar
  • Abraham Jan Werner ,18
  • Gerda Maria, 15
  • Jan Cornelis, 13

Hij was zoon van Jan de Groot (Jzn is Janszoon) en Gerretje van Dompselaar. Jan was samen met zijn broers Hendrik en Cornelis eigenaar van de Bouwmaatschappij Hilversum. Deze bouwmaatschappij ontwikkelden daar onder andere de omgeving van de Torenlaan, waarbij de ontwerpen van villa’s vooral afkomstig waren van Jan en Cornelis (dus de oom van Cor).

Loopbaan

Cor was van 1902 tot 1936 architect. Hij won aan het begin van zijn loopbaan de zilveren medaille en 50 gulden voor zijn ontwerp ‘Plan Arbeiderswoningen’. Deze prijsvraag was uitgeschreven door de Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst te Amsterdam.

Een van zijn ontwerpen was Villa Zonnehof, ’s-Gravenlandseweg 145 in Hilversum, zijn eigen woning. Hij zou hier tot mei 1931 blijven wonen, waarna hij verhuisde naar de Albertus Perkstraat.

Andere gevonden gebouwen

  • Rijwielzaak, ’s-Gravenlandseweg 16 Hilversum
  • ’s-Gravenlandseweg 40-42 Hilversum
  • Winkels, ’s-Gravenlandseweg 46 t/m 46E, 1913
  • Villa, ’s-Gravelandseweg 66 Hilversum
  • Villa, ’s-Gravelandseweg 76B Hilversum (afgebroken)
  • Villa, ’s-Gravelandseweg 164 Hilversum
  • Villa’s “weerszijden van de Zonnehof”

Kanunnikessen van het Heilig Graf

Inzegening van de kapel van Villa De Wolfskuyl door de bisschop van Den-Bosch, Mgr. A.F. Diepen. De kapel is ontworpen door Charles Estourgie en bevindt zich naast het klooster van de Zusters Kanunnikessen van het Heilig Graf, Graafseweg 232, 16/10/1933 (F65305 RAN)
Inzegening van de kapel van Villa De Wolfskuyl door de bisschop van Den-Bosch, Mgr. A.F. Diepen. De kapel is ontworpen door Charles Estourgie en bevindt zich naast het klooster van de Zusters Kanunnikessen van het Heilig Graf, Graafseweg 232, 16/10/1933 (F65305 RAN)

Tussen 1933 en 1941 was het gebouw in gebruik door de Kanunnikessen van het Heilig Graf. Architect Charles Estourgie ontwierp rond 1935 een kapel tegen de linker zijgevel.

De Zusters Kanunnikessen van het H. Graf waren in 1923, het jaar waarin de universiteit in Nijmegen was gesticht, naar Casa Nova in de Heilig Landstichting gekomen vanuit Turnhout.

In 1933 kwamen zij naar “de Wolfskuyl”. Dit werd een tehuis voor studie en gebed. Daarnaast konden jonge meisjes hier “hoogere vorming” krijgen. Het huis kreeg de naam ‘Huize Maria Immaculata’. Een uitgebreid artikel over deze orde staat op https://www.titusbrandsmateksten.nl/kanunnikessen-van-het-h-graf/, tevens bron.

Artikel inzegening 1933

Hooger Instituut voor Meisjes “Maria Immaculata”.

Bij gelegenheid van het tweede lustrum der R.K. Universiteit heeft gistermiddag de opening en plechtige inzeging plaats gehad van het Hooger Instituut voor Meisjes “Maria Immaculata” te Nijmegen, dat door de dames-kanunnikessen van het H. Graf in nauw verband met de universiteit is opgericht. Het instituut, dat een internaat voor meisjes uit de betere standen bedoelt te zijn, heeft een zelfstandig karakter, maar zijn opleiding sluit nauw aan bij het universitaire milieu, in het bijzonder met de theologisch-maatschappelijke afdeeling der R.K. Universiteit. Het wil daardoor voor meisjes, die een algemeen oriënteerende geestesontwikkeling, verdieping van levensbeschouwing en innerlijke gemoedsvorming zoeken, zonder zich voor een bepaald beroep te willen voorbereiden, de mogelijkheid scheppen van een opleiding, die tegelijk universitair is en tegemoet kom aan de eischen van vrouwelijkheid en gemoedsbevrediging. De cursus van het instituut, welker lessen deels aan de universiteit, deels in het gebouw zelf worden gegeven, duurt 3 jaren en valt samen met die van het universiteitsjaar. Het instituut is geïnstalleerd in de groote, moderne villa “De Wolfskuill” aan den Graafscheweg.

De plechtige inwijding van het instituut geschiedde gisteren door mgr. Diepen, bisschop van ‘s -Hertogenbosch.” (PGNC 17/10/1933)

Broeders van Oudenbosch

Achterkant villa Wolfskuyl, Florapark (februari 2023)
Achterkant villa Wolfskuyl, Florapark (februari 2023)

In 1948 kwamen de broeders van Oudenbosch. Voordat ze de Wolfskuil betrekken, wordt er eerst verbouwd. Daarbij lijken de broeders ondergebracht te zijn bij andere kloosters. Het huisorgaan van de congregatie in 1949: “Eindelijk is men begonnen aan de verbouwing van ’de Wolfskuil. Overste Marcus hoopt binnenkort een kamer in het huis te betrekken. Dan is hij tenminste dichter bij zijn onderdanen als thans het geval is. Br. Bosco en Br Bertinus vierden op 10 October hun tweejarig bestaan als Karolingers en als gast der Augustijnen. Als ooit een feit in stilte herdacht werd, was het dit wel.” (Ons leven; mededelingen voor de Broeders van de Congregatie van de H. Aloysius, jrg 3, 1949, no. 7, 01-11-1949).

De architect van de verbouwing was de heer Sturm, de aannemer de heer Bakx.

Op 19 maart 1950 vond de inzegening plaats. “Ons huis staat onder bescherming van Moeder Maria onder de titel: ,,Sedes Sapientiae ”. De roepnaam blijft: „De Wolfskuil”, vanwege de traditie en de lugubere charme die om dit woord hangt.” (Ons leven; mededelingen voor de Broeders van de Congregatie van de H. Aloysius, jrg 3, 1950, no. 12, 01-04-1950)

De broeders zouden er tot 1989 blijven.

De Broeders van Oudenbosch

De Broeders van Oudenbosch worden ook wel de Broeders van de H. Aloysius Gonzaga of de Broeders van Saint-Louis genoemd. Deze congregatie was in 1840 opgericht, , waarbij in 1866 het jongensinternaat Saint-Louis in Oudenbosch in gebruik was genomen.

Historische Kring Laren: “De werkzaamheden van de congregatie zijn altijd voornamelijk gericht geweest op het geven van onderwijs aan de jeugd. De katholieke beweging zag het onderwijs als een middel waaraan veel geestelijke en maatschappelijke invloed kon worden ontleend. Bovendien was het niet een taak van de kerk en een opdracht van Christus om alle volkeren te onderwijzen?”

Vervolg

Er is nog niet uitgebreid onderzocht wat het vervolg is geweest.

Tegenwoodig is de villa in gebruik als praktijkruimte voor De MondzorgVilla. Op haar site staan een aantal foto’s van moderne behandelkamers in het oude interieur. Een leuk interview is te lezen op: NijmegenBusiness

Een deel van de tuin is onderdeel van het Florapark.

Rijksmonument

Het Kloosterpark in de jaren dertig toen in villa De Wolfskuyl het Instituut Maria Immaculata gevestigd was (van 1932 tot 1942 het klooster van de Zusters Kanunnikessen van het Heilig Graf); links de Looimolen, Graafseweg 232, 1935 (F65307 RAN)
Het Kloosterpark in de jaren dertig toen in villa De Wolfskuyl het Instituut Maria Immaculata gevestigd was (van 1932 tot 1942 het klooster van de Zusters Kanunnikessen van het Heilig Graf); links de Looimolen, Graafseweg 232, 1935 (F65307 RAN)

Het gebouw is een Rijksmonument met als waardering:

VILLA uit 1913, ontworpen door architect C. de Groot onder invloed van de Engelse en Duitse landhuisarchitectuur en rond 1935 voorzien van een KAPEL door Ch. Estourgie.

– Van architectuurhistorische waarde als goed en gaaf bewaard voorbeeld van een grote villa, ontworpen aan één van de uitvalswegen van Nijmegen. De villa is zowel wat betreft exterieur als wat betreft het interieur gaaf bewaard gebleven en is gebouwd in een bouwstijl die onder invloed stond van de landhuisarchitectuur in Engeland en Duitsland. Opvallend is het zeer rijk gedetailleerde baksteenwerk en de forse kap met overstek. Het gaaf bewaard gebleven interieur versterkt de architectuurhistorische waarde. De in stijl aangebouwde kapel geeft tevens een cultuurhistorische meerwaarde. Zowel het woonhuis als de kapel vertolken een representatieve rol binnen het oeuvre van architecten C. de Groot en Ch. Estourgie.

– Van stedenbouwkundige waarde als oorspronkelijk onderdeel van de bebouwing aan deze uitvalsweg van Nijmegen en vanwege de opvallende situering in een parkachtige open omgeving, bekend onder de naam Wolfskuyl.

– Van cultuurhistorische waarde vanwege de aan het pand zichtbare functiewisseling die rond 1935 heeft plaats gevonden toen het in gebruik werd genomen als kloostergebouw voor de Kanunnikessen van het Heilig Graf. Hiermee verwijst het gebouw naar het rijke kloosterleven dat Nijmegen in die tijd kenmerkte. Tevens cultuurhistorische waarde als oorspronkelijke huisvesting voor een nieuwe en kapitaalkrachtige stedelijke elite, die zich bij voorkeur vestigde in kapitale herenhuizen in nieuw aangelegde straten rond de oude stad.”

Villa De Wolfskuyl (van 1932 tot 1942 het klooster van de Zusters Kanunnikessen van het Heilig Graf) , plaquette in reliëf, Graafseweg 232a, 2010 (Henk van Gaal via DF946 RAN CC0)
Plaquette in reliëf op de voorgevel van Villa de Wolfskuyl, Graafseweg 232a, 2010
(Henk van Gaal via DF946 RAN CC0)

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Villa_De_Wolfskuyl

https://items.amsterdamse-school.nl/details/persons/221

https://nl.wikipedia.org/wiki/Broeders_van_Oudenbosch

Papierfabriek Gelderland

In 1908 besloten de studievrienden Selleger en Hoyer samen met Kortschilgen een papierfabriek te beginnen. Ze kozen daarbij voor Nijmegen…

Florapark

Het Florapark is een erg afwisselend park: een dierenweide, uitkijkplek, bosje, volkstuinen, trimbaan. Het park is aangelegd op een uitloper van…

Graafseweg

De Graafseweg is een van de drukste wegen van Nijmegen. Hij loopt van het Keizer Karelplein tot aan de Graafsebrug.…

Stoomwasserij & Strijkinrichting "De Zon"; uit: "Ons Nederland", 5e jaargang, nr.: 1, pag.: 41; zie ook negatiefnr.: 23802; een reproductie, Graafseweg, 12/1932 (F17389 RAN)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Stoomwasserij de Zon

Stoomwasserij & Strijkinrichting "De Zon"; uit: "Ons Nederland", 5e jaargang, nr.: 1, pag.: 41; zie ook negatiefnr.: 23802; een reproductie, Graafseweg, 12/1932 (F17389 RAN)
Stoomwasserij & Strijkinrichting “De Zon”; uit: “Ons Nederland”, 5e jaargang, nr.: 1, pag.: 41; zie ook negatiefnr.: 23802; een reproductie, Graafseweg, 12/1932 (F17389 RAN)

Naast Ubbergen en Beek kende en kent Nijmegen zelf een aantal wasserijen. Een daarvan was de Stoomwasscherij en Strijkinrichting de Zon. Begonnen op de Bredestraat, werd in 1919 het bedrijf gevestigd in de nieuwbouw op de Graafseweg. Uiteindelijk is het pand in 2008 gesloopt.

Vooraf: Bredestraat

Voordat de Stoomwasserij aan de Graafseweg wordt gebouwd, is er de wasscherij aan de Bredestraat. In ieder geval heeft W.Pollen uiteindelijk op het adres van Breedestraat 36 hier zijn wasserij de Lelie, die echter in 1913 failliet gaat.

De Lelie van W. Pollen

Advertentie Stoomwasscherij de Lelie (PGNC 7/7/1909)
Advertentie Stoomwasscherij de Lelie (PGNC 7/7/1909)

De door mij eerstgevonden vermelding is het Adresboek van 1902, waarin W.J.H. Pollen voor komt als “stoomwasscherij “de Lelie”, Hees, Breestraat 113a”. Idem in het Adresboek van 1903, 1905. Het is nog onbekend of deze Breestraat 113a aanvankelijk een ander adres was of dat de Breedestraat 36 een hernummering betreft.

In de De Gelderlander 17/7/1906 vraagt Stoomwasscherij “de Lelie” “3 bekwame Platstrijksters”.

In PGNC 15/2/1911 plaatst de gemeente Nijmegen de bekendmaking dat W. Pollen, directeur der N.V. Stoomwasscherij “de Lelie” op Breedestraat 36 te Hees, een vergunningaanvraag heeft ingediend voor de uitbreiding van de stoomwasscherij met het aanbouwen van een stookplaats en het plaatsen van een tweede stoomketel. (PGNC 15/2/1911). Op PGNC 25/3/1911 volgt de bekendmaking van de vergunningverlening.

Op 2 oktober 1913 wordt Stoomwasscherij de Lelie echter failliet verklaard. (PGNC 5/10/1913) Daarna volgen een aantal berichten over de afwikkeling, waarbij in PGNC 5/2/1914 het bericht verschijnt dat het faillissement is geëindigd.

Stoomwasscherij “De Zon”

Advertentie N.V. Stoomwasscherij en Strijkinrichting "De Zon" (De Gelderlander 18/4/1915)
Advertentie N.V. Stoomwasscherij en Strijkinrichting “De Zon” (De Gelderlander 18/4/1915)

In PGNC 11/2/1915 is vervolgens het bericht van de koninklijke goedkeuring op de statuten van de naamlooze vennootschap Stoomwasscherij en strijkinrichting “de Zon” te Hees bij Nijmegen gevonden. Het is nog onbekend wie de aandeelhouders hiervan zijn en wanneer deze N.V. is opgericht.

In De Gelderlander 28/5/1915 vraagt de Zon: “voor dadelijk bekwame Strijksters en een Loopjongen”. Aanvankelijk lijkt de inrichting te adverteren vanuit de N.V. en nog niet vanuit haar directeur A.C. Hoogendoorn.

In het Adresboek van 1916 en 1918 komt A.C. Hoogendoorn, directeur stoomwasscherij “De Zon” voor op Breedestraat 40 in Heesch.

In december 1919 vindt de verhuizing plaats naar Graafsche Weg 243.

Vervolg Bredestraat

Advertentie opening Edelweiss (De Gelderlander 12/11/1927)
Advertentie opening Edelweiss (De Gelderlander 12/11/1927)

Dan komt de familie Versteeg met haar chocoladefabriek. Mei 1925 brandt de fabriek echter af. De villa blijft behouden.

Vervolgens komt H. van Haeren-Bevers in de villa te wonen, “in de vrijgekomen fabriek” vestigt hij op 1 september 1927 Stoomwasscherij “Edelweiss”. https://www.dorpsbelanghees.nl/wp-content/uploads/2019/02/2009-nr.-2-SB-WEB.pdf

Tegenwoordig staat op de plek van de fabriek kringloopwinkel Overal, de directeurswoning bestaat nog steeds.

Graafseweg

Advertentie Stoomwasserij de Zon (PGNC 30/12/1922)
Advertentie Stoomwasserij de Zon (PGNC 30/12/1922)

Zoals gezegd vindt in december 1919 de verhuizing naar de Graafseweg plaats.

1919: Bij de opening Graafseweg

Advertentie verhuizing Stoomwasscherij en Strijkinrichting de Zon naar de Graafseweg (PGNC 15/12/1919)
Advertentie verhuizing Stoomwasscherij en Strijkinrichting de Zon naar de Graafseweg (PGNC 15/12/1919)

De Gelderlander bij de opening in 1919: “

Stoomwasserij de Zon.

Aan den Graafschen weg 243-245, even voorbij de Groenestraat, is een nieuwe moderne stoomwasserij gebouwd.

De hooge schoorsteenpijp laat haar naam reeds van verre lezen: De Zon zoo prijkt er in witte letters op rooden steen. Het blijkt een op-en-top modern bedrijf te zijn met de nieuwste machines.

Van de Breedestraat te Hees is de Zon hier naar den Graafschen weg overgezet en gloort er nu in vollen glans van het nieuwe en degelijke.

De directeur, de heer A. C. Hoogendoorn, van de N.V. Wasserij “De Zon” heeft hier nu als geroutineerd vakman de beschikking over een bedrijf, dat geheel naar de eischen van de hygiëne en de techniek is ingericht.

Na de ruime voorzaal, waar de wasschen ingebracht worden, komt men dadelijk in de wasserij, waar drie stoomwaschketels en twee centrifuges staan opgesteld.

Aan de wasserij grenst onmiddellijk de stoommangel-afdeeling met moderne electrische strijkmachines.

Droogzolders kent men op deze fabriek niet: men heeft hier een meer modernen vorm van drogen, n.l. een caustische drogerij, waarin het waschgoed binnen twintig minuten droog is en geen stof of kwalijke dampen tot het goed kunnen doordringen.

Het is heel eenvoudig maar practisch. Een ruime pakzaal, waarnaar het kantoor nauw verbonden is, maken met een ruime machinekamer met 16 H.P.-stoommachine, de rest van deze fabriek uit, waar tallooze wasschen uit Nijmegen en omgeving wekelijks smoezelig binnenkomen maar sneeuwwit er uit gaan.

Donderdagavond bereidt de directie haar personeel nog een feest ter gelegenheid van de opening van deze nieuwe fabriek.

De fabriek is gebouwd door den aannemer, den heer Jac. Kok, alhier; de volledige stoom- en wasserij-installatie is geleverd door de N.V. Wessels’ Machinehandel te Vlaardingen, terwijl de 25 meter hooge schoorsteen is gebouwd door de firma J. P. van Exempt en Co. te Utrecht. De electrische licht-, kracht- en strijkinstallatie is aangebracht door den heer A. M. Verweij alhier, terwijl het schilderwerk is verricht door den heer J. A. Puts, alhier.” (De Gelderlander 22/12/1919)

Heuzeveldt Jr.

Advertentie benoeming directeur B. Heuzeveldt Jr. (PGNC 26/4/1924)
Advertentie benoeming directeur B. Heuzeveldt Jr. (PGNC 26/4/1924)

In april 1924 staat de aankondiging dat aan A.C. Hoogendoorn ontslag is verleend en dat vanaf 1 mei B. Heuzeveldt Jr. benoemd is tot de nieuwe directeur.

In 1924 en 1926 komt N.V. Stoomwasscherij en Strijkinrichting “de Zon” voor op Graafscheweg 243.

Advertentie N.V. Stoomwasscherij en Strijkinrichting De Zon, Adresboek 1924
Advertentie N.V. Stoomwasscherij en Strijkinrichting De Zon, Adresboek 1924

In 1928, 1934 en 1936 gaat het om de nummers 247-249. Het is nog onbekend of die een uitbreiding, verhuizing of een hernummering van adressen is. In de gevonden advertenties lijkt ze zich nu alleen nog stoomwasserij te noemen, de strijkinrichting staat niet meer vermeld. Daarbij staat nog steeds B. Heuzeveldt Jr. vermeld en: “Keurige afwerking – Minimum slijtage”.

Verbouwing

April 1926 krijgt B. Heuzeveldt vergunning tot het uitbreiden van zijn wasserij (PGNC 27/4/1926). Het is nog niet bekend of de onderstaande grote verbouwing uit 1929, of dat er eerst nog een andere uitbreiding is geweest.

In ieder geval is er in 1929 een grote verbouwing, waarbij een laag op de fabriek is gekomen. PGNC nam een kijkje:

“Stoomwasscherij en Strijkinrichting “De Zon”.

Medegaan met den modernen tijd is tegenwoordig eisch van den zakenman die zijn bedrijf wil zien groeien. Er zullen zeker oude, beproefde, methodes zijn, die ook nu nog met succes gevolgd kunnen worden, maar toch blijkt maar al te dikwijls dat het oude moet wijken voor het nieuwe, omdat dit beter, doelftreffender, rationeeler is. En hij die aan het hoofd staat van een bedrijf, den geest van zijn tijd verstaat en hieraan concessies doet, kan zich verzekerd houden dat succes ook niet zal uitblijven.

Dit hefet de heer B. Heuzeveldt Jr., eigenaar van Stoomwasscherij en Strijkinrichting “De Zon”, Graafscheweg 247 alhier, begrepen. Toen hij zich door den voortdurenden groei der zaak, die daar sinds 1924 gevestigd was, gedwongen zag deze een uitbreiding te doen ondergaan en er op de bestaande fabriek een tweede verdieping gebouwd werd, greep hij deze gelegenheid tevens aan om zijn wasscherij te voorzien van de nieuwste machines en er de nieuwste bewerkingsmethodes in door te voeren. Zoodat zijn bedrijf momenteel door de moderne outillage een eerste plaats onder de soortgelijke inrichtingen hier ter stede inneemt.

Wij namen gistermiddag een kijkje in het hernieuwde pand waar het bedrijf in volle werking was. Zoo is daar in de eerste plaats het sorteerlokaal waar de wasschen, zooals zij binnenkomen worden gesorteerd en van hunne merkcijfers voorzien. In de wasscherij zijn tal van fraaie machines opgesteld, waaronder de allernieuwste; zij zijn alle voorzien van pyrometers, van de firma Dikkers te Hengelo, hetgeen mogelijk maakt de verschillende goederen op de speciaal voor hen vereischte temperatuur te wasschen, zoodat b.v. het krimpen van flanel is uitgesloten. De zeepmakerij welke aan de fabriek verbonden is, levert een zeepsoort die geen enkel voor het waschgoed schadelijk bestanddeel bevat.

Een geheel nieuwe installatie, naar men ons verzekerde de eerste hier ter stede, is de electrolytische bleekerij waardoor het gebruik van chloorkalk of ander bijtend middel is uitgeschakeld en de goederen dus niets te lijden hebben. In de mangelzaal wordt het waschgoed behandeld in een machine van uiterst moderne constructie, om vervolgens zijn weg te vinden naar de strijkzaal die op het gebied van machines ook weer zeer modern geoutilleerd is en waar licht en lucht overvloedig toegang vinden, zoodat de arbeid hier wel onder de gunstige omstandigheden verricht wordt.

In de fabriek werken thans onder de deskundige leiding van den heer Heuzeveldt Jr., die het bedrijf tot in de puntjes kent, ruim 40 man personeel, dat met zorg gekozen is. Het feit, dat aan de fabriek een laboratorium voor onderzoek van grondstoffen verbonden is, komt de behandeling van het waschgoed natuurlijk ten goede. Begrijpelijkerwijs is wasschen, zonder dat het goed slijtage ondervindt, ten eenen male uitgesloten, maar wel mag geconstateerd worden dat hier alles in het werk gesteld wordt deze slijtage tot een uiterst gering minimum te beperken en dat hiertoe kosten noch moeiten worden gespaard.

De wasscherij is voor de cliëntèle den Woensdagsmiddags van 2-4 uur te bezichtigen. Afgezien nog van het feit dat zulk een bezichtiging werkelijk zeer interessant is, komt het ons voor dat velen van deze gelegenheid gebruik zullen willen maken: een goede huisvrouw toch, zal willen weten waar en hoe haar wasch behandeld wordt. En heeft zij dit bedrijf eenmaal in oogenschouw genomen, zij zal niet makkelijk meer van wasscherij veranderen, omdat zij dan de overtuiging zal hebben gekregen dat in deze zoo modern ingerichte Stoomwasscherij “De Zon” aan haar goederen de uiterste zorg wordt besteed.

Rest ons nog de firma’s te vermelden die in hoofdzaak bij deze verbouwing hun medewerking verleenden. De eigenlijke verbouwing geschiedde door de firma Hendriks, Hertogplein 5, voor de electrische installatie zorgde de firma P. Megens, van Broeckhuyzenstraat, het schilderwerk was in handen van de firma Delgyer, stucadoor was de heer Hutjes, Holtermanstraat 17.” (PGNC 21/9/1929)

Ook verkrijgt De Zon een jaar later een hinderwetvergunning tot uitbreiding. (PGNC 6/12/1930)

Rond 1937: uitbreiding met chemisch reiniging

Rond 1937 vindt de uitbreiding van Stoomwasscherij “De Zon” plaats met chemisch reiniging.

De Gelderlander schrijft hierover een artikel. Daarbij wordt Heuzeveldt als eigenaar genoemd:

Stoomwasscherij “De Zon”

Reinigt ook chemisch

De Stoomwasscherij “De Zon”, Graafscheweg Nos. 247-249, is hier ter stede en omgeving niet onbekend.

De eigenaar van dit bedrijf, de her B. Heuzeveldt, spaart kosten noch moeiten om het zijn cliëntèle zooveel mogelijk naar den zin te maken.

Wij brachten een bezoek aan dit zeer moderne bedrijf, waar een vijftigtal personeel de goederen van de uitgebreide cliëntèle verzorgt. Wij zagen er buiten de gewone wasscherij-machines allerlei speciaal-machines voor overhemden, boorden enz. De aanleiding tot het bezoek was echter een complete chemische installatie, de meest moderne op dit gebied, welke eenigen tijd geleden voor het bedrijf werd aangekocht. Deze installatie, zoo vertelde de heer Heuzeveldt, was een groote behoefte voor het bedrijf. De hoeveelheid chemisch te reinigen goederen, nam den laatsten tijd zoo geweldig toe, dat de aanschaffing van deze installatie niet langer kon wachten. Nu kon “De Zon” met behulp van deze machines, bediend door prima vakmenschen, een prachtig stuk werk leveren.

Stoomen is nu geen luxe meer.

Iedereen laat zijn ondergoederen iedere week wasschen, doch met bovenkleeren, die alle stof en vuil opnemen, is dat anders.

Dat was te duur om een paar keer per jaar te laten reinigen. Nu niet meer. Bovendien hebben de goederen niets te lijden en behouden met deze behandeling hun oorspronkelijk model en soepelheid.

De installatie werd voor ons in werking gezet. Op deze technische werking zullen wij niet verder ingaan. Het resultaat was schitterend en wij twijfelen er niet aan of Stoomwasscherij “De Zon” moet met deze aanwinst veel succes hebben.

Voor nadere informatie, wat betreft prijzen, verwijzen wij naar achterstaande advertentie.” (De Gelderlander 6/11/1937)

Cellofaan hoezen en rek op wieltjes

In februari 1939 gebruikt De Zon uit met een “voor Nijmegen geheel onbekend transportmiddel, dat ieders aandacht trekt”: om kreuken te voorkomen wordt kleding verpakt in cellofaan hoezen. En vervolgens met kleerhangers opgehangen aan een rek op wieltjes. (PGNC 11/2/1939)

1940: Uitbreiding capaciteit chemisch reinigen

In 1940 vergroot De Zon haar capaciteit tot chemisch reinigen met vier keer ten opzichte van haar capaciteit 2 jaar daarvoor. Dan noemt PGNC: “Aan den Graafscheweg 247 te Nijmegen bevindt zich een bedrijf, dat de laatste jaren herhaaldelijk de aandacht gevraagd heeft door de belangrijke uitbreidingen, die er tot stand kwamen. Het is de Stoomwasscherij, Chemische Wasscherij en Ververij “De Zon”, eigenaar de heer B. Heuzeveldt. Het bedrijf, aanvankelijk op vrij bescheiden schaal begonnen, heeft zich onder de energieke leiding van den heer Heuzeveldt ontwikkeld tot een onderneming, die een vergelijking met de grootste en best geoutilleerde zaken op dit gebied in ons land kan weerstaan…” Op dat moment werken er 60 medewerkers. (PGNC 10/2/1940)

Vervolg

Het vervolg na de Tweede Wereldoorlog is nog niet uitputtend onderzocht.

In het Adresboek van 1955 komt De Zon “Stomen – Wassen -Verven” voor op Graafseweg 247.

In ieder geval noemt De Zon in een advertentie De Gelderlander 2/1/1954 Graafseweg 247 “de fabriek”, haar winkel is dan op “Kelfensbos 5”.

In 1959 en 1963 is de vermelding gevonden: “Chemische Wasserij en ververij “De Zon” Firma B. Heuzeveldt, Fabriek: Graafseweg 247… Winkel: Mariënburgstraat 16”. Een foto uit 1963 van de winkel aan de Mariënburgstraat 16 is te vinden op F93675 RAN.

In ieder geval komt op dit adres óók De Witwasserij P. van Haeren voor. (Adresboek 1959, 1963, 1966 en 1971). Opvallend daarbij is dat in gevonden advertenties van 1956 “Wasserij “De Zon” P. v. Haeren” staat (De Gelderlander 23/5/1956, De Gelderlander 28/7/1956)

Sloop

In 2008 is het gebouw gesloopt. Een foto van het gebouw is te vinden op:

https://www.noviomagus.nl/Gastredactie/Vos/Schroder/Schroder.htm

Op de GoogleStreetview juli 2009 staat een leeg terrein met een bord: “36 appartementen v.a. €170.000. Tegenwoordig (mei 2026) staan hier appartementen.

Graafseweg

De Graafseweg is een van de drukste wegen van Nijmegen. Hij loopt van het Keizer Karelplein tot aan de Graafsebrug.…

Graafseweg 84 en 86

Oorspronkelijk zijn de woningen van Graafseweg 84 en 86 rond 1902 gebouwd als 3 woonhuizen. Hiervan is de linker echter…

Graafseweg 39 (januari 2026)
#Nijmegen

Garage Mestrom, architect van der Kloot

Graafseweg 39, 1933

Graafseweg 39 (januari 2026)
Graafseweg 39 (januari 2026)

Graafseweg 39 is al jarenlang House of Billiards. Het is echter gebouwd als Garage Mestrom, oorspronkelijk vertegenwoordiger van Singer Automobielen. Hiervan was van der Kloot de architect.

Singer Automobielen

In augustus 1933 opent Garage Mestrom op de Graafseweg 33. Hij heeft daarbij plaats voor de stalling van 50 auto’s, tevens is er een reparatie-inrichting.

Mestrom is vertegenwoordige van Singer, een Brits automerkbedrijf. Dit bedrijf uit 1875, opgericht als Singer & Co, was in 1901 begonnen met het maken van auto’s.

De in de advertentie genoemde N.V. H. Engelbert’s Automobielenhandel is de importeur. Dit bedrijf is in 1949 ook de importeur van de Minor (De Gelderlander 19/4/1949; zie hieronder).

Wikipedia: ‘De depressie van de jaren dertig en een groot race-ongeluk betekende een flinke financiële achteruitgang waardoor het bedrijf genoodzaakt was fabrieken te sluiten. In 1936 werd het bedrijf gereorganiseerd als Singer Motors Ltd. Tot aan de oorlog werden nog enkele minder succesvolle modellen geïntroduceerd.”

.

In de Tweede Wereldoorlog produceerde Singer onderdelen ten behoeve van de oorlogvoering. Na de oorlog begon het bedrijf weer met het produceren van auto’s, maar op dat moment zonder veel succes.

Bij de opening in 1933

De Gelderlander schrijft over de opening in 1933:

Garage ‘Mestrom’.

Het moderne snelverkeer eischt steeds nieuwe gelegenheden om het steeds toenemend aantal automobielen op eveneens moderne wijze onderdak te brengen en het valt dan ook niet te verwonderen, dat ook onze stad niet achterblijft, wanneer het er om gaat grootsche inrichtingen te openen, daarbij geleid door het initiatief van ondernemende zakenlieden. Naast het belastingkantoor aan den Graafschen weg, waar tot voor kort zich twee heerenhuizen bevonden, is heden geopend de garage ‘Mestrom’, welke onder leiding van den heer W.H. Mestrom hare deuren voor de toekomstige cliëntèle heeft opengezet.

Garage ‘Mestrom’ heeft het agentschap van de bekende ‘Singer’ wagens voor het Rijk van Nijmegen, Maas en Waal en Betuwe.

De garage kan bovengronds circa 30 wagens bergen, doch door een ingenieuse vinding bestaat de mogelijkheid dat onder deze bovenverdieping nog een even groote ruimte beschikbaar is, welke op zeer gemakkelijke manier is te bereiken. De reparatie-afdeeling, voorzien van de modernste gereedschappen, staat onder leiding van den heer Vermeer. Aan de voorzijde bevindt zich de show-room, waar de Singer wagens in onderscheidende modellen zijn opgesteld. Daarnaast bevindt zich het privé-kantoor waar de heeren Mestrom Sr. en Jr. als leiders zetelen.

Ook van buiten gezien, maakt deze nieuwe garage een voornamen indruk door den strak gehouden gevel, waarbij de teak houten pui het goed doet.

De architect, de heer v.d. Kloot, heeft hier een mooi geheel geschapen, de inrichting kan wedijveren met de mooiste hier te lande.

Meerdere Nijmeesche firma’s hadden hun aandeel in de tot-stand-koming van dit autopaleis.  Wij noemen o.a. de aannemersfirma Jansen, Hatertsche weg, de firma Merx en Boerboom voor de centrale verwarming, de schildersfirma C. Ham en Zn., de firma Lamers uit Hees voor de electrische installatie, en de firma Bildesbeek voor het glas in lood. Ook aan eventueel brandgevaar is gedacht door het aanbrengen van een schuimapparaat Excelsior.” (De Gelderlander 16/9/1933)

Mestrom na de Tweede Wereldoorlog

Advertentie Garage Mestrom, dan dealer van andere automerken (De Gelderlander 20/3/1948)
Advertentie Garage Mestrom, dan dealer van andere automerken (De Gelderlander 20/3/1948)

In 1948 heeft “Kantoren, Magazijnen, Werkplaatsen” het adres de Ruyterstraat 53-57 (Adresboek). Op Graafscheweg 39 is het “Garage en Servicestation”. Afgaande op advertenties is de garage dan al geen Singer vertegenwoordiger meer. Bovenstaande advertentie uit maart 1948 noemt een aantal Britse en Amerikaanse merken. Ook is een advertentie De Gelderlander 2/10/1948 gevonden voor een (Morris) Minor. Mogelijk/waarschijnlijk zijn de ontwikkelingen ten aanzien van de Singer-fabrieken mede aanleiding geweest om over te stappen op andere merken.

In 1949 voegt zij een smeerstation aan de Graafseweg 39 toe (De Gelderlander 2/2/1949)

Familie Mestrom

In Adresboek 1934 komt G.H. Mestrom voor op Graafscheweg 68 en W.H. Mestrom, garage, op nummer 39. In 1936 komen beiden voor op Graafscheweg 68.

De familie zelf woont in ieder geval in 1948 (Adresboek 1948) op de Graafseweg 41. Nog in 1956 (De Gelderlander 19/9/1956) vraagt mevrouw Mestrom een dagmeisje.

1949 Fusie met Terwindt & Hekking

Advertentie fusie garage Terwindt en Hekking met Mestrom (De Gelderlander 1/8/1949)
Advertentie fusie garage Terwindt en Hekking met Mestrom (De Gelderlander 1/8/1949)

In 1949 fuseert Mestrom met garage Terwindt & Hekking op de Tooropstraat. In de advertentie van deze fusie staat ook een Benzinestation en Quick-Service aan de Rijksweg in Lent. Het is nog niet bekend van welke garagehouder deze oorspronkelijk was.

Ook blijkt op deze advertentie dat de Graafseweg net als de Tooropstraat dan een Ford-dealer is.

In 1958 is het nog Garage Terwindt & Hekking Mestrom. In het Adresboek 1966 is het alleen N.V. Terwindt & Hekking Automobielmaatschappij. Zij heeft dan naast de Tooropstraat 9 en Graafseweg 39 en daarnaast op de Rijksweg van Lent ook een adres op Kronenburgersingel 7 (Adresboek 1966). In ieder geval komt de garage nog voor in het Adresboek van 1971.

Meubelzaak en woninginrichting Wals en links Garage Terwindt & Hekking Mestrom, Graafseweg 39-43 Bottendaal, 1958 (F86415 RAN CC0)
Meubelzaak en woninginrichting Wals en links Garage Terwindt & Hekking Mestrom, Graafseweg 39-43 Bottendaal, 1958 (F86415 RAN CC0)

Vervolg

Het vervolg is nog niet uitgebreid onderzocht.

“Later is hier inderdaad Roelofs autoverhuur vanuit de Gerard Noodtstraat ingetrokken. Nu zitten zij al jaren op de Tooropstraat. “(noviomagus.nl in 2018, met foto en herinneringen).

Intussen zit in het pand alweer jarenlang House of Billiards. Op haar site noemt ze dat ze inmiddels 25 jaar bestaat.

Herinneringen?

Heeft u herinneringen aan de garage, het autoverhuurbedrijf of aan het poolcafé? Laat het hieronder weten!

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Graafseweg 39 (januari 2026)
Graafseweg 39 (januari 2026)

Graafseweg

De Graafseweg is een van de drukste wegen van Nijmegen. Hij loopt van het Keizer Karelplein tot aan de Graafsebrug.…

Graafseweg 84 en 86 (oktober 2024)
#Nijmegen, Gebouw van de dag, Geen categorie

Graafseweg 84 en 86

Graafseweg 84 en 86 (oktober 2024)
Graafseweg 84 en 86 (oktober 2024)

Oorspronkelijk zijn de woningen rond 1902 gebouwd als 3 woonhuizen. Hiervan is de linker echter vervangen door een nieuw gebouw.

Plan voor drie Woonhuizen aan de Graafsche Straat, datum dossier 1-4-1902 (D12.378356)
Plan voor drie Woonhuizen aan de Graafsche Straat, datum dossier 1-4-1902 (D12.378356)

Levi Mozes (Louis) de Wijze en gezin

Een bijzondere vermelding is nodig voor Levi de Wijze en zijn gezin: de Kitty de Wijzeplaats is vernoemd naar zijn dochter.

De familie de Wijze waren al generaties actief in de vleeshandel geweest, voornamelijk in de omgeving van Beugen en Boxmeer. In 1928 was Levi, samen met zijn broers Jacob en Simon, hun eigen slachterij begonnen: “Gebroeders de Wijze”, tegenover het station van Cuijk.

De drie broers zouden elk met hun gezin naar Nijmegen verhuizen: daar waren meer mogelijkheden voor de middelbare school voor de kinderen van Levi en Jacob. Het gezin van Levi ging huren op de Graafseweg 84.

In april 1932 vestigt L.M. de Wijze en gezin, koopman, zich op Graafsche weg 84. Zij zijn dan afkomstig van Boxmeer, Spoorstraat 60. (PGNC 23/4/1932)

In oktober 1942 wordt het huis gevorderd door de Duitsers. Het gezin moet hals over kop de woning verlaten en vestigt zich op de Johannes Vijghstraat 60 (tegenwoordig nummer 70). Daarbij moeten ze een groot deel van de inboedel achterlaten, die de Duitsers ook zullen vorderen. In het hierboven genoemde artikel staat tevens een complete lijst van deze inboedel.

Lang zal het gezin niet wonen op de Johannes Vijghstraat. Bij een razzia op 17 november 1942 worden alle vier de zussen opgepakt. Vanwege ziekte van (waarschijnlijk) Levi worden hij en zijn vrouw Lea Groenewoudt nog niet opgepakt. Dochters Kitty en Joke zullen al op 15 december 1942 worden vergast, Elly op 12 februari 1943. Dochter Tini zal op 17 september 1943 worden vergast, dezelfde dag als Levi en Lea.

Gevonden bronnen en verder lezen

Een groot deel van dit artikel heeft https://oorloginnijmegen.nl/images/PDF/Drie%20families%20De%20Wijze%20-%20documenten%20v0300.pdf als bron, een uitvoerig artikel over de 3 broers de Wijze.

https://www.oorlogsdodennijmegen.nl/persoon/wijze/c13a7484-8757-4b1a-b51f-14a19b76fa73: met een mooie foto van de familie de Wijze.

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Kitty_en_Joke_de_Wijze

https://www.oorlogsdodennijmegen.nl/persoon/wijze/3e3d706f-2118-498e-bdc5-3495d3f31e6a

Gevonden gebruikers Graafseweg 84

In deze tabel staan hieronder de tot nu toe gevonden gebruikers weergegeven. Wel dient er een slag om de arm te worden gehouden vanwege eventuele hernummeringen.

In september 1925 komt O.(?) Schulz, echtge van G. Engler, zonder beroep, naar Graafscheweg 84, dan afkomstig van Borken (Duitsland) (De Gelderlander 26/9/1925)

Van De Gelderlander 30/10/1928 tot De Gelderlander 13/11/1929 zijn advertenties gevonden waarbij mevrouw Tjalsma huishoudelijk personeel zoekt: een dagmeisje, of een dienstbode of noodhulp.

Na de oorlog is het waarschijnlijk langere tijd een pension geweest. Aanvankelijk van G. Lamers, in ieder geval in de periode 1955 t/m 1971. Hoewel niet weergegeven, steeds meerdere, verschillende gebruikers gevonden.

Tegenwoordig (november) zit hier sociaal pension Arcade.

NaamOmschrijvingAdresAdresboekOpmerking
D.G.J. BeijensGep. Serg. O.-I. legerGraafsche weg 841924 
G. EnglerIngenieurGraafscheweg 841926 
L.M. de WijzeKoopmanGraafscheweg 841932, 1934, 1936, 1938, 1940 
Mej. M.Th. Lintsen Graafseweg 841948, 1951 
D. BootTechnicusGraafseweg 841955 
P.H.B.J. van Basten BatenburgProcuratiehouderGraafseweg 841955 
G. LamersPensionhouderGraafseweg 841955, 1959, 1963, 1968, 1971In 1966 onder “pensions”

Bottendaal

Deze Pagina verzamelt artikelen die reeds over Bottendaal zijn gepubliceerd. Lunet Bottendaal: afvalplaats voor botten? Bottendaal is vernoemd naar een…

Graafseweg 56 58

Graafseweg 56 en 58 is ontworpen in 1900 door P.G. Buskens. De aannemer en bouwmeester Gerardus Buskens, oom van P.G.…

Joods Monument, Paul de Swaaf

Op 4 mei 1995 vindt de onthulling van het Joods Monument plaats, een werk van Paul de Swaaf. Daarbij werd…

Hek ingang Augustijnenbosje Oude Graafseweg Heseveld
#Nijmegen, Groen in Nijmegen, GroenInNijmegen

Augustijnenbosje

ingangen bij Oude Graafseweg ter hoogte Ligusterlaan en bij de Verbindingsweg, Heseveld

Hek ingang Augustijnenbosje Oude Graafseweg Heseveld
Hek ingang Augustijnenbosje Oude Graafseweg Heseveld

Het bos is vernoemd naar de orde der Augustijnen. Zij kochten in 1923 het terrein tussen de Geldersche roomboterfabriek en de Verbindingsweg. Daarbij bouwden ze een klooster aan de Graafseweg.

Villa Dennendaal

Pad in Augustijnenbosje (november 2024)
Pad in Augustijnenbosje (november 2024)

In het westelijke gedeelte van dit terrein stond Villa Dennendaal. Dit was sinds 1959 een opvangtehuis voor daklozen. In 1990 werd Villa Dennendaal gesloopt en vervangen door de huidige appartementencomplexen met puntdaken.

1990 Eigendom Gemeente

Daarbij verkreeg de gemeente Nijmegen in 1990 het bos. Dit bos toegankelijk via twee ingangen, 1 aan de Oude Graafseweg en 1 aan de Verbindingsweg. Beide ingangen hebben een poort zoals op bovenstaande foto weergegeven.

Ruth die de vruchten van de aarde haalt

In een open gedeelte staat het beeld van Ruth die de vruchten van de aarde haalt. Dit is een werk van Theo Mulder uit 1964. Het beeld stond oorspronkelijk voor de vroegere IVO-Mavo aan de Archipelstraat.

Kerstlichtjestocht

Elk jaar wordt in december de “Kerstlichtjestocht” gehouden. Zie voor haar site met een filmpje uit 2023:

https://www.cgkv-nijmegen.nl/kerstlichtjestocht-2024/

Bronnen

Beeld met kaarsje in Augustijnenbosje (november 2024)
Beeld met kaarsje in Augustijnenbosje (november 2024)

Into Nijmegen

Laantje Florapark in de lente (april 2025)
#Nijmegen, Groen in Nijmegen, GroenInNijmegen

Florapark

Laantje Florapark in de lente (april 2025)
Laantje Florapark in de lente (april 2025)

Het Florapark is een erg afwisselend park: een dierenweide, uitkijkplek, bosje, volkstuinen, trimbaan. Het park is aangelegd op een uitloper van de stuwwal. Het ligt deels in en deels op de helling van de Wolfskuil of de ‘Kuul’. Het hoogteverschil tussen het hoogste en laagste punt is 12 meter.

De panden Villanovastraat 2 - 6 en Derde van Hezewijkstraat 6, gezien vanaf de Floraweg; De voormalige Lagere School (de Mariaschool). In het linkerdeel van het pand zat de St. Jozefschool (de jongensschool) aan de Azaleastraat 21, 1970-1973 (Gemeente Nijmegen via KN15436-25a RAN CC0)
De panden Villanovastraat 2 – 6 en Derde van Hezewijkstraat 6, gezien vanaf de Floraweg; De voormalige Lagere School (de Mariaschool). In het linkerdeel van het pand zat de St. Jozefschool (de jongensschool) aan de Azaleastraat 21, 1970-1973 (Gemeente Nijmegen via KN15436-25a RAN CC0)

Het park ligt aan de Floraweg. Deze weg is zelf vernoemd naar twee bloemisten.

In 1994 had de gemeente plannen om de Graafseweg te verbreden, waarbij een aantal huizen aan de Looimolenweg zouden moeten verdwijnen. Bewoners, en met name de direct betrokkenen, richtten daarop een actiegroep op. Van daaruit ontstond het plan voor het Florapark en is de Stichting Florapark opgericht.

Het park is een samentrekking van een stuk grond van de bewoner/gebruiker van de Looimolen, Henk Amelink en een stuk achtertuin van Villa de Wolfskuyl.

Op Noviomagus staat een mooie foto uit 1949.

Kinderboerderij Kobus

Gebouw Dierenweide Kobus april 2025 Florapark Wolfskuil
Gebouw Dierenweide Kobus
(april 2025)
Kabouter voor ingang dierenweide Kobus (april 2025) Florapark Wolfskuil
Kabouter voor ingang dierenweide Kobus (april 2025)
Geit in dierenweide Kobus (april 2025)
Geit in dierenweide Kobus
(april 2025)

Floraweg 51

De dierenboerderij is vernoemd naar Kobus Hendriks (Nijmegen 16 juni 1946 – Nijmegen 5 juli 1986). Op de plek waar nu de kinderboerderij staat, stond vroeger een gebouwtje dat “het groene gebouwtje” werd genoemd, sinds de jaren 60 het eerste wijkgebouw. Na sloop verhuisden de activiteiten mee naar de oude pastorie. In ieder geval was Hendriks in dit gebouw de beheerder; het is mij (RE) niet duidelijk of hij ook al beheerder was van het groene gebouwtje.

Mariakapel

Mariakapel Florapark (april 2025)
Mariakapel Florapark (april 2025)

In dit Mariakapelletje hangen bewoners van de Wolfskuil een foto, bidprentjes of ander aandenken van hun overleden dierbaren op. Voor veel wijkbewoners een plek om even stil te staan. Foto’s variërend van baby’s tot ouderen. Van ‘serieuze’ portretten tot foto’s van de overledenen op een blije feest- of vakantiefoto.

Beeld Moeder met kind van Ed van Teeseling

Mariabeeld Florapark (april 2025)
Mariabeeld Florapark (april 2025)

Het beeld van moeder met kind is gemaakt door Ed van Teeseling. Hij maakte ook het reliëf van Sint Thomas van Villanova op de gesloopte Villanovakerk.

Brand

In maart 2020 werd er brand gesticht in de kapel: foto’s waren van de muur gerukt en in een hoek gegooid. Gelukkig kon een deel gespaard blijven. Buurtbewoners waren verontwaardigd en gezamenlijk hebben ze de kapel weer opgeknapt.

Verder lezen kan op: https://dewester.info/brandstichting-maria-kapel-wolfskuil/

Kaarslichtjes en eieren, Maria kapelletje, Pasen 2025 (april 2025)
Kaarslichtjes en eieren, Maria kapelletje, Pasen 2025 (april 2025)

Uitkijk

Mannetje met verrekijker en aktetas kijkt uit over het lager gelegen deel van de Wolfskuil (januari 2021)
Mannetje met verrekijker en aktetas kijkt uit over het lager gelegen deel van de Wolfskuil (januari 2021)

Op het uitzichtspunt bevindt zich een beeld van een mannetje met verrekijker en aktetas. Het is een beeld van Erik Buijs uit 1999.

Buijs werd door Gemeente Nijmegen gevraagd een beeld te ontwerpen voor het Florapark. Bewoners van het hoger gelegen gedeelte van de Wolfskuil waren nauw betrokken bij de totstandkoming van het park en het beeld, terwijl het park vooral ook bedoeld was voor het benedengedeelte van de wijk (welke zeker op dat moment nog zeer stenig was). “Om de beide bewonersgroepen met elkaar te verbinden ontwierp Buijs een spion. Deze kijkt met zijn verrekijker de wijk in en controleert het reilen en zeilen. In beide lenzen van de verrekijker zitten lampjes. ’s Avonds als het donker wordt gaan deze aan. Je ziet dan het silhouet van een mannetje met twee oplichtende ogen.” (Kunst op Straat)

In een interview van februari 2026: “‘Ik heb een moeizame verhouding met de zogenaamde “kunstwereld”, de musea en de kunstbeschouwing. Ik heb altijd het gevoel dat ik me daarin nog waar moet maken, ook na dertig jaar, al heb ik nu wel een zichtbare aanwezigheid in het veld. Ik vond het geweldig toen ik voor het eerst werd gevraagd om een beeld te maken zonder dat ik aan een competitie moest meedoen. Dat was in 1999 voor mijn beeld in het Florapark in Nijmegen. Ik koos voor een locatie die me werd afgeraden, omdat het een hangplek voor jongeren zou zijn. Dat was ook zo, maar toen ik er na plaatsing kwam om dat mannetje met aktentas en verrekijker te documenteren vroegen die jongeren wat ik kwam doen. Ik kom voor dat beeld, zei ik. Als ik er maar wel van afbleef, want het was hun ding, kreeg ik te horen.’”. (mistermotley.nl)

Beeld Florapark (april 2025)
Beeld Florapark (april 2025)

Erik Buijs

Dirk Erik Buijs (3-11-1970 Rhenen) is een beeldhouwer van figuratieve beelden. Zijn vader is de kunstenaar Hedda Buijs. Hij groeide op in Echteld en studeerde aan de Academie voor Beeldende Kunsten Sint-Joost in Breda en de Hogeschool voor Kunsten in Arnhem.

Hij is vooral bekend om zijn mensfiguren, welke zijn gegoten in beton, brons en aluminium. Hij noemt zichzelf beeldenmaker in plaats van beeldhouwer: hij maakt zijn beelden uit klei of was, of uit piepschuim gesneden. “Bij gebrek aan betere beeldmiddelen kies ik uiteindelijk toch altijd weer voor figuratieve beelden. Hiermee kan ik het beste mijn visie op een gegeven plek of opdracht weergeven. Mijn beelden hebben vrijwel dezelfde karaktereigenschappen als hun maker: vol zelfspot met een kritische houding naar hun omgeving. Mijn beelden zijn geen illustraties van een verhaal, het verhaal begint juist bij die beelden” (wikipedia, met tevens een overzicht van zijn werk)

Zie de website van Erik Buijs.

Looimolen en Sfeerhuys

Looimolen of Witte Molen in Florapark (april 2025)
Looimolen of Witte Molen in Florapark (april 2025)

Op het terrein staan de Looimolen en het Sfeerhuys.

Lindelaantje

Laantje bij Looimolen 202101 Florapark
Laantje bij Looimolen (januari 2021)

Een erg mooi stukje is het Lindelaantje, zie ook de foto bovenaan. Deze loopt achter de villa de Wolfskuyl langs.

Villa de Wolfskuyl (achterkant)

Achterkant villa Wolfskuyl, Florapark (februari 2023)
Achterkant villa Wolfskuyl, Florapark (februari 2023)

Lees hier het artikel:

Kap en wieken, boven de bomen uit, van de Looimolen. Links van de molen de kap van het Klooster van de Congregatie Broeders van de H. Aloysius van Gonzaga, gevestigd in de voormalige Villa de Wolfskuyl (van 1932 tot 1942 het klooster van de Zusters Kanunnikessen van het Heilig Graf), Graafseweg 232, 1935 (GN1903 RAN)

Villa de Wolfskuyl

De villa de Wolfskuylaan de Graafseweg is in 1913 gebouwd als woning voor papierfabrikant Hoijer. Hiervan was C. de Groot uit Hilversum de architect. Daarna was het in gebruik door de Kanunnikessen van het Heilig Graf en daarna de Broeders van Oudenbosch. Tegenwoordig is het in gebruik als de MondzorgVilla.

Lees verder

Bosje

Bosje bij Florapark (april 2025)
Bosje bij Florapark (april 2025)

“De boomlaag bevat vooral zomereik, gemengd met robinia en een ondergroei van hulst, klimop en braam. Het bosje is onderdeel van een groene lint tussen de Graafse- en de Oude Graafseweg en daarmee van belang voor verspreiding van flora en fauna door het gebied.” (IntoNijmegen)

Kerstmarkt en Dag van het Florapark

Elk jaar vindt in mei de Dag van het Florapark en in december een kerstmarkt plaats. Zie voor aankondigingen terugblikken de Facebook pagina van Vrienden van het Florapark.

Bronnen

Straatnamen Register Nijmegen https://gaypnt.home.xs4all.nl/straatnamen/D.html en

https://gaypnt.home.xs4all.nl/straatnamen/F.html#Florapark

Bosje Florapark (februari 2023) Wolfskuil
Bosje Florapark (februari 2023)
Bosje Florapark (januari 2021)
Bosje Florapark (januari 2021)
Looimolen Florapark Nijmegen januari 2021
Looimolen (januari 2021)
Mariakapel bij Florapark
Mariakapel bij Florapark

Wolfskuil

Een groot deel van de wijk is gebouwd in de jaren 10 en 20 volgens de “Tuindorp” gedachte. Dat pakt…

Augustijnenbosje

Het Augustijnenbos is vernoemd naar de orde der Augustijnen. Zij kochten in 1923 het terrein tussen de Geldersche roomboterfabriek en…

Hotel du Soleil Graafseweg 31-35 Nijmegen rond 1903
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Van Grand Hotel du Soleil tot Belastingkantoor

1903-1919, Graafsche straat no 31-41 (Nu Graafseweg 31-35)

Het Grandhotel "Du Soleil", geopend in 1903. Het RAN dateert deze foto tussen 1903-1919. Op basis van de onderstaande krantenartikelen moet deze foto van voor de verbouwing van Oscar Leeuw in het voorjaar van 1906 zijn, omdat er nog geen veranda te zien is (zie foto hieronder) (RAN F17404)
Het Grandhotel “Du Soleil”, geopend in 1903. Het RAN dateert deze foto tussen 1903-1919. Op basis van de onderstaande krantenartikelen moet deze foto van voor de verbouwing van Oscar Leeuw in het voorjaar van 1906 zijn, omdat er nog geen veranda te zien is (zie foto hieronder) (RAN F17404)

J.F. Steenmetzer maakt in 1903 van 6 herenhuizen aan de huidige Graafseweg een groots hotel, waarbij de inrichting is geïnspireerd op het “American Hôtel”. Hiervoor leverde architect Haspels Jr. het ontwerp. Een grote verbouwing volgde al in 1906 naar ontwerp van Oscar Leeuw. Vanaf 1923 is het in gebruik als belastingkantoor en na een verbouwing in 2013 zijn hier appartementen gevestigd.

Juni 1903 blijkt J.F. Steenmetzer 6 herenhuizen aan de Graafsche straat nummers 31-41 te hebben gekocht om er een groot, eerste rangshotel van te maken. Daarvoor worden de huizen doorgebroken. De nummers 31 en 33 voorlopig nog niet, aangezien deze nog zijn verhuurd. Het hotel zal 60 kamers bevatten. De inrichting zal geïnspireerd worden op dat van het “American Hôtel” te Amsterdam. Men hoopt in augustus te openen, wat ook daadwerkelijk lukt (De Gelderlander 26/6/1903). Hiervoor had architect Haspels Jr. het ontwerp geleverd.

Verbouwing Haspels Jr. tot hotel

In 1903 opent Hotel du Soleil:

“Grand Hôtel du Soleil.

Het is een waarschijnlijk door de behoefte geboren verschijnsel, dat het aantal hôtels in onze stad zich steeds uitbreidt en- niettegenstaande de verschillende ruime, fraaie en geheel moderne inrichtingen op dit gebied in de oude en nieuwe stad- nog ondernemende mannen het durven bestaan, haar aantal weder met een nieuw hôtel te vermeerderen, dat gezien mag worden. Wij hebben hier het oog op het Grand Hôtel du Soleil aan de Graafsche straat no. 31-41 dat morgen geopend wordt.

Zij, die de uitbreiding van onze stad gevolgd hebben, zullen weten, dat het door wijlen den heer Haspels Sr. aan de Graafsche straat gebouwde blok heerenhuizen tot de eerste nieuwerwetsche woningen in de buitenwijken behooren. Dit geheele blok nu kwam in handen van één eigenaar, die op zeer ingenieuse wijze, door den heer Haspels Jr., bouwkundige alhier, uit een viertal daarvan één groot hôtel-pension deed worden, dat inwendig althans een prachtig geheel vormt. Het uiterlijk is weinig veranderd, hoewel een breede ingang, waarheen een flinke oprijweg leidt, toch doet zien, dat men hier niet meer dan gewone woonhuizen te doen heeft.

Door de breede deuren binnengekomen, ziet men allereerst een ruime entree van wit marmer, waarop links de ontvangkamer, met daarachter een kleine eetzaal, rechts de groote vroolijke eetzaal, waaraan weder een kleinere dito grenst, uitkomen. Een zeer breede, monumentale trap voert van hieruit naar de bovenverdiepingen. Maar eerst zien wij nog eenige, aan de groote eetzaal aansluitende vertrekken, die meer speciaal geschikt zijn voor pensiongasten, omdat zij, als het ware afgesloten van het geheel, verhuurd kunnen worden en gezellige appartementen vormen.

Boven op de eerste en tweede etage vindt men keurige salons en ruime slaapkamers, deels uitziende op de straat, deels op de achtertuinen, alle zeer modern gemeubeld en ingericht. Aan de andere zijde van de breede corridors leidt weder een trap naar beneden, wat ook zeer in het belang der veiligheid is. Op elke etage is een welingericht badkamer.

De meubileering van de hierboven genoemde zalen in het parterre-gedeelte is natuurlijk ook geheel aan de eischen van den tegenwoordigen tijd.

In het sousterrain bevinden zich de keuken, van grooten omvang en met een zeer practisch reuzen-fornuis, de provisiekamer, wijn- en likeurkelders, kortom alles wat tot een hôtel van den eersten rang behoort. Een lift onderhoudt de communicatie tusschen de onderwereld en het parterre. Fornuis en verdere keukeninrichting worden geleverd door de heeren Thijssen en van Haaren, firma Carel van Rosendael alhier.” (PGNC 23/8/1903)

Verbouwing Oscar Leeuw

1906, Graafsche straat

Hotel du Soleil Graafseweg 31-35 Nijmegen rond 1903
Hotel du Soleil Graafseweg 31-35 Nijmegen rond 1903

“Grand Hôtel du Soleil.

Nu verschillende feesten weer tal van bezoekers naar onze stad lokken- kegelwedstrijden in de “Vereeniging”, begroeting der automobilisten vandaag, het sportfeest morgen en de landbouwfeesten in het verschiet- ligt het voor de hand dat de Nijmeegsche hôtelhouders hun beste beentje vooruitzetten om de gasten naar behooren te kunnen ontvangen en herbergen.

Spraken wij gisteren van de omvangrijke toebereidselen in het hôtel “Keizer Karel” met hoet oog op de ontvangst der automobilisten, ook het “Grand Hôtel du Soleil” aan de Graafsche straat wacht een zestigtal gasten ter gelegenheid der verschillende feesten.

Dank aan de uitbreiding van het vreemdelingenverkeer in deze stad heeft dit nieuwe hôtel in den korten tijd van zijn bestaan een hooge vlucht genomen en is thans opnieuw aanmerkelijk uitgebreid.

Werd in het voorjaar de lange voorgevel, onder leiding van den architect den heer Oscar leeuw geheel gemoderniseerd, van een veertig meter lange sierlijke veranda voorzien en met de wapenschilden der onderscheiden landen versierd, thans is naar ontwerp van denzelfden bouwkundige, door den aannemer den heer Konings een groote feestzaal met tooneel aangebouwd.

Op verzoek van den ijverigen directeur-gérant den heer Jos. Jergen, de ons de omvangrijke inrichtig rondleidde, waarbij wij telkens de indruk kregen met een degelijk vakman te doen te hebben, namen wij er gisteren een kijkje.

De zaal van bijzonder gelukkige verhoudingen, op het oogenblik fijn afgestukadoord door den heer Is. Van Haaren, zal later beschilderd worden; maar biedt zooals ze nu is, in haar smettelooze blankheid, met haar keurigen parketvloer, de breede op den tuin uitziende ramen met draperieën, geleverd door de firma Bahlmann, de spiegels aan weerszijden van het tooneel, waarop met de driekleur getooid het beeld van H.M. de Koningin prijkt, de rijke koperen kroonluchters en niet het minst de feestelijk gedekte en met levend groen gesierde tafel een hoogst vriendelijken aanblik.

Wij vernemen dat in deze zaal het groote diner bij gelegenheid der Landbouwfeesten, van circa 250 couverts zal gehouden worden. De zaal biedt plaats voor 300 couverts en zal zich ook uitstekend leenen voor kamermuziek, lezingen, tooneeluitvoeringen enz.

Nog werd onze opmerkzaamheid gevestigd op de ruime gelegenheid tot garage van automobielen, die alweer is vergroot. De breede toegang, de practische reparatiekuil, de gladde tegelvloer en vooral de flinke ruimte maken ze bijzonder doelmatig.” (De Gelderlander 22/7/1906)

Overigens zat Oscar Leeuw in het organisatie van bovengenoemde Landbouwfeesten, in de Commissie voor de Gebouwen.

Op 24 juli 1906 vindt door deze Commissie aanbesteding plaats van: “het leveren der benoodigde Tenten, omheiningen, standen voor Paarden, Rundvee, Schapen en Varkens op terreinen aan de Gerard Noodtstraat , Hunnerpark en Kelfkensbosch.” (PGNC 21/7/1906)

Plan tot het aanbouwen van een Feestzaal en een Garage door Oscar Leeuw: de feestzaal , tekening 8 mei, bouwdossier gedateerd 12-6-1906 (D12.379267)
Plan tot het aanbouwen van een Feestzaal en een Garage door Oscar Leeuw: de feestzaal , tekening 8 mei, bouwdossier gedateerd 12-6-1906 (D12.379267)
Plan tot het aanbouwen van een Feestzaal en een Garage door Oscar Leeuw: de garage, bouwdossier gedateerd 12-6-1906  (D12.379266)
Plan tot het aanbouwen van een Feestzaal en een Garage door Oscar Leeuw: de garage, bouwdossier gedateerd 12-6-1906  (D12.379266)

N.V. en (voorgenomen) verbouwing

In 1910 heeft eigenaar Steenmetzer plannen tot verdere uitbreiding.

Om de verbouwing en vergroting te kunnen financieren, heeft Steenmetzer de zaak omgevormd naar een N.V.. Men kan zich voor aandelen inschrijven bij Firma Lamar & Vos.

Het plan is om het gebouw met een verdieping te verhogen. Daarnaast zal op de hoek met de Stijn Buijsstraat een “bodega” en café-restaurant worden aangebouwd. En aan de achterzijde van het hotel is een grote schouwburg- concertzaal gepland, met de hoofdingang aan de rechterzijde.

“Zooals wij reeds, zeiden, zal een en ander en vooral de schouwburgzaal in een lang gevoelde behoefte voorzien, want een ieder zal het met ons eens zijn, dat de thans bestaande schouwburg niet thuis behoort in een stad als Nijmegen, die bezig is zich met haar nieuwe wijken te verjongen en in een fraai kleed te steken.” (PGNC 6/7/1910)

In hoeverre de uitgifte van aandelen succesvol is geweest en of de verbouwing is gerealiseerd, is nog niet bekend. In ieder geval wordt er in december 1910 begonnen met het afbreken van de huisjes van “Het Begin”. Deze liggen achter Hotel du Soleil en waren vlak na de ontmanteling van de wallen gebouwd. “Het vrijkomende terrein zal voorloopig voor een groot gedeelte als sport-terrein worden ingericht, terwijl een kleiner gedeelte daarvan dienen zal tot uitbreiding van de bestaande feestzaal met eene tooneel-inrichting, die zeer goed bij deze keurige zaal zal passen.” (PGNC 15/12/1910)

In PGNC 21/3/1912 blijkt dat dat de N.V. “Grand Hotel du Soleil” ontslag heeft verleend aan Steenmetzer als directeur. J. Fuchs is daarbij benoemd tot waarnemend directeur. Begin mei 1912 koopt Steenmetzer het pand van Societeit Burgerlust voor f34.900 (PGNC 3/5/1912 en PGNC 4/5/1912)

Hotel "Du Soleil"; een reproductie, Graafseweg 35-41 Bottendaal, 1920 (F17387 RAN)
Hotel “Du Soleil”; een reproductie, Graafseweg 35-41, 1920 (F17387 RAN)
Het interieur in de eetzaal in het Hotel "Du Soleil"; een reproductie, , Graafseweg 35-41 Bottendaal, 1920 (F17378 RAN)
Het interieur in de eetzaal in het Hotel “Du Soleil”; een reproductie, , Graafseweg 35-41, 1920 (F17378 RAN)
Entree Hotel du Soleil  Graafseweg 35-41 Bottendaal, 1920 (F17384 RAN)
Entree Hotel du Soleil Graafseweg 35-41 Bottendaal, 1920 (F17384 RAN)
Slaapkamer Hotel du Soleil, Graafseweg 35-41 Bottendaal, 1920 (F17381 RAN)
Slaapkamer Hotel du Soleil, Graafseweg 35-41, 1920 (F17381 RAN)
In mei 1919 staat Hotel Du Soleil te koop (PGNC 10/5/1919)
In mei 1919 staat Hotel Du Soleil te koop (PGNC 10/5/1919)

Op 22-5-1919 houdt de N.V. Grand Hotel “Du Soleil” een aandeelhoudersvergadering in “Burgerlust” met als “punt van behandeling: Verkoop van het Hotel”. (PGNC 9/5/1919)s

Eind mei 1919 staat het Hotel Du Soleil vervolgens te koop (PGNC 10/5/1919)

Belastingkantoor

PGNC 21/4/1923
PGNC 21/4/1923

In 1922/1923 vindt de verbouwing tot Belastingkantoor plaats.

Plan tot inrichting van perceel Graafsche weg 31-35 te Nijmegen tot Belastingkantoren,
Bouwdossier D12.387126 gedateerd op 21-12-1922
Plan tot inrichting van perceel Graafsche weg 31-35 te Nijmegen tot Belastingkantoren, Bouwdossier D12.387126 gedateerd op 21-12-1922

Het nieuwe gebouw van ’s Rijks Dir. Belastingen.

Gistermiddag hebben wij het nieuwe gebouw van ’s Rijks directe belastingen, invoerrechten en accijnzen aan den Graafsen weg, dat de vorige week gedeeltelijk in gebruik is genomen, bezichtigd. Ons verzoek daartoe was door den Inspecteur der Dir. Bel. 2e afd., den heer L.A. Alting Mees, met voorkomendheid ingewilligd niet alleen, maar hij had bovendien de vriendelijkheid, ons na een inleidend woord omtrent de voorgeschiedenis van de vestiging der belasting-administratie in dit pand, door het geheele gebouw rond te leiden.

Men weet, dat het vroegere hotel “Du Soleil” na zijn mobiliasatie-bestmming was overgegaan aan de firma Jurgens, die het evenwel sinds eenigen tijd voor haar bedrijf niet meer noodig had. De belasting-autoritieiten alhier waren sinds lang zoekende naar een gebouw, geschikt voor huisvesting van de Directe Belastingen, Invoerrechten en Accijnzen. Verschillende aanbiedingen waren, als zijnde te duur, van de hand gewezen, terwijl in dezen tijd aan het bouwen van een nieuw pand niet kon worden gedacht, temeer omdat de dienst der Rijksgebouwen op waarlijk loffelijke wijze de grootst mogelijke zuinigheid nastreeft en daarbij zeer kaufännisch wordt beheerd. En zoo was de beruchte “Kamer no. 6” in de Ridderstraat nog steeds een bron van ergernis voor personeel en publiek, toen het Rijk- op het juiste tijdstip dienaangaande geadviseerd en ter zijde gestaaan door de heeren Van Eerde en Alting Mees, Inspecteurs der Dir.Bel. alhier (eerstgenoemde is sindsdien afgetreden)- er in slaagde op zeer gunstige verkoopsvoorwaarden het vroegere Hotel “Du Soleil” in handen te krijgen. Wanneer de bouwmeester indertijd had kunnen voorzien welke bestemming het hotel in later jaren zou krijgen, dan had hij zijn ontwerp niet beter kunnen maken. Want het gebouw bleek als geknipt voor de huisvesting van de belastingen en een rondwandeling heeft ons daarvan gistermiddag overtuigd. Gold het de beschrijving van een nieuw gebouw, dan zouden wij den architect de welverdiende hulde kunnen brengen voor de logische indeeling van het geheel; voor de voor de voortreffelijke wijze waarop hij het vraagstuk van “licht en lucht” had opgelost; voor de degelijkheid gepaard aan schoonheid, welke van beneden tot boven, van voor tot achter den bezoeker opvalt; voor het aanbrengen van centrale verwarming en electrisch licht, kortom van al datgene wat in een modern kantoorgebouw dient tot gerief van hen, die daar werken en hun den arbeid veraangenaamd, ergo beter doet zijn dan in een ouderwetsche en primitieve omgeving.

Van de drie ingengen van het gebouw is de linksche bestemd voor het publiek, dat belasting komt betalen en “Kamer no. 6” niet meer zal herkennen. Het is de voormalige danszaal van het hotel, waar op den parketvloer wel menig amoureus gesprek zal hebben plaats gehad. Hier vindt het publiek een zaal zoo mooi wat betreft ruimte, licht, lucht en inrichting der loketten, dat de tijd niet verre meer zal zijn dat de Nijmegenaars met plezier hun belastingen gaan betalen. Op het oogenblik zijn de aanslagen nog zóó hoog, dat zelfs de mooie zaal niet in staat is den pil te vergulden. Ook het personeel heeft alle reden om van eene verbetering te spreken. Het moet evenwel voor den mensch niet oged zijn in eene al zijn verlangens bevedigd te zien en zoo blijft er voor dat personeel nog wel wat te wenschen. Het Rijk toch heeft nu wel een mooi huis, maar moet nog bewijzen dit ook te kunnen bewonen. En bij veel lof mag de blaam niet achterwege blijven: wat wij in deze prachtige zaal “Kamer no. 6” aan meubileering zagen, grenst aan het ongelooflijke. Het was een rommeltje, misschien voor den uitdrager nog niet goed genoeg. Wat de firma Jurgens bij het gebouw heeft verkocht: linoleums, gordijnen, electrische lampen, huistelefoon is alles first class, maar wat het Rijk zelf heeft meegebracht, dient zoo spoedig mogelijk te worden vervangen.

Aan de hier genoemde groote zaal grenzen ter eene zijde het kantoor van den Ontvanger der Directe Belastingen, den heer F.E. Vreede, een archiefkamer en een vergaderzaaltje. Ter andere zijde bieden het voormalige tooneel en de vertrekken, die daarmede annex waren, gelegenheid tot inrichting van de kantoren van den Ontvanger der Invoerrechten en Accijnzen, Jhr. W.J. de Jonge, die momenteel aan de St. Anthoniusplaats ook verre van ideaal gehuisvest is.

Eveneens gelijkvloers, in de rechter helft van het gebouw, zijn de kantoren ondergebracht van den Inspecteur (den heer P. v.d. Mark) en den Ontvanger (den heer A. Bloemarts) der Registratie en Domeinen met klerken- en wachtkamers. (De kantoren van dezen dienst aan den Oranjesingel zullen worden betrokken door den Ingenieur van den Waterstraat, thans St. Annastraat; in het vroegere gebouw van de Inspectie der Dir. Belastingen aan de St. Annastraat is de Inspectie van het L.O. gevestigd.)

Een breede trap leidt naar de eerste étage, waar zich de kantoren bevinden van de Inspectie der Directe Belastingen; ter eene zijde van de gang de ruime klerken-zalen resp. van de 1e en de 2e adeeling met in het midden een wachtkamer; ter andere zijde de gezellige kamers van de inspecteurs in beid afdeelingen, t.w. 1e afd. de heer J. Andreas (benoemd met ingang van 1 Mei a.s. plaatsverv. Op het oogenblik de heer Meijerink) en 2e afd. de heer L.A. Alting Mees.

Op de tweede verdieping zijn 5 reserve-kamers voor personeel van de Inspectie en 5 archief-kamers.

Ter rechterzijde van het gebouw is de woning van den concierge gelegen. De daaraan grenzende vroegere garage is een prachtige bergplaats geworden voor de ambtenaren der invoerrechten en accijnzen aangehaalde goederen; hier is ook de ingang voor de leden van het personeel, die een fiets bij zich hebben en voor wie de voormalige kegelbaan is ingericht voor 84 rijwielen; langs de diensttrap zijn zij dan in een oogwenk in het gebouw. Hier, in het sous-terrain, zijn voorts de kantoren van de kommiezen voor den stadsdienst, een leslokaal voor de kommiezen van den velddienst, archief-kamers en een inrichting voor het afstoken van gesistilleerd.

Uit het voorgaande blijkt wel, dat de dienst der Directe Belastingen, Invoerrechtne en Accijnzen thans gehuisvest is in een gebouw, dat als zoodanig aan alle eischen beantwoordt. Wanneer nu ook de inrichting van enkele lokalen zal zijn gemoderniseerd, zullen de inspecteurs en ontvangers, hiervoor genoemd, en hun ijverig personeel, alle reden hebben om de plaats gehad hebbende verandering een groote verbetering te noemen. Voor het publiek is dit nu reeds het geval.” (PGNC 17/4/1923)

Meubelzaak en woninginrichting Wals en links Garage Terwindt & Hekking Mestrom en op de achtergrond voormalig Hotel du Soleil, Graafseweg Bottendaal, 1958 (F86415 RAN CC0)
Meubelzaak en woninginrichting Wals en links Garage Terwindt & Hekking Mestrom en op de achtergrond voormalig Hotel du Soleil, Graafseweg Bottendaal, 1958 (F86415 RAN CC0)

Hierna volgen een aantal andere verbouwingen. In 2013 vond de verbouwing naar appartementen plaats.

Graafseweg voormalig Hotel du Soleil en Belastingkantoor"(januari 2026)
Graafseweg voormalig Hotel du Soleil en Belastingkantoor”(januari 2026)

Meer lezen

Meer over dit pand valt te lezen op Noviomagus:

https://www.noviomagus.nl/Varia/Soleil/Soleil.html

https://www.noviomagus.nl/Particulier/Cat/cwdata/050-DSCN0239_edited.html

https://www.noviomagus.nl/Gastredactie/Klomp/Graafseweg31-35.html

Begraafplaats Graafseweg (november 2024)
#Nijmegen, Gebouw van de dag, Groen in Nijmegen, GroenInNijmegen, Kunstwerken

Begraafplaats Graafseweg: Geschiedenis en Monumenten

Graafseweg 419 Heseveld

Begraafplaats Graafseweg (november 2024)
Begraafplaats Graafseweg (november 2024)

Het prachtige kerkhof ligt wat ingeklemd, wat vergeten tussen de Graafseweg en de Hatertseveldweg in. De aula en het hekwerk uit 1920-1921 zijn ontworpen door architect Weve. Links van de aula staat een bijzonder monument ter herdenking aan de slachtoffers van het bombardement van februari 1944, waarvan velen aanvankelijk in een massagraf op deze begraafplaats kwamen te liggen.

De aanleg van de begraafplaats in 1881 was een vervanging voor die van de op dat moment omliggende dorpen Hatert, Hees en Neerbosch. Net als andere begraafplaatsen in Nijmegen is de begraafplaats aan de Graafseweg inmiddels omringd door stedelijke bebouwing. De moderne drukte van de Graafseweg is weinig in overeenstemming met de rust en vree die je bij de ligging van een kerkhof verwacht. Ingeklemd tussen de Hatertseveldweg/spoorlijn en de Graafseweg is het bovendien voor veel mensen een onbekend kerkhof. 

Aula en hekwerk Weve

De aula van de begraafplaats aan de Graafseweg, een ontwerp van architect Weve (november 2024)
De aula van de begraafplaats aan de Graafseweg, een ontwerp van architect Weve (november 2024)

In 1920-1921 vond er een belangrijke verandering aan de begraafplaats plaats: bij de uitbreiding van de begraafplaats ontwierp gemeente-architect Weve de aula in expressionistische stijl (wikipedia) en het hekwerk, dat nog steeds te zien is.

Op de Rijksmonumentenlijst staat hiervan een uitgebreide beschrijving.

Rijksmonument

Hekwerk Begraafplaats Graafseweg (november 2024)
Hekwerk Begraafplaats Graafseweg (november 2024)

De aula en het hekwerk zijn een Rijksmonument, met als waardering:

“- Van architectuurhistorische waarde als typologisch goed en gaaf bewaard gebleven voorbeeld in in- en exterieur van een begraafplaatsaula in expressionistische bouwtrant met rijk siermetselwerk. Het object heeft enige architectuurhistorische zeldzaamheidswaarde vanwege de combinatie van genoemd bouwtype en -stijl. Het gebouw met flankerende hekken is van belang voor het oeuvre van de toenmalige Nijmeegse stadsarchitect J.J. Weve.

– Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van een historisch gegroeid stedelijk gebied, waarin het object een beeldbepalende rol speelt vanwege de situering direct aan een belangrijke invalsweg van Nijmegen. Het gebouw markeert de achterliggende begraafplaats.

– Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een geestelijke ontwikkeling, in casu een gebouw bij een algemene begraafplaats waarin de nabestaanden bijeenkomen voor het ter aarde bestellen van een dode.”

Monument slachtoffers bombardement

Monument slachtoffers bombardement februari 1944 (november 2024)
Monument slachtoffers bombardement februari 1944 (november 2024)

Links naast de ingang ligt het monument voor de slachtoffers van het bombardement van februari 1944. Dit was de belangrijkste locatie waar slachtoffers van het bombardement in eerste instantie in een massagraf werden begraven: ongeveer 500 van de 800 slachtoffers. Op 26 februari vond de massabegrafenis plaats: vanuit de rouwbijeenkomst in de Vereeniging ging een lange stoet op weg naar de begraafplaats. Tienduizenden Nijmegenaren liepen mee.

Voor het graven van het graf waren mensen verplicht ter werk gesteld. Na de begrafenis bleef het graf nog twee weken open -de vrieskou maakte dit mogelijk- zodat nabestaanden in de kisten konden kijken, op zoek naar hun dierbaren.

Ook slachtoffers uit de tijd dat Nijmegen frontstad was, zijn hier begraven. Later zijn veel mensen in overleg met de nabestaanden herbegraven.

Monument Remy Kruytzer met gedicht ter Balkt

Steen "ter nagedachtenis aan alle slachtoffers van het bombardement en ander oorlogsgeweld", Begraafplaats Graafseweg (november 2024)
Steen “ter nagedachtenis aan alle slachtoffers van het bombardement en ander oorlogsgeweld”, Begraafplaats Graafseweg (november 2024)

Op 19 februari 2005 vond de onthulling van het monument plaats, ontworpen door Remy Kruytzer. In het midden van het heuveltje staat een gescheurde gedenksteen. H.H. ter Balkt schreef het gedicht “Na de luchtaanval” dat daarop te lezen is: “Het verdriet stortte neer op de stad,/hartuithakkend verdriet om het hart/en de ziel en de tijd van de stad; vuur/sprak in tongen over de zeven honderden/en tegen de verslagenen na de bijlslag:/”Nu is jullie tijd niet meer bij jullie”./Leeg vlogen de Drakenwagens verder/van onze vrienden; rouwend grijs en geel/na de luchtaanval, viel het licht neer,/ voorgoed uitgedoofd leek ‘t, verstomden.” Daarvoor staat er een kleinere steen met het opschrift: “ter nagedachtenis aan alle slachtoffers van het bombardement en ander oorlogsgeweld”.  

2e Massagraf

Bij zijn onderzoek kwam Bart Janssen er achter dat er op de begraafplaats 2 massagraven zijn: de 2e werd waarschijnlijk aangelegd omdat het eerste inmiddels vol was. Waarschijnlijk betreft het vooral Nijmegenaren die in de tijd dat Nijmegen frontstad was om het leven zijn gekomen. Wie hier precies in liggen is niet bekend.

(Overige) Bronnen en verder lezen

Begraafplaats Graafseweg (november 2024)
Begraafplaats Graafseweg (november 2024)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Begraafplaats_Graafseweg

Erkenning voor oorlogsslachtoffers, Maaike van Helmond in de Brug, 4-5-2019

https://www.trouw.nl/home/monument-voor-slachtoffers-van-vergissing~bfc7ab69/

https://www.destentor.nl/nijmegen/erkenning-voor-vergeten-massagraf-aan-graafseweg-nijmegen~a50f8c5d/

Weve architect

Weve was een architect en ingenieur. Hij was stadsarchitect en directeur Gemeentewerken van Nijmegen. Hij ontwierp onder andere 17 scholen,…

Augustijnenbosje

Het Augustijnenbos is vernoemd naar de orde der Augustijnen. Zij kochten in 1923 het terrein tussen de Geldersche roomboterfabriek en…

Goffertpark: Stadspark van Nijmegen

Het Goffertpark is het grote stadspark van Nijmegen. Nijmegenaren gebruiken het park om te wandelen, zonnen, sporten en de hond…

Graafseweg 56-58 (oktober 2024)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Graafseweg 56 58

1901 Graafseweg 56 -58 Bottendaal Gemeentelijk Monument

Graafseweg 56-58 (oktober 2024)
Graafseweg 56-58 (oktober 2024)

Graafseweg 56 en 58 is ontworpen in 1900 door P.G. Buskens. De aannemer en bouwmeester Gerardus Buskens, oom van P.G. Buskens, gaat op nummer 56 wonen.

Willem Ruyters stuurde aantal foto’s van de oorspronkelijke bouwtekening: rechtsonder in de hoek is de stempel van P.G. Buskens, architect, Nijmegen te zien, die bij de digitale kopie (zie hieronder, D12.377983), is weggevallen.

Gemeentelijk Monument

"Anno" tegeltableau op Graafseweg 58, nummer 56 heeft een tableau met "1901" (oktober 2024)
“Anno” tegeltableau op Graafseweg 58, nummer 56 heeft een tableau met “1901” (oktober 2024)
Graafseweg 56 58 (oktober 2024)
Graafseweg 56 58 (oktober 2024)
torentje Graafseweg 58 (oktober 2024)
torentje Graafseweg 58 (oktober 2024)

Deze 2 huizen zijn een gemeentelijk monument. De tekst bij aanwijzing:
“Twee elkaars spiegelbeeld vormende woonhuizen van drie bouwlagen. De begane grond bestaat uit een ingangsportiek met maureske boog en daarnaast een driezijdige erker, waarvan de bovenzijde fungeert als balkon voor twee gekoppelde openingen met openslaande deuren.
Daarboven een tegeltableau met respectievelijk ANNO en 1901, waarboven drie
rondboogvensters, waarvan de bogen opgenomen zijn in een fries van vijf bogen dat de gevel bekroont. In het midden komen beide boogfriezen samen bij een brede, van de grond af reikende risaliet die boven de lijst van het vlakke dak overgaat in een trapgeveltje. De ingangspartij zet zich voort in een smal venster op de 1e etage, en gaat op de tweede etage over in een achthoekige, boven de gootlijst tenslotte ronde toren. De spitsen van deze torentjes flankeren het dubbele pand. Bouwmateriaal is rode baksteen, verlevendigd met (geschilderde) natuurstenen blokken en omlijstingen, en met tegeltableaus. … Fraai voorbeeld van symmetrische strakke Jugendstilbouw.”

Indeling

Plan voor Twee Heerenhuizen aan de Graafsche Straat, datum bouwdossier 21-9-1900 (D12.377983) Graafseweg 56 en 58
Plan voor Twee Heerenhuizen aan de Graafsche Straat, datum bouwdossier 21-9-1900 (D12.377983)

De twee woningen hebben een een gespiegelde indeling. Vooraan zit de salon met daarachter de huiskamer. De huiskamer heeft vervolgens een warande. Naast de salon ligt de Entree met daarachter een corridor. Deze eindigt in twee trappen: 1 naar de kelder en 1 naar de keuken en het toilet.

Boven de salon en de huiskamer liggen elk 2 slaapkamers. Boven de keuken bevindt zich een opkamer. Boven de entree en een deel van de corridor bevindt zich een cabinet, met daarachter een corridor met trappen.

Daarboven is boven het salongedeelte een zolder, boven het huiskamergedeelte 2 slaapkamers. Boven het cabinet bevindt zich de Meidenkamer.

Het gebouw heeft op nummer 56 bovendien een “eerste steen” met P.J.G. BUSKENS
19 20/10 00 (bron: Noviomagus, waarop tevens een foto te zien is). Mogelijk betreft P.J.G.Buskens de zoon van Gerardus Buskens: Petrus Jacobus Gerardus (28-2-1891 Nijmegen).

Abonneren

Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.

Vervolg

Er is nog niet volledig onderzocht wat het vervolg is geweest. In 1984 vond er een verbouwing plaats van bedrijfsruimte naar woning; in 2000 van woning naar appartementen. Hoewel het bouwdossier een openbare bron is, wil ik de bouwtekeningen vanwege privacy niet weergeven.