Klooster van de Zusters Franciscanessen van de Heilige Familie, Van Oldenbarneveltstraat Bottendaal (januari 2026)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Klooster van de Zusters Franciscanessen van de Heilige Familie

Van Oldenbarneveltstraat 4 en 6, 1901

Klooster van de Zusters Franciscanessen van de Heilige Familie, Van Oldenbarneveltstraat Bottendaal (januari 2026)
Klooster van de Zusters Franciscanessen van de Heilige Familie, Van Oldenbarneveltstraat Bottendaal (januari 2026)

Het voormalige klooster van de Zusters Franciscanessen van de Heilige Familie is gebouwd in de jaren 1900-1901. Deze orde was naar Nijmegen gekomen voor het verlenen van ziekenzorg. Het gebouw is ontworpen door M. van der Pluijm en J. Gielen. In 1987 vertrekken de zusters naar Tilburg.

De Franciscanessen van de H. Familie

Beeld St Franciscus, Klooster van de Zusters Franciscanessen van de Heilige Familie, Van Oldenbarneveltstraat Bottendaal (januari 2026)
Beeld St Franciscus, Klooster van de Zusters Franciscanessen van de Heilige Familie, Van Oldenbarneveltstraat Bottendaal (januari 2026)

De congregatie van de Franciscanessen van de H. Familie werd gesticht in 1856/1857 in Eupen (tot 1918 Duitsland, daarna België) door Anna Maria Josephine Katharina Koch (Moeder Elisabeth van Jezus, 1815-1899). In 1837 was ze ingetreden in het klooster der recollectinnen en leidde vanaf 1842 daar de verpleging in het ziekenhuis.

Samen met Franziska Schervier richtte ze de congregatie van de Franciscanessen van de H. Familie op. Daarvan werd ze in 1858 de eerste algemeen overste onder de naam moeder Elisabeth van Jezus. De congregatie behoorde tot de derde orde van Franciscus: actieve religieuzen die leefden volgens de franciscaanse spiritualiteit en zich richtten op werken van christelijke naastenliefde. De zusters legden de geloften van gehoorzaamheid, armoede en zuiverheid af en zetten zich vooral in voor gezondheidszorg, ziekenverpleging en missiewerk.

Het moederhuis werd daarbij in 1875 verplaatst naar Leuven als gevolg van de “Kulturkampf” van Bismarck. Later zou het weer naar Mayen (Duitsland) worden verplaatst.

De zusters legden de geloften van gehoorzaamheid, armoede en zuiverheid af en streefden naar zelfheiliging door zich in te zetten voor christelijke naastenliefde (caritas). Christelijke naastenliefde kwam vooral tot uiting in gezondheidszorg, en dan met name verpleging, en missiewerk.

Groepsfoto van de Zusters Franciscanessen van de Heilige Familie, Van Oldenbarneveltstraat 4, 1953 (GN44182 RAN)
Groepsfoto van de Zusters Franciscanessen van de Heilige Familie, Van Oldenbarneveltstraat 4, 1953 (GN44182 RAN)

1884 – Vestiging in Nijmegen

Sociale omstandigheden Nijmegen

Rond 1880 zijn er nog geen sociale voorzieningen. Langdurig zieken, ongeneselijk zieken en bejaarden leven vaak in zeer slechte omstandigheden. Twee vooraanstaande katholieken wilden hierin verandering brengen:

  • I. Holthaus: raadslid en president van het Parochiaal Armbestuur en
  • G.A. Hamer: broer van bisschop Hamer en voorzitter van de Vincentiusvereniging

Zoals vaker in die tijd werd daarvoor de hulp ingeroepen van vrouwelijke religieuzen, voor wie caritas — christelijke naastenliefde — een belangrijke roeping vormde.

Komst naar Nijmegen

In 1884 vestigen de Zusters zich in Nijmegen, aanvankelijk op de Lange Hezelstraat 46B. Ook moeder Elisabeth, de stichtster van de congregatie, zou naar Nijmegen komen. Zij komt met vijf zusters op 28 april aan: Conradine, Lydia, Scraphia, I’ulcheria en Gudula aan en vestigen zich op de Lange Hezelstraat. “Een week later behandelen zij de eerste patiënte, die helaas echter na veertien dagen sterft.” (De Gelderlander)

Overigens hadden, als gevolg van de “Kulturkampf” de zusters al een “filiaal” in Nederland gehad. “Hoewel de activiteiten van de zusters in het Zuidlimburgse Wauback onder een kwaad gesternte blijken te staan, is het Moederhuis niet ongenegen op het Nijmeegse verzoek in te gaan. Maar in Nijmegen valt dan ook geen tegenwerking van wereldheren te verwachten. De vier pastoors van de Waal stad en hun bisschop staan zelfs vierkant achter het initiatief van Holthaus en Hamer.” (De Gelderlander)

De zusters hielden zich vooral bezig met (wijk)verpleging: het verplegen van zieken in hun eigen woning. Zij zouden echter maar tot 1886 blijven. Het pand aan de Lange Hezelstraat was al snel te klein. Door het vele werk waren er meer zusters nodig, die onderkomen nodig hadden.

Jodenberg

Omdat het pand op de Lange Hezelstraat te klein was geworden, verhuisden ze naar de Jodenberg 6. Dit gebouw kon gekocht worden vanuit liefdadigheid.

Ook dit gebouw werd al gauw te klein: inmiddels zijn er op de Jodenberg 17 zusters, terwijl het gebouw berekend is op 10. En dat, terwijl er meer zusters bij zouden moeten komen vanwege de nood in Nijmegen: de zusters zijn continu in de zorg aan de slag. In een brief aan de Nijmegenaren spreekt G.A. Hamer in februari 1899 zijn zorgen uit met een roep om giften. Dit levert een groot aantal giften op. De zusters die bij de verpleging geen onderscheid maken naar geloof, ontvangen vanuit alle gezindten bijdragen.

Van Oldenbarneveltstraat

Klooster van de Zusters Franciscanessen van de Heilige Familie, 1935 (RAN F29024)
Klooster van de Zusters Franciscanessen van de Heilige Familie, 1935 (RAN F29024)

Zuster Elisabeth maakt de bouw van het nieuwe klooster zelf niet meer mee. Wel keurt ze de nieuwe locatie van het klooster goed. Zij overlijdt echter op 3 juni 1899 in Leuven, 3 maanden nadat het kerkbestuur van de Augustinusparochie de grond “aan de Bottendaal” heeft gekocht. Ook de bisschop in Den Bosch geeft zijn goedkeuring.

 In maart 1900 wordt begonnen met de bouw, gefinancierd vanuit de collecte en een obligatielening van f35000,-. De architecten J. Gielen en M. van der Pluim ontwierpen een nieuw klooster aan de Van Oldenbarneveltstraat, die in 1901 werd ingewijd en in gebruik genomen. Hier komen 60 zusters te wonen.

Vanaf 1919 uitbreidingen

Schip en koor in de Kapel van het Klooster van de Zusters Franciscanessen van de Heilige Familie, Van Oldenbarneveltstraat 4, 1953 (Fotopersbureau Gelderland via F67406 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)
Schip en koor in de Kapel van het Klooster van de Zusters Franciscanessen van de Heilige Familie, Van Oldenbarneveltstraat 4, 1953 (Fotopersbureau Gelderland via F67406 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)

Voor haar uitbreiding werd in 1919 de panden Van Oldenbarneveltstraat 2 en Graafseweg 34 aangekocht. In 1925 kwam er een kapel. In 1931 werd ook van Oldenbarneveltstraat 6 gekocht, welke als noviciaat in gebruik kwam. Dit noviciaat had daarvoor op Graafseweg 27 gezeten.

Vanaf 1920 werkten de zusters ook voor het Oud-Burger-Gasthuis aan de Molenstraat. En vanaf 1922 voor de gemeentelijke lighallen voor tuberculosepatiënten. Enkele zusters zelf woonden in de lighallen aan de Molenstraat. Zij bleven echter behoren tot het klooster aan de Van Oldenbarneveltstraat. (https://www.archieven.nl/nl/zoeken?mivast=0&mizig=212&miadt=1212&miview=ldt&milang=nl&micode=DOC-MON&minr=733195&miaet=14)

1987 Vertrek

Door maatschappelijke en kerkelijke veranderingen treden er vanaf 1964 geen zusters meer in. Ook is het werk in de gezondheidszorg overgenomen. Daardoor verschoof de aandacht, om trouw te blijven aan de regel van de Derde Orde, naar het contemplatieve en de onderlinge zorg.

In 1987 vertrekken de laatste 24 zusters uit de Van Oldenbarneveltstraat; op 27 december (derde kerstdag) houden zij als afscheid een open huis. De congregatie vertrekt naar het nieuw gebouwde klooster “Nazareth” in Tilburg.

De Van Oldenbarneveltstraat is verkocht aan de Stichting Centrale Kamerbewoning.

Van der Pluijm en Gielen

Lees hier over de aannemers/architecten van der Pluijm en Gielen:

Kronenburgersingel 223 en 225 (vroeger 23 en 25) met tableau JHM gebouwd in 1897 architect Gielen

Van der Pluijm en Gielen, architecten

Architecten Van der Pluijm en Gielen Van der Pluijm en Gielen waren aannemers en architecten Graafseweg 3 1891 Rijksmonumenten: “Het HERENHUIS is gebouwd in 1891 in neorenaissance-stijl door de architecten Van der Pluijm en J. Gielen in opdracht van een zekere Jansen, wiens monogram in de topgevel prijkt. In het vergulde smeedijzeren deurrooster is een…

Het artikel in de Gelderlander bij de opening in 1901

Het gesticht der Eerw. Pleegzusters Franciscanessen aan den Bottendaal

Overeenkomstig onze belofte, bieden wij onzen lezers in dit nummer een afbeelding aan van dit fraaie gebouw, dat 11. Dinsdag plechtig is ingewijd.

Een blik op den voorgevel, door onze plaat weergegeven, bewijst onmiddellijk dat de bouwmeesters, de heeren Van der Pluymen en Gielen, zoo zij al niet in streng gothischen stijl hebben willen bouwen, zich toch op dien stijl hebben geïnspireerd.

Ingang, Klooster van de Zusters Franciscanessen van de Heilige Familie, Van Oldenbarneveltstraat Bottendaal (januari 2026)
Ingang, Klooster van de Zusters Franciscanessen van de Heilige Familie, Van Oldenbarneveltstraat Bottendaal (januari 2026)

Overeenkomstig de bestemming van het huis, dat tot woning moet dienen voor de Eerw. Pleegzusters, maakte een ernstigen en toch vriendelijken indruk. De hooge portiek van den ingang, waarboven als opschrift in gulden letters de evangeliewoorden gebijteld zijn: ‘Ik was ziek en gij hebt mij bezocht,’ geeft aan het huis, dat zonder opzettelijke versiering toch zeer sierlijk van bouw is, het monumentale karakter van een godsdienstig gesticht. Die portiek vormt een voortuitspringenden uitbouw, hoogopstrevend in het midden van den voorgevel tot een trapsgewijs toelopenden top, met het kruis bekroond. Dat trapgeveltje in het midden, aan weerszijden geflankeerd door vier zoldervensters, geeft aan den anders massieven bouw iets rijzigs en ranks, aangenaam aandoet.

In een nis hoog boven den ingang prijkt het beeld van de beschermheilige St. Franciscus.

Treden wij thans het gebouw binnen, dan komen wij door een breede gang in de vestibule of eigenlijk het trappenhuis, dat het middelpunt uitmaakt van het gebouw. Rondom dit trappenhuis, dat zijn licht ontvangt uit een groote lantaren van gekleurd glas en door een viertal boven het dak uitkomende ventilators steeds goed gelucht kan worden, zijn op verschillende verdiepingen de onderscheiden zalen en vertrekken gegroepeerd.

Door bijgaande plattegrond te raadplegen zal de lezer zich een goed denkbeeld kunnen maken van de inrichting van het gebouw, dat is berekend op het huisvesten van 60 zusters, waarvan er op het oogenblik een groote dertig aanwezig zijn.

Links van den ingang ligt de refter, een mooie ruime zaal van ongeveer 12 bij 8 meter; daarachter de keuken groot 8½ meter, van waar men weer toegang heeft tot bijkeuken, waschhuis en bergplaats, alsmede naar de binnenplaats, die ook door een open gang van de straat te bereiken is.

Rechts van den ingang liggen een paar spreekkamers en de ontvangkamer. Deze kamers voor de ontvangst van vreemde bestemd, zijn gelegen buiten het zoogenaamde ‘slot’of de afsluiting der eigenlijke kloosterruimten, die alleen door de eerw. zusters mogen betreden worden.

Een zijgang, ook buiten het slot geeft toegang tot een afzonderlijke trap, waarlangs men de kamers bereikt, bestemd tot logies van vreemde gasten.

Het ‘slot’ binnentredends, heeft men aan de rechterzijde de recreatiezaal, een ruim vertrek, dat op een plaats uitziet, en daarachter een werkkamer, van de eerste gescheiden door een gang, die later naar de kapel zal voeren. Die kapel, met aangrenzende sacristie, op onze afbeelding nog maar uitgestippeld, zal eerst later gebouwd worden.

Voor het oogenblik doet als kapel dienst een zaal op de eerste verdieping, gelegen boven den refter en even zoo groot als deze.

Een langwerpig vertrek, boven de gang gelegen, maar is bestemd om de woonkamer te worden van de eerw. Moeder Overste. Daaraan grenst, ook aan de voorzijde van het gebouw eerste de slaapkamer der Overste, een kleine en een groote logeerkamer.

Aan weerszijden van het trappenhuis heeft men op de eerste verdieping een slaapboven boven de keuken met acht slaapcellen en een boven de recreatiezaal met zes cellen.

Aan de achterzijde van het gebouw liggen op deze verdieping nog een slaapzaal met acht cellen, een afzonderlijke slaapkamer, een waschlokaal een een ziekekamer.

Gaan wij, na deze vertrekken bezichtigd te hebben, weer de trap op, dan bereiken wij de zolderverdieping, die, dank aan de hooge kap, bijna geheel tot vertrekken is kunnen ingericht worden.

Het vertrek boven de gang, om dit weer tot uitgangspunt te nemen, is hier een bergkamer. Links daarvan, boven de tegenwoordige kapel, is weer een groote slaapzaal, voorlopig in gebruik als zolder; recht heeft men de strijkkamer en de mangelkamer; dit alles aan de straatzijde.

Aan de achter- of tuinzijde heeft men de linnenkamer, aan weerszijden geflankeerd door rijen kasten. Nog bevinden zich op deze zolderverdieping twee slaapzalen, terwijl de overschietende ruimte als eigenlijke zolder dienst doet.

Stippen wij ten slotte nog aan, dat onder het gebouw een drietal ruime kelders gelegen zijn, dan zal de lezer met ons instemmen dat het aan alle eischen der bestemming voldoet.

Daar het dan den 19den Maart 1900 werd aanbesteed, is er zoo wat een jaar over gebouwd. Hebben de architecten alle eer van hun doelmatig en fraai ontwerp, den aannemer H. Seegers komt alle lof toe voor de onberispelijke oplevering en opzichter H.G. Burgers voor de waakzaamheid en de toewijding, waarmee hij zich hier van zijn taak heeft gekweten. Het metselwerk, de vloeren e verdere betimmering, vooral de prachtige breede trap is degelijk en mooi werk.

Het stukadoorwerk is aangenomen door den heer H.J. Ott; het schilderwerk door den heer I.H. Eenennaam; het lood- en zinkwerk en houtmastiek-dak door den heer A. Arts.

Mogen de eerw. Pleegzusters Franciscanessen, die zich zoodanig in de bekrompen woning aan de Jodenberg hebben moeten behelpen, tot in lengte van dagen gezond en genoeglijk gehuisvest blijven in den gastvrije nieuwe woning, haar door het milddadige Nijmegen gesticht.”(De Gelderlander 28/4/1901)

Klooster van de Zusters Franciscanessen van de Heilige Familie, Van Oldenbarneveltstraat Bottendaal (januari 2026)
Klooster van de Zusters Franciscanessen van de Heilige Familie, Van Oldenbarneveltstraat Bottendaal (januari 2026)

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://resources.huygens.knaw.nl/repertoriumzendingmissie/gids/organisatie/2702913295

https://www.archieven.nl/nl/zoeken?mivast=0&mizig=212&miadt=1212&miview=ldt&milang=nl&micode=DOC-MON&minr=733204&miaet=14https://www.stilleven.nl/klooster.html, en dan vooral het artikel “De Gelderlander, 24 december 1987, Maarten Dongelmans: ‘Zusters van de Bottendaal’ nemen na 104 jaar afscheid van Nijmegen.”

Bottendaal

Deze Pagina verzamelt artikelen die reeds over Bottendaal zijn gepubliceerd. Lunet Bottendaal: afvalplaats voor botten? Bottendaal is vernoemd naar een…

Dickmann’s Parapluiefabriek

28-2-1889 vindt de aanbesteding plaats van “Het bouwen van een Woonhuis met afzonderlijke Parapluiefabriek op een terrein gelegen aan den…

Van der Pluijm en Gielen, architecten

Architecten Van der Pluijm en Gielen Van der Pluijm en Gielen waren aannemers en architecten Graafseweg 3 1891 Rijksmonumenten: “Het…

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.