Vroeger Kofa , in augustus 2023 Nelson en Rituals Architect van Veen 1952 1954
Kofa-Miltenburg herbouwde ongeveer op dezelfde plaats in de Broerstraat, waar het oude bedrijf had gezeten welke tijdens het bombardement van 1944 was verwoest. Architect van Veen ontwierp het pand met een sobere voorgevel en diepe en lichte etalages.
Vooraf: verhuizing Broerstraat en verwoesting in 1944
Het getroffen pand van Miltenburg (Kofa) de nrs. 50 tot 54, aan de Broerstraat, maart 1944 (GN3820 RAN)
In 1933 had Kofa de 2 zaken samengetrokken op de Broerstraat.
“DE KOFA-MAGAZIJNEN.
In aansluiting op ons bericht van gisteren kunnen wij nog melden, dat de Kofa-magazijnen volledig geconcentreerd zullen worden in het groote pand, waarin thans de zaak in de Broerstraat gevestigd is. 15 Maart a.s. heeft de volledige samenvoeging van de Kofa-zaken der firma Miltenburg In het perceel Broerstraat plaats. In het nummer van hedenavond kondigt Kofa de groote balans-uitverkoop aan, waarnaar wij onze lezers extra verwijzen.” (PGNC, 14-1-1933) In haar oude pand van Molenstraat 70 komt het dames-modemagazijn van J.A. Hattink. (PGNC, 13-01-1933)
De andere winkel van Miltenburg zat op de Houtstraat 15. In ieder geval heeft het heerenmodemagazijn “Kofa”, van den heer H.C.A. Miltenburg in februari 1931 grote waterschade vanwege een brand op de 2e etage bij de familie van Aalten. (PGNC 28/2/1931) Of deze winkel vrijwel meteen naar de Broerstraat is verhuisd, of dat de twee winkels min of meer tegelijkertijd zijn verhuisd, is nog niet bekend.
Advertentie overplaatsing Kofa Miltenburg naar de Broerstraat (PGNC, 24-3-1933)
De winkel van Kofa Miltenburg werd op Broersstraat 50 -54 werd tijdens het bombardement van februari 1944 verwoest.
In de Betouwstraat 52 werd een tijdelijke winkel geopend.
Bij de opening
De Gelderlanders schrijft bij de opening in november 1952:
“Bijna gouden Miltenburg terug in de Broerstraat
Toen Herman Miltenburg in 1903 de zaak van Altstadt in de Houtstraat kocht, heeft hij niet kunnen dromen, dat het door hem gestichte bedrijf een vlucht zou nemen als desondanks het geval is geweest. Morgen- bijna vijftig jaar later- openen zijn zonen, die intussen een familie-N.V. gesticht hebben, in de Broerstraat een winkelpand, dat een belangrijke aanwinst voor de stad genoemd mag worden. Kofa-Miltenburg herbouwde ongeveer op dezelfde plaats, waar het bedrijf op die zwarte 22e Februari 1944 des middags in een ruïne herschapen werd. Acht en half jaar nadien staat er de nieuwbouw, fors, modern, maar net niet té streng zakelijk.
N.V. Manufacturenhandel v/h H. Miltenburg Dir. H.H.S. Miltenburg, Borneostraat 22… Herbouw van een bedrijfsruimte aan de Broerstraat, project 444, April 1951, Achitectenbureau G. van Veen en W. Braam (D12.413512)
Architect van Veen ontwierp het pand, een sobere voorgevel, diepe en lichte etalages, een prachtige serie verkoopruimtes, kantoren en magazijnen en… expansiemogelijkheden. Berntsen en Braam realiseerden die plannen, en, voor zover ons lekenoog daarover oordelen kan, op de bedende degelijke manier. Voor de indeling van de verkoopruimtes werd advies gevraagd aan architect Vermolen en de Haagse firma Ratté droeg er zorg voor dat die adviezen werkelijkheid werden. Door al deze samenwerking werd Nijmegen een grootbedrijf rijker, dat er in alle opzichten zijn mag. In het royale souterrain werd de afdeling tapijten en zeilen ondergebracht, benevens de aanverwante artikelen. Alles is even overzichtelijk en dat vergemakkelijkt het kopen.
Kunstmatig daglicht zorgt er voor dat de koper zich niet in de kleur vergissen kan en datzelfde is ook het geval op de parterre, waar de manufacturen zijn ondergebracht. Toonbanken kent Miltenburg niet meer, slechts toontafels. Alle vakken zijn zo ingericht, dat de klant in een oogopslag zien kan wat er voor keus is en zij (of hij) het slechts voor het aanwijzen heeft. Heel de winkelinventaris is mobiel en kan dus geranschikt worden naar behoefte. Een speciale afdeling echter is ingericht voor corsetten en wat dies meer zij en voor het babygoed.
De heren-afdeling is (de praktijk ried dat aan) vlak bij de deur. Op de 1e etage zijn aan de achterzijde de kantoren- glazen wanden- en aan de straatkant is de zeer licht en ruime afdeling voor bedden en kleinmeubelen. Daarboven is dan nog een behoorlijke portie bedrijfsruimte.
Op de dag precies acht jaar na de ramp werd de eerste steen gemetseld in de funderingen. Aan de vooravond van het gouden feest begint Kofa-Miltenburg opnieuw. Opnieuw? Neen, het bedrijf bouwt voort op een traditie en een goodwill, waarvan wijlen Herman Miltenburg de grondlegger is geweest, een goodwill, die een halve eeuw gehandhaafd bleef. Het moge nog lang zo zijn.” (De Gelderlander 20/11/1952)
Het tot nu toe gevonden werk van architect G. van Veen bestaat vooral uit winkels uit de wederopbouwperiode en daarnaast uit kerkelijke instelingen (kerken, scholen) uit vooral de jaren 50.
Vervolg
Een pagina grote advertentie kondigt de opening van de Gruyter aan, Nijmeegsch dagblad 13-11-1958
In 1958 “vermoedelijk in de zomer” wordt Kofa Miltenburg opgeheven. In mei is bekend dat de Gruyter, die op dat moment op nummer 62 haar winkel heeft, naar dit pand zal verhuizen (Nijmeegsch Dagblad, 3-5-1958). Op 14 november opent ze haar winkel.
De Gruyter verlaat op 29-3-1975 dit pand (zie het plakkaat op foto F15255 RAN)
In 1903 laten de eigenaressen Delgijer en van Swelm hun café-restaurant “Buitenlust” herbouwen tot Hotel-pension met café “Buitenlust”. Architect Hoffmann ontwerpt een gebouw, dat “met zijn overhangende daken, balkons op alle verdiepingen en ruime veranda enigzins denken aan een groot Zwitsers chalet”.
De tot nu eerstgevonden advertentie, van voor de verbouwing, is uit juni 1901, waarbij de Fanfare “Ons Genoegen” Hees en Neerborsch een concert zal geven. De ondertekening is met Delgijer van Swelm. Ook in juli zal de fanfare optreden. (PGNC 23/6/1901 en PGNC 17/7/1901)
Ook in 1902 vinden er concerten plaats, nu zijn er 2 aankondigingen gevonden van de Muziekvereniging uit Kleef, onder leiding van de heer L. Haase/Haaze (De Gelderlander 14/6/1902, PGNC 16/8/1902)
PGNC 18/5/1902
In januari 1903 is begonnen met de afbraak: “Afbraak te koop van het Café “Buitenlust” te Hees”. Dan zijn er roode pannen, ramen, deuren, enz. te koop (De Gelderlander 11/1/1903)
Bij de opening in 1903
Advertentie Buitenlust (PGNC 19/5/1907)
De Gelderlander bij de opening in juni 1903:
“Hotel-Pension “Buitenlust”.
Verheugt onze stad zich in toenemende uitbreiding, ook de omliggende dorpen deelen in de vooruitgang. Inzonderheid het vreemdelingenbezoek komt aan Nijmegens omgeving ten goede. Telkens ziet men dan ook nieuwe hotels en pensions verrijzen tot herberging dergenen, die in den zomertijd eenige weeken of maanden in deze mooie en gezonde streek willen doorbrengen.
Zoo is thans te Hees het van ouds bekende café “Buitenluist” herschapen in een kapitaal hotel-pension met café, dat door zijn sierlijk uiterlijk een wezenlijk sieraad vormt voor het fraaie dorp.
De bouwkundige W. Hoffmann alhier, die het ontwerp leverde en de aannemer, de heer A. Hendriks, die het uitvoerde, hebben beiden eer van hun werk. Het levendig, opgewekt, in modernen bouwtrant opgetrokken gebouw doet met zijn overhangende daken, balkons op alle verdiepingen en ruime veranda eenigszins denken aan een groot Zwitsersch chalet en ziet er aan alle zuiden even uitlokkend uit.
De inwendige inrichting is nog niet volkomen gereed, maar de ondernemende eigenaressen, de dames Delgijer en Van Swelms, stellen zich voor de zalen en kamers keurig te meubelen. Wat er gereed is, toont dat zij voor geen moeite of opofferingen terugschrikken om haar inrichting volkomen aan de strengste eischen te doen beantwoorden. De ruime koffiekamer, die met drie openschuivende deuren toegang geeft tot den grooten speeltuin, is reeds geheel in orde. Een mooi groot buffet, biljart, spiegels, gekleurde vensters enz. geven ze een heel vrolijk aanzien.
Wij twijfelen niet of hedenavond, als wanneer het vernieuwde “Buitenlust” voor de bezoekers geopend wordt, zullen velen daar eens een kijkje willen nemen of er anders morgen eens heen wandelen. Te meer daar de consumptie van ouds een goeden naam heeft.
Voor gezinnen met kinderen is de speeltuin, voorzien van schommel, wip, draaimolen, turnwerktuigen enz., een hoogst aangename ontspanningsplaats. Het moet op zomersche achtermiddagen heelijk zijn daar ‘en famille’ thee te drinken.
Maar niet alleen voor bewoners van Hees en Nijmegen zal “Buitenlust” voortaan een groote aantrekkelijkheid vormen, ook aan vreemde bezoekers zal het er niet ontbreken. Veertien ruime kamers, meest op balkons uitkomende, geven gelegenheid een respectabel aantal logé’s te bergen; de groote zaal beneden is hoogst gezellig voor de gezamenlijke maaltijden; van uit de breede hooge ramen heeft men er van alle zijden een verrukkelijk gezicht.
Verder is het hotel voorzien van alle gemakken, als badkamer, nieuwe closetinrichtingen, telephoon enz., zoodat men er de genoegens van het buitenleven vereenigd vindt met het gerief van de stad.
Bij de toeneming van het vreemdelingenbezoek in onze omstreken twijfelen wij niet of het nieuwe hotel-pension “Buitenlust” zal steeds logé’s in overvloed hebben.” (De Gelderlander 7/6/1903)
Architect Hoffmann is vooral bekend vanwege zijn villa’s. Zijn grootste werk is mogelijk ’t Slotje van de Baron. Ook de…
Kermis
Kermis in hotel Buitenlust met Bal champêtre (PGNC 19/8/1906)
In september 1903 is er nog een Soirée Literaire. (PGNC 10/9/1903)
Naast locatie voor aanbestedingen en veilingen, -maar vooralsnog niet van concerten- wordt er in ieder geval jaarlijks een bericht gevonden over de kermis van Hees. Buitenlust lijkt daarbij samen met Hotel Heeslust de voornaamste plaatsen zijn, vooral vanwege haar tuin: Buitenlust houdt die jaren een “bal champêtre” op de maandagen en dinsdagen, oftewel een dansfeest in de openlucht.
In ieder geval zijn de jaren 1907, 1908, 1911 en 1912 gevonden, maar waarschijnlijk betreft het alle jaren (PGNC 19/8/1907, PGNC 16/8/1908, PGNC 20/8/1911, PGNC 18/8/1912).
Waarbij er ’s zondags er een concert is (PGNC 16/8/1908, PGNC 20/8/1911, PGNC 18/8/1912
Ook vinden we in die jaren “de bekende firma Koppen” met haar poffertjestent. (PGNC 16/8/1908, PGNC 20/8/1909, PGNC 20/8/1911)
Helaas vindt in 1919 tijdens de kermis een dodelijke steekpartij plaats (PGNC 20/8/1919)
Gevonden Adressen
In 1903, 1905 (dan nog geen adres gevonden), 1907 (dat jaar alleen “Hotel en Pension “Buitenlust” gevonden), 1908, 1909 als Hotel en Pension Buitenlust van H.E. Delgijer op Dorpstraat 181. Opvallend daarbij is, dat de advertenties worden ondertekend met Delgijer van Swelm en in het Adresboek H.E. Delgijer staat vermeld.
In het Adresboek 1910-1911 is het Dorpstraat 71 geworden.
In de Adresboeken 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915 is het Hotel “Buitenlust”, Delgijer v. Swelm.
In 1915-1916, 1916 Hotel “Buitenlust”, Brouwer.
Verbouwing 1920
Hotel “Buitenlust”, foto gedateerd 1920 (RAN F33232)
In 1920 vindt een verbouwing plaats “van een woning voor den Heer P.A. Offerman”, zie D12.386283. Het lijkt daarbij vooral een interne verbouwing te betreffen, waarbij de zaal is omgebouwd tot woning.
De bovenstaande foto is waarschijnlijk vóór deze verbouwing genomen: op de foto staat de serre nog doorgetrokken, terwijl bij de verbouwing een nieuwe ingang is gemaakt.
Verkoop 1929
Aankondiging veiling Villa Buitenlust (PGNC 15/6/1929 geknipt, deel 1)
Aankondiging veiling Villa Buitenlust (PGNC 15/6/1929 geknipt, deel 2)
Aankondiging veiling Villa Buitenlust (PGNC 15/6/1929 geknipt, deel 3)
in juni 1929 staat de veiling van de Villa Buitenlust aangekondigd. Dan heeft het de adressen Dorpstraat 73 en 75. (PGNC 15/6/1929) De koper is L.J.F. v. Sambeek uit St. Anthonis voor een bedrag van f15.100. (PGNC 12/7/1929)
Mogelijk is het toeval, maar rond dezelfde tijd vindt ook de veiling van 3 middenstandwoningen nummers 67, 69 en 71 plaats. (PGNC 29/6/1929)
Oorlog
In de oorlog zaten 4 mannen ondergedoken om te ontkomen aan de Arbeitseinsatz: Henk en Albert Peters, Toon Engelaar en Jan Abbing. Daarvoor hadden ze een afgescheiden gedeelte gemaakt (Hees bij Nijmegen, met foto’s en verhaal).
Op 19 april 1945 wordt de dochter van H. Peters en J. Peters-van Sambeek geboren (De Gelderlander 21/4/1945).
Deze pagina verzamelt reeds verschenen artikelen over de Prinsenlaan.
De naam Prinsenlaan
Op 5 maart 1904 stelt de Gemeenteraad een aantal straatnamen vast, waaronder de Prinsenlaan.
Het voorstel van B. en W. was om de laan Prinselaan te noemen. “De heer Pierson vraagt of bij de benoeming van Prinselaan aan een bepaalden prins gedacht is, of dat het de bedoeling is in het algemeen de laan te noemen Prinsenlaan, gelijk elders de Prinsengracht, maar dan zal er een n ingevoegde moeten worden.
De Voorzitter zegt, dat dit laatste de bedoeling is, dus zal gelezen moeten worden Prinsenlaan.” (PGNC 8/3/1904) In deze vergadering worden meerdere namen vastgesteld, waaronder de Emmalaan, Willemsweg en Marialaan. Emma is vernoemd naar regentes Emma; maar tot nu toe is niet duidelijk om welke Willem en in mindere mate om welke Maria het gaat.
In Nijmegen is Jan Dullaart waarschijnlijk het meest bekend door het ontwerp van de Spoorbuurt. Hij lijkt echter vooral regionale bekendheid te hebben in Hilversum/’t Gooi vanwege zijn ontwerp van landhuizen en villa’s aldaar. Ook in Nijmegen ontwierp hij in ieder geval 1 villa: die aan Prinsenlaan 26.
Prinsenlaan 1 en Tweede Oude Heselaan 482 en 484 Bouw van 3 woningen Architect van der Kloot De architect van deze woningen is Arie van der Kloot. Lees hier meer over deze architect: Prinsenlaan 1 De volgende gebruikers zijn gevonden: Naam Omschrijving Adresboek Opmerking Wed. T. Lenting Geb. Schikkema 1938, 1940 In februari 1937 vanuit…
Pascal koopt van Verdonck in 1904 twee stukken grond aan de Voorstadslaan. Hij laat daarop een villa ontwerpen door de architect Hoffmann: Villa Rica. het gebouw stamt uit 1904.
Prinsenlaan 3-5: Ontwerp voor een dubbel klein Landhuis aan de Prinselaan te Nijmegen voor rekening van de Firma A. v. Berkel N.Nonnendaalsche Weg 161, A. v.d. Kloot Architect, behoort bij bouwaanvraag 2-8-1928 (D12.393295)
Het dubbel klein Landhuis is ontworpen door architect A. van der Kloot. Lees hier meer over deze architect:
Arie van der Kloot was een architect die vooral in Nijmegen actief is geweest, van 1925 tot 1964. Waarschijnlijk is zijn grootste project de Sterflat op de Hatertse Hei, in 1958 het hoogste woongebouw van Nijmegen. Hij lijkt de eerste jaren van zijn carrière -jaren 20 en 30- vooral actief te zijn geweest als ontwerper…
Prinsenlaan 20 – 22
Ontwerp voor een Dubbele Woning te Nijmegen, Afoort, October 1927. De handtekening van de architect is moeilijk leesbaar, mogelijk betreft het H.A. Pothoven (D12.392013)
C.N. Sipman en M.G. Visser staan als aanvrager op de bouwtekening. Bovendien ze als aanvrager voor de bouwvergunning (Gemeenteverslag 1927)
C.N. Sipman woont in ieder geval in 1968 nog op nummer 20. Op Prinsenlaan 26 woont H. Sipman: of en zo ja, welke familieband er is, is nog niet bekend.
In de Adresboeken 1928, 1932, 1934 is hij boekhouder. In 1936, 1938, 1940 procuratiehouder.
Ook komt J.F. Sieben voor in 1938 en in 1940 zijn weduwe, geboren Zwart.h
In 1955 is C.N. Sipman adj. Directeur. Dat jaar komt ook mej. D.W. Sipman, ass. Dokter en J.F. Sipman, monteur voor.
In 1963, 1966 en 1968 komt C.N. Sipman voor, die in 1968 nog adj. directeur is.
In Nijmegen is Jan Dullaart waarschijnlijk het meest bekend door het ontwerp van de Spoorbuurt. Hij lijkt echter vooral regionale bekendheid te hebben in Hilversum/’t Gooi vanwege zijn ontwerp van landhuizen en villa’s aldaar. Ook in Nijmegen ontwierp hij in ieder geval 1 villa: die aan Prinsenlaan 26.
Dullaart was tevens aanwezig bij de oprichtingsvergadering van de Gemeenschap (Zie ook het boek De Gemeenschap 1920-2019. Gezichtsbepalende woningbouw in Nijmegen, van Spoorbuurt naar Nijmegen-Noord van D. Jacobs uit 2020.
Omdat de Gemeenschap een woningbouwvereniging voor en door het spoorpersoneel was, zal het geen toeval zijn dat de bewoner H. Sipman ambtenaar bij de N.S. is. Ik heb overigens tot nu toe echter nog niet gevonden of Sipman zelf een rol had bij deze vereniging.
Stijl
Wikipedia schrijft over de stijl van de landuizen: “Deze huizen zijn meestal een combinatie van Amsterdamse School en Engelse landschapsstijl met vakkundig vormgegeven detaillering en materiaalgebruik en vaak het gebruik van rietgekapte daken. Hun daken zijn vaak grillig van vorm en glooiend vormgegeven.”
Gevonden bewoners: H. Sipman
Prinsenlaan 26: Klein Landhuis te Nijmegen, architect Jan Dullaart, Hilversum, juli 1923 (D12.388097)
Als eerste bewoner is H. Sipman gevonden. Het is nog niet bekend of hij ook de daadwerkelijke opdrachtgever is. Wat de relatie precies is geweest, maar het zal niet toevallig zijn geweest, dat Sipman werkzaam is bij de N.S..
H. Sipman, ambtenaar N.S. komt op Prinsenlaan 26 voor in de Adresboeken 1924, 1926, 1928
In de Adresboeken 1932, 1934, 1936, 1938, 1940 is hij “chef-commies N. Sp.”
Ook in 1948, 1951, 1955, 1959 woont H. Sipman er nog, dan is er echter geen beroep vermeld.
In 1951 staat ook P. Stol, onderwijzer vermeld.
In 1963 staat mw. M. van den Berg, onderwijzeres op dit adres en in de Adresboeken 1966, 1968, 1971 arts H. Wernik.
Jan Dullaart
Jan Dullaart (Linschoten, 26 november 1891 – Hilversum 7 juni 1957)
Er is al veel geschreven over het werk van Dullaart in Hilversum, waar al een aantal mooie sites over bestaan. Zie daarvoor vooral de gebruikte bronnen.
Dullaart volgde van 1906-1909 tekenlessen aan de vaktekenschool in Woerden. “Aanvankelijk werkte hij samen met deze broer en later als opzichter tekenaar bij verschillende architecten en aannemers, waaronder de oude Brinkman in Rotterdam. “ (https://items.amsterdamse-school.nl/details/persons/976) Het is nog niet bekend met welke jaren het “aanvankelijk” is bedoeld.
Op 13 januari 1912 gaat hij in Amsterdam wonen. Hij is dan afkomstig uit Linschoten en zijn beroep is “timmerman”. Aanvankelijk woont hij in bij Baas, A.F. Rustenburgstraat 266 en vanaf 10 mei bij Weduwe Welckey (?), Ger. Doustraat 3 c II. Op 26 mei 1914 vertrekt hij naar Nijmegen. (Stadsarchief Amsterdam te Amsterdam, Deel: 156, Periode: 1930, Amsterdam, archief 5416, inventarisnummer 156 https://www.openarchieven.nl/saa:b0846c0d-6eaf-4ad8-9967-63bbc46badbc)
Nijmeegse jaren
Ook voor de Gemeenschap blijkt hij al bekend te zijn met Nijmegen: hij heeft er zelfs een aantal jaren daarvoor gewoond. Helaas is nog niet bekend waar hij zijn functie als “bouwkundige” heeft uitgevoerd. In ieder geval heb ik nog geen vermeldingen in kranten van hem gevonden; mogelijk/waarschijnlijk werkte hij op dat moment nog niet zelfstandig.
Van 26 mei 1914 tot en met 9 maart 1916 woont hij in Nijmegen, op Parkweg 76. Van beroep is hij bouwkundige. Hij is dan afkomstig uit Amsterdam en bij “waarheen vertrokken” staat slechts “ambtshalve”. Met onder aanmerkingen: “16 feb. 17 duplicaat afgegeven op Hilversum, Asterstr. 44”. (Bevolkingsregister 1910). https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=2311704956&nav_id=1-1&index=0. In het Adresboek 1914-1915 komt P. en J. Dullaart voor op 76, evenals B. v. der Mee. Ook komt J. Dullaart op nummer 76 in een ander Adresboek 1914-1915 en tevens 1915-1916.
In 1914 slaagt hij voor het examen Boekhouden en Handelscorrespondentie voor de praktijk. Dan is hij “van Nijmegen”. (De courant, 7-12-1914)
Architectura et Amicitia
In 1916 werd hij lid van het architectengenootschap Architectura et Amicitia waar hij in contact kwam met de jonge generatie architecten van de Amsterdamse School. (https://items.amsterdamse-school.nl/details/persons/976)
In november 1917 wordt Dullaart, bouwkundig tekenaar te Hilversum, voorgesteld als een van de “Gewone Leden voorgesteld de navolgende Buitenleden” (Architectura; orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia, jrg 25, 1917, no. 47, 24-11-1917)
Raadhuis Linschoten
In 1917 krijgt hij opdracht tot het ontwerpen van een nieuw gemeentehuis in zijn geboorteplaats, waar hij ook de regie voerde over de bouw. “ Enige jaren daarna vestigde hij zich in Hilversum, waar hij een kantoor opende aan de Javalaan.” (wikipedia)
Heerlen
Advertentie Jan Dullaart in Heerlen (Limburgsch dagblad, 23-8-1919)
In ieder geval is Dullaart eind december 1918 gevestigd in Heerlen, waarbij hij een nieuwsjaarsgroet doet. Zijn adres is dan Oranje Nassaustraat 20 (Limburgsch dagblad, 31-12-1918). Rond 1919 verschillende advertenties van de architect Jan Dullaart.
Het is nog onbekend of de vestiging in Heerlen op dat moment zijn enige vestiging was of dat hij besloten had in Limburg alleen te adverteren met zijn kantoor in Heerlen. In mei 1920 is er wel een advertentie gevonden, waarbij “Architect en Ingenieursbureau Jan Dullaart” zowel een adres in Hilversum als Heerlen heeft. (Limburgsch dagblad, 22-5-1920)
In 1919 is hij lid van de commissie voor de étalageversiering ter ere van het “groote Nationale Feest”: Koninginnedag 1919, welke op 31 augustus zal plaatsvinden, het eerste sinds 1913. (Limburger koerier, 23-8-1919)
“In Heerlen wordt overigens nog steeds een door hem ontworpen huis door familie bewoond. Ondanks dat hij zo veel en zo hard werkt, heeft hij altijd tijd voor zijn kinderen, hij is een uiterst aardige en aimabele man, gedreven en eigenwijs, maar ook lief en zorgzaam.” (steengoedhilversum).
Advertentie Jan Dullaart in Hilversum en Heerlen (Limburgsch dagblad, 22-5-1920)
Woningcomplexen
Zoals gezegd lijkt Dullaart vooral bekendheid te genieten als ontwerper van villa’s en landhuizen. Een van de vragen waarom dit artikel is geschreven, was waarom juist een Hilversumse architect voor de bouw van de Spoorbuurt werd gekozen.
Dé reden is nog niet gevonden. Wel is opvallend dat Dullaart al aanwezig is bij de oprichtingsvergadering van de Gemeenschap. Het is niet vreemd dat een architect betrokken is bij de oprichting (al was het alleen maar dat er immers woningen gebouwd moeten worden). Wel lijkt het dat door de aanwezigheid bij de oprichtingsvergadering er al een connectie bestond van vóór de oprichting. We hebben al gezien dat Dullaart een aantal in Nijmegen actief was geweest als “bouwkundige”, dus mogelijk kenden mensen hem nog.
Dullaart zou sowieso nog een aantal andere woningbouwcomplexen ontwerpen. Waaronder de Middenstandsbouwvereeniging van Heerlen en van Woerden: beiden in 1920. Daarbij speelde Dullaart in beide gevallen een rol in de oprichting; in ieder geval daarna realiseerde hij ook nog een aantal woningbouwcomplexen:
In februari 1920 is hij een van de oprichters van de “Middenstandsbouwvereeniging te Heerlen”: Dullaart wordt secretaris van het voorlopig bestuur. Het doel van de vereniging is het “met behulp van Rijk en Gemeente, het doen bouwen van goed inrichte Midddenstandswoningen, op nader door B. en W. aan te wijzen bouwplaatsen.” (Limburgsch dagblad, 23-2-1920)
In juni 1920 wordt de “Middenstandsbouwvereeniging Woerden” opgericht. Het doel is te komen tot de bouw van een 25-tal woningen. “Verschillende tecchnische punten werden uitgevoerig toegelicht door den architect Jan Dullaart, uit Hilversum. (Utrechtsche courant, 15-6-1920)
Rond 16 september (“vanmorgen” 1925 vindt de eerstesteenlegging plaats van de “Eendracht”: een complex van 253 woningen aan de Van Duylstraat in Rotterdam van 253 woningen. De Eendracht is een bouwvereniging van spoorwegpersoneel. (Rotterdamsch nieuwsblad, 16-9-1925)
Het 6e complex van de Utrechtsche Woningstichting: blok van 67 woningen aan de Noordzeestraat, Grevelingestraat, Dongestraat en Walstraat. Het stichting heeft dan al 5 complexen in de omgeving van de Rijnstraat. Op 27 januari 1931 zal de aanbesteding plaats vinden. (De standaard,23-1-1931) De aanbesteding wordt gegund aan de aannemers H.D. Slagmolen en A. van Rossum te Utrecht voor f189.950. (Het bouwbedrijf; maandblad voor bouwkunde, techniek en handel, jrg 8, 1931, no. 8, 3-4-1931)
Gooisch Grondbezit
In 1928 richt hij samen met E.G. van der Smit, een makelaar uit Hilversum, het “Gooisch Grondbezit” te Hilversum. (Algemeen Handelsblad, 30-3-1928) https://items.amsterdamse-school.nl/details/persons/976: “Samen met zijn zwager, E.G. van der Smit ontwikkelde Dullaart verschillende huizenprojecten, onder meer in Hilversum. Ook richtten zij de nv Gooisch Grondbezit op. Van der Smit trad op als assuradeur, makelaar en geldschieter; Dullaart als architect. Zo verzekerde hij zich op een handige manier van werk.”
Oorlog
In de Tweede Wereldoorlog wordt de woning aan de Trompenbergerweg gevorderd door Generaal Blaskowitz van de Wehrmacht. Het gezin vertrekt dan naar Javalaan 13, waar hij eerder kantoor hield in de tuin. Ze zullen daar tot einde van de oorlog blijven wonen.
Witte Kruis
Een andere organisatie waarvoor Dullaart actief is geweest, is het Witte Kruis. Een aantal werken staan hieronder weergegeven.
In november 1941 wordt Dullaart tot hoofdbestuurslid van de Noordhollandsche Vereeniging “Het Witte Kruis” (Haarlem’s Dagblad , 8-11-1941)
Na de Tweede Wereldoorlog
Ook werkte Dullaart aan de wederopbouw. Hij ontwierp onder andere gezinswoningen aan de Moerbeilaan in Hilversum in 1950 en 1951, het Witte-Kruisgebouw te Amstelveen in 1955. En in 1957 flatgebouw Corversbos te Hilversum voor alleenstaande werkende vrouwen, in de volksmond “de hunkerbunker” genoemd.
Gevonden werken
“Gedeeltelijk amoveeren en het ter plaatse weder opbouwen en verbouwen van een Mode Magazijn aan de Voorstraat te Woerden” voor rekening van N.V. Nederland v.h. D. Engel Jr., aanbesteding 15 augustus 1919; architect Jan Dullaart, Hilversum (De standaard, 6-8-1919)
Winkel-woonhuis, Kerkstraat 98, Hilversum, 1924, Drogist De Vries (Opdrachtgever) (Wikipedia en Wendingen)
Villa, Albertus Perkstraat 68, Hilversum, 1925 (tgooi)
Villa de Kameel, Celebeslaan 47, Hilversum, 1926, rijksmonument, Jac. van den Bergen (Opdrachtgever) (Wikipedia en Wendingen; tgooi noemt Insulindelaan 19)
Villa de Bult/ Benvenuta, Bussumergrintweg 40, Hilversum, 1928, rijksmonument (wikipedia en tgooi)
Brug over Nagtglassloot, Paulus Potterlaan, Naarden, 1928, gemeentemonument (wikipedia en tgooi)
Villa, ‘s-Gravelandseweg 91, Hilversum, 1929
Dubbele villa Rembrandtlaan 16, Naarden, 1931
Villa Butterfly, ‘s-Gravelandseweg 91, Hilversum, 1931
Julianakerk, rond 1931 (De standaard,23-1-1931)
7 herenhuizen, “achter de nieuwe Ned. Herv. Julianakerk aan de Rijnlaan, hoek Hunzestraat…. alle met het front aan de Merwedekade, de beide Hoekpanden aan de Hunzestraat en de Zijldiepstraat”, opdrachtgever aannemer P. v.d. Poll Utrecht (De standaard, 23-1-1931)
Dubbele Villa, ‘s-Gravelandseweg 89a en 89b, Hilversum, 1934
Dubbele Villa, ‘s-Gravelandseweg 89c, Hilversum, bekend geworden als woonhuis van Pieter Menten, Laan van Vogelenzang 1, Hilversum, 1939 (wikipedia en tgooi)
Plan voor Witte Kruis gebouw (onduidelijk of het doorgang heeft gevonden en welk gebouw dit betreft: mogelijk die van Egmond aan Zee, maar mogelijk een ander binnen Noord-Holland) (Noord-Hollandsch Dagblad : ons blad | 1-11-1936)
In 1931 is Dullaart een van de oprichters van de vereniging Werkmeesters-Teekenplank binnen de Vrijmetselarij. Hij is dan “Bouwmeester” en behoort bij de “Gooische Broederschap” (Maçonniek tijdschrift, jrg 22, 1931-1932, 01-01-1931)
Pand uit 1912 in Art Deco stijl (Wikipedia). Vooral de blauwe tegels zijn prachtig. Het pand staat op de “Aandachtslijst Cultureel erfgoed”.
Oorspronkelijk was het linkergedeelte met serre de benedenwoning. Daarnaast lag links de opgang naar een bovenwoning. De eerste deur rechts van de serre was de opgang naar het bovenhuis van het pakhuis, de tweede deur de ingang tot het kantoor.
Plan tot het bouwen van een beneden, drie bovenhuizen en een pakhuis Op een perceel a.d. Voorstadslaan en Biezenstraat Kad. bek. gem. Neerbosch Sectie a No 592, datum bouwdossier 2-8-1912 (D12.382859)
Rechts was de ingang tot het pakhuis. Deze liep helemaal door tot aan de Biezenstraat, waar het haar achteruitgangen uit. Tevens liep het pakhuis door achter de hierboven genoemde opgang en het kantoor.
De derde bovenwoning lag boven het pakhuisgedeelte aan de Biezenstraat.
Gevel Biezenlaan: Plan tot het bouwen van een beneden, drie bovenhuizen en een pakhuis Op een perceel a.d. Voorstadslaan en Biezenstraat Kad. bek. gem. Neerbosch Sectie a No 592, datum bouwdossier 2-8-1912 (D12.382859)
De ondertekenaars lijken “De eigenaar” “J. Puijn” te zijn en daarnaast H.F.(?) de Reus. Of de Reus hier optrad als aannemer en/of architect, is nog niet bekend.
Brandstoffen-Handel J. Puijn
Opening Brandstoffen-Handel Joh. Puijn & Zn. (De Gelderlander 3/9/1921)
In september 1921 kondigt Joh. Puijn & Zn. haar nieuwe Brandstoffen-Handel aan. Het adres van dit pand is dan nog Voorstadslaan 12-14-16. Zij zal hier jarenlang haar brandstoffenbedrijf hebben.
Overlijdensadvertentie Johannes Puijn (De Gelderlander 7/1/1933)
Johannes Peter Matthijs Puijn overlijdt 6 januari 1933 (op De Gelderlander 7/1/1933; op dezelfde pagina van de overlijdensadvertentie staat nog een kleinere, dat het brandstoffenbedrijf de gehele gesloten zal zijn).
In De Gelderlander 22/8/1933 staat de huwelijksaankondiging van Antoon Puijn met Dina van Druten. Het adres van Antoon is Voorstadslaan 20 en van Dina Gorisstraat 20. Ook het toekomstig adres is Voorstadslaan 20.
Advertentie Joh. Puijn & Zn.: “Zomerprijzen” (De Gelderlander 9/5/1933)
Er is nog niet nagegaan wanneer de naam van het bedrijf precies veranderd is: in PGNC 28/1/1935 is het nog Joh. Puijn & Zn. In PGNC 21/11/1935 is het echter A. Puijn.
Antonius Puijn overlijdt op 21 november 1954 op 49-jarige leeftijd. A.M. Puijn – van Druten laat de rouwadvertentie plaatsen “mijn inniggeliefde Echtgenoot”. Dan is het adres nog steeds Voorstadslaan 20. (De Gelderlander 22/11/1954)
In De Gelderlander 23/10/1956 wordt nog een personeelsadvertentie gevonden voor een “flinke kracht” bij A. Puijn. In het Adresboek 1971 komt het nog steeds voor als brandstoffenbedrijf van de weduwe A.M. Puijn van Druten.
Voorstadslaan 18 en 20, maart 2025 (Google Streetview)
Aannemer Hendrik Franciscus de Reus
Hendrik Franciscus de Reus werd op 27 februari 1882 geboren te Huissen. Zijn ouders waren Johannes de Reus (Didam 1-9-1858), “arbeider” en Christina Witjes (Huissen, 1-10-1854). In het Bevolkingsregister van 1880 wonen zij op de Bloemerstraat 47. Het gezin was daarbij op 13 april 1886 afkomstig uit Ubbergen. Het “blauwe potlood” heeft achter Johannes de Reus bij aanmerkingen “Steenstraat 14” geschreven.
In oktober 1907 trouwt hij met Theodora Arnolda van Berkel (PGNC 27-10-1907)
Bij de geboorte op 1 januari 1913 van Christina Alberdina wonen ze in “Hees”.
De Reus wordt regelmatig gevonden als inschrijver op aanbestedingen, waarbij hij in Nijmegen blijkt te wonen. Een aantal voorbeelden:
Verbouwen school (De Gelderlander 17-9-1908)
Post- en telegraafkantoor met directeurswoning in Grave. Hier was de Reus met f14.280 de laagste inschrijver (2-8-1910)
Een winkel- met bovenhuis (PGNC 7-3-1913)
Pastorie te Huissen (PGNC 9-6-1912)
In de Adresboeken 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1916 komt van Berkel & de Reus voor onder “Aannemers” op de Nieuwe Nonnendaaldsche weg. In 1912-1913 op nummer 131, daarna op nummers 161/165. Er is nog niet uitgezocht wat de relatie is tussen deze van Berkel en de vrouw van de Reus. In de tot nu toe gevonden krantenberichten wordt overigens steeds gesproken over “H.F. de Reus”.
Op of rond 1918 vetrekt het gezin naar Oss. “Henk de Reus op zei op 28 juli 2018 om 01:06
Ik kom dit verhaal tegen, een jaar na de uitwisseling van e-mails. Een beetje vreemd vind ik de relatie van Mark de Reus met mijn vader Jan de Reus. Zijn opa was een broer van mijn vader. Ik heb vernomen dat hij onderzoek doet naar zijn overgroot vader, H.F. De Reus die in 1918 een aannemersbedrijf startte in Oss”.
In hetzelfde artikel lijken in ieder geval 2 van zijn kinderen dezelfde weg te zijn ingegaan:
“Quirin de Veer zei op 20 december 2021… “Sinds 2007 op Burgemeester van den Elzenlaan 11 in Oss. Ik heb begrepen dat dit huis in 1939 is getekend en daarna ook bewoond door J.A. de Reus ( architect) en later door H.F. de Reus (aannemer).”
De Reus overlijdt op 9 november 1940 te Oss (De Gelderlander 11/11/1940)
Pieter Postplein met poortgebouw. Waar vroeger een graseld lag, ligt nu een speelplaats. Architecten Evers en Sarlemijn
In de jaren 50 ontwierpen de architecten Evers en Sarlemijn het Pieter Postplein in Heseveld. Deze is gebouwd in de stijl van de Bossche School. In de jaren 0 vond een renovatie plaats door Paul van Hontem. Hierbij werd de buitenkant zoveel mogelijk in oorspronkelijke staat terug gebracht. Daarvoor ontving het bureau de Architectuurprijs van de gemeente Nijmegen. Opvallend is het kunstwerk in het poortgebouw van Denny Baggen.
Ontstaan
In 1951 kregen Evers en Sarlemijn van Woningvereniging “Nijmegen” opdracht om een bebouwingsplan voor een gedeelte van Heseveld te ontwerpen. Het ging dus daarbij niet alleen om de gebouwen, maar ook om de indeling van de buurt. Hun plan bestond uit vier complexen, waarvan het plan voor het 4de complex werd afgekeurd.
Binnen dit plan was de Bouwmeesterbuurt het tweede complex. Deze werd tussen 1953 en 1955 gebouwd. Het complex is zowel vrij stenig als groen. Vanwege de meerdere bouwlagen is het complex vrij stenig. Door het binnenplein is hier het meeste groen van de buurt te vinden. Oorspronkelijk bestond het binnenplein uit een grasveld, tegenwoordig is het een speelplaats.
Aan de kant van de Paul Krugerstraat staan 4 bejaardenwoningen.
Bossche School
Flatwoningen aan Pieter Postplein met speeltuin. Rechts woningen aan de Lieven de Keystraat, 1978 (Gemeente Nijmegen via KN11307-24 RAN CC0)
De gebouwen zijn ontworpen in de stijl van de zogenaamde Bossche School.
Oorsprong
Deze stijl is gebaseerd op Dom Hans Van der Laan, een Benedictijner monnik. Na de Tweede Wereldoorlog gaven Dom Hans Van der Laan, Nico van der Laan en ir C. Pouderoyen hierover een architectuurcursus in Den Bosch, welke zowel Evers als Sarlemijn bezocht hebben.
Juiste verhouding
Kort gezegd komt deze stijl neer op de juiste verhoudingen der delen. Deze verhoudingen scheppen vervolgens een bepaald ritme. Hierbij speelt de verhouding 3:4 een belangrijke rol, die verder is uitgewerkt tot een zogenaamd plastisch getal 1:0,755.
Mediterraanse invloed
De “Afrika- en Bouwmeesterbuurt: beschermd stadsbeeld: toelichting en beeldatlas” noemt de “de flauw hellende schilddaken naar Zuidrand voorbeeld”; Eind jaren 40 maakten Harlekijn en Evers een studiereis Zuid-Frankrijk en Noord-Italië. Of dat in het kader van hun cursus van de Bossche school was, weet ik niet. Van der Laan, de “bedenker” van de Bossche school, bestudeerde en ging met zijn cursisten op excursie naar noord-Frankrijk en Italië.
Pieter Postplein met poortgebouw. Waar vroeger een grasveld lag, ligt nu een speelplaats. Architecten Evers en Sarlemijn
In de jaren 0 vond een renovatie plaats, die uitgevoerd is door architect van Hontem. Van buiten zijn de woningen zoveel mogelijk teruggebracht in de oorspronkelijke staat. Bij de gevels ging het daarbij vooral om de ramen. Daarvoor zijn de houten kozijnen vervangen door aluminium kozijnen, om op deze manier de verdeling die refereert aan de oorspronkelijke verhoudingen terug te laten komen. Waarbij tevens voldoende licht in de woningen komt.
In een interview met “de Stenen Bank”: “De verhoudingen per bouwblok, het ritme van de ramen erin, de verticale en horizontale verhoudingen, daar was niet veel meer van over. Bijvoorbeeld omdat bij een aantal woningen raamkozijnen verdwenen waren en vervangen door grote glasplaten. We zijn begonnen met alle oorspronkelijke bouwelementen nauwkeurig op een rijtje te zetten. Met het doel oorspronkelijke verhoudingen weer te herstellen.”
Daarnaast konden bewoners ervoor kiezen om al dan niet hun woning intern te laten verbeteren, waarbij wel hun huurprijs omhoog zou gaan.
In 2010 ontving van Hontem de Architectuurprijs van de Gemeente Nijmegen vanwege “de wijze waarop van Hontem architecten deze uitdaging heeft opgepakt, getuigt van een behoedzame, zorgvuldige en ingetogen architectonische attitude die past bij dit type opgave“.
Kunstwerk Denny Baggen
Poort Pieter Postplein oktober 2021 kunstwerk Denny Baggen
De muurschildering in de poort passage is gemaakt door Denny Baggen. Zij studeerde in 1987 af aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Arnhem.
Op haar website omschrijft ze haar werk als: “Het werk van Denny Baggen is een afspiegeling van haar positieve kijk op het leven. Dieren zijn haar inspiratiebron. Ze bouwt patronen op uit lijnen. Zo’n patroon lijkt abstract maar wie langer kijkt ontdekt een wereld van mens- en dierfiguren. Soms neemt ze zijpaadjes naar meer schetsmatig werk, met een lossere toets. De verf geeft haar de vrijheid te kiezenuit tal van mogelijkheden, terwijl ze trouw blijft aan haar vormentaal. Een kunstenaar met een eigen handschrift.”
1922, (oorspronkelijk: Bronsgeeststraat 86 en 88), Bronsgeeststraat 56 en 58 Biezen
Bronsgeeststraat 58 en 56, twee prachtig gebouwde huizen uit 1922. (De blauwe lijnen op de straat geeft de loop van de Romeinse stadsgracht aan)
Een van de opvallendste woningen in de Bronsgeeststraat is het dubbele woonhuis op de hoek met de Biezenstraat. H.J. Wenmakers, die als bouwkundige op de tekening staat, is leraar aan de avondschool en onderwijzer op de Ambachtsschool. Hij zal nummer 86 (tegenwoordig 56) gaan bewonen.
Hendrik Johannes Wenmakers
Plan voor het bouwen van twee woonhuizen a/d Bronsgeeststraat voor den Weled. Hr. H.J. Wenmakers en C. Verburg, tekening november 1921 (D12.386989 detail)
Hendrik Johannes Wenmakers op 30 december 1879 geboren te Rotterdam. Op 28 september 1906 is hij met Maria Christina Flock (13-8-1882 Rotterdam) getrouwd. Op 28 maart 1906 verhuizen ze vanuit Rotterdam naar Nijmegen, Willemsweg 34. Hij is dan onderwijzer Ambachtsschool (metselaar) van beroep. Tussen 1900 en 1910 zijn ze verhuisd naar Weurtscheweg 24. In het Bevolkingsregister 1910 is dit adres doorgehaald en vervangen door Voorstadslaan 63: dit betreft waarschijnlijk een hernummering.
Kinderen:
Anna Petronella Maria: 17-2-1907 te Nijmegen
Hendrik Johannes: 13-4-1911
Willem Hendrik: 21-7-1919
Rond maart 1914 heeft Wenmakers de tekenacte “M.O. md” behaald (PGNC 8/3/1914), oftewel de bevoegdheid tot het geven van Middelbaar onderwijs in het rechtlijnig en bouwkundig tekenen.
Hij overlijdt op 6 of 7 december 1940 (“heden” in de overlijdensadvertentie De Gelderlander 7/12/1940)
In een gevonden rouwbericht blijkt zijn weduwe Maria Christina Flock op 28 mei 1948 overleden te zijn. De advertentie is ondertekend door zijn zoon W.H. Wenmakers en dan het adres Bronsgeeststraat 56.
W.H. Wenmakers, architect, komt in het Adresboek 1966 nog voor op dit adres.
Coenraad Albertus Verburg
Opvallend: zijn mede-aanvrager van de bouwvergunning is C.A. Verburg. Hij is tevens leraar aan de Ambachtsschool. Verburg zal nummer 88 (nu 58) gaan bewonen.
Coenraad Albertus Verburg is op 4 april 1877 geboren te Arnhem. Hij is getrouwd met Gerritje Abbenhuijs (20-6-1878 Arnhem). Op 25 oktober 1913 komen ze naar Nijmegen. Ze zijn dan afkomstig uit Venlo en gaan wonen op Voorstadslaan 195. Hij is dan leraar aan de Ambachtsschool. Op een later tijdstip (waarschijnlijk dd 1-1-1921) is daar avondschool voor Handwerkslieden bijgevoegd.
Kinderen:
Theodorus Coenraad Albertus 21-11-1902 plaats onleesbaar
Bernardus Carolus Joseph, 2-11-1904, plaats onleesbaar
Catharina Elisabeth, 23-12-1905
George Antonius, 9-12-1907, Venlo
Albertina Gerarda 22-2-1917, Hees
In ieder geval woont hij hier in 1938 nog, wanneer hij zijn 25 jarig jubileum als leraar vaktekenen voor metaalbewerkers viert.
Romeinen
Voor het huis lopen blauwe golvende lijnen op de weg, met daarachter een lijn in klinkers: in de Romeinse tijd liep hier de stadsgracht en stadsmuur.
Borneostraat, ontwerp Meerman en van der Pijll, augustus 2023 (Google Streetview)
De architecten Meerman en van der Pijll maakten het ontwerp voor vier Herenhuizen aan de Borneostraat voor A.J.W. Grandjean in 1934.
Ontwerp vier Heerenhuizen a/d Borneostraat te Nijmegen, v/d Weled Heer A.J.W. Grandjean aldaar, architecten Meerman en van der Pijl, bouwaanvraag 21-1-1934 (D12.400333)
A.J.W. Grandjean is Amelius Johannes Wilhelmus Grandjean Perrenod Comtesse (Nijmegen 13 december 1896 – Groesbeek 30 augustus 1995). Hij was de zoon van timmerman en aannemer Johannes Simon Grandjean Perrenod Comtesse.
Architectenbureau Meerman en van der Pijll is waarschijnlijk het bekendst vanwege hun ontwerp voor Auto Palace. Daarnaast ontwierpen zij onder andere de Radiocentrale en het Parochiehuis voor de Antonius van Padua parochie
Sumatraplein: Uiterst links zichtbaar de zijkant van de Antonius van Paduakerk aan de Groesbeekseweg. De achterkant ligt aan de Van Slichtenhorststraat (links), rechts de Sumatrastraat Galgenveld, 8/1916 (F47153 RAN)
Deze pagina verzamelt reeds verschenen artikelen over het Sumatraplein.
Sumatraplein 24 en 26, Grandjean
Plan tot het bouwen van een dubbelheerenhuis aan het Sumatraplein, A.J.W. Grandjean P.C., datum op tekening 13 of 17 April 1926, Sumatraplein 24-26 (huidig) (D12.391100)
De bouwtekening D12.391101 vermeldt de datum 17 april 1926.
Lees meer over dit dubbele huis en over Grandjean op:
Het Protestants Militair Tehuis (P.M.T.) (Borneostraat 2) met rechts de Celebesstraat ; P.S. het pand is afgebroken en op deze plek staat tegenwoordig het appartementencomplex Residentie Sumatra, Sumatraplein 7 Galgenveld, 1930-1933 (F34108 RAN)
“Eerste Steenleggin Miltairen-Tehuis.
Op het nieuw aangelegde Sumatraplein aan den Groesbeekschen weg heeft hedenmiddag de plechtige eerste-steenlegging plaats gehad van het nieuwe Tehuis voor Militairen, dat daar in aanbouw is en dat bestemd zal zijn om het oude Tehuis aan de Ridderstraat te vervangen.
Vrolijk dundoek versierde het bouwwerk en voor den ingang was een aardig eerepoort opgericht. De plechtigheid werd bijgewoond door bijna alle hoofdofficieren en officieren der verschillende wapens, alhier in garnizoen; voorts de bestuursleden van de vereeniging van het Militaire Tehuis, aan wier onvermoeid werken het te danken is, dat het nieuwe Tehuis kon verrijzen, en verder door een aantal genoodigden en belangstellenden. De troepen der Koloniale Reserve waren voorts aanwezig en het muziekkorps, onder directie van den heer Thewissen, luisterde de plechtigheid op.
Het Dagelijksch Bestuur van Nijmegen had bericht van verhindering gezonden, terwijl de Garnizoens-commandant, kolonel Quack, wegens uitstelligheid niet aanwezig kon zijn.
De voorzitter der vereeniging, de heer ds. A. Pijnacker Hordijk, nam het eerst het woord om den aanwezigen een hartelijk welkom toe te roepen, in het bijzonder aan de dames en de talrijke militaire autoriteiten. Spr. noemde het verder een groote eer voor de vereeniging, dat de HoogEdelgestr. Heer luit.-kol. J. W. de Voogt, commandant der Koloniale Reserve, zich bereid verklaard had de plechtige eerste-steenlegging te verrichten. Hij is, zeide spr., de ziel van de zaak en het bezielend element van het bestuur geweest. Ook vele anderen hebben aan dezen bouw medegewerkt, velen wier namen spr. niet alle kon noemen, maar hij wilde hun aller verdiensten concentreeren in den persoon van den eerste-steenlegger, dien spr. daarna uitnoodigde de plechtigheid te verrichten.
Luitenant-kolonel de Voogt legde hierna den eersten steen van het nieuwe Tehuis en hield vervolgens een toespraak, waarin hij verklaarde, dat de uitnoodiging om den eersten steen te leggen hem zeer aangenaam was geweest, omdat hij wist met welke ontzaglijke moeite het bestuur te kampen heeft gehad. Dank zij den steun van velen zijn de moeilijkheden echter overwonnen en spreker wenschte hun allen daarvoor hulde te brengen, in het bijzonder aan den heer J. Dinger, die het bestuur met raad en daad heeft terzijde gestaan en aan wiens persoonlijk optreden te danken is, dat de pogingen zoo spoedig zijn geslaagd. Naast dank aan allen, die de zaak financieel hebben gesteund, betuigde spr. erkentelijkheid aan den minister van Koloniën, die een zoo flinke subsidie toezegde. Deze eerste-steenlegging ging spr voort, is een is een mijlpaal op onzen levensweg, een haltepunt waarop het goed is even te rusten om spoedig opnieuw de lendenen te ontgorden voor den verderen strijd. Want al is het geld bijeen om dezen bouw te bekostigen, er is nog meer noodig om het gebouw op passende wijze in te richten en om in het jaarlijksch onderhoud te voorzien. Spr. deed dan ook nogmaals een beroep op allen die met de vereeniging willen medewerken om den soldaat een passend tehuis te bezorgen ook buiten de kazerne. Met nadruk verklaarde spr. vervolgens, dat dit Koloniale Militairen-Tehuis zal openstaan voor alle militairen in den ruimsten zin van het woord en van elke godsdienstige gezindte. Spr. eindigde met het uitspreken van de hoop, met deze eerstesteenlegging in letterlijken en figuurlijken zin een steentje te hebben bijgedragen tot de opheffing van den soldaat in het algemeen en van den kolonialen in het bijzonder.
Nadat de muziek het “Wilhelmus” had gespeeld, dat door alle aanwezigen met ontbloot hoofd was aangehoord, sprak ds. Pijnacker Hordijk een slotwoord. Hij betuigde nogmaals hartelijk dank aan allen en in het bijzonder aan luit.-kolonel de Voogt. Voor God, Koningin en Vaderland willen wij pal staan, ging spr. voort. Ernst willen wij zien bij den militair en wij willen hem in dit Tehuis de gelegenheid geven om den ernst des levens te leeren kennen, maar zonder eenigen zweem van de minste enghartigheid. Ruim, royaal en vorstelijk willen wij zijn als kinderen Gods. En dan moet onze dierbare Konigin steeds het oog kunnen vestigen op een leger, dat bereid is pal te staan voor de zelfstandigheid en onafhankelijkheid van ons dierbare vaderland. Moge, besloot spr. het kleine Nederland met zijn ontzaglijk groote en rijke koloniën steeds rijk gezegend blijven en in aller harten de wensch wakker blijven dat het onze Koningin en ons Vaderland door Gods genade steeds moge gaan.
Alsnu werd, terwijl de muziek het “Wien Neerland’s Bloed” speelde, de eerewijn aangeboden en was de plechtigheid geëindigd. Hierna bezichtigden de aanwezigen het in aanbouw zijnde werk.
Het nieuwe Militairen-Tehuis is ontworpen en wordt uitgevoerd door de Gebrs. Haspels alhier. Het is op een zeer fraai punt gelegen en belooft door praktische inrichting en degelijken bouw, een sieraad te worden van het Sumatraplein. (PGNC 18/11/1913)
Appartementencomplex Residentie Sumatra, Sumatraplein, hoek Borneostraat, maart 2025 (Google Streetview)
Sumatraplein hoek Van Slichtenhorststraat
Sumatraplein: uiterst links zichtbaar de zijkant van de Antonius van Paduakerk aan de Groesbeekseweg. De achterkant ligt aan de Van Slichtenhorststraat (links), rechts de Sumatrastraat Galgenveld, 8/1916 (F47153 RAN)Sumatraplein, hoek Van Slichtenhorststraat (links) en Sumatrastraat, maart 2025 (Google Streetview)
Sumatraplein 27-29
Sumatraplein 27 huis met de tijgers (december 2024)
Rechts van Dijk en Witte, Grote Markt gezien in de richting van de Korte Burchtstraat, gedateerd 1895-1903 (D149 RAN)
Vestiging Van Dijk en Witte in Nijmegen: een grootmazijn en een sieraad rijker
1892 architect Scheltema
In 1892 opent het Arnhemse Van Dijk en Witte een vestiging van haar herenkledingzaak in Nijmegen. De architect was P.H. Scheltema.
Vooraf: Arnhem
Van Dijk en Witte was rond 1869 in Arnhem opgericht, althans: in 1917 blijkt zij 38 jaar te bestaan (PGNC 13/9/1917).
In ieder geval bestaat de vennootschap vanaf 22 mei 1888. Dan richten Herman Cornelis van Dijk, Particulier en wonende te Rotterdam met Theodor Heinrich Hermann Witte, Particulier, wonende te Utrecht de vennootschap van Dijk en Witte op. Zij heeft tot doel: “de confectie in gemaakte Heerenklederen en den handel in die goederen en in Lakens en Bueskins en alles wat verder daartoe behoort” op. De vennootschap wordt gevestigd in Arnhem. (Nederlandsche staatscourant, 6-7-1881) Een van beide oprichters was Theodor Heinrich Witte (1855-1918) (Oud-Arnhem op https://www.facebook.com/arnhem.nostalgischnederland/posts/arnhem-zijpendaalseweg-1930vandaag-heeft-oud-arnhem-weer-een-zoekfoto-voor-julli/3658030360900603/)
Vervolgens zal op 11 december 1883 hun 2e vestiging, nu in Groningen aan de Stoeldraaiergas, worden aanbesteed. (Nieuwe Groninger courant, 7-12-1883).
In latere advertenties verschijnt de naam van H.C. van Dijk in het groot, met daarnaast Firma Van Dijk en Witte. Dit lijkt rond 1888 te zijn begonnen. In april 1883 staat de opheffingsadvertentie met een finale uitverkoop. (Nieuwe Groninger courant, 2-4-1893)
Wanneer de firma 60 bestaat blijkt dat Witte “na het vertrek van den heer H. van Dijk naar Groningen alleen firmant bleef.” (Arnhemsche courant,15-9-1941)
De aanbesteding
De aanbesteding leverde “algemeene paniek onder de aannemers” op: Grandjean & Theunissen waren de laagste inschrijvers. De aanbesteding werd echter gegund aan N. van Eck, die vroeger met Scheltema een bedrijf had gevormd (De Gelderlander 25/3/1892). Zijn inschrijving was f800 hoger op een begroting van rond de f14000.-. Daarop vond een ingezonden briefwisseling plaats (in ieder geval PGNC 24/3/1892, De Gelderlander 25/3/1892, PGNC 1/4/1892, PGNC 7/4/1892)
Bij de Opening
“Onze stad is weder een groot magazijn en de Markt weder een sieraad rijker. De firma Van Dijk en Witte, die ook te Arnhem in de Rijnstraat gevestigd is, heeft namelijk Zaterdag ll. haar magazijn van heeren- en jongeheeren-kleedingstukken geopend. De meer dan ruime voorraad voorhanden goederen in alle prijzen zal de keuze voor een ieder gemakkelijk maken, terwijl de uitstalling achter de vier enorme spiegelruiten een denkbeeld geeft van de de groote verscheidenheid der in het magazijn te vinden kleedingstukken.
Bij avond bij de schitterende gasverlichting maakt het magazijn inzonderheid een uitmuntenden indruk.
Het ruime winkelhuis werd gebouwd volgens de plannen van den heer P.H. Scheltema, architect alhier, en in enkele maanden daargesteld door den aannemer N. van Eck. Beiden komt lof toe voor hunnen arbeid.” (PGNC 20/9/1892)
Architect Scheltema
Petrus Herman Scheltema (Den Haag 2 februari 1856 – Voorburg 13 augustus 1923) was een Nederlands architect en redacteur van bouwkundig tijdschrift De Opmerker.
Hij was een zoon van luitenant-kolonel Nicolaas Scheltema. In november 1886 behaalde hij de akte rechtlijnig tekenen en perspectief. Hij had onder andere een betrekking bij een ziekenhuis. (wikipedia). Hij trouwde op 21 september 1887 trouwde met Casimira Albrechtina Wilhelmina Arendsen Hein te Nijmegen. Ze kregen drie kinderen.
Op 22 juni 1887 gaan Nicolaas van Eck, aannemer en Petrus Herman Scheltema, architect, beiden te Nijmegen, een vennootschap aan tot het “uitoefenen van de beroepen van Architect, Aannemer, Timmerman, Metselaar en daarmede verwante zaken, onder de firma Van Eck en Scheltema”. (PGNC 3/7/1887) Op 18 december 1890 willen zij “Het bouwen van een Landhuis op een terrein te Groesbeek” aanbesteden. (PGNC 7/12/1890)
Op 1 februari 1892 wordt de vennootschap weer ontbonden. N. van Eck gaat verder als aannemer op de Ziekenstraat no. 50 (kantoor) en 2de Walstraat 115 (werkplaats). Scheltema ls architect, op St. Annalaan 13 en zijn bureauu op 2de Walstraat 113. (PGNC 2/2/1892)
Op 16 maart 1892 wil hij “Het sloopen van een bestaand gebouw en ter plaatse bouwen van een Winkelhuis met Bovenhuizen aan de Groote Markt te Nijmegen” aanbesteden. (PGNC 6/3/1892)
Rond augustus 1893 wordt Scheltema, te Nijmegen, benoemd tot tijdelijk opzichter bij de dienst gemeentewerken in ‘s -Gravenhage. (De Gelderlander 13/8/1893)
In januari 1901 wordt hij benoemd tot directeur en redacteur van het architectuur- en bouwtijdschrift De Opmerker. Bij het splitsen van deze functie werd Scheltema van 1912 tot 1919 alleen redacteur van dit tijdschrift.
In 1907 werd hij benoemd tot hoofdopzichter van de Koninklijke paleizen.
Verbouwing 1929
In 1930 waren Vroom & Dreesmann (midden) en Bahlmann (rechts) nog 2 afzonderlijke zaken. Enkele jaren later zal Bahlmann bij Vroom & Dreesmann worden gevoegd. Foto: Nijmegen 700 jaar stad werd groots gevierd: in de hele stad werden gebouwen feestelijk geïllumineerd, zoals het gebouw van Vroom en Dreesmann in het midden, links van Dijk en Witte en rechts Bahlmann. De verlichting was een initiatief van de Nijmeegse Erkende Installateurs Vereniging en werd uitgevoerd door de firma’s Beukering en Alewijnse, 25/8/1930-30/8/1930 (GN11829 RAN)
In ieder geval is er een verbouwing in 1929 gevonden:
“Verbouwing Van Dijk en Witte.
De firma van Dijk en Witte kleedingmagazijn, heeft haar winkel aan de Groote Markt een moderniseering doen ondergaan die veroorzaakt werd door de eischen welke gesteld worden aan een firma die met haar tijd wenscht mee te gaan en het vertrouwen van het publiek waardig wenscht te blijven.
Genoemde firma mag aanspraak maken op een reputatie van degelijkheid en zoo is dus ook de verandering die zich aan het gebouw voltrok in orde, m.a.w. de verandering is een groote verbetering en is tevens een bewijs dat fraaiheid niet door nut in gedrang behoeft te komen. Er is een nieuwe sierlijke pui gekomen, een gevel van teakhout, nieuwe, ruime étalages, een portiek, en verlichting die door een nieuw soort reflector, welks zeer goed schijnt te voldoen, gediend wordt.
De architect is W.J. Eich en zoon, Arnhem. De aannemer G. Kuiper, Arnhem. De binnen-betimmering Th.A. Wissing, aannemer Nijmegen. De verlichting A.J. Peters, electricien, Nijmegen. Steenhouwer A. Rengers en Zoon, Nijmegen.” (PGNC 16/3/1929)
Sloop en nieuwbouw
Het door het bombardement van 22 februari 1944 totaal verwoeste pand van Vroom en Dreesmann (rechts) met op de achtergrond de restanten van de St. Augustinuskerk; links de schoenenzaak van de gebroeders Raemakers en de herenmodezaak van Van Dijk en Witte, 22/2/1944-30/6/1944 (GN11080 RAN)
Het gebouw van Van Dijk en Witte blijft bij het bombardement van 1944. Vanwege de nieubouwplannen van Nijmegen zal het toch gesloopt worden: De Gelderlander schrijft op 24/10/1952 dat Van Dijk en Witte naar het Marienburg vertrekken. Zij zullen zich daar vestigen in het gebouw “waar thans een dancing is gevestigd”.
Op 6 november zal de aanbesteding plaats vinden van het van gemeentewege slopen van opstallen funderingen van het perceel “Van Dijk en Witte” aan de Grote Markt nummer 8.
Lees hier verder over nieuwbouw van Van Dijk en Witte op de Broerstraat:
De bouw van de herenkledingzaak van Dijk en Witte zorgde voor de voltooiing van de oostzijde van de wederopbouw van de Broerstraat. Het nieuwe pand staat (nagenoeg) op de plek waar het vooroorlogse pand heeft gestaan. In 1892 begon van Dijk en Witte een confectiemagazijn op de Grote Markt 8. Na de Tweede Wereldoorlog was…