1937 Borneostraat 24 en Madoerastraat 13, 15 en 17 Galgenveld
Madoerastraat 13 t/m 17 en Borneostraat 24 (van links naar rechts), september 2022 (Google Streetview), architect van der Kloot
Architect van der Kloot ontwerpt 4 eengezinswoningen op de hoek van de Madoerastraat en Borneostraat.
In juni 1937 verkoopt de gemeente een perceel bouwterrein aan de Madoerastraat en de Borneostraat, kadastraal Hatert , Sectie G no. 726 aan F.J. Sutmuller. Het stuk grond is 9.14 c.A. groot, de prijs is f9 per c.A. Voorwaarde is dat de grond vóór 31 december 1937 bebouwd is met 4 eengezinswoningen met garage en 4 schuurtjes. (PGNC 3/6/1937).
Plan voor 4 woningen aan de Madoera-straat – hoek Borneostraat te Nijmegen… v.d. Weled. Heren P. en J. Sutmuller Bachstraat 40, architect van der Kloot D12.403497Plan tot aanpassing nummer 17 D12.403496
In het PGNC 2/2/1939 staat een advertentie voor nummer 15: “Ruim heerenhuis te huur met parterre, kamer en suite met zijkamer, ingebouwd bad, 3 vaste waschtafels, zeer goed ingericht, huurprijs f600,-, te aanvaarden per 1 Maart”
Madoerastraat 2 (rechts) t/m 24 (Google Streetview) architecten Meerman en van der Pijl uit 1934
Op 12 februari 1934 besluit de Gemeenteraad om grond aan J.G. Dekkers te verkopen: ongeveer 2620 c.A. van het aan de Celebesstraat gelegen perceel, kadastraal bekend gemeente Hatert, Sectie G, no. 674. De prijs is f 9 c.A.. Daarbij heeft de voorwaarde dat de 12 herenhuizen en 2 garages vóór 1 januari 1935 gebouwd zijn. (PGNC 13/2/1934). In mei 1934 krijgt de Madoerastraat (“de straat, welke de Celebesstraat met de Borneostraat zal verbinden”) haar naam (PGNC 8/5/1934)
Ontwerp 12 middenstandswoningen aan de Celebesstraat en geprojecteerde straat te Nijmegen, voor den heer J.G. Dekkers te Nijmegen, bouwaanvraag januari 1934 (D12.400737 Detail)
De architecten Meerman en van de Pijl maakte het ontwerp voor deze 12 woningen, op de bouwtekening ‘middenstandswoningen’ genoemd.
Advertentie: de 12 woningen aan de Madoerastraat staan te koop (De Gelderlander 8/9/1934)
In september staan deze woningen te koop, eventueel kunnen deze gehuurd worden.
De Gelderlander schrijft in september:
“Nijmegen als woonstad.
Nieuwe woonwijk, Centrum Stad.
Vóór enkele weken maakten wij melding van den nieuwen woonwijk in het z.g. “Galgenveld” aan Celebesstraat en Madoerastraat, welke in een behoefte vooorziet voor hen, die in het Centrum der Stad een rustig en voornaam woonverblijf zoeken.
Genoemde bebouwing is thans geheel gereed. Een dezer dagen hebben wij genoemde bebouwing bezichtigd en moeten zeggen, dat het geheel met zijn mooie gele gevelstenen, in speciaal dun formaat, voornaam aandoet.
Door een ruime betegelde vestibule, waar op practische wijze de gas- en eletrische meters geheel aan het oog zijn onttrokken, kwamen wij in de hal met trappenhuis, welke een voornaam aanzien geeft, daar hier een eiken halbetimmering is aangebracht ter hoogte van 2.25M., waarbij de eiken kapstok en parapluiebak in deze betimmering is opgenomen. Een aardige, aan de hoofdbaluster bevestigde lantaarn in opaalglas schept hier des avonds een gezellige sfeer. Wat ons bijzonder opvalt, is het mooie glas in lood. Dit glas in lood, in antiek glas uitgevoerd, geeft tinteling en zon.
Vanuit de hal kwamen wij in de voor- en achtersuite, waarvan het geheel een intiem karakter draagt door een aangrenzende zithoek met verlaagd plafond, waarin eigen bank en eiken betimmering tot aan het plafond. Een overstekend luifeltje kan als borden- of pottenplank dienst doen. Ook hier weer fonkelend glas in lood, in aardig gevormde raampjes, welke de gezelligheid verhoogen.
De geheel betegelde keuken is practisch ingericht; van de gebruikelijke keukenkast is hier een “meubel” gemaakt met laden, vakken enz.
Op de bovenverdiepingen zijn de ruime slaapkamers met vaste waschtafels en betegelde badkamer met ingetegeld bad geprojecteerd, voorts balcons ter volle breedte van elk perceel.
Elk huis is voorzien van een flinke zolder, kelder, schuur (event. garage) en achteruitgang.
Inbouwschakelaars en stopcontacten, schelleiding door het geheele huis, bijzonder fraaie teakhouten voordeuren geven hier het stempel van practisch, goeden smaak en soliditeit.
De bouwonderneming J.G. Dekkers, zal met deze werkwijz zeer zeker succes oogsten, temeer, daar de koop- of huurprijs zich geheel aanpast met de tidsomstandigheden.
Rest ons nog te vermelden, dat het geheel is ontworpen door het Architectenbureau B.J. Meerman en J. v.d. Pyll, Driehuizerweg 80 te Njimegen.” (De Gelderlander 8/9/1934)
Te huur eind jaren 30
Het is mij onbekend (en nog niet verder onderzocht) welke woningen uiteindelijk verkocht of verhuurd zijn. In ieder geval zijn 2 advertenties om een woning te huren gevonden:
Heerenhuis, Madoerastraat 18, zeer modern, f550,- p.j. (PGNC 29/5/1937)
Modern Heerenhuis met garage, Madoerastraat 24, f550,- p.j. (PGNC 2/6/1939)
In beide gevallen is de advertentie afkomstig van Woning-bureau H. Janssen in de Van Welderenstraat 66.
Een foto van de hoek Celebesstraat – Madoerastraat uit 1976 is te vinden op F14923 RAN.
Oude Mariaschool/ de Buut in 1994, 10/9/1994, Hans Giesbertz via D1724_18_04-24 RAN CC0)
In 1956 opent de katholieke Mariaschool op de Hugo de Grootstraaat, naar een ontwerp van architect Goddijn. Na een naamswijziging in Trajanusschool en bovendien een aantal fusies, werd het basisschool de Buut. Na sloop werd in 2016 een nieuw gebouw op deze locatie in gebruik genomen.
In 1955 wordt bekend dat er een nieuwe school komt aan de Hugo de Grootstraat. Voor die tijd bestuurden de Broeders van Maastricht (oftewel Broeders van de Congregatie van de Onbevlekte Ontvangenis) drie scholen op een complex aan het Kelfkensbos en Hertogstraat. Dit complex was zwaar beschadigd uit de oorlog gekomen. Daarnaast had dit complex een steeds groeiend aantal leerlingen moeten opvangen.
Een nieuwe school in de Mariaparochie
Daarbij was er nu, in plaats van concentratie, de voorkeur voor een zo groot mogelijke spreiding. Onder andere om daarmee te voorkomen dat kinderen vier keer per dag een drukke verkeersweg moeten oversteken. Voor haar nieuwe school koos de Stichting Sint Josephscholen voor een locatie in het gebied van de Mariaparochie, waar op dat moment nog geen katholieke jongensschool bestond. De naam van de school was gauw gekozen: het grootste deel van de jongens zouden uit de Mariaparochie komen.
Het ontwerp van Mariaschool door architect Goddijn
De Gelderlander 13/7/1955: “Op dit terrein heeft de Nijmeegse architect Bert W.A. Goddijn… een bijzonder fraai gebouw ontworpen, een achtklassige halschool, uiteraard volkomen gebaseerd op en aansluiten aan de modernste onderwijsbegrippen.”
De school komt vrij te staan, met daaromheen een tuin. Aan de zijde van de Christelijke school komt een speelplaats. De voorzijde van de school bestaat uit 8 klaslokalen, verdeeld over 2 verdiepingen. 1 daarvan is bestemd voor natuurkunde en 1 voor een gesplitste klas. Achter de school komt een hal van 17 bij 9 meter. Deze krijgt een klein podium, waarop schooluitvoeringen kunnen worden gegeven.
De toegangen en de inrichting van de school is er op de gericht om zo veel mogelijk opeenhoping van leerlingen te voorkomen. Naast de grote deuren van de hal, zowel aan de voor- als achterkant, krijgt de school twee ingangen aan de achterkant en twee aan de zijkant. Daarbij sluiten de ingangen die voor de verdieping zijn bestemd meteen aan op de trappen.
Op de bovenverdieping komen daarnaast 2 leermiddelenkamers, een kamer voor het schoolhoofd, een personeelskamer en een voor de schoolarts. In het sousterrain komt een fietsenstalling en een stookruimte.
Wel blijkt bij de aanbesteding de kosten hoger uit te vallen dan verwacht, vanwege gestegen loon- en materiaalkosten. In augustus 1955 wordt met de bouw begonnen.
De inzegening van de school vindt begin juni 1956 plaats. De school heeft dan plaats voor 384 leerlingen. De Gelderlander krijgt bijna weer zin om naar school te gaan als ze de inrichting van de klassen ziet: “Venetian blinds laten het licht op verschillende wijzen door, terwijl de kleurschakeringen op de muren het geheel een ruime en frisse aanblik geven.” (De Gelderlander 4/6/1956)
Mariaschool wordt Traianusschool
Concentratieschool
In 1974 was een Turkse leerkracht begonnen met het geven van lessen in Turkse taal en cultuur. In 1975 werd de school een zogenaamde “concentratieschool”. Hierdoor kon de school ook gebruik maken van door het Rijk beschikbaar gestelde middelen. Het doel van deze scholen was Turkse leerlingen Nederlands te leren en te integreren in het reguliere onderwijs, met behoud van hun eigen cultuur. Dit betekent dat de school 2 extra leerlingen heeft gekregen: 1 om de Turkse leerlingen Nederlands te leren en 1 om ze in het Turks les te geven, ook over Turkije en haar gebruiken. De verwachting is (dan nog) dat veel van deze kinderen naar verloop van tijd weer naar Turkije zullen terugkeren. Daarom krijgen ze lessen over Turkije, om te voorkomen dat ze zich een vreemde in dit land zullen voelen, wanneer ze weer naar Turkije zijn teruggegaan. (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/3/1977 en 1/3/1983)
Traianusschool
In 1979 besluit het schoolbestuur om de Mariaschool te hernoemen in Traianusschool. De oude naam doet geen recht meer aan de getalsverhouding binnen de school, waar inmiddels leerlingen van verschillende nationaliteiten les krijgen. Aangezien de school dicht bij het Traianusplein staat, is voor deze naam gekozen. Daarnaast is de naam Trajanus gekozen om verbondenheid met de wijk aan te geven. (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/6/1979)
Fusie met Montessorischool
Op 1 augustus 1980 fuseert de Traianusschool met de Montessorischool aan de Dominicanenstraat, waarbij de naam Traianusschool gehandhaafd blijft.
Aan de Hugo de Grootstraat krijgen 160 leerlingen onderwijs, waarbij er gekozen kan worden tussen Montessori- en “normaal” klassikaal onderwijs. Deze school heeft 8 klassen. De Dominicanenstraat wordt een “Dependance”: hier komt een aantal groepen Turkse kinderen die nog onvoldoende Nederlands kunnen om het reguliere onderwijs te kunnen volgen. Zij worden op basis van hun Nederlands ingedeeld in groepen, met als doel ze door te laten stromen naar een “reguliere” groep wanneer ze inmiddels voldoende Nederlands kunnen.
Ook de kleuterschool blijft voorlopig in de Dominicanenstraat (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/6/1980)
Kresj Nijntje Pluis
In 1983 verhuist de “kresj” “Nijntje Pluis” van de Domicanenstraat naar het sousterrain van de Trajanusschool (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/7/1983)
Fusie Traianus- en Regenboogschool tot de Buut
Lagere school “De Buut”, 1988 (Henk Rullmann via F18412 RAN CCBYSA)
Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/2/1984 schrijft dat op 1 augustus 1984 de Traianusschool met de Regenboog, welke op de Waldeck Pyrmontsingel 40 staat, zal gaan fuseren. “Door het samengaan van beide scholen blijft er in dit stadsdeel een gewone lagere school bestaan.” Waarschijnlijk vindt de uiteindelijke fusie plaats op 12-8-1985.
De crèche Nijntje Pluis en de kleuterschool van Traianus blijft in het oude gebouw.
Daarnaast zijn hier de lokalen voor de anderstalige leerlingen die zich voorbereiden op de eerste klas, drie parallelklassen (het 4e, 5e en 6e jaar) en daarnaast de Montessoripgroep van leerlingen voor het 5e en 6e jaar. De Regenboog krijgt de leerlingen van het 1ste t/m 6e jaar. Daar blijven tevens 2 anderstalige leerkrachten, 3 vakleerkrachten (bewegingsonderwijs en handwerken) en 2 remedial teachers werken. Het leerlingenaantal per leerjaar is klein en er zijn geen combinatieklassen. (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/5/1984)
De peuterspeelzaal en de kleuterschool van de Regenboog blijven op het oude adres gehuisvest.
Verbouwing
Tijdens de zomervakantie wordt de school verbouwd: het krijgt zowel binnen als buiten een opknapbeurt. Daarnaast krijgt de begane grond een groot speellokaal. De hal zal gebruikt gaan worden als aula en bovendien als expositieruimte voor het werk van kinderen. Daarnaast krijgt het een zithoek waar ouders elkaar kunnen ontmoeten. Ook daarvoor had de Trajanusschool overigens al veel aandacht voor de ontmoeting tussen gehad door het organiseren van zogenaamde koffie-ochtenden. Kinderen kunnen eventueel ’s middags overblijven, hiervoor is ruimte en begeleiding gereserveerd.
Openbare school
Daarbij wordt de school een openbare basisschool. Daardoor is ze niet langer meer gebonden aan één geloofsrichting (in dit geval de katholieke). Zij is daarmee de eerste openbare school van Nijmegen.
Directeur Hoedemaker in een interview met Wijkkrant Oost: “Wij hebben hier zowel leerlingen met een katholieke-, protestant/christelijke-, als wel islamitische achtergrond, maar ook leerlingen waarvan de ouders geen geloof hebben”. Daarnaast wordt het schoolbestuur (feitelijk) gevormd door de Gemeenteraad. Daarnaast is de school niet gehouden aan 1 schoolsysteem. ((Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/6/1985)
Wanneer in 2000 de school 15 jaar bestaat schrijft de Wijkkrant: “De school startte in 1985 als eerste openbare school in Nijmegen-Oost met 42 leerlingen. Inmiddels zijn dat er 330 op de Hugo de Grootstraat en op de dependance aan de Molukkenstraat nog eens 220 leerlingen. De Buut is een bijzondere school. Zij is ontstaan op initiatief van en met veel inspanning door een aantal ouders uit de buurt. Zij vonden dat er een openbare school in Nijmegen-Oost moet komen, want in Nijmegen was er een grote behoefte aan openbaar basisonderwijs.” (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/10/2000)
Basisschool
Naast het feit dat de school nu een openbare school is, zal de school ook voor het eerste jaar beginnen als “basisschool” – op landelijk niveau zijn de kleuterschool en lagere school nu samengebracht tot de basisschool. (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/6/1985)
Soort “leefgemeenschap”
“Die betrokkenheid van de ouders met de school is tot op de dag van vandaag nog altijd volop aanwezig. Ze werken mee aan alleerlei activiteiten waardoor er naast het leren allerlei extra dingen gedaan kunnen worden. Hierdoor is de school uitgegroeid tot een soort leefgemeenschap en is de “afstand” tussen thuis en school minder groot. De kinderen voelen zich dan ook thuis op hun school vanwege de sfeer. Wat ondermeer wordt gekenmerkt door het feit dat bijna alle kinderen tussen de middag overblijven.” (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/10/2000).
De eigen tuin is een van de dingen waar de school trots op is. Hier wordt les over de natuur gegeven. En elke klas heeft een eigen stukje grond om te verbouwen. Wel is er bij het 15-jarig bestaan een zorg, dat het aangrenzende speeltuintje gaat verdwijnen in verband met de uitbreiding van het naastgelegen verpleeghuis.
Sloop en nieuwbouw
De Buut, Hugo de Grootstraat, augustus 2023 (Google Streetview)
De school werd gesloopt en in 2016 werd een nieuwe school op deze plaats geopend. De schoolgebouwen op de beide locaties van de Buut waren verouderd en moeilijk aan te passen aan de moderne eisen. Daarbij wilde de school een kindercentrum met basisschool, kinderopvang en buitenschoolse opvang realiseren, dat past bij een dynamisch onderwijs landschap. (schooldomein)
Doopsgezinde Kerk, Architect Oswald, Waldeck Pyrmontsingel, 1986 (Gemeente Nijmegen afd. Reprografie via KN12868-2 RAN CC0)
Tijden de oorlog werd de Doopsgezinde Kerk in 1944 verwoest. Daarop vond herbouw plaats aan de Waldeck Pyrmontsingel, waarvan F.M. Oswald de architect was. Vanwege teruglopend kerkbezoek wordt de kerk in 1989 verkocht.
De oorspronkelijk Doopsgezinde Kerk stond van 1727 tot 1944 op de Arminiaanse Plaats. In de Tweede Wereldoorlog werd zij verwoest.
Met het schadegeld werd begin jaren 50 een nieuwe kerk gebouwd. Architect Oswald bouwde deze in de stijl van de Delftse School. Oswald was zelf ook lid van de Doopsgezinde Kerk. “Het is een zogenaamde verdiepingskerk: de nevenruimten met onder andere een zondagsschool liggen op de begane grond en de kerkzaal is op de eerste etage. Het gebouw is om economische redenen zo ontworpen.” (Een sterke toren in het midden der stad, H.E. Wesselink 2018)
Stijl
De voormalige Doopsgezinde Kerk is “een zaalkerk met aangebouwde woning, opgetrokken in 1951-’52 naar ontwerp van F.M. Oswald in de stijl van de Delftse School” (Monumenten in Nederland: Gelderland).
Beschouwing uit 1954
Ingangsportaal van de voormalige doopsgezinde kerk op de hoek met de Stenenkruisstraat. Werd in opdracht van de Doopsgezinde Gemeente tussen 1951 en 1952 gebouwd naar een ontwerp van F.M. Oswald. Ze verving de in de oorlog verwoeste kerk in de binnenstad, 2013 (Henk van Gaal via F1520 RAN CCBYSA)
In 1954 plaatst de Gelderlander het volgende artikel:
“Doopsgezind Kerkje te Nijmegen
In het Katholiek Bouwblad wijdt B.J. Koldewey de volgende beschouwing aan de Doopsgezinde Kerk tegenover de Wedren:
“Bij de verschrikkelijke verwoesting van Nijmegens binnenstad viel in de oorlogsjaren ook de Doopsgezinde Kerk.
Voor zijn wederopbouw werd door de Gemeente aan de Waldeck Pyrmontsingel, nabij de Aula van de Universiteit, een terrein aangewezen aan de rand van een park. Een uiterst aantrekkelijke, vrije ligging ontstond, met aan de Zuidzijde van het gebouwtje fraai, hoog-opgaand geboomte.
Architect Oswald maakte van dit nieuw geval een zaalkerkje, een bovenkerk, waarin een goede honderd gelovigen hun plaats vinden. Daaronder ’n ruimte voor de Zondagsschool, voor bijeenkomsten in clubverband, voor vergaderingen, enz., te vergroten met de kerkeraadskamer (door het wegschuiven van een wand) als er een podium nodig is bij een concert of een declamatie-avond. Dan is er als aanbouw een kosterswoning en een traptorentje, welk laatste naar een balkon in de kerkzaal voert.
Met het oog de plattegronden doorlopend, met daarnaast de doorsnede, zie je hoe dat alles plezierig inééngesloten en verweven is. De gemeentezaal ligt 80 cm onder peil, waarin je vanuit de gang afdaalt langs een trapje van 5 treden, een wenteltrap voert je naar de eigenlijke kerkzaal met de vloer op 2,60 m plas P., terwijl doorklimmend tot 5 m plus P., het balkon bereikt wordt. Er is daarmee een knap, véélzijdig spel van ruimtebeelden ontstaan binnen een klein volume van 12x15x9½ m plus de open kap.
Het interieur in de Doopsgezinde kerk, Waldeck Pyrmontsingel 69, 1989 (Anton van Roekel via F1521 RAN CCBYSA)
De kerkzaal met zijn blanke licht doet je denken aan een interieur van Vermeer van Delft of Pieter de Hoogh. Het is een grote kamer, besloten en rustig, met iets voornaams in de boventoon. Het is góéd in deze ruimte te verbljven. De bank groeperen de gelovigen rond de preekstoel. Het moet iets geven als van een vader die met zijn kinderen bijéén is, als de dominee daar bidt en spreekt vanaf de kansel, met Gods woord vóór zich in het grote Bijbelboek. Dwars wordt het kerkruim gebruikt, het spreekgestoelte tegen één van de lange wanden. ’t Is ongetwijfeld allereerst daarmee dat Oswald dat innige verband inleidt en stimuleert tussen hem die voorgaat en de vergaderden rondom hem.
Karakteristiek protestants werd hiermee dit kerkje, vertrouwelijk, geheel ingesteld op het gebed van een kleine groep, tot dit doel bijeen gekomen als in een gesloten familiekring.
Het interieur in de Doopsgezinde kerk, Waldeck Pyrmontsingel 69, 1989 (Anton van Roekel via F1520 RAN CCBYSA)
“Dicht” zijn dan ook de wanden van dit kerkje met hun vensters, hoog-beginnend uit de vloer en sterk onderverdeeld door glasroeden, als was het gebouwde een 17e eeuws object. Toch zal zelfs de meest verliefde aanbidder van voorgespannen beton differdingers toegeven, dat er ondanks zoveel reminescenties aan weleer, zoveel anders aan dit kerkje te beleven valt, dat je tezelfder tijd beslist losmaakt van een oud-Nederlands herinneringsbeeld. Doen dat de materiaalkeuze, de met grote bepaaldheid gestelde kleuren, het blanke van het eikenhout der meubelen, de uitgewogen detaillering van het getimmerde, de stiel van het smeedwerk van trap en deur?
Het trappenhuis in de Doopsgezinde kerk, Waldeck Pyrmontsingel 69, 1989 (Anton van Roekel via F1522 RAN CCBYSA)
Een zwak punt aan dit kerkje is het “glazen”, achtkantige trappenhuis, van buiten af gezien. Het past niet goed in zijn verhouding van glas tot steen bij de maatvoering tussen vensteropening en muur die aan alle kanten voor de romp van het gebouwtje zelf werd aangehouden. Daarom wil er hier geen samenvoeging ontstaan. Inwendig echter is het desalniettemin een echt plezier om langs de wenteltrap omhoog te gaan tussen de draadglazen wanden aan de ene en de ronde zuil van schoon, ruig metselwerk aan de andere kant. Ook het tussen-lidje dat kerk en woning verbindt is in die zelfde zin onevenwichtig. Ook hier een loslaten van de schaal van het geheel, waardoor opnieuw eenheid achterwege blijft. Wel zeer te prijzen daarentegen is als detail het klokkentorentje, dat op de nok met een dartele zwierigheid, licht en speels, in juiste contrastwerking het zware volume van het dak, een fraaie bekroning geeft. Bijeengenomen, met dit kerkje van Oswald in Nijmegen zonder meer verrijkt met een bijou”.” (De Gelderlander 9/10/1954)
Trappenhuis Doopsgezinde Kerk (maart 2026)
Vervolg
In 1989 verkoopt de Doopsgezinde gemeente de kerk vanwege het teruglopend kerkbezoek. Hierin vestigt zich vervolgens een praktijk voor fysiotherapie. (Nacht van de Ommetjes). De doopsgezinden trokken zelf in bij de Remonstrantse Gemeente in het kerkgebouw aan de Prof. Regoutstraat.
Gemeentelijk Monument
Ingang Doopsgezinde Kerk (maart 2026)
De Doopsgezinde kerk is een Gemeentelijk Monument met als waardering (tevens is hier een uitgebreide omschrijving te vinden): “De voormalige doopsgezinde kerk is van hoge cultuurhistorische waarde als uniek vroeg naoorlogs relict van de geschiedenis van de Doopsgezinde Gemeente in Nijmegen. Vooral door de karakteristieke opzet met twee bouwlagen is het kerkgebouw een typologisch herkenbare manifestatie van protestantse getuigenis. In historisch geografisch opzicht is het kerkgebouw een uiting van de stedelijke vernieuwingsdrang in de wederopbouwperiode; dat wil zeggen de omvorming van de gebombardeerde binnenstad tot een moderne city en, als gevolg daarvan, de herbouw van de verwoeste voorganger buiten het centrum. Binnen deze context reikt de cultuurhistorisch betekenis van de doopsgezinde kerk veel verder terug in de tijd dan 1951-1952, de jaren waarin het kerkgebouw is herbouwd. De voormalige doopsgezinde kerk is van belang voor de architectuurgeschiedenis als goed en vrijwel gaaf voorbeeld van traditionalistische Delftse Schoolarchitectuur in de kerkbouw. De kenmerken van deze bouwstijl komen in het ontwerp duidelijk naar voren in de archetypische hoofdvorm, de ambachtelijke uitstraling van het gevelbeeld en het zorgvuldige materiaalgebruik. De Delftse School wordt in de ontwikkeling van de vroeg naoorlogse kerkarchitectuur in Nijmegen verder alleen nog vertegenwoordigd door de Dominicuskerk aan de Prof. Molkenboerstraat (C.Th. Nix , 1951). De stijlverwante Franciscuskerk (Kropholler 1949), Opstandingskerk (Feenstra 1949), Augustinuskerk (Pouderoyen 1951) en O.L. Vrouw van Fatimakerk (Van Veen 1956) zijn namelijk al gesloopt. Aan dit gegeven ontleent de voormalige doopsgezinde kerk op lokaal niveau architectuurhistorische zeldzaamheidswaarde. Vanwege de genoemde ontwerpkwaliteiten en uniciteit is de doopsgezinde kerk van belang voor het oeuvre van architect F.M. Oswald. Door de markante situering in de uitloper van het Julianapark aan een kruising van wegen, manifesteert de vrijstaande doopsgezinde kerk zich als een stedenbouwkundig accent in het van rijkswege beschermde stadsgezicht. Het gebouw is sterk aanwezig in het stadsbeeld en daardoor van belang voor de oriëntatie in het stedelijk weefsel. De voormalige kerk en pastorie vormen een klein en gaaf ensemble rond een besloten voorplein, dat in belangrijke mate bijdraagt aan de voorname uitstraling van het gebouw.”
Deze pagina verzamelt reeds gemaakte artikelen over de wijk Altrade. Romeins amfitheater hoek Rembrandtstraat-Mesdagstraat In de buurt van Romeinse legerkampen…
eind jaren 50 Palembangstraat 1 /Molukkenstraat Galgenveld
De Nutsschool, gezien vanuit de Archipelstraat, architect F.M. Oswald, 1991 (Ton Opsteegh via F28255 RAN CC-BY-SA)
Voorgeschiedenis
Het oude gebouw van de Nutsschool voldeed niet meer. Daarop besluit de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen tot de bouw van een nieuwe school. De verwachting is dat deze 1 september 1955 gereed zal zijn. Het zal echter langer hebben geduurd dan verwacht, want op 20 juli 1957 kopt het Nijmeegsch Dagblad: “Nieuwe Nutsschool zal nu spoedig kunnen verrijzen”
Wat de reden was van uitstel is mij (RE) vooralsnog niet bekend. Ten tijde van het artikel van 1954? Was de grond nog niet aangekocht. Wel heeft het bestuur het huidige terrein op het oog. Bovendien wil het de oude school aan de Hertogstraat pas verkopen op het moment dat de nieuwe school gereed is. Oswald moest bij zijn ontwerp rekening houden met de zeer langgerekte afmetingen van het terrein.
Bouw in 1957
De uitbouw van de vleugel, rechts de school, links de gymzaal. Op de voorgrond ‘Zuil’, kunstwerk uit 1988 van Peter van de Locht (Rees Dld, 1946) voor de Nutsschool, 1988 (Martine Ridderbos via F24615 RAN CC-BY_SA)
Wel is het gebouw dat uiteindelijk in 1957 gebouwd wordt aanmerkelijk minder ambitieus dan de plannen. Afgaande op de 2 artikelen uit 1954 en 1957, hoewel ik de bouwtekeningen niet heb gezien.
Het ontwerp van de school is een zogenaamde portiekschool. Daarbij lijkt het grondplan voor de lokalen niet veranderd en daadwerkelijk uitgevoerd te zijn. De school bestaat uit 4 lokalen, met daarbovenop nog eens 4 lokalen. Deze liggen in de lengte naast elkaar. De ruimtes zijn vanaf buiten bereikbaar, zodat er geen gang langs de klaslokalen nodig is. Hiervoor zijn de deuren in een portiek geplaatst, waarin naast een trappenhuis zich de toiletten en garderobes bevinden. Het voordeel hiervan is dat van beide kanten licht het lokaal binnenkomt.
Op de kop is een uitbouw geplaatst voor de spreekkamer van het schoolhoofd. Daarboven bevindt zich het handenarbeidlokaal.
Aan de kant van de Palembangstraat is een korte vleugel aangebouwd, zodat het gebouw een L-vorm krijgt. De begane grond kan dienst doen als schoolhal en begin van het trappenhuis. Waarbij boven ruimte is voor een keukentje en toiletten.
De aannemer voor de bouw is Tiemstra.
Plannen 1954 en 1957
De plannen voor 1954 en 1957 gingen aanzienlijk verder dan wat uiteindelijk gerealiseerd is. Hierbij ga ik af op 2 krantenartikelen, zonder de bouwtekeningen te hebben gezien. Bovendien weet ik niet, of de beschrijvingen in 1954 en 1957 hetzelfde ontwerp betreft of 2 verschillende ontwerpen.
In de plannen van 1954 lijkt het te gaan om een daadwerkelijk hoofdgebouw: op de benedenverdieping is er de kamer voor het hoofd van de school, twee bestuurskamers, een portiersloge. En daarnaast 2 kleedkamers voor het gymnastieklokaal. Op de bovenverdieping is het handenarbeidlokaal en kan een bibliotheek worden ingericht. Rechts is het gymnastiekgebouw gepland.
Zoals gezegd lijkt een daadwerkelijk hoofdgebouw nooit gerealiseerd. Het gymnastieklokaal is pas in 1985 gebouwd.
In 1954 zijn daarnaast vóór de linkervleugel zijn 2 losstaande paviljoens van elk 2 klaslokalen gepland, waarbij het eerste paviljoen daadwerkelijk zal worden gebouwd, althans volgens het ontwerp. Daarnaast is in 1954 voor het hoofdgebouw een aula gepland. Deze zou plaats bieden voor 350 personen en gebruikt kunnen worden voor toneel. Aan de rechter voorzijde is een kleuterschooltje gepland met een achtkantige speelzaal.
Ook de plannen van 1957 gingen verder, echter aanzienlijk minder ambitieus: op termijn zou de vleugel uitgebouwd worden voor kleedlokalen. Daar bovenop zou een ruimte voor schoolbijeenkomsten en eventueel toneeluitvoeringen komen. Ook moet op termijn een gymnastieklokaal komen. Daarnaast heeft de Stichting ook dan plannen voor een kleuterschool op het terrein.
Bij de opening
“Vele cadeaus bij opening van nieuwe Nutsschool Gelukwensen voor bestuur architect en aannemer
Het was eigenlijk ’n plechtige, officiële gebeurtenis waarvoor zaterdagochtend het bestuur van de Nutsschool vele belangstellenden bijeen had geroepen: de opening van een prachtig, gloednieuw schoolgebouw aan de Archipelstraat. Veeleer echter maakte deze samenkomst de indruk een gezellige familiereünie te zijn, waarop alle genodigden zich reeds lang te voren hadden verheugd. Op deze dag mocht blijken dat weliswaar voor „het Nut” in korte tijd enorm veel veranderd en verbeterd is, doch dat bij alle vernieuwingen de goede, hartelijke sfeer die traditioneel bij de Nutsschool behoort, ongewijzigd is gebleven. Speciaal de talrijk opgekomen oud-leerlingen, van wie velen thans vooraanstaande posities in den lande innemen, hebben dat met waardering ervaren.
Mooi en doelmatig gebouw
De genodigden werden in het handenarbeidlokaal verwelkomd door de Voorzitter -de heer E. F. Zaalberg van Zeist. Met gepaste trots maakte hij er melding van dat in de Nutsschool — afgezien van de vakantie — reeds 138 jaar aan één stuk onderwijs wordt gegeven. Gedurende 70 jaar was de school gehuisvest aan het ‘Hertogplein vooral na de oorlog werd het duidelijk dat vernieuwing noodzakelijk was. Pas in 1954 gelukte het dit bouwplan op de urgentielijst geplaatst te krijgen. Het is de bedoeling geweest een geheel nieuw Nutscomplex te stichten. Toen dit al te bezwaarlijk bleek te zijn, werd op voorstel van de heer F. Verschuur besloten tot afzonderlijke vestiging van de kleuterschool en de lagere school. Gehoopt wordt, dat over niet al te lange tijd toestemming wordt verkregen om het nu geopende gebouw uit te breiden met een gymnastieklokaal en een schoolzaal. Bijzonder erkentelijk toonde de heer Zaalberg van Zeist zich jegens de architect ir. F. M. Oswald en het aannemerbedrijf N.V. Tiemstra, speciaal de heer G. J. Tiemstra, die zich met bijzondere zorg hebben ingespannen de belangen van het Nut en een school hebben afgeleverd die aan alle verlangens ruimschoots voldoet. In zijn dankwoord betrok de voorzitter ook de beeldhouwer Charles Hammes en de leerlingen die onder leiding van de heer J. Derks een mooie vlakversiering ontwierpen.
Eerste „vervanging”
Wethouder mr. J. J. de Haas prees J J de bouw en de inrichting van de school, waarbij hij opmerkte dat een kind zeer gevoelig is voor sfeer. Vooral hieraan is bij de stichting van het gebouw ruime aandacht besteed. Er wordt in het land geklaagd over een ontstellende achterstand op het gebied van het onderwijs, aldus de wethouder. Dat met name in Nijmegen sinds 1953 toch wel het een en ander tot stand is gebracht blijkt uit het volgende overzicht: drie scholen voor v.g. l.o., 5 scholen voor Ulo, 3 scholen voor blo, vier kleuterscholen en 17 scholen voor lager onderwijs. Voorts zijn vier scholen in aanbouw, twee zijn er juist aanbesteed en dan liggen nog plannen gereed voor tien andere scholen. Inmiddels is een nieuwe fase ingetreden: de vervanging van oude schoolgebouwen door nieuwe. Het Nut heeft hiervan het eerst kunnen profiteren. De wethouder bracht hulde aan de heren Oswald en Tiemstra, die een van de schoonste en doelmatigste schoolgebouwen van deze stad hebben gesticht-Met de wens dat „Het Nut” in nieuwe omgeving dezelfde goede reputatie zal behouden als steeds het geval was aan het Hertogplein, verklaarde mr. De Haas het gebouw voor geopend. Vele sprekers boden hierna hun gelukwensen aan. De heer C. Varkevisser sprak namens De Spaarbank te Nijmegen en bood een bakoven over het handenarbeidlokaal aan. De heer G. J. Tiemstra, zelf oud-leerllng van het Nut, verheugde er zich over dat zijn bedrijf dit gebouw tot stand had mogen brengen. Als blijvende herinnering bood hij een fraai schilderij van de kunstschilder Hermans aan.
Grote gemeenschap
De heer L. Kiestra, die de Bond van Bijzondere Neutrale Scholen vertegenwoordigde, ging in een gloedvol betoog nader in op de grote waarden van deze vorm van onderwijs. Men heeft zich afgevraagd, hoe vele ouders er toe konden komen hun kinderen te sturen naar ’n totaal verouderd schoolgebouw als dat aan het Hertogplein. Spreker somde daar drie redenen voor op: „Het Nut” heeft In Nijmegen een zekere traditie; het bezoeken van deze school behoorde vaak tot de goede opvoeding. Want ook al was het gebouw vervallen: „Het Nut” behield een uitstekende naam. Belangrijk Is vooral steeds geweest, dat deze school gedragen wordt door een gemeenschap van ouders, oud-leerlingen en geïnteresseerden, die er veel voor over hebben dit instituut in stand te houden en die hiervoor ijveren op een wijze die de overheid — ook al zou ze dat willen — niet kan overtreffen. Vooral deze voortdurende interesse van een grote gemeenschap, schept ’n sfeer die men op een school van de overheid moet missen. Er wordt voortdurend naar gestreefd de kinderen naast kennis een zo veelzijdig mogelijke ontwikkeling bij te brengen. Dit gebeurt in een geest van grote verdraagzaamheid, waarbij kinderen betrokken zijn van alle levensrichtingen. Het bijzonder neutraal onderwijs levert hiermee een belangrijke bijdrage aan de vorming van de Nederlandse staatsburger, aldus de heer Kiestra.
Gelukwensen
Woorden van gelukwens werden hierna nog gesproken door de rector van het Stedelijk Gymnasium dr. N. Prins, mr. L. Keyzer namens de HBS en de heer C. Burki namens de Nijmeegse schoolvereniging en de schoolvereniging „De Leerschool”, waarbij hij sprak over de betekenis van het contactorgaan voor neutraal bijzonder onderwijs te Nijmegen. De heer Charles Hammes betuigde namens de vrije academie voor Beeldende Kunsten zijn dank voor de gastvrije huisvesting die „Het Nut” de academie heeft verstrekt en bood een sierpot aan. De rector van het Nijmeegs Lyceum de heer M. Bunt getuigde als laatste spreker met waardering van de goede contacten tussen het Nut en het Lyceum. De heer Zaalberg van Zeist dankte de sprekers afzonderlijk en richtte zich hierbij ook tot de heer Maurits J. Drukker, die als oud-leerling de historische schoolbel heeft gekocht die behoorde bij het oude gebouw en na restauratie de bel voor de nieuwe school heeft aangeboden.
Nog meer gaven
Ineen speciale samenkomst van oudleerlingen en ouders werd later op de ochtend door de heer D. van Aalst ’n projectie-apparaat aangeboden. Dit geschenk werd onthuld door dr. L. Ramondt. ’s Ochtends was door de tegenwoordige leerlingen een fonteintje aangeboden ter verfraaiing van ’t schoolplein. Van de gelegenheid om het gebouw en de geschenken te bezichtigen, werd inde middaguren door zeer vele ouders en belangstellenden gebruik gemaakt.” (Nijmeegsch dagblad, 6-7-1959)
Waardering
Juni 2016; in juli 2014 waren de lage bijgebouwtjes er nog niet, in augustus 2018 zijn deze verdwenen. Google Streetview
“Het gebouw is van groot cultuurhistorisch belang vanwege de belevings- en herinneringswaarde voor grote groepen kinderen die hier zijn gevormd en NUTS onderwijs hebben genoten. Daarnaast is het van belang als herinnering aan de verzuilde vroeg-naoorlogse samenleving met eigen voorzieningen voor elke (geloofs)overtuiging en als toonbeeld van de verzorgingsstaat in opbouw waarin voorzieningen voor basisonderwijs gelijke tred moesten houden met de ongekende groei van de bevolking en sterke uitbreiding van de stad. Het gebouw is van architectuurhistorisch belang als goed en herkenbaar voorbeeld van een portiekschool, uitgevoerd in een vrij uitzonderlijke en goeddeels gaaf behouden frivole shake handsarchitectuur van architect Oswald.
Het gebouw is van stedenbouwkundig belang vanwege de ligging binnen het beschermd stadsbeeld Indische buurt. Het stedenbouwkundige ruimtebeeld in de Molukkenstraat is sterk: twee jaren vijftig portiekgebouwen met omhaagde voortuinen aan weerszijden van de straat. Teleurstellend is de stedenbouwkundige uitwerking en het ruimtebeeld aan de doorgaande Archipelstraat en aan de veelsprong met plantsoen in de Borneostraat. Op deze stedenbouwkundig markante plekken zijn alleen blinde kopgevels en een rommelig inkijkje op het desolate speelterrein. Enkel vanuit het gebouw en de bezonning beredeneerd is de oplossing met blinde kopgevels begrijpelijk, maar vanuit de stedenbouwkundige context bezien schiet het ontwerp hier tekort. Vermoedelijk is dit ook de reden waarom de Nutsschool geen status heeft gekregen binnen het beschermd stadsbeeld.”
Juni 2016: laatste Google Streetview van de Blauwe Buut als school
Vervolg: appartementen
September 2022, Google Streetview
De school heeft tot 1997 dienstgedaan als Nutsschool. Daarna fuseerde het met Basisschool de Buut en heette het de Blauwe Buut. Deze school heeft tot 2016 bestaan.
Sloop gymzaal, behoud school
Aanvankelijk waren er plannen om zowel de gymzaal als de school te slopen. De gymzaal werd gesloopt, maar de buurt wist de sloop van de school te voorkomen. De school wordt verbouwd tot een aantal van deze appartementen. Daarbij kreeg de buurt deels haar zin: wel behoud van de school, maar ze was tegen de bouw van sociale huurwoningen. Het tweede blok appartementen is georiënteerd op de Archipelstraat.
Daarbij krijgen de appartementen een gemeenschappelijke tuin. Een soort gesloten binnenhof voor parkeren en groen door de beide gebouwen, de fietsenstalling en de naast het complex liggende Archipelhof.
Op de hoek van de Palembangstraat komen 3 vrijesectorwoningen.
Appartementen
Nieuwe Buut, hoek Archipelstraat Molukkenstraat (maart 2026)
De school is verbouwd tot 16 appartementen. Een deel van de portieken is bij de lokalen getrokken. Ze zijn verbouwd tot het toilet en bergingen. In de verbouwde lokalen zelf bevinden zich de woonkamer, keuken en twee slaapkamers.
Bovendien kwamen 8 nieuwbouw appartementen in houtskeletbouw. “Daarnaast is een tweelaagse uitbreiding in houtskeletbouw gerealiseerd met 8 appartementen, waarbij het gevelontwerp een hedendaagse interpretatie geeft aan het oorspronkelijke ontwerp door de ritmiek van de gevelopeningen en een stripstalen balustrade.” (https://www.architectuurcentrumnijmegen.nl/single-post/molukkenstraat)
De opening vond plaats in mei 2024, opdrachtgever was Woningcorporatie Woonwaarts. Zie voor het project de website van opZoom.
“Architectenbureau opZoom is de architect van deze transformatie. Door de huidige portieken in het schoolgebouw bij de lokalen te trekken en de trapopgangen te verwijderen, ontstaat een nieuwe ontsluitingstructuur. Deze ontsluiting maakt het mogelijke alle appartementen vanuit één stijgpunt te bereiken. De te realiseren galerij wordt extra breed uitgevoerd zodat deze tevens dienst kan doen als buitenruimte aan de appartementen op de verdieping. Het gevelontwerp voor de nieuwbouw borduurt voort op de shake handsarchitectuur van het bestaande schoolgebouw en geeft hier een hedendaagse interpretatie aan.” (https://www.hendriksbouwenontwikkeling.nl/projectoverzicht/molukkenstraat/)
De familie de Wijze waren al generaties actief in de vleeshandel geweest, voornamelijk in de omgeving van Beugen en Boxmeer. In 1928 was Levi, samen met zijn broers Jacob en Simon, hun eigen slachterij begonnen: “Gebroeders de Wijze”, tegenover het station van Cuijk.
De drie broers zouden elk met hun gezin naar Nijmegen verhuizen: daar waren meer mogelijkheden voor de middelbare school voor de kinderen van Levi en Jacob. Het gezin van Levi ging huren op de Graafseweg 84.
In april 1932 vestigt L.M. de Wijze en gezin, koopman, zich op Graafsche weg 84. Zij zijn dan afkomstig van Boxmeer, Spoorstraat 60. (PGNC 23/4/1932)
In oktober 1942 wordt het huis gevorderd door de Duitsers. Het gezin moet hals over kop de woning verlaten en vestigt zich op de Johannes Vijghstraat 60 (tegenwoordig nummer 70). Daarbij moeten ze een groot deel van de inboedel achterlaten, die de Duitsers ook zullen vorderen. In het hierboven genoemde artikel staat tevens een complete lijst van deze inboedel.
Lang zal het gezin niet wonen op de Johannes Vijghstraat. Bij een razzia op 17 november 1942 worden alle vier de zussen opgepakt. Vanwege ziekte van (waarschijnlijk) Levi worden hij en zijn vrouw Lea Groenewoudt nog niet opgepakt. Dochters Kitty en Joke zullen al op 15 december 1942 worden vergast, Elly op 12 februari 1943. Dochter Tini zal op 17 september 1943 worden vergast, dezelfde dag als Levi en Lea.
In deze tabel staan hieronder de tot nu toe gevonden gebruikers weergegeven. Wel dient er een slag om de arm te worden gehouden vanwege eventuele hernummeringen.
In september 1925 komt O.(?) Schulz, echtge van G. Engler, zonder beroep, naar Graafscheweg 84, dan afkomstig van Borken (Duitsland) (De Gelderlander 26/9/1925)
Van De Gelderlander 30/10/1928 tot De Gelderlander 13/11/1929 zijn advertenties gevonden waarbij mevrouw Tjalsma huishoudelijk personeel zoekt: een dagmeisje, of een dienstbode of noodhulp.
Na de oorlog is het waarschijnlijk langere tijd een pension geweest. Aanvankelijk van G. Lamers, in ieder geval in de periode 1955 t/m 1971. Hoewel niet weergegeven, steeds meerdere, verschillende gebruikers gevonden.
Tegenwoordig (november) zit hier sociaal pension Arcade.
Deze Pagina verzamelt artikelen die reeds over Bottendaal zijn gepubliceerd. Lunet Bottendaal: afvalplaats voor botten? Bottendaal is vernoemd naar een…
De R.K. H. Antonius van Padua-St. Annakerk (Groenestraatkerk) 1910-1912, (E.F. van der Grinten via F78683 RAN CC-BY-SA)
Op het moment dat de Groenestraatkerk in 1909-1910 gebouwd werd, lag het in vrijwel landelijk gebied. Hij was dan ook “op de groei” gebouwd voor de arbeiders die in onder andere de Willemskwartier en Hazenkamp zouden komen te wonen. Het is gebouwd naar het ontwerp van architect Albert Margry. De kerk werd bekostigd door een schenking van de Kerkbouw-stichting.
Een van de opvallende kenmerken van deze kerk zijn de twee ongelijke torens. De linker toren is 56 meter en is daarmee na de Sint Stevenstoren de hoogste kerktoren van Nijmegen. Het is een neogotische kruisbasiliek: daarbij heeft het middenschip twee lagere zijbeuken. Een dwarsbeuk maakt dat de kerk de vorm van een kruis krijgt.
Een voorpost in landelijk gebied
Op het moment van bouwen lag het nog in landelijk gebied, bij het buurtschap St. Anna. De processie vanwege de inwijding (zie het artikel hieronder) maakt de grenzen van de parochie duidelijk: Willemskwartier (of in ieder geval de driehoek Willemsweg-Graafsweg-Groenestraat) en St. Anna (of in ieder geval de driehoek St. Annastraat- Oude Molenweg (waarbij uitgegaan is dat in het artikel genoemde Molenweg slaat op de oude naam van deze weg)-St. Jacobslaan-Hatertse weg).
De arbeiderswerk dateert vanaf 1917, Smit is enkele jaren na de inhuldiging van de Antoniuskerk begonnen. Waarom zo’n grote kerk?
De pastoor van Antonius Abt in Hatert noemde 3 redenen, welke hij in een brief aan de bisschop mgr. v.d. Ven schreef:
De verwachte stadsuitbreiding van Nijmegen,
de parochiekerk in Hatert was te klein geworden
de parochianen te St.Anna wonen op meer dan een uur van hun kerk. Hierdoor kunnen zij, maar ook de pastoor, soms moeilijk hun kerkelijke plichten vervullen.
Het bisdom ging akkoord. Als bouwpastoor werd Nicolaas van Erp uit Tilburg benoemd. De Fraters van Tilburg zijn vooral bekende vanwege hun rol in het onderwijs, waarbij zij meerdere scholen hebben gesticht en een eigen onderwijsmethode hadden. Bij het 25-jarig jubileum noemt de Gelderlander de “langdurige ongesteldheid” van van Erp.
De eerste steenlegging vond plaats op 24 mei 1909, waarbij de “eerste steen” legging plaats vond op 10 juli 1910. Bij het 25-jarig jubileum noemt de Gelderland de kerk een “voorpost” (De Gelderlander 20/7/1935).
Een ansichtkaart van de Heilige Antonius van Padua / St. Annakerk (Groenestraatskerk), architect Margry, met links de pastorie , gezien vanuit de Dobbelmannweg, 1910 (P.A. Geurts via F17475 RAN)
Schenking van Grewen
De kerk is gewijd aan Antonius van Padua. Dit heeft te maken met het feit dat de bouw is gefinancierd door een schenking van Joannes Petrus Grewen (Rotterdam, 5 januari 1839 – 17 november 1910), een effectenmakelaar die Antonius bijzonder vereerde. Zijn Grewenfonds schonk f175.750 voor de bouw van de kerk.
Hij had reeds een kerk aan Bisschop ’s-Hertogenbosch geschonken: aanvankelijk wilde hij een ziekenhuis aan het bisschop Haarlem schenken als dank voor de goede zorgen die zijn overleden vrouw gedurende haar ziekte had gekregen. In 1906 richtte hij het Grewenfonds op, waarin hij 1 miljoen gulden stortte. Aangezien het bisdom Haarlem zeer inhalig bleek, werd het bisdom ’s Hertogenbosch benaderd of zij een kerk ten geschenke wilde krijgen. Voorwaarde was dat de kerk vernoemd werd naar Antonius van Padua. Albert Margy was degene die contact opnam met het bisschop, hij was een aangetrouwde neef van Grewen.
Bij het overlijden van Grewen kwam zijn nalatenschap in de Kerkbouw-stichting. Ook bij de schenkingen vanuit de Kerkbouw-stichting was de voorwaarde dat deze vernoemd werden naar Antonius.
Veel van deze kerken zijn ontworpen door leden van de familie Margry. In Nijmegen kennen we naast de Groenestraatkerk ook de Antonius van Paduakerk. Deze kerk is ontworpen door Jos Margry, de zoon van Albert.
Het Ontwerp van de Groenestraatkerk
Een van de opvallende kenmerken van deze kerk zijn de twee ongelijke torens. De linker toren is 56 meter en is daarmee na de Sint Stevenstoren de hoogste kerktoren van Nijmegen.
Het is een neogotische kruisbasiliek: daarbij heeft het middenschip twee lagere zijbeuken. Een dwarsbeuk maakt dat de kerk de vorm van een kruis krijgt.
Het krantenartikel met een uitgebreide beschrijving van de kerk en de inwijding is vanwege de lengte in dit artikel achteraan opgenomen.
Vervolg
Bij de kerk, de pastorie met leslokalen ontstond naar goed katholiek gebruik een complex van rooms-katholieke gebouwen met een klooster en scholen. In 1937 kwam er een kapel naar ontwerp van C. Pouderoyen.
Tegenwoordig is het een van acht kerken van de Heilige Drie-Eenheid parochie.
De kerk is gebouwd in neogotische stijl. Het heeft 2 torens, van ongelijke hoogte. De hoogste toren is 56 meter. De glas-in-lood ramen van het koor zijn gemaakt door Frans Nicola & Zonen uit Roermond.
Rijksmonument
Zowel de kerk als de pastorie zijn Rijksmonument. Met als waardering voor de kerk:
“- Van architectuurhistorische waarde als typisch voorbeeld van een in navolging van Cuypers gebouwde neogotische kerk van het type kruisbasiliek. Bij het ontwerp heeft Margry consequent met maten en verhoudingen gespeeld. Ondanks de vele aan- en uitbouwen en hun grote gevarieerdheid heeft dit toch een zeer harmonieus en evenwichtig beeld opgeleverd. Hoewel de stad Nijmegen in de late negentiende en vroeg twintigste eeuw een hoge concentratie aan religieuze gebouwen en complexen kende en daar zelfs landelijke bekendheid aan ontleende, is dit aantal inmiddels sterk gedaald. In feite is deze kerk met bijbehorende gebouwen de enige neogotische kerk welke niet alleen compleet bewaard is gebleven, maar ook als onderdeel van een heel ensemble is ontworpen. Van belang zijn ook de genoemde onderdelen in het interieur.
– Van stedenbouwkundige- en ensemblewaarde als krachtig herkenningspunt in het silhouet van de Groenestraat. Het maakt deel uit van een, ondanks de sloop van enkele bouwdelen, omvangrijk complex aan de Groenestraat/Dobbelmannweg.
– Van cultuurhistorische waarden voor de religieuze en algemene ontwikkeling van de stad Nijmegen. De kerk vormt een nog intact en functioneel onderdeel uit deze geschiedenis. Door de situering vormt de kerk een duidelijk herkenbaar en oorspronkelijk onderdeel van een groot religieus complex aan de Groenestraat/Dobbelmannweg. De kerk heeft eveneens een cultuurhistorische waarde door de wijding aan St. Antonius van Padua, een vermoedelijk opgelegde wijding als gevolg van een schenking uit het St. Antonius- of Grewenfonds, gesticht door de Rotterdamse mecenas Grewen. Deze had goede contacten met Margry.”
Albert Margry
Albertus Arnoldus Johannes (Albert) Margry (Harderwijk, 30 april 1857 – Rotterdam, 27 oktober 1911).
Naast de kerk en pastorie ontwierp hij ook de achter de kerk gelegen klooster de Filles de Marie en de school aan de Dobbelmannweg.
Albert Margry ging aanvankelijk bij zijn oudere broer Evert Margry werken. Tevens associeerde architect J.M. Snickers zich met hun architectenbureau. In 1909 werd de samenwerking met Snickers weer ontbonden.
Zijn zoon Jos Margry ontwierp de Antonius van Paduakerk uit 1917. Deze werd gebouwd met een schenking van de Kerkbouw-stichting.
In de tweede helft van de 20e eeuw is het bureau samengegaan met andere architecten, waarbij de naam van de architect werd toegevoegd: Jacobs, Turns en Hostings; tegenwoordig is het MAS architecten.
Een lijst van zijn werken is te vinden op wikipedia
Bij de inwijding
Het PGNC plaatst bij de inwijding in augustus 1910 het volgende artikel:
“De Nieuwe St. Antoniusk-kerk.
Interieur van de Heilige Antonius van Padua / St. Annakerk, 1910, (P.A. Geurts via F17427 RAN)
Onder groote belangstelling, in tegenwoordigheid van een talkrijk en geestdriftig publiek, deed gisternnamiddag Z.D.H. Mgr. W. v.d. Ven, bisschop van ’s Hertogenbosch, zijn plechtigen intocht in de nieuwe parochie St. Anna ter inwijding der voltooide St. Antoniuskerk aan de Groenestraat.
Bij aankomst in de kom van ’t dorp ten ongeveer 6 uur, werd de kerkvorst door de feest-commissie ontvangen en bij monde van haar voorzitter, den heer W. van Eyndhoven, verwelkomd, terwijl het dochtertje van baron van Hövell tot Westerflier Mgr. een bloemstuk aanbood. Het zangkoor der kerk, versterkt met de beste krachten uit ’t kerkkoor der kerk aan de Kraaijenhofflaan, voerde onder leiding van den heer G.W. Jansen, een door dezen laatste gecomponeerd “Ecce Sacerdos” voortreffelijk uit, waarna zich de stoet in beweging zette. Deze nam de volgende route: beginpunt Kerk, vandoor tot de St-Annastraat, Molenweg, St. Jacobslaan, Hatertsche weg, St. Annastr.; Groenestraat, Willemsweg, Graafsche weg, Groenestraat, Pastorie. De stoet, geëxorteerd door een afdeeling marechaussée’s te paard, was zeer mooi en bestond uit eene eerewacht van ruiters, een 40-tal berijders van smaakvol versierde fietsen, ruim 100 bruidjes, allen in rijtuigen en de in vier districten gerangschikte parochianen. Het glanspunt in den stoet was een groote met levende bloemen en planten versierde praalwagen, waarop een Franschen steen- marchanchie- ververvaardigd beeld van St. Antonius van Padua, den schutspatroon der kerk, een prachtig werkstuk van den Rotterdamschen architect A.A.J. Margry, die tevens ook de bouwmeester is der nieuwe kerk. Voor den stoet uit ging een heraut, en de fanfare “Canisisus” der Kath. Gezellenvereeniging voerde op den langen tocht door de met eerebogen en vlaggen getooide parochie hare schoonste nummers uit.
Na een kleine halte in de nabijheid van ’t klooster van Brakkestein, waar Z.D.H. werd toegesproken door de geestelijkheid en studenten, bij monde van hun directeur, en de zangers een “Jublilate” zongen, arriveerde men te ongeveer 8 uur aan de pastorie, waar de bisschop werd ontvangen door den pastoor der kerk, den Z.Ew. heer van Erp, een brede schare van geestelijken, onder wie wij den H.Ew. heer Deken, mgr. Bronsgeest, opmerkten, en de zangers weer een mooi nummer uitvoerden. Hierop richtte de bisschop het woord tot de voor de rijk versierde kerk en pastorie verzamelde menigte om dank te brengen voor de zoo schitterende ontvangst en de parochianen geluk te wenshen met hun nieuw tempelgebouw, waarna de stoet werd ontbonden.
Vermelding verdient dat de bloemen- en plantenversiering en het vele en fraaie schilderwerk geheel belangeloos werd uitgevoerd door de firma Jansen-Miggels en den heer G.Th. v. Marwijk.
Hedenmorgen ten 7½ uur had de plechtige inwijding van het nieuwe kerkgebouw plaats, waarvan wij de volgende beknopte beschrijving geven:
De statige St. Antoniuskerk vormt het middelpunt van een uitgebreid complex gebouwen, dat op grootsche wijze belooft het centrum te worden van een nieuw stadsgedeelte van Nijmegen. Zij is geplaatst op pl.m. 15 Meter van de straat en met de façade daarheen gekeerd, waarvan de monumentale hoofdtoren, oprijzende naast de middenbeuk, indruk maaakt tegenover den van Nijmegen komende Willemsweg, aldus èn het gebouwensamenstel èn den weg beheerschend.
De kerkbouw is een rijk opgevat ontwerp in vroeg middeleeuwsch karakter. Het driebeukig plan heeft den kruisvorm en verkrijgt in die kruisarmen eene binnenbreedte van bijna 28M., doordien het 10 M. breede middenschip daar ter wederzijden met twee hoofdbeukvakken wordt uitgebreid; bovendien gaat daar de achterzijdebeuk nog met een vak om, zoodat eene grootsche ruimte-ontwikkeling is verkregen, die het oog op de altaren vrij laat. De groote toren verheft zich voor de linkerzijbeuk, zoodat het middenschip tot de façade is doorgetrokken en daar de volle breedte in drie portalen met kolonnade en frontalen ingeddeld, ingang geeft tot de kerkruim, terwijl daarboven ook over de volle breedte zich het zangkoor ontwikkelen kon.
Het eerstvolgend hoofdbeukvak is buiten de zijbeuken nog met twee hoog opgaande kapellen uitgebreid, waarvan de linker- ten deele gedekt door den toren- de doopkapel en de rechter- vrij uitgaande- de afzonderlijke kapel voor den Patroon der Kerk, om aan devotie tot dezen Heilige ruimer gelegenheid te geven.
Hoofd- en zijbeuken zijn aan de koorzijde veelhoekig omsloten en de sluitwand der absis zelve is een open kolonnade, rustend op slanke pijlers, waarachter een omgang, die in verband staat met de Sacristie aan de eene zijde en aan de andere met een Oratoire der Zusters, die haar in de onmiddelijke nabijheid gelegen Gesticht daarmede door een kloostergang verbonden zien. De toren gaat in massale vormen op tot den nok van het middenschip, vanwaar hij, door beëindiging der steunbeerin in steenen spitsen, overgaat in een ongelijkzijdig achtkant, waarvan de groote zijden in open kolonnades en sectiel-wijzerplaten de klokkenverdieping teekenen.
Voor het rechterzijschip stamt de kleinere traptoren, bekroond met zadeldak en spits en die, evenals de kapellen in het priesterkoor, door een galerijversiering onder de gootlijst, bij die bekroning een feine detailleering van den breeden hoofdvorm toont. Op de viering der daken van middenschip en kruisarmen rijst bovendien de slanke, hoogopgaade Angelustoren.
Aan de linkerzijde leunen zich, tusschen kruisarm en doopkapel, twee ruime Catechismuskamers tegen de zijbeuk aan. De geheele bouw is met steenen kruisgewelven overspannen, waarvan de druk aan de buitenzijde door slanke luchtbogen wordt geschoord.
Draagt het uiterlijk door zijn krachtige vormen en degelijk materiaal, waarbij in ruime mate van hardsteen voor afdekkingen werd gebruik gemakt, een solied karakter, aan het inwendige is door onderdeeling en intonatie een intiem karakter gegeven, dat tot ernstige steuning wekt. Daarbij is een zachtgele lichttempering verkregen, die aangenaam aandoet, vooreerst door toepassing van gelen verblendsteen voor alle pilasters, lijsten, kolonneindeeling en gewelfribben alsook door een rondgaande lambriseering van deze steen, gestoken door een lijst van fijngetinte Bricorna en verder door de beglazing der vensters met lichtgetint Cathedraalglas, in lood gezet in rustig dessin.
De hoofdbeuk rust op 4 groote en 10 kleine kolommen, allen van Reffroysteen en de afsluiting der absis op kolommen van gepolijst rood Saksisch graniet, welke allen door karaktervol gebeeldhouwde kapiteelen zijn gedekt.
Het geheele beeldhouwwerk der kerk prijkt in het priesterkoor met zinnebeeldige voorstellingen van het H. Sacrement. Naast de kerk en in verbinding daarmede staat op ongeveer gelijken afstand van de straat de ruime Pastorie met haar silhoutte-vol spel, die zich geheel aansluit bij de vormen van den kerkbouw en toch haar zelfstandig woningtype behoudt.
Het uitgebreide terrein wordt omsloten door een karaktervol gesmeed ijzeren hekwerk aan de Groenestraat en ter zijde, waarin de noodige breede inrijpoorten en toegangen, of verderop door een muurwerk, dat zich ook voortzet langs den bouw van het aan de zijstraat- den Dobbelmannweg- liggende gesticht met scholen der Fransche Zusters (Filles de Nôtre Dame), die daar onder den naam van haar Patronesse, de gelukzalige Jeanne de Lestonac, onderwijs geven aan de vrouwelijke jeugd der Parochie.
Architect van dezen bouw is de heer A.A.J. Margy te Rotterdam; aannemer de heer N.J.H. van Groenendaal, te Breda; hoofdopzichter van de kerk de heer A.B. Nuyten en tweede opzichter de heer C. Roffelsen, terwijl het toezicht op den bouw van klooster en scholen was opgedragen aan den heer van Lieshout.” (PGNC 9/8/1910)
Kerkhof
Een mooie plek binnen de Hazenkamp is het kerkhof achter de kerk. In 1909 vroeg pastoor N.J. van Erp van de parochie H. Antonius en St. Anna toestemming om een begraafplaats aan te leggen bij kerk. Daarop verleende het gemeentebestuur toestemming en in 1910 was de eerste begrafenis. Daarna is het kerkhof twee keer uitgebreid.
Hertogplein met van der Stad en Brandweergarage, gezien vanuit de Gerard Noodtstraat, foto gedateerd 1955 (F27389 RAN)
Vooraf
Het uitgebrande pand van Van der Stad, op de hoek met de Van Broeckhuysenstraat, 1944 (F14519 RAN)
Zoals onderstaand artikel begint, was de ijzerhandel van der Stad op 2 oktober 1944 verwoest bij een bombardement
Bouw
“Belangrijke winkelbouw op de hoek Hertogstraat
Ijzerhandel Fa. v.d. Stad opent in Maart
Dan wordt deze reeds vanaf 1879 bestaande zaak, waarvan het in 1909 gebouwde pand op 2 Oct. 1944 door bombardement te gronde ging, nagenoeg op dezelfde plaats opnieuw geopend. Een reuze-complex van 7000 kubieke meter inhoud, 16 meter hoog en met een gevelbreedte van 35 meter. Half April l.l. werd met de bouw hiervan door Molenaar’s Aannemersbedrijf en onder R.G. Rodenburg als architect, beiden te Nijmegen, begonnen.
De eigenaren de Gebr. Hendriks zullen, gelijk zich laat indenken, de dag zegenen, waarop zij hun zaak, die als noodoplossing in de vroegere toonzaal van de Gasfabriek in de van Broeckhuysenstraat 25 en daarnaast in het magazijn in de Ziekerstraat en in meerdere pakhuizen her en der in de stad verspreid is ondergebracht, uit de veel te kleine ruimte kunnen verlossen en naar het gebouw, waar alles zoveel mogelijk bijeen is kunnen overbrengen.
Wij hebben de tekening van deze indrukwekkende reus gezien en de voorspoedige bouw in ogenschouw genomen.
Het wordt een strakke, imposante gevel, met een luifel van 1.20 m. boven h. totaal acht etalages. Het dak heeft een schuine kap met donker-blauwe pannen, terwijl de gevel in handvormsteen en met granieten omlijsting van de ramen worden uitgevoerd.
Onder het hele pand komt een magazijnkelder van 560 vierkante meter. De parterre bestaat uit een winkel in ijzerwaren en winkel in huishoudelijke artikelen, onderling met elkaar verbonden. Verder zijn daar de kantoren aan de achterzijde en daarnaast magazijnruimte. Op de eerste verdieping komen de monsterkamers en verder magazijnruimte, terwijl hier bovendien drie bovenhuizen komen.
Eenzelfde aantal bovenhuizen komt op de tweede verdieping, waar de Fa. van der Stad voor het overige gedeelte van de hier beschikbare ruimte weer magazijnruimte krijgt.
De derde verdieping tenslotte bevat de zolders van de bovenhuizen en voor het overige alweer magazijnruimte voor de fa. van der Stad, die hiervan blijkbaar nog al een en ander kan gebruiken.
Voor de stad en met name voor de omgeving van de Hertogstraat is het van het grootste belang dat de activiteit en het doorzettingsvermogen van de Gebr. Hendriks met een voltooide bouw worden bekroond.
Naast deze bouw zal een gang komen, nodig voor expiditie doeleinden van de fa. v.d. Stad; daarnaast worden nog enkele winkelhuizen gebouwd op de plaats waar zich thans de brandweerkazerne bevindt, die gaat verdwijnen. En naast deze huizen komt dan de doorgang, die de Hertogstraat met Mariënburg verbindt. Een weg, die via Mariënburg naar het Centrum-plein voert. Een belangrijke verandering, waardoor het centrum van de stad makkelijker binnen het bereik wordt gebracht van andere drukke stadswijken.” (De Gelderlander 3/11/1949)
Op 6-9-1898 wordt Wilhelmina gehuldigd tot Koningin der Nederlanden. Ter gelegenheid daarvan viert Nijmegen de Kroningsfeesten, waarbij het planten van…
Op Van Welderenstraat 75 bevindt zicht het voormalig eigen woonhuis annex werkplaats van Maurits. Het pand is gebouwd in neorenaissancestijl.
Het Gezin Maurits
Wilhelmus Johannes Maurits Bevolkingsregister 1880 (Invnr 33039 archiefnr 679 RAN)
Wanneer hij in zijn eigen ontworpen huis gaat wonen, is het adres Van Welderenstraat 41; Het “blauwe potlood” heeft op een later tijdstip “van Welderenstraat 25” bij de Aanmerkingen geschreven. Zijn beroep is “aannemer”. Hij is dan afkomstig van Bloemerstraat 77. Op 18-5-1888 is Maurits getrouwd met Adѐle Baumgartner (31-1-1865 Corcelles, Zwitserland).
Kinderen (op de kaart van het Bevolkingsregister 1880):
Carel Hendrik Reinier 21-7-1889 Nijmegen
Anna Bartholda 11-7-1890 Nijmegen
Daarnaast woont Carel Hendrik Reinier Maurits (13?-7-1825 Nijmegen), “verwant” en “weduwnaar” bij het gezin in.
Architect Wilhelmus Johannes Maurits ontwierp veel gebouwen in de eerste uitbreiding van Nijmegen. Deze vond plaats op terreinen waar voorheen vestingwerken hadden gestaan of de aanpalende terreinen. Veel van zijn gebouwen zijn een monument of maken in ieder geval onderdeel uit van een beschermd stadsdeel.
Er is nog niet volledig onderzocht wat het vervolg is geweest, mede vanwege het feit dat er sprake is geweest van hernummeringen.
In ieder geval zit Aannemer J.J. de Groot er in 1934. In de Adresboeken 1963, 1968 en 1971 is het J.J. de Groot en Zoon.
Naam
Omschrijving
Adresboek
Opmerking
A Franken
z.b.
1898, 1899
H.O. Weijler
Gep. Stuurman geouv mar Ned. Indië
1902, 1903, 1905
M.J. Biederlack
1908, 1910-1911
W.C.M. Rahder
1909
C. v.d. Stad
Ijzerhandel, Hersteeg 114, particulier adres: van Welderenstraat 75; in 1926 is Stad, Kzn., Fa. C. v.d., (Gebr. Hendriks) nog wel op Hertogstraat 114, maar schijnbaar niet meer verbonden met C. v.d. Stad
In 1920 en 1922: Stad, Firma C. v.d. (W.B. Hendriks) Hersteeg 114; Ijzerwaren, Huishoudelijke Artikelen, Gereedschappen enz. Kachels, Haarden en Fornuizen; in 1924 Gebr. Hendriks
N.J. v.d. Stad
Musicus
1922, 1924, 1926, 1928, 1932
Wed. C. v.d. Stad
Geb. H.E. Dijkman
1932
Mevr. M.C. v.d. Stad
1932
Th.A. de Groot
Uitvoerder
1934
J.J. de Groot
Aannemer
1936, 1938, 1940
P.G. de Groot
Ingenieur
1936, 1938, 1940, 1948, 1963
In 1963 onder “Aannemers” J.J. de Groot & Zn.
N.V. Aannemings mij J.J. de Groot en Zn.
Utiliteitsbouw, verbouwingen
1966, 1968, 1971
Mogelijk al eerder
H.M. Klomp
In 1936 Journalist
1936, 1948, 1951
Mej. J.A.M. de Groot
Kantoorbediende
1948
Theunissen, echtg. J.F.W.
Geb A.P.H.M. de Groot
1948
Echt. W.A.T. Theunissen
Geb. M.H.J. van der Sponk
1963
Ten tijde van de lampenwinkel de Glazen Kater in de van Welderenstraat, had deze winkel hier haar werkplaats.
Het huidige horecabedrijf is naar deze “lampenfabriek” vernoemd: de Fabriek. Zie hiervoor ook het interview met Claire Kaal, de eigenaresse van de Fabriek op Indebuurt.nl.
Rijksmonument
Als Rijksmonument is het van architectonische waarde vanwege: “Van architectuurhistorische waarde als goed en gaaf bewaard voorbeeld van een herenhuis met ornamentiek beïnvloed door de neorenaissance. Het pand valt op door hoogwaardige esthetische kwaliteiten, zoals het geavanceerde materiaalgebruik en de rijke ornamentiek. Karakteristiek zijn onder meer de ornamentiek in de voorgevel en de onderdelen in het interieur. Er is sprake van een ensemblewerking als onderdeel van de bebouwing langs de Van Welderenstraat, waarbinnen het pand behoort tot de omstreeks 1900 gangbare herenhuizen, welke samen met de oudere en latere typen en stijlen goed de ontwikkeling van de bouw van herenhuizen weergeven.” Daarnaast is het momument vanwege haar stedebouwkundige en cultuurhistorische waarde.
In Juli 1929 opent C. en A. haar winkel in Nijmegen, in wat dan de Lange Burchtstraat heet. In november 2025 zit zij nog steeds in dit pand.
In januari 1929 blijkt C. en A. vier winkelhuizen te hebben aangekocht:
“Een belangrijke verkoop van panden aan de L. Burchtstraat.
De bekende firma C. en A. Brenninkmeijer, die in vele steden des lands hare zaken in heerenkleeding gevestigd heeft en reeds sinds geruimen tijd naar geschikte panden uitzag om zich ook alhier te vestigen, heeft van de familie Mulder een gedeelte van de panden, behoorende tot het Hotel “Boggia” alhier aangekocht. Het zijn de vier winkelhuizen aan de L. Burchtstraat, gemerkt nos. 35,37.39 en 41, met uitgang in de Stockumstraat. Ze zullen worden geamoveerd om daarop een modern gebouw te kunnen bouwen.
Het Hotel “Boggia” dat het gebouw no. 43 aan de Burchtstraat met de daarbij behoorende garage en de daarachter gelegen panden uitkomend aan Hoogstraatje en Ridderstraat behoudt, zal daarin de zaak op dezelfde wijze als voorheen voortzetten.
Deze verkoop is geschied door bemiddeling van den heer N.S. Verbeek, makelaar, alhier.
Wij hebben op verzoek van partijen niet vroeger van deze zaak melding gemaakt, omdat zij eerst gisteren definitief haar beslag heeft gekregen.” (PGNC 29/1/1929)
Advertentie Aanbesteding C & A (De Gelderlander 27/3/1929)
Vervolgens vindt op 8 april de aanbesteding plaats door K. Sickler, architect te Amsterdam, voor “Het afbreken van de bestaande panden, o.a. op het daardoor verkregen terrein het opnieuw bouwen van een gebouw o.a. plaatselijk genummerd Lange Burchtstraat 35-37-39-41 en Stokkumstraat 5-13-15, kad. bekend onder Sectie C. No. 312-311-6447-6448, 348 en ten deels 6446 te Nijmegen.” Bestektekeningen zijn te verkrijgen bij de N.V. Wed. J. Arend & Zoon, Singel 22-24 te Amsterdam.
Opdrachtgever is de N.V. Algemeene Confectiehandel van C. & A. Brenninkmeijer te Amsterdam.
Bij de Opening
Straatbeeld Lange Burchtstraat (de huidige Burchtstraat), eerste helft jaren dertig, gezien vanuit Kelfkensbos. Het laatste pand rechts is de C&A, 1932-1933(Uitg. Weenenk & Snel, Den Haag via F88025 RAN)
Zie ook F12997 RAN, een foto uit 1932, dan nog met grote ruiten. En met de slogan: “C&A is toch voordeeliger”.
En F15507 RAN, een foto uit 1959, waar de C&A rechts te zien is.
“Opening filiaal fa. C. en A. Brenninkmeyer.
Ontzaggelijke belangstelling.
Onder ontzaggelijke belangstelling van de zijde van het publiek, heeft hedenmiddag de opening plaats gevonden van de zaak der firma Brenninkmeyer in de Burchtstraat, een feit dat, we zouden haast zeggen, den 27sten September tot een historischen datum voor Nijmegen gemaakt heeft.
Reeds lang vóór de opening toch, die op 3 uur bepaald was, groepten honderden voor het gebouw samen, wier aantal echter spoedig tot een waren menschenmenigte was aangegroeid. Op het trottoir stonden de belangstellenden dicht opeen gepakt om toch maar het eerst den blik te kunnen werpen op wat zoo lang voor het oog verborgen was geweest: slechts met de uiterste moeite kon de politie erin slagen de trambaan vrij te houden, en het verkeer doorgang te verleenen, daar in dit deel der Burchtstraat vele honderden nieuwsgierigen samendrongen. Zelden zal dan ook in Nijmegen een zaak geopend zijn onder zoo overweldigende belangstelling van het publiek.
Even voor het tijdstip van de opening waren wij in de gelegenheid een uiteraard vluchtigen blik te werpen op het inwendige van het gebouw en wij kunnen onzen indruk niet beter weergeven dan door de woorden: grootsch, kostbaar en toch sober. En wat bij het binnenkomen onmiddellijk treft is de groote ruimte, want alle lokaliteiten zijn groot van afmetingen en zijn zalen gelijk.
Daar is in de eerste plaats de ruime entrée die leidt naar de winkelruimte gelijkvloersch, waar men links vindt het z.g. kindervak, recht voor het kinderleggoed en achterin het z.g. groote vak, met de costuum-afdeeling; hier zijn ook een aantal paskamers ondergebracht.
Een breede, indrukwekkende trappenopgang, vervaardigd van kostbaar mahonie-hout, maar desondanks een eenvoudigen indruk makend, leidt naar de tweede verdieping, die bijna het evenbeeld is van de eerste, even groot van afmetingen. Hier zijn o.a. de manterafdeeling en de kinderafdeeling ondergebracht.
Op de derde verdieping zullen de ateliers en zalen voor het personeel worden ingericht: gereed was men hiermede nog niet. Want terwijl beneden het publiek reeds begon binnen te stroomen, was het boven nog een chaos van velerlei bouwmaterialen, die hier nog verwerkt moesten worden. Men zal hier echter zijn tijd over kunnen doen, de verkoop toch, kan reeds een aanvang nemen.
In de winkelzalen zijn de pilaren zonder uitzondering aan alle zijden bekleed met spiegelglas, hetgeen den schitterenden indruk van het geheel nog verhoogd.
Hoewel niet voor ’t publiek toegankelijk, mogen we toch een zeer belangrijke lokaliteit in het gebouw niet vergeten en dat is de enorme, bijna onafzienbare kelder, die zich onder het geheele pand uitstrekt en één groote ruimte vormt, die geheel met goederenvoorraden gevuld is.
Een apart onderdeel van den winkel vormen als het ware de talrijke luxuees ingerichte etalages geheel met teak-hout betimmerd, terwijl hieraan door een staf van bekwame etaleurs de uiterste zorg werd besteed. Zij leggen met hun werk alle eer in; men zal met genoegen zijn blikken hierover laten weiden.
We mogen hier wel constateren dat Nijmegen met de vestiging van dezen winkel van C. en A. -welk een bekendheid verwierven zich deze beide letters- een fraaie, moderne en groote winkelzaak rijker is geworden, die niet zal nalaten het aanzien van onze stad als zaken-centrum te verhoogen en die zeker zal bijdragen tot verfraaiing van dit deel der Burchtstraat.
C. en A. opent met dezen winkel haar achtste zaak in dit jaar; want reeds werden in 1929 ook in het buitenland een zevental filialen gesticht. Zoo o.a. één in Maagdenburg, anderhalf maal zoo groot als het filiaal te Nijmegen, maar dat desondanks in 71 dagen gereed kwam. Toch zal menigeen reeds respect hebben voor de Amerikaansche wijze van bouwen die hier gevolgd is, maar die groot oponthoud ondervond door het feit dat aan de voorzijde van het pand geen materialen mochten worden aangevoerd. De aanvoer geschiedde door het smalle Stockumstraatje, dat dit voor snel werken niet bevorderlijk was spreekt van zelf.
De man volgens wiens plannen dit gebouw werd opgetrokken, was de architect K. Sicker uit Amsterdam; hij heeft voldoening van zijn werk, waarmee hij zich een meester toonde.
Van de firma’s die aan de totstandkoming medewerkten en hiermede een mooi stuk arbeid hebben verricht, noemen wij in de eerste plaats de aannemersfirma v.d. Wal en Woudenberg uit Utrecht-Vlaardingen.
Aannemer van het stucadoorwerk was de firma gebrs. v.d. Bol te Utrecht; het schilderwerk werd verzorgd door P. Zanen te Alblasserdam, terwijl de Utrechtsche Loodgieterscombinatie het lood- en zinkwerk voor haar rekening nam. Het behangsel en linoleum werden geleverd door de firma Wolting te Amsterdam, het glas in lood door Lenoble te Haarlem, terwijl tenslotte de firma Merx en Beerboom alhier de centrale verwarming aanlegde.
Tot slot moge hier nog een overzicht van de totstandkoming van het gebouw volgen:
11 Mei 1929. Telefonische opdracht gegeven door den Architect.
11 Mei. Aangevangen met het sloopen der perceelen Lange Burchtstraat 35037039041 en Stockumstraat 13-15.
14 Juli. Inmiddels begonnen met het ontgraven der achterterreinen voor den kelder, welke onder het geheele gebouw komt met een oppervlak van 1000 vierk. Meter en 3.10 M. diepte onder den beganen grond.
12 Juni. Om des middags 1 uur de eerste steen gelegd der keldermuren.
15 Juni. Bovengenoemde gebouwen zijn gesloopt tot den beganen grond.
22 Juni. Aangevangen met het storten der gewapend-beton kolommen in den kelder.
5 Juli. Begonnen met het sorten van 1000 vierk. M. grooten gewapend-betonvloer op den beganen grond.
18 Juli. Begonnen met het stellen der ijzeren kolommen.
20 Juli. Leggen der balklaag 1e verdieping.
25 Juli. Leggen der balklaag 2e verdieping.
5 Augustus. Aanvang stucadoorswerk.
6 Augustus. De helft van het gebouw (noodbedekking) is waterdicht.
14 Augustus. Stellen der kapspanten.
21 Augustus. Tweede helft van het gebouw (noodbedekking) is waterdicht.
13 September. Keldervloer en wanden gereed en in gebruik genomen en pl.m. 6000 karren met uitgegraven grond vervoerd.
24 September. Inzetten spiegelglas in étalages.
25 September. Stucadoorswerk gereed.
27 September. Opening der zaak.
Bij de opening der zaak op hedenmiddag, had het inwendige van den winkel een bij uitstek feestelijk aanzien, door de talrijke bloemstukken, die van vele zijden ter felicitatie gezonden waren. In den loop van den middag kwamen nog vele schriftelijke gelukwenschen en telegrammen binnen.” (PGNC 27/9/1929)
Metselwerk C&A, Burchtstraat (november 2025)
Clemens & August Brenninkmeijer
C&A is vernoemd naar de broers Clemens & August Brenninkmerijer. Zij waren zogenaamde textielteuten (of todden of tuötten) uit Mettingen, Westfalen. In 1841 openden zij een opslag in Sneek, zodat ze minder vaak naar Westfalen hoefden te reizen. Ook openden zij in 1841 een winkel in confectiekleding aan de Oosterdijk in Sneek. Daarna volgde uitbreiding: in 1881 in Leeuwarden en in 1893 een winkel in Amsterdam. Daarna zouden vele winkels volgen. Ook opende C&A in 1911 haar eerste buitenlandse winkel i Duitsland. (Wikipedia).
Kasper Sickler
Kasper Sickler (Blitar, 16-11-1877 – Amsterdam, 01-07-1945) was de huisarchitect van C&A. Daarnaast was hij de Daarbij was hij huisarchitect van het Protestants Weduwen- en Wezenfonds in Amsterdam.
Hij “was destijds ook de vaste architect van kledingwinkelketen C&A. Hij ontwierp diverse nieuwe C&A-panden in den lande en leidde in 1930 de verbouwing van het door Berlage ontworpen complex aan het Damrak, dat later door brand verloren ging.” https://amsterdamopdekaart.nl/1850-1940/Tweede_Hugo_de_Grootstraat/3-17
Er is nog niet uitgebreid onderzocht wat het vervolg is geweest. In ieder geval in 1975 Burchtstraat 65 bij de winkel getrokken. “traat 67 was gevestigd. Onder de binnenplaats van nr. 65 kwam een roltrapput te zitten. Op begane grondniveau en de eerste verdieping werden de gehele rechter zijgevel en achtergevel verwijderd, zodat er samen met nr. 67 een grote winkelruimte ontstond. Ook de balklagen van deze verdiepingen werden geheel vernieuwd.” (Gemeentelijke Monumentenlijst)
Beeldbepalend
“Het pand is vanwege de voorgevel beeldbepalend in het rijksbeschermde Stadsgezicht.” Daarnaast is de kelder van nummer 65 “bouwhistorische waarde vanwege de hoge kelder met tongewelf uit de late middeleeuwen. De bescherming heeft betrekking op de bouwhistorische verwachting van de kelder. De overige verdiepingen vallen buiten de bescherming.”