Voormalige De Gruyter, Mariaplein-hoek Berg en Dalseweg (september 2024)
Het gebouw is ontworpen door architect Willem Gerhardus Welsing, (Arnhem, 14 december 1858 – aldaar, 1 januari 1942). Zie voor een beschrijving van Welsing wikipedia.
In 1906 had architect Welsing zijn eerste winkel gebouwd voor de Gruyter aan de Bovenbeekstraat in Arnhem. Het pand is tegenwoordig Rijksmonument. Daarna werd hij huis-architect, waarbij hij de nodige winkelsk, fabrieken en huizen voor de familie de Gruyter zou ontwerpen. (https://www.hendrickdekeyser.nl/architecten/willem-g-welsing)
“De WINKELWONING is gebouwd in 1919 in opdracht van de firma P. de Gruyter & Zn. door W.G. Welsing in een stijl die invloeden vertoont van Art Deco. De Arnhemse architect Welsing ontwierp in 1906 in Arnhem zijn eerste winkelpand voor het kruideniersbedrijf De Gruyter. Daarna werd hij de huisarchitect van De Gruyter.
Van 1915 tot 1925 werkte het architectenbureau van Welsing alleen maar voor De Gruyter. Het meest opvallende aan het pand en typerend voor de verschillende vestigingen van De Gruyter is het gebruik van de blauw en goud geglazuurde tegels in de omlijsting van deuren, vensters, pui en borstweringen. De tegels werden volgens een bepaald procedé vervaardigd in Frankrijk. In het interieur is achter een wand van gipsplaten het figuratieve tegeltableau op de achterwand van de winkel bewaard gebleven.” (Rijksmonumentenlijst, met een uitgebreide beschrijving)
In Nijmegen kennen we Welsing in ieder geval nog van:
Hoewel de geschiedenis van dit gebouw nog niet uitputtend is onderzocht, is er in ieder geval in 1937 sprake van een verbouwing:
“Verbouwing Firma de Gruyter aan het Mariaplein
Het interieur van het filiaal der fa. P. de Gruyter aan het Mariaplein heeft een grondige vernieuwing ondergaan. Nieuwe vloeren zijn aangelegd, nieuwe koperen voorraadbakken aangebracht, nieuwe toonbanken geplaatst, kortom het oude is niet meer te herkennen. Ongetwijfeld heeft de firma door deze vernieuwing haar belangen en die harer cliënt1ele een goeden dienst bewezen.
Vooral de omwonende huismoeders raden wij aan deze verandering eens gauw te gaan bewonderen.
De verbouwing geschiedde door de fa. de Groot, v. Welderenstraat, terwijl de fa. Vreeman, v. Welderenstraat, zorgde voor de electrische installatie.” (De Gelderlander 4/11/1937)
Rijksmonument
Het gebouw is een Rijksmonument met als waardering:
Links de Gruyter: Vanaf het Mariaplein zien we een tram op de Berg en Dalseweg en links op de hoek het winkelpand van kruidenier de Gruyter ; rechts begint de Dominicanenstraat, 1925-1935 (F93205 RAN)
“WINKELWONING uit 1919 in opdracht van de firma P. de Gruyter & Zn. door W.G. Welsing.
Van architectuurhistorische waarde als een in exterieur goed en gaaf voorbeeld van een winkelwoning met Art Deco-invloeden met esthetische kwaliteiten in het ontwerp zoals een bijzondere hoofdvorm, een rijke ornamentatie en bijzonder materiaalgebruik. De winkelwoning is bovendien van belang als onderdeel van het oeuvre van architect W.G. Welsing, die in de periode 1915-1925 alleen voor De Gruyter bouwde.
Van stedenbouwkundige waarde vanwege de markante ligging aan het stervormige Mariaplein, een belangrijk stedenbouwkundig onderdeel van het laat 19de-eeuwse uitbreidingsplan dat werd uitgevoerd na de afbraak van de vestingwerken en is gebaseerd op de ontwerpen van Bert Brouwer. Het pand ligt binnen het beschermde stadsgezicht.
Van cultuurhistorische waarde vanwege het uiterlijk en de bestemming, welke verbonden is met een economische en culturele ontwikkeling nl. de bouw van De Gruyter kruidenierszaken door heel Nederland door één architectenbureau, dat daarbij overal een herkenbare stijl hanteerde met onder andere een gevelbekleding van geglazuurde tegels.”
Villa Saxon Holme, Javastraat 104. Het witte huis links is Villa de Plecht, waar Estourgie in 1921 naar toe verhuist (Maart 2024)
Deze pagina verzamelt de artikelen die reeds over Galgenveld zijn verschenen.
Galgenveld is een wijk in Nijmegen-Oost. Het oudste gedeelte maakt onderdeel uit van de eind 19e-/begin 20ste-eeuwse schil. Daarna is er een vooroorlogs deel, met onder andere een gedeelte van de Indische Buurt. Daarbij is de Archipelstraat min of meer de grens.
Vanuit het centrum gezien komt achter de Archipelstraat de na-oorlogse woningbouw met het andere deel van de Indische buurt en de Professorenbuurt. Ook de Dominicuskerk (uit 1951) en het studentencomplex Galgenveld bevinden zich in dit gedeelte.
Bezienswaardigheden
Javastraat als geheel en Javabosje
Sumatraplein en Javaplein met onder andere Saxon Holme
19de eeuwse gedeelte
Poortje Oud Burgeren Gasthuis
De Naam Galgenveld
De naam Galgenveld (tot 1960 Galgeveld) verwijst naar het feit dat hier de galg stond: tussen de huidige Franse straat en de Groenewoudseweg.
Net als veel andere steden had Nijmegen haar galgenveld op een goed zichtbare plaats gekozen: tussen de twee uitvalswegen de Groesbeekseweg en de St. Annastraat en vlakbij de stadspoort (de Molenpoort). Zo’n plaats gekozen zowel ter waarschuwing/afschrikking als uit trots, als tekens van orde, gezag en wetshandhaving.
Vroege geschiedenis
De St. Annastraat heeft al eeuwen min of meer hetzelfde tracé gevolgd, nog voor de Romeinse tijd.
Rond de tijd van Karel de Grote was dit gebied al ontgonnen. Naast landbouw en de aanwezigheid van molens, werd het gebied voor allerlei andere doeleinden gebruikt, zoals terechtstellingen, waren er afvalkuilen en stond er het Melaatsenhuis.
Fortificaties en Stadsuitleg
Kaart 1888 Galgenveld en omgeving (D16-200dpi detail)
In de tijd van de omwalling maakte Galgenveld onderdeel uit van het vrije schootsveld.
Na de ontmanteling van de wallen werd naar het voorbeeld van Parijs rondom Nijmegen een ring van groene singels gepland. Daarbij werd het Keizer Karelplein een centraal punt waarop de radiale wegen op uit kwamen, waaronder de St. Annastraat. Aan het Keizer Karelplein kwam onder andere Sociëteit de Vereeniging, met een wielerrenbaan en de Wedren: een paardenrenbaan. Aan de belangrijkste wegen werden grote woningen gebouwd voor de rijke inwoners.
Op de kaart uit 1888 is het eerste gedeelte van de St. Annastraat reeds bebouwd en zijn de wegen tot aan de Franse straat reeds ingetekend. Linksboven, op de hoek van de Groesbeekseweg en de Franse straat is nog de “Vuilnis bergplaats” te zien.
Hoek St. Annastraat/Groesbeekseweg vanaf het Keizer Karelplein, 1885 (Gerard Korfmacher via F11947 RAN)
Het huis vooraan is ontworpen door architect E.J. Weyers en gebouwd rond 1886 (Bron: Noviomagus)
Van Slichtenhorstraat vanuit de St. Annastraat in de richting van het Sumatraplein, in het midden de Pontanusstraat, 1900 (F32582 RAN)Franse Straat vanuit de St. Annastraat, in de richting van de Van Slichtenhorststraat; een ansichtkaart in kleur, 1900 (Vivat via F17106 RAN)
De voorgevel van de Kook en Huishoudschool, architect Semmelink, 1899 (F58731 RAN)
1899 Kook- en Huishoudschool, Groesbeekseweg 15 Galgenveld In januari 1899 gaat de kook- en huishoudschool aan de Groesbeeksche straat open. Het ontwerp was van architect Semmelink. In 1893 hadden een aantal vooraanstaande Nijmeegse vrouwen het initiatief genomen tot de oprichting van een kookschool. Dit naar aanleiding van een lezing van freule Jeltje de Bosch Kemper.…
In 1899 wordt de Kweekschool voor onderwijzeressen gebouwd. Architect en aannemer is Nicolaas van Eck. Rond 1936 is het gebouw in gebruik door de R.K. Kweekschool afdeling Onderwijzers. In 1958 wordt het gebouw tot 1983 een bibliotheek.
“De Indische buurt, uit de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw, kent met groen omzoomde pleinen zoals het Javaplein. De bebouwing is bijzonder vanwege haar Berlagiaanse architectuur. De Surinameweg en omgeving heeft veel van de kenmerken van de Indische buurt, maar ligt door de drukke Heijendaalseweg enigszins geïsoleerd.” (Wijkmonitor 2023)
Naoorlogse bebouwing
De St. Dominicuskerk, gezien vanaf het kruispunt Heyendaalseweg (rechts) – Groenewoudseweg (links), 1952 (Commissariaat van Politie afd. Fotografie via F30307 RAN CC0)
Vanuit het centrum gezien komt achter de Archipelstraat de na-oorlogse woningbouw met het andere deel van de Indische buurt en de Professorenbuurt. Ook de Dominicuskerk (uit 1951) en het studentencomplex Galgenveld bevinden zich in dit gedeelte. “De ‘Professorenbuurt’ tenslotte is aan het eind van de jaren vijftig opgezet met een stempelvormige herhaling van portiekflats en laagbouw.” (Wijkmonitor)
Tweede Indische buurt
1946-1970
Na de Tweede Wereldoorlog werden in Nijmegen op een aantal plaatsen noodwoningen gebouwd. Een daarvan was de “Gouverneursbuurt”, vernoemd naar 8 gouverneurs-generaal van Nederlands-Indië. Rond 1970 zijn de woningen weer gesloopt. De buurt lag tussen de Groenewoudseweg, de Driehuizerweg (tegenwoordig de Heyendaalseweg) en de spoorlijn van Nijmegen naar Venlo.
Alle huizen worden vanuit een punt via ondergrondse leidingen verwarmd
Op het nog niet bebouwde deel van het Galgenveld, dat begrensd wordt door de Archipelstraat, prof. v.d. Heijdenstraat, prof. Schrijnen- en prof. Cornelissenstraat staan sinds enige dagen een torenkraan, bouwloodsen e.d., terwijl bovendien bet gehele terrein afgerasterd is. Overeen jaar zal dit terrein een totaal andere aanblik bieden. Het N.V. aannemersbedrijf v.h. B. van Berkel heeft hier namelijk een begin gemaakt met de bouw vaneen complex winkel- en woonhuizen, dat zal bestaan uit 102 flats, 8 maisonnettes (winkels met woonhuizen daarboven) , 8 winkels 8 hele huizen en diverse garages. Tussen deze moderne woonflats blijft voldoende ruimte voor grote grasgazons, waarlangs parkeerstroken zullen worden aangelegd.
Behalve het gebruikelijke comfort zal in deze woningen een voor Nijmegen geheel nieuw verwarmingssysteem te vinden zijn. In de kelderruimten van een van de flatgebouwen zullen namelijk enorme olietanks worden aangebracht, die via ondergrondse leidingen alle afzonderlijke woningen op het Galgenveld kunnen verwarmen. Dit centrale verwarmmgssysteem heeft in Groningen, Den Haag en Rotterdam reeds ingang gevonden, maar voor onze gemeente is het een nieuwigheid, De flats zullen worden gebouwd in drie en vier woonlagen. Tegelijkertijd is de aannemer P. W. Willems aan de andere zijde van de prof. v.d. Heijdenstraat begonnen met de bouw vaneen complex van 16 flats en 6 hele huizen en garages. De verkoop van deze nieuwbouw en van die op het Galgenveld is tot stand gekomen door bemiddeling van de makelaar N. S. Verbeek, wiens kantoor ook de verhuur en exploitatie zal verzorgen De verhuur van deze woningen geschiedt uiteraard in overleg met het bureau huisvesting. Het ontwerp van dit complex is van de architect J. H. ten Have uit Nijmegen. Het zal ongeveer een jaar duren voordat de woningen in gebruik kunnen worden genomen.” (Nijmeegsch dagblad, 11-7-1956)
De Dominicuskerk is een Rooms-Katholieke kerk in Galgenveld. De kerk staat met de voorkant aan de Professor Molkenboerstraat.
Deze kerk was een vervanging van de Dominicus- of Broederenkerk. Deze had sinds 1373 in de Broerstraat gestaan. In september 1944 raakte hij echter beschadigd doordat Duitsers gebouwen, waaronder deze, in brand staken.
Herbouw?
In ieder geval heeft de Dominicuskerk in 1946 een (nood) kapel aan de Duivengas (De Gelderlander 1/5/1946)
In ieder geval is in mei 1947 duidelijk dat de Dominicanenkerk in de Broerstraat geen parochiekerk meer zal blijven. Wat er dan mee moet gebeuren? Sowieso is de kerk een monument en waarvan het behoud “een belangrijk deel van de bevolking prijs stelt”. Mogelijk kan een bestemming gevonden worden op het gebouw voor de eredienst te behouden. Of dat het in ieder geval op een andere minder dienst kan doen. (De Gelderlander 1/5/1947)
Uiteindelijk zullen van de 4 kerken die de Katholiek kerk had, alleen de Molenstraatkerk en de Augustijnenkerk (in de laatste jaren voor de oorlog van de karmelieten en in de buurt herbouwd als Karmelietenkerk) overblijven.
“Bij dit besluit (om de Dominicanenkerk niet te herbouwen) werd uitgegaan van de gegevens dat de binnenstad na herbouw niet meer dicht, hoogstens met een negenhonderd mensen zou bevolkt worden. Het gaat echter anders dan men heeft gedacht. Er komen tal van woonhuizen bij, zodat de binnenstad dichter wordt bevolkt dan eerst het geval was,” volgens een spreker in een bijeenkomst van de R.K. Middenstandsvereniging in 1950 (De Gelderlander 10/2/1950).
In september 1950 (“gistermiddag” De Gelderlander 26/9/1950) werd het kruis geplant (dan nog “aan de Driehuizerweg” geheten), om aan te geven dat op die plek een altaar zal komen.
Op 23-12-1951 vond de inwijding plaats door pastoor Bakkers, op 4-8-1952 werd de kerk geconsacreerd door Mgr. W. Mutsaerts (De Gelderlander 4/8/1952).
Het ontwerp van Thomas Nix
De huidige kerk is een ontwerp van Thomas Nix. Hij ontwerp de kerk en het overige complex rondom een voorplein aan de Professor Molkenboerstraat “in de traditionalistische stijl van de Bossche Stijl” (wikipedia). En: “Het traditionalistische ontwerp was afkomstig van bureau Taen & Nix en bevat elementen uit de romaanse en vroegchristelijke kerkbouw. De westtoren, die naast de hoofdingang had moeten verrijzen, is niet uitgevoerd.” (PimvanDijkDesigns)
De kerk is een kruiskerk in baksteen en beton.
Kunst in de kerk
In de kerk bevindt zich:
Beeldhouwwerk in de vorm van een timpaan van Jac. Maris en
Glas-in-loodramen van Eugène Laudy: 6 ramen uit 1962 in de zijtransepten en tussen 1988 en 1993 10 in de zijbeuken
Een Jozefbeeld (1954) en Dominicusbeeld (1956), gemaakt door Bart Welten
Kruisweg van Ted Felen
Daarnaast bevindt zich er een orgel, dat in 1994 werd verplaatst vanuit de Sint-Aloyisiuskerk in Utrecht. De maker van het orgel was de firma K.B. Blank & Zoon.
Gemeentelijk Monument
Het gebouw is sinds 2006 een gemeentelijk Monument.
Overig
Sinds 2010 is de Dominicuskerk de kerk van de Effataparochie, een fusie van de Dominucuskerk en de Stephanus-Christus Koning (de laatste zelf een eerdere fusie uit 1993)
Sinds februari 2009 vindt in de Dagkapel de eerste zaterdag van de maan de viering van Oud-Katholieken plaats
Op 31-12-2009 vond de begrafenis van Edward Schillebeeckx vanuit deze kerk plaats
Het Oud Burgeren Gasthuis, Professor Cornelissenstraat 2, 1970 (Weijert van Zantwijk via F32182 RAN CCBYSA)
Voormalige Mensa
Waar nu een winkelcentrum is, bevond zich de Mensa van de universiteit. Hier hebben jarenlang studenten hun maaltijd gegeten en schoven ook oudere buurtbewoners aan (laatste: eigen herinnering). Tegenwoordig is de Refter op de campus geopend.
Een mooie foto uit 1971 is te vinden op F69929 RAN.
Aanvankelijk zou het gebied tussen de Archipelstraat, Molukkenstraat, Groenewoudseweg en de Professor Cornelissenstraat St. Radboudplein komen te heten, maar deze naam heeft het nooit gekregen. Hier werden een aantal voorzieningen van de universiteit gepland. De eerste steenlegging van de inmiddels gesloopte Studentenkerk vond plaats op 25 februari 1966. In 1969 kwamen het Universiteitshuis en de mensa.
Stichting Studentenhuisvesting bouwde dit complex in 1968. Het bestaat uit 6 gebouwen en 1 woontoren. Het ontwerp was van architectenbureau Inbo.
Het was haar tweede complex, maar het eerste van deze grootte. Eind jaren 80/begin jaren 90 (Into Nijmegen noemt 1987, in mijn herinnering was het net een paar jaar later) werden van de 769 kleine kamers 350 kamers gemaakt.
Tot het complex behoren 6 gebouwen en 1 woontoren met in totaal 500 kamers. Het is ontworpen door architectenbureau Inbo. In 1987 werd het complex verbouwd en werden 796 kleine kamers tot 350 grotere kamers samengevoegd. Er zijn 50 zelfstandige eenpersoons appartementen en 22 zelfstandige appartementen voor studenten met kind(eren). Een leuk artikel uit 2018 over de reünie van de eerste bewoners van een gang is te lezen op de Gelderlander.
Een mooie foto van eind jaren 60 is te vinden op F87938 RAN.
Verschenen artikelen
Madoerastraat 3 t/m 11, september 2022 (Google Streetview) Ontworpen en uitgevoerd door Bredero’s Bouwbedrijf
In februari 1936 besluit de Gemeente Nijmegen om een perceel bouwterrein Hatert, Sectie no 179 aan het Amersfoortse Bredero’s Bouwbedrijf te verkopen. Onder voorwaarde dat voor het einde van het jaar er vijf eengezinswoningen met schuurtjes op dit perceel is gebouwd.
Het oude gebouw van de Nutsschool voldeed niet meer. Daarop besluit de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen tot de bouw van een nieuwe school. In 1957 wordt begonnen met de bouw. Het ontwerp is van F.M. Oswald.
De Firma Peters-Gerrits had vanaf de jaren 20 haar handel in groenten, fruit en comestibles aan de Bloemerstraat 129, totdat deze bij het bombardement van februari 1944 werd verwoest. In 1944 opende ze haar nieuwe winkel, naar ontwerp van architect Kuipers, op de hoek van Molukkenstraat en Borneostraat.
In 1924 wordt een bouwvergunning aangevraagd voor het bouwen van een dubbel woonhuis. Hiervan is W.Th. Reijnen de architect. De eigenaar is Th.W. Peters, die zelf op Balistraat 11 gaat wonen.
Hoek St. Annastraat met Fransestraat, op St. Annastraat 53a Antiekzaak L’Antique Interieure en op de hoek St. Annastraat 55 café St. Anneke, 1989 ( Anton van Roekel via RAN CCBYSA)
Veel Nijmegenaren kennen het hoekpand op de St. Annastraatstraat en de Fransestraat als café St. Anneke. Oorspronkelijk was het samen met het huidige nummer 53a 1 grote woning, die er in ieder geval in 1910 al stond. De architect Zoetmulder ontwierp de splitsing naar 2 winkels met bovenwoningen. Op 53a zaten hier jarenlang meubelzaken (Tilders…
In 1950 ontwerpt Kuipers de appartementen aan de Molukkenstraat 6 t/m 22. De achterliggende garages staan daarbij aan de Borneostraat. Opvallend daarbij is, dat het complex tevens bestaat uit 1 woning aan de Archipelstraat 274
Naast de appartementen in de Molukkenstraat tekende architect Rodenburg ook de vrijstaande woning Archipelstraat 251. Huidig, September 2022 (Google Streetview)
Schoolgebouw van de Nijmeegse School Vereniging, een neutrale school voor lager en uitgebreid lager onderwijs, ontworpen door de Nijmeegse architect Willem Hofmann; op 5 september 1931 geopend. Nu de Sint Joris school voor VMBO en is het adres Heijendaalseweg, Heyendaalseweg 45 Galgenveld, datering foto 1931-1955 (GN9487 RAN)
In 1931 wordt de nieuwe school van de Nijmeegsche Schoolvereeniging aan de Driehuizerweg (tegenwoordig Heyendaalseweg) 45 geopend. Het gebouw van aan de van der Brugghenstraat was te klein geworden en voldeed niet meer. De architect was Willem Hoffmann, die ook al een aantal verbouwingen de van der Brugghenstraat had verzorgd.
De Archipelstraat is de lange weg die de St. Annastraat met de Groesbeeksweg verbindt. Deze pagina verzamelt reeds verschenen artikelen over de Archipelstraat. Het Gesprek Het Gesprek is een beeld van Pieter d’Hont. Zie voor een beschrijving van Het Gesprek: OBG Oud Burgeren Gasthuis In 1967 verhuisde het Oud Burgeren Gasthuis van de Molenstraat naar…
Deze pagina verzamelt reeds verschenen artikelen over de Molukkenstraat Voormalige Mensa Waar nu een winkelcentrum is, bevond zich de Mensa van de universiteit. Hier hebben jarenlang studenten hun maaltijd gegeten en schoven ook oudere buurtbewoners aan (laatste: eigen herinnering). Tegenwoordig is de Refter op de campus geopend. Een mooie foto uit 1971 is te vinden…
Gemeentelijk monument. Remonstrantse kerk, gebouwd in 1961-1962 naar ontwerp van architect G. Feenstra uit Arnhem. Foto vanaf de Prof. Cornelissenstraat, Professor Regoutstraat 23 Galgenveld, 2013 (Henk van Gaal via DF3930 RAN CC0)
Sumatraplein 27
Sumatraplein 27 huis met de tijgers (december 2024)Sumatraplein 27: huis met de Sumatraanse tijgers (december 2024)
Je t’embrasse, Babette Degraeve
Je t’embrasse, Babette Degraeve, Van Slichtenhorststraat (december 2024)
Plan tot het bouwen van vijf heerenhuizen a/d Sint Anna Dwarsstraat (Archipelstraat)
Plan tot het bouwen van vijf heerenhuizen a/d Sint Anna Dwarsstraat (Archipelstraat) (D12.378439)
Archipelstraat, September 2022 (Google streetview)
Bakkerij Fransestraat 23
De Bakkerij van H.H. v.d. Waal, Fransestraat 23, 1968 (F86406 RAN CC0)
Inmiddels zit alweer 50 jaar de Knollentuin op Fransestraat 23. Lees hierover het artikel op Issu (vanaf bladzijde 18).
In het Adresboek 1951, 1955 en 1959 komt J. Troost, (brood en banket) bakker voor op dit adres.
In 1963 komt H.H. en P. van der Waal voor als bakker op Fransestraat 23; mw. H. Troost en J. Troost komen dan voor op 23 a.
In 1968 zit bakkerij H.H. v.d. Waal op nummer 23.
Pontanusstraat 51 (hoek van Spaenstraat)
Pontanusstraat 51 (hoek van Spaenstraat), maart 2026
In ieder geval in 1987 is het Joyce Corner; een foto is te zien op F65978 RAN.
Café Frowijn
“Café Frowijn stamt uit 1993 en dankt zijn naam aan eerdere eigenaar Rob Frowijn. Het pand zelf is al veel ouder. “Frowijn was vóór 1993 een snackbar, en daarvoor een sigarenwinkel. Het pand is meer dan 100 jaar oud, dat kan je nog terug zien aan het glas in lood in de ramen.” (https://indebuurt.nl/nijmegen/bedrijvigheid/ondernemer-uitgelicht/cafe-frowijn~12706/, een leuk interview uit 2017 met Paul Huismans, die op dat moment eigenaar was)
Pontanusstraat 51: Vanuit de Fransestraat, rechts de Van Spaenstraat, links de Pontanusstraat, 1908 (F32191 RAN)
Hoek Pontanusstraat Fransestraat
Straatbeeld, gezien vanaf de splitsing met de St. Annalaan (St. Annastraat) in de richting van de Groesbeeksche straat (Groesbeekseweg). Links, de afslag naar de Pontanusstraat, 1898-1900 (Vivat, Amsterdam via F17105 RAN)
Een van de gebruikers van het gebouw was Jan Fleuren. Het is mij nog niet bekend welk deel van het pand nummer 37 heeft: ter hoogte van de ingang aan Pontanusstraat zit aan de Van Spaenstraat de ingang met huisnummer 37.
Johannes Jacobus (Jan) Fleuren (Nijmegen, 17-12-1877 – 7-12-1965) trouwde in 1910 op 32-jarige leeftijd met Petronella Maria (Nellie) Wouters (Weurt, 21-4-1885). “Na de ambachtsschool te Nijmegen leerling timmerman, timmerman en aannemer (een van de huizen aan de Oranjesingel is door hem gebouwd), kruidenier (1910-2920) aan de Grootestraat en vanaf ca 1918 aan de Molenstraat, later groothandelaar in kruidenierswaren aan de Gorisstraat 34 vanaf 29-12-1929 tot circa 1932, daarna groothandel in Koffie, thee en tabak. Omdat hiervoor minder ruimte nodig was is de zaak verhuist naar van Spaenstraat 37. Daarnaast had hij met zijn zonen nog de sigaren fabriek “Valkhof sigaren” en een fabriekje voor shag en pruimtabak aan de Jan van Galenstraat. Ook hebben ze de mosterdfabriek aan de van Somerenstraat overgenomen en de productie verkocht.” (https://home.hccnet.nl/eim.fleuren/diversen/wouters/fleuren.htm#BM7, met meer over de genealogie en foto’s)
Javastraat 27 – 35 en Celebesstraat 16
Javastraat vanaf hoek Celebesstraat: op de voorgrond Celebesstraat 16 en daarna 27-35 (maart 2026)
Javastraat 27 – 35
Op bovenstaande is allereerst de Celebesstraat te zien en daarna Javastraat 27- 35. De 5 woningen zijn van bouwkundige en aanvrager Firma G. Tiemstra en Zonen, met als datum van bouwdossier maart 1920.
Ontwerp voor den bouw van vijf Heerenhuizen aan de Javastraat te Nijmegen, Bouwkundige en aanvrager Firma G. Tiemstra en Zonen, Javastraat 27 – 35 datum bouwdossier 23-3-1920 (D12.386186)
Celebesstraat 16
Plan voor het bouwen van een Winkelhuis met Bovenwoning aan de Javastraat hoek Celebesstraat, N.V. Aannemersbedrijf v/h. G. Tiemstra & Zonen, datum tekening februari 1925 (D12.389341)
Het hoekpand behoort niet tot dit plan. Ook dit gebouw is echter van de hand van Tiemstra, dan onder de naam N.V. Aannemersbedrijf v/h. G. Tiemstra en Zonen uit 1925. Deze is gebouwd in opdracht van J. v. Riet (PGNC 16/2/1925), die er zijn winkel in vleeswaren zal openen.
De winkel zat op de hoek. Daarnaast zat aan de kant van de Javastraat de woonkamer met daarachter de salon, en aan de kant van de Celebesstraat de entree naar de bovenwoning en keuken. Met daarachter een portaal met trap naar de slaapkamer van de benedenwoning op de eerste verdieping.
Op de eerste verdieping is daarnaast de salon, woonkamer en keuken van de bovenwoning.
Op de tweede verdieping heeft elke woning nog een aantal slaapkamers.
Winkel Jan van Riet
“Een nieuwe zaak.
Hedenmiddag wordt in het nieuw gebouwde perceel Javastraat 37 hoek Celebesstraat door den heer J. van Riet een zaak geopend in fijne vleeschwaren, comestibles, kruidenierswaren, wijnen en limonades. De winkel ziet er uit- zoowel als inwendig keurig uit. De firma Tiemstra en Zonen heeft het pand gebouwd en daarop, gelijk met al haar bouwwerken het geval is, den stempel van degelijkheid en schoonheid gedrukt. De inrichting van den winkel beantwoordt geheel aan de eischen, die heden ten dage aan een dergelijke zaak worden gesteld. Er is een groote voorraad van artikelen, alle van eerste-klasse firma’s en de moderne toestellen, die op de toonbank staan, een weegschaal en vleesch-snijmachine (van Berkels patent en wel de nieuwste constructie) bevestigen den goeden indruk, dien de bezoeker ongetwijfeld van dezen nieuwen winkel krijgt.” (PGNC 8/8/1925)
Krayenhoffkazerne
Molenveldlaan 10
‘Infanterie Kazerne No.1’, (vanaf 1934 vernoemd naar ingenieur en luitenant-generaal Cornelis Rudolphus Theodorus Krayenhoff), gebouwd met de naastgelegen ‘Infanterie Kazerne No.2’ (vanaf 1934 vernoemd naar generaal Cornelis Jacobus Snijders), tussen 1905/1906 in Hollandse neo-renaissancestijl met art-nouveau elementen naar ontwerp van luitenant ingenieur en kapitein der Genie Arie Vogelenzang (Brielle, 01/02/1860 – Nijmegen, 14/07/1907) op basis van specificaties van architect Willem Dudok. Beide kazernes werden in 1951, samen met de nabijgelegen Prins Hendrikkazerne, in gebruik genomen door de Luchtmacht Instructie en Militaire Opleidingen School (LIMOS). In 1995 nam het leger afscheid van de kazernes en kregen gebouwen en terrein een woon- en kantoorbestemming, Groesbeekseweg 380, 1905 (F91551 RAN) Galgenveld
De Krayenhoffkazerne werd samen met Snijderskazerne gebouwd in 1905-1906. Het ontwerp was van Arie Vogelenzang, op basis van specificaties van Willem Dudok. “Beide kazernes zijn in Hollandse neorenaissancestijl met art-nouveau-elementen gebouwd”. (wikipedia) De aannemers waren Thunissen en Kropman. In 1905 ging de kazerne open als Eerste Infanterie Kazerne. Het vormde samen met de Snijderskazerne één geheel. Jan Pieter Koolemans Beijnen had sterk geijverd voor de bouw van de twee kazernes.
“De beide kazernes werden door het 11e Regiment Infanterie (11 RI) gebruikt, ieder hoofdgebouw was geschikt voor de legering van een bataljon, ongeveer 600 man groot. Met elkaar deelden de kazernes een terrein en een ingang, die toen op de symmetrie-as lag tussen beide hoofdgebouwen aan de Gelderselaan. Andere gebouwen op het terrein van beide kazernes, zoals het Kleedingmagazijn, hadden een gezamenlijke functie.” (https://jeoudekazernenu.nl/kazernes-g-l/krayenhoff/x-krayenhoff.html) In 1934 zou het de naam van Krayenhoffkazerne krijgen.
LIMOS
De Koninklijke Luchtmacht nam de Krayenhoffkazerne en de Generaal Snijderskazerne in 1948 in gebruik en vanaf 1951 ook de Prins Hendrikkazerne. In 1953 werd de opleiding voor luchtmachtsoldaten, het Luchtmacht Instructie Regiment (LIR) opgericht, dat in 1961 werd omgedoopt tot LIMOS: Luchtmacht Instructie en Militaire Opleidingen School. Het is vooral deze naam die aan het terrein is blijven hangen. Na de oorlog kwamen er een aantal gebouwen bij.
In 1999 werden de kazernes verkocht.
Nu
Een gedeelte van de kazerne werd gesloopt om plaats te maken voor woningen. Het hoofdgebouw bestaat nog en werd verbouwd tot bedrijfsverzamelgebouw: naast een grand café “In de Kazerne” heeft het commerciële ruimtes. En daarnaast heeft het 38 ateliers. Er kwam een ondergrondse parkeergarage met 120 plekken.
De Snijderskazerne, Gelderselaan, 1925 (F13166 RAN)
De Snijderskazerne werd gelijkertijd met de naastgelegen, vrijwel identieke Krayenhoffkazerne op het Molenveld gebouwd. De Snijderskazerne, die in 1906 openging, kreeg de naam Infanteriekazerne 2; de Krayenhoffkazerne was in 1905 geopend en had nummer 1 gekregen. In beide kazernes werd het 11e Regiment Infanterie gelegerd, waarbij elke hoofdgebouw geschikt was voor de legering van 1 bataljon, ongeveer 600 man. Pas in 1934 zou het de naam Snijderskazerne krijgen.
De kazernes deelden hetzelfde terrein en een aantal voorzieningen, zoals het kleedingmagazijn.
Generaal C.J Snijders (1852-1939) inspecteert de erewacht tijdens zijn bezoek aan de naar hem genoemde Snijderskazerne, 28/7/1936 (J.Th. Bartels via F86205 RAN)
Bezuinigingen en Mobilisatie
“In 1922 werd het stil op de kazerne en de naastgelegen Krayenhoff. Het leger was als gevolg van bezuinigingen zo drastisch in omvang afgenomen dat ook 11 RI, op de staf na, mobilisabel geworden was. Aan deze toestand kwam pas aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog in 1938 een einde, met de ‘heroprichting’ van het 1e, 2e en 3e bataljon. Het regiment zou in mei 1940 deelnemen aan de zware gevechten op de Grebbeberg.” (https://www.jeoudekazernenu.nl/kazernes-s-z/snijders/x-snijders.html)
Vierdaagse
De Prins Hendrikkazerne bood onderdak aan de Vierdaagse, waar ook het begin- en eindpunt was. Toen deze kazerne te klein werd, werden er ook soldaten ondergebracht in een tentenkamp op het Molenveld. Ook de vlaggenparade werd hier van 1931-1938 gehouden.
Tweede Wereldoorlog
In de Tweede Wereldoorlog namen de Duitsers de drie kazernes in 1941 in gebruik en legden er schuilplaatsen aan. Na Market Garden in 1944, waarbij Nijmegen werd bevrijd maar tegelijkertijd in de frontlinie kwam te liggen en de Duitsers een half jaar lang Nijmegen met granaten beschoten, werden deze schuilplaatsen gebruikt door de Nijmeegse bevolking. In de kazerne zelf kwamen Engelse troepen, in de verzameling van troepen voor het offensief dat in februari 1945 zou plaatsvinden.
LIMOS
Na de oorlog werd ook de Snijderskazerne door de luchtmacht gebruikt. Daar is hierboven al over geschreven.
Woningen
Na het vertrek van het opleidingscentrum werd de kazernegebouw verbouwd tot woningen en ook op het terrein zelf kwamen woningen. Voor de Snijderskazerne was het ontwerp afkomstig van van Braaksma & Roos Architectenbureau: de herontwikkeling van de kazerne tot 57 riante woningen met een ondergrondse parkeergarage.
“Ons doel was om het militaire karakter te koesteren, maar het complex tegelijkertijd rondom meer te openen naar de buurt en toegankelijker te maken voor de nieuwe bewoners. De voorheen gesloten achterzijde heeft een warm en welkom karakter gekregen – de vier vleugels, die ruimte bieden aan sfeervolle herenhuizen, liggen nu aan groene binnenhoven. Ook hebben wij meer nadruk gelegd op een verticale indeling, met nieuwe stijgpunten in een stoere vormgeving aan de buitenzijde, waardoor je de kazerne meer als een wooncomplex met een collectief karakter ervaart.” (van Braaksma & Roos Architectenbureau)
De Familie-Bioscoop, vanaf 1918 het Olympia Theater, Lange Burchtstraaat, 1913-1918 (F21629 RAN)
“De nieuwe Familie-Bioskoop.
Het mag zeker een gelukkige gedachte genoemd worden van de beheerders der nieuwe Familie-Bioskoop, welke aan de Burchtstraat verrezen is, om bij den bouw een zoodanige voortvarendheid aan den dag te leggen, dat de nieuwe inrichting bij het begin der kermis in exploitatie kan worden gebracht. Want terecht hebben zij ingezien dat de Nijmeegsche “jaarmarkt”, welke honderden menschen van elders in onze stad brengt, een der beste gelegenheden was om de Familie-Bioskoop bij stadgenoot en vreemdeling te introduceeren.
Coiffeur en de aankondiging voor de vestiging van de Familie bioscoop-Theater, 1913 (F86806 RAN) Lange Burchtstraat
De kennismaking zal, wij twijfelen daar geen oogenblik aan, hoogst aangenaam zijn. Nijmegen toch is, dank zij het initiatief en den geldelijken steun van een van een aantal ingezetenen, in de nieuwe inrichting een gebouw rijk geworden, waarop het trotsch mag zijn en dat de bewondering van iederen bezoeker zal wegdragen. Door afbraak van vijf panden in de Burchtstraat en de Lange Nieuwstraat heeft men ruimte gekregen om een bioskoop-theater te doen verrijzen, dat wat inrichtingen en afmetingen betreft met de beste van het buitenland mag concurreeren. De geheele bouw draagt in zijn kleinste onderdeelen het stempel van degelijkheid en praktischen zin; de nieuwste vindingen op velerlei gebied zijn er bij in toepassing gebracht, firma’s met eene erkende reputatie heeft men met de uitvoering belast en zoodoende is een geheel verkregen, dat aan de allerhoogste eischen voldoet en een sieraad voor de Burchtstraat genoemd mag worden.
De ingang van de Familie-Bioskoop wordt gevormd door het pand waarin jaren lang de coiffeurszaak van den heer Scheerder gevestigd was. De gevel van dit pand, een der beste van het herboren Nijmegen, een kunstwerk van den heer Weve, werd niet meer dan noodzakelijk aangetast. Een drietal electrische booglampen aan sierlijk gesmeden armen met een lichtsterkte van 1600 normaalkaarsen, dragen er toe bij de aantrekkingskracht van het gebouw te verhoogen.
De entrée wordt gevormd door een voorhal, schitterend in een zee van licht. Een terreinspeling- die stadsterreinen zijn soms zoo wonderlijk- leidde er toe eene perspectivische werking te scheppen, die het geheel grooter doet zijn dan het werkelijk is. Fraaie marmeren wanden en sierlijke uitstalvitrines, zooals men die in de groote wereldsteden aantreft en welke zeker bij de Nijmeegsche neringdoenden in trek zullen komen, maken het geheel aantrekkelijk zonder opdringend te zijn. In ruime mate is hier gelegenheid de dikwijls zoo pakkende filmreclames te demonstreeren.
Tochtdeuren leiden naar de wachthal. Deze is rustig gehouden. De marmeren paneelen, waaronder een eenvoudige bespanning en de keurige teakhoutbetimmering, waarborgen hier een zekeren ernst. Deze hal wordt door een glazen koepel verlicht. Met de wachthal staat een mooi in stijl gehouden zaaltje in correspondentie; hieraan zal nog eene andere bestemming worden gegeven. Voor kleine kunstexposities, intieme bijeenkomsten lijkt het ons uitermate geschikt. In dit zaaltje heeft men een buffet, dat in directe verbinding met de zaal staat.
Foyer van de Familie-Bioscoop van H. Kersten, vanaf juli 1918 Olympia Theater, Lange Burchtstraat, 6/1916 (F88985 RAN)
Om intusschen weder naar de wachthal terug te keeren- een ruime, alleen door een voorhang afgescheiden, toegang leidt van hier uit naar de zaal, terwijl ter linker kant een monumentale trap met rijkbewerkte leuning naar de tribune voert.
De zaal is werkelijk schitteren in één woord. Zij biedt plaats aan 800 personen en op alle rangen vinden de bezoekers ruime en comfortabele klap-fauteuils. De kapoverspanning van de zaal is in constructief opzicht een meesterstuk en heeft er in niet geringe mate toe bijgedragen, dat het geheel een monumentaal cachet gekregen heeft. Aansluitend aan het plafond, dat thans nog wit is doch te zijner tijd geschilderd wordt, is een centrale lichtbron aangebracht, welke in een rustig doch zeer helder licht doet baden. Bovendien zijn de meest in het oog springende architectonische gedeelten door lichtpunten verlevendigd. De wanden zijn met deftig laken bespannen. De betimmering is geheel van teak-hout. De zaal helt vrij steil, zoodat men van alle rangen af een uitstekend gezicht op het projectiedoek heeft. Het laatste verdient nog bijzondere vermelding: het heeft een afmeting van 6 bij 4.80M., zoodat, evenals die der oude bioskoop in de Grootestraat, de tableaux zeer groot zullen zijn. Luxe en comfort zal de bezoeker op elken rang in hooge mate vinden en dit zal hem den gang naar de Familie-Bioskoop steeds een aangename doen zijn.
Balkon van de bioscoopzaal van de Familie-Bioscoop van H. Kersten, vanaf juli 1918 Olympia Theater, Lange Burchtstraat, 6/1916 (F88987 RAN)
De tribune is zeer ruim en biedt mede uitstekende gelegenheid om de voorstelling te volgen. De eerste rijen zullen hier zelfs de hoogste rang zijn. De tribune is vervaardigd van gewapend beton, waardoor het mogelijk was haar nagenoeg zonder ondersteuning uit te voeren, voor een bioskoop-theater, waarin men nu eenmaal dikke pilaren niet kan gebruiken, een gunstige eigenschap.
Overal zijn nooduitgangen- in de L. Nieuwstraat zelfs vijf- zoodat ook op het punt van veiligheid de nieuwe inrichting aan de hoogste eischen voldoet. Maar buitendien heeft bij den bouw de gedachte voorgezeten in alles het publiek ten gerieve ze zijn; wij wijzen b.v. op de aanwezigheid van toiletgelegenheden en op keurige garderobe in de entrée.
De cabine, van waar uit de projectie geschiedt, is natuurlijk brandvrij en de operateur heeft er alle ruimte en… een eerste-klas toestel om zijn werk, dat honderden genot verschaft, te verrichten. Noemen wij verder nog de kantoren van de directie en den technischen leider, welke zich mede in sierlijkheid en praktischen inrichting bij het vorige aansluiten.
Het geheele gebouw is voorzien van centrale verwarming, terwijl de verschillende afdeelingen alle telefonisch met elkander in verbinding staan.
De bouw werd verricht volgens het ontwerp van den heer A.W. Jansz, architect alhier, die daarmede een nieuw bewijs van zijne kundigheden heeft geleverd. Wanneer het gebouw der Familie- Bioskoop na de opening algemeen zal geroemd worden om zijn schoonheid en grootsteedsche inrichting, dan zal men ongetwijfeld met waardeering overwegen dat het de heer Jansz is, die uit het eigenaardig complex van terreinen, zonder iets van den grond prijs te geven, een gelukkig geheel schiep. Maar naast hem komt hulde toe aan onzen stadgenoot de heer W.J.H. van der Waarden, die de uitvoering geleid heeft en dezen met zoo uitstekend resultaat ten einde heeft gebracht.
Het werk is uitgevoerd door den heer H. Seegers, aannemer alhier, die er alle eer mee inlegd. Verder hebben o.a. aan den bouw medegewerkt: de heer Beuser-van Alphen voor de omvangrijke electrische installatiën, de firma L.A. Moll voor de electrische ornamenten; de heer Kaak voor het schilderwerk, de heer Nannings voor de sanitaire artikelen, de ingenieur Kuijpers te Rotterdam voor het gewapend beton, de N.V. de Klopper te Dordrecht voor de stoelen; de firma Otten voor het stucadoorswerk; de firma Maurits Drukker en de heer H.J. Tielemans voor de gordijnen e.d.; de firma Canta, werkplaats Wolfkuilsche weg, voor het marmerwerk, en de firma Stokvis te Arnhem voor de centrale verwarming en de ventilatie-inrichting; de heer Joh. Th. Van der Waarden voor de terrrazzo-vloeren, terwijl de petten der mooie uniformen voor het personeel werd geleverd door den heer Th. Hendriks, Broerstraat. En deze lijst mag niet de naam ontbreken van den timmerman Peters, die zich bij het moeilijke overkappingswerk zeer verdienstelijk heeft gemaakt. Door de samenwerking van al dezen is een gebouw tot stand gekomen, waarop iederen Nijmegenaar trotsch mag zijn en waarin ongetwijfeld honderden vele avonden op de meest aangename wijze zullen doorbrengen.
Morgenavond heeft een invitatie-voorstelling plaats en Zaterdag wordt de Familie-Bioskoop voor het publiek geopend. Wij twijfelen er niet aan of dit zal de nieuwe, zoo breed opgezette inrichting een druk bezoek doen ten deel vallen.
Het bestuur van de Familie-Bioskoop wordt gevormd door de heeren Rud. Bless, W.H.M. Schans de la Croix en J.B.L. Wildenbeest. Technisch leider is de heer H. Kersten, die op dit gebied zijn sporen alleszins verdiend heeft en als explicateur zal optreden de heer Arn. van den Donck.” (PGNC 3/10/1913)
Dikke Boom van Hees, Kruispunt Schependomlaan, Voorstadslaan, Tweede Oude Heselaan en Dikkeboomweg (mei 2023)
De “nieuwe” Dikke Boom van Hees is op 21 november 2003 geplant. Dat is precies 100 jaar nadat de oude Dikke Boom van Hees door blikseminslag was omgegaan.
De oude Dikke Boom van Hees
De oude boom was een eeuwenoude linde, bekend in de wijde omgeving.
Romantiek en Hartzeer onder de Dikke Boom
Dr. J.J. de Blécourt schreef eens het volgende: „Menig hups dienstmeisje, des Zondags zo blij uitgetogen, kwam ‘s avonds met betraand gezichtje de wanhoop nabij weer thuis. Veelal kwam dan die stereotype bekentenis: „bie den dikken boom zeet ie tegen mien: gij kunt eiges best naor huus gaon en, veur mien Part ver…” . Meestal kwam zo’n verbroken verbintenis na een of ander zoenoffer wel weer in orde en daar ging dan in de regel een ontmoeting onder het brede bladerdak van de dikke boom aan vooraf. (Nijmeegsch dagblad, 26-11-1955, die de boom een eik noemt)
1903 Verwoesting door onweer
De originele Dikke Boom van Hees, 1900-1904 (GN11090 RAN)
Die zaterdagavond in november 1903 rond half zes brak een kort maar hevig onweer uit, gepaard gaand met een felle storm uit het westen en hevige regen- en hagelslag. Bij de blikseminslag wordt de boom omvergeworpen, “Ongeveer 2 Meter van den grond werd de boom als het ware afgesneden.” (PGNC 24/11/1903)
Bij het omgaan van de boom raakte nog een jongetje in het gezicht gewond door een van de takken. Dezelfde avond is de omgevallen boom door de gemeente in stukken gezaagd en afgevoerd.
“Met den “Dikken Boom” verdwijnt nu wel niet een der groote kolossen op dit gebied in Nederland, – want wel bezien was hij zoo dik niet,- doch voor onze streek was die boom toch een bijzonderheid. Ten Stadhuize bevindt zich eene gravure van 1750, waarop reeds de “dikke boom” te Hees wordt voorgesteld. Hij moet dus een eerbiedwaardige ouderdom bereikt hebben, als hij toen reeds een dikke boom was.” (PGNC 24/11/1903)
“De rondloopende bank, die in den laatsten tijd toch al bouwvallig begon te worden, is aan ééne kant ‘ geheel tegen den grond gedrukt.” (Delftsche courant, 26-11-1903).
Daarna herinnerde alleen de Dikkeboomweg en tot 1955 een tramhalte aan de gevelde linde.
Het idee voor een nieuwe Dikke Boom
In juli 1999 werd een stichting opgericht om precies 100 jaar na de Dikke Boom een nieuwe boom aan te kunnen planten. Daarbij was er eerst in kleine kring gepolst: de bewoners van Insulinde zijn enthousiast en Vereniging Dorpsbelang Hees ondersteunt het initiatief.
De boom moet een herkenningspunt zijn bij de toegang naar het “oude” Hees. Daarom wil de stichting een “fors exemplaar dat elders moet wijken” verkrijgen. De kosten komen bij een eerste begroting uit op F 47.500 (Stenen Bank).
2003: het plaatsen van de Nieuwe Dikke Boom
Op 21 november 2003 wordt een nieuwe linde geplaatst. Bij het planten is de boom 8 a 10 meter hoog (Nijmeegse Stadskrant respectievelijk Hees bij Nijmegen). Daarbij is hij ongeveer dertig centimeter in doorsnede. Hoewel dus niet het forse exemplaar dat aanvankelijk lijkt beoogd, is de feestelijkheid en blijschap er niet minder om.
De kosten bedragen 22.500 euro (we zijn inmiddels in het euro tijdperk aanbeland). Een kwart daarvan bedraagt de kosten voor de boom. Het overige voor de bankjes en de weergave van de jaarringen van de oude boom. Met de bankjes -die “op de groei” zijn gemaakt- moet de boom dan weer een echte ontmoetingsplek worden.
De Dikke Boom komt terug in het logo van Vereniging Dorpsbelang Hees, samen met de Stenen Bank en de Petruskerk.
(Overige) Bronnen en verder lezen
Steendruk van Pieter Wilhelmus Marinus Trap (20-04-1821 Leiden aldaar 20-10-1905) voorstellende de dikke boom in Hees. Op de achtergrond is de St. Stevenstoren afgebeeld (uit het door A. Cranendoncq en zoon rond 1850 uitgegeven “Gezigten van Nijmegen” via GN15613 RAN)
Waar tegenwoordig woningen staan, aan de Korte Bredestraat tegenover de kerk, was jarenlang een belangrijk middelpunt van het dorpsleven van Hees: Hotel Heeslust. In 1935 sloot Heeslust nadat brand was uitgebroken. Hierna kwamen de paters Kruisheren er te wonen.
In 1967 werd dit gebouw gesloopt en vervangen door moderne woningen. Een stukje van de zaal van Heeslust is nog te zien, wanneer je door het Gengske loopt.
Jacobus Giesing
Advertentie Heeslust: Harmonie muziek, geen bier op zondag (PGNC 17/5/1854)
Advertentie Heeslust voor Hoorn-muziek (PGNC 8/7/1854)
Jacobus (Jac.) Giesing en Hendrina Johanna Adriana Colbeth waren rond 1850 begonnen om een pleisterplaats met koetshuis te houden.
Dan verschijnen er regelmatig advertenties voor muziek of een bal. Bijvoorbeeld ter gelegenheid van de kermis (PGNC 18/8/1855, PGNC 22/8/1857).
Wanneer Giesing in 1866 overlijdt, lijkt Colbeth in ieder geval tijdelijk het logement zelf te hebben voortgezet. Zo is er een advertentie gevonden in PGNC 25/5/1867 voor een concert van Hoorn-muziek, ondertekend met wed. J. Giesing. Ook een openbare verkoop verwijst naar de “Wed. J. Giesing” (PGNC 27/11/1867).
In gevonden advertenties in 1868 is het J. Giesing (PGNC 14/8/1868) of Giesing (PGNC 27/11/1867)
Jacobus Hendrikus Giesing
Hotel Heeslust, zo te zien voor de verbouwing, door RAN gedateerd op 1900 (N.J. Boon via RAN F67022)
Daarna zal Jacobus Hendrikus/Hendricus Giesing (1841-1901) jarenlang eigenaar van het Logement Heeslust zijn. Hij dreef het logement samen met zijn vrouw Petronella Ensink (1844-1901). De tot nu toe eerstgevonden advertentie ondertekend met “J.H. Giesing” is PGNC 18/6/1869 (Harmonie-muziek) en vanaf dat moment is het in advertenties of “J.H.” of “de Heer”.
Op 6-12-1873 vindt de daadwerkelijke, notariële overdracht plaats van “Het Logement genaamd “Heeslust”, met koetshuis, paardenstal en zaal, benevens tuin en bouwland gelegen te Hees, op den perceelsgewijzen kadastralen legger van Neerbosch voorkomende in Sectie B onder Nummers 333, 334, 775, 776 en 777 als te zamen groot een en veertig aren tien centiaren” (Archiefnr 447, Inventarisnr 258, Aktenr 6119)
Muziek en bal
Een cabaretoptreden in Hotel Heeslust met Jetje Lawson, Rudolphine Hammes-Wagner (tweede van links), Fiet van Dorp en Paula van Lijp, 26/1/1907 (Born via F85207 RAN)
Hees bij Nijmegen: “Giesing organiseerde muziekavonden en bals, onder meer met muziek van de dorpsfanfare en lokale militaire kapellen.” Daarbij noemt ze dat Giesing een grote feestzaal heeft gebouwd: het is mij nog onbekend of en welke zaal dit betreft; in ieder geval is er bij de officiële overdracht in 1873 al sprake van een zaal en bij de opening van 1902 door de nieuwe eigenaar (zie hieronder) was er voorheen slechts sprake van een “klein en bouwvallig” zaaltje.
Hoewel niet uitputtend onderzocht, zijn er in ieder in 1873 “Abonnements-concerten”: 4 concerten in de zomermaanden, uitgevoerd door het “Muziekkorps van de dienstdoende Schutterij, onder Directie van den Heer Paul Steffen” (PGNC 8/6/1873, PGNC 25/7/1873). En in 1874 en 1876 onder directie van de heer Henning (PGNC 21/6/1874, PGNC 9/8/1876).
En daarnaast organiseert hij een bal, waaronder -natuurlijk- tijdens de kermis van Hees (PGNC 17/8/1873, PGNC 18/8/1889, PGNC 20/8/1899). Maar bijvoorbeeld ook in september (PGNC 24/9/1873)
Ook zijn er andere concerten, onder andere het Zangkoor St. Caecilia van Hees en Neerbosch (PGNC 2/2/1893) of fanfare “Ons Genoegen”
Hees bij Nijmegen: “ook legde hij een speeltuin aan en organiseerde kinderfeesten, met kerst rond een fraai versierde kerstboom. Heeslust was ook dé vergaderlocatie voor Heese verenigingen.”
Overlijden en veiling
Na het overlijden van Giesing en Ensink wordt de veiling aangekondigd:
Veiling inventaris Heeslust (PGNC 26/1/1902)
Op 9 en 23 januari 1902 vindt de veiling plaats van “Het van ouds bekende en welbeklante Hôtel “Heeslust” met koffiehuis en stalhouderij in den kom van het welvarende dorp Hees bij Nijmegen aan den stoomtram, bevattende behalve de ruime gelagkamer, eetzaal, danszaal met tooneel, 19 kamers, keuken, 3 kelders, groote zolders enz., voorts koetshuis met stalling, koestal, waschhuis enz. en groote tuin, samen groot 4102 M². Te aanvaarden 1 februari 1902.” ( PGNC 29/12/1901). Eind januari vindt tevens de veiling plaats van de inventaris.
R.Th. Hoenselaars
R.Th. Hoenselaars te Hees is de koper van het hotel voor f16.050. (PGNC 22/3/1902 en De Gelderlander 1/1/1903). Daarbij valt het op dat het bedrag lager is dan de aanvankelijke inzet van f19.000 (PGNC 12/1/1902) en een gevonden verhoging tot f20.500 (PGNC 21/1/1902).
Reinier Hoenselaars (1875-1913) was een tuinder, die later schuin tegenover Heeslust een komkommer kwekerij zou beginnen (Hees bij Nijmegen).
Bij de opening in 1902:
Aankondiging opening Hotel Heeslust, natuurlijk met muziek van “Ons Genoegen” (De Gelderlander 4/7/1902)
“Hôtel Heeslust.
Hedenavond wordt, zooals reeds per advertentie is bekend gemaakt, het hotel en café-restaurant Heeslust te Hees heropend, na, zoowel binnen als buiten, een groote vernieuwingskuur te hebben ondergaan en waar het nodig was te zijn uitgebreid of geheel vernieuwd. Zoo b.v. het concertzaaltje. Een ieder zal zich dit herinneren, hoe het voorheen was, klein en bouwvallig. Thans is hierin een groote verandering gebracht.
Een geheel nieuwe en grootere zaal is thans daarvoor in de plaats gekomen, of beter gezegd zal daarvoor in de plaats komen, want de timmerlieden en metselaars zijn nog ijverig in de weer.
Echter zal het niet lang meer duren en kunnen de clubjes en vereenigingen, die des zomers in het stille, idyllische Hees gewoonlijk plegen saam te komen, spoedig van deze verbetering profiteeren. Ook de eetzaal heeft een groote verandering ondergaan. Het eigenlijke café is eveneens groter geworden en biedt een gezellig zitje aan, evenals de veranda, die thans voor het café is aangebracht en van waaruit men een aardig gezicht heeft op den weg en de kerk. Vermelden we nog dat er achter het café een groote tuin is met boomen, onder welker loover men in deze warme dagen na afgedanen arbeid een heerlijk plaatsje kan vinden, dan gelooven wij onze lezers voldoende met dit café op de hoogte gesteld te hebben, zoodat ze zeker al wandelende hier een rustpunt zullen zoeken.
Een geschikte gelegenheid om er reeds spoedig een bezoek te brengen geeft het concert, dat daar morgenavond 7 uur gegeven zal worden door het bekende “Fanfare-Korps” van Hees en Neerbosch, onder leiding van den heer Thewissen.” (PGNC 6/7/1902)
De speeltuin van Hotel “Heeslust”, 1920 (RAN F12920)
Naast pensiongasten en dagjesmensen gebruikten ook verenigingen uit Hees het pand, zoals de fanfare Ons Genoegen, de toneelvereniging Hogerop en werd het gebruikt voor vergaderingen van Dorpsbelang.
Uitstapje van het personeel van de Gazelle fabriek Dieren naar Nijmegen – Kleef, Op de achterkant staat vermeld: ’17 September 1910 Nijmegen & Kleef’. Deze is genomen voor hotel Heeslust in Hees.
Vermoedelijk is dit een feestelijk (gezien de kleding) uitstapje van het Gazelle personeel. Het verhaal gaat (zie link naar het personeelsblad Gazelle Klanken) dat het Gazelle lied daar tot stand is gekomen. De in dit blad vermelde P.A. Smeitink – met pijl – is op 8-1-1910 op 12 jarige leeftijd als leerling in dienst getreden bij Gazelle.
17/9/1910, met dank aan Jan Cees Rutgers, Erfgoed Gazelle
Brand en sluiting Hotel Heeslust.
Het gedeeltelijk uitgebrande hotel Heeslust, 1935 (RAN F32439)
Vanaf 1912 was J.R. Verhoeff de nieuwe eigenaar en vanaf 1920 Hendricus Verbeek.
Op 9 maart 1935 verwoest een brand een groot gedeelte van de bovenverdieping van Heeslust.
Paters Kruisheren
Het Studiehuis van de Paters Kruisheren van St. Agatha (het voormalige en verbouwde Hotel Pension Heeslust), 1950 (GN4774 RAN)
Daarop kochten de paters Kruisheren van St. Agatha in 1936 het pand, waarna een verbouwing volgde. Hier kwam de “missieprocuur”: een bureau dat de activiteiten in de missie coördineert. Daarnaast diende het als huisvesting voor paters die op verlof waren of aan de Katholieke Universiteit Nijmegen studeerden. Ook was hier het “provincialaat”, het provinciale bestuur, van de Europese Provincie gevestigd, totdat het in 2004 weer werd teruggeplaatst naar St. Agatha en met een korte onderbreking in 1968 tijdens de verbouwing.
De Reguliere Kanunikken van het Heilig Kruis, kortweg de Kruisheren, was een orde gericht op de missie. De toont de refter in hun Nijmeegse studiehuis en missieprocuur Het studiehuis is in 2011 opgeheven, 1950 (GN12438 RAN)
De Reguliere Kanunikken van het Heilig Kruis, kortweg de Kruisheren, was een orde gericht op de missie. In hun Nijmeegse studiehuis en missieprocuur hadden zij een missiemuseum met artefacten uit de Congo. Het studiehuis is in 2011 opgeheven, 1950 (GN12439 RAN)
De Kapel in het Studiehuis van de Paters Kruisheren van St. Agatha, 1950 (GN4775 RAN)
In 1967 werd dit gebouw gesloopt en vervangen door moderne woningen. Een foto van de sloop is te zien op Noviomagus. in 2011 is het Studiehuis opgeheven, waarna de woningen door huishoudens werden betrokken.
Een stukje van de zaal van Heeslust is nog te zien, wanneer je door het Gengske loopt.
omstreeks 1875-1880, Gemeentelijk Monument Het huidige Kerkstraat 4 is waarschijnlijk vooral bekend als (voormalige) kwekerij. En van het tafeltje waar…
In 1903 laten de eigenaressen Delgijer en van Swelm hun café-restaurant “Buitenlust” herbouwen tot Hotel-pension met café “Buitenlust”. Architect Hoffmann…
Bronnen
Hees bij Nijmegen: Van dorp naar groene stadswijk, 1196 – 2011, Jan Brauer en Henk Termeer (redactie), 2011: lees vooral bladzijde 40-41
De Stenen Bank, kwartaalblad van Vereniging Dorpsbelang Hees, september 2010
Hotel-Restaurant Pays Bas , op de hoek met de Canisiussingel, Berg en Dalseweg 1, 1937-1940 (F12442 RAN)
In 1934 opende A.J. Mermans zijn Hotel-restaurant “Pays-Bas” aan de Batavierenweg, wat een bekende gelegenheid voor bijeenkomsten werd. Tijdens Market Garden raakte het beschadigd. In 1951 volgde nieuwbouw. In 1989 is het pand gesloopt, om plaats te maken voor appartementen.
Bij haar opening schrijft het PGNC in 1934:
“Hotel “Des Pays-Bas”.
Nieuw hotel aan de Canisiussingel
Op den hoek van Canisiussingel en Berg en Dalscheweg, op den Berg en Dalscheweg Nol. 1, heeft heden de opening plaats gehad van een nieuw hotel: het Hotel “des Pays Bas”, waarvan directeur is de heer A.J. Mermans.
Het nieuwe hotel is gevestigd in het gebouw van het vroegere Sander-Instituut, dat uitwendig onveranderd is gebleven, doch inwendig des te grooter veranderingen heeft ondergaan; het frissche, moderne interieur heeft thans niets meer met de vroegere ouderwetsche inrichting gemeen. Ieder vertrek in het groote gebouw getuigt van fijne smaak en van het aanvoelen van den modernen geest, welke zich op het gebied van woninginrichting heeft baan gebroken; het was dan ook de firma C.J. Fens en Zn. te Breda, binnenhuis-architecten, die aan dit interieur haar bijzondere zorg besteedde. En dat met groot succes. Zij heeft aan het nieuwe hotel, dat tevens bedoeld is als familie-pension, die de bezoekers ongetwijfeld aangenaam zal stemmen. Kenmerkend voor dit hotel zijn de groote, ruime kamers, waarin onverschillig aan welke zijde van het gebouw zij gelegen zijn, licht en luch volop kunnen binnendringen, terwijl er verscheidende van balcon voorzien zijn. De kamers in verschillende kleuren uitgevoerd: groen, geel en rose b.v. en treffen alle door hun smaakvolle en voorname inrichting. Het is welhaast onnoodig te zeggen, dat de kamers van alle moderne gemakken voorzien zijn. Voorts beschikt het hotel over twee badkamers en een douchekamer. Een zeer voorname indruk maakt de resauratie-zaal van het hotel, evenals de conversatie-zaal. De restauratie-zaal, waar het wijnrood overheerscht, is in Franschen stijl gehouden; de conversatie-zaal is in lichtbeige kleur uitgevoerd. In beide is het prettig om te toeven. Bij het hotel behoort een terras, dat ook voor gewone bezoekers niet hotel- of pensiongasten, openstaat. Hotel “des Pays-Bas”, dat zich volkomen aan de voorname omgeving waarin het gevestigd werd, aanpast, zal met eere zijn plaats in de rij der eerste-rangs hotels en pensions innemen.
Vermelden wij nog, dat het aannemerswerk voor het nieuwe hotel werd uitgevoerd door de firma van Gisteren. De firma Jean Jacobs legde de centrale verwarming en de electrische installatie aan en verzorgde het loodgieterswerk, terwijl de firma Bökkering het schilderswerk uitvoerde.” (PGNC 21/3/1934)
Tweede Wereldoorlog
Het bij de bevrijding zwaar gehavende Hotel des Pays Bas, op de hoek met de St. Canisiussingel, Berg en Dalseweg 1, september 1944 (F29063 RAN)
Heropening Pays-Bas (De Gelderlander 25/5/1946)
Het gebouw raakte bij bevrijding in september 1944 zwaar beschadigd.
In juli 1946 opent haar “geheel vernieuwde” Pays-Bas in de voormalige ooglijders-inrichting aan het Mariaplein, de hoek Mr. Franckenstraat – Dr. Claas Noorduynstraat betrokken.
1951 Herbouw Restaurant Pays Bas
Voormalig Hotel Café Restaurant ‘Pays Bas’, kort voor de sloop ten behoeve van de bouw van 22 luxe appartementen, 18/1/1989 (J.J. van Ewijk via F88217 RAN CC0 Auteursrechthouder RAN Annotiatie: Zie: Wijkkrant Nijmegen-Oost, 01/10/1989, p. 11 / Zie: Wijkkrant Nijmegen-Oost, 1/10/1989, p. 11)
In 1951 wordt restaurant Pays Bas herbouwd. Een foto uit begin jaren 50 is te vinden op F91414 RAN.
“Uniek restaurant op prachtig punt
Pays-Bas aan Batavierenweg grote aanwinst voor de stad
Café-restaurant-tearoom “Pays-Bas“ is in een markante bouw op de Batavierenweg 1-3 herrezen en daarmede is dit bedrijf dat in de Septemberdagen van 1944 op de hoek Berg en Dalseweg en Canisiussingel werd verwoest, thans definitief herbouwd.
Het feit op zichzelf is belangrijk genoeg om ons erover te verheugen, want de aantrekkelijkeid van onze stad wordt ten zeerste door goed-geoutilleerde restaurants verhoogd. Maar hier doet zich de omstandigheid voor dat het herstel van Pays Bas op een wijze is geschied dat we van een belangrijke aanwinst voor Nijmegen mogen spreken. Op het gebied van het restaurantbedrijf is iets unieks tot stand gebracht, een prestatie, die de belangstelling van stadgenoot en van vreemdeling zal hebben.
Op een van de mooiste punten van de Batavierenweg (we mogen gerust zeggen: op van de mooiste punten van ons land) heeft de heer A.J. Mermans zijn Pays Bas doen bouwen als een gelijkvloers gelegen restaurant met een grote ruim-verlichte, fris aandoende en smaakvol ingerichte zaal, die door middel van harmonica-deuren in vier kleinere zalen kan worden onderverdeeld. De grootste zaal, van tweehonderd vierkante meter, kan tweehonderd mensen bevatten; een geschikte feestzaal, congres- of vergaderzaal dus, terwijl in het hele restaurant met gemak een driehonderd mensen kunnen plaats nemen. De muren zijn opgetooid met tal van fraaie schilderijen; de inrichting is gedistingeerd, volkomen in overeenstemming met de voorname én gezellige sfeer van het geheel.
De Batavierenweg is wel zo vriendelijk geweest om voor Pays Bas een reverentie te maken en in plaats van om het terras aan de voorzijde, waar zich de entree bevindt, te gaan heenlopen. Hierdoor kan de bezoeker van het restaurant ongestoord genieten van het onvergelijkelijk panorama aan de zijde van het terras, waar een uitzicht wordt geboden dat alleen al een verblijf in het nieuwe restaurant tot een groot genot maakt.
De architecten Benning uit Nijmegen en Nap uit Arnhem hebben elke mogelijkheid om zowel de practische mogelijkheden als de aesthetische kansen te benutten uitgebuit. Ze hebben een fraai gebouw tot stand gebracht, dat onder de Nijmeegse aannemer, W. Meijer op solide wijze werd gerealiseerd.
In het restaurant, waar op elke tafel bloemstukken prijkten, werd Zaterdagmiddag bij de opening veel belangstelling getoond. Honderden kwamen hier de heer Mermans en mevrouw gelukwensen met het bereikte resultaat. Wethouder J. Tilman was er namens het gemeentebestuur; verder zagen wij de garnizoenscommandant kolonel waarn. F.J. Molenaar en mevrouw, het bestuur van Nijmegen Vooruit, collega’s van de heer Mermans en tal van goede vrienden en bekenden.” (De Gelderlander 8/10/1951)
Vervolg
Gerard ter Hart op WijkcomiteOost: “Aan het eind van de Batavierenweg bouwde men begin jaren ’50 het horecabedrijf Pays Bas (2e foto van links). Het had een bewogen geschiedenis: restaurant, studentensociëteit, Chinees restaurant, Joegoslavisch restaurant, Golden Tencasino en op het laatst zendstation voor piratenzenders. In 1989 werd het afgebroken en werd het appartementencomplex Pays-Bas gebouwd.”
De hoek Augustijnenstraat en Stikke Hezelstraat in 1996, 2/4/1996 (Ger Loeffen via F36913 RAN CCBYSA)
Vrijwel iedereen kent de pilaar op de hoek van de Augustijnenstraat en Stikke Hezelstraat. Jarenlang was deze behangen met lichtreclame van een grote verzekeringsmaatschappij. Het blijkt een schoorsteen te zijn, die hoort bij het grote complex aan deze hoek met op de begane grond winkels en daarboven woningen. De architecten waren Brouwer uit Arnhem en de Vlaming uit Amsterdam.
Wanneer “een dezer dagen” met de bouw van het flatgebouw op de hoek van de Augustijnenstraat en Stikke Hezelstraat zal worden begonnen, schrijft de Gelderlander hierover een artikel op 5-7-1954:
Het flatgebouw bestaat uit “vier winkels, waaronder een groot winkelhuis op de hoek met verkoopruimte op de etages en verder woonflats en kantoorruimtes.” Het gebouw is vrijwel net zo hoog als het flatgebouw op Plein 1944. De gevel is aan de kant van de Augustijnenstraat 40 meter breed en aan die van de Stikke Hezelstraat 20 meter. Op de hoek komt een schoorsteen voor de verwarming van het gehele gebouw, verpakt als reclamezuil met lichtvlakken. Op de hoek zullen “eilanden-etalages” komen.
Het complex in aanbouw: de herbouw van een aantal winkelpanden aan de Stikke Hezelstraat – Augustijnenstraat. Op de achtergrond links panden aan de Houtstraat en in het midden aan de Ganzenheuvel, 1955 (Foto Roozenboom via F58609 RAN CCBYSA)
De opdrachtgever is “een van de grootste Levensverzekeringmaatschappijen in ons land.” De architecten zijn H. Brouwer uit Arnhem en F.W. de Vlaming en Amsterdam. De aannemer is N.V. Aannemersbedrijf v.h. B. van Berkel. (De Gelderlander 5/7/1954)
Voorgevel Augustijnenstraat, Ir. H. Brouwer bi. Arnhem ir F.W. de Vlaming bi. Amsterdam, Datum tekening 16-7-1954/gewijzigd 27-7-1954 (D12.418446)
Voorgevel Stikke Hezelstraat, Ir. H. Brouwer bi. Arnhem ir F.W. de Vlaming bi. Amsterdam, Datum tekening 16-7-1954/gewijzigd 27-7-1954 (D12.418446)
Frederik Willem de Vlaming
Frederik Willem (It) de Vlaming, bekend als W.F. de Vlaming, (Amsterdam, 12-10 1919 – Laren (Noord-Holland), 25-10-2000) was een Nederlands architect. Hij was de zoon van Arij Leendert de Vlaming, een commissionair in effecten en Gerarda Craandijk.
Hij studeerde in 1949 als bouwkundig ingenieur aan de Techinische Hogeschool Delft. Bij zijn professoren Zwiers en Wieger Bruin deed hij praktijkervaring op. Vóór zijn afstuderen ontwierp hij een bungalow in Rossum, de plaats waar hij tijdens de Tweede Wereldoorlog enige tijd was ondergedoken geweest. Daarna werkte hij bij een architectenbureau in Zwitserland. In 1952 begon de Vlaming zijn eigen bureau, waarschijnlijk (aanvankelijk) samen met Salm en Peter Pennink. Salm is in 1951 afgestudeerd en zal naar Amerika vertrekken om zijn graad te behalen en aldaar te werken. De samenwerking met Pennink was van korte duur.
Wanneer Harry Salm in 1954 terugkomt uit Amerika gaat hij voor het bureau van De Vlaming werken en in 1957 treedt hij toe als partner. In 1967 treedt H.M. Fennis toe al partner. Het maatschap werd in 1975 omgezet in een N.V.. In 1981 komt ir. Dingemans bij de directie.
De Vlaming had veel nevenfuncties, waaronder bestuurslid van de vereniging Hendrick de Keyzer en de BNA. Vanaf 1955 was hij adviseur bij Rijkswaterstaat.
Een van de bekendste werken van De Vlaming is het Hilton Amsterdam Hotel, welke hij samen met Salm en Huig Maaskant heeft ontworpen. Ook hebben ze het Hilton Rotterdam ontworpen. Beide zijn Rijksmonument.
Henk Brouwer (Groningen, 5-8-1920 – Arnhem, 13-10-1974) was een Nederlands architect. In 1949 studeerde hij af aan de Technische Hogeschool Delft als bouwkundig ingenieur met afstudeerrichting architectuur. Hij richtte in 1955 samen met Th.Th. (Tom) Deurvorst (geb. 1920) het Arnhemse architectenbureau Brouwer & Deurvorst op. “De twee, die in de naoorlogse jaren vooral actief waren met de wederopbouw in en rond Arnhem, besloten in 1955 de krachten te bundelen en samen een kwalitatief hoogstaand architectenbureau te starten.” (BDarchitecten).
Werken
1949-1955 mede-ontwerper Huis der Provincie, samen met Vegter, Rijksmonument
1961 AKU fontein Arnhem samen met Shinkichi Tajiri
Daarnaast werd hij in 1962 de jongste hoogleraar architectuur aan de TH Delft.
De Modewinkel van Gebroeders Voss in 1953 (Fotopersbureau Gelderland via GN42697 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
In 1949 vindt de herbouw plaats van de modezaak Voss op de hoek van de Broerstraat en Ziekerstraat. Het oude pand was tijdens het bombardement van februari 1944 verwoest. Het gebouw is ontworpen door architect Heldoorn. Sinds begin jaren 80 zit alweer jaren Bakker Bart in de winkel.
Vooral de 3e etage maakt het gebouw opvallend: deze ligt wat terug, terwijl het dak in de vorm van een luifel is gemaakt. Bovenop staat in grote letters Voss.
April 1944 plannen voor wederopbouw
Na de verwoesting in februari, zijn de Gebr. Voss vrijwel meteen, in april 1944, begonnen met de voorbereidingen van de herbouw. Wanneer het nieuwe pand in juli 1949 bijna gereed is, schrijft de Gelderander:
“Met groeiende belangstelling zien de stadgenoten het moment waarop de reusachtige bouw van het dames- en kinderkledingmagazijn gebr. Voss op de hoek Ziekerstraat-Korte Molenstraat zal zijn voltooid. Bedriegen de voortekenen niet dan zal deze zaak reeds in het late zomerseizoen openen. De binnenstad is dan een monumentale bouw rijker. De kroon is dan gezet op een omvangrijk werk van voorbereiding, dat al in April 1944 is begonnen. Toen kreeg de architect de heer Heldoorn uit Leeuwarden van de Gebr. Voss opdracht tot het ontwerpen van dit gebouw, met de uitvoering waarvan de Gebr. Smits uit Nijmegen vorig jaar half November zijn begonnen. De frontbreedte is aan de Ziekerstraat 25 m; aan de Kort Molenstraat 14½m. Het winkelpand is hoog 17m boven de straat. Het lifthuis is 20 m hoog. Met de fa. van der Borg, die in de Broerstraat de eerste was, waarna de firma van Baal volgde, is de fa. Gebr. Voss thans de derde, die in deze omgeving het goed voorbeeld gaf. Mogen de andere zakenlieden om hun bijdrage te leveren tot de heropbouw van de binnenstad.” (De Gelderlander 16/7/1949)
De Gelderlander, bij de opening in september 1949:
Feeëriek modepaleis Voss in de binnenstad: Bezienswaardigheid op zich zelf
Etalage van de Modewinkel van de Gebroeders Voss, 1954 (Fotopersbureau Gelderland via GN42614 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
Morgenmiddag wordt het monumentale nieuwe pand van Gebr. Voss op de Korte Molenstraat hoek Ziekerstraat officieel geopend. Na ruim 5½ jaar na de verwoesting op 22 Februari 1944 en na een eindeloze reeks van moeilijkheden te hebben overwonnen. Maar nu staat het nieuwe gebouw er dan, machtig en groots als een indrukwekkend bewijs van moed en doorzettingsvermogen. In November verleden jaar ging eindelijk de eerste spade in de grond en morgen is de bouw reeds zover gevorderd dat de parterre en 1e etage in gebruik kunnen worden genomen. Sousterrain, 2e en 3e etage volgen zeer spoedig.
Niet alleen uitwendig, maar ook in het gebouw, dat 24 meter lang is, 14,5 meter breed en 19m50 meter hoog, heeft de architect, de heer G.A. Heldoorn uit Leeuwarden, een geheel geschapen waarin sfeer en moderne zakelijkheid op fantastische wijze met elkaar zijn verenigd. Sfeer, omdat deze in een modepaleis onmisbaar is, zakelijkheid, omdat ook die door de vrouw van onze tijd wordt gevraagd. Wat dit laatste betreft zegt het misschien voldoende, dat op iedere etage een telefooncel is (de echtgenoten weten het dus wat een telefoontje als mevrouw in de stad is kan betekenen….)
De trap in de winkel van de Gebroeders Voss tijdens een modeshow, 1953 (Fotopersbureau Gelderland via GN42624 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)
Het interieur van Modewinkel Gebroeders Voss tijdens een modeshow, 1953 (Fotopersbureau Gelderland via GN42628 RAN CCBYSA)
Er is een lift, van het sousterrain naar de hoogste verdieping, maar het moet voor de bezoekers ongetwijfeld op zich reeds een attractie zijn om via de vrijdragende monumentale trappen de etages te bereiken. Deze trap geeft het geheel iets filmachtigs, iets groots en aantrekkelijks. De parterre is nagenoeg geheel ingericht als etalage-hal met een oppervlakte van 105M2. En een glasfront van 190M2. Hierbij is een aparte show-etalage, waarin men allerlei nouveauté’s kan vinden en die bij een bezichtiging van de etalages een climax zal zijn.
Achter de etalage-hal is een kleine verkoopruimte voor slechts kleinere artikelen, een inpaktafel en de kassa, maar op de eerste etalage is de japonnen-afdeling en op de tweede de mantel- en hoedenafdeling. Moderne paskamers, een opvallende dagverlichting- de in staal gevatte ramen van spiegelglas hebben slechts een eenvoudige matgeblazen decoratie- treffen het bijzonder. De derde etage bevat de ateliers, de strijkkamer, de cantine voor het personeel (met keuken!) het magazijn enz. Er is aan de zijde van de Ziekerstraat een aparte dienstingang, met een verbinding naar de kelder, waar etalagekamer, studio, expeditie, rijwielstalling zijn ondergebracht. Boven deze ingang bevinden zich allerlei vertrekken, toilets, enz. op tussen plafonds zodat hier meer verdiepingen zijn ontstaan. Deze in toren-vorm gelegen vertrekken hebben als uitloper de gehele derde etage. De dienst-afdeling heeft haar eigen trappenhuis, zodat deze geheel van de eigenlijke verkoopruimten gescheiden is. De verlichting- we prezen reeds de grote plaats die aan het daglicht is gegeven- is, ook in de etalages, direct en indirect. Beide systemen heeft men aangebracht, terwijl met de aanleg tevens met toekomstige mogelijkheden op dit gebied is rekening gehouden. De verwarming van het gebouw is een bijzonderheid op zich. Geen radiotoren, geen buizen, maar in de plafonds, zelfs in het portiekvloer loopt een net van 4½ K.M. verwarmingsbuis, dat vloeren en muren verwarmt. In ieder vertrek is de temperatuur afzonderlijk te regelen. ’s Zomers kan door dit buizennet koud water gestuwd worden, dat verkoeling brengt.
De kruising Molenstraat , Plein 1944 , Broerstraat en Ziekerstraat (met rechts de Gebrs. Voss , in het midden Drogisterij Nickel en links de zelfbedieningswinkel van Jansen-Hendriks), 1954 (Foto Grijpink via F46491 RAN CC-BY-SA)
Dat inderdaad met alles rekening is gehouden, blijkt wel uit het feit, dat de buitenmuur is voorzien van z.g. klampsteen, die warmte-werend is en aan de binnenkant de warmte vasthoudt. De gevel is geheel opgetrokken uit kunststeen en travatin. Het gehele gebouw rust op twee enorme beton-pilasters, zoals het geheel ook een betonskelet is, bekleed met baksteen.
We noemden enkele der voornaamste bijzonderheden van dit nieuwe door Gebrs. Smit uit Nijmegen als hoofdaannemer gebouwde pand, dat rondom een korte luifel heeft die door neonlicht verlicht zal worden. Op het dak prijken ’s avonds in enorme verlichte letters de firmanaam, die een pijl heeft naar de verlichte luifel. Er moest gisteren en zeker ook vandaag nog ontzettend veel gebeuren en nog zal bij dit modepaleis nog wel ’t een en ander moetern gebeuren, maar Nijmegen is een modehuis rijker geworden, dat in stad en verre omgeving zeer de aandacht zal trekken.”
Modehuis Gebr. Voss te Nijmegen, Architect G.A. Heldoorn, datum tekening “Get. W.z”? 18-8-1948 (D12.408853)
Kader
152 Jaar geleden stichtte Bernard George Voss en diens zwagers Herman en Bernard Flottow het handelshuis Flottow en Co. met een oprichtingskapitaal van f45.000,-. De compagnons waren rondtrekkende kooplieden. De zaken gingen voorspoedig totdat in 1811 het bankiershuis ten Brink te Sneek failleerde. Op de dag van het failliet had Herman Voss de specie in een kist per beurtschipper naar Sneek gezonden. Toen het schip vertrokken was, hoorde Voss van het faillissement.
Hij trachtte te paard de beurtschipper te achterhalen, maar het geld was reeds bij het bankiershuis. Het verlies van de kooplieden was de destijds kapitale som van f15.044,-. De kist waarin het geld verzonden is, is thans nog in het bezit van de heren Voss, evenals de patentbrief, waarin vergunning wordt verleend voor een “grossierderij in manufacturen”.” (De Gelderlander 30/9/1949)
Advertentie verbouwing De Gelderlander 15/9/1954
Vervolg
Er is nog niet uitgebreid onderzocht wat het vervolg is geweest.
In ieder geval komt Voss nog voor in het Adresboek van 1971. Daarnaast is een reclame uit 1982-1983 gevonden, waarbij Gebr. Voss nog 1 van haar filialen in Nijmegen heeft.
Vanaf ongeveer 1983 zit Bakker Bart in de winkelruimte. Bart van Elsland had in 1977 zijn eerste bakkerij geopend in Dukenburg. Daarbij had hij het idee gehad om de oven prominent in de winkel te plaatsen: klanten konden zien dat het brood vers uit de oven kwam en bovendien rook het lekker. Door haar baksysteem kon Bakker Bart de gehele dag bakken.
“Zes jaar later”- dus ongeveer 1983- opent Bakker Bart de 2e zaak op de hoek van de Broerstraat en Ziekerstraat. Daarmee kwam een ander kenmerk van Bakker Bart naar voren, om te zitten op de beste locaties, om zo te profiteren van traffic.
Er zijn in 1963, 1978, 1981, 1983, 1989 en verbouwingen van de winkel geweest (Gemeentelijke Monumentenlijst).
Verbouwing 1963
Verbouwing Modehuis Gebr. Voss Bestaande toestand, archtecten W. Hopmans en W. Olthoff, datum tekening 30-7-1962 (D12.446588)
Verbouwing Modehuis Gebr. Voss Nieuwe toestand, archtecten W. Hopmans en W. Olthoff, datum tekening 30-7-1962 (D12.446588)
In 1962-1963 vindt er een verbouwing van de begane grond plaats: de 2 grote etalagekasten aan de Ziekerstraat worden vervangen door 3 kleinere. Daarnaast vindt er een aanmerkelijke vergroting van de winkelruimte op de begane grond plaats: afgaande op het zwarte gedeelte wordt er meer dan 1/3 aan de winkel toegevoegd. Het ontwerp was van de architecten W. Hopmans en W. Olthoff uit ‘s-Hertogenbosch.
Verbouwing 1978
Verbouwing winkelpand t.b.v. Gebr. Voss te Nijmegen, architekten W. Hopmans en W. Olthoff get. R. de Vries, Datum tekening 10-1-1978 met 3e wijziging 3-5-1978 (D12.513269)
Bij de verbouwing in 1978 wordt een groot deel van de passage opgeheven en bij de winkel getrokken. Alleen op de hoek van de Broerstraat-Ziekerstraat blijft nog een portiek over (D12.513269). Een belangrijke verandering aan het uiterlijk is de verandering van de luifel en het aanbrengen van het lichtreclameblok (Glaifa Neon Tilburg; D12.513275).
De Kledingzaak van Voss, 25/5/1984 (Ber van Haren via KN13358-36 RAN CC0 Auteursrechthouder Gemeente Nijmegen)
Verbouwingen 1981: opdeling begane grond
In 1981 wordt een deel van de begane grond aan de Ziekerstraat verbouwd tot afzonderlijke winkel (Het huidige -december 2024- Friethuys Oer). Ook hier zijn W. Hopmans en W. Olthoff de architecten (D12.529876).
verbouwing 1989: schuifpui
In 1989 zal het zijn groene aluminium schuifpui krijgen, welke het jarenlang heeft gehad. Zie de schermafbeelding van Google Streetview hieronder. De opdrachtgever is W. Plank, Groenten en Fruit en het ontwerp van W. Thoonen Exterieurbouw ( datum tekening 31-10-1988, D12.573613)
Ziekerstraat 1, waar jarenlang een groentenhandel heeft gezeten, juli 2018 (Google Streetview)
Verbouwing 1983: Bakker Bart en afzonderlijke unit.
In 1983 vindt de verbouwing plaats voor Bakker Bart. Daarbij wordt de hoek op de Broerstraat/Ziekerstraat recht getrokken, waarbij de ingang van de winkel aan de Ziekerstraat komt te liggen (D12.541555).
Bij de verbouwing tot Bakker Bart in 1983 staat “Ahrends” als gebruiker van de afzonderlijke winkel in de Ziekerstraat.
Jeans Centre en Bakker Bakker Bart: duidelijk is bij het Jeans Centre nog de oude luifel te zien, juli 2018 (Google Streetview)
Jarenlang was de betonnen luifel verbouwd zoals op de foto van augustus 2023 bovenaan en hiernaast te zien is.
In november 2024 is de betonnen luifel weer hersteld. Zoals op de schermafdruk van Google Streetview is te zien, was de oude luifel ook voor dit tijd te zien bij het Jeans Centre.
Het herstel van de luifel was een onderdeel van de verbouwing van Bakker Bart vanwege de modernisering van haar winkel. Een belangrijk onderdeel is de uitgebreide broodjescorner. Daarnaast zijn er bestelzuilen geplaatst en kunnen klanten de status van hun bestelling volgen via een scherm.
Maatwerk via “bouwstenen”
De Bakker Bart op de Broerstraat is de 3e winkel die verbouwd is volgens een nieuwe formule: hierbij kunnen franchisenemers voor een vernieuwing doorvoeren op basis van zogenaamde bouwstenen, zodat ze hun filiaal het beste kunnen laten aansluiten bij de eigen situatie.
Grote raam rechts van de Ziekerstraat:, 2007 (Henk Rullman via DF3306 RAN Auteursrechthouder RAN)
Bovenraam in de voormalige modezaak Voss, met in het glaswerk (in spiegelschrift) vermeld de stadswapens en namen van andere vestigingen van Voss-winkels. Bovenin ‘Nijmegen’, daaronder Harlingen en Bolsward, daaronder Mettingen, de thuisbasis van Voss in Duitsland. Ziekerstraat hoek Korte Molenstraat (Bij schrift DF3306)
Gemeentelijk Monument
Het gebouw is sinds 2011 een Gemeentelijk Monument, inclusief de letters Voss op het dak. Het pand heeft als waardering:
“Het pand Ziekerstraat 1-3 is van cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van de herrijzenis van het commerciële hart van Nijmegen na de verwoestingen aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. In z’n monumentale opzet en vernieuwende typologie getuigt het gebouw van het optimistische geloof in de toekomst dat zo kenmerkend is voor de wederopbouwperiode. Het winkelpand is voor Nijmegen van architectuurhistorisch belang als redelijk gaaf en herkenbaar voorbeeld van een vroeg-naoorlogs modemagazijn in traditionalistische bouwstijl met referenties aan een Italiaans palazzo. Als zodanig is het een representatief voorbeeld van het werk van architect G.A. Heldoorn die in deze periode ook het modemagazijn voor P&C op de hoek van de Burchtstraat en de Grotestraat bouwde. De ontwerpkwaliteiten komen vooral tot uitdrukking in de afgewogen gevelcompositie, de statige vensters en de bekroning door middel van een terugliggende vierde bouwlaag met balkon en luifeldak. De combinatie van baksteen, natuursteen, smeedijzer en erkers geven het pand een degelijke en huiselijke uitstraling. Kopen is hier in vertrouwde handen, zo luidt de ‘versteende’ boodschap. Het gebouw is van grote stedenbouwkundige waarde vanwege de markante situering en tweezijdige oriëntatie op een hoek van de hoofdwinkelstraat nabij Plein 1944. Door de vooruitgeschoven positie is het pand met de lichtreclame op het dak een beeldbepalend element in de zichtas van de Molenstraat. Het gebouw is bovendien een essentieel onderdeel van een aaneengesloten en op samenhangende wijze tot stand gekomen wederopbouwensemble dat als beschermd stadsbeeld van grote cultuurhistorische waarde is als belangrijk en hoopvol ijkmoment in de Nijmeegse stadsgeschiedenis.”
1931, Korte Burchtstraat nos. 17-21 Centrum, verwoest in 1944
De modewinkel van Gerzon aan de noordzijde van de Korte Burchtstraat, gezien vanuit de Lange Burchtstraat in westelijke richting, 1939 (ir. J.G. Deur via F15333 RAN CCBYSA)
De meeste mensen kennen Gerzon als het pand aan de Burchtstraat, een van de hoogtepunten van de wederopbouwarchitectuur. In 1931 had Gerzon haar Nijmeegse filiaal geopend, waarbij W.Th. Reijnen de architect was. Het pand werd in 1944 verwoest.
Bij de opening
Bij de opening schrijft het PGNC:
“Gerzon opent een filiaal te Nijmegen.
Hedenmiddag heeft in de Korte Burchtstraat nos. 17-21 de opening plaats gevonden van het Nijmeegsch filiaal der firma Gerzon, waarmede de Burchtstraat een zeer mooie winkelzaak rijker is geworden; inderdaad mag men hier spreken van een klein modepaleis, dat in de plaats kwam van de beide oude panden- een wijnhandel en een boekhandel- die hier eerst gevestigd waren. Wat aan de nieuwe zaak treft is het intieme, zeer rustige en smaakvolle interieur. De geheele zaak is betimmerd met edele houtsoorten en men heeft er naar gestreefd, om zonder versieringen die zoo moderne en mooie, strakke lijnen naar voren te brengen. Het geheele inwendige van de zaak is belegd met zware beige en bruine, zeer stemmig gehouden moquet, speciaal in motief en kleur, bij de houtsoorten passend, vervaardigd.
Uit de etalages, opgevat als galerij, spreken de meest moderne opvattingen; een sierlijke, voorname indruk maakt deze moderne pui, waaraan ’s avonds de Neon-letters zullen gloeien, en wanneer men dan bedenkt hoe de beide oude gevels, waaruit dit fraai geheel geboren werd, eruit zagen, dan is een woord van waardeering aan het adres van den architect, den heer W.Th. Reijnen Jr., hier zeer zeker op zijn plaats. En dan te bedenken, dat dit fraaie mode-huis in nauwelijks twee maanden tijd verrees.
Wat de firma Gerzon ten verkoop houdt? Dat is een weelde van japonnen, mantels, stoffen en hoeden, in prijzen voor elke beurs. Doch wagen wij ons thans niet verder op dit speciale gebied; de dames zullen in de komende dagen voorzeker zelf hun oordeel wel vormen.
De firma Gerzon geeft met de opening van dit nieuwe filiaal blijk van frisschen ondernemingsgeest en ondernemingsdurf, die zelfs deze benarde tijden niet vermochten neer te drukken. Naar wij van een der Amsterdamsche directeuren van de firma vernamen is men daar juist acht dagen geleden, met een groote verbouwing gereed gekomen. Doch men moet, zoo merkte hij ons op, met zijn tijd meegaan, veel nieuwigheden brengen en toch prijzen, die zich bij de tijden aanpassen, dan kan voorzeker succes niet uitblijven.
Het zij zoo.
Ten slotte mogen hier niet ondvermeld blijven de namen van hen, die medewerkten aan den bouw van dit filiaal. Het zijn: B. van Tienen, aannemer; Ned. Stoomhoutdraaierij en Meubelfabriek te Wageningen, binnenbetimmering; Jos. Kwakkermaat, electrische installatie en Neonverlichting; Merx en Boerboom, centrale verwarming; Chr. Clemens, stucadoorwerk; J. Willems, schilderwerk; E. van Bilderbeek, glas in lood; firma Erkens, marmerwerken; smidswerken, M. Wolf en J. Hilbers; Zonneschermen, Antoon Tesser; sanitair, W. Nannings; J.H. Tilders Jr., stoffeering, fa. J.C. Bettenhoussen, Rotterdam, betonwerken. Opzichter bij den bouw was de heer K. van Ommen.”
(PGNC 18/9/1931)
Dit pand gaat in de Tweede Oorlog verloren. De herbouw, onder architectuur van Lelieveldt en Reijnen, wordt gezien als een van de hoogtepunten van de wederopbouw architectuur van Nijmegen. Lees hierover:
Panden gelegen tegenover het Stadhuis in de Burchtstraat, van rechts naar links; Hunkemöller Lexis, de Apotheek Bijleveld en Modezaak Gerzon en geheel links Peek & Cloppenburg , gezien in de richting van de Grote Markt, 1955-1956 (GN3711 RAN)
In 1931 had Gebr. Gerzon’s Modemagazijnen uit Amsterdam een filiaal aan de Korte Burchtstraat 17-19 geopend, welke in de Tweede Wereldoorlog verloren ging. Ze had een noodwinkel op de Mariënburg. Gerzon’s is begin maart 1954 verhuisd naar de nieuwbouw in de Burchtstraat. Het is een ontwerp van de Rotterdamse architect J.A. Lelieveldt, welke hij in…
Gebroeders Gerzon
Modehuis Gerzon (Modemagazijnen Gebroeders Gerzon N.V.) was in 1889 opgericht door de broers Eduard (eigenlijk Ephraim Juda, 29-9-1862 Groningen – 19-8-1935 Zandvoort) en Lion (eigenlijk Levie Lazarus, 1867 – 8-3-1929 Amsterdam) Gerzon.
Zij waren zonen van Joodse slager in Groningen, Juda Gerzon (30 juli 1823 Nieuwe Schans – 17 december 1878 in Groningen). Nadat hij op 55-jarige leeftijd overleed, zette Sara Joseph Schaap (19 juni 1856 Nieuwe Schans) de zaak voort. Zij hadden 12 kinderen gekregen, waarvan er 4 op jonge leeftijd waren overleden. Met 8 monden te voeden, moesten de kinderen meehelpen in het levensonderhoud. Daarbij zouden de twee oudste zonen Jozef en Mozes zeer succesvol worden met hun vleesconservenfabriek.
Eduard en Lion gingen in de textielhandel werken. Na de voltooiing van de HBS werd Eduard handelsreiziger in Nederland en België voor een fabriek in Thüringen. Later gingen Eduard en Lion werken voor Jonas & Sierstadt, een groothandel in textiel en herenschoenen uit Keulen. In april 1888 verhuist Eduard van Keulen naar Amsterdam, Lion volgt in oktober 1889.
September 1889: Opening Modemagazijnen Gebroeders Gerzon in Amsterdam
In september 1889 openen de broers hun winkel in gebreide en geweven goederen als Modemagazijnen Gebroeders Gerzon op de Nieuwendijk in Amsterdam. Daar verkopen ze onder andere handschoenen, kousen en ondergoed. Zij bleven in die tijd nog voor Jonas & Sierstadt werken. Dat bedrijf stond onder leiding van de zussen Emma en Sophia Marx, die later hun echtgenoten zouden worden. Én die het bedrijf zou leiden wanneer Eduard en Lion op reis waren.
Eduard was daarbij de intellectuele en zakelijke leider en Lion als de bekwame inkoper. Ze konden zowel hun ervaring in fabricage, als handelsreiziger als winkelier inzetten. Een van de bijzonderheden bij Gerzon was dat ze op artikelen een prijs zetten: zo kon een klant meteen zien hoe duur een artikel was en deze transparantie gaf vertrouwen.
Confectie: chique bereikbaar voor een steeds grotere groep
Links Gerzon, rechts Peek & Cloppenburg en daar tussenin Raaymakers, 1939 (Ir. J.G. Deur via F15329 RAN CCBYSA)
In 1892 openden de broers Gerzon een tweede winkel in Amsterdam en in 1895 op de Kalverstraat 72 en 74 een derde. Op de Kalverstraat werden ook confectiekleding, herenkleding, lingerie en mantelpakjes verkocht. Het was daarmee een chique winkel geworden en daarop werden de eerste 2 winkels gesloten.
Vóór de komst van warenhuizen met confectiekleding als Gerzon, waren er feitelijk 2 smaken geweest: kleding door kleermakers op maat voor de gegoede burgers (en de echte elite ging naar de warenhuizen in Parijs of bestelde per catalogus) en het zelf maken of 2de hands kleding voor de overige bevolking.
In het midden van de 19e eeuw vonden een aantal ontwikkelingen plaats:
In Wenen kwam de confectiekleding op, deze werd onder andere mogelijk door de verandering in productiemethoden als betere naaimachines. Door serieproductie kon kleding van bijna net zo goede kwaliteit gemaakt worden, maar veel goedkoper dan bij een kleermaker. Vanuit Wenen verspreidde deze methode zich over Oostenrijk en Duitsland
De opkomst van een middenklasse, die meer te besteden had. Een kleermaker was nog steeds duur, maar voor veel en steeds grotere groepen werd confectiekleding bereikbaar
Al eeuwenlang, en vooral na 1840, begonnen Duitse stoffenhandelaars hun kleding op voorraad te verkopen in Nederland. Deze Duitse kooplieden waren veelal afkomstig uit Westfalen en waren vooral actief in het oosten en noorden van Nederland; vooral Groningen nam een bijzondere plaats in.
Deze Duitse kooplieden hadden vaak het Joodse of Rooms-Katholieke geloof. Vooral ten tijde van Bismarck was rond 1870 een “Kulturkampf” ontstaan tussen protestanten en aanhangers van andere geloven. Vooral Joden werden daarbij achtergesteld. Voor veel kooplieden was dit aanleiding om zich in Nederland te vestigen. Meestal eerst in het noorden of oosten van Nederland, maar daarna naar het snelgroeiende Amsterdam.
In deze hadden de gebroeders Gerzon waarschijnlijk net een iets andere achtergrond: ze waren immers geboren in Groningen, waarbij hun vader slager was (ook al had hij dit vak van zijn schoonvader geleerd). Wanneer ze echter handelsreiziger worden, voldoen ze wel aan het algemene beeld. Ook bijvoorbeeld Peek en Cloppenburg (zie foto boven) waren oorspronkelijk 2 Duitse handelsreizigers.
Daarbij gold Gerzon “als dé zaak voor de betere middenstand, dat werd benadrukt door de luxe inrichting van de winkels met brede en hoge entrees.” (Ons Amsterdam) Overigens werden er (in Amsterdam) ook warenhuizen geopend voor de échte rijken: Maison de Bonneterie werd al in 1901 “koninklijk hofleverancier”; Hirsch & Cie had onder andere de koninginnen Emma, Wilhelmina en Juliana als klant.
In de jaren daarop zouden in Nederland verschillende filialen van Gerzon worden geopend, en ook in Oost-Indië.
Vanaf 1912 gaat de keten ook eigen kleding produceren. Hierdoor konden ze hun prijzen laag houden, hadden ze beter toezicht op de kwaliteit en konden zij hun personeel opleiden.
Wanneer Gerzon zich in 1931 in Nijmegen vestigt, is het de tiende plaats waar Gerzon buiten Amsterdam een winkel heeft. Hun eerste plaats buiten Amsterdam was overigens Groningen, waarschijnlijk vanwege hun verknochtheid aan deze stad.
Tweede Wereldoorlog
Tijdens de Tweede Wereldoorlog plaatsten de Duitsers in 1941 de gehele keten van Gerzon onder Verwaltung: de Joodse bestuurders werden afgezet en de winkel geconfisqueerd. Tijdens de oorlog zijn veel Joodse werknemers gedeporteerd en omgekomen.
Machines en ander materiaal werd geroofd. Feitelijk is Gerzon deze klap nooit te boven gekomen.
Na de oorlog
Gerzon slaagde er niet in om aan de moderne smaak te voldoen: de kleding werd als “saai” gezien, hun doelgroep van de gegoede middenklasse begon steeds meer te verdwijnen. In 1970 had de familie al haar aandelen verkocht, in 1970/1971 was Nijmegen een van de plaatsen waarin het filiaal werd gesloten. In 1973 volgde het definitieve einde van de winkelketen.
ca. 1840-1845 Burchtstraat 69-71 en Hoogstraat 17 (huidig adres)
Burchtstraat 69-71 architect van der Kemp, momenteel Flying Tiger (maart 2023)
Rond 1840-1845 ontwierp architect van der Kemp het woonhuis voor houthandelaar Ten Boven. Veel Nijmegenaren zullen het pand kennen als bank kantoor: de ABN-AMRO Bank en haar rechtsvoorgangers. Of van de Flying Tiger, die er tegenwoordig haar winkel heeft.
Hotel
Lange Burchtstraat 43
Rechts (bij de lantaarnpaal) Grand Hotel Mulder, voorheen Boggia., 1900-1910 (F69282 RAN)
Voordat het gebouw een bank werd, was het een hotel: Grand Hotel Mulder voorheen Boggia.
“Bestaande toestand” vóór de verbouwing als Incassobank (D12.39173)
Bijkantoor Incasso Bank
Het bijkantoor van de incasso-bank, Oorspronkelijk adres Lange Burchtstraat, tegenwoordig Burchtstraat 1935-1940 (Fotopersbureau Gelderland via F65405 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
“De Incasso-bank.
Opening van het kantoor Nijmegen.
Incasso-Bank Nijmegen, Lange Burchtstraat, Jan Gratama…, datum tekening 15-8-1930 (D12.39174)
Gistermorgen heeft aan de Lange Burchtstraat No. 43 alhier, de opening plaats gehad van het kantoor Nijmegen der te Amsterdam gevestigde Incasso-bank N.V. De opening geschiedde des morgens te negen uur en onmiddellijk daarop nam het bankbedrijf een aanvang; van een officieele plechtigheid was dus geen sprake, al zorgden niettemin talrijke fraaie bloemstukken voor een feestelijk cachet. De directeuren van het kantoor Nijmegen, de heeren H.L. Cappetti en W.H.B. Spoorenburg, hadden op dezen eersten dag de weetgierigheid van menigen belangstellenden cliënt te bevredigen, een taak waarvan zij zich kweten op de hoffelijke wijze hun eigen. Gistermiddag brachten de hoofddirecteuren der Amsterdamsche Incasso-bank, de heeren mr. H.M. Roelofsz en mr. R. Koole, die vergezeld waren van hunne echtgenooten, een bezoek.
Op den dag der opening was de heer Cappetti onze begeleider bij een bezichtiging van het nieuwe bankgebouw.
Zooals men weet is dit ondergebracht in het oude pand van hotel Mulder-Boggia, dat hiertoe geheel verbouwd werd en het lijkt ons niet de minste verdienste van den architect, het bureau Gratama-Dinger, dat het karakter van patriciërshuis, dat dit pand door zijn voornamen gevel steeds droeg, geheel is gehandhaafd en, zoo mogelijk, thans nog sterker naar voren komt. Een bijzonderheid, die den meesten van onze lezers wel niet bekend zal zijn, is, dat het gebouw dateert van 1860, toen het als heerenhuis gebouwd werd. De oude gevel, die, zooals gezegd, een klassiek karakter en architectonische waarde heeft, is vrijwel geheel intact gebleven; hij werd alleen opgeknapt, waartoe het nieuw aangebrachte forsche dak, de monumentale hoofdentrée en de verdeeling der ramen met roedjes het hunne hebben bijgedragen.
Is er uitwendig dus weinig veranderd, zooveel te meer wijziging heeft het inwendige ondergaan. De begane-grond-verdieping toch werd geheel uitgebroken en tevens van zware kolommen en ijzeren liggers voorzien, teneinde het groote kantoor, als één ruimte erin onder te brengen. Toegang hiertoe geeft de hoofdentrée aan de Lange Burchtstraat, met voor-vestibule, die door haar donker eikenhouten betimmering een zeer voornamen indruk maakt. Door dezen ingang komt men in een hall voor het publiek, die door een lokettenreeks- de loketten zijn 9 in getal- van het groote personeelskantoor gescheiden is. Een glazen afscheiding bevindt zich aan het einde van deze hall, waarin een deur toegang geeft tot de effectenhall, welke laatste o.a. twee afgesloten boxen telt, zoodat men rustig en ongestoord zijn bespreking kan voeren. Een aparten en directen toegang tot deze effecten-afdeeling krijgt men door een tweeden ingang aan de Hoogstraat, het zijstraatje van de Burchtstraat. Door een afzonderlijke monumentale entrée komt men dan regelrecht in de effecten-afdeeling. Een maatregel, die getroffen is voor hen, die hun zaken rustig en onopgemerkt wenschen af te doen en die dan dus niet van den ingang aan de Burchtstraat behoeven gebruik te maken. Bij deze effecten-hall bevinden zich een tweetal geriefelijk ingerichte spreekkamers en de directiekamer; deze laatste is zoo gelegen, dat men van daaruit het geheele kantoor in al zijn afdeelingen kan doorzien. Vanuit de effecten-hall voert een ruime trap, met rubber bekleed, naar beneden, naar de in zwaar beton uitgevoerde kluis-afdeeling, die naar het ons wil voorkomen, wel het summum van veiligheid biedt. De eigenlijke kluis wordt afgesloten door een viertal op elkaar volgende deuren; waarvan één de wellicht meer dan een halven meter dikke kluisdeur is, natuurlijk van een speciale sluit-inrichting voorzien. Aan het openen van deze deuren komen achtereenvolgens vier verschillende personen te pas, terwijl het regel van het huis is, dat zich met den cliënt steeds twee bankbeambten binnen begeven in de eigenlijke kluisruimte, waar zich o.a. de cassettes met effecten, ten dienste van de cliënten, bevinden; de kluis bevat bovendien nog een afgesloten ruimte voor kofferberging. Om de geheele kluis heen loopt een contrôle-gang die door middel van spiegels vanaf den ingang geheel te overzien is. Een en ander is ingericht volgens het Lips-systeem. Voor de kluis bevindt zich de z.g. kluis-hall, met acht kamers, waarin men zijn coupons kan knippen. Onder het oude gebouw bevonden zich enkele zeer oude, vermoedelijk middeleeuwsche kelders, met zware gewelven, die men thans voor archief-ruimte en centrale verwarming benut heeft.
Bij de inrichting der kantoorruimten is alle overdreven luxe vermeden; het geheel werd in den strengsten eenvoud gehouden, doch maakt wellicht juist daardoor zulk een dgelijken, smaakvollen indruk, hetgeen er niet weinig toe bijdraagt hier een frissche, zonnige sfeer te scheppen. De vloeren in de publieke ruimten zijn met tegels in streng patroon, of met marmer gedekt; ook de wanden zijn van een tegelbekleeding voorzien. De directie-kamer, evenals de knip- en spreekkamers zijn voorzien van een dof gouden lambrizeering, afgezet met eikenhout, stemmig en toch voornaam. Voor al het overige houtwerk werd eiken- of teakhout aangewend.
Op de tweede verdieping van het gebouw zijn vier kantoren ingericht, elke bestaande uit directiekamer, spreekkamer en kamer voor het personeel en die aparten ingang hebben aan de Burchtstraat. Ook hier is de aankleeding zeer verzorgd en de inrichting zeer modern.
Onze stad is door de vestiging van dit kantoor Nijmegen der Incasso-bank, een instelling van den eersten rang rijker geworden, terwijl het aanzien van de Burchtstraat, een der voornaamste straten van het centrum, er ten zeerste door werd verhoogd. Naar de directie ons mededeelde, stelt zij gaarne de gelegenheid open tot bezichtiging van de lokalen der Bank.
Ten slotte laten wij hier nog enkele bijzonderheden volgen: de verbouwing van het oude pand geschiedde volgens plannen en onder leiding van den architect der Incasso-bank, het bureau Gratama-Dinger, bijgestaan door den opzichter, den heer J.R. Vlaming. Aannemers waren de gebr. Kreyenveld te Hengelo (O.). Aan den bouw verleenden de volgende Nijmeegsche firma’s hunne medewerking:
Centrale verwarming: de fa. Jacobine-Hollandia (Merkx en Boerboom); electrische aanleg: fa. Piebenga en Schekman; schilderwerk: fa. Frowein en Mom; leibedekking: fa. Strijbos; tegels: fa. van der Venne en van der Sluis; gevelletters: fa. Linthorst; glas en glas-in-lood: fa. Langenhuizen; loodgieter: W. Engelaar en Zonen; smid: B.A. Zonnenberg en Zoon.” ( PGNC 16/6/1931)
Een mooie foto uit 1946/1946 is te zien op Noviomagus: de gebouwen aan de noordkant, waaronder Burchtstraat 69, staan er nog, terwijl er op de plaats van de panden die er tegenover stonden een lege ruimte te zien is.
Amsterdam-Rotterdam Bank, Burchtstraat, 1972 (Evert F. van der Grinten via F78233 RAN CCBYSA Auteursrechthouder RAN)De Amro-Bank, 1986 (Gemeente Nijmegen afd. Reprografie via KN12855-25 RAN CC0)
Gemeentelijk Monument
Het gebouw is sinds 1988 een Gemeentelijk Monument. Dan is een kantoor van de Amro Bank met als aanwijzing: “Kantoorgebouw. Oorspronkelijk als woonhuis gebouwd bakstenen pand van drie bouwlagen van verschillende hoogte (van onder naar boven afnemend). Leien dakschild parallel aan de straat. Het pand heeft een natuurstenen sokkel en smalle natuurstenen banden tussen de etages. De gevel is zes-assig. Geheel links en rechts bevindt zich op de begane grond een (vernieuwde) ingangspartij met daarboven op de etage een rijker gedecoreerd raam, dat een natuurstenen omlijsting met een kroonlijst op consoles heeft. Een brede, sterk geprofileerde kroonlijst bekroont de gevel.
Voor Nijmegen uniek neoclassicistisch woonhuis van monumentale afmetingen. Speelt een essentiële rol in de straatwand van de Burchtstraat en is als enig bewaard gebleven particulier gebouw van stadsarchitect Van Der Kemp ook van historisch belang.”