Het gehucht de Tiengeboden ligt in de Ooijpolder, vlak bij de Oude Waal. Het bestaat naast 3 boerderijen uit 10 arbeidershuisjes. Deze omgeving is vernoemd naar deze arbeiderswoningen.
Arbeiderswoningen
1872 Lange Hezelstraat 4/1878 Lange Hezelstraat 6-8
De witgepleisterde woningen zijn gebouwd als 10 arbeidershuisjes, die bestonden uit 2 rijen van elk 5 rug-aan-rug woningen. De eigenaar van de Grote Kat liet deze bouwen voor de werknemers van zijn steenfabriek, tegenwoordig bekend als de “Vlietberg” (Wingens). Vanwege de gelijkenis van de grondtekening van het blok met de 2 stenen tafels, wordt het naar de Bijbelse Tien Geboden genoemd. Elke rij witgepleisterde huizen heeft 1 lang zadeldak.
Wat zijn Rug-aan-rug woningen?
Wat is een rug-aan-rug woning? “Rug-aan-rug-woningen werden vooral in de 19e eeuw gebouwd voor de arbeidersklasse: door de geringe grondoppervlakte, de vele gemeenschappelijke muren, de zeer beperkte voorzieningen en de slechte bouwkundige uitvoering waren deze huisjes goedkoop te bouwen. Door de vele blinde muurvlakken (muren zonder muuropeningen) en de hoge stedelijke dichtheid trad er weinig zonlicht in de kleine rug-aan-rug-woningen en was de natuurlijke ventilatie ronduit slecht; de woningen waren “donker en bedompt”. Meestal was alleen de voorgevel van ramen voorzien.” (JoostdeVree, een interessant artikel over rug-aan-rug woningen).
Steenovenvolk
Steenennatuur vertelt over de arbeiders van de steenfabrieken: “Voor de steenfabrieksarbeiders, ook wel steenovenvolk genoemd, was het hard werken. De arbeidsverhoudingen waren in het begin van de vorige eeuw barbaars. De lonen waren laag en als in de winter niet gewerkt kon worden, dan kregen de arbeiders niet betaald. En wie zijn mond opentrok, kon vertrekken. De bazen hadden bovendien onderling afgesproken dat wanneer ergens een “opstandig element” weggestuurd werd, die bij geen andere oven aan de bak kwam. Omdat de arbeiders vaak in huisjes van de steenfabriek woonden – die staan er nu nog in Erlecom en bij de Tien Geboden, betekende dat ook vaak dat ze met hun gezin uit die woning gezet werden.”
Verbouwing tot 5 woningen
Toen de steenfabrikant in 1927 een nieuwe eigenaar kreeg en vanaf dat moment de Vlietberg heette, zijn de woningen verbouwd. Door de voorgelegen woning samen te voegen met de achtergelegen woning ontstonden 5 woningen. (Muskens). Tegenwoordig zijn het 4 samengevoegde woningen (onder andere bijschrift F25661 RAN, een foto uit 1974-1978).
Sloopplannen en verkoop
De Tien Geboden, 15 april 1970 (Fotopersbureau Gelderland via F21395 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum
Begin jaren 70 staan ze er niet florissant bij; op een foto uit 1971 F73878 RAN zijn de woningen onbewoonbaar verklaard.
Het zijn gemeentelijke monumenten van gemeenten Berg en Dal. Zij vermeldt daarbij bouwjaar 1872 voor nummer 4 en 1878 voor 6-8.
Renovatie en onderscheiding 2009/nominatie 2011-2012
Tiengeboden (oktober 2024)
In 2009 ontvangt de renovatie van de Tiengeboden de Ton Gijsbers-Monumentenprijs. In 2011 wordt een van de woningen gerenoveerd, waarbij de renovatie genomineerd wordt voor een eervolle onderscheiding 2011-2012 van de Stichting tot Behoud van Monument en Landschap in de gemeente Ubbergen: “Ooijse Bandijk 16, gemeentelijk monument sinds 1988 en samen met de andere woningen in De Tiengeboden onderscheiden met de Ton Gijsbers-Monumentenprijs in het jaar 2009 … Ooijse Bandijk 16 heeft twee gekoppelde tuitgevels aan de dijkzijde, met muurankers en gestuukte sierbanden. In 2011 bleek dat de twee tuitgevels in slechte staat verkeerden en dreigden in te storten. Het pleisterwerk moest geheel worden verwijderd teneinde het voegwerk van de gevels te kunnen herstellen. Het voegwerk werd met kalkgebonden mortel uitgevoerd. De toppen, die voorheen voorzien waren van rollagen, werden met zink afgedekt, waarna de gevels eveneens met kalkgebonden mortel herpleisterd werden.
In 2012 zijn voor- en zijgevels geschilderd, vier door houtrot aangetaste ramen vervangen, de rotte uiteinden van het dakbeschot hersteld en de pvc-goten vervangen door zink. Vervolgens werd ook al het houtwerk geschilderd. De jury is zeer te spreken over het bereikte resultaat.”
(Overige) Bronnen en verder lezen
Monument & Landschap in de gemeente Ubbergen, Marc Wingens
Voormalige steenfabriek de Vlietberg (oktober 2024)
De Vlietberg is de naam van een voormalige steenfabriek, waarvan alleen de toren nog overeind staat. In 1873 werd het opgericht als Steenoven de Van Brienenswaard. Vanaf 1927 is het de Vlietberg, feitelijk vernoemd naar een steenfabriek in de buurt van Deventer.
Dit is tevens de naam van het buurtschap, bestaande uit een aantal woningen en woonboten, annex het omliggende natuurgebied geworden (wikipedia).
Steenoven de Van Brienenswaard
De laatste huizen van Nijmegen met op de achtergrond de steenfabriek de Vlietberg en de Waal, 1959 (Jeroen van Lith via D1072 RAN CC0)
Gerrit Hendrik van der Wedden richtte in 1873 de steenoven “De van Brienenswaard” op. Daarbij werd een hoogwatervrije terp aangelegd; de steenoven staat in het gebied dat daarvoor onderdeel uitmaakte van de bekade zomerpolder De Buiten Ooij. Van de Wedden was afkomstig uit Nijmegen en grootgrondbezitter, waarbij hij eigenaar was van boerderij de Grote Kat, welke in de buurt aan de kant van de dijk ligt. Hij liet naast de Grote Kat (oorspronkelijk) 10 arbeiderswoningen bouwen, waaraan dat gehucht haar naam te danken heeft: Tien Geboden.
Mogelijk was Stephanus Burgers daar vanaf het begin bij betrokken of mogelijk een paar jaar later: In PGNC 3/10/1875 wordt de fabriek nog de steenfabriek van “Van der Wedden” genoemd. Op 1 januari 1876 wordt de Firma Van der Wedden & Burgers, gevestigd te Ooy opgericht. Zij heeft als doel het maken en handeldrijven in waalstenen (De Gelderlander 11/1/1882)
Werken op een steenfabriek: steenovenvolk
Het werk op de steenfabriek was zwaar en laagbetaald. Het betrof lange tijd handwerk waarbij de mechanisatie vrij laat inzette en aanvankelijk slechts op een aantal onderdelen. Daarbij betrof het seizoenswerk, waarbij zowel mannen, vrouwen als kinderen op de “fabriek” werkten. Doordat het ongeschoold en laagbetaald werk was en bovendien afhankelijk waren van steun van een gemeente (het betrof seizoenswerk, waarbij fabrikanten zich weinig gelegen lieten aan het lot van de arbeiders buiten het seizoen), keek de burgerij laatdunkend op dit “steenovenvolk” neer.
In ieder geval in grote lijnen zal bovenstaande ook voor deze steenfabriek hebben gegolden. Een mooi (online) boek over steenfabrieken en het werken daarin is te vinden in de Geschiedenis van de techniek in Nederland.
1882: Fels en Burgers
December 1881 kwam Matheus Cornelis Fels in de plaats van Catharinus Alexander van der Wedden. Vanaf dat moment wordt de firma voortgezet als Fels & en Burgers (De Gelderlander 11/1/1882) De fabriek bestond op dat moment uit een vijftal veldovens. (Industriespoor).
Gevonden adressen in Adresboeken
Fels en Burgers
Steenfabriek
Van Brienenswaard 17
1913-1914, 1920
P.H. Burgers
Firma Fels en Burgers, Steenfabriek de “Van Brienenswaard”
1914-1915, 1915-1916 , 1916, 1918
1888: overstroming
De overstromingen van 1919 en 1926 zouden ervoor zorgen dat een deel van de jaarproductie verloren ging, waardoor de fabriek moest worden verkocht. Dat was niet de eerste overstroming. Zo worden in maart 1888 de sluizen van de van Brienenswaard opengezet, zodat deze waard blank komt te staan. “Men kan daar als het ware het water zien wassen. Alle steenfabrieken, zoowel boven als beneden Nijmegen, hebben het werk gestaakt. Een groot aantal arbeiders is daardoor zonder verdienste, waardoor de nooddruft onder die menschen groot is. Het kwelwater richt reeds enorme schade aan.” (PGNC 17/3/1888)
1922: Opvolging
De woning bij de Vlietberg (oktober 2024)
Mogelijk vindt in 1922 de opvolging plaats. In ieder geval wordt op 17-10-1922 de “Naamlooze Vennootschap Steenfabriek “de van Brienenswaard”, voorheen Fels en Burgers” opgericht, met koninklijke goedkeuring op 20-11-1922. Het doel is “Het vervaardigen van en het handeldrijven in steenen, het uitoefenen van het landbouwersbedrijf en alles wat in den meest uitgebreiden zin geacht kan worden met een en ander in verband te staan. Het maatschappelijk kapitaal is 400.000 gulden.”
De directeuren zijn dan:
J.A. Burgers
F. Fels
De commissarissen zijn:
A.B. Burgers
J.J. Fels
P.H. Burgers
Een afbeelding van een aandeel is te vinden op Hugovandermolen.
Hypotheek
Op 8-3-1923 sluiten de directeuren Johannes Antonius Burgers en Frederik Fels als gevolmachtigden van de “Naamlooze Vennootschap Steenfabriek “de van Brienenswaard”, voorheen Fels en Burgers” een hypotheek af 300.000 gulden bij de Weledelgeboren Heer Johann Heinrich Lüps, grondeigenaar wonend op Biljoen te Velp. Dit is tevens interessant, omdat het inzicht geeft van de bezittingen van Fels en Burgers op dat moment.
Het bedrag van de lening is in ieder geval niet opeisbaar vóór 1 juli 1925. Daarna kan een van beide partijen besluiten dat het bedrag dient te worden afgelost, waarvoor dan een termijn van 6 maanden na aanschrijving geldt.
Als onderpand brengen zij in:
De steenfabriek cum annexis te Ooij, met eenige huizen, schuren, ovens, erven, gebouwen, werkplaats, fabriek, stallen, weiland, kolk, moeras, opgaande boomen, dijk, weg, wilgenpas, rijswaard, richtbaan, kribben, dijkhelling, bouwland, water en vaargeul, kadastraal bekend gemeente Ooij, Sectie A nommers 101, 115, 117, 128, 130, 327, 328, 330, 331, 332, 333, 334, 336, 370, 371, 373, 374, 375, 376, 495, 497, 548, 549, 564, 565, 572, 585, 587, 588, 589, 678, 687 en Sectie D nommers 6, 103, 106, 183, 205, 251, 252, 253, 254, 255, 256, 257, 258, 259, 260, 261, 298, 299, 309, 327 en 328, en gemeente Nijmegen Sectie A nommer 63, ter gezamenlijke groote van negenentachtig hectaren, veertien, aren en twintig centiaren, met de aanwezige machines, persen, locomotief, rails, spoorbakken alzoodanige verdere roerende zaken, welke door de wet als onroerend door bestemming kunnen worden beschouwd;
Den eigendom van den ondergrond van het perceel, kadastraal bekend gemeente Ooij, Sectie D nommer 311, groot eene are zesendertig centiaren, waarop recht van opstal heeft de Naamlooze Vennootschap “Steenfabriekn voorheen Firma Robert Janssen” te Angerlo
Het recht van erfpacht tot en met een en dertig December negentienhonderd vier en twintig van de perceelen water, kadastraal bekend gemeente Ooij, Sectie A nommers 590 en 662, samen groot drie en zeventig aren, vijf en twintig centiaren; waarvan bij het kadaster als eigenaar bekend staat: de Staat: Gewone Domeinen “Financien”.
1924 Brand
In februari 1924 breekt er een grote brand in de schuur uit. De 11 paarden en 11 koeien kunnen worden gered. Het woonhuis en kantoor, waar de schuur aan vast zat, bleven behouden. Wel was hier veel waterschade (PGNC 12/2/1924).
1927 Te koop
Aankondiging veiling de Van Brienenswaard (PGNC 5/2/1927 geknipt)
Hierboven werd al beschreven dat in 1924 en 1926 een groot deel van de productie verloren was gegaan.
In februari 1927 staat de aankondiging dat steenfabriek te koop staat. Opvallend daarbij is dat naast notaris De Maret Tak uit Nijmegen, ook R. Reijers uit Velp betrokken is. De hypotheek was immers verstrekt door Lüps, wonend op Biljoen te Velp.
Abonneren
Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.
1927: Koop door N.V. Steenfabriek “de Vlietberg”
W. Thomassen te Hengelo koopt de fabriek voor f160.000, terwijl het huis en percelen naar andere kopers gaan (PGNC 3/3/1927). Waarschijnlijk verkoopt Thomassen de fabriek vrijwel onmiddellijk door aan N.V. Steenfabrieken “De Vlietberg”, gevestigd te Nijmegen (PGNC 19/3/1927). Vanaf dat moment krijgt de fabriek de naam de Vlietberg en deze is blijven hangen: ook tegenwoordig kennen we de steenfabriek en haar omgeving onder deze naam.
Hoe de Vlietberg aan zijn naam komt: een steenfabriek en boerderij in de buurt van Deventer
Advertentie koop van de Vlietberg (PGNC 19/3/1927)
1919 Oprichting N.V. de Vlietberg
Deze N.V. de Vlietberg was echter al eerder opgericht, in 1919.
De Vlietberg was namelijk een steenfabriek bij Wilp, in de buurt van Deventer. Haar naam had zij te danken aan een boerderij aldaar, erve de Vlietberg (Facebook, met een foto van deze fabriek). De Nijmeegse aannemers Mathijs Konings en Jan Willem Hendrik Thunnissen kopen deze fabriek op 11-4-1919 van Joan Walrave van Houten, “steenfabrikant”, wonende te (Wilp doorgehaald) Deventer (Archiefnr 560, Inventarisnr 54, Aktenr 2279)
Op 3-12-1919 wordt in Nijmegen de “N.V. Steenfabrieken “De Vlietberg” opgericht. De aandeelhouders zijn:
Mathijs Konings, aannemer
Jan Willem Hendrik Thunnissen, aannemer
Rutgerus Theodorus Lem, fabrikant
Allen wonen te Nijmegen en elk verkrijgt 1/3 van de aandelen. Het aandelenkapitaal bedraagt 150.000 gulden. Om deze vol te storten, brengen Konings en Thunnissen hun fabriek de Vlietberg in de gemeente Wilp in. Lem zal binnen 10 jaar zijn aandelen moeten volstorten. (Archiefnr 560, Inventarisnr 70, aktenr 2942). Op 2-11-1920 koopt deze N.V. tevens de steenfabriek ‘Venlona’ bij Venlo (Archiefnr 560, Inventarisnr 95, aktenr 3882).
Haar kantoor is gevestigd op St. Annastraat 260 en haar directeur is R.Th. Lem. De eerstgevonden vermelding van R.Th. Lem op St. Annastraat 260 is al in 1910, wanneer hij “boekhouder” is. Zo komt hij tot en met 1916 voor, behalve in 1913-1914 wanneer hij “koopman” is. Van 1922 tot en met 1934 staat er “steenfabrikant” als beroep.
Rond 1926: Haventje
Restant bij de Vlietberg; het is mij onbekend of het onderdeel van een van de gebouwen van de steenfabriek was of niet (oktober 2024)
Rond 1926 is ook een haventje aangelegd, dat later is uitgebreid. Na de sluiting zijn er woonboten in de haven gekomen en zijn er een aantal huizen bijgebouwd (Gelderse Poort).
1927: Ringoven
Detail Schoorsteen de Vlietberg (oktober 2024)
“In 1927 werd op het terrein een nieuwe ringoven gebouwd, die tot 1974 of 1975 in gebruik is geweest. In dat laatste jaar is de fabriek gesloten en grotendeels afgebroken.” (Industriespoor). Het is mij daarbij niet bekend waarop het woord “nieuwe” slaat: of de oven uit 1927 een vervanging is van de veldovens of dat in de tussentijd de veldovens reeds waren vervangen door een ringoven.
Jaren 30
Katrol aan de woning Vlietberg (oktober 2024)
Waarschijnlijk was de grootste concurrent de Belgische import. Bij een excursie van afdeling Nijmegen Nederlandse Bond Technici: “”Steunt de vaderlandsche industrie” en “gebruik Nederlandsch fabricaat” zijn in onzen dagen veelvuldig voorkomende termen. En dan stelt men zich onwillekeurig de vraag: Kan onze industrie tegen buitenlandsche concurreeren? Zijn haar producten van even goede kwaliteit?? Voor zoover het de steenindustrie betreft hebben wij Zaterdag j.l. weer de overtuiging gekregen, dat zij niet slechts met succes tegen buitenlandsche kan concurreeren, maar deze verre overtreft. Wat zijn b.v. de steenen van maatschappij “de Vlietberg” van superieure kwaliteit in vergelijking met de Belgische steenproducten. En een productie van 12 tot 13 miliioen steenen per jaar bewijst voldoende, dat zij gewild zijn.” (De Gelderlander 30/7/1931)
Begin 1934 is er een (dreigend) arbeidsconflict in Gelderland en Overijssel. De directie van de Vlietberg (en die van de Staatjeswaard bij Beuningen) had een loonsverlaging van 10 procent doorgevoerd. Waarschijnlijk wilden andere fabrikanten volgen. De bemiddelaar Jitta stelt een verlaging van 5 procent voor. (PGNC 2/6/1934)
In de jaren 30 werkten er 120 werknemers, waarbij het (nog steeds) vooral seizoenswerk betrof.
Smalspoor en muurtje
Sjaak Gijsbers reageerde op het artikel:
“Graag hierbij reactie op de resten van de Vlietberg . Het muurtje achter de fabriek bij de Zwarte weg , was een verhoging waar het smalspoor overheen liep van en naar de Ooijse Bandijk en verder. Om de klei aan te voeren . Zo bleef bij het hoge water zo lang mogelijk de aanvoer gewaarborgd. Hoe weet ik dit ?, ik ben er geboren mijn vader Jan Gijsbers was een van de stokers. Ons huis werd afgebroken. Er kwam op die plaats ’n grote droogloods voor de klei stenen. Ons huis nergens op bouwtekeningen te vinden, illegaal ooit gebouwd ? .. Rond 1967 afgebroken toen de firma v Wijk er kwam met z’n puinverwerking. En dat is ook weer geschiedenis. Vriendelijke Groet Sjaak Gijsbers.”
De steenfabriek werd in 1975 buiten gebruik gesteld (bijschrift bij F90713 RAN uit 1982). Een foto van de steenfabriek uit 1970 is te zien op F73900 RAN.
Bij het schrijven van boek Monument & Landschap noemt Wingens dat “tegenwoordig” (waarschijnlijk begin jaren 90) steenhandel Van Wijk-Deko hier gevestigd is. Naast de schoorsteen is alleen de directeurswoning en het koetshuis overgebleven (beiden rond 1900 gebouwd).
Momenteel (oktober 2024) lijkt -in ieder geval vanaf de weg- alleen de directeurswoning nog te bestaan. Helaas is het haventje niet te bezoeken.
In 2006 werden de bedrijven en het terrein aangekocht en gesaneerd om ingericht te worden als natuurgebied. Door haar hoogte wordt het terrein als vluchtheuvel gebruikt, vooral voor de grote grazers, bij het periodieke hoogwater.
Wandelen op de Vlietberg
Boom bij de Vlietberg (oktober 2024)
De Vlietberg wordt vooral gebruikt als een mooie wandelroute. Of bij een rondje door de Stadswaard en dan via de dijk weer terug, daarbij een langer rondje langs de Oude Waal verkrijgend. Of als verbinding tussen de Stadswaard en dan een vervolg op de dijk richting Oortjeshekken of het binnendijkse natuurgebied. En niet te vergeten ’t Roosje van Ooy, een terras met prachtig uitzicht.
Roosje van Ooy (oktober 2024)
Het uitzicht bij ’t Roosje van Ooy (oktober 2024)
Konik Vlietberg Ooijpolder (april 2026)
(Overige) Bronnen en verder lezen
In december staat het gebouw op de Vlietberg te koop (december 2025)
Monument & Landschap in de gemeente Ubbergen, Marc Wingens
In 1903 verbouwen de Gebr. Haspels van Welderenstraat 132 tot een muziekhandel voor Henri C. Dupont. Het huidige uiterlijk komt nog grotendeels overeen met deze verbouwing.
Voordat de Gebroeders Haspels het pand voor Henri C. Dupont verbouwden, was dit door hen zelf in gebruik. Merk Let op de prachtige versiering van de ingang. Het is mij nog niet bekend door wie en bij welke gelegenheid deze gemaakt is. Aangezien Haspels ook een steenhouwerij was, rijst het vermoeden dat het door hen (of hun vader) is uitgevoerd, hetzij voor hun eigen bedrijf, hetzij voor Dupont (helaas is de eerstgevonden bouwtekening uit 1908).
Abonneren
Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.
“Nijmeesche Piano- en Muziekhandel.
Op bescheiden voet een vijftal jaren geleden begonnen met zijn bekend magazijn in de Betoustraat, heeft de heer Henri C. Dupont zich weldra zoozeer de sympathie van het Nijmeegsch publiek weten te verwerven, dat uitbreiding van zijn piano- en muziekhandel eene dringende noodzakelijkheid bleek. Na lang zoeken heeft hij zich daarom thans gevestigd in het ruime, fraaie pand in de Van Welderenstraat 132, hetwelk door de gebroeders Haspels tot een magazijn is gemaakt, dat zoowel inwendig als uitwendig aan alle eischen van den tijd voldoet en door zijn fraai, geheel in stijl uitgevoerd schilderwerk een aangenamen, voornamen indruk maakt. Bij de opening, die hedenavond plaats heeft en ter eere waarvan de heer Dupont aan zijne ongetwijfeld talrijke bezoekers gratis een voor deze gelegenheid gecomponeerde Marche burlesque van Johan Wagenaar aanbiedt, zal men zich daarvan kunnen overtuigen. Zeer practisch is het magazijn in twee deelen verdeeld; in het eene is de winkel gevestigd en het andere is tot piano-magazijn ingericht. Naast de bekende Perzina’s, Neumeyers, Ibach’s en een fraaie Bechsteinvleugel staat hier een zeer curieus meubel, n.l. een schrijbureau, dat met geringe moeite tot orgel kan worden gemetamorphoseerd om den muziekliefhebber dus na uren van schrijfarbeid gelegenheid schenkt zich zonder opstaan aan het heerlijk orgelspel over te geven. Naast dit staaltje van Amerikaansche vindingrijkheid, bewonderen wij ten zeerste een massie eikenhouten piano, door den heer Dupont zelf voor eenige jaren vervaardigd, toen hij te Utrecht met den heer Bocage geassocieerd was en welker volle klank wel bewijst, dat de uitstekende roep, dien de heer Dupont hier in Nijmegen als reparateur van piano’s bezit, meer dan verdiend is. Op de Amsterdamsche tentoonstelling van 1895 mocht deze firma dan ook na scherpe concurrentie den prijs verwerven. En om aan een telkenmale gebleken behoefte te voldoen, heeft hij zich daarnevens in connectie gesteld met den heer van der Meer, den bekenden vioolmaker te Amsterdam, zoodat men ook op dit gebied in “de muziekhandel” een betrouwbaar adres vindt; de heer van der Meer toch, wiens violen door het Boheemsche strijkquartet, dat gewoon is stradivarisssen te gebruiken, zeer werden geprezen en die van professor Joachim een opdracht van strijkstokken kreeg, heeft een te bekenden naam op dit gebied, dat wij hierop nog nader behoeven in te gaan. In de etalage toonde de heer Dupont ons een door hem vervaardigd bovenblad van een viool, waarvan het hout was van een balk van een Amsterdamsche brug van 200 jaar geleden, terwijl daarnevens de andere onderdeelen en een strijkstok in zijn verschillende stadia lag uitgestald. In het magazijn is natuurlijk alles in de meest uitgezochte collecties voorradig; oude en nieuwe violen van de duurste tot goedkoopste soorten, cello’s, mandoline’s, muziekpartituren en wat daar verder betrekking op heeft, terwijl de heer Dupont daaraan heeft toegevoegd een handel van fraaie fantasieplaten en zijn bekende sorteering Ansichtkaarten met de meest moderne en artistieke soorten heeft aangevuld. Voegen wij hier nog aan toe, dat de heer Dupont alles niet alleen rechtstreeks uit het binnenland, maar door verbinding met eene bekende Leipziger firma ook uit het buitenland betrekt, dan gelooven wij er niet aan behoeven te twijfelen of hij zal zich in zijn nieuw magazijn nog in meerdere sympathie mogen verheugen dan dit reeds het geval was.” (PGNC 4/2/1903)
In 1908 ontwerpen de Gebr. Haspels ook de aanleg van de riolering.
In 1936 worden 2 scheidingswanden weggebroken en een opening dichtgemetseld.
1955 Verbouwing
In 1995 vindt er een verbouwing plaats voor de Firma Hees & Co. te Delft. Daarbij wordt het bovenste gedeelte van de gevel op de begane grond een recht stuk in plaats van krommingen.
“Bestaande toestand” bij verbouwing Van Welderenstraat 132 voor rek van de Firma Hees & Co. te Delft, datum tekening 4-2-1955 (D12.423875 RAN)
“Nieuwe toestand” bij verbouwing Van Welderenstraat 132 voor rek van de Firma Hees & Co. te Delft, datum tekening 4-2-1955 (D12.423875 RAN)
Vervolg
De Bloemenwinkel van Martin, juni 1989 (Ber van Haren via KN14641-18 RAN CC0 Auteursrechthouder Gemeente Nijmegen)
Er is nog niet onderzocht wat het vervolg is geweest.
H.C. Dupont, piano- en muziekhandel komt nog voor in het Adresboek van 1936.
In 1938 staat W. Blanken, pianohandelaar op dit adres. Hij komt in ieder geval nog voor in het Adresboek van 1951.
In 1955 staat C.R.J. van de Graaf, pionreparateur op dit adres.
En in 1963 J.C. Muller, “filiaalchef”. Het tot nu toe laatst gevonden Adresboek is 1966, wanneer Hees & Co., Piano- en Orgelhandel op van Welderenstraat 132 zit.
In 1997 wordt een dakkapel op het achterdakschild gebouwd.
Het in 2008 opgeleverde bouwproject staat op het terrein van de voormalige zeepfabriek Dobbelman. De nieuwbouw is een project van ontwikkelaar De Principaal, Talis Woondiensten en de gemeente Nijmegen.
Zeepfabriek Dobbelman: Zicht vanaf de Graafseweg op de voorzijde van de fabriek, 9/1977 (Foto Rozeboom via F82244 RAN CCBYSA)
Het project bestaat uit 128 koopwoningen en -appartementen. En daarnaast 660 m² (BVO) commerciële ruimte, 700 m² sportruimte. Het parkeren gebeurd onder de grond: daar is een parkeer- en stallingsgarage van ruim 4000 m².
Architectenbureau MR A&U (Marlies Rohmer Architecture & Urbanism) maakte het masterplan en een beeldkwaliteitsplan. Daarnaast ontwierp ze een deel van de bebouwing.
Bij het Dobbelman terrein is verbinding gezocht met de er om heen staande bebouwing (oktober 2024)
Voor de plannen werd gebruik gemaakt van een “patchworkmodel” door gebruik te maken van verschillende volumes. Hierdoor ontstaat een beeld analoog aan het oorspronkelijke fabrieksterrein, dat in de loop organisch was gegroeid met allerlei verschillende bouwgroottes en -types. Door gebruik te maken van het “patchwork” kon in het ontwerp worden geschoven met gebouwen: het plein is gebleven, met gebouwen net op een andere plaats, of net een andere positie. Daarbij was de wens van de bewoners dat de “wasstraat” openbaar zou worden.
Het industriële karakter komt ook terug in de bebouwing: gebouwen die er industrieel uitzien en omgebouwde casco’s. Daar tussenin bevindt zich bestaande bebouwing en nieuwe stadswoningen. Hierdoor krijgt het terrein een gedifferentieerd karakter, waardoor kunnen verschillende type bewoners in de nieuwbouw gaan wonen, verschillend naar cultuur, sociale klasse en gezinssamenstelling.
AEG Turbinefabriek in Berlijn, 2008 (Doris Antony via Wikicommons GFDL en CCBYSA 3.0)
Een belangrijke inspiratiebron voor de gebouwen was naast de Dobbelmanfabriek en haar omgeving de AEG-fabriek in Berlijn (zie de afbeelding hiernaast).
Bij het “patchworkmodel” is gebruik gemaakt van de betrokkenheid van de omwonenden. Zoals een bewoner vertelt “Toen dat bekend werd, stonden bewoners eigenlijk meteen in de startblokken. Toen lag na een paar maanden het programma van eisen en toen moest het proces nog beginnen.” Rienk Postuma daarop: “Wij hebben er alleen een zwier aangegeven, door een eigenzinnig plan te maken met een eigen gezicht.”
Dobbelman terrein (oktober 2024)
Dobbelman terrein (oktober 2024)
“Woonfabrieken”
MR A&U heeft 3 gebouwen oftewel “woonfabrieken” zelf ontworpen. Daarnaast hield ze supervisie over de overige gebouwen, zodat er eenheid in verscheidenheid zou ontstaan. Van het gebouw L is het oorspronkelijke casco behouden gebleven. Hierin zitten studio’s en ateliers en daarboven 11 loft woningen. De woningen kunnen daarbij vrij worden ingedeeld. Door hun harmonica pui wordt de buitenruimte onderdeel van de woning. Het industriële komt terug in het gebruik van baksteen en aluminium kappen.
De voormalige schoorsteen is behouden. Daarnaast is de lichtreclame van Dobbelman teruggekomen.
Het industriële komt ook terug op het binnenterrein, de “wasstraat”. Hier liggen stelconplaten, afkomstig van het voormalige fabrieksterrein. Bewoners kunnen daarbij zelf invulling geven aan deze ruimte.
Abonneren
Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.
Woonzorgcomplex
Het terrein heeft tevens een woonzorgcomplex.
De fabrieksschoorsteen is blijven staan (oktober 2024)
Directievoerder de Principaal
De “directievoerder” van dit project was De Principaal B.V. uit Amsterdam. Dit ontwikkelbedrijf is in 1994 opgericht door de woningcorporaties Lieven de Key, Onze Woning en De Doelen, met als doel een professioneler werkbedrijf op te bouwen. Een van de belangrijke projecten van De Principaal was op dat moment haar betrokkenheid bij het Oostelijk Havengebied van Amsterdam geweest.
Een van de plekken waar het “industriële” goed tot uitdrukking is gebracht (oktober 2024)Dobbelman terrein (oktober 2024)Dobbelman terrein (oktober 2024)
Prijzen
Herinnering aan de zeep die bij Dobbelman werd gemaakt – foto gemaakt op maandag wasdag (oktober 2024)
De Dobbelman heeft de Architectuurprijs Nijmegen 2009 gewonnen en de Gouden Piramide. De Gouden Piramide is bedoeld voor “inspirerend opdrachtgeverschap” en is een initiatief van de ministeries van VROM/WWI, LNV, OCW, en VenW. De jury: “Een werkelijk prachtig project, dat door de maatvoering, de vormgeving en de gebruikte materialen nog steeds de sfeer ademt van het industriële verleden van het gebied” (Architectenweb).
Het geldbedrag dat bij deze prijs hoorde is gebruikt om samen met de bewoners het kunstwerk “Was aan de Lijn” tot stand te brengen, zie de bovenstaande foto. Het is een werk van Reinier Lagendijk uit 2017) (bordje bij het kunstwerk)
De Lutherse Kerk, oorspronkelijk gebouwd als evangelisatiegebouw ; rechts woningen aan de Jacob Canisstraat op de hoek met de Daalseweg, RAN dateert deze foto op 1890-1900, mogelijk van latere datum (F5501 RAN)
In 1898 bouwt architect Semmelink een evangelisatiegebouw en bewaarschool aan de Prins Hendrikstraat. In 1924 wordt het verbouwd tot Lutherse kerk, waarbij het in 1929 een toren krijgt.Bijzonder zijn het orgel uit de 18e eeuw en de kansel uit 1671.
1898 Vergaderlokaal met Bewaarschool en Concierge woning
Ontwerp voor het bouwen van een Vergaderlokaal met Bewaarschool en Concierge woning op een terrein aan de Jacob Canisstraat hoek Renbaan te Nijmegen, architect D. Semmelink, datum zegel op bouwtekening 31-8-1896 (D12.377690)
Ontwerp voor het bouwen van een Vergaderlokaal met Bewaarschool en Concierge woning op een terrein aan de Jacob Canisstraat hoek Renbaan te Nijmegen, architect D. Semmelink,
datum zegel op bouwtekening 31-8-1896 (D12.377690)
In 1896 ontwerpt Dirk Semmelink een Vergaderlokaal met Bewaarschool en Concierge woning ontwerpen. Het gebouw bestaat uit een galerij/vestibule aan de voorkant met aan beide zijden portalen. Daarachter – het brede gedeelte- bevindt zich de eigenlijke vergaderzaal met een groot podium. Daarachter weer een aanbouw, met rechts van het podium een “wachtkamer voor den spreker”. Deze wachtkamer is bereikbaar via een “entree”, de zij-ingang zoals die tegenwoordig ook nog te zien is. Rechts van de entree is een spreekkamer. Dan is er een corridor en vervolgens 2 schoollokalen.
“Alhier is opgericht eene vereeniging, genaamd Daalscheweg, welke ten doel heeft de bevordering van alle godsdienstige, zedelijke en maatschappelijke belangen door evangelisatie, het houden van voordrachten, het oprichten en instandhouden van scholen en het verstrekken van goede woningen aan zwakken en bejaarden.
Haar werkkring bepaalt zich in het bijzonder tot de omgeving van den Daalschenweg, waar tal van arbeidersgezinnen gehuisvest zijn en de vereeniging een flink gebouw heeft ingericht tot bewaarschool en voor het houden van godsdienstoefeningen. Het bestuur bestaat uit de heeren A. Pijnacker Hordijk, E.A.G. van Hoogenhuyze, predikanten, dr. J. Haspels, allen wonende te Nijmegen, dr. D.P. Chantepie de la Saussaye, hoogleeraar te Amsterdam, en jhr. mr. C.C.G. de Pesters, te Groesbeek.” (De Gelderlander 1/2/1898)
RAN dateert de foto bovenaan op 1890-1900. Mogelijk is deze van wat latere datum, aangezien er een links een aanbouw lijkt te staan, die pas vanaf 1904 (zie hieronder) is gebouwd. Mogelijk betreft het echter een ander gebouw, dat inmiddels was gesloopt.
1904 Uitbreiding Bewaarschool
Plan tot verbouwing v/d Bewaarschool a/d Daalscheweg, datum dossier 31-5-1904 (D12.378759)
Plan tot verbouwing v/d Bewaarschool a/d Daalscheweg, datum dossier 31-5-1904 (D12.378759)
In 1904 (afgaande op de bouwtekening) wordt de Bewaarschool vergroot met een aanbouw aan de linkerzijde.
Deze bestaat uit een een schoollokaal en een niet gespeficieerd lokaal. Daarnaast krijgt het een spreekkamer, een privaat en gang en twee waranda’s.
De architect is onleesbaar.
In 1909 wordt een nog een urinoir aan de school bijgebouwd; in 1909 en 1912 vindt aanleg van de riolering plaats (Bouwdossier). Vóór de verbouwing van 1924 is het lokaal zonder opschrift in gebruik als speelzaal, evenals het “nieuw schoollokaal”. De “spreekkamer” is een “lokaal” geworden. De linker waranda is een overdekte speelplaats; de rechter waranda lijkt dan te ontbreken.
1924 Verbouwing tot Lutherse kerk
Evangelisch lutherse kerk; de kerk werd gebouwd zonder toren maar ter gelegenheid van het 5 jarig bestaan van het gebouw werd de dakruiter verwijderd en een toren toegevoegd, foto gedateerd 1924-1228 (F18507 RAN)
Aanleiding: wens vergroting
In 1924 gaat het gebouw, na een verbouwing, over naar de Evangelisch Lutherse Gemeente. Zij had daarvoor vanaf 1670 in de kerk van het Sint Nicolaas Gasthuis in de Grotestraat gezeten. In de loop der tijd was de kerk een aantal malen vergroot, de laatste keer in 1911. Vanwege het groeiend aantal leden van de Lutherse kerk was zij op zoek gegaan naar een nieuw gebouw. Dat vond zij in het evangelisatielokaal. (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/2/1990). Voor deze nieuwe kerkbouw was sinds 1914 een Kerkbouwfonds opgericht (PGNC 30/9/1939).
Hoewel nog niet verder onderzocht, lijkt de aanleiding voor deze nieuwbouw van het nieuwe evangelisatiegebouw te zijn dat de Hervormde Kerk niet langer evangelisatie-bijeenkomsten in de “Harmonie” kon geven. In 1923 was besloten dat er een nieuw evangelisatie-gebouw moest komen, waarvan de nieuwbouw aan de Bijleveldsingel in 1924 gereed kwam (PGNC 6/3/1924). Daarbij is tevens besloten om het evangelisatiegebouw aan de Prins Hendrikstraat af te stoten/te verkopen aan de Lutherse Kerk.
De verbouwing
De bouwtekening geeft verbouwing tot de Lutherse Kerk weer.
De vergaderzaal is verbouwd tot Kerkzaal. Het gedeelte van onder andere het podium, de spreekkamer en de open plaats is verbouwd tot 1 groot Doophuis. De oorspronkelijke spreekkamer is nu “Kerkkamer” geworden.
De linkerzijde wordt wat verbouwd door de verplaatsing van de privaten, de bergplaats, waar daarvóór de open speelplaats komt.
De inwijding van de Lutherse Kerk
Bij de inwijding schrijft het PGNC eerst over de afgelopen 25 jaar, om vervolgens de overgang naar de Lutherse kerk te beschrijven: “…meer dan 25 jaren was het gebouw een door velen gewaardeerd evangelisatielokaal, waarin de heer Douma al dien tijd, naar men ons verzekerde “met trouw” arbeidde. Behoorende tot de bezittingen der “Vereeniging Daalsche weg” – in 1898 door Jonkvrouwe J.M. de Pesters gesticht- werd, door de totstandkoming der groote kerkzaal aan den Bijleveldsingel deze evangelisatiepost opgeheven en hebben de omstandigheden er toe geleid, dat dit gedeelte der eigendommen van voornoemde Vereeniging op geschikte wijze kon overgaan aan de Luthersche gemeente alhier.
En nu is het evangelisatie-lokaal van eertijds, geworden het kerkgebouw van thans, onder de bekwame leiding van den heer H. Rauch, die uit piëteit voor de zaak, welke het gold, met ongemeene, belangelooze toewijding als architect is opgetreden, en een harmonisch interieur tot stand gebracht, dat zoowel het godsdienstig gevoel als den schoonheidszin bevredigt. Het is een gelukkige vereeniging van wat was en van wat kwam, een geheel, practisch ingericht en van een stemmenden, waardigen vorm.
“Een vaste burcht is onze God” boven hoofdingang Lutherse kerk (oktober 2024)
De beginregel van het Lutherlied, aan het oude Kerkgebouw in de Duitsche taal rond den ingangsboog indertijd aangebracht, prijkt ook hier weer in hardsteen, maar thans in het Nederlandsch boven den hoofdtoegang. In het portaal zelf vindt men terug den Duitschen tekst uit de oude Kerk overgebracht: “Selig sind, die Gottes Wort hören und bewahren” en den gedenksteen met oorkonde tot herinnering aan de herstelling der oude Kerk in 1877; een tweede gedenksteen herinnert aan de ingebruikneming der nieuwe Kerk op 28 September 1924.
Door de verbouwing kreeg het oude evangelisatielokaal meer den klassieken basiliekvorm, waardoor evenals door het aanbrengen van twee zij-galerijen, aan plaatsruimte aanzienlijk gewonnen werd, zoodat thans ongeveer 300 zitplaatsen beschikbaar zijn.
Boven het ingangsportaal bevindt zich het orgel uit de oude kerk van het jaar 1727, in- en uitwendig keurig gerestaureerd en aan den muur daartegenover de Kansel reeds sedert 1671 blijkens een daarop staand jaartal in kunstig kunstsmeewerk bij de gemeente in gebruik. Vóór den Kansel staat de altaartafel, waarop een verlaten wit marmeren kruis en twee kandelaars; links en rechts van de altaar- verhooging bevinden zich de kerkeraadsbanken en aan de rechterzijde de toegang tot de consistoriekamer.
Het licht valt ruimschoots binnen, door de vensters, die er waren of zijn aangebracht, en waarvan er een in gekleurd glas het Luther-wapen vertoont en een ander het zegel der Luthersche gemeente van Nijmegen.
In de beide nissen ter weerszijden van den boog, die altaar-ruimte en schip der kerk scheidt,- den triomfboog der oude basilieken- hebben de beide gedenkborden aan het Lutherfeest van 1883 een plaats gevonden. Op de vóórzijde van genoemden boog is in harmonische kleuren een symbolische versiering van olijftakken en bladeren aangebracht, terwijl boven den preekstoel korenranken en wijntrossen en de schelp en de duif de beide Sacramenten der Protestantsche Christenheid symboliseerden en waarop het Bijbelwoord prijkt: “Ik ben met ulieden al de dagen”.
Het geheel maakt een rustigen, voornamen indruk en doet den bouwmeesters alle eer aan, en niet minder den artistieken adviseur, den heer van Vucht Tijssen, kunstschilder te Neerbosch, die de symbolische versieringen ontwierp en de stemmige kleuren-combinatie van het geheele interieur aangaf.
Tenslotte vermelden wij nog, dat de verbouwing is uitgevoerd door de N.V. Bouwbedrijf “Uniter” te Oosterbeek. Het schilderwerk is verricht door de firma W.C. Hofman en Zoon, de electrische installatie is geschied door den heer Dirksen.” (PGNC 29/9/1924, welke vervolgens de inwijdingsplechtigheid beschrijft)
Hermanus Rauch
De architect van de verbouwing was Hermanus Rauch (24-11-1876 Amsterdam), die zelf eveneens tot de Lutherse kerk behoorde. Daarnaast was hij, nadat hij daarvoor hoofdopzichter was geweest, directeur van Bouw- en Woningtoezicht (en tevens hoofd brandweer). Ook woonde hij vlak tegenover de kerk: op Prins Hendrikstraat 4.
Bron: Bevolkingsregister 1910, Adresboeken 1920, 1924 en 1926)
Verwijzingen
In het bovenstaande krantenartikel staan een aantal verwijzingen naar opschriften. Wat zijn daarvan de oorspronkelijke bronnen?
“Een vaste burcht is onze God”: Beginregel van het Lutherlied, gebaseerd op Psalm 46 (Zie verder Eclesia via digibron voor een verdere uitleg/overdenking)
“Selig sind, die Gottes Wort hören und bewahren”: Lucas 11: 28
Het artikel spreekt over een orgel uit 1727. In 1726 (waarover de meeste gevonden artikelen spreken/ 1727 maakt Matthijs van Deventer een klein orgel voor de Lutherse kerk aan de Grotestraat, welke dan het vroegst bekende werk van hem zou zijn.
Rond 1756/1758 vindt een vergroting van de kerk aan Grotestraat plaats. Hiervoor maakt Matthijs van Deventer een groter orgel voor op de 2e galerij. Het is daarbij onduidelijk of hij (onderdelen) van het oude orgel al dan niet heeft hergebruikt (zie orgelnieuws en orgelsite, tevens belangrijke bronnen van deze paragraaf).
In 1781 vindt een groot herstel plaats door A.F.G. Heyneman. Hij vernieuwt daarbij het pijp- en regeerwerk en hij plaatst nieuwe tinnen frontpijpen. Heyneman behoorde zelf ook tot de Lutherse kerk. In de loop der jaren vinden nog andere vernieuwingen plaats.
Bij de verhuizing van de Lutherse kerk naar de Prins Hendrikstraat, verhuist het oorlog mee. In 1940 vindt een grote verbouwing plaats door G. van Leeuwen, door er onder andere een twee klaviers-orgel van te maken.
In 1997 stelde Hans van Nieuwkoop een restauratieplan op, waarin de situatie van 1781 zoveel mogelijk zou worden hersteld. Uiteindelijk was in 2008 de financiering rond, zodat Henk van Eeken de restauratie kon uitvoeren. De kerk is vanwege het orgel een Rijksmonument.
Kansel
Ook de kansel uit 1671 wordt in 1924 overgeplaatst. Deze is nog steeds in de kerk aanwezig. Ook de kansel is een Rijksmonument.
1929: Toren en klok
Gezien vanuit de Waldeck Pyrmontsingel in de richting van de Berg en Dalseweg ; links een gedeelte van de Lutherse Kerk op de hoek met de Prins Hendrikstraat (links), 1930 (F21616 RAN)
In 1929 krijgt de kerk bij haar 5-jarig bestaan een toren, waarin de uit 1623 gegoten klok wordt gehangen:
“Ter gelegenheid van het 5-jarig bestaan der nieuwe Luthersche kerk aan de Prins Hendrikstraat, hoek Jacob Canisstraat, zal morgen, Zondag 29 September, de nieuw gebouwde toren worden ingewijd en de daarin gehangen klok worden geluid. Deze klok is uit den jaren 1623 en gegoten door een der beroemde Akensche klokkengieters Peter van Trier. In de oude Luthersche kerk in de Grootestraat vervulde zij 2½ eeuw de bescheiden rol om met het uurwerk in den gevel den tijd aan de bewoners der Grootestraat en omgeving te melden; luiden mocht ze niet – dat was den Lutherschen door de Gereformeerden verboden. Op ’t eind der 19e eeuw, toen de verhoudingen anders waren geworden, maakte de laatste der Duitsche predikanten, Pastor Garschagen, er een luidklok van- wat ze 30 jaren bleef; daarna zweeg ze 20 jaren. Thans zal ze zich opnieuw doen hooren in den toren der nieuwe kerk.
De toren-inwijding van de Lutherse Kerk, 1929 (F71194 RAN)
Buiten den toren is voor deze feestelijke plechtigheid de Protestantische Kerkelijke vlag uitgehangen, de eerste in ons Nederland- in Duitschland reeds bekend-, uitdrukkende de éénheidsgedachte van het Prostetantisme: een licht lila kruis op witten grond, geschenk van een aantal jonge leden. Ds. Scharten hoopt, na vele weken van ongesteldheid, de godsdienstoefening, die om 10 uur aanvangt, weer te leiden.” (PGNC 28/9/1929)
Er is nog niet uitvoerig onderzocht wat het vervolg is geweest.
Oorlog
Tijdens het bombardement op 22 februari 1944 zijn ongeveer 40 lutheranen omgekomen. Bij de gevechten rond Market Garden werd de kerk getroffen door een granaat. Hierdoor werden de ramen van de kerk vernieuwd, kwam er een gat in de westmuur en veroorzaakte een groot gat in het dak.
De Evangelisch-Lutherse Gemeente Haarlem schonk nieuwe, de huidige, ramen in kader van de actie Nederlandsch Volksherstel. In deze ramen zijn de Lutherroos, het zegel van de Evangelisch-Lutherse Gemeente Nijmegen en het wapen van Haarlem te zien. In de oorlog zijn de luidklokken gevorderd. Na de oorlog kreeg de kerk een nieuwe klok als schenking van Noorse lutheranen.
Sinds 2004 zijn in Nederland de Nederlands Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden samengegaan in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Ook de Waalse Kerk behoort daartoe. (wikipedia)
In 2021 heeft de kerk vanwege financiële problemen “5 jaar geleden” aansluiting gezocht bij de Evangelisch Lutherse Gemeente Zuid-Nederland. Zij kent naast Nijmegen de kerkgemeenschappen Heerlen, Heusden en Eindhoven met in totaal 550 leden. In 2021 kent de “kern” Nijmegen 165 leden.
In 2021 heeft de Evangelisch Lutherse Gemeente het plan om de kerk in Nijmegen te verkopen. Daarvoor is een geïnteresseerde koper, Eric van Bronswijk, gevonden. Een aantal leden wil de kerk zelf kopen en heeft daarvoor de Stichting Lutherse Kerk Nijmegen opgericht. Daarvoor is dat dat moment reeds een ton bij elkaar gebracht en zijn ze van een hypotheek verzekerd. Ook is er een exploitatieplan aangebracht. En, in stijl, timmert de stichting haar bezwaren op de deur van de Lutherse Kerk. Van Bronswijk zou een ton meer hebben geboden. Hij wil de kerk opknappen en verhuren, waarbij de Lutherse Kerk nog 10 jaar van de kerk gebruik mag maken voor haar zondagsdiensten. (De Gelderlander 21-5-2021, Trouw 21-5-2021 en Trouw 31-5=2021)
De verkoop is waarschijnlijk afgeketst: in mei 2023 heeft de Evangelisch Lutherse Gemeente Zuid-Nederland nog steeds het voornemen om de kerk te verkopen.
Op 28 september 2024 bestond de kerk aan de Prins Hendrikstraat 100 jaar.
Groesbeeksedwarsweg 217, oorspronkelijk bakkerij A. van Merwijk (september 2024)
In mei 1936 opent A. van Merwijk zijn bakkerszaak aan de Groesbeeksedwarsweg op de hoek met de Bachstraat. De architecten zijn Meerman en van der Pijll. Daarbij valt vooral de ingang met de lamp op, welke onderdeel was van hun ontwerp.
Vooraf
In september 1935 keurt de gemeente de verkoop van een “perceel bouwterrein gelegen aan den Groesbeekschedwarsweg, kadastraal bekend gemeente Hatert, Sectie H, no. 891 (ged.) groot ongeveer 485 c.A.” aan A. van Merwijk goed. De prijs is f 10.50 per c.A. (De Gelderlander 18/9/1935)
Zoals het PCNC bij de opening in 1936 aangeeft, is het dan de derde verhuizing in korte tijd:
In april 1929 opent van Merwijk zijn winkel op Tooropstraat 79, hoek Mesdagstraat. Daarbij krijgt hij in augustus 1932 een hinderwetvergunning voor uitbreiding
In januari 1933 opent hij op de Burghardt v.d. Berghstraat 28, waar daarvoor tevens een bakkerij was gevestigd (PGNC 20/1/1933)
De bakkerij van Merwijk
Bouw van een winkelhuis met bakkerij en twee bovenwoningen aan de Groesbeekschedwarsweg hoek geprojecteerde straat te Nijmegen, voor den weled. Heer A. van Merwijk, Burgh. v.d. Berghstraat 28, Achitectenbureau B.J. Meerman J. van der Pijll, datum bij tekening 19-8-1935 (D12.401193)
Op de hoek bevindt zich een winkel, met de ingang schuin geplaatst. Aan beide kanten bevindt zich een grote raam/etalage over de volle breedte van de winkel (zie ook de foto hieronder(. Aan de kant van de Bachstraat zijn naast de winkel 2 opgangen naar de bovenwoningen. Daarnaast bevinden zich 3 slaapkamers van de benedenwoning. Achter de winkel en de opgangen bevindt zich de keuken en de hal. En daarachter 2 kamers.
Achter en naast de slaapkamers bevindt zich de feitelijke bakkerij (dit is het lage gedeelte). Naast de slaapkamer is de ruimte voor wagens. En vervolgens de grote ruimte van de bakkerij zelf. Een foto uit 1939 is te vinden als brievenhoofd op 1220 RAN.
Hoek Groesbeeksedwarsweg Bachstraat, augustus 2023 (Google Streetview)
Bij de opening
Het PGNC schrijft bij de opening van bakkerij in mei 1936:
“Opening Nieuwe Bakkerij.
Het is thans voor de derde maal, dat de heer Antoon van Merwijk zijn bakkersbedrijf heeft moeten verplaatsen in verband met de gestadigen groei van zijn omzet, hetgeen een gevolg is van zijn goede vakmanschap op brood- en banketbakkersgebied. Bakker van Merwijk weet zijn bedrijf aan te passen aan de eischen van hygiëne en bereiding.
Groesbeeksedwarsweg 217, gebouwd als bakkerij A. van Merwijk, architecten Meerman en van der Pijll, 1935 (september 2024)
De heeren B.J. Meerman en J. v.d. Pijll, architecten N.I.V.A., Driehuizerweg 80, hebben een voor zijn bedrijf doelmatig complex ontworpen aan den Groesbeekschedwarsweg 217 hoek Bachstraat, welk bouwwerk dezer dagen door de aannemersfirma J.D. Dekkers, Tooropstraat 212, gereed werd opgeleverd en morgen, Zaterdag, in bedrijf zal worden gesteld. Dat de architectuur in onzen tijd nog niet geheel aan vervlakking lijdt bewijst hier de geestige zandsteenen winkelingang, waarbij de sierlijke gesmeed-ijzeren hoeklantaarn onze gedachten terug brengt naar den van het bakkersgilde. Een architectuuropvatting, welke zeer geslaagd is.
In de verschillende werkruimten zijn de nieuwste machines opgesteld en voorts een dubbele heetwater- en schuimoven volgens geheel nieuw systeem van de fa. v.d. Kamp uit Ravenstein. Een juweel van een winkelinventaris leverde de fa. Tiethof en Co. uit Amsterdam. Het keurige verfwerk werd verzorgd door den heer Reuters, Gelderschelaan terwijl de heer Wijking de electrische installatie en de fa. Peters de natuursteenwerken hebben geleverd.
Het geheel is een aanwinst voor dit nieuwe stadgedeelte en het zal den heer van Merwijk ook hier niet aan succes ontbreken.” (PGNC 29/5/1936)
Vervolg
Groesbeeksedwarsweg 217 (september 2024)
Er is nog niet uitvoerig onderzocht wat het vervolg is geweest. In ieder geval komt bakkerij van Merwijk nog voor in juli 1947 (De Gelderlander 12/7/1947) en komt hij voor in het Adresboek 1948.
In het Adresboek 1955 komt J.Th.S. Lutjenshuis, brood- en banketbakker op dit adres voor.
Bij de aankondiging van hun trouwen is het toekomstig adres van Jan Nieuwenhuis en Door van Raaij de Groesbeeksedwarsweg 217 (De Gelderlander 12/10/1955). In het Adresboek 1966 en 1968 komt J.A. Nieuwenhuis voor als brood- en banketbakker. Een foto uit 1976 wanneer het de bakkerij en winkel van Jan Nieuwenhuis is, is te vinden op F14872 RAN.
Graafseweg 56 en 58 is ontworpen in 1900 door P.G. Buskens. De aannemer en bouwmeester Gerardus Buskens, oom van P.G. Buskens, gaat op nummer 56 wonen.
Willem Ruyters stuurde aantal foto’s van de oorspronkelijke bouwtekening: rechtsonder in de hoek is de stempel van P.G. Buskens, architect, Nijmegen te zien, die bij de digitale kopie (zie hieronder, D12.377983), is weggevallen.
Gemeentelijk Monument
“Anno” tegeltableau op Graafseweg 58, nummer 56 heeft een tableau met “1901” (oktober 2024)
Graafseweg 56 58 (oktober 2024)
torentje Graafseweg 58 (oktober 2024)
Deze 2 huizen zijn een gemeentelijk monument. De tekst bij aanwijzing: “Twee elkaars spiegelbeeld vormende woonhuizen van drie bouwlagen. De begane grond bestaat uit een ingangsportiek met maureske boog en daarnaast een driezijdige erker, waarvan de bovenzijde fungeert als balkon voor twee gekoppelde openingen met openslaande deuren. Daarboven een tegeltableau met respectievelijk ANNO en 1901, waarboven drie rondboogvensters, waarvan de bogen opgenomen zijn in een fries van vijf bogen dat de gevel bekroont. In het midden komen beide boogfriezen samen bij een brede, van de grond af reikende risaliet die boven de lijst van het vlakke dak overgaat in een trapgeveltje. De ingangspartij zet zich voort in een smal venster op de 1e etage, en gaat op de tweede etage over in een achthoekige, boven de gootlijst tenslotte ronde toren. De spitsen van deze torentjes flankeren het dubbele pand. Bouwmateriaal is rode baksteen, verlevendigd met (geschilderde) natuurstenen blokken en omlijstingen, en met tegeltableaus. … Fraai voorbeeld van symmetrische strakke Jugendstilbouw.”
Indeling
Plan voor Twee Heerenhuizen aan de Graafsche Straat, datum bouwdossier 21-9-1900 (D12.377983)
De twee woningen hebben een een gespiegelde indeling. Vooraan zit de salon met daarachter de huiskamer. De huiskamer heeft vervolgens een warande. Naast de salon ligt de Entree met daarachter een corridor. Deze eindigt in twee trappen: 1 naar de kelder en 1 naar de keuken en het toilet.
Boven de salon en de huiskamer liggen elk 2 slaapkamers. Boven de keuken bevindt zich een opkamer. Boven de entree en een deel van de corridor bevindt zich een cabinet, met daarachter een corridor met trappen.
Daarboven is boven het salongedeelte een zolder, boven het huiskamergedeelte 2 slaapkamers. Boven het cabinet bevindt zich de Meidenkamer.
Het gebouw heeft op nummer 56 bovendien een “eerste steen” met P.J.G. BUSKENS 19 20/10 00 (bron: Noviomagus, waarop tevens een foto te zien is). Mogelijk betreft P.J.G.Buskens de zoon van Gerardus Buskens: Petrus Jacobus Gerardus (28-2-1891 Nijmegen).
Abonneren
Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.
Vervolg
Er is nog niet volledig onderzocht wat het vervolg is geweest. In 1984 vond er een verbouwing plaats van bedrijfsruimte naar woning; in 2000 van woning naar appartementen. Hoewel het bouwdossier een openbare bron is, wil ik de bouwtekeningen vanwege privacy niet weergeven.
Fabrieksschoorsteen achter de Action, Graafseweg (oktober 2024)
Achter de Action aan de Graafseweg staat, wat verscholen, een oude schoorsteen van een fabriek. Dit is een herinnering aan de kaarsenfabriek van Wilhelmus Kokke.
De schoorsteen is oorspronkelijk in 1919 gebouwd in opdracht van Wilhelmus Christoffel Kokke. Deze toren had oorspronkelijk een hoogte van 25 meter en diende voor zijn bedrijf op Graafseweg 59 en 59a. Een deel van de schoorsteen is afgetopt.
Het fabriekje is in 2003 gesloopt, waarbij de schoorsteen ternauwernood kon worden gered. In 2005 kwam het appartementencomplex met Wals’, tegenwoordig (oktober 2024) zit de Action in de zaak.
De Castella toren gezien vanaf de Graafseweg (oktober 2024)
De Castella toren naar een ontwerp van Architect Ludo Grooteman is de afronding van de nieuwbouw op het voormalige Dobbelman terrein. De uitdaging was om een echte eye-catcher te bouwen als entree naar de stad, in een omgeving met veel verkeersdrukte van auto’s en spoor. Het kreeg de Architectuurprijs Nijmegen in 2013.
Aanleiding
Nadat Zeepfabriek het Anker in 1895 was afgebrand, begon Franciscus Dobbelmann zijn zeepfabriek in een margarinefabriek aan de Graafseweg. Het einde van de fabriek kwam nadat in 1999 werd overgebracht naar Denemarken.
De Castella toren is de afronding van de nieuwbouw op het voormalige Dobbelman terrein.
Zeepfabriek Dobbelman: Zicht vanaf de Graafseweg op de voorzijde van de fabriek, 9/1977 (Foto Rozeboom via F82244 RAN CCBYSA)
Een eye-catcher als entree naar de stad
In maart 2011 begint Woningbouwcorporatie Talis met de bouw van de woontoren. Deze telt 13 verdieping en is 42 meter hoog. Op de onderste 3 lagen komen kantoren van in totaal 1200 m2. Daarboven 60 sociale huurwoningen, waarvan er 6 bestemd zijn voor mensen met een lichamelijke beperking. Onder de grond is een tweelaagse parkeerkelder gebouwd.
Oplevering
Castella toren, zijde De Ruyterstraat met balkons (oktober 2024)
Daarmee is dit project de afsluiting om het voormalige Dobbelmanterrein te vernieuwen. Het gebouw krijgt de naam Castellatoren, vernoemd naar een zeepmerk van Dobbelman. In januari 2013 krijgen de eerste bewoners de sleutel, de officiële opening is op 5 april. Daarbij is de kantoorruimte verhuurd aan 3 Nijmeegse welzijnsorganisaties. (Omroep Gelderland).
Het gebouw is bedoeld als eye-catcher. Allereerst als herkenningspunt voor het Dobbelmanterrein. En daarbij als entree naar de stad: het gebouw ligt op het kruispunt van twee ingangen naar het centrum van de stad: de spoorlijn en de Graafseweg. Vlak nadat de toren is gepasseerd vanaf de Graafseweg, begint het centrum met het Keizer Karelplein. Architect Ludo Grooteman van DOK-architecten ontwierp het gebouw in 2009 (sinds 2012 is Ludo Grooteman samen met Gianni Cito Moke-architecten begonnen).
Waar de eerste nieuwbouw Berghege: “De hoogte en vormgeving zijn bewust in contrast met de industriële uitstraling van de eerdere nieuwbouw op De Dobbelman.”
De constructeur ABT Velp, de aannemer Bouwbedrijf Berghege uit Oss en de aannemer voor de gevel Vosselmans uit Loenhout (Belgë). De bouwkosten waren €9.100.000,- (ex BTW).
Doorstart
Overigens is dit gebouw het tweede ontwerp voor een toren op deze plek. Het eerste ontwerp, nadrukkelijk in de vorm van een “Wybertje” leek uiteindelijk te duur te zijn. “De architect presenteerde het ontwerp voor wat toen nog de Talistoren heette al in 2004 en kreeg toen veel lof van gemeente, bewoners en opdrachtgever. Sindsdien heeft het alleen stof liggen verzamelen.“ In hetzelfde artikel uit 2008 kondigt Talis een doorstart aan. (De Gelderlander met tevens een impressie van het aanvankelijke ontwerp)
Verticaal reliëf tegen geluidsoverlast
De Castella toren op een kruispunt van Graafseweg en het spoor (oktober 2024)
De ligging aan dit kruispunt stelde de ontwerpers voor de uitdaging om de geluidsoverlast van het verkeer op te vangen. Daarom hebben 3 gevels door een verticaal relëf een extra schil gekregen. Dit reliëf bestaat uit vlakke, halfdiepe en meer dan een halve meter diepe cassettes. Dit verticale “landschap” wordt extra benadrukt door verschillende soorten glas te gebruiken.
Vosselmans: “In totaal hebben we 476 cassettes (aluminium kaders) geprefabriceerd, van 1,86 m breed tot wel 3,90 m hoog, met drie verschillende diepten (150, 350 en 500 mm). De verschillende diepten creëren een opvallend reliëf, wat de gevel uniek maakt. De cassettes zijn opgebouwd uit specifieke profielen, die speciaal voor de Castellatoren zijn gemodificeerd. Naar gelang de diepte van de cassette, werd een andere kleur zonnenwerend glas gebruikt: clear, green of dark blue. De diepste cassettes zijn ontworpen om bankjes in te plaatsen.”
Balkons
Balkons Castella toren (oktober 2024)
Aan de kant van de De Ruyterstraat, de “niet geluidbelaste zijde” zijn balkons geplaatst, gelijk aan de breedte van de woonkamer. Doordat de balkons verspringens zijn geplaattst, ontstaat er een levendig uitziende gevel.
De tussenruimte: huiskamer van alle woningen
Castella toren: de galerijen met zitjes (oktober 2024)
Tussen deze schil en de woningen ligt de galerijontsluiting. DOK architecten “Ontsloten via de tien meter hoge entreelobby, wordt deze tussenruimte de meest bijzondere ruimte van het gebouw: een huiskamer van alle woningen. De diepe cassettes bevatten bankjes, twee stoelen met een tafel of ruimte voor planten. De in verschillende gedekte kleuren gecoate binnenmuren, verlichting die op de zitjes kan worden gericht en ‘vloermatten’ met het logo van Castella, gegoten in de prefab betonnen vloerplaat, vervolmaken het geheel. Hiermee wordt deze tussenruimte een hoogwaardige verblijfsruimte. …
Zo schittert het gebouw van buiten als een in facetten geslepen diamant en toont het van binnen een verrassend warme kant, waar alle aandacht uitgaat naar de gebruiker.”
De projectpagina van DOK – architecten was een belangrijke bron voor deze paragraaf. Op hun site staan bovendien veel foto’s.
Castella toren: de ingang (oktober 2024)
Castella toren: de ingang met hal (oktober 2024)
Castella
Advertentie Castella zeep van Dobbelman (PGNC 5/3/1934)
Door de concurrentie met grote bedrijven als Unilever en de crisis in de jaren 30, werd marketing een belangrijk middel in de strijd om de gunst van de koper.
Dobbelman introduceerde haar merk Castella in 1934. De naam “Castella” is een fantasienaam. Dit moest een Spaanse sfeer oproepen, een verwijzing naar de toevoeging van olijfolie in haar zeep. Het gezicht van een Spaans uitziende dame werd het logo van de zeep. Dit logo kwam ook terug op de zegeltjes die konden worden gespaard.
Zoals op de advertentie uit 1934 is te zien, verandert Dobbelmann in 1934 ook haar naam door een “n” te laten vallen. Naast zeep werd ook scheerzeep verkocht. (In Spanje bestaat de regio Castilië, maar dat is in het Spaans “Castilla”. Mij zelf doet “castella” ook denken aan “kasteel”, maar dat is in het Spaans “castillo”).
In 1968 koopt de Koninklijk Zout Organon Dobbelman. Daarop wordt in 1969 Biotex geïntroduceerd, waarbij het merk Castella in 1969 verdwijnt.
Het Castella logo komt ook terug op de ramen aan het gebouw (oktober 2024)
Kunstwerk “To B.”
to B ’s avonds (oktober 2024)
to B (oktober 2024)
Bovenop het gebouw staat een kunstwerk met de letters “to B i ex”. Het is een werk van Nijmeegse kunstenaar Gerard Koek, waarbij hij het werk op zijn site vermeldt als “To B”.
Het werk is een hergebruik van de letters van de Biotex-lichtreclame, herschikt op “een industrieel ogend grid”. “”To B” is ’s avonds verlicht te zien, terwijl geleidelijk ofwel “i”, dan wel “ex” oplichten. Een “Shakespereaanse wending” van betekenissen, waarbij een permanente wisseling van identiteit en relationaliteit centraal staat”.
De Castellatoren won de Architectuurprijs Nijmegen 2013. De jury was “van mening dat dit project, een zorgvuldig vormgeven, gedetailleerd en uitgevoerd woon/werkgebouw is dat in architectonisch opzicht een voorbeeldfunctie heeft. De toren bevindt zich op het voormalige Dobbelmanterrein, is sterk integraal vormgegeven en een echte eyecatcher”. Ook looft de jury het onderhoudsarme karakter van het gebouw en de omgeving. Bovendien vindt ze dat de 3 glazen lagen, bedoeld om het geluid te weren, een goede uitstraling aan het pand geeft. Ten slotte noemt ze de aandacht voor een aantal details: het interieur, de wandbekleding, het kleurgebruik en de toepassing van zitjes. En de aandacht die aan het Dobbelmanlogo op de vloer is gegeven. “De jury is van mening dat architect en opdrachtgever een icoon hebben gerealiseerd, een architectonische parel”.
Trots medewerker
In 2013 interviewt Vox mensen die betrokken zijn bij Grotius, het nieuwe gebouw voor de rechtenfactulteit. Een van degenen is timmerman Michael Noorman, die ook heeft meegewerkt aan de Castellatoren: “steeds als hij er langs komt, gaat er iets van trots door hem heen. Omdat hij door de huid van het gebouw kan kijken, ziet hij alle kleine stappen in het karkas die uiteindelijk naar het bouwsel leiden. ‘Het blijft me verassen: het rijzen van zo’n toren en dat die blijft staan. En dat ik bij veel van die stapjes betrokken ben geweest. Dat ik kan zeggen ”Kijk, dit is ook míjn gebouw.”’ Zonder trots gaat het niet, zegt Noorman. ‘Als je geen passie hebt, kun je net zo goed stoppen.’” (Vox)
Melkerij Lent, verbouwing architect Estourgie, van Gentstraat, 1928 (F17204 RAN)
Charles Estourgie ontwerpt de uitbreiding van de Melkerij Lent, waarbij onder andere de voormalige manege aan de Waldeck Pyrmontsingel bij de fabriek wordt getrokken. De Gelderlander publiceert bij de opening van 1928 een uitvoerig stuk, waarin tevens wordt ingegaan op het belang van de melkfabriek.
“De vooruitgang van de Zuivel-nijverheid.
De Coöperatieve Nijmeegsche Melkinrichting Melkerij Lent te Nijmegen
De nieuwe zuivelfabriek van de coöp. Nijm. Melkinrichting Melkerij Lent wordt morgen officieel geopend.
Landbouwers, veehouders uit Land van Maas en Waal, Rijk van Nijmegen, uit Betuwe, die Nijmegen hebben als voornaam afzetgebied voor de zuivelproducten, namen indertijd het initiatief tot oprichting van een coöperatieve zuivelfabriek, niet zoozeer bedoeld voor de distributie van de melk en van de boter in de stad en omgeving- dat mocht er natuurlijk bijgenomen worden- als wel voor uitvoer der zuivelproducten.
De aanleiding tot het “gaan bouwen” van de coöperatieve zuivelfabriek aan den van Gentstraaat, was dan aanvankelijk een heel andere dan welke gewoonlijk daarvoor geldt.
Geldersche veehouders hadden hier een zuivelfabriek, welke namelijk hooge melkprijzen uitbetaalde. Dat geschiedde, zeer ten ongerieve van de omliggende fabrieken. Dat zulks mogelijk was, kwam doordat het bedrijf zich geheel toegelegd had op den engros melkhandel naar Duitschland, waar een margarinefabriek in het naburige Kleef, zooals meestal met margarinefabrieken het geval is, de melk goed betaalde. Toen door de Duitsche invoerrechten in 1925 de grens voor dezen melkinvoer practisch gesloten werd, zat echter de fabriek plotseling met een groote hoeveelheid melk midden in een stad van pl.m. 75.000 inwoners, welke melk zij niet op productieve wijze kwijt kon, omdat de consumptie-melkverkoop in het klein geheel verwaarloosd was. Bovendien was de verwerking op producten evenmin mogelijk, aangezien de inventaris en inrichting geen kans op het maken van een behoorlijke kwaliteit meer overlieten. De fabriek aan de van Gentstraat was toen in last.
Bestuursleden, genodigden en leden bij de opening in de melkhal van fabriek melkerij Lent, 15/2/1928 (F50049 RAN)
De toestand was niet rooskleurig. Er moest raad geschaft worden. Er kwam verandering in directie aan de coöperatieve zuivelfabriek, welke gereorganiseerd werd van exportbedrijf voornaamlijk in distributiebedrijf voor stad en omgeving. Bovendien was de coöperatie als stadsbedrijf vrijwel er op aangewezen om de melkvoorziening wederom ter hand te nemen. Hiervoor waren echter noodzakelijk een behoorlijk ingericht fabrieksruimte en daarnaast een groot distributieorgaan. Aan den laatsten eisch werd op gelukkige wijze voldaan door overname van de particuliere “Melkerij Lent” (welke titel om tactische redenen ook in den naam der vereeniging is opgenomen). Wat de eerste moeilijkheid betreft, was het bestuur der coöperatie niet onfortuinlijk met den aankoop van de naast de fabriek aan de van Gentstraat liggende manege, welke uitkomend op den Waldeck Pyrmontsingel zeer geschikt was voor melkhal, flesschenspoellokaal en kantoor voor de afdeeling Melkdistributie. Door afbraak van een deel van de manege en een tuschenbouw kwam een ruimte vrij voor het optrekken van dat gedeelte van de fabriek, waar de bewerking van de melk plaats vindt.
De manege aan de Waldeck Pyrmontsingel: hierbij is goed te zien dat Estourgie het front onveranderd heeft gelaten; Nijmeegse manege, links Louise Cornelder. (De manege wordt in 1903 gehuurd en in 1908 overgenomen van de Nijmeegse manege door H.W. Cornelder, 1910-1915 (F92838 RAN)
Het was geen makkelijk op te lossen vraagstuk de nieuwe fabrieksuitbreiding practisch aan haar doel te doen beantwoorden, aan de omgeving te doen aanpassen en af te bouwen, terwijl het bedrijf in vollen gang bleef.
De architect, de heer Charles Estourgie werd met die opdracht belast en de aannemer, de heer H. van Kessel had de uitvoering van het bouwontwerp voor zijn rekening. Een fabriek te bouwen op den hoek van een singel, langs zij een pas aangelegd plantsoen, dreigt het aspect van de omgeving leelijk te schaden.
Men denkt dadelijk aan leelijke, van ééntonigheid grauwe muren, aan hooge zwarte schoorsteenen.
De heer Charles Estourgie toonde hier in deze fabrieksuitbreiding ook zijn sierkunstenaarstalenten, wist iets vroolijks iets levendigs te geven aan de massale gevels, waarin het monotone voorkomen werde door het aanbrengen van, de andere logge lijn, brekende ramen en vensters en het inbouwen van een sierlijken inrijpoort aan de van Gentstraat. Het nieuwe gedeelte paste bij de oude hooge zuivelfabriek aan de van Gentstraat en de oude stal der Nijmeegsche manѐge, is herschapen in een ruime hall voor de melkvoorziening. Het ouwe, grauwe dak is hersteld tot een gebroken kap, en de oude “circus” sluit nu passender aan bij den voorbouw, welke levendiger uitzicht kreeg, doordat de architect er wat meer lijn en licht inbracht.
Melkventers van Melkerij Lent, 1928 (F58814 RAN)
In het oude voorhuis van de manѐge is nu gevestigd het kantoor voor de melkdistributie, waarlangs een breede inrijpoort leidt naar het industrieele gedeelte dezer zuivelfabriek, welke zoo technisch en hygiënisch is ingericht, dat zij behoort tot een der vijf best ingericht melkinrichtingen en zuivelfabrieken des land, dat overvloeit van melk en boter, dat bekend staat als een der eerste exportlanden door Europa voor de zuivelindustrie.
Ook in dit opzicht kan het groeiende Nijmegen meekomen met haar grootere zustersteden.
Binnen mag de fabriek gezien worden.
Het is als een wit melkpaleis, waaruit nochtans alle onnoodige luxe geweerd is.
Wit zijn alle wanden, wat de machines, met hier en daar het blinkende koper der kranen en banden, het warme bruin der groote karn-machines of karnemelkhouders, den maten glans der blikken bakken.
Alles is bijna blank tot alle af- en aanvoerbuizen voor de melk toe.
De vloeren van tegels of zwaar cement zijn zindelijk om zoo van te eten; de wanden zijn hagelwit, geen stofje heeft er kans op te vliegen.
Hoe de fabriek ingedeeld is?
Onder deskundige en prettige voorlichting van een man in ’t vak als de directeur, de heer H.M.G. Tiel Groenestegen, maakten wij een ronde, op- en neergang door de uitgestrekte hallen en begonnen daar, waar de melk door de veehouders wordt aangevoerd. Dat is dan een zijgangetje, aan het einde der fabriek aan de van Gentstraat.
Hoe hygiënisch, hoe zorgvuldig het er toegaat, hoe nauwkeurig de melk behandeld wordt, moge blijken uit on omstandig relaas.
Melkerij Lent, het laboratorium voor melkonderzoek; een reproductie van een tijdschriftfoto, 1932 (F17201 RAN)
De melk wordt direct bij de ontvangst aan de van Gentstraat gesplitst in industriemelk voor de bereiding van boter en consumptiemelk voor de distributie. Vervolgens wordt zij met behulp van twee Ahlborn-pompen naar een pl.m. 10 meter hoog gelegen bordes, dat uitziet op het centrifugelokaal, gepompt. Hiervandaan vloeit de melk naar de verschillende afdeelingen. Het Amerikaanse “gravity system” wordt toegepast. Eenmaal binnen, komt de melk tijdens de bereiding niet meer bloot.
Er is een dubbele melkontvangst. Bij het melkontvangen is het zoo ingericht, dat, terwijl de melkcontroleur op de eene ontvangst bezig is de melk op haar kwaliteit te onderzoeken (dagelijks wordt toegepast de alcoholproef met “Rexprüfer” en verder geregeld vuilheidsproef, reductaseproef en bussen-inspectie), op de andere helft de melkontvanger de hoeveelheden in de Gedo-bascule weegt en noteert. Aan het melkonderzoek kan op deze wijze de noodige zorg besteed worden. De ondermelk wordt terzijde met een “Precies” apparaat afgemeten.
Op het reeds genoemde bordes staan een tweetal melkbakken ieder van 3000 l. inhoud, waarin de industriemelk en de consumptiemelk loopen na, wat de laatste betreft, door een colloïdfilter is zijn gezoefd. Tevens staan hier de koelers voor room en ondermelk. Langs een ijzeren trap komt men nu in het verwerkingslokaal, waar twee groepen van werktuigen zijn opgesteld, een voor de industrie en een voor de consumptiemelk.
De consumptiemelk gaat na een buizen-pasteur van Van der Ploeg van 4000 l. capaciteit te zijn gepasseerd op een temperatuur van 63 gr. C., in den Ahlbornstandpasteur voor 4000 l., een pastorisatie van de nieuwste constructie, Nieuw is n.l., dat alle kranen zich bevinden aan den bovenrand der cellen. De melk wordt eruit gepompt. Lekkage der kranen en daardoor besmetting met onvoldoend laag verhitte melk wordt hierdoor voorkomen, terwijl het weinige bewerkte melk dat achterblijft, op de totaal-hoeveelheid van één cel geen kwaad kan doen. De melk passeert daarna een dubbel gesloten buizenkoeler, ’s zomers nog een dito pekelkoeler, waarna een tweetal Geertruidenbergsche emailletanks, ieder van 8000 L. inhoud de melk koel houden tot den volgenden morgen. Deze tanks zijn halverwege vastgemetseld in den vloer der eerste etage, zoodat men bij de reiniging geen ladder of iets dergelijks noodig heeft. Een electrische roerinrichting met bovenpakking dient om even vóór het aftappen de room weer door de melk te mengen. Een pijpleiding voert de melk naar de meetbrug in de melkhal, waar de losse melk in de 40 venterswagens wordt afgetapt. De geheele weg is dus in een gesloten systeem afgelegd.
Melkerij Lent. De ruimte waar de melkflessen gevuld werden; een reproductie van een tijdschriftfoto, 1932 (F17202 RAN)
De flesschenmelk wordt bereid in een gelijkvloers gelegen ruimte beneden het verwerkingslokaal. De gereinigde melk loopt van het bordes naar het roteerende flesschenvulapparaat. De gevulde flesschen worden in een 14-tal bakken voor pl.m. 270 flesschen opgestoomd en afgespoeld. Een bijzonderheid hierbij is, dat bij het opstoomen der bakken het water gebruikt wordt, dat de koelers bij een temp. Van pl.m. 45 gr. C. verlaat. Met het oog hierop heeft men koelers van groote capaciteit genomen, opdat het water er niet te snel doorheen behoefd te worden gepompt. Het warme koelwater, dat niet voor het flesschenbedrijf noodig is, gaat uit de voorraadtank naar een “boiler” in de machinekamer. Een andere caloriën-besparende inrichting, welke met etagebouw eveneens gemakkelijk door te voeren is, vormt de verzameling van het condensatiewater ten behoeve van de voeding van den stoomketel.
Het flesschenpasteuriseerlokaal heeft door middel van een zeven-tal loketten voor de afgifte van room, flesschenmelk, boter, yoghurt, pap enz. verbinding met de melkhal. Hier kunnen eveneens zeven vensters tegelijk geholpen worden aan losse melk en een gelijk aantal aan karnemelk. Verder bevindt zich in de hal nog een kannen-uitstoom en drooginrichting voor de melkbakken en -bussen der venters. Behalve het groote belang uit bacteriologisch oogpunt, heeft het drogen nog dit voordeel, dat de venter geen verontschuldiging meer heeft voor een al te groote hoeveelheid water, die hij in zijn bussen heeft achtergelaten.
Men kent de geel-rood beschilderde melkwagens van deze inrichting. De melkflesschen op het dek duiden reeds voldoende de bestemming dezer wagens aan. Bovendien heeft de inrichting nog twee groote vrachauto’s in bedrijf voor bediening der grootafnemers.
De behandeling der industrie-melk vindt aan de andere zijde van het verwerkingslokaal plaats. De volle melk wordt gepasteuriseerd in een regeneratief-pasteur, gaat naar een Westfalia-centrifuge, waarna room en ondermelk over de bestemde koelers op het bordes worden gepompt en vervolgens in de drie geïsoleerde roomzuurbassins van 1600 L. ieder in de ondermelk-bakken vloeien, welke in het verwerkingslokaal geplaatst zijn. Ook de twee houten karnemelktonnen, ieder van 3000 L. met roerinrichting, zijn in deze ruimte ondergebracht. De karnemelk wordt aan de benedenzijde hierin gepompt, terwijl een verdere merkwaardigheid is, dat de toevoerleiding tevens grootendeels afvoerleiding is. Met het toezicht op deze werktuigen is één persoon belast. Dit gedeelte van het bedrijf bezit een capaciteit van 5000 L. per uur. Een aparte centrifuge is voor de levering van koffieroom en slagroom opgesteld.
De botermakerij Melkerij Lent, 1932 (F17203 RAN)
In de botermakerij, tusschen melkontvangst, machinekamer en de kantoren gelegen, staat een Van der Ploeg’s karn van 4000 L. ton inhoud, terwijl ruimte voor een tweede is gereserveerd. De boter-inpakkerij vindt plaats in den kelder beneden het kantoor, waar de hoofdboekhouding geschiedt.
In de machinekamer is een koelmachine van 85.000 caloriën geinstalleerd door de N.V. Plaatijzer-industrie te Apeldoorn. Verder bevindt zich hier een pekelbak van 15.000 L., benevens een reservoir voor warm water en een voor gekoeld leidingwater. In den bestaanden uitbouw der vroegere fabriek zijn nog gelegen, het ketelhuis en melkpoederlokaal, terwijl de oude machinekamer tot werkplaats is getransformeerd. De stoommachine is vervangen door afzonderlijke electromotoren voor iedere afdeeling.
Bij eventueele bedrijfsstoornis kunnen de werktuigen van het industrie-gedeelte ook voor de behandeling der losse consumptie-melk worden gebruikt, waardoor een betrouwbare melkvoorziening der stad ten allen tijde verzekerd is.
De nieuwe fabriek is in samenwerking met den directeur en het Technisch Bureau van den F.N.Z. dat het werktuigkundig gedeelte verzorgde.
De heer Charles Estourgie had het bouwkundig gedeelte voor zich en heeft nog wijdscher plan in portefeuille dan nu reeds is uitgevoerd.
De mogelijkheid is, dat ook de voorgevel nog opgetrokken wordt, met daarbij passen middengebouw- geheel in stijl met den hoofdgevel.
Maar het bestuur toont bedachtzaam beleid en zal natuurlijk eerst de bedrijfsresultaten in de naaste toekomst eens willen afwachten, alvorens tot wijderen bouw over te gaan.
Het uitstekende werk van den aannemer, den heer H. van Kessel, konden wij in den aanhef reeds waardeeren-; hier is degelijk, vlug en prachtig gebouwd.
Het schilderwerk werd uitgevoerd door de firma W.A. Teeuwissen. De ingewikkelde electrische installatie werd uitgevoerd door het electro-technisch bureau Jos. Kwakkernaat.
Zoo werken velen mede tot een eerste-klasse zuivelfabriek.
Men ziet het: Nijmegen kreeg een model-inrichting. De melk-gebruikers en gebruiksters kunnen zeker zijn van een pittige pint gezonde zuivere melk.
De Coöp Nijm. Melkinrichting Melkerij Lent, met haar geheel herziene, naar de laatste eischen ingerichte zuivelfabriek staat er borg voor.
En hier mogen wij wel eens even noemen de mannen, die mede het initiatief namen tot de uitbreiding, vergrooting, vervolmaking der fabriek aan van Gentstraat en Waldeck Pyrmontsingel.
Het bestuur wordt dan gevormd door de heeren: P.H. Kokke te Nijmegen, voorzitter; H.F. van Haaren te Lent, secrataris; F.H. Witjes te Elst; P. Gijsbers te Overasselt en J. v.d. Ploeg te Winssen, commissarissen.
Directeur is de heer H.M.G. Tiel Groenestegen, adjunct-directeur de heer Leo B.J. Wassing.” (De Gelderlander 14/2/1928)
Huidig: appartementen
De Melkinrichting is gesloopt en hiervoor in de plaats kwamen appartementen, september 2022 (Google Streetview)
Er is nog niet onderzocht wat het verdere vervolg is geweest. De Melkerij is tegenwoordig (september 2024) gesloopt en hiervoor zijn appartementen in de plaats gekomen. Het opschrift op het gebouw herinnert nog aan de Melkerij.