Het pand van de N.V. Continentale Mij. voor Handel en Industrie Leder en Fournituren en Schoenmakersmachines (Ziekerstraat 39-43) ; rechts de Timmerwerkplaats van B.F. van Tienen (Ziekerstraat 45) ; links de Rijwielhandel van J.H. Doorman (Ziekerstraat 29), 1935-1938 (F2355 RAN)
Waarschijnlijk is de Ziekerstraat 39-43 vanaf 1931 een winkel geworden, van Continentale. Daarvóór komt het voor als pakhuis en lijkt het ook in gebruik als boerderij te zijn geweest.
Dit artikel geeft de tot nu toe gevonden gebruikers van Ziekerstraat 39-43 weer.
Pakhuis Bielen
Steenkolenhandel Bielen met pakhuis Ziekerstraat 39 (PGNC 25/10/1885)
De door mij eerst gevonden vermelding van Ziekerstraat 39 is een advertentie van Steenkolenhandel P.M. Bielen, Muchterstraat 26 waarbij hij zijn pakhuis in Ziekerstraat 39 heeft. (PGNC 25/10/1885).
Plet
Advertentie Th. Plet voor houtskool, Ziekenstraat 39 (PGNC 10/3/1888)
Advertentie Th. Plet voor stucadoorsriet, Ziekenstraat 39 (PGNC 10/3/1888)
In 1887 komt Th. Plet voor als handel in brandstoffen en bouwmaterialen. Dan verschijnen er ook advertenties dat goederen “vrij uit het schip” of uit het pakhuis kunnen worden aangeleverd. Zonder naar volledigheid te streven een aantal advertenties: Ruhr kolen (PGNC 13/9/1887), Kachelkolen, die in het schip Broedertrouw in de Nieuwe Haven ligt (PGNC 28/12/1887)
Ook is er rond december 1887 een tweede adres waar bestellingen kunnen worden aangenomen: Broerstraat 25 (PGNC 16/12/1887).
In PGNC 17/10/1888 staat de aankondiging dat het kantoor en pakhuizen van Th. Plet per 1 november verplaatst wordt naar de “overzijde” Ziekenstraat No. 16 (PGNC 17/10/1888)
Derksen
Plan voor riolering van perceel Ziekenstraat 39-41-43 Kad. Nijm. Sectie C(?) no 4865, eigenaar G. Derksen, datum tekening 2-4-1914 (D12.384574)
Bij de aanleg van de riolering in 1914 is G. Derksen de eigenaar. De architect is onleesbaar. In de Adresboeken 1926 en 1928 komt G. Derksen voor als “landbouwer”. Op de bouwtekening is te zien dat een groot deel van het perceel bestaat uit stallen, een inrit en deel en een open plaats.
In juli 1930 staat Ziekerstraat 39,41,43 te koop, bestaande uit: woonhuis met bovenwoning en stalling. Het pand is ingezet op f14900, strijkgeld f300 (PGNC 26/7/1930)
Continentale
Rioleering Pand Ziekerstraat No 39-43 te Nijmegen voor rekening N.V. Continentale Mij voor Handel & Industrie, Jan van Galenstraat No 2 te Nijmegen, architect A. v.d. Kloot, tekening hoort bij rioolaanvraag 27 mei 1931 (D12.3978834)
In 1931 wordt er een vergunning afgegeven voor het ‘veranderen van het perceel’, bedrijfsnaam is Continentale Maatschappij van Handel en Industie, architect is A. v.d. Kloot (Inv nr 15722).
Afgaande op de tekening van de aanvraag van de riolering is de inrit nu ingericht als showroom en een ruimte voor bedienden. Links is de winkel, met een opgang naar boven. De deel, stallen en de open ruimte zijn “magazijnen” geworden.
Advertentie nieuwe magazijnen Ziekerstraat 39-43 (PGNC 12/9/1931)
Adressen Continentale Mij. v. Handel en Industrie N.V. in schoenm. fourn. (of: schoenmachines en schoenfournituren en gros):
Adresboek
1928
Jan van Galenstraat 2-4
1932
Jan van Galenstraat 2 en Ziekerstraat 39-43
1934
Ziekerstraat 39-43
1936
Ziekerstraat 39 en 41
1938
Ziekerstraat 39 en 41
1940
Ziekerstraat 39 en 41
Gevonden gebruikers Ziekerstraat 39
Gevonden meldingen van Ziekerstraat 39 in de adresboeken:
Naam
Beroep
Adresboek
J. Vroom
Timmerman en winkelier
1899, 1901
G.A. v. Gemert
1901, 1902, 1903, 1905, 1907
J. Peerenboom
tapper
1903, 1905, 1907
wed J. Peerenboom
geb. A.M. Reijntjes
1908, 1909
Mej. C.P. Derksen
1926, 1928
G. Derksen
landbouwer
1926, 1928
Continentale
1934, 1936, 1938, 1940
G.Th. Becker
Monteur
1938
H. Bourgonje
fabrieksarbeider
1940
G.A. van der Wagen
vleeswarenfabrikant
1948, 1951, 1955
Mej. E.M.G. Stinnisssen
1948
J.M.J.W. van Dam
kruidenier
1959, 1963
In De Gelderlander 24/9/1954 is een advertentie gevonden van Jos. van Dam voor “fijne vleeswaren”.
Juli 2019 (Google Streetview): Different is intussen gesloten en had als adres nummer 43. Nummer 41 is de opgang naar boven.
Momenteel (juni 2023) is Erica Kruiderijen op nummer 43 gevestigd.
De eerste Waalbrug stamt uit 1936 en was op dat moment de langste boogspanning van Europa. De brug is ontworpen door G. Schoorl.
Vooraf
Blik op het gedeelte van het Hunnerpark wat door het uitbreiden van de stad en de aanleg van de toegangswegen naar de Waalbrug grotendeels verdween; de ronde villa in het midden boven lag op de hoek van de Sint Jorisstraat (later mr. Franckenstraat en Canisiussingel, 1882-1900 (GN4924 RAN)
Gierpont
Voordat de Waalbrug gebouwd werd, kwam men naar de overkant door een zogenaamde gierpont “Zeldenrust”. Daarnaast was er de spoorbrug voor het treinverkeer, welke in 1879 beschikbaar kwam.
De gierpont aan de Waalkade, 1933 (F57976 RAN)
De eerste plannen voor een Waalbrug ontstonden in 1906 vanuit “Nijmegen Vooruit”. Door de Eerste Wereldoorlog vertraagden de plannen. Uiteindelijk was het plan in 1927 gereed en werd er op 23 oktober 1931 met de bouw begonnen. Architect G. Schoorl leverde daarvoor het ontwerp.
Op 16 juni 1936 kwam de brug gereed. Bij de opening waren er 200.000 toeschouwers, waarbij koningin Wilhelmina de opening voltrok.
Bouw
De opening van de Waalbrug (F57434 RAN)
De eerste Waalbrug stamt uit 1936. De Waalbrug is in totaal 604 meter lang. Het midden ligt ongeveer 60 meter boven NAP. De afstand tussen de twee pijlers bedraagt 244,1 meter. Het was op dat moment de langste boogspanning van Europa.
Het unieke van de Waalbrug is dat het een echte boogbrug is: de krachten worden daadwerkelijk op de twee pijlers overgebracht.
De waalbrug met op de achtergrond Lent, 1936 (F68089 RAN)
Oorlog
In 1940 blies het Nederlandse leger de brug op, waarna de Duitsers de brug hebben hersteld.
Deze brug speelde bij Market Garden een belangrijke rol. Om de brug in handen te krijgen, staken 300 Amerikaanse militairen op de plaats waar nu de brug de Oversteek is met rubberen bootjes is de Waal over. Daarbij wisten ze de brug ongeschonden in handen te krijgen.
Jan van Hoof
Lange tijd werd gedacht dat Jan van Hoof, een 22-jarige student, in zin eentje had voorkomen dat de Waalbrug door de Duitsers zou worden opgeblazen, op het moment dat zij de brug niet meer in handen zouden kunnen houden. Hij heeft inderdaad de avond voor Market Garden de lijnen van de explosieven doorgesneden, maar de Duitsers wisten dit weer te herstellen.
Zelf kon van Hoof dat niet navertellen: een aantal dagen daarna werd hij in de buurt van het huidige Joris Ivensplein neergeschoten toen hij als gids Amerikaanse soldaten begeleidde. Op de plek waar hij is neergeschoten, wordt hij herinnerd door een tekst op een tegel.
Schepen Waalhaven met Waalbrug op de achtergrond (september 2023)
De Oversteek
Door het toegenomen autoverkeer stond het verkeer dagelijks vast. Daarbij was het lastig om grote renovatiewerken uit te voeren. Daarop werd besloten een tweede verkeersbrug te bouwen. De Oversteek ging in 2013 open, zie het volgende artikel:
Gezonde Vis Carla Dijs Westerpark oorspronkelijk bij school Aquamarijn 2008
De Gezonde Vis is een beeld van Carla Dijs. Tegenwoordig staat het in het Westerpark. Aanvankelijk stond het op het schoolplein van OWS Auquamarijn (Biezendwarsstraat).
In juli 2008 werd de Gezonde Vis onthuld op het schoolplein van de OWS Aquamarijn (Biezendwarsstraat). Op de website van Carla Dijs staat dat op de kop en staart 400 bronzen penningen zaten. Deze zijn vervangen door wit geverfde cirkels. Het beeld kwam tot stand als samenwerking tussen kunstenaars, school, wijkbewoners en bronsgieterij De olifant.
Bakkerij Niersstraat 2, augustus 2023 (Google Streetview)
In 1930 opent de bakkerij van J.H. Francissen op Niersstraat 2, op de hoek van de Biezendwarsstraat en Voorstadslaan. Het pand is een ontwerp van architect W. Th. Reynen. Vanaf dat moment is het altijd een bakkerij gebleven.
Eind 1929 ontwerpt W. Th. Reynen (Jr.) “een woonhuis, winkelhuis met bakkerij en bovenhuis”. De bakkerij is voor J.H. Francissen, die op 6 juni 1930 zijn hinderwetvergunning krijgt voor “het oprichten van een door elektriciteit gedreven brood- en banketbakkerij”. (PGNC 11/6/1930).
Ontwerp voor het bouwen v/e woonhuis, winkelhuis met bakkerij en bovenhuis op een terrein hoek Niersstraat en Beizendwarsstraat, tekening december 1929,(D12.395994 detail).
In april 1930 tekent Reynen het ontwerp voor 85 woningen in de Niersstraat.
advertentie Francissen bij opening (De Gelderlander 4/7/1930)
De Gelderlander schrijft over de opening van deze nieuwe bakkerij:
“Nieuwe zaak.
Heden opent de heer J.H. Francissen aan de Niersstraat 2, een nieuwe brood-, koek- en banketbakkerij. In dit nieuwe stadsgedeelte van de Voorstadslaan, dat zich in den laatsten tijd geweldig uitbreidt is de vestiging van een dergelijke zaak zeker op z’n plaats tot gerief van de vele omwonenden in deze volkrijke buurt.
Aan de zaak is verbonden een chocelaterie-afdeeling, waar de meest bekende soorten in voorraad worden gehouden.
De bakkerij is modern en hygiënisch ingericht door de aanwezigheid van de nieuwste machines, o.a. een heetwateroven volgens het nieuwste systeem firma Werner en Pfleiderer.
De schilder, de heer Veltman, verzorgde het uit- en inwendige schilderwerk, terwijl de heeren Bach en Friebel zorgden resp. voor de electrische installatie en het sanitair.” (De Gelderlander 5/7/1930)
Vervolg: Niersstraat 2 altijd bakkerij geweest
Het RAN heeft nog een mooie foto gedateerd op 1960. Op deze foto is het linkerpand op de foto Niersstraat 2.
In de onderstaande tabel staan de gevonden gebruikers van Niersstraat 2 weergegeven: vanaf de bouw is het altijd een bakkerij gebleven.
Naam
Beroep
Adresboek
Opmerkingen
J.H. Francissen
1932
F.J. Willems
Bakker
1934
L.H.A. de Bruijn
Banketbakker
1936
J.G.M. Brouwer
Vanaf 1948: bakker
1940, 1948, 1951, 1955, 1959
T. Herfkens
Bakker
1963
Onder “bakkerijen” als “De Niers”- Th Herfkens
In de Wester van 2018 vertelt een bewoonster van de Voorstadslaan: “Aan de overkant op de hoek met de Niersstraat heeft altijd een bakker gezeten. Eerst Brouwer, daarna Herfkens, toen bakkerij Niers met Angelina en nu dan het Kraayennest.’” https://dewester.info/voorstadslaan/
Het is mij nog niet bekend waarom Herfkens aanvankelijk als “Herfkens” lijkt te staan, terwijl het op een later tijdstip, in ieder geval 1963 (ook) De Niers heet, afgaande op de Adresboeken. En waarom de bewoonster deze 2 namen afzonderlijk noemt. Mogelijk is Herfkens (of een familielid) later overgegaan op De Niers, waarbij deze als afzonderlijke is blijven hangen.
In ieder geval heeft nog jarenlang De Niers op de hoek gezeten; het artikel van De Wester dateert uit 2018. Enige jaren geleden is de bakkerij een van de panden van Bakkerij ’t Kraayennest geworden.
W.Th. Reynen ontwierp veel sociale huurwoningprojecten voor de Woningvereeniging Nijmegen. Daarnaast komen we hem regelmatig tegen als ontwerper van woon-winkelpanden…
1933, Dommer van Poldersveldtweg 269 (gesloopt, met uitzondering van de toren) Hengstdal
De R.K. Christus Koningkerk door Architect Zwanikken. Rechts een gedeelte van de bouw van de Montessori-kleuterschool aan de Hengstdalseweg hoek Elzenstraat, 1933 (GN5602 RAN) Dommer van Poldersveldtweg 269
De bouw van deze rooms-katholieke kerk is in 1932 begonnen. Architect Zwanikken ontwierp deze kerk in expressionistische stijl. De kerk is opgetrokken uit gewapend beton en vervolgens met bakstenen aan de buitenkant bekleed. Na stormschade is de spits in 1990 verwijderd, waarna de spits in 2005 weer is herbouwd.
Op de locatie van de kerk staat nu een appartementencomplex met winkels daaronder.
Nieuwbouw van appartementencomplex De Koningshof met winkels aan de Van ’t Santstraat op de hoek met de Dommer van Poldersveldtweg , rondom de bakstenen kerktoren (in de steigers en hier nog zonder spits) van de voormalige Christus Koningkerk, 18/3/1996 Van ’t Santstraat 300-374 (Ger Loeffen CC-BY-SA via F37282 RAN)
De Gelderlander bij opening in 1933:
“De Christus-Koningkerk in Nijmegen
Plechtige consecratie.- In Zuid-Oost Nijmegen.
Middelpunt van Katholiek sociaal leven in nieuwe woonwijk.
—
Het nieuwe Godshuis.
Al is de nieuwe kerk nog niet geheel in gebruik genomen, en al kennen wij nog niet geheel de sfeer, die in het gebouw hangt, toch heeft een slechts zeer vluchtige beschouwing ons ervan overtuigd, dat met dit kerkgebouw een eerste en meest eigenaardige, en meest opvallende kerken is gebouwd, die wij in onze stad kennen. Het hoog terrein, waarop de kerk ligt, maakt, dat men deze reeds van verre aanschouwen kan. Voor wie fietst op en dijk, die van Oosterbeek, en Altena naar Lent leidt steekt de ijle toren reeds ver boven het landschap uit. De oorzaak hiervan is, dat de kerk hoewel in een dal gelegen ten opzichte van den onmiddellijke omgeving, toch vrij hoog ligt ten opzichte van de lager gelegen Betuwe. De toren van de kerk schijnt vanuit de verte zelfs uit te komen boven de uitzichttoren op den Kwakkenberg. Tot dusver lag daar in de buurt geen ander groot gebouw dan het complex van de kazernes. Met name de koloniale kazerne beheerschte de geheele omgeving. Dat is nu veranderd. De kerk domineert op dit ogenblik de omgeving, ook de kazerne. Zij staat daar als het middelpunt van een zich reed verder uitbreidende buurt. Zij zal eerlangs worden het ahart van die buurt, waar het meest inwendige en meest innige leven klopt van al degenen, die er komen wonen. Zoowel het uiterlijk als het innerlijk van de kerk stemmen tot gebed en devotie, en werken daardoor spontaan mede aan het doel, waarvoor zij gebouwd werd.
De Christus Koningkerk tijdens de bouw van het dak van het middenschip en het koor. De pastorie links is al gereed, gezien op de zijkant van de Kerk en het priesterkoor en sacristie, 1933 (F16279 RAN)
Het uiterlijk van de kerk die ontworpen werd door architect Zwanikken, heeft een statig vorkomen. Het is een rustig gebouw met voornamelijk horizontale en verticale lijnen, zonder overbodige versierselen. Boven het priesterkoor is een hoog gewelfde toren opgetrokken, die direct steunt op de muren. Door de stevigen bouw van deze muren heeft de architect steunberen kunnen ontberen, waardoor hij een gaaf uiterlijk schiep. Het dak van het middenschip ligt laag op de kleine zijmuren, die door tal van raampjes zijn onderbroken, wat aan de zijkanten een levendiger voorkomen geeft. Twee uitbouwsels voor kapellen zijn zoo gemaakt, dat zij aan de harmonie van het exterieur niet storen.
Opmerkenswaard in verband met de rustige constructie van het geheele dak is het zeer onrustige beeld van den toren. Het is alsof de architect hiermede heeft willen uitdrukken, dat de muren van dit gebouw op de eerste plaats een taak hebben als ondersteuners van de gewelven, terwijl het doel van den toren eerder een decoratief is. Het onderdeel van den toren is vrij sober. Eenige meters boven het dak zijn echter de eerste versiersels aangebracht. Daar steken kleine decoratieve stompen steen op vier plaatsen naar buiten. De rand van den toren begint gekarteld te worden, daarboven wederom vier hardsteenen sierstukken. Daarna volgt een tusschenblok, waarop de trans, en een achthoekig uitbouwsel voor de klokken die wij helaas op dit oogenblik nog moeten missen. Een dubbel telkens breeder uitloopend dakje omlijst het geheel bovenbouwtje. Dit is met bollen rechtstaande pinnen versierd, als om het oog te wennen aan den plotselingen opgang van den naaldspits, die door een dubbelen kogel en een hoog kruis wordt afgekroond. De vier balken van het kruis zijn door een ragfijne cirkelvormige versiering getooid. Het Angelusklokje is van veel bescheidener hoogte. Het mist den rijkdom van den groote toren. De fijne spitsheid van dit torentje is hier evenzeer opvallend als bij zijn grooteren klokkedrager. Ook dit torentje si met bol en kruis gekroond. Daarboven staat er nog een klein kruis op den dakhoek boven den hoofdingang. De sacristie ligt laag achter den overbouw van het priesterkoor. De pastorie staat iets voor den ingang van de kerk, zoodat er als het ware een klein plein gevormd is door de ligging van de gebouwen zelf.
Doordat de muren zo laag zijn, en het dak zich zoo hoog verheft, heeft het interieur een imposant voorkomen. De gewelfbogen verheffen zich hoog in de lucht, en schijnen de geloovigen als het ware te omvatten, en hun gebeden te willen doen opstuwen naar omhoog. Dit hoog gewelf geeft een stemming van verhevenheid, zooals die in de kerk thuis hoort. Het geeft een beeld van de ontzagwekkende Majesteit van Dengene, te wiens eer het kerkgebouw is opgericht, en van de handeling die er wordt verricht, de offerende namelijk van Gods Zoon aan Zijn Vader ter bemiddeling voor onze schulden, en ter verheelijking van Hem, wien wij de diepste aanbidding en vereering brengen moeten. Zoo is zoowel het rustig exterieur van het kerkgebouw, als het verheven interieur een stoffelijk symbool van geestelijke dingen, dingen namelijk, die voor ons meer waard zijn dan het stoffelijk symbool van de kerk zelf.
De kerk ligt daar tevens in de omgeving als een voortdurende vermaning. Juist daarom is het zulk een verblijdend verschijnseld, dat men haar overal kan aanschouwen, en dat er geen plaats is in de parochie zelf, waar men niet gemakkelijk en dikwijls het gebouw moet zien. Want het zien van de sierlijk gebouwde steenmassa, en van de fraaie lijnen zijn al een opwekking op zich. Zie dienen om den geest omhoog te heffen naar het hoogere. Zij dienen zichzelf in zekeren zin te doen vergeten. Zooals volgens een bekend woord, de opvoeding de kunst is om den opvoeder overbodig te maken, zoo is ook het doel van de kerkelijke kunst om den geest op te voeren tot iets, dat hoog boven haar uitgaat. Want de mooiste kerkelijke kunst is en blijft iets van den tijd. Zelfs, als zou deze kerk blijven staan in den loop van vele eeuwen, en er is geen enkele reden, om te denken, dat dit niet het geval is, er zal toch een dag komen, waarop zij weer zal verdwijnen. Maar wat dan niet zal verdwijnen, zijn de geestelijke dingen, die door middel van de stoffelijke en materiële kerk, en door middel van de dingen, die in het kerkgebouw gebeuren, zijn tot stand gebracht. Blijven zal in alle eeuwigheid de geestelijke vrucht van alles, wat er in de kerk is geschied, van de missen, die er zullen worden gegeven, van de biechten, die er zullen worden gesproken, van de gewijde toespraken, die er zullen worden gehouden, van het catechismus-onderricht, dat er zal worden gegeven, en van de lofzangen, die er zullen opstijgen in den loop van vele jaren. Ook als de kerk allang weer is weggevaagd, van de aarde zal blijven de zaligheid der zielen, die in deze kerk zich den weg gewezen zagen, die leidt naar het hemelsch vaderland. Blijven zal de geestelijke verkwikking, die priesterhanden en den priesteromgang zal brengen aan de katholieken, die de kerk weten te gebruiken voor het doel, waarvoor zij is gebouwd. Blijven zullen ook lang nog, misschien wel tot het einde der wereld de goede en vroome gewoonten, en gedachten, die vanuiten deze kerk zijn binnengedrongen, bij die in de kerk krachten energie hebben gezocht en gevonden in de moeilijkheden des levens.
De Christus Koningkerk, 1992 (F6160 RAN)
Zoo is de bouw van die kerk een voorname gebeurtenis, zoo is de kerk zelf een monument, dat door daar te staan in ’t gewoel van den tijd de les preekt, die opklinkt it alle waar geestelijk leven namelijk, dat het kruis staan blijft, ook als de wereld zich voortwentelt naar wij zij haar ontwikkeling noemt.” De Gelderlander 25/11/1933
Omgeving van ‘Park Hees’ (‘Planetenpark’), voor de aanleg, eerste helft jaren zestig, gezien vanaf de Planetenstraat, met de etagewoningen uit 1958/1960 aan de Venusstraat, de Plutostraat en de Neptunusstraat, gebouwd in opdracht van Bouwmaatschappij Penders en Gerritsen NV naar ontwerp van de architecten H. Reuser en R.G. Rodenburg, 9/1964 (Gemeentepolitie Nijmegen via F88642 RAN)
Aanvankelijk bestond een groot stuk groen uit 360 bij 110 meter. Later werd er nog een stuk bijgevoegd tot het huidige Dorpspark Hees. Dit groen moest de grens tussen het oude, landelijke Hees en de nieuwe flats en laagbouw van Heseveld benadrukken. (Bron: Dorpsbelang Hees)
Hierboven staat een foto op het moment dat de flats al wel zijn gebouwd, maar het park nog uit landbouwgrond bestaat. Een mooie foto van het park in ontwikkeling eind jaren 60 is te vinden op F88649.
Dorpspark Hees (mei 2024)
Volleybalveldje Dorpspark Hees. Het net kan worden opgehaald (adres geblurd vanwege privacy) (mei 2024)
ingangen bij Oude Graafseweg ter hoogte Ligusterlaan en bij de Verbindingsweg, Heseveld
Hek ingang Augustijnenbosje Oude Graafseweg Heseveld
Het bos is vernoemd naar de orde der Augustijnen. Zij kochten in 1923 het terrein tussen de Geldersche roomboterfabriek en de Verbindingsweg. Daarbij bouwden ze een klooster aan de Graafseweg.
Villa Dennendaal
Pad in Augustijnenbosje (november 2024)
In het westelijke gedeelte van dit terrein stond Villa Dennendaal. Dit was sinds 1959 een opvangtehuis voor daklozen. In 1990 werd Villa Dennendaal gesloopt en vervangen door de huidige appartementencomplexen met puntdaken.
1990 Eigendom Gemeente
Daarbij verkreeg de gemeente Nijmegen in 1990 het bos. Dit bos toegankelijk via twee ingangen, 1 aan de Oude Graafseweg en 1 aan de Verbindingsweg. Beide ingangen hebben een poort zoals op bovenstaande foto weergegeven.
Ruth die de vruchten van de aarde haalt
In een open gedeelte staat het beeld van Ruth die de vruchten van de aarde haalt. Dit is een werk van Theo Mulder uit 1964. Het beeld stond oorspronkelijk voor de vroegere IVO-Mavo aan de Archipelstraat.
De voormalige Vrijmetselaarsloge St. Lodewijk, ontworpen door W.J. Maurits en A. Weyers in 1898, foto 1971 (Prof. dr. E.F. van der Grinten via F78766 RAN CC-BY-SA)
Architect Maurits ontwerpt in 1898 het nieuwe gebouw voor de Vrijmetselarij Sint-Lodewijk aan de Waldeck Pyrmontsingel. Deze is gebaseerd op de stijl van de neo-Renaissance. Het gebouw wordt in “Egyptische” stijl ingericht.
Voorgeschiedenis
Het gebouw aan de Waldeck Pyrmontsingel is het tweede gebouw van de Vrijmetselarij Sint-Lodewijk.
Van 1878-1899 zat de loge in Muchterstraat 19, een gebouw dat door stadsarchitect Pieter van der Kemp was ontworpen. Als gevolg van de ontmanteling van de vestingwerken verpauperde de buurt: veel welgestelde personen waren verhuisd naar nieuwbouw op de gronden van de vestingwerken.
St. Lodewijk
De loge van Nijmegen is een van de oudste van Nederland. De eerste loge was in Den Haag opgericht in 1734. Het is niet precies te zeggen wanneer de loge in Nijmegen is opgericht: gegevens als verslagen ontbreken. Wel is bekend dat er vóór 1752 loges zijn geweest, echter zonder vaste verblijfplaats.
in ieder geval wordt de loge definitief opgericht op 21 maart 1752. Nijmegen krijgt daarbij nummer 3.De naam St. Lodewijk is afgeleid van Ludwig, Herzog von Sachsen-Hildburghausen. Hij doet in september 1749 zijn intocht in Nijmegen, waar hij gouverneur werd. Ludwig was de grondlegger en de eerste Voorzittend Meester in de Loge St. Lodewijk. De loge is naar hem vernoemd.
Waarom de St.? Vrijmetselaars werden als vrijdenkers door de Rooms-Katholieke kerk en sommige overheden als bedreigend gezien. Gezien zijn positie wilde Ludwig zijn naam niet met de vrijmetselarij verbonden zien. Daarop werd de “Sint Lodewijk” bedacht.
Het nieuwe gebouw van architect Maurits
In 1898 ontwierp Maurits de nieuwe loge aan de Waldeck Pyrmontsingel, welke onderdeel was van de uitbreiding op de voormalige vestingwerken. De aanbouw rechts is de beheerderswoning. Maurits komt overigens zelf als “gezel” voor op de ledenlijst van de Vrijmetselarij uit 1897.
Tempel van de loge St. Lodewijk na het gereedkomen van het gebouw, architect Maurits, 1920-1925 (F85107 RAN)
Egyptische stijl
Het gebouw is in Egyptische stijl ingericht. Deze stijl kwam veel voor in Brussel en daarom werden excursies naar Brussel ondernomen om inspiratie op te doen. In het bijzonder kwam deze stijl voor bij een aantal vrijmetselaarsloges. Een mooi voorbeeld is de voormalige loge in de Peterseliestraat uit 1878. Op deze site staan foto’s van de prachtig gerestaureerde zaal, waar meteen een aantal elementen te herkennen zijn die ook in Nijmegen voorkomen.
Vrijmetselaars en Egypte
De vrijmetselarij zagen Egypte als haar symbolische, legendarische oorsprong. Wanneer de vrijmetselarij exact is ontstaan, is niet geheel duidelijk: vaak wordt 1717 in Londen genoemd als jaartal, hoewel ook het 17e eeuwse Schotland wordt genoemd. In ieder geval ontwikkelt de vrijmetselarij zich eerst in Engeland en Schotland.
De vrijmetselarij was op zoek naar een symbolische, legendarische oorsprong: die moest zich bevinden in de tijd waarin het metselwerk was ontstaan, zoals de tijd van Adam, de Ark Noch of de bouw van de Tempel van Salomo. Ook de bouw van de pyramides kwam in beeld. Vooral het werk “Séthos” van de Franse abt Jean Terrasson uit 1731 droeg bij aan de symboliek dat Egypte de oorsprong van de vrijmetselarij was.
De veldtochten van Napoleon in Egypte leverde in het algemeen een herleefde belangstelling op voor het oude Egypte. Aan deze veldtochten hadden de nodige vrijmetselaars als militair of als burger meegedaan, omdat Egypte immers de symbolische bakermat was. Begonnen in Parijs, verspreidde deze belangstelling door naar de rest van Europa. Nieuwe publicaties en wereldtentoonstellingen brachten het oude Egypte dicht bij huis. Naast kennis, ontstond er tegelijkertijd een romantisch beeld over dit oude Egypte. Waaronder bij de diplomaten en industriëlen van België, welke eind 19e eeuw zelf een koloniale mogendheid was geworden.
In België, Frankrijk, maar ook in Engeland en Amerika werden vrijmetselaar tempels op z’n “farao’s” gebouwd:
“De wens om het Schone te verwezenlijken uit liefde voor het Schone zelf is prominent aanwezig in de 19de-eeuwse vrijmetselarij, die het Schone als de materiele uitdrukking beschouwde van het Goede dat ze zo ijverig nastreefde.
De schoonheid van de kunst én die van de antieke Egyptische architectuur waren de middelen bij uitstek om de 19de-eeuwse maçonnieke idealen uit te drukken. “Dans l’hypothèse de la maçonnerie procédant du corps de métier, schreef men, le premier idéal des francs-maçons a dû être placé dans l’art plutôt que dans aucun autre domaine de l’intelligence”. “Des hommes s’unissant dans un dessein de perfection, ging men verder, avec la volonté de comprendre l’être humain” (De Egyptomanie in Brussel)
Neo-Egyptische stijl in de tempel
Deze Egyptische stijl komt bijvoorbeeld terug in de vorm en beschildering van de pilasters (de halfronde pilaren). de holkeellijsten (de vierkante lijsten met de motieven op de band onder het plafond, de ingang en de beschildering daarvan. Ook is op de foto het plafond met sterren te zien.
Neo-Renaissance
Het gebouw is ontworpen met invloed van de neo-Renaissance stijl. Hoewel ik geen architect ben, zie ik een aantal van deze kenmerken terug:
De symmetrie van het ontwerp
De spekbanden, welke tevens het horizantale beeld versterken
Het gebruik van pilasters, de halve zuilen, zoals bij de ingang
Een fronton, het “driehoekje”, boven de ingang
De ontlastingsbogen: de halfronde bogen boven het raam
De trapgevel
In het ronde venster in de topgevel is een glas-in-lood raam te zien met een winkelhaak en passer in een vijfpuntige ster, het symbool van de vrijmetselarij.
Zowel de loge zelf als de beheerderswoning en hekwerk is een rijksmonument. Als waardering
-Van architectuurhistorische waarde als een goed voorbeeld van een vrijmetselaarsloge in neorenaissance-stijl met esthetische kwaliteiten in het ontwerp zoals goede verhoudingen, een bijzondere ornamentatie en enkele kenmerkende ex- en interieurelementen zoals resp. het ronde glas-in-lood raam en het beschilderde koofgewelf.
-Van stedenbouwkundige waarde vanwege de ligging in de aaneengesloten zuidelijke gevelwand van de in 1896 aangelegde Waldeck Pyrmontsingel, die deel uit maakt van het laat 19de-eeuwse uitbreidingsplan, dat is ontwikkeld na de afbraak van vestingwerken. Het pand ligt binnen het beschermd stadsgezicht.
-Van cultuurhistorische waarde vanwege de bestemming en het uiterlijk welke verbonden is met een culturele ontwikkeling namelijk het oprichten en bouwen van vrijmetselaarsloges door de maatschappelijke elite.
Vervolg
Voormalige vrijmetselaarsloge St. Lodewijk, Waldeck Pyrmontsingel 77-79-79a, augustus 2023 (Google Streetview)
In 1977 werd het gebouw verkocht en in 1990 verlaten. De loge betrekt dan de voormalige doopsgezinde en remonstrantse kerk aan de Professor Regoutstraat 23. In 2007 koopt de loge het voormalige Steigertheater, Fortstraat 7, aan.
Het gebouw wordt in 2005 grondig gerenoveerd en verbouwd tot kantoorpand. Hierbij wordt onder andere het beschilderde plafond van de logezaal in oorspronkelijke staat hersteld met hemelsblauwe verf waarop sterren zijn geschilderd.
Naamlijst voor het jaar 5896-5897 van de Officieren en leden der Loge “St. Lodewijk” WWW.KWARTIERVANNIJMEGEN.NL Stichting Historisch Huis- en Veldnamen Onderzoek welke als bron noemt: De Gelderlander van Maandag 19 juli 1897
Rond 1897 laat W.L.F. Mähler de villa bouwen van Wilhelminasingel 14. Op basis van de aanbesteding en dat Semmelink helpt bij de aankoop van de grond, is hij de waarschijnlijke architect. De aannemer is Tunnissen. Na het overlijden woont de familie Boelaars jarenlang in het pand.
W.L.F. Mähler
Het eerste gedeelte van de Wilhelminasingel tussen de Oranjesingel en bovenaan rechts de Sloetstraat. In het midden van de foto Wilhelminastraat 14, 1905 (Vivat Amsterdam via F2883 RAN)
Verkoop grond “tusschen de Sloetstraat en de Nijhoffstraat”
In het Gemeenteverslag van 1896, verslag van de Gemeenteraadsvergadering van 12 december 1896: “een adres van W. L. F. Mähler om een stuk bouwterrein te koopen tusschen de Sloetstraat en de Nijhoffstraat. In handen van B. en W. om advies”.
Eind december wordt dit verzoek goedgekeurd: “Het voorstel tot verkoop van een strook gronds gelegen tusschen de Sloet- en de Nijhoffstraat, ter oppervlakte van ongeveer 77 M2 gedeelte van het kadastraal perceel Nijmegen sectie B. no. 2242 aan W. L. F. Mähler te Nijmegen, voor f 7 per M2 en onder de voorwaarde vastgesteld bij Raadsbesluit van 5 October 1895, goedgekeurd door Ged. Staten van Gelderland bij besluit van 16 October 1895, no. 2.” (vergadering 30 december)
Bij de ondertekening van het contract op 15-11-1895 blijkt architect Semmelink voor Mähler te hebben opgetreden. (inventarisnummer 155, archiefnummer 446, aktenummer 289)
Wilhelminasingel gezien in de richting van Johannes Vijghstraat; rechts is nog Wilhelminasingel 14 te zien, 1895-1900 (Uitg. N.J. Boon Amsterdam via F1906 RAN)
Bouwvergunning en aanbesteding
Dan volgt de aanbesteding “het bouwen eener villa aan den Wilhelminasingel alhier, voor rekening van den WelEd. Heer Mähler, architect de heer D. Semmelink.” De laagste inschrijving is Grandjean voor f 15.388. (PGNC 28/1/1897).
Dan wijzigen de plannen:
Op 17-2-1897 koopt Mähler een “perceel bouwterrein gelegen aan de Sloet- en Nijhoffstraat te Nijmegen en kadastraal aldaar bekend in Sectie B. nummer 2496 als bouwterrein groot drie en tachtig centiaren van de gemeente Nijmegen. De gemeente had de koop op 13-12-1896 goedgekeurd, de Gedeputeerde Staten van Gelderland keuren de verkoop daarop op 6-1-1897 goed. De verkoopsom is 581 gulden. (Inventarisnummer 168, Archiefnummer 446, Aktenummer 42)
Daarna worden de bouwplannen gewijzigd en besteedt Semmelink de bouw van de villa opnieuw aan. Dan is “W. Tunnissen” met f13.300 de laagste inschrijving. (PGNC 18/3/1897)
Werner Louis Frederik Mähler, Wilhelminasingel 14 (Bevolkingsregister 1900)
Het Bevolkingsregister van 1890 is nog niet gevonden.
In het Adresboek 1898 komt W.L.F. Mähler nog voor op St. Annastraat 19b.
In de Adresboeken 1899 t/m 1932 komt W.L.F. Mähler voor op Wilhelminasingel 14.
Werner Louis Frederik Mähler is geboren op 4-2-1848 te Zutphen. Wanneer hij op 27-6-1895 in Nijmegen komt wonen, is hij afkomstig van Zutphen en “zonder beroep”. Hij is getrouwd met Petronella Adelaida Hubertina Esser (7-11-1850 Venray). (Wanneer zij op 8-6-1880 in Zutphen trouwen, is het beroep van Mähler “koopman”).
Bij zijn naam is groot A 18 248 geschreven; het is nog onduidelijk of hij daar (tijdelijk) naar toe is vertrokken of dat het de aanduiding van Wilhelminasingel no 14 is (dat al wel als adres staat). (Bevolkingsregister 1900) Petronella overlijdt op 7-7-1913. (Bevolkingsregister 1910).
In het Bevolkingsregister van 1910 blijken ze (in ieder geval) 1 zoon te hebben: Hubert Frederik Joseph (10-4-1881 Zutphen). Hij komt op 21-3-1902 vanuit Londen, om op 27-12-1905 weer tijdelijk te vertrekken naar Leiden. Hij komt op 14-8-1906 vanuit Den Haag. Bij de opmerkingen staat “Ambtshalve doorgeh. Vermoedelijk Haarlem”. Oftewel: hij zal op een later tijdsstip weer zijn verhuisd. “Vermoedelijk Haarlem” is er op een later tijdstip bijgezet.
Bij het RAN zijn een aantal notarisstukken gevonden, waarbij Mähler voor die tijd aanzienlijke bedragen leent. Zonder naar volledigheid te streven:
Een hypotheek aan Johannes Mathias Roghmans van 2.000 gulden op 2-5-1905 (Inventarisnummer 114, Archiefnummer 451, Aktenummer 84)
Aan Lodewijk Peturs Aloiusius Dahlhaus, wonende te Haarlem, op 1-7-1910 het bedrag van 10.150 gulden (inventarisnummer 348, archiefnummer 446, aktenummer 235)
Uit PGNC 16/7/1932 blijkt dat het huis te koop is: “goed onderhouden heerenhuis, gelegen aan de Wilhelminasingel 14, hoek Sloetstraat en Nijhoffstraat te Nijmegen, groot 6 A. 14 cA. is ingezet op f14.200,- (strijkgeld f100).”
Op 27-7-1932 zal de veiling van de inboedel plaats vinden PGNC 23/7/1932, met een lijst. Daarbij blijkt het om een “sterfhuize” van W. Mähler te gaan.
Boelaars
De koper blijkt Boelaars – waarschijnlijk de weduwe van Henri Boelaars, die de firma voortzet- te zijn, daarbij:
in PGNC 1/10/1932 staat het bericht dat de firma Henri Boelaars, Kloosterstoffen, is aangesloten op de telefoon.
Weduwe H. Boelaars-Rottier, “zonder beroep” en haar gezin vestigt zich tussen 7 en 10 oktober in Nijmegen, zij is dan afkomstig van Tilburg (PGNC 15/10/1932)
Henri Boelaars had in Tilbug een winkel in kloosterstoffen gehad: “Westelijk naast het notarishuis, gedeeltelijk zichtbaar, lag een breed, ouderwets herenhuis met beneden vier ramen en op de eerste verdieping vijf ramen naast elkaar langs de straatkant. Hierin woonde Henri Boelaars, die speciaal in kloosterstoffen grossierde. In een zwierig geschilderde banderolle op de zijgevel stond te lezen: “Magazijn van Manufacturen Henri Boelaars”.” (Facebook, met foto van de Zomerstraat in Tilburg)
Ontwerp bijbouw Wilhelminasingel 14 (D12.398980)
In juli 1932 (datum tekening) wordt een bijbouw aangebracht aan de Wilhelminasingel 14. De aannemer is M. Thunnissen (D12.398980).
In Adresboek 1934 komen fa. Henri Boelaars, kloosterstoffen en Weduwe H.J.M. Boelaars, geboren A.P.J.M. Rothier voor.
De firma komt tevens voor in de Adresboeken 1936, 1938, 1940. Een rekening uit 1945 is te zien als inventarisnummer 1495 RAN: “Kloosterstoffen voor elke orde het speciale artikel”.
De weduwe komt tevens voor in de Adresboeken 1936, 1938, 1940. Zij is in 1948 verhuisd naar Ubbergseveldweg 77.
A.C.M. Boelaars komt voor in 1936
In 1948 is “A. Boelaars” secretaris-penningmeester van de R.K. Vereniging voor Kinderbescherming. Tevens in 1951
A.C.F.M. Boelaars, koopman textiel komt voor in 1948 en 1951, 1955
In 1948 komt ook mej. T.M. Brom en mej. A.J. Driessen voor op nummer 14. Driessen komt ook voor in 1951.
In 1963, 1966, 1971 komt L.H.M. Hermans, koopman, voor.
Wel komt “Firma Henri Boelaars van 1874 Nijmegen…”Voor elke orde het speciale artikel” in kloosterstoffen – maatkleding – missiestoffen – sluierstoffen en wollen dekens” voor op Wilhelminasingel 14.
In 1966 staat “Boelaars” onder “Textielhandel” en in 1968 “Firma H. Boelaars” onder “Stoffenhandel”
In 1988 en 1989 zijn er verbouwingen.
Aandachtspand
Het gebouw is sinds maart 2015 een “aandachtspand” van de gemeente Nijmegen
Deze pagina verzamelt reeds gemaakte artikelen over de wijk Altrade. Romeins amfitheater hoek Rembrandtstraat-Mesdagstraat In de buurt van Romeinse legerkampen…
In het Julianapark staan een aantal prachtige, oude bomen en daarnaast veel moderne beelden. Oorspronkelijk lag hier Fort Kijk in de Pot en daarna een begraafplaats. Van deze begraafplaats resteert alleen een deel van de Protestantse graven.
Aangezien het grenst aan de Wedren en zelf deels gebruikt wordt tijdens de Vierdaagse, verwijst een deel van de beelden naar dit wandelevenement.
Julianapark aan de Prins Hendrikstraat met veel oude bomen en moderne sculpturen
Vooraf: van Lunetten tot Begraafplaats
De uitstulping linksboven zijn de lunetten Kyk in de Pot met daarachterSteene Kruys: Vesting Nijmegen in NIMEGUE/ G.Brakel ; del 1714 ; [rechtsonder in kader] / Ville forte dans la province | de Gueldre, avec les nouvelles |Fortifications | de Monsieur Coehoorn, 1714 (KPA-II-21 RAN)
Het park bevindt op de begraafplaats van de Stenenkruisstraat. Voordat hier een begraafplaats werd aangelegd, was het eeuwenlang de locatie van Fort Kijk in de Pot: de uitstulping linksboven op de kaart geeft de lunet Kijk in de Pot aan, met daarachter de lunet Steenen Kruys. Alleen de straatnamen herinneren nog aan deze forten.
Betekenis “Kijk in de Pot”
Deze lunetten waren rond 1700 aangelegd onder leiding van Menno van Coehoorn. De naam “Kijk in de pot”, of het verwant met namen als “Kijk in de Köken” zijn in meerdere plaatsen bekend voor een fort dat diende als uitzichtspunt om te zien of er een vijand aankwam. Deze lag zo hoog, dat men als het ware in de pot of keuken van de vijand zou kunnen kijken. Ook Deventer (16e eeuw) en Bergen op Zoom kenden een Kijk in de Pot. Waarbij die van Bergen op Zoom eveneens is aangelegd door van Coehoorn. Ook Banda, Tallinn, Danzig en Magdeburg hebben een fort met een dergelijke naam.
Verbouwing tot fort
Het omgebouwde Fort kijk in de Pot, 1862-1890 (GN10965 RAN)
Tussen 1861 en 1862 werden de lunetten verbouwd tot Fort Kijk in de Pot als onderdeel van de 19e eeuwse verdedigingsring. Hiervan was P.L. Teeuwissen de aannemer.
Dit fort heeft slechts 20 a 30 jaar bestaan: in De wikipedia over Altrade noemt 1880 als het jaar van sloop, die over het Julianapark noemt 1894.
Alleen de straatnaam herinnert nog aan het fort.
Begraafplaats
Begraafplaats Prins Bernhardstraat (maart 2024)
Daarna kwam de locatie in gebruik als Algemene begraafplaats. Deze begraafplaats aan de Stenenkruisstraat was de eerste buiten de wallen.
In de 19e eeuw kwam het verbod om doden binnen de stadsmuren te begraven. Allereerst vanaf 1810, na de inlijving van het Koninkrijk Holland bij het Franse Keizerrijk, mochten doden niet meer binnen de stadsmuren worden begraven. Daarop besluit het stadsbestuur p 13 november 1810 om een algemene begraafplaats aan te leggen buiten de Hertogsteegpoort, wat de later de Stenenkruisstraat is. Dit terrein was onderdeel van de vestinggronden dat in 1808 door Lodewijk Napoleon aan de stad had gegeven. De eerste begrafenis op deze nieuwe plek vond op 20 mei 1811 plaats. (in Pardisum https://stichtinginparadisum.nl/begraafplaatsen/stenenkruisstraat/).
Ook de wet uit 1829 – de Fransens waren immers weer vertrokken- bepaalt dat steden met meer dan 1.000 inwoners hun begraafplaats buiten de wallen moet hebben. Wanneer men precies gestopt is om overledenen (ook?) op het Stevenskerkhof te begraven, is mij niet bekend: 1810, 1829 of mogelijk zelfs 1869 (de Begraafwet). In ieder geval werden in de loop van de 19e eeuw de graven rond de kerk werden geruimd, waarbij beenderen werden overgebracht naar de Stenenkruisstraat.
Van links naar rechts een afzonderlijke locaties voor Joden, Protestanten en Rooms-Katholieken.
Plattegrond van de Algemene Begraafplaats aan de Stenenkruisstraat: van links naar rechts het Joodse, Protestantse en Rooms-Katholieke deel, 1900 (F33595 RAN)
Van buiten naar binnen bebouwde kom
Begraafplaats Prins Bernhardsttraat (maart 2024)
In eerste instantie lag de begraafplaats daadwerkelijk buiten de bebouwde kom. Het grensde daarbij aan de Wedren. Nijmegen groeide en om het kerkhof wel volop gebouwd. In 1905 werd de begraafplaats gesloten, waarop het daarna in verval raakte.
In 1925 vond de ruiming plaats van het noordelijk deel en in 1926 van het zuidelijk deel. Het middelste, protestante, deel bleef gehandhaafd. Hier lagen veel welgestelde Nijmegenaren. Rondom deze begraafplaats werd een hek geplaatst. Daarnaast zijn er nog 2 zerken in het Julianapark.
Op 20 mei 1926 vond de opening van het park plaats, hoewel de daadwerkelijke aanleg nog feitelijk moest beginnen: in 1927 het noordelijk deel en in 1928 het zuidelijk deel. Daarbij werd het park vernoemd naar de (toenmalige) prinses Juliana.
Tijdens de Tweede Oorlog was de officiële naam “Centrumpark”.
Vervolg park
In de jaren 50 moest een deel van het park in het noordoosten plaats maken voor de Doopsgezinde kerk. Een deel van het park is in gebruik als hondenuitlaatplaats, speeltuin en skatepark.
Beelden in het Julianapark
In het park zijn veel beelden te zien, waarvan een deel verwijst naar de Vierdaagse. Een deel van het park wordt dan gebruikt als onderdeel van het start- en finishterrein en een fietsenstalling.
Vanwege de 50e Vierdaagse werd een beeld geplaatst naar ontwerp van Vera Tummers-van Hasselt. Het stelt een jongen (de start) en meisje (de finish) voor, waarbij het meisje bloemen in haar handen heeft.
Deze plaquette is een gedenksteen voor de Vierdaagse van 2006. Niet alleen voor de 2 overleden wandelaars, “voor ‘allen die tijdens of ten gevolge van deelname aan de Vierdaagse’ gestorven zijn” Het ligt sinds 2007 in de buurt van de Wedren, bij het beeld van het Vierdaagsemonument.
Het planten van de Beatrixboom ter ere van de geboorte van de prinses. Het meisje met de schop op de rug gezien is Riet Vogelsang. Op de achtergrond de Van Gentstraat, 1/2/1938 (Fotopersbureau Gelderland via GN15491 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
Het Julianapark kent een aantal bijzondere bomen:
Julianaboom, een witte paardekastanje in verband met de troonbestijging van Juliana, 1948
Beatrixboom, ter gelegenheid van haar 12,5 jubileum als koningin, 1993
Het planten van de Julianaboom in het Julianapark, 4-9-1948 (GN4966 RAN)Julianapark met Vierdaagsebeeld (oktober 2025)Bordje bij boom Julianapark (oktober 2025)Julianapark in de herfst (oktober 2025)Park/ hondenuitlaatplaats bij Julianapark, aan de overkant van de Prins Bernhardstraat (maart 2026)