Stieltjesstraat 26-28, 2025 (T. van de Poel, tevens Auteursrechthouder)
Notariële akte (koopakte) d.d. 21 oktober 1898, in de notariële akte van scheiding inzake de erfenis van J.H. Meulenberg d.d. 25 november 1909 wordt als door J.H. Meulenberg in eigendom verkregen vermeld het perceel B 2830, en wel bij akte van verkoop en koop verleden voor den notaris Courbois te Nijmegen een en twintig October achttien honderd acht en negentig, overgeschreven ten kantore der hypotheken te Nijmegen dien zelfden dag in deel 455 Nummer 72.
Volgens kadasterkaart nr. 249 gaat het hier om Stieltjesstraat 26-28
Gemeentelijk Monument
Balkon Stieltjesstraat 26 (pand gebouwd ca. 1900), 1975 (Evert F. van der Grinten via F78512 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
Stieltjesstraat 26-28 is een Gemeentelijk Monument met als tekst bij aanwijzing:
“Twee elkaars spiegelbeeld vormende panden van baksteen met leien schilddak aan de straatzijde van het platte dak. Twee bouwlagen. Beneden etage 6-assig met de deuren links en rechts. Op etage in plaats van twee middelste assen ‚één brede balkonopening met een driehoekig balkon op polygonale gemetselde console. Daarboven topgevel waarin gemetselde uitspringende driepas, die een dakvenster omsluit. Links en rechts daarvan geprofileerde gootlijst met blokken; daarboven een houten dakkapel met zinken bekroning. Bouwtijd: ca. 1900. Karakteristiek pand in nieuwe-stijl vormen, van fraaie verhoudingen. Van groot belang in de straatwand.”
Lees hier verder over het huizenbezit van de Meulenbergs
Directie en personeel op de officiële openingsdag van de nieuwe Schoenfabriek van Swift, Muntweg 65 Nije Veld, 18/11/1940 (Foto Verweij via F58981 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
Op 18 november 1940 opent Schoenfabriek Swift haar nieuwe fabriek aan de Muntweg.
De officiële opening van de Swift schoenfabriek, 18/11/1940 (Foto Verweij via F84924 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
Bij de opening van de Swift schoenenfabriek aan de Muntweg in 1940 schrijft het PGNC:
“De Swift-schoenenfabriek in een nieuw gebouw
Veel belangstelling bij de officieele opening
Bedrijf, dat aan 500 man werk geeft
Gisteren heeft aan den Muntweg, in het gebouwencomplex van de Drija, de oficiele opening plaats gehad van het nieuwe gebouw van de N.V. Wotana-schoenfabriek, welke zooals men weet de bekende Swift-schoenen vervaardigt. Tal van autoriteiten waren tegenwoordig bij deze plechtigheid, welke een belangrijke mijlpaal beteekende in het bestaan van dit bedrijf, dat thans aan 500 Nijmeegsche ingezeetenen werk verscaft en onder energieke en bekwame leiding van de heeren F. Biessels en H. Otten tot een der grootste schoenfabrieken van Nederland geworden is.
De fabriek werd in het klein opgericht onder directie van den heer H. Otten met tien werklieden en is nu binnen een kleine menschenleeftijd na de associatie met den heer F.H. Biessels gegroeid tot de groote fabriek van de voormalige Drija.
Onder hen, die de officieele opening bijwoonden merkten wij op den burgemeester, den heer H.A. Steinweg, den wethouder van sociale zaken, den heer G.A. Kalwij, den voorzitter van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor “Het Land van Maas en Waal”, de heer ir. Th. Rosskopf en leiders uit groote bedrijven van den lederhandel en schoenhandel enz. De heer J. Hillenaar, een van de hoofdvertegenwoordigers der fabriek, had de leiding van het openingsfeest.
De bedrijfsleider aan het woord
Allereerst werd het woord gevoerd door den bedrijfsleider den heer H. Otten, die zich gedrongen gevoelde om nu men op het punt stond deze mooie fabriek officieel in gebruik te nemen met eenige woorden uiting te geven aan zijn oprechte gevoelens van bewondering en waardeering.
Ik sta hier, aldus spr., te midden van, wat ik het levenswerk der directie zou willen noemen; te midden van een prachtig bedrijf, dat met ontembare energie en ondernemingsgeest, in een luttel aantal jaren is opgebouwd. Het is gegroeid van niets tot een fabriek, die een sieraad in de Nederlandsche schoenindustrie mag worden genoemd. De fabriek is gegroeid in ene tijd, dat het bedrijfsleven en niet het minst de schoenindustrie in Nederland, gebukt ging onder depressie en algeemene achteruitgang. Maar men overwon moeilijkheden die schier onoverwinnelijk schenen. Dikwijls hebben wij haar onverzettelijke wil en ontembare werklust mogen bewonderen, naast gezond doorzicht en organisatievermogen. Veel en hard hebben de eerste in de afgeloopen jaren gewerkt, dikwijls tot diep in den nacht. In het zweet des aanschijns is dat werk voltooid. Spr. sprak ook waardeering uit tot Mevr. Biessels en Mevr. Otten, die ter wille van de fabriek vele huiselijke genoegens hebben opgeofferd.
Na deze toespraak boden twee meisjes uit de fabriek aan de dames bloemen aan.
Herinneringsgeschenk van het personeel
Vervolgens sprak de heer Frans Remers als oudste fabrieksarbeider in het Wotana-Swift bedrijf. Op grond van heel de ontwikkelingsgeschiedenis van het bedrijf kon spr. zonder voorbehoud de verzekering geven, dat het voltallig personeel als één man achter deze directie staat. En wel met een gevoel van groote bewondering voor de energieke leiding en met een geest van oprechte dankbaarheid voor de steeds zoo aangename verhouding tusschen directie en personeel. Door sociale omstandigheden en goede arbeidsvoorwaarden werd een steeds hechtere band gelegd tusschen directie en personeel. Als herinneringsgeschenk van het personeel bood spr. vervolgens aan de inrichting van het privé-kantoor der directie, met uitzondering van de bureaux.
Namens de Swift-Harmonie voerde de voorzitter, de heer Jansen het woord, onder aanbieding van een bloemenmand.
Namens het adminstratief personeel sprak de bedrijfsleider, de heer Meulser, namens de kantoordames mej. Jacobs. De heer Sitters uitte namens de vertegenwoordigers woorden van groote waardering jegens de directie.
Dankwoord van den heer H. Otten
De oudste directeur, de heer H. Otten, voerde hierna het woord. Spreker dankte de autoriteiten, van wie hij bij name noemde: de burgemeester, de heer J.A.H. Steinweg, wethouder E.G. Kalwij en ir. Th. Rosskopf, voorzitter van de Kamer van Koophandel voor hun aanwezigheid. Spreker zeide, dat hem een gevoel van dankbaarheid, vooral jegens God, doorstroomt, nu hij de fabriek in werking kan stellen. Erkentelijkheid betuigde spreker jegens de commissarissen, de heeren Jansen en van Heijningen en jegens zijn mede-directeur, den heer Biessels voor de krachtige medewerking. Zich tot het personeel richtend, zeide spreker er van overtuigd te zijn, dat hij steeds op de menschen kan rekenen. Het verheugt spreker bovenal, dat zijn 80-jarige vader dezen dag mag meemaken.
Van plicht en plichtsbetrachting sprekende, komen als vanzelf de dagen rond den 9en Mei voor sprekers geest. Velen van u, aldus spreker, hebben toen in de loopgraven en kazematten een anderen grooten plicht vervuld, met niet minder dan het eigen leven als inzet. Gelukkig hebben wij uit onze rijen geen dooden te betreuren, ofschoon er onder u toch ernstig gewond zijn geweest. Het is mij een behoefte, om al diegenen onder u, die in die bange dagen hun grooten plicht voor het vaderland vervulden, hier apart hulde te brengen.
Spreker dankte alle sprekers van den middag. Het vorstelijk cadeau, dat het personeel geschonken heet, aanvaardt de directie met grooten dank. Uit deze geste spreekt een groote saamhorigheid.
Al moesten onder de huidige omstandigheden feestelijkheden achterwege blijven, toch wil de directie het personeel een stoffelijk bewijs van waardeering niet onthouden. Daarom wordt, bij wijze van gratificatie, een extra weekloon van 48 uitbetaald. Om de Swift-harmonie straks wellicht in mooie uniformen over de straat te zien marcheeren, als de punten zijn afgeschaft, stelt de directie f200,- beschikbaar voor het uniformfonds.
Spreker dankte tenslotte de afnemers ook namens de technische staf, voor de vele nuttige wenken, welke zij in het verleden gaven en verklaarde daarna het bedrijf geopend.
De receptie
De hierna volgende receptie was zeer druk bezocht. Als eerste voerde de burgemeester de heer J.A.H. Steinweg het woord. Spr. zeide, dat dit bedrijf van groote beteekenis is voor de stad, omdat vele menschen er een broodwinning vinden. Spr. uitte de beste wenschen voor de toekomst.
Ir. Th. Rosskopf, voorzitter van de Kamer van Koophandel en Fabrieken, Land van Maas en Waal, herinnerde er aan hoe langzamerhand zich in Nijmegen, in navolging van de Langstraat, een belangrijke schoenindustrie heeft gevormd. Dit is ook van groote beteekenis voor de K.v.K. en F. welke daarom ook niet achteraf wil en kan blijven om hier waardeerende belangstelling te toonen.
Het bedrijf werd heel eenvoudig opgezet en met bijzondere toewijding en moed uitgebreid.
Spr. uitte de bese wenschen voor de toekomst. De heer F.H. Biessels dankte den burgemeester, den wethouder en den heer Ir. Th. Rosskopf voor hun bijzondere belangstelling. Voor spr.’s vader is dit een buitengewone dag. Vijftien jaar geleden heeft zijn vader nog in het zweet des aanschijns denzelfden zanderigen stuggen bodem geploegd en deze bezaaid waarop nu spr. als zoon deze fabriek heeft kunnen vestigen. Spr. dank: veel aan de zakenenergie, den spaarzin en de paedagogische talenten van izjn vader. Spr. schetste hierna de geschiedenis van Wotana en Swift. In 1930 richtte zijn collega, de heer H. Otten, vroeger verbonden aan de Splendorfabrieken, zijn eigen schoenenbedrijf in allen eenvoud op. Hij begon in een kelder met tien arbeiders, zette het fabriekje verder door in een fabriekje aan de Groenestraat, dat voortdurend aan omvang won. In 1934 gaf hij reeds werk aan 120 arbeiders.
In tijden van crisis en depressie toen andere bedrijven ondergingen, ontwikkelde zich dit bedrijf. Veel was hier ook te danken aan de commissarissen D.Th. Jansen en W.A. v. Heijningen, die met raad en daad bijstonden. Einde 1934 trad de heer F. Biessels uit een nevenbedrijf tot de Wotana toe. De fabriek welke de naam kreeg van Swift, kreeg nieuwe afdeelingen voor fijner dames- en heerenschoeisel. Veel moeilijkheden in prijzen, leveranties, reclame moesten overwonnen worden. Ook dat lukte. Weldra wist 98½% der Nederlandsche bevolking wat het Swiftmerk op een schoen beteekende. Het was een nationaal merk geworden, dat het volle vertrouwen verwierf bij cliëntèle en winkeliers. Het getuigt wel van een bijzondere goede verstandhouding, dat de cliëntèle aan de directie fraaie geschenken aanbiedt. Moge die samenwerking zoo blijven in aller belang, vooral met het oog op de toekomst wanneer de vrede geteekend is en wij nieuwe opbloei van onze bedrijven mogen verwachten.
Tal van sprekers uit kringen van de winkeliers en zakenrelaties voerden daarna nog het woord, waarbij de heer J. van Veggel uit Nijmegen namens de Nijmeegsche schoenwinkeliers een door den Nijmeegschen kunstenaar In den Bosch geschilderd portret aan, voorstellende den Swifthond met op den achtergrond de nieuwe fabrieksgebouwen.
De heer Biessels sprak hierna een dankwoord.” (PGNC 19/11/1940)
Directiekamer van de Schoenfabriek van Swift. Links Ferdinand Biessels, rechts Herman Otten, op de kast het logo van Swift, een Barsoi oftewel Russische windhond, Muntweg, 1946-1950 (F58956 RAN)
Een mooie luchtfoto uit de jaren 50 van het Goffertbad met daarboven de A.S.W. en de Swift fabriek is te zien op F58380 RAN.
1957-1958 Parkdwarsstraat 9-53, 32-118, Doddendaal 5-35, Achter de Valburg 2-4
Bejaardenhuis Doddendaal, 24 november 1986 (Ber van Haren via KN14220-27 RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)
Het RAN heeft nog een aantal foto’s uit 1963, waaronder deze.
Het bejaardencentrum Doddendaal is in 1957-1958 ontworpen door A. Evers en G.J.M. Sarlemijn. Het complex ging in oktober 1959 open. Daarbij ging het om een verzorgingstehuis en 38 ouderenwoningen. Tijdens het bombardement van 1944 was de Parkdwarsstraat zwaar getroffen. Op deze kale plek wilde Woningbouwvereniging Nijmegen een bejaardentehuis bouwen, die aansloot bij de behoeften van ouderen van de binnenstad.
Brandgrens Bombardement Tweede Wereldoorlog Doddendaal (juli 2023)
Nieuwbouw
Op dat moment waren er 2 nieuwbouwprojecten voor bejaardencentra. Doddendaal richtte zich op bewoners van de binnenstad. Het bouwproject van Kolping in Brakkenstein richtte zich op de rest van de stad.
Bejaardenhuis Huize Doddendaal, datering foto december 1959
(Fotopersbureau de Gelderlander, Auteursrecht J.F.M. Trum via F55634 RAN CC-BY-SA)
Het complex bestaat uit een verzorgingstehuis en appartementen. Het verzorgingstehuis (“pensiontehuis”) bestaat uit 55 éénpersoonskamers en 4 kamers voor echtparen.
De opzet was, dat de bewoners van de 38 flatjes zoveel mogelijk met eigen middelen moeten rondkomen. Waarbij ze zo min mogelijk gebruik maken van instellingen als Maatschappelijk Hulpbetoon. Een van de factoren die een rol bij de plaatsbepaling heeft gespeeld, was om het contact met de getrouwde kinderen, die regelmatig in het centrum komen voor bijvoorbeeld boodschappen, te bewaren. Het was het eerste bejaardencentrum in Nijmegen dat gefinancierd werd op basis van Woningfinanciering. De exploitatie komt in handen van een aparte stichting. ( Nijmeegsch dagblad 16-7-1954)
Evers en Sarlemijn
Evers en Sarlemijn was een architectenbureau in Amsterdam van de A. Evers (1914-1997, Amsterdam) en G.J.M. Sarlemijn (1909-1993, Amsterdam). Het bureau bouwde tussen 1941 en 1981 vele kerken, scholen en woningen in een tiental steden. “Vooral in de jaren vijftig en zestig werden vele bouwwerken gerealiseerd in de in katholieke kring gangbare behoudende stijl van de Bossche School”.
De architecten zijn in Nijmegen vooral bekend om de Afrika- en Bouwmeesterbuurt. Deze bouwden zij tussen 1952 en 1957. Zie voor een beschrijving en een lijst van werken:
Bejaardenwoningen aan de Parkdwarsstraat 21 t/m 47, 1986 (Ber van Haren via KN14220-28 RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)
De gebouwen zijn ontworpen in de stijl van de zogenaamde Bossche School. Deze is gebaseerd op Dom Hans Van der Laan, een Benedictijner monnik. Na de Tweede Wereldoorlog gaven Dom Hans Van der Laan, Nico van der Laan en ir C. Pouderoyen hierover een architectuurcursus in Den Bosch.
Kort gezegd komt deze neer op de juiste verhoudingen der delen. Hierbij speelt de verhouding 3:4 een belangrijke rol, die verder is uitgewerkt tot een zogenaamd plastisch getal 1:0,755.
De stijl is een zogenaamde de traditionalistische stijl.
Jaren 80 en verder
Voormalige appartementen van bejaardencentrum Doddendaal met binnentuin, juli 2023
In de jaren tachtig lagen er plannen om het complex te slopen: deze was sterk verouderd. Om sloop te voorkomen vond een grote verbouwing plaats. In 1986 kreeg het dan ook de benaming Huize Nieuw Doddendaal.
In 2013 bleek dat het complex niet meer voldeed om in de toekomst ouderen de zorg te kunnen bieden die zij nodig hebben. Portaal liet het complex renoveren. Sinds 2017 zit hier “Wonen met Perspectief”. Zij biedt tijdelijk woonruimte aan cliënten van Pluryn en de RIBW.
Gemeentelijk Monument
Monument Van der Wagt Doddendaal (juli 2023)
Het gebouw is een Gemeentelijk monument. Bij de argumentatie: “Architectuurhistorisch van hoge waarde vanwege de kwaliteit van het ontwerp, de redelijk gave staat, als voorbeeld van traditionalistische, vroege Bossche Schoolarchitectuur van het belangrijke bureau A. Evers & G.J.M. Sarlemijn. Het complex heeft een robuuste, eenvoudige en evenwichtige uitstraling en kent een precieze detaillering. Er is sprake van grote herkenbaarheid door steeds terugkerende maatverhoudingen en architectonische elementen. De aandacht voor overgangselementen tussen binnen en buiten in het ontwerp is van architectuurhistorische waarde. Onder de bescherming behoren dan ook de entreetrappen met hekwerk, de privetuintjes met scheidingsheggen, de openbare, gemeenschappelijke binnentuin van de seniorenwoningen met een grasveld met beplanting, het voetpad om het grasveld, het prieel, diverse keermuurtjes. Wat betreft de buitenruimte van het verzorgingstehuis is de keermuur parallel aan de eetkamer van waarde. Inwendig waarde vanwege de organisatie van besloten, individuele ruimten, verkeersruimten en de aandacht voor gemeenschappelijke ruimten.
Het complex heeft stedenbouwkundige waarde met het tegenoverliggende voormalige Carmelietenklooster: omvang, overeenkomsten in bouwstijl en -vorm met openbare hoven zijn beeldbepalend voor de wederopgebouwde Doddendaal. Het complex heeft vanwege zijn katholieke achtergrond en functie van pensiontehuis een historische relatie met het karmelietenklooster en de RK instellingen rond Doddendaal. Cultuurhistorische waarde als uiting van de naoorlogse verzorgingsstaat en de zorg voor bejaarden.”
Bronnen
Het oude bejaardencentrum Doddendaal (foto juli 2023)
In 1951 kregen Evers en Sarlemijn van Woningvereniging “Nijmegen” opdracht om een bebouwingsplan voor een gedeelte van Heseveld te ontwerpen. De Bothastraat en de Wetstraat maken onderdeel uit van het eerste complex. Het eerste wat in de straten opvalt zijn de witgeschilderde woningen.
In 1949 ontwerpen de architecten Deur en Pouderoyen het klooster en een kerk voor de Karmelieten. Deze komen mei 1951 gereed, hoewel de toren wat later wordt geplaatst.
Een aantal jaren voordat het gebouw gesloopt werd, had het de titel “lelijkste gebouw van Nijmegen” gekregen. In de loop der jaren was het pand steeds meer vervallen en was het een “rotte kies” geworden. En dat, terwijl er de Luxor bioscoop in 1955 als een fris uitziend pand begon.
De tot nu eerstgevonden vermelding van de Garage aan de Holtermanstraat 22 is het Adresboek 1915-1916. Dan staat alleen H. van den Bosch nog vermeld. De Holtermanstraat is voor het “Verhuren en Stallen van Automobielen”; de Burghardt v.d. Berghstraat 24 voor “Auto’s, Motoren en Rijwielen”. In het Adresboek 1914-1915 staat nog alleen het adres van Burghardt v.d. Berghstraat.
H. van den Bosch, Auto’s, Motoren en Rijwielen (Adresboek Adresboek 1915-1916)
In 1916 is het adres van H. v.d. Bosch “in rijwielen en automobielen” Burgh. v.d Berghstraat 26, terwijl zijn “Rijwielfabriek” nummer 22 heeft. In 1916 komt v.d. Bosch ook onder de kop “Benzine depots” voor op Holtermanstraat 20.
In 1924 is het “Automobielen-Garage Verhuren en Stallen”. H. v.d. Bosch en H.B. v.d. Bosch, electro-techniker, komen dan voor op Holtermanstraat 18.
“Automobielen-garage Van den Bosch en Jansen.
Sedert vele jaren was in de Holtermanstraat de Automobielen-Verhuur- en Reparatie-inrichting van de firma Van den Bosch en Jansen gevestigd. Thans heeft een belangrijke uitbreiding van deze zaak plaats gehad, welke gepaard is gegaan met een verbouwing van betekenis. De firma Van den Bosch en Jansen heeft daarmede getoond den geest van dezen tijd te verstaan. Velen, die vroeger tot de vaste gebruikers van huur-auto’s behoorden, hebben thans zelf een automobiel of zullen, de een na de ander, binnen afzienbaren tijd het aantal der auto-eigenaars vermeerderen. Vandaar, dat de firma Van den Bosch en Jansen zich, naast het verhuren van auto’s, den laatsten tijd mede speciaal heeft toegelegd op den verkoop van automobielen en op de stalling en reparatie daarvan.
Van drie merken met welklinkende namen heeft zij de vertegenwoordiging: de Nash- en Renault-automobielen en de F.N. motorrijwielen. Er zal spoedig voor ons gelegenheid zijn om over deze auto- en motormerken eenige nadere bijzonderheden in ons blad mede te deelen.
Voor heden willen wij stilstaan bij de wijze, waarop de firma Van den Bosch en Jansen haar inrichting heeft uitgebreid en gemoderniseerd, waardoor zij voor de onderdeelen stalling en reparatie haar bedrijf op moderne leest heeft geschoeid.
Bij de oude zaak is een aangrenzend pand getrokken en na de verbouwing is thans een garage ontstaan, welke twee breede ingangen heeft en waar dertig auto’s ruim plaats vinden. Achter de garage, die dag en nacht geopend is, ligt de werkplaats, welke van het andere gedeelte der zaak zal worden afgescheiden. Ter zijde van de garage vindt men een privé-kantoortje, terwijl een trap leidt naar een verkoop-kantoor en een magazijn van onderdeelen voor automobielen en motorrijwielen.
De inrichting, welke thans een grootsteedschen indruk maakt, is van alle moderne gereedschappen voorzien. Dat voor aan de straat een benzinepomp staat behoeft nauwelijks gezegd. Verder heeft de garage een free air station voor het electrisch oppompen van banden, olietanks, een welvoorziene stock Dunlop- en Michelin-banden enz.
De verbouwing is, naar het ontwerp van den heer W. Offerman te Hees, uitgevoerd door de firma Stuy en van Berchem, aannemers alhier. Er is een fraai geheel verkregen, dat de firma Van den Bosch en Jansen op de nieuwe banen, welke zij met haar zaak is ingeslagen, ongetwijfeld tot voortdurend succes zal voeren.” (PGNC 5/8/1925)
In 1926 is het “repareeren” erbij gekomen: Automobielen-Garage, Verhuren, Stallen en Repareeren. Het adres is nu Holtermanstraat 16-24. H. en H.B. v.d. Bosch komen nu voor op Holtermanstraat 16.
In 1 van de Adresboeken is het idem voor 1928. In 1 van de Adresboeken is het idem voor 1928. Bij een ander Adresboek:
26: Zie No. 20
16: H. v.d. Bosch
18: Onbewoond
20: Th.Th.A. Jansen
22: Garage
24: Zie No. 22
Een vrachtwagen van de firma van den Bosch en Jansen, Holtermanstraat en van Welderenstraat, 1930 (F53312 RAN)
In 1932 zit de Fa. v.d. Bosch & Jansen, automobielen, verh. en repar. Zowel op Holtermanstraat 16-24 als op van Welderenstraat 100.
In de Adresboeken 1934, 1936, 1938 is het Th.Th.A. Jansen, fa. v.d. Bosch & Jansen, autom. Handel, garage op de Holtermanstraat 20.
Garage in de Holtermanstraat, 1938 (DF4982 RAN)
Ook in 1938 zit de firma op Holtermanstraat 20 (of 16-24), Fa. v.d. Bosch & Jansen noemt zich nu Chevrolet-Buick-Garage, met ook nog steeds het adres op v. Welderenstraat 102. H.B. van de Bosch heeft adres van Welderenstraat 100.
Ook in 1948 zit Th.T.A. Jansen op Holtermanstraat 20. Nummers 18, 22 en 24 zijn “Garage”. Elders staat onder de kop Garagebedrijven: “v.d. Bosch & Jansen, Chevrolet, Buick. Kantoor, Werkplaats, Verkoop, Nieuwe Marktstraat 4. Magazijn: Vredestraat 1. Garage: Holtermanstraat 18-24”.
In 1951, eveneens onder de kop Garages: v.d. Bosch en Jansen C.V. Chevrolet, Buick, Opel. Nieuwe Marktstraat 4. Magazijn: Vredestraat 1. Tankstation: Kronenburgersingel 7.
Waarschijnlijk is de Holtermanstraat 18-24 een ander bedrijf gevestigd: ”Nijmeegs Automobielbedrijf”, waarbij het een Skoda-Dealer is.
In 1955 staat op Holtermanstraat 20 W.H. van Wijk en F.J.G. Rasing. 18, 22 en 24 zijn een Garage (26 is een kantoor).
En in 1963 op nummer 20 G. Stoks en W. van der Linden. 18 is een Garage, nummers 22 en 24 een Fabriek. Op nummer 26 F.J.G. Rasing.
De N.V. v.d. Bosch en Jansen, Autoverh. komt in het Adresboek 1963 voor op St. Annastraat 196.
Ook in 1968 is G. Stoks nog te vinden op nummer 20. 16 is een Garage, 22 en 24 een fabriek. (Op nummer 26 is het E.H. Bokkerink)
De Hunnerberg is een wijk en stuwwal aan de oever van de Waal in Nijmegen. Deze positie van een lage heuvel aan de Waal maakt de ligging zeer strategisch, net als het Kops Plateau. Daarvan getuigen vondsten van twee Romeinse legerkampen (zogenaamde castra). Het Fort Sterreschans bleek gebouwd te zijn op resten van het legerkamp van het Tiende Legioen. Bovendien is er een Romeins aquaduct gevonden. Ook zijn er archeologische vondsten uit andere tijden: het late neolithicum, de bronstijd en midden en late ijzertijd.
De Kopsehof : “Gesigt aan de Kopsenbouwhof boven Ubbergen bij Nijmegen”, tekening , penseel in grijs door Hendrik Hoogers (1747-1814), 1774 (GN10244 RAN)
Een aantal belangrijik gebouwen zijn onder andere de Rijksmonumenten:
Canisius College
Maria Geboortekerk
Voormalige Museum Kam
Deze pagina verzamelt reeds verschenen artikelen over de wijk de Hunnerberg.
Een tekening van Hendrik Hoogers (1747-1814) van de Hunnerberg, gezien richting het westen met op de achtergrond de Valkhofburcht en de Belvédère, 1774 (Collectie dr. Jan Brinkhoff D278 RAN CC0)
De Maria Geboortekerk is in opdracht van de Dominicanen gebouwd. Dit gebeurde in 3 fases. Zowel van het hulpkerkje als de vergroting van 1900-1901 was Johannes Kaijser (1842-1917) de architect. De derde fase werd gebouwd door zijn zoon. Voor de kerk bevindt zich een Mariabeeld van beeldhouwer Meertens.
De St. Stephanuskerk met rechts de pastorie : ontworpen in 1922 door Pierre Cuypers Jr. ; 1e steenlegging op 29-11-1922 ; consecratie door Mgr. A.F. Diepen op 19-11-1923, Berrg en Dalseweg 205 Hunnerberg, 25/8/1987 (Ber van Haren via ZN35770 – C RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)
De Berg en Dalseweg is de belangrijkste uitvalweg van Nijmegen-Oost. Opvallend daarbij is, dat hij -vanaf het centrum- steeds steiler wordt. Het is daarbij de grens tussen de wijken Altrade en Hengstdal en verderop de gemeentegrens tussen Nijmegen (de wijk Kwakkenberg) en Berg en Dal (de plaats Ubbergen). De weg begint bij de Canisiussingel en…
De St. Stephanuskerk met rechts de pastorie : ontworpen in 1922 door Pierre Cuypers Jr. ; 1e steenlegging op 29-11-1922 ; consecratie door Mgr. A.F. Diepen op 19-11-1923, Berrg en Dalseweg 205 Hunnerberg, 25/8/1987 (Ber van Haren via ZN35770 – C RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)
In 1939 wordt begonnen met de bouw van luxueuze en dure appartementen op deze plek van de heuvelrug: een prachtig uitzicht op de Ooypolder, vlakbij het centrum, maar ook de rust en de natuur dichtbij. De architect is L.D. Kuipers.
In 1956 opent de katholieke Mariaschool op de Hugo de Grootstraaat, naar een ontwerp van architect Goddijn. Na een naamswijziging in Trajanusschool en bovendien een aantal fusies, werd het basisschool de Buut. Na sloop werd in 2016 een nieuw gebouw op deze locatie in gebruik genomen.
Het Kops Plateau wordt ook wel Kopse Hof genoemd en is onderdeel van de stuwwal. Bijzonder zijn de “4 Apostelen” lindes en het lindelaantje. De Romeinen hadden hier een legerkamp, waardoor hier veel archeologische vondsten zijn gedaan.
Op 25 juni 1932 opende de heer F.B. Brands Hotel Café Restaurant Hundisburg (12 kamers) in een door hem kort daarvoor aangekochte villa. De rond 1888 gebouwde villa kreeg de naam Hunerberg, daarna (1897) villa Slido (naar Simon Rijnbende en zijn vrouw Theodora), vervolgens kocht A.B.A. Quack de villa en veranderde de naam in Hundisburg; na zijn dood woonde er het echtpaar Reitsma-van Maasdijk de ouders van de verzetsheld Guus Reitsma. De villa op de hoek van de Batavierenweg werd op het eind van de oorlog verwoest, Beatrixstraat 1 Hunnerberg, 1932-1940 (GN11119 RAN)
Op 25 juni 1932 opende de heer F.B. Brands Hotel Café Restaurant Hundisburg (12 kamers) in een door hem kort daarvoor aangekochte villa. De rond 1888 gebouwde villa kreeg de naam Hunerberg, daarna (1897) villa Slido (naar Simon Rijnbende en zijn vrouw Theodora), vervolgens kocht A.B.A. Quack de villa en veranderde de naam in Hundisburg
In 1934 opende A.J. Mermans zijn Hotel-restaurant “Pays-Bas” aan de Batavierenweg, wat een bekende gelegenheid voor bijeenkomsten werd. Tijdens Market Garden raakte het beschadigd. In 1951 volgde nieuwbouw. In 1989 is het pand gesloopt, om plaats te maken voor appartementen.
Toen de oude Basisschool de Klokkenberg niet meer voldeed, werd Architectenbureau Brique gevraagd voor het ontwerp van een nieuw schoolgebouw. Het was daarbij belangrijk dat het een gebouw compact was. Maar vooral: dat kinderen de mogelijkheid hebben zelfstandig te kunnen werken, in een veilige, vertrouwde omgeving.
De meeste Nijmegenaren kennen dit gebouw als Schippersinternaat de Sterrenschans. Het is echter gebouwd als internaat voor de kweekschool de Klokkenberg. Anno 2023 is het gebouw in gebruik als luxe appartementen voor ouderenzorg Domus Magus.
Een uitgebreid verhaal over Fort Sterreschans is al te vinden op in Numaga.
Fort Sterreschans: Een pentekening van Jan Willem van Druijnen (16-5-1790 – 21-4-1854), 1842 (F55019 RAN)
De boom van Lücker en de Veldhof
Woning Lücker, Ubbergseveldweg (mei 2025)
Lücker ontwierp in 1922 zijn huis aan de Ubbergseveldweg, de “Veldhof”. Het was lange tijd het enige huis: “De eerste huizen van de Sterreschansweg zijn gebouwd aan de noordkant ervan dus op het terrein van het voormalige fort mogelijk vanwege het prachtige uitzicht dat men van daar heeft. De overkant van de weg bestond uit lager gelegen weiland.” (Numaga)
Op de onderstaande afbeelding is de tamme kastanje te zien (zie hieronder) met uitzicht over de weilanden.
Tamme kastanjeboom aan de Ubbergseveldweg, de ‘boom van Lücker’, Eugène Lücker, rond 1925 (Collectie Valkhof Museum)
De herdenkingssteen, die op foto links op de gevel is te zien, werd in 1993 aangebracht. In dat jaar werd ook een straat naar hem vernoemd: In dat jaar werd er ook een straat naar hem vernoemd, de Eugène Lückerstraat.
Eugène Lücker
Eugène Joseph Frans Lücker (Roermond, 9 juli 1876 – Nijmegen, 30 mei 1943), was een kunstschilder en etser
Lücker werd op 9-7-1876 in Roermond geboren. Zijn ouders waren Peter Joseph Lücker en Juliana Merbecks. Zowel zijn vader als grootvader Joseph Lücker werkten op het atelier van architect Pierre Cuypers. Door zijn grootvader, een bekend schilder, wilde Lücker al op jonge leeftijd schilder worden. Als 10-jarige kreeg hij zijn eerste lessen van zijn opa.
Hij werd echter in 1889 door zijn ouders naar Rolduc gestuurd om leraar te worden. Lücker schreef zich echter tussen 1895 en 1899 in op de Teekenschool. En daarnva volgde hij de opleiding aan de academie van Antwerpen en Amsterdam, tot hij in 1903 wordt aangesteld als tekenleraar aan het Canisius College in Nijmegen. Daar zal hij tot 1937 in dienst blijven.
In 1904 trouwt hij met Anna Maria Kerkchoffs (1878-1953). Zij zullen 5 kinderen krijgen.
Lücker speelde een belangrijke rol in het culturele leven van Nijmegen, onder andere door zijn contacten met stadsarchitect Jan Jacob Weve, Henri en Oscar Leeuw, Joris Ivens en Jan Toorop.
De boom van Lücker
Tamme kastanjeboom, de ‘ boom van Lücker’, aan de Ubbergseveldweg in Nijmegen, Eugène Lücker, 1925 (Collectie Valkhof Museum CC0)
Eugène Lücker maakte in 1925 een grote prent van de 130-jarige boom vlakbij zijn huis. Op dat moment waren er plannen om deze boom te vellen. Samen met Jonkheer van der Goes van Naters wist hij de kap te voorkomen.
Hij maakte deze prent, zodat de “Nijmeegsche Vereeniging voor Natuurschoon” deze kon verloten. Met de verloting van deze en andere prenten onder de leden kon de grond met de boom worden aangekocht. Daarna zou deze linoleumsnede 75 jaar lang als logo van deze vereniging dienen. (Valkhof Museum)
In 1996 bleek de boom echter niet meer te redden. Daarop werd een nieuwe kastanje aangeplant, waarbij Diane Dyckhoff een kunstwerk om de nieuwe boom maakte.
“De Boom van Lucker” : Een oude kastanjeboom bovenaan de Beekmansdalseweg, bij de Ubbergseveldweg ; in het bezit van de Nijmeegse Vereniging voor Natuurschoon, Beekmandalseweg, 1950-1951 (GN5081 RAN)
De boom van Lücker in de lente op de hoek met de Beekmansdalseweg, 1980-1983 (Albert de Valk via F22954 RAN tevens Auteursrechthouder)
Café “Rust”, later Café Jacobs en “De Keizerskroon”, Berg en Dalseweg 200, 1899-1900 (F12660 RAN)De Barbarossastraat, diverse vrouwen op straat, 1900-1906 (F12397 RAN)De Batavierenweg, 1900 (GN45008 RAN)Vanuit de Graadt van Roggenstraat in de richting van de Barbarossastraat, 1900 (F32303 RAN)Vanuit de Graadt van Roggenstraat in de richting van de Barbarossastraat, 1900 (F32303 RAN) Hunnerberg, Berg en Dalseweg 287, 1910-1915 (F12603 RAN)
Oranjesingel, gezien vanaf het Keizer Karelplein richting St. Canisiussingel, circa 1900 (Vivat Amsterdam via F2892 RAN)
Deze pagina verzamelt artikelen die over de Oranjesingel zijn verschenen.
De Oranjesingel is vernoemd naar het Bolwerk Oranje, dat aan het eind van de Molenstraat lag. De aanleg van deze straat begon in 1880, na de sloop van de vestingwerken.
Het bolwerk Oranje, 1875 (Gerard Korfmacher via F68578 RAN)
Lommerijke singel
De Oranjesingel had bij de aanleg een ander karakter dan wij tegenwoordig kennen: aanvankelijk was het een brede, lommerijke straat, waartussen Nijmegenaren in het midden van de straat konden flaneren. Aan weerszijden lag daarnaast een weg. Op dat moment bestond de Waalbrug nog niet.
Lindes
Oorspronkelijk waren er kastanjes aangeplant. Omdat deze niet groeien wilden, werden ze vervangen door lindebomen. (PGNC 2/11/1890). In 2007 waren veel lindes intussen al verdwenen: “Deze singel oogt in eerste aanblik als een coherent straatdeel zeer verschillend en de oorspronkelijke beplanting met linden is deels verdwenen. Er zijn aan het eind van de vorige eeuw zelfs ook populieren aan de singel toegevoegd. In 1990 is de binnenste rij linden vervangen door moeraseiken. De visie uit die tijd was dat deze bomen beter bestand waren tegen verontreiniging zoals uitlaatgassen en strooizout. Het probleem van deze bomen is dat de moeraseik breder uitgroeit dan de linde waardoor de rij linden naast de eiken in de verdrukking komt.” (Groene allure)
Bebouwing
De Renbaan liep langs de Oranjesingel tot aan de Berg en Dalseweg (Berg en Dalsche straat), Detail plattegrond Nijmegen in 1888 (RAN KPD-16)
Als bebouwing kwamen er aan de centrumkant grote herenhuizen, die tegenwoordig veelal zijn verbouwd tot kantoorpanden. Aan de andere zijde kwam Sociëteit de Vereeniging en de renbaan de Wedren. “Langs de straten en singels die tot de schil behoren verschenen royale huizen, kantoren en winkels in de stijl van eclecticisme, neo-renaissance en art nouveau/jugendstil.” (Bijschrift KN10984-14 RAN, een foto uit 1902)
In de omgeving van de Ziekerstraat was een terrein gereserveerd voor militaire doeleinden. Hierop kwam later onder andere het Stedelijk Gymnasium en de Rechtbank te staan.
Kantongerecht Oranjesingel Nijmegen architect Metzelaar maart 2023; Rijksmonument
In 1890 ontwerpt architect Maurits dit complex van 4 woningen: Oranjesingel 3, 5, 7 en 9. En wat is dat kleine gebouwtje van Oranjesingel 1 nu eigenlijk?
Oranjesingel 8 en 10 Gemeentelijk Monument Het pand is een Gemeentelijk Monument. De tekst bij aanwijzing: “Complex van twee elkaars spiegelbeeld vormende woonhuizen.Bakstenen pand van tweebouwlagen met souterrain, plat dak en schild aan de voorzijde. Links en rechts vooruitspringende bouwmassa van een as breed,die een rondbogig portiek met trappen en deuren bevat; op de etage…
Ontwerp villa voor den Weled. Heer N. Dreesmann a/d Oranjesingel, Oranjesingel 41, architect W.G. Welsing, datum bouwtekening: November 1909 (D12.381522)
In november 1909 ontwerpt architect W.G. Welsing de villa aan de Oranjesingel voor N. Dreesmann.
Ontwerp villa voor den Weled. Heer N. Dreesmann a/d Oranjesingel, datum op bouwtekening D12.381520: November 1909 (D12.381522)
Gevonden gebruikers
Oranjesingel 41, 1951 (GN5561 RAN)
Net als bij de andere panden dient hier een slag om de arm te worden gehouden, aangezien er een hernummering kan hebben plaats gevonden.
Dr. Ch.A.L. Zegers is een keel-, neus- en oorarts. In april 1912 plaatst hij een advertentie dat hij verhuist is naar Oranjesingel 41, “bij de Schevichavenstraat” (PGNC 19/4/1912).
De volgende gevonden gebruiker is B. Zikel, koopman. In PGNC 4/3/1919 vraagt mevr. Zickel per 1 mei een keukenmeisje. Daarbij valt op dat in PGNC 19/5/1919 staat dat B. Zikel in mei is vertrokken naar Indië. Het is nog onbekend of mevrouw Zickel is meegegaan en of het een permanent vertrek was.
In 1926 woont A.J. v. Noordwijk in het pand, waarbij J.W. Ginsheumer waarschijnlijk een inwonend “huisbewaarder” is. in 1928 wordt mr. K.J. Weve gevonden op dit adres.
Dan staat in de Adresboeken 1932 t/m 1938 N.R.A. Dreesmann op dit adres. Het is nog onbekend of dit te maken heeft met een hernummering, waarbij de voorgaande bewoners een ander adres betreft. Of dat Dreesmann de woning heeft laten bouwen en er vervolgens rond 1932 of eerder er zelf in is gaan wonen. Mevrouw Dreesmann, Oranjesingel 41, vraagt in De Gelderlander 7/7/1931 een “net R.K. 2e meisje” voor mevrouw Vroom-Dreesmann in Amsterdam.
Nicolaas Rudolph Alexander Dreesmann is getrouwd met Elisabeth Maria Josephine von Hülst en weduwnaar van zijn eerste vrouw Antoinette Clara Johanna Velthuys (PGNC 4/8/1939)
Bij zijn overlijden op 2-8-1939 is hij 72 jaar (overlijdensadvertentie PGNC 4/8/1939)
N. Dreesmann blijkt overigens ook een fokker van vogels te zijn. Op de internationale tentoonstelling wint hij een aantal prijzen: “De heer N. Dreesmann, Oranjesingel 41, is altijd een gevreesde concurrent op onze beste shows”. (De Gelderlander 17/12/1932)
Na de oorlog volgen een aantal weduwen en “mejuffrouws”.
In Adresboek 1948 komt Jacoba Arnolda Catharina van Wijck, weduwe van Petrus Alphonsus Terwindt voor. Zij overlijdt op 2-7-1949. (De Gelderlander 5/7/1949). Mej. M.E.A. Terwindt komt voor in het Adresboek van 1951.
In De Gelderlander 3/11/1951 vraagt Mevr. v.d. Lande, Oranjesingel 41 een “Keukenmeisje In gezin van oude dame, waar meerdere hulp aanwezig is.” Deze mevrouw v.d. Lande is nog niet gevonden in een Adresboek. In 1953 wordt een dienstmeisje gevraagd (De Gelderlander 14/8/1953).
Midden jaren 50 lijkt de laatste keer dat het pand gebruikt wordt als woning. Daarna komen er allerlei instellingen in.
“Catechetisch Centrum komt naar Nijmegen
Het Catechetisch Centrum, een stichting van de Nederlandse provincie der Paters Jezuïeten met het doel een bijdrage te leveren voor de verbetering van het godsdienstonderwijs in al zijn geledingen, sinds 1948 gevestigd in het klooster Canisianum te Maastricht, komt naar Nijmegen. Naar wij vernemen is voor de huisvesting van dit Centrum het pand Oranjesingel 41 aangekocht, de woning van de verleden jaar overleden Mevr. van de Lande. Zoals bekend worden door het Catechetisch Centrum twee periodieken uitgegeven, te weten Verbum, bestemd voor priesters en “School en Godsdienst”, bestemd voor onderwijzers en onderwijzeressen. Het ligt in de bedoeling de vestiging in onze stad in de loop van de zomer te doen plaats hebben.” (De Gelderlander 7/3/1955)
Of dit Catechetisch Centrum er daadwerkelijk is gekomen, is nog niet bekend.
In september 1955 is in ieder geval Het Gemeenschappelijk Instituut voor Toegepaste Psychologie (G.I.T.P.) afd. Research hier gevestigd, wanneer er in een personeelsadvertentie een Jongedame wordt gevraagd. (De Gelderlander 24/9/1955)
De R.K. Universiteit kondigt in De Gelderlander 28/1/1956 aan dat de Verpleegstersschool, verbonden aan de Sint Radboudklinieken van de R.K. Universiteit op 1 mei wordt geopend. Degenen die voor verpleegster willen leren, kunnen zich schriftelijk melden bij de Directrice op de Oranjesingel. Bij het RAN zijn de nodige foto’s van deze opleiding te zien, waaronder een docerende verpleegster van de Verpleegstersschool GN44179 RAN.
In 1971 is het in gebruik als Instituut voor middeleeuwse, nieuwe en sociale en economische geschiedenis.
In 1992 en 1994 geeft het RIAGG aan de Oranjesingel 41 een cursussen aan jongeren (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/9/1992, een dergelijke cursus ook in 1994: Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/1/1994)
Naam
Omschrijving
Adresboek
C.A.L. Zegers
Geneesheer, keel- neus- en oorarts
1912-1913, 1913-1914, 1914-1915
B. Zikel
koopman
1915-1916, 1916
J.W. Ginsheumer
Huisbewaarder (waarschijnlijk inwonend)
1926
A.J. v. Noordwijk
Directeur marg. Fabriek
1926
Mr. K.J. Weve
Als penningmeester van Woningvereeniging Nijmegen
1928
N.R.A. Dreesmann
koopman
1932, 1934, 1936, 1938
Mej. H. Bleeck
1948
Wed. J.Ch.L. van der Lande
Geb. W.E.M. Jansen
1948, 1951
Mej. Th.F. Bosch
1948
Mej. J.R. Eggenhuizen
1948
Mej. H.G.M. Lenglet
Onderwijzeres St. Maartenskliniek
1948, 1951
Wed. A.P.A. Terwindt
Geb. J.A.C. van Wijck
1948
Mej. M.E.A. Terwindt
1951
Mej. M.A. Jansen
1951
Mej. N.R.J. Elbers
1955
Instituut voor middeleuwse, nieuwe en sociale en economische geschiedenis
1971
Oranjesingel 43
(voorheen Oranjesingel 45?)
Oranjesingel 43, augustus 2023 (Google Streetview)Ontwerp v/e Heerenhuis a/d Oranjesingel Gem. Nijmegen. Kad. Sectie B 3881, bouwmeester Haspels, datum bouwtekening juli 1909 (D12.380706)
Bij de bouw van een tuinhuisje is het Oranjesingel 43 (datum bouwdossier 5-4-1935, D12.401828)
Rond 1953 vindt een verbouwing plaats van de 2e verdieping en het souterrain. Dit souterrain wordt daarbij verbouwd tot dokterspraktijk. Dan heeft het gebouw huisnummer 45, terwijl het huidige nummer 43 is; Kad. Bekend Gem. Nijmegen Sectie B No 3881 (Datum Bouwdossier 17-3-1953, D12.417114).
Afgaande op het huisnummer zou het dan 45 zijn, echter: de vermelding op de bouwtekeningen is het kadastrale nummer B No 3881. Deze staat zowel vermeld op die van 1909 als op die van 1953. De bouwtekening van 1953 is echter opgeslagen onder Oranjesingel 45.
Herenhuis met 16 kamers ontworpen en gebouwd door de gebroeders Haspels; op de gevel staat nog huisnummer 45. Volgens RAN kocht in 1953 kocht de bekende neuroloog J.J.G. Prick het pand, maar waarschijnlijk is het de buurman, het huidige Oranjesingel 45, foto 1910 (F29089 RAN)
Oranjesingel 45
1910
Ontwerp voor een Heerenhuis aan de Oranjesingel te Nijmegen, Kad: Sectie B No 3943, Eigenaars Gebr. Haspels, Datum Bouwtekening juni 1910 (D12.381537)
Oranjesingel 45 is in 1910 gebouwd als Heerenhuis. Hierbij staan eigenaar de Gebr. Haspels op bouwtekening (Datum Bouwtekening juni 1910, D12.381537)
Advertentie afwezigheid Prof. Dr. J.J.G. Prick, Oranjesingel 45 (De Gelderlander 16/5/1953)
In 1951 komt prof. zenuwarts J.J.G. Prick nog voor op Canisiussingel 25 (Adresboek 1951).
In 1955, 1959, 1963 en 1966 op Oranjesingel 45 (op 1 plaats ook op nummer 5, maar dit zal een zetfout zijn).
Oranjesingel 2a (nu 2c)
De Openbare Leeszaal en Boekerij; statuten en reglementen, Oranjesingel 2a, 1918 (F46570 RAN)
De studentenvereniging Carolus Magnus betrok op 9 mei een eigen gebouw aan de Oranjesingel. Ter ere van de opening werd het gebouw versierd en een 3 dagen durend feest gevierd, 9/5/1925-9/ /1925 (F9532 RAN)
Het huis aan Steenstraat 2 staat bekend als het “Brouwershuis”. Hoewel op de voorgevel het jaar 1621 staat, is het gebouw ouder. In ieder geval bestaat uit het pand al in de 16e eeuw en mogelijk is het zelfs ouder: mogelijk stammen resten van de kelder uit de 14e eeuw. Waarschijnlijk is het jaartal 1621 aangebracht naar aanleiding van een restauratie, die de brouwer Hendrik Alberts/ Aelberts heeft laten aanbrengen. In deze tijd kreeg het huis zijn vorm, met natuursteen en veel glas. De begane grond diende daarbij als woonhuis, het bovenste gedeelte als pakhuis.
Opschriften Brouwershuis, Steenstraat: Wie in den Heer neemt sinen lust, Die leeft in sinen staet gerust, Anno 1621 en merktekens (oktober 2024)
Bovendien staan er zijn huismerken op, links en rechts boven de voordeur. Bovendien is het opschrift “‘Wie in den Heer neemt sinen lust, Die leeft in sinen staet gerust” aangebracht.
Aan de buitenkant vallen daarnaast de trapgevel, de kruiskozijnen en de muurankers op.
Ingangspartij Brouwershuis met merktekens (oktober 2024)
Na de Tweede Wereldoorlog
Steenstraat gezien vanuit de Grotestraat in oostelijke richting. Het pand met de trapgevel rechts vooraan is het Brouwershuis, 1930-1935 (dr. Jan Brinkhoff via D635 RAN)
Het Brouwershuis, 1945 (F39778 RAN)
Het Brouwershuis tijdens de restauratie, 5/12/1961 (Fotopersbureau Gelderland via F20056 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
Er is nog niet uitgebreid onderzocht wat het vervolg is geweest. Het heeft de Tweede Wereldoorlog doorstaan en daarna was het een van de panden die de sloopactiviteiten van de Benedenstad heeft overleefd. De restauratie van het pand duurde 4 jaar.
Afgaande op het RAN vond de renovatie in 1961 plaats; Noviomagus noemt 1969 als jaar. “Het dak en de vensters werden vervangen en de witte pleisterlaag, die het pand bedekte, werd verwijderd.” Na de restauratie was het in gebruik als brouwerij (Noviomagus; in mijn eigen herinnering heeft bovendien(?) Brouwerij de Hemel enige tijd in het gebouw gezeten, voordat ze naar de Commanderie is verhuisd). Bij het schrijven van haar artikel noemt Noviomagus dat het “sinds kort” (waarschijnlijk rond 2005) een architectenbureau in het gebouw zit.
Tot 1 september 2024 zat Bureau Wijland in het pand, welke is verhuisd naar Prins Hendrikstraat 7.
Rijksmonument
Het gebouw is een Rijksmonument met als waardering:
“Brouwershuis”. Pand onder zadeldak en met trapgevel, voorzien van geprofileerde dekplaten op de trappen, ontlastingsbogen met blokken en sierankers, tweede helft 16e eeuw. Onderpui met geprofileerde, natuurstenen waterlijst, vensters met oude roedenverdeling en natuurstenen poortje met gebeeldhouwde latei met opschrift, wapen en jaartal 1621, gedragen door consoles. In restauratie 1966.
Villa ‘Severen’, gebouwd in 1898 door de Nijmeegse architect Derk Semmelink (IJzevoorde, 04/08/1855 – Nijmegen, 11/03/1899). Robert van Gulik, schrijver van de detectives over de Chinsese rechter Tie, groeide op in dit huis, Bosweg 31 Beek, 8/1905 (F25660 RAN)
Architect Semmelink bouwde deze villa in de stijl van de Nieuwe Kunst. De eerste bewoner was een gepensioneerd kolonel, Rollin Couquerque. Mogelijk is deze kolonel de bedenker van de naam Villa Severen. Daarnaast bracht Robert van Gulik hier zijn jeugd door.
Gemeente Berg en Dal (met foto, tevens bron van deze paragraaf): “Kenmerken: vrijstaande villa op samengestelde grondslag van twee bouwlagen. Zadel- en schilddaken zijn bedekt met in motief gelegde rode en donkere pannen. Op de rechterhoek van de voorgevel een overhoekse erker op gesneden consoles.”
Louis Marie Corneille Rollin Couquerque
De eerst gevonden vermelding van Huize Severen is in het Adresboek 1899: L.M.C. Rollin Couqueque, gep. kol. der artillerie te Beek, Nieuwe Holleweg 70 huize Severen. Oftewel: Louis Marie Corneile Rollin Couquerque, gepensioneerd kolonel der artillerie.
Jeugd
Hij is geboren op Bandong (Nederlands Oost-Indië) op 10-4-1839, zijn ouders zijn Louis Marie Rollin Couquerque en Johanna Frederika Pichot. De volgende tot nut toe gevonden vermelding is wanneer het gezin in 6-8(?)-1852 naar Maastricht verhuist. Ze zijn dan afkomstig van Amby (wat bij Maastricht ligt). Vader Rollin Couquerque is dan “gepensioneerd Hoofd ambtenaar in Nederlands Oost-Indië”; op 16-2-1855 overlijdt vader Rollin Couquerque. Zij moeder is “rentenierster”. Louis zelf is een “schoolleerling”. (archieven.nl) Daarna vertrekt Louis, er lijkt “d Bosch” te staan. (archieven.nl). In ieder geval wordt hij halverwege 1855 als kadet aangenomen op de militaire academie van Breda “voor het wapen der artillerie” (PGNC 28/7/1855). Op 1-11-1859 verblijft hij (waarschijnlijk tijdelijk) in Nijmegen, waarbij hij 2e luitenant Artillerie is. Hij is dan afkomstig uit Maastricht. De volgende vondst is het Bevolkingsregister 1860: dan is hij inmiddels weer teruggekeerd in Maastricht, maar vertrekt op 9-5-1864 naar Arnhem (archieven.nl).
Huwelijk
Hij trouwt op 13-8-1868 in Arnhem met Christina/Christine Gerarda Elisabeth Everts (11-8-1846 Arnhem – 23-11-1919 Velp). Hij is dan “militair” (openarchieven.nl)
Op 25-4-1898 koopt Rollin Couquerque “Twee perceelen Bouwland gelegen onder Beek nabij den Hollenweg, Kadastraal bekend gemeente Ubbergen Sectie B. nummers 1048, groot tien aren twee en veertig centiaren en 1053 groot vier en dertig centiaren, samen groot tien aren zes en zeventig centiaren.” (Invnr 372, archiefnr 440, actenr 9725)
Hernummeringen
Hij komt vervolgens in de Adresboeken tot en met 1909 op de Nieuwe Holleweg voor, hoewel de huisnummers verschillen:
Huisnummer
Adresboek
84
1901, 1902, 1903, 1905, 1907
95
1908, 1909
Het huidige adres Bosweg 31 lijkt te gaan om een hernummering: de villa staat vlak bij de splitsing van de Nieuwe Holleweg en de Bosweg.
Naam Villa Severen: vernoemd naar ouder gebouw of villa bij Maastricht?
Omgeving van de (Nieuwe) Holleweg, richting Beek, ter hoogte van de splitsing met de Boschweg. Op de voorgrond Tramlijn 2 van het Bergspoor Nijmegen-Berg en Dal langs de Westerbergweg, rechts, nog net zichtbaar, villa ‘Severen’. Op de achtergrond de Ooijpolder, 1922-1926 (F89446 RAN)
Severen: vernoemd naar oudere villa?
“Monument & Landschap in de Gemeente Ubbergen” (Marc Wingens): “Het huis is gebouwd in de tuin van een oudere villa die de naam Severen droeg”.
Dit kan juist zijn, maar mogelijk is er in de loop der tijd spraakverwarring met de Hanenberg ontstaan. Ook in het Juryrapport 2000-2002 van Monument en Landschap noemen de bewoners het huis liever Severen dan Hanenberg.
Severen: vernoemd naar een landhuis bij Maastricht?
Het lijkt echter ook goed mogelijk dat Rollin Couquerque de villa zelf Severen heeft genoemd, naar de villa/plaats Severen bij Amby/Maastricht:
Hoewel nog niet volledig onderzocht, heeft het gezin Rollin Couquerque in ieder geval een tijd in Amby/Maastricht doorgebracht
Dit huis staat niet alleen in Amby, het was tevens het buitenhuis van Moïse Pain et Vin, een kolonel in het dienst van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Wikipedia: “Een geschilderd portret van Moïse Pain et Vin berustte in 1905 nog bij mw. Rollin Couquerque-Pichot te Meerssen.” Mevrouw Rollin Couquerque-Pichot was de moeder van Rollin Couquerque.
Abonneren
Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.
Volgende gevonden bewoners
Verhuizing A.L.G.W. van Kregten naar Villa Severen (PGNC 4/9/1917)
Hoewel nog niet uitputtend onderzocht, zijn de volgende bewoners gevonden:
Naam
Omschrijving
Opmerking
Bron
P.H.J.G. Manen
Rijksontvanger
Van Adresboeken 1912 t/m 1915-1916 heeft hij zijn kantoor aan Straatweg 179 Beek
Vanaf 8-9-1917 woont hij op Villa Severen, Holleweg B 93, nette dienstbode gevraagd in 1920
1920, PGNC 4/9/1917, De Gelderlander 27/9/1920
D. Barneveld
1922
G.Th. Leenders
Timmerman
1926
In de jaren 20 is het beeld wat onduidelijk. In 1922 staat Villa Severen te koop (zie afbeelding). De koper is Th. Ottes uit Den Haag (PGNC 12/5/1922). In juni verschijnt vervolgens een advertentie waarin Mejuffrouw J.C.W.M. Mooyman haar inboedel gaat verkopen (PGNC 3/6/1922).
Beiden lijken echter niet voor te komen in de Adresboeken 1922 en 1926, maar mogelijk hebben de personen elkaar gekruist.
Villa Severen te koop in 1922 (PGNC 15/4/1922)
Inboedel van Mej. Mooyman uit Villa Severen te koop (PGNC 3/6/1922 geknipt, deel 1)
Inboedel van Mej. Mooyman uit Villa Severen te koop (PGNC 3/6/1922 geknipt, deel 2)
Robert van Gulik
Villa Severen heeft een bekende bewoner gehad: Robert van Gulik, de schrijver van Rechter Tie boeken, heeft hier in zijn jeugd gewoond.
Een leuk artikel met tevens een aantal oude foto’s van Villa Severen is te vinden op de site rechtertie.nl.
Huis Severen, Bosweg 31 architect Semmelink, augustus 2023 (Google Streetview)
De Stuwwal bij Beek en Berg en Dal is een van de redenen dat het Rijk van Nijmegen zich ook wel “het binnenste buitenland” noemt. Er zijn weinig gebieden in Nederland die zo heuvelachtig zijn als de stuwwal. Het is een prachtig bosgebied, met daarnaast mooie open stukken als de Elyzeese velden en het Dal…
De Castella toren gezien vanaf de Graafseweg (oktober 2024)
De Castella toren naar een ontwerp van Architect Ludo Grooteman is de afronding van de nieuwbouw op het voormalige Dobbelman terrein. De uitdaging was om een echte eye-catcher te bouwen als entree naar de stad, in een omgeving met veel verkeersdrukte van auto’s en spoor. Het kreeg de Architectuurprijs Nijmegen in 2013.
Aanleiding
Nadat Zeepfabriek het Anker in 1895 was afgebrand, begon Franciscus Dobbelmann zijn zeepfabriek in een margarinefabriek aan de Graafseweg. Het einde van de fabriek kwam nadat in 1999 werd overgebracht naar Denemarken.
De Castella toren is de afronding van de nieuwbouw op het voormalige Dobbelman terrein.
Zeepfabriek Dobbelman: Zicht vanaf de Graafseweg op de voorzijde van de fabriek, 9/1977 (Foto Rozeboom via F82244 RAN CCBYSA)
Een eye-catcher als entree naar de stad
In maart 2011 begint Woningbouwcorporatie Talis met de bouw van de woontoren. Deze telt 13 verdieping en is 42 meter hoog. Op de onderste 3 lagen komen kantoren van in totaal 1200 m2. Daarboven 60 sociale huurwoningen, waarvan er 6 bestemd zijn voor mensen met een lichamelijke beperking. Onder de grond is een tweelaagse parkeerkelder gebouwd.
Oplevering
Castella toren, zijde De Ruyterstraat met balkons (oktober 2024)
Daarmee is dit project de afsluiting om het voormalige Dobbelmanterrein te vernieuwen. Het gebouw krijgt de naam Castellatoren, vernoemd naar een zeepmerk van Dobbelman. In januari 2013 krijgen de eerste bewoners de sleutel, de officiële opening is op 5 april. Daarbij is de kantoorruimte verhuurd aan 3 Nijmeegse welzijnsorganisaties. (Omroep Gelderland).
Het gebouw is bedoeld als eye-catcher. Allereerst als herkenningspunt voor het Dobbelmanterrein. En daarbij als entree naar de stad: het gebouw ligt op het kruispunt van twee ingangen naar het centrum van de stad: de spoorlijn en de Graafseweg. Vlak nadat de toren is gepasseerd vanaf de Graafseweg, begint het centrum met het Keizer Karelplein. Architect Ludo Grooteman van DOK-architecten ontwierp het gebouw in 2009 (sinds 2012 is Ludo Grooteman samen met Gianni Cito Moke-architecten begonnen).
Waar de eerste nieuwbouw Berghege: “De hoogte en vormgeving zijn bewust in contrast met de industriële uitstraling van de eerdere nieuwbouw op De Dobbelman.”
De constructeur ABT Velp, de aannemer Bouwbedrijf Berghege uit Oss en de aannemer voor de gevel Vosselmans uit Loenhout (Belgë). De bouwkosten waren €9.100.000,- (ex BTW).
Doorstart
Overigens is dit gebouw het tweede ontwerp voor een toren op deze plek. Het eerste ontwerp, nadrukkelijk in de vorm van een “Wybertje” leek uiteindelijk te duur te zijn. “De architect presenteerde het ontwerp voor wat toen nog de Talistoren heette al in 2004 en kreeg toen veel lof van gemeente, bewoners en opdrachtgever. Sindsdien heeft het alleen stof liggen verzamelen.“ In hetzelfde artikel uit 2008 kondigt Talis een doorstart aan. (De Gelderlander met tevens een impressie van het aanvankelijke ontwerp)
Verticaal reliëf tegen geluidsoverlast
De Castella toren op een kruispunt van Graafseweg en het spoor (oktober 2024)
De ligging aan dit kruispunt stelde de ontwerpers voor de uitdaging om de geluidsoverlast van het verkeer op te vangen. Daarom hebben 3 gevels door een verticaal relëf een extra schil gekregen. Dit reliëf bestaat uit vlakke, halfdiepe en meer dan een halve meter diepe cassettes. Dit verticale “landschap” wordt extra benadrukt door verschillende soorten glas te gebruiken.
Vosselmans: “In totaal hebben we 476 cassettes (aluminium kaders) geprefabriceerd, van 1,86 m breed tot wel 3,90 m hoog, met drie verschillende diepten (150, 350 en 500 mm). De verschillende diepten creëren een opvallend reliëf, wat de gevel uniek maakt. De cassettes zijn opgebouwd uit specifieke profielen, die speciaal voor de Castellatoren zijn gemodificeerd. Naar gelang de diepte van de cassette, werd een andere kleur zonnenwerend glas gebruikt: clear, green of dark blue. De diepste cassettes zijn ontworpen om bankjes in te plaatsen.”
Balkons
Balkons Castella toren (oktober 2024)
Aan de kant van de De Ruyterstraat, de “niet geluidbelaste zijde” zijn balkons geplaatst, gelijk aan de breedte van de woonkamer. Doordat de balkons verspringens zijn geplaattst, ontstaat er een levendig uitziende gevel.
De tussenruimte: huiskamer van alle woningen
Castella toren: de galerijen met zitjes (oktober 2024)
Tussen deze schil en de woningen ligt de galerijontsluiting. DOK architecten “Ontsloten via de tien meter hoge entreelobby, wordt deze tussenruimte de meest bijzondere ruimte van het gebouw: een huiskamer van alle woningen. De diepe cassettes bevatten bankjes, twee stoelen met een tafel of ruimte voor planten. De in verschillende gedekte kleuren gecoate binnenmuren, verlichting die op de zitjes kan worden gericht en ‘vloermatten’ met het logo van Castella, gegoten in de prefab betonnen vloerplaat, vervolmaken het geheel. Hiermee wordt deze tussenruimte een hoogwaardige verblijfsruimte. …
Zo schittert het gebouw van buiten als een in facetten geslepen diamant en toont het van binnen een verrassend warme kant, waar alle aandacht uitgaat naar de gebruiker.”
De projectpagina van DOK – architecten was een belangrijke bron voor deze paragraaf. Op hun site staan bovendien veel foto’s.
Castella toren: de ingang (oktober 2024)
Castella toren: de ingang met hal (oktober 2024)
Castella
Advertentie Castella zeep van Dobbelman (PGNC 5/3/1934)
Door de concurrentie met grote bedrijven als Unilever en de crisis in de jaren 30, werd marketing een belangrijk middel in de strijd om de gunst van de koper.
Dobbelman introduceerde haar merk Castella in 1934. De naam “Castella” is een fantasienaam. Dit moest een Spaanse sfeer oproepen, een verwijzing naar de toevoeging van olijfolie in haar zeep. Het gezicht van een Spaans uitziende dame werd het logo van de zeep. Dit logo kwam ook terug op de zegeltjes die konden worden gespaard.
Zoals op de advertentie uit 1934 is te zien, verandert Dobbelmann in 1934 ook haar naam door een “n” te laten vallen. Naast zeep werd ook scheerzeep verkocht. (In Spanje bestaat de regio Castilië, maar dat is in het Spaans “Castilla”. Mij zelf doet “castella” ook denken aan “kasteel”, maar dat is in het Spaans “castillo”).
In 1968 koopt de Koninklijk Zout Organon Dobbelman. Daarop wordt in 1969 Biotex geïntroduceerd, waarbij het merk Castella in 1969 verdwijnt.
Het Castella logo komt ook terug op de ramen aan het gebouw (oktober 2024)
Kunstwerk “To B.”
to B ’s avonds (oktober 2024)
to B (oktober 2024)
Bovenop het gebouw staat een kunstwerk met de letters “to B i ex”. Het is een werk van Nijmeegse kunstenaar Gerard Koek, waarbij hij het werk op zijn site vermeldt als “To B”.
Het werk is een hergebruik van de letters van de Biotex-lichtreclame, herschikt op “een industrieel ogend grid”. “”To B” is ’s avonds verlicht te zien, terwijl geleidelijk ofwel “i”, dan wel “ex” oplichten. Een “Shakespereaanse wending” van betekenissen, waarbij een permanente wisseling van identiteit en relationaliteit centraal staat”.
De Castellatoren won de Architectuurprijs Nijmegen 2013. De jury was “van mening dat dit project, een zorgvuldig vormgeven, gedetailleerd en uitgevoerd woon/werkgebouw is dat in architectonisch opzicht een voorbeeldfunctie heeft. De toren bevindt zich op het voormalige Dobbelmanterrein, is sterk integraal vormgegeven en een echte eyecatcher”. Ook looft de jury het onderhoudsarme karakter van het gebouw en de omgeving. Bovendien vindt ze dat de 3 glazen lagen, bedoeld om het geluid te weren, een goede uitstraling aan het pand geeft. Ten slotte noemt ze de aandacht voor een aantal details: het interieur, de wandbekleding, het kleurgebruik en de toepassing van zitjes. En de aandacht die aan het Dobbelmanlogo op de vloer is gegeven. “De jury is van mening dat architect en opdrachtgever een icoon hebben gerealiseerd, een architectonische parel”.
Trots medewerker
In 2013 interviewt Vox mensen die betrokken zijn bij Grotius, het nieuwe gebouw voor de rechtenfactulteit. Een van degenen is timmerman Michael Noorman, die ook heeft meegewerkt aan de Castellatoren: “steeds als hij er langs komt, gaat er iets van trots door hem heen. Omdat hij door de huid van het gebouw kan kijken, ziet hij alle kleine stappen in het karkas die uiteindelijk naar het bouwsel leiden. ‘Het blijft me verassen: het rijzen van zo’n toren en dat die blijft staan. En dat ik bij veel van die stapjes betrokken ben geweest. Dat ik kan zeggen ”Kijk, dit is ook míjn gebouw.”’ Zonder trots gaat het niet, zegt Noorman. ‘Als je geen passie hebt, kun je net zo goed stoppen.’” (Vox)
Afsluitpaal Habakuk, beeld Klaus van de Locht (september 2024)
In 1987 maakte de beeldhouwer Klaus van de Locht de afsluitpaal “Habakuk” als grenswachter die is opgesteld tussen de sacrale ruimte van het hooggelegen kerkhof en de profane wereld daaronder.
In de jaren 70 had de gemeente Nijmegen in navolging van Maastricht een aantal kunstenaars gevraagd om een afsluitpaal te maken: een kunstvoorwerp is immers mooier dan een standaard, kale betonpaal. In die jaren werden er 5 afsluitpalen geplaatst. In 1987, 10 jaar later, volgden 3 andere. Habakuk van Klaus van de Locht was daar een van.
Grenswachter
Kunst op Straat: “Habakuk is een bijbels geschrift dat onderdeel uitmaakt van het Oude Testament. De betekenis van Habakuks naam is niet met zekerheid te zeggen. Misschien betekent zijn naam ‘de zeer geliefde’. Anderen denken dat zijn naam ‘omarmer’ of ‘omhelzer’ betekent. Het boek is waarschijnlijk geschreven door Habakuk rond 650-627 (of enkele jaren later) voor de gangbare jaartelling. De kunstenaar ziet in de vorm van Habakuk een grenswachter die is opgesteld tussen de sacrale ruimte van het hooggelegen kerkhof en de profane wereld daaronder. Voor de vormgeving van het beeld is hij geïnspireerd door de beelden op Paaseiland.”
Noorderkerktrappen
Zoals Dorsoduro al opmerkt: “Habakuk staat onder aan de Noorderkerktrappen, enigszins verdekt opgesteld en eigenlijk ook zinloos. Geen automobilist zou het ooit in zijn hersens halen dit smaller wordende steegje met zijn steile trap in te rijden.”
Abonneren
Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.
De profeet Habakuk
Een mooie uitleg over de profeet en het boek Habakuk is te vinden bij het Nederlands Bijbel Genootschap en de KRO-NRCV. Om kort te gaan: Habakuk ziet de dreigingg van de Chaldeeën of Babyloniërs met hun wreedheden als een straf van God voor Juda. Habakuk heeft zijn twijfels: Juda verdient bestraft te worden, maar waarom heeft God, die goed is, voor zo’n wreed instrument gekozen? Habakuk wacht op antwoord.
Dat antwoord komt er twee maal: God zal de rechtvaardigen niet in de steek laten. Daarna volgt een loflief van Habakuk op God.
In (vrijwel) alle gevallen richten profeten zich tot andere mensen. Opvallend aan Habakuk is, dat hij zich tot God richt en het grootste deel een dialoog is tussen hem en God.
Hoewel ik geen theoloog of kunsthistoricus ben, valt mij in het licht van bovenstaande, de (bekende) eerste regels uit het tweede boek op:
“Ik ga staan op mijn wachttoren
betrek mijn post op het bolwerk,
kijk uit om te zien wat de Heer mij zal zeggen,
wat Hij mij antwoordt op mijn verwijt”. (vertaling volgens NBG)
Overigens: voordat Klaus van de Locht net als zijn broer Peter voor de kunst koos, was hij drie jaar lang student theologie geweest (wikipedia).
Labyrint en zadelhoofd
Labyrint op Habakuk (september 2024)
Zoals hierboven staat weergegeven, is het beeld geïnspireerd op de beelden van Paaseiland.
Opvallend zijn bovendien dat het hoofd bovenop eindigt als een soort zadel.
En onderaan Habakuk is een labyrint gebeeldhouwd; Van de Locht is ook de maker van het grote labyrint op de Waalkade.