Blog

De Protestants Christelijke Agnes Reiniera-school (voormalige Fröbelschool uit 1920), Groenestraat 210, 1987 (Anton van Roekel via F17767 RAN CCBYSA) Willemskwartier Hazenkamp
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Geschiedenis van de Agnes Reiniera-school in Nijmegen

De Protestants Christelijke Agnes Reiniera-school (voormalige Fröbelschool uit 1920), Groenestraat 210, 1987 (Anton van Roekel via F17767 RAN CCBYSA) Willemskwartier Hazenkamp
De Protestants Christelijke Agnes Reiniera-school (voormalige Fröbelschool uit 1920), Groenestraat 210, 1987 (Anton van Roekel via F17767 RAN CCBYSA)

Uit dankbaarheid voor de geboorte van zijn tweeling schenkt Rutgers van Rozenbrug 1.000 gulden aan de vereniging voor het bouwen van de Agnes Reiniera Fröbelschool. Het ontwerp was afkomstig van de kunststeenfabriek “Nederland” van J. Vingerhoets & co.

Vingerhoets

Architect F.J.G. Vingerhoets (1890-1947), die de Agnes en Reiniera Fröbelschool voor kleuteronderwijs in 1920 bouwde, 1942-1947 (F92626 RAN)
Architect F.J.G. Vingerhoets (1890-1947), die de Agnes en Reiniera Fröbelschool voor kleuteronderwijs in 1920 bouwde, 1942-1947 (F92626 RAN)

Vingerhoets is een Belg en komt het eerst voor als Jos Frans Gustav Vingerhoets in het Vluchtelingenregister 1914-1918. Hij is geboren in Deurne-Zuid  (bij Antwerpen; Borsbeek ligt daar vlak in de buurt) op 3 augustus 1890. Als beroep staat dan handelsvertegenwoordiger. Zijn vrouw Maria Fida Dora Ehlers is geboren op 31 juli 1887 te Barsinghausen (in de buurt van Hannover, Duitsland). Hun kinderen Lidia Maria Vingerhoets (12-9-1914) en Karel Ludovicus Franciscus Vingerhoets (22/9/1901) zijn geboren in Borsbeek. Ze vestigen zich op 3-10-1914 in Nijmegen op St. Annastraat 301(?) Ze zijn dan afkomstig uit Fromwaijstraat 136, waar ze sinds 1912 hebben gewoond. Hun dochter Lidia is dus net een paar weken oud; Karel komt op 10-10 zeer kort naar Nijmegen en vertrekt op 2-11-1914 weer naar Deurne-Zuid. Opvallend daarbij is dat hij afkomstig is van de Herenthalschebaan 478(?), waar hij sinds 1908 woont.

Op 3 december 1914 verhuizen ze naar Nijmegen B33-32, Dr. Jan Berendsstraat 16a. Het beroep van Vingerhoets is dan ‘kunststeenfabrikant’.

Vingerhoets krijgt nog 3 kinderen: Guido Marius Vingerhoets (22/7/1916), Godefridus J. Vingerhoets (3/12/1917) en Micaella A. Vingerhoets (26/3/1920)

Ze zullen daar tot 29-5-1920 blijven wonen, om van hier uit naar Barsinghausen te vertrekken.

Kunststeenfabriek

Advertentie PGNC Kunststeenfabriek Nederland J. Vingerhoets & co Nijmegen
Advertentie  PGNC 6/2/1915

Uit het Gemeenteverslag over 1917: “De directie der kunststeenfabriek “Nederland” J. Vingerhoets en Co. alhier meldt:

Het bedrijf bestaat in het vervaardigen van alle soorten kunstmatige natuursteen, zooals hardsteen, graniet, marmer, zandsteen en in het uitvoeren van gewapend betonwerken, welke aan bijzonder eischen moeten voldoen.

In het afgeloopen jaar werd door onze firma voor vele aanzienlijke bouwwerken hier te lande de kunstmatige natuursteen geleverd, onder meer voor den kazernebouw te Maastricht onder Directie van de Genie, voor de M.U.L.O. school en de Electrische Centrale alhier.

De productie was 100% grooter dan in 1916. De laatste drie maanden van het jaar verminderden de opdrachten, daar er bijna geen bouwwerken konden worden aangevangen wegens schaarschte aan bouwmaterialen en duurte der prijzen.

Het aantal onzer werklieden bedroeg in de maanden Juli-Augustus 30, om de laatste maanden te verminderen tot 17.

De benoodigde grondstoffen voor ons bedrijf hebben wij steeds kunnen betrekken. “

Het Gemeenteverslag over 1918 meldt dat de fabriek werkt met 30 man en dat haar productie steeg met 80%. “Slapte in het bouwbedrijf en moeilijkheden bij het verkrijgen van grondstoffen verhinderen de ontwikkeling van het bedrijf”.

Advertentie PGNC 4/5/1918

Op 2-9-1919 richten 4 personen de vennootschap Kunststeenfabriek “Nederland” op:

  • Franciscus Josephus Gustave Vingerhoets, fabrikant te Nijmegen
  • Ewout Hoogendijk v. Cappelen, koopman te Gouda
  • Gerard Theodore Etienne Marie van Veen, architect ‘s-Gravenhage
  • Cornelis Adriaan Hoogterp, ingenieur te ’s-Gravenhage

Het doel is de door Vingerhoets gedreven Kunststeenfabriek voort te zetten. (De Gelderlander 4/9/1919)

Cornelis Adriaan Hoogterp

Ingenieur Cornelis Adrianus Hoogterp (Leeuwarden 17 oktober 1893 – Amsterdam 1 juni 1962) woonde rond 1921 op Dorpstraat 3 in Hees (villa Klambir Lima) (Noviomagus).

Wanneer Vingerhoets in 1920 naar Duitsland vertrekt, zal Hoogterp het bedrijf nog tot 1924 voortzetten. Daarbij is de Stenen Bank uit 1922 een van de belangrijke ontwerpen. Daarna werden de loodsen gebruikt voor opslag- en garageactiviteiten om in 2008 te worden afgebroken. Hiervoor kwamen woningen in de plaats.

De Stenen Bank noemt Dorpsstraat 88, de voormalige stallen van Oscar Carré, als plaats van de fabriek, waarbij ze kantoor hield aan de Mariënburg. Hoe deze adressen zich verhouden tot de door mij (RE) gevonden advertenties is nog niet bekend. Een van de ontwerpen is verder de monumentale trap in Concertgebouw ‘De Vereeniging’.

Agnes Reiniera Bewaarschool

Bouwtekening Fröbelschool (Kleuterschool) D12.386090; de berekening voor de betonconstructie vindt plaats op papier van de Kunststeenfabriek “Nederland” Vingerhoets & co (D12.386089)
Bouwtekening Fröbelschool (Kleuterschool) D12.386090; de berekening voor de betonconstructie vindt plaats op papier van de Kunststeenfabriek “Nederland” Vingerhoets & co (D12.386089)

Jonkheer Rutgers van Rozenburg gaat in 1915 wonen op huis Dukenburg, waarbij hij dan uit Zeist afkomstig is. In 1916 trouwt hij met Agatha Schlingemann. Zij krijgen op 13 januari 1918 een tweeling: Agnes en Reiniera. Uit dankbaarheid geeft Rutgers van Rozenbrug 1.000 gulden aan de vereniging voor het bouwen van een “goede Christelijk school” (Rijksmonumenten). De school zal vernoemd worden naar deze tweeling.

De voorzitter van deze vereniging was de dominee Creutzberg, wonend op de Oude Wehme aan het Kerkpad, vlakbij de steenfabriek. Een uitgebreid artikel over de dominee staat in de Stenen Bank van december 2013, tevens bron van onderstaande paragraaf.

Dominee Creutzberg

Jelis Jan Creutzerg (Arnhem 9 juli 1879 – Den Haag 5 februari 1951)

In 1918 werd hij geroepen naar Hees-Neerbosch. Daarbij bediende hij aanvankelijk een protestantse gemeenschap van enkele honderden leden. Zijn belangrijkste werkterrein zouden echter de wijken Willemskwartier en Hazenkamp vormen. Deze wijken kwamen vanaf 1900 volop tot groei, doordat er duizenden huizen werden gebouwd voor de (fabrieks)arbeiders van nieuwe bedrijven.

Creutzberg moest daarbij toezien hoe de Rooms-katholieke kerk zich hier manifesteerde, er was al een grote nieuwe kerk op de groei gebouwd (de Groenestraatkerk), scholen werden opgericht en geestelijken brachten huisbezoeken.

Vooral het oprichten van scholen vindt hij belangrijk: ““God wil het – dat ook in de school het zuurdeeg van het Evangelie doorwerken zal.” Het oprichten van de Agnes-Reiniera Bewaarschool zou zijn eerste “wapenfeit” worden.

Op 17-7-1920 meldt het PGNC: “Het bestuur der Agnes-Reiniera-bewaarschool te Hees heeft aan het Architecten- en Ingenieursbureau Vingerhoets en Hoogterp te Hees opgedragen den bouw van een bewaarschool, gelegen aan de Groenestraat.

De school zal vier lokalen bevatten en zeer velen uit de omgeving aldaar zullen van dezen bouw met blijdschap kennis nemen, daar het een zaak is, waarnaar reeds lang met groot verlangen werd uitgezien.” (PGNC 17/7/1920)

Zowel de bouwtekening (zie hierboven) als het verzoek voor het plaatsen van 2 tijdelijke loodsen voor de bouw van de school gebeurd op briefpapier van de Kunststeenfabriek “Nederland”.

Bij de opening van de Bewaarschool

Groepsfoto kleuters van de Agnes en Reiniera Fröbelschool. Midden achter (met bril) het hoofd A. van Bohemen, Groenestraat 210, 1929 (F92624 RAN)
Groepsfoto kleuters van de Agnes en Reiniera Fröbelschool. Midden achter (met bril) het hoofd A. van Bohemen, Groenestraat 210, 1929 (F92624 RAN)

Het PGNC publiceert een uitvoerig artikel naar aanleiding van de opening. Zij noemt Reiniera dan echter Reiniers; in het onderstaande stuk heb ik (RE) de naam veranderd tot Reiniera:

“De nieuwe Bewaarschool aan de Groenestraat.

Aan de Groenestraat is verrezen en eenige weken geleden in gebruik genomen een bewaarschool, die daar een sieraad is voor de omgeving en bovendien in een sinds lang gevoelde behoefte voorziet. Het is de Protestantsche Agnes Reiniera-Bewaarschool en had het bestuur niet zelf in den naam der school de ouderwetsche aanduiding gekozen, wij zouden in den titel dezen liever van Fröbelschool of School voor Voorbereidend Onderwijs gesproken hebben. Immers, de taak die deze inrichtingen tegenwoordig hebben gaat veel verder dan het uitsluitend ‘bewaren’ van de kinderen, en ook de eischen, welke aan hen worden gesteld die zich onderwerpen aan het examen ter verkrijging van de bevoegdheid tot het geven van fröbel-onderricht bewijzen dit. Over de vraag of het al dan niet gewenscht is dat elk kind vóór het zijn intrede doet in de lagere school minstens een jaar leert stil zitten en knutselen zijn de deskundigen het niet eens en waar het individu van het kind in kwestie in dezen een woord meespreekt zal de vraag in haar algemeenheid wel nimmer met ja of neen kunnen worden beantwoord. Maar in elk geval zijn de omstandigheden in menig gezin van dien aard dat de moeder de aanwezigheid in den omtrek van hare woning van een goede bewaarschool als een uitkomst beschouwt en zich niet het hoofd breken met de vraag of haar kleine straks met of zonder fröbelonderricht zijn eersten stap in het leven moet doen, gaarne de praktische zijde een groot gedeelte van den dag aan anderen zorg te kunnen toevertrouwen.

Voor het Willemswegkwartier was een protestantsche bewaarschool, gelijk hierboven reeds gezegd, een sinds lang gevoelde behoefte. Er zijn daar reeds nu 400 protestantsche gezinnen, een aantal, dat zich over eenigen tijd, wanneer de nieuwe woninggroep daar gereed is, nog aanmerkelijk gaat uitbreiden. De nieuwe school nu staat in het volle leven van genoemd kwartier, zoodat daarmede de moeilijkheid van het halen en brengen der kleinen meteen is opgelost. Bovendien is de school nieuw gebouwd en voortreffelijk ingericht, zonder dat nochtans van luxe of iets wat naar overdaad zweemt kan worden gesproken. In hygiënisch opzicht is wel aan hooge eischen voldaan en de eerste eigenschap van een inrichting als deze is dus een goede.

De school is gebouwd door den heer C.H. Hoogterp, ingenieur te Hees. Bij het ontwerpen van de school heeft als grondgedachte gegolden, dat de architectuur zich aan moet passen aan de aard van het gebouw en getracht moete worden aan het gebouw een eenigzins landelijk, voor kinderen aantrekkelijk karakter te geven. De kap is daarom en ook om economische redenen laag gehouden, waaruit, in verband met de wettelijk gestelde eischen voor hoogte van schoollokalen, de lokalen een gewelfd plafond kregen, hetgeen aan deze meer huiselijkheid verleenen. Om het interieur voor kinderen meer aantrekkelijk te maken is eenig decoratief schilder- en beeldhouwwerk aangebracht.

Van buiten zoowel als van binnen gezien maakt de school een keurigen indruk en et komt ons voor, dat de architect volkomen geslaagd is in de vervulling van zijn opdracht. Het gebouw met zijn ruim terras vóór, waarop een betonvloer voor spelen, en zijn groot grasveld achter, alles afgesloten door een frisch, wit hek, doet eer denken aan een vriendelijk landhuis dan aan een school. Er zijn, behalve eenige kleinere vertrekken, vier schoollokalen, tezamen plaats biedend aan 160 kinderen. Thans bedraagt het aantal leerlingen reeds ruim 100.

De Protestantsche Agnes Reiniera Bewaarschool bedoelt te zijn een neutrale school, toegankelijk voor kinderen van alle gezindten. Het dagelijksch bestuur van de vereeniging, waartoe de school behoort, wordt gevormd door mevr. Hoyer, mevr. Krudop en mevr. Rutgers van Rozenburg. Als directrice treedt op mej. E. van Bohemen. Tot den bouw van de school heeft ds. Creutzberg te Hees den stoot gegeven en het bereikte resultaat zal hem ongetwijfeld tot een groote voldoening zijn.

Intusschen is voor het totstand komen van deze school een groot kapitaal noodig geweest. De vereeniging is er in geslaagd het benoodigde bedrag met een leening en hypotheek op het gebouw bijeen te krijgen. Intusschen zal zij zonder hulp van Rijk en Gemeente op den duur niet kunnen voorzien in de hooge exploitatiekosten der school. Er zijn hier ter stede geene openbare bewaarscholen; de gemeente subsidieert de bijzondere bewaarscholen met f7,50 per leerling. Het zal zelfs een leek op dit gebied duidelijk zijn, dat dit te eenenmale onvoldoende isom daaruit de kosten aan onderwijzend personeel, leermiddelen, onderhoud van het gebouw enz. zelfs slechts ten deele te bestrijden. Aan Rotterdam b.v. kosten de openbare bewaarscholen f86 per leerling, terwijl het den bijzondereren bewaarscholen f84 (8 of 3: moeilijk leesbaar, gezien de context is het waarschijnlijk 8) subsidie per leerling verstrekt. Vandaar dat alle hoop gevestigd is op de aanneming door de Staten-Generaal van het wetsontwerp inzake het Voorbereidend Onderwijs, dat een financieele regeling in het vooruitzicht stelt, welke vereenigingen als de hierbedoelde in staat stelt haar werk voort te zetten. Voor de bewoners van het Willemswegkwartier, die buitengewoon ingenomen zijn met hun bewaarschool en deze feitelijk niet meer zouden kunnen missen, hopen wij van harte dat spoedig het voortbestaan gedurende een lange reeks van jaren voor de Agnes Reiniera Bewaarschool verzekerd zij.

Het bestuur der school is voornemens op een ander te bepalen dag in de maand Mei eene receptie te houden voor de plaatselijke autoriteiten en allen die aan de totstandkoming van de school hebben mede gewerkt. Het zal verder in genoemde maand gaarne iederen belangstellende gelegenheid geven de school te bezichtigen, mits tevoren even het verlangen daartoe is kenbaar gemaakt aan de directrice, mej. van Bohemen, of bij mevr. Krudop, Dennenstraat 8 te Hees.” (PGNC 19/4/1921)

In 1925 is er een tweedaags bazar in de Wijkzaal aan den Hazenkampschenweg ten bate van de school. “Deze bewaarschool is bijkans overbevolkt, maar door het ontbreken van voldoenden steun van overheidswege houdt de stand der geldmiddelen geen gelijken tred met den bloei der school ten opzichte van het leerlingengetal. Vandaar, dat versterking der inkomsten uit de opbrengst van deze bazar zeer wenselijk is. Nu, de oproep om steun daarvoor is niet onverhoord gebleven.” (PGNC 25/3/1925)

Vervolg

Personeelsadvertentie: Gevraagd een ontwikkelde meisje (PGNC,16-2-1924)
Personeelsadvertentie: Gevraagd een ontwikkelde meisje (PGNC,16-2-1924)

De Hazenkamp

Van 1934 tot 1944 huurt de sportvereniging de Hazenkamp ruimte in de Bewaarschool. Deze vereniging was overigens in 1928 mede door Creutzberg opgericht. (Een huuroverenkomst is te vinden op site van de Hazenkamp, daarin staat overigens het jaartal 1936). In 1944 was de school dusdanig overbezet geweest, dat de Hazenkamp op zoek moest naar een nieuw gebouw (De Hazenkamp, 1965).

Verbouwing Oswald

In 1960 is het pand in onder meer de gevels gewijzigd naar ontwerp van F.M. Oswald.

Einde school, leegstand en kinderopvang

De school blijft tot in 1988 in gebruik, daarna verhuizen de kinderen naar de school in de Tollensstraat. Het gebouw komt dan leeg te staan.

In juli 1998 vestigt Kinderopvang de Tweeling zich in het gebouw.

Rijksmonument

Het gebouw is een Rijksmonument met als waardering:

“Voormalige fröbelschool uit 1920 in een stijl beïnvloed door het expressionisme.

– Van architectuurhistorische waarde als zeldzaam voorbeeld van een school, gebouwd in de vorm van een winkelhaak. Tevens van waarde vanwege de toegepaste bouwstijl en materialen.

– Van stedebouwkundige waarde vanwege de teruggelegen ligging op een zeer ruim perceel aan de overigens dichtbebouwde Groenestraat.

– Van cultuurhistorische waarde als voorbeeld van een school gesticht met privé-kapitaal naar aanleiding van – in dit geval – de geboorte van een tweeling.”

(Overige) Bronnen en verder lezen

Rijksmonumentenregister, met tevens een uitvoerige omschrijving

Open Monumentendag 2020

De Stenen Bank, een echt Hees product

Noviomagus, met aantal herinneringen aan de school

Noviomagus over het gebouw zelf

Schoolbank.nl met klassenfoto’s en herinneringen

Willemskwartier

De Willemsstraat wordt in 1895 al genoemd, waarbij de naam in maart 1904 wordt gewijzigd naar Willemsweg. Het is niet…

Oranjesingel 3, 5, 7 en 9 (oktober 2024) Architect Maurits Centrum
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

Oranjesingel 3-9 en 1

1890 Oranjesingel 3-9 en 1

Oranjesingel 3, 5, 7 en 9 (oktober 2024) Architect Maurits Centrum
Oranjesingel 3, 5, 7 en 9 (oktober 2024)

In 1890 ontwerpt architect Maurits dit complex van 4 woningen.

Gemeentelijk Monument

Ingang Oranjesingel 9 (oktober 2024)
Ingang Oranjesingel 9 (oktober 2024)

Het complex is sinds 1988 een Gemeentelijk Monument, met als tekst bij aanwijzing: “Complex van vier woningen. Als 1 blok ontworpen gebouw met drie bouwlagen van baksteen en geschilderde banden en blokken. Gedekt met zadeldaken met verschillende bedekking. In de gevel zijn vier risalieten aangebracht, die eindigen in een getrapte topgevel, met zadeldaken loodrecht op de gevel.Op de eerste etage hebben de eerste en de derde risaliet een houten erker op natuurstenen consoles: die bij nr. 7 is gewijzigd, die van nr. 3 heeft nog de oorspronkelijke bedaking, ver uitstekend op houten sporen. Ramen op de begane grond zijn laag, met boogvormige bovendorpel. Op de eerste etage zijn rechte kozijnen met daarboven boogvormige velden waarin afwisselend decoratieve tegelpanelen en cementen ornament. Ramen op de tweede verdieping hebben segmentbogen boven rechte kozijnen. Op de hoek links bevindt zich een overhoeks geplaatst torenachtig element, overkragend vanaf de eerste verdieping, eindigend
in een houten dakkapel tegen een torenspits. De dakkapellen hebben een uitstekend leien dak naast de topgevels; bij nr.3 en 7 bevinden zich later toegevoegde brede dakkapellen. Voordeuren met gepleisterde omlijsting; bovenlichten met balusters; frontons. Bouwjaar 1890. Architect: W.J. Maurits. Interessant voorbeeld van als 1 geheel ontworpen straatwand die meerdere woningen bevat. Van groot belang voor het straatbeeld van de singel.”

Oranjesingel 3

Het Bureau voor Werkende Studenten, 5 maart 1951, Oranjesingel 3 (GN5541 RAN)
Het Bureau voor Werkende Studenten, 5 maart 1951, Oranjesingel 3 (GN5541 RAN)

Hieronder staan de tot nu gevonden gebruikers weergegeven. Er is echter wel een slag om de arm nodig, aangezien er veranderingen in huisnummer kunnen zijn geweest:

Advertentie Rotterdamsche Hypotheek Bank, met als adres F.J.A. van Vollenhoven, Oranjesingel 3 (PGNC 26/2/1901)
Advertentie Rotterdamsche Hypotheek Bank, met als adres F.J.A. van Vollenhoven, Oranjesingel 3 (PGNC 26/2/1901)
NaamBeroepAdresboekenOpmerkingen
F.J.A. v. VollenhovenCiviel-ingenieur1893, 1895, 1896, 1898, 1899, 1901, 1902, 1903, 1905, 1907, 1908, 1909, 1910-1911, 1912-1913, 1913-1914, 1915-1916 
Wed. F.J.A. v. VollenhovenGeboren C.S. de Gijselaer1914-1915, 1924Penningmeester van Algem. Nederlandsche Vrouwenvereeniging “Tesselschade”, 1913-1914 . 1914-1915, 1915-1916, 1916, 1920, 1922  
Mej. C.M. v. Vollenhoven 1916, 1924 
H.J.C. van BergenNotaris1928 (tevens kantoor), 1932, 1934, 1936, 1938, 1940   
G.W. ArtsTuinman1936, 1938, 1940 
Mej. S. VerkerkLerares huishoudschool1948 
Mej. M.C. BuchelLerares1948, 1951 
Mej. W. MeijerHuish.1948 
T.F.A. Harterink 1955 
Nijmeegs UniversiteitshuisTehuis voor werkende studenten1955 
H.J.G.G. Seelen 1959 
M.J.P.M. Weijtens 1959 
P.A. van der Wolfingenieur1963 
E.P.M.J. Hollman 1963 
M.C.P. van KemenadeKoopman; 1968: Koopman in koffie en thee1963, 1966, 1968 
N.J.L.M. van der MaasLeraar1963 
Wed. J. Straver, geb. D. van Zetten 1963 
W.J.H.M. Verheggen 1963 
J.A.P.H. van Drunen  jurist1966 
Votre Beauté   1966, 1968 
Koffie en Theehuis Imp. 1971 
Mr. B.H.O. Hogenotaris1971 
D.M.H. Jaegers 1971 

Oranjesingel 3-9, Foto gedateerd 2013 (Henk van Gaal via DF4408 RAN)
Oranjesingel 3-9, Foto gedateerd 2013 (Henk van Gaal via DF4408 RAN)

Oranjesingel 5

Gevonden gebruikers

NaamOmschrijvingAdresboek
J.J. v.h. LindenhoutZonder beroep1893
Dames Lindenhoutz.b.1895, 1896, 1898, 1899, 1901, 1902, 1903, 1905, 1907
J. BoschCandidaat-notaris1908, 1909
J. BaxCandidaat-notaris1909, 1910-1911, 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915
G.F. Marsman 1915-1916, 1916
Mej. J.J. Bork 1915-1916
Mej. J.A. de Brauw 1918, 1920
Mej. A.A. v. ‘t Lindenhout 1926, 1928
H.W.E. JansenBakker1948, 1951, 1955
M.J. JansenMej., vanaf 1959 mw.1948, 1951, 1955, 1959, 1963, 1971
Mej. A.W.E.In 1951 winkeljuffrouw1951, 1971
Mw. C.J.M.Verpl.1959, 1963, 1966, 1971
W.E. Jansen 1955
J.J.G. PrickBuitengew. Hoogleraar RKU1955 (waarschijnlijk betreft het een zetfout)
A.H.C. Derksvertegenwoordiger1959, 1963  
D.J.L.M. van Iersel 1971

Oranjesingel 1

Oranjesingel 3 (Bron: Google Streetview, September 2022)
Oranjesingel 3 (Bron: Google Streetview, September 2022)

Tegen een grote rij huizen staat nog kleine gebouwtje: Oranjesingel 1. Wat is dat kleine gebouwtje nu eigenlijk? (Spoiler alert: een berging)

Ook op de bouwtekening van 1926 was het pand al aangeduid als “schuur”: Zie de tekening hieronder. https://app4.nijmegen.nl/DGD2/BouwArchief/Documenten/0268200000033636?zaakDossierId=B12.005512 Dit is het bouwarchief van Oranjesingel 3, het grote huis ernaast van welke het de berging was. Ook komt dit gebouwtje voor op een bouwtekening van 1909 ten aanzien van de aanleg van riolering, er wordt dan niet bij vermeld wat het is.

Bouwtekening 1926

Ook bij de verbouwing van 1977 was het gebouwtje een berging.

Bouwtekening 1977, bestaande toestand (D12.510276)

Dit pand kwam een aantal malen voorbij op Twitter en op Facebook:

  • Twitter: Hans van Meteren had al uitgevonden dat het een berging is geweest bij de verbouwing van 1977. Daarbij noemde een persoon in een reactie dat dit de personeelsingang was. De combinatie van “berging” en “personeelsingang” is natuurlijk mogelijk, aangezien dit deel met de spreekkamer in verbinding stond
  • Facebook (Nijmegen Toen en Nu), Thea Kersten: “In dat enorme huis heb ik een aantal jaren gewerkt bij een notaris….in de 70 jaren…de benedenverdieping en op de 3de verdieping…enorme trappenhuis…prachtig!…maar niet in dat kleine opberghuis. Ik denk dat daar de kachel instond voor cv”, Het betreft hier notaris Hoge.
  • Op Facebook “Nijmegen toen en nu” wordt het door iemand genoemd als : “het was een slaapkamer grenzend aan de andere kamer en deels opslaghok voor de klusjesmannen”

Oranjesingel

Deze pagina verzamelt artikelen die over de Oranjesingel zijn verschenen. De Oranjesingel is vernoemd naar het Bolwerk Oranje, dat aan…

Het voormalig Evangelisatiegebouw van de Gereformeerde Kerk (voorheen het Sliedrechter Kerkje) voor de Hervormde werknemers van Smit Transformatoren, architect van der Pijll, datering foto 1987 (Anton van Roekel via F17775 RAN CC-BY-SA)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Evangelisatiegebouw architect van der Pijll

1929 Groenestraat 263 Hazenkamp/Willemskwartier

Het voormalig Evangelisatiegebouw van de Gereformeerde Kerk (voorheen het Sliedrechter Kerkje) voor de Hervormde werknemers van Smit Transformatoren, architect van der Pijll, datering foto 1987 (Anton van Roekel via F17775 RAN CC-BY-SA)
Het voormalig Evangelisatiegebouw van de Gereformeerde Kerk (voorheen het Sliedrechter Kerkje) voor de Hervormde werknemers van Smit Transformatoren, architect van der Pijll, datering foto 1987
(Anton van Roekel via F17775 RAN CC-BY-SA)

Het voormalig Evangelisatiegebouw van de Gereformeerde Kerk (voorheen het Sliedrechter Kerkje) is ontworpen door architect van der Pijll. Het was als dusdanig in gebruik van 1929-1964.

Willemsmithistorie.nl: “In 1913 kwamen er een aantal gereformeerde medewerkers van Smit Slikkerveer naar Nijmegen om daar mee te helpen de transformatorenfabriek op te starten. Een aantal medewerkers bleef Smit Transformatoren trouw en ging niet meer terug naar Slikkerveer.”

Dit gebouw was vanaf 1929 in gebruik (Relikwi). Het gebouw is buiten gebruik gesteld in 1964: de Gereformeerde Maranathakerk aan de Steenbokstraat werd toen in gebruik genomen. Het heeft ook gediend als bioscoop.

Nadat het buiten gebruik was gesteld, zaten bedrijven in het gebouw. Het gebouw is rond juli 2008 gesloopt (Noviomagus).

Straatbeeld, beginjaren zestig, gezien in de richting van de St. Annastraat, met rechts, op nummer 263, het Evangelisatiegebouw van de Gereformeerde Kerk uit 1929 van architect J. van der Pijll, gesloopt rond 2008, 1960-1961 (Gemeentepolitie Nijmegen via F88406 RAN CC0)
Straatbeeld, beginjaren zestig, gezien in de richting van de St. Annastraat, met rechts, op nummer 263, het Evangelisatiegebouw van de Gereformeerde Kerk uit 1929 van architect J. van der Pijll, gesloopt rond 2008, 1960-1961 (Gemeentepolitie Nijmegen via F88406 RAN CC0)

Willemskwartier

De Willemsstraat wordt in 1895 al genoemd, waarbij de naam in maart 1904 wordt gewijzigd naar Willemsweg. Het is niet…

Architectenbureau Meerman en van der Pijll

Architectenbureau Meerman en van der Pijll is waarschijnlijk het bekendst vanwege hun ontwerp voor Auto Palace. Daarnaast ontwierpen zij onder…

Bejaardenhuis Doddendaal, 24 november 1986 (Ber van Haren via KN14220-27 RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)
#Nijmegen, Gebouw van de dag, Geen categorie

Bejaardencentrum Doddendaal architecten Evers en Sarlemijn

1957-1958 Parkdwarsstraat 9-53, 32-118, Doddendaal 5-35, Achter de Valburg 2-4

Bejaardenhuis Doddendaal, 24 november 1986 (Ber van Haren via KN14220-27 RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)
Bejaardenhuis Doddendaal, 24 november 1986 (Ber van Haren via KN14220-27 RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)

Het RAN heeft nog een aantal foto’s uit 1963, waaronder deze.

Het bejaardencentrum Doddendaal is in 1957-1958 ontworpen door A. Evers en G.J.M. Sarlemijn. Het complex ging in oktober 1959 open. Daarbij ging het om een verzorgingstehuis en 38 ouderenwoningen. Tijdens het bombardement van 1944 was de Parkdwarsstraat zwaar getroffen. Op deze kale plek wilde Woningbouwvereniging Nijmegen een bejaardentehuis bouwen, die aansloot bij de behoeften van ouderen van de binnenstad.

Brandgrens Bombardement Tweede Wereldoorlog Doddendaal
Brandgrens Bombardement Tweede Wereldoorlog Doddendaal (juli 2023)

Nieuwbouw

Op dat moment waren er 2 nieuwbouwprojecten voor bejaardencentra. Doddendaal richtte zich op bewoners van de binnenstad. Het bouwproject van Kolping in Brakkenstein richtte zich op de rest van de stad.

Bejaardenhuis Huize Doddendaal, datering foto december 1959 
(Fotopersbureau de Gelderlander, Auteursrecht J.F.M. Trum via F55634 RAN CC-BY-SA)
Bejaardenhuis Huize Doddendaal, datering foto december 1959 (Fotopersbureau de Gelderlander, Auteursrecht J.F.M. Trum via F55634 RAN CC-BY-SA)

Het complex bestaat uit een verzorgingstehuis en appartementen. Het verzorgingstehuis (“pensiontehuis”) bestaat uit 55 éénpersoonskamers en 4 kamers voor echtparen.

De opzet was, dat de bewoners van de 38 flatjes zoveel mogelijk met eigen middelen moeten rondkomen. Waarbij ze zo min mogelijk gebruik maken van instellingen als Maatschappelijk Hulpbetoon. Een van de factoren die een rol bij de plaatsbepaling heeft gespeeld, was om het contact met de getrouwde kinderen, die regelmatig in het centrum komen voor bijvoorbeeld boodschappen, te bewaren. Het was het eerste bejaardencentrum in Nijmegen dat gefinancierd werd op basis van Woningfinanciering. De exploitatie komt in handen van een aparte stichting. ( Nijmeegsch dagblad 16-7-1954)

Evers en Sarlemijn

Evers en Sarlemijn was een architectenbureau in Amsterdam van de A. Evers (1914-1997, Amsterdam) en G.J.M. Sarlemijn (1909-1993, Amsterdam). Het bureau bouwde tussen 1941 en 1981 vele kerken, scholen en woningen in een tiental steden. “Vooral in de jaren vijftig en zestig werden vele bouwwerken gerealiseerd in de in katholieke kring gangbare behoudende stijl van de Bossche School”.

De architecten zijn in Nijmegen vooral bekend om de Afrika- en Bouwmeesterbuurt. Deze bouwden zij tussen 1952 en 1957. Zie voor een beschrijving en een lijst van werken:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Evers_en_Sarlemijn (tevens bron)

Bossche School

Bejaardenwoningen aan de Parkdwarsstraat 21 t/m 47, 1986  (Ber van Haren via KN14220-28 RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)
Bejaardenwoningen aan de Parkdwarsstraat 21 t/m 47, 1986 (Ber van Haren via KN14220-28 RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)

De gebouwen zijn ontworpen in de stijl van de zogenaamde Bossche School. Deze is gebaseerd op Dom Hans Van der Laan, een Benedictijner monnik. Na de Tweede Wereldoorlog gaven Dom Hans Van der Laan, Nico van der Laan en ir C. Pouderoyen hierover een architectuurcursus in Den Bosch.

Kort gezegd komt deze neer op de juiste verhoudingen der delen. Hierbij speelt de verhouding 3:4 een belangrijke rol, die verder is uitgewerkt tot een zogenaamd plastisch getal 1:0,755.

Een uitgebreide omschrijving staat op https://domhansvanderlaan.nl

De stijl is een zogenaamde de traditionalistische stijl.

Jaren 80 en verder

Voormalige appartementen van bejaardencentrum Doddendaal met binnentuin, juli 2023
Voormalige appartementen van bejaardencentrum Doddendaal met binnentuin, juli 2023

In de jaren tachtig lagen er plannen om het complex te slopen: deze was sterk verouderd. Om sloop te voorkomen vond een grote verbouwing plaats. In 1986 kreeg het dan ook de benaming Huize Nieuw Doddendaal.

In 2013 bleek dat het complex niet meer voldeed om in de toekomst ouderen de zorg te kunnen bieden die zij nodig hebben. Portaal liet het complex renoveren. Sinds 2017 zit hier “Wonen met Perspectief”. Zij biedt tijdelijk woonruimte aan cliënten van Pluryn en de RIBW.

Gemeentelijk Monument 

Monument Van der Wagt Doddendaal (juli 2023)
Monument Van der Wagt Doddendaal (juli 2023)

Het gebouw is een Gemeentelijk monument. Bij de argumentatie:  “Architectuurhistorisch van hoge waarde vanwege de kwaliteit van het ontwerp, de redelijk gave staat, als voorbeeld van traditionalistische, vroege Bossche Schoolarchitectuur van het belangrijke bureau A. Evers & G.J.M. Sarlemijn. Het complex heeft een robuuste, eenvoudige en evenwichtige uitstraling en kent een precieze detaillering. Er is sprake van grote herkenbaarheid door steeds terugkerende maatverhoudingen en architectonische elementen. De aandacht voor overgangselementen tussen binnen en buiten in het ontwerp is van architectuurhistorische waarde. Onder de bescherming behoren dan ook de entreetrappen met hekwerk, de privetuintjes met scheidingsheggen, de openbare, gemeenschappelijke binnentuin van de seniorenwoningen met een grasveld met beplanting, het voetpad om het grasveld, het prieel, diverse keermuurtjes. Wat betreft de buitenruimte van het verzorgingstehuis is de keermuur parallel aan de eetkamer van waarde. Inwendig waarde vanwege de organisatie van besloten, individuele ruimten, verkeersruimten en de aandacht voor gemeenschappelijke ruimten.

Het complex heeft stedenbouwkundige waarde met het tegenoverliggende voormalige Carmelietenklooster: omvang, overeenkomsten in bouwstijl en -vorm met openbare hoven zijn beeldbepalend voor de wederopgebouwde Doddendaal. Het complex heeft vanwege zijn katholieke achtergrond en functie van pensiontehuis een historische relatie met het karmelietenklooster en de RK instellingen rond Doddendaal. Cultuurhistorische waarde als uiting van de naoorlogse verzorgingsstaat en de zorg voor bejaarden.”

Bronnen

Het oude bejaardencentrum Doddendaal, architecten Evers en Sarlemijn juli 2023
Het oude bejaardencentrum Doddendaal (foto juli 2023)

Gemeentelijke Monumentenlijst

Mariken Magazine

Een uitgebreide omschrijving van de theorie van de Bossche School staat op https://domhansvanderlaan.nl

Bothastraat en de Wetstraat architecten Evers en Sarlemijn

In 1951 kregen Evers en Sarlemijn van Woningvereniging “Nijmegen” opdracht om een bebouwingsplan voor een gedeelte van Heseveld te ontwerpen. De Bothastraat en de Wetstraat maken onderdeel uit van het eerste complex. Het eerste wat in de straten opvalt zijn de witgeschilderde woningen.

Joris Ivens Monument op Joris Ivens plein (juli 2023)
#Nijmegen, Benedenstad, Centrum

Joris Ivensplein: Historie en Bezienswaardigheden

Joris Ivens Monument op Joris Ivens plein (juli 2023)
Joris Ivens Monument op Joris Ivens plein (juli 2023)

Het Joris Ivensplein is vernoemd naar de filmmaker Joris Ivens, met op het plein het Joris Ivens monument . Vroeger lag hier Parkzicht/restaurant Terminus. Een plaquette herinnert aan het overlijden van de verzetsstrijder Jan van Hoof. (De directe omgeving) van het plein staat ook bekend om de prositutie.

Het Joris Ivensplein is vernoemd naar de filmmaker Joris Ivens (George Henri Anton (Joris) Ivens (Nijmegen, 18 november 1898 – Parijs, 28 juni 1989).

Vooraf: Korenbeurs en Veemarkthallen/Parkzicht en Terminus

Het pleintje links met het ijzeren beeld met een ‘uitgeknipte’ cirkel is het Joris Ivensplein. Het plein is in de jaren 80 ontworpen.

Nadat de stadswallen werden gesloopt, kwam er een markt in het gebied tussen wat nu Kronenburgerpark is en de Oude Haven. Om het onderscheid te maken met de Grote Markt, werd deze markt in 1881 de Nieuwe Markt genoemd. Vanaf 1882 stond hier het gebouw van de Korenbeurs, welke in 1923 werd gesloten.

Op deze plaats kwamen de Veemarkthallen, die in 1939 geopend werden. Op de plek waar het Joris Ivensplein ligt, lag het voorgebouw van de Veemarkthallen, met onder andere de graanbeurs en een café-restaurant onder de naam Parkzicht. Veel Nijmegenaren zullen het gebouw nog kennen als restaurant Terminus, vernoemd naar tramremise. Lees het artikel over de Veemarkthallen en haar vervolg:

Cafe Restaurant Terminus, met op de achtergrond de Veemarkthallen, gezien vanuit de Parkweg. Gebouwd in 1938. Rechts de Nieuwe Markt, 1938 (F19205 RAN)

Terminus Parkzicht Veemarkthallen

Waar nu het Joris Ivens plein ligt, lag vroeger het gebouw dat veel Nijmegenaren nog het best zullen kennen als café restaurant Terminus. Oorspronkelijk heette het Parkzicht en was het gebouwd als gebouw voor de veemarkthallen, die daarachter lagen en waar de straatnaam “Veemarkt” nog aan herinnerd.

Lees Meer

Plaquette Jan van Hoof

Plaquette Jan van Hoof Ivensplein (september 2024)
Plaquette Jan van Hoof Ivensplein (september 2024)

Jan van Hoof (07-08-1922 en gesneuveld op 19-09-1944). Hij raakte betrokken bij het studentenverzet. Als lid van de Geheime Dienst Nederland maakte hij voor Market Garden maandenlang tekeningen van de omgeving van de Waalbrug, waaronder de locatie van de explosieven.

“Redder der Waalbrug”(?)

Mijn Gelderland: “Er is geen hard bewijs, maar men gaat ervan uit dat Van Hoof op 18 september explosieven onschadelijk maakte die aan de Waalbrug waren aangebracht door de Duitsers. Volgens het rapport, uitgebracht in 1951 door een commissie, ingesteld door het Ministerie van Oorlog, was een deel van de springladingen nog intact toen de Britten de brug innamen. Niettemin gaf men Van Hoof het voordeel van de twijfel, omdat de Duitsers wel degelijk springladingen hadden hersteld na sabotage, echter hij kan volgens het oordeel van deze commissie niet als redder van de brug worden aangemerkt. Tevens vermoedde de commissie dat de Duitsers de brug niet wilden vernielen, omdat ze deze nodig hadden voor een eventueel tegenoffensief”

Overlijden bij Nieuwe Markt

Op 19 september geeft Jan van Hoof tekeningen af over Duitse versterkingen bij de Waalbrug. Hij vertrekt die middag met een Britse verkenningswagen van de Royal Engineers om hen door de binnenstad te gidsen. Op de Nieuwe Markt wordt wagen, waarin lance-sergeant W.T. Berry en guardsman A. Shaw zitten, in brand geschoten. Jan van Hoof wordt van de wagen geslingerd. Daarop wordt hij door de Duitsers mishandeld en om het leven gebracht.

Zie voor het verhaal van Jan van Hoof wikipedia (tevens bron) en het uitgebreide artikel op Noviomagus.

Het bijschrift bij GN10006 vertelt dat Jan van Hoof 4 keer is begraven:

  • een noodgraf in het Kronenburgerpark
  • op Rustoord,
  • een herbegrafenis met militaire eer op de R.K. Begraafplaats Daalseweg
  • in 1971: na ruiming van een gedeelte van deze begraafplaats, op de gemeentelijke begraafplaats Vredehof aan de Weg door Jonkerbosch.

Zoals onder andere Noviomagus vertelt, is de steen een aantal malen verplaatst. Daarbij is in de loop der jaren de oorspronkelijke plaquette vervangen door een identieke nieuwe.

In een artikel van de Gelderlander uit 2017 vertelt een ooggetuige dat hij Jan van Hoof heeft zien sterven. De tegel ligt net op de verkeerde plek.

Onthulling gedenkteken voor Jan van Hoof op de Nieuwe Markt voor Terminus en Veemarkthallen. Tekst op de gedenksteen: 'Hier viel Jan van Hoof Redder der Waalbrug 19-9-1944'. Rechts op de foto Vader van Hoof, verder v.r.n.l. zijn echtgenote (in witte overjas), twee dochters en een zoon, 1945, (F71036 RAN)
Onthulling gedenkteken voor Jan van Hoof op de Nieuwe Markt voor Terminus en Veemarkthallen. Tekst op de gedenksteen: ‘Hier viel Jan van Hoof Redder der Waalbrug 19-9-1944’. Rechts op de foto Vader van Hoof, verder v.r.n.l. zijn echtgenote (in witte overjas), twee dochters en een zoon, 1945, (F71036 RAN)

Prostitutie

In 1970 begon de prostitutie aan de Nieuwe Markt en de Lange Hezelstraat (Het vrije volk: democratisch-socialistisch dagblad, 6-8-1971); waarschijnlijk wordt met de Lange Hezelstraat het stuk bedoeld dat tegenover het huidige Joris Ivensplein ligt. Daarvoor waren een aantal huizen opgekocht. “Grootste trekpleister is het groene en rode neonlicht dat soms drie prostituées tegelijk verlicht achter een groot raam van een huis, dat vroeger meisjesstudenten onderdak verschafte.” Vooral op de zomeravonden is het ’s avond druk, wanneer vrouwen op de stoep staan. In 1971 is de vraag voor hoe lang, aangezien in de reconstructieplannen van de Benedenstad de Nieuwe Markt zal moeten verdwijnen.

Bovendien was vanaf de jaren 70 de tippelzone in het Kronenburgerpark. In de loop van de jaren 80 veranderde dit, doordat prostituanten in hun auto bleven zitten en een rondje gingen rijden van Stieltjesstraat, Vredestraat en Kronenburgersingel.

In 1983 wordt bekend dat de prostitutie zal moeten verdwijnen, omdat deze bij de renovatie van de Benedenstad middenin een woonwijk is terecht gekomen. De nieuwe locatie zal nu de Nieuwe Marktstraat worden, waar 50 prostituees zullen komen te werken. Dit tot ontsteltenis van de school die aan dezelfde straat ligt. (De Telegraaf, 30-6-1983)

De exploitanten spannen ondertussen een kort geding aan, omdat “ten oosten van de Nieuwe Markt in de Nijmeegse Benedenstad een woonerf met een parkeervergunningensysteem is aangelegd”. (Het Parool, 10-1-1984)

Welke straat hiermee precies bedoeld wordt, is nog niet geheel duidelijk: de Gravendal/Karthuizerhof of het afsluiten van het noordelijk gedeelte van de Nieuwe Markt? In ieder geval kunnen klanten geen rondje meer rijden. En wanneer “ze tenslotte toch een keus hebben gemaakt, vinden ze bij terugkomst van hun bezoek een bon op de voorruit.” Uiteindelijk wordt de huidige locatie aan de Nieuwe Markt de enige locatie waar nog raamprostitutie is toegestaan. Het aantal kamers is intussen sterk verminderd: waar het er voorheen 70, in 2018 zijn er nog maar 14 kamers. (De Gelderlander)

Nadat de tippelzone in de Stieltjesstraat en Vredestraat heeft gezeten, komt er in 1993 een afwerkplek in de Nieuwe Marktstraat. In 2000 komt hier de tippelzone. Het doel van de loods is het beperken van overlast en het zorg bieden aan prostituees.

Joris Ivensplein

Het plein wat op dat moment in aanleg is, word vernoemd naar Joris Ivens. De gemeenteraad van Nijmegen neemt in een bijzondere vergadering op 4-10-1988 het officiële besluit, in aanwezigheid van Ivens zelf en zijn vrouw Marceline Loridan. Wel komt Ivens in juni 1989, nog voor het plein in gebruik is.

Joris Ivens Momument, Bas Maters

Joris Ivens Monument, Bas Maters

In 1990 maakte Bas Maters het monument voor de filmmaker Joris Ivensplein op het Joris Ivensplein. Het lijkt alsof het ronde gat is uitgesneden en aan luik is vastgemaakt. Dat heeft te maken met dat Ivens een filmmaker was: het verwijst naar het oog van een camera. Het openstaande gat onderaan kan als een deur…

Lees Meer

Paviljoen op Joris Ivensplein

Joris Ivensplein met op voorgrond eethuis/café en op achtergrond Joris Ivens monument, september 2023
Joris Ivensplein met op voorgrond eethuis/café en op achtergrond Joris Ivens monument, september 2023

Ook staat er op het plein een horecapaviljoen met een groot overhangend dak, oorspronkelijk een chinees. Dit is ontworpen door Bas Maters en de architect J. Wienbelt en geopend in 1993.

Het Joris Ivensplein nu

Vooral ’s avonds is er regelmatig sprake van overlast van straatprostitutie, alcohol- en drugsoverlast, rondscheurende auto’s en hangjongeren.

Inmiddels heeft de gemeente een aantal maatregelen genomen als het plaatsen van camera’s met meer mogelijkheden, het inzetten van coaches en jongeren die ingezet worden als “sleutelfiguren”. Bewoners maken een wekelijkse wandeling door het Kronenburgerpark en het Joris Ivensplein.

Daarbij heeft de gemeente de twee horecazaken gesloten, omdat deze een grote rol speelden in het aantrekken van overlastgevers. In juli 2024 heeft de gemeente het paviljoen gekocht. Dan is nog niet duidelijk wat ermee gaat gebeuren: sloop of eerst een tijdelijke invulling (De Gelderlander)

Nimmarama

Nimmarama op Joris Ivensplein (juli 2025)
Nimmarama op Joris Ivensplein (juli 2025)

In juli 2025 is het project Nimmarama in het paviljoen geopend “Nimmarama laat Nijmegen zien door de ogen van haar eigen inwoners. Iedereen mag meedoen – van amateurfotograaf tot professional. Nimmarama projecteert oprechte beelden, van vroeger en van vandaag, en laat zo zien hoe Nijmegenaren de stad echt beleven.”. Zie hun website: https://www.nimmarama.nl/

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Lange_Hezelstraat

http://www.noviomagus.nl/vrijspp3.htm

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Marktwezen

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Juni_1993 (niet meer beschikbaar)

https://www.cobouw.nl/bouwbreed/nieuws/1993/7/horeca-paviljoen-in-nijmegen-101189206

https://nl.wikipedia.org/wiki/Joris_Ivensplein_(Nijmegen)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Joris_Ivens

https://nl.wikipedia.org/wiki/Prostitutie_in_Nijmegen

https://www.gld.nl/nieuws/7385340/omwonenden-nijmeegse-ivensplein-zijn-overlast-zat

https://www.gld.nl/nieuws/7399352/overlast-centrum-nijmegen-niet-makkelijk-op-te-lossen-zegt-bruls

https://www.bd.nl/video/productie/overlast-op-het-joris-ivensplein-in-nijmegen-301126-301126

https://www.gld.nl/nieuws/7951760/overlast-ivensplein-en-kronenburgpark-neemt-af-zegt-gemeente

https://www.gelderlander.nl/nijmegen/een-wandeling-als-wapen-tegen-overlast-hoe-nijmeegse-buurtbewoners-samen-het-kronenburgerpark-terugclaimen~ad49a20a/

Het pand van F.J. van Pelt, oliën en vetten (nr. 47), gezien vanaf de Priemstraat. Links naar de Oude Haven, 1952 (Fotopersbureau Gelderland via F19047 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
#Nijmegen, Benedenstad, Gebouw van de dag

Lage Markt 47

Het pand van F.J. van Pelt, oliën en vetten (nr. 47), gezien vanaf de Priemstraat. Links naar de Oude Haven, 1952 (Fotopersbureau Gelderland via F19047 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
Het pand van F.J. van Pelt, oliën en vetten (nr. 47), gezien vanaf de Priemstraat. Links naar de Oude Haven, 1952 (Fotopersbureau Gelderland via F19047 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)

Op de Lage Markt 47 zijn alweer jarenlang horeca zaken gevestigd. In dit pand heeft vele jaren de Firma F.J. van Pelt gezeten, welke machine-onderdelen, gas en lasbenodigheden verkocht. Het bedrijf werd echter in 1785 opgericht als apotheek.

Advertentie Emser pastilles, verkrijgbaar bij F.J. van Pelt (PGNC 8/2/1871)
Advertentie Emser pastilles, verkrijgbaar bij F.J. van Pelt (PGNC 8/2/1871)

F.J. van Pelt werd in 1785 als apotheek opgericht. “In die tijd verkocht Van Pelt ook al oliën en vetten, drijfriemen, appendages, carbid, teerproducten, pakkingen en rubber.” (Turntech)

Van Pelt op Lage Markt D No. 18, Bevolkingregister 1880
Ferdinand Jan vn Pelt, apotheker, op Lage Markt D No. 18, Bevolkingregister 1880

Welke F.J. dit is, is mij (RE) nog onbekend. Wel is er een Ferdinand Jan van Pelt op Nijmegen D224 Lage Markt in het Bevolkingsregister van 1820. Of dit het huidige Lage Markt 47 is, is mij eveneens niet bekend. Van Pelt is “apothecar” van beroep en 24 jaar oud. Ook is er in het Bevolkingsregister van 1880 een Ferdinand Jan van Pelt, geboren op 29-8-1815 met als beroep “Apotheker”, dan op Lage Markt D. Nr. 18. Hier heeft het “blauwe potlood” op een later tijdstip in de Aanmerkingen “47” geschreven.

In ieder geval is het in een advertentie in De Gelderlander 12/2/1897 Firma F.J. van Pelt.

Op 28-1-1908 krijgt Firma T.J. van Pelt, vergunning voor het ”oprichten van eene door gaskracht gedreven inrichting voor het bereiden van verf en het maken van specerijen in het perceel aan de Lage Markt No. 47, Kadastraal bekend Nijmegen, Sectie C, No. 5878”. (PGNC 4/2/1908)

Drogisterij Firma F.J. van Pelt

Advertentie Firma F.J. van Pelt, Lage Markt No. 47 en K. Hezelstraat No. 21 (De Gelderlander 26/11/1911)
Advertentie Firma F.J. van Pelt, Lage Markt No. 47 en K. Hezelstraat No. 21 (De Gelderlander 26/11/1911)

De Firma F.J. van Pelt plaatst in De Gelderlander 26/11/1911 een advertentie. In ieder geval is het op dat moment een drogist. Met naast de Lage Markt No. 47 de K. Hezelstraat No. 21 als adres.

W.A. Koolwijk, Bevolkingsregister 1910
W.A. Koolwijk, Bevolkingsregister 1910

In ieder geval lijkt rond 1912 alleen de naam Firma F.J. van Pelt naar de familie van Pelt te verwijzen: dan staat W.A. v. Koolwijk, Drogist op dit adres, in ieder geval tot en met Adresboek 1920. Daarnaast komt Firma F.J. van Pelt voor op Stikke Hezelstraat 28.

Wilhelm Antoon van Koolwijk

W.A. v. Koolwijk betreft Wilhelm (soms Wilhelmus) Antoon van Koolwijk (17-4–1877 Ewijk). Hij is de zoon van Henricus van Koolwijk Hendrikzoon (1826 Ewijk – 26-7-1899) en Hendrica Bonaventura Hubertina van Pelt (14-7-1841 Nijmegen – 1922). Zijn vader was van 1879-1898 burgemeester van Koolwijk en daarnaast rentmeester van Doddendaal. Van Koolwijk en van Pelt zouden 6 kinderen krijgen (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis; overlijdensadvertentie van Koolwijk De Gelderlander 27/9/1899). (Hoewel nog niet verder onderzocht welke familieleden van Koolwijks het exact betreft, zullen de van Koolwijks die in het Bevolkingsregister in 1880 bij de van Pelts voorkomen waarschijnlijk geen “dienstbode” zijn uit armoede).

Zijn moeder komt als weduwe tijdelijk inwonen: van 21-11-1917 wanneer ze afkomstig is uit Appeltern, tot 25-2-1918 wanneer ze verhuist naar Elisabeth’s Rustoord in Grave. Zij zal in 1922 komen te overlijden.

In het Bevolkingsregister komt hij van Koolwijk voor met als beroep “drogist”. Het adres is L. Hezelstraat 113, welke op een later tijdstip (1-1-1921) is doorgehaald en vervangen door v. Oldenbarneveldtstraat 24. Van Koolwijk is getrouwd met Louis Francisca Johanna Terwindt (29-4-1877 Pannerden)

Het particulier adres van van Koolwijk is volgens de Adresboeken tot 1916 Kerkstraat 80, daarna tot 1920 Oldenbarneveldtstraat 24; waarschijnlijk is een verhuizing naar de Kerkstraat niet in het Bevolkingsregister doorgekomen.

Drogisterij

Een mooie, oude pui van een winkel die onder andere Persil verkoopt. Het pand bestaat anno 2022 nog maar de houten pui is verdwenen. Links zien we nog een deel van de winkel van van Pelt die op reclame-uitingen zijn winkel de aanduiding meegaf: "Drogerij, specerijen en verfwaren", Lage Markt 49 -53, 1915- 1925 (F19020 RAN)
Een mooie, oude pui van een winkel die onder andere Persil verkoopt. Het pand bestaat anno 2022 nog maar de houten pui is verdwenen. Links zien we nog een deel van de winkel van van Pelt die op reclame-uitingen zijn winkel de aanduiding meegaf: “Drogerij, specerijen en verfwaren”, Lage Markt 49 -53, 1915- 1925 (F19020 RAN)

Ook in De Gelderlander 24/4/1920 is het nog een drogisterij op dezelfde 2 adressen, wanneer het Van Pelt’s Haarwater aanprijst: “Geen grijze haren meer!”

In het Adresboek 1914-1915 staan meerdere advertenties van de Nijmeegsche Oliehandel “WEKA”, firma F.J. van Pelt, Lage Markt 47. Onder andere:

  • Collingspatentas-olie
  • Drijfriemen, Kernleder, Chroomleder, Kameelhaar, Balata en Katoen
  • Machinepakking “Asbest”, Gummi- en Klingerith-plaat, enz.
  • Centrifuge-oliën
  • Consistentvet, Wagenvet, Vaseline, Leder- en Hoefsmeer
  • Diverse Auto-oliën
  • Diverse Russische machine-oliën

Rond 1922 is er mogelijk “iets” gebeurd:

  • Dan komt op de Lage Markt de Nijmeegsche Oliehandel “WEKA” Firma F.J. van Pelt voor (1922); en tevens als “drijfriemenfabriek” (in ieder geval van 1922- 1938). Daarnaast Machine-onderdeelen-depôt N.V. G. Dikkers & Co., Hengelo (1928, 1932) en Machinekamer-behoeften (1932, 1947)
  • Op Stikke Hezelstraat 30 is vanaf 1922 J.H.L.H. van Pelt, apotheker te vinden. Wat de relatie tot van Koolwijk of de Firma is, is niet bekend.
advertentie Dikkers afsluiters Firma van Pelt (De Gelderlander 17/11/1928)
advertentie Dikkers afsluiters Firma van Pelt (De Gelderlander 17/11/1928)

Op de opslagplaats is op F19020 nog te lezen: “Auto-oliën”. Waarschijnlijk staat er op de gevel een verwijzing naar: “Machine-onderdeelen-depôt N.V. G. Dikkers & Co., Hengelo. Fa. F.J. v. Pelt, Lage Markt”  (Adresboek 1928).

De laatste tot nu toe gevonden vermelding van de Lage Markt als (tevens) een “drogerij” is in Adresboek 1924. Echter: Firma F.J. v. Pelt komt met een advertentie voor “Glansverf” zowel voor op Lage Markt No. 47 als Korte Hezelstraat 28 in De Gelderlander 16/7/1927.

In 1948 en 1966 komt de Firma voor als lasbenodigdheden en gasverkoper.

Gas

De opslagplaats van de firma F.J. van Pelt, Lage  Markt 49, 1955 (F19561 RAN)
De opslagplaats van de firma F.J. van Pelt, Lage Markt 49, 1955 (F19561 RAN)
Het binnenplaatsje van de Oliehandel Van Pelt , met de verborgen St. Antonispoort, Lage Markt, 1960 (Fotopersbureau Gelderland via F19044 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
Het binnenplaatsje van de Oliehandel Van Pelt , met de verborgen St. Antonispoort, Lage Markt, 1960 (Fotopersbureau Gelderland via F19044 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)

“Gevestigd aan de Lage Markt 47 in Nijmegen werden rond 1930 de eerste gasflessen verkocht met o.a. zuurstof van Hoek’s Oxigenium en Shell Propaan gasflessen. Later kwamen daar andere technische en medische gassen bij.” (Turntech)

Een foto “Firma van der Pelt (zaak in butagas flessen)” uit 1970 is te zien op F63939 RAN

NaamOmschrijvingAdresGevonden Adresboeken
F.J. van PeltApothekerLage Markt, 181887
W.A. v. KoolwijkDrogist, firma F.J. van PeltLage Markt 47, part. Adres: Kerkstraat 80, Hees; ook onder “Drogerijen en ververijen”1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916
Firma F.J. van Pelt Lage Markt 47 en Stikke Hezelstraat 281913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1916
W.A. v. KoolwijkDrogist, firma F. J. van PeltLage Markt 47, part. Adres. V. Oldenbarneveldstraat 241916, 1920
Firma F.J. van PeltDrogerijenLage markt 471922, 1924
Nijmeegsche Oliehandel “WEKA” Firma F.J. van PeltImporteurs en Fabrikanten van Machine Oliën en Vetten -Machinepakking en AppendageLage Markt1922
J.H.L.H. van PeltApothekerStikke Hezelstraat 301922, 1924, 1930, 1932
Fa. F.J. v. PeltDrijfriemenfabriek; 1928: (Chroom en Kern)Lage markt 471926, 1928 (ook 47a), 1932, 1934, 1936, 1938
Fa. F.J. v. PeltMachine-onderdeelen-depôt N.V. G. Dikkers & Co., HengeloLage Markt1928, 1932
Fa. F.J. v. PeltMachinekamer-behoeftenLage Markt 471932, 1947
Firma F.J. van PeltLasbenodigdheden Zuurstof-Gas-Carbid Reduceerventielen Slangen; 1966: Specialisten op Lasgebied, Hoofddepot: Shell-Propagas-Zuurstof en GasLage Markt 471948, 1966

Verhuizing

“Van Pelt verhuisde in 1974 naar de Hogelandseweg 3 te Nijmegen waar het gassenassortiment fors uitgebreid kon worden. Van Pelt was in de jaren erna Hoekloos gasdealer. Hoekloos werd overgenomen door Linde Gas en vanaf dat moment was Van Pelt Gas verkooppunt van Linde Gas.

In 2010 werd de firma overgenomen door H. Post Nijmegen en verhuisde naar de Hogelandseweg 25 in Nijmegen. Op de Hogelandsweg 25 heeft van Pelt in 2011 een nieuw gasdepot geopend met meer ruimte voor de technische gassen. Daarnaast kreeg het een eigen propaan gasvulstation zodat eigen gasflessen ge- en hervuld konden worden.”

Per 1-1-2024 is Van Pelt Gas overgenomen door TurnTech BV. (Turntech)

Vervolg: horeca de Firma en Ultimo

Het vervolg is nog niet uitputtende onderzocht. Wel hebben er na de verhuizing van van Pelt een aantal horeca zaken in het pand gezeten. Een bekende was de “Firma”, die hier vanaf 2012 zat. De eigenaar was Bas Hoebink. “We pionierden, serveerden kleine gerechtjes om samen te delen, dat was nieuw voor Nijmegen.” In 2019 geeft hij aan dat hij met deze zaak zal stoppen (De Gelderlander, met een mooi interview).

Dan wordt de zaak overgenomen door zijn broer Pepijn, die hier Ultimo Restaurant & Wijnbar vestigt. Deze horeca zaak bestaat nog steeds (juli 2025).

Rijksmonument

Achterzijde van woningen en bedrijfspanden aan de Lage Markt met links Touwslagerij Reijnen, gezien vanaf de kade. Op de voorgrond de vroegere Waalwal met de opslag van vaten met afgewerkte olie van de firma van Pelt, 1955 (Jeroen van Lith via D975 RAN CC0 vens Auteursrechthouder)
Achterzijde van woningen en bedrijfspanden aan de Lage Markt met links Touwslagerij Reijnen, gezien vanaf de kade. Op de voorgrond de vroegere Waalwal met de opslag van vaten met afgewerkte olie van de firma van Pelt, 1955 (Jeroen van Lith via D975 RAN CC0 vens Auteursrechthouder)

Lage Markt 47 is een Rijksmonument met als omschrijving:

“Pand met twee verdiepingen en schilddak, dat aan de achterzijde aansluit tegen een puntgevel. In de gepleisterde muren vorkankers. 17e eeuw. Achterhuis onder schilddak aan de Waalkade.”

(Overige) Bronnen en verder lezen

Pijkestraat 1 verbouwing Estourgie
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Pijkestraat 1, monument van architect Estourgie

Pijkestraat 1 verbouwing Estourgie
Pijkestraat 1 verbouwing Estourgie (oktober 2022)

In 1936 is dit pand grondig verbouwd naar een ontwerp van Charles Estourgie. Een gedeelte van de bouwtekening staat hier onder “Ontwerp voor een garage, bovenwoning & Magazijnen voor de Frima Gebr Janssen”. Daarbij wordt gesproken van een “Drukkerij verbouwing”. De datering van onderstaande tekening is van april 1936; in het bouwdossier staat een tekening van een andere voorgevel, “behoort bij de bouwvergunning-aanvrage dd 19 juni 1935”.

De Gebroeders Janssen “hadden meerdere panden in de Pijkestraat in bezit als pakhuis/magazijn. Achter deze huizen, tegenwoordig Pijkestraat 27, lag Drukkerij Gebr. Janssen.” (Gemeentelijke Monumentenlijst, met uitgebreide beschrijving van het pand)

Gedeelte Bouwtekening verbouwing 1935

Afgaande op de bouwvergunning aanvraag is het gebouw in 1913 vernieuwd naar een ontwerp van J.C. Hermans. Op dat moment heette de straat nog Pikkegas (in 1926 veranderd naar Pijkestraat). In de adresboeken 1912-1913 t/m 1915-1916 staat als omschrijving ‘pakhuis’, en daarnaast in ieder geval ook in 1922, 1924, 1932, 1934.

Het is mij nog onbekend of het een verbouwing betreft of dat naar het ontwerp van Estourgie een geheel nieuw gebouw is neergezet.

Andere gebruikers:

Advertentie Bestelhuis Pijkestraat blijft geopend (De Gelderlander 2/3/1953)
Advertentie Bestelhuis Pijkestraat blijft geopend (De Gelderlander 2/3/1953)
Advertentie Bestelhuis de Klok naar Regulierstraat 66 (De Gelderlander 2/3/1953)
Advertentie Bestelhuis de Klok naar Regulierstraat 66 (De Gelderlander 2/3/1953)

Of en hoe lang de Gebroeders Janssen zelf gebruik hebben gemaakt van het pand is nog niet bekend.

Al in 1938 komt op dit adres de expediteur J.M. Linders voor. Hij komt daarna nog voor in de adresboeken tot 1955. Wel verschijnen er in De Gelderlander 2/3/1953 2 advertenties, op dezelfde pagina:

  • Bestelhuis Pijkestraat blijft, nu ten name van J.M. Linders
  • Bestelhuis de Klok is verhuisd naar Regulierstraat 66

In De Gelderlander 22/2/1954 staat een advertentie dat op dit adres het Bestelcentrum Centrum zich heeft gevestigd.

NaamOmschrijvingAdresboek
A.L.A. Mulderslager1916
J.M. Lindersexpediteur1938, 1940, 1948, 1955
F.G. Lindersbehangersknecht1938
Bestelhuis ‘De Klok’expediteur1948
H.P. van der Braakmachinebankwerker1959
A..J. van der Velden, geb. Vos1968
Advertentie Bestelhuis Centrum naar Pijkestraat 1 (De Gelderlander 22/2/1954)
Advertentie Bestelhuis Centrum naar Pijkestraat 1 (De Gelderlander 22/2/1954)

Gemeentelijk Monument

Het gebouw is een Gemeentelijk Monument met als waardering:
“Het pand is van architectuurhistorische waarde als gaaf voorbeeld van een magazijn met woongedeelte en garage uit de twintigste eeuw in expressionistische stijl. Verder is het van belang als voorbeeld van het oeuvre van de Nijmeegse landelijk bekende architect Charles Estourgie.

Het pand is van stedenbouwkundige waarde vanwege zijn opvallende positie bovenaan de Pijkestraat, met degevelopening ten behoeve van de garage-ingang. Tegelijkertijd voegt het pand zich goed in de schaal van de straatwand, mede vanwege de behouden historische perceelsgrenzen. Als woonhuis met bedrijfsgedeelte toont het pand de ontwikkeling van de middenstand aan de rand van het stadscentrum in de periode tussen de twee Wereldoorlogen. Dat verleent het pand cultuurhistorische
waarde.”

Bronvermelding

https://app4.nijmegen.nl/DGD2/BouwArchief/Documenten/0268200000029055?zaakDossierId=B12.009552

https://app4.nijmegen.nl/DGD2/BouwArchief/Documenten/0268200000029055?zaakDossierId=B12.003014

https://gaypnt.home.xs4all.nl/straatnamen/P.html

https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=3-1&index=7&imgid=2098732066&id=2096997753

https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=3-1&index=9&imgid=2099057923&id=2096998486

Charles Estourgie en Charles Estourgie Jr

Charles Marie Francois Henri Estourgie (23 juni 1884 Amsterdam, 26 augustus 1950 Nijmegen) Charles Marie François Henri Estourgie (Amsterdam, 23…

De Gouden Engel van Teeseling

Op de hoek van de Parkweg en Pijkestraat staat het beeld van de Gouden Engel. Beeldhouwer Fred van Teeseling liet…

Het fraaie pand van het melkhuis van B.J. Wildenbeest in art-decostijl ontworpen door Oscar Leeuw. Het pand overleefde de oorlog niet: het werd door de terugtrekkende Duitsers in brand gestoken, St. Jorisstraat 1, 1899 - 1900 (F17705 RAN)
Gebouw van de dag

Melkerij Lent

Kelfkensbosch 18 (Kelfkensbos 18), 1899

Het fraaie pand van het melkhuis van B.J. Wildenbeest in art-decostijl ontworpen door Oscar Leeuw. Het pand overleefde de oorlog niet: het werd door de terugtrekkende Duitsers in brand gestoken, St. Jorisstraat 1, 1899 - 1900 (F17705 RAN)
Het fraaie pand van het melkhuis van B.J. Wildenbeest in art-decostijl ontworpen door Oscar Leeuw. Het pand overleefde de oorlog niet: het werd door de terugtrekkende Duitsers in brand gestoken, St. Jorisstraat 1, 1899 – 1900 (F17705 RAN)

In 1899 opent Wildenbeest een stoomzuivelfabriek en melksalon: de Melkerij Lent. Vooral de salon krijgt veel aandacht, zowel vanuit het publiek als vanuit de architecturale wereld. Dit gebouw is ontworpen door de architect Oscar Leeuw, waarbij zijn broer Henri Leeuw voor decoratieve elementen zorgde. Het gebouw viel op door zijn opmerkelijke architectuur en de vele en felle kleuren.

Voorgeschiedenis

Uit een gevonden advertentie uit 1890 blijkt, dat er op dat moment de “Melkerij Lent” van Wildenbeest al bestond, die in PGNC 4/5/1890 spreekt over “een uitbreiding”.

Advertentie PGNC 4/5/1890

Oorspronkelijk is het een melkhandel in de buurt van “Het Witte Huis” in Lent van Wildenbeest. (Historische Kring Bemmel, 2002). Het is mij onbekend welke Wildenbeest dit precies betreft: senior, de houder van het bekende logement Lent of zijn zoon, die Melkerij Lent in Nijmegen zal openen.

In 1895 opent Bernardus Johannes Wildenbeest een drankhandel in de Lange Hezelstraat. Daarna opent hij in dezelfde straat een melkfabriek: Melkerij Lent.

In 1899 opent Wildenbeest een stoomzuivelfabriek en melksalon. Vooral het laatste trekt veel aandacht. Dit gebouw is ontworpen door de architect Oscar Leeuw, waarbij zijn broer Henri Leeuw voor decoratieve elementen zorgde. Het gebouw viel op door zijn opmerkelijke architectuur en de vele en felle kleuren.

Aandacht

Melkerij Lent 1899 van B. Wildenbeest, architect was Oscar Leeuw
Melkerij Lent, op 8 november 1899 door Bernardus Johannes Wildenbeest (zoon van de eigenaar van Hotel Lent) geopende melkinrichting in een door Oscar Leeuw ontworpen pand op de hoek met het Kelfkensbosch. Uiterst rechts nog net zichtbaar het klooster van de broeders van Maastricht, 1915-1930 (RAN GN2885)

Het gebouw kreeg veel aandacht door de opmerkelijke architectuur met veel kleuren. Niet alleen van publiek, maar ook van de architectuurwereld. Deze publiciteit was natuurlijk goed voor de omzet van de Melkerij. (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis).

De Gelderlander 8/11/1899 noemt dat de gevierde bouwmeester Jos. Cuypers“er zijn bijzondere ingenomenheid mee betuigde en verzocht het “Melkhuis” zoowel uit- als inwendig te mogen doen photographeeren, ten behoeve van het weekblad de “Architect”. Het Bouwkundig Weekblad plaatst een afbeelding (Het Vaderland 10-12-1901)

Daarbij was er ook internationale aandacht: “Ten bewijze dat de arbeid onzer ijverige Nijmeegsche bouwmeesters ook in het buitenland de aandacht trekt, achten wij het niet zonder belang, mee te deelen dat twee buitenlandsche tijdschriften L’art décoratif en Die Kunst bijna gelijktijdg uitvoerige afbeeldingen geven van het “Melkhuis” van den heer Wildenbeest op het Kelfensbosch.” (De Gelderlander 8/7/1900) Afgaande op dit artikel, blijkt L’art décoratif vooral het gebruik van de bouwkundige en sierende mogelijkheden van baksteen te behandelen. Die Kunst heeft het vooral over de inwendige versiering met gebeitst hout en decoratieve panelen, die “zij hooglijk prijst”.

Bij de opening

	Detail van het fraaie pand van het melkhuis van B.J. Wildenbeest in art-decostijl ontworpen door Oscar Leeuw. Het pand overleefde de oorlog niet: het werd door de terugtrekkende Duitsers in brand gestoken, St. Jorisstraat 1/Kelfkensbos 1899-1900 (F17706 RAN)
Detail van het fraaie pand van het melkhuis van B.J. Wildenbeest in art-decostijl ontworpen door Oscar Leeuw. Het pand overleefde de oorlog niet: het werd door de terugtrekkende Duitsers in brand gestoken, St. Jorisstraat 1, 1899-1900 (F17706 RAN)

Zowel het PGNC als de Gelderlander schrijven een uitgebreid artikel bij de opening. Hieronder staat die van het PGNC 8/11/1899 weergegeven:

“De “Melkinrichting Lent” van den heer B. Wildenbeest alhier heeft heden haar nieuwe gebouw aan het Kelfkensbosch voor het publiek geopend. Wat heeft het langen tijd achter een schutting verborgen de nieuwsgierigheid der voorbijgangers gaande gemaakt en, toen de gevel eenmaal vrijkwam, de attentie getrokken! Wij weten, dat niet ieder een bewonderaar is van dezen stijl- maar het is eene eigenaardigheid van de menschen dat alles wat afwijkt van het gewone, niet aanstonds aller onverdeelde sympathie heeft. En toch, in deze schilderachtige omgeving doet dit fleurige, kleurige huisje met zijn eenigzins landelijk karakter een zeer aardig effect. Straks- als de nog ietwat helle kleuren door zon en regen wat zullen zijn verbleekt- en het geheel zich wat minder scherp zal afteekenen tegen het overwegend grijze der omliggende panden, zal het een sieraad van het Kelfkensbosch worden. Ook de vorm geeft eene zekere aantrekkelijkheid aan het geheel en legt een gunstig getuigenis af van de vindingrijkheid en fantasie van den architect den heer Oscar Leeuw.

interieur van het melkrestaurant,1898-1899 (reproductie uit Dekorative Kunst III, Fotoarchief Prof. dr. E.F. van der Grinten via RAN F79057) Architect Oscar Leeuw met medewerking Henri Leeuw
interieur van het melkrestaurant,1898-1899 (reproductie uit Dekorative Kunst III, Fotoarchief Prof. dr. E.F. van der Grinten via RAN F79057) Architect Oscar Leeuw met medewerking Henri Leeuw

Is aan het uitwendige van dit gebouwtje veel zorg besteed- het interieur werd er niet door verontachtzaamd. Het beneden-gedeelte, dat ingericht is als melksalon, is een bezoek overwaard. In de eerste plaats heeft men er een zitje, zóó mooi, dat wij- n’en déplaise de geheelonthouders- het bijna jammer vinden dat dezen melksalon niet tevens een Bodega is. Maar ook alles wat men hier ziet doet het oog aangenaam aan. Het lokaal is betimmerd met een in verschillende kleuren gebeitste hooge lambrizeering, en ornamenteel beschilderd. Daar boven, in een streng gestyleerde omlijsting een Weiland met koeien, als wandschilden behandeld door den heer H. Leeuw Jr., wier talent wij hier niet speciaal behoeven te roemen. Ook hij ontwierp het overige ornamenteele schilderwerk, o.a. voor het plafond, dat met smaak en talent is uitgevoerd door den heer F.D. Teeuwissen, mr. schilder alhier. Het ameublement is in denzelfden stijl gehouden, eveneens van gebeitst hout en vervaardigd door de heeren Reichold en Put.

Een werk als dit behoort niet tot de gewone, doch vereischt bijzondere zaakkennis en groote toewiijding van den aannemer. Daaraan heeft het den heer L. v. Benthem blijkbaar niet ontbroken en hem komt daarvoor zeker alle lof toe.

Ten slotte vermelden wij nog, dat de fraaie hardsteen van den gevel geleverd is door de firma Euwens alhier.

De Gelderlander 1/9/1899

De melksalon van den heer Wildenbeest zal, wij zijn er zeker van, vele bezoekers trekken, doch dat is het doel harer stichting niet alléén. Zij is als het ware de étiquette van wat daarachter ligt: de melkinrichting. Ook die is geheel naar de eischen des tijds ingericht. Men verwachte ons geene uitvoerige beschrijving van het pasteuriseeren der melk, waardoor ze voor het gebruik geheel onschadelijk wordt gemaakt. Wij meenen te volstaan, dat hier alle nieuwste machinerieën voorhanden zijn en de melk, de flesschen en alles wat tot dit bedrijf behoort, met echt Hollandsche zindelijkheid worden behandeld. Dr. Heijer heeft hier voor het geregeld bacteriologisch onderzoek der melk een goed ingericht laboratorium te zijner beschikking. Ook trekt hier eene fraaie kleine stoommachine met omkleeden ketel zeer de aandacht, te meer omdat zij te dezer stede bij de firma T.H. Wiegerink en Co. vervaardigd is.

Kelfkensbos gezien richting St.Jorisstraat. Met links op de achtergrond Melkerij Lent met melksalon. Rechts de afslag naar de Hertogstraat, 1911 (Dr. Jan Brinkhoff via D323 RAN)
Kelfkensbos gezien richting St.Jorisstraat. Met links op de achtergrond Melkerij Lent met melksalon. Rechts de afslag naar de Hertogstraat, 1911 (Dr. Jan Brinkhoff via D323 RAN)

De inrichting van den heer Wildenbeest is thans geheel op de hoogte van den tijd en omdat goede en gezonde melk van zóóveel belang is voor de gezondheid van kinderen en zwakken, houde men ons ten goede, dat wij uitvoeriger dan gewoonlijk een particuliere onderneming onder onze nieuwsberichten behandelden. Wie er nog meer van wil weten, bezoeke zelf den heer Wildenbeest, die gaarne bereid is belangstellenden zijne interessante inrichting te laten zien.” (PGNC 8/11/1899)

Vervolg

Advertentie Melkerij Lent PGNC 29/6/1927
Advertentie Melkerij Lent (PGNC 29/6/1927)

Zie voor een verdere geschiedenis van Melkerij Lent https://nl.wikipedia.org/wiki/Melkerij_Lent

In ieder geval is het pand aan de St. Jorisstraat in 1927 nog de “Winkel” van de Coöp. Nijm. Melkrinrichting Melkerij “Lent”. wikipedia “18 december 1928 was de laatste dag dat melk verkocht werd in de melksalon van de Melkerij Lent aan het Kelfkensbos (St. Jorisstraat).”

In september 1944 werd het pand door terugtrekkende Duitse troepen in brand gestoken.

Oscar Leeuw, architect

Oscar Leeuw is een van de belangrijkste architecten van Nijmegen. Bekende werken van hem zijn onder de synagoge, museum Kam…

Kelfkensbos

Het Kelfkensbos is vernoemd naar het Kalverbosch; kelfke is Nijmeegs voor kalf. Onder het plein bevindt zich een parkeergarage. Het…

Badhuis Koolemans Beijnenstraat Daalseweg. Badhuis geopend in 1928 architectuur Dienst Gemeentewerken Nijmegen exploitatie door Woningvereeniging Nijmegen
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Badhuis Koolemans Beijnenstraat Daalseweg

1928, Daalseweg 262, Altrade Dienst Gemeentewerken, Rijksmonument

Voormalige Badhuis, Daalseweg 262 hoek Koolemans Beynenstraat (september 2024)
Voormalige Badhuis, Daalseweg 262 hoek Koolemans Beynenstraat (september 2024)

Het badhuis aan de Koolemans Beynenstraat / Daalseweg was het vierde badhuis van Nijmegen. Deze ging open in juli 1928. Het ontwerp was afkomstig van de Dienst Gemeentewerken. Woningvereniging Nijmegen voerde daarvan de exploitatie. In 1985 sloot het badhuis en werd het verbouwd tot theater.

Vanaf ongeveer 1900 onstonden in Nederland badhuizen: hier konden mensen tegen een (geringe) vergoeding een bad of “stortbad” (een soort douche) nemen. In deze periode was er meer aandacht gekomen voor het belang van hygiëne, gezondheid en levensstijl. De meeste badhuizen werden gebouwd in wijken met arbeiderswoningen, die meestal waren gebouwd zonder sanitair. De wekelijkse wasbeurt vond dan meestal plaats in een wasteil, waarbij een gezin zich achter elkaar in hetzelfde water waste en waarbij het water steeds een beetje grijzer werd.

Badhuis voor nieuwe woonwijk en Spoorbuurt

Het badhuis aan de Koolemans Beynenstraat / Daalseweg was het vierde badhuis van Nijmegen welke in juli 1928 open ging. Tussen 1926 en 1930 ontstond in deze buurt een nieuwe woonwijk. Het badhuis was dan ook bedoeld voor de bewoners van deze nieuwe wijk en voor die van de Spoorbuurt, welke in 1925 gereed was gekomen.

Het gebouw was symmetrisch opgezet, met een gescheiden mannen- en vrouwenvleugel. Daarnaast had het een beheerderswoning op de bovenverdieping van het voorgebouw.

Het ontwerp was afkomstig van de Dienst Gemeentewerken, in een stijl met invloeden van de Amsterdamse School. Woningvereniging Nijmegen voerde daarvan de exploitatie. Naast onderstaande is een omschrijving te vinden op de Rijksmonumentenlijst.

Bij de opening in 1928

Badhuis Koolemans Beijnenstraat Daalseweg. Badhuis geopend in 1928 architectuur Dienst Gemeentewerken Nijmegen exploitatie door Woningvereeniging Nijmegen
Badhuis Koolemans Beijnenstraat Daalseweg. Badhuis geopend in 1928 architectuur Dienst Gemeentewerken Nijmegen exploitatie door Woningvereeniging Nijmegen

De Gelderlander schrijft bij de opening:

“Het badhuis aan de Koolemans Beynenstraat – hoek Daalscheweg.

De inrichting.

Op een kruispunt van wegen werd het vierde, openbare badhuis gebouwd.

Het mocht niet te veel uit den band der omgeving springen, te midden van de nieuwstad van middenstandswoningbouw en volkshuisvesting der woningbouwcomplexen van Sant- en Koolemans Beijnenstraat.

Er spreekt zekers welstand uit dezen geheelen woonwijk en deze ligt ook in het nieuwe badhuis uitgedrukt.

Aan het pleintje komt de sobere, breed den hoek afdekkende voorgevel goed voor. Geen onnoodige tooi, maar sobere lijn siert den effen gevel, waarin alleen het gesmeed ijzeren opschrift van badhuis, dat bij avond op bijzondere wijze kan verlicht worden, op de bijzondere bestemming van dat gebouw wijst. Groen omringt den bouw en boomen zullen het achterhuis na verloop van tijd deels aan het oog onttrekken.

Binnen speelde gerief en hygiëne de hoofdrol.

Wat aan andere badhuizen te verbeteren viel is hier gebeurd.

De praktijk was hier een uitstekende raadgeefster.

Na binnenkomst door hoofdtoegang komt men in een kleine hall, vanwaar men dadelijk het controle-kantoortje van den badmeester nadert- deze geeft hier ook de baddoeken uit, welke hij in voorraad heeft,  in een kamertje vlak naast de controle.

Mocht het druk loopen en dus alle beschikbare badgelegenheden bezet, dan vinden de bezoekenden ieder voor hun afdeeling twee prettig ingerichte wachtkamers- zalen zullen wij maar niet zeggen, wijl de ruimten daarvoor te gezellig zijn en toch modern geïnstalleerd.

Hier valt al dadelijk op, dat de bouwmeesters ook gezocht hebben naar harmonie en kleuren, naast die in lijn.

Van donkerrood en leiblauw en groen loopen de kleuren over in rose en lichtblauw en wit. In de vloerbedekking tot lambrizeering en verdere muurbedekking vindt met dezelfde kleurentoon.

En het is werkelijk een fraaie verbetering dat men hier de muren niet betegeld heeft, maar voorzien van rose en blauwige terrazzo wanden, op duurzame wijze smaakvol en vakkundig uitgevoerd door de Nijmeegsche Terrazzowerken Union, van den heer d’Agnolo.

Dan krijgt men de kern van het gebouw: de badhallen.

Het is een frissche, ruime zaal, met licht dak en zonneglas, dat het daglicht in vollen glans doorlaat.

Beide afdeelingen, zoo voor dames als heeren, zijn op gelijke wijze geïnstalleerd.

De badcellen zijn -geheel van elkaar gescheiden, met tot de afdekking doorgetrokken wanden, zijn hygiënisch en tegelijk voor het gemak der badenden ingericht en natuurlijk voorzien van warm- en koudwaterleiding en verder van het gerief, dat men in een model ingerichte volksbadkamer mag verwachten.

De douches zijn af- en steeds goed verwarmd, wijl in iedere afdeeling een kleine radiator der centrale verwarming is aangebracht. Voor zeepbakjes, kleerenkapstok, spiegeltjes, bankje, electrisch licht, doelmatige celafsluiting en waterafvoer, voor tijdklokken, voor alles is uitstekend gezorgd. En wat een heele verbetering mag genoemd worden, is dit, dat de damp niet in de cellen blijft hangen, maar onmiddellijk kan wegtrekken langs de tochtramen in het glazen dak. Deze ramen kunnen van binnen de badhallen heel makkelijk even geopend worden als dat noodig blijkt te zijn.

In de badkamers zijn hier de kuipbaden geheel in granito ingebouwd- wat voor de schoonmaak zeer bevorderlijk is.

De lichtkap is afgezet met celo-tex- een Amerikaansche product van riet- dat geen vocht aanneemt en voorkomt, dat de zoldering er onooglijk gaat uitzien.

De electrische lichtleiding is waterdicht- kan dus niet gaan roesten.

Eenige hygiënisch ingerichte W.C.’s zijn aangebracht.

In het sousterrein, ruim en luchtig, staat de centrale verwarming; twee verwarmingsketels van groot vermogen staan er opgesteld en daarnaast liggen twee groote bowls voor de watervoorziening. Het systeem van stoomverwarming wordt hier toegepast. Bovendien is het badhuis voorzien van eigen waschinrichting voor de benoodigde badhanddoeken, waarvoor een doelmatige electrische waschinstallatie is aangeschaft.

Hoe ingewikkeld het buizennet in een goed geoutilleerde badinrichting is, kan men hier eens goed waarnemen. Dit technische onderdeel, dat van veel beteekenis is, bleek volkomen in orde. Hier in den kelder kan de koud- en warmwater toe- en afvoer geheel genormaliseerd worden. In den kelder is ook de groote kolenbergplaats.

De badhuisbouwmeesters in onze stad houden van nieuwigheden en zoeken steeds het betere en zullen ook in de toekomst niet stilstaan, wanneer er correcties aan badhuizen kunnen worden aangebracht.

Dit vierde badhuis is alweer doelmatiger en prettiger ingericht dan de vorige- ook in dit opzicht toont Nijmegen vooruitgang en een voorbeeld te zijn voor andere plaatsen in soberen, practischen, degelijken bouw.

De directie van Gemeentewerken heeft eer van haar ontwerp, dat vakkundig is uitgevoerd door de Nijmeegsche aannemersfirma W.H. Hoes.

De warm- en koudwaterinstallatie benevens centrale verwarming is aangelegd door de N.V.G.W. Leentvaar’s metaalhandel, St. Annastraat. Het stucadoorwerk werd verzorgd door de firma C.J. Clemens, de electrische installatiedoor de firma H.W. Gest; het verfwerk door de firma H.J. Vrijaldenhoven; het lood- en zinkwerk door de firma W. Engelaar en het gesmeed hekwerk door de firma Gebrs. Jansen.

Om het badhuis ontwierp de afdeeling gemeente-plantsoenen een frissche groen- en plantversiering.

De Woningvereeniging Nijmegen, waaraan door het gemeentebestuur de exploitatie van dit model-badhuis werd overgedragen, zal ongetwijfeld de vele gebruikers van dit badhuis weten te gerieven.

De heer G.M. Bregonje is portier van dit badhuis, dat in een behoefte voorziet.

Heden en morgen is de badinrichting kosteloos te bezichtigen. Maandag wordt zij geopend.” (De Gelderlander 7/7/1928)

Tarieven

Tarieven Badhuis (PGNC 7/7/1928)

In juli 1928 plaatsen “Eenige bewoners, candidaat-baders” een ingezonden brief dat de prijzen van het badhuis te hoog zijn: “Een stortabad à f 0,15 en een kuipbad à f 0,30 is toch wel wat erg aan den hoogen kant, als men tenminste niet alleen voor zich zelf heeft te zorgen en er de weelde op na durft te houden van een middalmatig gezin om van een groot gezien nog niet te spreken. Een gezin van 5 personen zou nu aan ’t badhuis moeten uitgeven b.v. 3 stort + 2 kuipbaden = f 1,05 per week.” Daarbij lijken de goedkope dagen niet aan te sluiten bij de gebruikers: “De 1e helft der week toch is bestemd voor hen voor wie ’t bezwaarlijk is dan te baden, terwijl de 2e helft is gereserveerd voor hun die evengoed in ’t begin der week van ’t badhuis gebruik kunnen maken. Het waarom zullen wij niet nader uiteen behoeven te zetten.” (PGNC 9/7/1928)

In 1930: “In het badhuis aan de Kolemans-Beijnenstraat is in het afgeloopen jaar het gebruik der baden zoowel voor volwassenen als voor kinderen wederom belangrijk toegenomen. Het exploitatie-tekort bedroeg f 2.957,45 (PGNC 25/8/1931)

In het jaar 1931 was het gebruik van het badhuis aan de Koolemans Beijnenstraat wat verminderd, terwijl de overige juist qua bezoekersaantal waren gegroeid. Daarnaast steeg het exploitatie-tekort van f 2.057, 45 in 1930 naar f 3.006,40 in 1931. (Overigens kampten alle badhuizen met een tekort.) (PGNC 25/8/1932)

In 1935 is het bezoek ten opzichte van het jaar ervoor met 2.000 afgenomen. (PGNC 15/1/1936). Op 4-4-1936 worden de tarieven verlaagd, waarbij een 5 dagen per week een stortbad 7,5 cent kost. Eind 1936 blijkt dat “… zoowel wat het meerdere bezoek als wat het verkrijgen van betere financieele resultaten betreft, niet aan de gestelde verwachting beantwoordt.” “Nu het badhuis aan de Nieuwe Markstraat is gelsoten, ligt het in de verwachting dat de terugslag, welke het badhuis aan de Koolemans Beynenstraat ondervond door de vestiging van het Sportfondsenbad, niet verder op het financiele resultaat van invloed zal zijn, daar speciaal de Vrijdagen en Zaterdagen zich weer in een druk bezoek aan dit badhuis mogen verheugen.” (De Gelderlander 14/12/1937)

Abonneren

Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.

De laatste jaren van het Badhuis

Begin jaren 80 is het Badhuisvolgens de Wijkkrant een “van de meest geheimzinnige gebouwen in Oost”. De meeste mensen hebben inmiddels een douche of bad. Het eigendom is nog steeds in handen van de gemeente, waarbij woningbouwvereniging “Nijmegen” het pand beheert.

In mei 1981 is het badhuis het enige in Nijmegen dat nog open is. Dan is het badhuis alleen nog op zaterdag open, waar ongeveer 50 mensen een douche of bad komen nemen: “Bezoekers zijn zowel jongeren, gastarbeiders als ouderen uit de buurt, die thuis nog geen douche of bad hebben.” Het beheer is in handen door een “aantal jongeren, die boven het badhuis wonen en de zaak schoonhouden.” En douche kost 70 cent, een (lig)bad 1 gulden. Een stukje zeep 30 cent. De directeur van woningbouwvereniging Nijmegen, de heer Lieber, is dan al voor sluiting en herbestemming: het gebouw wordt te weinig gebruikt en de (energie) kosten zijn erg hoog. Het zou beter zijn om mensen te laten douchen in het Sportfondsenbad. (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/5/1981)

Het artikel “Zaterdag – Dus in Bad” van Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/7/1982 geeft een mooie inkijk in de laatste dagen van het badhuis aan de Daalseweg: nog steeds is zaterdag de “topdag”: het is dan namelijk de enige dag dat het badhuis nog open is. Daarbij ben je direct aan de beurt. “Toch is het aantal bezoekers ook weer niet zo laag dat het aan te bevelen is om het badhuis te sluiten.”

Op dat moment is er het idee om de 8 uur dat het badhuis op zaterdag open is te verlagen naar 4 uur en de andere 4 uur gebruiken om een avond in de week open te gaan. Zo kunnen studenten ’s avonds na het sporten het badhuis bezoeken. De Woningvereniging is positief over het voorstel en wachten op het antwoord van de gemeente. “Omdat de Woningvereniging gelijk voorstelde het badhuis aan de Tulpstraat te sluiten en daardoor echt wel een duit in het zakje doet om de verliezen zo klein mogelijk te laten zijn vond ze dat wel gek. Ze hebben daarom het badhuis aan de Tulpstraat maar gesloten.” De Wijkkrant ziet het somber in: Nijmegen is op dat moment “plat zak”. “En dat houdt ook voor het badhuis een risico in. Ook het badhuis is één van die vele Nijmeegse instellingen die hopen het laatst aan de beurt te zijn.” (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/7/1982)

1985: Sluiting Badhuis en verbouwing tot theater

Voormalige Badhuis, Koolemans Beijnestraat (september 2024)

In 1985 werd het badhuis gesloten. Daarop verbouwden E.A. Hulstein en P. van Hontem tussen 1987 en 1988 het pand tot theater. Het exterieur bleef vrijwel geheel intact. De feitelijke badruimte werd verbouwd tot theaterzaal. De beheerderswoning werd het kantoor van het theater. Het dak van glasplaten van het achterste gedeelte kreeg een zinken dak.

Tussen 2002 en 2022 kwam Jeugdtheater Kwatta in het pand. In 2023 nam Theatergroep de Horde het pand in een gebruik: zij ontwikkelt en vertoont jeugdpodiumkunsten.

Rijksmonument

Het gebouw is sinds 2002 een Rijksmonument, met als waardering:

  • “Van architectuurhistorische waarde als een goed en vrij gaaf voorbeeld van een groot badhuis in een stijl die invloeden vertoont van de Amsterdamse School. Het badhuis heeft esthetische kwaliteiten in het ontwerp zoals goede verhoudingen en een bijzonder materiaalgebruik en ornamentering. Het badhuis heeft bovendien architectuurhistorische waarde omdat het als bouwtype zeldzaam is geworden.
  • Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van een in dezelfde periode tot stand gekomen woonwijk en vanwege de markante ligging op een wigvormig terrein aan een plein waar vijf wegen samenkomen.
  • Van cultuurhistorische waarde vanwege de bestemming, welke verbonden is met een historische ontwikkeling nl. het van gemeentewege oprichten van openbare badhuizen in uitbreidingswijken.”

Altrade

Deze pagina verzamelt reeds gemaakte artikelen over de wijk Altrade. Romeins amfitheater hoek Rembrandtstraat-Mesdagstraat In de buurt van Romeinse legerkampen…

Badhuis Maasplein

Het Badhuis is gebouwd in opdracht van Woningvereeniging Nijmegen, naar een ontwerp van de architect J.C. Hermans (1921-22). Daarbij was…

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Badhuis_(Nijmegen)

Rijksmonumentenlijst

https://nl.wikipedia.org/wiki/Badhuis

Links het Centraalgebouw van Christelijke Belangen, op de hoek van de Hendrik Hoogersstraat, 1923 (Uitg. J.H. Schaefer via F15812 RAN)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Kerkzaal Bijleveldsingel

1923-1924 Bijleveldsingel 44 (huidig)

Links het Centraalgebouw van Christelijke Belangen, op de hoek van de Hendrik Hoogersstraat, 1923 (Uitg. J.H. Schaefer via F15812 RAN)
Links het Centraalgebouw van Christelijke Belangen, op de hoek van de Hendrik Hoogersstraat, 1923
(Uitg. J.H. Schaefer via F15812 RAN)

Veel Nijmegenaren zullen dit gebouw kennen als de plaats waar ze hun eerste danspassen hebben geoefend bij Danscentrum Vermeulen. Daarvoor was het gebouw in gebruik bij het Jeugdhuis de Wedren. Oorspronkelijk is het pand echter gebouwd als “Kerkzaal” van de Nederlandse Hervormde Kerk.

Het gebouw bestaat uit een grote zaal voor predikdiensten en grote vergaderingen. En daarnaast kleinere lokalen voor verenigingen en is er ene woning voor de godsdienstonderwijzer.

De eerste-steenlegging

Eerste steen hoek Bijleveldsingel (oktober 2025)
Eerste steen hoek Bijleveldsingel (oktober 2025)

In januari 1923 besluit heeft het bestuur van de Vereeniging voor Evangeliatie “in samenwerking met een daartoe opgericht comité uit de Ned. Herv. Gemeente alhier besloten grond aan te koopen voor een te stichten kerkzaal aan den Bijleveldsingel. Het plan is deze zaal nog dit jaar te bouwen.” (PGNC 30/1/1923)

De “eerste-steenlegging” vond daadwerkelijk dat jaar plaats: op 12 September 1923. Daarbij werd een gedenksteen geplaatst door een dochtertje van ds. Posthumus Meijjes en een zoontje van ds. van Selms.

Bij deze plechtigheid namen een aantal personen het woord, onder andere: “de heer van Valkenburg, ds. Couvée, die indertijd den stoot had gegeven voor de oprichting van het dit gebouw, ds. Posthumus Meijjes als wijkpredikant en ds. van Selms als voorzitter der Evangelisatie-vereeniging.” (PGNC 13/9/1923)

Bij de opening

“De Kerkzaal aan den Bijleveldsingel.

Aan den Bijleveldsingel, hoek Hendrik Hoogersstraat, is verrezen een Kerkzaal van de Vereeniging voor Evangelisatie alhier. Het gebouw ligt daar op een fraai punt en zal, wanneer het uitwendig geheel voltooid zal zijn, daar wel een vriendelijken indruk maken. Inwendig is men met den bouw gereed gekomen en Vrijdagavond a.s zal de opening plaats hebben met een feestelijk samenzijn, waarin ds. Couvée en ds. van Selms het woord zullen voeren en een zangkoor zich zal doen hooren. De eerste godsdienstoefening wordt a.s. Zondag om 10 uur geleid door ds. Pothumus Meyjes; het zal, gelijk alle kerkdiensten, in het nieuw gebouw te houden, zijn een Lithurgische dienst.

De totstandkoming van deze Kerkzaal en de wijze waarop zij, met enorme offervaardigheid van velen, is geschied, is een verheugende uiting van protestantsch leven in onze stad. Zij is de bekroning van het streven, sinds vele jaren, van de Vereeniging voor Evangelisatie naar een eigen centraal gebouw. Bij den penningmeester, den heer Haspels, kwam op een inderdaad goeden dag een gift van f 2,50 binnen “voor een nieuwe Kerkzaal” en dit was feitelijk het begin van het grootse werk, dat met vereende krachten en met zoo verblijdend resultaat tot het einddoel heeft geleid. Nadien werd het bestuur geregeld verheugd met vrijwillige giften voor genoemd doel. Toen in 1908 de godsdienstoefeningen niet meer, zooals voordien het gebruik was, konden plaats vinden in de Harmoniezaal, werd besloten tot stichting van een eigen Kerkzaa. Van dat ogenblik af vermeerderden de bijdragen: ze beliepen van 1908-1920 f 1200 en in 1920, nadat de magere oorlogsjaren achter den rug waren, alleen f 12.000. Thans is het totaal der vrijwillige giften gestegen tot f 55.000, zoodat nog slechts een bedrag van f 25.000, verkregen door een 4 pct. Obligatieleening, noodig was om de kosten van den bouw, verwarming en meubileering, zijnde f 80.000, bijeen te krijgen.

Er werd een commissie benoemd, bestaande uit de heeren D.J. Haspels, J.J. Kok en D. Monshouwer, die de plannen voor het te stichten gebouw ontwierp en toezicht hield op den bouw, welke op zeer te loven wijze is verricht door den heer W.J.G. Knoops, aannemer alhier, die zich ’t vertrouwen, door de commissie in hem gesteld, in alle opzichten heeft waardig gemaakt. De eerste steen-legging geschiedde op 12 September 1923 door Harry Posthumus Meyes en Karel van Selms en thans is de Kerkzaal gereed voor hare bestemming, de versterking van het protestantsch geloofsleven te Nijmegen.

Wie door den hoofdingang op den hoek van den Bijleveldsingel en de Hendrik Hoogerstraat het gebouw binnentreedt, wordt in de royale vestibule reeds dadelijk getroffen door de frisschen tinten, den overvloed van licht en de gerieflijken, welke deze “Kerkzaal” zoo gunstig onderscheiden van de meesten kerken van ouden datum. Men vindt er o.a. garderobes en toiletten. In de zaal zelve wordt die prettige indruk nog versterkt. Wat den bezoeker het eerst opvalt is het woord uit Genesis 32: 26 “Ik zal u niet laten gaan, tenzij dat gij mij zegent”, dat in fraaie letters boven het spreekgestoelte is aangebracht. En tegelijkertijd komt een gevoel van warmte over hem door het kleurige en gezellige van ’t interieur met de tegel-lambrizeering, het mooie schilderwerk, glas-in-lood vensters en al hetgeen verder er toe bijdraagt dat hier binnentreedt zich aanstonds thuis en op zijn gemak gevoelt.

De Kerkzaal bestaat uit een hoofd- en twee nevenzalen, die evenwel kunnen worden vereenigd tot één groote zaal, welke dan 900 personen kan bevatten. Van elke plaats af heeft men uitzicht op het spreekgestoelte, waarboven de orgel- en koor-galerij gelegen is. Aan de overzijde van het spreekgestoelte bevindt zich, boven den ingang van de zaal, eene tribune, plaats biedende voor nog 40 personen. Het spreekgestoelte kan naar behoefte worden vergroot. Voorts is eene inrichting aangebracht voor het projecteeren van lichtbeelden.

Boven elken vleugel van de Kerkzaal zijn op de eerste verdieping twee zalen voor vergaderingen e.d. aangebracht, die eveneens tot één groote zaal kunnen worden samengevoegd. Een dezer vier zalen zal doorloopend in gebruik zijn bij de Chr. Jongemannen-Vereeniging. De toegang naar de boven-zalen zoomede naar de woning van den Evangelist, den heer J.C. van Gaalen, uit Gasselt, is in de vestibule.

De tweede toegangsdeur tot het gebouw is aan den rechterkant op den Bijleveldsingel. Hierdoor komt men in een bergplaats voor rijwielen, vervolgens in de leskamer voor het houden van catechisatie en, na een tuintje te zijn overgewandeld, in de achter het spreekgestoelte gelegen kamer voor het bestuur, waar de opgangen zijn naar dit gestoelte, de orgel- en zanggalerij en de daaraan verbonden Koorkamer met ruimte voor 40 zangers.

In het sousterrain bevinden zich een brandvrije archiefkamer, een kelder en de meters voor de gasverwarming. In alle zalen zijn n.l. groote gaskachels geplaatst, daar deze wijze van verwarming het voordeeligste werd bevonden en ook doeltreffender bleek te zijn dan centrale verwarming in verband met de behoefte om in elke lokaal apart te kunnen stoken. Onder den vloer van de groote zaal is er ruimte voor het opbergen van stoelen op de manier als dit in “De Vereeniging” onder het amphitheater geschiedt.

Bij den bouw is gerekend op een minimum van onderhoud. Er zit aan de ramen geen stukje hout, de drempels en trappen zijn van graniet, kortom, behoudens de vloeren en de verf op de muren kan men zeggen, dat het gebouw menschelijkerwijs gesproken niet te verslijten is. Het geheel getuigt dan ook van den praktischen zin van de ontwerpers van het bouwplan, die daarbij toch op zeer gelukkige wijze hebben voldaan aan de eischen van aesthetica.

Ook bij de godsdienstoefeningen zal in dit gebouw worden gebroken met de zoo vaak bekritiseerde wijze van collecteeren, in vrijwel alle kerken thans nog in zwang. Er zal n.l. worden gecollecteerd met een klein zakje, dat de kerkganger zelf doorgeeft aan die naast hem zit. Tenslotte vermelden wij nog, dat de volgende firma’s aan den bouw hebben medegewerkt: schilderwerk firma Frowein en Mom, electrische verlichting fa. L.A. Moll, verwarmingsinrichting fa.. Leentvaar, hardsteen fa. Godschalk, gebrand glas fa. Bilderbeek. Zij allen hebben keurig werk geleverd.” (PGNC 6/3/1924)

Vervolg

Hoek Bijleveldsingel, tegenwoordig Danscentrum Vermeulen (oktober 2025)
Hoek Bijleveldsingel, tegenwoordig Danscentrum Vermeulen (oktober 2025)

Een mooie foto van binnen uit 1959 is te zien op GN9729 RAN: “Zondagsschool in het Centraalgebouw voor Christelijke Belangen, in dit gebouw waar ook catechisatie werd gegeven, was ook de jeugdsoos Tetra gevestigd en had het Christelijk Nederlands Jongerenverbond er zijn vaste stek. Het gebouw werd ook wel jeugdhuis de Wedren genoemd. Nu in gebruik als danscentrum Vermeulen”

Een foto uit 1981 als Jeugdhuis de Wedren is te zien op F20141 RAN.