De Jozefschool/Josepschool is rond 1956 gebouwd als dubbele school: de Jozefschool voor jongens, de naastgelegen Imelda school voor meisjes. De scholen hebben twee keer over 7 klassen: in de jaren 50 was voor veel leerlingen de lagere school het laatste onderwijs dat ze kregen. De school had daarom 7 klassen, zodat de leerlingen op 14-jarige leeftijd konden gaan werken.
Later, rond de jaren 70 zijn de scholen samengegaan als Berberisschool. Tegenwoordig heet de school de Zonnewende.
Advertentie voor aanmelding De Gelderlander 12/5/1956
Johannes Damianus Antonius Okhuysen (of Okhuijsen, Nijmegen, 11-10-1905 – 15-9-1983) lijkt vooral als architect van de wederopbouw veel gebouwen in het centrum van Nijmegen en tevens daarbuiten te hebben ontworpen. Ook heeft hij de nodige scholen ontworpen. Aanleiding om hem in het overzicht op te nemen was echter een complex vooroorlogse woningen en winkels aan…
“Gemeente Nijmegen, Schoolgebouwen 1945-1968 Waardestellende Quickscan (Leon van Meijel, juli 2019) geeft het de volgende waardering: “Van groot cultuurhistorisch belang vanwege de belevings- en herinneringswaarde voor grote groepen jongens en meisjes die hier – los van elkaar – zijn gevormd en onderwijs hebben genoten; als herinnering aan de verzuilde vroeg-naoorlogse samenleving, de daaruit voortvloeiende indeling van de stad in parochies en het werk van de Stichting St. Josephscholen; als toonbeeld van de verzorgingsstaat in opbouw waarin voorzieningen voor basisonderwijs gelijke tred moesten houden met de ongekende groei van de bevolking en sterke uitbreiding van de stad. Van groot architectuurhistorisch belang als typologisch goed voorbeeld van een dubbele gangschool, uitgevoerd in een sobere maar verzorgde traditionalistische architectuur met – de voor architect Okhuijsen kenmerkende – fraaie interieurafwerking en geïntegreerde kunstwerken; alleen de kunststof ramen doen afbreuk aan de gaafheid. Van stedenbouwkundig belang als beeldbepalend onderdeel van een voormalige RK parochiecomplex in het hart van de naoorlogse wijk Heseveld (parochiegedachte).”
1956-1957 Hoek Bloemerstraat- Plein 1944 (Plein 1944 29-37), ism Vermeer en Herwaarden
De hoek Bloemerstraat-Plein 1944 in aanbouw: Gezien in de richting van het Luxortheater op de hoek met de Bloemerstraat en Doddendaal. Links de zuidzijde van Plein 1944 met o.a. Chinees Restaurant Tai Tong ; in het midden de bouw in 1957 van de woon-winkelflat op de hoek van Plein 1944 en de Bloemerstraat ; rechts het woon-winkelcomplex aan de westzijde van Plein 1944 met o.a. de winkel van Heijmans. 1957-1958 (J.F.M. Trum via f20209 RAN CCBYSA)
Architect Okhuysen ontwerpt samen met de architecten Vermeer en Herwaarden uit Rotterdam het complex op de hoek van Bloemerstraat en Plein 1944. Deze bestaat uit een winkel naast Carolus, 1 op de hoek Bloemerstraat-Plein 1944 met daarboven een maisonette en 3 winkels in de Bloemerstraat met 12 flats.
De Gelderlander: “Deze bouw, welke men als een tegenhanger kan beschouwen van de bebouwing op de hoek Plein-Augustijnenstraat…”. De gevel is uitgevoerd in baksteen met banden van lichte en donker imitatie-natuursteen. De bevoorrading vindt plaats via het achtergelegen expeditieterrein. De bouwer was N.V. Aann. Bedrijf v.h. G. Tiemstra. De opdrachtgever was de makelaar N.S. Verbeek, die de administratie en verhuur in handen heeft, namens een beleggingsmaatschappij. Bij het verschijnen van het artikel is de verwachting dat de bouw in het najaar 1957 gereed is. (De Gelderlander 17/12/1956 en Nijmeegsch dagblad, 17-12-1956)
J.D.A. Okhuysen
Het ontwerp was afkomstig van architect J.D.A. Okhuysen, in samenwerking met de architecten Vermeer en Herwaarden. Lees hier meer over architect Okhuysen:
Johannes Damianus Antonius Okhuysen (of Okhuijsen, Nijmegen, 11-10-1905 – 15-9-1983) lijkt vooral als architect van de wederopbouw veel gebouwen in…
Architectenbureau Vermeer en Herwaarden
Vermeer en Herwaarden was het bureau van architect Willem Vermeer (1908-1993) en civiel ingenieur Jacques (of Isaac) van Herwaarden (14 november 1903 – 13 september 1985). Zij zijn vooral actief geweest in de wederopbouw, in het bijzonder dat van Rotterdam. Het zijn voornamelijk woonbouwprojecten, maar ook commerciële en kantoorgebouwen Een van hun bekendste gebouwen is het Instituut voor Blinden.
Architect Willem Vermeer (1908-1993)
Willem Vermeer was vanaf 1934 zelfstandig architect. Maria Johanna Tak “trouwde met Willem Vermeer, die in Kralingen een architectenbureau had met Isaac van Herwaarden, voorheen Vermeer en Van der Tak geheten. Op de plaquette vóór het oorlogsmonument staat dat de architecten Vermeer en Van Herwaarden waren. Het heeft iets van een correctie.” Maria was een zus van C.B. van der Tak, “stadsarchitect van Amersfoort, maar ook NSB-er. In een nationaal-socialistisch blaadje vergoelijkte hij het bombardement op Rotterdam. Na de bevrijding werd hij berecht en gestraft.” Het is mij nog onbekend met welke Van der Tak Vermeer aanvankelijk zijn bureau had. https://www.roterodamum.nl/wp-content/uploads/2016/08/8.-Rote-Kroniek-201508redu.pdf
flatgebouw op de hoek van de Goudsesingel en de Mariniersweg.
Platform Wederopbouw Rotterdam on Instagram: “Op 30 december 1953 werd de eerste paal geslagen; in samenwerking met T.C. Bos. Opdrachtgever was Progress, het pensioenfonds van Unilever.
Complex 208: Aantal woningen 320 Aantal gebouwen 12 met 3 of 4 portieken
Petrarcastraat, Pirandellostraat, Leopardistraat, Goldonistraat, Lorcastraat en Cervantestraat, Lombardije, Rotterdam Aantal woningen 320 drie- en vierkamerwoningen Aantal gebouwen 12 flats met 3 of 4 portieken
Architect Metzelaar bouwde het kantongerecht aan de Oranjesingel in 1905-1906 in opdracht van het Ministerie van Justitie.
Het gebouw is opgetrokken in “sobere neorenaissance-stijl”.
Aanvankelijk was er een inpandige conciergewoning, welke later bij de rechtbank getrokken is.
Willem Cornelis Metzelaar
Willem Cornelis Metzelaar (Rotterdam, 9 augustus 1849 – Den Haag, 18 augustus 1918) is in 1902 benoemd tot Hoofdingenieur voor de gevangenissen en rechtsgebouwen. Daarvoor was hij assistent van zijn vader Johan Frederik Metzelaar (1818-1897), die eveneens Hoofdingenieur was geweest. Metzelaar heeft veel instellingen ontworpen, waaronder bijna 30 kantongerechten: het nieuwe Wetboek van Strafrecht was in 1881 ingevoerd. Tot 1914 leidde dit in Nederland tot veel bouwactiviteiten, waarbij de Metzelaars de architecten waren. Het kantongerecht van Nijmegen lijkt sterk op dat van Helmond (1905-1906). Daarnaast lijkt het op de rechtbank van Oirschot (1905-1906).
In Nijmegen ontwierp Metzelaar Tuchtschool de Hunnerberg.
Voormalig Kantongerecht Helmond (Rosemoon via Wikipedia CC BY-SA 3.0)
Voormalig Kantongerecht Oirschot (Rosemoon via Wikipedia CC BY-SA 3.0)
Een nieuw kantongerecht
Het kantongerecht werd in 1838 in Nederland ingevoerd. Dit was het laagste niveau van de rechtspraak. Kantons bestonden al vanaf 1811, de Franse tijd, dan nog het gebied voor een vredesrechter. Vanaf 1838 werd de functie van vredesrechter vervangen door de kantonrechter en ook de kantons werden opnieuw ingedeeld.
Vóór de nieuwe rechtbank was het kantongerecht, net als in andere plaatsen, ondergebracht in het raadhuis. Het artikel van het PGNC over de opening van de rechtbank noemt 2 redenen voor de bouw van een eigen rechtbank:
Ook de gemeenteadministratie was uitgebreid
De eigen behoefte van de Rechtbank (waarbij de omvang en kwaliteit van de zaken een eigen gebouw rechtvaardigde)
Oranjesingel: op de hoek de Rechtbank met links daarvan Van Schevichavenstraat, datering foto 1909-1911 (Firma J.F. Kloosterman via F89829 RAN)
Op de site van Rijksmonumenten (tevens bron van dit artikel) staat een uitgebreide beschrijving van het uiterlijk. Het PGNC geeft een beschrijving van de binnenkant: “Het is in twee groote deelen te splitsen: de beneden-verdieping, waar de inspectie en registratie der domeinen enz. zijn ondergebracht, en de eerste etage, waarheen een koninklijke trap leidt. De fraai ingerichte rechtszaal vormt uit den aard het hoofdvertrek, voorts heeft men de flinke, eenvoudig doch degelijk uitgevoerde getuigenkamer, de griffie, de bureaux van den kantonrechter en van den griffier.” Tussen de vensters boven de ingang staat “Kantongerecht” weergegeven.
Status vanaf 2002
In 2002 vond de afschaffing van het kantongerecht als zelfstandige rechtbank plaats. Daarbij werd Nijmegen zittingsplaats voor de sector kantongerecht van de rechtbank Arnhem (Wikipedia). In 2001-2002 vond renovatie en uitbreiding van het gebouw plaats.
Het gebouw van het Kantongerecht; (Rechtbank Gelderland), foto gedateerd 1935 (F29104 RAN)
Het nieuwe Kantongerechtsgebouw aan den Oranjesingel hoek van Schevichavenstrat is heden op plechtige wijze in gebruik gesteld. Omstreeks 12 uur vereenigden zich in de zittingszaal van het nieuwe gebouw de verschillende autoriteiten en verdere genoodigden. Achter de tafel hadden plaats genomen de Kantonrechter mr. A.H.M. van Berckel, de vertegenwoordigers van Z.Exc. den minister van Justitie mr. C. Loosjes, referendaris en chef der vierde afdeeling van het departement van Justitie, en de heer W.C. Metzelaar, hoofdingenieur voor de gevangenissen en rechtsgebouwen, verder de ambtenaar van het Openbaar Ministerie mr. Bouman en de griffier jhr. Mr. F.E. von Weiler tot Poelwijk. Voorts waren tegenwoordig alle leden van het College van Burg. en Weth. Van Nijmegen, de Kantonrechters-plaatsvervanger mrs. Bijleveld, Phaff en van der Goes, de adcocaten, notarissen, deurwaarders bij het Kantongerecht en overige belangstellenden.
Mr. Loosjes voerde het eerst het woord en bracht in herinnering de wordingsgeschiedenis van het nieuwe gebouw. Hij herinnerde aan den ouden toestand in het Stadhuis, waar Gemeente en Rechterlijke Macht een huis bewoonden, iets wat een halve eeuw geleden weinig bezwaarlijk was, maar wat thans niet dan met grote moeilijkheden gepaard ging. Tweeërlei, aldus de spreker, was de drang geweest om het Nijmeegsch Kantongerecht in een nieuw en eigen gebouw te huisvesten, eenerzijds de steeds toenemende uitbreiding der gemeente-administratie, anderzijds de wenschelijkheid voor de Rijksrechtspraak naar eigen Rijkswoning. En warme hulde bracht spr. aan het initiatief en de medewerking in dezen van den Kantonrechter mr. van Berckel. Spr. releveerde hoe het eigenaardig was, dat het Kantongerecht, na de samenwerking met de Gemeente-administratie, thans met een tak der Rijks-administratie werd ondergebracht, waar in het nieuwe gebouw èn de registratie en domeinen èn het Kantongerecht zouden zijn gehuisvest, aldus een band leggende tusschen ’s Rijks Financiën en ’s Rijks Justitie.
Aan het einde van zijn rede gekomen zijnde, stelde spreker de zorg voor het nieuwe huis en alles wat daarbij hoorde in handen van mr. van Berckel, die zich steeds in het Nijmeegsch Kantongerecht als een voortreffelijk huisvader had betoond. Daarna verklaarde spr. namens de Regeering het nieuwe gebouw ingebruikgesteld ten behoeve van het Kantongerecht-Nijmegen.
Mr. van Berckel, Kantonrechter, nam alsnu het woord om dank uit te spreken allereerst aan H.M. de Koningin, volgens onze constitutioneele wetgeving allereerst de stichtster van het nieuwe gebouw, verder aan den oud-minister Loeff en minister van Raalte, aan mr. Loosjes en den heer Metzelaar voor hunne toewijding in dezen, aan het Gemeentebestuur van Nijmegen, dat een zoo groote medewerking aan den dag had gelegd, aan allen verder, die het hunne hadden bijgedragen om te komen tot het nieuwe gebouw, zoozeer gewenscht, noodig en door de leden van het Kantongerecht met groote vreugde begroet, niet het minst aan den griffier mr. von Weiler tot Poelwijk, op wiens spr. hoofdzakelijk het initiatief in dezen wenschte over te brengen.
Spr. schetste hoe het ten Stadhuize gehuisvest zijn van de Gemeente en de rechtspraak in het kanton Nijmegen steeds, ondanks het verouderde van den toestand, naar volle bevrediging was geweest van beide gehuisvesten, in welk verband spr. een bijzonder woord van dank richtte tot Nijmegen’s voortreffeljken burgemeester, den heer F.M.A. van Schaeck Mathon.
Noodig was de nieuwe toestand zeer zeker en spr. was verblijd dat thans het kantongerecht in eigen woning was ondergebracht. Want werkelijk, voor een kantongerecht als dat van Nijmegen, dat, hoewel het slechts tweede-klasse is, desniettegenstaande de negende plaats onder de kantongerechten in Nederland inneemt en in afgedane burgelijke en strafzaken tal van eerste klasse kantongerechten overvleugelt, mocht een eigen huis wel noodzakelijk geacht worden.
En thans aanvaardde spr. dan gaarne de zorgen over zijn nieuwe woning, waarin hij met alle kracht zou trachten een goed huisvader zijn.
Hiermede was de officieele plechtigheid ten einde.
Het nieuwe gebouw, geleden op de grens van oude en nieuwe stad en zeer zeker op een der fraaiste punten der gemeente opgetrokken, kan zonder voorbehoud geroemd worden voor de praktischen inrichting, de keurige afwerking der verschillende vertrekken. Het is in twee groote deelen te splitsen: de beneden-verdieping, waar de inspectie en registratie der domeinen enz. zijn ondergebracht, en de eerste etage, waarheen een koninklijke trap leidt. De fraai ingerichte rechtszaal vormt uit den aard het hoofdvertrek, voorts heeft men de flinke, eenvoudig doch degelijk uitgevoerde getuigenkamer, de griffie, de bureaux van den kantonrechter en van den griffier.
Zeer zeker kan het nieuwe gebouw, dat hedenmorgen is in gebruik gesteld, een sieraad voor Nijmegen genoemd worden; onze stad mag zich in het bezit ervan verheugen, en het kan niet anders, of het zal voor de belangen van de rechtspraak binnen ons kanton allerzins bevorderlijk zijn.” (PGNC 16/1/1907)
Bronnen en meer lezen:
Rijksmonumenten Deze geeft een uitgebreide omschrijving van het uiterlijk en wat de redenen van de monumentstatus zijn
Klooster en kweekschool voor meisjes, architect Joseph Seelen (Uit Katholieke Illustratie via RAN F9292)
Op 1 mei 1923 vond de inwijding plaats van het klooster en kweekschool voor meisjes aan de Groesbeekseweg plaats. Dit klooster en deze school was van de orde Filles de la Sagesse (Dochters der Wijsheid). Het was een orde die oorspronkelijk afkomstig uit Frankrijk. Vanwege religieuze moeilijkheden aldaar was Nijmegen een van de plaatsen waar deze zusters zich vestigden, in de Lange Hezelstraat. Een jaar na de opening in 1923 vond uitbreiding plaats met een meisjesschool voor L.O. en M.U.L.O.
Op het einde van dit artikel staat een uitgebreid verslag van de opening op 1-5-1923 weergegeven.
Uitbreiding
Rond 3 september 1923 vindt de aanbesteding van “de bouw van een Klooster en Kapel aan de Groesbeekschen weg voor de Congregatie der Eerwaarde Zusters ‘Filles de la Sagesse’ te Nijmegen plaats. Deze is onderhands opgedragen aan de firma Hofman & Arts, voor het bedrag van f 197.290,-.
Daarnaast is de bouw van een Lagere en U.L.O.-school aan den Groesbeeschen weg eveneens opgedragen aan de firma Hofman & Arts, die met f 55.6700,- de laagste inschrijving hadden. (PGNC 3/9/1923).
Ook hier is Jos. Seelen de architect.
Jozef Seelen
Dat de Filles de la Sagesse bij Jozef Seelen (18-10-1871 Venlo -16-10-1951 Heerlen) uitkwam, is niet vreemd: Schimmert, de hoofdvestiging van deze orde in Nederland, ligt op ongeveer 15 kilometer van Heerlen.
Jozeph Seelen werd in 1900 de eerste gemeente-architect van Heerlen. Bovendien had hij zijn eigen bureau. Op 1913 stopte hij als gemeente architect. Heerlen vertelt: ““Seelen had goede contacten met verscheidene religieuze ordes in Heerlen die hem de nodige opdrachten bezorgden. In deze tijd heeft hij ook veel projecten buiten de gemeente- en provinciegrenzen gerealiseerd. Hij bleef altijd gevestigd in Heerlen. Volgens de nazaten van Seelen nam zijn oudste zoon Henk regelmatig het schrijfwerk op de tekeningen voor zijn rekening omdat hij een prachtig handschrift had. Samen ging hij met zijn zoon Henk Seelen op de fiets naar de werklocaties, ook ver buiten Heerlen. Henk noteerde daar de aanwijzingen van zijn vader bij de werktekeningen. Daarna kon dit verder verwerkt worden in het kantoor.”
De gebouwen zijn een Gemeentelijk monument met als tekst bij aanwijzing (tevens staat hier een uitgebreide beschrijving:
sGroesebeekseweg 152 / Heyendaalseweg 2
“Het schoolgebouw is hoofdzakelijk van belang om haar zorgvuldig gelede, monumentale, aaneengesloten gevels onder steile leigedekte kappen aan de Groesbeekseweg en Heyendaalseweg. Een belangrijke kwaliteit van het gebouw vormt voorts haar stedebouwkundige situering, op de hoek van beide genoemde straten. Het gebouw vormt een goed voorbeeld van een meer monumentaal, aan de rand van de 19e-eeuwse schil gelegen schoolgebouw, opgetrokken in de strengere vormentaal van de late jaren twintig.”
Groesbeekseweg 146
“Het schoolgebouw is hoofdzakelijk van belang om haar zorgvuldig gelede, verspringende gevels onder steile leigedekte kappen aan de Groesbeekseweg. Het gebouw vormt tezamen met het schoolgebouw aan de Groesbeekseweg 152 een architectonische en stedebouwkundige eenheid. Het gebouw vormt een goed voorbeeld van een meer monumentaal, aan de rand van de 19e-eeuwse schil gelegen schoolgebouw, opgetrokken in de strengere vormentaal van de late jaren twintig.”
Vervolg
Er is nog niet uitgebreid onderzocht wat het vervolg is geweest.
De (m)ulo verhuise in 1960 naar de Archipelstraat, de Sedes Sapientiae. Daarbij was het onderwijstype mulo vervangen door de mavo. En in 1971 als invididueel vormend onderwijs (ivo) -mavo. Tot dan toe was het een school voor alleen meisjes, vanaf dat moment konden ook jongens ook deze school bezoeken.
Begin jaren 60 vertrokken de zusters uit het klooster. In 1971 kwamen hier de brugklassen van de nieuw opgerichte Scholengemeenschap Nijmegen-Oost. Ook kwam er een school voor verpleegkundigen en was het in gebruik door de Hogeschool Arnhem-Nijmegen.
In 2014 ontstond een grote brand. Als gevolg daarvan werd de kapel en een deel van bijgebouwen in 2017 gesloopt. Het hoofdgebouw werd verbouwd tot appartementen. In januari 2017 schrijft de Gelderlander dat Groesbeekseweg 146 verbouwd zal worden tot appartementen. Dan zit Vrije School Meander in het gebouw, die naar de Celebesstraat zal verhuizen. Op dat moment is verbouwing al aan de gang van de voormalige school voor verpleegkundigen tot een wooncomplex met stadswoningen.
In juni 2026 staat Groesbeekseweg 146 2 dagen te koop met een vraagprijs van 900.000 euro. “Aan de karakteristieke Groesbeekseweg in het geliefde Nijmegen-Oost en aan en de rand van de Indische Buurt bevindt zich deze indrukwekkende monumentale woning, gerealiseerd in een voormalig schoolgebouw uit 1924. Achter de markante gevel schuilt een woonbeleving van uitzonderlijk niveau: een stijlvol en hoogwaardig afgewerkt woonhuis verdeeld over vijf woonlagen, waar architectuur, licht, ruimte en luxe naadloos samenkomen.” Zie voor foto’s: https://www.funda.nl/detail/koop/verkocht/nijmegen/huis-groesbeekseweg-146/44491812 (link juli 2026)
Bij de opening in 1923
“Heden werd de nieuwe R.K. Kweekschool plechtig ingewijd door den hoogeerw. heer Deken C.A. Van Son.
Deze feestdag voor de Eerw. Zusters Dochters der Wijsheid, wird begonnen met God.
Om negen uur droeg de hoogeerw. heer Deken C.A. van Son een plechtige H. Mis op aan het hoofdaltaar der St. Antoniuskerk aan den Groesbeekschen weg. De eerw. Zusters en de leerlingen der R.K. Meisjeskweekschool woonden met talrijke andere belangstellenden het H. Misoffer bij, waaronder de gregoriaansche misgezangen door de jong dames-kweekelingen op stichtende wijze gezongen werden.
Omstreeks tien uur vingen de plechtige inzegeningen van het kweekschoolgebouw door den hoogeerw. heer Deken aan, die geassisteerd werd door den zeereerw. pater Preller(?) O.P., rector van de eerw. Zusters Dochters der Wijsheid.
Tijdens deze plechtige inzegening volgde een stoet van zusters en kweekelingen de officianten.
In de groote studiezaal hadden zich intusschen de genoodigden vereenigd, die zoo groot in aantal waren dat zij de ruime zaal grootendeels vulden.
Onder de aanwezigen merkten wij zoowel geestelijke als burgelijke autoriteiten, en wel bijna alle zeereerw. heeren Pastoors van de parochies der stad, de zeereerw. heer Goortz uit ’s-Bosch, inspecteur van het Bijzonder Onderwijs en vertegenwoordiger van Z.D.H. Mgr. Arn. Diepen, de zeereerw. paters Dominicanen Kothmann O.P., prior en Tummers O.P., en de heeren mr. Troyen, rijksinspecteur J.O., ds. W.F. Smits, distr. Schoolopz. L.O., H. Vrancken, wethouder van onderwijs, W.H. Peters, dir. Rijkskweekschool. Seelen, architect van de R.K. Kweekschool, enz.
De hoogeerw. heer Denken C.A. van Son, opende de rij van sprekers en verklaarde de H. Mis van dank vanmorgen opgedragen en de plechtige inwijding thans verricht te hebben, om daardoor een hoog bewijs van waardeering te geven voor het vele en goede werk door de eerw. Zusters Dochters der Wijsheid, hier ter stede verricht in het belang van het bijzonder onderwijs.
Jaren lang hebben deze al in stilte en verborgen gewerkte in haar eenvoudig onderwijshuis aan de Lange Hezelstraat. Het was noodzakelijk dat de eerw. Zusters uitzagen naar nieuwe gebouwen, welke meer beantwoordden aan de nieuwe eischen des tijds aan onderwijsinrichtingen gesteld. Men wachtte het gunstige tijdstip af en hierop kwam nu dit mooie onderwijsgebouw tot stand, dat getuigt van durf en ondernemingszin en een eereplaats zal innemen onder de tempels der wetenschap welke de universiteitsstad Nijmegen bezit.
PGNC 2/2/1922
In voortdurend vertrouwen op God bleef men voortgaan op den ingeslagen weg- en dat vertrouwen is niet ijdel voor hen, die werken voor Gods eer.
Spr. vermaande de eerw. zusters op God te blijven vertrouwen, opdat het haar gegeven mocht zijn nog vele jaren zich met den zelfden ijver en even groote opoffering te mogen blijven toeleggen op de hooge taak: van vorming van katholieke leerkrachten voor de jeugd.
De hoogeerw. heer Deken wees op de verantwoordelijke maar tevens heerlijke taak, welke er ligt in de vorming van leeraressen, en welk een ontzaggelijke kracht ten goede er uitgaat van onderwijzeressen, die den leerlingen goed voorgaan en de leerlingen, vooral ook in deugd opvoeden.
Naast de vergankelijke wetenschappen wordt hun immers ook ’t hoogste doel geleerd: op aarde God te dienen en hiernamaals eeuwig gelukkig te kunnen zijn.
Spr. sprak den wensch uit, dat het werk der eerw. zusters steeds voorspoedig zou gedijen, en op haar arbeid immer zou mogen rusten de sympathie der menschen- opdat haar zegenrijk werk zou mogen voortgaan tot in lengte van jaren en tallooze meisjes hier gevormd zouden mogen worden tot uitstekende onderwijzeressen, die haar beste krachten zouden geven aan het onderwijs der katholieke en de kinderen opvoeden tot sieraden der maatschappij.
Mr. Trijen, inspecteur l.o., verklaarde gaarne naar Nijmegen te zijn gekomen, om hier bij deze plechtige opening van de nieuwe bijz. kweekschool blijken van belangstelling te kunnen geven.
Terecht is voor deze plechtige inwijding gekozen den dag van één Mei: het symbool van ontwikkeling, van nieuw leven, nieuwe bloei, van durf, moed en zelfvertrouwen en vertrouwen in den toekomst.
Het bestuur van deze kweekschool, die het werk klein begon, heeft het voortgezet en nu voltooid- en gaf blijk van groot vertrouwen en goed doorzicht.
Spr. verheugde zich er over, dat tevens door de gelijkstelling van het Bijzonder en het Openbaar Onderwijs ook door stichting mogelijk was geworden- al zijn ook hier alle financieele moeilijkheden niet opgeheven.
Maar in volle Gods vertrouwen werd dit stichtingswerk gedaan, indachtig de woorden van de psalmist: ‘Indien de Heer het huis niet bouwt, dan werken degenen, die het huis gebouwd hebben, tevergeefs”.
Moge dan deze kweekschool welke in een ruim, doelmatig schoon gebouw, een schitterende toekomst tegemoet gaan, moge het aantal leerlingen steeds toenemen onder de uitstekende leiding van de docenten, welke zich wijden aan de wetenschappelijke vorming en godsdienstige opvoeding van de leerlingen.
Spr. wees op de mooie roeping van onderwijzers- en hoopte, dat de leerlingen steeds indachtig zouden blijven de geest van offervaardigheid, hulpvaardigheid, welke haar docenten bezielde.
Moge deze geest spreken uit de geheele instelling en moge deze rijk en nuttig werken voor het nageslacht.
Dee zeereerw. heer Rector Goortz uit Den Bosch, inspecteur van het Bijz. Onderwijs, achtte het een aangename taak zijn gelukwenschen bij die der vorige sprekers te mogen voegen. Deze dag is dan een ware jubeldag voor de stichting. Wanneer men van nabij weet, wat de inspanning en zorg het kost een kweekschool op te richen, in stand te houden en tot bloei te brengen, dan begrijpt men nog meer de beteekenis van een dag als deze.
Spr. betuigt zijn hooge waardering voor het werken en streven van de E. Z. Dochters der Wijsheid, die nog juist op tijd haar kweekschool in wezen hadden weten te brengen. Daartoe behoorde energie en doorzicht- Spr. zou de zusters, naast dochters van de Wijsheid, ook dochters van de Kracht en van de Voorzienigheid willen noemen. Zij zijn de zusters van den durf en de daad- en mogen thans op dezen dag verheugd zijn.
Haar werk werd ook rijkelijk gezegend door God, die zich in edelmoedigheid nimmer laat overtreffen.
Als inspecteur van het bijzonder onderwijs wees spr. er op, dat er thans in het bisdom Den Bosch vele kweekscholen zijn voor onderwijzeressen. En hij stelde zich de vraag of deze, de dertiende in de rij, wel noodig was? Was er inderdaad behoefte aan? De practijk bewees haar bestaansrecht. Voornamelijk waar het hier betrof een externaat, waaraan voor Nijmegen en omstreken groote behoefte bleek te bestaan. Katholiek Nijmegen kan de eerw. zusters dan ook dankbaar zijn. Vele leerlingen uit Nijmegen en omgeving ondervinden thans niet de moeilijkheden, welke er gelegen zijn in het bezoeken van een internaat.
Als vertegenwoordiger van Mgr. Arn. Diepen, die reeds de eerw. zusters blijken van zijn gelukwensch had doen toekomen verklaarde spr. nog uitdrukkelijk de eerw. zusters namens Mgr. te moeten huldigen bij de totstandkoming van deezen nieuwe kweekschoolbouw. Mgr. had onder diens vroegere inspectie reeds ondervonden, welk nuttig werk de eerw. zusters stichtten onder de kinderen uit het Bossche diocees en hoe de eerw. zusters tegemoetkomend waren geweest toen werd verzocht mede te voorzien in het tekort aan opleidingsonderricht voor toekomstige katholieke onderwijzers in ons bisdom.
De eerw. Zusters warden toen direct bereid gevonden eenige parallelklassen in te richten voor jongenskweekscholen.
Namens Mgr. Arn. Diepen bracht spr. daarvoor de zusters nog oprechten dank.
Spr. wees vervolgens op de groote betekenis van de katholieke leekenonderwijzeres op de opvoeding van de rijpere vrouwelijke jeugd op de Mulo-scholen en herinnerde aan practische voorbeelden, hoe het stichtende voorbeeld van de leekenonderwijzeres nog van groote opvoedende kracht bleek voor de leerlingen. De echt godsdienstige opleiding der leerlingen kan door de dame-onderwijzeres zoo herlijk bevorderd worden. Spr. hoopt dan ook dat van deze R.K. Kweekschool voor onderwijzeressen vele uitstekende onderwijskrachten zouden komen ten dienste van ons bijzonder onderwijs.
De heer H. Vrancken, wethouder van onderwijs, sprak woorden van waardeering namens het gemeentebestuur, dat in de opening van deze nieuwe kweekschool een teeken van toenemende bloei van het onderwijs in deze gemeente zag.
Spr. herinnerde nog eens aan de school aan de Lange Hezelstraat met de primitieve inrichting en middelen en vergeleek daarmede het grootsche gebouw, voor welks oprichting te dezer stede het gemeentebestuur dankbaar is.
Spr. hoopte, dat de nieuwe groote uitbreidingsplannen in de naaste toekomst ook verwezenlijkt zouden woren en wenschte de instelling den grootst mogelijken bloei en groei toe.
De eerw. pater A. H. Preller O.P. dankte namens de eerw. Zusters voor alle woorden van waardering en hulde, door geestelijke en wereldlijke autoriteiten aan haar instelling gewijd.
Spreker wees op het ijveren en streven der Zusters, die inderdaad Zusters van de Voorzienigheid zouden genoemd mogen worden, om tot deze huidige uitbreiding van de kweekschool te komen. De Voorzienigheid heeft ten slotte ook hier alles ten goede geleid.
De eerw. Zusters kwamen jaren geleden naar Nijmegen en namen een Bijzondere Bewaarschool op zich- een school welke eenigzins achteruitgaand was.
Het aantal leerlingen breidde zich steeds uit en in 1920 kwam men tot de instelling van de Kweekschool, dank zij niet weinig den sympathieken steun van den heer ds. Smits, den districts-schoolopziener.
Naast God hebben de eerw. Zusters dan ook veel aan den heer Smits te danken voor de totstandkoming van deze kweekschool.
Volgens dankte pater Preller den hoogeerw. heer Deken, die als president van het St. Josefsschoolbestuur zozeer ijvert voor het bijzonder onderwijs, de zeereerw. heer Goortz, wien spreker tegelijk verzocht den welgemeenden dank over te brengen aan Mgr. Arn. Diepen.
Spr. dankte den Rijksinspecteur van het L.O. den distr.-schoolopziener, den wethouder Vrancken en verdere leden van het college van B. en W. in wier welwillende belangstelling spreker de nieuwe R.K. Kweekschool voortdurend aanbeval. Spr. dankte de ouders der leerlingen en rekende op voortdurende samenwerking tusschen de bestuurderen en docenten der kweekschool.
Spr. dankte de oud-leerlingen der school voor haar belangstelling en wees er op dat er in Nijmegen wel bijna geen bijzondere Katholieke meisjesschool zal zijn, waar niet een of meerdere onderwijzeressen oud-leerlingen dezer R.K. kweekschool als doccalen (?) werkzaam zouden zijn.
Spr. dankt ten slotte allen die belangstelling getoond hadden.
Het H. Hart-beeld werde door den eerw. Pater Preller O.P. plechtig geintromiseerd.
Een beschrijving der school volgt morgen.” (De Gelderlander 1/5/1923)
De Maria Geboortekerk is in opdracht van de Dominicanen gebouwd. Dit gebeurde in 3 fases:
1893-1894: een hulpkerk
1900-1901: vergroting met het huidige middenschip en zijbeuken
1921: vervanging hulpkerk door een transept, koor met zijkapellen en een sacristie. Daarnaast een nieuwe voorgevel met traptorens.
Zowel van het hulpkerkje als de vergroting van 1900-1901 was Johannes Kaijser (1842-1917) de architect. De derde fase werd gebouwd door zijn zoon.
Dit stuk gaat vooral over de bouw van 1900-1901. Daarbij was deze kerk bedoeld als ‘tussenkerk’. De vergroting moet de hoofdbeuk of het zogenaamde langschip gaan vormen van de definitieve kerk. Dan zal er een transept met priesterkoor gebouwd worden. Daarnaast zal de voorgevel nog “versterkt” moeten worden, met een toren van 14M. breedte en 80M. hoogte.
Deze verbouwing vond uiteindelijk plaats in 1921, door de zoon van Kaijser. De toren is er echter niet gekomen.
1894: Hulpkerk
De achterzijde van de Maria Geboortekerk, 1894 (F87883 RAN)
De eerste bouwfase begint in 1892. De stadswallen waren inmiddels gesloopt. Op dat moment werd nog geen grote groei van Nijmegen-oost verwacht en daarom werd een kleine hulpkerk geacht voldoende te zijn.
Over de inzegening van 1894 schrijft de Gelderlander:
“De Inzegening der Bijkerk van Onze Lieve Vrouw te Nijmegen
Sinds geruimen tijd trekt de nieuwe bijkerk der Sint-Dominicusparochie de aandacht der talrijke wandelaars, die in deze zeldzaam schoone dagen langs het Hunerpark en de Singels genieten van de frissche lentelucht en het heerlijk natuurtafereel, dat zich dagelijks verder voor hun oog ontrolt. Inderdaad, het kerkgebouw is zulk een aandacht dubbel waard. Deels schilderachtig tusschen het groen verscholen, verheft het zijne hoogstijgende lijnen en streeft met een sierlijk, slank torentje ten hemel. Vooral van den Kerkhofweg gezien is de aanblik verrassend en bewijst, hoe dankbaar de XIV eeuwsche gothiek, in nationale grondstof uitgevoerd, zich leent voor onze kerkgebouwen. Het gedeelte, dat thans is afgeleverd, bestaat uit een achthoekig priesterkoor, twee achthoekig gesloten transepten en twee travées van de groote beuk. Eventueel kan dit middenschip met nog vijf travées worden verlengd en daarbij gesloten met een rijken voorgevel, door twee traptorens geflankeerd; de kerk zal den eene lengte hebben van 48 meters.
Treedt men het gebouw binnen, dan ontwaart men terstond, dat de decoratie zeer constructief is opgevat. Alle constructieve elementen, zooals colonnetten, pilasters, bogen, enz. zijn in schoonen baksteen gemetseld en gevoegd; terwijl de vlakken, welke geene constructieve functie hebben, witgepleisterd zijn. Dit rood en wit, gevoegd bij het zachtgroene licht, dat door het kathedraalglas naar binnenstroomt, geeft aan het geheel eene aangename, als het ware, kerkelijke tint. Het gewelf verheft zich tot eene hoogte van 15 meters, maar schijnt door de witte schildering nog hooger te streven; slechts enkele motieven daarvan zijn voorloopig sober in kleuren georneerd. Ieder bezoeker zal instemmen, dat de architect Kaiser uit Maastricht in de opvatting en uitvoering van zijn plan uitstekend geslaagd is, en tevens de nauwkeurige afwerking roemen van den heer W. van der Waarden, die als aannemer hier weder getoond heeft, waartoe Nijmegen in staat is.
Volgens afkondiging had hedenmorgen ten 9 ure de plechtige inzegening plaats van het nieuwe bedehuis; de plechtigheid werd verricht door den Weleerw. Pater A.P. van der Geest, pastoor der parochie, daarin bijgestaan door de geestelijken des kloosters. Tegen 10 ure zag men langs verschillende dreven de geloovigen samenkomen om het eerste H. Misoffer in het nieuwe heiligdom bij te wonen. De herder der parochie celebreerde, geassisteerd door de beide kapelaans, de Weleerw. Paters S. Grapel en H. van E.p. Na het Evangelie hield de Zeereerw. Pater J.V. de Groot, prior des kloosters, eene treffende toespraak tot de vergaderd menigte. Naar aanleiding van de woorden des psalms: In donum Domini ibinus, Wij zullen ingaan in het Huis des Heeren, verklaarde de gewijde redenaar, wat de Kerk is voor de Katholieken: zij is de woonstede Gods, zij is de zetel der zegeningen Gods. In weinige krachtige trekken schetste hij de verhevenheid van het Huis Gods tijdens het Oude Testament, om vervolgens langs Bethlehem en Nazareth te wijzen op den tempel van het Nieuwe Testament, die vooral hare grootheid ontleent aan het onbloedig Offer daar opgedragen, aan de tegenwoordigheid van Christus in het H. Sacrament. Dit verklaart de ware grootheid onzer christentempels, hetzij deze verborgen zijn in de catacomben, verscholen in schuren en zolders, of als heerlijke, prachtvolle kathedralen met hemelhooge spits luide aan de wereld verkonden den Emmanuel, den God met ons. Hierna zette de gevierde spreker uit een, dat de kerk de zetel is der zegeningen Gods, omdat de Verlosser der wereld, de Bron der genade, daar woont in de H. Eucheraristie, omdat de H.H. Sacramenten daar worden toegediend, omdat de mensch daar licht vindt in de duisternis, vrede in de onrust des gemoeds. Hartelijk wenschte hij den pastoor en de geloovigen geluk met dit nieuwe Huis Gods en bracht den edelmoedigen weldoeners zijn innigen dank. – Zooals men weet, is de bijkerk gebouwd van de giften, welke het katholiek Nijmegen vóór twee jaren, bij het zesde eeuwfeest van het Predikheeren-klooster, aan de Paters heeft aangeboden. Der kerk herinnert dus tevens aan den band, welke zes eeuwen van arbeid en strijd tusschen de kloosterlingen van Sint Dominicus en Nijmegen’s burgerij gelegd hebben.” (De Gelderlander 14/4/1894)
1900-1901: vergroting met het huidige middenschip en zijbeuken in Lancet Style
Achterkant Maria Geboortekerk (door Havang (nl) – Eigen werk via Wiki commons CC0)
De bevolking groeide echter harder dan verwacht. Daarop werd besloten een groot middenschip te bouwen.
Waar zijn zoon Jules Kaijser met het voorportaal refereert naar de Franse vroeggotiek (reliwiki), lijkt Johannes Kaijser te refereren naar een vroegere periode: zoals in het krantenartikel staat weergegeven, is het gebouw geïnspireerd op de “lancet style”. Deze komt vooral voor in Engeland? Deze vorm is goed te zien aan de achterkant van het gebouw. De lancet style houdt in dat gebruik wordt gemaakt van spitsbogen en een verhoogde, slanke vensters, zonder maaswerk (joostdevree).
1901 Hulpkerk voor de Parochie van de H. Dominicus (D12.377927)
De Gelderlander schrijft bij de opening in 1901 een artikel, waarin het Onze-lieve-Vrouwekerk wordt genoemd:
“De Onze-lieve-Vrouwekerk te Nijmegen.
Tot niet geringe vreugde der katholieken die zich buiten de St.-Jorispoort gevestigd hebben, breekt weldra de langverbeide dag aan, waarop de nieuwe kerk haar deuren voor de geloovigen ontsluiten zal. Menigeen zal bij het binnentreden des heiligdoms verwonderd staan over het verrassend effect, dat de verbinding van den eersten bouw thans tot presbyterium bestemd, met het nieuwe gedeelte teweeg brengt. Er moest hier een niet te onderschatten moeilijkheid worden overwonnen, doch het vindingrijk genie van den bekwamen bouwmeester, den heer J. Kaiser, heeft glansrijk gezegevierd.
Schenken wij echter onze opmerkzaamheid den nieuwen aanbouw, die de hoofdbeuk of het zoogenaamde langschip zal vormen der definitieve kerk. Het plan immers bestaat om later een transept met priesterkoor, van grooter verhouding dan het thans bestaande, te bouwen en den voorgevel te versterken en te verfraaien met een toren van 14M. breedte en 80M. hoogte. Het nieuwe gedeelte is in zuiver dertiende-eeuwschen stijl (style Lancet) opgetrokken, in materialen grootendeels aan den vaderlandschen bodem ontleend. Vandaar is de kleurige baksteen, der roem onzer Waal-oevers, in allerlei verscheidenheid, op de meest sprekende punten gebezigd. Voor de handhaving van dit echt rationeel en traditioneel beginsel, kan men den architect niet anders dan lof toezwaaien.
Twee rijen slanke kolommen met sierlijke kapiteelen dragen het 10M. breede middenschip, dat krachtig omhoog streeft en zich ter hoogte van 22M., in stoute bogen, welft. De zijbeuken trekken de aandacht door hunne ruimte, welke vooral verkregen werd door de conterforten naar binnen te plaatsen. Deze laatste, als pilasters behandeld, breken tevens de muurvlakten, verhoogen door hunne rijke profileering het perspectief en bekoren het oog door hun wisselend spel van lijnen. Om de polychromie, die in zoovele kerken zwaar tegen de vochtigheid te kampen heeft, tot een klein gebied te beperken, d.w.z. gevoegd; slechts de gewelfvlakken zijn wit gepleisterd. Overigens is er, vooral buiten, niet naar versiering gezocht; de constructieve deelen van den bouw vormen de voornaamste ornamentatie. Blijkbaar is de architect van het denkbeeld uitgegaan, om een kerk te bouwen, die door soliede constructie, duurzame materialen en sobere versiering in de naaste toekomst geen zorg voor onderhoud of herstelling mag geven.
Met dit doel voor oogen is hij er tevens in geslaagd aan het geheele gebouw een werkelijk monumentaal karakter te geven.
Den heeren Gielen en Van der Pluim, de wakkere aannemers, wier namen reeds te Nijmegen gevestigd zijn, komt voor de uitvoering alle lof toe.
Moge het ondernemend Kerkbestuur der Sint-Dominicusparochie door de liefdadigheid der geloovigen weldra in staat gesteld worden om den bouw te voltooien; dit zal voorzeker de wensch en de bede zijn van alle geloovigen, die zich morgen (Vrijdag) naar de Onze-Lieve-Vrouwekerk zullen begeven, wanneer het heiligdom door den zeereerw. Pastoor A.P. van der Geest plechtig wordt ingezegend.
Jaren 20: Parochiekerk en verbouwing Jules Kaijser
Begin jaren 20 wordt de hulpkerk een zelfstandige parochiekerk. “Dat was ook het moment dat de kerk niet meer als een ‘buitenpost’ werd gezien, maar een volwaardige functie kreeg, van doopsels en huwelijken tot begrafenissen.” (Nijmegen-Oost.nl)
De zoon van Johannes Kaijser, Jules, bouwt een koor met dwarsschip. En daarnaast krijgt de kerk een nieuwe façade met twee traptorentjes. Daarbij sluit hij zijn stijl aan bij dat van zijn vader. Bovendien wordt een parochiehuis gebouwd, waar onder andere de verkennerij bij elkaar kwam.
Maria Geboortekerk en Onze-Lieve-Vrouwekerk
Maria-Geboorte is het feest van de geboorte van de Moeder van Christus, Maria. De feestdag is op 8 september: op deze dag zou de wijding van de kerk bij het vermoedelijke geboortehuis van Maria hebben plaatsgevonden. De eerste vermeldingen van dit feest zijn in de 6e eeuw.
De Maria Geboortekerk en Onze-Lieve Vrouwegeboortekerk verwijzen naar hetzelfde feest. Maria-Geboorte is de officiële naam. En Onze Lieve Vrouwe is een andere naam voor Maria. In meerdere plaatsen is een kerk vernoemd naar een van beide namen, zie de lijst op wikipedia.
Vooralsnog weet ik (RE) nog niet waarom de kerk in het artikel uit 1901 Onze-Lieve-Vrouwekerk (dus zonder “geboorte” wordt genoemd: waarschijnlijk is het een verkorte aanduiding.
(Overige) Bronnen en verder lezen over Maria-Geboorte
Er is nog niet uitgebreid onderzocht wat het vervolg is geweest. In de jaren 80 dreigde sloop van de kerk. Nijmegen-Oost.nl heeft een mooi artikel geschreven in 2006 naar aanleiding van het 80-jarige bestaan (tevens gebruikt als bron voor dit artikel): “In de jaren 80 stond ?ie nog op de nominatie om gesloopt te worden, maar de Maria Geboortekerk aan de Berg en Dalse weg oogt nu meer dan springlevend. En bij de tijd, met internetpagina en e-mail. Ook al staat de kerkgemeenschap duidelijk in het heden, men wil graag een blik in het verleden werpen.”
Tegenwoordig (juli 2026) maakt de kerk onderdeel uit van de Stefanus parochie, welke 7 kerken telt. De kerk noemt op haar eigen site: “30 jaar geleden ontstaan uit een kerkgemeenschap met een tiental kerkgangers komen er nu elke dag rond 25 en elk weekend rond 200 mensen van alle leeftijden bij elkaar – en het aantal groeit elke week. God houdt van de mensen en is hen nabij. Dat is de boodschap die ons draagt, die ons verbindt en die we willen uitdragen naar anderen.” Via een livestream zijn de vieringen te volgen.
Rijksmonument
Glas-in-lood ramen Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Beeld Dominicus Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Beeld Albertus Magnus door Jac Maris, 1948 Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Zowel de kerk als de pastorie zijn een Rijksmonument, met als waardering (tevens staat hier een uitgebreide beschrijving):
“1. een PAROCHIEKERK toegewijd aan “Maria Geboorte”, en
2. een PASTORIE met HEK.
Waardering
Rooms-katholiek parochiecomplex uit het eerste kwart van de 20ste eeuw, bestaande uit een PAROCHIEKERK en een PASTORIE met HEK.
Van architectuurhistorische waarde als goed voorbeeld van een historisch gegroeid parochiecomplex, waarbij voor de in fases tot stand gekomen kerk uit 1900-1924 steeds de neogotiek is gehanteerd en voor de pastorie uit 1930-1931 een meer eigentijdse bouwtrant met invloeden van de Amsterdamse School en de Art Deco. Beide complex-onderdelen zijn van belang wegens de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp, de zorgvuldige detaillering en de nagenoeg gave interieurs.
Van stedebouwkundige waarde als essentieel en markant gesitueerd onderdeel van de zogenaamde “19de eeuwse gordel” van Nijmegen, dat bovendien door de hoge ligging op een stuwwal van bijzondere waarde is voor het stadssilhouet.
Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een geestelijke ontwikkeling, in casu het rooms-katholieke bewustzijn en klimaat in Nijmegen in het algemeen en de vorming van nieuwe parochies in de stadsuitleg in het bijzonder.”
Mariabeeld van Albert Meertens
Een Mariabeeld , geplaatst op het pleintje voor de Maria Geboortekerk, gemaakt in 1949 door Albert Meertens (14-12-1904 – 30-11-1971) uit Berg en Dal ; op de gevel van de kerk links het beeld Dominicus uit 1923 en rechts Albertus Magnus , gemaakt in 1948 door Jac Maris, 1949 (GN5272 RAN)
Beeld bij Maria Geboortekerk (september 2024)
Jezus zonder hand (oktober 2024)
Sokkel Mariabeeld voor Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Inscriptie “aan Pastoor Dickmann 15 aug 1908-1948” (oktober 2024)
Sokkel Mariabeeld voor Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Pastorie
Lees hier over de in de jaren 30 gebouwde pastorie:
Pastorie van de Maria Geboorterkerk, augustus 2023 (Google Streetview)
Deze pagina verzamelt reeds gemaakte artikelen over de wijk Altrade. Romeins amfitheater hoek Rembrandtstraat-Mesdagstraat In de buurt van Romeinse legerkampen…
Plan tot het verbouwen van een woonhuis tot winkelhuis van een perceel gelegen aan de Weurtscheweg Kad. Bekend Gem. Neerbosch Sectie A No 808, Eigenaar J.P. Jansen, datum bouwdossier 7-10-1924 (D12.389161)
Weurtseweg 83-85 is aanvankelijk gebouwd als beneden- en bovenwoning. In 1924 vindt echter de verbouwing van de benedenverdieping tot winkelhuis plaats. Tegenwoordig is dit echter weer verbouwd tot woongedeelte.
Wanneer de Weurtseweg 83-85 is gebouwd, is nog niet bekend. Dan bestaat het gebouw uit een beneden- en bovenwoning (83 respectievelijk 85).
In ieder geval vindt in 1913 de aanleg van de riolering plaats. Dan is de eigenaar J.P. Jansen (D12.384512) en de bouwkundige J.H. van Benthem
Op Weurtseweg 83 komt echter (ook) jarenlang Jansen of Janssen voor:
A.A. Janssen (als “’t Witte Paard”) De Gelderlander, De Gelderlander 7/11/1924, 21/1/1925
1924 Verbouwing tot winkelhuis
Indeling Plan tot het verbouwen van een woonhuis tot winkelhuis van een perceel gelegen aan de Weurtscheweg Kad. Bekend Gem. Neerbosch Sectie A No 808, Eigenaar J.P. Jansen (?), datum bouwdossier 7-10-1924 (D12.389161)
In 1924 volgt de verbouwing tot winkelhuis. Dan is J.P Jansen nog steeds de eigenaar; de handtekening van de bouwkundige is moeilijk leesbaar. Hierbij wordt de voorkamer en een deel van de gang verbouwd naar een winkel. De 2 ramen aan de voorkant wordt 1 groot raam.
Advertentie opening Kruidenierszaak ’t Witte Paard van A.A. Jansen, Weurtseweg (De Gelderlander 7/11/1924)
Advertentie “In ’t Witte Paard”, Weurtseweg (De Gelderlander 4/12/1924)
In november 1924 volgt de opening van Kruidenierswinkel “’t Witte Paard” van A.A. Jansen, soms ook met 2 s-en geschreven. Ook in 21/1/1925 komt nog een advertentie voor.
G. Rebel
In het Adresboek 1928 komt op de Weurtsche weg 83 G. Rebel voor, met als beroep “schilder”. Gerbert Rebel, schilder. Hij wordt in 1928 failliet verklaard (PGNC 10/4/1928). Of de “schilder” G. Rebel dezelfde is als degene die een kaashandel begint (of mogelijk een familielid, bijvoorbeeld vader-zoon), is nog niet bekend. In 1929 verhuist “De Hollandsche Kaasboer” van G. Rebel naar Bloemerstraat 84.
In het Adresboek van 1928 staat, wanneer G. Rebel voor komt op nummer 83, J.P. Jansen op nummer 85 (oftewel de bovenwoning).
(Het is mogelijk dat Rebel juist in de tussengelegen jaren hier zijn kaashandel heeft gehad. Een moeilijkheid is dat Jansen soms geschreven wordt met 1 of 2 ss’en. En zo komt er ook een C. van Willigen, bedrijfsleider, voor op nummer 83 in het Adresboek 1922.)
In ieder geval zal “De Hollandsche Kaasboer” van G. Rebel in 1929 verhuizen naar de Bloemerstraat 84.
Advertentie De Hollandsche Kaasboer G. Rebel opening Bloemerstraat 84 (De Gelderlander 8/1/1929)
A. Janssen
Daarna worden er weer meldingen in Adresboeken en advertenties van Jans(s)en voor.
Onder andere in een nieuwjaarswens A. Janssen van “’t Kaashuis” in De Gelderlander 31/12/1931, De Gelderlander 31/12/1932.
Ook zijn er meldingen gevonden in De Gelderlander 15/12/1934, PGNC 5/1/1935, PGNC 31/12/1936, melkslijter (Adresboek 1932, 1934, 1936, 1938). Ook na de Tweede Wereldoorlog komt A. Janssen voor: in de Adresboeken 1948, 1951, 1955 als melkslijter-winkelieder levensmiddelen; als winkelier in 1959 en 1963 en onder de kop “Levensmiddelen” in 1966.
Vervolg
Weurtseweg 83-85, augustus 2023 (Google Streetview)
Wanneer de winkel opgehouden heeft te bestaan, is nog niet bekend. Na de oorlog zijn in ieder geval de volgende gebruikers gevonden (dus ook ten tijde van Janssen):
Mw. B. Cornelissen 1959
Mw. H.F.M. Mooren, dienstbode 1963
H.M.T. Pols 1971
Tegenwoordig (juli 2025) is ook het benedengedeelte weer een woning.
Een grote woning met schuur, architect Ibes, foto 1987 (Bertus van As via F13825 RAN CC-BY-SA)
Woonhuis (‘Germina’) met schuur en hekwerken werden gebouwd in 1936. Kippenhandelaar De Vries uit Beek-Ubbergen vroeg architect W.S. Ibes voor het ontwerp. Op 18-8-1936 besteedt W.S. Ibes het bouwen van een landhuis met schuur aan de Breedestraat aan (De Gelderlander 13/8/1936). De aannemers waren H.P. Tax, Willems en Van de Hoge.
G.M. de Vries
G. de Vries en gezin, koopman verhuizen in de week van 8 tot en met 14 januari naar de Breedestraat 100. Hun vorige adres was Ubbergen B 56. (De Gelderlander 20/1/1937)
G.M. de Vries wordt nog in Adresboek 1951 gevonden:
In het Adresboek 1940 is hij “kippenhandelaar” op Breedestraat 100
In 1948 en 1951 “veehouder” op Bredestraat 100.
Mej. W. de Vries is in 1948, 1951, 1955 gevonden en in 1959 is het “mw.”
In 1948 komt ook 1948 mej. J.A. van Os voor. En in 1959 mw. C.M.T. van Ooijen.
Architect Ibes
De architect was W.S. Ibes. Lees hier over deze architect:
OVER Architect W.S. Ibes Melkinrichting en Stoomzuivelfabriek “Neerlandia” 1924, Stockumstraat 1 “Melkinrichting en Stoomzuivelfabriek “Neerlandia”. De Melkinrichting en Stoomzuivelfabriek ”Neerlandia”…
Gemeentelijk Monument
Het woonhuis met schuur en hekwerk is een gemeentelijk monument. Op haar site staat een uitgebreide omschrijving. Als waardering:
“Architectuurhistorische criteria Het WOONHUIS MET SCHUUR EN HEKWERK aan de Bredestraat is, voor wat betreft exterieur en interieur, een goed bewaard gebleven voorbeeld van een woonhuis gebouwd in een traditionalistische bouwstijl. Het huis bezit meerdere waardevolle interieurelementen waaronder terrazzovloeren in de vestibule, de gang en de keuken, fraaie schouwen in de woonkamer en de slaapkamer en plafonds van triplex met latten in geometrische patronen. Als zodanig heeft het woonhuis architectuurhistorische waarde.
Stedenbouwkundige criteria Het WOONHUIS MET SCHUUR EN HEKWERK, vormt een belangrijk en beeldbepalend onderdeel van de historisch gegroeide reeks van woonhuizen, boerderijen en villa’s aan de Bredestraat in Hees. Het woonhuis, de schuur en het hek hebben een ensemblewaarde ten opzichte van elkaar. Als zodanig heeft het ensemble stedenbouwkundige waarde.
Cultuurhistorische criteria HET ENSEMBLE is een goed voorbeeld van woonhuis met bedrijf aan huis dat is geliëerd aan de agrarische sector. Het geeft een representatief beeld van hoe welgestelden woonden en werkten in Hees in de jaren dertig van de twintigste eeuw. Als zodanig heeft het ensemble cultuurhistorische waarde.”
Woonhuis (‘Germina’) met schuur en hekwerken werden gebouwd in 1936. In dat jaar gaf kippenhandelaar De Vries uit Beek-Ubbergen aan architect W.S. Ibes opdracht het geheel te ontwerpen. Aannemers waren H.P. Tax, Willems en Van de Hoge, 2013 (Henk van Gaal via DF3459 RAN CC0)
OVER Architect W.S. Ibes Melkinrichting en Stoomzuivelfabriek “Neerlandia” 1924, Stockumstraat 1 “Melkinrichting en Stoomzuivelfabriek “Neerlandia”. De Melkinrichting en Stoomzuivelfabriek ”Neerlandia”…
1912 Broerstraat 40 (bij opening), verwoest in de Tweede Wereldoorlog
Het interieur in de Chicago Bioscoop, Broerstraat, 1932 (F15285)
In 1912 opent de Chicago-Bioscope aan de Broerstraat. Het werd tijdens het bombardement in februari 1944 verwoest.
“De Chicago-Bioscope.
In het perceel Broerstraat 40 is sinds Zaterdag de Chicago-Bioscope geopend. Nijmegen is hiermede een grootsteedsche inrichting rijker geworden, welke een sieraad voor stad en straat genoemd mag worden. Zooals de naam dezer kinematograaf reeds aanduidt, hebben de exploitanten der Chicago-Bioscope hun schitterende wijze van werken in Amerika, de nieuwe wereld, opgedaan, en, aangepast aan de gebruiken van Europa, mag men deze inrichting de eer niet onthouden, welke haar ten volle toekomt. Hier heeft men nu inderdaad een bioscooptheater in den waren zin des woords, uit ruime beurs gebouwd, schitterend uitwendig en met een luxueus interieur, kortom een inrichting, welke volkomen aan de eischen des tijds beantwoordt.
Boven den ingang trekken een viertal booglampen, welke een enorm lichtkwantum produceeren, de aandacht. Na de ruime vestibule met de coquette bureaux en de tochtdeuren, waartusschen de toiletten, gepasseerd zijn, komt men in een fraaie wachtsalon met groote banken langs de wanden. Van daar geven drie breede deuren toegang tot het theater, dat werkelijk op één lijn te stellen is met de beste inrichtingen van ons land. Alle zetels, ook die van den derden, -laagsten- rang, zijn gemakkelijke klap-fauteuils, die van den eersten en tweeden rang met pluche, die van den derden rang met leer bekleed. Ruim 500 personen kan de fraai verlichte zaal bevatten; tijdens de voorstellingen werpen een zestal lampjes aan de zijwanden een rossen gloed over de bezoekers, zoodat deze nooit geheel in het donker zitten, ten spijt van de liedjeszangers die juist de duisternis van de bioscoop menigmaal tot voorwerp van hun grappen gemaakt hebben.
Het doek, waarop de beelden geprojecteerd worden, is hoog aangebracht, zoodat alle toeschouwers de voorstelling gemakkelijk kunnen volgen. Bovendien zijn de rangen amphiteatersgewijze gebouwd. Onder het projectiedoek staat een fraaie vleugel, keurig gemaskeerd door planten. De pianist ziet in een spiegel de projectie en kan hiermede bij zijn begeleiding rekening houden.
De films worden geprojecteerd in een ruim lokaal boven de wachtsalon gelegen. Er zijn twee toestellen, zoodat, wanneer zich aan het eene storing mocht voordoen, het tweede er altijd is om stagnatie in het bedrijf te verhoeden. De wisselstroom, welke van de Gemeentelijke Centrale wordt betrokken, wordt in een lager gelegen vertrek omgezet in gelijkstroom, door de kracht van twee groote motoren. De Chicago-bioscoop kan 60 Amère lichtsterkte produceeren, hetgeen wel buitengewoon genoemd mag worden.
Het geheele gebouw is van centrale verwarming voorzien. In het voorgedeelte boven liggen de kantoren van directie en personeel. Aan de achterzijde heeft het gebouw groote nooduitgangen, correspondenderend op de Scheidemakersgas.
Met genoegen hebben wij gisterenavond een voorstelling bijgewoond en daarbij ondervonden hoezeer men reeds in een behaaglijke stemming gebracht wordt alleen door het gerief dat een theater biedt. Het doorloopend programma, dat twee uren in beslag neemt, bevatte vele mooie nummers, waarvan wij in het bijzonder de natuuropname “Op de Caspische Zee”, De Paardendieven -Cow-boy-film uit the far West-, “De Samenzwering tegen Napoleon” en verscheidende hoogst koomische nummers.
Een bezoek aan de Chicago-Bioscope kan een ieder worden aanbevolen.” (PGNC 16/5/1912)
Verbouwing 1913?
Afgaande op het bericht van PGNC is er al in 1913 een verbouwing:
“Chicago-Bioscope.
Wij hebben wederom niets dan goeds te melden over de filmseries welke den bezoekers van de steeds gezellig gevulde zaal der Chicago-Bioscope worden geboden. “De Voddenraper van Parijs” was het driedeelig hoofdnummer van het programma van Vrijdag en Zaterdag. Spel, enscenering en opname waren perfect.
Een kleurenopname van Eclair van de bekende Willy was allerleukst terwijl de extra van Selig “de Stuurman der Bessie Harder” een prachtfilm was. Ook de overige nummers “deden” het goed.
Zondag en gisteren zagen we “Tersicore” een drie-acter, waarin de Spaansche danseres Tersicore eerst de liefde verstoort eener prinses doch later de verloofden weer tot elkaar brengt. Een tweedeelige Engelsch-Indische opname “de Wijze Olifant” gaf bewonderenswaardig werk te zien. “Tuilerieën van Parijs”, “Jong-Italië”, “Léonce” enz. waren verder alle uitstekende beelden.
Heden gaat ook een nieuw programma tot en met Dinsdag. Als hoofdnummer “Zigeuner’s Minnestrijd”, een film in meerdere deelen en waarin een groot stierengevecht moet voorkomen: De roep over deze film is uitmuntend, zoodat we iets moois verwachten mogen. Ook het overige programma pakt door aantrekkelijke titels.
De verbouwing nadert haar voltooiing. Men heeft reeds het bijzondere projectiedoek van de schutting verwijdert om het op het tooneel te monteeren en behelpt zich thans op een soort wit doek. Het beeld is wel iets minder helder voor een nauwkeurig opmerker, doch Vrijdag a.s. zal reeds de geheele schutting verdwenen zijn. Het euvel is dus van voorbijgaanden aard, als het al een euvel zijn mocht. Op de verbouwing komen wij nader terug.” (PGNC 24/9/1913)
1944 Verwoesting tijdens bombardement
Voor de oorlog had Nijmegen 4 bioscopen. De Chicago bioscoop, waarvan de Carolus bioscoop de vervanger was, en City gingen verloren tijdens het bombardement op 22 februari 1944. Olympia en Luxor werden tijdens Market Garden (17 tot met 21 september 1944) in brand gestoken. Alleen de Vereeniging bleef als bioscoop, sinds 1927 was zij ook films gaan vertonen. De Trust was eigenaar geweest van de Chicago bioscoop. In 1948 gaf zij aan H. van Vreeswijk opdracht tot het ontwerp van de nieuwe bioscoop.
Lees hier verder over de Carolus Bioscoop:
Het restaurant Tai-Tong met daarnaast Bioscoop Carolus en Luxor, 9/1955 (Jeroen van Lith via F68040 RAN CC0)
Het was lange tijd een van de trotste gebouwen van Nijmegen: de Carolus Bioscoop. Geopend in 1954, was het een van de belangrijkste voorbeelden van de Nijmeegse wederopbouw. De architect was Henri van Vreeswijk, bekend om zijn akoestische kennis.
Rechts de Nutsschool, links de Hertogstraat, 1900 (F27388 RAN)
Nadat de school aan de Kaaskorversgas te klein geworden was, richtte de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen een school aan het Hertogplein op. In 1889 ging deze Nutsschool open. Hiervan waren Semmelink en Hofkamp de architecten. De school is rond 1968 gesloopt.
Vooraf: Kaaskorvergas
In 1821 begon de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen een school in een gehuurd pand aan de Jodengas. Vanaf december 1823 werd les gegeven in een gebouw, “een lokaal” op de hoek van de Broederstraat en de Kaaskorvergas, een gekocht pand. Daar bleef de school 65 jaar lang. Omdat het aantal leerlingen was gegroeid en afgaande op het onderstaande artikelen, in de loop der jaren weinig was aangepast, voldeed het gebouw niet meer . Daarop werd een nieuwe school gebouwd naar ontwerp van de architecten Semmelink en Hofkamp.
Bij de Opening
Bij de opening schrijft het PGNC onder andere:
“Nadat in het jaar 1816 ook hier ten stede een Departement van die Maatschappij was opgericht, hadden zijne leden weldra begrepen, dat de bedoelingen van den stichter niet konden verwezenlijkt worden, zonder verbeterd onderwijs, al het beste middel tot volksbeschaving en volksontwikkeling. Den 22en October 1821 werd de “Nutsschool” door den toenmaligen voorzitter van het Dep., dr. A. Moll, geopend in een lokaal in de Jodengas, hetwelk thans tot openbare verkoopingen dient. In de maand December 1823 werd de school verplaatst naar het lokaal, waar zij tot den dag van heden, dan ruim 65 jaren lang, gehuisvest was, in de Kaaskorversgas bij de Broerstraat. Jaren lang bleven de schoolgebouwen onveranderd en bleef het getal leerlingen op dezelfde hoogte, verdeeld over twee lokalen, die nog heden, schier in denzelfden staat, aanwezig zijn en waarvan nog menig Nijmegenaar de herinnering trouw bewaart.
Ten jare 1865 deed zich evenwel behoefte aan verandering en uitbreiding gevoelen. De onderwijzerswoning verdween en maakte plaats voor drie schoollokalen en eene gymnastiekzaal. Nu nam onder den hoofonderwijzer Japikse de school aanhoundend in bloei toe. De ontmanteling der vesting werkte mede om het aantal der leerlingen steeds te doen aangroeien, totdat de oprichting der aan de Rijkskweekschool voor onderwijzers verbonden leerschool, in dezen aanwas een zekeren stilstand bracht. Dit duurde evenwel niet lang. Weldra vermenigvuldigden de aanvragen om plaatsing zich zoozeer, dat de bestuurskamer, de koffiekamer en een bergkamer op de bovenverdieping in schoollokalen herschapen worden.
Thans drong zich aan het Bestuur en aan de leden van het Departement meer en meer de overtuiging op, dat een nieuw, naar de eischen des tijds ingericht schoolgebouw eene behoefte voor het Departement, ja voor onze stad mocht heeten. Na een enkelen misgreep slaagde men in het vinden van een geschikt terrein. De heeren Semmelink en Hofkamp namen de taak op zich om een plan te ontwerpen, dat aan alle eischen voldeed en dat, nu het verwezenlijkt voor onze oogen staat, den bouwmeesters zoowel wat praktische inrichting als wat sierlijkheid van vormen betreft grootelijks tot eer verstrekt. De nette, ruime lokalen, de luchtige gangen, de fraaie gymnastiekzaal en de inrichtingen tot luchtverversching en tot verwarming, volgens de wenken van deskundigen tot stand gebracht overeenkomstig de voorschriften der hygiëne, maken een allerbehagelijksten indruk. Zoo is hier voortgezet wat het voortgeslacht begon. “Zal ook deze school,” vroeg de spreker, “evenvele jaren als de vorige aan haar doel beantwoorden? Zal ook hier geslacht na geslacht zijne eerste opleiding en vorming ontvangen? Wie, die het zeggen zal? Maar laat ons ten minste tevreden zijn met de gedachte, dat wij iets voor het levend geslacht hebben gedaan en laat ons leven in het vertrouwen, dat, ook waar wij dwaalden, ons werk door hen, die na ons komen, nog beter zal worden voortgezet. Wij hebben, dat is zeker, eene daad verricht op op onzen tijd.”…” (PGNC 7/3/1889)
De Wilhelminaboom; op de achtergrond de Nutsschool, 31/3/1966 (Foto J.F.M. Trum via F20537 RAN CC-BY-SA)
Verhuizing Palembangstraat
In 1950 keurt de onderwijsinspectie het pand af. Door een moeizaam verlopen bouwprocedure werd de nieuwbouw pas in 1959 geopend. Lees hier het artikel over de nieuwbouw:
De Nutsschool, gezien vanuit de Archipelstraat, architect F.M. Oswald, 1991 (Ton Opsteegh via F28255 RAN CC-BY-SA)
Het oude gebouw van de Nutsschool voldeed niet meer. Daarop besluit de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen tot de bouw van een nieuwe school. In 1957 wordt begonnen met de bouw. Het ontwerp is van F.M. Oswald.
In 1968 is het gebouw gesloopt. Daarvoor was er een aantal jaren de Nijmeegse Muziekschool gehuisvest.
Na de sloop zou eerst van 1969 tot 1981 de Fiat Garage Egbers, later Theo Lang gevestigd zijn. Daarna werd het wit/rode gebouw van Leo van Schaijk / Osnabrugge gebouwd. Deze werd in 2006 verkozen tot lelijkste gebouw van Nijmegen. In december 2010 vond de eerste steenlegging plaats voor de nieuwbouw van Hertogtaete, waarna in de maanden daarna de sloop van Leo van Schaijk/Osnabrugge plaatsvond.
Architect Semmelink begon als leerling bij de Arnhemse architecten van Gendt en Nieraad. Een aantal werken van hem zijn Hotel-café Bellevue, villa Maris, het Luthers Kerkje, het Wilhelminaziekenhuis, Bahlmann en schoolgebouw van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen
Op 6-9-1898 wordt Wilhelmina gehuldigd tot Koningin der Nederlanden. Ter gelegenheid daarvan viert Nijmegen de Kroningsfeesten, waarbij het planten van de Wilhelminaboom op 1 september een belangrijk onderdeel is. Deze boom staat nog steeds op het Hertogplein.
De Hertogstraat is afgeleid van een heerstraat, een Romeinse legerweg. In ieder geval was de straat en omgeving in de Romeinse tijd in gebruik. Wikipedia: “De Hertogstraat is een van de oudste straten van Nederland. De straat wordt al in de 14e eeuw vermeld”. Volgens het Straatnamenregister in 1322 als Hyrtstege (door Gorissen in 1956)…
De winkel van de fa. Roghmans, handelaar in azijn en zuren, Zeigelbaan 55, 1935 (F21633 RAN)
Architect van Eldik ontwierp de verbouwing van het winkelhuis voor de firma Roghmans, Zeigelbaan 55-57. De winkel was een zaak in mosterd, azijn en kruidenierswaren.
Op 2-3-1934 vindt aanbesteding plaats van het amoveeren en weder opbouwen van het winkel- en woonhuis van de firma Roghmans, Zeigelbaan 55-57 plaats. Wezen had de laagste inschrijving met f6157, maar de gunning werd echter aangehouden.
Bij de opening schrijft de Gelderlander (De Gelderlander 23/7/1934):
“De verbouwing bij de fa. Roghmans.
De Zeigelbaan is weer een mooi winkelhuis rijker geworden door de verbouwing van de bekende zaak in mosterd en azijn, annex kruidenierswaren van de fa. Roghmans.
Deze zaak bestaat al vanaf het jaar 1859, een van de oudste zaken dus in deze oude, drukke winkelstraat. Het valt dan ook niet te verwonderen, dat de oude winkel om hernieuwing vroeg.
Een winkel met trapjes is wel aardig als aandenken aan vervlogen tijden, maar de nieuwe tijd vraagt een ander voorkomen van de winkels. Weg ging de oude pui en een moderne, met een keurige ruimte voor étaleeren, waarin de azijn en mosterd de hoofdrol vervullen, is er voor in de plaats gekomen. Het geheel is werkelijk frisch, fleurig en up to date. De Zeigelbaan gaat er weer mee op vooruit!
De architect van den nieuwen winkel was de heer J.H. van Eldik. De aannemers de heeren Weeren en Willems uit Heumen.
Het schilderwerk werd uitgevoerd door G. van Eldik en het terrazzowerk door L.S. d’Agnolo.” (De Gelderlander 23/7/1934)
Het pand werd in de Tweede Wereldoorlog verwoest.
Familie Roghmans
De tot nu eerstgevonden vermelding van J.M. Roghmans op Zeigelbaan 55 is in PGNC 2/3/1916.
Roghmans is echter nog ouder. En daarnaast is voor 1916 ook al sprake de Zeigelbaan; het is echter nog niet bekend wanneer het om een daadwerkelijke verplaatsing van het bedrijf gaat, of dat er sprak is van een hernummering.
In ieder geval komen ze voor in het Bevolkingsregister 1840 van Boxmeer: Johannes Mathias is dan 20 en de oudste zoon van Jacomina Jurgens , winkelierster. Hij is dan al kuiper.
In het Bevolkingsregister van 1860 komt de familie Roghmans aanvankelijk voor op Bloemerstraat B N 238. Johannes Matthijs Roghmans (Boxmeer, 8-6-1819) is dan “kuiper” van beroep. Hij is getrouwd met Johanna Wijsmann (Wijler, 1825). Zij krijgen 3 kinderen:
Maria Antonia Roghmans (Nijmegen, 10-5-1862)
Johannes Mathias Roghmans (Nijmegen, 5-12-1863)
Elisabeth Roghmans (Nijmegen, 23-3-1867(?)): Zij komt nog niet op de kaart van het Bevolkingsregister van 1860 op de Bloemenstraat voor, maar wel op dat van de Zeigelbaan. In het Bevolkingsregister 1870 staat er 1865. In het Bevolkingsregister 1880 verhuist tijdelijk zij een aantal malen. Bovendien lijkt haar geboortejaar lastig: er staat 1 keer 1865 en 2 keer 1866, waarvan de laatste door het “blauwe potlood” is vervangen door 1867.
Zij verhuizen naar Wijk B No 515.
Bovendien woont zijn broer, Hendrikus Roghmans, smid, dan in de Molenstraat. In het overzicht hieronder lijken de vermeldingen van H. Roghmans en zijn familie uitgesloten te zijn, maar dat is niet volledig zeker.
In 1868 komt M. Roghmans voor op Bloemerstraat, B 240 (Adresboek 1868).
In het Bevolkingsregister van 1870 komt het gezin Roghmans voor op Zeigelbaan Wijk B N 515, waarbij er op een later tijdstip “14” bij is geschreven. Ook komen in het Bevolkingsregister 1870 nog een paar tijdelijke bewoners voor. In het Bevolkingsregister 1880 komt de familie Roghmans voor op Zeigelbaan Wijk B. nr 14. Het “blauwe potlood” heeft er later bij de Aantekeningen “47” bijgeschreven.
Johannes Matthijs Roghmans overlijdt op 28 april 1882.
Roghmans Zeigelbaan 14 (Bevolkingsregister 1880)
Op 27 juli vraagt M. Roghmans vergunning tot het plaats van luchttralies voor “den kelder van zijn huis aan de Zeigelbaan Wijk B No 515.” (Gemeenteverslag 1877)
In het Adresboek 1878-1881 is het J.M. Roghmans, Winkelier, Zeigelbaan B 515.
In 1887 komt Wed. Roghmans, geboren J. Wijsmann, Winkelierster, Zeigelbaan, 14. De Wed. J.M. Roghmans komt op die manier ook voor in een advertentie van PGNC 14/6/1889. En de Wed J.M. Roghmans en Kinderen doen in De Gelderlander 1/1/1896 een Nieuwjaarsgroet (zonder vermelding van adres).
In het Adresboek 1899 is het nog Wed. J.M. Roghmans, geboren J. Wijsman, Zeigelbaan 49.
Johanna Wijsmann, winkelierster in kruidenierswaren) overlijdt op 5 oktober 1900 (Bevolkingsregister 1890). Johannes is doorgestreept, met een verwijzing naar “blz 148”. Het lijkt dat hij doorgestreept hij zijn eigen bladzijde gekregen heeft (zie hieronder).
Elisabeth trouwt en verhuist (naar “blz 97 van dit boek”). En Maria? Haar naam is niet doorgestreept, wat zou betekenen dat ze hier is blijven wonen. Wel wordt bij de Aantekeningen verwezen wordt naar het Dienstbodenregister.
In het Bevolkingsregister 1900 komen Johanna, Johannes en Maria (weer/nog steeds) op 1 bladzijde voor: Zeigelbaan, waarbij de 47 is doorgestreept en vervangen door 21. Bij aantekeningen staat bij Johannes nu “N Bl 362”, oftewel de volgende bladzijde). Achter Johanna staat haar overlijdensdatum: waarschijnlijk is tegelijkertijd ook op de bladzijde van 1890 de overlijdensdatum ingevuld. Maria is niet doorgestreept: zij blijft op nummer 21. (Het lijkt er op dat in het Bevolkingsregister van 1890 en 1900 een aantal dingen dubbel zijn geregistreerd).
Johannes trouwt met Berendina Petronella Tilleman (Heteren, 29-11-1870). Zij vestigt zich op 15 juni 1900 vanuit Elst. (Bevolkingsregister 1890) en blijft (of komt weer) op Zeigelbaan 47.
In het Bevolkingsregister 1900 komen 3 kinderen voor:
Matthias Antonius Johannes Maria (8-9-1902)
Antonius Johannes Canisius (15-5-1904)
Johannes Matthias Leo (11-4-1906)
In het Adresboek van 1901 en 1902 M.A. Roghmans, Zeigelbaan 47.
In het Adresboek 1903 is het I.M. Roghmans op Zeigelbaan 47 en M.A. Roghmans op nummer 21.
Daarna doet “Joh.M. Roghmans” een nieuwjaarsgroet. Het adres is dan Zeigelbaan 47. (De Gelderlander 1/1/1905, 1/1/1907 en 1/1/1909).
In het Adresboek 1909 staat J.M. Roghmans, kruidenier, op nummer 47, terwijl M.A. nog op nummer 21 staat. Idem voor 1912-1913. In PGNC 2/3/1916 is het J.M. Roghmans, Zeigelbaan 55.
In het Bevolkingsregister 1910 staat Johannes als “winkelier”. Daarbij is het huisnummer op een later tijdstip (1/1 ’21) vervangen van 47 naar 55. Matthias is “monteur”. Johannes vertrekt op 7-9-1917 naar “Megen c.a. gymnasium franciscanen”.
Ook in Adresboek 1926 zijn er 2 adressen:
Zeigelbaan 27/29: Mej. M.A.
Zeigelbaan 55:
A.J.C. Roghmans
J.M., winkelier
M.A.J.M., monteur
En in 1934 :
Bloemerstraat 9 : J.M., winkelier
Zeigelbaan 27-29 : Mej. M.A.
Zeigelbaan 55 :
Mosterd- en azijnfabr.
M.A.J.M., bedrijfsleider
Herbouw Gerard Noodtstraat 52-54 en Derde Walstraat 91-93
In 1951 vond de herbouw plaats op de Gerard Noodtstraat 52-54 en Derde Walstraat 91-93: