De vlag in top ter gelegenheid van de opening van het Museum Kam, 17/5/1922 (RAN F87279)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Museum Kam

1922, Eleonorastraat (Nu: Museum Kamstraat 45) Hunnerberg

De vlag in top ter gelegenheid van de opening van het Museum Kam, 17/5/1922 (RAN F87279)
De vlag in top ter gelegenheid van de opening van het Museum Kam, 17/5/1922 (RAN F87279)

Gerard Marius Kam (1836-1922)

Gerard Marius Kam was oorspronkelijk een Rotterdamse ondernemer, medeoprichter van de staalhandel Gebroeders Kam. Kam verzette zich tegen annexatie van Delfshaven bij Rotterdam. Vanaf 1 januari 1886, het moment dat de annexatie plaats vond, werd hij gemeenteraadslid van Rotterdam tot 1897.

En ” in 1897 om gezondheidsredenen uit de zaken trad en zich hier vestigde in de villa “Erica” aan den Berg-en-Dalschen weg. Op het terrein tegenover zijn villa, nu ingenomen door de bloemisterij van de firma Smith, en op een gedeelte waarvan het mooie Museumgebouw is verrezen, werd bij het graven een Romeinsch potje gevonden, dat aan den heer Kam werd aangeboden. Dat potje is de grondslag geworden voor de, nu wellicht, grootste verzameling van Romeinsche en Middeleeuwsche oudheden.” (PGNC 15/5/1922, het artikel hieronder)

Gerard Marius Kam ( 29 juni 1836 - 27 december 1922) amateur-archeoloog, datering 1915-1920 (Daniels, M 1782-2000 via RAN F84526)
Gerard Marius Kam ( 29 juni 1836 – 27 december 1922) amateur-archeoloog, datering 1915-1920 (Daniels, M 1782-2000 via RAN F84526)

Als amateur-archeoloog verzamelt hij veel materiaal, wat hij aanvankelijk in zijn koetshuis tentoonstelt. Overigens had het Gemeentemuseum ook een archeologische collectie, welke in 1938 naar het museum Kam is gegaan.

In 1905 (PGNC 15/5/1922) of 1908 (HvdNG) besluit hij bij zijn overlijden zijn archeologische collectie te schenken aan de staat. Hij wil dat zijn collectie in Nijmegen zal blijven: dus niet dat deze verplaatst zal worden naar het Museum voor Oudheden in Leiden. Het Gemeentemuseum van Nijmegen, dan in de Mariënnburgkapel, vindt hij ongeschikt.

Daarop besluit hij in 1919 om zelf een museum te bouwen aan de Eleonorastraat en om zijn collectie aan het Rijk te schenken. Op voorwaarde dat het Rijk zijn collecte beheert, welke daar zal blijven. De naam van het museum is Rijksmuseum Kam. Het museum gaat in mei 1922 open, iets meer dan een half jaar later overlijdt Kam.

Bij de opening van Museum Kam in 1922

Museum-Kam.

Nijmegen is een belangrijke instelling rijker geworden, het Museum-Kam, dat aan de Eleonorastraat is gebouwd naar de plannen en onder leiding van onzen kunstzinnigen stadgenoot, den architect Oscar Leeuw. Het trekt betrekkelijk weinig de aandacht: het staat niet aan een hoofd- of druk bewandelden verkeersweg en velen zullen misschien weinig voelen voor de voorwerpen, die er in tentoongesteld worden, al vertegenwoordigen zij met het gebouw, waarin zij geborgen zijn, een enorm kapitaal; al hebben zij de belangstelling van geschied- en oudheidkundigen; al is die verzameling het product van benijdbaren levensherfst van den schenker; en al leggen zij een stilzwijgend getuigenis af van wat liefhebberij en toewijding kunnen voortbrengen.

Nu Woensdag 17 Mei door den minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, in tegenwoordigheid van vele autoriteiten, het Museum zal geopend worden en het een aantrekkelijkheid te meer zal zijn voor onze stad, vooral voor hen, die beseffen, hoeveel die schijnbaar haast waardelooze dingen ons vertellen kunnen van oudheid en middeleeuwen, willen wij onze stadgenooten er mee in kennis brengen. Groote bekendheid er mee en met de uitgebreide verzamelingen, die er in gehuisvest zullen worden, durven wij niet veronderstellen. Als de heer Detering zijn tonnen gouds beschikbaar stelt om “Het Straatje van Vermeer” te koopen en het meesterwerk aan den staat aan te bieden, dan wordt die vrijgevigheid- en zeer te recht- geroemd en alle bladen maken er melding van. Maar ongelijk minder ophef wordt er gemaakt van wat de heer Kam aan rijk en gemeente schonk, een geschenk, waarvan de waarde wel niet in een nauwkeurig opgegeven aantal guldens wordt opgegeven, maar dat toch ook verscheidende tonnen gouds vertegenwoordigt. Men ziet, wij spreken eers maar van de financieele zijde der zaak: tegenwoordig wordt daar meer dan ooit op gelet en veel wordt gewaardeerd naar het geld, dat er mee gemoeid was, met voorbijzien van de aesthetische of de ethische of de economische waarde.

De heer Kam is een bekend ingezetene van onze stad; ieder kent den pienteren ouden heer, vol belangstelling voor alles, wat er te Nijmegen te doen is op het gebied van kunst en wetenschap, ondanks zijn 86 jaren. De belangstelling kenmerkte hem al, toen hij in 1897 om gezondheidsredenen uit de zaken trad en zich hier vestigde in de villa “Erica” aan den Berg-en-Dalschen weg. Op het terrein tegenover zijn villa, nu ingenomen door de bloemisterij van de firma Smith, en op een gedeelte waarvan het mooie Museumgebouw is verrezen, werd bij het graven een Romeinsch potje gevonden, dat aan den heer Kam werd aangeboden. Dat potje is de grondslag geworden voor de, nu wellicht, grootste verzameling van Romeinsche en Middeleeuwsche oudheden. Want bij de vele ondernomen grondwerken in en om onze gemeente, kwamen allerlei voorwerpen aan het licht, die daar eeuwen hadden gelegen en sitlle getuigen waren van het leven, dat eens in den Romeinschen tijd hier geleefd was. De aanleg van buizennetten voor gas- en waterleiding en rioleering, het bouwen van woningen in de zich uitbreidende stad, het planten van boomen, alles leverde merkwaardigheden op, en toen men eenmaal wist, welke schatten- zelfs potscherven hebben voor den oudheidkundige waarde- aan het licht kwamen. Toen werden er opzettelijke ontgravingen ondernomen en werd hetgeen uit de Waal werd opgebaggerd aan een nauwkeurige onderzoek onderworpen. En veel, heel veel van het gevondene verhuisde naar de tot hulpmuseum ingerichte stalling achter de villa “Erica”, die weldra te klein bleek om alles ten toon te stellen zóó als de belangstellenden dat wenschten, te meer, doordat ook door aankoop elders de verzamelingen aangroeiden.

In 1908 deed de heer Kam een beslissenden stap. Hij vermaakte in geval van overlijden aan het rijk zijn geheele uitgebreide verzameling om daardoor te bewerken, dat zij ongeschonden zou blijven voortbestaan, want de verzamelaar, de echte, die hetgeen hij verzamelt lief krijgt, beschouwt dat als een dierbaar familielid.

Het was echter hoogstwaarschijnlijk, dat de collectiën, wanneer eenmaal het rijk er de volle beschikking over zou hebben, naar Leiden zouden worden overgebracht. Gebeurde dat, dan was het te voorzien, dat men daar, bij gebrek aan ruimte, wel de belangrijkste stukken in het museum van oudheden zou plaatsen maar dat de minder belangwekkende en de duplicaten ergens in den meest letterlijken zin zouden worden opgeborgen. Er was dus onzekerheid omtrent het voortbestaan van de verzameling als zoodanig en bovendien alles zou vervoerd worden ver van Nijmegen, in welks omgeving de meeste stukken waren gevonden en met welks oude geschiedenis zij verband hielden.

Zoo rijpte bij den heer Kam een plan, dat zijn beslag kreeg op 25 Juni 1919, een notarieele acte gepasseerd werd, waarbij de heer Kam zich verbond een museum te doen bouwen op eigen kosten en dat kosteloos aan het rijk af te staan, dat verder het beheer zou doen voeren onder leiding van een door de regeering te benoemen directeur.

Dat dit besluit door de regeering gewaardeerd werd, is op de meest ondubbelzinnige wijze gebleken.

Tot directeur werd benoemd de heer Dr. M.A. Evelein, die ook op ons in de gelegenheid stelde het museum voor de officieel opening te bezichtigen.

Nu staat het nieuwe Museum daar aan de Eleonorastraat op een terrein, waaruit behalve dat allereerste potje nog menig stuk is opgedolven, een terrein, waar 20 eeuwen geleden Romeinsche legioenen de wacht hielden aan de uiterste grens van het wereldrijk en in welks onmiddelijke nabijheid het 10e legioen kampeerde, dat de opstandige Batavieren opnieuw tot onderwerping had gebracht.

Het is een monumentaal gebouw, een modelmuseum waarvoor, zooals wij reeds zeiden, de heer Oscar Leeuw de plannen ontwierp en waarvan hij den bouw leidde. Het uitwendige ziet er vrij modern uit, behoudens aanduidingen van de bestemming. Zoo dragen de beide afgeknotte torens ter weerzijde van den ingang een muurkroon naar Romeinsch motief en sterk vergroote reproducties van munten, met de revers, uit den tijd van Nero en Vespasianus. In het bovenlicht van de deur ziet men de wolvin, die Romulus en Remus volgens de mythe zoogde en daarboven de bekende initialen S.P.Q.R. (Senatua Populusque Romae). De ingang is verder geflankeerd door Romeinsche adelaars.

De centrale hal met de bordestrap naar de galerij met op de achtergrond de Buste van de oprichter Gerard Marius Kam, gemaakt door August Falise in 1922 en daar achter de wandschildering van het Forum Romanum, geschilderd door Huib Luns in 1922, 1925 (RAN F30435)
De centrale hal met de bordestrap naar de galerij met op de achtergrond de Buste van de oprichter Gerard Marius Kam, gemaakt door August Falise in 1922 en daar achter de wandschildering van het Forum Romanum, geschilderd door Huib Luns in 1922, 1925 (RAN F30435)

De deur, die toegang geeft tot het gebouw, is hoogst bescheiden. Zij geeft allereerst toegang tot een portaal, waarin de portiersloge en de vestiaire. Uit die voorportaal echter treedt men in de groote hal, het atrium, van 13 bij 15½ M., die opstijgt over de beide verdiepingen. Rondom die hal bevinden zich 5 ineenloopende zalen, waarin een groot gedeelte van de verzamelde voorwerpen in eenvoudige maar uiterst doelmatige vitrines en kasten wordt tentoongesteld. Tegenover den ingang naar ’t einde er hal leidt een monumentale trap naar de gaanderijen van de verdieping, waar weer vitrines en kasten met oudheden aandacht vragen. Kasten en vitrines zijn overal zoo geplaatst, dat zij de vrije rondwandeling niet belemmeren en steeds het noodige licht opvangen, dat door het bovenlicht van de hal en door de ruime vensters van de verdieping binnenstroomt.

Boven de zooeven bedoelde trap is een afbeelding geschilderd, van de hand van den heer Huib Luns, van het Forum van Rome en is een plaats uitgespaard voor iets, dat voor ’t oogenblik nog een verrassing moet blijven.

Rondom de hal zijn namen aangebracht van de Romeinsche heerschers, uit wier tijd de voorwerpen stammen: Julius Caesar, Octavinus Augustus, Tiberius Claudius Nero, Claudius I, Claudias Nero, Domitianus, Trajanus, Probus, Constantinus I, Flavius Claudis, Julianus II, Flavius Honrius.

Boven de deuren van verschillende zalen zijn ook de namen van de meest bekende pottenbakkers geplaatst.

Onder de trap heeft men toegang tot een achterzaal, die wel lager ligt door niveau-verschil, maar toch niet is wat men noemt een sousterrein. Daar hebben de grootere voorwerpen,, zooals sarcophagen e.d.g. een plaats. Ter eene zijde van deze zaal is de werkkamer van den Directeur gelegen met bijkamers o.a. voor fotografie; ter andere zijde liggen de kelders met de inrichting voor een brandvrije centrale verwarming.

De naast het gebouw gelegen portiersgebouw heeft geen toegang tot het gebouw; zij is er door een pergula aan verbonden.

De belichting is, zooals wij reeds opmerkten, uitstekend. Het meeste licht is bovenlicht; alleen de achterzaal heeft zijlicht omdat er gerekend is op mogelijke optrekking van dat gedeelte, die zóó kan plaats hebben, dat het bouwwerk als geheel daardoor geen schade lijdt.

Wat de plaatsing der vitrines aangaat, die staan beneden tusschen die pilaren, die den bouw schragen, en zijn dus van beide zijden toegankelijk. Vitrines zijn er ook boven op de balustrade en daar staan verder de kasten, die ook boven van glazen dakplaten zijn voorzien en niet door uitwendige versierselen ondoematig worden.

Het gebouw, zooals het daar staat is een monument in meer dan één opzicht; een gedenkteeken voor de oude geschiedenis van de omgeving onzer stad; een gedenkteeken voor den heer Kam en het werk, waaraan hij latere levensjaren wijdde; een gedenksteen ook voor den ontwerper, die er trouwens al twee had: in de Vereeniging en in de Synagoge.” (PGNC 15/5/1922)

Architect Oscar Leeuw

De architect van Museum Kam was Oscar Leeuw. Lees hier over deze architect:

Oscar Leeuw, architect

Oscar Leeuw is een van de belangrijkste architecten van Nijmegen. Bekende werken van hem zijn onder de synagoge, museum Kam en de Nijmeegse Bankvereeniging Van Engelenburg & Schippers.

Tweede Wereldoorlog

In de Tweede Wereldoorlog raakte het gebouw beschadigd, zodat het pas in 1951 weer open kon gaan.

Het Valkhof en studiecentrum

In 1987 nam provincie Gelderland het beheer en werd het in plaats van Rijksmuseum G.M. Kam het Provinciaal Museum G.M. Kam.

In 1998 volgde een fusie met het gemeentelijk museum Commandarie van Sint-Jan tot Museum Het Valkhof. Het Valkhof kwam in de nieuwbouw van het Kelfkensbos. Daarbij werd Museum Kam een archeologisch studiecentrum. De statutaire naam van Museum het Valkhof werd overigens in 2008 gewijzigd in Stichting Museum Het Valkhof-Kam. Dit naar aanleiding van een jarenlange procedure van de erfgenamen van Kam. Sinds november 2008 heet het “Gelders Archeologisch Centrum Museum G.M. Kam”.

Verbouwing

Tussen 2020 en 2022 vond een grote verbouwing plaats, waarbij de heropening in december 2022 is. Tijdens de bebouwing is het gebouw zo veel mogelijk hersteld naar de oude staat, maar tevens voldoet het aan moderne eisen als toegankelijkheid.

Rijksmonument

Het gebouw is net als het hekwerk en conciërgewoning Museum Kamstraat 47 sinds 2002 een Rijksmonument met als waardering:

  • “Van stedenbouwkundige waarde vanwege de markante ligging in de Museum Kamstraat.
  • Van ensemblewaarde als functioneel onderdeel van het Museum Kamcomplex.
  • Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een in de loop van de 19de eeuw ontstane culturele en typologische ontwikkeling nl. het voor publiek openstellen van privé-collecties en het onstaan van het museum als bouwopgave in het algemeen. Het museum is van cultuurhistorische belang als bijzondere uitdrukking van een cultureel-maatschappelijke ontwikkeling nl. de belangstelling van Nijmegen voor haar Romeinse verleden en de identiteit die de stad daaraan ontleent.”

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Museum_Kam

https://web.archive.org/web/20180411111454/https://www.museumhetvalkhof.nl/gac/over-het-gac.html

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Museum_G.M._Kam

Oscar Leeuw, architect

Oscar Leeuw is een van de belangrijkste architecten van Nijmegen. Bekende werken van hem zijn onder de synagoge, museum Kam…

Hunnerberg

De Hunnerberg is een wijk en stuwwal aan de oever van de Waal in Nijmegen. Deze positie van een lage…

Synagoge, architect Oscar Leeuw

De oude synagoge aan de Nonnenstraat was voor de Joods gemeenschap van Nijmegen te klein geworden. Daarop vindt nieuwbouw plaats…

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.