Heydenrijckstraat 63 in augustus 2023 (Google Streetview)
Het pand op de hoek Heydenrijckstraat 63 is in 1928 gebouwd als onderdeel van een complex woningen met een winkel op de hoek van de Rembrandtstraat en Heydenrijckstraat naar ontwerp van P.A. Arens. In 1931 vond een verbouwing plaats naar ontwerp van architect van Boldrik. Tevens vond in 1964 een verbouwing plaats.
Plan tot het bouwen van acht onder- en bovenhuizen, een winkelhuis met bovenwoning en twee garages op een terrein a/d Rembrandtstraat – Hoek Heydenryck- en Langeveldtstraat te Nijmegen, Kad: bekend gemeente Hatert Sectie A No 6554, datum dossier 24-7-1928 (D12.392958)
P.A. Arens
Heydenrijckstraat 63-65, Het gebouw op de hoek van de Heyenrijckstraat- Rembrandstraat 63-65 is in 1928 gebouwd. Als adressant-bouwkundige staat onderstaande naam vermeld: P. A. Arens.
P.A. Arens komt in het Adresboek 1922 voor op Daalsche Dwarsweg 6 als “timmerman”. Ook in het Adresboek 1924 komt hij voor op dit adres, beroepen zijn dan niet weergegeven. In 1928 komt hij voor als ”aannemer” op Daalscheweg 251. In de adresboeken 1932 en 1934 eveneens op Daalscheweg 251 (er staan dan geen beroepen weergegeven).
Afgaande op het onderstaande artikel betrekt Burgers in 1930 het winkelpand, waarbij in 1931 de verbouwing volgt. In 1928 wordt tevens riolering aangelegd.
Verbouwing Comestibleszaak Burgers architect van Boldrik
1931 Heijdenrijckstraat Altrade
Verbouwingsplan van winkelpand a/d Heydenrykstraat de Nos 63 & 65 hoek Rembrandtstraat te Nijmegen, datum tekening 5-’31, architect van Boldrik (D12.397168)
“Comestibleszaak P.J. Burgers.
In de Heydenrijckstraat No. 63 is sinds vorig jaar gevestigd de comestibleszaak van de firma P.J. Burgers, een filiaal van het gelijknamige bedrijf in de Lange Hezelstraat No. 41. Reeds onmiddellijk na de opening mocht het filiaal zich in een uitgebreide cliëntèle verheugen, die nog steeds in omvang toenam. Er moest dan ook al spoedig tot uitbreiding besloten worden die nu dezer dagen tot stand is gekomen- gisteren vond de opening van de vernieuwde zaak plaats die thans tweemaal zooveel ruimte biedt als de vorige, terwijl ook de etalageruimte belangrijk werd uitgebreid. Uitwendig maakt het pand een keurigen indruk, dank zij den levendigen, modernen gevel, die volkomen in deze omgeving past. Inwendig is alles in heldere tinten gehouden: roomgeel is de beschildering terwijl de tegels langs den wand medewerken om den indruk van uiterste hygiëne te vervolmaken. Achter in den winkel bevindt zich een ijskast, waarin de vleeschwaren frisch en koel worden bewaard. Dat er voorts een groote winkelvoorraad is van velerlei artikelen van uitstekende kwaliteit, dat spreekt wel vanzelf, daarvoor staat de reputatie van deze welhaast 25-jarige Nijmeegsche zaak borg. Men weet immers, dat het tegenwoordige bedrijf der firma Burgers voor ruim 20 jaar zijn oorsprong vond in een winkel in de Bloemerstraat die na eenigen tijd naar de Hezelstraat werd verplaatst, terwijl zooals gezegd vorig jaar het filial aan de Heijdenrijckstraat werd geopend. Wij mogen niet verzuimen de namen te vermelden van hen, die aan de thans tot stand gekomen verbouwing hebben medegewerkt. Architect was de heer van Boldrik, aannemer de firma Th. Verstegen. Het schilderwerk werd uitgevoerd door de firma Reyers, terwijl de electrische installatie afkomstig is van de firma Penson.” (PGNC 3/9/1931)
Advertentie opening P. Burgers na een verbouwing Heydenrijckstraat 63-65
Vervolg
Er is nog niet uitputtend onderzocht wat het vervolg is geweest.
Advertentie Overdracht Bennink’s Levensmiddelenbedrijf aan J.W. Peeters (De Gelderlander 30/4/1949)
In 1949 blijkt J. Bennink’s Levenmiddelenbedrijf over te dragen op J.W. Peeters, Levensmiddelenbedrijf. In 1955 blijkt J.W. Peeters op dit adres nog zijn kruidenierwinkel heeft.
De heer J.W. Peeters en echtgenote voor de deur van hun kruidenierswinkel op de hoek met de Rembrandtstraat (straat links) en de Heydenrijckstraat (straat rechts), Heydenrijckstraat 63-65, 1955 (GN45139 RAN)
“Behalve De Ruijter waren er vlak in de buurt nog meer kruideniers o.a. C. Bruin Heydenrijckstraat 63 (Daar zit nu Blad). Bruin werkte ook met het bekende opschrijfboekje, boodschappen eens per week betalen, hij bracht in zijn oude Fiat boodschappen rond.” (Gerard ter Hart en Rob Weenink in gesprek met Cees Matser aangevuld door Wim van Megen, oud-bewoner Mesdagstraat, https://nijmegen-oost.nl/berichten/en-een-stukkie-worst-voor-de-jongeman)
In het Adresboek 1963 komt C. Bruin, melkventer voor op nummer 63. In 1968 staat C. Bruin op nummer 65, 63 is dan “winkel”. Ook in 1971 heeft C. Bruin nummer 65. In ieder geval bestaat de winkel in 1975 nog: dan start de Sint zijn rijtoer in Nijmegen-Oost met als startpunt op de hoek Rembrandtstraat, zuivel- en levensmiddelenbedrijf C. Bruin (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/10/1975)
In 1964 vindt een nieuwe verbouwing plaats.
Op dit moment (november 2023 en november 2025) zit hier kledingwinkel Blad.
Deze pagina verzamelt reeds gemaakte artikelen over de wijk Altrade. Romeins amfitheater hoek Rembrandtstraat-Mesdagstraat In de buurt van Romeinse legerkampen…
Broerstraat met Molenstraatkerk in feeststemming (november 2025)
De Broerstraat is de belangrijkste winkelstraat van Nijmegen.Het dankt haar naam aan de middeleeuwse Dominicuskerk, oftewel de Broer- of Broederenkerk. Rond 1900 werd de Broerstraat een van de belangrijkste winkelstraten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de straat vrijwel volledig verwoest. In de jaren 50 vond de wederopbouw plaats.
Op deze pagina staan de reeds verschenen blogs weergegeven die over de Broerstraat in heden en verleden gaan. Eerst een korte geschiedenis.
Voor de oorlog
Dominicuskerk
Broerstraat met Dominicuskerk/Broederenkerk, ongeveer 1900-1910 (Uitg. A.A. van der Borg via F18091 RAN CCBYSA)
De Broerstraat is vernoemd naar de Predikbroeders, oftewel de Dominicanen.
6 Dominicanen kregen in 1293 de beschikking over een kapel van Tilman Werenbertsz, heer van Ubbergen, aan de tegenwoordige Broerstraat. Rond 1373 lieten zij een kerk, de Broer-/Broederen- of Sint Dominicuskerk bouwen.
Van katholiek naar protestants en weer katholiek
Sinds 1579 -de Tachtigjarige Oorlog- was de kerk voornamelijk protestants. In 1794 vatte de kerk vlam door de beschieting door de Fransen, waarbij de toren instortte. Uiteindelijk gaf koning Lodewijk Napoleon Bonaparte de kerk in 1808 weer terug aan de katholieken en kwam ze bij de Dominicanen terug. In 1810 kon er voor het eerst weer een katholieke dienst worden gehouden. Tussen 1830 en 1833 vond een restauratie plaats, waarbij de kerk in 1833 opnieuw werd ingewijd.
Neogotiek
Van 1864 tot 1885 werd de St. Dominicuskerk hersteld en uitgebreid in neogotische stijl. In 1866 kreeg de kerk een uitbreiding in de vorm van een zijbeuk, zodat het een driebeukige kerk werd. In 1877 volgde een gedeeltelijke vernieuwing van de gewelven. In 1885 kreeg de kerk een nieuwe voorgevel met haar karakteristieke toren. De architect was P.J.H. Cuypers.
Verwoesting
De kerk en het naastgelegen klooster raakte gedeeltelijk verwoest tijdens de gevechten rond Market Garden.
De Dominicanessen besloten om in de nieuwbouw van de wijk Galgenveld een nieuw kerkgebouw met parochiecomplex (pastorie, school en parochiehuis) te bouwen. Ook was er een klooster voorzien, die echter niet is gerealiseerd.
De kerk en het klooster zouden nog 6 jaar als ruïne blijven bestaan. Er was herstel mogelijk. Toch werd er in 1950 besloten tot sloop, welke in 1951 daadwerkelijk plaats vond.
Het Sint Canisiushotel annex restaurant en café dat op 28 september 1904 geopend werd. Het gebouw gebouwd op de fundamenten van het uit de middeleeuwen stammende geboortehuis van Petrus Canisius was een spraakmakend ontwerp van Oscar Leeuw; zijn broer Henri maakte de wandschilderingen in het gebouw. Door het bombardement van 22 februari 1944 ging dit prachtige pand verloren, Broerstraat 36 (oud) 28/9/1904 (GN11374 RAN)
Op de hoek met de toenmalige Beynumgas stond het geboortehuis van Petrus Canisius.
Winkelstraat
Broerstraat gezien vanuit de Korte Molenstraat; rechts de Gruitberg, 1900 (Vivat Amsterdam via F15084 RAN)
Na de afbraak van de stadsmuren werd de Broerstraat samen met de Burchtstraat de belangrijkste winkelstraat. Deze liep wat kronkelig en het betrof veelal kleinere, locale winkels. Bij de kruising met de Burchtstraat was er sprake van een vernauwing.
Oorlog
De Broerstraat is een van de straten die tijdens de oorlog het zwaarst getroffen is door het bombardement van februari 1944 en daarnaast door de gevechten rond Market Garden in september 1944. De kerk raakte beschadigd. Er werd besloten deze niet opnieuw op te bouwen, maar een nieuwe Dominicuskerk naar de wijk Galgenveld te verplaatsen.
Bij de wederopbouw is de straat iets verbreed, om deze beter geschikt te maken voor auto. Wel is het vooroorlogse, iets gebogen verloop van de straat aangehouden. Veel bedrijven zijn (vrijwel) op dezelfde teruggekeerd als van voor de oorlog, hoewel een aantal percelen zijn samengevoegd. Bij het wederopbouwplan maakt de straat onderdeel uit van het commerciële hart van het plan: de winkelloop Broerstraat – Burchtstraat en Plein 1944.
De voorgevels van de straat zijn volledig gesloten, op de doorgang van ‘t Kerkegasje na. De gedachte hierachter was dat de bevoorrading van de winkels vanuit de achterkant, die uitkomen op expeditiehoven, zouden plaatsvinden. Zo zou het winkelend publiek geen hinder ondervinden van de bevoorrading.
Verscheidenheid en eenheid in wederopbouwarchitectuur
De supervisor, W.J. Gerretsen pakte de panden pandsgewijs aan, waarbij steeds verschillende architecten betrokken waren. Daardoor zijn er verschillen in kleuren, vormen en materiaal. Door rekening te houden met het ritme en de continuïteit van de gevelwand, ontstaat er wel een soort eenheid. De detaillering is vaak te vinden in toevoegingen als mozaïeken, reliëfs en balkons. De stijl van de panden varieert van traditionalistisch tot modernistisch tot een mengvorm daarvan. Veruit de grootste in de Broerstraat is de voormalige Vroom en Dreesmann. Daarnaast zijn de er grote winkels op de hoek met Plein 1944.
Broerstraat belangrijkste winkelstraat
De Broerstraat werd de belangrijkste winkelstraat van Nijmegen. In de jaren 60 werd de Broerstraat de eerste straat van het centrum die voor auto’s werd afgesloten. Aanvankelijk kwamen er volop vitrines en bloembakken midden in de straat te staan. Een mooie foto is te vinden op Noviomagus.
In het Centrum 2000 plan bleef de Broerstraat haar belangrijke rol houden: de aanleg van de Marikenstraat had als doel om bij het winkelen een vierkant te kunnen lopen van Broerstraat, Burchtstraat en dan terug via het Koningsplein.
De laatste jaren is er in zijn algemeenheid een grotere waardering voor de wederopbouwarchitectuur. In de loop der jaren is aanvankelijk veel is vertimmerd, zodat veel van de oorspronkelijk open architectuur verloren is gegaan. Mijn persoonlijke indruk is dat de huidige winkeliers de laatste jaren juist weer meer naar de openheid van het oorspronkelijke werk lijken te streven.
Broerstraat Vooraf: parfumerie-kraam L.F. Vosveld van Boeckholt heeft in oktober 1880 en 1881 -waarschijnlijk tijdens de najaarskermis- zijn standplaats van…
Zaadhandel Lahey en Fliervoet architect van Veen en Braam
Gezien vanuit de Molenstraat ,links Boekhandel Kloosterman, rechts schoenenwinkel Van Haren op de hoek met de Pauwelstraat en daarachter Zaadhandel Lahey & Fliervoet, Broerstraat, 23/10/1950 (F12976 RAN)
“Zaadhandel Lahey en Fliervoet in Broerstaat herbouwd
Binnenkort is het alweer twee jaar geleden dat de eerste pionier in de Broerstraat, de fa. van der Borg, zijn bouw gedeeltelijk voltooid zag. Goed voorbeeld deed goed volgen en al moest de pionier dan ook geruime tijd een eilandbetaan leiden, thans mag wel worden gezegd dat het hek gelukkig van de dam is en het ene pand na het andere weer successievelijk in de Nijmeegse Kalverstraat wordt opgericht.
De zaadhandel van de firma Lahey en Fliervoet, vóór de stadsbrand in de Houtstraat gevestigd, is gistermiddag in de Broerstraat no. 45 heropend. In een fraai modern pand dat onder het architectenbureau van Veen en Braam te Nijmegen tot stand kwam, en door het aannemersbedrijf van Gebr. Sutmuller, eveneens alhier, werd uitgevoerd.
Opvallend is de verzorgde stijl van dit winkelpand, dat zijn plaats in deze omgeving met ere inneemt.
De pui bestaat uit een combinatie van vert de Suède marmer met Java teakhout en doet, evenals de winkel met zijn rustige verlichting en mooie betimmering warm aan. Achter de ruime winkel bevindt zich het kantoor en een apart pakhuis voor fijn tuinzaad. De pakhuisruimte voor het bewaren van de zaden in uitgebreide sortering is beneden, in de kelderruimte, waar de centrale verwarming speciaal voor lage temperaturen is ingericht.
Het was niet zonder reden dat de mede-firmant de heer Chr. Lahey gistermiddag bij de opening van de nieuwe zaak, waarin tal van bloemstukken prijkten, een waarderend woord sprak tot de architect, de aannemer en tot allen die aan de bouw hebben meegewerkt.” (De Gelderlander 28/10/1950)
Verbouwing Neijboer, architect Verburgh
1891 Broerstraat 29-31 (bij opening)
“Wijst de voortdurende uitbreiding onzer buitenwijken, waar steeds nieuwe sierlijke villa’s en practisch ingerichte woonhuizen verrijzen, op de snelle toeneming der bevolking, niet minder geven de vele nieuwe magazijnen en vooral de verbouwing van een aantal reeds lang bestaande winkelhuizen het bewijs van den bloei en den vooruitgang onzer stad, waardoor tegenwoordig eene wandeling in de hoofdstraten vooral bij avond voor velen een groote aantrekkelijkheid heeft. Bijna dagelijks kan men b.v. in de Burchtstraat, de Broerstraat, de Hezelstraat, op de Markt enz. nieuwe of meer naar de eischen des tijds ingerichte magazijnen waarnemen, die van de vindingrijkheid en ondernemingsgeest onze neringdoende ingezetenen getuigen. Zoo werd weder gisteren avond door den heer F.J.S.H. Neijboer, Broerstraat 39 en 31, zijn door den heer C. Verburgh Jr. alhier tot een dubbel winkelhuis verbouwde van ouds gunstig bekende Heeren-Kleedingmagazijn op nieuw geopend. De eene zijde behoudt hare vroegere bestemming, terwijl de andere zijde tot Heeren Hoeden-Magazijn is ingericht. De sierlijke etalage met de prachtige verlichting trekken de aandacht van elken voorbijganger. Vooral in het Hoeden-Magazijn zijn de nieuwste modellen in alle genres te zien. Ongetwijfeld zal de heer Neijboer zich bij zijne nieuwe inrichting in een toenemend debiet mogen verheugen.” (PGNC 1/11/1891)
Chicago-Bioscope
1912 Broerstraat 40 (verwoest)
Zaal van de medio 1912 geopende en door het bombardement van 22 februari 1944 verwoeste bioscoop Chicago, Broerstraat 40, 1912-22/2/1944 (GN11189 RAN)
“Chicago-Bioscope.
Wij hebben wederom niets dan goeds te melden over de filmseries welke den bezoekers van de steeds gezellig gevulde zaal der Chicago-Bioscope worden geboden. “De Voddenraper van Parijs” was het driedeelig hoofdnummer van het programma van Vrijdag en Zaterdag. Spel, enscenering en opname waren perfect.
Een kleurenopname van Eclair van de bekende Willy was allerleukst terwijl de extra van Selig “de Stuurman der Bessie Harder” een prachtfilm was. Ook de overige nummers “deden” het goed.
Zondag en gisteren zagen we “Tersicore” een drie-acter, waarin de Spaansche danseres Tersicore eerst de liefde verstoort eener prinses doch later de verloofden weer tot elkaar brengt. Een tweedeelige Engelsch-Indische opname “de Wijze Olifant” gaf bewonderenswaardig werk te zien. “Tuilerieën van Parijs”, “Jong-Italië”, “Léonce” enz. waren verder alle uitstekende beelden.
Heden gaat ook een nieuw programma tot en met Dinsdag. Als hoofdnummer “Zigeuner’s Minnestrijd”, een film in meerdere deelen en waarin een groot stierengevecht moet voorkomen: De roep over deze film is uitmuntend, zoodat we iets moois verwachten mogen. Ook het overige programma pakt door aantrekkelijke titels.
De verbouwing nadert haar voltooiing. Men heeft reeds het bijzondere projectiedoek van de schutting verwijdert om het op het tooneel te monteeren en behelpt zich thans op een soort wit doek. Het beeld is wel iets minder helder voor een nauwkeurig opmerker, doch Vrijdag a.s. zal reeds de geheele schutting verdwenen zijn. Het euvel is dus van voorbijgaanden aard, als het al een euvel zijn mocht. Op de verbouwing komen wij nader terug.” (PGNC 24/9/1913)
Het interieur in de Chicago Bioscoop, Broerstraat, 1932 (F15285)
De projector met bijbehorende apparatuur van het Chicago Theater, Broerstraat, 1942 (GN11241 RAN)
Tijdens het bombardement werd ook de Chicago Bioscoop verwoest. Bij de wederopbouw werd de Carolus Bioscoop haar opvolger:
Het was lange tijd een van de trotste gebouwen van Nijmegen: de Carolus Bioscoop. Geopend in 1954, was het een van de belangrijkste voorbeelden van de Nijmeegse wederopbouw. De architect was Henri van Vreeswijk, bekend om zijn akoestische kennis.
Maison de Nouveauté’s
Verbouwing Maison de Nouveauté’s (De Gelderlander 20/3/1930)
“Uitbreiding Maison de Nouveauté’s
De modern winkelpuien maken een straat aantrekkelijker, voor het koopend en wandelend publiek.
En waar drukte is, is handel.
Om nu aan die aantrekkelijkheid mede te werken heeft Maison de Nouveauté’s haar pand aan de Broerstraat 12 van een geheel gemoderniseerden voorgevel voorzien. De styleering van de enkele meters dieper geworden entree verhoogt den modernen aanblik der Broerstraat, waar reeds verschillende architekten van naam hun ideeën tot uiting brachten. Bij dezen verbouw is weelderig met kathedraal glas gewerkt, het aspekt van den winkel werd hierdoor niet geschaad. Een diffuus, doch helder door Zeiss-lampen verkregen licht verhoogt vooral des avonds de aantrekkelijkheid der etalages, die wat ekspositie aangaat op artistiek peil staan. De symmetrische lijn der etalages brengt voornaamheid in den bouw en zal de dames imponeeren.
Voile en zijden stoffen, waarvan Maison de Nouveauté’s een pracht-kollektie in voorraad houdt, zijn hier de specialité’s van het huis.” (De Gelderlander 20/3/1930)
Magazijn Meuwese van Gerve architect van Gils
1919, Broerstraat 64
Overname Gebr Hamer door Meuwese van Gerve, Broerstraat 64 (PGNC 24/3/1919)
“Magazijn Meuwese- van Gerve.
Hedenavond heeft de opening plaats van het magazijn der N.V. Industrie- en Handels-Maatschappij M. Meuwese-van Gerve, dat gevestigd is in het pand waarin jaren lang de Gebr. Hamer hun zaak in koloniale- en grutterswaren hebben gedreven. Is er in den aard van het bedrijf dus weinig gewijzigd, al heeft het een groote uitbreiding verkregen doordat veel meer andere artikelen worden verkocht- in zijn uiterlijk herinnert niets aan de vroegere zaak. Het pand is geheel verbouwd en het winkelhuis doet denken aan de zoo vaak reeds gememoreerde Phoenix die, uit haar asch verrezen, door een ieder met bewondering wordt aangestaard.
Het is dan ook een juweeltje, zoowel uit- en inwendig, het nieuwe magazijn van de firma Meuwese-van Gerven. Uit alles spreekt het streven van deze maatschappij om het nuttige en het artistieke hand naar hand te doen gaan. Door het fraaie interieur der zaak zoowel als door de keurige verpakkingen en reclame-artikelen waarmede de firma naar buiten spreekt, ontwikkelt zij ongetwijfeld den schoonheidszin van het publiek. Daarbij zal dit aanstonds waardeeren, dat er nog een andere factor is, die met de genoemde samengaat: de bevordering van zindelijkheid en hygiëne. Want met één oogopslag constateert de bezoeker, dat in dezen winkel met zijn rijkdom van marmer, tegels, wit-cement muren, vloeren van ingelegde steen, koper, zink en glas verontreiniging van de waren haast eene onmogelijkheid is en deze dan ook op de beste wijze worden verzorgd.
Het lijkt ons onnoodig tot in bijzonderheden te wijzen op al hetgeen op dezen winkel zijn stempel van artisticiteit drukt. Wie er binnentreedt ontwaart onmiddellijk, dat hier een kunstenaar het ontwerp heeft geleverd. Niemand minder dan de dezer dagen overleden beroemde architect Jac. van Gils is dan ook bouwmeester van de winkels der firma Meuwese-van Gerve, waarvan deze nieuwe wel spoedig door velen zal worden bewonderd.
En wat betreft de groote verscheidenheid van artikelen, welke in deze zaak voorhanden zijn, een blik op eene advertentie elders in dit nummer geeft antwoord op alle vragen te dien aanzien.
Voor de Broerstraat is het nieuwe magazijn stellig een aanwinst.” (PGNC 25/10/1919).
In 1919 is er een verbouwing, waarbij de winkel tijdelijk is gevestigd in Houtstraat 2.
Tweede zaak van Fotohandel van der Horst, Jorisstraat 13, 1932 (Fotopersbureau Gelderland via F14667 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)
April 1930 opent Fotohandel E.J. v.d Horst haar 2e winkel in de Jorisstraat 13. Zij heeft op dat moment al een winkel op Hertogstraat 45.
“Fotohandel E.J. v.d. Horst.
Opening 2e zaak aan de St. Jorisstraat.
’t Is altijs taak geweest van den vakman er voor zorg te dragen, dat zijn kunnen verheven bleef boven de liefhebberij-tjes van de amateur. Hij moet zich geweldig inspannen om steeds de eerste te zijn in het brengen van het laatste, want de amateurs van den tegenwoordigen tijd sturen het een aardig eind in de richting van den vakkunde.
Dit alles heeft de firma E.J. v.d. Horst bij de opening van haar 2e fotozaak aan de St. Jorisstraat no. 13 zorgvuldig overwogen.
Fotografeeren! Ja, wie fotografeert in den huidigen tijd nu niet.
En onder dit groot leger van amateur-fotograven schuilen werkelijk genieën, die reeds slaagden in het opnemen van op hoog artistiek peil staande fotografiën.
De nieuwe zaak aan de St. Jorisstraat is derhalve op breedere leest geschoeid, dan een doorsnee fotohandel.
De ruime kollektie Zeis-Ikonn Afga, Ensinge, Rodenstock kamera’s legt direkt een stempel van vertrouwen en degelijkheid op deze firma en doet haar terstond van andere zaken onderscheiden.
Als specialité’s voert de firma v.d. Horst de Enolde kamera en de Movex Agfa film toestellen, met welke laatste filmische opnamen tot aan lengte van plm. 25 Meter kunnen gemaakt worden. Iedere kooper van zulk een film toestel ontvangt gratis verschillende attributen, bij de inzending van de film naar de fabriek ter ontwikkeling te gebruiken. We waren bij de opening van dit nieuwe winkelpand eveneens toeschouwer van de vertooning van een met een Movex toestel opgenomen film tegenwoordig. Men moet echter van dat toestel, welk een aanschaffingswaarde heeft van ongeveer f45 geen filmen verwachten, zooals de Paramount, die uitbrengt, maar voor vereenigingen of uitgebreide familie’s zijn deze filmmogelijkheden inderdaad een attraktie.
De inrichting van winkel en de daar achter gelegen ateliers en demonstratiekamer is doelmatig en doet rustig aan.
Ter gelegenheid van deze opening is door de firma een fotowedstrijd voor amateurs uitgeschreven, waaraan verschillende prijzen o.a. een Ikonta camera zijn verbonden.
De mededinging staat tot 1 Mei open.
Zij, die iets voor de fotografie voelen en dat zijn er zeker zeer velen verzuimen niet een bezoek aan v.d. Horst fotohandel St. Jorisstraat te brengen.” (De Gelderlander 3/4/1930)
De winnaar van de fotowedstrijd was de heer H. Boers, v. ’t Santstraat (PGNC 23/5/1930)
Jarenlang was de “onbewoonbaar verklaarde” boerderij aan de Bredestraat in gebruik als paardenstal. Daarbij had ze een opvallende, vaal paarse kleur. Sinds 2021 de het gebouw prachtig gerenoveerd.
Boerderij ouder dan 1832
De Gemeentelijke Monumentenlijst: ‘De uitmonstering van het voorhuis, met zesruits schuifvensters, geeft het boerderijtje een negentiende-eeuws karakter. De hoofdvorm van de boerderij wekt, met name door de lage gevels van het achterhuis, de indruk dat het gaat om een oudere boerderij. Op het kadastrale minuutplan uit 1832 is de boerderij reeds in zijn huidige vorm getekend, dit betekent dat de boerderij in ieder geval vóór dit jaartal is gebouwd. De boerderij is dubbel bewoond geweest, dit is nog te zien aan het feit dat het voorhuis een voordeur heeft in de voorgevel en een deur in de rechter zijde.”
Daarna geeft zij vervolgens een uitgebreide beschrijving van de boerderij.
Onbewoonbaar verklaard
De zijgevel van “de paarse boerderij” aan de Bredestraat 191, 1987 (Bertus van As via F13813 RAN CCBYSA)
De boerderij was jarenlang bewoond door meerdere gezinnen. In de jaren zeventig verklaarde de gemeente Nijmegen het pand onbewoonbaar. Het was daarbij de bedoeling dat de boerderij gesloopt zou worden, maar dat is er niet van gekomen.
Paardenstal
Theo Peters verbouwde de boerderij tot paardenstal, zowel de deel, het voorhuis en de inmiddels gesloopte aanbouw. Na de dood van Peters raakte projectontwikkelaar Bob van de Water in gesprek met de dochter Peters. Daarbij kwamen ze tot het plan om de boerderij te slopen om er bungalows neer te zetten. In 2009 wees de gemeente de boerderij echter aan als gemeentelijk monument. Vervolgens kocht van de Water het pand aan voor eigen bewoning. Het duurde vervolgens 5,5 jaar voordat de renovatie gereed was. Een mooi magazine over deze verbouwing is te vinden op vakgroeppresentatie.
Waarom de was de boerderij paars?
De paarse boerderij, toen hij nog paars was en onbewoonbaar verklaard, juli 2015 (Google Streetview)
Het magazine -met tevens mooie foto’s van de boerderij in het paars- verklaart ook waarom de boerderij paars geverfd was: “Toch nog even over die kleur. Hoezo was de boerderij paars? De reden is minder prozaïsch dan vaak verondersteld: rond 1980 waren er wat potten karmijnrode verf over, waarmee de boerderij toen maar is opgeschilderd. Dat de verf al snel naar paars verkleurde, bleek pas na het aanbrengen. Nu is de boerderij lichtgrijs, de kleur van de mortel. Het houtwerk staat in de grondverf. Bob en Noortje gaan nog beslissen over de definitieve kleuren. ‘Er zijn mensen die pleiten voor paars, maar dat gaat het waarschijnlijk niet worden’, zegt Bob met een grote grijns”.
Omvangrijke verbouwing van de paarse boerderij, juni 2016 (Google Streetview)
Gemeentelijk Monument
Sinds 2007 is het een Gemeentelijk Monument. Met als waardering: “
Architectuurhistorische criteria Hoewel het interieur van de boerderij ingrijpend is gewijzigd heeft de boerderij haar oorspronkelijke agrarische karakteristiek goed behouden. Het is een goed en in het exterieur vrij gaaf bewaard voorbeeld van een eenvoudige boerderij uit de achttiende of vroege negentiende eeuw. Waardevol in het interieur is de deels bewaard gebleven brandmuur die de scheiding tussen voor en achterhuis markeert en de restanten van de oorspronkelijke gebintconstructie. Als zodanig heeft zij architectuurhistorische waarde. Boerderijen met een dergelijke ouderdom komen nog slechts sporadisch voor in de gemeente Nijmegen. Bredestraat 187-191 heeft derhalve zeldzaamheidswaarde.
Stedenbouwkundige criteria De boerderij maakt onderdeel uit van de historisch gegroeide open bebouwing aan de Bredestraat en verwijst naar het oorspronkelijke grondgebruik van dit gebied. Als zodanig heeft de boerderij stedenbouwkundige waarde
Cultuurhistorische criteria
De boerderij is typerend voor de karakteristieke, agrarische bebouwing die van oorsprong veel aan de Bredestraat en Hees voorkomt en herinnert aan de agrarische geschiedenis van Nijmegen en in het bijzonder Hees. Bovendien geeft de boerderij inzicht in het bestaan op een eenvoudige boerderij in de achttiende en negentiende eeuw. Als zodanig heeft de boerderij cultuurhistorische waarde.”
Abonneren
Abonneren om de nieuwste verhalen in je inbox te krijgen.
De paarse boerderij, toen hij nog paars was en onbewoonbaar verklaard, juli 2015 (Google Streetview)
Op de hoek van de Wilhelminasingel en Bijleveldsingel wordt in 1926 een blok van twee winkelhuizen met bovenwoningen gebouwd. De architect is “Arch. Bureau Thunnissen-Hendricks B.N.A. Den Haag”. Uiteindelijk zullen de 2 winkels in 1984 worden samengevoegd.
Woon- en winkelhuizen Wilhelminasingel Hoek Bijleveldsingel te Nijmegen, Arch. Bureau Thunnissen-Hendricks B.N.A. Den Haag, datum tekening september 1925 (D12.389306)
Thunnissen ontwerpt op de hoek van de Bijleveldsingel en Wilhelminasingel 2 winkelhuizen en 2 woningen. De 2 woningen liggen op de hoek, met een ronde erker. Deze woningen zijn gespiegeld ten opzichte van elkaar. Daarbij bestaat een groot deel van de begane grond uit een salon met daarachter een kamer.
Op de hoek van de Bijleveldsingel en de Wilhelminasingel bevinden zich de 2 winkels: de grootste heeft de voorgevel aan de Bijleveldsingel met op de hoek een portiek. Naast deze winkel staat in de Wilhelminasingel de tweede winkel. Elk van deze winkels heeft een bovenwoning. De ronde uitbouw aan de kant van de Bijleveldsingel is een raam van de salon van een van deze 2 woningen.
Hendricus Johannes Wilhelmus Thunnissen (?)
Op de bouwtekening staat “Arch. Bureau Thunnissen-Hendricks B.N.A. Den Haag”. Wanneer de winkel van Wilhelminasingel 11 open gaat, staat “Aan den Wilhelminasingel hoek Bijleveldsingel heeft de heer Th. Thunnissen, aannemer alhier, naar het ontwerp van zijn broeder, Ir. W. Thunnissen, een blok van twee winkelhuizen met bovenwoningen gebouwd.” (PGNC 21/9/1926).
“Henri J. W. Thunnissen werd op 19 juni 1890 te Nijmegen geboren, volgde de H.B.S. en studeerde in 1914 af als bouwkundig ingenieur aan de Technische Hogeschool te Delft. Thunnissen begon zijn architectenbureau in Den Haag rond 1916, in een door hem ontworpen en inmiddels verdwenen woonhuis aan de Carel van Bylandtlaan 6. In de jaren 1920 was Thunnissen vooral in Den Haag actief en werkte hij samen met J.H. Hendricks, die in de meeste gevallen als tekenaar en interieurontwerper optrad.” (het Nieuwe Instituut, met een uitgebreid artikel). Zijn bekendste werk is waarschijnlijk de Peek & Cloppenburg in Den Haag.
In Nijmegen ontwierp hij tevens de Onze Lieve Vrouwe van Lourdeskerk uit 1926. Dit was zijn eerste kerkontwerp: “een typische exponent van de katholieke interbellumkerkbouw, voorzien van een breed schip met gemetseld gewelf en korte koorpartij.”
Wilhelminsingel 11
Curiosa
De eerste winkel op Wilhelminasingel 11 is Curiosa, een combinatie van sigarenwinkel en winkel voor oosterse artikelen. Het PGNC schrijft dan over de winkel en het gebouw zelf:
Aan den Wilhelminasingel hoek Bijleveldsingel heeft de heer Th. Thunnissen, aannemer alhier, naar het ontwerp van zijn broeder, Ir. W. Thunnissen, een blok van twee winkelhuizen met bovenwoningen gebouwd, waarop wij de aandacht van onze lezers vestigen. Daarvoor is te meer aanleiding nu in een dier winkels is geopend het Magazijn “Curiosa”. Dit is in hoofdzaak een sigaren- en sigarettenhandel, waarin vrijwel alle bekende merken- Karel I, Willem II, Huifkar enz.- voorradig zijn. Maar men vindt meer in “Curiosa” en wel een kleine maar uitgezochte collectie Oostersche artikelen, waaraan het magazijn zijn naam ontleent. Zeer mooi Indisch, Japansch en Chineesch goed, kostbaar porcelein, koperwerk, wanddoeken, kortom al datgene wat tot verfraaiing onzer woningen kan dienen. Voorts is aan dezen winkel verbonden een verkoopafdeeling van den Ned. Spoorwegboekhandel, zodat men voor de voornaamste dagbladen en tijdschriften in “Curiosa” terecht kan. Een Toko derhalve op Nijmeegschen bodem, een combinatie die doet denken aan sommige winkels op de boulevards der groote steden.
Niet onvermeld mag blijven de prachtige bouw en uitvoering v.d. winkel. Deze is geschied in de kleuren paars, steenrood en zwart, die het oog aangenaam aandoet en ’s avonds bij warme verlichting uitstekend werkt. De firma J.H. Kaak heef het schilderwerk op bijzonder geslaagde wijze verricht. De pui van het magazijn met zijn gebrand-glazen bovenruiten en de artistieke opvatting van het geheel dient geroemd, terwijl het interieur van den winkel zóó gezellig is, dat de koopers wel niet op zich zullen laten wachten.” (PGNC 21/9/1926)
Al in maart 1927 opent Leo Potjes Jr. een nieuwe winkel op dit adres: “Juwelen Goud en Zilver”. Een jaar later stopt deze winkel: in PGNC 19/4/1928 verschijnt de advertentie dat “De laatste Juwelen worden tegen Spotprijzen Opgeruimd!!”
N.V. Maatschappij voor Klein-Krediet””Verstrekt Credieten aan Particulieren – Kleinhandel en Klein-Industrie”, Wilhelminasingel 11 (PGNC 13/4/1929)
Een volgende gevonden vermelding is die van “N.V. Maatschappij voor Klein-Krediet””Verstrekt Credieten aan Particulieren – Kleinhandel en Klein-Industrie” (PGNC 13/4/1929) Uit een briefhoofd blijkt dat het bedrijf in maart 1928 is opgericht.
In 1934 staat Wilhelminasingel 11 te huur als “Winkel of Kantoor”. De huurprijs bedraagt f 500 per jaar. Inlichtingen zijn te verkrijgen bij Th. Thunissen. (Dit is de bouwer van het pand; het is nog niet bekend of het gebouw al die jaren door hem is verhuurd)
Somers
In ieder geval is dameskapper J.F. Somers in juli 1934 gevestigd in deze winkel (PGNC 28/7/1934). In De Gelderlander 20/6/1945 heeft Somers een advertentie geplaatst dat hij weer geopend is.
Hij komt nog voor in het Adresboek 1966. Hoe lang hij daarna zijn kapperszaak nog heeft gehad, is nog niet bekend.
Bijleveldsingel 84
Advertentie Firma van Hulsteijn overplaatsing Bijleveldsingel 84 (PGNC 29/8/1928)
De grootste winkel ligt op de hoek van de Bijleveldsingel met de Wilhelminasingel. Of de Fa. H. van Hulsteijn, “Zaak van koloniale waren en comestibles” de allereerste winkel in dit pand is, is nog niet bekend. Deze firma plaatst haar winkel op 30 augustus 1928 over van de Lange Hezelstraat 45-47. Firma H. van Hulsteijn komt voor in de Adresboeken 1932, 1934, 1936, 1938, 1940. In PGNC 22/8/1942 wordt er nog een “Flinke Loopjongen, goed kunnende fietsen” gevraagd.
Uit de afwezigheid-/vervangingsberichten blijkt in 1949 (De Gelderlander 9/3/1949) J.M.A. van Seggelen hier zijn praktijk te hebben en in 1954 (De Gelderlander 15/5/1954) C.J. Hoek.
Het laatst beschikbare Adresboek bij het RAN is momenteel dat van 1971. Dan staat Kunsthandel Brock op dit adres.
In 1984 worden de twee winkels (Bijleveldsingel 84 en Wilhelminasingel 11) bij elkaar gevoegd door de tussenmuur te slopen (D12.545587). De aanvrager voor de bouwvergunning is J.B.H.M. Ditters, de architect G.C.H. van Kesteren.
Huidig
Momenteel (oktober 2025) is ASA Uitzendbureau op de begane grond gevestigd.
Het pand van de N.V. Continentale Mij. voor Handel en Industrie Leder en Fournituren en Schoenmakersmachines (Ziekerstraat 39-43) ; rechts de Timmerwerkplaats van B.F. van Tienen (Ziekerstraat 45) ; links de Rijwielhandel van J.H. Doorman (Ziekerstraat 29), 1935-1938 (F2355 RAN)
Waarschijnlijk is de Ziekerstraat 39-43 vanaf 1931 een winkel geworden, van Continentale. Daarvóór komt het voor als pakhuis en lijkt het ook in gebruik als boerderij te zijn geweest.
Dit artikel geeft de tot nu toe gevonden gebruikers van Ziekerstraat 39-43 weer.
Pakhuis Bielen
Steenkolenhandel Bielen met pakhuis Ziekerstraat 39 (PGNC 25/10/1885)
De door mij eerst gevonden vermelding van Ziekerstraat 39 is een advertentie van Steenkolenhandel P.M. Bielen, Muchterstraat 26 waarbij hij zijn pakhuis in Ziekerstraat 39 heeft. (PGNC 25/10/1885).
Plet
Advertentie Th. Plet voor houtskool, Ziekenstraat 39 (PGNC 10/3/1888)
Advertentie Th. Plet voor stucadoorsriet, Ziekenstraat 39 (PGNC 10/3/1888)
In 1887 komt Th. Plet voor als handel in brandstoffen en bouwmaterialen. Dan verschijnen er ook advertenties dat goederen “vrij uit het schip” of uit het pakhuis kunnen worden aangeleverd. Zonder naar volledigheid te streven een aantal advertenties: Ruhr kolen (PGNC 13/9/1887), Kachelkolen, die in het schip Broedertrouw in de Nieuwe Haven ligt (PGNC 28/12/1887)
Ook is er rond december 1887 een tweede adres waar bestellingen kunnen worden aangenomen: Broerstraat 25 (PGNC 16/12/1887).
In PGNC 17/10/1888 staat de aankondiging dat het kantoor en pakhuizen van Th. Plet per 1 november verplaatst wordt naar de “overzijde” Ziekenstraat No. 16 (PGNC 17/10/1888)
Derksen
Plan voor riolering van perceel Ziekenstraat 39-41-43 Kad. Nijm. Sectie C(?) no 4865, eigenaar G. Derksen, datum tekening 2-4-1914 (D12.384574)
Bij de aanleg van de riolering in 1914 is G. Derksen de eigenaar. De architect is onleesbaar. In de Adresboeken 1926 en 1928 komt G. Derksen voor als “landbouwer”. Op de bouwtekening is te zien dat een groot deel van het perceel bestaat uit stallen, een inrit en deel en een open plaats.
In juli 1930 staat Ziekerstraat 39,41,43 te koop, bestaande uit: woonhuis met bovenwoning en stalling. Het pand is ingezet op f14900, strijkgeld f300 (PGNC 26/7/1930)
Continentale
Rioleering Pand Ziekerstraat No 39-43 te Nijmegen voor rekening N.V. Continentale Mij voor Handel & Industrie, Jan van Galenstraat No 2 te Nijmegen, architect A. v.d. Kloot, tekening hoort bij rioolaanvraag 27 mei 1931 (D12.3978834)
In 1931 wordt er een vergunning afgegeven voor het ‘veranderen van het perceel’, bedrijfsnaam is Continentale Maatschappij van Handel en Industie, architect is A. v.d. Kloot (Inv nr 15722).
Afgaande op de tekening van de aanvraag van de riolering is de inrit nu ingericht als showroom en een ruimte voor bedienden. Links is de winkel, met een opgang naar boven. De deel, stallen en de open ruimte zijn “magazijnen” geworden.
Advertentie nieuwe magazijnen Ziekerstraat 39-43 (PGNC 12/9/1931)
Adressen Continentale Mij. v. Handel en Industrie N.V. in schoenm. fourn. (of: schoenmachines en schoenfournituren en gros):
Adresboek
1928
Jan van Galenstraat 2-4
1932
Jan van Galenstraat 2 en Ziekerstraat 39-43
1934
Ziekerstraat 39-43
1936
Ziekerstraat 39 en 41
1938
Ziekerstraat 39 en 41
1940
Ziekerstraat 39 en 41
Gevonden gebruikers Ziekerstraat 39
Gevonden meldingen van Ziekerstraat 39 in de adresboeken:
Naam
Beroep
Adresboek
J. Vroom
Timmerman en winkelier
1899, 1901
G.A. v. Gemert
1901, 1902, 1903, 1905, 1907
J. Peerenboom
tapper
1903, 1905, 1907
wed J. Peerenboom
geb. A.M. Reijntjes
1908, 1909
Mej. C.P. Derksen
1926, 1928
G. Derksen
landbouwer
1926, 1928
Continentale
1934, 1936, 1938, 1940
G.Th. Becker
Monteur
1938
H. Bourgonje
fabrieksarbeider
1940
G.A. van der Wagen
vleeswarenfabrikant
1948, 1951, 1955
Mej. E.M.G. Stinnisssen
1948
J.M.J.W. van Dam
kruidenier
1959, 1963
In De Gelderlander 24/9/1954 is een advertentie gevonden van Jos. van Dam voor “fijne vleeswaren”.
Juli 2019 (Google Streetview): Different is intussen gesloten en had als adres nummer 43. Nummer 41 is de opgang naar boven.
Momenteel (juni 2023) is Erica Kruiderijen op nummer 43 gevestigd.
Bakkerij Niersstraat 2, augustus 2023 (Google Streetview)
In 1930 opent de bakkerij van J.H. Francissen op Niersstraat 2, op de hoek van de Biezendwarsstraat en Voorstadslaan. Het pand is een ontwerp van architect W. Th. Reynen. Vanaf dat moment is het altijd een bakkerij gebleven.
Eind 1929 ontwerpt W. Th. Reynen (Jr.) “een woonhuis, winkelhuis met bakkerij en bovenhuis”. De bakkerij is voor J.H. Francissen, die op 6 juni 1930 zijn hinderwetvergunning krijgt voor “het oprichten van een door elektriciteit gedreven brood- en banketbakkerij”. (PGNC 11/6/1930).
Ontwerp voor het bouwen v/e woonhuis, winkelhuis met bakkerij en bovenhuis op een terrein hoek Niersstraat en Beizendwarsstraat, tekening december 1929,(D12.395994 detail).
In april 1930 tekent Reynen het ontwerp voor 85 woningen in de Niersstraat.
advertentie Francissen bij opening (De Gelderlander 4/7/1930)
De Gelderlander schrijft over de opening van deze nieuwe bakkerij:
“Nieuwe zaak.
Heden opent de heer J.H. Francissen aan de Niersstraat 2, een nieuwe brood-, koek- en banketbakkerij. In dit nieuwe stadsgedeelte van de Voorstadslaan, dat zich in den laatsten tijd geweldig uitbreidt is de vestiging van een dergelijke zaak zeker op z’n plaats tot gerief van de vele omwonenden in deze volkrijke buurt.
Aan de zaak is verbonden een chocelaterie-afdeeling, waar de meest bekende soorten in voorraad worden gehouden.
De bakkerij is modern en hygiënisch ingericht door de aanwezigheid van de nieuwste machines, o.a. een heetwateroven volgens het nieuwste systeem firma Werner en Pfleiderer.
De schilder, de heer Veltman, verzorgde het uit- en inwendige schilderwerk, terwijl de heeren Bach en Friebel zorgden resp. voor de electrische installatie en het sanitair.” (De Gelderlander 5/7/1930)
Vervolg: Niersstraat 2 altijd bakkerij geweest
Het RAN heeft nog een mooie foto gedateerd op 1960. Op deze foto is het linkerpand op de foto Niersstraat 2.
In de onderstaande tabel staan de gevonden gebruikers van Niersstraat 2 weergegeven: vanaf de bouw is het altijd een bakkerij gebleven.
Naam
Beroep
Adresboek
Opmerkingen
J.H. Francissen
1932
F.J. Willems
Bakker
1934
L.H.A. de Bruijn
Banketbakker
1936
J.G.M. Brouwer
Vanaf 1948: bakker
1940, 1948, 1951, 1955, 1959
T. Herfkens
Bakker
1963
Onder “bakkerijen” als “De Niers”- Th Herfkens
In de Wester van 2018 vertelt een bewoonster van de Voorstadslaan: “Aan de overkant op de hoek met de Niersstraat heeft altijd een bakker gezeten. Eerst Brouwer, daarna Herfkens, toen bakkerij Niers met Angelina en nu dan het Kraayennest.’” https://dewester.info/voorstadslaan/
Het is mij nog niet bekend waarom Herfkens aanvankelijk als “Herfkens” lijkt te staan, terwijl het op een later tijdstip, in ieder geval 1963 (ook) De Niers heet, afgaande op de Adresboeken. En waarom de bewoonster deze 2 namen afzonderlijk noemt. Mogelijk is Herfkens (of een familielid) later overgegaan op De Niers, waarbij deze als afzonderlijke is blijven hangen.
In ieder geval heeft nog jarenlang De Niers op de hoek gezeten; het artikel van De Wester dateert uit 2018. Enige jaren geleden is de bakkerij een van de panden van Bakkerij ’t Kraayennest geworden.
W.Th. Reynen ontwierp veel sociale huurwoningprojecten voor de Woningvereeniging Nijmegen. Daarnaast komen we hem regelmatig tegen als ontwerper van woon-winkelpanden…
1933, Dommer van Poldersveldtweg 269 (gesloopt, met uitzondering van de toren) Hengstdal
De R.K. Christus Koningkerk door Architect Zwanikken. Rechts een gedeelte van de bouw van de Montessori-kleuterschool aan de Hengstdalseweg hoek Elzenstraat, 1933 (GN5602 RAN) Dommer van Poldersveldtweg 269
De bouw van deze rooms-katholieke kerk is in 1932 begonnen. Architect Zwanikken ontwierp deze kerk in expressionistische stijl. De kerk is opgetrokken uit gewapend beton en vervolgens met bakstenen aan de buitenkant bekleed. Na stormschade is de spits in 1990 verwijderd, waarna de spits in 2005 weer is herbouwd.
Op de locatie van de kerk staat nu een appartementencomplex met winkels daaronder.
Nieuwbouw van appartementencomplex De Koningshof met winkels aan de Van ’t Santstraat op de hoek met de Dommer van Poldersveldtweg , rondom de bakstenen kerktoren (in de steigers en hier nog zonder spits) van de voormalige Christus Koningkerk, 18/3/1996 Van ’t Santstraat 300-374 (Ger Loeffen CC-BY-SA via F37282 RAN)
De Gelderlander bij opening in 1933:
“De Christus-Koningkerk in Nijmegen
Plechtige consecratie.- In Zuid-Oost Nijmegen.
Middelpunt van Katholiek sociaal leven in nieuwe woonwijk.
—
Het nieuwe Godshuis.
Al is de nieuwe kerk nog niet geheel in gebruik genomen, en al kennen wij nog niet geheel de sfeer, die in het gebouw hangt, toch heeft een slechts zeer vluchtige beschouwing ons ervan overtuigd, dat met dit kerkgebouw een eerste en meest eigenaardige, en meest opvallende kerken is gebouwd, die wij in onze stad kennen. Het hoog terrein, waarop de kerk ligt, maakt, dat men deze reeds van verre aanschouwen kan. Voor wie fietst op en dijk, die van Oosterbeek, en Altena naar Lent leidt steekt de ijle toren reeds ver boven het landschap uit. De oorzaak hiervan is, dat de kerk hoewel in een dal gelegen ten opzichte van den onmiddellijke omgeving, toch vrij hoog ligt ten opzichte van de lager gelegen Betuwe. De toren van de kerk schijnt vanuit de verte zelfs uit te komen boven de uitzichttoren op den Kwakkenberg. Tot dusver lag daar in de buurt geen ander groot gebouw dan het complex van de kazernes. Met name de koloniale kazerne beheerschte de geheele omgeving. Dat is nu veranderd. De kerk domineert op dit ogenblik de omgeving, ook de kazerne. Zij staat daar als het middelpunt van een zich reed verder uitbreidende buurt. Zij zal eerlangs worden het ahart van die buurt, waar het meest inwendige en meest innige leven klopt van al degenen, die er komen wonen. Zoowel het uiterlijk als het innerlijk van de kerk stemmen tot gebed en devotie, en werken daardoor spontaan mede aan het doel, waarvoor zij gebouwd werd.
De Christus Koningkerk tijdens de bouw van het dak van het middenschip en het koor. De pastorie links is al gereed, gezien op de zijkant van de Kerk en het priesterkoor en sacristie, 1933 (F16279 RAN)
Het uiterlijk van de kerk die ontworpen werd door architect Zwanikken, heeft een statig vorkomen. Het is een rustig gebouw met voornamelijk horizontale en verticale lijnen, zonder overbodige versierselen. Boven het priesterkoor is een hoog gewelfde toren opgetrokken, die direct steunt op de muren. Door de stevigen bouw van deze muren heeft de architect steunberen kunnen ontberen, waardoor hij een gaaf uiterlijk schiep. Het dak van het middenschip ligt laag op de kleine zijmuren, die door tal van raampjes zijn onderbroken, wat aan de zijkanten een levendiger voorkomen geeft. Twee uitbouwsels voor kapellen zijn zoo gemaakt, dat zij aan de harmonie van het exterieur niet storen.
Opmerkenswaard in verband met de rustige constructie van het geheele dak is het zeer onrustige beeld van den toren. Het is alsof de architect hiermede heeft willen uitdrukken, dat de muren van dit gebouw op de eerste plaats een taak hebben als ondersteuners van de gewelven, terwijl het doel van den toren eerder een decoratief is. Het onderdeel van den toren is vrij sober. Eenige meters boven het dak zijn echter de eerste versiersels aangebracht. Daar steken kleine decoratieve stompen steen op vier plaatsen naar buiten. De rand van den toren begint gekarteld te worden, daarboven wederom vier hardsteenen sierstukken. Daarna volgt een tusschenblok, waarop de trans, en een achthoekig uitbouwsel voor de klokken die wij helaas op dit oogenblik nog moeten missen. Een dubbel telkens breeder uitloopend dakje omlijst het geheel bovenbouwtje. Dit is met bollen rechtstaande pinnen versierd, als om het oog te wennen aan den plotselingen opgang van den naaldspits, die door een dubbelen kogel en een hoog kruis wordt afgekroond. De vier balken van het kruis zijn door een ragfijne cirkelvormige versiering getooid. Het Angelusklokje is van veel bescheidener hoogte. Het mist den rijkdom van den groote toren. De fijne spitsheid van dit torentje is hier evenzeer opvallend als bij zijn grooteren klokkedrager. Ook dit torentje si met bol en kruis gekroond. Daarboven staat er nog een klein kruis op den dakhoek boven den hoofdingang. De sacristie ligt laag achter den overbouw van het priesterkoor. De pastorie staat iets voor den ingang van de kerk, zoodat er als het ware een klein plein gevormd is door de ligging van de gebouwen zelf.
Doordat de muren zo laag zijn, en het dak zich zoo hoog verheft, heeft het interieur een imposant voorkomen. De gewelfbogen verheffen zich hoog in de lucht, en schijnen de geloovigen als het ware te omvatten, en hun gebeden te willen doen opstuwen naar omhoog. Dit hoog gewelf geeft een stemming van verhevenheid, zooals die in de kerk thuis hoort. Het geeft een beeld van de ontzagwekkende Majesteit van Dengene, te wiens eer het kerkgebouw is opgericht, en van de handeling die er wordt verricht, de offerende namelijk van Gods Zoon aan Zijn Vader ter bemiddeling voor onze schulden, en ter verheelijking van Hem, wien wij de diepste aanbidding en vereering brengen moeten. Zoo is zoowel het rustig exterieur van het kerkgebouw, als het verheven interieur een stoffelijk symbool van geestelijke dingen, dingen namelijk, die voor ons meer waard zijn dan het stoffelijk symbool van de kerk zelf.
De kerk ligt daar tevens in de omgeving als een voortdurende vermaning. Juist daarom is het zulk een verblijdend verschijnseld, dat men haar overal kan aanschouwen, en dat er geen plaats is in de parochie zelf, waar men niet gemakkelijk en dikwijls het gebouw moet zien. Want het zien van de sierlijk gebouwde steenmassa, en van de fraaie lijnen zijn al een opwekking op zich. Zie dienen om den geest omhoog te heffen naar het hoogere. Zij dienen zichzelf in zekeren zin te doen vergeten. Zooals volgens een bekend woord, de opvoeding de kunst is om den opvoeder overbodig te maken, zoo is ook het doel van de kerkelijke kunst om den geest op te voeren tot iets, dat hoog boven haar uitgaat. Want de mooiste kerkelijke kunst is en blijft iets van den tijd. Zelfs, als zou deze kerk blijven staan in den loop van vele eeuwen, en er is geen enkele reden, om te denken, dat dit niet het geval is, er zal toch een dag komen, waarop zij weer zal verdwijnen. Maar wat dan niet zal verdwijnen, zijn de geestelijke dingen, die door middel van de stoffelijke en materiële kerk, en door middel van de dingen, die in het kerkgebouw gebeuren, zijn tot stand gebracht. Blijven zal in alle eeuwigheid de geestelijke vrucht van alles, wat er in de kerk is geschied, van de missen, die er zullen worden gegeven, van de biechten, die er zullen worden gesproken, van de gewijde toespraken, die er zullen worden gehouden, van het catechismus-onderricht, dat er zal worden gegeven, en van de lofzangen, die er zullen opstijgen in den loop van vele jaren. Ook als de kerk allang weer is weggevaagd, van de aarde zal blijven de zaligheid der zielen, die in deze kerk zich den weg gewezen zagen, die leidt naar het hemelsch vaderland. Blijven zal de geestelijke verkwikking, die priesterhanden en den priesteromgang zal brengen aan de katholieken, die de kerk weten te gebruiken voor het doel, waarvoor zij is gebouwd. Blijven zullen ook lang nog, misschien wel tot het einde der wereld de goede en vroome gewoonten, en gedachten, die vanuiten deze kerk zijn binnengedrongen, bij die in de kerk krachten energie hebben gezocht en gevonden in de moeilijkheden des levens.
De Christus Koningkerk, 1992 (F6160 RAN)
Zoo is de bouw van die kerk een voorname gebeurtenis, zoo is de kerk zelf een monument, dat door daar te staan in ’t gewoel van den tijd de les preekt, die opklinkt it alle waar geestelijk leven namelijk, dat het kruis staan blijft, ook als de wereld zich voortwentelt naar wij zij haar ontwikkeling noemt.” De Gelderlander 25/11/1933
De voormalige Vrijmetselaarsloge St. Lodewijk, ontworpen door W.J. Maurits en A. Weyers in 1898, foto 1971 (Prof. dr. E.F. van der Grinten via F78766 RAN CC-BY-SA)
Architect Maurits ontwerpt in 1898 het nieuwe gebouw voor de Vrijmetselarij Sint-Lodewijk aan de Waldeck Pyrmontsingel. Deze is gebaseerd op de stijl van de neo-Renaissance. Het gebouw wordt in “Egyptische” stijl ingericht.
Voorgeschiedenis
Het gebouw aan de Waldeck Pyrmontsingel is het tweede gebouw van de Vrijmetselarij Sint-Lodewijk.
Van 1878-1899 zat de loge in Muchterstraat 19, een gebouw dat door stadsarchitect Pieter van der Kemp was ontworpen. Als gevolg van de ontmanteling van de vestingwerken verpauperde de buurt: veel welgestelde personen waren verhuisd naar nieuwbouw op de gronden van de vestingwerken.
St. Lodewijk
De loge van Nijmegen is een van de oudste van Nederland. De eerste loge was in Den Haag opgericht in 1734. Het is niet precies te zeggen wanneer de loge in Nijmegen is opgericht: gegevens als verslagen ontbreken. Wel is bekend dat er vóór 1752 loges zijn geweest, echter zonder vaste verblijfplaats.
in ieder geval wordt de loge definitief opgericht op 21 maart 1752. Nijmegen krijgt daarbij nummer 3.De naam St. Lodewijk is afgeleid van Ludwig, Herzog von Sachsen-Hildburghausen. Hij doet in september 1749 zijn intocht in Nijmegen, waar hij gouverneur werd. Ludwig was de grondlegger en de eerste Voorzittend Meester in de Loge St. Lodewijk. De loge is naar hem vernoemd.
Waarom de St.? Vrijmetselaars werden als vrijdenkers door de Rooms-Katholieke kerk en sommige overheden als bedreigend gezien. Gezien zijn positie wilde Ludwig zijn naam niet met de vrijmetselarij verbonden zien. Daarop werd de “Sint Lodewijk” bedacht.
Het nieuwe gebouw van architect Maurits
In 1898 ontwierp Maurits de nieuwe loge aan de Waldeck Pyrmontsingel, welke onderdeel was van de uitbreiding op de voormalige vestingwerken. De aanbouw rechts is de beheerderswoning. Maurits komt overigens zelf als “gezel” voor op de ledenlijst van de Vrijmetselarij uit 1897.
Tempel van de loge St. Lodewijk na het gereedkomen van het gebouw, architect Maurits, 1920-1925 (F85107 RAN)
Egyptische stijl
Het gebouw is in Egyptische stijl ingericht. Deze stijl kwam veel voor in Brussel en daarom werden excursies naar Brussel ondernomen om inspiratie op te doen. In het bijzonder kwam deze stijl voor bij een aantal vrijmetselaarsloges. Een mooi voorbeeld is de voormalige loge in de Peterseliestraat uit 1878. Op deze site staan foto’s van de prachtig gerestaureerde zaal, waar meteen een aantal elementen te herkennen zijn die ook in Nijmegen voorkomen.
Vrijmetselaars en Egypte
De vrijmetselarij zagen Egypte als haar symbolische, legendarische oorsprong. Wanneer de vrijmetselarij exact is ontstaan, is niet geheel duidelijk: vaak wordt 1717 in Londen genoemd als jaartal, hoewel ook het 17e eeuwse Schotland wordt genoemd. In ieder geval ontwikkelt de vrijmetselarij zich eerst in Engeland en Schotland.
De vrijmetselarij was op zoek naar een symbolische, legendarische oorsprong: die moest zich bevinden in de tijd waarin het metselwerk was ontstaan, zoals de tijd van Adam, de Ark Noch of de bouw van de Tempel van Salomo. Ook de bouw van de pyramides kwam in beeld. Vooral het werk “Séthos” van de Franse abt Jean Terrasson uit 1731 droeg bij aan de symboliek dat Egypte de oorsprong van de vrijmetselarij was.
De veldtochten van Napoleon in Egypte leverde in het algemeen een herleefde belangstelling op voor het oude Egypte. Aan deze veldtochten hadden de nodige vrijmetselaars als militair of als burger meegedaan, omdat Egypte immers de symbolische bakermat was. Begonnen in Parijs, verspreidde deze belangstelling door naar de rest van Europa. Nieuwe publicaties en wereldtentoonstellingen brachten het oude Egypte dicht bij huis. Naast kennis, ontstond er tegelijkertijd een romantisch beeld over dit oude Egypte. Waaronder bij de diplomaten en industriëlen van België, welke eind 19e eeuw zelf een koloniale mogendheid was geworden.
In België, Frankrijk, maar ook in Engeland en Amerika werden vrijmetselaar tempels op z’n “farao’s” gebouwd:
“De wens om het Schone te verwezenlijken uit liefde voor het Schone zelf is prominent aanwezig in de 19de-eeuwse vrijmetselarij, die het Schone als de materiele uitdrukking beschouwde van het Goede dat ze zo ijverig nastreefde.
De schoonheid van de kunst én die van de antieke Egyptische architectuur waren de middelen bij uitstek om de 19de-eeuwse maçonnieke idealen uit te drukken. “Dans l’hypothèse de la maçonnerie procédant du corps de métier, schreef men, le premier idéal des francs-maçons a dû être placé dans l’art plutôt que dans aucun autre domaine de l’intelligence”. “Des hommes s’unissant dans un dessein de perfection, ging men verder, avec la volonté de comprendre l’être humain” (De Egyptomanie in Brussel)
Neo-Egyptische stijl in de tempel
Deze Egyptische stijl komt bijvoorbeeld terug in de vorm en beschildering van de pilasters (de halfronde pilaren). de holkeellijsten (de vierkante lijsten met de motieven op de band onder het plafond, de ingang en de beschildering daarvan. Ook is op de foto het plafond met sterren te zien.
Neo-Renaissance
Het gebouw is ontworpen met invloed van de neo-Renaissance stijl. Hoewel ik geen architect ben, zie ik een aantal van deze kenmerken terug:
De symmetrie van het ontwerp
De spekbanden, welke tevens het horizantale beeld versterken
Het gebruik van pilasters, de halve zuilen, zoals bij de ingang
Een fronton, het “driehoekje”, boven de ingang
De ontlastingsbogen: de halfronde bogen boven het raam
De trapgevel
In het ronde venster in de topgevel is een glas-in-lood raam te zien met een winkelhaak en passer in een vijfpuntige ster, het symbool van de vrijmetselarij.
Zowel de loge zelf als de beheerderswoning en hekwerk is een rijksmonument. Als waardering
-Van architectuurhistorische waarde als een goed voorbeeld van een vrijmetselaarsloge in neorenaissance-stijl met esthetische kwaliteiten in het ontwerp zoals goede verhoudingen, een bijzondere ornamentatie en enkele kenmerkende ex- en interieurelementen zoals resp. het ronde glas-in-lood raam en het beschilderde koofgewelf.
-Van stedenbouwkundige waarde vanwege de ligging in de aaneengesloten zuidelijke gevelwand van de in 1896 aangelegde Waldeck Pyrmontsingel, die deel uit maakt van het laat 19de-eeuwse uitbreidingsplan, dat is ontwikkeld na de afbraak van vestingwerken. Het pand ligt binnen het beschermd stadsgezicht.
-Van cultuurhistorische waarde vanwege de bestemming en het uiterlijk welke verbonden is met een culturele ontwikkeling namelijk het oprichten en bouwen van vrijmetselaarsloges door de maatschappelijke elite.
Vervolg
Voormalige vrijmetselaarsloge St. Lodewijk, Waldeck Pyrmontsingel 77-79-79a, augustus 2023 (Google Streetview)
In 1977 werd het gebouw verkocht en in 1990 verlaten. De loge betrekt dan de voormalige doopsgezinde en remonstrantse kerk aan de Professor Regoutstraat 23. In 2007 koopt de loge het voormalige Steigertheater, Fortstraat 7, aan.
Het gebouw wordt in 2005 grondig gerenoveerd en verbouwd tot kantoorpand. Hierbij wordt onder andere het beschilderde plafond van de logezaal in oorspronkelijke staat hersteld met hemelsblauwe verf waarop sterren zijn geschilderd.
Naamlijst voor het jaar 5896-5897 van de Officieren en leden der Loge “St. Lodewijk” WWW.KWARTIERVANNIJMEGEN.NL Stichting Historisch Huis- en Veldnamen Onderzoek welke als bron noemt: De Gelderlander van Maandag 19 juli 1897
Rond 1897 laat W.L.F. Mähler de villa bouwen van Wilhelminasingel 14. Op basis van de aanbesteding en dat Semmelink helpt bij de aankoop van de grond, is hij de waarschijnlijke architect. De aannemer is Tunnissen. Na het overlijden woont de familie Boelaars jarenlang in het pand.
W.L.F. Mähler
Het eerste gedeelte van de Wilhelminasingel tussen de Oranjesingel en bovenaan rechts de Sloetstraat. In het midden van de foto Wilhelminastraat 14, 1905 (Vivat Amsterdam via F2883 RAN)
Verkoop grond “tusschen de Sloetstraat en de Nijhoffstraat”
In het Gemeenteverslag van 1896, verslag van de Gemeenteraadsvergadering van 12 december 1896: “een adres van W. L. F. Mähler om een stuk bouwterrein te koopen tusschen de Sloetstraat en de Nijhoffstraat. In handen van B. en W. om advies”.
Eind december wordt dit verzoek goedgekeurd: “Het voorstel tot verkoop van een strook gronds gelegen tusschen de Sloet- en de Nijhoffstraat, ter oppervlakte van ongeveer 77 M2 gedeelte van het kadastraal perceel Nijmegen sectie B. no. 2242 aan W. L. F. Mähler te Nijmegen, voor f 7 per M2 en onder de voorwaarde vastgesteld bij Raadsbesluit van 5 October 1895, goedgekeurd door Ged. Staten van Gelderland bij besluit van 16 October 1895, no. 2.” (vergadering 30 december)
Bij de ondertekening van het contract op 15-11-1895 blijkt architect Semmelink voor Mähler te hebben opgetreden. (inventarisnummer 155, archiefnummer 446, aktenummer 289)
Wilhelminasingel gezien in de richting van Johannes Vijghstraat; rechts is nog Wilhelminasingel 14 te zien, 1895-1900 (Uitg. N.J. Boon Amsterdam via F1906 RAN)
Bouwvergunning en aanbesteding
Dan volgt de aanbesteding “het bouwen eener villa aan den Wilhelminasingel alhier, voor rekening van den WelEd. Heer Mähler, architect de heer D. Semmelink.” De laagste inschrijving is Grandjean voor f 15.388. (PGNC 28/1/1897).
Dan wijzigen de plannen:
Op 17-2-1897 koopt Mähler een “perceel bouwterrein gelegen aan de Sloet- en Nijhoffstraat te Nijmegen en kadastraal aldaar bekend in Sectie B. nummer 2496 als bouwterrein groot drie en tachtig centiaren van de gemeente Nijmegen. De gemeente had de koop op 13-12-1896 goedgekeurd, de Gedeputeerde Staten van Gelderland keuren de verkoop daarop op 6-1-1897 goed. De verkoopsom is 581 gulden. (Inventarisnummer 168, Archiefnummer 446, Aktenummer 42)
Daarna worden de bouwplannen gewijzigd en besteedt Semmelink de bouw van de villa opnieuw aan. Dan is “W. Tunnissen” met f13.300 de laagste inschrijving. (PGNC 18/3/1897)
Werner Louis Frederik Mähler, Wilhelminasingel 14 (Bevolkingsregister 1900)
Het Bevolkingsregister van 1890 is nog niet gevonden.
In het Adresboek 1898 komt W.L.F. Mähler nog voor op St. Annastraat 19b.
In de Adresboeken 1899 t/m 1932 komt W.L.F. Mähler voor op Wilhelminasingel 14.
Werner Louis Frederik Mähler is geboren op 4-2-1848 te Zutphen. Wanneer hij op 27-6-1895 in Nijmegen komt wonen, is hij afkomstig van Zutphen en “zonder beroep”. Hij is getrouwd met Petronella Adelaida Hubertina Esser (7-11-1850 Venray). (Wanneer zij op 8-6-1880 in Zutphen trouwen, is het beroep van Mähler “koopman”).
Bij zijn naam is groot A 18 248 geschreven; het is nog onduidelijk of hij daar (tijdelijk) naar toe is vertrokken of dat het de aanduiding van Wilhelminasingel no 14 is (dat al wel als adres staat). (Bevolkingsregister 1900) Petronella overlijdt op 7-7-1913. (Bevolkingsregister 1910).
In het Bevolkingsregister van 1910 blijken ze (in ieder geval) 1 zoon te hebben: Hubert Frederik Joseph (10-4-1881 Zutphen). Hij komt op 21-3-1902 vanuit Londen, om op 27-12-1905 weer tijdelijk te vertrekken naar Leiden. Hij komt op 14-8-1906 vanuit Den Haag. Bij de opmerkingen staat “Ambtshalve doorgeh. Vermoedelijk Haarlem”. Oftewel: hij zal op een later tijdsstip weer zijn verhuisd. “Vermoedelijk Haarlem” is er op een later tijdstip bijgezet.
Bij het RAN zijn een aantal notarisstukken gevonden, waarbij Mähler voor die tijd aanzienlijke bedragen leent. Zonder naar volledigheid te streven:
Een hypotheek aan Johannes Mathias Roghmans van 2.000 gulden op 2-5-1905 (Inventarisnummer 114, Archiefnummer 451, Aktenummer 84)
Aan Lodewijk Peturs Aloiusius Dahlhaus, wonende te Haarlem, op 1-7-1910 het bedrag van 10.150 gulden (inventarisnummer 348, archiefnummer 446, aktenummer 235)
Uit PGNC 16/7/1932 blijkt dat het huis te koop is: “goed onderhouden heerenhuis, gelegen aan de Wilhelminasingel 14, hoek Sloetstraat en Nijhoffstraat te Nijmegen, groot 6 A. 14 cA. is ingezet op f14.200,- (strijkgeld f100).”
Op 27-7-1932 zal de veiling van de inboedel plaats vinden PGNC 23/7/1932, met een lijst. Daarbij blijkt het om een “sterfhuize” van W. Mähler te gaan.
Boelaars
De koper blijkt Boelaars – waarschijnlijk de weduwe van Henri Boelaars, die de firma voortzet- te zijn, daarbij:
in PGNC 1/10/1932 staat het bericht dat de firma Henri Boelaars, Kloosterstoffen, is aangesloten op de telefoon.
Weduwe H. Boelaars-Rottier, “zonder beroep” en haar gezin vestigt zich tussen 7 en 10 oktober in Nijmegen, zij is dan afkomstig van Tilburg (PGNC 15/10/1932)
Henri Boelaars had in Tilbug een winkel in kloosterstoffen gehad: “Westelijk naast het notarishuis, gedeeltelijk zichtbaar, lag een breed, ouderwets herenhuis met beneden vier ramen en op de eerste verdieping vijf ramen naast elkaar langs de straatkant. Hierin woonde Henri Boelaars, die speciaal in kloosterstoffen grossierde. In een zwierig geschilderde banderolle op de zijgevel stond te lezen: “Magazijn van Manufacturen Henri Boelaars”.” (Facebook, met foto van de Zomerstraat in Tilburg)
Ontwerp bijbouw Wilhelminasingel 14 (D12.398980)
In juli 1932 (datum tekening) wordt een bijbouw aangebracht aan de Wilhelminasingel 14. De aannemer is M. Thunnissen (D12.398980).
In Adresboek 1934 komen fa. Henri Boelaars, kloosterstoffen en Weduwe H.J.M. Boelaars, geboren A.P.J.M. Rothier voor.
De firma komt tevens voor in de Adresboeken 1936, 1938, 1940. Een rekening uit 1945 is te zien als inventarisnummer 1495 RAN: “Kloosterstoffen voor elke orde het speciale artikel”.
De weduwe komt tevens voor in de Adresboeken 1936, 1938, 1940. Zij is in 1948 verhuisd naar Ubbergseveldweg 77.
A.C.M. Boelaars komt voor in 1936
In 1948 is “A. Boelaars” secretaris-penningmeester van de R.K. Vereniging voor Kinderbescherming. Tevens in 1951
A.C.F.M. Boelaars, koopman textiel komt voor in 1948 en 1951, 1955
In 1948 komt ook mej. T.M. Brom en mej. A.J. Driessen voor op nummer 14. Driessen komt ook voor in 1951.
In 1963, 1966, 1971 komt L.H.M. Hermans, koopman, voor.
Wel komt “Firma Henri Boelaars van 1874 Nijmegen…”Voor elke orde het speciale artikel” in kloosterstoffen – maatkleding – missiestoffen – sluierstoffen en wollen dekens” voor op Wilhelminasingel 14.
In 1966 staat “Boelaars” onder “Textielhandel” en in 1968 “Firma H. Boelaars” onder “Stoffenhandel”
In 1988 en 1989 zijn er verbouwingen.
Aandachtspand
Het gebouw is sinds maart 2015 een “aandachtspand” van de gemeente Nijmegen
Deze pagina verzamelt reeds gemaakte artikelen over de wijk Altrade. Romeins amfitheater hoek Rembrandtstraat-Mesdagstraat In de buurt van Romeinse legerkampen…