Het in 2008 opgeleverde bouwproject staat op het terrein van de voormalige zeepfabriek Dobbelman. De nieuwbouw is een project van ontwikkelaar De Principaal, Talis Woondiensten en de gemeente Nijmegen.
Zeepfabriek Dobbelman: Zicht vanaf de Graafseweg op de voorzijde van de fabriek, 9/1977 (Foto Rozeboom via F82244 RAN CCBYSA)
Het project bestaat uit 128 koopwoningen en -appartementen. En daarnaast 660 m² (BVO) commerciële ruimte, 700 m² sportruimte. Het parkeren gebeurd onder de grond: daar is een parkeer- en stallingsgarage van ruim 4000 m².
Architectenbureau MR A&U (Marlies Rohmer Architecture & Urbanism) maakte het masterplan en een beeldkwaliteitsplan. Daarnaast ontwierp ze een deel van de bebouwing.
Bij het Dobbelman terrein is verbinding gezocht met de er om heen staande bebouwing (oktober 2024)
Voor de plannen werd gebruik gemaakt van een “patchworkmodel” door gebruik te maken van verschillende volumes. Hierdoor ontstaat een beeld analoog aan het oorspronkelijke fabrieksterrein, dat in de loop organisch was gegroeid met allerlei verschillende bouwgroottes en -types. Door gebruik te maken van het “patchwork” kon in het ontwerp worden geschoven met gebouwen: het plein is gebleven, met gebouwen net op een andere plaats, of net een andere positie. Daarbij was de wens van de bewoners dat de “wasstraat” openbaar zou worden.
Het industriële karakter komt ook terug in de bebouwing: gebouwen die er industrieel uitzien en omgebouwde casco’s. Daar tussenin bevindt zich bestaande bebouwing en nieuwe stadswoningen. Hierdoor krijgt het terrein een gedifferentieerd karakter, waardoor kunnen verschillende type bewoners in de nieuwbouw gaan wonen, verschillend naar cultuur, sociale klasse en gezinssamenstelling.
AEG Turbinefabriek in Berlijn, 2008 (Doris Antony via Wikicommons GFDL en CCBYSA 3.0)
Een belangrijke inspiratiebron voor de gebouwen was naast de Dobbelmanfabriek en haar omgeving de AEG-fabriek in Berlijn (zie de afbeelding hiernaast).
Bij het “patchworkmodel” is gebruik gemaakt van de betrokkenheid van de omwonenden. Zoals een bewoner vertelt “Toen dat bekend werd, stonden bewoners eigenlijk meteen in de startblokken. Toen lag na een paar maanden het programma van eisen en toen moest het proces nog beginnen.” Rienk Postuma daarop: “Wij hebben er alleen een zwier aangegeven, door een eigenzinnig plan te maken met een eigen gezicht.”
Dobbelman terrein (oktober 2024)
Dobbelman terrein (oktober 2024)
“Woonfabrieken”
MR A&U heeft 3 gebouwen oftewel “woonfabrieken” zelf ontworpen. Daarnaast hield ze supervisie over de overige gebouwen, zodat er eenheid in verscheidenheid zou ontstaan. Van het gebouw L is het oorspronkelijke casco behouden gebleven. Hierin zitten studio’s en ateliers en daarboven 11 loft woningen. De woningen kunnen daarbij vrij worden ingedeeld. Door hun harmonica pui wordt de buitenruimte onderdeel van de woning. Het industriële komt terug in het gebruik van baksteen en aluminium kappen.
De voormalige schoorsteen is behouden. Daarnaast is de lichtreclame van Dobbelman teruggekomen.
Het industriële komt ook terug op het binnenterrein, de “wasstraat”. Hier liggen stelconplaten, afkomstig van het voormalige fabrieksterrein. Bewoners kunnen daarbij zelf invulling geven aan deze ruimte.
Abonneren
Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.
Woonzorgcomplex
Het terrein heeft tevens een woonzorgcomplex.
De fabrieksschoorsteen is blijven staan (oktober 2024)
Directievoerder de Principaal
De “directievoerder” van dit project was De Principaal B.V. uit Amsterdam. Dit ontwikkelbedrijf is in 1994 opgericht door de woningcorporaties Lieven de Key, Onze Woning en De Doelen, met als doel een professioneler werkbedrijf op te bouwen. Een van de belangrijke projecten van De Principaal was op dat moment haar betrokkenheid bij het Oostelijk Havengebied van Amsterdam geweest.
Een van de plekken waar het “industriële” goed tot uitdrukking is gebracht (oktober 2024)Dobbelman terrein (oktober 2024)Dobbelman terrein (oktober 2024)
Prijzen
Herinnering aan de zeep die bij Dobbelman werd gemaakt – foto gemaakt op maandag wasdag (oktober 2024)
De Dobbelman heeft de Architectuurprijs Nijmegen 2009 gewonnen en de Gouden Piramide. De Gouden Piramide is bedoeld voor “inspirerend opdrachtgeverschap” en is een initiatief van de ministeries van VROM/WWI, LNV, OCW, en VenW. De jury: “Een werkelijk prachtig project, dat door de maatvoering, de vormgeving en de gebruikte materialen nog steeds de sfeer ademt van het industriële verleden van het gebied” (Architectenweb).
Het geldbedrag dat bij deze prijs hoorde is gebruikt om samen met de bewoners het kunstwerk “Was aan de Lijn” tot stand te brengen, zie de bovenstaande foto. Het is een werk van Reinier Lagendijk uit 2017) (bordje bij het kunstwerk)
Alphons Sieberspad, augustus 2023 (Google Streetview)
In 2009 werd begonnen met de bouw op het terrein aan de Ploegstraat begonnen. Daarvoor zaten hier de ROC-opleidingen Economie en Zorg & Welzijn
Vooraf: Schoolterrein
Detailhandelschool
Detailhandelschool ; boven de ingang het beeld “Mercurius ‘, gemaakt in 1962 door Ed van Teeseling, 28/9/1962 (Fotopersbureau Gelderland via F20242 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)
Voordat het project Frij’hoff werd gebouwd, stond op deze plaats onder andere de Detailhandelschool (Goffertweg 18).
Een foto uit 1979, wanneer het inmiddels de Katholieke Scholengemeenschap voor LMO- MMO Gelre is geworden, is te zien op F17223 RAN. In ieder geval was de school in augustus 2009, vlak voor de sloop, onderdeel van het ROC, sector economie.
Een reliëf in brons van Ed van Teeseling uit 1962, voorstellende Mercurius , geplaatst op de Detailhandelschool, later de Katholieke Scholengemeenschap voor de LMO-MMO Gelre ; P.S. in 2018 ligt het beeld opgeslagen op de gemeentewerf in afwachting van een nieuwe stek, 1975 (Frans Kup via F17216 RAN CCBYSA)
Bovenop de school stond een reliëf in brons van de god van de handel, Mercurius. Het ligt opgeslagen op de gemeentewerf in afwachting dat het op een andere plek geplaatst kan worden (bron: bijschrift F17216)
Levensschool
Achterkant “Levensschool”, augustus 2009 (Google Streetview)
Het andere complex van de ROC was het schoolgebouw, dat in ieder geval op een foto van 1970 de “Levensschool” werd genoemd: F21907 RAN. Ter vergelijking is de Google Streetview shot uit augustus 2009 opgenomen.
Dorsvlegelstraat, Augustus 2023 (Google Streetview)
Het shot hiernaast uit 2023 is bijna gezien van dezelfde plek en we kijken de nieuw aangelegde Dorsvlegelstraat in. Het gebouw met gele bekleding op de foto van 2009 ligt -na parkeervakken- aan de linkerkant van de straat.
Frij’hoff: Wonen in je eigen park
Frijhof: “Wonen in je eigen park”, augustus 2009 (Google Streetview)
Het complex bestaat uit voor een deel uit koopwoningen: 38 eengezinswoningen en 20 appartementen. En daarnaast uit 114 huurappartementen van Portaal. Het project is een ontwerp van architectenbureau NOAHH, Network Oriented Architecture.
NOAHH schrijft over haar ontwerp: “De transformatie van een onaantrekkelijk en min of meer gesloten gebied naar een open en groene woonbuurt was ons doel in Frij’hof Nijmegen. Binnen het plangebied Frij’hoff zijn geen straten, rooilijnen ontbreken. De bebouwing is ontworpen als stadsvilla’s en meer-onder-één kapwoningen. De woningen zijn direct geleen in het groen. Het plangebied is zelf opgevat als een uitloper van het Goffertpark maar met een eigen identiteit en is beplant met magnoliabomen. Op de begane grond hebben de woningen veranda’s en terrassen aan de centrale “stadstuin”. Er zijn geen omheiningen aanwezig tussen publieke en private buitenruimten”.
Alphons Sieberspad
Alphons Sieberspad, augustus 2023 (Google Streetview)
Frij’hoff is bedoeld als wonen in een park. Daarom heeft het een groen en autovrij binnenveld, waarbij kinderen vrij moeten kunnen spelen. Er is slechts een kronkelig paadje waardoor auto’s tot de voordeur kunnen komen. Daar kunnen mensen in- en uitstappen of bijvoorbeeld de boodschappen worden uitgehaald. De parkeerplaats bevindt zich echter in een keldergarage met de uitgang bij de Ploegstraat.
Het Holland Casino, Waalkade 68, 1989 (Ber van Haren via KN14693-24 CC0)
In 1989 ging het Holland Casino op de Waalkade open. Holland Casino’s wilde graag een casino in het oosten van het land, mede vanwege de Duitse markt; Nijmegen een eye-catcher voor de Waalkade. Wel ging een Romeinse muur verloren, wat tegenwoordig als drama wordt gezien.
Steevast komt het Holland Casino, “Het marmeren fort aan de Waalkade” voor in het rijtje voor de verkiezing van het lelijkste gebouw van Nijmegen; in 2024 bereikte het de tweede plaats. In 2024 heeft het casino haar huurcontract voor 5 jaar verlengd bij de eigenaar van het gebouw, Nedstede BV.
Het Holland Casino gaat op 10 augustus 1989 open. Het is dan het 8ste casino in Nederland.
Plannen voor een nieuw casino
De directie van Holland Casino’s besluit in 1983 dat er een nieuw casino moet komen in het oosten van het land. Op dat moment heeft ze 3 vestigingen: Scheveningen, Valkenburg en Zandvoort. Daarbij heeft ze de ambitie om in heel Nederland vestigingen te openen, waardoor vrijwel alle Nederlanders binnen 1 uur rijden afwonen van een locatie waar legaal kan worden gegokt. In Gelderland is Nijmegen het meest interessant.
Nijmegen: vernieuwing Waalkade
Reconstructiewerkzaamheden nabij de voormalige Zeilmakerij van Jaap Post, 3/7/1985 (Ber van Haren via KN14420-1 RAN CC0)
Mr. Casino: “De gemeente Nijmegen wil de wat verlopen en saaie Waalkade oppimpen tot een van de grootste trekpleisters in de regio, met winkels, ateliers, musea, cafés, restaurants, terrassen, twee parken en als klapstuk het casino. De vernieuwde Waalkade moet zo’n half miljoen mensen extra naar de Keizer Karelstad trekken.
Wat betreft de Duitse gasten: Holland Casino verwacht dat van de 350.000 jaarlijkse bezoekers in Nijmegen zo’n 30 procent uit Duitsland afkomstig zal zijn.”
Ook Arnhem heeft interesse in een casino (en later bovendien Renkum en Rheden):
Een casino trekt dagjesmensen aan, die geld besteden aan horeca en de middenstand
Het casino betaalt 1,50 gulden aan de gemeente. (Mr. Casino)
Mr. Casino, die de Telegraaf uit 1984 aanhaalt: ““In de keuze tussen Arnhem en Nijmegen, kreeg Nijmegen van de casinodirectie de voorkeur omdat daar meer Duitsers komen en Nijmegen bezig is haar stad voor toeristen aantrekkelijk te maken, waarbij een casino aanzienlijk kan helpen.”“
Eind 1984 kiest Holland Casino definitief voor Nijmegen.
Holland Casino
Holland Casino(voluit Holland Casino N.V., opgericht als de Nationale stichting tot exploitatie van casinospelen in Nederland) is de enige legale aanbieder van speelcasino’s in Nederland. Dat betekent bijvoorbeeld dat dit de enige speelgelegenheid is waarbij spellen als roulette en blackjack croupiers aanwezig zijn. In andere gelegenheden die casino worden genoemd staan alleen speelautomaten (en/of wordt bijvoorbeeld roulette eveneens via een automaat gespeeld). Holland Casino is eigendom van de Nederlandse Staat, waarbij staatssecretaris van Financiën optreedt als aandeelhouder.
In 1976 opende Holland Casino haar eerste vestiging in Zandvoort. Deze werd overigens in februari 2025 als oudste en kleinste casino gesloten. Momenteel (mei 2025) heeft Holland Casino 13 vestigingen. Met 1989 is Nijmegen qua ouderdom het 7e casino van Nederland. En met 4695 m² is Nijmegen qua oppervlakte het 10de casino.
Romeinse resten
Archeologische opgravingen, 8/10/1986 (Ber van Haren via KN14246-25 RAN CC0)
Voor de bouw van het casino moet een oude Romeinse muur gesloopt worden: deze sloop wordt als noodzakelijk gezien om te zorgen dat het casino een eigen, veilige parkeergarage krijgt. Goede parkeergelegenheid is zeer belangrijk voor het casino. Een deel van de muur is verwerkt in het casino.
Tegenwoordig wordt de sloop van deze muur gezien als een drama. Een direct gevolg was wel, dat Nijmegen de eerste stadsarcheoloog heeft aangesteld.
Verwerking van Romeinse resten in Holland Casino (augustus 2024)
Ontwerp Mans Hofhuis
De pilaren aan de voorgevel van het Holland Casino zijn bedekt met platen van rose graniet en bruine syeniet, 24/6/2007 (Jeroen van Lith via F9148 RAN CCBYSA)
De architect van het nieuwe casino is Mans Hofhuis (5-7-1942 Rotterdam – 22-4-2020 Maastricht). Wanneer het casino in augustus 1989 open gaat, heeft de bouw en inrichting 19,2 miljoen gulden gekost.
3 niveau’s
Hoog water Waalkade, 1995 (Jacques van Dinteren via DF5000 RAN CCBYSA)
Een van de uitdagingen was het omgaan met het feit dat de Waalkade kan overstromen. Daarom zijn er ingangen ontworpen:
De ingang aan de Waalkade, welke bij hoogwater niet meer te gebruiken is
Een tweede ingang boven de eerste, bereikbaar via een helling
Een derde ingang aan de achterzijde
Romeins thema
Als eerste casino van Nederland krijgt het casino een thema, naar het voorbeeld van de grote casino’s aan de Strip in Las Vegas. Het is een Romeins thema, welke bijvoorbeeld terugkomt in:
Romeinse zuilen in de hal
Grote Romeinse munten als omlijsting van de kassa’s
De bar krijgt een driehoekige kroonlijst, afgeleid van een Romeinse tempel
Naamgeving: de zaal met speelautomaten heeft Bingo Atrium, een ander deel heet Jackpot Empire. De eerste speelautomaat die bezoekers zien, is Circus Maximus: bezoekers kunnen hier gokken met 5 elektronisch bestuurde speelgoedpaarden
Een van de doelen van dit thema is om hiermee laagdrempeliger voor bezoekers te worden.
Vervolg
Stijgende bezoekersaantallen in de jaren 90
Interieur van het Holland Casino, 1990-1995 (Quinta Buma via F23177 RAN CCBYSA)
Tot 2002 stijgen de bezoekersaantallen:
Het eerste volle jaar, 1990, heeft het casino 302.757 bezoekers
1991: 362.798
1999: meer dan 500.000
2001: 541.000
Jaren 0: Concurrentie van Venlo (en Enschede)
In 2002 gaat echter de vestiging in Enschede open en in 2006 in Venlo. Veel klanten bezoeken vanaf 2002 de vestiging in Enschede; daarnaast vindt er dat jaar een verbouwing plaats en in het algemeen is er sprake van een slechte conjunctuur. Het bezoekersaantal in Nijmegen daalt onder de 500.000.
Het is echter de opening van de vestiging van Venlo in 2006 die een nog grotere impact heeft: vanwege de gunstiger ligging gaan veel Duitsers afkomstig uit het Ruhrgebied gaan vanaf dat moment naar Venlo in plaats van Nijmegen. Daarop voert het casino bezuinigingen door, zowel in het personeel als het aantal speeltafels. In 2019 is er weer sprake winst; het casino heeft dan 350.000 bezoekers.
Jaren 10: weer stijging, nadenken over toekomst aan de Waalkade
Holland Casino bij avond, Waalkade (maart 2024)
In september 2012 ontvangt het casino haar 10 miljoenste bezoeker; op 23 november 2018 verwelkomt het casino de 12 miljoenste bezoeker.
In 2019 denkt het casino na over haar toekomst aan de Waalkade, wanneer in 2024 haar contract zal aflopen. “Problemen zijn de slechte bereikbaarheid van de Waalkade en het gebrek aan parkeergelegenheid.” (Gelderlander, 15-8-2019). In een interview in augustus 2019 met Meneer Casino vertelt Arno Bongers: “Als ik dan vooruit kijk naar de toekomst, dan denk ik aan een Experience Zone, zoals in Utrecht. Die zou ik graag hebben, maar daarvoor hebben we de ruimte hier niet.
Dan kom ik op dit gebouw. Het is net verbouwd, we hebben een hele nieuwe bar, kom kijken! Toch blijft er nog wel wat te wensen over.
Zo zijn de plafonds te laag voor de nieuwste generatie speelautomaten met veel toeters en bellen. Speelautomaten worden steeds hoger.
De parkeergarage is aan de krappe kant. We hebben plek voor maximaal 60 auto’s.
We hebben een huurovereenkomst die loopt tot en met 2024. Dat biedt mogelijkheden. Bijvoorbeeld verhuizen naar de rand van de stad.
Steden worden steeds groener. Autorijden wordt er steeds lastiger. Kijk naar de schitterende, nieuwe casino’s die in Utrecht en Venlo worden gebouwd. Die komen aan de buitenkant van de stad. Goed bereikbaar.”
In februari 2021 citeert Casino Nieuws de woordvoerder van Holland Casino:
“We hebben geen concrete plannen om uit Nijmegen te vertrekken. We hebben ook afgelopen periode juist geïnvesteerd in deze vestiging. Zo hebben we recent o.a. buitenruimtes gemaakt waarin gasten even afstand kunnen nemen van het spel en deze gelegenheid aangegrepen om te zorgen dat er extra licht van buiten het casino naar binnen kan komen. Zo bouwen we verder aan het casino van de toekomst. Daarnaast hebben we in de herstructurering ook nieuwe plannen voor de vestiging gemaakt die op een later moment bekend zullen worden. De bereikbaarheid van onze Nijmeegse locatie is wel een steeds groter wordende zorg.”
Na corona en verlenging contract
Casino Waalkade (augustus 2024)
Daarbij kwamen de Covid-jaren. In 2023 kwamen er echter weer 264.000 bezoekers; de verwachting is echter dat het bezoekersaantal vóór 2019 niet meer gehaald zal worden.
In 2024 verlengt Holland Casino haar contract met 5 jaar, tot 2029.
Dit prachtige stukje Nijmegen ligt wat verscholen, met de Ridderstraat als de enige ingang. Met de Ottengas is het een oud stuk Nijmegen, dat de Tweede Wereldoorlog heeft overleefd, vol van gemeentelijke en rijksmonumenten. Toch zullen veel Nijmegenaren het ook kennen van de (vroegere) uitgaangsgelegenheden.
Deze pagina verzamelt artikelen over de historie en bezienswaardigheden van de St. Antoniusplaats en zal in de loop der tijd worden aangevuld.
De St. Anthoniusplaats is in de loop der tijd op verschillende manieren geschreven. Voor de leesbaarheid is de huidige naam, St. Anthoniusplaats, aangehouden.
Belangrijkste Bezienswaardigheden van de St. Anthoniusplaats:
Eigenlijk het plein als geheel als oud stukje van Nijmegen, in het bijzonder:
Het huidige Huize Bethlehem, naar ontwerp van Charles Estourgie
Cellenbroedershuis
St. Anthoniusplaats 1
St Anthoniusplaats 1, 1935 (F1220 RAN)
Het RAN noemt in het bijschrift: “Woonpand uit eind 18e eeuw. In 1866 werd het na gedeeltelijke afbraak herbouwd in eclectische stijl; het pleisterwerk is typerend voor die tijd. Het merendeel van de tijd werd het pand inderdaad gebruikt om in te wonen”.
Rijksmonument
Het pand op de hoek van de Ridderstraat en is een Rijksmonument: ”Pand, waarin natuurstenen deuromlijsting, eind 18e eeuw met Ionische pilasters en guirlande-reliëf, afkomstig van het huis Ridderstraat 4. Gesneden dubbele deur. “
(Tot nu toe) gevonden gebruikers
Van Clarenbeek
Het PGNC 17/8/1897 noemt de heer van Clarenbeek als de bewoner van het pand. Uit het Adresboek van 1898 en 1899 staat R.H.A.B. v. Clarenbeek er als bewoner. in september 1908 vertrekt de familie van Clarenbeek naar België (PGNC 13/9/1908).
Aannemer en grinthandelaar G.W. van Hezewijk
In 1909 woont aannemer en grinthandelaar G.W. van Hezewijk er (Adresboek 1909). De op dit moment laatst gevonden vermelding is het Adresboek 1934.
Op hetzelfde adres komt in de Adresboeken 1926, 1928, 1932 het bedrijf Fa. van Hezewijk en Swets, baggerondern., grint- en zandh. voor. Dit bedrijf is in het Adresboek van 1934 niet meer gevonden.
In 1932 komt ook eenmalig Grindhandel “Noviomagum”, dir. G.B.A. Dols voor.
Verschillende bewoners rond 1940
Dan lijkt het gebouw een aantal jaren gebruikt te worden door verschillende (tijdelijke?) bewoners. Zo komen in 1940 een aantal vermeldingen in het Adresboek voor:
A.J. Terburg, fabrieksarbeider;
J. Coppes;
J.B. de Graaf, timmerman;
G. Kolenbrander;
Mevr. B.M. Meeuwsen;
P.H. Romans
A. Gerrits
In het Adresboek 1948 staat Th.C. van de Velde, kleermaker, op dit adres.
In 1955 is het J.M. van Krevel en in 1959 J.J. van Dommelen, typograaf en de weduwe van A.J. Terburg, geboren G. van der Lienden.
In 1963 is het een “Bedrijfsruimte Confectiefabriek”.
Documentatiecentrum De Feeks
In 1986 betrok het documentatiecentrum De Feeks het pand tot 2011 (Bijschrift F1220).
Roze Huis
In 2012 ging de benedenverdieping over op de Stichting Roze Huis. Zij kocht in 2019 het pand. (Bijschrift F1220). Momenteel (juli 202) is het pand nog steeds in gebruik als Roze Huis: “Het Roze Huis is de vaste thuisbasis van COC Regio Nijmegen, Dito! en enkele andere partijen. Het betreft het voormalige pand van vrouwendocumentatiecentrum De Feeks, waarin de emancipatoire traditie onverminderd wordt doorgezet.
Het pand is te vinden op St. Anthoniusplaats 1, in het centrum van Nijmegen. In het pand bevindt zich een grote zaal (max 80 mensen), alsmede een vergaderruimte en een kantoor. De activiteiten van COC Regio Nijmegen en Dito! vinden met name in dit pand plaats. Ook zullen er kleinere culturele activiteiten en ontmoetingsactiviteiten voor allerlei groepen, kwetsbaar en minder kwetsbaar, hier gehouden worden.”
St. Anthoniusplaats 2, 3 en 4
De panden op St. Anthoniusplaats 2, 3 en 4 is een gemeentelijk monument: “Geheel gepleisterd en van blokkenindeling voorzien bakstenen pand in twee bouwlagen met pannengedekt schilddak. Op de begane grond afwisseling van drie deuren (d) en vier raamkozijnen (r): d, r, r, d, d, r, r. Op de etage vijf raamkozijnen. Alle omlijstingen geprofileerd en van afgeronde bovenhoeken voorzien. Kroonlijst ontbreekt. Karakteristiek voorbeeld van zeer eenvoudige negentiende-eeuwse volkswoningen, van belang voor het pleintje. Bouwjaar: ca. 1865.”
St. Anthoniusplaats 5-6
Het is sinds 1988 een gemeentelijk monument. Met als aanwijzing: “Bedrijfswoning met bovenwoning. Bakstenen pand in twee bouwlagen met plat dak. Op de begane grond links is een toegangsdeur voor de woning; rechts gekoppeld de toegangsdeur voor het bedrijf en een brede werkplaatsdeur. Kozijnen rechtgesloten met bovenlichten; in het metselwerk erboven terugliggende segmentbogen met gestucte sluitstenen; de bogen zijn verbonden door een gestucte band. Op de etage bevinden zich twee vensters van overeenkomstige vorm met de openingen beneden. Vlakke kroonlijst. Bouwjaar: ca. 1895. Een van de weinige nog aanwezige panden die verbinding wonen en bedrijf tot uitdrukking brengen. Van groot belang voor het pleintje.”
In PGNC 15/12/1889 is een advertentie gevonden waarin namens de familie Herold onder andere de “stalling” op St. Anthoniusplaats No. 5 in de verkoop staat.
Gevonden bewoners St. Anthoniusplaats 5
Naam
Beroep
Adresboek
Opmerking
B. v.d. Wildenberg
Modiste
1893
Wed. v.d. Wildenberg, geb. H. de Croon, zond ber woont op nummer 3 in 1893
In oktober 1931 vertekt G. v. Kouwen env r. naar Sambeek, St. Ludovicusgest (PGNC 31/10/1931). Op dit moment is nog onduidelijk of zij tussen 1916 en 1931 steeds op Anthoniusplaats 5 gewoond hebben
P.J. Wijnen
Smid
1908
P.J. Orth
Timmerman
1924
C.C. Hartman
Bankwerker
1926
C.W. van Kouwen en C.B. Turken
De Gelderlander 7/4/1932
Geboorte Wouter Waltherus; vertrokken met G. v. Kouwen?
Kleermaker Robbers op Antoniusplein 14 (PGNC 16/1/1918)
Het is sinds 1987 een Gemeentelijk Monument. Met als aanwijzing: “Bakstenen pand in twee bouwlagen met pannengedekt schild aan de voorzijde van het platte dak. Onregelmatig in gedeelde benedenetage met links een doorgang; rechts daarvan een raamkozijn. Op de etage vier rechthoekige vensters. Stucbanden in de gevel; segmentboognissen boven deur- en raamopeningen. Bouwjaar: 1898. Eenvoudige panden, van belang voor het plein.”
Th.J. van Asten
Theodorus Johannes van Asten laat eind jaren 90 van de 19e eeuw zijn woning verbouwen. Dat heeft eerst nogal wat voeten in de aarde, zie het artikel op Noviomagus. Een eerste steen “1898” met daarboven een onleesbare tekst herinnert aan de verbouwing.
Verkoop woningen nav overlijden van Asten (De Gelderlander 22/5/1910)
In 1910 vindt de veiling plaats van de panden waarvan Th. J. van Asten eigenaar was. Naast het winkelhuis in de Kroonstraat blijkt hij het Benedenhuis met 2 bovenhuizen 7a en 7b te bezitten; daarbij heeft hij zelf op nummer 7b gewoond.
Daarnaast was hij eigenaar van 6 woningen, naast St. Anthoniusplaats 6 Ottengas Nos. 17, 17a en 19.
St. Anthoniusplaats 9: Cellenbroedershuis
Blik op het Cellenbroederenhuis de Ellendige en Gevoegde Broederschappen, één van de oudste panden van de stad. In de vleugel met de trapgevel ligt de regentenkamer waar de regenten van deze in 1591 door Prins Maurits gefundeerde instelling van Weldadigheid maandelijks vergaderen, 1900-1925 (dr. Jan Brinkhoff via D17 RAN CC0)
Een aantal sites over de historie van het pand en aanverwante zaken:
De ingang van het klooster Bethlehem van de zusters Dominicanessen van het Allerheiligste Sacrament. De zusters verleenden kraamzorg aan arme gezinnen in de Benedenstad. Nadat de zusters het pand verlieten werd er een hospice in gevestigd, 1936 (GN10792 RAN)
In de jaren 20 kochten de Dominicanessen van het Allerheiligst Sacrement de villa op deze plek aan. Deze was onder andere bewoond geweest door Dirk Reinhard Johan baron van Lynden, tussen 1820 en 1837 burgemeester van Nijmegen. Ook was het van 1865 tot (ongeveer) 1899 de Hogere Burgerschool, totdat deze verhuisde naar nieuwbouw aan de Kronenburgersingel.
Zij lieten het gebouw vervolgens verbouwen en vergroten door architect Charles Estourgie. Daarbij kreeg het klooster de naam Huize Bethlehem. De zusters verleenden kraamzorg aan arme gezinnen in de Benedenstad. Ook dit klooster had te maken met het gebrek aan aanwas van nieuwe kloosterlingen en vergrijzing: In 2001 verliet de laatste zuster het klooster.
Daarop werd het huis ingericht als een hospice. Daarbij is de kapel een stiltecentrum geworden. In 2012 schenken de Paters Dominicanen Huize Bethlehem aan de de stichting Vrienden van hospice Bethlehem, met als voorwaarde dat het gebouw nog minimaal 10 jaar in gebruik blijft als hospice (De Gelderlander 23-12-2012).
Sluiting?
Kalorama heeft besloten om op 1 januari 2025 te stoppen met het verlenen van zorg van mensen in hun laatste levensfase bij hospice Bethlehem. De financiële situatie van Kalorama is al langere tijd niet goed. Daarbij is de huur van Bethlehem hoog en is er veel onderhoud aan het pand nodig. Bovendien zijn volgens Kalorama de tarieven te laag voor deze vorm van zorg.
In augustus 2024 is een petitie gestart door de Cliëntenraad om ervoor te zorgen dat Kalorama meer tijd geeft om een nieuwe zorgaanbieder voor het hospice te vinden.
De tuin van het klooster Bethlehem van de zusters Dominicanessen van het Allerheiligst Sacrament gefotografeerd in de richting van de Waal. De zusters verleenden kraamzorg aan arme gezinnen in de Benedenstad. Nadat de zusters het pand verlieten werd er een hospice in gevestigd, 1936 (GN10794 RAN)
Appartementen Bezembindersgas
De appartementen zijn groepswoningen van Talis. Voorheen stond hier een magazijn en garage van Teeseling. Een foto uit 1970 is te vinden op F66597
St. Anthoniusplaats 12-14 en Duivengas 11
De letters “Bordeaux” aan de top van de gevel maakt al duidelijk wat het pand ooit geweest is: een wijnpakhuis.
Let op de gevelsteen “Man rolt ton” uit 1947 van Ed van Teeseling. Op de gevelsteen staat het jaar 1859. Ook een advertentie uit 1948 noemt dit jaar. De sluitsteen boven de deur noemt echter het jaar 1871.
Over dit gebouw is al veel te vinden op Gemeentelijke Monumentenlijst en Noviomagus (tevens bronnen van deze paragraaf).
Vennootschap Roos & Hütschler
Eerstgevonden vermelding van Hutschler op St. Antonius (PGNC 3/5/1854)
In het artikel van Noviomagus (tevens RAN F52317, waarin het jaar 1910 staat als jaar van vervaardiging) staat een advertentie van Roos & Hütschler weergegeven waarin “anno 1821” wordt genoemd.
In een gevonden advertentie van 1854 staat de Ridderstraat vermeld; het is mij nog onduidelijk of de St. Anthoniusplaats 12 vóór 1902 in gebruik is genomen.
Roos & Hütschler
Op 1 januari 1902 richten Johan Zeno Hütschler en Elias Roos Jr. de Vennootschap onder Koophandel Roos & Hütschler op, met het doel het drijven van handel in wijn. Zij laten daarbij hun afzonderlijke zaken “E. Roos & Zoon” en “firma J.Z. Hütschler & Co.” samengaan. “Waar elk voor zichzelf sinds tal van jaren den smaak wist te treffen eener talrijke clientѐle, zal dit met vereende krachten zeker nog beter gaan.” (PGNC 3/1/1902)
Wijnhandel Roos & Hütschler, St. Antoniusplein 14 (De Gelderlander 3/1/1902)
Er verschijnen ook advertenties van Wijnhandel Roos & Hütschler met naast Nijmegen adressen in Bergen op Zoom en Traben a/d Mosel (PGNC 6/9/1910)
In PGNC 10/9/1912 wordt nummer 12 als adres genoemd. In ieder geval is er nog een advertentie gevonden in PGNC 12/1/1925.
In januari 1929 viert de firma dat de kelderknecht H. Visscher 50 jaar in dienst is (PGNC 2/1/1929). Hij krijgt later dat jaar tevens een koninklijke onderscheiding Orde van Oranje Nassau in Brons (De Gelderlander 30/8/1929).
Elias Roos overlijdt in mei 1929. Hij blijkt naast firmant van Roos & Hutschler ook lid te zijn geweest van het College van Regenten van het Oud-Burgeren-Gasthuis en bestuurslid van de Hulpbank. Een van de sprekers tijdens de begrafenis is de oudste knecht de heer Visscher. (PGNC 17/5/1929)
Roos & Hütschler in Arnhem (PGNC 9/2/1931)
Wanneer Roos & Hutschler uit Nijmegen exact is vertrokken, is nog niet achterhaald. Uit de advertentie hiernaast blijkt, dat ze rond 1931 niet meer aanwezig te zijn in Nijmegen, maar in ieder geval nog wel in Arnhem. Roos & Hutschler komt nog wel voor in het adresboek van 1932: waarschijnlijk is ze eind 1931 vertrokken, zodat de wijziging niet meer kon worden opgenomen in het Adresboek.
Waarschijnlijk de wijnkelder op St. Anthoniusplaats 13: het RAN noemt dit “Het interieur in de kelder van Elias Broekkamps’ Wijnhandel” uit 1926. Op dat moment zat Roos & Hütschler nog op dit adres (F12189)
Broekkamp’s Wijnhandel
Wijnhandel Broekkamp St. Anthoniusplaats (PGNC 15/11/1941)
In november 1941 brengt Broekkamp’s Wijnhandel haar bedrijf over naar St. Anthoniusplaats 11-12-13. Voorheen zat deze wijnhandel op de Graafseweg 243, waarbij deze Wijnhandel-Kelderbedrijf Trianon werd genoemd. Waarschijnlijk was Constant Mathijs Loui(s) Broekkamp op dat moment nog de eigenaar (oa Adresboek 1940 en De Gelderlander 23/5/1940).
In 1948 blijkt Elias H. Broekkamp in de tussenliggende jaren de zaak over te hebben genomen: hij is in het Adresboek 1948 de enige wijnhandelaar Broekkamp (hij woont zelf op St. Annastraat 57).
Een foto uit 1951 met de wijnhandel van Elias Broekkamp is te vinden op GN3131 RAN.
Jo’s Kelder
St. Anthoniusplaats 12-13 in 1971: woonhuizen en Bar Dancing Jo’s Kelders ; boven de ingang het relief “Man, die een ton rolt “, gemaakt in 1951 door Ed van Teeseling i.o.v. wijnhandelaar Elias Broekkamp, 1971 (Prof. dr. E.F. van der Grinten via F26237 RAN CCBYSA)
Op een later tijdstip komen hier de bekende uitgaangsgelegendheden Jo’s Kelders en later Old Cave.
De nauwe ingang van de Sint Anthoniusplaats met een vrachtwagen van drankengroothandel van Teeseling, die daar opslagplaats had in de kelders waar in 1967 de discotheek Jo’s Kelders het levenslicht zag; op de achtergrond de Eiermarkt , 1958-1967 (Gemeentepolitie Nijmegen via F18563 RAN CC0)
St. Anthoniusplaats 15-16
Het huis aan de St. Anthoniusplaats 15-16 is oorspronkelijk gebouwd in het tweede kwart van de 16e eeuw. Rond 1985 is het echter vrijwel volledig herbouwd. Kenmerkend is de gepleisterde trapgevel
Het gebouw is een Rijksmonument: “Belangrijk, waarschijnlijk 15e eeuws pand met aan voor- en achterzijde trapgevels, alsmede een brandgevel met trappen op het midden van het pand. De achterste twee trapgevels hebben hun gotische ezelsrugafdekkingen behouden.”
Op St. Anthoniusplaats 15 bevond zich een openbare schuilkelder (PGNC 8/11/1940).
Verzetsmonument Jan van Hoof bij Waalbrug, de kransen zijn de avond ervoor, 4 mei gelegd (mei 2024)
In September 1954 is de 10e verjaardag van de bevrijding van Nijmegen. Deze vindt plaats met een grootschalige dodenherdenking en viering van de bevrijding. De “Onthulling Jan van Hoof-monument de climax van huidige herdenkingen”, zo schrijft De Gelderlander 17/9/1954.
De onthulling vindt plaats op de plek waar tijdens Market Garden zwaar was gevochten tussen de geallieerden en de Duitsers, met de Waalbrug als inzet.
Jan van Hoof
Aanvankelijk werd gedacht dat Jan van Hoof degene was geweest die de Waalbrug had gered. De student Jan van Hoof was lid van de geheime Dienst Nederland. Hij had vooraf maandenlang informatie over de Waalbruggen en daar aangebrachte explosieven verzameld.
Waalbrug
Van Hoof wist op 18 september 1944 de explosieven onder de Waalbrug inderdaad onschadelijk te maken, maar deze actie werd tijdig door de Duitsers ontdekt. Uiteindelijk was het de beslissing van de Duitsers zelf, waardoor de brug niet werd opgeblazen. De commissie van het Ministerie van Oorlog had in 1949 een onderzoek laten instellen: “De belangrijkste conclusie uit het rapport luidde dat Jan van Hoof feitelijk niet kan worden beschouwd als ‘de Redder’ van de brug. ‘Wel komt hem onvergankelijke eer toe voor hetgeen hij tot behoud van de brug als uitstekende daad van moed, beleid en trouw heeft verricht met inzet van zijn leven’.” (KOS)
Verkenner
De dag erna kwam hij om het leven. Op dat moment was hij gids in een pantserwagen. Op de hoek van de Lange Hezelstraat en Nieuwe Markt brak een gevecht uit, waarbij van Hoof overleed. Een tegel, geplaatst in 1945, herinnert nog aan dit moment. Ook op de Waalbrug is een plaquette van van Hoof aangebracht.
Verzetsmonument
Het monument is niet alleen voor Jan van Hoof, maar om alle verzetsmensen te herdenking. Bij de onthulling herinnerde de voorzitter van de Jan van Hoof Stichting, F.J. de Fraiture, er aan “dat Nijmegen vandaag al die duzienden helden van Nederland eert uit de jaren 1940 tot 1945. Buiten de “Jodenvervolging, welke op zich reeds 104.000 slachtoffers eiste, stierven 22.500 burgers in gevangenissen en concentratiekampen. Wij mogen aannemen dat het overgrote deel van hen mannen en vrouwen van het verzet zijn geweest… Naast hen rijen zich 2800 mannen en vrouwen, die vielen door het lood van executie en standgerechten, voor onze vrijheid. Zonder twijfel zijn vrijwel al deze 2800 verzetshelden geweest.” In het bijzonder herdenkt Nijmegen de eigen helden: in 1954 zijn er op dat moment 60 namen bekend van verzetsmensen die zijn omgekomen.
Het beeld van Marius van Beek
Het verzetsmonument of “de vaandeldrager”. Een monument voor Jan van Hoof en allen die in het verzet vielen voor de bevrijding van Nijmegen, gemaakt door Marius van Beek, 1954-1955 (Hoet, Fa. H. ten, Nijmegen / L.R. Gerritsen via F12266 RAN CCBYSA)
De burgers Nijmegen hadden giften gedaan voor de oprichting van een verzetsmonument, welke de naam Jan van Hoof zou dragen. Marius van Beek was in februari 1954 benaderd om het beeld te maken, na een suggestie van Mari Andriessen. Van Beek, oorspronkelijk uit Nijmegen had zelf in het verzet gezeten en hij had van Hoof persoonlijk gekend. Vanwege de tijdsdruk was het niet mogelijk het beeld gereed te hebben. Daarom werd bij de onthulling een gipsen beeld dat met bronsverf was beschilderd gebruikt.
Een foto van de onthulling is te zien op:
F51800: de onthulling van het beeld door professor Beel
“Kort daarna” was het beeld weer terug gebracht naar het atelier van Marius van Beek in Amsterdam. Nadat uiteindelijk het model in brons was gegoten, kon het een jaar later, in in maart 1955 (“gisteren” in de De Gelderlander 24/3/1955) worden geplaatst.
De vlag
“Jan van Hoof moet op de laatste dag van zijn leven, toen Nijmegen overal brandde, tegen een vriend gezegd hebben: “De stad in puin, maar onze vlag zal boven de puinhopen wapperen”. Zo heeft Marius van Beek verzet en bevrijding ook willen zien: omkijkend naar de geredde brug draagt zijn held de verscheurde vlag van de overwinning naar de stad. Dit is de triomf”. En daarvoor: “omdat hierin gesymboliseerd is, dat hij die strijdt voor een rechtvaardige zaak, uiteindelijk de vlag der overwinning zal dragen.”
De naamgeving
Ook gaat Fraiture in op de naamgeving: “met te zeggen dat aan het monument van het verzet, dat thans tussen de stad en de Waalbrug zijn plaats heeft gekregen, de volksmond de naam heeft geschonken van Jan van Hoof, die voor de overgrote meerderheid van ons volk is en blijft de held van de Waalbrug. Jan van Hoof was verkenner. Zijn diep geworteld voortrekkersideaal heeft hij in de meest letterlijke zin en tot de grootste consequenties in het verzet tegen de overweldiger uitgeleefd. God, de Kerk en zijn Land meende hij niet beter te kunnen dienen dan door verzet te plegen tegen de Nazi-vijand, die God verloochende, de kerk en zijn Land wilde vernietigen “En iedereen te allen tijde helpen”,- voor dat deel van zijn leven toen hij zijn geallieerde vrienden in een pantserwagen gidste en daarbij de dood vond. Zo werd hij voor die jeugd van heden, welke nog naar heldenverering zoekt, een lichtend voorbeeld.”
Opschrift
Het monument heeft een aantal regels van het Wilhelmus als opschrift:
Dat iek doch vroom mach blijven,
U dienaar ’t aller stondt,
Die tyranny verdrijven,
Die met het hert doorwondt.”
En:
“In Jan van Hoof eren wij allen,
die in het verzet vielen voor
de bevrijding van Nijmegen en ons land.”
(Overige) Bronnen en verder lezen
De Gelderlander 17/9/1954: Bovenstaand artikel is voor een groot gebaseerd op de onthulling zoals beschreven in de Gelderlander. In dit artikel staan ook foto’s van de onthulling opgenomen.
Pro Persona, architect van Huut, Tarweweg 2 (Jan Eichelsheim via DF209 RAN CCBYSA)
Van Huut ontwierp het gebouw aan Tarweweg 2 voor het RIAGG (tegenwoordig Pro Persona). In 1998 werd het vijf verdiepingen tellende gebouw opgeleverd. Het staat aan een grote vijver.
Voordat het RIAGG naar deze nieuwbouw kwam, waren de 7 afdelingen van het RIAGG verspreid over 6 gebouwen binnen Nijmegen. “Moeilijk aanstuurbaar dus, vindt Van de Ven. De RIAGG Nijmegen moet als volwassen managementorganisatie “transparanter” worden en de nieuwbouw kan daar een steentje aan bijdragen. ,, We streven naar een vraaggerichte en doelmatige bedrijfsvoering. Efficiency, daar draait het om, anders haal je je produktie-eisen niet.”” schrijft het NRC in april 1997, een mooi artikel over de “efficiency”-slag van het RIAGG in die jaren.
Daarvoor kiest ze voor nieuwbouw. Nogmaals het NRC: “Op de vergadertafel van de directiekamer staat de maquette van de bijna voltooide nieuwbouw. Een antroposofisch flatgebouw van architectenbureau Alberts & Van Huut (kosten 12 miljoen gulden) dat veel weg heeft van een bank. Over twee maanden als de huisstijl klaar is, verhuizen de 143 medewerkers van de RIAGG in Nijmegen naar hun nieuwe kantoor. Trots wijzen de directeur Beheer, N. van de Ven, en zijn collega Hulpverlening, J. Rutgers, op de saillante details van het miniatuurcomplex. ,,We hebben een landschapsarchitect aangetrokken voor de aankleding van het terrein”, zegt Rutgers. ,,Maar als de samenwerking met het psychiatrisch ziekenhuis doorgaat”, valt Van de Ven hem in de rede ,,dan offeren wij onze tuin op voor hun laagbouw.””
Van Huut, Architectenbureau Alberts en Van Huut
De architect van het pand is Max van Huut. Hij studeerde aan het Hoger Technisch Instituut in Amsterdam. Na een aantal andere bureaus, kwam hij in 1975 te werken bij het architectenbureau van Ton Alberts. Zij zijn vooral bekend van het NMB- (later ING-) hoofdkantoor in Amsterdam uit de jaren 80, het “Zandkasteel”. In 1987 werd hij partner en vanaf dat moment heet het bureau Architectenbureau Alberts en Van Huut. Het staat onder leiding van Van Huut. Het gebouw is gebouwd volgens de zogenaamde organische stijl.
De portefeuille van Van Huut bestaat uit veel verschillende projecten, onder andere: Kantoren, fabrieken, scholen, kerken, woningen, ziekenhuizen, verbouwings-en renovatieprojecten. Daarnaast geeft hij lezingen over zijn projecten en visies.
Organische stijl
Het bureau maakte ontwerpen in een organische stijl. Het gaat daarbij niet zozeer om typische stijlkenmerken, maar eerder over een ontwerpinstelling. “Organische architectuur heeft tot doel schoonheid en harmonie te creëren, die het menselijke welzijn verbetert.
Architectenbureau Alberts en Van Huut gaat uit van de samenhang tussen landschap, stedenbouw en architectuur. De architectuur mag zich niet loskoppelen van haar omgeving. Het interieur moet op zijn beurt weer verbonden worden met de architectuur.” (wikipedia)
Vervolg: Politiebureau en vluchtelingen
Een deel staat al langer leeg. Bestaande zorgbehandelingen worden overgeplaatst naar andere Pro Persona-locaties. Dat heeft al langer als beleid huisvesting af te stoten om geld te kunnen besparen.
Op termijn zal de politie verhuizen naar dit pand. Door een reorganisatie is het bureau aan de Stieltjesstraat te groot geworden, terwijl dat van de Muntweg juist te vol is geworden. Het is denkbaar dat het hoofdbureau en dat van de Muntweg zal worden samengevoegd wanneer de verhuizing daadwerkelijk zal plaats vinden.
Ze heeft het pand in 2019 gekocht, nadat het sinds 2015 te koop had gestaan voor een vraagprijs van 3 miljoen euro. De politie was al langere tijd op zoek naar nieuwe huisvesting. En ze had daarbij de wens om zich op een locatie tussen Dukenburg en Nijmegen-centrum te vestigen. Er blijkt echter eerst een grote verbouwing nodig te zijn, voordat zij zich daar zal vestigen. De verhuizing zal echter niet eerder dan 2025 zal plaats vinden.
Op dit moment (augustus 2023) zitten er Oekraïense vluchtelingen in het pand. Het gebouw was daarvoor in gebruik geweest voor kwetsbare jongvolwassenen die maatschappelijke begeleiding krijgen van de stichting Kairos. Zij zijn verhuisd naar een ruimte aan de Wijchenseweg.
Ir. Deur ontwerpt de nieuwe fabriek voor Nijs en Vale op het industrieterrein aan het Maas-Waalkanaal. Nijs en Vale was in 25 jaar uitgegroeid van een klein smederij tot een belangrijke fabriek van stalen ramen en constructiewerken. In 1994 sloot het haar deuren.
In 1926 vestigt F.J. Nijs zich aan de Graafseweg, op de hoek met de van Hezewijkstraat. Hij verkoopt fietsen en richt een smederij in voor klein ijzerwerk voor de woningbouw. De oppervlakte is 10 vierkante meter.
Verhuizing Groenestraat
Verhuizing Nijs naar de Groenestraat 62 (De Gelderlander 17/12/1931)
Eind 1931 verhuist hij vanwege ruimtegebrek naar hij een woning aan de Groenestraat, met een smederij. Hij krijgt op 8-12-1931 een hinderwetvergunning voor : het oprichten van een door electriciteit gedreven smederij achter perceel Groenestraat no. 62, op het terrein, kad. bekend gemeente Hatert Sectie C, no. 6166”. Deze verkrijgt hij op (PGNC 11/12/1931).
“De ruime werkplaats, begrensd door een flink open terrein, is voorzien van de meest moderne machines, waar alle soorten smeed-, hek- en rastwerken vervaardigd kunnen worden. Voor de bouwvakken is deze uitstekend geoutilleerde inrichting dan ook een zeer goed adres, temeer daar desgenscht alles volgens tekening kan worden geleverd.” (De Gelderlander 17/12/1931)
Nijs en Vale
Advertentie Nijs en Vale PGNC 12/9/1939
De oppervlakte bedraagt 200 vierkante meter. H.H. Vale treedt rond 1938 aan als compagnon toe. In 1938 werken 40 man bij Nijs en Vale.
Oorlog, bevrijding en brand
Er wordt een begin gemaakt met de bouw van een nieuwe fabriek: de oppervlakte wordt 450 vierkante meter en een jaar later vergroot tot 900 vierkante meter.
Waarschijnlijk heeft de aanvraag voor een hinderwetvergunning tot “het uitbreiden en wijzigen van haar door elektriciteit gedreven smederij in het perceel Groenestraat no. 62, kad. bekend, gemeente Hatert, Sectie C, no. 6166” (PGNC 2/1/1940) te maken met deze uitbreiding. Omdat het onderzoek langer duurt, kan de gemeente haar beslissing nog niet nemen in de daarvoor reguliere termijn (PGNC 15/2/1940). Uiteindelijk krijgt ze haar vergunning (PGNC 8/5/1940) onder een aantal voorwaarden die te maken hebben met het voorkomen van geluidsoverlast (ramen gesloten, enz).
Maar dan begint de Tweede Wereldoorlog in 1940. Personeelsleden moeten in Duitsland werken, het bedrijf komt stil te liggen en de gebouwen worden verhuurd. Bij de bevrijding vorderen de geallieerden de gebouwen als opslagplaats en garage. Tijdens 2e Kerstdag breekt er brand uit tijdens een feestavond en brandt het gebouw geheel af.
Na de bevrijding: uitbreiding
Nijs en Vale: een advertentie na de oorlog (De Gelderlander 25/4/1946)
Hoewel na de bevrijding er orders binnenkwamen, had Nijs en Vale geen gebouw, noch machines. Toch werd er in de open lucht gewerkt en maakte het stalen ramen. In 1945 werd het gebouw weer opgetrokken. In de bovenstaande advertentie staat als kantoor Hazenkampscheweg 9 genoemd. Dit is het huisadres van F.J. Nijs (Adresboek 1951)
In 1947 kreeg de fabriek een uitbreiding. Daarvoor kocht Nijs en Vale het naastgelegen terrein aan de Groenestraat aan, waarbij het een uitweg naar de Thijmstraat had. Dan is de oppervlakte 2700 vierkante meter.
Afgaande op de advertentie hieronder, was er nog een andere uitdaging: woningen voor haar werknemers.
Gevraagd: kosthuizen of pensions (De Gelderlander 8/8/1950)
In 1951 viert het bedrijf haar 25 jarig bestaan en tevens het 12,5 jarig bestaan van het bedrijf Nijs en Vale. In die tijd is het bedrijf uitgegroeid van kleine smederij naar een van de belangrijkste bedrijven van dat moment.
Een fabriek in een woonwijk
In 1951 blijkt de fabriek (te) groot te zijn geworden, terwijl het midden in de woonwijk staat. Er was niet voorzien dat de fabriek na de oorlog zo hard zou groeien. Voor de oorlog was de fabriek, net als andere fabrieken en werkplaatsen in wijken, “klein” geweest.
Het betreft dan vooral de zandstraalmachine die overlast veroorzaakt. Deze “veroorzaakt niet alleen een hels kabaal, maar, zo vroeg spr. (Van Yperen, P.v.dA. in de raadsvergadering), kan deze machine niet behoorlijk worden afgeschermd zodat de wijde omgeving geen of weinig last meer heeft van het stof?”
De fabriek blijkt dan inmiddels al een aantal maatregelen te hebben genomen. Een verdere afscherming is technisch mogelijk, maar is zeer kostbaar. Nijs heeft intussen beloofd dat de machine ’s nachts niet meer zal werken en overdag alles dicht te houden, zodat het stof zich zo min mogelijk verspreid. Dan zijn er al gesprekken over overplaatsing aan de gang: “De directie wil graag de fabriek overplaatsen naar het industrieterrein, maar zo heeft zij gezegd, dan moet de gemeente wat soepeler zijn.” (De Gelderlander 4/10/1951)
Plannen verplaatsing fabriek
Op 9-1-1952 overlijdt J.F. Nijs. Hij heeft al de plannen voorbereid om de fabriek naar het industrieterrein aan het Maas-Waalkanaal te verplaatsen. Daarbij zal de gemeente de fabriek aan de Thijmstraat overnemen, waarin de brandweer wordt gevestigd.
De fabriek aan de Nijverheidsweg
December 1953 opent Nijs en Vale haar fabriek voor ramen en constructiewerken aan het Maas-Waalkanaal. Op dat moment werken er 170 man personeel. Ir Deur was de architect van deze bouw, fa. Smits en zn. De aannemer. Architect Jan Jansen zal voor de inrichting van de kantoorlokalen zorg dragen.
Het voordeel van de nieuwe fabriek is dat bewerkingen makkelijker kunnen worden uitgevoerd: er zijn minder handelingen nodig om de stalen ramen en constructiewerk naar de plaats van bestemming te krijgen. Als het werk de constructiewerkplaats verlaat, gaat het naar de zandstraal of schopeerinrichting. Hiervoor zijn aparte ruimtes ingericht. Voor de fabriek zijn 2 woningen gebouwd: 1 voor de bedrijfsleider en 1 voor de portier.
Pfell, een vriend van de inmiddels overleden Nijs bij de opening: “De stichter, die toen hij begon niets bezat, heeft de grondslag gelegd voor een moderne industrie, die voor Nijmegen grote betekenis heeft.”
De nieuwe fabriekshal is 90 bij 25 meter groot. In zijn toespraak bij de opening vertelt burgemeester Hustinx verheugd te zijn hoe de industrie zich heeft uitgebreid. Deze is voor groot belang voor ons land en Nijmegen in het bijzonder, omdat Nijmegen over de nodige werkkrachten bezit. Sedert 1950 hebben 11 nieuwe industrieën zich gevestigd op het haven industrieterrein en meerdere, kleinere, zijn op dat moment in aanbouw.
Vervolg
Er is nog niet verder onderzocht wat het vervolg is geweest. In ieder geval sluit de fabriek in 1994.
Op dat moment heet het bedrijf Nijva Nijmegen, gespecialiseerd in gevelbouw. Het is eigendom van het Britse Yule Catto. Algemeen directeur Kakebeen noemt de markt voor kantorenbouw “desastreus”: er is een enorme overcapaciteit in Europa. Hij verwacht daarbij verbetering in 1996. Maar deze zal te laat komen: in 1992 was de situatie al behoorlijk verslechterd en draait al 2 jaar met verlies. In 1993 bedroeg het verlies 2,7 miljoen gulden op een omzet van 30 miljoen.
De houdstermaatschappij van Nyva Nijmegen, Nijs en Vale Holding, en het zusterbedrijf Nijs en Vale Zonwering zullen blijven bestaan. Bij Nijs en Vale Zonwering werken 16 medewerkers. Voor Nijva Nijmegen zullen de dan 70 medewerkers hun baan verliezen.
Monument de Oversteek; de bloemen zijn van de herdenking een maand eerder (23-10-2021)
Het monument de Oversteek herdenkt de gevallen geallieerde militairen tijdens de gevechten rondom de oversteek van de Waal. Het is een beeld van Marius van Beek.
De oprichting was een initiatief van Herman Jansen en huisarts prof. dr. Huygen. Zij hadden in Lent de oorlog dichtbij meegemaakt. Daardoor beseften zij welke offers de Amerikanen gebracht hadden.
40 jaar na de Oversteekonthulde generaal Gavin, in 1944 de bevelhebber van de 82nd Airborne divisie , op 18 september 1984 het momument.
Twee zuilen en een gedenksteen
Het bestond aanvankelijk uit twee zuilen van natuursteen en een liggende gedenksteen.
Op de linkerzuil staat:
“ U.S. 82nd AIRB. DIV.
WAALCROSSING
20 SEPT. 1944
504 PARACHUTE INFANTRY
307 ENG. 376 PFABn
IN COÖP. WITH
505 PAR. INFANTRY
GUARDS ARMOURED DIV.
18 SEPT. 1984”
Op de rechterzui:
“HIER VOND PLAATS OP 20-9-1944 DE HELDHAFTIGE OVERSTEEK VAN DE WAAL”.
Op de gedenkplaat staan de namen van de 48 gevallen militairen.
De gedenkplaat is in 2014 vervangen door een muur met 49 namen. Hierop is de naam van Norris B. Case toegevoegd, hoewel het niet zeker is of hij op 20 september 1944 bij de Oversteek is overleden. Daarnaast staat Jack D. Howard nog steeds op het monument vermeld, hoewel hij op 21 september 1944 is gesneuveld in de buurt van Visveld. Het monument was geadopteerd door basisschool Sam-Sam uit Oosterhoudt en september 2000 door basisschool De Oversteek. Daar is ook de oorspronkelijke, liggende plaat naar toe verplaatst.
Marius van Beek
Het monument is gemaakt door de beeldhouwer Marius van Beek (1921-2003) (maar dus niet de huidige muur). Daarnaast was hij criticus en docent. In de buitenomgeving zijn 90 beelden van hem te zien, verdeeld over alle provincies (bron: website Marius van Beek). Daarnaast is er een online catalogus van zijn werk.
Een ander belangrijk beeld van hem is het Verzetsmonument op het Trajanusplein uit 1954.
Andere werken:
‘Vervult u met de vruchten die ik draag’, Wilhelminasingel 15, 1956
Door het toegenomen autoverkeer en de bouw van de Waalsprong, wilde de gemeente Nijmegen een tweede brug over de Waal. Dit moest niet zo maar een brug worden: het moest een daadwerkelijke stadsbrug, dat bovendien onderdeel van het rivierlandschap vormt. Het ontwerp zelf moest ruimtelijke kwaliteit toevoegen. De architecten Ney en Poulissen ontwierpen een slanke stal brug.
Ontwerpcriteria: een echte “stadsbrug”
Oude lift bij Oversteek (maart 2021)
De gemeente had 4 ontwerpcriteria aangegeven:
Contextuele inbedding: integraal deel uitmaken van het rivierlandschap en goed zichtbaar en beleefbaar zijn, zowel vanaf de oevers als vanaf de stadsbrug
Samenhang in het bestaande en toekomstige beeld van Nijmegen met de dijkverlegging en alle ruimtelijke ontwikkelingen rondom de Waal.
Een kunstwerk van hedendaagse techniek en vormgeving in één gebaar.
Aandacht voor de gebruiks- en belevingswaarde: een verblijfsbrug, zowel bovendeks als op maaiveldniveau, met een aangename onderwereld.
Daarbij was er een budget van 140 miljoen euro?
De bouw kon in mei 2011 worden begonnen en duurde tot 2013. De bouw van de boogbrug had in de uiterwaarden plaats gevonden. Op zaterdag 20 april 2013 kon de boogbrug onder veel belangstelling worden ingevaren. Daarna volgde het afwerken ter plaatse.
De brug is ontworpen door de Belgische architecten Laurent Ney en Chris Poulissen. De bouwkosten waren 260 miljoen euro.
Deze weg sluit aan de zuidelijke kant aan bij de Verlengde Energieweg en aan de noordkant op de Graaf Alardsingel. Voor auto’s heeft de brug 2 x 2 rijbanen, een vluchtstrook en er is ruimte gereserveerd voor een eventuele 5e baan, bijvoorbeeld voor openbaar vervoer.
Aan de kant van de stad is er stadskant is een pad van 4 meter breed voor fietsers en voetgangers. Daarbij zijn er tevens balkons gemaakt, om van het uitzicht op de rivier en de stad te kunnen genieten.
Om de capaciteit van de A50 te vergroten werd gelijktijdig met de Oversteek is de tweede brug bij Ewijk gebouwd, naast de reeds bestaande. Vanaf 2013 heet deze officieel de Tacitusbrug gebouwd, maar wordt over het algemeen nog steeds de Ewijkse brug of brug bij Ewijk genoemd.
De omgeving: de brug als onderdeel van rivierlandschap en stad
Nijmegen vanaf Oversteek tijdens een droogte (april 2021)
Een belangrijk onderwerp (en een eis aan het ontwerp) was het samenspel met de omgeving; de stadsbrug moest een onderdeel van de stad worden. Daarom is er gekozen voor een slanke stalen hoofdoverspanning van 285 meter, terwijl 235 de minimale eis was. Hierdoor wordt de hele rivier overspannen in plaats van alleen de vaargeul. Daarbij ligt de Waal gecentreerd onder de brug. Daarmee maakt de brug daadwerkelijk onderdeel uit van de omgeving.
Een vergelijkbaar uiterlijk met de Waalbrug was wenselijk. Daarnaast zijn de zijkanten van de brug van baksteen, tevens een verwijzing naar de baksteenindustrie en gebruik daarvan in Nijmegen.
Daarnaast zijn de pijlers gebouchardeerd, zodat de kiezels zichtbaar zijn. Dit is een verwijzing naar het grind in de rivier. Boucharderen is het opruwen van het oppervlak met een zogenaamde bouchardeerhamer: een hamer dat is voorzien van een massieve kop met stalen punten.
Grootste enkelvoudige boogbrug in Europa
Met een stalen brugconstructie van 285 meter is het de grootste boogbrug van Europa met een enkelvoudige boog. Het is de één na langste hoofdoverspanning van Nederland en tevens de langste boogbrug van Europa met slechts 1 boog. Sinds 2016 heet de weg over de brug de Generaal James Gavinsingel.
Het ontwerp van een boogbrug was geen eis van de Gemeente Nijmegen. Ook voor de ontwerpers was de boogbrug vooraf geen bewuste keuze:
“Ask Poulissen where he gets his ideas for his designs and he will tell you he doesn’t know. “The best designs evolve gradually, in a process with multiple people. You have to consider all of the interests at play. Things like ecology, flora, fauna, noise pollution, contamination. It’s barely about the form. For example, when Laurent and I were working on the bridge project ‘De Oversteek’ in Nijmegen we didn’t anticipate beforehand that those arches would be there. That idea materialized during the project, in part because of the limited budget. That forced us to find clever solutions. And the solution with the arches turned out to cost a lot less, and it doesn’t require much maintenance. There are no joints, no bearings.”
Boogbrug met trekband
De hoofdoverspanning is een zogenaamde boogbrug met trekband. Wikipedia https://nl.wikipedia.org/wiki/Boogbrug: “De boogbrug met trekband: dit type wordt het meest toegepast bij grotere overspanningen. De boog ligt over het algemeen (maar niet noodzakelijk) boven het rijdek. Het gewicht van het rijdek en het verkeer wordt via trekkracht in de verticale staven via de boog afgeleid naar de fundering. Door een horizontale trekband aan te brengen tussen de uiteinden van de boog worden de horizontale spatkrachten op de landhoofden opgeheven, waardoor de fundering alleen verticale krachten te verwerken krijgt. Het rijdek zelf fungeert vaak als trekband.” De Nationale Staalprijs: “Stadsbrug ‘De Oversteek’ is een enkelvoudige boogbrug. Dit is de meest efficiënte boogstructuur. In het ontwerp is de krachtswerking van de stalen boog benut: de boogranden zijn naar buiten geduwd waardoor de boog verticaler is komen te liggen en de draagkracht is vergroot. Het resultaat is een slanke boogconstructie met relatief weinig staal. De brug staat schuin ten opzichte van de rivier, daarbij de richting van de stroming van de Waal respecterend. Dit is een bewuste architectonische keuze”.
Daarbij is betreft het een zogenaamde netwerkboogbrug: “Netwerkboogbrug met diagonale hangers die elkaar meerdere keren kruisen”.
1 boog
Waar de meeste bruggen 2 bogen (de Waalbrug heeft er 4) met windverbanden hebben., heeft de Oversteek maar 1 boog. Dit is gedaan vanuit oogpunt van onder andere materiaalbesparing. Bovendien wordt er minder staal blootgesteld aan corrosie, welke een directe relatie heeft met het schilderwerk. Bij 1 boog was er aanmerkelijk minder oppervlakte om te verven: bij 2 bogen gaat om bijna 3x zo veel schilderwerk.
Door de enkele boog in plaats van een dubbele boog, is het tevens minder zichtbaar dat de brug de rivier onder een hoek overspant, in plaats van er haaks op te staan.
Pijlers
Onderkant Oversteek (oktober 2023)
De pijlers zijn gestroomlijnd gemaakt en zo geplaatst, dat de vaargeul volledig gebruikt kan worden. Een van de ontwerpvoorwaarden was dat de brug het waterpeil met niet meer dan 1 millimeter mocht laten stijgen.
Aanbruggen
De aanbruggen (het gedeelte van de brug dat de hoofdoverspanning verbindt met het landhoofd; of simpel gezegd: het gedeelte van de brug over de uiterwaarden). Aanvankelijk was de gedachte deze van staal te maken, maar dat zou te veel geld kosten.
Daarom zijn deze nu gemaakt van beton en baksteen, wat overeenkomt met de Waalbrug. Een andere verwijzing naar de Waalbrug is dat ook hier de aanbruggen uit verschillende bogen bestaan. Doordat de aanbruggen nu uit 1 stuk bestaan, waren geen zogenaamde “dilatatievoegen” nodig: dit zijn voegen die het krimpen en uitzetten van materialen moeten opvangen en op deze manier scheuren voorkomen.
Een voordeel van het metselwerk is bovendien dat de aanbruggen daarmee flexibel genoeg zijn om verticale vervormingen door natuurschommelingen op te vangen.
De aanbrug is in het noorden 680 meter lang en 230 meter in het zuiden.
Duurzaamheid en Milieu
De bouwers hebben rekening gehouden met duurzaamheid en milieu. Onder andere door:
Bij de bouw zijn materialen per schip aangevoerd in plaats van met vrachtwagens, wat positieve effecten op de CO2 uitstoot heeft
Het beton, staal en asfalt van de brug is deels herbruikbaar, wanneer zij over 100 jaar op het einde van haar levensduur is
Er is zand en puin uit de omgeving gebruikt
Tijdens de bouw waren er beschermde maatregelen voor het behoud van bittervoorn, mussen en palingen
Vogelkastjes voor mussen
Uiterwaarden zijn in oorspronkelijke staat hersteld en de bossage aan de Winselingseweg is behouden gebleven
Sanering van de kolk van Braam, welke is ingericht als natuurvriendelijke oever voor de bittervoorn en waterplanten
Opening
De officiële opening vond plaats op 23 november 2013, waarbij de brug op 24 november ’s avonds openging voor verkeer. De opening werd bijgewoond door duizenden belangstellenden. Ook waren nabestaanden van de 48 gesneuvelde Amerikanen aanwezig.
Bij de opening werden beelden vertoond van de film A bridge too far, met zang van de sopraan Francine van der Heijden. De 48 gesneuvelde Amerikanen kregen een eerbetoon en er werd voorwerk afgestoken. Oud-generaal Ben Bouman, die als enige Nederlander aan de oversteek had deelgenomen en de Amerikaanse veteraan Francis Keefe openden de brug met een optocht van historische legervoertuigen. Daarna wandelde burgemeester Bruls samen met duizenden Nijmegen over de burg.
Onderhoudsarm
De brug is zodanig ontworpen en gebouwd, dat het de komende 100 jaar zo min mogelijk onderhoud nodig heeft.
Staalprijs 2014
De brug ontving de Staalprijs 2014. Het Juryrapport: “Deze enkelvoudige stalen boogbrug is meer dan een brug. Het is een landmark, een kunstobject, een aandenken, een verblijf- en ontmoetingsplaats en de resultante van integraal ontwerpen en bouwen op basis van een vernieuwende aanbestedingswijze.
De inpassing van de stadsbrug in zijn landschappelijke, historische en culturele context oogst grote bewondering. Aangekomen boven land gaat de hoofdoverspanning over in aanbruggen met bakstenen uit streekeigen klei. Aan weerszijden lopen de bruggen ver boven het land door om het natuurlijke evenwicht op de oevers te bewaren. En de 48 lantaarns op het brugdek herdenken hetzelfde aantal gesneuvelden tijdens WOII-operatie Market Garden, om nog maar een aspect te noemen. Een integrale prestatie op alle onderdelen.”
20 september 1944: De Oversteek
Oefening voor de herdenking de Oversteek (september 2023)
De naam de Oversteek is een herinnering aan de oversteek van de geallieerden op 20 september 1944. Deze historische actie maakte deel uit van Market Garden.
De aanvallen aan de centrumzijde van Nijmegen waren mislukt, onder andere omdat de Duitsers zich op het Valkhof en Hunerpark hadden kunnen ingraven. Voor de Britten, die de brug in Arnhem hadden veroverd, begon de tijd steeds verder te dringen.
Die middag staken de para’s van het 3e bataljon van de 504 Parachute Infantry Regimant (PIR) van de Amerikaanse 82e Luchtlandingsdivisie (82nd Airborne) onder leiding van majoor Julian Cook de Waal over. Zij deden dit in 26 canvas bootjes, op klaarlichte dag. Zij werden daarbij ondersteund door 307 Airborne Engineer Battalion, 376 Parachute Field Artillery Battalion 82 Airborne in samenwerking met 505 Para Infantry Guards Armoured Division.
Van de 260 soldaten die de eerste oversteek maakten raakte ongeveer de helft gewond of sneuvelde. Bij deze actie overleden 48 man. Zij slaagden er in om de noordzijde van de brug in handen te krijgen.
Ook aan de gevechten aan de zuidkant kwam een einde, ook omdat de noordkant door de Amerikanen veroverd was. Hierdoor konden de tanks van het Britse 30e Legerkorps Britse 30e Legerkorps konden oversteken. Het was inmiddels te laat om de luchtlandingsdivisie in Arnhem te bereiken, die de brug aldaar moest opgeven.
Herinneringen aan Oversteek
Behalve de naam de Oversteek herinnert het kunstwerk Lights Crossing aan de oversteek. Elke avond wordt bij.. de Sunset March over de brug gelopen. En hoewel sec geen deel uitmakend van de brug, dient op deze plaats ook “De Oversteek” van Marius van Beek hier te worden besproken, dat naast de brug ligt.
Lichtkunstwerk Lights Crossing
Het kunstwerk Lights Crossing (overstekende lichten) maakt onderdeel uit van de brug/ Dit is een ontwerp van Atelier Veldwerk (Rudy Luijters en Onno Dirker).
De naam de Oversteek, de 48 paren lantaarnpalen en een monument herinneren nog aan de overtocht. De 48 paren lantaarnpalen herinneren aan de 48 Amerikaanse soldaten die bij deze actie sneuvelden.
‘s avonds gaan de 48 paren 1 voor 1 aan, in het tempo van een trage mars, van zuid naar noord. Dit duurt 11 minuten. Pas daarna gaat de aanstraalverlichting aan.
Sinds 19 oktober 2014 loopt elke avond minimaal een veteraan bij zonsondergang de zogenoemde Sunset March over de brug, terwijl de lichten aan gaan. “Met dit initiatief willen de veteranen niet alleen herdenken welk offer de Amerikaanse militairen hier ver van huis hebben gebracht voor de vrijheid van het Nederlandse volk. Zij willen hiermee vooral ook een zichtbare brug slaan naar alle veteranen die in missies over de hele wereld hebben bijgedragen en nog steeds bijdragen aan vrede en vrijheid.”
Van Gameren en Mastenbroek konden hun project Hunnerstaete in 1996 realiseren aan de Gerard Noodtstraat. Een van de meeste opvallende kenmerken is het parkeerdek, dat zich bovenop het gebouw bevindt.
Vooraf: prijsvraag Hessenberg
Vanwege het vertrek van de Gelderlander moest een nieuwe invulling van het terrein van de Hessenberg komen. Daarop werd de Europanprijsvraag uitgeschreven, waarbij jonge architecten uit Europa hun ontwerp konden indienen.
Van Gameren en Mastenbroek wonnen samen het ontwerp “Flash Gorden” van Winfried van Zeeland deze prijsvraag. De gemeente koos voor het project “Flash Gordon”, wel konden van Gameren en Mastenbroek hun ontwerp op een andere locatie realiseren: het voormalige terrein van de voormalige Keizer Karel MULO, later Stefanus MULO en Vrouwenschool aan de Gerard Noodtstraat.
De Mavo School gezien in de richting van het Hertogplein, 1970-1975 (Jan Cloosterman via F28963 RAN CCBYSA)
De Hunnerstaete
De opdrachtgever voor de bouw was woningcorporatie Kolping. Daarbij was Tiemstra de aannemer. In 1996 vond de oplevering plaats.
Parkeerdek
Hunnerstaete: parkeerplaats op het dak (Maart 2024)
Het meest bijzondere is waarschijnlijk dat de parkeerplaatsen zich op het dak bevindt in plaats van in een parkeerkelder. Daarvoor beschikt het gebouw over een autolift. De reden voor een parkeerdek was dat hierdoor de begane grond kon worden gebruikt voor woningen en er ruimte overbleef voor een achtergelegen openbare tuin voor de bewoners, afgesloten door poorten. Het parkeerdek telt 57 parkeerplekken. “Doordat er overwegend gepensioneerde mensen wonen, is er geen sprake van filevorming voor de lift in de ochtend- en avondspits” (Ontwerpstudie Hoogbouw: Parkeren voor de deur, afstudeeronderzoek Bastiaan van de Berg, februari 2008)
Uit het bewonersinterview in de Marikenstraat uit 2013 dat de toewijzing aanvankelijk voor 50-plussers was, later voor 30-plussers, terwijl in 2013 leeftijd intussen geen rol meer speelde. Aanvankelijk was het parkeerdek onderdeel van de huurprijs. Dat is losgelaten en er zijn plekken vrijgekomen, omdat niet elke bewoner een auto heeft. Bewoner Hans van Dienst : “Je moet weten, uit Japan komen ze naar de flat kijken. Het was de tweede flat in Nederland, na Rotterdam, met parkeerplaatsen boven op het dak.” (Marikenmagazine nummer 3, 2013, een leuk artikel over de Hunnerstaete en Gerard Noodtstraat).
Transparantie en variatie
Een van de poorten van Hunnerstaete, daarachter is de tuin te zien (Maart 2024)
“Transparantie en minimale barrières tussen gebouw en stad zijn belangrijke items voor de architecten. Vandaar dat de begane grond met bijzondere aandacht is uitgewerkt. De architecten hebben brede doorgangen naar de tuinzijde aangelegd en de tuin sterk geprofileerd… Een contrast tussen massieve en transparante materialen verlevendigt het karakter van de lange woonwand. De vormgeving van het gebouw suggereert een parcelering die qua maat en schaal bij het binnenstedelijke milieu past.” (Wonen a la carte)
De delen zijn enkele graden ten opzichte van elkaar gedraaid. Daarnaast zorgen de 2 poorten voor het breken van de lange gevel in 3 verschillende delen.
“Het langgerekte gebouw is opgedeeld in een aantal losgekoppelde volumes…Door het aanbrengen van hoogteverschillen, het wisselen van de positie van de galerij en het variëren van het gevelbekledingsmateriaal onderscheiden de deelvolumes zich substantieel van elkaar.” (Architectuurgids Nederland 1900-2000, Paul Groenendijk en Piet Vollaard; daarbij is de Hunnerstaete 1 van de 7 ontwerpen in Nijmegen zelf die in de gids beschreven staan).
Hunnerstaete met parkeerplaatsen boven het gebouw (Maart 2024)