Voormalig Karmelietenklooster met toren van de Karmelietenkerk aan de Doddendaal architecten Deur en Pouderoyen (maart 2024)
Een foto die een mooi overzicht geeft van de situatie in 1956 is ZN35488 RAN
In 1949 ontwerpen de architecten Deur en Pouderoyen het klooster en een kerk voor de Karmelieten. Deze komen mei 1951 gereed, hoewel de toren wat later wordt geplaatst.
Vooraf
Het oude klooster van de Karmelieten was tijdens het bombardement van februari 1944. De Augustijnenkerk, die door de Karmelieten was overgenomen, was zwaar beschadigd. Daarop werd in de buurt van het voormalige klooster een nieuw klooster gebouwd. In het artikel hieronder legt Pouderoyen uit dat de plannen aanvankelijk wat minder traditioneel waren, maar dat uiteindelijk toch gekozen is voor “strenge” opvattingen van de Karmelieten.
Met het naastgelegen voormalige bejaardencentrum aan de Doddendaal lijkt het een eenheid te vormen.
Het nieuwe klooster en de nieuwe kerk
De Gelderlander plaatst in 1949 een aantal artikelen op dezelfde pagina:
“De Paters Carmelieten bouwen een nieuwe kerk en een klooster in het Centrum van de herrijzende stad
Ir. J.G. Pouderoyen: Ondanks de grootte gaat de intimiteit niet verloren
Hallen kerk is bij uitstek geschikt voor deze tijd
Nijmegen, 14 October.- Toen zekerheid was verkregen omtrent de plaats waar de nieuwe kerk met klooster van de paters Carmelieten zouden komen te staan, zijn door het architectenbureau Ir. Deur en Ir. Pouderoyen de verdere plannen uitgewerkt. Het klooster is bestemd voor 40 personen, terwijl de kerk aan maximaal 1400 personen plaats zal kunnen bieden. Bij het bepalen van laatstgenoemd aantal is rekening gehouden met de toekomstige bewoning van dat deel van de nieuwe binnenstad, wat onder deze parochie zal gaan behoren. Het verrijzen van dit nieuwe gebouwen-complex zal een grote verandering teweeg brengen in het stadsbeeld en als de wederopbouw van de binnenstad in het verwachte snellere tempo zal geschieden, gaat het hart van Nijmegen weer kloppen, langzaam misschien, maar gestaag, want het nieuw geschonken leven is krachtig en gezond. De nieuwe kerk zal een groot deel van dit nieuwe leven gaan beheersen en de paters Carmelieten zullen een groot aandeel krijgen in de ontwikkeling daarvan.
Voor het klooster, zo vertelde ons ir. Pouderoyen in een gesprek over het nieuwe grote werk, is aanvankelijk gezocht naar een ontraditionele oplossing, maar tenslotte is men toch teruggekeerd naar de strenge opvatting van een klooster, zoals de Paters Carmelieten die steeds gehad hebben. Daarbij is terdege rekening gehouden met de zonnestand en binnen het kader der mogelijkheden met behoorlijke afmetingen.
De indeling van het klooster zal er als volgt uitzien. Op de begane grond komt een cour in het vierkant vier gangen, zoals men deze in alle oude kloosters aantreft. Een vleugel is bestemd voor gastenkwartier en de pastorie, de tweede vleugel voor recreatie van de paters en broeders, lokalen voor het provincialaat en het secretariaat van de scholen. In de derde vleugel komt de refter en de keuken. De vierde vleugel heeft beneden een pand gang aansluitend op de Pandhof, de binnenplaats. Boven deze pandgang komt een gang en de bibliotheek, die hiermede haar typische plaats krijgt in een Carmelietenklooster dat tevens studie klooster is.
Een Hallenkerk
De R.K. O.L. Vrouw van de Berg Carmelkerk aan de Doddendaal, de voorgevel met hoofdingang aan de westzijde en de zuidzijde met de klokkentoren. Kerk en klooster zijn ontworpen in 1951 door Cees Pouderoyen, de klokkentoren dateert uit 1955. Links de afslag naar de Kroonstraat, 5/1980 (Frans Hermans via F24935 RAN CC0)
Voor de kerk is gekozen het type van de hallenkerk (Gotische kerk met middenschip en zijschepen van gelijke breedte), waarmede wordt teruggegrepen op de vroegste tradities van de kerk en wel met de speciale opzet, omdat die tijd zoveel aanknopingspunten heeft met onze tijd: sober, maar met zuiver schone verhoudingen, een prachtig kader voor eventuele verrijkingen later. Een gebouw, perfect van verhoudingen.
De heer Pouderoyen wees ons er op, dat dit project zeker niet gezien moet worden als het werk van de eenling, maar een product voortgekomen uit de gedachten en de samenspraak van een grote groep architecten, die zich met kerkbouw bezig houden. In Den Bosch is een school voor kerkelijke architectuur, waar men zich beraadt over de principes die aan de kerkbouw ten grondslag liggen en waaraan kerkbouwers moeten voldoen om tot een goed resultaat te komen.
De hallenkerk achtte ir. Pouderoyen bij uitstek geschikt voor de tijd van heden. In de breedte gespreid zitten de mensen voor het altaar. De soberheid van deze tijd brengt mee, dat geen hoge kerken kunnen worde gebouw, maar door de grote oppervlakte die de schepen krijgen krijgt men toch een geheel van rijzige proporties.
Bovendien- en dit achtte ir. J. Pouderoyen in hoge mate belangrijk- biedt dit type kerk het voordeel, dat ondanks de grootte de intimiteit niet verloren gaat.
De hallenkerk is een karakteristiek type van de bedelkerk (zoals de oude Dominicanenkerk)en is karakteristiek voor het oostelijk gedeelte van ons land. Men vindt o.a. de hallenkerk in Zwolle n.l. de St. Michaelskerk. De nieuwe kerk krijgt drie schepen, die Tien meter hoog zijn. De gehele kerk wordt 30 meter breed en 45 meter lang. Tussen de kerk en het klooster komt de sacristie en de bijsacristie en daarboven het nachtkoor met een verbindingsgang naar het klooster.
De toegang tot het kerkgebouw kan met vergelijken met een porta voorzien van een rijk motief. De doopkapel komt bij de ingang en aan de noordzijde een galerij met biechtstoelen.
Rond het hoofdaltaar komt een krans van bij-altaren in cryptevorm en in de directe omgeving de Maria-kapel, die volgens de constitutie van de paters Carmelieten een zeer bijzondere plaats moet hebben. De toren staat op het knooppunt van sacristie-gastenkwartier-bibliotheek en nachtkoor, dus tussen het klooster en de kerk. De toren, die voorlopig niet gebouwd zal kunnen worden en een stenen lichaam krijgt van 30 meter hoogte, moet tevens dienen als trappenhuis van het klooster.
Men hoopt echter het verdere complex tegelijk te kunnen bouwen, temeer, omdat dan tevens een einde zal komen aan de noodoplossing in de Priemstraat en ook het werk van de paters, die thans, zoals men weet verspreid wonen, ten zeerste zal worden vergemakkelijkt. Om dan tenslotte nog maar niet te spreken over de grote financiële offers welke nu moeten worden gebracht, doordat twee gebouwen in stand moeten worden gehouden.
De plaats van het nieuwe complex in het wederopbouwplan
Ingang voormalige Carmelklooster aan de Doddendaal (maart 2024)
Plaquette Maria en Jezus boven ingang voormalig Carmelklooster (maart 2024)
Eind October 1946 werd met het overleg inzake de nieuwe kerk begonnen. Een zeer belangrijke vraag hierbij was de situatie van het gebouw in het wederopbouwplan. Er was reeds een plaats gereserveerd waarbij de kerk gericht zou zijn op het Centrumplein, doch bij de bestudering van de vraag in hoeverre de kerk in het hart van de stad een rol zou gaan spelen, kwam men tot de conclusie, dat zo het aanvankelijke plan doorgang zou vinden, de twee in het stadscentrum aanwezige kerken te dicht bij elkaar zouden komen te liggen. Men vond tenslotte de oplossing de nieuwe kerk te richten op het Kronenburgerpark, naar het hart van de parochie, zodat nu het ingangsfront dus gericht wordt op genoemd park. Een vrij diep plein in trapvorm (nog gedeeltelijk zichtbaar op de grote tekening) zal een waardig entree vormen. De nieuwe plaats bood bovendien het voordeel, dat geprofiteerd kon worden van de hoogteverschillen in het terrein, wat aan de gehele situatie zeer ten goede komt. Het klooster krijgt de hoofdtoegang aan de Nieuwe Doddendaal als tenminste deze naam gekozen zal worden. De kerk krijgt een importante zij-ingang aan de Nieuwe Doddendaal en een achtertoegang in het bijzonder ten behoeve van de bewoners in de benedenstad, zodat deze langs de kortste weg de kerk kunnen bereiken.
Zoals men weet, waren voor de vernieling kerk en klooster van elkaar gescheiden. Aan deze verspreide ligging is thans een einde gemaakt. Kerk en sacristie vormen nu een geheel.
Een Titus Brandsmastraat?
Titus Brandsmastraat (maart 2024)
In 1949 is er sprake om de straat waar de hoofdingang van het klooster komt te liggen de Titus Brandsmastraat te noemen:
“Een Titus Brandsmastraat?
Het nieuwe gebouwencomplex van de paters Carmelieten- met name het klooster- krijgt de hoofdingang aan wat men thans noemt de nieuwe Doddendaal. Of deze naam gehandhaafd zal worden, is nog niet beslist, maar er gaan stemmen op, om deze te wijzigen in Titus Brandsmastraat.” (De Gelderlander 15/10/1949)
De hoofdingang van het klooster kwam aan de Doddendaal te liggen. Wel is de straat die achter het klooster loopt – en die Doddendaal met Achter de Carmel verbindt- vernoemd naar Titus Brandsma.
Twee kerken in onze binnenstad
De Carmelietenkerk met klooster. 1957 (Jeroen van Lith via D1040 RAN CC0)
Bij het bombardement op 22 Februari 1944 werden de 4 katholieke kerken in ons stadscentrum verwoest. Van 2 zijn de overblijfselen inmiddels gesloopt: één n.l. van de paters Jezuiëten in de Molenstraat werd tijdelijk hersteld en over de bestemming van de paters Dominicanen aan de Broerstraat bestaat nog onzekerheid, doch staat vast, dat dit gebouw niet meer als parochiekerk in gebruik zal worden genomen.
De kerk van de Paters Carmelieten zal, zij het dan niet op de oude plaats, weer worden opgebouwd, zodat in het stadscentrum twee parochiekerken overblijven n.l. die van de paters Jezuiëten en van de paters Carmelieten.
Over laastgenoemde kerk vindt men uitvoerige bijzonderheden op deze pagina. Deze gegevens werden verstrekt door het architectenbureau ir. C. Deur en ir. J.G. Pouderoyen te Nijmegen, welk bureau de plannen voor de nieuwe kerk heeft ontworpen. Deze plannen zijn reeds door de super-visor van de wederopbouw goedgekeurd en het wachten is op het fiat van het Departement van Wederopbouw. Men hoopt evenwel begin volgend jaar met de werkzaamheden aan te vangen.” (De Gelderlander 15/10/1949)
Vervolg
Doddendaal met de kerktoren en tot studentenhuisvesting verbouwde klooster; daarvoor de nieuwbouw van Studentenhuisvesting. Het complex van Deur en Pouderoyen en het oude bejaardencentrum aan de overkant lijkt een eenheid te zijn (Maart 2024)
In mei 1951 vindt de opening van het klooster plaats. Zoals bij de foto’s reeds aangegeven, kwam de toren op een later moment gereed.
Van de kerk staat alleen de toren nog overeind. Eind jaren 80/begin jaren 90 is de kerk gesloopt om plaats te maken voor studentenhuisvesting. Ook in het voormalige klooster bevinden zich studentenkamers. Zie ook de foto F11273 uit 1991.
Achter de Carmel: links is nog een gedeelte van het klooster. Daarnaast is de kerktoren te zien. Daarvoor staat de nieuwbouw van Studentenhuisvesting, juli 2014 (Google Streetview)
Panden gelegen tegenover het Stadhuis in de Burchtstraat, van rechts naar links; Hunkemöller Lexis, de Apotheek Bijleveld en Modezaak Gerzon en geheel links Peek & Cloppenburg , gezien in de richting van de Grote Markt, 1955-1956 (GN3711 RAN)
In 1954 vindt de herbouw plaats van de apotheek van Blommestein-Bijleveld. Beide apotheken waren in de oorlog verwoest. De architecten van het nieuwe pand op de Burchtstraat waren Deur en Pouderoyen.
Vooraf
De Gelderlander 17/12/1949 meldt dat eerdaags de bouw zal beginnen, waar het schoenenmagazijn van de firma van Haren zal worden gevestigd. “Eigenaren van dit pand zijn de dames Blommestein”. Blommestein had meer dan 40 jaar zijn apotheek op de hoek van de Broerstraat en Pauwelstraat gehad (De Gelderlander 25/6/1954), dus waarschijnlijk op de locatie waar in 1950 van Haren is gekomen. Aangezien Blommestein “op leeftijd” is, gaat hij samen met de apotheek van Bijleveld in de Jorisstraat. Deze apotheek gaat echter in september 1944 in vlammen op. De apotheek Blommestein-Bijleveld wordt in 1954 in de Burchtstraat herbouwd, eveneens volgens ontwerp van Deur en Pouderoyen.
Opening Apotheek Blommestein-Bijleveld
Voorstel voor het bouwen van een apotheek gelegen a/d Burchtstraat te Nijmegen v.r.v. N.V. Ijzerhandel Gebr v. Campen, Architectenbureau J.G. Deur en C. Pouderoyen, datum tekening 20-11-1952, wijziging 28-8-1953 (D12.415818)
De Apotheek van de heer Bijleveld, 1955 (F15427 RAN)
Hierboven staat de bouwtekening weergegeven voor het bouwen van een apotheek gelegen aan de Burchtstraat. Daarbij is het opvallend dat het gebouw voor rekening van Ijzerhandel Gebr. v. Campen is gebouwd. Pouderoyen “ontwierp het pand in traditionalistische wederopbouwarchitectuur met stijlkenmerken van de Bossche School.” (Gemeentelijke Monumentenlijst)
Ongeveer de helft van de winkel is de feitelijke apotheek. Daarachter bevinden zich onder andere een kantoor en bergingen. Een deel van de eerste verdieping wordt gedeeltelijk als apotheek gebruikt: hier is het laboratorium. Daarnaast is de eerste verdieping in gebruik als woning. Daarboven bevinden zich bovenwoningen.
Bij de opening van Apotheek Blommestein-Bijleveld schrijft de Gelderlander:
“Met dit fraaie gebouw wordt niet alleen de Burchtstraat verrijkt maar is onze stad in het bezit gekomen van een apotheek, welke als zodanig onmiddellijk te herkennen is. Het bijzondere van deze apotheek is namelijk dat we er op het eerste gezicht een apotheek in zien, nog voordat we de naam van de apotheker hebben gelezen.”
“Met grote animo wijdde Ir. G. Deur zich aan de opdracht om een nieuwe karakteristieke apotheek te ontwerpen, welke in overeenstemming zou zijn met deze omgeving en vooral een gelukkige combinatie vormde met de stijlvolle overbuur, het gerestaureerde stadhuis. In de uitvoering is het architectenbureau Ir. Deur en Ir. Pouderoyen uitmuntend geslaagd. Het uiterlijk van de bouw is prettig en orginieel; de inrichting spreekt van praktische zin. Deze apotheek mag als model gelden voor die van ons land. Het streven stond nog steeds op de voorgrond om de ruimten zo efficiënt mogelijk te benutten en om de hygiëne tot in de perfectie in acht te nemen. Een leek kan zich moeilijk een denkbeeld vormen van het uitgebreide apparaat waarover een moderne apotheek als die van Blommestein-Bijleveld de beschikking heeft”.
Aannemers waren de Gebr. Thiemstra
(De Gelderlander 25/6/1954)
Vervolg
In 2013 zat Apotheek Blommestein nog op Burchtstraat 5-7 (Henk van Gaal via DF3487 RAN CC0)
In 1994 vond een verbouwing/uitbreiding van de apotheek plaats.
Tegenwoordig zit alweer jaren juwelier Paul van Zeeland in het pand.
Burchtstraat 5: gebouwd als Apotheek Blommestein-Bijleveld, al jaren juwelier Paul van Zeeland, juli 2019 (Google Streetview)
Gemeentelijk Monument
Het gebouw is een gemeentelijk monument met als waardering:
Het apotheek met bovenwoning in de Burchtstraat is van cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van de herrijzenis van het commerciële hart van Nijmegen na de verwoestingen aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. In typologisch opzicht sluit het pand aan bij het eeuwenoude winkelhuis, d.w.z. een pand met een commerciële winkelfunctie op de begane grond en een bovenwoning op de verdiepingen. Het pand is voor Nijmegen van architectuurhistorisch belang als gaaf en herkenbaar voorbeeld van een vroeg-naoorlogs winkelhuis in een traditionalistische bouwstijl met invloeden van de Delftse en de vroege Bossche School. Het is een representatief werk van de Nijmeegse architect C. Pouderoyen die in deze periode ook het Carmelklooster, de winkel op de hoek van de Broerstraat en de Pauwelstraat en het Van der Werff-gebouw aan Plein 1944 bouwde. De ontwerpkwaliteiten komen vooral tot uitdrukking in de gedeeltelijk gave winkelpui met ‘klassieke’ motieven en in de evenwichtige compositie van de bovengevel. Ranke stalen kozijnen, robuuste betonnen vensteromlijstingen en massief metselwerk gaan harmonieus samen. Het interieur van de bovenwoning bezit bovendien een groot aantal originele interieurelementen. Het gebouw is van grote stedenbouwkundige waarde als beeldbepalend onderdeel van een aaneengesloten vroeg-naoorlogse gevelwand tegenover het stadhuis. Het gebouw is bovendien een essentieel onderdeel van een aaneengesloten en op samenhangende wijze tot stand gekomen wederopbouwensemble dat als beschermd stadsbeeld van grote cultuurhistorische waarde is als belangrijk en hoopvol ijkmoment in de Nijmeegse stadsgeschiedenis.”
De winkel van Neoform/M. vd Ven: Panden aan de noordzijde: v.l.n.r. Schoenenzaak Neoform (Plein 1944 nr. 119), Cafe Restaurant Royal (Plein 1944 nr. 128) , Hotel Cafe Lunchroom American (Plein 1944 nr. 129-131) en Lunchroom Pleinzicht (Plein 1944 nr. 135), 1958 (Foto Grijpink via F32460 RAN CCBYSA)
Architect Rodenburg ontwerpt het complex woningen en winkels op de hoek van Augustijnenstraat en Plein 1944, welke in 1955 wordt opgeleverd.
De bouwer is N.V. Aannemersbedrijf v.h. G. Tiemstra en Zoon, “in opdracht van zich voor deze bouw geïnteresseerd hebbende beleggers”. Het ontwerp voor dit gebouw sluit aan bij dat van Royal, wat eveneens naar ontwerp van Rodenburg was gebouwd. (De Gelderlander 3/11/1955)
Plan Herbouw van 3 winkels en 6 woningen a/d Augustijnenstraat Hoek Plein ’44 voor Mevr. W.J.M. de Mandt-Wennekes te Nijmegen (als opdrachtgeefster staat mevr P.A. de Mandt-Wennekes; de tekening is ondertekend met W. de Mandt Wennekes, architect Rodenburg, getekend 26-4-1955 (D12.420754)
Op de bouwtekening (hierboven) blijkt Mevrouw W.J.M de Mandt-Wennekes de opdrachtgeefster te zijn. “Royal” hoort overigens niet bij de bouw van het complex: deze was reeds gebouwd en laat zien hoe het nieuwe gebouw samengaat met het naastgelegen café, welke eveneens ontwerp van Rodenburg was.
In September 1956 is het hoekpand vrijwel gereed. Nijmeegsch Dagblad noemt dat om in totaal om 3 winkels gaat: twee winkels met elk een bovenetage en een “gewone winkel”. Daarboven zijn woningen gebouwd. Een van de 3 winkels is dan in ieder geval al bekend: een speciaalzaak voor de verkoop van damesconfectie en kinderkleding. Waarschijnlijk is de 2e winkel ook bekend, want het artikel meldt dat voor de 3e winkel de bestemming nog niet bekend is. (Nijmeegsch dagblad 14-9-1956)
Hanco
De maand daarop gaat de eerste winkel daadwerkelijk open: de damesconfectiezaak Hanco. ( Nijmeegsch dagblad 11-10-1956). Deze winkel heeft er echt niet lang gezeten: rond 1958 vindt een “Algehele Opheffings uitverkoop” bij Hanco plaats, zie het plakkaat in de etalage op foto GN3186.
Brillencentrale P. Römer
Rond 1959 begint de Brillen Centrale P. Römer op de Augustijnenstraat 2. Een foto uit dat jaar is te vinden op GN3189. De Brillencentrale -tegenwoordig Francissen– bestaat op februari 2024 nog steeds.
Neoform/ M. vd Ven
Advertentie opening Neoform M. vd Ven (De Gelderlander 14/11/1956)
Op 15-11-1956 opent Neoform, Voet- en schoenspecialisten “haar 10e Grootste en Modernste Speciaalzaak in Nederland”. Deze vestiging is van M. v.d. Ven, die op Plein 1944 No. 119 nog steeds (februari 2024) hier haar schoenenzaak heeft. “
De winkel adverteert regelmatig met gratis voetmetingen. Ook de openingsadvertentie noemt “Nu 100% passend schoeisel… maatwerk uit voorraad en toch een vlot sportief of gekleed schoentje”.
Neoform was een schoenenfabriek in Waalkwijk, eigendom van de Firma Aarts & Smits in Waalwijk (Echo van het Zuiden, 15 juli 1960)
Gevonden Adressen
Naam
Toevoeging
Adres
Adresboek/bron
Toelichting
wed. A. Klein
geb. M.Th. v. Ooijen
Plein 1944 121
1959, 1963, 1968
R.K. Begrafenisonderneming
Kantoor: J. C. Kramer
Plein 1944 123
1959
Advertentie (het adres van Kantoor H.N. Klopper is Reestraat 8)
Lucnhroom American temidden van de noordzijde van Plein 1944: Panden aan de noordzijde: v.l.n.r. Schoenenzaak Neoform (Plein 1944 nr. 119), Cafe Restaurant Royal (Plein 1944 nr. 128) , Hotel Cafe Lunchroom American (Plein 1944 nr. 129-131) en Lunchroom Pleinzicht (Plein 1944 nr. 135), 1958 (Foto Grijpink via F32460 RAN CCBYSA)
Eind 1957 is het gat aan de noordkant van Plein 1944 opgevuld: dan opent Lunchroom American, welke veel Nijmegenaren nog zullen kennen als Ruteck’s American Lunchroom. Het ontwerp was van architect Rodenburg. In de jaren vestigde Dekker van de Vegt zich in dit pand.
Café Hotel Lunchroom American
Plein 1944 129-131
Op de locatie tussen Royal en Pleinzicht zou aanvankelijk Bata komen. Deze zal echter een winkel betrekken in de Broerstraat (De Gelderlander 3/11/1955). In juli 1956 kondigt de Gelderlander aan dat de bouw binnenkort zal beginnen. Daarbij blijkt de fa. Nederland eigenaresse van het te bouwen werk te zijn (De Gelderlander 11/7/1956).
Op deze locatie komt echter hotel-restaurant-café-snelbuffet “American Lunchroom”, dat op 21-11-1957 opent. Het restaurant bevindt zich op de begane grond, met aan de achterzijde een snelbuffet. Daarboven is een zaal voor partijen en vergaderingen met 450 plaatsen. Het hotel is op de 3e en 4e verdieping en heeft 40 kamers.
Het pand lijkt 1 front te vorm met de rest van de noordzijde, waarbij er verscheidenheid op de begane grond en de 1ste verdiepingen zijn aangebracht.
De directeur is J. Meuleman, voormalig eigenaar van hotel-restaurant-café het “Losse Hoes” op de Holterberg, dat in juni was afgebrand. Daarbij meldt het Nijmeegsch dagblad dat “Ook dit bedrijf zal binnenkort verrijzen”; momenteel (februari 2024) bestaat het hotel https://www.hetlossehoes.nl/ nog steeds. Hij wil van zijn zaak met 50 man personeel een gezellig trefpunt maken. Het ontwerp was van architect R. Rodenburg, die ook het interieur heeft ontworpen. De aannemer was N.V. Nederland (Nijmeegsch Dagblad 20-11-1957)
Een mooie foto van het restaurant binnen is te zien op F31944 RAN.
Ruteck’s terug in de stad
Boven de rechter auto is American/Ruteck’s te zien: beide namen staan op de gevel: Markt op Plein 1944. De foto is genomen richting het noorden. Op de achtergrond links de St. Stevenstoren. Rechts op het plein Ruteck’s, de American lunchroom. Links daarvan zat Café Royal, 1960-1965 (Fotopersbureau Gelderland, Auteursrechthouder J.F.M. Trum via F11472 RAN CCBYSA)
Het Algemeen Handelsblad van 20-02-1959 schrijft dat American binnenkort zal worden overgenomen door Ruteck’s. “De heer G.J. Onstenk sr., huidig eigenaar van het bedrijf, ziet zich genoodzaakt de exploitatie te beëindigen”. Daarbij schrijft het Rotterdamsch Parool van 19-2-1959 dat Nijmegen de 17de vestiging van Ruteck’s betreft.
Ruteck’s American Lunchroom
Onder de kop “Ruteck’s terug in de stad” schrijft het Nijmeegsch Dagblad over de opening in november 1959. Een voorloper, Heck’s, was vroeger in de Broerstraat gevestigd geweest.
Sinds “enige tijd” was de exploitatie van de American Lunchroom al door Ruteck’s voortgezet “waarbij de deskundigen van Ruteck’s ervaring opdeden met betrekking tot de eisch, die aan het hier te vestigen bedrijf moesten worden gesteld.” Daarbij bleek een verbouwing noodzakelijk: de gehele begane grond is een lunchroomzaal geworden. Hierin is onder andere ruimte voor een orkest, dat ’s middags en ’s avonds optreedt. Achter het orkest bevindt zich een ruimte op een verhoging, waar gasten tevens kunnen plaatsnemen. Voor de openingsdagen is het ensemble van Willy Selig met zangeres Tani de Maya uitgenodigd. In de “beneden-afdeling” maakt het open buffet, “dat is toegerust met de nieuwste apparatuur op het gebied van koeling, een snelle bediening mogelijk. Boven zijn ook verscheidende afdelingen gevestigd. Hier is, na de garderobe, het restaurant aan de voorzijde van het gebouw, zodat gasten uitzicht hebben op Plein 1944. Hier is ook een aparte afdeling voor het houden van vergaderingen, terwijl verderop de keuken is gebouwd. In totaal heeft het bedrijf 180 zitplaatsen”. “Voorlopig” is een deel van de naam overgenomen: de zaak heet nu Ruteck’s American Lucnhroom en restaurant. (Nijmeegsch dagblad, 21-11-1959)
Mooie herinneringen aan dit bedrijf zijn te vinden op Noviomagus. Op basis van het Adresboek van onder andere 1966, bovenstaande foto, de foto van Nijmegen Toen op Facebook van 11-1959 en de in het artikel van Noviomagus genoemde arbeidscontracten lijkt Ruteck’s de naam American te hebben aangehouden. Wel kan ik Ruteck’s alleen vinden in de adresboeken van 1963 en 1966.
De Lunchroom Heck’s op de Broerstraat, 1930 (F18243 RAN)
Zoals het Nijmeegsch Dagblad al schreef, was Ruteck’s feitelijk een oude bekende in Nijmegen. De oorsprong van Ruteck’s lag bij Heck’s.
Deze Heck’s was voortgekomen uit de familie Rutten, eigenaar van de Limburgse brouwerij de Zwarte Ruiter. Samen met de Rotterdamse likeurstoker Henrik van der Wolk bouwde zij een keten van koffiehuizen en proeflokalen op. Daarbij werd tevens de slijterij A.J. van Heck & Co overgenomen. Vanaf dat moment werd de naam Heck’s voor een nieuwe lunchroom gebruikt.
Vanwege de opsplitsing van de keten kregen de meeste zaken in 1946 de naam “Ruteck’s”, een samentrekking van de naam Rutten (de naam van de familie, die eigenaar was) en “Heck’s”. Een aantal zaken die een andere eigenaar hadden, bleven Heck’s heten.
Over Heck’s/ Ruteck’s in andere plaatsen zijn aantal mooie artikelen geschreven, die tevens een beeld geven welke invloed deze keten heeft gehad: de Leidseweg en naar aanleiding van een beeld in Utrecht, Arnhem, Rotterdam, Amsterdam
Dekker v.d. Vegt
In 1976 komt de Boekhandel Dekker v.d. Vegt in dit pand. Een mooie foto van American met de aankondiging van de komst van Dekker v.d. Vegt op de bovenramen is te vinden op F31833.
Dekker van de Vegt
In Nijmegen was het de 2e vestiging van het oorspronkelijk Utrechtse bedrijf. In 1856 waren J.G. Dekker en W.J. van de Vegt een boekhandel, winkel in religieuze artikelen en boekbinderij in Utrecht begonnen. In 1864 kwam daar een uitgeverij bij. In 1922 verhuisde zij naar de Oranjesingel in Nijmegen, mede ingegeven door de komst van Katholieke Universiteit Nijmegen in 1923. Zij was voor de universiteit tot in de jaren 60 een belangrijke uitgever van academische werken. In 1989 ging het fonds over naar de Koninklijke Van Gorcum. In 1972 verhuisde ze naar de Passage Molenpoort.
Vestiging op Plein 1944
In 1976 kwam daar het filiaal aan Plein 1944 bij. Zij heeft hier tot 2000 gezeten, waarna ze naar de Mariken vertrok. Na een aantal malen van eigenaar te zijn verwiseld (en van naam veranderd), besloten 6 Nijmegenaren na het faillissement van Polare de winkel in Nijmegen te kopen en het weer Dekker van de Vegt te noemen.
Vervolg
Hoewel het verloop nog verder moet worden onderzocht, is het pand uiteindelijk gesloopt om plaats te maken voor het gebouw waar nu de Primark zich bevindt.
Winkel in werkkleding van de firma Holla, 1961 (Nico Grijpink via F92138 RAN CCBYSA)
In 1952 vindt de heropening van Holla’s kledingmagazijn op Plein 1944 plaats. Het pand is gebouwd naar ontwerp van architect Okhysen. In 1921 was Holla zijn winkel, gespecialiseerd in bedrijfskleding, begonnen in de Zeigelbaan. Dit pand ging echter tijdens het bombardement van februari 1944 verloren.
Vooraf: Holla op de Zeigelbaan
Openingsadvertentie Holla op de Zeigelbaan (PGNC 11/6/1921)
In juni 1921 had H. Holla zijn winkel aan de Zeigelbaan 4-10 geopend (waarbij “8” tevens vaak voorkomt in advertenties). “Het is een zaak in manufakturen, maar de heer Holla specialiseert zich vooral in bedrijfskleeding als: dokters-, bakkers-, slagers-, chauffeursjassen etc. etc. Daarnaast kan men bij hem terecht voor werkmanskleeding en verder voor alles wat met de manufakturenbranche samenvalt.
Maar vooral op ’t gebied der bedrijfskleeding zoekt de heer Holla zooveel mogelijk kompleet te zijn, zoodat men niet licht tevergeefs bij hem iets zoeken zal.
De winkel zelf heeft een fleurig uiterlijk gekregen met twee ruime etalagekasten aan de straat en werd verbouwd door de firma v. Gisteren en Deckers, die tevens het interieur van den winkel verbeterden en verfraaiden.
De firma Megens zorgde voor het elektrisch licht, de firma A. Koster voor het schilderwerk.” (De Gelderlander 11/6/1921)
De firma Holla Koster, Zeigelbaan, het bekende adres voor bedrijfskleeding, heeft haar winkel een practische inwendige verbouwing doen ondergaan, waardoor deze in verschillende opzichten aanzienlijk verbeterd is. Tevens werd een derde vitrine gebouwd, waarin aantrekkelijke artikelen worden uitgestald.
Door deze verbouwing is genoemde firma thans ook in staat tot de levering van heeren- en kinderconfectie.
Het plan der verbouwing werd ontworpen door den heer Arntz, architect, en uitgevoerd door den heer Steens, aannemer, terwijl het schilderwerk werd verricht door den heer Andries Koster, allen alhier.” (PGNC 11/3/1927)
Gerardus Jacobus Arntz was een architect, afgaande op de eerste gevonden resultaten vooral van winkelwoningen en woningen. Waarschijnlijk is zijn bekendste werk in Nijmegen het hoekpand van de Ziekerstraat-Tweede Walstraat Bakkerij “De Postduif”.
In maart 1930 kreeg de winkel een uitbreiding: door een verbouwing kwam op de eerste verdieping een afdeling voor heren- en kinderkleding. “De heer Holla maakt deel uit van een sterke inkoopcoöperatie en kan bijgevolg in de concurrentie van den dag mededoen. “ (De Gelderlander 21/3/1930)
Bombardement
Bij het bombardement van 22 februari 1944 wordt de winkel verwoest. Zij zal een noodwinkel op het Kelfensbos 33 (De Gelderlander 20/5/1952)
Een foto van deze noodwinkel is te vinden bij het RAN F17682.
Holla’s Kledingmagazijn op Plein 1944
Zicht op de wederopbouw van het plein. Vrnl: Holla’s kledingmagazijn, Van der Werff Woninginrichting, parfumerie Albers, foto Verwey, schoenenmagazijn A. Holland, Cafetaria Centrum Expresse, P. Jacobs Textiel, Juwelier A.J. Janssen, Sigarenmagazijn H. Brans en uiterst links Lunchroom Pleinzicht, 1953-1955 (Fotopersbureau Gelderlander,Auteursrechthouder J.F.M. Trum via F42035 RAN CCBYSA)
In 1952 vindt de heropening van het nieuwe pand plaats. Opvallend daarbij is de langerekte etalage op de begane grond. Doordat de architecten het ontwerp van het blok onderling hebben afgestemd, lijkt het 1 geheel te vormen.
“Holla’s Kledingmagazijn op Plein 1944 herbouwd
Onder zeer grote belangstelling is gistermiddag Holla’s Kledingmagazijn op Plein 1944 heropend. Op 22 Februari 1944 ging dit bedrijf dat op de Zeigelbaan was gevestigd, in de vlammen op en na zes jaar in een noodwinkel op het Kelfkensbos te zijn gevestigd, is het nu in een fraai pand tot nieuwe luister gekomen. Wanneer men van de Molenstraat op het Plein komt, kan het niet anders of men moet de ingang van de langwerpige winkel zien. Verlaat men het Plein en gaat men naar de Molenstraat of Broerstraat, dan bemerkt men een rij etalages naast die van de fa. van der Werff. Deze galerij van etalages vormt een voortreffelijk geheel, waardoor de ruimtewerking van het Plein wordt verhoogd.
Het hele complex winkels dat in de vroegere Korte Molenstraat zal verrijzen is trouwens in onderlinge samenwerking door verschillende architecten ontworpen. Hierdoor wil men harmonie in de bouw bereiken.
Het nieuwe gebouw, waarin Holla’s Kledingmagazijn is gevestigd, maakt een rustige en zakelijke indruk. Zowel de verdieping op de begane grond als de eerste étage is voor de verkoop benut, terwijl het gebouw voor opslagruimte is ondertekend.
Architect was de heer J. Okhuysen wiens plannen door Aannemer J. Hendriks te Nijmegen werden verwezenlijkt. Het Plein is door deze bouw weer een stap dichter bij zijn voltooiïng gebracht. En dat de stadgenoten zich hierover verheugen bleek gistermiddag bij de opening toen namens de gemeente de wethouders M. Duives en N. Windt en vele anderen blijk gaven van hun sympathieke belangstelling in het in een bloementuin herschapen kledingmagazijn.” (De Gelderlander 28/6/1952)
Plein 1944 18 – het pand waar de wandelaar op het punt staat langs te lopen- in juli 2019 (Google Streetview)
In mei 1952 heropent Firma Bos haar slagerij op Plein 1944. Haar winkel op de Zeigelbaan, welke in de buurt lag van de huidige, was tijdens het bombardement verwoest. Het ontwerp van de nieuwe winkel was architect Lelieveldt.
Vooraf
Slagerij Gruntjes
Het verhaal van de slagerij lijkt te beginnen bij de slagerij van Gruntjes.
J. Gruntjes krijgt op 3-11-1877 vergunning tot het daarstellen eener Slagerij in zijn huis aan de Zeigelbaan, Wijk b, no. 495. In het adresboek van 1878 komt hij als slager voor op Zeigelbaan B no 494. Johannes Gruntjes is op 19-4-1847 geboren in Nijmegen. In het Bevolkingsregister van 1880 komt hij voor op nummer 31.
Of hij in de loop der jaren zijn slagerij heeft verplaatst is mij nog niet duidelijk: in het adresboek 1887 komt hij voor op nummer 2, terwijl vanaf 1893 op nummer 36.
Zijn “kinderen” komen als slagerij op de Zeigelbaan 36 voor in de adresboeken van 1896 tot en met 1899. Ook wat de verhouding is tussen de adressen 36, 38, 40 en 40a is mij nog niet geheel duidelijk.
Wanneer de moeder overlijdt, wordt namens de erfgenamen de veilingen van 25-4 en 9-5-1898 aangekondigd. Daarbij blijkt nummer 36 “Een winkelhuis en erf met afzonderlijke bovenwoning”, groot 83 cA, waarin zowel boven als onder een slagerij te worden uitgeoefend. Deze is tot 1 november verhuurd aan mej. B. Gruntjes. Ook de andere panden, waarbij 2 verhuurd zijn aan 2 zonen van Johannes, worden te koop aangeboden. (PGNC 17/4/1898)
Herman trouwt met de oudste dochter, Bernardina Johanna Gruntjes. Zij zal op 15-8-1925 op 47-jarige leeftijd te komen overlijden (PGNC 17/8/1925).
In ieder geval komt H.J. Bos in het Adresboek 1899 voor op Zeigelbaan 36 als slager. Tevens komt hij in de jaren 1901, 1902, 1903 voor op dit adres, evenals J.G.W. Gruntjes. (Johannes Gerardus Wilhelmus, 17-2-1881, de zoon van Johannes).
Nieuwjaarswens H. Bos, firma Gruntjes (De Gelderlander 1/1/1903)
De nieuwjaarsgroet van 1901 en 1903 is van H. Bos, Firma Gruntjes.
Vanaf 1905 komt de slagerij voor op Zeigelbaan 40/40a. J.G.W. Gruntjes komt tot 1907 nog op dit adres voor, daarna is het Bos.
In 1916 is het in ieder geval nog H.J. Bos; in ieder geval in 1926 (maar mogelijk eerder) komt J.W. Geertsen, slager op Zeigelbaan 40 voor.
Echte Nimweegse Leverworst
Advertentie echte Nimweegsche Leverworst (De Gelderlander 9/1/1925)
Slagerij Bos is befaamd om haar leverworst. In de jaren voor de oorlog verschijnen regelmatig reclames over de prijwinnende “echte Nimweegse”.
Op 2 november viert W. Gruntjes, “Ome Willem”, dat hij 30 jaar in de zaak werkzaam is. Daarbij heeft hij de reputatie als “eerste klas worstmaker, vooral van het artikel Echte Nimweegsche Leverworst” (PGNC 2/11/1934). Daarna lijkt Wim voor zichzelf op de Oude Varkensmarkt 11 (PGNC 18/11/1938).
PGNC 11/12/1936
PGNC 18/11/1938
Noodwinkel
Opening noodwinkel slagerij Firma Bos (De Gelderlander 30/4/1947)
Op 1-5-1947 opent de Fa. Bos haar noodwinkel op de Mariënburg. Afgaande op haar openingsadvertentie had ze daarvóór ingewinkeld bij slagerij Joh. Verstegen (zie advertentie De Gelderlander 30/4/1947).
De Gelderlander ”Voor de brand van 22 Februari 1944 was dit florerend bedrijf een van de oudst gevestigde zaken, die als het ware met de groei van onze stad groot was geworden. Wie kent in Nijmegen niet “de echt Nimweegse”m de leverworst, waaraan bijkans een even grote vermaardheid vastzit als aan de Bossche koek in de stad van die naam?
In de even smaakvol als hygiënisch ingerichte slagerij op Mariënburg heeft de fa. Bos een prachtige noodwinkel gekregen met daarachter rokerij, pekelkelder en worstfabriek, waarin de nieuwste worstmachines. Architect W. Reijnen heeft met zijn grote ervaring op het gebied en inrichting daarvan, dit alles “goed bekeken”. De étalages, waarin meerdere vakdiploma’s en bekroningen, hadden onmiddellijk bij de opening veel bekijks.” (De Gelderlander 2/5/1947)
Herbouw Plein 1944 architect Lelieveldt
Fa. Bos (J.W. Geertsen), datum tekening 14-9-1951, architect J.A. Lelieveldt (D12.412406)
““De echte Nimweegse”
Fa. Bos op Plein 1944 herbouwd
De firma, die vanwege zijn “echte Nimweegse” in de stad en wijde omgeving zo bekend is, de fa. Bos, heeft gistermiddag op Plein 1944 haar nieuw winkelpand geopend. Er bestond bij deze gelegenheid grote belangstelling van de stadgenoten, die er zich over verheugen dat wederom een bedrijf dat in de noodlottige Februari-dagen van 1944 in het stadscentrum werd verwoest, de moeilijkheden van allerlei aard is te boven gekomen en in de oude maar totaal vernieuwde omgeving is teruggekeerd. Het nieuwe winkelpand is niet alleen een sieraad geworden voor het Centrumplein, het is door zijn inrichting vooral ook een juweel waarmede de slagersbranche van onze stad grote eer mee inlegt. De nieuwste vindingen op het gebied van de hygiënische verzorging, de beste materialen zijn toegepast, zodat we van een van de modernste modelslagerijen mogen spreken.
De wethouder van Wederopbouw, de heer M. Duives sprak bij de opening een hartelijk woord van gelukwens namens het gemeentebestuur.
De wethouder toonde zich verheugd over het feit dat ook deze middenstander, na verwoesting van zijn bedrijf en daarop gevolgde omzwerving de energie heeft gehad om de herbouw op zulk een voortreffelijke wijze te ondernemen. De omgeving waarin het nieuwe gebouw staat, was voor de stadsramp van ’44 al beroemd. Op de aloude Zeigelbaan waren tal van slagerijen gevestigd, die er toe bijdragen om de goede naam van Nijmegen op etensgebied te bevestigen, aldus de spreker.
De wethouder sprak de wens uit dat het de fa Bos zou mogen gegeven zijn om spoedig weer te zijn ingeburgerd op dit mooie punt in het midden van de stad. Naar de overtuiging van spr. zal het Plein 1944 op korte termijn een van de mooiste punten van Nijmegen worden en een van de belangrijkste winkelcentra van de stad. De trolley welke binnenkort hier gaat rijden, zal veel daartoe bijdragen.
Architect J. Lelieveldt, een oud-Nijmegenaar, die thans in Rotterdam woont, dankte de aannemers Gebr. Bornebroek uit Apeldoorn en alle onderaannemers voor de grote toewijding waarmede zij zich van hun taak hebben gekweten.
Degenen die bij de opening aanwezig waren en tal van belangstellenden hebben in de loop van de dag het nieuwe winkelpand op Plein 1944 en zijn inrichting bezichtigd.
Uit de vele bloemstukken bleek de sympathie voor de fa Bos bij het bereiken van deze mijlpaal.” (De Gelderlander 30/5/1952)
Opening Firma Bos op Plein 1944 (De Gelderlander 28/5/1952)
Vervolg
Schreeven heeft de winkel van nummer 18 bijgetrokken, mei 2016 (Google Streetview)
Jarenlang heeft Schreeven haar winkel gehad, waarbij nummer 18 bij haar winkel was getrokken. In augustus 2018 is zij verhuisd naar Hulzenseweg 4 (bron: Google Streetview)
Augustijnenstraat 26, Juli 2019 (Google Streetview)
1953-1955 Augustijnenstraat 22-26 Centrum
In november 1953 ontwerpt architect Ad.P.F. Wijte uit Nijmegen een bouwplan voor een winkel met 2 bovenwoningen. Hierbij is de aanvrager M.J.E. van Meteren doorgehaald en vervangen door Kinderen de Mandt. In ieder geval opent Kodijko in 1955 en zal hier jarenlang blijven zitten.
De winkel
Bouwplan Winkel met 2 Bovenwoningen a/d Augustijnenstraat te Nijmegen herbouw (M.J.E. v Meteren doorgehaald, vervangen door:) Kinderen de Mandt (D12.418500), architect Ad.P.F. Wijte, datum tekening Nov 1953 (D12.418500)
Ook bij de ondertekening van de bouwtekening is bij “de aanvrager” M.J.E. v Meteren doorgehaald en vervangen door Kinderen de Mandt. Mede doordat Kodijko (zie hieronder) in 1955 de winkel betrekt, blijft het vooralsnog onduidelijk wie en vooral waarom de uiteindelijke opdrachtgever is.
De voorkant van de winkel bestaat uit een portiek met links en rechts een etalage. Achter de rechteretalage bevindt zich de opgang naar de woning. In het midden is de ingang naar de winkel. De eigenlijke winkel is traditioneel ingericht met toonbanken en daarachter kasten. Achter de winkel bevindt zich een kantoortje. In de kelder zit onder andere het magazijn, en zowel een ruimte voor kolen als de c.v. ketel.
Het aannemersbedrijf is van Heusden (D12.418501). D12.418499 noemt het plan “herbouw kinderen de Mandt (claim Houtstraat 31-31a)”. Nummer 26 is de winkel, nummer 22 en 24 de bovenwoningen.
M.J.E. van Meteren
Op de bouwtekening is M.J.E. van Meteren doorgehaald. Uit het Adresboek van 1959 en 1963 blijkt M.J.E. van Meteren te wonen op Augustijnenstraat 22.
Kodijko – Koninklijke Weverij Eindhoven
Begin mei opent Kodijko haar winkel op de Augustijnenstraat 26 (De Gelderlander 6/5/1955)
Het is niet bekend of en welke relatie de kinderen van de Mandt met dit bedrijf hadden: dus mogelijk hebben de kinderen de winkel meteen verkocht, slechts een korte tijd een zaak gehad, die daarna door de Koninklijke Weverij is voortgezet, mogelijk waren ze filiaalhouder van de Koninklijke of waren ze de verhuurder van het pand.
Een foto is te vinden uit 1961 is te vinden bij het RAN (Naast het opschrift is de winkel in de bovenste winkelrij te herkennen aan de dame met lichte jas voor de etalage; waarvoor ze meer oog heeft dan voor de optocht).
Kodijko Filiaal in Nijmegen sinds 1934
Openiningsadvertentie Kodijko op de Molenstraat (PGNC 30/10/1934)
Op 31-10-1934 opent Kodijko haar 7e filiaal in Nijmegen, op Molenstraat 22. “Deze firma, fabrikante van het vermaarde “Kodijko”- linnen, brengt uitsluitend het degelijke en fijne genre, hetwelk zij uit den aard der zaak, als “zelffabrikante”, zoo laag mogelijk zal aanbieden.” J.A. Haftink (voorheen ’t Modehuis) krijgt de leidiing over het filiaal (De Gelderlander 20/10/1934).
Oorlog
In maart 1945 blijkt Kodijko op de eerste etage van Molenstraat 63 te zitten (De Gelderlander 16/3/1945).
In een advertentie De Gelderlander 28/1/1952 blijkt Kodijko inmiddels naar van Welderenstraat 98 te zijn verhuisd.
De Koninklijke Weverij Eindhoven
Kodijko was de handelsnaam van NV Eindhovensche stoom- en handweverij v/h Van Dijk & Co. Het bedrijf produceert textiel, zoals, afgaande op de advertenties lakens en slopen, tafellakens, geborduurd bedlinnen, ontbijstellen, doeken en badgoed en daarnaast lingerie (Nijmeegsch dagblad, 19/7/1955). Zij heeft dan tevens filialen in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Arnhem, Tilburg, Maastricht en Breda (Nijmeegsch dagblad 24/5/1955 en Trouw 23/12/1955). In deze advertentie noemt zij tevens dat haar scherpe prijzen mogelijk zijn door “’t Gaat regelrecht van eigen wevers naar de eigen “Kodijko” zaken.”
Historie
Het Eindhovense bedrijf bestond sinds 1903 onder deze naam, maar haar geschiedenis gaat terug tot 1852, wanneer Carolus Boromeus van Dijk de Van Dijk & Comp. opricht. Op het moment dat zij in 1918 het predicaat “Koninklijk” vanwege het leveren van damast, krijgt het bedrijf de handelsnaam Kodijko. Uiteindelijk wordt het bedrijf in 1971 overgenomen door Linnenweverijen v/h van Dijk & Zn uit Waalre, die toevallig dezelfde naam heeft (Textielindustrie in Eindhoven, wikipedia)
Vervolg
Kodijko komt in ieder geval in het Adresboek van 1971 nog voor.
Hoek Houtstraat Augustijnenstraat, 1960 ( Fa. H. ten Hoet, Nijmegen / L.R. Gerritsen via f64216 RAN CCBYSA)
In 1955 ontwerpt Okhuijsen het pand aan Plein 1944, op de hoek Houtstraat-Augustijnenstraat. De opdrachtgever is J. van Veggel sr., waarbij de aannemer de firma van der Velden en Sleenhof uit Wijchen is. Op de begane grond zijn 2 winkels: een grotere hoekwinkel en een kleinere aan de Augustijnenstraat. Deze winkels zijn bestemd voor verhuur, welke het makelaarskantoor A. Strijbosch en Th. Thunissen zal verzorgen. Boven de winkels komt 1 groot bovenhuis en 4 flats. (Nijmeegsch dagblad, 21-10-1955)
In het bijschrift van foto ZN35407noemt RAN de bouw van het woon-winkelpand van de Damesmodezaak Den Hartogh (Augustijnenstraat 1)
Vervolg
Er is nog niet onderzocht wat het vervolg is geweest. Jarenlang heeft hier het reisbureau NBBS reizen in gezeten. Bij de herinrichting van Plein 1944 is de kapsalon John Bertine naar dit pand verhuisd.
Hoek Houtstraat-Augustijnenstraat, september 2022 (Google Streetview)
Gemeentelijk monument
Het gebouw is een gemeentelijk monument met als waardering:
“Augustijnenstraat 1-9 maakt stedenbouwkundig onderdeel uit van het wederopbouwplan van de Nijmeegse binnenstad en is hier een expressie van. Stedenbouwkundige waarde vanwege de inpassing aan de kruising Plein 1944, Houtstraat en Augustijnenstraat. De Augustijnenstraatzijde met bakstenen gevel en balkons past in het horizontale stramien van deze zijde van de Augustijnenstraat waar op meerdere plekken balkons en loggia´s zijn te vinden. Typologie van een grote winkel op een hoekkavel met ingang op de hoek waarboven appartementen is bijzonder. Er is sprake van ontwerpkwaliteit van de gevels vanwege de goede afwisseling tussen open betonvlakken en gesloten baksteendelen, tussen kleuren, vanwege de aandachtige materialisering en detaillering door verschillende metselverbanden, gebruik van strips en staal. Het beeldbepalende karakter van het pand is onvervangbaar in relatie tot de context van de Nijmeegse binnenstad.”
Augustijnenstraat vanaf Plein 1944: het 4e pand van links is Augustijnenstraat 19-23 (het lichte pand met de balkons waar de fiets geparkeerd staat), waarvan het Handwerkhuis en Cinderella de eerste winkels waren, 1967-1969 (Ber van Haaren, Auteursrechthouder Gemeente Nijmegen via ZN35932 – B RAN CC0)
In september/oktober 1954 ontwerpt architect Rodenburg 2 Bedrijfsruimten met 3 Bovenwoningen aan de Augustijnenstraat voor de Stichting St. Jozef scholen. In 1955 betrekken Het Handwerkhuis en Maison Cinderella de winkels.
Plan Herbouw 2 Bedrijfsruimten met 3 Bovenwoningen a/d Augustijnenstraat te Nijmegen voor de Stichting St. Jozef Scholen, architect Rodenburg, datum tekening 4-10-1954 (D12.418399)
De begane grond bestaat uit 2 winkels, nummer 19 en 23. In het midden is een portiek, met ingangen naar de winkels en naar de bovenwoningen (21, 21a en 21b).
Augustijnenstraat 19 Het Handwerkhuis
In september 1955 opent “Het Handwerkhuis” haar winkel op de Augustijnenstraat 19-21. Hiervoor heeft ze bijna 23 jaar in de Van Welderenstraat gezeten. Het Nijmeegsch dagblad schrijft onder andere: “Talrijke zakenrelaties, collega’s en bekenden kwamen de eigenaar handen schudden. Het keurige pand, waarin o.m. een afdeling voor dameskleding et. Is gehuisvest, mag zeker een aanwinst genoemd worden voor de Augustijnenstraat.” (Nijmeegsch dagblad 10/9/1955). Het pand is gebouwd naar ontwerp van architect Rodenburg.
Advertentie heropening Het Handwerkhuis (De Gelderlander 8/9/1955)
1933 van Welderenstraat 23
Opening Het Handwerkhuis aan de Van Welderenstraat 23 (PGNC 4/5/1933)
“Het Handwerkhuis.
Hedenmiddag vond aan de van Welderenstraat 23, in het nieuwe complex winkelhuizen, dat daar verrezen is, de opening van bovengenoemde zaak plaats, welke gedreven wordt door de firma v. Delden en Teunissen, die alles in het werk zullen stellen, om de dames deskundig voor te lichten en te helpen bij al de verschillende moeilijkheden, die zich dikwijls voor kunnen doen. Wij zagen een collectie bijzonder mooie en fijne handwerken. De wol, in heel wat kleurtjes voorradig, harde en zachte tinten, geeft het geheel een warmen en gezelligen aanblik. Aan de zaak is ook een reparatie-afdeeling verbonden, van alle mogelijke handwerken. Ook kunnen de dames hier onderricht krijgen, niet alleen in fraaie maar ook in nuttige handwerken. Op het gebied van kerkborduurwerken of Paramenten, kan het “Handwerkhuis” alles leveren. Rest ons nog te memoreren, dat de etalagekasten en betimmering werden geleverd door de Meubelfabriek St. Joseph.” (PGNC 5/5/1933)
Wanneer de firma Bertels Herenmode haar winkel in november 1948 in de Van Welderenstraat 106a opent, blijkt zij 4,5 jaar te hebben ingewinkeld bij Het Handwerkhuis (Nijmeegsch Dagblad 11/11/1948)
Vervolg
In de adresboeken 1963, 1966, 1968 en 1971 staan advertenties van “De Silveren Kanderlaer” met huisnummer 19 (en in 1971 tevens 23). Mogelijk betreft het de zaak van H.W.J.M. van Delden, die zilversmid is. Hij adverteert in het Adresboek 1959 met “‘T Edel Ambacht” Edelsmid – Juwelier H. van Delden Jr.”.
Augustijnenstraat 23 Cinderella
Tot nu toe zijn er geen verdere berichten over Cinderella gevonden. Wel komt de dameskapsalon nog voor in de Adresboeken van 1966 en 1968.
Vervolg
Augustijnenstraat 19-23 in juli 2019, met op dat moment Ravaro Fashion en VyNails (Google Streetview)
Het is mij nog niet bekend hoe lang deze winkels hier uiteindelijk zullen zitten.
In 1969 vindt doorbraak van de 2 winkelruimtes plaats, althans volgens bouwtekening D12.472790.
Bijlage Adressen
Naam
Omschrijving
Adres
Jaar
Toelichting
Het Handwerkhuis
Augustijnenstraat 19
De Gelderlander 16/11/1956
Speciale aanbieding Japonnen in grote maten
E.H. Theunissen
mw.
Augustijnenstraat 21
1959
H. van Delden
winkelier
Augustijnenstraat 21
1959
H.W.J.M. van Delden
zilversmid
Augustijnenstraat 21
1959
in advertentie 1959: “‘T Edel Ambacht” Edelsmid – Juwelier H. van Delden Jr.
Augustijnenstraat 11-17, oorspronkelijk Apotheek Moeys, juli 2019 (Google Streetview)
In oktober 1953 heropent de bekende apotheek E.G. Moeys haar bedrijf aan de Augustijnenstraat. De apotheek op de Grote Markt, waar sinds 1833 was gevestigd, was tijdens de oorlog verloren gegaan. De architecten van het nieuwe pand zijn F.J. Cousin en Ir. Van Gendt, waarbij de aannemer Moolenaar’s Aan. Bedrijf te Nijmegen was (De Gelderlander 27/10/1953)E.G. Moeys zelf was in april 1944 overleden.
Moeys op Augustijnenstraat 17
Heropening Moeys Augustijnenstraat 17 (De Gelderlander 24/10/1953)
Het Nijmeegsch Dagblad schrijft over deze opening:
“Apotheek Moeys in een nieuw pand
Apothekers zijn stille werkers. Zonder enig gerucht is de apotheek E.G. Moeys N.V. Zaterdagavond aan de Grotestraat voorgoed op slot gedaan en Maandagmorgen om acht uur werd, alsof er niets bijzonders was gebeurd, het werk voortgezet aan de Augustijnenstraa 15. Grote hoeveelheden flesjes en voorraden medicamenten zijn tijdens het weekend overgebracht en gisteren kon men de recepten weer op de normale wijze klaarmaken.
Apotheek Moeys kan gerekend worden tot de oudste van de stad. In Maart 1833 werd de zaak op de Grote Markt gevestigd en tot 1944 heeft men er ongestoord gewerkt. Bij het bombardement in Februari werd het pand vrij ernstig beschadigd, doch kon worden hersteld. In de Septemberdagen viel het echter ten prooi aan de vlammen; het jaar daarop werd de dienst in een oud huis aan de Grotestraat hervat.
De grote en radicale verhuizing is evenwel niet geheim gebleven. Vele bloemstukken sierden de moderne winkelruimte. Wat de inrichitng betreft men heeft er de ruimte gekregen. De assistenten en voor de wachtenden staat er een brede bank.
Wat is voor een apotheker belangrijker dan een overzichtelijk geheel. Ook hierover heeft men geen klagen, noch in de winkel, noch in de spoelkeuken, het laboratorium en de voorraadkasten. Voor de nachtdienst is er voorts een grote kamer beschikbaar.” (Nijmeegsch dagblad, 27/10/1953)
Moeys op de Grote Markt
Een gedeelte van de zuidzijde van de Grote Markt, met v.l.n.r. de sigarenzaak van J. van Steensel; de Passage van Vroom en Dreesmann (met de 3 bogen); de apotheek / drogisterij van E.G. Moeijs, en de schoenenzaak van de Gebroeders Raemakers. Rechts de hoek met de Scheidemakersgas. Links de hoek met de Broerstraat, 1939 (Ir. J.G. Deur via F14009 RAN CCBYSA)
Over 2 generaties Apotheek Moeys en een blikje salmiakpastillen
Uit nieuwsgierigheid wat er over een blikje met het opschrift “Apotheek Moeys” (https://www.noviomagus.nl/Varia/Email/Moeys.htm) en “Salmiakpastillen” te vinden was, is dit onderzoekje begonnen. Uitsluitsel over de pastilles is niet gevonden, wel de nodige informatie over 2 generaties apotheek Moeys.
Gosuinus Philippus Guilielmus Moeys
Gosuinus Philippus Guilielmus Moeys of Moeijs (waarbij tevens zijn voornamen regelmatig op een andere wijze worden geschreven) komt in het Bevolkingsregister van 1850 voor als Gosuinus Philippus Wilhelmus Moeijs. Hij is in 1847 geboren. Hij woont dan in Hees, Wijk E, Nr. 57 2 (later vervangen door 78), Dorpstraat.
De vader van Moeys is in 1806 geboren in België en is gepensioneerd (“Gepens.”). Zijn moeder Dorothea Petronella Johanna van Heijst is in 1814 geboren in Waalwijk. Tussen 1850 en 1860 zullen zij verhuizen naar Wijk B 124, Achter den Hessenberg.
Zijn vader komt op 22 mei 1860 te overlijden. Na het overlijden verhuizen Moeijs en zijn moeder naar Wijk E, 78, deel 1, bl 105 id, dus waarschijnlijk naar hun laatste adres.
In het Bevolkingsregister 1860 komt hij voor als: Wijk E, deel 2, Heessche Kerkstraat Nr. 78 …. (onleesbaar). Opvallend daarbij is dat staat hij op 31 maart 1847 geboren. Op 21 januari 1868 vertrekt hij naar Amsterdam. In 1869 behaalt hij zijn kandidaatsexamen tot apotheker. Op 10 mei 1869 komt hij weer naar Nijmegen. Zijn beroep is dan ‘Apothecar’.
Grote Markt 6
Vlak daarna lijkt hij verhuisd te zijn naar Groote Markt, Wijk B nr. 6 om bij Barthelemi de Blaauw (`S Gravenhage, 24/9/1824, apothecar) in te gaan wonen. Zijn beroep is dan Apotheekbediende. (Waarbij nu geboortedatum 3 maart staat). Op dit adres zal Moeijs en later zijn zoon Emile jarenlang hun apotheek hebben.
De geschiedenis van het pand Grote Markt 6, “Het Huis met den Bril” staat weergegeven in De Gelderlander 9/2/1908, waarbij Blaauw “tal van jaren deze apotheek had bewoond”. Hij blijkt niet de eerste apotheker te zijn, rond 1828 is er sprake van de apotheker D. Pas.
Vestiging als apotheker
Ook in het militieregister van 1867 komt Moeijs voor als Apothekersbediende. In het Bevolkingsregister van 1870 staat hij vermeld als Apothecar. Op 27 juni 1870 vertrekt hij naar Helder (tegenwoordig Den Helder).
Om vervolgens op het oude adres Heessche Kerkstraat Nr. 78 op 30 september 1872 weer tijdelijk terug te keren. Op 14 oktober 1872 vertrekt hij tijdelijk naar Haarlem om op 28 juli 1873 op dit adres weer terug te keren. Vervolgens zal hij weer verhuizen naar Groote Markt 6. Op 11 april 1877 trouwt hij met Wilhelmina Louisa Krol (’s Hertogenbosch, 6 oktober 1851 (hier staat oorspronkelijk 1849, wat op een later tijdstip veranderd is). Zijn moeder woont dan tevens op dit adres, op een later tijdstip is Moeijs als ‘hoofd’ aangemerkt in plaats van de moeder.
Zijn zoon Henri George Louis wordt op 6-6-1878 geboren.
Op 22 maart 1878 krijgt hij een vergunning tot het verbouwen van zijn huis aan de Markt, wijk B nr. 6.
In het Bevolkingsregister van 1880 komt hij voor als Apothecair, Groote Markt Wijk B nr (moeilijk leesbaar, waarschijnlijk 33); Op een later tijdstip is bij opmerkingen ‘No 5’ geschreven. Zijn zoon Emile Gustaf wordt geboren op 16-8-1880.
In het Bevolkingsregister van 1890 staat Moeys op het adres aanvankelijk Markt Wijk B no 5; dit is op een later tijdstip veranderd naar Groote Markt 6. Zijn oudste zoon Henri George Louis vertrekt op 17-10-1898 naar Utrecht. In 1915 blijkt Henri in ieder geval weer in Nijmegen te wonen; hij is dan arts. De moeder van Moeijs overlijdt op 2-3-1900.
“Ik bezocht dezer dagen de herbouwde apotheek van Collega Moeijs in mijne woonplaats en verklaar gaarne dat ik met genoegen waarnam, hoe alles naar de eischen des tijds is ingericht. De ruimte is niet groot maar van alles is voor eene goede organisatie partij getrokken. Voor eene goede bewaring der geneesmiddelen, een der eerste vereischten in eene apotheek, is de meeste zorg gedragen. Aanbeveling verdient vooral eene hermetisch gesloten kalkkast onder de werktafel, van deuren die met zink bekleed zijn en doorboorde ijzeren platen voorzien, om geneesmiddelen, die voor vochtig worden vatbaar zijn, droog te houden of te drogen.
Deze apotheek kan werkelijk als model dienen voor de nieuwe apotheken, met welker levering Collega M. zich belast.” (Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 27, 1890-1891, no 5, 31-05-1890)
Zijn zoon Emile Gustaaf, geboren 16 augustus 1880, vertrekt op 5 oktober 1900 naar Utrecht. Daarbij is opvallend dat zijn Kerkgenootschap op een later tijdstip gewijzigd is van RK naar ‘geene’.
Op 16/2/1899 koopt Moeijs “Een heerenhuis met erf met tuin aan de Franckenstraat hoek Regentessestraat”, Sectie B nr 2589, zijn nieuwe woning: Regentessestraat 2.
Op 1 mei 1914 koopt Moeys een huis met erf aan de Scheidemakersgas (nummers 52,54 en 56, Wijk C 1609
In het Bevolkingsregister 1910 is bij Wilhelmina Krol het kerkgenootschap ‘N.H.’ vervangen door ‘geen’. Op een later tijdstip is de geboortedatum gewijzigd van 1851 naar 1849. Moeijs en zijn vrouw zijn dan de enigen die wonen op de Regentessestraat.
Henri George Louis komt op 10-12-1910 terug uit Utrecht en is dan arts. Hij vestigt zich op Paulstraat 12, later vervangen door van Welderenstraat 95 (op 1/1 21 vervangen?). Hij trouwt op 14-4-1913 met Cornelie Marie Blume (geboren 6-1-1886 te Tegal). Op 20-1- 1914 wordt hun zoon Pierre Henri geboren. En op 20-10-1918 wordt Emile Jan geboren. Aangezien de focus op de apotheek ligt, zal hij niet langer worden gevolgd.
Tot zijn overlijden heeft hij een vorm van bedrijf/praktijk op de Franckenstraat aangehouden en daarbij zijn groothandel/inrichting van apotheken. Zo zijn er tot in ieder geval 12-12-1930 (de laatste door mij (RE) gevonden) aankondigingen openingstijden van de apotheek Firma G PH G Moeys op de Mr. Franckenstraat 11.
Hij laat bij zijn overlijden 3 panden na:
Taxatie
Huis met erf
Franckenstraat
Sectie B nr 2589
10000
Huis met erf
Groote Markt
Wijk C nr 1637
8000
Pakhuis met erf
Scheidemakersgas
Sectie C 1609
4000
De Franckenstraat is hetzelfde pand als de Regentessestraat.
Op 18/12/1915 komen Wilhelmina Louise Krol, Henri George Louis Moeijs en Emile Gustaaf Moeijs overeen dat Wilhelmina de onroerende goederen verkrijgt, waarbij ze haar zonen elk 7333,33 (elk 1/3 van de waarde van de panden) heeft uitgekeerd. Wilhelmina benoemt dezelfde dag Emile Gustaaf tot haar enig erfgenaam van alle onroerende goederen, indien hij daarbij de waarde van de onroerende goederen zal inbrengen.
De praktijk
Afgaande op (kranten) berichten, vergunningen en advertenties, lijkt de praktijk van Moeys te bestaan uit:
De apotheek zelf
Een groothandel/ bedrijf voor inrichting van apotheken
Een werkplaats
Andere activiteiten
Moeijs adverteert regelmatig in kranten als het PGNC en daarnaast in het vakblad Pharmaceutisch Weekblad. Een andere bron voor zijn praktijk is de ‘Receptentaxe’. Hoewel niet naar volledigheid is getracht -en advertenties waarschijnlijk sowieso geen volledig beeld zullen geven, geven dergelijke bronnen wel een indruk waaruit de praktijk in ieder geval bestond.
In de Bijlage praktijk van Moeijs staan de gevonden activiteiten weergegeven, veelal in vorm van advertenties.
Ivorine
In 1889 ontwikkelt Moeys zijn eigen merk Ivorine: tandpoeder, tandpasta en mondwater:
Wanneer het aantal advertenties een indicatie zijn voor de voornaamste activiteiten, dan lijkt ‘Ivorine’ zijn voornaamste ‘eigen’ product te zijn geweest. De Laatste die ik (RE) gevonden heb in vrijwel onveranderde advertentie is van PGNC 24/6/1915; in deze periode zijn -afgaande op het zoeken op ‘Ivorine’ in het Regionaal Archief- ongeveer 100 advertenties in het PGNC verschenen.
Ivorine werd, gezien gepubliceerde advertenties op meerdere plaatsen in Nederland verkocht. Onder andere: Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant, 27-08-1890,Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbossche courant, 28-03-1891, De Maasbode, 24-03-189, Arnhemsche courant, 20-07-1891
Bovendien wint Ivorine een gouden medaille op de wereldtentoonstelling in Chicago in 1894 (De Gelderlander 24/1/1894).
Overige activiteiten
Buiten zijn praktijk, heeft Moeijs tevens een bureau voor “Chemisch en Microscopisch Onderzoek”. Afgaande op krantenberichten, wordt hij in ieder geval gevraagd voor de beoordeling van drinkwater en melk. (PGNC 10-9-1892, PGNC 21-11-1899)
Daarnaast is Moeys vanaf de oprichting in 1902 tot 14-8-1913 bestuurslid van vereniging “het Groene Kruis”. Zijn zoon Henri volgt hem daarbij op. (PGNC, 9-4-1913)
Emile Gustaaf Moeijs
(Geboren op 16 augustus 1880 te Nijmegen, Overleden op 4 april 1944 te Nijmegen)
Emile Gustaaf is op 9-7-1904 teruggekeerd uit Utrecht en gaat wonen op de Groote Markt 6, zijn beroep is dan ‘Apotheker’. Zoals hierboven weergegeven, lijkt Emile Gustaaf in 1904 (of daaromtrent) de apotheek te hebben overgenomen, of in ieder geval is hij vanaf dat moment betrokken.
Hij is op 6-9-1904 getrouwd met Margaretha Petronella la Verge (geboren 14-8-1881 te Schiedam). Op 20-11-1909 krijgen zij een zoon, vernoemd naar de grootvader: Gosuinius Philippus Guilhelmus. Gosiunus zal tevens apotheker worden te Rotterdam. Hij zal echter al op 29-jarige leeftijd (28-12-1938) komen te overlijden (PGNC 29-12-1938). Op 29-9-1916 wordt de tweeling Wilhelmina Louisa en Sophia Margaretha geboren.
Op 27-10-1905 krijgt Moeijs vergunning tot een plaatsen van een benzinemotor voor het drijven van een zaagmachine, in perceel Scheidemakersgas No. 41a, kadastraal bekend Nijmegen, sectie C, No. 4450 (De Gelderlander 28/10/1905).
In het boek ‘Homeopathie in de praktijk’ uit 1905 staat E.G. Moeijs als apotheek in Nijmegen, welke (ook) homeopathische geneesmiddelen verkoopt. Ook in de gevonden boeken van 1917, 1921 en 1924 staat een dergelijke vermelding. Daarbij verkoopt hij ook ‘Ivorine tandmiddelen’.
In 1908 laat de firma E.G. Moeys & Co. een 7PK. Electromotor plaatsen door de firma L.A. Moll, installatie-bureau voor Siemens & Halske (Provinciale Geldersche en Nijmeegsche courant, 10-04-1908)
6-4-1909 krijgt Emile Gustaaf vergunning tot uitbreiding van “zijne inrichting voor houtbewerking in het perceel aan de Scheidemakersgas No. 41a, kadastraal bekend Nijmegen, sectie C No. 4450, door het plaatsen van een electro-motor (PGNC, 11-4-1909)
In de Personalia van het Pharmaceutisch Weekblad komt Emile een aantal keren voor:
Inschrijving als apotheek-houdend geneeskundige, Groote Markt 6 (no 8, 22-2-1913)
Ingeschreven als apotheker: E.G. Moeys, fa. G. PH. G. Moeys, Franckenstraat 11 (no 46, 11-11-1916)
Afgevoerd als apotheker: E.G. Moeys, fa. G. PH. G. Moeys, Franckenstraat 11 (verandering van provisor): dus waarschijnlijk was de inschrijving van Emile van 1916 die van provisor, oftewel als beheerder van een apotheek (no 22, 01-06-1918)
In 1913 tekent Emile Gustaaf, dan apotheker, samen met Herman de Vrij, apothekersassistent, een overeenkomst dat laatstgenoemde gaat werken voor Naamloze Vennootschap Chemicaliënhandel G.D. de Vos & Co te Soerabaja. Emile Gustaaf heeft daarbij mondeling verklaard lasthebber van deze firma te zijn (in 1915 wordt de functie van Moeijs schriftelijk bekrachtigd).
Juni 1914 (PGNC 24-6-1914) vraagt Emiel Gustaaf een vergunning aan voor de oprichting van “eene door elektriciteit gedreven inrichting tot het bereiden van pharmaceutische preparaten en het bewerken van hout, in het perceel aan de Scheidemakersgas No. 54, kadastraal bekend Nijmegen, Sectie C, No. 1609.” Deze vergunning krijgt hij in augustus (PGCN, 8-8-1914)
In een adressenlijst van 1916 blijkt het pand aan de Scheidemakersgas nummers 52 t/m 56 dienst te doen als “fabriek” van de Firma E.G. Moeys & Co met als producten: “pharm. praep en tabletten”. Het “kantoor” is gevestigd op Markt 6 (Chemisch weekblad. Orgaan van de nederlandsche chemische vereeniqinq No. 43. 2 October 1916. 13e Jrg)
Aantal gevonden advertenties
Krant/datum
Wat
PGNC 8/4/1922
Nestlé’s Yoghurtine Pastilles
spijsvertering
PGNC, 25-04-1908
Citronal Pillen
Jicht, podagra, rheumatiek, suikerziekte, zwaalijvigheid, gal- en nierstenen
PGNC, 12-08-1922
Hebe Essence
Bereidt zelf limonade en likeur
Wilhelmina Krol en erfenis
Op 17-12-1923 sluit Wilhelmina Krol met de Weduwenbeurs der Classis van Nijmegen een lening met hypotheek van 9000 gulden af.
Op 2-1-1930 stelt Wilhelmina Krol haarzelf op eigen verzoek onder curatele. Op 27/3/1930 vindt een beschrijving van het bezit van Wilhelmina Krol plaats. De 3 panden zijn nog haar eigendom. Haar enige schuld is de 9000 gulden aan de Weduwenbeurs. Daarnaast bezit ze nog de nodige waardepapieren.
Op 17/3/1931 koopt Emile Gustaaf het pand aan de Scheidemakersgas nr’s 52a, 54 en 56 voor 12.000 gulden van Wilhelmina Krol. Emile Gustaaf woont dan zelf op de Reestraat 23.
Hoewel de acte ontbreekt, vindt op 11/4/1931 royement plaats van de lening van de Weduwenbeurs.
Emile Gustaaf zal het pand aan de Scheidemakersgas verkopen aan Vroom en Dreesmann voor 19.000 gulden.
In 1931 vraagt Moeys tevens vergunning aan voor “een inrichting voor het bereiden van tablet artikelen”, Adres: Grote Markt 6 en Scheidemakersgas 74. Het laatste adres is de achterkant van het pand Grote Markt 6.
Wilhelmina Krol zal zelf nog een lening van 13.000 gulden laten verstrekken aan Johannes Gerhardus Langenhof.
Wilhelmina Krol overlijdt op 28-10-1931.
Aangezien Emile Gustaaf heeft besloten geen gebruik te maken van de mogelijkheid het onroerend goed over te nemen tegen inbreng van de waarde daarvan, besluiten de broers het pand Regentessestraat 2 te veilen (acte van 14-1-1932). Voorwaarde daarbij is, dat er de eerste 50 jaar geen apotheek op dit wordt gevestigd. Gezien de bepaling dat de kamer die als apotheek in gebruik is op 1 maart zal worden overgedragen, blijkt dat het pand tot deze tijd als apotheek in gebruik is gebleven.
De aannemer Hermanus Wilhelmus Delgeyer zal het pand namens Henricus Johannes Josephus van de Herd, ‘particulier’, Hobbemastraat 27, kopen voor 12.050 gulden (acte van 17-3-1932).
Op 24-3-1932 gaan de broers over op de verdeling van de erfenis, die naast Groote Markt 6 ter waarde van 22.000 gulden 36.000 gulden aan leningen en waardepapieren betreft. Emile Gustaaf krijgt daarbij de Groote Markt 6. De aandelen in de Coöperatieve Apothekers Vereeniging De Onderlinge Pharmaceutische Groothandel laten ze daarbij onverdeeld.
Het Regionaal Archief heeft een foto van Apotheek Moeys rond 1935: “1935-1938, Gevels zuidzijde: van links naar rechts de Passage, de dameshandwerkwinkel van E. van Buren, Apotheek Moeys en de Schoenhandel van de Gebr. Raemakers” (Bron: Regionaal Archief Nijmegen) https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=6-1&index=0&imgid=13941865&id=219256
Scheiding, trouwen en overlijden
Op 12-4-1937 (uitspraak rechtbank 25-3) scheiden Margarethe la Verge en Emile Moeys. Op 1-5-1937 trouwt Emile met Elisabeth van Santen, 35 jaar en apothekers-assistente.
In/rond september 1937 wordt de handelsnaam E.G. Moeys & Co. gewijzigd in de N.V. Apotheek E.G. Moeys (No 1342).
Op 1-7-1941 verschijnen 2 opvallende berichten in de Gelderlander: het bericht dat op 26-6-1941 Emile Gustaaf Moeys, wonend op Grote Markt 6 failliet is verklaard. Daaronder heeft de N.V. Apotheek E.G. Moeys een bericht laten plaatsen dat dit faillissement niets te maken heeft met de N.V. Apotheek E.G. Moeys, en dat deze apotheek haar bedrijf op gewone wijze voortzet in de Grote Markt no. 6 (De Gelderlander 1-7-1941). In de PGNC 18/11/1942 staat vervolgens het bericht dat het faillissement is geëindigd.
Emile Gustaaf overlijdt op 2-4-1944 te Nijmegen
Vervolg
In 1944 wordt het pand Grote Markt verwoest, zie reactie 3:
“Reactie 3: Rob Essers, 06-04-2017: De apotheek is niet bij het bombardement, maar bij de bevrijding van Nijmegen in september 1944 verwoest. Op archieffoto RAN F65459 is te zien dat de panden Groote Markt 1 t/m 8 nog onbeschadigd zijn. De apotheek van E.G. Moeijs lag naast de schoenwinkel van de Gebr. Raemaekers (Groote Markt 7, op de hoek van de Scheidemakersgas); zie ook foto GN11080.”
Na de verwoesting van Grote Markt 6 in 1944 is de apotheek ‘tijdelijk’ in Grotestraat 17 gaan zitten.
In de Gelderlander van 11/12/1947 wordt een apothekersassistente gezocht voor Apotheek E.G. Moeys, Grotestraat 17. In het adresboek van 1948 en 1951 staat dat Elisabeth van Santen woont in de Grotestraat 17.
Vanaf 26-10-1953 is de apotheek verhuisd naar Augustijnenstraat 17 (De Gelderlander 26/10/1953)
Daarbij woont volgens het adresboek van 1955 Elisabeth van Santen op nummer 15. Daarbij is P. Rentmeester meeverhuisd: deze woonde volgens het adresboek van 1951 tevens in de Grotestraat 17 en in het adresboek van 1955 eveneens op nummer 15 (de derde bewoner en eerst voorkomende in 1955 is J. Hellenthal).
In het adresboek van 1959 is de apotheek gevestigd op nummer 17. Elisabeth woont op nummer 11 (en op 13 T.W. Enzerink, wed. B. Hellenthal en op 15 J. Hellenthal), hoewel ook nummer 15 gevonden wordt voor dat jaar.
Ook in het Nuha-Adresboek 1968 is het adres van de N.V. E.G. Moeys Augustijnenstraat 17. Bij het adresboek van 1971 staat nog steeds deze N.V., maar nu tevens met F.J. Beynon, Apotheker.
Ook in een personeelsadvertentie voor Apothekersassistente van 4-4-1969 staat bij deze N.V. F.J. Beinon.
F.J. Beynon
De eerste gevonden vermelding van F.J. Beynon is in 1954: voor een opleiding tot Apothker-assistente kan men zich onder andere aanmelden bij F.J. Beynon, Augustijnenstraat 17 (De Gelderlander 7/8/1954)
In het Adresboek van 1959 komt hij voor als Apotheker en woont op Timorstraat 10. Idem in 1963 en 1966. Ook in 1966 is er in het Adresboek een vermelding van Beynon bij Apotheek Moeys(N.V. Moeys F.J. Beynon, Augustijnenstraat 17). Waarschijnlijk blijft hij in de Timorstraat wonen, want ook het Adresboek van 1968 vermeldt dit adres; in 1971 komt hij voor op Grootstalselaan 66.
Tot slot
Een aantal vragen heb ik (RE) nog niet kunnen beantwoorden:
Wie maakte er deel uit van “E.G. Moeys en Co.”? Of was de “Co.” slechts een betekenisloze toevoeging?
Waarom is de N.V. Moeys in 1941 niet failliet gegaan; wie maakte daar onderdeel van uit? En waarom is Emile wel als persoon failliet gegaan en de N.V. niet? Waarschijnlijk heeft Elisabeth van Santen de apotheek na de dood van Moeys voort kunnen zetten?
En waar het allemaal mee begon: maakte Moeys zelf salmiakpastilles of was het doosje bedoeld om losse salmiakpastilles in te scheppen?