1925 Graafseweg 274

In 1925 vestigen de Augustijnen zich in het nieuwe klooster aan de Graafseweg. Zij waren daarmee na 100 jaar weer terug in Nijmegen. Het ontwerp van het klooster was van architect Kayser.
Inwijding Augustijnerklooster te Nijmegen

“Onze Nijmeegsche correspondent bericht: Donderdagmorgen werd te Nijmegen het nieuwe klooster der E.E. P.P. Augustijnen plechtig ingezegend. Om half elf droeg Mgr. C. A. van Son, Deken van Nijmegen, in de openbare kapel der Augustijnen aan den Graafschen weg een plechtige H. Mis op.
Na de H. Mis verrichtte de Hoogeerw. heer Deken van Nijmegen, namens Z.D.H. Mgr. Am. Diepen, de plechtige inwijding van het klooster, tevens theologisch studiehuis der E.E. P.P. Augustijnen, die hun theologisch studiehuis met het oog op de R.K. Universiteit van Utrecht naar Nijmegen hadden overgebracht.
Na afloop van deze plechtigheid heeft Mgr. van Son de Paters Augustijnen, die zich weder in Nijmegen komen vestigen, in huldigende woorden toegesproken.
De hoogeerw. Provinciaal Pater van Rijn, dankte, waarna wethouder W. v. d. Waarden de Paters huldigde namens het Nijmeegsche Gemeentebestuur.
In den namiddag van het inwijdingsfeest hielden de E.E. P.P. Augustijnen in hun nieuw, statig, doch sober kloosterhuis receptie. Velen maakten hiervan gebruik om het klooster binnen en buiten in oogenschouw te nemen.
Het klooster is opgetrokken in modernen bouwtrant van een sobere lijn, staat aan den Graafschen weg in een rustige omgeving, nabij den Wolfskuilschenweg.
De architect-ingenieur, de heer Kayser, uit Venlo, ontwierp den bouw en deed voor de men uitwendige stemmige versiering van den kloosterbouw een dankbaar gebruik maken van de Nederlandsche baksteen, welke, in rijke nuanceering gebruikt, een frisschen indruk maakt.

De tuin van het klooster, in allen eenvoud aangelegd, verlevendigt den ingang. Bij de hoofdpoort verheft zich het gestyleerde beeld van den H. Joannes di So. Facundo, de heilige van het Sacrament, fraai stijlvol uitgevoerd beeld van den Roermondschen kunstenaar Thiessen.
Als om den kloosterhof, liggen de verschillende afdeelingen en de kapel geprojecteerd, en om den tuin loopen breede, in stemmigen kleurtoon gehouden wandel- of bidgangen.
Links van de kloostergang bevindt zich de tijdelijke huiskapel, later geheel in te richten tot studiebibliotheek, welke nu reeds bijkans geheel uit Utrecht naar het Nijmeegsche klooster is overgebracht.
Daarnaast is de recreatiezaal voor de Zeer Eerw. Paters, die het uitzicht hebben op het omringende bosch. De achtergevel wordt ingenomen door de refter met daaraan grenzende keuken.
Op de eerste verdieping bevinden zich aan de voorzijde de kamer voor den HoogEerw. Pater Provinciaal en van den tegenwoordigen procurator van het Nijmeegsche klooster, de ZeerEerw. Pater Th. v. d. Vloodt.
Op deze verdieping zijn verder de zitkamers voor de ZeerEerw. Paters en de kamers voor de Eerw. Broeders.
De tweede verdieping, ook weer als in carré gelegd om den kloostertuin, is geheel bestemd voor professorium. Hier verblijven de fraters theologen.
Het klooster der E.E. P.P. Augustijnen is thans bewoond door vier Pater Professoren, drie Paters-theologanten, elf fraters-theologanten en vijf Eerw. Broeders.” (De Tijd: godsdienstig-staatkundig dagblad, 26-11-1925)

Augustijnen na 100 jaar terug in Nijmegen
De komst van Augustijnen betekende een terugkeer naar Nijmegen na 100 jaar afwezigheid. De Gelderlander beschrijft in 1950 bij het 25-jarig bestaan de geschiedenis van de Augustijnen in Nijmegen:
“De Augustijnen in Nijmegen
Bijna twee honderd jaar bedienden zij de kerk in het stadscentrum
Toen 25 jaar geleden de paters Augustijnen hun nieuwe klooster aan de Graafseweg betrokken, keerden zij na een onderbreking van ruim honderd jaar terug naar Nijmegen. De herinnering aan hun vroegere verblijf en werkzaamheden leefde nog voort in de St. Augustinuskerk, gelegen in de Augustijnenstraat.
Deze prachtige kerk van Cuijpers is helaas door het oorlogsgeweld vernield, en ook de Augustijnenstraat is bijna niet meer te onderkennen. Doch op het terrein waar omstreeks 1866 deze straat was aangelegd als een min of meer rechtstreekse verbinding tussen de Houtstraat en de Grote Markt, stond voordien de kerk welke de Augustijnen bijna 200 jaar hebben bediend.
In 1818 vertrok de laatste Augustijn die hier werkzaam was, Pater J.J. Smeijers, naar Emmerich, waarschijnlijk wegens de inmenging van het burgerlijk gezag in kerkelijke zaken waarmee hij zich niet verenigen kon, zodat hij het voor zijn geweten onverantwoordelijk achtte nog langer zijn functie te blijven uitoefenen.
De zielzorg in de St. Augustinuskerk werd sedertdien door de seculiere geestelijkheid waargenomen en daarna voortgezet door de Paters Carmelieten.
Het was dus een terugkeer naar Nijmegen, een heropnemen van een oude traditie, toen de Augustijnen zich in het najaar van 1925 weer in de Keizer Karelstad kwamen vestigen.
In korte trekken willen wij hier thans de geschiedenis van de Augustijnen in Nijmegen schilderen.
Na onderbreking van bijna een eeuw hervatten zij vóór vijf en twintig jaar hun werkzaamheid in ons midden
Maar kort daarop brak de grote oorlog van 1672 uit, en de bezetting van Nijmegen (1672-1674) door de Franse legers bracht voor de katholieken althans dit gelukkig gevolg mee, dat zij de St. Stephanuskerk weer in gebruik konden nemen. De missionarissen oefenden er gezamenlijk de zielzorg uit, terwijl de Augustijnen tevens arbeidden onder de Franse soldaten.
In 1674 moesten de vreemde troepen echter snel terugtrekken, en zo ontviel de St. Stephanus weer aan de katholieken en moesten zij terug naar hun verborgen schuilkerkjes.
Het kerkhuis in de Bagijnengas was, zoals gezegd, verloren gegaan en de Augustijnen stonden voor de taak hun statie weer van de grond af op te bouwen.
P. Henricus Canisius- uit de familie d’Hondt- nam samen met p. Mathias Agolla de heroprichting hiervan in 1674 ter hand, en na zeer vele en grote moeilijkheden te hebben overwonnen, konden zij in Juli van datzelfde jaar reeds heimelijk een voorlopige kapel openen, die was ingericht op een van de zolders van de bierbrouwerij van Severinus Hagens, “wonende in de Eselstraat”, zoals zij schreven. De woning en bierbrouwerij van Severinus Hagens, “De Son” geheten, waren gelegen in de Hezelstraat; als men van de Grote Markt komt, was het aan de linkerkant het tweede pand voorbij de Pijkestraat, toendertijd nog Pikkegas geheten.
Pater Agolla had zich echter voorgenomen zo spoedig mogelijk verbetering aan te brengen in de voorlopige oplossing van deze zolderkerk en hij slaagde daarin dank zij de medewerking van een zekere Joanna van der Straeten- een klopje-, door wie tussenkomst bij het volgende jaar de beschikking kreeg over een huis tussen de Houtstraat en de Markt, dat goed als kerkhuis kon worden ingericht, zij het met grote onkosten. Enkele jaren later- in 1683- werd dit huis tegen een aanzienlijke som van haar overgenomen.
Vijfentwintig jaren lang heeft p. Agolla de Nijmeegse statie bediend, waarna hij zich in het klooster te Maastricht terugtrok. Daar gaf hij nog enige bundels preken en meditaties uit, o.a. “Zedelijke Sermoonen op de Sondagen”, “Sermoonen op de Feestdagen” en “Den lijdendenden Jesus”, en op het titelblad vermeldde hij met een zekere trots “25 jaeren gewesene zendelingh in de zendinghe te Nijmegen”.
Het was een harde werker, deze p. Agolla, die er metterdaad in geslaagd is zijn statie tot grote bloei en zijn katholieken tot een vurig geloofsleven te brengen, en dan ook reeds spoedig de hulp van een assistent nodig had. Een van dezen, een zekere p. Thomas Debbaut, kon omstreeks 1676 met voldoening schrijven aan de Vice-praefect van de Augustijnenmissie: “Godt lof, t’sedert wij t’saemen zijn geweest is onse gemeijnte een groot deel aangewassen inder voegen dat wij nu in 2 diensten lichtelijck duijsent persoonen dienen”. Nog uit verschillende andere gegevens valt de bloei der statie op te maken. En waarschijnlijk is het ook aan de betekenis van deze statie voor de katholieken van Nijmegen te danken dat P. Agollo’s opvolger P. Guilelmus Lonchin zin van 1704-1724 het dekenaat van Nijmegen- dat zich over de stad en de omliggend dorpen uitstrekte van Groesbeek tot Dreumel toe- zag toevertrouwd. Later was ook nog P. Augustinus Libens van 1741-1743 deken.
Toch heeft deze statie ook in de 18e eeuw haar moeilijkheden gekend, maar over het algemeen genomen is er een blijvende vooruitgang waar te nemen. Toen dan ook in 1789 een nieuwe kerk gebouwd moest worden, omdat het oude kerkhuis volkomen versleten en bouwvallig was, zag P. Guilelmus van der Stocken zich genoodzaakt een groter en ruimer kerkgebouw te zetten. En opnieuw had een uitbreiding plaats in 1833 onder deken Triebels totdat een vijftigtal jaren later het majestueuze bouwwerk van Cuijpers verrees om het telkens vergrote kerkje te vervangen.
Tot 1818 zijn de Augustijnen werkzaam geweest in de Nijmeegse St. Augustinus. In 1925 keerden zij terug naar Nijmegen,- weliswaar niet in de oude stadskern die zo veel herinneringen aan hun vorig verblijf bewaarde, maar in het zich uitbreidende westelijke stadsdeel- om er hun theologische studies op te bouwen in de schaduw van de jonge Nijmeegse Alma Mater. E.F.” (De Gelderlander 24/11/1950)
Graafseweg
De Graafseweg is een van de drukste wegen van Nijmegen. Hij loopt van het Keizer Karelplein tot aan de Graafsebrug.…
Augustijnenbosje
Het Augustijnenbos is vernoemd naar de orde der Augustijnen. Zij kochten in 1923 het terrein tussen de Geldersche roomboterfabriek en…
St. Augustinuskerk architect Cuypers
In 1884 wordt de St. Augustinuskerk ingewijd. Deze is gebouwd naar een ontwerp van architect Cuypers. In zijn ontwerp heeft…