De voormalige Vrijmetselaarsloge St. Lodewijk, ontworpen door W.J. Maurits en A. Weyers in 1898, foto 1971 (Prof. dr. E.F. van der Grinten via F78766 RAN CC-BY-SA)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Vrijmetselaarsloge Sint-Lodewijk

1898 Waldeck Pyrmontsingel 77-79-79a Altrade

De voormalige Vrijmetselaarsloge St. Lodewijk, ontworpen door W.J. Maurits en A. Weyers in 1898, foto 1971 (Prof. dr. E.F. van der Grinten via F78766 RAN CC-BY-SA)
De voormalige Vrijmetselaarsloge St. Lodewijk, ontworpen door W.J. Maurits en A. Weyers in 1898, foto 1971 (Prof. dr. E.F. van der Grinten via F78766 RAN CC-BY-SA)

Architect Maurits ontwerpt in 1898 het nieuwe gebouw voor de Vrijmetselarij Sint-Lodewijk aan de Waldeck Pyrmontsingel. Deze is gebaseerd op de stijl van de neo-Renaissance. Het gebouw wordt in “Egyptische” stijl ingericht.

Voorgeschiedenis

Het gebouw aan de Waldeck Pyrmontsingel is het tweede gebouw van de Vrijmetselarij Sint-Lodewijk.

Van 1878-1899 zat de loge in Muchterstraat 19, een gebouw dat door stadsarchitect Pieter van der Kemp was ontworpen. Als gevolg van de ontmanteling van de vestingwerken verpauperde de buurt: veel welgestelde personen waren verhuisd naar nieuwbouw op de gronden van de vestingwerken.

St. Lodewijk

De loge van Nijmegen is een van de oudste van Nederland. De eerste loge was in Den Haag opgericht in 1734. Het is niet precies te zeggen wanneer de loge in Nijmegen is opgericht: gegevens als verslagen ontbreken. Wel is bekend dat er vóór 1752 loges zijn geweest, echter zonder vaste verblijfplaats.

 in ieder geval wordt de loge definitief opgericht op 21 maart 1752. Nijmegen krijgt daarbij nummer 3.De naam St. Lodewijk is afgeleid van Ludwig, Herzog von Sachsen-Hildburghausen. Hij doet in september 1749 zijn intocht in Nijmegen, waar hij gouverneur werd. Ludwig was de grondlegger en de eerste Voorzittend Meester in de Loge St. Lodewijk. De loge is naar hem vernoemd.

Waarom de St.? Vrijmetselaars werden als vrijdenkers door de Rooms-Katholieke kerk en sommige overheden als bedreigend gezien. Gezien zijn positie wilde Ludwig zijn naam niet met de vrijmetselarij verbonden zien. Daarop werd de “Sint Lodewijk” bedacht.

Het nieuwe gebouw van architect Maurits

In 1898 ontwierp Maurits de nieuwe loge aan de Waldeck Pyrmontsingel, welke onderdeel was van de uitbreiding op de voormalige vestingwerken. De aanbouw rechts is de beheerderswoning. Maurits komt overigens zelf als “gezel” voor op de ledenlijst van de Vrijmetselarij uit 1897.

Tempel van de loge St. Lodewijk na het gereedkomen van het gebouw, architect Maurits, 1920-1925 (F85107 RAN)
Tempel van de loge St. Lodewijk na het gereedkomen van het gebouw, architect Maurits, 1920-1925 (F85107 RAN)

Egyptische stijl

Het gebouw is in Egyptische stijl ingericht. Deze stijl kwam veel voor in Brussel en daarom werden excursies naar Brussel ondernomen om inspiratie op te doen. In het bijzonder kwam deze stijl voor bij een aantal vrijmetselaarsloges. Een mooi voorbeeld is de voormalige loge in de Peterseliestraat uit 1878. Op deze site staan foto’s van de prachtig gerestaureerde zaal, waar meteen een aantal elementen te herkennen zijn die ook in Nijmegen voorkomen.

Vrijmetselaars en Egypte

De vrijmetselarij zagen Egypte als haar symbolische, legendarische oorsprong. Wanneer de vrijmetselarij exact is ontstaan, is niet geheel duidelijk: vaak wordt 1717 in Londen genoemd als jaartal, hoewel ook het 17e eeuwse Schotland wordt genoemd. In ieder geval ontwikkelt de vrijmetselarij zich eerst in Engeland en Schotland.

De vrijmetselarij was op zoek naar een symbolische, legendarische oorsprong: die moest zich bevinden in de tijd waarin het metselwerk was ontstaan, zoals de tijd van Adam, de Ark Noch of de bouw van de Tempel van Salomo. Ook de bouw van de pyramides kwam in beeld. Vooral het werk “Séthos” van de Franse abt Jean Terrasson uit 1731 droeg bij aan de symboliek dat Egypte de oorsprong van de vrijmetselarij was.

De veldtochten van Napoleon in Egypte leverde in het algemeen een herleefde belangstelling op voor het oude Egypte. Aan deze veldtochten hadden de nodige vrijmetselaars als militair of als burger meegedaan, omdat Egypte immers de symbolische bakermat was. Begonnen in Parijs, verspreidde deze belangstelling door naar de rest van Europa. Nieuwe publicaties en wereldtentoonstellingen brachten het oude Egypte dicht bij huis. Naast kennis, ontstond er tegelijkertijd een romantisch beeld over dit oude Egypte. Waaronder bij de diplomaten en industriëlen van België, welke eind 19e eeuw zelf een koloniale mogendheid was geworden.

In België, Frankrijk, maar ook in Engeland en Amerika werden vrijmetselaar tempels op z’n “farao’s” gebouwd:

“De wens om het Schone te verwezenlijken uit liefde voor het Schone zelf is prominent aanwezig in de 19de-eeuwse vrijmetselarij, die het Schone als de materiele uitdrukking beschouwde van het Goede dat ze zo ijverig nastreefde.

De schoonheid van de kunst én die van de antieke Egyptische architectuur waren de middelen bij uitstek om de 19de-eeuwse maçonnieke idealen uit te drukken. “Dans l’hypothèse de la maçonnerie procédant du corps de métier, schreef men, le premier idéal des francs-maçons a dû être placé dans l’art plutôt que dans aucun autre domaine de l’intelligence”. “Des hommes s’unissant dans un dessein de perfection, ging men verder, avec la volonté de comprendre l’être humain” (De Egyptomanie in Brussel)

Neo-Egyptische stijl in de tempel

Deze Egyptische stijl komt bijvoorbeeld terug in de vorm en beschildering van de pilasters (de halfronde pilaren). de holkeellijsten (de vierkante lijsten met de motieven op de band onder het plafond, de ingang en de beschildering daarvan. Ook is op de foto het plafond met sterren te zien.

Neo-Renaissance

Het gebouw is ontworpen met invloed van de neo-Renaissance stijl. Hoewel ik geen architect ben, zie ik een aantal van deze kenmerken terug:

  • De symmetrie van het ontwerp
  • De spekbanden, welke tevens het horizantale beeld versterken
  • Het gebruik van pilasters, de halve zuilen, zoals bij de ingang
  • Een fronton, het “driehoekje”, boven de ingang
  • De ontlastingsbogen: de halfronde bogen boven het raam
  • De trapgevel

In het ronde venster in de topgevel is een glas-in-lood raam te zien met een winkelhaak en passer in een vijfpuntige ster, het symbool van de vrijmetselarij.

Rijksmonument

Vrijmetselaarsloge Waldeck Pyrmontsingel (oktober 2025)
Voormalige vrijmetselaarsloge Waldeck Pyrmontsingel (oktober 2025)

Zowel de loge zelf als de beheerderswoning en hekwerk is een rijksmonument. Als waardering

-Van architectuurhistorische waarde als een goed voorbeeld van een vrijmetselaarsloge in neorenaissance-stijl met esthetische kwaliteiten in het ontwerp zoals goede verhoudingen, een bijzondere ornamentatie en enkele kenmerkende ex- en interieurelementen zoals resp. het ronde glas-in-lood raam en het beschilderde koofgewelf.

-Van stedenbouwkundige waarde vanwege de ligging in de aaneengesloten zuidelijke gevelwand van de in 1896 aangelegde Waldeck Pyrmontsingel, die deel uit maakt van het laat 19de-eeuwse uitbreidingsplan, dat is ontwikkeld na de afbraak van vestingwerken. Het pand ligt binnen het beschermd stadsgezicht.

-Van cultuurhistorische waarde vanwege de bestemming en het uiterlijk welke verbonden is met een culturele ontwikkeling namelijk het oprichten en bouwen van vrijmetselaarsloges door de maatschappelijke elite.

Vervolg

Voormalige vrijmetselaarsloge St. Lodewijk, Waldeck Pyrmontsingel 77-79-79a (augustus 2023 Google Streetview)
Voormalige vrijmetselaarsloge St. Lodewijk, Waldeck Pyrmontsingel 77-79-79a,
augustus 2023 (Google Streetview)

In 1977 werd het gebouw verkocht en in 1990 verlaten. De loge betrekt dan de voormalige doopsgezinde en remonstrantse kerk aan de Professor Regoutstraat 23. In 2007 koopt de loge het voormalige Steigertheater, Fortstraat 7, aan.

Het gebouw wordt in 2005 grondig gerenoveerd en verbouwd tot kantoorpand. Hierbij wordt onder andere het beschilderde plafond van de logezaal in oorspronkelijke staat hersteld met hemelsblauwe verf waarop sterren zijn geschilderd.

Bronnen en (verder) lezen

Loge Sint Lodewijk, Wikipedia

https://www.noviomagus.nl/Vrij/WPyrmont77/WPyrmont77Cat.html : bij Noviomagus zijn mooie foto’s van binnen te zien

https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/523048: Er is een uitvoerige beschrijving van het gebouw opgenomen

https://www.joostdevree.nl/shtmls/neorenaissance.shtml

Naamlijst voor het jaar 5896-5897 van de Officieren en leden der Loge “St. Lodewijk” WWW.KWARTIERVANNIJMEGEN.NL Stichting Historisch Huis- en Veldnamen Onderzoek welke als bron noemt: De Gelderlander van Maandag 19 juli 1897

https://fr.wikipedia.org/wiki/Franc-ma%C3%A7onnerie

https://www.artandhistory.museum/nl/expeditie-egypte

https://erfgoed.brussels/links/digitale-publicaties/pdf-versies/artikels-van-het-tijdschrift-erfgoed-brussel/nummer-19-20/artikel-19-20-3: een prachtig artikel over de Egyptomanie

https://nl.wikipedia.org/wiki/Vrijmetselarij

Wilhelminasingel 14 (oktober 2025)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Wilhelminasingel 14

Altrade/Centrum

Wilhelminasingel 14 (oktober 2025)
Wilhelminasingel 14 (oktober 2025)

Rond 1897 laat W.L.F. Mähler de villa bouwen van Wilhelminasingel 14. Op basis van de aanbesteding en dat Semmelink helpt bij de aankoop van de grond, is hij de waarschijnlijke architect. De aannemer is Tunnissen. Na het overlijden woont de familie Boelaars jarenlang in het pand.

W.L.F. Mähler

Het eerste gedeelte van de Wilhelminasingel tussen de Oranjesingel en bovenaan rechts de Sloetstraat. In het midden van de foto Wilhelminastraat 14, 1905 (Vivat Amsterdam via F2883 RAN)
Het eerste gedeelte van de Wilhelminasingel tussen de Oranjesingel en bovenaan rechts de Sloetstraat. In het midden van de foto Wilhelminastraat 14, 1905 (Vivat Amsterdam via F2883 RAN)

Verkoop grond “tusschen de Sloetstraat en de Nijhoffstraat”

In het Gemeenteverslag van 1896, verslag van de Gemeenteraadsvergadering van 12 december 1896: “een adres van W. L. F. Mähler om een stuk bouwterrein te koopen tusschen de Sloetstraat en de Nijhoffstraat.
In handen van B. en W. om advies”.

Eind december wordt dit verzoek goedgekeurd: “Het voorstel tot verkoop van een strook gronds gelegen tusschen de Sloet- en de Nijhoffstraat, ter oppervlakte van ongeveer 77 M2 gedeelte van het kadastraal perceel Nijmegen sectie B. no. 2242 aan W. L. F. Mähler te Nijmegen, voor f 7 per M2 en onder de voorwaarde vastgesteld bij Raadsbesluit van 5 October 1895, goedgekeurd door Ged. Staten van Gelderland bij besluit van 16 October 1895, no. 2.” (vergadering 30 december)

Bij de ondertekening van het contract op 15-11-1895 blijkt architect Semmelink voor Mähler te hebben opgetreden. (inventarisnummer 155, archiefnummer 446, aktenummer 289)

Wilhelminasingel gezien in de richting van Johannes Vijghstraat; rechts is nog Wilhelminasingel 14 te zien, 1895-1900 (Uitg. N.J. Boon Amsterdam via  F1906 RAN)
Wilhelminasingel gezien in de richting van Johannes Vijghstraat; rechts is nog Wilhelminasingel 14 te zien, 1895-1900 (Uitg. N.J. Boon Amsterdam via F1906 RAN)

Bouwvergunning en aanbesteding

Dan volgt de aanbesteding “het bouwen eener villa aan den Wilhelminasingel alhier, voor rekening van den WelEd. Heer Mähler, architect de heer D. Semmelink.” De laagste inschrijving is Grandjean voor f 15.388. (PGNC 28/1/1897).

Dan wijzigen de plannen:

Op 17-2-1897 koopt Mähler een “perceel bouwterrein gelegen aan de Sloet- en Nijhoffstraat te Nijmegen en kadastraal aldaar bekend in Sectie B. nummer 2496 als bouwterrein groot drie en tachtig centiaren van de gemeente Nijmegen. De gemeente had de koop op 13-12-1896 goedgekeurd, de Gedeputeerde Staten van Gelderland keuren de verkoop daarop op 6-1-1897 goed. De verkoopsom is 581 gulden. (Inventarisnummer 168, Archiefnummer 446, Aktenummer 42)

Daarna worden de bouwplannen gewijzigd en besteedt Semmelink de bouw van de villa opnieuw aan. Dan is “W. Tunnissen” met f13.300 de laagste inschrijving. (PGNC 18/3/1897)

(Uit https://kwartiervannijmegen.nl/files/Nijmegen%20bouwvergunningen%201850-1900.pdf blijkt dat er in 1897 2 bouwvergunningen door W.L.F. Mähler zijn aangevraagd).

Werner Louis Frederik Mähler

Werner Louis Frederik Mähler, Wilhelminasingel 14 (Bevolkingsregister 1900)
Werner Louis Frederik Mähler, Wilhelminasingel 14 (Bevolkingsregister 1900)

Het Bevolkingsregister van 1890 is nog niet gevonden.

In het Adresboek 1898 komt W.L.F. Mähler nog voor op St. Annastraat 19b.

In de Adresboeken 1899 t/m 1932 komt W.L.F. Mähler voor op Wilhelminasingel 14.

Werner Louis Frederik Mähler is geboren op 4-2-1848 te Zutphen. Wanneer hij op 27-6-1895 in Nijmegen komt wonen, is hij afkomstig van Zutphen en “zonder beroep”. Hij is getrouwd met Petronella Adelaida Hubertina Esser (7-11-1850 Venray). (Wanneer zij op 8-6-1880 in Zutphen trouwen, is het beroep van Mähler “koopman”).

Bij zijn naam is groot A 18 248 geschreven; het is nog onduidelijk of hij daar (tijdelijk) naar toe is vertrokken of dat het de aanduiding van Wilhelminasingel no 14 is (dat al wel als adres staat). (Bevolkingsregister 1900) Petronella overlijdt op 7-7-1913. (Bevolkingsregister 1910).

In het Bevolkingsregister van 1910 blijken ze (in ieder geval) 1 zoon te hebben: Hubert Frederik Joseph (10-4-1881 Zutphen). Hij komt op 21-3-1902 vanuit Londen, om op 27-12-1905 weer tijdelijk te vertrekken naar Leiden. Hij komt op 14-8-1906 vanuit Den Haag. Bij de opmerkingen staat “Ambtshalve doorgeh. Vermoedelijk Haarlem”. Oftewel: hij zal op een later tijdsstip weer zijn verhuisd. “Vermoedelijk Haarlem” is er op een later tijdstip bijgezet.

Bij het RAN zijn een aantal notarisstukken gevonden, waarbij Mähler voor die tijd aanzienlijke bedragen leent. Zonder naar volledigheid te streven:

  • Een hypotheek aan Johannes Mathias Roghmans van 2.000 gulden op 2-5-1905 (Inventarisnummer 114, Archiefnummer 451, Aktenummer 84)
  • Aan Lodewijk Peturs Aloiusius Dahlhaus, wonende te Haarlem, op 1-7-1910 het bedrag van 10.150 gulden (inventarisnummer 348, archiefnummer 446, aktenummer 235)

Uit PGNC 16/7/1932 blijkt dat het huis te koop is: “goed onderhouden heerenhuis, gelegen aan de Wilhelminasingel 14, hoek Sloetstraat en Nijhoffstraat te Nijmegen, groot 6 A. 14 cA. is ingezet op f14.200,- (strijkgeld f100).”

Op 27-7-1932 zal de veiling van de inboedel plaats vinden PGNC 23/7/1932, met een lijst. Daarbij blijkt het om een “sterfhuize” van W. Mähler te gaan.

Boelaars

De koper blijkt Boelaars – waarschijnlijk de weduwe van Henri Boelaars, die de firma voortzet- te zijn, daarbij:

  • in PGNC 1/10/1932 staat het bericht dat de firma Henri Boelaars, Kloosterstoffen, is aangesloten op de telefoon.
  • Weduwe H. Boelaars-Rottier, “zonder beroep” en haar gezin vestigt zich tussen 7 en 10 oktober in Nijmegen, zij is dan afkomstig van Tilburg (PGNC 15/10/1932)

Henri Boelaars had in Tilbug een winkel in kloosterstoffen gehad:  
“Westelijk naast het notarishuis, gedeeltelijk zichtbaar, lag een breed, ouderwets herenhuis met beneden vier ramen en op de eerste verdieping vijf ramen naast elkaar langs de straatkant. Hierin woonde Henri Boelaars, die speciaal in kloosterstoffen grossierde. In een zwierig geschilderde banderolle op de zijgevel stond te lezen: “Magazijn van Manufacturen Henri Boelaars”.” (Facebook, met foto van de Zomerstraat in Tilburg)

Ontwerp bijbouw Wilhelminasingel 14 (D12.398980)
Ontwerp bijbouw Wilhelminasingel 14 (D12.398980)

In juli 1932 (datum tekening) wordt een bijbouw aangebracht aan de Wilhelminasingel 14. De aannemer is M. Thunnissen (D12.398980).

In Adresboek 1934 komen fa. Henri Boelaars, kloosterstoffen en Weduwe H.J.M. Boelaars, geboren A.P.J.M. Rothier voor.

De firma komt tevens voor in de Adresboeken 1936, 1938, 1940. Een rekening uit 1945 is te zien als inventarisnummer 1495 RAN: “Kloosterstoffen voor elke orde het speciale artikel”.

De weduwe komt tevens voor in de Adresboeken 1936, 1938, 1940. Zij is in 1948 verhuisd naar Ubbergseveldweg 77.

A.C.M. Boelaars komt voor in 1936

In 1948 is “A. Boelaars” secretaris-penningmeester van de R.K. Vereniging voor Kinderbescherming. Tevens in 1951

A.C.F.M. Boelaars, koopman textiel komt voor in 1948 en 1951, 1955

In 1948 komt ook mej. T.M. Brom en mej. A.J. Driessen voor op nummer 14. Driessen komt ook voor in 1951.

In 1963, 1966, 1971 komt L.H.M. Hermans, koopman, voor.

Wel komt “Firma Henri Boelaars van 1874 Nijmegen…”Voor elke orde het speciale artikel” in kloosterstoffen – maatkleding – missiestoffen – sluierstoffen en wollen dekens” voor op Wilhelminasingel 14.

In 1966 staat “Boelaars” onder “Textielhandel” en in 1968 “Firma H. Boelaars” onder “Stoffenhandel”

In 1988 en 1989 zijn er verbouwingen.

Aandachtspand

Het gebouw is sinds maart 2015 een “aandachtspand” van de gemeente Nijmegen

Derk Semmelink, architect

Architect Semmelink begon als leerling bij de Arnhemse architecten van Gendt en Nieraad. Een aantal werken van hem zijn Hotel-café…

Altrade

Deze pagina verzamelt reeds gemaakte artikelen over de wijk Altrade. Romeins amfitheater hoek Rembrandtstraat-Mesdagstraat In de buurt van Romeinse legerkampen…

Julianapark met Vierdaagsebeeld (oktober 2025)
#Nijmegen, Groen in Nijmegen, GroenInNijmegen, Kunstwerken

Julianapark en begraafplaats

Prins Bernhardstraat Altrade

Julianapark met Vierdaagsebeeld (oktober 2025)
Julianapark met Vierdaagsebeeld (oktober 2025)

In het Julianapark staan een aantal prachtige, oude bomen en daarnaast veel moderne beelden. Oorspronkelijk lag hier Fort Kijk in de Pot en daarna een begraafplaats. Van deze begraafplaats resteert alleen een deel van de Protestantse graven.

Aangezien het grenst aan de Wedren en zelf deels gebruikt wordt tijdens de Vierdaagse, verwijst een deel van de beelden naar dit wandelevenement.

Julianapark aan de Prins Hendrikstraat met veel oude bomen en moderne sculpturen
Julianapark aan de Prins Hendrikstraat met veel oude bomen en moderne sculpturen

Vooraf: van Lunetten tot Begraafplaats

De uitstulping linksboven is Fort Kyk in de Pot met daarachter Fort Steene Kruys: NIMEGUE/ G.Brakel ; del 1714 ; [rechtsonder in kader] / Ville forte dans la province | de Gueldre, avec les nouvelles |Fortifications | de Monsieur Coehoorn, Plattegrond
Vesting Nijmegen;
Lamigue
Het leven van Zyne hoogheit Johan Willem Friso, prinse van Oranje en Nassau,…. Nevens de historie van den jongstleden oorlog: met de gronttekening der voornaamste steden en vestigiingen verykt/Isaac Lamiguel, Amsterdam: Bij Jaohannes Oosterwyk, 1716, 1714 (KPA-II-21 RAN)
De uitstulping linksboven zijn de lunetten Kyk in de Pot met daarachterSteene Kruys: Vesting Nijmegen in NIMEGUE/ G.Brakel ; del 1714 ; [rechtsonder in kader] / Ville forte dans la province | de Gueldre, avec les nouvelles |Fortifications | de Monsieur Coehoorn, 1714 (KPA-II-21 RAN)

Het park bevindt op de begraafplaats van de Stenenkruisstraat. Voordat hier een begraafplaats werd aangelegd, was het eeuwenlang de locatie van Fort Kijk in de Pot: de uitstulping linksboven op de kaart geeft de lunet Kijk in de Pot aan, met daarachter de lunet Steenen Kruys. Alleen de straatnamen herinneren nog aan deze forten.

Betekenis “Kijk in de Pot”

Deze lunetten waren rond 1700 aangelegd onder leiding van Menno van Coehoorn. De naam “Kijk in de pot”, of het verwant met namen als “Kijk in de Köken” zijn in meerdere plaatsen bekend voor een fort dat diende als uitzichtspunt om te zien of er een vijand aankwam. Deze lag zo hoog, dat men als het ware in de pot of keuken van de vijand zou kunnen kijken. Ook Deventer (16e eeuw) en Bergen op Zoom kenden een Kijk in de Pot. Waarbij die van Bergen op Zoom eveneens is aangelegd door van Coehoorn. Ook Banda, Tallinn, Danzig en Magdeburg hebben een fort met een dergelijke naam.

Verbouwing tot fort

Tussen 1860 en 1862 werd het Fort Kijk in de Pot door de aannemer P.L. Teeuwissen gebouwd als onderdeel van de 19 eeuwse verdedigingsring om Nijmegen; in oktober 1894 volgde de sloop en alleen een straatnaam herinnert nog aan het fort, 1862-1890 (GN10965 RAN)
Het omgebouwde Fort kijk in de Pot, 1862-1890 (GN10965 RAN)

Tussen 1861 en 1862 werden de lunetten verbouwd tot Fort Kijk in de Pot als onderdeel van de 19e eeuwse verdedigingsring. Hiervan was P.L. Teeuwissen de aannemer.

Dit fort heeft slechts 20 a 30 jaar bestaan: in De wikipedia over Altrade noemt 1880 als het jaar van sloop, die over het Julianapark noemt 1894.

Alleen de straatnaam herinnert nog aan het fort.

Begraafplaats

Begraafplaats Prins Bernhardstraat
Begraafplaats Prins Bernhardstraat (maart 2024)

Daarna kwam de locatie in gebruik als Algemene begraafplaats. Deze begraafplaats aan de Stenenkruisstraat was de eerste buiten de wallen.

In de 19e eeuw kwam het verbod om doden binnen de stadsmuren te begraven. Allereerst vanaf 1810, na de inlijving van het Koninkrijk Holland bij het Franse Keizerrijk, mochten doden niet meer binnen de stadsmuren worden begraven. Daarop besluit het stadsbestuur p 13 november 1810 om een algemene begraafplaats aan te leggen buiten de Hertogsteegpoort, wat de later de Stenenkruisstraat is. Dit terrein was onderdeel van de vestinggronden dat in 1808 door Lodewijk Napoleon aan de stad had gegeven. De eerste begrafenis op deze nieuwe plek vond op 20 mei 1811 plaats. (in Pardisum https://stichtinginparadisum.nl/begraafplaatsen/stenenkruisstraat/).

Ook de wet uit 1829 – de Fransens waren immers weer vertrokken- bepaalt dat steden met meer dan 1.000 inwoners hun begraafplaats buiten de wallen moet hebben. Wanneer men precies gestopt is om overledenen (ook?) op het Stevenskerkhof te begraven, is mij niet bekend: 1810, 1829 of mogelijk zelfs 1869 (de Begraafwet). In ieder geval werden in de loop van de 19e eeuw de graven rond de kerk werden geruimd, waarbij beenderen werden overgebracht naar de Stenenkruisstraat.

Van links naar rechts een afzonderlijke locaties voor Joden, Protestanten en Rooms-Katholieken.

Plattegrond van de Algemene Begraafplaats aan de Stenenkruisstraat: van links naar rechts het Joodse, Protestantse en Rooms-Katholieke deel, 1900 (F33595 RAN)
Plattegrond van de Algemene Begraafplaats aan de Stenenkruisstraat: van links naar rechts het Joodse, Protestantse en Rooms-Katholieke deel, 1900 (F33595 RAN)

Van buiten naar binnen bebouwde kom

Begraafplaats Prins Bernhardsttraat (maart 2024)
Begraafplaats Prins Bernhardsttraat (maart 2024)

In eerste instantie lag de begraafplaats daadwerkelijk buiten de bebouwde kom. Het grensde daarbij aan de Wedren. Nijmegen groeide en om het kerkhof wel volop gebouwd. In 1905 werd de begraafplaats gesloten, waarop het daarna in verval raakte.

graf begraafplaats Prins Bernhardstraat (maart 2024)
Graf begraafplaats Prins Bernhardstraat (maart 2024)
Begraafplaats Prins Bernhardstraat (maart 2024)
Begraafplaats Prins Bernhardstraat (maart 2024)

Julianapark

Julianaplantsoen/Julianapark, gedateerd 1925 (F46064 RAN)
Julianaplantsoen/Julianapark, gedateerd 1925 (F46064 RAN)

In 1925 vond de ruiming plaats van het noordelijk deel en in 1926 van het zuidelijk deel. Het middelste, protestante, deel bleef gehandhaafd. Hier lagen veel welgestelde Nijmegenaren. Rondom deze begraafplaats werd een hek geplaatst. Daarnaast zijn er nog 2 zerken in het Julianapark.

Op 20 mei 1926 vond de opening van het park plaats, hoewel de daadwerkelijke aanleg nog feitelijk moest beginnen: in 1927 het noordelijk deel en in 1928 het zuidelijk deel. Daarbij werd het park vernoemd naar de (toenmalige) prinses Juliana.

Tijdens de Tweede Oorlog was de officiële naam “Centrumpark”.

Vervolg park

In de jaren 50 moest een deel van het park in het noordoosten plaats maken voor de Doopsgezinde kerk. Een deel van het park is in gebruik als hondenuitlaatplaats, speeltuin en skatepark.

Beelden in het Julianapark

In het park zijn veel beelden te zien, waarvan een deel verwijst naar de Vierdaagse. Een deel van het park wordt dan gebruikt als onderdeel van het start- en finishterrein en een fietsenstalling.

Vierdaagsemonument Vera Tummers-van Hasselt

Vierdaagsemonument Vera Tummers-van Hasselt 1966

Vierdaagsemonument Vera Tummers-van Hasselt

Vanwege de 50e Vierdaagse werd een beeld geplaatst naar ontwerp van Vera Tummers-van Hasselt. Het stelt een jongen (de start) en meisje (de finish) voor, waarbij het meisje bloemen in haar handen heeft.

Lees Meer

Japans Wandelmonument

1989

Waar ontmoetingen herinneringen zijn geworden

2007 Julianapark

Waar ontmoetingen herinneringen zijn geworden 18-7-2006 Julianapark, maart 2024

Waar ontmoetingen herinneringen zijn geworden

Deze plaquette is een gedenksteen voor de Vierdaagse van 2006. Niet alleen voor de 2 overleden wandelaars, “voor ‘allen die tijdens of ten gevolge van deelname aan de Vierdaagse’ gestorven zijn” Het ligt sinds 2007 in de buurt van de Wedren, bij het beeld van het Vierdaagsemonument.

Lees Meer
Sigurdur Gudmundsson Sculptuur, 1989, Julianapark (maart 2024)
Sigurdur Gudmundsson Sculptuur, 1989, Julianapark (maart 2024)
Cor Beugeling, Wording, Julianpark (maart 2024)
Cor Beugeling, Wording, Julianpark (maart 2024)
Auke de Vries, Sculptuur, 1989 Julianapark (maart 2024)
Auke de Vries, Sculptuur, 1989 Julianapark (maart 2024)
Bank Julianapark (maart 2024)
Bank Julianapark (maart 2024)
Carel Visser Sculptuur Julianapark
Carel Visser Sculptuur Julianapark (maart 2024)

Bomen

Het planten van de Beatrixboom ter ere van de geboorte van de prinses. Het meisje met de schop op de rug gezien is Riet Vogelsang. Op de achtergrond de Van Gentstraat, 	1/2/1938 (Fotopersbureau Gelderland via GN15491 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
Het planten van de Beatrixboom ter ere van de geboorte van de prinses. Het meisje met de schop op de rug gezien is Riet Vogelsang. Op de achtergrond de Van Gentstraat, 1/2/1938 (Fotopersbureau Gelderland via GN15491 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)

Het Julianapark kent een aantal bijzondere bomen:

  • Julianaboom, een witte paardekastanje in verband met de troonbestijging van Juliana, 1948
  • Beatrixboom, ter gelegenheid van haar 12,5 jubileum als koningin, 1993
  • een monumentale beuk
  • een monumentale buxus

Meer hierover is te vinden op monumental trees.

Het planten van de Julianaboom in het Julianapark, 4-9-1948 (GN4966 RAN)
Het planten van de Julianaboom in het Julianapark, 4-9-1948 (GN4966 RAN)
Julianapark met Vierdaagsebeeld (oktober 2025)
Julianapark met Vierdaagsebeeld (oktober 2025)
Bordje bij boom Julianapark (oktober 2025)
Bordje bij boom Julianapark (oktober 2025)
Julianapark in de herfst (oktober 2025)
Julianapark in de herfst (oktober 2025)
Park/ hondenuitlaatplaats bij Julianapark (maart 2026)
Park/ hondenuitlaatplaats bij Julianapark, aan de overkant van de Prins Bernhardstraat (maart 2026)

(Overige) Bronnen en verder lezen:

Julianapark, wikipedia

Altrade, wikipedia

Het zogenoemde Doodgravershuisje bij Begraafplaats Daalseweg; gebouwd in 1880 (volgens De Gelderlander 12-7-1972; kerkhof werd ingezegend 24-6-1885), afgebroken juni/juli 1972 (Evert F. van der Grinten via F79170 RAN CC-BY-SA)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Historische Begraafplaats Daalseweg

1884/1885 Daalseweg 237 (huidig) Altrade, Rijksmonument

Het zogenoemde Doodgravershuisje bij Begraafplaats Daalseweg; gebouwd in 1880 (volgens De Gelderlander 12-7-1972; kerkhof werd ingezegend 24-6-1885), afgebroken juni/juli 1972 (Evert F. van der Grinten via F79170 RAN CC-BY-SA)
Het zogenoemde Doodgravershuisje bij Begraafplaats Daalseweg; gebouwd in 1880 (volgens De Gelderlander 12-7-1972; kerkhof werd ingezegend 24-6-1885), afgebroken juni/juli 1972 (Evert F. van der Grinten via F79170 RAN CC-BY-SA)

Aan de Daalseweg ligt een van de bekendste begraafplaatsen van Nijmegen, ontworpen door architect Weve. In 1885 vindt de inzegening plaats. Vanaf 1948 werd deze grotendeels buiten gebruik gesteld, inmiddels lag hij al midden in de stad. Op de begraafplaats zijn veel bekende Nijmegenaren en oorlogsslachtoffers begraven.

Begraafplaats Daalseweg

De kerkbesturen van de 4 Nijmeegse parochies verzochten B en W op 6-9-1884 om een nieuwe begraafplaats te mogen aanleggen. Daarvoor waren 2 percelen bouwland gekozen, welke buiten de bebouwde kom lagen. Dit was sinds de invoering van de  Begraafwet van 10 april 1869 een voorschrift voor nieuwe begraafplaatsen  geworden.

Gemeentearchitect Weve heeft de begraafplaats ontworpen. Het eerste ontwerp werd echter door bisschop Godschalk afgewezen, daar deze te ‘frivool’ was. Op 11 februari 1885 schrijft hij dat “Deze teekeningen met hare sierlijke gebouwen en veelvuldige beplantingen al te prachtig en te weelderig” zijn. “Eene kerkhof behoort geen lusthof, maar eene heilige godsdienst ademende plaats te wezen […] alsmede eene sterile of onvruchtbare plaats te zijn”. Ook geeft hij aan dat “de uitvoering […] daarenboven veel te kostbaar geacht wordt”.

Op 24 juni 1885 vindt de inzegening door Mgr. A. Godschalk, bisschop van ’s-Hertogenbosch, plaats. De dag daarop vindt de eerste begrafenis plaats.

Ontwerp Begraafplaats

Een groep doodgravers (suisses en kosters) bij de begraafplaats aan de Daalseweg; de bovenste rij, tweede van links: Jozef Schippersheijn; meest links op de hoek Rijn Schippersheijn; rechts op de hoek Jan van Wijk; links naast Van Wijk de suisse van de St. Petrus Canisiuskerk (Molenstraatkerk) Th. Janssen en P.van Oosterhout van de St. Dominicuskerk ; voor suisse Th. Janssen staat Stal, suisse van de St. Augustinuskerk en daarnaast links Geertsen van de St. Franciscuskerk aan de Doddendaal, 1920 (F66754 RAN)
Een groep doodgravers (suisses en kosters) bij de begraafplaats aan de Daalseweg; de bovenste rij, tweede van links: Jozef Schippersheijn; meest links op de hoek Rijn Schippersheijn; rechts op de hoek Jan van Wijk; links naast Van Wijk de suisse van de St. Petrus Canisiuskerk (Molenstraatkerk) Th. Janssen en P.van Oosterhout van de St. Dominicuskerk ; voor suisse Th. Janssen staat Stal, suisse van de St. Augustinuskerk en daarnaast links Geertsen van de St. Franciscuskerk aan de Doddendaal.

Het ontwerp bestaat uit een geometrisch patroon, waarbij twee grote paden een kruis vormen. Op het kruispunt van deze paden staat een sokkel met een kruis, welke uit 1868 dateert. Langs de twee paden staan rode beuken, die dateren uit de jaren van de aanleg. Deze bloedbeuken verwijzen naar het vergoten bloed van Christus. Parallel aan de dit kruis lopen de andere, rechte paden.

Rijksmonument 522945 begraafplaats, kruiswegstatie V (Simon van Cyrene helpt Jezus het kruis dragen), Daalseweg 198, 2010 (Henk van Gaal via DF833 RAN CC0)
Rijksmonument 522945 begraafplaats, kruiswegstatie V (Simon van Cyrene helpt Jezus het kruis dragen), Daalseweg 198, 2010 (Henk van Gaal via DF833 RAN CC0)

Tegen de westmuur staan vijf neogotische staties van een onvoltooide kruisweg.

Van rechts naar links:

  • eerste statie: “I STATIE/ JESUS WORDT TER DOOD/ VEROORDEELD”;
  • tweede statie: “II STATIE/ JESUS NEEMT HET KRUIS/ OP ZIJNE SCHOUDERS” en in de plint: “IN MEMORIAM/ Fam. FELET”;
  • derde statie: “III STATIE/ JESUS VALT TEN EERSTEN/ MALE ONDER HET KRUIS”;
  • de vierde statie: “IV STATIE/ JESUS ONTMOET ZIJNE/ LIEVE MOEDER” en in de plint: “IN MEMORIAM/ Fam. HAMER”;
  • op de vijfde statie: “V STATIE/ SIMON v. CYRENE HELPT/ JESUS HET KRUIS DRAGEN” en in de plint: “IN MEMORIAM/ Fam. F.Th.J.H. Dobbelmann”.

(Bron: Rijksmonumentenregister met een uitgebreide beschrijving)

Op het hekwerk staan twee korte teksten: ”Zalig zijn de dooden die in den heer sterven” en ”het is eene heilzame gedachte voor de overledenen te bidden”.

Begraven personen

Bijeenkomst bij het door Oscar Leeuw ontworpen graf van toonkunstenaar Petrus Wilhelmus Jacobus Heydt (13/10/1858 - 28/5/1928) op de Rooms Katholieke begraafplaats, foto gedateerd 1929 (Fotopersbureau Gelderdlander via F52910 RAN, auteursrechthouder J.F.M. Trum CC-BY_SA)
Bijeenkomst bij het door Oscar Leeuw ontworpen graf van toonkunstenaar Petrus Wilhelmus Jacobus Heydt (13/10/1858 – 28/5/1928) op de Rooms Katholieke begraafplaats, foto gedateerd 1929 (Fotopersbureau Gelderdlander via F52910 RAN, auteursrechthouder J.F.M. Trum CC-BY_SA)

In totaal zijn er op deze begraafplaats 25.000 personen begraven. Ook liggen 300 slachtoffers van het oorlogsbombardement hier begraven.

De begraafplaats is daarbij “hiërarchisch” van opzet: Langs de paden van het kruispunt liggen de personen uit de “hoogste” klassen begraven. Hier zijn familiegraven te vinden van ondermeer Van Nispen tot Sevenaer, Van Nispen tot Pannerden, Dobbelmann, Terwindt, Veerkamp, Smulders, Randag, Van Rosendael, Bahlmann, Vroom, Dreesmann en Jurgens. Daarnaast liggen er kunstenaars, architecten  en andere bekende personen begraven:  Weve zelf, Willem Bijlard,  Gerard Bruning, Gerardus Buskens, Willem Heijdt, Bernardus Joannes Claase, Cornelis Adrianus Ivens, Henri Leeuw Sr., Oscar en Henri Leeuw, H.A. Euwens, H.M.E. Huijbers, Lidi van Mourik Broekman, Wijnandus Johannes Hermanus van der Waarden en J.R. van der Lans.

Nijmegenaren uit lagere “klassen”  werden aan de randen begraven.

Ruiming van de begraafplaats?

In de loop der tijd vond uitbreiding plaats door aankoop van een naastgelegen terrein en door ruiling van een strook grond. Daarnaast werd een aula gebouwd. In 1937 had de begraafplaats een oppervlakte van 31.310 m2. Intussen was de begraafplaats al omringd door de bebouwing van de inmidddels gegroeide stad. De begraafplaats zou in 1940 al gesloten worden, maar bleef tijdens de bezetting in gebruik. Vanaf 1948 werd de begraafplaats grotendeels buiten gebruik gesteld: door de oorlog was de begraafplaats zwaar beschadigd en bovendien waren er geen uitbreidingsmogelijkheden. Veel graven werden geruimd. Alleen in de familiegraven met eeuwigdurend recht konden nog overledenen worden bijgezet. In dat jaar werd het kerkhof aan de Winkelsteegseweg in gebruik genomen.

De aula met beheerderswoning werd in 1972 afgebroken. In de jaren 70 was de begraafplaats sterk verwaarloosd en waren er plannen voor nieuwbouw. Hierop kwamen ‘Stichting ter Behartiging der Belangen van Nabestaanden van Overledenen’ en de nieuwe ‘Werkgroep ‘t (te) behouden kerkhof’ in actie en met succes. In 1994 werd bepaald dat de begraafplaats niet geruimd mocht worden en vanaf 1995 is de begraafplaats weer in gebruik. De stichting en werkgroep zijn verder gegaan als stichting In Paradisum.

Rijksmonument

Beeld van treurende vrouw in de grafkapel van Carolus B.E. Veerkamp (1850-1902), Juliana F.B. Veerkamp- Dees (1818-1891) en Elisabeth A.M. Veerkamp - Terwindt (1853-1904) op de begraafplaats Daalseweg, augustus 2000 (Nico van Hoorn via D855 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)
Beeld van treurende vrouw in de grafkapel van Carolus B.E. Veerkamp (1850-1902), Juliana F.B. Veerkamp- Dees (1818-1891) en Elisabeth A.M. Veerkamp – Terwindt (1853-1904) op de begraafplaats Daalseweg, augustus 2000 (Nico van Hoorn via D855 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)

Het complex is een Rijksmonument. Het begraafplaats bestaat uit: de aanleg, het hekwerk en de muur, de kruiswegstaties en de grafmonumenten van Heukelum, Veerkamp, Smulders, Randag en van Rosendael. De genoemde onderdelen zijn bovendien afzonderlijk een Rijksmonument.

Met als waardering ten aanzien van het complex:

“Van algemeen cultuur- en tuinhistorisch belang:

  • Vanwege de funerair-historische en genealogische waarde van de graftekens (op lokaal/regionaal niveau);
  • Vanwege het kenmerkende laat 19de-eeuwse karakter van de aanleg en de graftekens;
  • Vanwege de gevarieerde collectie bomen en heesters deels van hoge ouderdom en/of zeldzaamheid;
  • Als goede afspiegeling van de Nederlandse Rooms-Katholieke grafcultuur uit de laatste decennia van de 19de eeuw en de eerste helft van de 20ste eeuw;
  • Als herinnering aan de slachtoffers van het bombardement van Nijmegen op 22 februari 1944 en aan de andere oorlogsslachtoffers die hier liggen begraven.”

Waar ligt de Begraafplaats Daalseweg?

Bronnen

Nijmegen Oost

https://nl.wikipedia.org/wiki/Jan_Jacob_Weve

http://www.cascade1987.nl/bulletins/RijksmonumentVogelvrij-I.Pey-BulletinCascade-1999-2.pdf

https://nl.wikipedia.org/wiki/Begraafplaats_Daalseweg

Op https://stichtinginparadisum.nl/zoeken/ kunt u zoeken naar overleden personen die hier begraven liggen.

Actie van In Paradisum redde herdenking burgerslachtoffers, Nijmeegse Stadskrant: een artikel over het herdenken van de burgerslachtoffers

https://www.openmonumentendag.nl/monument/begraafplaats-daalseweg

https://www.ensie.nl/betekenis/begraafplaatsen-in-nijmegen

Terebinth

Lees ook het interview https://www.stad-en-groen.nl/article/35508/liever-begraafpark-dan-begraafplaats

Altrade

Deze pagina verzamelt reeds gemaakte artikelen over de wijk Altrade. Romeins amfitheater hoek Rembrandtstraat-Mesdagstraat In de buurt van Romeinse legerkampen…

Weve architect

Weve was een architect en ingenieur. Hij was stadsarchitect en directeur Gemeentewerken van Nijmegen. Hij ontwierp onder andere 17 scholen,…

Maria Geboorte Kerk Berg en Dalseweg 42 architect Kaiser Kaijser Monument
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Maria Geboortekerk: Geschiedenis en Architectuur

Berg en Dalseweg 42 Altrade

Maria Geboortekerk (september 2024)
Maria Geboortekerk (september 2024)

De Maria Geboortekerk is in opdracht van de Dominicanen gebouwd. Dit gebeurde in 3 fases:

  • 1893-1894: een hulpkerk
  • 1900-1901: vergroting met het huidige middenschip en zijbeuken
  • 1921: vervanging hulpkerk door een transept, koor met zijkapellen en een sacristie. Daarnaast een nieuwe voorgevel met traptorens.

Zowel van het hulpkerkje als de vergroting van 1900-1901 was Johannes Kaijser (1842-1917) de architect. De derde fase werd gebouwd door zijn zoon.

Dit stuk gaat vooral over de bouw van 1900-1901. Daarbij was deze kerk bedoeld als ‘tussenkerk’. De vergroting moet de hoofdbeuk of het zogenaamde langschip gaan vormen van de definitieve kerk. Dan zal er een transept met priesterkoor gebouwd worden. Daarnaast zal de voorgevel nog “versterkt” moeten worden, met een toren van 14M. breedte en 80M. hoogte.

Deze verbouwing vond uiteindelijk plaats in 1921, door de zoon van Kaijser. De toren is er echter niet gekomen.

1894: Hulpkerk

De achterzijde van de Maria Geboortekerk, 1894 (F87883 RAN)
De achterzijde van de Maria Geboortekerk, 1894 (F87883 RAN)

De Inzegening der Bijkerk van Onze Lieve Vrouw te Nijmegen

Sinds geruimen tijd trekt de nieuwe bijkerk der Sint-Dominicusparochie de aandacht der talrijke wandelaars, die in deze zeldzaam schoone dagen langs het Hunerpark en de Singels genieten van de frissche lentelucht en het heerlijk natuurtafereel, dat zich dagelijks verder voor hun oog ontrolt. Inderdaad, het kerkgebouw is zulk een aandacht dubbel waard. Deels schilderachtig tusschen het groen verscholen, verheft het zijne hoogstijgende lijnen en streeft met een sierlijk, slank torentje ten hemel. Vooral van den Kerkhofweg gezien is de aanblik verrassend en bewijst, hoe dankbaar de XIV eeuwsche gothiek, in nationale grondstof uitgevoerd, zich leent voor onze kerkgebouwen. Het gedeelte, dat thans is afgeleverd, bestaat uit een achthoekig priesterkoor, twee achthoekig gesloten transepten en twee travées van de groote beuk. Eventueel kan dit middenschip met nog vijf travées worden verlengd en daarbij gesloten met een rijken voorgevel, door twee traptorens geflankeerd; de kerk zal den eene lengte hebben van 48 meters.

Treedt men het gebouw binnen, dan ontwaart men terstond, dat de decoratie zeer constructief is opgevat. Alle constructieve elementen, zooals colonnetten, pilasters, bogen, enz. zijn in schoonen baksteen gemetseld en gevoegd; terwijl de vlakken, welke geene constructieve functie hebben, witgepleisterd zijn. Dit rood en wit, gevoegd bij het zachtgroene licht, dat door het kathedraalglas naar binnenstroomt, geeft aan het geheel eene aangename, als het ware, kerkelijke tint. Het gewelf verheft zich tot eene hoogte van 15 meters, maar schijnt door de witte schildering nog hooger te streven; slechts enkele motieven daarvan zijn voorloopig sober in kleuren georneerd. Ieder bezoeker zal instemmen, dat de architect Kaiser uit Maastricht in de opvatting en uitvoering van zijn plan uitstekend geslaagd is, en tevens de nauwkeurige afwerking roemen van den heer W. van der Waarden, die als aannemer hier weder getoond heeft, waartoe Nijmegen in staat is.

Volgens afkondiging had hedenmorgen ten 9 ure de plechtige inzegening plaats van het nieuwe bedehuis; de plechtigheid werd verricht door den Weleerw. Pater A.P. van der Geest, pastoor der parochie, daarin bijgestaan door de geestelijken des kloosters. Tegen 10 ure zag men langs verschillende dreven de geloovigen samenkomen om het eerste H. Misoffer in het nieuwe heiligdom bij te wonen. De herder der parochie celebreerde, geassisteerd door de beide kapelaans, de Weleerw. Paters S. Grapel en H. van E.p. Na het Evangelie hield de Zeereerw. Pater J.V. de Groot, prior des kloosters, eene treffende toespraak tot de vergaderd menigte. Naar aanleiding van de woorden des psalms: In donum Domini ibinus, Wij zullen ingaan in het Huis des Heeren, verklaarde de gewijde redenaar, wat de Kerk is voor de Katholieken: zij is de woonstede Gods, zij is de zetel der zegeningen Gods. In weinige krachtige trekken schetste hij de verhevenheid van het Huis Gods tijdens het Oude Testament, om vervolgens langs Bethlehem en Nazareth te wijzen op den tempel van het Nieuwe Testament, die vooral hare grootheid ontleent aan het onbloedig Offer daar opgedragen, aan de tegenwoordigheid van Christus in het H. Sacrament. Dit verklaart de ware grootheid onzer christentempels, hetzij deze verborgen zijn in de catacomben, verscholen in schuren en zolders, of als heerlijke, prachtvolle kathedralen met hemelhooge spits luide aan de wereld verkonden den Emmanuel, den God met ons. Hierna zette de gevierde spreker uit een, dat de kerk de zetel is der zegeningen Gods, omdat de Verlosser der wereld, de Bron der genade, daar woont in de H. Eucheraristie, omdat de H.H. Sacramenten daar worden toegediend, omdat de mensch daar licht vindt in de duisternis, vrede in de onrust des gemoeds. Hartelijk wenschte hij den pastoor en de geloovigen geluk met dit nieuwe Huis Gods en bracht den edelmoedigen weldoeners zijn innigen dank. – Zooals men weet, is de bijkerk gebouwd van de giften, welke het katholiek Nijmegen vóór twee jaren, bij het zesde eeuwfeest van het Predikheeren-klooster, aan de Paters heeft aangeboden. Der kerk herinnert dus tevens aan den band, welke zes eeuwen van arbeid en strijd tusschen de kloosterlingen van Sint Dominicus en Nijmegen’s burgerij gelegd hebben.” (De Gelderlander 14/4/1894)

1900-1901: Lancet Style

Achterkant Maria Geboortekerk (door Havang (nl) - Eigen werk via Wiki commons CC0)
Achterkant Maria Geboortekerk (door Havang (nl) – Eigen werk via Wiki commons CC0)

Waar zijn zoon Jules Kaijser met het voorportaal refereert naar de Franse vroeggotiek (reliwiki), lijkt Johannes Kaijser te refereren naar een vroegere periode: zoals in het krantenartikel staat weergegeven, is het gebouw geïnspireerd op de “lancet style”. Deze komt vooral voor in Engeland? Deze vorm is goed te zien aan de achterkant van het gebouw. De lancet style houdt in dat gebruik wordt gemaakt van spitsbogen en een verhoogde, slanke vensters, zonder maaswerk (joostdevree).

1901 Hulpkerk voor de Parochie van de H. Dominicus (D12.377927) Achitect Kaiser/ Kaijser
1901 Hulpkerk voor de Parochie van de H. Dominicus (D12.377927)

De Gelderlander schrijft bij de opening in 1901 een artikel. Vooralsnog weet ik (RE) nog niet waarom de kerk in dit artikel Onze-lieve-Vrouwekerk wordt genoemd:

De Onze-lieve-Vrouwekerk te Nijmegen.

Tot niet geringe vreugde der katholieken die zich buiten de St.-Jorispoort gevestigd hebben, breekt weldra de langverbeide dag aan, waarop de nieuwe kerk haar deuren voor de geloovigen ontsluiten zal. Menigeen zal bij het binnentreden des heiligdoms verwonderd staan over het verrassend effect, dat de verbinding van den eersten bouw thans tot presbyterium bestemd, met het nieuwe gedeelte teweeg brengt. Er moest hier een niet te onderschatten moeilijkheid worden overwonnen, doch het vindingrijk genie van den bekwamen bouwmeester, den heer J. Kaiser, heeft glansrijk gezegevierd.

Schenken wij echter onze opmerkzaamheid den nieuwen aanbouw, die de hoofdbeuk of het zoogenaamde langschip zal vormen der definitieve kerk. Het plan immers bestaat om later een transept met priesterkoor, van grooter verhouding dan het thans bestaande, te bouwen en den voorgevel te versterken en te verfraaien met een toren van 14M. breedte en 80M. hoogte. Het nieuwe gedeelte is in zuiver dertiende-eeuwschen stijl (style Lancet) opgetrokken, in materialen grootendeels aan den vaderlandschen bodem ontleend. Vandaar is de kleurige baksteen, der roem onzer Waal-oevers, in allerlei verscheidenheid, op de meest sprekende punten gebezigd. Voor de handhaving van dit echt rationeel en traditioneel beginsel, kan men den architect niet anders dan lof toezwaaien.

Twee rijen slanke kolommen met sierlijke kapiteelen dragen het 10M. breede middenschip, dat krachtig omhoog streeft en zich ter hoogte van 22M., in stoute bogen, welft. De zijbeuken trekken de aandacht door hunne ruimte, welke vooral verkregen werd door de conterforten naar binnen te plaatsen. Deze laatste, als pilasters behandeld, breken tevens de muurvlakten, verhoogen door hunne rijke profileering het perspectief en bekoren het oog door hun wisselend spel van lijnen. Om de polychromie, die in zoovele kerken zwaar tegen de vochtigheid te kampen heeft, tot een klein gebied te beperken, d.w.z. gevoegd; slechts de gewelfvlakken zijn wit gepleisterd. Overigens is er, vooral buiten, niet naar versiering gezocht; de constructieve deelen van den bouw vormen de voornaamste ornamentatie. Blijkbaar is de architect van het denkbeeld uitgegaan, om een kerk te bouwen, die door soliede constructie, duurzame materialen en sobere versiering in de naaste toekomst geen zorg voor onderhoud of herstelling mag geven.

Met dit doel voor oogen is hij er tevens in geslaagd aan het geheele gebouw een werkelijk monumentaal karakter te geven.

Den heeren Gielen en Van der Pluim, de wakkere aannemers, wier namen reeds te Nijmegen gevestigd zijn, komt voor de uitvoering alle lof toe.

Moge het ondernemend Kerkbestuur der Sint-Dominicusparochie door de liefdadigheid der geloovigen weldra in staat gesteld worden om den bouw te voltooien; dit zal voorzeker de wensch en de bede zijn van alle geloovigen, die zich morgen (Vrijdag) naar de Onze-Lieve-Vrouwekerk zullen begeven, wanneer het heiligdom door den zeereerw. Pastoor A.P. van der Geest plechtig wordt ingezegend.

De plechtige Mis wordt opgedragen om 10 uur, waaronder de predikatie gehouden wordt door den zeereerw. pater Van Hassel.” (De Gelderlander 5/7/1901)

Glas-in-lood ramen Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Glas-in-lood ramen Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Beeld Dominicus Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Beeld Dominicus Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Beeld Albertus Magnus door Jac Maris, 1948 Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Beeld Albertus Magnus door Jac Maris, 1948 Maria Geboortekerk (oktober 2024)

Mariabeeld van Albert Meertens

Een Mariabeeld , geplaatst op het pleintje voor de Maria Geboortekerk, gemaakt in 1949 door Albert Meertens (14-12-1904 - 30-11-1971) uit Berg en Dal ; op de gevel van de kerk links het beeld Dominicus uit 1923 en rechts Albertus Magnus , gemaakt in 1948 door Jac Maris, 1949 (GN5272 RAN)
Een Mariabeeld , geplaatst op het pleintje voor de Maria Geboortekerk, gemaakt in 1949 door Albert Meertens (14-12-1904 – 30-11-1971) uit Berg en Dal ; op de gevel van de kerk links het beeld Dominicus uit 1923 en rechts Albertus Magnus , gemaakt in 1948 door Jac Maris, 1949 (GN5272 RAN)
Beeld bij Maria Geboortekerk (september 2024)
Beeld bij Maria Geboortekerk (september 2024)
Jezus zonder hand (oktober 2024)
Jezus zonder hand (oktober 2024)
Sokkel Mariabeeld voor Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Sokkel Mariabeeld voor Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Inscriptie "aan Pastoor Dickmann 15 aug 1908-1948" (oktober 2024)
Inscriptie “aan Pastoor Dickmann 15 aug 1908-1948” (oktober 2024)
Sokkel Mariabeeld voor Maria Geboortekerk (oktober 2024)
Sokkel Mariabeeld voor Maria Geboortekerk (oktober 2024)

Bronnen

Wikipedia

Joost de Vree:

lancetboog

gotiek

Altrade

Deze pagina verzamelt reeds gemaakte artikelen over de wijk Altrade. Romeins amfitheater hoek Rembrandtstraat-Mesdagstraat In de buurt van Romeinse legerkampen…

Albert Meertens, beeldhouwer

Albert Meertens

is vooral bekend als beeldhouwer, waarbij Mariabeelden, Heilig Hartbeelden en oorlogsmonumenten een belangrijk deel van zijn werk uitmaakt.

Dominicanenstraat

Deze pagina verzamelt de artikelen die over de Dominicanenstraat zijn verschenen. Wanneer in september 1896 de Gemeenteraad discussieert over de…

Badhuis Koolemans Beijnenstraat Daalseweg. Badhuis geopend in 1928 architectuur Dienst Gemeentewerken Nijmegen exploitatie door Woningvereeniging Nijmegen
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Badhuis Koolemans Beijnenstraat Daalseweg

1928, Daalseweg 262, Altrade Dienst Gemeentewerken, Rijksmonument

Voormalige Badhuis, Daalseweg 262 hoek Koolemans Beynenstraat (september 2024)
Voormalige Badhuis, Daalseweg 262 hoek Koolemans Beynenstraat (september 2024)

Het badhuis aan de Koolemans Beynenstraat / Daalseweg was het vierde badhuis van Nijmegen. Deze ging open in juli 1928. Het ontwerp was afkomstig van de Dienst Gemeentewerken. Woningvereniging Nijmegen voerde daarvan de exploitatie. In 1985 sloot het badhuis en werd het verbouwd tot theater.

Vanaf ongeveer 1900 onstonden in Nederland badhuizen: hier konden mensen tegen een (geringe) vergoeding een bad of “stortbad” (een soort douche) nemen. In deze periode was er meer aandacht gekomen voor het belang van hygiëne, gezondheid en levensstijl. De meeste badhuizen werden gebouwd in wijken met arbeiderswoningen, die meestal waren gebouwd zonder sanitair. De wekelijkse wasbeurt vond dan meestal plaats in een wasteil, waarbij een gezin zich achter elkaar in hetzelfde water waste en waarbij het water steeds een beetje grijzer werd.

Badhuis voor nieuwe woonwijk en Spoorbuurt

Het badhuis aan de Koolemans Beynenstraat / Daalseweg was het vierde badhuis van Nijmegen welke in juli 1928 open ging. Tussen 1926 en 1930 ontstond in deze buurt een nieuwe woonwijk. Het badhuis was dan ook bedoeld voor de bewoners van deze nieuwe wijk en voor die van de Spoorbuurt, welke in 1925 gereed was gekomen.

Het gebouw was symmetrisch opgezet, met een gescheiden mannen- en vrouwenvleugel. Daarnaast had het een beheerderswoning op de bovenverdieping van het voorgebouw.

Het ontwerp was afkomstig van de Dienst Gemeentewerken, in een stijl met invloeden van de Amsterdamse School. Woningvereniging Nijmegen voerde daarvan de exploitatie. Naast onderstaande is een omschrijving te vinden op de Rijksmonumentenlijst.

Bij de opening in 1928

Badhuis Koolemans Beijnenstraat Daalseweg. Badhuis geopend in 1928 architectuur Dienst Gemeentewerken Nijmegen exploitatie door Woningvereeniging Nijmegen
Badhuis Koolemans Beijnenstraat Daalseweg. Badhuis geopend in 1928 architectuur Dienst Gemeentewerken Nijmegen exploitatie door Woningvereeniging Nijmegen

De Gelderlander schrijft bij de opening:

Het badhuis aan de Koolemans Beynenstraat – hoek Daalscheweg.

De inrichting.

Op een kruispunt van wegen werd het vierde, openbare badhuis gebouwd.

Het mocht niet te veel uit den band der omgeving springen, te midden van de nieuwstad van middenstandswoningbouw en volkshuisvesting der woningbouwcomplexen van Sant- en Koolemans Beijnenstraat.

Er spreekt zekers welstand uit dezen geheelen woonwijk en deze ligt ook in het nieuwe badhuis uitgedrukt.

Aan het pleintje komt de sobere, breed den hoek afdekkende voorgevel goed voor. Geen onnoodige tooi, maar sobere lijn siert den effen gevel, waarin alleen het gesmeed ijzeren opschrift van badhuis, dat bij avond op bijzondere wijze kan verlicht worden, op de bijzondere bestemming van dat gebouw wijst. Groen omringt den bouw en boomen zullen het achterhuis na verloop van tijd deels aan het oog onttrekken.

Binnen speelde gerief en hygiëne de hoofdrol.

Wat aan andere badhuizen te verbeteren viel is hier gebeurd.

De praktijk was hier een uitstekende raadgeefster.

Na binnenkomst door hoofdtoegang komt men in een kleine hall, vanwaar men dadelijk het controle-kantoortje van den badmeester nadert- deze geeft hier ook de baddoeken uit, welke hij in voorraad heeft,  in een kamertje vlak naast de controle.

Mocht het druk loopen en dus alle beschikbare badgelegenheden bezet, dan vinden de bezoekenden ieder voor hun afdeeling twee prettig ingerichte wachtkamers- zalen zullen wij maar niet zeggen, wijl de ruimten daarvoor te gezellig zijn en toch modern geïnstalleerd.

Hier valt al dadelijk op, dat de bouwmeesters ook gezocht hebben naar harmonie en kleuren, naast die in lijn.

Van donkerrood en leiblauw en groen loopen de kleuren over in rose en lichtblauw en wit. In de vloerbedekking tot lambrizeering en verdere muurbedekking vindt met dezelfde kleurentoon.

En het is werkelijk een fraaie verbetering dat men hier de muren niet betegeld heeft, maar voorzien van rose en blauwige terrazzo wanden, op duurzame wijze smaakvol en vakkundig uitgevoerd door de Nijmeegsche Terrazzowerken Union, van den heer d’Agnolo.

Dan krijgt men de kern van het gebouw: de badhallen.

Het is een frissche, ruime zaal, met licht dak en zonneglas, dat het daglicht in vollen glans doorlaat.

Beide afdeelingen, zoo voor dames als heeren, zijn op gelijke wijze geïnstalleerd.

De badcellen zijn -geheel van elkaar gescheiden, met tot de afdekking doorgetrokken wanden, zijn hygiënisch en tegelijk voor het gemak der badenden ingericht en natuurlijk voorzien van warm- en koudwaterleiding en verder van het gerief, dat men in een model ingerichte volksbadkamer mag verwachten.

De douches zijn af- en steeds goed verwarmd, wijl in iedere afdeeling een kleine radiator der centrale verwarming is aangebracht. Voor zeepbakjes, kleerenkapstok, spiegeltjes, bankje, electrisch licht, doelmatige celafsluiting en waterafvoer, voor tijdklokken, voor alles is uitstekend gezorgd. En wat een heele verbetering mag genoemd worden, is dit, dat de damp niet in de cellen blijft hangen, maar onmiddellijk kan wegtrekken langs de tochtramen in het glazen dak. Deze ramen kunnen van binnen de badhallen heel makkelijk even geopend worden als dat noodig blijkt te zijn.

In de badkamers zijn hier de kuipbaden geheel in granito ingebouwd- wat voor de schoonmaak zeer bevorderlijk is.

De lichtkap is afgezet met celo-tex- een Amerikaansche product van riet- dat geen vocht aanneemt en voorkomt, dat de zoldering er onooglijk gaat uitzien.

De electrische lichtleiding is waterdicht- kan dus niet gaan roesten.

Eenige hygiënisch ingerichte W.C.’s zijn aangebracht.

In het sousterrein, ruim en luchtig, staat de centrale verwarming; twee verwarmingsketels van groot vermogen staan er opgesteld en daarnaast liggen twee groote bowls voor de watervoorziening. Het systeem van stoomverwarming wordt hier toegepast. Bovendien is het badhuis voorzien van eigen waschinrichting voor de benoodigde badhanddoeken, waarvoor een doelmatige electrische waschinstallatie is aangeschaft.

Hoe ingewikkeld het buizennet in een goed geoutilleerde badinrichting is, kan men hier eens goed waarnemen. Dit technische onderdeel, dat van veel beteekenis is, bleek volkomen in orde. Hier in den kelder kan de koud- en warmwater toe- en afvoer geheel genormaliseerd worden. In den kelder is ook de groote kolenbergplaats.

De badhuisbouwmeesters in onze stad houden van nieuwigheden en zoeken steeds het betere en zullen ook in de toekomst niet stilstaan, wanneer er correcties aan badhuizen kunnen worden aangebracht.

Dit vierde badhuis is alweer doelmatiger en prettiger ingericht dan de vorige- ook in dit opzicht toont Nijmegen vooruitgang en een voorbeeld te zijn voor andere plaatsen in soberen, practischen, degelijken bouw.

De directie van Gemeentewerken heeft eer van haar ontwerp, dat vakkundig is uitgevoerd door de Nijmeegsche aannemersfirma W.H. Hoes.

De warm- en koudwaterinstallatie benevens centrale verwarming is aangelegd door de N.V.G.W. Leentvaar’s metaalhandel, St. Annastraat. Het stucadoorwerk werd verzorgd door de firma C.J. Clemens, de electrische installatiedoor de firma H.W. Gest; het verfwerk door de firma H.J. Vrijaldenhoven; het lood- en zinkwerk door de firma W. Engelaar en het gesmeed hekwerk door de firma Gebrs. Jansen.

Om het badhuis ontwierp de afdeeling gemeente-plantsoenen een frissche groen- en plantversiering.

De Woningvereeniging Nijmegen, waaraan door het gemeentebestuur de exploitatie van dit model-badhuis werd overgedragen, zal ongetwijfeld de vele gebruikers van dit badhuis weten te gerieven.

De heer G.M. Bregonje is portier van dit badhuis, dat in een behoefte voorziet.

Heden en morgen is de badinrichting kosteloos te bezichtigen. Maandag wordt zij geopend.” (De Gelderlander 7/7/1928)

Tarieven

Tarieven Badhuis (PGNC 7/7/1928)

In juli 1928 plaatsen “Eenige bewoners, candidaat-baders” een ingezonden brief dat de prijzen van het badhuis te hoog zijn: “Een stortabad à f 0,15 en een kuipbad à f 0,30 is toch wel wat erg aan den hoogen kant, als men tenminste niet alleen voor zich zelf heeft te zorgen en er de weelde op na durft te houden van een middalmatig gezin om van een groot gezien nog niet te spreken. Een gezin van 5 personen zou nu aan ’t badhuis moeten uitgeven b.v. 3 stort + 2 kuipbaden = f 1,05 per week.” Daarbij lijken de goedkope dagen niet aan te sluiten bij de gebruikers: “De 1e helft der week toch is bestemd voor hen voor wie ’t bezwaarlijk is dan te baden, terwijl de 2e helft is gereserveerd voor hun die evengoed in ’t begin der week van ’t badhuis gebruik kunnen maken. Het waarom zullen wij niet nader uiteen behoeven te zetten.” (PGNC 9/7/1928)

In 1930: “In het badhuis aan de Kolemans-Beijnenstraat is in het afgeloopen jaar het gebruik der baden zoowel voor volwassenen als voor kinderen wederom belangrijk toegenomen. Het exploitatie-tekort bedroeg f 2.957,45 (PGNC 25/8/1931)

In het jaar 1931 was het gebruik van het badhuis aan de Koolemans Beijnenstraat wat verminderd, terwijl de overige juist qua bezoekersaantal waren gegroeid. Daarnaast steeg het exploitatie-tekort van f 2.057, 45 in 1930 naar f 3.006,40 in 1931. (Overigens kampten alle badhuizen met een tekort.) (PGNC 25/8/1932)

In 1935 is het bezoek ten opzichte van het jaar ervoor met 2.000 afgenomen. (PGNC 15/1/1936). Op 4-4-1936 worden de tarieven verlaagd, waarbij een 5 dagen per week een stortbad 7,5 cent kost. Eind 1936 blijkt dat “… zoowel wat het meerdere bezoek als wat het verkrijgen van betere financieele resultaten betreft, niet aan de gestelde verwachting beantwoordt.” “Nu het badhuis aan de Nieuwe Markstraat is gelsoten, ligt het in de verwachting dat de terugslag, welke het badhuis aan de Koolemans Beynenstraat ondervond door de vestiging van het Sportfondsenbad, niet verder op het financiele resultaat van invloed zal zijn, daar speciaal de Vrijdagen en Zaterdagen zich weer in een druk bezoek aan dit badhuis mogen verheugen.” (De Gelderlander 14/12/1937)

Abonneren

Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.

De laatste jaren van het Badhuis

Begin jaren 80 is het Badhuisvolgens de Wijkkrant een “van de meest geheimzinnige gebouwen in Oost”. De meeste mensen hebben inmiddels een douche of bad. Het eigendom is nog steeds in handen van de gemeente, waarbij woningbouwvereniging “Nijmegen” het pand beheert.

In mei 1981 is het badhuis het enige in Nijmegen dat nog open is. Dan is het badhuis alleen nog op zaterdag open, waar ongeveer 50 mensen een douche of bad komen nemen: “Bezoekers zijn zowel jongeren, gastarbeiders als ouderen uit de buurt, die thuis nog geen douche of bad hebben.” Het beheer is in handen door een “aantal jongeren, die boven het badhuis wonen en de zaak schoonhouden.” En douche kost 70 cent, een (lig)bad 1 gulden. Een stukje zeep 30 cent. De directeur van woningbouwvereniging Nijmegen, de heer Lieber, is dan al voor sluiting en herbestemming: het gebouw wordt te weinig gebruikt en de (energie) kosten zijn erg hoog. Het zou beter zijn om mensen te laten douchen in het Sportfondsenbad. (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/5/1981)

Het artikel “Zaterdag – Dus in Bad” van Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/7/1982 geeft een mooie inkijk in de laatste dagen van het badhuis aan de Daalseweg: nog steeds is zaterdag de “topdag”: het is dan namelijk de enige dag dat het badhuis nog open is. Daarbij ben je direct aan de beurt. “Toch is het aantal bezoekers ook weer niet zo laag dat het aan te bevelen is om het badhuis te sluiten.”

Op dat moment is er het idee om de 8 uur dat het badhuis op zaterdag open is te verlagen naar 4 uur en de andere 4 uur gebruiken om een avond in de week open te gaan. Zo kunnen studenten ’s avonds na het sporten het badhuis bezoeken. De Woningvereniging is positief over het voorstel en wachten op het antwoord van de gemeente. “Omdat de Woningvereniging gelijk voorstelde het badhuis aan de Tulpstraat te sluiten en daardoor echt wel een duit in het zakje doet om de verliezen zo klein mogelijk te laten zijn vond ze dat wel gek. Ze hebben daarom het badhuis aan de Tulpstraat maar gesloten.” De Wijkkrant ziet het somber in: Nijmegen is op dat moment “plat zak”. “En dat houdt ook voor het badhuis een risico in. Ook het badhuis is één van die vele Nijmeegse instellingen die hopen het laatst aan de beurt te zijn.” (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/7/1982)

1985: Sluiting Badhuis en verbouwing tot theater

Voormalige Badhuis, Koolemans Beijnestraat (september 2024)

In 1985 werd het badhuis gesloten. Daarop verbouwden E.A. Hulstein en P. van Hontem tussen 1987 en 1988 het pand tot theater. Het exterieur bleef vrijwel geheel intact. De feitelijke badruimte werd verbouwd tot theaterzaal. De beheerderswoning werd het kantoor van het theater. Het dak van glasplaten van het achterste gedeelte kreeg een zinken dak.

Tussen 2002 en 2022 kwam Jeugdtheater Kwatta in het pand. In 2023 nam Theatergroep de Horde het pand in een gebruik: zij ontwikkelt en vertoont jeugdpodiumkunsten.

Rijksmonument

Het gebouw is sinds 2002 een Rijksmonument, met als waardering:

  • “Van architectuurhistorische waarde als een goed en vrij gaaf voorbeeld van een groot badhuis in een stijl die invloeden vertoont van de Amsterdamse School. Het badhuis heeft esthetische kwaliteiten in het ontwerp zoals goede verhoudingen en een bijzonder materiaalgebruik en ornamentering. Het badhuis heeft bovendien architectuurhistorische waarde omdat het als bouwtype zeldzaam is geworden.
  • Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van een in dezelfde periode tot stand gekomen woonwijk en vanwege de markante ligging op een wigvormig terrein aan een plein waar vijf wegen samenkomen.
  • Van cultuurhistorische waarde vanwege de bestemming, welke verbonden is met een historische ontwikkeling nl. het van gemeentewege oprichten van openbare badhuizen in uitbreidingswijken.”

Altrade

Deze pagina verzamelt reeds gemaakte artikelen over de wijk Altrade. Romeins amfitheater hoek Rembrandtstraat-Mesdagstraat In de buurt van Romeinse legerkampen…

Badhuis Maasplein

Het Badhuis is gebouwd in opdracht van Woningvereeniging Nijmegen, naar een ontwerp van de architect J.C. Hermans (1921-22). Daarbij was…

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Badhuis_(Nijmegen)

Rijksmonumentenlijst

https://nl.wikipedia.org/wiki/Badhuis

Links het Centraalgebouw van Christelijke Belangen, op de hoek van de Hendrik Hoogersstraat, 1923 (Uitg. J.H. Schaefer via F15812 RAN)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Kerkzaal Bijleveldsingel

1923-1924 Bijleveldsingel 44 (huidig)

Links het Centraalgebouw van Christelijke Belangen, op de hoek van de Hendrik Hoogersstraat, 1923 (Uitg. J.H. Schaefer via F15812 RAN)
Links het Centraalgebouw van Christelijke Belangen, op de hoek van de Hendrik Hoogersstraat, 1923
(Uitg. J.H. Schaefer via F15812 RAN)

Veel Nijmegenaren zullen dit gebouw kennen als de plaats waar ze hun eerste danspassen hebben geoefend bij Danscentrum Vermeulen. Daarvoor was het gebouw in gebruik bij het Jeugdhuis de Wedren. Oorspronkelijk is het pand echter gebouwd als “Kerkzaal” van de Nederlandse Hervormde Kerk.

Het gebouw bestaat uit een grote zaal voor predikdiensten en grote vergaderingen. En daarnaast kleinere lokalen voor verenigingen en is er ene woning voor de godsdienstonderwijzer.

De eerste-steenlegging

Eerste steen hoek Bijleveldsingel (oktober 2025)
Eerste steen hoek Bijleveldsingel (oktober 2025)

In januari 1923 besluit heeft het bestuur van de Vereeniging voor Evangeliatie “in samenwerking met een daartoe opgericht comité uit de Ned. Herv. Gemeente alhier besloten grond aan te koopen voor een te stichten kerkzaal aan den Bijleveldsingel. Het plan is deze zaal nog dit jaar te bouwen.” (PGNC 30/1/1923)

De “eerste-steenlegging” vond daadwerkelijk dat jaar plaats: op 12 September 1923. Daarbij werd een gedenksteen geplaatst door een dochtertje van ds. Posthumus Meijjes en een zoontje van ds. van Selms.

Bij deze plechtigheid namen een aantal personen het woord, onder andere: “de heer van Valkenburg, ds. Couvée, die indertijd den stoot had gegeven voor de oprichting van het dit gebouw, ds. Posthumus Meijjes als wijkpredikant en ds. van Selms als voorzitter der Evangelisatie-vereeniging.” (PGNC 13/9/1923)

Bij de opening

De Kerkzaal aan den Bijleveldsingel.

Aan den Bijleveldsingel, hoek Hendrik Hoogersstraat, is verrezen een Kerkzaal van de Vereeniging voor Evangelisatie alhier. Het gebouw ligt daar op een fraai punt en zal, wanneer het uitwendig geheel voltooid zal zijn, daar wel een vriendelijken indruk maken. Inwendig is men met den bouw gereed gekomen en Vrijdagavond a.s zal de opening plaats hebben met een feestelijk samenzijn, waarin ds. Couvée en ds. van Selms het woord zullen voeren en een zangkoor zich zal doen hooren. De eerste godsdienstoefening wordt a.s. Zondag om 10 uur geleid door ds. Pothumus Meyjes; het zal, gelijk alle kerkdiensten, in het nieuw gebouw te houden, zijn een Lithurgische dienst.

De totstandkoming van deze Kerkzaal en de wijze waarop zij, met enorme offervaardigheid van velen, is geschied, is een verheugende uiting van protestantsch leven in onze stad. Zij is de bekroning van het streven, sinds vele jaren, van de Vereeniging voor Evangelisatie naar een eigen centraal gebouw. Bij den penningmeester, den heer Haspels, kwam op een inderdaad goeden dag een gift van f 2,50 binnen “voor een nieuwe Kerkzaal” en dit was feitelijk het begin van het grootse werk, dat met vereende krachten en met zoo verblijdend resultaat tot het einddoel heeft geleid. Nadien werd het bestuur geregeld verheugd met vrijwillige giften voor genoemd doel. Toen in 1908 de godsdienstoefeningen niet meer, zooals voordien het gebruik was, konden plaats vinden in de Harmoniezaal, werd besloten tot stichting van een eigen Kerkzaa. Van dat ogenblik af vermeerderden de bijdragen: ze beliepen van 1908-1920 f 1200 en in 1920, nadat de magere oorlogsjaren achter den rug waren, alleen f 12.000. Thans is het totaal der vrijwillige giften gestegen tot f 55.000, zoodat nog slechts een bedrag van f 25.000, verkregen door een 4 pct. Obligatieleening, noodig was om de kosten van den bouw, verwarming en meubileering, zijnde f 80.000, bijeen te krijgen.

Er werd een commissie benoemd, bestaande uit de heeren D.J. Haspels, J.J. Kok en D. Monshouwer, die de plannen voor het te stichten gebouw ontwierp en toezicht hield op den bouw, welke op zeer te loven wijze is verricht door den heer W.J.G. Knoops, aannemer alhier, die zich ’t vertrouwen, door de commissie in hem gesteld, in alle opzichten heeft waardig gemaakt. De eerste steen-legging geschiedde op 12 September 1923 door Harry Posthumus Meyes en Karel van Selms en thans is de Kerkzaal gereed voor hare bestemming, de versterking van het protestantsch geloofsleven te Nijmegen.

Wie door den hoofdingang op den hoek van den Bijleveldsingel en de Hendrik Hoogerstraat het gebouw binnentreedt, wordt in de royale vestibule reeds dadelijk getroffen door de frisschen tinten, den overvloed van licht en de gerieflijken, welke deze “Kerkzaal” zoo gunstig onderscheiden van de meesten kerken van ouden datum. Men vindt er o.a. garderobes en toiletten. In de zaal zelve wordt die prettige indruk nog versterkt. Wat den bezoeker het eerst opvalt is het woord uit Genesis 32: 26 “Ik zal u niet laten gaan, tenzij dat gij mij zegent”, dat in fraaie letters boven het spreekgestoelte is aangebracht. En tegelijkertijd komt een gevoel van warmte over hem door het kleurige en gezellige van ’t interieur met de tegel-lambrizeering, het mooie schilderwerk, glas-in-lood vensters en al hetgeen verder er toe bijdraagt dat hier binnentreedt zich aanstonds thuis en op zijn gemak gevoelt.

De Kerkzaal bestaat uit een hoofd- en twee nevenzalen, die evenwel kunnen worden vereenigd tot één groote zaal, welke dan 900 personen kan bevatten. Van elke plaats af heeft men uitzicht op het spreekgestoelte, waarboven de orgel- en koor-galerij gelegen is. Aan de overzijde van het spreekgestoelte bevindt zich, boven den ingang van de zaal, eene tribune, plaats biedende voor nog 40 personen. Het spreekgestoelte kan naar behoefte worden vergroot. Voorts is eene inrichting aangebracht voor het projecteeren van lichtbeelden.

Boven elken vleugel van de Kerkzaal zijn op de eerste verdieping twee zalen voor vergaderingen e.d. aangebracht, die eveneens tot één groote zaal kunnen worden samengevoegd. Een dezer vier zalen zal doorloopend in gebruik zijn bij de Chr. Jongemannen-Vereeniging. De toegang naar de boven-zalen zoomede naar de woning van den Evangelist, den heer J.C. van Gaalen, uit Gasselt, is in de vestibule.

De tweede toegangsdeur tot het gebouw is aan den rechterkant op den Bijleveldsingel. Hierdoor komt men in een bergplaats voor rijwielen, vervolgens in de leskamer voor het houden van catechisatie en, na een tuintje te zijn overgewandeld, in de achter het spreekgestoelte gelegen kamer voor het bestuur, waar de opgangen zijn naar dit gestoelte, de orgel- en zanggalerij en de daaraan verbonden Koorkamer met ruimte voor 40 zangers.

In het sousterrain bevinden zich een brandvrije archiefkamer, een kelder en de meters voor de gasverwarming. In alle zalen zijn n.l. groote gaskachels geplaatst, daar deze wijze van verwarming het voordeeligste werd bevonden en ook doeltreffender bleek te zijn dan centrale verwarming in verband met de behoefte om in elke lokaal apart te kunnen stoken. Onder den vloer van de groote zaal is er ruimte voor het opbergen van stoelen op de manier als dit in “De Vereeniging” onder het amphitheater geschiedt.

Bij den bouw is gerekend op een minimum van onderhoud. Er zit aan de ramen geen stukje hout, de drempels en trappen zijn van graniet, kortom, behoudens de vloeren en de verf op de muren kan men zeggen, dat het gebouw menschelijkerwijs gesproken niet te verslijten is. Het geheel getuigt dan ook van den praktischen zin van de ontwerpers van het bouwplan, die daarbij toch op zeer gelukkige wijze hebben voldaan aan de eischen van aesthetica.

Ook bij de godsdienstoefeningen zal in dit gebouw worden gebroken met de zoo vaak bekritiseerde wijze van collecteeren, in vrijwel alle kerken thans nog in zwang. Er zal n.l. worden gecollecteerd met een klein zakje, dat de kerkganger zelf doorgeeft aan die naast hem zit. Tenslotte vermelden wij nog, dat de volgende firma’s aan den bouw hebben medegewerkt: schilderwerk firma Frowein en Mom, electrische verlichting fa. L.A. Moll, verwarmingsinrichting fa.. Leentvaar, hardsteen fa. Godschalk, gebrand glas fa. Bilderbeek. Zij allen hebben keurig werk geleverd.” (PGNC 6/3/1924)

Vervolg

Hoek Bijleveldsingel, tegenwoordig Danscentrum Vermeulen (oktober 2025)
Hoek Bijleveldsingel, tegenwoordig Danscentrum Vermeulen (oktober 2025)

Een mooie foto van binnen uit 1959 is te zien op GN9729 RAN: “Zondagsschool in het Centraalgebouw voor Christelijke Belangen, in dit gebouw waar ook catechisatie werd gegeven, was ook de jeugdsoos Tetra gevestigd en had het Christelijk Nederlands Jongerenverbond er zijn vaste stek. Het gebouw werd ook wel jeugdhuis de Wedren genoemd. Nu in gebruik als danscentrum Vermeulen”

Een foto uit 1981 als Jeugdhuis de Wedren is te zien op F20141 RAN.

Wedren, op de achtergrond rechts de Wilhelminasingel en links de Waldeck-Pyrmontsingel, 1895-1900
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Geschiedenis Wedren: van Paardenraces tot Vierdaagse

1882

Wedren, op de achtergrond rechts de Wilhelminasingel en links de Waldeck-Pyrmontsingel, 1895-1900
Wedren, op de achtergrond rechts de Wilhelminasingel en links de Waldeck-Pyrmontsingel, 1895-1900 (B. de Graaf via RAN F1903)

De Wedren is oorspronkelijk aangelegd als renbaan voor paardenraces, waar het ook haar naam aan dankt. In 1881 was deze aanmerkelijk groter dan wat tegenwoordig de Wedren heet. Tegenwoordig is het een parkeerplaats. Bij de Vierdaagse is het in gebruik als start- en finishplaats.

In 1881 verkrijgt Bert Brouwer een deel van het oud vestingsterrein in erfpacht: “Aan den heer L. A. Brouwer werd ten zuiden der stad 13 H.A. grond ad f 4,- per cA. en 3 H.A. in erfpacht ad/ 100,- ’s jaars afgestaan mits hij op het gereserveerde militaire terrein eene renbaan en eene buiten-societeit met terrein van vermaak aan den weg naar Groesbeek daarstelle. Voorts dat de verschillende bebouwing met villa’s en woonhuizen volgens kleurteekening plaats hebbe.” (Gemeenteverslag 1881). Op 2 Juni 1892 werd door de Arrondissementsrechtbank te Arnhem de erfpacht van een gedeelte der in 1881 aan wijlen L. A. Brouwer uitgegeven terreinen vestinggrond aan den Groesbeekschen weg (vroeger Wielrijdersbaan) weer ontbonden verklaard.

De Renbaan liep langs de Oranjesingel tot aan de Berg en Dalseweg (Berg en Dalsche straat), Detail plattegrond Nijmegen in 1888 (RAN KPD-16)
De Renbaan liep langs de Oranjesingel tot aan de Berg en Dalseweg (Berg en Dalsche straat),
Detail plattegrond Nijmegen in 1888 (RAN KPD-16)

Op de bovenstaande kaart staat de Sociëteit de Vereeniging aan het Keizer Karelplein weergegeven. Daarboven ligt de wielerbaan en links daarvan de Renbaan. De Renbaan grenst aan de Oranjesingel en loopt door tot de Berg-en-Dalschestraat. Merk ook de grens van de militaire gronden bij de renbaan op.

Op 3 maart 1882 schrijft de Gelderlander dat “Door de ‘Nijmeegsche Bouwmaatschappij’, onder directie van den heer Bert Brouwer, is de aanleg aanbesteed van de groote internationale wedrenbaan; de aannemers, de heeren C. Eijkelen en W.J. Weijers alhier, zijn reeds met een groot aantal werklieden begonnen het terrein te slechten. De baan komt voor het grootste gedeelte te liggen op het door den Staat gereserveerde voormalige vestingterrein, ten zuiden en oosten der stad.

Zoo men zegt, zou de eerst groote wedren reeds in Junij a.s. gehouden worden.” (De Gelderlander 3/3/1882). Achteraan dit artikel staan de verslagen van de 3 paardenraces in 1882 en 1883 weergegeven.

Vervolg

Ruiters aan de Wedren, 1910 (F55882 RAN)
Ruiters aan de Wedren, 1910 (F55882 RAN)

Eind 19e eeuw wordt het terrein gebruikt voor tentoonstellingen en feestelijkheden, zoals de Landbouwfeesten in 1893 (PGNC 6/7/1893). Op een later tijdstip werd het terrein ook gebruikt als exercitieterrein (PGNC 6/1/1939). In 1910 kreeg het de naam Julianaplein. In de Tweede Wereldoorlog werd het samen met het Julianapark hernoemd tot Centrumpark, wat op 19-9-1944 weer ongedaan werd gemaakt.

In 1955 werd de Prins Hendrikstraat door de Wedren aangelegd. In de loop der jaren werd het gebied steeds verkleind door bebouwing.

Overigens is de naam “Wedren” pas sinds 2011 officieel vastgesteld.

De Wedren als parkeerplaats; vanaf de Wedren staat rechts de voormalige meisjes Hogere Burgerschool (HBS) aan de Bijleveldsingel, 1978 (Gemeente Nijmegen via KN11197 RAN CC0)
De Wedren als parkeerplaats; vanaf de Wedren staat rechts de voormalige meisjes Hogere Burgerschool (HBS) aan de Bijleveldsingel, 1978 (Gemeente Nijmegen via KN11197 RAN CC0)

Vierdaagse

Een burgergroep defileert tijdens de (eerste) vlaggenparade op de Wedren op de maandagavond voor de 28e Vierdaagse, 	25/7/1938 (Fotobureau Gazendam via F40933 Publiek Domein Auteursrechthouder: KNBLO-NL)
Een burgergroep defileert tijdens de (eerste) vlaggenparade op de Wedren op de maandagavond voor de 28e Vierdaagse, 25/7/1938 (Fotobureau Gazendam via F40933 Publiek Domein Auteursrechthouder: KNBLO-NL)

De Wedren is bovendien de start- en finishplaats voor de wandelaars van de Nijmeegse Vierdaagse. Daarbij wordt ook een deel van het Julianaplein en het Julianapark gebruikt. Van 1938 tot 1950 werd hier tevens de Vlaggenparade, als opening van de Vierdaagse, gehouden.

Gladiolen bij het Vierdaagsemonument op het finishterrein op de vierde dag van de 91e Vierdaagse, 20/7/2007 (Kees Stunnenberg via DF1124 RAN tevens Auteursrechthouder)
Gladiolen bij het Vierdaagsemonument op het finishterrein op de vierde dag van de 91e Vierdaagse, 20/7/2007 (Kees Stunnenberg via DF1124 RAN tevens Auteursrechthouder)
Ruiters aan de Wedren, 1910 (uitsnede F55882 RAN)

Herinneringen aan de Wedren? Laat het weten

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Sociëteit de Vereeniging, architect Bert Brouwer

Voordat de huidige schouwburg werd gebouwd, stond op dit terrein de concertzaal van Sociëteit de Vereeniging. In 1881 verkrijgt Lambertus Augustus (Bert) Brouwer een terrein om een renbaan en een sociëteit op te richten.

Julianapark en begraafplaats

In het Julianapark staan een aantal prachtige, oude bomen en daarnaast veel moderne beelden. Oorspronkelijk lag hier Fort Kijk in…

Bijlage: de paardenraces

De eerste race van 1882

En die wedstrijd kwam er inderdaad: op 15 juni 1882. In de tussentijd verschijnen nog een aantal aankondigingen:

  • De Nederlandse Harddraverij- en Renvereeniging looft een prijs van f2000 uit, mits de leden van deze vereniging vrije toegang hebben (PGNC 28/3/1882)
  • Verpachting de buffetten: Geïnteresseerden kunnen een prijsopgave doen voor 1 van de 3 buffetten, of voor alle 3 tezamen bij Bert Brouwer. Alle kosten zullen voor rekening van de pachter komen (PGNC 26/5/1882)
  • Aankondigingen van het programma. Daarbij vallen een aantal zaken op:
    • De Stad Nijmegen en de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen stellen gezamenlijk een van de prijzen beschikbaar
    • Er zullen die dag extra treinen rijden (PGNC 9/5/1882)
    • Een voorbeschouwing: “Daar een wedren aan de toeschouwers meestal meer belang inboezemt als zij iets van de mededingende paarden weten, hoop ik tegelijkertijd dat het mij moge gelukken de algemeene belangstelling in de wedrennen te Nijmegen mogen verhoogen.” Hierna worden de deelnemende paarden besproken. (PGNC 7/6/1882)

Helaas regende het die dag. Dat weerhield duizenden bezoekers echter niet om de paarderennen te bezoeken:

“Nijmegen, 15. Juni.

De met zoveel verlangen te gemoet geziene, met zooveel zorg voorbereide Wedrennen en Harddraverijen, waaraan schatten ten koste waren gelegd om ze zoo luisterlijk mogelijk te maken, hebben heden alhier plaats gehad, ongelukkig echter onder geheel andere omstandigheden als door alle Nijmegen en door duizenden landgenooten en vreemdelingen gewenscht werd. Het weder dat in de laatste dagen steeds ongustig was en op alle toebereidselen, versieringen enz. nadeelig werkte, was in den afgeloopen nacht en den vroegen morgen weder zeer onstuimig, later iets minder, doch met bijna voortdurenden regen. Reeds vroeg stroomden desniettegenstaanden van alle kanten met de verschillende treinen en allerlei rijtuigen duizende bezoekers naar de stad, zoodat een ongekende drukte heerschte. Op de markt was rondom de groote gaslantaarn een rijke en smaakvolle versiering van groen en bloemen aangebracht. Ook de gaspyramide bij het Keizer-Karelplein was kwistig met bloemen getooid. Den heer J.J. Sormani, gediplomeerd bloemist alhier, komt hiervan de eer toe, en ware het weêr gunstiger geweest, zeker waren deze versieringen nog veel beter uitgekomen. Ook waren op den Stationsweg en den weg naar de renbaan en rondom het Keizer-Karelplein palen met vlaggen geplaatst, aan elkander verbonden door guirlanden van groen, wat echter veel minder van goeden smaak getuigde. Verder trekt de algemeene aandacht de versiering van de Plantenbeurs in het Hôtel der Wed. Bronkhorst en van het Café van den heer Hamerslag op de Markt.

De Wedrennen duurden van 12 tot 4 ure. Het weder was tamelijk goed, afgewisseld door enkele regenbuien. De verschillende wedloopen waren prachtig om te zien en alles liep zonder ongelukken af.” (PGNC 16/6/1882) Op 17 juni doet het PGNC vervolgens verslag van de festiviteiten.

Race september 1882

Op 30 september 1882 zal de 2e wedrennen plaatsvinden. 5 september verschijnt de weergave van circulaire in het PGNC: de rennen komen voor rekening van Bert Brouwer, die “de financieele uitkomst geheel voor zijne rekening neemt, waarlijk geen geringe risico, als men bedenkt dat behalve kosten van in orde making en afrastering van het terrein, renten van kapitaal, muziek enz. ad. p.m. f4000, aan prijzen wordt uitgeleefd de belangrijke som van f850, iets wat noodig is om de eigenaaren der beroemde renpaarden te bewegen zich weder op de Nijmeegsche renbaan te komen meten.” Brouwer heeft zich voorbehouden uiterlijk 21 september te beslissen of de rennen doorgaan en stelt zich “afhankelijk van de medewerking van Nijmeegs ingezetenen, in de eerste plaats van hen, die er direct belang bij hebben dat er door dit Volksfeest eenige duizende vreemdelingen binnen onze stad worden vereenigd.”

Daarop hebben enkele (rijke) Nijmegenaren een commissie opgericht om Brouwer prijzengeld aan te bieden. Nijmegenaren kunnen een vrijwillige bijdrage leveren. (PGNC 5/9/1882)

1883

De volgende races zijn op 19 mei 1883. Het PGNC geeft dan de berichtgeving van andere kranten door; het lijkt haar en/of de kranten zelf daarbij net zo veel om Nijmegen zelf als de paardenracen te gaan:

“Nijmegen, 21 Mei.

De verslaggever van het Handelsblad over de Wedloopen te Nijmegen schrijft o.a. dat de tribune geheel ledeig was en de vijftig rijtuigen, met een paar honderd menschen, niet in staat waren aan de middenterreinen een gezellig aanzien te geven. Ieder die bij de wedrennen tegenwoordig was, en zij waren bij duizenden te tellen, zal overtuigd zijn dat hier minstens genomen bij dien verslaggever aan eene vergissing moet gedacht worden. Ook zijne voorspelling dat men tot de ontdekking zal komen dat Nijmegen toch eigenlijk niet de plaats is voor dergelijke feesten, daar zijn uitmiddelpuntige ligging het voor de groote steeden te moeielijk bereikbaar maakt (wat geeszins het geval is) hopen wij dat niet moge uitkomen.

De Amsterdammer denkt er geheel anders over en eindigt zijn verslag als volgt:

“Indien de bewoners van ons vaderland eindelijk eens open oogen krijgen voor het natuurschoon dat het land hunner geboorte aanbiedt, laten zij eens bij gelegenheid een wedren komen bijwonen te Nijmegen; de paardenliefhebber zal aldaar zeker zijn hart kunnen ophalen, maar ook zij die gevoel hebben voor lieflijke natuurtooneelen, voor bosch, berg, heuvel en dal, zullen de herinnering met zich mededragen aan een rein en zuiver genot, dat men zoo zelden smaakt in de vlakke beemden van Holland.”

Ook uit het Utrechtsch Dagblad laten wij hier met genoegen een gedeelte van het verslag der wedrennen volgen: ‘Het fatum, dat op de Nijmeegsche wedrennen in 1882 drukte, heeft ze in het voorjaar van 1883 verlaten; het weder, dat in de laatste dagen vooral voor de renbaan uitnemend was, bleef ons heden getrouw. Het was prachtig, vooral voor paarden. Feestelingen waren van alle zijden toegestroomd langs de talrijke verkeerswegen, die op het aloude Noviomagum uitloopen, waar al die gasten welkom waren en hartelijk werden ontvangen, al was de stad niet versierd en waren slechts hier en daar vlaggen uitgestoken. Evenals ten vorige jaren schitterde de prachtige, nieuwe wijk rondom het vorstelijke Keizers-Karelsplein, dat sedert door een fraaien aanleg een geheel ander aanzien heeft gekregen, nu weder in al haar vroolijke schoonheid en wekte de bewondering van allen, die zich naar het nabijgelegen prachtige renperk begaven, hetwelk thans van lieverlede tot een der uitmuntendste renbanen is geworden. Met de oude stad uit een Neurenberger speeldoos op den achtergrond en omzoomd door de fraaie nieuw-modische villa’s en deftige huizen, welke door de heer Bert Brouwer in de plaats der oude vestingwallen deed verrijzen, was ten 1 ure de menschenmassa rondom de baan verzameld, luidde de klok voor den eersten wedstrijd en spitsten allen de aandacht op het bord, dat aanwees, wie ten strijde bereid waren en wie reeds vooraf den moed hadden verloren.” (PGNC 22/5/1883)

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Wedren

https://gaypnt.home.xs4all.nl/straatnamen/W.html

Julianapark en begraafplaats

In het Julianapark staan een aantal prachtige, oude bomen en daarnaast veel moderne beelden. Oorspronkelijk lag hier Fort Kijk in…

Bouw 2 boven- en 2 benedenwoningen, Dominicanenstraat 143-147a (huidig), F. van Broeckhuijsen, datum bouwdossier 24-03-1903 (D12.378472)
#Nijmegen

Franciscus van Broeckhuijsen, aannemer “timmerman”

Franciscus van Broeckhuijsen was een aannemer, die daarnaast ook zelf panden heeft ontwikkeld. Waaronder een aantal panden aan de Dominicanenstraat, op de percelen naast zijn eigen huis.

Een lezer schreef: “Heb je toevallig meer informatie over de F van Broeckhuijsen. Ik weet verder niet heel veel over deze architect alleen dat hij naar mijn mening 3 mooie werken heeft geleverd.

Voorstadslaan 51-53
Dominicanenstraat 143-147A
Groesbeeksedwarsweg 175-183″

Uit de tot nu toe gevonden gegevens lijkt van Broeckhuijsen vooral aannemer te zijn geweest. Wel zijn inmiddels een aantal bouwtekeningen gevonden, waarbij van Broeckhuijsen (waarschijnlijk) de architect is geweest: zijn naam staat althans op de tekening.

Deze pagina zal in de loop der tijd worden aangevuld, waarbij gefocust zal worden op de panden die van Broeckhuijsen zelf heeft ontworpen.

Franciscus van Broeckhuijsen

Franciscus van Broeckhuijsen Dominicanenstraat 153 (Bevolkingsregister 1910)
Franciscus van Broeckhuijsen Dominicanenstraat 153 (Bevolkingsregister 1910)

Franciscus van Broeckhuijsen is geboren op 2-7-1854 te Winssen. Zijn ouders zijn Michiel Franciscus van Broeckhuijsen, zonder beroep en Petronella Croonen (OpenArchieven)

Op basis van de bouwtekening D12.377958 (voor Dominicanenstraat 137, zie hieronder) blijkt van Broeckhuijsen in ieder geval in 1901 al op de hoek van de Dominicanenstraat en de van Nispenstraat te wonen. Ter rechterzijde is er alleen een verwijzing naar het “R.K. Kerkhoff”.

Op 19 juli krijgt Broeckhuijsen een voorwaardelijke hinderwetvergunning voor: “ 19 Juli, voorwaardeliik aan F. van Broeckhuijsen, ten behoeve zijner timmerinricbting in het perceel Dominicanenstraat no. 153, kad. bek. Hatert, sectie A, no. 3874” (Gemeenteverslag 1910) … “eene door elektriciteit gedreven inrichting voor houtbewerking” (PGNC 23/7/1910)

Het gezin bestaat dan uit:

  • Franciscus van Broeckhuijsen (2-7-1854 Winssen – 13-3-1917), zijn beroep is dan “timmerman”
  • Antonetta Bernulij (11-5-1852 Druten), zijn vrouw
  • Petronella Helena (20-4-1887), dochter. Zij komt op 28-7-1900 naar Nijmegen vanuit Vlijmen en zal op 18-6-1919 vertrekken naar Druten
  • Egilius Petrus (2-6-1888), zoon. Hij heeft als beroep “timmerman” en trouwt op 29-7-1919

Dominicanenstraat

Van Broeckhuijsen zal in de beginjaren van 1900 een aantal panden bouwen op de nog lege ruimte tussen de panden van Lamers en zijn eigen huis op Domicanenstraat 153:

  • Dominicanenstraat 137
  • Dominicanenstraat 141
  • Dominicanenstraat 143-147a

Daarbij lijkt in ieder geval voor nummer 137 een “eigenaar” in de vorm van bakkerij Bernards; Domicanenstraat 139 is niet door van Broeckhuijsen uitgevoerd. Mogelijk zijn de nummers 141 en 143-147a voor eigen rekening gebouwd.

Dominicanenstraat 137 Bakkerij Bernards

Bouw van een winkel bakkerij en woonhuis Dominicanenstraat 137 (D12.377958)
Bouw van een winkel bakkerij en woonhuis Dominicanenstraat 137 (D12.377958)

Op 2-2-1900 heeft de gemeente het verzoek ontvangen voor de “vergunning tot het oprichten van eene bakkerij op het perceel aan de Domicanenstraat, kadastraal bekend Hatert, Sectie B, no. 23?6”.

De eigenaar is dan J.A. Bernards, de “uitvoerder” F. van Broeckhuijsen.

De deur links is de opgang naar een bovenwoning (zie hieronder). Daarnaast bevindt zich de winkel van de bakkerij, met de ingang in het midden. De winkel beslaat slechts een klein deel van de oppervlakte. Daarachter bevindt zich het woongedeelte en een open plaats.

Weer daar achter is de feitelijke bakkerij met bakkerij oven en tenslotte een kleine tuin.

Bouw van een winkel bakkerij en woonhuis, Dominicanenstraat 137, Eigenaar J.A. Bernards, uitvoerder F. van Broeckhuijsen, datum bouwdossier 26-1-1900 (D12.377958)
Bouw van een winkel bakkerij en woonhuis, Dominicanenstraat 137, Eigenaar J.A. Bernards, uitvoerder F. van Broeckhuijsen, datum bouwdossier 26-1-1900 (D12.377958)

In het Adresboek van 1901 komt J.A. Bernards, broodbakker, voor op Dominicanenstraat 137. Afgaande op het Bevolkingsregister van 1910 had Bernards een groot gezin. Daarbij blijkt uit bouwtekening dat D12.377958 zowel de begane grond als de eerste verdieping een keuken heeft: was de bovenwoning in gebruik door een (deel)gezin van Bernards?

Familie Bernards, Dominicanenstraat 137, Bevolkingsregister 1910
Familie Bernards, Dominicanenstraat 137, Bevolkingsregister 1910

In een advertentie van 1924 is het nog “Electr. Brood- en Beschuitbakkerij J. A. Bernards” (De Gelderlander 30/1/1924); in 1932 woont J.A. Bernards inmiddels op Hobbemastraat 28 en komt L.J.G. Bernards, bakker, voor op de Domincianenstraat. In De Gelderlander 26/7/1946 (advertentie voor de aankondiging van de vakantie voor bakkers) is het L. Bernards.

Dominicanenstraat 141

Bouwen van benedenwoning en bovenwoning, Dominicanenstraat 141, eigenaar F. van Broeckhuijsen, datum bouwdossier 29-6-1900 (D12.377956)
Bouwen van benedenwoning en bovenwoning, Dominicanenstraat 141, eigenaar F. van Broeckhuijsen, datum bouwdossier 29-6-1900 (D12.377956)

Dominicanenstraat 143-147A

Bouw 2 boven- en 2 benedenwoningen, Dominicanenstraat 143-147a (huidig), F. van Broeckhuijsen, datum bouwdossier 24-03-1903 (D12.378472)
Bouw 2 boven- en 2 benedenwoningen, Dominicanenstraat 143-147a (huidig), F. van Broeckhuijsen, datum bouwdossier 24-03-1903 (D12.378472)

Het blijkt dan om de percelen Sectie A No 2399 en 2400 te gaan (D12.382135)

“Op 24 maart 1903 werd aan F. van Broeckhuijsen vergunning verleend voor de 2 Boven- en 2 Benedenwoningen in de Dominicanenstraat” (huisnummers 143 t/m 147A) (Rob Essers op Noviomagus).

Postkantoor

1899 Dorpsstraat 16/18 Hees

Op Noviomagus.nl staat de bouwtekening weergegeven van de “Dorpsstraat 16/18” in Hees, welke in 1899 is gebouwd. Hetzij direct gebouwd als postkantoor, hetzij dat het pand al spoedig in gebruik is genomen als postkantoor. Op Noviomagus staat veel informatie over dit gebouw met daarbij een aantal foto’s.

Groesbeeksedwarsweg 175-183

Op de bouwtekening staat F. van Broeckhuijsen weergegeven. (D12.378526, Datum bouwdossier 14-7-1903, datum tevens in verso weergegeven op de tekening).

Bij de aanleg van de huisriolering (D12.383214, datum bouwdossier 12-11-1912) staat op bouwtekening “De Eigenaar F. van Broeckhuijsen” weergegeven. Het betreft “Gemeente Hatert, Sectie A 3266-3267-3268-3269-3460-3461-3462”

Voorstadslaan 51-53

Een mooie foto uit 1980 is te zien op F10067 RAN.

Overig gevonden werken

Daarnaast zijn een aantal vermeldingen gevonden, waarbij nog niet duidelijk is welke panden het betreft en welke rol van Broekhuijsen heeft gehad:

  • Aanvraag Bouwvergunning voor Dommer v. Poldersveldtweg- 4 Arbeiderswoningen (Gemeenteverslag 1901)
  • St. Geertruidastraat. 1 Met pakh en werkpl. (Gemeenteverslag 1902)
  • In april 1902 heeft van Broeckhuijsen de Bloemkwekerij “Koninginnelaan” gelegen onder Nijmegen en Hees aan de Voorstadslaan groot 54.84 A” voor f6400 gekocht (PGNC 23/4/1902). Waarschijnlijk/mogelijk relateert deze koop aan de bouw van de woningen op Voorstadslaan 51-53

Dominicanenstraat (september 2024)
#Nijmegen

Dominicanenstraat

Dominicanenstraat (september 2024)
Dominicanenstraat (september 2024)

Deze pagina verzamelt de artikelen die over de Dominicanenstraat zijn verschenen.

Wanneer in september 1896 de Gemeenteraad discussieert over de locatie van een nieuwe school, wordt ook -zijdelings- de Dominicanstraat genoemd. https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=546437116&nav_id=7-1&index=2

Is Catharina van Senen dezelfde als Catharina van Siena? Ja

Dominicanenstraat of Dominicanessenstraat?

Vanaf de Berg en Dalseweg in de richting van de Daalseweg. Rechts de St. Canisius MAVO in het voormalige St. Vincentiusklooster, dat later plaats maakte voor het appartementencomplex de Dominicaan, 1987 (Anton van Roekel via F67261 RAN CCBYSA)
Vanaf de Berg en Dalseweg in de richting van de Daalseweg. Rechts de St. Canisius MAVO in het voormalige St. Vincentiusklooster, dat later plaats maakte voor het appartementencomplex de Dominicaan, 1987 (Anton van Roekel via F67261 RAN CCBYSA)

Op 22 februari 1896 stemt de Gemeenteraad bij de naamgeving van een aantal straatnamen voor de naam Dominicanenstraat.

Bij de bespreking van deze voorgestelde staatnaam merkt de heer Berkhoff op dat uit toelichting blijkt, dat “deze naam zijn oorsprong daarin vindt, dat in de nabijheid een klooster voor Dominicanen gebouwd wordt. Dat klooster is echter bestemd voor Dominicanessen, voor eene vrouwenorde.” Daarnaast is er al eeuwen een straat naar de Domicanen vernoemd: de Broerstraat. Daarom stelt Berkhoff voor de straat Dominicanessenstraat te noemen.

De heer Hamer reageert daarop dat de nabijgelegen kerk bediend wordt door Dominicanen en “aan den H. Dominicus gewijd is”. Berkhoff merkt daarbij op dat de kerk gewijd is aan de H. Maagd in plaats van de H. Dominicus.

Het voorstel van Berkhoff wordt met 12 tegen en 9 voor verworpen, waarop de straat Dominicanenstraat goedgekeurd. (De Gelderlander 26/2/1896)

Voormalig Klooster Dominicanessen

Dominicanenstraat 6

Voormalig Klooster Dominicanessen, Dominicanenstraat 6 (september 2024)

Dominicanessen in de Dominicanenstraat

Een eeuw lang stonden er drie grote panden van de Dominicanessen naast elkaar aan de Dominicanenstraat: scholen en een klooster. Het onderwijs werd gegeven door de Congregatie van de Dominicanessen van de H. Catharina van Siëna (ook bekend als de Dominicanessen van Voorschoten).

Lees verder

Dominicanenstraat 1

Vanaf (ongeveer) 1972 zat de SP jarenlang op Dominicanenstraat 1. Zie voor haar geschiedenis de site van de SP. En een interview met Hans van Hooft Sr. op Nijmegen-Oost; en een interview met Sr. en Jr. op Binnenlands Bestuur.

Daarnaast is een leuk verhaal te lezen in De Nacht van de Ommetjes.

Nieuwbouw van de Roothaanstraat

Roothaanstraat vanuit Domicanenstraat (september 2024)

Roothaanstraat

De naam Roothaanstraat De Roothaanstraat is vernoemd naar Carel Marie Victor Roothaan en zijn familie. Het is mij daarbij nog niet geheel duidelijk welk van de 2 de belangrijkste factor is geweest. “(spreek uit: Roo-thaan  ipv Root-haan).” (https://whmgipman.wordpress.com/2021/10/04/2-oktober-2021-nacht-van-het-ommetje-start-bij-het-haantje/) Carel Marie Roothaan (Amsterdam 21 februari 1865 – Nijmegen 18 september 1930). Hij was zoon van Philippus…

Lees verder

Een mooie foto van de maquette uit 1989 is te vinden op F20748 RAN.

oa Dominicanenstraat 99 – 103

1902

Plan voor 2-Beneden en Bovenwoningen en 1 Winkelhuis, Uitvoerder J.P.W. Bieling, Eigenaar Th. Lamers, datum bouwdossier 15-7-1902 (D12.378309)
Plan voor 2-Beneden en Bovenwoningen en 1 Winkelhuis, Uitvoerder J.P.W. Bieling, Eigenaar Th. Lamers, datum bouwdossier 15-7-1902 (D12.378309)

Uit de situatietekening blijkt dat de eigenaar, Th. Lamers dan al meerdere panden heeft laten bouwen.

P.T.T. Gebouw

Dominicanenstraat

Een mooie foto uit 1957 is te zien op GN8020 RAN.

In dit gebouw zat in ieder geval in jaren 70 de PTT, zie de foto uit 1977 op F17188 RAN. Tegenwoordig (oktober 2024) is het gebouw deels in gebruik door Studentenhuisvesting, deels door Kinderopvang KION.

Dominicanenstraat 137, 141 en 143-147a

Kruidenierswinkel op de hoek van de Daalseweg (rechts) en de Dominicanenstraat (links), 1934-1938 (F88027 RAN)
Kruidenierswinkel op de hoek van de Daalseweg (rechts) en de Dominicanenstraat (links), 1934-1938 (F88027 RAN)

Hoek Domicanenstraat- Daalseweg (Daalseweg 203-205)

Een mooie foto van Rijwielzaak van Sloos (eigenaar A.T. Evers) uit 1979 is te vinden op F16247 RAN.

Dominicanenstraat 42

… voor het bouwen van een Woonhuis met boven Woningen Heer W.(?) G. Berkhof, Dominicanenstraat 42, datum bouwdossier 1-1-1897 (D12.377704)
… voor het bouwen van een Woonhuis met boven Woningen Heer W.(?) G. Berkhof, Dominicanenstraat 42, datum bouwdossier 1-1-1897 (D12.377704)

De bouw tekening van Dominicanenstraat 42 heeft als datum bouwdossier bouwdossier 1-1-1897. De opdrachtgever is W.G. Berkhof(f).

Helaas is de naam van de uitvoerder niet goed te lezen:

10 dubbele woningen

Op 3-9-1897 vindt de aanbesteding plaats van 10 dubbele woonhuizen aan de Dominicanenstraat door de bouwkundige M. Louman, Hugo de Grootstraat 63. De laagste inschrijving was f 30725 door J.C. Kropman (PGNC 5/9/1897).

Momenteel is nog onbekend welke woningen dit zijn.

Marinus Louman

Marinus Louman is geboren op 16-1-1861 in Zwolle. Hij vestigt zich op 8-9-1894 vanuit Roermond op Hugo de Grootstraat 63. Zijn beroep is dan “Teekenaar”.

In het Adresboek 1895 en 1896 komt hij voor als tekenaar op Groote straat 92. In het Adresboek 1898, 1899 als bouwkundige op de Hugo de Grootstraat. Ook staat hij in 1899 onder de kop “architecten” en in 1901, 1902  onder “architecten en bouwkundigen”, in 1903 “architecten, bouwkundigen en teekenaars”.

In 1901, 1902 is zijn adres Hugo de Grootstraat 77 (wat mogelijk een hernummering is geweest); in 1903, 1905 Vondelstraat 64.

Hij is getrouwd met Johanna Sophia Loman (9-3-1862 Tiel); in de De Gelderlander 13-5-1896 en De Gelderlander 19-5-1896 staat het bericht dat ze in ondertrouw zijn gegaan. (Dan als L. Louman, maar dat zal een zetfout zijn). Als beroep staat “bouwkundige”. Zij vestigt zich op 3-7-1896 vanuit Tiel.

Op 27-4-1905 vertrekt hij naar ‘s-Gravenhage. (Bevolkingsregister 1900)

Gevonden werken/activiteiten