Hoek Lange Hezelstraat-Bottelstraat, voormalige Framy (april 2025)
Jarenlang zat op de hoek van de Lange Hezelstraat en de Bottelstraat de meubelwinkel Framy. Daarvóór was Coöperatieve Centrale Handelsvereeniging een belangrijke gebruiker, die bovendien een grote silo liet bouwen. Na het vertrek van Framy raakte het pand langzaam in verval. Na herstel, mede door het creëren van een hofje, werden oude elementen als de oude kloostermuur beter zichtbaar.
Middeleeuws
Restant oude kloostermuur, Halve Gas (april 2025)
Gezien vanaf de oude Hezelpoort in de richting van de Korte Hezelstraat (Thans Stikke Hezelstraat) in het midden de St. Stevenstoren. Links de Bottelstraat, 1874-1876 (F19170 RAN)
In de 15e eeuw stond hier het Kloosterhof Gravendael van de Cisterciënzer nonnen. Zij had meerdere woningen, die werden gebruikt als logeerverblijf voor ordeleden die de stad bezochten. Ook waren er stadsboerderijen. En was er een rentmeester, die de bezittingen beheerde. De toegang van het kloosterhof was aan de Bottelstraat.
Gezien richting Korte Hezelstraat later( Stikke Hezelstraat). Links de Bottelstraat, 1900-1906 (Collectie J.M.G.M Brinkhoff via D243 RAN)
Coöperatieve Centrale Handelsvereeniging
Coöp Centrale Handelsvereeniging G.A., Bottelstraat 10 (De Gelderlander 8-11-1945)
In de jaren 20 vestigt zich de Coöperatieve Centrale Handelsvereeniging (onstaan als inkooporganisatie voor mengvoer en mest van de Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond). De ligging was goed: dicht bij de haven. Daarnaast had Nijmegen veel stadsboerderijen. En ook was de Bottelstraat goed bereikbaar voor de boeren uit de omgeving.
In 1923 werd het pakhuis gebouw en de graansilo volgde in 1927. Al snel na het einde van de Tweede Wereldoorlog begon Nijmegen haar belang als agrarisch centrum al snel te verliezen, vooral doordat de landbouw door de uitbreiding van de stad verdween. Daarop verhuisde de Boerenbond in de jaren 60 naar Grave.
De oorsprong van Framy lag in Geffen, waar de slager Frans van der Heijden tijdens of vlak na de Tweede Wereldoorlog in de meubelhandel terecht komt. Begonnen als een soort marskramer, was hij later een halletje begonnen in Geffen. Daar zou hij in de loop der jaren uitbreiden, totdat Geffen te klein werd.
Bovendien hoorde van der Heijden in 1967 van een voedervertegenwoordiger dat het gebouw van de Boerenbond vrij zou komen. Daarom begint hij Framy in Nijmegen: een samentrekking van zijn eigen naam Frans en van zijn vrouw Miet, waarbij de “ie” vervangen werd door een “y”. In de loop der jaren zal hij ook de naastliggende panden kopen.
Zijn opvolger, zoon Piet van der Heijden zal vervolgens in Nijmegen een 2e zaak openen -die in vlammen opgaat- en een zaak in Arnhem beginnen. “De zaken gingen voortvarend en vrijwel alle familieleden en aangetrouwden hadden een functie in het bedrijf. Als directeur, bedrijfsleider, verkoper, inkoper of als chauffeur. En zoals in de beste families, ging het ook bij Van der Heijden mis. Pierre: „Toen oma overleed ging de lucht er een beetje uit.”” (De Gelderlander) Daarna werden de winkels nog een tijdlang verhuurd.
Winkelcomplex van Framy Meubelen met woningen (op achtergrond de Lange Hezelstraat). (P.S. Wordt in 2017 gedeeltelijk gesloopt en gedeeltelijk verbouwd tot appartementen), 1970-1975 (Evert F. van der Grinten via F78227 RAN)
Een mooie foto van Framy uit 1975 is te zien op F63904 RAN.
Silo
Van der Heijden kon de silo niet gebruiken. Deze werd daarom dichtgemetseld. Wel zou de Radio Rataplan tijdens de Piersonrellen illegaal een antenne bovenop de silo plaatsen, om krakers op de hoogte houden van de ontwikkelingen.
2008: vertrek naar meubelboulevard
In 2008 vertrekt Framy naar de meubelboulevard: het was steeds moeilijker geworden om een meubelzaak in het centrum te hebben. Klanten konden het centrum steeds moeilijker met de auto bereiken en konden niet meer parkeren. Daarnaast was het steeds moeilijker geworden de winkel te bevoorraden.
Steen opgedragen aan Framy, Bottelstraat (april 2025)
Atelier en leegstand
Na het vertrek van Framy hadden Jos van Riswick en Vincent Boelaarts hier vanaf 2010 nog een tijdlang hun atelier. Zie hun site: “Het oude pand van de Chr. Boerenbond met de markante graantoren uit 1920 die boven de bebouwing van de benedenstad uittorent, biedt genoeg ruimte om te werken en om werk te exposeren.”. Vaak was er in de etalage een filmpje te zien hoe een schilderij, meestal een stilleven, tot stand was gekomen (eigen herinnering).
Doordat het niet lukte om het gebouw te verkopen, raakte het pand steeds meer vervallen. Het werd daarbij genomineerd voor het lelijkste gebouw van Nijmegen. In 2015 was het gebouw naast het hierboven genoemde atelier in gebruik als meubelopslag (Mariken 2015 nr 5)
Verbouwing Het Magazijn
Bewaard gebleven onderkant van silo’s, Halve Gas (april 2025)
Dan volgt de verbouwing van de graansilo en de pakhuizen naar appartementen. Een aantal elementen worden weer zichtbaar gemaakt, zoals oude muren. En de onderkant van de graansilo’s blijft behouden. Hoewel de buitenkant van de gebouwen niet bijzonder waren en wat in verval begonnen te raken, kent het complex bijzondere historische elementen als kelders, oude muren, kapconstructies en gietijzeren zuilen. Het is dan ook een bouwhistorisch monument van de Gemeente Nijmegen.
Het Magazijn, Bottelstraat (april 2025)
Bij de herinrichting van het complex wordt een doorgang gemaakt naar het binnenterrein, welke de naam Halve Gas krijgt. Daarbij wordt deze doorgang en het binnenterrein overgedragen aan de gemeente als openbare weg (Staatscourant 2018, 20319). Een aantal vervallen panden zijn gesloopt en vervangen door nieuwbouw in de vorm van koopwoningen.
Het ontwerp was van Sven Dyckhoff van Flow Architecten. De opdrachtgever was D&M Properties-Bottelstraat BV en het project duurde van 2015 – 2019. Op haar site: “De ingrepen in de bestaande bebouwing zijn zo gedaan dat de waardevolle delen bewaard konden blijven en nu weer tot hun recht komen.”
Bottelstraat (april 2025)
Op basis van historisch onderzoek was bepaald welke elementen behouden moesten worden en waar mogelijk, zo veel mogelijk zichtbaar gemaakt worden. Op basis daarvan werd het plan steeds verder uitgewerkt, ook om te kunnen voldoen aan de monumentale eisen. In totaal kwamen er 31 huurappartementen, 8 koopwoningen en 2 bedrijfsateliers (Propertynl)
Daarbij waren de silo’s een van de grootste uitdagingen: om deze te kunnen verbouwen was het nodig om veel gaten in dit gebouw voor ramen aan te brengen. Daarbij was het de vraag in hoeverre deze gaten van invloed zouden zijn op de stabiliteit. Hier kwamen 6 appartementen met balkons en een lift.
“Dyckhoff vond het een uitdaging om in de nieuwbouw niet alleen de restanten van middeleeuwse muren op te nemen, maar ook de industriële herinnering van deze plek. Zo blijven de trechtermonden van de oude meeltoren waaronder vroeger de bakkers met hun karren stonden om meel op te halen, behouden. ,,Die tegenstelling is fantastisch, een gotische wand versus een industriële werkplek.’’ en over gehele project: “”Het is een uitdagende en tegelijk lastige opgave. Wat kun je behouden, wat willen we nog tonen van het verleden?”” (Gelderlander)
Detail van oude kloostermuur Halve Gas (april 2025)
Bovendien is de 15e-eeuwse muur van het klooster nu goed zichtbaar geworden. Daarnaast is er een 13e-eeuwse muur in een van de voormalige werkplaatsen.
Ook het hoekpand van de Bottelstraat-Lange Hezelstraat is gerenoveerd. Op de begane grond kwam weer een winkel. Daarboven kwamen appartementen.
Nominatie Architectuurprijs 2019
Het kan verkeren: waar in 2024 het complex nog werd genomineerd als “lelijkste gebouw van Nijmegen”, werd het project van de verbouwing genomineerd voor de Nijmeegse Architectuurprijs 2019.
De Cultuurhistorische waardenkaart van 2023, de vervanging van de cultuurhistorische beleidskaart uit de Nota Cultureel Erfgoed uit 2013, noemt Framy als geslaagd voorbeeld van: “Vele voorbeelden laten zien dat het benutten en hergebruiken van erfgoed bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, deze gebieden kwaliteit geven. Een andere sfeer. … De vernieuwing van het oude Framy-complex aan de Bottelstraat, met de voormalige silo en het 15e-eeuwse gotische huis.”
Waar tegenwoordig het ouderencomplex Insulinde op de hoek van de Voorstadslaan en Schependom staat, stond daarvoor Huize Insulinde, oorspronkelijk opgericht als opvanghuis voor oud-Indië gangers. Daarvóór had het een beroemde bewoner: circusdirecteur Oscar Carré.
Welgelegen/Villa Carré
Rond 1860 werd in de buurt van de hoek Voorstadslaan en Schependomlaan de Villa Welgelegen gebouwd (Bron: Noviomagus). Op 21/9/1870 koopt Conraad van Erpers Rooijaards de villa Welgegelen van Cornelis van Sonsbeek: ““Het buitenverblijf, genaamd “Welgelegen” te Hees, gemeente Nijmegen gelegen, bestaande ene(?) heerenhuis, koetshuis en stal, erf en tuin, voorkomende op den perceelsgewijze kadastralen legger van Neerbosch in Sectie B Nommers 58(?) huis en erf, groot vier aren drie en dertig centiaren/43 tuin, groot een hectare negen aren zeven en zestig centiaren.” Hij betaalt hiervoor 16.000 gulden. Van Erpers Rooijaard is dan “zonder beroep”.
De verkoper Cornelis van Sonsbeek had zelf de villa het jaar daarvoor, op 1 september 1869, gekocht. (Actenr 1386, Archiefnr 440, Inventarisnr 67).
De familie Rooyaards woonde hier 40 jaar (Noviomagus. Daarna woonde er een gepensioneerd kolonel Roloff (Noviomagus en Hees bij Nijmegen.).
Villa Carré
Een replica met foto’s van de verschillende onderdelen van het Koninklijk Nederlands Circus O.Carré: Villa Carré Hees, Farm in Hees, Magazijn en werkstellen Hees en het Circus Amsterdam met interieur dat in 1887 werd gebouwd, 1887-1900 (1000.2539 RAN)
Daarna kocht de beroemde circusdirecteur Oscar Carré het landgoed op 2-9-1901. Wilhelm Roloff was intussen, op 23-11-1900, overleden (Archiefnr 450, Inventarisnr 182, Actenr 7107).
Hij gebruikt het landgoed als winterverblijf. In ieder geval wordt er begin 1903 al gerefereerd naar Villa “Carré” (of Nero terug is gevonden, is niet bekend). Voorstellingen worden er echter niet gegeven, blijkt uit een artikel uit 1904:
Villa “Carre”, advertentie verdwenen hond (De Gelderlander 1-1-1903)
“Kon. Nederl. Circus Oscar Carré.
De heer Oscar Carré, die zooals men weet eigenaar is van eene fraaie villa te Hees, heeft na een verblijf vol succes te Bremen, alhier zijn winterkwartieren betrokken. Tengevolge van een veranderde wijze van exploitatie- er is n.l. dit jaar niet meer gereisd met de houten tenten, doch met de in enkele uren verplaatsbare linnen dito’s, waarmee veel meer plaatsen kunnen worden bezocht dan vroeger het geval was – rust het circus gedurende den winter uit om in het voorjaar opnieuw zijne reizen door Europa te hervatten. Met het oog hierop is te Hees door den heer Carré een uitgebreid terrein gekocht, waarop een groot houten gebouw is verrezen, dat dient tot stalling der paarden en tot berging van het materiaal. Daaraan is verbonden een manége voor de dresseur der paarden, welk vermoeiend werk geen enkelen dag mag stilstaan. Slechts het stalpersoneel is in dienst gebleven, alle artiesten zijn thans elders werkzaam. De heer Albert Carré, de als schoolrijder en dressuur zoo terecht hoog geroemde zoon van den directeur, treedt deze winter op in het circus Schumann te Berlijn.
Men heeft het gerucht verspreid dat de heer Carré gedurende den winter te Hees voorstellingen zou geven. Niets is minder waar, hetgeen uit bovenstaande duidelijk blijkt.” (PGNC 19/11/1904)
Hij zou er zijn laatste levensjaren doorbrengen, om in 1911 te overlijden. Daarna bleef zijn vrouw Elisa Maud Adams samen met zijn dochter Wilhelmina tot 1919 in de villa wonen.
In 1918 kocht de ‘Stichting Verblijf van de Oud-Indische Militairen’ de villa aan. De stichting had als doel het “oprichten en het exploiteeren van een verblijf voor den Oud-Indische Militair, tevens een Doorgangs- tevens Kosthuis, waarin gevestigd een Arbeidsbeurs en een Voorschotbank, daarmede hoofdzakelijk beoogde van een algemeen maatschappelijk belang.”
Arie van Boxtel
Registratie van Arie van Boxtel, Nationaal Archief, Stamboek
Stamboeken Bronbeek, Den Haag, folio 117; 549
De oprichter was Arie van Boxtel (1876-1954). Hij was als 13-jarige het Indische ingegaan en was op dat moment onderluitenant. (IndischHistorisch.nl). Aanvankelijk opende de Stichting het voormalige Hotel de Doelen op de Varkensmarkt. Er was voor Nijmegen gekozen, omdat hier het opleidingscentrum van de KNIL was. Daarbij was de Varkensmarkt geschikt, omdat deze niet al te ver van de kazerne af lag. Hier ving de stichting gerepatrieerde en gepensioneerde KNIL-militairen en hun gezinnen op. Veel oud-soldaten en lagere officieren hadden slechts een beperkt pensioen opgebouwd. Voor vrijgezellen of degenen die invalide waren geraakt was Huize Bronbeek opgericht. Huize Insulinde bood echter plaats voor militairen met hun gezin.
1931 opening Huize Insulinde
In 1931 werd het tehuis na een verbouwing geopend. Daarbij kreeg de villa de naam Huize Insulinde. Er was plaats voor vijfenvijftig inwoners. Duizenden bewoners hebben hier kortere of langere tijd gewoond.
Bouwtekening van Huize Insulinde, gebouwd op de plek van de voormalige villa Welgelegen. Deze villa werd rond 1860 gebouwd voor de oud kolonel Rooijaards. In 1900 werd het pand aangekocht door circuseigenaar Oscar Carré, die de villa omdoopte in Villa Carré. In 1931 verwierf de Stichting Verblijf Oud-Indisch Militairen het pand en werd het Huize Insulinde tot in 1973 de sloop volgde, 1930-1940 (F63555 RAN)
In de Tweede Wereldoorlog vorderden de Duitsers Insulinde. Van 1944 tot 1946 verbleven hier daarna geallieerde soldaten. “Van de inventaris was niet veel overgebleven en het interieur was danig beschadigd” (bijschrift F92929 RAN).
Na de oorlog en de Indonesische onafhankelijkheid kwamen ook burgers in Insulinde terecht. In de loop der jaren kwamen steeds meer “gewone” burgers in het Huis: er kwamen immers geen repatrianten meer en er was sprake van vergrijzing.
“De stichting bleef lange tijd afhankelijk van giften en pensiongelden totdat de komst van AOW en de bejaardenzorg gestalte kreeg.” (bijschrift F92929 RAN); de AOW ging in 1956 in (wikipedia).
In 1969 ging Insulinde op in de Stichting bejaardenhuizen Nijmegen.
Op de foto staat een groep bewoners op het bordes voor de villa Insulinde, 1948 (F92929 RAN)
Zie hieronder voor een uitgebreid verslag van de opening in oktober 1931.
1970: Sloop en Bejaardencomplex
In 1970 werd de gesloopt en op deze plek kwam het bejaardencomplex Insulinde. Daarbij waren de laatste bewoners van Insulinde ondergebracht in Nieuw Maldenborgh in Hatert. Het hek rond de tuin bleef echter behouden en hier is ook de naam Insulinde te lezen.
Bij de opening van het Huis voor Oud-Indisch Militairen
De Gelderlander bij de opening in oktober 1931: “Huis voor oud indisch militairen
“Voor Oud-Indisch Militairen.
De Opening der Nieuwe Stichting.
Een rustig, gezond verblijf te Hees bij Nijmegen.
Hedenmiddag werd officieel geopend de nieuwe stichting: Verblijf voor den Oud-Indisch Militair, gevestigd in de voormalige villa Carré aan de Voorstadslaan onder Hees, tegenover het pleintje waar vroeger de traditionele “Dikke Boom” in den weg stond.
Wie zich Hees nog denkt als voor vijftien jaar terug, stelt zich de stichting voor te midden van een landelijke omgeving van tuinen en boomgaarden, van stadsboerderijtjes en lange landelijke wegen.
Hees is hier stadskwartier geworden, dank zij een lange lintbouw, welke voorstad met middenstad verbindt.
Huize Insulinde met tuin, Voorstadslaan, 1935-1940 (F5537 RAN)
En het nieuwe Verblijf voor de Oud-Indisch Militair, op den driesprong Breedestraat-Heeschelaan, zou ook inderdaad in het voortadsbedrijf gestaan hebben als het niet zóó landelijk weggelegen was in een grooten, schaduwrijken tuin, welke door de tuinarchitecten der firma Gerretsen en Valeton (Martin en Zonen) nog voornamer aanzien kreeg door den aanleg van een uitgestrekt gazon voor het grijze gebouw.
Dat rijst er nu kloek en strak op den achtergrond- een afbeelding op onze fotopagina geeft eenige indruk van dit massieve huis, dat binnen een gezellig home is voor de honderden Oud-Indische gasten, die uit den Oost of den West naar het vaderland terugkeeren en in afwachting van een vast tehuis het Verblijf in Hees als eerste en op-hun-gemak stemmende Doorgang waardeeren naar vaste huisvesting.
Het verblijf is een uitstekende uitkijkpost voor hen, die uit de tropen komen, eigenlijk wildvreemd staan tegenover een milieu van andere levensgewoonten en opvattingen dan in Indië en die eerst willen acclimatiseeren, voor zich voor vast nergens neer te zetten.
En om dan de Stichting werkelijk aan haar doel te doen beantwoorden, moet zij het comfort bieden van goede huisvesting, gezellig verkeer en gezondheidsbevorderende verzorging van den inwendigen mensch, die zich physiek geheel moet kunnen restaureeren.
Aan dit alles is gedacht.
Trouwens den overgang van stad naar buiten van Oude Varkensmarkt naar Hees, was zoo wijd en zoo groot, dat er veel aan in- en uitwendige reorganisatie kon gedaan worden.
En met stuwkrachten als de heeren van Boxtel en Lucas en anderen daar achter- werd er ook veel gedaan en bereikt.
Wie den toestand van het oude Tehuis in het Vroegere Oude Doelen op de Oude Varkensmarkt kent en nu de nieuwe stichting betreedt, staat verbaasd en is vol bewonderende waardeering voor de mannen van het initiatief en de daad.
De gasten vinden er een goed home- met uitzicht naar alle kanten op een verfrisschende natuur.
De ingang tot het huis is- zoo op den eersten indruk- aan de achterzijde van het gebouw. Dat heeft het groote voordeel, dat de kamers en zalen beneden naar den kant van den hoofdweg een ongehinderd uitzicht hebben.
De entree is eenvoudig. Men komt door de rustige vestibule langs portiersloge, wachtkamer voor de arbeidsbeurs voor Oud-Indische militairen, vor wier rechten en belangen de heer A. van Boxtel steeds op de bres staat, in de kern van het Verblijf.
Een rustige, gezellige sfeer hangt er in leeszaal, ontspanningszaal en eetkamer. In soberen toon en toch harmonisch is iedere hoofdzaal gehouden.
De Oud-Indische gasten moeten zich hier thuis gevoelen in deze gezellige zalen, welke ook stemmig zijn ingericht met de parketvloeren, de cellotex plafonds en in warmen toon geschilderde wanden. De meubileering is niet luxueus, maar comfortabel. De drie hoofdzalen eet-, lees- en ontspanningszalen loopen als in elkaar en sluiten onmiddellijk aan op het restauratiebuffet, op de frissche keukens en provisiekamer. Tevens is hier nog een kantoor voor den directeur der Stichting, den heer Lucas, geprojecteerd.
Op de eerste verdieping, bereikbaar langs een makkelijken trap, zijn ingericht negen dubbele zit-slaapkamers voor gezinnen met of zonder kinderen.
Hygiënisch en comfortabel is ieder gezinsverblijf op zich zelf.
Het woonvertrek is eenvoudig maar aantrekkelijk gemeubileerd. De slaapkamer met opklapbare bedden en voorzien van vaste waschtafels met koud- en warmstroomend water, kan zoonoodig, wanneer de opgeklapte bedden als weggescholen staan achter de gordijnen, nog dienen als zitkamer.
Het tuigt van zuiver sociaal gevoel van de leiders der stichting, dat hier ook gedacht is aan de belangen van groote gezinnen, welke natuurlijk ook hier opname vinden.
De Oost-Indische gasten vinden op hun étage een droogkamer, een strijkkamer, badkamers en douches en ook een waschgelegenheid, waar de Indische vrouwtjes, die gewoon zijn iederen dag haar waschje te doen, de gewoonte van eigen land niet vaarwel behoeven te zeggen.
De opzet was- en de leiding is naar best vermogen geslaagd- om de Indische gasten, in hun vaak moeilijke overgangstijd, in het nieuwe Tehuis geheel op hun gemak te stellen en hen niet te veel te laten gevoelen het gemis van zon en van gemak, dat de Tropen biedt.
Gaan wij nog een verdieping hooger, dan komen wij in het nieuw aangebouwd gedeelte van het oorspronkelijk buiten.
Deze bijbouw is economisch benut voor vrijgezellenverblijf. Hier zijn drie en twintig kamers ingericht voor alleenstaande personen. Deze kamers bieden hetzelfde comfort als die van de eerste verdieping. Ook hier zijn badkamers, bergkamers, droogkamers, enze doen, de gewoonte van eigen land niet vaarwel behoeven te zeggen.
De opzet was- en de leiding is naar best vermogen geslaagd- om de Indische gasten, in hun vaak moeilijke overgangstijd, in het nieuwe Tehuis geheel op hun gemak te stellen en hen niet te veel te laten gevoelen het gemis van zon en van gemak, dat de Tropen biedt.
Gaan wij nog een verdieping hooger, dan komen wij in het nieuw aangebouwd gedeelte van het oorspronkelijk buiten.
Deze bijbouw is economisch benut voor vrijgezellenverblijf. Hier zijn drie en twintig kamers ingericht voor alleenstaande personen. Deze kamers bieden hetzelfde comfort als die van de eerste verdieping. Ook hier zijn badkamers, bergkamers, droogkamers, enz.
De geheele indeeling is zoo, dat ieder op eigen kamer volkomen vrij is- een breede gang loopt langs alle afdeelingen boven en beneden, waar in het gebouw nog gezellige rusthoekjes zijn, bij wijze van kleine vestibule. Op de eerste verdieping is een overdekt balcon, waar herstellenden kunnen genieten van de frissche lucht.
Aan veiligheid is ook zorg besteed- door het aanbrengen van nooduitgangen in het groote gebouw, dat in ieder opzicht hygiënisch is ingericht.
Zoo is er o.m. een koker in huis van boven naar beneden, waardoor alle gebruikte goederen en ook wasch naar beneden gestransporteerd kan worden.
Naast het hoofdgebouw staat aan den rechtervleugel de directeurswoning van den heer Lucas, die langs een overdekte gang in de stichting kan komen.
Het geheel Verblijf is naar alle zijden door groen omgeven, op een eigendom van ruim een H.A. tuin en boschage, terwijl men van alle kamers op eerste en tweede verdieping een vrij uitzicht heeft op omringende tuinen en akkers, met op de achtergrond de stad Nijmegen.
Wij zeiden het reeds, dat dat meubileering van het huis eenvoudig is en toch gezellig. Meerdere vereenigingen en firma’s schonken hun aandeel aan de aankleeding van het home der Oud-Indische gasten.
Zoo trof het ons, dat de gangen een aangename afwisseling bieden door fraaie foto’s van Ned-Indië en zijn bevolking. Deze tweehonderd ingelijste Indische foto’s zijn een geschenk van de Vereeniging van Oud-Korporaals en Soldaten “Voorwaarts”.
Verder werden geschenken ontvangen van het korps der Koloniale Reserve een staande klok; van de vereeniging van oud- en actief diendende O.O. “Madjoe” een schrijfbureau met kantoorstoel voor directeurskamer; van de O.O.-vereeniging “Ons Aller Belang” een hangklok; van v. Bendegoms bouwbureau een hangklok; van den Bond van Ridders der Mil Willemsorde beneden den rang van officier een portret van wijlen Z. Exc. luit.-generaal J.B. van Heutsz; van de firma Pollmann een collectie muurborden; van het electronisch bureau de Hing twee electrische strijkijzers en 23 aschbakken; van de firma Vroom & Dreesman drie teekeningen Oud-Nijmegen; van de cartonnagefabriek J.P.A. Kilsdonk een partij stapeldoozen; van het advertentie- en reclamebureau “De Atlas” een brievenweg; van het Vreemdelingenverkeer Nijmegen Vooruit muurborden; van de firma Eekhoff aschbakken, kalender en een stapel houtblokken voor de haard, welke het zoo sierlijk en gezellig doet in de ontspanningszaal.
Verschillende firma’s werkten met den bekwamen architect, den heer Willem Gerretsen uit Arnhem, mede aan de verbouwing en voltooiing van dit nieuwe gebouw.
Bendegoms Bouwbureau te Nijmegen voerde de verbouwing uitstekend uit.
Het geheele gebouw is natuurlijk centraal verwarmd- de centrale verwarming werd aangelegd door de firma Lamers te Hees, de electrische installatie door de firma Derksen te Nijmegen, terwijl de firma Reijers te Nijmegen kamers, gangen en vestibules in harmonieerende en warmaandoende kleuren zette. Het meubilair werd geleverd door de firma Vroom en Dreesmann te Nijmegen en het glaswerk door de firma Polmann te Nijmegen.
Vanmiddag om twee uur werd het gebouw officieel geopend in tegenwoordigheid van regeerings-, gemeentelijke- en militaire autoriteiten.
Daar werd gesproken door den voorzitter der Stichting, den heer F. Dieleman gepensioneerd kapitein van het O.I. Leger, door den heer De Jongh als vertegenwoordiger van den minister van Koloniën en door den heer A. van Boxtel, de ziel der stichting, die hulde bracht aan den voorzitter, den heer F. Dieleman, den penningmeester, den heer A.J. Slabbekoorn en Overste Barendsen, commandant der Koloniale Reserve.
Nog meerdere autoriteiten en vertegenwoordigers van vereenigingen, welke verband houden met het Indisch Leger, voerden het woord- allen prezen als om strijd het werk hier tot stand gebracht.
Het is een stichting, de verwezenlijking van de ideëele plannen van den gep. 2e luitenant-titulair O.I. L. de heer A. van Boxtel, waarop de leiders en ook de gemeente trotsch mag gaan.” (De Gelderlander 31/10/1931)
Niet alleen een van de qua uiterlijk markanste gebouwen van Nijmegen, maar ook qua ligging: het Estel gebouw.
Het Estel gebouw is een ontwerp van architect Alexander Bodon (1906-1993) uit 1972. Het is ontworpen als het hoofdkantoor van Estel, het Duits-Nederlandse fusieconcern Hoesch Hoogovens. Dit is een fusie vvan Nederlandse Hoogovens (nu: Tata Steel) in IJmuiden en Hoesch in Dortmund. Er is dan een nieuw hoofdkantoor nodig en aangezien Nijmegen ongeveer halverwege Ijmuiden en Dortmund ligt, is dit een logische locatie.
Ontwerp
“Kenmerkend zijn onder meer de getrapte terrassen en doorzichten. In het ontwerp zijn invloeden zichtbaar van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright, zoals de uitgestrekte gelaagdheid in acht verdiepingen. Het transparante gebouw kenmerkt zich door hoge en lichte binnenruimten, riante terrassen, daktuinen en balkons.
Het ontwerp heeft 1 hoofdgebouw met 4 kantoorvleugels. Bij elke verdieping laat hij het gebouw verder inspringen, waardoor terrassen en dakoverstekken ontstaan. De kantoorgevels worden zo veel mogelijk open gehouden. “Door deze opzet zijn exterieur en interieur van het gebouw met elkaar in dialoog. Bovendien vormt het gebouw als geheel een even treffende als vanzelfsprekende bekroning van zijn locatie: een stuwwal met uitzicht op de Waal en De Ooypolder.” (Bouwen met staal)
In 1974 begint de bouw. Aangezien de eigenaar en toekomstig gebruiker van het pand een staalfabrikant is, is het logisch dat staal een belangrijke rol speelt. “De hoofddraagconstructie van het achtlaagse gebouw is een innovatie binnen de Nederlandse bouw van dat moment: een staalskelet, gecombineerd met stabiliteitskernen van gestort beton. Het staalskelet rust op twee ondergrondse parkeerlagen van gewapend beton. De parapluvormige staalkolommen op de begane grondvloer zorgen voor reductie van het aantal dragende constructiedelen en daarmee voor openheid en transparantie.” (Bouwen met staal)
Estel (oktober 2024)
Daarnaast is er nog een innovatie: het is het eerste gebouw in Nederland met een geïntegreerd gevelsysteem van Josef Gartner & Co. Dit systeem bestaat al 9 jaar in Duitsland. De stijlen van de stalen kozijnen worden daarbij gebruikt voor het transport van warm water voor het energiebesparend verwarmen van het kantoor.
Staalprijs
In 1977 werd het pand in gebruik genomen. Het gebouw ontving de Nationale Staalprijs (1977) en de Europese Staalprijs (1979).
5 jaar later, in 1982, viel het bedrijf echter uiteen. Daarop kwam het gebouw leeg te staan.
Haskoning
Nadat de Provincie Gelderland nog enige tijd hier een kantoor had, vestigde in 1990 Royal Haskoning in het gebouw, waarbij het gebouw Haskoning-gebouw werd genoemd.
Eind 2014 verliet Haskoning (Royal HaskoningDHV) het gebouw.
Estel Residence
Daarop werd het pand verbouwd tot het appartementencomplex Estel Residence. Teake Bouma architectuur/stedenbouw en Weusten Liedenbaum Architecten maakten hiervoor het ontwerp. Daarvoor werd het hele gebouw gestript. Alleen de karakteristieke elementen als bouwlagen, liftkoker en de staalconstructie bleven behouden.
Vervolgens volgde de verbouwing tot 62 appartementen, waarvan de eerste in 2016 in gebruik werden genomen. Het gehele pand werd in 2018 opgeleverd.
Nijmeegse Architectuurprijs 2019
De verbouwing ontving de Nijmeegse Architectuur 2019. Dat jaar kostte het de jury weinig moeite om een winnaar te kiezen: “‘Architect Teake Bouma heeft van een druilerig gebouw een gewaardeerd, fris appartementencomplex gemaakt’, staat in het juryrapport over Estel Residence. ‘Het gebouw straalt een vanzelfsprekendheid uit die te danken is aan de perfectionistische transformatie en het respect voor het originele ontwerp. Bewonderenswaardig en een voorbeeld van hoe we met jonge monumenten moeten omgaan.’” https://www.gelderlander.nl/nijmegen/bijzondere-transformatie-estel-beloond-met-architectuurprijs~a1e401e8/
Gemeentelijk Monument
Het gebouw heeft de status van Gemeentelijk Monument.
Flora (Lente), beeld van Mathurin Moreau, Nassausingel (april 2025)
De beelden aan de Nassausingel stellen de Vier Jaargetijden voor, vervaardigd door de Franse beeldhouwer Mathurin Moreau. In 1889 was het een geschenk van de Vereeniging ter Verfraaiing van Nijmegen. De bekostiging werd mede mogelijk gemaakt door een schenking van 400 gulden door het Baron Paulus Straalmanfonds.
De beelden hebben alle vier ongeveer dezelfde klassieke lichaamshouding, hetzelfde opgestoken haar en dezelfde gewaden. Rijksmonumenten: “De vrouwenfiguren zijn classicistisch geïnspireerd, waarbij de gewaden aansluiten bij de Griekse natte stijl.” Zij houden hun attribuut steeds in de rechterhand vast, terwijl de linkerhand iets is opgeheven.
Ceres (Zomer) (maart 2024)
Het zijn:
Flora: godin van de bloei, de lente, met uibottende tak
Ceres: godin van de akkerbouw, de zomer, met korenaren
Pomona: godin van tuinen en vruchtbomen, de herfst, met druiventros
Vesta: godin van het huis en het haardvuur, de winter, met vuurpot.
De beelden zijn gegoten bij de Parijse gieterij Societé des Fonderies du Val d’Osne. De maker van de sokkel is Mathijs Roggen, van oorsprong uit Nijmegen die in Luik eigenaar van een steengroeve was.
Over Ceres en Pomona schrijft Marc Maison (zie ook hieronder): “We learn that our statues, presented on the foundry’s catalog, depict Ceres, goddess for harvests, agriculture and fertility, and Pomona, nymph and divinity of fruits. Both are wearing an antique tunic, falling down their bodies, underlining their breasts, with the drapery following their leg’s movements. According to the mythology, Ceres, the one holding a wheat sheaf, is supposed to be the origin for the four seasons, putting the ground’s fertility on hold during the four months when her daughter Proserpina is meant to be in the underworld next to her husband Pluto. Meanwhile, Pomona is the divinity of fruits : following the mythology, she did not like wilderness but preferred instead a well-nurtured garden. The artist represented her offering grapes with her right hand, and holding her tunic’s drapery, filled with fruits, with her other hand. Creating these two cast iron statues, the artist celebrates generosity and nature’s beauty following the neoclassical ideals of his times.”
Mathurin Moreau en de samenwerking met Val d’Osne
Plaza de Valparaíso 01, Rodrigo Cartagena Armijo, Chili (via Flickr/WikiCommons cc-by-sa-2.0)
Plaza de Valparaíso 02, Rodrigo Cartagena Armijo Armijo, Chili (via Flickr/WikiCommons cc-by-sa-2.0)
Plaza de Valparaíso 03, Rodrigo Cartagena Armijo, Chili (via Flickr/WikiCommons cc-by-sa-2.0)
Plaza de Valparaíso 04, Rodrigo Cartagena Armijo, Chili (via Flickr/WikiCommons cc-by-sa-2.0)
(Vrijwel) identieke beelden van Moreau, eveneens gegoten door de Societé des Fonderies du Val d’Osne zijn te vinden in Valparaíso (Chili).
Mathurin Moreau (18-11-1822 Dijon – 14-2-1912 Parijs) was een Franse beeldhouwer. Zijn vader Jean-Baptiste-Louis-Joseph Moreau, een beeldhouwer. Zijn moeder Anne Marianne Richer was dochter van de beeldhouwer Mathieu Richer. Ook de broers van Moreau, Hyppolyte en Auguste, waren beeldhouwers. Hij volgde zijn opleiding aan de École des Beaux-Arts in Parijs in 1841 en had lessen bij Jules Ramey en Auguste Dumont.
Succesvol kunstenaar
In 1842 behaalde hij de tweede prijs in Rome en in 1848 deed hij voor het eerst mee aan Salon des artistes français. Hij behaalde een aantal medailles op de wereldtentoonstelling in Parijs: medaille tweede in 1855, medaille eerste klasse in 1878 en een gouden medaille in 1889. In 1897 kreeg hij een eremedaille van de Salon en op de Wereldtentoonstelling van 1900 in Parijs was hij jurylid. Hij maakte “academische neoklassieke en Art Nouveau beelden in marmer en brons” (wikipedia)
Een aantal beelden zijn nog in Parijs te zien, onder andere:
Cologne, façade van Gare du Nord
L’Océanie, Musée d’Orsay
Zénobe Gramme, begraafplaats Père Lachaise
Samenwerking met Kunstgieterij Val d’Osne
Hij is daarnaast over de hele wereld bekend met de (serie) werken die hij in samenwerking met kunstgieterij Val d’Osne maakte tussen 1849 en 1879. Hij werd daar tevens een van de aandeelhouders en 1 van de beheerders.
Voor Val d’Osne maakte hij veel modellen voor beelden en decoratieve voorwerpen. Waaronder religieuze beelden, grafmonumenten, fonteinen maak ook kandelaars en tafellampen. De meeste beelden zijn in gietijzer, met een coating van imitatiebrons. Zijn fonteinen en beelden zijn niet alleen in veel Franse steden te vinden, maar ook in de rest van de wereld. Vooral ook in Zuid-Amerika.
Naast Val d’Osne maakt hij ook modellen voor de “Compagnie des Bronzes de Bruxelles”.
Vanaf 1879 was hij tevens burgemeester van het 19e arrondissement van Parijs.
Een afbeelding van de 4 “Nijmeegse” beelden is te vinden in de catalogus van Val d’Osne uit 1877. En zie ook de site van Marc Maison, waar kopieën te koop zijn. In haar publicatie gaat ze vanaf pagina 9 meer in over een serie van soortgelijke werken.
Het krantenartikel bij de onthulling
Pomona op de Nassausingel, 1889-1895 (Gérard Stoof via F30938 RAN)
“Door de Nijmeesche Verfraaiings-Vereeniging zijn dezer dagen aan de Gemeente aangeboden en op den Nassausingel geplaatst vier bronzen beelden op hardsteenen voetstukken. Tot het geven van dit kostbaar geschenk was de vereeniging in staat ten eerste door hare eigen fondsen en verder door den welwillend aangeboden finantieelen steun van de directie van het Straalmansfonds. Beide vereenigingen die hetzelfde doel beoogen, namelijk het verfraaiien der parken en wandelingen onzer stad, hebben daardoor weder niet weinig bijgedragen om aan een der schoonste punten in de onmiddelijke omgeving der stad een nog sierlijker aanzien te geven. De beelden, voorstellende Flora (de lente), Ceres (de zomer), Pomona (de herfst), en Vesta (de winter), zijn van Mathurin Moreau en vervaardigd door de Société des fonderies du Val d’Osne te Parijs. De voetstukken, met inscriptie, van het zuiverste hardsteen zijn afkomstig uit de Carrières de Correux van onzen vroegeren stadgenoot, den heer Math. van Roggen te Sprimont bij Luik, aan wien nog onlangs de eer te beurt viel op de Internationale Tentoonstelling te Brussel met de gouden medaille bekroond te worden, zijnde de hoogste onderscheiding aan Petit granit Belge verleend.
Pomona (Herfst) (april 2024)
De beelden, met de voetstukken bijna 3 meter hoog, doen op den Nassausingel een uitmuntend effect en de opschriften der gevers zullen naar wij hopen de aandacht vestigen, aan welke men ook den leeuw in het Kronenburgerpark, een meesterstuk van beeldhouwkunst van den heer H. Leeuw Sr., de fontein aan den Stationsweg, de bank om den dikken boom, vele andere banken, de zwanen en de prachtige collectie eenden van de zeldzaamste soorten in den vijver van genoemd park, enz. te danken heeft, en die zeker nog meer tot verfraaiing der wandelingen zou bijbrengen, indien zij beter door de ingezetenen gesteund werd. Het is toch bedroevend dat deze Vereeniging niet meer dan ongeveer 325 leden telt van de meer dan 30.000 inwoners, terwijl de contributie jaarlijks slecht f1,50 bedraagt, en ieder die zulk een kleine bijdrage schenkt toch de voldoening kan smaken mede te werken om onze stad, ook in het oog der vreemdelingen, nog aantrekkelijker te maken dan zij thans reeds is.
De pogingen door het Bestuur der Vereeniging om het ledental te doen toenemen, waartoe zij dezer dagen lijsten zal doen aanbieden, zullen dan ook ongetwijfeld met een goed gevolg bekroond worden.” (PGNC 14/4/1889)
Nassausingel
Plantsoen Nassausingel, 1895 dr. Jan Brinkhoff via D430 RAN)
Tegenwoordig is de Nassausingel een drukke verkeersweg met aan beide kanten van het park een tweebaansweg. Oorspronkelijk is het aangelegd in 1880 door tuinarchitect Jan Copijn en maakte het onderdeel uit van een groene gordel: het liep (en loopt) tussen het Keizer Karelplein naar de aansluiting met het Quackplein/de Kronenburgersingel en Kronenburgerpark – tot 2008 was het huidige Quackplein onderdeel van de Nassausingel.
Aan deze singel kwamen statige panden. Waaronder de oude burgemeesterswoning, naar een ontwerp van Bert Brouwer. De westzijde van deze singel brandde in september 1944 af.
Beeld van de singel, eerste helft jaren zestig, gezien in de richting van het Keizer Karelplein, met de gietijzeren beelden van de ‘De vier jaargetijden’, vervaardigd door de Franse beeldhouwer Mathurin Moreau in 1889. Van voor naar achter achtereenvolgens Vesta (Winter), Pomona (Herfst), Ceres (Zomer) en Flora (Lente), 1964 (Gemeentepolitie Nijmegen via F88463 RAN CC0)
Naar het Hunnerpark en terug naar de Nassausingel
De Vier Jaargetijden in het Hunnerpark, 2010 (Henk van Gaal via DF948 RAN CC0)
Omdat het midden van de Nassausingel als parkeerplaats werd ingericht, zijn de beelden begin jaren 60 verplaatst naar het Hunnerpark. Hier hebben ze tot eind 2012/begin 2013 gestaan: na de opening van de parkeergarage aan het Keizer Karelplein werd het groen op de Nassausingel hersteld en keerden de beelden terug.
De beeldengroep is een Rijksmonument. Als waardering:
“-Van kunsthistorische waarde als gaaf en goed voorbeeld van beelden uit het vierde kwart van de negentiende eeuw, bedoeld ter verfraaiing van de openbare ruimte. De classicistisch geïnspireerde beelden verbeelden een classicistisch thema, kenmerkend voor de ontstaanstijd van de beelden en hun functie.
-Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van de groenstrook bij de Nassausingel.
-Van cultuurhistorische waarde als uiting van een technische en van een stedenbouwkundige ontwikkeling, als gietijzeren beelden een voorbeeld van het toenemend gebruik van gietijzer voor gebruiks- en kunstvoorwerpen in de negentiende eeuw, en als voorbeeld van het gebruik van verfraaiingselementen in Nederlandse openbare stadsparken en plantsoenen die na de slechting van stadswallen vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw in veel steden werden aangelegd.”
Tegenwoordig is de Nassausingel een drukke verkeersweg met aan beide kanten van het park een tweebaansweg. Het is echter ontworpen als onderdeel van de gronde gordel rond Nijmegen, waaraan statige woningen lagen.
Park
Oorspronkelijk is het park aangelegd in 1880 door tuinarchitect Jan Copijn en maakte het onderdeel uit van een groene gordel: het liep (en loopt) tussen het Keizer Karelplein naar de aansluiting met het Quackplein/de Kronenburgersingel en Kronenburgerpark – tot 2008 was het huidige Quackplein onderdeel van de Nassausingel.
Twee (thans nog steeds bestaande) villa’s aan de Nassausingel 4 (links) en Nassausingel 2 (rechts), 1905 (Uitg. Firma J.F. Kloosterman via F27915 RAN)Plantsoen Nassausingel, 1895 dr. Jan Brinkhoff via D430 RAN)
Statige panden
Luchtfoto van het Keizer Karelplein en omgeving ; linksonder (tussen Stationsweg en Nassausingel) de villa van het gezin van de Baksteenfabrikant A.P.A. Terwindt (Keizer Karelplein 10) ; daarboven de villa’s aan de Nassausingel 3 en Nassausingel 5 (het woonhuis van J.G. Jurgens, directeur van de Maas en Waalsche Bank). Op de plek van deze drie villa’s is in 1960 de Stadsschouwburg gebouwd. Aan de overzijde de (thans nog steeds bestaande) villa’s aan de Nassausingel 2 en 4 ; rechts daarvan (op de hoek met de Bisschop Hamerstraat) de witte villa van de margarinefabrikant Arnoldus Jurgens (Keizer Karelplein 11, het latere Universiteitsgebouw waar tegenwoordig de ABN/AMRObank staat) ; rechts van de Bisschop Hamerstraat de villa’s Keizer Karelplein 1 en 2 (hier werd later de Boerenleenbank / Rabobank gebouwd) ; linksboven het Kolpinghuis (de Gezellenvereniging) tussen de Van Berchenstraat en de Smetiusstraat ; ervoor wordt de Marie-Adolffontein gebouwd., 1925-1926 (F58044 RAN)
Aan deze singel kwamen statige panden. Waaronder de oude burgemeesterswoning, naar een ontwerp van Bert Brouwer. De westelijke kant ging echter in 1944 verloren. Op deze plek staat tegenwoordig de schouwburg.
Beeld van de singel, eerste helft jaren zestig, gezien in de richting van het Keizer Karelplein, met de gietijzeren beelden van de ‘De vier jaargetijden’, vervaardigd door de Franse beeldhouwer Mathurin Moreau in 1889. Van voor naar achter achtereenvolgens Vesta (Winter), Pomona (Herfst), Ceres (Zomer) en Flora (Lente), 1964 (Gemeentepolitie Nijmegen via F88463 RAN CC0)
De beelden aan de Nassausingel stellen de Vier Jaargetijden voor, vervaardigd door de Franse beeldhouwer Mahurin Moureau. In 1889 was het een geschenk van de Vereeniging ter Verfraaiing van Nijmegen. De bekostiging werd mede mogelijk gemaakt door een schenking van 400 gulden door het Baron Paulus Straalmanfonds.
In 1922 opende hier het Hotel-Pension-Restaurant Nassau, waarvan J.N.E. Esser de uitbater was. De muurschildering aan de Smetiusstraat herinnert hier nog steeds aan
Het Quack-monument is vernoemd naar Arnoldus Burchard Adolphus Quack (Nijmegen, 6 april 1842 – Nijmegen, 11 november 1920) en zijn tweelingzus Maria (Marie) Christina (Nijmegen, 6 april 1842 – Nijmegen, 15 maart 1905). Quack was van 1902 tot 1919 wethouder van de gemeente. Bij zijn overlijden liet hij zijn erfenis na aan de gemeente, op voorwaarde dat Nijmegen een fontein vernoemd naar hem en zijn zus zou oprichten.
Ontwerp
Het ontwerp was van architect Willem Bijlard. Het is de vorm van een obelisk in art-decostijl. Het heeft 4 fonteinen. Een daarbij aan elke zijde onderaan een klok en bovenaan een lantaarn. Wikipedia: “In de jaren 1920 en 1930 deden ontwerpers inspiratie op uit de meest uiteenlopende exotische culturen. Naast de ‘art nègre’ (Afrikaanse kunst), de Maya- en Azteken-cultuur, Polynesië en Sumatra was dat voornamelijk de Egyptische beschaving van de farao’s. De directe aanleiding voor de Egypte-rage was de spectaculairste archeologische vondst van de eeuw: de ontdekking van het graf van Toetanchamon in 1922”.
De Spoorstraat gezien naar het westen richting het NS-Station, met op de voorgrond het Marie-Adolffontein (in de volksmond bekend als het Quackmonument), gemaakt in 1925 door Willem Bijlard (Brinkhoff, J.M.G.M. 1920-1986 via D606 RAN)
Krantenartikel 1926
“De Maria-Adolf Fontein
Ontwerp van Architect W. Bijlard.
De voorgeschiedenis zal onen lezers bekend zijn: De heer A.B.A. Quack, oud-wethouder der gemeente Nijmegen, liet bij zijn overlijden een legaat na tot stichting eener monumentale fontein op een der pleinen onzer stad. Na heel veel moeilijkheden over de opvatting der bedoelingen van den erflater hakte het gemeentebestuur den knoop logisch door met de besluiten: dat het een fontein moest worden en geen beeldhouwwerk, waaruit water spuit. Daarbij werd als plaats aangewezen het vijfvoudig wegenkruispunt aan het einde der Spoorstraat, én ontwerp én uitvoering opgedragen aan den heer W. Bijlard.
Zoo’n opdracht is gauw gegeven en zoo’n plaats is gauw aangewezen, maar voor ’t eerste moet men een kunstenaar hebben en voor ’t laatste moet men rekening houden met de moeilijkheden, die uit zoo’n keuze voor den ontwerper groeien, en die soms zijn fantasie in een ijzeren keurslijf wringen, altijd tot groote schade van het schoon dat in een totaal vrije uiting tot stand zou komen.
In een ander blad is destijds op heldere wijze aangetoond, waarom de obeliskvorm gekozen, waarom als materiaal Zweedsch graniet gebruikt zou worden. Wij hadden niet de gelegenheid toen de maquette te zien, die onbegrijpelijk genoeg eerst nu geëxposeerd wordt, ofschoon een dergelijk stuk werk waarachtig niet onder de korenmaat behoefte gezet te worden.
Wij behoeven hier dus niet verder op in tegaan, maar wel meenen we in verband met den eisch van den schenker: het stichten eener monumentale fontein; en de door het gemeentebestuur aangewezen plaats te moeten wijzen op de bijna onoverkomenlijke moeilijkheid, waaraan men den ontwerper ketende. Hier kan nooit een flink spuitende fontein geplaatst worden, om de eenvoudige reden, dat op dit drukke verkeersplein zonder omringend plantsoen, een bruischende waterstraal bij den minsten wind den voorbijgangers een nat pak zou bezorgen; afgezien nog van de ongelukken, die schrikkende paarden zouden veroorzaken bij het onverwacht neerkletteren van het verstuivende water.
De vorm der watergeving lag dus door de opdracht al geheel aan banden, en de uitweg, dien de heer Bylaard gevonden heeft is zóó geniaal, zoo oorspronkelijk, dat hij zich hierdoor alleen reeds stempelt tot een kunstenaar.
De lastgeving spreekt van een monumentale fontein en in ieder monument moet spreken het “hic sto”; het materiaal moest dus “iets” beter zijn dan het zoogenaamde moderne fonteinensemble op den Schaeck Mathonsingel, waar onlangs heele stukken verweerd en verbrokkeld bij lagen, en dat nu reeds de gammelheid zijner constructie vertoont als een melaatsche Molokayer. Gelukkig, want men moest wel euneuch van kunst zijn om deze karakterlooze uitspatting op monumentaal gebied een welgemeend lang leven toe te wenschen.’
Thans nu de steigers en schuttingen gaandeweg rond het werk van Bylard verdwijnen, pakt ons al dadelijk de geweldig sprekende eenheid in zen arbeid. Wie zijn oogen kan gebruiken en dit ook doen wil, ziet terstond de ééne hand, die het schiep; de indeeling van het grondplan, de natuurlijk daaruit groeiende opstand, de bronzen versieringen, de bekroning, alles ontspringt aan ééne eerlijke fantasie.
Die eenheid in onderdeelen maakt de middeleeuwsche monumenten van bouwkunst zoo waardig, zoo rustig, zoo sterk sprekend en karaktervol. De bouwmeesters beheerschten toen de geheele stof, ziedaar de oorzaak.
De bovengenomede moeilijkheid der watergeving is hier opgelost door een niet al te grooten waterstraal te laten ontspringen aan vier verlichte glazen zuilen, die op zich zelf in vorm en lijn zuiver ontwassen aan het geheel, en die met hun gegolfde transparante zijvlakken het afvloeiende water metamorphoseeren tot een respectabele hoeveelheid. Dat water vloeit terug in vier schelpvormige bekkens, wier grondvorm men terugvindt in de opalen lichtwerpers der bekroning. Deze bekken zijn een kunstwerk van handarbeid in granito, door den heer L.S. d’Agnolo, granietwerker alhier, ter plaatse gemaakt.
Daar, waar de ronde vorm van den voet overgaat in den vierkanten zuilvorm, zijn de wijzerplaten aangebracht, vastgehouden door een bronzen band. Dit bronswerk is zooe subtiel van ontwerp en schitterend van uitvoering, dat het een waar meesterstuk is.
De gedachte aan het eeuwig wentelend rad van den tijd is niet vreemd aan het ontwerp dezer wijzerplaat, die vastgehouden wordt door de schakels, van een breeden keten met oriëntatiemedaillions. De verlichting dezer wijzerplaten is zeer mystieken verhoogt zoo eigenaardig den glans van het meesterlijke bronswerk, dat wij geneigd zouden zijn, dit een gelukkig toeval te noemen: ware het niet, dat het geheele monument het aanzien draagt en een artistiek verantwoordelijkheidsgevoel. De heer P.G. Duchateau te Rotterdam en de gebrs. Arens, edelsmeden alhier, leverden dezen metaalarbeid en kunnen trotsch zijn op dit kunstwerk.
Merkwaardig is de behakking van het voetstuk onder de klokken; daar is onder den beitel van een eenvoudigen steenhouwer, den heer H. Litjes, werkzaam bij de firma Tournay en Zn., de rossige steen geworden tot een tapijt met inscripties en vlakversieringen zonder dat het materiaal verkracht is, en toch volkomen de kennelijke bedoeling van den ontwerper werd bereikt; een overgang te krijgen tusschen den druk bewerkten klokkenband en den onbewerkten steen.
De opstand van het geheel doet aan als een obelisk doordat de kantlijnen naar boven zich verbreeden; meteen is door dit architectonisch handigheidje vermeden, dat de zuil naar boven zwakker werd en over zijn diagonalen scheeve aspecten gaf, wat al weer door de plaatsing op een vijfsprong bijna niet te vermijden scheen.
De grondgedachte van alle versiering, die de heer Bylard aanbrengt, waar hij als kunstzinnig architect zijn stempel opdrukt is, zou ik zeggen, de zich rondende lijn in ontelbare variaties zonder ergens in passerkunst te vervallen. De soepel golvende lijnen vindt men terug in de geledingen, waaruit de zuil is opgetrokken, en spelend naderen ze elkaar in de bekroning der massale afdekking. Even edel als de klokkenband is de versiering en bouw der bronzen lichtdragers, die al hun licht gelukkig, door nauwkeurig berekenden reflectoren naar beneden werpen.
Wie maar een oogenblik de geweldige brokken steen bekijkt waaruit de zuil is opgetrokken (ik scat ze op 4 à 5 ton) zal moeten toegeven, dat de technische ambtenaar G. de Bruin en de heer L. Hirdes, die met de opstelling belast waren hun hoogste verantwoordelijken arbeid schitterend hebben volbracht, hierin terzijde gestaan door de practisch zeer ervaren vaklieden de heeren Moolenaar en v. Rosmalen.
Voor vele bouwkunstenaars schijnt er tegenwoordig maar één grondwet te bestaan: n.l. het naar voren brengen van andere lijnen, verhoudingen en kleuren, gepaard met het bruut negeeren van alle begrip van logische constructie. Deze richting demonstreert gaandeweg grooter armoede aan aesthetische beginselen en componeert luk-raak rhapsodieën zonder eenigen samenhang. De treurige gevolgen deezer architectuur, waarin ieder broekje, dat zijn eerste schootsvel nog niet versleet mag roepen “anch io sone pittore”! zullen op de komende tijden al heel spoedig drukken en ons eerste nageslacht zal deze werken bestempelen als producten van ongare geesten, voor wie architectuur en soliditeit heterogene zaken waren!
Bylard heeft zeker niet te kort gedaan aan den modernen geest der nieuwe lijn, hij is waar gebleven overal, waar iedere constructie is een weloverwogen onderwerp van studie en tegelijk een uiting van subtielen smaak. Nijmegen is straks een merkwaardige kunstvolle versiering rijker, die den ontwerper nog eeuwen zal loven, omdat waarachtige kunst is van alle tijden. En een waarachtig kunstenaar is Willem Bijlard, die duidelijk een kind van zijn tijd blijkt, maar wiens eigen weg rust op een ondergrond van diepgaande studie, rijpe en rijke ervaring en bovenal eerlijken kunstzin. A.Kr.” (PGNC 20/5/1926)
Afgebroken
Tijdens de oorlog waren de glazen gedeeltes en de klokken vernield. In 1958 werd de fontein afgebroken vanwege het verkeer. Wel werden veel onderdelen van de fontein opgeslagen. In 1994 vond het initiatief plaats om de fontein op dezelfde plaats weer op te bouwen en in 2000 vond de herbouw plaats. Sinds 2008 heet het plein het Quackplein.
Fallus
Veel mensen zien in het monument een fallus. Bij de Wereldaidsdag van 2004 werd er een “condoom” overheen getrokken.
Op 24-1-1950 werd de Openbare Leeszaal aan de Nassausingel 4 ingezegend. Deze zou hier tot 18-10-1971 blijven. Een aantal maanden daarna zou de bibliotheek op de Lindenberg open gaan (Bron en verder lezen: Huis van de Nijmeegse Geschiedenis)
Bibliotheek van de Openbare Leeszaal, Nassaustingel 4, 1952 ( GN5488 RAN)
Goedkoope Bazar rechts, Bloemerstraat in de richting van de Smetiusstraat, 1910-1915 (F12876 RAN)
De Bloemerstraat heeft sinds 1812 officieel haar naam, hoewel vóór die tijd al een aantal eeuwen varianten op deze naam voor komen. In 1770 komt de Bloemer straat voor en ook in 1552 is de Bloemerstraat al bekend.
In de 16e eeuw was deze straat vermeld als Bloemeborchschestraat. Daarbij was de straat vernoemd naar een verdedigingstoren: de Blommerthorn of Bloemberger toren. In 2011 zijn resten van deze toren gevonden.
De naam lijkt afgeleid te zijn van de “Bloem” is mogelijk afgeleid van de Bloemenborch, een huis dat in 1525/1526 is gesloopt. “Bloem” is een familienaam. De naam ging daarbij waarschijnlijk over naar de verdedigingstoren die Blommerthorn (1584) of Bloemberger toren (1591) werd genoemd.
Het stuk van Plein 1944 dat in het verlengde van de huidige Bloemerstraat ligt, behoorde ook een aantal eeuwen tot de Bloemerstraat. Daarvoor heette het stuk Zes Huysen (1718) en varianten daarop. Bij de aanleg van Plein 1944 ging dit stuk van de Bloemerstraat op in het plein.
De straat loopt door tot het kruispunt met de Eerste Walstraat. Daarna gaat de weg verder als Smetiusstraat.
Deze pagina verzamelt artikelen over de Bloemerstraat en zal van tijd tot tijd worden aangevuld.
Hoek Eerste Walstraat/Bloemerstraat
Hotel-Café-Restaurant ’t Rondeel van A.J.J van Kempen met twee koetsen en mensen op het balkon en in de deuropening; links oude huisjes aan de Eerste Walstraat, nu een grieks restataurant, 1895-1900 (dr. Jan Brinkhoff via D41 RAN CC0)
Al jarenlang zit Grieks restaurant Dionysos op de hoek van de Eerste Walstraat en de Bloemerstraat. Waarschijnlijk was de eerste horecazaak het hotel, café-restaurant ’t Rondeel van A.J.J. v. Kempen
Het interieur van het Hotel Pension Café Restaurant “’t Rondeel”,
thans Grieks restaurant., 1920-1925 (F14881 RAN)Bloemerstraat omstreeks de eeuwwisseling, gezien vanaf de kruising met (links en rechts) de Houtstraat, in de richting van de Smetiusstraat, 1898-1902 (J.H. Schaefer via F89839 RAN)
De Bloemerstraat gezien vanuit de Houtstraat, Van links en rechts zijn opschriften te zien van “Biersalon” (met daarboven een uithangbord van Hotel Café Restaurant en dan een onleesbare naam); “Hoeden Petten”, waarbij waarschijnlijk op een later tijdstip het naastgelegen pand is bijgetrokken (met een hoge hoed als uithangbord); “Vleeschhouw(erij) Spekslager” met onder Spekslager een onleesbare naam; “Constant Dietvors in Gemaakte goederen”, 1905 (GN663 RAN)
Wanneer C.P.H. (Constant) Dietvors zijn winkel precies is begonnen, is nog niet bekend. Wél dat hij zijn winkel “De Zon” begin 1895 in Houtstraat no. 6 heeft (Advertentie in De Gelderlander 24/2/1895, Adresboek 1895). Midden 1895 plaatst hij advertenties van een grote opruiming vanwege het verplaatsen van zijn zaak (onder andere De Gelderlander 2/6/1895). In De Gelderlander 8/9/1895 is zijn adres van Magazijn De Zon “Hoek Houtstraat-Bloemerstraat), oftewel Bloemerstraat 151 (De Gelderlander 1/5/1898).
Advertentie kleermaker Dietvors Bloemerstraat 151 (De Gelderlander 19-6-1898)
De panden van de Groenten & Vruchtenhandel, annex Vishandel van J. Hendriks, nr.: 16; B.H. Klaasen, nr.: 18; Banketzaak L.M. Leenders, nr.: 20; P.van Dijk, nr.: 22; Brood & Banketzaak A.J. Wieland, nr.: 26, 1910-1915 (F12813 RAN)De “Vereenigde Vischhandel”, Bloemerstraat 41, 1910-1915 (F12812 RAN)Slagerij van Gerard Tesser, Bloemerstraat 156, 1910 (F66411 RAN)Verlichte etalage van de vleeshouwerij van P.J. Cornelissen bij avond (Installatie A. Speelman). Reproductie uit: Gebruikt Electriciteit! Reclame uitgave der Gemeente-Electriciteitswerken te Nijmegen, eerste serie no. 3 ‘Onze Winkels’, Nijmegen 1910 (P.H. Kouw via F47584 RAN)Bloemerstraat 46-48-50: Café-Restaurant A.A. Janssen rechts, logement H. Joosten in het midden en schoenmakerij H.J. de Winkel links, 1913 (F19034 RAN)De kapperszaak van H. van Hulst, Bloemerstraat, 1915 (F12815 RAN)Hotel-café-restaurant-billard “In de IJsbeer”; op 17-09-1921 opende de heer J.W. Wolff, fabrikant van vanille ijs (Parkdwarsstraat) zijn nieuwe zaak als melk, bier en ijssalon met voornoemde naam.
Eind 1922 verschijnt een advertentie als hotel-café-restaurant-billard “De IJsbeer” waar ook gedanst kan worden.
Kennelijk gaan de zaken niet goed want op 4 december 1934 wordt de inventaris geveild.
Op 5 januari 1935 staat een aankondiging in ‘De Gelderlander’ dat ook het pand ‘met woonhuis, vergaderzaal en erf’ geveild gaat worden.
Op zaterdag 11 mei 1935 opent hier “Hotel Café Restaurant Unicum”.
Ruim een jaar later, op 9 juli 1936, wordt ook Unicum alweer failliet verklaard.
Op 2 oktober 1937 adverteert Harry van den Dungen met “Café De Kroon”.
In 1941 verkoopt van den Dungen zijn zaak, maar blijft echter onder de naam “De Kroon” bestaan tot ver na de oorlog, uitgebaat door ene P.J. Vermeulen, Bloemerstraat 21-23, 1925-1930 (F12849 RAN)nterieur van hotel-café-restaurant-billard “In de IJsbeer”; op 17-09-1921 opende de heer J.W. Wolff, fabrikant van vanille ijs (Parkdwarsstraat) zijn nieuwe zaak als melk, bier en ijssalon met voornoemde naam.
Eind 1922 verschijnt een advertentie als hotel-café-restaurant-billard “De IJsbeer” waar ook gedanst kan worden.
Kennelijk gaan de zaken niet goed want op 4 december 1934 wordt de inventaris geveild.
Op 5 januari 1935 staat een aankondiging in ‘De Gelderlander’ dat ook het pand ‘met woonhuis, vergaderzaal en erf’ geveild gaat worden.
Op zaterdag 11 mei 1935 opent hier “Hotel Café Restaurant Unicum”.
Ruim een jaar later, op 9 juli 1936, wordt ook Unicum alweer failliet verklaard.
Op 2 oktober 1937 adverteert Harry van den Dungen met “Café De Kroon”.
In 1941 verkoopt van den Dungen zijn zaak, maar blijft echter onder de naam “De Kroon” bestaan tot ver na de oorlog, uitgebaat door ene P.J. Vermeulen, 1921-1934 (F93633 RAN)Het Café-Restaurant A.H. Janssen, Bloemerstraat 78-78a, 1930 (F18767 RAN)Café H. Pilet – Maastrichts Bierhuis. Eigenaar Huub Pilet poseert met echtgenote Annie Raafs, zoon Huub jr. en dochter Corrie (midden) voor de horeca-gelegenheid. Joop, de jongste van de drie kinderen, ontbreekt op de foto. De naam van het meisje links is niet bekend. Vanwege zijn kleine postuur – hij is van Italiaanse komaf – heeft Pilet sr. plaatsgenomen op de (verhoogde) drempel van de deuropening om het verschil in lengte met zijn vrouw te compenseren!, Bloemerstraat 101 (F26771 RAN)
De Hollandsche Kaasboer G. Rebel Bloemerstraat 84. In de etalage zijn Teuntje Rebel-Bout en zoon Jan Rebel te zien (Collectie en Auteursrecht: C. Rebel)
Rond januari 1929 opent G. Rebel zijn kaashandel “De Hollandsche Kaasboer” op Bloemerstraat 84. Daarbij is hij zowel detail handelaar als grossierder. Hij is dan afkomstig van de Weurtscheweg 83.
Advertentie De Hollandsche Kaasboer G. Rebel opening Bloemerstraat 84 (De Gelderlander 8/1/1929)
“Nieuwe zaak.
De heer G. Rebel, die tot dusverre zijn zaken dreef aan den Weurtschenweg 83, heeft deze sinds heden overgebracht naar de Bloemerstraat 84. In dit nieuwe pand heeft de heer R. ruimere gelegenheid tot het uitstallen van zijn waren, waaronder het artikel kaas een eerste plaats inneemt.
De grossierderij is bij de wederverkoopers wel bekend. Naast kaas worden boter, eieren, enz. in geregelde voorraad gehouden.
Het interieur is door nieuwe beschildering geheel vervroolijkt. Voor de Bloemerstraat is de vestiging van deze zaak wederom een aanwinst.” (De Gelderlander 8/1/1929).
In februari 1933 komt nog een advertentie voor op Bloemerstraat 84. “Naast het artikel Kaas en Boter (overbekenden) bevelen wij thans ook aan alle fijne Vleeschwaren en Vischconserven. Betere kwaliteit is er niet. Wel duurder. Neemt proef! Neemt proef! In al deze artikelen En Gros En Detail.” (PGNC 6/2/1933).
Dan verhuist hij rond 1933: In het Adresboek 1934 komt hij voor als G. Rebel, kaashandel, op Berg en Dalscheweg 272. Vanaf 1936 is dit nummer 286, wat mogelijk een hernummering is geweest. Vervolgens komt hij nog jarenlang, in ieder geval in het Adresboek 1971, voor.
Tweede Wereldoorlog
De Bloemerstraat gezien vanaf het midden van de Augustijnenstraat, na bombardement, 1944 (GN212 RAN)
Ook de Bloemerstraat werd bij het bombardement van februari 1944 zwaar getroffen. Een deel van de linkerzijde, tot de huisnummers 35 bleven staan en zijn nog steeds te zien. Ook de panden tot huisnummer 42 overleefden het bombardement, maar zijn eind jaren 50 (1959?) alsnog gesloopt.
Hieronder staat een foto van de gesloopte panden.
Op Noviomagus vertelt Gerard Eickmans zijn herinneringen aan bakkerij Eickmans.
De oostzijde van de Bloemerstraat met o.a. v.l.n.r. Café W. Smolders (Bloemerstraat 34) , Thom’s Verfhandel (van Th. A. van Cleef) (Bloemerstraat 28A), de winkel in groente en fruit van P. Holleman (Bloemerstraat 26) en (tweede van rechts) Brood- en Banketbakkerij J. Eickmans (Bloemerstraat 14), 1954-1955 (F12830 RAN)
Jaren 50: Wederopbouw
Bij de Wederopbouw werd de Bloemerstraat ontworpen als een moderne winkelstraat.
Bovendien was het de aanrijroute voor auto’s: men zou via de Tunnelweg in 1 rechte weg naar Plein 1944 kunnen rijden, om daar te parkeren. En om vervolgens de horeca te bezoeken, te winkelen of naar de bioscoop te gaan.
De eerste herbouw in de Bloemerstraat: Kapperszaak de Vries, architect Hendriks
Wanneer kapperszaak de Vries en de firma Courbois in juli 1950 open gaan, blijkt dit het eerste pand te zijn, dat in de Bloemerstraat is herbouwd:
“Pioniers in de Bloemerstraat
Pioniers in de Bloemerstraat kunnen we ze noemen, de twee eerste zaken, die daar, na van oorlogsramp te zijn hersteld, hebben heropend. Het is de heer Jan de Vries, die herbouwde en twee zakenpanden met bovenhuizen liet zetten, die een fraai complex vormen en de toekomstige drukke verkeersweg, welke de Bloemerstraat gaat worden, alle eer aandoen. Op no. 39 is de kapperszaak van de heer J. de Vries weer voortreffelijk ingericht, met een fraaie kapsalon (gisteren had deze veel van een bloemensalon weg, zo groot was de in bloemen betoonde belangstelling); op no. 37 vond de firma H. Courbois, (goud en zilver), die wordt gedreven door de heer en mevrouw P.J. Kuiltjes, na veel rampspoed en meerdere door de oorlog bewerkte omzwervingen, eindelijk een standvastig rustpunt. En ook hier ontbrak het niet aan blijken van sympathie met bloemen en felicitaties.
Ons gemeentebestuur was niet in gebreke gebleven om van zijn vreugde over deze eerste herbouw in de toekomstige Bloemerstraat te getuigen, Burgemeester Hustinx zou zelf de opening van dit mooie winkelcomplex hebben verricht, indien hij niet in verband met de komst van het Koninklijk Echtpaar naar Gelderland, verhinderd ware geweest. Nu was het de wethouder van Publieke Werken de heer M. Duives, die met groot genoegen voor de gemeente de honneurs waarnam en een woord van hulde sprak tot de heer J. De Vries en het echtpaar Kuiltjes. Spr. had bewondering voor de ondernemingsgeest en het doorzettingsvermogen, waarmee deze bouw was tot stand gekomen. En grote lof had de wethouder voor de aannemers Gebr. Detmers en de architect, de heer Th. Hendriks en alle ondernemers. Weer een belangrijke bijdrage is geleverd tot het stadsherstel, want het zijn juist de middenstandszaken, die de echte sfeer aan de city moeten teruggeven, aldus spr. De wethouder had groot vertrouwen in de toekomst van de Bloemerstraat, welke aan de kant, die op zijn plaats blijft, met zulk een fraai winkelpand is verrijkt, terwijl de andere kant voor de grote verkeersweg vanaf de tunnel tot aan de Markt zal achteruitgaan om ruimte te maken voor een brede rijweg. Aan de heer de Vries, die hier als eerste herbouwde, bracht de wethouder hulde voor de goede blik in de toekomst, die hem ook in de wijze waarop hij zijn zaak, thans een kwarteeeuw bestaande, thans opgebouwd, kenmerkte.” (De Gelderlander 11/7/1950)
Luxor Bioscoop
Het Luxor-theater, rechts de Doddendaal, 1955 waarschijnlijk rond de opening. Architecten Meerman en Jansen (Commissariaat Politie Nijmegen Afd. Fotografie F31806 RAN CCO)
Een aantal jaren voordat het gebouw gesloopt werd, had het de titel “lelijkste gebouw van Nijmegen” gekregen. In de loop der jaren was het pand steeds meer vervallen en was het een “rotte kies” geworden. En dat, terwijl er de Luxor bioscoop in 1955 als een fris uitziend pand begon.
De hoek Bloemerstraat-Plein 1944 in aanbouw: Gezien in de richting van het Luxortheater op de hoek met de Bloemerstraat en Doddendaal. Links de zuidzijde van Plein 1944 met o.a. Chinees Restaurant Tai Tong ; in het midden de bouw in 1957 van de woon-winkelflat op de hoek van Plein 1944 en de Bloemerstraat ; rechts het woon-winkelcomplex aan de westzijde van Plein 1944 met o.a. de winkel van Heijmans. 1957-1958 (J.F.M. Trum via f20209 RAN CCBYSA)
Het nieuwgebouwde woon-winkelcomplex aan de oostzijde van de Bloemerstraat (nrs.: 2 t/m 48). met o.a. de Milord-bar (nr.: 2), een bakkerswinkel van de Roding (nr.: 4) , Autorijschool Brugmans (nr.: 12-14). Kledingmagazijn Amelink (nr.: 16-18) en Chinees Restaurant Hong Kong (nr.: 30), 1961-1964 (J.H. ten Have via F39115 RAN CCBYSA Auteursrechthouder Hans en Tijs ten Have)
Café de Plak
Muurschildering Hyuro
Hyuro (Tamara Djurovic, 1974 Argentinië). Waarschijnlijk is ze in de jaren 90 naar Valencia verhuisd, waar ze aan de technische universiteit heeft gestudeerd. Ze overleed op 19 november 2020 aan leukemie. In 2019 maakte ze deze muurschildering van 8 vrouwen die met keukengerei muziek maken. Zie verder het leuke artikel van Dorsoduro (tevens bron)
Pierson rellen
Pierson rellen; Boven de kauwgomballenautomaten: “Zeigelhof nooit! Wij blijven!”, februari 1981 (J.N. via F54213 RAN CC0)
21ste eeuw
Vanaf in ieder geval het begin van de 21e eeuw raakte de straat gaandeweg in verval.
Het eigentijdse Nijmegen uit 2008: “Door de toenemende spreiding van de winkels en het steeds groter wordende oppervlak van het winkelgebied zijn enkele straten onder druk komen te staan: Bloemerstraat, In de Betouwstraat, Hertogstraat en Kelfkensbos. Daar vertrekken winkels, het niveau daalt, de horecasector dringt op. Andere straten weten zich te handhaven of hun positie zelfs te verbeteren.”
“De afgelopen twee decennia kwam de klad er echter in. Winkels liepen en bleven leeg, bewoners vertrokken en gewone horeca maakte plaats voor coffeeshops en shisha-lounges. Er was overlast van hardrijdend verkeer en er waren veel openbare-ordeproblemen, onder meer door geluidsoverlast, agressie en handel in en gebruik van drugs. De Bloemerstraat kreeg een ronduit slechte reputatie.” (Overheidvannu.nl, tevens belangrijke bron van deze paragraaf)
Daarop besluiten de provincie Gelderland en de gemeente Nijmegen in de jaren 2010 om 750.000 euro extra in de straat te investeren. In 2019 was de straat weer sterk opgeknapt.
Eerste maatregelen in 2011
In 2011 wordt er begonnen met een tijdelijke opknapbeurt, vooruitlopend op de herinrichting. Maatregelen zijn dan:
Net als de ringstraten krijgen de trottoirs rode klinkers
Bestaande verlichting wordt vervangen door hangverlichting
Het trottoir van de Smetiusstraat wordt verbreed.
Ook wordt de bushalte verplaatst
Het is dan wachten op de afronding van de bouw op Plein 1944, die waarschijnlijk in 2013 klaar is. Dan zal de Bloemerstraat geheel opnieuw worden ingericht.
Grote herinrichting
Maatregelen van de grote herinrichting waren:
Aanleggen van bredere trottoirs
Aanplanten van nieuw groen werd
Meer ruimte voor terrassen
De straat werd een 30 kilometer-zone
Aan de stationszijde, de entree van de straat kwam een grote muurschildering van een vogel
Een straatmanager werd aangesteld om de lege winkels te vullen met jonge ondernemers
Aanpak veiligheidsproblemen: Stegen achter de winkelpanden werden zijn afgesloten met hekken, en de politie is vaker en sneller aanwezig
Overheidvannu.nl noemt het werk van de straatmanager een succes: “Die zijn er inmiddels massaal neergestreken. Opvallend is de bundeling van functies in één pand, zoals de lunchzaak die ook een yogastudio herbergt. Daar is bewust voor gekozen om de leegstand zo efficiënt mogelijk aan te pakken. Er staat vrijwel niets meer leeg. Ook de veiligheidsproblemen worden aangepakt. Stegen achter de winkelpanden werden zijn afgesloten met hekken, en de politie is vaker en sneller aanwezig.”
2017 “Heropening”
In mei 2017 vindt de “heropening” van de Bloemerstraat plaats.
Een leuk en uitgebreid artikel vanwege deze heropening staat in de Mariken:
Overheidvannu.nl constateert dat winkeliers in 2019 “matig tot behoorlijk” tevreden zijn. Hoewel winkeliers positief zijn van de snelle aanpak door politie, wordt de overlast en het onveilige gevoel, voor ’s avonds, nog steeds als een van de pijnpunten gezien. Daarbij is er de overlast van de hardrijders.
Ook de Gelderlander constateert in 2018 -wanneer het project al jaren loopt en vrijwel is afgerond- het onveilige gevoel, vooral van de (drugs)overlast. Daarbij worden de maatregelen die de gemeente ten aanzien van de Tweede Walstraat en de Vlaamsegas als reden gezien als mogelijke oorzaak, waardoor de overlast zich naar de Bloemerstraat heeft verplaatst.
Gedenksteen Dick van den Heuvel
Bij de heropening van 2017 is een gedenksteen voor Dick van den Heuvel geplaatst, bij een boom ter hoogte van Bloemerstraat 79.
Op 20 juni 2024 opende de Albert Heijn op Bloemerstraat 133, op de hoek van de Bloemerstraat en Plein 1944. Jarenlang was deze locatie een van de lelijkste plekken van Nijmegen. Waar bij de wederopbouw een frisse bioscoop was gebouwd, was dit gebouw -na vele verbouwingen- en na leegstand in verval geraakt: in 2014 werd het uitgeroepen tot lelijkste gebouw van Nijmegen. Na sloop in 2019 was hier midden in het centrum jarenlang een leeg gat te zien.
In de nieuwbouw is in 2024 een tijdscapsule geplaatst: verhalen van “dromen en hoop voor 2069. Honderden bewoners hebben toekomstverhalen geschreven, mede ingegeven door de verwoeste dromen als gevolg van het bombardement van 1944. In 2069 zal deze capsule worden geopend, 125 jaar na dit bombardement.
Deze pagina verzamelt de artikelen die over de Dominicanenstraat zijn verschenen.
Vanaf de Berg en Dalseweg in de richting van de Daalseweg. Rechts de St. Canisius MAVO in het voormalige St. Vincentiusklooster, dat later plaats maakte voor het appartementencomplex de Dominicaan, 1987 (Anton van Roekel via F67261 RAN CCBYSA)
Tegenwoordig zit hier sinds 1994 de Vrouwenschool. De geschiedenis van het klooster en de Vrouwenschool is te lezen op haar site.
Achterzijde van het St. Vincentiusklooster met de kapel en de tuin van de Dominicanessen van de Congregatie van de Heilige Catharina van Siena uit 1904 van architect W.J.H. van der Waarden (Nijmegen, 15/11/1860 – Nijmegen, 25/09/1930), Dominicanenstraat, 1929-1931 (Brinio via F89865 RAN)
Dominicanenstraat 1
Vanaf (ongeveer) 1972 zat de SP jarenlang op Dominicanenstraat 1. Zie voor haar geschiedenis de site van de SP. En een interview met Hans van Hooft Sr. op Nijmegen-Oost; en een interview met Sr. en Jr. op Binnenlands Bestuur.
In dit gebouw zat in ieder geval in jaren 70 de PTT, zie de foto uit 1977 op F17188 RAN. Tegenwoordig (oktober 2024) is het gebouw deels in gebruik door Studentenhuisvesting, deels door Kinderopvang KION.
Franciscus van Broeckhuijsen was een aannemer, die daarnaast ook zelf panden heeft ontwikkeld. Waaronder een aantal panden aan de Dominicanenstraat, op de percelen naast zijn eigen huis.
Kruidenierswinkel op de hoek van de Daalseweg (rechts) en de Dominicanenstraat (links), 1934-1938 (F88027 RAN)
Een mooie foto van Rijwielzaak van Sloos (eigenaar A.T. Evers) uit 1979 is te vinden op F16247 RAN.
Dominicanenstraat 42
… voor het bouwen van een Woonhuis met boven Woningen Heer W.(?) G. Berkhof, Dominicanenstraat 42, datum bouwdossier 1-1-1897 (D12.377704)
De bouw tekening van Dominicanenstraat 42 heeft als datum bouwdossier bouwdossier 1-1-1897. De opdrachtgever is W.G. Berkhof(f).
Helaas is de naam van de uitvoerder niet goed te lezen:
10 dubbele woningen
Op 3-9-1897 vindt de aanbesteding plaats van 10 dubbele woonhuizen aan de Dominicanenstraat door de bouwkundige M. Louman, Hugo de Grootstraat 63. De laagste inschrijving was f 30725 door J.C. Kropman (PGNC 5/9/1897).
Momenteel is nog onbekend welke woningen dit zijn.
Marinus Louman
Marinus Louman is geboren op 16-1-1861 in Zwolle. Hij vestigt zich op 8-9-1894 vanuit Roermond op Hugo de Grootstraat 63. Zijn beroep is dan “Teekenaar”.
In het Adresboek 1895 en 1896 komt hij voor als tekenaar op Groote straat 92. In het Adresboek 1898, 1899 als bouwkundige op de Hugo de Grootstraat. Ook staat hij in 1899 onder de kop “architecten” en in 1901, 1902 onder “architecten en bouwkundigen”, in 1903 “architecten, bouwkundigen en teekenaars”.
In 1901, 1902 is zijn adres Hugo de Grootstraat 77 (wat mogelijk een hernummering is geweest); in 1903, 1905 Vondelstraat 64.
Hij is getrouwd met Johanna Sophia Loman (9-3-1862 Tiel); in de De Gelderlander 13-5-1896 en De Gelderlander 19-5-1896 staat het bericht dat ze in ondertrouw zijn gegaan. (Dan als L. Louman, maar dat zal een zetfout zijn). Als beroep staat “bouwkundige”. Zij vestigt zich op 3-7-1896 vanuit Tiel.
Ter herinnering aan de inhuldiging van prinses Wilhelmina (31-08-1880 – 28-11-1968) als koningin der Nederlanden op 6 september 1898 werd onder grote belangstelling een linde geplant; de boom werd op zijn plaats gehouden door een smeedijzeren kroon omringd door een hekwerk met kroontjes, een grasveld met daarin het stadswapen, een kroon en de letter W. Het planten van de boom werd opgeluisterd met een aubade door schoolkinderen, Hertogplein, 1/9/1898 (GN2217 RAN)
Op 6-9-1898 wordt Wilhelmina gehuldigd tot Koningin der Nederlanden. Ter gelegenheid daarvan viert Nijmegen de Kroningsfeesten, waarbij het planten van de Wilhelminaboom op 1 september een belangrijk onderdeel is. Deze boom staat nog steeds op het Hertogplein.
De aanbesteding door architect Semmelink, in opdracht van de Commissie voor het planten van het planten van de Wilhelmina-linde, voor “de daarvoor uit te voeren werken op het Hertogplein te Nijmegen, als: Smidswerk, Steenhouwwerk, Schilderswerk, Metselwerk enz.” vond op 31-5-1898 plaats (De Gelderlander 29/5/1898)
Rechts de Nutsschool, links de Hertogstraat, tussen het café en de Wilhelminaboom de Derde Walstraat, 1935-1940 (Evert F. van der Grinten via F78793 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
1948 Herplaatsing Kroontjes
Tijdens de bezetting hadden de Duitsers de kroontjes verwijderd. Op 24-7-1948 werd onder grote belangstelling nieuwe kroontjes geplaatst, gemaakt door leerlingen van de Nijmeegse Ambachtsschool.
In september 1948 regeert Wilhelmina 50-jaar. Verwacht wordt dat dan vooral de aandacht naar Amsterdam en Den Haag zullen uitgaan. Om te voorkomen dat vieringen elders in Nederland daardoor niet ondergesneeuwd raken en om met spreiding een langer tijdsverloop te verkrijgen, krijgen andere plaatsen een andere week toegewezen. In Nijmegen zal de week van 1 tot 8 augustus het hoogtepunten. (De Gelderlander 2/3/1948)
Een van de hoogtepunten, het terugplaatsen van de kroontjes op het hek van de Wilhelminaboom, vindt echter al eerder plaats: op 24 juli (vlak voordat de Vierdaags begint van 26 – 30 juli).
Onthulling Kroontjes Wilhelminaboom; de kroontjes zijn vervaardigd door de leerlingen van de Nijmeegse ambachtsschool, Hertogplein, 7/1948 (GN4783 RAN)
De kroontjes die door de bezetter van het hek bij de Wilhelminaboom waren verwijderd, worden opnieuw geplaatst. Pater Daniëls die de boom als 12-jarige in 1898 plantte, houdt een toespraak, Hertogplein, 24/7/1948 (F55950 RAN)
2007 Herinrichting
Werkzaamheden rond de Wilhelminaboom, onderdeel van de het zichtbaar maken van de plaats waar ooit de Hertogpoort stond , Hertogplein, 2007 (Henk Rullmann via DF3310 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
Nadat hiervan resten waren gevonden, werd bij de herinrichting van het Hertogplein inzichtelijk gemaakt waar de Hertogpoort, een poort in de oude stadsmuur, had gestaan. Daarbij kwam rondom de Wilhelminaboom een kleiner grasperkje met een soberder hekwerk.
Oscar Goedhart maakte in 1974 de sculptuur Schikgodinnen. Deze staat op het Hertogplein. De 3 schikgodinnen bepalen samen de levensloop van een mens. Het bijzondere aan dit werk is dat de godinnen zittend, elkaar steunend met de rug zijn weergegeven.
In mei 1904 ontwerpt architect Claase een winkelhuis en woonhuis aan de Hertogstraat (27 en 29). De opdrachtgevers zijn de gebroeders Faazen, die wonen op nummer 27 en ook in de nieuwbouw op nummer 29 zullen gaan wonen. In november 1904 opent de bloemisterij Gerretsen en Valeton op nummer 27. Opvallend aan de het pand…
Advertentie 50-jarig jubileum v.d. Borg ( Nijmeegsch dagblad, 24-10-1949)
“Uit as herrezen
Aan de Broerstraat bruist nieuw leven
Vandaag heropende v.d. Borg
Toen op 22 Februari 1944 ’t rampzalige bombardement Nijmegen teisterde, liep het warenhuis v.d. Borg aan de Broerstraat een paar geduchte schrammen op. Zij werden geheeld en dat kostte 40.000 gulden. Op 20 September 1944 brandden de Duitsers het gebouwen-complex helemaal neer onder het motto “Sie schützen den Feind”. Nu ging het niet meer om het helen van een paar schrammen, maar om opbouw van de grond af aan. Het heeft vier jaar geduurd eer het zover was. Dat is een lange tijd, maar toch zo kort, dat v.d. Borg het eerste bedrijf is, dat in volle luister straalt aan de in opbouw zijnde Broerstraat. Dat heeft meer gekost dan 40.000 gulden… doch dat weet de spraakmakende gemeente het best. Maar wat het gekost heeft aan piekeren, wikken en wegen en zorgen en wat voor eisen gesteld heeft aan durf en levensmoed… daar kunnen geen mensen over meepraten dan de eigenaar, de heer J. v.d. Borg en die hem nastaan.
En wij zelf vinden het alleen maar een licht gevend teken, dat temidden van de kale vlakte, waar doorheen het steenpad loopt, dat eens Nijmegen’s Kalverstraat werd geheten, dit bedrijf als eerste is herrezen, als de voorbode eener rij van flonkerende en bloeiende zakenpanden. Hier heeft de getroffen middenstand niet geweeklaagd en gejammerd (waartoe hij overigens het volle recht heeft), wetend, dat hij zijn naar mensen maatstaf in eigen hand moet nemen.
Dat het hernieuwd bedrijf in alles up to date is, gelooft u natuurlijk zó wel, zonder dat wij dat in finesses beschrijven, anders was de zaak natuurlijk niet herbouwd. Dat alles gedaan is om het kopen tot een prettig tijdverblijf te maken, kunt u eveneens zonder meer aannemen, want anders zou de concurrent daar wel voor zorgen.
Dat wist u niet.
Maar bekijk b.v. eens de etalages. Wie over het trottoir passeert, kan er zijn hart ophalen, doch wie er eens meer op zijn gemak een oogje aan wil wagen, kan aan “de achterkant van de voorkant” der vitrines rustig neuzen zonder gehinderd te worden door wie de zaak binnengaan.
Wist u, dat er ook in een warenhuis wel eens een storing in het licht optreedt? En dat dan gewoonlijk gebeurt als de zaak propvol is, op de spitsuren, zoals b.v. al enige malen met St. Nicolaas voorgekomen is. V.d. Borg maalt er niet meer om, want er is een automatische accu-kamer, die direct in werking treedt als electriciteitsvoorziening staakt en dan nog zo lang brandt, dat er ook dan nog twee uur lang naar hartenlust verkocht kan worden. Maar wel blijft de klok stil staan!
Indirecte verlichting met Philips T.L.-buizen is misschien al helemaal niets bijzonders meer, maar dat u hier de eerst Philips huistelefoon-installatie vindt, waar vroeger altijd Siemen aan bod was, is wèl het vermelden waard. En de Multivox, de luidspreker-installatie, waarmee op elke plek van het gebouw iedereen bereikt kan worden en die bij eventuele noodtoestanden een paniek zal kunnen voorkomen, is óók niet algemeen ingeburgerd!
Weer de wind!
Het nieuwe warenhuis-paleis staat op het ogenblik nog maar in een kale open vlakte. Voorts collega’s aan de overkant eveneens gebouwd hebben, kan nog wel een aantal maanden verstrijken. Intussen giert de wind over de kale leegte. En daarom heeft v.d. Borg een heel voorportaal met een stelsel van tochtdeuren, dat geen zuchtje binnenlaat. Komt er aan de overkant eveneens bebouwing, dan is die drie dubbele beveiliging eigenlijk overbodig, maar tot zolang moest zij er zijn.
Liften zijn er nog niet in ’t nieuwe gebouw. Dat is niet nodig bij een hoogte van één verdieping. Maar de liftschachten zijn al aanwezig om dienst te doen al binnen hopelijk niet al te lange tijd ook de voorgenomen bouw van de eerste en tweede verdieping zal zijn voltooid. Dat zal zijn tegen de tijd, dat ook de ondergrondse rijwielbergplaats (een zaal gelijk) ten volle benut zal kunnen worden. Dan zal ook van de lange rij toiletten en wastafels, als ’t ware in één heel grote badkamer verenigd, pas volop geprofiteerd worden.
Zo is bij de bouw van dit moderne winkelpaleis, die reeds een stoute stap is, al ten volle rekening gehouden met de uitbreiding in een zeer nabije toekomst.
Negen en veertig jaar geleden legde de heer A.A. v.d. Borg (inmiddels overleden) de eerste steen voor dit goed-Nijmeegs bedrijf. Zijn zoon, de heer J. v.d. Borg heeft het aangedurfd om in een tijd, dat de Rijksschade-uitkering toch maar een futje is van de werkelijke kosten, de herbouw op zo royale voet ter hand te nemen. Hopelijk is de tijd nog ver, dat de kleinzoon, de heer A.A. v.d. Borg, de teugels in handen moet nemen. Maar in elke geval is de continuïteit in dit geslacht van degelijke Nijmeegse zakenmensen verheugend.” (Nijmeegsch dagblad, 13-11-1948)
Oranjesingel, gezien vanaf het Keizer Karelplein richting St. Canisiussingel, circa 1900 (Vivat Amsterdam via F2892 RAN)
Deze pagina verzamelt artikelen die over de Oranjesingel zijn verschenen.
De Oranjesingel is vernoemd naar het Bolwerk Oranje, dat aan het eind van de Molenstraat lag. De aanleg van deze straat begon in 1880, na de sloop van de vestingwerken.
Het bolwerk Oranje, 1875 (Gerard Korfmacher via F68578 RAN)
Lommerijke singel
De Oranjesingel had bij de aanleg een ander karakter dan wij tegenwoordig kennen: aanvankelijk was het een brede, lommerijke straat, waartussen Nijmegenaren in het midden van de straat konden flaneren. Aan weerszijden lag daarnaast een weg. Op dat moment bestond de Waalbrug nog niet.
Lindes
Oorspronkelijk waren er kastanjes aangeplant. Omdat deze niet groeien wilden, werden ze vervangen door lindebomen. (PGNC 2/11/1890). In 2007 waren veel lindes intussen al verdwenen: “Deze singel oogt in eerste aanblik als een coherent straatdeel zeer verschillend en de oorspronkelijke beplanting met linden is deels verdwenen. Er zijn aan het eind van de vorige eeuw zelfs ook populieren aan de singel toegevoegd. In 1990 is de binnenste rij linden vervangen door moeraseiken. De visie uit die tijd was dat deze bomen beter bestand waren tegen verontreiniging zoals uitlaatgassen en strooizout. Het probleem van deze bomen is dat de moeraseik breder uitgroeit dan de linde waardoor de rij linden naast de eiken in de verdrukking komt.” (Groene allure)
Bebouwing
De Renbaan liep langs de Oranjesingel tot aan de Berg en Dalseweg (Berg en Dalsche straat), Detail plattegrond Nijmegen in 1888 (RAN KPD-16)
Als bebouwing kwamen er aan de centrumkant grote herenhuizen, die tegenwoordig veelal zijn verbouwd tot kantoorpanden. Aan de andere zijde kwam Sociëteit de Vereeniging en de renbaan de Wedren. “Langs de straten en singels die tot de schil behoren verschenen royale huizen, kantoren en winkels in de stijl van eclecticisme, neo-renaissance en art nouveau/jugendstil.” (Bijschrift KN10984-14 RAN, een foto uit 1902)
In de omgeving van de Ziekerstraat was een terrein gereserveerd voor militaire doeleinden. Hierop kwam later onder andere het Stedelijk Gymnasium en de Rechtbank te staan.
In 1890 ontwerpt architect Maurits dit complex van 4 woningen: Oranjesingel 3, 5, 7 en 9. En wat is dat kleine gebouwtje van Oranjesingel 1 nu eigenlijk?
Oranjesingel 8 en 10 Gemeentelijk Monument Het pand is een Gemeentelijk Monument. De tekst bij aanwijzing: “Complex van twee elkaars spiegelbeeld vormende woonhuizen.Bakstenen pand van tweebouwlagen met souterrain, plat dak en schild aan de voorzijde. Links en rechts vooruitspringende bouwmassa van een as breed,die een rondbogig portiek met trappen en deuren bevat; op de etage…
Ontwerp villa voor den Weled. Heer N. Dreesmann a/d Oranjesingel, Oranjesingel 41, architect W.G. Welsing, datum bouwtekening: November 1909 (D12.381522)
In november 1909 ontwerpt architect W.G. Welsing de villa aan de Oranjesingel voor N. Dreesmann.
Ontwerp villa voor den Weled. Heer N. Dreesmann a/d Oranjesingel, datum op bouwtekening D12.381520: November 1909 (D12.381522)
Gevonden gebruikers
Oranjesingel 41, 1951 (GN5561 RAN)
Net als bij de andere panden dient hier een slag om de arm te worden gehouden, aangezien er een hernummering kan hebben plaats gevonden.
Dr. Ch.A.L. Zegers is een keel-, neus- en oorarts. In april 1912 plaatst hij een advertentie dat hij verhuist is naar Oranjesingel 41, “bij de Schevichavenstraat” (PGNC 19/4/1912).
De volgende gevonden gebruiker is B. Zikel, koopman. In PGNC 4/3/1919 vraagt mevr. Zickel per 1 mei een keukenmeisje. Daarbij valt op dat in PGNC 19/5/1919 staat dat B. Zikel in mei is vertrokken naar Indië. Het is nog onbekend of mevrouw Zickel is meegegaan en of het een permanent vertrek was.
In 1926 woont A.J. v. Noordwijk in het pand, waarbij J.W. Ginsheumer waarschijnlijk een inwonend “huisbewaarder” is. in 1928 wordt mr. K.J. Weve gevonden op dit adres.
Dan staat in de Adresboeken 1932 t/m 1938 N.R.A. Dreesmann op dit adres. Het is nog onbekend of dit te maken heeft met een hernummering, waarbij de voorgaande bewoners een ander adres betreft. Of dat Dreesmann de woning heeft laten bouwen en er vervolgens rond 1932 of eerder er zelf in is gaan wonen. Mevrouw Dreesmann, Oranjesingel 41, vraagt in De Gelderlander 7/7/1931 een “net R.K. 2e meisje” voor mevrouw Vroom-Dreesmann in Amsterdam.
Nicolaas Rudolph Alexander Dreesmann is getrouwd met Elisabeth Maria Josephine von Hülst en weduwnaar van zijn eerste vrouw Antoinette Clara Johanna Velthuys (PGNC 4/8/1939)
Bij zijn overlijden op 2-8-1939 is hij 72 jaar (overlijdensadvertentie PGNC 4/8/1939)
N. Dreesmann blijkt overigens ook een fokker van vogels te zijn. Op de internationale tentoonstelling wint hij een aantal prijzen: “De heer N. Dreesmann, Oranjesingel 41, is altijd een gevreesde concurrent op onze beste shows”. (De Gelderlander 17/12/1932)
Na de oorlog volgen een aantal weduwen en “mejuffrouws”.
In Adresboek 1948 komt Jacoba Arnolda Catharina van Wijck, weduwe van Petrus Alphonsus Terwindt voor. Zij overlijdt op 2-7-1949. (De Gelderlander 5/7/1949). Mej. M.E.A. Terwindt komt voor in het Adresboek van 1951.
In De Gelderlander 3/11/1951 vraagt Mevr. v.d. Lande, Oranjesingel 41 een “Keukenmeisje In gezin van oude dame, waar meerdere hulp aanwezig is.” Deze mevrouw v.d. Lande is nog niet gevonden in een Adresboek. In 1953 wordt een dienstmeisje gevraagd (De Gelderlander 14/8/1953).
Midden jaren 50 lijkt de laatste keer dat het pand gebruikt wordt als woning. Daarna komen er allerlei instellingen in.
“Catechetisch Centrum komt naar Nijmegen
Het Catechetisch Centrum, een stichting van de Nederlandse provincie der Paters Jezuïeten met het doel een bijdrage te leveren voor de verbetering van het godsdienstonderwijs in al zijn geledingen, sinds 1948 gevestigd in het klooster Canisianum te Maastricht, komt naar Nijmegen. Naar wij vernemen is voor de huisvesting van dit Centrum het pand Oranjesingel 41 aangekocht, de woning van de verleden jaar overleden Mevr. van de Lande. Zoals bekend worden door het Catechetisch Centrum twee periodieken uitgegeven, te weten Verbum, bestemd voor priesters en “School en Godsdienst”, bestemd voor onderwijzers en onderwijzeressen. Het ligt in de bedoeling de vestiging in onze stad in de loop van de zomer te doen plaats hebben.” (De Gelderlander 7/3/1955)
Of dit Catechetisch Centrum er daadwerkelijk is gekomen, is nog niet bekend.
In september 1955 is in ieder geval Het Gemeenschappelijk Instituut voor Toegepaste Psychologie (G.I.T.P.) afd. Research hier gevestigd, wanneer er in een personeelsadvertentie een Jongedame wordt gevraagd. (De Gelderlander 24/9/1955)
De R.K. Universiteit kondigt in De Gelderlander 28/1/1956 aan dat de Verpleegstersschool, verbonden aan de Sint Radboudklinieken van de R.K. Universiteit op 1 mei wordt geopend. Degenen die voor verpleegster willen leren, kunnen zich schriftelijk melden bij de Directrice op de Oranjesingel. Bij het RAN zijn de nodige foto’s van deze opleiding te zien, waaronder een docerende verpleegster van de Verpleegstersschool GN44179 RAN.
In 1971 is het in gebruik als Instituut voor middeleeuwse, nieuwe en sociale en economische geschiedenis.
In 1992 en 1994 geeft het RIAGG aan de Oranjesingel 41 een cursussen aan jongeren (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/9/1992, een dergelijke cursus ook in 1994: Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/1/1994)
Naam
Omschrijving
Adresboek
C.A.L. Zegers
Geneesheer, keel- neus- en oorarts
1912-1913, 1913-1914, 1914-1915
B. Zikel
koopman
1915-1916, 1916
J.W. Ginsheumer
Huisbewaarder (waarschijnlijk inwonend)
1926
A.J. v. Noordwijk
Directeur marg. Fabriek
1926
Mr. K.J. Weve
Als penningmeester van Woningvereeniging Nijmegen
1928
N.R.A. Dreesmann
koopman
1932, 1934, 1936, 1938
Mej. H. Bleeck
1948
Wed. J.Ch.L. van der Lande
Geb. W.E.M. Jansen
1948, 1951
Mej. Th.F. Bosch
1948
Mej. J.R. Eggenhuizen
1948
Mej. H.G.M. Lenglet
Onderwijzeres St. Maartenskliniek
1948, 1951
Wed. A.P.A. Terwindt
Geb. J.A.C. van Wijck
1948
Mej. M.E.A. Terwindt
1951
Mej. M.A. Jansen
1951
Mej. N.R.J. Elbers
1955
Instituut voor middeleuwse, nieuwe en sociale en economische geschiedenis
1971
Oranjesingel 43
(voorheen Oranjesingel 45?)
Oranjesingel 43, augustus 2023 (Google Streetview)Ontwerp v/e Heerenhuis a/d Oranjesingel Gem. Nijmegen. Kad. Sectie B 3881, bouwmeester Haspels, datum bouwtekening juli 1909 (D12.380706)
Bij de bouw van een tuinhuisje is het Oranjesingel 43 (datum bouwdossier 5-4-1935, D12.401828)
Rond 1953 vindt een verbouwing plaats van de 2e verdieping en het souterrain. Dit souterrain wordt daarbij verbouwd tot dokterspraktijk. Dan heeft het gebouw huisnummer 45, terwijl het huidige nummer 43 is; Kad. Bekend Gem. Nijmegen Sectie B No 3881 (Datum Bouwdossier 17-3-1953, D12.417114).
Afgaande op het huisnummer zou het dan 45 zijn, echter: de vermelding op de bouwtekeningen is het kadastrale nummer B No 3881. Deze staat zowel vermeld op die van 1909 als op die van 1953. De bouwtekening van 1953 is echter opgeslagen onder Oranjesingel 45.
Herenhuis met 16 kamers ontworpen en gebouwd door de gebroeders Haspels; op de gevel staat nog huisnummer 45. Volgens RAN kocht in 1953 kocht de bekende neuroloog J.J.G. Prick het pand, maar waarschijnlijk is het de buurman, het huidige Oranjesingel 45, foto 1910 (F29089 RAN)
Oranjesingel 45
1910
Ontwerp voor een Heerenhuis aan de Oranjesingel te Nijmegen, Kad: Sectie B No 3943, Eigenaars Gebr. Haspels, Datum Bouwtekening juni 1910 (D12.381537)
Oranjesingel 45 is in 1910 gebouwd als Heerenhuis. Hierbij staan eigenaar de Gebr. Haspels op bouwtekening (Datum Bouwtekening juni 1910, D12.381537)
Advertentie afwezigheid Prof. Dr. J.J.G. Prick, Oranjesingel 45 (De Gelderlander 16/5/1953)
In 1951 komt prof. zenuwarts J.J.G. Prick nog voor op Canisiussingel 25 (Adresboek 1951).
In 1955, 1959, 1963 en 1966 op Oranjesingel 45 (op 1 plaats ook op nummer 5, maar dit zal een zetfout zijn).
Oranjesingel 2a (nu 2c)
De Openbare Leeszaal en Boekerij; statuten en reglementen, Oranjesingel 2a, 1918 (F46570 RAN)
De studentenvereniging Carolus Magnus betrok op 9 mei een eigen gebouw aan de Oranjesingel. Ter ere van de opening werd het gebouw versierd en een 3 dagen durend feest gevierd, 9/5/1925-9/ /1925 (F9532 RAN)