Hotel "Victoria", verwoest bij het bombardement van 22 februari 1944, 1930 (F32629 RAN)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Hotel Victoria

Van Schaeck Mathonsingel 15 (oud adres; verwoest)

Hotel "Victoria", verwoest bij het bombardement van 22 februari 1944, 1930 (F32629 RAN)
Hotel “Victoria”, verwoest bij het bombardement van 22 februari 1944, 1930 (F32629 RAN)

In 1924 ontwerpt architect Charles Estourgie de verbouwing van Hotel Café-Restaurant Victoria. Een aantal verbouwingen zullen volgen, totdat het in 1944 tijdens het bombardement wordt verwoest.

Hotel Café-Restaurant “Victoria”.

Sinds eenige dagen is in exploitatie het Hotel “Victoria”, gelegen aan den Burgemeester van Schaeck Mathon-singel, tegenover het Station. En hedenavond zal ook het daarbij aangebouwde café-restaurant in gebruik worden genomen. De eigenaar, de heer Th. Drevers, heeft èn wat ligging èn wat de geschiktheid van de voormalige patricische behuizing voor hoteldoeleinden betreft, een goeden kijk op de zaak gehad. Ons althans lijkt het punt uitermate geschikt, terwijl het hotel, wat inrichting betreft, in één woord keurig is. Men krijgt den indruk een eerste rangs hotel te betreden en die indruk wordt in de fraaie logeerkamers met vaste waschtafels (warm en koud water) volkomen bevestigd. Toch is het de bedoeling van den heer Drevers om zijn zaak als een prima z.g. reizigershotel te exploteeren. Aan een dergelijk hotel in de onmiddellijke nabijheid van het station was, naar zijn meening, behoefte en wij gelooven, dat hij inderdaad niet verkeerd heeft gezien.

Van buiten af gezien doet het gebouw, zooals het na zijn uitbreiding nu geworden is, wel eenigzins eigenaardig aan. De heer Ch. Estourgie, niet de eerste de beste onder de bouwmeesters, heeft zich van zijn opdracht om het oude hoofdgebouw te voorzien van een nieuwe entrée en daarnaast een modern café te doen verrijzen, zoo goed mogelijk gekweten. Een zeker anachronisme kon nochtans niet vermeden worden en wie eenigen kijk heeft op architectuur zal met welgevallen het hoofd beurtelings links en rechts wenden, doch bij het aanschouwen van het gebouw, zooals het nu geworden is, in zijn geheel stellig het hoofd schudden.

Wat Hotel Café-Restaurant “Victoria” echter aan uitwendige schoonheid mist, wordt van binnen ruimschoots vergoed. Daar is allereerst de stijlvolle hal van het gebouw, waarin groen het Leitmotiv in ’t fraaie kleurenspel is. Een bronzen beeld staat op de betegelde balustrade van de trap, die achter in deze hal leidt naar het sous-terrain. Een goed afsluitende telefooncel zoekt men niet tevergeefs en het daartegenover gelegen pendant is de cel voor den portier.

Flinke deuren met glas-in-lood vensters geven ter rechterzijde toegang tot het hotel en ter linkerzijde tot het café-restaurant.

Wat het hotel betreft zullen wij den lezer eene opsomming van de groote en kleine vertrekken besparen. Maar even moesten wij toch stilstaan bij de eetzaal en de conversatiezaal met hare prachtige plafonds, meesterstukken van stucadoors- en schilderkunst, en hare schitterende interieurs in stijlen Louis XV en XVI. Op de mooie hotelkamers van het hotel dat geheel voorzien is van stroomend water en vaste waschtafels, op de eerste etage zelfs met warm en koud water, hebben wij reeds gewezen. Aparte vermelding verdient voorts de badkamer, waarin door Herman van der Waarden, Graafscheweg, het nieuwste geyser-systeem is aangebracht, de Gaggenaure Druck-automaat, waarbij het gas onder het waterreservoir wordt ontstoken resp. afgedraaid door het openen, resp. sluiten van de waterkraan aan het bad, terwijl het gas ook automatisch wordt uitgedraaid wanneer het water een zekere temperatuur heeft bereikt. Het is een schitterend geyser-systeem, dat de grootste waarborgen voor veiligheid biedt. Het gebouw- ’t behoeft nauwelijks gezegd- is voorts centraal verwarmd en men vindt er al datgene wat een goed, hedendaagsch hotel behoort te bieden.

Het café-restaurant, alhoewel vandaag in gebruik genomen, is nog niet voltooid, wat de inrichting betreft. Uit hetgeen echter wel af is blijkt, dat het een mooi, licht en vroolijk café belooft te worden, waar de bezoekers een prettig zitje zullen hebben, des zomers ook op het terras aan den singel. Hierbij worde opgemerkt, dat zich ook voor het hotel een flink terras bevindt.

In het sous-terrain is onder meer de bierkelder en een vergaderzaal. Links van het café leidt een gang naar een overdekte bewaarplaats voor rijwielen. Bezoekers, die met hun auto naar Hotel “Victoria” komen, vinden in de van Oldenbarneveldtstraat een aparte auto-garage met vier boxen. Ook in dit opzicht is dus rekening gehouden met de eischen van dezen tijd. Het café is één verdieping van het hotel met twee etages boven den thans verrezen aanbouw. Een mooie tuin omgeeft ten slotte het geheele pand.

De heer Drevers is gedurende de laatste jaren, als familielid van de eigenaresse, gérant geweest van Hotel “Pays Bas” te Utrecht en het behoeft dus niet te worden gezegd, dat geen geheim van het hotelbedrijf hem vreemd is. Hij belooft zijn bezoekers een prettig tijdelijk tehuis, waarheen zij gaarne zullen terugkeeren.
De volgende firma’s hebben aan den bouw medegewerkt: Uitvoering: G.H. Ditters, aannemer; schildwerk: A. de Vries; electrisch licht, centrale verwarming, warm- en koudwater-installatie: Jos. Kwakkernaat; badinstallatie: Herman v.d. Waarden; vaste waschtafels: Herman v.d. Waarden en Nannings; glas-in-lood: Bilderbeek; meubileering: Meubelmagazijn “Modern”, fa. Franck, Molenstraat.” (PGNC 27/9/1924)

Vervolg

Aankondiging veiling Hotel Victoria (De Gelderlander 24/10/1925)
Aankondiging veiling Hotel Victoria (De Gelderlander 24/10/1925)

In november 1925 blijkt het hotel te koop te staan.

In 1926 is er een aanvraag voor uitbreiden van Hotel Victoria, Van Schaeck Mathonsingel 15. De architect is C. Verbeeten. (Archiefnummer 1335, Inventarisnummer 12785). Of deze verbouwing is doorgegaan is niet bekend.

Wel is er een aankondiging van het “Hotel Victoria van den heer van der Heijden aan het Stationsplein” gevonden voor een vergroting. Daarvan is Offermans de architect. “De bedoeling is, nog een verdieping boven op het kapitale gebouw te zetten.” Het werk is gegund aan N.V. Aannemersbedrijf voorheen Tiemstra en Zn., alhier, voor f15.700. (De Gelderlander 3/11/1926)

De verbouwing is in ieder geval in mei 1927 gereed: dan vindt in de nieuwe bovenzaal een clubavond met prijsuitreiking plaats, van de motorclub M.C.N.O.. Daarbij wordt aangekondigd dat de heer v.d. Heijden, de eigenaar van het hotel, jaarlijks een nieuwe wisselbeker heeft uitgeloofd. (PGNC 30/5/1927)

Het hotel komt in het Adresboek 1928 nog voor onder dezelfde naam.

Hotel Café Restaurant 'Victoria' van hotelier Hubertus (Bart) van der Heijden, op de hoek Stationsplein/Burgemeester van Schaeck Mathonsingel, na de uitbreiding van 1927. Het hotel werd bij het bombardement op 22 februari 1944, mogelijk tengevolge van een gaslek, geheel door brand verwoest. Na de oorlog werd het, op kleinere schaal, onder dezelfde naam als café restaurant herbouwd, Van Schaeck Mathonsingel, 1928-1930 (Brainich & Leusink (Brainich en Leusink) via F32236 RAN)
Hotel Café Restaurant ‘Victoria’ van hotelier Hubertus (Bart) van der Heijden, op de hoek Stationsplein/Burgemeester van Schaeck Mathonsingel, na de uitbreiding van 1927. Het hotel werd bij het bombardement op 22 februari 1944, mogelijk ten gevolge van een gaslek, geheel door brand verwoest. Na de oorlog werd het, op kleinere schaal, onder dezelfde naam als café restaurant herbouwd, Van Schaeck Mathonsingel, 1928-1930 (Brainich & Leusink (Brainich en Leusink) via F32236 RAN)
Adresboek 1928: Hotel Victoria
Adresboek 1928: Hotel Victoria

1944 Verwoest

Het Victoriahotel op de hoek van de Van Schaeck Mathonsingel, het Stationsplein en de Van Oldenbarneveltstraat werd getroffen door het bombardement (22 februari 1944) en brandde helemaal uit, Stationsplein, 22/2/1944-15/3/1944 (GN1129-A RAN)
Het Victoriahotel op de hoek van de Van Schaeck Mathonsingel, het Stationsplein en de Van Oldenbarneveltstraat werd getroffen door het bombardement (22 februari 1944) en brandde helemaal uit, Stationsplein, 22/2/1944-15/3/1944 (GN1129-A RAN)

Ook het hotel werd tijdens het bombardement op 22 februari 1944 getroffen. Daarbij brandde het helemaal uit, mogelijk als gevolg van een gaslek.

Van Schaeck Mathonsingel

Deze pagina verzamelt reeds verschenen artikelen over de Van Schaeck Mathonsingel. Stadsuitleg Na afbraak van de vestingwerken wordt er rond…

Charles Estourgie en Charles Estourgie Jr

Charles Marie Francois Henri Estourgie (23 juni 1884 Amsterdam, 26 augustus 1950 Nijmegen) Charles Marie François Henri Estourgie (Amsterdam, 23…

Het Hotel Keizer Karel 1909 architect Maurits F17877
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Architectuur van Kneipp instituut/ Hotel Keizer Karel: architecten Knoops en Maurits

Het Hotel Keizer Karel 1909 architect Maurits F17877
Het Hotel Keizer Karel 1909 architect Maurits F17877

Het Hotel Keizer Karel is als uitbreiding van een villa gebouwd in 1893, tussen de toenmalige Graafsche Straat (nu Graafseweg) en Stationsweg (nu Van Schaeck Mathonsingel). De aanleiding was de oprichting van een Kneipp Instituut, vooral (kortstondig) beroemd door haar warm- en koud water opgietingen. Architecten waren Knoops en Maurits.

In 1905 vond een verbouwing plaats naar ontwerp van architect Maurits, die tevens aannemer van de verbouwing was. Het gebouw werd tijdens de Tweede Wereldoorlog verwoest.

Vooraf: Bouw Villa Bert Brouwer

In 1886 was op de hoek van de Stationsweg (later de Van Schaeck Mathonsingel) en de Graafsche straat (nu: Graafseweg) een villa gebouwd naar ontwerp van Bert Brouwer (Noviomagus).

Kneippsche Anstalt : De Kneippsche Inrichting van dr. Banning

In oktober 1892 blijkt dat dr. Banning een Kneipp Instituut -of Kneippsche Anstalt ”op het fraaiste en voor dat dol het best gelegen punt onzer stad, het Keizer Karelsplein namelijk, in de nabijheid dus van tram- en spoorweg, en omgeven door de schoonste en uitgestrektste wandelwegen, die Nijmegen voor de vestiging van een dergelijke inrichting zoo eigenaardig geschikt maken, is reeds een groot gebouw met ruime terrein gekocht, om naar de aanwijzingen van dr. Banning te worden gereed gemaakt.”

Dr. Banning had een tijd in Wörishofen doorgebracht, om den “beroemden esculaap in zijn eigen huis gade te slaan, zijn methode van nabij te onderzoeken en zich tevens te overtuigen van de vele soms aan het wonderbare grenzende genezingen.” Daarop besloot hij medewerking te verlenen aan de oprichting van een Instituut in Nijmegen. Een der gediplomeerde helpers van pastoor Kneipp zal aan de inrichting komen te werken om de voorgeschreven gietingen uit te voeren. Voor de dames is een helpster gevonden.

Kneipp en het Kneipp instituut

Sebastian Anton Kneipp (1821-1897) ontdekte de volgens hem genezende kracht van koud water nadat hij van een ernstige longaandoening genezen was doordat hij baden had genomen in de Donau. (Daarbij had hij nog niet gehoord ban het werk van Priesnitz).In 1880 opende hij zijn instituus in Wörishofen. Aan dit instituut waren tevens echte artsen verbonden. In 1881 wordt Kneipp gewijdt als pastoor van deze plaats.

Al gauw verschenen er Kneipp verenigingen en zijn boeken behaalden miljoenenoplagen.

Kneipp therapie

Kneipp beval aan regelmatig blootsvoets door bedauwd gras of sneeuw te lopen of door koud water te wandelen. Zijn systeem werkt tevens met warm water en kruiden en tevens benadrukt hij het belang van frisse lucht en zonneschijn. Kneipp wordt gezien als een van de eerste beoefenaars van natuurgeneeswijze.

Een van de onderdelen van een kuuroord is de “Wassertretstelle”,  Dit is een soort ondiep voetenbad met een metalen hekje, waar de patiënt overheen wandelt.

Een belangrijke behandeling is die afwisseling van warm en koud water. Dit gebeurt door het nemen van warme en koude baden, of door middel van opgietingen.

Kwakzalverij?

Hoe kijkt en keek de reguliere geneestkunst tegen de Kneipp Instituten aan?

De Vereniging tegen Kwakzalverij plaatst in de jaren 90 van de 19e eeuw een aantal reacties, vooral naar aanleiding van de populariteit van de Kneipp Instituten en vanwege het overlijden van Kneipp. Daarbij maakt zij onderscheid tussen het werk van Kneipp zelf en degenen die er een “handeltje” van gemaakt hebben.

Kneipp wordt gezien als iemand die ter goeder trouw handelde (en daarom door de betreffende vereniging geen “kwakzalver” wordt genoemd). De vereniging gaat in een aantal artikelen daarbij in dat vóór de wetenschappelijke benadering de geneeskunde leerde van datgene van wat werkte. In een aantal artikelen benadrukt zij juist de verworvenheid van de wetenschappelijke benadering van de geneeskunde: om te kunnen verklaren wat een aandoening inhoudt en waarom en hoe een geneesmiddel effect heeft op deze aandoening. Het gevaar van een Kneipp Instituut kan zijn, dat aandoeningen niet op de juiste manier worden onderkent. (Zie Maandblad tegen de Kwakzalverij, 1897)

De Stichting tegen Kwakzalverij in haar encyclopedie over de watertherapie: “Er is na een eeuw nog maar weinig bekend over de effectiviteit van Kneipps therapie. Natuurlijk kan een bad ontspannend werken, en een behandeling met koud water eventueel afgewisseld met warm water kan worden opgevat als een algemene prikkeltherapie.” (En tekent daarbij aan dat de vele effecten zoals Geneeswijzen in Nederland uit 1993 deze beschrijft “weinig geruststellend” zijn.)

De verbouwing tot hotel

Het gebouw zal dusdanig worden vergroot, dat het voldoet aan de eisen van een familie-hotel. In oktober hebben reeds een aantal patienten aangemeld (PGNC 19/10/1892)

Vanwege de aanvragen gaat de inrichting gaat zelfs eerder open dan verwacht, nog voor de verbouwing. In de villa zijn de benodigde veranderingen aangebracht, zodat de inrichting vanaf 1 november open gaat. Daarbij wordt verwacht dat de 2 vleugels in het voorjaar gereed zullen zijn. (PGNC 30/10/1892)

In november wordt G.J. Derksen benoemd tot directeur. Hij was voorheen directeur-gérant van Hotel Place-Royale (PGNC 13/11/1892).

Op 4 januari 1893 vindt de aanbesteding plaats van “het bouwen van twee Vleugels enz. aan het bestaande Hoofdgebouw aan het Keizer Karelsplein”. De architecten zijn Knoops en Maurits, waarbij de Directie van het Hôtel Keizel Karel de opdrachtgever is. Daarbij wordt de aanbesteding gegund aan Fr. Buskens. Hij was met f59.945 de laagste inschrijver. (PGNC 22/12/1892 en 8/1/1893)

Hotel Keizer Karel

Hotel Keizer Karel: RAN dateert deze foto op 1905; aangezien het Gelderlander noemt dat er een verdieping bij is gekomen, is de foto in ieder genomen vóór de verbouwing (International Trading Company via F17874 RAN) Architect Knoops en Maurits Keizer Karelplein
Hotel Keizer Karel: RAN dateert deze foto op 1905; aangezien het Gelderlander noemt dat er een verdieping bij is gekomen, is de foto in ieder genomen vóór de verbouwing (International Trading Company via F17874 RAN)

In augustus 1893 is het hotel gereed.

De lengte van de voorgevel en aan de Graafsche Straat is elk 23 meter, de vleugel aan de Stationsweg 32 meter. Het hotel heeft 60 slaapkamers. De Kneipp Inrichting beslaat de gehele linker vleugel (oftewel de vleugel aan de Graafsche Straat).( PGNC 2/4/1893)

De Gelderlander schrijft in augustus:

Nijmegen, 2 Aug.

Het Keizer-Karel hôtel waarop Scheveningen en de badplaatsen in het Rijnland trotsch mochten zijn, wordt deze dagen geopend en trekt reeds nu dagelijks een drom van belangstellende bezoekers, waaronder ook wij ons bevonden.

Het hôtel voldoet aan de hoogste een laatste eischen des tijds; het interne is wat het confortable, het ruime, het luchtige en lichte, de geruischlooze bediening en al wat men in onzen dagen in de voornaamste hotels van binnen- en buitenland verwachten mag, onberispelijk en zal zelfs de verwachting van menigeen overtreffen.

Niet alleen is het kolossale gebouw met zijn 170 ramen, met zijne fraaie, imposante en tevens ornamentieke façade en zijne drie andere even sierlijke en vrij liggende gevels een sieraad onzer stad, doch het inwendige spant nog de kroon boven het sierlijke aspect.

Zelfs de elementen hebben medegewerkt om hier een gebouw te schichten, dat zich zoo gunstig mogelijk onderscheidt. Uitgebouwd in een exceptioneel droog seizoen, waarin geen drop regen viel, is alles zoo kurkdroog alsof het hotel er al een jaar of 10 gestaan had. Pas gepleisterde muren voelen aan als karton. Voeg hierbij de centrale verwarming en de spouwmuren, dan behoeft niet gezegd te worden, dat men hier heeft een continuatie niet alleen van gezonde ligging, maar ook van goede constructie.

Een gelukkig toeval heeft gewild dat de architecten Knoops en Maurits en de aannemer de heer Buskens, voorgelicht door personen die door jarenlange ondervinding het karakter, om zoo te zeggen van een hotel door en door kennen, er in geslaagd zijn hier als het ware een kunstig uurwerk te vervaardigen dat met de zeer groote ruimte gewoekerd hebbende, dezelfde geriefelijkheden aanbiedt als een hotel van driemaal dezelfde grootte.

Wij zagen in de directiekamer het electrische controle-toestel, dat ieder verzuim door het dienstdoend personeel gepleegd aanstonds verraadt, alsmede het toestel dat ingeval van brandgevaar of vermoeden van brand, aanstonds in iedere kamer en elke localiteit van het geheele hôtel een alarmschel in beweging brengt, die elkeen wekt voordat er nog eenig imminent gevaar bestaat, terwijl trouwens 6 brandkranen op de onderscheidene verdiepingen, waarmede iedere localiteit dadelijk te bereiken is, een brand in den oorsprong kunnen blusschen.

Wij spraken van het comfort in dit hotel. Niet alleen in de bel-étage, maar op alle verdiepingen vindt men een appartemen “offices” getiteld, waar alle geriefelijkheden direct te bekomen zijn, zonder dat andere logé’s last hebben van het aandragen van een of ander. Ook vindt men er een badkamer voor degenen, die gezond van harte, de Kneipssche inrichting aan het hôtel verbonden niet als geneesmethode behoeven.

Wanneer men van uit de groote eetzaal met de estrade, voor festiviteiten, toneeluitvoeringen en dergelijke compleet ingericht, een oog slaat in de reeks van elkander opvolgende appartementen, dan waant men zich te zijn in een passage of galerij, die zelfs het oog van hem, die in het buitenland veel verkeerd heeft, verrassend aandoet.

Bij deze eetzaal sluit zich op een andere étage in deze zeer moderne inrichting de andere eetzaal aan voor besloten gezelschap, zoomede de biljartzaal met een van spiegelglas voorzien en op tentoonstellingen bekroond biljart.

De meubileering dezer zalen, ook van de andere appartementen die wij de gelegenheid hadden in ogenschouw te nemen, is chique en fijn. Onze aandacht trok vooral een men mag wel zeggen vorstelijk gestoffeerd salon met appendenties, waar wij onder het ameublement uit één stijl onze attentie voelden getrokken door stoelleuningen die in een kader van émail verschillende episodes uit de novellen van Walter Scott: Ivanhoe, Old Mortality, the Maid of Perth enz. in herinnering roepen. Wij zouden haast zeggen naar alle windstreken, doch vooral van de warande aan den Stationsweg en het terras aan het plein, heeft men een kostelijk vergezicht en tevens een vue op al het mouvement die de nabijheid van het station en de verschillende stoomtramwegen, waarvan onmiddellijk gebruik te maken is, aanbieden.

Ook is de generale bediening van het hôtel door den heer Dercksen, die zich als gérant reeds een gevestigde naam verworven heeft, ligt een waarborg dat de vele vreemdelingen, die in het Keizer-Karel hotel hun intrek zullen nemen, deze beschrijving geenzins als overdreven zullen beschouwen, slechts al een matte schets van hetgeen men door eigen aanschouwing en verblijf zal waardeeren.” (De Gelderlander 3/8/1893)

Verbouwing Hotel Keizer Karel door architect Maurits

1905

Het Hotel Keizer Karel 1909 architect Maurits F17877
Het Hotel Keizer Karel 1909 architect Maurits (F17877 RAN)

In 1905 vindt een verbouwing plaats. Daarbij is het hotel vergroot, doordat er een verdieping bovenop is gebouwd. Hierbij was eveneens Maurits de architect.

De Gelderlander schrijft hierover:

Hotel “Keizer Karel”.

Op vriendelijke uitnoodiging, namen wij gisteren een kijkje in het hotel “Keizer Karel”, dat door toevoeging van een nieuwe verdieping weer aanmerkelijk is vergroot en tevens inwendig een ware herschepoing heeft ondergaan, zoodat het thans met de meest grootsteedsche inrichtingen van dien aard kan wedijveren.

Al bij het betreden der nieuwe vestibule treft ons de gelukkige verandering. Een kleurig Smyrna-tapijt op den wit marmeren vloer, sierlijke serre-meubelen van rooskleurige bamboe maken hier al aanstonds een vriendelijken indruk. Rechts van deze vorstelijke voorhalle zijn een paar conversatie- of leessalons ingericht, deftig en heel modern gemeubeld in eikenhout, met donkerblauw leer gestoffeerd, dat keurig harmoniëert met het rustig effen blauwe behangsel. De tweede dezer zalen, die met een breed balkonvenster uitzicht geeft op het terrras, is bestemd voor degenen, die bij het lezen niet wenschen gehinderd te worden door sigarenrook.

De vroegere leeszaal, aan de achterzijde gelegen, is thans, van een viertal fraaie en doelmatige schrijfbureau’s voorzien, uitsluitend tot schrijfzaal ingericht, waar de gasten rustig hun correspondentie kunnen afdoen.

Verder heeft men in dezen vleugel een ruime restauratiezaal met aangrenzende ontvangstzaal, in onmiddelijke verbinding met een afzonderlijk vertrek voor buffet, en vervolgens de bekende gezellige en deftige feestzaal, met haar erkersgewijs uitgebouwd tooneel, geflankeerd door twee kleedkamers, een voor dames en een voor heeren. Langs de restauratie- en ontvangstzalen strekken zich serrevormig uitgebouwde ontbijt- en lunchzalen uit, uitkomend op een open veranda, die onmiddellijk toegang geeft tot het terras.

Een bezoek aan de keuken met aangrenzende vertrekken voor vaat- en glaswerk, provisiekamers met ijskasten voor ’t bewaren van vleesch en visch, de linnenkamers en den welvoorzienen, kolossalen wijnkelder overtuigden ons dat ook op meer stoffelijk gebied de goede smaak hier alleszins bevrediging vindt.

Links van de vestibule heeft men eerst een deftig-gezelligen salon, uitkomende op de veranda, en verder een reeks logeerkamers, afgewisseld met kleine salons.

Op de twee bovenverdiepingen heeft men telkens boven de vestibule een ruime, rijk gemeubileerde zaal met prachtig uitzicht op het Keizer-Karelplein; die van de eerste verdieping diende tijdens het verblijf der Koningin in 1895 tot eetzaal voor Hare Majesteiten. En verder worden de beide vleugels geheel ingenomen door logeerkamers, in ’t geheel 65 (?) in getal, waarvan 54 voorzien van balkons, die een vrij uitzicht bieden op de frissche omgeving van parken en villa’s.

Op elke verdieping heeft men een badkamer; dikke loopers op de trappen en gangen waarborgen een geruischlooze bediening; centrale verwarming verspreidt in den winter overal een gelijkmatige temperatuur en twee ijzeren wenteltrappen, aan de achterzijde buiten tegen het gebouw aangebracht, verzekeren een veiligen aftocht in geval van brand.

Architect en uitvoerder der werken voor de vergrooting was de heer W.J. Maurits. Het schilderwerk werd keurig uitgevoerd door de heeren Gebrs. Frohwein en G.W. Tesser. Tapijten, loopers, gordijnen enz. werden geleverd door de firma Bahlmann & Co. De smaakvolle meubileering eindelijk is het werk der firma F.J. Schoenmaker & Zonen te Zwolle, die bijzonder op het gebied van hotelmeubeling een welverdiende naam geniet.

De nieuwe vergrooting en verfraaiing zal ongetwijfeld strekken om den gunstigen roep te versterken, dien het hotel “Keizer Karel” gedurende zijn twaalfjarig bestaan bij de vreemde bezoekers van Nijmegen uit het heele land heeft verworven.”(De Gelderlander 25/6/1905)