Op 4 mei 1995 vindt de onthulling van het Joods Monument plaats, een werk van Paul de Swaaf. Daarbij werd het plein hernoemd naar Kitty de Wijzeplaats: als eerbetoon aan alle omgekomen Joden kreeg het de naam van een hen. In 2015 vond de onthulling plaats van 7 plaquettes, met de namen van alle 449 omgekomen Nijmeegse Joden.
Kitty de Wijze
Kitty de Wijzeplaats (mei 2024)
Kaatje (Kitty genoemd) de Wijze was op 23 november 1920 geboren in Boxmeer. Haar zussen waren Elly (1919), Joke (1922) en Tini (1924). Het gezin was in 1932 naar de Graafseweg 84 in Nijmegen verhuisd. Begin oktober 1942 vorderden de Duitsers een aantal huizen aan de Graafseweg, waaronder het huis van de familie de Wijze. Daarop gingen ze in een pension op de Johannes Vijghstraat 60 (tegenwoordig nummer 70) wonen.
In de nacht van 17 op 18 november 1942 worden 196 Joden tijdens een grote razzia opgepakt. Zo ook de 4 zussen van de familie de Wijze. Omdat vader Louis op dat moment ernstig ziek was, hoefden de ouders nog niet mee. De site van Omroep Gelderland vertelt hoe deze razzia onderdeel uitmaakte van 1 grote, voorbereide actie
waarbij in dezelfde nacht op meerdere plaatsen in Gelderland Joden uit hun huis worden gehaald. Dat maakte weer uit van het grotere plan om alle Joden in Nederland uit te roeien, maar dan wel op een “geordende” manier.
Na een nacht waarin ze werden vastgehouden in de gymzaal van de HBS-B aan de Kronenburgersingel, gingen ze op transport naar Westerbork.
Briefkaarten
Op 12 december 1942 werden Kitty en haar zus Elly vanuit het kamp Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd. Op een aantal momenten hebben de zussen de Wijze en Herman van Beek, de man van Elly, een aantal briefkaarten naar hun ouders gestuurd. Het laatste levensteken van Joke en Kitty zijn de kaarten die ze op 12 december 1942 nog vanuit de trein van Westerbork naar Auschwitz hebben geschreven. Deze hebben ze in ieder geval op 3 plaatsen uit de trein gegooid, in de hoop dat tenminste 1 persoon ze zou vinden en opsturen. In hun woorden proberen ze duidelijk hun angst te verbergen en proberen ze hun ouders moed in te spreken. De kaarten zijn te lezen op Geschiedenislokaal024.
Direct na aankomst werden Joke en Kitty op 15 december vergast. Elly zal op 12 februari 1943 worden vergast. Tini op 17 september 1943, evenals de ouders die inmiddels waren opgepakt.
In Nijmegen woonden in maart 1941 Nijmegen 522 geregistreerde ‘voljoden’, op een bevolking van bijna 100.000 inwoners. Minder dan 20% van de Nijmeegse Joden heeft de oorlog overleefd. Een mooi videoportret is te vinden op Oorlogsdoden Nijmegen.
Het beeld Joods Monument
Kitty de Wijzeplaats: een van de Jodensterren op het hek (mei 2024)
Het beeld is op 4 mei 1995 onthuld ter nagedachtenis van de omgekomen Joden. Het staat vlakbij de synagoge aan de Nonnenstraat. Het beeld is gemaakt door Paul de Swaaf. Het beeld was gefinancierd door Nijmegenaren. In datzelfde jaar werd de naam van het pleintje veranderd naar Kitty de Wijzeplaats: als eerbetoon aan alle omgekomen Joden kreeg het de naam van een hen. Een belangrijke reden om Kitty de Wijze als “symbool” te gebruiken, waren de bovengenoemde briefkaarten. Daarnaast was ze een van de jongste slachtoffers.
Het beeld van 2 meter hoog van een treurende, voorovergebogen vrouw wordt omgegeven door een perkje met een hek eromheen. Hierop staan 2 Davidssterren. Binnen het hek staat een boom.
Kitty de Wijzeplaats: Gedicht Leo Vroman (mei 2024)
Achter het beeld ligt een gedenksteen:
“Kom vanavond met verhalen hoe de oorlog is verdwenen, en herhaal ze honderd malen: alle malen zal ik wenen.”
Het zijn de laatste regels van het gedicht Vrede van Leo Vroman.
Bij de ouders van de Swaaf hadden Joodse onderduikers gezeten. Het beeld is niet alleen bedoeld als herinnering aan het verleden, maar ook een waarschuwing voor het gevaar van discriminatie.
Op 4 mei worden alle namen van de omgekomen Joden voorgelezen. Deze namen zijn tevens te vinden op plaquettes aan de muur op de Kitty de Wijzeplaats.
449 Namen: Joods Namenmonument
Joods Namenmonument Kitte de Wijzeplaats, met bloemenkransen vanwege de herdenking op 3 mei (5-5-2024)
Op 26 april 2015 vond de onthulling van 7 bronnen plaquettes plaats. Hierop staan de namen van alle 449 Joodse slachtoffers uit Nijmegen.
De namenwand was in 2008 al aangevraagd door Albert Isja de Jong (in 2012 overleden). Het Bewonersplatform Centrum en Benedenstad nam in samenwerking met de Joodse Gemeente Nijmegen hiervoor het initiatief. Het platform nam ook de financiering op zich, afkomstig van donaties.
Onder aanvoering van de in 2012 overleden Albert Isja de Jong uit Nijmegen kwam in de loop van 2008 het idee voor een plaquette. Het initiatief werd genomen door het Bewonersplatform Centrum en Benedenstad in samenwerking met de Joodse Gemeente Nijmegen. Het Bewonersplatform Centrum en Benedenstad nam de financiering van de naamplaten op zich dankzij giften die zij ontvingen. Op 26 april 2015 vond daarop de onthulling van het monument plaats.
Verzetsmonument Jan van Hoof bij Waalbrug, de kransen zijn de avond ervoor, 4 mei gelegd (mei 2024)
In September 1954 is de 10e verjaardag van de bevrijding van Nijmegen. Deze vindt plaats met een grootschalige dodenherdenking en viering van de bevrijding. De “Onthulling Jan van Hoof-monument de climax van huidige herdenkingen”, zo schrijft De Gelderlander 17/9/1954.
De onthulling vindt plaats op de plek waar tijdens Market Garden zwaar was gevochten tussen de geallieerden en de Duitsers, met de Waalbrug als inzet.
Jan van Hoof
Aanvankelijk werd gedacht dat Jan van Hoof degene was geweest die de Waalbrug had gered. De student Jan van Hoof was lid van de geheime Dienst Nederland. Hij had vooraf maandenlang informatie over de Waalbruggen en daar aangebrachte explosieven verzameld.
Waalbrug
Van Hoof wist op 18 september 1944 de explosieven onder de Waalbrug inderdaad onschadelijk te maken, maar deze actie werd tijdig door de Duitsers ontdekt. Uiteindelijk was het de beslissing van de Duitsers zelf, waardoor de brug niet werd opgeblazen. De commissie van het Ministerie van Oorlog had in 1949 een onderzoek laten instellen: “De belangrijkste conclusie uit het rapport luidde dat Jan van Hoof feitelijk niet kan worden beschouwd als ‘de Redder’ van de brug. ‘Wel komt hem onvergankelijke eer toe voor hetgeen hij tot behoud van de brug als uitstekende daad van moed, beleid en trouw heeft verricht met inzet van zijn leven’.” (KOS)
Verkenner
De dag erna kwam hij om het leven. Op dat moment was hij gids in een pantserwagen. Op de hoek van de Lange Hezelstraat en Nieuwe Markt brak een gevecht uit, waarbij van Hoof overleed. Een tegel, geplaatst in 1945, herinnert nog aan dit moment. Ook op de Waalbrug is een plaquette van van Hoof aangebracht.
Verzetsmonument
Het monument is niet alleen voor Jan van Hoof, maar om alle verzetsmensen te herdenking. Bij de onthulling herinnerde de voorzitter van de Jan van Hoof Stichting, F.J. de Fraiture, er aan “dat Nijmegen vandaag al die duzienden helden van Nederland eert uit de jaren 1940 tot 1945. Buiten de “Jodenvervolging, welke op zich reeds 104.000 slachtoffers eiste, stierven 22.500 burgers in gevangenissen en concentratiekampen. Wij mogen aannemen dat het overgrote deel van hen mannen en vrouwen van het verzet zijn geweest… Naast hen rijen zich 2800 mannen en vrouwen, die vielen door het lood van executie en standgerechten, voor onze vrijheid. Zonder twijfel zijn vrijwel al deze 2800 verzetshelden geweest.” In het bijzonder herdenkt Nijmegen de eigen helden: in 1954 zijn er op dat moment 60 namen bekend van verzetsmensen die zijn omgekomen.
Het beeld van Marius van Beek
Het verzetsmonument of “de vaandeldrager”. Een monument voor Jan van Hoof en allen die in het verzet vielen voor de bevrijding van Nijmegen, gemaakt door Marius van Beek, 1954-1955 (Hoet, Fa. H. ten, Nijmegen / L.R. Gerritsen via F12266 RAN CCBYSA)
De burgers Nijmegen hadden giften gedaan voor de oprichting van een verzetsmonument, welke de naam Jan van Hoof zou dragen. Marius van Beek was in februari 1954 benaderd om het beeld te maken, na een suggestie van Mari Andriessen. Van Beek, oorspronkelijk uit Nijmegen had zelf in het verzet gezeten en hij had van Hoof persoonlijk gekend. Vanwege de tijdsdruk was het niet mogelijk het beeld gereed te hebben. Daarom werd bij de onthulling een gipsen beeld dat met bronsverf was beschilderd gebruikt.
Een foto van de onthulling is te zien op:
F51800: de onthulling van het beeld door professor Beel
“Kort daarna” was het beeld weer terug gebracht naar het atelier van Marius van Beek in Amsterdam. Nadat uiteindelijk het model in brons was gegoten, kon het een jaar later, in in maart 1955 (“gisteren” in de De Gelderlander 24/3/1955) worden geplaatst.
De vlag
“Jan van Hoof moet op de laatste dag van zijn leven, toen Nijmegen overal brandde, tegen een vriend gezegd hebben: “De stad in puin, maar onze vlag zal boven de puinhopen wapperen”. Zo heeft Marius van Beek verzet en bevrijding ook willen zien: omkijkend naar de geredde brug draagt zijn held de verscheurde vlag van de overwinning naar de stad. Dit is de triomf”. En daarvoor: “omdat hierin gesymboliseerd is, dat hij die strijdt voor een rechtvaardige zaak, uiteindelijk de vlag der overwinning zal dragen.”
De naamgeving
Ook gaat Fraiture in op de naamgeving: “met te zeggen dat aan het monument van het verzet, dat thans tussen de stad en de Waalbrug zijn plaats heeft gekregen, de volksmond de naam heeft geschonken van Jan van Hoof, die voor de overgrote meerderheid van ons volk is en blijft de held van de Waalbrug. Jan van Hoof was verkenner. Zijn diep geworteld voortrekkersideaal heeft hij in de meest letterlijke zin en tot de grootste consequenties in het verzet tegen de overweldiger uitgeleefd. God, de Kerk en zijn Land meende hij niet beter te kunnen dienen dan door verzet te plegen tegen de Nazi-vijand, die God verloochende, de kerk en zijn Land wilde vernietigen “En iedereen te allen tijde helpen”,- voor dat deel van zijn leven toen hij zijn geallieerde vrienden in een pantserwagen gidste en daarbij de dood vond. Zo werd hij voor die jeugd van heden, welke nog naar heldenverering zoekt, een lichtend voorbeeld.”
Opschrift
Het monument heeft een aantal regels van het Wilhelmus als opschrift:
Dat iek doch vroom mach blijven,
U dienaar ’t aller stondt,
Die tyranny verdrijven,
Die met het hert doorwondt.”
En:
“In Jan van Hoof eren wij allen,
die in het verzet vielen voor
de bevrijding van Nijmegen en ons land.”
(Overige) Bronnen en verder lezen
De Gelderlander 17/9/1954: Bovenstaand artikel is voor een groot gebaseerd op de onthulling zoals beschreven in de Gelderlander. In dit artikel staan ook foto’s van de onthulling opgenomen.
De Waalkade was eeuwenlang vol bedrijvigheid. Vervoer over water was een van de belangrijkste transportmiddelen. Aan de Waalkade en de Benedenstad waren er veel bedrijven. Daarnaast was de eerste electriciteitscentrale gelegen aan de Waalkade.
Vanaf 1900 wordt de naam Waalkade gebruikt. Daarvoor werd het gebied ‘Aan ’t Water’, ‘Op den Werf’ of ‘Aan den Waal’ genoemd.
In de jaren 80 heeft een herstructurering plaats gevonden, waarbij de Waalkade een belangrijke recreatieve functie kreeg.
In 2013-2014 is de damwand tussen de Grotestraat en de Spoorbrug na een inzakking vervangen.
Het gedeelte ter hoogte van de horeca en het Casino is in 2018-2019 vernieuwd. Daarbij is een stenen trap gemaakt en een groot grasveld aangelegd. Bovendien zijn is het kunstwerk de Waterwolf en de Aquanaut geplaatst.
Van tijd tot tijd zal deze pagina worden aangevuld met de bijzonderheden van de Waalkade.
Belangrijkste bezienswaardigheden Waalkade
De Waal en Waalkade zelf
Romeinse resten
Het Besiendershuis
Anthonispoort
Labyrint
Romeinse tijd
In ieder geval is de Waalkade vanaf de Romeinse tijd bewoond geweest. Deze huizen waren gemaakt van hout en sloten aan bij de stad op het plateau. Nadat deze stad na de Bataafse opstand was verlaten, kreeg deze nederzetting een meer monumentaal karakter. Waarschijnlijk was het aanvankelijk een kleine (handels) nederzetting, gericht op het handelsverkeer over water. Daarbij lag (de voorloper) van de Waal wat meer naar het noorden dan nu het geval is. Deze stad hoorde waarschijnlijk bij het legerkamp dat de Romeinen op het Valkhof in de 3e eeuw hadden opgericht en liep tegen de helling op.
Romeinse muur
Voordat het Casino werd gebouwd, vonden hier opgravingen plaats, waarbij een Romeinse muur van 80 meter lang werd gevonden, die op sommige plekken nog een paar meter hoog was. Deze muur stamde uit de 3e of 4e eeuw, de zuidelijke muur van deze nederzetting.
Waarschijnlijk breidde de nederzetting zich via de helling uit. De muur diende aanvankelijk alleen voor verdediging, maar op een later tijdstip ook als onderdeel van gebouwen.
Het grootste deel van de muur is gesloopt en werd overgebracht naar de tuin van het toenmalige Museum Kam. De sloop van deze muur wordt, zeker in de huidige tijd, gezien als een drama. Wel werd als gevolg daarvan de eerste stadsarcheoloog aangesteld. Een deel van de muur is te zien bij het Hollands Casino.
Romeinse luxe: centrale vloerverwarming
Bovendien is daar een hypocaustum (centralevloerverwarming) uit de Romeinse tijd gevonden, die eveneens bij het Casino is te zien. “Een hypocaustum is een ondiepe kelder waarboven de vloer ligt op zuiltjes van gestapelde tegels. Vanuit een stookruimte stroomde warme lucht in deze kelder. De lucht verwarmt niet alleen de vloer, maar ook de wanden door middel van ingebouwde kanalen. In onze streken was dit soort centrale verwarming voorbehouden aan de rijken en kwam het meestal maar in één vertrek van het huis voor.” (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis)
Een andere belangrijke vondst van de opgravingen uit de jaren 80 was daarnaast een kalkoven bij de Steenstraat.
Peiling terugbrengen Romeins verleden
Uit een peiling uit 2016 onder 1.280 Nijmegenaren werden een 19 nieuwe ideeën voorgelegd:
38% van de respondenten vindt “Romeinse geschiedenis in centrum beter zichtbaar maken” een goed idee en had daarmee de hoogste score.
24% van de respondenten vindt de “resten van Romeinse muur terugbrengen op Waalkade” een goed idee en was daarmee plaats 5
Sommige beelden gaan pas echt wat zeggen als je “door” hebt: Arie Berkulin maakte dit kunstwerk in 1995. Hij wilde iets doen met het Romeinse verleden en maakte het beeld met 3 metalen buizen. Als je eromheen loopt, zijn de cijfers IV (4), VI (6), IX (9) en XI (11) te herkennen.
Vanaf de 12e eeuw groeide de nederzetting aan de Waal in westelijke richting uit. Door de verschuiving in de loop van de Waal ging een deel van deze nederzetting in de 13 eeuw verloren. Vanaf dat moment werden de huizen op een wat hogere plaatsen gebouwd, waaronder de Steenstraat.
Hanzestad
Door de ligging aan de Waal was Nijmegen in de late middeleeuwen een belangrijke handelsstad. in 1402 wordt Nijmegen onderdeel van de Hanze. Ook daarvoor, vanaf het begin van de 14e eeuw, waren er al contacten met de Hanze. Onder andere met Antwerpen en Londen. Daarbij waren laken en Duitse wijn uit de Rijnstreek belangrijke handelsproducten. Een mooie site hierover is https://www.antependium.nl/figuren/het-koggeschip/nijmegen-en-de-hanze/. Door problemen met de bevaarbaarheid van de rivier begon Nijmegen echter in betekenis in te boeten.
In de late middeleeuwen werd een stadsmuur aan de Waalkade gebouwd. Deze kreeg daarbij 8 poorten. Daarvan is een deel van Stratemakerstoren, de Besienderspoort en de St. Anthonispoort nog te zien.
De poorten waren: de Veerpoort, de Besienderspoort, de Kraanpoort, de St. Jacobspoort, de Meipoort, de St. Anthonispoort, de St. Stevenspoort en de Boddelpoort.
Daarbij kreeg de muur een aantal torens: aan de oostkant de Melaten- of Lappentoren. De Stratemakerstoren aan de voet van het Valkhof en de St. Hubertus- of Rode Toren.
Stratemakerstoren
Stratemakerstoren, 1987 (Hans Giesbertz via D1724_18_01-21 RAN CC0)
De Stratemakerstoren dateert uit 1512-1526, waarvan de funderingen stammen van een oudere toren. In 1526 komt de toren voor als het ‘roendeel bij der Veerpoirten’. De Veerpoort was daarbij de poort, waar het veer over de Waal aanlegde.
De huidige naam Stratemakerstoren komt in het archief voor op een stadsrekening uit 1569. De herkomst van de naam is onbekend: in andere plaatsen bestaan er torens die vernoemd zijn naar het gilde dat was toegewezen om de betreffende toren in tijden van oorlog te verdedigen. Nijmegen heeft echter geen stratenmakersgilde gekend.
Wat is een bastei?
Gezicht op de Valkhofburcht (links op de heuvel) en de Stratemakerstoren (rechts van het midden), gezien vanaf de Lappentoren ofwel Melatentoren; een tekening van Dr. Jan Herman Adriaen Scheers (13-4-1823 – 18-9-1978) (naar een aquarel van Pieter Caspar Christ); Opschrift: 1530 “Nijmegen met het Valkhof (1530) of den Melaten of Lappentoren”. In verso: Naar eene tekening van den jare 1530 gezien van den Melaten of Lappentoren, die gestaan heeft tegen de uiterste punt van den Wal achter den 1530, 1870-1878 (GN1395 RAN)
Hoewel het in 1526 een “roendeel” (rondeel) wordt genoemd, is het feitelijk een bastei. Een bastei is een grote, halfronde, hoefijzervormige toren die naar buiten uitspringt naar ontwerp van Albrecht Dürer. Daarbij zijn ze van binnen overwelfd met daarin kazematten. In deze ruimten kon het geschut beschermd worden opgesteld. De bastei wordt gezien als een voorloper van het bastion. Door de grote afmetingen en de hoge kosten om deze maken zijn basteien slechts op beperkte taal toegepast. Rond 2011 werd bekend dat ook de Stratemakerstoren een bastei is (https://nl.wikipedia.org/wiki/Bastei_(vesting)). Daarvoor werd gedacht dat een zogenaamd was; het is de enige bastei in Nederland die nog min meer intact is gebleven.
De Stratemakerstoren door huizen ingebouwd
Gezicht op de Waalkade ter hoogte van de Valkhofheuvel met de tot huizen verbouwde Stratemakerstoren. Midden boven is de Belvédère te zien met rechts daarvan het Valkhof. Links vaart een schip op het Meertje, het riviertje dat vanuit de Ooy tot aan de oostelijke stadsmuur stroomde. Schilderij van de Nijmeegse schilder Peter Martinus Post (1819 – 1860), 1853 (F5630 RAN)
Vanaf 1789 werd het rondeel door huizen ingebouwd. Bij de sloop van Alewijnse kwam het verlaagde bastei weer aan het licht en werd vervolgens gerestaureerd. Aanvankelijk werd het daarbij vanaf 1995 onderdeel van het museum de Stratemakerstoren.
Detail opname van de voorgevel van de Alewijnsepanden, oktober 1970 (P. Arts, Dienst Publieke Werken en Volkshuisvesting Gemeente Nijmegen via F88731 RAN CC0)
Om de kwetsbare, uit mergel bestaande toren te beschermen werd in 2017 een nieuwe schil gebouwd rondom de toren.
De Bastei, museum voor natuur en cultuurhistorie
De Stratemakerstoren maakt tegenwoordig onderdeel uit De Bastei, museum voor natuur en cultuurhistorie”, welke sinds 2018 geopend is. Het was daarbij een fusie van het Museum de Stratemakerstoren en het Natuurmuseum Nijmegen. Het museum vertelt het verhaal van “de Waal”: zowel vanuit historisch als natuurlijk oogpunt.
Opgravingen
Bij de opgravingen voorafgaand aan de bouw van het nieuwe museum zijn veel archeologische resten gevonden: Romeinse en middeleeuwse stadsmuren en funderingen van veertiende-eeuwse stadskastelen. Deze zijn vervolgens opgenomen in het museum.
Architectuur
Het museum is ontworpen door Van Roosmalen van Gessel Architecten uit Delft. Het ontwerp kreeg in 2019 de Schreudersprijs voor ondergronds bouwen en de Publieksprijs van de Architectuurprijs Nijmegen.
Besienderspoortje of Lossertpoort
Steenstraat 57-59
Besienderspoortje of Lossertpoort of Onze Lieve Vrouwepoortje , naast de Zeilmakerij (het Zeilmakershuis), gezien vanaf de Waalkade , eveneens met een uitgang aan de Steenstraat.In 1915 werd het poortje dichtgemetseld in opdracht van de gemeenteraad. Er vond herhaaldelijk prostitutie plaats, 1890 (F68667 RAN)
Het Besienderspoortje of Lossertpoort of Onze Lieve Vrouwepoortje , naast de Zeilmakerij (het Zeilmakershuis) , gezien vanuit de Steenstraat , met eveneens een uitgang aan de Waalkade. In 1915 werd het poortje dichtgemetseld in opdracht van de gemeenteraad. Er vond herhaaldelijk prostitutie plaats, 1890 (F68666 RAN)
Een van de overgebleven poorten is het Besienderspoortje of Lossertpoortje. In de loop der eeuwen komt deze onder verschillende voor:
1420-29 Geertruid Boyenpoortje
1511 O.L. Vrouwenpoortje
1542 Sybert Lossertspoortje; in 1659 Slosserspoortje genoemd
1552 Bezienderspoortje
Sybert Losser was vanaf 1538 beziender van de Rijkstol. En bovendien was hij taveernehouder. Van Schevichaven: “Menige goede dronk werd te zijnen huize door onze heeren van den raad en hun gasten tot heil en op kosten van de Stad genoten, getuigen de Rekenboeken van het midden der 16de eeuw.” Waarschijnlijk is van Schevichaven de bron geweest dat het Besiendershuis, tegenover het Bezienderspoortje, foutief haar naam heeft gekregen.
Zoals op de linker foto hierboven te zien is, kwam door de verhoging van de Waalkade in 1885 een groot deel van de poort onder het wegdekniveau te liggen.
Behalve een leuke pagina heeft Noviomagus tevens een mooie foto uit 2010 hoe deze poort vanuit de Waalkade gezien tegenwoordig vrijwel verborgen is.
Een interessant artikel uit 1980 is te vinden op Numaga (tevens bron van dit artikel).
Anthonispoort
Anthonispoort (mei 2024)
Anthonispoort 4M KR (mei 2024)
Waarom op de sluitsteen 4M + KR staat gegraveerd, is niet duidelijk. Op Noviomagus staat hierover een leuke discussie.
Maarten Schenk
Op de Antonispoort is een gedenksteen te zien van de mislukte aanslag van Maarten Schenk op Nijmegen op 12 augustus 1589. Hierbij verdrinkt in de Waal.
afbeelding te zien uit 1599/1600 hoe Maarten Schenk verdrinkt in de Waal.
(Annotatie: NOVIOMAGUM belli DUX SCHENCKIUS impiger instat | evomit undis / Sub Philipo Secundo, Gubernante Parma & Principe Mauritio / Frans Hogenberg ; del 1599/1600) (KPA-I-13 RAN)
Op 10 augustus 1589 doet Maarten Schenk (op dat moment vechtend aan Staatse zijde) een poging Nijmegen te veroveren. Hij heeft die dag een troepenmacht van 300 man verzameld bij Schenkenschans. Met 70 boten laten zij zich die nacht de Waal over de Waal naar Nijmegen vervoeren.
Zij proberen bij de St. Antonispoort en de huizen aldaar binnen te dringen. Met een lier weten ze het traliewerk uit raam te trekken. Waarschijnlijk is de tegenstand groter dan verwacht en breekt er paniek uit. De mannen proberen weer in boten te komen en te vluchten. Sommigen raken overvol en kantelen, zo ook de boot van Schenk. Met zijn zware harnas aan verdrinkt hij in de Waal.
Gevierendeeld en herbegraven
De volgende ochtend vissen Nijmegenaren de verdronken soldaten op, op zoek naar buit. Daarbij vinden ze het lichaam van Schenk. Zijn hoofd wordt bij de St. Antonispoort opgespiest, andere lichaamsdelen komen bij andere poorten te hangen. Na 8 dagen worden zijn lichaamsdelen in een kist gedaan en naar de Kronenburger toren gebracht.
Wanneer de Staatse Troepen Nijmegen in 1591 veroverd hebben, wordt hij met pracht en praal bijgezet in de St. Stevenskerk. Zijn harnas wordt naar Kleef gebracht en op een zuil in een park gezet. In 1795 hebben de Fransen dit harnas vernield.
Anthonispoort bij avond (januari 2026)
Een uitgebreid verhaal over Maarten Schenk, die meerdere keren van kamp wisselde is te lezen op (tevens bronnen):
Besiendershuis vanuit het tuintje (Monumentendag 10-9-2024)
Een van de markantste gebouwen aan de Waalkade (of eigenlijk Steenstraat) is het Besiendershuis. Een besiender was een soort opzichter, die tolgelden inde. Zoals Noviomagus (met veel foto’s) aangeeft: “In werkelijkheid blijkt in het dubbele woonhuis echter nooit een besiender te hebben gewoond. Voor de duidelijkheid moet hierbij worden opgemerkt dat het vrije uitzicht vanuit het Besiendershuis op de Waal pas ontstond bij de verwoesting van twee panden aan de Waalkade, eind 1944 of begin 1945.”
Tekening vogel in de kelder van het Besiendershuis (10-9-2024)
Kelder Besiendershuis (10-9-2024)
Uitzicht op de Waal vanuit het Besiendershuis (10-9-2024)
Rijksmonument
Het Besiendershuis is sinds 1973 een Rijksmonument. Met als omschrijving: “”Besiendershuis”. Laat-gotisch woonhuis van het Nederrijnse type met zadeldak, evenwijdig aan de straat, tussen trapgevels aan de korte zijden. Geprofileerde waterlijsten, vensters met kruiskozijnen, gevat binnen korfbogige nissen of met ontlastingsbogen; vorkankers. Gerestaureerd 1941-’44.” De restaurateur was ir. Deur. Daarbij werd van het naastgelegen krot een tuintje gemaakt (Noviomagus). Op het moment van schrijven (waarschijnlijk rond 2005-2010) van haar artikel noemt Noviomagus dat de huidige functie een woonhuis is.
Artist in Residence
Besiendershuis, waarschijnlijk grapje van een van de gasten? (10-9-2024)
Poort en tuintje van het Besiendershuis (10-9-2024)
Besiendershuis (10-9-2024)
Sinds 2010 is het Besiendershuis “een huis van verbeelding: het pand en de organisatie zijn ingericht op het ontwikkelen van culturele residenties en het presenteren van publieksgerichte artistieke programma’s ten behoeve van de stad.”
Daarbij verblijft regelmatig een kunstenaar tijdelijk in het pand. “Tijdens hun verblijf dompelen zij zich onder in Nijmegen, maken contacten, doen ze er inspiratie op en brengen de stad verbeelding, nieuwe ideeën en kunst.” Een van de etages is dan ook modern ingericht. Daarbij herinneren verschillende voorwerpen aan de tijd dat de betreffende kunstenaar artist is in residence was. Meer over het Huis der verbeelding (en tevens bron), zie haar eigen website.
Een reproductie van een schilderij met daarop de Kraanpoort en de Kraan , onderaan de Grotestraat, 1620-1630 (Fa H. ten Hoet/L.R. Gerritsen via F1708 RAN CCBYSA)
In 1420 is de eerste vermelding van de Kraan op de Waalkade, maar aangenomen wordt dat deze kraan ouder is. Deze stond ter hoogte van de Grotestraat.
Deze kraan is eeuwen lang in gebruik geweest voor het laden en lossen van schepen. De kraan werd daarbij in beweging gezet door een tredmolen. In 1881 werd hij afgebroken, op het moment waarop tevens de Oude Haven werd gedempt. (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis)
De galerij , de Kraan (bij de Kraanpoort) en de veerpont ; een aquarel van Jan van Leeuwen, 1820 (F65198 RAN)
Gierpont
De gierpont aan de Waalkade, 1933 (F57976 RAN)
Voordat de Waalbrug gebouwd werd, kwam men naar de overkant door een zogenaamde gierpont “Zeldenrust”, die tussen de oever bij Lent en de Waalkade vaarde. Doordat in 1936 de Waalbrug werd geopend, verviel de functie van deze gierpont. Maar eigenlijk was deze ook voor die tijd al lang niet snel genoeg meer.
Alewijnse
Hoog water in de Waal en op de kade tussen Voerweg en Lindenberg ter hoogte van de bedrijfspanden van de firma Alewijnse, 19/2/1920 (F9019 RAN)
Cornelus Alewijnse richtte in 1900 zijn installatiebedrijf en elektrotechnisch bureau op aan de Waalkade, nadat hij uit de gloeilampenfabriek was getreden die hij samen met Roothaan had opgericht. In 1908 richtte hij samen met Gerhardus ten Hoopen C. Alewijnse & Co op. Het bedrijf zou tot 1980 aan de Waalkade gevestigd blijven, om daarna te verhuizen naar de Energieweg.
Een mooi interview met Cees Alewijnse uit 2019 is te lezen op de Bastei.
Vihamij
Vihamij-pand (1e steen 1874), Waalkade, 1968 (Prof. Evert F. van der Grinten via F78847 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
De Oude Haven
Waar nu het Labyrint ligt (zie hieronder), lag vroeger de haven van Nijmegen.
De Oude Haven met Bottelpoort (Boddelpoort) en St. Hubertusmolen (Havenmolen) , die stond op de St. Hubertustoren (Rode Toren), 1858-1865 (Julius Schaarwächter via F47518 RAN)
Met de aanleg van deze haven werd in 1601 begonnen. Na de Reductie van 1591 werd van Nijmegen een vesting gemaakt. Daarbij moest de haven worden verlegd, zodat deze binnen de wallen zou komen te liggen. Tot dan toe had een stuk stadsgracht aan de westzijde van de stad als haven gefungeerd.
In 1852-1853 werd de nieuwe haven tussen de Hezelpoort en Fort Krayenhoff aangelegd. De naam “Oude Haven” leeft nog voort als straatnaam.
De Elektriciteitscentrale aan de Waalkade, 1910 (F1677 RAN)
Nijmegen had in 1886 al een elektriteitscentrale, de eerste gemeentelijke elektriciteitscentrale van Nederland. Voor de plannen om een elektrische tram aan te leggen, was er een grotere centrale nodig. Daarbij zou die centrale ook een groter deel van de stad elektrisch kunnen verlichten. De centrale ging in 1908 in werking, de tramremise was in 1911 gereed.
In 1936 werd de nieuwe centrale aan het Maas-Waal kanaal gebouwd, die inmiddels gesloopt is. Tot 1955 zouden er trams in Nijmegen blijven rijden.
Het gezicht vanaf de spoorbrug op de stad, met op de voorgrond de elektriciteitscentrale en de tramremise aan de Waalkade en op de achtergrond de St. Stevenskerk en de St. Augustinuskerk, 1920-1925 (Eenennaam, uitg. P.M. van Eenennaam via F1678 RAN)
In 1989 ging het Holland Casino op de Waalkade open. Holland Casino’s wilde graag een casino in het oosten van het land, mede vanwege de Duitse markt; Nijmegen een eye-catcher voor de Waalkade. Wel ging een Romeinse muur verloren, wat tegenwoordig als drama wordt gezien.
In 1981 werd Fietsmuseum Velorama geopend, waar aanvankelijk de fietsverzameling van G.J. Moed Jr. en de oldtimers van Moed Sr. waren tentoongesteld. Na de verbouwing in 1996-1998 zijn er echter auto’s meer te zien.
Het museum heeft meer dan 500 fietsen in haar bezit, waarvan een deel in depot is opgeslagen. Het is de grootste en belangrijkste fietscollectie ter wereld, waarbij het museum is gespecialiseerd in fietsen van voor 1900.
Een van de boten die al jarenlang aan de Waalkade ligt, is de Quirin’s. Afgaande op een interview, bestaat de boot sinds 1968 als restaurantboot, Quirin’s genaamd. In dat interview vertelt Ed Tonissen: ““Ik kwam van school, het was economische crisis. Ik was technisch opgeleid, maar er was geen baan te vinden. Mijn vader verhuurde Quirin’s en de huurder was net vertrokken. Ik had toch niks te doen, dus ik dacht: ‘Ik ga dat maar eens proberen.’ Al was ik het helemaal niet van plan, ik heb altijd wel een bedrijf met iets van water willen hebben.””
In 2013 is de boot omgebouwd tot café-restaurant annex bezoekerscentrum de Nijmeegse Boot. De naam verwees naar de transportboot/maatschappij die tussen Nijmegen en Rotterdam voer. Daarna was het nog een tijdlang pop-up restaurant de Portier.
Nu is het alweer een hele tijd een boot met 4 escape rooms. “Can you escape the boat?”, vraagt ze. Maar met zo’n uitzicht, waarom zou je dat eigenlijk willen?
Een van de vertrouwde gezichten van de Waalkade en de Waal bij Nijmegen: de Pannenkoekenboot. De boot is door Ed Tonissen (zie ook Quirin’s) zelf ontworpen. Er varen daarnaast exemplaren in Amsterdam en Rotterdam.
Waterwolf en de Aquanaut Waalkade beeld Space Cowboys (Januari 2024)
Muursculptuur
Een groot aantal zijn in de jaren tachtig geplaatst ter gelegenheid van de waterkeringsmuur.
Grotestraat
Muursculptuur Waalkade/Grotestraat
Op de muursculptuur bij de afsluiting Waalkade/Grotestraat is het gemeentewapen van Nijmegen in abstracte vorm te herkennen: een dubbele adelaar met een wapenschild (waar normaliter een leeuw op staat)
“Deze plaquette herinnert aan de hulp die de bevolking van Nijmegen na de oorlog kreeg van de Amerikaanse stad Albany. De plaquette is een initiatief van Stichting FAN Friendship Albany-Nijmegen”, zo begint het bord. Rechts staan de geschonken hulpgoederen: veel levensmiddelenpakketten, zeep en kleding. Wilhelmina stuurde in 1948 op haar beurt 2000 tulpenbollen als dank. Albany organiseert daarop een jaarlijks “Tulip Festival”. Nijmegen en Albany werden “sister cities”, gesymboliseerd door oranje tulpen. Voor deze plaquette staat een grote schaal oranje tulpen nu (mei 2024) in bloei.
Tulpen Albany Waalkade (mei 2024)
Groene lijnwandeling Waalkade (mei 2024)
Gevelsteen Den Witten Arent
Achter de Vismarkt
Gevelsteen den Witten Arent, Achter de Vismarkt 18 en 20 (augustus 2025)
“Dit huis staet in Godts haent, het is in den Witten Arent ghenaemt, anno 1621”: Dit is de gevelsteen van de herberg ‘De Witte Arend’, welke ca.1930 – 1940 is afgebroken. Hij werd door schilder/heraldicus Jakob Berendzn Bronsema vanwege de voltooiing van de sociale woningbouw in de benedenstad in 1985. (Bron: Noviomagus en RAN)
Achter de Vismarkt heette “vroeger” Achter het Gasthuis, zo genoemd omdat de steeg achter het St. Nicolaas Gasthuis omliep. In een artikel over de aankomende sloop van de Rozengas schrijft het PGNC 21/6/1939:
“In vroeger eeuwen heerschte hier groote bedrijvigheid. Men vond er brouwerijen, een suikerrafinaarderij, die in 1745 afbrandde, verscheidende herbergen en een schippersgildehuis. Ook woonden er gezetenen burgers, o.a. wijnkoopers. Een bekend gebouw was: “In den Witten Arend”, waarvan men in een protocol van 2 Mei 1760 de volgende omschrijving vindt: “zijnde een neringryke herberg, voorzien van verscheide beneden- en bovenkamers, openen plaats, een groote kolfbaan, staande en gelegen achter het Gasthuis, genaamd den Witten Adelaar, de Groote gas ter eenre, het Rooze gasje ter andere zijde”. Een steen boven de poort van den stal droeg het opschrift: “dit huys is in Godts haent, Anno 1621, Het is in den Witten Arent ghenaemt”.
Den Witten Adelaar staat te huur in 1814 (PGNC 9/9/1814)
Het is mij nog onduidelijk of de Witte Arend in 1939 al gesloopt was of onderdeel van het sloopplan van de Rozengas was (en of deze daadwerkelijk is uitgevoerd).
Het volledige artikel geeft een mooi beeld van de eerste sloop en volgende sloopplannen in de Benedenstad. Dit artikel staat onderaan de pagina weergegeven.
Vrouw uitkijkend over water, Ed van Teeseling
1982 Waalkade
Vrouw uitkijkend over water, Ed van Teeseling, Waalkade, 1982 (mei 2024)Vrouw uitkijkend over water, Ed van Teeseling, Waalkade, 1982 (April 2024)
Drie Muursculpturen, Ben van Pinxteren
1982 Waalkade/Achter de Vismarkt
Drie muursculpturen, Ben van Pinxteren, Waalkade/ Achter de Vismarkt (mei 2024)
Deze sculpturen van Ben van Pinxteren bevinden zich op de doorgang naar de Waalkade. Deze doorgang kan met grote stalen deuren worden afgesloten bij hoogwater. (Bron: Kunst op Straat)
De twee muursculpturen op het plateau zijn ook van zijn hand.
Twee Muursculpturen, Ben van Pinxteren
Twee muursculpturen Ben van Pinxteren Waalkade/ Achter de Vismarkt (mei 2024)
Oude Huizen aan Waalkade
Witte huizen aan Waalkade (mei 2024)
Gedicht Oude Huizen aan de Kade
Gedicht Oude huizen aan de kade (mei 2024)
Wachteres, Paul de Swaaf
1983
Wachterers, Paul de Swaaf, Waalkade, 1983 (mei 2024)
De bedoeling is dat dit beeld bij hoog water contact maakt met het water; daarom is dit 2,85 meter lange beeld horizontaal geplaatst.
De naam “De Wachteres” is gebaseerd op een misverstand. Aanvankelijk had de Swaaf een staand beeld van een vrouw ontworpen, die met de rokken omhoog op het hoogwater stond te wachten. Omdat hij ontevreden was over het resultaat, ontwierp hij een nieuw beeld. Door een misverstand is de naam van het eerste beeld echter blijven hangen. (Bron: Kunst op Straat)
Deze muursculpturen van Gerard Bruning maken onderdeel uit van een aantal opdrachten van de gemeente Nijmegen om de nieuwe waterkeringsmuur aan te kleden. (Bron: Kunst Op Straat)
Sinds 2018 is er op een deel van de keermuur een klimmuur aangebracht. Tot 2014 stond hier een waterkunstwerk, een watergordijn dat echter zelden functioneerde. Bron: De Gelderlander)
Het sit with a Scientist park is aanvankelijk (juli-augustus 2024) verplaatst naar de Broerstraat en inmiddels (november 2024) verplaatst naar de Burchtstraat
Sit with a scientis, pop-up park Waalkade (mei 2024)
Op de plaquette staat: “Mei – Juni 1940 hielp de Nijmeegse bevolking spontaan tienduizenden Belgische krijgsgevangenen in mudvolle rijnaken op weg naar de Nazikampen (Nationaal verbond der oud-krijgsgevangen van België)”
Na de Duitse inval capituleert België op 28 mei 1940. Vanaf dat moment worden eind mei en begin juni Belgische en Franse krijgsgevangen na een mars te voet ingescheept op rijnaken, die in Walsoorden bij Terneuzen voor anker lagen. Een kwart miljoen soldaten zou op die manier via het Hollands Diep, Waal en Rijn op overvolle schepen op transport worden gesteld naar krijgsgevangenenkampen in Duitsland. Onderweg werd som toe aangelegd, onder andere om water in te slaan.
Ongeveer 90 rijnaken meerden in Nijmegen aan. De soldaten hadden op dat moment er dus al zware reis opzitten. Omdat delen van de verwoeste bruggen die in het water lagen een groot obstakel vormden, was Nijmegen een onvermijdelijke plaats om een stop te maken. Nijmegenaren uit het Waterkwartier en de Benedenstad trokken zich het lot van de hongerige en dorstige Belgen aan. Zij kwamen massaal in actie met voedsel en medische verzorging.
De plaquette uit 1992, geplaatst door het Nationaal Verbond der oud-krijgsgevangen van België, is een herinnering aan dit toonbeeld van menslievendheid.
Nijmegenaren betrokken bij de verstrekking van brood aan franse en belgische krijgsgevangenen, die Nijmegen passeerden eind mei 1940 (F52436 RAN)
Brood uitdelen aan Belgische krijgsgevangenen die Nijmegen passeren, mei 1940 (GN11043 RAN)
(Overige) Bronnen en verder lezen
Bijschrift foto GN11043 RAN
Bijschrift foto F64453 RAN, een foto van de bijeenkomst van de ex-krijgsgevangenen in de burgerzaal in het Stadhuis
Dit anker is een herinnering aan het levendige havenverleden van de Waalkade. De plaatsing van dit scheepsanker is (mede) ingegeven om dit deel van de Waalkade wat vrij leeg is, aan te kleden. (Bron: Noviomagus)
NAP paal Waalkade (mei 2024)
In de buurt van het anker staat deze NAP paal. Dit gedeelte ligt iets minder dan 12,5 meter NAP boven de zeespiegel. Het gedeelte bij het Casino ligt lager.
Blok 26 is een samenwerking tussen architect Paul van Hontem en Ir. W.H. Verschoor. Het heeft 2 groene binnenterreinen. Een belangrijk onderdeel van het ontwerp was het contact met de Waal.
De houten Snackbar van Alex en Karin de Kok, januari 1991 (Ber van Haren via KN14930-13 RAN CC0 Auteursrechthouder Gemeente Nijmegen)De Hendrik Heucksteiger op een winterse dag met sneeuw op de Waalkade, januari 1995 (Hans Giesbertz via D1724_18_05-16 RAN CC0 Auteursrechthouder RAN)
De hoogwater- of Hendrik Heucksteiger: dit was steiger met een loopbrug tussen de Waal en de Grotestraat. Hierdoor zouden passagiers van cruiseschepen zonder natte voeten aan land kunnen komen. De loopbrug was 28 meter lang, woog 7 ton en lag 4.30 meter boven de rijweg ontworpen door de Nijmeegse architect Antoon Croonen. Bij een herinrichting van de Waalkade is de steiger gesloopt. (Bron: bijschrift F88721, een foto uit 1994 tijden de Zomerfeesten)
De Kaaij
De Kaaij (augustus 2025)
Inmiddels niet meer weer te denken: de Kaaij. Begonnen in 2011 als een zeer kleinschalig evenement, is het niet meer weg te denken als terras en festival: “In 2011 begon het met een klein rood vrachtwagentje en een uitklapbar. Met liedjes en koffie, wat mensen die bleven staan. Onder de brug en aan het water groeide het uit tot een bruisende plek. Muzikanten, schilders en kunstenaars sloten zich aan met creatieve ideeën. Hier, in de stad aan de Waal, creëren we een unieke ervaring – ons eigen cultureel terras.” (https://dekaaij.nl/)
Naast de foto’s op hun eigen site, is een mooi fotoverslag van 2024 te zien op IntoNijmegen.
Zie ook “De Kaaij vanuit de lucht” uit 2014 op https://www.nijmegenmijnstad.nl/de-kaaij/; inmiddels is de Kaaij al een aardig festival geworden; waarschijnlijk lopen de mensen op de krib van en naar het pontje dat ze naar “Havana aan de Waal” brengt.
Een artikel uit 1939: Sloop in de Benedenstad
Grootegas gezien vanuit de Nonnenstraat in de richting van de Achter de Vismarkt. Rechts op de achtergrond panden aan de Rozengas, 1938 (Fotopersbureau Gelderland via F13572 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)
“Een belangrijke doorbraak in de oude stad
De Rozengas verdwijnt – Nieuwe straat van 10 Meter breedte
Wordt de Waalkade watervrij?
Na de belangrijke krotopruimingen aan de Steenstraat en de Vleeschouwerstraat, die eenige maanden geleden hun beslag gekregen hebben en waardoor in het Oostelijk gedeelte van de oude stad het vraagstuk van de saneering een belangrijke schrede is gevorderd, is nu een omvangrijke afbraak begonnen in een ander deel van de oude stad, waar verscheidende panden den laatsten in het bezit van de gemeente zijn gekomen en waar ook door particulieren medewerking wordt verleend, om tot opruiming van de bouwvallen te komen. Het betreft hier n.l de totale opruiming van de Rozengas, de gedeeltelijke afbraak van de Grootegas en het sloopen van eenige panden aan de Praast- of Proosthof. Door deze afbraak komt een uitgestrekt terrein vrij, dat in de toekomst bestemd zal worden voor woningenbouw en nieuwen straataanleg, waarop wij zoo aanstaande nog nader terug komen.
Historisch plekje verdwijnt
Wie nu tusschen de bouwvallen rondloopt en de enorme puinhoopen, die door het sloopwerk daar thans ontstaan zijn, gadeslaat, zal moeilijk kunnen vermoeden, dat het hier een der oudste gedeelten van Nijmegen betreft, dat in vroeger tijden- wij spreken nu van ongeveer vijf eeuwen geleden- door gegoede ingezetenen van onze stad werd bewoond. Het Rozengasje b.v., dat binnen enkele dagen nog slechts in de herinnering zal voortleven, loopende van de Nonnenstraat naar Achter de Vischmarkt, heette vroeger: Achter het Gasthuis, zoo genaamd, omdat de steeg achter het St. Nicolaas Gasthuis omliep. Dat Gasthuis bevond zich ter plaatse, waar zich thans de oude Luthersche kerk in de Grootestraat bevindt. In vroeger eeuwen heerschte hier groote bedrijvigheid. Men vond er brouwerijen, een suikerraffinaarderij, die in 1745 afbrandde, verscheidende herbergen en een schippersgildehuis. Ook woonden er gezetenen burgers, o.a. wijnkoopers. Een bekend gebouw was: “In den Witten Arend”, waarvan men in een protocol van 2 Mei 1760 de volgende omschrijving vindt: “zijnde een neringryke herberg, voorzien van verscheide beneden- en bovenkamers, openen plaats, een groote kolfbaan, staande en gelegen achter het Gasthuis, genaamd den Witten Adelaar, de Groote gas ter eenre, het Rooze gasje ter andere zijde”. Een steen boven de poort van den stal droeg het opschrift: “dit huys is in Godts haent, Anno 1621, Het is in den Witten Arent ghenaemt”.
Het Rozengasje zelf bestond uitsluitend uit woonhuizen, waarin in 1438 een zekere Coenraed Schutt kwam te wonen en daar een “stoof”, dat is een warm bad en verwarmd vertrek, liet inrichten. Ook uit talrijke protocollen uit de vijftiende eeuw, blijkt, dat er vroeger gegoede families woonden. Ondanks alle verval zijn sommige muren nog van een respectabele kracht en afmetingen. Men bouwde vroeger uiterst solide! De baksteenen in de oudste panden hebben een lengte van 30 en een dikte van 9 cm.
Het Rozengas gezien vanuit de Achter de Vismarkt; album Bouw- en Woningtoezicht, 1935 (GN665 RAN)
Ook de Grootegas is van een respectabele ouderdom. De naam komt reeds in 1427 voor en aan talrijke, thans wel zeer schamele huizen, ontdekt men nog de sporen van vroegere deftigheid.
De vergelijking met de andere gassen is de Grootegas tamelijk breed n.l. drie en een halve meter, maar in de naaste toekomst zal dat aanmerkelijk veranderen. Bij de plannen voor de saneering van de oude stad, is n.l. voor de Grootegas een nieuwe rooilijn vastgesteld en het doel van de thans aangevangen afbraak is o.m, om tot verbreeding van de Grootegas te komen. Dit wordt in de toekomst een belangrijke verbindingsweg van de Waalkade naar het centrum van de stad en de breedte er van zal op niet minder dan tien meter worden gebracht.
Tenslotte verrichten op het oogenblijk de sloopers hun werk op ’t z.g. Praast- of Proosthof. Dit is een terrein tusschen Achter de Vischmarkt en de Nonnenstraat. De naam is ontleend aan de woning van den Proost van het vroegere nonnenklooster, dat in de vijftiende eeuw in de Nonnenstraat gevonden werd. Een bewijs, dat deze omgeving vroeger betere dagen gekend heeft, is wel, dat dit klooster er een voor adelijke vrouwen was. Men vond in deze omgeving ook huizen bewoond door familie als Collart van Lynden, van Welderen, van Redichaven enz. Tot de woning van den zooeven genoemden Proost behoorde ook het nu nog bestaande poortje- dat intusschen voorshands nog niet gesloopt wordt- met bovenkamer, waar de Proost zich met voorliefde ophield. In een protocol van 1462- waar waren die gewichtige documenten al niet goed voor!- vertelt een zekere Dirck Hack, dat hij “een tyt geleden heeft sitten eten met den praest, jan van Bueren, en joffer Neza (’s proosten zuster) opter poorten, dat sy daermit woerden krigenden” enz. Waarna het relaas volgt van een “pittig onderhoud”, over een familiegeschil, dat overigens niet ter zake doet. Het Proostenhuis schijnt vroeger een toren te hebben gehad. In het laatst van de achttiende eeuw behoorde het in eigendom aan de Maillard de Pleinchamp, gewezen Waalsch predikant en later schijnt het als militaire barak te zijn ingericht geweest. In een cohier van 1649 vinden wij nog vermeld, dat op het Proosthof acht huizen stonden.
Een gedeelte van deze omgeving, dat ook nog niet aan de beurt is om onder sloopershanden te vallen, is de Schapengas, een doodloopend steegje, het nauwste van Nijmegen, dat vroeger op het Proosthof schijnt uitgekomen te zijn. Ook hier woonden vroeger aanzienlijke families, o.a. een notaris, de gemeensman Dibbets en, zooals het Hopmanboek van 1743 vemeldt: de Hoog Welgeb. Maximillaen Renesse.
Plannen voor de toekomst
Zooals wij daar straks reeds opmerkten, komen door deze afbraak belangrijke complexen vrij, die voor woningbouw benut kunnen worden. De plannen daarvoor staan echter nog geenszins vast. Men zal in de eerste plaats rekening moeten houden met de toekomstige bestemming van de oude stad, n.l. met een saneeringsplan, dat het geheel omvat. Zooals men weet, bestaan tegen partieele saneeringen groote bezwaren en alvorens daartoe een besluit wordt genomen, zal men de zaak van elke kanten moeten wikken en wegen, opdat men later niet tot de ontdekking komt, dat uitvoering van andere werken, door reeds tot stand gekomen bouwwerken, in sterke mate belemmerd wordt, dan wel dat men geen architectonisch juist geheel meer kan krijgen.
De bij het vraagstuk van de oude stad allesbeheerschende vraag is, of de Waalkade al dan niet watervrij zal worden gemaakt. Zooals wij al eens eerder uiteengezet hebben, berust de beslissing hieromtrent bij het departement van Waterstaat, dat aanvankelijk volstrekt afwijzend hiertegenover stond. Men weet, dat de Waalkade behoort tot het winterbed van de rivier, en zou men, hetzij door ophooging, dan wel door het maken van een waterkeerenden muur, dit gedeelte van het winterbed doen verdwijen, dan zou de consequentie daarvan vormen, dat men aan de Lentsche zijde het winterbed zoozeer verruimt, dat het afvoervermogen van de rivier even groot blijft, als thans het geval is. Dat daarmede belangrijke kosten gemoeid zijn, spreekt wel vanzelf.
Jarenlang heeft de gemeente na reeds pogingen in het werk gesteld om de Waalkade watervrij te krijgen. In zekeren zin staat of valt het vraagstuk van de saneering van de oude stad er mede. Nu het vraagstuk van oud-Nijmegen niet alleen ter plaatse als van groote beteekenis wordt aangeduid, maar in het geheele land er bestelling voor is gewekt, schijnt men bij den Rijkswaterstaat meer begrip voor deze voor Nijmegen zoo buitengewoon belangrijke aangelegenheid te hebben gekregen. Wij hebben n.l. in waterstaatskringen hooren verluiden, dat men niet meer volstrekt afwijzend tegenover de onttrekking van de Waalkade aan het winterbed van de rivier staat en op het ogenblik wordt onderzocht, op welke wijze aan de verlangens van het gemeentebestuur kan worden tegemoet gekomen.
Ofschoon deze aangelegenheid nog slechts in het stadium van overweging verkeert, mag deze gang van zaken toch in hooge mate met vreugde begroet worden. Immers, zoowel de stedenbouwkundige ir. Siebers, de betrokken gemeentediensten en de Commissie S.O.S. zijn het er volkomen over eens, dat slechts door watervrijmaking van de Waalkade een afdoende oplossing kan worden verkregen.” (PGNC 21/6/1939)
Witte huizen aan de Waalkade, licht oranje door de zonsondergang (mei 2025)Een gedicht op de Waalkade: “De namen zijn blauw” van K. Michels, december 2025
Monument de Oversteek; de bloemen zijn van de herdenking een maand eerder (23-10-2021)
Het monument de Oversteek herdenkt de gevallen geallieerde militairen tijdens de gevechten rondom de oversteek van de Waal. Het is een beeld van Marius van Beek.
De oprichting was een initiatief van Herman Jansen en huisarts prof. dr. Huygen. Zij hadden in Lent de oorlog dichtbij meegemaakt. Daardoor beseften zij welke offers de Amerikanen gebracht hadden.
40 jaar na de Oversteekonthulde generaal Gavin, in 1944 de bevelhebber van de 82nd Airborne divisie , op 18 september 1984 het momument.
Twee zuilen en een gedenksteen
Het bestond aanvankelijk uit twee zuilen van natuursteen en een liggende gedenksteen.
Op de linkerzuil staat:
“ U.S. 82nd AIRB. DIV.
WAALCROSSING
20 SEPT. 1944
504 PARACHUTE INFANTRY
307 ENG. 376 PFABn
IN COÖP. WITH
505 PAR. INFANTRY
GUARDS ARMOURED DIV.
18 SEPT. 1984”
Op de rechterzui:
“HIER VOND PLAATS OP 20-9-1944 DE HELDHAFTIGE OVERSTEEK VAN DE WAAL”.
Op de gedenkplaat staan de namen van de 48 gevallen militairen.
De gedenkplaat is in 2014 vervangen door een muur met 49 namen. Hierop is de naam van Norris B. Case toegevoegd, hoewel het niet zeker is of hij op 20 september 1944 bij de Oversteek is overleden. Daarnaast staat Jack D. Howard nog steeds op het monument vermeld, hoewel hij op 21 september 1944 is gesneuveld in de buurt van Visveld. Het monument was geadopteerd door basisschool Sam-Sam uit Oosterhoudt en september 2000 door basisschool De Oversteek. Daar is ook de oorspronkelijke, liggende plaat naar toe verplaatst.
Marius van Beek
Het monument is gemaakt door de beeldhouwer Marius van Beek (1921-2003) (maar dus niet de huidige muur). Daarnaast was hij criticus en docent. In de buitenomgeving zijn 90 beelden van hem te zien, verdeeld over alle provincies (bron: website Marius van Beek). Daarnaast is er een online catalogus van zijn werk.
Een ander belangrijk beeld van hem is het Verzetsmonument op het Trajanusplein uit 1954.
Andere werken:
‘Vervult u met de vruchten die ik draag’, Wilhelminasingel 15, 1956
1954 Klein Mariënburg 22-24 Centrum Gemeentelijk Monument
Voormalig Bijkantoor Nederlandse Bank, Klein Marienburg 22-24
Nadat het kantoor tijdens de gevechten van september 1944 was afgebrand en Gelderse Spaarbank het pand wilde kopen, besloot de Nederlandsche Bank een nieuw pand voor haar agentschap te laten bouwen aan de Mariënburg. Architect Zwiers ontwierp een sober, solide gebouw, waarbij Hammes met een aantal kunstwerken zorgde voor de nodige frivoliteit.
Vooraf
Op 21 september 1944 was het vroegere bankgebouw afgebrand door een ontploffing van een munitiewagen, welke door een Duits projectiel was geraakt. Een andere bank wilde het gebouw graag kopen: zij had niet zo veel ruimte nodig als de Nederlandsche Bank en bovendien kon zij gebruik maken van de kluizen, die intact waren gebleven. Daarop besloot de Directie van de Nederlandsche Bank tot verkoop en een nieuw, ruimer gebouw te laten bouwen.
De bouw begon op 12-1—1951. De locatie was gekozen vanwege:
De representatieve plaats, waarbij tegelijk ongeveer de plaats van het vroegere gebouw kon worden benaderd
De mogelijkheid van een rondom vrije ligging, vanwege de veiligheid
Feitelijk had de Nederlandsche Bank voldoende aan de ruimte op deze plek met slechts 1 verdieping voor haar agentschap. Vanuit stedebouwkundig oogpunt en vanwege het representatieve karakter, besloot de Bank een verdieping extra te laten bouwen. Deze verdieping kon daarbij verhuurd worden en, mocht daar op een gegeven moment behoefte aan zijn, dienen tot uitbreiding van het agentschap.
Stijl
Het voormalig kantoor van het agentschap van de Nederlandsche Bank N.V., gelegen op de hoek met de Mariënburgsestraat. Het werd gebouwd in 1949/1950 en werd ontworpen door architect door H.T. Zwiers, 27/4/1995 (Ger Loeffen via F38310 RAN CCBYSA)
Het Nieuwe Instituut: “Het bankgebouw is uitgevoerd in de traditionalistische stijl van de Delftse School. Kenmerkend is de sobere, solide uitstraling van het gebouw dat paste bij het imago van het bankwezen. De hoofdvorm is van een monumentale eenvoud. Het karakter wordt bepaald door de geslotenheid van de baksteen gevels en de accentuering van ramen en ingangen door natuurstenen omlijstingen”
Indeling
Op de begane grond ligt de publieke hal, “die groot is genomen, omdat het op topdagen zeer druk kan zijn en een op elkaar gepakte menigte een hoogst onveilig gevoel geeft, aldus spr.
Aan die hal grens het kantoor voor kas, rekening-courant, enz. Voorts liggen hier twee spreekkamers (waarvan één voor de Agent) en de portiersloge.
De kamer van de Agent ligt verder naar achteren en staat in rechtstreeks contact met de Kas-afdeling en met de toegang tot de kluizen.
Op de eerste verdieping ligt een publieke ruimte met aangrenzende kantoorruimte voor belening, bewaarneming en deviezen. Daar is ook een vergaderkamer en een reserve-kantoor.” (De Gelderlander 6/5/1954)
Het achterterrein is bereikbaar via de poort aan de zijde van Klein Mariënburg. Deze is bestemd voor het transport van waarden. Daardoor moest de terrein zo veilig mogelijk van de straat en de aanliggende erven worden gescheiden. Dit gebeurd door hoge muren aan de Spaarpotsteeg en langs de oostkant van het achterterrein.
Bijzonder is dat in de kelder gebouwd is als brandkluis, maar dat zich hier tevens een atoomkelder bevindt. In een aantal bijruimtes zijn nog installaties te vinden, die er onder ander voor moesten zorgen dat atoomdeeltjes uit de lucht werden gefilterd. De Gemeentelijke Monumentenlijst geeft een uitvoerige beschrijving van het gebouw. Hierbij zijn tevens veel foto’s opgenomen.
Kunstwerken voor representatie én humor
Spaarvarkens, beelden van Hammes (september 2024)
“Voor het sterker aanzetten van het representatieve karakter van de toegang tot de Spaarpotsteeg èn van de hoofdingang zocht Zwiers naar een beeldhouwer, “die zijn suggesties kon volgen” (De Gelderlander 6/5/1954).
De beeldhouwer Hammes maakte op de stenen pylonen bij de toegang tot de Spaarpotsteeg 2 spaarvarkens. De één tevreden met een geldstuk in zijn gleuf, de ander sip, zonder muntstuk. “bij zoveel ernst immers past wel een glimlach, vooral als die buiten de deur blijft, aldus spr.” (De Gelderlander 6/5/1954)
In de hoofdingangspartij kwamen vogelmotieven, aanvliegend op een centraal geplaatst wapenschild. Zij staan symbool voor de Agentschappen, als boodschappers van de centrale Amsterdamse Hoofdbank.
Het Geldverkeer, beeld van Hammes (september 2024)
Boven de ingang is een plastiek van metaal geplaatst, “Het Geldverkeer”. Hierbij werpen twee zittende figuren elkaar geldschijven toe, welke de geldcirculatie rond de wereldbol voorstelt.
Het Nieuwe Instituut noemt binnen de wanden van geglazuurde gebakken steen. Aan een van deze wanden is een voorstelling van keramiek aangebracht, welke verwijst naar de ondergang en de belofte van de herrijzenis van de stadskern van Nijmegen. Daarbij zijn de jaartallen 1944 en 1954 aangebracht. Het kunstwerk, eveneens een werk van Hammmes, is te zien op F30036 RAN.
Ook ontwierp hij een houtreliëf van 4 figuren: 2 middenfiguren houden zakken met geld vast die de 2 buitenfiguren proberen te stelen, te zien op F85260.
Architect Zwiers
Henry Timo Zwiers (Amsterdam, 10 februari 1900 – Haarlem, 2 juni 1992) was een Nederlandse architect. Hij ontwierp de nieuwe Bijbank van de Nederlandse Bank aan de Boompjes in Rotterdam, welke van 1950-1955 gebouwd werd. Ook deed hij mee aan een prijsvraag voor het ontwerp van het kantoor van de Nederlandse Bank in 1954. Zijn ontwerp werd echter niet gekozen en uiteindelijk zouden geen van de ontwerpen die architecten voor de prijsvraag hadden aangeleverd, worden gerealiseerd. Ook ontwierp hij voor andere banken -in andere plaatsen dan Nijmegen-. onder andere voor de Twentsche Bank. Het Nieuwe Instituut heeft een uitgebreid overzicht van de ontwerpen van Zwiers.
In Arnhem ontwierp hij de Grote Enk, het kantoorgebouw van de AKU/Akzo.
Ook ontwierp hij woningbouw. Daarbij is het belangrijk dat hij een de 3 architecten was, die vrijwel alle airey-woningen (een type systeembouw) in Nederland heeft ontworpen. Daarvan is Sloterhof in Amsterdam zijn belangrijkste werk.
Gemeentelijk Monument
Het gebouw is een Gemeentelijk Monument met als waardering:
“Het voormalige agentschap van de Nederlandse Bank heeft cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van degelijke soberheid tijdens de wederopbouwperiode in het algemeen en als betrouwbare en solide uitstraling van de Nederlandse Bank in het bijzonder. Een veilige geldafhandeling en gedegen voorbereiding op een mogelijke atoomaanval gedurende de Koude Oorlog zijn in het gebouw nog duidelijk afleesbaar.
Architectuurhistorische waarde als goed en gaaf voorbeeld van traditionalistische wederopbouwarchitectuur van H.T. Zwiers. Zwiers was een bekende architect die tegelijkertijd de nieuwe Bijbank van de Nederlandse Bank in Rotterdam ontwierp (1949-1955) en later de uitbreiding van de Amsterdamsche Bank (1966-1972). Ook ontwierp hij woningbouw. In het voormalige agentschap van de Nederlandse Bank heeft Zwiers op geslaagde wijze monumentale strengheid gecombineerd met frivole decoratie. Wat betreft het interieur zijn de volgende bewaard gebleven onderdelen van waarde: de kluiskelder met sluis en kluisdeuren, de atoomkelder met bijruimten waarin oorspronkelijke technische installaties, het trappenhuis aan de zuidzijde met de met travertin beklede traptreden en stalen balustrades met houten relingen. Voor het overige zijn er in het interieur op de begane grond en de verdiepingen geen onderdelen van waarde meer.
Stedenbouwkundige waarde als onderdeel van een reeks (voormalige) bankgebouwen rond het Mariënburg en vanwege de hoekoriëntatie die verbonden is met de nieuwe doorbraak tussen Mariënburg en Hertogplein. Het plastiek Het Geldverkeer boven de entree is van hoge waarde. De licht abstracte en figuratieve voorstelling is speels en tegelijk gewichtig door de symmetrie en de uitvoering in koper. Deze combinatie maakt het bijzonder. Het past uitstekend bij de architectuur en is daar vanwege de frivoliteit een waardevolle aanvulling op. De twee varkentjes hebben de betekenis van humoristische relativering van de waarde van geld. Beeldend gezien vormen de varkens een op maat gemaakt, frivool accent tegen de functionele en strenge achtergrond van de architectuur. Daarom vormen ze een toegevoegde waarde op de architectuur.”
1889 Van Berchenstraat 31-35 Parkweg 1 (en Van Berchenstraat 21-29)
Hoek Parkweg en Van Berchenstraat (april 2024)
2 wandtekens herinneren aan de panden op de hoek van de Parkweg en Van Berchenstraat aan de molen Sans Souci. Deze woningen zijn gebouwd voor de weduwe van der Waarden door de bouwdkundige van der Waarden.
In 1880 werden bouwterreinen uitgegeven na de sloop van de vestingwerken. De daadwerkelijke bouw liep vertraging op, omdat de molen op de St. Jacobsmolen niet gesloopt kon worden. Voor het verhaal van de molen zie het artikel hieronder.
De St. Jacobsmolen, ook Polmolen “Sans Souci” genoemd, met handgeschreven verklarende tekst: “Molen op de wal der vesting. Berucht omdat de molenaar hem niet wilde laten onteigenen. Gekocht op speculatie door tante Sien, die er huizen bouwden aan de Walstraat. Een molentje staat nog op een der huizen” (Tante Sien, Clasina Barbara Philomena Felet, was de vrouw van Lambertus Theodorus van der Waarden), 1882-1885 (Gerard Korfmacher via F475531 RAN)
In 1887 vindt de veiling van de molen alsnog plaats. Hij wordt dan op 16 mei verkocht voor f.4900 aan “Tante Sien”, de weduwe Van der Waarden. De kopers zijn bereid de molen met de gemeente te ruilen tegen een bouwterrein van ongeveer 800 c.A., met 30M. gevelbreedte aan de van Berchenstraat. Daarop wordt de molen op 18 juni voor f50,- verkocht.
In 1888 krijgt Christina Barbara Philomina Felet, voormalige koopvrouw en weduwe van winkelier Lambertus Theodorus van der Waarden vergunning tot het bouwen van 3 huizen aan de Van Berchenstraat. Deze woningen zijn gebouwd door de bouwkundige Van der Waarden, een achterneef van Lambertus.
De Gemeentelijke Monumentenlijst “De woningen zijn uitgevoerd in een eclectische bouwstijl waarin verschillende historische bouwmotieven zijn gecombineerd en toegepast.” Hierbij wordt verder een uitvoerige beschrijving van het pand gegeven.
Tegenwoordig zijn de panden als kamers verhuurd.
Ook de naastgelegen panden Van Berchenstraat 21 -29 zijn gebouwd in opdracht van de weduwe met Van der Waarden als architect.
De St. Jacobstoren is in de 16e eeuw gebouwd, het meeste zuidelijke restant van de stadsmuur. Daarop stond de St. Jacobsmolen, die de bijnaam Sans Souci kreeg vanwege het conflict tussen de gemeente en de molenaar. Het torentje uit de jaren 70 is een herinnering aan deze molen.
Gemeentelijk Monument
Het pand is een gemeentelijk monument. Als waardering:
“Architectuurhistorische waarde vanwege het nog gave exterieur en het grotendeels nog aanwezige interieur (op basis van het locatiebezoek aan de Van Berchenstraat 35 en Parkweg 1) met diverse oorspronkelijke interieurelementen zoals deurlijsten, stucplafonds, schouwen en raamkozijnen. Stedenbouwkundige waarde vanwege de beeldbepalende ligging op de kruising van de Van Berchenstraat, Parkweg, Regulierstraat en Eerste Walstraat; als onderdeel van de eerste stadsuitbreidingen van Nijmegen na de sloop van de vestingwerken en de ligging aan het Kronenburgerpark. Cultuurhistorische waarde vanwege de connectie tussen het pand en de historische St. Jacobsmolen die op deze locatie heeft gestaan, waaraan de gevelstenen herinneren.”
Wandtekens Sans Souci
Sans Souci, hoek Parkweg – van Berchenstraat (april 2024)
Sine Cura, Van Berchenstraat (april 2024)
2 gevelstenen herinneren aan de voormalige molen.
Gevelsteen hoek Parkweg-Van Berchenstraat
Op de hoek van de Parkweg- Van Berchenstraat is boven de deur een gevelsteen ingemetseld van de molen Sans Souci, waarbij het nog maar 2 wieken heeft. Dit is een herinnering aan de molen die op de St. Jacobstoren stond.
Gevelsteen Sine Cura van Jac. Maris
Van Berchenstraat 31
Maris ontwierp voor Jan Brinkhoff de gevelsteen op Van Berchenstraat 31. Het hangt naast de voordeur van de woning, waar hij in 1958 (MCMLVIII) ging wonen. Brinkhoff was hoofdredacteur van historische vereniging Numaga en schrijver van boeken over de geschiedenis van Nijmegen. Hij vernoemde zijn woning naar de molen, waarbij hij het Franse Sans Souci vertaalde naar het Latijnse Sine Cure (beide betekenen: “zonder zorg”).
(Overige) Bronnen en Verder Lezen
Herinnering aan een walmolen, Noviomagus en dan vooral de bijdrage van Rob Essers. Hierin ook een link naar de winkel van Van der Waarden.
Something fishy going on, Pipsqueak was here, Zes Huizenhof (april 2024)
Het Muurschilderij Something fishy going on van Pipsqueak was here ligt wat verscholen in de Zes Huizenhof, geen plek de Bloemerstraat en Regulierstraat. De muurschildering is aangebracht tijdens de Big Draw van 2019; zo noemt Pipqueak was here het schilderij tevens zelf op hun site.
Zie voor meer over Pipsqueak was here ook het artikel over Meisje met de beer.
Het meisje met de vis is ook gebruikt in Bar BAUT in Amsterdam
Labyrint Waalkade, Klaus van de Locht en Jaap van Hunen, 1982 (april 2024)
Het Labyrinth van Klaus van de Locht en Jaap van Hunen is een van de kunstwerken die gemaakt zijn vanwege de bouw van de waterkeringsmuur in 1982. Jaap van Hunen ontwierp de aankleding van het labyrint. Het labyrint ligt op de plaats van de Oude Haven.
In Kunst op Straat: (tevens bron): “‘Het labyrint is een metafoor voor de levensloop, een mogelijkheid de vragen naar een zinvol leven te beantwoorden. Een steun voor de mens die op zoek is naar zichzelf. Maar ook staat het labyrint voor de geordende baan van de sterren en de kosmos, waar de mens deel van uitmaakt’ aldus Klaus van de Locht.”
Labyrint in het Labyrint: de sluitsteen in het midden. De reden van het boeket witte rozen in het midden is onbekend, maar hebben mogelijk te maken met het feit dat van de Locht op 7 maart 2003 is overleden (6 april 2024)
De diameter is 24 meter. In het midden ligt een sluitsteen, een basaltblok welke uit de Waal is opgevist. Hierin heeft de kunstenaar een labyrint in miniatuurvorm weergegeven, met een gat in midden.
Rennen
Het labyrint nodigt niet alleen uit tot contemplatie. Kinderen rennen over het labyrint, steken van de ene cirkel naar de andere over en spelen met het water.
Klaus van de Locht
Klaus van de Locht is in 1942 geboren in het Duitse Millingen. Hij studeert aanvankelijk 3 jaar theologie in München. Dan kiest hij voor een opleiding aan de Werkkunstschule in Wuppertal in 1967, net al zijn broer Peter.
Na zijn studie woont hij 2 jaar in Londen, om in 1975 naar Nijmegen te verhuizen, waar Peter inmiddels al woont. In 1989 wordt bij hem MS geconstateerd, waaraan hij in 2003 op 60-jarige leeftijd zal overlijden.
Thema’s
Het landschap, de mythologie en het naakt zijn belangrijkste thema’s.
De Nijmeegse Stadskrant: “Kunstenaar Sven Hoekstra vertelt dat Van de Locht was geïntrigeerd door labyrinten en spiralen. “Dat waren voor hem oorsprongsvormen, het kleine dat uitgroeit tot iets groots en weer terugkeert naar het kleine, een foetus en een baarmoeder tegelijk. Het hergebruiken van materiaal hoorde bij die gedachtegang. Tekeningen maakte hij vaak op gerecycled materiaal, of het nou kranten waren of inpakpapier. Veel van zijn driedimensionale objecten zijn gemaakt van spullen die hij op straat of ergens anders vond”.
Het labyrint
Bij de opening van de overzichtsexpositie in 2003 houdt Victor Vroomkoning een toespraak: “Waarom onderneemt een man een leven lang pogingen zich met zijn kunst op te richten naar het licht? Ik wist, hij was als jeugdig begenadigd turner van de rekstok gevallen, had na die korte vlucht een jaar lang plat gelegen.” Die oprichting had betrekking tot zijn werk met fallus-symbolen als het labyrint.
Vroomkoning legt op een prachtige manier deze mythe uit, daarom hierbij alleen een rechtstreekse verwijzing naar zijn artikel.
Een aantal werken van Klaus van de Locht:
Stèle, Blekershof, Beek
1982: Labyrinth, Waalkade, Nijmegen. In samenwerking met Jaap van Hunen
1983: Plastiek voor de juiste en niet-juiste verhoudingen. Broekstraat, Nijmegen. In samenwerking met Hans Koetsier en Geertjan van Oostende.
1986: De baanbrekers, hal Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek, Wundtlaan, Nijmegen
Januskop (met make-over) van Ben van Pinxteren op de Waalkade (april 2024)
De beeldhouwer Ben van Pinxteren was een van de kunstenaars die in 1982 een opdracht verkregen om met kunstwerken de nieuwe waterkering te verfraaiien. Een van zijn werken was deaarbij een Januskop.
Locatie
De Januskop op de oude locatie WaalkadeL Op de keermuur de Januskop, gemaakt door Ben van Pinxteren in 1982 ; op de achtergrond de spoorbrug. 12/7/1983 (Ber van Haren via KN13739-24 RAN)
De sculptuur stond aanvankelijk op de keermuur, vlakbij de “doorgang” van de kade naar de Lage Markt. Vanwege de verhoging van de keermuur is deze kop in 2009 verplaatst. Hij staat nu in de buurt waar de Waalkade een bocht maakt en overgaat naar de Veemarkt.
Het Biografisch Woordenboek Gelderland deel 10: “In 1980-1982 voorzag hij op diverse plaatsen de nieuwe hoogwatermuur aan de Waal van decoraties en zette op een van de keermuren een stoere Januskop in hardsteen, die zijn blikken keurend stroomopwaarts en stroomafwaarts richtte.”
Betekenis van Janus
De andere kant van de Januskop, Ben van Pinxteren (mei 2024)
Janus was een van de oudste en belangrijkste goden in het Romeinse Rijk. Hi was de god van het begin en het einde, de overgang, van oud en nieuw, van het openen en sluiten. Als god van de overgangen had hij functies met betrekking tot geboorte en reizen en uitwisselingen, en als haven- en poortgod was hij betrokken bij reizen, handel en scheepvaart. Hij de god is van doorgangen, bruggen, veren, havens engrenzen. Janus wordt daarbij afgebeeld met 2 koppen: 1 die naar het verleden kijkt en 1 naar de toekomst.
De naam Janus betekent in het Latijn “boogdoorgaang, deuropening”. In het Latijn is een deur vervolgens vernoemd naar zijn naam: “janua”. Ook de maand januari is naar hem vernoemd. Bij de Romeinen was januari de elfde maand, maar wel de eerste maand na de winterse zonnewende.
In de kunst wordt een Januskop vaak gebruikt om aan te geven dat iets verschillende, vaak tegengestelde, eigenschappen of karakteristieken kan hebben.
Bedoeling van de Januskop op de keermuur?
Wat kan van Pinxteren precies bedoeld hebben om voor de waterkeermuur een Januskop te maken?
Het kan te maken hebben met dat hij de rivier zowel stroomopwaarts als -afwaarts overziet; zijn functie als god van de doorgangen; het (Romeinse) verleden van Nijmegen en haar toekomst of misschien de twee kanten van het Waalwater, wat lieflijk kan stromen, maar ook kan zorgen voor overstromingen?
Ben van Pinxteren
Bernardus Hendrikus Theodorus (Ben) van Pinxteren (Nuland, 2 december 1933 – 2006) was een beeldhouwer. Hij volgde hij de lerarenopleiding. Daarop werd hij docent Handvaardigheid aan de Detailhandel School in Nijmegen. Daarnaast heeft hij gewerkt voor de stichting Akademie voor Beeldende Vorming in Amersfoort en de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht.
Hij woonde in Grave, Weurt en Middelaar. De laatste 2 jaar woonde hij in Molenhoek.
Hij werkte vooral met hout en steen. Vaak waren dieren het onderwerp.
Het Biografisch Woordenboek (waarin een uitgebreid artikel staat over deze kunstenaar): “Hij combineerde graag compacte gestileerde vormen met vloeiende patronen.”
Bij zijn tentoonstelling in het Besiendershuys in 1982 presenteerde hij zijn deels abtracte, deels figuratieve werk als een “meditatie over de tijd, zoals blijkt uit de titels “Omtrent Nu”, “Omtrent”, “Voorbijgaan”, en een serie met de naam “Fossiel”.
En verderop: “In de thematiek bleef hij zichzelf: tijd en ruimte, heden en verleden, mens en natuur. Nieuw was de inspiratie die hij vooral de laatste tien jaar zocht in de klassieke oudheid, hetgeen leidde tot werken als Orpheus, Gunst aan Midas, Hermes, Kalliope, Boreas, Helena, Narcissos en de prachtige serie Nayades, compact met vloeiende lijnen vormgegeven. Hij voerde ze uit in allerlei soorten natuursteen en in combinaties met verf op linnen of verf op hout. Hij werkte zowel met vloeiende lijnen als met strakke geometrisch vereenvoudigde motieven”.