Aan de Molenstraatkerk hangt een zogenaamd Christusmonogram: ☧. Het is een ontwerp van Jan Vaes.
Christusmonogram
Het kruis staat voor X (Chi) en daarnaast de P (Rho). Dit is een afkorting voor ΧΡΙΣΤΟΣ (Christus); een andere interpretatie van het Christusmonogram is dat het staat voor het Latijnse Christus Rex (Christus (is) Koning).
Het monogram is bovendien een verwijzing naar het oudere wagenwiel.
Alfa en Omega
Daarnaast zijn de letters Alfa (Α) en Omega (ω) toegevoegd.
Alfa en Omega (Grieks: “το ‘Α’ και το ‘Ω'”) is een uitdrukking uit het christendom die de almacht van God symboliseert. Alfa en Omega zijn de eerste en de laatste letter van het klassieke (Ionische) Griekse alfabet.
In Openbaring zeggen God (in 1:8 en 21:6) en Jezus Christus (in 22:13): “Ik ben de Alfa en de Omega.” En Openbaring 2:8 noemt Jezus “de Eerste en de Laatste”.
Ook de gevel van de Mariakapel is door Vaes ontworpen (KOS).
Daarbij is interessant wat Universiteit Tilburg over een ander werk van Vaes vertelt: “Het muur reliëf is een voorbeeld van de ‘wandkunst’ (ook muurschilderingen en mozaïeken) die populair werd in de periode van wederopbouw in Nederland. Deze relatie tussen kunst en architectuur in de openbare ruimte werd beschouwd als een metafoor voor verbinding: tussen mens en omgeving, maar ook tussen het aardse en het hemelse.”
Jan Vaes
Johannes Cornelis (Jan) Vaes (7-4-1927 Den Bosch – 30-5-1994 Breda)
Jan Vaes maakt samen met Frans Verhaak in 1955 Apostelfiguren voor het Schippersinternaat aan de Weg door Jonkerbos. Zie De Gelderlander 4/3/1955 voor een afbeelding (en Katholiek bouwblad, jrg 22, 1954-1955, no. 13, 26-03-1955).
Een afbeelding van hem als lid van de Kunstvereniging de Zuiderkring is te zien op 19610280 Stadsarchief Breda. Hiervan was hij in 1953 een van de mede-oprichters.
Hij was vooral actief in ‘s-Hertogenbosch en Breda.
Gevonden werken Jan Vaes
Kapitelen en gevelkruis, kerk, Philippine, 1954; de kerk is mede-ontworpen door architect Siebers, die ook Molenstraatkerk heeft ontworpen (Katholiek bouwblad, jrg 21, 1953-1954, no. 26, 25-09-1954)
Hoofdaltaar, St. Barbarakerk, Breda, (ongeveer 1958); zijn vrouw Willy Vaes maakte het doek voor de achterwand van bisschopszetel (de Stem, 29-12-1958 en 8-1- 1959)
Binnenplaats Sint Maartenschool, Rijnauwenstraat Breda, 1976
Ook maakte hij de koppen voor de Reinaert optocht in Hulst in 1956, die Willy Vaes beschilderde (De Stem, 23-8-1956 met foto van de koppen in wording). Daarvoor maakt hij voor de optocht van 1961 nog eens 50 koppen (De Stem, 17-6-1961).
Vaes deed mee aan groepstentoonstellingen in het Van Abbemuseum (1957 Eindhoven) en het Stedelijk Museum (1958 Amsterdam). Daarnaast had hij onder ander solo presentaties in galerie Nieuw Perspectief in Amsterdam en Galerie Grafiker in Haarlem (NRC 3-6-1-994).
Daarnaast was Vaes docent modelboetseren aan de Koninklijke Academie voor Kunst en Vormgeving in Den Bosch.
Jan Vaes overlijdt op 3-6-1994 op 67-jarige leeftijd. De dag voor zijn overlijden had burgermeester Nijpels van Breda een tentoonstelling van 15 kunstenaars in en om het huis van Vaes geopend, waaraan Vaes zelf ook meedeed.
Bij de winkel van Foto Grijpink hangt een plaquette van grootvader Nico Grijpink. Hij was grondlegger van carnavalsvereniging de De Blauwe Schuit en de Zomerfeesten (sinds 1998 officieel Vierdaagsefeesten).
De Blauwe Schuit, Prins Nico I en Grootvorst
In 1948 had Nico Grijpink met zijn vader en een aantal vrienden carnavalsvereniging de Blauwe Schuit opgericht. Er was carnaval, maar nog geen prins. Kranten drongen aan om net als in het zuiden een Stadsprins te benoemen. In 1952 werd Grijpink benoemd tot Prins Nico van Nijmegen. Hij zou tot 1959 Prins blijven.
In 1953 ging het carnaval in het hele land niet door vanwege de watersnoodramp: in de nacht van 31 januari op 1 februari was een groot deel van Zeeland onder water gekomen, waarbij 1800 personen overleden. Daarop organiseerde Grijpink met de carnavalsvereniging de Lentejool, dat van 18 tot 20 april werd gehouden. Op 19 april trokken praalwagens door de stad. Daarnaast waren etalages ingericht. Ongeveer 150.000 mensen bezochten die dagen de stad. Het zou een uitgangspunt vormen voor de latere Zomerfeesten. (https://www.yumpu.com/nl/document/read/20541316/lentejool-een-stukje-geschiedenis-stichting-jacques-van-mourik)
De eerste Zomerfeesten voor 25.000 gulden
In 1969 was de Vierdaagse vrijwel geruisloos voorbij gegaan. Op 20 juli 1969 zette Neil Armstrong de eerste voetstappen op de maan. Toeschouwers bleven thuis, wandelaars wilden zo vroeg mogelijk binnen zijn. Winkels sloten die vrijdagmiddag, de dag van de intocht, hun deuren.
Grijpink trok aan de bel dat er het jaar daarop iets moest gebeuren. Hij wilde daarbij de hele binnenstad betrekken. In april 1970 waren de feesten geboren. Daarbij noemt de Vierdaagsfeesten (bron van de paragraaf, met veel mooie foto’s): “En dan verschijnen er nieuwe namen naast Nico Grijpink: Gerard van Groningen, John Bertine, Charles de Mori, Ger Leenders, Herman Bertels, Piet Bruins, Frans Grootaarts. Reuzen op wiens schouders wij staan en voortbouwen aan het evenement. “Een evenement dat niet meer weg te denken is uit Nijmegen” roept Grijpink ergens in dat jaar.”
“”Een evenement dat niet meer weg te denken is uit Nijmegen” roept Grijpink ergens in dat jaar.”
Hij zou 10 jaar voorzitter blijven. De eerste feesten waren georganiseerd voor 25.000 gulden.
Plaquette
In 2019 wordt, in het kader van de 50ste Zomerfeesten/Vierdaagsefeesten een plaquette onthuld in de gevel van kapsalon Bertine, op de hoek van Augustijnenstraat en Houtstraat. De plaats was logisch, aangezien kapsalon Bertine familie is van John Bertine, die tevens een van de oprichters was.
Het werk is gemaakt door bronsgieterij Bogart in Druten. Het weegt 50 kilo en is 60 x 60 centimeter groot. De bril van Griijpink is daarbij gemaakt en later op de bronsplaat bevestigd.
Verhuizing naar Korte Nieuwstraat
Er ontstond echter onenigheid met de verhuurder van het pand, die zei hier nooit toestemming voor gegeven te hebben. Daarnaast vond hij, dat door de overname van de kapper – in 2020 opende kapper Hair & Looks hier haar vestiging- er geen relatie met Bertine meer was.
Daarop besluit Niek van der Venne, eigenaar van Foto Grijpink en kleinkind van Nico (zijn vader Hans van der Venne is schoonzoon van Nico Grijpink), om de plaquette aan de muur van zijn winkel te hangen.
Tijdens rioolwerkzaamheden in 2001 wordt een bijzonder vondst gedaan: een honderden jaren oud skelet van een vrouw in een grafkist van lood, wat een zeer kostbare metaalsoort was.Daarop kreeg de vrouw de naam Loden Lady.
Opgraving sarcofaag tijdens rioolwerkzaamheden
In 2001 wordt tijdens werkzaamheden aan het riool in de Burchtstraat een loden sarcofaag (een soort grafkist) opgegraven, met daarin het skelet van een vrouw. Wie de vrouw was, is grotendeels onduidelijk.
Het graf is leeggeroofd, maar gezien het feit dat lood een zeer kostbaar materiaal was, welke alleen de allerrijksten konden betalen, werd ervan uitgegaan dat de vrouw zeer rijk moest zijn geweest. Zij was waarschijnlijk 35 en 50 jaar en en heeft minimaal 1 kind gehad.
De kist was 3 meter diep onder de grond begraven, zodat rover s er niet makkelijk bij konden komen. Desondanks is het graf toch geroofd, wel zijn er nog een aantal kleine glazen flesjes gevonden. Hierin heeft waarschijnlijk parfum of gezichtspoeder gezeten. Daarnaast wat bladgoud, waarschijnlijkafkomstig van kleding of schoenen.
Recent onderzoek: ouder, maar waarschijnlijk minder rijk
Momenteel (mei 2024) is er een intensief onderzoek bezig naar de sarcofaag en de resten van de vrouw, waarvan de eerste resultaten bekend zijn gemaakt: waarschijnlijk behoorde de vrouw niet tot de allerrijksten; wel is het graf ouder dan verwacht.
Ouder dan verwacht
Aanvankelijk dacht men dat het graf dateert rond het jaar 300. Uit recent onderzoek blijkt, dat het graf 100 jaar ouder is en dus rond het jaar 200 dateert.
Minder rijk dan verwacht
Aanvankelijk werd, hoewel onbekend was hoe de vrouw aan haar vermogen kwam, ervan uit gegaan dat de vrouw tot de top van de Nijmeegse elite heeft behoord: alleen de allerrijksten konden lood betalen.
De vrouw blijkt minder rijk te zijn geweest dan aanvankelijk verwacht: het betreft een hergebruikte kist. De kist blijkt binnenste buiten te zijn gevouwen: versieringen die normaal aan de buitenkant zitten, bevinden zich nu aan de binnenkant. Daarnaast is de kist veel te groot: de vrouw is 1,60 meter lang, terwijl de kist 2 meter groot is. Meestal waren de kisten op maat gemaakt, het is dan niet logisch om een zeer kostbaar materiaal te gebruiken voor een te grote kist. Echter: mogelijk is de ruimte gebruikt voor de (gesloten) grafgiften. Daarbij is alleen de afdektegel gevonden en niet het loden deksel, welke bij een complete begraving in een sarcofaag wel zou worden verwacht. Desondanks bleef ook een “tweedehands” loden grafkist maar voor enkelen weggelegd.
Sowieso blijkt de vrouw afgesleten rugwervels en beginnende artrose te hebben, tekenen dat ze zware lichamelijke arbeid moet hebben verricht. Slijtage van haar tanden duidt mogelijk dat ze vaak haar tanden heeft gebruik tijdens het werk.
Kortom: een desondanks kostbare kist voor een vrouw van “lagere” stand? Mogelijk betrof het een geliefd lid binnen de (hulp) van het huishouden, bijvoorbeeld een kapster.
De sarcofaag en de resten zijn normaliter in het Museum Valkhof te zien.
Kunstwerk door LaSalle
Ontwerpbureau LaSalle (Albert Goederond en Patty Struik) uit Ede kreeg van de gemeente Nijmegen de opdracht om een markering in het straatbeeld te maken van de vindplaats van de Loden Lady, welke zich midden op straat bevindt. In 2005 is het kunstwerk onthuld: een stalen plaat, met daarin de contouren van gevonden delen van het skelet. Daarbij plaatsten logo’s van moderne dure producten, om op die manier de vrouw weer in een welgestelde omgeving te plaatsen.
Zij maakten in Nijmegen ook:
Zonder titel, een zonnewijzer in de Joulestraat, 1999
Sluitsteen en paardehoofd , Lange Hezelstraat 86 (mei 2024)
Hoewel geen slagerij, zijn op de Lange Hezelstraat 86 een sluitsteen van een hakmes en zaag en een paardenkop te zien. In ieder geval is het een blijvende herinnering dat hier ooit een slagerij heeft gezeten.
Wanneer deze zijn aangebracht, is mij tot toe nog onbekend. Wél is er tussen 1906 tot in de jaren 50 sprake van een slagerij in deze winkel. Het betrof echter rund- en varkensslagerij en géén paardenslagerij.
Slager A. Janssen
Aankondiging opening A. Jansen (De Gelderlander 1/6/1906)
Op 1 juni 1906 opent A. Janssen zijn slagerij. Daarvoor was Ja. Daems, winkelierster in ieder geval vanaf 1896 de gebruiker van dit adres (afgaande op de Adresboeken; bovendien is op de bouwtekening hieronder Daems doorgehaald).
Uit de bouwtekening (gevonden in het dossier bij de aanleg van de riolering in 1912), blijkt er sprake te zijn van het ontwerp van een nieuwe voorgevel. De aanvrager is A. Janssen, Mr. slager, Hezelstraat No 86. De ontwerper is M. Jansen, Bloemerstraat 118.
Bij dit ontwerp blijkt er een koeiekop te zijn ingetekend, waar op dit moment de sluitsteen van het slagers hakmes en zaag zich bevindt – maar dit kan ook perspectiefwerking zijn.
Wel is in ieder geval de boog te herkennen.
Bij “Perceel Boddelstraat” (Bottelstraat) staat eveneens Janssen. Het is mij nog onbekend of dit A. Janssen betreft, of dat het om een ander persoon gaat. Wel blijkt uit de bouwtekening voor de aanleg van de riolering in 1912 (tekening D12.382704), dat dit perceel geen onderdeel is van het perceel van de slagerij.
Lange Hezelstraat 86, voorgevel: Ontwerp eener pui, ten diensten voor een slagers winkel in het pand gelegen aan de Hezelstraat. Kadastraal bekend gemeente Nijmegen Sectie C No (2012 doorgehaald) 4772 en verde de gevel van genoemd pand, opnieuw cementen (D12.382705)
Hezelstraat 86, plattegrond: Ontwerp eener pui, ten diensten voor een slagers winkel in het pand gelegen aan de Hezelstraat. Kadastraal bekend gemeente Nijmegen Sectie C No (2012 doorgehaald) 4772 en verde de gevel van genoemd pand, opnieuw cementen (D12.382705)
De slagerij blijft echter maar een jaar bestaan: in juni 1907 gaat A.P.J. Janssen failliet (PGNC 9/6/1907). Op maandag 24 juni worden de vleeswaren verkocht (De Gelderlander 23/6/1907), in de Gelderlander 23/6/1907 staat de aankondiging van de veiling op 3 en 17 juli van “Een winkelhuis en Erf aan de Lange Hezelstraat no. 86, groot 1.48 are, waarin een slagerij is uitgeoefend.”
J.D. Evers
Aankondiging opening slagerij J.D. Evers Lange Hezelstraat 86 (De Gelderlander 2/8/1907)
Op 2 augustus 1907 verplaatst J.D. Evers zijn “vleeschhouwerij en spekslagerij” van Lange Hezelstraat 98 naar nummer 86 (De Gelderlander 2/8/1907).
Vermeldenswaardig is hun advertentie dat zij op de paasvee tentoontenstelling 2 ossen hebben aangekocht, die zijn bekroond met eerste en eere-prijs en tweede prijs; zij waren gemest en afkomstig van A.W. Burgers te Weurt (PGNC 15/3/1929).
In PGNC 4/1/1930 staat een advertentie dat die dag de slagerij gesloten is; in 1930 komt D. Evers als slager voor (PGNC 3/10/1930): waarschijnlijk betreft het overlijden J.D. Evers en heeft D. Evers de zaak overgenomen.
In het Adresboek 1922, 1924, 1926 en 1928 komen zowel “J.D.” als “D.” op dit adres voor als “slager”.
D. Evers
In ieder geval komt D. Evers nog in het Adresboek van 1948 voor als slager. Dan is er ook een regel “Ëvers, D.J. slager”. Waarschijnlijk betreft dit een zetfout voor “J.D.”. Wel opvallend is dat ook in de Adresboeken 1951 en 1955 er weer een “Evers, J.D.” slager is. Of dit een opvolger van D. is of een gewijzigde naam van het bedrijf is onbekend.
Op 4 februari 1949 overlijdt Dirk Evers. (De Gelderlander 5/2/1949).
In de Adresboeken 1951 en 1955 komt op dit adres weer een “Evers, J.D.” slager. Of “J.D.” de initialen van de opvolger betreft of de naam van de firma is onbekend.
In ieder geval komt ook de weduwe D. Evers, geboren P. Steinman. Zij komt in 1955 op dit adres voor.
Hapjesautomaat en koelcel
Vanaf November 1937 is het mogelijk om hapjes uit de automaat te kopen. In PGNC 17/11/1938 verschijnt een artikeltje (en advertentie) dat de slagerij een nieuwe koelcel heeft laten plaatsen. Een deel is ingericht voor de slagerij en een deel voor de hapjes voor de automaat. “Het is het allernieuwste op het gebied wat de Fa. Tadema tot nu toe heeft bereikt. Het is een groote hygiënische aanwinst voor de Fa. D. Evers, zie zeker door de vele cliëntèle van slagerij en automaat op hoogen prijs gesteld zal worden.” (PGNC 17/11/1938)
Vervolg: Zuivelhuis?
Aankondiging opening Zuivelhuis op Lange Hezelstraat 86 (De Gelderlander 28/2/1951)
In januari 1951 verschijnt de aankondiging van “Het Zuivelhuis”, die een van de 2 winkels op Lange Hezelstraat opent. Of en welke relatie er met de familie Evers is, is mij onbekend. In ieder geval zijn er een aantal advertenties gevonden, onder andere in De Gelderlander 12/3/1954.
Op F55695 is een foto van een voddenman te zien, met rechts daarachter Het Zuivelhuis, waarvan het zonnescherm naar beneden is.
Er is niet uitputtend onderzocht wat het vervolg is geweest. Hoewel de bouwtekeningen openbaar zijn, wil ik ze verder niet op deze plaats publiceren.
In het gevonden Adresboek 1971 zit Mata Hari op dit adres; In 1998 is een foto (D12.653934) gemaakt van de situatie op dat moment: dan blijkt Mata Hari een plaat voor het gedeelte waar al dan niet de sluitsteen zich bevindt over het gehele breedte van het pand te hebben gemaakt. Daarnaast is de uitsparing waar zich nu het paardenhoofd bevindt leeg.
Wel is opvallend dat op tekening D12.653938 ui 1998 noch de sluitsteen, noch de kop of uitsparing daarvoor zijn ingetekend.
Afgaande op de foto hieronder zit het Mozaïek Atelier in deze winkel.
Lange Hezelstraat 86 met op dat momet het Mozaiek atelier, 2007 (Henk Rullmann via DF3351 RAN CCBYSA)
Bij de verbouwing in 2018 is er expliciet sprake van de sluitsteen en het paardenhoofd in zowel de “bestaande” als de “nieuwe” situatie (D180091617).
In oktober 2021 opende “Make it greener” hier haar fysieke winkel.
Momenteel is nog onduidelijk wanneer de sluitsteen en het paardenhoofd precies zijn aangebracht. De sluitsteen is mogelijk aangebracht in de tijd dat het pand daadwerkelijk een slagerij was, ergens tussen 1906 en begin jaren 50.
Het paardenhoofd zal echter juist níet in deze tijd aangebracht: de slagerijen van Janssen en Evers waren runder- en varkensslagers. (In ieder geval was er in de tijd van Mata Hari geen sprake van een dierenkop).
wikipedia: “Vroeger bestond er een strengere scheiding dan tegenwoordig tussen slachterijen voor paarden en slachterijen voor andere dieren”. Bovendien was paardenvlees goedkoper.
Behalve om onduidelijkheid te voorkomen, zou een rund- en varkensslagerij -volgens mij- zich nooit associëren met een paardenslagerij (en vice versa).
Nog juist op de zijkant van het pand Lange Hezelstraat 95 is nog vaag “sigaren” te lezen. Deze schildering had Maximilian Julius Joseph Berthold Völcker (Meppen, 27/3/1866) laten aanbrengen toen hij hier zijn sigarenzaak openende.
De Gelderlander vertelt in hun serie “Merkwaardige huizen” dat huis lang in het bezit van de familie Vink verbleef “het was een heerenhuis met dubbele deur, waartoe eenige stoeptreden toegang gaven.” (De Gelderlander 19/7/1914)
“Sigaren” duidelijk leesbaar -Gezien richting Korte Hezelstraat (later Stikke Hezelstraat). Links de Bottelstraat, 1900-1906 (Collectie J.M.G.M Brinkhoff via D243 RAN)
Maximilian Julius Joseph Berthold Völcker
Maximilian Julius Joseph Berthold Völcker (Meppen, 27/3/1866, Koopmansleerling) komt op 22-12-1883 te wonen op Burchtstraat C. 16 als koopmansleerling Bevolkingsregister 1880). Hij is dan afkomstig uit Amsterdam. Bij aanmerking staat “ZDGR”. Ook in het Bevolkingsregster staat “Koopman in sigaren” in Kerkstraat 6 in Hees, later is er met het “blauwe potlood” 243 bijgevoegd.
In het Bevolkingsregister 1890 blijkt hij in deze 10 jaar van Kerkstraat Wijk… no 243 naar Lange Hezelstraat 95 te verhuizen.
Opening sigarenwinkel Völcker Lange Hezelstraat 93 (PGNC 15/11/1890)
Nummer 93?
Opvallend is dat in de advertentie het huisnummer 93 staat. Op Noviomagus staat eveneens hij aanvankelijk in de Lange Hezelstraat 93 zat en later het naastgelegen pand 95 heeft gekocht. In hun overzicht van Merkwaardige huizen lijken nummers 93 en 95 het huidige nummer 95 te zijn. Ook in de adresboeken komt hij in die tijd voor op nummer 93.
Daarbij noemt hij zich tijdelijk Magazijn “De Tabaksplant”.
Huwelijk en kinderen
Hij is op 12-1-1892 getrouwd met Adriana Schoon (16/8/1866, Egmondbinnen). Hij is dan “koopman in sigaren”. In dezelfde maand wordt hij genaturaliseerd tot Nederlander (PGNC 22/1/1892).
Zij zullen 2 kinderen krijgen:
Augusta Johanna Eduarda, geboren op 24-10-1892
Eduarda Johanna, geboren op 3-11-1894
Op 21-12-1940 zal Völcker komen te overlijden. Uit de rouwadvertentie blijkt dat de dochters “Gusta” en “Jo” worden genoemd (PGNC 23/12/1940)
Lange Hezelstraat 95
Op 3 mei 1898 koopt hij “Een huis en erf aan de Lange Hezelstraat te Nijmegen, Kadastraal aldaar bekend in Sectie G nummer 4548, als groot een are vijf en dertig centiaren” van Catharina van den Broek. Daarbij krijgt W.J.H. van der Waarden de opdracht deze te verbouwen tot winkelhuis met bovenwoning.
Opening nieuwe magazijn van sigaren Völcker, Lange Hezelstraat 95 (PGNC 31/7/1898)
Op 6 augustus 1898 opent hij zijn “Nieuwe Magazijn van Sigaren een aanverwante artikelen” (PGNC 31/7/1898). Het huisnummer is dan wel 95.
Daarnaast komt hij ook al in 1900 voor als koopman in sigaren op Lange Hezelstraat 95. In 1910 eveneens als sigarenhandelaar.
Huis Lange Hezelstraat – Parkweg
Daarnaast lijkt hij een investering te doen: in april 1904 koopt hij “een Huis met Plaats, waarin Café, gelegen op den hoek van de Lange Hezelstraat en Parkweg te Nijmegen, groot 197 centiaren, aan M.F.F.B. Völcker te Nijmegen, voor f15600”, waarbij de “f.f.” mogelijk een zetfout is (PGNC 8/4/1904).
In 1926 neemt L,J. Meijer de zaak over. Völcker verhuist dan samen met zijn gezin naar Franschestraat 30.
Voor veel meer informatie over de Lange Hezelstraat 95 verwijs ik naar het al genoemde artikel op Noviomagus. Dit artikel vertelt tevens dat de tijdens de verbouwing van 2016 de schildering Tabak-Sigaren en Rookartikelen aan het licht kwam.
Houten bord Glashuis, bij Lange Hezelstraat (mei 2024)
Boven de ingang naar het Glashuis, tussen Lange Hezelstraat 58 en 60 is een houten bord te zijn. Deze is inmiddels weer wat vergaan en vaag zijn er nog letters op te vinden. Wat is er over dit bord te vinden?
Stalhouderij Poos
Het was Noviomagus dat mij met “Poos” op het spoor zette.
Op de foto F92095 RAN uit 1955 is duidelijk leesbaar “Stalhou”(derij) en daaronder “Joh.” te lezen. Opvallend daarbij is de bovenkant van het toegangsbord recht is en niet in de vorm van een dakje.
In 1959 heeft de vorm zoals wij ‘m vandaag de dag kennen, zoals op onderstaande foto te zien is.
De toegangspoort met dakje: Slijterij en wijnhandel. Links café De Gouden leeuw, 1959 (F92087 RAN)
Vanaf de Lange Hezelstraat: stalhouderij van de Gouden Leeuw; achteraan de garage/loods/fabriek in 1976 afgebroken, 1975 (Evert F. van der Grinten via F79289 RAN CCBYSA)
Inzoomend op de foto uit 1975 is rechts nog duidelijk Poos of Roos te lezen (hoogstwaarschijnlijk de P van Poos, waarbij de P met een vlek lijkt op een R). In de genoemde pagina van Noviomagus wordt ook de herinnering aangehaald van een paardenkop die hier zou hebben gezeten: dat verklaart mogelijk het donkere gat in het midden.
Inzoomend: is op de onderste plank ook nog Stalhouderij te lezen? Betreft het mogelijk de plank die al in de foto van 1955 te zien is?
Linker gedeelte: Vanaf de Lange Hezelstraat: stalhouderij van de Gouden Leeuw; achteraan de garage/loods/fabriek in 1976 afgebroken. (Detail (Evert F. van der Grinten via F79289 RAN CCBYSA)
Rechter gedeelte: Vanaf de Lange Hezelstraat: stalhouderij van de Gouden Leeuw; achteraan de garage/loods/fabriek in 1976 afgebroken. (Detail (Evert F. van der Grinten via F79289 RAN CCBYSA)
Poos, het oudste adres ter stede voor trouw- en rouwrijtuigen
Advertentie Poos Stalhouder (De Gelderlander 2/12/1948)
In ieder geval zijn er voor 1948 vermeldingen gevonden van Stalhouder Poos. “Het oudste adres hier ter stede voor trouw- en rouwrijtuigen”. (Op de bedrijfspagina van het adresboek komt hij op dat moment voor als nog enige “stalhouderij”). Waarschijnlijk zijn zowel Daalseweg 187 als v. Heutzstraat 6 tijdelijke adressen; in PGNC 16/12/1947 staat in ieder geval de v. Heutzstraat expliciet als tijdelijk adres. Elders in het adresboek van 1948 staat er “Poos, J.P.G., stal- en garagehouder” te lezen.
Stalhouderij Poos, Adresboek 1948
In de adresboeken van 1951 en 1955 wordt J.P.G. (en Joh. P. G.), stal- en garagehouder, op van Heutszstraat 6 gevonden. In het adresboek van 1955 komt op Papengas 8b “Stalling J.G.P. Poos” voor. Het is onduidelijk of dit een schrijffout of een opvolger betreft.
Poos: Glashuis
Het lijkt aanlokkelijk om de relatie met de Gouden Leeuw te leggen, welke een stalhouderij was.
Eerst echter een ander spoor: Maria Petronella Poos is de vrouw van Hendrikus Adrianus Hendriks. Hij is in het Bevolkingsregister 1880 “Winkelier” in Hezelstraat D32; welke op een later tijdstip doorgehaald en vervangen is door “Kantoorbediende”. En het adres is dan Hezelstraat 56. Oftewel, indien er geen sprake is van hernummeringen, het pand dat van de Lange Hezelstraat dat vrijwel op de hoek ligt van het Glashuis (tegenwoordig winkel Het Theezakje).
Maria Petronella Poos (Bevolkingsregister 1880)
Daarnaast is er in het Bevolkingsregister van 1880 sprake van Geertruida Poos (Nijmegen, 31/5/1853, de echtgenote van slager Hendrikus Antonius Tijssen (Nijmegen, 29/6/1852). Aanvankelijk staat hier Hezelstraat No. 70, welke later gewijzigd is naar 888 -evenals de geboortedata.
Gouden Leeuw
Zoals gezegd lijkt het aanlokkelijk om een relatie te leggen met de Gouden Leeuw. In 1891 koopt J.W. Jansen, eigenaar van het bedrijf van P.J. Poos aan de Molenstraat.
Rechts de Gouden Leeuw met uithangbord en het Glas: De Hezelpoort, gezien in westelijke richting., 1870, Evert F. van der Grinten via F78436 RAN CCBYSA)
Jansen Herberg de Gouden Leeuw Hezelstraat (PGNC 5/3/1824)
In ieder geval is er in 1824 al sprake van een Herberg de Gouden Leeuw op de hoek van de Hezelstraat en het Glashuis. Deze komt in maart 1824 te huur te staan, met J. Jansen als huidige bewoner.
Het pand lijkt bij de familie Jansen te blijven: in PGNC 5/9/1855 komt weduwe Jansen voor op dit adres en bijvoorbeeld op PGNC 2/3/1873 Logementshouder J.W. Jansen. Op de foto hierboven is rechts de Gouden Leeuw te zien; er is geen sprake van toegangsbord bij het Glashuis.
Ook een soort paard: het ijzeren ros van de omnibus (PGNC 24/9/1879)
De Omnibus naar Berg en Dal (De Gelderlander 13/5/1869)
Poos verkoopt in 1891 zijn bedrijf aan de de Molenstraat, waarbij J.W. Jansen de nieuwe eigenaar wordt.
Verkoop Poos Molenstraat (PGNC 5/4/1891)
Rijtuigen Poos te koop (PGNC 26/4/1891)
P.J. Poos verkoopt zowel zijn onroerend goed Molenstraat Sectie C no. 2907, een huis met stelling en koetshuis, als zijn rijtuigen.Daarbij wil Poos tot 1 juli in de woning blijven wonen.
Advertentie overname Poos door Jansen, PGNC 14/5/1891
Brand
In juli 1893 is er een grote brand door een uitslaande brand bij “lampenfabrikant Levi, wonende op het Glashuis alhier”. Daarbij vatte ook de daarnaast gelegen bergplaats voor rijtuigen van stalhouder J.W. Jansen vlam en brandde geheel af. Wel was “alles” tegen brandschade verzekerd. (De Gelderlander 18/7/1893). Het is mij niet bekend of dit de enige bergplaats was en of deze is herbouwd.
In 1910 is G. Jansen eigenaar van het Hotel de Gouden Leeuw op de Lange Hezelstraat 60, met daarbij een stalhouderij en daarnaast de stalhouderij op Molenstraat 122 (Bron: briefhoofd).
Wat op dit moment nog niet gevonden is (en niet volledig onderzocht) is of en wanneer er een pand naar Poos overgaat. Vooralsnog was de belangrijkste vraag of het houten bord “thuis” te brengen is.
Daarbij lijkt de weg van Poos een logische te zijn. Hij lijkt echter geen relatie met de Gouden Leeuw te hebben, behalve het feit dat de eigenaar van de Gouden Leeuw zijn bedrijf aan de Molenstraat heeft gekocht. (En mogelijk speelt de Lange Hezelstraat 60 een rol).
Relatie met stalhouderij(?)
Via adresboeken lijkt het spoor van Poos te volgen, via:
P.J. Poos
zijn weduwe
J.P.G. Poos
Wel moet worden aangetekend dat de bron van de gegevens gevonden Adresboeken zijn, waarbij er wordt uitgegaan van opvolgende relaties; personen die op hetzelfde adres voorkomen.
P.J. Poos
In PGNC 30/5/1879 staat een advertentie dat P.J. Poos, stalhouder, verhuisd is van de Brouwerstraat naar de Houtstraat Wijk B. 314. In 1878-1881 komt een “Tapper en huurkoetsier” P.J. Poos voor op Houtstraat B 314; in 1887 een “Stalhouder” op Molenstraat 27.
Zoals hierboven staat beschreven, verkoopt hij zijn bedrijf op de Molenstraat in 1891.
In 1893 komt een P.J. Poos voor op Marienburg 2 als “tapper”, in 1895 op “Burghardt vd Berghstraat” 77 en In 1896 komt er een P.J. Poos voor op van Goorstraat 27 als “koetsier”.
Houtstraat 42
Opvallend is dat er in ieder geval in 1902 een Poos op Houtstraat 42 wordt gevonden, met een filiaal op van Goorstraat 27. Betekent dit dat hij alleen het bedrijf aan de Molenstraat heeft verkocht en dat hij de Houtstraat 42 heeft aangehouden; zijn het wellicht 2 verschillende personen?
In 1902, 1903 1905, 1907, 1908, 1909, 1910 komt P.J. Poos voor op Houtstraat 42 en v. Goorstraat 27.
Weduwe P.J. Poos
In 1912, 1913-1914, 1914, 1915 en 1916 komt Wed. P.J. Poos, geb. P.A. Vierboom, stalhouder voor op Prins Hendrikstraat 42. (In 1940 woont zij op Molenstraat 121); daarbij lijkt het waarschijnlijk dat het bedrijf de stalhouderij “Firma P.J. Poos, Waldeck Pyrmontsingel 42” betreft (eveneens in deze adresboeken).
Daarnaast wordt op Glashuis 4 in het adresboek 1914 L. Poos, koetsier, gevonden.
In 1920 komt de stalhouderij Firma P.J. Poos voor op Prins Hendrikstraat 42. In de tot nu toe gevonden adresboek komt in 1932, 1934, 1936 en 1938 “Poos Wed. J., geb. E.W. Aengenent, café-restaurant “Royal” op Prins Hendrikstraat 42, stalhouderij Waldeck Pyrmontsingel 4″ voor.
In 1940 woont Wed. J. Poos, geboren Aengenent al op van Heutzstraat 6. Volgens het Adresboek 1959 woont mw J.C. Poos daar nog steeds.
J.P.G. Poos
J.P.G. Poos, stal- en garagehouder komt in ieder geval in 1934 op Prins Hendrikstraat 38 en daarna in de Adressboeken 1936, 1938 en 1940 op nummer 26. (In 1932 komt hij nog niet voor). Uit het straatnamenregister van Rob Essers wordt duidelijk dat het een hernummering betreft en dat Prins Hendrikstraat 26 in september 1944 tijdens oorlogshandelingen is verwoest.
Zoals hierboven te lezen, komt J.P.G. Poos vervolgens voor op de Heutszstraat 6.
In ieder geval komt J. Poos, Prins Hendrikstraat 20 nog in het Adresboek van 1966 voor.
Sengers
Sengers, toegangspoort Glashuis, 1970-1975 (Toon Opsteegh via F71939 RAN)
Op en foto uit 1985 is te zien dat hier nog steeds Sengers staat: F62310 en daarbij is tevens de lichtblauwe kleur te zien. Het is mij onbekend om welke Sengers dit gaat: de Modezaak op de Lange Hezelstraat of de bandenzaak gaat.
In het artikel van Noviomagus (waarschijnlijk uit de jaren 0) is het bord verweerd, maar heeft nog steeds een blauwe kleur. Nu is het al jaren wit geschilderd.
Schildering Erven van Daal Lange Hezelstraat (Mei 2024)
Op de hoek Lange Hezelstraat – Bottelstraat zijn een muurschilderingen hersteld in de tijd dat café De Beurs nog een stalhouderij was. Dit was een van de stalhouderijen rond de Lange Hezelstraat: hier konden mensen hun paarden/rijtuigen stallen of huren.
Het bovenste opschrift is: Café-Billiard De Erven P. van Daal”, daarna “De Beurs” en het onderste: “Stalling Verhuring van Paarden en Rijtuigen”.
Erven P. van Daal
Aankondiging veiling 12-6-1872 van Hezelstraat Wijk D. No. 106 (PGNC 2/6/1872)
De eerste door mij gevonden advertentie de “erven P. van Daal is in PGNC 2/6/1872″: mogelijk hebben ze dan al langer het huis gehad. Het betreft onder andere een bakkerij en uitspanning. Daarnaast hoort bij de koop en blok huizen van 10 woningen aan de Boddelstraat (Bottelstraat).
Advertentie verhuring van Paarden en Rijtuigen bij de Erven P. van Daal (PGNC 6/6/1880)
In 1887 is het briefhoofd J.A.Ph. van Ellekom, voorheen Erven P. van Daal, Hezelstraat No.82 voor een vergunning tot het aanleggen van ijzeren brug voor de stal uitkomend aan de Nieuwe Markt. Van Ellekom was getrouwd met Theodora Grada van Daal (Nijmegen, 13/3/1843), een van de kinderen/erfgenamen van P. van Daal (Bevolkingsregister 1880).
In 1896 en 1899 staat op Lange Hezelstraat 94 het café de Beurs J.A.Ph Ellekom in het Adresboek.
Van Bon
Stalhouderij en Hotel Café Bar ‘de Beurs’ op de hoek met de Bottelstraat van J.H.W. van Bon. Het pand diende tevens als slijterij en rijwielbergplaats, zoals blijkt uit de opschriften op de voorgevel. De ingang van de stalhouderij met de ‘verhuring’ van paarden en rijtuigen was gelegen aan de Nieuwe Markt , 1910-1913 (Auteursrechthouder P. van Bon via F26520 RAN Publiek Domein)
Begin 1900 neemt J.H.W. van Bon de zaak over van Ellekom. In april 1900 krijgt van Bon vergunning verkoop van sterkend drank in het klein. Het is “J.H.W. van Bon, te Beuningen” (De Gelderlander 19/4/1900). In De Gelderlander 27/5/1900 staat de vermelding dat van Bon het telefoonnummer van Ellekom heeft overgenomen.
Afgaande op de advertentie 1902 zijn er tevens rijtuigen te huur.
Advertentie rijtuigen te huur, van Bon, Lange Hezelstraat 94 (PGNC 29/8/1902)
J.H.W. Van Bon komt met beroep “stalhouder” café “De Beurs” Lange Hezelstraat 94 voor tot en met het adresboek van 1910-1911
Nieuwe Markt 8: Stalhouderij en ‘verhuring’ van paarden en rijtuigen van J.H.W. van Bon (rechts), tevens eigenaar van Hotel Café Bar ‘de Beurs’ in de (Lange) Hezelstraat op de hoek met de Bottelstraat. Op en naast het paard (met de stalknecht) de drie zoons van Van Bon: Antoon, Theo en Herman, 1910-1913 (Auteursrechthouder B. van Bon via F26517 RAN Publiek Domein)
Voor de aanleg van de riolering is de onderstaande bouwtekening uit 1912 gevonden. Het gedeelte rechts van de trap naar de bovenverdieping is het café: deze had 2 ingangen, 1 naar de Tapperij en 1 naar de Koffijkamer. Opvallend is de behoorlijk grote telefoonkamer. Aan de achterkant bevindt zich een keuken.
Detail Bouwtekening, begane grond; het rechter gedeelte is nummer 94, datum dossier 20-7-1912 (D12.382756)
Jansen & Ederveen
Overname door Jansen & Ederveen (PGNC 14/4/1912)
In 1912 neemt Jansen & Ederveen, stalhouders de firma over (PGNC 14/4/1912). Zij gebruiken het pand aan de Lange Hezelstraat als filiaal.
In 1912-1913 en 1913-1914 staat er geen “stalhouder” meer bij; wel is een van de vermelding in het adresboek 19-1914 “Hôtel, Café de Beurs”; dit is wel de enige keer dat er een hotel wordt genoemd welke gevonden is. Tot en met 1916 komt van Bon vervolgens nog voor.
In 1918 heeft stalhouderij en auto-verhuurinrchting Jansen & Ederveen (Waldeck Pyrmontsingel 69) een filiaal J.W.H. van Bon, Café de Beurs, Hezelstraat 94. In 1920 staat van Bon nog in het adresboek van 1920, maar mogelijk is de zaak dan al verkocht aan ours
Hotel De Beurs van Bours
Advertentie Hotel de Beurs Lange Hezelstraat 94 (De Gelderlander 9/7/1921)
In 1920 en 1921 zijn er advertenties van R. Bours gevonden. In de advertentie van De Gelderlander 9/7/1921 is het tevens een hotel, naast café-restaurant.
In 1926 wordt N. Bours, fabrikant op dit adres gevonden. J.W.H. van Bon komt dan voor op Nieuwe Markt 8 (dus het adres van de stalhouderij) als Centraal-Garage.
In 1940 komt H.J.A.H. van Bon, garagehouder voor op dit adres; in 1948, 1951 en 1955 is het caféhouder.
Er is nog niet onderzocht of en wat de relatie met Nieuwe Markt 10 (en 20) is, hier komen in 1940 A.F.J. v. Bon, chauffeur-monteur en J.H.W. van Bon, autohandelaar en Th.W.H. van Bon voor. In 1948 is Th.W.H. van Bon, garagehouder op nummer 20; daarnaast woont in 1948 tevens mej. H.Th. W.M. op nummer 10. Ook in de adresboeken 1955, 1959 en 1963 komt van Bon in ieder geval op nummer 10 voor.
Op F5129 is een foto van het biljarten in “de Beurs van Piet de Haard” te zien uit 1978.
Het opschrift voor restauratie
Op onderstaande is het opschrift vóór restauratie te zien. Hoewl op het bovenste gedeelte J.H.W. van Bon in donkere letters duidelijker te herkennen zijn, zijn daarboven ook nog de lichte letters “Erven” te zien.
Opschrift: “Café Billard en Stalhouderij van Paarden en Rijtuigen “, op de hoek van het pand van Café-Bar De Beurs aan de Lange Hezelstraat, 1993 (Toon Opsteegh via F6381 RAN CCBYSA)
Op 4 mei 1995 vindt de onthulling van het Joods Monument plaats, een werk van Paul de Swaaf. Daarbij werd het plein hernoemd naar Kitty de Wijzeplaats: als eerbetoon aan alle omgekomen Joden kreeg het de naam van een hen. In 2015 vond de onthulling plaats van 7 plaquettes, met de namen van alle 449 omgekomen Nijmeegse Joden.
Kitty de Wijze
Kitty de Wijzeplaats (mei 2024)
Kaatje (Kitty genoemd) de Wijze was op 23 november 1920 geboren in Boxmeer. Haar zussen waren Elly (1919), Joke (1922) en Tini (1924). Het gezin was in 1932 naar de Graafseweg 84 in Nijmegen verhuisd. Begin oktober 1942 vorderden de Duitsers een aantal huizen aan de Graafseweg, waaronder het huis van de familie de Wijze. Daarop gingen ze in een pension op de Johannes Vijghstraat 60 (tegenwoordig nummer 70) wonen.
In de nacht van 17 op 18 november 1942 worden 196 Joden tijdens een grote razzia opgepakt. Zo ook de 4 zussen van de familie de Wijze. Omdat vader Louis op dat moment ernstig ziek was, hoefden de ouders nog niet mee. De site van Omroep Gelderland vertelt hoe deze razzia onderdeel uitmaakte van 1 grote, voorbereide actie
waarbij in dezelfde nacht op meerdere plaatsen in Gelderland Joden uit hun huis worden gehaald. Dat maakte weer uit van het grotere plan om alle Joden in Nederland uit te roeien, maar dan wel op een “geordende” manier.
Na een nacht waarin ze werden vastgehouden in de gymzaal van de HBS-B aan de Kronenburgersingel, gingen ze op transport naar Westerbork.
Briefkaarten
Op 12 december 1942 werden Kitty en haar zus Elly vanuit het kamp Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd. Op een aantal momenten hebben de zussen de Wijze en Herman van Beek, de man van Elly, een aantal briefkaarten naar hun ouders gestuurd. Het laatste levensteken van Joke en Kitty zijn de kaarten die ze op 12 december 1942 nog vanuit de trein van Westerbork naar Auschwitz hebben geschreven. Deze hebben ze in ieder geval op 3 plaatsen uit de trein gegooid, in de hoop dat tenminste 1 persoon ze zou vinden en opsturen. In hun woorden proberen ze duidelijk hun angst te verbergen en proberen ze hun ouders moed in te spreken. De kaarten zijn te lezen op Geschiedenislokaal024.
Direct na aankomst werden Joke en Kitty op 15 december vergast. Elly zal op 12 februari 1943 worden vergast. Tini op 17 september 1943, evenals de ouders die inmiddels waren opgepakt.
In Nijmegen woonden in maart 1941 Nijmegen 522 geregistreerde ‘voljoden’, op een bevolking van bijna 100.000 inwoners. Minder dan 20% van de Nijmeegse Joden heeft de oorlog overleefd. Een mooi videoportret is te vinden op Oorlogsdoden Nijmegen.
Het beeld Joods Monument
Kitty de Wijzeplaats: een van de Jodensterren op het hek (mei 2024)
Het beeld is op 4 mei 1995 onthuld ter nagedachtenis van de omgekomen Joden. Het staat vlakbij de synagoge aan de Nonnenstraat. Het beeld is gemaakt door Paul de Swaaf. Het beeld was gefinancierd door Nijmegenaren. In datzelfde jaar werd de naam van het pleintje veranderd naar Kitty de Wijzeplaats: als eerbetoon aan alle omgekomen Joden kreeg het de naam van een hen. Een belangrijke reden om Kitty de Wijze als “symbool” te gebruiken, waren de bovengenoemde briefkaarten. Daarnaast was ze een van de jongste slachtoffers.
Het beeld van 2 meter hoog van een treurende, voorovergebogen vrouw wordt omgegeven door een perkje met een hek eromheen. Hierop staan 2 Davidssterren. Binnen het hek staat een boom.
Kitty de Wijzeplaats: Gedicht Leo Vroman (mei 2024)
Achter het beeld ligt een gedenksteen:
“Kom vanavond met verhalen hoe de oorlog is verdwenen, en herhaal ze honderd malen: alle malen zal ik wenen.”
Het zijn de laatste regels van het gedicht Vrede van Leo Vroman.
Bij de ouders van de Swaaf hadden Joodse onderduikers gezeten. Het beeld is niet alleen bedoeld als herinnering aan het verleden, maar ook een waarschuwing voor het gevaar van discriminatie.
Op 4 mei worden alle namen van de omgekomen Joden voorgelezen. Deze namen zijn tevens te vinden op plaquettes aan de muur op de Kitty de Wijzeplaats.
449 Namen: Joods Namenmonument
Joods Namenmonument Kitte de Wijzeplaats, met bloemenkransen vanwege de herdenking op 3 mei (5-5-2024)
Op 26 april 2015 vond de onthulling van 7 bronnen plaquettes plaats. Hierop staan de namen van alle 449 Joodse slachtoffers uit Nijmegen.
De namenwand was in 2008 al aangevraagd door Albert Isja de Jong (in 2012 overleden). Het Bewonersplatform Centrum en Benedenstad nam in samenwerking met de Joodse Gemeente Nijmegen hiervoor het initiatief. Het platform nam ook de financiering op zich, afkomstig van donaties.
Onder aanvoering van de in 2012 overleden Albert Isja de Jong uit Nijmegen kwam in de loop van 2008 het idee voor een plaquette. Het initiatief werd genomen door het Bewonersplatform Centrum en Benedenstad in samenwerking met de Joodse Gemeente Nijmegen. Het Bewonersplatform Centrum en Benedenstad nam de financiering van de naamplaten op zich dankzij giften die zij ontvingen. Op 26 april 2015 vond daarop de onthulling van het monument plaats.
Verzetsmonument Jan van Hoof bij Waalbrug, de kransen zijn de avond ervoor, 4 mei gelegd (mei 2024)
In September 1954 is de 10e verjaardag van de bevrijding van Nijmegen. Deze vindt plaats met een grootschalige dodenherdenking en viering van de bevrijding. De “Onthulling Jan van Hoof-monument de climax van huidige herdenkingen”, zo schrijft De Gelderlander 17/9/1954.
De onthulling vindt plaats op de plek waar tijdens Market Garden zwaar was gevochten tussen de geallieerden en de Duitsers, met de Waalbrug als inzet.
Jan van Hoof
Aanvankelijk werd gedacht dat Jan van Hoof degene was geweest die de Waalbrug had gered. De student Jan van Hoof was lid van de geheime Dienst Nederland. Hij had vooraf maandenlang informatie over de Waalbruggen en daar aangebrachte explosieven verzameld.
Waalbrug
Van Hoof wist op 18 september 1944 de explosieven onder de Waalbrug inderdaad onschadelijk te maken, maar deze actie werd tijdig door de Duitsers ontdekt. Uiteindelijk was het de beslissing van de Duitsers zelf, waardoor de brug niet werd opgeblazen. De commissie van het Ministerie van Oorlog had in 1949 een onderzoek laten instellen: “De belangrijkste conclusie uit het rapport luidde dat Jan van Hoof feitelijk niet kan worden beschouwd als ‘de Redder’ van de brug. ‘Wel komt hem onvergankelijke eer toe voor hetgeen hij tot behoud van de brug als uitstekende daad van moed, beleid en trouw heeft verricht met inzet van zijn leven’.” (KOS)
Verkenner
De dag erna kwam hij om het leven. Op dat moment was hij gids in een pantserwagen. Op de hoek van de Lange Hezelstraat en Nieuwe Markt brak een gevecht uit, waarbij van Hoof overleed. Een tegel, geplaatst in 1945, herinnert nog aan dit moment. Ook op de Waalbrug is een plaquette van van Hoof aangebracht.
Verzetsmonument
Het monument is niet alleen voor Jan van Hoof, maar om alle verzetsmensen te herdenking. Bij de onthulling herinnerde de voorzitter van de Jan van Hoof Stichting, F.J. de Fraiture, er aan “dat Nijmegen vandaag al die duzienden helden van Nederland eert uit de jaren 1940 tot 1945. Buiten de “Jodenvervolging, welke op zich reeds 104.000 slachtoffers eiste, stierven 22.500 burgers in gevangenissen en concentratiekampen. Wij mogen aannemen dat het overgrote deel van hen mannen en vrouwen van het verzet zijn geweest… Naast hen rijen zich 2800 mannen en vrouwen, die vielen door het lood van executie en standgerechten, voor onze vrijheid. Zonder twijfel zijn vrijwel al deze 2800 verzetshelden geweest.” In het bijzonder herdenkt Nijmegen de eigen helden: in 1954 zijn er op dat moment 60 namen bekend van verzetsmensen die zijn omgekomen.
Het beeld van Marius van Beek
Het verzetsmonument of “de vaandeldrager”. Een monument voor Jan van Hoof en allen die in het verzet vielen voor de bevrijding van Nijmegen, gemaakt door Marius van Beek, 1954-1955 (Hoet, Fa. H. ten, Nijmegen / L.R. Gerritsen via F12266 RAN CCBYSA)
De burgers Nijmegen hadden giften gedaan voor de oprichting van een verzetsmonument, welke de naam Jan van Hoof zou dragen. Marius van Beek was in februari 1954 benaderd om het beeld te maken, na een suggestie van Mari Andriessen. Van Beek, oorspronkelijk uit Nijmegen had zelf in het verzet gezeten en hij had van Hoof persoonlijk gekend. Vanwege de tijdsdruk was het niet mogelijk het beeld gereed te hebben. Daarom werd bij de onthulling een gipsen beeld dat met bronsverf was beschilderd gebruikt.
Een foto van de onthulling is te zien op:
F51800: de onthulling van het beeld door professor Beel
“Kort daarna” was het beeld weer terug gebracht naar het atelier van Marius van Beek in Amsterdam. Nadat uiteindelijk het model in brons was gegoten, kon het een jaar later, in in maart 1955 (“gisteren” in de De Gelderlander 24/3/1955) worden geplaatst.
De vlag
“Jan van Hoof moet op de laatste dag van zijn leven, toen Nijmegen overal brandde, tegen een vriend gezegd hebben: “De stad in puin, maar onze vlag zal boven de puinhopen wapperen”. Zo heeft Marius van Beek verzet en bevrijding ook willen zien: omkijkend naar de geredde brug draagt zijn held de verscheurde vlag van de overwinning naar de stad. Dit is de triomf”. En daarvoor: “omdat hierin gesymboliseerd is, dat hij die strijdt voor een rechtvaardige zaak, uiteindelijk de vlag der overwinning zal dragen.”
De naamgeving
Ook gaat Fraiture in op de naamgeving: “met te zeggen dat aan het monument van het verzet, dat thans tussen de stad en de Waalbrug zijn plaats heeft gekregen, de volksmond de naam heeft geschonken van Jan van Hoof, die voor de overgrote meerderheid van ons volk is en blijft de held van de Waalbrug. Jan van Hoof was verkenner. Zijn diep geworteld voortrekkersideaal heeft hij in de meest letterlijke zin en tot de grootste consequenties in het verzet tegen de overweldiger uitgeleefd. God, de Kerk en zijn Land meende hij niet beter te kunnen dienen dan door verzet te plegen tegen de Nazi-vijand, die God verloochende, de kerk en zijn Land wilde vernietigen “En iedereen te allen tijde helpen”,- voor dat deel van zijn leven toen hij zijn geallieerde vrienden in een pantserwagen gidste en daarbij de dood vond. Zo werd hij voor die jeugd van heden, welke nog naar heldenverering zoekt, een lichtend voorbeeld.”
Opschrift
Het monument heeft een aantal regels van het Wilhelmus als opschrift:
Dat iek doch vroom mach blijven,
U dienaar ’t aller stondt,
Die tyranny verdrijven,
Die met het hert doorwondt.”
En:
“In Jan van Hoof eren wij allen,
die in het verzet vielen voor
de bevrijding van Nijmegen en ons land.”
(Overige) Bronnen en verder lezen
De Gelderlander 17/9/1954: Bovenstaand artikel is voor een groot gebaseerd op de onthulling zoals beschreven in de Gelderlander. In dit artikel staan ook foto’s van de onthulling opgenomen.