War Cemetery Jonkerbos. Entreegebouw met Register Box. Op achtergrond Cross of Sacrifice, Burgemeester Daleslaan 35 Goffert, 8/2000 (Nico van Hoorn via F23472 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)
Het Jonkerbos War Cemetery is een oorlogsbegraafplaats van het Britse Gemenebest. In totaal telt deze 1.643 graven van geallieerde militairen die tussen 3 september 1939 en 5 mei 1945 gesneuveld zijn op Nederlands grondgebied.
Het beheer valt onder de Commonwealth War Graves Commission.
De begraafplaats ligt op de locatie waar het 504de Para Infanterie Regiment van het Amerikaanse leger de Waaloversteek voorbereidde. Na de bevrijding van Nijmegen gebruikten de Amerikanen het Pensionaat Jonkerbosch als veldpost. In december 1944 namen de Britten het pensionaat over en richtten het pensionaat in als hospitaal.
Vanaf dat moment begonnen ze de gesneuvelde militairen te begraven op het voetbalveld bij het sparrenbos. “Deze begraafplaats lag op de plaats van de huidige Clara Wichmannlaan” (wikipedia). In mei 1945 vertrekken de Britten uit Jonkerbosch, waarbij de Canadezen hun plaats overnemen. Zij begraven hun gesneuvelden tot december 1945 in de schooltuin bij het hoofdgebouw.
In 1947 werden de lichamen van de Britse militairen herbegraven op de nieuwe begraafplaats; de overleden Canadezen waren op dat moment al herbegraven op de begraafsplaats bij Groesbeek.
Begraafplaats
Achter de entree staat een “Stone of Remembrance” met het opschrift “Their name liveth for evermore”. Achteraan staat een “Cross of Sacrifice”. Een dergelijke steen en kruis staan op alle erevelden van het Gemenebest.
“De begraafplaats is symmetrisch ontworpen, met de rijen grafzerken in een boogvorm opgesteld ten opzichte van het ingangsgebouw.” (wikipedia)
Graven
Elk graf heeft een identieke zerk van witte natuursteen. Hierop staan het naam, leeftijd, nationaliteit, rang en onderdeel van de gevallene.
Afgaande op de graven heeft elke zerk van een militair van het Gemenebest bovendien voor de naam het nummer, een reliëf van het embleem van het onderdeel en een kruis. Daaronder een tekst, die door familieleden van de overledene is gekozen. Bij degenen die niet geïdentificeerd konden worden staat “A soldier of the 1939-1945 War” en “Known unto God”.
Entree oorlogskerkhof
In 1954 werd het entreegebouw gebouwd:
“Engels oorlogskerkhof krijgt fraai entree
Het geld voor de aula kwam uit alle Britse dominions
Onder leiding van een Engelse opzichter wordt thans nabij de ingang van het Britse oorlogskerkhof aan de weg door Jonkerbosch een kleine, fraaie aula gebouwd, die waarschijnlijk nog in de loop van dit jaar gereed zal komen. De benodigde gelden voor deze bouw werden bijeen gebracht door inzamelingen in Engeland en alle Britse dominions.
Het gebouwtje wordt op de werktekening aangeduid als “shelter”. Het is in de eerste plaats bedoeld als schuilgelegenheid bij slecht weer in deze stille omgeving. Het komt te staan aan het einde van het ingangspad, dward op de weg, zodat ieder die naar de graven gaat, hier doorheen moet lopen.
De aula wordt vier meter hoog, zestien meter lang en vijf meter breed. Als materiaal worden kleine bakstenen gebruikt, die een bijzonder mooie, donkerrode tint hebben.
Aan de voorzijde komen drie brede, hoge ingangen, die aan de bovenzijde koepelvormig zijn. Aan de achterzijde zijn vijf kleine poorten geprojecteerd.
Aan de voorkant worden ter linker en ter rechter zijde van de ingang twee grote witte gedenkstenen ingemetseld. Op de ene steen wordt de volgende tekst aangebracht.
“De grond waarop deze begraafplaats is gelegen, is geschonken door het Nederlandse volk, tot een eeuwige rustplaats voor gesneuvelden van zeemacht, landmacht en luchtmacht, wier nagedachtenis hier wordt geëerd”.
Op de andere zijde wordt dezelfde tekst in het Engels weergegeven.
Door de poorten van de aula heen ziet men de grote blanke herdenkingssteen liggen, waarin als tekst is gebeiteld: “Their name liveth for evermore”.
Aan het einde van de begraafplaats blijft men de grote, witte gedenknaald zien. Het geheel is een bijzonder stijlvolle compositie, een waardige entree voor deze zorgvuldig onderhouden dodenakker.” (Nijmeegsch dagblad, 10-8-1954)
De hoofdingang van het St. Canisius-Ziekenhuis, gebouwd in 1922-1926 naar ontwerp van architect Eduard Henricus Gerardus Hubertus (Eduard) Cuypers (Roermond 18/04/4859 – 01/06/1927 Den Haag), met rechts het klassepaviljoen en geheel links het gemeentepaviljoen. Na fusering in 1977 met het protestantse Wilhelminaziekenhuis werd in 1992 het nieuwe huidige Canisius Wilhemina Ziekenhuis (CWZ) aan de Weg door Jonkerbosch betrokken, 192-1928 (A.A. v.d. Borg via F91388 RAN CCBYSA)
In 1926 zou het nieuwe R.-K. Canisius Ziekenhuis aan de (huidige) St. Annastraat en Groenestraat worden geopend. In 1920 plaatst de Gelderlander een uitvoerig artikel over de plannen daarvoor.
Vooraf
Lees voor het Canisius Ziekenhuis aan de Houtstraat en de verbouwing door architect van der Waarden:
Afgaande op het krantenartikel uit 1920 (zie hieronder) was op dat moment de locatie aan de Groenestraat/St. Annastraat bekend voor het nieuwe ziekenhuis.
Op die plek werd gedurende de volgende paar jaar een voor die tijd uiterst modern en groot ziekenhuis gebouwd. Het ontwerp hiervoor was van Eduard Cuypers (die ook onder meer het sanatorium van Dekkerswald had ontworpen).
Eind 1922 werd begonnen met de bouw, waarbij de eerstesteenlegging op 25-10-1923 plaatsvond. (Noviomagus.nl). Er kwam een voor “die tijd uiterst modern en groot ziekenhuis” (wikipedia).
Het ontwerp was afkomstig van architect Eduard Cuypers. Hij had ook het sanatorium van Dekkerswald ontworpen. Pierre Cuypers was een oom van hem (en de zoon van Pierre, Joseph, een neef).
“Stichting R.-K. Canisius-Ziekenhuis.
Nijmegen, steeds vooruit strevende en gaande op ieder gebied, ziet al jaren uit naar een nieuw Canisius-Ziekenhuis.
Het huidige Canisius-Ziekenhuis in de Houtstraat, hoewel een modelinrichting, is niet meer in overeenstemming met de groote uitbreiding, welke de gemeente Nijmegen de laatste jaren heeft gekregen. Men moet daar woekeren met de ruimte, heeft er uitgebreid, zoolang dat doenlijk was, maar kwam ten slotte toch tot de conclusie, dat er uitgezien moest worden naar een grooter, ruimer, meer modern ziekenhuis, meer gelegen uit het gedruisch van de oude city en nog meer beantwoordend aan de nieuwste eiscchen, welke tegenwoordig gesteld worden aan de ziekenverzorging, welke met de beste medische en hygiënische middelen den strijd aanbindt tegen de lichamelijke ziekten, welke de menschheid kwellen.
Energieke mannen lieten het hier niet bij woorden, maar kwamen weldra tot kloeke daden, welke leiden moesten tot den bouw van het grootsche nieuwe Canisius-Ziekenhuis, waarvoor de gronden reeds zijn aangekocht en gunstig gelegen aan de Groenestraat en de St. Annalaan. Betuursleden, regenten van de stichting R.K. Canisius-Ziekenhuis hebben onverdroten jarenlang voortgewerkt aan de totstandkoming van het nieuwe katholieke ziekenhuis en blijken thans zoover gevorderd te zijn, dat zij gisteren de reeds in teekening gebrachte bouwplannen ter bezichtiging konden stellen van autoriteiten, gemeentebestuurderen enz.
Gisterenavond dan in den foyer van den Stadsschouwburg hadden de regenten der stichting, burgemeester, wethouders, raadsleden, leden van de gezondheidscommissie, bestuursleden van het Wilhelmina-Ziekenhuis en andere belangstellenden uitgenoodigd om kennis te neemen van de bouwplannen, welke op uitvoering wachten.
Vele der genoodigde autoriteiten waren aanwezig toen de voorzitter de heer C.M.V. Roothaan de genoodigden, waaronder B. en W., gemeentesecretaris, hoofden van gemeentebedrijven, verschillende raadsleden enz. waren, welkom heette en allereerst hun aandacht vestigde op een uitmuntend uitgevoerde maquette, dat een beeld gaf van de groepeering der verschillende gebouwen, den aanleg der tuinen en wegen, welks de verschillende gebouwen zouden verbinden.
Dit bouwmodel gaf wel een grootschen indruk van het nieuwe Canisius-Ziekenhuis- en ongetwijfeld zullen nog talrijke belangstellenden bij nog nader te houden voordrachten over het nieuwe ziekenhuis met genoegen en zeker ook met bewondering kennis nemen van deze prachtige ziekenhuisbouwplannen van den architect den heer Eduard Cuypers te Amsterdam.
In zijn welkomst- en inleidingswoord wees de heer C.M.V. Roothaan op het groote belang dat Nijmegen heeft bij den bouw van een nieuw, aan moderne eischen beantwoordend ziekenhuis.
De ziekenverzorging is een groot algemeen belang dat samengaat met ziektebestrijding in haar besten vorm. En het ligt dus op den weg van de overheid zulks te bevorderen en alles te steunen wat ten doel heeft verpleging en verzorging van zieken.
Overtuigd van de groote beteekenis van dit Ziekenhuisplan, hadden de oprichters dan ook gebouwd op den steun van den gemeenteraad, welke zich hierin niet onbetuigd liet. Tweemaal gaf de raad op gedaan verzoek der commissie geldelijken steun voor de bouwplannen, natuurlijk op voorwaarde, dat de commissie ook rekening zou houden met de verpleging van de zieken die op gemeentekosten verzorgd worden. -Dat heeft de commissie inderdaad gedaan. En nu meende zij, dat zoodra de bouwplannen vasten vorm hadden aangenomen, op de eerste plaats toch ook de leden van den raad der gemeente Nijmegen hiervan kennis te moeten doen nemen om hen hierdoor nog meer te overtuigen van het nut en de noodzakelijkheid van dit uitbreidingsplan. En wat de bouwfondsen betreft, kon spr. den aanwezigen nog niet mededeelen, dat deze in zooverre verzekerd waren, dat met de uitvoering der plannen binnenkort een aanvang gemaakt kan worden. De bouwkosten zijn dan ook- vooral door stijging der loonen en der bouwmaterialen en door de uitgebreidheid der stichting zoo groot, dat zulks wel verklaarbaar is. De bouw van een volledig ziekenhuis met polikliniek, voorzien van de noodige gelegenheden voor specialistische behandelingen, met barakken voor besmettelijke ziekten, met kloosterbouw en groote kapel eischt immers een zeer groote som. Al steunden de ingezetenen van Nijmegen dan ook op krachtige wijze, toch is het geheel onmogelijk uit eigen krachten en met particuliere giften de bouwkosten van zoo’n inrichting te dragen. Het cijfer voor den bouw is dan ook op lange na nog niet bereikt.
Is ’t daarom misschien dan niet voorbarig reeds nu de bouwplannen van den bekwamen architect Eduard Cuypers uit Amsterdam bloot te leggen?
Spr. meende van niet.
De commissie koestert de verwachting, dat ook nog provincie en rijk zouden steunen. Bij de wet op de Ziekenverzorging heeft de minister immers nog pas zes miljoen in uitzicht gesteld ook voor den bouw van nieuwe ziekeninrichtingen, buiten de vier millioen nog voor de tegemoetkoming in de ziekenfondsen.
En dan, als de overtuiging eenmaal algemeen is, dat er in Nijmegen noodzakelijk een nieuw ziekenhuis moet komen, dan zal die wetenschap voorstuwend werken en over vele moeilijkheden heenhelpen- temeer waar het hier geldt een zoo algemeene en zoo sympathieke zaak als de oprichting van een noodzakelijk geworden nieuw ziekenhuis.
Welke plannen bestaan er nu?
Spr. gaf eerst een stuk wordingsgeschiedenis van de actie voor een nieuw katholiek ziekenhuis, welke actie reeds dateert van voor vijftig jaar terug en ontstond in den kring van het R.K. Parochiaal Armbestuur, dat voornamelijk ook de ziekenverzorging tot een voornaam onderdeel van zijn werk beschouwde en de noodzakelijkheid van een nieuw katholiek ziekenhuis inzag.
Immers, het huidige Canisius-Ziekenhuis, gelegen tusschen Houtstraat en Doddendaal, dat reeds jaren tuigde van de groote werkzaamheid van het R.K. Parochiaal Armbestuur, werd allengskens te klein. Het in den loop der jaren uitgewerkte plan om het huidige ziekenhuis nog meer uit te breiden, bracht eenige ingezetenen buiten het R.K. Parochiaal Armbestuur de gedachte bij, of er niet naar grootere, meer moderne plannen moest worden uitgezien.
In 1903 werd die nieuwe commissie gevormd, welke in 1914 tot practische werk kwam door den aankoop van een groot terrein op St. Anna- dat was het werk van de in 1911 opgerichte vereeniging R.K. Ziekenhuisfonds.
Toen kwam de oorlog tusschenbeide en deze verlamde de actie eenigermate tot in 1917 de onderhandelingen met de gemeente werden hervat, welke leidde tot subsidie der gemeente tot ¼ der bouwkosten, tot een maximum van f 100.000 subsidie.
Dit aanmoedigend gebeuren deed besluiten om genoemd Ziekenhuisfonds- dankzij welwillende medewerking van zijn leden- in een zelfstandig lichaam om te zetten, n.l. de Vereeniging tot stichting van het R.K. Canisius-Ziekenhuis.
Het bestuur deze vereeniging bemoeide zich nu met het bijeenbrengen van gelden en de voorbereiding der bouwplannen. De keuze van bouwmeester viel met algemeene stemmen op den heer Ed. Cuypers uit Amsterdam, die de bouwplannen, geleerd door eigen ervaring en voorlichting van binnen- en buitenlandsche deskundigen ontwierp.
Het terrein
St. Canisius Ziekenhuis, 1926 (F94971 RAN)
van het te bouwen ziekenhuis is gelegen aan de Groenestraat dicht bij den St. Annaweg, ongeveer twintig minuten gaans van het Keizer Karelplein.
Men moest wel zoover buiten de stad terrein zoeken omdat in de onmiddellijke omgeving der city nergens zoo’n groot terrein als noodig was beschikbaar was, de koopprijs anders ook veel te hoog zou zijn geworden.
Het terrein is ongeveer 450 meter lang en 200 meter breed en heeft dus een oppervlakte van 9 H.A. De smalle zijde is gelegen aan de Groenestraat: in de lengte loopt het achter de huizen van de St. Annalaan door. In het midden is het terrein door een breed perceel van ongeveer 80 meter diepte en 45 M. breedte met de St. Annastraat verbonden; op dit punt zal dan ook de hoofdingang komen, in de vorm van een dubbele oprijweg. Het hoofdgebouw komst minstens tachtig meter van de St. Annalaan te liggen, zoodat het gedruisch van het verkeer en de stof der wegen niet tot het ziekenhuis zal kunnen doordringen,
Een voordeel, dat dit ziekenhuis zal voor hebben op dezelfde inrichtingen in andere steden, waar de ziekenhuizen vaak in het midden van het verkeer liggen. Om eenig denkbeeld te geven van de grootte van het 9 H.A. metende terrein, toonde spr. aan dat de oude binnenstad van Nijmegen slechts viermaal grooter is dan het toekomstige Canisius-Ziekenhuis met bijgebouwen, tuinen, enz.
Het deel der oude stad, gelegen tusschen Verlengde en Stikke Hezelstraat, Markt, Grootestraat en Waalkade komt in grootte ongeveer overeen met het nieuwe ziekenhuisterrein.
Het terrein wordt in het westen en het zuiden omgeven door groote villatuinen- het grenst o.m. onmiddellijk aan Heijendaal. De dichtbij liggende lijn Nijmegen-Venlo, Nijmegen-Kleef, zal door de diepe ligging van de rails en snel voorbijstoomen der treinen weinig hinder veroorzaken aan de stilte van het ziekenhuis.
Wat de ligging der
Gebouwen
Het Gemeente Paviljoen van het St. Canisius Ziekenhuis. Ziekenhuis (bouw 1923-1926) ontworpen door Eduard Cuypers. In 1974 gefuseerd met het Wilhelmina Ziekenhuis. Sinds 1992 gehuisvest aan de Weg door Jonkerbos, 1926-1928 (Uitg. Brinio, Rotterdam via F12181 RAN)
betreft, de groepeering der gebouwen werd beheerscht door den eisch, dat de gemeente patiënten in een afzonderlijken vleugel moesten worden ondergebracht. Di gemeentepaviljoen werd evenwel weer zoo geplaatst, dat men gemakkelijk verbinding heeft met de hoofd- en dienstgebouwen. Volgens het in de zaal tentoongestelde maquette wordt de groepeering aldus: Het middengedeelte, met uitzicht naar St. Anna, zal alles bevatten wat voor den dienst van een ziekenhuis direct noodig is; aan beide kanten sluiten zich daarbij twee groote vleugelgebouwen aan, n.l. het gemeentepaviljoen, het klasse-paviljoen- dat laatste is dan de afdeeling van de betalenden 1e, 2e en 3e klasse patiënten.
De afdeling verloskunde van het St. Canisius-Ziekenhuis, gebouwd in 1922-1926 naar ontwerp van architect Eduard Henricus Gerardus Hubertus (Eduard) Cuypers (Roermond 18/04/4859 – 01/06/1927 Den Haag). Na fusering in 1977 met het protestantse Wilhelminaziekenhuis werd in 1992 het nieuwe huidige Canisius Wilhemina Ziekenhuis (CWZ) aan de Weg door Jonkerbosch betrokken, 1926-1928 (Uitg. Brinio, Rotterdam via F91392 RAN)
Onmiddellijk achter het hoofdgebouw rijst dan de kapel op en bevinden zich de keukens, de verblijven der zusters, voor de leekenverpleegsters, dienstboden, enz. Een afzonderlijk klooster voor de Eerw. Zusters- ongeveer honderd in tal- wordt gebouwd achter het klassepaviljoen en zal grenzen aan een afzonderlijken tuin.
De barak voor besmettelijke ziekten als roodvonk, diphteritus, typhus enz. komt natuurlijk geheel afzonderlijk te staan- waarvoor trouwens plaats genoeg is op het uitgestrekte veld, waar ook het lijkenhuisje is geprojecteerd.
De architect heeft de eischen van doelmatigheid en gezondheid heel practisch opgelost. Er wordt zoo gebouwd, dat in alle zalen licht en lucht in voldoende mate kunnen doordringen en dat de verbinding tusschen de gebouwen onderling door een practisch gangenstelsel zoo gemakkelijk mogelijk gemaakt wordt. De architect heeft zoodoende gezorgd dat er komt een afzonderlijk, rustig gelegen zusterhuis met eigen tuin, een in het midden gelegen keukenafdeeling, welke toch geheel afgescheiden is van de ziekenafdeelingen; een in het midden gelegen kapel, gemakkelijk toegankelijk voor alle patiënten, en een niet te ver afgelegen wasscherij en linnenafdeeling.
De
grootte
van het ziekenhuis heeft lang een punt van overweging uitgemaakt.
De gemeente had voor haar patiënten honderd plaatsen gevraagd. De commissie kwam door ervaring en kijk op de toekomst aldra tot grooter uitbreiding dan voor honderd, vooral met het oog op de splitsing der patienten naar hun geslacht en zeer gewenscht ook naar hun ziekte.
Chirurgische en tuberculeuse en interne zieken eischen in een modern ziekenhuis immers afzonderlijke ligging.
Een ziekenzaal in het St. Canisius Ziekenhuis ; het Ziekenhuis (bouw 1923-1926) ontworpen door Eduard Cuypers ; in 1974 gefuseerd met Wilhelmina Ziekenhuis ; sinds 1992 gehuisvest aan de Weg door Jonkerbos, 1926-1928 (Uitg. Brinio, Rotterdam via F12173 RAN)
De grootte der ziekenzalen werden geprojecteed voor de opname van twaalf patiënten. Met de noodige kleinere vertrekken voor ernstige patiënten en de insolatiekamer biedt de gemeentevleugel plaats voor ongeveer 180 bedden, terwijl er bovendien dan nog aparte verpleging is voor kraamvrouwen.
De afdeeling klassepatiënten zal voorloopig plaats bieden voor een 100-tal zieken, verdeeld in drie klassen, terwijl er natuurlijk aan uitbreiding dezer afdeeling reeds de noodige aandacht is gewijd.
De besmettelijke zieken worden in een afzonderlijk gebouw opgenomen, geheel afgelegen van het andere gedeelte, in deze afdeeling kunnen ongeveer 50 zieken verpleeging vinden.
Het middengedeelte van het ziekenhuis zal beneden bevatten de polikliniek, het laboratorium, de apotheek, de administratiebureau’s, woonvertrekken voor den rector en een aantal lokalen voor de opname van patiënten.
Boven vindt men de operatiezalen, de kamers voor specialistische handelingen, een cursuszaal, kamers voor de assistenten, regentenkamers enz.
Een gang aan de linkerzijde van het hoofdgebouw leidt tot een kleinere afdeeling met gelegenheden voor medicinale baden en orthopaedische behandelingen, terwijl daarboven gelegen zijn eenige isolatiekamers en een afdeeling voor de kraamvrouwen.
Na een korte pauze werden lichtbeelden vertoond, waarop wij morgen nader terugkomen.
De burgemeester dankte den heer Roothaan namens allen voor zijn duidelijke uiteenzetting en sprak de beste wenschen voor de totstandkoming van het ziekenhuis uit.” (De Gelderlander 28/5/1920)
Op 18-5-1926 ging het nieuwe ziekenhuis open. De Zusters onder de Bogen zullen daarbij de zorg op zich nemen.
Tweede Wereldoorlog
wikipedia: “Direct na ditzelfde bombardement belandden er 789 zwaargewonden in het Canisiusziekenhuis aan de St. Annastraat, dat eigenlijk was gebouwd om maximaal 600 mensen op te vangen. Alle beschikbare bloeddonoren in de stad werden direct opgeroepen en sommige mensen werden min of meer gedwongen om ook bloed te doneren.”
In de loop der tijd werd het ziekenhuis een aantal keren uitgebreid.
Fusie en verhuizing
In 1974 fuseeerden het Canisiusziekenhuis en het Wilhelminaziekenhuis tot het huidige CWZ. Aanvankelijk bleven de ziekenhuizen nog in dezelfde locatie, maar, maar de ziekenhuizen bleven in eerste instantie elk nog op hun eigen locatie. Op 16-4-1992 ging de nieuwbouw aan de Weg door Jonkerbos open. Het gebouw aan de St.Annastraat werd gesloopt. Hier kwam een nieuwe woonwijk.
1937 Borneostraat 24 en Madoerastraat 13, 15 en 17 Galgenveld
Madoerastraat 13 t/m 17 en Borneostraat 24 (van links naar rechts), september 2022 (Google Streetview), architect van der Kloot
Architect van der Kloot ontwerpt 4 eengezinswoningen op de hoek van de Madoerastraat en Borneostraat.
In juni 1937 verkoopt de gemeente een perceel bouwterrein aan de Madoerastraat en de Borneostraat, kadastraal Hatert , Sectie G no. 726 aan F.J. Sutmuller. Het stuk grond is 9.14 c.A. groot, de prijs is f9 per c.A. Voorwaarde is dat de grond vóór 31 december 1937 bebouwd is met 4 eengezinswoningen met garage en 4 schuurtjes. (PGNC 3/6/1937).
Plan voor 4 woningen aan de Madoera-straat – hoek Borneostraat te Nijmegen… v.d. Weled. Heren P. en J. Sutmuller Bachstraat 40, architect van der Kloot D12.403497Plan tot aanpassing nummer 17 D12.403496
In het PGNC 2/2/1939 staat een advertentie voor nummer 15: “Ruim heerenhuis te huur met parterre, kamer en suite met zijkamer, ingebouwd bad, 3 vaste waschtafels, zeer goed ingericht, huurprijs f600,-, te aanvaarden per 1 Maart”
Madoerastraat 2 (rechts) t/m 24 (Google Streetview) architecten Meerman en van der Pijl uit 1934
Op 12 februari 1934 besluit de Gemeenteraad om grond aan J.G. Dekkers te verkopen: ongeveer 2620 c.A. van het aan de Celebesstraat gelegen perceel, kadastraal bekend gemeente Hatert, Sectie G, no. 674. De prijs is f 9 c.A.. Daarbij heeft de voorwaarde dat de 12 herenhuizen en 2 garages vóór 1 januari 1935 gebouwd zijn. (PGNC 13/2/1934). In mei 1934 krijgt de Madoerastraat (“de straat, welke de Celebesstraat met de Borneostraat zal verbinden”) haar naam (PGNC 8/5/1934)
Ontwerp 12 middenstandswoningen aan de Celebesstraat en geprojecteerde straat te Nijmegen, voor den heer J.G. Dekkers te Nijmegen, bouwaanvraag januari 1934 (D12.400737 Detail)
De architecten Meerman en van de Pijl maakte het ontwerp voor deze 12 woningen, op de bouwtekening ‘middenstandswoningen’ genoemd.
Advertentie: de 12 woningen aan de Madoerastraat staan te koop (De Gelderlander 8/9/1934)
In september staan deze woningen te koop, eventueel kunnen deze gehuurd worden.
De Gelderlander schrijft in september:
“Nijmegen als woonstad.
Nieuwe woonwijk, Centrum Stad.
Vóór enkele weken maakten wij melding van den nieuwen woonwijk in het z.g. “Galgenveld” aan Celebesstraat en Madoerastraat, welke in een behoefte vooorziet voor hen, die in het Centrum der Stad een rustig en voornaam woonverblijf zoeken.
Genoemde bebouwing is thans geheel gereed. Een dezer dagen hebben wij genoemde bebouwing bezichtigd en moeten zeggen, dat het geheel met zijn mooie gele gevelstenen, in speciaal dun formaat, voornaam aandoet.
Door een ruime betegelde vestibule, waar op practische wijze de gas- en eletrische meters geheel aan het oog zijn onttrokken, kwamen wij in de hal met trappenhuis, welke een voornaam aanzien geeft, daar hier een eiken halbetimmering is aangebracht ter hoogte van 2.25M., waarbij de eiken kapstok en parapluiebak in deze betimmering is opgenomen. Een aardige, aan de hoofdbaluster bevestigde lantaarn in opaalglas schept hier des avonds een gezellige sfeer. Wat ons bijzonder opvalt, is het mooie glas in lood. Dit glas in lood, in antiek glas uitgevoerd, geeft tinteling en zon.
Vanuit de hal kwamen wij in de voor- en achtersuite, waarvan het geheel een intiem karakter draagt door een aangrenzende zithoek met verlaagd plafond, waarin eigen bank en eiken betimmering tot aan het plafond. Een overstekend luifeltje kan als borden- of pottenplank dienst doen. Ook hier weer fonkelend glas in lood, in aardig gevormde raampjes, welke de gezelligheid verhoogen.
De geheel betegelde keuken is practisch ingericht; van de gebruikelijke keukenkast is hier een “meubel” gemaakt met laden, vakken enz.
Op de bovenverdiepingen zijn de ruime slaapkamers met vaste waschtafels en betegelde badkamer met ingetegeld bad geprojecteerd, voorts balcons ter volle breedte van elk perceel.
Elk huis is voorzien van een flinke zolder, kelder, schuur (event. garage) en achteruitgang.
Inbouwschakelaars en stopcontacten, schelleiding door het geheele huis, bijzonder fraaie teakhouten voordeuren geven hier het stempel van practisch, goeden smaak en soliditeit.
De bouwonderneming J.G. Dekkers, zal met deze werkwijz zeer zeker succes oogsten, temeer, daar de koop- of huurprijs zich geheel aanpast met de tidsomstandigheden.
Rest ons nog te vermelden, dat het geheel is ontworpen door het Architectenbureau B.J. Meerman en J. v.d. Pyll, Driehuizerweg 80 te Njimegen.” (De Gelderlander 8/9/1934)
Te huur eind jaren 30
Het is mij onbekend (en nog niet verder onderzocht) welke woningen uiteindelijk verkocht of verhuurd zijn. In ieder geval zijn 2 advertenties om een woning te huren gevonden:
Heerenhuis, Madoerastraat 18, zeer modern, f550,- p.j. (PGNC 29/5/1937)
Modern Heerenhuis met garage, Madoerastraat 24, f550,- p.j. (PGNC 2/6/1939)
In beide gevallen is de advertentie afkomstig van Woning-bureau H. Janssen in de Van Welderenstraat 66.
Een foto van de hoek Celebesstraat – Madoerastraat uit 1976 is te vinden op F14923 RAN.
Oude Mariaschool/ de Buut in 1994, 10/9/1994, Hans Giesbertz via D1724_18_04-24 RAN CC0)
In 1956 opent de katholieke Mariaschool op de Hugo de Grootstraaat, naar een ontwerp van architect Goddijn. Na een naamswijziging in Trajanusschool en bovendien een aantal fusies, werd het basisschool de Buut. Na sloop werd in 2016 een nieuw gebouw op deze locatie in gebruik genomen.
In 1955 wordt bekend dat er een nieuwe school komt aan de Hugo de Grootstraat. Voor die tijd bestuurden de Broeders van Maastricht (oftewel Broeders van de Congregatie van de Onbevlekte Ontvangenis) drie scholen op een complex aan het Kelfkensbos en Hertogstraat. Dit complex was zwaar beschadigd uit de oorlog gekomen. Daarnaast had dit complex een steeds groeiend aantal leerlingen moeten opvangen.
Een nieuwe school in de Mariaparochie
Daarbij was er nu, in plaats van concentratie, de voorkeur voor een zo groot mogelijke spreiding. Onder andere om daarmee te voorkomen dat kinderen vier keer per dag een drukke verkeersweg moeten oversteken. Voor haar nieuwe school koos de Stichting Sint Josephscholen voor een locatie in het gebied van de Mariaparochie, waar op dat moment nog geen katholieke jongensschool bestond. De naam van de school was gauw gekozen: het grootste deel van de jongens zouden uit de Mariaparochie komen.
Het ontwerp van Mariaschool door architect Goddijn
De Gelderlander 13/7/1955: “Op dit terrein heeft de Nijmeegse architect Bert W.A. Goddijn… een bijzonder fraai gebouw ontworpen, een achtklassige halschool, uiteraard volkomen gebaseerd op en aansluiten aan de modernste onderwijsbegrippen.”
De school komt vrij te staan, met daaromheen een tuin. Aan de zijde van de Christelijke school komt een speelplaats. De voorzijde van de school bestaat uit 8 klaslokalen, verdeeld over 2 verdiepingen. 1 daarvan is bestemd voor natuurkunde en 1 voor een gesplitste klas. Achter de school komt een hal van 17 bij 9 meter. Deze krijgt een klein podium, waarop schooluitvoeringen kunnen worden gegeven.
De toegangen en de inrichting van de school is er op de gericht om zo veel mogelijk opeenhoping van leerlingen te voorkomen. Naast de grote deuren van de hal, zowel aan de voor- als achterkant, krijgt de school twee ingangen aan de achterkant en twee aan de zijkant. Daarbij sluiten de ingangen die voor de verdieping zijn bestemd meteen aan op de trappen.
Op de bovenverdieping komen daarnaast 2 leermiddelenkamers, een kamer voor het schoolhoofd, een personeelskamer en een voor de schoolarts. In het sousterrain komt een fietsenstalling en een stookruimte.
Wel blijkt bij de aanbesteding de kosten hoger uit te vallen dan verwacht, vanwege gestegen loon- en materiaalkosten. In augustus 1955 wordt met de bouw begonnen.
De inzegening van de school vindt begin juni 1956 plaats. De school heeft dan plaats voor 384 leerlingen. De Gelderlander krijgt bijna weer zin om naar school te gaan als ze de inrichting van de klassen ziet: “Venetian blinds laten het licht op verschillende wijzen door, terwijl de kleurschakeringen op de muren het geheel een ruime en frisse aanblik geven.” (De Gelderlander 4/6/1956)
Mariaschool wordt Traianusschool
Concentratieschool
In 1974 was een Turkse leerkracht begonnen met het geven van lessen in Turkse taal en cultuur. In 1975 werd de school een zogenaamde “concentratieschool”. Hierdoor kon de school ook gebruik maken van door het Rijk beschikbaar gestelde middelen. Het doel van deze scholen was Turkse leerlingen Nederlands te leren en te integreren in het reguliere onderwijs, met behoud van hun eigen cultuur. Dit betekent dat de school 2 extra leerlingen heeft gekregen: 1 om de Turkse leerlingen Nederlands te leren en 1 om ze in het Turks les te geven, ook over Turkije en haar gebruiken. De verwachting is (dan nog) dat veel van deze kinderen naar verloop van tijd weer naar Turkije zullen terugkeren. Daarom krijgen ze lessen over Turkije, om te voorkomen dat ze zich een vreemde in dit land zullen voelen, wanneer ze weer naar Turkije zijn teruggegaan. (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/3/1977 en 1/3/1983)
Traianusschool
In 1979 besluit het schoolbestuur om de Mariaschool te hernoemen in Traianusschool. De oude naam doet geen recht meer aan de getalsverhouding binnen de school, waar inmiddels leerlingen van verschillende nationaliteiten les krijgen. Aangezien de school dicht bij het Traianusplein staat, is voor deze naam gekozen. Daarnaast is de naam Trajanus gekozen om verbondenheid met de wijk aan te geven. (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/6/1979)
Fusie met Montessorischool
Op 1 augustus 1980 fuseert de Traianusschool met de Montessorischool aan de Dominicanenstraat, waarbij de naam Traianusschool gehandhaafd blijft.
Aan de Hugo de Grootstraat krijgen 160 leerlingen onderwijs, waarbij er gekozen kan worden tussen Montessori- en “normaal” klassikaal onderwijs. Deze school heeft 8 klassen. De Dominicanenstraat wordt een “Dependance”: hier komt een aantal groepen Turkse kinderen die nog onvoldoende Nederlands kunnen om het reguliere onderwijs te kunnen volgen. Zij worden op basis van hun Nederlands ingedeeld in groepen, met als doel ze door te laten stromen naar een “reguliere” groep wanneer ze inmiddels voldoende Nederlands kunnen.
Ook de kleuterschool blijft voorlopig in de Dominicanenstraat (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/6/1980)
Kresj Nijntje Pluis
In 1983 verhuist de “kresj” “Nijntje Pluis” van de Domicanenstraat naar het sousterrain van de Trajanusschool (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/7/1983)
Fusie Traianus- en Regenboogschool tot de Buut
Lagere school “De Buut”, 1988 (Henk Rullmann via F18412 RAN CCBYSA)
Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/2/1984 schrijft dat op 1 augustus 1984 de Traianusschool met de Regenboog, welke op de Waldeck Pyrmontsingel 40 staat, zal gaan fuseren. “Door het samengaan van beide scholen blijft er in dit stadsdeel een gewone lagere school bestaan.” Waarschijnlijk vindt de uiteindelijke fusie plaats op 12-8-1985.
De crèche Nijntje Pluis en de kleuterschool van Traianus blijft in het oude gebouw.
Daarnaast zijn hier de lokalen voor de anderstalige leerlingen die zich voorbereiden op de eerste klas, drie parallelklassen (het 4e, 5e en 6e jaar) en daarnaast de Montessoripgroep van leerlingen voor het 5e en 6e jaar. De Regenboog krijgt de leerlingen van het 1ste t/m 6e jaar. Daar blijven tevens 2 anderstalige leerkrachten, 3 vakleerkrachten (bewegingsonderwijs en handwerken) en 2 remedial teachers werken. Het leerlingenaantal per leerjaar is klein en er zijn geen combinatieklassen. (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/5/1984)
De peuterspeelzaal en de kleuterschool van de Regenboog blijven op het oude adres gehuisvest.
Verbouwing
Tijdens de zomervakantie wordt de school verbouwd: het krijgt zowel binnen als buiten een opknapbeurt. Daarnaast krijgt de begane grond een groot speellokaal. De hal zal gebruikt gaan worden als aula en bovendien als expositieruimte voor het werk van kinderen. Daarnaast krijgt het een zithoek waar ouders elkaar kunnen ontmoeten. Ook daarvoor had de Trajanusschool overigens al veel aandacht voor de ontmoeting tussen gehad door het organiseren van zogenaamde koffie-ochtenden. Kinderen kunnen eventueel ’s middags overblijven, hiervoor is ruimte en begeleiding gereserveerd.
Openbare school
Daarbij wordt de school een openbare basisschool. Daardoor is ze niet langer meer gebonden aan één geloofsrichting (in dit geval de katholieke). Zij is daarmee de eerste openbare school van Nijmegen.
Directeur Hoedemaker in een interview met Wijkkrant Oost: “Wij hebben hier zowel leerlingen met een katholieke-, protestant/christelijke-, als wel islamitische achtergrond, maar ook leerlingen waarvan de ouders geen geloof hebben”. Daarnaast wordt het schoolbestuur (feitelijk) gevormd door de Gemeenteraad. Daarnaast is de school niet gehouden aan 1 schoolsysteem. ((Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/6/1985)
Wanneer in 2000 de school 15 jaar bestaat schrijft de Wijkkrant: “De school startte in 1985 als eerste openbare school in Nijmegen-Oost met 42 leerlingen. Inmiddels zijn dat er 330 op de Hugo de Grootstraat en op de dependance aan de Molukkenstraat nog eens 220 leerlingen. De Buut is een bijzondere school. Zij is ontstaan op initiatief van en met veel inspanning door een aantal ouders uit de buurt. Zij vonden dat er een openbare school in Nijmegen-Oost moet komen, want in Nijmegen was er een grote behoefte aan openbaar basisonderwijs.” (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/10/2000)
Basisschool
Naast het feit dat de school nu een openbare school is, zal de school ook voor het eerste jaar beginnen als “basisschool” – op landelijk niveau zijn de kleuterschool en lagere school nu samengebracht tot de basisschool. (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/6/1985)
Soort “leefgemeenschap”
“Die betrokkenheid van de ouders met de school is tot op de dag van vandaag nog altijd volop aanwezig. Ze werken mee aan alleerlei activiteiten waardoor er naast het leren allerlei extra dingen gedaan kunnen worden. Hierdoor is de school uitgegroeid tot een soort leefgemeenschap en is de “afstand” tussen thuis en school minder groot. De kinderen voelen zich dan ook thuis op hun school vanwege de sfeer. Wat ondermeer wordt gekenmerkt door het feit dat bijna alle kinderen tussen de middag overblijven.” (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/10/2000).
De eigen tuin is een van de dingen waar de school trots op is. Hier wordt les over de natuur gegeven. En elke klas heeft een eigen stukje grond om te verbouwen. Wel is er bij het 15-jarig bestaan een zorg, dat het aangrenzende speeltuintje gaat verdwijnen in verband met de uitbreiding van het naastgelegen verpleeghuis.
Sloop en nieuwbouw
De Buut, Hugo de Grootstraat, augustus 2023 (Google Streetview)
De school werd gesloopt en in 2016 werd een nieuwe school op deze plaats geopend. De schoolgebouwen op de beide locaties van de Buut waren verouderd en moeilijk aan te passen aan de moderne eisen. Daarbij wilde de school een kindercentrum met basisschool, kinderopvang en buitenschoolse opvang realiseren, dat past bij een dynamisch onderwijs landschap. (schooldomein)
Doopsgezinde Kerk, Architect Oswald, Waldeck Pyrmontsingel, 1986 (Gemeente Nijmegen afd. Reprografie via KN12868-2 RAN CC0)
Tijden de oorlog werd de Doopsgezinde Kerk in 1944 verwoest. Daarop vond herbouw plaats aan de Waldeck Pyrmontsingel, waarvan F.M. Oswald de architect was. Vanwege teruglopend kerkbezoek wordt de kerk in 1989 verkocht.
De oorspronkelijk Doopsgezinde Kerk stond van 1727 tot 1944 op de Arminiaanse Plaats. In de Tweede Wereldoorlog werd zij verwoest.
Met het schadegeld werd begin jaren 50 een nieuwe kerk gebouwd. Architect Oswald bouwde deze in de stijl van de Delftse School. Oswald was zelf ook lid van de Doopsgezinde Kerk. “Het is een zogenaamde verdiepingskerk: de nevenruimten met onder andere een zondagsschool liggen op de begane grond en de kerkzaal is op de eerste etage. Het gebouw is om economische redenen zo ontworpen.” (Een sterke toren in het midden der stad, H.E. Wesselink 2018)
Stijl
De voormalige Doopsgezinde Kerk is “een zaalkerk met aangebouwde woning, opgetrokken in 1951-’52 naar ontwerp van F.M. Oswald in de stijl van de Delftse School” (Monumenten in Nederland: Gelderland).
Beschouwing uit 1954
Ingangsportaal van de voormalige doopsgezinde kerk op de hoek met de Stenenkruisstraat. Werd in opdracht van de Doopsgezinde Gemeente tussen 1951 en 1952 gebouwd naar een ontwerp van F.M. Oswald. Ze verving de in de oorlog verwoeste kerk in de binnenstad, 2013 (Henk van Gaal via F1520 RAN CCBYSA)
In 1954 plaatst de Gelderlander het volgende artikel:
“Doopsgezind Kerkje te Nijmegen
In het Katholiek Bouwblad wijdt B.J. Koldewey de volgende beschouwing aan de Doopsgezinde Kerk tegenover de Wedren:
“Bij de verschrikkelijke verwoesting van Nijmegens binnenstad viel in de oorlogsjaren ook de Doopsgezinde Kerk.
Voor zijn wederopbouw werd door de Gemeente aan de Waldeck Pyrmontsingel, nabij de Aula van de Universiteit, een terrein aangewezen aan de rand van een park. Een uiterst aantrekkelijke, vrije ligging ontstond, met aan de Zuidzijde van het gebouwtje fraai, hoog-opgaand geboomte.
Architect Oswald maakte van dit nieuw geval een zaalkerkje, een bovenkerk, waarin een goede honderd gelovigen hun plaats vinden. Daaronder ’n ruimte voor de Zondagsschool, voor bijeenkomsten in clubverband, voor vergaderingen, enz., te vergroten met de kerkeraadskamer (door het wegschuiven van een wand) als er een podium nodig is bij een concert of een declamatie-avond. Dan is er als aanbouw een kosterswoning en een traptorentje, welk laatste naar een balkon in de kerkzaal voert.
Met het oog de plattegronden doorlopend, met daarnaast de doorsnede, zie je hoe dat alles plezierig inééngesloten en verweven is. De gemeentezaal ligt 80 cm onder peil, waarin je vanuit de gang afdaalt langs een trapje van 5 treden, een wenteltrap voert je naar de eigenlijke kerkzaal met de vloer op 2,60 m plas P., terwijl doorklimmend tot 5 m plus P., het balkon bereikt wordt. Er is daarmee een knap, véélzijdig spel van ruimtebeelden ontstaan binnen een klein volume van 12x15x9½ m plus de open kap.
Het interieur in de Doopsgezinde kerk, Waldeck Pyrmontsingel 69, 1989 (Anton van Roekel via F1521 RAN CCBYSA)
De kerkzaal met zijn blanke licht doet je denken aan een interieur van Vermeer van Delft of Pieter de Hoogh. Het is een grote kamer, besloten en rustig, met iets voornaams in de boventoon. Het is góéd in deze ruimte te verbljven. De bank groeperen de gelovigen rond de preekstoel. Het moet iets geven als van een vader die met zijn kinderen bijéén is, als de dominee daar bidt en spreekt vanaf de kansel, met Gods woord vóór zich in het grote Bijbelboek. Dwars wordt het kerkruim gebruikt, het spreekgestoelte tegen één van de lange wanden. ’t Is ongetwijfeld allereerst daarmee dat Oswald dat innige verband inleidt en stimuleert tussen hem die voorgaat en de vergaderden rondom hem.
Karakteristiek protestants werd hiermee dit kerkje, vertrouwelijk, geheel ingesteld op het gebed van een kleine groep, tot dit doel bijeen gekomen als in een gesloten familiekring.
Het interieur in de Doopsgezinde kerk, Waldeck Pyrmontsingel 69, 1989 (Anton van Roekel via F1520 RAN CCBYSA)
“Dicht” zijn dan ook de wanden van dit kerkje met hun vensters, hoog-beginnend uit de vloer en sterk onderverdeeld door glasroeden, als was het gebouwde een 17e eeuws object. Toch zal zelfs de meest verliefde aanbidder van voorgespannen beton differdingers toegeven, dat er ondanks zoveel reminescenties aan weleer, zoveel anders aan dit kerkje te beleven valt, dat je tezelfder tijd beslist losmaakt van een oud-Nederlands herinneringsbeeld. Doen dat de materiaalkeuze, de met grote bepaaldheid gestelde kleuren, het blanke van het eikenhout der meubelen, de uitgewogen detaillering van het getimmerde, de stiel van het smeedwerk van trap en deur?
Het trappenhuis in de Doopsgezinde kerk, Waldeck Pyrmontsingel 69, 1989 (Anton van Roekel via F1522 RAN CCBYSA)
Een zwak punt aan dit kerkje is het “glazen”, achtkantige trappenhuis, van buiten af gezien. Het past niet goed in zijn verhouding van glas tot steen bij de maatvoering tussen vensteropening en muur die aan alle kanten voor de romp van het gebouwtje zelf werd aangehouden. Daarom wil er hier geen samenvoeging ontstaan. Inwendig echter is het desalniettemin een echt plezier om langs de wenteltrap omhoog te gaan tussen de draadglazen wanden aan de ene en de ronde zuil van schoon, ruig metselwerk aan de andere kant. Ook het tussen-lidje dat kerk en woning verbindt is in die zelfde zin onevenwichtig. Ook hier een loslaten van de schaal van het geheel, waardoor opnieuw eenheid achterwege blijft. Wel zeer te prijzen daarentegen is als detail het klokkentorentje, dat op de nok met een dartele zwierigheid, licht en speels, in juiste contrastwerking het zware volume van het dak, een fraaie bekroning geeft. Bijeengenomen, met dit kerkje van Oswald in Nijmegen zonder meer verrijkt met een bijou”.” (De Gelderlander 9/10/1954)
Trappenhuis Doopsgezinde Kerk (maart 2026)
Vervolg
In 1989 verkoopt de Doopsgezinde gemeente de kerk vanwege het teruglopend kerkbezoek. Hierin vestigt zich vervolgens een praktijk voor fysiotherapie. (Nacht van de Ommetjes). De doopsgezinden trokken zelf in bij de Remonstrantse Gemeente in het kerkgebouw aan de Prof. Regoutstraat.
Gemeentelijk Monument
Ingang Doopsgezinde Kerk (maart 2026)
De Doopsgezinde kerk is een Gemeentelijk Monument met als waardering (tevens is hier een uitgebreide omschrijving te vinden): “De voormalige doopsgezinde kerk is van hoge cultuurhistorische waarde als uniek vroeg naoorlogs relict van de geschiedenis van de Doopsgezinde Gemeente in Nijmegen. Vooral door de karakteristieke opzet met twee bouwlagen is het kerkgebouw een typologisch herkenbare manifestatie van protestantse getuigenis. In historisch geografisch opzicht is het kerkgebouw een uiting van de stedelijke vernieuwingsdrang in de wederopbouwperiode; dat wil zeggen de omvorming van de gebombardeerde binnenstad tot een moderne city en, als gevolg daarvan, de herbouw van de verwoeste voorganger buiten het centrum. Binnen deze context reikt de cultuurhistorisch betekenis van de doopsgezinde kerk veel verder terug in de tijd dan 1951-1952, de jaren waarin het kerkgebouw is herbouwd. De voormalige doopsgezinde kerk is van belang voor de architectuurgeschiedenis als goed en vrijwel gaaf voorbeeld van traditionalistische Delftse Schoolarchitectuur in de kerkbouw. De kenmerken van deze bouwstijl komen in het ontwerp duidelijk naar voren in de archetypische hoofdvorm, de ambachtelijke uitstraling van het gevelbeeld en het zorgvuldige materiaalgebruik. De Delftse School wordt in de ontwikkeling van de vroeg naoorlogse kerkarchitectuur in Nijmegen verder alleen nog vertegenwoordigd door de Dominicuskerk aan de Prof. Molkenboerstraat (C.Th. Nix , 1951). De stijlverwante Franciscuskerk (Kropholler 1949), Opstandingskerk (Feenstra 1949), Augustinuskerk (Pouderoyen 1951) en O.L. Vrouw van Fatimakerk (Van Veen 1956) zijn namelijk al gesloopt. Aan dit gegeven ontleent de voormalige doopsgezinde kerk op lokaal niveau architectuurhistorische zeldzaamheidswaarde. Vanwege de genoemde ontwerpkwaliteiten en uniciteit is de doopsgezinde kerk van belang voor het oeuvre van architect F.M. Oswald. Door de markante situering in de uitloper van het Julianapark aan een kruising van wegen, manifesteert de vrijstaande doopsgezinde kerk zich als een stedenbouwkundig accent in het van rijkswege beschermde stadsgezicht. Het gebouw is sterk aanwezig in het stadsbeeld en daardoor van belang voor de oriëntatie in het stedelijk weefsel. De voormalige kerk en pastorie vormen een klein en gaaf ensemble rond een besloten voorplein, dat in belangrijke mate bijdraagt aan de voorname uitstraling van het gebouw.”
Deze pagina verzamelt reeds gemaakte artikelen over de wijk Altrade. Romeins amfitheater hoek Rembrandtstraat-Mesdagstraat In de buurt van Romeinse legerkampen…
eind jaren 50 Palembangstraat 1 /Molukkenstraat Galgenveld
De Nutsschool, gezien vanuit de Archipelstraat, architect F.M. Oswald, 1991 (Ton Opsteegh via F28255 RAN CC-BY-SA)
Voorgeschiedenis
Het oude gebouw van de Nutsschool voldeed niet meer. Daarop besluit de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen tot de bouw van een nieuwe school. De verwachting is dat deze 1 september 1955 gereed zal zijn. Het zal echter langer hebben geduurd dan verwacht, want op 20 juli 1957 kopt het Nijmeegsch Dagblad: “Nieuwe Nutsschool zal nu spoedig kunnen verrijzen”
Wat de reden was van uitstel is mij (RE) vooralsnog niet bekend. Ten tijde van het artikel van 1954? Was de grond nog niet aangekocht. Wel heeft het bestuur het huidige terrein op het oog. Bovendien wil het de oude school aan de Hertogstraat pas verkopen op het moment dat de nieuwe school gereed is. Oswald moest bij zijn ontwerp rekening houden met de zeer langgerekte afmetingen van het terrein.
Bouw in 1957
De uitbouw van de vleugel, rechts de school, links de gymzaal. Op de voorgrond ‘Zuil’, kunstwerk uit 1988 van Peter van de Locht (Rees Dld, 1946) voor de Nutsschool, 1988 (Martine Ridderbos via F24615 RAN CC-BY_SA)
Wel is het gebouw dat uiteindelijk in 1957 gebouwd wordt aanmerkelijk minder ambitieus dan de plannen. Afgaande op de 2 artikelen uit 1954 en 1957, hoewel ik de bouwtekeningen niet heb gezien.
Het ontwerp van de school is een zogenaamde portiekschool. Daarbij lijkt het grondplan voor de lokalen niet veranderd en daadwerkelijk uitgevoerd te zijn. De school bestaat uit 4 lokalen, met daarbovenop nog eens 4 lokalen. Deze liggen in de lengte naast elkaar. De ruimtes zijn vanaf buiten bereikbaar, zodat er geen gang langs de klaslokalen nodig is. Hiervoor zijn de deuren in een portiek geplaatst, waarin naast een trappenhuis zich de toiletten en garderobes bevinden. Het voordeel hiervan is dat van beide kanten licht het lokaal binnenkomt.
Op de kop is een uitbouw geplaatst voor de spreekkamer van het schoolhoofd. Daarboven bevindt zich het handenarbeidlokaal.
Aan de kant van de Palembangstraat is een korte vleugel aangebouwd, zodat het gebouw een L-vorm krijgt. De begane grond kan dienst doen als schoolhal en begin van het trappenhuis. Waarbij boven ruimte is voor een keukentje en toiletten.
De aannemer voor de bouw is Tiemstra.
Plannen 1954 en 1957
De plannen voor 1954 en 1957 gingen aanzienlijk verder dan wat uiteindelijk gerealiseerd is. Hierbij ga ik af op 2 krantenartikelen, zonder de bouwtekeningen te hebben gezien. Bovendien weet ik niet, of de beschrijvingen in 1954 en 1957 hetzelfde ontwerp betreft of 2 verschillende ontwerpen.
In de plannen van 1954 lijkt het te gaan om een daadwerkelijk hoofdgebouw: op de benedenverdieping is er de kamer voor het hoofd van de school, twee bestuurskamers, een portiersloge. En daarnaast 2 kleedkamers voor het gymnastieklokaal. Op de bovenverdieping is het handenarbeidlokaal en kan een bibliotheek worden ingericht. Rechts is het gymnastiekgebouw gepland.
Zoals gezegd lijkt een daadwerkelijk hoofdgebouw nooit gerealiseerd. Het gymnastieklokaal is pas in 1985 gebouwd.
In 1954 zijn daarnaast vóór de linkervleugel zijn 2 losstaande paviljoens van elk 2 klaslokalen gepland, waarbij het eerste paviljoen daadwerkelijk zal worden gebouwd, althans volgens het ontwerp. Daarnaast is in 1954 voor het hoofdgebouw een aula gepland. Deze zou plaats bieden voor 350 personen en gebruikt kunnen worden voor toneel. Aan de rechter voorzijde is een kleuterschooltje gepland met een achtkantige speelzaal.
Ook de plannen van 1957 gingen verder, echter aanzienlijk minder ambitieus: op termijn zou de vleugel uitgebouwd worden voor kleedlokalen. Daar bovenop zou een ruimte voor schoolbijeenkomsten en eventueel toneeluitvoeringen komen. Ook moet op termijn een gymnastieklokaal komen. Daarnaast heeft de Stichting ook dan plannen voor een kleuterschool op het terrein.
Bij de opening
“Vele cadeaus bij opening van nieuwe Nutsschool Gelukwensen voor bestuur architect en aannemer
Het was eigenlijk ’n plechtige, officiële gebeurtenis waarvoor zaterdagochtend het bestuur van de Nutsschool vele belangstellenden bijeen had geroepen: de opening van een prachtig, gloednieuw schoolgebouw aan de Archipelstraat. Veeleer echter maakte deze samenkomst de indruk een gezellige familiereünie te zijn, waarop alle genodigden zich reeds lang te voren hadden verheugd. Op deze dag mocht blijken dat weliswaar voor „het Nut” in korte tijd enorm veel veranderd en verbeterd is, doch dat bij alle vernieuwingen de goede, hartelijke sfeer die traditioneel bij de Nutsschool behoort, ongewijzigd is gebleven. Speciaal de talrijk opgekomen oud-leerlingen, van wie velen thans vooraanstaande posities in den lande innemen, hebben dat met waardering ervaren.
Mooi en doelmatig gebouw
De genodigden werden in het handenarbeidlokaal verwelkomd door de Voorzitter -de heer E. F. Zaalberg van Zeist. Met gepaste trots maakte hij er melding van dat in de Nutsschool — afgezien van de vakantie — reeds 138 jaar aan één stuk onderwijs wordt gegeven. Gedurende 70 jaar was de school gehuisvest aan het ‘Hertogplein vooral na de oorlog werd het duidelijk dat vernieuwing noodzakelijk was. Pas in 1954 gelukte het dit bouwplan op de urgentielijst geplaatst te krijgen. Het is de bedoeling geweest een geheel nieuw Nutscomplex te stichten. Toen dit al te bezwaarlijk bleek te zijn, werd op voorstel van de heer F. Verschuur besloten tot afzonderlijke vestiging van de kleuterschool en de lagere school. Gehoopt wordt, dat over niet al te lange tijd toestemming wordt verkregen om het nu geopende gebouw uit te breiden met een gymnastieklokaal en een schoolzaal. Bijzonder erkentelijk toonde de heer Zaalberg van Zeist zich jegens de architect ir. F. M. Oswald en het aannemerbedrijf N.V. Tiemstra, speciaal de heer G. J. Tiemstra, die zich met bijzondere zorg hebben ingespannen de belangen van het Nut en een school hebben afgeleverd die aan alle verlangens ruimschoots voldoet. In zijn dankwoord betrok de voorzitter ook de beeldhouwer Charles Hammes en de leerlingen die onder leiding van de heer J. Derks een mooie vlakversiering ontwierpen.
Eerste „vervanging”
Wethouder mr. J. J. de Haas prees J J de bouw en de inrichting van de school, waarbij hij opmerkte dat een kind zeer gevoelig is voor sfeer. Vooral hieraan is bij de stichting van het gebouw ruime aandacht besteed. Er wordt in het land geklaagd over een ontstellende achterstand op het gebied van het onderwijs, aldus de wethouder. Dat met name in Nijmegen sinds 1953 toch wel het een en ander tot stand is gebracht blijkt uit het volgende overzicht: drie scholen voor v.g. l.o., 5 scholen voor Ulo, 3 scholen voor blo, vier kleuterscholen en 17 scholen voor lager onderwijs. Voorts zijn vier scholen in aanbouw, twee zijn er juist aanbesteed en dan liggen nog plannen gereed voor tien andere scholen. Inmiddels is een nieuwe fase ingetreden: de vervanging van oude schoolgebouwen door nieuwe. Het Nut heeft hiervan het eerst kunnen profiteren. De wethouder bracht hulde aan de heren Oswald en Tiemstra, die een van de schoonste en doelmatigste schoolgebouwen van deze stad hebben gesticht-Met de wens dat „Het Nut” in nieuwe omgeving dezelfde goede reputatie zal behouden als steeds het geval was aan het Hertogplein, verklaarde mr. De Haas het gebouw voor geopend. Vele sprekers boden hierna hun gelukwensen aan. De heer C. Varkevisser sprak namens De Spaarbank te Nijmegen en bood een bakoven over het handenarbeidlokaal aan. De heer G. J. Tiemstra, zelf oud-leerllng van het Nut, verheugde er zich over dat zijn bedrijf dit gebouw tot stand had mogen brengen. Als blijvende herinnering bood hij een fraai schilderij van de kunstschilder Hermans aan.
Grote gemeenschap
De heer L. Kiestra, die de Bond van Bijzondere Neutrale Scholen vertegenwoordigde, ging in een gloedvol betoog nader in op de grote waarden van deze vorm van onderwijs. Men heeft zich afgevraagd, hoe vele ouders er toe konden komen hun kinderen te sturen naar ’n totaal verouderd schoolgebouw als dat aan het Hertogplein. Spreker somde daar drie redenen voor op: „Het Nut” heeft In Nijmegen een zekere traditie; het bezoeken van deze school behoorde vaak tot de goede opvoeding. Want ook al was het gebouw vervallen: „Het Nut” behield een uitstekende naam. Belangrijk Is vooral steeds geweest, dat deze school gedragen wordt door een gemeenschap van ouders, oud-leerlingen en geïnteresseerden, die er veel voor over hebben dit instituut in stand te houden en die hiervoor ijveren op een wijze die de overheid — ook al zou ze dat willen — niet kan overtreffen. Vooral deze voortdurende interesse van een grote gemeenschap, schept ’n sfeer die men op een school van de overheid moet missen. Er wordt voortdurend naar gestreefd de kinderen naast kennis een zo veelzijdig mogelijke ontwikkeling bij te brengen. Dit gebeurt in een geest van grote verdraagzaamheid, waarbij kinderen betrokken zijn van alle levensrichtingen. Het bijzonder neutraal onderwijs levert hiermee een belangrijke bijdrage aan de vorming van de Nederlandse staatsburger, aldus de heer Kiestra.
Gelukwensen
Woorden van gelukwens werden hierna nog gesproken door de rector van het Stedelijk Gymnasium dr. N. Prins, mr. L. Keyzer namens de HBS en de heer C. Burki namens de Nijmeegse schoolvereniging en de schoolvereniging „De Leerschool”, waarbij hij sprak over de betekenis van het contactorgaan voor neutraal bijzonder onderwijs te Nijmegen. De heer Charles Hammes betuigde namens de vrije academie voor Beeldende Kunsten zijn dank voor de gastvrije huisvesting die „Het Nut” de academie heeft verstrekt en bood een sierpot aan. De rector van het Nijmeegs Lyceum de heer M. Bunt getuigde als laatste spreker met waardering van de goede contacten tussen het Nut en het Lyceum. De heer Zaalberg van Zeist dankte de sprekers afzonderlijk en richtte zich hierbij ook tot de heer Maurits J. Drukker, die als oud-leerling de historische schoolbel heeft gekocht die behoorde bij het oude gebouw en na restauratie de bel voor de nieuwe school heeft aangeboden.
Nog meer gaven
Ineen speciale samenkomst van oudleerlingen en ouders werd later op de ochtend door de heer D. van Aalst ’n projectie-apparaat aangeboden. Dit geschenk werd onthuld door dr. L. Ramondt. ’s Ochtends was door de tegenwoordige leerlingen een fonteintje aangeboden ter verfraaiing van ’t schoolplein. Van de gelegenheid om het gebouw en de geschenken te bezichtigen, werd inde middaguren door zeer vele ouders en belangstellenden gebruik gemaakt.” (Nijmeegsch dagblad, 6-7-1959)
Waardering
Juni 2016; in juli 2014 waren de lage bijgebouwtjes er nog niet, in augustus 2018 zijn deze verdwenen. Google Streetview
“Het gebouw is van groot cultuurhistorisch belang vanwege de belevings- en herinneringswaarde voor grote groepen kinderen die hier zijn gevormd en NUTS onderwijs hebben genoten. Daarnaast is het van belang als herinnering aan de verzuilde vroeg-naoorlogse samenleving met eigen voorzieningen voor elke (geloofs)overtuiging en als toonbeeld van de verzorgingsstaat in opbouw waarin voorzieningen voor basisonderwijs gelijke tred moesten houden met de ongekende groei van de bevolking en sterke uitbreiding van de stad. Het gebouw is van architectuurhistorisch belang als goed en herkenbaar voorbeeld van een portiekschool, uitgevoerd in een vrij uitzonderlijke en goeddeels gaaf behouden frivole shake handsarchitectuur van architect Oswald.
Het gebouw is van stedenbouwkundig belang vanwege de ligging binnen het beschermd stadsbeeld Indische buurt. Het stedenbouwkundige ruimtebeeld in de Molukkenstraat is sterk: twee jaren vijftig portiekgebouwen met omhaagde voortuinen aan weerszijden van de straat. Teleurstellend is de stedenbouwkundige uitwerking en het ruimtebeeld aan de doorgaande Archipelstraat en aan de veelsprong met plantsoen in de Borneostraat. Op deze stedenbouwkundig markante plekken zijn alleen blinde kopgevels en een rommelig inkijkje op het desolate speelterrein. Enkel vanuit het gebouw en de bezonning beredeneerd is de oplossing met blinde kopgevels begrijpelijk, maar vanuit de stedenbouwkundige context bezien schiet het ontwerp hier tekort. Vermoedelijk is dit ook de reden waarom de Nutsschool geen status heeft gekregen binnen het beschermd stadsbeeld.”
Juni 2016: laatste Google Streetview van de Blauwe Buut als school
Vervolg: appartementen
September 2022, Google Streetview
De school heeft tot 1997 dienstgedaan als Nutsschool. Daarna fuseerde het met Basisschool de Buut en heette het de Blauwe Buut. Deze school heeft tot 2016 bestaan.
Sloop gymzaal, behoud school
Aanvankelijk waren er plannen om zowel de gymzaal als de school te slopen. De gymzaal werd gesloopt, maar de buurt wist de sloop van de school te voorkomen. De school wordt verbouwd tot een aantal van deze appartementen. Daarbij kreeg de buurt deels haar zin: wel behoud van de school, maar ze was tegen de bouw van sociale huurwoningen. Het tweede blok appartementen is georiënteerd op de Archipelstraat.
Daarbij krijgen de appartementen een gemeenschappelijke tuin. Een soort gesloten binnenhof voor parkeren en groen door de beide gebouwen, de fietsenstalling en de naast het complex liggende Archipelhof.
Op de hoek van de Palembangstraat komen 3 vrijesectorwoningen.
Appartementen
Nieuwe Buut, hoek Archipelstraat Molukkenstraat (maart 2026)
De school is verbouwd tot 16 appartementen. Een deel van de portieken is bij de lokalen getrokken. Ze zijn verbouwd tot het toilet en bergingen. In de verbouwde lokalen zelf bevinden zich de woonkamer, keuken en twee slaapkamers.
Bovendien kwamen 8 nieuwbouw appartementen in houtskeletbouw. “Daarnaast is een tweelaagse uitbreiding in houtskeletbouw gerealiseerd met 8 appartementen, waarbij het gevelontwerp een hedendaagse interpretatie geeft aan het oorspronkelijke ontwerp door de ritmiek van de gevelopeningen en een stripstalen balustrade.” (https://www.architectuurcentrumnijmegen.nl/single-post/molukkenstraat)
De opening vond plaats in mei 2024, opdrachtgever was Woningcorporatie Woonwaarts. Zie voor het project de website van opZoom.
“Architectenbureau opZoom is de architect van deze transformatie. Door de huidige portieken in het schoolgebouw bij de lokalen te trekken en de trapopgangen te verwijderen, ontstaat een nieuwe ontsluitingstructuur. Deze ontsluiting maakt het mogelijke alle appartementen vanuit één stijgpunt te bereiken. De te realiseren galerij wordt extra breed uitgevoerd zodat deze tevens dienst kan doen als buitenruimte aan de appartementen op de verdieping. Het gevelontwerp voor de nieuwbouw borduurt voort op de shake handsarchitectuur van het bestaande schoolgebouw en geeft hier een hedendaagse interpretatie aan.” (https://www.hendriksbouwenontwikkeling.nl/projectoverzicht/molukkenstraat/)
Op Wikipedia staat het overzicht van de hoogste gebouwen van Nijmegen in 2023. In september 2025 verscheen “DeHoog500”: de 500 hoogste gebouwen van Nederland (De Gelderlander):
De bouw van wat het hoogste gebouw van Nijmegen moet worden is vertraagd. Waarschijnlijk begint de bouw begin 2026: woontoren Duet, bij de Hezelpoort. Dit gebouw wordt 120 meter hoog: 383 woningen met een parkeergarage. In de huidige Top500 van Nederland zou deze dan rond plaats 20-25 terecht komen.
Komende jaren zal de top 10 aanzienlijk veranderen. Naast het genoemde Duet zal de een na hoogste toren van Nijmegen gebouwd worden in het nieuwe Laskwartier, een onderdeel van het grootschalige Winkelsteegproject. Hier komt een toren van 110 meter hoog.
Ook komen in het Winkelsteegproject andere woontorens: Groene Waarden 1 en 2 van 75 en 72 meter hoog. Deze zouden dan het 6de respectievelijk 8ste hoogste gebouw van Nijmegen zijn. Bovendien komen de gebouwen Duux I, II en III van 70 meter hoog (plaats 13,14,15)
Het nieuwe Metterswane is momenteel in aanbouw, waarbij de verwachte opleverdatum 2027 is. Met 74 meter zal het het 7e hoogste gebouw van Nijmegen zijn.
Ook Nimwest is reeds in aanbouw en zal in 2028 gereed zijn. Dit gebouw aan de achterkant van het station zal 71 meter hoog worden, dus de 9e plek.
De Havenkade, nu plek 4, zal naar verloop van tijd dus plek 10 krijgen. Plaats nummer 11, Jade is momenteel ook in aanbouw aan de Havenweg. Deze zal in 2027 gereed komen en 70 meter bedragen.
Iets verderop wordt de Nieuwe Honig gebouwd, met een toren van eveneens 70 meter.
Op WoneninNijmegen staan inmiddels de volgende gebouwen:
1. Erasmusgebouw
Het Erasmusgebouw (het Taleninstituut) van de Radboud Universiteit. Het Erasmusgebouw is een van de academische gebouwen van de Radboud Universiteit (voorheen de KUN). De faculteiten filosofie; theologie; religiewetenschappen en letteren zijn hier gevestigd. Gebouwd in 1973 (21 verdiepingen). Het is met 88 meter tevens het hoogste gebouw van Nijmegen, Erasmuslaan 1 Heijendaal, 11/4/1975 (Jan Cloosterman via F16534 RAN CCBYSA)
Het Erasmusgebouw is gebouwd in 1973 en telt 21 verdiepingen.
In 2007 en 2008 vonden belangrijke verbouwingen plaats van de kantoren en onderwijsruimten.
De toren is ontworpen door architect Chris Knol (1926-2014) van Architectenbureau Kraaijvanger.
FiftyTwoDegrees Business Innovation Center is ontworpen door Francine Houben en Francesco Veenstra van Mecanoo Architecten. Het is gebouwd om Philips Semiconductors (later NXP Semiconductors) te huisvesten, welke zou dienen als kenniscentrum en innovatiecluster.
Op het moment dat de Groenestraatkerk in 1909-1910 gebouwd werd, lag het in vrijwel landelijk gebied. Hij was dan ook “op de groei” gebouwd voor de arbeiders die in onder andere de Willemskwartier en Hazenkamp zouden komen te wonen. Het is gebouwd naar het ontwerp van architect Albert Margry. De kerk werd bekostigd door een…
Nu iets meer dan 10 jaar geleden, op 24 augustus 2015, vond de eerste oplevering plaats, van het eerste deelgebied van het Waalfront: de Handelskade met 534 koop- en huurappartementen in 9 woontorens. Dit deelproject kwam op het terrein waar voorheen dagblad de Gelderlander gevestigd was.
Het ontwerp van het Van der Valk Hotel Nijmegen-Lent is afkomstig van Wiegerinck architectuur stedenbouw. Dit bureau ontwierp het hotel in samenspraak met ABT, Buro Poelmans Reesink en Peutz. De opdrachtgever was West End Vastgoed BV, Arnhem.
Op de locatie van een voormalig bedrijventerrein in Nijmegen ontstaat in de jaren 0 het stedenbouwkundige project “De Nieuwe Voorstad”, bedoeld als verdichting en herontwikkeling van een verouderd stadsgebied. Het meest controversiële onderdeel wordt het wooncomplex De Paladijn, een 15 verdiepingen hoge woontoren die al vóór oplevering tot juridische en maatschappelijke discussie leidt.
Foto F37284 RAN uit 1996 staat de bouw van de roze woontoren Novio Merkus aangekondigd. Deze komt te staan op het terrein van het voormalige Garagebedrijf Merkus. Het ontwerp is van Karel Nieuwland Architekten bv Voorburg. De aannnemer is Bouwbedrijf Berghege uit Oss, het projectmanagement door Van der Looy Projektmanagement bv uit Weert. En tevens hangt er een bord dat de appartementen te huur zijn via NSAW
Op het stationsplein kwam in 2014 de nieuwe locatie van Doornroosje. Het gebouw is zo open mogelijk vormgegeven. Daarnaast kent het een aantal innovaties: een “doos in doos” om geluidsoverlast te voorkomen en een draailift voor vrachtwagens. Tevens zit in het gebouw een fietstransferium en een studentenflat.
De Castella toren naar een ontwerp van Architect Ludo Grooteman is de afronding van de nieuwbouw op het voormalige Dobbelman terrein. De uitdaging was om een echte eye-catcher te bouwen als entree naar de stad, in een omgeving met veel verkeersdrukte van auto’s en spoor. Het kreeg de Architectuurprijs Nijmegen in 2013.
Studentenflat “Galgenveld” aan de Oude Groenewoudseweg, gezien vanaf de Verlengde Groenestraat, 1980-1982 (Frans Hermans via F24928 RAN CC0 Auteursrechthouder: RAN)
De familie de Wijze waren al generaties actief in de vleeshandel geweest, voornamelijk in de omgeving van Beugen en Boxmeer. In 1928 was Levi, samen met zijn broers Jacob en Simon, hun eigen slachterij begonnen: “Gebroeders de Wijze”, tegenover het station van Cuijk.
De drie broers zouden elk met hun gezin naar Nijmegen verhuizen: daar waren meer mogelijkheden voor de middelbare school voor de kinderen van Levi en Jacob. Het gezin van Levi ging huren op de Graafseweg 84.
In april 1932 vestigt L.M. de Wijze en gezin, koopman, zich op Graafsche weg 84. Zij zijn dan afkomstig van Boxmeer, Spoorstraat 60. (PGNC 23/4/1932)
In oktober 1942 wordt het huis gevorderd door de Duitsers. Het gezin moet hals over kop de woning verlaten en vestigt zich op de Johannes Vijghstraat 60 (tegenwoordig nummer 70). Daarbij moeten ze een groot deel van de inboedel achterlaten, die de Duitsers ook zullen vorderen. In het hierboven genoemde artikel staat tevens een complete lijst van deze inboedel.
Lang zal het gezin niet wonen op de Johannes Vijghstraat. Bij een razzia op 17 november 1942 worden alle vier de zussen opgepakt. Vanwege ziekte van (waarschijnlijk) Levi worden hij en zijn vrouw Lea Groenewoudt nog niet opgepakt. Dochters Kitty en Joke zullen al op 15 december 1942 worden vergast, Elly op 12 februari 1943. Dochter Tini zal op 17 september 1943 worden vergast, dezelfde dag als Levi en Lea.
In deze tabel staan hieronder de tot nu toe gevonden gebruikers weergegeven. Wel dient er een slag om de arm te worden gehouden vanwege eventuele hernummeringen.
In september 1925 komt O.(?) Schulz, echtge van G. Engler, zonder beroep, naar Graafscheweg 84, dan afkomstig van Borken (Duitsland) (De Gelderlander 26/9/1925)
Van De Gelderlander 30/10/1928 tot De Gelderlander 13/11/1929 zijn advertenties gevonden waarbij mevrouw Tjalsma huishoudelijk personeel zoekt: een dagmeisje, of een dienstbode of noodhulp.
Na de oorlog is het waarschijnlijk langere tijd een pension geweest. Aanvankelijk van G. Lamers, in ieder geval in de periode 1955 t/m 1971. Hoewel niet weergegeven, steeds meerdere, verschillende gebruikers gevonden.
Tegenwoordig (november) zit hier sociaal pension Arcade.
Deze Pagina verzamelt artikelen die reeds over Bottendaal zijn gepubliceerd. Lunet Bottendaal: afvalplaats voor botten? Bottendaal is vernoemd naar een…
Oorspronkelijk is het pand gebouwd als drukkerij van de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant. Ook fungeerde het nog als meubelwinkel.
Op 4-11-1984 werd het pand gekraakt. Aanvankelijk werd het daarbij Grote Karel genoemd, naar de eigenaar Karel. Een jaar later werd de naam veranderd naar de Grote Broek, verwijzend naar de straatnaam. De Grote Broek werd een belangrijk gebouw voor de Nijmeegse kraakbeweging.
In 2002 overleed Karel. Daarop werd het legalisatieproces gestart. De in 2005 vermoorde Louis Sévèke was daarbij vertegenwoordiger van de gebruikers van het pand. Het gebouw werd bezit van Gemeente Nijmegen, die het vervolgens verkocht aan woningstichting Standvast.
Nog steeds zijn er tal van politiek/culturele activiteiten te vinden, waarbij mogelijk de Klinker het meest bekende is. Zie ook site van de Grote Broek zelf.
J. van Berck, bouwkundige, bouwde in 1926 twee winkelhuizen met bovenwoningen. J.W. van Erfen en M.F. Verstegen, twee particulieren, waren de opdrachtgevers. Daarmee was het een onderdeel van de eerste stadsuitbreidingen, nadat de vestingstatus in 1874 was opgeheven.
Verstegen vestigde in het hoekpand een slagerij, die nog jarenlang in het pand heeft gezeten. Aan de Ziekerstraat was een werkplaats achterin de slagerij. Daarnaast had het nog een open plaats. Boven de winkels waren twee bovenwoningen van elk 2 lagen. Deze waren bereikbaar via de opgangen aan de Van Broeckhuysenstraat.
Beeldbepalend Pand
Op de Gemeentelijke Monumentenlijst zijn deze panden een “beeldbepalend pand” met als waardering (hier is tevens een uitgebreide beschrijving te vinden, tevens bron):
“In redelijk gave staat overgeleverde woon-winkelpanden uit 1926. Vanwege de markante locatie aan de kruising is het gebouw met zorg ontworpen. Tegenwoordig is van een deel van het gebouw (nummers 56 en 169) het oorspronkelijke metselwerk geschilderd, hierdoor is de samenhang tussen dit deel en nummer 52 verloren gegaan. Desondanks neemt het pand nog altijd een karakteristieke plek in op de kruising.”
In 1907 gaf de rijksoverheid opdracht tot de bouw van een nieuw hoofdpostkantoor in Nijmegen. Van dit postkantoor was Rijksbouwmeester Cornelis Peters de architect.