De R.K. H. Theresiakerk, Waterstraat 148-150,(ontworpen in 1928/1929 door de Benedictijner Monnik-Architect Dom Paul Louis Denis Bellot (7-6-1876 – 5-7-1944) en Hendrik Christiaan v.d. Leur (12-8-1898 – 8-1-1994), 1930 (bewerking van F1557 RAN)
De H. Theresiakerk is in 1928 ontworpen door Dom Bellot (Dom Paul Louis Denis Bellot, 7-6-1876 Parijs – 5-7-1944 Montreal) in samenwerking met Hendrik Christiaan v.d. Leur (12-8-1898 Velsen – 8-1-1994 Nijmegen). Dom Bellot was een Benedictijner monnik en architect. (Bijschriften F1557 en F87266).
Interieur St. Theresiakerk, 1928-1929 (F26549 RAN Publiek Domein Auteursrechthouder G. Dibbets)
Het is de enige kerk in Nederland van Bellot met een betonskelet als draagconstructie. De inwijding van de kerk vond plaats op 14 juli 1929. In de herfst van 1993 werd de kerk echter afgebroken. Op deze plaats staat nu Fortuna complex.
Een groeiende arbeiderswijk
Met de groeiende arbeiderswijk was er in de jaren 20 behoefte gekomen aan een nieuwe kerk: ““in het zich snel ontwikkelende West-Nijmegen, aan de Waal en nabij het Maas en Waalkanaal waarlangs de groot industrie zich reeds uitbreide en de arbeiders bevolking met den dag toeneemnt en een heele voorstad gegroeid is, ontbrak een nieuwe parochie.
De parchies van Krayenhofflaan van Hees-Neerbosch en Weurt voorzagen wel in de toenemende zielszorg, maar op den duur kon in het centrum van industrieel West-Nijmegen geen nieuwe Kerk gemist worden.” (De Gelderlander 15/7/1929)
Bij de eerste steenlegging
Op 7 juni 1928, Sacramentsdag, vindt de “eerste steen” legging plaats. Een grootse plechtigheid met veel hoogwaardigheidsbekleders en een lange stoet van bruidjes.
De bouw gaat gepaard met geldzorgen: “De parochianen werken zelf naar vermogen mee, doch niemand zal het hun kwalijk nemen, dat zij de oogen gericht houden op geheel Katholiek Nijmegen; meer in het bijzonder op de vereerders (-sters) van de H. Theresia.”, zo schrijft het comité in De Gelderlander bij de aankondiging van deze eerste steenlegging (De Gelderlander 4/6/1928).
De bouwpastoor is J.M.P. Litjens, “herder der nieuw volksrijke parochie”. Naast de kerk zal het complex bestaan uit een R.-K. Bijzondere School voor jongens en meisjes, een klooster en een R.K. Verenigingsgebouw.
De kerk zal gebouwd worden door “Albouw” uit Breda. De vrijstaande toren in het ontwerp wordt “voorloopig” niet opgetrokken (De Gelderlander 8/6/1928); deze toren zal er uiteindelijk ook nooit meer komen.
Ook gedurende de bouw blijkt dat er geldzorgen zijn: “De bouw der St. Theresiakerk met scholen, klooster, enz. vordert. – langzaam maar zeker nadert de voltooiing. En daamede nemen de zorgen toe van den man op wiens schouders de last voor de financiering gelegd werd voor deze noodzakelijke bouwwerken in deze volksrijken woonwijk.” Bij de aanbesteding van de electrische lichtvoorziening blijkt dan de laagste inschrijving 1.000 gulden hoger dan het budget te zijn, voorlopig kan het werk niet gegund worden. (De Gelderlander 13/11/1928)
Dom Bellot
Bellot werd geboren in een architectenfamilie. Zelf behaalde hij in 1900 zijn diploma architectuur aan de École des Beaux Arts in Parijs. Hij bouwde zijn eerste kerk samen met Paul Hulot in Flers in 1901. Hij besloot in 1902 echter om monnik te worden en hij trad in bij de benedictijnen van Solesmes. Deze orde verbleef in ballingschap op het eiland Wight. Omdat er in Oosterhout een nieuwe abdij voor de benedictijnen, de Paulusabdij, moest worden gebouwd en er geen geld was om een Nederlandse architect in te huren, werd Bellot voor deze opdracht gevraagd. Daarop zal hij vanaf 1906 tot 1909 in Oosterhout verblijven. In deze periode leerde Bellot met baksteen te werken; hij was van mening dat hij zich als architect moest aansluiten bij de nationale stijl van een land.
Vanaf 1914 vestigt hij zich in Oosterhout, waarbij hij in de Paulusabdij zijn architectenbureau heeft. Tot 1922 werkt hij samen met Pierre Cuypers en Maurice Storez. Vanaf dat moment gaat hij zelfstandig verder.
Hij neemt Hendrik van de Leur aanvankelijk als een jonge architect in dienst. Bellot zal tot 1928 in Nederland blijven: hij ondervindt als buitenlander te veel concurrentie en gaat naar Wisques, waar een deel van de Benedictijner orde inmiddels is teruggekeerd. Daarna zal Van der Leur, die partner van Bellot wordt, de lopende projecten voltooien en zelf nieuwe projecten oppakken in de stijl van Bellot.
De R.K. H. Theresiakerk (uit 1928/1929 en gesloopt in de herfst van 1993), Waterstraat 148-150, 9/6/1977 (Jan Cloosterman via F1554 RAN CCBYSA)
De religieuze werken van Bellot in Nederland zijn:
Hendrik Christiaan van de Leur (12-8-1898 Velsen – 8-1-1994 Nijmegen)
Na zijn studie waterbouwkunde komt hij in contact met Bellot, bij wie hij in dienst gaat. Bellot maakt de schetsontwerpen, van de Leur werkt ze uit in bestektekeningen. Daarnaast regelt van de Leur de administratieve taken, waaronder de bouwvergunningen. Wanneer Bellot naar Frankrijk vertrekt, zet van de Leur het architectenbureau voort. Tot 1940 ontwerpt Van de Leur vooral in de stijl van Bellot. Na de Tweede Wereldoorlog is er in de wederopbouw geen geld en middelen voor kunstig ontworpen en arbeidsintensief metselwerk, zoals in de stijl van Bellot. Daarop zoekt Van de Leur zijn eigen stijl. Hij overlijdt in 1995 in Nijmegen.
Tot nu toe gevonden bouwwerken in Nijmegen in omgeving:
Verbouwing kapel van Mariëndaal/Groesbeek (1939)
Sacramentskerk Nijmegen/Brakkestein (1962)
Via Oriëntalis in de Heilig Land Stichting/Oriëntalis
Je loopt er zo aan voorbij en het is klein. Dit is echter een leuk plekje, om even bij een wandeling door de Benedenstad onder het poortje bij Begijnenstraat 13 door te wandelen. Is het de palmboom die het ‘m doet?
In 1983/1984 werd het Citycomplex gebouwd tussen de Ganzenheuvel en Smidstraat. Op een soort binnenterrein kwam de omgevingsvormgeving van Christiaan Paul Damsté.
De Begijnenstraat is een mooie, oude straat die Lange Hezelstraat met de Waalkade verbindt. Opvallende monumenten zijn het oude weeshuis en de oude gereformeerde kerk. Daarnaast heeft nog een aantal prachtige, andere oude panden, waaronder een voormalig postkantoor.
Waarschijnlijk is de Ganzenheuvel tegenwoordig meer bekend van het pleintje, dan de weg die daar achter loopt. Toch dankt het plein juist haar naam aan deze weg.
In 1920 vestigt Turmac zich in Nederland. Hun hoofdkantoor komt in Arnhem (hoewel deze in 1922 verhuist naar Amsterdam) en hun fabriek in Zevenaar. In Nijmegen vestigen zij een tabak opslagplaats, aan de Oude Haven nummer 4.
Het gezicht in de richting van de Priemstraat, en naar de panden van C.A.P. Ivens, fotograaf en H.A. Tesser, drogist, links de Lange Brouwerstraat, 1895 (GN2708 – A RAN)
Priemstraat 1 De eerstgevonden advertentie is in januari 1894 (PGNC 14/1/1894), waarin G.H. van der Wedde een verkooppunt van thee is van P. Mackenzie uit Rotterdam. Afgaande op de advertentie voor de verkoop van het pand in 1903 is de Priemstraat 1 in 1898 “geheel nieuw…” gebouwd. 1897/1898 Verbouwing of nieuwbouw In 1897/1898 vindt een…
Op de Klokkenberg werd in 1844 een lagere school geopend, met daarbij de eerste Christelijke Normaalschool (voorloper van de lerarenopleiding). De straat bestaat pas sinds de jaren 80, toen het complex van de Klokkenberg werd gesloopt en er woningen voor in de plaats kwamen.
Op de Korenmarkt zaten de nodige horecagelegenheden, waarvan het Hof van Brabant mogelijk de bekendste was. Na verloop van tijd was er een terras, met een prachtig uitzicht op de Waal. En er waren kegelwedstrijden, rond 1900 zeer populair.
Op de hoek van de Priemstraat en de Lage Markt is een beeldje van een Olifant te zien. Een herinnerg aan de tijd dat hier een winkel in koloniale waren zat. Het beeld is overigens niet het origineel: deze is van hout en te vinden in de collectie van het Valkhof museum. In 1979 maakte…
In 1858/1859 laat Franciscus Johannes (Frans) Hallo Bat-Ouwe-Zate bouwen, welke al binnen 7 maanden gereed is. In de volksmond krijgt het al gauw de naam “Kasteel Hallo”. Hij zal er zelf maar een korte periode wonen. Het kasteel werd vervolgens vooral bekend door de geliefde “Zusters van Hallo”.
Het huis aan Steenstraat 2 staat bekend als het “Brouwershuis”. Hoewel op de voorgevel het jaar 1621 staat, is het gebouw ouder: In ieder geval bestaat uit het pand al in de 16e eeuw
Op Begijnenstraat 20 staat de voormalig gereformeerde kerk van Nijmegen. Daarna was het jarenlang een bedrijfsruimte: als amandelfabriek, fietsverhuur, timmerfabriek en snookercentrum. Vanaf 1999 is het een woning. Het gebouw is een gemeentelijk monument.
In 1987 maakte de beeldhouwer Klaus van de Locht de afsluitpaal “Habakuk” als grenswachter die is opgesteld tussen de sacrale ruimte van het hooggelegen kerkhof en de profane wereld daaronder.
In de Kloosterstraat hangt een mini-museum over de kaaisjouwers. Gerrit Pijman (Die in 2023 77 jaar is) hangt elke ochtend deze foto’s op en haalt ze ’s avonds er weer af
Blik op het Cellenbroederenhuis de Ellendige en Gevoegde Broederschappen, één van de oudste panden van de stad. In de vleugel met de trapgevel ligt de regentenkamer waar de regenten van deze in 1591 door Prins Maurits gefundeerde instelling van Weldadigheid maandelijks vergaderen, 1900-1925 (dr. Jan Brinkhoff via D17 RAN CC0)
Dit prachtige stukje Nijmegen ligt wat verscholen, met de Ridderstraat als de enige ingang. Met de Ottengas is het een oud stuk Nijmegen, dat de Tweede Wereldoorlog heeft overleefd, vol van gemeentelijke en rijksmonumenten. Toch zullen veel Nijmegenaren het ook kennen van de (vroegere) uitgaangsgelegenheden.
Op 1 februari 1904 opent de Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij met een bestelkantoor en een reiskantoor op Kannenmarkt No. 6. Hiervoor had de verbouwing plaats gevonden,
Al jarenlang hangt in de Pepergas een bordje met foto en onderschrift dat in Pepergas 22 een smederij was gevestigd. Ik was benieuwd wat er over deze smederij was te vinden.
Korenmarkt, en tekening van Koster, op de achtergrond de St.-Stevenskerk, 1770 (Evert F. van der Grinten via F78336 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
Waar vroeger parkeerplaatsen waren, is het tegenwoordig in de zomermaanden gezellig picknicken op de Korenmarkt. Het was een van de projecten Groene Allure.
Op 4 mei 1995 vindt de onthulling van het Joods Monument plaats, een werk van Paul de Swaaf. Daarbij werd het plein hernoemd naar Kitty de Wijzeplaats: als eerbetoon aan alle omgekomen Joden kreeg het de naam van een hen. In 2015 vond de onthulling plaats van 7 plaquettes, met de namen van alle 449…
De gemeente Nijmegen gaf in 1973 een aantal kunstenaars de opdracht om een verkeerspaaltje te ontwerpen. Oscar Goedhart was met Peter van Locht en Giuseppe Roverso de eerste kunstenaar.
Omdat in 1983 Karl Marx 100 jaar is overleden, besluit de gemeente Nijmegen een plaquette op te hangen waar het “ouderlijke huis” van de moeder van Karl Marx heeft gestaan. Henriëtte Presburg heeft hier echter slechts 6 jaar gewoond: zij was geboren in de Nonnenstraat.
1887 Klokkenberg Bij de opening 6 Mei schrijft het PGNC: “… De Christelijke normaalschool werd in 1846 in het vorige gebouw op den Klokkenberg geopend, terwijl met den bouw van de nieuwe school, naar de plannen van den heer J.W. Michielsen alhier, in 1886 werd begonnen door den aannemer, den heer Buskens. Voor den fraaien…
Achterkant Commenderie St Jan bij avond (januari 2021)
De Commanderie van Sint Jan was een van de eerste stenen gebouwen van Nijmegen en is tevens een van de oudste bestaande gebouwen. Het vindt haar oorsprong in 1196, toen het gebouwd werd op een heuvel. Aanvankelijk was het een hospitaal en een gastverblijf voor pelgrims, gesticht door graaf Alardus, burggraaf van Nijmegen, en zijn vrouw Uda.
Johanniter Orde
In 1214 verkreeg de Johanniter Orde het gebouw, waarbij het een klooster werd. Het werd tevens een “commenderij”: “een door een landscommandeur of commandeur bestuurde afdeling, of een bezitting, van een ridderorde” (wikipedia).
1591
In 1576 werden Spaanse soldaten in de Commanderie ingekwartierd.
Ook nadat de protestanten in 1591 de macht in Nijmegen hadden overgenomen, bleef de Commanderie in katholieke handen. De Johannieters beriepen zich op hun aparte status: op Malta hadden ze hun eigen staat. Oftewel een neutrale mogendheid, waar de protestanten geen zeggenschap over hadden. (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis)
Na de dood van de laatste commandeur in 1636 (of 1638) werd de Commanderie door de stad Nijmegen genaast. Dit ondanks protest van de Johnnieters. Het vonnis van het Hof van Gelre was in het voordeel van de stad. Dit was het laatste nog katholieke pand in Nijmegen geweest. De kapel, die inmiddels ook als vleeshal was gebruikt, werd afgebroken.
1644 Waalse kerk
Vanaf 1644 houdt de Waalse kerk haar diensten in de grote zaal van de Commanderie. Vanwege deze Waalse gmeente is de naam “Franseplaats” afkomstig.
1655 Illustre school
Rond 1655 wordt het gebouw echter “Illustre school”, welke later de Kwartierlijke Academie van Nijmegen zou worden. De Waalse kerk verhuisde naar de Regulierenkerk in de Molenstraat.
De academie begon met 3 hoogleraren: filosofie; wijsbegeerte en theologie; rechten. Later kwamen hier ook geneeskunst, geschiedenis en welsprekendheid bij.
1672 Franse bezetting en Waalse kerk
Na de inval van Frankrijk, werden in de Commanderie Franse soldaten gelegerd. Ook kwam de Waalse kerk er weer terug. Zij zou hier met enkelee onderbrekingen tot het bombardement hier haar kerk hebben.
1944 Bombardement
Tijdens het bombardement van 22 februari 1944 raakte ook de Commanderie zwaar beschadigd. De Waalse gemeente was vanaf 1910 eigenaar van de Commanderie geweest. Zij, noch de gemeente, had geld voor restauratie. In 1958 had de gemeente het plan te slopen vanwege het “Vijfheuvelenplan”, een plan voor de renovatie van de verkrotte Benedenstad.
1952 Het Wijnhuis
Intussen had in 1952 J.T. van Weel, een Nijmeegse antiquair, het pand van de Waalse gemeente gekocht. Hij laat het gebouw restaureren en “romantisch” verbouwen tot een drukbezochte horecagelegenheid “Het Wijnhuis”.
Toen de sloopplannen van 1958 bekend werden, tekende hij protest aan. Daarbij had hij steun van een actiegroep. Daarop besloot de gemeenteraad het Vijfheuvelenplan goed te keuren, met uitzondering van de Commanderie. Daarop begon de gemeente onderhandeling met de Rijksdienst voor Monumentenzorg over restauratie.
Ook had het gebouw een klein openluchttheater. Dat was echter niet levensvatbaar; er is slechts 1 grote opvoering geweest in 1962. Een half jaar daarvoor had van Weel de Commanderie verkocht aan de universiteit. Deze wilde er een sociëteit voor studentenvereniging Roland vestigen, maar het werd echter een studentencafé.
1969 Monument, verbouwing en Gemeentemuseum
In 1969 viel het pand onder Stichting Monumentenzorg. De fantasiestukken werden afgebroken en het gebouw werd grotendeels opnieuw gebouwd. De plannen hiervan waren ontworpen door G.M. Leeuwenberg. In augustus 1971 besluit de gemeente er het Gemeentemuseum te vestigen. In 1974 is de verbouwing gereed en opent het Gemeentemuseum haar deuren. Dat zou het tot 1998 blijven; het Gemeentemuseum en de Museum Kam zouden in het Valkhofmuseum gaan samenvloeien.
Stadsbrouwerij De Hemel
Hierna kwam Stadsbrouwerij De Hemel in het pand. In de loop der tijd zouden meerdere horecazaken erbij komen.
Panden aan de westzijde van de Grotestraat met een Brood- en Banketbakkerij (huisnummer 45) (dit pand werd vroeger De Drie Vijzels genoemd), Grotestraat 43-45-47-49, 1935 (Fotopersbureau Gelderland via F65417 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)
Advertentie verkoop de Drie Vijzels (PGNC 27/1/1895)
Het Anker/Dobbelmann
Lange Brouwersstraat
Een van de bekendste fabrieken die Nijmegen heeft voortgebracht is Dobbelmann. Haar oorsprong ligt in de Lange Brouwersstraat, wanneer Johann Peter Dobbelmann in 1845 zeepfabriek het Anker koopt. Het Anker was daarbij het het eerste bedrijf Nijmegen geweest met een stoomketel. Al gauw daarna neemt zijn zoon Theodoor de fabriek over. In 1895 ontstond een grote brand, die de fabriek verwoestte. Daarop vestigde Dobbelmann zich in Bottendaal en werd het een van de belangrijkste zeepfabrieken van Nederland.
Lange Brouwerstraat 2
Een aantal verwaarloosde panden ; links onderaan de hoek met de Begijnenstraat ; op de achtergrond rechtdoor de Oude Koningstraat, 8/1978 (Theo Hendriks via F29342 RAN CC0)
Een aantal verwaarloosde panden in de Benedenstad heeft de sloop overleefd, waaronder enkele in de Lange Brouwerstraat. Op nummer 2 bevindt zich in 1978 Drukkerij “De Waalstad”. Let ook op de prachtige deur van 2B (Tegenwoordig nummers 6 en 8); deze deur bestaat nog steeds.
Gemeentelijk Monument
Deur Lange Brouwerstraat (augustus 2025)
Lange Brouwerstraat 4, 6 en 8 is een Gemeentelijk Monument met als formele tekst bij het besluit tot aanwijzing:
“Woningen. Oorspronkelijk winkel / woonhuis van twee lagen. Gevel van baksteen met gestucte banden. Op de begane grond vernieuwde houten pui met links de deur van het bovenhuis. De bovenetage heeft drie assen waarin T-vensters met daarboven gemetselde ontlastingsbogen met natuurstenen sluitsteen. Gootlijst met consoles. Platdak met pannengedekt schild en in het midden een dakkapel met houten pilaters, vlakke bovenlijst en wangen. Bouwjaar: ca 1895-1900. Van belang als voorbeeld van de straatbebouwing en als onderdeel van, samenhangend bewaard gebleven, oude bebouwing van dit deel van de benedenstad.”
Lange Brouwerstraat 8 6 4 en 2 (augustus 2025)
Glashuis/Sint Jacobskapel
Tekening van de Kapel van het St. Jacobsgasthuis (het huidige Glashuis), 12/8/1895 (GN1589 RAN)
De Sint-Jacobskapel of Glashuis werd in de 15de eeuw gebouwd als onderdeel van het St. Jacobsgasthuis. Het is een bakstenen gebouw met driezijdige koorsluiting. Na het Beleg van Nijmegen in 1591 verloor de kapel de geloofsfunctie. Hendrick Heuck had er tot 1655 een glasblazerij die in 1670 failliet ging. Daarna deed de kapel dienst als school, opslagruimte, koeienstal, weeshuis en woning. In 1965 werd de kapel gerestaureerd door ingenieur J. G. Deur. Hierna werd het weer een gebedsruimte en in 1998 verdween de religieuze functie opnieuw en sindsdien is het gebouw onder meer in gebruik voor exposities en huwelijken. Daarnaast vervult de kapel een rol als ontmoetingsplek voor pelgrims (met name de pelgrimage naar Santiago de Compostella).” (Bijschrift KN13129-25 RAN, een foto uit 1956).”
Tijdens het bombardement van 22 februari 1944 raakte de kapel beschadigd. Na de oorlog ontwierp ir. Deur de restauratie, welke na zijn overlijden werd voortgezet door ir. Poederoijen. Na het gereedkomen van de restauratie zegende deken van Dijk de kapel in als Sinte Geertruidkapel. Later is de naam veranderd naar de Sint Jacobskapel. (Bijschrift F93761, foto uit 1964)
Moeder met Kind, Pépé Gregoire
1982 Ganzenheuvel, tegenwoordig Papengas bij het Glashuis
Moeder en kind, beeld van Pépé Gregoire: Onthulling van het beeldje van Haskoning door burgemeester F. Hermsen, 29 juni 1982. Bij de herinrichting van de Ganzenheuvel is het verplaatst naar de Papengas, bij het Glashuis (Peter Wiegerinck via F61292 RAN CCBYSA)
Pierre Paul “Pépé” Grégoire (Teteringen, 3 november 1950) is een Nederlandse beeldhouwer.
Hij studeerde van 1968-1974 aan de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam. In 1974 won hij de Buys van Hultenprijs en in 1985 de Jan Hamdorffprijs. Hij maakt vooral grote werken in de openbare ruimte (2 tot 8 meter hoog). Bovendien maakte hij in opdracht een aantal bronsportretten.
De meeste Nijmegenaren zullen het gebouw op Ganzenheuvel 71 kennen als het befaamde Spijshuis Uylenspieghel. Ook vóór dit restaurant waren er verschillende horeca-gelegenheden geweest.
Café Vink
Café Billard A.W. Vink van de familie Vink-van Roozendaal. Rechts voor de pui de vier kinderen uit het gezin, Johannes Hendrikus (Jo) en Antonius Wilhelmus (Toon), Hendrina Anna (Rika) en Anna Wilhelmina (Annie) en drie vriendinnetjes van de familie Winkels, Ganzenheuvel 71, 8/1934-9/1934 (F39218 RAN)Groepsfoto van de familie Vink voor Café A.W. Vink. In het midden, zonder hoed, eigenaar/uitbater Antonius Wilhelmus (Toon) Vink (28/06/1898 – 07/06/1968), Ganzenheuvel 71, 1929-1931 (F39215 RAN)
Zie ook de foto F39238 RAN uit 1959-1960: dan is het “Café A.W. Vink / Vink’s Dancing van de familie Vink-van Roozendaal. De dancing is tot dan de enige in de stad.” Merk op dat op de bovengevel ook “Café “De Oude Stad”” staat geschilderd.
Op foto GN10680 RAN komt Prins Carnaval Nico (Grijpink) in 1957 langs dancing Vink.
Rond 1965 is het Bar Dancing Blue Bell, zie foto F86411 RAN. En rond 1920 Bar Bodego La Colina (zie F63999 RAN)
Spijshuis Uylenspieghel
De in aanbouw zijnde Cityschool. Rechtsboven het Spijshuis Uylenspieghel aan de Ganzenheuvel 71, 1979 (Wim Michels via ZN36171 RAN CC0)
Het restaurent opende in 1975. Vanwege de corona-periode werd het restaurant in 2020 gesloten. De tekst op haar site vertelt:
“Na 45 jaar vol strijdlust, goede zin en fantastische inzet van iedereen, moeten wij bekend maken dat de Corona-periode van ons gewonnen heeft. Wij geloven er niet in dat we zodra de eerste versoepelende maatregelen van kracht zullen zijn, we weer een winstgevend bedrijf kunnen worden.
Dit heeft ons doen besluiten om onze deuren blijvend te sluiten.
Wij zijn blij te kunnen mededelen dat er geen benadeelde leveranciers achterblijven.
Wij willen al onze trouwe gasten van de afgelopen 45 jaar van harte bedanken.”
Onder St. Steven
Smidstraat 31
Onder St Steven, Smidstraat 31 (augustus 2025)Omgevingsvormgeving Christiaan Paul Damsté, Achter de Smidstraat, 1983 (juni 2024)Omgevingsvormgeving, Christiaan Paul Damste, Achter de Smidstraat, 1983 (juni 2024)
Priemstraat 3-5
Priemstraat 3-5 (augustus 2025)
Priemstraat 3- 21, 1966 (G.Th. Delemarre via 101938 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed CCBYSA 3.0)
Priemstraat 13
Priemstraat 13 (augustus 2025)
Dille & Kamille
Begin jaren 70 vestigt zich Dille & Kamille op de Priemstraat. Het is dan een van de 5 eerste vestiging van de keten, die in 1974 in Utrecht is opgericht. “Sinds die tijd willen we mensen inspireren om bewust, onthaast en duurzaam te leven in harmonie met elkaar, onze omgeving en de natuur. En daarom kiezen we al bijna 50 jaar voor dingen die ertoe doen!” (Dille & Kamille) Rond 1979 is deze vestiging echter gesloten. In 2014 komt Dille & Kamille terug naar Nijmegen, dan op de Lange Hezelstraat.
Op Facebook staat een mooie foto uit 1970 en veel herinneringen. Daarbij wordt het jaartal 1974 genoemd als waar iemand de eerste baan had bij Dille & Kamille. (Ook 1972 wordt genoemd, maar uit de website van Dille & Kamille blijkt de winkel in Utrecht in 1974 te zijn begonnen).
Zie ook de foto F67949 RAN. Deze is gedateerd op 1966-1970, maar dit zal een abuis zijn.
Weetjewel en Bar Cali
Na Dille & Kamille zat hier zo’n 40 jaar restaurant Weetjewel.
Priemstraat 11-13 is een Gemeentelijk Momument met als tekst bij het besluit tot aanwijzing:
“Bedrijfspand met bovenwoning. Geheel gepleisterd bakstenen pand in drie bouwlagen, drie-assig, met pannengedekt schilddak. Op de eerste etage hoge rechthoekige vensters met ze ruiten; op de tweede bijna vierkante ramen met vier ruiten. Gladde geprofileerde kroonlijst. De benedenetage heeft een hoge houten pui bestaande uit twee deuren met bovenlicht, waartussen een etalagevenster met bovenlicht. De pui bestaat uit bewerkte pilasters met boven de deuren gebogen frieslijsten met consoles. Boven de etalage een kroonlijst onderbroken door een uitvoerig ornamentaal fronton. Bouwtijd: tweede kwart 19e eeuw; pui circa 1880-1885 Zeer karakteristiek pand met waardevolle pui.”
Priemstaat 13 (augustus 2025)
Priemstraat 19-21
Rijksmonument met als omschrijving: Linker- en Rechter helft “van een in de 18e eeuw overlangs in twee woningen gesplitst, breed, onderkelderd, laat-gotisch huis (XVI A) met insteek, verdieping en verdiep, moer- en kinderbalklagen ten dele voorzien van sleutelstukken met peerkraalprofiel en hoge eiken kap – drie jukspanten voorzien van gezaagde telmerken – gedekt met Hollandse pannen en aan de voorzijde met wolfeind en achter tegen gepleisterde tuitgevel. Deze rechter helft heeft een verhoogde, gepleisterde en met lijst afgesloten voorgevel met een hoge 19e eeuwse winkelpui, twee 6-ruits schuifvensters op de verdieping en een 9-ruits schuifvenster op zolderhoogte. In de achtergevel een vijftal vensters.”
Rijksmonument
Priemstraat 19-21 Is een Rijksmonument met als omschrijving voor nummer 19:
“Linker helft van een in de 18e eeuw overlangs in twee woningen gesplitst, breed, onderkelderd, laat-gotisch huis (XVI A) met insteek, verdieping en verdiep, moer- en kinderbalklagen ten dele voorzien van sleutelstukken met peerkraalprofiel en hoge eiken kap – drie jukspanten voorzien van gezaagde telmerken – gedekt met Hollandse pannen en aan de voorzijde met wolfeind en achter tegen gepleisterde tuitgevel. Deze linker helft heeft een verhoogde, gebosseerd gepleisterde en met lijst afgesloten voorgevel met hoge 19e eeuwse winkelpui, twee schuifvensters op de verdieping en een schuifvenster op zolderhoogte. In de achtergevel een keldertoegang, twee deuropeningen en vier vensters.”
Ansichtkaart
Straatbeeld, omstreeks de eeuwwisseling, gezien vanaf de Lage Markt in de richting van de Ganzenheuvel. Op de achtergrond Likeurstokerij en Distilleerderij van Rijssenbeek & Nass aan de Smidstraat en de toren van de St. Stevenskerk, rechts vooraan, op de hoek, de kruidenierswinkel ‘In den Olifant’, 1898-1902 (F89834 RAN)
Priemstraat met historische foto (augustus 2025)
Vlakbij Priemstraat 19-21 hangt 2019 een vergroting van een gerestaureerde ansichtkaart uit 1900. Zie het artikel in de Gelderlander hierover.
Priemstraat 53- 55
Priemstraat 53 – 55 (augustus 2025)
Rijksmonument
Priemstraat 53 – 55 is een Rijksmonument met als omschrijving:
“Laat-middeleeuws PAND, waarvan de geveltop met in- en uitzwenkende contouren uit de 18e eeuw dagtekent.
Aan de achterzijde een gepleisterde puntgevel.
Onder het huis een tweebeukige kelder met graatgewelven op bakstenen ronde pijlers.
Moer- en kinderbalken met gesneden laat-gotische sleutelstukken.
Spiltrap achter in het huis.”
Priemstraat 57
Rijksmonument
Het gebouw is een Rijksmonument met als omschrijving:
“Pand met verdieping en hoog zadeldak, waarschijnlijk 17e eeuw. Lijstgevel van vroeg-19e eeuws karakter.”
Hotel Ariëns
De oostzijde van de Priemstraat met in het midden Hotel Ariëns , gezien in de richting van de Lage Markt, 1890-1895 (F31925 RAN)
Lage Markt 40
De melk- en zuivelwinkel van E.A. Mack (nr. 40) links, in het midden de Priemstraat, geheel rechts het Jezuiëtenhuis oftewel de Hof van Xanten, Lage Markt 36-46, 1959 (Gemeente Nijmegen afd. Reprografie via F19042 RAN CC0)
Rijksmonument Jezuïetenhuis Het Hof van Xanten wordt ook wel het “Jezuïetenhuis” genoemd, vernoemd naar de schuilkerk die hier lang gevestigd was. Na de Reductie van Nijmegen bleven vooral de Jezuïeten actief. “Vanaf 1616 waren er structureel twee missionarissen namens de orde in Nijmegen aanwezig. De eerste missionaris die gezonden werd en die we dus als…
Smederij tussen het Hof van Xanten (het Jezuïetenhuis) en de Vinkegas, Lage Markt, 1925-1930 (F66506 RAN)
Lage Markt, maart 2025 (Google Streetview)
Het meest linkse gebouw op de foto van ongeveer 1925-1930 naast het poortje is het Hof van Xanten. Op de huidige foto is de situatie in maart 2025, waarbij op deze plaats woningen zijn gebouwen.
Lage Markt 59/Waalkade 11
(voorheen Lage Markt 55)
Lage Markt 59 (augustus 2025)
Cartouche met chronogram
Cartouche Lage Markt 59 (augustus 2025)
Op de cartouche staat de tekst “paX et qVIes VsqVe qVaqVe hVIC DoMVI”. Dit is een zogenaamd jaardicht of chronogram. Een chonogram bestaat uit 1 of meer versregels, of een korte spreuk, waarin de letters M, D, C, L, X, U, V, W, I en Y als Romeinse cijfers beschouwd, bij samentelling een bepaald jaartal voorstellen. (wikipedia, met tevens meer achtergrond van een jaardicht).
De vertaling luidt: “Vrede en rust te allen tijde voor dit huis”, waarbij tevens het jaar 1648 wordt gevormd. Zoals Dorsoduro aangeeft, is deze tekst mogelijk ingegeven door de Vrede van Münster.
Rijksmonument
Een aantal panden voor de restauratie, Lage Markt 55-61, 1975 (Frans Kup via F19554 RAN CCBYSA)
Het gebouw is een Rijksmonument met als omschrijving:
“Pand met in de verminkte en gepleisterde voorgevel een gevelsteen met cartouche (1648) en drie sierankers. Het schilddak wordt aan de Waalkade afgesloten door een gevel met gezwenkte top.”
Gevelsteen
Lage Markt 70 – 88
Gevelsteen, Lage Markt 70 – 88 (augustus 2025)
Deze spreuk is vooral door het “Adagia” van Erasmus beroemd geworden. Daarin beschrijft hij “Ne Iupiter quidem omnibus placet” (Adagia 2.7.55).
Oftewel: “Zelfs Jupiter kan het niet iedereen naar de zin maken”; wat vrij vertaald betekent: Je kunt het niet iedereen naar de zin maken.
Deze Latijnse spreuk is uiteindelijk gebaseerd op een Oud-Griekse spreuk van Theognis in zijn Sententiis. In het Engels: `Theognis among his moral maxims: ‘For Jove himself may not content us all, / Whether he holds rain back or lets it fall.’` “Οὐ δὲ γὰρ ὁ Ζεὺς Οὔθ’ ὕων πάντας ἀνδάνει οὐτ’ ἀνέχων.” Ik spreek geen Latijn noch Oud Grieks. Wel is in het oud Grieks `Zeus´ te herkennen, terwijl in de Engelse vertaling Jove, oftewel Jupiter, wordt genoemd. Opvallend is in ieder geval wel, dat de verwijzing naar regen door Erasmus wordt weggelaten. Zie ook https://alt.language.latin.narkive.com/5EDY7kBC/ne-iuppiter-quidem-omnibus-placet, waarin de volledige context van Theognis in het engels staat.
Zoals Dorsoduro ook aangeeft, komt de tekst ook voor in Baudartius Afbeeldinghe, ende beschrijvinghe van alle de veld-slagen, belegeringen en ghevallen in de Nederlanden, geduerende d’oorloghe teghens den coningh van Spaengien (1559-1614) uit 1615:
`Ne Iovem quidem omnibus unquam placuisse, dat Iupiter selve noyt allen menschen en heeft behaeght. Derhalven het oock geen vvonder is, dat ick ende mijns gelijcke van de berisp-gierige vvorden geoordeelt, ende het alle man niet te passe en konnen maken. Ick en hebbe (dat versekere ick u) niemant`
1645
Op de gevelsteen staat tevens het jaar 1645 genoemd. Zoals Dorsoduro al aangeeft, moet de gevelsteen in ieder geval ooit zijn opgeknapt. Daarbij is niet met zekerheid te zeggen waar de 1645 naar verwijst en in welk jaar de gevelsteen is ingemetseld.
“Op 21 november 1986 werd hier de laatste hand gelegd aan de sociale woningbouw in de Benedenstad door: F.J. Hermsen Burgemeester van Nijmegen, H. Houthuys, J. van de Ing, H. Jansen, P. Mays, A. Weijers en W. Weijers leden van het Buurtkomitee Benedenstad. F.S.H. Crouwers en Maartje Busser, Bewoners.”
Deze gevelsteen zal de vervanger zijn van een oorspronkelijke, welke in 1987 al beschadigd was. In 1988 waren nog meer handen kapot. Zie ook F60951 RAN, met burgemeester Hermsen.
Een mooie foto van deze appartementen aan de Vosstraat uit 1986 is F94014 RAN.
Gevelsteen Vosstraat
Gevelsteen Vos, Vosstraat (augustus 2025)
De gevelsteen van een rode vos in de Vosstraat is oorspronkelijk afkomstig uit een pakhuis, dat in 1639 voor Anthonis Vos gekocht werd, onderdeel van het St. JacobsGasthuis. Het gebouw werd in de jaren 70 afgebroken. Bij de nieuwbouw van 1986 werd het herplaatst. (KN14255-30 RAN). Het RAN noemt als jaar van de sloop 1974; Hendriks (1987, via het Straatnamenregister): “”Door sloop van dit pand in 1977, is het straatje niet duidelijk meer herkenbaar.””
Vosstraat
Ook de Vosstraat is naar Anthonis Vos vernoemd: “”1706: Vossegasken. De wijnkoper Anthonis Vos, burgemeester in 1655 en 1658, kocht in 1639 een deel van het vroegere St. Nicolaas gasthuis en richtte dit tot een pakhuis in. Het gebouw kreeg den naam: Vossepakhuis. Dit gebouw bestaat nog; naast den ingang is in de muur een steen gemetseld waarin een vos gebeiteld is. Zie het R.V. van 1900, blz. 41. P. 1839: Achter de Vischmarkt.” (Teunissen 1933 zoals weergegeven in het Straatnamenregister)
Vosstraat (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, CC BY-SA 4.0 , via Wikimedia Commons)
Moeder Gods als beschermster van de schippers, Hans Truijen
1966 Vleeshouwerstraat
Moeder Gods als beschermster van de schippers, Vleeshouwerstraat (augustus 2025)
Moeder Gods als beschermster van de schippers is een kunstwerk van Hans Truijen (1928-2005). Dit mozaïek is geplaatst in Vleeshouwerstraat, vlak bij de trappen van het Groene Balkon. Links is Maria als Moeder Gods met Jezus. Rechts staat Sint Olof afgebeeld. Hij was in de 15e eeuw in Nijmegen de patroonheilige van schippers. Het Nijmeegse Antependium uit 1494 heeft als inspiratiebron voor dit kunstwerk gediend. Voor een uitgebreide beschrijving:
Deze gevelsteen slaat op Arnold Kelffken. In het jaar 1729 was hij voor het eerst burgemeester. Oorspronkelijk was de steen ingemetseld in de kademuur van de Oude Haven, naar aanleiding van het herstel daarvan. De Oude Haven werd in 1881-1884 gedempt. De gevelsteen werd ingemetseld aan de Gedeputeerdenplaats. In 1986 kreeg het zijn huidige plaats (KN14254-29 RAN en Facebook).
“Zij roepen ons die deftige familie voor den geest, van scheepenen en burgemeesters, naar wie ons Bosch (ten onrechte) genoemd is, en welke zoo treurig eindigde in 1745 met Mr. Arnold Kelfken, een gederailleerd heerschap, die niets naliet dan een slechten naam en schulden.” (Het Schependom van Nijmegen in woord en beeld 1912, p. 37, van Schevichaven, overgenomen uit argusvlinder)
De Kolonialen: Waalkazerne en Valkhofkazerne
Een eenheid van de Koloniale Reserve op het terrein van de Waalkazerne. Van 1891 tot en met 1911 bevonden zich twee kazernes in de binnenstad: de Waalkazerne en de Valkhofkazerne. In 1911 werd een grote kazerne geopend in Nijmegen-Oost, Oude Haven, 1900-1905 (F1650 RAN)
Na mogelijk binnen Korten tijd slooping zal plaats hebben van de oude Kanonnierskazerne aan den Lindenberg, genaamd de Valkhof-kazerne, en dit gebouw zal moeten plaatsmaken voor een op te richten politiegebouw, is ‘t, dunkt mij, niet onaardig, eens in herinnering te brengen wat daar ter plaatse eerst gestaan heeft.
Eeuwen lang woonde daar een familie Singendonck, die er meerdere eigendommen had en door aankoop zoo vergrootte dat het een zeer uitgestrekt bezit was, waardoor haar erf bij ’t Valkhof, aan den Lindenberg, aan het ‘Bezembindersgasje en ook aan de Duivengas en Strikstraat uitkwam.
Van een groot gedeelte van dit zeer groot erf met groot heerenhuis werd de gemeente Nijmegen eigenares door aankoop in 1823 van de Dourari1ere S.M. Singendonck van Dieden om er eene kazerne te bouwen. Eerst in 1826 schijnt die kazerne gebouwd te zijn, omreden op den 12 Juni van dat jaar de verkoop plaats had van de aanzienlijke partij afbraak van het huis, te voren bewoond door wijlen den weledelgeboren heer Singendonck van Dieden.
Deze afbraak bestond volgens de advertentie uit het volgende:
Ongeveer 50 moderne schuiframen met luiken, groote en kleine glasruiten en hardsteenen drempels. Eene royale wagenschothouten Slingertrap, 8 1a 10 marmeren schoorsteenmantels; onderscheidene portes brisées en andere deuren van Wagenschot; ruim 20 stuks kozijnen met paneeldeuren.
Eene groote partij Lambriseeringen, 8 onderscheidende behangsels voor zalen, waaronder twee bij uitnemendheid, schoone Turkschgeborduurde en een van kostelijke groene Trijp welke alle nog in de zalen te zien zijn; ruim 100 stuks witte marmeren vloerstenen; groot 60 N. Duimen in het vierkant; 7000 1a 800 stuks witte en blaauwe vloersteenen; groot 80 Ned. Duimen in het vierkant; buitengewoon schoongeschilderde schoorsteen en plafonstukken; drie regenbakspompen, onderscheidene ijzeren haardplaten, een ijzeren hek, lang 17 ellen; het inwendigen van een paardenstel voor 7 paarden enz. enz.
Alle deze voorwerpen bevinden zich nog in goeden staat in het voormeld gebouw, op de Duivengas, van achteren uitkomende aan de Lindenberg te Nijmegen.”
De bouw van bovenvermelde kazerne werd op Dinsdag 30 Mei 1826 in het Raadhuis deze stad aanbesteed als: het vertimmeren van een huis en daartoe gehorende gebouwen tot een caserne voor 400 manschappen.
Het moet dus één der aanzienlijkst en inwendig wel één der fraaiste gebouwen der stad geweest zijn, en het is zeer te betreuren dat toen zulke gebouwen, wegens te weinig ruimte tusschen de vestingmuren, om een kazerne te bouwen, moesten worden opgeruimd. C.A. Neyboer.” (PG)NC 11/4/1913)
Ridderstraat 8: gevelsteen Ex Invidia et Favore
Gevelsteen Ridderstraat (augustus 2025)
“De wapensteen met alliantiewapen van de families (Johan Michiel) Roukens en (Agneta Jannetta) Verspijck met de tekst: “Ex Invidia et Favore 1751”. Vertaling: “Als gevolg van haat en begunstiging”). De gevelsteen is tegenwoordig ingemetseld in een pand aan de Ridderstraat (op de plek van het voormalige Hof van Batenburg, het woonhuis van Roukens-Verspijck)” (Bijschrift F32019 RAN)
Vanuit het noordwesten kijken we naar twee gebouwen die vermoedelijk in de 19e eeuw zijn gebouwd. In het linker pand met balkon en poortgebouw bevond zich op enig moment Hotel Palace Royal. Het hotel had enige weken Sir Walter Scott te gast die er ook stierf. Tussen ongeveer 1914 en 1920 zaten er gemeentelijke instanties. Het gebouw rechts ernaast stond op het perceel van het vroegere karakteristieke Hof van Batenburg, tussen circa 1865 en 1898 zat hier een meisjesschool. Het pand is in de tweede helft van de twintigste eeuw gesloopt. De zware omlijsting van de voordeur bestaande uit een architraaf, sokkels en vlakke pilasters is toen verplaatst naar het gebouw op Sint Anthoniusplaats 1. Het rechterpand, wat helaas nauwelijks te zien is, had het voorkomen van een pakhuis, 1890-1919 (F93291 RAN)
Het is niet met zekerheid te zeggen waar het jaartal en deze tekst op slaat, noch het jaartal waarin de gevelsteen gemaakt is. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat de gevelsteen jaren na “1751” is opgehangen. Een aantal mogelijke verklaringen:
De aanslag op het huis van Johan Michel Roukens, deze lijkt het meest genoemd, zie hieronder
De “begunstiging”: heeft er in 1751 een specifieke “begunstiging”/een specifiek moment om stil te staan bij “Als gevolg van haat en begunstiging” plaats gevonden? Of is de “1751” een algehele terugblik op de gehele afgelopen periode? Bijzonder lijkt mij, dat Roukens munten laat slaan waarop 1747 expliciet is vermeld. Dus: waarom het jaartal 1751?
Een relatie met Mr. Theodorus Leonardus Roukens? Hij is geboren in 1751 (28 Januari 1751) en ongehuwd overleden op 26 mei 1782
1747: “Aanslag” op Roukens
“Gedenkpenning van de mislukte aanslag op het huis Hof van Batenburg van Johan Michiel Roukens in 1747. Verblijfplaats : het gemeentemuseum.”, 1747 (Dr. Jan Brinkhoff via D585 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)
Een veelgebruikte mogelijke verklaring is de “aanslag” op Roukens: Johan Michel Roukens werd eind 1747 belaagd door een groep prinsgezinden. Hij zou, al dan niet terecht, tegen de benoeming van stadhouder Willem Karel Friso (Willem IV) tot erfstadhouder zijn geweest, met de daaraan verbonden machtsuitbreiding (Teunissen 1937, die overigens het jaar 1749 noemt, zoals vermeld in Straatnamenregister)
Daarbij was zijn vrouw Agneta Jannetta Verspijck pas bevallen van hun zoon Arent Anthony Roukens (geboren op 29 oktober 1747).
De binnenplaats van het Hof van Batenburg met onder de blinde pui de wapensteen met het alliantiewapen van de families (Johan Michiel) Roukens en (Agneta Jannetta) Verspijck, met de tekst : Ex Invidia et Favore 1751 ( vertaling : Als gevolg van haat en begunstiging). Tegenwoordig is de gevelsteen ingemetseld in een pand aan de Ridderstraat , op de plek van het Hof van Batenburg, het woonhuis van Roukens-Verspijck, Ridderstraat, 1961 (dr. Jan Brinkhoff via D583 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)
Biografisch Woordenboek Mr. Johan Michiel Roukens
Het Biografisch Woordenboek uit 1790 beschrijft hoe een groep inmiddels al begonnen is met de plundering -intussen had de wieg ternauwernood de baby Arent Anthony beschermd tegen een gegooide steen- totdat een groep gewapende burgers en een storm erger weet te voorkomen; andere bronnen als Berghpedia, de hierboven genoemde Teunissen en Noviomagus noemen alleen de storm, de groep gewapende burgers niet. Zoals de Jong al aangeeft, betreft het niet het jaar 1848, maar 1847:
“Roukens, (Mr. Johan Michiel) een der grootste Regtsgeleerden van zijnen tijd, en boezemvriend van den vermaarden AmderdamCchen Advokaat Hermanus van Noordkerk. Hij was gebooren op den zesentwintigsten Januarij des Jaars 1702. De haat, waar mede zijn Geslagt was belaaden, hadde hem, in zijne eerde kindsheid, bijkans het leeven gekost. Om het onnozel wigt te behouden, in eene dreigende opschudding, in het Vaderlijk huis ontdaan, bergde men hetzelve, leggende in zijne Wieg, over den muur van den Tuin, in het huis van den Heere Baron van Randwyok. De gronden der Taalkenniste, vooral van het Latijn, leide de Jonge Johan Michiel, onder den vermaarden Nijmeegschen Rektor Cannegieter. In de Regtsgeleerdheid genoot hij, te Leiden, het onderwijs van de beroemde Hoogleeraaren Gerard Noodt, Vitriarius en anderen. Naa zijne bevordering tot Meester in dc Regtsgeleerdheid, keerde hij weder na zijne Geboortestad. Welhaast ondervondt hij het genoegen, dat hem een Ampt wierdt opgedraagen, in vergoedinge der nadoelen en schaden, welke zijn Vader hadt geleeden. In den Jaare 1745 verkreeg hij zitting in den Raad. In het volgende jaar ontving hij last, van wegen het Gewest, om de veertienduizend-man Hanoversche Hulptroepen door het Kwartier te geleiden. Nog hooger eere genoot hij, in den Jaare 1748, wanneer hij, van wegen de Stad Nijmegen, wierdt benoemd, om zijne Doorluchtige Hoogheid , den tegenwoordigen Erfstadhouder, Willem den V, over den Doop te houden. Aangaande een Regent, dus, met eere en aanzien bekleed, zou men verwagt hebben, dat het onrustig Jaar 1748 niet ten zijnen nadeele zou gewerkt hebben. Dit gebeurde evenwel. De Heer Roukens was een der zeven Regenten, onder de twaalf, welke van hunne Regeegeeringsposten verlaaten wierden. Het onstuimig gemeen was hier mede niet voldaan; men dreigde zijn Huis met plondering, en den dood aan al wat ‘er binnen leefde, ’s Mans Echtgenoote lag thans in het kraambedde, en was slegts drie dagen geleeden verlost. Het woest gepeupel, voor het Huis vergaderd, de Voordeur, met geweld, geopend hebbende, streeft straks na binnen, en werpt een hagelbui van steenen door de glazen der Kraamkamer: zodat eenigen nedervielen op de Wieg, in welke het Kraamkind lag. Gelukkig lag dit met het hoofdeneinde na die zijde, van welke de steenen vloogen, en wierdt aldus door den Kap der Wieg beschut. Intusschen vondt men, in het Voorhuis, eenige manden met Wijn, Het gulzig te lijve slaan van deezen deedt de plonderwoede nog meer ontsteeken. Aan het verbrijzelen van Meubelen en Huisgeraaden, die voor de hand stonden, zijnen zat bekoomen hebbende, maakte men de toebereidzels om tot in de Kraamkamer door te dringen. Ter goeder uure wierdt zulks belet door eenige welgezinde gewapende Burgers, die den plonder- en moordzieken hoop verdreeven; welke, daarenboven, van schrik bevangen wierdt door eenen spoedig opkoomenden stormwind: zodat niemand zich op straat durfde waagen, uit vreeze voor het instorten van schoorfteenen en nedervallende Dakpannen.
De Heer ]ohan Michiel Roukens was grondig ervaren in de kennis van de algemeene en bijzondere Regten; verscheiden Verhandelingen kunnen hier van getuigenis draagen, onder andere die Over den Dijkbrief van de Ooy. Daarenboven bezat hij eenen poëetischen geest, en verpoosde, bij wijlen, zijnen gewoonen letterarbeid, door het zamenftellen van Latijnsghe of Nederduitfche Vaerzen. Hij overleedt op den tienden April des Jaars 1772, zijnde getrouwd geweest met Agneta Jeannetta Verspyck, dogter van Leonard Verspyck, Ontvanger Generaal des Nijmeegschen Kwartiers, en van Vrouwe Huberta ingenoel, dogter vanden Burgemeester Johan Ingenoel en van Johanna Rebbers, gebooren den dertigsten November des Jaars 1705 en gestorven op den achtentwintigsten Maij des Jaars 1787. Twee Zoonen zijn uit dit huwelijk naagebleeven; Arent Anthony Roukens en Theodorus Leonard Roukens.
Vaderlandsch woordenboek; oorspronklyk verzameld door Jacobus Kok, Twee-en-twintigste(-negen-en-twintigste) deel. K-M (-V), VYF-EN-TWINTIGSTE DEEL, 1790, bladzijde 197 en 198 (met overzetting via Delpher, de ſ is vervangen door een s); deze tekst is ook te vinden op DBNL.
Ook komt dit verhaal voor in: Biographisch woordenboek der Nederlanden, bevattende levensbeschrijvingen van zoodanige personen, die zich op eenigerlei wijze in ons vaderland hebben vermaard gemaakt, Uitgegeven onder hoofdredactie van Dr. G. D. J.Schotel, Tiende deel.1878
Ook van Schevichaven schrijft in zijn Penschetsen (deel 10, 1898) uitgebreid over de aanslag. Ook hij noemt de plundering niet: “ijn lezing van dezen aanslag op het huis van Roukens wijkt aanmerkelijk af van hetgeen dienaangaande vermeld wordt in het artikel “J. M. Roukens” in het Biographisch Woordenboek van Van der Aa. Zoo erg als het daar wordt voorgesteld, is het niet toegegaan. Ware dat het geval geweest, dan zouden de volgens dat relaas gepleegde euveldaden zeer zeker niet voorbij gegaan zijn in de Zedige Aanmerkingen op de gebeurtenissen dier dagen, bij Hendrik Heymans in het volgende jaar hier ter stede in het licht gegeven. Hoewel dit pamflet vloeide uit de pen van een aanhanger der magistraatspartij, is daar evenwel geen sprake van gewelddadigheden in het huis gepleegd. Daarenboven, waren de plunderaars reeds in huis geweest, dan zou er geen reden bestaan hebben om te vluchten voor den stortregen en den storm. Zij hadden zich den tijd aangenaam kunnen korten in den wijnkelder en elders, totdat de bui uitgewoed zou zijn.”
Zie ook foto F32118 RAN, gedateerd 1960: Het ‘Hof van Batenburg’ op de hoek met de Eiermarkt, vóór de afbraak in het voorjaar van 1962
Ottengas
Het gezicht op de Ottengas, vanuit de kruising met de Muchterstraat , met (links) de keermuur van De Klokkenberg, gezien in de richting van de rivier de Waal, een schilderij gemaakt door Hendrik Johannes (Jan Hendrik) Weissenbruch (30 november 1824 – 14 maart 1903), 1850 (Gemeentemuseum Nijmegen via F46474 RAN)
“De naar de Waal aflopende Ottengas is het laatst overgebleven karakteristieke straatje van de benedenstad. Aan de westzijde staat een mogelijk laat-middeleeuwse bakstenen muur met steunberen. Het vermoedelijk in de kern 16de-eeuwse pand Ottengas 15 heeft in het midden een trapgevel met ezelsruggen.” (Monumenten in Gelderland)
Ottengas: Het gezicht vanaf de Eiermarkt, in de richting van de Vleeshouwerstraat; links staat architect v.d. Kloot bij de keermuur, 1950 (F31506 RAN)rechts van de muur Ottengas, links daarvan Klokkenberg en links de Muchterstraat (augustus 2025)
Ottengas 29
Ottengas 29 is sinds 1973 een Rijksmonument met als omschrijving:
“Pand met verdieping en zadeldak. Voorgevel met rechte kroonlijst, 18e eeuw, en vensters met kleine roedenverdeling. Links een trapgevel. Gerestaureerd 1961-’63.”
Zie voor een foto uit 1975 van Ottengas 29-31 F31477 RAN: In 1974 gerestaureerde panden in 18e eeuwse aanpassing, gezien vanaf het Groene Balkon in de richting van de Eiermarkt
Het pand is een Gemeentelijk Monument met als formele tekst bij het besluit tot aanwijzing:
“Winkel met woning. Geheel gepleisterd bakstenen pand van vier bouwlagen met afgeplat zadeldak dat pannen schilden heeft aan de zijkanten. De benedenpui en eerste etage, die het karakter heeft van een insteek zijn in de gevelbehandeling samengevoegd: de kozijnen van de drie assen lopen in elkaar over. De huisingang bevindt zich rechts; die van de winkel in het midden. Op de tweede en derde etage twee vensters met lichtgetoogde bovendorpel; boven lager dan daaronder. De afdekkende kroonlijst op de rechte gevel is verdwenen. Ook de zijgevel aan de Ottengas is gepleisterd. Aan de voorzijde ervan zijn onregelmatig geplaatste openingen van drie bouwlagen; meer naar het noorden van vier bouwlagen, waarvan de onderste op kelderniveau. Bouwtijd: 17de eeuw; gevel gewijzigd tweede of derde kwart negentiende eeuw. Een van de weinige bewaard gebleven grote zeventiende-eeuwse panden in de stad. Van groot belang voor de hoek Ridderstraat-Ottengas.”
Ridderstraat 13 is een Rijksmonument met als omschrijving: “PAND, waarvan de lijstgevel een gebeeldhouwde Lodewijk XV-omlijsting van het venster boven de deur heeft. Inwendig: stucplafonds, 18e eeuw.”
Op de Gemeentelijke Monumentenlijst staat de volgende aanvulling vermeld: “stucplafonds zijn verloren gegaan door vernieling en brandstichting”
Ridderstraat 15
Het pand rechts naast nummer 13 is een Gemeentelijk Monument, met als formele tekst bij het besluit tot aanwijzing:
“Woonhuis. Geheel gepleisterd bakstenen pand van drie bouwlagen, met pannengedekt zadeldak. Benedenpui drie-assig met links de ingangspartij en rechts twee vensters, alle met getoogde bovendorpel en geprofileerde omlijsting. De pui is afgesloten met een geprofileerde lijst. Het gedeelte daarboven is twHeee-assig en wordt links en rechts omlijst met blokken van stuc. Op de eerste etage hoge vensters met afgeronde bovenhoeken; op de tweede lage rechthoekige vensters. De oorspronkelijke kroonlijst is verdwenen. Bouwtijd: begin 19de eeuw, gewijzigd 3de kwart 19de eeuw. Pand van goede verhoudingen, van belang als ondersteuning van het naastgelegen monument.”
De Radbouduniversiteit schonk deze muurschildering ter gelegenheid van haar 100-jarig bestaan. Daarvoor koos ze deze locatie: de plek waar de universiteitsbibliotheek had gezeten. Het werk is gemaakt door Sacha di Maio en Eduardo Pérez González uit Millingen aan de Rijn.
“In 1923 kocht de Radboudstichting een allegaartje van samengevoegde gebouwen aan gelegen op de Snijders-, Platenmakers- en Muchterstraat. In dit complex werd op 7 januari de universiteitsbibliotheek geopend. Door het bombardement op 22 februari 1944 is het complex zwaar beschadigd maar het nieuw gebouwde boekendepot overleefde het bombardement. In 1967 verhuist de bibliotheek naar de campus, waarna in 1973 de sloop volgt. In de hal van de hoofdingang troont het door mgr. A.F. Diepen (bisschop van ‘s-Hertogenbosch) ter gelegenheid van de plechtige inzegening van het gebouw geschonken Mariabeeld , de Sedes Sapientiae (Zetel der Wijsheid)” (Bijschrift F32852 RAN)
Blik op de universiteitsbibliotheek, Snijderstraat, 1955 (F67305 RAN)
Het nieuw gebouwde boekendepot overleeft de oorlog.
De universiteit had in 1945 de Villa Stella Maris gekocht om te dienen als instituutsgebouw. Hier kwam in 1947 ook de leeszaal van de bibliotheek, “boekentransport per bakfiets tussen depot in de Snijderstraat en de leeszaal” (GN12220 RAN, een foto van de leeszaal aan de Van Schaeck Mathonsingel uit 1952)
In 1967 verhuist de bibliotheek naar de campus. In 1973 volgt de sloop van het pand (Bijschrift F9521 RAN, een foto van de tijdschriftenzaal uit 1925).
Eiermarkt: Omgevingsvormgeving
Eiermarkt: vergroening en Omgevingsvormgeving (augustus 2025)
Vooraf
Gezicht in westelijke richting vanaf de Ridderstraat naar de Muchterstraat (met rechts de Ottengas en links de Snijderstraat) ; rechts het (nog bestaande) pand Muchterstraat 57-59 (uit 1865). Links van het midden is de spoorbrug zichtbaar, 11/1980 (Ber van Haren via KN13205-58 RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)Bij opgravingen door het ROB kwamen 2 parallelle grachten uit de laat Romeinse tijd aan het licht, de buitenste verdedigingswerken van de 4e eeuwse versterking op het Valkhof. In de linker bovenhoek en rechts onder zijn resten van laat-middeleeuwse huizen te zien, Eiermarkt, 13/2/1981 (Ber van Haren via ZN34506 – B RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)
Omgevingsvormgeving
Paul van der Hoek ontwierp in 1984 op het plein voor de garage Eiermarkt een 6 betonnen kolommen. Ze staan in 3 groepjes van 2 bij elkaar, waarbij 1 van de kolommen gedraaid is voor een speels effect. De kolommen zijn even hoog, waarbij ze op het eind trapsgewijs toelopen.
Vóór de parkeerplaats staat een muur, die bedoeld is om de parkeergarage af te scheiden van de buurt. Wel moest deze muur opvallen. Daarom werd kunstenaar Johan Goedhart gevraagd. Deze ontwierp de muur, betegeld met geglazuurde baksteen. Zowel van der Hoek als Goedhart maken onderdeel uit van de zogenaamde Arnhemse school.
Vergroening
In 2023 zijn De Ridderstraat en de Eiermarkt vergroend: daarvóór was het een versteende omgeving. Daarvoor zijn stukken bestrating vervangen door groen en zijn er een aantal bomen geplant.
Stieltjesstraat 22-24, 2013 (Henk van Gaal via DF4269 RAN CC0)
Notariële akte (koopakte) d.d. 5 oktober 1901, Betreft de verkoop door de firma Van der Pluijm en Gielen te Rotterdam aan J.H. Meulenberg van een perceel bouwterrein aan de Stieltjesstraat te Nijmegen aldaar kadastraal bekend in Sectie B nummer 2831, als bouwterrein groot 1a 98ca.
Volgens kadasterkaart nr. 249 gaat het hier om Stieltjesstraat 22-24.
Stieltjesstraat 22-24 is later via de nalatenschap van J.H. Meulenberg in de nalatenschap van zijn (enige) dochter, Maria Hendrina Meulenberg, terecht gekomen.
Gemeentelijk Monument
Drukkerij Bloembergen Santee, Stieltjesstraat 12-20 en achter de boom het pand Stieltjesstraat 22-24, 1925 (F33991 RAN)
Stieltjesstraat 22-24 is een Gemeentelijk Monument met als tekst bij aanwijzing:
“A-symmetrisch pand van twee bouwlagen met souterrain. Baksteen met plat dak met groot pannengedekt schilddak aan de straatzijde. De rechterhelft van het pand is opgebouwd als een topgevel van drie etages. Beneden natuurstenen trap naar portiek die twee gekoppelde boogopeningen op een natuurstenen middenzuil heeft; in de boogvulling sturcornamenten met bouwjaar 1901. Twee deuropeningen in het portiek. Op de etage breed vierdelig venster; in de top daarboven tweedelig venster. Linkergedeelte twee etages met vierdelig vensters bekroond door gootlijst op blokken. In het pannendak breed en zeer laag elliptisch dakvenster. Tussen de eerste en de tweede etage over de gehele breedte smeedijzeren muurankers in Jugendstil-vormen. Bouwjaar: 1901. Zeer karakteristiek pand in nieuwe-stijl vormen met rijke decoratie. Van belang in de straatwand.”
Gang achter Stieltjesstraat 22-24
Notariële akte (koopakte) d.d. 25 april 1903 Betreft de verkoop door de firma Van der Pluijm en Gielen te Rotterdam aan J.H. Meulenberg van een strookje grond (gang) achter Stieltjesstraaat 22-24 deel uitmakend van perceel B 2832 ter grootte van ongeveer 20 meter, toegang gevend tot de achteruitgang van Kronenburgersingel 217 en 219.
Stieltjesstraat 30, september 2013 (Havang(nl), CC0, via Wikimedia Commons)
Op 10 mei 1897 verkoopt de gemeente Nijmegen een strook bouwterrein aan de Stieltjesstraat, te bebouwen – in vereeniging met een gedeelte van het aan den kooper bereids verkochte terrein bij akte van 17 februari 1897 – met één woonhuis, Sectie B nr. 2529 groot 93 centiaren. Zie ook onder:
Notariële akte (koopakte) d.d. 10 mei 1897, Koop door J.E. Meulenberg van de gemeente Nijmegen van een strook bouwterrein aan den Stieltjesstraat (Archiefnummer 446 Notaris Th.F.A. Hekking, Inventarisnummer 171, Aktenummer 446)
Gemeentelijk Monument
Het woonhuis is een Gemeentelijk Monument. De tekst bij aanwijzing:
“Hoekpand in gevelrij. A-symmetrisch ondiep en zeer breed pand van twee bouwlagen met souterrain. Baksteen met gestucte versiering; leien schilddaken aan straatzijde van het platte dak. Van de gevel springt het rechter deel met een afgeplatte topgevel iets uit. Terugliggend linkerdeel bevat links de voordeur met een natuurstenen toegangstrap. Daarnaast breed venster. Op de etage twee smallere vensters en links een overhoeks geplaatste rechthoekige erker met glas-in-lood bovenlichten. In het rechtergedeelte beneden een breed venster, op de etage twee deur/raamopeningen met balkon, in de geveltop drie kleine vensters. De linkerhelft bekroond door gootlijst van gekleurde baksteen, in ornamentaal verband gemetseld. Linker zijgevel aan achterzijde gekromd; gedekt met natuurstenen lijst en kantelen. Bouwtijd: ca. 1900. Karakteristiek pand in sobere nieuwe-stijl vormen van goede verhoudingen en fraaie detaillering. Van groot belang in de straatwand”
Lees hier verder over het huizenbezit van de Meulenbergs, of ga verder met de bewoners:
Balkon Stieltjesstraat 30 (1895/1897), 1975 (Evert F. van der Grinten via F78573 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
In oktober 1901 verkoopt de firma Van der Pluijm en Gielen te Rotterdam aan J.H. Meulenberg. Dit betreft de huidige…
Bijlage: Gevonden Gebruikers
Naam
Omschrijving
Adres
Adresboek
Opmerking
H.R.M. Publiekhuijsen
Stieltjesstraat 30
1940
In 1948 “bedrijfsleider” met als St. Annastraat 292a
J.P.A.M. Publiekhuijsen
In 1948 tm 1955: winkelbediende; in 1959 en 1963: bedrijfschef
1940, 1948, 1951, 1955, 1959, 1963
Wed. G.E.W. Publiekhuijsen
Geb. M.P.E. Hoenselaars
1948, 1951, 1955
In 1940 op Stieltjesstraat 24
Mej. Th.C.P. Publiekhijsen
Steno-typiste
1948, 1951, 1955, 1959, 1963
In 1940 op Stieltjesstraat 24
van Bentum en Jung
onder “Ingenieursbureau”
1971
Gerardus E.W. Publickhuysen is op 5-1-1940 overleden (overlijdensbericht De Gelderlander 9/1/1940).
In het Adresboek van 1971 staan van Bentum en Jung op Stieltjesstraat 30.
Op een rekening uit 1972 van “J. Publiekhuysen – Nijmegen Slagersbenodigdheden” staat nog Stieltjesstraat 30. Mogelijk betreft dit echter een oudere bon.
1897, oorspronkelijk adres Kronenburgsingel 23 en 25, Rijksmonument
T. van de Poel, R. Eekelder
Kronenburgersingel 223 en 225 (Havang(nl), CC0, via Wikimedia Commons)
Op 7 februari 1895 verkoopt de gemeente Nijmegen (raadsbesluit 27-10-1894) een aantal percelen bouwterrein aan de Kronenburgersingel te Nijmegen aan:
A: vader Edmond Meulenberg (1832-1895) Sectie B 2093, 2a 60ca en B 2096 8 ca,
en zijn zonen:
B: Johannes Edmond Meulenberg (1860-1919) Sectie B 2095, 5a 60ca,
C: Jacobus Hubertus Meulenberg (1855-1908) Sectie B 2094, 4a 92ca.
De broers kochten ieder een nagenoeg even groot perceel waarop zij samen “één uit twee” woonhuizen mochten bouwen op Sectie B 2094 (J.H. nr. 223) en 2095 (J.E. nr. 225)
In 1975 heeft een hernummering plaats gevonden, waarbij 23 223 is geworden en 25 225.
Bouw
Deze 2 herenhuizen zijn gebouwd in 1897. De architect hiervan was J. Gielen.
Deze 2 herenhuizen zijn gebouwd in 1897. De architect hiervan was J. Gielen. Een van de opvallende versieringen aan het gebouw zijn de tegeltableaus “JHM” en “1897”.
In 1975 heeft een hernummering plaats gevonden, waarbij 23 223 is geworden en 25 225.
Neorenaissance stijl
Kronenburgersingel 225 1897
De woningen zijn gebouwd in neorenaissance stijl: “Kenmerkend hiervoor zijn de gepleisterde spekbanden die de voorgevel horizontaal geleden alsook klassieke elementen als blok- en tandfriezen, diamantkoppen, consoles onder de bakgoot en guttae onder de hardstenen lekdorpels van de vensters.” (Rijksmonumenten)
Gielen of Semmelink, opdrachtgever Meulenberg
Rijksmomumenten noemt Semmelink als vermoedelijke architect van de voorgevels, op Noviomagus staat J. Gielen als architect. De site Vriendentegelmuseum.nl heeft het RAN uitsluitsel gevraagd: “Commentaar: De aanvrage voor de bouwvergunning (Regionaal Archief Nijmegen, collectie ‘1335 Bouwvergunningen gemeente Nijmegen [circa 1830] – 1975’, inventarisnummer 16039) werd gedaan door Johannes Hubertus (dit moet Jacobus zijn) Meulenberg (1855-1908) en Johannes Eduardus (dit moet Edmond zijn) Meulenberg (1860-1919), broers en parapluie-fabrikanten te Nijmegen. ..; uit de bouwvergunning blijkt dat de architect J. Gielen was. (Met dank aan dhr Hylke Roodenburg, RAN).”
De broers Meulenberg
Johannes Hubertus en Johannes Edmond hadden met hun vader Edmond de firma E Meulenberg & Zonen, “parapluiefabrikant”. Bij zijn overlijden gingen de broers verder met de firma, waarbij de moeder 3e comparant was. In de adresboeken komt deze firma voor in de van Berchenstraat 9 (waarschijnlijk was dit de fabriek/’fabriek’) en de Stikke/Korte Hezelstraat 2(-4): dit was waarschijnlijk de winkel.
Tegeltableaus JHM en 1897
Kronenburgersingel 223 Tegeltableau JHM
Een van de opvallendste elementen aan het gebouw zijn de tegeltableaus boven de balcons. Links op nr. 223 een tegel met de letters JHM, de initialen van J.H. Meulenberg en rechts op nr. 225 het jaartal 1897. Wie was JHM? Hoewel niet met zekerheid te zeggen, betreft het waarschijnlijk de oudste broer Meulenberg. (Het zou ook kunnen verwijzen naar Jakob Hubert Meulenberg, de in 1896 overleden broer van vader Edmond, maar dat is minder waarschijnlijk omdat hij niet bij de bouw van de huizen betrokken was.)
Rijksmonument
Kronenburgersingel 223 en 225 (vroeger 23 en 25) met tableau JHM gebouwd in 1897 architect Gielen
De panden zijn een Rijksmonument (op haar site staat een uitgebreide beschrijving van deze gebouwen) met als waardering:
“Twee HERENHUIZEN met TUINHEK en deel uitmakend van een woningblok, gebouwd in 1897 in overgangsarchitectuur.
– Van architectuurhistorische waarde als goed bewaard voorbeeld van twee gekoppelde herenhuizen, gebouwd in de stadsuitleg van Nijmegen in een door de Neo-Renaissance beïnvloedde bouwstijl die typerend is voor een gedeelte van de bebouwing aan de Singels in Nijmegen. De panden vallen op door de rijk gedetailleerde en gespiegeld van elkaar vormgegeven voorgevels en door de bijzondere tegeltableaus in de boogvelden boven de verdiepingramen. De woningen hebben hun karakteristieke bouwvolume, architectuur, decoratie en materiaalgebruik goed behouden en zijn ook in het interieur nog voor een groot deel oorspronkelijk.
– Van stedenbouwkundige waarde binnen het vanuit rijkswege beschermde deel van de binnenstad van Nijmegen en vanwege de situering van het pand aan de rand van het Kronenburgerpark, alwaar het in combinatie met de aanwezige groenaanleg en het hekwerk een schilderachtig geheel vormt.
– Van cultuurhistorische waarde als herkenbaar element uit een maatschappelijke ontwikkeling. Het pand is gebouwd als huisvesting voor de nieuwe en kapitaalkrachtige stedelijke elite, die zich bij voorkeur vestigde in kapitale herenhuizen in de nieuw aangelegde straten rond de oude stad; een stadsuitbreiding die met het verwijderen van de vestingwerken aan het eind van de 19de eeuw mogelijk was geworden.”
Op 8 oktober 1895 verkoopt de Gemeente Nijmegen aan J.H. Meulenberg een perceel bouwterrein aan de Kronenburgersingel, de huidige Kronenburgersingel…
Bijlage: De bewoners
Uit het overzicht hieronder blijkt dat geen enkele Meulenberg in deze woningen heeft gewoond; echter: wel in de Kronenburgersingel. Daarnaast is niet nagegaan wie eigenaar van de woning was: deze woningen zouden huurhuizen kunnen zijn geweest.
Meulenberg komt noch voor op (2)23 noch op (2)25; een andere optie is dat de panden verhuurd waren. Wie waren de bewoners? (Zie voor een uitgebreid overzicht de tabel hier onder)
Nummer 23 (tegenwoordig 223):
De eerste gevonden persoon is in het adresboek van 1899. Dit is J. Hofstede, gepensioneerd kolonel O I L (Oost Indische Leger). Hij woont er tot half september 1906.
Vanaf 1908 tot en met 1936 komt D. van ’t Lindenhout, papierfabrikant in de Adresboeken voor. In de Adresboeken voor 1938 en 1940 komt zijn weduwe op dit adres voor.
Nummer 25 (tegenwoordig 225):
K.J. Duffhaus, koopman in de Adresboeken van 1899 t/m 1909
C.J.H.B.F. Duffhaus van 1910 tot Adresboek 1915-1916
Bij beiden staat de vermelding Firma C W D, magazijn en kantoor Stieltjesstraat 20 en 22
2 Hoogenbosch in 1922
W.A. Meijer, scheepsbouwk in de Adresboeken 1932 t/m 1938
De Meulenbergs
Waar hebben de Meulenbergs gewoond?
J.E. Meulenberg heeft vanaf 1-6-1898 op Kronenburgersingel 6 gewoond. Zijn vorige adres was van Berchenstraat 11. Zie ook Bevolkingsregister. In 1913 was hij nog niet verhuisd (en het vervolg is niet verder onderzocht).
J.H. Meulenberg woont vanaf 1-6-1898 op Kronenburgersingel 17. Rond 1905 verhuist hij naar Stationsweg 1.
1909: Firma C W D, magazijn en kantoor Stieltjesstraat 20 en 22, 1910-1911, 1912-1913
P.J.H. Kloot
Adresboek 1899
L. Wils
Adresboek 1905
C.J.H.B.F. Duffhaus
firma C W D
Adresboek 1910-1911, 1912-1913, 1913-1914, 1915-1916 (Dan firma C W),1916 Magazijn en kantoor Stieltjesstraat 20 en 22
J.B. Hoogenbosch
schoenfabrikant
Adresboek 1922
P.J.M. Hoogenbosch
chef kok
Adresboek 1922
W.A. Meijer
scheepsbouwk
Adresboek 1932, 1934, 1936, 1938
Mej. M.C.L. Bekenkamp
Onderwijzeres
1955
En de Meulenbergs:
Waar hebben de Meulenbergs gewoond? J.E. Meulenberg heeft vanaf 1-6-1898 op Kronenburgersingel 6 gewoond. Zijn vorige adres was van Berchenstraat 11. Zie ook het Bevolkingsregister. In 1913 was hij nog niet verhuisd (en het vervolg is niet verder onderzocht).
J.H. Meulenberg woont vanaf 1-6-1898 op Kronenburgersintel 17. Rond 1905 verhuist hij naar Stationsweg 1.
in 1896, 1898, 1899, 1901: fabrikanten van parapluies, parasols, wandelstooken aanverw artiekelen v berchenstraat 9 en stikke hezelstraat 2 (in 1898 korte hezelstraat 2)
Kronenburgersingel 231, september 2010, Havang(nl), CC0, via Wikimedia Commons
Op 17 februari 1897 koopt J.E. Meulenberg van de gemeente Nijmegen het perceel Kronenburgersingel hoek Stieltjesstraat te bebouwen met 3 woonhuizen Sectie B nr. 2487 groot 10a 36ca. (Bron: Notariële akte (koopakte) d.d. 17 februari 1897)
PGNC 21/2/1899: “Den 16. dezer heeft de onderhandsche aanbesteding plaats gehad van vier heerenhuizen alhier aan den Kronenburgersingel en Stieltjesstraat, door de architecten v.d. Pluijm en Gielen, voor rekening van den heer J.E. Meulenberg. Het werk is gegund aan den heer J.s Grandjean, aannemer alhier, voor de som van f40800.”
Het verschil tussen het in de koopakte genoemde aantal van 3 woonhuizen en de aanbesteding van 4 heerenhuizen wordt verklaard door de aankoop bij akte van 10 mei 1987 van een strook bouwterrein aan de Stieltjesstraat, te bebouwen – in vereeniging met een gedeelte van het aan den kooper bereids verkochte terrein bij akte van 17 februari 1897 – met één woonhuis, Sectie B nr. 2529 groot 93 centiaren, zijnde Stieltjesstraat 30.
De Meulenbergs hadden in 1897 de (huidige) nummers 223 en 225 laten bouwen, eveneens door v.d. Pluijm en Gielen.
Ontwerp voor vier Heerenhuizen aan de Kronenburgersingel en Stieltjesstraat te Nijmegen, De Architecten v.d. Pluijm en Gielen, Datum tekening Dec 1898 (D12.377831)De kant van de Stieltjesstraat: Ontwerp voor vier Heerenhuizen aan de Kronenburgersingel en Stieltjesstraat te Nijmegen, De Architecten v.d. Pluijm en Gielen, Datum tekening Dec 1898 (D12.377831)
Het hoekpand, Kronenburgersingel 231 is een Rijksmonument met als waardering (hier is tevens een uitgebreide beschrijving van het pand weergegeven) :
“HERENHUIS uit 1898, ontworpen door de architecten Van de Pluijm & Gielen in Overgangsarchitectuur.
– Van architectuurhistorische waarde als goed bewaard voorbeeld van een herenhuis, gebouwd in de stadsuitleg van Nijmegen in een Overgangsarchitectuur, typerend voor een gedeelte van de bebouwing aan de Singels in Nijmegen. Deze architectuur bevat vernieuwende elementen, gecombineerd met de wat traditionelere invloeden van bijvoorbeeld de Neo-Renaissance. Dit pand heeft een ongewone vorm en wordt gekarakteriseerd en gedomineerd door de torenachtige opbouwen. Het pand is bijzonder in de combinatie van de gaaf bewaard gebleven interieurelementen en de zorgvuldige detaillering van het gaaf bewaard gebleven exterieur. Er is bovendien een sterke ensemblewaarde en een stijlovereenkomst met het hekwerk aan de straatzijden.
– Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van het vanuit rijkswege beschermde deel van de binnenstad van Nijmegen, vanwege de zeer markante en in de architectuur vertaalde hoekligging en vanwege de situering van het pand aan de rand van het Kronenburgerpark, alwaar het in combinatie met de aanwezige groenaanleg een schilderachtig geheel vormt.
– Van cultuurhistorische waarde als herkenbaar element uit een maatschappelijke ontwikkeling. Het pand is gebouwd als huisvesting voor de nieuwe en kapitaalkrachtige stedelijke elite, die zich bij voorkeur vestigde in kapitale herenhuizen in de nieuw aangelegde straten rond de oude stad; een stadsuitbreiding die met het verwijderen van de vestingwerken aan het eind van de 19de eeuw mogelijk was geworden.“
Hoek Kronenburgersingel en Stieltjesstraat: gebeeldhouwde vogels (april 2025)
Gemeentelijk monument
Het blok als geheel is een Gemeentelijk Monument met als waardering: “Pand in overgangsstijl tussen neo-renaissance en nieuwere bouwkunst, van groot belang in de straatwand.” Kronenburgersingel 227 is samen met Stieltjesstraat 32 “gemeentelijk monument”
Lees hier verder over het huizenbezit van de Meulenbergs, of ga verder met de bewoners:
Op 19 november 1895 verkoopt de gemeente Nijmegen aan J.H. Meulenberg een perceel bouwterrein aan de Kronenburgersingel. Hierop wordt Kronenburgersingel…
M. Leijzerscis krijgt in 1900 telefoon (nummer 734 PGNC 9/9/1900)
De inrichting van Mej. E. Steijns PGNC 7/3/1916
Naam
Omschr
Adres
Adresboek
M.J.F.B. Leijzers-Vis
Industrieel
Kronenburgersingel 29
1901, 1902, 1903
M.Th. Martens
Geb. van Blaricum
1909
Wed. Mr. B.J.H. v. Blaricum
Geb. M.Th. Eskens
1910
Mej. G.J.E. Steijns
Onder “Massage en heilgymnastiek”
1916
J.B.C.E.M. Jansen-Ficher
Afkomstig uit Arnhem; in 1930 wordt een keukenmeisje gevraagd
PGNC 22/3/1919, De Gelderlander 20/9/1930
Mej. F.H. Dorssers
Huishoudster
1926, 1928
Onbewoond
1934
W.J. Janssen
Varkenskoopman (1934); Nijm. Baconfabriek (1940)
1934, 1936, 1938, 1940
W.A. Janssen
bedrijfsleider (1938); in februari 1936 vertrek van een W.A. Jansen naar Arnhem (PGNC 22/2/1936); in augustus 1936 vestiging van een W.A. Janssen (PGNC 1/8/1936)
1938, 1940
Fa. W. Pruijn
Varkensexport; tevens adres Ubbergscheveldweg 1
1936
H.J. Janssen
Looncalculator
1948
A.F. Wijers
Brood- en banketbakker
1948
Mej. C.A. Wijers
1948
T.H.J. Wijers
Bakker
1948
T.H. Janssen
Koopman
1959
W.J. Janssen
Exporteur
1963
W. Janssen
1968
Gevonden gebruikers nummer 231
Zoals reeds weergegeven, staat in de bijlage de gebruikers weergegeven. Hieronder enkele speciale vermeldingen:
In de jaren 20 was het pand in gebruik door de Karmelieten. Dan vinden we ook Titus Brandsma (vooralsnog eenmalig) op dit adres.
Een verhuizing naar Indië in 1930 geeft een beeld van de inventaris van het pand:
Interieur Kronenburgersingel 231 PGNC 28/5/1930
Hermsen
Advertentie pension Hermsen (De Gelderlander 28/9/1931)
In ieder geval is het pand in 1931 een pension. In een andere advertentie adverteert Hermsen met: “Gemeub. Kamers met pension voor 2 Heeren of Dames of Echtpaar” (De Gelderlander 7/11/1931).
Mevrouw Hermsen is bovendien actief als propagandist voor de R.K.S.P. (De Gelderlander 22/6/1935)
1939: Te koop
Advertentie Kronenburgersingl 231 te koop (PGNC 18/2/1939)
In februari 1939 staat Kronenburgersingel 31 te koop, waarbij de veiling op 2 en 16 maart zal plaatsvinden (PGNC 18/2/1939)
Tweede Wereldoorlog
Inkwartiering (Deel bericht De Gelderlander 7/12/1944)
Kronenburgersingel 31 komt in december 1944 voor op een lijst waar de bewoners van openbare schuilgelegenheden ingekwartierd kunnen worden. Het adres biedt dan plaats voor 4 personen (De Gelderlander 7/12/1944)
In De Gelderlander 5/3/1945 staat een advertentie waarin H. Venhovens-Radt uit Cuijk een aantal personen zoekt, waaronder Mej. L. v. Heumen-Venhovens (De Gelderlander 5/3/1945)
Het hoekpand met de Stieltjesstraat, 15/5/1988 (Anton van Roekel via F18294 RAN CCBYSA)
Naam
Omschr
Adres
Adresboek
H.W. Boeree
Koopman (1902); huisknecht (1903)
Kronenburgersingel 31
1902, 1903
Oosting (E)
Geb. A.G. v. Holthe tot Echten
1902
Dr. F.A.M. Lemaire
Arts
1903
A. Beersman(s)
Onder “Modisten en kostuumnaaiers”; grossier
1912-1913, 1913-1914, 1914-1915
A.G.D. Erkens
Onder “Amerikaansche karpetschuiers”
1912-1913
Wed. K. Install
Geb. B. Becker
1922
Prof. Dr. T. Brandsma
(O. Carm.), Gewoon Hoogleraar R.K. Universiteit
1928
Carmel
1928
A.M. Pelgrim
R.K. geestelijke
1928
L.H.M. Denteneer
1928
Echtg. F.J. Terwischa van Scheltinga,
Geb. J.W.M. Coomans; Wanneer zij op de Kronenburgersingel gaat wonen, is zij afkomstig van Zwolle (PGNC 13/6/1931)
1932
Mej. A.C.A. v. Aernsbergen
1932
Jkhr. Th.W. Serraris
z.b., hij is dan afkomstig uit Groesbeek en hij “student” vertrekt in juni 1933 weer, naar Ginneken
PGNC 17/12/1932 en PGNC 10/6/1933
Mej. M. Meijer
boekhoudster
1932, 1934
W. Munting
Arts; per 1-10-1933 gevestigd als Arts homeopatisch geneesheer (PGNC 23/9/1933) met praktijk aan huis. Hij is dan afkomstig van Alphen aan de Rijn (PGNC 14/10/1933)
1934
A.A. Hermsen
pensionhouder
1934
Mej. J.P. Segers
Part. secretaresse
1934
W.F. v. Gelder
Winkelier
1936
J.H. Jansen
Winkelbediende
1936
J. Voncken
Student; hij is dan afkomstig van Wijlre (PGNC 24/10/1936)
H. Friedeberg
Jurist
1938
W.H.G. Giesen
Koopman; hij is dan afkomstig van Tilburg (PGNC 12/6/1937)
1938
H.E. Puplichuizen en gezin
Agent houthandel, vertrekt naar Amsterdam (PGNC 24/9/1938)
Wede. C. Deuling- v.d. Worp
Vertrekt naar Amsterdam (PGNC 1/8/1942)
A.F. Boelen
1948
J.B.J. van Sambeek
1948, 1951
Wed. P.J.M. van Sambeek
Geb. H.A. van den Berg
1951
J.A.J. van den Boogaard
Locale kracht P.T.T.
1951
F.J. Govaert
1959
J.A. Rammeloo
1959
H.C. van Gils
1959, 1963
A.W.A. Snoeks
1963
J.P. Rietveld
1963
B.W.S.
Onder “Copieerinrichtingen”
1966
J.F.E.M. Ahout
Hotelhouder
1968
M.N.J.A.M. van den Wildenberg
1968
Verdijk
Design. Studio grafische ontw. Zeefdruk offset en stencilwerk
Rechts Kronenburgersingel 221, gebouwd als spiegelbeeld van 215, maart 2025 (Google Streetview)
T. van de Poel, R. Eekelder
Op 19 november 1895 verkoopt de gemeente Nijmegen (raadsbesluit 21-9-1895 ) aan J.H. Meulenberg een perceel bouwterrein aan de Kronenburgersingel te Nijmegen groot 3a 61ca, (ter breedte aan de Kronenburgersingel van 13 m.), deel uitmakend van perceel Sectie B nr 1927 (geheel groot 86a 64ca), gelegen ten N., van het reeds op 8 oktober 1895 door J.H. Meulenberg aangekochte gedeelte van dit perceel. Het gekochte te bebouwen met een dubbel woonhuis. (Bron: Notariële akte (koopakte) d.d. 19 november 1895 (waarin opgenomen een situatieschets).
Huisnummer 221 is gebouwd als spiegelbeeld van nummer 215.
Gemeentelijk Monument
Nummer 221 is een gemeentelijk monument met als waardering:
“Voorbeeld van laat-negentiende-eeuwse huizenbouw, vooral van betekenis in samenhang met de overige huizen in de straatwand”
Lees hier verder over het huizenbezit van de Meulenbergs, of ga verder met de bewoners:
Op 17 februari 1897 koopt J.E. Meulenberg van de gemeente Nijmegen het perceel Kronenburgersingel hoek Stieltjesstraat te bebouwen met 3…
Bijlage: Gevonden gebruikers
Op 20 en 21 april zal de veiling van de inboedel plaats vinden (PGNC 17/4/1920)
Naam
Omschr
Adresboek
D. v. ’t Lindenhout
Papierfabrikant
1901, 1902, 1903, 1905, 1907
H.J.P. v. Alfen
Leeraar H. en M.O.; in oktober 1909 vertrekt hij naar Maastricht (PGNC 21/10/1909)
1908, 1909
B. Nachenius
Benjamin Nachenius Benjaminszoon, weduwnaar van A.C. Pronck) overlijdt op 31-10-1915 (PGNC 2/11/1915); afgaande op O.G. Roelofs was A.C. Pronck zijn eerste vrouw
1910-1911, 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915
Wed. B. Nachenius
Geb. O.G. Roelofs
1915-1916
H. Lezer
Koopman; in ieder geval woont H. Lezer in december 1918 op dit adres (overlijdensadvertentie Betsy van Zand PGNC 13/12/1918)
1916
E.A. Geidel
Dekenstikster
1922
R.I. v. Gelder
Arts; huidarts met praktijk aan huis; hij vestigt zich rond oktober 1920 (PGNC 9/10/1920)
Kronenburgersingel 217 en 219, september 2013 (Havang(nl), CC0, via Wikimedia Commons) Jacobus H. Meulenberg (24/8/1855), Kronenburgersingel 17, Bevolkingsregister 1890
Op 8 oktober 1895 verkoopt de Gemeente Nijmegen aan J.H. Meulenberg een perceel bouwterrein aan de Kronenburgersingel: groot circa 10a 65ca, (ter breedte aan de Kronenburgersingel van 28 m.) deel uitmakend van perceel Sectie B nr. 1927 (geheel groot 86a 64ca), en wel dat gedeelte van perceel 1927 grenzende aan en gelegen ten Noorden van het gedeelte van gemeld perceel 1927 reeds verkocht aan dokter Mertens bij akte van 20 september 1895. De huisnummers 215, 217 en 219 zijn later via de nalatenschap van J.H. Meulenberg in de nalatenschap van zijn (enige) dochter, Maria Hendrina Meulenberg, terecht gekomen.
Kronenburgersingel 217 is van 1896 tot 1903 bewoond geweest door J.H. Meulenberg.
Daarnaast heeft de jongste dochter van J.E. Meulenberg, Mathilda Maria Francisca (1896-1976) op Kronenburgersingel 27 gewoond heeft. Zie bovenstaande overlijdensadvertentie van haar man Jos Arntz d.d. 11-11-1918. Een droevige affaire: zij waren pas getrouwd op 6-8-1918. Zij hebben daar dus maar heel kort gewoond. Volgens het adresboek 1920 was zij toen alweer bij haar vader op Kronenburgersingel 6 ingetrokken.
Detail: ondertekening van een bericht in De Gelderlander 9/1/1901
In 1901 is Meulenberg onder-voorzitter van De Commissie tot Steun van Werkloozen. Buurman J.J. Hoogenboom is lid van de commissie. Maar daarnaast ook N. van Haaren van Kronenburgersingel 7.
In 1968 ontwerpt architectenbureau Benning de wijziging van de voorgevels, waarbij de panden dan nog de adressen Kronenburgersingel 15, 17 en 19 hebben (D12.470658).
Gemeentelijk Monument
Kronenburgersingel 215, 217 en 219 (en 221) zijn gemeentelijke monumenten met als waardering:
nummer 215:
“Voorbeeld van laat-negentiende-eeuwse huizenbouw, vooral van betekenis in samenhang met de overige huizen in de straatwand.”
Op 19 november 1895 verkoopt de gemeente Nijmegen aan J.H. Meulenberg een perceel bouwterrein aan de Kronenburgersingel. Hierop wordt Kronenburgersingel…
Bijlage: Bewoners
Gebruikers Kronenburgersingel 215
(Deel) van inventaris te koop (De Gelderlander 25/10/1922)
(Deel) van inventaris te koop (De Gelderlander 28/10/1922)
Rond 1931 staat mevrouw S. de Jong regelmatig in advertenties als verkooppunt van loten ten bate van de “Joodsche invalide” (De Gelderlander 16/10/1930, De Gelderlander 2/1/1931, De Gelderlander 18/7/1932)
Kronenburgersingel 15
Naam
Omschr
Adresboek
J.J. Hoogenboom
S.S.; hij kondigt in PGNC 16/9/1902 zijn vertrek aan
1898, 1899, 1901, 1902
B.J.G.W. Beumer
Techniker
1903
B.J. Beumer Jr.
Techniker; Internationaal Technisch Bureau; Hij kondigt zijn vertrek in december 1905 aan in PGNC 29/11/1905
1905
S.M. Beckeringh
1907
H.E. Antink
Gep. Rijksontvanger; Hij vertrekt naar Rheden (PGNC 18/10/1911)
1908, 1909, 1910
J.J. v. Beuningen
Gep. Inspecteur S.S.; dienstbode gevraagd in PGNC 25/9/1912
1912-1913
Y. v. Nooten
1915-1916
Mej. M.E. Jong
1926
Mej. P.C. Mom
1926, 1928
H.S. de Jong
Reiziger
1928
S.H. de Jong
Koopman; H.S. de Jong “koopman” vestigt zich in september 1932 vanuit Eindhoven; in november 1932 vertrek S.H. de Jong en zijn vrouw naar Den Haag (PGNC 12/11/1932)
1932; PGNC 10/9/1932
R. de Graaff en vrouw
z.b., afkomstig uit Groesbeek
PGNC 7/2/1931
H.J.E.M. Tervooren
Procuratiehouder
1934, 1936, 1938, 1940
B.J. Moonen
Afd. chef electr. bedrijf; in 1963 filiaalhouder; in 1968 bedrijfsleider
1948, 1963, 1968
Wed. G.L. Pilger
Geb. W.J.M. Berger
1951, 1955, 1959
H.A. Gudde
1963, 1966, 1968, 1971
Tolhuisen geb Cusiel W
1968
Gebruikers Kronenburgersingel 217
Een bekende bewoner in de jaren 50 en 60 is Dr. L.J. Rogier, Vaderlandse en algemene geschiedenis der nieuwere tijden; zie ook de foto bij het RAN.
Ambt. ter Secretarie van Ubbergen; in februari 1915 gevestigd, hij is dan afkomstig uit Ubbergen (PGNC 14/2/1915)
1915-1916, 1916
Mej. A.Th. de Bruin
Apothekeres
1922
Herder & Geertsma, N.V., aann. En Beton-Mij v.h. de
1934
A.A. v. Leeuwen
Correspondent
1934
Woningvereeniging Zuid Nederland
Advertentie De Gelderlander 21/12/1932; 1934
Th. Baalman
Zonder beroep; Hij komt in februari 1939 hier te wonen, hij is dan afkomstig uit Groningen (PGNC 25/2/1939); Hij overlijdt op 3-2-1941 op 75-jarige leeftijd (De Gelderlander 4/2/1941)
1940
Mej. E.Th.M. v. Romondt
Onderwijzeres, Th. Baalman was haar oom (De Gelderlander 4/2/1941)
N.V. Houthandel G. Key, Weurtseweg, 1920 ( F67775 RAN)
Deze pagina verzamelt de reeds verschenen artikelen over de Weurtsewijk in de wijk Biezen/Waterkwartier.
Romeinen: Ulpia Noviomagus
De Weurtseweg is feitelijk een eeuwenoude weg, welke in ieder geval in de Koningstraat werd genoemd: “De Koningstraat is een aloude weg door Maas en Waal, lopend van Tiel naar Nijmegen, over de oeverwallen aan de zuidzijde van de Waal. Ze volgt min of meer het tracé van een op de Peutingerkaart aangegeven Romeinse weg. In de Karolingertijd werd ze waarschijnlijk opnieuw aangelegd. Het was eeuwenlang de enige ‘heerweg’ in Maas en Waal. (…)” (Brus 2003-2012 via Straatnamenregister, tevens voor meerdere namen).
Een deel van de Weurtseweg ligt in het gebied van Ulpia Noviomagus, de stad welke rond 70 gebouwd werd nadat Oppidum Batavorum was verwoest.
“Van 1910 tot 1912 kwamen 81 woningen [lees: 79 woningen /RE] gereed in een wijk tussen het industrieterrein en de Weurtseweg. Een vijftiental woningen uit dit complex bevindt zich ten zuiden van de Weurtseweg.” (Van de Ven 1994, p. 27 via Straatnamenregister)
Weurtseweg 171 t/m 199, oktober 2024 (Google Streetview)Weurtseweg: Viering van het vijf en twintig jarig koningsschap van Wilhelmina, gezien ter hoogte van de Pater van Hooffstraat, 1923 (F1790 RAN)
N.V. Houthandel G. Key
N.V. Houthandel G. Key, Weurtseweg, 1920 (F67775 RAN)
Herinneringen aan Key zijn te lezen op Noviomagus.
Patria Kinderwagenfabriek
Weurtseweg 44
Deel van de gevel van de Patria Kinderwagenfabriek, gebouwd in 1893, Weurtseweg 44, 1939 ( F87830 RAN)
De Patriastraat verwijst nog naar de fabriek (Collegevoorstel Straatnaamgeving Ulpia en Fabrica, Tim Wachelder Gemeente Nijmegen, 20-4-2021)
Winkel hoek Weurteseweg/Kanaalstraat, vooral bekend als Jan Linders
Een auto-ongeval op de Weurtseweg op de hoek met de Kanaalstraat, 1930 (F22534 RAN)
Jarenlang heeft de buurtsuper Jan Linders op de winkel op de hoek gezeten. Overbekend door het aanbieden van “Maar wij hebben Riefkuukskes” en aarbeien. En natuurlijk de NEC artikelen.
Een mooi interview uit 2012 met Hennie Linders staat in de Wester.
In 2023 werd de winkel na 56 jaar gesloten. Een mooi artikel is te vinden in de Gelderlander. Daarop kocht vastgoedbedrijf B K V, van vastgoedondernemer Aäron van Beek, het pand aan om te laten verbouwen tot studio’s en 2 of 3 kamerappartementen. “”Idee is dat het gebouw straks helemaal is verduurzaamd en qua uitstraling meer aansluit op de rest van de wijk, zegt Van Beek. Doel is dat er rondom het gebouw groen komt, maar daarover lopen nog gesprekken met de gemeente.”
Het ontwerp is van Ward Boeijen van het Nijmeegse Boeijenjong Architecten. Momenteel (augustus) is men druk bezig met de verbouwing. Lees hier over de plannen:
In juli 1933 werd begonnen met de aanleg van de nieuwe electriciteitscentrale van de Provinciale Gelderse Electriciteits Maatschappij (PGEM) die op 6 juli 1936 officieel in gebruik werd genomen. Feitelijk werd er al stroom opgewekt vanaf 29 mei1935, 2/4/1936 (F93746 RAN)Aan de Weurtseweg wordt ter hoogte van de elektriciteitscentrale een aantal woningen gesloopt ten behoeve van de nieuw te bouwen stadsbrug De Oversteek en de Generaal James Gavinsingel, 2008 (Jan Eichelsheim via DF130 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
Zie ook de foto uit 1973 van het Distributiekantoor van het P.G.E.M.: F1819 RAN
Plan tot het verbouwen van een woonhuis tot winkelhuis van een perceel gelegen aan de Weurtscheweg Kad. Bekend Gem. Neerbosch Sectie A No 808, Eigenaar J.P. Jansen (?), datum bouwdossier 7-10-1924 (D12.389161)
J.P. Jansen Wanneer de Weurtseweg 83-85 is gebouwd, is nog niet bekend. Dan bestaat het gebouw uit een beneden- en bovenwoning (83 respectievelijk 85). In ieder geval vindt in 1913 de aanleg van de riolering plaats. Dan is de eigenaar J.P. Jansen (D12.384512) en de bouwkundige J.H. van Benthem. J.P. Jansen 1910, 1912, 1913-1914, 1914-1915,…
Het Krayenhoffpark was al vroeg ingetekend, in 1879, in de plannen voor na de ontmanteling. Het werd vernoemd naar Cornelis Krayenhoff, waarvan het graf aanvankelijk was overgebracht naar dit park; de originele grafsteen is er nog te vinden. Daarnaast staan er een aantal bijzondere bomen.
Het zogenoemde Doodgravershuisje bij Begraafplaats Daalseweg; gebouwd in 1880 (volgens De Gelderlander 12-7-1972; kerkhof werd ingezegend 24-6-1885), afgebroken juni/juli 1972 (Evert F. van der Grinten via F79170 RAN CC-BY-SA)
Aan de Daalseweg ligt een van de bekendste begraafplaatsen van Nijmegen, ontworpen door architect Weve. In 1885 vindt de inzegening plaats. Vanaf 1948 werd deze grotendeels buiten gebruik gesteld, inmiddels lag hij al midden in de stad. Op de begraafplaats zijn veel bekende Nijmegenaren en oorlogsslachtoffers begraven.
Begraafplaats Daalseweg
De kerkbesturen van de 4 Nijmeegse parochies verzochten B en W op 6-9-1884 om een nieuwe begraafplaats te mogen aanleggen. Daarvoor waren 2 percelen bouwland gekozen, welke buiten de bebouwde kom lagen. Dit was sinds de invoering van de Begraafwet van 10 april 1869 een voorschrift voor nieuwe begraafplaatsen geworden.
Gemeentearchitect Weve heeft de begraafplaats ontworpen. Het eerste ontwerp werd echter door bisschop Godschalk afgewezen, daar deze te ‘frivool’ was. Op 11 februari 1885 schrijft hij dat “Deze teekeningen met hare sierlijke gebouwen en veelvuldige beplantingen al te prachtig en te weelderig” zijn. “Eene kerkhof behoort geen lusthof, maar eene heilige godsdienst ademende plaats te wezen […] alsmede eene sterile of onvruchtbare plaats te zijn”. Ook geeft hij aan dat “de uitvoering […] daarenboven veel te kostbaar geacht wordt”.
Op 24 juni 1885 vindt de inzegening door Mgr. A. Godschalk, bisschop van ’s-Hertogenbosch, plaats. De dag daarop vindt de eerste begrafenis plaats.
Ontwerp Begraafplaats
Een groep doodgravers (suisses en kosters) bij de begraafplaats aan de Daalseweg; de bovenste rij, tweede van links: Jozef Schippersheijn; meest links op de hoek Rijn Schippersheijn; rechts op de hoek Jan van Wijk; links naast Van Wijk de suisse van de St. Petrus Canisiuskerk (Molenstraatkerk) Th. Janssen en P.van Oosterhout van de St. Dominicuskerk ; voor suisse Th. Janssen staat Stal, suisse van de St. Augustinuskerk en daarnaast links Geertsen van de St. Franciscuskerk aan de Doddendaal.
Het ontwerp bestaat uit een geometrisch patroon, waarbij twee grote paden een kruis vormen. Op het kruispunt van deze paden staat een sokkel met een kruis, welke uit 1868 dateert. Langs de twee paden staan rode beuken, die dateren uit de jaren van de aanleg. Deze bloedbeuken verwijzen naar het vergoten bloed van Christus. Parallel aan de dit kruis lopen de andere, rechte paden.
Rijksmonument 522945 begraafplaats, kruiswegstatie V (Simon van Cyrene helpt Jezus het kruis dragen), Daalseweg 198, 2010 (Henk van Gaal via DF833 RAN CC0)
Tegen de westmuur staan vijf neogotische staties van een onvoltooide kruisweg.
Van rechts naar links:
eerste statie: “I STATIE/ JESUS WORDT TER DOOD/ VEROORDEELD”;
tweede statie: “II STATIE/ JESUS NEEMT HET KRUIS/ OP ZIJNE SCHOUDERS” en in de plint: “IN MEMORIAM/ Fam. FELET”;
derde statie: “III STATIE/ JESUS VALT TEN EERSTEN/ MALE ONDER HET KRUIS”;
de vierde statie: “IV STATIE/ JESUS ONTMOET ZIJNE/ LIEVE MOEDER” en in de plint: “IN MEMORIAM/ Fam. HAMER”;
op de vijfde statie: “V STATIE/ SIMON v. CYRENE HELPT/ JESUS HET KRUIS DRAGEN” en in de plint: “IN MEMORIAM/ Fam. F.Th.J.H. Dobbelmann”.
Op het hekwerk staan twee korte teksten: ”Zalig zijn de dooden die in den heer sterven” en ”het is eene heilzame gedachte voor de overledenen te bidden”.
Begraven personen
Bijeenkomst bij het door Oscar Leeuw ontworpen graf van toonkunstenaar Petrus Wilhelmus Jacobus Heydt (13/10/1858 – 28/5/1928) op de Rooms Katholieke begraafplaats, foto gedateerd 1929 (Fotopersbureau Gelderdlander via
F52910 RAN, auteursrechthouder J.F.M. Trum CC-BY_SA)
In totaal zijn er op deze begraafplaats 25.000 personen begraven. Ook liggen 300 slachtoffers van het oorlogsbombardement hier begraven.
De begraafplaats is daarbij “hiërarchisch” van opzet: Langs de paden van het kruispunt liggen de personen uit de “hoogste” klassen begraven. Hier zijn familiegraven te vinden van ondermeer Van Nispen tot Sevenaer, Van Nispen tot Pannerden, Dobbelmann, Terwindt, Veerkamp, Smulders, Randag, Van Rosendael, Bahlmann, Vroom, Dreesmann en Jurgens. Daarnaast liggen er kunstenaars, architecten en andere bekende personen begraven: Weve zelf, Willem Bijlard, Gerard Bruning, Gerardus Buskens, Willem Heijdt, Bernardus Joannes Claase, Cornelis Adrianus Ivens, Henri Leeuw Sr., Oscar en Henri Leeuw, H.A. Euwens, H.M.E. Huijbers, Lidi van Mourik Broekman, Wijnandus Johannes Hermanus van der Waarden en J.R. van der Lans.
Nijmegenaren uit lagere “klassen” werden aan de randen begraven.
Ruiming van de begraafplaats?
In de loop der tijd vond uitbreiding plaats door aankoop van een naastgelegen terrein en door ruiling van een strook grond. Daarnaast werd een aula gebouwd. In 1937 had de begraafplaats een oppervlakte van 31.310 m2. Intussen was de begraafplaats al omringd door de bebouwing van de inmidddels gegroeide stad. De begraafplaats zou in 1940 al gesloten worden, maar bleef tijdens de bezetting in gebruik. Vanaf 1948 werd de begraafplaats grotendeels buiten gebruik gesteld: door de oorlog was de begraafplaats zwaar beschadigd en bovendien waren er geen uitbreidingsmogelijkheden. Veel graven werden geruimd. Alleen in de familiegraven met eeuwigdurend recht konden nog overledenen worden bijgezet. In dat jaar werd het kerkhof aan de Winkelsteegseweg in gebruik genomen.
De aula met beheerderswoning werd in 1972 afgebroken. In de jaren 70 was de begraafplaats sterk verwaarloosd en waren er plannen voor nieuwbouw. Hierop kwamen ‘Stichting ter Behartiging der Belangen van Nabestaanden van Overledenen’ en de nieuwe ‘Werkgroep ‘t (te) behouden kerkhof’ in actie en met succes. In 1994 werd bepaald dat de begraafplaats niet geruimd mocht worden en vanaf 1995 is de begraafplaats weer in gebruik. De stichting en werkgroep zijn verder gegaan als stichting In Paradisum.
Rijksmonument
Beeld van treurende vrouw in de grafkapel van Carolus B.E. Veerkamp (1850-1902), Juliana F.B. Veerkamp- Dees (1818-1891) en Elisabeth A.M. Veerkamp – Terwindt (1853-1904) op de begraafplaats Daalseweg, augustus 2000 (Nico van Hoorn via D855 RAN CC0 tevens Auteursrechthouder)
Het complex is een Rijksmonument. Het begraafplaats bestaat uit: de aanleg, het hekwerk en de muur, de kruiswegstaties en de grafmonumenten van Heukelum, Veerkamp, Smulders, Randag en van Rosendael. De genoemde onderdelen zijn bovendien afzonderlijk een Rijksmonument.
Vanwege de funerair-historische en genealogische waarde van de graftekens (op lokaal/regionaal niveau);
Vanwege het kenmerkende laat 19de-eeuwse karakter van de aanleg en de graftekens;
Vanwege de gevarieerde collectie bomen en heesters deels van hoge ouderdom en/of zeldzaamheid;
Als goede afspiegeling van de Nederlandse Rooms-Katholieke grafcultuur uit de laatste decennia van de 19de eeuw en de eerste helft van de 20ste eeuw;
Als herinnering aan de slachtoffers van het bombardement van Nijmegen op 22 februari 1944 en aan de andere oorlogsslachtoffers die hier liggen begraven.”
Deze pagina verzamelt reeds gemaakte artikelen over de wijk Altrade. Romeins amfitheater hoek Rembrandtstraat-Mesdagstraat In de buurt van Romeinse legerkampen…