De Gemeentelijke Hogere Burgerschool (HBS) met links de Stieltjesstraat, 1900 (F19580 RAN)
De Hogere Burgerschool is in 1899 ontworpen door de stadsarchitect Weve. Het pand is gesloopt en vervangen door appartementen.
Vooraf:
1863: een nieuw schooltype
Het schooltype van de Hogere Burgerschool werd in 1863 ingevoerd bij de eerste wet voor middelbaar onderwijs onder de regering Thorbecke. In de huidige vorm is het vergelijkbaar met havo/atheneum. Deze opleiding kwam naast het gymnasium, dat reeds bestond. In de zesde klas van de lagere school moesten leerlingen een toelatingsexamen doen, om toegelaten te worden tot hbs, gymnasium of lyceum.
De hbs was bedoeld voor degenen, die geen wetenschappelijke opleiding wilden volgen, maar wel een brede algemene ontwikkeling en maatschappelijk nuttige kennis wilden opdoen. Zodat ze voorbereid werden op “hogere” functies binnen handel en industrie. De vakken bestonden uit boekhouden, handelskennis, moderne talen, alsmede wis-, natuur- en scheikunde (zoals Huis van de Nijmeegse Geschiedenis aangeeft: feitelijk een “B-pakket”). De hbs was aanvankelijk alleen bestemd voor jongens. Vanaf 1871 mochten meisjes worden toegelaten, maar zij hadden vooraf wel toestemming van de minister nodig. Aanvankelijk duurde de opleiding 3 jaar (bij een aantal bijzonder scholen bij uitzondering 5 jaar).
1865: besluit HBS in Nijmegen
Het voormalige nonnenklooster “Bethlehem”, sinds 4 september 1865 in gebruik als de Hogere Burgerschool (HBS); de versierde ingang t.g.v. het 25 – jarig jubileum van directeur de Hartog, mei 1890 (F27437 RAN)
Daarop besloot de Gemeenteraad op 17 februari 1865 tot verordening voor de middelbare scholen te Nijmegen. Daarbij kwamen er een hogere burgerschool (hbs) met een driejarige cursus en een burgeravondschool. Ze waren beide werden gevestigd in Huize Bethlehem, een voormalig klooster en weeshuis op de Hessenberg.
Groei aantal leerlingen en slechte huisvesting
De Burgeravondschool had in 1881 26 leerlingen en 10 leraren, terwijl de hbs 58 leerlingen en 14 leraren had. Vanaf 1867 duurde de hbs 5 in plaats van 3 jaar. Zoals wikipedia over de landelijke trend aangeeft: “Anders dan verwacht werd vooral de vijfjarige hbs een succes, de driejarige hbs werd grotendeels verdrongen door de mulo, waar in vier jaar dezelfde stof onderwezen werd. Bovendien gaf het overgangsbewijs naar de vierde klas van de vijfjarige hbs dezelfde rechten als het eindexamen driejarige.”
Vooral tussen 1880 en 1895 groeide de hbs sterk. In 1900 zou de school 190 leerlingen tellen. De gemeenteraad besloot vanwege deze grote toename en de slechte huisvesting in 1896 tot nieuwbouw van de Gemeentelijke Hogere Burgerschool.
De Hogere Burgerschool van architect Weve
Toegangspoort van de Gemeentelijke Hogere Burgerschool (HBS)
, 1975 (Evert F. van der Grinten via F78594 RAN CCBYSA)
In 1899 opent de nieuwe Hoogere Burgerschool op de Kronenburgersingel. De Gelderlander schrijft daarover:
“Het monumentale gebouw der nieuwe hoogere burgerschool, dat zich als een wezenlijk sieraad onzer gemeente aan den Kronenburgersingel verheft, zal nu eerlang in gebruik worden genomen. A.s. Vrijdag zal het worden bezichtigd door burgemeester en wethouders, alsmede de leden van de gemeenteraad, terwijl het Zaterdag en Zondag daarop ter bezichtiging zal worden opengesteld voor ouders, voogden en verzorgers van leerlingen zoowel van de burgerschool als van de burgeravondschool.
Maandag worden in het gebouw reeds examens afgenomen en Dinsdag worden de leerlingen verwacht, wien er hun plaatsen moeten aangewezen worden.
Het zal voor hen een kolossale verandering en verbetering zijn, in aanmerking genomen de gebrekkige localiteit, waarmee men zich in het thans verlaten gebouw heeft moeten behelpen. Hier overal ruime, lichte lokalen, breede gangen; overal openen de hooge vensters op frisch geboomte en blauwe lucht, terwijl geen stadsgewoel de voor het onderwijs gevorderde stilte stoort.
Het trotsche gebouw, waarvan wij eerlang een in bijzonderheden afdalende beschrijving hopen te geven, mag in zijn soort een model-inrichting genoemd worden, zooals er maar weinige in het land worden aangetroffen. Het verwondert ons dan ook niet, dat, toen onlangs de groote bouwmeester Cuypers onze stad bezocht, hij onzen stads-architect zijn bijzondere voldoening betuigde over deze zijn jongste schepping. De heer Weve toch is niet alleen een bouwmeester die fraaie lijnen en sierlijke vormen zoekt: vóór alles is het hem om de practische doelmatigheid te doen; hij behoort tot de rationeele school, die van het beginsel uitgaat dat het vormen- en lijnenschoon in hoofdzaak niets anders behoort te zijn dan geidealiseerde doelmatigheid.” (De Gelderlander 27/8/1899)
Vervolg
De Gemeentelijke Hogere Burgerschool (HBS) op de hoek met de Stieltjesstraat, 1907 (F19576 RAN)
Vanaf 1906 was de toelating vrij: ook meisjes mochten zonder dat ze vooraf van de minister nodig hadden naar de hbs. In 1917 kreeg de hbs de erkenning dat het als voorbereiding mocht dienen als toelating voor de universiteit.
HBS-B
In 1924 werd de hbs in de landelijke regelgeving hernoemd tot hbs-b. Daarnaast kwam een nieuw type hbs, de hbs-a welke een opvolger was van de Handelsschool. Op de hbs-a lag de nadruk op economische vakken en moderne talen. De splitsing tussen a en b vond daarbij plaats vanaf het 4e studiejaar. In Nijmegen kwam in 1937 een hbs-a, ter vervanging van de Middelbare en Hogere Handelsschool.
Vervolg
Gemeentelijke Hogere Burgerschool (HBS) (anno 1897/1899), links de Stieltjesstraat, 1970-1975 (Evert F. van der Grinten via F79159 RAN CCBYSA)
Vanaf 1906 was de toelating vrij: ook meisjes mochten zonder dat ze vooraf van de minister nodig hadden naar de hbs. In 1917 kreeg de hbs de erkenning dat het als voorbereiding mocht dienen als toelating voor de universiteit.
In 1924 werd de hbs in de landelijke regelgeving hernoemd tot hbs-b. Daarnaast kwam een nieuw type hbs, de hbs-a welke een opvolger was van de Handelsschool. Op de hbs-a lag de nadruk op economische vakken en moderne talen. De splitsing tussen a en b vond daarbij plaats vanaf het 4e studiejaar. In Nijmegen kwam in 1937 een hbs-a, ter vervanging van de Middelbare en Hogere Handelsschool.
De hbs-b zou tot 1968 -toen dit schooltype in de Wet op het Voortgezet Onderwijs (de Mammoetwet) werd vervangen door havo en atheneum- in dit gebouw blijven; de laatste leerlingen slaagden in in 1972. In 1968 wordt de school onderdeel van de Stedelijke Scholengemeenschap Nijmegen (SSgN), afdeling atheneum. In 1980 vertrekt de school, samen met alle 5 locaties van de SSgN, naar 1 locatie naar de nieuwbouw in de Lamastraat. De verlaten school wordt gekraakt, waarop het vervolgens afbrandde. Vervolgens is het gesloopt en vervangen door de huidige appartementen.
(Overige) Bronnen en verder lezen
https://www.ssgn.nl/Onze-school: de eigen site van de school. Hier staan tevens 4 leuke magazines, uitgegeven ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van de school
Hoek Kronenburgersingel en Stieltjesstraat met tram. De Gemeentetram Nijmegen (GTN) werd opgericht op 4 juni 1911. 1912 (Uitg. J.H. Schaefer Amsterdam via F56407 RAN)
Inleiding
Aan het eind van de negentiende eeuw vond in Nijmegen voor het eerst in eeuwen een grootschalige stadsuitleg plaats. Deze werd mogelijk na de opheffing van de vestingstatus in 1874. Nijmegen kon hierdoor eindelijk de vestingwerken ontmantelen en de stad uitbreiden. Voor deze stadsuitbreiding werd in 1878 een stedenbouwkundig plan opgesteld dat voorzag in een aantal rondom de oude stad lopende zeer brede en ruim van groen voorziene singels, met zowel aan de zuid- als aan de oostzijde een groot, rond plein (het Keizer Karel- en het Keizer Lodewijkplein (tegenwoordig Trajanusplein) en een park aan de westzijde (het Kronenburgerpark). Aan deze singels werden in relatief korte tijd diverse villa’s en vooral ook een groot aantal herenhuizen gebouwd.
De gemeente Nijmegen stelde zich met dit plan ten doel Nijmegen tot een aantrekkelijke woonstad voor welgestelden te maken. Zij speelde ook een grote rol bij de uitvoering van dit plan door in 1878 de vrijkomende voormalige vestinggronden van het rijk te kopen en deze vervolgens als bouwpercelen te veilen. Deze stadsuitleg werd een groot succes en kreeg in 2023 erkenning met de aanwijzing door het Rijk als beschermd stadsgezicht.
De meest gebruikte stijlvorm is de neorenaissance met het voor Nijmegen karakteristieke gebruik van baksteen met gepleisterde speklagen. De gevels tonen een grote afwisseling in afwerking met lijsten, banden, beeldhouwwerk en decoratieve elementen als torentjes en erkers. Panden op straathoeken hebben vaak een extra accent in de vorm van een hoektoren. Daarmee volgde de architectuur het modebeeld en werd een zekere eenheid in verscheidenheid bereikt.
Er is al veel over deze stadsuitleg gepubliceerd. Hierbij is vooral aandacht gegeven aan stedebouwkundige planvorming onder leiding van de Commissie van Uitleg en Stadsuitbreiding in samenwerking met de architect B. Brouwer. Ook waren er particuliere bouwers actief. Dit was een heterogene groep die niet alleen voor eigen bewoning bouwde. Zij lieten soms hele huizenblokken van aaneengeschakelde herenhuizen als beleggingsobject bouwen voor de verhuur aan de welgestelde middenklasse of als pension voor renteniers en gepensioneerden. Een voorbeeld hiervan is te vinden aan de Kronenburgersingel waar de broers Meulenberg in de periode 1895 -1905 in één woningblok een groot aantal herenhuizen lieten bouwen.
Edmond Meulenberg (1-1-1832 Heerlen) vestigt zich in de jaren 1850 in Wijk C. Steenstraat No 116. Van beroep is hij kramer. Hij is op 13-8-1856 getrouwd met Maria Dierker (4-7-1833, Epe) (https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=488143592&query=Meulenberg&highlight=TWV1bGVuYmVyZw==). Hun zoon Jacobus Hubertus wordt geboren op 24-9-1855 en Johannes Edmond op 23-3-1860, beide in Nijmegen.
In de loop van de jaren 50 verhuist het gezin naar Wijk D. 53.
Advertentie kraam Meulenberg (De Gelderlander 6/10/1861)
Edmond Meulenberg (1832-1895) vestigde zich in oktober 1860 in de Stikke Hezelstraat in Nijmegen als handelaar in paraplu’s en parasols. Hij importeerde deze vooral uit Parijs, maar vervaardigde ook zelf paraplu’s in zijn winkel.
Advertentie met leveringen uit Parijs en grosseren aan winkels (PGNC 23/3/1870)
Advertentie Meulenberg met leveringen uit Berlijn (De Gelderlander 27-4-1871)
Blijkens de advertentie in PGNC 23/3/1870 is hij “dit jaar begonnen met het grosseren aan winkels”.
Advertentie: beloning voor het melden van verkoop onder de valse naam Meulenberg (PGNC 23/7/1871)
In 1875 besloot hij een eigen paraplufabriek te beginnen in een daarvoor geschikt pand met kantoor en werkplaats aan de Van Berchenstraat 9 (PGNC 6/9/1900, De Gelderlander 6/9/1900).
Het bedrijf groeide gestaag en in 1892 besloot Edmond zijn beide zonen, Jacobus Hubertus (1855-1908) en Johannes Edmond (1860-1919) bij het bedrijf te betrekken. Beide broers vormden vanaf 4 juli 1892 samen met hun vader Edmond (1832-1895) de firmanten van de Vennootschap Onder Firma “Edmundus Meulenberg en Zonen. (PGNC 22/7/1892, Ook vlg. akte 4-7-1892)
Johannes E. Meulenberg (23/3/1860), Parapluiefabrikant op Kronenburgersingel 6, Bevolkingsregister 1890 Edmond Meulenberg (Het Bevolkingsregister noemt Heerlen 1-1-1833 – Nijmegen 13-11-1895); Edmond Meulenberg staat hierin als ‘Zoon’ aangeduid en niet als ‘Hoofd’. Als zijn geboortedatum
staat aangegeven 1 januari 1833, terwijl volgens het Bevolkingsregister uit 1850 zijn geboortedatum
1 januari 1832 is; Stikke Hezelstraat D nr 30 (Bevolkingsregister 1890)
Vader Edmond en zijn beide zonen kochten in 1895 gezamenlijk de bouwpercelen voor de Kronenburgersingel 223 – 225 van de gemeente Nijmegen.
Na het overlijden van vader Edmond in datzelfde jaar hebben de beide broers het bedrijf samen voortgezet. (PGNC 28/2/1897) En ook samen een vervolg gegeven aan de koop van bouwpercelen aan de Kronenburgersingel en later ook aan de Stieltjesstraat.
In De Gelderlander van 6 september 1900 werd “De bekende firma E. Meulenberg en Zonen alhier, eigenares van de uitgebreide paraplufabriek,”…”gelukgewenst met het 25-jarig bestaan van de fabriek “ die langzamerhand in bloei is vooruitgegaan, zodat er thans 50 meisjes en 30 mannen geregeld werk vinden. Als drijfkracht wordt een gasmotor gebruikt, die veertien naaimachines en zeven draaibanken in beweging brengt, zodat er dagelijks 70 dozijn paraplu’s kunnen afgeleverd worden.”
Ook vestigde de krant er de aandacht op dat in de loop der jaren vier filialen waren gesticht, te weten in Rotterdam, Amsterdam, Den Haag en Den Bosch, waarbij de dochters en schoonzonen van Edmond Meulenberg een belangrijke rol speelden. Een uitgebreid overzicht van de familiewinkels met de bijbehorende familierelaties en stadswapens is te lezen op Noviomagus gevelm15.
Advertentie met filialen (PGNC 12/3/1896)
Zijn Nijmeegse winkel aan de Hezelstraat no. 2 had Edmond aan zijn jongste dochter Antonia Francisca nagelaten. Zij liet dit winkelpand samen met haar echtgenoot H. Kraaijvanger geheel renoveren. Het gerenoveerde pand werd begin 1900 heropend en was daarmede het vijfde filiaal van het bedrijf geworden. De Gelderlander constateerde dat het “een der fraaiste en grootste magazijnen mag heeten uit onze stad”. (De Gelderlander 6/9/1900)
De gevel van Hezelstraat no. 2 is uitgevoerd in jugendstil met daarop aangebracht de stadswapens van de vijf steden waar de familie winkels had. Dit winkelpand met op de gevel nog steeds de stadswapens is inmiddels aangewezen als gemeentelijk monument.
Op 8 september 1900 werd het 25-jarig jubileum feestelijk gevierd met een uitstapje van het hele personeel naar Amsterdam. Het verslag van de viering is te lezen in PGNC 8/9/1900 en dat van het uitje in De Gelderlander 11/9/1900.
De beide broers zorgden daarna voor verder groei en naamsbekendheid. Het bedrijf profiteerde hierbij van de versnelde economische groei die Nederland rond 1900 beleefde (https://www.cpb.nl/de-nederlandse-economie-in-historisch-perspectief-economie). De welvaart nam toe en dat kwam de verkoop van paraplu’s, parasols en wandelstokken, die in die tijd nog modieuze luxeprodukten waren, zeer ten goede. De afzet kon vergroot worden met behulp van de Nederlandse winkelfilialen en de vele inspanningen van de Export afdeling, met name naar Nederlands-Indië en de Arabische landen. (https://www.noviomagus.nl/gevbedr36.htm)
In 1901 verleende H.M. de Koningin toestemming aan het bedrijf om het predicaat “Koninklijke”in de naam te voeren. (Dagblad van Zuid-Holland en ’s Gravenhage 14-09-1901). Beide broers namen actief deel aan het maatschappelijk leven van de stad Nijmegen. Met name Jacobus Hubertus speelde een rol in diverse verenigingen en commissies en werd in 1901 gekozen tot lid van de gemeenteraad. Hij kwam op 3 december 1908 op 53-jarige leeftijd te overlijden. (De Gelderlander 4/12/1908). Bij die gelegenheid schreef De Tijd: “De overledene was een zeer populair persoon in deze gemeente”. (De Tijd 3-12-1908). Zijn broer Johannes Edmond zette de firma alleen voort.
De zaken gingen zo voorspoedig dat een tiental jaren later werd besloten tot de bouw van een nieuwe modern ingerichte paraplufabriek met elektrisch aangedreven machines. Deze fabriek zou gaan werk bieden aan 200 werklieden. Aan de oude fabriek waren ongeveer 100 werklieden verbonden. De plannen zouden worden vervaardigd door de architect Kraayvanger uit Rotterdam (PGNC 6-11-1912).
De nieuwe fabriek werd gevestigd aan de De Ruyterstraat 53-55 en kwam in 1914 gereed. Ook de opening van de nieuwe fabriek werd gevierd met een uitstapje voor het gehele personeel, dit keer naar Kleef. (PGNC 13- 05-1914).
Johannes Edmond had in 1912 versterking gekregen in de persoon van zijn twee zonen Jan jr. en Joseph/Jozef. Hijzelf trok zich in 1918 uit de firma terug waarbij in zijn plaats zijn derde zoon Huub tot de firma toetrad. Johannes Edmond overleed op 7 juni 1919 op 58-jarige leeftijd. (PGNC 10/6/1919).
De 14 huizen hoek Kronenburgersingel Stieltjesstraat
De bronnen van verwerving
Hierna wordt uiteengezet uit welke bronnen is geput om de gegevens over de verwerving van de bouwgrond en panden door de broers Meulenberg te verzamelen. Van groot belang zijn de vele notariële akten geweest die gevonden zijn in het Regionaal Archief Nijmegen. Tezamen met enige oude kadasterkaarten bleken deze een goed overzicht te geven van de onroerend goed activiteiten van de broers Meulenberg. Daarbij is gebruikt gemaakt van Noviomagus.nl en andere pagina’s van Wonen in Nijmegen om tot een zo volledig mogelijk beeld te komen.
Kadasterkaarten.
Met oude kadasterkaarten uit de periode 1928-1944 is het mogelijk gebleken de oude kadastrale nummers om te zetten in huisnummers. Op de navolgende kadasterkaarten zijn de in die tijd gebruikte kadastrale nummers in rood weergegeven en de huisnummers diagonaal langs de rooilijn in grijs. NB. De huisnummers van de Kronenburgersingel zijn weergegeven in hun oorspronkelijke 2-cijferige vorm. Deze zijn in 1975 hernummerd, van bijv. 23 naar 223 en 25 naar 225. Hierna zijn zoveel mogelijk de actuele 3-cijferige vormen van nummering gebruikt.
In onderstaand schema is een overzicht gegeven van deze huizen. Deze staan per koopakte op afzonderlijke artikelen beschreven, klik hiervoor in het schema de link van het eerste huisnummer van de betreffende koopakte aan:
Straat
Huisnummer (oud; of + 200 nieuw)
Koopakte van het perceel van de Gemeente
Kadaster nummer van perceel, evt. als gewijzigd op kaart
Bij notariële akte van verdeling van 21 september 1911 zijn de goederen die behoorden tot de onverdeelde gemeenschap van goederen van Jacobus Hubertus Meulenberg en zijn echtgenote Hendrina Meulenberg – Werner als volgt verdeeld tussen mevrouw de weduwe Hendrina Meulenberg – Werner en hun enige dochter Maria Hendrina Meulenberg: Aan mevrouw Hendrina Meulenberg – Werner werden bij deze akte als rechthebbende op de helft van de goederen van de gemeenschap onder meer toegedeeld: 3 huizen en erven aan de Kronenburgersingel:
Sectie B nr.2829 2a 67ca, (volgens kad. kaart huisnr 219)
Sectie B nr.2388 2a 71ca, (volgens kad. kaart huisnr 217)
Sectie B nr.2389 2a 55ca, (volgens kad. kaart huisnr 215) en 1 huis en erf aan de Stieltjesstraat:
Sectie B nr.2831 1a 98ca, (volgens kad. kaart huisnr 26-28) en nr 3405 20ca. (volgens kad. kaart gang achter huisnr 22-24)
Aan mejuffrouw Maria Hendrina Meulenberg werden bij deze akte als enige erfgename van Jacobus Hubertus Meulenberg en daarmee rechthebbende op de andere helft van de goederen van de gemeenschap onder meer toegedeeld: 3 huizen en erven aan de Kronenburgersingel:
Sectie B nr.2826 2a 77ca, (volgens kad. kaart huisnr 225)
Sectie B nr.2827 3a 5ca, (volgens kad. kaart huisnr 223)
Sectie B nr.2828 2a 47ca, (volgens kad. kaart huisnr 221) 1 huis en erf aan de Stieltjesstraat:
NB. Kronenburgersingel 227, 229 en 231 en Stieltjesstraat 30 worden hier niet genoemd omdat zij toebehoorden aan J.E. Meulenberg.
Notariële akte van scheiding inzake de erfenis van J.H. Meulenberg d.d. 25 november 1909
Erfenis van Maria Hendrina Meulenberg
Maria Hendrina Meulenberg (1879-1966) was de enige dochter van J.H. Meulenberg. Haar nalatenschap is omschreven in navolgende notariële beschrijving uit 1967:
Genoemd worden o.a. Kronenburgersingel nrs 215, 217 en 219, en Stieltjesstraat 22-24. Al deze panden waren aan Maria Hendrina toegevallen uit de nalatenschap van haar in 1908 overleden vader. Zij zijn in het kader van de afwikkeling van haar erfenis in 1967 openbaar verkocht. Omdat zij zelf geen kinderen had is de opbrengst van haar erfenis verdeeld over de erfgerechtigde familieleden van haar vader en haar moeder: bij elkaar ca 110 personen.
Woonhuizen van de broers Meulenberg
Van Jacobus Hubertus (J.H.) Meulenberg is bekend dat hij van 1-6-1898 tot ca 1903 op Kronenburgersingel 217 heeft gewoond en daarna naar Stationsweg 1 is verhuisd. Het huis aan de Stationsweg was blijkens de notariële akte van scheiding en verdeling na overlijden van Jacobus Hubertus van 25 november 1909 (zie hierboven) door hem in eigendom verworven bij onderhandse akte van 4 februari 1903. Na zijn overlijden in 1908 is Stationsweg 1 blijkens genoemde akte van scheiding en verdeling toegedeeld aan zijn weduwe, Hendrina Meulenberg-Werner, die daar is blijven wonen totdat zij op 7 juli 1911 naar Den Haag is verhuisd.
Johannes Edmond (J.E.) Meulenberg is op 1-6-1898 verhuisd naar Kronenburgersingel 6. Zijn vorige adres was Van Berchenstraat 11, boven de oude paraplufabriek op Van Berchenstraat 9. Blijkens de notariële akte van scheiding en verdeling van de huwelijkse gemeenschap van J.E. Meulenberg en Maria C.M.A. Schoth van 16 juli 1918 werd de ondergrond van Kronenburgersingel door J.E. Meulenberg verworven als perceel Sectie B 2095, 5a 61ca, bij notariële akte van 7 februari 1895, terwijl het gebouwde door hem daarop werd gesticht. Het pand Kronenburgersingel 6 werd bij deze akte van scheiding aan hem toegewezen. Uit zijn overlijdensadvertentie d.d. 7 juni 1919 blijkt dat hij daar tot dan toe is blijven wonen.
1897, oorspronkelijk adres Kronenburgsingel 23 en 25, Rijksmonument
T. van de Poel, R. Eekelder
Kronenburgersingel 223 en 225 (Havang(nl), CC0, via Wikimedia Commons)
Op 7 februari 1895 verkoopt de gemeente Nijmegen (raadsbesluit 27-10-1894) een aantal percelen bouwterrein aan de Kronenburgersingel te Nijmegen aan:
A: vader Edmond Meulenberg (1832-1895) Sectie B 2093, 2a 60ca en B 2096 8 ca,
en zijn zonen:
B: Johannes Edmond Meulenberg (1860-1919) Sectie B 2095, 5a 60ca,
C: Jacobus Hubertus Meulenberg (1855-1908) Sectie B 2094, 4a 92ca.
De broers kochten ieder een nagenoeg even groot perceel waarop zij samen “één uit twee” woonhuizen mochten bouwen op Sectie B 2094 (J.H. nr. 223) en 2095 (J.E. nr. 225)
In 1975 heeft een hernummering plaats gevonden, waarbij 23 223 is geworden en 25 225.
Bouw
Deze 2 herenhuizen zijn gebouwd in 1897. De architect hiervan was J. Gielen.
Deze 2 herenhuizen zijn gebouwd in 1897. De architect hiervan was J. Gielen. Een van de opvallende versieringen aan het gebouw zijn de tegeltableaus “JHM” en “1897”.
In 1975 heeft een hernummering plaats gevonden, waarbij 23 223 is geworden en 25 225.
Neorenaissance stijl
Kronenburgersingel 225 1897
De woningen zijn gebouwd in neorenaissance stijl: “Kenmerkend hiervoor zijn de gepleisterde spekbanden die de voorgevel horizontaal geleden alsook klassieke elementen als blok- en tandfriezen, diamantkoppen, consoles onder de bakgoot en guttae onder de hardstenen lekdorpels van de vensters.” (Rijksmonumenten)
Gielen of Semmelink, opdrachtgever Meulenberg
Rijksmomumenten noemt Semmelink als vermoedelijke architect van de voorgevels, op Noviomagus staat J. Gielen als architect. De site Vriendentegelmuseum.nl heeft het RAN uitsluitsel gevraagd: “Commentaar: De aanvrage voor de bouwvergunning (Regionaal Archief Nijmegen, collectie ‘1335 Bouwvergunningen gemeente Nijmegen [circa 1830] – 1975’, inventarisnummer 16039) werd gedaan door Johannes Hubertus (dit moet Jacobus zijn) Meulenberg (1855-1908) en Johannes Eduardus (dit moet Edmond zijn) Meulenberg (1860-1919), broers en parapluie-fabrikanten te Nijmegen. ..; uit de bouwvergunning blijkt dat de architect J. Gielen was. (Met dank aan dhr Hylke Roodenburg, RAN).”
De broers Meulenberg
Johannes Hubertus en Johannes Edmond hadden met hun vader Edmond de firma E Meulenberg & Zonen, “parapluiefabrikant”. Bij zijn overlijden gingen de broers verder met de firma, waarbij de moeder 3e comparant was. In de adresboeken komt deze firma voor in de van Berchenstraat 9 (waarschijnlijk was dit de fabriek/’fabriek’) en de Stikke/Korte Hezelstraat 2(-4): dit was waarschijnlijk de winkel.
Tegeltableaus JHM en 1897
Kronenburgersingel 223 Tegeltableau JHM
Een van de opvallendste elementen aan het gebouw zijn de tegeltableaus boven de balcons. Links op nr. 223 een tegel met de letters JHM, de initialen van J.H. Meulenberg en rechts op nr. 225 het jaartal 1897. Wie was JHM? Hoewel niet met zekerheid te zeggen, betreft het waarschijnlijk de oudste broer Meulenberg. (Het zou ook kunnen verwijzen naar Jakob Hubert Meulenberg, de in 1896 overleden broer van vader Edmond, maar dat is minder waarschijnlijk omdat hij niet bij de bouw van de huizen betrokken was.)
Rijksmonument
Kronenburgersingel 223 en 225 (vroeger 23 en 25) met tableau JHM gebouwd in 1897 architect Gielen
De panden zijn een Rijksmonument (op haar site staat een uitgebreide beschrijving van deze gebouwen) met als waardering:
“Twee HERENHUIZEN met TUINHEK en deel uitmakend van een woningblok, gebouwd in 1897 in overgangsarchitectuur.
– Van architectuurhistorische waarde als goed bewaard voorbeeld van twee gekoppelde herenhuizen, gebouwd in de stadsuitleg van Nijmegen in een door de Neo-Renaissance beïnvloedde bouwstijl die typerend is voor een gedeelte van de bebouwing aan de Singels in Nijmegen. De panden vallen op door de rijk gedetailleerde en gespiegeld van elkaar vormgegeven voorgevels en door de bijzondere tegeltableaus in de boogvelden boven de verdiepingramen. De woningen hebben hun karakteristieke bouwvolume, architectuur, decoratie en materiaalgebruik goed behouden en zijn ook in het interieur nog voor een groot deel oorspronkelijk.
– Van stedenbouwkundige waarde binnen het vanuit rijkswege beschermde deel van de binnenstad van Nijmegen en vanwege de situering van het pand aan de rand van het Kronenburgerpark, alwaar het in combinatie met de aanwezige groenaanleg en het hekwerk een schilderachtig geheel vormt.
– Van cultuurhistorische waarde als herkenbaar element uit een maatschappelijke ontwikkeling. Het pand is gebouwd als huisvesting voor de nieuwe en kapitaalkrachtige stedelijke elite, die zich bij voorkeur vestigde in kapitale herenhuizen in de nieuw aangelegde straten rond de oude stad; een stadsuitbreiding die met het verwijderen van de vestingwerken aan het eind van de 19de eeuw mogelijk was geworden.”
Op 8 oktober 1895 verkoopt de Gemeente Nijmegen aan J.H. Meulenberg een perceel bouwterrein aan de Kronenburgersingel, de huidige Kronenburgersingel…
Bijlage: De bewoners
Uit het overzicht hieronder blijkt dat geen enkele Meulenberg in deze woningen heeft gewoond; echter: wel in de Kronenburgersingel. Daarnaast is niet nagegaan wie eigenaar van de woning was: deze woningen zouden huurhuizen kunnen zijn geweest.
Meulenberg komt noch voor op (2)23 noch op (2)25; een andere optie is dat de panden verhuurd waren. Wie waren de bewoners? (Zie voor een uitgebreid overzicht de tabel hier onder)
Nummer 23 (tegenwoordig 223):
De eerste gevonden persoon is in het adresboek van 1899. Dit is J. Hofstede, gepensioneerd kolonel O I L (Oost Indische Leger). Hij woont er tot half september 1906.
Vanaf 1908 tot en met 1936 komt D. van ’t Lindenhout, papierfabrikant in de Adresboeken voor. In de Adresboeken voor 1938 en 1940 komt zijn weduwe op dit adres voor.
Nummer 25 (tegenwoordig 225):
K.J. Duffhaus, koopman in de Adresboeken van 1899 t/m 1909
C.J.H.B.F. Duffhaus van 1910 tot Adresboek 1915-1916
Bij beiden staat de vermelding Firma C W D, magazijn en kantoor Stieltjesstraat 20 en 22
2 Hoogenbosch in 1922
W.A. Meijer, scheepsbouwk in de Adresboeken 1932 t/m 1938
De Meulenbergs
Waar hebben de Meulenbergs gewoond?
J.E. Meulenberg heeft vanaf 1-6-1898 op Kronenburgersingel 6 gewoond. Zijn vorige adres was van Berchenstraat 11. Zie ook Bevolkingsregister. In 1913 was hij nog niet verhuisd (en het vervolg is niet verder onderzocht).
J.H. Meulenberg woont vanaf 1-6-1898 op Kronenburgersingel 17. Rond 1905 verhuist hij naar Stationsweg 1.
1909: Firma C W D, magazijn en kantoor Stieltjesstraat 20 en 22, 1910-1911, 1912-1913
P.J.H. Kloot
Adresboek 1899
L. Wils
Adresboek 1905
C.J.H.B.F. Duffhaus
firma C W D
Adresboek 1910-1911, 1912-1913, 1913-1914, 1915-1916 (Dan firma C W),1916 Magazijn en kantoor Stieltjesstraat 20 en 22
J.B. Hoogenbosch
schoenfabrikant
Adresboek 1922
P.J.M. Hoogenbosch
chef kok
Adresboek 1922
W.A. Meijer
scheepsbouwk
Adresboek 1932, 1934, 1936, 1938
Mej. M.C.L. Bekenkamp
Onderwijzeres
1955
En de Meulenbergs:
Waar hebben de Meulenbergs gewoond? J.E. Meulenberg heeft vanaf 1-6-1898 op Kronenburgersingel 6 gewoond. Zijn vorige adres was van Berchenstraat 11. Zie ook het Bevolkingsregister. In 1913 was hij nog niet verhuisd (en het vervolg is niet verder onderzocht).
J.H. Meulenberg woont vanaf 1-6-1898 op Kronenburgersintel 17. Rond 1905 verhuist hij naar Stationsweg 1.
in 1896, 1898, 1899, 1901: fabrikanten van parapluies, parasols, wandelstooken aanverw artiekelen v berchenstraat 9 en stikke hezelstraat 2 (in 1898 korte hezelstraat 2)
Kronenburgersingel 231, september 2010, Havang(nl), CC0, via Wikimedia Commons
Op 17 februari 1897 koopt J.E. Meulenberg van de gemeente Nijmegen het perceel Kronenburgersingel hoek Stieltjesstraat te bebouwen met 3 woonhuizen Sectie B nr. 2487 groot 10a 36ca. (Bron: Notariële akte (koopakte) d.d. 17 februari 1897)
PGNC 21/2/1899: “Den 16. dezer heeft de onderhandsche aanbesteding plaats gehad van vier heerenhuizen alhier aan den Kronenburgersingel en Stieltjesstraat, door de architecten v.d. Pluijm en Gielen, voor rekening van den heer J.E. Meulenberg. Het werk is gegund aan den heer J.s Grandjean, aannemer alhier, voor de som van f40800.”
Het verschil tussen het in de koopakte genoemde aantal van 3 woonhuizen en de aanbesteding van 4 heerenhuizen wordt verklaard door de aankoop bij akte van 10 mei 1987 van een strook bouwterrein aan de Stieltjesstraat, te bebouwen – in vereeniging met een gedeelte van het aan den kooper bereids verkochte terrein bij akte van 17 februari 1897 – met één woonhuis, Sectie B nr. 2529 groot 93 centiaren, zijnde Stieltjesstraat 30.
De Meulenbergs hadden in 1897 de (huidige) nummers 223 en 225 laten bouwen, eveneens door v.d. Pluijm en Gielen.
Ontwerp voor vier Heerenhuizen aan de Kronenburgersingel en Stieltjesstraat te Nijmegen, De Architecten v.d. Pluijm en Gielen, Datum tekening Dec 1898 (D12.377831)De kant van de Stieltjesstraat: Ontwerp voor vier Heerenhuizen aan de Kronenburgersingel en Stieltjesstraat te Nijmegen, De Architecten v.d. Pluijm en Gielen, Datum tekening Dec 1898 (D12.377831)
Het hoekpand, Kronenburgersingel 231 is een Rijksmonument met als waardering (hier is tevens een uitgebreide beschrijving van het pand weergegeven) :
“HERENHUIS uit 1898, ontworpen door de architecten Van de Pluijm & Gielen in Overgangsarchitectuur.
– Van architectuurhistorische waarde als goed bewaard voorbeeld van een herenhuis, gebouwd in de stadsuitleg van Nijmegen in een Overgangsarchitectuur, typerend voor een gedeelte van de bebouwing aan de Singels in Nijmegen. Deze architectuur bevat vernieuwende elementen, gecombineerd met de wat traditionelere invloeden van bijvoorbeeld de Neo-Renaissance. Dit pand heeft een ongewone vorm en wordt gekarakteriseerd en gedomineerd door de torenachtige opbouwen. Het pand is bijzonder in de combinatie van de gaaf bewaard gebleven interieurelementen en de zorgvuldige detaillering van het gaaf bewaard gebleven exterieur. Er is bovendien een sterke ensemblewaarde en een stijlovereenkomst met het hekwerk aan de straatzijden.
– Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van het vanuit rijkswege beschermde deel van de binnenstad van Nijmegen, vanwege de zeer markante en in de architectuur vertaalde hoekligging en vanwege de situering van het pand aan de rand van het Kronenburgerpark, alwaar het in combinatie met de aanwezige groenaanleg een schilderachtig geheel vormt.
– Van cultuurhistorische waarde als herkenbaar element uit een maatschappelijke ontwikkeling. Het pand is gebouwd als huisvesting voor de nieuwe en kapitaalkrachtige stedelijke elite, die zich bij voorkeur vestigde in kapitale herenhuizen in de nieuw aangelegde straten rond de oude stad; een stadsuitbreiding die met het verwijderen van de vestingwerken aan het eind van de 19de eeuw mogelijk was geworden.“
Hoek Kronenburgersingel en Stieltjesstraat: gebeeldhouwde vogels (april 2025)
Gemeentelijk monument
Het blok als geheel is een Gemeentelijk Monument met als waardering: “Pand in overgangsstijl tussen neo-renaissance en nieuwere bouwkunst, van groot belang in de straatwand.” Kronenburgersingel 227 is samen met Stieltjesstraat 32 “gemeentelijk monument”
Lees hier verder over het huizenbezit van de Meulenbergs, of ga verder met de bewoners:
Op 19 november 1895 verkoopt de gemeente Nijmegen aan J.H. Meulenberg een perceel bouwterrein aan de Kronenburgersingel. Hierop wordt Kronenburgersingel…
M. Leijzerscis krijgt in 1900 telefoon (nummer 734 PGNC 9/9/1900)
De inrichting van Mej. E. Steijns PGNC 7/3/1916
Naam
Omschr
Adres
Adresboek
M.J.F.B. Leijzers-Vis
Industrieel
Kronenburgersingel 29
1901, 1902, 1903
M.Th. Martens
Geb. van Blaricum
1909
Wed. Mr. B.J.H. v. Blaricum
Geb. M.Th. Eskens
1910
Mej. G.J.E. Steijns
Onder “Massage en heilgymnastiek”
1916
J.B.C.E.M. Jansen-Ficher
Afkomstig uit Arnhem; in 1930 wordt een keukenmeisje gevraagd
PGNC 22/3/1919, De Gelderlander 20/9/1930
Mej. F.H. Dorssers
Huishoudster
1926, 1928
Onbewoond
1934
W.J. Janssen
Varkenskoopman (1934); Nijm. Baconfabriek (1940)
1934, 1936, 1938, 1940
W.A. Janssen
bedrijfsleider (1938); in februari 1936 vertrek van een W.A. Jansen naar Arnhem (PGNC 22/2/1936); in augustus 1936 vestiging van een W.A. Janssen (PGNC 1/8/1936)
1938, 1940
Fa. W. Pruijn
Varkensexport; tevens adres Ubbergscheveldweg 1
1936
H.J. Janssen
Looncalculator
1948
A.F. Wijers
Brood- en banketbakker
1948
Mej. C.A. Wijers
1948
T.H.J. Wijers
Bakker
1948
T.H. Janssen
Koopman
1959
W.J. Janssen
Exporteur
1963
W. Janssen
1968
Gevonden gebruikers nummer 231
Zoals reeds weergegeven, staat in de bijlage de gebruikers weergegeven. Hieronder enkele speciale vermeldingen:
In de jaren 20 was het pand in gebruik door de Karmelieten. Dan vinden we ook Titus Brandsma (vooralsnog eenmalig) op dit adres.
Een verhuizing naar Indië in 1930 geeft een beeld van de inventaris van het pand:
Interieur Kronenburgersingel 231 PGNC 28/5/1930
Hermsen
Advertentie pension Hermsen (De Gelderlander 28/9/1931)
In ieder geval is het pand in 1931 een pension. In een andere advertentie adverteert Hermsen met: “Gemeub. Kamers met pension voor 2 Heeren of Dames of Echtpaar” (De Gelderlander 7/11/1931).
Mevrouw Hermsen is bovendien actief als propagandist voor de R.K.S.P. (De Gelderlander 22/6/1935)
1939: Te koop
Advertentie Kronenburgersingl 231 te koop (PGNC 18/2/1939)
In februari 1939 staat Kronenburgersingel 31 te koop, waarbij de veiling op 2 en 16 maart zal plaatsvinden (PGNC 18/2/1939)
Tweede Wereldoorlog
Inkwartiering (Deel bericht De Gelderlander 7/12/1944)
Kronenburgersingel 31 komt in december 1944 voor op een lijst waar de bewoners van openbare schuilgelegenheden ingekwartierd kunnen worden. Het adres biedt dan plaats voor 4 personen (De Gelderlander 7/12/1944)
In De Gelderlander 5/3/1945 staat een advertentie waarin H. Venhovens-Radt uit Cuijk een aantal personen zoekt, waaronder Mej. L. v. Heumen-Venhovens (De Gelderlander 5/3/1945)
Het hoekpand met de Stieltjesstraat, 15/5/1988 (Anton van Roekel via F18294 RAN CCBYSA)
Naam
Omschr
Adres
Adresboek
H.W. Boeree
Koopman (1902); huisknecht (1903)
Kronenburgersingel 31
1902, 1903
Oosting (E)
Geb. A.G. v. Holthe tot Echten
1902
Dr. F.A.M. Lemaire
Arts
1903
A. Beersman(s)
Onder “Modisten en kostuumnaaiers”; grossier
1912-1913, 1913-1914, 1914-1915
A.G.D. Erkens
Onder “Amerikaansche karpetschuiers”
1912-1913
Wed. K. Install
Geb. B. Becker
1922
Prof. Dr. T. Brandsma
(O. Carm.), Gewoon Hoogleraar R.K. Universiteit
1928
Carmel
1928
A.M. Pelgrim
R.K. geestelijke
1928
L.H.M. Denteneer
1928
Echtg. F.J. Terwischa van Scheltinga,
Geb. J.W.M. Coomans; Wanneer zij op de Kronenburgersingel gaat wonen, is zij afkomstig van Zwolle (PGNC 13/6/1931)
1932
Mej. A.C.A. v. Aernsbergen
1932
Jkhr. Th.W. Serraris
z.b., hij is dan afkomstig uit Groesbeek en hij “student” vertrekt in juni 1933 weer, naar Ginneken
PGNC 17/12/1932 en PGNC 10/6/1933
Mej. M. Meijer
boekhoudster
1932, 1934
W. Munting
Arts; per 1-10-1933 gevestigd als Arts homeopatisch geneesheer (PGNC 23/9/1933) met praktijk aan huis. Hij is dan afkomstig van Alphen aan de Rijn (PGNC 14/10/1933)
1934
A.A. Hermsen
pensionhouder
1934
Mej. J.P. Segers
Part. secretaresse
1934
W.F. v. Gelder
Winkelier
1936
J.H. Jansen
Winkelbediende
1936
J. Voncken
Student; hij is dan afkomstig van Wijlre (PGNC 24/10/1936)
H. Friedeberg
Jurist
1938
W.H.G. Giesen
Koopman; hij is dan afkomstig van Tilburg (PGNC 12/6/1937)
1938
H.E. Puplichuizen en gezin
Agent houthandel, vertrekt naar Amsterdam (PGNC 24/9/1938)
Wede. C. Deuling- v.d. Worp
Vertrekt naar Amsterdam (PGNC 1/8/1942)
A.F. Boelen
1948
J.B.J. van Sambeek
1948, 1951
Wed. P.J.M. van Sambeek
Geb. H.A. van den Berg
1951
J.A.J. van den Boogaard
Locale kracht P.T.T.
1951
F.J. Govaert
1959
J.A. Rammeloo
1959
H.C. van Gils
1959, 1963
A.W.A. Snoeks
1963
J.P. Rietveld
1963
B.W.S.
Onder “Copieerinrichtingen”
1966
J.F.E.M. Ahout
Hotelhouder
1968
M.N.J.A.M. van den Wildenberg
1968
Verdijk
Design. Studio grafische ontw. Zeefdruk offset en stencilwerk
Rechts Kronenburgersingel 221, gebouwd als spiegelbeeld van 215, maart 2025 (Google Streetview)
T. van de Poel, R. Eekelder
Op 19 november 1895 verkoopt de gemeente Nijmegen (raadsbesluit 21-9-1895 ) aan J.H. Meulenberg een perceel bouwterrein aan de Kronenburgersingel te Nijmegen groot 3a 61ca, (ter breedte aan de Kronenburgersingel van 13 m.), deel uitmakend van perceel Sectie B nr 1927 (geheel groot 86a 64ca), gelegen ten N., van het reeds op 8 oktober 1895 door J.H. Meulenberg aangekochte gedeelte van dit perceel. Het gekochte te bebouwen met een dubbel woonhuis. (Bron: Notariële akte (koopakte) d.d. 19 november 1895 (waarin opgenomen een situatieschets).
Huisnummer 221 is gebouwd als spiegelbeeld van nummer 215.
Gemeentelijk Monument
Nummer 221 is een gemeentelijk monument met als waardering:
“Voorbeeld van laat-negentiende-eeuwse huizenbouw, vooral van betekenis in samenhang met de overige huizen in de straatwand”
Lees hier verder over het huizenbezit van de Meulenbergs, of ga verder met de bewoners:
Op 17 februari 1897 koopt J.E. Meulenberg van de gemeente Nijmegen het perceel Kronenburgersingel hoek Stieltjesstraat te bebouwen met 3…
Bijlage: Gevonden gebruikers
Op 20 en 21 april zal de veiling van de inboedel plaats vinden (PGNC 17/4/1920)
Naam
Omschr
Adresboek
D. v. ’t Lindenhout
Papierfabrikant
1901, 1902, 1903, 1905, 1907
H.J.P. v. Alfen
Leeraar H. en M.O.; in oktober 1909 vertrekt hij naar Maastricht (PGNC 21/10/1909)
1908, 1909
B. Nachenius
Benjamin Nachenius Benjaminszoon, weduwnaar van A.C. Pronck) overlijdt op 31-10-1915 (PGNC 2/11/1915); afgaande op O.G. Roelofs was A.C. Pronck zijn eerste vrouw
1910-1911, 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915
Wed. B. Nachenius
Geb. O.G. Roelofs
1915-1916
H. Lezer
Koopman; in ieder geval woont H. Lezer in december 1918 op dit adres (overlijdensadvertentie Betsy van Zand PGNC 13/12/1918)
1916
E.A. Geidel
Dekenstikster
1922
R.I. v. Gelder
Arts; huidarts met praktijk aan huis; hij vestigt zich rond oktober 1920 (PGNC 9/10/1920)
Kronenburgersingel 217 en 219, september 2013 (Havang(nl), CC0, via Wikimedia Commons) Jacobus H. Meulenberg (24/8/1855), Kronenburgersingel 17, Bevolkingsregister 1890
Op 8 oktober 1895 verkoopt de Gemeente Nijmegen aan J.H. Meulenberg een perceel bouwterrein aan de Kronenburgersingel: groot circa 10a 65ca, (ter breedte aan de Kronenburgersingel van 28 m.) deel uitmakend van perceel Sectie B nr. 1927 (geheel groot 86a 64ca), en wel dat gedeelte van perceel 1927 grenzende aan en gelegen ten Noorden van het gedeelte van gemeld perceel 1927 reeds verkocht aan dokter Mertens bij akte van 20 september 1895. De huisnummers 215, 217 en 219 zijn later via de nalatenschap van J.H. Meulenberg in de nalatenschap van zijn (enige) dochter, Maria Hendrina Meulenberg, terecht gekomen.
Kronenburgersingel 217 is van 1896 tot 1903 bewoond geweest door J.H. Meulenberg.
Daarnaast heeft de jongste dochter van J.E. Meulenberg, Mathilda Maria Francisca (1896-1976) op Kronenburgersingel 27 gewoond heeft. Zie bovenstaande overlijdensadvertentie van haar man Jos Arntz d.d. 11-11-1918. Een droevige affaire: zij waren pas getrouwd op 6-8-1918. Zij hebben daar dus maar heel kort gewoond. Volgens het adresboek 1920 was zij toen alweer bij haar vader op Kronenburgersingel 6 ingetrokken.
Detail: ondertekening van een bericht in De Gelderlander 9/1/1901
In 1901 is Meulenberg onder-voorzitter van De Commissie tot Steun van Werkloozen. Buurman J.J. Hoogenboom is lid van de commissie. Maar daarnaast ook N. van Haaren van Kronenburgersingel 7.
In 1968 ontwerpt architectenbureau Benning de wijziging van de voorgevels, waarbij de panden dan nog de adressen Kronenburgersingel 15, 17 en 19 hebben (D12.470658).
Gemeentelijk Monument
Kronenburgersingel 215, 217 en 219 (en 221) zijn gemeentelijke monumenten met als waardering:
nummer 215:
“Voorbeeld van laat-negentiende-eeuwse huizenbouw, vooral van betekenis in samenhang met de overige huizen in de straatwand.”
Op 19 november 1895 verkoopt de gemeente Nijmegen aan J.H. Meulenberg een perceel bouwterrein aan de Kronenburgersingel. Hierop wordt Kronenburgersingel…
Bijlage: Bewoners
Gebruikers Kronenburgersingel 215
(Deel) van inventaris te koop (De Gelderlander 25/10/1922)
(Deel) van inventaris te koop (De Gelderlander 28/10/1922)
Rond 1931 staat mevrouw S. de Jong regelmatig in advertenties als verkooppunt van loten ten bate van de “Joodsche invalide” (De Gelderlander 16/10/1930, De Gelderlander 2/1/1931, De Gelderlander 18/7/1932)
Kronenburgersingel 15
Naam
Omschr
Adresboek
J.J. Hoogenboom
S.S.; hij kondigt in PGNC 16/9/1902 zijn vertrek aan
1898, 1899, 1901, 1902
B.J.G.W. Beumer
Techniker
1903
B.J. Beumer Jr.
Techniker; Internationaal Technisch Bureau; Hij kondigt zijn vertrek in december 1905 aan in PGNC 29/11/1905
1905
S.M. Beckeringh
1907
H.E. Antink
Gep. Rijksontvanger; Hij vertrekt naar Rheden (PGNC 18/10/1911)
1908, 1909, 1910
J.J. v. Beuningen
Gep. Inspecteur S.S.; dienstbode gevraagd in PGNC 25/9/1912
1912-1913
Y. v. Nooten
1915-1916
Mej. M.E. Jong
1926
Mej. P.C. Mom
1926, 1928
H.S. de Jong
Reiziger
1928
S.H. de Jong
Koopman; H.S. de Jong “koopman” vestigt zich in september 1932 vanuit Eindhoven; in november 1932 vertrek S.H. de Jong en zijn vrouw naar Den Haag (PGNC 12/11/1932)
1932; PGNC 10/9/1932
R. de Graaff en vrouw
z.b., afkomstig uit Groesbeek
PGNC 7/2/1931
H.J.E.M. Tervooren
Procuratiehouder
1934, 1936, 1938, 1940
B.J. Moonen
Afd. chef electr. bedrijf; in 1963 filiaalhouder; in 1968 bedrijfsleider
1948, 1963, 1968
Wed. G.L. Pilger
Geb. W.J.M. Berger
1951, 1955, 1959
H.A. Gudde
1963, 1966, 1968, 1971
Tolhuisen geb Cusiel W
1968
Gebruikers Kronenburgersingel 217
Een bekende bewoner in de jaren 50 en 60 is Dr. L.J. Rogier, Vaderlandse en algemene geschiedenis der nieuwere tijden; zie ook de foto bij het RAN.
Ambt. ter Secretarie van Ubbergen; in februari 1915 gevestigd, hij is dan afkomstig uit Ubbergen (PGNC 14/2/1915)
1915-1916, 1916
Mej. A.Th. de Bruin
Apothekeres
1922
Herder & Geertsma, N.V., aann. En Beton-Mij v.h. de
1934
A.A. v. Leeuwen
Correspondent
1934
Woningvereeniging Zuid Nederland
Advertentie De Gelderlander 21/12/1932; 1934
Th. Baalman
Zonder beroep; Hij komt in februari 1939 hier te wonen, hij is dan afkomstig uit Groningen (PGNC 25/2/1939); Hij overlijdt op 3-2-1941 op 75-jarige leeftijd (De Gelderlander 4/2/1941)
1940
Mej. E.Th.M. v. Romondt
Onderwijzeres, Th. Baalman was haar oom (De Gelderlander 4/2/1941)
Stedelijk Gymnasium, foto 1890 (Gerard Korfmacher via F21820 RAN)
In 1880 ontwerpt architect Weve het Stedelijk Gymnasium aan de Kronenburgersingel, welke in 1881 gereed komt. Het gymnasium zal hier tot 1931 blijven. Op een later tijdstip was hier de Gemeentelijke Sociale Dienst gevestigd. Het pand is in september 1971 afgebroken.
Vooraf
Vanaf 1310 had Nijmegen al een Latijnse School, die vanaf 1545 gevestigd was aan het St. Stevenskerkhof. Zie hiervoor het artikel:
Begin 19e eeuw waren aan de Latijnse Scholen zogenaamde “tweede afdelingen” ontstaan, waarbij leerlingen naast Grieks en Latijn ook onderwijs kregen in vakken als wiskunde, aardrijkskunde, Nederlands en moderne vreemde talen. Dergelijke scholen werden gymnasiën genoemd. In 1842 werd de Nijmeegse Latijnse School een Stedelijk Gymnasium. Daarbij besloot de Gemeenteraad in 1865 tot een vierjarige cursus.
In 1876 werd de inrichting van gymnasia definitief geregeld door de Wet op het Hoger Onderwijs. In 1878 kwam er een nieuw leerplan, waarbij het gymnasium oude en nieuwe stijl naast elkaar bestonden. De nieuwe vorm was een zesklassige school, waarbij er een hogere rijkssubsidie mogelijk was. Dat maakte het voor de gemeente Nijmegen om een nieuwe school met rectorswoning te laten bouwen.
Op 18-8-1880 vindt de aanbesteding plaats van het maken van de gebouwen voor het Gymnasium en de Woning van den Rector dier inrichting. Weve, op dat moment waarnemend Gemeente-Architect, is de architect. (De Gelderlander 30/5/1880).
Bij de opening
Het PGNC schrijft bij de opening in 1881:
“Nijmegen, 5 September.
Morgen zal de plechtige opening plaats hebben van het nieuwe Gymnasium aan den Kronenburger Singel, dat volgens de plannen en onder het toezicht van onzen verdienstelijken gemeente-architect, den heer J.J. Weve, gebouwd is. Het gebouw dat een alleraangenaamsten indruk maakt, is opgetrokken in Duitschen renaissance stijl, in baksteen met Udelfanger zandsteen en kan met recht beschouwd worden te behooren tot de fraaiste gebouwen, die in den laatsten tijd in de nieuwe wijken onzer stad zijn verrezen. De heer Weve heeft, wat we zeer in hem prijzen, zoowel uit- als inwendig, getracht zooveel mogelijk alles te vermijden, wat naar kazernachtigheid zweemde, zooals zoo dikwijls bij scholen en dergelijke gebouwen plaats heeft, en dat hij daarin geslaagd is, zal een ieder, die zich een wandeling naar het gebouw wil getroosten, bij den eersten aanblik opvallen. Met voldoening kan de heer Weve op zijn arbeid terug zien; het Gymnasium is een waar sieraad onzer gemeente. Heden morgen waren we in de gelegenheid het gebouw in oogenschouw te nemen en we meenen onzen lezers geen ondienst te doen, door onze ervaringen mede te deelen.
Leraren en leerlingen van het Stedelijk Gymnasium t.g.v. de huldiging van Dr. Sormani, Kronenburgersingel 73, 1924 (L66091 RAN)
Men komt het gebouw binnen door een entrée, die met een dubbele glazen deur in de keurige vestibule voert, waarom zich de verschillende vertrekken van de benedenverdieping groepeeren. Recht tegenover de entrée opent zich de trapruimte, met een fraaie trap, naar de eerste verdieping, waarin men wederom een deel der leervertrekken en overige ruimte aantreft. In elke verdieping bevinden zich drie klasse-kamers; daarenboven is beneden, behalve een kamertje voor den claviger en een spreekkamertje, een flinke ruime kamer voor den rector. Onder de hoofdtrap bevindt zich tevens nog een deur naar buiten. Boven heeft men, behalve de genoemde drie klasse-kamers, een kamer voor de docenten, tevens bibliotheek, en, in het midden van den voorgevel, een ruim beschikbaar vertrek voor bijeenkomsten en mogelijke toekomstige uitbreiding der klassen.
Zoowel ouder als boven heeft men garderobes en verdere gemakken, alles even keurig en practisch ingericht.
Verder heeft men een ruimen zolder en een uitmuntenden kelder tot berging van brandstoffen, terwijl het gebouw van gas- en waterleiding als ook van een bliksemafleider voorzien is.
In de klasse-kamers heeft men licht in overvloed, terwijl voor den afvoer der lucht, door bijzondere kanalen, die in de dubbele scheidingsmuur zijn aangebracht en buitendaks uitkomen, uitmuntend is gezorgd. De verwarming der schoollocalen geschiedt door thermoconservateurs, uit de fabriek der firma Geneste & Co. te Parijs. In elk vertrek is zulk een thermoconservateur geplaatst; de luchttoevoer van buiten heeft plaats onder deze kachels, die met mantels zijn omgeven en den geheelen dag doorbranden, na éénmaal te zijn gevuld en aangestoken.
De keurige schoolbanken zijn geleverd door den ingenieur Vogel te Dusseldorf; zij zijn zeer practisch ingericht met verstelbaren tafel en van passende grootten.
Naast het Gymnasium verheft zich de woning van den Rector, een eenvoudig, net en ruim huis, hetgeen vooral nu het bewoond is een zeer vriendelijk aanzien heeft. Dit huis bevat 7 vertrekken, badkamertje, vele gemakken etc. en is mede door den heer Weve gebouwd. Zoowel dit huis, als het Gymnasium met de daarbij behoorende speelplaats zullen nog door een smaakvol ijzeren hek omgeven worden, waardoor de algemeene indruk zeker nog zal winnnen.
Aannemer van beide gebouwen was de heer A.Th. Opzoomer voor f46.700, waaronder echter niet begrepen zijn de kosten van het uitgraven en invullen met zand van het terrein, welke werkzaamheden nog voor de aanbesteding door den heer J. v. Oijen Pz. Werden uitgevoerd.
Ook den aannemer komt alle eer toe voor de wijze waarop hij zijn werk heeft afgeleverd.
Omtrent de feestelijkheden, welke bij gelegenheid van de opening van het nieuwe Gymnasium op morgen alhier zullen plaats hebben, vernemen wij het volgende:
Ten 10½ zullen de leerlingen van het Gymnasium en van de Burgerschool bijeenkomen in het oude Gymnasium onder den Kerkboog. Van daar zullen zij zich in optocht met hunne vaandels en voorafgegaan door het muziekkorps der Schutterij begeven naar het nieuwe gebouw aan den Kronenburger Singel. Hier zal vervolgens door het Dagelijksch Bestuur het gebouw worden overgedragen aan H.H. Curatoren, waarop door den Rector, den heer Dr. J. Meuleman, eene feestrede zal worden gehouden. Na afloop hiervan, vereenigen zich de leeraren van ’t Gymnasium, der Hoogere Burgerschool en verdere genoodigden aan een déjeuner, ten huize van den Rector, terwijl de jongelui in ’t gebouw zullen worden onthaald.“ (PGNC 6/9/1881)
Vervolg
Voormalig Stedelijk Gymnasium (gebouwd 1880/1881, architect Ir. Jan Jacob Weve) later Gemeentelijke Sociale Dienst (afgebroken in september 1971), foto 1969 (Evert van der Grinten via F78354 RAN CC-BY-SA)
In 1931 verhuist het Stedelijk Gymnasium naar de Van Schevichavenstraat, het gebouw van de voormalige Rijkskweekschool.
Praktisch Werk voor Werklooze Jeugd, Kronenburgersingel 73 (PGNC 4-3-1935)
In 1935 wordt het gebouw gebruikt voor vakcursussen voor de werkloze jeugd: “Vakonderwijs dus, wat straks den jongen man in staat zal stellen, meer kans te hebben om aan den slag te kunnen komen. Want een behoorlijk geschoolde arbeider zal in het algemeen een streep voor hebben bij hen, die geen vakkennis hebben.” In de werkplaats kan een jongere zich bekwamen “als metselaar, timmerman, bankwerker, schilder en nog allerlei andere vakken.” (De Gelderlander 1/3/1935).
In PGNC 16/5/1940 is de Kronenburgersingel het adres van de Gemeentelijke Dienst voor Maatschappelijk Hulpbetoon voor de uitbetaling van de ondersteuningsgelden.
In de jaren 50 is het gebouw het adres voor het Secretariaat voor Huishoudelijke en Gezinsvoorlichting. (De Gelderlander 14/11/1952) Deze commissie organiseert voorlichtingsavonden –“huishoudavonden”- over bijvoorbeeld gezonde voeding, maar geeft bijvoorbeeld ook demonstraties, lezingen, cursussen (waaronder kook-, naai-, handenarbeid-, en lampekapcursussen), enz. in verschillende wijken.
Op een later tijdstip zit de Gemeentelijke Sociale Dienst in het gebouw. Uiteindelijk wordt het in 1971 afgebroken.
Hiervoor in de plaats komt de grote serviceflat, die er nog steeds staat. Een foto uit 1982 van de bouw is te vinden op F19566 RAN.