Het oude gebouw van de Nutsschool voldeed niet meer. Daarop besluit de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen tot de bouw van een nieuwe school. In 1957 wordt begonnen met de bouw. Het ontwerp is van F.M. Oswald.
De Firma Peters-Gerrits had vanaf de jaren 20 haar handel in groenten, fruit en comestibles aan de Bloemerstraat 129, totdat deze bij het bombardement van februari 1944 werd verwoest. In 1944 opende ze haar nieuwe winkel, naar ontwerp van architect Kuipers, op de hoek van Molukkenstraat en Borneostraat.
In 1950 ontwerpt Kuipers de appartementen aan de Molukkenstraat 6 t/m 22. De achterliggende garages staan daarbij aan de Borneostraat. Opvallend daarbij is, dat het complex tevens bestaat uit 1 woning aan de Archipelstraat 274
Naast de appartementen in de Molukkenstraat tekende architect Rodenburg ook de vrijstaande woning Archipelstraat 251. Huidig, September 2022 (Google Streetview)
Waar nu een winkelcentrum is, bevond zich de Mensa van de universiteit. Hier hebben jarenlang studenten hun maaltijd gegeten en schoven ook oudere buurtbewoners aan (laatste: eigen herinnering). Tegenwoordig is de Refter op de campus geopend.
Een mooie foto uit 1971 is te vinden op F69929 RAN.
Aanvankelijk zou het gebied tussen de Archipelstraat, Molukkenstraat, Groenewoudseweg en de Professor Cornelissenstraat St. Radboudplein komen te heten, maar deze naam heeft het nooit gekregen. Hier werden een aantal voorzieningen van de universiteit gepland. De eerste steenlegging van de inmiddels gesloopte Studentenkerk vond plaats op 25 februari 1966. In 1969 kwamen het Universiteitshuis en de mensa.
1920/1921, Javastraat 41-67, 48-66, Celebesstraat 11-15 en Balistraat 1-5 Galgenveld
Zonnewijk, Javastraat oneven (maart 2026)
Vanwege de ingestorte woningmarkt voor middenklassewoningen na de Eerste Wereldoorlog, kregen woningcorporaties steun van het Rijk voor de bouw van dergelijke woningen. Op 8-8-1919 werd de Woningbouwvereniging Zonnewijk opgericht. Deze liet 30 woningen bouwen aan de Javastraat, Celebesstraat en Baliplein, naar ontwerp van architect A.H. van Wamelen uit Hilversum.
De woningen waren bedoeld voor de “gegoede” arbeidersklasse en “lagere ambtenaren” (Mijn Favoriete Gebouw in Nijmegenx, 156-157). Na de bouw van deze woningen, ondernam Zonnewijk geen nieuwe initiatieven. Als leden van de corporatie zijnde, was het onderhoud volledig in handen van de huurders zelf, die ook een bestuur kozen uit de bewoners van de panden. Dit zou tot de opheffing in 1997 zo blijven.
Bovendien was er sprake van een naastingsclausule, waarbij de gemeente uiterlijk op 1-5-1970 de grond en de woningen zou verkrijgen. Na de realisatie van de bouw liet Zonnewijk geen andere projecten meer uitvoeren.
Het ontwerp
Zonnewijk, Javastraat even (maart 2026)
Van Wamelen “was een aanhanger van de Amsterdamse school, wat bijvoorbeeld blijkt uit de kwartronde erkers bij gevelsprongen, de parabolische deurnissen en de expressieve schoorstenen. Van Wamelen voorkwam op twee manieren dat de lange gevelwanden saai werden. Hij liet een deel van de gevelrij naar achter verspringen. En hij ontwierp daklandschappen met de hoge zadeldaken als blikvangers. Deze daken met hun hoge schoorstenen geven Zonnewijk haar landelijk karakter, net als de hier en daar nog aanwezige houten luiken.” (Open Monumentendag)
“Het architectonisch meest bijzondere complex van Galgenveld -Indische Buurt is ontworpen door architect A.H. van Wamelen. Dit zijn de woningen van woningbouwvereniging “Zonnewijk”, gebouwd in 1920 in de Javastraat, de Balistraat en de Celebesstraat. In de architectuur van Van Wamelen manifesteren zich zowel invloeden van de flamboyante expressionistische Amsterdamse School, alsook van het kubistisch expressionisme van architect W.N. Dudok.”
En: “Ook in zijn woningbouwproject in Nijmegen toont Van Wamelen zich een virtuoos in het expressieve gebruik van het dakenlandschap. Van Wamelen combineert daarbij twee contrasterende kapvormen. Enerzijds kiest hij voor verticale accenten, in de vorm van hoge symmetrische zadeldaken, verwant aan een nordieke Havezate, of herenboerderij. Anderzijds past hij lange massieve en gestrekte dakvlakken toe in een horizontale belijning.” (Rein Geurtsen & partners in Indische buurt Galgenveld – Nijmegen Atlas beschermd stadsbeeld deel I, met foto’s en bouwtekeningen) Bovendien plaatst hij sommige bouwblokken iets terug, terwijl de hoekwoningen juist wat naar voren springen. “Bijzonder zijn ook de enkele massieve schoorstenen, de kwartronde wit houten erkers, de opgehangen luifels, de ramen met houten luiken, de gemetselde tuinmuurtjes en de speciale vormen van enkele voordeurnissen).” (Mijn Favoriete Gebouw, 156-157)
Voor de Celebesstraat ontwierp hij 2-onder-1 kap woningen met een recht, en in de Balistraat met een geknikt zadeldak.
Jaren 30: moeizame verhuur
Oranjeviering in de Indische buurt. Jeugdoptocht in het kader van de wijkfeesten, georganiseerd door een commissie van bewoners uit de Javastraat en omgeving voor de kinderen uit de buurt, 31/8/1929 (De Nijmeegsche Fotohandel via F48656 RAN CCBYSA Auteursrechthouder; J.F.M. Trum)
In ieder geval verliep in de jaren 30 de verhuur moeizaam. Er was inmiddels een overschot aan middenstandswoningen gebouwd. Deze waren beter gebouwd en men kreeg meer waar voor zijn geld. Vanwege een tekort aan inkomsten, raakte ook het onderhoud achterstallig. Hierop besluit de gemeente extra steun te verlenen.
Hieronder staat het krantenartikel van PGNC 24/2/1936 weergegeven:
“Dertig weinig aantrekkelijke woningen in Javastraat, Celebesstraat en Balistraat
B. en W. wenschen f29000 ter verbetering te verstrekken
De middenstands-woningbouwvereeniging “Zonnewijk” verkeert reeds eenige jaren in moeilijkheden door het veelvuldig onderverhuurd zijn harer woningen. Genoemde vereeniging exploiteert 30 woningen gelegen aan de Javastraat, de Celebesstraat en de Balistraat, welke in 1920 onder zeer ongunstige omstandigheden tijdens een ernstigen woningnood zijn gebouwd en waarvan thans door de overproductie van dergelijke woningen 1/3 deel geregeld onverhuurd is, waardoor een achterstand is ontstaan in de ontvangsten, welke een zóó ongunstigen heeft gehad op de exploitatie, dat B. en W. ’t oogenblik gekomen achten om ingrijpende maatregelen te nemen. De woningen, aldus deelen B. en W. den gemeenteraad mede, worden niet meer gevraagd, daar voor eenzelfde huur op andere plaatsen meer geboden wordt. Dat het onderhoud in en loop der jaren veel heeft gekost, is mede het gevolg van de slechte materialen en de onvoldoende zorg, waarmede de samenstelling is geschied.
De gebreken, welke aan den bouw kleven, wreken zich thans, temeer daar het onderhoud gedurende de laatste jaren bij gebrek aan inkomsten veel te wenschen heeft overgelaten.
De stand is volgens B. en W. te goed om deze woningen te laten vervallen tot een onverhuurbaar complex. In deze buurt, waarin tal van goede woningen staan, heeft dit blok, aldus B. en W. kans om verhuurd te worden indien tenminste de noodige herstellingen worden uitgevoerd, welke de vereeniging echter niet kan betalen. Voor de gemeente is ’t van groot belang dat wederom een goede exploitatie-mogelijkheid geschapen wordt.
Op grond hiervan hebben B. en W. een onderzoek doen instellen, waarbij is gebleken, dat naast het meest noodzakelijke en vrij kostbaar onderhoud verbeteringen noodig zijn, welke wel niet tot deze onderhoudswerken kunnen worden gerekend, maar moeten dienen om deze woningen aantrekkelijker te maken. Hieronder vallen het verbeteren van de sanitaire inrichting door het aanbrengen van vaste waschtafels, het verbeteren der badkamers, het maken van afzonderlijke achtertoegangen, het aanbrengen van een schuur, waar deze ontbreekt, en het uitbreiden der electriciteitsvoorzieningen met stopcontacten en lichtpunten. Voor het geheele werk is een bedrag van f28.900 noodig, dus ongeveer f1000 per woning.
Tevens merken B. en W. hierbij op, dat deze verbeteringen ook een grondruiling aan de Borneostraat met zich brengen, waardoor voor de gemeente een verkoopbaar terrein voor twee woningen ontstaat en een regelmatige afsluiting langs deze nieuwe straat mogelijk wordt.
In 1920 is door de gemeente een bijdrage in de bouwkosten verleend van f171.686,43, waarvan door het Rijk f128.764,81 is terugbetaald, zoodat destijds een bedrag van f42.921,62 door de gemeente aan dit complex is besteed. De woningen zullen in 1970- indien tenminste niet eerder tot naasting wordt overgegaan- eigendom der gemeente worden, doch van de dan getaxeerde waarde moet ¾ aan het Rijk worden terugbetaald. De gemeente heeft bovendien zich garant gesteld voor rente en aflossing van een door de vereeniging “Zonnewijk” met het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds aangegane hypothecaire geldleening.
B. en W. zijn van meening, dat wanneer geen hulp aan de vereeniging wordt geboden, de waarde der woningen zoodanig zal dalen, dat de lasten voor de gemeente grooter worden dan bij de restauratie het geval zal zijn. Derhalve stellen B. en W. den Raad voor aan de Middenstandswoningbouwvereeniging “Zonnewijk” voor de verbetering harer woningen een voorschot van f28.900 te verstrekken, in 34 jaar op den grondslag van het annuïteitensysteem af te schrijven.
In verband hiermede merken B. en W. den Raad nog op, dat de toeneming van de exploitatie-uitgaven der vereeniging, welke hiervan het gevolg zal zijn, bijna reeds gecompenseerd zou zijn, dat geregeld drie huizen meer zullen zijn verhuurd dan thans het geval is. Tevens deelen B. en W. den Raad mede, dat de Commissie voor de Openbare Werken zich met hun voorstel kan vereenigen.” (PGNC 24/2/1936)
Ook in 1941 gaat de verhuur nog moeizaam: “Met name in de jaren dertig en veertig hadden de huizen te maken met een tegenvallende bezetting; mijn ouders huwden in 1941 en konden direct het pand Javastraat 65 betrekken” (Mijn Favoriete Gebouw, pagina 172)
Vervolg
Javastraat hoek Celebesstraat (maart 2026)
Tussen begin jaren 70 en midden jaren 80 had gemeente Nijmegen plannen om de naastingsclausule ten uitvoer te brengen, waarbij de gemeente de woningen aan Woningvereniging Nijmegen zou overdragen. “Zonnewijk verzette zich hier met succes tegen.” (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis)
Daarop vond in 1992 bouwkundig onderzoek plaats, waarbij grote constructieve gebreken werden gevonden: “de samenhang van het metselwerk was door verzanding onvoldoende. Bij de bouw was metselspecie gebruikt met een veel te laag cementgehalte”. Sloop dreigde. Na een contra-expertise volgde echter renovatie in 1995. Daarbij werden tevens de woningen aangepast aan moderne comforteisen. Dit bracht echter hoge kosten met zich mee: om deze te kunnen betalen, besloot de vereniging de woningen aan de huurders te verkopen. Daarbij hief de vereniging zich in 1997 op.
Ary van Wamelen
Ary Henri van Wamelen (Den Haag, 7 juli 1885 – 28 juli 1962)
Van Hamelen werd in 1885 in Den Haag geboren. Zij vader was stalhouder, zijn moeder afkomstig uit Zwitserland. Van Wamelen trouwt op 29 april 1915 te Hilversum met Alijda Catharina Maria Brass; waarvan hij in 1925 zal scheiden.
Carrière
Van Wamelen leerde “de flamboyante expressionistische Amsterdamse School, alsook van het kubistisch expressionisme van architect W.N. Dudok”, op dat moment 2 moderne stromingen, in zijn begintijd als architect kennen.
Hij had, vóór 1916, een aantal jaren gewerkt bij de Afdeling Gebouwen van Publieke Werken in Amsterdam gewerkt. Deze afdeling was belangrijk voor ontstaan van de Amsterdamse School. Daar was hij opzichter-tekenaar 1e klasse Publieke Werken en adjunct-directeur (titulair) Publieke Werken.
Vanaf 1916 werkt hij op het Bouwkundig bureau van Hilversum als adjunct-gemeentearchitect onder leiding van stadsarchitect W.N. Dudok.
Als zelfstandig architect ontwierp hij in 1920 het project voor woningbouwvereniging Frisia in Amersfoort. Deze valt op door “de markante bolronde rieten daken. Hier liet hij zich inspireren door het bekende kunstenaarskolonie Park Meerwijk in Bergen NH. Die invloed zien we later ook terug in Groot Kievitsdal, In den Dennen en de op een zuluhut geïnspireerde villa te Baarn.” (https://items.amsterdamse-school.nl/details/persons/345)
Gevonden werken
1920: Frisia-woningen in Amersfoort (1920, meewerkend architect J.H. Slot)
1920: Indische buurt (Javastraat 48-66, Celebesstraat en Balistraat) in Nijmegen (1920)
1921: 26 huizen, Vondelkwartier in Bussum (Brederodelaan 4-14 en 5-15, Oud Bussummerweg 41-47 en 57-67 en Tesselschadelaan 7-9 en 16-18. Rijksbeschermd gezicht Bussum – Brediuskwartier). “. Tegelijkertijd heeft hij aan de Huizerweg en Jozef Israëlslaan nog 6 woningen ontworpen.” (wikipedia)
1923: Groot Kievitsdal, Baarn, samen met J.H. Slot
1923: In den Dennen, Baarn (1923, samen met J.H. Slot. Afgebrand in 1938)
1925: 68 huizen en twee winkels, Tuindorp Buiksloterhamopdracht; blok met woningen bevindt zich tussen de Latherusstraat en Clematisstraat in de blok met woningen bevindt zich tussen de Latherusstraat en Clematisstraat in de Bloemenbuurt; van Protestantse Woningbouw Vereniging
Winkelpanden (o.a. Disco-Bar Juicy Lucy, Technica en Foto Modern) met bovenwoningen, 1977-1980 (J.H. ten Have via F39116 RAN CCBYSA, Auteursrechthouder Hans en Tijs ten Have)
Aan de Van Welderenstraat 103 vinden de loop der jaren een aantal verbouwingen plaats, allen uitgevoerd door (Architectenbureau) J.D.A. Okhuysen.
De eerste bouwtekening die voor komt in het bouwdossier is de aanleg van de riolering in 1916 (D12.385199). Dan heeft het pand de aanduiding perceel No 77, Kad. Sectie B. No. 872).
De eerste verbouwing is de aanbouw van een keuken rond 1935 (Datum bouwdossier 601201935, D12.402047), dan heeft het pand al het adres van Welderenstraat 103. De architect is J.D.A. Okhuysen, die alle verbouwingen vanaf dat moment zal tekenen. Ook omdat het ontwerp spreekt van “kamers”, heeft de begane grond waarschijnlijk op dat moment nog een woonfunctie.
Verbouwing 1937
Rond 1937 vindt er een aanbouw van een serre aan de achterkant plaats (datum bouwdossier 1-10-1937, D12.403662). De begane grond bestaat dan inmiddels? uit “kantoor” en “salon”.
Daarbij valt onderstaand krantenbericht op, waarbij het in 1937 gaat om een verbouwing tot Bloemenmagazijn, in plaats van kantoor. Pas bij de bouwtekening uit 1945 gaat het om een verbouwing van kantoor tot winkel:
“Verbouwing Bloemenmagazijn Vermeulen
In aansluiting van het bericht van gisterenavond, inzake bovengenoemd Bloemenmagazijn, kunnen wij nog mededeelen dat deze verbouwing, repect. nieuwbouw, uitgevoerd werd onder architectuur van Architect Okhuysen, v. Welderenstraat 103 alhier, de aannemer was de heer Molenaar, Piet Heinstraat en het schilderwerk werd uitgevoerd door den heer Schaafsma, Graafscheweg, alhier.” (De Gelderlander 15/10/1937)
1957/1958: Verbouwing tot winkel
Bestaand: Verbouwing Kantoor tot Winkel, architect J.D.A. Okhuysen, datum tekening 29-10-1945 (D12.406925)
Verbouwing Kantoor tot Winkel, architect J.D.A. Okhuysen, datum tekening 29-10-1945 (D12.406925)
Verbouwing Kantoor tot Winkel, architect J.D.A. Okhuysen, datum tekening 29-10-1945 (D12.406925) Datum bouwdossier 28-5-1946
Rond 1957-1958 ontwerpt Okhuysen de uitbreiding aan de achterkant met een showroom met daarnaast een magazijn, waar voorheen een buitenruimte was. Daarbij lijken er een aantal wijzigingen in het ontwerp te zijn geweest:
Datum bouwdossier 18-12-1957, D12.429303: hierbij is alleen sprake van kleinere uitbouw met een magazijn
Datum bouwdossier 18-12-1957, D12.429304: hierbij is zowel sprake van een uitbouw met showroom als een magazijn
Datum bouwdossier 14-5-1958, D12.432094: nog hetzelfde ontwerp voor de achterkant als D12.429304 -dus mogelijk nog niet uitgevoerd- en nu is er een verdieping van het portiek aan de voorkant.
Plan tot het aanbouwen van een Showroom aan het perceel gelegen aan de v. Welderenstr, Arch. Bur. J.D.A. Okhuysen, datum bouwdossier 14-5-1958 (D12.432094).
Verbouwing 1997
Ook in 1997 vindt er nog verbouwing plaats aan voorgevel (D12.651976). De linker etalagekast is vervangen door de entree naar de bovenwoning, waarbij bovendien de etalage links van de ingang wat verlengd is, waarbij hij nu schuin afloopt. Ook hier tekende Architectenbureau J.D.A. Okhuysen voor het ontwerp.
Deze pagina verzamelt reeds verschenen artikelen over de Van Schaeck Mathonsingel.
Stadsuitleg
Uitleg van de stad: Nijmegen in 1888 ( KPD-16 detail Bottendaal)
Na afbraak van de vestingwerken wordt er rond het centrum een ring van singels gepland. Aan deze singels komen grote woningen voor rijke inwoners te liggen. Op de kaart van 1888 is te zien hoe het Keizer Karelplein het centrum is waar de radiale wegen van Nijmegen op uit komen. De St. Annastraat en de Graafseweg bestaan al eeuwen. Nieuw is onder andere de groene singel van de Stationsweg, de huidige van Schaeck Mathonsingel.
De Stationsweg was de breedste van deze wegen: de afstand tussen de huizen bedroeg 70 meter. Daarnaast werden alleen vrijstaande villa’s gebouwd, waarvan een aantal op een later moment andere functies kregen. Daarbij kwam er in het midden een 20 meter lange groenstrook.
Maar ook: in ieder geval vinden er in ieder geval nog in 1889, 1891 en 1896 een verpachting plaats van het terrein “tusschen de Graafschestraat, Stationsweg en Van Diemerbroekstraat”. (PGNC 28/4/1889, PGNC 10/5/1891 en PGNC 26/4/1896)
Burgemeester Van Schaeck Mathon Singel
Beeld van de Stationsweg (vanaf 1923 Van Schaeck Mathonsingel), gezien in de richting van het station, met in het midden het plantsoen met de fontein, ontworpen en uitgevoerd in terracotta in 1915 door beeldhouwer en keramist Willem Coenraad Brouwer (Leiden, 19/10/1877 – Zoeterwoude, 23/05/1933), 1917-1919 (Jacob Krapohl via F91530 RAN)
Vanaf 1923 vindt een naamverandering plaats: aanvankelijk Burgemeester Van Schaeck Mathon Singel. En vanaf 1950 zonder “Burgemeester”. De naamswijziging vond plaats vanwege het 25-jarig jubileum dat Van Schaeck Mathon burgemeester was. Op 15 december 1923 vindt de viering daarvan plaats (PGNC 12/12/1923)
Market Garden
Bij de gevechten rondom Market Garden staken de Duitsers de gebouwen aan de zuidzijde in brand. Hier kwamen de flatgebouwen voor in de plaats.
In 1915 schonk het Straalmansfonds een fontein voor het plantsoen aan de de Van Schaeck Mathonsingel en in 1916 twee bloemenschalen. Bij de vernieuwing van het park in 2002 bleek de fontein niet meer te redden. Daarvoor in de plaats kwam de fontein met de glazen koepel. De twee schalen konden nog wel worden gerestaureerd.…
De voor- en zuidgevel van Hotel Esplanade; geopend in december 1949, 1/1950 (Commissariaat van Politie Afd. Fotografie via F32520 RAN CC0).
Het architectenbureau ‘De Jongh, Taen & Nix’ maakte het ontwerp voor het samenvoegen van 2 villa’s aan de Van Schaeck Mathonsingel tot Hotel Esplanade. De opening van dit hotel vond in 1950 plaats.
Chinees-Indisch restaurant “Fong-Shou”
Na het faillissement van het Leupen Concern werd het gebouw in 1975 verkocht. Hierbij was Onroerend Goed en Assurantiekantoor Jetten en Sieverding de koper. Chinees-Indisch restaurant ‘Fong-Shou’ werd in juni 1976 geopend en veel Nijmegenaren zullen het gebouw vooral als dit restaurant herkennen. Op een gegeven moment is het restaurant naar Ewijk verhuisd, waar het in 2014 nog steeds bestaat. De bovenverdiepingen waren verhuurd aan studenten.
Brand en sloop
In 2008 brak er brand uit; op dat moment stond het pand al leeg. De restanten werden gesloopt, waarna de plek jarenlang gebruikt werd om fietsen te stallen.
De Van Schaeck Mathonsingel 10 is oorspronkelijk gebouwd als villa. Sinds de jaren 20 was het pand eigendom van de Katholieke Universiteit Nijmegen, die het voor onderwijsdoeleinden gebruikte.
Diogenes
Veel Nijmegenaren zullen het echter kennen als “Diogenes”, de studentenvereniging die er vanaf de jaren 50 zat. Deze vereniging was opgericht om een alternatief te bieden “De vereniging werd in de jaren vijftig opgericht als alternatief “voor de traditionele sociëteit-cultuur. Mede door Diogenes ‘verlinkst’ het studentenleven en komt dichterbij de burger te staan.” (https://www.nieuwsuitnijmegen.nl/Nieuws/1291/Nijmegen-Toen-en-Nu.html) The Police, The Cure, Herman Brood en Frank Boeijen hebben er opgetreden. Ook zal Diogenes bij veel Nijmegenaren bekend zijn van de late uurtjes, waar zij (min of meer) een monopoliepositie in de nachthoreca. “Maar tijden veranderen, door veranderingen van patronen in het studentenleven en versoepeling van de sluitingstijden van de reguliere horeca, moet Diogenes door financiële problemen in 2005 haar deuren sluiten.”
In 2005 ging Diogenes faillet. Daarop gaat vanaf 2006 het pand verder als “Villa van Schaeck”, waar verschillende studentenverenigingen zijn gehuisvest.
Links het kantoorpand van de N.V. Levensverzekeringsmij. Vitalis en de N.V. Verzekeringsmij. Fiducia (het voormalige woonhuis van S. van Zwanenberg) (adres van Schaeck Mathonsingel 2) (en een elektrische tram van tramlijn 1 (van St. Anna naar Hengstdal en v.v.), 1936-1940 (RAN)
Villa Stella Maris, architect Semmelink
De in 1888 in neo-renaissance stijl gebouwde villa naar een ontwerp van de Nijmeegse architect Dirk Semmelink. In 1924 werd de villa aangekocht door de zusters van Onze Lieve Vrouw van Amersfoort die er een pension voor meisjesstudenten onder de naam Stella Maris in vestigden. In 1945 kocht de Katholieke Universiteit het gebouw als noodlocatie voor in de oorlog verwoeste instituutsgebouwen en in 1947 werd het tevens leeszaal van de bibliotheek (boekentransport per bakfiets tussen depot in de Snijdersstraat en de leeszaal); in 1985 brandde de villa tot de grond toe af, 1950 (F32382 RAN)
De ruïne van het Psychologisch Instituut van de universiteit op de hoek met de Van Schaeck Mathonsingel dat tijdens de periode dat Nijmegen frontstad was, totaal werd verwoest, 9/1944-3/1945 (Anna Huybers via F52144 RAN)
Ook het pand op de hoek van de Van Schaeck Mathonsingel en de Vondelstraat werd verwoest. Bij de wederopbouw werd verbinding met de Vondelstraat verbroken.
Villa familie Abram van den Bergh-Knurr
Chaletachtig Landhuis, dat tot 1942 bewoond is geweest door de familie Abram van den Bergh-Knurr, directeur Bergoss Oss, 1930 (F21628 RAN)
Oorlog en wederopbouw
Van Schaeck Mathonsingel, gezien vanaf het Keizer Karelplein in de richting van het NS-Station, 1939 (ZN24460 RAN)
Op bovenstaande foto is de Van Schaeck Mathonsingel in 1939 te zien. In de Tweede Wereldoorlog werden de villa’s links (de zuidzijde) verwoest.
Het eerste pand links op de foto is Burgemeester Van Schaeck Mathonsingel 5: Villa Hollyden. In 1899 hadden A.W. Weissmann en P.H. van Niftrik vergunning verkregen voor het bouwen van een huis aan de Stationsweg. Voor meer informatie over dit pand en architect Weismann: Noviomagus.nl (tevens bron).
In 1918 kunnen mensen zich aanmelden voor de Cursus in Liturgie bij Mevrouw Jurgens-Prinsen op Stationsweg 5 (De Gelderlander 23/9/1918)
De Barmhartige Samaritaan
1949 Van Schaeck Mathonsingel 12 Centrum
‘De barmhartige Samaritaan’, reliëf van Pieter d’Hont (1917-1997) uit 1949. Op de voormalige diaconie van de Ned. Herv. Gemeente. Tekst: Doe Gij Desgelijks. Op de bronzen plaquette staat: Ter herinnering aan de hulp van de Ned. Herv. gemeenten Haarlem, Bloemendaal, Heemstede, Haarlem-Noord en Bennebroek, in de oprichting van dit gebouw. 7 Juli 1949 Ned. Herv. Gemeente, 1990-2000 (Martine Ridderbos via F24695 RAN CCBYSA)
“Haarlem hielp Nijmegen.
In de bevrijdingsdagen van Nijmegen in 1944 gingen bij de verwoesting van de Nijmeegse binnenstad ook de kapitale gebouwen van de NHG aan de Oude Stadsgracht in vlammen op.
Dat was een zwaar verlies, dat voor een groot deel hersteld werd door de NHG gemeenten van Haarlem, Bloemendaal, Heemstede, Schoten en Bennekom die de belangrijke som van f300.000 bijeen brachten voor de door hen geadopteerde NHG-gemeente Nijmegen Stad en Land.
De Nijmeegse NHG kon dank zij wijlen notaris Nieuwenhuis, voorzitter van de Diaconie, beslag leggen op een grote villa aan de Burgemeester van Schaeck Mathonsingel, welke na de restauratie kon worden ingericht tot centraal gebouw van de NHG Stad en Land.
Donderdagmorgen werd dit fraaie en officieel in gebruik genomen. Dat ging gepaard met enige feestelijkheden.
Ds. J. van Dijk Djz., sprak als voorzitter van de Kerkeraad het wijdingsgebed. De heer G.J. Jansen, voorzitter van de Diaconie, herinnerde aan het verlies der vroegere gebouwen aan de Oude Stadsgracht, en dankte Haarlem en ommelanden voor de gulle giften van drie ton aan de Diaconie en Kerkeraad.
Mr. Beets uit Haarlem onthulde vervolgens de gedenksteen in de hall van het gebouw. De beeldhouwer Pieter D’Hont heeft daar in relief een prachtige afbeelding gemaakt van de Barmhartige Samaritaan, het blijk van dankbaar Nijmegen aan Haarlem en Ommelanden. Mr. Beest aanvaardde deze gedenksteen namens het adoptiecomité.
….” (Provinciale Noord-Brabantsche courant Het huisgezin, 12-07-1949)
Flats van Schaeck Mathonsingel, architect ten Have
Appartementen aan de Van Schaeck Mathonsingel, architect J.H. ten Have. Gezien in de richting van het Keizer Karelplein, 1960-1965 (Uitg. A.A. van der Borg, Nijmegen via F32513 RAN CCBYSA)
“Een begin is gemaakt met het grondwerk voor de bouw van vijftig flats aan de Van Schaeck Mathonsingel waarover wij onlangs schreven. De Vondelstraat is definitief afgesloten en vrijwel het gehel terrein aan het Stationsplein en de Raad van Arbeid is afgepaald door de bouw van vijf blokken flatwoningen: drie kleine en twee grote woningcomplexen. Aan het Stationsplein blijft dan nog één perceel grond over dat gereserveerd is voor hotelbouw. De drie kleine flatgebouwen worden opgetrokken in drie bouwlagen. Ze zullen ongeveer zeven meter van de weg af liggen, zodat een flink gazon kan worden aangelegd. De twee andere blokken bestaan uit vier bouwlagen. In het bouwplan van architect J. ten Have liggen deze complexen iets teruggetrokken, waardoor hier een voorgazon van twaalf meter kan worden aangelegd. Tussen de verschillende flatgebouwen zal telkens een vrije ruimte van acht meter worden uitgespaard. De flats, die worden gebouwd in opdracht van het Mijnwerkers Pensioenfonds te Heerlen, krijgen in totaal vier en zestig garages, waarvan er twee en dertig vrijstaand achter de woningen zijn gepland en twee en dertig worden ondergebracht in de verschillende souterrains. Daar er meer garages dan flats komen, zal er gelegenheid zijn afzonderlijk voor autostalling te huren. De voorgevels van de huizen worden opgetrokken in grijs-rode baksteen, die wordt afgezet met lichte banden. Verwacht wordt dat de bouw volgend voorjaar zal zijn voltooid.” (Nijmeegsch dagblad, 11-04-1957, met foto werkzaamheden)
Herinrichting
In 2011/2012 wordt de straat opnieuw ingericht. Daarbij werd het plantsoen drastisch veranderd. Onder de singel kwam een parkeergarage voor 680 auto’s. Voor de aanleg van deze garage moesten wel de oude bomen worden gekapt. In oktober 2010 krijgt de gemeente toestemming voor het kappen van 84 bomen (54 haagbeuken en 30 paardenkastanjes).
Daarvoor in de plaats kwamen 112 lindes met een vergelijkbare stamomtrek van 30 centimeter. Deze zijn dusdanig gekweekt dat de wortels horizontaal groeien, zodat zij geen belemmering vormen voor de garage.
In juni 2011 is het diepste punt van de bouw van de parkeergarage bereikt: 8 meter. Wanneer de parkeergarage in 2012 opengaat, vervalt de parkeergelegenheid op de Nassausingel, die op haar beurt weer opnieuw is ingericht.
Reeds verschenen artikelen
Hotel “Victoria”, verwoest bij het bombardement van 22 februari 1944, 1930 (F32629 RAN)
In 1924 ontwerpt architect Charles Estourgie de verbouwing van Hotel Café-Restaurant Victoria. Een aantal verbouwingen zullen volgen, totdat het in 1944 tijdens het bombardement wordt verwoest.
Het Hotel Keizer Karel is als uitbreiding van een villa gebouwd in 1893, tussen de toenmalige Graafsche Straat (nu Graafseweg) en Stationsstraat (nu Van Schaeck Mathonsingel). De aanleiding was de oprichting van een Kneipp Instituut, vooral (kortstondig) beroemd door haar warm- en koud water opgietingen. Architecten waren Knoops en Maurits.
De gebombardeerde zaak van P. de Gruyter & Zn, gezien in de richting van de Grote Markt, 1944 (GN3819 RAN)
“P. de Gruijter & Zoon
Morgen wordt in de Broerstraat No. 62 de nieuwe winkel van de N.V.P. de Gruyter geopend.
Na verbouwing van het vroegere pand heeft men thans een modern winkelpand gekregen, dat de massa… En dat is toch allereerst de bedoeling van de moderne winkelbedrijven.
De architect der firma, de heer Wildschut, heeft voor het De Gruyter-bedrijf een voorname pui en nog attractioneeler interieur geschapen, dat tegelijk doelmatig en decoratief is.
De pui, in forsche lijn gehouden, is aantrekkelijk tegelijk en voert oogenblikkelijk den voorbijganger door de twee breede en schitterende vitrines welke tegelijk een schitterenden doorkijk geven op het interieur, dat er prachtig verzorgd uitziet.
Men kent de stijl der De Gruyter-winkels, waarvan men er tientallen door heel het land aantreft.
Maar iedere nieuwe winkel- mits deze op stand staat- is alweer sierlijker en fijner ingericcht dan de voorganger.
De bouwmeesters der De Gruyter-winkels verstaan de kunst met kleuren en lijnen te werken, en zoo noodig tegenstellingen te scheppen, welke aandacht vragen.
Zoo is de bovenrand van den winkel ingenomen door illustratieve voorstellingen van binnen- en buitenlandsche gebruiken in de gezinnen, waar de huiselijkheid den boventoon voert bij de thee of bij de koffie. Men bewondert oud-vaderlandsche winkelbedrijven en moderne bedrijven. Deze folkloristische beelden, veervaardigd op de plateelbakkerij Zuid-Holland vormen een rijke randversiering boven de zakelijkheid van den modernen winkel.
Boven de winkelvakken, waarin de verschillende artikelen worden bewaard, zijn sierlijke lichtbakken geplaatst, welke bij avond rood of wit aangeven de artikelen, welke in dat bepaalde vak geborgen zijn.
In tegenstelling met vroeger zijn de winkelbakken niet meer van hout maar van staal vervaardigd, welke geheel uitneembaar zijn.
De winkelinrichting, welke uit koper, staal, marmer en glazuursteen is opgetrokken is geheel ingesteld op de uiterste zindelijkheid en op behoud van de kwaliteiten der artikelen. Zoo wordt de bekende De Gruyter’s koffie in haar beste hoedanigheden en variëteiten uit luchtdichte silo’s verkocht, waardoor het heerlijke aroma volkomen behouden blijft.
De margarine wordt in ijskasten bewaard.
Vanuit eigen fabrieken in ’s Hertogenbosch worden dagelijks De Gruyter’s koffie, thee, cacao en grutterswaren naar de filialen verzonden, echter niet dan na een zorgvuldige controle in proeflokaal en laboratorium.
De winkel welke een aanwinst is voor de Broerstraat als bedrijfsstraat, is een der fraaiste winkels van het land, dat volgens een propagandistisch lichtbeeld in den winkel, bijna in iedere stad zijn De Gruyter’s winkels heeft.
Bij de opening van de nieuwe zaak bij de firma De Gruyter biedt zij haar cliëntѐle bijzondere attracties. Wij verwijzen daarvoor naar de advertentie in dit blad.
In het bijzonder moet nog vermeld worden de cassa, die in De Gruyter’s winkel zoo’n voorname rol speelt. Deze cassa immers geeft aan de huisvrouw de waardevolle 10% bons. Voor elke f10 van deze bons ontvangt de klant f1 terug.
De verbouwing van het nieuwe pand is uitgevoerd door de Nijmeegsche aannemersfirma Kloosterman & Detmers. De lichtinstallatie is aangebracht door het electronische bureau J. van Kleef.
De bovenverdieping van het kapitale pand in de Broerstraat No. 62 is niet veel veranderd. De groote kamers zijn ingericht tot berglokalen van de verpakte artikelen. Het sousterrain wordt deels ingenomen als opslagplaats van losse goederen in balen.
De firma De Gruyter heeft hier ter stede nog zaken op het Mariaplein en aan de St. Annastraat en een verzendkantoor in de Pontanusstraat.” (De Gelderlander 18/9/1935)
De gebombardeerde zaak van P. de Gruyter & Zn, gezien in de richting van de Grote Markt, 1944 (GN3819 RAN)
Noodwinkel
De Mariënburg in de richting van de Lange Koningstraat, links het Arsenaalgebouw, rechts de noodwinkel van de Gruyter, 1950 (F29844 RAN)
Herbouw De Gruyter in de Broerstraat, architect Wilschut
1950 Broerstraat 62
“Nieuwe glorie in de Broerstraat
P. de Gruyter en Zn. geopend
Weer een nieuwe winkel geopend. De uitwerking van dit bericht wordt steeds minder. Bijna iedere dag kunnen wij melding maken van een herrezen pand, van een stukje Nijmegen, dat in nieuwe luister is verschenen. Gisteren werd in de Broerstraat het nieuwe filiaal van de firma P. de Gruyter & Zn geopend op de plek waar het oude werd verwoest.
Ook deze firma verloor tijdens het bombardement van Februari 1944 haar winkel. Het werd geruïneerd door de brand die veroorzaakt werd door het bombardement. Na de oorlog richtte men een noodfiliaal op Mariënburg op. Toen echter in Februari van dit jaar de gemeentelijke goedkeuring kwam om te bouwen, ging men zo snel als maar enigszins mogelijk aan de gang. Met het gevolg dat- en ongeveer een half jaar later- het prachtige nieuwe pand staan aan wat straks ongetwijfeld de Kalverstraat van Nijmegen zal worden. De fa. Hiemstra ondervond tijdens het bouwen geen moeilijkheden zo verklaarde men ons. De materialen waren aanwezig en alleen de kelder veroorzaakte enige vertraging, doordat men drie meter dieper moest graven dan men aanvankelijk had gedacht. Dat De Gruyter er vaart achter zet blijkt uit het feit, dat Maandag reeds wordt begonnen met de bouw van een nieuw filiaal, het zevende, aan de Voorstadslaan hoek Biezenstr.
Het door architect T. Wilschut uit Den Bosch gemaakte ontwerp mag er zijn, zowel bezien uit zakelijke overwegingen als uit een oogpunt van interieur-verzorging. De winkel is uitgevoerd in notenhout, marmer en plateel. De marmeren toonbanken zijn van een nieuwe uitvoering, die haar doeltreffendheid in de praktijk wel zal bewijzen. Zij bestaan n.l. uit drie trappen, als wij dat zo mogen noemen. De koper vindt vooraan de toonbank een brede richel, waarop hij een boodschappentas kan plaatsen, dan volgt een verhoging met biskwie-bakken en daarachter de ruimte voor de verkoopsters, om de waar in te pakken. De wanden zijn versierd met Oud-Hollandse prenten, die op plateel zijn uitgevoerd. Beneden de winkel is een ruime droge en hygiënische opslagkelder met een losbak naar de achteruitgang, die uitkomt op de achterweg, bereikbaar door de grote achterpoort in het pand van Kloosterman. Boven de winkel zijn twee ruime flats, zodat ook weer de nodige woonruimte is gewonnen. Een nieuwe aanwinst voor de Broerstraat, voor Nijmegen, die zich langzaam maar zeker hersteld van oude wonden en krachtig de toekomst tegemoet treedt.” (Nijmeegsch dagblad, 29-9-1950)
Hoek St. Annastraat met Fransestraat, op St. Annastraat 53a Antiekzaak L’Antique Interieure en op de hoek St. Annastraat 55 café St. Anneke, 1989 ( Anton van Roekel via RAN CCBYSA)
Deze pagina verzamelt reeds verschenen artikelen over de St. Annastraat.
De St. Annastraat is vernoemd naar het gehucht St. Anna, dat op haar beurt vernoemd is naar een kapel, die in 1598 is afgebroken “en in de oude bescheiden niet vóór 1542 genoemd wordt, wat echter niet zegt, dat zij niet eeuwen ouder was.” (Teunissen 1933 zoals weergegeven in het Straatnamenregister)
Bij de stadsuitbreiding na de sloop van de vestingweken veranderde het uiterlijk van deze straat aanzienlijk: De St.Annastraat was een van de radiaalwegen vanuit het Keizer Karelplein, waarlangs statige herenhuizen verschenen.
Het westelijke gedeelte “tot aan de oude laan (d.i. tot aan de oude beplanting) werd 17 Juni 1882 St. Annastraat genoemd; het ander deel St. Annalaan. De verbinding Keizer Karelplein met St. Annastraat en Groesbeekschestraat bestond tot 1888 uit twee door een beplanting van elkaar gescheiden wegen. Sedert 12 November 1904 wordt de gehele straat genoemd St. Annastraat.“
Eerste rij woningen St. Annastraat
De St. Annastraat: De eerste rij woningen aan de even zijde van de St. Annastraat , tussen het Keizer Karelplein en de Van Trieststraat, 1900 (F16885 RAN)
St. Annastraat 16
St Annastraat 16 is onderdeel van een Gemeentelijk Monument. Met als tekst bij aanwijzing:
“Onderdeel van: Aaneengesloten rij woningen met links en rechts hoekpand, bestaande uit huizen van twee bouwlagen met souterrain, gedekt met platte daken die aan de straatzijde met leien of pannen gedekte dakschilden hebben waarin grote dakkapellen zijn aangebracht. De uit baksteen opgetrokken gevels zijn voorzien van geschilderde stucbanden en -blokken; het middengedeelte van de rij (de nummers 8-10) is in later tijd geheel geschilderd. De gevels zijn twee- of drie-assig; bij elk pand springt één der assen iets naar voren en bevat ofwel de voordeur ofwel een erker, en zet zich boven de kroonlijst voort in een dakkapel. Bouwjaar: ca. 1885-1890. Uitzonderlijk gaaf bewaard gebleven bouwblok, dat vrijwel als enige straatwand daterend uit de periode van de eerste stadsuitleg ongeschonden bewaard bleef.”
St. Annastraat 28 is onderdeel van een Gemeentelijk Monument. Met als tekst bij aanwijzing:
“Aaneengesloten straatwand waarvan helaas de hoekpanden niet meer in de oorspronkelijke staat aanwezig zijn, bestaande uit woonhuizen van twee bouwlagen met souterrain, gedekt met platte daken die aan de straatzijde hoge dakschilden hebben waarin dakkapellen zijn opgenomen. Bij drie panden (nrs. 20, 36, 42) is in het dakschild een steil smal tentdak opgenomen. Het materiaal is baksteen, verlevendigd met lichtgeschilderde stucbanden en blokken in de strekbogen boven deuren en ramen. De gevels bestaan meestal uit drie assen, waarbij de deur vrijwel steeds excentrisch is aangebracht. Deze toegangspartij wordt bereikt via een natuurstenen trap, die is verbonden met de geheel in imitatie-steenblokken gestucte souterrainpartij. Door beschildering is pand nr. 32 ernstig aangetast; van pand 42 is souterrain en bel-etage ingrijpend gewijzigd. Bouwjaar: ca. 1890-1900. In onderdelen aangetaste doch nog duidelijk één geheel vormende straatwand die samen met de tegenoverliggende panden het beeld van de belangrijkste nieuwe straat van na de ontmanteling bewaart.”
St. Annastraat 1 en verder
Hoek St. Annastraat/Groesbeekseweg vanaf het Keizer Karelplein, 1885 (Gerard Korfmacher via F11947 RAN)
Gemeentelijk Monument
St. Annastraat 1 is onderdeel van een Gemeentelijk Monument, met als tekst bij aanwijzing:
“Rij woonhuizen waarvan enkele gewijzigd in winkels. Straatwand, onderbroken door één zijstraat, bestaande uit woonhuizen van twee bouwlagen, vrijwel alle met souterrain. De uit baksteen opgetrokken panden hebben platte daken, met aan de straatzijde steile dakschilden met dakkapellen. De decoratie bestaat uit gestucte banden en geprofileerde lijsten tussen de etages; de souterrainzone is in stucwerk uitgevoerd of met natuurstenen platen bekleed. Alleen bij nr. 35 is op grote schaal van natuurstenen ornamenten gebruik gemaakt. Van de panden nr. 1 (hoek Groesbeekseweg), 3, 37, 45 en 53 is de begane grond-verdieping tot winkel verbouwd. Vrijwel zonder uitzondering zijn de panden drie-assig, waarbij de voordeur steeds excentrisch geplaatst is. Bij en groot deel van de panden is de middelste as als risaliet uitgewerkt. Deze is rijk gedecoreerde in stuc en heeft veelal een balkon op de etage. Architect(en) onbekend; nr. 35 mogelijk door D. Semmelink. Bouwjaar: ca. 1885-1895. In onderdelen aangetaste doch nog duidelijk als straatwand sprekende rij panden, die samen met de tegenover liggende rij het karakter van de na 1880 ontworpen straat zeer goed bewaard heeft.”
Begin Groesbeekseweg vanaf St. Annastraat, oktober 2024 (Google Streetview)
Estourgie
Een aantal bijzondere gebouwen op de St. Annastraat zijn gebouwd naar het ontwerp van Charles Estourgie, die de Amsterdamse School naar Nijmegen heeft gebracht. De verhalen van de gebouwen staan op de pagina van Estourgie.
Huize Heyendaal
Huize Heyendaal architect Estourgie
St. Annastraat 209-231
St. Annastraat (externe informatie) 209 – 211 – Heijendaal, 1989 (Anton van Roekel via F27607 RAN CCBYSA)
Bloemenmagazijn de Kluys
1935
Het voormalige pand (uit 1935) van Bloemisterij en Handelskwekerij De Kluijs , op het moment van de foto een Chiropractie-praktijk, 2019 (Henk van Gaal via DF888 RAN CC0)
Op deze pagina staat de bewoningsgeschiedenis weergegeven van Huize “Boschoord”, tegenwoordig St. Annastraat 294.
Woonhuis op de hoek met de Reestraat, ontworpen in 1938 door Charles Estourgie Junior i.o.v. Dokter Vermeer. Rijksmonument 523018, zijaanzicht, St. Annastraat 244, 2010 (Henk van Gaal via DF906 RAN CC0)
Rond 1932 ontwerpt Charles Estourgie het blok St. Annastraat 209-233: “van vier Huizen met Bovenhuizen,-Twee Winkelhuizen met Bovenhuizen en een Bakkerij, met Woning”. Vaak wordt dit blok als voorbeeld gebruikt, wanneer het gaat dat Estourgie de “Amsterdamse School” naar Nijmegen heeft gebracht.
De hoofdingang van het St. Canisius-Ziekenhuis, gebouwd in 1922-1926 naar ontwerp van architect Eduard Henricus Gerardus Hubertus (Eduard) Cuypers (Roermond 18/04/4859 – 01/06/1927 Den Haag), met rechts het klassepaviljoen en geheel links het gemeentepaviljoen. Na fusering in 1977 met het protestantse Wilhelminaziekenhuis werd in 1992 het nieuwe huidige Canisius Wilhemina Ziekenhuis (CWZ) aan de Weg door Jonkerbosch betrokken, 192-1928 (A.A. v.d. Borg via F91388 RAN CCBYSA)
In 1926 zou het nieuwe R.-K. Canisius Ziekenhuis aan de (huidige) St. Annastraat en Groenestraat worden geopend. In 1920 plaatst de Gelderlander een uitvoerig artikel over de plannen daarvoor.
Uit drie woonhuizen bestaand pand (nummers 166, 168 en 170) dat in 1908 werd gebouwd naar een ontwerp van gebroeders Haspels (Henk van Gaal via DF4251 en bijschrift DF4250 RAN CC0)
De Gebroeders Haspels ontwierpen in 1908 3 woonhuizen aan de St. Annastraat. De woningen zijn gebouwd in de “Nieuwe stijl”, de Nederlandse vorm van Jugendstil/Art Nouveau.
Hoek St. Annastraat met Fransestraat, op St. Annastraat 53a Antiekzaak L’Antique Interieure en op de hoek St. Annastraat 55 café St. Anneke, 1989 ( Anton van Roekel via RAN CCBYSA)
In 2024 sloot het bekende Chinees-Indische afhaalrestaurant Iwan op de St. Annastraat. Vanaf 1970 had hier jarenlang een Chinees afhaalrestaurant gezeten. Daarvoor was hier tientallen jaren banketbakkerij Burki gevestigd: in 1914 verbouwde de aannemer/architect Tiemstra het herenhuis aan de St. Annastraat tot een bakkerij.
Hoek St. Annastraat met Fransestraat, op St. Annastraat 53a Antiekzaak L’Antique Interieure en op de hoek St. Annastraat 55 café St. Anneke, 1989 ( Anton van Roekel via RAN CCBYSA)
Veel Nijmegenaren kennen het hoekpand op de St. Annastraatstraat en de Fransestraat als café St. Anneke. Oorspronkelijk was het samen met het huidige nummer 53a 1 grote woning, die er in ieder geval in 1910 al stond. De architect Zoetmulder ontwierp de splitsing naar 2 winkels met bovenwoningen. Op 53a zaten hier jarenlang meubelzaken (Tilders…
Wilhelmina apotheek in 1936, na de verbouwing naar ontwerp Meerman en van der Pijll, RAN noemt het Apotheek “St. Anna”, 1936 (F15022 RAN)
In 1936 ontwerpen de architecten Meerman en van der Pijll de verbouwing van een woonhuis van 1926 tot de Wilhelmina Apotheek op St. Annastraat 228.
Splendor Gloeilampenfabriek
1928
De Splendor Gloeilampenfabriek, St. Annastraat 198, 1935-1945 (J.J. Maaskamp via L45433 RAN CC0)
“N.V. Splendor-Gloeilampenfabriek.
In onze stad heeft zich geleidelijk een gloeilampen-industrie ontwikkeld, welke wat beteekent in het moderne nijverheidsbedrijf.
Zij is uit het klein gegroeid, in 1913 heel bescheiden opgericht, eerst in de Schoolstraat, daarna overgebracht in 1917 naar de Van Gendtstraat waar de Gloeilampenfabriek Nijmegen, gesteund door Nijmeegsch kapitaal, meer uitbreiding kreeg en groeide tot een N.V.
In den oorlog had deze fabriek een goed afzetgebied gevonden bij de geallieerde legerleiding welke van haar loopgraaflampjes in groote hoeveelheden betok.
Zonder veel ophef maar onverdroten werd voortgewerkt aan den uitbouw van deze nijverheid, welke in Eindhoven culmineert en elders zoo moeilijk vasten voet kon krijgen.
Maar in Nijmegen zaten de laatste jaren de ware werkers, die het stoute stuk volvoerden een onafhankelijke gloeilampenfabriek tot blijvenden bloei te brengen.
De fabriek aan de Van Gendtstraat werd veel te klein, men moest naar uitbreiding uitzien en de oude werkplaatsen boden daarvoor te weinig doelmatige gelegenheid. Men moest naar buiten.
Tijdelijk had men nog een hulpfabriek in de Dr. Jan Berendsstraat.
Een nieuwe fabriek werd gebouwd op St. Anna. En nu staat de Splendor in het volle lichte en trekt van alle zijden de aandacht op de St. Annastraat, even voorbij de spoorbrug, nabij de Groenestraat. Het werd een model fabrieksgebouw, uitgevoerd naar het ontwerp van den architect den heer Pothoven uit Apeldoorn (in De Gelderlander 31/3/1928 staat de rectificatie dat hij uit Amersfoort komt) en gebouwd door de Nijmeegsche aannemersforma Tiemstra en Zonen.
De groote fabriekswerkplaats, waar thans een vierhonderd man sterk oud en jong personeel dagelijks werkt aan de vervaardiging der Splendorlampen, is geheel aan den weg gemaskeerd.
Een gewoon fabrieksgebouw naast de garage Moll aan de St. Annastaat, zou deze omgeving kunnen ontsieren.
Maar de architect Pothoven loste het vraagstuk op, om een bijna veertig meter breeden voorgevel voor de Splendorfabriek op meer dan bevredigende wijze op. Het werd een levendige gevel, strak van lijn en toch met een afwisseling in kleur en toon, welke het geheel tot een mooi gebouw maakt aan een ruim voorplein, dat wel past in het kader van de drukken verbreeden verkeersweg.
Het torentje midden op den voorbouw, wellicht bedoeld als Splendor-radio-toren, is een vriendelijke bekroning van den hoogen gevel.
Aan de voorzijde van het gebouw zijn boven en beneden de kantoren ondergebracht en tevens laboratoria voor de ingenieurs en technici ingericht- reeds nu zijn vier ingenieurs en verschillende chemikers aan den Splendor verbonden.
Binnen in het hoofdgebouw is alles sober, zonder eenige overdadige versiering, het trappenhuis krijgt het volle licht door kleurrijk glas-in-lood-raam
Onmiddellijk aan de kantoren grenst dan de groote fabriekshal, welke bijna honderd meter lang is en minstens derrtig meter breed.
Licht en lucht kunnen vrij in deze hall doordringen, waar ruim vierhonderd mannen, jongens en meisjes, dag in dag uit, soms bij afwisselende ploegen druk in de weer zijn aan de vervaardiging van lampen, voornamelijk autolampen, radiolampen en lampen voor treinverlichting. Dat zijn wel de specialiteiten van de Splendor, welke ingericht is voor de constructie van iedere lamp, welke besteld wordt in ieder kwantum.
De Splendor heeft momenteel met zijn 400 man personeel wel een jaar-productie van 300.000 lampen en is op het oogenblik zoo overladen met bestellingen, dat de productie over 1928 bijna geheel verhandeld is. Er wordt zelfs nu alweer nagedacht aan uitbreiding der zoo ruime fabriek, welke modern geouttileerd is. Om op de interne inrichting eens terug te komen, wordt nog wel gelegenheid gegeven, wanneer de fabriek officieel geopend is.
Het geheim van den voorspoed van den Splendor ligt niet slechts in de groote bekwaamheid der technische hoofdleiding maar zit ook in de energie en koopmanszin der directie.
Er is een voortdurende wisselwerking van ideeën tusschen de bedrijfs- en vakkundige leiders, wat vooral van groot nut blijkt te zijn op een modern-technisch bedrijf als de Splendor, dat juist door zijn zoo economische inrichting en degelijke lamp-constructie’s de concurrentie weet te doorstaan met andere bedrijven nog grooter dan zij.
De Splendor heeft haar vertakkingen over bijna geheel de wereld en haar eigen verkoopkantoren in Engeland, waar zelfs twintig man werkzaam zijn en verder in Australië enz.
Steeds wordt nog een uitbreiding van het handeldebiet gewerkt en blijft de Splendor zich toeleggen op technische verbeteringen van haar lamp-producten- ook bestemd voor lichtreclames.
Een bloeiende nijverheid als deze, voorzien van alle technische hulpmiddelen, is van beteekenis voor stad en omgeving.
Reeds nu vinder er ruim vier-honderd personen werk, de mogelijkheid is niet uitgesloten, dat dit getal nog tot 700 stijgt, wanneer aan het bedrijf volle ontplooing wordt gegeven.
Op het oogenblik werken er 330 jonge en oudere personen uit Nijmegen, en ruim 80 uit Millingen, Pannerden, Beuningen, Malden, Heumen, Bergen enz., welke laatste per speciale autobus of tram naar de fabriek komen.
De verstandhouding tusschen directie, technische leiding en personeel is een goede, men begrijpt elkander en allen werken als één man aan grootmaking van het bedrijf.
De heer W.A. van Heijningen voert tegenwoordig op voorbeeldige wijze de directie tot voorspoedige vooruitgang van Splendor, welke zich handhaaft onder de grootsten, hoewel het opkwam uit klein-bedrijf.
Maar zich dan op zoo’n wijze opwerkte, dat het ook technische beteekenis kreeg als nu de Splendor, welke naam kreeg om haar radio-lampen en ook aandacht kon vragen voor haar fabricatie van de lamp zonder punt.
Spoedig hopen wij nog iets te kunnen melden over het technische bedrijf.
De terreinen van de Splendor op St. Anna zijn ruim een H.A. groot- er is alle gelegenheid tot uitbreiding, welke op den duur niet kan uitblijven.” (De Gelderlander 28/3/1928)
Splendor (april 2026)
St. Annastraat 267-269
Heijendaal
Een dubbel woonhuis gebouwd in 1888, vóór de restauratie in 2010. Vroeger zat hier Albers radio-technisch installatiebureau, daarna zat hier (nr 269) het directiesecretariaat en de afdeling personeelszaken van het Canisius-Wilhelminaziekenhuis. Op nr 267 zat hier de Antieke Poppenboetiek Claudia, St. Annastraat 267-269 (Ber van Haren via KN14953-28 RAN CC0)
Radio-technisch Installatie Bureau Albers
In mei 1938 verhuist Electro- en Radio-Technisch Bureau Antoon J.G. Albers naar St. Annastraat 269. Hij had daarvoor zijn bedrijf in de nieuwbouw van St. Annastraat 223, waar hij zijn zaak in juli 1932 had geopend. (PGNC 4/5/1938)
In 1954 opent het 25ste filiaal van Het Zuivelhuis op Broerstraat 48. Haar winkel, eveneens in de Broerstraat, was tijdens het bombardement van 1944 verwoest. Het ontwerp was van Architectenbureau van der Meijden en Klaver uit Elst.
Vooraf: opening 1938 in de Broerstraat
Advertentie opening Het Zuivelhuis op Broerstraat 48, PGNC 13/1/1938
De eerste winkel in Nijmegen wordt geopend in januari 1938 op Broerstraat 48.
Zij heeft dan al een filiaal aan de “Rijnstraat en Steenstr.” (De Gelderlander 19/1/1938). In haar bedank-advertentie voor de opening van de Nijmeegse winkel: “Evenals in Arnhem zullen wij steeds het beste van het beste op het gebied van Volvette Boerenkaas blijven verkoopen voor den laagst mogelijken prijs.” (De Gelderlander 19/1/1938)
“Het Zuivelhuis.
Speciaal-zaken voor de artikelen boter, kaas en eieren waren hier nog niet.
Het was door den eigenaar van het Vrijdag jl. geopende zuivelhuis, Broerstraat 48, Nijmegen, wel goed gezien in onze stad zoo’n speciaalhuis te stichten.
In slechts enkele dagen was dit winkelpand in een kaaspaleis herschapen, waarbij vooral het interieur in smetteloos wit het artikel zuivel in hygiënische behandeling aanmerkelijk doet stijgen.
Er is daar een enorme voorraad kaas aanwezig terwijl wat kwaliteit betreft de jarenlange ervaring van den ondernemer op dit gebied wel aan de koopers borg staat dat zij het beste ontvangen.
Dan zij de goed opgezette reclame was er terstond groote belangstelling, waar men zich in Arnhem ook altijd verheugen mag.
Wij twijfelen dan ook niet aan het succes van den ondernemer.
In Arnhem is het Zuivelhuis gevestigd Rijnstraat 70A en Steenstraat 85 B.“ (De Gelderlander 22/1/1938)
Tijdens het bombardement van 22 februari 1944 wordt ook dit pand in Broerstraat verwoest.
Noodwinkels?
Advertentie Het Zuivelhuis (De Gelderlander 16/2/1950)
In februari 1950 heeft Het Zuivelhuis haar (nood)winkels op de 2e Walstraat No. 165 en Kelfkensbos 23. (De Gelderlander 16/2/1950)
Mogelijk betreft “Het Zuivelhuis” in de advertentie voor de nieuwjaarsgroet in De Gelderlander 31/12/1949 een tijdelijke noodwinkel van Het Zuivelhuis.
1951: Opening winkels Burchtstraat en Lange Hezelstraat
De Gelderlander 28/2/1951
In februari volgt de aankondiging dat op 1 maart 1951 de winkels op Burchtstraat 8 en Lange Hezelstraat 86 zullen worden geopend. Daarbij wordt de heer v. Hezewijk bedankt “die zo bereidwillig was zijn nieuwe pand voorlopig aan ons af te staan.”
Men verwacht dan het pand in de Broerstraat in 1951 of 1952 te kunnen openen.
1954 Opening Het Zuivelhuis, Broerstraat 41
De etalage van een van de vestigingen van het Zuivelhuis, Broerstraat 41, 1955 (GN43579 RAN)
Het document “Bestek en Voorwaarden” (D12.413479) zijn de bladen met handgeschreven berekeningen gedateerd op Arnhem, februari 1953, Architectenbureau v.d. Meijden en Klaver. De opdrachtgever is de heer J. v.d. Bas te Oosterbeek. Op het voorblad staat daarbij A.J. v.d. Meijden, Architect B.N.A., Julianplein 64, Arnhem.
Plan voor herbouw Winkel en woning a.d. Broerstraat J.v.d Bas te Nijmegen, Architectenbureau vd Meijden/Klaver Elst (Gld), datum tekening december 1951 (D12.413484)
Vrijwel de gehele grond bestaat uit de winkel. Aan de voorkant is er een terugliggende entree, met in het midden een vierkante etalage. Op deze etalage staat het opschrift van de winkel.
Advertentie opening Het Zuivel Broerstraat (De Gelderlander 24/2/1954)
Bij de opening Het Zuivelhuis
Het Zuivelhuis bij de opening van het nieuwe pand aan de Broerstraat, Broerstraat 41, 1954 (GN3856 RAN)
Wanneer Het Zuivelhuis in 1954 opengaat, schrijft de Gelderlander:
“Het Zuivelhuis in Broerstraat heropend
In de Broerstraat, op no. 41 is hedenmiddag Het Zuivelhuis heropend, nadat het tien jaar geleden, bij de ramp van 22 Februari in dezelfde straat was vernield. Voor de eigenaar de heer J. van der Bas was dit een bijzonder prettige gebeurtenis, omdat in het prachtige nieuwe winkelpand in de Broerstraat thans zijn vijf en twintigste filiaal in ons land is gevestigd. In de zeer korte tijd van vijftien jaar heeft de heer van der Bas het verstaan om door grote energie en voortreffelijke zakenkennis een bedrijf op te bouwen in tal van plaatsen van ons land, maar vooral in het Zuiden, zijn vertakkingen heeft. In Nijmegen zijn u drie filialen van Het Zuivelhuis gevestigd. Dat in de Broerstraat, dat met een persoonlijk woord van de eigenaar-opzichter werd geopend, mag als een staal van eerste klas moderne winkelinrichting worden beschouwd. Van de nieuwste vindingen werd een dankbaar gebruik gemaakt om van de twintig meter diepe winkel een echte verkoopwinkel te maken. Opvallend is de verlichting, volgens een geheel nieuw systeem. Ze is rustig en vol sfeer. Ook de betimmering is volgens een geheel nieuw procedé; hierdoor komen vooral de speciale afdelingen tot haar recht. Merkwaardig is de optische weegschaal, waardoor het gewicht uiterst nauwkeurig valt af te lezen, terwijl de verkoopster zelf niet hoeft te rekenen om de prijs te bepalen. De toonbanken zijn op de verkoop en demonstratie van de artikelen ingericht en een koeltoonbank zorgt dat de etenswaren fris blijven.
Onder leiding van architect van der Meijden uit Arnhem kwam dit mooi winkelpand, een aanwinst voor de Broerstraat, tot stand. Het werd gebouwd door de aannemer van der Sluis te Nijmegen.
Tal van bloemstukken getuigden van veler sympathie bij de herbouw van Het Zuivelhuis dat bij de opening aan de heer M.C. Nieuwenhuizen, de exploitant van dit vijf en twintigste filiaal, werd overgedragen.” (De Gelderlander 25/2/1954)
Gezicht op de oostzijde van de Broerstraat, met o.a. de winkelpanden van (v.r.n.l.) Schoenhandel Van Haren, Juwelier Van Hout Ververgaard, Zaadhandel Lahey-Fliervoet, Het Zuivelhuis, kledingzaak Het Jaegerhuis, Stoffenhandel Hommen en Co, Juwelier Jac van Baal , Herenmodezaak J.S. Meuwsen en Warenhuis Firma A.A. van der Borg, 1955 (GN3872 RAN)
In het Adresboek 1955 komt Nieuwenhuizen, filiaalhouder, voor op nummer 4
Momenteel (maart 2026) zit Ramses in het pand.
Vervolg Het Zuivelhuis
Advertentie aankondiging opening Het Zuivelhuis Groenestraat (De Gelderlander 2/6/1954)
Er is nog niet uitgebreid onderzocht wat het vervolg van Het Zuivelhuis is geweest.
In 1954 zal de vierde vestiging volgen, op Groenestraat 178. Daarna wordt ergens in 1954/1955 wordt daarnaast de vestiging Kapiteelpad (Paul Krügerstraat) geopend (De Gelderlander 7/12/1955).
Van der Meijden en Klaver
Balkon Broerstraat 41 (maart 2026)
Het architectenbureau van de Meijden en Klaver komt voor in een essay over architect Campman: “De eerste ervaring met bouwen doet Campman op als hij in 1945 en 1946 meehelpt met de bouw van een watertoren in Tiel. Tijdens zijn opleiding in Tilburg werkt Campman bij verschillende architectenbureaus om praktijkervaring op te doen. Hij begint bij Van der Meijden en Klaver in Arnhem. Een bureau dat zich voornamelijk bezig houdt met woning- en landhuisbouw.” https://zoeken.nieuweinstituut.nl/nl/personen/detail/cde0e8b0-e36c-55e1-979f-e7e9f9501522
In 1951 komt het Architectenbureau v.d. Meijer & Klaver voor op de Aamstestraat 16a in Elst bij een personeelsadvertentie voor een “direct gevraagd: ervaren Bouwkundig Tekenaar vlot detailleren vereist.” (De Gelderlander 26/4/1951)
Gevonden aanbestedingen
Wanneer
Wat
Waar
Omschrijving
Bron
1952
Winkel-Woonhuis
Dorpsstraat, Elst
Het bouwen van een Winkel-Woonhuis aan de Dorpsstr. te Elst (G)
De Gelderlander 26/4/1952
1952
Woonhuis
Schoolstraat, Lent
Het bouwen van een Woonhuis aan de Schoolstraat te Lent
De Gelderlander 26/4/1952
Woningen
Lent
Het bouwen van 20 woningen te Lent, waarvan 11 stuks voor de Protestantse Woningbouwvereniging “Beter wonen zij ons doel” te Elst (Gld.) en 9 stuks voor de R.K. Woningbouwvereniging “St. Jozef” te Elst (Gld.)
De Gelderlander 17/9/1952
A.J. van der Meijden
Van architect A.J. van der Meijden zijn inmiddels een aantal andere werken gevonden. Hierbij dient een slag om de arm te worden gehouden, omdat het eventueel om meerdere architecten met dezelfde naam kan gaan:
1924, Villa Yamas, ‘s-Gravelandseweg 172, Hilversum
“De villa werd in 1924 gebouwd op een perceel dat behoorde tot de tuin van nummer 178. De opdrachtgever was Marius Spoon en de architect A.J. van der Meijden. Spoon was in 1873 in Oudenhoorn geboren en getrouwd met de drie jaar jongere Helena Catharina Kluit uit Den Briel.”https://www.dudokarchitectuurcentrum.nl/andere-werken/villa-yamas/ (met foto)
“Deze ansichtkaart heeft een verkeerd onderschrift, niet Aluminiumweg maar het is de Waltersingel. Het zijn drie portiekflats à 18 woningen. Ze zijn gebouwd in 1955-1956 in opdracht van Wabo BV uit Gouda. Architect was A.J. van der Meijden uit Arnhem. (Foto: Coll. B. Meester)” https://www.oud-apeldoorn.nl/straten-a-z/a/aluminiumweg.html (met foto)
“Deze stempel met woningen van architect Van der Meijden heeft een aantal kenmerken die exemplarisch zijn voor de zogeheten Delftse school-architectuur in de jaren vijftig: ruimtelijkheid en symboliek. De schuin uit de gevel komende balkons vormen een nadrukkelijk ruimtelijk element en bieden tegelijkertijd letterlijk ‘uitstekend’ zicht. De entrees zijn met een omlijsting en stoepjes vormgegeven om de overgang van de buitenwereld naar de ‘veilige’ binnenwereld aan te geven.
De opzet van deze stempel met de karakteristieke architectuur en de openbare ruimte met een groen verkeersplein en groene binnentuinen is opvallend gaaf gebleven. (Op de kunststofpuien na, maar die vormen geen bezwaar voor de selectie). Aanvullend op de stempel ontwerpt architect Van der Meijden ook twee identieke blokken met een kleine winkelstripje (nog in gebruik) aan de Ruygenhoeklaan, hier zijn originele bronzen winkelpuien uit de bouwtijd nog aanwezig.
Rond 1932 heeft W. Scholte-Derks de winkel van H. Brunninkhuis op de Molenstraat 23 overgenomen. Een van haar specialiteiten is het Jaeger ondergoed. Een verbouwing van ’t Jaegerhuis volgt in 1940, waarvan Okhuysen de architect was. Nadat de winkel tijdens het bombardement was verwoest, volgt uiteindelijk in 1952 de herbouw aan de Broerstraat. Ook hier leverde Okhuysen het ontwerp.
Vooraf
In PGNC 20/9/1929 is nog een advertentie van Bruninkhuis zelf gevonden, waarin ook met Jaeger ondergoed wordt geadverteerd. Jaeger is een soort gebreid, wollen ondergoed.
Brunninkhuis zat vanaf 1912 op dit adres. Lees hier hier artikel over de opening en de verbouwing door van den Boogaard:
In ieder geval komt de naam ’t Jaegerhuis voor in een advertentie in De Gelderlander 21/10/1933 voor (als afgiftepunt voor stomerij/ververij “Het Firmament”).
De Molenstraat , gezien in zuidelijke richting , met links ’t Jaegerhuis Damesmode en daarnaast de (oude) Petrus Canisiuskerk , de pastorie en het Oud Burger Gasthuis, 1934-1944 -afgaande op de verbouwing is de foto van na 1940 (GN5431 RAN)
“Het Jaegerhuis: Ingrijpende moderniseering
De firma W. Scholte-Derks, die bovengenoemde zaak in tricotages sinds jaren gevestigd heeft aan de Molenstraat 23, naast de kerk, heeft haar pand verbouwd en uitgebreid. De geheel gemoderniseerde winkel is hedennamiddag geopend. De verbouwing is geschied onder architectuur van bouwbureau Ockhuizen en is uitgevoerd door het aannemersbedrijf De Groot. Het moderne interieur vormt met de pui een mooi geheel. De eiken betimmering, die aan weerszijden de zaak verfraait, wordt afgewisseld door geslepen glazen kasten, waarin sjaals, fijne zakdoeken, corsages, handschoenen, enz. op smaakvolle wijze zijn geëtaleerd. Ook het glas in loodwerk, geleverd door de firma Ockhuizen is op kunstige manier aangebracht en in lichte kleuren gehouden; het brengt warmte aan het geheel. Het schilderwerk van de firma Tesser past zich goed bij deze moderne zaak aan en geeft haar cachet. Het Jaegerhuis is er zeer op vooruit gegaan.” (PGNC 18/12/1940)
‘t Jaegerhuis plaatst in 1941 de nodige kleine advertenties voor kousen reparatie, zoals in PGNC 25/8/1941. Ook in de jaren daarna, in de noodwinkel op de Bisschop Hamerstraat (onder ander De Gelderlander 28/1/1952) en de nieuwe winkel in de Broerstraat (onder andere De Gelderlander 8/11/1952), zal ze regelmatig met kousen-reparatie adverteren.
Tijdens het bombardement van februari 1944 werd ook dit pand verwoest.
Noodwinkel
De etalage van de noodwinkel van W. Scholte – Derks: “het Jaegerhuis”, Bisschop Hamerstraat 23, 1950 (GN3558 RAN)
Afgaande op het nieuwbouwartikel uit 1952, heeft ’t Jaegerhuis daarna haar winkel gehad op het Mariënburgplein. Hierover zijn nog geen verdere gegevens gevonden. Wél een aankondiging “Wij zijn weer geopend!” in De Gelderlander 15/11/1944. Dan is haar adres van 9.30-12.00 Oranjesingel 36 en na 12.00 Bisschop Hamerstraat 3 (De Gelderlander 15/11/1944).
Uiteindelijk zal de ’t Jaegerhuis een van de noodwinkels op de Bisschop Hamerstraat betrekken, zie de bovenstaande foto.
Let op de foto op het 4-Daagse doek. In 1953 heeft ’t Jaegerhuis ook de alleenverkoop van het St. Steven-doek: “In opdracht van “’Jaegerhuis”, vervaardigd op Neêrlands beste weefgetouwen, een bij uitstek geschikt aandenken voor u en uw kennissen. De St. Steven-doek zal evenals onze bekende 4-daagse doek bestemd zijn om de faam van Nijmegen vér uit te dragen.” (De Gelderlander 6/7/1953)
1952 Nieuwbouw Broerstraat
Broerstraat 37-39
Het Jaegerhuis, de etalages van het nieuw gebouwde pand aan de Broerstraat 37; 1952 (GN3835 RAN)
In het weekend van 1952 (“gisteren”, Nijmeegsch dagblad, 7-11-1952) gingen 3 winkels in de Broerstraat open. Een van de winkels was ’t Jaegerhuis, de andere 2 Bakkerij Strik en de Society Shop. Het Nijmeegsch Dagblad:
“In de morgenuren werd op de nummers 37-39 geopend “’t Jaegerhuis”, dat zich heeft gevestigd in een fraai pand, door de architect J.D.A. Okuijsen en de aannemer De Groot gebouwd. Er is een zeer fraaie winkelruimte geschapen, met daarachter paskamers en kantoor, waarin de meubelfabrikant Wageningen een smaakvolle betimmering aanbracht. In een der wanden trekt de bijzondere aandacht het prachtige gebrandschilderde raam dat door de kinderen van de heer en mevrouw Scholte-Derks gistermorgen ter gelegenheid van de opening van de zaak werd aangeboden. Het is vervaardigd door pater de Visser van de Van Eyck-academie uit Maastricht. Vanzelfsprekend werden bij de opening vele hartelijke woorden gesproken, onder meer door wethouder Beukema namens het gemeentebestuur. Deze roemde de spirit en de geestkracht welke nodig waren om deze herbouw tot stand te brengen nadat ’t Jaegerhuis tot tweemaal toe (eert op de Molenstraat, daarna op het Mariënburgplein) werd getroffen.”
Het Jaegerhuis aan de Broerstraat 37, in verband met de opening van het nieuwe pand; 1952 (GN3842 RAN)
In 1956 houdt zij 2 dagen een modeshow van bad- en strandmode (De Gelderlander 12/5/1956).
In ieder geval komt ’t Jaegerhuis nog voor in het Adresboek 1971.
Vervolg
Broerstraat 39 (maart 2026)
In ieder geval zit in maart 2026 het Italiaanse lingerie bedrijf Intimissimi in de winkel.
Daarvoor was het een Levi’s winkel, welke in februari 2024 te huur is (Oozo.nl). Levi’s zelf zat er vanaf ongeveer 2016/2017 (aanvraag omgevingsvergunning en Noviomagus.nl) en daarvoor Invito.
Zie voor foto’s en een verder artikel Noviomagus.nl.
Vonckstraat: Woningen, gebouwd door de Stichting Volksbelang van 1895, gezien vanuit de Prins Bernhardstraat in de richting van de Groesbeeksedwarsweg, 1983 (Frank Eliëns via F10030 RAN)
Oprichting Volksbelang
Op 9 januari 1895 richten een aantal (veelal gegoede) Nijmegenaren de Vereeniging Volksbelang op, met als doel “de verbetering der arbeidende klasse en verdere minvermogenden te Nijmegen”. De oprichters zijn:
Jonkheer Meester F.X.G.M. (Franciscus Xaverius Gerhardus Maria) van Nispen tot Sevenaer, zonder beroep
Jonkheer Meester C.C.G. (Carel Cijprioioen? Gerard) de Pesters, zonder beroep
Aeg. (Aëgidius) Timmerman, zonder beroep
Het PGNC vermeldt Geertsema pas de volgende dag. Aangezien hij de gemeente gaat verlaten, is hij geen bestuurslid (Acte, PGNC 29/1/1895 en PGNC 30/1/1895).
“Ter bereiking van het beoogde doel zullen ten
1e. goede en goedkope arbeiderswoningen worden gebouw en
2e woningen, die bij uitstek als ongezond bekend staan, bij voorkomende gelegenheden worden opgkocht om hetzij verbeterd, hetzij gesloopt te worden, dit laatste echter slechts uit de overwinsten der stichting.
Voor het bereiken van haar doel wil de stichting een geldlening van in totaal 125.000 gulden aangaan, waar intussen 53.000 gulden is geplaatst in de vorm van aandelen, waarover 3% rente zal worden uitgekeerd.
“Wij vertrouwen, dat niet ten onrechte de mannen, die dit inderdaad goed werk hebben aangevat, op den steun hunner stadgenooten rekenen. Zeer terecht merken zij op, dat men daardoor medewerkt tot het bereiken van een doel, dat van overwegend maatschappelijk belang moet worden geacht, niet alleen door de beoogde bevordering van de moreele en materieele welvaart der volksklasse, maar ook door de daarmede gepaard gaande verbetering van den algemeenen gezondheidstoestand in deze stad.” (PGNC 29/1/1895)
Aankoop grond
Op 1 februari 1895 koopt van de landbouwer Cornelis Derks “Een perceel bouwland nabij het gemeente Kerkhof te Nijmegen, kadastraal bekend Gemeente Hatert Sectie A Nummer 175 bouwland groot veertig aren tachtig centiaren” voor 2.800 gulden (Inventarisnr 112, archiefnr 450, Actennr 4501)
Geldlening
Singendonckstraat 12 – 18, september 1988 (Ber van Haren via KN12989-13 CC0)
Het verkrijgen van de benodigde leningen gaat mogelijk wat moeilijker dan verwacht. Het PGNC plaatst op 12 februari 1895 een herinnering, dat de inschrijvingstermijn op 15 februari zal verstrijken: “Naar hetgeen wij vernemen, wekt deze nieuwe stichting wel veel sympathie, doch schijnen velen de deelneming toch van uit een onzes inziens verkeerd standpunt te beschouwen; zij achten dit eenigzins eene gift, en dit is het volstrekt niet.” Het bestuur benadrukt dat het daadwerkelijk om een lening gaat, zij het niet vrij verhandelbaar. En ze onderbouwt de rente van “slechts” 3%: veel soliede beleggingen zouden sowieso niet meer dan 4% opleveren. Daarbij is “het ook eigenlijk de eenige opoffering, “die voor het goede doel wordt gevraagd”. Bovendien hebben de bestuursleden gezamenlijk al f50.000,- ingelegd.
Aanleg 3 straten?
Interessant daarbij is de Gemeenteraadsvergadering van 28-6-1895: Volksbelang heeft daarbij aan de gemeente gevraagd op haart terrein “gelegen tusschen de Groesbeekschn dwarsweg en de Algemeene Begraafplaats” 3 wegen aan te leggen met een breedte van 12 meter. B en W stelt voor afwijzend te reageren, maar dat de gemeente bereid is om de 3 wegen op kosten van Volksbelang aan te leggen, waarbij Volksbelang de grond afstaat.
De gehele gemeenteraad vindt dat Volksbelang belangrijk werk wil verrichten om voor betere woningen voor de arbeidende klasse zorg te dragen. Zij is echter bang dat zij niet weet welk “nieuw pad” de gemeente in zal gaan wanneer men dit voorstel mee gaat wanneer men het voorstel van Volksbelang ten volle zou steunen. Daarop wordt besloten om de vooralsnog eerst de aanleg van de middenweg aan te leggen en voorlopig de andere 2 niet. Uit de besprekiing blijkt bovendien dat Volksbelang daarvóór reeds een voorstel had ingediend welke was afgekeurd door de gemeente: daarbij ging het om 3 wegen waarbij alleen de middelste weg 12 meter breed zou zijn en de andere 2 10 meter. Daarbij zouden deze wegen doorlopen tot de begraafplaats. (PGNC 30/6/1895).
Volksbelang vraagt daarop de aanleg van een weg aan, zodat zij de eerste 55 woningen kan bouwen. Dit voorstel neemt de Gemeenteraad de volgende vergadering, op 13 juli 1895, aan (PGNC 14/7/1895 en Verslag der Gemeente 1895).
In 1897 verzoekt Volksbelang tot de verharding van de 3e straat. Deze wordt gehonoreerd (Gemeenteverslag 1897). Daarbij lijkt de 2e straat ook in 1895 te zijn gerealiseerd.
In 1898 neemt gemeente Nijmegen de 3 straten van Volksbelang over (Gemeenteverslag 1898)
18995/1896: Eerste 55 woningen: Volksbelang I
Singendonckstraat (maart 2026)
Het betreft de huidige Singendonckstraat en zuidzijde van Lyndenstraat
Op 20 augustus 1895 besteedt architect W.J. Maurits de bouw van 55 woningen “op een terrein, gelegen aan de Groesbeeksche Dwarsstraat te Nijmegen” aan. Hiervan was Verheij met f72.000 de laagste inschrijver (PGNC 8/8/1895 en PGNC 21/8/1895). Het werk werd die avond nog niet gegund en waarschijnlijk is deze gunning niet doorgegaan: het PGNC schrijft een aantal maanden later, op 22/12/1895 dat er “gisteren” een onderhandse aanbesteding is geweest. Daarbij is het werk gegund aan de laagste inschrijvers, Smit en Opsomer voor f72.685,-.
Het PGNC over de eerste 55 opgeleverde woningen:
“Sinde eenigen tijd zijn op het ruime en reeds door twee breede wegen doorsneden terrein ten oosten van de Gemeentelijke Begraafplaatsen een aantal eenvoudige woningen verrezen. Het zijn de arbeiderswoningen, vijf-en-vijftig in getal, van de stichting Volksbelang, welke voor eenigen tijd alhier werd opgericht door eenige gegoede stadgenooten, die tegen matige rentevergoeding hun geld voor dit van practisch philantropischen zin getuigend plan beschikbaar stelden.
Nauwelijks gereed, waren nagenoeg alle huisjes verhuurd, wel een bewijs, dat zij aan eene groote behoefte voldeden. En het loont waarlijk wel de moeite eens te gaan zien, hoe flink en degelijk Volksbelang haar taak heeft uitgevoerd. Ieder huurder heeft een afzonderlijk huisje- er zijn er in twee grootten- benevens een niet onaardig stukje tuin. De huisjes zijn geriefelijk ingericht, van verschillende gemakken voorzien en, behalve de benedenvertrekken, is op de zolders ook nog voor een ruime kamer gezorgd, wat gezinnen met meerdere kinderen zeker zeer welkom is. Ook laat de afwerking niets te wenschen over.
Waar aanvankelijk deze stichting reeds op een zóó groot succes mag bogen, vertrouwen wij, dat zij niet zal dralen verder op dezen weg voort te gaan, daarbij gesteund door velen, die op deze wijze hunne medewerking willen verleenen, om aan den arbeider een aangename, ruime en gezonde woning tegen een niet te hoogen prijs te bezorgen.” (PGNC 21/10/1896)
Bij de 2e jaarvergadering van Volksbelang worden 2 nieuwe bestuursleden gekozen:
Louis Terwindt
O.J.G. van Wageningen
Zij vervangen C.A. Steur die is overleden en Aeg. Timmerman, die gestopt is als bestuurslid.
“De tot dusver gebouwde woningen, 55 in aantal, welke allen zijn verhuurd, voldoen uitstekend, en blijken in groote behoefte te voorzien. Voortdurend melden zich nieuwe huurders aan. Het bestuur heeft dan ook besloten tot den bouw van nieuwe woningen over te gaan, voorloopig tot een aantal van 24.” Daarna volgt een oproep om een obligatielening af te sluiten. (PGNC 11/3/1897)
1897 24 woningen Volksbelang II
Het betreft de noordzijde van huidige van Lyndenstraat en 6 woningen aan Groesbeeksedwarsweg (Behuisd in ’t Volksbelang)
1898: 37 woningen Volksbelang III
Het betreft de huidige Vonckstraat.
Qua nieuwbouw is Volksbelang III het laatste van dit bouwproject.
2008: Vernieuwbouw
Van Lyndenstraat: ‘Vernieuwbouw’ en renovatie van de Volksbelang buurt, 2008 (Jan Eichelsheim via DF124 RAN CCBYSA)Van Lyndenstraat: ‘Vernieuwbouw’ en renovatie van de Volksbelang buurt, 2008 (Jan Eichelsheim via DF123 RAN CCBYSA)
Het Quack-monument is vernoemd naar Quack was van 1902 tot 1919 wethouder van de gemeente. Bij zijn overlijden liet hij een legaat na aan de gemeente, op voorwaarde dat Nijmegen een fontein vernoemd naar hem en zijn zus zou oprichten. Het ontwerp was van Architect W. Bijlard.
Arnoldus Burchard Adolphus (“Adolf”) Quack
Adolf Quack als gemeenteraadslid 1910 (detail F65766 RAN)
De bovenstaande foto is een detail van F65766 RAN, een foto met de leden van Gemeenteraad Nijmegen.
Arnoldus Burchard Adolphus Quack (Nijmegen, 6 april 1842 – Nijmegen, 11 november 1920)
Maria (Marie) Christina (Nijmegen, 6 april 1842 – Nijmegen, 15 maart 1905)
Adolf Quack en Maria Christina waren tweelingen, geboren in een dan al welgestelde familie. Zij werden in 1842 geboren op Huis Hoogenhuizen te Sint Anna. Jij zal ongehuwd blijven en altijd met zijn zus samen blijven wonen. Aanvankelijk op Hoogenhuizen, later op Villa Hundisburg bij de Batavierenweg.
Quack was ondernemer en had onder andere een groot grindbaggerbedrijf.
Hij wordt in 1889 lid van de gemeenteraad; van 1902 tot 1919 was hij wethouder.
Zoals voorgangers ook voor hem hadden gedaan, wilde hij iets nalaten ter verfraaiing van Nijmegen.
Ontwerp
Het ontwerp was van architect Willem Bijlard; er werd gekozen voor “den meest rationeelen weg: ze gaven den Adj. Directeur van Gemeentewerken, tot wiens werkkring het behoud van het stedelijk schoon behoort, de opdracht een ontwerp te maken. (De Gelderlander 2/2/1925)
Het is de vorm van een obelisk in art-decostijl. Het heeft 4 fonteinen. Een daarbij aan elke zijde onderaan een klok en bovenaan een lantaarn. Wikipedia: “In de jaren 1920 en 1930 deden ontwerpers inspiratie op uit de meest uiteenlopende exotische culturen. Naast de ‘art nègre’ (Afrikaanse kunst), de Maya- en Azteken-cultuur, Polynesië en Sumatra was dat voornamelijk de Egyptische beschaving van de farao’s. De directe aanleiding voor de Egypte-rage was de spectaculairste archeologische vondst van de eeuw: de ontdekking van het graf van Toetanchamon in 1922”.
De Spoorstraat gezien naar het westen richting het NS-Station, met op de voorgrond het Marie-Adolffontein (in de volksmond bekend als het Quackmonument), gemaakt in 1925 door Willem Bijlard (Brinkhoff, J.M.G.M. 1920-1986 via D606 RAN)
Krantenartikel 1926
“De Maria-Adolf Fontein
Ontwerp van Architect W. Bijlard.
De voorgeschiedenis zal onen lezers bekend zijn: De heer A.B.A. Quack, oud-wethouder der gemeente Nijmegen, liet bij zijn overlijden een legaat na tot stichting eener monumentale fontein op een der pleinen onzer stad. Na heel veel moeilijkheden over de opvatting der bedoelingen van den erflater hakte het gemeentebestuur den knoop logisch door met de besluiten: dat het een fontein moest worden en geen beeldhouwwerk, waaruit water spuit. Daarbij werd als plaats aangewezen het vijfvoudig wegenkruispunt aan het einde der Spoorstraat, én ontwerp én uitvoering opgedragen aan den heer W. Bijlard.
Zoo’n opdracht is gauw gegeven en zoo’n plaats is gauw aangewezen, maar voor ’t eerste moet men een kunstenaar hebben en voor ’t laatste moet men rekening houden met de moeilijkheden, die uit zoo’n keuze voor den ontwerper groeien, en die soms zijn fantasie in een ijzeren keurslijf wringen, altijd tot groote schade van het schoon dat in een totaal vrije uiting tot stand zou komen.
In een ander blad is destijds op heldere wijze aangetoond, waarom de obeliskvorm gekozen, waarom als materiaal Zweedsch graniet gebruikt zou worden. Wij hadden niet de gelegenheid toen de maquette te zien, die onbegrijpelijk genoeg eerst nu geëxposeerd wordt, ofschoon een dergelijk stuk werk waarachtig niet onder de korenmaat behoefte gezet te worden.
Wij behoeven hier dus niet verder op in tegaan, maar wel meenen we in verband met den eisch van den schenker: het stichten eener monumentale fontein; en de door het gemeentebestuur aangewezen plaats te moeten wijzen op de bijna onoverkomenlijke moeilijkheid, waaraan men den ontwerper ketende. Hier kan nooit een flink spuitende fontein geplaatst worden, om de eenvoudige reden, dat op dit drukke verkeersplein zonder omringend plantsoen, een bruischende waterstraal bij den minsten wind den voorbijgangers een nat pak zou bezorgen; afgezien nog van de ongelukken, die schrikkende paarden zouden veroorzaken bij het onverwacht neerkletteren van het verstuivende water.
De vorm der watergeving lag dus door de opdracht al geheel aan banden, en de uitweg, dien de heer Bylaard gevonden heeft is zóó geniaal, zoo oorspronkelijk, dat hij zich hierdoor alleen reeds stempelt tot een kunstenaar.
De lastgeving spreekt van een monumentale fontein en in ieder monument moet spreken het “hic sto”; het materiaal moest dus “iets” beter zijn dan het zoogenaamde moderne fonteinensemble op den Schaeck Mathonsingel, waar onlangs heele stukken verweerd en verbrokkeld bij lagen, en dat nu reeds de gammelheid zijner constructie vertoont als een melaatsche Molokayer. Gelukkig, want men moest wel euneuch van kunst zijn om deze karakterlooze uitspatting op monumentaal gebied een welgemeend lang leven toe te wenschen.’
Thans nu de steigers en schuttingen gaandeweg rond het werk van Bylard verdwijnen, pakt ons al dadelijk de geweldig sprekende eenheid in zen arbeid. Wie zijn oogen kan gebruiken en dit ook doen wil, ziet terstond de ééne hand, die het schiep; de indeeling van het grondplan, de natuurlijk daaruit groeiende opstand, de bronzen versieringen, de bekroning, alles ontspringt aan ééne eerlijke fantasie.
Die eenheid in onderdeelen maakt de middeleeuwsche monumenten van bouwkunst zoo waardig, zoo rustig, zoo sterk sprekend en karaktervol. De bouwmeesters beheerschten toen de geheele stof, ziedaar de oorzaak.
De bovengenomede moeilijkheid der watergeving is hier opgelost door een niet al te grooten waterstraal te laten ontspringen aan vier verlichte glazen zuilen, die op zich zelf in vorm en lijn zuiver ontwassen aan het geheel, en die met hun gegolfde transparante zijvlakken het afvloeiende water metamorphoseeren tot een respectabele hoeveelheid. Dat water vloeit terug in vier schelpvormige bekkens, wier grondvorm men terugvindt in de opalen lichtwerpers der bekroning. Deze bekken zijn een kunstwerk van handarbeid in granito, door den heer L.S. d’Agnolo, granietwerker alhier, ter plaatse gemaakt.
Daar, waar de ronde vorm van den voet overgaat in den vierkanten zuilvorm, zijn de wijzerplaten aangebracht, vastgehouden door een bronzen band. Dit bronswerk is zooe subtiel van ontwerp en schitterend van uitvoering, dat het een waar meesterstuk is.
De gedachte aan het eeuwig wentelend rad van den tijd is niet vreemd aan het ontwerp dezer wijzerplaat, die vastgehouden wordt door de schakels, van een breeden keten met oriëntatiemedaillions. De verlichting dezer wijzerplaten is zeer mystieken verhoogt zoo eigenaardig den glans van het meesterlijke bronswerk, dat wij geneigd zouden zijn, dit een gelukkig toeval te noemen: ware het niet, dat het geheele monument het aanzien draagt en een artistiek verantwoordelijkheidsgevoel. De heer P.G. Duchateau te Rotterdam en de gebrs. Arens, edelsmeden alhier, leverden dezen metaalarbeid en kunnen trotsch zijn op dit kunstwerk.
Merkwaardig is de behakking van het voetstuk onder de klokken; daar is onder den beitel van een eenvoudigen steenhouwer, den heer H. Litjes, werkzaam bij de firma Tournay en Zn., de rossige steen geworden tot een tapijt met inscripties en vlakversieringen zonder dat het materiaal verkracht is, en toch volkomen de kennelijke bedoeling van den ontwerper werd bereikt; een overgang te krijgen tusschen den druk bewerkten klokkenband en den onbewerkten steen.
De opstand van het geheel doet aan als een obelisk doordat de kantlijnen naar boven zich verbreeden; meteen is door dit architectonisch handigheidje vermeden, dat de zuil naar boven zwakker werd en over zijn diagonalen scheeve aspecten gaf, wat al weer door de plaatsing op een vijfsprong bijna niet te vermijden scheen.
De grondgedachte van alle versiering, die de heer Bylard aanbrengt, waar hij als kunstzinnig architect zijn stempel opdrukt is, zou ik zeggen, de zich rondende lijn in ontelbare variaties zonder ergens in passerkunst te vervallen. De soepel golvende lijnen vindt men terug in de geledingen, waaruit de zuil is opgetrokken, en spelend naderen ze elkaar in de bekroning der massale afdekking. Even edel als de klokkenband is de versiering en bouw der bronzen lichtdragers, die al hun licht gelukkig, door nauwkeurig berekenden reflectoren naar beneden werpen.
Wie maar een oogenblik de geweldige brokken steen bekijkt waaruit de zuil is opgetrokken (ik scat ze op 4 à 5 ton) zal moeten toegeven, dat de technische ambtenaar G. de Bruin en de heer L. Hirdes, die met de opstelling belast waren hun hoogste verantwoordelijken arbeid schitterend hebben volbracht, hierin terzijde gestaan door de practisch zeer ervaren vaklieden de heeren Moolenaar en v. Rosmalen.
Voor vele bouwkunstenaars schijnt er tegenwoordig maar één grondwet te bestaan: n.l. het naar voren brengen van andere lijnen, verhoudingen en kleuren, gepaard met het bruut negeeren van alle begrip van logische constructie. Deze richting demonstreert gaandeweg grooter armoede aan aesthetische beginselen en componeert luk-raak rhapsodieën zonder eenigen samenhang. De treurige gevolgen deezer architectuur, waarin ieder broekje, dat zijn eerste schootsvel nog niet versleet mag roepen “anch io sone pittore”! zullen op de komende tijden al heel spoedig drukken en ons eerste nageslacht zal deze werken bestempelen als producten van ongare geesten, voor wie architectuur en soliditeit heterogene zaken waren!
Bylard heeft zeker niet te kort gedaan aan den modernen geest der nieuwe lijn, hij is waar gebleven overal, waar iedere constructie is een weloverwogen onderwerp van studie en tegelijk een uiting van subtielen smaak. Nijmegen is straks een merkwaardige kunstvolle versiering rijker, die den ontwerper nog eeuwen zal loven, omdat waarachtige kunst is van alle tijden. En een waarachtig kunstenaar is Willem Bijlard, die duidelijk een kind van zijn tijd blijkt, maar wiens eigen weg rust op een ondergrond van diepgaande studie, rijpe en rijke ervaring en bovenal eerlijken kunstzin. A.Kr.” (PGNC 20/5/1926)
Afgebroken
Tijdens de oorlog waren de glazen gedeeltes en de klokken vernield. In 1958 werd de fontein afgebroken om ruimte te maken voor het verkeer. Wel werden veel onderdelen van de fontein opgeslagen. In 1994 vond het initiatief plaats om de fontein op dezelfde plaats weer op te bouwen en in 2000 vond de herbouw plaats. Sinds 2008 heet het plein het Quackplein.
Fallus
Veel mensen zien in het monument een fallus. Bij de Wereldaidsdag van 2004 werd er een “condoom” overheen getrokken.
Willem Bijlard
Willem Herman Petrus Bijlard (Utrecht, 6 april 1875 – Nijmegen, 10 augustus 1940) was een architect. Som wordt zijn naam als Bylard geschreven. In Nijmegen werd hij adjunct-directeur gemeentewerken en stadsarchitect. Het Quack-monument lijkt zijn enige monumentale werk te zijn.
Jeugd en opleiding
Bijlard was de zoon van banketbakker Hermanus Gerardus Bijlard (1843 – 1923) en Catharina Maria Pompe (1847 – 1914). Hij volgde een opleiding bij architect Willem Herman Petrus Bijlard (Utrecht, 6 april 1875 – Nijmegen, 10 augustus 1940) was een Nederlandse architect.
Benoeming Adjunct-directeur van Gemeenterwerken
Hij vertrok in 1910 naar Nijmegen: op 8 augustus 1910 stemt de gemeenteraad over de benoeming tot adjunct-directeur van Gemeentewerken (De Gelderlander 7/8/1910).
Daarvóór had op verzoek van W. van der Waarden uitstel van de stemming plaatsgevonden: naast Bijlard staan -op basis van de initialen- niemand minder dan W.M. Dudok te Uithoorn en G. Diehl te ’s-Gravenhage op de lijst. (PGNC 14/7/1910). Hij zegt dat er “o.a. een bij uitstek theoretisch en practisch candidaat op de aanbeveling staat. Nu dient onderzocht, wat hier het best is, vooral in verband om de benoemde langer hier te kunnen houden”. (Deze personen worden niet bij naam genoemd). Dat laatste lijkt een belangrijke overweging te zijn; in de bepaling ook staat dat de nieuwe adjunct-directeur vijf jaar lang zal moeten blijven. Echter zijn er stemmen die vinden dat iemand die van “buiten” komt, sowieso 2 jaar nodig zal hebben om zich in te werken; een periode van 5 jaar is dan vrij kort. Aan de andere kant zijn er stemmen dat als ze een goed persoon willen hebben, verwacht mag worden dat deze carrière zal willen maken, zodat niet verwacht kan worden dat hij voor altijd zal blijven (PGNC 17/7/1910 en PGNC 19/7/1910).
Daarnaast is er de vraag of de nieuwe adjunct vervanger van de directeur zal zijn of dat hij een deel van het bureauwerk overneemt.
Op 8 augustus vindt dus de stemming plaats: Bijlard krijgt 13 stemmen ten opzichte van Dudok 9. In oktober 1910 vestigt hij zich in Nijmegen, hij is afkomstig uit Utrecht, Spaenstraat 15. (PGNC 22/11/1910)
Nevenactiviteiten
Naast het zijn werkzaamheden als adjunct-directeur, waarbij hij geregeld aanwezig is bij openingen van gebouwen, verschijnt Bijlard regelmatig in kranten als lid van een aantal comité’s. Zonder naar volledigheid te streven:
Nijmeegsche Kunstkring “In Consten Een”
In 1920 was Bijlard verkozen tot bestuurslid van de Nijmeegsche Kunstkring “In Consten Een” (De Gelderlander 24/2/1921 en PGNC 24/2/1921). In ieder geval is hij in 1922 secretaris. (PGNC 19/3/1923). Ook in 1928 is hij nog secretaris, wanneer I.C.E. zich beijvert voor een Toorop-tentoonstelling naar aanleiding van het overlijden van deze kunstenaar. (De Gelderlander 23/5/1928). En tevens in 1932 (1e) secretaris (De Gelderlander 8/12/1932).
Bestuurslid Door Eendracht Sterk (D.E.S.)
In 1930 is Bylard bestuurslid van “Door Eendracht Sterk” of kortweg D.E.S. Voor de Oranjefeesten verzorcht hij het ontwerp om van de vluchthaven aan de Lindenberg een zwemwedstrijdbaan te maken “welke zelfs op een Olympisch zwemfeest geen slechten indruk zou maken.” (De Gelderlander 20/8/1930). In 1936 wordt hij genoemd een van de “trouwe leiders” die “maar steeds de middelen weet te vinden om nog een vuurwerk te geven” op het Bijleveldterrein. (De Gelderlander 1/9/1936)
Overig?
In 1931 is Bijlard lid van het “Comité voor Huisvlijt”. Zijn adres is dan Berg en Dalscheweg 14 (De Gelderlander 9/11/1931).
In 1933 maakt hij het ontwerp voor het inrichten van de Grote Markt voor het opvoeren van de openluchtvoorstelling Marieken van Nieumeghen, waarbij hij Comité-lid is. (De Gelderlander 25/7/1933)
Ontwerp voor de Midwinter kermis in de Vereeniging (De Gelderlander 23/12/1937)
Ontwerp voor de Optocht Katholiekendag (De Gelderlander 12/7/1938); in dit artikel wordt tevens verwezen dat hij “destijds” de optocht voor het eeuwfeest tot het verkrijgen van stadsrechten had ontworpen.
25-jarig jubileum
De Gelderlander kondigt zijn 25-jarig jubileum op 1 september 1935 aan als: “De heer W.H.P. Bijlard is een der meest verdienstelijke ambtenaren der gemeente Nijmegen, die zich ook buiten zijn dagelijkschen werkkring, waaraan hij al zijn kunde en krachten gaf, ook nog wijdt aan verenigingen van algemeen belang.” (De Gelderlander 14/8/1935)
Voortzetting architectenbureau van Eduard Cuypers door broer
De broer van Bijlard, Henricus Joannes Antonius (1889 – 1947), heeft samen met Klazienis Van Geijn (1876 – 1956) het architectenbureau van Eduard Cuypers voortgezet. Toen kreeg het de naam ‘Eduard Cuypers Amsterdam’ en verhuisden van de Jan Luijkenstraat 2 naar de Beethovenstraat 59.
Het Kolpinghuis is gebouwd als verenigingsgebouw voor de Katholieke Gezellenvereeniging, ook wel St. Jozef Gezellenvereniging genoemd. De architect was Pierre…