Pro Persona, architect van Huut, Tarweweg 2 (Jan Eichelsheim via DF209 RAN CCBYSA)
Van Huut ontwierp het gebouw aan Tarweweg 2 voor het RIAGG (tegenwoordig Pro Persona). In 1998 werd het vijf verdiepingen tellende gebouw opgeleverd. Het staat aan een grote vijver.
Voordat het RIAGG naar deze nieuwbouw kwam, waren de 7 afdelingen van het RIAGG verspreid over 6 gebouwen binnen Nijmegen. “Moeilijk aanstuurbaar dus, vindt Van de Ven. De RIAGG Nijmegen moet als volwassen managementorganisatie “transparanter” worden en de nieuwbouw kan daar een steentje aan bijdragen. ,, We streven naar een vraaggerichte en doelmatige bedrijfsvoering. Efficiency, daar draait het om, anders haal je je produktie-eisen niet.”” schrijft het NRC in april 1997, een mooi artikel over de “efficiency”-slag van het RIAGG in die jaren.
Daarvoor kiest ze voor nieuwbouw. Nogmaals het NRC: “Op de vergadertafel van de directiekamer staat de maquette van de bijna voltooide nieuwbouw. Een antroposofisch flatgebouw van architectenbureau Alberts & Van Huut (kosten 12 miljoen gulden) dat veel weg heeft van een bank. Over twee maanden als de huisstijl klaar is, verhuizen de 143 medewerkers van de RIAGG in Nijmegen naar hun nieuwe kantoor. Trots wijzen de directeur Beheer, N. van de Ven, en zijn collega Hulpverlening, J. Rutgers, op de saillante details van het miniatuurcomplex. ,,We hebben een landschapsarchitect aangetrokken voor de aankleding van het terrein”, zegt Rutgers. ,,Maar als de samenwerking met het psychiatrisch ziekenhuis doorgaat”, valt Van de Ven hem in de rede ,,dan offeren wij onze tuin op voor hun laagbouw.””
Van Huut, Architectenbureau Alberts en Van Huut
De architect van het pand is Max van Huut. Hij studeerde aan het Hoger Technisch Instituut in Amsterdam. Na een aantal andere bureaus, kwam hij in 1975 te werken bij het architectenbureau van Ton Alberts. Zij zijn vooral bekend van het NMB- (later ING-) hoofdkantoor in Amsterdam uit de jaren 80, het “Zandkasteel”. In 1987 werd hij partner en vanaf dat moment heet het bureau Architectenbureau Alberts en Van Huut. Het staat onder leiding van Van Huut. Het gebouw is gebouwd volgens de zogenaamde organische stijl.
De portefeuille van Van Huut bestaat uit veel verschillende projecten, onder andere: Kantoren, fabrieken, scholen, kerken, woningen, ziekenhuizen, verbouwings-en renovatieprojecten. Daarnaast geeft hij lezingen over zijn projecten en visies.
Organische stijl
Het bureau maakte ontwerpen in een organische stijl. Het gaat daarbij niet zozeer om typische stijlkenmerken, maar eerder over een ontwerpinstelling. “Organische architectuur heeft tot doel schoonheid en harmonie te creëren, die het menselijke welzijn verbetert.
Architectenbureau Alberts en Van Huut gaat uit van de samenhang tussen landschap, stedenbouw en architectuur. De architectuur mag zich niet loskoppelen van haar omgeving. Het interieur moet op zijn beurt weer verbonden worden met de architectuur.” (wikipedia)
Vervolg: Politiebureau en vluchtelingen
Een deel staat al langer leeg. Bestaande zorgbehandelingen worden overgeplaatst naar andere Pro Persona-locaties. Dat heeft al langer als beleid huisvesting af te stoten om geld te kunnen besparen.
Op termijn zal de politie verhuizen naar dit pand. Door een reorganisatie is het bureau aan de Stieltjesstraat te groot geworden, terwijl dat van de Muntweg juist te vol is geworden. Het is denkbaar dat het hoofdbureau en dat van de Muntweg zal worden samengevoegd wanneer de verhuizing daadwerkelijk zal plaats vinden.
Ze heeft het pand in 2019 gekocht, nadat het sinds 2015 te koop had gestaan voor een vraagprijs van 3 miljoen euro. De politie was al langere tijd op zoek naar nieuwe huisvesting. En ze had daarbij de wens om zich op een locatie tussen Dukenburg en Nijmegen-centrum te vestigen. Er blijkt echter eerst een grote verbouwing nodig te zijn, voordat zij zich daar zal vestigen. De verhuizing zal echter niet eerder dan 2025 zal plaats vinden.
Op dit moment (augustus 2023) zitten er Oekraïense vluchtelingen in het pand. Het gebouw was daarvoor in gebruik geweest voor kwetsbare jongvolwassenen die maatschappelijke begeleiding krijgen van de stichting Kairos. Zij zijn verhuisd naar een ruimte aan de Wijchenseweg.
Overigens zal Veugelers ook de verbouwing voor het pand daarnaast, de bloemenzaak Bloemenmagazijn van Groningen (Lange Burchtstraat 38) ontwerpen.
In september 1944 worden de panden verwoest doordat deze door de Duitsers in brand worden gestoken.
“Manufacturenmagazijn J.H. Duives.
Advertentie Duives Lange Burchtstraat 40 (PGNC 3-9-1935)
Aan de Lange Burchtstraat No. 40 is vanmiddag geopend het manufacturen-magazijn van de firma J.H. Duives. Vroeger was dit pand annex met het aangrenzende winkelhuis, doch alleen de étalage-ruimte ervan benut. Thans echter is hiervoor, dank zij een grondige verbouwing, waarbij de geheele beganegrondverdieping werd weggebroken en opnieuw gebouwd, een keurig, modern winkelhuis in de plaats gekomen. Met zijn teakhouten gevel en de ruime vitrines met de bronzen spijlen, maakt het pand een uitstekenden indruk; knus en gezellig is het interieur. Alle waardeering dan ook voor het werk van den architect, den heer Veugelers.
Vestigen wij er nog de aandacht op, dat firma Duives ook een afdeeling heeren-mode in haar zaak heeft opgenomen.” (PGNC 28/6/1935)
Rechts, op de hoek, uitverkoop van de Damesmodewinkel van Banens en Beermann (waar in 1935 de Manufacturenzaak van J.H. Duives zou worden gevestigd); De Schouwburg aan de Oude Stadsgracht 1, kort voor de afbraak; gezien vanuit de Lange Burchtstraat in de richting van het Kelfkensbos, 1935 (GN8078 RAN)
Architect Martinus Eduardus Veugelers (Nijmegen,19-8-1878 – 16-12-1956) Het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis heeft reeds een uitgebreid artikel geschreven over…
Ir. Deur ontwerpt de nieuwe fabriek voor Nijs en Vale op het industrieterrein aan het Maas-Waalkanaal. Nijs en Vale was in 25 jaar uitgegroeid van een klein smederij tot een belangrijke fabriek van stalen ramen en constructiewerken. In 1994 sloot het haar deuren.
In 1926 vestigt F.J. Nijs zich aan de Graafseweg, op de hoek met de van Hezewijkstraat. Hij verkoopt fietsen en richt een smederij in voor klein ijzerwerk voor de woningbouw. De oppervlakte is 10 vierkante meter.
Verhuizing Groenestraat
Verhuizing Nijs naar de Groenestraat 62 (De Gelderlander 17/12/1931)
Eind 1931 verhuist hij vanwege ruimtegebrek naar hij een woning aan de Groenestraat, met een smederij. Hij krijgt op 8-12-1931 een hinderwetvergunning voor : het oprichten van een door electriciteit gedreven smederij achter perceel Groenestraat no. 62, op het terrein, kad. bekend gemeente Hatert Sectie C, no. 6166”. Deze verkrijgt hij op (PGNC 11/12/1931).
“De ruime werkplaats, begrensd door een flink open terrein, is voorzien van de meest moderne machines, waar alle soorten smeed-, hek- en rastwerken vervaardigd kunnen worden. Voor de bouwvakken is deze uitstekend geoutilleerde inrichting dan ook een zeer goed adres, temeer daar desgenscht alles volgens tekening kan worden geleverd.” (De Gelderlander 17/12/1931)
Nijs en Vale
Advertentie Nijs en Vale PGNC 12/9/1939
De oppervlakte bedraagt 200 vierkante meter. H.H. Vale treedt rond 1938 aan als compagnon toe. In 1938 werken 40 man bij Nijs en Vale.
Oorlog, bevrijding en brand
Er wordt een begin gemaakt met de bouw van een nieuwe fabriek: de oppervlakte wordt 450 vierkante meter en een jaar later vergroot tot 900 vierkante meter.
Waarschijnlijk heeft de aanvraag voor een hinderwetvergunning tot “het uitbreiden en wijzigen van haar door elektriciteit gedreven smederij in het perceel Groenestraat no. 62, kad. bekend, gemeente Hatert, Sectie C, no. 6166” (PGNC 2/1/1940) te maken met deze uitbreiding. Omdat het onderzoek langer duurt, kan de gemeente haar beslissing nog niet nemen in de daarvoor reguliere termijn (PGNC 15/2/1940). Uiteindelijk krijgt ze haar vergunning (PGNC 8/5/1940) onder een aantal voorwaarden die te maken hebben met het voorkomen van geluidsoverlast (ramen gesloten, enz).
Maar dan begint de Tweede Wereldoorlog in 1940. Personeelsleden moeten in Duitsland werken, het bedrijf komt stil te liggen en de gebouwen worden verhuurd. Bij de bevrijding vorderen de geallieerden de gebouwen als opslagplaats en garage. Tijdens 2e Kerstdag breekt er brand uit tijdens een feestavond en brandt het gebouw geheel af.
Na de bevrijding: uitbreiding
Nijs en Vale: een advertentie na de oorlog (De Gelderlander 25/4/1946)
Hoewel na de bevrijding er orders binnenkwamen, had Nijs en Vale geen gebouw, noch machines. Toch werd er in de open lucht gewerkt en maakte het stalen ramen. In 1945 werd het gebouw weer opgetrokken. In de bovenstaande advertentie staat als kantoor Hazenkampscheweg 9 genoemd. Dit is het huisadres van F.J. Nijs (Adresboek 1951)
In 1947 kreeg de fabriek een uitbreiding. Daarvoor kocht Nijs en Vale het naastgelegen terrein aan de Groenestraat aan, waarbij het een uitweg naar de Thijmstraat had. Dan is de oppervlakte 2700 vierkante meter.
Afgaande op de advertentie hieronder, was er nog een andere uitdaging: woningen voor haar werknemers.
Gevraagd: kosthuizen of pensions (De Gelderlander 8/8/1950)
In 1951 viert het bedrijf haar 25 jarig bestaan en tevens het 12,5 jarig bestaan van het bedrijf Nijs en Vale. In die tijd is het bedrijf uitgegroeid van kleine smederij naar een van de belangrijkste bedrijven van dat moment.
Een fabriek in een woonwijk
In 1951 blijkt de fabriek (te) groot te zijn geworden, terwijl het midden in de woonwijk staat. Er was niet voorzien dat de fabriek na de oorlog zo hard zou groeien. Voor de oorlog was de fabriek, net als andere fabrieken en werkplaatsen in wijken, “klein” geweest.
Het betreft dan vooral de zandstraalmachine die overlast veroorzaakt. Deze “veroorzaakt niet alleen een hels kabaal, maar, zo vroeg spr. (Van Yperen, P.v.dA. in de raadsvergadering), kan deze machine niet behoorlijk worden afgeschermd zodat de wijde omgeving geen of weinig last meer heeft van het stof?”
De fabriek blijkt dan inmiddels al een aantal maatregelen te hebben genomen. Een verdere afscherming is technisch mogelijk, maar is zeer kostbaar. Nijs heeft intussen beloofd dat de machine ’s nachts niet meer zal werken en overdag alles dicht te houden, zodat het stof zich zo min mogelijk verspreid. Dan zijn er al gesprekken over overplaatsing aan de gang: “De directie wil graag de fabriek overplaatsen naar het industrieterrein, maar zo heeft zij gezegd, dan moet de gemeente wat soepeler zijn.” (De Gelderlander 4/10/1951)
Plannen verplaatsing fabriek
Op 9-1-1952 overlijdt J.F. Nijs. Hij heeft al de plannen voorbereid om de fabriek naar het industrieterrein aan het Maas-Waalkanaal te verplaatsen. Daarbij zal de gemeente de fabriek aan de Thijmstraat overnemen, waarin de brandweer wordt gevestigd.
De fabriek aan de Nijverheidsweg
December 1953 opent Nijs en Vale haar fabriek voor ramen en constructiewerken aan het Maas-Waalkanaal. Op dat moment werken er 170 man personeel. Ir Deur was de architect van deze bouw, fa. Smits en zn. De aannemer. Architect Jan Jansen zal voor de inrichting van de kantoorlokalen zorg dragen.
Het voordeel van de nieuwe fabriek is dat bewerkingen makkelijker kunnen worden uitgevoerd: er zijn minder handelingen nodig om de stalen ramen en constructiewerk naar de plaats van bestemming te krijgen. Als het werk de constructiewerkplaats verlaat, gaat het naar de zandstraal of schopeerinrichting. Hiervoor zijn aparte ruimtes ingericht. Voor de fabriek zijn 2 woningen gebouwd: 1 voor de bedrijfsleider en 1 voor de portier.
Pfell, een vriend van de inmiddels overleden Nijs bij de opening: “De stichter, die toen hij begon niets bezat, heeft de grondslag gelegd voor een moderne industrie, die voor Nijmegen grote betekenis heeft.”
De nieuwe fabriekshal is 90 bij 25 meter groot. In zijn toespraak bij de opening vertelt burgemeester Hustinx verheugd te zijn hoe de industrie zich heeft uitgebreid. Deze is voor groot belang voor ons land en Nijmegen in het bijzonder, omdat Nijmegen over de nodige werkkrachten bezit. Sedert 1950 hebben 11 nieuwe industrieën zich gevestigd op het haven industrieterrein en meerdere, kleinere, zijn op dat moment in aanbouw.
Vervolg
Er is nog niet verder onderzocht wat het vervolg is geweest. In ieder geval sluit de fabriek in 1994.
Op dat moment heet het bedrijf Nijva Nijmegen, gespecialiseerd in gevelbouw. Het is eigendom van het Britse Yule Catto. Algemeen directeur Kakebeen noemt de markt voor kantorenbouw “desastreus”: er is een enorme overcapaciteit in Europa. Hij verwacht daarbij verbetering in 1996. Maar deze zal te laat komen: in 1992 was de situatie al behoorlijk verslechterd en draait al 2 jaar met verlies. In 1993 bedroeg het verlies 2,7 miljoen gulden op een omzet van 30 miljoen.
De houdstermaatschappij van Nyva Nijmegen, Nijs en Vale Holding, en het zusterbedrijf Nijs en Vale Zonwering zullen blijven bestaan. Bij Nijs en Vale Zonwering werken 16 medewerkers. Voor Nijva Nijmegen zullen de dan 70 medewerkers hun baan verliezen.
Door het toegenomen autoverkeer en de bouw van de Waalsprong, wilde de gemeente Nijmegen een tweede brug over de Waal. Dit moest niet zo maar een brug worden: het moest een daadwerkelijke stadsbrug, dat bovendien onderdeel van het rivierlandschap vormt. Het ontwerp zelf moest ruimtelijke kwaliteit toevoegen. De architecten Ney en Poulissen ontwierpen een slanke stal brug.
Ontwerpcriteria: een echte “stadsbrug”
Oude lift bij Oversteek (maart 2021)
De gemeente had 4 ontwerpcriteria aangegeven:
Contextuele inbedding: integraal deel uitmaken van het rivierlandschap en goed zichtbaar en beleefbaar zijn, zowel vanaf de oevers als vanaf de stadsbrug
Samenhang in het bestaande en toekomstige beeld van Nijmegen met de dijkverlegging en alle ruimtelijke ontwikkelingen rondom de Waal.
Een kunstwerk van hedendaagse techniek en vormgeving in één gebaar.
Aandacht voor de gebruiks- en belevingswaarde: een verblijfsbrug, zowel bovendeks als op maaiveldniveau, met een aangename onderwereld.
Daarbij was er een budget van 140 miljoen euro?
De bouw kon in mei 2011 worden begonnen en duurde tot 2013. De bouw van de boogbrug had in de uiterwaarden plaats gevonden. Op zaterdag 20 april 2013 kon de boogbrug onder veel belangstelling worden ingevaren. Daarna volgde het afwerken ter plaatse.
De brug is ontworpen door de Belgische architecten Laurent Ney en Chris Poulissen. De bouwkosten waren 260 miljoen euro.
Deze weg sluit aan de zuidelijke kant aan bij de Verlengde Energieweg en aan de noordkant op de Graaf Alardsingel. Voor auto’s heeft de brug 2 x 2 rijbanen, een vluchtstrook en er is ruimte gereserveerd voor een eventuele 5e baan, bijvoorbeeld voor openbaar vervoer.
Aan de kant van de stad is er stadskant is een pad van 4 meter breed voor fietsers en voetgangers. Daarbij zijn er tevens balkons gemaakt, om van het uitzicht op de rivier en de stad te kunnen genieten.
Om de capaciteit van de A50 te vergroten werd gelijktijdig met de Oversteek is de tweede brug bij Ewijk gebouwd, naast de reeds bestaande. Vanaf 2013 heet deze officieel de Tacitusbrug gebouwd, maar wordt over het algemeen nog steeds de Ewijkse brug of brug bij Ewijk genoemd.
De omgeving: de brug als onderdeel van rivierlandschap en stad
Nijmegen vanaf Oversteek tijdens een droogte (april 2021)
Een belangrijk onderwerp (en een eis aan het ontwerp) was het samenspel met de omgeving; de stadsbrug moest een onderdeel van de stad worden. Daarom is er gekozen voor een slanke stalen hoofdoverspanning van 285 meter, terwijl 235 de minimale eis was. Hierdoor wordt de hele rivier overspannen in plaats van alleen de vaargeul. Daarbij ligt de Waal gecentreerd onder de brug. Daarmee maakt de brug daadwerkelijk onderdeel uit van de omgeving.
Een vergelijkbaar uiterlijk met de Waalbrug was wenselijk. Daarnaast zijn de zijkanten van de brug van baksteen, tevens een verwijzing naar de baksteenindustrie en gebruik daarvan in Nijmegen.
Daarnaast zijn de pijlers gebouchardeerd, zodat de kiezels zichtbaar zijn. Dit is een verwijzing naar het grind in de rivier. Boucharderen is het opruwen van het oppervlak met een zogenaamde bouchardeerhamer: een hamer dat is voorzien van een massieve kop met stalen punten.
Grootste enkelvoudige boogbrug in Europa
Met een stalen brugconstructie van 285 meter is het de grootste boogbrug van Europa met een enkelvoudige boog. Het is de één na langste hoofdoverspanning van Nederland en tevens de langste boogbrug van Europa met slechts 1 boog. Sinds 2016 heet de weg over de brug de Generaal James Gavinsingel.
Het ontwerp van een boogbrug was geen eis van de Gemeente Nijmegen. Ook voor de ontwerpers was de boogbrug vooraf geen bewuste keuze:
“Ask Poulissen where he gets his ideas for his designs and he will tell you he doesn’t know. “The best designs evolve gradually, in a process with multiple people. You have to consider all of the interests at play. Things like ecology, flora, fauna, noise pollution, contamination. It’s barely about the form. For example, when Laurent and I were working on the bridge project ‘De Oversteek’ in Nijmegen we didn’t anticipate beforehand that those arches would be there. That idea materialized during the project, in part because of the limited budget. That forced us to find clever solutions. And the solution with the arches turned out to cost a lot less, and it doesn’t require much maintenance. There are no joints, no bearings.”
Boogbrug met trekband
De hoofdoverspanning is een zogenaamde boogbrug met trekband. Wikipedia https://nl.wikipedia.org/wiki/Boogbrug: “De boogbrug met trekband: dit type wordt het meest toegepast bij grotere overspanningen. De boog ligt over het algemeen (maar niet noodzakelijk) boven het rijdek. Het gewicht van het rijdek en het verkeer wordt via trekkracht in de verticale staven via de boog afgeleid naar de fundering. Door een horizontale trekband aan te brengen tussen de uiteinden van de boog worden de horizontale spatkrachten op de landhoofden opgeheven, waardoor de fundering alleen verticale krachten te verwerken krijgt. Het rijdek zelf fungeert vaak als trekband.” De Nationale Staalprijs: “Stadsbrug ‘De Oversteek’ is een enkelvoudige boogbrug. Dit is de meest efficiënte boogstructuur. In het ontwerp is de krachtswerking van de stalen boog benut: de boogranden zijn naar buiten geduwd waardoor de boog verticaler is komen te liggen en de draagkracht is vergroot. Het resultaat is een slanke boogconstructie met relatief weinig staal. De brug staat schuin ten opzichte van de rivier, daarbij de richting van de stroming van de Waal respecterend. Dit is een bewuste architectonische keuze”.
Daarbij is betreft het een zogenaamde netwerkboogbrug: “Netwerkboogbrug met diagonale hangers die elkaar meerdere keren kruisen”.
1 boog
Waar de meeste bruggen 2 bogen (de Waalbrug heeft er 4) met windverbanden hebben., heeft de Oversteek maar 1 boog. Dit is gedaan vanuit oogpunt van onder andere materiaalbesparing. Bovendien wordt er minder staal blootgesteld aan corrosie, welke een directe relatie heeft met het schilderwerk. Bij 1 boog was er aanmerkelijk minder oppervlakte om te verven: bij 2 bogen gaat om bijna 3x zo veel schilderwerk.
Door de enkele boog in plaats van een dubbele boog, is het tevens minder zichtbaar dat de brug de rivier onder een hoek overspant, in plaats van er haaks op te staan.
Pijlers
Onderkant Oversteek (oktober 2023)
De pijlers zijn gestroomlijnd gemaakt en zo geplaatst, dat de vaargeul volledig gebruikt kan worden. Een van de ontwerpvoorwaarden was dat de brug het waterpeil met niet meer dan 1 millimeter mocht laten stijgen.
Aanbruggen
De aanbruggen (het gedeelte van de brug dat de hoofdoverspanning verbindt met het landhoofd; of simpel gezegd: het gedeelte van de brug over de uiterwaarden). Aanvankelijk was de gedachte deze van staal te maken, maar dat zou te veel geld kosten.
Daarom zijn deze nu gemaakt van beton en baksteen, wat overeenkomt met de Waalbrug. Een andere verwijzing naar de Waalbrug is dat ook hier de aanbruggen uit verschillende bogen bestaan. Doordat de aanbruggen nu uit 1 stuk bestaan, waren geen zogenaamde “dilatatievoegen” nodig: dit zijn voegen die het krimpen en uitzetten van materialen moeten opvangen en op deze manier scheuren voorkomen.
Een voordeel van het metselwerk is bovendien dat de aanbruggen daarmee flexibel genoeg zijn om verticale vervormingen door natuurschommelingen op te vangen.
De aanbrug is in het noorden 680 meter lang en 230 meter in het zuiden.
Duurzaamheid en Milieu
De bouwers hebben rekening gehouden met duurzaamheid en milieu. Onder andere door:
Bij de bouw zijn materialen per schip aangevoerd in plaats van met vrachtwagens, wat positieve effecten op de CO2 uitstoot heeft
Het beton, staal en asfalt van de brug is deels herbruikbaar, wanneer zij over 100 jaar op het einde van haar levensduur is
Er is zand en puin uit de omgeving gebruikt
Tijdens de bouw waren er beschermde maatregelen voor het behoud van bittervoorn, mussen en palingen
Vogelkastjes voor mussen
Uiterwaarden zijn in oorspronkelijke staat hersteld en de bossage aan de Winselingseweg is behouden gebleven
Sanering van de kolk van Braam, welke is ingericht als natuurvriendelijke oever voor de bittervoorn en waterplanten
Opening
De officiële opening vond plaats op 23 november 2013, waarbij de brug op 24 november ’s avonds openging voor verkeer. De opening werd bijgewoond door duizenden belangstellenden. Ook waren nabestaanden van de 48 gesneuvelde Amerikanen aanwezig.
Bij de opening werden beelden vertoond van de film A bridge too far, met zang van de sopraan Francine van der Heijden. De 48 gesneuvelde Amerikanen kregen een eerbetoon en er werd voorwerk afgestoken. Oud-generaal Ben Bouman, die als enige Nederlander aan de oversteek had deelgenomen en de Amerikaanse veteraan Francis Keefe openden de brug met een optocht van historische legervoertuigen. Daarna wandelde burgemeester Bruls samen met duizenden Nijmegen over de burg.
Onderhoudsarm
De brug is zodanig ontworpen en gebouwd, dat het de komende 100 jaar zo min mogelijk onderhoud nodig heeft.
Staalprijs 2014
De brug ontving de Staalprijs 2014. Het Juryrapport: “Deze enkelvoudige stalen boogbrug is meer dan een brug. Het is een landmark, een kunstobject, een aandenken, een verblijf- en ontmoetingsplaats en de resultante van integraal ontwerpen en bouwen op basis van een vernieuwende aanbestedingswijze.
De inpassing van de stadsbrug in zijn landschappelijke, historische en culturele context oogst grote bewondering. Aangekomen boven land gaat de hoofdoverspanning over in aanbruggen met bakstenen uit streekeigen klei. Aan weerszijden lopen de bruggen ver boven het land door om het natuurlijke evenwicht op de oevers te bewaren. En de 48 lantaarns op het brugdek herdenken hetzelfde aantal gesneuvelden tijdens WOII-operatie Market Garden, om nog maar een aspect te noemen. Een integrale prestatie op alle onderdelen.”
20 september 1944: De Oversteek
Oefening voor de herdenking de Oversteek (september 2023)
De naam de Oversteek is een herinnering aan de oversteek van de geallieerden op 20 september 1944. Deze historische actie maakte deel uit van Market Garden.
De aanvallen aan de centrumzijde van Nijmegen waren mislukt, onder andere omdat de Duitsers zich op het Valkhof en Hunerpark hadden kunnen ingraven. Voor de Britten, die de brug in Arnhem hadden veroverd, begon de tijd steeds verder te dringen.
Die middag staken de para’s van het 3e bataljon van de 504 Parachute Infantry Regimant (PIR) van de Amerikaanse 82e Luchtlandingsdivisie (82nd Airborne) onder leiding van majoor Julian Cook de Waal over. Zij deden dit in 26 canvas bootjes, op klaarlichte dag. Zij werden daarbij ondersteund door 307 Airborne Engineer Battalion, 376 Parachute Field Artillery Battalion 82 Airborne in samenwerking met 505 Para Infantry Guards Armoured Division.
Van de 260 soldaten die de eerste oversteek maakten raakte ongeveer de helft gewond of sneuvelde. Bij deze actie overleden 48 man. Zij slaagden er in om de noordzijde van de brug in handen te krijgen.
Ook aan de gevechten aan de zuidkant kwam een einde, ook omdat de noordkant door de Amerikanen veroverd was. Hierdoor konden de tanks van het Britse 30e Legerkorps Britse 30e Legerkorps konden oversteken. Het was inmiddels te laat om de luchtlandingsdivisie in Arnhem te bereiken, die de brug aldaar moest opgeven.
Herinneringen aan Oversteek
Behalve de naam de Oversteek herinnert het kunstwerk Lights Crossing aan de oversteek. Elke avond wordt bij.. de Sunset March over de brug gelopen. En hoewel sec geen deel uitmakend van de brug, dient op deze plaats ook “De Oversteek” van Marius van Beek hier te worden besproken, dat naast de brug ligt.
Lichtkunstwerk Lights Crossing
Het kunstwerk Lights Crossing (overstekende lichten) maakt onderdeel uit van de brug/ Dit is een ontwerp van Atelier Veldwerk (Rudy Luijters en Onno Dirker).
De naam de Oversteek, de 48 paren lantaarnpalen en een monument herinneren nog aan de overtocht. De 48 paren lantaarnpalen herinneren aan de 48 Amerikaanse soldaten die bij deze actie sneuvelden.
‘s avonds gaan de 48 paren 1 voor 1 aan, in het tempo van een trage mars, van zuid naar noord. Dit duurt 11 minuten. Pas daarna gaat de aanstraalverlichting aan.
Sinds 19 oktober 2014 loopt elke avond minimaal een veteraan bij zonsondergang de zogenoemde Sunset March over de brug, terwijl de lichten aan gaan. “Met dit initiatief willen de veteranen niet alleen herdenken welk offer de Amerikaanse militairen hier ver van huis hebben gebracht voor de vrijheid van het Nederlandse volk. Zij willen hiermee vooral ook een zichtbare brug slaan naar alle veteranen die in missies over de hele wereld hebben bijgedragen en nog steeds bijdragen aan vrede en vrijheid.”
Eind 14e/begin 15e eeuw Kerk en kerktoren Dorpsstraat 112, Begraafplaats, Gemeentelijk monument Neerbosch-Oost
Witte Kerkje, Dorpsstraat 112 (februari 2021)
De meeste mensen kennen het kerkje aan zijn kleur: het Witte kerkje van Neerbosch. Het is eind 14e/begin 15e eeuw gebouw als een kerk gewijd aan St. Antonius Abt. In 1591 werd het een hervormde kerk. In 1975 en 2014 volgden er restauraties.
Vooraf
Eind 13e eeuw vond drooglegging plaats van het moerassige gebied ten westen van Nijmegen, de “Nederen Bossche”. Deze bossen maakten onderdeel uit van het Reichswald. In 1410 wordt “Die capelle in den Nederen Bossche genoemd” in een scheepsprotocol: waarschijnlijk hadden zich op dat moment al zoveel mensen in het gebied gevestigd dat er een kapel was. De kapel was gewijd aan St. Antonius, zoals veel kapellen in bosrijke gebieden (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis).
Van St. Antonius Abt naar Hervormde kerk
Witte kerkje Neerbosch, ets van Hendrik Hoogers, 1788 (GN701 RAN)
De kerk zelf is eind 14e/begin 15e eeuw gebouwd en eveneens gewijd aan St. Antonius Abt. De toren is later gebouwd, in 1438. Daarbij is deze toren In 1456 vernieuwd. De lage zijbeuken zijn van latere datum.
Architectuur en inrichting
Wikipedia: “De kerk is gebouwd als gotische dorpskerk met pseudo-basilicaal schip op pijlers en een driezijdig gesloten koor met sacristie aan de zuidzijde. Aan de zuidzijde van het schip bevindt zich een overwelfd portaal. Het interieur heeft kruisribgewelven op gebeeldhouwde kraagstenen. Het schip met ingangsportaal en het koor met sacristie zijn waarschijnlijk 15e-eeuws.
De toren is een eenvoudig gotisch bouwwerk met slanke ingesnoerde naaldspits. De klokkenstoel heeft een klok van Adriaen Steylaert en dateert uit 1574. De klok heeft een diameter van 73,5 cm. Het mechanische torenuurwerk is aanwezig, maar niet in gebruik.“
Hervormde kerk
De Nederlands Hervormde St. Antoniuskerk (het witte kerkje van Neerbosch), met omgevende bebouwing, 1900 (GN45013 RAN)
Vanaf 1591, op het moment dat Maurits Nijmegen op de Spanjaarden tijdens de Tachtigjarige Oorlog had veroverd, ging de kerk over naar de Nederduits Gereformeerde Kerk (de “hervormden”).
Daarbij is het bijzonder dat de grijze stenen vloer afkomstig is uit de St. Stevenskerk. Toen rond 1800 de vloer van de Sint Steven aan vervanging toe was, zijn de tegels in het Witte kerkje terecht gekomen. Daarvoor had de vloer van het Witte kerkje bestaan uit aarde.
Naast de begraafplaats, werden ook in de kerk zelf mensen begraven. Dit waren 6 graven, waarbij er 1 bewaard is gebleven. Afgaande op de foto’s, staat de grafsteen hiervan tegenwoordig in de ruimte opgesteld.
Van centrum van het dorp naar rand
De Dorpsstraat met Witte Kerkje, 1922-1926 (GN11036 RAN)
Oorspronkelijk vormde de kerk en pastorie samen met de jongensschool de kern van het dorp Neerbosch. Het dorpje raakte echter doormidden gesneden bij de aanleg van het Maas-Waalkanaal in 1927. Daarbij kwam de kerk door uitbreidingen van Neerbosch-Oost aan de rand van de wijk te liggen.
Sinds de laatste eredienst raakte het in onbruik.
Het Nederlands Hervormde kerkje – tot de Reformatie gewijd aan St. Antonius Abt – of Witte kerkje van Neerbosch voor de restauratie, 1969 (F.J.G. Schemkes via 88775 RAN CC0)
In 1975 volgde een restauratie. Vanaf dat moment was de kerk weer af en toe in gebruik, meestal als trouwlocatie.
Verkoop
Aart Stadelmaier, kleermaker van de paus
Van 2004 tot 2010 had Aart Stadelmaier zijn atelier en winkel in het schip. De toren (en kerkhof) bleef eigendom van de gemeente.
Hij stond bekend als “kleermaker van de paus”. Zijn bedrijf maakte kazuifels, habijten en andere religieuze gewaden en voorwerpen. Aart, die zijn vader in 1997 had opgevolgd, specialiseerde zich in moderne, sobere gewaden voor grote plechtigheden, vooral voor de Amerikaanse markt. Onder andere door het leveren van 1500 gewaden voor het bezoek van paus Johannes Paulus II aan Saint Louis (Missouri) in 1999 en 800 bij de opening van de kathedraal in Los Angeles. In 2004 was het bedrijf failliet gegaan vanwege afnemende markt en slechte bedrijfsresultaten.
In Nijmegen werd een doorstart gemaakt, met het atelier en winkel in het Witte Kerkje. De gehele productie werd naar Roemenië verhuisd. In 2010 ging hij echter alsnog failliet.
Daarop werd het pand te koop gezet. Wanneer het schip “al een tijdje” te koop staat (vraagprijs 295.000 euro), is het mogelijk om vanaf maart 2013 om ook de toren (vraagprijs 25.000 euro) van de gemeente te kopen. Dit, vanuit de gedachte dat het waarschijnlijk makkelijker is om het gehele gebouw -mét toren- te verkopen. De gemeente stelt bovendien een voorlopig koopcontract met Stadelmaier. Daarnaast is het ook mogelijk om in het pand te mogen gaan wonen.
Ton Brouwers
De nieuwe eigenaar wordt Ton Brouwers met zijn bedrijf Because (Noviomagus). Hij laat een glazen pui in staal bouwen door Staal in Stijl, waarbij de foto’s nog op zijn site zijn te zien. Brouwers had echter geen interesse in de toren (Erfgoedstem); de toren en begraafplaats zijn tegenwoordig (april 2024) nog steeds eigendom van de gemeente.
Rob en Janneke Haukes
In 2017 is er een nieuwe eigenaar: Rob en Janneke Haukes. Aanvankelijk was het idee om het gebouw als kantoorruimte te gebruiken. Al snel kwam het idee dat het gebouw een breder publiek verdient dan alleen als kantoor dienen, De ruimte kan gehuurd worden voor onder andere trouwen, rouwen, vergaderingen en concerten. (Behalve de eigen website, heeft IndeBuurt een mooi artikel over de verbouwing en het kerkje geschreven).
Begraafplaats
Ten noorden van het kerkje ligt een begraafplaats. Deze deed van ongeveer de 15e eeuw tot 1890 dienst als kerkhof. Na de reductie werden zowel katholieken als protestanten op het kerkhof begraven, elk op hun eigen gedeelte. (In Paradisum), ondanks dat er een verbod op het katholicisme was. Waarschijnlijk op de manier waarop Cultureel Erfgoed de situatie in het algemeen beschrijft: “Met de Reformatie eind zestiende eeuw raakten nagenoeg alle katholieke kerkhoven in handen van burgerlijke of hervormde gemeenten. Katholieken konden er nog gewoon begraven worden, maar zonder religieuze verwijzingen bij uitvaart of op een eventuele gedenksteen.”
De gemeentelijke monumentenlijst noemt: “Ondanks het verbod op het katholicisme werden op de begraafplaats vanaf 1810 zowel katholieken als Nederlands-hervormden begraven.” Waarschijnlijk bedoelt ze met “1810” dat vanaf dat moment het katholicisme niet meer verboden is en dat ze haar overledenen openlijk volgens hun gewenste riten kunnen begraven.
Het einde
De hervormden werden hier tot 1829 begraven. Vanaf 1848 werden de katholieken vooral begraven op de katholieke begraafplaats aan de Dennenstraat. In 1890 ging het kerkhof dicht, aangezien sinds de opening van de algemene begraafplaats aan de Graafseweg in 1881 geen nieuwe begrafenissen waren geweest.
Vervolg
Daarna zette het verval in: overwoekering van graven, geopende grafkelders en hekken waren omver getrokken. Tussen 2012 en 2017 heeft de gemeente samen met stichting in Paradisum de begraafplaats gerestaureerd. Tot nu toe konden 47 graven zichtbaar worden gemaakt en beschreven. Een mooi artikel over de restauratie is te vinden op de site van In Paradisum, beheerder van deze en andere begraafplaatsen van Nijmegen
In 1930 ontwerpt architect M. van den Boogaard (die ondertekent met A. van den Boogaard) de limonadefabriek voor Onstenk in de Eerste Walstraat 64-74. Daarvoor heeft hij al de uitbreiding van Onstenk in 1929 in de Regulierstraat ontworpen.
Vooraf: Begin Regulierstraat en uitbreiding
De Firma Onstenk was klein begonnen in de Regulierstraat, waar “op bescheiden voet een bierhandel en limonade-fabriek werd geëxploiteerd”. (De Gelderlander 1/8/1939) Gerhardus Jozephus Onstenk (24-7-1901 Baak, gemeente Steenderen) was op 23 juni 1926 van Zutphen naar Parkweg 76 in Nijmegen verhuisd. Op 21 september 1926 trouwt hij met Hendrika Theodora Brink (28-3-1900, Vorden). In 1928 komt Onstenk voor op de Regulierstraat 33: waarschijnlijk betreft dit zijn woning en een klein bedrijf; een andere mogelijkheid is dat het “pakhuis” op 33a al bij Onstenk hoort.
Deze ruimte bleek te klein te zijn. Daarop wordt het naastgelegen pand bijgetrokken, naar ontwerp van architect Van den Boogaard. Mogelijk betreft dit het “pakhuis” op Regulierstraat 33a. De Gelderlander:
“Uitbreidng firma G.J. Onstenk.
Bovengenoemde firma sinds eenige jaren gevestigd aan de Regulierstraat, zag zich door uitbreiding van relaties genoodzaakt haar bekende electrische limonadefabriek en bierbottelarij eene belangrijke uitbreiding te doen ondergaan, waarvoor het naastgelegen pand werd aangetrokken. Hierdoor werd een ruimte verkregen van 30 bij 9 meter, een afmeting die noodig bleek om plaats te geven aan de verschillende moderne machines waarmede het bedrijf werd verrijkt. De eigenaar is nu meer dan ooit in de gelegenheid de bestellingen, en vooral de grootere kwantums vlug en op tijd te leveren, waarvoor een speciale autobesteldienst in bedrijf werd gesteld.
De heer Onstenk is hoofdagent van de bekende Hengelosche bieren en fabriceert bovendien verschillende limonade gazeuses met koolzuur.
De verbouwing, zoomede ’t aanbrengen der nieuwe pui, geschiedde door den architect den heer v.d. Boogaard.” (De Gelderlander 22/6/1929).
Opvallend is, dat het artikel in De Gelderlander 1/8/1939 niets over de uitbreiding van 1929 noemt, terwijl het bij het pand op de hoek Regulierstraat-Eerste Walstraat om nieuwbouw gaat. Het pand van Regulierstraat 33 (en 33a) zal overigens tijdens het bombardement van februari 1944 worden verwoest.
Nieuwbouw hoek Regulierstraat – 1e Walstraat
Bouwplan v/e Limonadefabriek met Winkelhuis en Bovenwoningen, Arch A. v.d. Boogaard, Datum Dossier 25-2-1930 (D12.395368)
“Na eenige jaren bleek, dat de voortdurende groei van het bedrijf, het noodzakelijk maakte naar een grootere ruimte om te zien, welke werd gevonden door nieuwbouw op een terrein hoek 1e Walstraat en Regulierstraat, waar de firma thans nog is gevestigd.” (De Gelderlander 1/8/1939)
Op 12-2-1930 besteedt A. v.d. Boogaard “Het afbreken van de perceelen 64-88 aan de Eerste Walstraat hoek Regulierstraat te Nijmegen en het daar weder opbouwen van een Winkelhuis met Limonadefabriek en drie Bovenwoningen” aan. (PGNC 5/2/1930)
Links is een woning, rechts de fabriek, welke nog verder doorloopt (D12.395368). Daarbij rechts 2 grote deuren, waarschijnlijk bedoeld voor het in- en uitrijden. De gehele begane grond bij de nummers 64 t/m 72 was de limonadefabriek (de 2 grote deuren en het raam links naast de linker grote deur; de deuren bij nummer 64, 68 en 72 zijn opgangen naar de bovenwoning). Deze fabriek liep vervolgens door, achter de panden van de Regulierstraat. Afgaande op de tekening, zijn hetzelfde deuren als tegenwoordig.
Bouwplan v/e Limonadefabriek met Winkelhuis en Bovenwoningen, Arch A. v.d. Boogaard, Datum Dossier 25-2-1930 (D12.395368)
Op 12-9-1933 krijgt Onstenk een hinderwetvergunning voor het uitbreiden van zijn fabriek (PGNC 12-9-1933).
Uitbreiding 1939: destilleren en vervaardigen van alcohol
Advertentie Onstenk De Gelderlander 29/7/1939
“Ook de nieuwe zaken floreerde er wel zoodanig, dat de heer Onstenk met het plan rondliep aan de zaak te verbinden een disteleerderij 1e klasse likeurfabriek en advocatenfabriek. Deze plannen zijn thans verwezenlijkt”, vervolgt het artikel van 1 augustus 1939.
Hiervoor had Onstenk op 5 mei een hinderwetvergunning verkregen “tot het oprichten van een inrichten en distilleeren en vervaardigen van alcoholica” (PGNC 9/5/1939). Het betreft Eerste Walstraat no. 66 (Sectie C. No 6804), waar de architect Cornelissen een (interne) verbouwing voor ontwerpt (zie het bouwdossier D12.404610).
“Plaatselijke zaken kunnen nu het door hun benoodigde betrekken van een stadgenoot en zijn niet meer afhankelijk van buiten Nijmegen gevestigde firma’s.
Nijmegen heeft nu zijn eerste plaatselijk gevestigde distelleerderij en waar de firma Onstenk reeds een reputatie verwierf op ’t gebied van bier en limonade, zal zij deze reputatie hoog weten te houden door ook het gedistilleerd, likeuren, enz. te rangschikken in eerste klas kwaliteit en service.”
Ook is er een bouwtekening D12.405278 waarbij Cornelissen in april 1940 een kleine uitbreiding heeft ontworpen door een deel van de open plaats achter bij de fabriek te trekken.
Verhuizing Onstenk naar Biezenstraat
Onstenk zal echter verhuizen naar de Biezenstraat: in januari 1949 verkrijgt firma G.J. Onstenk in januari 1949 een hinderwetvergunning “tot het oprichten van een door elektriciteit gedreven inrichting tot het vervaardigen van gedistilleerde dranken, likeuren en limonades in perceel Biezenstraat 44-46, kadastraal bekend gemeente Neerbosch, sectie A no. 1910”. (De Gelderlander 17/1/1949).
Op een later tijdstip, in ieder geval in 1963 hoort ook nummer 48 bij de “Distilleerderij & Handel Maatschappij NV Firma Onstenk”.
Het pand is een Gemeentelijk Monument met als waardering:
“Het pand is een goed en gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een klein fabrieksgebouw met woningen in late Amsterdamse schoolstijl van architectenbureau A. v.d. Boogaard uit het jaar 1930. Daarnaast is het fabrieksgebouw van stedenbouwkundig belang, vanwege de beeldbepalende ligging op de hoek van de kruising van de Eerste Walstraat en de Regulierstraat.”
(Overige) Bronnen en verder lezen
Onstenk distilleerderij, Noviomagus: een uitgebreid artikel, ook over het vervolg in de Biezenstraat, met daarnaast foto’s van etiketten.
Van Welderenstraat 108, augustus 2023 (Google Streetview) met de verbouwde gevel uit 1934 door architect Ebing
De Van Welderenstraat 108 is waarschijnlijk gebouwd in de eerste jaren van 1880. Daarbij kreeg de winkel haar uiterlijk in 1934, wanneer de benedenwoning wordt verbouwd naar wolwinkel de Papaver naar een ontwerp van architect Ebing.
Vooraf
”Bestaande toestand” Van Welderenstraat 108-110, Datum tekening 5-4-1934 (D12.400971)
De architect van het pand is nog niet bekend. Bij de verbouwing in 1934 wordt de benedenverdieping omschreven als “benedenhuis”. De dakkapel van nummer 106 is hetzelfde als die van 108: mogelijk betreft het dezelfde architect en project.
Afgaande op de kaart van het Bevolkingsregister 1880 lijkt de eerste bewoner van het pand Sara Ida Catharina Louisa Meurs (Gendringen, 23/7/1845) te zijn, weduwe van Wierts Van Coehoorn. Zij komt hier op 14-2-1884 met haar kinderen en een dienstbode te wonen. Ze zijn dan afkomstig uit Ubbergen. Op 18-9-1885 vertrekt ze naar Amsterdam. Het adres is op dat moment van Welderenstraat 37a.
Daarna komt Johannes Courtois (8-2-1852 Brummen) er vanaf 3-12-1885 met zijn gezin te wonen. Zijn beroep is ”Particulier’. Ze zijn dan afkomstig van Soerabaia. Op 27-4-1889 vertrekt het gezin naar Ubbergen. Het adres is op dat moment van Welderenstraat 12.
Op 28-5-1889 komt Agatha Maria van Luik (6-4-1828 Naaldwijk) er te wonen. Zij is “zonder” beroep. Haar adres is van Welderenstraat 13, waarbij “het blauwe potlood” van Welderenstraat 108 heeft bijgeschreven. Haar vorige woonplaats is moeilijk te lezen. Zij komt nog voor in het Adresboek 1915.
Dan staat in het Adresboek 1916 de dames A. en E. en C. Schoonen en in dat van 1918 H.P. Daalderop. In het Adresboek van 1932 en 1934 komt C.P.L. Clemens, stucadoor voor en daarnaast Mej. C.E.J. Clemens. In De Gelderlander 29/5/1934 adverteert Chr.J. Clemens, stukadoors- en wittersbedrijf, dat hij is verhuisd naar Vondelstraat 43.
Verbouwing De Papaver
Plan tot verbouwing van een Benedenhuis tot Winkelhuis a/d van Welderenstraat No 108-110 te Nijmegen, Sectie B. 768, Architect Ebing, Datum tekening 6-5-1934 (D12.400972)
Bij de verbouwing blijkt A. Zwetsloot de eigenaar te zijn. Waarschijnlijk betreft het Adrianus Zwetsloot, “zonder beroep”, die op dat moment op Parkweg 44 woont. In oktober 1934 opent Rie (Maria Gerarda) van Breukelen (19/01/1907 – 26/07/2000) haar winkel. Haar portret is te zien op: F9929 (tevens een bron van dit artikel). Zij blijkt in mei 1934 vanuit Soest naar Nijmegen te zijn gekomen (PGNC 27/10/1934).
De Gelderlander schrijft over de opening:
“Wolhuis “De Papavaer”.
In het tot winkelhuis verbouwde pand aan de v. Welderenstraat 108 opent mej. Rie v. Breukelen heden een nieuwe zaak in kousen, sokken, wol en handwerken, welke zaak zij betitelt met den weidschen naam “De Papaver”. Biedt het artikel wol in dit nieuwe magazijn een overweldigend keuze, vooral de afdeeling dameshandwerken is buitengewoon gesorteerd, waarbij de vakkundige voorlichting en ontwerpen voor de dames een waarborg zijn voor vakkundige bediening.
Onder voorlichting van den architect den heer C.J. Ebing kwam deze verbouwing in zeer korten tijd tot stand, waarbij hij goede hulp had van de aannemersfirma Brands en Olthof. De electrische installatie werd geleverd door den heer Albers, terwijl de heer v.d. Zand de ornamenten leverde. De heer P. Gerrits verzorgde het keurige schilderswerk.” (De Gelderlander 12/10/1934)
Het PGNC vermeldt dat van Breukelen zelf “tientallen jaren in de eerste zaken werkzaam is geweest”. En daarnaast blijkt Ebing het werk dichtbij had: hij had zijn kantoor op Van Welderenstraat 106. (PGNC 12/10/1934).
Vervolg
Advertentie De Papaver (PGNC 22/3/1940) Van Welderenstraat 108
Rie van Breukelen zal tot haar huwelijk in 1942 haar zaak hebben, totdat zij in 1942 trouwt met electro-installateur Wim (Willem Rudolph Marie) Groos (29/03/1906 – 09/10/1962) (F9929).
In De Gelderlander 28/10/1944, De Gelderlander 26/2/1947 en De Gelderlander 16/2/1949 staan advertenties dat het een winkel is van Perfecta, “Stomen. Verven. Stoppage.”, die haar kantoor en fabriek op de Van Goorstraat 27 heeft.
In de De Gelderlander 24/2/1951 staat vervolgens weer een advertentie van Wol- en handwerkhuis De Papaver. Op De Gelderlander 24/12/1954 zit J. Hamers op dit adres (waarbij hij als prijs een fles lotion weggeeft). Firma Joh. Hamers en Co. adverteert in De Gelderlander 14/7/1956 met Zweedse nylon elastieken kousen.
Molenstraat 105 hoek Van Welederenstraat, maart 2024
Architect Oscar Leeuw ontwierp 2 verbouwingen voor Molenstraat 105: voor bakker annex lunchroom Creyghton en in 1919 voor kledingmagazijn Bischoff.
Vooraf
Een houtgravure van Banketbakkerij Creyghton, een reclame advertentie, 1900 (RAN F19800)
Op de hoek van de Van Welderenstraat en de Molenstraat staat een groot pand, dat rond 1900 gebouwd is.
De architect van het pand is niet achterhaald. Daar de bewoner op Molenstraat 42 (Nu Molenstraat 105) in het Bevolkingsregister 1880-1890 Haspels is, is het niet ondenkbaar dat hij/de Gebr. Haspels de aannemer/architect van het gebouw is geweest. In het Bevolkingsregister 1890 staat de vermelding dat hij naar de St. Annalaan 11? is vertrokken.
Notaris Hijink
Aankondiging verhuizing Notaris Hijink naar Molenstraat 105 (PGNC 5/11/1892)
In PGNC 5/11/1892 plaatst Notaris Hijink de advertentie dat hij verhuisd is “naar het huis: hoek Molenstraat – Van Welderenstraat. In juli 1892 was W.E. Hijink benoemd tot notaris binnen het arrondissement Arnhem, standplaats Nijmegen. Daarvoor was hij notaris te “Dinksperloo” (Dinxperlo) (De Gelderlander 28/7/1892).
in 1895 vraagt hij een bouwvergunning aan voor een pand aan de Oranjesingel (Gemeenteverslag 1895), waar hij in de loop van 1896 naar toe zal verhuizen.
Creyghton Lunchroom de Molenpoort
Uiterst rechts Creyghton: De Molenstraat , gezien vanaf de kruising met de Van Welderenstraat en de In de Betouwstraat. In het midden het pand De Bonte Os, op de hoek met de Tweede Walstraat, 1900 (F46492 RAN)
In maart 1896 vragen de Gebr. Haspels een vergunning aan tot het oprichten van eene bakkerij in perceel Molenstraat, hoek Van Welderenstraat, kadastraal sectie B. no. 1855.” (De Gelderlander 15/3/1896). Waarschijnlijk betreft het de verbouwing voor Creyghton.
Detail: op het linkerbord lijkt N Creyghton te staan, op het rechterbord is duidelijk “Ijs Wijnen” en in het midden “Ververschingen” te lezen (Detail (F46492 RAN)
In ieder geval opent N.J. Creijghton in juni 1896 zijn bakkerij.
Op de bovenstaande foto, door het RAN op 1900 gedateerd, staat uiterst rechts de bakkerij van Creyghton. Op het linkerbord lijkt N? Creyghton te staan, op het rechterbord is duidelijk “Ijs Wijnen” en in het midden “Ververschingen” te lezen.
Advertentie N.J. Creyghton (De Gelderlander 22/10/1896)
Advertentie N.J. Creyghton (PGNC 27/8/1901)
De Gelderlander over de opening:
“Nijmegen, 23 Juni.
Naar mate onze stad zich uitbreidt, voornamelijk met villa’s en heerenhuizen, neemt ook het getal winkels toe van weelde en goede smaak.
Zoo is nu weder een luxe-zaak gevestigd in het nieuwere gedeelte der Molenstraat, door den heer N.J. Creijghton, die ons zal toonen, wat delicaats er in banketbakkerij en keuken kan geproduceerd worden.
Het fraaie pand, weleer bewoond door den notaris Hijink, is inwendig grootendeels verbouwd en voor zijn nieuwe doeleinde uitstekend ingericht. Een luchtige, doorzichtige winkel, frissche keuken en kelder en een bakkerij met de beste machines, ziedaar wat de heer Creijghton ons toonde. De ondernemer heeft aan zijn zaak nog verbonden een salon voor ververschingen, dat er keurig uitziet en welks interieur zijn stoffeerder, den heer W.A. Smals, alle eer aandoet.
De heer C. was dezen morgen bezig de laatste hand te leggen aan zijn installatie, om nog heden te kunnen openen.” (De Gelderlander 24/6/1896)
1902: Verbouwing Lunchroom door Oscar Leeuw
Het interieur van Creijghton’s banketbakkerij; hoek Van Welderenstraat, 1910-1920 (dr Jan Brinkhoff via D414 RAN)
“Lunchroom en Bodega “de Molenpoort”.
Onder dezen naam is onze stad met een inrichting verrijkt, zooals er reeds in de onderscheiden groote steden worden aangetroffen, maar tot dusver hier nog steeds gemist werd. Den heer Creyghton, de gunstig bekende cuisinier en confiseur op den hoek van de Molenstraat en Van Welderenstraat heeft genoemd pand naar den laatsten smaak doen verbouwen en voor een groot gedeelte doen inrichten tot een zoogenaamde Lunchroom of ontbijtzaal vooral bestemd ter dienste der vele vreemde bezoekers onzer stad, die met den trein arriveerende langs den Stationsweg Nijmegen binnenkomen en op dezen vooruitspringenden hoek voortaan een “zoeten inval” zullen vinden; wel te verstaan, niet in dien zin hier enkel zoetigheid zal te verkrijgen zijn; want wie het sierlijk gedrukt tarief, op de tafeltjes ter inzage liggend, raadpleegt, bemerkt dat hier van alles te bekomen is, wat een vermoeid reiziger in de gauwigheid kan opknappen.
Alles is er op ingericht om hem zoo spoedig mogelijk te helpen. Met de gemakkelijke kleine deur valt hij in eens in huis en heeft zich maar aan een der ronde tafeltjes te zetten om te bestellen wat hij verlangt. De degelijkheid der consumptie en de matigheid der prijzen is een waarborg dat wie eenmaal de lucnchroom van den heer Creyghton bezocht heeft, er bij een volgende gelegenheid niet zal voorbijgaan.
Het is er een allergezelligst zitje, met levendig uitzicht op de drukke Molenstraat en het frissche Keizer Karelplein.
Maar ook de ontbijtzaal zelve verdient bekeken te worden. De heeren Oscar en Henri Leeuw, onderscheidenlijk als bouwmeester en sierkunstenaar, hebben hier een juweeltje van smaakvol comfort geschapen, dat men zelden zoo in ons land zal aantreffen.
De zaal is in het rond met gelakt mahoniehout beschoten, dat in de natuurlijke kleur is gehouden en alleen aan den bovenrand met een bescheiden versiering in gestilleerde bloemen prijkt. Daarboven zijn op gobellin-doek wandschilderingen aangebracht, die aan de eene zijde de oude voormalige Molenpoort, aan de andere zijde den helaas sinds meer dan 100 jaar gesloopten burcht van het Valkhof voorstellen.
Bij deze wandschilderingen sluit zich bijzonder gelukkig een op doek, in lichte kleuren geschilderd plafond aan, waarvan een ongemeen origineel gevormde, in rood en geel koper uitgevoerde lichtkroon neerdaalt. Deze kroon is naar ontwerp van de heeren Leeuw vervaardigd door de firma Stokvis te Arnhem, terwijl het koperwerk van het buffet het werk is van den heer Creyhton te Leiden, een broer van den eigenaar.
Het buffet, op zich zelf een fraai stukje van moderne meubelkunst, steekt met zijn spiegels en schitterend glaswerk fraai af tegen een achtergrond van donkerblauwe gebrande tegels (ongeveer de kleur van het grand blue de Sèvres), waarin een met koper afgezette opening is gelaten, bestemd voor het aangeven der warme spijzen en dranken, die alzoo recht uit de keuken in de ontbijtzaal kunnen aangevoerd worden.
Tafeltjes en stoeltjes, ook van gelakt mahonie, zijn rond, met stevig constructief onderstel, wat bij druk bezoek heel doelmatig is.
Verder wordt er nog een stelling aangebracht voor fusten, waaruit de geurige morgenwijnen worden getapt van de “Continental Bodega Company”, waarvan de heer Creyghton voor Nijmegen de filiaal heeft.
Door sierlijke poitières in groen peluche heeft men toegang tot een kleiner zaaltje, bestemd voor gasten, die wat langer kunnen vertoeven en wat meer op hun gemak wenschen te zitten.
Beide zalen worden centraal verwarmd door een heet-water-inrichting, aangelegd door de firma Stokvis te Arnhem. In de lunchroom loopt de verwarmingsbuis onder de zitbank door, die onder de ramen is aangebracht.
Zeggen wij ten slotte nog dat de vertimmering werd uitgevoerd door de Gebrs. Haspels, terwijl de heer Th.H. Smals voor het schilderwerk zorgde.
Wij raden ieder aan, de nieuw geopende lunchroom eens met een bezoek te vereeren. Wij twijfelen niet of alle bezoekers zullen het met ons eens zijn, dat de ondernemingsgeest van den heer Creyghton onze stad werkelijk met een inrichting verrijkte, die door velen, niet het minst de vreemde bezoekers, zal gewaardeerd worden.“ (De Gelderlander 4/3/1902)
Kledingzaak Gebr. Bischoff
1919, hoek Molenstraat- van Welderenstraat (huidig: Molenstraat 105)
Detail Verbouwing v/h percel hoek Molen- en Van Welderenstraat, Sectie B No 3022 (detail D12.385503)
Rond 1919 vestigt Bischoff’s kledingmagazijnen zich op dit adres. Ook hier was Oscar Leeuw de architect. Het lijkt er op dat hij degene is die de gehele gevel heeft laten pleisteren, zoals uit het onderstaande artikel blijkt: “Uitwendig ziet het magazijn er uit als een modepaleis. De architect, de heer Oscar Leeuw, heeft den gevel op de meest eenvoudige manier tot een imponeerende façade gemaakt, waarop de naamletters der firma reeds van verre de aandacht trekken.”
“Gebr. Bischoffs’ kleedingmagazijnen.
De hoek Molenstraat- van Welderenstraat zal hedenavond in vollen glans van kunstlicht gloren.
Heden zijn immers de groote kleedingmagazijnen van de Gebr. Bischoff voor het erst geopend en wordt in zeven étalages van de ruime magazijnen te kijk gesteld wat deze firma het Nijmeegsch koopend publiek zal bieden in het genre heeren-, jongeheeren- en kinderkleeding.
Deze nieuwe Nijmeegsche zaak wordt aangekondigd als het grootste en voordeeligste kleedingmgazijn van Nijmegen.
Wat de eerste reclamehoedanigheid betreft, daarover kan door ons een oordeel geveld worden, en wat de tweede aanbevelingskwaliteit aangort, daarover zal het publiek zelf het beste kunnen oordeelen, door vergelijkingen te maken met andere firma’s.
Bischoff gezien vanuit de Bisschop Hamerstraat in de richting van de Korte Molenstraat, 1935 (A.J. v.d. Veer via F27088 RAN)
En rijk voorzien zijn de magazijnen van Gebr. Bischoff. De beneden- en bovenwinkel bevatten een keur van kleedingstukken, voor iedere beurs en voor iederen rang en stand; men vindt er de meest elegante coupe en de meest eenvoudige kleeding in rijke keuze.
Benevens is beneden een afdeeling honnellerie: een afdeeling hoeden en petten, cravatten en linnenwerk, tevens zijn er twee ruime paskamers ingericht, terwijl de schitterende en ruim gebouwde vitrines aan het uiterlijk van den modernen winkel een aantrekkelijkheid en levendigheid geven welke dit magazijn tot een bijzonder sieraad maken op dit drukke punt van onze stad.
Van den winkel bereikt men langs een gemakkelijke trap de maatafdeeling, welke al even groot van oppervlakte is als de lange, breede benedenwinkel; ook hier zijn eenige keurige paskamers ingericht en vindt de cliëntèle alle gelegenheid kalm een keuze te doen uit den grooten voorraad goederen voor iedere beurs- chic en hoogste eenvoud.
De tweede verdieping wordt ingenomen door de coupeurs-afdeeling en de ateliers voor maatwerk- de firma laat zelf al haar confectie vervaardigen.
Uitwendig ziet het magazijn er uit als een modepaleis. De architect, de heer Oscar Leeuw, heeft den gevel op de meest eenvoudige manier tot een imponeerende façade gemaakt, waarop de naamletters der firma reeds van verre de aandacht trekken.
De aannemer, de heer M.C. Konings, heeft den verbouw kranig uitgevoerd, het schilderwerk is verricht door den heer A. Zijlvaart; de firma Moll droeg zorg voor electrisch aanleg, terwijl het behangerswerk keurig verzorgd werd door den heer Peters, behanger en stoffeerder in de Eilbrachtstraat.
De Molenstraat heeft als winkelstraat weer een stap vooruitgegaan met Bischoff’s magazijnen!” De Gelderlander 12/4/1919
Advertentie Bischhoff’s Kleeding Magazijnen (De Gelderlander 9/4/1926)
Gemeentelijk Monument
Het pand is sinds 1988 een gemeentelijk monument. Bij de aanwijzing:
“Als een geheel ontworpen hoekcomplex van drie bouwlagen, van gebogen vorm,met 14 assen.
Oorspronkelijk als schoon metselwerk behandelde gevels, waarvan alleen die van Molenstraat 103 nog in oorspronkelijke toestand is; alle andere kort na de eeuwwisseling gestuct. Platte daken met pannengedektedakschilden aan de straatzijden (aan Van Welderenstraat vervangen doorrubberoid). Op hoek grote rechthoekige dakkapel, aan Molenstraat twee halfronde kappellen met rond venstertje. Een dergelijke kapel aan de Van Welderenstraatvervangen (na 1900) door brede kapel met drie ramen. T-vormige vensters metlicht gewelfde bovendorpels; kleine balkons op de etages van de straathoekverwijderd en tot ramen gewijzigd. Etages door smalle lijst gescheiden;gevels door risalieten en verdiepte vakken gebroken; voortgezet in degeprofileerde goten. Vlakke gootlijst waarvan alleen die van Molenstraat103 nog met versiering van verhoogde velden.Bouwtijd: ca. 1880-1882. Door verbouwing aangetast doch in de hoofdvormen goed bewaarde karakteristieke hoekoplossing, van groot belang als inleidingsmotief van de Molenstraatsbebouwing en als pendant van de tegenoverliggende, gelijkvormige straathoek.”
Van Gameren en Mastenbroek konden hun project Hunnerstaete in 1996 realiseren aan de Gerard Noodtstraat. Een van de meeste opvallende kenmerken is het parkeerdek, dat zich bovenop het gebouw bevindt.
Vooraf: prijsvraag Hessenberg
Vanwege het vertrek van de Gelderlander moest een nieuwe invulling van het terrein van de Hessenberg komen. Daarop werd de Europanprijsvraag uitgeschreven, waarbij jonge architecten uit Europa hun ontwerp konden indienen.
Van Gameren en Mastenbroek wonnen samen het ontwerp “Flash Gorden” van Winfried van Zeeland deze prijsvraag. De gemeente koos voor het project “Flash Gordon”, wel konden van Gameren en Mastenbroek hun ontwerp op een andere locatie realiseren: het voormalige terrein van de voormalige Keizer Karel MULO, later Stefanus MULO en Vrouwenschool aan de Gerard Noodtstraat.
De Mavo School gezien in de richting van het Hertogplein, 1970-1975 (Jan Cloosterman via F28963 RAN CCBYSA)
De Hunnerstaete
De opdrachtgever voor de bouw was woningcorporatie Kolping. Daarbij was Tiemstra de aannemer. In 1996 vond de oplevering plaats.
Parkeerdek
Hunnerstaete: parkeerplaats op het dak (Maart 2024)
Het meest bijzondere is waarschijnlijk dat de parkeerplaatsen zich op het dak bevindt in plaats van in een parkeerkelder. Daarvoor beschikt het gebouw over een autolift. De reden voor een parkeerdek was dat hierdoor de begane grond kon worden gebruikt voor woningen en er ruimte overbleef voor een achtergelegen openbare tuin voor de bewoners, afgesloten door poorten. Het parkeerdek telt 57 parkeerplekken. “Doordat er overwegend gepensioneerde mensen wonen, is er geen sprake van filevorming voor de lift in de ochtend- en avondspits” (Ontwerpstudie Hoogbouw: Parkeren voor de deur, afstudeeronderzoek Bastiaan van de Berg, februari 2008)
Uit het bewonersinterview in de Marikenstraat uit 2013 dat de toewijzing aanvankelijk voor 50-plussers was, later voor 30-plussers, terwijl in 2013 leeftijd intussen geen rol meer speelde. Aanvankelijk was het parkeerdek onderdeel van de huurprijs. Dat is losgelaten en er zijn plekken vrijgekomen, omdat niet elke bewoner een auto heeft. Bewoner Hans van Dienst : “Je moet weten, uit Japan komen ze naar de flat kijken. Het was de tweede flat in Nederland, na Rotterdam, met parkeerplaatsen boven op het dak.” (Marikenmagazine nummer 3, 2013, een leuk artikel over de Hunnerstaete en Gerard Noodtstraat).
Transparantie en variatie
Een van de poorten van Hunnerstaete, daarachter is de tuin te zien (Maart 2024)
“Transparantie en minimale barrières tussen gebouw en stad zijn belangrijke items voor de architecten. Vandaar dat de begane grond met bijzondere aandacht is uitgewerkt. De architecten hebben brede doorgangen naar de tuinzijde aangelegd en de tuin sterk geprofileerd… Een contrast tussen massieve en transparante materialen verlevendigt het karakter van de lange woonwand. De vormgeving van het gebouw suggereert een parcelering die qua maat en schaal bij het binnenstedelijke milieu past.” (Wonen a la carte)
De delen zijn enkele graden ten opzichte van elkaar gedraaid. Daarnaast zorgen de 2 poorten voor het breken van de lange gevel in 3 verschillende delen.
“Het langgerekte gebouw is opgedeeld in een aantal losgekoppelde volumes…Door het aanbrengen van hoogteverschillen, het wisselen van de positie van de galerij en het variëren van het gevelbekledingsmateriaal onderscheiden de deelvolumes zich substantieel van elkaar.” (Architectuurgids Nederland 1900-2000, Paul Groenendijk en Piet Vollaard; daarbij is de Hunnerstaete 1 van de 7 ontwerpen in Nijmegen zelf die in de gids beschreven staan).
Hunnerstaete met parkeerplaatsen boven het gebouw (Maart 2024)
1936, Villanovastraat 2-6 en Derde van Hezewijkstraat 6 Wolfskuil
Luchtfoto van de Wolfskuil met links onderaan de Graafseweg. Door het midden loopt v.l.n.r. de Floraweg. Linksboven de Wolfskuilseweg. In het midden de Thomas a Villanovakerk en de Lagere Meisjesschool (de MariaSchool), met links daarvan de Looimolen. Geheel bovenin loopt v.l.n.r. de Molenweg, 1949-1950 (GN1213-A RAN); Scholen door architect van Moorsel
In 1936 ontwerpt C.M. van Moorsel de Mariaschool, een meisjesschool. Hij had tevens de jongensschool St. Joseph en de fröbelschool ontworpen. “Architect en publicist C.M. van Moorsel was een belangrijk aanhanger van de Delftse School en vestigde landelijk zijn naam als ontwerper van katholieke kerken, kloosters en sanatoria.” (Gemeentelijke Monumentenlijst). Oorspronkelijk maakten de scholen onderdeel uit van een complex met klooster, studiehuis en een openbare kapel, vernoemd naar de Augustijnse heilige Thomas van Villanova.
In 1964 vond samenvoeging van de Maria- en Josephschool tot meisjesschool plaats. In 1975 werd de kapel gesloopt.
Tot 1983 was het pand in gebruik als school. Tegenwoordig is het gebouw eigendom van de Gemeente Nijmegen en wordt het als atelier- en kantooruimte verhuurd. Een uitvoerige beschrijving van het gebouw is te vinden op de Gemeentelijk Monumentenlijst.
Gevelsteen Maria school aan de achterkant (juli 2023)
Bij de Opening
Klassenfoto van de lagere MariaSchool (meisjesschool) met de leerlingen van de eerste klas van juffouw Albers, 1946 (F87067 RAN)
“Hedenmorgen had de plechtige opening plaats van de Meisjesschool aan de z.g. Derde van Hezewijkstraat in de parochie van den H. Thomas van Villanova.
Bij de H. Mis en de opening waren aanwezig: de wethouders Busser en v. Westreenne. Verder de inspecteur Ds. Smits, de Provinciaal van de Paters Augustijnen de HoogEerw. Pater de Wit, de Prior der Paters Augustijnen de ZeerEerw. Pater Bannenberg, leden van het bestuur der St. Jozefscholen o.w. de ZeerEerw. Pater Kolkman O.P., de heer Goossens oud-schoolopziener, de heer Daniëls, administrateur der St. Jozefscholen, de architect van de school v. Moorsel, de aannemer Heck en de opzichter Wolf, het Hoofd en personeel der St. Mariaschool, der Jongensschool van de Azaleastraat, U.L.O. en L. School van de Dobbelmannweg (3 en 7) en Hoofd en personeel van de Fröbelschool (5) in de 3e van Hezewijkstraat.
Bericht van verhindering hadden gezonden de burgemeester van Nijmegen, de bisschoppelijk hoofdinpecteur Mgr. Goorts, de bisschoppelijk inspecteur van Nijmegen Rector van Riel, de oud-wethouder Mr. Krootjes en de kapelaans der dekenale kerk van Steen, de Gruyter en Meulemans.
De H. Mis en de Inzegening
Klassenfoto van de lagere MariaSchool (Meisjesschool) met de leerlingen van de derde klas van juffouw Seegers, 1948 (F87068 RAN)
Om half tien begon de H. Mis in tegenwoordigheid van genoodigden een leerlingen van de school met de zusters
En onderwijzeressen. Een koor der paters en fraters Augustijnen voerde de liturgische gezangen uit der Mis van den H. Augustinus, wiens feest heden wordt gevierd.
De preek werd gehouden door den Z. Eerw. Pastoor Blok, die o.a. zeide, dat bij gelegenheid van de inwijding der meisjesschool dankbaarheid paste. Dankbaar moet men zijn, omdat nu het stelsel der scholen in de parochie volledig is geworden. De Fröbelschool was er en nu is de meisjesschool daaraan toegevoegd. Hier worden de kinderen niet alleen opgevoed tot nuttige menschen voor de maatschappij, maar ook voor het godsdienstig leven. De Zusters geven niet slechts onderwijs, maar bereiden de kinderen ook voor op de eerste H. Communie en begeleiden ze des morgens naar de kindermis. Dank moet aan God worden gebracht, omdat de opening kan plaats hebben op het feest van den H. Augustins, die machtig was in wetenschap en deugd.
De H. Mis werd hierop voortgezet. Na het H. Offer werd het Veni Creator gezongen en trokken de Geestelijken, de kinderen, waaronder de bruidjes, de genoodigden en belangstellenden naar het schoolpleintje. Hier hadden enkele gebeden en ceremoniën plaats om de eigenlijke inzegening in te leiden. Deze werd verricht door den H.E. Heer Deken J.L. van Mulukom, die in koorkap met de andere aanwezigen het schoolgebouw binnen ging. De paters Augustijnen verleenden hun assistentie bij de inzegening.
De H.E. Heer Deken zegende de kruisen, die later door hem aan den muur werden gehangen. Terwijl de kinderen eenige liederen zongen die bij deze gelegenheid pasten, schreed de Deken met zijn assistenten door de klaslokalen en gangen, die hij met gewijd water besprenkelde.
Hiermede was het kerkelijk gedeelte van de inzegening geëindigd. De geestelijken ontdeden zich van hun superpli’s (koorhemd; een wijd, wit linnen hemd) en begaven zich naar het ontvangzaaltje.
Feestelijke redevoeringen
Het zaaltje had voor deze gelegenheid een luistervol voorkomen. Enkele bloemen stonden verspreid tegen den muur. Verder waren er tafeltjes en stoelen, die voor eenige tientallen plaats boden.
De H.E. Heer Deken voerde het eerst het woord. Hij bracht een woord van dank aan Pastoor Blok voor de werkzaamheden in verband met de tot stand koming. Pastoor Blok heeft een parochie, aldus de spr., waar men nooit uitgewerkt komt. Hij heeft de kunst verstaan om te midden van de materieele armoede geestelijken rijkdom te brengen. Hij heeft ook den weg gevonden, dien men moest gaan om deze school te kunnen doen bouwen. Spr. wees er nog op, dat men misschien wel verbaasd is, nu er zoo’n groote school is verrezen, terwijl er toch zooveel armoede heerscht. Het waren de bemoeiingen van de werkers, die hier zooveel tot stand wisten te brengen. Spr. wenschte daarna de Moeder Overste der Dochters van O.L. Vr. geluk, en zeide o.a.: “U hetbt nu een gebouw, waar U de vleugels breed kunt uitslaan”. Spr. sprak den wensch uit, dat de zusters ook van de ouders alle medewerking zullen ondervinden. Gods zegen moge op dit werk rusten, die door het gebed der zusters kan worden verkregen. Daarna nam de Z.H. Heer Pastoor Blok het woord, die eveneens de zusters gelukwenschte. De zusters hebben ware offers voor de school gebracht, en vonden in de H. Mis de gelegenheid om God haar dank te betuigen. Spr. dankte den Inspecteur, den heer Smits, die twee jaar geleden de thans plaats hebbende opening van de school voorspelde. Hij dankte hem ook namens de zusters. Vervolgens dankte hij het gemeentebestuur, dat buitengewoon prettig heeft meegewerkt.
Ook oud-wethouder Krootjes dankte hij voor de vele moeiten, die hij zich voor de opening van de school had gegeven, vooral in zijn bekende rede voor den Raad van 24 Januari 1935.
Het bestuur de St. Jozefscholen heeft eveneens veel voor de school gedaan, zoodat op 11 September 1935 de aanbesteding kon plaats vinden. Spr. dankte vervolgens den architect Van Moorsel, den aannemer en den opzichter, de fraters, die tijdens de H. Mis hebben gezongen, en de aanwezigen voor hun belangstelling. Vervolgens deed hij mededeeling van schriftelijke gelukwenschen, die waren binnengekomen.
De derde, die het woord nam, was Inspecteur W.F. Smit, die dank bracht aan de Overste en het bestuur der stichting Dochters van O.L. Vr. en haar gelukwenschte. Vervolgens richtte hij zich tot den pastoor aan wiens zijde hij voor de tot stand koming gestreden had. Spr. hoopte, dat de scholen mochten voldoen aan de verwachtingen, die hij en de Z.E. Pastoor eraan hebben gesteld.
Voor de Zusters had hij een extra woord. Hij herhaalde haar de Evangeliewoorden van de H. Maagd, die zij als haar Patrones vereeren, tot Haar Zoon bij de bruiloft te Cana: “Doe alles, wat hij U zeggen zal”. Zoo zult ook gij alles doen, wat Christus U zal zeggen, aldus spreker. “Bewaart deze woorden in Uw hart”.
Hierna nam de Wethouder Van Westreenen het woord, die zeide namens het gemeentebestuur gaarne aanwezig te zijn. Hij bracht de gelukwenschen over van den Burgemeester, en sprak de hoop uit, dat de zusters in haar werk voor de leerlingen de hulp van God mochten ondervinden.
Daarop nam de Z.E. Pater Kolkman van de Orde der Dominicanen het woord. Spr. citeerde enkele woorden uit het kinderlied, dat hedenmorgen in de school was gezongen, en herinnerde aan de opvoedkundige taak van de zusters. Hij wenschte haar geluk met het nieuwe gebouw, en sprak den wensch uit, dat er een goede samenwerking tusschen de jongensschool en de meisjesschool zou bestaan.
Tenslotte sprak de heer Overmeer, hoofd van de jongensschool, die naar aanleiding van een deel der feestviering inde ochtenduren zijn waardeering kenbaar maakte voor de goede verstandhouding, die er tusschen jongensschool en meisjesschool heerscht.
De genoodigden bleven hierna nog eenigen tjid bijeen, terwijl er door gedienstige dames een verfrissching werd geserveerd.
Ongeveer twaald uur was het officieel gedeelte van de opening en inzegening beëindigd.” (De Gelderlander 28/8/1936)
Architect van Moorsel
Het nooit uitgevoerde ontwerp van de Thomas à Villanovakerk van de architect Cornelis Marie van Moorsel (05-03-1892 ‘s-Gravenhage – Voorburg 11-01-1962). In 1925 werd een aanzienlijk versoberde versie van de kerk, zonder toren en verhoogd koor in gebruik genomen. In 1990 werd de kerk gesloopt, 1923-1925 (Uit Katholieke Illustratie november 1930 via F9320 RAN)
Cornelis Marie(“Kees”) van Moorsel (Den Haag, 5 maart 1892 – Voorburg, 11 januari 1962) was een Nederlands architect en architectuurcriticus. Hij was een leerling van A.J. Kropholler. Hij was een aanhanger van de Delftse School, een stroming in het traditionalisme, waarvan hij samen met samen met prof. M.J. Granpré Molière en B.J. Koldewey richtinggevend was. Veel van zijn gebouwen zijn een “Gesamtkunstwerk”: een samengaan van architectuur, schilderkunst en plastiek. Belangrijke werken zijn de sanatoria van Bilthoven en Breda. Een uitvoerige beschrijving staat op wikipedia (tevens bron van deze paragraaf).
In de omgeving van Nijmegen kennen wij hem ook als architect van het dubbele woonhuis Sophiaweg 123-125 Heilig Landstichting uit 1934-1936, een Rijksmonument.
Gemeentelijk Monument
Het gebouw is een Gemeentelijk Monument. Als waardering: Architectuurhistorisch van hoge waarde vanwege de kwaliteit van het ontwerp, de vrijwel geheel gave staat, en als voorbeeld van de Delftse Schoolarchitectuur van de toonaangevende architect C.M. van Moorsel. Het complex heeft een samenhangende, eenvoudige en harmonieuze uitstraling en kent een zorgvuldige materiaalvoering en detaillering. Karakteristiek is de afleesbaarheid van de functies, het gebruik van sober siermetselwerk en de toepassing van natuurstenen elementen.
Van kunsthistorische waarde zijn de muurschildering boven de entree naar de voormalige fröbelschool en het gebrandschilderde raam in de voormalige Josephschool, beide van kunstenaar Toon Ninaber.
Het complex heeft stedenbouwkundige waarde als deel van een van oorsprong groter complex, waarbij een klooster en kapel samen met het schoolcomplex een belangrijk katholiek centrum voor de wijk vormden. Ook heeft het complex stedenbouwkundige waarde vanwege de hoge positie ten opzichte van de Floraweg, waardoor het complex markant en beeldbepalend is voor de omgeving. Ook is het complex van cultuurhistorische waarde als uitdrukking van het katholieke leven in de jaren dertig en de strikte scheiding tussen jongens en meisjes, dat sprekend is voor het katholieke onderwijs in de eerste helft van de twintigste eeuw.”
Het Florapark is een erg afwisselend park: een dierenweide, uitkijkplek, bosje, volkstuinen, trimbaan. Het park is aangelegd op een uitloper van de stuwwal. Het ligt deels in en deels op de helling van de Wolfskuil of de ‘Kuul’.