Voormalig Karmelietenklooster met toren van de Karmelietenkerk aan de Doddendaal architecten Deur en Pouderoyen
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

Karmelieten klooster architecten Deur en Pouderoyen

Doddendaal

Voormalig Karmelietenklooster met toren van de Karmelietenkerk aan de Doddendaal architecten Deur en Pouderoyen
Voormalig Karmelietenklooster met toren van de Karmelietenkerk aan de Doddendaal architecten Deur en Pouderoyen (maart 2024)

Een foto die een mooi overzicht geeft van de situatie in 1956 is ZN35488 RAN

In 1949 ontwerpen de architecten Deur en Pouderoyen het klooster en een kerk voor de Karmelieten. Deze komen mei 1951 gereed, hoewel de toren wat later wordt geplaatst.

Vooraf

Het oude klooster van de Karmelieten was tijdens het bombardement van februari 1944. De Augustijnenkerk, die door de Karmelieten was overgenomen, was zwaar beschadigd. Daarop werd in de buurt van het voormalige klooster een nieuw klooster gebouwd. In het artikel hieronder legt Pouderoyen uit dat de plannen aanvankelijk wat minder traditioneel waren, maar dat uiteindelijk toch gekozen is voor “strenge” opvattingen van de Karmelieten.

Met het naastgelegen voormalige bejaardencentrum aan de Doddendaal lijkt het een eenheid te vormen.

Het nieuwe klooster en de nieuwe kerk

De Gelderlander plaatst in 1949 een aantal artikelen op dezelfde pagina:

De Paters Carmelieten bouwen een nieuwe kerk en een klooster in het Centrum van de herrijzende stad

Ir. J.G. Pouderoyen: Ondanks de grootte gaat de intimiteit niet verloren

Hallen kerk is bij uitstek geschikt voor deze tijd

Nijmegen, 14 October.- Toen zekerheid was verkregen omtrent de plaats waar de nieuwe kerk met klooster van de paters Carmelieten zouden komen te staan, zijn door het architectenbureau Ir. Deur en Ir. Pouderoyen de verdere plannen uitgewerkt. Het klooster is bestemd voor 40 personen, terwijl de kerk aan maximaal 1400 personen plaats zal kunnen bieden. Bij het bepalen van laatstgenoemd aantal is rekening gehouden met de toekomstige bewoning van dat deel van de nieuwe binnenstad, wat onder deze parochie zal gaan behoren. Het verrijzen van dit nieuwe gebouwen-complex zal een grote verandering teweeg brengen in het stadsbeeld en als de wederopbouw van de binnenstad in het verwachte snellere tempo zal geschieden, gaat het hart van Nijmegen weer kloppen, langzaam misschien, maar gestaag, want het nieuw geschonken leven is krachtig en gezond. De nieuwe kerk zal een groot deel van dit nieuwe leven gaan beheersen en de paters Carmelieten zullen een groot aandeel krijgen in de ontwikkeling daarvan.

Voor het klooster, zo vertelde ons ir. Pouderoyen in een gesprek over het nieuwe grote werk, is aanvankelijk gezocht naar een ontraditionele oplossing, maar tenslotte is men toch teruggekeerd naar de strenge opvatting van een klooster, zoals de Paters Carmelieten die steeds gehad hebben. Daarbij is terdege rekening gehouden met de zonnestand en binnen het kader der mogelijkheden met behoorlijke afmetingen.

De indeling van het klooster zal er als volgt uitzien. Op de begane grond komt een cour in het vierkant vier gangen, zoals men deze in alle oude kloosters aantreft. Een vleugel is bestemd voor gastenkwartier en de pastorie, de tweede vleugel voor recreatie van de paters en broeders, lokalen voor het provincialaat en het secretariaat van de scholen. In de derde vleugel komt de refter en de keuken. De vierde vleugel heeft beneden een pand gang aansluitend op de Pandhof, de binnenplaats. Boven deze pandgang komt een gang en de bibliotheek, die hiermede haar typische plaats krijgt in een Carmelietenklooster dat tevens studie klooster is.

Een Hallenkerk

De R.K. O.L. Vrouw van de Berg Carmelkerk aan de Doddendaal, de voorgevel met hoofdingang aan de westzijde en de zuidzijde met de klokkentoren. Kerk en klooster zijn ontworpen in 1951 door Cees Pouderoyen, de klokkentoren dateert uit 1955. Links de afslag naar de Kroonstraat, 5/1980 (Frans Hermans via F24935 RAN CC0)
De R.K. O.L. Vrouw van de Berg Carmelkerk aan de Doddendaal, de voorgevel met hoofdingang aan de westzijde en de zuidzijde met de klokkentoren. Kerk en klooster zijn ontworpen in 1951 door Cees Pouderoyen, de klokkentoren dateert uit 1955. Links de afslag naar de Kroonstraat, 5/1980 (Frans Hermans via F24935 RAN CC0)

Voor de kerk is gekozen het type van de hallenkerk (Gotische kerk met middenschip en zijschepen van gelijke breedte), waarmede wordt teruggegrepen op de vroegste tradities van de kerk en wel met de speciale opzet, omdat die tijd zoveel aanknopingspunten heeft met onze tijd: sober, maar met zuiver schone verhoudingen, een prachtig kader voor eventuele verrijkingen later. Een gebouw, perfect van verhoudingen.

De heer Pouderoyen wees ons er op, dat dit project zeker niet gezien moet worden als het werk van de eenling, maar een product voortgekomen uit de gedachten en de samenspraak van een grote groep architecten, die zich met kerkbouw bezig houden. In Den Bosch is een school voor kerkelijke architectuur, waar men zich beraadt over de principes die aan de kerkbouw ten grondslag liggen en waaraan kerkbouwers moeten voldoen om tot een goed resultaat te komen.

De hallenkerk achtte ir. Pouderoyen bij uitstek geschikt voor de tijd van heden. In de breedte gespreid zitten de mensen voor het altaar. De soberheid van deze tijd brengt mee, dat geen hoge kerken kunnen worde gebouw, maar door de grote oppervlakte die de schepen krijgen krijgt men toch een geheel van rijzige proporties.

Bovendien- en dit achtte ir. J. Pouderoyen in hoge mate belangrijk- biedt dit type kerk het voordeel, dat ondanks de grootte de intimiteit niet verloren gaat.

De hallenkerk is een karakteristiek type van de bedelkerk (zoals de oude Dominicanenkerk)en is karakteristiek voor het oostelijk gedeelte van ons land. Men vindt o.a. de hallenkerk in Zwolle n.l. de St. Michaelskerk. De nieuwe kerk krijgt drie schepen, die Tien meter hoog zijn. De gehele kerk wordt 30 meter breed en 45 meter lang. Tussen de kerk en het klooster komt de sacristie en de bijsacristie en daarboven het nachtkoor met een verbindingsgang naar het klooster.

De toegang tot het kerkgebouw kan met vergelijken met een porta voorzien van een rijk motief. De doopkapel komt bij de ingang en aan de noordzijde een galerij met biechtstoelen.

Rond het hoofdaltaar komt een krans van bij-altaren in cryptevorm en in de directe omgeving de Maria-kapel, die volgens de constitutie van de paters Carmelieten een zeer bijzondere plaats moet hebben. De toren staat op het knooppunt van sacristie-gastenkwartier-bibliotheek en nachtkoor, dus tussen het klooster en de kerk. De toren, die voorlopig niet gebouwd zal kunnen worden en een stenen lichaam krijgt van 30 meter hoogte, moet tevens dienen als trappenhuis van het klooster.

Men hoopt echter het verdere complex tegelijk te kunnen bouwen, temeer, omdat dan tevens een einde zal komen aan de noodoplossing in de Priemstraat en ook het werk van de paters, die thans, zoals men weet verspreid wonen, ten zeerste zal worden vergemakkelijkt. Om dan tenslotte nog maar niet te spreken over de grote financiële offers welke nu moeten worden gebracht, doordat twee gebouwen in stand moeten worden gehouden.

De plaats van het nieuwe complex in het wederopbouwplan

Ingang voormalige Carmelklooster aan de Doddendaal (maart 2024)
Ingang voormalige Carmelklooster aan de Doddendaal (maart 2024)
Plaquette Maria en Jezus boven ingang voormalig Carmelklooster (maart 2024)
Plaquette Maria en Jezus boven ingang voormalig Carmelklooster (maart 2024)

Eind October 1946 werd met het overleg inzake de nieuwe kerk begonnen. Een zeer belangrijke vraag hierbij was de situatie van het gebouw in het wederopbouwplan. Er was reeds een plaats gereserveerd waarbij de kerk gericht zou zijn op het Centrumplein, doch bij de bestudering van de vraag in hoeverre de kerk in het hart van de stad een rol zou gaan spelen, kwam men tot de conclusie, dat zo het aanvankelijke plan doorgang zou vinden, de twee in het stadscentrum aanwezige kerken te dicht bij elkaar zouden komen te liggen. Men vond tenslotte de oplossing de nieuwe kerk te richten op het Kronenburgerpark, naar het hart van de parochie, zodat nu het ingangsfront dus gericht wordt op genoemd park. Een vrij diep plein in trapvorm (nog gedeeltelijk zichtbaar op de grote tekening) zal een waardig entree vormen. De nieuwe plaats bood bovendien het voordeel, dat geprofiteerd kon worden van de hoogteverschillen in het terrein, wat aan de gehele situatie zeer ten goede komt. Het klooster krijgt de hoofdtoegang aan de Nieuwe Doddendaal als tenminste deze naam gekozen zal worden. De kerk krijgt een importante zij-ingang aan de Nieuwe Doddendaal en een achtertoegang in het bijzonder ten behoeve van de bewoners in de benedenstad, zodat deze langs de kortste weg de kerk kunnen bereiken.

Zoals men weet, waren voor de vernieling kerk en klooster van elkaar gescheiden. Aan deze verspreide ligging is thans een einde gemaakt. Kerk en sacristie vormen nu een geheel.

Een Titus Brandsmastraat?

Titus Brandsmastraat (maart 2024)
Titus Brandsmastraat (maart 2024)

In 1949 is er sprake om de straat waar de hoofdingang van het klooster komt te liggen de Titus Brandsmastraat te noemen:

Een Titus Brandsmastraat?

Het nieuwe gebouwencomplex van de paters Carmelieten- met name het klooster- krijgt de hoofdingang aan wat men thans noemt de nieuwe Doddendaal. Of deze naam gehandhaafd zal worden, is nog niet beslist, maar er gaan stemmen op, om deze te wijzigen in Titus Brandsmastraat.” (De Gelderlander 15/10/1949)

De hoofdingang van het klooster kwam aan de Doddendaal te liggen. Wel is de straat die achter het klooster loopt – en die Doddendaal met Achter de Carmel verbindt- vernoemd naar Titus Brandsma.

Twee kerken in onze binnenstad

De Carmelietenkerk met klooster. 	1957 (Jeroen van Lith via D1040 RAN CC0)
De Carmelietenkerk met klooster. 1957 (Jeroen van Lith via D1040 RAN CC0)

Bij het bombardement op 22 Februari 1944 werden de 4 katholieke kerken in ons stadscentrum verwoest. Van 2 zijn de overblijfselen inmiddels gesloopt: één n.l. van de paters Jezuiëten in de Molenstraat werd tijdelijk hersteld en over de bestemming van de paters Dominicanen aan de Broerstraat bestaat nog onzekerheid, doch staat vast, dat dit gebouw niet meer als parochiekerk in gebruik zal worden genomen.

De kerk van de Paters Carmelieten zal, zij het dan niet op de oude plaats, weer worden opgebouwd, zodat in het stadscentrum twee parochiekerken overblijven n.l. die van de paters Jezuiëten en van de paters Carmelieten.

Over laastgenoemde kerk vindt men uitvoerige bijzonderheden op deze pagina. Deze gegevens werden verstrekt door het architectenbureau ir. C. Deur en ir. J.G. Pouderoyen te Nijmegen, welk bureau de plannen voor de nieuwe kerk heeft ontworpen. Deze plannen zijn reeds door de super-visor van de wederopbouw goedgekeurd en het wachten is op het fiat van het Departement van Wederopbouw. Men hoopt evenwel begin volgend jaar met de werkzaamheden aan te vangen.” (De Gelderlander 15/10/1949)

Vervolg

Doddendaal Maart 2024 met de kerktoren en tot studentenhuisvesting verbouwde klooster; daarvoor de nieuwbouw van Studentenhuisvesting. Het complex van Deur en Pouderoyen en het oude bejaardencentrum aan de overkant lijkt een eenheid te zijn
Doddendaal met de kerktoren en tot studentenhuisvesting verbouwde klooster; daarvoor de nieuwbouw van Studentenhuisvesting. Het complex van Deur en Pouderoyen en het oude bejaardencentrum aan de overkant lijkt een eenheid te zijn (Maart 2024)

In mei 1951 vindt de opening van het klooster plaats. Zoals bij de foto’s reeds aangegeven, kwam de toren op een later moment gereed.

Van de kerk staat alleen de toren nog overeind. Eind jaren 80/begin jaren 90 is de kerk gesloopt om plaats te maken voor studentenhuisvesting. Ook in het voormalige klooster bevinden zich studentenkamers. Zie ook de foto F11273 uit 1991.

Achter de Carmel: links is nog een gedeelte van het klooster. Daarnaast is de kerktoren te zien. Daarvoor staat de nieuwbouw van Studentenhuisvesting, juli 2014 (Google Streetview)
Achter de Carmel: links is nog een gedeelte van het klooster. Daarnaast is de kerktoren te zien. Daarvoor staat de nieuwbouw van Studentenhuisvesting, juli 2014 (Google Streetview)

St. Augustinuskerk architect Cuypers

In 1884 wordt de St. Augustinuskerk ingewijd. Deze is gebouwd naar een ontwerp van architect Cuypers. In zijn ontwerp heeft…

Panden gelegen tegenover het Stadhuis in de Burchtstraat, van rechts naar links; Hunkemöller Lexis, de Apotheek Bijleveld en Modezaak Gerzon en geheel links Peek & Cloppenburg , gezien in de richting van de Grote Markt, 1955-1956 (GN3711 RAN)
#Nijmegen, Burchtstraat, Centrum, Gebouw van de dag

Apotheek Blommestein-Bijleveld Burchtstraat architecten Deur Pouderoyen

1954 Burchtstraat 5 Centrum

Panden gelegen tegenover het Stadhuis in de Burchtstraat, van rechts naar links; Hunkemöller Lexis, de Apotheek Bijleveld en Modezaak Gerzon en geheel links Peek & Cloppenburg , gezien in de richting van de Grote Markt, 1955-1956 (GN3711 RAN)
Panden gelegen tegenover het Stadhuis in de Burchtstraat, van rechts naar links; Hunkemöller Lexis, de Apotheek Bijleveld en Modezaak Gerzon en geheel links Peek & Cloppenburg , gezien in de richting van de Grote Markt, 1955-1956 (GN3711 RAN)

In 1954 vindt de herbouw plaats van de apotheek van Blommestein-Bijleveld. Beide apotheken waren in de oorlog verwoest. De architecten van het nieuwe pand op de Burchtstraat waren Deur en Pouderoyen.

Vooraf

De Gelderlander 17/12/1949 meldt dat eerdaags de bouw zal beginnen, waar het schoenenmagazijn van de firma van Haren zal worden gevestigd. “Eigenaren van dit pand zijn de dames Blommestein”. Blommestein had meer dan 40 jaar zijn apotheek op de hoek van de Broerstraat en Pauwelstraat gehad (De Gelderlander 25/6/1954), dus waarschijnlijk op de locatie waar in 1950 van Haren is gekomen. Aangezien Blommestein “op leeftijd” is, gaat hij samen met de apotheek van Bijleveld in de Jorisstraat. Deze apotheek gaat echter in september 1944 in vlammen op. De apotheek Blommestein-Bijleveld wordt in 1954 in de Burchtstraat herbouwd, eveneens volgens ontwerp van Deur en Pouderoyen.

Opening Apotheek Blommestein-Bijleveld

Voorstel voor het bouwen van een apotheek gelegen a/d Burchtstraat te Nijmegen v.r.v. N.V. Ijzerhandel Gebr v. Campen, Architectenbureau J.G. Deur en C. Pouderoyen, datum tekening 20-11-1952, wijziging 28-8-1953 (D12.415818)
Voorstel voor het bouwen van een apotheek gelegen a/d Burchtstraat te Nijmegen v.r.v. N.V. Ijzerhandel Gebr v. Campen, Architectenbureau J.G. Deur en C. Pouderoyen, datum tekening 20-11-1952, wijziging 28-8-1953 (D12.415818)
De Apotheek van de heer Bijleveld, 1955 (F15427 RAN)
De Apotheek van de heer Bijleveld, 1955 (F15427 RAN)

Hierboven staat de bouwtekening weergegeven voor het bouwen van een apotheek gelegen aan de Burchtstraat. Daarbij is het opvallend dat het gebouw voor rekening van Ijzerhandel Gebr. v. Campen is gebouwd. Pouderoyen “ontwierp het pand in traditionalistische
wederopbouwarchitectuur met stijlkenmerken van de Bossche School.” (Gemeentelijke Monumentenlijst)

Ongeveer de helft van de winkel is de feitelijke apotheek. Daarachter bevinden zich onder andere een kantoor en bergingen. Een deel van de eerste verdieping wordt gedeeltelijk als apotheek gebruikt: hier is het laboratorium. Daarnaast is de eerste verdieping in gebruik als woning. Daarboven bevinden zich bovenwoningen.

Bij de opening van Apotheek Blommestein-Bijleveld schrijft de Gelderlander:

“Met dit fraaie gebouw wordt niet alleen de Burchtstraat verrijkt maar is onze stad in het bezit gekomen van een apotheek, welke als zodanig onmiddellijk te herkennen is. Het bijzondere van deze apotheek is namelijk dat we er op het eerste gezicht een apotheek in zien, nog voordat we de naam van de apotheker hebben gelezen.”

“Met grote animo wijdde Ir. G. Deur zich aan de opdracht om een nieuwe karakteristieke apotheek te ontwerpen, welke in overeenstemming zou zijn met deze omgeving en vooral een gelukkige combinatie vormde met de stijlvolle overbuur, het gerestaureerde stadhuis. In de uitvoering is het architectenbureau Ir. Deur en Ir. Pouderoyen uitmuntend geslaagd. Het uiterlijk van de bouw is prettig en orginieel; de inrichting spreekt van praktische zin. Deze apotheek mag als model gelden voor die van ons land. Het streven stond nog steeds op de voorgrond om de ruimten zo efficiënt mogelijk te benutten en om de hygiëne tot in de perfectie in acht te nemen. Een leek kan zich moeilijk een denkbeeld vormen van het uitgebreide apparaat waarover een moderne apotheek als die van Blommestein-Bijleveld de beschikking heeft”.

Aannemers waren de Gebr. Thiemstra

(De Gelderlander 25/6/1954)

Vervolg

In 2013 zat Apotheek Blommestein nog op Burchtstraat 5-7 (Henk van Gaal via DF3487 RAN CC0)
In 2013 zat Apotheek Blommestein nog op Burchtstraat 5-7 (Henk van Gaal via DF3487 RAN CC0)

In 1994 vond een verbouwing/uitbreiding van de apotheek plaats.

Tegenwoordig zit alweer jaren juwelier Paul van Zeeland in het pand.

Burchtstraat 5: gebouwd als Apotheek Blommestein-Bijleveld, al jaren juwelier Paul van Zeeland, juli 2019 (Google Streetview)
Burchtstraat 5: gebouwd als Apotheek Blommestein-Bijleveld, al jaren juwelier Paul van Zeeland, juli 2019 (Google Streetview)

Gemeentelijk Monument

Het gebouw is een gemeentelijk monument met als waardering:

Het apotheek met bovenwoning in de Burchtstraat is van cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van de herrijzenis van het commerciële hart van Nijmegen na de verwoestingen aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. In typologisch opzicht sluit het pand aan bij het eeuwenoude winkelhuis, d.w.z. een pand met een commerciële winkelfunctie op de begane grond en een bovenwoning op de verdiepingen.
Het pand is voor Nijmegen van architectuurhistorisch belang als gaaf en herkenbaar voorbeeld van een vroeg-naoorlogs winkelhuis in een traditionalistische bouwstijl met invloeden van de Delftse en de vroege Bossche School. Het is een representatief werk van de Nijmeegse architect C. Pouderoyen die in deze periode ook het Carmelklooster, de winkel op de hoek van de Broerstraat en de Pauwelstraat en het Van der Werff-gebouw aan Plein 1944 bouwde. De ontwerpkwaliteiten komen vooral tot uitdrukking in de gedeeltelijk gave winkelpui met ‘klassieke’ motieven en in de evenwichtige compositie van de bovengevel. Ranke stalen kozijnen, robuuste betonnen vensteromlijstingen en massief metselwerk gaan harmonieus samen. Het interieur van
de bovenwoning bezit bovendien een groot aantal originele interieurelementen.
Het gebouw is van grote stedenbouwkundige waarde als beeldbepalend onderdeel van een aaneengesloten vroeg-naoorlogse gevelwand tegenover het stadhuis. Het gebouw is bovendien een essentieel onderdeel van een aaneengesloten en op samenhangende wijze tot stand gekomen wederopbouwensemble dat als beschermd stadsbeeld van grote cultuurhistorische waarde is als belangrijk en hoopvol ijkmoment in de Nijmeegse stadsgeschiedenis.”

Het fraaie effect van een gloeilampverlichting in een helder wit geschilderde etalageruimte van de garage L.A. Moll (importeur van de Dion Bouton) bij avond. Reproductie uit: Gebruikt Electriciteit! Reclame uitgave der Gemeente-Electriciteitswerken te Nijmegen, eerste serie no. 2 'Onze Winkels', Nijmegen 1910; het pand is ontworpen in Jugendstil door Oscar Leeuw in 1909 in opdracht van L.A. Moll, 1910 (F47567 RAN)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag, Van Welderenstraat

Garage Moll van Welderenstraat architect Oscar Leeuw

1907 Van Welderenstraat 100 en 102 en 2e Walstraat 107, 109 en 111 Centrum

Het fraaie effect van een gloeilampverlichting in een helder wit geschilderde etalageruimte van de garage L.A. Moll (importeur van de Dion Bouton) bij avond. Reproductie uit: Gebruikt Electriciteit! Reclame uitgave der Gemeente-Electriciteitswerken te Nijmegen, eerste serie no. 2 'Onze Winkels', Nijmegen 1910; het pand is ontworpen in Jugendstil door Oscar Leeuw in 1909 in opdracht van L.A. Moll, 1910 (F47567 RAN)
Het fraaie effect van een gloeilampverlichting in een helder wit geschilderde etalageruimte van de garage L.A. Moll (importeur van de Dion Bouton) bij avond. Reproductie uit: Gebruikt Electriciteit! Reclame uitgave der Gemeente-Electriciteitswerken te Nijmegen, eerste serie no. 2 ‘Onze Winkels’, Nijmegen 1910; het pand is ontworpen in Jugendstil door Oscar Leeuw in 1909 in opdracht van L.A. Moll, 1910 (F47567 RAN)

In 1907 verbouwt Oscar Leeuw 2 woningen aan de Van Welderenstraat naar de garage voor L.A. Moll.

Op 16-3-1907 besteedt Oscar Leeuw “het gedeeltelijk afbreken en verbouwen der perceelen, gelegen aan de Van Welderenstraat Nos. 100, 102 en 2e Walstraat Nos. 107, 109 en 111 aan” in opdrcht van de heer L.A. Moll. M.C. Konings was met f10.996 de laagste inschrijver, waarop hem het werk werd gegund (De Gelderlander 14/3/1907 en PGNC 20/3/1907).

Niet doorgegaan ontwerp? Garage Moll, architect Oscar Leeuw, datum tekening januari 1907 (D12,379675)
Niet doorgegaan ontwerp of bestaande toestand? Garage Moll, datum tekening januari 1907 (D12,379675)

In het bouwdossier bevindt zich ook een tekening uit januari 1907. Het is nog niet bekend of dit de bestaande toestand of een niet doorgegaan ontwerp is.

Wel is duidelijk te zien dat de begane grond wat hoekiger is. Daarnaast zijn de andere verdiepingen veel minder sierlijk dan het uiteindelijk ontwerp.

De verbouwing

Indeling: Het maken van een Automobiel-garage voor rekening v./d. WelEd. Heer L.A. Moll van Welderenstraat No 100 en 102 2e Walstraat 107, 109 en 111 (Sectie B No. 847 en 846 No. 1078, 1079 en 1080), datum tekening februari 1907 (D12.379674)
Indeling: Het maken van een Automobiel-garage voor rekening v./d. WelEd. Heer L.A. Moll van Welderenstraat No 100 en 102 2e Walstraat 107, 109 en 111 (Sectie B No. 847 en 846 No. 1078, 1079 en 1080), datum tekening februari 1907

Daarbij wordt de suite van de linkse woning verbouwd tot “gang” en de rechtse, samen met de opgang tot “etalage”. Links van het midden bevindt zich een portiek, met links een deur naar de gang, rechts naar de etalage en in het midden naar de bovenverdieping.

De oorspronkelijke open plaatsen, keukens en de 3 kamers is de feitelijke garage geworden.

De bovenverdieping is 1 grote woning geworden met een kantoor. De voorheen open plaats -nu garage- wordt overdekt met een dak met een raam (een lichtkoepel?)

Bij de opening

De garage is eind 1907 opengegaan. Daarbij is opvallend dat zowel het PGNC als de Gelderlander bij de opening geen “kijkje” hebben genomen. Het PGNC schrijft in november 1907 dat het tijdschrift “Auto” een uitgebreide beschrijving heeft gegeven “van de geheele inrichting deezer Nijmeegsche zaak, die in de sportwereld èn om de deugdelijke, door haar verkochte merken ènomhaar courante wijze van zaken doen, hoog staat aangeschreven.” Zij was “niet zelf in de gelegenheid gesteld deze nieuwe inrichting te bewonderen”.  (PGNC 17/11/1907)

De Gelderland plaatst uiteindelijk in maart 1908 een artikel:

Firma L.A. Moll.

Het maken van een Automobiel-garage voor rekening v./d. WelEd. Heer L.A. Moll van Welderenstraat No 100 en 102 2e Walstraat 107, 109 en 111 (Sectie B No. 847 en 846 No. 1078, 1079 en 1080), datum tekening februari 1907 (D12.379674)
Het maken van een Automobiel-garage voor rekening v./d. WelEd. Heer L.A. Moll van Welderenstraat No 100 en 102 2e Walstraat 107, 109 en 111 (Sectie B No. 847 en 846 No. 1078, 1079 en 1080), datum tekening februari 1907 (D12.379674)

Wanneer de winter den scepter zwaait met zijn koude, grijze mist- en regendagen geraakt Holland’s auto- en wielersport eenigermate in de verdrukking. Het gure weer doet de aandacht meer bepalen tot den warmen haard dan tot de auto, die in deze maanden wel zijn diensten naar behooren verricht, maar met blijkbaaren tegenzin en bedekt onder modder en vuil. Maar pas heeft de lente niet haar blijde incomste gehouden, vergezeld van mooie dagen, droge wegen en lachend zonlicht, of de auto, de koningin van ons hedendaagsche middel van vervoer, siert met nieuwen luister onzer omstreken, en menig nieuw rijwiel doet den berijder van voren af aan genieten van de voordeelen aan den populairen tweewieler verbonden. Door auto en fiets wordt het verkeer op onze fraaie wegen eerst opgewekt, zij geven het landschap kleur en frisch leven!

Door omstandigheden deden ons heden gevolg geven aan een sinds lang gekoesterden wensch om de nieuwe inrichting van de firma L.A. Moll inwendig eens te bezichtigen. En de drang hiertoe werd des te sterker, toen heden in de vitrine van de garage aan de van Welderenstraat, de pracht-auto van den heer Ch. Etty onze bijzondere aandacht trok. Het is een 15 P.K. de Dion Bouton, een wagen die uitblinkt in pracht en uitrusting en afwerking en waarbij alle nieuwste vindingen zijn in praktijk gebracht, o.a. de nieuwe massieve Ducasble-banden. En deze wagen legt tevens een schitterend getuigenis af van onze Nijmeegsche industrie: de carrosserie, model Limousine-Modern, die eenvoudig magnifique is, werd geleverd door de firma Egbers alhier.

Het nieuwe gebouw van de firma Moll trekt reeds onmiddellijk de aandacht door den monumentalen gevel van graniet. Door den fraaien ingang komt men in de ruime garage, waar tal van prachtige auto’s van ingezetenen gestald zijn, aan de tijdelijke zorgen van de firma toevertrouwd. Evenals in alle andere afdeelingen komt den ontwerpers van den verbouwing, den heeren O. en H. Leeuw, veel lof toe voor de wijze waarop het praktische en het luxueuse gecombineerd zijn. Wij noemen het portiers-huisje met telefoon, elektriciteit enz. en waarmede men bij dag en nacht in contact kan komen. Dan de hygiënisch ingerichte toiletten, de kastjes voor kleeding en instrumenten e.d. In de ontvangkamer, die een werkelijke salon mag heeten en waarin de zooeven genoemde auto van de heer Ch. Etty zich bevindt, merkten wij nog op een chassis 15 P.K. 4 cyl. de Dion Bouton, waarvan het eigenaardige is, dat de draagas van de achterwielen gesepareerd is van de transmissie-as, waardoor een zeer sterk achterstel wordt verkregen. Ondergronds heeft men hier de bandenkamer.

Het fraaie effect van een gloeilampverlichting in een helder wit geschilderde etalageruimte van de garage L.A. Moll (importeur van de Dion Bouton) bij avond. Reproductie uit: Gebruikt Electriciteit! Reclame uitgave der Gemeente-Electriciteitswerken te Nijmegen, eerste serie no. 2 'Onze Winkels', Nijmegen 1910; het pand is ontworpen in Jugendstil door Oscar Leeuw in 1909 in opdracht van L.A. Moll, 1910 (F47567 RAN)
Het fraaie effect van een gloeilampverlichting in een helder wit geschilderde etalageruimte van de garage L.A. Moll (importeur van de Dion Bouton) bij avond. Reproductie uit: Gebruikt Electriciteit! Reclame uitgave der Gemeente-Electriciteitswerken te Nijmegen, eerste serie no. 2 ‘Onze Winkels’, Nijmegen 1910; het pand is ontworpen in Jugendstil door Oscar Leeuw in 1909 in opdracht van L.A. Moll, 1910 (F47567 RAN)

Nog worde gememoreerd, dat in de entrée tot de koninklijke garage de schilden zijn aangebracht van de fabriek de Dion Bouton uit Puteaux bij Parijs. Deze schilden dienen als bewijs dat de firma Moll officieel Stock-houder van genoemde fabriek is, eene werkelijke onderscheiding.

Boven de garage bevinden zich twee voorraad-zolders van motoren, drijfwerk, assen, riemschijven, enz.

Gelijk men weet zijn tusschen deze nieuwe en oude inrichting van de firma Molle eenige perceelen in de van Welderenstraat gelegen. We deden enkele stappen door de Walstraat en kwamen toen in de werkplaatsen waar kolossale wagens onderhanden zijn, alsmede ander werk op technisch gebied. Flinke werktuien treft men in deze afdeelingen aan, een groote en een kleine Amerikaansche draaibank, een zware boormachine, een slijpmachine, takel aan den motor de chassis te lichten, enz. Noemen we dan nog de gasmotor “Otto”10 P.K., met dynamo van Siemens en Halske, welke in het electrisch licht en de geheele inrichting en de beweegkracht voorziet.

Een onwillekeurig arriveert men dan in de afdeeling rijwielen, waarvan wij in de diverse magazijnen honderden nieuwe en te herstellen exemplaren zagen. Aan de van Welderenstraat heeft men de reparatie-inrichting, waar kleine reparaties direct worden verricht, terwijl het magazijn der nieuwe rijwielen tal van fraaie exemplaren bevat in de merken Centaur, Eady (Eng.), Victoria, Adler (Duitsch) en de zeer goekoope Teddy’s. Een aardige serie karretjes zagen we hier in de vitrine: eene collectie Fongers-rijwielen, bestemd voor het 11e Reg. Inf.- de firma Moll heeft voor dit district de vertegenwoordiging van de “Fongers”.

Op de bovenverdiepingen bevinden zich de fraaie kantoren en de magazijnen van de rijwiel- en auto-onderdeelen, gas-motoren, rijwiel- en autobanden, electriciteits-artikelen enz. Maar genoeg. De inrichting van de firma kan- dit blijkt wel uit bovenstaande- alleszins first class genoemd worden. Begin April vangt de inrichting aan van het electrisch installatiebureau (vertegenwoorigign Siemens en Halske, Berlin) in het voormalige Geh-Onthouders-Logement, waamede dan weder een nieuw gebied wordt betreden- moge het zijn met even groot succes als in de hierboven genoemde afdeelingen.” *( PGNC 27/3/1908)

Vooraanzicht van de nieuwbouw van de damesmodezaak van de Firma Wed. W.G. Haspels van architect Oscar Leeuw op de nieuwe locatie (v/h Groote Markt 7), 1913, (De Gelderlander, 20/03/1913, p. 7 via RAN F88982)
#Nijmegen, Burchtstraat, Centrum, Gebouw van de dag

De Geschiedenis van Firma Wed. W.G. Haspels: Een Modepaleis in Nijmegen

1913, Lange Burchtstraat 16

Vooraanzicht van de nieuwbouw van de damesmodezaak van de Firma Wed. W.G. Haspels van architect Oscar Leeuw op de nieuwe locatie (v/h Groote Markt 7), 1913, (De Gelderlander, 20/03/1913, p. 7 via RAN F88982)
Vooraanzicht van de nieuwbouw van de damesmodezaak van de Firma Wed. W.G. Haspels van architect Oscar Leeuw op de nieuwe locatie (v/h Groote Markt 7), 1913, (De Gelderlander, 20/03/1913, p. 7 via RAN F88982)

In 1913 verhuist de Firma Wed. W.G. Haspels, een zaak voor luxe dameskleding, van de Groote Markt 7 naar de Lange Burchtstraat 16. Het ontwerp van de verbouwing was van Oscar Leeuw. Bij het bombardement van febrauri 1944 werd het pand volledig verwoest, waarbij 19 medewerkers om het leven kwamen.

Aankoop Burchtstraat no. 8-10

In oktober (“dezer dagen”) koopt M. Benjamins van de firma wed. W.G. Haspels het pand Burchtstraat no. 8-10 aan van de firma F.J. Hübscher en Zoon, waarop dat moment tevens mantelmagazijn “de Ster” gevestigd is. Benjamins wil het jaar daarop, zijn zaak naar dit pand overbrengen, welke op dat moment nog op de Grote Markt gevestigd is. Eerst moet er echter nog een verbouwing plaats vinden (PGNC 29/10/1911)

Aanbesteding

In juli 1912 (“gisterenavond”) vond de aanbesteding plaats van “het gedeeltelijk amoveeren van de perceelen gelegen aan de Lange Burchtstraat no. 16 en 18 en het bouwen van een winkelhuis met bovenwoning en ateliers, waarin de zaak voor damesconfectie van den heer M. Benjamins, fa. Wed. W.G. Haspels, Groote Markt, gevestigd zal worden.”  H. Seegers had met f 29875 met de laagste inschrijving en verkreeg daarop de aanbesteding. (PGNC 3/7/1912)

Bij de Opening van Wed. Haspels

Lichtschacht op de bovenverdieping van de nieuwbouw van de damesmodezaak van de Firma Wed. W.G. Haspels , 1913 Lange Burchtstraat 16 architect Oscar Leeuw (F30624 RAN)
Lichtschacht op de bovenverdieping van de nieuwbouw van de damesmodezaak van de Firma Wed. W.G. Haspels , 1913 (F30624 RAN)

Bij de opening schrijft de Gelderlander:

Een Modepaleis.

Dezen naam verdien inderdaad de prachtige nieuwe modemagazijnen van de firma Wed. Haspels aan de Lange Burchtstraat, welke blijkens de aankondigingen op de laatste bladzijde van dit nummer morgenochtend tien uur voor het publiek geopend zullen worden.

Onze begaafde stadgenoot, de heer Oscar Leeuw, die onze stad reeds met zoo menige schepping van talent verrijkte, heeft hier weer een voortreffelijke gelegenheid gehad om zijn vernuft en smaak te toonen. Aannemer was de heer H. Seegers. De breede gevel in stijl Lodewijk XVI versierd met keurigen arbeid in gehouwen steen, door den heer Euwens alhier geleverd, maakt een werkelijk grootsch effect; maar vooral van binnen biedt de ruime localiteit, aangenaam gebroken door witte kolommen, die een sierlijken koepel van gelkleurd glas in lood (van den heer Kronenbiter te Berg en Dal) dragen, een bijzonder vriendelijken en gedistingeerden aanblik.

Overal treedt de voet op een zadelrood tapijt (uit de magazijnen van den heer Maurits Drukker) overal in het rond staan keurig witgeschilderde kasten met spiegels in de paneelen en met fijn verguld snijwerk gesierd, waarin de nieuwste snufjes van het seizoen geborgen zijn, die op verlangen der dames worden geateleerd op de witte tafels, waarbij zij zich op haar gemak kunnen neerzetten in sierlijke witte stoeltjes, of fauteuils.

Hebben zij iets uitgekozen, er is onmiddellijk gelegenheid te zien hoe het haar staat. Een vijftal allerliefste kabinetjes aan de achterzijde van de groote winkelruime zijn daartoe als paskamers ingericht, terwijl nog een paar kleinere paskamertjes rechts zijn aangebracht.

Interieur van de nieuwbouw van de damesmodezaak van de Firma Wed. W.G. Haspels van architect Oscar Leeuw op de nieuwe locatie (v/h Groote Markt 7)
De witte kolommen: Interieur van de nieuwbouw van de damesmodezaak van de Firma Wed. W.G. Haspels van architect Oscar Leeuw op de nieuwe locatie (v/h Groote Markt 7), 1913 (De Gelderlander, 20/03/1913, p. 7 via F88983 RAN)

Ter linkerzijde strekt de winkelruimte zich nog uit achter de beide aangrenzende huizen. Met veel smaak is hier bij wijze van cosy corner een aangenaam zitje ingericht voor wachtende dames of heeren, die zich hier kunnen verpozen met de vrolijke bedrijvigheid in ’t rond gaande te slaan. Op die hoogte is ook de ingang tot een ruimen koelkelder tot het bewaren van pelterijen in den zomer. Verder heeft men daar een telphoonkantoor-kantoortje voor bezoeksters, die b.v. thuis vergeten hebben het menu voor den dag op te geven; een kantoor voor het administratiepersoneel en een kantoor voor de directie.

Wat de wonderen betreft, welke de twee groot vitrines aan de straat herbergen, daaromtrent treden we in geen uitvoerige beschrijving. Wij denken dat onze lezeressen die morgen in persoon wel zullen gaan beoordelen; alleen stippen wij aan dat zij een schat bevatten van de nieuwste soirée-costumes, een avondmantel in blauw barèreg met kleine glaspareltjes bezaaid, enz.

De mannequins, die deze fraaie kledingstukken dragen, zijn van echt Parijsch maaksel, zooals de sierlijkheid en gracieuze buigzaamheid onmiddellijk verraadt.

Tooverachtig belooft vooral bij avond de aanblik van het nieuwe modepaleis te zijn door de zee van electrisch licht, uitstroomende van tal van kristallen lusires aan het plafond, terwijl rondom de koepel nog een kring van ronde ballons aan kristallen guirlandes afhangen. Deze prachtige lampen worden geleverd door de bekende firma Stokvis te Arnhem, die ook voor de centrale verwarming zorgde, terwijl de electrische installatie overigens werd aangebracht door den heer L.A. Moll alhier.

Portiek op de bovenverdieping van de nieuwbouw van de damesmodezaak van de Firma Wed. W.G. Haspels op de nieuwe locatie (F30625) Architect Oscar Leeuw
Portiek op de bovenverdieping van de nieuwbouw van de damesmodezaak van de Firma Wed. W.G. Haspels op de nieuwe locatie (F30625)

Stippen wij nog aan dat het groote schilderwerk verricht werd door den heer Wesseling en het kleinder van de binnenbetimmering door de firma Kaak, beide alhier.

Na een wandeling door de nieuwe magazijnruimten hedenmiddag werd ons ook een kijkje toegestaan in de nieuwe ateliers op de tweede verdieping (de eerste verdieping is allerkeurigst tot woning van den eigenaar ingericht), waar een zestigtal meisjes met nog een flink getal dames-kleermakers dagelijks werk zullen vinden. Een vier of vijftal ruime, hooge vertrekken, uitstekend verlicht en geventileerd, voorzien van waterclosets en allerlei gerief, is daartoe ingericht. Ook in dit opzicht beantwoordt de grootsche inrichting werkelijk aan de allerlaatste eischen. Onze stad mag werkelijk roemen op dit nieuwe modepaleis, dat met de fraaiste en rijkst voorziene van elders kan wedijveren.” (De Gelderlander 20/3/1913)

Geschiedenis van Haspels: bij het 100-jarig bestaan in 1939

In maart 1939 bestaat modezaak Haspels 100 jaar. Ter gelegenheid daarvan schrijft het PGNC over haar geschiedenis:

Honderdjarig bestaan van de Firma Haspels: Hoe de zaak groeide

Honderd jaar bestaat morgen, Woensdag 15 Maart, het damesmodemagazijn van de firma Haspels aan de Lange Burchtstraat en waar het zeker tot de zeldzaamheden zal behooren, dat een zaak een dergelijk jubileum kan vieren, is het zeker de moeite waard om eens te zien hoe deze firma, die tot de meest vooraanstaande van Nijmegen gerekend mag worden, zich in den loop der jaren ontwikkelde. Daaruit zal men dan kunnen zien dat hier inderdaad van een voorspoedige ontwikkeling gesproken mag worden.

Het was de heer Willem Haspels, die in het jaar 1839 de zaak stichtte, welke op de Groote Markt gevestigd werd. De zoon zette het bedrijf voort en na diens dood kwam de zaak in handen van de weduwe Haspels. Van haar was het, dat de tegenwoordige eigenaar, de heer M. Benjamins, in 1909 de zaak overnam. Intusschen was de firma in 1896 de eer ten deel gevallen het praedicaat Hofleverancier te mogen voeren, zulks in verband met het leveren van een toilette aan wijlen H.M. Koningin Emma. Destijds vertoefde deze n.l. dikwijls in hotel “Keizer Karel” te Nijmegen. Een aardig idee was het van den heer Benjamins om ter gelegenheid van de opening van de Waalbrug aan Hare Majesteit Koningin Wilhelmina te verzoeken om een copie van deze robe te mogen maken en te etaleeren. Volgaarne werd deze toestemming verleend.

Zooals gezegd, was het in den jare 1909, dat de heer Benjamins van de weduwe Haspels de zaak overnam. Deze besloeg toen een oppervlakte van 1 A. 63. c.A. en bestond uit een magazijn, waar stoffen en confectie werden verkocht en een atelier voor het vervaardigen van japonnen naar maat. Het personeel bestond uit 16 personen. De firma Haspels bezocht destijds reeds cliënten buiten Nijemgen en exposeerde vooral in Twente, n.l. Enschede, Almelo en Hengelo, waar zij onder de vrouwen van de industrieelen haar goeden roep mocht behouden, blijkende uit het feit, dat zij nog heden ten dage vele cliënten in deze plaatsen heeft.

Op de Groote Markt werd het huis spoedig te klein. In twee jaren was het personeel tot 40 personen aangegroeid. Dientengevolge moest naar een grooter pand worden uitgezien en in 1912 werd het mooie pand aan de Burchtstraat gekocht, het vroegere eigendom van jonkheer W. van Nispen tot Sevenaar. Op dit terrein groot 1100M2, werd door architect Oscar Leeuw één der mooiste modemagazijnen in de provincie opgetrokken. Het gevolg hiervan was, dat de zaak zich nog meer uitbreidde en zoo langzaamaan één der bekendste modemagazijnen werd, waar ruim 100 menschen werkzaam zijn. De moeilijkheden in zaken zijn algemeen bekend en worden ook de firma Haspels niet bespaard. Dat zij zich hierdoor niet laat ontmoedigen, blijkt hieruit, dat zij in het afgeloopen jaar een zaak in Arnhem geopend heeft. Bovendien laat de firma thans, gezien de contingenteering, op eigen ateliers in Amsterdam een gedeelte van haar confectie ontwerpen en vervaardigen. De krachten, die men hiervoor in ons land vindt, behoeven niet voor het buitenland onder te doen. Door de nieuwe ateliers in Amsterdam en de nieuwe zaak in Arnhem, is het personeel weer aanzienlijk uitgebreid.

De firma Haspels, welke haar cliënten over het geheele land telt, is de oudste firma op dit gebied en bij haar 100-jarig jubileum wenschen wij haar van harte toe, dat ook in de toekomst dezelfde gezonde ondernemingsgeest deze zaak mag blijven kenmerken.

Felicitaties worden bij voorkeur ingewacht morgenmiddag van 4 tot 6 uur.” (PGNC 14/3/1939)

Bombardement

Het door het bombardement verwoeste pand van Haspels (F67951 RAN)
Het door het bombardement verwoeste pand van Haspels (F67951 RAN)

Het bombardement van februari 1944 verwoeste het pand. Daarbij kwamen 19 medewerkers om het leven.

Een aangrijpend verhaal “Aan haar trouwjurk werd gewerkt” over een van de slachtoffers, Doortje Daanen‐Föllings, is te lezen op In Paradisum, bladzijde 17 en verder.

Een overzicht van deze 19 overledenen is te vinden op Oorlogsdoden Nijmegen.

Oscar Leeuw, architect

Oscar Leeuw is een van de belangrijkste architecten van Nijmegen. Bekende werken van hem zijn onder de synagoge, museum Kam…

Bahlmann Grote Markt

Vestiging Bahlmann op de Grote Markt in 1838 In 1838/1839 opent Bahlmann & Co. haar filiaal in manufacturen in Nijmegen…

Het Pensionaat Instituut Johanna de Lestonnac (eerste gebouw rechts van de kerk), de Lagere School en het Klooster van het "Convent de Notre Dame" (Zustercongregatie van de Dochters van O.L. Vrouw) (patrones Johanna de Lestonnac). Links de Groenestraatskerk (H. Antonius van Padua / St. Annakerk). Voor de rest nog een vrij lege omgeving, 1915-1925 (F16134 RAN) Dobbelmannweg 1 3 en 5
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Pensionaat Instituut Johanna de Lestonnac archtect J. Margry, later bewaarschool architect vd Boogaard

1912 Dobbelmannweg 5 Hazenkamp

Het Pensionaat Instituut Johanna de Lestonnac (eerste gebouw rechts van de kerk), de Lagere School en het Klooster van het "Convent de Notre Dame" (Zustercongregatie van de Dochters van O.L. Vrouw) (patrones Johanna de Lestonnac). Links de Groenestraatskerk (H. Antonius van Padua / St. Annakerk). Voor de rest nog een vrij lege omgeving, 1915-1925 (F16134 RAN) Dobbelmannweg 1 3 en 5
Het Pensionaat Instituut Johanna de Lestonnac geheel rechts. Van links naar rechts: de Groenestraatskerk (H. Antonius van Padua / St. Annakerk), het Klooster van het “Convent de Notre Dame” (Zustercongregatie van de Dochters van O.L. Vrouw) (patrones Johanna de Lestonnac en de Lagere School en in een verder vrij lege omgeving, 1915-1925 (F16134 RAN)

In 1912 vindt uitbreiding plaats van het katholieke complex aan de Dobbelmannweg door de bouw van een pensionaat: Instituut Johanna de Lestonnac. De architect was Jos Margry. In 1931-1932 vond de (interne) verbouwing naar een bewaarschool (fröbelschool, voorloper van de kleuterschool) plaats naar ontwerp van van de Boogaard. Tegenwoordig is het een atelier voor kunstenaars.

De kerk, het klooster en de school waren al gebouwd voordat het pensionaat werd gebouwd. Het pensionaat bevindt zich op Sectie C no 127.

Pensionaat bij het Klooster te St. Anna te Nijmegen, Datum tekening mei 1912 (D12.383978)
Pensionaat bij het Klooster te St. Anna te Nijmegen, Datum tekening mei 1912 (D12.383978)

Achter de ingang ligt een vestibule. Links en rechts (aan beide kanten het eerste raam naast de deur) zijn spreekkamers. Naast de linkerspreekkamer zijn er twee klaslokalen, naast de rechter 1. Hierachter ligt een gang en daarachter weer 2 respectievelijk 1 klaslokaal. Tegenover de vestibule staat een trap naar de eerste verdieping.

Indeling Begane Grond van Pensionaat bij het Klooster te St. Anna te Nijmegen, Datum tekening mei 1912 (D12.383978)

Geheel rechts is een studeerzaal, die in de volle lengte van het gebouw loopt. In de laagbouw links bevindt zich eerst de recreatiezaal, daarachter de refter en vervolgens de waskeuken.

Op de eerste verdieping liggen de slaapkamers.

Verbouwing zolder 1916

In 1916 vindt er een verbouwing van de zolderverdieping plaats, de bouwtekening is ondertekend door J.J. de Groot. Waarschijnlijk is de zolderverdieping vanaf dat moment in gebruik als tekenzaal, gymnastiekzaal, kofferzolder en slaapzaal. (D12.385216)

Jos Margry

De architect van de het pensionaat was Josephus Cornelius Franciscus (Jos) Margry (Rotterdam, 7-2-1888 – Rotterdam, 20-3-1982). In Nijmegen kennen wij hem vanwege het ontwerp van:

Zijn vader Albert had de Groenestraatkerk en het klooster ontworpen.

Verbouwing tot bewaarschool, architect v.d. Boogaard

1931-1932

In 1931-1932 vindt de verbouwing plaats van het pensionaat naar een bewaarschool. Het betreft vooral een inwendige, grondige, verbouwing. In het gedeelte met verdieping is nu vooraan de gang/garderobe geplaatst. Daarachter bevinden zich de lokalen. Daarbij is ook de studiezaal verbouwd tot lokaal met daarbij een trappenhuis.

Ook de recreatiezaal en refter zijn verbouwd tot lokaal. Het gedeelte met onder andere de waskeuken is een speelzaal geworden. Afgaande op de bouwtekeningen is een kleine aanbouw gemaakt voor de gang en toiletten.

Stichting "Notre Dame" te Nijmegen verbouwing instituut tot bewaarschool, Architect "A. v/d Boogaard", datum tekening maart 1931 (D12.397857)
Stichting “Notre Dame” te Nijmegen verbouwing instituut tot bewaarschool, Architect “A. v/d Boogaard”, datum tekening maart 1931 (D12.397857)

Ook de eerste verdieping is verbouwd: boven de ingangspartij ligt nu de kamer voor geneeskundig onderzoek. Aan de voorkant bevindt zich de gang/garderobes. Met daarachter aan elke kant 2 lokalen, gescheiden door de hal.

Bij de opening

De Gelderlander schrijft bij de opening:

“We zijn gisteren eens een kijkje gaan nemen in de Fröbelschool aan den Dobbelmannweg, waarmee het prachtig complex scholen in de parochie van Pastoor van Mulukom weer is verrijkt.

Het is werkelijk een prachtige school, waarmee de ijverige parochieherder Pastoor van Mulukom, door wiens stuwende kracht de school is tot stand gekomen, de toegewijde Zusters, aan wiens zorgen de school zal worden toevertrouwd, ja heel de parochie van de Grootestraat, die van de school zal kunnen genieten, oprecht mogen worden geluk gewenscht.

Er zijn boven en beneden niet minder dan 9 klaslokalen, alle modern ingericht, met aardige, gezellige bankjes en kasten, waarin de nieuwste fröbel-leermiddelen kunnen worden opgeborgen: in één lokaal treffen we grappig-kleine stoeltjes en tafeltjes, waaraan de kleuters kunnen bouwen, vlechten, kleien en wat er zoo al meer voor kleuterbezigheden zijn. In elke klas is een gootsteentje met kraan, waar de handen verfrischt kunnen worden, als ze wat al te groezelig gemaakt zijn: in een der klaslokalen treffen we zelfs een klein keukentje met een modern aanrecht, waar de kleinen zeker moeten leeren opwasschen.

De klaslokalen zijn alle ruim en luchtig: er zijn overal groote ramen en breede vensterbanken, waarop bloemen en planten kunnen worden geplaatst. Ook de gangen zijn ruim, breed en frisch; langs betegelde muurtjes zijn genummerde kapstokken aangebracht, waaraan elk kind op een vaste plaats zijn kleertjes kan hangen.

We vernamen nog een aardige bijzonderheid. De tegeltjes bij de kapstokken der kleinen zijn alleraardigst beschilderd met frissche, kleurige, tot de kinderfantasie sprekende voorstellingen, van een kip, een hekje, een hondje, enz. Wie denkt u dat die tegelbeschilderingen heeft aangebracht?… Een van de zusters. En zij heeft ’t beslist met groot talent gedaan. Het aspect van de gang is, ook door die kinderlijke beschilderingen, buitengewoon vriendelijk en gezellig geworden.

Het speelterrein voor de kinderen, dan aan de school verbonden is, mag een “eldorado” genoemd worden en vooral ’s zomers, als de boomen hun schaduwen afwerpen, moet het er verrukkelijk zijn. De kleinen hebben dan een echt stukje “bosch” tot hun beschikking en ze kunnen bovendien naar hartenlust taartjes en poffertjes bakken in twee groote zandbakken. En als ’t regent of slecht weer is, welnu, dan hebben ze nog een mooie ruime speelzaal, in frissche tinten uitgevoerd; langs de kanten in deze speelzaal zijn leuke, lage bankjes aangebracht, waarop de “fröbeltjes” kunnen uitrusten, als ze moe gespeeld zijn; ook in deze speelzaal is weer een gootsteen, waar ze fijn hun handjes kunnen wasschen.

Er zijn boven verder nog drie kamertjes, een voor den dokter, een voor de directrice en een voor de leeraressen.

Er is door het geheele gebouw centrale verwarming en men vindt er eenvoudig, smaakvol en degelijk, alle leermiddelen en comfort, die men maar voor een moderen fröbelschool verlangen kan.

Zooals bekend was in het gebouw van deze nieuwe fröbelschool tot voor kort een meisjespensionaat gevestigd. Het is geen gemakkelijke taak geweest om dit pensionaatsgebouw om te tooveren tot fröbelschool en de architect, de heer M.A.M. v.d. Boogaard, stond voor een moeilijke opgave. Hij heeft zich echter van die opgave uitmuntend gekweten en niettegenstaande hij natuurlijk gebonden was aan bestaande vormen van het oude gebouw, heeft hij een fröbelschool weten tot stand te brengen, die perfect in orde is en door iedereen mag gezien worden.

Ook de aannemer, opzichter en de verschillende instalateurs, hebben eendrachtig meegewerkt om een prachtig geheel te verkrijgen. Wij noemen hier hunne namen: aannemers J. Hofman en Zonen; opzichter C. Verbeeten; schilders G.D. Scheers & Zoon; loodgieters A.M. Friebel; centrale verwarming Merkx en Boerboom.

De nieuwe school zal, naar wij vernemen, spoedig een 300 leerlingen tellen. Wat zullen de kleuters zich in de nieuwe frissche omgeving spoedig thuis voelen! Een mooie taak wacht de zusters en de leeken-onderwijzeressen, aan wie de leiding dezer honderden peuters zal worden toevertrouwd. Moge God haar arbeid zegenen.” (De Gelderlander 4/1/1932)

Gemeentelijk Monument

Het gebouw is sinds 1987 een gemeentelijk monument. Bij de aanwijzing:

“Voormalig meisjespensionaat.
Bakstenen gebouw in twee lagen met kap.
Naast de brede middenrisaliet met topgevel aan weerszijden twee door lisenen gescheiden traveëen, elk met drie vensters naast elkaar die smaller zijn dan de vier vensters van het middendeel. Schuiframen met bovenlicht zijn met roeden nader ingedeeld; bakstenen kepermotief in de boogvelden boven de vensters. In de topgevel over de volle breedte op goothoogte een natuurstenen band met het opschrift “Instituut Johanna de Lestonnac”, daarboven in een nis een beeld op console onder baldakijn. Fries van gele verblendsteen tussen de gootklossen vertoont verwantschap met klooster en noviciaat op Dobbelmannweg 1, evenals de veelheid aan flinke dakkapellen, die duidt op de indeling van zolders in chambretten. Het metselwerk is versierd met horizontale banden van gele verblendsteen. Aan de noordzijde een aanbouw van één bouwlaag met kap met brede gebogen erker naar de straat, oorspronkelijk in gebruik als refter van het pensionaat. Het pand is in 1931 verbouwd tot bewaarschool.”

Tegenwoordig

Dobbelmannweg 5, tegenwoordig in gebruik voor ateliers architect voor het pensionaat was Jos Margry, de verbouwing tot bewaarschool van de Boogaard
Dobbelmannweg 5, tegenwoordig in gebruik voor ateliers, augustus 2023 (Google Streetview)

Tegenwoordig is het gebouw in gebruik door Slak Ateliers.

Sint Jansschool

Pastoor van Mulukom zegent in mei 1921 de jongensschool Sint Jansschool aan de Groenestraat 227 in. De architect is A.…

Madoerastraat 3 t/m 11, september 2022 (Google Streetview) Ontworpen en uitgevoerd door Bredero's Bouwbedrijf
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Madoerastraat 3 tm 11 Bredero’s Bouwbedrijf

1936 Madoerstraat 3-11 Galgenveld

Madoerastraat 3 t/m 11, september 2022 (Google Streetview) Ontworpen en uitgevoerd door Bredero's Bouwbedrijf
Madoerastraat 3 t/m 11, september 2022 (Google Streetview)
Ontworpen en uitgevoerd door Bredero’s Bouwbedrijf

In februari 1936 besluit de Gemeente Nijmegen om een perceel bouwterrein Hatert, Sectie no 179 aan het Amersfoortse Bredero’s Bouwbedrijf te verkopen. Onder voorwaarde dat voor het einde van het jaar er vijf eengezinswoningen met schuurtjes op dit perceel is gebouwd. Het is ongeveer 1033 cA groot (De Gelderlander 26/2/1936)

Bouwtekening Madoerastraat Bredero's Bouwbedrijf Dossier heet: Bouw van 5 van woonhuizen in afw. plan d.d. 03-03-1936 (07-04-1936)
Dossier heet: Bouw van 5 van woonhuizen in afw. plan d.d. 03-03-1936 (07-04-1936)

Eind februari plaatst Bredero de volgende advertentie:

Advertentie woningen Madoerastraat (PGNC 29/2/1936)
Advertentie Bredeo’s Bouwbedrijf voor woningen Madoerastraat (PGNC 29/2/1936)

Galgenveld

Deze pagina verzamelt de artikelen die reeds over Galgenveld zijn verschenen.

De St. Joannesschool, R.K. Bijzondere School voor Buitengewoon Lager Onderwijs, gedateerd 1930 (welke een periode zal weergeven) (F13560 RAN)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

BLO scholen Celebesstraat Timorstraat

1931, Timorstraat 5-5a en Celebesstraat 12, Galgenveld, Gemeentelijk monument

De St. Joannesschool, R.K. Bijzondere School voor Buitengewoon Lager Onderwijs, gedateerd 1930 (welke een periode zal weergeven) (F13560 RAN)
De St. Joannesschool, R.K. Bijzondere School voor Buitengewoon Lager Onderwijs, gedateerd 1930 (welke een periode zal weergeven) (F13560 RAN)

In 1931 vindt de bouw plaats van 2 scholen voor Buitengewoon Lager Onderwijs plaats: 1 katholieke en 1 openbare school. Het ontwerp was van de dienst Gemeentewerken Nijmegen. Waarom 2 scholen in plaats van 1?

Vooraf

De openbare school voor buitengewoon lager onderwijs was gevestigd op de Oude Varkensmarkt, maar voldeed niet meer aan de eisen. De katholieke school was “onlangs” opgericht en had een voorlopige huisvesting in het gebouw van het voormalig gymnasium aan de Kronenburgersingel. B. en W. hadden daarom het plan, om deze scholen in 1 nieuw gebouw onder te brengen, daar dat goedkoper zou zijn dan 2 afzonderlijke gebouwen.

Aan Gemeentewerken was opdracht gegeven plannen te ontwerpen voor twee scholen: een bijzondere (Rooms Katholieke) en een openbare school. Voor gemeenschappelijk gebruik zijn het gymnastieklokaal, lokalen voor handenarbeid en de keuken met bijbehorend leslokaal. Daarnaast is een afzonderlijke afdeling voor geneeskundig onderzoek. De geraamde kosten zijn f182.000,-. “Het was intusschen aanleiding tot hetzelfde onvruchtbare debat, dat steeds in den Raad gevoerd wordt wanneer schoolkwesties aan de orde zijn. Wij willen er dan ook het zwijgen toe doen” (PGNC 19/3/1931). De katholieke school voor B.L.O. valt onder het bestuur van het Zedelijk Lichaam van Vrouwen “In Omnibus Charitas”, de rechtspersoon van de congregatie van Dochters van Maria en Joseph. Deze congregatie zal ook het bestuur van de nieuwe katholieke school gaan vormen.

Twee scholen?

Gevel aan de Timorstraat: Plan voor een Openbare en een Bijzondere School voor Buitengewoon Lager Onderwijs a/d Timor- & Celebesstraat te Nijmegen, Gemeentewerken Nijmegen, Januari 1931 (D12.396709)
Gevel aan de Timorstraat: Plan voor een Openbare en een Bijzondere School voor Buitengewoon Lager Onderwijs a/d Timor- & Celebesstraat te Nijmegen, Gemeentewerken Nijmegen, Januari 1931 (D12.396709)

Een dag eerder had het PGNC de discussie in de Gemeenteraad van 18-3-1931 discussie over de noodzaak van 2 scholen weergegeven: is 1 openbare school niet voldoende? Bij de discussie tussen de gemeenteraadsleden is een duidelijk verschil tussen de katholieke en niet-katholieke raadsleden.

Voor de niet-katholieken is 1 openbare school eigenlijk voldoende: Wethouder Tissing, een sociaal-democraat,  vindt dat “het beetje godsdienst-onderwijs dat dezen kinderen krijgen, wordt ook op de openbare scholen gegeven”. Daarbij gaat het niet om een groot aantal kinderen, deze zouden ook op de openbare school kunnen gaan. Daarbij spreekt hij over een “sabotage” dat “steeds” door het bijzonder onderwijs is gevoerd. Volgens Van Westreenen (c.h.) worden de zaken grootst aangepakt: zullen ouders bereid zijn hun kinderen naar een bijzondere school te sturen?

Smeets, rooms katholiek, wijst er op dat er elk jaar een groot aantal kinderen is, het gebouw zal zeker niet te groot zijn. Krootjes, eveneens r.k. en de betreffende wethouder, wijst er op dat er momenteel 120 kinderen naar een bijzondere school gaan. “Bij inrichting van een behoorlijk schoolgebouw zal dit aantal nog aanmerkelijk grooter worden”. Het plan is niet te groots opgezet: de openbare school zal 4 klassen tellen, de bijzondere 5 met elk bovendien een bezinkingsklasse. Volgens de regelgeving mogen op dat moment maximaal 18 kinderen in een klas zitten, in de toekomst zal de wet dit aantal verlagen naar 15 kinderen.

De katholieke leden wijzen juist op het extra nodig aandacht te schenken voor goed katholiek onderwijs. Daarbij heerst op een katholieke school een andere sfeer dan een openbare.

Uiteindelijk wordt het voorstel voor 2 scholen zonder hoofdelijke stemming aangenomen.

Het bijzondere van een openbare school

Gevel aan de Celebesstraat: Plan voor een Openbare en een Bijzondere School voor Buitengewoon Lager Onderwijs a/d Timor- & Celebesstraat te Nijmegen, Gemeentewerken Nijmegen, Januari 1931 (D12.396711)
Gevel aan de Celebesstraat: Plan voor een Openbare en een Bijzondere School voor Buitengewoon Lager Onderwijs a/d Timor- & Celebesstraat te Nijmegen, Gemeentewerken Nijmegen, Januari 1931 (D12.396711)

Feitelijk is het bijzonder dat er een openbare school werd geopend: in de eerste helft van de 20este eeuw worden juist openbare scholen gesloten. Dit onder invloed van de verzuiling, waarbij katholieken en vooral de partij RKSP hun invloed laten gelden. In 1919 zijn er 19 openbare scholen. Veel scholen worden daarna omgezet in een katholieke school: in 1937 zijn er, naast de deze B.L.O, nog slechts 1 openbare U.L.O en 4 openbare lagere scholen over. De openbare B.L.O. is daarbij dus de enige school die in deze periode nieuw wordt gebouwd.

Ontwerp en Aanbesteding

Plan voor een Openbare en een Bijzondere School voor Buitengewoon Lager Onderwijs a/d Timor- & Celebesstraat te Nijmegen, Gemeentewerken Nijmegen, Januari 1931 (D12.396712)
Plan voor een Openbare en een Bijzondere School voor Buitengewoon Lager Onderwijs a/d Timor- & Celebesstraat te Nijmegen, Gemeentewerken Nijmegen, Januari 1931 (D12.396712)

Het ontwerp van de 2 scholen was afkomstig van Gemeentwerken. Bij de opening worden een aantal personen van Gemeentwerken bij naam genoemd: “den directeur, den heer Blauw, en de staf van medewerkers, van wie in ’t bijzonder de onderdirecteur, de heer Bijlard, en de heer Monshouwer zeker afzonderlijk dienen genoemd te worden.” (De Gelderlander 4/7/1932)

Op 9-6-1931 vindt aanbesteding plaats van de bouw van deze 2 scholen. De firma Th.J. was met f113.822 de laagste inschrijfster en verkrijgt daarop de aanbesteding. (PGNC 19/5/1931 en PGNC 9/6/1931)

Gemeentelijk monument

De voormalige BLO school aan de Timorstraat (december 2024)
De voormalige BLO school aan de Timorstraat (december 2024)

Het gedeelte aan de Timorstraat is sinds 2000 een gemeentelijk monument. Bij de aanwijzing: “Goed voorbeeld van een schoolgebouw uit de jaren ’30, rijk gedetailleerd. Bovenal aan de Timorstraat goed bewaarde gebleven. Deze zijde komt voor bescherming in aanmerking. Verbouwingen en aanbouwsels hebben de oorspronkelijke staat van het gebouw aan de Celebesstraat echter aangetast. De delen aan deze straat komen dan ook niet voor bescherming in aanmerking, met uitzondering van de uitbouw uiterst rechts, waarin onder een torenachtige opbouw een ingangspartij is gesitueerd”

Bronnen

PGNC 18/3/1931

https://resources.huygens.knaw.nl/repertoriumzendingmissie/gids/organisatie/organisatie/2603357794

Algemeen lager onderwijs, Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

De voormalige BLO school aan de Timorstraat, augustus 2023 (Google Streetview)
De voormalige BLO school aan de Timorstraat, augustus 2023 (Google Streetview)

Voormalige Tricotfabriek Muller, Tollensstraat (Google Streetview)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Voorheen Tricotfabriek Muller

Tollenstraat 211 Willemskwartier

Voormalige Tricotfabriek Muller, Tollensstraat (Google Streetview)
Voormalige Tricotfabriek Muller, Tollensstraat (Google Streetview)

Op het moment dat Willem Jan Muller zijn tricotfabriek in Nijmegen begint, is hij ten opzichte van Nederland al vrij laat. Een tricot- of tricotagefabriek wil niets anders zeggen dan ‘breifabriek’, tricotage het franse werkwoord voor breien. Hoewel Willem Jan Muller slechts enkele jaren aan de fabriek verbonden zal zijn, zal de fabriek zelf ongeveer 70 jaar blijven bestaan. Tegenwoordig is de fabriek verbouwd tot appartementen.

De eerste 10 jaar

Advertentie Stoombreierij Beltweg: Het is opvallend zij hier “Stoombreierij” wordt genoemd, terwijl in 1903 vergunning is voor gaskracht (De Gelderlander 8/8/1905, De Gelderlander 10/8/1905).
Advertentie Stoombreierij Beltweg: Het is opvallend zij hier “Stoombreierij” wordt genoemd, terwijl in 1903 vergunning is voor gaskracht (De Gelderlander 8/8/1905, De Gelderlander 10/8/1905).
NaamWanneerPersonenOpmerking
 1902 of 1903Willem Jan Muller Op basis advertentie in 1905 mogelijk Stoombreierij ‘Beltweg’; echter: in 1903 vraagt Muller vergunning voor gaskrachtwerking gedreven inrichting aan
Vennootschap Onder Firma “W. J. Muller en Co”1-8-1904 – 28-12-1909Willem Jan MullerJoseph Bloemen 
Naamlooze Vennootschap “Tricotfabriek voorheen W.J. Muller en Co”22-2-1910; overname 24-2-1910Joseph Bloemen (directeur)H.H.G. Langemeijer  (commissaris) 
1912?Anton Schretlen Jr. (directeur) Vanaf 1912 komt Schretlen als directeur voor; Bloemen vertrekt in 1912 naar Wijchen en zijn rol lijkt dan uitgespeeld

Muller ondertekent op 25 juli 1903 bij de notaris de koop van een stuk landbouwgrond in de gemeente Hatert, Sectie C. 1519.  Hij krijgt op 14 augustus van dat jaar een voorwaardelijke vergunning “tot het oprichten van eene  door een gaskrachtwerking gedreven inrichting voor het maken van tricot-goederen, op het perceel aan den weg naar de mestbergplaats, Hatert, Sectie C. No 1519” (De Gelderlander 21/8/1903).

Vanaf 1922 heet deze weg de Tollensstraat, en vanaf 1904 tot 1922 de Beltweg. Bij de aanvraag werd deze weg omschreven als “gelegen aan den weg, loopende van den Graafschen weg, langs de mestbergplaats der gemeente, naar de St. Annalaan.”  (PGNC 16/7/1903).

Eerste bebouwing (Bestemmingsplan Nijmegen Midden – 9 (Tollensstraat 211)

Het betreft een werkplaats met kantoor. De bouwvergunning werd verleend “aan metselaar Johannes Pouwels, Floraweg 77, ten behoeve van de bouw van een breifabriek voor eigenaar W.J. Muller, van Spaenstraat 35.” (Rob Essers)

Het bord bij het 50-jarig bestaan noemt de datum 1902. De eerste fabriek is gebouwd in 1903, maar het is mogelijk dat Muller al in 1902 begonnen is met zijn bedrijf.

Willem Jan Muller is geboren op 27-10-1866 te Uithuizen en  overleden 21-1-1924 te Nijmegen. Op 17 januari 1898 schrijft Willem Jan Muller (27 oktober 1866, Uithuizen)  zich in Nijmegen in. Hij is dan afkomstig uit Groningen met als beroep ‘reiziger’.

In ieder geval vanaf het moment dat hij samen met Bloemen de V.O.F. heeft opgericht, produceert de fabriek in ieder geval ook kousen. Bloemen is een rooms-katholiek koopman, afkomstig uit Venlo. Zij heffen de V.O.F. eind 1909 weer op, waarbij Bloemen het recht verkrijgt om het bedrijf onder dezelfde naam voort te zetten.

In 1910 richt Bloemen de Naamloze Vennootschap op met Langemeijer. Deze N.V. neemt zowel de fabriek als de hypotheekschuld van de V.O.F. over.

Uitbreiding 1912 (Bestemmingsplan Nijmegen Midden – 9 (Tollensstraat 211)

Een grote uitbreiding vindt plaats in 1912. Dan wordt het gebouw met de drie “sheddaken” (de driehoekjes) gebouwd.

Een bewijs van aandeel is te vinden op Noviomagus.

Voor een uitgebreidere toelichting op deze namen: zie de Bijlage.

Anton Schretlen Jr

(Antonius D.H.M. Schretlen, 24-12-1886)

In 1912 komt Anton Schretlen Jr. voor als directeur. Hij lijkt rond deze tijd de fabriek te hebben overgenomen. Tot nu toe heb ik (RE) nog geen acte gevonden of vanaf welk moment hij exact betrokken is. De eerste (door mij) gevonden melding is op 30-11-1912. Vanaf die tijd komt Anton Schretlen Jr voor als directeur der N.V. Tricotfabriek voorheen W.J. Muller en Co. Het betreft een vergunning tot uitbreiding van de door gaskracht gedreven tricotfabriek.

Bij het overlijdensbericht (De Volkskrant , 19-05-1964) van Schretlen Jr staat dat hij bijna 50 jaar bij de fabriek actief is geweest  als directeur en als president-commissaris van de N.V..

“Eerste steen”

Bij de ‘eerste steen in 1919 staat Anton Schretlen Jr. Aangezien Schretlen op meerdere plaatsen Jr wordt genoemd, is het vrij aannemelijk dat de eerste steen naar hem verwijst. (Hoewel minder waarschijnlijk, is een andere mogelijkheid dat de ‘Jr’ verwijst naar zijn zoontje-Antonius J.D.M. Schretlen (26/1/1914)- die toen 5 jaar was).

Elektriciteit

Op 3-1-1913 krijgt de fabriek vergunning voor het maken van een aanbouw en het plaatsen van een electromotor van 5 P.K. en een electro-motor van ½ P.K. Dit is de (door mij) eerst gevonden melding dat er van elektriciteit gebruik wordt gemaakt in plaats van gas.

Ook op 29 februari 1916 krijgt zij vergunning tot uitbreiding “ van de door electriciteit gedreven inrichting voor het vervaardigen van tricotgoederen” (De Gelderlander 3/3/1916)

Uitbreiding

Antonius Dominicus Henricus Maria Schretlen (directeur der Naamlooze Vennootschap Tricotfabriek Th.W.J. Müller en Co) koopt op 8/5/1916 van Thedorus Faazen (waarvan Muller reeds een stuk grond had gekocht voor zijn fabriek) voor de NV een stuk bouwland aan, “nabij den Beltweg, Hatert, sectie C. 4337. groot honderd elf centiaren”  Daarnaast wordt die dag van de gemeente Nijmegen Hatert C. 4335 gekocht.

Broers

Rond 1917 komen 2 broers van Schretlen Jr. eveneens voor bij de tricotfabriek: Carolus als commissaris van de fabriek, Franciscus als ‘bedrijfsvoerder’.

C.L.A. Schretlen

Carolus Leonardus Antonius Schretlen, bankier wonende te Nijmegen, blijkt uit 2 actes uit 1916 commissaris in de NV te zijn. Carolus L.A.M. Schretlen (23/2/1885),  ‘Commissaris in effecten’, oprichter van  de bank Schretlen & Co

F.A.M. Schretlen

In het Provinciaal verslag staat F.A.M Schretlen in ieder geval voor de jaren 1917 en 1919  als ‘bedrijfsvoerder’. Waarschijnlijk betreft het eveneens zijn broer, Franciscus Antonius Maria Schretlen (18-8-1891, Oestgeest).

Werknemers

In de Provinciale Verslagen eind jaren 10 zijn voor een aantal jaren het aantal medewerkers gevonden.

 Volwassenen Kinderen Totaal
 MVMV 
1914432 3874
1915148 1968
      
1917133 2862
191984611671

Getal arbeiders, Provinciale Verslagen 1914, 1915, 1917, 1919 (1916 is vooralsnog niet gevonden, totalen door RE)

Medewerkers blijken vrijwel uitsluitend uit vrouwen en meisjes te bestaan.

 Vervolgens blijkt het aantal medewerkers in 1915 en 1917 te zijn gedaald. In ieder geval is de Eerste Wereldoorlog een van de redenen:  juli 1917 maakt de fabriek bekend dat het aantal medewerkers zal worden ingekrompen vanwege het gebrek aan garen.

In de loop der jaren verschijnen een aantal advertenties voor personeel. Er is niet gestreefd naar compleetheid.

AdvertentieOmschrijving
De Gelderlander 1/4/1909Fatsoenlijke meisjes, niet beneden 14 jaar
De Gelderlander 22/6/1913bekwame breisters
eenige Leerlingen
De Gelderlander 9/7/1916Aankomende naaisters
De Gelderlander 21/8/1920Meisjes, 14-17 voor Afwerken
Meisjes, 17-20 voor Spoelafdeling
enige huiswerksters
De Gelderlander 31/10/1922Nette meisjes, 16-18 jaar
De Gelderlander 31/5/1926Spoelsters
De Gelderlander 21/4/1928Nette meisjes, circa 16-20 jaar
De Gelderlander 2/7/1929Nette meisjes, 14-17 jaar
De Gelderlander 24/9/1929Nette meisjes, voor atelierwerk
De Gelderlander 24/4/1937Huiswerksters die goed kunnen borduren

Herkomst garen

De berichten over het garentekort maken tevens duidelijk hoe de fabriek haar garen inkocht:

“wegens het niet ontvangen van garens uit Engeland, gedeeltelijk in beslag genomen en gedeeltelijk niet vrijgegeven, alsmede wegens de onmogelijkheid om hier te lande voldoende garens te verkrijgen, de werkdag te beginnen met de volgende week aanmerkelijk zal worden ingekrompen en aan verscheidene leden van het personeel ontslag moet worden gegeven.” (PGNC 13/7/1917)

De Vereeniging van Brei- en Tricot- fabrikanten meldde de dreiging van gebrek aan garens reeds in februari 1916: voor de oorlog werden katoenen garens vrijwel uitsluitend van Duitse spinnerijen betrokken. Nu zijn de bedrijven aangewezen op Nederlandse spinnerijen. Deze hebben echter onvoldoende aanvoer vanuit Oot-Indie. ( PGNC 24/2/1916) Engeland heeft hiervan grote voorraden, maar wil deze niet vrijgeven. (Limburger koerier, 16-07-1917)

De eerste jaren van de fabriek: bij het 12,5 jarig jubileum van directrice Quis

De Gelderlander geeft in haar artikel van 16-4-1920 een beeld hoe de eerste jaren van de fabriek zijn verlopen. De aanleiding is het 12,5 jubileum van mejuffrouw Quis, directrice van de meisjesafdeling:

“In 1912 ontwikkelde deze nijverheid zich in bescheiden bloei in een onaanzienlijk fabriekje. En thans in 1920?

Daar is gekomen een fabrieksgebouw, van ruim driemaal de omvang van dat in 1912; daar werkt thans een vrouwelijk personeel van in de honderd personen en daar worden thans wollen en katoenen goederen vervaardigd, welke èn in keurige afwerking èn in degelijke samenstelling en hoedanigheid volkomen den toets van de buitenlandsche concurrentie kunnen doorstaan.

Fabriceerde men aanvankelijk grove kousen en sokken, thans heeft de directie de nijverheid op veel hooger plan gebracht door de vervaardiging van fijn wollen baby artikelen, jersey’s, shawls, enz.

Met uitbreiding en verbetering deze industrie had de tegenwoordige directie, de heer A. Schretlen, ook oog voor sociale en hygiënische verbeteringen in deze nijverheid.

Ruime werklokalen, waar de weef- en naaimachines snorren, werden gebouwd, nieuwe kantoren ingericht – kortom de nieuwe fabriek werd een modelinrichting, waarover de gezondheidscommissie haar lof uitsprak en waar leiders en personeel, in de beste verstandhouding samenwerken tot bloei van het bedrijf en tot welvaart der geëmployeerden. En dat de verstandhouding tussen leiders en personeel uitstekend is, kwam gisteren duidelijk naar voren bij de herdenking van het twaalf en halfjarig feest der directrice van de meisjesafdeeling, mej. M. Quis.”

Vervolgens gaat het artikel in hoe de feestdag verliep, waarbij A. Schretlen de feestrede deed. Het artikel sluit af met:

“Op deze tak van nijverheid komen wij, wanneer de fabriek met de nieuwste machines is geïnstalleerd, nader terug.

Duitschland, dat zijn machines niet afzendt, houdt ook hier grootere uitbreiding, vollediger bloei, tegen”.  (De Gelderlander 16/4/1920)

Deze mejuffrouw A.M. Quis woonde op Jan van Galenstraat 61 (Adresboeken 1922, 1924, 1926)

Een kijkje in de fabriek 1940

Hoe de fabriek zich tot 1940 heeft ontwikkeld, wordt vervolgens duidelijk wanneer de Gelderander de fabriek bezoekt: “Dezer dagen hadden wij het genoegen eens een kijkje te kunnen nemen in het bedrijf van de N.V. Tricotfabriek v.h. W.J. Muller & Co. aan de Tollensstraat alhier, waar wij door de Directie werden ontvangen, die ons op uitvoerige wijze de fabricage van gebreide bovenkleeding, want ondergoederen worden daar in het geheel niet gemaakt, heeft getoond.

Wij hebben daar gezien het geheel eonstaan dezer tricotartikelen vanaf het ontpakken der balen garens tot de verzending der gereedgekomen goederen. Het is interessant het verloop dezer fabricage, waaraan vele moeilijkheden zijn verbonden, te volgen. Reeds de verschillende soorten naalden, waarmede in de machines gewerkt wordt, zijn een interessant deel der machines, die buitengewoon fijn moeten worden afgesteld, wil men een mooi glad breiwerk zonder fouten bereiken. Dat hierbij de hoedanigheid van de te verwerken garens ’n groote rol speelt, is duidelijk. Daarom worden alleen garens van de beste kwaliteiten gebruikt. Wanneer dan op de machines het garen tot lappen of tricotstof verwerkt is, meestal met zeer mooie jaquarddessins erin, worden deze lappen het confectie-atelier tot goederen verwerkt. De breimachines, vooral de jaquardmachines voor het maken van de dessins, zijn zeer gecompliceerd en fijngevoelig. Deze machines kunnen dan ook alleen bediend worden door zeer handige en oplettende meisjes, die vaak me voldoening op hun product terugzien, vooral, wanneer de smaakvolle kleurschakeeringen zich bij het uitnemen der stukken uit de machine, toonen.

Na nauwkeurige contrôle wat gewicht, lengte, breedte, breiwerk, etc. etc. betreft, worden deze lappen dan naar het confectie-atelier overgebracht, waar een uitgebreide staf van knipsters, naaisters, borduursters, afwerksters het product verder afwerken en pasklaar maken.

Door middel van de meest moderne naaimachines, waarbij veel handwerk beoefend wordt, komt het artikel gereed. Vooral het in verschillende fijne tinten mooi uitgevoerde handborduurwerk eischt de grootste zorg en leiding, terwijl tevens aan een prima pasvorm de grootst mogelijke accuratesse wordt gegeven.

Dit alles eischt vooral vakkundig personeel, dat door bekwame leiding op het atelier hiervoor wordt opgeleid.

Handige meisjes vinden dan ook hier met aangenaam en echt vrouwelijk werk een broodwinning. Verder krijgen zij, die met animo dit werk verrichten voor hun verdere leven groote routine in het afwerken, borduren en opmaken van kleedingstukken, iets wat menig huisvrouw hun zal benijden.

Ten slotte passeert elk stuk een dubbele controle naar maat, afwerking, pasvorm etc. om dan via de expeditieafdeelng uitsluitend zijn weg naar den handel te vinden.

Het fabricaat bestaat alleen uit gebreide bovenkleeding als kinderpakjes en jurkjes, truien, slobpakjes en pullovers met bijpassende sportkousen voor jongens en heeren en slipovers voor dames, jumpers en vesten, alles in de meest smaakvolle modellen, modernste tinten en kleurcombinaties. Wj zagen hier de prachtigste proeven van deze speciale njverheid.

De werkzaamheden worden verricht onder deskundige leiding in goed verlichte en luchtige ruimten. Het geheel ademt orde en netheid.

We hebben hier een specifieke nijverheid, welke in Nijmegen ook een deel van de welvaart draagt, maar tegelijk bij onze jonge meisjes goeden, fijnen zin voor kunstnijverheid en prachtvol werk bijbrengt.”  (De Gelderlander 10/2/1940)

Na de Tweede Oorlog

De Gelderlander 9/7/1955: Naast eigen personeelsadvertenties verschijnen er in 1855 ook advertenties van de “Gezamelijke Nijmeegse Textielverwerkende Industrieën”
De Gelderlander 9/7/1955: Naast eigen personeelsadvertenties verschijnen er in 1855 ook advertenties van de “Gezamelijke Nijmeegse Textielverwerkende Industrieën”

Na de Tweeede Oorlog verschijnen in eind jaren 40 en jaren 50 nog een aantal personeelsadvertenties. Een interessant artikel met een aantal interviews met oud-medewerkers staat in ‘Hart van de Wijk’, blz 28-29.

In de jaren 70 wordt het bedrijf overgenomen door Dombo, welke in 1983 failliet gaat. Daarna zat tot 2011 de sportschool Noviomagum in het pand. In 2013 is het pand verbouwd tot appartementen.

Voormalige Tricotagefabriek Muller Tollensstraat 211, augustus 2023 (Google Streetview) Willemskwartier
Voormalige Tricotagefabriek Muller Tollensstraat 211, augustus 2023 (Google Streetview)

Bijlage

Willem Jan Muller

Willem Jan Muller is geboren op 27-10-1866 te Uithuizen. Zijn vader is Rudolph Johannes Petrus Muller, geneesheer en zijn moeder Helena Elisabeth Sormani.

Hij woont dan in bij Johannes Hubertus Reijnen, winkelier in manufacturen, Broerstraat A (doorgehaald) 5. Als aanmerking ‘Naar A2 blz 214’ (Dit is Gerard Noodstraat 38)

Het adres is dan Gerard Noodstraat 38. Als beroep staat ‘Handelsreiziger’. Als aanmerking staat ‘van A12, blz 259’.

Op 30 juni 1898 schrijft Elisabeth Elerie zich in in de gemeente Nijmegen op dit adres, afkomstig uit Usquert, waar ze geboren is op 2 juli 1871. Beiden zijn RC (Rooms-katholiek)

In het Bevolkingsregister van 1900 staat het adres Gerard Noodtstraat 38 doorgehaald en vervangen door Van Spaenstraat 35 (A-21-125). Zijn beroep Handelsreiziger is doorgehaald en vervangen door -agent.

In het Bevolkingsregister van 1910 staat Muller als Handelsagent. Het adres Van Spaenstraat 35 is doorgehaald en vervangen door 1/1 21 St Annastraat 95. https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=11-1&index=6&imgid=2311796081&id=2311796079

  • Helena Josephina Johanna Frederica Muller, geboren op 14 maart 1899 te Nijmegen staat hij vermeld als 32 jaar oud, handelsagent van beroep https://www.openarch.nl/gld:BAE6CF52-6830-4C5A-BDC6-03A48FEBE636
  • Bij geboorte Rudolphus Johannes Petrus Josephus Muller, geboren op 15 november 1904 te Nijmegen, dan 38 jaar oud, koopman van beroep
  • Bij de geboorte van Johanna Margaretha Berendina Josephina Muller, geboren op 20 mei 1907 te Nijmegen staat hij als Willem Jan Muller, 40 jaar oud, koopman van beroep (moeder Elizabeth Elierie, zonder beroep) https://www.openarch.nl/gld:4E8FE5AA-E39D-4861-85AC-E44EF28B119C
  • Bij overlijden Rudolphus Johannes Petrus Josephus Muller, 4 jaar oud, zonder beroep op 17 november 1908: fabrikant van beroep
  • Bij overlijden Johanna Maria Josepha Muller, 3 jaar oud, zonder beroep op 27 december 1914: fabrikant van beroep
  • Bij zijn overlijdensopgave bij de gemeente, overleden op 21 januari 1924, 57 jaar, overleden te Nijmegen: handelsagent

Vennootschap onder firma W.J. Muller en co

Op 1-8-1904 richten Muller en Bloemen de Vennootschap Onder Firma “W. J. Muller en Co” op. In ieder geval blijkt het vanaf dat moment een kousenfabriek.

Op 28-12-1909 vindt de ontbinding plaats van de Vennootschap onder firma W.J. Muller en Co. Bloemen houdt daarbij het recht de firma onder dezelfde naam voort te zetten (https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=2434763912)

Joseph Bloemen

Joseph Jean Vincent Hubert Bloemen (Venlo 27 september 1860 – Wijchen 17 januari 1936) 

is een koopman afkomstig uit Venlo. Wanneer hij zich op 16 december 1904 vanuit Venlo zich in Nijmegen vestigt, staat er als beroep “fabrikant in kousen”. Zijn adres is Berg en Dalscheweg 139, op een later tijdstip vervangen door Graafseweg 66. Bij “B24-28” is de 28 doorgehaald en vervangen door 229 (https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=2311770570).

Zie voor Bloemen en de Graafseweg 66:

https://www.noviomagus.nl/Gevels/Gevelstenen/Graafseweg66/Graafseweg66.html

Naamlooze Vennootschap ‘Tricotfabriek voorheen W.J. Muller en co’

Op 22 februari 1910 is de Naamloze Vennootschap ‘Tricotfabriek voorheen W.J. Muller en co’ opgericht. Hiervan is J. Bloemen directeur en H.H.G. Langemeijer  (Hermanus Hendrickus Gerardus Langemeijer) commissaris. Van het kapitaal van f100.000,- is f25.000,- geplaatst. Het doel is het ‘behalen van winst, door het koopen, verwerken en verhandelen van wollen garens en der daaruit vervaardigde fabrikaten in den meest uitgebreiden zin.’

Bloemen verkoopt de fabriek aan deze NV op 24-2-1910. Hij handelt daarbij voor zichzelf en als lasthebber van Muller.  Deze NV neemt tevens de schuld over die de VOF bij de Waalsche Bank Kneppers en Cie had.

https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=9-1&index=3&imgid=2469565812&id=2434765353 Op 3 september 1912 vertrekt Bloemen naar Wijchen. Hij heeft daar in ieder geval in 1922 met zijn zoon een kousenfabriek. Wanneer hij deze is gestart, heb ik (RE) nog niet kunnen achterhalen.

H.H.G. Langemeijer

Hermanus Hendericus Gerhardus Langemeijer

H.H. G Langemeijer is geboren op 23-10-1856 te Leeuwarden. Hij is rooms-katholiek en ‘zonder beroep’. Hij vestigt zich op 30-9-1907 in Nijmegen op St Annastraat 36 en is dan afkomstig van Bemmel.

Via erfenis/overdracht is Langemeijer in 1881 samen met zijn zwager enig eigenaren geworden van de winkel Gebroeders Langemeijer in Leeuwarden. Ooit begonnen als manufacturen, verkoopt de winkel ook meubels, tapijten, gordijnen, behangsel en bedden. In 1897 stoppen zij met de manufacturenhandel om zich te richten op meubels. In 1902 wordt met de firma gestopt.

Hij woont volgens de adresboeken van 1908 t/m 1912-1913 op St Annastraat 36. Daarna is hij verhuisd naar Slichtenhorststraat 120 (adresboeken 1914 t/m 1916).

Op 23 juni 1917 verhuist  hij naar Leeuwarden. Op 24 september 1927 overlijdt hij te Tilburg.

Antonius Dominicus Henricus Maria Schretlen

Antonius Dominicus Henricus Maria Schretlen is geboren op 24-12-1886 in Oestgeest en overleden op 15-5-1964 te Nijmegen. Zijn vader was Antonius D.D. Schretlen (11/7/1847), “zonder beroep” bij vestiging in Nijmegen https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=15-1&index=3&imgid=2311630767&id=2311630765

Overigens: In Nijmegen kennen wij zijn grootvader D.A. Schretlen vooral van de gasfabriek. Het van oorsprong Leidse bedrijf was aanvankelijk opgezet om machines voor textielfabrieken te maken, hoewel zij daarmee weinig succes had.

Antionius D. H.M. Schretlen verhuist op 11-8-1898 met zijn ouders vanuit Leiden naar Nijmegen, Berg en Dalscheweg 56 (later vervangen door 158). Op 5-3-1907 vertrekt hij naar Rotterdam.

Op 28-3-1907 staat hij ingeschreven in Rotterdam (Boomjes 38 is gew 38e bij Kuipers) (https://stadsarchief.rotterdam.nl/zoeken/resultaten/?mistart=100&mivast=184&mizig=100&miadt=184&miamount=20&milang=nl&misort=an%7Casc&miview=tbl&mizk_alle=Antonius%20Schretlen%20&miaet=1 ) met als beroep ‘kantoorbediende’. Op 10-11-1909 vertrekt hij weer naar ‘ambtsh. contr. Nijmegen).

Hij vestigt zich op 8-4-1911 weer in Nijmegen, Van Schevichavenstraat 13. Als beroep staat ‘fabrikant’ aangegeven. Hij is dan afkomstig uit Bremen, na aanvankelijk weer bij zijn ouders te hebben gewoond (https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=0-1&index=23&imgid=2311769324&id=2311769322). Hij verhuist naar Hersteeg? 130. Daarvoor staat 1/1 ’21: de datum van verhuizing?  Als aanmerking ‘Van A49-150’ (Bevolkingsregister 1910).

Zijn vrouw, Isabella J.M. de Groot (27/3/1887), getrouwd op 10-4-1913 en vestigt dan zich in Nijmegen. Ze is dan afkomstig uit Rotterdam (waar ze ook getrouwd zijn) en waar geboren is.

Bij het overlijdensbericht (De Volkskrant , 19-05-1964) van Schretlen Jr staat dat hij bijna 50 jaar bij de fabriek actief is geweest  als directeur en als president-commissaris van de N.V..

De Volkskrant , 19-05-1964

Carolus L.A.M. Schretlen

Carolus L.A.M. Schretlen (23/2/1885) of Karel,  ‘Commissaris in effecten’, oprichter van de effeccten bemiddeling Schretlen & Co.. Het is vooralsnog onduidelijk of de bank betrokken is bij de tricotfabriek, of dat de Schretlen-familieleden (ook F.A.M. blijkt een rol te spelen) als individueel persoon betrokken waren bij de fabriek. Het is opvallend dat “Maria” niet staat vermeld, terwijl Carolus in (vrijwel) alle door mij gevonden) actes “Maria” wel gebruikt. Hij woont vanaf 1915 weer in Nijmegen https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=5-1&index=0&imgid=2311803651&id=2311803649 )? https://studiezaal.nijmegen.nl/zoeken/groep=Personen%20en%20locaties/Vrij_zoeken=Carolus%20Schretlen/f_filterNTSoort=Bevolkingsregister/f_filterCollectie=Personen%20en%20locaties/pagina=1/aantalpp=20/?nav_id=2-0

In de adresboeken van Hilversum 1913 en 1915 komen een aantal variaties voor ten aanzien van Graaf Florislaan 22: C.L.A., K.L.M,  C.L.A.M. (In 1915 komt ook broer F.A.M. op dit adres voor)

F.A.M. Schretlen

In het Provinciaal verslag staat F.A.M Schretlen in ieder geval voor de jaren 1917 en 1919 ‘bedrijfsvoerder’ te zijn. Waarschijnlijk betreft het eveneens zijn broer, Franciscus Antonius Maria Schretlen (18-8-1891, Oestgeest).

In het Adresboek van Hilversum van 1915 heeft hij hetzelfde adres als Carolus (Graaf Florispad 22). In 1924 komt hij voor in het Adresboek Nijmegen op Hazenkampscheweg 122.

Bronnen

Bevolkingsregister 1890

(https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=26-1&index=5&imgid=2311850758&id=2311850756 )

https://www.openarch.nl/ran:DF3C4524-806A-4958-BB6C-DC33C2A6A2A5

https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=2311800605

https://www.openarch.nl/rat:0545d170-3863-11e0-bcd1-8edf61960649

(https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=3-1&index=43&imgid=2325788138&id=2284558825

https://www.wiewaswie.nl/nl/detail/7648644

Overlijdensverklaring Willem Jan Mulder:

Adresboeken

1908, 1909, 1910-1911, 1912-1913, 1914, 1915, 1916, 1922, 1924, 1926

De Gelderlander

25-1-1908, 23-1-1916, 16-4-1920

Leeuwarder courant, 03-06-1881

Nederlandsche staatscourant , 09-03-1910

De nieuwe courant,     09-03-1910:  https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?query=tricotfabriek+muller&coll=ddd&sortfield=date&page=3&identifier=MMKB15:000782114:mpeg21:a00024&resultsidentifier=MMKB15:000782114:mpeg21:a00024&rowid=8

Provinciale Geldersche en Nijmeegsche courant (PGNC)

13-3-1910, 30-11-1912, 6-1-1913, 03-03-1916, 13-7-1917

De Volkskrant , 19-05-1964

Provinciale Verslagen:

Provinciale Verslagen 1914 (927 p.) pagina 558 / 559:

Provinciale Verslagen 1915 (863 p.) pagina 564 / 565:

 1917 (961 p.) pagina 466 / 467:

Provinciale Verslagen 1919 editie 1: Verslag van den toestand der Provincie Gelderland gedaan aan de Provinciale Staten van dat gewest door de Gedeputeerde Staten in de Zomerzitting van het jaar 1920 (653 p.) pagina 554 / 555:

Adresboeken Hilversum

https://nl.wikipedia.org/wiki/Schretlen_%26_Co

https://gaypnt.home.xs4all.nl/straatnamen/T.html

Bestemmingsplan Nijmegen Midden – 9 (Tollensstraat 211) http://docplayer.nl/44143574-Nijmegen-midden-9-tollensstraat-211.html)

https://www.planviewer.nl/imro/files/NL.IMRO.0268.BP2009-VG01/t_NL.IMRO.0268.BP2009-VG01.html

http://www.willemskwartiernijmegen.nl/drupal/node/712

http://archieven.rmo.nl/uploads/r/null/8/d/8db02b57304391449dee2270af1826644bcee5e5be200380a6046d5fb8c6e1a9/172.pdf

https://www.noviomagus.nl/Gevels/Gevelstenen/Graafseweg66/Graafseweg66.html

“Gebrs. Langemeijer, Leeuwarden“, Sake Meindersma, 2021 https://docplayer.nl/223029455-Gebrs-langemeijer-leeuwarden.html

“De Leidse fabriekskinderen: Kinderarbeid, industrialisatie en samenleving in een Hollandse stad, 1800-1914”, proefschrift Cornelis Bernardus Antonius Smit, 2014 https://dspace.library.uu.nl/handle/1874/297585

“Nieuw Nijmegen: 1870 – 1970”, Prof. Dr. Joh. de Vries, 1969

De voorgevels van de beide panden van Bahlmann & Co., Manufactuur & Modeartikelen aan de Grote Markt, 1915-1920 (F13420 RAN)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag, Grote Markt

Bahlmann Grote Markt

De voorgevels van de beide panden van Bahlmann & Co., Manufactuur & Modeartikelen aan de Grote Markt, 1915-1920 (F13420 RAN)
De voorgevels van de beide panden van Bahlmann & Co., Manufactuur & Modeartikelen aan de Grote Markt, 1915-1920 (F13420 RAN)

Vestiging Bahlmann op de Grote Markt in 1838

Openingsadvertentie Bahlmann (PGNC 29/5/1838)
Openingsadvertentie Bahlmann (PGNC 29/5/1838)

In 1838/1839 opent Bahlmann & Co. haar filiaal in manufacturen in Nijmegen aan de Grote Markt (“in de Burgstraat, Lett. A, No.4). Voorheen zat hier Manufacturenhandel Auwerda. (PGNC 29/5/1838)

Het pand gaat als “Roode Hert” in ieder geval terug in de tijd van Alva. In 1908 heeft C.A. Neyboer de geschiedenis gepubliceerd  (De Gelderlander 4/7/1908) en De Gelderlander 10/7/1908).

Advertentie Magazijn van Modes en Manufacturen (PGNC 26/10/1839) De jaren daarna zullen nog veel advertenties volgen dat de nieuwe collectie is ontvangen, uit Parijs natuurlijk
Advertentie Magazijn van Modes en Manufacturen (PGNC 26/10/1839) De jaren daarna zullen nog veel advertenties volgen dat de nieuwe collectie is ontvangen, uit Parijs natuurlijk

In 1860 volgt een uitbreiding en in 1864 eveneens: eerst door het pand van Amweg in 1860 en vervolgens vier jaar later de boekdrukkerswinkel van Haspels bij te trekken. Ook hier heeft Neyboer de uitgebreide voorgeschiedenis van geschreven.

Op 1 januari 1843 was de firma Bahlmann en Co opgericht tussen Bernardus Johannes Josephus Franciscus Bahlmann te Amsterdam en zijn zwager, Johannes Bernardus Ignatius Bunker (meestal als Ignatius geschreven) te Arnhem, Kooplieden en Winkeliers in Manufacturen.  Deze firma werd op 31 december 1862 ontbonden door Bahlmann en M.C.E.R. Bahlmann, de weduwe van J. Bunker (PGNC 31/12/1862). Bahlmann zal alleen verder gaan; een uitzondering is de winkel van Arnhem die door de weduwe zal worden voortgezet (PGNC 31/12/1862).

Bernardus Bahlmann

Portret van de familie Bahlmann door de Rotterdamse schilder Johannes Antonius Canta (1816-1888), gemaakt voor hun woning 'Het Geldersch Hof'. Afgebeeld zijn rechts zittend: Bernardus Johannes Josephus Franciscus Bahlmann (12-9-1800 - 28-4-1882) en zijn vrouw Maria Agnes Elizabeth Bahlmann - Biederlack (2-12-1811 - 1869) en o.a. hun zeven kinderen (drie dochters en vier zonen). In 1954 schonk mevrouw Sträter uit Tilburg dit grote familieportret aan de gemeente Nijmegen. Het heeft achtereenvolgens in het stadhuis en in het Arsenaal gehangen; tegenwoordig is het te bezichtigen in museum 'Het Valkhof', 1861 (F22063 RAN)
Portret van de familie Bahlmann door de Rotterdamse schilder Johannes Antonius Canta (1816-1888), gemaakt voor hun woning ‘Het Geldersch Hof’. Afgebeeld zijn rechts zittend: Bernardus Johannes Josephus Franciscus Bahlmann (12-9-1800 – 28-4-1882) en zijn vrouw Maria Agnes Elizabeth Bahlmann – Biederlack (2-12-1811 – 1869) en o.a. hun zeven kinderen (drie dochters en vier zonen). In 1954 schonk mevrouw Sträter uit Tilburg dit grote familieportret aan de gemeente Nijmegen. Het heeft achtereenvolgens in het stadhuis en in het Arsenaal gehangen; tegenwoordig is het te bezichtigen in museum ‘Het Valkhof’, 1861 (F22063 RAN)

Bernardus Johannes Josephus Franciscus Bahlmann (1800-1882) is geboren in rooms-katholiek gezin in Dinklage, tussen Oldenburg en Osnabrück (Bevolkingsregister Amsterdam. Hij komt in 1821 vanuit Dinklage naar Amsterdam, waar hij een stoffenwinkel aan de Nieuwendijk begint.

Aan dezelfde Nieuwendijk opent Anton Sinkel -die in 1820 naar Amsterdam was gekomen- op 22 april 1822 aan de Nieuwendijk een winkel in wol en katoenen- en zijden manufacturen. Bahlmann entte zijn winkel onder andere op dat van de Winkel van Sinkel, vooral bekend geworden van haar pand in Utrecht. Beide winkels worden gezien als welke het warenhuis naar Nederland hebben gebracht.

Winkel van Sinkel, het eerste warenhuis van Nederland

De winkel van Sinkel had voor Nederland een totaal nieuwe winkelformule. Hij stalde zijn koopwaar achter grote ramen – de eerste moderne etalages. Daarbij hadden artikelen een vaste prijs, waardoor het niet meer mogelijk was af te dingen. Er waren verschillende afdelingen voor verschillende producten. De zaak breidde daarbij steeds meer uit, ook op andere locaties in Amsterdam: kleermakerij, uitzetten, reisartikelen, confectie en manufacturen, meubels, snoepgoed en zalfjes. Hierdoor ontwikkelde zijn aanvankelijke manufacturenzaak tot het eerste warenhuis van Nederland.

Duitse marskramers

Zowel Bahlmann als Sinkel waren begonnen als marskramers, net als veel andere (rooms-katholieke) Duitse migranten die belangrijke winkelketens in Nederland zouden vormen: Dreesmann (Vroom was afkomstig uit Veendam), Voss, Lampe, Kreymborg, Brenninkmeijer). Velen waren ze afkomstig uit de aan Nederland grenzende deelstaten van Noordwest-Duitsland. Met de mand – de kiep- op hun rug trokken ze door Noord-Nederland, vooral door Groningen. Vanwege deze mand werden ze ook wel kiepkerels genoemd. Een aantal marskramers gingen zich in Noord-Nederland te vestigen.

Amsterdam was als hoofdstad voor velen echter het lichtend einddoel.

Het warenhuis

Sinkel en Bahlmann worden gezien als de voorlopers in de ontwikkeling van het Nederlandse warenhuis. Deze warenhuizen waren begonnen in Frankrijk (en de Verenigde Staten). Ook in België en Duitsland kwamen vervolgens warenhuizen op. Met vaste prijzen, afdingen en op de pof kopen was niet meer mogelijk. In grote etalages konden bezoekers de waren bekijken. Door groot in te kopen was het mogelijk meer luxe artikelen te verkopen tegen lagere prijzen.

Sinkel en Bahlmann lijken zich vooral gericht te hebben op het Kaufhaus (het feitelijke verschil met een Warenhaus is dat een Warenhaus ook etenswaren verkoopt; deze begrippen worden vaak door elkaar gebruikt). Een van de typische kenmerken van een Kaufhaus is een galerij met etalages voor een winkel, waar bezoekers precies kunnen zien wat er in de winkel te koop is.

Winkel Bahlmann in Amsterdam

Op 14 mei 1821 opent Bahlmann een winkel met ‘alle soorten van katoenen, wollen en zijde-manufacturen tot vaste prijzen’. Voor de opening heeft hij  in meerdere dagbladen geadverteerd met ‘civiele prijzen’, ‘exelleerende goederen’ en ‘bijzonder goede en prompte bediening’. In 1826 koopt 2 panden aan het Rokin. Samen met zijn zwager Ignaz Brückner opent hij in Nijmegen, Groningen en Dordrecht nieuwe winkels.

In maart 1851 werd B.J.J.F. Bahlmann te Amsterdam tot Nederlander genaturaliseerd (PGNC 19/3/1851).

Op de foto, gedatateerd 1910, is rechts nog een deel van de winkel van Bahlmann te zien: Magazijn de Zon van Vroom & Dreesmann (Grote Markt 12) ; links Drukkerij C.A. Vieweg & Zn. (Grote Markt 11) en rechts de winkel van Bahlmann (Grote Markt 13), 1910 (F14224 RAN)
Op de foto, gedatateerd 1910, is rechts nog een deel van de winkel van Bahlmann te zien: Magazijn de Zon van Vroom & Dreesmann (Grote Markt 12) ; links Drukkerij C.A. Vieweg & Zn. (Grote Markt 11) en rechts de winkel van Bahlmann (Grote Markt 13), 1910 (F14224 RAN)

1891 Hoek Broerstraat Burchtstraat

Naast het pand op de Grote Markt had Bahlmann ook een pand op de hoek Burchtstraat/Broerstraat. Wanneer deze geopend is, is mij nog niet geheel duidelijk. De gevonden adressen van beide panden zijn:

Bahlmann en Co.Heerenkleederen-MagazijnBurgstr. A 11868, 1878
Bahlmann en Co.in Manufacturen, Modes en TapijtenMarkt, B 141868
Bahlmann en Co.in Manufacturen, Modes en TapijtenMarkt, B 14, 15 en 161878
J. WostmannChef in den winkel van Bahlmann & Co.Broerstraat, B 11878
Bahlmann en Co.HeerenmagazijnKorte Burchtstraat 101887
Bahlmann en Co.Firma in ManufacturenGroote Markt 26 en 26a1887
I.F.G. HolthausChef der firma Bahlmann & CoGroote Markt 261887

In augustus 1891 opent het Herenmagazijn na een verbouwing op de hoek van de Broerstraat en Burchtstraat. Zie hiervoor het artikel bij architect Semmelink:

1892 Grote Markt 15 Tapijtmagazijn

In 1891 werd de firma eigenares van het pand van mevrouw de wed. Scheers, Groote Markt nummer 15. Na een verbouwing brengt Bahlmann hier haar tapijtwinkel onder.

Daarbij is dit adres tevens het woonadres van de “chef” van Bahlmann. In de Adresboeken zijn achtereenvolgens gevonden:  J.J. Wöstman (Adresboeken 1895 t/tm 1902), J.J.A. Entken (1903 t/m 1915; in 1916, 1922: St. Annastraat 63), H.B.A. Athmer (1926, 1928; in 1932 Javastraat 18).

Het PGNC schrijft bij de opening:

“Door de firma Bahlmann & Co., die nog kort geleden haar prachtig Heeren-magazijn in de Burchtstraat, hoek Broerstraat opende, is thans haar magazijn van tapijten overgebracht naar de Markt in het geheel verbouwde huis naast hare groote winkels in manufacturen. Gisterenavond werd die magazijn, dat zeer de aandacht trekt door de kolossale spiegelruiten en groote ruimte, geopend. Het mag terecht een nieuw sieraad voor de Markt genoemd worden, die vooral ’s avonds bij het gaslicht der vele winkels hoe langer hoe meer, in verbinding met de Burchtstraat en Broerstraat, de gelegenheid tot eene aangename wandeling aanbiedt.

Den bouwmeester J.F. Lijn komt een woord van lof toe voor de flinke wijze, waarop hij deze verbouwing heeft uitgevoerd.” (PGNC 7/4/1892)

Woning van de “chef”

Daarbij lijkt dit adres tevens het woonadres te zijn van de “chef” van Bahlmann. In de Adresboeken zijn achtereenvolgens gevonden:  J.J. Wöstman (Adresboeken 1895 t/tm 1902), J.J.A. Entken (1903 t/m 1915; in 1916, 1922: St. Annastraat 63), H.B.A. Athmer (1926, 1928; in 1932 Javastraat 18).

Verbouwing Bahlmann 1907/1908 architect Oscar Leeuw

In 1908 verkrijgt de winkel een groot deel van haar uiterlijk, naar ontwerp van Oscar Leeuw. Vooral de behoefte om haar beddenafdeling te vergroten was aanleiding voor “de magazijnen maar weer te vergrooten” door de achtergelegen tuin te bebouwen. Om eenheid te behouden, voelde Bahlmann de behoefte om 1 grote voorgevel aan te brengen “die, volkomen in overeenstemming met den modernen smaak, naar buiten een waardigen indruk zou geven van de waarlijk grootsteedsche inrichting, die zich daarachter in machtigen omvang ontplooit.”

Op 1 juni 1907 vindt de aanbesteding plaats “voor het afbreken van den bestaanden, het weder opbouwen van een nieuwen voorgevel en eenige bijkomende werkzaamheden aan de perceelen der firma Bahlmann en Co., Groote Markt alhier” door architect Oscar Geerts. W. van der Waght verkrijgt de aanbesteding, aangezien hij met f27.372 de laagste inschrijving heeft.  (PGNC 2/6/1907)

“De nieuwe magazijnen van Bahlmann & Co.

Als iets in staat is ons een denkbeeld te geven van den vooruitgang onzer stad sinds een menschenleeftijd, dan is het wel de kolossale uitbreiding van het magazijn der firma Bahlmann & Co. aan de Groote Markt, dat in zijn tegenwoordigen omvang met de belangrijkste inrichtingen van dien aard in binnen- en buitenland kan wedijveren.

Oude Nijmegenaars, die zich de achtereenvolgende vergrootingen van dit sinds mensenheugenis bij groot en klein, bij burger en boer bekende magazijn herinneren, weten dat het in zijn gestadige ontwikkeling gelijken tred heeft gehouden met den aanwas van Nijmegen.

Opgericht in 1839 door wijlen den heer B. Bahlmann, besloeg het toenmaals maar de ruimte van een gewoon winkelhuis en onderging een eerste uitbreiding in 1860 door aantrekking van aangrenzend perceel van den heer Amweg, vier jaar later gevolgd door een tweede uitbreiding, waartoe de boekdrukkerswinkel van den heer Haspels werd aangekocht. In 1891 werd de firma eigenares van het pand van mevrouw de wed. Scheers, waarin sedert het volgende jaar de tapijtwinkel is gevestigd. Van het jaar 1891 ook dagteekent de heerenwinkel, waartoe een kolossaal perceel op den hoek der Broerstraat werd aangekocht en prachtig verbouwd.

De verbeteringen en vernieuwingen der laatste jaren kwamen tot stand onder de leiding van den heer J.W. Bahlmann, die na het overlijden van zijn vader den heer B. Bahlmann, dezen als bestuurder der firma hier te lande was gevolgd.

Maar moet aan de energie en den ondernemingsgeest van dezen bekwamen handelsman rechtmatige hulde gebracht, niet minder verdienen hier ook gemeld de wakkere chefs, die achtereenvolgens aan het hoofd der Nijmeegsche zaak stonden en onder wier zaakkundige leiding zij gestadig een hooger vlucht nam.

Het zijn vooreerst de heer Ign. Holthaus, wiens nagedachtenis niet alleen bij de firma nog steeds in dankbare herinnering voortleeft, maar ook bij de oude Nijmegenaar nog niet vergeten is, en die in Februari 1894 stierf. Dan zijn sympathieke opvolger, de heer Wöstmann, die reeds in Januari 1908 aan de firma ontviel; en sedert dat jaar de heer J.J.A. Entken, bij heel Nijmegen bekend als de ziel van de tegenwoordige zaak, die onder zijn beheer een uitbreiding ontving, waardoor de kroon werd gezet op jarenlangen, voortvarenden arbeid.

Sinds lang waren de toch al zoo uitgestrekte winkelruimten en voorraadmagazijnen te klein geworden voor de steeds groeiende cliëntèle, gewoon hier steeds in de rijkste verscheidenheid alles te vinden wat tot het uitgebreide gebied van manufacturen, modes, tapijten, gordijnen en aanverwante artikelen behoort. Vooral de beddenzaak met haar veel ruimte vereischende ledekanten en slaapkamermeubelen kwam ruimte te kort. Er dus niets anders op, dan de magazijnen maar weer te vergrooten en hiertoe bood de achtergelegen tuin een geschikt terrein. En nu toch de gezamenlijke gebouwen, wilde men niet dat het nieuwe te veel zou afsteken bij het bestaande, een geheele vernieuwing moesten ondergaan, werd besloten den bouw van één doorloopenden monumentalen gevel, die, volkomen in overeenstemming met den modernen smaak, naar buiten een waardigen indruk zou geven van de waarlijk grootsteedsche inrichting, die zich daarachter in machtigen omvang ontplooit.

Maar onder die reusachtige verbouwing mocht de zaak- en welk een zaak- natuurlijk niet stil staan. Hier stond men dus voor een ingewikkeld probleem. Maar in onzen begaafden stadgenoot, den bekwamen bouwmeester Oscar Leeuw vond en den man, om dit vraagstuk op de doelmatigste en gelukkigste wijze op te lossen.

Wat hij van den 27 meter breeden gevel gemaakt heeft, daarover kan al sinds weken heel Nijmegen oordeelen. Inderdaad stond hij voor geen gemakkelijke taak. Hij had een gebouw te ontwerpen van grootsch monumentaal karakter, dat zich waardig zou aansluiten bij de historische bouwwerken van ons schilderachtig Marktplein, maar dat toch tevens beantwoorden moest aan de eischen van een modern modepaleis. Beneden moest het een aaneenschakeling zijn van breede vitrines, waar de wisselende nieuwigheden van het seizoen zich op het voordeeligst moeten voordoen, en boven die glazen onderpui moest trotsch de hardsteenen gevel omhoogrijsen.

Een tegenstrijdigheid om een architect wanhopig te maken. Maar onze bouwmeester wist door de gelukkige toepassing van een soliede en toch sierlijke ijzerconstructie zijn glazen onderpui zoodanig te versterken en den zwaren hardsteenen bovenbouw door geestige aanwending van rococo-motieven, door sober maar juist aangebracht beeldwerk en door rijke versiering met verguldsel zoodanig te verlichten, dat tusschen onder- en bovenbouw de aangenaamste harmonie werd verkregen.

Daarbij wist hij nog een andere klip te vermijden, namelijk de eentonigheid, welke bij een lange rij eenvormige vitrines en dienovereenkomstigen bovenbouw allicht kon ontstaan. Hierbij trok hij partij van het hellend terrein en de daaruit volgende ongelijke hoogte van den gevel, en wist zoodoende een afwisseling te verkrijgen, die te behaaglijker aandoet, naarmate ze meer ongezocht is.

Maar heeft de bouwkunstenaar aldus eer ingelegd met den voor elken voorbijganger zichtbaren gevel, als technicus toonde hij zijn groote practische bekwaamheden bij de inwendige inrichting, waar niet alleen voor groote, ineenloopende, liefst niet door kolommen onderbroken ruimten moest gezorgd worden, maar ook overal voldoende licht moest toestroomen. Gaat men na dat de winkels alleen 44 meter diep zijn en de heele diepte der perceelen 77 meter bedraagt; dat daarbij boven die open winkelruimten nog twee verdiepingen moesten verrijzen, dan is het duidelijk, dat het vraagstuk van voldoende belichting hier, heel moeilijk op te lossen was.

Welnu, wanneer men de vijf uitgestrekte winkellokalen doorwandelt, dan is het een lust om te zien hoe frisch en kleurig overal de duizenden artikelen van het modieuze damestoilet zich voordoen onder het heldere, van boven door breede lantarens invallende licht, evenals in den tapijtwinkel de rijksgetinte stoffen van tapijten, gordijnen, draperieën, tafelkleeden enz.

Men kan zich haast niet voorstellen, dat op dezen schijnbaar zoo lichten onderbouw nog twee zware verdiepingen rusten. Door de toepassing van gewapend beton is deze gelukkige constructie mogelijk geworden.

Een bijzonder sierlijk effect maakt op den achtergrond van den tapijtwinkel een ranke galerij, over welker balustrade antieke Perzische tapijten afhangen, wier kleurenrijkdom in het heldere licht tot zijn volle recht komt. Tot zelfs in een uitgestrekt, met terrazzo bevloerd kelderlokaal, waar ontzaglijke voorraden tapijten, linoleums enz. voorhanden zijn, heerscht nog voldoende licht.

Als a.s Maandag de nieuwe magazijnen voor het publiek zijn opengesteld, neme men maar eens een kijkje en men zal, evenals wij, in bewondering staan niet alleen over de doelmatige en fraaie inrichting, maar ook over de rijke keuze der nieuwste nieuwigheden van het seizoen, om maar iets te noemen, niet minder dan 2500 stuks voorjaarsmantels! Waarlijk een paradis des dames, die zich hier op haar gemak iets naar haar smaak kunnen uitzoeken en in drie paskamers, met wanden van spiegelglas, dadelijk gelegenheid vinden om te zien hoe het haar staat.

De schitterende uitstallingen in de vitrines, die van avond in den gloed der prachtige koperen gaskronen zullen baden en daarbij door de zorgen van de heeren Gerretsen-Valeton en G. Jansen-Miggels in fleurigen feesttooi van groen en bloemen prijken, geven maar een klein proefje van het onnoemelijk vele, wat de eindelooze kasten daarbinnen bergen.

De bovenlokalen zijn geheel ingenomen door de uitgebreide sorteering van bedden, dekens, ledekanten en verdere slaapkamermeubelen, waarvan de bovenvitrines de mooiste specimens voor de voorbijgangers uitstallen.

Ons was ook vergund een kijkje te nemen in de uitgestrekte kelderruimten, onder de gebouwen, waar ontzaglijke voorraden liggen opgepakt, en het reusachtige en-gros magazijn te doorwandelen, dat zich, vijf verdiepingen hoog, tot de Rozenkransgas en de Scheidemakersgas uitstrekt; verder de werkplaatsen te bezichtigen voor de behangerij, de gordijnmakerij en de beddenmakerij; eindelijk, wat niet het minst interessant is, ook het woonhuis te doorloopen waar 48 interne, zoo mannelijke als vrouwelijke bedienden zij gehuisvest, (terwijl er nog 22 externen in de magazijnen en werkplaatsen werkzaam zijn), die daar hun eet- en recreatiezalen hebben, hun afzonderlijke slaapkamers als in een groot hotel, waartoe natuurlijk ook een keuken behoort, waar dagelijks voor een vijftig man wordt gekookt!

Toen wij heel dit labyrinth van lokalen en kamers en gangen en trappen doorlopen hadden, dat niet minder dan 1800 vierkante meter bebouwden grond beslaat, hadden wij zoowat anderhalf uur wegs afgelegd!

Geen wonder dat we eens in het gezellig kantoor van den heer Entken moesten uitblazen. Maar de moeite beklaagden we ons niet: we hadden kennis gemaakt met een inrichting, waarvan men zoo in het buiten- als het binnenland niet licht de wedergade aantreft, een magazijn zooals menige grootere stad Nijmegen kan benijden.

Stippen wij ten slotte aan de namen der verschillende leveranciers, die tot dezen kolossalen bouw hebben meegewerkt:

Aannemer achterbouw: H. Seegers.

Aannemer voorbouw: W. v.d. Wagt, uitvoering geheel in handen van v.d. Wagt jr.

Hardsteen geleverd door H.P. Euwens van de Carrieère Math. Van Roggen Sprimont.

St.-Joiresteen: Tourney & Co.

Beeldhouwwerk in St. Joiresteen: v.d. Bossche en Crevels, Amsterdam.

Gewapend beton: Kon. Rotterdamsche Cementsteenfabriek.

Ijzeren kapconstructie: M.B. Wolff.

Kunstsmeedwerk: L. Ringlever, Rotterdam.

Terrazzo-afdekking en vloeren: Joh.Th. van der Waarden.

Winkelbetimmering (achter): Gebrs. van Houtum, Hilversum.

Etalage-betimmering: L.H. van Benthem.

Schilderwerk (achter): B. Westenberg.

Schilderwerk (voor): W.A. v.d. Wagt jr. & J.W. Korbeek.

Stukadoorwerk (achter): J.M.H. Rief.

Stukadoorwerk (voor): Is. van Haaren.

Centrale Verwarming: W.J. Stokvis, Arnhem.

Gasleiding en ornamenten: J.A. Payens.

Spiegelruiten en geëtst glas: J.J.B.J. Bouvy, Dordrecht.

Schelleidingen: L.A. Moll.

Cementmastiek-bedekking: Wed. W.H. Smits.” (De Gelderlander 5/4/1908)

Advertentie Bahlmann & Co: heropening onzer nieuw ingericht magzijnen (De Gelderlander 10/10/1922)
Advertentie Bahlmann & Co: heropening onzer nieuw ingericht magzijnen (De Gelderlander 10/10/1922)

Verbouwing Heerenmagazijn Bahlmann en Co. architect Zinsmeister

1925/1926 Hoek Korte Burchtstraat en Broerstraat

J.l. Woensdag werd het nieuwe herenmagazijn van de firma Bahlmann en Co. op den hoek van de Korte Burchtstraat en Broerstraat geopend. De opening geschiedde op feestelijke wijze. De nieuwe winkel zag er met de vele bloemstukken recht vroolijk uit. De directeur der firma uit Amsterdam was overgekomen om de opening te verrichten. Hij wees op het feit, dat in het leven der zaak een nieuw stadium ingetreden was, nu een algemeene reorganisatie en vernieuwing, geboden door den modernen tijd, tot stand gekomen was. Wij hebben heden het nieuwe pand bezichtigd en werden op vriendelijke wijze door den directeur dezer afdeeling over een en ander ingelicht. Aanstonds treft het vroolijk, prettig lichte karakter van den gerestaureerden winkel, waarin men komt door een portiek aan weerszijden, waarvan glazen etalagekasten zijn aangebracht. De winkel zelf is ruim en biedt aan vele koopers ruim gelegenheid het hun aangebodene onder het goed licht te bezien. Wij achten het een afdoende verbetering, dat de hoogte door den balustrade (evenals de betimmering van den winkel licht-bruine tint), achter welke balustrade men de kantoren enz. vindt. Op de eerste verdieping, waarheen men niet alleen langs een breede trap, maar ook met een lift komen kan, is de maat- en confectie-afdeeling met een drietal flinke paskamers. Ook hier is door het lichte hout alles vroolijk geworden. Op de tweede verdieping vindt men de ateliers en de voorraadkamers. Men zegt wel eens, dat alle verandering geen verbetering is; maar deze verandering is besliste een verbetering.

De firma Bahlmann heeft ook op dit gebied een reputatie van de beste soort. Zij zal die, evenals tot dusverre, door ruime keuze uit voortreffelijke kwaliteiten weten te handhaven.

Vermelden we nog, dat de architect de heer Zizmeister uit Amsterdam, de heeren van der Wagt, die de verbouwing en het schilderwerk verrichtten; de heer Jos. Kwakkernaat die voor de verlichting zorgde evenals de firma Huygen en Wessels, die de lift maakte en de firma Merx en Boerboom, die voor de centrale verwarming zorgde, alle eer van hun werk hebben.

Doordat j.l Donderdag al onze kracht vereischt werd om den lezers omtrent den watersnood in te lichten, waren wij zeer tot onzen spijt verhinder in ons nummer van j.l. Donderdag van deze opening verslag te geven.” (PGNC 2/1/1926)

Verbouwing Bahlmann Grote Markt architect Zinsmeister

1931 Grote Markt

In 1931 vindt een grote modernisering plaats, vooral inwendig. De architect daarvan is Zinsmeister, die dan al winkels voor Bahlmann in Den Haag, Rotterdam, Gouda, Gorinchem, Tilburg en Nijmegen zelf heeft (ver)bouwd.

De verbouwing heeft vooral de vergroting van de etalage- en winkelruimte tot doel: na de uitvoering zal er 8 keer zoveel etalage ruimte zijn en 3 maal zoveel verkoopruimte. Voor de etalageruimte worden de etalagekasten vervangen door moderne vitrines, met 1 hoofdingang in het midden van de 26,5 meter brede gevel.

Behalve de begane grond is de gevel niet aangepast: “Bahlmann heeft de hoofdschen, arduinen geveltooi van waardig grauwblauwen hardsteen in ere gehouden -deze geeft aan deze flink gemoderniseerde magazijnen iets voornaams. Boven de begane grond loopt een band van glas.

Wel is de voormalige tapijtwinkel binnen en buiten op dezelfde hoogte gebracht als de hoofdgevel. Daarbij wordt de feitelijke tapijtwinkel (op het “oude” nummer 15) naar achteren verplaatst. Zo ontstaat een meterslange galerij aan etalages.

Tot dan toe heeft de winkel uit veel vertrekken bestaan. Dit komt waarschijnlijk door de manier waarop Bahlmann heeft uitgebreid door een aanpalend pand te kopen. En daarbij heeft zij waarschijnlijk de inrichting niet al te veel veranderd. Op dat moment wordt alleen de begane grond en een kwart van de eerste etage als winkel gebruikt.

Na de verbouwing zullen de begane grond en 2 verdiepingen geheel als winkelruimte dienen. De binnenruimtes zijn nu grote ruimtes geworden, ondersteund door enkele pilaren. “Binnen verliest men zich op ‘t eerste oogenblik in de ruimte.

Het went gauw – aldra ontdekt men systeem- alle afdeelingen zijn logisch ingericht. Ieder ook heeft zijn eigen verkoopster, die de modieuze artikelen, de huishoudelijke goederen en fijnere stoffen in practische vakafdeelingen vlak in haar bereik heeft. Ieder vak is een volledig winkeltje op zich zelf en geeft door den toch soberen opzet een gezelligen toon, welke de donkere tinten er op legden, iets gezelligs.”

Het trappenhuis bleef in stijl van de winkel.

De eerste verdieping is ingedeeld voor dameskleding en confectie. De tweede verdieping is de meubelafdeling, waarbij vooral de modelkamers opvallen.

“Niet alleen dus dat zij de firma Bahmann in staat zal stellen haar winkel geheel en al te moderniseeren, zij zal ook, in dezertijd van malaise en werkloosheid, ten zeerste bijdragen aan verruiming van werkgelegenheid.” (PGNC 17/4/1931 en De Gelderlander 10/10/1931)

Overige bronnen: PGNC 10/10/1931, De Gelderlander 9/10/1931, De Gelderlander 10/10/1931

De Gelderlander schrijft bij de officiële opening in november 1931:

Nieuwe Magazijnen N.V. Manufacturenhandel van Bahlmann en Co.

De officieele opening

Bahlmann en nijver-Nijmegen der laatste eeuw bleven onafscheidelijk verbonden.

Wie Markt noemt denkt aan Bahlmann en wie naar het hartje van de city gaat, komt minstens langs Bahlmann’s magazijnen.

Vooral nu.

De magazijnen van Bahlmann staan in een modern kleed en lokken door de lichten en tinten, welke gebracht zijn in de tientallen etalage-afdeelingen, zeer fraai gelegen aan de overdekte passage’s, welke direct leidt tot den modernen winkel, waarover wij reeds de vorige maal een uitvoerige beschrijving gaven.

Thans vraagt nog onze bijzondere aandacht de officieele heropening van het geheel der verbouwing, nu de Bahlmann magazijnen klaar zijn gekomen in nog geen volle vier maanden bouwtijd, naar ontwerp van den kloeken en practischen bouwmeester, den heer H.A.C. Zinsmeister, den algemeenen architect der firma Bahlmann.

De officieele opening had Zaterdag plaats in tegenwoordigheid van de parochieele geestelijkheid der St. Franciscuskerk, van den Burgemeester, den heer Jos. Steinweg en de wethouders, de heeren G.A. Corduwener en Mr. A. Krootjes, terwijl de twee andere wethouders zich hadden laten verontschuldigen wegens drukke werkzaamheden.

Dan waren daar de directeuren der N.V. Manufacturenwinkel Bahlmann & Co., de chefs, de vertegenwoordigers van Industrie en handel en vele genoodigden.

Er lag iets feestelijks over de magazijnen met hun strakke witte plafonds en bruinrood bloeiende lambrizeeringen.

Men overzag vanaf de balcons, welke het midden-trappenhuis omgeven, als in één blik, het geheel, dat een grootschen indruk gaf van dit moderne manufacturen-kleeding-magazijn, dat in al zijn verscheidenheid van artikelen, toch harmonie en eenheid hield in een modern gebouw, dat dienst doet als verkoophuis voor manufacturen, kleeding en meubileering- het geheel kreeg geen bazar-karakter. Alles bleef karakteristiek in den toon van een verkoophuis van standing, waar nochtans een ieder iets van zijn gading en voor zijn beurs kan vinden.

Als de gasten in een smaakvol gemeubileerd hoekje van de uitgestrekte magazijnen bijeen waren, nam een der directeuren, de heer B.C.J.M. Straeter, het woord. In een opgewekte toespraak herinnerde hij opgetogen aan den groei van de magazijnen der firma Bahlmann, welke als gelijken tred gehouden hadden met de uitbreiding van Nijmegen.

De firma Bahlmann, welke met zijn tijd medegaat, had steeds het vertrouwen van heel Nijmegen en zijn wijde omgeving genoten van zijn prilste jaren af tot nut toe. En thans gaat de firma in het belangrijk moment van geheele moderniseering harer magazijnen.

Met trots kon spr. wijzen op wat hier tot stand gekomen was.

Met vreugde constateerde hij de belangstelling van zoovele autoriteiten bij deze heropening der magazijnen en dankbaar was spr. gestemd tegenover het gemeentebestuur en tegenover alle autoriteiten, die de firma Bahlmann ter wille waren geweest bij de volvoering van haar verbouwingsplannen.

In het bijzonder huldigde spr. naast den architect, de firma Berntsen en Braam, welke in zoo’n korte spanne tijds van goed drie en een halve maand deze doelmatige verbouwing had tot stand gebracht.

Nijmegen mag trotsch gaan op zoo’n aannemersfirma.

Gaarne had de firma ook gevolg gegeven aan het verzoek van het gemeentebestuur, om bij de verbouwing van het pand rekening te houden met het schoonheids-aspect der Groote Markt.

Spr. Dankte allen die de firma steeds trouw gebleven waren en hoopte, dat hun vertrouwen te mogen blijven behouden.

De heer Jos. Steinweg, burgemeester, dankte mede namens de wethouders, voor de hartelijke uitnoodiging, deze opening bij te wonen.

Een gemeentebestuur dient belangstelling te toonen van handel en nijverheid en winkelbedrijf in zijn gebied. Spr. waardeerde het zeer, dat de firma ook gevolg gegeven had aan het verzoek der gemeente, om het stads-aanzien te verfraaien met deze nieuwbouw.

Spr. hoopte, dat de firma Bahlmann nog grooter voorspoed zou mogen beleven in haar hernieuwde magazijnen.

Vervolgens werd een rondgang gemaakt door de vernieuwde magazijnen, welke een gedistingeerden indruk maakten. Alles getuigde van smaak, kijk op zaken en practischen zin.

Naast de nieuw ingerichte winkel zijn eigenlijk nieuwe afdeelingen, gemaakt voor de tapijten en kinderkleeding, welke afdeelingen zijn gekomen in de plaats van de vroegere woonverblijven van den chef, den heer H.B.A. Athmer.

Vooral de tapijt-afdeeling, naar moderne eischen ingedeeld, beantwoordt nu veel meer dan ooit aan de verlangen der koopenden, die gaarne willen zien, hoe een of ander tapijt harmonieert met de omgeving.

De kinderafdeeling is prettig en practisch van uitvoering.

De clou der verbouwing ligt evenwel in de verdekte passage van Markt naar winkel.

Dat werd een aaneengeschakelde expositie van bijkans alle artikelen, welke de firma op het gebied der mode en van de aankleeding van interieurs in verkoop heeft. De etaleurs verrichtten hier wonderen van kleuren- en vormenharmonie- zoo trekt deze passage, welke men bereikt langs een reeks van etalage’s langs de straat en een etalage-eiland, vóór den ingang der overdekte winkelgalerij.

Het geheel een weelde voor het oog, een voortdurende verleiding tot koopen.

Overdag valt er ruim licht in, ’s avonds staat alles in den glans van duizenden lampkaarsen. De vakken achter de etalage’s zijn uitneembaar en kunnen in kleur en toon ingevoegd worden, welke overeenkomt met de te etaaleren artikelen.

Den eersten dag verdrongen zich reeds duizenden in de nieuwe passages.

Verschillende Nijmeegsche firma’s besteedden onder goede leiding van architect A. Zinsmeister hun kunde en zorgen aan de voltooiing der nieuwe magazijnen.

Algemeene aannemer was de firma Bernsten en Braam, die 10 Juli het groote werk begon en het Zaterdag kon afleveren.

De heer W.A. v.d. Wagt zette het magazijn in de juiste kleuren, de firma Reuser van Alphen zorgde voor een overvloed van licht, het stucadoorswerk is van de firma Derks en Lebens, de centrale verwarming van de firma Merx en Boerboom.

De lift is een Starlift uit Voorburg, de rolluiken zijn uit de fabrieken van den heer Antoon Tesser, het glas in lood van de firma Bilderbeek en het spiegelglas van de firma Engels.

Nijmegen werd een modern magazijn rijker en gaat als winkelstad steeds grooter beteekenis krijgen.”

(De Gelderlander 23/11/1931)

August Zinsmeister

Architect Zinsmeister bouwde in ieder geval aan de panden van Bahlmann in Rotterdam, Dordrecht en Nijmegen. Zie verder:

https://nl.wikipedia.org/wiki/August_Zinsmeister

https://www.bonas.nl/archiwijzer/gegevens.php?inr=0406.01002

1932 Verkoop

Kort na de verbouwing verkoopt Bahlmann in 1932 haar pand echter aan Vroom en Dreesmann:

De N.V. Bahlmann & Co. Te Nijmegen.

De magazijnen verkocht

Vroom & Dreesmann kocht de panden op de Markt

De Verbouwingsplannen

Naar wij van officiële zijde vernemen, zijn gisteren de groote magazijnen der N.V. Bahlmann & Co., voor zoover die gelegen zijn op de Groote Markt, aangekocht door Vroom en Dreesmann, Manufacturen, dames-confectie, bedden, tapijten- en meubelmagazijnen op de Groote Markt.

De magazijnen zullen volgens koopcontract met ingang van éen April a.s. overgenomen worden door de firma Vroom en Dreesmann.

Aan het personeel van de N.V. Bahlmaan & Co. is tegen een April a.s. ontslag aangezegd.

Het bekende heerenmagazijn der firma Bahlmann op den hoek van de Korte Burchtstraat-Broerstraat is door een particulier aangekocht.

Wij mochten van de directie van Vroom en Dreesmann nog vernemen, dat de aankoop der Bahlmann magazijnen, welke eerst gisterenmiddag definitief werd, een wijziging kan brengen in de bouwplannen der firma Vroom en Dreesmann aan de Scheidemakersgas.

De plannen voor verbouwing der V. en D.- magazijnen aan de Scheidemakersgas lagen kant en klaar- maar nu de nieuwe aankoop aan de Markt er plotseling in kwam vallen, staat de directie voor een moeilijk geval. Heden was daarom nog geen beslissing genomen, en het zal nog wel eenigen tijd aanloopen, voor een vast besluit er is: hoe het nu verder met de groots opgezette verbouwing zal gaan.

De magazijnen op de Markt zullen wel met elkander verbonden worden.” (De Gelderlander 17/12/1932)

Lees verder over de Vroom en Dreesmann:

De Vooroorloge Vroom en Dreesmann III

“Een halve eeuw Vroom & Dreesmann Vele stadgenooten zullen het zich nog goed kunnen herinneren, hoe “de Zon” met twee étalages en in het midden een deur, op 6 April 1895 op de Groote Markt opende. Een zaak als iedere andere, maar waar door goed koopmanschap vaart in zat. Na vijf jaar reeds, in 1900,…

Gebruikte bronnen voor het stuk over Bahlmann in Amsterdam:

https://www.amsterdam.nl/stadsarchief/stukken/immigranten/winkel-sinkel

https://www.amsterdam.nl/stadsarchief/themasites/amsterdam-migratiestad/1821-textielmagnaat-bahlmann

https://www.amsterdam.nl/stadsarchief/themasites/amsterdam-migratiestad/1821-textielmagnaat-bahlmann

https://nl.wikipedia.org/wiki/Kiepkerel

https://www.nazatendevries.nl/Artikelen%20en%20Colums/Oude%20Beroepen/Kiepkerel.html

https://archief.ntr.nl/verreverwanten/themas/vreemdelingen/immigreren_naar_de_natie/806.html

https://de.wikipedia.org/wiki/Kaufhaus

https://de.wikipedia.org/wiki/Textilhandel

https://de.wikipedia.org/wiki/Ladenpassage

https://de.wikipedia.org/wiki/Warenhaus

De winkel van Neoform/M. vd Ven: Panden aan de noordzijde: v.l.n.r. Schoenenzaak Neoform (Plein 1944 nr. 119), Cafe Restaurant Royal (Plein 1944 nr. 128) , Hotel Cafe Lunchroom American (Plein 1944 nr. 129-131) en Lunchroom Pleinzicht (Plein 1944 nr. 135), 1958 (Foto Grijpink via F32460 RAN CCBYSA) Architect Rodenburg
#Nijmegen, Augustijnenstraat, Centrum, Gebouw van de dag, Plein 1944

Ontwerp van woningen en winkels hoek Augustijnenstraat Plein 1944 architect Rodenburg

De winkel van Neoform/M. vd Ven: Panden aan de noordzijde: v.l.n.r. Schoenenzaak Neoform (Plein 1944 nr. 119), Cafe Restaurant Royal (Plein 1944 nr. 128) , Hotel Cafe Lunchroom American (Plein 1944 nr. 129-131) en Lunchroom Pleinzicht (Plein 1944 nr. 135), 1958 (Foto Grijpink via F32460 RAN CCBYSA) Architect Rodenburg
De winkel van Neoform/M. vd Ven: Panden aan de noordzijde: v.l.n.r. Schoenenzaak Neoform (Plein 1944 nr. 119), Cafe Restaurant Royal (Plein 1944 nr. 128) , Hotel Cafe Lunchroom American (Plein 1944 nr. 129-131) en Lunchroom Pleinzicht (Plein 1944 nr. 135), 1958 (Foto Grijpink via F32460 RAN CCBYSA)

Architect Rodenburg ontwerpt het complex woningen en winkels op de hoek van Augustijnenstraat en Plein 1944, welke in 1955 wordt opgeleverd.

De bouwer is N.V. Aannemersbedrijf v.h. G. Tiemstra en Zoon, “in opdracht van zich voor deze bouw geïnteresseerd hebbende beleggers”. Het ontwerp voor dit gebouw sluit aan bij dat van Royal, wat eveneens naar ontwerp van Rodenburg was gebouwd. (De Gelderlander 3/11/1955)

Plan Herbouw van 3 winkels en 6 woningen a/d Augustijnenstraat Hoek Plein ’44 voor Mevr. W.J.M. de Mandt-Wennekes te Nijmegen (als opdrachtgeefster staat mevr P.A. de Mandt-Wennekes; de tekening is ondertekend met W. de Mandt Wennekes, architect Rodenburg, getekend 26-4-1955 (D12.420754)
Plan Herbouw van 3 winkels en 6 woningen a/d Augustijnenstraat Hoek Plein ’44 voor Mevr. W.J.M. de Mandt-Wennekes te Nijmegen (als opdrachtgeefster staat mevr P.A. de Mandt-Wennekes; de tekening is ondertekend met W. de Mandt Wennekes, architect Rodenburg, getekend 26-4-1955 (D12.420754)

Op de bouwtekening (hierboven) blijkt Mevrouw W.J.M de Mandt-Wennekes de opdrachtgeefster te zijn. “Royal” hoort overigens niet bij de bouw van het complex: deze was reeds gebouwd en laat zien hoe het nieuwe gebouw samengaat met het naastgelegen café, welke eveneens ontwerp van Rodenburg was.

In September 1956 is het hoekpand vrijwel gereed. Nijmeegsch Dagblad noemt dat om in totaal om 3 winkels gaat: twee winkels met elk een bovenetage en een “gewone winkel”. Daarboven zijn woningen gebouwd. Een van de 3 winkels is dan in ieder geval al bekend: een speciaalzaak voor de verkoop van damesconfectie en kinderkleding. Waarschijnlijk is de 2e winkel ook bekend, want het artikel meldt dat voor de 3e winkel de bestemming nog niet bekend is. (Nijmeegsch dagblad 14-9-1956)

Hanco

De maand daarop gaat de eerste winkel daadwerkelijk open: de damesconfectiezaak Hanco. ( Nijmeegsch dagblad 11-10-1956). Deze winkel heeft er echt niet lang gezeten: rond 1958 vindt een “Algehele Opheffings uitverkoop” bij Hanco plaats, zie het plakkaat in de etalage op foto GN3186.

Brillencentrale P. Römer

Rond 1959 begint de Brillen Centrale P. Römer op de Augustijnenstraat 2. Een foto uit dat jaar is te vinden op GN3189. De Brillencentrale -tegenwoordig Francissen– bestaat op februari 2024 nog steeds.

Neoform/ M. vd Ven

Advertentie opening Neoform M. vd Ven De Gelderlander 14/11/1956
Advertentie opening Neoform M. vd Ven (De Gelderlander 14/11/1956)

Op 15-11-1956 opent Neoform, Voet- en schoenspecialisten “haar 10e Grootste en Modernste Speciaalzaak in Nederland”. Deze vestiging is van M. v.d. Ven, die op Plein 1944 No. 119 nog steeds (februari 2024) hier haar schoenenzaak heeft. “

De winkel adverteert regelmatig met gratis voetmetingen. Ook de openingsadvertentie noemt “Nu 100% passend schoeisel… maatwerk uit voorraad en toch een vlot sportief of gekleed schoentje”.

Neoform was een schoenenfabriek in Waalkwijk, eigendom van de Firma Aarts & Smits in Waalwijk (Echo van het Zuiden, 15 juli 1960)

Gevonden Adressen

NaamToevoegingAdresAdresboek/bronToelichting
wed. A. Kleingeb. M.Th. v. OoijenPlein 1944 1211959, 1963, 1968
R.K. BegrafenisondernemingKantoor: J. C. KramerPlein 1944 1231959Advertentie (het adres van Kantoor H.N. Klopper is Reestraat 8)
J.C. KramerbegrafenisondernemerPlein 1944 1231959
J.M.J. KramerverpleegsterPlein 1944 1231959
F.A. Pullesbedrijfsl schoenwPlein 1944 1231968
M.F. v.d. Venin 1966: schoenenwinkelierPlein 1944 1241959, 1966, 1971
M.W.P.H.chef verkoopstPlein 1944 1241966
H.J.M.M.Plein 1944 1241971
G.L. Geeraedtskoopman lederwarenPlein 1944 1251959
J.H. van Berendonkkapitein KLPlein 1944 1251963
H.W.R. BransPlein 1944 126De Gelderlander 18/3/1953mogelijkheid inleveren kleerhangers
P.J.M.G.  CoehorstjuristPlein 1944 1261959
G.N.M. de GrootPlein 1944 1261971