Kerkstraat met op voorgrond Stenen Bank (januari 2021)
Het huidige Kerkstraat 4 is waarschijnlijk vooral bekend als (voormalige) kwekerij. En van het tafeltje waar je zomers courgettes en appels kunt kopen. Het gebouw is rond 1875-1880 echter gebouwd als boerderij.
Boerderij
Waarschijnlijk heeft er een hernummering (in 1921?) voor Kerkstraat 4 (en 2) plaats gevonden en was het oude adres Kerkstraat 236. In de Adresboeken komt Kerkstraat 2 Hees het eerst voor in 1912-1913; Kerkstraat 4 het eerst voor in 1920). Hiervan uitgaande:
De eerstgevonden naam op Kerkstraat 236 is J.A. Otten, landbouwer in Hees in het Adresboek 1899.
In 1901 zijn er 2 meldingen van een Remmers: G en W.A., beiden vermeld als landbouwer; in 1901 eveneens een J en L Peters, landbouwers. Deze J en L Peters, landbouwers, komen eveneens voor in 1902 en 1903, terwijl W.A. Remmers, landbouwer in 1902 ook op dit adres voorkomt.
Koldenhof & Zoon, rozen- en bomenkwekers
Ran vermeldt deze afbeeling als: De woning van de rozenkweker A. Koldenhof, gezien vanuit de Korte Bredestraat , met links de Kerkstraat en rechts naar de Bredestraat, 1890-1900 (F67049)
Op bovenstaande foto staat het pand weergegeven. Het is echter niet geheel duidelijk wanneer deze foto genomen is: als boerderij (in 1890-1900 zat Koldenhof hier nog niet) of al in gebruik van Koldenhof, maar dan nog vóór de verbouwing uit 1918. Leuk detail: op de plek waar nu ongeveer de Stenen Bank staat, was het daarvoor ook goed toeven.
In 1905 woont A. Thijssen er.
In 1907 komt A. Koldenhof, rozenkweker voor.
RAN: De woning van de rozenkweker A. Koldenhof, 1890-1900 (F18926); waarschijnlijk is het wel een kwekerij, maar Koldenhof heeft zich pas vanaf 1905 hier gevestigd.
In het van oorsprong boerendorp vestigden zich steeds meer welgestelden. Vooral na de aansluiting op het spoor (vanaf 1865 met Kleef/Duitsland en vanaf 1879 met Nederland)
Vooral na 1850 kwamen er enkele grote kwekerijen, die aan de behoeften van deze renteniers en bewoners van de stad buiten de inmiddels ontmantelde vesting wilden voldoen. Een van deze was Koldenhof.
Albert Koldenhof is op 12-2-1857 geboren te Apeldoorn. Op 24 november 1905 vestigt hij zich in Kerkstraat 236. Het is onduidelijk of de doorhaling in het Bevolkingsregister een hernummering of een daadwerkelijke verhuizing naar Kerkstraat 2 is. Hij is dan afkomstig van Amerongen. Waarschijnlijk heeft hij vanaf het begin zijn bedrijf samen met zijn zoon Arend Albert. In 1920 staat in het Adresboek “A. Koldenhof en Zoon”. Zie voor een nadere beschrijving hieronder, onder het kopje de Bijlage.
Verbouwing 1908 Detail D12.385475
In 1908 vindt een aanbouw plaats. Daarnaast vindt binnenin een verbouwing plaats. Op de bouwtekening wordt het perceel aangeduid als “Neerbosch Sectie A No. 908”
De kwekerij A. Koldenhof & Zn. Levert vooral rozen en bomen.
Advertentie PGNC 27/3/1931
F.J.G. Ponjé
PGNC 17/3/1934
De Gelderlander 19/3/1934
Het is niet geheel duidelijk wanneer Ponjé de kwekerij overneemt tussen 1934 en 1938 en wanneer hij zelf op Kerkstraat 4 gaat wonen.
In 1934 staan de advertenties dat de kwekerij voor 6 jaar te huur is en dat “wegens opheffing der Kweekerij alle Planten tegen zeer lagen prijs uitverkocht”.
De Gelderlander 30/5/1938
In 1938 blijkt Ponjé de kwekerij te hebben overgenomen: op 30-5-1938 plaatst hij een advertentie in de Gelderlander voor tomatenplanten.
In 1938 staan de beide Koldenhofs nog wel op respectievelijk nummer 2 en 4 in het Adresboek, maar is er geen vermelding meer op nummer 2 van (het bedrijf) A. Koldenhof en Zoon. Op 16-11-1938 is Albert overleden op 81-jarige leeftijd; in het Adresboek 1940 is nummer 4 onbewoond.
F.J.G. Ponjé komt in de Adresboeken 1936, 1938 en 1940 voor als Tuinder op Kerkpad 21. In ieder geval 1941 komt Ponje voor op nummer 4 (advertentie Flinke R.K. Jongen gevraagd, Groentenkwekerij F. Ponjé, Kerkstraat 4 – De Gelderlander 18/10/1941)
In het Adresboek van 1959 komt hij voor als tuinder, Kerkstraat 4. (J.W. Fransen en A. Bakker wonen dan op nummer 2, nummer 6 is nog steeds een schuur)
Courgettes
In Dorpsbelang Hees nr 2 staat een interessant artikel over de huidige bewoners: Peter Keeris en Cinthy Hoenselaars. Toen zij de boerderij rond 1972 (in 2018 “46 jaar geleden”) kochten, was de woning in zeer slechte staat. De verkrotte schuur werd afgebroken. Jarenlang was de akker leeg, “een crossveld.. voor onze jongens”. Een zitkuil werd gegraven “en voor de rest deden we maar wat. Gewoon wat we zelf leuk vonden en dat doen we nog steeds.” In de loop der jaren is het een schitterende tuin geworden, met bloemen, een moestuin, schapen, kippen en fruitbomen.
Het huis is vooral ook bekend vanwege het tafeltje waar in de zomer courgettes en appels kunnen worden gekocht.
Gemeentelijk Monument
Het pand is een gemeentelijk monument (Pdf). Daarbij wordt de waardering als volgt beschreven:
“Zowel in de hoofdvorm als de detaillering bleef dit voormalige boerderijtje opmerkelijk goed intact. Als geheel vormt het gebouw nog een duidelijke verwijzing naar het oorspronkelijke agrarische en dorpse karakter van het gebied, dat behoort tot het vroegere dorp Hees. Door zijn prominente vrijstaande ligging in een bijbehorende tuin in de zichtas van de Korte Bredestraat en bij de aansluiting van deze straat op de Bredestraat en de Kerkstraat, alsmede door de karakteristieke symmetrische gevelindeling met van luiken voorziene vensters en een oculus met sierraampje neemt het pand in zijn omgeving een markante positie in. In combinatie met enkele nabijgelegen historische panden, waaronder de schuin tegenover gelegen vrml. villa Beau Lieu behoort het bouwwerk tot een opvallend ensemble.”
De “nieuwe” Dikke Boom van Hees is op 21 november 2003 geplant. Dat is precies 100 jaar nadat de oude…
Bijlage: Meer over de Koldenhofs
In het Adresboek van 1907, 1908,1909 komt Albert voor als Rozenkweker, Kerkstraat 236.
In het Adresboek 1913 komt A. Koldenhof voor op Kerkstraat 2. Evenals in de boeken 1914-1915, 1915-1916, 1918
In het Adresboek van 1920 staat A. Koldenhof en Zoon, roozenkwekers, Kerkstraat 4
A.A. Koldenhoef staat dan ook vermeld op nummer 4.
In het boek van 1922 A. Koldenhof en Zoon, roozenkwekers, Kerkstraat 4. En daarbij 2 vermeldingen van A.A.: beiden op nummer 4.
In het Adresboek van 1924 eveneens 3 vermeldingen; Arend Albert op nummer 2, Albert op nummer 4. Nummer 6 is het nummer van de schuur. Idem voor 1926, 1928, 1932, 1934, 1936.
In 1938 staan de beide personen nog wel op respectievelijk nummer 2 en vier, maar is er geen vermelding van het bedrijf A. Koldenhof en Zoon.
In Adresboek 1940 is nummer 4 onbewoond. Maria van Meerten (Wed. A. Kolenhof, geb. v. Meerten) is verhuisd naar Nieuwe Markt 4.
In het Adresboek 1948 woont Arend op nummer 2 (evenals Ha. Fa. Ma. Pols). Op nummer 4 woont F.J.G. Ponje.
In het Adresboek 1951 komt wed. A.A. Koldenhof geb. A. v.d. Vliet voor op Kerkstraat 2. Waarschijnlijk is dit dezelfde vrouw als de Van der Vlis en is een van beide namen foutief geschreven. Ook B. Kraima woont op nummer 2. Ponje op nummer 4.
Tussen Oscar Carréstraat/Insulindestraat, Molenweg, Wolfkuilseweg en Schependomlaan
Distelpark juli 2023
Het Distelpark is in de jaren 60 aangelegd. Voor dit gedeelte van de stad lag het openbaar groen zoals het Distelpark vooral langs de randen van de wijk. Als onderdeel van Park West is het park in 2005 in samenspraak met de bewoners opnieuw ingericht. Een belangrijk doel was daarbij om de beperkte groenstructuur te versterken. Het vormt nu een uitloper van het Park West.
Minder steen, meer schaduw en aandacht voor wateropvang
Distelpark, juli 2023
Het Distelpark is naast de Spoorbuurt en Oud West aangewezen als een van de hitteprojecten in Nijmegen. Deze projecten moeten zorgen voor meer groene en koele plekken, welke bijdragen aan het tegengaan van hitteoverlast/droogte voor zowel natuur als mens. Zo wil Nijmegen een koeler en groener Distelpark realiseren:
vergroening bij de ingangen
planten van meer bomen: meer schaduw, minder hittestress
meer bermen met kruidengras
sierplantsoen met inheemse flora
wadi’s binnen en net buiten het park. Hierdoor wordt de wateroverlast vermindert
Distelpark speeltuin, augustus 2023
Distelpark speeltuin, augustus 2023
Hoewel het in de volksmond van oudsher Distelpark werd genoemd, is het pas sinds 2007 de officiële naam. Tijdens deze formalisatie, bleken omwonenden de voorkeur te hebben voor Distelpark. Deze verwijst naar de oude benaming van de weg die langs het park loopt: Distelstraat. Vanaf 1994 is een deel van deze straat hernoemd in Oscar Carréstraat. Het deel Insulindestraat is in februari 2005 hernoemd.
Mini-skatepark: Dus ik had gevraagd aan de burgemeester of ik een klein skateparkje bij mij in de buurt mocht.
Via Mijn Wijkplan zijn intussen al de nodige ideeën in Nijmegen gerealiseerd. De aanvraag voor een mini-skatepark is zo leuk, dat hij hier volledig staat weergegeven:
“Hallo ik ben Gijs Muller. Ik ben 7 jaar oud en op 7 mei word ik 8. Ik zou graag beter willen oefenen met skateboarden en stuntsteppen. Dus ik had gevraagd aan de burgemeester of ik een klein skateparkje bij mij in de buurt mocht. Ik heb ook op school al meer dan 50 handtekeningen verzameld. Toen kreeg ik een kaartje van de wijkmanager Sanne en toen gingen we samen met haar naar het park om te kijken waar het skateparkje het beste zou zijn. We hebben een mooie plek gevonden in het Distelpark. Als ik genoeg likes krijg, en als de mensen in de buurt het goed vinden, dan mag het. En daarom hoop ik dat jullie mijn idee willen liken!” (december 2018)
En het mini skate-parkje is er gekomen! Ze is bedoeld voor kinderen van ongeveer 10-11 jaar oud uit de Wolfskuil, Hees en Heseveld.
In de buurt van de viszaak in het Kronenburgerpark staat een stenen bank met vissen afgebeeld. Het is een van de nestorbanken in Nijmegen: als eerbetoon en ontmoetingsplek voor ouderen.
Deze bank met vissen staat in het Kronenburgerpark, bij de viszaak. Het is een van de banken de afdeling geriatrie van het Radboud Ziekenhuis in 2009 geschonken heeft vanwege het 20 jarig bestaan van de afdeling. Het cadeau is (vooral) bedoeld als geschenk voor de ouderen. Een eerbetoon: zij hebben Nijmegen gemaakt wat het nu is. De banken zijn bedoeld als ontmoetingsplek voor ouderen. En dat daardoor ouderen meer zichtbaar worden.
De banken zijn ontworpen door kunstenaars. Daarnaast staan er foto’s -net als bij de andere banken- van 2 ouderen op. Ook deze foto’s zijn door medewerkers van de afdeling gemaakt.
Het lijkt alsof het ronde gat is uitgesneden en aan luik is vastgemaakt. Dat heeft te maken met dat Ivens een filmmaker was: het verwijst naar het oog van een camera. Het openstaande gat onderaan kan als een deur gezien worden, die open staat. De tekst op het kunstwerk is van Ivens: ‘Dikwijls, ver weg, bleef Nijmegen, mijn jeugd, toch dicht bij mij. Joris Ivens’.
Geen portret van Ivens zelf
Toen de gemeente een monument voor Ivens wilde oprichten, ging zij met de kunstenaar in overleg. Ivens gaf daarbij aan, dat hij geen portret van hemzelf op een sokkel wilde. ‘Dergelijke beelden op sokkels hebben zoveel kwaad aangericht in de 20e eeuw. Ik wil graag een beeld dat mijn band met de stad uitdrukt, de gemeenschappelijke strijd tegen het fascisme. Het fascisme, waar ik tegen gevochten heb, en het fascisme waar mijn geboortestad zo onder geleden heeft en waarvan het zich moedig bevrijd heeft’. Ik wil graag dat kinderen en ouden van dagen er omheen kunnen spelen. Zoals op de pleinen in Frankrijk, waar er altijd een jeu de boulesbaan is.’ (Ivens geciteerd door de Ivensstichting)
Ivens heeft de plannen voor het kunstwerk nog gekend, voordat hij in 1990 overleed. Maters reisde naar Parijs om een model van het kunstwerk aan de cineast voor te leggen. Het voltooide kunstwerk heeft hij echter niet meer meegemaakt.
Blik
Blik Joris Ivens monument, september 2023
Volgens de Ivensstichting heeft Maters zich niet aan Ivens’ wens gehouden. Of dat voor het kunstwerk geldt weet ik (RE) niet; in ieder geval was het opgeleverde plein stenig, geen plek dat uitnodigde om te spelen.
Het gerealiseerde kunstwerk heeft een monumentale vorm. Het is 26 meter hoog en gemaakt van plaatstaal. Deze is naar boven toe gebogen. Bovenin zit een uitgeklapte cirkel, die uit de plaat lijkt te zijn gesneden. Onderaan is een vierkante opening met een soort van deur.
Dit vierkant en de ‘deur’ geven de harde randen van het aardse bestaan weer. De cirkel bovenaan is mogelijk een lensopening van een camera, of een oog dat naar de hemel kijkt. Het stelt de verbeelding voor, de blik op het spirituele. ‘De 21e eeuw zal de eeuw van het esprit zijn, of ze zal niet zijn’, sprak Ivens een jaar daarvoor tegen de gemeenteraad bij zijn benoeming tot ereburger.
Tekst
Tekst Joris Ivens monument, september 2023
Op de vierkante muur staat: ‘Dikwijls, ver weg, bleef Nijmegen, mijn jeugd, toch dicht bij mij. Joris Ivens’. Deze tekst had Ivens aan André Stufkens doorgebeld naar aanleiding van een te verschijnen boekje over hem.
Vergroening
Joris Ivens monument op het vergroende Joris Ivensplein, september 2023
In 2018 is het Joris Ivensplein daadwerkelijk vergroend. Dit paste in het beleid van “Green capital” in 2018. Daarbij past het vernieuwde plein ook bij de grote bouwontwikkelingen van het Waalfront in Nijmegen West.
Volgens de site van Joris Ivensstichting zou Ivens er zelf blij mee zijn geweest: “In de geest van wat Joris Ivens ooit -in 1987- zelf voor ogen stond: een intiem en warm plein, waar mensen met elkaar in contact komen.” In 2015-1206 hadden bewoners 300 ideeën ingebracht en zijn er straatenquetes gehouden. Allereerst is er meer groen gekomen. Er is meer zitgelegenheid gekomen. En de verhoging is verdwenen, welke een groot obstakel vormde om het plein te betreden. In 2014 is de parkeergelegenheid verdwenen. In het artikel wordt ook een vijver genoemd: deze is er niet gekomen.
Bas Maters
Bas Maters (Arnhem, 4-7-1949 – De Steeg, 22-1-2006) was een beeldhouwer, schilder en tekenaar. Hij studeerde in 1971 af aan de Academie van beeldende kunst en nijverheid. Hij was lid van de Groep Abals en Teldesign. Hij is vooral bekend geworden als omgevingskunstenaar.
Aantal werken
Omgevingsvormgeving (1974), Traianusplein in Nijmegen – in samenwerking met Jan Hein Daniëls
De Dam (1982), Scholencomplex Lunetten in Utrecht
Een luchtkasteel tot werkelijkheid maken (1983), Croeselaan in Utrecht
Zonder titel (1984), Ringweg Koppel in Amersfoort
Ontwerp landschapspark (1986), De Wetering bij Zeewolde – in samenwerking met Pieter van der Molen
Zonder titel (1986), De Koogmolen in Purmerend
De dans van de spijspotten (1987), Costerweg in Wageningen
Joris Ivens-monument (1989/90), Joris Ivensplein in Nijmegen
Zonder titel (1990), Berkelplein in Rotterdam
Witte zwanen, zwarte zwanen (1991), Brasserskade in Delft
Vergulde kelken (1993), gevangenis in Lelystad
Zonder titel (1994), Arenapark in Hilversum
Het Bootje (1994), collectie Museum De Paviljoens, Paarlemoervijver in Almere-Buiten
De Lantaarn (1994), IJsselhallen in Zwolle
De Poort van Nieuwegein (1994), langs de A2 bij de wijk Doorslag in Nieuwegein
Hoorn des overvloeds (1994), Heilige Geestkerkhof in Delft
Gelderse Blom (1997), Gelderse Blom in Veenendaal
Ollekebolleke (1998), Naaldwijk – ter gelegenheid van 800 jaar Naaldwijk
Zwevende steen (2000), aan de Overijsselse Vecht bij DalfsenVergroening
De voormalige aula van de Katholieke Universiteit ontworpen door de Haarlemse architect M.H.W.J. van Ooijen. Het ontwerp leverde een storm van kritiek op en daarom werd het gebouw zonder enige feestelijkheden in oktober 1931 in gebruik genomen., foto 1935, GN12200 RAN
De Aula van de Universiteit aan de Wilhelminasingel is ontworpen door de architect Van Ooijen in 1931. Bij oplevering is de kritiek niet mals: “Ramp van Nijmegen”, “Pisbak”
De Gelderlander 1/7/1930 schrijft dat op 10 juli een advertentie voor de aanbesteding zal verschijnen voor een nieuw universiteitsgebouw, op de hoek van de Wilheminasingel en Bijleveldsingel: “Het nieuwe universiteitsgebouw zal op den beganen grond bevatten een groote hal met trappenhuis, een aula, een receptiezaal, een kamer voor de heeren professoren, een wachtkamer en vestiaire met toiletafdeeling.
Op de bovenverdieping komen drie collegezalen”.
Beelden en portretten geven een katholiek karakter. Overigens ontbrak in de beginjaren centrale verwarming. Men dacht dat het gebouw toch niet vaak in gebruik zou zijn. Na de TweedeWereldoorlog werden de gaskachels vervangen.
Het ontwerp
Bouwtekening aula universiteit (De Gelderlander 5/7/1930)
De Gelderlander 5/7/1930 plaatst de tekening “Het gebouw zal dwars op en hoek eenigzins naar achteren gebouwd worden, zoodat op het voorterrein een plantsoentje kan worden aangebracht.”
Het ontwerp is van den architect Van Ooyen van het bureau Robbers en van Ooyen te Haarlem. De aula heeft plaats voor 300 personen, daarnaast kunnen mensen op de galerij plaats nemen.
De Gelderlander 3/7/1930 “Dit gebouw is niet het begin van een groot nieuw universiteitsgebouw en evenmin zullen hierin instituten of een gedeelte der bibliotheek worden ondergebracht”. Het al bestaande Senaatsgebouw, de bibliotheek en de instituten blijven hun eigen gebruik behouden.
Van Ooyen had meer eisen te maken: die van de gemeente en die van de universiteit.
De gemeente had de grond geschonken en wilde een op zich zelf staand gebouw, dus geen gebouw dat in etappes werd gebouwd. Vanuit de Radboud-stichting waren er budget beperkingen. Daarnaast voldeed de studieruimte in het gebouw aan het Keizer Karelplein nog, zo lang er geen nieuwe faculteiten werden opgericht.
Het eerste ontwerp van van Ooyen had een brede poortgevel op het Julianaplantsoen gericht, “eenigzins aansluitend aan de vis a vis gelegen Meisjes-H.B.S. De universiteit vreesde naast bovengenoemde redenen dat veel ruimte ongebruikt zou blijven.
Daarom voorzag de eerste bouw allereerst in een aula met daarbij behorende receptiezaal. In oktober 1930 wordt verwacht dat het pand in juni of juli 1931 klaar voltooid zijn.
(De Gelderlander 7/10/1930)
Kritiek: Ramp, Pisbak, Onbewoonbaar verklaard
De voormalige aula van de Katholieke Universiteit, 1935, (GN12201 RAN)
Wanneer het ontwerp van de nieuwe aula in kranten verschijnt, komt er van meerdere kanten kritiek die lang niet mals is: “Ramp van Nijmegen”, “pisbak”, in september 1931 hangen studenten in september voor de grap een plakkaat “onbewoonbaar verklaard” op.
Inwijding
Er vindt geen grootse opening plaats, alleen een inwijding: Door den rector magnificus prof. Dr. R. Jansen C.P. is gisteren het nieuwe aula-gebouw der R.K. Universiteit ingewijd. De plechtigheid droeg een zeer eenvoudig karakter en het gebouw zal zonder meer in gebruik worden genomen.” (PGNC 5/10/1931)
Tot de Tweede Wereldoorlog werd de aula alleen gebruikt voor speciale gelegenheden als de Dies Natalis, promoties en andere plechtigheden.
Gebruik na de Tweede Wereldoorlog
Vanwege geldgebrek en de Tweede Wereldoorlog zijn er nooit meer gebouwen van de universiteit op deze locatie gebouwd. Doordat door de oorlog gebouwen waren verwoest, werd na de oorlog ook colleges in de Aula gegeven. De curatoren, senaat en het beeld van Thomas van Aquino kwamen tevens naar de hoek Wilhelminasingel/Bijleveldsingel.Vanaf de jaren 50 begon het vroegere Heyendaal de locatie voor uitbreidingen te worden. In de jaren 60 was de aula een aantal maal centrum van de studentenprotesten.
De aula bleef tot 1988 in gebruik. In dit jaar opende de nieuwe aula op de Comeniuslaan.
In het gebouw is nu een deel van het Keizer Karel College
Voormalige aula universiteit hoek Bijleveldsingel Wilhelminasingel april 2023
Juwelier Courbois is geopend, andere panden zijn op Plein 1944 nog in aanbouw, foto 1951-1952 (J.F.M. Trum via GN15656 RAN CCBYSA)
Tijdens het bombardement van februari 1944 werd de winkel van juwelier Courbois verwoest. In 1951 opent hij zijn nieuwe winkel op Plein 1944 naar ontwerp van architect Goddijn.
Vooraf
Hieronder staan de tot nu toe gevonden juweliers of horlogers Courbois weergegeven. Er is in ieder geval een “horloger” H.J. Courbois gevonden in 1896 tot 1914. Het is nog niet bekend of hij familie was van J.H. Courbois, die voor het eerst in 1923 is gevonden; ook is niet bekend of de tussenliggende periode de afwezigheid van een juwelier/horloger betreft of dat deze gegevens nog niet gevonden zijn.
In ieder geval wordt de (firma) J.H. Courbois verwoest tijdens het bombardement van februari 1944.
Naam
Omschrijving
Adres
Advertentie
H.J. Courbois
Horloger (in nieuwsjaarsgroet 1902)
Smidstraat 9
De Gelderlander 14/6/1896, De Gelderlander 17/1/1897, De Gelderlander 11/7/1897, PGNC 1/1/1902
H.J. Courbois
Horloger
Smidstraat 32
PGNC 31/12/1903, De Gelderlander 31/12/1905, De Gelderlander 1/1/1908, De Gelderlander 1/1/1910, PGNC 1/1/1911
Aan de Zuidzijde van Plein 1944 niet ver van de Molenstraat af, heeft gistermiddag alweer een nieuwe zaak, die van de fa. J.H. Courbois, in uurwerken, goud en zilver, de vlag kunnen uitsteken. De reden tot feestvreugde was gelegen in het feit dat de zaak, die vroeger in de Houtstraat was gevestigd en daar op 22 februari 1944 afbrandde, weer is herrezen in een keurig gebouw pand, met grote werkplaats en flinke bewoning. De talrijke artikelen op het gebied van goud en zilver, de uurwerken, komen uitstekend tot hun recht en de moderne verlichting geeft het nodige relief. De bedrijfsleiding in de zaak waarvan mevr. de Weduwe Courbois eigenaresse is, ligt in handen van de oudste zoon, die voor kort zijn diploma’s behaalde voor de uitoefening van dit edel vak.
Het pand rechts is juwelier J.H. Courbois. Het ‘Oorlogsmonument voor de Nederlandse militairen uit het Rijk van Nijmegen, gevallen in de Tweede Wereldoorlog’ , gemaakt door Jac Maris (1951) (op een nieuwe sokkel) ; Op de achtergrond de St. Petrus Canisiuskerk in de Molenstraat. Links de zaak van Holla’s kledingsmagazijn. Rechts naast de winkel van Theo Seegers de juwelier J.H. Courbois en links van Theo Seegers de slagerij van P.W. Boukes ; Op de hoek met de Molenstraat de zelfbedieningswinkel van Jansen-Hendriks, 1954-1955 (F42032 RAN collectie KNBLO, auteursrecht J.F.M Trum CC-BY-SA)
Architect B.W.A. Goddijn en aannemer Th. Wassink, beiden te Nijmegen, hebben eer van hun werk, waardoor weer een bijdrage wordt geleverd tot de opbouw van de stadskern.” (De Gelderlander 6/10/1951)
De winkel
Plan voor een horlogewinkel met bovenwoning a/h. Centrumplein/bij ondertekening: Plan voor herbouw winkel met bovenwoning voor mevr. wed. J.H. Courbois-Werten, B.W.A. Goddijn Architect, datum tekening febr. 1950 (D12.412003)
Aan de voorkant heeft de winkel een etalage met links een portiek. In het portiek is een opgang naar de woning boven en rechts naar de winkel. Achter de winkel bevindt zich een kantoor en daarachter de werkplaats. Achter de werkplaats bevindt zich een plaats, welke een deur heeft naar het “expeditiehof” (Het Hendrikhof)
Vervolg
Plein 1944 5 en 6 Juli 2018 (Google Streetview)
In ieder geval zit J.H. Courbois nog in de winkel in 1971 volgens het Adresboek van dat jaar.
Momenteel heeft Uyen haar winkel op dit adres. (Op basis van Google Streetview in ieder geval ook in mei 2016).
De Stenen Bank is een geschenk ter herinnering aan de opening van de tramlijn tussen Nijmegen en Hees in 1922. De bank is ontworpen door Jhr. J. van Rijckevorsel en J. van Vucht Tijssen. De tramlijn werd geopend met een feestelijke eerste rit.
Het PGNC 19/6/1922 over de opening en de Stenen Bank:
“Feestelijke opening der electrische tramlijn Nijmegen-Hees-Witte Poort.
De opening van de elektrische tramverbinding (tramlijn 3 naar Hees Witte Poort), met conducteurs en enkele hoogwaardigheidsbekleders (F56584 RAN)
Zoo heeft dan Zaterdag het groote feit voor Hees en Neerbosch plaats gehad en is de electrische tramverbindinge tusschen Nijmegen en dit deel van het Schependom geopend. Voor de vereeniging “Dorpsbelang” en in het bijzonder voor haar onvermoeiden voorzitter Dr. J.J. de Blécourt is dit een buitengewone voldoening omdat haar streven gedurende vele jaren daarmede bekroond is.”
Onder veel belangstelling maken tal van notabelen de eerste rit. Wij vervolgen het artikel bij de tweede halte:
Hotel Pension Heeslust; de opening van de elektrische tramlijn 3 naar Hees (Eindstation De Witte Poort); hier wagon 28 naar het Kronenburgerpark en het Station (F46660 RAN)
“De tweede halte was voor Hotel “Heeslust”. Hier vormde het vendel Hees van de Burgerwacht een erewacht. Tusschen de geladen geweren en het blank der bajonetten door schreed het gezelschap naar het terras van het hotel, waar het werd ontvangen door het in Hees achtergebleven deel der feestcommissie, welker voorzitter, jhr. J. van Rijckevorsel allen met een kort woord welkom heette en uitnoodigde met hem naar den tuin van het hotel te gaan, waar de eerewijn gereed stond.
Toen allen in den lommerrijken tuin aan een lange tafel gezeten waren, nam dr. de Blécourt het woord om zijn vreugde te uiten over het feit, dat Hees en Neerbosch na 11 jaren eindelijk hun tram hebben, waarvoor zoo hard is gewerkt. Spr. gaf een uitvoerig historisch overzicht aan de hand van feiten en data over de bemoeiïngen van Dorpsbelang ter verkrijging van een goede tramverbinding met Nijmegen. Het harde werken is beloond, want thans zullen alle bewoners van dit deel van het Schependom kunnen genieten van de voordeelen, welke een electrische tram biedt. Spr. besloot met dank te brengen aan de gemeente voor hare medewerking en belangstelling en aan alle verdere aanwezigen.
Vervolgens werd gesproken door den heer W. van der Waarden, die er namens het Gemeentebestuur zijn verheuging over uitsprak, dat de lang te verwachten gebeurtenis voor Hees en Neerbosch thans heeft plaats gehad, omdat het gemeentebestuur daarvan een grooten vooruitgang verwacht voor beide dorpen, die zoo nauw aan de gemeente verbonden zijn. Er is altijd belangstelling geweest voor Hees en Neerbosch maar de zorgvolle tijdsomstandigheden zijn in hoofdzaak de oorzaak geweest, dat om financieele redenen de tramlijn niet eerder tot stand gekomen. Spr. uitte den wensch, dat deze tramlijn ook in verband met het toekomstig Maas-Waalkanaal moge beteekenen het begin van een nieuw tijdperk van grooten bloei voor deze gemeente en dat deze mooie verbinding met Hees en Neerbosch het vreemdelingenbezoek aan dit fraaie deel van Nijmegen moge doen toenemen en op deze wijze een bron van welvaart voor deze gemeente worden. Spr. ledigde zijn glas op den bloei van de tram en den voortdurenden vooruitgang van Nijmegen en omstreken.
Alsnu werden de trams weder bestegen en doorgereden naar het eindpunt, de Witte Poort. Hier stonden de leerlingen van de Rosa-stichting opgesteld en toen dr. de Blécourt met zijn uitgebreid gevolg naderbij gekomen waren, zetten de meisjes, met bloemen en groen zwaaiende onder leiding van hun zangleeraar een cantate in gevolgd door een ander toepasselijk lied op de wijze van “Limburg mijn vaderland”. Het dochtertje van den heer van Vucht Tijssen bood vervolgens de Eerw. Priorin der stichting een bouquet aan.
Nadat dr. de Blécourt nog eenige woorden van dank had gesproken, begaf het gezelschap zich weder naar de trams, die inmiddels gewisseld hadden en thans met den kop naar Hees gericht stonden en weldra zette de feesttram zich weder in beweging. Thans werd gestopt tegenover de villa van dr. de Blécourt, waar het huldeblijk van het feestcomité van “Dorpsbelang” stond, nog door een doek aan het nieuwsgierig oog onttrokken. Het was een monumentale bank.
Nadat mej. Corstiaensen dr. de Blécourt bloemen aangeboden en daarvoor eenzelfde belooning had gekregen als mej. Keller, zeide jhr. J. van Rijckevorsel dat de feestcommissie geen beteren vorm had geweten dan een bank waarin de namen van de bestuurderen van Dorpsbelang en vooral die van dr. de Blécourt zijn gegrift en geen betere plaats dan deze. Nadat het doek was weggenomen bood spr. de bank met een oorkonde aan Dorpsbelang aan.
Opening van de electrische tramverbinding in Hees;
de huisarts Dr.J. de Blécourt zittend op de Stenen Bank, 17-6-1922 (F52898 RAN)
Dr. de Blécourt nam thans plaats op de bank en nadat jhr. v. Rijckevorsel aan zijn uitnoodiging om naast hem te komen zitten had voldaan, betuigde de dokter namens Dorpsbelang zijn dank voor het prachtige geschenk, dat hij roemde en de waarvoor hij hulde bracht aan de ontwerpers en uitvoerders.
Vooral deed het spr. Goed, dat e namen van eenige overleden bestuurderen van Dorpsbelang en bewoners van Hees en Neerbosch, die daarvoor buitengewoon veel hebben gedaan en gevoeld naast die van het tegenwoordig bestuur op de bank vermeld stonden. Spr. wijdde in dit verband enige piëteitvolle woorden aan de nagedachtenis van de heeren F.A. Bonté, Wegerig, Hoenselaars en van Aalst. Tenslotte verzocht spr. den heer van der Waarden als loco-burgemeester het toezicht en onderhoud van de bank van gemeentewegen te willen aanvaarden.
De heer van der Waarden zeide dat de gemeente daartoe gaarne bereid was en verklaarden vervolgens de tramlijn Nijmegen-Hees-Witte Poort officieel voor geopend.
De bank, welker fraaie lijnen algemeen geroemd werden, is ontworpen door de heeren Jhr. J. van Rijckevorsel en J. van Vucht Tijssen en uitgevoerd door de Nijmeegsche Kunststeenfabriek, directeur Ir. C.A. Hoogterp, die tezamen een monument van waarde hebben doen ontstaan.
Nadat aan den heer Scheffer, onder wiens toezicht de uitvoering heeft plaats gehad, en aan den heer Schippers, die de letters in de bank heeft gegrift, souvenirs waren aangeboden, werd weder plaats genomen in de feesttram en reed deze naar “Heeslust” terug. Eenigen tijd later ving de geregelde dienst van Lijn III aan…”
Ook worden de feestelijkheden vervolgd.
De laatste tram reed op 5 juni 1955 voor de laatste keer naar Hees. Renovatie van de Stenen bank vond in 1998 plaats.
R. K. Vereenigingsgebouw Roomsch Leven, architect J.J.M. 1927 (F87243 RAN)
Het R. K. Verenigingsgebouw Roomsch Leven is ontworpen door architect J.J.M. Jetten. Het is gebouwd in opdracht van de paters van het Allerheiligst Sacrament. Op 15 mei 1927 is het gebouw gewijd en in gebruik genomen. Het gebouw staat naast de school en vlak tegenover het klooster. Op 7 december 1926 vond aanbesteding plaats. (De Gelderlander 27/11/1926)
De Gelderlander schrijft bij de opening:
“Op Brakkenstein. Het R.K. Vereenigingsgebouw Roomsch Leven
Het R.K. Vereenigingsgebouw, middenpunt van het aldaar maar vooruitgaande Brakkenstein, is nu al eenigen tijd in gebruik.
En het voldoet, het trekt altijd meer bezoekenden. Brakkenstein welks omwonenden als met de maand toeneemt en binnenkort weer krijgt het studiehuis der E.E. P.P. Jezuieten heeft nu zijn eigen openbaar katholiek huis, dat in een behoefte voorziet en doeltreffend blijkt.
De architect, de heer Jan J.M. Jetten heeft hier een vereenigingshuis ontworpen, dat niet contrasteert met de landelijke omgeving aan den heerlijken heidezoom, en dat in stijl past bij de rustige omgeving van klooster, kerk en school.
Het is een uit roode klinkers opgetrokken gebouw, met hoog dak, spits toeloopend. De entree is als de verkleinde vorm van het groote achterbouw dat in lijn en kleur harmonieert met het geheel.
Weerskanten van de eenvoudige toegang verheffen zich twee kleine vierkante zijgebouwtjes, welke den grooten achterbouw als steunen.
Is het uitwendige in sobere, toch pakkende stijl gehouden, het inwendige is nog eenvoudiger maar des te doeltreffender.
De architect heeft hier toegepast voor de de groote vergader- en tooneelzaal, welke vierhonderd zitplaatsen kon bevatten, de knappe opbouw, welke de Eerste Nederlandsche Mij. Voor houtconstructies te Doetinchem in gebruik bracht. Het nuttige hiervan is, dat de dakconstructie voor een landelijk gebouw niet te zwaar drukt en dat binnen in de zaal geen onooglijke dwarsbalken of spanten het plafond behoeven te ontsieren.
Het gebouw bevat dan de boven reeds genoemde groote zaal, waaraan verbonden zijn tooneel, twee kleedkamers en verder toiletten en loketten.
Onder het tooneel is op practische wijze een groote kelder aangebracht waarin door het wegenomen van een deur onder het podium, alle stoelen en requisieten binnen den kortst mogelijken tijd kunnen opgeborgen worden.
Achter de groote zaal zijn nog gebouwd drie gezellige kleine vergaderkamertjes, welke speciaal bestemd zijn voor de leden van den Eucharistischen Kruistocht, die hier in clubjes vergaderen en zelf voor de meubileering van hun eigen home in het vereenigingshuis zorg droegen.
Men ziet dat de Eucharistische beweging nergens in Nijmegen zoo weldadig vooruitgaat als juist op Brakkenstein, dank zij den voorbeeldigen ijver van de E.E. P.P. van het Allerheiligste Sacrement in het bijzonder de eerw. pater Schelstraete s.s.s. van Brakkenstein.
Dit vereenigingsgebouw dient te gelijk tot tehuis voor de patronaatsjongens en rijpere jeugd, want de paters van Brakkenstein laten hun sympathieke en daadwerkelijke belangstelling gaan over alle bewoners van Brakkenstein, van groot en klein, die samen met de paters als een groote katholieke gemeenschap vormen- een ferme voorpost van de katholieke burcht, welke Nijmegen is.
Het gebouw, in welks voorgevel het blanke beeld van de H. Maagd staat als Koningin der H. Eucharistie, 2013 (Henk van Gaal via DF3706 RAN)
Het gebouw, in welks voorgevel het blanke beeld van de H. Maagd staat als Koningin der H. Eucharistie, ligt als een landelijken tuin van groen en bloemen.
Aan de achterzijde is bovendien nog een ruim terras aangebracht, dat een prettige rustplaats is in zomersche namiddagen en vanwaar men ook , zonder door de groote zaal te behoeven te gaan, de kleine achterzalen kan bereiken.
De heer Joh. de Jager, aannemer aan den Driehuizenschen weg heeft den bouw op knappe wijze voltooid.
Het frissche schilderwerk is van de firma Berenbroeck, de electrische lichtinstallatie van de firma Penson, de electrische lampen werden geleverd door de firma Groos, het glas in lood, dat het vroolijk en opgewekt doet in den gevel, door de firma Leenders op Berg en Dal, het sanitair en loodgieterswerk door de firma Th. Bosch.
Roomsch Leven staat er nu op Brakkenstein als toonbeeld van opgewekt katholiek sociaal leven in deze bloeiende buitenwijk van Nijmegen, welke reeds zijn geregelde autobusverbinding heeft met het midden der stad.
Het initiatief tot den bouw ging uit van de E.E. P.P. van het Allerheiligst Sacrement van Brakkenstein, die zich op instigatie van hun algemeenen overste alleen lieten leiden tot dit vruchtbelovende werk uit liefde tot het geestelijke en stoffelijke belang van de Brakkensteinse bevolking.
Brakkenstein steunt zijn paters in al hun goede en sociale en geestelijke werken naar best vermogen.
Maar de nijvere, werkzame bewoners van Brakkenstein kunnen niet alles alleen of met hun paters.
Zij rekenen ook op groot Nijmegen vooral in October a.s. als het vijfentwintig jaar geleden is, dat de paters van Brakkenstein hun zegenrijken arbeid begonnen in deze buitenwijk onzer stad.
” (De Gelderlander 16/7/1927)
Verenigingsgebouw Roomsch Leven; In 1983 werd het gebouw grondig verbouwd en uitgebreid, 2103 (Henk van Gaal via DF3714 RAN)
The Corner, Villa 1 van Villapark Hees, Tweede Oude Heselaan 522 (februari 2023)
Het huis dat tegenwoordig The Corner heet was 1 van de eerste 2 villa’s van het Villapark Hees. De architect was Oscar Leeuw. In dit artikel wordt nader ingegaan op dit villapark.
Verkoop Villa Leeuwenstein
Op 8 en 22 juli 1897 zal de villa “Leeuwenstein” onder Hees met aanhoorende gronden, bouwland onder Hatert en weiden onder Ooij geveild worden. (De Gelderlander 22/6/1897). De villa is in 1958 gesloopt, het koetshuis staat er nog.
“1. De Villa ‘Leeuwenstein’ gelegen op 15. min van Nijmegen, aan den stoomtram, met fraai aangelegden tuin, waarin tuinmanswoning, koetshuis met stalling voor 2 paarden, serre, koepel, vijver, kippen- en hertenloop; voorts: prachtige boomen, heesters enz. en wijders vruchtbaren moestuin met gemetselde bakken, vruchtboomen, enz., samen groot 1.10.77 H.A.
II A. Het heerenhuis, voorzien van gasleiding, bevat ruime vestibule, 5 kamers, keuken, kelders, provisie- en dienstbodenkamers, bergplaats, zolder en verdere gemakken.” (De Gelderlander 27/6/1897). M.G.F. Verdonck is de koper van dit perceel.
M.G.F. Verdonck
In de Adresboeken 1900 tot en met 1916 komt M.G.F. Verdonck voor als fruitplantage, Hees, ‘huize Leeuwenstein’ , Voorstadslaan 333 (telefoon 178).
Op 15 juni 1900 vraag mevrouw Verdonck een keukenmeid van middelbaren leeftijd voor Villa Leeuwenstein. (PGNC 13/5/1900)
Op 29-8-1901 wordt een tuinjongen gevraagd op de vruchtenkweekerij van den Heer Verdonck, Villa Leeuwenstein, bij Hees (PGNC 29/8/1901)
In de Adressboeken 1912-1913 en 1913-1914 komt M.G.F. Verdonck, fruitplantage, Hees, “huize Leeuwenstein” voor op Voorstadslaan 333 (telefoon 178). In 1918 staat M.G.F. Verdonck, Voorstadslaan 333 op de kieslijst (De Gelderlander 9/5/1918)
In november 1915 staat een advertentie voor een tuinknecht bij M. Verdonck, Fruitkweekerij, Villa “Leeuwenstein”, Hees (PGNC 7/11/1915). Mevrouw Verdonck, Villa “Leeuwenstein”, Voorstadslaan vraagt in PGNC 15/3/1919 om een meisje.
Villa-Park te Hees
Aankoop Villa Gerda
Op 6-8-1902 koopt Verdonck de naast Leeuwenstein gelegen Villa Gerda: “De Villa ‘Gerda’ gelegen te Hees bestaande in Heerenhuis, Tuinmanswoning, Stalling, Koetshuis, Druivenkast, twee Serres, Tuin en Teelland, tezamen groot ongeveer 67 aren, benevens ongeveer 2 hectaren 85 aren Bouwland, aan den heer M.G.F. Verdonck, fruitkweeker te Hees qq. Voor f34,900. (PGNC 8/8/1902)
Deze villa is namens de familie Diebendaal geveild op 23-7 en 6-8 (De Gelderlander 20/7/1902). C.B. Diebendaal komt in de Adresboeken 1895 t/m 1902 voor als administrateur, Hees, villa “Gerda”, Voorstadslaan 287.
Plan Villapark
Villa (No.1) van architect Oscar Leeuw (28/07/1866 – 16/02/1944), op de hoek Emmalaan/Tweede Oude Heselaan, gebouwd in 1903 in opdracht van fruitteler M. Verdonck, datering foto 1904-1905 (F88070, RAN). De Stenen Bank merkt op dat de man met hoed Oscar Leeuw is.
De Gelderlander schrijft op 19-8-1902:
“Ook Hees zal evenals Beek weldra zijn villapark hebben. Door een combinatie van ondernemende heeren is een terrein aangekocht tusschen de Voorstadslaan en de Oude Heesche Laan ter grootte van ongeveer vier hectare, dat, naar ontwerp van den bekwamen bouwkundige, den heer Oscar Leeuw als villapark zal aangelegd worden.
Het zal met wegen worden doorsneden, waarvan er een zal beginnen tegenover de Breede Straat en loopen tot aan den Nonnendaalschen Weg (huidige Prinsenlaan dus!, notitie Ernst Berends) terwijl een andere zal uitkomen op een weg, die waarschijnlijk door de Gemeente zal worden aangelegd en die, van de Voorstadslaan uitgaande, naast de kerk in de Kraijenhoflaan zal uitkomen.
De ondernemers stellen zich voor op het terrein kleine villa’s te bouwen tot een huurwaarde van f 300 à f 400.
Men zal erkennen dat aan woningen van dien prijs op dat punt nog wel behoefte is, zoodat verwacht mag worden dat de onderneming veel succes zal hebben.
Dat de aanleg onder leiding van een zoo begaafd architect als de heer Leeuw geschiedt, is wel een waarborg dat we hier iets moois en ongemeens zullen krijgen.’”(De Gelderlander 19/8/1902 en Ernst Berends)
Nieuwe weg naar Hees
Het plan van Verdonck is mogelijk ingegeven door de aanleg door de gemeente Nijmegen van “een grooten nieuwen weg tussen de Krayenhofflaan en den straatweg naar Hees. Het ligt voor de hand, dat de terreinen, langs dien nieuw ontworpen weg gelegen, onmiddellijk buitengewoon in waarde stijgen. In verbande met dien nieuwen weg is dan ook aanstonds een nieuwe bouwspeculatie ondernomen. Zoals men weet, zal er een Engelsch villapark worden aangelegd, dat zich bij den nieuwen weg aansluit.” (De Gelderlander 20/11/1902, een artikel waarin wordt afgevraagd of degenen die een groot profijt hebben van de aanleg van wegen daaraan zouden moeten meebetalen)
Aanbesteding
Op 31-12-1902 vindt aanbesteding plaats van “
Het afbreken van een tuinmanswoning
Het bouwen van twee villas.
Alles op het Villapark te Hees.” (De Gelderlander 24/12/1902). De laagste inschrijver was W. van der Wagt f8940 (PGNC 3/1/1903).
Op 28-1-1903 vindt aanbesteding plaats van “Het aanleggen en met grint verharden van wegen en nader omschreven werken in het Villapark onder Hees.” (PGNC 25/1/1903). Deze wegen zullen de uiteindelijke Prinsenlaan en Emmalaan worden. J. Schippers heeft de laagste inschrijving (f2940), maar de inschrijving is nog niet gegund (De Gelderlander 29/1/1903)
Het PGNC schrijft eind december 1902: “Het Villa-Park te Hees.
Dezer dagen is door den heer Oscar Leeuw, bouwkundige alhier, namens zijn principaal de aanbesteding aangekondigd van de eerste twee kleine villa’s in het nieuwe villa-park te Hees. Dit villa-park vormt den hoek van de Voorstadslaan en de Oude Heessche laan, nabij den Dikken Boom, en omvat reeds de fraaie buitenplaatsen Leeuwenstein en Gerda.
Uit de situatiekaart blijkt, dat zich door dit uitgestrekt terrein in sierlijke bochten verschillende wegen zullen slingeren, waarlangs, te midden van tuinen, plaats is voor een 70-tal grootere en kleinere villa’s, die gedeeltelijk aan de binnenwegen uitzicht zullen hebben.
De plannen der aanvankelijk te bouwen huizen zien er heel aardig uit, waarvan met zich dezer dagen in de étalage van den heer H.J.W. Smals, Markt, zal kunnen overtuigen, aangezien ze daar tentoongesteld zullen worden.
De prijs van eene aantrekkelijke woning valt zeer meê. Belangstellenden zullen wėl doen eens daarnaar te informeren, want de ligging op zoo korten afstand van de stad en toch zoo geheel buiten, alsmede de stoomtram, die langs het villa-park loopt, maken het wonen hier wel aantrekkelijk.” (PGNC 25/12/1902)
Veiling
Het is mij (RE) (nog)niet bekend wat het gebruik van de woningen in de eerste jaren is geweest. Uit de advertentie van 1904 lijken de woningen de eerste jaren verhuurd te zijn geweest.
PGNC 10/4/1904
In het PGNC 8/7/1907 staat de aankondiging voor de veiling van 16 en 30 juli 1907. Het betreft:
“Twee modern, solied gebouwde villa’s te Hees, voorzien van gas- en waterleiding, gelegen in het Villapark aldaar, op 15 min. afstand van Nijmegen, als:
De VILLA met TUIN, groot 6.09 A., aan de Emmalaan No. 5 hoek Prinsenlaan, bevattende benden: 2 Kamers (en Suite), Veranda, Keuken en Kelder; boven: 4 Kamers, Balcon, beschoten Zolder en Dienstbodenkamer.
De VILLA met TUIN, goot 7.68 A. aan de Oude Heeschelaan No. 3 hoek Emmalaan, bevattende beneden: 2 Kamers (en Suite), Provisiekamertje, Veranda, Keuken en Kelder; boven: 5 Kamers en Vliering.” (PGNC 8/7/1907)
Hierover had het PGNC op 19/5/1907 al een “Voorlopige aankondiging” geplaatst.
Bewoners
Jan Frederik Sieben (30-3-1866 Amsterdam) komt op 26-10-1907 “aan de Hees…e laan te wonen. Hij is dan van Rotterdam afkomstig en ‘zonder’ beroep. Hij is getrouwd met
Willempje Leentje Zwart (29-11-1864 Ridderkerk). Ze hebben 3 kinderen:
Jan Frederik Volkert (24-1-1892 Rotterdam); hij vertrekt 19-7-1910 naar Rotterdam
Jilles Frederik (21-7-1894, Rotterdam); hij vertrekt 17-6-1918 naar Nederlands Indië
Johanna Wilhelmina Frederica (21-10-1896, Rotterdam); zij trouwt op 18-9-1919 en vertrekt naar “B4 269”
Het laatste door mij gevonden Adresboek waaruit blijkt dat hij de bewoner is, is dat van1934.
In het adresboek 1940 staat J.X.J. Klaaijsen, hoofdonderwijzer.
Een uitgebreid artikel over dit pand staat in de Stenen Bank
Bronnen:
Straatnamen Gids Rob Essers Leeuwenstein en Tweede Oude Heselaan