In 1612 werd het huidige gebouw van de Waag gebouwd, ook Boterwaag genoemd, in de Hollandse Renaissancestijl. Naast Waag was het gebouw in gebruik als Vleeshuis en als Hoofdwacht. In 1882 vond een belangrijke verbouwing plaats door stadsarchitect Weve.
Vooraf
In 1612 werd het huidige gebouw van de Waag gebouwd. Daarvoor was er een Vleeschhal of Vleijshuyss van ongeveer 1400: in 1412 is er een vermelding van huis aan de Kannnemarkt, achter uitkomende aan het nieuwe Vleeshuis.
Rond 1592 werd het wachthuis bij de Blauwe Steen afgebroken en naar het Vleijschuyss naast de Waag verplaatst.
1612: Bouw van de Waag
Een aquarel van Jan (Johannes) van Call (1656-1706) met talrijke deftige huizen en strafwerktuigen., zoals de Houten Ezel (een driehoekige balk met de scherpe kant naar boven, tussen twee hoge palen met aan een eind een ezelskop of paardenkop en aan het andere eind een staart, waarop militairen te paard plaats moeten nemen voor langere of kortere tijd als straf). Een ander strafwerktuig bij de Waag is de draaikooi/draaikast voor vrouwen: een soort ijzeren papegaaienkooi waarin vrouwen werden neer- en vastgezet aan de middenpaal, De kooi werd een kwartier of langer hard rondgedraaid, waarna de misdadigster gewoonlijk voor altijd werd verbannen uit de stad, 1675-1680 (Collectie dr. Jan Brinkhoff via D135 RAN CC0)
Rond 1612 werden de Waag en het Vleeschhuis afgebroken, waarna de huidige Waag werd gebouwd naar een ontwerp van Cornelis Janssen van Delft. Dit gebeurde in de Hollandse Renaissancestijl, welke leek op dat van het Waaggebouw van Amsterdam welke een ontwerp van Hendrick de Keyser was.
In het rechter gedeelte zat de daadwerkelijke weegruimte. Karren konden door de de grote deuren aan de voor- en achterzijde rijden om hun vracht te laten wegen.
In deze nieuwe Waag was ook het vleeshuis ondergebracht, deze zat in het linkergedeelte. Het was zowel een slachthuis als vleesmarkt. Dit was tot 1797, toen slagers vlees in hun eigen winkel mochten verkopen.
Wat is een Waag?
In een Waag stond de weegschaal van de stad, en daarmee een belangrijk gebouw. Deze weegschaal werd gebruikt voor het wegen van handelsgoederen. Er was nog geen sprake van eenduidige maten en gewichten zoals we die tegenwoordig kennen: elke stad of regio had haar eigen eenheden. Daarnaast was deze weegschaal een van de weinige, zo niet de enige, waarmee grote gewichten konden gewogen. Deze weegschaal zorgde er dus voor dat er betrouwbaar kon worden gewogen in de plaatselijke meeteenheid, waardoor ook gesjoemel voorkomen werd. Daarnaast was het wegen van belang voor in innen van belastingen.
In de 19e eeuw had een waag geen belang meer door het invoeren van de standaardisatie in maten en gewichten en door de invoering van indirecte in plaats van directe belastingen.
Beeld van de ‘Groote Markt’, rond de jaren tachtig. Westwand van de markt met de Kerkboog en de St. Stevenskerk en -toren. Rechts, het Waaggebouw met de colonnade, de oostelijke zijgevel en het begin van de Kannenmarkt, 1878-1882 (F88944 RAN)
1882 Verbouwing van de Waag door architect Weve
De Waag op de Grote Markt, foto gedateerd 1890 (GN15040 RAN)
In 1886 vindt restauratie plaats door gemeenteearchitect Jan Jacob Weve. Daarbij vervangt hij de colonnade voor een dubbele statietrap. Hiervoor baseert hij zich op een tekening van Abrahem de Haen uit 1732 (annotatie van F88944).
“Nijmegen, 23 Sept.
Men schrijf van hier aan de “Arnh. Ct.”:
De Boterwaag alhier, met wier restauratie men in 1885 aanving, is thans geheel afgewerkt in den stijl, waarin dit gebouw in 1612 werd opgetrokken. De onooglijke veranda, welke vóór dit gebouw stond toen een gedeelte daarvan nog als militaire hoofdwacht werd gebruikt, is verdwenen, en in plaats daarvan twee fraaie hooge trappen, uitloopende op een groot bordes, deel van zand- en deels van baksteen, met hardsteenen treden, aangebracht. De leuningen van deze trappen zijn versierd met vier zittende leeuwen, uit zandsteen gehouwen, die ieder een verschillend wapenschild tusschen de klauwen omklemd houden. Aan den oostelijken en westelijken gevel en in het front van het gebouw worden de wapenschilden van Nijmegen, gedekt met keizerlijke kroon, aangetroffen.
Het gerestaureerde gebouw maakt in de moderne omgeving van de Groote Markt een zeer schoon effect en wordt dan ook door stadgenoot en vreemdeling ten zeerste bewonderd. Engelschen en Duitschers namen reeds, toen het nog niet geheel was afgewerkt, schetsen daarvan. De kosten der restauratie bedroegen ruim f16000. Een woord van lof aan den heer J.J. Weve, gemeente-architect en den beeldhouwer H. Leeuw Sr., die de restauratie voorbereidde, en met zulk een schitterend gevolg ten uitvoer brachten, mag bij vermelding van het bovenstaande niet ontbreken.” (De Gelderlander 24/9/1887)
Rijksmonument
“Rechthoekig, van baksteen opgetrokken gebouw met verdieping en hoog zadeldak, afgesloten door topgevels met grote trappen. Gebouwd in 1612 in renaissancevormen, verwant aan de stijl van Hendrik de Keyser; de verdieping aanvankelijk ingericht als hoofdwacht.
Gerestaureerd in 1886, door Ir J.J. Weve, waarbij een 18e eeuwse galerij werd vervangen door een kopie van het oorspronkelijke bordes en de geveltop der westelijke dakkapel, alsmede de oostelijke dakkapel opnieuw werden opgetrokken.
Inwendig over de Vleeshal in het westelijke deel kruisribgewelven op drie zuilen. “
Toen de lakenhandel in de 16e eeuw aan betekenis verloren, werd de lakenhal opgedeeld in verschillende panden. Daarbij werd besloten om de doorgang naar de kerk te vergroten, waarvoor in 1542-1543 twee delen werden gesloopt. Daarvoor in de plaats kwam een poort, gebouwd in een in overgangsstijl tussen gotiek en renaissance in, een ontwerp van Claes die Waele.
Lakenhal
Eind 14e eeuw werd aan de Grote Markt een 50 meter lange Lakenhal opgericht. De voorkant bestond uit een open galerij met een dichte achtergevel. De begane grond was bestemd voor kleine handelaren; op de eerste verdieping was de lakenhandel. De Stevenskerk was in de middeleeuwen alleen te bereiken via een kleine doorgang in het gewandhuis of lakenhal aan de Grote Markt. Ook de gebouwen van Grote Markt 19-21 en Grote Markt 22-25 (huidige huisnummers) maakten onderdeel uit van deze Lakenhal.
Zoals hierboven staat weergegeven, werd in 1542-1543 besloten de doorgang te verbreden.
Topgevel Kerkboog door Thomas Singendonck
Gevels Grote Markt met links de Kerboog (juli 2024)
In 1605 werd een nieuwe topgevel gebouwd, welke Thomas Singendonck had ontworpen in de stijl van Vredeman de Vries.
Stevenskerkhof: Achterzijde van de Kerkboog met een doorkijk op de Grote Markt, 1920-1925 (Uitg. A.A. van der Borg via F68124 RAN CCBYSA)
Twee jaar later werd aan de achterkant een spiltrap gebouwd.
Een aquarel : In het midden de kerkboog met zonnewijzers; rechts daarvan trapgevels en links gevels met boogafsluiting en achter het dak de toren van de Latijnse school (links) en St. Stevenstoren met kerkdak, 1730 (collectie dr. Jan Brinkhoff via D136 RAN CC0)
Boven de Kerkboog op de Grote Markt zijn een leeuw en twee opschriften aangebracht: “Concordia res parvae crescunt discordia maximae dilabuntur” en “Beata Gens Cuius Dominus Spes Eius”. Wat betekenen deze opschriften?
Chirurgijnskamer tijdens Open Monumentendag (september 2023)
Uitizcht op Grote Markt vanuit Chirugijnskamer, Open Monumentendag (september 2023)
In 1609 kwam de bovengebouw in gebruik van het chirurgijngsgilde. Deze gebruikte het gebouw als vergaderruimte en behandelkamer.
De chirurgijn was een medisch behandelaar. Zij behandelden uitwendige kwalen, zoals aderlating, verzorgen van wonden, bereiden van zalfjes, kruidenaftreksels en laxeermiddelen en het behandelen van botbreuken. Dit onder toezicht van een doktor. Doktoren hielden zich zelf bezig met het stellen van de diagnose en het behandelen van inwendige kwalen. De chirurgijns hadden geen universitaire opleiding gehouden, de doktoren wel.
Tussen 1656 en 1678 was het tevens de medische faculteit van de Kwartierlijke Academie van Nijmegen, waar hier colleges werden gegeven. Waarschijnlijk werden tevens lijken ontleed, waardoor de chirurgijnskamer ook wel “snijkamer” werd genoemd.
Hoewel in 1798 de gildes officieel waren opgeheven, bleven de chirurgijns de kamer nog lange tijd gebruiken. Tevens was het in gebruik door de krijgsraad en het trompetterkorps. Vanaf 1830 gebruikte de kunstenaar H. Wiertz de ruimte als tekenlokaal voor de vereniging “Oefening kweekt kunst”.
1880: Gemeente en restauratie
In 1880 ging de gemeente de ruimte gebruiken. Jan Jacob Weve voerde rond 1885 een restauratie uit.
Daarbij verwijderde Weve de zonnewijzer, die rond het eind van de 17e eeuw was aangebracht.
Stadswapen Nijmegen bij Kerkboog St. Stevenskerkhof (juni 2024)
Aan de achterkant kwam een gevelsteen met het wapen van Nijmegen, gemaakt door Henri Leeuw Sr.
Het jaartal 1606 verwijst naar de reeds genoemde verbouwing door Singendonck.
Vervolg
Wonderlijk genoeg, ondervond de kerkboog weinig schade bij het bombardement van februari 1944. Tussen 1955 een 1972 vond restauratie plaats. Vanaf dat moment was de verdieping in gebruik als woonruimte.
Kijk overigens ook naar de achterkant van de Kerkboog. Deze heeft onder andere een aantal beeldhouwwerken van kopjes.
En let op de oehoe voor het raam. Deze staat er sinds 2019 en is bedoeld om de duiven weg te houden (Indebuurt).
De achterkant van de Kerkboog heeft nog een aantal mooie kopjes. En let op de stenen oehoe voor het raam. Deze staat er sinds 2019 om de duiven af te schrikken (november 2024)
De top van de Kerkboog aan de achterkant met gemeentewapen (november 2024)
Een van de kopjes op de achterkant van de Kerkboog (november 2024)
De gerestaureerde gevels van “d’Oude Laeckenhal”, Grote Markt 23-24 (Fotopersbureau de Gelderlander Auteursrechthouder J.F.M. Trum via F14244 RAN CCBYSA)
De Grote Markt 23 en 24 (huidige adres) maakten in de middeleeuwen onderdeel uit van de lakenhal. In de 16e eeuw werd deze hal opgedeeld in verschillende panden. In 1933 liet Pauw Witjes zijn twee horecapanden samenvoegen en deze -met veel bijval- restaureren naar 16e-17e eeuwse sfeer. Tegenwoordig zit alweer jarenlang Café Daen in het pand.
Vooraf
De ingang van het Hotel “De Koophandel” van de familie F.J.C. Angerhausen; het pand is gelegen naast de Kerkbogen aan de Grote Markt, 1920 (F14086 RAN)
Wanneer de familie de café’s van Grote Markt 23 en 24 openen is nog niet onderzocht. Wel is al gevonden dat J.W. Angerhausen rond 31-3-1903 vergunning krijgt tot de verkoop van sterke drank in het klein (De Gelderlander 1/4/1903 oftewel: het schenken van sterke drank).
Vermeldenswaard zijn de zittingen die de broers L. & H. Stegeman houden, zonen van het Staphorster Boertje. Tegenwoordig is het Staphorster Boertje een “normaal” farmaceutisch bedrijf, het Staphorster Boertje en zijn zonen waren kruidendokters.
De broers Stegeman houden een zitmiddag (De Gelderlander 8/5/1926)
Koop Grote Markt 23 en 24 door Witjes
RAN noemt de foto: Interieur van café Lakenhal, gedateerd 1927: dit zal de Koophandel zijn (Collectie dr. Jan Brinkhoff via D187 RAN CC0)
Verkoop Grote Markt 23
Op 30-9-1925 verkoopt Johanna Frederica Angerhausen (zonder beroep) “het winkelhuis met erf gelegen aan de Groote Markt nummer 23 te Nijmegen Kadastraal bekend in sectie C nummer 2608 groot vijf en veertig centiare” aan Casparus Bernardus de Kleijn (Monteur).
Wanneer Paulus (Pauw) Johannes Witjes Hotel de Koophandel (nummer 23) koopt is mij nog onbekend, in ieder geval opent hij zijn zaak begin1927: eind januari 1937 viert hij zijn 10-jarig bestaan (De Gelderlander 30/1/1937). Daarbij blijkt hij een bergplaats te hebben voor maar liefst 3.000 fietsen (zie advertentie hieronder).
Advertentie Witjes Hotel de Koophandel (De Gelderlander 17/9/1927)
Advertentie Witjes Hotel De Koophandel (De Gelderlander 26/10/1927)
Verkoop Grote Markt 24
Op 20-12-1930 koopt Paulus Johannes Witjes nummer 24: “Het café, plaatselijk gemerkt 24, met erf aan de Groote Markt te Nijmegen, kadastraal bekend Gemeente Nijmegen, sectie C, nommer 2607, groot vijf en veertig centiaren” van Jan Aart Peeman voor 7500 gulden.
Verbouwing naar 16e/17e eeuws uiterlijk
In het midden de Kerkboog (ook wel Stevenspoortje genoemd).
Het geeft toegang tot het achtergelegen Sint-Stevenskerhof die weer toegang verschaft tot de Stevenskerk.
Start bouw: 1542 (architect Claes die Waele). Bouw gereed: 1545.
Verbouwing: 1605 (architect Hans Vredeman de Vries).
Bouwstijl: Gotische Renaissancestijl.
Links Vleeshouwerij Martens, en rechts Hotel “de Koophandel” (A. Klitzsch & Co. via F14553 RAN)
De bovenstaande foto geven de panden in 1928 weer. Het is ons nu te doen om de 2 rechter panden: Hotel de Koophandel van P.J. Witjes en daarnaast voor de helft zichtbaar De Kroon (en merk op dat het pand tussen de Kerkboog en de Koophandel intussen is verbouwd.
Nadat Witjes zowel de Koophandel als de Kroon had gekocht, liet hij de 2 panden weer samentrekken en deze verbouwen om het (weer) een 16e/17e eeuws uiterlijk te geven. Afgaande op het krantenartikel, heeft hij veel zelf gedaan. Daarbij kreeg hij adviezen van Oscar Leeuw en vooral J.L.A.A.M. van Rijckevorsel.
In d’Oude Laeckenhal gaat open (De Gelderlander 18/3/1932)
“In d’Oude Laeckenhal
Op de Markt
Nijmegen heeft geen Raadhuiskelder. In dit opzicht heeft onze stad andere plaatsen niet nagedaan.
Toch heeft zij een blijvende herinnering gekregen aan haar middeleeuwschen handel en verkeer, dat vroeger ook op de Markt samentrok.
Hedenavond wordt dan feestelijk geopend het Hotel-Café-Restaurant “In d’Oude Laeckenhal”, gelegen op de Groote Markt Nos. 23 en 24.
De eigenaar, de heer P.J. Witjes, met gezonde smaak voor het mooi en interessante, dat men bewonderen kan in de bouwwerken onzer vóórvaderen, had er een ruim offer voor over, om zijn beste panden, van ouds “De Koophandel” en de “De Kroon” te doen herstellen, in de stijl van de 16e en 17e eeuw, toen de fraaie lakenhal nog middelpunt was van Nijmeegschen handel en bedrijf.
“De Koophandel” en “De Kroon” waren vroeger twee ourderwetschen verkeers-koffiehuizen, welke zeer geëigend waren om te voldoen aan de eischen, welke de martkbezoekers reeds in de prille ochtenduren stellen, van zich wat te verfrisschen aan een kop koffie of iets anderszins.
Beide cafétjes waren voor eenige jaren in exploitatie bij de Dames Gez. Angerhausen en den heer Gerritsma.
De heer F.J. Witjes kocht “De Koophandel” en later “De Kroon” er bij. En eenmaal in het bezit van beide verlofhuizen, heeft hij ze tot één gemaakt.
Toen de verbouwing van het geheele pand op het tapijt kwam, stond de eigenaar voor de vraag: moet er een nieuw moderne gevel komen of zullen we de pui zoo restaureeren en het interieur zoo inrichten, dat het hier weer de herinnering oproept van vorige bestemming?
Het front van de Markt, van hoek Stikke Hezelstraat tot het hoekhuis Achter de Hoofdwacht, werd in de Middeleeuwen ingenomen door de Lakenhal der stad. De zaal der hal lag op de eerste verdieping en liep ook door de kamers, welke nu nog liggen boven de Kerkboog van St. Steven, welke indertijd als piѐce de milieu stond tusschen typische trapgevels der 16e eeuw, welke aan ons Marktplein zoo’n karakteristieke bekoring gaven.
Beide genoemde verkeerscafé’s, geheel ingericht op het gerief der Markthandelaren, droegen in den onderpui nog duidelijk de sporen van oude bestemming in de zware, hardstenen consoles, welke ’t geheel schragen.
Nu kan men er nog een hardsteenen buitenmuur zien van ongeveer een meter dikte.
In vroeger tijd waren onder de Lakenhal allerlei winkeltjes en taveerntjes ingericht met hun typische luifels.
En het tegenwoordige hotel-café-restaurant.
In de Oude Laeckenhal biedt in huidige gerestaureerde vorm een typisch beeld van hoe het er vroeger op de Markt moet hebben uitgezien.
De heer P. Witjes stond bij zijn restauratieplannen voor geen gemakkelijk werk, maar vond aangename aanmoediging bij het gemeentebestuur en de ambtenaren der gemeente, die hem bij de verbouwingen de ontheffing van gemeentelijke bouwverordeningen toestonden, als noodig waren om de Oude Laeckenhal weer in zijn historisch uiterlijk te kunnen restaureeren.
Dan kreeg de heer P.J. Witjes, die als bouwkundige met veel ambitie, veel zelf deed of liet doen, alle mogelijke voorlichting en medwerking van de heeren Oscar Leeuw en vooral ook van Jhr. Drs. J.L.A.A.M. van Rijckevorsel, lid der commissie tot verzekering eener goede bewaring van Gedenkstukken van Geschiedenis en kunst. Zelfs Dr. Kalff leider van de Ned. Ver. Van Monumentenzorg kwam eenige malen naar Nijmegen om van advies te dienen bij de restauratie van dezen historischen bouw.
Het hotel-café-restaurant in de Oude Laeckenhal is nu klaar.
De 16-eeuwsche trapgeveltjes, welke zich nu sierlijk aanpassen bij de restauratie naast de kerkboog, vormen met de Waag een artistiek historisch hoekje van stijl der Middeleeuwsche bouwmeesters.
Binnen ziet er het in de Oude Laeckenhal in al zijn eenvoud oud-Hollandsch gezellig uit. De oud-eikenhouten lambrizeeringen, de oude pullen en de kannen op de richels, de glas-in-lood ruitjes, de geschuurde tafels, de imitatie-olielampen, alles geven aan het binnenhuis de sfeer van het voor-eeuwsche.
In de Oude Laeckenhal heeft men dit voor op de Oude Raadskelders dat licht en lucht er voldoende kunnen binnendringen, ook al zijn de raampjes wat lager, de plafonds minder hoog dan in moderne zaken.
De heer P.J. Witjes heeft alles in den toon van soberheid en gastvrije gezelligheid gehouden.
De verdiepingen zijn eveneens gerestaureerd. Hier is het hotel voor de marktgasten ingericht en beschikt de waard over twintig kamers met vijftig bedden.
Vanavond is der feestelijke opening “In de Oude Laeckenhal” met zijn gezellig zitje onder de bogen en in de schilderachtige hoekjes.
Oud-Nijmegen herleeft hier, wat iedere rechtgeaarde Nijmegenaar, die nog aan traditie hecht, zal waardeeren.” (De Gelderlander 18/3/1932)
Opvallend genoeg staat iets meer dan een jaar later staat een advertentie dat de zaak te koop is, maar in de volgende jaren blijkt Pauw Witjes nog steeds de eigenaar te zijn (of mogelijk een familielid, dit is nog niet onderzocht).
In augustus van dat jaar is er een openlucht uitvoering van Mariken van Nieumeghen op de Grote Markt. De uitvoerenden gaan op de foto voor de ”Oude Laeckenhal van den heer Witjes” in De Gelderlander 18/8/1933. Een paar dagen later krijgt een figurant, Henk Kramer, een bloemenmand van de eigenaar van de “Oude Laeckenhal”, “wiens restaurant immers daadwerkelijk in het spel betrokken was.” (PGNC 21/8/1933). Eind december 1933 doet P. Witjes een nieuwsjaarsgroet (De Gelderlander 30/12/1933)
In d’Oude Laeckenhal te koop? (De Gelderlander 7/1/1933)
1934 Het Bierkelderke/d’Oude Raatskelder
Opening Bierkelderke (De Gelderlander 19/7/1934)
“…In dit opzicht vindt Oud-Nijmegen oogenblikkelijk een bijzondere beschermer in Dr. van Rijckevorsel, die ook de hand heeft gehad in de reconstructie van den middeleeuwsche kelder van de “d’Oude Laekenhal” bij den renaissance Waaggebouw op de Markt.
Het Koffiehuis “d’Oude Laekenhal” van den heer Pauw Witjes op de Groote Markt is in den lande algemeen bekend.
Dat heeft nu een aantrekkelijkheid meer gekregen, n.l. in de d’Oude Raatskelder of liever Laeckenhaldkelder.
Deze kelder uit de veertiende eeuw is hersteld en bewoonbaar gemaakt en karakteristiek ingericht met oud-Hollandsche meubels.
De oude nissen, waarin vroeger de lampen brandden, zijn bewaard gebleven en beeldenstandjes geworden.
De vroegere stookplaats is nu omgebouwd tot tapkast, waar frisch en best bier geschonken wordt.
Uit een lichtval van zwaar blokglas dringt het licht van de straat binnen- en onder die lichtval vindt men in de kelder nog een vroeger graf.
Het geheele kelderinterieur bleef in stijl en is hoewel kleiner, veel intiemer dan de grootere Raadskelders in ’s-Bosch, Utrecht, Maastricht enz. enz.
Van B. en W., van Commissaris van Politie, van de Inspecteur der Volksgezondheid mocht de heer Pauw Witjes alle mogelijke medewerking ondervinden.
In den kelder blijft verlof.
…
Oud Nijmegen is op de Markt een oude aantrekkelijkheid rijker geworden. Gisterenavond was het er al druk bij de opening. V.V.V. Nijmegen Vooruit was vertegenwoordigd. Veel studenten vonden er met Nijmegenaars een gezellig zitje.”
(De Gelderlander 21/7/1934)
1952 Wijnhuis d’Aloude Laekenhal”
In 1952 verandert de Oude Laeckenhal in een wijnhuis. “Werkende Studenten zorgen voor de bediening en laten de gast de keus uit een grote verscheidenheid van wel tachtig wijnsoorten, waaruit hij een glas kan kiezen of waarvan hij meerdere flessen mee naar huis kan nemen. Ook andere dranken dan wijn worden er in het wijnhuis geschonken; de jenever wordt hier niet verkocht.” (De Gelderlander 2/5/1952)
1953 Taveerne In d’Oude Laeckenhal
Taveerne In d’Oude Laeckenhal (De Gelderlander 6/2/1953
Waarschijnlijk heeft het wijnhuis maar kort bestaan, want op 7 februari 1953 vindt de Heropening plaats van de “geheel verbouwde Hotel-Restaurant Taveerne In d’Oude Laeckenhal” met haar 15e eeuws bierkelderke. De specialiteit van het huis is kip aan ’t spit. (De Gelderlander 6/2/1953).
Waarschijnlijk opent zij in december van dat jaar op de eerste etage bovendien een Oud Hollands restaurant (De Gelderlander 18/12/1953)
De Gelderlander 22/8/1953
De Gelderlander 18/12/1953
Rijksmonument
Het is een Rijksmonument: “Pand, dat oudtijds deel uitmaakte van het Gewandhuis en de Lakenhal. Laat-middeleeuws pand met aan de voorzijde een trapgevel, waarvan het onderstuk in hardsteen uitgevoerd, met tracering, waarin wapenschild boven de deur. Het bovendeel dateert uit 1606. Zwaar gerestaureerd 1931-1932. Aan de achterzijde een puntgevel met vlechtingen.”
1995 Café Daen
Tegenwoordig (juni 2024) zit hier alweer jaren, sinds 1995, café Daen. Daarbij verwijst de “ae” naar de oorspronkelijke schrijfwijze van de Laeckenhal. Haar website geeft tevens de historie weer.
Latijnse School op St. Stevenskerkhof. Het is druk vanwege Monumentendag (september 2023)
Het St. Stevenskerkhof is een van de belangrijkste bezienswaardigheden van Nijmegen. Niet alleen vanwege de St Stevenskerk die er middenin staat, maar ook vanwege de omliggende gebouwen als de kerkboog, de Latijnse School en de kanunnikenhuisjes.
Van tijd tot tijd zal deze pagina worden aangevuld.
Bezienswaardigheden Sint Stevenskerkhof
St. Stevenskerkhof: De noordzijde van de St. Stevenskerk met daar tegenover de kanunnikenhuisjes vóór de restauratie, 1925 (Uitg Weenenk en Snel via F27425 RAN)
Stevenskerkhof (juni 2024)
Eigenlijk het hele kerkhof, in het bijzonder: ⦁ Sint Stevenskerk ⦁ Kanunnikenhuisjes ⦁ Latijnse school ⦁ Kerkboog
Kerkhof van Sint Stevenskerk
Het kerkhof ontleent zijn naam aan de Sint Stevenskerk. Feitelijk wordt een kerkhof de ruimte rond een christelijke kerk aangeduid. Net als de meeste andere kerken werd de ruimte van het St Stevenskerkhof gebruikt als gewijde begraafplaats.
In 1254 wordt de Hunisburg bestemd voor een nieuwe kerk en kerkhof.
De Sint Stevenskerk wordt gewijd in 1273. Daarvoor was de parochiekerk Sint Gertrudis in gebruik, met daarbij een kerkhof. Ook wanneer deze kerk in 1249 wordt afgebroken, blijft het kerkhof daarvan behouden. In 1450 wordt dit het “Alde Kerkhof” genoemd. Het is niet bekend wanneer men hier gestopt is met het begraven van overledenen.
Na de wijding van de Sint Stevenskerk wordt ook het kerkhof meteen in gebruik genomen. Rijke Nijmegenaren laten zich bij voorkeur in de kerk begraven. Het kerkhof is bereikbaar via en trappen en stegen (nu de Zuider- en Noorderkerktrappen) en een doorgang onder het Gewandhuis (nu de Kerkboog).
1591 Stevenskerk protestants, begraafplaats voor alle Nijmegenaren
Ook wanneer de Stevenskerk in 1591 protestants wordt, blijft het kerkhof stadsbegraafplaats, waar alle Nijmegenaren ongeacht hun geloof worden begraven.
Stevenskerkhof: De achterzijde van de panden van de Grote Markt, 1920 (F63556 RAN)
Stevenskerkhof achterkant Grote Markt (juni 2024)
Einde als begraafplaats
In de 19e eeuw kwam het verbod om doden binnen de stadsmuren te begraven. Allereerst vanaf 1810, na de inlijving van het Koninkrijk Holland bij het Franse Keizerrijk, mochten doden niet meer binnen de stadsmuren worden begraven. Daarop besluit het stadsbestuur op 13 november 1810 om een algemene begraafplaats aan te leggen buiten de Hertogsteegpoort, wat de later de Stenenkruisstraat is. Dit terrein was onderdeel van de vestinggronden dat in 1808 door Lodewijk Napoleon aan de stad had gegeven. De eerste begrafenis op deze nieuwe plek vond op 20 mei 1811 plaats. (in Paradisum).
Ook de wet uit 1829 – de Fransen waren immers weer vertrokken- bepaalt dat steden met meer dan 1.000 inwoners hun begraafplaats buiten de wallen moet hebben. Wanneer men precies gestopt is om overledenen (ook?) op het Stevenskerkhof te begraven, is mij niet bekend: 1810, 1829 of mogelijk zelfs 1869 (de Begraafwet). In ieder geval werden in de loop van de 19e eeuw de graven rond de kerk werden geruimd, waarbij beenderen werden overgebracht naar het kerkhof op de Stenenkruisstraat.
Sint Stevenskerk
In het midden staat de Sint Stevenskerk, de grootste kerk van Nijmegen. De historie gaat terug tot 1273. Het grootste deel van de huidige kerk is gebouwd in de 15e en 16e eeuw. Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte de kerk, waaronder de toren, zwaar beschadigd. In 1969 was het herstel afgerond.
Een prachtige en uitgebreide site over deze kerk is te vinden op de site van D.J. Dekker, daarom zal hier niet uitgebreid in worden gegaan op de Stevenskerk.
Een mooi overzicht van de aanwezige grafzerken is te vinden op Noviomagus.
En natuurlijk nog beter is de Stevenskerk zelf te bezoeken: Stevenkerk
Graf Catharine van Bourbon
Grafmonument Catharina van Bourbon in de Stevenskerk (september 2023)
Door een schenking van Catharina van Bourbon kon de Stevenskerk een kapittelkerk worden.
Catharina werd op een ereplaats begraven: in het koor, recht voor het hoofdaltaar. In 1512 liet haar zoon Karel het praalgraf plaatsen, recht boven haar tombe.
Op de foto zijn tevens grafstenen te zien: de rijken werden begraven in de kerk.
Hieronder is de grafkelder van Catharina van Bourbon weergegeven, met een replica van de grafkist. Een foto van de kelder vóór de restauratie is te vinden op F34495; de oorspronkelijke kist op F46031 en de geopende met het stoffelijk overschot van Catharina van Bourbon op F46032 RAN
Grafkeleder Catharina van Bourbon Stevenskerk; de kist is nagemaakt (september 2023)
Een tekening van de graftombe en grafkelder van Catharina van Bourbon. Uit de kroniek van Jan Willem van Druijnen (16-5-1790 – 21-4-1854), 1843 (F46033 RAN)
In de crypte staan een aantal rijen kraagstenen langs de wand. Deze zijn gemaakt voor de restauratie na de Tweede Wereldoorlog. De Rijksdienst voor Monumentenzorg keurde deze echter af: de kraagstenen zouden alleen uit bladmotieven hebben bestaan. (Bron: Stevenskerk). In de kerk zijn daarom nu ook weer de bladmotieven te zien.
Hertogin Catharina van Bourbon liet bij haar overlijden in 1469 een grote som geld in de vorm van tienden na. Dit was bestemd om Sint Stevenskerk te verheffen tot kapittelkerk. Daarbij werd een college van ongeveer dertig kanunniken gevormd, die in een rij woningen ten noorden van de Sint Steven kwamen wonen in de kanunnikenhuizen.
Toen de lakenhandel in de 16e eeuw aan betekenis verloren, werd de lakenhal opgedeeld in verschillende panden. Daarbij werd besloten om de doorgang naar de kerk te vergroten, waarvoor in 1542-1543 twee delen werden gesloopt. Daarvoor in de plaats kwam een poort, gebouwd in een in overgangsstijl tussen gotiek en renaissance in, een ontwerp van…
Een aquarel : In het midden de kerkboog met zonnewijzers; rechts daarvan trapgevels en links gevels met boogafsluiting en achter het dak de toren van de Latijnse school (links) en St. Stevenstoren met kerkdak, 1730 (collectie dr. Jan Brinkhoff via D136 RAN CC0)
De panden van de Grote Markt 19 tot en met 25 maakten onderdeel van de Lakenhal. Daarbij is vooral het vooraanzicht van de panden van 19-21 sterker gewijzigd dan dat van 23-25. Of beter: het vooraanzicht van nummers 23-25 is gerestaureerd om de gevels weer “middeleeuws” te laten uitzien.
Op de bovenstaande foto is een aquarel te zien waarbij de gevels rechts van de kerkboog nog trapgevels hebben. Merk daarbij op dat de panden links van de kerkboog geen middeleeuws uiterlijk meer hebben.
Panden aan de westzijde van de Grote Markt, 1900- 1910 (GN7 RAN)
Op de foto hierboven is vervolgens de situatie rond 1900-1910 weergegeven.
Grote Markt 19
Het is een Rijksmonument: “Laat-middeleeuws pand met aan de voorzijde een gevel met stucversieringen, karakter derde kwart 19e eeuw en aan de achterzijde een verminkte en gepleisterde puntgevel.” Tegenwoordig (juni 2024) zit hier Maoz.
Grote Markt 21
Het is een Rijksmonument: Laat-middeleeuws PAND met aan de Marktzijde een eenvoudige gepleisterde lijstgevel, 19e eeuw en aan de Kerkhofzijde een gepleisterde gevel met rookkanaal in de as en ingezwenkte top. In de zijgevel onder de Kerkboog dichtgezette vensters met houten kruiskozijnen.”
Rond 1900 had Vleeschouwouwerij H.A. Martens & Zn hier haar winkel (zie de foto hierboven). Tegenwoordig is het houtsnijwerk “Slagerij” weer zichtbaar gemaakt door het verwijderen van een bord. Zie ook Noviomagus (tevens bron).
Tegenwoordig (juni 2024) zit hier De Bruijn Lunchen op de Markt.
Grote Markt 23/24
De gerestaureerde gevels van “d’Oude Laeckenhal”, Grote Markt 23-24 (Fotopersbureau de Gelderlander Auteursrechthouder J.F.M. Trum via F14244 RAN CCBYSA)
De Grote Markt 23 en 24 (huidige adres) maakten in de middeleeuwen onderdeel uit van de lakenhal. In de 16e eeuw werd deze hal opgedeeld in verschillende panden. In 1933 liet Pauw Witjes zijn twee horecapanden samenvoegen en deze -met veel bijval- restaureren naar 16e-17e eeuwse sfeer. Tegenwoordig zit alweer jarenlang Café Daen in het…
Het is een Rijksmonument: “Laat-middeleeuws PAND, dat oudtijds deel uitmaakte van de Lakenhal en het Gewandhuis. De trapgevel aan de voorzijde is in de 19e eeuw genormaliseerd en met een rechte lijst afgedekt. Hardstenen onderpui met boven de deur een tracering, waarin twee wapenschildjes, omstreeks 1545.”
Achter de Hoofdwacht 1
Het is een Rijksmonument: Laat-middeleeuws PAND, waarvan de voorgevel in het laatste kwart der 19e eeuw vernieuwd is in neo-gotische trant. Aan de achterzijde de oorspronkelijke, thans verminkte ongepleisterde puntgevel.”
Achter de Hoofdwacht 3
Het is een Rijksmonument: “Laat-middeleeuws pand met in de 19e eeuw gepleisterde en gewijzigde voorgevel. Gepolychromeerde gevelsteen: De Blaauwe Hand, 1797. Curieuze winkelpui uit het derde kwart 19e eeuw. Uithangbord. De achtergevel heeft een houten onderpui, waarschijnlijk 17e eeuw.” Hier is al jarenlang het bekende Café In de Blauwe Hand gevestigd.
Afsluitpaal De Gehelmde Wachter, Ben van Pinxteren
1977
Afsluitpaal De Gehelmde Wachter, Ben van Pinxteren, 1977, Stevenskerkhof (juni 2024)
“De Gehelmde Wachter” van Ben van Pinxteren is een van de afsluitpaaltjes die in 1977 werden geplaatst. het stelt een man met een zwaard en helm voor, een herinnering aan het feit dat de bovenverdieping van de Waag in gebruik was door de burgerwacht en het stadsgarnizoen.
Het Zuiderportaal van de St. Stevenskerk met links de Latijnse School, Weenenk en Snel, 1930 (F33959 RAN)
De Latijnse School is het oudste schoolgebouw van Nijmegen. Deze is in de jaren 1544-1545 gebouwd naar ontwerp van Herman van Herengrave. Hij zal later ook het stadhuis ontwerpen.
De Latijnse School wordt ook vaak “Apostolische school” genoemd. Dit is een verwijzing naar het feit dat de voorloper uit 1310 tevens de functie van pastorie van de Sint Stevenskerk had. Deze kerk stond onder het patronaat van de Keulse Apostelkerk, voordat de Stevenskerk zelf een kapittelkerk werd. Eind 14e eeuw was deze school onder het Nijmeegs stadsbestuur gekomen, omdat Nijmegen zich zorgen maakten over de kwaliteit van het onderwijs (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis). In 1544 werd het vervallen gebouw vervangen door het huidige.
Wat is een Latijnse School?
Latijnse School op St. Stevenskerkhof. Het is druk vanwege Monumentendag (september 2023)
In de middeleeuwen bestonden slechts 2 schooltypen: de lagere school en de Latijnse School. De Latijnse school bereidde jongens voor op een religieus leven of een universitaire studie. Deze jongens waren afkomstig uit de sociaal-ecomisch hogere en middenklassen. De lessen waren grotendeels in het Latijn, mede omdat voor een vervolgstudie een goede kennnis van deze taal nodig was.
De meeste jongens waren 9 jaar als ze naar de Latijnse School gingen. Zij gingen naar 4 klassen waarvoor elk een half jaar nodig was, gevolgd door een afsluitend jaar. De leerling bleef net zo lang in de klas totdat hij de stof kende. Voor een vervolgstudie ging de leerling daarna na het klooster of universiteit.
Vanaf 1215 waren de seculiere kapittels- wat de Sint Stevenskerk was- verplicht een school op na te houden. De school stond dan ook onder verantwoordelijkheid van de kerk.
In de loop van de 14e eeuw namen stadsbesturen, waaronder in Nijmegen, de financiële lasten van de school op zich. Daarbij kregen ze zeggenschap over de reglementen en benoemden zij de rector.
16e eeuw: Behoefte aan hoogopgeleide mensen
In de 16e eeuw kwam er in Nijmegen een grote behoefte aan hoog opgeleide mensen voor functies als bestuurder, doctoren en juristen. Belangrijke vakken waren moderne talen, Latijn, retorica, Frans en wiskunde.
1842: Gymnasium
Deur Latijnse School Stevenskerkhof (juni 2024)
In 1838 was een onderwijshervorming doorgevoerd, waardoor het schooltype gymnasium ontstond. Net als in veel andere plaatsen in de loop der jaren, vormde Nijmegen in 1842 haar Latijnse school om tot een gymnasium.
Het Latijn was nog steeds belangrijk, maar er ook meer aandacht voor vakken als moderne talen, wiskunde en natuurkunde.
Vervolg
In 1881 verhuisde het Gymnasium naar nieuwbouw aan de Kronenburgersingel:
In de Latijnse school kwam muziekschool. Daarna kwam er een politiebureau, het Gemeentelijk Arbeidsbeurs en de Armenraad in het gebouw. In de jaren ’60 vond een grote renovatie plaats.
Kunstwerken
Beeld van Paulus, met zwaard als attribuut en rechts het stadswapen, Latijnse School Stevenskerkhof (juni 2024)
De apostel Andreas met een Andreaskruis als attribuut, Latijnse School Andreas Stevenskerkhof (juni 2024)
De beelden van de 12 apostelen herinneren nog aan de “Apostolische school”. Op de natuurstenen lijst zijn in latijn de 10 geboden te zien. Boven de hoofdingang is het stadswapen geplaatst.
Rijksmonument
Het gebouw is een Rijksmonument. De tekst bij aanwijzing: “Apostolische of Latijnsche School. Langgerekt, rechthoekig gebouw met verdieping en half zadeldak, aan de westzijde afgesloten door een trapgevel, gebouwd 1544-1545 door Herman van Herengrave in vroege renaissancevormen. Gerestaureerd omstreeks 1965. Natuurstenen gotisch poortje, waarboven stadswapen in ezelsrugboog-omlijsting. Natuurstenen plint. De vensters van de benedenverdieping worden omvat door korfboognissen met driepastraceringen; hierboven een renaissancefries, onderbroken door gebeeldhouwde consoles, waarop thans vernieuwde apostelbeelden. De vensters van de verdieping worden omlijst door korfboognissen met renaissancebanderolles in de boogvelden. Kroonlijst met renaissancefries en gebeeldhouwde consoles. De zijtrapgevel bezit een rijke ornamentatie in renaissancetrant.”
In 1882 werd een deel van de Hundisburg afgegraven, waaronder het westelijk deel van het kerkhof. Dit was onder andere om de Oude Haven te dempen. Daardoor komt het Stevenskerkhof op de huidige hoogte te liggen. Daarbij werd het terrein om de kerk met keitjes bestraat.
Bombardement 1944 en nieuwbouw
Tijdens het bombardement van 1944 werden de panden aan de zuidwestelijke zijde volledig verwoest.
Na de oorlog werden huizen ten westen en noorden van de kerk afgebroken, ook de kanunnikenhuisjes. In de jaren 70 en 80 kwam hier nieuwbouw voor in de plaats. Ook kwamen er na de oorlog 2 nieuwe doorgangen: ⦁ Rond 1944-1946: bij Achter de Hoofdwacht, door sloop van een aantal panden ⦁ 1965: bij de Stikke Hezelstraat, door sloop van 2 smalle huizen en een gebouw aan de Sint Stevenskerkhof zelf ⦁ 1981: bij de bouw van de Petrus Canisisusschool
Oorlogsmonument voor de burgerslachtoffers van Mari Andriessen
Monument voor de burgerslachtoffers van de Tweede Wereldoorlog uit 1959. De maker is de Haarlemse beeldhouwer Mari Andriessen.
Het beeld stelt een vliegende engel voor, welke een overleden kind met zich mee voert. Het beeld is gemaakt ter nagedachtenis aan alle burgerslachtoffers.
Het onderschrift:
“Ter nagedachtenis
Aan de Nijmeegse Burgers
Voor en na de bevrijding van hun stad
Als weerloze slachtoffers van het oorlogsgeweld
Uit het leven gerukt
1940-1945.”
Oorspronkelijk was het de bedoeling om dit beeld op Plein 1944 te plaatsen. Het monument dat daar al stond voor de gevallen soldaten van Jac. Maris zou verhuizen naar het Valkhof. Dat ging echter niet door. Daarop kwam het beeld van de engel terecht op een plantsoen in de Stikke Hezelstraat. Zie voor een foto uit 1975 F34078 RAN.
Burgemeester Hustinx onthulde het beeld op 169-1959, bij de 15e viering van de bevrijding. Een foto daarvan is te vinden op F55300 RAN.
Eind jaren 70 is het verplaatst naar de huidige locatie van het St Stevenskerkhof.
De Luizenmarkt op het St. Stevenskerkhof, 1922 (F33566 RAN)
Tegenwoordig zijn er nog maar 2 handelaren over die ’s maandags op de Grote Markt staan, maar jarenlang was het een begrip in Nijmegen: de luizenmarkt oftewel lusemerkt. Deze vond in ieder geval sinds 1913, met korte onderbrekingen, plaats bij het St. Stevenskerkhof (VN17136).
De locatie zal te maken hebben met de Benedenstad, waar vroeger veel lompen werden verhandeld. Nijmegen Toen op Facebook: “Het is daarom niet verwonderlijk dat elke maandagmorgen aan de voet van de St. Stevenstoren de Lusemert gehouden werd”. In 2013 “vecht ze voor haar voortbestaan” en daarbij: “Nog steeds stalt iedere maandagochtend de vaste groep verkopers haar waar uit over de kleedjes en marktkraampjes rond de St. Stevenskerk. Oud gereedschap, spiegels, boeken, gloeilampen, koffiezetapparaten en wekkers. Dagjesmensen en vaste klanten gaan op zoek naar bruikbare prullaria voor in de woon- of slaapkamer.”
Een leuk interview met Hent, een van de laatste verkopers van de Lusemert staat op Nijmegen-Oost
In ieder geval sinds 1913 vond de uitdragersmarkt, in Nijmegen algemeen bekend als de luizenmarkt, of op zijn Nimweegs luusemert, met korte onderbrekingen tot op heden plaats aan de voet van de Sint Stevenstoren. Op de achtergrond de Latijnse School, 1945-1955 (1945-1955 Auteursrecht: J.F.M. Trum via VN17136 RAN CCBYSA)
Vergroening
Vergroening Stevenskerkhof (juni 2024)
Beelden en andere kunstvoorwerpen
Gedicht Victor Vroomkoning Stevenskerkhof (juni 2024)
Het Raadsel van Nijmegen, plaquette van Oscar Goedhart, Stevenskerkhof (juni 2024)
Op 1 februari 1904 opent de Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij met een bestelkantoor en een reiskantoor op Kannenmarkt No. 6. Hiervoor had de verbouwing plaats gevonden, (waarschijnlijk) door aannemer/architect Grandjean (oa in de beschrijving op Rijksmonumenten; ik heb de bouwtekening nog niet ingezien). Vanaf januari 1903 heeft het aanneemkantoor van goederen tijdelijk op Kannenmarkt no. 11 gezeten (PGNC 22/1/1903).
In een advertentie van PGNC 21/10/1890 wordt echter Kannenmarkt No. 12 genoemd (zie hierboven): “Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij vervoer van goederen: De Maatschappij belast zich van af 15 October e.k. met het vervoer van Bestelgoederen, Geld en Geldswaren naar alle plaatsen in Nederland, gelegen aan de lijnen der Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij”.
De Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij (ook geschreven als HIJSM of HSM) was op 8 augustus 1837 in Amsterdam opgericht. Het was de eerste in Nederland opgerichte spoorwegmaatschappij. De eerste lijn, van Amsterdam naar Haarlem was op 20 september 1839 opengesteld.
Nijmegen-Kleve
Ten aanzien van Nijmegen had zij op 1 juli 1886 de exploitatie van de lijn Nijmegen-Kleve overgenomen. Deze lijn was opgericht door de Nijmeegsche Spoorwegmaatschappij (NSM) in 1863, wat de eerste treinverbinding van Nijmegen was. De exploitatie daarvan was in handen van Rheinische Eisenbahn-Gesellschaft (en in 1886 kort door Preußische Staatseisenbahnen en in eigen handen).
Wikipedia: “De HIJSM kwam gaandeweg in het bezit van een meerderheidsaandeel in de NSM en bij overeenkomst van 25 maart 1907 kreeg de HIJSM het recht om het Nederlandse gedeelte van de lijn te kopen, waarvan zij in 1923 gebruik maakte. Hierop had Nijmeegsche Spoorwegmaatschappij geen bestaansrecht meer en zij ging op 1 juli 1923 in liquidatie.”
Verbouwing 1913/1914?
Reisbureau en Beslelkantoor Kannemarkt No te Nijmegen, H Y S M, De ondertekening van D12.384121 is op 28-11-1913 (D12.384122)
Reisbureau en Beslelkantoor Kannemarkt No te Nijmegen, H Y S M, (D12.384122)
In het bouwdossier is een bouwtekening van november 1913 gevonden. Het is onduidelijk of deze verbouwing daadwerkelijk heeft plaats gevonden. Let op de loketten, de “etalage” in het midden, wat in ieder geval tegenwoordig een groot raam is.
Op 1 november 1917 wordt het reisbureau en bestelkantoor opgeheven als gevolg van de “fusie”. In 1917 richtte de Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij samen met de Maatschappij tot Exploitatie van de Staatsspoorwegen de belangenmaatschap Nederlandse Spoorwegen (NS) op. Dit zou uiteindelijk leiden tot een fusie tot de Nederlandse Spoorwegen (NS).
Als gevolg van de sluiting brengt R.T. Slagtman & Zn. haar kantoor over naar Kannenmarkt No. 11: “Het afhalen, verzenden en bezorgen van alle soorten Goederen wordt op denzelfden voet voortgezet, zoowel voor Spoor als Boot- Douane-formaliteiten- Verhuizingen”. (artikel en advertentie in PGNC 27/10/1917).
Ook Van Gend & Loos adverteert naar aanleiding van de sluiting. Ook daar is het mogelijk goederen af te halen: “orders voor het, van wege de Spoorweg-Maatschappijen ambtshalve, afhalen van Bestel, Ijl- en Vrachtgoederen”. Daarbij schrijft zij over het aannemen van goederen: “behalve door het station, slechts worden aangenomen door de Factorij Van Gend & Loos, H. Colignon & Cie., Kannenmarkt No. 9”. (PGNC 3/11/1917)
Vervolg Slagtman
Er is niet uitgebreid gezocht naar het vervolg van Slagtman.
Op 15-7-1931 verhuist het bedrijf naar Mariënburg 23-24 (PGNC 10/7/1931).
Op 2-6-1933 staat een advertentie dat op 8 juni een Buitengewone Algemeene Vergadering van Aandeelhouders wordt gehouden. (De Gelderlander 2/6/1933). Heeft het faillissement van H.R.J. Slagtman, koopman er iets mee te maken? (De Gelderlander 8/8/1933) In ieder geval staat in De Gelderlander 26/1/1934 een advertentie: “Voor verhuizingen Slagtman & Co. N.V. Onder Directie van J. Hunink” Waarbij het adres nog adres Marienburg 23-24 is.
Vervolg Kannenmarkt 6
De H.IJ.M.S is tot 1929 eigenaar geweest van het pand, welke zij waarschijnlijk heeft verhuurd.
In 1918 is er waarschijnlijk een bouwvergunning afgegeven (archiefnummer 1335, inventarisnummer 15877).
Rijwielreparatie Kersten
Rijwielen Kersten Kannenmarkt (De Gelderlander 19/4/1919)
De eerste nieuwe gebruiker van het pand lijkt rijwielwinkel Jan Kersten te zijn. De tot nu toe eerst gevonden advertentie is van De Gelderlander 19/4/1919.
Aurora
Rijwielen Aurora Kannenmarkt 6 (De Gelderlander 16/4/1921)
In De Gelderlander 14/7/1920 is er nog een advertentie van Kersten gevonden. Daarna is de eerstgevonden advertentie die van Ind. Handelsonderneming “Auroro”, eveneens in rijwielen. Of dit een andere naam voor de zaak van Kersten is of een nieuwe onderneming, is nog niet duidelijk. In ieder geval op De Gelderlander 27/5/1922 nog een advertentie van Aurora.
W. Janssen & Zn.
W. Janssen Groenten en Fruit (De Gelderlander 3/5/1924)
De volgende gebruiker die bekend is, is W. Janssen & Zn., een groente en fruithandel. De eerstgevonden advertentie is uit De Gelderlander 3/5/1924.
J. Groenen
Advertentie J. Groenen voor klei aardappelen, Kannenmarkt 6 (De Gelderlander 3/11/1928)
Op 20-10-1928 opent J.P. Groenen zijn groentezaak: “een keurig ingerichte zaak in groenten, aardappelen, comestibles, binnen- en buitenlandsch fruit enz.” Daarvoor heeft Groenen zijn winkel van binnen en buiten laten schilderen (De Gelderlander 20/10/1928).
Hij koopt hij het pand van de N.V. Hollandsche Ijzeren Spoorweg Maatschappij op 2-5-1929 (verwijzing actenummer 425, archiefnummer 1202, inventarisnummer 23 met dank aan het RAN voor het scannen van de acte).
“J.P. Groenen, Groente- en fruith.” komt op dit adres voor in de Adresboeken van 1934, 1936, 1938, 1940. In 1948, 1951 is het “grossier levensmiddelen”.
Ready Puddingfabriek
Onder andere in De Gelderlander 31/12/1940 en De Gelderlander 1/12/1941 verschijnen er tevens advertenties van de “Ready Puddingfabriek” op dit adres. De eerstgevonden advertentie van Ready is van De Gelderlander 20/7/1938, maar het is onbekend of de Karrenmarkt 6 toen al de locatie was.
Verkoop aan gemeente?
In November 1956 blijkt J.P. Groenen overeenstemming te hebben bereikt over de verkoop een winkel met twee bovenwoningen, gelegen aan de Kannenmarkt 6 aan de gemeente. De gemeente heeft plannen tot uitbreiding van het Waaggebouw, “met het oog waarop ook de drie belendende panden reeds zijn aangekocht.” De heer Groenen wil dit perceel verkopen voor f11.500,-. (De Gelderlander 14/11/1956)
Of de verkoop is daadwerkelijk heeft plaatsgevonden is niet bekend. In ieder geval is er geen sprake van een uitbreiding van het Waaggebouw geweest en bestaat het pand nog steeds.
Keurentjes
Advertentie Keurentjes in Adresboek 1968
De eerstgevonden vermelding van Keurentjes is in het Adresboek van 1959. Dan komen “E.T., rijw.m.” (rijwielmonteur) en “M. rijw. handelaar” op dit adres voor. In ieder geval komt er in het Adresboek 1971 nog een E.T. Keurentjes en elders “Keurentjes en Zn. M.” voor op Kannenmarkt 6.
Vervolg
Er is nog niet uitputtende onderzocht wat het vervolg is geweest.
Kunstcentrum
In ieder geval zat in de loop van de jaren 80 een kunstcentrum, onder andere is bij het RAN een affiche te vinden voor de aankondiging van de tentoonstelling van de gouaches van Anton Coppens, van 10 tot 18 november 1984.
Ook heeft het Architectuur Centrum Nijmegen een tijdlang gebruik gemaakt van het pand.
Bairro Alto
Inmiddels zit al weer jarenlang Koffiebar Bairro Alto op deze locatie.
Smederij Pepergas met een beeldje van Mariken (juni 2024)
Al jarenlang hangt in de Pepergas een bordje met foto en onderschrift dat in Pepergas 22 een smederij was gevestigd. Ik was benieuwd wat er over deze smederij was te vinden.
L.J. Brinkman
Sinds wanneer er een smid was op Pepergas 22-24 is mij nog niet bekend. In ieder geval was L.J. Brinkman (als persoon of als firma) de gehele 2e helft van de 19e eeuw smid.
De eerstgevonden vermelding is uit 1838: Verbetering van de smederij, Aanvrager: L. Brinkman, Pepergas (inventarisnummer 23045).
De eerstgevonden advertentie is van L.J. Brinkman, Meester Smid in de Pepergas van september 1851 (PGNC 27/9/1851): “dat hij thans ruim voorzien is van een fraai assortiment der nieuwmodische haarden en kagchels, tegen zeer billijke en vaste prijzen”.
Wanneer hij telefoon krijgt (nummer 250), dan is hij In 1909 nog steeds smid op Pepergas 22. J.L. Brinkman en Zoon woont dan als particulier adres Groote straat 45. (PGNC 4/4/1909)
wed. A. Peters-Seegers
22-7 en 5-8-1915 zal de veiling plaats vinden van een “Huis waarin Smeederij en twee Bovenwoningen met Erf aan de Pepergas te Nijmegen gelegen, plaatselijk gemerkt nos. 22 en 24, groot 44 centiaren”. (De Gelderlander 11/7/1915). Dit pand zal voor f885 worden verkocht aan de wed. A. Peters-Seegers, sleepersbedrijf hier te stede uitoefenend (De Gelderlander 7/8/1915)
In juni 1929 biedt wed. A. Peters-Seegers het pand, “smederij met pakhuis en bovenwoning, gelegen aan de Peperstraat Nos. 22-24, groot 44 cA., verhuurd voor f5,50 per week” weer ter veiling aan, samen met een aantal andere gebouwen. De veiling zal op 27 juni en 11 juli gehouden worden (PGNC 15/6/1929).
Smederij(?)
De laatste huizen in de Pepergas even zijde, wachtend op afbraak, voordat de gas eindigt in de Grotestraat, 20/12/1949 (Commissariaat van Politie Nijmegen Afd. Fotografie via F31771 CC0)
Links is de smederij te zien: Schilderachtige “stikke” verbindingsstraat tussen de Grotestraat en de Korenmarkt, hier gezien in de richting van de Korenmarkt. Vermoedelijk werd er voornamelijk peper verkocht. Stond ongunstig bekend vanwege de vele daar woonachtige publieke vrouwen, 1930 (dr. Jan Brinkhoff via D5291 RAN)
Opvallend is dat in alle tot nu gevonden adresboeken vanaf 1922 (mogelijk eerder, 1922, 1924, 1926,1932, 1934, 1936, 1938, 1940, 1948 en 1951) Pepergas 22 “werkplaats” wordt genoemd. In 1955 komt het voor als “smederij”. In hoeverre het pand doorlopend een smederij is geweest – in 1929 wordt het bij de verkoop nog zo genoemd- is nog niet bekend. Wel beschrijven de foto’s rond de jaren 50 het pand als “Smederij” en hangt er ook een bordje.
Bij het RAN zijn een aantal mooie foto’s te vinden van het “Verhaal van de smid”, waaronder F53866.
Westzijde van de Groote Markt rond de eeuwwisseling. In het midden de Kerkboog met de naastgelegen Vleeschhouwerij van H.M. van Benthem, geheel links de winkel in huishoudelijke artikelen van J.L.A. Goette. Op de achtergrond de Stevenskerk en -toren op het St. Stevenskerkhof, 1898-1902 (F25452 RAN)
In 1883 opent J.LA. Goette zijn nieuwe winkel aan de Grote Markt 17, naar ontwerp van architecten Giesing en Semmelink. Hij zal hier tot 1918 zijn winkel hebben.
Joannes Alphonsus Lambertus Goette: koperslager en winkelier
Overname door Joannes Goette (PGNC 30/4/1882)
In April 1882 doet Petrus Goette (zie Bijlage) zijn zaak in lampen, koper en blikwerken over aan zijn zoon Joannes, J.L.A. Goette (PGNC 30/4/1882). Hij zal 38 jaar de winkel voort zetten.
Zoon Joannes wordt bij het vertrek van Petrus “hoofd” op Groote Markt No 23. Het “blauwe potlood” heeft bij Aanmerkingen “No 17” geschreven. (Bevolkingsregister 1880)
Joannes In 1890 is Joannes “Koperslager en Winkelier”, met als adres Grootemarkt D No 17.
Hij trouwt met Johanna Valeria Elisabeth Bruning (16-3-1857 Woerden). Kinderen:
Gijsberdina Mathilda Maria (28-9-1887 Nijmegen) zij verhuist in de jaren 90 “I Bl 387”
Maria Petronella Valeria (9-8-1889 Nijmegen), zij overlijdt op 27-2-1890
Maria Valeria Arnoldina (12-11-1891 Nijmegen)
Joannes George Maria (27-6-1893 Nijmegen), hij overlijdt op 27-6-1894
Joannes Hendrik Maria (12-7-1894 Nijmegen), hij overlijdt op 6-3-1895
Detail: de winkel in huishoudelijke artikelen van J.L.A. Goette: Westzijde van de Groote Markt rond de eeuwwisseling. In het midden de Kerkboog met de naastgelegen Vleeschhouwerij van H.M. van Benthem, . Op de achtergrond de Stevenskerk en -toren op het St. Stevenskerkhof,1898-1902 (F25452 RAN)
Op 30-1-1883 vindt aanbesteding plaats van het “Afbreken en weder Opbouwen van twee Winkelhuizen aan de Groote Markt” door de architecten Giesing en Semmelink (PGNC 17/1/1883).
Het is nog onduidelijk in hoeverre de twee af te breken winkelhuizen de oude winkel van Goette is.
Aankondiging opening Goette Grote Markt 17 (De Gelderlander 26/10/1883)
Het PGNC schrijft:
“…Ook gisteren avond werd de Markt weder een schoon magazijn rijker, namelijk dat van den heer J.L.A. Goette, fabrikant in koper- en blikwerk en huishoudelijke artikelen. Naar de plannen van de heeren Giesing en Semmelink met veel smaak gebouwd, mag het met recht een sieraad voor de Markt genoemd worden, wat zeker nog meer het geval zal zijn, wanneer ook de andere helft van het gebouw zal voltooid zijn. Het is ons steeds aangenaam op dergelijke nieuwe inrichtingen te mogen wijzen en daardoor eene hulde te brengen aan den ondernemingsgeest van wakkere stadgenooten.” (PGNC 28/10/1883).
Vervolg
Goette is in het Bevolkingsregister 1900 eveneens “koperslager en winkelier” op Groote Markt 17. Hij zal 38 jaar winkelier zijn. Midden 1918 liquideert hij de zaak: hij houdt uitverkoop en de inventaris wordt verkocht.
Daarbij kondigt hij de verhuizing naar Bijleveldsingel 12 aan. Lang zal hij daar niet wonen: hij overlijdt op 14-1-1919 (Bevolkingsregister 1910). Maria overlijdt op 11-4-1919.
Uitverkoop Goette ivm liquidatie (PGNC 15/5/1918)
Verkoop inventaris Goette (PGNC 27/7/1918)
Verhuisbericht Goette (PGNC 31/7/1918)
De Gebr. Lampe zullen het pand overnemen en verbouwen. Uiteindelijk zal het gebouw in 1967 gesloopt worden om plaats te maken voor de Raiffeisenbank.
Advertentie koperslager Goette De Gelderlander 21/9/1862
Wanneer P.A. Goette met zijn zaak begonnen is, is nog niet bekend. De door mij eerstgevonden advertentie is uit De Gelderlander 4/10/1857 voor “moderateur-lampen”als “Fabrikant Lampist” . Daarnaast adverteert hij regelmatig olie (zie hiernaast)
Advertentie Goette moderateur lampen De Gelderlander 4/10/1857
.
Petrus Antonius Goëtte (3-10-1822 ’s Hertogenbosch) komt op 6-3-1851 naar Nijmegen naar Groote Markt Wijk D. No. 45. Hij is dan “koperslager”. Hij trouwt op 1-5-1851 met Maria Jansen (1830 Nijmegen). Zij hebben 2 kinderen:
Gijsbertina Maria Petronella (24-6-1852 Nijmegen)
Johannes Alphonsus Lambertus (24-10-1853 Nijmegen)
Ook in 1860 is hij “koperslager”. Joannes vertrekt op 30-12-1863 naar Oudenbosch (Bevolkingsregister 1860).
In 1870 is hij eveneens “koperslager”. Boven Wijk D. No. 45 staat er 23: het is onduidelijk of dit een verhuizing of de aanduiding van het huisnummer is. (Bevolkingsregister 1870).
Gijsberdina trouwt op 28-5-1879 en vertrekt vervolgens op 5-7-1879 naar Amsterdam.
Joannes staat in het Bevolkingsregister van 1870 weer op dit adres, zonder dat er een melding wanneer of van waar hij teruggekomen is. Mogelijk heeft dit te maken met de oproep voor de militiie van 1873.
Op 20 januari 1884 overlijdt Maria (geschreven als Janssen). Het “blauwe potlood” heeft de geboortedatum van Petrus veranderd naar (waarschijnlijk) 3 oct. Hij verhuist naar Ridderstraat Wijk C Nr 6, hij is afkomstig van Markt D 23. Het “blauwe potlood” heeft bij Aanmerkingen Nr 11 geschreven. (Bevolkingsregister 1880)
Advertentie Boekhandel Wildenbeest (De Gelderlander 16/10/1903)
In 1901 ontwerpen Oscar en Henri Leeuw de verbouwing voor boekhandel Wildenbeest in de Broerstraat. In ieder geval is er in 1912 een tweede verbouwing, door achitect Jansz.
1901 Verbouwing tot boekhandel Wildenbeest door Henri en Oscar Leeuw
“Hedenavond wordt in de Broerstraat een nieuwe boekhandel geopend in het perceel, waarin tot dusver een magazijn van den heer Canta gevestigd was.
Naar ontwerp van de heeren Oscar en Henri Leeuw is de bestaande winkel naar de nieuwe eischen keurig vertimmerd en gedecoreerd, en dank aan de lichte tinten, waarin behangsel, betimmering en meubilair gehouden zijn, alsmede aan een grooten spiegel tegen den achterwand is de ruimte veel lichter en vroolijker geworden. Een mooie koperen lcihtkroon in de vitrine, geleverd door de firma Flament te Amsterdam, werkt mee om aan den winkel een levendig aanzien te geven.
De heer J.B.L. Wildenbeest, die hier van avond zijn algemeenen boek- en papierhandel opent, legt zich blijkbaar op groote veelzijdigheid toe. Behalve een grooten voorraad pracht- en plaatwerken, briefkaarten, albums enz. zagen wij een rijke sorteering kantoorbehoeften, luxe postpapier en dergelijke artikelen voor de schrijftafel. Ook van teeken- en schilderbenoodigdheden is hij ruim voorzien, terwijl verder een uitgebreide keuze van kerkboeken, devotiewerkjes, religieuze plaatsjes enz. den meest eischenden kooper waarborgt, hier iets van zijn gading te zullen vinden.
De keurige uitstalling in het breede winkelraam, dat zich daartoe zoo goed leent, zal stellig op dit drukke punt der stad van avond veel kijkers trekken.” (De Gelderlander 1/8/1901)
1912 Verbouwing door architect Jansz
“Boekhandel J.B.L. Wildenbeest.
Hedenavond heeft de heropening plaats van den boekhandel van den heer J.B.L. Wildenbeest, Broerstraat. Dit pand, waarin genoemde zaak sedert jaren gevestigd is, heeft gedurende de laatste weken eene algeheele inwendige restauratie ondergaan waardoor het thans aan de hoogste eischen, welke aan een modern magazijn gesteld mogen worden, beantwoordt.
Naast de twee vitrines aan de Broerstraat, is er een derde, uitziende op de Scheidemakersgas, bijgekomen. Voorts Is de winkel dubbel zoo groot geworden als voorheen. Behalve dat licht en lucht er in groot volume kunnen doordringen- des avonds nemen een aantal zeer mooie electrische kronen de taak van Moeder Natuur over- heeft men nu ook over een flinke ruimte de beschikking, in een winkel als deze een factor van niet te onderscheiden belang.
De winkel is modern, fraai en zeer praktisch ingericht. Onmiddellijk na het binnenkomen valt het oog van den bezoeker op eene vermelding van de voorhanden artikelen met groote letters aangebracht. In de linker vitrine zijn de huisvlijt-artikelen geëtaleerd, in de rechter vitrine die der afdeeling boek- en papierhandel, terwijl achter in den winkel de ovrerige afdeelingen, o.a. de schildersbenoodigdheden, zich bevinden. Flinke kasten, winkelstands enz. trekken de aandacht en overal doen rustige lijnen en zachte kleuren het oog aangenaam aan.
Tenslotte worde nog vermeld, dat in navolging van het buitenland achter in het magazijn een toilet met waschgelegenheid is aangebracht uitsluitend ten gerieve van het publiek, iets wat men hier te lande, zelfs in de grootste magazijnen, nog slechts zelden aantreft.
Allen die aan deze restauratie hebben medegewerkt, leggen daarmede veel eer in. Architect is de heer A.W. Jansz, wiens ontwerp werd uitgevoerd door de aannemers Althoff en Krabbe. Het schilderwerk is verricht door de heeren Zijlvaarte en Friederichs, terwijl de electrische installatie werd geleverd door de Firma L.A. Moll en Co.” (PGNC 5/5/1912)
Architect A.W. Jansz
Anthonie Wouter Jansz (19-5-1879 geboren in de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude)
Veel mensen zullen onbekend zijn met de naam A.W. Jansz. Toch is hij bouwer van het meest bekende bouwwerk van Nijmegen, althans de herbouw daarvan: de Sint Stevenstoren. Deze was bij het bombardement van februari verwoest. Onder leiding van Jansz werd deze toren opnieuw opgebouwd, waarbij hij in 1953 gereed kwam. Een foto van hem aan het werk voor toren van de Sint Stevenskerk is te vinden op F46429.
Gevonden werken van A.W. Jansz
Houten gebouw voor de elektriciteitstentoonstelling, dat van 2 juli tot en met 15 augustus 1910 op het Kelfkensbos werd gehouden (Noviomagus)
Kunst- en sporttentoonstelling in 1912. Hiervoor ontwierp hij ook het affiche ontwierp
Bioscooptheater, Lange Burchtstraat 8, dat in 1913 werd geopend.
Een uitgebreide beschrijving staat op de site van Rob Essers (welke tevens bron was voor het stuk over architect Jansz).
Voordat Broerstraat 25-27 wordt verbouwd tot Heck’s Lunchroom zat hier het Modemagazijn van de firma Mentink. (PGNC 3/2/1927, waarin firma B. Pollmann tijdens de verbouwing hier een tijdelijke etalage te hebben).
Uit PGNC 8/4/1927 blijkt, dat de bouwopdracht voor de verbouwing onderhands aan de Gebr. Smits is aanbesteed voor f16.770. Het ontwerp is afkomstig van architectenbureau Otten & Logemann, de huisarchitect van de Zwarte Ruiter/Heck’s. Meestal, zoals bij Utrecht wordt Johannes Pieter Logemann Rotterdam, 4-10-1876 – Rotterdam, 9-12-1961 als de architect genoemd. En “o.a. hoofd van het bouwbureau van Ruttens bierbrouwerij De Zwarte Ruiter te Rotterdam” (Nieuwe Instituut)
Opvallende ontwerpen van Logemann zijn de Heck’s van Amsterdam (met 900 plaatsen, tegenwoordig Escape) en Utrecht (700 plaatsen, Potterstraat 2, op de hoek met de Oudegracht, tegenwoordig Intersport/Twinsport)
Bij de opening van Heck’s Lunchroom
“Heck’s Lunchroom.
Gistermiddag heeft in het perceel Broerstraat 25/27 de opening plaats gehad van Heck’s Lunchroom, de elfde in ons land. De roep van elders is aan de komst van “Heck’s systeem in Nijmegen voorafgegaan. Wat dit systeem inhoudt hebben wij reeds in een vorig nummer van ons blad aangestipt: het streven om “het allerbeste van het goede te geven voor buitengewoon billijke prijzen en dit daardoor dus te brengen in ieders bereik”. De firma Heck is met hare lunchroom in de grootste plaatsen van het land al aardig op weg om het buitenland terzijds te streven en zij heeft haar systeem nu ook in Nijmegen ingeluid.
Maar louter tot de kwaliteit en den prijs van het gebodene heeft zij zich niet bepaald. Ook de wijze waarop het wordt opgediend, en de inrichting van de lokalen, waarin Heck zijn bezoekers ontvangt, spelen een rol van betekenis bij het verwerven van de “gunst en recommandatie” van het publiek. Dat beide factoren goed verzorgd zijn, vele stadgenooten hebben zich er gistermiddag- en avond van kunnen overtuigen. Reeds aanstonds na de opening van de deuren stroomden de beneden- en bovenzaal vol en met uitzondering van het etensuur is het tot middernacht zeer druk gebleven. En heel den dag stonden tientallen voorbijgangers naar het nieuwe gebouw en de beweeglijkheid er binnen te staren als gold Heck’s Lunchroom de wording in Nijmegen van het achtste wereldwonder.
Dit is het nu wel niet, maar het is toch een feit, dat de totstandkoming van de uiterlijk en inwendig sierlijke Lunchroom als een aanwinst voor Nijmegen te beschouwen is. De ligging is bijzonder gunstig. Met dit punt in het hartje van de stad heeft de firma Heck een zeer goede keuze gedaan, temeer omdat men van het bovenzaaltje uit een alleraardigsten kijk heeft op het gezellig beweeg in de “Nijmeegsche Kalverstraat”.
Paginagrote advertentie opening Heck’s Lunchroom in De Gelderlander 30/6/1927
Het architectenbureau Otten en Logemann te Rotterdam heeft iets van belang gepresteerd door met de vrij beperkte ruimte in die mate te woekeren, dat èn beneden èn boven een gezellig lokaal is ontstaan, waarin resp. 50 en 70 personen om tafeltjes gegroepeerd, zitplaats kunnen vinden. Ook architectonisch is goed werk geleverd. Er is veel glas, veel licht derhalve, overdag en ’s avonds op zeer geslaagde wijze door het kunstlicht overgenomen. De spiegels overal langs den wand, het fraaie buffet, de schitterende en blinkende schalen, glazen, lepels en vorken, de frissche kleuren, beneden rood, boven groen, het keurig uniform gekleede dames-personeel, dit alles draagt er toe bij, dat men Heck’s Lunchroom den besten indruk krijgt. Een vlugge en accurate bediening wordt mede verkregen doordat bij de buffetcontrole gebruik wordt gemaakt van het bekende Nationaal Kellner-kasregistersysteem, waarvan de heer L. Maltha alhier agent is. In de bovenzaal is een telefooncel ter beschikking van de bezoekers. Ook de inrichting der toiletten laat niets te wenschen over. Wij hebben bij ons bezoek mede een kijkje genomen in de op de tweede verdieping gelegen keuken, waar de koks werken met fornuizen, ijsmachines en andere apparaten volgens de nieuwste systemen. Vermelding verdient nog, dat een weegschaal in het benedenlokaal een ieder in staat stelt zijn gewicht te controleeren, desgewenscht voor en na het gebruik van de diverse lekkernijen, welke door de grijs-witte feeën, na bestelling, met kwistige hand worden rondgedeeld.
De verbouwing van het pand is verricht door de Aannemersfirma gebr. Smits alhier, die daarbij zeer voortvarend is gewest en over wier prestatie de opdrachtgevers vol lof waren. De andere firma’s die aan den bouw hebben medegewerkt, deelden in dien lof. Het zijn voor: schilderwerk J.H. Kaak; stucadoorwerk Chr. Clemens; lood en sanitair Bouten en Zoon; plantenversiering Gebr. Smith; stoffeering Vroom en Dreesmann, allen alhier; electrische liften Hensen; bier-installatie Claassen; elektriciteit Beker; spiegels Joh. Pieterman; machinerieën v. Berkels Patent; meubelen Allan en Planken; lampen Winkelman, allen te Rotterdam; glas in lood de Nieuwe Honsel, den Haag; centrale verwarming W.J. Stokvis, Arnhem.
Gérant van Heck’s Lunchroom is de heer O. Walter.
De heer P. van Wolk, mededierecteur van Heck’s Lunchrooms heeft gistermiddag temidden van vele prachtige bloemstukken, De firma op dezen dag van bevriende zijde toegezonden, de nieuwe zaak met ’n toepasselijk woord geopend. Bij de gelukwenschen, hem van vele kanten aangeboden, sluiten wij ons gaarne aan. Het Nijmeegsche publiek en Heck’s Lunchroom zullen, wij zijn ervan overtuigd, elkander spoedig weten te vinden.” (PGNC 30/6/1927)
Otten & Logemann
Het ontwerp is afkomstig van architectenbureau Otten & Logemann, de huisarchitect van de Zwarte Ruiter/Heck’s. Meestal, zoals bij Utrecht wordt Johannes Pieter Logemann Rotterdam, 4-10-1876 – Rotterdam, 9-12-1961 als de architect genoemd. En “o.a. hoofd van het bouwbureau van Ruttens bierbrouwerij De Zwarte Ruiter te Rotterdam” (Nieuwe Instituut)
Opvallende ontwerpen van Logemann zijn de Heck’s van Amsterdam (met 900 plaatsen, tegenwoordig Escape) en Utrecht (700 plaatsen, Potterstraat 2, op de hoek met de Oudegracht, tegenwoordig Intersport/Twinsport)
Vervolg
Het pand werd verwoest in 1944. In 1959 opent opvolger “Ruteck’s” haar deuren op Plein 1944:
De Gezonde Woning werd in 1911 opgericht door 15 arbeiders. Het was daarmee de eerste woningbouwvereniging van Nijmegen die uit hen zelf was ontstaan. In 1915 werden de eerste woningen gebouwd, waar nu het Esdoornplein ligt.
Op 24-9-1911 richten 15 arbeiders een woningvereniging op: “Abeidersbouwvereeniging “Noviomagum”. Het was daarmee de eerste woningbouwvereniging van Nijmegen die uit hen zelf was ontstaan. De bestuursleden waren timmermannen en geschoolde arbeiders. Toen de vereniging Koninklijke goedkeuring op de statuten aanvroeg, werd haar verzocht een andere naam te kiezen. Dat werd “De Gezonde Woning”.
Op dat moment was de Woningvereeniging Nijmegen reeds actief. Er waren echter 2 verschillen: de Gezonde Woning kwam voort uit arbeiders zelf. Daarnaast hield de Woningvereeniging Njimegen zich op dat moment bezig met vervangingsnieuwbouw, vooral ten behoeve van krotopruiming.
Aanvankelijk had de vereniging tot doel, dat haar leden na verloop van tijd de woning in eigendom zouden krijgen. Al gauw bleek dat niet realiseerbaar.
De Gezonde woning bouwde de eerste jaren:
1915-1916 omgeving Broerweg en Van Langeveldtstraat (in 1936 Eschdoornstraat; deze lag vrijwel op dezelfde locatie als het huidige – mei 2024- Esdoornplein), architect E. Verschuil
1922-1925, het “Rode Dorp”: ongeveer 200 woningen in de omgeving Broerweg, architect H.M. Zoetmulder
1931-1934, de “Bomenbuurt”: 173 woningen, 1 winkel en een werkplaats, omgeving Broerdijk, architect W.Th. Reynen
Bouwgrond
Bij haar 25-jarig bestaan noemt ze “Zeer veel moeite werd gedaan om een geschikt bouwterrein te verkrijgen, na vele aanbiedingen en onderhandelingen werd ten slotte het terrein aan en in de omgeving van den Broerweg in eigendom verkregen.”
In de Gemeenteraad van 4-4-1914 keurt de Gemeenteraad het verzoek van De Gezonde Woning goed om een voorschot van f157.905 te verlenen voor het bouwen van 76 woningen en de aankoop van grond (PGNC 7/4/1914).
Daarvoor heeft ze aan de Gemeenteraad een voorschot in de vorm van een lening aangevraagd. Een aantal gemeenteraadsleden wijst er op dat “het hooggelegen terrein op den berg is uitermate geschikt als villa-terrein.” En daarbij zullen villa’s op aanpalende percelen mogelijk moeilijker kunnen worden. Daarnaast zijn andere gebieden meer geschikt, zoals aan drukke wegen of in de buurt van fabrieken. Andere gemeenteraadsleden juichen het juist toe dat ook arbeiders in een mooie omgeving kunnen gaan wonen.
Daarnaast is het plan aanvankelijk om de huizen in beneden- en bovenwoningen te bouwen. De Gezondheidscommissie had hierover negatief geadviseerd. Huizen van een verdieping zouden echter het plan niet meer betaalbaar maken. Hoewel de Gemeenteraad het voorschot goedkeurt, zal de Gezonde Woning toch haar plannen wijzigen om eengezinshuizen te gaan bouwen (De Gelderlander 1/4/1915).
Op 13-4-1915 koopt de vereniging een terrein bij de Broerweg: “Een perceel bouwterrein aan den Broerweg gelegen, op den kadastrale legger der gemeente Hatert bekend als bouwland sectie A nummer 635 groot een hectare, achttien aren en dertig centiaren.” De ondertekenaars zijn de voorzitter Gerardus Bongers, timmerman en secretaris Petrus Hendrikus Diesveld, collecteur bij de gasfabriek. Dit stuk land lag toendertijd nog buiten de stad. Dit sluit echter aan bij de gedachte van een gezonde woning in een gezonde woonomgeving met frisse lucht.
Verschuyl
Als architect wordt Everwijn Verschuyl (29-8-1871 Amsterdam – 25 oktober 1954, Hollandsche Rading) aangetrokken. Deze uit Hilversum afkomstige architect is dan al een bekende naam in het onwerpen van volkswoningbouw. Hij had daar onder andere het woningbouwcomplex aan de Ericastraat ontworpen, de eerste woningen die met subsidie van de Woningwet uit 1901 waren gebouwd. Daarnaast is hij bekend vanwege het bouwen van villa’s. In Nijmegen ontwierp hij Villa De Beuken, Kerkstraat 5 in 1912-1913.
In 1926 zal hij de verbouwing van de villa Villandry ontwerpen, waarbij deze werd met aan weerszijden aangebouwde vleugels (in de jaren 90 afgebroken). Ook was hij de architect van het kinderherstellingsoord Villandry (1926-1931)
Aanbesteding
Op 10-12-1914 vindt de aanbesteding van het “bouwen van 73 woningen op een terrein aan den Broerweg te Nijmegen”. Daarbij was de bepaling dat de aannemer, wanneer hij voor het werk nieuwe krachten moet aannemen, deze in de eerste speels onder Nijmeegse arbeiders te zoeken. Berntsen en Braam waren met f141.983 de laagste inschrijver (PGNC 10/12/1914).
Door de oorlogsomstandigheden moest de bouw enige tijd worden uitgesteld. Eind 1915 zijn 56 van de 73 woningen opgeleverd. Ondanks de bouw van de door de Woningvereeniging Nijmegen en De Gezonde Woning gebouwde huizing, “blijft aan arbeiderswoningen, speciaal ook voor groote gezinnen, nog groote behoefte bestaan.” (Gemeenteverslag 1915).
Omdat het laagste inschrijvingsbedrag bij de aanbesteding veel hoger lag dan het geraamde budget, waren aanvankelijk een aantal onderdelen van het bestek niet opgenomen. Vervolgens bleek, dat een aantal onderdelen toch nodig waren. Bovendien waren door de oorlog materialen duurder geworden. Daarop besluit de vereniging om een extra lening van ongeveer f3000 aan te vragen. (jaarverslag De Gezonde Woning over 1915 in het Gemeenteverslag 1915).
In 1916 werden alle woningen betrokken. In het Gemeenteverslag 1916 staat bovendien een grappig voorval: er was een klacht binnengekomen dat op bouwland uitwerpselen waren gevonden, afkomstig uit een van de woningen. Hoewel de woningen waren aangesloten op het riool, bleek de bewuste persoon gebruik te maken van een tonnetjesprivaat, “wat verder werd belet”.
Bij de oplevering
““De Gezonde Woning”.
De Nijmeegsche arbeiders bouwvereeniging “De Gezonde Woning” heeft haar bouwplannen voltooid en het bestuur kan thans met rechtmatigen trots wijzen op de groep woningen welke aan den Broerweg zijn opgebouwd.
Het is er een frissche, vrolijkgelegen buurt daar aan den Berg-en-Dalschenweg, waar de nieuwe arbeidershuizen van “De Gezonde Woning” zijn opgericht. De gedachte, dat een goed volkshuisvesting bevorderlijk is voor de welvaart en de geestelijke en stoffelijke ontwikkeling der bewoners, blijkt wel bij deze bouwvereenining voorgezeten te hebben, toen zij haar bouwplannen opvatte.
Aan de eischen van gerieflijkheid, gezondheid, ruimte en zindelijkheid is met de grootste nauwgezetheid voldaan, zoodat hier wel gesproken mag worden van model-arbeiderswoningen, gelegen in een omgeving, welk bij de bewoners de waardeering van de natuur en de frissche lucht wel zal doen stijgen.
De Nijmeegsche aannemers, de heeren Bertsen en Braam, die deze huizen als minste inschrijvers bij de openbare aanbesteding, gezet hebben, blijken volkomen berekend te zijn geweest voor dit werk, met zorg en vakkennis, door hen voltooid.
Half januari van het vorig jaar zijn zij met het bouwwerk aangevangen en thans zijn de 73 woningen kant en klaar.
Zien deze arbeiderswoningen er van buiten reed vriendelijk-aanlokkelijk uit, binnen stemmen zij de bezoekers, die in arbeiderswoningen belangstellen tot voldoening.
Deze woningen bestaan uit een ruime huiskamer, een aardige voorkamer, een keuken en W.C., terwijl op den zolder drie slaapkamers aanwezig zijn. Iedere woning is voorzien van een ruimen kelder en tuintje. Deze huisjes, in frissche tinten gehouden en van aardige luiftjes(?) voorzien, deels gelegen aan den Broerweg, vormen de Langeveldtstraat, welke zoo op het eerste oog den indruk geeft van een klein kleurig dorpje, in een vriendelijke omgeving.
De architect, de heer Verschuyl uit Hilversum, die zijn sporen reeds lang verdiend heeft op het gebied van volkswoningbouw, heeft ook hier weder iets keurigs in dit genre tot stand weten te brengen.
Opzichters bij dit werk waren de heeren Bunders uit Nijmegen en van den Berg.
De huurprijs dezer woningen bedraagt er de hoekhuizen voor f3.00 per week terwijl de winkelhuisjes f4,50 per week huishuur moeten doen.
De aan den Broerweg gelegen woningen doen f2,95 huur per week, terwijl de hoekhuizen voor f3,50 per week bewoond kunnen worden.
En dat deze woningen grooten aftrek hebben, moge wel blijken uit het feit, dat toen er pas eenige klaar waren, er reeds dadelijk huurders waren, die de woningen betrokken.
De arbeidersbouwvereeniging “De Gezonde Woning” heeft hier thans de beschikking over een zeventigtal woonhuizen, het ledental der vereeniging bedraagt 70 tot 80, en het zijn de leden der vereeniging, die steeds de voorkeur hebben bij het inhuren van een of andere woning, welke alle voorzien zijn van electrisch licht en waterleiding.
De electrische leiding is aangelegd door de firma Broks en Hauxman; het schilderwerk is van den heer Th.J.G. Tesser, het stucadoorwerk van den heer Is. van Haaren, terwijl de heer Nannings voor den aanleg van de gas- en waterleiding heeft zorg gedragen.
De heeren Gebr. Braam waren uitvoerders van het werk.
Bij de bezichtiging der gebouwen, bleken verschillende gemeentelijke autoriteiten aan de uitnoodiging van het bestuur der vereeniging de “Gezonde Woning” gevolg gegeven te hebben, om de model-arbeiderwoningen in oogenschouw te nemen.
De bestuursleden dezer arbeiders-bouwvereeniging, met den heer Bongers als voorzitter en den heer Van Kuijl als secretaris, leidden de bezoekers rond door de Langeveldtstraat, welke als een rechthoek met het pleintje daar aan den Broerweg ligt.
Het plaveisel in de straat zag er keurig uit, wel een bewijs, dat ook de gemeente Nijmegen geen moeite spaart de goede volkshuisvesting in deze gemeente te bevorderen door degelijken stratenaanleg.
Het rijksvoorschot, dat de bouwvereeniging indertijd mocht ontvangen, bedraagt ongeveer f157.000, dat men na verloop van een vijftig jaar hoopt afgelost te hebben.
De vereeniging de “Gezonde Woning” heeft met den bouw van dit complex woningen een prachtig stuk sociaal werk geleverd.” (De Gelderlander 4/2/1916).
Vervolg
In 1975 vond een een grote renovatie van deze woningen plaats. In de jaren 90 zijn de woningen gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw. Waar de Esdoornstraat lag, kwam het huidige Esdoornplein te liggen.
“Arbeidersbouwvereeniging “De Gezonde Woning”: 25-jarig bestaan
Op 24 September 1936 zal het 25 jaar geleden zijn, dat te Nijmegen genoemde Vereeniging werd opgericht. Den 24en September 1911 werd door een 15 tal arbeiders besloten een woningvereeniging op te richten, waaraan de naam gegeven werd van Arbeidersbouwvereeniging “Noviomagum”.
Toe de Koninklijke goedkeuring op de statuten gevraagd werd, verzocht men om de Vereeniging ’n anderen naam te geven, waarna de naam Arbeidersbouwvereeniging “De Gezonde Woning” werd gekozen.
Het eerste bestuur der Vereeniging werd gevormd door de heeren G. Bongers, voorzitter, F. Mouton, secretaris, J. Duppen, penningmeester, H. Balt, lid, C. Zwitserloot, lid.
Aanvankelijk werd de Vereeniging opgericht met het doel, dat haar leden de woningen, na een zeker tijdverloop, in eigendom zouden krijgen. Spoedig bleek echter, dat dit voornemen niet voor verwezelijking vatbaar was.
Zeer veel moeite werd gedaan om een geschikt bouwterrein te verkrijgen, na vele aanbiedingen en onderhandelingen werd ten slotte het terrein aan en in de omgeving van den Broerweg in eigendom verkregen.
Na eenige jaren van voorbereiding kwam in 1915-1916 het eerste woningcomplex tot stand, bestaande uit 71 woningen en 2 winkels, gelegen aan den Broerweg en Van Langeveldtstraat (thans Eschdoornstraat). Dit complex is gebouwd onder leiding van den architect E. Verschuil te Hilversum. In die dagen lagen deze woningen wat men noemt “buiten de stad”, doch de verhuring bracht geen bezwaren mede, omdat het woningen waren van zoodanige afwerking, inhoud en architectuur, dat zij nog heden ten dage als voorbeeld voor goede arbeiderswoningen gesteld kunnen worden Dit is zeker het mooiste compliment voor de oprichters.
In de na-oorlogse jaren 1919-1920, waarin de woningnood steeds hooger afmetingen aannam, besloot de Vereeniging tot verderen bouw van arbeiderswoningen over te gaan. Nu mag nog wel eens gememoreerd worden, dat toen het te betreden pad lang niet over rozen ging. Alles was tot abnormale verhoudingen gekomen en niet dan na zeer veel overleg en langdurige voorbereiding werden in de jaren 1922-1925 een 200-tal woningen bijgebouwd, onder leiding van den architect H.M. Zoetmulder te Nijmegen. Deze woningen zijn eveneens gelegen in de omgeving van den Broerweg; zij waren spoedig allen verhuurd.
Ondanks de bepaling in de staturen van de Vereeniging, dat ieder lid verplicht is twee aandeelen, groot elk f25 te nemen, een, in het algemeen voor arbeiders, vrij bezwarende bepaling, bleef het aantal leden der Vereeniging steeds stijgen, zoodat in 1931 besloten werd wederom tot uitbreiding van het aantal woningen over te gaan. Na de noodige voorbereiding, waarbij vooral, in verband met de tijdsomstandigheden, de verstrekking van de voor den bouw benodigden kapitalen zeer groote moeilijkheden meebracht, kwamen op een aan en nabij den Broerdijk gelegen terrein 173 woningen, 1 winkel en een werkplaats in 1934 gereed.
Dit terrain was niet bijzonder geschikt voor arbeiderswoningbouw o.m. moest er ongeveer 17.000 M3 grond worden aangevoerd of verplaatst en de diepte der fundeeringen voor de woningen varieerde tusschen 2.70 M. en ongeveer 8 M. De niet geringe kosten hiervan moesten in de huurprijzen der nieuwe woningen worden verdisconteerd, zoodat deze hooger zijn, dan dit bij een normaal terrein het geval zou zijn geweest.
Ondanks deze nadeelen kwam, onder leiding van den architect W.Th. Reynen, alhier, en het bestuur der Vereeniging een complex woningen tot stand, waarover de secretaris H. Frederiks in het jaarverslag over 1934 van de Vereeniging zeer terecht schreef: “Nu de bouw der nieuwe woningen in zijn geheel is tot stand gekomen, kunnen wij niet nalaten onzen architect den heer W.Th. Reynen bijzonder woord van hulde te brengen. Hetgeen hier is gepresteerd geworden op het gebied van volkshuisvesting kan den toets der vergelijking doorstaan met het beste wat op dit gebied geleverd is. Van alle zijden wordt ons lof toegezwaaid, zoowel over het in- als over het exterieur der woningen. Waren alle woningen met overheidssteun zóó gebouwd, zoowel het tegenwoordige als het nageslacht zou er wel bij varen.” Is het wonder, dat de Vereeniging trotsch is op dit complex woningen en hiermede op waardige wijze de eerste 25 jaren der Vereeniging afsluit?
Het is niet mogelijk om hier de namen van alle leden, die in den loop der 25 jaren, tusschen het eerste en het tegenwoordige bestuur een bestuursfunctie hebben bekleed of zich op andere wijze voor de Vereeniging verdienstelijk worden gemaakt, te releveeren, volstaan kan worden met aan allen, die hun krachten aan de Vereeniging hebben gegeven, hartelijk dank te zeggen voor wat zij voor de Vereeniging en voor de volkshuisvesting hebben gedaan. Met bijzondere erkentelijkheid mag worden getuid, dat de Vereeniging in de voorbije periode van 25 jaren, bij de oplossing van alle moeilijkheden, die zich op het gebied der arbeiderswoningbouw met overheidssteun hebben voorgedaan, steeds de volle medewerking van het gemeentebestuur heeft gehad.
Het tegenwoordige bestuur bestaat uit de heeren: F. Hummeling, voorzitter, Th. van Emmerik, secretaris; L. van der Wedden, penningmeester; A. van Hinsbergen, lid; H. van Wijnen, lid. Deze leden hebben reeds 10 jaren of langer zitting in het bestuur, met uitzondering van den heer van Emmerik, die in 1935 werd gekozen. In de vacature ontstaan door het bedanken van den heer H. Frederiks, die gedurende 9 jaren het secretariaat der Vereeniging op voortreffelijke wijze had waargenomen.
Van de oprichting der Vereeniging af wordt het bestuur bij de uitvoering van haar omvangrijke taak bijgestaan door een Raad van Commissarissen. De eerste Raad van Commissarissen bestond uit de heeren: Mr. J.F.A.M. Wierdels, Mr. Van Bijlert, C. Backer, Th. Plet; thans wordt de Raad gevormd door de heeren: J. Alberda, voorzitter; A.Th. Reynen, secretaris en gedelegeerd lid der gemeente Nijmegen, die tevens als zoodanig zitting heeft in het bestuur; C.A. van der Waarden, lid; G.A. Corduwener, lid; Mr. J.H.J. Zuidema, lid.
Mr. Zuidema werd gekozen in de vacature ontstaan door het overlijden van den heer Mr. H.J.C. van Scherpenberg, die vele jaren lid van den Raad van Commissarissen was. Aan de nagedachtenis van Mr. van Scherpenberg zij hier een woord van dankbare hulde gebracht voor alles wat hij belangeloos voor de volkshuisvesting der arbeiders heeft gedaan. De nestor van den Raad is de heer C.A. van der Waarden, die sinds 1914 zitting heeft.
De Vereeniging heeft thans in exploitatie 442 woningen, 7 winkels, 1 kantoor en 2 werkplaatsen. Voor de stichting hiervan werden de navolgende leeningen verstrekt: door het Rijk f 159.000, door de Rijksverzekeringsbank f 183.000, door de gemeente Nijmegen f 1.126.000, totaal f 1.468.000.”
(PGNC 12/9/1936)
“Aan huren wordt jaarlijks een bedrag van ongeveer f 122.000,- ontvangen. Het onderhoud der woningen geschiedt in hoofdzaak in eigen beheer, waarvoor jaarlijks een bedrag van ongeveer f 10.000,- wordt uitgegeven.
De thans geldende huren der woningen aan de Broerweg en omgeving varieeen van f 2,80 tot f 5,10 per week, die van de nieuwe woningen aan de Broerdijk en omgeving van f 4,25 tot f 6,25 per week. Deze huren zullen zeer waarschijnlijk binnen korten tijd worden verlaagd, de daarop betrekking hebbende voorstellen zijn reeds door het Gemeentebestuur goedgekeurd en ter verder goedkeuring doorgezonden aan den Minister van Sociale Zaken
Omdat alle woningen als regel verhuurd worden, was het bedrag der huurderving, wegens onverhuurde woningen, tot op heden niet noemenswaard.
Het aantal aanvragen om een woning van het laatst gebouwde complex is nog steeds zoo groot, de aanvragers moeten echter veelal teleurgesteld worden, daar sinds 1934 slechts een vijftal van de 173 woningen voor verhuring beschikbaar kwamen. Hieruit blijkt wel de kwaliteit dezer woningen en hoezeer ze bij het publiek gewild zijn.
De vereeniging doet al het mogelijke om, met de beperkte middelen waarover zij beschikt, de woningen zoowel binnen als buiten, zoo goed mogelijk te onderhouden en een goed aanzien te geven. Het bestuur meent hierin geslaagd te zijn, aangezien het aantal aanvragen, van personen die buiten de vereeniging staan om lid te worden steeds grooter wordt.
Alle woningen zijn regelmatig verhuurd, dikwijls gaan maanden voorbij, voordat een nieuw lid een woning kan worden toegewezen.”
(“Het 25-jarig bestaan der Arbeidersbouwvereeniging “De Gezonde Woning” te Nijmegen”, De Gelderlander 12/9/1936)