Museum Kam, Museum Kamstraat Hunnerberg (augustus 2026)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Museum Kam

1922, Eleonorastraat (Nu: Museum Kamstraat 45) Hunnerberg

Museum Kam, Museum Kamstraat Hunnerberg (augustus 2026)
Museum Kam, Museum Kamstraat Hunnerberg (augustus 2026)

Gerard Marius Kam (1836-1922)

Gerard Marius Kam was oorspronkelijk een Rotterdamse ondernemer, medeoprichter van de staalhandel Gebroeders Kam. Kam verzette zich tegen annexatie van Delfshaven bij Rotterdam. Vanaf 1 januari 1886, het moment dat de annexatie plaats vond, werd hij gemeenteraadslid van Rotterdam tot 1897.

En ” in 1897 om gezondheidsredenen uit de zaken trad en zich hier vestigde in de villa “Erica” aan den Berg-en-Dalschen weg. Op het terrein tegenover zijn villa, nu ingenomen door de bloemisterij van de firma Smith, en op een gedeelte waarvan het mooie Museumgebouw is verrezen, werd bij het graven een Romeinsch potje gevonden, dat aan den heer Kam werd aangeboden. Dat potje is de grondslag geworden voor de, nu wellicht, grootste verzameling van Romeinsche en Middeleeuwsche oudheden.” (PGNC 15/5/1922, het artikel hieronder)

Gerard Marius Kam ( 29 juni 1836 - 27 december 1922) amateur-archeoloog, datering 1915-1920 (Daniels, M 1782-2000 via RAN F84526)
Gerard Marius Kam ( 29 juni 1836 – 27 december 1922) amateur-archeoloog, datering 1915-1920 (Daniels, M 1782-2000 via RAN F84526)

Als amateur-archeoloog verzamelt hij veel materiaal, wat hij aanvankelijk in zijn koetshuis tentoonstelt. Overigens had het Gemeentemuseum ook een archeologische collectie, welke in 1938 naar het museum Kam is gegaan.

In 1905 (PGNC 15/5/1922) of 1908 (HvdNG) besluit hij bij zijn overlijden zijn archeologische collectie te schenken aan de staat. Hij wil dat zijn collectie in Nijmegen zal blijven: dus niet dat deze verplaatst zal worden naar het Museum voor Oudheden in Leiden. Het Gemeentemuseum van Nijmegen, dan in de Mariënnburgkapel, vindt hij ongeschikt.

Daarop besluit hij in 1919 om zelf een museum te bouwen aan de Eleonorastraat en om zijn collectie aan het Rijk te schenken. Op voorwaarde dat het Rijk zijn collecte beheert, welke daar zal blijven. De naam van het museum is Rijksmuseum Kam. Het museum gaat in mei 1922 open, iets meer dan een half jaar later overlijdt Kam.

Bij de opening van Museum Kam in 1922

De vlag in top ter gelegenheid van de opening van het Museum Kam, 17/5/1922 (RAN F87279)
De vlag in top ter gelegenheid van de opening van het Museum Kam, 17/5/1922 (RAN F87279)

“Museum-Kam.

Nijmegen is een belangrijke instelling rijker geworden, het Museum-Kam, dat aan de Eleonorastraat is gebouwd naar de plannen en onder leiding van onzen kunstzinnigen stadgenoot, den architect Oscar Leeuw. Het trekt betrekkelijk weinig de aandacht: het staat niet aan een hoofd- of druk bewandelden verkeersweg en velen zullen misschien weinig voelen voor de voorwerpen, die er in tentoongesteld worden, al vertegenwoordigen zij met het gebouw, waarin zij geborgen zijn, een enorm kapitaal; al hebben zij de belangstelling van geschied- en oudheidkundigen; al is die verzameling het product van benijdbaren levensherfst van den schenker; en al leggen zij een stilzwijgend getuigenis af van wat liefhebberij en toewijding kunnen voortbrengen.

Nu Woensdag 17 Mei door den minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, in tegenwoordigheid van vele autoriteiten, het Museum zal geopend worden en het een aantrekkelijkheid te meer zal zijn voor onze stad, vooral voor hen, die beseffen, hoeveel die schijnbaar haast waardelooze dingen ons vertellen kunnen van oudheid en middeleeuwen, willen wij onze stadgenooten er mee in kennis brengen. Groote bekendheid er mee en met de uitgebreide verzamelingen, die er in gehuisvest zullen worden, durven wij niet veronderstellen. Als de heer Detering zijn tonnen gouds beschikbaar stelt om “Het Straatje van Vermeer” te koopen en het meesterwerk aan den staat aan te bieden, dan wordt die vrijgevigheid- en zeer te recht- geroemd en alle bladen maken er melding van. Maar ongelijk minder ophef wordt er gemaakt van wat de heer Kam aan rijk en gemeente schonk, een geschenk, waarvan de waarde wel niet in een nauwkeurig opgegeven aantal guldens wordt opgegeven, maar dat toch ook verscheidende tonnen gouds vertegenwoordigt. Men ziet, wij spreken eers maar van de financieele zijde der zaak: tegenwoordig wordt daar meer dan ooit op gelet en veel wordt gewaardeerd naar het geld, dat er mee gemoeid was, met voorbijzien van de aesthetische of de ethische of de economische waarde.

De heer Kam is een bekend ingezetene van onze stad; ieder kent den pienteren ouden heer, vol belangstelling voor alles, wat er te Nijmegen te doen is op het gebied van kunst en wetenschap, ondanks zijn 86 jaren. De belangstelling kenmerkte hem al, toen hij in 1897 om gezondheidsredenen uit de zaken trad en zich hier vestigde in de villa “Erica” aan den Berg-en-Dalschen weg. Op het terrein tegenover zijn villa, nu ingenomen door de bloemisterij van de firma Smith, en op een gedeelte waarvan het mooie Museumgebouw is verrezen, werd bij het graven een Romeinsch potje gevonden, dat aan den heer Kam werd aangeboden. Dat potje is de grondslag geworden voor de, nu wellicht, grootste verzameling van Romeinsche en Middeleeuwsche oudheden. Want bij de vele ondernomen grondwerken in en om onze gemeente, kwamen allerlei voorwerpen aan het licht, die daar eeuwen hadden gelegen en sitlle getuigen waren van het leven, dat eens in den Romeinschen tijd hier geleefd was. De aanleg van buizennetten voor gas- en waterleiding en rioleering, het bouwen van woningen in de zich uitbreidende stad, het planten van boomen, alles leverde merkwaardigheden op, en toen men eenmaal wist, welke schatten- zelfs potscherven hebben voor den oudheidkundige waarde- aan het licht kwamen. Toen werden er opzettelijke ontgravingen ondernomen en werd hetgeen uit de Waal werd opgebaggerd aan een nauwkeurige onderzoek onderworpen. En veel, heel veel van het gevondene verhuisde naar de tot hulpmuseum ingerichte stalling achter de villa “Erica”, die weldra te klein bleek om alles ten toon te stellen zóó als de belangstellenden dat wenschten, te meer, doordat ook door aankoop elders de verzamelingen aangroeiden.

Romeinse wolk boven ingang Museum Kam (augustus 2026)
Romeinse wolk boven ingang Museum Kam (augustus 2026)

In 1908 deed de heer Kam een beslissenden stap. Hij vermaakte in geval van overlijden aan het rijk zijn geheele uitgebreide verzameling om daardoor te bewerken, dat zij ongeschonden zou blijven voortbestaan, want de verzamelaar, de echte, die hetgeen hij verzamelt lief krijgt, beschouwt dat als een dierbaar familielid.

Het was echter hoogstwaarschijnlijk, dat de collectiën, wanneer eenmaal het rijk er de volle beschikking over zou hebben, naar Leiden zouden worden overgebracht. Gebeurde dat, dan was het te voorzien, dat men daar, bij gebrek aan ruimte, wel de belangrijkste stukken in het museum van oudheden zou plaatsen maar dat de minder belangwekkende en de duplicaten ergens in den meest letterlijken zin zouden worden opgeborgen. Er was dus onzekerheid omtrent het voortbestaan van de verzameling als zoodanig en bovendien alles zou vervoerd worden ver van Nijmegen, in welks omgeving de meeste stukken waren gevonden en met welks oude geschiedenis zij verband hielden.

Zoo rijpte bij den heer Kam een plan, dat zijn beslag kreeg op 25 Juni 1919, een notarieele acte gepasseerd werd, waarbij de heer Kam zich verbond een museum te doen bouwen op eigen kosten en dat kosteloos aan het rijk af te staan, dat verder het beheer zou doen voeren onder leiding van een door de regeering te benoemen directeur.

Dat dit besluit door de regeering gewaardeerd werd, is op de meest ondubbelzinnige wijze gebleken.

Tot directeur werd benoemd de heer Dr. M.A. Evelein, die ook op ons in de gelegenheid stelde het museum voor de officieel opening te bezichtigen.

Nu staat het nieuwe Museum daar aan de Eleonorastraat op een terrein, waaruit behalve dat allereerste potje nog menig stuk is opgedolven, een terrein, waar 20 eeuwen geleden Romeinsche legioenen de wacht hielden aan de uiterste grens van het wereldrijk en in welks onmiddelijke nabijheid het 10e legioen kampeerde, dat de opstandige Batavieren opnieuw tot onderwerping had gebracht.

Het is een monumentaal gebouw, een modelmuseum waarvoor, zooals wij reeds zeiden, de heer Oscar Leeuw de plannen ontwierp en waarvan hij den bouw leidde. Het uitwendige ziet er vrij modern uit, behoudens aanduidingen van de bestemming. Zoo dragen de beide afgeknotte torens ter weerzijde van den ingang een muurkroon naar Romeinsch motief en sterk vergroote reproducties van munten, met de revers, uit den tijd van Nero en Vespasianus. In het bovenlicht van de deur ziet men de wolvin, die Romulus en Remus volgens de mythe zoogde en daarboven de bekende initialen S.P.Q.R. (Senatua Populusque Romae). De ingang is verder geflankeerd door Romeinsche adelaars.

De centrale hal met de bordestrap naar de galerij met op de achtergrond de Buste van de oprichter Gerard Marius Kam, gemaakt door August Falise in 1922 en daar achter de wandschildering van het Forum Romanum, geschilderd door Huib Luns in 1922, 1925 (RAN F30435)
De centrale hal met de bordestrap naar de galerij met op de achtergrond de Buste van de oprichter Gerard Marius Kam, gemaakt door August Falise in 1922 en daar achter de wandschildering van het Forum Romanum, geschilderd door Huib Luns in 1922, 1925 (RAN F30435)

De deur, die toegang geeft tot het gebouw, is hoogst bescheiden. Zij geeft allereerst toegang tot een portaal, waarin de portiersloge en de vestiaire. Uit die voorportaal echter treedt men in de groote hal, het atrium, van 13 bij 15½ M., die opstijgt over de beide verdiepingen. Rondom die hal bevinden zich 5 ineenloopende zalen, waarin een groot gedeelte van de verzamelde voorwerpen in eenvoudige maar uiterst doelmatige vitrines en kasten wordt tentoongesteld. Tegenover den ingang naar ’t einde er hal leidt een monumentale trap naar de gaanderijen van de verdieping, waar weer vitrines en kasten met oudheden aandacht vragen. Kasten en vitrines zijn overal zoo geplaatst, dat zij de vrije rondwandeling niet belemmeren en steeds het noodige licht opvangen, dat door het bovenlicht van de hal en door de ruime vensters van de verdieping binnenstroomt.

Boven de zooeven bedoelde trap is een afbeelding geschilderd, van de hand van den heer Huib Luns, van het Forum van Rome en is een plaats uitgespaard voor iets, dat voor ’t oogenblik nog een verrassing moet blijven.

Rondom de hal zijn namen aangebracht van de Romeinsche heerschers, uit wier tijd de voorwerpen stammen: Julius Caesar, Octavinus Augustus, Tiberius Claudius Nero, Claudius I, Claudias Nero, Domitianus, Trajanus, Probus, Constantinus I, Flavius Claudis, Julianus II, Flavius Honrius.

Boven de deuren van verschillende zalen zijn ook de namen van de meest bekende pottenbakkers geplaatst.

Onder de trap heeft men toegang tot een achterzaal, die wel lager ligt door niveau-verschil, maar toch niet is wat men noemt een sousterrein. Daar hebben de grootere voorwerpen,, zooals sarcophagen e.d.g. een plaats. Ter eene zijde van deze zaal is de werkkamer van den Directeur gelegen met bijkamers o.a. voor fotografie; ter andere zijde liggen de kelders met de inrichting voor een brandvrije centrale verwarming.

De naast het gebouw gelegen portiersgebouw heeft geen toegang tot het gebouw; zij is er door een pergula aan verbonden.

Medaillon rechts, Museum Kam (augustus 2026)
Medaillon rechts, Museum Kam (augustus 2026)

De belichting is, zooals wij reeds opmerkten, uitstekend. Het meeste licht is bovenlicht; alleen de achterzaal heeft zijlicht omdat er gerekend is op mogelijke optrekking van dat gedeelte, die zóó kan plaats hebben, dat het bouwwerk als geheel daardoor geen schade lijdt.

Wat de plaatsing der vitrines aangaat, die staan beneden tusschen die pilaren, die den bouw schragen, en zijn dus van beide zijden toegankelijk. Vitrines zijn er ook boven op de balustrade en daar staan verder de kasten, die ook boven van glazen dakplaten zijn voorzien en niet door uitwendige versierselen ondoematig worden.

Het gebouw, zooals het daar staat is een monument in meer dan één opzicht; een gedenkteeken voor de oude geschiedenis van de omgeving onzer stad; een gedenkteeken voor den heer Kam en het werk, waaraan hij latere levensjaren wijdde; een gedenksteen ook voor den ontwerper, die er trouwens al twee had: in de Vereeniging en in de Synagoge.” (PGNC 15/5/1922)

Beeld roofvogel, Museum Kam (augustus 2026)
Beeld roofvogel, Museum Kam (augustus 2026)

Architect Oscar Leeuw

De architect van Museum Kam was Oscar Leeuw. Lees hier over deze architect:

Oscar Leeuw, architect

Oscar Leeuw is een van de belangrijkste architecten van Nijmegen. Bekende werken van hem zijn onder de synagoge, museum Kam en de Nijmeegse Bankvereeniging Van Engelenburg & Schippers.

Tweede Wereldoorlog

In de Tweede Wereldoorlog raakte het gebouw beschadigd, zodat het pas in 1951 weer open kon gaan.

Het Valkhof en studiecentrum

In 1987 nam provincie Gelderland het beheer en werd het in plaats van Rijksmuseum G.M. Kam het Provinciaal Museum G.M. Kam.

In 1998 volgde een fusie met het gemeentelijk museum Commandarie van Sint-Jan tot Museum Het Valkhof. Het Valkhof kwam in de nieuwbouw van het Kelfkensbos. Daarbij werd Museum Kam een archeologisch studiecentrum. De statutaire naam van Museum het Valkhof werd overigens in 2008 gewijzigd in Stichting Museum Het Valkhof-Kam. Dit naar aanleiding van een jarenlange procedure van de erfgenamen van Kam. Sinds november 2008 heet het “Gelders Archeologisch Centrum Museum G.M. Kam”.

Verbouwing

Tussen 2020 en 2022 vond een grote verbouwing plaats, waarbij de heropening in december 2022 is. Tijdens de bebouwing is het gebouw zo veel mogelijk hersteld naar de oude staat, maar tevens voldoet het aan moderne eisen als toegankelijkheid.

Rijksmonument

Hek Museum Kam (augustus 2026)
Hek Museum Kam (augustus 2026)

Het gebouw is net als het hekwerk en conciërgewoning Museum Kamstraat 47 sinds 2002 een Rijksmonument met als waardering:

  • “Van stedenbouwkundige waarde vanwege de markante ligging in de Museum Kamstraat.
  • Van ensemblewaarde als functioneel onderdeel van het Museum Kamcomplex.
  • Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een in de loop van de 19de eeuw ontstane culturele en typologische ontwikkeling nl. het voor publiek openstellen van privé-collecties en het onstaan van het museum als bouwopgave in het algemeen. Het museum is van cultuurhistorische belang als bijzondere uitdrukking van een cultureel-maatschappelijke ontwikkeling nl. de belangstelling van Nijmegen voor haar Romeinse verleden en de identiteit die de stad daaraan ontleent.”

(Overige) Bronnen en verder lezen

Linker toren Museum Kam (augustus 2026)
Linker toren Museum Kam (augustus 2026)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Museum_Kam

https://web.archive.org/web/20180411111454/https://www.museumhetvalkhof.nl/gac/over-het-gac.html

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Museum_G.M._Kam

Oscar Leeuw, architect

Oscar Leeuw is een van de belangrijkste architecten van Nijmegen. Bekende werken van hem zijn onder de synagoge, museum Kam…

Hunnerberg

De Hunnerberg is een wijk en stuwwal aan de oever van de Waal in Nijmegen. Deze positie van een lage…

Synagoge, architect Oscar Leeuw

De oude synagoge aan de Nonnenstraat was voor de Joods gemeenschap van Nijmegen te klein geworden. Daarop vindt nieuwbouw plaats…

voormalig hotel pension Buitenlust Schependomlaan Hees uit 1903, architect Willem Hoffmann
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Hotel-Pension ‘Buitenlust’ architect Willem Hoffmann

1903 Oud adres: Dorpstraat 71, Huidig: Schependomlaan 71 Hees

Huidig Buitenlust Hees, augustus 2023
Huidig Buitenlust Hees, augustus 2023

In 1903 laten de eigenaressen Delgijer en van Swelm hun café-restaurant “Buitenlust” herbouwen tot Hotel-pension met café “Buitenlust”. Architect Hoffmann ontwerpt een gebouw, dat “met zijn overhangende daken, balkons op alle verdiepingen en ruime veranda enigzins denken aan een groot Zwitsers chalet”.

De tot nu eerstgevonden advertentie, van voor de verbouwing, is uit juni 1901, waarbij de Fanfare “Ons Genoegen” Hees en Neerborsch een concert zal geven. De ondertekening is met Delgijer van Swelm. Ook in juli zal de fanfare optreden. (PGNC 23/6/1901 en PGNC 17/7/1901)

Ook in 1902 vinden er concerten plaats, nu zijn er 2 aankondigingen gevonden van de Muziekvereniging uit Kleef, onder leiding van de heer L. Haase/Haaze (De Gelderlander 14/6/1902, PGNC 16/8/1902)

PGNC 18/5/1902

In januari 1903 is begonnen met de afbraak: “Afbraak te koop van het Café “Buitenlust” te Hees”. Dan zijn er roode pannen, ramen, deuren, enz. te koop (De Gelderlander 11/1/1903)

Bij de opening in 1903

Advertentie Buitenlust (PGNC 19/5/1907)
Advertentie Buitenlust (PGNC 19/5/1907)

De Gelderlander bij de opening in juni 1903:

“Hotel-Pension “Buitenlust”.

Verheugt onze stad zich in toenemende uitbreiding, ook de omliggende dorpen deelen in de vooruitgang. Inzonderheid het vreemdelingenbezoek komt aan Nijmegens omgeving ten goede. Telkens ziet men dan ook nieuwe hotels en pensions verrijzen tot herberging dergenen, die in den zomertijd eenige weeken of maanden in deze mooie en gezonde streek willen doorbrengen.

Zoo is thans te Hees het van ouds bekende café “Buitenluist” herschapen in een kapitaal hotel-pension met café, dat door zijn sierlijk uiterlijk een wezenlijk sieraad vormt voor het fraaie dorp.

De bouwkundige W. Hoffmann alhier, die het ontwerp leverde en de aannemer, de heer A. Hendriks, die het uitvoerde, hebben beiden eer van hun werk. Het levendig, opgewekt, in modernen bouwtrant opgetrokken gebouw doet met zijn overhangende daken, balkons op alle verdiepingen en ruime veranda eenigszins denken aan een groot Zwitsersch chalet en ziet er aan alle zuiden even uitlokkend uit.

De inwendige inrichting is nog niet volkomen gereed, maar de ondernemende eigenaressen, de dames Delgijer en Van Swelms, stellen zich voor de zalen en kamers keurig te meubelen. Wat er gereed is, toont dat zij voor geen moeite of opofferingen terugschrikken om haar inrichting volkomen aan de strengste eischen te doen beantwoorden. De ruime koffiekamer, die met drie openschuivende deuren toegang geeft tot den grooten speeltuin, is reeds geheel in orde. Een mooi groot buffet, biljart, spiegels, gekleurde vensters enz. geven ze een heel vrolijk aanzien.

Wij twijfelen niet of hedenavond, als wanneer het vernieuwde “Buitenlust” voor de bezoekers geopend wordt, zullen velen daar eens een kijkje willen nemen of er anders morgen eens heen wandelen. Te meer daar de consumptie van ouds een goeden naam heeft.

Voor gezinnen met kinderen is de speeltuin, voorzien van schommel, wip, draaimolen, turnwerktuigen enz., een hoogst aangename ontspanningsplaats. Het moet op zomersche achtermiddagen heelijk zijn daar ‘en famille’ thee te drinken.

Maar niet alleen voor bewoners van Hees en Nijmegen zal “Buitenlust” voortaan een groote aantrekkelijkheid vormen, ook aan vreemde bezoekers zal het er niet ontbreken. Veertien ruime kamers, meest op balkons uitkomende, geven gelegenheid een respectabel aantal logé’s te bergen; de groote zaal beneden is hoogst gezellig voor de gezamenlijke maaltijden; van uit de breede hooge ramen heeft men er van alle zijden een verrukkelijk gezicht.

Verder is het hotel voorzien van alle gemakken, als badkamer, nieuwe closetinrichtingen, telephoon enz., zoodat men er de genoegens van het buitenleven vereenigd vindt met het gerief van de stad.

Bij de toeneming van het vreemdelingenbezoek in onze omstreken twijfelen wij niet of het nieuwe hotel-pension “Buitenlust” zal steeds logé’s in overvloed hebben.” (De Gelderlander 7/6/1903)

Architect Willem Hoffmann

Lees hier verder over architect Hoffmann:

Willem Hoffmann, architect

Architect Hoffmann is vooral bekend vanwege zijn villa’s. Zijn grootste werk is mogelijk ’t Slotje van de Baron. Ook de…

Kermis

Kermis in hotel Buitenlust met Bal champêtre (PGNC 19/8/1906)
Kermis in hotel Buitenlust met Bal champêtre (PGNC 19/8/1906)

In september 1903 is er nog een Soirée Literaire. (PGNC 10/9/1903)

Naast locatie voor aanbestedingen en veilingen, -maar vooralsnog niet van concerten- wordt er in ieder geval jaarlijks een bericht gevonden over de kermis van Hees. Buitenlust lijkt daarbij samen met Hotel Heeslust de voornaamste plaatsen zijn, vooral vanwege haar tuin: Buitenlust houdt die jaren een “bal champêtre” op de maandagen en dinsdagen, oftewel een dansfeest in de openlucht.

In ieder geval zijn de jaren 1907, 1908, 1911 en 1912 gevonden, maar waarschijnlijk betreft het alle jaren (PGNC 19/8/1907, PGNC 16/8/1908, PGNC 20/8/1911, PGNC 18/8/1912).

Waarbij er ’s zondags er een concert is (PGNC 16/8/1908, PGNC 20/8/1911, PGNC 18/8/1912

Ook vinden we in die jaren “de bekende firma Koppen” met haar poffertjestent. (PGNC 16/8/1908, PGNC 20/8/1909, PGNC 20/8/1911)

Helaas vindt in 1919 tijdens de kermis een dodelijke steekpartij plaats (PGNC 20/8/1919)

Gevonden Adressen

In 1903, 1905 (dan nog geen adres gevonden), 1907 (dat jaar alleen “Hotel en Pension “Buitenlust” gevonden), 1908, 1909 als Hotel en Pension Buitenlust van H.E. Delgijer op Dorpstraat 181.  Opvallend daarbij is, dat de advertenties worden ondertekend met Delgijer van Swelm en in het Adresboek H.E. Delgijer staat vermeld.

In het Adresboek 1910-1911 is het Dorpstraat 71 geworden.

In de Adresboeken 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915 is het Hotel “Buitenlust”, Delgijer v. Swelm.

In 1915-1916, 1916 Hotel “Buitenlust”, Brouwer.

Verbouwing 1920

Hotel "Buitenlust", foto gedateerd 1920 (RAN F33232) Hees architect Hoffmann
Hotel “Buitenlust”, foto gedateerd 1920 (RAN F33232)

In 1920 vindt een verbouwing plaats “van een woning voor den Heer P.A. Offerman”, zie D12.386283. Het lijkt daarbij vooral een interne verbouwing te betreffen, waarbij de zaal is omgebouwd tot woning.

De bovenstaande foto is waarschijnlijk vóór deze verbouwing genomen: op de foto staat de serre nog doorgetrokken, terwijl bij de verbouwing een nieuwe ingang is gemaakt.

Verkoop 1929

Aankondiging veiling Villa Buitenlust (PGNC 15/6/1929 geknipt, deel 1)
Aankondiging veiling Villa Buitenlust (PGNC 15/6/1929 geknipt, deel 1)
Aankondiging veiling Villa Buitenlust (PGNC 15/6/1929 geknipt, deel 2)
Aankondiging veiling Villa Buitenlust (PGNC 15/6/1929 geknipt, deel 2)
Aankondiging veiling Villa Buitenlust (PGNC 15/6/1929 geknipt, deel 3)
Aankondiging veiling Villa Buitenlust (PGNC 15/6/1929 geknipt, deel 3)

in juni 1929 staat de veiling van de Villa Buitenlust aangekondigd. Dan heeft het de adressen Dorpstraat 73 en 75. (PGNC 15/6/1929) De koper is L.J.F. v. Sambeek uit St. Anthonis voor een bedrag van f15.100. (PGNC 12/7/1929)

Mogelijk is het toeval, maar rond dezelfde tijd vindt ook de veiling van 3 middenstandwoningen nummers 67, 69 en 71 plaats. (PGNC 29/6/1929)

Oorlog

In de oorlog zaten 4 mannen ondergedoken om te ontkomen aan de Arbeitseinsatz: Henk en Albert Peters, Toon Engelaar en Jan Abbing. Daarvoor hadden ze een afgescheiden gedeelte gemaakt (Hees bij Nijmegen, met foto’s en verhaal).

Op 19 april 1945 wordt de dochter van H. Peters en J. Peters-van Sambeek geboren (De Gelderlander 21/4/1945).

Schependomlaan

De Schependomlaan is een van de straten die het oude dorp Hees vormde. Het meest herkenbare gebouw is de Petruskerk.…

Willem Hoffmann, architect

Architect Hoffmann is vooral bekend vanwege zijn villa’s. Zijn grootste werk is mogelijk ’t Slotje van de Baron. Ook de…

Historie van Hotel Heeslust

Waar tegenwoordig woningen staan, aan de Korte Bredestraat tegenover de kerk, was jarenlang een belangrijk middelpunt van het dorpsleven van…

Prinsenlaan 26 in kerstsfeer (januari 2023)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Prinsenlaan 26

Prinsenlaan 26 in kerstsfeer (januari 2023)
Prinsenlaan 26 in kerstsfeer (januari 2023)

In Nijmegen is Jan Dullaart waarschijnlijk het meest bekend door het ontwerp van de Spoorbuurt. Hij lijkt echter vooral regionale bekendheid te hebben in Hilversum/’t Gooi vanwege zijn ontwerp van landhuizen en villa’s aldaar. Ook in Nijmegen ontwierp hij in ieder geval 1 villa: die aan Prinsenlaan 26.

Dullaart was tevens aanwezig bij de oprichtingsvergadering van de Gemeenschap (Zie ook het boek De Gemeenschap 1920-2019. Gezichtsbepalende woningbouw in Nijmegen, van Spoorbuurt naar Nijmegen-Noord van D. Jacobs uit 2020.

Omdat de Gemeenschap een woningbouwvereniging voor en door het spoorpersoneel was, zal het geen toeval zijn dat de bewoner H. Sipman ambtenaar bij de N.S. is. Ik heb overigens tot nu toe echter nog niet gevonden of  Sipman zelf een rol had bij deze vereniging.

Stijl

Wikipedia schrijft over de stijl van de landuizen: “Deze huizen zijn meestal een combinatie van Amsterdamse School en Engelse landschapsstijl met vakkundig vormgegeven detaillering en materiaalgebruik en vaak het gebruik van rietgekapte daken. Hun daken zijn vaak grillig van vorm en glooiend vormgegeven.”

Gevonden bewoners: H. Sipman

Prinsenlaan 26: Klein Landhuis te Nijmegen, architect Jan Dullaart, Hilversum, juli 1923 (D12.388097)
Prinsenlaan 26: Klein Landhuis te Nijmegen, architect Jan Dullaart, Hilversum, juli 1923 (D12.388097)

Als eerste bewoner is H. Sipman gevonden. Het is nog niet bekend of hij ook de daadwerkelijke opdrachtgever is. Wat de relatie precies is geweest, maar het zal niet toevallig zijn geweest, dat Sipman werkzaam is bij de N.S..

H. Sipman, ambtenaar N.S. komt op Prinsenlaan 26 voor in de Adresboeken 1924, 1926, 1928

In de Adresboeken 1932, 1934, 1936, 1938, 1940 is hij “chef-commies N. Sp.”

Ook in 1948, 1951, 1955, 1959 woont H. Sipman er nog, dan is er echter geen beroep vermeld.

In 1951 staat ook P. Stol, onderwijzer vermeld.

In 1963 staat mw. M. van den Berg, onderwijzeres op dit adres en in de Adresboeken 1966, 1968, 1971 arts H. Wernik.

Jan Dullaart

Jan Dullaart (Linschoten, 26 november 1891 – Hilversum 7 juni 1957)

Er is al veel geschreven over het werk van Dullaart in Hilversum, waar al een aantal mooie sites over bestaan. Zie daarvoor vooral de gebruikte bronnen.

Jeugd en opleiding

Hij werd geboren in Linschoten. Zijn ouders waren Jan Dullaart en Lijntje Visser. (https://www.geheugenvanbaarn.nl/kijken/beeldbank?view=foto&id=5240, https://www.openarchieven.nl/nha:EF139F87-BC76-4D86-9EFF-2D8FA6900F72). Daarbij was Lijntje de 2de vrouw van zijn vader. Zijn ouders sterven echter al jong: Lijntje op 3 maart 1895 https://www.openarchieven.nl/hua:96E838A7-6A7E-4731-AFF0-FCA8C041171D en zijn vader op 7 januari 1897 (Boedelscheiding 26-8-1897) https://www.openarchieven.nl/rel:eedae98c-612d-f38e-0b8e-37eba34b0019. Bij de boedelscheiding staat Pieter Adrianus Kruithof, schilder te Linschoten als voogd en Leendert Dullaart, timmerman te Utrecht, als toeziend voogd over de minderjarigen.

https://items.amsterdamse-school.nl/details/persons/976 noemt dat Jan werd opgevoed door een oudere broer, Nol.

Dullaart volgde van 1906-1909 tekenlessen aan de vaktekenschool in Woerden. “Aanvankelijk werkte hij samen met deze broer en later als opzichter tekenaar bij verschillende architecten en aannemers, waaronder de oude Brinkman in Rotterdam. “ (https://items.amsterdamse-school.nl/details/persons/976) Het is nog niet bekend met welke jaren het “aanvankelijk” is bedoeld.

Hij zal op 7 september 1920 op 28-jarige leeftijd trouwen met Catharina Geertrui van der Smit, geboren te Hilversum en dan 28 jaar oud. https://www.openarchieven.nl/nha:EF139F87-BC76-4D86-9EFF-2D8FA6900F72. Ze zullen 4 kinderen krijgen. Het gezin gaat wonen op Trompenbergerweg 37. (https://steengoedhilversum.nl/jan-dullaart/)

“Timmerman” in Amsterdam

Op 13 januari 1912 gaat hij in Amsterdam wonen. Hij is dan afkomstig uit Linschoten en zijn beroep is “timmerman”. Aanvankelijk woont hij in bij Baas, A.F. Rustenburgstraat 266 en vanaf 10 mei bij Weduwe Welckey (?), Ger. Doustraat 3 c II. Op 26 mei 1914 vertrekt hij naar Nijmegen. (Stadsarchief Amsterdam te Amsterdam, Deel: 156, Periode: 1930, Amsterdam, archief 5416, inventaris­num­mer 156 https://www.openarchieven.nl/saa:b0846c0d-6eaf-4ad8-9967-63bbc46badbc)

Nijmeegse jaren

Ook voor de Gemeenschap blijkt hij al bekend te zijn met Nijmegen: hij heeft er zelfs een aantal jaren daarvoor gewoond. Helaas is nog niet bekend waar hij zijn functie als “bouwkundige” heeft uitgevoerd. In ieder geval heb ik nog geen vermeldingen in kranten van hem gevonden; mogelijk/waarschijnlijk werkte hij op dat moment nog niet zelfstandig.

Van 26 mei 1914 tot en met 9 maart 1916 woont hij in Nijmegen, op Parkweg 76. Van beroep is hij bouwkundige. Hij is dan afkomstig uit Amsterdam en bij “waarheen vertrokken” staat slechts “ambtshalve”. Met onder aanmerkingen: “16 feb. 17 duplicaat afgegeven op Hilversum, Asterstr. 44”. (Bevolkingsregister 1910). https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?id=2311704956&nav_id=1-1&index=0. In het Adresboek 1914-1915 komt P. en J. Dullaart voor op 76, evenals B. v. der Mee. Ook komt J. Dullaart op nummer 76 in een ander Adresboek 1914-1915 en tevens 1915-1916.

In 1914 slaagt hij voor het examen Boekhouden en Handelscorrespondentie voor de praktijk. Dan is hij “van Nijmegen”. (De courant, 7-12-1914)

Architectura et Amicitia

In 1916 werd hij lid van het architectengenootschap Architectura et Amicitia waar hij in contact kwam met de jonge generatie architecten van de Amsterdamse School. (https://items.amsterdamse-school.nl/details/persons/976)

In november 1917 wordt Dullaart, bouwkundig tekenaar te Hilversum, voorgesteld als een van de “Gewone Leden voorgesteld de navolgende Buitenleden” (Architectura; orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia, jrg 25, 1917, no. 47, 24-11-1917)

Raadhuis Linschoten

In 1917 krijgt hij opdracht tot het ontwerpen van een nieuw gemeentehuis in zijn geboorteplaats, waar hij ook de regie voerde over de bouw. “ Enige jaren daarna vestigde hij zich in Hilversum, waar hij een kantoor opende aan de Javalaan.” (wikipedia)

Heerlen

Advertentie Jan Dullaart in Heerlen (Limburgsch dagblad, 23-8-1919)
Advertentie Jan Dullaart in Heerlen (Limburgsch dagblad, 23-8-1919)

In ieder geval is Dullaart eind december 1918 gevestigd in Heerlen, waarbij hij een nieuwsjaarsgroet doet. Zijn adres is dan Oranje Nassaustraat 20 (Limburgsch dagblad, 31-12-1918). Rond 1919 verschillende advertenties van de architect Jan Dullaart.

Waarschijnlijk is hij bij Pieter Dullaart gaan wonen (wat gezien de acte van scheiding in 1897 zijn broer zal zijn). Pieter heeft in 1917 de firma P. Dullaart, een schildersbedrijf. Aanvankelijk op Oranje Nassaustraat 28, later op 20 (wat mogelijk een hernummering is). https://historischcentrumlimburg.nl/bronnen/archieven/archieven-heerlen?mivast=1540&mizig=982&miadt=62&miview=ldt&milang=nl&mizk_alle=Dullaart Merk daarbij op dat wij ook in Nijmegen in 1914-1915 al een P. Dullaart tegenkwamen.

Het is nog onbekend of de vestiging in Heerlen op dat moment zijn enige vestiging was of dat hij besloten had in Limburg alleen te adverteren met zijn kantoor in Heerlen. In mei 1920 is er wel een advertentie gevonden, waarbij “Architect en Ingenieursbureau Jan Dullaart” zowel een adres in Hilversum als Heerlen heeft. (Limburgsch dagblad, 22-5-1920)

In 1919 is hij lid van de commissie voor de étalageversiering ter ere van het “groote Nationale Feest”: Koninginnedag 1919, welke op 31 augustus zal plaatsvinden, het eerste sinds 1913. (Limburger koerier, 23-8-1919)

https://steengoedhilversum.nl/jan-dullaart/ noemt: “Hij houdt op maar liefst twee plaatsen kantoor, in Hilversum op de Javalaan 13, en in Heerlen op de Vlotlaan”. Hoewel het eigenlijke document nog niet is ingezien, noemt 236-Z Historisch Centrum Limburg https://historischcentrumlimburg.nl/bronnen/archieven/archieven-heerlen?mivast=1540&mizig=210&miadt=62&miview=inv2&milang=nl&mizk_alle=Dullaart&micode=016 de toekenning van een premie aan P. Dullaart voor de bouw van een woning in 1921/1922: waarschijnlijk hetzelfde adres als het bureau van Jan?

“In Heerlen wordt overigens nog steeds een door hem ontworpen huis door familie bewoond. Ondanks dat hij zo veel en zo hard werkt, heeft hij altijd tijd voor zijn kinderen, hij is een uiterst aardige en aimabele man, gedreven en eigenwijs, maar ook lief en zorgzaam.” (steengoedhilversum).

Advertentie Jan Dullaart in Hilversum en Heerlen (Limburgsch dagblad, 22-5-1920)
Advertentie Jan Dullaart in Hilversum en Heerlen (Limburgsch dagblad, 22-5-1920)

Woningcomplexen

Zoals gezegd lijkt Dullaart vooral bekendheid te genieten als ontwerper van villa’s en landhuizen. Een van de vragen waarom dit artikel is geschreven, was waarom juist een Hilversumse architect voor de bouw van de Spoorbuurt werd gekozen.

Dé reden is nog niet gevonden. Wel is opvallend dat Dullaart al aanwezig is bij de oprichtingsvergadering van de Gemeenschap. Het is niet vreemd dat een architect betrokken is bij de oprichting (al was het alleen maar dat er immers woningen gebouwd moeten worden). Wel lijkt het dat door de aanwezigheid bij de oprichtingsvergadering er al een connectie bestond van vóór de oprichting. We hebben al gezien dat Dullaart een aantal in Nijmegen actief was geweest als “bouwkundige”, dus mogelijk kenden mensen hem nog.

Dullaart zou sowieso nog een aantal andere woningbouwcomplexen ontwerpen. Waaronder de Middenstandsbouwvereeniging van Heerlen en van Woerden: beiden in 1920. Daarbij speelde Dullaart in beide gevallen een rol in de oprichting; in ieder geval daarna realiseerde hij ook nog een aantal woningbouwcomplexen:

  • In februari 1920 is hij een van de oprichters van de “Middenstandsbouwvereeniging te Heerlen”: Dullaart wordt secretaris van het voorlopig bestuur. Het doel van de vereniging is het “met behulp van Rijk en Gemeente, het doen bouwen van goed inrichte Midddenstandswoningen, op nader door B. en W. aan te wijzen bouwplaatsen.”  (Limburgsch dagblad, 23-2-1920)
  • In juni 1920 wordt de “Middenstandsbouwvereeniging Woerden” opgericht. Het doel is te komen tot de bouw van een 25-tal woningen. “Verschillende tecchnische punten werden uitgevoerig toegelicht door den architect Jan Dullaart, uit Hilversum. (Utrechtsche courant, 15-6-1920)
  • Rond 16 september (“vanmorgen” 1925 vindt de eerstesteenlegging plaats van de “Eendracht”: een complex van 253 woningen aan de Van Duylstraat in Rotterdam van 253 woningen. De Eendracht is een bouwvereniging van spoorwegpersoneel. (Rotterdamsch nieuwsblad, 16-9-1925)
  • Het 6e complex van de Utrechtsche Woningstichting: blok van 67 woningen aan de Noordzeestraat, Grevelingestraat, Dongestraat en Walstraat. Het stichting heeft dan al 5 complexen in de omgeving van de Rijnstraat. Op 27 januari 1931 zal de aanbesteding plaats vinden. (De standaard,23-1-1931) De aanbesteding wordt gegund aan de aannemers H.D. Slagmolen en A. van Rossum te Utrecht voor f189.950. (Het bouwbedrijf; maandblad voor bouwkunde, techniek en handel, jrg 8, 1931, no. 8, 3-4-1931)

Gooisch Grondbezit

In 1928 richt hij samen met E.G. van der Smit, een makelaar uit Hilversum, het “Gooisch Grondbezit” te Hilversum. (Algemeen Handelsblad, 30-3-1928) https://items.amsterdamse-school.nl/details/persons/976: “Samen met zijn zwager, E.G. van der Smit ontwikkelde Dullaart verschillende huizenprojecten, onder meer in Hilversum. Ook richtten zij de nv Gooisch Grondbezit op. Van der Smit trad op als assuradeur, makelaar en geldschieter; Dullaart als architect. Zo verzekerde hij zich op een handige manier van werk.”

Oorlog

In de Tweede Wereldoorlog wordt de woning aan de Trompenbergerweg gevorderd door Generaal Blaskowitz van de Wehrmacht. Het gezin vertrekt dan naar Javalaan 13, waar hij eerder kantoor hield in de tuin. Ze zullen daar tot einde van de oorlog blijven wonen.

Witte Kruis

Een andere organisatie waarvoor Dullaart actief is geweest, is het Witte Kruis. Een aantal werken staan hieronder weergegeven.

In november 1941 wordt Dullaart tot hoofdbestuurslid van de Noordhollandsche Vereeniging “Het Witte Kruis” (Haarlem’s Dagblad , 8-11-1941)

Na de Tweede Wereldoorlog

Ook werkte Dullaart aan de wederopbouw. Hij ontwierp onder andere gezinswoningen aan de Moerbeilaan in Hilversum in 1950 en 1951, het Witte-Kruisgebouw te Amstelveen in 1955. En in 1957 flatgebouw Corversbos te Hilversum voor alleenstaande werkende vrouwen, in de volksmond “de hunkerbunker” genoemd.

Gevonden werken

  • “Gedeeltelijk amoveeren en het ter plaatse weder opbouwen en verbouwen van een Mode Magazijn aan de Voorstraat te Woerden” voor rekening van N.V. Nederland v.h. D. Engel Jr., aanbesteding 15 augustus 1919; architect Jan Dullaart, Hilversum (De standaard, 6-8-1919)
  • Villa Weisterbeek, Herstraat 53 te Horst, 1921, voor textielfabrikant J. Rutten (https://www.watertorens.eu/pdf/limburg%20sten009monu08_01.pdf)
  • Winkel-woonhuis, ‘s-Gravelandseweg 10 Hilversum
  • Schoutenstraat 21, Hilversum, 1922-1928
  • Lutherse kerk, Bergweg 6, Hilversum, 1923
  • Villa Bergshof (nu kantoor IKON), Bergweg 16, Hilversum, 1923
  • Sophialaan Hilversum, 1923-1927
  • Dubbel woonhuis, Javalaan 4-4a, Hilversum, 1924 (Wendingen)
  • Winkel-woonhuis, Kerkstraat 98, Hilversum, 1924, Drogist De Vries (Opdrachtgever) (Wikipedia en Wendingen)
  • Villa, Albertus Perkstraat 68, Hilversum, 1925 (tgooi)
  • Villa de Kameel, Celebeslaan 47, Hilversum, 1926, rijksmonument, Jac. van den Bergen (Opdrachtgever) (Wikipedia en Wendingen; tgooi noemt Insulindelaan 19)
  • Villa de Bult/ Benvenuta, Bussumergrintweg 40, Hilversum, 1928, rijksmonument (wikipedia en tgooi)
  • Brug over Nagtglassloot, Paulus Potterlaan, Naarden, 1928, gemeentemonument (wikipedia en tgooi)
  • Villa, ‘s-Gravelandseweg 91, Hilversum, 1929
  • Dubbele villa Rembrandtlaan 16, Naarden, 1931
  • Villa Butterfly, ‘s-Gravelandseweg 91, Hilversum, 1931
  • Julianakerk, rond 1931 (De standaard,23-1-1931)
  • 7 herenhuizen, “achter de nieuwe Ned. Herv. Julianakerk aan de Rijnlaan, hoek Hunzestraat…. alle met het front aan de Merwedekade, de beide Hoekpanden aan de Hunzestraat en de Zijldiepstraat”, opdrachtgever aannemer P. v.d. Poll Utrecht (De standaard, 23-1-1931)
  • Dubbele Villa, ‘s-Gravelandseweg 89a en 89b, Hilversum, 1934
  • Dubbele Villa, ‘s-Gravelandseweg 89c, Hilversum, bekend geworden als woonhuis van Pieter Menten, Laan van Vogelenzang 1, Hilversum, 1939 (wikipedia en tgooi)
  • Witte Kruis gebouw Hilversum (Amersfoortsch Dagblad / De Eemlander | 1933)
  • Plan voor Witte Kruis gebouw (onduidelijk of het doorgang heeft gevonden en welk gebouw dit betreft: mogelijk die van Egmond aan Zee, maar mogelijk een ander binnen Noord-Holland) (Noord-Hollandsch Dagblad : ons blad | 1-11-1936)

Kijk vooral ook op https://hilversum2.clubs.nl/nieuws/detail/2020984_architect-jan-dullaart-1891-1957-linschoten-hilversum?utm_source=chatgpt.com met een grote inventarisatie van zijn werk in Hilversum met foto’s en bouwtekeningen.

Overig

In 1931 is Dullaart een van de oprichters  van de vereniging Werkmeesters-Teekenplank  binnen de Vrijmetselarij. Hij is dan “Bouwmeester” en behoort bij de “Gooische Broederschap” (Maçonniek tijdschrift, jrg 22, 1931-1932, 01-01-1931)

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Jan_Dullaart

https://items.amsterdamse-school.nl/details/persons/976

https://www.tgooi.info/regio/architecten_werken.php#dullaart

https://www.dudokarchitectuurcentrum.nl/wp-content/uploads/Folder-Open-Monumentendag-2019.pdf

https://items.amsterdamse-school.nl/details/objects/434

Prinsenlaan

Deze pagina verzamelt reeds verschenen artikelen over de Prinsenlaan. De naam Prinsenlaan Op 5 maart 1904 stelt de Gemeenteraad een…

Villapark Hees

1902 “Villapark onder Hees. Wij hebben indertijd reeds gesproken van het villapark, dat onder leiding van den architect den heer…

Voorstadslaan 18 en 20 (augustus 2023)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Voorstadslaan 18 en 20

1912

Voorstadslaan 18 en 20, augustus 2023
Voorstadslaan 18 en 20, augustus 2023

Pand uit 1912 in Art Deco stijl (Wikipedia). Vooral de blauwe tegels zijn prachtig. Het pand staat op de “Aandachtslijst Cultureel erfgoed”.

Oorspronkelijk was het linkergedeelte met serre de benedenwoning. Daarnaast lag links de opgang naar een bovenwoning. De eerste deur rechts van de serre was de opgang naar het bovenhuis van het pakhuis, de tweede deur de ingang tot het kantoor.

Plan tot het bouwen van een beneden, drie bovenhuizen en een pakhuis Op een perceel a.d. Voorstadslaan en Biezenstraat Kad. bek. gem. Neerbosch Sectie a No 592, datum bouwdossier 2-8-1912 (D12.382859)
Plan tot het bouwen van een beneden, drie bovenhuizen en een pakhuis Op een perceel a.d. Voorstadslaan en Biezenstraat Kad. bek. gem. Neerbosch Sectie a No 592, datum bouwdossier 2-8-1912 (D12.382859)

Rechts was de ingang tot het pakhuis. Deze liep helemaal door tot aan de Biezenstraat, waar het haar achteruitgangen uit. Tevens liep het pakhuis door achter de hierboven genoemde opgang en het kantoor.

De derde bovenwoning lag boven het pakhuisgedeelte aan de Biezenstraat.

Gevel Biezenlaan: Plan tot het bouwen van een beneden, drie bovenhuizen en een pakhuis Op een perceel a.d. Voorstadslaan en Biezenstraat Kad. bek. gem. Neerbosch Sectie a No 592, datum bouwdossier 2-8-1912 (D12.382859)
Gevel Biezenlaan: Plan tot het bouwen van een beneden, drie bovenhuizen en een pakhuis Op een perceel a.d. Voorstadslaan en Biezenstraat Kad. bek. gem. Neerbosch Sectie a No 592, datum bouwdossier 2-8-1912 (D12.382859)

De ondertekenaars lijken “De eigenaar” “J. Puijn” te zijn en daarnaast H.F.(?) de Reus. Of de Reus hier optrad als aannemer en/of architect, is nog niet bekend.

Brandstoffen-Handel J. Puijn

Opening Brandstoffen-Handel Joh. Puijn & Zn. (De Gelderlander 3/9/1921)
Opening Brandstoffen-Handel Joh. Puijn & Zn. (De Gelderlander 3/9/1921)

In september 1921 kondigt Joh. Puijn & Zn. haar nieuwe Brandstoffen-Handel aan. Het adres van dit pand is dan nog Voorstadslaan 12-14-16. Zij zal hier jarenlang haar brandstoffenbedrijf hebben.

Overlijdensadvertentie Johannes Puijn (De Gelderlander 7/1/1933)
Overlijdensadvertentie Johannes Puijn (De Gelderlander 7/1/1933)

Johannes Peter Matthijs Puijn overlijdt 6 januari 1933 (op De Gelderlander 7/1/1933; op dezelfde pagina van de overlijdensadvertentie staat nog een kleinere, dat het brandstoffenbedrijf de gehele gesloten zal zijn).

In De Gelderlander 22/8/1933 staat de huwelijksaankondiging van Antoon Puijn met Dina van Druten. Het adres van Antoon is Voorstadslaan 20 en van Dina Gorisstraat 20. Ook het toekomstig adres is Voorstadslaan 20.

Advertentie Joh. Puijn & Zn.: "Zomerprijzen" (De Gelderlander 9/5/1933)
Advertentie Joh. Puijn & Zn.: “Zomerprijzen” (De Gelderlander 9/5/1933)

Er is nog niet nagegaan wanneer de naam van het bedrijf precies veranderd is: in PGNC 28/1/1935 is het nog Joh. Puijn & Zn. In PGNC 21/11/1935 is het echter A. Puijn.

Antonius Puijn overlijdt op 21 november 1954 op 49-jarige leeftijd. A.M. Puijn – van Druten laat de rouwadvertentie plaatsen “mijn inniggeliefde Echtgenoot”. Dan is het adres nog steeds Voorstadslaan 20. (De Gelderlander 22/11/1954)

In De Gelderlander 23/10/1956 wordt nog een personeelsadvertentie gevonden voor een “flinke kracht” bij A. Puijn. In het Adresboek 1971 komt het nog steeds voor als brandstoffenbedrijf van de weduwe A.M. Puijn van Druten.

Voorstadslaan 18 en 20, maart 2025 (Google Streetview)
Voorstadslaan 18 en 20, maart 2025 (Google Streetview)

Aannemer Hendrik Franciscus de Reus

Hendrik Franciscus de Reus werd op 27 februari 1882 geboren te Huissen. Zijn ouders waren Johannes de Reus (Didam 1-9-1858), “arbeider” en Christina Witjes (Huissen, 1-10-1854). In het Bevolkingsregister van 1880 wonen zij op de Bloemerstraat 47. Het gezin was daarbij op 13 april 1886 afkomstig uit Ubbergen. Het “blauwe potlood” heeft achter Johannes de Reus bij aanmerkingen “Steenstraat 14” geschreven.

In oktober 1907 trouwt hij met Theodora Arnolda van Berkel (PGNC 27-10-1907)

In 1910 bij geboorte van een van zijn kinderen, Adriaan Frits, is de Reus 28 jaar en aannemer van beroep, te Hees https://www.openarchieven.nl/gld:DA39E068-043F-4F7D-B070-A48C4A2816B1

Bij de geboorte op 1 januari 1913  van Christina Alberdina wonen ze in “Hees”.

De Reus wordt regelmatig gevonden als inschrijver op aanbestedingen, waarbij hij in Nijmegen blijkt te wonen. Een aantal voorbeelden:

  • Verbouwen school (De Gelderlander 17-9-1908)
  • Post- en telegraafkantoor met directeurswoning in Grave. Hier was de Reus met f14.280 de laagste inschrijver (2-8-1910)
  • Een winkel- met bovenhuis (PGNC 7-3-1913)
  • Pastorie te Huissen (PGNC 9-6-1912)

In de Adresboeken 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1916 komt van Berkel & de Reus voor onder “Aannemers” op de Nieuwe Nonnendaaldsche weg. In 1912-1913 op nummer 131, daarna op nummers 161/165. Er is nog niet uitgezocht wat de relatie is tussen deze van Berkel en de vrouw van de Reus. In de tot nu toe gevonden krantenberichten wordt overigens steeds gesproken over “H.F. de Reus”.

Op of rond 1918 vetrekt het gezin naar Oss. “Henk de Reus op  zei op 28 juli 2018 om 01:06

Ik kom dit verhaal tegen, een jaar na de uitwisseling van e-mails. Een beetje vreemd vind ik de relatie van Mark de Reus met mijn vader Jan de Reus. Zijn opa was een broer van mijn vader.
Ik heb vernomen dat hij onderzoek doet naar zijn overgroot vader, H.F. De Reus die in 1918 een aannemersbedrijf startte in Oss”.

https://www.bhic.nl/ontdekken/praat-mee/bouwbedrijf-de-reus-uit-oss

In hetzelfde artikel lijken in ieder geval 2 van zijn kinderen dezelfde weg te zijn ingegaan:

“Quirin de Veer zei op 20 december 2021… “Sinds 2007 op Burgemeester van den Elzenlaan 11 in Oss.
Ik heb begrepen dat dit huis in 1939 is getekend en daarna ook bewoond door J.A. de Reus ( architect) en later door H.F. de Reus (aannemer).”

De Reus overlijdt op 9 november 1940 te Oss (De Gelderlander 11/11/1940)

Biezen/Waterkwartier

Hoewel Biezen de officiële naam is, noemen veel Nijmegenaren de wijk het Waterkwartier. Het is een van oudst bewoonde gedeelten…

Plan voor het bouwen van twee woonhuizen a/d Bronsgeeststraat voor den Weled. Hr. H.J. Wenmakers en C. Verburg, tekening november 1921 (D12.386989 detail)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Bronsgeeststraat 56 en 58, bouwkundige Wenmakers

1922, (oorspronkelijk: Bronsgeeststraat 86 en 88), Bronsgeeststraat 56 en 58 Biezen

Bronsgeeststraat 56 en 58
Bronsgeeststraat 58 en 56, twee prachtig gebouwde huizen uit 1922. (De blauwe lijnen op de straat geeft de loop van de Romeinse stadsgracht aan)

Een van de opvallendste woningen in de Bronsgeeststraat is het dubbele woonhuis op de hoek met de Biezenstraat. H.J. Wenmakers, die als bouwkundige op de tekening staat, is leraar aan de avondschool en onderwijzer op de Ambachtsschool. Hij zal nummer 86 (tegenwoordig 56) gaan bewonen.

Hendrik Johannes Wenmakers

Plan voor het bouwen van twee woonhuizen a/d Bronsgeeststraat voor den Weled. Hr. H.J. Wenmakers en C. Verburg, tekening november 1921 (D12.386989 detail)
Plan voor het bouwen van twee woonhuizen a/d Bronsgeeststraat voor den Weled. Hr. H.J. Wenmakers en C. Verburg, tekening november 1921 (D12.386989 detail)

Hendrik Johannes Wenmakers op 30 december 1879 geboren te Rotterdam. Op 28 september 1906 is hij met Maria Christina Flock (13-8-1882 Rotterdam) getrouwd. Op 28 maart 1906 verhuizen ze vanuit Rotterdam naar Nijmegen, Willemsweg 34. Hij is dan onderwijzer Ambachtsschool (metselaar) van beroep. Tussen 1900 en 1910 zijn ze verhuisd naar Weurtscheweg 24. In het Bevolkingsregister 1910 is dit adres doorgehaald en vervangen door Voorstadslaan 63: dit betreft waarschijnlijk een hernummering.

Kinderen:

  • Anna Petronella Maria: 17-2-1907 te Nijmegen
  • Hendrik Johannes: 13-4-1911
  • Willem Hendrik: 21-7-1919

Rond maart 1914 heeft Wenmakers de tekenacte “M.O. md” behaald (PGNC 8/3/1914), oftewel de bevoegdheid tot het geven van Middelbaar onderwijs in het rechtlijnig en bouwkundig tekenen.

Hij overlijdt op 6 of 7 december 1940 (“heden” in de overlijdensadvertentie De Gelderlander 7/12/1940)

In een gevonden rouwbericht blijkt zijn weduwe Maria Christina Flock op 28 mei 1948 overleden te zijn. De advertentie is ondertekend door zijn zoon W.H. Wenmakers en dan het adres Bronsgeeststraat 56.

W.H. Wenmakers, architect, komt in het Adresboek 1966 nog voor op dit adres.

Coenraad Albertus Verburg

Opvallend: zijn mede-aanvrager van de bouwvergunning is C.A. Verburg. Hij is tevens leraar aan de Ambachtsschool. Verburg zal nummer 88 (nu 58) gaan bewonen.

Coenraad Albertus Verburg is op 4 april 1877 geboren te Arnhem. Hij is getrouwd met Gerritje Abbenhuijs (20-6-1878 Arnhem). Op 25 oktober 1913 komen ze naar Nijmegen. Ze zijn dan afkomstig uit Venlo en gaan wonen op Voorstadslaan 195. Hij is dan leraar aan de Ambachtsschool. Op een later tijdstip (waarschijnlijk dd 1-1-1921) is daar avondschool voor Handwerkslieden bijgevoegd.

Kinderen:

  • Theodorus Coenraad Albertus 21-11-1902 plaats onleesbaar
  • Bernardus Carolus Joseph, 2-11-1904, plaats onleesbaar
  • Catharina Elisabeth, 23-12-1905
  • George Antonius, 9-12-1907, Venlo
  • Albertina Gerarda 22-2-1917, Hees

In ieder geval woont hij hier in 1938 nog, wanneer hij zijn 25 jarig jubileum als leraar vaktekenen voor metaalbewerkers viert.

Romeinen

Voor het huis lopen blauwe golvende lijnen op de weg, met daarachter een lijn in klinkers: in de Romeinse tijd liep hier de stadsgracht en stadsmuur.

Detail
Detail

Bronnen

Bevolkingsregister 1900 en 1910

Gemeenteverslag 1922 Bijlagen II

Adresboeken 1924 en 1926

De Gelderlander 28/10/1938

De Gelderlander 29/5/1948

https://www.yumpu.com/nl/document/read/19773621/het-opleiden-van-leraren-in-technische-vakken-velon/3

Biezen/Waterkwartier

Hoewel Biezen de officiële naam is, noemen veel Nijmegenaren de wijk het Waterkwartier. Het is een van oudst bewoonde gedeelten…

Weurtseweg 83 en 85

Weurtseweg 83-85 is aanvankelijk gebouwd als beneden- en bovenwoning. In 1924 vindt echter de verbouwing van de benedenverdieping tot winkelhuis…

Biezenstraat

Deze verzamelt reeds verschenen artikelen over de Biezenstraat Een mooie foto van de Biezenstraat op het kruispunt Voorstadslaan uit 1970-1975…

Borneostraat, ontwerp Meerman en van der Pijll, augustus 2023 (Google Streetview)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Borneostraat architecten Meerman en van der Pijl

1934 Borneostraat 28 t/m 34

Borneostraat, ontwerp Meerman en van der Pijll, augustus 2023 (Google Streetview)
Borneostraat, ontwerp Meerman en van der Pijll, augustus 2023 (Google Streetview)

De architecten Meerman en van der Pijll maakten het ontwerp voor vier Herenhuizen aan de Borneostraat voor A.J.W. Grandjean in 1934.

Ontwerp vier Heerenhuizen a/d Borneostraat te Nijmegen, v/d Weled Heer A.J.W. Grandjean aldaar, architecten Meerman en van der Pijl, bouwaanvraag 21-1-1934 (D12.400333)
Ontwerp vier Heerenhuizen a/d Borneostraat te Nijmegen, v/d Weled Heer A.J.W. Grandjean aldaar, architecten Meerman en van der Pijl, bouwaanvraag 21-1-1934 (D12.400333)

A.J.W. Grandjean is Amelius Johannes Wilhelmus Grandjean Perrenod Comtesse (Nijmegen 13 december 1896 – Groesbeek 30 augustus 1995). Hij was de zoon van timmerman en aannemer Johannes Simon Grandjean Perrenod Comtesse.

Grandjean was bouwkundige van zijn beroep. Een van zijn gevonden ontwerpen is Sumatraplein 24-26. Zie voor de bouwtekening https://woneninnijmegen.blog/2026/08/08/sumatraplein/.

En meer over Grandjean: https://www.noviomagus.nl/h1.php?p=Gevels/Gevelstenen/Sumatraplein26/Sumatraplein26.htm

Architectenbureau Meerman en van der Pijll

Lees hier verder over de ontwerpers:

Architectenbureau Meerman en van der Pijll

Architectenbureau Meerman en van der Pijll is waarschijnlijk het bekendst vanwege hun ontwerp voor Auto Palace. Daarnaast ontwierpen zij onder andere de Radiocentrale en het Parochiehuis voor de Antonius van Padua parochie

Rechts van Dijk en Witte, Grote Markt gezien in de richting van de Korte Burchtstraat, gedateerd 1895-1903 (D149 RAN)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag, Grote Markt

Van Dijk en Witte

Rechts van Dijk en Witte, Grote Markt gezien in de richting van de Korte Burchtstraat, gedateerd 1895-1903 (D149 RAN)
Rechts van Dijk en Witte, Grote Markt gezien in de richting van de Korte Burchtstraat, gedateerd 1895-1903 (D149 RAN)

Vestiging Van Dijk en Witte in Nijmegen: een grootmazijn en een sieraad rijker

1892 architect Scheltema

In 1892 opent het Arnhemse Van Dijk en Witte een vestiging van haar herenkledingzaak in Nijmegen. De architect was P.H. Scheltema.

Vooraf: Arnhem

Van Dijk en Witte was rond 1869 in Arnhem opgericht, althans: in 1917 blijkt zij 38 jaar te bestaan (PGNC 13/9/1917).

In ieder geval bestaat de vennootschap vanaf 22 mei 1888. Dan richten Herman Cornelis van Dijk, Particulier en wonende te Rotterdam met Theodor Heinrich Hermann Witte, Particulier, wonende te Utrecht de vennootschap van Dijk en Witte op. Zij heeft tot doel:  “de confectie in gemaakte Heerenklederen en den handel in die goederen en in Lakens en Bueskins en alles wat verder daartoe behoort” op. De vennootschap wordt gevestigd in Arnhem. (Nederlandsche staatscourant, 6-7-1881) Een van beide oprichters was Theodor Heinrich Witte (1855-1918) (Oud-Arnhem op https://www.facebook.com/arnhem.nostalgischnederland/posts/arnhem-zijpendaalseweg-1930vandaag-heeft-oud-arnhem-weer-een-zoekfoto-voor-julli/3658030360900603/)

Vervolgens zal op 11 december 1883 hun 2e vestiging, nu in Groningen aan de Stoeldraaiergas, worden aanbesteed. (Nieuwe Groninger courant, 7-12-1883).

In latere advertenties verschijnt de naam van H.C. van Dijk in het groot, met daarnaast Firma Van Dijk en Witte. Dit lijkt rond 1888 te zijn begonnen. In april 1883 staat de opheffingsadvertentie met een finale uitverkoop. (Nieuwe Groninger courant, 2-4-1893)

Wanneer de firma 60 bestaat blijkt dat Witte “na het vertrek van den heer H. van Dijk naar Groningen alleen firmant bleef.” (Arnhemsche courant,15-9-1941)

De aanbesteding

De aanbesteding leverde “algemeene paniek onder de aannemers” op: Grandjean & Theunissen waren de laagste inschrijvers. De aanbesteding werd echter gegund aan N. van Eck, die vroeger met Scheltema een bedrijf had gevormd (De Gelderlander 25/3/1892). Zijn inschrijving was f800 hoger op een begroting van rond de f14000.-. Daarop vond een ingezonden briefwisseling plaats (in ieder geval PGNC 24/3/1892, De Gelderlander 25/3/1892,  PGNC 1/4/1892, PGNC 7/4/1892)

Bij de Opening

“Onze stad is weder een groot magazijn en de Markt weder een sieraad rijker. De firma Van Dijk en Witte, die ook te Arnhem in de Rijnstraat gevestigd is, heeft namelijk Zaterdag ll. haar magazijn van heeren- en jongeheeren-kleedingstukken geopend. De meer dan ruime voorraad voorhanden goederen in alle prijzen zal de keuze voor een ieder gemakkelijk maken, terwijl de uitstalling achter de vier enorme spiegelruiten een denkbeeld geeft van de de groote verscheidenheid der in het magazijn te vinden kleedingstukken.

Bij avond bij de schitterende gasverlichting maakt het magazijn inzonderheid een uitmuntenden indruk.

Het ruime winkelhuis werd gebouwd volgens de plannen van den heer P.H. Scheltema, architect alhier, en in enkele maanden daargesteld door den aannemer N. van Eck. Beiden komt lof toe voor hunnen arbeid.” (PGNC 20/9/1892)

Architect Scheltema

Petrus Herman Scheltema (Den Haag 2 februari 1856 – Voorburg 13 augustus 1923) was een Nederlands architect en redacteur van bouwkundig tijdschrift De Opmerker.

Hij was een zoon van luitenant-kolonel Nicolaas Scheltema. In november 1886 behaalde hij de akte rechtlijnig tekenen en perspectief. Hij had onder andere een betrekking bij een ziekenhuis. (wikipedia). Hij trouwde op 21 september 1887 trouwde met Casimira Albrechtina Wilhelmina Arendsen Hein te Nijmegen. Ze kregen drie kinderen.

Op 22 juni 1887 gaan Nicolaas van Eck, aannemer en Petrus Herman Scheltema, architect, beiden te Nijmegen, een vennootschap aan tot het “uitoefenen van de beroepen van Architect, Aannemer, Timmerman, Metselaar en daarmede verwante zaken, onder de firma Van Eck en Scheltema”. (PGNC 3/7/1887) Op 18 december 1890 willen zij “Het bouwen van een Landhuis op een terrein te Groesbeek” aanbesteden. (PGNC 7/12/1890)

Op 1 februari 1892 wordt de vennootschap weer ontbonden. N. van Eck gaat verder als aannemer op de Ziekenstraat no. 50 (kantoor) en 2de Walstraat 115 (werkplaats). Scheltema ls architect, op St. Annalaan 13 en zijn bureauu op 2de Walstraat 113. (PGNC 2/2/1892)

Op 16 maart 1892 wil hij “Het sloopen van een bestaand gebouw en ter plaatse bouwen van een Winkelhuis met Bovenhuizen aan de Groote Markt te Nijmegen” aanbesteden. (PGNC 6/3/1892)

Rond augustus 1893 wordt Scheltema, te Nijmegen, benoemd tot tijdelijk opzichter bij de dienst gemeentewerken in ‘s -Gravenhage. (De Gelderlander 13/8/1893)

In januari 1901 wordt hij benoemd tot directeur en redacteur van het architectuur- en bouwtijdschrift De Opmerker. Bij het splitsen van deze functie werd Scheltema van 1912 tot 1919 alleen redacteur van dit tijdschrift.

In 1907 werd hij benoemd tot hoofdopzichter van de Koninklijke paleizen.

Verbouwing 1929

In 1930 waren Vroom & Dreesmann (midden) en Bahlmann (rechts) nog 2 afzonderlijke zaken. Enkele jaren later zal Bahlmann bij Vroom & Dreesmann worden gevoegd. Foto: Nijmegen 700 jaar stad werd groots gevierd: in de hele stad werden gebouwen feestelijk geïllumineerd, zoals het gebouw van Vroom en Dreesmann in het midden, links van Dijk en Witte en rechts Bahlmann. De verlichting was een initiatief van de Nijmeegse Erkende Installateurs Vereniging en werd uitgevoerd door de firma's Beukering en Alewijnse, 25/8/1930-30/8/1930 (GN11829 RAN)
In 1930 waren Vroom & Dreesmann (midden) en Bahlmann (rechts) nog 2 afzonderlijke zaken. Enkele jaren later zal Bahlmann bij Vroom & Dreesmann worden gevoegd.
Foto: Nijmegen 700 jaar stad werd groots gevierd: in de hele stad werden gebouwen feestelijk geïllumineerd, zoals het gebouw van Vroom en Dreesmann in het midden, links van Dijk en Witte en rechts Bahlmann. De verlichting was een initiatief van de Nijmeegse Erkende Installateurs Vereniging en werd uitgevoerd door de firma’s Beukering en Alewijnse, 25/8/1930-30/8/1930 (GN11829 RAN)

In ieder geval is er een verbouwing in 1929 gevonden:

“Verbouwing Van Dijk en Witte.

De firma van Dijk en Witte kleedingmagazijn, heeft haar winkel aan de Groote Markt een moderniseering doen ondergaan die veroorzaakt werd door de eischen welke gesteld worden aan een firma die met haar tijd wenscht mee te gaan en het vertrouwen van het publiek waardig wenscht te blijven.

Genoemde firma mag aanspraak maken op een reputatie van degelijkheid en zoo is dus ook de verandering die zich aan het gebouw voltrok in orde, m.a.w. de verandering is een groote verbetering en is tevens een bewijs dat fraaiheid niet door nut in gedrang behoeft te komen. Er is een nieuwe sierlijke pui gekomen, een gevel van teakhout, nieuwe, ruime étalages, een portiek, en verlichting die door een nieuw soort reflector, welks zeer goed schijnt te voldoen, gediend wordt.

De architect is W.J. Eich en zoon, Arnhem. De aannemer G. Kuiper, Arnhem. De binnen-betimmering Th.A. Wissing, aannemer Nijmegen. De verlichting A.J. Peters, electricien, Nijmegen. Steenhouwer A. Rengers en Zoon, Nijmegen.” (PGNC 16/3/1929)

Sloop en nieuwbouw

Het door het bombardement van 22 februari 1944 totaal verwoeste pand van Vroom en Dreesmann (rechts) met op de achtergrond de restanten van de St. Augustinuskerk; links de schoenenzaak van de gebroeders Raemakers en de herenmodezaak van Van Dijk en Witte, 22/2/1944-30/6/1944 (GN11080 RAN)
Het door het bombardement van 22 februari 1944 totaal verwoeste pand van Vroom en Dreesmann (rechts) met op de achtergrond de restanten van de St. Augustinuskerk; links de schoenenzaak van de gebroeders Raemakers en de herenmodezaak van Van Dijk en Witte, 22/2/1944-30/6/1944 (GN11080 RAN)

Het gebouw van Van Dijk en Witte blijft bij het bombardement van 1944. Vanwege de nieubouwplannen van Nijmegen zal het toch gesloopt worden: De Gelderlander schrijft op 24/10/1952 dat Van Dijk en Witte naar het Marienburg vertrekken. Zij zullen zich daar vestigen in het gebouw “waar thans een dancing is gevestigd”.

Op 6 november zal de aanbesteding plaats vinden van het van gemeentewege slopen van opstallen funderingen van het perceel “Van Dijk en Witte” aan de Grote Markt nummer 8.

Lees hier verder over nieuwbouw van Van Dijk en Witte op de Broerstraat:

Burchtstraat 2 Van Dijk en Witte tegenwoordig zit in dit pand Douglas architect Rodenburg (augustus 2023)

Van Dijk en Witte, de voltooiing van de oostzijde van de Broerstraat, architect Rodenburg

De bouw van de herenkledingzaak van Dijk en Witte zorgde voor de voltooiing van de oostzijde van de wederopbouw van de Broerstraat. Het nieuwe pand staat (nagenoeg) op de plek waar het vooroorlogse pand heeft gestaan. In 1892 begon van Dijk en Witte een confectiemagazijn op de Grote Markt 8. Na de Tweede Wereldoorlog was…

Lees verder

(Overige) Bronnen en verder lezen

Zie ook https://www.noviomagus.nl/OudNijmegen/006/cwdata/scan003.html en vooral kaart reactie 7! Loop van Scheidemakersgas, Groote Markt, Broerstraat,  V. D. en W.  naast Vroom en Dreesmann. Let ook op de Passage! En ook kaart bij reactie 3

https://nl.wikipedia.org/wiki/Petrus_Herman_Scheltema

Grote Markt

Deze pagina verzamelt artikelen die reeds over de Grote Markt zijn verschenen. Eerst echter een korte geschiedenis. Beide zullen van…

Het parochiehuis "Pius Convict", achter het parochiehuis de Kerk van de H. Antonius van Padua, foto 1935-1940 (GN5861 RAN), architecten Meerman en van der Pijll
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Parochiehuis architecten Meerman van der Pijll

1935 Van Slichtenhorststraat 81 Galgenveld

Het parochiehuis "Pius Convict", achter het parochiehuis de Kerk van de H. Antonius van Padua, foto 1935-1940 (GN5861 RAN), architecten Meerman en van der Pijll
Het parochiehuis “Pius Convict”, achter het parochiehuis de Kerk van de H. Antonius van Padua, foto 1935-1940 (GN5861 RAN)

De architecten Meerman en van der Pijll ontwierpen het Parochiehuis in de Van Slichtenhorststraat in 1935. Het behoorde bij de Kerk van de H. Antonius van Padua. Het gebouw bestaat uit een hoofdgebouw en een grote toneel-, film-, vergader- of conversatiezaal.

De Gelderlander in mei 1935:

“De Katholieke Jeugdbeweging: R.K. Parochiehuis Groesbeekscheweg een modelinrichting

“In de Parochie van St. Antonius van Padua aan den Groesbeekschenweg is iets nieuws in wording, wat van groote betekeenis zal zijn voor de toekomst.

Sinds eenigen tijd wordt er achter de kerk aan de Van Slichtenhorststraat gewerkt en gebouwd. Niets meer of minder dan een volgens de eischen des tijds ingericht R.K. Parochiehuis, een modelinrichting, bestemd voor de vele en uitgebreide nooden van het huidige R.K. Parochieele Jeugdwerk, bestemd voor allerlei vergaderingen en bijeenkomsten die, wil het Katholieke leven eener Parochie op pijl blijven ja nog tot hooger bloei komen, tenminste van tijd tot tijd noodzakelijk zijn.

Zooals gezegd, wordt dit gebouw een modelinrichting, waar het geheel en het interieur in het bijzonder mede zullen werken tot het scheppen van een echt Katholieke sfeer, waar, in dezen tijd van vijandelijke aanvallen op datgene, wat ons dierbaar is, met vereende krachten zal worden gewerkt aan de toekomst van onzen Katholieke jeugd.

Het Parochiehuis zal aan den straatwand door zijn juiste verhoudingen en door de met zorg gekozen materialen en detailleering een cachet geven, rustig en voornaam, onder de schaduw der kerk. Hiermede verdwijnt dus tevens den eenigzins rommeligen aanblik van het minder mooie groote hek aan de Van Slichtenhorststraatzijde.

Het gebouw, bestaande uit een hoofdgebouw en de groote tooneel-, film-, vergader- of conversatiezaal, wordt opgetrokken in fraaie dunne oranjekleurige steen of donker basement.

Toneeluitvoering in het Parochiehuis van de operette 'Repelsteeltje', samengesteld uit bekende melodieën door Johanna Veth en gespeeld (en gezongen) door de jeugdige actrices van de Katholieke Jonge Meisjes (KJM), februari 1937 (De Gelderlander 11/02/1937, p. 9 via F23422 RAN)
Toneeluitvoering in het Parochiehuis van de operette ‘Repelsteeltje’, samengesteld uit bekende melodieën door Johanna Veth en gespeeld (en gezongen) door de jeugdige actrices van de Katholieke Jonge Meisjes (KJM), februari 1937 (De Gelderlander 11/02/1937, p. 9 via F23422 RAN)

Deze groote zaal, met zijn speciaal ontworpen kapconstructie, plaats biedende aan ongeveer 300 personen, wordt van binnen geheel opgetrokken in geel-kleurigen baksteen op plint van verglaasen wijnrooden steen, welke met de in dito kleur toe te passen naadlooze vloerbedekking een harmonisch geheel zal vormen. Behalve een flinke tooneelruimte komen er ruime kleedkamers en flinke bergruimten onder zaal en tooneel.

In het hoofdgebouw zijn de grootere en kleinere practisch ontworpen groepskamers en vergaderzalen geprojecteerd en voorts de ruime zalen voor de te beoefenen handenarbeid, toiletgelegenheden, e.d.

Hallen, trappen, bordessen e.d. worden zeer ruim gehouden en geheel in gewapend beton uitgevoerd. De wanden zijn ook hier wederom in verglaase steen opgetrokken. Buitenramen en deuren, voorzien van panieksluitingen, en binnenkozijnen worden in staal uitgevoerd, zoodat hier bij het ontwerpen bijzondere zorg is besteed met het oog op eventueel brandgevaar.

Op de eerste verdieping van het hoofdgebouw en uitkomende in de achterwand van de groote zaal is een filmcabine geprojecteerd, eveneens in gewapend beton, voorzien van de noodige veiligheidsmaatregelen.

Onder het hoofdgebouw zijn de diverse kelders voor verwarming, fietsenstalling e.d.

Bij het toepassen der materialen voor het interieur is er steeds rekening mee gehouden, dat door de jeugd zoo weinig mogelijk beschadigd kan worden.

De voortreffelijk Geestelijke leider en Directeur van het Parochieele jeugdwerk, Kapelaan J. Verhoeven, die voor dit jeugdwerk buitengewoon veel opoffert, vindt hier voor zijn jongens een buitengewoon home.

Het Kerkbestuur van de St. Antoniusparochie, welke het parochieel tekort had begrepen, komt zware financieele lasten van dezen nieuwbouw voor haar rekening te nemen, zoodat zij voor dit fraaie bouwwerk, in deze kommervolle tijden, geen beroep heeft gedaan op de toch zoo dikwijls gevraagde milddadigheid harer parochianen. Voor hen, namens onze jeugd, een eresaluut!

Voor de installatie en stoffeering wordt van de parochianen echter een klein offer gevraagd, dat zij, gezien het goede voorbeeld van het Kerkbestuur, zeer zeker spontaan zullen geven en mede als antwoord op de fraaie brochure “Wij bouwen voor U”, welke de eminente Directeur van het jeugdwerk afgeloopen week en komende week aan alle parochianen deed of doet toekomen.

Rest ons nog te vermelden, dat de aannemersfirma J.A. Hofman en Zonen het werk uitvoert onder leiding en naar ontwerp van het Architecten-bureau B.J. Meerman en J. v.d. Pijll, Driehuizerweg 80, alhier, die zoowel in practisch al artistiek opzicht de vele moeilijkheden hebben opgelost in verband met het beschikbare terrein. Over enkele maanden zal dus de St. Antoniusparochie een geslaagd bouwwerk rijker zijn.

Een goede daad!” (De Gelderlander 2/5/1935)

Parochiehuis

Agenda Parochiehuis H. Antonius (De Gelderlander 28/3/1936)
Agenda Parochiehuis H. Antonius (De Gelderlander 28/3/1936)
Agenda Parochiehuis St. Antonius (De Gelderlander 21/7/1936)
Agenda Parochiehuis St. Antonius (De Gelderlander 21/7/1936)

Om een beeld te geven van de activiteiten staat hierboven de aankondigingen van twee willekeurige weken weergegeven.

“Een parochiehuis is een gebouw dat fungeerde als gemeenschapshuis voor rooms-katholieke parochianen. Het parochiehuis bezat gewoonlijk een ruimte met toneel, waar vergaderingen, lezingen, bijeenkomsten en feesten werden gehouden en voorstellingen werden gegeven. Ook waren er wel kleinere ruimten, bijvoorbeeld voor de jeugd, waarin zich tafels voor tafelvoetbal, tafeltennis en eventueel een biljart bevonden. Verder was er vaak een inpandige kapel. Ook veel rooms-katholieke verenigingen maakten gebruik van het parochiehuis” (wikipedia, tevens bron van de paragraaf).

Na de invoering van de vrijheid voor godsdienst in 1848 ging de Katholieke kerken niet alleen kerken, maar ook parochiehuizen bouwen. Begin 20ste eeuw riepen bisschoppen op om patronaten te bouwen, vooral gericht op de jeugd. Daardoor was er vaak geen geld voor een parochiehuis.

Eind jaren 20 waren de patronaten minder belangrijk geworden, zodat de aandacht weer verlegd werd naar parochiehuizen. Vooral in de jaren 30 zijn veel parochiehuizen gebouwd.

Voormalig RK Parochiehuis Van Slichtenhorststraat 81 (december 2024)
Voormalig RK Parochiehuis Van Slichtenhorststraat 81 (december 2024)

Architectenbureau Meerman en van der Pijll

Architectenbureau Meerman en van der Pijll is waarschijnlijk het bekendst vanwege hun ontwerp voor Auto Palace. Daarnaast ontwierpen zij onder…

Piushove

De Piushove is gebouwd in 1926 als een convict: een huis voor priesters en priesterstudenten. Hier kregen ze volledig pension.…

Van Slichtenhorststraat

Beneden en Bovenwoningen voor Tesser In augustus 1924 zijn er 2 bouwdossiers voor de van Slichtenhorststraat 98-100 en 102-104, welke…

Voormalige politiepost, tegenwoordig Wijkfabriek Koninginnelaan 1
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Voormalige Politiepost

1900, Koninginnelaan 1 Wolfskuil

Voormalige politiepost, tegenwoordig Wijkfabriek (juli 2023)
Voormalige politiepost, tegenwoordig Wijkfabriek (juli 2023)

Het gebouw op Koninginnelaan 1 was tot in de jaren 80 in gebruik als politiepost. Daarvoor was het een veldwachterswoning. Het wordt in de volksmond het “Witte Huus” genoemd.

Veldwachterswoning

Het gebouw op de Koninginnelaan heeft decennia dienst gedaan als politiepost. Het pand is oorspronkelijk in 1900 gebouwd als veldwachterswoning. Deze was gebouw door J.C. Kropman voor f4.334. Op dat moment waren er in standplaats “Hees”, waar de Koninginnelaan onder viel, 2 veldwachters actief. In de Adresboeken over 1901 en 1902 is J. Arens gevonden als gemeentelijke veldwachter.

Jacobus Arens blijkt in ieder geval in 1896 in dienst te zijn als agent 3e klasse, samen met Dirk Pettinga. Het is mij nog niet bekend of Arens werkte op de post van de Graafseweg of reeds in de Koninginnelaan; Arens komt in het Adresboek van 1899 voor op nummer Koninginnelaan 2b.

Politiepost

In 1905 besluit de gemeente de veldwachterswoning te verbouwen tot politiepost. Omdat er in het gebied slechts enkele landbouwers en arbeidersgezinnen woonden, kon geruime tijd met 2 veldwachters volstaan worden. De bevolking was echter sterk gegroeid: “de laatste 10 jaar” (tot 1905) was de bevolking gegroeid met 14.000 personen. Daardoor was er behoefte aan uitbreiding. De post zou met 2 hoofdagenten, 2 agenten 1e klasse, 2 agenten 2e klasse en 6 agenten 3e klasse uitgebreid moeten worden. De gemeente neemt het besluit tot de verbouwing en uitbreiding in mei 1905. Uit het PGNC van 14/3/1906 blijkt dat de nieuwe politiepost “gisteren” is geopend.

Vervolg

In 1949 vond een grote verbouwing plaats. Tot in ieder geval in de jaren 80 zat er in dit pand een politiepost, totdat ze naar de 2e Oude Heselaan verhuisde.

In ieder geval is de oefenruimte voor het gebruik van handvuurwapens in 2015 nog in gebruik als schietbaan schietsportverenigingen Willem Tell en SV de Vriendenkring.

Wijkfabriek

Sinds oktober 2017 zit hier de Wijkfabriek: “De Wijkfabriek is een belangrijke plek in de Wolfskuil. Hier kunnen wijkbewoners bijpraten, leuke dingen doen en winkelen. Ze kunnen er cultuursnuiven en muziek maken, gezelligheid en een luisterend oor vinden. Ook kunnen ze er samenkomen, vieren en vergaderen.” De officiële was in april 2018, zie voor het artikel en foto’s: https://dewester.info/opening-wijkfabriek/

Bronnen

PGNC: 4/2/1900, 18/3/1900, 16/5/1905, 14/3/1906

De Gelderlander 14/5/1905

Noviomagus, een interssant artikel!

https://www.planviewer.nl/imro/files/NL.IMRO.0268.BPa3000-ON01/t_NL.IMRO.0268.BPa3000-ON01.html

Wolfskuil

Een groot deel van de wijk is gebouwd in de jaren 10 en 20 volgens de “Tuindorp” gedachte. Dat pakt…

Nieuwe Nonnendaalseweg Bakkerij

De bakkerij op de hoek Nieuwe Nonnendaalseweg en Floraweg zullen veel Nijmegenaren doen denken aan de bakkerijen van Nas en…

Dames- en Heerenkapsalon W.C.G. Münchau. Interieur. Op de achtergrond, rechts, leerling-(toneel)kapper/grimeur Jo (Johannes Jacobus) Heisen (14/06/1915 - 14/07/1992), 1934 (F87402 RAN) Architect van de verbouwing is de Haas
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Dames- en Heerenkapsalon W.C.G. Münchau architect de Haas

1934 Houtstraat 10, Centrum, verwoest in WOII

Dames- en Heerenkapsalon W.C.G. Münchau. Interieur. Op de achtergrond, rechts, leerling-(toneel)kapper/grimeur Jo (Johannes Jacobus) Heisen (14/06/1915 - 14/07/1992), 1934 (F87402 RAN) Architect van de verbouwing is de Haas
Dames- en Heerenkapsalon W.C.G. Münchau. Interieur. Op de achtergrond, rechts, leerling-(toneel)kapper/grimeur Jo (Johannes Jacobus) Heisen (14/06/1915 – 14/07/1992), 1934 (F87402 RAN)

Architect de Haas maakte het ontwerp voor de Dames- en Heerenkapsalon W.C.G. Münchau op Houtstraat 10 in 1934. Tijdens het bombardement van 1944 werd de kapsalon verwoest.

Vooraf

Hieronder staat het artikel van de Gelderlander bij de opening van 1934 weergegeven. Daarbij noemt ze al de goudsmid Flemminks op Houtstraat 8. De goudsmid zal op 1 februari 1922 sluiten (De Gelderlander 23/1/1922).

In maart 1923 opent chocoladewinkel Atranta. Er is nog niet onderzocht hoe lang deze winkel er gezeten heeft; bij de opening van 1934 wordt alleen K.O.F.A. nog verder genoemd op dit adres.

Advertentie Uitverkoop juwelier Flemminks (De Gelderlander 18/11/1921)
Advertentie Uitverkoop juwelier Flemminks (De Gelderlander 18/11/1921)
Advertentie opening chocoladewinkel Atranta (De Gelderlander 8/3/1922)
Advertentie opening chocoladewinkel Atranta (De Gelderlander 8/3/1922)

“De Houtstraat.

Salon W. Munchau.

Het pand Houtstraat No. 8 en 10- aan den ingang van dit belangrijke binnenstadswinkelkwartier gelegen- heeft een heele verandering ondergaan. Het oude pand, vroeger bewoond door den goudsmid Flemminks, daarna ingericht tot onderdeel der K.O.F.A.-magazijnen, is nu geheel verbouwd.

Onder leiding van den heer G.J. de Haas, is de verbouwing binnen den tijd van een maand uitgevoerd door den aannemer W.F. de Haas. Het ging vooral om den onderpui. De bouwkundige wist door een granieten architraaf, in blauw-groen, een rustige afscheiding te krijgen tusschen de moderne winkelpui en andere bovenverdieping.

Hier is nu een dubbel winkelpand ontstaan, waarvan het hoofdpand thans in gebruik is bij den heer W. Munchau, die hier een modern-ingerichte dames- en heerensalon exploiteert.

De winkel ziet er coquet uit met zijn donkeren kast en opstanden van eikenhout.

De onderpui, waarvan de voet gedekt is met lichtgrijze majollicategels, is bijna geheel van glas. De ruime vensters zijn gevat in bronzen stijlen, terwijl een fijn genuanceerd glas-in-lood de etalage afdekt.

Beneden is bij de winkel, waarbij de heerensalon aansluit- een gezellig, rustig interieur.

Op de eerste verdieping is de damessalon gevestigd met vijf cabines, alles van elkander gescheiden door nikkelen staanders, waarvan stemmig-kleurige gordijnen neerhangen. De kaptafels van blank, geaderd marmer, werden geplaatst door de firma H.P. Euwens.

Verschillende firma’s werkten mede tot voltooiing van dit pand. Het schilderwerk werd uitgevoerd door de firma G.D. Scheers en Zonen, de electrische lichtvoorziening werd verzorgd door de firma Jansen. De firma Bilderbeek leverde het artistiek verzorgde glas in lood.

Het kleinere, knusse winkelpand, in den geest gebouwd van het pand-Munchau, staat vooreerst nog leeg.

Door deze snel en sierlijk uitgevoerde verbouwing is de ingang van de Houtstraat, welke juist aan het  boveneinde wel eenige opfrissching noodig had, niet weinig verlevendigd.

Ontegenzeggelijk kan er aan de Houtstraat nog veel verbeterd worden- tot grotere welstand der winkelzaken. Het ondereinde heeft den laatsten tijd veel aan levendigheid gewonnen.

De Zeigelbaan heeft daarvan een sprekend voorbeeld gegeven.” (De Gelderlander 2/5/1934)

Het PGNC schrijft bij de opening:

“Kapsalon W. Münchau.

De heer W. Münchau opent heden in het perceel Houtstraat 10 zijn nieuwe dames- en heeren kapsalon, die zeer aantrekkelijk is ingericht. De etalage met tegels, bronzen omlijsting ziet er modern uit, het interieur bevestigd den goeden indruk. De damessalon telt 5 cabines, terwijl ook in de heerensalon bediening in overvloed is. Het pand werd in een maand tijds geheel verbouwd onder leiding van den heer G.J.X. de Haas, die wel voldoening van zijn werk mag hebben. De electrische installatie leverde de fa. Jansen, het glas in lood de fa. Ed. Bilderbeek, het schilderswerk de fa. G. Scheers en Zn., de kapitels de fa. Euwens, de eikenhouten etalage en de opstanden de fa. v. Brakel en Dereks.” (PGNC 2/5/1934)

Walther/Walter Münchau

Walther/Walter Münchau is op 19-12-1893 geboren te Crefeld (Duitlsand). Wanneer hij zich op 19-4-1919 in Nijmegen vestigt, is hij afkomstig van Cleve. Zijn geloof is RK, zijn beroep “kapper”. (Dienstbodenregister 1910). Zijn huizing is De Ruijterstraat 191 (later vervangen door 6).

In 1927 opent  Munchau zijn kapperssalon op Houtstraat no. 23. (De Gelderlander 7/10/1927)

In 1934 verplaatste hij zijn zaak van Houtstraat 23 naar Houtstraat 8—10 (en De Gelderlander 9/10/1928, De Gelderlander 31/12/1928)

Naast de reguliere dames- en herkenkapper was hij de “Toneelkapper” (oa De Gelderlander 25/11/1927)

Verhuizing naar Houtstraat 24

Heropening Munchau op Houtstraat 24 (De Gelderlander 1/5/1940)
Heropening Munchau op Houtstraat 24 (De Gelderlander 1/5/1940)

In 1940 verhuist Munchau naar Houtstraat 24:

“Heropening Dames- en Heeren-Kapsolon Münchau

Het pand Houtstraat 24 is geheel verbouwd en in deze nieuwe omgeving heropende hedenmiddag de Fa. Münchau haar dames- en heerenkapsalon. Men staat verrast over de groote verandering in korten tijd hier aangebracht. De winkel is geheel, naar de laatste eischen die men kan stellen aan een kapsalon, modern verbouwd. Een zeer mooie puit trekt reeds van buiten af de aandacht. De beide salons zijn door een mooie betimmering van elkaar gescheiden. De damessalon bevat verschillende cabines, voorzien van de nieuwe toestellen op permanent-gebied. De heer Münchau heeft zich ook bekendheid verworven door het “haarwerk”, dat niet anders dan door jarenlange ervaring als vakman verkregen wordt. Als toneelkapper is de firma reeds jaren bij verschillende tooneeluitvoeringen de rechterhand.” (PGNC 1/5/1940)

Zie ook https://www.noviomagus.nl/Herinnering/Bombardement/09-06-22.htm

Oorlog

Bijschrift RAN: De door het bombardement van 22 februari 1944 weggevaagde Houtstraat; links de kapel van het Carmelklooster en rechts de wandreclame van W. Münchau toneelkapper die zijn zaak dreef op Houtstraat 10, hoek Jodengas, 22/2/1944-3/1944 (F75427 RAN)
Bijschrift RAN: De door het bombardement van 22 februari 1944 weggevaagde Houtstraat; links de kapel van het Carmelklooster en rechts de wandreclame van W. Münchau toneelkapper die zijn zaak dreef op Houtstraat 10, hoek Jodengas, 22/2/1944-3/1944 (F75427 RAN)

“Na het bombardement op Nijmegen eisen enkele inwoners met de Duitse nationaliteit een vervangende woonruimte. De kapper Münchau, die zijn huurhuis met kapsalon op de Houtstraat verloor, gaat met veel noten op zijn zang naar de Ortskommandant. Ook de Kreisleiter van de NSDAP, Lenzholz,43 zet zich daarvoor in. In overleg met de Judensachbearbeiter Bühe van de Aussenstelle in Arnhem wordt besloten aan dit gezin het huis op de In de Betouwstraat toe te wijzen. De leider van de Politieke Dienst van de gemeentepolitie, Marinus Verstappen, besluit dan om een aantal wat toen zo lelijk heette ‘gemengd gehuwde’ mannen op te pakken op 8 maart 1944. Dit werd gedaan door iemand met een paniekverhaal te laten aanbellen en zo de mannen naar buiten te lokken en hen vervolgens op te pakken vanwege overtreding van de regels van de avondklok.44 Op de In de Betouwstraat werd Levie Frankenhuis wel opgepakt, maar Raphaël Israël weet via de achterdeur te ontsnappen. Hij wordt door de garagehouder Johannes Evers iets later naar een onderduikadres in Zutphen gebracht.45 De achtergebleven gezinnen Frankenhuis en Israël moeten het pand verlaten en gaan naar de St. Annastraat” (https://www.oorloginnijmegen.nl/images/PDF/Stolpersteine%20-%20Stephanusstraat%20151%20en%20Oude%20Groenewoudseweg%20262%20Pels%20v0600.pdf)

In mei 1945 is Ph. De Rooder, aangesteld door de Militaire Commissaris District Nijmegen, beheerder van het vermogen van onder andere Munchau. (De Gelderlander 31/5/1945)

Houtstraat

De Houtstraat is een van de straten die bij het bombardement van 22 februari 1944 het zwaarst werd getroffen. In…

Hoek Houtstraat Augustijnenstraat

In 1955 ontwerpt Okhuijsen het pand aan Plein 1944, op de hoek Houtstraat-Augustijnenstraat. De opdrachtgever is J. van Veggel sr.,…