Het voormalige Huize Pater Dehon, van 1951 tot 1974 een doorgangshuis voor voogdijjongens (een soort observatiehuis). (Leon Gustave Dehon was stichter in 1877 van de orde van de Priesters van het Heilig Hart van Jezus). Huize Pater Dehon sloot in 1974 zijn deuren en werd een jaar later verkocht aan de Stichting Jeugd en Gezin, een fusie van twee Nijmeegse voogdijverenigingen. De BLO-school ging onder de naam ’t Driespan verder als ZMOK-school
Het oorspronkelijke pand Villa ‘Field View’ werd gebouwd in 1913 en werd ingrijpend verbouwd en aangepast naar een ontwerp van architect E. F. Estourgie in 1950, Dennenstraat, 1987 (Anton van Roekel via KN11655-84 RAN CCBYSA)
Vooraf
Het bombardement van februari 1944 had het Vincentius Kindertehuis aan de Jodengas verwoest. Dit was een observatie- en doorgangshuis. Na medisch en psychologisch onderzoek werd voor deze kinderen vervolgens een passende omgeving gezocht, waarbij geprobeerd werd kinderen zoveel mogelijk in pleeggezinnen onder te brengen.
De Rooms Katholieke Vereniging voor Kinderbescherming was in 1935 opgericht. Deze was opgericht omdat er behoefte was aan een zelfstandige organisatie voor voogdijkinderen, onder andere om subsidies en verantwoordelijkheden gescheiden te kunnen houden. Voorheen had de voogdij onderdeel uitgemaakt van de Vereeniging Liefdewerk.
Na de oorlog werd op 30 mei 1947 de villa Field View aangekocht, een gebouw van de bankier Pierson. Om als opvang voor kinderen te kunnen dienen, is eerst een verbouwing nodig. Vervolgens wordt Huize Pater Dehon in gebruik genomen. Het pand alleen is niet groot genoeg. Daarop koopt de congregatie een naastgelegen boerderij met haar grond aan. In 1950 wordt begonnen met de nieuwbouw. Hiervan is het ontwerp gemaakt door architect Emile Estourgie.
1951: Opvanghuis aan de Dennenstraat
Op 14 november 1951 vindt de opening van de nieuwbouw plaats, voorafgegaan door een inzegening van het gebouw. De opening begint met een mis, waarna toespraken volgen. In het complex is tevens een kleine kapel aanwezig en er is een lagere school: de jongensschool Pater Dehon.
Er is plaats voor 50 jongens, die tussen de 7 en 15 jaar oud zijn. Daarbij is het de bedoeling, dat zij maximaal 3 maanden geobserveerd worden. Daarna volgt advies over het vervolg van de opvoeding. De kinderen komen uit het hele land, omdat er een tekort is aan observatiehuizen.
Vervolg
De jongensschool wordt in 1956 een BLO-school.
Voor de BLO-school wordt in 1960 een nieuwe school gebouwd, waarvoor een perceel van de buren is aangekocht.
Jaren 60
BLO School, Kaaplandstraat 53, 17/7/1961 (Fotopersbureau Gelderland via F7540 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
In 1962 werd besloten om de vereniging om te zetten in een stichting: de Nijmeegse Rooms Katholieke Stichting voor Kinderbescherming (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis) en een steunstichting.
In de jaren 60 was er een terugloop in het aantal kinderen in de voogdij (Rooms Katholieke Vereniging voor Kinderbescherming) als in de gezinsvoogdij (Stichting Katholieke Gezinsvoogdij en Patronage) terug.
Vanuit efficiency werd het verstandig geacht beide organisaties samen te voegen. Dit werd vergemakkelijkt, omdat Pater Theodorus al vanaf 1951 in beide besturen zat. In 1971 vond de integratie van beide besturen plaats. Vervolgens gingen de organisaties in 1971 een samenwerkingsverband aan met de voogdij afdeling van het protestantse Van ’t Lindenhoutstichting.
Jaren 70: de paters vertrekken, Stichting voor Jeugd en Gezin
Dennenstraat 10, april 2025 (Google Streetview)
In 1974 vindt de fusie tussen voogdij en gezinsvoogdij plaats en de nieuwe organisatie is de Stichting voor Jeugd en Gezin. Zij kocht Huize Pater Dehon op 18 november 1975. Daarbij kwam er een dagcentrum en de school voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen (zmok-school).
Begin jaren tachtig komen aan de rand van het terrein woonhuizen.
Rond 2005 vindt de verbouwing van de villa en het aangebouwde gedeelte van de jaren 50 plaats om het pand geschikt te maken voor kamerbewoning. De ZMOK-school, welke vanaf 1991 onder de Rosa-stichting valt, verhuist naar Lindenholt. Op deze plek komen nieuwbouwwoningen.
Bij de opening in 1951
Bij de opening besteedt De Gelderlander 14/11/1951 besteedt uitvoerig aandacht aan de opening: “het nieuwe doorgangshuis met observatie voor voogdij- en regeringsjongens Huize “Pater Dehon”, dat omgeven door een fraaie tuin aan de Dennenstraat no. 10 is gelegen”.
Aan de officiële opening ging de inzegening door pater L. Leblanc, Provinciaal Overste van de Priesters van het H. Hart vooraf. Deze orde is tevens bestuurder van het huis.
Het huis heeft tot doel kinderen te observeren en ze vervolgens zo veel mogelijk door te plaatsen naar pleeggezinnen.
Het is in deze interessant de openingsrede van prof. dr. P. Calon te volgen, zoals weergegeven in De Gelderlander 14/11/1951. Daarin zijn duidelijk de opvoedingswaarden van de jaren 50 terug te vinden. Zoals Kinderrechten https://www.kinderrechten.nl/geschiedenis/ ze verwoordt: “De opvoeding van kinderen wordt in de jaren ’50 beheerst door de drie R’s van rust, reinheid en regelmaat. Vrouwen en moeders werken in het huishouden en zorgen voor de kinderen. Vaders en mannen verdienen de kost voor het gezin.”
Calon “constateerde aan het begin van zijn rede dat zich de laatste jaren hoe meer tekenen beginnen voor te doen, die het vermoeden wekken dat in een toenemend aantal gevallen het gezin in zijn eerste en overvreemde taak als opvoedingsmilieu van het opvoedingsmilieu van het opgroeiende kind te kort gaat schieten. Het is geen toeval- aldus spr. – dat in deze periode van toenemende ontreddering van het gezin de psychologie en met name de kinderpsychologie ons in staat stelt ons te bezinnen op de waarde van het gezin voor de opvoeding en ons een inzicht kan geven in de factoren, die de ontreddering in de hand werken.”
Er zijn veel factoren voor deze ontreddering, waarvan Calon er enkele noemt:
Vroeger was het gezin tevens een economische productie-gemeenschap waarin men elkaar nodig had. Deze noodzaak is weggevallen
Ontspanning vond vroeger vooral in huiselijke kring plaats. Door “specialisering van het amusement, met name in de grootstad”, wordt het amusement meer buitenhuis gezocht, waardoor het gezinsleven een dimensie armer is geworden.
Deze ontwikkelingen in gezichtsontwrichting hebben effecten op de psychologie van het kind. Deze heeft om zich psychologisch goed te kunnen ontwikkelen, behoefte aan een liefdevolle zorgende instelling van de ouders, die zich in concrete en tastbare gegevens uit. Daarnaast of daarbij heeft het behoefte aan een eigen levensruimte, waarin het zich vrij en zorgeloos bewegen kan, welke het zelf, met behulp van de ouders, uitbreiden en bevestigen moet, om van daaruit veilig de wereld te veroveren.
Wanneer dat niet gebeurt, zal het kind gefrustreerd raken. Kinderen komen met iedereen in botsing en gaan alles om zich heen als vijandig beschouwen.
Het is duidelijk, aldus spr., dat zowel de kinderen die in hun emotionele ontwikkeling ernstig worden bedreigd of reeds gehandicapt zijn, recht hebben op hulp. Waar de natuurlijke ouders niet kunnen geven wat tot de noodzakelijke voorwaarden voor de emotionele ontwikkeling ban het kind behoort, daar zal een pleeggezin deze taak moeten kunnen overnemen. De niet zelden gehoorde bewering dat natuurlijke ouders, al zijn deze nog zo deficiënt, steeds beter zijn dan pleegouders, wordt volstrekt gelogenstraft door de uitkomsten van de nieuwste kinderpsychologie.
Het is gebleken dat een kind emotioneel verkommert wanneer er een ongunstige verhouding is van moeder tot kind en dat het kind zich herstelt wanneer het in een liefderijk pleeggezin wordt opgenomen. Want wat het kind nodig heeft is liefde en zorg voor zijn zich ontwikkelende persoonlijkheid, ontmoeting met medemens, wiens genegenheid het ervaren kan door de concrete daden heen.”
Blik in de Hertogstraat in de richting van het Kelfkensbos, rechts de Wilhelminaboom en de Nutsschool, 1900 (P.A. Geurts via F14528 RAN)
De Hertogstraat is afgeleid van een heerstraat, een Romeinse legerweg. In ieder geval was de straat en omgeving in de Romeinse tijd in gebruik. Wikipedia: “De Hertogstraat is een van de oudste straten van Nederland. De straat wordt al in de 14e eeuw vermeld”. Volgens het Straatnamenregister in 1322 als Hyrtstege (door Gorissen in 1956) en 1382 (door Teunissen in 1933). Volgens Teunissen is de eerste vermelding van Hartogsteegh in 1694, daaróór zijn er allerlei varianten op hirt, hert en her.
Romeinse oorsprong
Wikipedia: “De straat heeft een in Romeinse oorsprong.
Het is het startpunt van de Heirbaan Maastricht-Blerick-Nijmegen. Die weg loopt vanuit de Hertogstraat, Coehoornstraat, Heijendaalseweg en Driehuizerweg en komt dan in het natuurgebied Heumensoord uit. Op deze plek ligt nog een stuk oude Romeinse weg. Die weg liep door naar Mook, tot de Romeinse Maasbrug bij Cuijk, en vervolgens langs de westkant van de Maas via Blerick naar Maastricht.”
Heirbaan
De meeste bronnen noemen expliciet dat de naam is afgeleid van “heer” en niet van “Hertog”. De term “heirbaan” (en aanverwante namen) zijn juist op een latere datum aan wegen gegeven, die (veelal terecht) herkend werden als een Romeinse legerweg. De Romeinen zelf zullen deze wegen nooit “heirbaan” hebben genoemd, maar bijvoorbeeld het woord “Via” hebben gebruikt. Eeuwenlang bleven deze wegen daarna nog in gebruik als doorgaande wegen.
Het woord “heirbaan” is afgeleid van het oud-germaans (of opvolgers daarvan)/de Indo-Europese taal. “heir” of “heer” betekent leger. “Baan” betekent in het oud-germaans “weg”.
Hertog?
Ook “Hertog” is afgeleid van het oud-germaans. “tog” is afgeleid van het woord dat “leiden/trekken” betekent. Hertog betekent dus degene die het leger trekt/leidt.
Echter: aangezien de weg eeuwenlang alleen een verwijzing naar de “heirbaan”, het leger heeft, lijkt de Hertogstraat niets te maken met “hertogen” en zal het zeker niet bedoeld zijn om een specifieke hertog aan te duiden.
De stadszijde van de Hertsteegpoort (Hertogpoort) ; een foto van een pentekening gemaakt door Hendrik Tavenier (18 juli 1734 – 8 april 1807) ; Archief de Poll, inventarisnummer: 1056, 1786 (H. Tavernier via F14549 RAN)
Nijmeegsche Bankvereeniging Van Engelenburg & Schippers
Het huidige Hertogstraat 70 in 1942, op dat moment de Twentsche Bank, 1942 (F14506 RAN)
Een opvallend gebouw aan de Hertogstraat is het pand van de Nijmeegsche Bankvereeniging Van Engelenburg & Schippers; veel Nijmegenaren kennen het gebouw als behorende bij de ABN AMRO Bank.
Tweede Wereldoorlog
Aanslag op A. van Dijk, commissaris van politie
De stoet voor de begrafenis van A. van Dijk, commissaris van politie in Nijmegen, tevens lid van de Germaanse SS. Hij werd op 8 juli 1943 in de Hertogstraat door Henk Romeijn, een verzetsman uit Waalwijk, neergeschoten, raakte daarbij zwaar gewond en overleed op 31 augustus 1943 aan zijn verwondingen in Arnhem, Hertogstraat, 4/9/1943 (GN1127 – B RAN)
Op 8-7-1943 vond de aanslag plaats op de commissaris van politie A. van Dijk door Henk Romeijn. Van Dijk was verantwoordelijk voor de arrestatie van 500 Joden en daarnaast was hij een gevaar voor het verzet. Daarop besloot het verzet hem te liquideren. Op 8 juli vond de aanslag plaats door Henk Romeijn. Op 31 augustus overlijdt van Dijk.
Romeijn wordt bij zijn vlucht door burgers op straat tegengehouden: zij dachten dat hij de fiets wilde stelen, die klaarstond om te vluchten. Hij wordt overgedragen aan de Sicherheidsdienst. Hij wordt gemarteld en in september overgebracht naar het kamp Vught. Op 5 april 1944 wordt hij in Arnhem geëxecuteerd.
Het bombardement van februari 1944 en de dagen rond Market Garden in september 1944 had ook grote gevolgen voor de Hertogstraat.
De Hertogstraat met rechts het Wintersoord, 1944 (GN171 RAN)
Wederopbouw
Winkelwooncomplex
1956 Kelfkensbos, Hertogstraat, Mariënburgstraat en Wintersoord
Een van de grootste projecten van de wederopbouw van het centrum is het winkelwooncomplex tussen het Kelfkensbos, de Hertog, de Mariënburgstraat en Wintersoord.
De Hertogstraat is afgeleid van een heerstraat, een Romeinse legerweg. In ieder geval was de straat en omgeving in de Romeinse tijd in gebruik. Wikipedia: “De Hertogstraat is een van de oudste straten van Nederland. De straat wordt al in de 14e eeuw vermeld”. Volgens het Straatnamenregister in 1322 als Hyrtstege (door Gorissen in 1956)…
Veel Nijmegenaren zullen Hertogstraat 23-25 vooral kennen van het restaurant Gandhi. Het pand is echter gebouwd als 2e winkel voor de vis- en kaaswinkel Jac. Wouters in 1913, naar een ontwerp van architect van de Boogaard.
In mei 1904 ontwerpt architect Claase een winkelhuis en woonhuis aan de Hertogstraat (27 en 29). De opdrachtgevers zijn de gebroeders Faazen, die wonen op nummer 27 en ook in de nieuwbouw op nummer 29 zullen gaan wonen. In november 1904 opent de bloemisterij Gerretsen en Valeton op nummer 27. Opvallend aan de het pand…
“Het verbouwde pand der Firma v.d. Horst aan de Hertogstraat.
Men zal zich nog herinneren, dat eenige weken geleden het pand van den fotohandel der firma E.J. v.d. Horst aan de Hertogstraat no. 45 gedeeltelijk door brand werd verwoest. De zaak werd als gevolg hiervan eenige weken gesloten, doch tegelijk werd met een verbouwing begonnen, die nu dezer dagen haar beslag heeft gekregen. Zaterdag j.l. is het vernieuwde pand geopend. Het blijkt, dat de brand, naast de schaduwzijden, toch dit goede resultaat gebracht heeft, dat de Hertogstraat een modern winkelpand rijker is geworden. De gevel van imitatie-graniet trekt reeds van verre de aandacht, terwijl ook de beide groote bronzen vitrines aanstonds in het oog vallen; inderdaad een heel verschil met het ouderwetsche winkelhuis van vroeger. Het spreekt wel vanzelf, dat van deze gelegenheid gebruik is gamkaat om het pand ook inwendig te moderniseeren. De winkel, waain het daglicht thans volop binnenstroomt en die des avonds in een gloed van kunstlicht prijkt, maakt thans een keurigen indruk. Hetzelfde is het geval met de achtergelegen wachtkamer, met haar smaakvolle groen-gele wandbekleeding. Voorts werd ook het fotografisch atelier geheel nieuw ingericht, gestoffeerd en van de nieuwste apparaten voorzien. Ook de werkplaatsen boven werden verbouwd en beantwoorden thans aan alle eischen, die er redelijkerwijs aan gesteld mogen worden. De firma v.d. Horst beschikt thans over een flink modern winkelpand. Zij maakte van deze verbouwing tevens gebruik om haar fotohandel belangrijk uit te breidenL deze vormt thans een voornaam onderdeel van de zaak.
De architect, de heer Hes, die de leiding had bij de verbouwing, komt een woord van waardeering toe voor wat hij hier tot stand bracht. Vermelden wij nog, dat de verbouwing werd uitgevoerd door de aannemersfirma L.P. van Horsen. De firma Toonen verzorgde de elektriciteit, terwijl de stoffeering geschiedde door de firm Athmer.” (PGNC 24/7/1933)
Bank De Nijmeegse Bankvereeniging Van Engelenburg & Schippers
Nijmeegsche Bankvereeniging Van Engelenburg & Schippers, architect Oscar Leeuw. Rechts de bank, foto: 25 jarig regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina ; een versierde poort gezien in de richting van het Hertogplein, 1923 (F59633 RAN)
Leest het artikel over de Nijmeegsche Bankvereeniging Van Engelenburg & Schippers:
Fotozaak van der Horst, foto gedateerd 1932 dus voor de verbouwing; Een rij winkels tussen het Kelfkensbos en de Walmuur. Te zien zijn een metaalhandel en een fotozaak (van der Horst). Rechts is nog een deel van het Poortwachterhuys te zien, St. Jorisstraat 13-23 (Fotopersbureau de Gelderlander via F14667 RAN CC-BY-SA, auteursrechthouder J.F.M. Trum)
“Het verbouwde pand der firma v.d Horst aan de Hertogstraat.
Men zal zich nog herinneren, dat eenige weken geleden het pand van den fotohandel der firma E.J. v.d. Horst aan de Hertogstraat no. 43 gedeeltelijk door brand werd verwoest. De zaak werd als gevolg hiervan eenige weken gesloten, doch tegelijk werd met een verbouwing begonnen, die nu dezer dagen haar beslag heeft gekregen. Zaterdag 11 is het vernieuwde pand geopend. Het blijkt dat de brand, naast de schaduwzijden, toch dit goede resultaat gebracht heeft, dat de Hertogstraat een modern winkelpand rijker is geworden. De gevel van imitatie-graniet trekt van verre de aandacht, terwijl ook de beide groote bronzen vitrines aanstonds in het oog vallen; inderdaad een heel verschil met het ouderwetsche winkelhuis van vroeger. Het spreekt wel vanzelf, dat van deze gelegenheid gebruik is gemaakt het pand ook inwendig te moderniseeren. De winkel, waarin het daglicht thans volop binnenstroomt en die des avonds in een gloed van kunstlicht prijkt, maakt thans een keurigen indruk. Hetzelfde is het geval met de achtergelegen wachtkamer, met haar smaakvolle groen-gele wandbekleeding. Voorts werd ook het fotografisch atelier geheel nieuw ingericht, gestoffeerd en van de nieuwste apparaten voorzien. Ook de werkplaatsen boven werden verbouwd en beantwoorden thans aan alle eischen, die er redelijkerwijs aan gesteld mogen worden. De firma v.d. Horst beschikt thans over een flink modern winkelpand. Zij maakte van deze verbouwing tevens gebruik om haar fotohandel belangrijk uit te breiden; deze vormt thans een voornaam onderdeel van de zaak.
De architect, de heer Ees, die de leiding had bij de verbouwing, komt een woord van waardering toe wat hij hier tot stand bracht. Vermelden wij nog, dat de verbouwing werd uitgevoerd door de aannemersfirma L.P. van Horsen. De firma Toonen verzorgde de elektriciteit, terwijl de stoffeering geschiedde door de firma Athmer.” (PGNC 24/7/1933). in de adresboeken van 1932 en 1934 is het adres Jorisstraat 13. In het adresboek van 1936 komt Foto v.d. Horst – Fotografie en Fotohandel voor op de adressen Hertogstraat 45 en Jorissstraat 13 (met elk een ander telefoonnummer). In 1940 is het weer alleen Jorisstraat 13.
Verbouwing Opticien Harting
Hertogstraat
Hertogstraat 128, augustus 2023 (Google Streetview) Vanaf 1939 opticien Harting, verbouwing door architect Deur
Beeld van het plein, omstreeks de eeuwwisseling, met het plantsoen en de Wilhelminaboom, gezien vanaf de hoek Van Broeckhuysenstraat/Hertogstraat. Op de achtergrond, rechts, de Nutsschool met (links) het begin van de Derde Walstraat. Geheel links, het eerste stuk van de Hertogstraat met Hertogstraat 125-127, 1898-1902 (F89863 RAN)
Beeld van het plein, omstreeks de eeuwwisseling, met het plantsoen en de Wilhelminaboom, gezien vanaf de hoek Van Broeckhuysenstraat/Hertogstraat. Op de achtergrond, rechts, de Nutsschool met (links) het begin van de Derde Walstraat. Geheel links, het eerste stuk van de Hertogstraat
Op de gevel is duidelijk het bouwjaar te zien: 1894. Het pand is gebouwd als twee herenhuizen met een winkel op de zeer scherpe hoek van de Hertogstraat. De architect was H. Esmeijer.
Gemeentelijk Monument
Het pand is een Gemeentelijk Monument vanwege: “Fraai voorbeeld van hoekbebouwing in de stadsuitleg.”
Een gedeelte van de Hertogstraat tussen het Wintersoord en het Kelfkensbos; met rechts een fiets met een hangwagentje, links juwelier Hoeboer, 1935 (GN4801 RAN)
Afgaande op het artikel over de verbouwing in 1906, betekent dit dat juwelier Hoeboer al eerder hier zijn winkel had. Uit de foto uit 1935 blijkt, dat de winkel van Hoeboer dan nog steeds bestaat.
Th. Hoeboer komt als “goudsmid” voor het eerst op Hertogstraat 6 voor in het Adresboek 1898. Waarschijnlijk is hij tussen 1896-1898 naar dit adres verhuisd vanaf Ziekenstraat 65: dan komt daar een Th. Hoeboer, goudsmid voor.
Daarna zal hij jarenlang op nummer 6 als goudsmid zitten (Adresboeken 1899, 1901, 1902, 1903, 1905, 1907, 1908, 1909, 1910-1911, 1912-1913 (als Hersteeg),
In ieder geval is in 1908 en 1918, 1920 het adres van Hoeboer Hertogstraat (of Hersteeg) 6/8.
Lees hier het artikel over de verbouwing van 1906 door architect Hoffmann:
De tot nu toe eerstgevonden vermelding van A.W.M.J. Hoeboer op Hertogstraat 6-8 als “juwelier” is in het Adresboek van 1926, Th. Hoeboer als “goudsmid” op nummer 10 (Adresboeken 1922 en 1924 zijn tot nu toe niet ingezien). Idem voor 1928, 1932 (dat jaar komt ook Th.A.E. Hoeboer voor op nummer 10), 1934.
In het adresboek van 1936 komt A.W.M.J., juwelier nog voor op het adres 6-8. Th. Hoeboer, juwelier, lijkt verhuisd te zijn naar Sterreschansweg 32. Idem voor 1938.
In het Adresboek 1940 komt de juwelier voor op nummer 3: het is nog onduidelijk of dit een hernummering of een daadwerkelijke verhuizing betreft.
Reclameplaat van Stalhouderij Th. Ariëns, 1895 (F55013 RAN)
Garagebedrijf Egbers
Garagebedrijf Th. Egbers. Vijfde van rechts (zonder pet) is Rudolf Kersten (1867-1944). Reproductie, 1900-1910 (P.H. Kouw via F23371 RAN)
Overname smederij in Hertogstraat door Th. Egbers (PGNC 23/10/1887)
Hendriks
Hertogstraat 47
“Een feestetalage.
De heer Jac. D.P. Hendriks, Hertogstraat 47, heeft ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van zijn zaak in diamant, goud- en zilverwerken, eene feestetalage aangericht welke eenige interessante merkwaardigheden laat zien. Hij exposeert van morgen af gedurende een zestal dagen o.a. fijn zilver en zilverbaar met bijbehoorend essaybriefje zooals het op de beurs wordt verhandeld. Voorts in verschillende stadia van bewerking zijnde gebruiks- en luxe artikelen, eenerzijds. Anderzijds zeer merkwaardige antieke en moderne horloges. Hollandsche, Engelsche en Fransche van 1700, waaronder een van Abram Uyterweer te Rotterdam, wel een van de eerste Hollanders die een horloge maakte; horloges met slag- en speelwerk. Moderne horloges als blindenhorloge (braille-schrift), Zionistenhorloge, Contrôlehorloge voor automobielwedstrijden, Roulette-horloge, in gebruik te Monte Carlo enz.
Deze bijzondere etalage verdient wel de belangstelling en zij die in den winkel binnentreden worden nog bedacht met een gratis reclame-geschenk, een zakspiegeltje of notitie-boekje.” (PGNC 8/9/1921)
Hardeman
De scheersalon van kapper Hardeman in wat toen nog de Hersteeg heette, Hertogstraat 13, 1920-1925 (F87907 RAN)
De hoek van de Hertogstraat – Kelfkensbos, rechts is Hertogstraat. Let op het straatnaambordje Heirsteeg, GN169 dateert de foto op 1920-1930, de identieke foto F67140 op 1944 (GN169 RAN)
Het Station, ontworpen in 1954 door Ir. Sybold van Ravesteyn, 1960 (A.A. van der Borg via F33208 RAN CCBYSA)
Momenteel is men begonnen met de werkzaamheden voor een grote verbouwing van station Nijmegen, waarbij onder andere de westzijde grondig wordt gewijzigd. Een mooie aanleiding om een artikel te schrijven over het ontwerp van het station van Van Ravesteyn uit 1953-1954 en haar kunstwerken.
Vooraf: het bombardement van het station van Peters
Het huidige station is het derde stationsgebouw van Nijmegen. Of feitelijk het vierde, als het NSM station van 1865-1878, een houten gebouwtje, wordt meegerekend. In 1894 had rijksbouwmeester H.C. Peters het tweede station ontworpen.
Bombardement
Het station raakte op 22 februari 1944 zwaar beschadigd. Het werd als gelegenheidsdoel aangewezen vanwege zijn strategische functie voor het Duits wapentransport, nadat een aanval op de Gothaer Waggonfabrik niet doorging. Bij dit bombardement vielen (onbedoeld) vele burgerdoden.
Het station was nog te herstellen. Door een Duits bombardement op 3-10-144 brandde het resterende deel vrijwel volledig uit. Wel bleef een aantal delen, waaronder de overkapping en een deel aan de perronzijde, behouden.
Plaquette herinnering gevallenen oorlog station Nijmegen (juni 2024)
Een plaquette in de stationshal herinnert de NS medewerkers die slachtoffer zijn geworden van de oorlog.
Tijdelijk herstel
Het station in 1946, In de voorgrond liggen brokstukken. Links nog zichtbaar een deel van het oude station, 14-11-1946 (Harry Segers/Anefo via NL-HaNA_2.24.01.09_0_901 Nationaal Archief)
Tussen 1944 en 1953 werd het station tijdelijk hersteld. De begane grond van het gebouw en de stalen kapconstructie kon worden hergebruikt. Grote gaten werden dichtgemetseld, met daarbij een provisorische ingang.
Ontwerp van Van Ravesteyn
Het Station, ontworpen in 1954 door Ir. Sybold van Ravesteyn, 1960 (A.A. van der Borg via F33208 RAN CCBYSA): naast de toren zien we het voorplein waar taxi’s staan te wachten. Rechts is de stationshal met uit- en ingang. Daarvoor ligt de bushalte voor de trolleylijn en de twee intercity bussen. En weer daarvoor het pleintje met aanplant.
Het huidige station is gebouwd in 1954 naar een ontwerp van Sybold van Ravesteyn. Hij kreeg daarbij de opdracht om bij de resten van het oude station een passende voorkant te ontwerpen. Daarbij bleven de oude perronkappen en het perronkant bewaard. Ook tegenwoordig (juni 2024) is de perronkap en de muur van het oude station aan het perronkant nog aanwezig. Van Ravesteyn had veel door Italië gereisd op liet zich bij het ontwerp door Italiaanse pleinen inspireren. En in het bijzonder de gevels aan de Via della Conciliazione (Architectuurgids) in Rome, de belangrijkste toegangsweg tot Vaticaanstad.
De Gelderlander 1/6/1954 haalt het dankwoord van Ir. F.Q. den Hollander tijdens de opening aan: “Het nieuwe station is niet veel meer geworden dan een gevel, zij het dan een fraaie gevel, waarvoor echter gepast en gemeten moest worden en waarbij vooral rekening gehouden moest worden met de beurs van de N.S.”
Campanile
Evenals Italiaanse pleinen, beheerst een slanke toren het plein. Deze toren van 39 meter hoog is geïnspireerd op de campanile – een losstaande klokkentoren, waarvan er veel in Rome en Italië als geheel gebouwd zijn. Van Ravensteyn “wilde van het station een moderne stadsentree maken, van verre herkenbaar door een forse klokkentoren” (Spoorbeeld). De toren staat op as van de Van Schaeck Mathonsingel.
Naast blikvanger, fungeert de toren tevens als scharnierpunt tussen de 2 voorpleinen en de 2 vooraanzichten van het station. En natuurlijk als klokkentoren. “Honderdtachtig meter is de gevel lang en wat zij op het eerste gezicht aan hoogte mist, vergoedt zij royaal door de imponeerende breedte. En door de toren, die een nieuw baken geworden is in een torenarme stad.” (De Gelderlander)
2 pleinen en een voorplein
Naast de toren is links een plein gepland voor bussen. Op het linker plein is de standplaats voor bussen gepland voor 15 stadslijnen. Voor de in- en uitgang van het station ligt een voorplein met een VVV bureau. Daarnaast is voor enkele auto’s ruimte gereserveerd voor de taxi standplaats.
Rechts daarvan zijn bushaltes: 1 voor de trolleybus en 2 voor intercity buslijnen. Daarvoor is een plein met aanplant gepland.
De voorgevel is laag, maar lang: 180 meter. Daarbij is er een onderscheid tussen het rechter en linkergedeelte.
Stationshal en rijwielstalling
De ingang van het station, foto vanwege Officiele opening nieuw spoorwegstation van Nijmegen, 1-6-1954 (Van Duinen/Anefo via NL-HaNA_2.24.01.04_0_906-5002-groot Nationaal Archief CC0)
De stationshal staat rechts van de toren. Deze was ontworpen met een gescheiden stroom van in- en uitgaande reizigers.
De ingangspartij bevindt zich vrijwel in het midden, waarbij het portaal naar voren staat en een opgang heeft. Twee deuren in het midden vormen de ingang (met bordje “ingang”). Links en rechts daarvan zat een raam, met daarboven “kapper” en “boekenkiosk”. In de hal was aan de gehele linkerkant het kantoor en loketten voor de kaartverkoop. Naast de kapper en boekenkiosk was er een bagagedepot, inlichtingenkantoor en wisselkantoor. Reizigers bereikten het perron door controlepoorten. De uitgang bevindt zich aan de linkerkant, vlak bij de toren. Opvallend zijn de rechte vormen, onder andere vanwege de kalkstenen pilasters en de hoge ramen. Bovenop het station staan een aantal beelden.
Rechts van de stationshal is een rijwielstalling.
Linkergedeelte met stationsrestauratie
De linker vleugel station Nijmegen tegenwoordig; op de achtergrond zijn de beelden van de knielende figuren nog te zien (juni 2024)
Het linkergedeelte is lager; hier bevindt zich de eerst de stationsrestauratie. Daarnaast waren hier de wachtkamer en toiletruimte. Ook is er een wachtkamer voor bussen. Dit deel is vorm gegeven door bakstenen bogen op pilaren. Deze bogen zetten zich voort in arcade, die haaks op het gebouw staat.
Arcade en toren
De afsluiting van deze arcade is een toren met ruiterstandbeeld. Het plein wordt door deze bogen zowel omsloten als “omarmd”. Stationsinfo noemt daarbij dat er oorspronkelijk een tweede kolom heeft gestaan, zij het zonder standbeeld.
Bij de officiële opening op 1-6-1954 noemt Ir. F.Q. den Hollander: „Het nieuwe station is niet veel meer geworden dan een gevel, zij het dan een fraaie gevel, waarvoor echter gepast en gemeten moest worden en waarbij vooral rekening gehouden moest worden met de beurs van de N.S. Ik voel mij hier op het stationsplein als in Monte Carlo, zij het dan dat de ruimte in Monte Carlo niet kan wedijveren met die van Nijmegen. Deze gezegende stad biedt bij zijn entree tegelijkertijd ruimte en intimiteit. De toren vooral acht ik een trouvaille; zij is de omhoog stekende vinger van de N.S., als willen de N.S. zeggen: hier zijn wij. Wij hopen inderdaad de hal en restauratie te klein zullen zijn. Zolang er echter ruimtegebrek is kan men zeggen, iets te wensen te houden.” (De Gelderlander 1/6/1954).
Links van de arcade was een weg voor goederenvervoer en parkeerplaatsen gepland.
Rechtervleugel
De rechtervleugel, nog een gedeelte van het oude station, was in gebruik voor goederenvervoer. Waarschijnlijk was deze in gebruik tot de sloop vanwege de aanleg van de nieuwe stationstunnel.
In 1963 werd de rechtervleugel gebouwd, het witte gedeelte bij het huidige busstation Dit was een van de laatste ontwerpen van Van Ravesteyn. De muren wit door het gebruik van kleine witte tegels.
Het stationspostkantoor
In deze periode werd ook het stationspostkantoor gebouwd. Een postkantoor was bij de bouw van het station reeds gepland. De Architectuurgids noemt ook het inmiddels gesloopte postkantoor: “Een van de vele stijlwisselingen in het wonderlijke oeuvre van Van Ravesteyn wordt gedemonstreerd aan de noordzijde van het plein. Hier verrijzen tien jaar later de strakke functionele gevels van het stationspostkantoor.” Aan de andere kant: waar aan de zuidkant de arcade als afsluiting/omarming van het plein diende, had aan de noordkant dit kantoor deze functie.
Het postkantoor is inmiddels gesloopt en op deze plek staat het Doornroosje/Thalia pand.
De naoorlogse stations van Van Ravesteyn
Naast Nijmegen ontwierp van Ravesteyn na de oorlog een aantal andere stations als vervanger van de gebouwen die door de oorlog geheel of gedeeltelijk waren verwoest:
Opvallend is, dat in de literatuur Rotterdam (1957) niet in dit rijtje wordt genoemd. Waarom is mij nog onduidelijk, in ieder geval was dit ook een werk van Van Ravesteyn.
Retours: “Van Ravesteyn combineerde daarbij zijn neobarokke stijl met het baksteengebruik van de traditionalistische Delftse School, die in de vroege wederopbouwperiode gangbaar was.”
De meeste gelijkenis met de rechtervleugel van Nijmegen is dat van Hoek van Holland (in 2017 gesloopt), onder andere door de werking van pilasters.
De linkervleugel kent gelijkenissen met dat van ‘s Hertogenbosch door het gebruik van een romaanse zuilengalerij (in 1998 gesloopt).
Opvallend bij het station Rotterdam is, dat Van Ravesteyn zich hier heeft laten inspireren door het modernisme, dat gebruikt wordt in de Italiaanse stationsbouw. Hiervan wordt dat van Florence als grote voorbeeld van deze stroming gezien.
Bij het station zijn de nodige kunstwerken te zien, veelal gemaakt door Jo Uiterwaal.
Het gebruik van “ornamenten” was een van de dingen die Van Ravesteyn in Italië ter inspiratie had opgedaan. Naast golvende lijnen, die echter in zijn stationswerk ontbreken. Deze ornamenten had hij in zijn ontwerp voor Utrecht in 1939 al toegepast, “— een taboe voor functionalistische vakgenoten.” (Historiek).
Kunstwerken
Net als bij zijn overige stationswerk, zijn de nodige kunstwerken aangebracht, veelal gemaakt door Jo Uiterwaal.
Jo Uiterwaal (1897 – 1972) was een Nederlands beeldhouwer en meubelontwerper.
Van Ravesteyn en Uiterwaal hadden elkaar in 1933 ontmoet en vanaf dat moment werken ze veel samen. Daarbij bepaalde Van Ravesteyn welk beeld waar moest komen. Spoorbeeld: “Niets in dit werk doet denken aan de beelden die hij maakte voor de Nederlandse stations. Het werk dat hij in opdracht maakte, was veel figuratiever en traditioneler dan zijn vrije werk.” Uiterwaal ontwierp naast Nijmegen (in ieder geval) beelden voor de stations van Gouda en Vlissingen.
Ruiterstandbeeld
Ruiter standbeeld Jo Uiiterwaal station (maart 2023)
Daarbij valt naast de klokkentoren meteen de verhoging met het ruiterstandbeeld op. Ook deze toren doet meteen denken aan Italië: het ruiterstandbeeld van de Medici in Florence, het ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius in Rome?
Het beeldhouwwerk is het laatste dat geplaatst werd, in oktober 1954. “De ruiter stelt Keizer Karel voor” (De Gelderlander 7/10/1954).
Let ook op de tegels op de arcade. Waarschijnlijk is dit ook werk van Uiterwaal.
Reliëfs aan de voet van de toren
Relief Jo Uiterwaal aan voet van de toren station Nijmegen (maart 2024)
Reliëf Jo Uiterwaal op toren station Nijmegen (juni 2024)
Ook de reliëfs aan de voet van de toren zijn werken van Uiterwaal.
Reliëf Hammes
Relief Hammes (maart 2024)
Het reliëf van beeldhouwer Hammes is een geschenk van de gemeente Nijmegen aan de N.S.. Het is een allegorische voorstelling “van de zich uit haar as oprichtende stedelijke gemeenschap van Nijmegen, die de band tussen spoorwegen en stad aanhaalt.” Het beeld zal geplaatst worden tegen de achterwand van de doorgang onder de toren. (De Gelderlander 1/6/1954)
ster onder de toren station Nijmegen (juni 2024)
Let ook op de ster aan het plafond van de toren. Hiervan is de kunstenaar onbekend.
“Snelheid, Veiligheid en Dienstbetoon”
Officiële opening van het nieuwe station te Nijmegen. Voor de ingang vlnr. burgemeester mr. Ch. M.J.H. Hustinx, de directeur van de N.S. , mr. F.Q. den Hollander en de architect ir. S. van Ravesteyn. Boven de ingang een beeldengroep uitbeeldende de snelheid, de veiligheid en de service van het spoorwegverkeer, 1-6-1954 (Anefo via NL-HaNA_2.24.05.02_0_091- Nationaal Archief CC0)
De beeldengroep “Snelheid, Veiligheid en Dienstbetoon” staat voor de kernwaarden van de spoorwegen. De groep is eveneens van Uiterwaal.
De vrouw links staat voor snelheid: ze heeft een duif in handen, die de vleugels uitslaat. De vrouw in het midden houdt een vogel beschermend vast, zij staat voor veiligheid. De rechter beeldt dienstbetoon uit: zij heeft een wiel in handen.
Het is gemaakt in 1954 en stond oorspronkelijk op het dak van het ingangsportaal. Daarom had Uiterwaal de gezichten bewust wat omlaag laten kijken.
Aanvankelijk stonden er nog 2 beelden op de dakrand: Geloof en Wetenschap. Vanwege de verbouwing van het station in 1973 zijn deze verwijderd en bevinden zich nu in het Spoorwegmuseum van Utrecht.
Na de verbouwing in de jaren 70 kwam de groep op de huidige locatie, tussen de toren en ingang.
Snelheid, Veiligheid en Dienstbetoon van Jo Uiterwaal op huiidige locatie (maart 2024}
Twee knielende figuren
De vrouw links heeft bomen in haar hand en symboliseert de bosrijke omgeving. De man rechts houdt een vis vast, symbool voor het water.
Fontein
fontein bij visitatieruimte station Nijmegen (juni 2024)
De fontein is een restant van het station van 1894. Deze is te vinden bij de voormalige visitatiezaal.
Zeven consoles en leeuwenkop
1 van de 7 consoles station Nijmegen (juni 2024)
Aan het perron zijn nog 7 consoles van het oude station te vinden, werken van E.A.F. Bourgonjon uit 1894.
Ook de leeuwenkop is van Bourgonjon
Leeuwenkop station Nijmegen (juni 2024) Bourgonjon
Let ook op de koppen bovenin bij het perron, station Nijmegen (juni 2024)
Verbouwingen
Het station is een aantal malen verbouwd. In 1973 vond een grote verbouwing plaats: men vond de stationshal te klein voor voorzieningen en en het toegenomen aantal reizigers. Het ontwerp was van W.M. Markenhof. De gehele hal, behalve de gevel aan de perronkant, is gesloopt. Daarvoor in de plaats kwam een in een meer moderne stijl, vooruitstekende hal.
Eerste verbouwingen
Naast het al genoemde postkantoor, hadden in de loop der jaren al meerdere veranderingen aan het station plaats gevonden. De eerste een nieuwe overkapping van het eerste perron in 1959. Twee jaar later volgde de bouw van de verkeerstunnel. Hierbij werd het laatste intact zijnde gedeelte van het stationsgebouw van het Peters gesloopt. In de plaatst van de noordelijke hellingbaan naar het eilandperron, kwam er een trap.
1973 Verbouwing
Het Station en omgeving, 17/10/1977 (Theo Hendriks via F32932 RAN CC0)
De belangrijkste verbouwing was die van 1973 naar ontwerp W.M. Markenhof, architect van de NS. Daarbij werd de gehele hal gesloopt, behalve de achtergevel aan het perron. Daarvoor in de plaats kwam “een moderner, naar voren uitstekend bouwdeel, in een typische jaren zeventig NS-architectuur. “ (Waardestelling) “Het ontwerp voor de nieuwe hal kwam geheel voort uit overwegingen van functionaliteit, waarbij aan de hal overigens wel winkelfuncties werden toegevoegd. Zowel de vergroting van de restauratie, de bouw van het districtkantoor als de vernieuwing van de stationshal werden destijds gezien als broodnodige moderniseringen aan het bestaande stationsgebouw. Als grootste stad in het oosten van het land was het logisch dat Nijmegen betere en meer verbindingen kreeg met de rest van het land, en dat betekende grotere reizigersstromen, vertelde burgemeester De Graaf in tijdschrift De Koppeling van 16 november 1973. Hij was blij met de vernieuwingen, vooral de felblauwe luifel en de gele polyster loketwand vielen in de smaak.”
Merk bij de foto uit 1977 de reclame op: zowel op de dakrand (voor een warenhuis) als op de toren (voor een eau de cologne).
De laatste grote verbouwing vond plaats vanaf 2001 naar ontwerp van Wienke Scheltens
Het Centraal Station; links het Mercure Hotel, Stationsplein, 10/10/2004 (Jacques van Dinteren via D5053 RAN CCBYSA)
Momenteel (juni 2024) is een nieuwe ingrijpende verbouwing begonnen. Een mooie film is te vinden op IndeBuurt.
Wedren, op de achtergrond rechts de Wilhelminasingel en links de Waldeck-Pyrmontsingel, 1895-1900 (B. de Graaf via RAN F1903)
De Wedren is oorspronkelijk aangelegd als renbaan voor paardenraces, waar het ook haar naam aan dankt. In 1881 was deze aanmerkelijk groter dan wat tegenwoordig de Wedren heet. Tegenwoordig is het een parkeerplaats. Bij de Vierdaagse is het in gebruik als start- en finishplaats.
In 1881 verkrijgt Bert Brouwer een deel van het oud vestingsterrein in erfpacht: “Aan den heer L. A. Brouwer werd ten zuiden der stad 13 H.A. grond ad f 4,- per cA. en 3 H.A. in erfpacht ad/ 100,- ’s jaars afgestaan mits hij op het gereserveerde militaire terrein eene renbaan en eene buiten-societeit met terrein van vermaak aan den weg naar Groesbeek daarstelle. Voorts dat de verschillende bebouwing met villa’s en woonhuizen volgens kleurteekening plaats hebbe.” (Gemeenteverslag 1881). Op 2 Juni 1892 werd door de Arrondissementsrechtbank te Arnhem de erfpacht van een gedeelte der in 1881 aan wijlen L. A. Brouwer uitgegeven terreinen vestinggrond aan den Groesbeekschen weg (vroeger Wielrijdersbaan) weer ontbonden verklaard.
De Renbaan liep langs de Oranjesingel tot aan de Berg en Dalseweg (Berg en Dalsche straat), Detail plattegrond Nijmegen in 1888 (RAN KPD-16)
Op de bovenstaande kaart staat de Sociëteit de Vereeniging aan het Keizer Karelplein weergegeven. Daarboven ligt de wielerbaan en links daarvan de Renbaan. De Renbaan grenst aan de Oranjesingel en loopt door tot de Berg-en-Dalschestraat. Merk ook de grens van de militaire gronden bij de renbaan op.
Op 3 maart 1882 schrijft de Gelderlander dat “Door de ‘Nijmeegsche Bouwmaatschappij’, onder directie van den heer Bert Brouwer, is de aanleg aanbesteed van de groote internationale wedrenbaan; de aannemers, de heeren C. Eijkelen en W.J. Weijers alhier, zijn reeds met een groot aantal werklieden begonnen het terrein te slechten. De baan komt voor het grootste gedeelte te liggen op het door den Staat gereserveerde voormalige vestingterrein, ten zuiden en oosten der stad.
Zoo men zegt, zou de eerst groote wedren reeds in Junij a.s. gehouden worden.” (De Gelderlander 3/3/1882). Achteraan dit artikel staan de verslagen van de 3 paardenraces in 1882 en 1883 weergegeven.
Vervolg
Ruiters aan de Wedren, 1910 (F55882 RAN)
Eind 19e eeuw wordt het terrein gebruikt voor tentoonstellingen en feestelijkheden, zoals de Landbouwfeesten in 1893 (PGNC 6/7/1893). Op een later tijdstip werd het terrein ook gebruikt als exercitieterrein (PGNC 6/1/1939). In 1910 kreeg het de naam Julianaplein. In de Tweede Wereldoorlog werd het samen met het Julianapark hernoemd tot Centrumpark, wat op 19-9-1944 weer ongedaan werd gemaakt.
In 1955 werd de Prins Hendrikstraat door de Wedren aangelegd. In de loop der jaren werd het gebied steeds verkleind door bebouwing.
Overigens is de naam “Wedren” pas sinds 2011 officieel vastgesteld.
De Wedren als parkeerplaats; vanaf de Wedren staat rechts de voormalige meisjes Hogere Burgerschool (HBS) aan de Bijleveldsingel, 1978 (Gemeente Nijmegen via KN11197 RAN CC0)
Vierdaagse
Een burgergroep defileert tijdens de (eerste) vlaggenparade op de Wedren op de maandagavond voor de 28e Vierdaagse, 25/7/1938 (Fotobureau Gazendam via F40933 Publiek Domein Auteursrechthouder: KNBLO-NL)
De Wedren is bovendien de start- en finishplaats voor de wandelaars van de Nijmeegse Vierdaagse. Daarbij wordt ook een deel van het Julianaplein en het Julianapark gebruikt. Van 1938 tot 1950 werd hier tevens de Vlaggenparade, als opening van de Vierdaagse, gehouden.
Gladiolen bij het Vierdaagsemonument op het finishterrein op de vierde dag van de 91e Vierdaagse, 20/7/2007 (Kees Stunnenberg via DF1124 RAN tevens Auteursrechthouder)
Voordat de huidige schouwburg werd gebouwd, stond op dit terrein de concertzaal van Sociëteit de Vereeniging. In 1881 verkrijgt Lambertus Augustus (Bert) Brouwer een terrein om een renbaan en een sociëteit op te richten.
Vanwege de 50e Vierdaagse werd een beeld geplaatst naar ontwerp van Vera Tummers-van Hasselt. Het stelt een jongen (de start)…
Bijlage: de paardenraces
De eerste race van 1882
En die wedstrijd kwam er inderdaad: op 15 juni 1882. In de tussentijd verschijnen nog een aantal aankondigingen:
De Nederlandse Harddraverij- en Renvereeniging looft een prijs van f2000 uit, mits de leden van deze vereniging vrije toegang hebben (PGNC 28/3/1882)
Verpachting de buffetten: Geïnteresseerden kunnen een prijsopgave doen voor 1 van de 3 buffetten, of voor alle 3 tezamen bij Bert Brouwer. Alle kosten zullen voor rekening van de pachter komen (PGNC 26/5/1882)
Aankondigingen van het programma. Daarbij vallen een aantal zaken op:
De Stad Nijmegen en de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen stellen gezamenlijk een van de prijzen beschikbaar
Er zullen die dag extra treinen rijden (PGNC 9/5/1882)
Een voorbeschouwing: “Daar een wedren aan de toeschouwers meestal meer belang inboezemt als zij iets van de mededingende paarden weten, hoop ik tegelijkertijd dat het mij moge gelukken de algemeene belangstelling in de wedrennen te Nijmegen mogen verhoogen.” Hierna worden de deelnemende paarden besproken. (PGNC 7/6/1882)
Helaas regende het die dag. Dat weerhield duizenden bezoekers echter niet om de paarderennen te bezoeken:
“Nijmegen, 15. Juni.
De met zoveel verlangen te gemoet geziene, met zooveel zorg voorbereide Wedrennen en Harddraverijen, waaraan schatten ten koste waren gelegd om ze zoo luisterlijk mogelijk te maken, hebben heden alhier plaats gehad, ongelukkig echter onder geheel andere omstandigheden als door alle Nijmegen en door duizenden landgenooten en vreemdelingen gewenscht werd. Het weder dat in de laatste dagen steeds ongustig was en op alle toebereidselen, versieringen enz. nadeelig werkte, was in den afgeloopen nacht en den vroegen morgen weder zeer onstuimig, later iets minder, doch met bijna voortdurenden regen. Reeds vroeg stroomden desniettegenstaanden van alle kanten met de verschillende treinen en allerlei rijtuigen duizende bezoekers naar de stad, zoodat een ongekende drukte heerschte. Op de markt was rondom de groote gaslantaarn een rijke en smaakvolle versiering van groen en bloemen aangebracht. Ook de gaspyramide bij het Keizer-Karelplein was kwistig met bloemen getooid. Den heer J.J. Sormani, gediplomeerd bloemist alhier, komt hiervan de eer toe, en ware het weêr gunstiger geweest, zeker waren deze versieringen nog veel beter uitgekomen. Ook waren op den Stationsweg en den weg naar de renbaan en rondom het Keizer-Karelplein palen met vlaggen geplaatst, aan elkander verbonden door guirlanden van groen, wat echter veel minder van goeden smaak getuigde. Verder trekt de algemeene aandacht de versiering van de Plantenbeurs in het Hôtel der Wed. Bronkhorst en van het Café van den heer Hamerslag op de Markt.
De Wedrennen duurden van 12 tot 4 ure. Het weder was tamelijk goed, afgewisseld door enkele regenbuien. De verschillende wedloopen waren prachtig om te zien en alles liep zonder ongelukken af.” (PGNC 16/6/1882) Op 17 juni doet het PGNC vervolgens verslag van de festiviteiten.
Race september 1882
Op 30 september 1882 zal de 2e wedrennen plaatsvinden. 5 september verschijnt de weergave van circulaire in het PGNC: de rennen komen voor rekening van Bert Brouwer, die “de financieele uitkomst geheel voor zijne rekening neemt, waarlijk geen geringe risico, als men bedenkt dat behalve kosten van in orde making en afrastering van het terrein, renten van kapitaal, muziek enz. ad. p.m. f4000, aan prijzen wordt uitgeleefd de belangrijke som van f850, iets wat noodig is om de eigenaaren der beroemde renpaarden te bewegen zich weder op de Nijmeegsche renbaan te komen meten.” Brouwer heeft zich voorbehouden uiterlijk 21 september te beslissen of de rennen doorgaan en stelt zich “afhankelijk van de medewerking van Nijmeegs ingezetenen, in de eerste plaats van hen, die er direct belang bij hebben dat er door dit Volksfeest eenige duizende vreemdelingen binnen onze stad worden vereenigd.”
Daarop hebben enkele (rijke) Nijmegenaren een commissie opgericht om Brouwer prijzengeld aan te bieden. Nijmegenaren kunnen een vrijwillige bijdrage leveren. (PGNC 5/9/1882)
1883
De volgende races zijn op 19 mei 1883. Het PGNC geeft dan de berichtgeving van andere kranten door; het lijkt haar en/of de kranten zelf daarbij net zo veel om Nijmegen zelf als de paardenracen te gaan:
“Nijmegen, 21 Mei.
De verslaggever van het Handelsblad over de Wedloopen te Nijmegen schrijft o.a. dat de tribune geheel ledeig was en de vijftig rijtuigen, met een paar honderd menschen, niet in staat waren aan de middenterreinen een gezellig aanzien te geven. Ieder die bij de wedrennen tegenwoordig was, en zij waren bij duizenden te tellen, zal overtuigd zijn dat hier minstens genomen bij dien verslaggever aan eene vergissing moet gedacht worden. Ook zijne voorspelling dat men tot de ontdekking zal komen dat Nijmegen toch eigenlijk niet de plaats is voor dergelijke feesten, daar zijn uitmiddelpuntige ligging het voor de groote steeden te moeielijk bereikbaar maakt (wat geeszins het geval is) hopen wij dat niet moge uitkomen.
De Amsterdammer denkt er geheel anders over en eindigt zijn verslag als volgt:
“Indien de bewoners van ons vaderland eindelijk eens open oogen krijgen voor het natuurschoon dat het land hunner geboorte aanbiedt, laten zij eens bij gelegenheid een wedren komen bijwonen te Nijmegen; de paardenliefhebber zal aldaar zeker zijn hart kunnen ophalen, maar ook zij die gevoel hebben voor lieflijke natuurtooneelen, voor bosch, berg, heuvel en dal, zullen de herinnering met zich mededragen aan een rein en zuiver genot, dat men zoo zelden smaakt in de vlakke beemden van Holland.”
Ook uit het Utrechtsch Dagblad laten wij hier met genoegen een gedeelte van het verslag der wedrennen volgen: ‘Het fatum, dat op de Nijmeegsche wedrennen in 1882 drukte, heeft ze in het voorjaar van 1883 verlaten; het weder, dat in de laatste dagen vooral voor de renbaan uitnemend was, bleef ons heden getrouw. Het was prachtig, vooral voor paarden. Feestelingen waren van alle zijden toegestroomd langs de talrijke verkeerswegen, die op het aloude Noviomagum uitloopen, waar al die gasten welkom waren en hartelijk werden ontvangen, al was de stad niet versierd en waren slechts hier en daar vlaggen uitgestoken. Evenals ten vorige jaren schitterde de prachtige, nieuwe wijk rondom het vorstelijke Keizers-Karelsplein, dat sedert door een fraaien aanleg een geheel ander aanzien heeft gekregen, nu weder in al haar vroolijke schoonheid en wekte de bewondering van allen, die zich naar het nabijgelegen prachtige renperk begaven, hetwelk thans van lieverlede tot een der uitmuntendste renbanen is geworden. Met de oude stad uit een Neurenberger speeldoos op den achtergrond en omzoomd door de fraaie nieuw-modische villa’s en deftige huizen, welke door de heer Bert Brouwer in de plaats der oude vestingwallen deed verrijzen, was ten 1 ure de menschenmassa rondom de baan verzameld, luidde de klok voor den eersten wedstrijd en spitsten allen de aandacht op het bord, dat aanwees, wie ten strijde bereid waren en wie reeds vooraf den moed hadden verloren.” (PGNC 22/5/1883)
Op de hoek van de Kroonstraat en Parkweg staat een voormalige kruidenierswinkel. Daarbij is opvallend, dat de huidige opschriften noch voorkomen op de foto uit de jaren 1946-1947, noch de foto gedateerd 1980 (zie hieronder).
Parkweg 86 opschrift (juni 2025)
Inzoomend op de foto van 1946-1947 zien we wel een reclame voor Maggi (links), Esso (het kleine zwarte bordje rechts van de ingang) en Persil (rechts). Daarbij staat er een man in de deuropening, met een liggend hondje. Door het linker raam is nog een deel van de winkel te zien.
Links boven het Maggi bord hangt nog een straatnaambord: “Doddendaal”. In 1982 is dit gedeelte van de Doddendaal hernoemd tot Kroonstraat (Straatnamenregister)
Een kruidenierswinkel op de hoek Kroonstraat – Parkweg, gezien vanuit de Pijkestraat, 1947-1948 (GN2046 RAN)
Een kruidenierswinkel op de hoek Kroonstraat – Parkweg, gezien vanuit de Pijkestraat, 1947-1948 (Detail GN2046 RAN)Links de Kroonstraat. Op het pleintje het beeld De Gouden Engel, gemaakt in 1980 door Ed van Teeseling, 1980 (Ber van Haren via F2515 RAN CC0 Auteursrechthouder: Gemeente Nijmegen)
Overigens komt het balkon in 1980 nog niet voor, op een foto gedateerd 1985 F6062 RAN inmiddels wel.
Het ontwerp van deze in 1881 gebouwde herenhuizen worden vaak toegeschreven aan Bert Brouwer. Rob Essers maakt op Noviomagus aannemelijk dat Brouwer niet de architect zal zijn geweest. Zie voor een uitgebreid artikel de hierbovenstaande link.
Rijksmonument
Parkweg 120-124, (Evert F. van der Grinten via F78953 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
Parkweg 120-124 is een Rijksmonument; op deze site staat tevens een uitgebreide beschrijving.
Met als waardering:
“HERENHUIZEN gebouwd in 1881 door architect, stedenbouwkundige en projectontwikkelaar Bert Brouwer.
– Van architectuurhistorisch belang als goed en gaaf voorbeeld van een bouwblok opgetrokken in een aan het neo-classicisme verwante stijl. Er is onder meer sprake van een evenwichtig gevelontwerp met bijzondere detaillering en materiaalgebruik. Van belang als onderdeel van het oeuvre van Bert Brouwer, de stedenbouwkundige die het uitbreidingsplan op de plaats van de gesloopte vestingwerken ontwierp en er vervolgens grond aankocht om er herenhuizen op te bouwen.
– Van stedenbouwkundig belang vanwege zijn ligging aan de Parkweg tegenover het Kronenburger park in het beschermde stadsgezicht. Het volumineuze bouwblok is prominent aanwezig in de gesloten gevelwand van de straat.
– Van cultuurhistorisch belang als een vroeg en goed voorbeeld van een rij herenhuizen die zijn gebouwd op door de ontmanteling van de vesting vrijgekomen percelen. Van belang als herkenbaar element uit een maatschappelijke ontwikkeling. De panden zijn gebouwd als huisvesting voor de nieuwe en kapitaalkrachtige stedelijke elite.”
Het Kronenburgerpark is vooral mooi vanwege een van de weinige restanten van de vestingmuur die heel Nijmegen ooit omsloot. Vooral de Kruittoren torent hoog boven de omgeving uit. Daarnaast maakt onder de hoogteverschillen het pand erg aantrekkelijk. Het is een van de plekken waar Nijmegenaren tijdens mooi weer op het gras gaan zitten.
Het gebouw staat bekend als het Belgisch Consulaat. Oorspronkelijk is het in 1887 gebouwd als huis en magazijn van zoutzieder J. van Roggen. Ook zullen veel mensen het herkennen vanwege de (vele) horeca-gelegenheden die in dit pand hebben gezeten. Het gebouw is ontworpen door J.W. Michielsen, die ook de Arksteestraat 2 en Kweekschool de Klokkenberg (op de Klokkenberg) ontworpen heeft.
Kruittoren
De Kronenburgertoren met links op de achtergrond de Spoorbrug, en rechts het voormalig Belgisch Consulaat (Parkweg 100) (uit 1887, architect J.W. Michielsen), 1890 (F22088 RAN)
Het enorme pand werd gebouwd als woonhuis met magazijn voor de zoutzieder J. van Roggen. Het gebouw is groot en opvallend door de bijzonder rijke detaillering, de dakvorm en het forse bouwvolume. Maar het heeft ook te maken met de rest van de omgeving: bij de restauratie van de Kruittoren had P.J.H. Cuypers de wens geuit ‘geen gebouwen in de nabijheid van de Kronenburgertoren op te richten’. Dat had tot dan toe geresulteerd in de bouw van een aantal kleinere woningen. J.W. Michielsen ging met zijn ontwerp echter aanmerkelijk tegen deze wens van Cuypers in.
Johannes van Roggen
(29-9-1860 Nijmegen – 24-7-1934 Calgary, Canada)
Zijn ouders waren Matthijs Adolph van Roggen (1826-1886), advocaat en later kantonrechter en Catharina Noorduijn (1832-1919).
In 1884 neemt hij de zoutziederij van Salomon Blom (1837-1890) over. Een oom van hem en de echtgenoot van Johanna Elisabeth Noorduijn (1841-1928). Hij trouwt op 2-9-1885 met Helena Catharina Blomhert (14-7-1866 Nijmegen – 6-3-1940 Wassenaar). Wanneer het gezien de woning aan de Parkweg betrekt, zijn ze afkomstig van de Verlengde Hezelstraat No 71 (Waarschijnlijk is er binnen de jaren 1880 nog een verhuizing daarvoor geweest: van Roggen heeft bij “vorige woonplaats Hezelstraat B no 59; Blomhert Grootestraat 70). Bevolkingsregister 1880) Opvallend in hetzelfde Bevolkingsregister 1880 is dat bij “Opmerkingen” 74 staat vermeld, later is door “het blauwe potlood” Parkweg N 76 erbij gezet).
In mei 1884 vraagt J. van Roggen “om vergunning in het centrum van zijne Zoutziederij, grenzende aan de Pikkegas en Parkstraat, een Stoommachine van 12 paardenkracht te plaatsen om met behulp van die beweegkracht ruw zout te maken.” (PGNC 11/5/1884)
Johannes is van Roggen is van 1890-1898 “Heer van Duckenburg”, Rond 1907 vertrekt hij naar Canada (Noviomagus). Daar is hij in ieder geval “koopman” in 1908 en na 1920 “landontginner” (Geneologieonline en Nederland’s Patriciaat, 1945).
Blomhert en hun dochter blijven achter in Nederland. Zijn dochter trouwt in 1908. Daarna zal Blomhert verhuizen naar de Staringstraat. Zij heeft tot juli 1911 nog bij haar dochter op de Oude Stadsgracht ingewoond. In juli 1911 vertrekt Blomhert naar Utrecht. (Noviomagus). Op 24-6-1920 vindt de scheiding tussen van Roggen en Blomhert plaats (Genealogieonline).
Het gebouw als Franciscus Patronaat (uit 1887) van architect J.W. Michielsen, 1930 (F31589 RAN)
Het gebouw als Franciscus Patronaat (uit 1887), 1930 (F31589 RAN)
Daarna had het een groot aantal bestemmingen waaronder:
de huisvesting voor de Wereldlijke Derde Orde van de Heilige Fransiscus van Assisi (ca. 1914)
het kantoor en toonzaal van de Nijmeegse baksteenfabrikant N.V. Metselsteen (vh. Antoon Geldens, 1932), zie hiervoor het artikel op Noviomagus
het Belgisch consulaat
Noodkerk voor parochie van de heilige Franciscus van einde oorlog tot begin jaren 50
De Nijmeegse Muziekschool koopt het pand eind jaren 60. In 1972 verhuist ze naar de Lindenberg
Ook heeft er de nodige horeca in gezeten en heeft het tijden van leegstand gekend.
Belgisch Consulaat
De eigenaar van de firma NV Metselsteen, de heer Geldens, was tevens ereconsul van België. Daarom zat waarschijnlijk tot in 1965 ook het Belgisch Consulaat in dit pand. Het pand dankt hieraan zijn naam.
Lord Nelson en de vele horeca zaken
J. van Deutekom koopt in 1972 het pand van de Nijmeegse Muziekschool. Hij laat de benedenverpieding grondig verbouwen: Zo liet hij een ruimte voor de dansvloer maken en vensters afsluiten. De eerste bar schijnt de Pasja bar te zijn geweest (Facebook je bent een echte Nijmegenaar als en Facebook Nijmegen Toen); het is mij niet bekend of de verbouwing als discotheek op de de Pasja bar betrekking heeft op zijn opvolger: de bekende Lord Nelson.
Bij het ophalen van herinneringen aan dit pand noemen veel Facebookgebruikers, onder andere bij bovenstaande pagina’s, juist Lord Nelson als uitgaansgelegenheid. Na Lord Nelson kwamen de nodige opvolgers. Met wisselend succes, waarbij de meeste zaken slechts een tijdelijk bestaan hadden: Keizerstad, Labyrint, De Drang (zie de foto uit 1991 F38684 RAN), Discotheek België, Danserij de Revolutie, De Revo en Trendies.
Zeldzaam voorbeeld van het internationaal eclecticisme
De Rijksdienst van het Cultureel Erfgoed ziet in dit gebouw een zeldzaam voorbeeld van het internationaal eclecticisme in Nederland. Met name de voorgevel is bijzonder met een combinatie van hardsteen, pleisterwerk en baksteen. Daarbij zijn er invloeden uit de Neo-renaissance.
Studio’s
Belgisch Consulaat in verbouwing juni 2025
Verbouwing Belgisch Consulaat (juni 2025)
In juni 2025 is er een verbouwing gaande, waarbij het pand wordt omgebouwd tot studio’s. Zie voor het project HermonHeritage en
Bronnen
Nu (weer) in de verbouwing, het vroegere Belgisch Consulaat (Augustus 2023)
Het gezicht in de richting van de Priemstraat, en naar de panden van C.A.P. Ivens, fotograaf en H.A. Tesser, drogist, links de Lange Brouwerstraat, 1895 (GN2708 – A RAN)
Priemstraat 1
Advertentie: G.H. van der Wedde een verkooppunt van thee is van P. Mackenzie uit Rotterdam
De eerstgevonden advertentie is in januari 1894 (PGNC 14/1/1894), waarin G.H. van der Wedde een verkooppunt van thee is van P. Mackenzie uit Rotterdam.
Afgaande op de advertentie voor de verkoop van het pand in 1903 is de Priemstraat 1 in 1898 “geheel nieuw…” gebouwd.
1897/1898 Verbouwing of nieuwbouw
Ontwerp voor het verbouwen van perceel ? hoek Ganzenheuvel en Priemstraat, datum dossier 1-1-1897 (D12.377702)
In 1897/1898 vindt een verbouwing/nieuwbouw van het perceel plaats.
Een aantal winkels
Opening Koek- en Banketbakkerij L.M.J. van Os, Priemstraat 1 (De Gelderlander 9/4/1898)
Rond 1900 volgen een aantal winkels elkaar snel op:
“Mijn ongekende room-tompoucen. Fijne Haagsche Beschuitjes. De van ouds gerenommeerd Nijmeegsche moppen. Ook voorhanden The Windsor Fruits Bisquits” (PGNC 1/4/1899)
Gas-gloeikousjes en -branders bij S.M. Roosknek, Priemstraat 1 (De Gelderlander 18/11/1900)
Theod. Hogenboom Magazijn “De Concurrent” – “Het goedkoopst magazijn in fronts, boorden, manchetten, dassen, zeepen, eau de cologne, etc. etc. Depôt van Mey’s stoffwäsche of papieren boorden” PGNC 22/6/1902
Te koop
In 1903 staan de huizen te koop, welke op 19 augustus en 2 september 1903 geveild zullen worden:
“Twee naar de eischen des tijds in 1898 geheel nieuw, zeer solied gebouwde en gerieflijk ingerichte Winkelhuizen onder één dak met Erf, op den hoek Ganzenheuvel-Priemstraat, gemerkt Nos. 73 en 1, samen groot 86 centiaren, met gevelbreedten van 8.80M. en 9.55M., bevattende elk keurigen, ook nog voor werkplaats geschikten Kelder, ruimen Winkel, Kantoorkamer, Keuken, 4 Kamers, Zolder, Gas- en Waterleiding enz. Verhuurd het Winkelhuis Priemstraat 1 aan den heer Th.W. Hoogenboom tot 1 mei 1905 voor f625 ’s jaars en het Winkelhuis Ganzenheuvel 73 aan den heer P.J. Tromp to 1 Mei 1909 voor f550 ’s jaars. Te veilen in massa en in 2 perceelen als: Perceel een: Het Winkelhuis met Erf Priemstraat 1 groot 44 centiaren; Perceel twee: het Winkelhuis met Erf Ganzenheuvel 73 groot 42 centiaren.” (PGNC 9/8/1903)
Deze huizen zijn in 1906 weer te koop. Het huis aan de Priemstraat heeft daarbij een Heeteluchtoven. Ganzenheuvel no. 73 is nog aan P.J. Tromp verhuurd, over Priemstraat 1 wordt geen melding van verhuur gemaakt. (PGNC 24/6/1906).
Sigarenmagazijn van A. v. Dormolen
Sigarenmagazijn van A. v. Dormolen, Priemstraat 1 (PGNC 6/12/1910)
In ieder geval is het in december 1910 een Sigarenmagazijn van A. v. Dormolen. Een aantal advertenties:
“Nog steeds verkrijgbaar tot 31 Dec. aangebroken 10-Rittenboekjes 1e, 2e en 3e Klasse Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Zij die nog Boekjes hebben, worden beleefd verzocht ze spoedig in te wisselen…” (PGNC 6/12/1910)
Loten te koop van de ‘Vereeniging “Vreemdelingen-Verkeer” Leeuwarden’; hoofdprijs is een motorsloep (PGNC 28/9/1916)
G. Jonker
In 1922 is een advertentie gevonden waarbij G. Jonker aansluiting van de telefoon heeft gekregen: “G. Jonker, Groothandel in Tabak, Sigaretten en Sigaren”. (PGNC 14/1/1922) In ieder geval heeft hij eind 1931 dit sigarenmagazijn nog. (Nieuwjaarsgroet PGNC 31/12/1931)
In PGNC 20/6/1922 staat een geboorte-advertentie voor Aris, zoon van G.Jonker en M. Jonker-Veerman.
Eind 1931 wenst G. Jonker zijn vrienden en begunstigers nog een gelukkig nieuwjaar (PGNC 31/12/1931).
H.B. de Kok
H.B. de Kok plaatst In februari 1934 een advertentie dat hij zijn zaak heeft verplaatst naar Priemstraat 1: “Onze zaak is verplaatst maar wij blijven U hooge prijzen betalen voor overtollig Huisraad en net gedragen Kleeding”. (De Gelderlander 6/2/1934)
In de loop der jaren verschijnen meerdere advertenties voor de “2de Hands Goederenhandel”, onder andere nog in PGNC 7/3/1942.
In de volgende gevonden advertentie is H.B. de Kok “Taxateur en Afslager”: “Antiek. In- en Verkoop. Tevens het beste adres voor het opruimen van geheele of gedeeltelijke Inboedels” (De Gelderlander 17/1/1946). Daarbij zijn bovendien een aantal aankondigingen voor veilingen gevonden, in ieder geval: Inboedelveiling (De Gelderlander 10/7/1948, De Gelderlander 16/4/1949) en erfhuis (De Gelderlander 17/10/1953)
De laatste door mij (RE) gevonden advertentie is op dit moment: “Wij kopen tegen hoge prijzen al uw overtollige meubelen, antiquiteiten, schilderijen, kristal, enz.” in De Gelderlander 31/10/1956.
Vanuit de Smidstraat naar het hoekpand aan de Priemstraat – Lange Brouwerstraat. In het hoekpand bevond zich het benedenstadhuis, 2/1982 (Ber van Haren via KN13493-3 RAN CC0)
In de jaren 80 is hier het Benedenstadshuis gevestigd. Dan zit hier ook de wetswinkel van de Bond van kamerhuurders: “… En als je moeilijkheden hebt met je huisbaas, of andere problemen of vragen over je huurcontract, huurverlaging, etc….” (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/8/1980)
Zie voor meer informatie en herinneringen aan de Priemstraat 1 ook Noviomagus.
In 1910-1911: Winkelbediende; in 1932: grossier en winkel in tabak en sigaren
1910-1911, 1920, 1922, 1926, 1932
H.B.
De Kok
Koopman; in 1948: koopman 2e hands goed.; in 1955: erkend veilinghouder, beëdigd taxateur
1934, 1936, 1938, 1940, 1948
J.
Quis
Rang. NS
1959
J.
Heida
1959, 1963, 1971
K.
Louter
Koopman
1959, 1963, 1968
A.
Fagel
Los werkman
1963
Ganzenheuvel 73
C.A.P. Ivens
Advertentie C.A.P. Ivens (PGNC 22/3/1894)
In maart 1894 kondigt C.A.P. Ivens aan dat hij zijn Fototechnisch Bureau per 1 mei zal verhuizen naar 73 Ganzenheuvel. Daarna volgen nog meerdere advertenties.
In PGNC 27/2/1896 is er nog een advertentie gevonden van “Het Nederlandsch Fototechnisch Bureau”, C.A.P. Ivens.
advertentie Capi (PGNC 15/5/1924)
Meubelmagazijn P.J. Tromp
Bij haar 30-jarig bestaan vermeldt Capi (C.A.P. Ivens & Co) in haar advertentie dat ze 30 jaar geleden op Ganzenheuvel 73 waren begonnen. “25 jaar geleden” -dus rond 1899- verhuisde Ivens naar de Van Berchenstraat ( PGNC 15/5/1924)
In december 1899 is de nieuwjaarsgroet afkomstig van P.J. Tromp, Meubelmagazijn (De Gelderlander 31/12/1899). Tromp zal hier jarenlang zijn meubelzaak hebben: in ieder geval is er een advertentie gevonden in De Gelderlander 29/11/1928, bijna 30 jaar later.
Advertentie P.J. Tromp voor 2e vestiging (De Gelderlander 25/9/1922)
In 1922 heeft hij een 2e adres: Augustijnenstraat 6 (De Gelderlander 25/9/1922)
Gez. Koenders
Advertentie Gez. Koenders (De Gelderlander 25/1/1930)
De Gezusters Koenders blijken in januari 1930 hun winkel te hebben op Ganzenheuvel 73 met een advertentie voor schorten. Ook verkopen ze “hemden broeken onderjurken, kousen, sokken, enz.” (De Gelderlander 25/1/1930)
In 1934 is ze een depot voor de ververij en chemisch wasserij (oftewel stomerij) “de Pauw” (PGNC 26/2/1934)
A. v. Kol
Advertentie A. v. Kol (De Gelderlander 27/12/1947)
Eind december 1947 is Groenten-, Fruit- en Aardappelhandel A. van Kol weer aangesloten op het oude telefoonnummer. (De Gelderlander 27/12/1947)
In ieder geval komt hij nog voor in 1953: Een gevonden advertentie is in De Gelderlander 22/5/1953 van de gezamenlijke winkeliers in Aardappelen, Groente en Fruit.
De eerste Nijmeegse Ambachtsschool, opgericht door de Vereeniging Ambachtsonderwijs voor Nijmegen in 1901 en (aansluitend) gebouwd in opdracht van het gemeentebestuur naar ontwerp van gemeentearchitect ir. Jan Jacob Weve. Op de voorgrond de rails van de kolentram voor het vervoer van de steenkool van het station naar de Centrale aan de Waalkade, Nieuwe Marktstraat 12, 1919 (Born via F38489 RAN)
De ambachtsschool was de eerste technische school van Nijmegen, door de gemeente opgericht. Door de opkomst van de industrie was er in Nijmegen een grote behoefte aan technisch personeel ontstaan.
Ambachtsschool, stedelijk gymnasium vanaf Snelbinder (oktober 2022)
In de loop der tijd waren er de nodige verbouwingen. In 1928 is de watercentrale bij deze school getrokken, waarbij het gebouw in 1938 met een verdieping werd verhoogd. Als verbinding is een trappenhuis gebouwd, ontworpen door de bekende Nijmeegse architect Estourgie.
Waarom een ambachtsschool?
De Gelderlander 6/10/1901
Vooraf
Voordat er een ambachtsschool werd opgericht, werden er vanaf 1850 tekenlessen gegeven. Aanvankelijk hadden B en W al eerder in de 19e eeuw besloten tot de oprichting van een tekenschool, maar in 1824 werd besloten om de oprichting uit te stellen tot een financieel gunstiger tijd. In 1850 komt er uiteindelijk een ambachtsschool. Deze heeft 3 onbezoldigde docenten, waarvan er 2 sowieso al in dienst zijn van de gemeente.
Ontstaan van de Ambachtsschool in Amsterdam
In de 19e eeuw ontstaat, door nieuwe vormen van bedrijvigheid, behoefte aan goed opgeleide werklieden. Naast de tekenschool, die meestal avondonderwijs geeft, ontstaat in 1844 in Amsterdam de ambachtsdagschool. Van daaruit verspreid dit schooltype zich vanaf 1870 over heel Nederland, echter wel vooral in de steden. Arnhem had in 1874 haar eerste Ambachtsschool. In 1894 waren er nog 15 scholen met 2295 leerlingen; 10 jaar later -in 1904- zijn beide aantallen verdubbeld: 32 scholen met 4567 leerlingen.
1901 Opening Ambachtsschool in Nijmegen
De ambachtsschool was de eerste technische school van Nijmegen, door de gemeente opgericht vanwege de grote behoefte aan technisch personeel op het moment dat in Nijmegen steeds meer industrie ontstond. In de beginjaren kon je er leren voor timmerman, smid/bankwerker, schilder of meubelmaker. Later werden het aantal beroepen uitgebreid.
De oorspronkelijke school bestond uit de twee puntdaken met aan weerszijden nog een uitbouw van 2 ramen. Dit gebouw is in 1901 ontworpen door J.J. Weve. Let daarop op de gevel, waarin op twee blokken Ambachts en Onderwijs staat weergegeven en daarbinnen nog een blok met het jaartal van de oprichting.
Aanvankelijk werden hier alleen de praktijklessen gegeven, terwijl de theorielessen nog in de gemeentelijke burgeravondschool werd gegeven.
1930 Vergroting
Ambachtsschool; rechts de gashouder, ca. 1930, Nieuwe Marktstraat 12 (GN9675 RAN)
De school begon al gauw te klein te worden. Er kwamen steeds nieuwe vakken bij, zoals electrotechniek, die een eigen praktijklokaal nodig hadden. Zowel links als rechts (noord- en zuidkant) kwamen er nieuwe lokalen, waarmee de gevel bijna 2 keer zo lang werd. Daarbij was de aanbouw in dezelfde stijl als het oorspronkelijke gebouw gemetseld, zodat het lijkt alsof het in 1 keer is gebouwd.
1938 Trappenhuis
In 1938 komt er aan de rechterkant een nieuw trappenhuis, dat ontworpen is door architect Charles Estourgie.
Vanaf 1953 ging het schooltype ambachtsschool over in de LTS.
1967: Uitbreiding
Ambachtsschool, stedelijk gymnasium vanaf Snelbinder (oktober 2022)
In de jaren zestig vond een grote uitbreiding plaats: dit is het lichte gebouw. Dit gedeelte is ontworpen door de zoon van Estourgie: Charles Estourgie Jr. Daarbij kwam de ingang aan de andere kant, de Kronenburgersingel, te liggen. Dan heeft het de naam Technische School “De Kronenburg”.
1999 Stedelijk Gymnasium
Sinds 1999 is in dit gebouw het Stedelijk Gymnasium gevestigd.
Ambachtsschool met op de achtergrond de gashouder van de gasfabriek 1929 1931 (RAN)
Het kantoor en pompstation van het Gemeentelijk Waterleidingbedrijf en links daarvan de Ambachtsschool 1930 (RAN)
Ambachtsschool Nieuwe Marktstraat (oktober 2022)
(Overige) Bronnen en verder lezen
Scholentocht, Open Monumentendag 2020 Gemeente Nijmegen (PDF)
Deze pagina verzamelt artikelen die reeds over de Molenstraat zijn verschenen.
Geschiedenis van de Molenstraat
De Windmolenpoort of Wiemelpoort (14e eeuw) , de grootste middeleeuwse stadspoort , gezien vanuit de Molenstraat in de richting van de Broerstraat ; afgebroken in 1860, 1860 (GN10960 RAN)
De weg die tegenwoordig Molenstraat heet, bestond al in de middeleeuwen. Dit was vanuit Nijmegen de weg richting zuiden. Na de Windmolenpoort oftewel Wiemelpoort te zijn gepasseerd, die gebouwd is in de 14 eeuw als onderdeel van de eerste stadsomwalling. In de 17e eeuw komt deze straat voor als Muele Straet en Meulenstraet.
Vlak buiten de poort werd een armengasthuis gebouwd, welke zou uitgroeien tot het complex van kerk en het latere Oud Burgeren Gasthuis. In 1436 werd de tweede stadsmuur gebouwd, waardoor de weg nu voor het grootste deel binnen de stadsmuren kwamen te liggen. Daarbij werd de Molenpoort aangelegd. Voor de wallen kwam een gracht te liggen.
De Wiemelpoort zou nog een tijdlang dienen als gevangenis, totdat het in 1860 werd afgebroken.
De Molenpoort met de droge gracht en de eerste houten brug buiten de Poort (hier ligt tegenwoordig de In de Betouwstraat en de Van Welderenstraat), 1875 (Gerard Korfmacher via F23036 RAN)Molenstraat gezien richting het Noorden met op de achtergrond het huis op de plek van de in 1860 afgebroken Windmolenpoort of Wiemelpoort, 1860 (dr. Jan Brinkhoff via D400 RAN CC0 Auteursrechthouder: RAN)
Eind 19e eeuw: van woonstraat naar winkelstraat
Na de sloop van de stadwallen veranderde de Molenstraat van karakter: waar het voorheen voornamelijk een woonstraat was geweest, werd het net als een aantal andere straten steeds meer een winkelstraat.
In 1902 werd een gedeelte van de Molenstraat hernoemd tot Bisschop Hamerstraat
Tweede Wereldoorlog
Tijdens het bombardement van februari 1944 werd een gedeelte van de straat verwoest. Ook de voorgevel van de Molenstraatkerk werd getroffen. Tijdens de wederopbouw kwam hiervoor nieuwbouw, waarin het koor van de oude kerk werd opgenomen.
Jaren 90 tot nu
Vanaf de jaren 90 veranderde de straat van karakter: vooral aan de noordzijde kwam veel horeca. In 1967 verhuisde het Oud Burgeren Gasthuis uiteindelijk naar de Professor Cornelissenstraat. Hiervoor kwam in de jaren 70 de Molenpoortpassage voor in de plaats.
Regulierenklooster, Oud Burgeren Gasthuis en Molenstraatkerk
Het Oud Burgeren Gasthuis met de St. Petrus Canisiuskerk, Molenstraat, 1910 (F67337 RAN)
Nog steeds maakt de Molenstraatkerk en haar voormalige pastorie een belangrijk onderdeel uit van de Molenstraat. Eind 19e eeuw domineerde een aantal katholieke gebouwen de noordkant van deze straat.
Middeleeuwen
Het begin van deze gebouwen ligt in de middeleeuwen: de rijke Ludeken de Meij van Wezel stichtte een armengasthuis, net buiten de stadsmuren, bij de Windmolenpoort. In 1366 was deze de Meij van Wezel burger van Nijmegen geworden. Hij schonk in 1402 het gasthuis aan frater Johan de Waal, prior van het regulierenklooster Bethlehem in Zwolle. De Waal richtte hier een Windesheimer observantie in. De reguliere kanunniken leefden in dit convent volgens de regel van Sint Augustinus. Deze fraters bouwden het huis uit tot een zeer groot klooster, gewijd aan Sint Catharina. Door de verlegging van de stadsmuur, kwam het klooster tegen de zin van de monniken, binnen de stadsmuren te liggen.
Reductie van Nijmegen
Wanneer prins Maurits in 1591 Nijmegen inneemt, wordt het kloostercomplex een huis voor oude mannen en vrouwen. Sinds 1681 heet het gebouw het Oud Burgeren Gasthuis.
Een 18e-eeuwse tekening in Oost-Indisch inkt, van een gedeelte van het Oud Burgeren Gasthuis, 1790-1795 (F19823 RAN)
De kerk werd bij de inname door Maurits protestants. Bij de Franse overheersing, in 1808, bepaalt Lodewijk Napoleon dat de kerk samen met de Broerskerk, aan de katholieken moet worden teruggegeven. In 1818 nemen de Jezuïeten, die tot dan een schuilkerk aan de Lage markt hadden gebruikt, de Regulierenkerk in gebruik. Dan krijgt het de naam Ignatiuskerk, vernoemd naar de oprichter van de Jezuïetenorde Ignatius van Loyola.
1848 – 1969 Nieuwbouw en sloop gasthuis
Oud Burgeren Gasthuis, van der Kemp (RAN)
In 1848 werd het klooster afgebroken en vervangen door een nieuw gebouw. Stadsarchitect Pieter van der Kemp ontwierp deze in een zogenaamde neoclassicistische stijl. In 1969 werd het gebouw afgebroken.
Oud Burgeren Gasthuis (gebouwd 1849), 1969 (Evert F. van der Grinten via F78209 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
Eind 19e eeuw: sloop kerk
Eind 19e eeuw was de kerk inmiddels te klein geworden en verkeerde het in slechte staat. Daarop wer het gebouw gesloopt en in 1894-1896 vervangen door de monumentale, neogotische Sint Ignatiuskerk met een pastorie, naar het ontwerp van architect Nicolaas Molenaar Sr. In 1898 werd dit gebouw geconsacreerd.
Bij de heiligverklaring van Petrus Canisius in 1925 werd de kerk naar hem vernoemd: de Petrus Canisiuskerk.
1944 Oorlog en nieuwbouw
Door het bombardement van 22 februari 1944 raakt de kerk zwaar beschadigd. Er kwamen daarbij in ieder geval 7 vrouwen om het leven; vanwege de carnaval was het veertigurengebed aan de gang.
Tussen 1958 volgde nieuwbouw. Het ontwerp was van de architecten J. Coumans, W. van Dael en A. Siebers. Daarbij werd het oude, neogotische, koor en trancept opgenomen in de bouw van deze Molenstraatkerk.
Rond 1932 heeft W. Scholte-Derks de winkel van H. Brunninkhuis op de Molenstraat 23 overgenomen. Een van haar specialiteiten is het Jaeger ondergoed. Een verbouwing van ’t Jaegerhuis volgt in 1940, waarvan Okhuysen de architect was. Nadat de winkel tijdens het bombardement was verwoest, volgt uiteindelijk in 1952 de herbouw aan de Broerstraat. Ook hier…
De oude Molenstraatkerk werd tijdens het bombardement van 1944 beschadigd. Tussen 1958 en 1960 wordt het achterste deel van de kerk gebouwd naar de plannen van Siebers en Van Dael uit Breda en J. Coumans. Daarbij blijft het oude, neo-gotische koor behouden.
In juli 1949 werd op het geboortehuis van Bisschop Hamer een gedenksteen onthuld. Het ontwerp hiervan was van ir. B. Fokkinga. Het was op dezelfde dag, dat het beeld van Bisschop Hamer op het Keizer Karelplein was verplaatst.
Het gebouw in de Molenstraat waar nu alweer decennia Hoogenboom=Mode gevestigd is, is begonnen als de Maas- en Waalsche Bank. Met daarvóór twee winkels: Borremans en Maison de Blanc. Het was een ontwerp van A. Jacot en W. Oldewelt.
In 1952 opent de levensmiddelenwinkel Jansen-Hendriks op de hoek van Plein 1944 en de Molenstraat. De oversteek van de eerste verdieping vormt een soort galerij, een entree naar Plein 1944.
Jarenlang was Kreymborg een bekende winkelketen in Nederland. In 1930 opent Kreymborg haar winkel in Nijmegen, op de hoek van de Molenstraat en Ziekerstraat. Het is dan haar 29ste filiaal.
Een van de markantste gebouwen van de Molenstraat is het voormalige Hotel de Bonte Os. Veel Nijmegenaren zullen het gebouw op de hoek van de Molenstraat kennen als Pizzeria Pinoccio of mogelijk als gebruiker van de stadsgarderobe. Het pand is gebouwd als het Hotel Bonte Os, in een tijd dat er nog 70 paarden konden…
Na de afbraak van de wallen, wordt de Molenstraat via het nieuwe Keizer Karelplein de belangrijkste toegang tot het oude centrum. Naast de nodige horeca, verandert zij bovendien in winkelstraat. De stijl is de op dat moment moderne Art Nouveau, net als zo veel panden aan de Molenstraat.
Schrijfbehoeften op Molenstraat 94 (PGNC 7/6/1908). Deze winkel zal bijna 40 jaar blijven bestaan. Daarbij zijn 2 grote verbouwingen gevonden. De verbouwing van 1913 naar ontwerp van architect Veugelers en van 1930 door architect Deur.
In het zeer doelmatig verbouwde perceel Molenstraat no. 40 opent hedenavond de sigarenfabriek van A. Hillen te Delft (The Red Anchor Cigar Works) haar 32ste filiaal. Dit nieuwe magazijn- de in 1870 opgerichte fabriek heeft in talrijke plaatsen hare filialen gevestigd- staat onder leiding van den heer J.P.A.C. Weimar Schultz. Het ligt in het voornemen der firma uitsluiten eigen fabricaat sigaren te verkoopen benevens geïmporteerde havana’s en sigaretten.
De nieuwe winkle maakt een uitstekenden indruk, hetgeen voornamelijk te danken is aan den heer Hoffman alhier, die voor het schilderwerk zorgde en het interieur van het magazijn een zoogen. Imitatie Engelsch cachet gaf, hetgeen geschied is op een wijze, een vakman ten volle waardig. Fraai koperwerk, mooie modern electrische lampen, keurige spiegelkasten, dit alles wijst er op, dat tot in bijzonderheden aan de inrichting de meeste zorg is besteed.
De verbouwing had plaats onder leiding van den heer Haspels, aannemer alhier, terwijl de firma Tasche de electrische installatie heeft aangelegd.
De Molenstraat is door dit magazijn een fraai pand rijker geworden.” (PGNC 26/1/1910)
Optiekzaak P. Römer
Molenstraat 110
Op Molenstraat 110 zat jarenlang de opticien P. Römer.
Optiekzaak P. Römer, Molenstraat 110, 1952 (Fotopersbureau Gelderland via F67349 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)
“Chirurgisch-Mechanische Inrichting.
Wij waren heden in staat een kijkje te nemen in de chirurgisch-mechanische inrichting van den heer P. Römer aan de Molenstraat 110 alhier. Het ruime, helder verlichte winkelmagazijn maakt een hoogst aangenamen indruk bij het binnentreden, wanneer men de talrijke glazen vitrines met de verschillende chirurgische, orthopaedische en optische instrumenten, fijne staalwaren, verbandstoffen, brillen en pince-nez langs ziet. Achter het magazijn zijn de practische kamers voor de patiënten, wie verbanden moeten worden aangepast, ingericht met alle mogeljke gemakken. En ten slotte komt men in de fabriek, waar de noodige reparaties kunnen worden verricht en waar de installatie met motor en slijpbanken er wel op wijst, dat dit op de beste wijze en met den noodigen spoed geschiedt. Het geheel mag dan ook een inrichting worden genoemd, naar alle eischen des tijds verzorgd en waar men er op kan rekenen degelijk, solied werk te verkrijgen.” (PGNC 3/3/1903)
In ieder geval komt Römer nog voor in het adresboek van 1968.
Karel de Grote medaillon
Op de gevel is rechtsboven een opvallend goudkleurig medaillon van Karel de Grote te zijn: Studentenvereniging Carolus Magnus verkocht deze in 1923 aan winkeliers die kortingen aan studenten gaven. Meer over dit medaillon op Noviomagus (tevens bron).
De Banket & Koekbakkerij A.C. van Ooijen
Molenstraat 112
De Banket & Koekbakkerij A.C. van Ooijen, Molenstraat 112, 29/5/1952 (Fotopersbureau Gelderland via F67349 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)