Doopsgezinde Kerk, Architect Oswald, Waldeck Pyrmontsingel, 1986 (Gemeente Nijmegen afd. Reprografie via KN12868-2 RAN CC0)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

Doopsgezinde kerk architect Oswald

1951-1952 Waldeck Pyrmontsingel 67-69 Altrade

Doopsgezinde Kerk, Architect Oswald,  Waldeck Pyrmontsingel, 1986 (Gemeente Nijmegen afd. Reprografie via KN12868-2 RAN CC0)
Doopsgezinde Kerk, Architect Oswald, Waldeck Pyrmontsingel, 1986 (Gemeente Nijmegen afd. Reprografie via KN12868-2 RAN CC0)

Tijden de oorlog werd de Doopsgezinde Kerk in 1944 verwoest. Daarop vond herbouw plaats aan de Waldeck Pyrmontsingel, waarvan F.M. Oswald de architect was. Vanwege teruglopend kerkbezoek wordt de kerk in 1989 verkocht.

De oorspronkelijk Doopsgezinde Kerk stond van 1727 tot 1944 op de Arminiaanse Plaats. In de Tweede Wereldoorlog werd zij verwoest.

Met het schadegeld werd begin jaren 50 een nieuwe kerk gebouwd. Architect Oswald bouwde deze in de stijl van de Delftse School. Oswald was zelf ook lid van de Doopsgezinde Kerk. “Het is een zogenaamde verdiepingskerk: de nevenruimten met onder andere een zondagsschool liggen op de begane grond en de kerkzaal is op de eerste etage. Het gebouw is om economische redenen zo ontworpen.” (Een sterke toren in het midden der stad, H.E. Wesselink 2018)

Stijl

De voormalige Doopsgezinde Kerk is “een zaalkerk met aangebouwde woning, opgetrokken in 1951-’52 naar ontwerp van F.M. Oswald in de stijl van de Delftse School” (Monumenten in Nederland: Gelderland).

Beschouwing uit 1954

Ingangsportaal van de voormalige doopsgezinde kerk op de hoek met de Stenenkruisstraat. Werd in opdracht van de Doopsgezinde Gemeente tussen 1951 en 1952 gebouwd naar een ontwerp van F.M. Oswald. Ze verving de in de oorlog verwoeste kerk in de binnenstad, 2013 (Henk van Gaal via F1520 RAN CCBYSA)
Ingangsportaal van de voormalige doopsgezinde kerk op de hoek met de Stenenkruisstraat. Werd in opdracht van de Doopsgezinde Gemeente tussen 1951 en 1952 gebouwd naar een ontwerp van F.M. Oswald. Ze verving de in de oorlog verwoeste kerk in de binnenstad, 2013 (Henk van Gaal via F1520 RAN CCBYSA)

In 1954 plaatst de Gelderlander het volgende artikel:

Doopsgezind Kerkje te Nijmegen

In het Katholiek Bouwblad wijdt B.J. Koldewey de volgende beschouwing aan de Doopsgezinde Kerk tegenover de Wedren:

“Bij de verschrikkelijke verwoesting van Nijmegens binnenstad viel in de oorlogsjaren ook de Doopsgezinde Kerk.

Voor zijn wederopbouw werd door de Gemeente aan de Waldeck Pyrmontsingel, nabij de Aula van de Universiteit, een terrein aangewezen aan de rand van een park. Een uiterst aantrekkelijke, vrije ligging ontstond, met aan de Zuidzijde van het gebouwtje fraai, hoog-opgaand geboomte.

Architect Oswald maakte van dit nieuw geval een zaalkerkje, een bovenkerk, waarin een goede honderd gelovigen hun plaats vinden. Daaronder ’n ruimte voor de Zondagsschool, voor bijeenkomsten in clubverband, voor vergaderingen, enz., te vergroten met de kerkeraadskamer (door het wegschuiven van een wand) als er een podium nodig is bij een concert of een declamatie-avond. Dan is er als aanbouw een kosterswoning en een traptorentje, welk laatste naar een balkon in de kerkzaal voert.

Met het oog de plattegronden doorlopend, met daarnaast de doorsnede, zie je hoe dat alles plezierig inééngesloten en verweven is. De gemeentezaal ligt 80 cm onder peil, waarin je vanuit de gang afdaalt langs een trapje van 5 treden, een wenteltrap voert je naar de eigenlijke kerkzaal met de vloer op 2,60 m plas P., terwijl doorklimmend tot 5 m plus P., het balkon bereikt wordt. Er is daarmee een knap, véélzijdig spel van ruimtebeelden ontstaan binnen een klein volume van 12x15x9½ m plus de open kap.

Het interieur in de Doopsgezinde kerk, Waldeck Pyrmontsingel 69, 1989 (Anton van Roekel via F1521 RAN CCBYSA)
Het interieur in de Doopsgezinde kerk, Waldeck Pyrmontsingel 69, 1989 (Anton van Roekel via F1521 RAN CCBYSA)

De kerkzaal met zijn blanke licht doet je denken aan een interieur van Vermeer van Delft of Pieter de Hoogh. Het is een grote kamer, besloten en rustig, met iets voornaams in de boventoon. Het is góéd in deze ruimte te verbljven. De bank groeperen de gelovigen rond de preekstoel. Het moet iets geven als van een vader die met zijn kinderen bijéén is, als de dominee daar bidt en spreekt vanaf de kansel, met Gods woord vóór zich in het grote Bijbelboek. Dwars wordt het kerkruim gebruikt, het spreekgestoelte tegen één van de lange wanden. ’t Is ongetwijfeld allereerst daarmee dat Oswald dat innige verband inleidt en stimuleert tussen hem die voorgaat en de vergaderden rondom hem.

Karakteristiek protestants werd hiermee dit kerkje, vertrouwelijk, geheel ingesteld op het gebed van een kleine groep, tot dit doel bijeen gekomen als in een gesloten familiekring.

Het interieur in de Doopsgezinde kerk, Waldeck Pyrmontsingel 69, 1989 (Anton van Roekel via  F1520 RAN CCBYSA)
Het interieur in de Doopsgezinde kerk, Waldeck Pyrmontsingel 69, 1989 (Anton van Roekel via F1520 RAN CCBYSA)

“Dicht” zijn dan ook de wanden van dit kerkje met hun vensters, hoog-beginnend uit de vloer en sterk onderverdeeld door glasroeden, als was het gebouwde een 17e eeuws object. Toch zal zelfs de meest verliefde aanbidder van voorgespannen beton differdingers toegeven, dat er ondanks zoveel reminescenties aan weleer, zoveel anders aan dit kerkje te beleven valt, dat je tezelfder tijd beslist losmaakt van een oud-Nederlands herinneringsbeeld. Doen dat de materiaalkeuze, de met grote bepaaldheid gestelde kleuren, het blanke van het eikenhout der meubelen, de uitgewogen detaillering van het getimmerde, de stiel van het smeedwerk van trap en deur?

Het trappenhuis in de Doopsgezinde kerk, Waldeck Pyrmontsingel 69, 1989 (Anton van Roekel via F1522 RAN CCBYSA)
Het trappenhuis in de Doopsgezinde kerk, Waldeck Pyrmontsingel 69, 1989 (Anton van Roekel via F1522 RAN CCBYSA)

Een zwak punt aan dit kerkje is het “glazen”, achtkantige trappenhuis, van buiten af gezien. Het past niet goed in zijn verhouding van glas tot steen bij de maatvoering tussen vensteropening en muur die aan alle kanten voor de romp van het gebouwtje zelf werd aangehouden. Daarom wil er hier geen samenvoeging ontstaan. Inwendig echter is het desalniettemin een echt plezier om langs de wenteltrap omhoog te gaan tussen de draadglazen wanden aan de ene en de ronde zuil van schoon, ruig metselwerk aan de andere kant. Ook het tussen-lidje dat kerk en woning verbindt is in die zelfde zin onevenwichtig. Ook hier een loslaten van de schaal van het geheel, waardoor opnieuw eenheid achterwege blijft. Wel zeer te prijzen daarentegen is als detail het klokkentorentje, dat op de nok met een dartele zwierigheid, licht en speels, in juiste contrastwerking het zware volume van het dak, een fraaie bekroning geeft. Bijeengenomen, met dit kerkje van Oswald in Nijmegen zonder meer verrijkt met een bijou”.” (De Gelderlander 9/10/1954)

Vervolg

In 1989 verkoopt de Doopsgezinde gemeente de kerk vanwege het teruglopend kerkbezoek. Hierin vestigt zich vervolgens een praktijk voor fysiotherapie. (Nacht van de Ommetjes). De doopsgezinden trokken zelf in bij de Remonstrantse Gemeente in het
kerkgebouw aan de Prof. Regoutstraat.

Gemeentelijk Monument

De Doopsgezinde kerk is een Gemeentelijk Monument met als waardering (tevens is hier een uitgebreide omschrijving te vinden):
“De voormalige doopsgezinde kerk is van hoge cultuurhistorische waarde als uniek vroeg naoorlogs relict van de geschiedenis van de Doopsgezinde Gemeente in Nijmegen. Vooral door de karakteristieke opzet met twee bouwlagen is het kerkgebouw een typologisch herkenbare manifestatie van protestantse getuigenis. In historisch geografisch opzicht is het kerkgebouw een uiting van de stedelijke vernieuwingsdrang in de wederopbouwperiode; dat wil zeggen de omvorming van de gebombardeerde binnenstad tot een moderne city en, als gevolg daarvan, de herbouw van de verwoeste voorganger buiten het centrum. Binnen deze context reikt de cultuurhistorisch betekenis van de doopsgezinde kerk veel verder terug in de tijd dan 1951-1952, de jaren waarin het kerkgebouw is herbouwd.
De voormalige doopsgezinde kerk is van belang voor de architectuurgeschiedenis als goed en vrijwel gaaf voorbeeld van traditionalistische Delftse Schoolarchitectuur in de kerkbouw. De kenmerken van deze bouwstijl komen in het ontwerp duidelijk naar voren in de archetypische hoofdvorm, de ambachtelijke uitstraling van het gevelbeeld en het zorgvuldige materiaalgebruik.
De Delftse School wordt in de ontwikkeling van de vroeg naoorlogse kerkarchitectuur in Nijmegen verder alleen nog vertegenwoordigd door de Dominicuskerk aan de Prof. Molkenboerstraat (C.Th. Nix , 1951). De stijlverwante Franciscuskerk (Kropholler 1949), Opstandingskerk (Feenstra 1949), Augustinuskerk (Pouderoyen 1951) en O.L. Vrouw van Fatimakerk (Van Veen 1956) zijn namelijk al gesloopt. Aan dit gegeven ontleent de voormalige doopsgezinde kerk op lokaal niveau architectuurhistorische zeldzaamheidswaarde. Vanwege de genoemde ontwerpkwaliteiten en uniciteit is de doopsgezinde kerk van belang voor het oeuvre van architect F.M. Oswald.
Door de markante situering in de uitloper van het Julianapark aan een kruising van wegen, manifesteert de vrijstaande doopsgezinde kerk zich als een stedenbouwkundig accent in het van rijkswege beschermde stadsgezicht. Het gebouw is sterk aanwezig in het stadsbeeld en daardoor van belang voor de oriëntatie in het stedelijk weefsel. De voormalige kerk en pastorie vormen een klein en gaaf ensemble rond een besloten voorplein, dat in belangrijke mate bijdraagt aan de voorname uitstraling van het gebouw.”

Zie het artikel op wikipedia.

Altrade

Deze pagina verzamelt reeds gemaakte artikelen over de wijk Altrade. Romeins amfitheater hoek Rembrandtstraat-Mesdagstraat In de buurt van Romeinse legerkampen…

Architect F.M. Oswald

Architect Frans Martinus Oswald (1907-1966) is een van de architecten geweest die veel van de na-oorlogse scholen heeft ontworpen. Een…

De Nutsschool, gezien vanuit de Archipelstraat. Portiekschool, ontworpen in 1959 door Frans Martinus Oswald (1907-1966) .Vanaf 1997 een fusie van de Nutsschool met de Basisschool De Buut en werd het De Blauwe Buut (tot 2016), 1991 (Ton Opsteegh via F28255 RAN CC-BY-SA)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Nutsschool architect Oswald

eind jaren 50 Palembangstraat 1 /Molukkenstraat Galgenveld

De Nutsschool, gezien vanuit de Archipelstraat. Portiekschool, ontworpen in 1959 door Frans Martinus Oswald (1907-1966) .Vanaf 1997 een fusie van de Nutsschool met de Basisschool De Buut en werd het De Blauwe Buut (tot 2016), 1991 (Ton Opsteegh via F28255 RAN CC-BY-SA)
De Nutsschool, gezien vanuit de Archipelstraat, architect F.M. Oswald, 1991 (Ton Opsteegh via F28255 RAN CC-BY-SA)

Voorgeschiedenis

Het oude gebouw van de Nutsschool voldeed niet meer. Daarop besluit de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen tot de bouw van een nieuwe school. De verwachting is dat deze 1 september 1955 gereed zal zijn. Het zal echter langer hebben geduurd dan verwacht, want op 20 juli 1957 kopt het Nijmeegsch Dagblad: “Nieuwe Nutsschool zal nu spoedig kunnen verrijzen”

Wat de reden was van uitstel is mij (RE) vooralsnog niet bekend. Ten tijde van het artikel van 1954?  Was de grond nog niet aangekocht. Wel heeft het bestuur het huidige terrein op het oog. Bovendien wil het de oude school aan de Hertogstraat pas verkopen op het moment dat de nieuwe school gereed is. Oswald moest bij zijn ontwerp rekening houden met de zeer langgerekte afmetingen van het terrein.

Bouw in 1957

De uitbouw van de vleugel, rechts de school, links de gymzaal. Op de voorgrond 'Zuil', kunstwerk uit 1988 van Peter van de Locht (Rees Dld, 1946) voor de Nutsschool, 1988 (Martine Ridderbos via F24615 RAN CC-BY_SA)
De uitbouw van de vleugel, rechts de school, links de gymzaal. Op de voorgrond ‘Zuil’, kunstwerk uit 1988 van Peter van de Locht (Rees Dld, 1946) voor de Nutsschool, 1988 (Martine Ridderbos via F24615 RAN CC-BY_SA)

Wel is het gebouw dat uiteindelijk in 1957 gebouwd wordt aanmerkelijk minder ambitieus dan de plannen. Afgaande op de 2 artikelen uit 1954 en 1957, hoewel ik de bouwtekeningen niet heb gezien.

Het ontwerp van de school is een zogenaamde portiekschool. Daarbij lijkt het grondplan voor de lokalen niet veranderd en daadwerkelijk uitgevoerd te zijn. De school bestaat uit 4 lokalen, met daarbovenop nog eens 4 lokalen. Deze liggen in de lengte naast elkaar. De ruimtes zijn vanaf buiten bereikbaar, zodat er geen gang langs de klaslokalen nodig is. Hiervoor zijn de deuren in een portiek geplaatst, waarin naast een trappenhuis zich de toiletten en garderobes bevinden. Het voordeel hiervan is dat van beide kanten licht het lokaal binnenkomt.

Op de kop is een uitbouw geplaatst voor de spreekkamer van het schoolhoofd. Daarboven bevindt zich het handenarbeidlokaal.

Aan de kant van de Palembangstraat is een korte vleugel aangebouwd, zodat het gebouw een L-vorm krijgt. De begane grond kan dienst doen als schoolhal en begin van het trappenhuis. Waarbij boven ruimte is voor een keukentje en toiletten.

De aannemer voor de bouw is Tiemstra.

Plannen 1954 en 1957

De plannen voor 1954 en 1957 gingen aanzienlijk verder dan wat uiteindelijk gerealiseerd is. Hierbij ga ik af op 2 krantenartikelen, zonder de bouwtekeningen te hebben gezien. Bovendien weet ik niet, of de beschrijvingen in 1954 en 1957 hetzelfde ontwerp betreft of 2 verschillende ontwerpen.

In de plannen van 1954 lijkt het te gaan om een daadwerkelijk hoofdgebouw: op de benedenverdieping is er de kamer voor het hoofd van de school, twee bestuurskamers, een portiersloge. En daarnaast 2 kleedkamers voor het gymnastieklokaal. Op de bovenverdieping is het handenarbeidlokaal en kan een bibliotheek worden ingericht. Rechts is het gymnastiekgebouw gepland.

Zoals gezegd lijkt een daadwerkelijk hoofdgebouw nooit gerealiseerd. Het gymnastieklokaal is pas in 1985 gebouwd.

In 1954 zijn daarnaast vóór de linkervleugel zijn 2 losstaande paviljoens van elk 2 klaslokalen gepland, waarbij het eerste paviljoen daadwerkelijk zal worden gebouwd, althans volgens het ontwerp. Daarnaast is in 1954 voor het hoofdgebouw een aula gepland. Deze zou plaats bieden voor 350 personen en gebruikt kunnen worden voor toneel. Aan de rechter voorzijde is een kleuterschooltje gepland met een achtkantige speelzaal.

Ook de plannen van 1957 gingen verder, echter aanzienlijk minder ambitieus: op termijn zou de vleugel uitgebouwd worden voor kleedlokalen. Daar bovenop zou een ruimte voor schoolbijeenkomsten en eventueel toneeluitvoeringen komen. Ook moet op termijn een gymnastieklokaal komen. Daarnaast heeft de Stichting ook dan plannen voor een kleuterschool op het terrein.

Waardering

Juni 2016; in juli 2014 waren de lage bijgebouwtjes er nog niet in, in augustus 2018 zijn deze verdwenen. Google streetview. De Blauwe Buut voorheen de Nutsschool architect Oswald
Juni 2016; in juli 2014 waren de lage bijgebouwtjes er nog niet, in augustus 2018 zijn deze verdwenen. Google Streetview

“Het gebouw is van groot cultuurhistorisch belang vanwege de belevings- en herinneringswaarde voor grote groepen kinderen die hier zijn gevormd en NUTS onderwijs hebben genoten. Daarnaast is het van belang als herinnering aan de verzuilde vroeg-naoorlogse samenleving met eigen voorzieningen voor elke (geloofs)overtuiging en als toonbeeld van de verzorgingsstaat in opbouw waarin voorzieningen voor basisonderwijs gelijke tred moesten houden met de ongekende groei van de bevolking en sterke uitbreiding van de stad. Het gebouw is van architectuurhistorisch belang als goed en herkenbaar voorbeeld van een portiekschool, uitgevoerd in een vrij uitzonderlijke en goeddeels gaaf behouden frivole shake handsarchitectuur van architect Oswald.

Het gebouw is van stedenbouwkundig belang vanwege de ligging binnen het beschermd stadsbeeld Indische buurt. Het stedenbouwkundige ruimtebeeld in de Molukkenstraat is sterk: twee jaren vijftig portiekgebouwen met omhaagde voortuinen aan weerszijden van de straat. Teleurstellend is de stedenbouwkundige uitwerking en het ruimtebeeld aan de doorgaande Archipelstraat en aan de veelsprong met plantsoen in de Borneostraat. Op deze stedenbouwkundig markante plekken zijn alleen blinde kopgevels en een rommelig inkijkje op het desolate speelterrein. Enkel vanuit het gebouw en de bezonning beredeneerd is de oplossing met blinde kopgevels begrijpelijk, maar vanuit de stedenbouwkundige context bezien schiet het ontwerp hier tekort. Vermoedelijk is dit ook de reden waarom de Nutsschool geen status heeft gekregen binnen het beschermd stadsbeeld.”

Juni 2016: laatste Google Streetview van de Blauwe Buut als school
Juni 2016: laatste Google Streetview van de Blauwe Buut als school

Vervolg: appartementen

September 2022, Google Streetview

De school heeft tot 1997 dienstgedaan als Nutsschool. Daarna fuseerde het met Basisschool de Buut en heette het de Blauwe Buut. Deze school heeft tot 2016 bestaan.

Sloop gymzaal, behoud school

Aanvankelijk waren er plannen om zowel de gymzaal als de school te slopen. De gymzaal werd gesloopt, maar de buurt wist de sloop van de school te voorkomen. De school wordt verbouwd tot een aantal van deze appartementen. Daarbij kreeg de buurt deels haar zin: wel behoud van de school, maar ze was tegen de bouw van sociale huurwoningen. Het tweede blok appartementen is georiënteerd op de Archipelstraat. Daarbij krijgen de appartementen een gemeenschappelijke tuin. Op de hoek van de Palembangstraat komen 3 vrijesectorwoningen.

Appartementen

De school is verbouwd tot 16 appartementen. Bovendien kwamen 8 nieuwbouw appartementen in skeletbouw. De opening vond plaats in mei 2024, opdrachtgever was Woningcorporatie Woonwaarts. Een deel van de portieken is bij de lokalen getrokken. Ze zijn verbouwd tot het toilet en bergingen. In de verbouwde lokalen zelf bevinden zich de woonkamer, keuken en twee slaapkamers. Zie voor het project de website van opZoom.

“Architectenbureau opZoom is de architect van deze transformatie. Door de huidige portieken in het schoolgebouw bij de lokalen te trekken en de trapopgangen te verwijderen, ontstaat een nieuwe ontsluitingstructuur. Deze ontsluiting maakt het mogelijke alle appartementen vanuit één stijgpunt te bereiken. De te realiseren galerij wordt extra breed uitgevoerd zodat deze tevens dienst kan doen als buitenruimte aan de appartementen op de verdieping. Het gevelontwerp voor de nieuwbouw borduurt voort op de shake handsarchitectuur van het bestaande schoolgebouw en geeft hier een hedendaagse interpretatie aan.” (https://www.hendriksbouwenontwikkeling.nl/projectoverzicht/molukkenstraat/)

Bronnen

https://opzoom.nl/projecten/molukkenstraat-nijmegen/

https://www.europeana.eu/nl/item/2021651/https___hdl_handle_net_21_12122_233141

https://www.rn7.nl/9681-schoolgebouw-molukkenstraat-wordt-niet-gesloopt-wel-realisatie-sociale-huurwoningen

https://www.hendriksbouwenontwikkeling.nl/projectoverzicht/molukkenstraat/

https://docplayer.nl/12148270-2-de-panden-en-bouwblokken-die-op-de-kaart-geel-zijn-gemarkeerd-aan-te-wijzen-als-individueel-beschermde-stadsbeeldobjecten.html

https://www.planviewer.nl/imro/files/NL.IMRO.0268.BP7006-ON01/t_NL.IMRO.0268.BP7006-ON01.html

https://www.architectuurcentrumnijmegen.nl/single-post/molukkenstraat

Galgenveld

Deze pagina verzamelt de artikelen die reeds over Galgenveld zijn verschenen.

Architect F.M. Oswald

Architect Frans Martinus Oswald (1907-1966) is een van de architecten geweest die veel van de na-oorlogse scholen heeft ontworpen. Een…

Graafseweg 84 en 86 (oktober 2024)
#Nijmegen, Gebouw van de dag, Geen categorie

Graafseweg 84 en 86

Graafseweg 84 en 86 (oktober 2024)
Graafseweg 84 en 86 (oktober 2024)

Oorspronkelijk zijn de woningen rond 1902 gebouwd als 3 woonhuizen. Hiervan is de linker echter vervangen door een nieuw gebouw.

Plan voor drie Woonhuizen aan de Graafsche Straat, datum dossier 1-4-1902 (D12.378356)
Plan voor drie Woonhuizen aan de Graafsche Straat, datum dossier 1-4-1902 (D12.378356)

Levi Mozes (Louis) de Wijze en gezin

Een bijzondere vermelding is nodig voor Levi de Wijze en zijn gezin: de Kitty de Wijzeplaats is vernoemd naar zijn dochter.

De familie de Wijze waren al generaties actief in de vleeshandel geweest, voornamelijk in de omgeving van Beugen en Boxmeer. In 1928 was Levi, samen met zijn broers Jacob en Simon, hun eigen slachterij begonnen: “Gebroeders de Wijze”, tegenover het station van Cuijk.

De drie broers zouden elk met hun gezin naar Nijmegen verhuizen: daar waren meer mogelijkheden voor de middelbare school voor de kinderen van Levi en Jacob. Het gezin van Levi ging huren op de Graafseweg 84.

In april 1932 vestigt L.M. de Wijze en gezin, koopman, zich op Graafsche weg 84. Zij zijn dan afkomstig van Boxmeer, Spoorstraat 60. (PGNC 23/4/1932)

In oktober 1942 wordt het huis gevorderd door de Duitsers. Het gezin moet hals over kop de woning verlaten en vestigt zich op de Johannes Vijghstraat 60 (tegenwoordig nummer 70). Daarbij moeten ze een groot deel van de inboedel achterlaten, die de Duitsers ook zullen vorderen. In het hierboven genoemde artikel staat tevens een complete lijst van deze inboedel.

Lang zal het gezin niet wonen op de Johannes Vijghstraat. Bij een razzia op 17 november 1942 worden alle vier de zussen opgepakt. Vanwege ziekte van (waarschijnlijk) Levi worden hij en zijn vrouw Lea Groenewoudt nog niet opgepakt. Dochters Kitty en Joke zullen al op 15 december 1942 worden vergast, Elly op 12 februari 1943. Dochter Tini zal op 17 september 1943 worden vergast, dezelfde dag als Levi en Lea.

Gevonden bronnen en verder lezen

Een groot deel van dit artikel heeft https://oorloginnijmegen.nl/images/PDF/Drie%20families%20De%20Wijze%20-%20documenten%20v0300.pdf als bron, een uitvoerig artikel over de 3 broers de Wijze.

https://www.oorlogsdodennijmegen.nl/persoon/wijze/c13a7484-8757-4b1a-b51f-14a19b76fa73: met een mooie foto van de familie de Wijze.

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Kitty_en_Joke_de_Wijze

https://www.oorlogsdodennijmegen.nl/persoon/wijze/3e3d706f-2118-498e-bdc5-3495d3f31e6a

Gevonden gebruikers Graafseweg 84

In deze tabel staan hieronder de tot nu toe gevonden gebruikers weergegeven. Wel dient er een slag om de arm te worden gehouden vanwege eventuele hernummeringen.

In september 1925 komt O.(?) Schulz, echtge van G. Engler, zonder beroep, naar Graafscheweg 84, dan afkomstig van Borken (Duitsland) (De Gelderlander 26/9/1925)

Van De Gelderlander 30/10/1928 tot De Gelderlander 13/11/1929 zijn advertenties gevonden waarbij mevrouw Tjalsma huishoudelijk personeel zoekt: een dagmeisje, of een dienstbode of noodhulp.

Na de oorlog is het waarschijnlijk langere tijd een pension geweest. Aanvankelijk van G. Lamers, in ieder geval in de periode 1955 t/m 1971. Hoewel niet weergegeven, steeds meerdere, verschillende gebruikers gevonden.

Tegenwoordig (november) zit hier sociaal pension Arcade.

NaamOmschrijvingAdresAdresboekOpmerking
D.G.J. BeijensGep. Serg. O.-I. legerGraafsche weg 841924 
G. EnglerIngenieurGraafscheweg 841926 
L.M. de WijzeKoopmanGraafscheweg 841932, 1934, 1936, 1938, 1940 
Mej. M.Th. Lintsen Graafseweg 841948, 1951 
D. BootTechnicusGraafseweg 841955 
P.H.B.J. van Basten BatenburgProcuratiehouderGraafseweg 841955 
G. LamersPensionhouderGraafseweg 841955, 1959, 1963, 1968, 1971In 1966 onder “pensions”

Bottendaal

Deze Pagina verzamelt artikelen die reeds over Bottendaal zijn gepubliceerd. Lunet Bottendaal: afvalplaats voor botten? Bottendaal is vernoemd naar een…

Graafseweg 56 58

Graafseweg 56 en 58 is ontworpen in 1900 door P.G. Buskens. De aannemer en bouwmeester Gerardus Buskens, oom van P.G.…

Joods Monument, Paul de Swaaf

Op 4 mei 1995 vindt de onthulling van het Joods Monument plaats, een werk van Paul de Swaaf. Daarbij werd…

Van Broeckhuysenstraat (oktober 2025)
#Nijmegen, Centrum

Van Broeckhuysenstraat

Van Broeckhuysenstraat (oktober 2025)
Van Broeckhuysenstraat (oktober 2025)

van Broeckhuysenstraat 15

Bouwen van 2 winkels met bovengelegen bedrijfs- en woonruimte (30-01-1969) Architect P.S. de Stigter, Ing architect B.N.A., Baljuwstraat 16. Het gebouw is in 1970 opgeleverd. https://studiezaal.nijmegen.nl/detail.php?nav_id=1-1&index=5&imgid=14048967&id=302477

Ander werk van P.S. De Stigter:

  • Koningstr 31-35 winkelwoning, 1955
  • Staringstr 1a-1c bedrijfsruimten, 1969
  • 64 woningen in De Lindenhout te Nijmegen

https://adoc.pub/download/o-r-g-a-n-i-s-a-t-i-e-e-n-p-l-a-n-n-e-n.html

https://www.yumpu.com/nl/document/view/18601875/ihoudsopgave-inleiding-het-tijdschrift-baksteen-2-

Van Broeckhuysenstraat 46

Oorspronkelijk is het pand gebouwd als drukkerij van de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant. Ook fungeerde het nog als meubelwinkel.

Op 4-11-1984 werd het pand gekraakt. Aanvankelijk werd het daarbij Grote Karel genoemd, naar de eigenaar Karel. Een jaar later werd de naam veranderd naar de Grote Broek, verwijzend naar de straatnaam. De Grote Broek werd een belangrijk gebouw voor de Nijmeegse kraakbeweging.

In 2002 overleed Karel. Daarop werd het legalisatieproces gestart. De in 2005 vermoorde Louis Sévèke was daarbij vertegenwoordiger van de gebruikers van het pand. Het gebouw werd bezit van Gemeente Nijmegen, die het vervolgens verkocht aan woningstichting Standvast.

Nog steeds zijn er tal van politiek/culturele activiteiten te vinden, waarbij mogelijk de Klinker het meest bekende is. Zie ook site van de Grote Broek zelf.

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://nl.wikipedia.org/wiki/De_Grote_Broek

Van Broeckhuysenstraat 52-56 en Ziekerstraat 169

J. van Berck, bouwkundige, bouwde in 1926 twee winkelhuizen met bovenwoningen. J.W. van Erfen en M.F. Verstegen, twee particulieren, waren de opdrachtgevers. Daarmee was het een onderdeel van de eerste stadsuitbreidingen, nadat de vestingstatus in 1874 was opgeheven.

Verstegen vestigde in het hoekpand een slagerij, die nog jarenlang in het pand heeft gezeten. Aan de Ziekerstraat was een werkplaats achterin de slagerij. Daarnaast had het nog een open plaats. Boven de winkels waren twee bovenwoningen van elk 2 lagen. Deze waren bereikbaar via de opgangen aan de Van Broeckhuysenstraat.

Beeldbepalend Pand

Op de Gemeentelijke Monumentenlijst zijn deze panden een “beeldbepalend pand” met als waardering (hier is tevens een uitgebreide beschrijving te vinden, tevens bron):

“In redelijk gave staat overgeleverde woon-winkelpanden uit 1926. Vanwege de markante locatie aan de kruising is het gebouw met zorg ontworpen. Tegenwoordig is van een deel van het gebouw (nummers 56 en 169) het oorspronkelijke metselwerk geschilderd, hierdoor is de samenhang tussen dit deel en nummer 52 verloren gegaan. Desondanks neemt het pand nog altijd een karakteristieke plek in op de kruising.”

De R.K. H. Antonius van Padua-St. Annakerk (Groenestraatkerk) 1910-1912, (E.F. van der Grinten via F78683 RAN CC-BY-SA)
#Nijmegen, Wijken van Nijmegen

Hazenkamp

De eerste naamsvermelding van de ‘Hasencamp’ is in 1740, waarbij de naam vermeld van de vele hazen die hier legerden. Bekende gebouwen zijn de Sint Annamolen en de Groenestraatkerk.

Het oostelijke deel van de Hazenkamp is gebouwd in de jaren 30, het westelijk deel met woonhuizen en appartementen stamt van na de oorlog,

Opvallend is de Hazenkampseweg 13-15, die van meer recenter datum is: op deze plek zijn in de Tweede Wereldoorlog bommen gevallen.

Deze pagina verzamelt reeds gevonden artikelen over de wijk Hazenkamp.

Maar ook: er bestaat reeds een zeer uitgebreide, mooie site over de Hazenkamp van René Martens: https://www.genealogie-rene-martens.nl/index.php/de-hazenkamp/

Sint Annamolen

De St. Anna-molen zonder wieken op de hoek van de Hatertseweg - St. Annastraat, 1920 (F67170 RAN)
De St. Anna-molen zonder wieken op de hoek van de Hatertseweg – St. Annastraat, 1920 (F67170 RAN)

De Sint Annamolen is een van de bekendste gebouwen van de Hazenkamp. Oorspronkelijk is het in 1819 gebouwd als ‘Oudendijkse Molen’: een poldermolen, in de buurt van Alphen aan de Maas. Doordat het polderbestuur op stroom overging, verloor de molen haar functie.

Daarop kocht eind 1847 een olieslager aan de Hatertseweg de molen voor 4.850 gulden. In 1849 in Nijmegen is de molen daarna herbouwd op de huidige plek als oliebeltmolen.

Door een dieselmotor begin 20e eeuw waren de wieken niet langer nodig.

Tussen 1976 en 1979 is de molen gerestaureerd. Daarbij is deze verbouwd tot stellingmolen en daarbij 4 meter verhoogd. Daarbij werd de molen weer maalvaardig gemaakt. Vanaf dat moment laten de vrijwillige molenaars de molen geregeld draaien.Sinds deze restauratie laten vrijwillige molenaars de molen regelmatig draaien.

Detail F67170 RAN
Detail F67170 RAN

(Overige) Bronnen

Bijschrift F91360, een foto uit 1976 tijdens de restauratie

Bijschrift F91362 RAN, een foto uit 1978

De Bouw en Inwijding van de Groenestraatkerk in 1910

Op het moment dat de Groenestraatkerk in 1909-1910 gebouwd werd, lag het in vrijwel landelijk gebied. Hij was dan ook “op de groei” gebouwd voor de arbeiders die in onder andere de Willemskwartier en Hazenkamp zouden komen te wonen. Het is gebouwd naar het ontwerp van architect Albert Margry. De kerk werd bekostigd door een…

Lees verder

Pensionaat Instituut Johanna de Lestonnac archtect J. Margry, later bewaarschool architect vd Boogaard

In 1912 vindt uitbreiding plaats van het katholieke complex aan de Dobbelmannweg door de bouw van een pensionaat: Instituut Johanna de Lestonnac. De architect was Jos Margry. In 1931-1932 vond de (interne) verbouwing naar een bewaarschool (fröbelschool, voorloper van de kleuterschool) plaats naar ontwerp van van de Boogaard. Tegenwoordig is het een atelier voor kunstenaars.

Lees verder

Sint Jansschool

Pastoor van Mulukom zegent in mei 1921 de jongensschool Sint Jansschool aan de Groenestraat 227 in. De architect is A. v.d. Boogaard.

Lees verder

Hoek St. Annastraat – Reestraat

Dit pand is door Charles Estourgie ontworpen en gebouwd in 1939. Het is gebouwd als een praktijkwoning. De ingang van de woning ligt aan de St. Annastraat en die van de praktijk aan de Reestraat. IntoNijmegen: “De traditionele architectuur is typisch voor de late jaren 30. In voorbereiding op de oorlog laten zelfs de kelderruimtes daglicht binnen, voor het geval er een stroomstoring is. Ook is het pand voorzien van een schuilkelder.

Het gebouw is een Rijksmonument.

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://www.intonijmegen.com/zien-en-doen/activiteiten/routes/1963258109/ommetje-hazenkamp: een mooie wandelroute

https://nl.wikipedia.org/wiki/Hazenkamp_(Nijmegen)

De R.K. H. Antonius van Padua-St. Annakerk (Groenestraatkerk) 1910-1912, (E.F. van der Grinten via F78683 RAN CC-BY-SA)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

De Bouw en Inwijding van de Groenestraatkerk in 1910

1910 Groenestraat 229-231 Hazenkamp/Willemskwartier

De R.K. H. Antonius van Padua-St. Annakerk (Groenestraatkerk) 1910-1912, (E.F. van der Grinten via F78683 RAN CC-BY-SA)
De R.K. H. Antonius van Padua-St. Annakerk (Groenestraatkerk) 1910-1912, (E.F. van der Grinten via F78683 RAN CC-BY-SA)

Op het moment dat de Groenestraatkerk in 1909-1910 gebouwd werd, lag het in vrijwel landelijk gebied. Hij was dan ook “op de groei” gebouwd voor de arbeiders die in onder andere de Willemskwartier en Hazenkamp zouden komen te wonen. Het is gebouwd naar het ontwerp van architect Albert Margry. De kerk werd bekostigd door een schenking van de Kerkbouw-stichting.

Een van de opvallende kenmerken van deze kerk zijn de twee ongelijke torens. De linker toren is 56 meter en is daarmee na de Sint Stevenstoren de hoogste kerktoren van Nijmegen. Het is een neogotische kruisbasiliek: daarbij heeft het middenschip twee lagere zijbeuken. Een dwarsbeuk maakt dat de kerk de vorm van een kruis krijgt.

Een voorpost in landelijk gebied

Op het moment van bouwen lag het nog in landelijk gebied, bij het buurtschap St. Anna. De processie vanwege de inwijding (zie het artikel hieronder) maakt de grenzen van de parochie duidelijk: Willemskwartier (of in ieder geval de driehoek Willemsweg-Graafsweg-Groenestraat) en St. Anna (of in ieder geval de driehoek St. Annastraat- Oude Molenweg (waarbij uitgegaan is dat in het artikel genoemde Molenweg slaat op de oude naam van deze weg)-St. Jacobslaan-Hatertse weg).

De arbeiderswerk dateert vanaf 1917, Smit is enkele jaren na de inhuldiging van de Antoniuskerk begonnen. Waarom zo’n grote kerk?

De pastoor van Antonius Abt in Hatert noemde 3 redenen, welke hij in een brief aan de bisschop mgr. v.d. Ven schreef:

  • De verwachte stadsuitbreiding van Nijmegen,
  • de parochiekerk in Hatert was te klein geworden
  • de parochianen te St.Anna wonen op meer dan een uur van hun kerk. Hierdoor kunnen zij, maar ook de pastoor, soms moeilijk hun kerkelijke plichten vervullen.

Het bisdom ging akkoord. Als bouwpastoor werd Nicolaas van Erp uit Tilburg benoemd. De Fraters van Tilburg zijn vooral bekende vanwege hun rol in het onderwijs, waarbij zij meerdere scholen hebben gesticht en een eigen onderwijsmethode hadden. Bij het 25-jarig jubileum noemt de Gelderlander de “langdurige ongesteldheid” van van Erp.

De eerste steenlegging vond plaats op 24 mei 1909, waarbij de “eerste steen” legging plaats vond op 10 juli 1910. Bij het 25-jarig jubileum noemt de Gelderland de kerk een “voorpost” (De Gelderlander 20/7/1935).

F17475 Antoniuskerk Annakerk Groenestraatkerk Groenestraat architect Margry; Een ansichtkaart van de Heilige Antonius van Padua / St. Annakerk (Groenestraatskerk) , met links de pastorie , gezien vanuit de Dobbelmannweg, 1910 (P.A. Geurts via 	F17475 RAN)
Een ansichtkaart van de Heilige Antonius van Padua / St. Annakerk (Groenestraatskerk), architect Margry, met links de pastorie , gezien vanuit de Dobbelmannweg, 1910 (P.A. Geurts via F17475 RAN)

Schenking van Grewen

De kerk is gewijd aan Antonius van Padua. Dit heeft te maken met het feit dat de bouw is gefinancierd door een schenking van Joannes Petrus Grewen (Rotterdam, 5 januari 1839 – 17 november 1910), een effectenmakelaar die Antonius bijzonder vereerde. Zijn Grewenfonds schonk f175.750 voor de bouw van de kerk.

Hij had reeds een kerk aan Bisschop ’s-Hertogenbosch geschonken: aanvankelijk wilde hij een ziekenhuis aan het bisschop Haarlem schenken als dank voor de goede zorgen die zijn overleden vrouw gedurende haar ziekte had gekregen. In 1906 richtte hij het Grewenfonds op, waarin hij 1 miljoen gulden stortte. Aangezien het bisdom Haarlem zeer inhalig bleek, werd het bisdom ’s Hertogenbosch benaderd of zij een kerk ten geschenke wilde krijgen. Voorwaarde was dat de kerk vernoemd werd naar Antonius van Padua. Albert Margy was degene die contact opnam met het bisschop, hij was een aangetrouwde neef van Grewen.

Bij het overlijden van Grewen kwam zijn nalatenschap in de Kerkbouw-stichting. Ook bij de schenkingen vanuit de Kerkbouw-stichting was de voorwaarde dat deze vernoemd werden naar Antonius.

Veel van deze kerken zijn ontworpen door leden van de familie Margry. In Nijmegen kennen we naast de Groenestraatkerk ook de Antonius van Paduakerk. Deze kerk is ontworpen door Jos Margry, de zoon van Albert.

Het Ontwerp van de Groenestraatkerk

Een van de opvallende kenmerken van deze kerk zijn de twee ongelijke torens. De linker toren is 56 meter en is daarmee na de Sint Stevenstoren de hoogste kerktoren van Nijmegen.

Het is een neogotische kruisbasiliek: daarbij heeft het middenschip twee lagere zijbeuken. Een dwarsbeuk maakt dat de kerk de vorm van een kruis krijgt.

Het krantenartikel met een uitgebreide beschrijving van de kerk en de inwijding is vanwege de lengte in dit artikel achteraan opgenomen.

Vervolg

Bij de kerk, de pastorie met leslokalen ontstond naar goed katholiek gebruik een complex van rooms-katholieke gebouwen met een klooster en scholen. In 1937 kwam er een kapel naar ontwerp van C. Pouderoyen.

Tegenwoordig is het een van acht kerken van de Heilige Drie-Eenheid parochie.

De kerk is gebouwd in neogotische stijl. Het heeft 2 torens, van ongelijke hoogte. De hoogste toren is 56 meter. De glas-in-lood ramen van het koor zijn gemaakt door Frans Nicola & Zonen uit Roermond.

Rijksmonument

Zowel de kerk als de pastorie zijn Rijksmonument. Met als waardering voor de kerk:

“- Van architectuurhistorische waarde als typisch voorbeeld van een in navolging van Cuypers gebouwde neogotische kerk van het type kruisbasiliek. Bij het ontwerp heeft Margry consequent met maten en verhoudingen gespeeld. Ondanks de vele aan- en uitbouwen en hun grote gevarieerdheid heeft dit toch een zeer harmonieus en evenwichtig beeld opgeleverd. Hoewel de stad Nijmegen in de late negentiende en vroeg twintigste eeuw een hoge concentratie aan religieuze gebouwen en complexen kende en daar zelfs landelijke bekendheid aan ontleende, is dit aantal inmiddels sterk gedaald. In feite is deze kerk met bijbehorende gebouwen de enige neogotische kerk welke niet alleen compleet bewaard is gebleven, maar ook als onderdeel van een heel ensemble is ontworpen. Van belang zijn ook de genoemde onderdelen in het interieur.

– Van stedenbouwkundige- en ensemblewaarde als krachtig herkenningspunt in het silhouet van de Groenestraat. Het maakt deel uit van een, ondanks de sloop van enkele bouwdelen, omvangrijk complex aan de Groenestraat/Dobbelmannweg.

– Van cultuurhistorische waarden voor de religieuze en algemene ontwikkeling van de stad Nijmegen. De kerk vormt een nog intact en functioneel onderdeel uit deze geschiedenis. Door de situering vormt de kerk een duidelijk herkenbaar en oorspronkelijk onderdeel van een groot religieus complex aan de Groenestraat/Dobbelmannweg. De kerk heeft eveneens een cultuurhistorische waarde door de wijding aan St. Antonius van Padua, een vermoedelijk opgelegde wijding als gevolg van een schenking uit het St. Antonius- of Grewenfonds, gesticht door de Rotterdamse mecenas Grewen. Deze had goede contacten met Margry.”

Albert Margry

Albertus Arnoldus Johannes (Albert) Margry (Harderwijk, 30 april 1857 – Rotterdam, 27 oktober 1911).

Naast de kerk en pastorie ontwierp hij ook de achter de kerk gelegen klooster de Filles de Marie en de school aan de Dobbelmannweg.

Albert Margry ging aanvankelijk bij zijn oudere broer Evert Margry werken. Tevens associeerde architect J.M. Snickers zich met hun architectenbureau. In 1909 werd de samenwerking met Snickers weer ontbonden.

Zijn zoon Jos Margry ontwierp de Antonius van Paduakerk uit 1917. Deze werd gebouwd met een schenking van de Kerkbouw-stichting.

In de tweede helft van de 20e eeuw is het bureau samengegaan met andere architecten, waarbij de naam van de architect werd toegevoegd: Jacobs, Turns en Hostings; tegenwoordig is het MAS architecten.

Een lijst van zijn werken is te vinden op wikipedia

Bij de inwijding

Het PGNC plaatst bij de inwijding in augustus 1910 het volgende artikel:

De Nieuwe St. Antoniusk-kerk.

Interieur van de Heilige Antonius van Padua / St. Annakerk, 1910, (P.A. Geurts via F17427 RAN) architect Margry, ook Groenestraatkerk genoemd, Groenestraat 229-231
Interieur van de Heilige Antonius van Padua / St. Annakerk, 1910, (P.A. Geurts via F17427 RAN)

Onder groote belangstelling, in tegenwoordigheid van een talkrijk en geestdriftig publiek, deed gisternnamiddag Z.D.H. Mgr. W. v.d. Ven, bisschop van ’s Hertogenbosch, zijn plechtigen intocht in de nieuwe parochie St. Anna ter inwijding der voltooide St. Antoniuskerk aan de Groenestraat.

Bij aankomst in de kom van ’t dorp ten ongeveer 6 uur, werd de kerkvorst door de feest-commissie ontvangen en bij monde van haar voorzitter, den heer W. van Eyndhoven, verwelkomd, terwijl het dochtertje van baron van Hövell tot Westerflier Mgr. een bloemstuk aanbood. Het zangkoor der kerk, versterkt met de beste krachten uit ’t kerkkoor der kerk aan de Kraaijenhofflaan, voerde onder leiding van den heer G.W. Jansen, een door dezen laatste gecomponeerd “Ecce Sacerdos” voortreffelijk uit, waarna zich de stoet in beweging zette. Deze nam de volgende route: beginpunt Kerk, vandoor tot de St-Annastraat, Molenweg, St. Jacobslaan, Hatertsche weg, St. Annastr.; Groenestraat, Willemsweg, Graafsche weg, Groenestraat, Pastorie. De stoet, geëxorteerd door een afdeeling marechaussée’s te paard, was zeer mooi en bestond uit eene eerewacht van ruiters, een 40-tal berijders van smaakvol versierde fietsen, ruim 100 bruidjes, allen in rijtuigen en de in vier districten gerangschikte parochianen. Het glanspunt in den stoet was een groote met levende bloemen en planten versierde praalwagen, waarop een Franschen steen- marchanchie- ververvaardigd beeld van St. Antonius van Padua, den schutspatroon der kerk, een prachtig werkstuk van den Rotterdamschen architect A.A.J. Margry, die tevens ook de bouwmeester is der nieuwe kerk. Voor den stoet uit ging een heraut, en de fanfare “Canisisus” der Kath. Gezellenvereeniging voerde op den langen tocht door de met eerebogen en vlaggen getooide parochie hare schoonste nummers uit.

Na een kleine halte in de nabijheid van ’t klooster van Brakkestein, waar Z.D.H. werd toegesproken door de geestelijkheid en studenten, bij monde van hun directeur, en de zangers een “Jublilate” zongen, arriveerde men te ongeveer 8 uur aan de pastorie, waar de bisschop werd ontvangen door den pastoor der kerk, den Z.Ew. heer van Erp, een brede schare van geestelijken, onder wie wij den H.Ew. heer Deken, mgr. Bronsgeest, opmerkten, en de zangers weer een mooi nummer uitvoerden. Hierop richtte de bisschop het woord tot de voor de rijk versierde kerk en pastorie verzamelde menigte om dank te brengen voor de zoo schitterende ontvangst en de parochianen geluk te wenshen met hun nieuw tempelgebouw, waarna de stoet werd ontbonden.

Vermelding verdient dat de bloemen- en plantenversiering en het vele en fraaie schilderwerk geheel belangeloos werd uitgevoerd door de firma Jansen-Miggels en den heer G.Th. v. Marwijk.

Hedenmorgen ten 7½ uur had de plechtige inwijding van het nieuwe kerkgebouw plaats, waarvan wij de volgende beknopte beschrijving geven:

De statige St. Antoniuskerk vormt het middelpunt van een uitgebreid complex gebouwen, dat op grootsche wijze belooft het centrum te worden van een nieuw stadsgedeelte van Nijmegen. Zij is geplaatst op pl.m. 15 Meter van de straat en met de façade daarheen gekeerd, waarvan de monumentale hoofdtoren, oprijzende naast de middenbeuk, indruk maaakt tegenover den van Nijmegen komende Willemsweg, aldus èn het gebouwensamenstel èn den weg beheerschend.

De kerkbouw is een rijk opgevat ontwerp in vroeg middeleeuwsch karakter. Het driebeukig plan heeft den kruisvorm en verkrijgt in die kruisarmen eene binnenbreedte van bijna 28M., doordien het 10 M. breede middenschip daar ter wederzijden met twee hoofdbeukvakken wordt uitgebreid; bovendien gaat daar de achterzijdebeuk nog met een vak om, zoodat eene grootsche ruimte-ontwikkeling is verkregen, die het oog op de altaren vrij laat. De groote toren verheft zich voor de linkerzijbeuk, zoodat het middenschip tot de façade is doorgetrokken en daar de volle breedte in drie portalen met kolonnade en frontalen ingeddeld, ingang geeft tot de kerkruim, terwijl daarboven ook over de volle breedte zich het zangkoor ontwikkelen kon.

Het eerstvolgend hoofdbeukvak is buiten de zijbeuken nog met twee hoog opgaande kapellen uitgebreid, waarvan de linker- ten deele gedekt door den toren- de doopkapel en de rechter- vrij uitgaande-  de afzonderlijke kapel voor den Patroon der Kerk, om aan devotie tot dezen Heilige ruimer gelegenheid te geven.

Hoofd- en zijbeuken zijn aan de koorzijde veelhoekig omsloten en de sluitwand der absis zelve is een open kolonnade, rustend op slanke pijlers, waarachter een omgang, die in verband staat met de Sacristie aan de eene zijde en aan de andere met een Oratoire der Zusters, die haar in de onmiddelijke nabijheid gelegen Gesticht daarmede door een kloostergang verbonden zien. De toren gaat in massale vormen op tot den nok van het middenschip, vanwaar hij, door beëindiging der steunbeerin in steenen spitsen, overgaat in een ongelijkzijdig achtkant, waarvan de groote zijden in open kolonnades en sectiel-wijzerplaten de klokkenverdieping teekenen.

Voor het rechterzijschip stamt de kleinere traptoren, bekroond met zadeldak en spits en die, evenals de kapellen in het priesterkoor, door een galerijversiering onder de gootlijst, bij die bekroning een feine detailleering van den breeden hoofdvorm toont. Op de viering der daken van middenschip en kruisarmen rijst bovendien de slanke, hoogopgaade Angelustoren.

Aan de linkerzijde leunen zich, tusschen kruisarm en doopkapel, twee ruime Catechismuskamers tegen de zijbeuk aan. De geheele bouw is met steenen kruisgewelven overspannen, waarvan de druk aan de buitenzijde door slanke luchtbogen wordt geschoord.

Draagt het uiterlijk door zijn krachtige vormen en degelijk materiaal, waarbij in ruime mate van hardsteen voor afdekkingen werd gebruik gemakt, een solied karakter, aan het inwendige is door onderdeeling en intonatie een intiem karakter gegeven, dat tot ernstige steuning wekt. Daarbij is een zachtgele lichttempering verkregen, die aangenaam aandoet, vooreerst door toepassing van gelen verblendsteen voor alle pilasters, lijsten, kolonneindeeling en gewelfribben alsook door een rondgaande lambriseering van deze steen, gestoken door een lijst van fijngetinte Bricorna en verder door de beglazing der vensters met lichtgetint Cathedraalglas, in lood gezet in rustig dessin.

De hoofdbeuk rust op 4 groote en 10 kleine kolommen, allen van Reffroysteen en de afsluiting der absis op kolommen van gepolijst rood Saksisch graniet, welke allen door karaktervol gebeeldhouwde kapiteelen zijn gedekt.

Het geheele beeldhouwwerk der kerk prijkt in het priesterkoor met zinnebeeldige voorstellingen van het H. Sacrement. Naast de kerk en in verbinding daarmede staat op ongeveer gelijken afstand van de straat de ruime Pastorie met haar silhoutte-vol spel, die zich geheel aansluit bij de vormen van den kerkbouw en toch haar zelfstandig woningtype behoudt.

Het uitgebreide terrein wordt omsloten door een karaktervol gesmeed ijzeren hekwerk aan de Groenestraat en ter zijde, waarin de noodige breede inrijpoorten en toegangen, of verderop door een muurwerk, dat zich ook voortzet langs den bouw van het aan de zijstraat- den Dobbelmannweg- liggende gesticht met scholen der Fransche Zusters (Filles de Nôtre Dame), die daar onder den naam van haar Patronesse, de gelukzalige Jeanne de Lestonac, onderwijs geven aan de vrouwelijke jeugd der Parochie.

Architect van dezen bouw is de heer A.A.J. Margy te Rotterdam; aannemer de heer N.J.H. van Groenendaal, te Breda; hoofdopzichter van de kerk de heer A.B. Nuyten en tweede opzichter de heer C. Roffelsen, terwijl het toezicht op den bouw van klooster en scholen was opgedragen aan den heer van Lieshout.” (PGNC 9/8/1910)

Kerkhof

Een mooie plek binnen de Hazenkamp is het kerkhof achter de kerk. In 1909 vroeg pastoor N.J. van Erp van de parochie H. Antonius en St. Anna toestemming om een begraafplaats aan te leggen bij kerk. Daarop verleende het gemeentebestuur toestemming en in 1910 was de eerste begrafenis. Daarna is het kerkhof twee keer uitgebreid.

Bronnen

h3eenheid, de site van de huidige parochie

https://nl.wikipedia.org/wiki/Groenestraatkerk

https://nl.wikipedia.org/wiki/Kerkbouw-stichting

https://nl.wikipedia.org/wiki/Fraters_van_Tilburg

https://nl.wikipedia.org/wiki/Albert_Margry

https://nl.wikipedia.org/wiki/Kruisbasiliek

https://www.noviomagus.nl/Vrij/Groenestraatkerk/GroenestraatkerkCat.html, met veel foto’s

Willemskwartier

De Willemsstraat wordt in 1895 al genoemd, waarbij de naam in maart 1904 wordt gewijzigd naar Willemsweg. Het is niet…

Hertogplein met van der Stad en Brandweergarage, gezien vanuit de Gerard Noodtstraat, foto gedateerd 1955 (F27389 RAN)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

Van der Stad architect Rodenburg

Belangrijke winkelbouw op de hoek Hertogstraat

Hertogplein met van der Stad en Brandweergarage, gezien vanuit de Gerard Noodtstraat, foto gedateerd 1955 (F27389 RAN)
Hertogplein met van der Stad en Brandweergarage, gezien vanuit de Gerard Noodtstraat, foto gedateerd 1955 (F27389 RAN)

Vooraf

Het uitgebrande pand van Van der Stad, op de hoek met de Van Broeckhuysenstraat, 1944 (F14519 RAN)
Het uitgebrande pand van Van der Stad, op de hoek met de Van Broeckhuysenstraat, 1944 (F14519 RAN)

Zoals onderstaand artikel begint, was de ijzerhandel van der Stad op 2 oktober 1944 verwoest bij een bombardement

Bouw

Belangrijke winkelbouw op de hoek Hertogstraat

Ijzerhandel Fa. v.d. Stad opent in Maart

Dan wordt deze reeds vanaf 1879 bestaande zaak, waarvan het in 1909 gebouwde pand op 2 Oct. 1944 door bombardement te gronde ging, nagenoeg op dezelfde plaats opnieuw geopend. Een reuze-complex van 7000 kubieke meter inhoud, 16 meter hoog en met een gevelbreedte van 35 meter. Half April l.l. werd met de bouw hiervan door Molenaar’s Aannemersbedrijf en onder R.G. Rodenburg als architect, beiden te Nijmegen, begonnen.

De eigenaren de Gebr. Hendriks zullen, gelijk zich laat indenken, de dag zegenen, waarop zij hun zaak, die als noodoplossing in de vroegere toonzaal van de Gasfabriek in de van Broeckhuysenstraat 25 en daarnaast in het magazijn in de Ziekerstraat en in meerdere pakhuizen her en der in de stad verspreid is ondergebracht, uit de veel te kleine ruimte kunnen verlossen en naar het gebouw, waar alles zoveel mogelijk bijeen is kunnen overbrengen.

Wij hebben de tekening van deze indrukwekkende reus gezien en de voorspoedige bouw in ogenschouw genomen.

Het wordt een strakke, imposante gevel, met een luifel van 1.20 m. boven h. totaal acht etalages. Het dak heeft een schuine kap met donker-blauwe pannen, terwijl de gevel in handvormsteen en met granieten omlijsting van de ramen worden uitgevoerd.

Onder het hele pand komt een magazijnkelder van 560 vierkante meter. De parterre bestaat uit een winkel in ijzerwaren en winkel in huishoudelijke artikelen, onderling met elkaar verbonden. Verder zijn daar de kantoren aan de achterzijde en daarnaast magazijnruimte. Op de eerste verdieping komen de monsterkamers en verder magazijnruimte, terwijl hier bovendien drie bovenhuizen komen.

Eenzelfde aantal bovenhuizen komt op de tweede verdieping, waar de Fa. van der Stad voor het overige gedeelte van de hier beschikbare ruimte weer magazijnruimte krijgt.

De derde verdieping tenslotte bevat de zolders van de bovenhuizen en voor het overige alweer magazijnruimte voor de fa. van der Stad, die hiervan blijkbaar nog al een en ander kan gebruiken.

Voor de stad en met name voor de omgeving van de Hertogstraat is het van het grootste belang dat de activiteit en het doorzettingsvermogen van de Gebr. Hendriks met een voltooide bouw worden bekroond.

Naast deze bouw zal een gang komen, nodig voor expiditie doeleinden van de fa. v.d. Stad; daarnaast worden nog enkele winkelhuizen gebouwd op de plaats waar zich thans de brandweerkazerne bevindt, die gaat verdwijnen. En naast deze huizen komt dan de doorgang, die de Hertogstraat met Mariënburg verbindt. Een weg, die via Mariënburg naar het Centrum-plein voert. Een belangrijke verandering, waardoor het centrum van de stad makkelijker binnen het bereik wordt gebracht van andere drukke stadswijken.” (De Gelderlander 3/11/1949)

Architect Rodenburg

Lees hier over architect Rodenburg:

Hertogstraat

De Hertogstraat is afgeleid van een heerstraat, een Romeinse legerweg. In ieder geval was de straat en omgeving in de…

Van Welderenstraat 75 (oktober 2024)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag, Van Welderenstraat

Van Welderenstraat 75

1887, Rijksmonument

Van Welderenstraat 75 (oktober 2024)
Van Welderenstraat 75 (oktober 2024)

Op Van Welderenstraat 75 bevindt zicht het voormalig eigen woonhuis annex werkplaats van Maurits. Het pand is gebouwd in neorenaissancestijl.

Het Gezin Maurits

Wilhelmus Johannes Maurits Bevolkingsregister 1880 (Invnr 33039 archiefnr 679 RAN)
Wilhelmus Johannes Maurits Bevolkingsregister 1880 (Invnr 33039 archiefnr 679 RAN)

Wanneer hij in zijn eigen ontworpen huis gaat wonen, is het adres Van Welderenstraat 41; Het “blauwe potlood” heeft op een later tijdstip “van Welderenstraat 25” bij de Aanmerkingen geschreven. Zijn beroep is “aannemer”. Hij is dan afkomstig van Bloemerstraat 77. Op 18-5-1888 is Maurits getrouwd met Adѐle Baumgartner (31-1-1865 Corcelles, Zwitserland).

Kinderen (op de kaart van het Bevolkingsregister 1880):

  • Carel Hendrik Reinier 21-7-1889 Nijmegen
  • Anna Bartholda 11-7-1890 Nijmegen

Daarnaast woont Carel Hendrik Reinier Maurits (13?-7-1825 Nijmegen), “verwant” en “weduwnaar” bij het gezin in.

Lees hier verder over architect Maurits:

Wilhelmus Johannes Maurits: architect van monumenten in Nijmegen

Architect Wilhelmus Johannes Maurits ontwierp veel gebouwen in de eerste uitbreiding van Nijmegen. Deze vond plaats op terreinen waar voorheen vestingwerken hadden gestaan of de aanpalende terreinen. Veel van zijn gebouwen zijn een monument of maken in ieder geval onderdeel uit van een beschermd stadsdeel.

Lees verder

Vervolg: Werkplaats en “Fabriek”

Er is nog niet volledig onderzocht wat het vervolg is geweest, mede vanwege het feit dat er sprake is geweest van hernummeringen.

In ieder geval zit Aannemer J.J. de Groot er in 1934. In de Adresboeken 1963, 1968 en 1971 is het J.J. de Groot en Zoon.

NaamOmschrijvingAdresboekOpmerking
A Frankenz.b.1898, 1899 
H.O. WeijlerGep. Stuurman geouv mar Ned. Indië1902, 1903, 1905 
M.J. Biederlack 1908, 1910-1911 
W.C.M. Rahder 1909 
C. v.d. StadIjzerhandel, Hersteeg 114, particulier adres: van Welderenstraat 75; in 1926 is Stad, Kzn., Fa. C. v.d., (Gebr. Hendriks) nog wel op Hertogstraat 114, maar schijnbaar niet meer verbonden met C. v.d. Stad1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1916, 1920, 1922, 1924, 1926, , 1928In 1920 en 1922: Stad, Firma C. v.d. (W.B. Hendriks) Hersteeg 114;  Ijzerwaren, Huishoudelijke Artikelen, Gereedschappen enz. Kachels, Haarden en Fornuizen; in 1924 Gebr. Hendriks
N.J. v.d. StadMusicus 1922, 1924, 1926, 1928, 1932
Wed. C. v.d. StadGeb. H.E. Dijkman 1932
Mevr. M.C. v.d. Stad  1932
Th.A. de GrootUitvoerder1934 
J.J. de GrootAannemer1936, 1938, 1940 
P.G. de GrootIngenieur1936, 1938, 1940, 1948, 1963In 1963 onder “Aannemers” J.J. de Groot & Zn.
N.V. Aannemings mij J.J. de Groot en Zn.Utiliteitsbouw, verbouwingen1966, 1968, 1971Mogelijk al eerder
H.M. KlompIn 1936 Journalist1936, 1948, 1951 
Mej. J.A.M. de GrootKantoorbediende1948 
Theunissen, echtg. J.F.W.Geb A.P.H.M. de Groot1948 
Echt. W.A.T. TheunissenGeb. M.H.J. van der Sponk1963 

Ten tijde van de lampenwinkel de Glazen Kater in de van Welderenstraat, had deze winkel hier haar werkplaats.

Het huidige horecabedrijf is naar deze “lampenfabriek” vernoemd: de Fabriek. Zie hiervoor ook het interview met Claire Kaal, de eigenaresse van de Fabriek op Indebuurt.nl.

Rijksmonument

Als Rijksmonument is het van architectonische waarde vanwege: “Van architectuurhistorische waarde als goed en gaaf bewaard voorbeeld van een herenhuis met ornamentiek beïnvloed door de neorenaissance. Het pand valt op door hoogwaardige esthetische kwaliteiten, zoals het geavanceerde materiaalgebruik en de rijke ornamentiek. Karakteristiek zijn onder meer de ornamentiek in de voorgevel en de onderdelen in het interieur. Er is sprake van een ensemblewerking als onderdeel van de bebouwing langs de Van Welderenstraat, waarbinnen het pand behoort tot de omstreeks 1900 gangbare herenhuizen, welke samen met de oudere en latere typen en stijlen goed de ontwikkeling van de bouw van herenhuizen weergeven.” Daarnaast is het momument vanwege haar stedebouwkundige en cultuurhistorische waarde.

(Overige) bronnen en verder lezen:

Rijksmonumenten

Zie ook: https://www.noviomagus.nl/h1.php?p=Monumenten/monument_0183.html

C&A Burchtstraat (november 2025)
#Nijmegen, Burchtstraat, Centrum, Gebouw van de dag

C&A Burchtstraat

C&A Burchtstraat (november 2025)
C&A Burchtstraat (november 2025)

In Juli 1929 opent C. en A. haar winkel in Nijmegen, in wat dan de Lange Burchtstraat heet. In november 2025 zit zij nog steeds in dit pand.

In januari 1929 blijkt C. en A. vier winkelhuizen te hebben aangekocht:

Een belangrijke verkoop van panden aan de L. Burchtstraat.

De bekende firma C. en A. Brenninkmeijer, die in vele steden des lands hare zaken in heerenkleeding gevestigd heeft en reeds sinds geruimen tijd naar geschikte panden uitzag om zich ook alhier te vestigen, heeft van de familie Mulder een gedeelte van de panden, behoorende tot het Hotel “Boggia” alhier aangekocht. Het zijn de vier winkelhuizen aan de L. Burchtstraat, gemerkt nos. 35,37.39 en 41, met uitgang in de Stockumstraat. Ze zullen worden geamoveerd om daarop een modern gebouw te kunnen bouwen.

Het Hotel “Boggia” dat het gebouw no. 43 aan de Burchtstraat met de daarbij behoorende garage en de daarachter gelegen panden uitkomend aan Hoogstraatje en Ridderstraat behoudt, zal daarin de zaak op dezelfde wijze als voorheen voortzetten.

Deze verkoop is geschied door bemiddeling van den heer N.S. Verbeek, makelaar, alhier.

Wij hebben op verzoek van partijen niet vroeger van deze zaak melding gemaakt, omdat zij eerst gisteren definitief haar beslag heeft gekregen.” (PGNC 29/1/1929)

Advertentie Aanbesteding C & A (De Gelderlander 27/3/1929)
Advertentie Aanbesteding C & A (De Gelderlander 27/3/1929)

Vervolgens vindt op 8 april de aanbesteding plaats door K. Sickler, architect te Amsterdam, voor “Het afbreken van de bestaande panden, o.a. op het daardoor verkregen terrein het opnieuw bouwen van een gebouw o.a. plaatselijk genummerd Lange Burchtstraat 35-37-39-41 en Stokkumstraat 5-13-15, kad. bekend onder Sectie C. No. 312-311-6447-6448, 348 en ten deels 6446 te Nijmegen.” Bestektekeningen zijn te verkrijgen bij de N.V. Wed. J. Arend & Zoon, Singel 22-24 te Amsterdam.

Opdrachtgever is de N.V. Algemeene Confectiehandel van C. & A. Brenninkmeijer te Amsterdam.

Bij de Opening

Straatbeeld Lange Burchtstraat (de huidige Burchtstraat), eerste helft jaren dertig, gezien vanuit Kelfkensbos. Het laatste pand rechts is de C&A, 1932-1933(Uitg. Weenenk & Snel, Den Haag via F88025 RAN)
Straatbeeld Lange Burchtstraat (de huidige Burchtstraat), eerste helft jaren dertig, gezien vanuit Kelfkensbos. Het laatste pand rechts is de C&A, 1932-1933(Uitg. Weenenk & Snel, Den Haag via F88025 RAN)

Zie ook F12997 RAN, een foto uit 1932, dan nog met grote ruiten. En met de slogan: “C&A is toch voordeeliger”.

En F15507 RAN, een foto uit 1959, waar de C&A rechts te zien is.

Opening filiaal fa. C. en A. Brenninkmeyer.

Ontzaggelijke belangstelling.

Onder ontzaggelijke belangstelling van de zijde van het publiek, heeft hedenmiddag de opening plaats gevonden van de zaak der firma Brenninkmeyer in de Burchtstraat, een feit dat, we zouden haast zeggen, den 27sten September tot een historischen datum voor Nijmegen gemaakt heeft.

Reeds lang vóór de opening toch, die op 3 uur bepaald was, groepten honderden voor het gebouw samen, wier aantal echter spoedig tot een waren menschenmenigte was aangegroeid. Op het trottoir stonden de belangstellenden dicht opeen gepakt om toch maar het eerst den blik te kunnen werpen op wat zoo lang voor het oog verborgen was geweest: slechts met de uiterste moeite kon de politie erin slagen de trambaan vrij te houden, en het verkeer doorgang te verleenen, daar in dit deel der Burchtstraat vele honderden nieuwsgierigen samendrongen. Zelden zal dan ook in Nijmegen een zaak geopend zijn onder zoo overweldigende belangstelling van het publiek.

Even voor het tijdstip van de opening waren wij in de gelegenheid een uiteraard vluchtigen blik te werpen op het inwendige van het gebouw en wij kunnen onzen indruk niet beter weergeven dan door de woorden: grootsch, kostbaar en toch sober. En wat bij het binnenkomen onmiddellijk treft is de groote ruimte, want alle lokaliteiten zijn groot van afmetingen en zijn zalen gelijk.

Daar is in de eerste plaats de ruime entrée die leidt naar de winkelruimte gelijkvloersch, waar men links vindt het z.g. kindervak, recht voor het kinderleggoed en achterin het z.g. groote vak, met de costuum-afdeeling; hier zijn ook een aantal paskamers ondergebracht.

Een breede, indrukwekkende trappenopgang, vervaardigd van kostbaar mahonie-hout, maar desondanks een eenvoudigen indruk makend, leidt naar de tweede verdieping, die bijna het evenbeeld is van de eerste, even groot van afmetingen. Hier zijn o.a. de manterafdeeling en de kinderafdeeling ondergebracht.

Op de derde verdieping zullen de ateliers en zalen voor het personeel worden ingericht: gereed was men hiermede nog niet. Want terwijl beneden het publiek reeds begon binnen te stroomen, was het boven nog een chaos van velerlei bouwmaterialen, die hier nog verwerkt moesten worden. Men zal hier echter zijn tijd over kunnen doen, de verkoop toch, kan reeds een aanvang nemen.

In de winkelzalen zijn de pilaren zonder uitzondering aan alle zijden bekleed met spiegelglas, hetgeen den schitterenden indruk van het geheel nog verhoogd.

Hoewel niet voor ’t publiek toegankelijk, mogen we toch een zeer belangrijke lokaliteit in het gebouw niet vergeten en dat is de enorme, bijna onafzienbare kelder, die zich onder het geheele pand uitstrekt en één groote ruimte vormt, die geheel met goederenvoorraden gevuld is.

Een apart onderdeel van den winkel vormen als het ware de talrijke luxuees ingerichte etalages geheel met teak-hout betimmerd, terwijl hieraan door een staf van bekwame etaleurs de uiterste zorg werd besteed. Zij leggen met hun werk alle eer in; men zal met genoegen zijn blikken hierover laten weiden.

We mogen hier wel constateren dat Nijmegen met de vestiging van dezen winkel van C. en A. -welk een bekendheid verwierven zich deze beide letters- een fraaie, moderne en groote winkelzaak rijker is geworden, die niet zal nalaten het aanzien van onze stad als zaken-centrum te verhoogen en die zeker zal bijdragen tot verfraaiing van dit deel der Burchtstraat.

C. en A. opent met dezen winkel haar achtste zaak in dit jaar; want reeds werden in 1929 ook in het buitenland een zevental filialen gesticht. Zoo o.a. één in Maagdenburg, anderhalf maal zoo groot als het filiaal te Nijmegen, maar dat desondanks in 71 dagen gereed kwam. Toch zal menigeen reeds respect hebben voor de Amerikaansche wijze van bouwen die hier gevolgd is, maar die groot oponthoud ondervond door het feit dat aan de voorzijde van het pand geen materialen mochten worden aangevoerd. De aanvoer geschiedde door het smalle Stockumstraatje, dat dit voor snel werken niet bevorderlijk was spreekt van zelf.

De man volgens wiens plannen dit gebouw werd opgetrokken, was de architect K. Sicker uit Amsterdam; hij heeft voldoening van zijn werk, waarmee hij zich een meester toonde.

Van de firma’s die aan de totstandkoming medewerkten en hiermede een mooi stuk arbeid hebben verricht, noemen wij in de eerste plaats de aannemersfirma v.d. Wal en Woudenberg uit Utrecht-Vlaardingen.

Aannemer van het stucadoorwerk was de firma gebrs. v.d. Bol te Utrecht; het schilderwerk werd verzorgd door P. Zanen te Alblasserdam, terwijl de Utrechtsche Loodgieterscombinatie het lood- en zinkwerk voor haar rekening nam. Het behangsel en linoleum werden geleverd door de firma Wolting te Amsterdam, het glas in lood door Lenoble te Haarlem, terwijl tenslotte de firma Merx en Beerboom alhier de centrale verwarming aanlegde.

Tot slot moge hier nog een overzicht van de totstandkoming van het gebouw volgen:

  • 11 Mei 1929. Telefonische opdracht gegeven door den Architect.
  • 11 Mei. Aangevangen met het sloopen der perceelen Lange Burchtstraat 35037039041 en Stockumstraat 13-15.
  • 14 Juli. Inmiddels begonnen met het ontgraven der achterterreinen voor den kelder, welke onder het geheele gebouw komt met een oppervlak van 1000 vierk. Meter en 3.10 M. diepte onder den beganen grond.
  • 12 Juni. Om des middags 1 uur de eerste steen gelegd der keldermuren.
  • 15 Juni. Bovengenoemde gebouwen zijn gesloopt tot den beganen grond.
  • 22 Juni. Aangevangen met het storten der gewapend-beton kolommen in den kelder.
  • 5 Juli. Begonnen met het sorten van 1000 vierk. M. grooten gewapend-betonvloer op den beganen grond.
  • 18 Juli. Begonnen met het stellen der ijzeren kolommen.
  • 20 Juli. Leggen der balklaag 1e verdieping.
  • 25 Juli. Leggen der balklaag 2e verdieping.
  • 5 Augustus. Aanvang stucadoorswerk.
  • 6 Augustus. De helft van het gebouw (noodbedekking) is waterdicht.
  • 14 Augustus. Stellen der kapspanten.
  • 21 Augustus. Tweede helft van het gebouw (noodbedekking) is waterdicht.
  • 13 September. Keldervloer en wanden gereed en in gebruik genomen en pl.m. 6000 karren met uitgegraven grond vervoerd.
  • 24 September. Inzetten spiegelglas in étalages.
  • 25 September. Stucadoorswerk gereed.
  • 27 September. Opening der zaak.

Bij de opening der zaak op hedenmiddag, had het inwendige van den winkel een bij uitstek feestelijk aanzien, door de talrijke bloemstukken, die van vele zijden ter felicitatie gezonden waren. In den loop van den middag kwamen nog vele schriftelijke gelukwenschen en telegrammen binnen.” (PGNC 27/9/1929)

Metselwerk C&A, Burchtstraat (november 2025)
Metselwerk C&A, Burchtstraat (november 2025)

Clemens & August Brenninkmeijer

C&A is vernoemd naar de broers Clemens & August Brenninkmerijer. Zij waren zogenaamde textielteuten (of todden of tuötten) uit Mettingen, Westfalen. In 1841 openden zij een opslag in Sneek, zodat ze minder vaak naar Westfalen hoefden te reizen. Ook openden zij in 1841 een winkel in confectiekleding aan de Oosterdijk in Sneek. Daarna volgde uitbreiding: in 1881 in Leeuwarden en in 1893 een winkel in Amsterdam. Daarna zouden vele winkels volgen. Ook opende C&A in 1911 haar eerste buitenlandse winkel i Duitsland. (Wikipedia).

Kasper Sickler

Kasper Sickler (Blitar, 16-11-1877 – Amsterdam, 01-07-1945) was de huisarchitect van C&A. Daarnaast was hij de Daarbij was hij huisarchitect van het Protestants Weduwen- en Wezenfonds in Amsterdam.

Hij “was destijds ook de vaste architect van kledingwinkelketen C&A. Hij ontwierp diverse nieuwe C&A-panden in den lande en leidde in 1930 de verbouwing van het door Berlage ontworpen complex aan het Damrak, dat later door brand verloren ging.” https://amsterdamopdekaart.nl/1850-1940/Tweede_Hugo_de_Grootstraat/3-17

Gevonden werken:

Vervolg

Er is nog niet uitgebreid onderzocht wat het vervolg is geweest. In ieder geval in 1975 Burchtstraat 65 bij de winkel getrokken. “traat 67 was gevestigd. Onder de binnenplaats van nr. 65 kwam een roltrapput te zitten. Op begane grondniveau en de eerste verdieping werden de gehele rechter zijgevel en achtergevel verwijderd, zodat er samen met nr. 67 een grote winkelruimte ontstond. Ook de balklagen van deze verdiepingen werden geheel vernieuwd.” (Gemeentelijke Monumentenlijst)

Beeldbepalend

“Het pand is vanwege de voorgevel beeldbepalend in het rijksbeschermde Stadsgezicht.” Daarnaast is de kelder van nummer 65 “bouwhistorische waarde vanwege de hoge kelder met tongewelf uit de late middeleeuwen. De bescherming heeft betrekking op de bouwhistorische verwachting van de kelder. De overige verdiepingen vallen buiten de bescherming.”

Overige bron:

Burchtstraat

De Burchtstraat is al eeuwenlang een van de belangrijkste straten van Nijmegen. Eeuwenlang was deze van belang doordat het de…

Voormalige Rotterdamsche Bankvereeniging en Cinemarienburg, tegenwoordig Humphrey's (november 2025)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag, Marienburg

Rotterdamsche Bankvereeniging architect Deur

1930 Mariënburg

Voormalige Rotterdamsche Bankvereeniging en Cinemarienburg, tegenwoordig Humphrey's (november 2025)
Voormalige Rotterdamsche Bankvereeniging en Cinemarienburg, tegenwoordig Humphrey’s (november 2025)

Rond het begin van de 20ste eeuw ontstond bij de Mariënburg het financiële centrum van Nijmegen. Een van de banken die zich er vestigden was de Rotterdamsche Bankvereening. Het huidige beeld van de voorgevel van het gebouw is voornamelijk afkomstig van de verbouwing tot bank van de Rotterdamsche Bankvereeniging door architect Deur.

W. E. P. Monhemius en Co.’s Bank

Ontwerp voor het maken van een huisriool voor een perceel aan het Marienburgplein te Nijmegen. Dorlas en Semmelink, architecten en aannemers, Datum Bouwdossier 8-8-1911  (D12.382055)
Ontwerp voor het maken van een huisriool voor een perceel aan het Marienburgplein te Nijmegen. Dorlas en Semmelink, architecten en aannemers, Datum Bouwdossier 8-8-1911 (D12.382055)

De eerstgevonden bouwtekening is uit 1911 voor de aanleg van het riool (“perceel aan het Marienburgplein D12.382055). Het gebouw bestaat dan uit 2 verdiepingen. Met op de begane grond elk 1 kantoor, met daarboven een bovenwoning. En dan heeft pand als bank natuurlijk een kelder met de zeer belangrijke kluis.

W. E. P. Monhemius en Co.’s Bank.

Het Mariënburg wordt meer en meer een der centra van ’t Nijmeegsch handelsverkeer. De Nederlandsche Bank deed er haar nieuwe gebouw optrekken, de kantoren van „de Nederlanden van 1845” naderen hun voltooiing en thans kunnen wij eenige bijzonderheden mededeelen aangaande het nieuwe gebouw der W. E. P. Monhemius en Co.’s Bank, dat naast eerstgenoemd pand verrezen is en met den in dezelfde kleur gehouden gevel daarbij goed aanpast.

De W. E. P. Monhemius en Co.’s Bank, welke onder directie van de heeren W. E. P. Monhemius en J. N. Krudop verscheidene jaren gevestigd was in het perceel Oude Stadsgracht 12, heeft de uitbreiding harer zaken op hoogst gelukkige wijze bekroond door het betrekken van dit nieuwe gebouw, dat aan alle eischen van het moderne handelswezen voldoet. De voorgevel is opgetrokken in Romaanschen stijl, vooral tot uiting komend in den monumentalen hoofdingang en de loggia’s met massieve pilasters aan de boven-verdieping. Is men het gebouw binnengedreden, dan geeft de eerste deur rechts toegang tot het vertrek voor het publiek bestemd.

Een keurig, stijlvol interieur doet hier het oogen aangenaam aan. Door de gedeeltelijk matgelazen ruiten stroomt het daglicht naar binnen en des avonds neemt de lichtbron der electrische centrale hier de taak van de natuur over. Een portière leidt naar het bureau der directie, dat ook een keurig­­en indruk maakt. Hier sieren o.a. groote foto’s van de kluis en de bij de vervaardiging daarvan gebezigde pantserstangen de muren.

Achter in den corridor, waar toiletgelegenheden niet ontbreken, bevindt zich de trap welke naar den kluis­kelder voert. Ook hier heeft men het zeer comfortabel weten te maken. In de hoeken zijn kleine kamertjes aangebracht voor hen die zich met het hoogst aangename werk van coupon­knippen plegen te occupeeren. Electrische schellen verbinden deze kamertjes met de kantoren boven. Het voornaamste van den kelder is evenwel de kluis, waarbij de nieuwste vindingen op dit gebied in toepassing zijn gebracht.

De kluis zelf is gebouwd met dikke betonmuren, dus een op zichzelf reeds zeer hard materiaal. Ter meerdere beveiliging is in het beton nog een netwerk van zware compound panterstangen opgesteld en wel in drie rijen, zoodat bij inbraakpogingen de werktuigen steeds stuiten op dit speciaal voor dit doel gefabriceerd materiaal en een doorbreken van den kluismuur wel tot de onmogelijkheden gerekend kan worden. Zoowel de vloer en zolder alsook de staande wander der kluis zijn van deze bescherming voorzien. Met deze reeds zeer groote zekerheid stelde de directie zich nog niet tevreden. Zij wilde zich dagelijks van den onbeschadigden toestand van de kluiswanden kunnen overtuigen en daartoe werd rondom de kluis een z.g. controlegang ontworpen. De kluis staat dus langs alle wanden vrij en de minste beschadiging der kluiswanden door inbrekers wordt bij de dagelijksche inspectie direct opgemerkt.

Natuurlijk mogen ook de ingangen tot de kluis geen zwak punt vormen, daar deze nu als het ware de aangewezen punten zijn voor inbrekers om hunne krachten te beproeven. Een zware kluisdeur en een kleinere nooddeur in dezelfde massieve constructie zorgen hier, dat alle gevaar is afgewend. De blanke kanten van deur en raam sluiten zuiver in elkander, terwijl zware massieve rondstaalschoten de deur gesloten houden. Dit sluitwerk wordt weder vastgezet door een prima kwaliteit sleutelslot alsmede door een geheimslot, dat alleen geopend kan worden indien men met de gestelde combinatie bekend is. Daar deze combinatie elk oogenblik veranderd kan worden en een verscheidenheid van 100 milioen combinaties bereikt is, kan deze afsluiting ook alleszins voldoende geacht worden.

Ter bescherming ten aanvullen met den acetyleen- en zuurstofbrander zijn in deze zwaar gepantserde legeeringen aangebracht, welke de eigenschap bezitten bij bewerking met den brander giftige gassen te ontwikkelen, ontploffingen te veroorzaken, waardoor de branders defect raken en meer dergelijke zaken, die den inbreker minder aangenaam zullen zijn, daar zij gewoonlijk van rust en stilte houden. Zou de inbreker evenwel niettegenstaande deze verrassingen toch verder willen „werken”, dan zouden de zware giftige gassen hem alras noodzaken het veld te ruimen indien hij prijs op zijn leven stelt. De deur heeft dus niet alleen een defensief maar ook een offensief karakter.

Na opening der massieve kluisdeur treden we den burcht van pantserstaal binnen en zien tegen den achterwand der kluis een safeblok opgesteld, waarin de klanten der Bank tegen billijke vergoeding hunne waarden kunnen bergen. Een dergelijk safeblok bevat verschillende loketten in diverse afmetingen. Elk loket is afgesloten met een stalen deurtje, welk laatste door een speciaal slot, dat onder controle van den huurder en de Bank geopend moet worden, tegen opening door onbevoegden is voorzien. Een gedeelte der loketten is voorzien van sloten, welke verwisselbaar zijn met de andere sloten der installatie, waardoor fraude met sleutels voorkomen is, terwijl een ander gedeelte voorzien is van combinatiesluitingen, die door den huurder op een willekeurig woord ingesteld kunnen worden.

De directie der W. E. P. Monhemius en Co.’s Bank biedt met deze nieuwe kluis haar cliënteele een zekerheid, die gewaarborgd wordt door de jongste toepassingen der wetenschap en vindingen der techniek. Beter waarborgen zullen bezwaarlijk gevonden kunnen worden. Deze kluisinrichting doet dan ook haar, zoowel als de N. V. Lips’ brandkasten- en slotenfabrieken te Dordrecht alle eer aan.

In een gedeelte van het gebouw zijn de kantoren gevestigd der Hollandsche Sociëteit van Levensverzekeringen 1807. Boven de kantoren zijn twee woningen gebouwd, zeer comfortabel ingerichte bovenhuizen, welke reeds verhuurd zijn.

Architecten van het gebouw zijn de heeren Dorlas en Semmelink alhier, onder wier leiding der plannen tevens zijn uitgevoerd. In beide opzichten, zonwel wat het ontwerp als de uitvoering betreft, hebben zij alle eer met hun werk ingelegd.

Blijkens eene advertentie in dit nummer clientèle en verdere belangstellenden uitgenodigd het nieuwe bankgebouw met kluis te bezichtigen.” (PGNC 23/2/1912)

Verbouwing 1918/1919 voor Nationale Bankvereeniging

Vanuit de Van Broeckhuysenstraat via het Mariënburg, in de richting van de Mariënburgsestraat, rechts de Nationale Bankvereeniging en Hotel Café "De Karseboom" met kegelbaan, 1926 (F29714 RAN)
Vanuit de Van Broeckhuysenstraat via het Mariënburg, in de richting van de Mariënburgsestraat, rechts de Nationale Bankvereeniging en Hotel Café “De Karseboom” met kegelbaan, 1926 (F29714 RAN)

1 juli 1918 (“heden”, dus mogelijk de dag ervoor) opent de Nationale Bankvereeniging in het pand. Dan is het haar 65tste vestiging sinds haar oprichting in 1916. Deze bank was opgezet door Rotterdamsche Bankvereeniging die tevens grootaandeelhouder van deze bank was. In 1929 werd de Nationale Bankvereeniging geintegreerd in de Rotterdamsche Bankvereeniging. (wikipedia)

Bijzonder is, dat vanaf dat moment een aantal verbouwingen zullen plaatsvinden, terwijl de bank geopend blijft. (PGNC 1/7/1918)

Nationale Bankvereeniging Bestaande Toestand in februari 1929 (D12.393768)
Nationale Bankvereeniging Bestaande Toestand in februari 1929 (D12.393768)

In januari 1919 is de verbouwing voltooid, waarbij de kantoren zijn samengevoegd. Opvallend is vooral de grote uitbreiding van het kantoor voor 20 beambten in de voormalige tuin, de ruime entrée en de effectenhal. De architect is de “huis-architect” H.F. Mertens:

Verbouwing Perceel Marienburg 64-65-66 te Nijmegen tot Kantoor der Nationale Bankvereeniging , datum Bouwdossier 25-6-1918 (D12.385395)
Verbouwing Perceel Marienburg 64-65-66 te Nijmegen tot Kantoor der Nationale Bankvereeniging , datum Bouwdossier 25-6-1918 (D12.385395)

Architect H.F. Mertens

Hermann Friedrich Mertens (Batavia, 15 augustus 1885 – Loosdrecht, 27 januari 1960) was een Nederlandse architect. Hij studeerde aan de Technische Hogeschool Delft. Hij werkte aanvankelijk onder andere als meubelontwerper en een korte tijd in Nederlands-Indië. Hij was adjunct-directeur gemeentewerken in Arnhem. Daarnaast was hij in dienst voor het ontwerpen van bankgebouwen voor de Nationale Bankvereniging. Uiteindelijk vestigt hij zich in 1922 als zelfstandig architect in Bilthoven.

Belangrijke ontwerpen van hem zijn:

  • Betondorp, Amsterdam
  • Toenmalige Unilever hoofdkantoor, Rotterdam
  • Sanatorium Zonnegloren, Soestduinen
  • Watertorens Soest, Stadskanaal, Oude-Pekela en Bilthoven.

Na de Tweede Wereldoorlog werd Mertens aangesteld als supervisor van de wederopbouw van de Rotterdamse binnenstad (Wikipedia).

Advertentie van de Nationale Bankvereeniging (PGNC 20/7/1918)
Advertentie van de Nationale Bankvereeniging (PGNC 20/7/1918)

Rotterdamsche Bankvereeniging

Gebouw van de vroegere Rotterdamsche Bankvereeniging, Mariënburg 60, 1979 (Fotopersbureau Gelderland via F29589 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
Gebouw van de vroegere Rotterdamsche Bankvereeniging, Mariënburg 60, 1979 (Fotopersbureau Gelderland via F29589 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)

De Rotterdamsche Bankvereeniging (Rova) was de benaming van de Rotterdamsche Bank tussen 1911 en 1947. Het was een van de voorlopers van de AMRO Bank, welke een fusie was van de Rotterdamsche met de Amsterdamsche Bank. En daarmee een voorloper van de ABN AMRO.

In 1929 vroeg de Rotterdamsche Bankvereeniging aan architect Deur om een ontwerp te maken. Daarbij zijn er in het Digitaal Archief 2 ontwerpen: waarschijnlijk is het eerste plan nooit uitgevoerd en het “Gewijzigd ontwerp” wel. Uit de plattegrond van de bouwtekening (zie hieronder) wordt duidelijk dat het pand met ongeveer 1/3 is vergroot: het linkergedeelte met onder andere het portiek.

Bij de Opening

Het nieuwe gebouw van de Rotterdamsche Bankvereeniging.

De nieuwe kantoren en de kluisinrichting der Rotterdamsche Bankvereeniging aan het Mariënburgplein te Nijmegen, met den bouw waarvan eenigen tijd gemoeid was, zijn thans gereed.

Hoewel de voorgevel van de vroegere Nationale Bankvereeniging nog in zeer goeden toestand verkeerde, heeft de directie niet geschroomd tot slooping van dien gevel over te gaan ten einde een behoorlijk bouwkunstig geheel te verkrijgen.

De nieuwe gevel, met de heldere kleur van den daarin verwerkten metselsteen en de hooge met donker geglasuurde Deester pannen gedekte kap, vormt een goeden achtergrond voor de, het plein overheerschende kapel.

Gewijzigd plan Rotterdamsche Bankvereening architect Deur (D12.395205)
Gewijzigd plan Rotterdamsche Bankvereening architect Deur (D12.395205)

De architect ir. J.G. Deur, te Nijmegen, zag zich voor de moeilijkheid geplaatst de vroeger zeer verbrokkeld aandoende pleinwand te sluiten. Hij vond een zeer goede oplossing door het aanbrengen van een gootlijst juist midden tusschen de op zeer verschillende hoogten liggende kroonlijsten der belendende perceelen, waardoor een trapsgewijs omhoog springen van de bouwdeelen van den pleinwand werd verkregen.

De raamvorm, de betrekkelijke geslotenheid van den gevel en het ontbreken van alle overbodige versiering helpen tenslotte een massieven, degelijken indruk vestigen.

Gewijzigd plan Uitbreidingsplan aan het Mariënburg, december 1929 IRr. J. George Deur (D12.395204)
Gewijzigd plan Uitbreidingsplan aan het Mariënburg, december 1929 IRr. J. George Deur (D12.395204)

Het inwendige van het gebouw voldoet aan de eischen die men aan een modern bankgebouw kan stellen.

Aan de bestaande kluisinrichting, die in verband met de expansie van het bedrijf dringend om uitbreiding vroeg, werd een andere bestemming gegeven. Onder het nieuwe gedeelte werd een geheel naar de eischen des tijds ingerichte Lips kluisinrichting ingebouwd, met de noodige accommodatie-ruimten en annexen ten gerieve van het beleggend publiek.

Ten dienste van het bankbedrijf werd een ruime, fraai ingerichte en overzichtelijke kassahal geprojecteerd, waarvan een doelmatig afgescheiden gedeelte voor de effectencliëntèle is gereserveerd. Een rustig gehouden leeskamer, flinke spreek- en wachtkamer met telefoon, benevens rijwielbergplaats zijn voor de relaties beschikbaar.

Aannemer van het werk was de firma H. van Gemert en Zonen te Nijmegen; de stalen ramen werden geleverd door de firma de Vries en Robbé te Gorinchem; het kunstsmeedwerk werd vervaardigd door den heer H. Winkelman b.i. te Amsterdam en het glas in lood door de firma Bilderbeek te Nijmegen.

De natuursteenwerken waren van de Rotterdamsche Steenhouwerij te Rotterdam en van de firma Rengers te Nijmegen; de gewapend betonwerken van de N.V. Nederland te Nijmegen.

De schilderwerken werden verzorgd door de Gebr. Koning, de stoffeering en meubileering door de firma’s Draper van den Broek en M. Jansen, de parketvloeren door de firma M. Drukker en de electrische installatie door de firma Jean Jacobs, allen te Nijmegen, terwijl een geheel in staal uitgevoerd archief werd geleverd door de N.V. Martens Brandkastenfabriek te Doetinchem.

Opzichter was de heer W. van der Waart alhier.” (PGNC 15/2/1930)

Zie ook het verhaal van het oorlogsdagboek:

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Dagboek_Rotterdamsche_Bankvereeniging_N.V.,_kantoor_Nijmegen

Vervolg

Vooraanzicht van Café De Foyer en bioscoop Cinemariënburg, Mariënburg, 27/4/1995 (Ger Loeffen via F36781 RAN CCBYSA)
Vooraanzicht van Café De Foyer en bioscoop Cinemariënburg, Mariënburg, 27/4/1995 (Ger Loeffen via F36781 RAN CCBYSA)

Het vervolg is nog niet geheel onderzocht.

Vanaf 1984 zat filmhuis Cinemariënburg hier in het pand: zoals op de foto uit 1995 hierboven te zien is deze in 1974 begonnen en vierde het in 1994 haar 20-jarig jubileum. De achterbouw is gesloopt en vervangen door nieuwbouw. In ieder zit in 2023 Humphrey’s in het pand.

Voormalige Rotterdamsche Bankvereeniging en Cinemarienburg, in november 2025 Humphrey's; de achterbouw is vervangen door nieuwbouw (november 2025)
Voormalige Rotterdamsche Bankvereeniging en Cinemarienburg, in november 2025 Humphrey’s; de achterbouw is vervangen door nieuwbouw (november 2025)

Gemeentelijk Monument

Het gebouw is een gemeentelijk monument met als tekst bij aanwijzing (tevens is hier een uitgebreide beschrijving te vinden:

“WAARDERING
Architectuurhistorische waarde
Mariënburg 59-60-61 is een goed voorbeeld van een bankgebouw in de expressieve architectuur van rond 1930, die gezien kan worden als een de regionale variant op de Amsterdamse Schoolstijl. Het gebouw is van architectuurhistorisch belang vanwege zijn de expressief vormgegeven voorgevel en kap met de bijzondere en gaaf bewaard gebleven detaillering in de trant van de Amsterdamse School. In het interieur zijn onder meer van belang de centrale bankhal met het pseudo-gewelf en de monumentale keldertrap alsmede de sierbetegeling en de smeedijzeren hekwerken en in iets mindere mate de betegelde keldervloeren en de Lipskluizen.
Het object heeft architectuurhistorische waarde als onderdeel van het oeuvre van de Nijmeegse architect J.G. Deur (1892-1964), landelijk bekend als restauratiearchitect en ontwerper van vele kloosters en kerken. Na aanvankelijk gewerkt te hebben in de trant van de regionale Amsterdamse School werd Deur, zoals veel van zijn collega’s, in de loop van de dertiger jaren van de 20ste eeuw een fervent aanhanger van de ideologie van Delftse School. Mariënburg 59-60-61 is vergelijkbaar met zijn ontwerp voor het Jozefklooster aan de uit 1930.


Stedenbouwkundige waarde
Het pand heeft een situationele waarde vanwege de ligging in een markante reeks historische
gebouwen die in de oorspronkelijke rooilijn aan de oostzijde van het Mariënburg liggen. Het pand vormt binnen deze monumentale gebogen gevelwand door zijn expressief vormgegeven bouwmassa en verschijningsvorm een sterk beeldbepalend element.


Cultuurhistorische waarde
Het object heeft cultuurhistorische waarde vanwege de verschijningsvorm en de voormalige functie, die een uitdrukking vormen van een maatschappelijke ontwikkeling namelijk de concentratie van bankgebouwen rondom het Mariënburg in het begin van de 20ste eeuw, waardoor dit plein het financiële hart van Nijmegen werd.”

Typerende tegelwand (november 2025)
Typerende tegelwand (november 2025)

Mariënburg

Met een slingerende straat én tevens een soort van plein is de Mariënburg misschien wel een van de straten met…

Bijbank Nederlandsche Bank

De bijbank van de Nederlandsche bank aan de Mariënburg, welke later de spaarbank werd. Architect Salm ontwierp het gebouw in…