De gereformeerde Noorderkerk, gebouwd in 1911/1912 naar ontwerp van architect Tjeerd Kuipers (21/12/1857 - 13/11/1942), Bijleveldsingel 1914 (F88885 RAN)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Gereformeerde kerk Bijleveldsingel

1912 Bijleveldsingel, architect Tjeerd Kuipers, gesloopt

De gereformeerde Noorderkerk, gebouwd in 1911/1912 naar ontwerp van architect Tjeerd Kuipers (21/12/1857 - 13/11/1942), Bijleveldsingel 1914 (F88885 RAN)
De gereformeerde Noorderkerk, gebouwd in 1911/1912 naar ontwerp van architect Tjeerd Kuipers (21/12/1857 – 13/11/1942), Bijleveldsingel 1914 (F88885 RAN)

In 1911-1912 liet de Gereformeerde Kerk een nieuwe kerk bouwen op de hoek van de Bijleveldsingel en Staringstraat. Het gebouw aan de Begijnenstraat was inmiddels te klein geworden. Het initiatief was afkomstig van Ds. R. Smeding, die sinds 1910 hier predikant was. De kerk werd gebouwd als de Noorderkerk naar ontwerp van Tjeerd Kuipers. In 1974 is de kerk gesloopt.

Vooraf

Lees hier het artikel over de kerk

Tjeerd Kuipers

Als architect werd Tjeerd Kuipers aangetrokken, die op dat moment al meer dan 50 kerken had ontworpen. Een overzicht van deze kerken is te vinden op wikipedia.

Wikipedia: ” Architect Tjeerd Kuipers ontwierp een grote kruiskerk in rationalistische stijl, met een klokkentoren.” Wel had hij een stompe klokkentoren ontworpen, waar mogelijk op termijn, op het moment dat er voldoende geld beschikbaar zou zijn, daadwerkelijk een klokkenspel zou kunnen worden ingehangen. Ook het orgel ontbrak nog.

Bij de opening

Wedren en Noorderkerk aan de Bijleveldsingel: Adriana Diderika van Houweninge (28/05/1890 - 19/09/1953), tweede dochter van Joachimus (Chiem) van Houweninge (24/03/1859 - 22/02/1936), steenkolenhandelaar, grootgrondbezitter van het gebied op en grenzend aan de Kwakkenberg en oprichter van het gelijknamige villapark, en echtgenote Sophia Frederika Hamerslag (05/02/1862 - 07/10/1936), te paard in het Julianaplantsoen. Op de achtergrond de Wedren, links de hoek Bijleveldsingel/Van Schevichavenstraat (nu Prins Bernhardstraat) en rechts, op de hoek met de Staringstraat, de gereformeerde Noorderkerk uit 1912 (Immanuelkerk), 1914 (F39650 RAN)
Wedren en Noorderkerk aan de Bijleveldsingel: Adriana Diderika van Houweninge (28/05/1890 – 19/09/1953), tweede dochter van Joachimus (Chiem) van Houweninge (24/03/1859 – 22/02/1936), steenkolenhandelaar, grootgrondbezitter van het gebied op en grenzend aan de Kwakkenberg en oprichter van het gelijknamige villapark, en echtgenote Sophia Frederika Hamerslag (05/02/1862 – 07/10/1936), te paard in het Julianaplantsoen. Op de achtergrond de Wedren, links de hoek Bijleveldsingel/Van Schevichavenstraat (nu Prins Bernhardstraat) en rechts, op de hoek met de Staringstraat, de gereformeerde Noorderkerk uit 1912 (Immanuelkerk), 1914 (F39650 RAN)

Een nieuw Kerkgebouw.

Het nieuwe kerkgebouw voor de Gereformeerde Gemeente alhier, dat aan den Bijleveldsingel is opgetrokken, is inwendig zoo goed als voltooid. Genoemde gemeente, welke tot dusver hare godsdienstoefeningen in eene kerk in de Bagijnenstraat hield, zag zich door de uitbreiding van het ledental genoodzaakt een ruimer en meer aan de eischen van den tegenwoordigen tijd beantwoord gebouw te stichten. Dat zij hierin ten volle geslaagd is blijkt ten duidelijkste uit eene bezichtiging van het gebouw, waartoe ons hedenmiddag de gelegenheid werd geboden.

Een drietal deuren is den frontgevel, één hoofd- en twee zij-ingangen, geven toegang tot het schip der kerk, dat evenals het geheele gebouw in breeden, royaal-gedachten stijl is opgetrokken. Ruimte, lucht en licht, de drie hoofdfactoren van den hedendaagschen huizenbouw, zijn hier aanwezig. Groote van gekleurd glas voorziene vensters doen het licht van alle zijden naar binnen stroomen, terwijl ’s avonds electrische lampen een zee van kunstlicht produceren. Voorts is er centrale verwarming, waardoor de kerk in het koude jaargetijde op aangename temperatuur gehouden kan worden.

Het preekgestoelte is opgericht in een uitgebouwde nis in den tegenover de ingangen van de kerk gelegen muur. De voorganger der gemeente heeft dus, als een spreker in de vergaderzaal, zijn auditorium voor zich en niet, gelijk in de oorspronkelijk Roomsch-Kath. kerken, rondom zich, welke laatste voor den Protestantschen eredienst minder geschikt is. Boven den preekstoel is het orgel daarmede door een electrische bel verbonden.

De kerk bevat momenteel 500 zitplaatsen. Mocht de gemeente zich door den tijd echter uitbreiden, dan kunnen door het aanbrengen van 3 galerijen, waarop bij den bouw gerekend is, nog 250 zitplaatsen worden aangebracht.

Rechts van den hoofdingang is de pastorie, aan de achterzijde van het gebouw de kosterswoning, de consistoriekamer en de cathechiseer-zaal. Bij het geheele gebouw is de Romaansche stijl gevolgd, welke vooral in de kerk zelve

Sterk tot den toeschouwer spreekt. Doch ook in de groote ronde vensters boven de ingangen, in den stompen toren, kortom in heel den massalen, breeden bouwtrant treedt genoemde stijl naar voren.

Gelijk de bouwmeester er op gerekend heeft, dat eenmaal, wanneer de gemeente over voldoende fondsen zal kunnen beschikken, een mooi nieuw orgel voor het oude in de plaats zal komen, is ook bij den bouw van den toren aan de mogelijkheid gedacht om er eenmaal een uurwerk en klokkenspel in aan te brengen.

De Gereformeerde Gemeente kan met haar nieuwe gebouw worden gelukgewenscht, terwijl de ontwerper en de aannemer met dit belangrijke werk alle eer inleggen.

Wij laten thans een opgaaf volgen van de personen en firma’s, die aan den bouw van de kerk hebben medegewerkt. Architect is de heer Tjeerd Kuipers, de bekende Amsterdamsche bouwmeester, die reeds 52 kerken heeft gebouwd. Aannemer is de heer J. van Genderen, Amersfoort; de centrale verwarming is geleverd door Stokvis en Cie. Te Arnhem, die electrische installatie door Tasche en Co. te Nijmegen, het gekleurd glas door de firma Bilderbeek en het schilderwerk door den heer A. Mom, alhier.

Begin september werd met den bouw van den kerk begonnen en thans is deze reeds zoover gevorderd, dat het gebouw hedenavond plechtig in gebruik kan worden genomen. Om half acht wordt, zooals wij reeds meldden, een godsdienstoefening gehouden, welke door ds. R. Smeding, den voorganger der Gereformeerde Gemeente, zal worden geleide en waarin nog andere sprekers het woord zullen voeren.” (PGNC 13/1/1912)

Orgel

In 1920 kreeg de Noorderkerk haar kerkorgel. Deze was gebouwd door de firma J.J. Elbertse & Zn. In 1960 volgde een restauratie en vergroting door Van den Berg & Wendt.

Market Garden

De beschadigde Immanuelkerk met links de Staringstraat, september-december 1944 (F28328 RAN)
De beschadigde Immanuelkerk met links de Staringstraat, september-december 1944 (F28328 RAN)

Tijdens de gevechten rond Market Garden raakte de Noorderkerk zwaar beschadigd. Meteen na de bevrijding werd begonnen met het herstel, welke 220.000 gulden kostte. In 1946 kon de herbouwde kerk weer in gebruik worden gesteld.

De restauratie van de gereformeerde Noorderkerk (later Immanuelkerk), Bijleveldsingel, 1945-1947 (F27601 RAN)
De restauratie van de gereformeerde Noorderkerk (later Immanuelkerk), Bijleveldsingel, 1945-1947 (F27601 RAN)

Vervolg: Immanuelkerk en sloop

De Gereformeerde Immanuëlkerk ; op de achtergrond de (voormalige) Gemeentelijke Meisjes Hogere Burgerschool (HBS) aan het Julianaplein (thans Vierdaagseplein); op de voorgrond de Staringstraat, 1949-1951 (Fotopersbureau Gelderland via F15813 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)
De Gereformeerde Immanuëlkerk ; op de achtergrond de (voormalige) Gemeentelijke Meisjes Hogere Burgerschool (HBS) aan het Julianaplein (thans Vierdaagseplein); op de voorgrond de Staringstraat, 1949-1951 (Fotopersbureau Gelderland via F15813 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)

Op het moment dat in 1963 de nieuwbouw van de Maranathakerk aan de Steenbokstraat in gebruik werd genomen, kreeg de Noorderkerk een nieuwe naam: de Immanuëlkerk.

In 1972 of 1973 werd de kerk echter gesloten en een jaar later volgde sloop. Een foto uit maart 1974 vlak voor de afbraak is te zien op F15820 RAN.

Tegenwoordig staat er een appartementencomplex.

(Overige) Bronnen en verder lezen

Noorderkerk, wikipedia https://nl.wikipedia.org/wiki/Noorderkerk_(Nijmegen)

https://resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/lemmata/bwn3/kuipers

https://nl.wikipedia.org/wiki/Tjeerd_Kuipers

Emmalaan 10 Nijmegen voorheen Emmalaan 5. Achitect is Oscar Leeuw, gebouwd in 1902 1903
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Emmalaan 10 (villa 2) architect Oscar Leeuw

1903, Villapark Leeuwenstein Villa 2 Oud adres: Emmalaan 5

Emmalaan 10 Nijmegen voorheen Emmalaan 5. Achitect is Oscar Leeuw, gebouwd in 1902 1903
Emmalaan 10 Nijmegen voorheen Emmalaan 5. Achitect is Oscar Leeuw, gebouwd in 1902 1903

Wat tegenwoordig Emmalaan 10 is, is gebouwd als ‘Villa 2’ in het project Villapark Leeuwenstein. De voorgeschiedenis van Villa 1 en 2 staat weergegeven in het artikel over The Corner:

Kort samengevat: Op 31-12-1902 vindt aanbesteding plaats voor beide villa’s. De architect is Oscar Leeuw. De namen van de eerste bewoners zijn vooralsnog niet bekend. Op veiling van 16 en 30 juli 1907 vindt de veiling van het pand plaats: “De VILLA met TUIN, groot 6.09 A., aan de Emmalaan No. 5 hoek Prinsenlaan, bevattende benden: 2 Kamers (en Suite), Veranda, Keuken en Kelder; boven: 4 Kamers, Balcon, beschoten Zolder en Dienstbodenkamer.” (PGNC 8/7/1907).

Rond die tijd verkoopt M. Verdonck  het pand aan Ph.A Knijff (spoorwegbeamte), die er gaat wonen.

Phillippus Antonius Knijff

Bevolkingsregister 1900

Phillippus Antonius Knijff (22-2-1860 Veenendaal).  Hij is op 25-5-1893 in Nijmegen komen wonen, hij is dan afkomstig van Gouda. Hij komt te wonen in Lange Hezelstraat no 106. Zijn beroep is ‘Spoorbeambte SS’. Hierbij staat SS voor Staatsspoorwegen.

Hij is getrouwd met Lammigje Hellema (9-12-1864 Franeker, 13-1-1941 Nijmegen). Zij hebben 2 zonen:

  • Tjepke Siebern Ariën (8-12-1891 Gouda). Tjepke verhuist mee. Van 12-9-1914 tot 17?-11-1918 is hij naar Zierikzee gegaan. Bij zijn terugkeer staat als beroep onderwijzer. Op 2-5-1919 vertrekt hij naar Batavia, Nederlands Indië.
  • Phillippus Antonius Carolus Theodorus (13-2-1894 Nijmegen). Phillippus is dus geboren in de Lange Hezelstraat. Hij zal maar een paar jaar wonen op de Emmalaan: op 2-9-1910 vertrekt hij naar Amsterdam. Op 8-12-1920 komt hij weer te wonen op Emmalaan 5. Hij is dan afkomstig uit Batavia. Zijn beroep is “1e officier gouvernements Marine N. I.”

(Daarnaast woont van 2-3-1899 tot 23-4-1902 woont een nicht, Wilhelmina Knijff  (15-12-1880) bij hen op de Lange Hezelstraat).

In het Bevolkingsregister 1900 is zijn beroep “1n stations assistent`Spoorbeambte te SS”. De ‘1n’  stations assistent is er bij gevoegd wanneer het adres Lange Hezelstraat no 106 is vervangen door Emmalaan 5. De ‘1n’ is nauwelijks leesbaar en een benadering; in het register van 1910 staat “1e“.  In de opmerkingen staat E.C. 114, waarbij de 4 een vervanging lijkt te zijn. In het register van 1910 staat bovendien de datum 1-1-21: waarschijnlijk is de verandering naar Emmalaan 5 in het register 1900 ook van deze datum.

Emmalaan 10 (dan nog Emmalaan 50, Woningkaart 1920)
Emmalaan 10 (dan nog Emmalaan 50, Woningkaart 1920)

In de adresboeken 1908 t/m 1920 komt Knijff op Emmalaan 5 voor als spoorambtenaar. In het adresboek 1922 t/m 1928 is zijn beroep 1e stationsassistent N.S.. Soms komt hij in kranten voor. Zo is hij in 1918 is hij adjunct stationschef (PGNC 7/8/1918) en onderstationschef De Gelderlander 6/9/1921).

In het adresboek 1932 t/m 1938 staat geen beroep meer vermeld.

Zijn zoon Phillippus komt in 1922 tevens voor op Emmalaan 5, als 1e off. gouv. Marine N. Ind. (Algemeen adresboek van de stad Nijmegen en omliggende dorpen 1922). In de boeken 1924 en 1926 niet, maar in 1928 weer wel. Hij is dan “gezagh. gouv. mar. N.S.

In het Adresboek 1938 komt tevens P.G.H. Ritzer, machinist op dit adres voor.

Lammigje Knijff-Hellema overlijdt op 13-1-1941. Zij is dan 76 jaar (PGNC 14/1/1941).

Philippus Anthonius Knijff overlijdt op 23-8-1942. Hij is dan 82 jaar. (PGNC 29/8/1942)

Na de oorlog

Emmalaan 10, architect Oscar Leeuw, 1972 (Evert F. van der Grinten via F78194 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
Emmalaan 10, architect Oscar Leeuw, 1972 (Evert F. van der Grinten via F78194 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)

In de adresboeken 1948 t/m 1963 zijn de volgende bewoners gevonden. Na 1963 is niet meer onderzocht:

mej. A.M. Hootsmanonderwijzeres1948, 1951, 1955, 1959 (dan mw ipv mj), 1963
mej. C.B.J. Hootsman1948, 1951, 1955, 1959  (dan mw ipv mj), 1963
C.N.J. Hootsman1948, 1951, 1955
mej. M.J.Fr. Hootsmanonderwijzeres1948
P. Diendergepensioneerd1948, 1951, 1955
E. Doetstijd. Hulpkommies belasting1948
A.A. de Rooskellner1951, 1955, 1959, 1963

Buren-borrel: ”

1942 – De 2 zonen Philippe & Tjepke worden mede-eigenaar ( zaten beide sinds 1920 in Indië, de één als marine officier de andere als leraar). Tjepke keert in1930 terug en koopt diverse grondpercelen in Hees en laat er woningen op bouwen.

1948 – verhuurd aan C.N. Bootsman

1966 – De Knijff’s verkopen aan Niesten die er gaat wonen 1985 – Niesten verkoopt aan Frans Aarts/Nellie Breed, die er gaan wonen. Hr Aarts is enkele jaren geleden overleden. Familie Knijff is dus van 1908 tot 1966 dus maar liefst 56 jaar eigenaar geweest! De nazaten Knijff vertrokken naar Den Haag en bezaten tot voor enkele jaren nog diverse panden in Hees.”

Lees ook:

Dubbel woonhuis van architect C.J. Ebing (Guido Gezellestraat 63), gebouwd in 1932 in opdracht van M.W. Lamers (Haps) en W.J.M. Horstink (Nijmegen), Emmalaan 7, 1955 (F88069 RAN)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Emmalaan 5 en 7, architect Ebing

1932

Dubbel woonhuis van architect C.J. Ebing (Guido Gezellestraat 63), gebouwd in 1932 in opdracht van M.W. Lamers (Haps) en W.J.M. Horstink (Nijmegen), Emmalaan 7, 1955 (F88069 RAN)
Dubbel woonhuis van architect C.J. Ebing (Guido Gezellestraat 63), gebouwd in 1932 in opdracht van M.W. Lamers (Haps) en W.J.M. Horstink (Nijmegen), Emmalaan 7, 1955 (F88069 RAN)

In 1932 ontwerpt de architect C.J. Ebing Dubbel (Guido Gezellestraat 63) een dubbel woonhuis, Emmalaan 5 en 7. Dit in opdracht van M.W. Lamers (Haps) en W.J.M. Horstink (Nijmegen). Horstink zal zelf op nummer 5 gaan wonen. Lamers is makelaar van beroep en verkoopt nummer 7 aan B. Kistemaker.

Bij het RAN is hier een foto uit 1955.

Plan v/e dubbel landhuis a/d Emmalaan te Nijmegen Kad bek Neerbosch B3650, datum tekening 12-5-1932 (D12.398217 Detail)
Plan v/e dubbel landhuis a/d Emmalaan te Nijmegen Kad bek Neerbosch B3650, datum tekening 12-5-1932 (D12.398217 Detail)

Emmalaan 5

NaamBeroepAdresboeken
W.J.M. HorstinkOnderwijzer1934, 1936, 1938, 1940
Wed. Th.E.A. Horstink geb. M. Hermsen 1936, 1938
Wed. M.W. Lamers, geb. J.J. Thijssen 1948, 1951, 1955
Horstink, wed. F.Th.J. geb. M.J.H. Lamers 1948, 1951, 1955, 1959, 1963, 1966, 1968
J.R.A. Lamers 1959
M.W.I.M. Horstink 1966
Gevonden namen en jaartallen in Adresboeken

Merk bij 1948 de weduwe Horstink-Lamers op. Mogelijk/waarschijnlijk waren de aanvragers Horstink en Lamers voor de bouwvergunning familie? Dit is nog niet verder onderzocht.

Emmalaan 7

Op 11-2-1933 plaatst Lamers de advertentie voor het in aanbouw zijnd Heerenhuis gelegen in de Emmastraat

advertentie 11/2/1933

Op 11-2-1933 plaatst Lamers de advertentie voor het in aanbouw zijnd Heerenhuis gelegen in de Emmastraat

Hieronder staan de gevonden bewoners weergegeven. Een aantal advertenties/krantenartikelen bieden daarbij verdere aanknopingspunten:

B. Kistemaker zal het huis tussen februari en juni 1933 hebben gekocht: Vanaf 3-6-1933 wordt mevrouw Kistemaker op Emmalaan 7 in advertenties van de “R.K. vereniging ter bescherming van meisjes, in Nederland”. (De Gelderlander 3/6/1933)

Diepenbroek, wed. F.B. geb. A.R.J. Vinke, oftewel Anna Regnera Joanna Vinke, weduwe van Ferdinand Bernard Diepenbroek, overlijdt op 23-7-1938 (rouwadvertentie De Gelderlander 23/7/1938)

In ieder geval is er ten aanzien van A.Th.A.K. Lange op 1-4-1939 een advertentie gevonden met Emmalaan 7 als adres (hij blijkt daarbij secretaris van de Nijmeegsche Zwemclub 1921 te zijn) (De Gelderlander 1/4/1939)

Gevonden in Adresboeken:

B. KistemakerHoofd R.K. bijz. school1934, 1936, 1938
Diepenbroek, wed. F.B. geb. A.R.J. Vinke 1934, 1936, 1938
A.Th.A.K. LangeScheik. Ing.1940
KI.D. de Grootreiziger1948
A.Ph. KrijffChemicus1951, 1955
J.P. TazelaarArb. Analist1959, 1963
Wed. P.J. van Bortel, geb. A.E. Weijkman 1959, 1963
P.J.H.M. Heijndaalpsycholoog1968


Emmalaan 5 en 7 (September 2022, Google Streetview) architect Ebing
Emmalaan 5 en 7 (September 2022, Google Streetview) architect Ebing
Dubbel woonhuis van architect C.J. Ebing (Guido Gezellestraat 63), gebouwd in 1932 in opdracht van M.W. Lamers (Haps) en W.J.M. Horstink (Nijmegen), Emmalaan 7, 1955 (F88069 RAN)

Herinneringen aan Emmalaan 5 en 7?

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Emmalaan 9

Waarschijnlijk is de bouw van dit dubbel woonhuis de eerste bouwactiviteit nadat Villa Rica uit 1904, welke de laatste van…

Dickmann's Parapluiefabriek, van Oldenbarneveltstraat (Evert F. van der Grinten via F78502 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Dickmann’s Parapluiefabriek

Dickmann's Parapluiefabriek, van Oldenbarneveltstraat (Evert F. van der Grinten via F78502 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
Dickmann’s Parapluiefabriek, van Oldenbarneveltstraat (Evert F. van der Grinten via F78502 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
Een tekening van een terrein aan de Bottendaal, verkocht aan F.W. Dickmann, van Oldenbarneveltstraat, 	1/1/1890-31/12/1890 (KPU-454 RAN)
Een tekening van een terrein aan de Bottendaal, verkocht aan F.W. Dickmann, van Oldenbarneveltstraat, 1/1/1890-31/12/1890 (KPU-454 RAN)
Advertentie Parapluiefabriek "Bottendaal" (De Gelderlander 22/3/1898)
Advertentie Parapluiefabriek “Bottendaal” (De Gelderlander 22/3/1898)

28-2-1889 vindt de aanbesteding plaats van “Het bouwen van een Woonhuis met afzonderlijke Parapluiefabriek op een terrein gelegen aan den Bottendaal aldaar. Een en ander voor rekening van den heer F.W. Dickmann. De architect is J.J. Weve. (De Gelderlander 10/2/1889). In november 1889 krijgt Dickmann telefoon (nummer 131, De Gelderlander 3/11/1889)

In de personeelsadvertentie van PGNC 27/9/1891 -voor een “Jongmensch van nette familie”, oftewel een leerling voor magazijn en kantoor- is het Dickmann-Schnitzler, Parapluiefabriek. Zij hebben een winkel op de Broerstraat No. 61.

In 1894 mogen zij zich Hofleverancier noemen (advertentie De Gelderlander 22/11/1894)

Parapluiefabriek Bottendaal van Dickmann-Schnitzler (PGNC 4/12/1892)
Parapluiefabriek Bottendaal van Dickmann-Schnitzler (PGNC 4/12/1892)

In maart 1909 vraagt Dickmann een hinderwetvergunning aan voor het plaatsen van electro-motoren in het perceel aan de Bottendaal No. 71, kadastraal bekend Nijmegen sectie B, No. 3774 (PGNC 20/3/1909), die ze op 20-4 verkrijgt (PGNC 25/4/1909).

Uitbreiding percelen Gerritzen

Koopacte van Oldenbarneveldtstraat Gerritzen door Dickmann, 1912 (Archiefnr 442, Inventarisnr 242, Actenr 6981)
Koopacte van Oldenbarneveldtstraat Gerritzen door Dickmann, 1912 (Archiefnr 442, Inventarisnr 242, Actenr 6981)

Parapluie-fabriek Dickmann-Schnitzler.

De parapluiefabriek der firma Dickmann-Schnitzler aan de van Oldenbarneveldtstraat heeft dezer dagen 40 jaren bestaan. Dit jubileum is gisteren herdacht door een uitstapje van het personeel onder geleide van den directeur, den heer F.W. Dickmann, met de electr. tram naar Kleef, waarbij zeer veel genoten is en het personeel een aangenamen dag heeft gehad.

De fabriek is opgericht door wijlen den heer F.W. Dickmann, den vader van den tegenwoordigen eigenaar, eveneens F.W. Schitzler genaamd. De parapluies worden niet alleen voor ons land gefabriceerd, doch de firma exporteert naar Oos- en West-Indië en andere vreemde gewesten. De zaak neem dan ook steeds in omvang toe en nadat in de laatste jaren de fabriek vergroot was, konden de vleugels niet verder worden uitgeslagen, omdat de fabriek ingebouwd was. Dit jaar evenwel werd de heer Dickmann, door aankoop, eigenaar van de rijwielfabriek, eveneens gelegen aan de van Oldenbarneveldtstraat en toebehoorende aan den heer M. Gerritzen. Dat pand grenst gedeeltelijk aan de fabriek der firma Dickmann-Schnitzler en door een der muren uit te breken heeft men reeds een paar lokalen in gebruik kunnen nemen. Dit alles is een bewijs, dat deze tak der nijverheid hier te Nijmegen steeds vooruitgaat. De verhouding tusschen het personeel en den patroon is van bijzonder goeden aard. Ook bovengenoemd feesttochtje heeft daarvan getuigenis afgelegd. Verschillende onder hen zijn reeds circa 25 jaar aldaar in betrekking.” (PGNC 22/8/1912)

In 1914:

“…Wat de productie onzer artikelen betreft, zoo deelt de firma Dickmann-Schnitzler mede, konden de eerste 7 maanden , “normaal” worden genoemd, ofschoon parasols hoe langer hoe minder worden verkocht.

Met het uitbreken van den oorlog kwam plotseling verandering: in de laatste 5 maanden stond de uitvoer naar overzeesche landen bijna geheel stil.

De verkoop in het binnenland had in de eerste maanden van den oorlog veel te lijden en verminderde belangrijk; mede ook tengevolge van het droge weder was er toen weinig behoefte aan parapluies.

Doordat er in het laatst van het jaar meer regen viel, kwam er wel verandering in voor het bedrijf gunstige richting, maar niet in die mate, dat de eenmaal geleden schade werd ingehaald.

Vermindering van personeel had niet plaats, dan tengevolge van de mobilisatie. Nieuw personeel werd niet aangenomen, wat andere jaren in den herfst, het regenseizoen, wel het geval was.

Ook de machines dezer fabriek worden door electrische kracht in beweging gebracht.” (Gemeenteverslag 1914)

Bij het 50-jarig jubileum

Parapluiefabriek Dickmann-Schnitzler.

1872 – 16 mei – 1922.

Dinsdag 16 Mei a.s. herdenkt de firma Dickmann-Schnitzler, parapluiefabriek, van Oldenbarneveldtstraat 63a, alhier, haar 50-jarig bestaan. De firma werd in 1872 opgericht door den heer F.W. Dickmann Sr., die op 6 Mei 1907 overleed en in Nijmeegsche handelskringen zeer gezien was, hetgeen gebleken was uit zijne benoeming tot voorzitter van de Kamer van Koophandel en Fabrieken en van de Nijmeegsche Handelsvereeniging.

Na het overlijden van den oprichter ging de zaak over in handen van diens zoon, den heer F.W. Dickmann Jr., die thans de eenige firmant is.

De fabriek, welke oorspronkelijk gevestigd was in de Broerstraat, werd in 1889 overgebracht naar de van Oldenbarneveldtstraat, waarna in 1912 uitbreiding volgde door aankoop van een complex gebouwen onmiddellijk grenzende aan de bestaande fabriek, zoodat de gezamenlijke ruimten thans eene oppervlakte van circa 2000M2 beslaan.

Behalve dat de firma Dickmann-Schnitzler hier te lande met haar gerenommeerd fabricaat een belangrijk afzetgebied heeft, vinden haar producten hun weg over nagenoeg de geheele wereld.

De firma heeft zich van hare oprichting af steeds in een krachtigen bloei mogen verheugen, al zijn ook haar de gevolgen van den oorlog niet bespaard gebleven.

Aan tal van Nijmeegsche gezinnen heeft de firma Dickmann-Schnitzler in den loop der jaren een arbeidsveld opgeleverd en naar ons van de zijde van het personeel wordt medegedeeld, is de verhouding tusschen directie en personeel steeds van bijzonder goede aard geweest. De firma kan dan ook wijzen op een groot aantal employés dat reeds meer dan 25 jaar bij haar in betrekking is of is geweest.

Moge de firma Dickmann-Schnitzler hare belangrijke plaats in de rij der Nijmeegsche industrieele ondernemingen nog lange jaren met eere blijven innenmen.

Naar wij vernemen zal het gouden jubileum op Dinsdag 16 Mei a.s. feestelijk worden herdacht en zal derwegen de zaak op dien dag den geheelen dag gesloten zijn, in verband waarmede wij nog verwijzen naar de advertentie, welke elders in dit blad voorkomt.” (PGNC 13/5/1922)

Het voormalige St. Jozefklooster, Kerkstraat 65. In 1930 gebouwd naar ontwerp van architect Deur op het terrein van villa Andelshof voor de Priesters van het H. Hart. Hees Nijmegen
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Studiehuis St Jozef

1930, Kerkstraat 65-67, Gemeentelijk monument

Het voormalige St. Jozefklooster, Kerkstraat. In 1930 gebouwd naar ontwerp van architect Deur op het terrein van villa Andelshof voor de Priesters van het H. Hart.

Het voormalige St. Jozefklooster, Kerkstraat is oorspronkelijk gebouwd als Studiehuis voor de Priesters van het H. Hart. Het is In 1930 gebouwd naar ontwerp van architect Deur op het terrein van villa Andelshof. Rond 1970 is van het studiehuis een bejaardenoord voor kloosterlingen gemaakt, waarbij het de naam St. Jozefklooster kreeg.

Op 14-9-1929 vond de aanbesteding plaats. De laagste inschrijver, C.H.M. Arts te Nijmegen was de laagste inschrijver (f264.800). (PGNC 16/9/1929)

Priesters van het H. Hart

Leon Dehon

De oprichter van de Priesters van het H. Hart, oorspronkelijk Oblaten van het Hart van Jezus, was Leon Dehon (La Capelle, 14 maart 1843 — Brussel, 12 augustus 1925).

“De congregatie van de Priesters van het H. Hart werd in 1878 gesticht door kanunnik Leon Dehon, een man, die er een carrière en vermogen voor over had zijn roeping te volgen en die het klooster boven kerkelijke ereambten verkoos. “Jammer; hij had kardinaal kunnen worden”, aldus uitte er een Frans priester-socioloog zijn spijt over, dat Pater J.L. Dehon ooit zijn H.  Geloften had afgelegd. Een geleerde, zo mag hij gerust heten om zijn verschillende doctoraten, en toch toont hij zich soms oppervlakkig; innige vroomheid kenmerkte zijn leven, maar het hield hem niet terug van vergaderlokalen en verstrooiende reizen. Hij reisde de hele wereld rond; publiceerde daarbij boeken en artikelen; was paedagoog. Een veelzijdig iemand met honderd interessen, maar tenslotte slechts een enkel levensbelang: de vestiging van het Rijk van het H. Hart. Daar ligt het eenheidgevende princiep van dit overvolle leven. Uit dit ideaal kwamen ook zijn stichtingsplannen voort.” (De Gelderlander 25/5/1950)

Nederlandse provincie

In 1911 werd de afzonderlijke Nederlandse provincie van de Priesters van het H. Hart opgericht. In 1912 vond de oprichting van het Groot-Seminarie in Liesbosch plaats. Deze locatie is al gauw te klein. In 1922 werd als noodoplossing nog een vleugel aangebouwd. Daarom besloot de orde tot de oprichting van een 2e Groot Seminarie.

Nijmegen had daarbij de voorkeur: een klooster daar zou tevens woongelegenheid geven aan paters die aan de universiteit hun opleiding kregen. De aanbiedingen die de orde kreeg, voldeden echter niet. Daarom betrok de “Hoogeerwaarde Pater Provinciaal toch met enige universiteits-studenten een huis aan de “Berg-en-Dalseweg, vlakbij de St. Stephanuskerk. Achteraf lijkt het, alsof hij niet langer heeft willen wachten, al was niet alles naar wens”

Villa Andelshof

Villa Andelshof. Vóór 1930: deze foto is nog zonder het studiehuis, maar met het mooie park (F21623 RAN)
Villa Andelshof. Vóór 1930: deze foto is nog zonder het studiehuis, maar met het mooie park (F21623 RAN)

De kans kwam toen In 1928 mevrouw Rijckevorsel-van Kessel-Bonnike de villa Andelshof met grond en bijbehorende gebouwen wilde verkopen. Aanvankelijk betrokken de paters, broeders en theologiestudenten de villa en het koetshuis. Deze villa was rond 1885 gebouwd, het koetshuis rond 1889. Vooral het park moet erg mooi zijn geweest: “Oudere bewoners van Hees, die het oorspronkelijke “Andelshof” gekend hebben roemen er nog over. Trouwens, de kopers zelf wisten het te waarderen: zo drong een van hen er bij zijn eerste bezoek in het pasgekochte huis op aan, dat de nieuwe bouw, die gezet moest worden, zover mogelijk van de straat af zou komen: het park moet intact blijven.” Op grond van technische bezwaren heeft men deze raad niet opgevolgd: in het park werd grondig gerooid en einde 1929 begon men met de bouw van het tegenwoordige huis, dat op de villa aansloot.” (De Gelderlander 25/5/1950)

Het nieuwe Studiehuis

Het Studiehuis St. Jozef, rechts Huize Andelshof (van 1927 tot 1944 het klooster van de Priesters van het Heilig Hart van Jezus), 1935 (F18910 RAN)
Het Studiehuis St. Jozef, rechts Huize Andelshof (van 1927 tot 1944 het klooster van de Priesters van het Heilig Hart van Jezus), 1935 (F18910 RAN)

Priesters van het H. Hart.

… Dit missiehuis, dat gebouwd is naar de plannen van onzen stadgenoot den heer Ir. J.G. Deur, is reeds eenige maanden uitwendig voltooid, en is bestemd voor studiehuis (theologie) der E.E.P.P. priesters van het H. Hart (Liesbosch-Princenhage). De toekomstige missionarissen voltooien hier hun laatste studies voor het priesterschap. Deze missie congregatie heeft haar juvenaten te Bergen op Zoom en te Bakel bij Helmond- dat laatste studiehuis is toegewijd aan Christus-Koning.

Het nieuw missie-studiehuis te Hees is gebouwd op het vroegere goed Andelshof van de familie van Rijckevorsel van Kessel “ (De Gelderlander 24/2/1931)

“Na een jaar konden de theologie-studenten met hun paters professoren het nieuwe klooster betrekken, en liep dus het aantal bewoners van het Groot-Seminarie te Liesbosch naar wens in voldoende mate terug. De zes jaren hogere studie, die de toekomstige priester moet maken, waren voortaan zo gesplitst, dat de tweejarige philosophie-cursus en het eerste jaar theologie in Lieshout gevolgd werden en de resterende drie jaar in Nijmegen.

Hier ontleende het oude “Andelshof” voortaan zijn sfeer en karakter van regelmaat van het Scholasticaatsleven. Een leven, dat door de buitenstaander gewaardeerd mag worden naar wandelende fraters of een feestelijk klinkende bel, maar dat voor de insider is opgebouwd uit een harmonisch geheel van gebed, studie en ontspanning, totaal ingesteld op het feitelijk berieken van het bestreefde doel: het H. Priesterschap.” (De Gelderlander 25/5/1950)”

Oorlog

Het door wegtrekkende Duitsers in brand gestoken Huize Andelshof rechts, en links het Studiehuis St. Jozef, van de Priesters van het Heilig Hart van Jezus, 1944 (F19110 RAN)
Het door wegtrekkende Duitsers in brand gestoken Huize Andelshof rechts, en links het Studiehuis St. Jozef, van de Priesters van het Heilig Hart van Jezus, 1944 (F19110 RAN)
Het door wegtrekkende Duitsers in brand gestoken Huize Andelshof rechts, en links het Studiehuis St. Jozef, van de Priesters van het Heilig Hart van Jezus, 1944 (F19110 RAN) Het door wegtrekkende Duitsers in brand gestoken Huize Andelshof rechts, en links het Studiehuis St. Jozef, van de Priesters van het Heilig Hart van Jezus, 1944 (F19110 RAN)

In 1942 vorderden de Duitsers het studiehuis, inclusief inventaris. De paters ging verder met haar opleiding in 5 “fililiaal-huizen”, meestal uitgewoonde villa’s. Toen de Duitsers zich in september 1944 terugtrokken, staken zij het hoofdgebouw en de villa in brand. Het hoofdgebouw kon behouden blijven, de villa niet. De inventaris was door de Duitsers meegenomen.

Na de bevrijding was het studiehuis gevorderderd door Engelse en Canadese militairen. “…Veel goeds is er niet van te zeggen. Het gebouw is sinds de bevrijding meer uitgewoond dan anders in een zeer groot aantal jaren.” (De Gelderlander 11/7/1945)

Herstel

Na de oorlog begon de congregatie met het herstel. Daarbij werd tevens besloten een nieuwe kapel te laten bouwen: er was behoefte aan een grotere kapel, zodat plechtige gelegenheden beter kon worden opgeluisterd. Daarnaast kon de oude kapel worden ingericht als woonruimte. Deze kapel uit 1950 is eveneens van de hand van architect Deur (Architectenbureau Ir. Deur- Ir. Pouderoyen).

St. Jozefklooster

Door ontkerkelijking daalde het aantal studenten en kloosterlingen. Daarop besloot de congregatie rond 1970 om van het studiehuis een bejaardenoord voor kloosterlingen te maken. Deze was bestemd voor de Priesters van het Heilig Hart en voor de Zusters van de H. Carolus Borromeus. De naam werd veranderd in St. Jozefklooster.

Verder

Het in renovatie zijnde Klooster van de Priesters van het Heilig Hart van Jezus, voorheen het Studiehuis St. Jozef. Hier een gedeelte van de achterzijde, rechts is zichtbaar de nieuwbouw van het Klooster, 1987 (foto Anton van Roekel, CC-BY-SA via F18913 RAN)
Het in renovatie zijnde Klooster van de Priesters van het Heilig Hart van Jezus, voorheen het Studiehuis St. Jozef. Hier een gedeelte van de achterzijde, rechts is zichtbaar de nieuwbouw van het Klooster, 1987 (foto Anton van Roekel, CC-BY-SA via F18913 RAN)

Het koetshuis is vanaf 1968 in gebruik als peuterspeelzaal. Aanvankelijk als de Kleuterhof, later als de Vlindertuin.

De renovatie eind jaren 80 werd uitgevoerd door Pouderoyen, de opvolger van architectenbureau Deur-Pouderoyen. Daarbij vond herindeling van het hoofdgebouw plaats en werd de interieurafwerking vernieuwd. De kapel uit de jaren 50 is in 1986 gesloopt . Hier staan nu een gebouw met kapelruimte en ontvangstzaal en daarnaast een aantal wooneenheden.

De kapel van Studiehuis St. Jozef, 1935 (F50619 RAN)
De kapel van Studiehuis St. Jozef, 1935 (F50619 RAN)
Duitse militair op wacht voor wachthuisje voor studiehuis St. Jozef, 1942 (F56079 RAN)
Duitse militair op wacht voor wachthuisje voor studiehuis St. Jozef, 1942 (F56079 RAN)

Bronnen en meer lezen:

Kapel studiehuis “St. Jozef” te Hees wordt geconsacreerd, De Gelderlander 25/5/1950

Ambitiedocument St. Jozefklooster 21 september 2021


Historie van Hotel Heeslust

Waar tegenwoordig woningen staan, aan de Korte Bredestraat tegenover de kerk, was jarenlang een belangrijk middelpunt van het dorpsleven van…

In 1915 nam de afdeling Nijmegen van de Nederlandse Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde het initiatief tot oprichting van een winterschool voor jonge tuinders. In 1920 werd deze Rijks Winter Tuinbouwschool in gebruik genomen. Het gebouw werd in de jaren zeventig van de vorige eeuw afgebroken, Voorstadslaan 327, afgbroken, 1920-1930 (GN9490 RAN)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Tuinbouw-Winterschool, later Rijks Middelbare Tuinbouwschool architect Weve

1920 Voorstadslaan 327 – afgebroken, Hees

In 1915 nam de afdeling Nijmegen van de Nederlandse Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde het initiatief tot oprichting van een winterschool voor jonge tuinders. In 1920 werd deze Rijks Winter Tuinbouwschool in gebruik genomen. Het gebouw werd in de jaren zeventig van de vorige eeuw afgebroken, Voorstadslaan 327, afgbroken, 1920-1930 (GN9490 RAN)
In 1915 nam de afdeling Nijmegen van de Nederlandse Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde het initiatief tot oprichting van een winterschool voor jonge tuinders. In 1920 werd deze Rijks Winter Tuinbouwschool in gebruik genomen. Het gebouw werd in de jaren zeventig van de vorige eeuw afgebroken, Voorstadslaan 327, afgbroken, 1920-1930 (GN9490 RAN)

“Tuinbouw-Winterschool.

Men kan een inrichting van algemeen nut, b.v. een school, waaraan behoefte is gevoeld en waarvan het onderwijs velen den weg zal wijzen naar hun plaats in de maatschappijk, op verschillende wijzen openen. De nuchterste is, dat men in den besloten kring van leeraren, leerlingen en schooltoezicht letterlijk de deur opent en haar direct daarna weer potdicht sluit; dat men dan de wijsheidskraan opendraait en… dan is de zaak in orde. Het groote publiek zal wel bemerken, dat de machine draait.

Men kan ook anders doen en in zijn vreugde, dat er iets tot stand is gekomen, waarnaar al lang verlangend werd uitgezien en dat een zegen voor velen zal zijn, het publiek, welks belang hier behartigd zal worden deelgenoot maken van zijn voldoening over het bereikte.

De eerste weg is, meenen wij, gevolgd bij de opening der Handelsdagschool, maar de Commissie van Toezicht en de Directeur van de Rijks-Tuinbouwwinterschool aan de Voorstadslaan onder Heers, hebben aan de laatstbedoelde methode voorkeur gegeven.

Wij althans werden uitgenoodigd tot “bijwoning der officiëele overdracht van de Tuinbouw-Winterschool te Nijmegen door de Gemeente aan het Rijk”.

Met graagte hebben wij aan die uitnoodiging voldaan, omdat wij overtuigd zijn van het groote belang van deze nieuwe inrichting voor een streek, waarin de tuinbouw in al zijn onderdeelen telkens meer beoefenaars vindt en een welvaartsbron belooft te worden voor honderden in deze gemeente en haar wijden omtrek.

De plechtigheid, die gisteren plaats had, was in den grond der zaak niet de opening der school als inrichting van onderwijs. Immers de lessen zijn reeds in 1919 begonnen, maar werden, zoolang de school, het gebouw, niet gereed was, gegeven in een lokaal van de Kweekschool voor Onderwijzers.

Nu echter de nieuwe school aan de Voorstadslaan gereed is, moest de overdracht van het door de gemeente opgerichte gebouw met de daarbij behoordende 2 H.A. tuingrond aan het Rijk worden overgedragen en het was de wensch van den Minister van L., N. en H., dat dit met zekere plechtigheid gebeurde.

Een uitgezocht gezelschap kwam dan ook op het aangegeven uur in de school bijeen: de Directeur-Generaal van Landbouw, de heer v. Heek, als vertegenwoordiger van den Minister; de Commissaris der Koningin in Gelderland met leden van Gedeputeerde Staten; de Burgemeester en Wethouders van Nijmegen met den Secretaris en eenige raadsleden; de Inspecteur van het Landbouwonderwijs, Dr. v.d. Zande; Directeur en leeraren van de school; de Commissie van Toezicht, waarvan echter de voorzitter buitenlands was; vertegenwoordigers van de Vereeniging Proef- en Schooltuin en van de Verschillende takken van tuinbouw uit dezen omtrek; en een groot aantal genoodigden die geacht werden de nieuwe inrichting een goed hart toe te dragen.

Na een vriendelijk en hartelijk welkomstwoord van den heer J.A.H. Steinweg, secretaris van de Commissie van Toezicht, die bij afwezigheid van den voorzitter, den heer K. de Jong Mzn., de genoodigden ontving, voerde allereerst de Burgemeester van Nijmegen het woord. Spr. gaf in ’t kort een overzicht van de besprekingen en onderhandelingen, die aan de aanwijzing van Nijmegen als plaats van vestiging eener Rijkstuinbouwwinterschool en de oprichting van het nu voltooide gebouw zijn voorafgegaan en getuigde daarbij van de groote belangstelling van B. en W. en van den Gemeenteraad voor een inrichting als deze, die, naar spr. hoopte, veel zal kunnen bijdragen tot de ontwikkeling van het tuinbouwbedrijf, dat in deze gemeente en haar omtrek reeds zulk een vlucht heeft genomen. Spr. verzekerde, dat al het mogelijke was gedaan om het gebouw aan het doel der oprichting te doen beantwoorden, waartoe de Wethouder v.d. Waarden en de Directeur van Gemeentewerken verschillende plaatsen hadden bezocht. Het resultaat van dat onderzoek is neergelegd in tekening en bestek van den heer Weve en de uitvoering daarvan is opgedragen aan den heer Offermans als aannemer. Spr. verzocht den heer Directeur-Generaal van Landbouw als vertegenwoodiger der Regeering het gebouw over te nemen, dat de gemeente in bruikleen aanbiedt.

Gaarne voldoet de heer Van Hoek aan dit verzoek namens den Minister van L., N. en H. waar de wetenschappelijke grondslagen zullen worden gelegd voor een verbeterde beoefening dezen tak van nijverheid. In den oorlogstijd hebben land- en tuinbouw evenals vele andere takken van bestaan geleden en de toekomst is nog verre van helder. Om vergrooting en verbetering der productie te verkrijgen en oude afzetgebieden te herwinnen en nieuwe daarbij te verwerven, is groote inspanning noodig en moet er hard gewerkt worden. De reeds lang bestaande Wintertuinbouwcursussen hebben al veel goeds gedaan, maar wat de toekomstige bedrijfsleiders noodig hebben, konden deze niet geven. De Nijmeegsche afdeeling van de Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde heeft dat ingezien. Zij heeft aangeklopt bij de gemeente Nijmegen en daar een open oor gevonden, want ook zij besefte het belang van een Middelbare onderwijsinrichting op tuinbouwgebied, en de gemeente vond op haar beurt gehoor bij den Minister. Sedert de school te Tiel tot een Landbouwschool was veranderd hadden alleen de beide Hollanden tuinbouwwinterscholen en bij uitbreiding van dat aantal, was Nijmegen de aangewezen plaats. De kweekers hadden het bedrijf reeds door eigen kracht op een hoog peil gebracht en de ontwikkeling van den tuinbouw in dezen omtrek was heel sterk. Had de omtrek van Nijmegen in 1895 reeds 4500 H.A. voor fruitteelt in gebruik, in 1919 was dat gestegen tot 6900 H.A., terwijl zoo goed als overal onderplanting was ingevoerd. In 1895 werd voor de groenteteelt zoo goed als geen plat glas gebruikt; in 1906 besloeg het platte glas een oppervlakte van 45100 vierk. Meter en in 1912 (het laatste jaar waarvan officiciëele cijfers bekend zijn) besloeg het platte glas 95200 vierk. Meters; zeker is het na dien tijd nog toegenomen. Wat de bloemisterij aangaat kan deze streek met Aalsmeer en Boskoop wedijveren, al heeft ook elk van deze drie centra zijn bijzondere cultures. Uit alles blijkt, dat een middelbare tuinbouwschool hier op haar plaats is.

In 1919 is de school begonnen in de Kweekschool voor Onderwijzers. Aanvankelijk werd alleen aandacht geschonken aan fruitteelt, groenteteelt en bloemisterij, maar toen bij de Regeering gewezen werd op het belang van onderwijs in bloembinden en -schikken en tuinarchitectuur werd er besloten deze vakken aan het programma van deze school als proef toe te voegen en zoo is Nijmegen de eerste plaats, waar daarin onderwijs wordt gegeven. Van groot belang voor de school en voor de omgeving is de proef- en schooltuin, die onder toezicht staat van de Vereeniging “Proef- en Schooltuin voor Nijmegen en Omstreken”. Die tuin, waarvoor de gemeente 2 H.A. beschikbaar stelde, is allereerst schooltuin voor de leerlingen, verder het terrein voor practische werkzaamheid en zoo ook leerschool voor de kweekers, ten slotte is hij een gelegenheid voor het nemen van proeven met minder bekende gewassen, nieuwe behandelingswijzen en onderzoekingen of eenig gewas hier gedijt. Natuurlijk werkt zulk een tuin met verlies, het Rijk zal door subsidie het tekort helpen aanvullen en het is te verwachten, dat ook de Provincie, die reeds van haar belangstelling getuigde, ook hierin niet zal achterblijven: het geldt hier ook een provinciaal belang.

Achtereenvolgens brengt spr. aan de gemeente Nijmegen voor de offers, die zij bracht en de ruime opvatting van het belang der school; aan den bouwmeester voor de plannen voor het gebouw en de uitwerking daarvan; aan de Commissie van Toezicht, waarvan velen in andere functie reeds zooveel deden en van wie nog zooveel verwacht wordt; aan de Vereeniging Proef- en Schooltuin en vooral aan haar Voorzitter, den heer K. de Jong Mzn. Spr. richt nog een woord tot den Inspecteur van het Landbouwonderwijs, den heer van der Zande, tot Directeur en leeraren en tot de leerlingen. Met de beste wenschen voor den bloei der school en haar zegenrijke werking, aanvaardt spr. het nieuwe gebouw.

De Commissaris der Koningin in Gelderland, Jhr. Mr. v. Citters, verzekert de aanwezigen van de groote belangstelling van het provinciaal bestuur in deze school, getuige o.a. de aanwezigheid van heeren Gedeputeerde Staten. Spr. is overtuigd, dat dit en gelukkige dag moest zijn voor den heer Directeur-Generaal van Landbouw, voor de gemeente Nijmegen, maar vooral ook voor den Burgemeester van Nijmegen, onder wiens veeljarig bestuur al zóóveel goeds tot stand is gekomen, dat Nijmegen een bijzondere plaats inneemt onder de steden van ons vaderland. Wel doorleeft de tuinbouw een moeilijken tijd en er is wat optimisme noodig om aan de moeilijkheden het hoofd te kunnen bieden, want de tuinbouw moet leven van export en de export vindt overal hinderpalen. Er is heel wat zorg noodig om den tuinbouw op de been te houden en dat kan naar sprekers meening geschieden, als land- en tuinbouw elkaar steunen en samenwerken. Spr. besluit met de hoop, dat de nieuwe onderwijsinrichting een goeden naam zal krijgen en houden, maar vooral, dat de leerlingen dien naam zullen steunen. Als het een eer wordt te zijn opgeleid aan deze school, dan zal dat een zegen zijn voor Nijmegen en voor het heele gewest.

De heer Valeton, secretaris van de Tuinbouwraad, getuigt van zijn belangstelling voor hetgeen hier bereikt is. Spr. weet, dat de geschiedenis van den tuinbouw, hier vooral, is een aaneenschakeling van pogen en proberen; ondanks tegenslagen heeft men ’t hier niet opgegeven; deze omtrek telt stoere werkers en mannen van volharding en spr. vertrouwt, dat de praktische tuinbouwers dankbaar zullen zijn, dat deze inrichting hier is verrezen en dat zij het hunne zullen doen om Directeur en leeraaren en daardoor de school te steunen, die ook voor hen een steun kan zijn.

Namens de afdeeling Nijmegen van de Maatschappij van Tuinbouw en Plantkunde spreekt de heer Lodder. Spr. gaat de voorgeschiedenis van de oprichting na en memoreert, dat reeds in 1915 door den heer Monhemius het denkbeeld van de oprichting eener school als deze werd opgeworpen; hoe een Commissie uit de afdeeling, bestaande uit de heer Monhemius, Leenders en spr., met den heer v.d. Veen (nu Directeur) en met het gemeentebestuur van Nijmegen overlegde en hoe van alle zijden het denkbeeeld met ingenomenheid werd begroet. Spr. brengt dank en hulde aan allen, die tot de oprichting hebben meegewerkt en uit de beste wenschen voor de school en haar personeel.

De heer R. v.d. Veen, Directeur der School en Rijkstuinbouwconsulent voor het zuidelijk gedeelte van ons land, wijst op de verschillende vormen van tuinbouwondewij: het hooger onderwijs van Wageningen, het lagere van de wintercursussen en het tusschenliggende middelbare, dat nu ook hier gegeven staat te worden. De wintercursussen zijn al een kleine 20 jaar oud en hebben veel nut gesticht, maar voor patroons, bedrijfsleiders en buitenlandsche handelaren is meer noodig dan zulk een cursus kan geven. De Middelbare School bepaalt zich niet tot avondlessen, maar geeft het onderwijs overdag en breidt de lijst van onderwijsvakken uit. Maar dat onderwijs regelt zich naar de streek, waar de school gevestigd is; zoo staat te Aalsmeer de bloemisterij, te Lisse de bloembollenteelt, te Boskoop de boomkweekerij voorop. Hier echter kan de zaak veelzijdiger worden opgevat, dank zij de veelvuldigheid der onderdeelen van het tuinbouwvak. Want den streek is een belangrijk centrum, waar fruitteelt en groenteteelt extensief en intensief worden beoefend ook naar de meest moderne methoden. Spr. brengt op zijn beurt hulde aan allen, die tot de totstandkoming der school hebben meegewerkt, vooral ook aan het gemeentebestuur van Nijmegen en geeft ook namen de leeraren de verzekering, dat allen, die aan de school verbonden zijn, het hunne zullen doen om haar tot bloei te brengen.

De plechtigheid was hiermee ten einde en namens den heer K. de Jong Mzn. Bood de heer Steinweg den genoodigden den eerewijn aan, waarna de Directeur de aanwezigen uitnoodigde tot een rondwandeling door de school en over de terreinen.

Het gebouw mag er zijn; de lokalen zien er keurig uit, de inrichting er van bewijst dat er advies is gegeven door mannen van de praktijk. Voorloopig is er zeker ruimte genoeg, maar mocht, zooals ook wij hopen, de toeloop van leerlingen sterker, zeer sterk zelfs, worden, dan zou het kunnen zijn, dat de behoefte werd gevoeld aan een ruimer lokaal dat- om een dik woord te gebruiken- als aula dienst zou kunnen doen. De ontvangst van gisterenmiddag had plaats in de met planten getooide hal.

In den tuin keur van planten en kruiden en bloemen en struiken en platte bakken en een ruime flinke kweekkas voor druiven, perziken en wat de tijd en de cultuur eischen.

Voor volledigheid vermelden wij ten slotte nog, dat de bouw plaats had onder leiding van den heer Offermans; dat voor de centrale verwarming en ventilatie werd gezorgd door P.H. Lamers te Hees; voor het schilderwerk door B. Fooy te Hees; voor de electrische installatie door P. Megens te Nijmegen; voor het stucadoorswerk door Otten te Nijmegen en dat de keurig afgewerkte schoolbanken werden geleverd door de fabriek van schoolbanken van den heer Kooymans te Wijchen.” (PGNC 6/10/1920)

Park Leeuwenstein

Het Park Leeuwenstein was vroeger de tuin van Villa Leeuwenstein. Het lijkt wat verborgen te liggen door de bebouwing van de Marialaan en de Bosduifstraat. Dat het park mogelijk wat onbekend is, is onterecht: er staan veel verschillende bomen, waaronder bijzondere soorten.

Koetshuis Park Leeuwenstein

De woning is oorspronkelijk in 1864 gebouwd als koetshuis door de familie Metz-van Holst.

Hotel du Soleil Graafseweg 31-35 Nijmegen rond 1903
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Van Grand Hotel du Soleil tot Belastingkantoor

1903-1919, Graafsche straat no 31-41 (Nu Graafseweg 31-35)

Het Grandhotel "Du Soleil", geopend in 1903. Het RAN dateert deze foto tussen 1903-1919. Op basis van de onderstaande krantenartikelen moet deze foto van voor de verbouwing van Oscar Leeuw in het voorjaar van 1906 zijn, omdat er nog geen veranda te zien is (zie foto hieronder) (RAN F17404)
Het Grandhotel “Du Soleil”, geopend in 1903. Het RAN dateert deze foto tussen 1903-1919. Op basis van de onderstaande krantenartikelen moet deze foto van voor de verbouwing van Oscar Leeuw in het voorjaar van 1906 zijn, omdat er nog geen veranda te zien is (zie foto hieronder) (RAN F17404)

J.F. Steenmetzer maakt in 1903 van 6 herenhuizen aan de huidige Graafseweg een groots hotel, waarbij de inrichting is geïnspireerd op het “American Hôtel”. Hiervoor leverde architect Haspels Jr. het ontwerp. Een grote verbouwing volgde al in 1906 naar ontwerp van Oscar Leeuw. Vanaf 1923 is het in gebruik als belastingkantoor en na een verbouwing in 2013 zijn hier appartementen gevestigd.

Juni 1903 blijkt J.F. Steenmetzer 6 herenhuizen aan de Graafsche straat nummers 31-41 te hebben gekocht om er een groot, eerste rangshotel van te maken. Daarvoor worden de huizen doorgebroken. De nummers 31 en 33 voorlopig nog niet, aangezien deze nog zijn verhuurd. Het hotel zal 60 kamers bevatten. De inrichting zal geïnspireerd worden op dat van het “American Hôtel” te Amsterdam. Men hoopt in augustus te openen, wat ook daadwerkelijk lukt (De Gelderlander 26/6/1903). Hiervoor had architect Haspels Jr. het ontwerp geleverd.

Verbouwing Haspels Jr. tot hotel

In 1903 opent Hotel du Soleil:

“Grand Hôtel du Soleil.

Het is een waarschijnlijk door de behoefte geboren verschijnsel, dat het aantal hôtels in onze stad zich steeds uitbreidt en- niettegenstaande de verschillende ruime, fraaie en geheel moderne inrichtingen op dit gebied in de oude en nieuwe stad- nog ondernemende mannen het durven bestaan, haar aantal weder met een nieuw hôtel te vermeerderen, dat gezien mag worden. Wij hebben hier het oog op het Grand Hôtel du Soleil aan de Graafsche straat no. 31-41 dat morgen geopend wordt.

Zij, die de uitbreiding van onze stad gevolgd hebben, zullen weten, dat het door wijlen den heer Haspels Sr. aan de Graafsche straat gebouwde blok heerenhuizen tot de eerste nieuwerwetsche woningen in de buitenwijken behooren. Dit geheele blok nu kwam in handen van één eigenaar, die op zeer ingenieuse wijze, door den heer Haspels Jr., bouwkundige alhier, uit een viertal daarvan één groot hôtel-pension deed worden, dat inwendig althans een prachtig geheel vormt. Het uiterlijk is weinig veranderd, hoewel een breede ingang, waarheen een flinke oprijweg leidt, toch doet zien, dat men hier niet meer dan gewone woonhuizen te doen heeft.

Door de breede deuren binnengekomen, ziet men allereerst een ruime entree van wit marmer, waarop links de ontvangkamer, met daarachter een kleine eetzaal, rechts de groote vroolijke eetzaal, waaraan weder een kleinere dito grenst, uitkomen. Een zeer breede, monumentale trap voert van hieruit naar de bovenverdiepingen. Maar eerst zien wij nog eenige, aan de groote eetzaal aansluitende vertrekken, die meer speciaal geschikt zijn voor pensiongasten, omdat zij, als het ware afgesloten van het geheel, verhuurd kunnen worden en gezellige appartementen vormen.

Boven op de eerste en tweede etage vindt men keurige salons en ruime slaapkamers, deels uitziende op de straat, deels op de achtertuinen, alle zeer modern gemeubeld en ingericht. Aan de andere zijde van de breede corridors leidt weder een trap naar beneden, wat ook zeer in het belang der veiligheid is. Op elke etage is een welingericht badkamer.

De meubileering van de hierboven genoemde zalen in het parterre-gedeelte is natuurlijk ook geheel aan de eischen van den tegenwoordigen tijd.

In het sousterrain bevinden zich de keuken, van grooten omvang en met een zeer practisch reuzen-fornuis, de provisiekamer, wijn- en likeurkelders, kortom alles wat tot een hôtel van den eersten rang behoort. Een lift onderhoudt de communicatie tusschen de onderwereld en het parterre. Fornuis en verdere keukeninrichting worden geleverd door de heeren Thijssen en van Haaren, firma Carel van Rosendael alhier.” (PGNC 23/8/1903)

Verbouwing Oscar Leeuw

1906, Graafsche straat

Hotel du Soleil Graafseweg 31-35 Nijmegen rond 1903
Hotel du Soleil Graafseweg 31-35 Nijmegen rond 1903

“Grand Hôtel du Soleil.

Nu verschillende feesten weer tal van bezoekers naar onze stad lokken- kegelwedstrijden in de “Vereeniging”, begroeting der automobilisten vandaag, het sportfeest morgen en de landbouwfeesten in het verschiet- ligt het voor de hand dat de Nijmeegsche hôtelhouders hun beste beentje vooruitzetten om de gasten naar behooren te kunnen ontvangen en herbergen.

Spraken wij gisteren van de omvangrijke toebereidselen in het hôtel “Keizer Karel” met hoet oog op de ontvangst der automobilisten, ook het “Grand Hôtel du Soleil” aan de Graafsche straat wacht een zestigtal gasten ter gelegenheid der verschillende feesten.

Dank aan de uitbreiding van het vreemdelingenverkeer in deze stad heeft dit nieuwe hôtel in den korten tijd van zijn bestaan een hooge vlucht genomen en is thans opnieuw aanmerkelijk uitgebreid.

Werd in het voorjaar de lange voorgevel, onder leiding van den architect den heer Oscar leeuw geheel gemoderniseerd, van een veertig meter lange sierlijke veranda voorzien en met de wapenschilden der onderscheiden landen versierd, thans is naar ontwerp van denzelfden bouwkundige, door den aannemer den heer Konings een groote feestzaal met tooneel aangebouwd.

Op verzoek van den ijverigen directeur-gérant den heer Jos. Jergen, de ons de omvangrijke inrichtig rondleidde, waarbij wij telkens de indruk kregen met een degelijk vakman te doen te hebben, namen wij er gisteren een kijkje.

De zaal van bijzonder gelukkige verhoudingen, op het oogenblik fijn afgestukadoord door den heer Is. Van Haaren, zal later beschilderd worden; maar biedt zooals ze nu is, in haar smettelooze blankheid, met haar keurigen parketvloer, de breede op den tuin uitziende ramen met draperieën, geleverd door de firma Bahlmann, de spiegels aan weerszijden van het tooneel, waarop met de driekleur getooid het beeld van H.M. de Koningin prijkt, de rijke koperen kroonluchters en niet het minst de feestelijk gedekte en met levend groen gesierde tafel een hoogst vriendelijken aanblik.

Wij vernemen dat in deze zaal het groote diner bij gelegenheid der Landbouwfeesten, van circa 250 couverts zal gehouden worden. De zaal biedt plaats voor 300 couverts en zal zich ook uitstekend leenen voor kamermuziek, lezingen, tooneeluitvoeringen enz.

Nog werd onze opmerkzaamheid gevestigd op de ruime gelegenheid tot garage van automobielen, die alweer is vergroot. De breede toegang, de practische reparatiekuil, de gladde tegelvloer en vooral de flinke ruimte maken ze bijzonder doelmatig.” (De Gelderlander 22/7/1906)

Overigens zat Oscar Leeuw in het organisatie van bovengenoemde Landbouwfeesten, in de Commissie voor de Gebouwen.

Op 24 juli 1906 vindt door deze Commissie aanbesteding plaats van: “het leveren der benoodigde Tenten, omheiningen, standen voor Paarden, Rundvee, Schapen en Varkens op terreinen aan de Gerard Noodtstraat , Hunnerpark en Kelfkensbosch.” (PGNC 21/7/1906)

Plan tot het aanbouwen van een Feestzaal en een Garage door Oscar Leeuw: de feestzaal , tekening 8 mei, bouwdossier gedateerd 12-6-1906 (D12.379267)
Plan tot het aanbouwen van een Feestzaal en een Garage door Oscar Leeuw: de feestzaal , tekening 8 mei, bouwdossier gedateerd 12-6-1906 (D12.379267)
Plan tot het aanbouwen van een Feestzaal en een Garage door Oscar Leeuw: de garage, bouwdossier gedateerd 12-6-1906  (D12.379266)
Plan tot het aanbouwen van een Feestzaal en een Garage door Oscar Leeuw: de garage, bouwdossier gedateerd 12-6-1906  (D12.379266)

N.V. en (voorgenomen) verbouwing

In 1910 heeft eigenaar Steenmetzer plannen tot verdere uitbreiding.

Om de verbouwing en vergroting te kunnen financieren, heeft Steenmetzer de zaak omgevormd naar een N.V.. Men kan zich voor aandelen inschrijven bij Firma Lamar & Vos.

Het plan is om het gebouw met een verdieping te verhogen. Daarnaast zal op de hoek met de Stijn Buijsstraat een “bodega” en café-restaurant worden aangebouwd. En aan de achterzijde van het hotel is een grote schouwburg- concertzaal gepland, met de hoofdingang aan de rechterzijde.

“Zooals wij reeds, zeiden, zal een en ander en vooral de schouwburgzaal in een lang gevoelde behoefte voorzien, want een ieder zal het met ons eens zijn, dat de thans bestaande schouwburg niet thuis behoort in een stad als Nijmegen, die bezig is zich met haar nieuwe wijken te verjongen en in een fraai kleed te steken.” (PGNC 6/7/1910)

In hoeverre de uitgifte van aandelen succesvol is geweest en of de verbouwing is gerealiseerd, is nog niet bekend. In ieder geval wordt er in december 1910 begonnen met het afbreken van de huisjes van “Het Begin”. Deze liggen achter Hotel du Soleil en waren vlak na de ontmanteling van de wallen gebouwd. “Het vrijkomende terrein zal voorloopig voor een groot gedeelte als sport-terrein worden ingericht, terwijl een kleiner gedeelte daarvan dienen zal tot uitbreiding van de bestaande feestzaal met eene tooneel-inrichting, die zeer goed bij deze keurige zaal zal passen.” (PGNC 15/12/1910)

In PGNC 21/3/1912 blijkt dat dat de N.V. “Grand Hotel du Soleil” ontslag heeft verleend aan Steenmetzer als directeur. J. Fuchs is daarbij benoemd tot waarnemend directeur. Begin mei 1912 koopt Steenmetzer het pand van Societeit Burgerlust voor f34.900 (PGNC 3/5/1912 en PGNC 4/5/1912)

Hotel "Du Soleil"; een reproductie, Graafseweg 35-41 Bottendaal, 1920 (F17387 RAN)
Hotel “Du Soleil”; een reproductie, Graafseweg 35-41, 1920 (F17387 RAN)
Het interieur in de eetzaal in het Hotel "Du Soleil"; een reproductie, , Graafseweg 35-41 Bottendaal, 1920 (F17378 RAN)
Het interieur in de eetzaal in het Hotel “Du Soleil”; een reproductie, , Graafseweg 35-41, 1920 (F17378 RAN)
Entree Hotel du Soleil  Graafseweg 35-41 Bottendaal, 1920 (F17384 RAN)
Entree Hotel du Soleil Graafseweg 35-41 Bottendaal, 1920 (F17384 RAN)
Slaapkamer Hotel du Soleil, Graafseweg 35-41 Bottendaal, 1920 (F17381 RAN)
Slaapkamer Hotel du Soleil, Graafseweg 35-41, 1920 (F17381 RAN)
In mei 1919 staat Hotel Du Soleil te koop (PGNC 10/5/1919)
In mei 1919 staat Hotel Du Soleil te koop (PGNC 10/5/1919)

Op 22-5-1919 houdt de N.V. Grand Hotel “Du Soleil” een aandeelhoudersvergadering in “Burgerlust” met als “punt van behandeling: Verkoop van het Hotel”. (PGNC 9/5/1919)s

Eind mei 1919 staat het Hotel Du Soleil vervolgens te koop (PGNC 10/5/1919)

Belastingkantoor

PGNC 21/4/1923
PGNC 21/4/1923

In 1922/1923 vindt de verbouwing tot Belastingkantoor plaats.

Plan tot inrichting van perceel Graafsche weg 31-35 te Nijmegen tot Belastingkantoren,
Bouwdossier D12.387126 gedateerd op 21-12-1922
Plan tot inrichting van perceel Graafsche weg 31-35 te Nijmegen tot Belastingkantoren, Bouwdossier D12.387126 gedateerd op 21-12-1922

Het nieuwe gebouw van ’s Rijks Dir. Belastingen.

Gistermiddag hebben wij het nieuwe gebouw van ’s Rijks directe belastingen, invoerrechten en accijnzen aan den Graafsen weg, dat de vorige week gedeeltelijk in gebruik is genomen, bezichtigd. Ons verzoek daartoe was door den Inspecteur der Dir. Bel. 2e afd., den heer L.A. Alting Mees, met voorkomendheid ingewilligd niet alleen, maar hij had bovendien de vriendelijkheid, ons na een inleidend woord omtrent de voorgeschiedenis van de vestiging der belasting-administratie in dit pand, door het geheele gebouw rond te leiden.

Men weet, dat het vroegere hotel “Du Soleil” na zijn mobiliasatie-bestmming was overgegaan aan de firma Jurgens, die het evenwel sinds eenigen tijd voor haar bedrijf niet meer noodig had. De belasting-autoritieiten alhier waren sinds lang zoekende naar een gebouw, geschikt voor huisvesting van de Directe Belastingen, Invoerrechten en Accijnzen. Verschillende aanbiedingen waren, als zijnde te duur, van de hand gewezen, terwijl in dezen tijd aan het bouwen van een nieuw pand niet kon worden gedacht, temeer omdat de dienst der Rijksgebouwen op waarlijk loffelijke wijze de grootst mogelijke zuinigheid nastreeft en daarbij zeer kaufännisch wordt beheerd. En zoo was de beruchte “Kamer no. 6” in de Ridderstraat nog steeds een bron van ergernis voor personeel en publiek, toen het Rijk- op het juiste tijdstip dienaangaande geadviseerd en ter zijde gestaaan door de heeren Van Eerde en Alting Mees, Inspecteurs der Dir.Bel. alhier (eerstgenoemde is sindsdien afgetreden)- er in slaagde op zeer gunstige verkoopsvoorwaarden het vroegere Hotel “Du Soleil” in handen te krijgen. Wanneer de bouwmeester indertijd had kunnen voorzien welke bestemming het hotel in later jaren zou krijgen, dan had hij zijn ontwerp niet beter kunnen maken. Want het gebouw bleek als geknipt voor de huisvesting van de belastingen en een rondwandeling heeft ons daarvan gistermiddag overtuigd. Gold het de beschrijving van een nieuw gebouw, dan zouden wij den architect de welverdiende hulde kunnen brengen voor de logische indeeling van het geheel; voor de voor de voortreffelijke wijze waarop hij het vraagstuk van “licht en lucht” had opgelost; voor de degelijkheid gepaard aan schoonheid, welke van beneden tot boven, van voor tot achter den bezoeker opvalt; voor het aanbrengen van centrale verwarming en electrisch licht, kortom van al datgene wat in een modern kantoorgebouw dient tot gerief van hen, die daar werken en hun den arbeid veraangenaamd, ergo beter doet zijn dan in een ouderwetsche en primitieve omgeving.

Van de drie ingengen van het gebouw is de linksche bestemd voor het publiek, dat belasting komt betalen en “Kamer no. 6” niet meer zal herkennen. Het is de voormalige danszaal van het hotel, waar op den parketvloer wel menig amoureus gesprek zal hebben plaats gehad. Hier vindt het publiek een zaal zoo mooi wat betreft ruimte, licht, lucht en inrichting der loketten, dat de tijd niet verre meer zal zijn dat de Nijmegenaars met plezier hun belastingen gaan betalen. Op het oogenblik zijn de aanslagen nog zóó hoog, dat zelfs de mooie zaal niet in staat is den pil te vergulden. Ook het personeel heeft alle reden om van eene verbetering te spreken. Het moet evenwel voor den mensch niet oged zijn in eene al zijn verlangens bevedigd te zien en zoo blijft er voor dat personeel nog wel wat te wenschen. Het Rijk toch heeft nu wel een mooi huis, maar moet nog bewijzen dit ook te kunnen bewonen. En bij veel lof mag de blaam niet achterwege blijven: wat wij in deze prachtige zaal “Kamer no. 6” aan meubileering zagen, grenst aan het ongelooflijke. Het was een rommeltje, misschien voor den uitdrager nog niet goed genoeg. Wat de firma Jurgens bij het gebouw heeft verkocht: linoleums, gordijnen, electrische lampen, huistelefoon is alles first class, maar wat het Rijk zelf heeft meegebracht, dient zoo spoedig mogelijk te worden vervangen.

Aan de hier genoemde groote zaal grenzen ter eene zijde het kantoor van den Ontvanger der Directe Belastingen, den heer F.E. Vreede, een archiefkamer en een vergaderzaaltje. Ter andere zijde bieden het voormalige tooneel en de vertrekken, die daarmede annex waren, gelegenheid tot inrichting van de kantoren van den Ontvanger der Invoerrechten en Accijnzen, Jhr. W.J. de Jonge, die momenteel aan de St. Anthoniusplaats ook verre van ideaal gehuisvest is.

Eveneens gelijkvloers, in de rechter helft van het gebouw, zijn de kantoren ondergebracht van den Inspecteur (den heer P. v.d. Mark) en den Ontvanger (den heer A. Bloemarts) der Registratie en Domeinen met klerken- en wachtkamers. (De kantoren van dezen dienst aan den Oranjesingel zullen worden betrokken door den Ingenieur van den Waterstraat, thans St. Annastraat; in het vroegere gebouw van de Inspectie der Dir. Belastingen aan de St. Annastraat is de Inspectie van het L.O. gevestigd.)

Een breede trap leidt naar de eerste étage, waar zich de kantoren bevinden van de Inspectie der Directe Belastingen; ter eene zijde van de gang de ruime klerken-zalen resp. van de 1e en de 2e adeeling met in het midden een wachtkamer; ter andere zijde de gezellige kamers van de inspecteurs in beid afdeelingen, t.w. 1e afd. de heer J. Andreas (benoemd met ingang van 1 Mei a.s. plaatsverv. Op het oogenblik de heer Meijerink) en 2e afd. de heer L.A. Alting Mees.

Op de tweede verdieping zijn 5 reserve-kamers voor personeel van de Inspectie en 5 archief-kamers.

Ter rechterzijde van het gebouw is de woning van den concierge gelegen. De daaraan grenzende vroegere garage is een prachtige bergplaats geworden voor de ambtenaren der invoerrechten en accijnzen aangehaalde goederen; hier is ook de ingang voor de leden van het personeel, die een fiets bij zich hebben en voor wie de voormalige kegelbaan is ingericht voor 84 rijwielen; langs de diensttrap zijn zij dan in een oogwenk in het gebouw. Hier, in het sous-terrain, zijn voorts de kantoren van de kommiezen voor den stadsdienst, een leslokaal voor de kommiezen van den velddienst, archief-kamers en een inrichting voor het afstoken van gesistilleerd.

Uit het voorgaande blijkt wel, dat de dienst der Directe Belastingen, Invoerrechtne en Accijnzen thans gehuisvest is in een gebouw, dat als zoodanig aan alle eischen beantwoordt. Wanneer nu ook de inrichting van enkele lokalen zal zijn gemoderniseerd, zullen de inspecteurs en ontvangers, hiervoor genoemd, en hun ijverig personeel, alle reden hebben om de plaats gehad hebbende verandering een groote verbetering te noemen. Voor het publiek is dit nu reeds het geval.” (PGNC 17/4/1923)

Meubelzaak en woninginrichting Wals en links Garage Terwindt & Hekking Mestrom en op de achtergrond voormalig Hotel du Soleil, Graafseweg Bottendaal, 1958 (F86415 RAN CC0)
Meubelzaak en woninginrichting Wals en links Garage Terwindt & Hekking Mestrom en op de achtergrond voormalig Hotel du Soleil, Graafseweg Bottendaal, 1958 (F86415 RAN CC0)

Hierna volgen een aantal andere verbouwingen. In 2013 vond de verbouwing naar appartementen plaats.

Graafseweg voormalig Hotel du Soleil en Belastingkantoor"(januari 2026)
Graafseweg voormalig Hotel du Soleil en Belastingkantoor”(januari 2026)

Meer lezen

Meer over dit pand valt te lezen op Noviomagus:

https://www.noviomagus.nl/Varia/Soleil/Soleil.html

https://www.noviomagus.nl/Particulier/Cat/cwdata/050-DSCN0239_edited.html

https://www.noviomagus.nl/Gastredactie/Klomp/Graafseweg31-35.html

Het voormalige Huize Pater Dehon, van 1951 tot 1974 een doorgangshuis voor voogdijjongens (een soort observatiehuis). (Leon Gustave Dehon was stichter in 1877 van de orde van de Priesters van het Heilig Hart van Jezus). Huize Pater Dehon sloot in 1974 zijn deuren en werd een jaar later verkocht aan de Stichting Jeugd en Gezin, een fusie van twee Nijmeegse voogdijverenigingen. De BLO-school ging onder de naam ’t Driespan verder als ZMOK-school Het oorspronkelijke pand Villa 'Field View' werd gebouwd in 1913 en werd ingrijpend verbouwd en aangepast naar een ontwerp van architect E. F. Estourgie in 1950, Dennenstraat, 1987 (Anton van Roekel via KN11655-84 RAN CCBYSA)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Doorgangshuis Pater Dehon

Dennenstraat 10 Heseveld

	Het voormalige Huize Pater Dehon, van 1951 tot 1974 een doorgangshuis voor voogdijjongens (een soort observatiehuis). (Leon Gustave Dehon was stichter in 1877 van de orde van de Priesters van het Heilig Hart van Jezus). Huize Pater Dehon sloot in 1974 zijn deuren en werd een jaar later verkocht aan de Stichting Jeugd en Gezin, een fusie van twee Nijmeegse voogdijverenigingen. De BLO-school ging onder de naam ’t Driespan verder als ZMOK-school
Het oorspronkelijke pand Villa 'Field View' werd gebouwd in 1913 en werd ingrijpend verbouwd en aangepast naar een ontwerp van architect E. F. Estourgie in 1950, Dennenstraat, 1987 (Anton van Roekel via KN11655-84 RAN CCBYSA)
Het voormalige Huize Pater Dehon, van 1951 tot 1974 een doorgangshuis voor voogdijjongens (een soort observatiehuis). (Leon Gustave Dehon was stichter in 1877 van de orde van de Priesters van het Heilig Hart van Jezus). Huize Pater Dehon sloot in 1974 zijn deuren en werd een jaar later verkocht aan de Stichting Jeugd en Gezin, een fusie van twee Nijmeegse voogdijverenigingen. De BLO-school ging onder de naam ’t Driespan verder als ZMOK-school Het oorspronkelijke pand Villa ‘Field View’ werd gebouwd in 1913 en werd ingrijpend verbouwd en aangepast naar een ontwerp van architect E. F. Estourgie in 1950, Dennenstraat, 1987 (Anton van Roekel via KN11655-84 RAN CCBYSA)

Vooraf

Het bombardement van februari 1944 had het Vincentius Kindertehuis aan de Jodengas verwoest. Dit was een observatie- en doorgangshuis. Na medisch en psychologisch onderzoek werd voor deze kinderen vervolgens een passende omgeving gezocht, waarbij geprobeerd werd kinderen zoveel mogelijk in pleeggezinnen onder te brengen.

De Rooms Katholieke Vereniging voor Kinderbescherming was in 1935 opgericht. Deze was opgericht omdat er behoefte was aan een zelfstandige organisatie voor voogdijkinderen, onder andere om subsidies en verantwoordelijkheden gescheiden te kunnen houden. Voorheen had de voogdij onderdeel uitgemaakt van de Vereeniging Liefdewerk.

Na de oorlog werd op 30 mei 1947 de villa Field View aangekocht, een gebouw van de bankier Pierson. Om als opvang voor kinderen te kunnen dienen, is eerst een verbouwing nodig. Vervolgens wordt Huize Pater Dehon in gebruik genomen. Het pand alleen is niet groot genoeg. Daarop koopt de congregatie een naastgelegen boerderij met haar grond aan. In 1950 wordt begonnen met de nieuwbouw. Hiervan is het ontwerp gemaakt door architect Emile Estourgie.

1951: Opvanghuis aan de Dennenstraat

Op 14 november 1951 vindt de opening van de nieuwbouw plaats, voorafgegaan door een inzegening van het gebouw. De opening begint met een mis, waarna toespraken volgen. In het complex is tevens een kleine kapel aanwezig en er is een lagere school: de jongensschool Pater Dehon.

Er is plaats voor 50 jongens, die tussen de 7 en 15 jaar oud zijn. Daarbij is het de bedoeling, dat zij maximaal 3 maanden geobserveerd worden. Daarna volgt advies over het vervolg van de opvoeding. De kinderen komen uit het hele land, omdat er een tekort is aan observatiehuizen.

Vervolg

De jongensschool wordt in 1956 een BLO-school.

Voor de BLO-school wordt in 1960 een nieuwe school gebouwd, waarvoor een perceel van de buren is aangekocht.

Jaren 60

BLO School, Kaaplandstraat 53, 17/7/1961 (Fotopersbureau Gelderland via F7540 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
BLO School, Kaaplandstraat 53, 17/7/1961 (Fotopersbureau Gelderland via F7540 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)

In 1962 werd besloten om de vereniging om te zetten in een stichting: de Nijmeegse Rooms Katholieke Stichting voor Kinderbescherming (Huis van de Nijmeegse Geschiedenis) en een steunstichting.

In de jaren 60 was er een terugloop in het aantal kinderen in de voogdij (Rooms Katholieke Vereniging voor Kinderbescherming) als in de gezinsvoogdij (Stichting Katholieke Gezinsvoogdij en Patronage) terug.

Vanuit efficiency werd het verstandig geacht beide organisaties samen te voegen. Dit werd vergemakkelijkt, omdat Pater Theodorus al vanaf 1951 in beide besturen zat. In 1971 vond de integratie van beide besturen plaats. Vervolgens gingen de organisaties in 1971 een samenwerkingsverband aan met de voogdij afdeling van het protestantse Van ’t Lindenhoutstichting.

Jaren 70: de paters vertrekken, Stichting voor Jeugd en Gezin

Dennenstraat 10, april 2025 (Google Streetview)
Dennenstraat 10, april 2025 (Google Streetview)

In 1974 vindt de fusie tussen voogdij en gezinsvoogdij plaats en de nieuwe organisatie is de Stichting voor Jeugd en Gezin. Zij kocht Huize Pater Dehon op 18 november 1975. Daarbij kwam er een dagcentrum en de school voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen (zmok-school).

Begin jaren tachtig komen aan de rand van het terrein woonhuizen.

Rond 2005 vindt de verbouwing van de villa en het aangebouwde gedeelte van de jaren 50 plaats om het pand geschikt te maken voor kamerbewoning. De ZMOK-school, welke vanaf 1991 onder de Rosa-stichting valt, verhuist naar Lindenholt. Op deze plek komen nieuwbouwwoningen.

Bij de opening in 1951

Bij de opening besteedt De Gelderlander 14/11/1951 besteedt uitvoerig aandacht aan de opening: “het nieuwe doorgangshuis met observatie voor voogdij- en regeringsjongens Huize “Pater Dehon”, dat omgeven door een fraaie tuin aan de Dennenstraat no. 10 is gelegen”.

Aan de officiële opening ging de inzegening door pater L. Leblanc, Provinciaal Overste van de Priesters van het H. Hart vooraf. Deze orde is tevens bestuurder van het huis.

Het huis heeft tot doel kinderen te observeren en ze vervolgens zo veel mogelijk door te plaatsen naar pleeggezinnen.

Het is in deze interessant de openingsrede van prof. dr. P. Calon te volgen, zoals weergegeven in De Gelderlander 14/11/1951. Daarin zijn duidelijk de opvoedingswaarden van de jaren 50 terug te vinden. Zoals Kinderrechten https://www.kinderrechten.nl/geschiedenis/ ze verwoordt: “De opvoeding van kinderen wordt in de jaren ’50 beheerst door de drie R’s van rust, reinheid en regelmaat. Vrouwen en moeders werken in het huishouden en zorgen voor de kinderen. Vaders en mannen verdienen de kost voor het gezin.”

Calon “constateerde aan het begin van zijn rede dat zich de laatste jaren hoe meer tekenen beginnen voor te doen, die het vermoeden wekken dat in een toenemend aantal gevallen het gezin in zijn eerste en overvreemde taak als opvoedingsmilieu van het opvoedingsmilieu van het opgroeiende kind te kort gaat schieten. Het is geen toeval- aldus spr. – dat in deze periode van toenemende ontreddering van het gezin de psychologie en met name de kinderpsychologie ons in staat stelt ons te bezinnen op de waarde van het gezin voor de opvoeding en ons een inzicht kan geven in de factoren, die de ontreddering in de hand werken.”

Er zijn veel factoren voor deze ontreddering, waarvan Calon er enkele noemt:

  • Vroeger was het gezin tevens een economische productie-gemeenschap waarin men elkaar nodig had. Deze noodzaak is weggevallen
  • Ontspanning vond vroeger vooral in huiselijke kring plaats. Door “specialisering van het amusement, met name in de grootstad”, wordt het amusement meer buitenhuis gezocht, waardoor het gezinsleven een dimensie armer is geworden.

Deze ontwikkelingen in gezichtsontwrichting hebben effecten op de psychologie van het kind. Deze heeft om zich psychologisch goed te kunnen ontwikkelen, behoefte aan een liefdevolle zorgende instelling van de ouders, die zich in concrete en tastbare gegevens uit. Daarnaast of daarbij heeft het behoefte aan een eigen levensruimte, waarin het zich vrij en zorgeloos bewegen kan, welke het zelf, met behulp van de ouders, uitbreiden en bevestigen moet, om van daaruit veilig de wereld te veroveren.

Wanneer dat niet gebeurt, zal het kind gefrustreerd raken. Kinderen komen met iedereen in botsing en gaan alles om zich heen als vijandig beschouwen.

Het is duidelijk, aldus spr., dat zowel de kinderen die in hun emotionele ontwikkeling ernstig worden bedreigd of reeds gehandicapt zijn, recht hebben op hulp. Waar de natuurlijke ouders niet kunnen geven wat tot de noodzakelijke voorwaarden voor de emotionele ontwikkeling ban het kind behoort, daar zal een pleeggezin deze taak moeten kunnen overnemen. De niet zelden gehoorde bewering dat natuurlijke ouders, al zijn deze nog zo deficiënt, steeds beter zijn dan pleegouders, wordt volstrekt gelogenstraft door de uitkomsten van de nieuwste kinderpsychologie.

Het is gebleken dat een kind emotioneel verkommert wanneer er een ongunstige verhouding is van moeder tot kind en dat het kind zich herstelt wanneer het in een liefderijk pleeggezin wordt opgenomen. Want wat het kind nodig heeft is liefde en zorg voor zijn zich ontwikkelende persoonlijkheid, ontmoeting met medemens, wiens genegenheid het ervaren kan door de concrete daden heen.”

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Nijmeegse_Rooms_Katholieke_Stichting_voor_Kinderbescherming

https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Stichting_voor_Jeugd_en_Gezin

Blik in de Hertogstraat in de richting van het Kelfkensbos, rechts de Wilhelminaboom en de Nutsschool, 1900 (P.A. Geurts via F14528 RAN)
#Nijmegen, Centrum, Hertogstraat, Hertogstraat

Hertogstraat

Blik in de Hertogstraat in de richting van het Kelfkensbos, rechts de Wilhelminaboom en de Nutsschool, 1900 (P.A. Geurts via F14528 RAN)
Blik in de Hertogstraat in de richting van het Kelfkensbos, rechts de Wilhelminaboom en de Nutsschool, 1900 (P.A. Geurts via F14528 RAN)

De Hertogstraat is afgeleid van een heerstraat, een Romeinse legerweg. In ieder geval was de straat en omgeving in de Romeinse tijd in gebruik. Wikipedia: “De Hertogstraat is een van de oudste straten van Nederland. De straat wordt al in de 14e eeuw vermeld”. Volgens het Straatnamenregister in 1322 als Hyrtstege (door Gorissen in 1956) en 1382 (door Teunissen in 1933).  Volgens Teunissen is de eerste vermelding van Hartogsteegh in 1694, daaróór zijn er allerlei varianten op hirt, hert en her.

Romeinse oorsprong

Wikipedia: “De straat heeft een in Romeinse oorsprong.

Het is het startpunt van de Heirbaan Maastricht-Blerick-Nijmegen. Die weg loopt vanuit de Hertogstraat, Coehoornstraat, Heijendaalseweg en Driehuizerweg en komt dan in het natuurgebied Heumensoord uit. Op deze plek ligt nog een stuk oude Romeinse weg. Die weg liep door naar Mook, tot de Romeinse Maasbrug bij Cuijk, en vervolgens langs de westkant van de Maas via Blerick naar Maastricht.”

Heirbaan

De meeste bronnen noemen expliciet dat de naam is afgeleid van “heer” en niet van “Hertog”.  De term “heirbaan” (en aanverwante namen) zijn juist op een latere datum aan wegen gegeven, die (veelal terecht) herkend werden als een Romeinse legerweg. De Romeinen zelf zullen deze wegen nooit “heirbaan” hebben genoemd, maar bijvoorbeeld het woord “Via” hebben gebruikt. Eeuwenlang bleven deze wegen daarna nog in gebruik als doorgaande wegen.

 Het woord “heirbaan” is afgeleid van het oud-germaans (of opvolgers daarvan)/de Indo-Europese taal. “heir” of “heer” betekent leger. “Baan” betekent in het oud-germaans “weg”.

Hertog?

Ook “Hertog” is afgeleid van het oud-germaans. “tog” is afgeleid van het woord dat “leiden/trekken” betekent. Hertog betekent dus degene die het leger trekt/leidt.

Echter: aangezien de weg eeuwenlang alleen een verwijzing naar de “heirbaan”, het leger heeft, lijkt de Hertogstraat niets te maken met “hertogen” en zal het zeker niet bedoeld zijn om een specifieke hertog aan te duiden.

De stadszijde van de Hertsteegpoort (Hertogpoort) ; een foto van een pentekening gemaakt door Hendrik Tavenier (18 juli 1734 - 8 april 1807) ; Archief de Poll, inventarisnummer: 1056, 1786 (H. Tavernier via F14549 RAN)
De stadszijde van de Hertsteegpoort (Hertogpoort) ; een foto van een pentekening gemaakt door Hendrik Tavenier (18 juli 1734 – 8 april 1807) ; Archief de Poll, inventarisnummer: 1056, 1786 (H. Tavernier via F14549 RAN)

Nijmeegsche Bankvereeniging Van Engelenburg & Schippers

Het huidige Hertogstraat 70 in 1942, op dat moment de Twentsche Bank, 1942 (F14506 RAN)
Het huidige Hertogstraat 70 in 1942, op dat moment de Twentsche Bank, 1942 (F14506 RAN)

Een opvallend gebouw aan de Hertogstraat is het pand van de Nijmeegsche Bankvereeniging Van Engelenburg & Schippers; veel Nijmegenaren kennen het gebouw als behorende bij de ABN AMRO Bank.

Tweede Wereldoorlog

Aanslag op A. van Dijk, commissaris van politie

De stoet voor de begrafenis van A. van Dijk, commissaris van politie in Nijmegen, tevens lid van de Germaanse SS. Hij werd op 8 juli 1943 in de Hertogstraat door Henk Romeijn,een verzetsman uit Waalwijk, neergeschoten, raakte daarbij zwaar gewond en overleed op 31 augustus 1943 aan zijn verwondingen in Arnhem, 4/9/1943 (GN1127 - B RAN)
De stoet voor de begrafenis van A. van Dijk, commissaris van politie in Nijmegen, tevens lid van de Germaanse SS. Hij werd op 8 juli 1943 in de Hertogstraat door Henk Romeijn, een verzetsman uit Waalwijk, neergeschoten, raakte daarbij zwaar gewond en overleed op 31 augustus 1943 aan zijn verwondingen in Arnhem, Hertogstraat, 4/9/1943 (GN1127 – B RAN)

Op 8-7-1943 vond de aanslag plaats op de commissaris van politie A. van Dijk door Henk Romeijn. Van Dijk was verantwoordelijk voor de arrestatie van 500 Joden en daarnaast was hij een gevaar voor het verzet. Daarop besloot het verzet hem te liquideren. Op 8 juli vond de aanslag plaats door Henk Romeijn. Op 31 augustus overlijdt van Dijk.

Romeijn wordt bij zijn vlucht door burgers op straat tegengehouden: zij dachten dat hij de fiets wilde stelen, die klaarstond om te vluchten. Hij wordt overgedragen aan de Sicherheidsdienst. Hij wordt gemarteld en in september overgebracht naar het kamp Vught. Op 5 april 1944 wordt hij in Arnhem geëxecuteerd.

Bronnen en Verder lezen:

https://www.intonijmegen.com/blijf-op-de-hoogte/verhaal/canon-van-nijmegen-bezette-stad-jodenvervolging-en-verzet

https://nl.wikipedia.org/wiki/Anton_van_Dijk

https://nl.wikipedia.org/wiki/Henk_Romeijn

Bombardement en Market Garden

Het bombardement van februari 1944 en de dagen rond Market Garden in september 1944 had ook grote gevolgen voor de Hertogstraat.

De Hertogstraat met rechts het Wintersoord, 1944 (GN171 RAN)
De Hertogstraat met rechts het Wintersoord, 1944 (GN171 RAN)

Wederopbouw

Winkelwooncomplex

1956 Kelfkensbos, Hertogstraat, Mariënburgstraat en Wintersoord

Een van de grootste projecten van de wederopbouw van het centrum is het winkelwooncomplex tussen het Kelfkensbos, de Hertog, de Mariënburgstraat en Wintersoord.

Lees hier over het winkelwooncomplex:

Blik in de Hertogstraat in de richting van het Kelfkensbos, rechts de Wilhelminaboom en de Nutsschool, 1900 (P.A. Geurts via F14528 RAN)

Hertogstraat

De Hertogstraat is afgeleid van een heerstraat, een Romeinse legerweg. In ieder geval was de straat en omgeving in de Romeinse tijd in gebruik. Wikipedia: “De Hertogstraat is een van de oudste straten van Nederland. De straat wordt al in de 14e eeuw vermeld”. Volgens het Straatnamenregister in 1322 als Hyrtstege (door Gorissen in 1956)…

Lees verder
Voormalig bloemenwinkel Gerretsen & Valeton, Hertogstraat 27 (en daarnaast 29) (mei 2024)

Hertogstraat 27 en 29 architect Claase

In mei 1904 ontwerpt architect Claase een winkelhuis en woonhuis aan de Hertogstraat (27 en 29). De opdrachtgevers zijn de gebroeders Faazen, die wonen op nummer 27 en ook in de nieuwbouw op nummer 29 zullen gaan wonen. In november 1904 opent de bloemisterij Gerretsen en Valeton op nummer 27. Opvallend aan de het pand…

Lees verder

Fotohandel vd Horst Hertogstraat architect Hes

“Het verbouwde pand der Firma v.d. Horst aan de Hertogstraat.

Men zal zich nog herinneren, dat eenige weken geleden het pand van den fotohandel der firma E.J. v.d. Horst aan de Hertogstraat no. 45 gedeeltelijk door brand werd verwoest. De zaak werd als gevolg hiervan eenige weken gesloten, doch tegelijk werd met een verbouwing begonnen, die nu dezer dagen haar beslag heeft gekregen. Zaterdag j.l. is het vernieuwde pand geopend. Het blijkt, dat de brand, naast de schaduwzijden, toch dit goede resultaat gebracht heeft, dat de Hertogstraat een modern winkelpand rijker is geworden. De gevel van imitatie-graniet trekt reeds van verre de aandacht, terwijl ook de beide groote bronzen vitrines aanstonds in het oog vallen; inderdaad een heel verschil met het ouderwetsche winkelhuis van vroeger. Het spreekt wel vanzelf, dat van deze gelegenheid gebruik is gamkaat om het pand ook inwendig te moderniseeren. De winkel, waain het daglicht thans volop binnenstroomt en die des avonds in een gloed van kunstlicht prijkt, maakt thans een keurigen indruk. Hetzelfde is het geval met de achtergelegen wachtkamer, met haar smaakvolle groen-gele wandbekleeding. Voorts werd ook het fotografisch atelier geheel nieuw ingericht, gestoffeerd en van de nieuwste apparaten voorzien. Ook de werkplaatsen boven werden verbouwd en beantwoorden thans aan alle eischen, die er redelijkerwijs aan gesteld mogen worden. De firma v.d. Horst beschikt thans over een flink modern winkelpand. Zij maakte van deze verbouwing tevens gebruik om haar fotohandel belangrijk uit te breidenL deze vormt thans een voornaam onderdeel van de zaak.

De architect, de heer Hes, die de leiding had bij de verbouwing, komt een woord van waardeering toe voor wat hij hier tot stand bracht. Vermelden wij nog, dat de verbouwing werd uitgevoerd door de aannemersfirma L.P. van Horsen. De firma Toonen verzorgde de elektriciteit, terwijl de stoffeering geschiedde door de firm Athmer.” (PGNC 24/7/1933)

Bank De Nijmeegse Bankvereeniging Van Engelenburg & Schippers

1922, Huidig: Hertogstraat 70 (toen: “tusschen Hersteeg, Mariënburgplein en Mariënbursche straat)

Nijmeegsche Bankvereeniging Van Engelenburg & Schippers, architect Oscar Leeuw. Rechts de bank, foto: 25 jarig regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina ; een versierde poort gezien in de richting van het Hertogplein, 1923 (F59633 RAN)
Nijmeegsche Bankvereeniging Van Engelenburg & Schippers, architect Oscar Leeuw. Rechts de bank, foto: 25 jarig regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina ; een versierde poort gezien in de richting van het Hertogplein, 1923 (F59633 RAN)

Leest het artikel over de Nijmeegsche Bankvereeniging Van Engelenburg & Schippers:

Verbouwing fotozaak vd Horst architect Ees

1933 Hertogstraat

Fotozaak van der Horst, foto gedateerd 1932 dus voor de verbouwing; Een rij winkels tussen het Kelfkensbos en de Walmuur. Te zien zijn een metaalhandel en een fotozaak (van der Horst). Rechts is nog een deel van het Poortwachterhuys te zien, St. Jorisstraat 13-23 (Fotopersbureau de Gelderlander via F14667 RAN CC-BY-SA, auteursrechthouder J.F.M. Trum)
Fotozaak van der Horst, foto gedateerd 1932 dus voor de verbouwing; Een rij winkels tussen het Kelfkensbos en de Walmuur. Te zien zijn een metaalhandel en een fotozaak (van der Horst). Rechts is nog een deel van het Poortwachterhuys te zien, St. Jorisstraat 13-23 (Fotopersbureau de Gelderlander via F14667 RAN CC-BY-SA, auteursrechthouder J.F.M. Trum)

Het verbouwde pand der firma v.d Horst aan de Hertogstraat.

Men zal zich nog herinneren, dat eenige weken geleden het pand van den fotohandel der firma E.J. v.d. Horst aan de Hertogstraat no. 43 gedeeltelijk door brand werd verwoest. De zaak werd als gevolg hiervan eenige weken gesloten, doch tegelijk werd met een verbouwing begonnen, die nu dezer dagen haar beslag heeft gekregen. Zaterdag 11 is het vernieuwde pand geopend. Het blijkt dat de brand, naast de schaduwzijden, toch dit goede resultaat gebracht heeft, dat de Hertogstraat een modern winkelpand rijker is geworden. De gevel van imitatie-graniet trekt van verre de aandacht, terwijl ook de beide groote bronzen vitrines aanstonds in het oog vallen; inderdaad een heel verschil met het ouderwetsche winkelhuis van vroeger. Het spreekt wel vanzelf, dat van deze gelegenheid gebruik is gemaakt het pand ook inwendig te moderniseeren. De winkel, waarin het daglicht thans volop binnenstroomt en die des avonds in een gloed van kunstlicht prijkt, maakt thans een keurigen indruk. Hetzelfde is het geval met de achtergelegen wachtkamer, met haar smaakvolle groen-gele wandbekleeding. Voorts werd ook het fotografisch atelier geheel nieuw ingericht, gestoffeerd en van de nieuwste apparaten voorzien. Ook de werkplaatsen boven werden verbouwd en beantwoorden thans aan alle eischen, die er redelijkerwijs aan gesteld mogen worden. De firma v.d. Horst beschikt thans over een flink modern winkelpand. Zij maakte van deze verbouwing tevens gebruik om haar fotohandel belangrijk uit te breiden; deze vormt thans een voornaam onderdeel van de zaak.

De architect, de heer Ees, die de leiding had bij de verbouwing, komt een woord van waardering toe wat hij hier tot stand bracht. Vermelden wij nog, dat de verbouwing werd uitgevoerd door de aannemersfirma L.P. van Horsen. De firma Toonen verzorgde de elektriciteit, terwijl de stoffeering geschiedde door de firma Athmer.” (PGNC 24/7/1933). in de adresboeken van 1932 en 1934 is het adres Jorisstraat 13. In het adresboek van 1936 komt Foto v.d. Horst – Fotografie en Fotohandel voor op de adressen Hertogstraat 45 en Jorissstraat 13 (met elk een ander telefoonnummer). In 1940 is het weer alleen Jorisstraat 13.

Verbouwing Opticien Harting

Hertogstraat

Hertogstraat 128, augustus 2023 (Google Streetview) Vanaf 1939 opticien Harting, verbouwing door architect Deur
Hertogstraat 128, augustus 2023 (Google Streetview) Vanaf 1939 opticien Harting, verbouwing door architect Deur

Lees hier het artikel:

Hertogstraat 125-127, Derde Walstraat 122

1894

Beeld van het plein, omstreeks de eeuwwisseling, met het plantsoen en de Wilhelminaboom, gezien vanaf de hoek Van Broeckhuysenstraat/Hertogstraat. Op de achtergrond, rechts, de Nutsschool met (links) het begin van de Derde Walstraat. Geheel links, het eerste stuk van de Hertogstraat met Hertogstraat 125-127, 1898-1902 (F89863 RAN)
Beeld van het plein, omstreeks de eeuwwisseling, met het plantsoen en de Wilhelminaboom, gezien vanaf de hoek Van Broeckhuysenstraat/Hertogstraat. Op de achtergrond, rechts, de Nutsschool met (links) het begin van de Derde Walstraat. Geheel links, het eerste stuk van de Hertogstraat met Hertogstraat 125-127, 1898-1902 (F89863 RAN)

Beeld van het plein, omstreeks de eeuwwisseling, met het plantsoen en de Wilhelminaboom, gezien vanaf de hoek Van Broeckhuysenstraat/Hertogstraat. Op de achtergrond, rechts, de Nutsschool met (links) het begin van de Derde Walstraat. Geheel links, het eerste stuk van de Hertogstraat

Op de gevel is duidelijk het bouwjaar te zien: 1894. Het pand is gebouwd als twee herenhuizen met een winkel op de zeer scherpe hoek van de Hertogstraat. De architect was H. Esmeijer.

Gemeentelijk Monument

Het pand is een Gemeentelijk Monument vanwege: “Fraai voorbeeld van hoekbebouwing in de stadsuitleg.”

Sigarenmagazijn Charlemagne

Lees hier het artikel:

Juwelier Hoeboer

Hertogstraat 6 (in 1906)

Een gedeelte van de Hertogstraat tussen het Wintersoord en het Kelfkensbos; met rechts een fiets met een hangwagentje, links juwelier Hoeboer, 1935 (GN4801 RAN)
Een gedeelte van de Hertogstraat tussen het Wintersoord en het Kelfkensbos; met rechts een fiets met een hangwagentje, links juwelier Hoeboer, 1935 (GN4801 RAN)

Afgaande op het artikel over de verbouwing in 1906, betekent dit dat juwelier Hoeboer al eerder hier zijn winkel had. Uit de foto uit 1935 blijkt, dat de winkel van Hoeboer dan nog steeds bestaat.

Th. Hoeboer komt als “goudsmid” voor het eerst op Hertogstraat 6 voor in het Adresboek 1898. Waarschijnlijk is hij tussen 1896-1898 naar dit adres verhuisd vanaf Ziekenstraat 65: dan komt daar een Th. Hoeboer, goudsmid voor.

Daarna zal hij jarenlang op nummer 6 als goudsmid zitten (Adresboeken 1899, 1901, 1902, 1903, 1905, 1907, 1908, 1909, 1910-1911, 1912-1913 (als Hersteeg),

In ieder geval is in 1908 en 1918, 1920 het adres van Hoeboer Hertogstraat (of Hersteeg) 6/8.

Lees hier het artikel over de verbouwing van 1906 door architect Hoffmann:

De tot nu toe eerstgevonden vermelding van A.W.M.J. Hoeboer op Hertogstraat 6-8 als “juwelier” is in het Adresboek van 1926, Th. Hoeboer als “goudsmid” op nummer 10 (Adresboeken 1922 en 1924 zijn tot nu toe niet ingezien). Idem voor 1928, 1932 (dat jaar komt ook Th.A.E. Hoeboer voor op nummer 10), 1934.

In het adresboek van 1936 komt A.W.M.J., juwelier nog voor op het adres 6-8. Th. Hoeboer, juwelier, lijkt verhuisd te zijn naar Sterreschansweg 32. Idem voor 1938.

In het Adresboek 1940 komt de juwelier voor op nummer 3: het is nog onduidelijk of dit een hernummering of een daadwerkelijke verhuizing betreft.

Centrum-garage

1930, Hertogstraat Centrum

Lees hier het artikel over de opening:

Kapsalon Maison Chic

Hertogstraat, 1935

Lees hier het artikel over de opening:

Motorrijwielbedrijf Termaat

Hertogstraat 58

Lees hier over de opening in 1956:

Stalhouderij Ariëns

Reclameplaat van Stalhouderij Th. Ariëns, 1895 (F55013 RAN)
Reclameplaat van Stalhouderij Th. Ariëns, 1895 (F55013 RAN)

Garagebedrijf Egbers

	Garagebedrijf Th. Egbers. Vijfde van rechts (zonder pet) is Rudolf Kersten (1867-1944). Reproductie, 1900-1910 (P.H. Kouw via F23371 RAN)
Garagebedrijf Th. Egbers. Vijfde van rechts (zonder pet) is Rudolf Kersten (1867-1944). Reproductie, 1900-1910 (P.H. Kouw via F23371 RAN)
Overname smederij in Hertogstraat door Th. Egbers (PGNC 23/10/1887)
Overname smederij in Hertogstraat door Th. Egbers (PGNC 23/10/1887)

Hendriks

Hertogstraat 47

Een feestetalage.

De heer Jac. D.P. Hendriks, Hertogstraat 47, heeft ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van zijn zaak in diamant, goud- en zilverwerken, eene feestetalage aangericht welke eenige interessante merkwaardigheden laat zien. Hij exposeert van morgen af gedurende een zestal dagen o.a. fijn zilver en zilverbaar met bijbehoorend essaybriefje zooals het op de beurs wordt verhandeld. Voorts in verschillende stadia van bewerking zijnde gebruiks- en luxe artikelen, eenerzijds. Anderzijds zeer merkwaardige antieke en moderne horloges. Hollandsche, Engelsche en Fransche van 1700, waaronder een van Abram Uyterweer te Rotterdam, wel een van de eerste Hollanders die een horloge maakte; horloges met slag- en speelwerk. Moderne horloges als blindenhorloge (braille-schrift), Zionistenhorloge, Contrôlehorloge voor automobielwedstrijden, Roulette-horloge, in gebruik te Monte Carlo enz.

Deze bijzondere etalage verdient wel de belangstelling en zij die in den winkel binnentreden worden nog bedacht met een gratis reclame-geschenk, een zakspiegeltje of notitie-boekje.” (PGNC 8/9/1921)

Hardeman

De scheersalon van kapper Hardeman in wat toen nog de Hersteeg heette, Hertogstraat 13, 1920-1925 (F87907 RAN)
De scheersalon van kapper Hardeman in wat toen nog de Hersteeg heette, Hertogstraat 13, 1920-1925 (F87907 RAN)
De hoek van de Hertogstraat - Kelfkensbos, rechts is Hertogstraat. Let op het straatnaambordje Heirsteeg, GN169 dateert de foto op 1920-1930, de identieke foto F67140 op 1944 (GN169 RAN)
De hoek van de Hertogstraat – Kelfkensbos, rechts is Hertogstraat. Let op het straatnaambordje Heirsteeg, GN169 dateert de foto op 1920-1930, de identieke foto F67140 op 1944 (GN169 RAN)

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://de.wiktionary.org/wiki/Bahn

https://nl.wikipedia.org/wiki/Heerweg_(Romeinse_Rijk)

https://gaypnt.home.xs4all.nl/straatnamen/H.html#Hertogstraat

https://nl.wikipedia.org/wiki/Heerweg_(Romeinse_Rijk)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Hertog

Badhuis Maasplein in 1975 (foto: Jan Cloosterman via RAN F29505)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Badhuis Maasplein

Badhuis Maasplein in 1975 (foto: Jan Cloosterman via RAN F29505)
Badhuis Maasplein in 1975 (foto: Jan Cloosterman via RAN F29505)

Het Badhuis is gebouwd in opdracht van Woningvereeniging Nijmegen, naar een ontwerp van de architect J.C. Hermans (1921-22). Daarbij was Willem Hoffman “den aesthetischen adviseur”.

Op 5 augustus 1922 opende het badhuis aan het Maasplein 9. De Gelderlander:

Badhuis Maasplein in de Rivierenwijk.

De woningvereeniging Nijmegen, welke de moeilijke- en gehoord de critiek- ook geenzins benijdenswaardige taak heeft- in de Nijmeegsche woningnood te vooerzien, gaat rustig voort haar plicht te doen.

Het bestuur- met de heeren Haspels en Mr. Dr. v.d. Grinten, respectievelijk voorzitter en secretaris- zet zijn werk onverdroten voort en laat bouwen tuindorp na tuindorp.

Zoo zou men de nieuwe huizen-complexen noemen in plaatsen, minder rijk aan natuurschoon en tuinoverdaad dan Nijmegen.

Toch valt het nieuwe huizencomplex van de Woningvereeniging op, zooals dit thans neergezet is en nog deels in aanbouw is aan den Weurtschenweg, waar de rivierenwijk in opkomst is.

Dit deel van Nijmegen, het z.g.n. nijverheidskwartier treft en trekt nu juist niet den wandelaar door aangename natuuromgeving, eentonig is er de kleur der omringende weilanden, waardoor niet de grillige, afwisselende lijn loopt van boomen of bosschages.

Het is er effen en vlak- al geeft de nabijheid der rivier zoo noodig gezochte afwisseling.

De bestuurderen van de Woningvereeniging Nijmegen, terzijde gestaan door den aesthetischen adviseur, den bekenden architect Willem Hoffman, gingen blijkbaar van de meening uit in deze Weurtsche weg-woonwijk afwisseling te moeten brengen in uiterlijk aspect der huisjes, welke er allengs verrezen, met tierige tuintjes voor de deurtjes.

Afswisseling in gevels is er dan ook in voldoende liever nog gezegd- weldoende mate aangebracht.

Men tuurt er niet voortdurend op die uniforme-gevelrijen, welke er op den duur den indruk van verveling en dagelijks hetzelfde vast vestigt.

Nu komt men bij het dwalen door de Waal- Maas- Rijn – Ijssel- en andere straten voor schilderachtige hoekjes te staan, welke het nog beter zullen doen, wanneer het groen voor de huizen breeder en hooger uitgegroeid is.

Dan is tegelijkertijd ook deels het bezwaar weggenomen, dat de bewoners te veel bij elkaar in huis kunnen kijken- al zijn de straten dan nog zoo breed uitgezet.

Vooral is de achterzijde der woningen nu nog niet vrij genoeg- wat nochtans een onvrijheid is, welke men in de beste woonwijken treft, wanneer ook daar geen opgeschoten geboomten de uitzichten op tegenovergelegen woningen wat markeert.

In ieder geval heeft zich hier de schoonheidsadviseur in de bouwkunde laten gelden op een wijze, welke voordeelig was voor het wisselend aspect.

Al is de wijk nog deels in aanbouw, al zijn de wegen nog deels ongebaand, wat er klaar is, geeft een goeden indruk, welke men meeneemt naar het nieuwe badhuis, dat gebouwd is op het mooie Maaspleintje, ruim gelegen te midden van de nieuwe woonwijk.

Advertentie opening Badhuis Maasplein (PGNC 3/8/1922)
Advertentie opening Badhuis Maasplein (PGNC 3/8/1922)

Ligt het Volksbadhuis in de Tulpstraat eenigermate achteraf hier valt het oog dadelijk op het nuttige badhuis, voor de bewoners van de rivierenwijk.

De N.V. Betonmaatschappij bouwde dit volksbadhuis in eenvoudige, toch sierlijke stijl, dat aan het geheel iets landelijks lokkends gaf.

De practijk leerde ook hier alweer bij de inrichting van dit volksbadhuis.

De entrée is hier alweer veel gerieflijker en ruimer gemaakt; de wachtkamer, rechts van den ingang is tevens gezelliger en ruimer ingericht- terwijl de bergplaats voor rijwielen, links van de entree zelfs meer gemak aanbiedt.

Dadelijk na de vestibule komt men in de zaal met douches en badkuipen, welk interieur het uiterlijk toont en het comfort biedt van het indertijd reeds beschreven badlokaal van den Tulpstraat.

Aan gezondheidseischen is ook hier allereerst alle aandacht geschonken. Licht, lucht en zon kunnen van alle zijden binnendringen, de vestibule is uitstekend en de badkamertjes, wars van iedere weelde, bieden nochtans alle comfort, dat men van eene moderne badinrichting mag verwachten.

Bloemenhangers fleuren de zaal zelfs nog op, terwijl de licht grijze tinten, door den schilder op deuren en kozijnen aangebracht, den eenvoud van interieur verhoogen en veraangenamen.

Of zoo’n volksbad niet waarlijk gewaardeerd wordt!

Nu de exploitatie nog meer aangepast is aan de practijk en ook de prijsregeling tactisch is verminderd op meer stille dagen, neemt het gebruik der baden aanmerkelijk toe.

Eenige cijfers mogen dit illustreeren.

In juli vorig jaar bedroeg het gebruik der baden 576 in de maand- dit jaar steeg het in Juli dank zij gunstiger prijsbepaling tot 893 en in Mei zelfs tot 962, wat bijna een verdubbeling beteekent.

Nu moge het ’t volksbadhuis nog geldelijke offers vragen, de gemeente offert hier haar gelden toch voor een goed doel: de bevordering der volkshyiëne.

En dat kan en mag de gemeenschap ook wat waard zijn!

Voor nadere bijzonderheden omtrent opening, gebruik van het badhuis, prijzen en baden enz. verwijzen wij naar de prospecten, welke aan het badhuis verkrijgbaar zijn.

Het bestuur der Woningvereeniging Nijmegen deed hier weer nuttig werk, en vond in dit opzicht steeds een goeden steun van den heer Pitlo, en administrateur der woningvereeniging”. (De Gelderlander 7/8/1922)

Abonneren

Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.

Aanvankelijk minder bezoekers dan gehoopt, tariefverlaging

Tarieven Badhuizen (De Gelderlander 24/9/1928)
Tarieven Badhuizen (De Gelderlander 24/9/1928)

Aanvankelijk heeft het Badhuis niet het gehoopte succes: “Gedurende het geheele jaar 1923 bleef het bezoek van het badhuis van ’t Maasplein onbevredigend, ondanks de toepassing van het lage tarief op de laatste drie dagen van de week. Daarom werd aan het einde van het verslagjaar besloten het tarief met ingang van 1 Januari 1924 voor alle dagen van de week nog aanmerkelijk te verlagen, teneinde het badhuis aan zijn doel te doen beantwoorden, zij het ook met de kans van vergrooting van het verlies. Het tarief werd nu gedurende de geheele week gesteld op 12 cent voor een kuipbad en 5 cent voor een stortbad.…

De resultaten van dit verlaagde tarief gedurende de eerste maanen van dit jaar 1924 zijn inderdaad gunstig. Het gebruik der baden is zeer gestegen, zoodat zelfs niet alleen uit een oogpunt van volksgezondheid door den getroffen maatregel iets goeds is bereikt, doch ook de inkomsent eene stijgende lijn vertoonen.

Over het afgeloopen jaar bedroeg het exploitatieverlies van het badhuis aan het Maasplein f4729,15.” (PGNC 26/7/1924)

Voor aantal jaren zijn het aantal bezoekers gevonden, zie de onderstaande tabel:

MaaspleinAantal badenStortbadenKuipbadenWinst/verlies
192410.3978.7501.647-4.985,90
192513.15011.4571.693-4.477,76
1926    
1927 13.1701.260 
1928 13.6341.480 
1929 9.6651.116-4.616,45
1930   -4.295.03
1931   -4.540,18
1932Stijging ruim 9%+ 1.852 tov 1931– 403 tov 1931-3.841,16
1933    
1934    
1935 13.864829 
1936    
1937 13.830639 
1938    
19391.966 meer   

Vervolg

Na de Tweede Wereldoorlog kregen badhuizen het steeds moeilijker: huizen werden niet meer zonder douche gebouwd. Daarnaast was er de concurrentie van de zwembaden. Het badhuis aan het Maasplein sloot in 1975. Daarna zat er nog een tijd een verhuurwinkel en fysiotherapeut.

Badhuis Maasplein in 1975 (foto: Jan Cloosterman via RAN F29505)

Herinneringen of aanvullingen?

Laat hier je bericht achter:

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

(Overige) Bronnen en verder lezen

De Gelderlander 7/8/1922

De Wester, september 2020: een mooi artikel over het Maasplein, met onder andere herinnneringen aan het Badhuis.

Biezen/Waterkwartier

Hoewel Biezen de officiële naam is, noemen veel Nijmegenaren de wijk het Waterkwartier. Het is een van oudst bewoonde gedeelten…

J.C. Hermans, architect

J.C. Hermans lijkt vooral bekend te zijn vanwege zijn ontwerpen voor de Woningvereniging Nijmegen. Niet ten onterechte, daar alleen al…