Hoek Lange Hezelstraat Bottelstraat voormalige Framy april 2025
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag, Hezelstraat

Gebouwen hoek Bottelstraat Hezelstraat voormalige Framy

Bottelstraat 6, 8 en 10, Lange Hezelstraat 92

Hoek Lange Hezelstraat Bottelstraat voormalige Framy april 2025
Hoek Lange Hezelstraat-Bottelstraat, voormalige Framy (april 2025)

Jarenlang zat op de hoek van de Lange Hezelstraat en de Bottelstraat de meubelwinkel Framy. Daarvóór was Coöperatieve Centrale Handelsvereeniging een belangrijke gebruiker, die bovendien een grote silo liet bouwen. Na het vertrek van Framy raakte het pand langzaam in verval. Na herstel, mede door het creëren van een hofje, werden oude elementen als de oude kloostermuur beter zichtbaar.

Middeleeuws

Restant oude kloostermuur, Halve Gas (april 2025)
Restant oude kloostermuur, Halve Gas (april 2025)
Gezien vanaf de oude Hezelpoort in de richting van de Korte Hezelstraat (Thans Stikke Hezelstraat) in het midden de St. Stevenstoren. Links de Bottelstraat, 1874-1876 (F19170 RAN)
Gezien vanaf de oude Hezelpoort in de richting van de Korte Hezelstraat (Thans Stikke Hezelstraat) in het midden de St. Stevenstoren. Links de Bottelstraat, 1874-1876 (F19170 RAN)

In de 15e eeuw stond hier het Kloosterhof Gravendael van de Cisterciënzer nonnen. Zij had meerdere woningen, die werden gebruikt als logeerverblijf voor ordeleden die de stad bezochten. Ook waren er stadsboerderijen. En was er een rentmeester, die de bezittingen beheerde. De toegang van het kloosterhof was aan de Bottelstraat.

Gezien richting Korte Hezelstraat later( Stikke Hezelstraat). Links de Bottelstraat, 1900-1906 (Collectie J.M.G.M Brinkhoff via D243 RAN)
Gezien richting Korte Hezelstraat later( Stikke Hezelstraat). Links de Bottelstraat, 1900-1906 (Collectie J.M.G.M Brinkhoff via D243 RAN)

Coöperatieve Centrale Handelsvereeniging

Coop Centrale Handelsvereeniging Bottelstraat 10 (De Gelderlander 8-11-1945)
Coöp Centrale Handelsvereeniging G.A., Bottelstraat 10 (De Gelderlander 8-11-1945)

In de jaren 20 vestigt zich de Coöperatieve Centrale Handelsvereeniging (onstaan als inkooporganisatie voor mengvoer en mest van de Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond). De ligging was goed: dicht bij de haven. Daarnaast had Nijmegen veel stadsboerderijen. En ook was de Bottelstraat goed bereikbaar voor de boeren uit de omgeving.

In 1923 werd het pakhuis gebouw en de graansilo volgde in 1927. Al snel na het einde van de Tweede Wereldoorlog begon Nijmegen haar belang als agrarisch centrum al snel te verliezen, vooral doordat de landbouw door de uitbreiding van de stad verdween. Daarop verhuisde de Boerenbond in de jaren 60 naar Grave.

Zie voor herinneringen ook https://www.noviomagus.nl/h1.php?p=OudNijmegen/053/cwdata/08-Personeel%20NCB,CHV%20Bottelstraat%201945.html

Framy

Framy, Lange Hezelstraat 92, 1967 (F92092 RAN)
Framy, Lange Hezelstraat 92, 1967 (F92092 RAN)

Oorsprong in Geffen

De oorsprong van Framy lag in Geffen, waar de slager Frans van der Heijden tijdens of vlak na de Tweede Wereldoorlog in de meubelhandel terecht komt. Begonnen als een soort marskramer, was hij later een halletje begonnen in Geffen. Daar zou hij in de loop der jaren uitbreiden, totdat Geffen te klein werd.

Bovendien hoorde van der Heijden in 1967 van een voedervertegenwoordiger dat het gebouw van de Boerenbond vrij zou komen. Daarom begint hij Framy in Nijmegen: een samentrekking van zijn eigen naam Frans en van zijn vrouw Miet, waarbij de “ie” vervangen werd door een “y”. In de loop der jaren zal hij ook de naastliggende panden kopen.

Zijn opvolger, zoon Piet van der Heijden zal vervolgens in Nijmegen een 2e zaak openen -die in vlammen opgaat- en een zaak in Arnhem beginnen. “De zaken gingen voortvarend en vrijwel alle familieleden en aangetrouwden hadden een functie in het bedrijf. Als directeur, bedrijfsleider, verkoper, inkoper of als chauffeur. En zoals in de beste families, ging het ook bij Van der Heijden mis. Pierre: „Toen oma overleed ging de lucht er een beetje uit.”” (De Gelderlander) Daarna werden de winkels nog een tijdlang verhuurd.

Winkelcomplex van Framy Meubelen met woningen (op achtergrond de Lange Hezelstraat). (P.S. Wordt in 2017 gedeeltelijk gesloopt en gedeeltelijk verbouwd tot appartementen), 1970-1975 (Evert F. van der Grinten via F78227 RAN)
Winkelcomplex van Framy Meubelen met woningen (op achtergrond de Lange Hezelstraat). (P.S. Wordt in 2017 gedeeltelijk gesloopt en gedeeltelijk verbouwd tot appartementen), 1970-1975 (Evert F. van der Grinten via F78227 RAN)

Een mooie foto van Framy uit 1975 is te zien op F63904 RAN.

Silo

Van der Heijden kon de silo niet gebruiken. Deze werd daarom dichtgemetseld. Wel zou de Radio Rataplan tijdens de Piersonrellen illegaal een antenne bovenop de silo plaatsen, om krakers op de hoogte houden van de ontwikkelingen.

2008: vertrek naar meubelboulevard

In 2008 vertrekt Framy naar de meubelboulevard: het was steeds moeilijker geworden om een meubelzaak in het centrum te hebben. Klanten konden het centrum steeds moeilijker met de auto bereiken en konden niet meer parkeren. Daarnaast was het steeds moeilijker geworden de winkel te bevoorraden.

Steen opgedragen aan Framy, Bottelstraat (april 2025)
Steen opgedragen aan Framy, Bottelstraat (april 2025)

Atelier en leegstand

Na het vertrek van Framy hadden Jos van Riswick en Vincent Boelaarts hier vanaf 2010 nog een tijdlang hun atelier. Zie hun site: “Het oude pand van de Chr. Boerenbond met de markante graantoren uit 1920 die boven de bebouwing van de benedenstad uittorent, biedt genoeg ruimte om te werken en om werk te exposeren.”. Vaak was er in de etalage een filmpje te zien hoe een schilderij, meestal een stilleven, tot stand was gekomen (eigen herinnering).

Doordat het niet lukte om het gebouw te verkopen, raakte het pand steeds meer vervallen. Het werd daarbij genomineerd voor het lelijkste gebouw van Nijmegen. In 2015 was het gebouw naast het hierboven genoemde atelier in gebruik als meubelopslag (Mariken 2015 nr 5)

Verbouwing Het Magazijn

Bewaard gebleven onderkant van silo's, Halve Gas (april 2025)
Bewaard gebleven onderkant van silo’s, Halve Gas (april 2025)

Dan volgt de verbouwing van de graansilo en de pakhuizen naar appartementen. Een aantal elementen worden weer zichtbaar gemaakt, zoals oude muren. En de onderkant van de graansilo’s blijft behouden. Hoewel de buitenkant van de gebouwen niet bijzonder waren en wat in verval begonnen te raken, kent het complex bijzondere historische elementen als kelders, oude muren, kapconstructies en gietijzeren zuilen. Het is dan ook een bouwhistorisch monument van de Gemeente Nijmegen.

Het Magazijn, Bottelstraat (april 2025)
Het Magazijn, Bottelstraat (april 2025)

Bij de herinrichting van het complex wordt een doorgang gemaakt naar het binnenterrein, welke de naam Halve Gas krijgt. Daarbij wordt deze doorgang en het binnenterrein overgedragen aan de gemeente als openbare weg (Staatscourant 2018, 20319). Een aantal vervallen panden zijn gesloopt en vervangen door nieuwbouw in de vorm van koopwoningen.

Het ontwerp was van Sven Dyckhoff van Flow Architecten. De opdrachtgever was D&M Properties-Bottelstraat BV en het project duurde van 2015 – 2019. Op haar site: “De ingrepen in de bestaande bebouwing zijn zo gedaan dat de waardevolle delen bewaard konden blijven en nu weer tot hun recht komen.”

Bottelstraat (april 2025)
Bottelstraat (april 2025)

Op basis van historisch onderzoek was bepaald welke elementen behouden moesten worden en waar mogelijk, zo veel mogelijk zichtbaar gemaakt worden. Op basis daarvan werd het plan steeds verder uitgewerkt, ook om te kunnen voldoen aan de monumentale eisen. In totaal kwamen er 31 huurappartementen, 8 koopwoningen en 2 bedrijfsateliers (Propertynl)

Daarbij waren de silo’s een van de grootste uitdagingen: om deze te kunnen verbouwen was het nodig om veel gaten in dit gebouw voor ramen aan te brengen. Daarbij was het de vraag in hoeverre deze gaten van invloed zouden zijn op de stabiliteit. Hier kwamen 6 appartementen met balkons en een lift.

“Dyckhoff vond het een uitdaging om in de nieuwbouw niet alleen de restanten van middeleeuwse muren op te nemen, maar ook de industriële herinnering van deze plek. Zo blijven de trechtermonden van de oude meeltoren waaronder vroeger de bakkers met hun karren stonden om meel op te halen, behouden. ,,Die tegenstelling is fantastisch, een gotische wand versus een industriële werkplek.’’ en over gehele project: “”Het is een uitdagende en tegelijk lastige opgave. Wat kun je behouden, wat willen we nog tonen van het verleden?”” (Gelderlander)

Detail van oude kloostermuur Halve Gas (april 2025)
Detail van oude kloostermuur Halve Gas (april 2025)

Bovendien is de 15e-eeuwse muur van het klooster nu goed zichtbaar geworden. Daarnaast is er een 13e-eeuwse muur in een van de voormalige werkplaatsen.

Ook het hoekpand van de Bottelstraat-Lange Hezelstraat is gerenoveerd. Op de begane grond kwam weer een winkel. Daarboven kwamen appartementen.

Nominatie Architectuurprijs 2019

Het kan verkeren: waar in 2024 het complex nog werd genomineerd als “lelijkste gebouw van Nijmegen”, werd het project van de verbouwing genomineerd voor de Nijmeegse Architectuurprijs 2019.

De Cultuurhistorische waardenkaart van 2023, de vervanging van de cultuurhistorische beleidskaart uit de Nota Cultureel Erfgoed uit 2013, noemt Framy als geslaagd voorbeeld van: “Vele voorbeelden laten zien dat het benutten en hergebruiken van erfgoed bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, deze gebieden kwaliteit geven. Een andere sfeer. … De vernieuwing van het oude Framy-complex aan de Bottelstraat, met de
voormalige silo en het 15e-eeuwse gotische huis.”

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://www.brugnijmegen.nl/nieuws/algemeen/117512/genomineerden-architectuurprijs-nijmegen-2019

Mariken Magazine, 2015 nummer 5 (Pdf)

Mariken Magazine, 2019 nummer 1 (Pdf)

https://wijchen.nieuws.nl/nieuws/nieuw-boek-wijchenaar-vincent-cantrijn

https://www.gelderlander.nl/nijmegen-e-o/verborgen-historie-in-nieuwbouw-in-de-oude-stad~a9e437d8/

Zie ook: https://hr-bin.nl/project/framy-nijmegen/ voor foto’s

https://propertynl.com/Nieuws/Historische-panden-Nijmeegse-binnenstad-getransformeerd-naar-woningen-en-bedrijfsateliers/abb0f6bc-1f72-4b81-8999-307df6d12737

Zie voor een uitgebreid onderzoek: Meeltoren Nijmegen: Herontwikkeling van de oude stad, Sven Vos (afstudeerscriptie)

Huize Insulinde met tuin, Voorstadslaan, 1935-1940 (F5537 RAN) Hees
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Van Welgelegen en Villa Carré naar Huize Insulinde

Villa Carré, Voorstadslaan, 1910 (F5532 RAN)
Villa Carré, Voorstadslaan, 1910 (F5532 RAN)

Waar tegenwoordig het ouderencomplex Insulinde op de hoek van de Voorstadslaan en Schependom staat, stond daarvoor Huize Insulinde, oorspronkelijk opgericht als opvanghuis voor oud-Indië gangers. Daarvóór had het een beroemde bewoner: circusdirecteur Oscar Carré.

Welgelegen/Villa Carré

Rond 1860 werd in de buurt van de hoek Voorstadslaan en Schependomlaan de Villa Welgelegen gebouwd (Bron: Noviomagus). Op 21/9/1870 koopt Conraad van Erpers Rooijaards de villa Welgegelen van Cornelis van Sonsbeek: ““Het buitenverblijf, genaamd “Welgelegen” te Hees, gemeente Nijmegen gelegen, bestaande ene(?) heerenhuis, koetshuis en stal, erf en tuin, voorkomende op den perceelsgewijze kadastralen legger van Neerbosch in Sectie B Nommers 58(?) huis en erf, groot vier aren drie en dertig centiaren/43 tuin, groot een hectare negen aren zeven en zestig centiaren.” Hij betaalt hiervoor 16.000 gulden. Van Erpers Rooijaard is dan “zonder beroep”.

De verkoper Cornelis van Sonsbeek had zelf de villa het jaar daarvoor, op 1 september 1869, gekocht. (Actenr 1386, Archiefnr 440, Inventarisnr 67).

De familie Rooyaards woonde hier 40 jaar (Noviomagus. Daarna woonde er een gepensioneerd kolonel Roloff (Noviomagus en Hees bij Nijmegen.).

Villa Carré

Een replica met foto's van de verschillende onderdelen van het Koninklijk Nederlands Circus O.Carré: Villa Carré Hees, Farm in Hees, Magazijn en werkstellen Hees en het Circus Amsterdam met interieur dat in 1887 werd gebouwd, 1887-1900 (1000.2539 RAN)
Een replica met foto’s van de verschillende onderdelen van het Koninklijk Nederlands Circus O.Carré: Villa Carré Hees, Farm in Hees, Magazijn en werkstellen Hees en het Circus Amsterdam met interieur dat in 1887 werd gebouwd, 1887-1900 (1000.2539 RAN)

Daarna kocht de beroemde circusdirecteur Oscar Carré het landgoed op 2-9-1901. Wilhelm Roloff was intussen, op 23-11-1900, overleden (Archiefnr 450, Inventarisnr 182, Actenr 7107).

Hij gebruikt het landgoed als winterverblijf. In ieder geval wordt er begin 1903 al gerefereerd naar Villa “Carré” (of Nero terug is gevonden, is niet bekend). Voorstellingen worden er echter niet gegeven, blijkt uit een artikel uit 1904:

Villa "Carre", advertentie verdwenen hond (De Gelderlander 1-1-1903)
Villa “Carre”, advertentie verdwenen hond (De Gelderlander 1-1-1903)

Kon. Nederl. Circus Oscar Carré.

De heer Oscar Carré, die zooals men weet eigenaar is van eene fraaie villa te Hees, heeft na een verblijf vol succes te Bremen, alhier zijn winterkwartieren betrokken. Tengevolge van een veranderde wijze van exploitatie- er is n.l. dit jaar niet meer gereisd met de houten tenten, doch met de in enkele uren verplaatsbare linnen dito’s, waarmee veel meer plaatsen kunnen worden bezocht dan vroeger het geval was – rust het circus gedurende den winter uit om in het voorjaar opnieuw zijne reizen door Europa te hervatten. Met het oog hierop is te Hees door den heer Carré een uitgebreid terrein gekocht, waarop een groot houten gebouw is verrezen, dat dient tot stalling der paarden en tot berging van het materiaal. Daaraan is verbonden een manége voor de dresseur der paarden, welk vermoeiend werk geen enkelen dag mag stilstaan. Slechts het stalpersoneel is in dienst gebleven, alle artiesten zijn thans elders werkzaam. De heer Albert Carré, de als schoolrijder en dressuur zoo terecht hoog geroemde zoon van den directeur, treedt deze winter op in het circus Schumann te Berlijn.

Men heeft het gerucht verspreid dat de heer Carré gedurende den winter te Hees voorstellingen zou geven. Niets is minder waar, hetgeen uit bovenstaande duidelijk blijkt.” (PGNC 19/11/1904)

Hij zou er zijn laatste levensjaren doorbrengen, om in 1911 te overlijden. Daarna bleef zijn vrouw Elisa Maud Adams samen met zijn dochter Wilhelmina tot 1919 in de villa wonen.

Huize Insulinde

Huize Insulinde.
Tehuis voor oud-indisch militairen, Voorstadslaan 274, 1935 (F5557 RAN)
Huize Insulinde. Tehuis voor oud-indisch militairen, Voorstadslaan 274, 1935 (F5557 RAN)

In 1918 kocht de ‘Stichting Verblijf van de Oud-Indische Militairen’ de villa aan. De stichting had als doel het “oprichten en het exploiteeren van een verblijf voor den Oud-Indische Militair, tevens een Doorgangs- tevens Kosthuis, waarin gevestigd een Arbeidsbeurs en een Voorschotbank, daarmede hoofdzakelijk beoogde van een algemeen maatschappelijk belang.”

Arie van Boxtel

Registratie van Arie van Boxtel, Nationaal Archief, Stamboek
Stamboeken Bronbeek, Den Haag, folio 117; 549
Registratie van Arie van Boxtel, Nationaal Archief, Stamboek Stamboeken Bronbeek, Den Haag, folio 117; 549

De oprichter was Arie van Boxtel (1876-1954). Hij was als 13-jarige het Indische ingegaan en was op dat moment onderluitenant. (IndischHistorisch.nl). Aanvankelijk opende de Stichting het voormalige Hotel de Doelen op de Varkensmarkt. Er was voor Nijmegen gekozen, omdat hier het opleidingscentrum van de KNIL was. Daarbij was de Varkensmarkt geschikt, omdat deze niet al te ver van de kazerne af lag. Hier ving de stichting gerepatrieerde en gepensioneerde KNIL-militairen en hun gezinnen op. Veel oud-soldaten en lagere officieren hadden slechts een beperkt pensioen opgebouwd. Voor vrijgezellen of degenen die invalide waren geraakt was Huize Bronbeek opgericht. Huize Insulinde bood echter plaats voor militairen met hun gezin.

1931 opening Huize Insulinde

In 1931 werd het tehuis na een verbouwing geopend. Daarbij kreeg de villa de naam Huize Insulinde. Er was plaats voor vijfenvijftig inwoners. Duizenden bewoners hebben hier kortere of langere tijd gewoond.

Bouwtekening van Huize Insulinde, gebouwd op de plek van de voormalige villa Welgelegen. Deze villa werd rond 1860 gebouwd voor de oud kolonel Rooijaards. In 1900 werd het pand aangekocht door circuseigenaar Oscar Carré, die de villa omdoopte in Villa Carré. In 1931 verwierf de Stichting Verblijf Oud-Indisch Militairen het pand en werd het Huize Insulinde tot in 1973 de sloop volgde, 1930-1940 (F63555 RAN)
Bouwtekening van Huize Insulinde, gebouwd op de plek van de voormalige villa Welgelegen. Deze villa werd rond 1860 gebouwd voor de oud kolonel Rooijaards. In 1900 werd het pand aangekocht door circuseigenaar Oscar Carré, die de villa omdoopte in Villa Carré. In 1931 verwierf de Stichting Verblijf Oud-Indisch Militairen het pand en werd het Huize Insulinde tot in 1973 de sloop volgde, 1930-1940 (F63555 RAN)

In de Tweede Wereldoorlog vorderden de Duitsers Insulinde. Van 1944 tot 1946 verbleven hier daarna geallieerde soldaten. “Van de inventaris was niet veel overgebleven en het interieur was danig beschadigd” (bijschrift F92929 RAN).

Na de oorlog en de Indonesische onafhankelijkheid kwamen ook burgers in Insulinde terecht. In de loop der jaren kwamen steeds meer “gewone” burgers in het Huis: er kwamen immers geen repatrianten meer en er was sprake van vergrijzing.

“De stichting bleef lange tijd afhankelijk van giften en pensiongelden totdat de komst van AOW en de bejaardenzorg gestalte kreeg.” (bijschrift F92929 RAN); de AOW ging in 1956 in (wikipedia).

In 1969 ging Insulinde op in de Stichting bejaardenhuizen Nijmegen.

Op de foto staat een groep bewoners op het bordes voor de villa Insulinde, 1948 (F92929 RAN)
Op de foto staat een groep bewoners op het bordes voor de villa Insulinde, 1948 (F92929 RAN)

Zie hieronder voor een uitgebreid verslag van de opening in oktober 1931.

1970: Sloop en Bejaardencomplex

In 1970 werd de gesloopt en op deze plek kwam het bejaardencomplex Insulinde. Daarbij waren de laatste bewoners van Insulinde ondergebracht in Nieuw Maldenborgh in Hatert.  Het hek rond de tuin bleef echter behouden en hier is ook de naam Insulinde te lezen.

Bij de opening van het Huis voor Oud-Indisch Militairen

De Gelderlander bij de opening in oktober 1931: “Huis voor oud indisch militairen

“Voor Oud-Indisch Militairen.

De Opening der Nieuwe Stichting.

Een rustig, gezond verblijf te Hees bij Nijmegen.

Hedenmiddag werd officieel geopend de nieuwe stichting: Verblijf voor den Oud-Indisch Militair, gevestigd in de voormalige villa Carré aan de Voorstadslaan onder Hees, tegenover het pleintje waar vroeger de traditionele “Dikke Boom” in den weg stond.

Wie zich Hees nog denkt als voor vijftien jaar terug, stelt zich de stichting voor te midden van een landelijke omgeving van tuinen en boomgaarden, van stadsboerderijtjes en lange landelijke wegen.

Hees is hier stadskwartier geworden, dank zij een lange lintbouw, welke voorstad met middenstad verbindt.

Huize Insulinde met tuin, Voorstadslaan, 1935-1940 (F5537 RAN) Hees
Huize Insulinde met tuin, Voorstadslaan, 1935-1940 (F5537 RAN)

En het nieuwe Verblijf voor de Oud-Indisch Militair, op den driesprong Breedestraat-Heeschelaan, zou ook inderdaad in het voortadsbedrijf gestaan hebben als het niet zóó landelijk weggelegen was in een grooten, schaduwrijken tuin, welke door de tuinarchitecten der firma Gerretsen en Valeton (Martin en Zonen) nog voornamer aanzien kreeg door den aanleg van een uitgestrekt gazon voor het grijze gebouw.

Dat rijst er nu kloek en strak op den achtergrond- een afbeelding op onze fotopagina geeft eenige indruk van dit massieve huis, dat binnen een gezellig home is voor de honderden Oud-Indische gasten, die uit den Oost of den West naar het vaderland terugkeeren en in afwachting van een vast tehuis het Verblijf in Hees als eerste en op-hun-gemak stemmende Doorgang waardeeren naar vaste huisvesting.

Het verblijf is een uitstekende uitkijkpost voor hen, die uit de tropen komen, eigenlijk wildvreemd staan tegenover een milieu van andere levensgewoonten en opvattingen dan in Indië en die eerst willen acclimatiseeren, voor zich voor vast nergens neer te zetten.

En om dan de Stichting werkelijk aan haar doel te doen beantwoorden, moet zij het comfort bieden van goede huisvesting, gezellig verkeer en gezondheidsbevorderende verzorging van den inwendigen mensch, die zich physiek geheel moet kunnen restaureeren.

Aan dit alles is gedacht.

Trouwens den overgang van stad naar buiten van Oude Varkensmarkt naar Hees, was zoo wijd en zoo groot, dat er veel aan in- en uitwendige reorganisatie kon gedaan worden.

En met stuwkrachten als de heeren van Boxtel en Lucas en anderen daar achter- werd er ook veel gedaan en bereikt.

Wie den toestand van het oude Tehuis in het Vroegere Oude Doelen op de Oude Varkensmarkt kent en nu de nieuwe stichting betreedt, staat verbaasd en is vol bewonderende waardeering voor de mannen van het initiatief en de daad.

De gasten vinden er een goed home- met uitzicht naar alle kanten op een verfrisschende natuur.

De ingang tot het huis is- zoo op den eersten indruk- aan de achterzijde van het gebouw. Dat heeft het groote voordeel, dat de kamers en zalen beneden naar den kant van den hoofdweg een ongehinderd uitzicht hebben.

De entree is eenvoudig. Men komt door de rustige vestibule langs portiersloge, wachtkamer voor de arbeidsbeurs voor Oud-Indische militairen, vor wier rechten en belangen de heer A. van Boxtel steeds op de bres staat, in de kern van het Verblijf.

Een rustige, gezellige sfeer hangt er in leeszaal, ontspanningszaal en eetkamer. In soberen toon en toch harmonisch is iedere hoofdzaal gehouden.

De Oud-Indische gasten moeten zich hier thuis gevoelen in deze gezellige zalen, welke ook stemmig zijn ingericht met de parketvloeren, de cellotex plafonds en in warmen toon geschilderde wanden. De meubileering is niet luxueus, maar comfortabel. De drie hoofdzalen eet-, lees- en ontspanningszalen loopen als in elkaar en sluiten onmiddellijk aan op het restauratiebuffet, op de frissche keukens en provisiekamer. Tevens is hier nog een kantoor voor den directeur der Stichting, den heer Lucas, geprojecteerd.

Op de eerste verdieping, bereikbaar langs een makkelijken trap, zijn ingericht negen dubbele zit-slaapkamers voor gezinnen met of zonder kinderen.

Hygiënisch en comfortabel is ieder gezinsverblijf op zich zelf.

Het woonvertrek is eenvoudig maar aantrekkelijk gemeubileerd. De slaapkamer met opklapbare bedden en voorzien van vaste waschtafels met koud- en warmstroomend water, kan zoonoodig, wanneer de opgeklapte bedden als weggescholen staan achter de gordijnen, nog dienen als zitkamer.

Het tuigt van zuiver sociaal gevoel van de leiders der stichting, dat hier ook gedacht is aan de belangen van groote gezinnen, welke natuurlijk ook hier opname vinden.

De  Oost-Indische gasten vinden op hun étage een droogkamer, een strijkkamer, badkamers en douches en ook een waschgelegenheid, waar de Indische vrouwtjes, die gewoon zijn iederen dag haar waschje te doen, de gewoonte van eigen land niet vaarwel behoeven te zeggen.

De opzet was- en de leiding is naar best vermogen geslaagd- om de Indische gasten, in hun vaak moeilijke overgangstijd, in het nieuwe Tehuis geheel op hun gemak te stellen en hen niet te veel te laten gevoelen het gemis van zon en van gemak, dat de Tropen biedt.

Gaan wij nog een verdieping hooger, dan komen wij in het nieuw aangebouwd gedeelte van het oorspronkelijk buiten.

Deze bijbouw is economisch benut voor vrijgezellenverblijf. Hier zijn drie en twintig kamers ingericht voor alleenstaande personen. Deze kamers bieden hetzelfde comfort als die van de eerste verdieping. Ook hier zijn badkamers, bergkamers, droogkamers, enze doen, de gewoonte van eigen land niet vaarwel behoeven te zeggen.

De opzet was- en de leiding is naar best vermogen geslaagd- om de Indische gasten, in hun vaak moeilijke overgangstijd, in het nieuwe Tehuis geheel op hun gemak te stellen en hen niet te veel te laten gevoelen het gemis van zon en van gemak, dat de Tropen biedt.

Gaan wij nog een verdieping hooger, dan komen wij in het nieuw aangebouwd gedeelte van het oorspronkelijk buiten.

Deze bijbouw is economisch benut voor vrijgezellenverblijf. Hier zijn drie en twintig kamers ingericht voor alleenstaande personen. Deze kamers bieden hetzelfde comfort als die van de eerste verdieping. Ook hier zijn badkamers, bergkamers, droogkamers, enz.

De geheele indeeling is zoo, dat ieder op eigen kamer volkomen vrij is- een breede gang loopt langs alle afdeelingen boven en beneden, waar in het gebouw nog gezellige rusthoekjes zijn, bij wijze van kleine vestibule. Op de eerste verdieping is een overdekt balcon, waar herstellenden kunnen genieten van de frissche lucht.

Aan veiligheid is ook zorg besteed- door het aanbrengen van nooduitgangen in het groote gebouw, dat in ieder opzicht hygiënisch is ingericht.

Zoo is er o.m. een koker in huis van boven naar beneden, waardoor alle gebruikte goederen en ook wasch naar beneden gestransporteerd kan worden.

Naast het hoofdgebouw staat aan den rechtervleugel de directeurswoning van den heer Lucas, die langs een overdekte gang in de stichting kan komen.

Het geheel Verblijf is naar alle zijden door groen omgeven, op een eigendom van ruim een H.A. tuin en boschage, terwijl men van alle kamers op eerste en tweede verdieping een vrij uitzicht heeft op omringende tuinen en akkers, met op de achtergrond de stad Nijmegen.

Wij zeiden het reeds, dat dat meubileering van het huis eenvoudig is en toch gezellig. Meerdere vereenigingen en firma’s schonken hun aandeel aan de aankleeding van het home der Oud-Indische gasten.

Zoo trof het ons, dat de gangen een aangename afwisseling bieden door fraaie foto’s van Ned-Indië en zijn bevolking. Deze tweehonderd ingelijste Indische foto’s zijn een geschenk van de Vereeniging van Oud-Korporaals en Soldaten “Voorwaarts”.

Verder werden geschenken ontvangen van het korps der Koloniale Reserve een staande klok; van de vereeniging van oud- en actief diendende O.O. “Madjoe” een schrijfbureau met kantoorstoel voor directeurskamer; van de O.O.-vereeniging “Ons Aller Belang” een hangklok; van v. Bendegoms bouwbureau een hangklok; van den Bond van Ridders der Mil Willemsorde beneden den rang van officier een portret van wijlen Z. Exc. luit.-generaal J.B. van Heutsz; van de firma Pollmann een collectie muurborden; van het electronisch bureau de Hing twee electrische strijkijzers en 23 aschbakken; van de firma Vroom & Dreesman drie teekeningen Oud-Nijmegen; van de cartonnagefabriek J.P.A. Kilsdonk een partij stapeldoozen; van het advertentie- en reclamebureau “De Atlas” een brievenweg; van het Vreemdelingenverkeer Nijmegen Vooruit muurborden; van de firma Eekhoff aschbakken, kalender en een stapel houtblokken voor de haard, welke het zoo sierlijk en gezellig doet in de ontspanningszaal.

Verschillende firma’s werkten met den bekwamen architect, den heer Willem Gerretsen uit Arnhem, mede aan de verbouwing en voltooiing van dit nieuwe gebouw.

Bendegoms Bouwbureau te Nijmegen voerde de verbouwing uitstekend uit.

Het geheele gebouw is natuurlijk centraal verwarmd- de centrale verwarming werd aangelegd door de firma Lamers te Hees, de electrische installatie door de firma Derksen te Nijmegen, terwijl de firma Reijers te Nijmegen kamers, gangen en vestibules in harmonieerende en warmaandoende kleuren zette. Het meubilair werd geleverd door de firma Vroom en Dreesmann te Nijmegen en het glaswerk door de firma Polmann te Nijmegen.

Vanmiddag om twee uur werd het gebouw officieel geopend in tegenwoordigheid van regeerings-, gemeentelijke- en militaire autoriteiten.

Daar werd gesproken door den voorzitter der Stichting, den heer F. Dieleman gepensioneerd kapitein van het O.I. Leger, door den heer De Jongh als vertegenwoordiger van den minister van Koloniën en door den heer A. van Boxtel, de ziel der stichting, die hulde bracht aan den voorzitter, den heer F. Dieleman, den penningmeester, den heer A.J. Slabbekoorn en Overste Barendsen, commandant der Koloniale Reserve.

Nog meerdere autoriteiten en vertegenwoordigers van vereenigingen, welke verband houden met het Indisch Leger, voerden het woord- allen prezen als om strijd het werk hier tot stand gebracht.

Het is een stichting, de verwezenlijking van de ideëele plannen van den gep. 2e luitenant-titulair O.I. L. de heer A. van Boxtel, waarop de leiders en ook de gemeente trotsch mag gaan.” (De Gelderlander 31/10/1931)

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://www.noviomagus.nl/vrijkun27.htm

https://www.dorpsbelanghees.nl/wp-content/uploads/2020/10/2011-Hees-bij-Nijmegen-22x22_compressed.pdf

https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB24:061931000:pdf

Indische Sporen in Nijmegen en Hees, scriptie

Dikke Boom van Hees

De “nieuwe” Dikke Boom van Hees is op 21 november 2003 geplant. Dat is precies 100 jaar nadat de oude…

Villa Rica

Pascal koopt van Verdonck in 1904 twee stukken grond aan de Voorstadslaan. Hij laat daarop een villa ontwerpen door de…

Estel (oktober 2024)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Estelgebouw

Estel (oktober 2024)
Estel (oktober 2024)

Niet alleen een van de qua uiterlijk markanste gebouwen van Nijmegen, maar ook qua ligging: het Estel gebouw.

Het Estel gebouw is een ontwerp van architect Alexander Bodon (1906-1993) uit 1972. Het is ontworpen als het hoofdkantoor van Estel, het Duits-Nederlandse fusieconcern Hoesch Hoogovens. Dit is een fusie vvan Nederlandse Hoogovens (nu: Tata Steel) in IJmuiden en Hoesch in Dortmund. Er is dan een nieuw hoofdkantoor nodig en aangezien Nijmegen ongeveer halverwege Ijmuiden en Dortmund ligt, is dit een logische locatie.

Ontwerp

“Kenmerkend zijn onder meer de getrapte terrassen en doorzichten. In het ontwerp zijn invloeden zichtbaar van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright, zoals de uitgestrekte gelaagdheid in acht verdiepingen. Het transparante gebouw kenmerkt zich door hoge en lichte binnenruimten, riante terrassen, daktuinen en balkons.

Het gebouw is grotendeels opgetrokken uit duurzame en stoere materialen, zoals staal, beton, glas en marmer.” (https://nl.wikipedia.org/wiki/Estel-gebouw)

Het ontwerp heeft 1 hoofdgebouw met 4 kantoorvleugels. Bij elke verdieping laat hij het gebouw verder inspringen, waardoor terrassen en dakoverstekken ontstaan. De kantoorgevels worden zo veel mogelijk open gehouden. “Door deze opzet zijn exterieur en interieur van het gebouw met elkaar in dialoog. Bovendien vormt het gebouw als geheel een even treffende als vanzelfsprekende bekroning van zijn locatie: een stuwwal met uitzicht op de Waal en De Ooypolder.” (Bouwen met staal)

In 1974 begint de bouw. Aangezien de eigenaar en toekomstig gebruiker van het pand een staalfabrikant is, is het logisch dat staal een belangrijke rol speelt. “De hoofddraagconstructie van het achtlaagse gebouw is een innovatie binnen de Nederlandse bouw van dat moment: een staalskelet, gecombineerd met stabiliteitskernen van gestort beton. Het staalskelet rust op twee ondergrondse parkeerlagen van gewapend beton. De parapluvormige staalkolommen op de begane grondvloer zorgen voor reductie van het aantal dragende constructiedelen en daarmee voor openheid en transparantie.” (Bouwen met staal)

Estel (oktober 2024)
Estel (oktober 2024)

Daarnaast is er nog een innovatie: het is het eerste gebouw in Nederland met een geïntegreerd gevelsysteem van Josef Gartner & Co. Dit systeem bestaat al 9 jaar in Duitsland. De stijlen van de stalen kozijnen worden daarbij gebruikt voor het transport van warm water voor het energiebesparend verwarmen van het kantoor.

Staalprijs

In 1977 werd het pand in gebruik genomen. Het gebouw ontving de Nationale Staalprijs (1977) en de Europese Staalprijs (1979).

5 jaar later, in 1982, viel het bedrijf echter uiteen. Daarop kwam het gebouw leeg te staan.

Haskoning

Nadat de Provincie Gelderland nog enige tijd hier een kantoor had, vestigde in 1990 Royal Haskoning in het gebouw, waarbij het gebouw Haskoning-gebouw werd genoemd.

Eind 2014 verliet Haskoning (Royal HaskoningDHV) het gebouw.

Estel Residence

Daarop werd het pand verbouwd tot het appartementencomplex Estel Residence. Teake Bouma architectuur/stedenbouw en Weusten Liedenbaum Architecten maakten hiervoor het ontwerp. Daarvoor werd het hele gebouw gestript. Alleen de karakteristieke elementen als bouwlagen, liftkoker en de staalconstructie bleven behouden.

Vervolgens volgde de verbouwing tot 62 appartementen, waarvan de eerste in 2016 in gebruik werden genomen. Het gehele pand werd in 2018 opgeleverd.

Nijmeegse Architectuurprijs 2019

De verbouwing ontving de Nijmeegse Architectuur 2019. Dat jaar kostte het de jury weinig moeite om een winnaar te kiezen: “‘Architect Teake Bouma heeft van een druilerig gebouw een gewaardeerd, fris appartementencomplex gemaakt’, staat in het juryrapport over Estel Residence. ‘Het gebouw straalt een vanzelfsprekendheid uit die te danken is aan de perfectionistische transformatie en het respect voor het originele ontwerp. Bewonderenswaardig en een voorbeeld van hoe we met jonge monumenten moeten omgaan.’” https://www.gelderlander.nl/nijmegen/bijzondere-transformatie-estel-beloond-met-architectuurprijs~a1e401e8/

Gemeentelijk Monument

Het gebouw heeft de status van Gemeentelijk Monument.

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Estel-gebouw

https://www.noviomagus.nl/h1.php?p=Vrij/Haskoning/HaskoningCat.html

https://www.bouwenmetstaal.nl/publicaties/nieuwsbrief-architect-staal/architectstaal-april-2019/estel-residence-nijmegen

Nassausingel 2 en 4 (april 2025)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

Nassausingel

Nassausingel 2 en 4 (april 2025)
Nassausingel 2 en 4 (april 2025)

Tegenwoordig is de Nassausingel een drukke verkeersweg met aan beide kanten van het park een tweebaansweg. Het is echter ontworpen als onderdeel van de gronde gordel rond Nijmegen, waaraan statige woningen lagen.

Park

Oorspronkelijk is het park aangelegd in 1880 door tuinarchitect Jan Copijn en maakte het onderdeel uit van een groene gordel: het liep (en loopt) tussen het Keizer Karelplein naar de aansluiting met het Quackplein/de Kronenburgersingel en Kronenburgerpark – tot 2008 was het huidige Quackplein onderdeel van de Nassausingel.

Twee (thans nog steeds bestaande) villa's aan de Nassausingel 4 (links) en Nassausingel 2 (rechts), 1905 (Uitg. Firma J.F. Kloosterman via F27915 RAN)
Twee (thans nog steeds bestaande) villa’s aan de Nassausingel 4 (links) en Nassausingel 2 (rechts), 1905 (Uitg. Firma J.F. Kloosterman via F27915 RAN)

Plantsoen Nassausingel, 1895 dr. Jan Brinkhoff via D430 RAN)
Plantsoen Nassausingel, 1895 dr. Jan Brinkhoff via D430 RAN)

Statige panden

Luchtfoto van het Keizer Karelplein en omgeving ; linksonder (tussen Stationsweg en Nassausingel) de villa van het gezin van de Baksteenfabrikant A.P.A. Terwindt (Keizer Karelplein 10) ; daarboven de villa's aan de Nassausingel 3 en Nassausingel 5 (het woonhuis van J.G. Jurgens, directeur van de Maas en Waalsche Bank). Op de plek van deze drie villa's is in 1960 de Stadsschouwburg gebouwd. Aan de overzijde de (thans nog steeds bestaande) villa's aan de Nassausingel 2 en 4 ; rechts daarvan (op de hoek met de Bisschop Hamerstraat) de witte villa van de margarinefabrikant Arnoldus Jurgens (Keizer Karelplein 11, het latere Universiteitsgebouw waar tegenwoordig de ABN/AMRObank staat) ; rechts van de Bisschop Hamerstraat de villa's Keizer Karelplein 1 en 2 (hier werd later de Boerenleenbank / Rabobank gebouwd) ; linksboven het Kolpinghuis (de Gezellenvereniging) tussen de Van Berchenstraat en de Smetiusstraat ; ervoor wordt de Marie-Adolffontein gebouwd., 1925-1926 (F58044 RAN)
Luchtfoto van het Keizer Karelplein en omgeving ; linksonder (tussen Stationsweg en Nassausingel) de villa van het gezin van de Baksteenfabrikant A.P.A. Terwindt (Keizer Karelplein 10) ; daarboven de villa’s aan de Nassausingel 3 en Nassausingel 5 (het woonhuis van J.G. Jurgens, directeur van de Maas en Waalsche Bank). Op de plek van deze drie villa’s is in 1960 de Stadsschouwburg gebouwd. Aan de overzijde de (thans nog steeds bestaande) villa’s aan de Nassausingel 2 en 4 ; rechts daarvan (op de hoek met de Bisschop Hamerstraat) de witte villa van de margarinefabrikant Arnoldus Jurgens (Keizer Karelplein 11, het latere Universiteitsgebouw waar tegenwoordig de ABN/AMRObank staat) ; rechts van de Bisschop Hamerstraat de villa’s Keizer Karelplein 1 en 2 (hier werd later de Boerenleenbank / Rabobank gebouwd) ; linksboven het Kolpinghuis (de Gezellenvereniging) tussen de Van Berchenstraat en de Smetiusstraat ; ervoor wordt de Marie-Adolffontein gebouwd., 1925-1926 (F58044 RAN)

Aan deze singel kwamen statige panden. Waaronder de oude burgemeesterswoning, naar een ontwerp van Bert Brouwer. De westelijke kant ging echter in 1944 verloren. Op deze plek staat tegenwoordig de schouwburg.

Beeld van de singel, eerste helft jaren zestig, gezien in de richting van het Keizer Karelplein, met de gietijzeren beelden van de 'De vier jaargetijden', vervaardigd door de Franse beeldhouwer Mathurin Moreau in 1889. Van voor naar achter achtereenvolgens Vesta (Winter), Pomona (Herfst), Ceres (Zomer) en Flora (Lente), 1964 (Gemeentepolitie Nijmegen via F88463 RAN CC0)
Beeld van de singel, eerste helft jaren zestig, gezien in de richting van het Keizer Karelplein, met de gietijzeren beelden van de ‘De vier jaargetijden’, vervaardigd door de Franse beeldhouwer Mathurin Moreau in 1889. Van voor naar achter achtereenvolgens Vesta (Winter), Pomona (Herfst), Ceres (Zomer) en Flora (Lente), 1964 (Gemeentepolitie Nijmegen via F88463 RAN CC0)

De Vier Jaargetijden

Mathurin Moreau

Flora (Lente), Moreau, Nassausingel (maart 2024)

De Geschiedenis van de beelden De Vier Jaargetijden aan de Nassausingel

De beelden aan de Nassausingel stellen de Vier Jaargetijden voor, vervaardigd door de Franse beeldhouwer Mahurin Moureau. In 1889 was het een geschenk van de Vereeniging ter Verfraaiing van Nijmegen. De bekostiging werd mede mogelijk gemaakt door een schenking van 400 gulden door het Baron Paulus Straalmanfonds.

Lees verder

Hotel Restaurant Nassau

Muurschilderij voormalig Hotel Pension Nassau, hoek Smetiusstraat – Nassausingel (november 2024)

Hotel Restaurant Nassau

In 1922 opende hier het Hotel-Pension-Restaurant Nassau, waarvan J.N.E. Esser de uitbater was. De muurschildering aan de Smetiusstraat herinnert hier nog steeds aan

Lees verder

Quack-monument of Marie-Adolffontein

Quacksingel

Quack Monument (maart 2026)
Quack Monument (maart 2026)

Quack Monument

Het Quack-monument is vernoemd naar Arnoldus Burchard Adolphus Quack (Nijmegen, 6 april 1842 – Nijmegen, 11 november 1920) en zijn tweelingzus Maria (Marie) Christina (Nijmegen, 6 april 1842 – Nijmegen, 15 maart 1905). Quack was van 1902 tot 1919 wethouder van de gemeente. Bij zijn overlijden liet hij zijn erfenis na aan de gemeente, op voorwaarde dat Nijmegen een fontein vernoemd naar hem en zijn zus zou oprichten.

Ontwerp

Het ontwerp was van architect Willem Bijlard. Het is de vorm van een obelisk in art-decostijl. Het heeft 4 fonteinen. Een daarbij aan elke zijde onderaan een klok en bovenaan een lantaarn. Wikipedia: “In de jaren 1920 en 1930 deden ontwerpers inspiratie op uit de meest uiteenlopende exotische culturen. Naast de ‘art nègre’ (Afrikaanse kunst), de Maya- en Azteken-cultuur, Polynesië en Sumatra was dat voornamelijk de Egyptische beschaving van de farao’s. De directe aanleiding voor de Egypte-rage was de spectaculairste archeologische vondst van de eeuw: de ontdekking van het graf van Toetanchamon in 1922”.

De Spoorstraat gezien naar het westen richting het NS-Station, met op de voorgrond het Marie-Adolffontein (in de volksmond bekend als het Quackmonument), gemaakt in 1925 door Willem Bijlard (Brinkhoff, J.M.G.M. 1920-1986 via D606 RAN)
De Spoorstraat gezien naar het westen richting het NS-Station, met op de voorgrond het Marie-Adolffontein (in de volksmond bekend als het Quackmonument), gemaakt in 1925 door Willem Bijlard (Brinkhoff, J.M.G.M. 1920-1986 via D606 RAN)

Krantenartikel 1926

“De Maria-Adolf Fontein

Ontwerp van Architect W. Bijlard.

De voorgeschiedenis zal onen lezers bekend zijn: De heer A.B.A. Quack, oud-wethouder der gemeente Nijmegen, liet bij zijn overlijden een legaat na tot stichting eener monumentale fontein op een der pleinen onzer stad. Na heel veel moeilijkheden over de opvatting der bedoelingen van den erflater hakte het gemeentebestuur den knoop logisch door met de besluiten: dat het een fontein moest worden en geen beeldhouwwerk, waaruit water spuit. Daarbij werd als plaats aangewezen het vijfvoudig wegenkruispunt aan het einde der Spoorstraat, én ontwerp én uitvoering opgedragen aan den heer W. Bijlard.

Zoo’n opdracht is gauw gegeven en zoo’n plaats is gauw aangewezen, maar voor ’t eerste moet men een kunstenaar hebben en voor ’t laatste moet men rekening houden met de moeilijkheden, die uit zoo’n keuze voor den ontwerper groeien, en die soms zijn fantasie in een ijzeren keurslijf wringen, altijd tot groote schade van het schoon dat in een totaal vrije uiting tot stand zou komen.

In een ander blad is destijds op heldere wijze aangetoond, waarom de obeliskvorm gekozen, waarom als materiaal Zweedsch graniet gebruikt zou worden. Wij hadden niet de gelegenheid toen de maquette te zien, die onbegrijpelijk genoeg eerst nu geëxposeerd wordt, ofschoon een dergelijk stuk werk waarachtig niet onder de korenmaat behoefte gezet te worden.

Wij behoeven hier dus niet verder op in tegaan, maar wel meenen we in verband met den eisch van den schenker: het stichten eener monumentale fontein; en de door het gemeentebestuur aangewezen plaats te moeten wijzen op de bijna onoverkomenlijke moeilijkheid, waaraan men den ontwerper ketende. Hier kan nooit een flink spuitende fontein geplaatst worden, om de eenvoudige reden, dat op dit drukke verkeersplein zonder omringend plantsoen, een bruischende waterstraal bij den minsten wind den voorbijgangers een nat pak zou bezorgen; afgezien nog van de ongelukken, die schrikkende paarden zouden veroorzaken bij het onverwacht neerkletteren van het verstuivende water.

De vorm der watergeving lag dus door de opdracht al geheel aan banden, en de uitweg, dien de heer Bylaard gevonden heeft is zóó geniaal, zoo oorspronkelijk, dat hij zich hierdoor alleen reeds stempelt tot een kunstenaar.

De lastgeving spreekt van een monumentale fontein en in ieder monument moet spreken het “hic sto”; het materiaal moest dus “iets” beter zijn dan het zoogenaamde moderne fonteinensemble op den Schaeck Mathonsingel, waar onlangs heele stukken verweerd en verbrokkeld bij lagen, en dat nu reeds de gammelheid zijner constructie vertoont als een melaatsche Molokayer. Gelukkig, want men moest wel euneuch van kunst zijn om deze karakterlooze uitspatting op monumentaal gebied een welgemeend lang leven toe te wenschen.’

Thans nu de steigers en schuttingen gaandeweg rond het werk van Bylard verdwijnen, pakt ons al dadelijk de geweldig sprekende eenheid in zen arbeid. Wie zijn oogen kan gebruiken en dit ook doen wil, ziet terstond de ééne hand, die het schiep; de indeeling van het grondplan, de natuurlijk daaruit groeiende opstand, de bronzen versieringen, de bekroning, alles ontspringt aan ééne eerlijke fantasie.

Die eenheid in onderdeelen maakt de middeleeuwsche monumenten van bouwkunst zoo waardig, zoo rustig, zoo sterk sprekend en karaktervol. De bouwmeesters beheerschten toen de geheele stof, ziedaar de oorzaak.

De bovengenomede moeilijkheid der watergeving is hier opgelost door een niet al te grooten waterstraal te laten ontspringen aan vier verlichte glazen zuilen, die op zich zelf in vorm en lijn zuiver ontwassen aan het geheel, en die met hun gegolfde transparante zijvlakken het afvloeiende water metamorphoseeren tot een respectabele hoeveelheid. Dat water vloeit terug in vier schelpvormige bekkens, wier grondvorm men terugvindt in de opalen lichtwerpers der bekroning. Deze bekken zijn een kunstwerk van handarbeid in granito, door den heer L.S. d’Agnolo, granietwerker alhier, ter plaatse gemaakt.

Daar, waar de ronde vorm van den voet overgaat in den vierkanten zuilvorm, zijn de wijzerplaten aangebracht, vastgehouden door een bronzen band. Dit bronswerk is zooe subtiel van ontwerp en schitterend van uitvoering, dat het een waar meesterstuk is.

De gedachte aan het eeuwig wentelend rad van den tijd is niet vreemd aan het ontwerp dezer wijzerplaat, die vastgehouden wordt door de schakels, van een breeden keten met oriëntatiemedaillions. De verlichting dezer wijzerplaten is zeer mystieken verhoogt zoo eigenaardig den glans van het meesterlijke bronswerk, dat wij geneigd zouden zijn, dit een gelukkig toeval te noemen: ware het niet, dat het geheele monument het aanzien draagt en een artistiek verantwoordelijkheidsgevoel. De heer P.G. Duchateau te Rotterdam en de gebrs. Arens, edelsmeden alhier, leverden dezen metaalarbeid en kunnen trotsch zijn op dit kunstwerk.

Merkwaardig is de behakking van het voetstuk onder de klokken; daar is onder den beitel van een eenvoudigen steenhouwer, den heer H. Litjes, werkzaam bij de firma Tournay en Zn., de rossige steen geworden tot een tapijt met inscripties en vlakversieringen zonder dat het materiaal verkracht is, en toch volkomen de kennelijke bedoeling van den ontwerper werd bereikt; een overgang te krijgen tusschen den druk bewerkten klokkenband en den onbewerkten steen.

De opstand van het geheel doet aan als een obelisk doordat de kantlijnen naar boven zich verbreeden; meteen is door dit architectonisch handigheidje vermeden, dat de zuil naar boven zwakker werd en over zijn diagonalen scheeve aspecten gaf, wat al weer door de plaatsing op een vijfsprong bijna niet te vermijden scheen.

De grondgedachte van alle versiering, die de heer Bylard aanbrengt, waar hij als kunstzinnig architect zijn stempel opdrukt is, zou ik zeggen, de zich rondende lijn in ontelbare variaties zonder ergens in passerkunst te vervallen. De soepel golvende lijnen vindt men terug in de geledingen, waaruit de zuil is opgetrokken, en spelend naderen ze elkaar in de bekroning der massale afdekking. Even edel als de klokkenband is de versiering en bouw der bronzen lichtdragers, die al hun licht gelukkig, door nauwkeurig berekenden reflectoren naar beneden werpen.

Wie maar een oogenblik de geweldige brokken steen bekijkt waaruit de zuil is opgetrokken (ik scat ze op 4 à 5 ton) zal moeten toegeven, dat de technische ambtenaar G. de Bruin en de heer L. Hirdes, die met de opstelling belast waren hun hoogste verantwoordelijken arbeid schitterend hebben volbracht, hierin terzijde gestaan door de practisch zeer ervaren vaklieden de heeren Moolenaar en v. Rosmalen.

Voor vele bouwkunstenaars schijnt er tegenwoordig maar één grondwet te bestaan: n.l. het naar voren brengen van andere lijnen, verhoudingen en kleuren, gepaard met het bruut negeeren van alle begrip van logische constructie. Deze richting demonstreert gaandeweg grooter armoede aan aesthetische beginselen en componeert luk-raak rhapsodieën zonder eenigen samenhang. De treurige gevolgen deezer architectuur, waarin ieder broekje, dat zijn eerste schootsvel nog niet versleet mag roepen “anch io sone pittore”! zullen op de komende tijden al heel spoedig drukken en ons eerste nageslacht zal deze werken bestempelen als producten van ongare geesten, voor wie architectuur en soliditeit heterogene zaken waren!

Bylard heeft zeker niet te kort gedaan aan den modernen geest der nieuwe lijn, hij is waar gebleven overal, waar iedere constructie is een weloverwogen onderwerp van studie en tegelijk een uiting van subtielen smaak. Nijmegen is straks een merkwaardige kunstvolle versiering rijker, die den ontwerper nog eeuwen zal loven, omdat waarachtige kunst is van alle tijden. En een waarachtig kunstenaar is Willem Bijlard, die duidelijk een kind van zijn tijd blijkt, maar wiens eigen weg rust op een ondergrond van diepgaande studie, rijpe en rijke ervaring en bovenal eerlijken kunstzin. A.Kr.” (PGNC 20/5/1926)

Afgebroken

Tijdens de oorlog waren de glazen gedeeltes en de klokken vernield. In 1958 werd de fontein afgebroken vanwege het verkeer. Wel werden veel onderdelen van de fontein opgeslagen. In 1994 vond het initiatief plaats om de fontein op dezelfde plaats weer op te bouwen en in 2000 vond de herbouw plaats. Sinds 2008 heet het plein het Quackplein.

Fallus

Veel mensen zien in het monument een fallus. Bij de Wereldaidsdag van 2004 werd er een “condoom” overheen getrokken.

(Overige) Bronnen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Quack-monument

Quack Monument en Nimbus (maart 2026)
Quack Monument en Nimbus (maart 2026)

Openbare Leeszaal

1950 Nassausingel 4

Openbare Leeszaal, Nassausingel 4, 1950 (GN5477 RAN)
Openbare Leeszaal, Nassausingel 4, 1950 (GN5477 RAN)

Op 24-1-1950 werd de Openbare Leeszaal aan de Nassausingel 4 ingezegend. Deze zou hier tot 18-10-1971 blijven. Een aantal maanden daarna zou de bibliotheek op de Lindenberg open gaan (Bron en verder lezen: Huis van de Nijmeegse Geschiedenis)

Bibliotheek van de Openbare Leeszaal, Nassaustingel 4, 1952 ( GN5488 RAN)
Bibliotheek van de Openbare Leeszaal, Nassaustingel 4, 1952 ( GN5488 RAN)
Advertentie 50-jarig jubileum v.d. Borg ( Nijmeegsch dagblad, 24-10-1949)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

V.d. Borg: Eerste herbouw van de Broerstraat

1948

Advertentie 50-jarig jubileum v.d. Borg ( Nijmeegsch dagblad, 24-10-1949)
Advertentie 50-jarig jubileum v.d. Borg ( Nijmeegsch dagblad, 24-10-1949)

Uit as herrezen

Aan de Broerstraat bruist nieuw leven

Vandaag heropende v.d. Borg

Toen op 22 Februari 1944 ’t rampzalige bombardement Nijmegen teisterde, liep het warenhuis v.d. Borg aan de Broerstraat een paar geduchte schrammen op. Zij werden geheeld en dat kostte 40.000 gulden. Op 20 September 1944 brandden de Duitsers het gebouwen-complex helemaal neer onder het motto “Sie schützen den Feind”. Nu ging het niet meer om het helen van een paar schrammen, maar om opbouw van de grond af aan. Het heeft vier jaar geduurd eer het zover was. Dat is een lange tijd, maar toch zo kort, dat v.d. Borg het eerste bedrijf is, dat in volle luister straalt aan de in opbouw zijnde Broerstraat. Dat heeft meer gekost dan 40.000 gulden… doch dat weet de spraakmakende gemeente het best. Maar wat het gekost heeft aan piekeren, wikken en wegen en zorgen en wat voor eisen gesteld heeft aan durf en levensmoed… daar kunnen geen mensen over meepraten dan de eigenaar, de heer J. v.d. Borg en die hem nastaan.

En wij zelf vinden het alleen maar een licht gevend teken, dat temidden van de kale vlakte, waar doorheen het steenpad loopt, dat eens Nijmegen’s Kalverstraat werd geheten, dit bedrijf als eerste is herrezen, als de voorbode eener rij van flonkerende en bloeiende zakenpanden. Hier heeft de getroffen middenstand niet geweeklaagd en gejammerd (waartoe hij overigens het volle recht heeft), wetend, dat hij zijn naar mensen maatstaf in eigen hand moet nemen.

Dat het hernieuwd bedrijf in alles up to date is, gelooft u natuurlijk zó wel, zonder dat wij dat in finesses beschrijven, anders was de zaak natuurlijk niet herbouwd. Dat alles gedaan is om het kopen tot een prettig tijdverblijf te maken, kunt u eveneens zonder meer aannemen, want anders zou de concurrent daar wel voor zorgen.

Dat wist u niet.

Maar bekijk b.v. eens de etalages. Wie over het trottoir passeert, kan er zijn hart ophalen, doch wie er eens meer op zijn gemak een oogje aan wil wagen, kan aan “de achterkant van de voorkant” der vitrines rustig neuzen zonder gehinderd te worden door wie de zaak binnengaan.

Wist u, dat er ook in een warenhuis wel eens een storing in het licht optreedt? En dat dan gewoonlijk gebeurt als de zaak propvol is, op de spitsuren, zoals b.v. al enige malen met St. Nicolaas voorgekomen is. V.d. Borg maalt er niet meer om, want er is een automatische accu-kamer, die direct in werking treedt als electriciteitsvoorziening staakt en dan nog zo lang brandt, dat er ook dan nog twee uur lang naar hartenlust verkocht kan worden. Maar wel blijft de klok stil staan!

Indirecte verlichting met Philips T.L.-buizen is misschien al helemaal niets bijzonders meer, maar dat u hier de eerst Philips huistelefoon-installatie vindt, waar vroeger altijd Siemen aan bod was, is wèl het vermelden waard. En de Multivox, de luidspreker-installatie, waarmee op elke plek van het gebouw iedereen bereikt kan worden en die bij eventuele noodtoestanden een paniek zal kunnen voorkomen, is óók niet algemeen ingeburgerd!

Weer de wind!

Het nieuwe warenhuis-paleis staat op het ogenblik nog maar in een kale open vlakte. Voorts collega’s aan de overkant eveneens gebouwd hebben, kan nog wel een aantal maanden verstrijken. Intussen giert de wind over de kale leegte. En daarom heeft v.d. Borg een heel voorportaal met een stelsel van tochtdeuren, dat geen zuchtje binnenlaat. Komt er aan de overkant eveneens bebouwing, dan is die drie dubbele beveiliging eigenlijk overbodig, maar tot zolang moest zij er zijn.

Liften zijn er nog niet in ’t nieuwe gebouw. Dat is niet nodig bij een hoogte van één verdieping. Maar de liftschachten zijn al aanwezig om dienst te doen al binnen hopelijk niet al te lange tijd ook de voorgenomen bouw van de eerste en tweede verdieping zal zijn voltooid. Dat zal zijn tegen de tijd, dat ook de ondergrondse rijwielbergplaats (een zaal gelijk) ten volle benut zal kunnen worden. Dan zal ook van de lange rij toiletten en wastafels, als ’t ware in één heel grote badkamer verenigd, pas volop geprofiteerd worden.

Zo is bij de bouw van dit moderne winkelpaleis, die reeds een stoute stap is, al ten volle rekening gehouden met de uitbreiding in een zeer nabije toekomst.

Negen en veertig jaar geleden legde de heer A.A. v.d. Borg (inmiddels overleden) de eerste steen voor dit goed-Nijmeegs bedrijf. Zijn zoon, de heer J. v.d. Borg heeft het aangedurfd om in een tijd, dat de Rijksschade-uitkering toch maar een futje is van de werkelijke kosten, de herbouw op zo royale voet ter hand te nemen. Hopelijk is de tijd nog ver, dat de kleinzoon, de heer A.A. v.d. Borg, de teugels in handen moet nemen. Maar in elke geval is de continuïteit in dit geslacht van degelijke Nijmeegse zakenmensen verheugend.” (Nijmeegsch dagblad, 13-11-1948)

Oranjesingel 8 en 10, september 2022 (Google Streetview)
#Nijmegen, Centrum, Gebouw van de dag

Oranjesingel 8 en 10, architect G. Buskens

Oranjesingel 8 en 10

Oranjesingel 8 en 10, september 2022 (Google Streetview)
Oranjesingel 8 en 10, september 2022 (Google Streetview)

Gemeentelijk Monument

Links een pand van het polderdistrict "Maas en Waal"; met op de achtergrond rechts de panden aan de Oranjesingel, 1895-1900 (Uitg. A.T. van Hooijdonk via F1904 RAN)
Links een pand van het polderdistrict “Maas en Waal”; met op de achtergrond rechts de panden aan de Oranjesingel, 1895-1900 (Uitg. A.T. van Hooijdonk via F1904 RAN)

Het pand is een Gemeentelijk Monument. De tekst bij aanwijzing: “Complex van twee elkaars spiegelbeeld vormende woonhuizen.Bakstenen pand van twee
bouwlagen met souterrain, plat dak en schild aan de voorzijde. Links en rechts vooruitspringende bouwmassa van een as breed,die een rondbogig portiek met trappen en deuren bevat; op de etage bevindtzich een rechtgesloten venster met kroonlijst op consoles. Daarboven bevindt zich een leien spits met houten dakkapel met tympaan. Tussen de portieken op de begane grond zijn houten erkers met in vieren gedeelde kozijnen, twee ramen en openslaande deuren omvattende.
Daarboven balkons en in het terugliggende geveldeel openslaande balkondeuren met
kroonlijsten op consoles. Dakkapel alleen bij nr. 10 nog oorspronkelijk: met halfrond fronton. Aan nr. 8 is een brede rechte dakkapel toegevoegd. Onder de gootlijst op consoles een fries van rode en gele baksteen.

Bouwjaar: 1892. Architect: G. Buskens.

Goed geproportioneerde panden van individueel karakter, van groot belang voor de straatwand.”

Gebruikers Oranjesingel 8

Hieronder staan de reeds gevonden gebruikers van Oranjesingel 8 weergegeven. Wel dient er een slag om de arm te worden gehouden vanwege mogelijke hernummeringen.

NaamOmschrijvingAdresboekOpmerking
Wed. E. HeijningGeb. H.J.S.L. Jolle, zonder beroep1895, 1896, 1898, 1899, 1901In 1902 Graadt van Roggenstraat 12
Mr. J.C. Heijning 1902 
Wed. Jhr. W.H.F.H. RadersGeb. J.M. Prins1902 
Mr. C.F.J.J. v. Niekerken 1903, 1905, 1907   
Wed. Mr. C.F.J.J. v. NiekerkenGeb. M.L. Verstegen1912-1913, 1913-1914, 1914-1915   
L. van NiekerkenImport en Export1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1916    Onder Bouwmaterialen  1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916c, 1916; onder Agenten van Binnen- en Buitenlandsche Huizen 1912-1913, 1913-1914, 1914-1915, 1915-1916, 1916  
Mej. C.M.E.Th. Niekerken  1915-1916, 1916, 1922    
A.C.F.M. van Niekerken  1922
H.J.C. v. BergenNotaris, part adres Oranjesingel 8; kantoor Oranjesingel 6 1926  
B.H.J. Weerenbeckonder Lectoren1928, 1932, 1934, 1936 
Mej.C. Gerversin 1948, 1951, 1955 ass. Bij Paedalogisch Instituut  1938, 1940In 1948, 1951 R.K. Meisjesbescherming afd. Stationswerk
Wed. F.I.M. Gervers, geb. Verbunt 1938, 1940 
H.H.J. Swagten 1948 
Mej. M.A. van Tilburg 1948 
J.W. Konings 1951 
A. Mom Faure Mees 1951 
H.P.M. van den Hout 1955 
C. RoestRecl. Adv.; in 1966: dir NV1959, 1963, 1966 
Mw. C. Gervers 1959, 1963, 1966Zelfde als de “mej.”?
G.J. v. OostendeGraficus1968 
Mr. D.J. Kroeskamp 1971 
Mr. A.W.J.Th. Marres 1971 
Mr. A.A. Veerbeek 1971 
Mr. J.W.M. v.d. Grinten 1971 

Gerardus Buskens, aannemer

Gerardus Buskens (Bergharen, 7 augustus 1853 – Nijmegen, 15 juli 1933 was een bouwmeester en aannemer. Graafseweg 56 bouwde hij…

Oranjesingel 2c, 4, 6 en 6a

Het linker hoekpand was voorheen in gebruik door De Kerk van de Nazarener, welke huisnummer 2a had. Tegenwoordig zit Manna…

Doornroosje Talia en Fietsstalling
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Doornroosje: Innovatief Poppodium in Nijmegen

 

Stationsplein 11 Nijmegen

Doornroosje Talia en Fietsstalling
Doornroosje Talia en Fietsstalling

Op het stationsplein kwam in 2014 de nieuwe locatie van Doornroosje. Het gebouw is zo open mogelijk vormgegeven. Daarnaast kent het een aantal innovaties: een “doos in doos” om geluidsoverlast te voorkomen en een draailift voor vrachtwagens. Tevens zit in het gebouw een fietstransferium en een studentenflat.

In dit gebouw bevinden zich het poppodium Doornroosje, Talia van Stichting Studentenhuisvesting en het fietstransferium. In oktober 2012 werd met de bouw begonnen en in april-juni 2014 was de oplevering. De officiële opening van Doornroosje was op 1 oktober 2014.

De architect was Jan Dekker van AGS architecten. Aannemers waren KlokBouw BV Nijmegen en Ed. Züblin AG Duisburg. Tot 2008 stond op deze plek een postkantoor.

Uitnodiging om naar binnen te gaan

Het gebouw wordt zo open mogelijk vormgegeven. Niet alleen omdat dat er mooi uitziet, maar ook om mensen ‘uit te nodigen’ om een keer haar naar binnen te gaan.

Architectenweb.nl omschrijft het gebouw als: “Architectenbureau AGS heeft het gebouw alzijdig met diverse gevels ontworpen. Dit zorgt, in combinatie met de transparante plint, ervoor dat het gebouw aan alle zijden contact maakt met de omgeving. De teruggelegen plint wordt over drie verdiepingen om de hoek doorgezet; het woongebouw lijkt te zweven boven de onderbouw.”

Doornroosje

De grote zaal heeft een capaciteit van 1.100 personen en de kleine zaal 400 personen. Dit is een verdubbeling van de capaciteit van het oude pand. Aan de buitenkant zijn gestileerde lijnen -geluidsgolven- aangebracht.

Voorkomen van geluidsoverlast

Om ervoor te zorgen dat Doornroosje geen hinder zou hebben door geluid en trilling veroorzaakt door treinen en dat de omgeving -inclusief het bovenliggende studentencomplex- geen last zou hebben van Doornroosje zijn een aantal bijzondere technische voorzieningen aangebracht. De concertzalen zijn daarom qua geluid uitstekend geïsoleerd door een zogenaamde ‘doos in doos’ constructie. Onder en boven de popzalen zijn trillingsdempers geplaatst. Dat maakt het tevens mogelijk om meerdere activiteiten tegelijkertijd plaats te laten vinden. De gevels van Doornroosje zijn opgebouwd uit grote betonnen platen met gevelisolatie. Daarnaast is de inrichting zo ontworpen dat de geluidssystemen van Doornroosje geen last hebben van elektromagnetische velden van passerende treinen.

Draailift voor vrachtwagens

Daarnaast hebben vrachtwagens onvoldoende ruimte om te keren. Daarom is de draailift voor vrachtwagens bedacht. Hierbij worden binnen gekomen vrachtwagens vijf meter opgetild en vervolgens180 graden gedraaid. Daarna staan meteen goed om uitgeladen te worden en weg te rijden zonder overlast te bezorgen. Vanaf perron 1 is deze ruimte goed te zien.

Korte geschiedenis Doornroosje

De voormalige St. Antoniusschool, later de Jongerensoos Doornroosje, 16/4/1970 (Persbureau Gelderland via F21473 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
De voormalige St. Antoniusschool, later de Jongerensoos Doornroosje, 16/4/1970 (Persbureau Gelderland via F21473 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)

Doornroosje is op 6 december 1968 opgericht als een plek waar de hippe jeugd elkaar kon ontmoeten, in een boerderij aan de Jacobslaan. Uiteindelijk komt ze in 1970 als Kreatief Aktiviteiten Sentrum (KAS) terecht in de leegstaande Sint Antoniusschool aan de tegenwoordige Groenewoudseweg. Hier heeft Doornroosje meer dan 40 jaar gezeten. Het was bovendien een van de eerste gelegenheden in Nederland waar openlijk hasj en wiet werd verkocht.

Verouderd en te kleine capaciteit

Rond de eeuwwisseling werd duidelijk dat het pand niet meer voldeed: het pand was verouderd. En bovendien had haar grote zaal slechts capaciteit voor 400 personen. Hierdoor konden bands, zodra ze waren doorgegroeid, niet meer worden geboekt.

Voormalig Popcentrum Doornroosje (de voormalige St. Antoniusschool), 26/10/2014 (Jan Eichelsheim via DF2546 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)
Voormalig Popcentrum Doornroosje (de voormalige St. Antoniusschool), 26/10/2014 (Jan Eichelsheim via DF2546 RAN CCBYSA tevens Auteursrechthouder)

 

Talia

De bovenste 10 lagen bestaat uit Talia van Stichting Studentenhuisvesting en bestaat uit 350 studentenwoningen. Op de 3e bouwlaag bevindt zich een daktuin. “Talia” (“Sole, Luna e Talia”) is een andere versie van het Doornroosje sprookje.

 

Fietstransferium

In het transferium kunnen 4.000 fietsen geplaatst worden.

AGS Architecten

Het architectenbureau AGS Architecten ontwierp in Nijmegen en omgeving:

Meer lezen?

Doornroosje, wikipedia over het gebouw (link april 2024)

Doornroosje, wikipedia over het sprookje (link april 2024)

Nijmegen Toen en Nu, Nieuws uit Nijmegen, 16 november 2014 (link april 2024)

https://www.nieuwsuitnijmegen.nl/Nieuws/2049/Nijmegen-Toen-en-Nu.html

Doornroosje/Talia, Nijmegen, Klokgroep (link april 2024)

Stichting Open Jongerencentrum Doornroosje Nijmegen, Huis van de Nijmeegse geschiedenis (link april 2024)

Multifunctioneel Doornroosje in gebruik, Architectenweb, 14 oktober 2014 (link april 2024)

Achter de schermen: Jonatan Brand, de programmeur van Doornroosje, Tiffany Ramos Silva & Yasmine Kolvenbach op Gigstarter, 9-6-2017 (link april 2024)

Poppodium Doornroosje schudt omgeving Nijmeegs Centraal Station wakker, Europese Commissie, 2 September 2019 (link april 2024)

Gezicht op de oostzijde van de Broerstraat met de winkelpanden van o.a. (v.r.n.l.) Slagerij Brinke (op de hoek met het Kerkegasje), Parfumerie Au Printemps, Schoenenzaak Gebrs. Raemakers, Herenmodezaak Oostvogel en de bouw van de panden van Jamin en Schoenenzaak BATA ; bovenaan het nieuwbouwpand van de Herenmodezaak Van Dijk & Witte (Burchtstraat 2, geopend op 21 september 1955), 1955 (GN3877 RAN)
#Nijmegen, Broerstraat, Centrum, Gebouw van de dag

Herbouw van Schoenenmagazijn Gebr. Raemakers, architect Treur

1954 Broerstraat 19 -19a

Gezicht op de oostzijde van de Broerstraat met de winkelpanden van o.a. (v.r.n.l.) Slagerij Brinke (op de hoek met het Kerkegasje), Parfumerie Au Printemps, Schoenenzaak Gebrs. Raemakers, Herenmodezaak Oostvogel en de bouw van de panden van Jamin en Schoenenzaak BATA ; bovenaan het nieuwbouwpand van de Herenmodezaak Van Dijk & Witte (Burchtstraat 2, geopend op 21 september 1955), 1955 (GN3877 RAN)
Gezicht op de oostzijde van de Broerstraat met de winkelpanden van o.a. (v.r.n.l.) Slagerij Brinke (op de hoek met het Kerkegasje), Parfumerie Au Printemps, Schoenenzaak Gebrs. Raemakers, Herenmodezaak Oostvogel en de bouw van de panden van Jamin en Schoenenzaak BATA ; bovenaan het nieuwbouwpand van de Herenmodezaak Van Dijk & Witte (Burchtstraat 2, geopend op 21 september 1955), 1955 (GN3877 RAN)

In 1954 heropent schoenenzaak Raemakers haar pand aan de Broerstraat. Het ontwerp is van architect Treur in een combinatie van modern beton en traditioneel rode baksteen.

Vooraf

In september 1944 was de winkel van Gebr. Raemakers in vlammen opgegaan. Zie voor het artikel over de oude winkel:

Het nieuwe pand van Raemakers

Opvallend bij het pand zijn de 4 uitstulpende betonnen vensters van de eerste verdieping. De bovenste verdiepingen zijn in rood baksteen. De begane grond is verbouwd: uit de foto uit 1955 lijkt de etalage bestaat uit 2 etalage kasten op een verhoging te bestaan, met boven de een van kasten de tekst “Raemakers”. Tegenwoordig zijn deze “kasten” vervangen door grote ramen.

Hiervan had de aanbesteding in september 1953 plaatsgevonden in opdracht van de N.V. Gebr. Raemakers voor het bouwen van een winkel met magazijnen en bovenwoning. Daarbij was J.M. Berens de laagste inschrijver met f71.924 (De Gelderlander 3/9/1953), aan wie de aanbesteding werd gegund.

Meer dan honderdjarig bedrijf herbouwd

Schoenenmagazijn Gebr. Raemakers werd nieuw sieraad voor de Broerstraat

De opening van het nieuwe pand van de Schoenwinkel van de Gebr. Raemakers, 1954 (GN3858 RAN)
De opening van het nieuwe pand van de Schoenwinkel van de Gebr. Raemakers, 1954 (GN3858 RAN)

Gisteren hadden de zakenlieden in de Broerstraat de vlag uitgestoken en dat was heus niet zonder reden. Op deze wijze riepen ze een welkom toe aan een nieuw lid van de langzaam-aan voltallig wordende Broerstraatfamilie. Het Schoenenmagazijn van de Gebr. Raemakers is op no. 19 herbouwd en in de middag om drie uur werd het heropend, nadat Nanja Raemakers dezer dagen de laatste steen had gelegd.

Om deze herbouw mocht niet alleen de Broerstraat zich verheugen, maar heel Nijmegen kon blij zijn. Een magnifiek zakenpand zet nieuwe luister bij aan de herrijzende binnenstad. En de N.V. Gebr. Raemakers zetten de kroon op het werk dat na de verwoesting in de oorlog, toen hun pand aan de Grote Markt no. 7 in vlammen opging, van voren af aan moesten begonnen. Een grote steun daarbij lag in het verleden. De fa. Raemakers toch is niet vandaag of gisteren, maar bestaat al meer dan honderd jaar in onze binnenstad.

Ze dateert nog uit de tijd dat schoenen in manden werden aangevoerd; daaruit werd los verkocht. Dozen waren nog onbekend. Verder werden de schoenen aan latten tegen de zolder opgehangen. Er was maar uit enkele soorten keus te maken. Dat is vandaag anders.

De keuze is zo groot dat het de vraag werd of de honderden en honderden schoenen nog wel in de zaak zichtbaar moesten worden opgeslagen, of dat deze voorraad soms niet beter rustig op de achtergrond kon worden gehouden. De Gebr. Raemakers beantwoordden deze laatste vraag in bevestigende zin. Ze voerden als nouveauté voor onze stad het zogenaamde blinde (?) voorraadsysteem in. In de zaak zelf zijn geen schoenendozen zichtbaar; deze zijn uiteraard wel onmiddellijk bij de hand, zodat de client naar wens- en zeer snel naar wens- kan worden bediend. Door toepassing van deze nieuwe gedachte is het verkoopgedeelte van de zo intiem ingerichte zaak er veel rustiger op geworden.

Uit tientallen fraaie bloemstukken bleek gistermiddag hoezeer de Gebr Raemakers zich in de belangstelling van fabrikanten, vrienden, kennissen en zakenrelaties mogen verheugen. Het schoenenmagazijn had veel van een bloemenmagazijn weg, toen de heer G. Raemakers, de zoon van de heer A.H. Raemakers, die al meer dan een halve eeuw directeur van het bedrijf is, het woord nam om de vele aanwezigen, onder wie de wethouder de heer M. Duives, te begroeten. De wethouder sprak een gelukwens uit namens het gemeentebestuur, dat zich over de herbouw van dit meer dan honderdjarig Nijmeegs bedrijf ten zeerste verheugde. Spreker herinnerde aan de voorgeschiedenis van het Schoenenmagazijn Gebr. Raemakers en aan de ramp welke dit bedrijf trof, waarna evenwel niet bij de pakken werden neergezeten. Het nieuwe pand noemde de wethouder een sieraad voor de Broerstraat en in de heren Raemakers huldigde hij de Nijmeegse middenstand, die zulk een aanzienlijke bijdrage levert tot de herbouw van een mooie stadskern. De architect en daarnaast de aannemers die Nijmegen volbouwen, verdienen lof voor hun werk.

De heer G. Raemakers dankte hierna de wethouder en in hem het Nijmeegs gemeentebestuur en de gemeente-instanties die zo volop haar medewerking tot de herbouw hebben verleend. Spr. sprak zijn waardering uit voor de architect de heer G.B. Treur, het aannemersbedrijf J.J.M. Berens en voor alle onderaannemers, die de bouw naar volle tevredenheid hebben tot stand gebracht.” (De Gelderlander 29/4/1954)

Vervolg

Manfield, Broerstraat 19 in 1985 (Wim Michels via KN14486-7 RAN CC0)

Er is nog niet uitgebreid onderzocht wat het vervolg is geweest. In ieder geval komt de zaak nog voor in het Adresboek 1971. Tegenwoordig zit in het pand schoenenzaak Manfield.

Juli 2019 (Google Streetview)
Juli 2019 (Google Streetview)

Architect G.B. Treur

Architect G.B. Treur zullen wij waarschijnlijk vooral tegenkomen bij de wederopbouw van Nijmegen, waarvoor hij veel winkels in het centrum…

Op 25 juni 1932 opende de heer F.B. Brands Hotel Café Restaurant Hundisburg (12 kamers) in een door hem kort daarvoor aangekochte villa. De rond 1888 gebouwde villa kreeg de naam Hunerberg, daarna (1897) villa Slido (naar Simon Rijnbende en zijn vrouw Theodora), vervolgens kocht A.B.A. Quack de villa en veranderde de naam in Hundisburg; na zijn dood woonde er het echtpaar Reitsma-van Maasdijk de ouders van de verzetsheld Guus Reitsma. De villa op de hoek van de Batavierenweg werd op het eind van de oorlog verwoest, Beatrixstraat 1 Hunnerberg, 1932-1940 (GN11119 RAN)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Hotel-Pension-Café-Restaurant Hundisburg

Op 25 juni 1932 opende de heer F.B. Brands Hotel Café Restaurant Hundisburg (12 kamers) in een door hem kort daarvoor aangekochte villa. De rond 1888 gebouwde villa kreeg de naam Hunerberg, daarna (1897) villa Slido (naar Simon Rijnbende en zijn vrouw Theodora), vervolgens kocht A.B.A. Quack de villa en veranderde de naam in Hundisburg; na zijn dood woonde er het echtpaar Reitsma-van Maasdijk de ouders van de verzetsheld Guus Reitsma. De villa op de hoek van de Batavierenweg werd op het eind van de oorlog verwoest, Beatrixstraat 1 Hunnerberg, 1932-1940 (GN11119 RAN)
Hotel Café Restaurant Hundisburg, 1932-1940 (GN11119 RAN)

Op 25 juni 1932 opende de heer F.B. Brands Hotel Café Restaurant Hundisburg (12 kamers) in een door hem kort daarvoor aangekochte villa. De rond 1888 gebouwde villa kreeg de naam Hunerberg, daarna (1897) villa Slido (naar Simon Rijnbende en zijn vrouw Theodora), vervolgens kocht A.B.A. Quack de villa en veranderde de naam in Hundisburg; na zijn dood woonde er het echtpaar Reitsma-van Maasdijk de ouders van de verzetsheld Guus Reitsma. De villa op de hoek van de Batavierenweg werd op het eind van de oorlog verwoest, Beatrixstraat 1 Hunnerberg (Bijschrift GN11119 RAN)

Bij de opening van Hundisburg

Hotel-Pension-Café-Restaurant “Hundisburg“.

Ieder Nijmegenaar kent de villa aan den Batavierenweg, op den hoek van de Barbarossastraat, die nu reeds jaren achtereen heeft leeg gestaan. Destijds werd zij bewoond door de nu overleden wethouder Quack. Daarna vond het gebouw nog eenige jaren andere bewoners, doch de laatste jaren kenden wij het niet anders meer, dan in den vervallen staat waarin het langzamerhand was komen te verkeeren.

Toch ligt huize “Hundisburg” op een van de mooiste punten der stad. Van hieruit immers heeft men een prachtig uitzicht over de rivier de Waal en een deel van het Betuweland. Is het eigenlijk wel te verwonderen, dat de heer F. Brandts op de gedachte kwam om op deze plaats een hotel-pension-café-restaurant te gaan exploiteeren? Dat hij ook den ouden, historischen naam “Hundisburg” handhaafde voor het hotel-café-restaurant dat hier gevestigd werd?

Wel heeft het pand een grondige restauratie ondergaan om het aan zijn nieuwe bestemming te doen beantwoorden, maar het geheel maakt dan nu ook een uitstekenden indruk en zoowel de hotel- als de café-gasten zullen, naar het ons dunkt, op “Hundisburg” gaarne toeven. Van het prachtige uitzicht geniet men zoowel van uit de kamers, als van uit het restaurant beneden en het groote terras, dat rond het gebouw is aangelegd en dat een prettig zitje vormt. Onnoodig te zeggen, dat het geheel aan moderne eischen voldoet.

De verbouwing van het pand geschiedde door de firma Th. Thunissen. De firma Merx en Boerboom legde de centrale verwarming aan. Het schilderwerk verzorgde de firma Reyers en Zn, terwijl de electrische installatie werd uitgevoerd door de firma Schreven. De firma Drukker leverde het behang, terwijl de stoffeering geschiedde door de firma Vroom en Dreesmann. Vermelden wij nog, dat hedenmiddag om vier uur de opening van het hotel-café “Hundisburg” plaats vindt.” (PGNC 25/6/1932)

Hotel Metropole in de Bisschop Hamerstraat ten tijde van de 40e Vierdaagse, Bisschop Hamerstraat 14, 22/7/1956 (J. v. Doorn via F41338 RAN CCBYSA Auteursrechthouder KNBLO-NL)
#Nijmegen, Bisschop Hamerstraat, Centrum, Gebouw van de dag

Hotel Metropole

1956 Bisschop Hamerstraat Centrum

Hotel Metropole in de Bisschop Hamerstraat ten tijde van de 40e Vierdaagse, Bisschop Hamerstraat 14, 22/7/1956 (J. v. Doorn via F41338 RAN CCBYSA Auteursrechthouder KNBLO-NL)
Hotel Metropole in de Bisschop Hamerstraat ten tijde van de 40e Vierdaagse, Bisschop Hamerstraat 14, 22/7/1956 (J. v. Doorn via F41338 RAN CCBYSA Auteursrechthouder KNBLO-NL)

In juli 1956 vindt de opening plaats van het nieuwe hotel-café-restaurant Métropole aan de Bisschop Hamerstraat. De architect is G.D. Jansen, van het Bouwbureau van de brouwerij “De drie Hoefijzers” uit Breda.

Vooraf: de in de oorlog verwoeste de Meet

Panden aan de zuidzijde van de Lange Burchtstraat met o.a. Hotel Metropole, 1939 (ir. J.G. Deur via F12991 RAN CCBYSA)
Panden aan de zuidzijde van de Lange Burchtstraat met o.a. Hotel Metropole, 1939 (ir. J.G. Deur via F12991 RAN CCBYSA)

Métropole was in 1900 geopend in de Lange Burchtstraat en werd in 1944 verwoest. Daarna moest men zich 10 jaar “behelpen”: eerst werd het bedrijf voortgezet in de eigen huiskamer, later in een noodrestaurant aan het Keizer Karelplein dat de bijnaam “Wachtkamer” kreeg. Wel bleven een aantal vaste klanten trouw, die dan ook door Meijboom worden bedankt: in het bijzonder majoor Breunese (die namens de N.B. v. L.O. – Nederlandse Bond van Leger Officieren ook een toespraak hield) en zijn staf, het curatorium van de Radbouduniversiteit en de studenten.

Deze staat op de plaats van het vroegere gebouw van Smarius, waarin Vroom en Dreesmann na de Tweede Wereldoorlog haar tijdelijke winkel had.

Het hotel heeft een bed voor 20 gasten; op de hoek van de Bisschop Hamerstraat en het Keizer Karelplein is er een café met een aangrenzend restaurant. Het terras bevindt zich aan de kant van het Keizer Karelplein, waar bovendien de toegang tot de bierkelder is. Boven het restaurant is er een zaal voor feesten en vergaderingen.

Voor de Vierdaagse klaar

De bouw was in februari begonnen. Er werd snel gebouwd, met als doel om voor de Vierdaagse het bouwwerk gereed te hebben. “Het resultaat is zeer bevredigend, niet alleen voor de heer Jac. Meijboom, die zich nu over een definitief home mag verheugen, maar voor heel Nijmegen waarmee de “Meet” al sinds generaties was samengroeid.

Bij de opening noemt burgemeester Hustinx dat hij verheugd is dat met deze herbouw tegemoet wordt gekomen aan het tekort van hotelkamers in de stad. Hij hoopt dat er steeds meer congressen zullen worden gehouden. En hij verwacht dat ook door de groei van de industrie en de universiteit de vraag naar hotelruimte zal toenemen.

(Overige) Bronnen en verder lezen

De Gelderlander 19/7/1956