Villa ‘Severen’, gebouwd in 1898 door de Nijmeegse architect Derk Semmelink (IJzevoorde, 04/08/1855 – Nijmegen, 11/03/1899). Robert van Gulik, schrijver van de detectives over de Chinsese rechter Tie, groeide op in dit huis, Bosweg 31 Beek, 8/1905 (F25660 RAN)
Architect Semmelink bouwde deze villa in de stijl van de Nieuwe Kunst. De eerste bewoner was een gepensioneerd kolonel, Rollin Couquerque. Mogelijk is deze kolonel de bedenker van de naam Villa Severen. Daarnaast bracht Robert van Gulik hier zijn jeugd door.
Gemeente Berg en Dal (met foto, tevens bron van deze paragraaf): “Kenmerken: vrijstaande villa op samengestelde grondslag van twee bouwlagen. Zadel- en schilddaken zijn bedekt met in motief gelegde rode en donkere pannen. Op de rechterhoek van de voorgevel een overhoekse erker op gesneden consoles.”
Louis Marie Corneille Rollin Couquerque
De eerst gevonden vermelding van Huize Severen is in het Adresboek 1899: L.M.C. Rollin Couqueque, gep. kol. der artillerie te Beek, Nieuwe Holleweg 70 huize Severen. Oftewel: Louis Marie Corneile Rollin Couquerque, gepensioneerd kolonel der artillerie.
Jeugd
Hij is geboren op Bandong (Nederlands Oost-Indië) op 10-4-1839, zijn ouders zijn Louis Marie Rollin Couquerque en Johanna Frederika Pichot. De volgende tot nut toe gevonden vermelding is wanneer het gezin in 6-8(?)-1852 naar Maastricht verhuist. Ze zijn dan afkomstig van Amby (wat bij Maastricht ligt). Vader Rollin Couquerque is dan “gepensioneerd Hoofd ambtenaar in Nederlands Oost-Indië”; op 16-2-1855 overlijdt vader Rollin Couquerque. Zij moeder is “rentenierster”. Louis zelf is een “schoolleerling”. (archieven.nl) Daarna vertrekt Louis, er lijkt “d Bosch” te staan. (archieven.nl). In ieder geval wordt hij halverwege 1855 als kadet aangenomen op de militaire academie van Breda “voor het wapen der artillerie” (PGNC 28/7/1855). Op 1-11-1859 verblijft hij (waarschijnlijk tijdelijk) in Nijmegen, waarbij hij 2e luitenant Artillerie is. Hij is dan afkomstig uit Maastricht. De volgende vondst is het Bevolkingsregister 1860: dan is hij inmiddels weer teruggekeerd in Maastricht, maar vertrekt op 9-5-1864 naar Arnhem (archieven.nl).
Huwelijk
Hij trouwt op 13-8-1868 in Arnhem met Christina/Christine Gerarda Elisabeth Everts (11-8-1846 Arnhem – 23-11-1919 Velp). Hij is dan “militair” (openarchieven.nl)
Op 25-4-1898 koopt Rollin Couquerque “Twee perceelen Bouwland gelegen onder Beek nabij den Hollenweg, Kadastraal bekend gemeente Ubbergen Sectie B. nummers 1048, groot tien aren twee en veertig centiaren en 1053 groot vier en dertig centiaren, samen groot tien aren zes en zeventig centiaren.” (Invnr 372, archiefnr 440, actenr 9725)
Hernummeringen
Hij komt vervolgens in de Adresboeken tot en met 1909 op de Nieuwe Holleweg voor, hoewel de huisnummers verschillen:
Huisnummer
Adresboek
84
1901, 1902, 1903, 1905, 1907
95
1908, 1909
Het huidige adres Bosweg 31 lijkt te gaan om een hernummering: de villa staat vlak bij de splitsing van de Nieuwe Holleweg en de Bosweg.
Naam Villa Severen: vernoemd naar ouder gebouw of villa bij Maastricht?
Omgeving van de (Nieuwe) Holleweg, richting Beek, ter hoogte van de splitsing met de Boschweg. Op de voorgrond Tramlijn 2 van het Bergspoor Nijmegen-Berg en Dal langs de Westerbergweg, rechts, nog net zichtbaar, villa ‘Severen’. Op de achtergrond de Ooijpolder, 1922-1926 (F89446 RAN)
Severen: vernoemd naar oudere villa?
“Monument & Landschap in de Gemeente Ubbergen” (Marc Wingens): “Het huis is gebouwd in de tuin van een oudere villa die de naam Severen droeg”.
Dit kan juist zijn, maar mogelijk is er in de loop der tijd spraakverwarring met de Hanenberg ontstaan. Ook in het Juryrapport 2000-2002 van Monument en Landschap noemen de bewoners het huis liever Severen dan Hanenberg.
Severen: vernoemd naar een landhuis bij Maastricht?
Het lijkt echter ook goed mogelijk dat Rollin Couquerque de villa zelf Severen heeft genoemd, naar de villa/plaats Severen bij Amby/Maastricht:
Hoewel nog niet volledig onderzocht, heeft het gezin Rollin Couquerque in ieder geval een tijd in Amby/Maastricht doorgebracht
Dit huis staat niet alleen in Amby, het was tevens het buitenhuis van Moïse Pain et Vin, een kolonel in het dienst van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Wikipedia: “Een geschilderd portret van Moïse Pain et Vin berustte in 1905 nog bij mw. Rollin Couquerque-Pichot te Meerssen.” Mevrouw Rollin Couquerque-Pichot was de moeder van Rollin Couquerque.
Abonneren
Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.
Volgende gevonden bewoners
Verhuizing A.L.G.W. van Kregten naar Villa Severen (PGNC 4/9/1917)
Hoewel nog niet uitputtend onderzocht, zijn de volgende bewoners gevonden:
Naam
Omschrijving
Opmerking
Bron
P.H.J.G. Manen
Rijksontvanger
Van Adresboeken 1912 t/m 1915-1916 heeft hij zijn kantoor aan Straatweg 179 Beek
Vanaf 8-9-1917 woont hij op Villa Severen, Holleweg B 93, nette dienstbode gevraagd in 1920
1920, PGNC 4/9/1917, De Gelderlander 27/9/1920
D. Barneveld
1922
G.Th. Leenders
Timmerman
1926
In de jaren 20 is het beeld wat onduidelijk. In 1922 staat Villa Severen te koop (zie afbeelding). De koper is Th. Ottes uit Den Haag (PGNC 12/5/1922). In juni verschijnt vervolgens een advertentie waarin Mejuffrouw J.C.W.M. Mooyman haar inboedel gaat verkopen (PGNC 3/6/1922).
Beiden lijken echter niet voor te komen in de Adresboeken 1922 en 1926, maar mogelijk hebben de personen elkaar gekruist.
Villa Severen te koop in 1922 (PGNC 15/4/1922)
Inboedel van Mej. Mooyman uit Villa Severen te koop (PGNC 3/6/1922 geknipt, deel 1)
Inboedel van Mej. Mooyman uit Villa Severen te koop (PGNC 3/6/1922 geknipt, deel 2)
Robert van Gulik
Villa Severen heeft een bekende bewoner gehad: Robert van Gulik, de schrijver van Rechter Tie boeken, heeft hier in zijn jeugd gewoond.
Een leuk artikel met tevens een aantal oude foto’s van Villa Severen is te vinden op de site rechtertie.nl.
Huis Severen, Bosweg 31 architect Semmelink, augustus 2023 (Google Streetview)
De Stuwwal bij Beek en Berg en Dal is een van de redenen dat het Rijk van Nijmegen zich ook wel “het binnenste buitenland” noemt. Er zijn weinig gebieden in Nederland die zo heuvelachtig zijn als de stuwwal. Het is een prachtig bosgebied, met daarnaast mooie open stukken als de Elyzeese velden en het Dal…
De Stuwwal bij Beek en Berg en Dal is een van de redenen dat het Rijk van Nijmegen zich ook wel “het binnenste buitenland” noemt. Er zijn weinig gebieden in Nederland die zo heuvelachtig zijn als de stuwwal. Het is een prachtig bosgebied, met daarnaast mooie open stukken als de Elyzeese velden en het Dal van Palland. Bovendien zijn er prachtige gebouwen te zien.
Deze pagina verzamelt artikelen over de stuwwal bij Beek en Berg en Dal. Deze pagina en de artikelen zullen van tijd tot tijd worden aangevuld.
De kabouterboom staat in het Kastanjedal van de stuwwal bij Beek. Met een leeftijd van 450 jaar is hij waarschijnlijk de oudste kastanjeboom van Nederland. Tot voor kort was hij ook nog eens officieel de dikste boom van Nederland, met een stamomtrek van negen meter.
Op deze pagina mag de N70 wandelroute natuurlijke niet ontbreken, een zeer populaire wandelroute. De eerste route is uitgezet in Natuurbeschermingsjaar 1970, vandaar de naam. Deze route is 16 kilometer lang en 6 kilometer lang, heeft 500 traptreden en 375 hoogtemeters.
Er zijn verschillende beginpunten en de route is te herkennen aan de groene paaltjes. Een routebeschrijving vindt u hier: Staatsbosbeheer
Elyzeesche dal, 1900-1905 (Drukkerij P.A. Geurts via F69563 RAN)
In de Heerlijkheid Beek liggen de Elyzeese velden: een prachtig gebied van weilanden. De naam “velden” is ontstaan na de oorlog; in de 19e eeuw werd er al wel gesproken over het “Elyzeesche dal”. Wikipedia: “Mogelijk houdt de naam verband met de aanwezigheid van buitenplaatsen, in welk verband ook de klassieke aanduiding Arcadië wel gebruikt werd.”
Tegenwoordig zijn hier weilanden, vroeger lijkt het hier vooral akkerbouw te betreffen, zie ook de foto hiernaast en een foto uit 1920 F69599 RAN.
Elysese velden: verblijfplaats van de gelukzaligen
Elyzeese Velden (oktober 2024)
Hoewel de Elysese velden in de loop der tijd verschillende betekenissen zou krijgen, is de naam afkomstig uit het Oud-grieks. Elysion was een verblijfplaats van de gelukzaligen, een soort hemel. Er was geen eenduidigheid waar deze plaats zich zou bevinden. Wel is duidelijk dat de Elysese velden vernoemd zijn naar de stad Elis, waar de Elyseïsche spelen plaats vonden. De Romeinen namen Elysion in hun mythologie over en noemden het Elysum.
Duel
Niet iedereen beleefde op de Elyzeese velden zijn gelukzalig moment: in 1834 of 1835 zou hier een duel hebben plaats gevonden tussen twee van officieren van het Nijmeegse garnizoen met een “rencontre op het pistool”. Een van hun beide heeft het niet overleefd. (PGNC 27/5/1941)
De boerderij is gebouwd volgens het “hallenhuis” type. Het achtergedeelte, het oorspronkelijke bedrijfsgedeelte, is verbouwd als woonhuis (nummer 10). Natte Beek 8 en 10 vormen een Gemeentelijk monument van Gemeente Berg en Dal.
Koeien stuwwal Beek Berg en Dal (foto april 2023)
Chalet Stollenburg
1874/ca. 1883 Oude Holleweg 14 Berg en Dal, Rijksmonument/Gemeentelijk Monument
Chalet Stollenburg Oude Holleweg 14 Berg en Dal (Oktober 2024)
Chalet Stollenburg is in 1882 gebouwd voor 2 tentoonstellingen als wijnschenkerij. Het pand gebouwd in chaletstijl, de architect van de onderbouw was D. Geijsbeek Molenaar.
Weinstube
Oorspronkelijk is het pand in 1882 gebouwd als “Pfälzer Weinstube” op het terrein van de eerste Bayerische Landesausstellung. Dit fungeerde als horeca voor de bezoekers van deze tentoonstelling. De architect was C. Schick. Het bestond onder andere uit een zaal met buffet en een Herrenstüblein (café) met veranda. In 1883 werd het gebouw op de Internationale Kolonial en Uitvoerhandel Tentoonstelling in Amsterdam geplaatst, om ook hier als “Weinschenke” te dienen. Na afloop van de tentoonstelling werden de paviljoens bij opbod verkocht.
Koop door architect Geijsbeek Molenaar
De Arnhemse architect Dirk Geijsbeek Molenaar kocht het wijnhuis en bouwde het huis in 1884 opnieuw in Berg en Dal, op de kruising van de Stollenbergweg en Oude Holleweg. Met een stenen onderbouw, waar oorspronkelijk houten panelen in vakwerkbouw waren geplaatst. Vanaf dat moment wordt het “Chalet Stollenburg” genoemd.
Het PGNC 27/3/1884 kondigt de komst van de villa aan:
“Nijmegen, 26 Maart.
Onder de bijgebouwen der Internationale Tentoonstelling te Amsterdam werd veler aandacht getrokken door een keurig paviljoen, door de heeren Adler en Todt al “Weinschenke” ingericht. Het verdiende die opmerkzaamheid ten volle. Afkomstig van een vroegere “Gewerbe-Ausstellung” te Neurenberg was het daar vervaardigd door de bekwaamste werklieden, die elk in hun vak een proefstuk hunner kunde hadden geleverd. Zoowel wat de uiterlijke vormen als wat de inwendige betimmering betreft, mocht het dan ook op even groote sierlijkheid als soliditeit bogen. Welnu, dit schoone gebouw zal voortaan onze omstreken sieren. Op den rand van den Hunerberg boven het oostelijk uiteinde van het Elyseesche dal, nabij de villa “de Wolfsheuvel”, zal het door den heer Geijsbeek Molenaar als villa worden overgeplaatst. We twijfelen er niet aan of het zal niet alleen het landschap daar tot sieraad strekken, maar weldra blijken een begeerlijk plekje te zijn voor dezulken, die zich in onze heerlijke omstreken willen vestigen.”
Predikant Drost
Na enkele jaren kocht predikant Johannes Drost uit Leiden het gebouw om als zomerverblijf te gebruiken. Zijn dochter W.L. Drost had het daarna jarenlang in gebruik als “Christelijk Rusthuis”.
Woonhuis
Rond 1952 ging B. Hagreis hier wonen. Hij was directeur van de Therminion-Radiolampenfabriek in Lent. Daarna had het huis een aantal andere bewoners.
In 2005 kocht bouwkundig ingenieur T. Klerks de woning. Hij voerde een grote renovatie uit. Zo kwamen er trappen bij de nieuwe voordeur en naar de veranda. Het grote raam werd gerenoveerd.
Chalet Stollenberg, 2010 (Henk van Gaal via DF527 RAN CC0)
2012 Brand
Na kortsluiting in de bedrading aan het houten plafond, brak in 2012 brand uit. Hierdoor raakte pand zwaar beschadigd door het vuur, maar ook door rook en water. Hierdoor was het geruime tijd onduidelijk wat er met het pand ging gebeuren. Vervolgens vond er een grote restauratie plaats.
Monument
Gemeente Berg en Dal: “Kenmerken: op lage grijs gepleisterde onderbouw staand kruisvormig pand van één bouwlaag onder een samengesteld overstekend dak met leien. De muren zijn in vakwerk opgetrokken, met wit gepleisterde velden. De symmetrische voorgevel bestaat uit een middendeel met hoog opgaand steil geknikt schilddak met een dakkapel onder een schilddak. Het wordt geflankeerd door lagere zijvleugels onder lage schilddaken, waarvóór zich tot serres verbouwde veranda’s onder een lessenaarsdak bevinden. In het bewaard gebleven oorspronkelijke interieur valt een gebrandschilderd glas-in-loodraam in de woonkamer op.”
Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.
Huisje van Salm
Huisje van Salm, Beek (oktober 2024)
Wachthuisje voor de tram
Het Huisje werd in 1892 als bouwpakket in Zwitserland gemaakt in opdracht van de bewoners van landgoed Stollenberg in Berg en Dal. Daar fungeerde het oorspronkelijk als privé tramwachthuisje. Het stond op de kruising van de Prins Hendriklaan en de Berg en Dalseweg.
Villa Stollenberg (ontworpen door dezelfde architect) brandde in 1927 of 1929 (de meeste bronnen noemen 1929, RAN heeft het in het bijschrift F89475 heel specifiek ver 30 mei 1927) af. Daarop werd het huisje geschonken aan Bad-Beek in het Elzendal. Daar werd het gebruikt als kiosk tot de sluiting van het bad in 1953.
Het ‘Salmhuisje’ of ‘Huisje van Salm’, in 1892 ontworpen door architect Abraham Salm (1857-1915) als privé-tramwachthuisje bij de eveneens door hem gebouwde villa ‘Stollenberg’ op het gelijknamige landgoed voor de Amsterdamse distillateur J.J. Schmitz. , 1898-1902 (Uitg. J.H. Schaefer via F68814 RAN)
Omgeving van de Stollenberg met op de achtergrond, deels zichtbaar, villa ‘Stollenberg’, gebouwd in 1892 naar ontwerp van architect Abraham Salm (1857-1915), op 30 mei 1927 door brand verwoest, 1898-1902 (Drukkerij P.A. Geurts via F89475 RAN)
Restauratie
Heemschut-Gelderland en de Stichting Monument en Landschap adopteerden het huisje in 1987. Vanaf 1987 is het een gemeentelijk monument. Daarop liet ze De Stichting Salmhuisje Beek-Ubbergen opgericht om het in 1991 te laten restaureren. Daarbij werd het, qua locatie enigszins verscholen, geplaatst op het terrein van het restaurant De Forellenhof aan de Elzenweg. In de periode dat de Forellenhof was gekraakt, werd ook het huisje door krakers gebruikt.
Huidige locatie
In augustus 2007 kreeg het huisje haar huidige bestemming, omdat in het Elzendal mogelijk nieuwbouw zou komen.
Koetshuis Villa Stollenberg, tegenwoordig de Moerbei
Dit voormalig koetshuis of stalgebouw van de villa Stollenberg is tegenwoordig een woonhuis. Het koetshuis stond jarenlang bekend als kwekerij ‘De Moerbei’ van de familie Van de Haar. Gebouwd ca. 1892 naar een ontwerp van architect Abraham Salm, Stollenbergweg 22-24 Berg en Dal, 8/11/1994 (Ger Loeffen via F38037 RAN CCBYSA)
Het koetshuis van Villa Stollenberg bestaat nog wel. Het is een gemeentelijk monument van Berg en Dal: “Kenmerken: wit gepleisterd pand van één bouwlaag hoog onder een ver overstekend schilddak met bruinrode asfaltleien. Het middenrisaliet van de symmetrische voorgevel heeft twee bouwlagen onder een overstekend schilddak. Boven de voormalige poortdoorgang bevindt zich een balkon. …Vroegere functies: koetshuis en koetsierswoning, tuinderij”.
Spoelput
ongeveer 1910, 2001-2002 (herbouw overkapping), Nieuwe Holleweg, bij nummer 53, Beek Gemeentelijk monument
Spoelput bij Nieuwe Holleweg Beek (oktober 2024)
Vanwege het heldere bronwater van Beek waren er tal van wasserijen en blekerijen. De voornaamste beek die daarvoor gebruikt werd was de Elsbeek.
In 2001-2002 is de houten overkapping herbouwd van een spoelput uit ongeveer 1910. Het bassin is ongeveer 8 bij 1,5 meter en aan de rand bevinden zich 4 hardstenen knielvakken. Het is een Gemeentelijk Monument.
Het verhaal op het bordje: “De spoelput in de Elzen is rond 1910 gebouwd door Maatschappij Mooi-Nederland, een organisatie die de terreinen op en rond de Sterrenberg behoorde. De put is tot 1940 intensief in bedrijf geweest en daarna in verval geraakt. In 2001 is de put gerestaureerd door Stichting Platform Toerisme Ubbergen in het kader van het project Water Werkt.
In de beginjaren werd de put gebruikt door vier gezinnen: wasserij Jan Arts, nu staat er een bungalow (no. 55), wasserij Bart van Baal, links achter de bungalow (no. 63), wasserij Toon Arts, recht van de bungalow (no. 57) en wasserij Theo (Ties) Leenders, nu Holleweg 65. Omdat ook veel mensen uit de omgeving hier hun was kwamen spoelen, moest men op maandagmorgen vaak in de rij staan.
Het schoonmaken van de put was een minder prettige bezigheid. Op zaterdag ging de stop er uit en moesten de wanden en de bodem worden schoongemaakt. Een kunststuk in dit koude water. ’s Zondags liep de put met water uit de Elsbeek vol, weer klaar voor een week spoelen. Wasserij Klaas Peters, gelegen aan de Holleweg 58, had een eigen spoelput in het talud van de Holleweg. Het bedrijf werd overgenomen door zijn zoon Nico die, als enige in dit gebied, de wasserij in bedrijf hield tot 1979.”
Aan de Nieuwe Holleweg zijn bovendien nog een aantal andere oorspronkelijk wasserijboerderijen te vinden:
Nieuwe Holleweg 57 en 57A uit 1910-1912
Nieuwe Holleweg 59: ongeveer 1885
Nieuwe Holleweg 65: laatste kwart 19de eeuw
Nieuwe Holleweg 67-69 villa en woning Putberg: laatste kwart 19de eeuw
Daarnaast zijn op de Nieuwe Holleweg richting de vijver herinnering aan het water/de wasserij in Beek aangebracht.
Beeld Beekse wasvrouw
Wasvrouwtje Beek (Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed via Wiki Commons CC BY-SA 4.0)
Aan de Rijksstraatweg herinnert een beeld van het Wasvrouwtje aan de wasserijen van Beek. Het was in 1984 een geschenk van de de VVV Beek-Ubbergen aan Beek ter gelegenheid van haar 70-jarig bestaan in 1982. Het staat pal tegenover het vroegere gemeentehuis. Het beeld is gemaakt door Jan Schoenmakers.
Geallieerde M10 Tank destroyer in de tuin van huis ‘Elsbeek’, de woning van notaris Scholtens. Op de achtergrond de Oude Holleweg, Nieuwe Holleweg Beek, 1944-1945 (F25322 RAN)
Uitgebrande ruïne van huis ‘Elsbeek’, woning van notaris Scholtens, Nieuwe Holleweg Beek, 1944-1945 (F25344 RAN)
Sterrenberg, vroegere uitzichttoren
De uitzichttoren op de Sterrenberg, Westerbergweg 4 Beek, 1940 (J. Sleding via F69014 RAN)
De zeventien meter hoge uitzichttoren, gebouwd als attractie in 1938 op de Sterrenberg in opdracht van maatschappij ‘Mooi Nederland’ door werktuigbouwkundige G. Companjen uit Beek. De toren werd in 2007 afgebroken voor de bouw van de zogeheten ‘Toscaanse’ villa van vastgoedmagnaat Raf Terwindt (Bijschrift bij foto F89306 RAN)
Persoonlijk kan ik mij nog herinneren dat de toren vóór de sloop al jaren was gesloten. Wel was de horecagelegenheid bij deze toren daarna nog open.
Bij de Sterrenberg heeft ook een midget golfbaan gelegen, een foto van de aanleg in is te zien op F69491 RAN.
Dal van Palland: oude vormen van perceelafscheidingen
Vlechtheggen in het Dal van Palland (oktober 2024)
Naast haar Informatiecentrum heeft Vereniging Nederlands Cultuurlandschap in de jaren 0 het Dal van Palland hersteld naar vroeger tijden met onder andere heggen en vlechtheggen.
Daarbij zijn allerlei vormen van perceelafbakeningen die vroeger werden gebruikt gemaakt, in een tijd dat er nog geen prikkeldraad bestond. Om het wild buiten te houden, zodat ze niet op de akkers kwamen. Of juist om het vee binnen te houden. Vooral na de Tweede Wereldoorlog nam prikkeldraad deze rol over, waardoor veel oude perceelafbakeningen verdwenen.
Velden stuwwal Beek Berg en Dal (foto april 2023)
Daarvoor was ze al eeuwenlang in gebruik: in ieder geval zijn deze afscheidingen al bekend in de middeleeuwen, maar dateren mogelijk van nog eerdere datum.
Dat levert bovendien een mooi landschap op en is het goed voor de biodiversiteit: bepaalde plantensoorten kunnen hier groeien. Dieren zoals vogels en kleine zoogdieren kunnen hier schuilen of juist hun voedsel vinden, of bijvoorbeeld kunnen ze hier hun nest bouwen.
Vlechtwerk Stuwwal Beek Berg en Dal (foto april 2023)
Het duurt vier tot vijf jaar voordat een vlechtheg zich gevormd heeft. Jonge takken worden gebogen of geknikt en vervlochten in de takken van naastgelegen struiken. Bij het buigen ontstaan geen wonden; bij het knikken ontstaat een wond die echter volledig geneest.
Grenspaal Laat Vriendschap helen wat Grenzen delen (oktober 2024)
Grenspaal Nederland Duitsland (oktober 2024)
In de buurt waar voor de grenscorrectie de grens tussen Nederland en Duitsland liep staat een grenspaal met de tekst “Laat vriendschap helen, wat grenzen delen” en de namen van beide landen.
De grenspaal blijkt daarbij niets met de Tweede (of Eerste) Oorlog te maken te hebben: de oorspronkelijke paal staat er al vanaf 1909 (wikipedia). In ieder geval is de paal in 1989, 2002 en 2016 vernieuwd. Daarbij was de wijzer oorspronkelijk een paal, die de grens tussen Nederland en Pruisen markeerde (kwartiervannijmegen).
Omgeving van het Keteldal met de grenspaal nabij het Bergspoor Nijmegen-Berg en Dal en de van Randwijckweg. Op de achtergrond, rechts, Hotel ‘Groot Berg en Dal’, 1926-1929 (F89094 RAN)
Huis Wylerberg
Huis Wylerberg (oktober 2024)
Marie Schuster-Hiby liet tussen 1921 en 1924 Huis Wylerberg bouwen. Zij had in 1906 de Duivelsberg geërfd van haar moeder. De architect was Otto Bartning en is gebouwd in expressionistische stijl. “De villa behoort tot de belangrijkste werken van de architectuur van Duitsland in de eerste helft van de 20ste eeuw” (Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Huis_Wylerberg, met tevens een verdere beschrijving)
De top van de Duivelsberg is Rijks archeologisch monument met de restanten van twee mottes: een kunstmatig opgeworpen heuvels, waaruit de “muren” uit houten palen bestonden. De hoogste motte is 4 meter hoog en heeft een diameter van ongeveer 20 meter en ligt 78 meter boven NAP. Naast het hoogste uitzichtspunt is ook de lage burcht weer zichtbaar gemaakt (eigen herinnering). Deze is ook 4 meter hoog en heeft aan de westzijde een droge gracht. Het oorspronkelijke bouwjaar van de motte is rond het jaar 1.000
Uitzicht op lage motte Duivelsberg vanuit de hogere motte (november 2021)
De kabouterboom staat in het Kastanjedal van de stuwwal bij Beek. Met een leeftijd van 450 jaar is hij waarschijnlijk de oudste kastanjeboom van Nederland. Tot voor kort was hij ook nog eens officieel de dikste boom van Nederland, met een stamomtrek van negen meter.
Romeinen
Kastanjes op stuwwal (oktober 2024)
Oorspronkelijk komt de tamme kastanje voor in het Middellands Zeegebied. De Kelten waren waarschijnlijk de eersten die de bomen naar Noord-Europa hebben gebracht, de oudst gevonden resten zijn van 200 voor Christus (wikipedia). De Romeinen gingen kastanjes planten, als voedsel voor hun legioenen. Zo is de tamme kastanje waarschijnlijk ook op de stuwwal terecht gekomen, waar hij het goed doet in de löss achtige bodem. Het groot aantal kastanjes is dan ook van de kenmerken van de begroeiing van de stuwwal en het zoek naar kastanjes is een geliefde activiteit.
Oudste en (bijna) dikste
De Kabouterboom stond jarenlang ook bekend als de dikste boom van Nederland, met een stamomtrek van 8 meter en 33 centimeter. Dat was ook jarenlang waarschijnlijk geval, maar op een gegeven moment is hij ingehaald door een sequioia uit Brummen, welke nog elk jaar groeit. Deze had in 2020 een omvang van 8 meter en 60 centimeter. De vorige eigenaresse van het terrein in Brummen had geen behoefte aan bezoekers, en had gevraagd om haar boom alleen te vermelden op de “gesloten” lijst van het bomenregister, zodat deze boom wel bekend was bij beroepsmensen, maar publiekelijk.
Brand
In 2005 staken jongeren de boom (weer) in brand door binnenin een vuurtje te stoken. De boom werkte als een schoorsteen, maar de brandweer wist het vuur te blussen. Het was wel onzeker of de boom het zou redden. De Kabouterboom heeft zich echter wonderbaarlijk hersteld, wel herinnert de zwart geblakerde holte aan de brand. Op Bomengids.nl zijn foto’s te vinden van voor de brand.
Erosie
Kabouterboom (oktober 2024)
Daarna dreigde een nieuw gevaar: door erosie dreigden de wortels onvoldoende grip te behouden. Daarom is in 2019 een grote keerwand gebouwd.
Kabouters
Kabouter op de Kabouterroute (oktober 2024)
De boom dankt haar naam doordat ouders aan hun kinderen vertellen dat er kabouters in de boom leven: de holte is daar immers groot genoeg voor. De boom is onderdeel van de Kabouterroute, waar kinderen beelden van kabouters in het bos kunnen zoeken.
De Lutherse Kerk, oorspronkelijk gebouwd als evangelisatiegebouw ; rechts woningen aan de Jacob Canisstraat op de hoek met de Daalseweg, RAN dateert deze foto op 1890-1900, mogelijk van latere datum (F5501 RAN)
In 1898 bouwt architect Semmelink een evangelisatiegebouw en bewaarschool aan de Prins Hendrikstraat. In 1924 wordt het verbouwd tot Lutherse kerk, waarbij het in 1929 een toren krijgt.Bijzonder zijn het orgel uit de 18e eeuw en de kansel uit 1671.
1898 Vergaderlokaal met Bewaarschool en Concierge woning
Ontwerp voor het bouwen van een Vergaderlokaal met Bewaarschool en Concierge woning op een terrein aan de Jacob Canisstraat hoek Renbaan te Nijmegen, architect D. Semmelink, datum zegel op bouwtekening 31-8-1896 (D12.377690)
Ontwerp voor het bouwen van een Vergaderlokaal met Bewaarschool en Concierge woning op een terrein aan de Jacob Canisstraat hoek Renbaan te Nijmegen, architect D. Semmelink,
datum zegel op bouwtekening 31-8-1896 (D12.377690)
In 1896 ontwerpt Dirk Semmelink een Vergaderlokaal met Bewaarschool en Concierge woning ontwerpen. Het gebouw bestaat uit een galerij/vestibule aan de voorkant met aan beide zijden portalen. Daarachter – het brede gedeelte- bevindt zich de eigenlijke vergaderzaal met een groot podium. Daarachter weer een aanbouw, met rechts van het podium een “wachtkamer voor den spreker”. Deze wachtkamer is bereikbaar via een “entree”, de zij-ingang zoals die tegenwoordig ook nog te zien is. Rechts van de entree is een spreekkamer. Dan is er een corridor en vervolgens 2 schoollokalen.
“Alhier is opgericht eene vereeniging, genaamd Daalscheweg, welke ten doel heeft de bevordering van alle godsdienstige, zedelijke en maatschappelijke belangen door evangelisatie, het houden van voordrachten, het oprichten en instandhouden van scholen en het verstrekken van goede woningen aan zwakken en bejaarden.
Haar werkkring bepaalt zich in het bijzonder tot de omgeving van den Daalschenweg, waar tal van arbeidersgezinnen gehuisvest zijn en de vereeniging een flink gebouw heeft ingericht tot bewaarschool en voor het houden van godsdienstoefeningen. Het bestuur bestaat uit de heeren A. Pijnacker Hordijk, E.A.G. van Hoogenhuyze, predikanten, dr. J. Haspels, allen wonende te Nijmegen, dr. D.P. Chantepie de la Saussaye, hoogleeraar te Amsterdam, en jhr. mr. C.C.G. de Pesters, te Groesbeek.” (De Gelderlander 1/2/1898)
RAN dateert de foto bovenaan op 1890-1900. Mogelijk is deze van wat latere datum, aangezien er een links een aanbouw lijkt te staan, die pas vanaf 1904 (zie hieronder) is gebouwd. Mogelijk betreft het echter een ander gebouw, dat inmiddels was gesloopt.
1904 Uitbreiding Bewaarschool
Plan tot verbouwing v/d Bewaarschool a/d Daalscheweg, datum dossier 31-5-1904 (D12.378759)
Plan tot verbouwing v/d Bewaarschool a/d Daalscheweg, datum dossier 31-5-1904 (D12.378759)
In 1904 (afgaande op de bouwtekening) wordt de Bewaarschool vergroot met een aanbouw aan de linkerzijde.
Deze bestaat uit een een schoollokaal en een niet gespeficieerd lokaal. Daarnaast krijgt het een spreekkamer, een privaat en gang en twee waranda’s.
De architect is onleesbaar.
In 1909 wordt een nog een urinoir aan de school bijgebouwd; in 1909 en 1912 vindt aanleg van de riolering plaats (Bouwdossier). Vóór de verbouwing van 1924 is het lokaal zonder opschrift in gebruik als speelzaal, evenals het “nieuw schoollokaal”. De “spreekkamer” is een “lokaal” geworden. De linker waranda is een overdekte speelplaats; de rechter waranda lijkt dan te ontbreken.
1924 Verbouwing tot Lutherse kerk
Evangelisch lutherse kerk; de kerk werd gebouwd zonder toren maar ter gelegenheid van het 5 jarig bestaan van het gebouw werd de dakruiter verwijderd en een toren toegevoegd, foto gedateerd 1924-1228 (F18507 RAN)
Aanleiding: wens vergroting
In 1924 gaat het gebouw, na een verbouwing, over naar de Evangelisch Lutherse Gemeente. Zij had daarvoor vanaf 1670 in de kerk van het Sint Nicolaas Gasthuis in de Grotestraat gezeten. In de loop der tijd was de kerk een aantal malen vergroot, de laatste keer in 1911. Vanwege het groeiend aantal leden van de Lutherse kerk was zij op zoek gegaan naar een nieuw gebouw. Dat vond zij in het evangelisatielokaal. (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/2/1990). Voor deze nieuwe kerkbouw was sinds 1914 een Kerkbouwfonds opgericht (PGNC 30/9/1939).
Hoewel nog niet verder onderzocht, lijkt de aanleiding voor deze nieuwbouw van het nieuwe evangelisatiegebouw te zijn dat de Hervormde Kerk niet langer evangelisatie-bijeenkomsten in de “Harmonie” kon geven. In 1923 was besloten dat er een nieuw evangelisatie-gebouw moest komen, waarvan de nieuwbouw aan de Bijleveldsingel in 1924 gereed kwam (PGNC 6/3/1924). Daarbij is tevens besloten om het evangelisatiegebouw aan de Prins Hendrikstraat af te stoten/te verkopen aan de Lutherse Kerk.
De verbouwing
De bouwtekening geeft verbouwing tot de Lutherse Kerk weer.
De vergaderzaal is verbouwd tot Kerkzaal. Het gedeelte van onder andere het podium, de spreekkamer en de open plaats is verbouwd tot 1 groot Doophuis. De oorspronkelijke spreekkamer is nu “Kerkkamer” geworden.
De linkerzijde wordt wat verbouwd door de verplaatsing van de privaten, de bergplaats, waar daarvóór de open speelplaats komt.
De inwijding van de Lutherse Kerk
Bij de inwijding schrijft het PGNC eerst over de afgelopen 25 jaar, om vervolgens de overgang naar de Lutherse kerk te beschrijven: “…meer dan 25 jaren was het gebouw een door velen gewaardeerd evangelisatielokaal, waarin de heer Douma al dien tijd, naar men ons verzekerde “met trouw” arbeidde. Behoorende tot de bezittingen der “Vereeniging Daalsche weg” – in 1898 door Jonkvrouwe J.M. de Pesters gesticht- werd, door de totstandkoming der groote kerkzaal aan den Bijleveldsingel deze evangelisatiepost opgeheven en hebben de omstandigheden er toe geleid, dat dit gedeelte der eigendommen van voornoemde Vereeniging op geschikte wijze kon overgaan aan de Luthersche gemeente alhier.
En nu is het evangelisatie-lokaal van eertijds, geworden het kerkgebouw van thans, onder de bekwame leiding van den heer H. Rauch, die uit piëteit voor de zaak, welke het gold, met ongemeene, belangelooze toewijding als architect is opgetreden, en een harmonisch interieur tot stand gebracht, dat zoowel het godsdienstig gevoel als den schoonheidszin bevredigt. Het is een gelukkige vereeniging van wat was en van wat kwam, een geheel, practisch ingericht en van een stemmenden, waardigen vorm.
“Een vaste burcht is onze God” boven hoofdingang Lutherse kerk (oktober 2024)
De beginregel van het Lutherlied, aan het oude Kerkgebouw in de Duitsche taal rond den ingangsboog indertijd aangebracht, prijkt ook hier weer in hardsteen, maar thans in het Nederlandsch boven den hoofdtoegang. In het portaal zelf vindt men terug den Duitschen tekst uit de oude Kerk overgebracht: “Selig sind, die Gottes Wort hören und bewahren” en den gedenksteen met oorkonde tot herinnering aan de herstelling der oude Kerk in 1877; een tweede gedenksteen herinnert aan de ingebruikneming der nieuwe Kerk op 28 September 1924.
Door de verbouwing kreeg het oude evangelisatielokaal meer den klassieken basiliekvorm, waardoor evenals door het aanbrengen van twee zij-galerijen, aan plaatsruimte aanzienlijk gewonnen werd, zoodat thans ongeveer 300 zitplaatsen beschikbaar zijn.
Boven het ingangsportaal bevindt zich het orgel uit de oude kerk van het jaar 1727, in- en uitwendig keurig gerestaureerd en aan den muur daartegenover de Kansel reeds sedert 1671 blijkens een daarop staand jaartal in kunstig kunstsmeewerk bij de gemeente in gebruik. Vóór den Kansel staat de altaartafel, waarop een verlaten wit marmeren kruis en twee kandelaars; links en rechts van de altaar- verhooging bevinden zich de kerkeraadsbanken en aan de rechterzijde de toegang tot de consistoriekamer.
Het licht valt ruimschoots binnen, door de vensters, die er waren of zijn aangebracht, en waarvan er een in gekleurd glas het Luther-wapen vertoont en een ander het zegel der Luthersche gemeente van Nijmegen.
In de beide nissen ter weerszijden van den boog, die altaar-ruimte en schip der kerk scheidt,- den triomfboog der oude basilieken- hebben de beide gedenkborden aan het Lutherfeest van 1883 een plaats gevonden. Op de vóórzijde van genoemden boog is in harmonische kleuren een symbolische versiering van olijftakken en bladeren aangebracht, terwijl boven den preekstoel korenranken en wijntrossen en de schelp en de duif de beide Sacramenten der Protestantsche Christenheid symboliseerden en waarop het Bijbelwoord prijkt: “Ik ben met ulieden al de dagen”.
Het geheel maakt een rustigen, voornamen indruk en doet den bouwmeesters alle eer aan, en niet minder den artistieken adviseur, den heer van Vucht Tijssen, kunstschilder te Neerbosch, die de symbolische versieringen ontwierp en de stemmige kleuren-combinatie van het geheele interieur aangaf.
Tenslotte vermelden wij nog, dat de verbouwing is uitgevoerd door de N.V. Bouwbedrijf “Uniter” te Oosterbeek. Het schilderwerk is verricht door de firma W.C. Hofman en Zoon, de electrische installatie is geschied door den heer Dirksen.” (PGNC 29/9/1924, welke vervolgens de inwijdingsplechtigheid beschrijft)
Hermanus Rauch
De architect van de verbouwing was Hermanus Rauch (24-11-1876 Amsterdam), die zelf eveneens tot de Lutherse kerk behoorde. Daarnaast was hij, nadat hij daarvoor hoofdopzichter was geweest, directeur van Bouw- en Woningtoezicht (en tevens hoofd brandweer). Ook woonde hij vlak tegenover de kerk: op Prins Hendrikstraat 4.
Bron: Bevolkingsregister 1910, Adresboeken 1920, 1924 en 1926)
Verwijzingen
In het bovenstaande krantenartikel staan een aantal verwijzingen naar opschriften. Wat zijn daarvan de oorspronkelijke bronnen?
“Een vaste burcht is onze God”: Beginregel van het Lutherlied, gebaseerd op Psalm 46 (Zie verder Eclesia via digibron voor een verdere uitleg/overdenking)
“Selig sind, die Gottes Wort hören und bewahren”: Lucas 11: 28
Het artikel spreekt over een orgel uit 1727. In 1726 (waarover de meeste gevonden artikelen spreken/ 1727 maakt Matthijs van Deventer een klein orgel voor de Lutherse kerk aan de Grotestraat, welke dan het vroegst bekende werk van hem zou zijn.
Rond 1756/1758 vindt een vergroting van de kerk aan Grotestraat plaats. Hiervoor maakt Matthijs van Deventer een groter orgel voor op de 2e galerij. Het is daarbij onduidelijk of hij (onderdelen) van het oude orgel al dan niet heeft hergebruikt (zie orgelnieuws en orgelsite, tevens belangrijke bronnen van deze paragraaf).
In 1781 vindt een groot herstel plaats door A.F.G. Heyneman. Hij vernieuwt daarbij het pijp- en regeerwerk en hij plaatst nieuwe tinnen frontpijpen. Heyneman behoorde zelf ook tot de Lutherse kerk. In de loop der jaren vinden nog andere vernieuwingen plaats.
Bij de verhuizing van de Lutherse kerk naar de Prins Hendrikstraat, verhuist het oorlog mee. In 1940 vindt een grote verbouwing plaats door G. van Leeuwen, door er onder andere een twee klaviers-orgel van te maken.
In 1997 stelde Hans van Nieuwkoop een restauratieplan op, waarin de situatie van 1781 zoveel mogelijk zou worden hersteld. Uiteindelijk was in 2008 de financiering rond, zodat Henk van Eeken de restauratie kon uitvoeren. De kerk is vanwege het orgel een Rijksmonument.
Kansel
Ook de kansel uit 1671 wordt in 1924 overgeplaatst. Deze is nog steeds in de kerk aanwezig. Ook de kansel is een Rijksmonument.
1929: Toren en klok
Gezien vanuit de Waldeck Pyrmontsingel in de richting van de Berg en Dalseweg ; links een gedeelte van de Lutherse Kerk op de hoek met de Prins Hendrikstraat (links), 1930 (F21616 RAN)
In 1929 krijgt de kerk bij haar 5-jarig bestaan een toren, waarin de uit 1623 gegoten klok wordt gehangen:
“Ter gelegenheid van het 5-jarig bestaan der nieuwe Luthersche kerk aan de Prins Hendrikstraat, hoek Jacob Canisstraat, zal morgen, Zondag 29 September, de nieuw gebouwde toren worden ingewijd en de daarin gehangen klok worden geluid. Deze klok is uit den jaren 1623 en gegoten door een der beroemde Akensche klokkengieters Peter van Trier. In de oude Luthersche kerk in de Grootestraat vervulde zij 2½ eeuw de bescheiden rol om met het uurwerk in den gevel den tijd aan de bewoners der Grootestraat en omgeving te melden; luiden mocht ze niet – dat was den Lutherschen door de Gereformeerden verboden. Op ’t eind der 19e eeuw, toen de verhoudingen anders waren geworden, maakte de laatste der Duitsche predikanten, Pastor Garschagen, er een luidklok van- wat ze 30 jaren bleef; daarna zweeg ze 20 jaren. Thans zal ze zich opnieuw doen hooren in den toren der nieuwe kerk.
De toren-inwijding van de Lutherse Kerk, 1929 (F71194 RAN)
Buiten den toren is voor deze feestelijke plechtigheid de Protestantische Kerkelijke vlag uitgehangen, de eerste in ons Nederland- in Duitschland reeds bekend-, uitdrukkende de éénheidsgedachte van het Prostetantisme: een licht lila kruis op witten grond, geschenk van een aantal jonge leden. Ds. Scharten hoopt, na vele weken van ongesteldheid, de godsdienstoefening, die om 10 uur aanvangt, weer te leiden.” (PGNC 28/9/1929)
Er is nog niet uitvoerig onderzocht wat het vervolg is geweest.
Oorlog
Tijdens het bombardement op 22 februari 1944 zijn ongeveer 40 lutheranen omgekomen. Bij de gevechten rond Market Garden werd de kerk getroffen door een granaat. Hierdoor werden de ramen van de kerk vernieuwd, kwam er een gat in de westmuur en veroorzaakte een groot gat in het dak.
De Evangelisch-Lutherse Gemeente Haarlem schonk nieuwe, de huidige, ramen in kader van de actie Nederlandsch Volksherstel. In deze ramen zijn de Lutherroos, het zegel van de Evangelisch-Lutherse Gemeente Nijmegen en het wapen van Haarlem te zien. In de oorlog zijn de luidklokken gevorderd. Na de oorlog kreeg de kerk een nieuwe klok als schenking van Noorse lutheranen.
Sinds 2004 zijn in Nederland de Nederlands Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden samengegaan in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Ook de Waalse Kerk behoort daartoe. (wikipedia)
In 2021 heeft de kerk vanwege financiële problemen “5 jaar geleden” aansluiting gezocht bij de Evangelisch Lutherse Gemeente Zuid-Nederland. Zij kent naast Nijmegen de kerkgemeenschappen Heerlen, Heusden en Eindhoven met in totaal 550 leden. In 2021 kent de “kern” Nijmegen 165 leden.
In 2021 heeft de Evangelisch Lutherse Gemeente het plan om de kerk in Nijmegen te verkopen. Daarvoor is een geïnteresseerde koper, Eric van Bronswijk, gevonden. Een aantal leden wil de kerk zelf kopen en heeft daarvoor de Stichting Lutherse Kerk Nijmegen opgericht. Daarvoor is dat dat moment reeds een ton bij elkaar gebracht en zijn ze van een hypotheek verzekerd. Ook is er een exploitatieplan aangebracht. En, in stijl, timmert de stichting haar bezwaren op de deur van de Lutherse Kerk. Van Bronswijk zou een ton meer hebben geboden. Hij wil de kerk opknappen en verhuren, waarbij de Lutherse Kerk nog 10 jaar van de kerk gebruik mag maken voor haar zondagsdiensten. (De Gelderlander 21-5-2021, Trouw 21-5-2021 en Trouw 31-5=2021)
De verkoop is waarschijnlijk afgeketst: in mei 2023 heeft de Evangelisch Lutherse Gemeente Zuid-Nederland nog steeds het voornemen om de kerk te verkopen.
Op 28 september 2024 bestond de kerk aan de Prins Hendrikstraat 100 jaar.
Deze pagina verzamelt reeds gepubliceerde artikelen over de Prins Hendrikstraat Prins Hendrikstraat 12-14a 1945-1946 De Inventarisatie van de Wederopbouwarchitectuur in…
Groesbeeksedwarsweg 217, oorspronkelijk bakkerij A. van Merwijk (september 2024)
In mei 1936 opent A. van Merwijk zijn bakkerszaak aan de Groesbeeksedwarsweg op de hoek met de Bachstraat. De architecten zijn Meerman en van der Pijll. Daarbij valt vooral de ingang met de lamp op, welke onderdeel was van hun ontwerp.
Vooraf
In september 1935 keurt de gemeente de verkoop van een “perceel bouwterrein gelegen aan den Groesbeekschedwarsweg, kadastraal bekend gemeente Hatert, Sectie H, no. 891 (ged.) groot ongeveer 485 c.A.” aan A. van Merwijk goed. De prijs is f 10.50 per c.A. (De Gelderlander 18/9/1935)
Zoals het PCNC bij de opening in 1936 aangeeft, is het dan de derde verhuizing in korte tijd:
In april 1929 opent van Merwijk zijn winkel op Tooropstraat 79, hoek Mesdagstraat. Daarbij krijgt hij in augustus 1932 een hinderwetvergunning voor uitbreiding
In januari 1933 opent hij op de Burghardt v.d. Berghstraat 28, waar daarvoor tevens een bakkerij was gevestigd (PGNC 20/1/1933)
De bakkerij van Merwijk
Bouw van een winkelhuis met bakkerij en twee bovenwoningen aan de Groesbeekschedwarsweg hoek geprojecteerde straat te Nijmegen, voor den weled. Heer A. van Merwijk, Burgh. v.d. Berghstraat 28, Achitectenbureau B.J. Meerman J. van der Pijll, datum bij tekening 19-8-1935 (D12.401193)
Op de hoek bevindt zich een winkel, met de ingang schuin geplaatst. Aan beide kanten bevindt zich een grote raam/etalage over de volle breedte van de winkel (zie ook de foto hieronder(. Aan de kant van de Bachstraat zijn naast de winkel 2 opgangen naar de bovenwoningen. Daarnaast bevinden zich 3 slaapkamers van de benedenwoning. Achter de winkel en de opgangen bevindt zich de keuken en de hal. En daarachter 2 kamers.
Achter en naast de slaapkamers bevindt zich de feitelijke bakkerij (dit is het lage gedeelte). Naast de slaapkamer is de ruimte voor wagens. En vervolgens de grote ruimte van de bakkerij zelf. Een foto uit 1939 is te vinden als brievenhoofd op 1220 RAN.
Hoek Groesbeeksedwarsweg Bachstraat, augustus 2023 (Google Streetview)
Bij de opening
Het PGNC schrijft bij de opening van bakkerij in mei 1936:
“Opening Nieuwe Bakkerij.
Het is thans voor de derde maal, dat de heer Antoon van Merwijk zijn bakkersbedrijf heeft moeten verplaatsen in verband met de gestadigen groei van zijn omzet, hetgeen een gevolg is van zijn goede vakmanschap op brood- en banketbakkersgebied. Bakker van Merwijk weet zijn bedrijf aan te passen aan de eischen van hygiëne en bereiding.
Groesbeeksedwarsweg 217, gebouwd als bakkerij A. van Merwijk, architecten Meerman en van der Pijll, 1935 (september 2024)
De heeren B.J. Meerman en J. v.d. Pijll, architecten N.I.V.A., Driehuizerweg 80, hebben een voor zijn bedrijf doelmatig complex ontworpen aan den Groesbeekschedwarsweg 217 hoek Bachstraat, welk bouwwerk dezer dagen door de aannemersfirma J.D. Dekkers, Tooropstraat 212, gereed werd opgeleverd en morgen, Zaterdag, in bedrijf zal worden gesteld. Dat de architectuur in onzen tijd nog niet geheel aan vervlakking lijdt bewijst hier de geestige zandsteenen winkelingang, waarbij de sierlijke gesmeed-ijzeren hoeklantaarn onze gedachten terug brengt naar den van het bakkersgilde. Een architectuuropvatting, welke zeer geslaagd is.
In de verschillende werkruimten zijn de nieuwste machines opgesteld en voorts een dubbele heetwater- en schuimoven volgens geheel nieuw systeem van de fa. v.d. Kamp uit Ravenstein. Een juweel van een winkelinventaris leverde de fa. Tiethof en Co. uit Amsterdam. Het keurige verfwerk werd verzorgd door den heer Reuters, Gelderschelaan terwijl de heer Wijking de electrische installatie en de fa. Peters de natuursteenwerken hebben geleverd.
Het geheel is een aanwinst voor dit nieuwe stadgedeelte en het zal den heer van Merwijk ook hier niet aan succes ontbreken.” (PGNC 29/5/1936)
Vervolg
Groesbeeksedwarsweg 217 (september 2024)
Er is nog niet uitvoerig onderzocht wat het vervolg is geweest. In ieder geval komt bakkerij van Merwijk nog voor in juli 1947 (De Gelderlander 12/7/1947) en komt hij voor in het Adresboek 1948.
In het Adresboek 1955 komt J.Th.S. Lutjenshuis, brood- en banketbakker op dit adres voor.
Bij de aankondiging van hun trouwen is het toekomstig adres van Jan Nieuwenhuis en Door van Raaij de Groesbeeksedwarsweg 217 (De Gelderlander 12/10/1955). In het Adresboek 1966 en 1968 komt J.A. Nieuwenhuis voor als brood- en banketbakker. Een foto uit 1976 wanneer het de bakkerij en winkel van Jan Nieuwenhuis is, is te vinden op F14872 RAN.
Graafseweg 56 en 58 is ontworpen in 1900 door P.G. Buskens. De aannemer en bouwmeester Gerardus Buskens, oom van P.G. Buskens, gaat op nummer 56 wonen.
Willem Ruyters stuurde aantal foto’s van de oorspronkelijke bouwtekening: rechtsonder in de hoek is de stempel van P.G. Buskens, architect, Nijmegen te zien, die bij de digitale kopie (zie hieronder, D12.377983), is weggevallen.
Gemeentelijk Monument
“Anno” tegeltableau op Graafseweg 58, nummer 56 heeft een tableau met “1901” (oktober 2024)
Graafseweg 56 58 (oktober 2024)
torentje Graafseweg 58 (oktober 2024)
Deze 2 huizen zijn een gemeentelijk monument. De tekst bij aanwijzing: “Twee elkaars spiegelbeeld vormende woonhuizen van drie bouwlagen. De begane grond bestaat uit een ingangsportiek met maureske boog en daarnaast een driezijdige erker, waarvan de bovenzijde fungeert als balkon voor twee gekoppelde openingen met openslaande deuren. Daarboven een tegeltableau met respectievelijk ANNO en 1901, waarboven drie rondboogvensters, waarvan de bogen opgenomen zijn in een fries van vijf bogen dat de gevel bekroont. In het midden komen beide boogfriezen samen bij een brede, van de grond af reikende risaliet die boven de lijst van het vlakke dak overgaat in een trapgeveltje. De ingangspartij zet zich voort in een smal venster op de 1e etage, en gaat op de tweede etage over in een achthoekige, boven de gootlijst tenslotte ronde toren. De spitsen van deze torentjes flankeren het dubbele pand. Bouwmateriaal is rode baksteen, verlevendigd met (geschilderde) natuurstenen blokken en omlijstingen, en met tegeltableaus. … Fraai voorbeeld van symmetrische strakke Jugendstilbouw.”
Indeling
Plan voor Twee Heerenhuizen aan de Graafsche Straat, datum bouwdossier 21-9-1900 (D12.377983)
De twee woningen hebben een een gespiegelde indeling. Vooraan zit de salon met daarachter de huiskamer. De huiskamer heeft vervolgens een warande. Naast de salon ligt de Entree met daarachter een corridor. Deze eindigt in twee trappen: 1 naar de kelder en 1 naar de keuken en het toilet.
Boven de salon en de huiskamer liggen elk 2 slaapkamers. Boven de keuken bevindt zich een opkamer. Boven de entree en een deel van de corridor bevindt zich een cabinet, met daarachter een corridor met trappen.
Daarboven is boven het salongedeelte een zolder, boven het huiskamergedeelte 2 slaapkamers. Boven het cabinet bevindt zich de Meidenkamer.
Het gebouw heeft op nummer 56 bovendien een “eerste steen” met P.J.G. BUSKENS 19 20/10 00 (bron: Noviomagus, waarop tevens een foto te zien is). Mogelijk betreft P.J.G.Buskens de zoon van Gerardus Buskens: Petrus Jacobus Gerardus (28-2-1891 Nijmegen).
Abonneren
Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.
Gevonden gebruikers Graafseweg 56
De familie Buskens
In het Adresboek 1905, 1907, 1908, 1909, 1910-1911 staat G. Buskens, aannemer, op Graafsche weg 56. En daarnaast in ieder geval tot en met 1910-1911 M. Buskens.
In 1914-1915 en 1915-1916 is G. Buskens gevonden onder het kopje aannemers, 1916, 1918.
In 1922, 1924 komt hij nog voor, maar dan staat er geen beroep vermeld. In 1926 staat hij weer als aannemer. In 1928 weer als aannemer, maar in 1932 staat er weer geen beroep achter zijn naam.
In 1924, 1926, 1928, 1932 komt ook Mej. F.J.M. Buskens voor. En in 1934 komt haar naam alleen voor op dit adres.
In 1926 komt ook H.J.H. v.d. Berg, klerk kadaster voor.
In Adresboek 1938 en 1940 komt E. Wahle, directeur N.V. Export Papierfabriek voor.
Vervolg
Er is nog niet volledig onderzocht wat het vervolg is geweest. In 1984 vond er een verbouwing plaats van bedrijfsruimte naar woning; in 2000 van woning naar appartementen. Hoewel het bouwdossier een openbare bron is, wil ik de bouwtekeningen vanwege privacy niet weergeven.
Fabrieksschoorsteen achter de Action, Graafseweg (oktober 2024)
Achter de Action aan de Graafseweg staat, wat verscholen, een oude schoorsteen van een fabriek. Dit is een herinnering aan de kaarsenfabriek van Wilhelmus Kokke.
De schoorsteen is oorspronkelijk in 1919 gebouwd in opdracht van Wilhelmus Christoffel Kokke. Deze toren had oorspronkelijk een hoogte van 25 meter en diende voor zijn bedrijf op Graafseweg 59 en 59a. Een deel van de schoorsteen is afgetopt.
Het fabriekje is in 2003 gesloopt, waarbij de schoorsteen ternauwernood kon worden gered. In 2005 kwam het appartementencomplex met Wals’, tegenwoordig (oktober 2024) zit de Action in de zaak.
Vijver in Buurt Natuurtuin aan Trompstraat/dr Jan Berendsstraat (oktober 2024)
De Buurt Natuurtuin is een klein parkje tussen de Dr. Jan Berendsstraat en het spoor in. Hier stond aanvankelijk Cartonnagefabriek van J.P.A. Kilsdonk.
Oorspronkelijk waren hier woningen gepland. Omdat de buurt echter behoefte aan grond, werd er een plantsoen gepland. Bewoners namen daarop het initiatief om in plaats van dit plantsoen een natuurtuin aan te leggen. Het ontwerp, aanleg en beheer is uitgevoerd door vrijwilligers
Het park bestaat uit een grasveld, waar bijvoorbeeld kinderen kunnen spelen. Daarnaast heeft het een moerasvijver. Rondom dit grasveld en de vijver is een wat hoger gedeelte aangebracht, bereikbaar met trapjes.
Huisraad
1994 Hans Vos
Op het grasveld staat het kunstwerk “Huisraad” van Hans Vos uit 1994, wat tevens kan worden gebruikt om te spelen. Hans Vos omschrijft het kunstwerk zelf als: “”Huisraad’ bestaat uit een opstelling van dansende meubels in een formaat waar je je klein bij gaat voelen. Het werk appelleert aan onbevangen spelen en bouwen, aan vrolijke huiselijkheid in de open lucht. Het is een plek waar ruimte is voor verbeelding.'” (Kunst op Straat).
1986 – Speelplastiek, Speeltuin Tam Tam Symfoniestraat Nijmegen
1992 – Prieel, Tunnelweg Wijchen
1994 – De Verzegelde Tijd Beuningen
Buurt Natuurtuin Bottendaal (oktober 2024)
Buurt Natuurtuin Bottendaal (oktober 2024)
Buurt Natuurtuin Bottendaal (oktober 2024)
Buurt Natuurtuin Bottendaal (oktober 2024)
De Cartonnagefabriek van J.P.A. Kilsdonk, aan de Dr. Jan Berendsstraat op de hoek met de De Ruyterstraat ; links de Dobbelman Zeepfabriek, 27/6/1983 (Ber van Haren via ZN34654 RAN CC0) De afbraak van de voormalige Cartonnagefabriek van J.P.A. Kilsdonk. Het voormalige fabrieksgebouw moet plaats maken voor de hier geplande natuurtuin. Op de achtergrond de door architect Paul van Hontem ontworpen nieuwbouwwoningen aan de Trompstraat, 12/3/1991 (Ger Loeffen via F36490 RAN CCBYSA)
De Castella toren gezien vanaf de Graafseweg (oktober 2024)
De Castella toren naar een ontwerp van Architect Ludo Grooteman is de afronding van de nieuwbouw op het voormalige Dobbelman terrein. De uitdaging was om een echte eye-catcher te bouwen als entree naar de stad, in een omgeving met veel verkeersdrukte van auto’s en spoor. Het kreeg de Architectuurprijs Nijmegen in 2013.
Aanleiding
Nadat Zeepfabriek het Anker in 1895 was afgebrand, begon Franciscus Dobbelmann zijn zeepfabriek in een margarinefabriek aan de Graafseweg. Het einde van de fabriek kwam nadat in 1999 werd overgebracht naar Denemarken.
De Castella toren is de afronding van de nieuwbouw op het voormalige Dobbelman terrein.
Zeepfabriek Dobbelman: Zicht vanaf de Graafseweg op de voorzijde van de fabriek, 9/1977 (Foto Rozeboom via F82244 RAN CCBYSA)
Een eye-catcher als entree naar de stad
In maart 2011 begint Woningbouwcorporatie Talis met de bouw van de woontoren. Deze telt 13 verdieping en is 42 meter hoog. Op de onderste 3 lagen komen kantoren van in totaal 1200 m2. Daarboven 60 sociale huurwoningen, waarvan er 6 bestemd zijn voor mensen met een lichamelijke beperking. Onder de grond is een tweelaagse parkeerkelder gebouwd.
Oplevering
Castella toren, zijde De Ruyterstraat met balkons (oktober 2024)
Daarmee is dit project de afsluiting om het voormalige Dobbelmanterrein te vernieuwen. Het gebouw krijgt de naam Castellatoren, vernoemd naar een zeepmerk van Dobbelman. In januari 2013 krijgen de eerste bewoners de sleutel, de officiële opening is op 5 april. Daarbij is de kantoorruimte verhuurd aan 3 Nijmeegse welzijnsorganisaties. (Omroep Gelderland).
Het gebouw is bedoeld als eye-catcher. Allereerst als herkenningspunt voor het Dobbelmanterrein. En daarbij als entree naar de stad: het gebouw ligt op het kruispunt van twee ingangen naar het centrum van de stad: de spoorlijn en de Graafseweg. Vlak nadat de toren is gepasseerd vanaf de Graafseweg, begint het centrum met het Keizer Karelplein. Architect Ludo Grooteman van DOK-architecten ontwierp het gebouw in 2009 (sinds 2012 is Ludo Grooteman samen met Gianni Cito Moke-architecten begonnen).
Waar de eerste nieuwbouw Berghege: “De hoogte en vormgeving zijn bewust in contrast met de industriële uitstraling van de eerdere nieuwbouw op De Dobbelman.”
De constructeur ABT Velp, de aannemer Bouwbedrijf Berghege uit Oss en de aannemer voor de gevel Vosselmans uit Loenhout (Belgë). De bouwkosten waren €9.100.000,- (ex BTW).
Doorstart
Overigens is dit gebouw het tweede ontwerp voor een toren op deze plek. Het eerste ontwerp, nadrukkelijk in de vorm van een “Wybertje” leek uiteindelijk te duur te zijn. “De architect presenteerde het ontwerp voor wat toen nog de Talistoren heette al in 2004 en kreeg toen veel lof van gemeente, bewoners en opdrachtgever. Sindsdien heeft het alleen stof liggen verzamelen.“ In hetzelfde artikel uit 2008 kondigt Talis een doorstart aan. (De Gelderlander met tevens een impressie van het aanvankelijke ontwerp)
Verticaal reliëf tegen geluidsoverlast
De Castella toren op een kruispunt van Graafseweg en het spoor (oktober 2024)
De ligging aan dit kruispunt stelde de ontwerpers voor de uitdaging om de geluidsoverlast van het verkeer op te vangen. Daarom hebben 3 gevels door een verticaal relëf een extra schil gekregen. Dit reliëf bestaat uit vlakke, halfdiepe en meer dan een halve meter diepe cassettes. Dit verticale “landschap” wordt extra benadrukt door verschillende soorten glas te gebruiken.
Vosselmans: “In totaal hebben we 476 cassettes (aluminium kaders) geprefabriceerd, van 1,86 m breed tot wel 3,90 m hoog, met drie verschillende diepten (150, 350 en 500 mm). De verschillende diepten creëren een opvallend reliëf, wat de gevel uniek maakt. De cassettes zijn opgebouwd uit specifieke profielen, die speciaal voor de Castellatoren zijn gemodificeerd. Naar gelang de diepte van de cassette, werd een andere kleur zonnenwerend glas gebruikt: clear, green of dark blue. De diepste cassettes zijn ontworpen om bankjes in te plaatsen.”
Balkons
Balkons Castella toren (oktober 2024)
Aan de kant van de De Ruyterstraat, de “niet geluidbelaste zijde” zijn balkons geplaatst, gelijk aan de breedte van de woonkamer. Doordat de balkons verspringens zijn geplaattst, ontstaat er een levendig uitziende gevel.
De tussenruimte: huiskamer van alle woningen
Castella toren: de galerijen met zitjes (oktober 2024)
Tussen deze schil en de woningen ligt de galerijontsluiting. DOK architecten “Ontsloten via de tien meter hoge entreelobby, wordt deze tussenruimte de meest bijzondere ruimte van het gebouw: een huiskamer van alle woningen. De diepe cassettes bevatten bankjes, twee stoelen met een tafel of ruimte voor planten. De in verschillende gedekte kleuren gecoate binnenmuren, verlichting die op de zitjes kan worden gericht en ‘vloermatten’ met het logo van Castella, gegoten in de prefab betonnen vloerplaat, vervolmaken het geheel. Hiermee wordt deze tussenruimte een hoogwaardige verblijfsruimte. …
Zo schittert het gebouw van buiten als een in facetten geslepen diamant en toont het van binnen een verrassend warme kant, waar alle aandacht uitgaat naar de gebruiker.”
De projectpagina van DOK – architecten was een belangrijke bron voor deze paragraaf. Op hun site staan bovendien veel foto’s.
Castella toren: de ingang (oktober 2024)
Castella toren: de ingang met hal (oktober 2024)
Castella
Advertentie Castella zeep van Dobbelman (PGNC 5/3/1934)
Door de concurrentie met grote bedrijven als Unilever en de crisis in de jaren 30, werd marketing een belangrijk middel in de strijd om de gunst van de koper.
Dobbelman introduceerde haar merk Castella in 1934. De naam “Castella” is een fantasienaam. Dit moest een Spaanse sfeer oproepen, een verwijzing naar de toevoeging van olijfolie in haar zeep. Het gezicht van een Spaans uitziende dame werd het logo van de zeep. Dit logo kwam ook terug op de zegeltjes die konden worden gespaard.
Zoals op de advertentie uit 1934 is te zien, verandert Dobbelmann in 1934 ook haar naam door een “n” te laten vallen. Naast zeep werd ook scheerzeep verkocht. (In Spanje bestaat de regio Castilië, maar dat is in het Spaans “Castilla”. Mij zelf doet “castella” ook denken aan “kasteel”, maar dat is in het Spaans “castillo”).
In 1968 koopt de Koninklijk Zout Organon Dobbelman. Daarop wordt in 1969 Biotex geïntroduceerd, waarbij het merk Castella in 1969 verdwijnt.
Het Castella logo komt ook terug op de ramen aan het gebouw (oktober 2024)
Kunstwerk “To B.”
to B ’s avonds (oktober 2024)
to B (oktober 2024)
Bovenop het gebouw staat een kunstwerk met de letters “to B i ex”. Het is een werk van Nijmeegse kunstenaar Gerard Koek, waarbij hij het werk op zijn site vermeldt als “To B”.
Het werk is een hergebruik van de letters van de Biotex-lichtreclame, herschikt op “een industrieel ogend grid”. “”To B” is ’s avonds verlicht te zien, terwijl geleidelijk ofwel “i”, dan wel “ex” oplichten. Een “Shakespereaanse wending” van betekenissen, waarbij een permanente wisseling van identiteit en relationaliteit centraal staat”.
De Castellatoren won de Architectuurprijs Nijmegen 2013. De jury was “van mening dat dit project, een zorgvuldig vormgeven, gedetailleerd en uitgevoerd woon/werkgebouw is dat in architectonisch opzicht een voorbeeldfunctie heeft. De toren bevindt zich op het voormalige Dobbelmanterrein, is sterk integraal vormgegeven en een echte eyecatcher”. Ook looft de jury het onderhoudsarme karakter van het gebouw en de omgeving. Bovendien vindt ze dat de 3 glazen lagen, bedoeld om het geluid te weren, een goede uitstraling aan het pand geeft. Ten slotte noemt ze de aandacht voor een aantal details: het interieur, de wandbekleding, het kleurgebruik en de toepassing van zitjes. En de aandacht die aan het Dobbelmanlogo op de vloer is gegeven. “De jury is van mening dat architect en opdrachtgever een icoon hebben gerealiseerd, een architectonische parel”.
Trots medewerker
In 2013 interviewt Vox mensen die betrokken zijn bij Grotius, het nieuwe gebouw voor de rechtenfactulteit. Een van degenen is timmerman Michael Noorman, die ook heeft meegewerkt aan de Castellatoren: “steeds als hij er langs komt, gaat er iets van trots door hem heen. Omdat hij door de huid van het gebouw kan kijken, ziet hij alle kleine stappen in het karkas die uiteindelijk naar het bouwsel leiden. ‘Het blijft me verassen: het rijzen van zo’n toren en dat die blijft staan. En dat ik bij veel van die stapjes betrokken ben geweest. Dat ik kan zeggen ”Kijk, dit is ook míjn gebouw.”’ Zonder trots gaat het niet, zegt Noorman. ‘Als je geen passie hebt, kun je net zo goed stoppen.’” (Vox)
Melkerij Lent, verbouwing architect Estourgie, van Gentstraat, 1928 (F17204 RAN)
Charles Estourgie ontwerpt de uitbreiding van de Melkerij Lent, waarbij onder andere de voormalige manege aan de Waldeck Pyrmontsingel bij de fabriek wordt getrokken. De Gelderlander publiceert bij de opening van 1928 een uitvoerig stuk, waarin tevens wordt ingegaan op het belang van de melkfabriek.
“De vooruitgang van de Zuivel-nijverheid.
De Coöperatieve Nijmeegsche Melkinrichting Melkerij Lent te Nijmegen
De nieuwe zuivelfabriek van de coöp. Nijm. Melkinrichting Melkerij Lent wordt morgen officieel geopend.
Landbouwers, veehouders uit Land van Maas en Waal, Rijk van Nijmegen, uit Betuwe, die Nijmegen hebben als voornaam afzetgebied voor de zuivelproducten, namen indertijd het initiatief tot oprichting van een coöperatieve zuivelfabriek, niet zoozeer bedoeld voor de distributie van de melk en van de boter in de stad en omgeving- dat mocht er natuurlijk bijgenomen worden- als wel voor uitvoer der zuivelproducten.
De aanleiding tot het “gaan bouwen” van de coöperatieve zuivelfabriek aan den van Gentstraaat, was dan aanvankelijk een heel andere dan welke gewoonlijk daarvoor geldt.
Geldersche veehouders hadden hier een zuivelfabriek, welke namelijk hooge melkprijzen uitbetaalde. Dat geschiedde, zeer ten ongerieve van de omliggende fabrieken. Dat zulks mogelijk was, kwam doordat het bedrijf zich geheel toegelegd had op den engros melkhandel naar Duitschland, waar een margarinefabriek in het naburige Kleef, zooals meestal met margarinefabrieken het geval is, de melk goed betaalde. Toen door de Duitsche invoerrechten in 1925 de grens voor dezen melkinvoer practisch gesloten werd, zat echter de fabriek plotseling met een groote hoeveelheid melk midden in een stad van pl.m. 75.000 inwoners, welke melk zij niet op productieve wijze kwijt kon, omdat de consumptie-melkverkoop in het klein geheel verwaarloosd was. Bovendien was de verwerking op producten evenmin mogelijk, aangezien de inventaris en inrichting geen kans op het maken van een behoorlijke kwaliteit meer overlieten. De fabriek aan de van Gentstraat was toen in last.
Bestuursleden, genodigden en leden bij de opening in de melkhal van fabriek melkerij Lent, 15/2/1928 (F50049 RAN)
De toestand was niet rooskleurig. Er moest raad geschaft worden. Er kwam verandering in directie aan de coöperatieve zuivelfabriek, welke gereorganiseerd werd van exportbedrijf voornaamlijk in distributiebedrijf voor stad en omgeving. Bovendien was de coöperatie als stadsbedrijf vrijwel er op aangewezen om de melkvoorziening wederom ter hand te nemen. Hiervoor waren echter noodzakelijk een behoorlijk ingericht fabrieksruimte en daarnaast een groot distributieorgaan. Aan den laatsten eisch werd op gelukkige wijze voldaan door overname van de particuliere “Melkerij Lent” (welke titel om tactische redenen ook in den naam der vereeniging is opgenomen). Wat de eerste moeilijkheid betreft, was het bestuur der coöperatie niet onfortuinlijk met den aankoop van de naast de fabriek aan de van Gentstraat liggende manege, welke uitkomend op den Waldeck Pyrmontsingel zeer geschikt was voor melkhal, flesschenspoellokaal en kantoor voor de afdeeling Melkdistributie. Door afbraak van een deel van de manege en een tuschenbouw kwam een ruimte vrij voor het optrekken van dat gedeelte van de fabriek, waar de bewerking van de melk plaats vindt.
De manege aan de Waldeck Pyrmontsingel: hierbij is goed te zien dat Estourgie het front onveranderd heeft gelaten; Nijmeegse manege, links Louise Cornelder. (De manege wordt in 1903 gehuurd en in 1908 overgenomen van de Nijmeegse manege door H.W. Cornelder, 1910-1915 (F92838 RAN)
Het was geen makkelijk op te lossen vraagstuk de nieuwe fabrieksuitbreiding practisch aan haar doel te doen beantwoorden, aan de omgeving te doen aanpassen en af te bouwen, terwijl het bedrijf in vollen gang bleef.
De architect, de heer Charles Estourgie werd met die opdracht belast en de aannemer, de heer H. van Kessel had de uitvoering van het bouwontwerp voor zijn rekening. Een fabriek te bouwen op den hoek van een singel, langs zij een pas aangelegd plantsoen, dreigt het aspect van de omgeving leelijk te schaden.
Men denkt dadelijk aan leelijke, van ééntonigheid grauwe muren, aan hooge zwarte schoorsteenen.
De heer Charles Estourgie toonde hier in deze fabrieksuitbreiding ook zijn sierkunstenaarstalenten, wist iets vroolijks iets levendigs te geven aan de massale gevels, waarin het monotone voorkomen werde door het aanbrengen van, de andere logge lijn, brekende ramen en vensters en het inbouwen van een sierlijken inrijpoort aan de van Gentstraat. Het nieuwe gedeelte paste bij de oude hooge zuivelfabriek aan de van Gentstraat en de oude stal der Nijmeegsche manѐge, is herschapen in een ruime hall voor de melkvoorziening. Het ouwe, grauwe dak is hersteld tot een gebroken kap, en de oude “circus” sluit nu passender aan bij den voorbouw, welke levendiger uitzicht kreeg, doordat de architect er wat meer lijn en licht inbracht.
Melkventers van Melkerij Lent, 1928 (F58814 RAN)
In het oude voorhuis van de manѐge is nu gevestigd het kantoor voor de melkdistributie, waarlangs een breede inrijpoort leidt naar het industrieele gedeelte dezer zuivelfabriek, welke zoo technisch en hygiënisch is ingericht, dat zij behoort tot een der vijf best ingericht melkinrichtingen en zuivelfabrieken des land, dat overvloeit van melk en boter, dat bekend staat als een der eerste exportlanden door Europa voor de zuivelindustrie.
Ook in dit opzicht kan het groeiende Nijmegen meekomen met haar grootere zustersteden.
Binnen mag de fabriek gezien worden.
Het is als een wit melkpaleis, waaruit nochtans alle onnoodige luxe geweerd is.
Wit zijn alle wanden, wat de machines, met hier en daar het blinkende koper der kranen en banden, het warme bruin der groote karn-machines of karnemelkhouders, den maten glans der blikken bakken.
Alles is bijna blank tot alle af- en aanvoerbuizen voor de melk toe.
De vloeren van tegels of zwaar cement zijn zindelijk om zoo van te eten; de wanden zijn hagelwit, geen stofje heeft er kans op te vliegen.
Hoe de fabriek ingedeeld is?
Onder deskundige en prettige voorlichting van een man in ’t vak als de directeur, de heer H.M.G. Tiel Groenestegen, maakten wij een ronde, op- en neergang door de uitgestrekte hallen en begonnen daar, waar de melk door de veehouders wordt aangevoerd. Dat is dan een zijgangetje, aan het einde der fabriek aan de van Gentstraat.
Hoe hygiënisch, hoe zorgvuldig het er toegaat, hoe nauwkeurig de melk behandeld wordt, moge blijken uit on omstandig relaas.
Melkerij Lent, het laboratorium voor melkonderzoek; een reproductie van een tijdschriftfoto, 1932 (F17201 RAN)
De melk wordt direct bij de ontvangst aan de van Gentstraat gesplitst in industriemelk voor de bereiding van boter en consumptiemelk voor de distributie. Vervolgens wordt zij met behulp van twee Ahlborn-pompen naar een pl.m. 10 meter hoog gelegen bordes, dat uitziet op het centrifugelokaal, gepompt. Hiervandaan vloeit de melk naar de verschillende afdeelingen. Het Amerikaanse “gravity system” wordt toegepast. Eenmaal binnen, komt de melk tijdens de bereiding niet meer bloot.
Er is een dubbele melkontvangst. Bij het melkontvangen is het zoo ingericht, dat, terwijl de melkcontroleur op de eene ontvangst bezig is de melk op haar kwaliteit te onderzoeken (dagelijks wordt toegepast de alcoholproef met “Rexprüfer” en verder geregeld vuilheidsproef, reductaseproef en bussen-inspectie), op de andere helft de melkontvanger de hoeveelheden in de Gedo-bascule weegt en noteert. Aan het melkonderzoek kan op deze wijze de noodige zorg besteed worden. De ondermelk wordt terzijde met een “Precies” apparaat afgemeten.
Op het reeds genoemde bordes staan een tweetal melkbakken ieder van 3000 l. inhoud, waarin de industriemelk en de consumptiemelk loopen na, wat de laatste betreft, door een colloïdfilter is zijn gezoefd. Tevens staan hier de koelers voor room en ondermelk. Langs een ijzeren trap komt men nu in het verwerkingslokaal, waar twee groepen van werktuigen zijn opgesteld, een voor de industrie en een voor de consumptiemelk.
De consumptiemelk gaat na een buizen-pasteur van Van der Ploeg van 4000 l. capaciteit te zijn gepasseerd op een temperatuur van 63 gr. C., in den Ahlbornstandpasteur voor 4000 l., een pastorisatie van de nieuwste constructie, Nieuw is n.l., dat alle kranen zich bevinden aan den bovenrand der cellen. De melk wordt eruit gepompt. Lekkage der kranen en daardoor besmetting met onvoldoend laag verhitte melk wordt hierdoor voorkomen, terwijl het weinige bewerkte melk dat achterblijft, op de totaal-hoeveelheid van één cel geen kwaad kan doen. De melk passeert daarna een dubbel gesloten buizenkoeler, ’s zomers nog een dito pekelkoeler, waarna een tweetal Geertruidenbergsche emailletanks, ieder van 8000 L. inhoud de melk koel houden tot den volgenden morgen. Deze tanks zijn halverwege vastgemetseld in den vloer der eerste etage, zoodat men bij de reiniging geen ladder of iets dergelijks noodig heeft. Een electrische roerinrichting met bovenpakking dient om even vóór het aftappen de room weer door de melk te mengen. Een pijpleiding voert de melk naar de meetbrug in de melkhal, waar de losse melk in de 40 venterswagens wordt afgetapt. De geheele weg is dus in een gesloten systeem afgelegd.
Melkerij Lent. De ruimte waar de melkflessen gevuld werden; een reproductie van een tijdschriftfoto, 1932 (F17202 RAN)
De flesschenmelk wordt bereid in een gelijkvloers gelegen ruimte beneden het verwerkingslokaal. De gereinigde melk loopt van het bordes naar het roteerende flesschenvulapparaat. De gevulde flesschen worden in een 14-tal bakken voor pl.m. 270 flesschen opgestoomd en afgespoeld. Een bijzonderheid hierbij is, dat bij het opstoomen der bakken het water gebruikt wordt, dat de koelers bij een temp. Van pl.m. 45 gr. C. verlaat. Met het oog hierop heeft men koelers van groote capaciteit genomen, opdat het water er niet te snel doorheen behoefd te worden gepompt. Het warme koelwater, dat niet voor het flesschenbedrijf noodig is, gaat uit de voorraadtank naar een “boiler” in de machinekamer. Een andere caloriën-besparende inrichting, welke met etagebouw eveneens gemakkelijk door te voeren is, vormt de verzameling van het condensatiewater ten behoeve van de voeding van den stoomketel.
Het flesschenpasteuriseerlokaal heeft door middel van een zeven-tal loketten voor de afgifte van room, flesschenmelk, boter, yoghurt, pap enz. verbinding met de melkhal. Hier kunnen eveneens zeven vensters tegelijk geholpen worden aan losse melk en een gelijk aantal aan karnemelk. Verder bevindt zich in de hal nog een kannen-uitstoom en drooginrichting voor de melkbakken en -bussen der venters. Behalve het groote belang uit bacteriologisch oogpunt, heeft het drogen nog dit voordeel, dat de venter geen verontschuldiging meer heeft voor een al te groote hoeveelheid water, die hij in zijn bussen heeft achtergelaten.
Men kent de geel-rood beschilderde melkwagens van deze inrichting. De melkflesschen op het dek duiden reeds voldoende de bestemming dezer wagens aan. Bovendien heeft de inrichting nog twee groote vrachauto’s in bedrijf voor bediening der grootafnemers.
De behandeling der industrie-melk vindt aan de andere zijde van het verwerkingslokaal plaats. De volle melk wordt gepasteuriseerd in een regeneratief-pasteur, gaat naar een Westfalia-centrifuge, waarna room en ondermelk over de bestemde koelers op het bordes worden gepompt en vervolgens in de drie geïsoleerde roomzuurbassins van 1600 L. ieder in de ondermelk-bakken vloeien, welke in het verwerkingslokaal geplaatst zijn. Ook de twee houten karnemelktonnen, ieder van 3000 L. met roerinrichting, zijn in deze ruimte ondergebracht. De karnemelk wordt aan de benedenzijde hierin gepompt, terwijl een verdere merkwaardigheid is, dat de toevoerleiding tevens grootendeels afvoerleiding is. Met het toezicht op deze werktuigen is één persoon belast. Dit gedeelte van het bedrijf bezit een capaciteit van 5000 L. per uur. Een aparte centrifuge is voor de levering van koffieroom en slagroom opgesteld.
De botermakerij Melkerij Lent, 1932 (F17203 RAN)
In de botermakerij, tusschen melkontvangst, machinekamer en de kantoren gelegen, staat een Van der Ploeg’s karn van 4000 L. ton inhoud, terwijl ruimte voor een tweede is gereserveerd. De boter-inpakkerij vindt plaats in den kelder beneden het kantoor, waar de hoofdboekhouding geschiedt.
In de machinekamer is een koelmachine van 85.000 caloriën geinstalleerd door de N.V. Plaatijzer-industrie te Apeldoorn. Verder bevindt zich hier een pekelbak van 15.000 L., benevens een reservoir voor warm water en een voor gekoeld leidingwater. In den bestaanden uitbouw der vroegere fabriek zijn nog gelegen, het ketelhuis en melkpoederlokaal, terwijl de oude machinekamer tot werkplaats is getransformeerd. De stoommachine is vervangen door afzonderlijke electromotoren voor iedere afdeeling.
Bij eventueele bedrijfsstoornis kunnen de werktuigen van het industrie-gedeelte ook voor de behandeling der losse consumptie-melk worden gebruikt, waardoor een betrouwbare melkvoorziening der stad ten allen tijde verzekerd is.
De nieuwe fabriek is in samenwerking met den directeur en het Technisch Bureau van den F.N.Z. dat het werktuigkundig gedeelte verzorgde.
De heer Charles Estourgie had het bouwkundig gedeelte voor zich en heeft nog wijdscher plan in portefeuille dan nu reeds is uitgevoerd.
De mogelijkheid is, dat ook de voorgevel nog opgetrokken wordt, met daarbij passen middengebouw- geheel in stijl met den hoofdgevel.
Maar het bestuur toont bedachtzaam beleid en zal natuurlijk eerst de bedrijfsresultaten in de naaste toekomst eens willen afwachten, alvorens tot wijderen bouw over te gaan.
Het uitstekende werk van den aannemer, den heer H. van Kessel, konden wij in den aanhef reeds waardeeren-; hier is degelijk, vlug en prachtig gebouwd.
Het schilderwerk werd uitgevoerd door de firma W.A. Teeuwissen. De ingewikkelde electrische installatie werd uitgevoerd door het electro-technisch bureau Jos. Kwakkernaat.
Zoo werken velen mede tot een eerste-klasse zuivelfabriek.
Men ziet het: Nijmegen kreeg een model-inrichting. De melk-gebruikers en gebruiksters kunnen zeker zijn van een pittige pint gezonde zuivere melk.
De Coöp Nijm. Melkinrichting Melkerij Lent, met haar geheel herziene, naar de laatste eischen ingerichte zuivelfabriek staat er borg voor.
En hier mogen wij wel eens even noemen de mannen, die mede het initiatief namen tot de uitbreiding, vergrooting, vervolmaking der fabriek aan van Gentstraat en Waldeck Pyrmontsingel.
Het bestuur wordt dan gevormd door de heeren: P.H. Kokke te Nijmegen, voorzitter; H.F. van Haaren te Lent, secrataris; F.H. Witjes te Elst; P. Gijsbers te Overasselt en J. v.d. Ploeg te Winssen, commissarissen.
Directeur is de heer H.M.G. Tiel Groenestegen, adjunct-directeur de heer Leo B.J. Wassing.” (De Gelderlander 14/2/1928)
Huidig: appartementen
De Melkinrichting is gesloopt en hiervoor in de plaats kwamen appartementen, september 2022 (Google Streetview)
Er is nog niet onderzocht wat het verdere vervolg is geweest. De Melkerij is tegenwoordig (september 2024) gesloopt en hiervoor zijn appartementen in de plaats gekomen. Het opschrift op het gebouw herinnert nog aan de Melkerij.