Blog

Kabouterboom (oktober 2024)
#Nijmegen, Beek, Groen in Nijmegen, GroenInNijmegen, Ubbergen

De Kabouterboom: Oudste Kastanjeboom van Nederland

Kastanjedal Stuwwal, Beek/Ubbergen

Kabouterboom (oktober 2024)
Kabouterboom (oktober 2024)

De kabouterboom staat in het Kastanjedal van de stuwwal bij Beek. Met een leeftijd van 450 jaar is hij waarschijnlijk de oudste kastanjeboom van Nederland. Tot voor kort was hij ook nog eens officieel de dikste boom van Nederland, met een stamomtrek van negen meter.

Romeinen

Kastanjes op stuwwal (oktober 2024)
Kastanjes op stuwwal (oktober 2024)

Oorspronkelijk komt de tamme kastanje voor in het Middellands Zeegebied. De Kelten waren waarschijnlijk de eersten die de bomen naar Noord-Europa hebben gebracht, de oudst gevonden resten zijn van 200 voor Christus (wikipedia). De Romeinen gingen kastanjes planten, als voedsel voor hun legioenen. Zo is de tamme kastanje waarschijnlijk ook op de stuwwal terecht gekomen, waar hij het goed doet in de löss achtige bodem. Het groot aantal kastanjes is dan ook van de kenmerken van de begroeiing van de stuwwal en het zoek naar kastanjes is een geliefde activiteit.

Oudste en (bijna) dikste

De Kabouterboom stond jarenlang ook bekend als de dikste boom van Nederland, met een stamomtrek van 8 meter en 33 centimeter. Dat was ook jarenlang waarschijnlijk geval, maar op een gegeven moment is hij ingehaald door een sequioia uit Brummen, welke nog elk jaar groeit. Deze had in 2020 een omvang van 8 meter en 60 centimeter. De vorige eigenaresse van het terrein in Brummen had geen behoefte aan bezoekers, en had gevraagd om haar boom alleen te vermelden op de “gesloten” lijst van het bomenregister, zodat deze boom wel bekend was bij beroepsmensen, maar publiekelijk.

Brand

In 2005 staken jongeren de boom (weer) in brand door binnenin een vuurtje te stoken. De boom werkte als een schoorsteen, maar de brandweer wist het vuur te blussen. Het was wel onzeker of de boom het zou redden. De Kabouterboom heeft zich echter wonderbaarlijk hersteld, wel herinnert de zwart geblakerde holte aan de brand. Op Bomengids.nl zijn foto’s te vinden van voor de brand.

Erosie

Kabouterboom (oktober 2024)
Kabouterboom (oktober 2024)

Daarna dreigde een nieuw gevaar: door erosie dreigden de wortels onvoldoende grip te behouden. Daarom is in 2019 een grote keerwand gebouwd.

Kabouters

Kabouter op de Kabouterroute (oktober 2024)
Kabouter op de Kabouterroute (oktober 2024)

De boom dankt haar naam doordat ouders aan hun kinderen vertellen dat er kabouters in de boom leven: de holte is daar immers groot genoeg voor. De boom is onderdeel van de Kabouterroute, waar kinderen beelden van kabouters in het bos kunnen zoeken.

Kabouterboom Stuwwal Beek Berg en Dal oktober 2018
Kabouterboom (foto oktober 2018)

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://www.gelderlander.nl/berg-en-dal/de-beekse-kabouterboom-een-450-jaar-oude-markante-reus~abb028df/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F

https://www.gelderlander.nl/berg-en-dal/kabouterboom-in-beek-is-niet-meer-de-dikste-boom-van-nederland~ab9ab995/

De Lutherse Kerk, oorspronkelijk gebouwd als evangelisatiegebouw ; rechts woningen aan de Jacob Canisstraat op de hoek met de Daalseweg, RAN dateert deze foto op 1890-1900, mogelijk van latere datum (F5501 RAN)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Architectuur en geschiedenis van het Evangelisatiegebouw/Lutherse kerk

Prins Hendrikstraat 79,1895-1896 Nijmegen

De Lutherse Kerk, oorspronkelijk gebouwd als evangelisatiegebouw ; rechts woningen aan de Jacob Canisstraat op de hoek met de Daalseweg, RAN dateert deze foto op 1890-1900, mogelijk van latere datum (F5501 RAN)
De Lutherse Kerk, oorspronkelijk gebouwd als evangelisatiegebouw ; rechts woningen aan de Jacob Canisstraat op de hoek met de Daalseweg, RAN dateert deze foto op 1890-1900, mogelijk van latere datum (F5501 RAN)

In 1898 bouwt architect Semmelink een evangelisatiegebouw en bewaarschool aan de Prins Hendrikstraat. In 1924 wordt het verbouwd tot Lutherse kerk, waarbij het in 1929 een toren krijgt. Bijzonder zijn het orgel uit de 18e eeuw en de kansel uit 1671.

1898 Vergaderlokaal met Bewaarschool en Concierge woning

Ontwerp voor het bouwen van een Vergaderlokaal met Bewaarschool en Concierge woning op een terrein aan de Jacob Canisstraat hoek Renbaan te Nijmegen, architect D. Semmelink, datum zegel op bouwtekening 31-8-1896 (D12.377690)
Ontwerp voor het bouwen van een Vergaderlokaal met Bewaarschool en Concierge woning op een terrein aan de Jacob Canisstraat hoek Renbaan te Nijmegen, architect D. Semmelink,
datum zegel op bouwtekening 31-8-1896 (D12.377690)
Ontwerp voor het bouwen van een Vergaderlokaal met Bewaarschool en Concierge woning op een terrein aan de Jacob Canisstraat hoek Renbaan te Nijmegen, architect D. Semmelink, 
datum zegel op bouwtekening 31-8-1896 (D12.377690)
Ontwerp voor het bouwen van een Vergaderlokaal met Bewaarschool en Concierge woning op een terrein aan de Jacob Canisstraat hoek Renbaan te Nijmegen, architect D. Semmelink, datum zegel op bouwtekening 31-8-1896 (D12.377690)

In 1896 ontwerpt Dirk Semmelink een Vergaderlokaal met Bewaarschool en Concierge woning ontwerpen. Het gebouw bestaat uit een galerij/vestibule aan de voorkant met aan beide zijden portalen. Daarachter – het brede gedeelte- bevindt zich de eigenlijke vergaderzaal met een groot podium. Daarachter weer een aanbouw, met rechts van het podium een “wachtkamer voor den spreker”. Deze wachtkamer is bereikbaar via een “entree”, de zij-ingang zoals die tegenwoordig ook nog te zien is. Rechts van de entree is een spreekkamer. Dan is er een corridor en vervolgens 2 schoollokalen.

“Alhier is opgericht eene vereeniging, genaamd Daalscheweg, welke ten doel heeft de bevordering van alle godsdienstige, zedelijke en maatschappelijke belangen door evangelisatie, het houden van voordrachten, het oprichten en instandhouden van scholen en het verstrekken van goede woningen aan zwakken en bejaarden.

Haar werkkring bepaalt zich in het bijzonder tot de omgeving van den Daalschenweg, waar tal van arbeidersgezinnen gehuisvest zijn en de vereeniging een flink gebouw heeft ingericht tot bewaarschool en voor het houden van godsdienstoefeningen. Het bestuur bestaat uit de heeren A. Pijnacker Hordijk, E.A.G. van Hoogenhuyze, predikanten, dr. J. Haspels, allen wonende te Nijmegen, dr. D.P. Chantepie de la Saussaye, hoogleeraar te Amsterdam, en jhr. mr. C.C.G. de Pesters, te Groesbeek.” (De Gelderlander 1/2/1898)

RAN dateert de foto bovenaan op 1890-1900. Mogelijk is deze van wat latere datum, aangezien er een links een aanbouw lijkt te staan, die pas vanaf 1904 (zie hieronder) is gebouwd. Mogelijk betreft het echter een ander gebouw, dat inmiddels was gesloopt.

1904 Uitbreiding Bewaarschool

Plan tot verbouwing v/d Bewaarschool a/d Daalscheweg, datum dossier 31-5-1904 (D12.378759)
Plan tot verbouwing v/d Bewaarschool a/d Daalscheweg, datum dossier 31-5-1904 (D12.378759)
Plan tot verbouwing v/d Bewaarschool a/d Daalscheweg, datum dossier 31-5-1904 (D12.378759)
Plan tot verbouwing v/d Bewaarschool a/d Daalscheweg, datum dossier 31-5-1904 (D12.378759)

In 1904 (afgaande op de bouwtekening) wordt de Bewaarschool vergroot met een aanbouw aan de linkerzijde.

Deze bestaat uit een een schoollokaal en een niet gespeficieerd lokaal. Daarnaast krijgt het een spreekkamer, een privaat en gang en twee waranda’s.

De architect is onleesbaar.

In 1909 wordt een nog een urinoir aan de school bijgebouwd; in 1909 en 1912 vindt aanleg van de riolering plaats (Bouwdossier). Vóór de verbouwing van 1924 is het lokaal zonder opschrift in gebruik als speelzaal, evenals het “nieuw schoollokaal”. De “spreekkamer” is een “lokaal” geworden. De linker waranda is een overdekte speelplaats; de rechter waranda lijkt dan te ontbreken.

1924 Verbouwing tot Lutherse kerk

Evangelisch lutherse kerk; de kerk werd gebouwd zonder toren maar ter gelegenheid van het 5 jarig bestaan van het gebouw werd de dakruiter verwijderd en een toren toegevoegd, foto gedateerd 1924-1228 (F18507 RAN)
Evangelisch lutherse kerk; de kerk werd gebouwd zonder toren maar ter gelegenheid van het 5 jarig bestaan van het gebouw werd de dakruiter verwijderd en een toren toegevoegd, foto gedateerd 1924-1228 (F18507 RAN)

Aanleiding: wens vergroting

In 1924 gaat het gebouw, na een verbouwing, over naar de Evangelisch Lutherse Gemeente. Zij had daarvoor vanaf 1670 in de kerk van het Sint Nicolaas Gasthuis in de Grotestraat gezeten. In de loop der tijd was de kerk een aantal malen vergroot, de laatste keer in 1911. Vanwege het groeiend aantal leden van de Lutherse kerk was zij op zoek gegaan naar een nieuw gebouw. Dat vond zij in het evangelisatielokaal. (Wijkkrant Nijmegen-Oost 1/2/1990). Voor deze nieuwe kerkbouw was sinds 1914 een Kerkbouwfonds opgericht (PGNC 30/9/1939).

Hoewel nog niet verder onderzocht, lijkt de aanleiding voor deze nieuwbouw van het nieuwe evangelisatiegebouw te zijn dat de Hervormde Kerk niet langer evangelisatie-bijeenkomsten in de “Harmonie” kon geven. In 1923 was besloten dat er een nieuw evangelisatie-gebouw moest komen, waarvan de nieuwbouw aan de Bijleveldsingel in 1924 gereed kwam (PGNC 6/3/1924). Daarbij is tevens besloten om het evangelisatiegebouw aan de Prins Hendrikstraat af te stoten/te verkopen aan de Lutherse Kerk.

De verbouwing

De bouwtekening geeft verbouwing tot de Lutherse Kerk weer.

De vergaderzaal is verbouwd tot Kerkzaal. Het gedeelte van onder andere het podium, de spreekkamer en de open plaats is verbouwd tot 1 groot Doophuis. De oorspronkelijke spreekkamer is nu “Kerkkamer” geworden.

De linkerzijde wordt wat verbouwd door de verplaatsing van de privaten, de bergplaats, waar daarvóór de open speelplaats komt.

De inwijding van de Lutherse Kerk

Bij de inwijding schrijft het PGNC eerst over de afgelopen 25 jaar, om vervolgens de overgang naar de Lutherse kerk te beschrijven: “…meer dan 25 jaren was het gebouw een door velen gewaardeerd evangelisatielokaal, waarin de heer Douma al dien tijd, naar men ons verzekerde “met trouw” arbeidde. Behoorende tot de bezittingen der “Vereeniging Daalsche weg” – in 1898 door Jonkvrouwe J.M. de Pesters gesticht- werd, door de totstandkoming der groote kerkzaal aan den Bijleveldsingel deze evangelisatiepost opgeheven en hebben de omstandigheden er toe geleid, dat dit gedeelte der eigendommen van voornoemde Vereeniging op geschikte wijze kon overgaan aan de Luthersche gemeente alhier.

En nu is het evangelisatie-lokaal van eertijds, geworden het kerkgebouw van thans, onder de bekwame leiding van den heer H. Rauch, die uit piëteit voor de zaak, welke het gold, met ongemeene, belangelooze toewijding als architect is opgetreden, en een harmonisch interieur tot stand gebracht, dat zoowel het godsdienstig gevoel als den schoonheidszin bevredigt. Het is een gelukkige vereeniging van wat was en van wat kwam, een geheel, practisch ingericht en van een stemmenden, waardigen vorm.

"Een vaste burcht is onze God" boven hoofdingang Lutherse kerk (oktober 2024)
“Een vaste burcht is onze God” boven hoofdingang Lutherse kerk (oktober 2024)

De beginregel van het Lutherlied, aan het oude Kerkgebouw in de Duitsche taal rond den ingangsboog indertijd aangebracht, prijkt ook hier weer in hardsteen, maar thans in het Nederlandsch boven den hoofdtoegang. In het portaal zelf vindt men terug den Duitschen tekst uit de oude Kerk overgebracht: “Selig sind, die Gottes Wort hören und bewahren” en den gedenksteen met oorkonde tot herinnering aan de herstelling der oude Kerk in 1877; een tweede gedenksteen herinnert aan de ingebruikneming der nieuwe Kerk op 28 September 1924.

Door de verbouwing kreeg het oude evangelisatielokaal meer den klassieken basiliekvorm, waardoor evenals door het aanbrengen van twee zij-galerijen, aan plaatsruimte aanzienlijk gewonnen werd, zoodat thans ongeveer 300 zitplaatsen beschikbaar zijn.

Boven het ingangsportaal bevindt zich het orgel uit de oude kerk van het jaar 1727, in- en uitwendig keurig gerestaureerd en aan den muur daartegenover de Kansel reeds sedert 1671 blijkens een daarop staand jaartal in kunstig kunstsmeewerk bij de gemeente in gebruik. Vóór den Kansel staat de altaartafel, waarop een verlaten wit marmeren kruis en twee kandelaars; links en rechts van de altaar- verhooging bevinden zich de kerkeraadsbanken en aan de rechterzijde de toegang tot de consistoriekamer.

Het licht valt ruimschoots binnen, door de vensters, die er waren of zijn aangebracht, en waarvan er een in gekleurd glas het Luther-wapen vertoont en een ander het zegel der Luthersche gemeente van Nijmegen.

In de beide nissen ter weerszijden van den boog, die altaar-ruimte en schip der kerk scheidt,- den triomfboog der oude basilieken- hebben de beide gedenkborden aan het Lutherfeest van 1883 een plaats gevonden. Op de vóórzijde van genoemden boog is in harmonische kleuren een symbolische versiering van olijftakken en bladeren aangebracht, terwijl boven den preekstoel korenranken en wijntrossen en de schelp en de duif de beide Sacramenten der Protestantsche Christenheid symboliseerden en waarop het Bijbelwoord prijkt: “Ik ben met ulieden al de dagen”.

Het geheel maakt een rustigen, voornamen indruk en doet den bouwmeesters alle eer aan, en niet minder den artistieken adviseur, den heer van Vucht Tijssen, kunstschilder te Neerbosch, die de symbolische versieringen ontwierp en de stemmige kleuren-combinatie van het geheele interieur aangaf.

Tenslotte vermelden wij nog, dat de verbouwing is uitgevoerd door de N.V. Bouwbedrijf “Uniter” te Oosterbeek. Het schilderwerk is verricht door de firma W.C. Hofman en Zoon, de electrische installatie is geschied door den heer Dirksen.” (PGNC 29/9/1924, welke vervolgens de inwijdingsplechtigheid beschrijft)

Hermanus Rauch

De architect van de verbouwing was Hermanus Rauch (24-11-1876 Amsterdam), die zelf eveneens tot de Lutherse kerk behoorde. Daarnaast was hij, nadat hij daarvoor hoofdopzichter was geweest, directeur van Bouw- en Woningtoezicht (en tevens hoofd brandweer). Ook woonde hij vlak tegenover de kerk: op Prins Hendrikstraat 4.

Bron: Bevolkingsregister 1910, Adresboeken 1920, 1924 en 1926)

Verwijzingen

In het bovenstaande krantenartikel staan een aantal verwijzingen naar opschriften. Wat zijn daarvan de oorspronkelijke bronnen?

Het van Deventer/Heyneman orgel

Het artikel spreekt over een orgel uit 1727. In 1726 (waarover de meeste gevonden artikelen spreken/ 1727 maakt Matthijs van Deventer een klein orgel voor de Lutherse kerk aan de Grotestraat, welke dan het vroegst bekende werk van hem zou zijn.

Rond 1756/1758 vindt een vergroting van de kerk aan Grotestraat plaats. Hiervoor maakt Matthijs van Deventer een groter orgel voor op de 2e galerij. Het is daarbij onduidelijk of hij (onderdelen) van het oude orgel al dan niet heeft hergebruikt (zie orgelnieuws en orgelsite, tevens belangrijke bronnen van deze paragraaf).

In 1781 vindt een groot herstel plaats door A.F.G. Heyneman. Hij vernieuwt daarbij het pijp- en regeerwerk en hij plaatst nieuwe tinnen frontpijpen. Heyneman behoorde zelf ook tot de Lutherse kerk. In de loop der jaren vinden nog andere vernieuwingen plaats.

Bij de verhuizing van de Lutherse kerk naar de Prins Hendrikstraat, verhuist het oorlog mee. In 1940 vindt een grote verbouwing plaats door G. van Leeuwen, door er onder andere een twee klaviers-orgel van te maken.

In 1997 stelde Hans van Nieuwkoop een restauratieplan op, waarin de situatie van 1781 zoveel mogelijk zou worden hersteld. Uiteindelijk was in 2008 de financiering rond, zodat Henk van Eeken de restauratie kon uitvoeren. De kerk is vanwege het orgel een Rijksmonument.

Kansel

Ook de kansel uit 1671 wordt in 1924 overgeplaatst. Deze is nog steeds in de kerk aanwezig. Ook de kansel is een Rijksmonument.

1929: Toren en klok

Gezien vanuit de Waldeck Pyrmontsingel in de richting van de Berg en Dalseweg ; links een gedeelte van de Lutherse Kerk op de hoek met de Prins Hendrikstraat (links), 1930 (F21616 RAN)
Gezien vanuit de Waldeck Pyrmontsingel in de richting van de Berg en Dalseweg ; links een gedeelte van de Lutherse Kerk op de hoek met de Prins Hendrikstraat (links), 1930 (F21616 RAN)

In 1929 krijgt de kerk bij haar 5-jarig bestaan een toren, waarin de uit 1623 gegoten klok wordt gehangen:

“Ter gelegenheid van het 5-jarig bestaan der nieuwe Luthersche kerk aan de Prins Hendrikstraat, hoek Jacob Canisstraat, zal morgen, Zondag 29 September, de nieuw gebouwde toren worden ingewijd en de daarin gehangen klok worden geluid. Deze klok is uit den jaren 1623 en gegoten door een der beroemde Akensche klokkengieters Peter van Trier. In de oude Luthersche kerk in de Grootestraat vervulde zij 2½ eeuw de bescheiden rol om met het uurwerk in den gevel den tijd aan de bewoners der Grootestraat en omgeving te melden; luiden mocht ze niet – dat was den Lutherschen door de Gereformeerden verboden. Op ’t eind der 19e eeuw, toen de verhoudingen anders waren geworden, maakte de laatste der Duitsche predikanten, Pastor Garschagen, er een luidklok van- wat ze 30 jaren bleef; daarna zweeg ze 20 jaren. Thans zal ze zich opnieuw doen hooren in den toren der nieuwe kerk.

De toren-inwijding van de Lutherse Kerk, 1929 (F71194 RAN)
De toren-inwijding van de Lutherse Kerk, 1929 (F71194 RAN)

Buiten den toren is voor deze feestelijke plechtigheid de Protestantische Kerkelijke vlag uitgehangen, de eerste in ons Nederland- in Duitschland reeds bekend-, uitdrukkende de éénheidsgedachte van het Prostetantisme: een licht lila kruis op witten grond, geschenk van een aantal jonge leden. Ds. Scharten hoopt, na vele weken van ongesteldheid, de godsdienstoefening, die om 10 uur aanvangt, weer te leiden.” (PGNC 28/9/1929)

Vervolg: Oorlog en huidige tijd

Lutherse kerk, Prins Hendrikstraat (september 2024)
Lutherse kerk, Prins Hendrikstraat (september 2024)

Er is nog niet uitvoerig onderzocht wat het vervolg is geweest.

Oorlog

Tijdens het bombardement op 22 februari 1944 zijn ongeveer 40 lutheranen omgekomen. Bij de gevechten rond Market Garden werd de kerk getroffen door een granaat. Hierdoor werden de ramen van de kerk vernieuwd, kwam er een gat in de westmuur en veroorzaakte een groot gat in het dak.

De Evangelisch-Lutherse Gemeente Haarlem schonk nieuwe, de huidige, ramen in kader van de actie Nederlandsch Volksherstel. In deze ramen zijn de Lutherroos, het zegel van de Evangelisch-Lutherse Gemeente Nijmegen en het wapen van Haarlem te zien. In de oorlog zijn de luidklokken gevorderd. Na de oorlog kreeg de kerk een nieuwe klok als schenking van Noorse lutheranen.

1974 Brand Bewaarschool

In 1974 ging de kleuterschool in vlammen op. Voor een artikel en herinneringen aan deze school zie http://www.botma.nl/Scholen/PCLS-JCanis/allerlei.html en Noviomagus. Op Noviomagus staat een film van 3,5 minuut waarin de brand te zien is. Tegenwoordig staan hier appartementen.

Huidige tijd en verkoop?

Sinds 2004 zijn in Nederland de Nederlands Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden samengegaan in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Ook de Waalse Kerk behoort daartoe. (wikipedia)

In 2021 heeft de kerk vanwege financiële problemen “5 jaar geleden” aansluiting gezocht bij de Evangelisch Lutherse Gemeente Zuid-Nederland. Zij kent naast Nijmegen de kerkgemeenschappen Heerlen, Heusden en Eindhoven met in totaal 550 leden. In 2021 kent de “kern” Nijmegen 165 leden.

In 2021 heeft de Evangelisch Lutherse Gemeente het plan om de kerk in Nijmegen te verkopen. Daarvoor is een geïnteresseerde koper, Eric van Bronswijk, gevonden. Een aantal leden wil de kerk zelf kopen en heeft daarvoor de Stichting Lutherse Kerk Nijmegen opgericht. Daarvoor is dat dat moment reeds een ton bij elkaar gebracht en zijn ze van een hypotheek verzekerd. Ook is er een exploitatieplan aangebracht. En, in stijl, timmert de stichting haar bezwaren op de deur van de Lutherse Kerk. Van Bronswijk zou een ton meer hebben geboden. Hij wil de kerk opknappen en verhuren, waarbij de Lutherse Kerk nog 10 jaar van de kerk gebruik mag maken voor haar zondagsdiensten. (De Gelderlander 21-5-2021, Trouw 21-5-2021 en Trouw 31-5=2021)

De verkoop is waarschijnlijk afgeketst: in mei 2023 heeft de Evangelisch Lutherse Gemeente Zuid-Nederland nog steeds het voornemen om de kerk te verkopen.

Op 28 september 2024 bestond de kerk aan de Prins Hendrikstraat 100 jaar.

(Overige) Bronnen en verder lezen

http://www.lutherszuidnederland.nl/elg-znl/nijmegen/

http://www.lutherszuidnederland.nl/elg-znl/nijmegen/

Zie ook de foto’s op Noviomagus.

Groesbeeksedwarsweg 217, oorspronkelijk bakkerij A. van Merwijk (september 2024)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Architectuur en Opening van Bakkerij A. van Merwijk

1935 – 1936 Groesbeeksedwarsweg 217 Altrade

Groesbeeksedwarsweg 217, oorspronkelijk bakkerij A. van Merwijk (september 2024)
Groesbeeksedwarsweg 217, oorspronkelijk bakkerij A. van Merwijk (september 2024)

In mei 1936 opent A. van Merwijk zijn bakkerszaak aan de Groesbeeksedwarsweg op de hoek met de Bachstraat. De architecten zijn Meerman en van der Pijll. Daarbij valt vooral de ingang met de lamp op, welke onderdeel was van hun ontwerp.

Vooraf

In september 1935 keurt de gemeente de verkoop van een “perceel bouwterrein gelegen aan den Groesbeekschedwarsweg, kadastraal bekend gemeente Hatert, Sectie H, no. 891 (ged.) groot ongeveer 485 c.A.” aan A. van Merwijk goed. De prijs is f 10.50 per c.A. (De Gelderlander 18/9/1935)

Zoals het PCNC bij de opening in 1936 aangeeft, is het dan de derde verhuizing in korte tijd:

  • In april 1929 opent van Merwijk zijn winkel op Tooropstraat 79, hoek Mesdagstraat. Daarbij krijgt hij in augustus 1932 een hinderwetvergunning voor uitbreiding
  • In januari 1933 opent hij op de Burghardt v.d. Berghstraat 28, waar daarvoor tevens een bakkerij was gevestigd (PGNC 20/1/1933)

De bakkerij van Merwijk

Bouw van een winkelhuis met bakkerij en twee bovenwoningen aan de Groesbeekschedwarsweg hoek geprojecteerde straat te Nijmegen, voor den weled. Heer A. van Merwijk, Burgh. v.d. Berghstraat 28, Achitectenbureau B.J. Meerman J. van der Pijll, datum bij tekening 19-8-1935 (D12.401193)
Bouw van een winkelhuis met bakkerij en twee bovenwoningen aan de Groesbeekschedwarsweg hoek geprojecteerde straat te Nijmegen, voor den weled. Heer A. van Merwijk, Burgh. v.d. Berghstraat 28, Achitectenbureau B.J. Meerman J. van der Pijll, datum bij tekening 19-8-1935 (D12.401193)

Op de hoek bevindt zich een winkel, met de ingang schuin geplaatst. Aan beide kanten bevindt zich een grote raam/etalage over de volle breedte van de winkel (zie ook de foto hieronder(. Aan de kant van de Bachstraat zijn naast de winkel 2 opgangen naar de bovenwoningen. Daarnaast bevinden zich 3 slaapkamers van de benedenwoning. Achter de winkel en de opgangen bevindt zich de keuken en de hal. En daarachter 2 kamers.

Achter en naast de slaapkamers bevindt zich de feitelijke bakkerij (dit is het lage gedeelte). Naast de slaapkamer is de ruimte voor wagens. En vervolgens de grote ruimte van de bakkerij zelf. Een foto uit 1939 is te vinden als brievenhoofd op 1220 RAN.

Hoek Groesbeeksedwarsweg Bachstraat, augustus 2023 (Google Streetview)
Hoek Groesbeeksedwarsweg Bachstraat, augustus 2023 (Google Streetview)

Bij de opening

Het PGNC schrijft bij de opening van bakkerij in mei 1936:

Opening Nieuwe Bakkerij.

Het is thans voor de derde maal, dat de heer Antoon van Merwijk zijn bakkersbedrijf heeft moeten verplaatsen in verband met de gestadigen groei van zijn omzet, hetgeen een gevolg is van zijn goede vakmanschap op brood- en banketbakkersgebied. Bakker van Merwijk weet zijn bedrijf aan te passen aan de eischen van hygiëne en bereiding.

Groesbeeksedwarsweg 217, gebouwd als bakkerij A. van Merwijk, architecten Meerman en van der Pijll, 1935 (september 2024)
Groesbeeksedwarsweg 217, gebouwd als bakkerij A. van Merwijk, architecten Meerman en van der Pijll, 1935 (september 2024)

De heeren B.J. Meerman en J. v.d. Pijll, architecten N.I.V.A., Driehuizerweg 80, hebben een voor zijn bedrijf doelmatig complex ontworpen aan den Groesbeekschedwarsweg 217 hoek Bachstraat, welk bouwwerk dezer dagen door de aannemersfirma J.D. Dekkers, Tooropstraat 212, gereed werd opgeleverd en morgen, Zaterdag, in bedrijf zal worden gesteld. Dat de architectuur in onzen tijd nog niet geheel aan vervlakking lijdt bewijst hier de geestige zandsteenen winkelingang, waarbij de sierlijke gesmeed-ijzeren hoeklantaarn onze gedachten terug brengt naar den van het bakkersgilde. Een architectuuropvatting, welke zeer geslaagd is.

In de verschillende werkruimten zijn de nieuwste machines opgesteld en voorts een dubbele heetwater- en schuimoven volgens geheel nieuw systeem van de fa. v.d. Kamp uit Ravenstein. Een juweel van een winkelinventaris leverde de fa. Tiethof en Co. uit Amsterdam. Het keurige verfwerk werd verzorgd door den heer Reuters, Gelderschelaan terwijl de heer Wijking de electrische installatie en de fa. Peters de natuursteenwerken hebben geleverd.

Het geheel is een aanwinst voor dit nieuwe stadgedeelte en het zal den heer van Merwijk ook hier niet aan succes ontbreken.” (PGNC 29/5/1936)

Vervolg

Groesbeeksedwarsweg 217 (september 2024)
Groesbeeksedwarsweg 217 (september 2024)

Er is nog niet uitvoerig onderzocht wat het vervolg is geweest. In ieder geval komt bakkerij van Merwijk nog voor in juli 1947 (De Gelderlander 12/7/1947) en komt hij voor in het Adresboek 1948.

In het Adresboek 1955 komt J.Th.S. Lutjenshuis, brood- en banketbakker op dit adres voor.

Bij de aankondiging van hun trouwen is het toekomstig adres van Jan Nieuwenhuis en Door van Raaij de Groesbeeksedwarsweg 217 (De Gelderlander 12/10/1955). In het Adresboek 1966 en 1968 komt J.A. Nieuwenhuis voor als brood- en banketbakker. Een foto uit 1976 wanneer het de bakkerij en winkel van Jan Nieuwenhuis is, is te vinden op F14872 RAN.

Tegenwoordig (oktober 2024) zit Y. Kappers & Kunst in de winkel.

Architectenbureau Meerman en van der Pijll

Architectenbureau Meerman en van der Pijll is waarschijnlijk het bekendst vanwege hun ontwerp voor Auto Palace. Daarnaast ontwierpen zij onder…

Groesbeekseweg 23 architect Claase

IN 1897/1898 ontwerpt architect Claase 2 woonhuizen op de hoek Groesbeekseweg en Guyotstraat voor de heer Burgers.

Graafseweg 56-58 (oktober 2024)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Graafseweg 56 58

1901 Graafseweg 56 -58 Bottendaal Gemeentelijk Monument

Graafseweg 56-58 (oktober 2024)
Graafseweg 56-58 (oktober 2024)

Graafseweg 56 en 58 is ontworpen in 1900 door P.G. Buskens. De aannemer en bouwmeester Gerardus Buskens, oom van P.G. Buskens, gaat op nummer 56 wonen.

Willem Ruyters stuurde aantal foto’s van de oorspronkelijke bouwtekening: rechtsonder in de hoek is de stempel van P.G. Buskens, architect, Nijmegen te zien, die bij de digitale kopie (zie hieronder, D12.377983), is weggevallen.

Gemeentelijk Monument

"Anno" tegeltableau op Graafseweg 58, nummer 56 heeft een tableau met "1901" (oktober 2024)
“Anno” tegeltableau op Graafseweg 58, nummer 56 heeft een tableau met “1901” (oktober 2024)
Graafseweg 56 58 (oktober 2024)
Graafseweg 56 58 (oktober 2024)
torentje Graafseweg 58 (oktober 2024)
torentje Graafseweg 58 (oktober 2024)

Deze 2 huizen zijn een gemeentelijk monument. De tekst bij aanwijzing:
“Twee elkaars spiegelbeeld vormende woonhuizen van drie bouwlagen. De begane grond bestaat uit een ingangsportiek met maureske boog en daarnaast een driezijdige erker, waarvan de bovenzijde fungeert als balkon voor twee gekoppelde openingen met openslaande deuren.
Daarboven een tegeltableau met respectievelijk ANNO en 1901, waarboven drie
rondboogvensters, waarvan de bogen opgenomen zijn in een fries van vijf bogen dat de gevel bekroont. In het midden komen beide boogfriezen samen bij een brede, van de grond af reikende risaliet die boven de lijst van het vlakke dak overgaat in een trapgeveltje. De ingangspartij zet zich voort in een smal venster op de 1e etage, en gaat op de tweede etage over in een achthoekige, boven de gootlijst tenslotte ronde toren. De spitsen van deze torentjes flankeren het dubbele pand. Bouwmateriaal is rode baksteen, verlevendigd met (geschilderde) natuurstenen blokken en omlijstingen, en met tegeltableaus. … Fraai voorbeeld van symmetrische strakke Jugendstilbouw.”

Indeling

Plan voor Twee Heerenhuizen aan de Graafsche Straat, datum bouwdossier 21-9-1900 (D12.377983) Graafseweg 56 en 58
Plan voor Twee Heerenhuizen aan de Graafsche Straat, datum bouwdossier 21-9-1900 (D12.377983)

De twee woningen hebben een een gespiegelde indeling. Vooraan zit de salon met daarachter de huiskamer. De huiskamer heeft vervolgens een warande. Naast de salon ligt de Entree met daarachter een corridor. Deze eindigt in twee trappen: 1 naar de kelder en 1 naar de keuken en het toilet.

Boven de salon en de huiskamer liggen elk 2 slaapkamers. Boven de keuken bevindt zich een opkamer. Boven de entree en een deel van de corridor bevindt zich een cabinet, met daarachter een corridor met trappen.

Daarboven is boven het salongedeelte een zolder, boven het huiskamergedeelte 2 slaapkamers. Boven het cabinet bevindt zich de Meidenkamer.

Het gebouw heeft op nummer 56 bovendien een “eerste steen” met P.J.G. BUSKENS
19 20/10 00 (bron: Noviomagus, waarop tevens een foto te zien is). Mogelijk betreft P.J.G.Buskens de zoon van Gerardus Buskens: Petrus Jacobus Gerardus (28-2-1891 Nijmegen).

Abonneren

Voer je e-mailadres hieronder in om updates te ontvangen.

Vervolg

Er is nog niet volledig onderzocht wat het vervolg is geweest. In 1984 vond er een verbouwing plaats van bedrijfsruimte naar woning; in 2000 van woning naar appartementen. Hoewel het bouwdossier een openbare bron is, wil ik de bouwtekeningen vanwege privacy niet weergeven.

Fabrieksschoorsteen achter de Action, Graafseweg (oktober 2024)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Herinnering aan kaarsenfabriek van Kokke: Fabrieksschoorsteen achter de Action

Achter Graafseweg 47 Bottendaal

Fabrieksschoorsteen achter de Action, Graafseweg (oktober 2024)
Fabrieksschoorsteen achter de Action, Graafseweg (oktober 2024)

Achter de Action aan de Graafseweg staat, wat verscholen, een oude schoorsteen van een fabriek. Dit is een herinnering aan de kaarsenfabriek van Wilhelmus Kokke.

De schoorsteen is oorspronkelijk in 1919 gebouwd in opdracht van Wilhelmus Christoffel Kokke. Deze toren had oorspronkelijk een hoogte van 25 meter en diende voor zijn bedrijf op Graafseweg 59 en 59a. Een deel van de schoorsteen is afgetopt.

Het fabriekje is in 2003 gesloopt, waarbij de schoorsteen ternauwernood kon worden gered. In 2005 kwam het appartementencomplex met Wals’, tegenwoordig (oktober 2024) zit de Action in de zaak.

Zie voor het verhaal van de kaarsenfabriek van Kokke: https://www.noviomagus.nl/h1.php?p=Webmuseum/Drukwerk/cwdata/kerkwaskaarsenfabriek%201920.html

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://www.noviomagus.nl/vrijschoor2.htm

https://www.collectiegelderland.nl/regionaalarchiefnijmegen/object/5b19187c-aef5-58a4-8d1a-4b9bbd1d4ba1

Vijver in Buurt Natuurtuin aan Trompstraat/dr Jan Berendsstraat (oktober 2024)
#Nijmegen, Groen in Nijmegen, GroenInNijmegen, Kunstwerken

Buurt Natuurtuin

Trompstraat Bottendaal

Vijver in Buurt Natuurtuin aan Trompstraat/dr Jan Berendsstraat (oktober 2024)
Vijver in Buurt Natuurtuin aan Trompstraat/dr Jan Berendsstraat (oktober 2024)

De Buurt Natuurtuin is een klein parkje tussen de Dr. Jan Berendsstraat en het spoor in. Hier stond aanvankelijk Cartonnagefabriek van J.P.A. Kilsdonk.

Oorspronkelijk waren hier woningen gepland. Omdat de buurt echter behoefte aan grond, werd er een plantsoen gepland. Bewoners namen daarop het initiatief om in plaats van dit plantsoen een natuurtuin aan te leggen. Het ontwerp, aanleg en beheer is uitgevoerd door vrijwilligers

Het park bestaat uit een grasveld, waar bijvoorbeeld kinderen kunnen spelen. Daarnaast heeft het een moerasvijver. Rondom dit grasveld en de vijver is een wat hoger gedeelte aangebracht, bereikbaar met trapjes.

Huisraad

1994 Hans Vos

Op het grasveld staat het kunstwerk “Huisraad” van Hans Vos uit 1994, wat tevens kan worden gebruikt om te spelen. Hans Vos omschrijft het kunstwerk zelf als: “”Huisraad’ bestaat uit een opstelling van dansende meubels in een formaat waar je je klein bij gaat voelen. Het werk appelleert aan onbevangen spelen en bouwen, aan vrolijke huiselijkheid in de open lucht. Het is een plek waar ruimte is voor verbeelding.'” (Kunst op Straat).

Ander werk van Hans Vos in Nijmegen en omgeving:

  • 1986 – Speelplastiek, Speeltuin Tam Tam Symfoniestraat Nijmegen
  • 1992 – Prieel, Tunnelweg Wijchen
  • 1994 – De Verzegelde Tijd Beuningen
Buurt Natuurtuin Bottendaal (oktober 2024)
Buurt Natuurtuin Bottendaal (oktober 2024)
Buurt Natuurtuin Bottendaal (oktober 2024)
Buurt Natuurtuin Bottendaal (oktober 2024)
Buurt Natuurtuin Bottendaal (oktober 2024)
Buurt Natuurtuin Bottendaal (oktober 2024)
Buurt Natuurtuin Bottendaal (oktober 2024)
Buurt Natuurtuin Bottendaal (oktober 2024)
De Cartonnagefabriek van J.P.A. Kilsdonk, aan de Dr. Jan Berendsstraat op de hoek met de De Ruyterstraat ; links de Dobbelman Zeepfabriek, 27/6/1983 (Ber van Haren via ZN34654 RAN CC0)
De Cartonnagefabriek van J.P.A. Kilsdonk, aan de Dr. Jan Berendsstraat op de hoek met de De Ruyterstraat ; links de Dobbelman Zeepfabriek, 27/6/1983 (Ber van Haren via ZN34654 RAN CC0)
De afbraak van de voormalige Cartonnagefabriek van J.P.A. Kilsdonk. Het voormalige fabrieksgebouw moet plaats maken voor de hier geplande natuurtuin. Op de achtergrond de door architect Paul van Hontem ontworpen nieuwbouwwoningen aan de Trompstraat, 12/3/1991 (Ger Loeffen via F36490 RAN CCBYSA)
De afbraak van de voormalige Cartonnagefabriek van J.P.A. Kilsdonk. Het voormalige fabrieksgebouw moet plaats maken voor de hier geplande natuurtuin. Op de achtergrond de door architect Paul van Hontem ontworpen nieuwbouwwoningen aan de Trompstraat, 12/3/1991 (Ger Loeffen via F36490 RAN CCBYSA)
De Castella toren gezien vanaf de Graafseweg (oktober 2024)
#Nijmegen, Gebouw van de dag, Geen categorie

Castellatoren: een eye-catcher als entree naar de stad

2013, De Ruyterstraat Bottendaal

De Castella toren gezien vanaf de Graafseweg (oktober 2024)
De Castella toren gezien vanaf de Graafseweg (oktober 2024)

De Castella toren naar een ontwerp van Architect Ludo Grooteman is de afronding van de nieuwbouw op het voormalige Dobbelman terrein. De uitdaging was om een echte eye-catcher te bouwen als entree naar de stad, in een omgeving met veel verkeersdrukte van auto’s en spoor. Het kreeg de Architectuurprijs Nijmegen in 2013.

Aanleiding

Nadat Zeepfabriek het Anker in 1895 was afgebrand, begon Franciscus Dobbelmann zijn zeepfabriek in een margarinefabriek aan de Graafseweg. Het einde van de fabriek kwam nadat in 1999 werd overgebracht naar Denemarken.

De Castella toren is de afronding van de nieuwbouw op het voormalige Dobbelman terrein.

Zeepfabriek Dobbelman: Zicht vanaf de Graafseweg op de voorzijde van de fabriek, 9/1977 (Foto Rozeboom via F82244 RAN CCBYSA)
Zeepfabriek Dobbelman: Zicht vanaf de Graafseweg op de voorzijde van de fabriek, 9/1977 (Foto Rozeboom via F82244 RAN CCBYSA)

Een eye-catcher als entree naar de stad

In maart 2011 begint Woningbouwcorporatie Talis met de bouw van de woontoren. Deze telt 13 verdieping en is 42 meter hoog. Op de onderste 3 lagen komen kantoren van in totaal 1200 m2. Daarboven 60 sociale huurwoningen, waarvan er 6 bestemd zijn voor mensen met een lichamelijke beperking. Onder de grond is een tweelaagse parkeerkelder gebouwd.

Oplevering

Castella toren, zijde De Ruyterstraat met balkons (oktober 2024)
Castella toren, zijde De Ruyterstraat met balkons (oktober 2024)

Daarmee is dit project de afsluiting om het voormalige Dobbelmanterrein te vernieuwen. Het gebouw krijgt de naam Castellatoren, vernoemd naar een zeepmerk van Dobbelman. In januari 2013 krijgen de eerste bewoners de sleutel, de officiële opening is op 5 april. Daarbij is de kantoorruimte verhuurd aan 3 Nijmeegse welzijnsorganisaties. (Omroep Gelderland).

Het gebouw is bedoeld als eye-catcher. Allereerst als herkenningspunt voor het Dobbelmanterrein. En daarbij als entree naar de stad: het gebouw ligt op het kruispunt van twee ingangen naar het centrum van de stad: de spoorlijn en de Graafseweg. Vlak nadat de toren is gepasseerd vanaf de Graafseweg, begint het centrum met het Keizer Karelplein. Architect Ludo Grooteman van DOK-architecten ontwierp het gebouw in 2009 (sinds 2012 is Ludo Grooteman samen met Gianni Cito Moke-architecten begonnen).

Waar de eerste nieuwbouw Berghege: “De hoogte en vormgeving zijn bewust in contrast met de industriële uitstraling van de eerdere nieuwbouw op De Dobbelman.”

De constructeur ABT Velp, de aannemer Bouwbedrijf Berghege uit Oss en de aannemer voor de gevel Vosselmans uit Loenhout (Belgë). De bouwkosten waren €9.100.000,- (ex BTW).

Doorstart

Overigens is dit gebouw het tweede ontwerp voor een toren op deze plek. Het eerste ontwerp, nadrukkelijk in de vorm van een “Wybertje” leek uiteindelijk te duur te zijn. “De architect presenteerde het ontwerp voor wat toen nog de Talistoren heette al in 2004 en kreeg toen veel lof van gemeente, bewoners en opdrachtgever. Sindsdien heeft het alleen stof liggen verzamelen.“ In hetzelfde artikel uit 2008 kondigt Talis een doorstart aan.  (De Gelderlander met tevens een impressie van het aanvankelijke ontwerp)

Verticaal reliëf tegen geluidsoverlast

De Castellatoren op een kruispunt van Graafseweg en het spoor (oktober 2024)
De Castella toren op een kruispunt van Graafseweg en het spoor (oktober 2024)

De ligging aan dit kruispunt stelde de ontwerpers voor de uitdaging om de geluidsoverlast van het verkeer op te vangen. Daarom hebben 3 gevels door een verticaal relëf een extra schil gekregen. Dit reliëf bestaat uit vlakke, halfdiepe en meer dan een halve meter diepe cassettes. Dit verticale “landschap” wordt extra benadrukt door verschillende soorten glas te gebruiken.

Vosselmans: “In totaal hebben we 476 cassettes (aluminium kaders) geprefabriceerd, van 1,86 m breed tot wel 3,90 m hoog, met drie verschillende diepten (150, 350 en 500 mm). De verschillende diepten creëren een opvallend reliëf, wat de gevel uniek maakt. De cassettes zijn opgebouwd uit specifieke profielen, die speciaal voor de Castellatoren zijn gemodificeerd. Naar gelang de diepte van de cassette, werd een andere kleur zonnenwerend glas gebruikt: clear, green of dark blue. De diepste cassettes zijn ontworpen om bankjes in te plaatsen.”

Balkons

Balkons Castella toren (oktober 2024)
Balkons Castella toren (oktober 2024)

Aan de kant van de De Ruyterstraat, de “niet geluidbelaste zijde” zijn balkons geplaatst, gelijk aan de breedte van de woonkamer. Doordat de balkons verspringens zijn geplaattst, ontstaat er een levendig uitziende gevel.

De tussenruimte: huiskamer van alle woningen

Castella toren: de galerijen met zitjes (oktober 2024)
Castella toren: de galerijen met zitjes (oktober 2024)

Tussen deze schil en de woningen ligt de galerijontsluiting. DOK architecten “Ontsloten via de tien meter hoge entreelobby, wordt deze tussenruimte de meest bijzondere ruimte van het gebouw: een huiskamer van alle woningen. De diepe cassettes bevatten bankjes, twee stoelen met een tafel of ruimte voor planten. De in verschillende gedekte kleuren gecoate binnenmuren, verlichting die op de zitjes kan worden gericht en ‘vloermatten’ met het logo van Castella, gegoten in de prefab betonnen vloerplaat, vervolmaken het geheel. Hiermee wordt deze tussenruimte een hoogwaardige verblijfsruimte. …

Zo schittert het gebouw van buiten als een in facetten geslepen diamant en toont het van binnen een verrassend warme kant, waar alle aandacht uitgaat naar de gebruiker.”

De projectpagina van DOK – architecten was een belangrijke bron voor deze paragraaf. Op hun site staan bovendien veel foto’s.

Castella toren: de ingang (oktober 2024)
Castella toren: de ingang (oktober 2024)
Castella toren: de ingang met hal (oktober 2024)
Castella toren: de ingang met hal (oktober 2024)

Castella

Advertentie Castella zeep van Dobbelman (PGNC 5/3/1934)
Advertentie Castella zeep van Dobbelman (PGNC 5/3/1934)

Door de concurrentie met grote bedrijven als Unilever en de crisis in de jaren 30, werd marketing een belangrijk middel in de strijd om de gunst van de koper.

Dobbelman introduceerde haar merk Castella in 1934. De naam “Castella” is een fantasienaam. Dit moest een Spaanse sfeer oproepen,  een verwijzing naar de toevoeging van olijfolie in haar zeep. Het gezicht van een Spaans uitziende dame werd het logo van de zeep. Dit logo kwam ook terug op de zegeltjes die konden worden gespaard.

Zoals op de advertentie uit 1934 is te zien, verandert Dobbelmann in 1934 ook haar naam door een “n” te laten vallen. Naast zeep werd ook scheerzeep verkocht. (In Spanje bestaat de regio Castilië, maar dat is in het Spaans “Castilla”. Mij zelf doet “castella” ook denken aan “kasteel”, maar dat is in het Spaans “castillo”).

In 1968 koopt de Koninklijk Zout Organon Dobbelman. Daarop wordt in 1969 Biotex geïntroduceerd, waarbij het merk Castella in 1969 verdwijnt.

Castella logo op panelen (oktober 2024)
Het Castella logo komt ook terug op de ramen aan het gebouw (oktober 2024)

Kunstwerk “To B.”

to B 's avonds (oktober 2024)
to B ’s avonds (oktober 2024)
to B (oktober 2024)
to B (oktober 2024)

Bovenop het gebouw staat een kunstwerk met de letters “to B i ex”. Het is een werk van Nijmeegse kunstenaar Gerard Koek, waarbij hij het werk op zijn site vermeldt als “To B”. 

Het werk is een hergebruik van de letters van de Biotex-lichtreclame, herschikt op “een industrieel ogend grid”. “”To B” is ’s avonds verlicht te zien, terwijl geleidelijk ofwel “i”, dan wel “ex” oplichten. Een “Shakespereaanse wending” van betekenissen, waarbij een permanente wisseling van identiteit en relationaliteit centraal staat”.

Architectuurprijs Nijmegen 2013: “een architectonische parel”

De Castellatoren won de Architectuurprijs Nijmegen 2013. De jury was “van mening dat dit project, een zorgvuldig vormgeven, gedetailleerd en uitgevoerd woon/werkgebouw is dat in architectonisch opzicht een voorbeeldfunctie heeft. De toren bevindt zich op het voormalige Dobbelmanterrein, is sterk integraal vormgegeven en een echte eyecatcher”. Ook looft de jury het onderhoudsarme karakter van het gebouw en de omgeving. Bovendien vindt ze dat de 3 glazen lagen, bedoeld om het geluid te weren, een goede uitstraling aan het pand geeft. Ten slotte noemt ze de aandacht voor een aantal details: het interieur, de wandbekleding, het kleurgebruik en de toepassing van zitjes. En de aandacht die aan het Dobbelmanlogo op de vloer is gegeven. “De jury is van mening dat architect en opdrachtgever een icoon hebben gerealiseerd, een architectonische parel”.

Trots medewerker

In 2013 interviewt Vox mensen die betrokken zijn bij Grotius, het nieuwe gebouw voor de rechtenfactulteit. Een van degenen is timmerman Michael Noorman, die ook heeft meegewerkt aan de Castellatoren: “steeds als hij er langs komt, gaat er iets van trots door hem heen. Omdat hij door de huid van het gebouw kan kijken, ziet hij alle kleine stappen in het karkas die uiteindelijk naar het bouwsel leiden. ‘Het blijft me verassen: het rijzen van zo’n toren en dat die blijft staan. En dat ik bij veel van die stapjes betrokken ben geweest. Dat ik kan zeggen ”Kijk, dit is ook míjn gebouw.”’ Zonder trots gaat het niet, zegt Noorman. ‘Als je geen passie hebt, kun je net zo goed stoppen.’” (Vox)

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://www.architectuur.nl/nieuws/architectuurprijs-nijmegen-voor-de-castelelatoren/

, Petra Starink op Architectuur.nl, 24-6-2023

https://rozet.nl/catalogus/833620/crc32/

https://www.mokearchitecten.nl/portfolio/castellatoren/

https://www.architectuur.org/nieuwsitem/2568/Cito_en_Grooteman_verlaten_Dok_architecten.html

https://www.gld.nl/nieuws/1994532/sleutels-voor-eerste-castella-bewoners

https://www.gld.nl/nieuws/1921461/kunstwerk-op-biotex-terrein

Lees ook: https://www.dorsoduro.nl/de-castellatoren-wel-of-geen-zeperd/

https://nl.wikipedia.org/wiki/Dobbelmann

Buurt Natuurtuin

De Buurt Natuurtuin is een klein parkje tussen de Dr. Jan Berendsstraat en het spoor in. Hier stond aanvankelijk Cartonnagefabriek…

Thiemepark

Het Thiemepark is voor veel mensen uit Bottendaal hun tuin: wanneer het zonnetje schijnt is dit een van dé ontmoetingsplekken.…

Melkerij Lent, 1928 (F17204 RAN) van Gentstraat, verbouwing architect Estourgie
#Nijmegen

Melkinrichting Lent, architect Estourgie

1928 Van Gentstraat 8

Melkerij Lent, 1928 (F17204 RAN) van Gentstraat, verbouwing architect Estourgie
Melkerij Lent, verbouwing architect Estourgie, van Gentstraat, 1928 (F17204 RAN)

Charles Estourgie ontwerpt de uitbreiding van de Melkerij Lent, waarbij onder andere de voormalige manege aan de Waldeck Pyrmontsingel bij de fabriek wordt getrokken. De Gelderlander publiceert bij de opening van 1928 een uitvoerig stuk, waarin tevens wordt ingegaan op het belang van de melkfabriek.

De vooruitgang van de Zuivel-nijverheid.

De Coöperatieve Nijmeegsche Melkinrichting Melkerij Lent te Nijmegen

De nieuwe zuivelfabriek van de coöp. Nijm. Melkinrichting Melkerij Lent wordt morgen officieel geopend.

Landbouwers, veehouders uit Land van Maas en Waal, Rijk van Nijmegen, uit Betuwe, die Nijmegen hebben als voornaam afzetgebied voor de zuivelproducten, namen indertijd het initiatief tot oprichting van een coöperatieve zuivelfabriek, niet zoozeer bedoeld voor de distributie van de melk en van de boter in de stad en omgeving- dat mocht er natuurlijk bijgenomen worden- als wel voor uitvoer der zuivelproducten.

De aanleiding tot het “gaan bouwen” van de coöperatieve zuivelfabriek aan den van Gentstraaat, was dan aanvankelijk een heel andere dan welke gewoonlijk daarvoor geldt.

Geldersche veehouders hadden hier een zuivelfabriek, welke namelijk hooge melkprijzen uitbetaalde. Dat geschiedde, zeer ten ongerieve van de omliggende fabrieken. Dat zulks mogelijk was, kwam doordat het bedrijf zich geheel toegelegd had op den engros melkhandel naar Duitschland, waar een margarinefabriek in het naburige Kleef, zooals meestal met margarinefabrieken het geval is, de melk goed betaalde. Toen door de Duitsche invoerrechten in 1925 de grens voor dezen melkinvoer practisch gesloten werd, zat echter de fabriek plotseling met een groote hoeveelheid melk midden in een stad van pl.m. 75.000 inwoners, welke melk zij niet op productieve wijze kwijt kon, omdat de consumptie-melkverkoop in het klein geheel verwaarloosd was. Bovendien was de verwerking op producten evenmin mogelijk, aangezien de inventaris en inrichting geen kans op het maken van een behoorlijke kwaliteit meer overlieten. De fabriek aan de van Gentstraat was toen in last.

Bestuursleden, genodigden en leden bij de opening in de melkhal van fabriek melkerij Lent, 15/2/1928 (F50049 RAN)
Bestuursleden, genodigden en leden bij de opening in de melkhal van fabriek melkerij Lent, 15/2/1928 (F50049 RAN)

De toestand was niet rooskleurig. Er moest raad geschaft worden. Er kwam verandering in directie aan de coöperatieve zuivelfabriek, welke gereorganiseerd werd van exportbedrijf voornaamlijk in distributiebedrijf voor stad en omgeving. Bovendien was de coöperatie als stadsbedrijf vrijwel er op aangewezen om de melkvoorziening wederom ter hand te nemen. Hiervoor waren echter noodzakelijk een behoorlijk ingericht fabrieksruimte en daarnaast een groot distributieorgaan. Aan den laatsten eisch werd op gelukkige wijze voldaan door overname van de particuliere “Melkerij Lent” (welke titel om tactische redenen ook in den naam der vereeniging is opgenomen). Wat de eerste moeilijkheid betreft, was het bestuur der coöperatie niet onfortuinlijk met den aankoop van de naast de fabriek aan de van Gentstraat liggende manege, welke uitkomend op den Waldeck Pyrmontsingel zeer geschikt was voor melkhal, flesschenspoellokaal en kantoor voor de afdeeling Melkdistributie. Door afbraak van een deel van de manege en een tuschenbouw kwam een ruimte vrij voor het optrekken van dat gedeelte van de fabriek, waar de bewerking van de melk plaats vindt.

De manege aan de Waldeck Pyrmontsingel: hierbij is goed te zien dat Estourgie het front onveranderd heeft gelaten; Nijmeegse manege, links Louise Cornelder. (De manege wordt in 1903 gehuurd en in 1908 overgenomen van de Nijmeegse manege door H.W. Cornelder, 1910-1915 (F92838 RAN)
De manege aan de Waldeck Pyrmontsingel: hierbij is goed te zien dat Estourgie het front onveranderd heeft gelaten; Nijmeegse manege, links Louise Cornelder. (De manege wordt in 1903 gehuurd en in 1908 overgenomen van de Nijmeegse manege door H.W. Cornelder, 1910-1915 (F92838 RAN)

Het was geen makkelijk op te lossen vraagstuk de nieuwe fabrieksuitbreiding practisch aan haar doel te doen beantwoorden, aan de omgeving te doen aanpassen en af te bouwen, terwijl het bedrijf in vollen gang bleef.

De architect, de heer Charles Estourgie werd met die opdracht belast en de aannemer, de heer H. van Kessel had de uitvoering van het bouwontwerp voor zijn rekening. Een fabriek te bouwen op den hoek van een singel, langs zij een pas aangelegd plantsoen, dreigt het aspect van de omgeving leelijk te schaden.

Men denkt dadelijk aan leelijke, van ééntonigheid grauwe muren, aan hooge zwarte schoorsteenen.

De heer Charles Estourgie toonde hier in deze fabrieksuitbreiding ook zijn sierkunstenaarstalenten, wist iets vroolijks iets levendigs te geven aan de massale gevels, waarin het monotone voorkomen werde door het aanbrengen van, de andere logge lijn, brekende ramen en vensters en het inbouwen van een sierlijken inrijpoort aan de van Gentstraat. Het nieuwe gedeelte paste bij de oude hooge zuivelfabriek aan de van Gentstraat en de oude stal der Nijmeegsche manѐge, is herschapen in een ruime hall voor de melkvoorziening. Het ouwe, grauwe dak is hersteld tot een gebroken kap, en de oude “circus” sluit nu passender aan bij den voorbouw, welke levendiger uitzicht kreeg, doordat de architect er wat meer lijn en licht inbracht.

Melkventers van Melkerij Lent, 1928 (F58814 RAN)
Melkventers van Melkerij Lent, 1928 (F58814 RAN)

In het oude voorhuis van de manѐge is nu gevestigd het kantoor voor de melkdistributie, waarlangs een breede inrijpoort leidt naar het industrieele gedeelte dezer zuivelfabriek, welke zoo technisch en hygiënisch is ingericht, dat zij behoort tot een der vijf best ingericht melkinrichtingen en zuivelfabrieken des land, dat overvloeit van melk en boter, dat bekend staat als een der eerste exportlanden door Europa voor de zuivelindustrie.

Ook in dit opzicht kan het groeiende Nijmegen meekomen met haar grootere zustersteden.

Binnen mag de fabriek gezien worden.

Het is als een wit melkpaleis, waaruit nochtans alle onnoodige luxe geweerd is.

Wit zijn alle wanden, wat de machines, met hier en daar het blinkende koper der kranen en banden, het warme bruin der groote karn-machines of karnemelkhouders, den maten glans der blikken bakken.

Alles is bijna blank tot alle af- en aanvoerbuizen voor de melk toe.

De vloeren van tegels of zwaar cement zijn zindelijk om zoo van te eten; de wanden zijn hagelwit, geen stofje heeft er kans op te vliegen.

Hoe de fabriek ingedeeld is?

Onder deskundige en prettige voorlichting van een man in ’t vak als de directeur, de heer H.M.G. Tiel Groenestegen, maakten wij een ronde, op- en neergang door de uitgestrekte hallen en begonnen daar, waar de melk door de veehouders wordt aangevoerd. Dat is dan een zijgangetje, aan het einde der fabriek aan de van Gentstraat.

Hoe hygiënisch, hoe zorgvuldig het er toegaat, hoe nauwkeurig de melk behandeld wordt, moge blijken uit on omstandig relaas.

Melkerij Lent, het laboratorium voor melkonderzoek; een reproductie van een tijdschriftfoto, 1932 (F17201 RAN)
Melkerij Lent, het laboratorium voor melkonderzoek; een reproductie van een tijdschriftfoto, 1932 (F17201 RAN)

De melk wordt direct bij de ontvangst aan de van Gentstraat gesplitst in industriemelk voor de bereiding van boter en consumptiemelk voor de distributie. Vervolgens wordt zij met behulp van twee Ahlborn-pompen naar een pl.m. 10 meter hoog gelegen bordes, dat uitziet op het centrifugelokaal, gepompt. Hiervandaan vloeit de melk naar de verschillende afdeelingen. Het Amerikaanse “gravity system” wordt toegepast. Eenmaal binnen, komt de melk tijdens de bereiding niet meer bloot.

Er is een dubbele melkontvangst. Bij het melkontvangen is het zoo ingericht, dat, terwijl de melkcontroleur op de eene ontvangst bezig is de melk op haar kwaliteit te onderzoeken (dagelijks wordt toegepast de alcoholproef met “Rexprüfer” en verder geregeld vuilheidsproef, reductaseproef en bussen-inspectie), op de andere helft de melkontvanger de hoeveelheden in de Gedo-bascule weegt en noteert. Aan het melkonderzoek kan op deze wijze de noodige zorg besteed worden. De ondermelk wordt terzijde met een “Precies” apparaat afgemeten.

Op het reeds genoemde bordes staan een tweetal melkbakken ieder van 3000 l. inhoud, waarin de industriemelk en de consumptiemelk loopen na, wat de laatste betreft, door een colloïdfilter is zijn gezoefd. Tevens staan hier de koelers voor room en ondermelk. Langs een ijzeren trap komt men nu in het verwerkingslokaal, waar twee groepen van werktuigen zijn opgesteld, een voor de industrie en een voor de consumptiemelk.

De consumptiemelk gaat na een buizen-pasteur van Van der Ploeg van 4000 l. capaciteit te zijn gepasseerd op een temperatuur van 63 gr. C., in den Ahlbornstandpasteur voor 4000 l., een pastorisatie van de nieuwste constructie, Nieuw is n.l., dat alle kranen zich bevinden aan den bovenrand der cellen. De melk wordt eruit gepompt. Lekkage der kranen en daardoor besmetting met onvoldoend laag verhitte melk wordt hierdoor voorkomen, terwijl het weinige bewerkte melk dat achterblijft, op de totaal-hoeveelheid van één cel geen kwaad kan doen. De melk passeert daarna een dubbel gesloten buizenkoeler, ’s zomers nog een dito pekelkoeler, waarna een tweetal Geertruidenbergsche emailletanks, ieder van 8000 L. inhoud de melk koel houden tot den volgenden morgen. Deze tanks zijn halverwege vastgemetseld in den vloer der eerste etage, zoodat men bij de reiniging geen ladder of iets dergelijks noodig heeft. Een electrische roerinrichting met bovenpakking dient om even vóór het aftappen de room weer door de melk te mengen. Een pijpleiding voert de melk naar de meetbrug in de melkhal, waar de losse melk in de 40 venterswagens wordt afgetapt. De geheele weg is dus in een gesloten systeem afgelegd.

Melkerij Lent. De ruimte waar de melkflessen gevuld werden; een reproductie van een tijdschriftfoto, 1932 (F17202 RAN)
Melkerij Lent. De ruimte waar de melkflessen gevuld werden; een reproductie van een tijdschriftfoto, 1932 (F17202 RAN)

De flesschenmelk wordt bereid in een gelijkvloers gelegen ruimte beneden het verwerkingslokaal. De gereinigde melk loopt van het bordes naar het roteerende flesschenvulapparaat. De gevulde flesschen worden in een 14-tal bakken voor pl.m. 270 flesschen opgestoomd en afgespoeld. Een bijzonderheid hierbij is, dat bij het opstoomen der bakken het water gebruikt wordt, dat de koelers bij een temp. Van pl.m. 45 gr. C. verlaat. Met het oog hierop heeft men koelers van groote capaciteit genomen, opdat het water er niet te snel doorheen behoefd te worden gepompt. Het warme koelwater, dat niet voor het flesschenbedrijf noodig is, gaat uit de voorraadtank naar een “boiler”  in de machinekamer. Een andere caloriën-besparende inrichting, welke met etagebouw eveneens gemakkelijk door te voeren is, vormt de verzameling van het condensatiewater ten behoeve van de voeding van den stoomketel.

Het flesschenpasteuriseerlokaal heeft door middel van een zeven-tal loketten voor de afgifte van room, flesschenmelk, boter, yoghurt, pap enz. verbinding met de melkhal. Hier kunnen eveneens zeven vensters tegelijk geholpen worden aan losse melk en een gelijk aantal aan karnemelk. Verder bevindt zich in de hal nog een kannen-uitstoom en drooginrichting voor de melkbakken en -bussen der venters. Behalve het groote belang uit bacteriologisch oogpunt, heeft het drogen nog dit voordeel, dat de venter geen verontschuldiging meer heeft voor een al te groote hoeveelheid water, die hij in zijn bussen heeft achtergelaten.

Men kent de geel-rood beschilderde melkwagens van deze inrichting. De melkflesschen op het dek duiden reeds voldoende de bestemming dezer wagens aan. Bovendien heeft de inrichting nog twee groote vrachauto’s in bedrijf voor bediening der grootafnemers.

De behandeling der industrie-melk vindt aan de andere zijde van het verwerkingslokaal plaats. De volle melk wordt gepasteuriseerd in een regeneratief-pasteur, gaat naar een Westfalia-centrifuge, waarna room en ondermelk over de bestemde koelers op het bordes worden gepompt en vervolgens in de drie geïsoleerde roomzuurbassins van 1600 L. ieder in de ondermelk-bakken vloeien, welke in het verwerkingslokaal geplaatst zijn. Ook de twee houten karnemelktonnen, ieder van 3000 L. met roerinrichting, zijn in deze ruimte ondergebracht. De karnemelk wordt aan de benedenzijde hierin gepompt, terwijl een verdere merkwaardigheid is, dat de toevoerleiding tevens grootendeels afvoerleiding is. Met het toezicht op deze werktuigen is één persoon belast. Dit gedeelte van het bedrijf bezit een capaciteit van 5000 L. per uur. Een aparte centrifuge is voor de levering van koffieroom en slagroom opgesteld.

De botermakerij Melkerij Lent, 1932 (F17203 RAN)
De botermakerij Melkerij Lent, 1932 (F17203 RAN)

In de botermakerij, tusschen melkontvangst, machinekamer en de kantoren gelegen, staat een Van der Ploeg’s karn van 4000 L. ton inhoud, terwijl ruimte voor een tweede is gereserveerd. De boter-inpakkerij vindt plaats in den kelder beneden het kantoor, waar de hoofdboekhouding geschiedt.

In de machinekamer is een koelmachine van 85.000 caloriën geinstalleerd door de N.V. Plaatijzer-industrie te Apeldoorn. Verder bevindt zich hier een pekelbak van 15.000 L., benevens een reservoir voor warm water en een voor gekoeld leidingwater. In den bestaanden uitbouw der vroegere fabriek zijn nog gelegen, het ketelhuis en melkpoederlokaal, terwijl de oude machinekamer tot werkplaats is getransformeerd. De stoommachine is vervangen door afzonderlijke electromotoren voor iedere afdeeling.

Bij eventueele bedrijfsstoornis kunnen de werktuigen van het industrie-gedeelte ook voor de behandeling der losse consumptie-melk worden gebruikt, waardoor een betrouwbare melkvoorziening der stad ten allen tijde verzekerd is.

De nieuwe fabriek is in samenwerking met den directeur en het Technisch Bureau van den F.N.Z. dat het werktuigkundig gedeelte verzorgde.

De heer Charles Estourgie had het bouwkundig gedeelte voor zich en heeft nog wijdscher plan in portefeuille dan nu reeds is uitgevoerd.

De mogelijkheid is, dat ook de voorgevel nog opgetrokken wordt, met daarbij passen middengebouw- geheel in stijl met den hoofdgevel.

Maar het bestuur toont bedachtzaam beleid en zal natuurlijk eerst de bedrijfsresultaten in de naaste toekomst eens willen afwachten, alvorens tot wijderen bouw over te gaan.

Het uitstekende werk van den aannemer, den heer H. van Kessel, konden wij in den aanhef reeds waardeeren-; hier is degelijk, vlug en prachtig gebouwd.

Het schilderwerk werd uitgevoerd door de firma W.A. Teeuwissen. De ingewikkelde electrische installatie werd uitgevoerd door het electro-technisch bureau Jos. Kwakkernaat.

Zoo werken velen mede tot een eerste-klasse zuivelfabriek.

Men ziet het: Nijmegen kreeg een model-inrichting. De melk-gebruikers en gebruiksters kunnen zeker zijn van een pittige pint gezonde zuivere melk.

De Coöp Nijm. Melkinrichting Melkerij Lent, met haar geheel herziene, naar de laatste eischen ingerichte zuivelfabriek staat er borg voor.

En hier mogen wij wel eens even noemen de mannen, die mede het initiatief namen tot de uitbreiding, vergrooting, vervolmaking der fabriek aan van Gentstraat en Waldeck Pyrmontsingel.

Het bestuur wordt dan gevormd door de heeren: P.H. Kokke te Nijmegen, voorzitter; H.F. van Haaren te Lent, secrataris; F.H. Witjes te Elst;  P. Gijsbers te Overasselt en J. v.d. Ploeg te Winssen, commissarissen.

Directeur is de heer H.M.G. Tiel Groenestegen, adjunct-directeur de heer Leo B.J. Wassing.” (De Gelderlander 14/2/1928)

Huidig: appartementen

De Melkinrichting is gesloopt en hiervoor in de plaats kwamen appartementen, september 2022 (Google Streetview)
De Melkinrichting is gesloopt en hiervoor in de plaats kwamen appartementen, september 2022 (Google Streetview)

Er is nog niet onderzocht wat het verdere vervolg is geweest. De Melkerij is tegenwoordig (september 2024) gesloopt en hiervoor zijn appartementen in de plaats gekomen. Het opschrift op het gebouw herinnert nog aan de Melkerij.

Julianapark en begraafplaats

In het Julianapark staan een aantal prachtige, oude bomen en daarnaast veel moderne beelden. Oorspronkelijk lag hier Fort Kijk in…

Beeld Jac Maris, Plein 1944 (september 2024)
#Nijmegen, Centrum

Monument Gevallen Soldaten uit Nijmegen van Jac Maris Plein 1944

1951/1952/2014 Plein 1944

Beeld Jac Maris, Plein 1944 (september 2024)
Beeld Jac Maris, Plein 1944 (september 2024)

In 1951 vindt de onthulling van het voorlopige beeld voor de gevallen soldaten afkomstig uit Nijmegen plaats. Oorspronkelijk was dit monument een initiatief van de Nijmeegse afdeling van “Het Mobilisatiekruis” en, na de landelijke fusie, ook van de Nederlandse Bond van Oud-Strijders. Zij had behoefte had aan een monument, dat (tevens) diende als locatie om de de gevallen soldaten jaarlijks te herdenken. De maker was Jac. Maris. Tegenwoordig (en net op een andere plek) staat er een kopie in brons.

De plaatselijke afdeling van het Mobilisatiekruis had het initiatief genomen om een monument voor de gevallen Nederlandse strijders op te richten.

Bond “Het Mobilisatiekruis”

De plaatselijke afdeling van het Mobilisatiekruis had het initiatief genomen om een monument voor de gevallen Nederlandse strijders op te richten. De Nationale Bond “Het Mobilisatiekruis” was opgericht voor het beheren en uitreiken van het Mobilisatiekruis 1914-1918 en het Witte Mobilisatiekruis 1914-1918. Deze Bond was op 19 september 1925 opgericht en kreeg 7 oktober de Koninklijke goedkeuring. De onderscheidingen waren ingesteld door het “Nationaal Comité Herdenking Mobilisatie 1914”, bedoeld om in 1924 de 10e verjaardag van de mobilisatie van 1914 ter herdenken, “om de tienduizenden gemobiliseerde soldaten te bedanken voor de vier jaren die zij hadden moeten opofferen voor het behoud van de Nederlandse neutraliteit. Het Comité wilde het weinig krijgshaftige Nederlandse volk er ook op wijzen dat vrede, zo meende zij, “altijd kwam ná oorlog”.” (wikipedia)

Wens beeld in 1951 gereed

De Nijmeegse afdeling van het “Mobilisatiekruis” hoopt op haar jaarvergadering in januari 1950 dat het monument voor de gesneuvelde Nijmeegse soldaten voor augustus 1951 gereed zal zijn: rond die tijd zal de Nationale Bond in Nijmegen haar zilveren bestaansfeest willen vieren.  (De Gelderlander 13/1/1950)

Ontwerp beeld

Ontwerp voor het Oorlogsmonument voor de omgekomen militairen uit het Rijk van Nijmegen tijdens de Tweede Wereldoorlog, vervaardigd door de beeldhouwer Jac Maris, 1950-1952, mij onbekend welke versie (F46236 RAN)
Ontwerp voor het Oorlogsmonument voor de omgekomen militairen uit het Rijk van Nijmegen tijdens de Tweede Wereldoorlog, vervaardigd door de beeldhouwer Jac Maris, 1950-1952, mij onbekend welke versie (F46236 RAN)

Het ontwerp van het beeld lijkt redelijk overeenkomstig het uiteindelijke beeld. In de kranten over het monument staat dat er over het ontwerp discussie is geweest, maar tot nu toe heb ik nog niet kunnen vinden waarover deze discussie ging.

Het “stelt voor een ’n stervend krijgsman, nog de pijn van het sterven in zijn lichaam. Naast hem zijn kameraad die hem gaarne zou willen helpen of om in de laatste seconde de hand ten afscheid te drukken, maar plicht en krijgstucht weerhouden hem. Op zijn post, op zijn hoede. Het krijgsgewoel om hem heen wordt uitgevoerd onder een ander rhythme. Dit concept is niet alleen psychologische gedachtenis, maar ook een compositie van meerdere ordeningen. Het is in principe gedacht tot een hoogte van circa 3.20 meter boven de grond en met een grootste breedte van ongeveer 2 meter.”

Wens Grote Markt

De gewenste locatie is de Grote Markt: “Uiteraard is met het monument zelf en de plaats waar het geprojecteerd is rekening gehouden met de grote veranderingen, welke de directe omgeving van de Grote Markt zal ondergaan.” Het monument zal in Ettringer tufsteen worden uitgevoerd.

Ook aan het “Centrumplein” (Plein 1944) wordt gedacht, maar de “ontwerper acht het ’t best op zijn plaats op de Grote Markt.” Het Mobilisatiekruis, gefuseerd met de Nederlandse Bond van Oud-Strijders, hoopt dan ook vanaf het jaar daarop (1951) op 10 Mei de Nederlandse gevallenen te kunnen herdenken. (De Gelderlander 17/8/1950)

… maar toch Plein 1944

In 1951 wijzigt de gemeente haar plannen voor de Grote Markt: het oorspronkelijke plan van een plateau met trapjes gaat niet door. Daardoor wordt ook naar een andere locatie voor het monument uitgezien. Daarbij valt het oog op Plein 1944. De Gelderlander:  “In deze omgeving zou het monument tegelijkertijd de herinnering levendig houden aan de talrijke slachtoffers uit de burgerij, die in de binnenstad bij de ramp van 22 Februari 1944 en daarna het leven lieten.” (De Gelderlander 31/3/1951)

1951: onthulling voorlopig beeld

Het Oorlogsmonument ter herinnering aan de omgekomen militairen uit het Rijk van Nijmegen tijdens de Tweede Wereldoorlog, vervaardigd door Jac Maris, 5/5/1951 (Fotopersbureau Gelderland via F60313 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)
Het Oorlogsmonument ter herinnering aan de omgekomen militairen uit het Rijk van Nijmegen tijdens de Tweede Wereldoorlog, vervaardigd door Jac Maris, 5/5/1951 (Fotopersbureau Gelderland via F60313 RAN CCBYSA Auteursrechthouder J.F.M. Trum)

“Zaterdagmiddag” vond in mei 1951 de onthulling plaats, waarbij duizenden Nijmegenaren aanwezig waren. Het ging daarbij nog om een model van het beeld; daarbij wordt verwacht het uiteindelijke beeld in augustus of september te kunnen plaatsen. “Zij allen willen zich een indruk vorm van het kunstwerk van Jacques Maris, die de niet gemakkelijke opdracht kreeg om de verschrikkingen van de laatste oorlog in een enkel moment vast te leggen. Maris heeft zich op voortreffelijke wijze van zijn taak gekweten. Hij is er in geslaagd een monument te ontwerpen dat de gevallen militairen eert een tegelijkertijd, in de uitbeeldingen op de rand, de inspanningen en offers van mensenlevens en bezit van de burgerij voor de komende tijden vastlegt”. Het beeld was bekostigd door de Nijmegenaren. Bij de onthulling wordt daarnaast genoemd dat de militairen van het commando Luchtvaarttroepen een groot bedrag hadden geschonken.

Bij zijn toespraak benadrukt de burgemeester het belang van de locatie. De Gelderlander daar over: “Op deze plaats, Plein 1944, waar de binnenstad uit zijn puinhopen herrijst, is de symboliek van het beeld wel bijzonder op zijn plaats. Het jonge monument houdt in het hart van de oude stad de herinnering levendig aan de stadsgenoten, die vielen opdat wij thans in vrijheid kunnen leven.” (De Gelderlander 7/5/1951)

Het was belangrijk dat het beeld (op 5 mei) 1951 onthuld zou worden: dan viert de landelijke vereniging “Ereschuld en dankbaarheid” haar tweede lustrum in Nijmegen (De Gelderlander 31/3/1951). Dit militaire fonds was in 1940 als stichting opgericht als steun voor de veteranen en slachtoffers van mei 1940. In 1946 werd het een vereniging en uiteindelijk in 2021 opgeheven (Defensie).

Uit de takel gevallen

De onthulling van het voorlopige monument van Jac. Maris was echter bijna niet doorgegaan. De avond voor de onthulling zou het transport vanuit het huis van Maris in Heumen naar Plein 1944 worden overgebracht. Vlak bij zijn huis viel het echter uit de takel. Maris en zijn assistenten werkten daarop de hele nacht door om het beeld te herstellen, waarop het beeld uiteindelijk toch die middag om 2 uur kon worden onthuld (De Gelderlander 5/5/1951).

Discussie opschrift

Het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen had het beeld goedgekeurd, maar niet het beoogde opschrift “Voor hen, die in ons midden leefden”, omdat zij dit opschrift te algemeen vindt. Daarop kwam de Commissie voor Oorlogs- en Vredesgedenktekens uit Amsterdam met de tekst: “Trouw tot in de dood. Ter nagedachtenis van de gesneuvelde militairen te Nijmegen”. In oktober 1951 zijn er intussen 12 weken verlopen en is er “taal noch teken” gehoord. Daarbij schrijft de Gelderlander dat Maris spoedig een begin zal maken met het originele monument. (De Gelderlander 31/10/1951)

1952: Onthulling definitief beeld

In augustus 1952 werd het uiteindelijke beeld geplaatst, welke na twee weken “gistermiddag” (De Gelderlander 25/8/1952) aan de gemeente werd overgedragen. De jeugd had intussen al vernielingen aan het voetstuk aangebracht, waarbij tevens de tekst op het voetstuk moet worden vervangen. “En maandagmorgen nog moesten tientallen rotte appels van het beeld verwijderd worden.”

Op foto GN8922 RAN is overigens te zien dat het opschrift op dat moment toch “Voor hen, die in ons midden leefden” is geworden.

Zie voor een foto van de plaatsing GN9020 RAN. Een mooie foto over het onthulde beeld met de St. Stevenstoren in aanbouw is te vinden op F32479 RAN.

Vernielingen en nogmaals: geschikte locatie?

Een jaar later zijn er nog steeds problemen met vernielingen: “Het plan bestaat nu, het voetstuk te verhogen tot ongeveer 3.15 meter vanaf de grond”. Om het beeld komt een schuin aflopend gedeelte met kinderkopjes en op 4 punten een paaltje. Bovendien schrijft de Gelderlander over de plaats: “… en toen het besluit viel het monument op het Plein te plaatsen, kon niemand vermoeden, dat de groente- en fruitmarkt daar definitief gehouden zou worden en evenmin, dat op het verhoogde gedeelte van het Plein en juist in de onmiddellijke omgeving van het monument een bushalte zou worden gemaakt, die overigens in het belang van een veilig en geordend verkeer te zijner tijd wel weer verdwijnen zal.”

Daarna vraagt de Gelderlander zich af of het Plein in de toekomst wel een goede locatie is: “Wanneer evenwel uitvoering zal worden gegeven aan de oorspronkelijke plannen met het Plein 1944, namelijk een verkeers- en parkeerplein, zal het de vraag zijn of het monument dan wel op het Plein op zijn plaats is.” (De Gelderlander 21/11/1953)

2009/2014: Vervanging door brons

In 2009 werd het beeld weggehaald om gerestaureerd te worden. Daarbij bleek dat het beeld inmiddels broos en poreus was geworden. Ook na een restauratie zou het beeld niet geschikt meer zijn om in de buitenlucht te staan. Daarop besloot gemeente Nijmegen een bronzen exemplaar te laten maken (https://kos.nijmegen.nl/overzicht-kunstwerken/). Daarbij vervangt het huidige voetstuk van Belgisch hardsteen het originele van basalt (4en5mei).

Plaquette 180 namen Nijmeegse slachtoffers

Plaquette 180 Nijmeegse slachtoffers Plein 1944 (september 2024)
Plaquette 180 Nijmeegse slachtoffers Plein 1944 (september 2024)

Op 4 mei 2019 is een plaquette onthuld met de namen van de slachtoffers die gevallen zijn in het Rijk van Nijmegen. Daarbij staat de tekst: “Ter nagedachtenis aan de Nijmeegse militairen die vielen voor de vrijheid tijdens de Tweede Wereldoorlog 1940-1945” en “Namenlijst onthuld op 4 mei 2019”. Deze plaquette vervangt een naamplaatje dat in 2007 was aangebracht (4en5mei).

Alphons Sieberspad, augustus 2023 (Google Streetview)
#Nijmegen, Gebouw van de dag

Ploegstraat en Alphons Sieberspad: van schoolterrein tot wonen in een eigen park

Alphons Sieberspad, augustus 2023 (Google Streetview)
Alphons Sieberspad, augustus 2023 (Google Streetview)

In 2009 werd begonnen met de bouw op het terrein aan de Ploegstraat begonnen. Daarvoor zaten hier de ROC-opleidingen Economie en Zorg & Welzijn

Vooraf: Schoolterrein

Detailhandelschool

Detailhandelschool ; boven de ingang het beeld "Mercurius ', gemaakt in 1962 door Ed van Teeseling, 28/9/1962 (Fotopersbureau Gelderland via F20242 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)
Detailhandelschool ; boven de ingang het beeld “Mercurius ‘, gemaakt in 1962 door Ed van Teeseling, 28/9/1962 (Fotopersbureau Gelderland via F20242 RAN CCBYSA Auteursrechthouder: J.F.M. Trum)

Voordat het project Frij’hoff werd gebouwd, stond op deze plaats onder andere de Detailhandelschool (Goffertweg 18).

Een foto uit 1979, wanneer het inmiddels de Katholieke Scholengemeenschap voor LMO- MMO Gelre is geworden, is te zien op F17223 RAN. In ieder geval was de school in augustus 2009, vlak voor de sloop, onderdeel van het ROC, sector economie.

Een reliëf in brons van Ed van Teeseling uit 1962, voorstellende Mercurius , geplaatst op de Detailhandelschool, later de Katholieke Scholengemeenschap voor de LMO-MMO Gelre ; P.S. in 2018 ligt het beeld opgeslagen op de gemeentewerf in afwachting van een nieuwe stek, 1975 (Frans Kup via F17216 RAN CCBYSA)
Een reliëf in brons van Ed van Teeseling uit 1962, voorstellende Mercurius , geplaatst op de Detailhandelschool, later de Katholieke Scholengemeenschap voor de LMO-MMO Gelre ; P.S. in 2018 ligt het beeld opgeslagen op de gemeentewerf in afwachting van een nieuwe stek, 1975 (Frans Kup via F17216 RAN CCBYSA)

Bovenop de school stond een reliëf in brons van de god van de handel, Mercurius. Het ligt opgeslagen op de gemeentewerf in afwachting dat het op een andere plek geplaatst kan worden (bron: bijschrift F17216)

Levensschool

Achterkant "Levensschool", augustus 2009 (Google Streetview)
Achterkant “Levensschool”, augustus 2009 (Google Streetview)

Het andere complex van de ROC was het schoolgebouw, dat in ieder geval op een foto van 1970 de “Levensschool” werd genoemd: F21907 RAN. Ter vergelijking is de Google Streetview shot uit augustus 2009 opgenomen.

Dorsvlegelstraat, Augustus 2023 (Google Streetview)
Dorsvlegelstraat, Augustus 2023 (Google Streetview)

Het shot hiernaast uit 2023 is bijna gezien van dezelfde plek en we kijken de nieuw aangelegde Dorsvlegelstraat in. Het gebouw met gele bekleding op de foto van 2009 ligt -na parkeervakken- aan de linkerkant van de straat.

Frij’hoff: Wonen in je eigen park

Frijhof: "Wonen in je eigen park”, augustus 2009 (Google Streetview)
Frijhof: “Wonen in je eigen park”, augustus 2009 (Google Streetview)

Het complex bestaat uit voor een deel uit koopwoningen: 38 eengezinswoningen en 20 appartementen. En daarnaast uit 114 huurappartementen van Portaal. Het project is een ontwerp van architectenbureau NOAHH, Network Oriented Architecture.

NOAHH schrijft over haar ontwerp: “De transformatie van een onaantrekkelijk en min of meer gesloten gebied naar een open en groene woonbuurt was ons doel in Frij’hof Nijmegen. Binnen het plangebied Frij’hoff zijn geen straten, rooilijnen ontbreken. De bebouwing is ontworpen als stadsvilla’s en meer-onder-één kapwoningen. De woningen zijn direct geleen in het groen. Het plangebied is zelf opgevat als een uitloper van het Goffertpark maar met een eigen identiteit en is beplant met magnoliabomen. Op de begane grond hebben de woningen veranda’s en terrassen aan de centrale “stadstuin”. Er zijn geen omheiningen aanwezig tussen publieke en private buitenruimten”.

Alphons Sieberspad

Alphons Sieberspad, augustus 2023 (Google Streetview)
Alphons Sieberspad, augustus 2023 (Google Streetview)

Frij’hoff is bedoeld als wonen in een park. Daarom heeft het een groen en autovrij binnenveld, waarbij kinderen vrij moeten kunnen spelen. Er is slechts een kronkelig paadje waardoor auto’s tot de voordeur kunnen komen. Daar kunnen mensen in- en uitstappen of bijvoorbeeld de boodschappen worden uitgehaald. De parkeerplaats bevindt zich echter in een keldergarage met de uitgang bij de Ploegstraat.

(Overige) Bronnen en verder lezen

https://www.gelderlander.nl/nijmegen/nieuwbouwbuurt-bij-goffertpark~a26778ae/